nieuwsarchief  

2007

Raad van State: gemeente doet genoeg aan luchtkwaliteit Veerkaden

De gemeente Den Haag hoeft niet onmiddellijk extra maatregelen te nemen om de slechte luchtkwaliteit op de Veerkaden te verbeteren. Dat heeft de Raad van State op 18 april 2007 bepaald in een rechtszaak die Milieudefensie en bewonerscomité Verboden Doorgang twee jaar eerder tegen de gemeente aanspanden. De hoogste bestuursrechter oordeelt dat de gemeente de problemen voldoende onderkent en in haar eigen tempo maatregelen mag nemen.

Campagneleider Joris Wijnhoven van Milieudefensie is teleurgesteld dat het recht op schone lucht niet zonder meer met juridische middelen kan worden afgedwongen. Als positief punt ziet hij dat overheden wel degelijk rekening moeten houden met luchtkwaliteit als bewoners om een verkeersmaatregel vragen.

De Europese norm voor fijnstof mag jaarlijks maximaal 35 dagen overschreden worden. Op de Veerkades bedraagt het aantal overschrijdingen in 2007 medio april al 25 dagen.

Meer informatie: www.milieudefensie.nl.

Website www.kroonplaats.nl is in de lucht

Via de nieuwe website www.kroonplaats.nl kan iedere Hagenaar meedenken over de invulling van zijn of haar stad. Initiatiefnemer het Haags Milieucentrum (HMC) denkt dat er binnen de bestaande stad vele tientallen 'kroonplaatsen' te vinden zijn: plekken die zich goed lenen voor bebouwing. Hiermee wordt het draagvlak voor voorzieningen (zoals winkels en het openbaar vervoer) vergroot en hoeft niet wederom uitgeweken te worden naar groene gebieden aan de rand van de stad.

de lancering van de site
Tom Pitstra, projectmedewerker duurzaam bouwen bij het HMC, sprak bij de lancering van de site over 'archipunctuur': kleinschalige invullingen die wat hem betreft grootschalig zouden moeten worden aangepakt.

De lanceringshandeling vond op woensdagmiddag 31 januari plaats. Deze werd verricht door Terry van der Heide, voorzitster van de kring Haaglanden van 'architectenvakbond' BNA, en stadsstedenbouwer Maarten Schmitt. Beiden waren enthousiast over het initiatief. "De BNA streeft ernaar het debat tussen bewoners en architecten te stimuleren", aldus Van der Heiden, "en dit initiatief sluit daar goed bij aan. Wel moeten we zuinig zijn op het groen binnen de stad."

Stadsstedenbouwer Maarten Schmitt gaf aan dat een stad niet alleen grote projecten hoort aan te pakken, en ziet dit initiatief als een waardevolle aanvulling. Schmitt is ervan overtuigd dat het groen binnen de stad bij het HMC in goede handen is, zodat er heus wel voor gewaakt zal worden dat het niet volgebouwd wordt.


afvallijnlogo

Bel de Afvallijn!

Heeft u problemen met het legen van uw groene bak? Weet u niet waar uw met uw klein chemisch afval naartoe moet? Loopt u tegen problemen op bij de gemeentewerf? Het Haags Milieucentrum is erg benieuwd naar uw ervaringen met de Haagse Milieuservices. Bel 30 50 294 en vertel ons wat u op afvalgebied dwarszit!

Let wel: deze lijn is niet bedoeld om individuele klachten op te lossen.

Ontdek de energie van Den Haag

Wat is een Turby? Hoe werken zonnepanelen precies? Wat maakt het Haagse stadhuis tot zo'n energiezuinig gebouw? Hoe kun je warmte halen uit zeewater? Hoe kan ik zelf energie besparen?

Zomaar wat vragen die op 7 oktober, de Haagse Energiedag, beantwoord worden. Het Haags Milieucentrum organiseert dan in samenwerking met de gemeente Den Haag een fietstocht langs allerlei locaties die met energie te maken hebben. Deskundigen leggen u uit wat die plek zo bijzonder maakt. Vertrekpunt is het stadhuis. Eindpunt is de Stichting Aarde-Werk, waar u informatie over energiebesparing krijgt.

Download hier de routebeschrijving in Word of RTF.

Achtergrondinformatie over de energie van Den Haag vindt u in het boekje Opwekkend Den Haag in kaart. Gratis af te halen bij het Haags Milieucentrum tijdens kantooruren. U kunt het ook hier downloaden.

omslag boekje

 

2006:

Lees hier het verslag van de conferentie De Binnenstad Buitengewoon Beleefbaar

Bezoek de Midden-Delfland dag op zaterdag 17 juni...meer

Rechtbank: Gemeente doet genoeg aan luchtproblematiek Veerkades...meer

 

2005:

Wethouder Bruins neemt winnende Milieuprijs-inzendingen in ontvangst...meer

Inspreektekst HMC over Verkeerscirculatieplan...meer

Vrouwen-Fietsdagen en Gouden Fiets winnende ideeën in Milieuprijs 2005...meer

Weer geen Autovrije Dag in Den Haag...meer

Fietsen naar twee biologische boerderijen...meer

Fotoverslag van geslaagde CityDuinwandeling...meer

 

2004:

Aanleg fietspad 10 stap dichterbij ...meer

Inspraakreactie Haags Milieucentrum op het concept-Plan van Aanpak Luchtkwaliteit 2004 - 2010 van de gemeente Den Haag ...meer

Haagse gemeenteraad verwerpt collegevoorstel over Vlietzone ...meer

Vlietzone-visie overhandigd aan Haags gemeentebestuur ...meer

Haagse Dieren Tour 2004 ...meer

Zaterdag 11 juni is BOERENBURENDAG...meer

Het tunneldenken rond het Trekvliettracé...meer

Verslag van de eerste CityDuinwandeling ...meer

CityDuinwandeling door groen Den Haag ...meer

Reactie van het Haags Milieucentrum op de Structuurvisie Den Haag Zuidwest...meer

Milieuprijs-inzendingen aangeboden aan wethouders ...meer

De paddentrek: een nachtelijk avontuur ...meer

Is de natuur van slag? Surf naar de Natuurkalender ...meer

 

2003:

Bouwen tegen de buurt?
Verslag van een inspirerende dag...meer

Videoverslag voor verkeerswethouder...meer

Milieuprijs gaat naar Liane Lankreijer en Bart Achterkamp...meer

Waar willen we heen met de Vlietzone?...meer

Stadsgesprek over Schone Lucht en Verkeer ...meer

Concept Haagse Woonvisie 2020, Reactie van het Haags Milieucentrum...meer

Veel belangstelling voor opening nieuw onderkomen HMC ...meer

Autodate op Valentijnsdag ...meer

Zoekt u ouder 'nieuws' klik hier

 

Bezoek de Midden-Delfland dag op zaterdag 17 juni

Midden-Delfland is een prachtig groen gebied en open landschap vlak bij Den Haag. Op de jaarlijkse Midden-Delflanddag worden tal van activiteiten georganiseerd voor een natuurminnend publiek. Deze dag valt dit jaar op zaterdag 17 juni.

NIVON Den Haag en het Haags Milieucentrum organiseren in samenwerking met de Midden-Delfland Vereniging een wandeling en een fietstocht vanuit Den Haag naar dit unieke gebied. Een bus brengt de wandelaars naar Paviljoen De Zweth. Daar start de circa 7 kilometer lange wandeling. Zowel de wandeling als de fietstocht eindigt bij natuurcamping De Grutto in Schipluiden. Daar kan iedereen kiezen uit de vele activiteiten die in het uitgereikte programmaboekje vermeld staan.
Het vertrekpunt van zowel de bus voor de wandelaars als de fietstocht is achter station Hollands Spoor. De vertrektijd is 11.00 uur.

S.v.p. opgeven bij: Haags Milieucentrum, Groot Hertoginnelaan 203, 2517 ES Den Haag, tel. (070) 30 50 286, onder vermelding van 'bus-/wandeltocht' of 'fietstocht' en uw naam. Deelname is gratis.

Zie ook: www.middendelflandvereniging.nl


Rechtbank: Gemeente doet genoeg aan luchtproblematiek Veerkades

De rechtbank in Den Haag heeft op 2 mei 2006 twee eisen afgewezen die Milieudefensie en Bewonerscomité Verboden Doorgang stelden aan de gemeente Den Haag om de luchtkwaliteit op de Amsterdamse en Stille Veerkade te verbeteren. De organisaties zijn teleurgesteld over dit vonnis, maar zien wel aanknopingspunten om in hoger beroep alsnog tot een succesvolle uitspraak te komen. Daartoe zullen ze hun eisen binnenkort voorleggen aan de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De rechtbank is van oordeel dat de eis om het vrachtverkeer na 11.30 uur te weren te weinig positief effect heeft op de luchtkwaliteit. Deze maatregel wordt daarom afgewezen.
Ook de eis tot afsluiting van de op- en afritten van het Prins Bernardviaduct richting Veerkades wordt niet gehonoreerd. De rechtbank vindt die te ingrijpend, vooral omdat de afsluiting negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit elders in de stad kan hebben.

Pionieren
Campagneleider verkeer Joris Wijnhoven van Milieudefensie in een reactie: 'We pionieren met deze rechtszaak. We proberen te ontdekken wat de reikwijdte is van de regels voor luchtkwaliteit. De rechter heeft niet gezegd dat het überhaupt niet mogelijk is om maatregelen af te dwingen. Dus de deur is nog niet dichtgegooid. Bovendien zijn we benieuwd of hoogste rechter, de Raad van State, onze eisen ook onredelijk vindt.'

Milieudefensie ziet aanknopingspunten in het vonnis. De rechtbank stelt dat de gemeente Den Haag wel degelijk alles moet doen om de overschrijdingen te beëindigen. Wijnhoven: 'We hadden naast onze eisen ook gevraagd alle maatregelen op te leggen die helpen om de lucht op de Veerkade schoon te maken. De plannen van de gemeente schieten daartoe tekort. Wellicht durft de Raad van State daar handen en voeten aan te geven.'

Milieudefensie werd wel in het gelijk gesteld op het punt van de ontvankelijkheid. De gemeente had die bestreden, onder meer met als argument dat een organisatie als Milieudefensie niet kan opkomen voor lokale milieubelangen. De rechter oordeelt dat Milieudefensie wel degelijk belanghebbend is.

Wethouder Bruins neemt winnende Milieuprijs-inzendingen in ontvangst

Verkeerswethouder Bruno Bruins vond de winnende inzendingen voor de Haagse Milieuprijs 2005 waardevol genoeg om er iets mee te gaan doen. Dat bleek tijdens de aanbieding door het Haags Milieucentrum van een selectie van de inzendingen voor de prijsvraag Maak van Fietsen een feest!

De winnende inzending, van de Delikids, werd aan de wethouder toegelicht door vier kinderen uit de Delistraat. Een van hun twee bekroonde ideeën was om fietstochten te organiseren waaraan zowel allochtone als autochtone vrouwen met hun kinderen deelnemen.

Het tweede idee, De Gouden Fiets, betekent een beloning voor scholen die hun leerlingen het meest weten te stimuleren om met de fiets naar school te komen. Wethouder Bruins vond dit idee zo interessant dat hij het in Haaglandenverband wil uitwerken.

Enthousiast reageerde hij op het idee dat Ben de Nijs van de Fietsersbond had ingediend. Zijn voorstel was simpel: De gemeente moet zodra er een plan is aangenomen om een verbetering voor het fietsverkeer te bewerkstelligen een groot bord neerzetten met daarop de tekst: "DIT FIETSPAD (kruispunt, gevaarlijke situatie) WORDT PER (datum) AANGEPAKT EN IS VOOR (datum) GEREED!" Dit levert de gemeente goodwill op, leidt tot minder ergernis voor fietsers en stimuleert misschien mensen die nu nog niet fietsen om dat wel te gaan doen. Het is nu aan de Dienst Stadsbeheer om hiermee aan de slag te gaan.

Menno Swaak, de derde prijswinnaar, had een 'verkorte cursus tot ervaringsdeskundige Fietser in Den Haag' ontwikkeld. Hij vroeg zich af of verkeersambtenaren ooit wel fietsen. Bruins kon hem verzekeren dat dit wel degelijk gebeurt, maar stond open voor Swaaks kritiek en moedigde hem aan om die te blijven spuien. Input vanuit de fietser is immers belangrijk voor de afdeling Verkeer.

De overige inzendingen zijn samengevat en gecategoriseerd aan de wethouder overhandigd. Een verslag van de prijsuitreiking vindt u hier.

Terug naar boven

Inspreektekst HMC over Verkeerscirculatieplan, 2e termijn, d.d. 11 januari 2006

Geachte Commissieleden, Den Haag, daar kom je niet omheen, zo lijkt het adagium in Den Haag te zijn. De gepresenteerde voorkeursvariant van het VCP is ons inziens een stap in de goede richting, maar het is nog niet de "giant leap for mankind' waar het HMC op had gehoopt.

Het weghouden van het niet noodzakelijke autoverkeer uit de Haagse binnenstad wordt met de voorgestelde variant Sectoren nog steeds niet gerealiseeerd. Het vasthouden aan de bestaande collectie parkeergarages in de binnenstad trekt onnodig veel autoverkeer aan. Veel van deze autogebruikers kunnen met een goed OV-pakket - waar Den Haag momenteel met Randstadrail een stevige kwaliteitsimpuls aan geeft - of met de fiets heel goed hun bestemming bereiken, natuurlijk mits het overbodige autoverkeer wordt geweerd. Het werkt daarom niet bepaald stimulerend als het busvervoersnetwerk naar de binnenstad op een te grote afstand wordt afgeknepen. Naast de tram zijn busverbindingen naar het Centraal Station van essentieel belang voor het faciliteren van voldoende keuzemogelijkheden voor de Haagse mobilist.

Ook het lussensysteem van de voorkeursvariant sectoren lijkt nogal wat lekken te hebben die calculerende automobilisten heus wel weten te vinden; het autoverkeer kruipt zelfs waar het niet gaan kan. Om die reden is het HMC nog steeds voorstander van de maximale variant.

Echter, uit het antwoord van de heer Golstein, in eerste termijn, bleek dat dit tot gevolg zou hebben dat er dan 70% meer autoverkeer van de Centrumring gebruik zou gaan maken. Nu is het HMC erg benieuwd waar dit getal op gebaseerd is. Voor zover ons bekend hanteerde de gemeente tot voor kort zelf steeds een percentage van 25 voor doorgaand verkeer in de binnenstad. Graag vernemen wij van de wethouder hoe de discrepantie tussen deze percentages met elkaar valt te rijmen.

Mocht het inderdaad om een toename van 70% gaan, dan geeft dit nog indringerder aan hoe belangrijk het is meer nadruk te leggen op het doen verminderen van doorgaand autoverkeer in de stad. Het extra omrijden van auto's met dito extra uitstoot, is natuurlijk niet aanvaardbaar. Het HMC is daarom ook van mening dat er, naast een VCP, ook een ingreep dient te worden gedaan in het omliggende wegennet van Den Haag. Natuurlijk níet door een Trekvliettracé aan te leggen, vrijwel parallel aan de Utrechtse Baan.

Ook de ontwerpers van het VCP concluderen terecht dat Den Haag kampt met een te eenzijdige aansluiting van het rijkswegennet op het Haagse stedelijke verkeersnet. Het VCP kan hiervan niet los worden gezien en dient hiervoor een oplossing aan te reiken. Het benutten en opschalen van de bestaande doorgaande routes aan de Zuidkant van Den Haag, in combinatie met een hoogwaardige aansluiting op de A4 - laten we het de Zuidelijke hoofdroute noemen - zou hier wel soelaas bieden. Het HMC denkt dan aan een route die via de Prinses Beatrixlaan, Middachtenweg, Erasmusweg, Fruitweg aan de Centrumring kan worden geknoopt. Pas dan is het voor automobilisten mogelijk om in een vroeg stadium vanaf de autosnelweg snel en efficiënt hun doel te bereiken zonder daar onnodig de stad en haar inwoners mee te belasten.

Het in- en uitkomend het verkeer verspreidt en verdunt zich. Nogmaals, juist de maximale variant leent zich daarvoor als beste optie. Natuurlijk moet een en ander verdiept of ondertunneld worden. De fondsen die gereserveerd waren voor het Trekvliettracé moeten daar ruimschoots voldoende voor zijn.

Gemeente, benut de uitgelezen kans die het VCP nu biedt, om ook beleid te ontwikkelen om het regionale verkeer dat een eindbestemming in de Haagse binnenstad heeft zodanig te faciliteren dat het snel en efficiënt via de bestaande hoofdwegenstructuur naar het beoogde stadsdeel wordt geleid. De sectorenvariant beschouwt het HMC overigens naast de maximale variant als een potentieel goede groeioptie.

Mogelijk is hiervoor het nieuwe concept Milieubeleidsplan van Den Haag een goede inspiratiebron. Hierin wordt (op pag. 13) het verdiept aanleggen van wegen, ondertunnelen en overkluizen van wegen aangegeven als een optie voor het bestrijden van de geluidsoverlast door het verkeer. Wat daarbij tevens vermeld kan worden is dat juist deze aanpak vooral de vervoerswijzekeuze van burgers zal kunnen beïnvloeden. Het MBP boort hiermee naar onze mening op het goede moment de juiste oplossing voor het verkeersprobleem aan. Maak het zoveel als kan mogelijk om korte ritten te maken, liefst per fiets, en de mobiliteit zal drastisch afnemen.

Hartelijk dank.

Terug naar boven

Vrouwen-Fietsdagen en Gouden Fiets winnende ideeën in Milieuprijs 2005

Het idee Vrouwen-Fietsdagen is erop gericht om autochtone én allochtone vrouwen, samen met hun kinderen, een aantal maal per jaar op de fiets erop uit te laten trekken. Zoals de inzenders het omschrijven: "met de picknickmand en kleedjes mee de natuur in. Voor de dames die niet zo handig zijn op de fiets, moeten er tandems ter beschikking staan. De winst van deze fietsmiddagen of -ochtenden is groot: vrouwen en kinderen van verschillende culturen maar met gemeenschappelijke interessen (kinderen, natuur, Den Haag, fietsen, computerspelletjes, e.a.) leren elkaar kennen. Hierbij vindt ongedwongen een uitwisseling van cultuur plaats, wellicht ook uitwisseling van taal, inzichten, maatschappelijke vraagstukken. Maar: de kennismaking staat centraal. Moeilijke thema's zijn absoluut geen doel." de trotse winnaars van de hoofdprijs

De Gouden Fiets wordt een goudkleurig beeldje in de vorm van een fiets, jaarlijks uit te reiken aan de school met het hoogste percentage fietsende kinderen. Als aanmoedigingsprijs wordt er een Zilveren Fiets in het leven geroepen. Deze prijs gaat naar de school die de meeste vooruitgang heeft geboekt ten opzichte van het jaar daarvoor.

Swaak spreekt een dankwoord uit Juryvoorzitter Adri Duijvestein reikte een van de twee aanmoedigingsprijzen uit aan Menno Swaak. Deze ontwikkelde een 'verkorte opleiding tot ervaringsdeskundige' . Zijn idee kwam erop neer dat degenen die verantwoordelijk zijn voor het (fiets)verkeersbeleid in Den Haag, verplicht moeten worden Den Haag rond te fietsen. Dan kunnen ze zelf ervaren wat ze aanrichten.
De andere aanmoedigingsprijs was voor Ben de Nijs, die zich eveneens bekommert om het slechte wegdek van veel Haagse fietspaden en wegen.
Zijn idee: zet op dat soort plekken een 'bouwbord' neer, waarop te lezen valt wanneer de situatie verholpen zal zijn. De regelmatige gebruiker van dit weggedeelte krijgt dan weer moed, terwijl de onregelmatige gebruiker hopelijk gestimuleerd wordt om na gereedkoming van het project eens de fiets te nemen.
De juryvoorzitter overhandigt Ben de Nijs z'n fietstassen
Frans van der Steen houdt de taart omhoog

En dan was er nog een speciale aanmoedigingsprijs - een heerlijke taart - voor klas 1V3 van het Overbosch College. Zoals hun mentor schreef: "Na het voorlezen van de folder Maak van fietsen een feest! ontstak onze klas in groot enthousiasme. De leerlingen wilden gelijk aan de slag om een goed fietsplan te bedenken! Het leuke is dat onze klas voor 90% uit allochtonen bestaat en wij in de veronderstelling waren dat ze helemaal niet zo te porren waren voor fietsen, mis dus!"
Ze kwamen met ideeën als het uitdelen van keycords, polsbandjes met de opdruk I love fietsen en speciale T-shirts.
Het was vooral hun brief die bij de jury vertedering wekte.

Natuurlijk waren er nog veel meer ideeën die de moeite waard zijn, maar er moest nu eenmaal een keus gemaakt worden. Bepaalde soorten ideeën sprongen er in kwantitatieve zin echt uit. Diverse inzenders kwamen met suggesties voor het 'belonen van goed gedrag'. Twee inzenders wilden mensen die hun fiets stallen, bonuspunten laten verdienen. Bij winkeliers zouden deze ingeruild kunnen worden tegen producten. Iemand anders wilde fietsers tegoedbonnen laten verdienen waarmee ze biologische voeding kunnen krijgen. Diverse mensen droegen ideeën voor systemen voor gedeeld fietsgebruik aan: hetzij via een geavanceerd systeem met GSM/UMTS/GPS, hetzij via het ruilen van fietsen door forensen, hetzij via SMS met een toegangscode voor een 'groengele fietsenstalling', hetzij door middel van fietstaxi's die studenten of werklozen kunnen huren.

Ook maakten verschillende deelnemers zich bezorgd over het feit dat nieuwe Nederlanders zo weinig fietsen. Dit leverde diverse ideeën op om dit te stimuleren, variërend van het koppelen van fietslessen aan de inburgeringscursus via het geven van fietslessen aan kinderen op schoolpleinen via het aanleggen van een verkeerspark of -tuin (bijvoorbeeld in het Zuiderpark) tot het gratis beschikbaar stellen van fietsen. Ook het organiseren van fietstochten scoorde hoog. Vijf mensen leverden ideeën hiervoor aan, en in vier van de vijf gevallen stond er de een of andere vorm van beloning voor de deelnemers tegenover.

Opmerkelijk was dat de verwijzing naar het bierviltje op de flyer bleek aan te slaan. Diverse mensen verwezen ernaar en één inzending kwam daadwerkelijk op een bierviltje binnen - een ander noemde zijn mailtje een 'digitaal bierviltje.' Er waren twee mensen die slogans (al dan niet rijmend) voor op een bierviltje aandroegen en één die een posterafbeelding op een bierviltje wil laten afdrukken.

Erg leuk was dat de prijsvraag verschillende mensen stimuleerde om de hoofden bij elkaar te steken. Zo kwam er een envelop binnen van een scoutinggroep, één van een groep buurtbewoners en één van een schoolklas; deze waren alle goed voor een handvol ideeën. Ook verschillende andere mensen stuurden meer dan één idee tegelijk op. Opvallend was echter dat nogal wat mensen de prijsvraag aangrepen om tegelijk hun gal te spuwen over hoe slecht fietsers het in Den Haag hebben. "Waarom groots denken als de basisvoorziening niet eens op orde is? In plaats van tijd en geld te investeren in allerlei innovaties, lijkt het mij een beter idee om eerst het onderhoud en de bereikbaarheid van fietsvoorzieningen goed te regelen", schreef iemand. "Ik vind dat in Den Haag de fietsers er in het algemeen op een koopje vanaf komen. De hele openbare ruimte is vooral gericht op auto's en op parkeren", schreef een ander. "Ik heb er bezwaar tegen om te worden verplicht tot gebruikmaking van voorzieningen die eigenlijk onbruikbaar zijn. Vaak: liever géén fietspad dan een slecht fietspad", schreef een derde.

Het daaraan gekoppelde 'idee' bestond dan uit het verhelpen van het knelpunt. Op zich nuttige informatie, die dan ook doorgespeeld zal worden naar de Fietsersbond afd. Den Haag e.o.

Terug naar boven

Weer geen Autovrije Dag in Den Haag

De Autovrije Dag: Europabreed één dag per jaar waarop aandacht wordt gevraagd voor alle bedreigingen die de alsmaar groeiende automobiliteit betekent voor het milieu, de leefbaarheid, de gezondheid en de veiligheid. De gemeente Den Haag is er nooit erg enthousiast over geweest en zag de Autovrije dag toch vooral als "autootje pesten". Maar onder druk van de immense problemen op het gebied van de luchtkwaliteit zegde het college van B&W toe in dit jaar de organisatie van de Autovrije Dag te willen ondersteunen. Dit leek een doorbraak van jewelste, maar bleek niet meer dan een dooie mus.

Door de overmatige uitstoot van fijn stof op en om de Veerkades stelde het gemeentebestuur zèlf voor om een externe organisatie te faciliteren als deze op zondag 18 september a.s. de Paviljoensgracht, de Amsterdamse en Stille Veerkade en de Lutherse Burgwal autovrij wil maken. Dit als teken dat het ook de gemeente ernst is met het bestrijden van de uiterst beroerde luchtkwaliteit. Maar wat blijkt? De gemeente stelt de organisatie van een Autovrije Dag op één lijn met festivals als de HaShiBa en de KoninginneNach. Grootschalige festivals waar het om publieksvermaak gaat.

Het gevolg is dat ook de organisatoren van de Autovrije Dag moeten zorgen voor (nauwkeurig omschreven) afzettingen, die per afzetting moeten worden bemenst door minimaal twee daartoe gecertificeerde personen. De politie doet hier niets meer aan, omdat het niet tot haar kerntaken behoort. Ook moet de organisatie zorgen voor een verkeersplan, met daarin opgenomen alle omleidingen en overige verkeersmaatregelen. Ze moet zorgen voor borden, die verkeersdeelnemers laten weten dat ze omgeleid worden. Die borden moeten speciaal gemaakt worden, en zelfs tot op de Utrechtse Baan komen te staan of hangen.

Ook moet er worden overlegd met de ondernemers in de binnenstad en met de exploitanten van de parkeergarages in het gebied. De organisatie moet zorgen dat er EHBO aanwezig is. En dan nog wat kleinigheden. Het enige dat de gemeente nog wel zelf wil doen, is praten met de HTM en Connexxion.

Deze voorschriften betekenen al met al dat het gemeentebestuur het in de praktijk onmogelijk maakt om een Autovrije Dag te organiseren. En dat op een locatie die het zelf aangedragen had. Het Haags Milieucentrum vindt dat een dergelijke dag absoluut niet op één lijn gesteld kan worden met grote publieksevenementen, omdat de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van de burger eerst en vooral een gemeentelijke aangelegenheid is. Een gemiste kans om van deze verantwoordelijkheid blijk te geven!

Terug naar boven

affiche 'De Boer Op'

Fietsen naar twee biologische boerderijen
Milieudefensie afdeling Den Haag organiseert dit jaar een fietstocht naar twee geheel verschillende boerderijen. Van Swieten in Stompwijk is een vrij traditionele boerderij, zij het een biologische. Er worden melkkoeien, kippen en schapen (voor de slacht) gehouden. Het enige wat de boer ter plaatse verkoopt is scharreleieren.
Boerderij ’t Geertje in Zoeterwoude is een zeer populaire bestemming voor Zoetermeerse dagjesmensen. Kinderen kunnen er van alles en nog wat doen, er zijn fietsen en kano’s te huur en er wordt een breed gesorteerde boerenlandwinkel gedreven. ’t Geertje houdt koeien, melkgeiten, scharrelvarkens en kippen. Van de geitenmelk wordt onder meer ijs gemaakt, dat we warm (of eigenlijk koud) kunnen aanbevelen. Ligt in deze formule de toekomst van de biologische landbouw?

Mensen die de route op zaterdag 25 juni individueel fietsen kunnen alleen bij ’t Geertje terecht. Van Swieten is op zaterdag niet geopend. Op zondag 26 juni kunnen beide boerderijen worden bezocht. Ze liggen dicht bij elkaar.
Het startpunt van de fietstocht is de Natuurwinkel aan de Theresiastraat 113.
Er worden twee routes beschreven: een langere ‘groene’ route, voor mensen met een goede fiets en dito conditie, en een kortere route, voor de minder geoefende fietser. Deze route volgt meer wegen die ook door auto’s worden gebruikt.

Zondag
De Natuurwinkel is op zondag gesloten. U kunt daar dan ook niet terecht om uw biologische lunchpakket af te halen. Vandaar dat de route eerst langs het huis van een vrijwilliger voert, die de pakketten zal uitdelen. Zijn adres is Koningin Wilhelminalaan 491 in Voorburg. Mensen die de route op zondag individueel fietsen, kunnen zich direct bij hem melden. De uiterste tijd om een lunchpakket op te halen is 10.30 uur.
Om vanaf de Natuurwinkel op de Koningin Wilhelminalaan te komen, neemt u de Theresiastraat in de richting centrum. De brede laan die u al snel kruist is de Laan van Nieuw Oost-Indië. Hier gaat u linksaf. U gaat onder het spoor door en slaat meteen rechtsaf, de Van Alphenstraat in. De Koningin Wilheminalaan is de tweede straat links. Mensen die de lange route volgen, fietsen terug in de richting van de Natuurwinkel. Volgt u de korte route, fiets dan de Koningin Wilhelminalaan uit in oostelijke richting. Via de Arembergelaan komt u uit op een brede laan, de Laan van Nieuw Oosteinde. Lees verder bij ~.

Het eerste deel van de route is gelijk voor beide boerderijen. De splitsing bevindt zich in Stompwijk. De afstanden zijn schattingen op basis van kaartgegevens.

@ De lange route (ca. 13,5 kilometer tot aan de splitsing)
Volg vanuit de Natuurwinkel de Theresiastraat in noordelijke richting (dat is als u de winkel verlaat naar rechts). De Theresiastraat gaat voorbij de Carel Reinierszkade over in de Vlaskamp, die verderop overgaat in de Diamanthorst. Deze komt uit op de brede Hofzichtlaan. Hier gaat u linksaf.

De vrij drukke weg waar u dan op uitkomt is de Bezuidenhoutseweg. Hier slaat u rechtsaf.

De nog veel drukkere weg die dan voor u ligt is de Verlengde Landscheidingsweg, oftwel de NORAH. Deze kruist u en daarna gaat u meteen linksaf, de Zijdeweg op. De bouwput aan uw rechterhand markeert de herbouw van café De Landbouw, waar in het verleden menige fietstocht van de Echte Nederlandse Fietsersbond afdeling Den Haag e.o. van start ging. De Landbouw moest wijken voor de aanleg van de NORAH. Rij rechtdoor.

U komt nu langs motel De Bijhorst. Voorbij het gebouw slaat u rechtsaf, en rijdt verder parallel aan de Rijksstraatweg in noordelijke richting. De Rijksstraatweg (ook wel de N44 genaamd) is een zeer drukke weg, maar gelukkig hoeft u deze niet lang te volgen.

Na ca. 1,7 kilometer buigt de weg naar rechts af. U vindt hier, naast fraai vormgegeven glas- en papierbakken, een stadskaart en een ANWB-paal. Hierop staat aangegeven Voorschoten 6, kasteel Duivenvoorde 5 en Leidschendam 8. U neemt de weg met het bord Verboden in te rijden, met uitzondering van fietsers. Dit is de Raaphorstlaan, waar u onder een fraai bladerdak van beuken en eiken rijdt. Al snel ziet u aan uw rechterhand de weilanden van de Duivenvoordse polder.
Kort nadat u een bloemkwekerij gepasseerd bent (aan uw linkerhand) met daartegenover bankjes, staat u voor de Eikenhorst, de residentie van Prins Willem-Alexander en Prinses Maximá. Nee, de koffie staat níet klaar. Althans, niet voor ons.

In plaats daarvan gaat u rechtsaf, de lommerrijke Horst en Voordelaan in. U bevindt zich hier op de Lange Afstandsfietsroute LF4a, de Midden Nederland-route.
Ongeveer halverwege de Horst en Voordelaan moet u een bruggetje over. Hier onderdoor stroomt de Veenwetering, een oude afwatering, die zich van Den Haag helemaal tot aan Leiden uitstrekt.
Aan het eind van de Horst en Voordelaan slaat u linksaf, de fietstunnel in. Aan de overkant gekomen, gaat u alsmaar rechtdoor.

Bij de kruising met de N447 gaat u even naar rechts, om daarna meteen linksaf via de fietstunnel aan de overkant uit te komen. Voor de tunnel ziet u een bord met het opschrift Kasteel Duivenvoorde/Leidschendam 2, kort daarna een bord met het opschrift Stompwijk 4.

U gaat vervolgens weer rechtdoor, over een weg met aan weerzijden kassen waarin bloemen worden geteeld.
U wordt over de Vliet geholpen door de Overhaalbrug (in de volksmond vaak de ‘Knipbrug’ genoemd) en passeert vervolgens aan uw rechterhand de Starrevaartse Plas. In het geraas van de A4 broeden hier duizenden vogels.
Ook over de A4 gaat een brug. Vervolgens gaat u weer gewoon rechtdoor. In de verte doemt de skyline van Zoetermeer op.
Dan nog even een klein wit bruggetje over en meteen linksaf. U bent nu in Stompwijk.#

ALTERNATIEVE ROUTE NAAR BOERDERIJ ’T GEERTJE (ca. 5 km.)
Als u wat verder doorrijdt, stuit u ter hoogte van een gemaal op een ANWB-fietspaal (nummer 61419), die een ‘groene route’ naar Zoeterwoude van 7 km. aangeeft. U kunt deze gebruiken om bij ’t Geertje te komen. Deze route is weliswaar iets langer dan als u rechtdoor zou gaan, maar het wegdek is prettiger en u ondervindt minder hinder van auto’s.

Sla rechtsaf dit pad in (u moet even tussen twee hekken door manoevreren) en rij het uit tot u niet verder kunt. U staat nu op een dijk. Voor u strekt zich, vóór de skyline van Zoetermeer, de 540 hectare grote Zoetermeerse Meerpolder uit. Zoals de naam al aangeeft, lag hier vroeger een meer. Begin zeventiende eeuw is het drooggemalen. Aan de andere kant van de dijk ligt de ringvaart, die gebruikt werd om het water af te voeren. U slaat hier linksaf en gaat almaar rechtdoor, waarbij u een vrij drukke autoweg kruist, de N206. Na deze kruising komt u uit op de Ondermeerweg.

* Waar u de gemeentegrens Stompwijk/Zoeterwoude passeert gaat deze over in de Geerweg, waaraan boerderij ’t Geertje gelegen is. Let u er wel op dat de Geerweg een haakse bocht naar rechts maakt. ’t Geertje ligt vrijwel aan het eind, op nummer 7. De ingang, aan uw linkerhand, is absoluut niet te missen.

Wilt u naar boerderij Van Swieten (ca. 2,8 km) of via een andere route naar ’t Geertje (ca. 4,2 km.), dan laat u de ANWB-paal rechts liggen en rijdt u rechtdoor, de lintbebouwing van Stompwijk in. Het wegdek van deze Dr. Van Noortstraat is plaatselijk vrij hobbelig en geparkeerde auto’s nemen hier en daar vrijwel de hele rechter rijbaan in beslag. Het is niet een echt drukke weg, maar kijkt u toch maar goed uit. De vele borden in de tuinen voor de huizen kunt u eigenlijk niet missen. Er wordt druk geprotesteerd tegen nieuwbouwplannen.

’t Geertje
- Wilt u naar boerderij ’t Geertje, dan kunt u enkele honderden meters voorbij de kerk rechtsaf slaan. Het ANWB-autobord met opschrift Zoetermeer 5 verwijst u naar de Meerlaan (op de hoek ligt herberg Het Blesse Paard). Rij deze uit. U gaat onder de Jan Koenenweg door, slaat linksaf en bevindt u dan op de Ondermeerweg (zie verder hierboven bij het sterretje).

Van Swieten
- Wilt u naar boerderij Van Swieten, dan rijdt u de Dr. Van Noortstraat helemaal uit. Aan het eind van het dorp buigt deze naar rechts.
De drukke weg waar u dan op stuit is het Oosteinde (tevens de N206). U gaat hier linksaf en vindt na enkele honderden meters aan de linkerkant, op nummer 11, boerderij Van Swieten. De EKO-vlag wijst u de weg. Gelukkig bevindt zich links van de drukke autoweg een fietspad, maar het is helaas vrij smal.

Allebei

- Wilt u na uw bezoek aan boerderij Van Swieten naar boerderij ’t Geertje? (ca. 4,5 km.)
Rij dan het Oosteinde uit en sla, voordat deze in de Dr. Kortmannstraat overgaat, rechtsaf. De weg waarop u zich nu bevindt, komt uit op de Zuidbuurtseweg. U gaat hier scherp naar rechts en houdt verder links aan (richting zuid-oost). U bent nu op de Geerweg. ’t Geertje ligt vrijwel aan het eind, op nummer 7. De ingang, aan uw linkerhand, is absoluut niet te missen.

Andersom
kan natuurlijk ook. Bij het verlaten van ’t Geertje slaat u rechtsaf. De Geerweg maakt een haakse bocht naar links, maar u houdt rechts aan en gaat de Zuidbuurtseweg in. Vervolgens neemt u de eerste weg links en dan weer links. Deze vrij drukke weg is het Oosteinde. Boerderij Van Swieten vindt u aan uw rechterhand op nummer 11.

@ De kortere route (ca. 10,5 km. tot aan de splitsing)
Op zaterdag: Bij het verlaten van de Natuurwinkel gaat u naar links, de Theresiastraat in in de richting van het Centraal Station. De brede weg die u al snel kruist is de Laan van Nieuw Oost-Indië. Hier slaat u linksaf en u volgt de Laan in zuidoostelijke richting. Na een kleine kilometer fietsen, net onder het spoor door, ziet u dat de Laan van Nieuw Oost-Indië ietwat naar links afbuigt en overgaat in de Koningin Julianalaan. U slaat deze in maar slaat vervolgens rechtsaf en meteen flauw naar links, zodat u op de Laan van Nieuw Oosteinde uitkomt. Deze ligt in een rechte lijn met de Laan van Nieuw Oost-Indië. Lees verder onder ~.

Op zondag: Het vertrekpunt Koningin Wilhelminalaan 491 in Voorburg ligt in het verlengde van de Prinses Beatrixlaan direct aan de ander kant van het spoor. U fietst de Koningin Wilhelminalaan uit in oostelijke richting. Via de Arembergelaan komt u uit op een brede laan, de Laan van Nieuw Oosteinde.

~ U volgt de Laan van Nieuw Oosteinde helemaal in zuid-oostelijke richting. Voorbij de drukke Prins Bernhardlaan maakt de Laan een flauwe bocht naar links en gaat dan over in de Parkweg. Deze volgt u, maar al na circa 250 meter slaat u meteen na de kerk rechtsaf, de Franse Kerkstraat in. Vervolgens linksaf de Herenstraat in en tegenover de andere kerk rechtsaf de Kerkstraat in. Via de Kerkbrug kunt u de Vliet over en slaat dan meteen linksaf. U vervolgt uw weg over de Westvlietweg. U passeert de Lijnwerkplaats van de NS, gaat onder het spoor door, rijdt langs de Zeeheldenwijk en passeert de Noordelijke Randweg.

Weer in de bebouwing aangekomen, ziet u schuin rechts de Nieuwstraat. Deze slaat u in. De Nieuwstraat gaat over in de Venestraat, die u eveneens volgt. Aan het eind slaat u rechtsaf om onder de snelweg A4 door te gaan, en meteen daarna links. U bevindt zich nu op de Stompwijksweg. Rij deze uit en lees verder bij het teken #.

De terugweg
U kunt natuurlijk terug zoals u gekomen bent, maar degenen die de lange route hebben gevolgd willen misschien liever via een kortere route terug. Daarvoor bestaan verschillende mogelijkheden. In elk geval moet u terug naar het punt waar u Stompwijk binnengekomen bent (zie boven bij #).

Wilt u via de lange route terug, dan moet u rechtsaf het witte bruggetje over en de beschreven route in omgekeerde volgorde afleggen.
Wilt u langs de Vliet terugfietsen, dan moet u eveneens rechtsaf het witte bruggetje over. Vervolgens fietst u rechtdoor, gaat weer de A4 over, langs de Starrevaartse Plas en vervolgens linksaf. U fietst nu over de Oostvlietweg via Leidschendam-Voorburg weer naar Den Haag. Het fietspad ligt nu eens links, dan weer rechts van de weg.

U kunt ook rechtdoor rijden, de Stompwijkseweg af. U slaat dan níet bij het witte bruggetje rechtsaf. De Stompwijkseweg komt in het centrum van Leidschendam via de Venestraat en de Nieuwstraat eveneens bij de Vliet uit. Dit is een kortere route dan de hierboven genoemde over de Oostvlietweg, maar het wegdek van de Stompwijkseweg laat plaatselijk te wensen over en het verkeer kan er druk zijn.

U kunt op verschillende plaatsen de Vliet over om (al dan niet via Voorburg) weer in Den Haag uit te komen. Volg de borden.

Milieudefensie afdeling Den Haag wenst u een prettige fietstocht en hoopt dat de kennismaking met de biologische landbouw u bevallen is!

Terug naar boven

2004:

Aanleg fietspad 10 stap dichterbij

Fietspad 10, van Clingendael via de Vlakte van Waalsdorp naar het Achterom in Meijendel, gaat er dan misschien toch komen. Na tientallen jaren van discussie heeft de Provincie Zuid-Holland een tracéstudie afgerond. U kunt nu op de tracénota inspreken.
De nota beschrijft de voorkeursroute voor het fietspad, zoveel mogelijk rekening houdend met de belangen van wandelaars, ruiters en natuurliefhebbers. Daarnaast is het gebied in gebruik als waterwingebied en als militair oefenterrein. Bovendien valt het gebied onder de Europese Habitatrichtlijn. Ingrepen zoals dit fietspad moeten hieraan worden getoetst..
De inspraakperiode loopt van 20 september tot 1 november. In dit verband worden twee inloopavonden georganiseerd voor belangstellenden: op donderdag 7 oktober van 19.30-21.30 uur in de Triomfatorkerk aan de Juliana van Stolberglaan 154 in Den Haag en op dinsdag 12 oktober van 19.00-20.30 uur in De Paauw, Raadhuislaan 22 in Wassenaar. Hier vindt tussen 20.30 en 22.00 uur tevens een debat plaats tussen voor- en tegenstanders van dit Fietspad 10.

Zie voor een toelichting, foto’s en een kaart: www.zuid-holland.nl/thema/verkeer/nieuwsberichten/fietspad10.jsp

Terug naar boven

 

Inspraakreactie Haags Milieucentrum op het concept-Plan van Aanpak Luchtkwaliteit 2004 - 2010 van de gemeente Den Haag

Inleiding
Schone lucht is van vitaal belang voor een goede kwaliteit van het bestaan en de gezondheid van alle Hagenaars. Toch is het op veel plaatsen ronduit slecht gesteld met de kwaliteit van ieders lucht. In onze stad zijn de nodige knelpunten, met name door de emissies van het vracht- en autoverkeer. Het gaat daarbij om een zeer hardnekkig probleem. Maar wel een probleem waarvoor, gezien de ernst daarvan, duurzame oplossingen gevonden zullen moeten worden. Een beleid dat met name gericht is op het oplossen van knelpunten, zal er niet in slagen de kwaliteit van de Haagse lucht in 2010 weer op een aanvaardbaar niveau te brengen. Dat kan alleen door middel van een samenhangend beleid gebaseerd op een brede integrale visie op de ontwikkeling van onze stad. Bij dat beleid gaat het om een pakket van samenhangende maatregelen om te komen tot mobiliteit op maat, goede bereikbaarheid, leefbaarheid en gezondheid, een vitale natuur en gezond milieu en vanzelfsprekend een vitale lokale economie. Het gaat hierbij om een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, burgers en bedrijven met als uitgangspunt: Niemand heeft het recht om de kwaliteit van de lucht en de gezondheid van een ander ernstig te bedreigen.

Algemene analyse van het concept Plan van Aanpak Luchtkwaliteit

1 Urgentie en Fijn Stof
Het Haags Milieucentrum is van mening dat in het concept Plan van Aanpak Luchtkwaliteit te zeer het gevoel van urgentie ontbreekt. Een van de oorzaken daarvan is dat men er voor gekozen heeft het aanpakken van de ernstige gevolgen voor de gezondheid van Fijn Stof niet in het plan te betrekken. Luchtkwaliteit is een breed begrip (waaronder overigens ook broeikasgassen vallen), maar in dit plan gaat het met name over de schade voor de gezondheid van stikstofemissies en de aanpak daarvan. De argumentatie om de aanpak van Fijn Stof buiten beschouwing te laten, is dat dit de (wettelijke) verantwoordelijkheid van de landelijke overheid is. Hier wordt te gemakkelijk die verantwoordelijkheid bij de landelijke overheid gelegd, terwijl het duidelijk om een gezamenlijke verantwoordelijkheid gaat. Het gaat vooral om lokale bronnen en om lokale problemen en de gemeente is nu eenmaal verantwoordelijk voor de gezondheid van haar inwoners. De lokale overheid heeft vele mogelijkheden om nu al die verantwoordelijkheid daarvoor te nemen en de problematiek van het ultrafijne stof te lijf te gaan.

Natuurlijk is het zo dat maatregelen om NOx-emmissies terug te dringen, meestal ook goed zijn om het Fijn Stof te bestrijden, maar dit laatste vergt ook specifieke maatregelen. Waarom zijn die hard nodig? De gevolgen voor de gezondheid van ultrafijn stof in de lucht, dus met name deeltjes kleiner dan 0,1 mu (eentiende deel van het miljoenste deel van een meter oftewel 100 nanometer), blijken zeer ernstig. Veel ernstiger dan men een aantal jaren geleden dacht. Toen sprak men nog van gezondheidsschade veroorzaakt door deeltjes van 10 mu. Deeltjes die 100 keer zo groot zijn. Hoogleraar luchtverontreiniging, Sjaak Slanina, stelt dat iemand die naast een drukke snelweg loopt, per adembeurt ongeveer veertienmiljoen kleine deeltjes van vooral diesel inademt. Juist deze deeltjes dringen diep in de longen door. Toch zijn het de grotere en minder schadelijke deeltjes waarop de Europese normen die in 2005 van kracht worden zijn gebaseerd. Deze normen lijken dus nu al achterhaald door de werkelijkheid van het ultrafijne stof, waarbij het niet gaat om het gewicht maar om de hoeveelheid van die deeltjes. Dit betekent, dat al zou men in 2005 aan de normen voldoen (die uitgaan van gewicht), het gevaar voor de volksgezondheid nog steeds volop aanwezig is. Voor emissies van Fijn Stof zijn overigens met name dieselmotoren verantwoordelijk en een groeiend aantal voertuigen rijdt op diesel. Deze stoten bovendien beduidend meer NOx uit.

De keuze voor enkel NOx verbaast ons te meer, omdat het plan, als het om acute effecten door blootstelling aan Fijn Stof gaat, het volgende stelt (blz 4): “Enkele tienduizenden hebben in Nederland last van luchtwegen of verminderde longfunctie, met name jonge astmatici. Het RIVM schat dat als gevolg van langdurige blootstelling aan fijn stof jaarlijks tussen de 10.000 en 15.000 mensen vroegtijdig overlijden”. Alleen al voor Den Haag gaat het dus om jaarlijks ongeveer tussen de 300 en 450 burgerslachtoffers! Andere onderzoeken spreken overigens over honderdduizenden mensen die in Nederland luchtwegklachten hebben. En over kortdurende blootstelling stelt het plan (blz 4) dat “ongeveer 4000 mensen in Nederland vroegtijdig overlijden”. Dus nog eens ruim 100 Haagse burgers. Niet voor niets nemen de aandoeningen aan de luchtwegen, allergie en klachten van hart en bloedvaten in stedelijke gebieden schrikbarend toe. Ook op blz 3: “Kinderen met astma kunnen door blootstelling aan luchtverontreiniging vaker een astma-aanval krijgen met een ernstiger karakter”. En klachten worden niet alleen verergerd, bronchitis wordt zeer waarschijnlijk door Fijn Stof ook veroorzaakt. Laten we bovendien niet vergeten dat het niet alleen gaat om doden, maar minstens zo belangrijk zijn de gevolgen voor de kwaliteit van het bestaan van iemand die zijn of haar leven met ernstige klachten moet leven, zelfs zonder daaraan vroegtijdig te overlijden.

2 Prognoses groei verkeer
Het gevoel van urgentie wordt ook gemist doordat in het plan de prognoses ontbreken over de groei van het vracht- en autoverkeer tot 2010 en de gevolgen daarvan voor de luchtkwaliteit van onze stad. Er wordt slechts verwezen naar de effecten van het Verkeersplan 2010,waarin wel rekening wordt gehouden met die groei. In dit plan had het opnemen van die prognoses en hun gevolgen echter niet mogen ontbreken. Wij hadden in dit plan een gedegen analyse mogen verwachten van de oorzaken van de alsmaar toenemende automobiliteit, die bovendien leidt tot verstopping van de wegen met alle gevolgen voor ook de lokale economie. Jarenlang heeft men de automobiliteit juist gefaciliteerd en de gevolgen daarvan voor de gezondheid, de leefbaarheid, de economie en het milieu min of meer voor lief genomen. Daar plukken we nu de zure vruchten van.

Die groeiprognoses zijn landelijk niet mis. Zo verwacht het ministerie van Verkeer en Waterstaat dat het vrachtverkeer tot 2020 verdubbelt, terwijl juist de emissies van het vrachtverkeer voor de meeste problemen zorgen. Een andere nota spreekt van een toename tussen de 40% en 80%. Het aantal personenautokilometers is van 1998-2002 met liefst 27% gestegen. Is de verwachting van een toename met niet meer 20% tot 2020 dan een reële verwachting? Wat betekent dit voor de emissies?

Als men de verwachte sterke groei van het autoverkeer en vooral het vrachtvervoer optelt bij de gevolgen voor de gezondheid en het milieu, is er volgens ons geen andere conclusie mogelijk dan dat ingrijpende maatregelen nodig zijn om de kwaliteit van de Haagse lucht op een voor de gezondheid van Hagenaars aanvaardbaar niveau te brengen. Bij die ingrijpende maatregelen gaat het vanzelfsprekend om een integrale afweging van het bevorderen van financiële haalbaarheid, een zo groot mogelijk draagvlak onder de bevolking en een vitale lokale economie, met onder meer een goede bereikbaarheid van bedrijven en instellingen. Daarbij is het spanningsveld tussen al deze belangen, gezien het huidige beleid, niet “denkbeeldig” zoals op blz 3 wordt gesteld, maar evident. Voor die integrale afweging is een duurzame visie nodig, waarbij economische belangen en gezondheidsbelangen elkaar niet per definitie in de weg zitten.

3 Ontbreken visie en vrijblijvendheid
Die visie ontbreekt. Het ontbreekt daardoor te zeer aan maatregelen die de oorzaak van de problemen bij de bron aanpakken. Het ontbreekt aan een visie hoe de automobiliteit weer in duurzame banen te leiden, die zelfs gunstig kunnen of zullen zijn voor de lokale economie of daaraan zo min mogelijk schade berokkenen. Dit Plan van Aanpak is een optelsom en het breed uitmeten van maatregelen die al uitgevoerd worden of die voorgenomen zijn. Het is veelal plak- en knipwerk uit reeds bestaande plannen en beleidstukken. Bovendien blinkt het plan uit in vrijblijvendheid. Het wemelt bij het beschrijven van maatregelen van uitdrukkingen als “initiatieven hiertoe genomen moeten worden”, “verkennende gesprekken”, “bezien zal worden”, “wordt aandacht geschonken aan”, “wordt rekening gehouden met”. Veelvuldig wordt het werkwoord “kunnen” gebruikt zoals “kunnen worden uitgerust” en “kunnen worden opgeheven”. Bijna nergens wordt beschreven waar men, meetbaar, wat wil bereiken en met welk tijdpad. En daar gaat het toch om in een Plan van Aanpak. Dit is meer een PIM, een Plan van Inventarisatie en Mogelijkheden.

4 Hardnekkig
De ronduit slechte kwaliteit van de lucht in onze stad is ook een hardnekkig probleem. Het gaat om een weerbarstige problematiek. Maar waarom is dat zo? Waarom lukt het maar niet om die lucht schoner te maken? De oorzaken van die hardnekkigheid geven ook aan in welke richting oplossingen gezocht moeten worden. Maar dit plan mist de analyse van die weerbarstigheid. Voor die weerbarstigheid zijn een aantal oorzaken te noemen zoals de vele (diffuse) bronnen en het grensoverschrijdende karakter als het om (v)luchtige emissies gaat. Wat ook niet meehelpt is dat het probleem in feite onzichtbaar is. Lucht lijkt op het oog schoon terwijl dit in feite niet zo is. En de autolobby is machtig en velen verdienen hun brood aan de auto.

Wat betreft de Haagse lucht zijn er volgens ons evenwel twee hoofdoorzaken. De eerste is een naar onze mening te smalle opvatting binnen de Haagse beleidsmakers over het type economie dat Den Haag nodig heeft; dus over wat goed is voor een gezonde lokale economie. Het is een breed levend idee dat het goed is voor de lokale economie als geheel om grote projecten te realiseren. Dat is soms ook zo, maar lang niet altijd. Ook bestaat het idee dat het goed is toe te geven aan de wensen en verlangens van specifieke economische belangen, ook als dit ten koste gaat van leefbaarheid en milieu. Een belangrijk voorbeeld is de parkeertunnel onder de Grote Marktstraat. Dit was een vurige wens van de grote winkelbedrijven waar de tramtunnel aan vastgeplakt is onder meer om een en ander financieel haalbaar te maken. Behalve het trekken van auto’s naar de binnenstad was die parkeergarage ook bedoeld voor de bevoorrading van de grote winkels in het centrum. De parkeergarage aan de Amsterdamse Veerkade zou verdwijnen. Wat is hiervan terechtgekomen? Wij vinden een parkeergarage in het hartje van het centrum een planologische blunder en bovendien niet bevorderlijk voor een prettig winkelklimaat. Ook het Haags Milieucentrum is namelijk voor bloeiende (groot)winkelbedrijven, maar er is niet slechts één weg naar dit hogere doel. Het zou goed zijn over de mogelijke pijlers van een duurzame en vitale Haagse economie eens een echt Stadsdebat te organiseren.

De tweede hoofdoorzaak die het probleem zo hardnekkig maakt, is dat bij het nemen van concrete en effectieve maatregelen “vuile handen” gemaakt moeten worden. De kwaliteit van de lucht, en daarmee de gezondheid van velen, wordt namelijk bedreigd door de leefstijl van velen. Dan gaat het vooral om het veelvuldig en onnodig gebruik van de auto. Die auto staat hoog op het verlanglijstje van veel Haagse burgers die ook kiezers zijn. Om de lucht weer voldoende schoon te maken, zijn ingrijpende maatregelen nodig. En de boodschap dat mensen op een aantal punten hun mobiliteitsgedrag zouden moeten veranderen, is simpelweg geen populaire boodschap. Laten we er geen doekjes om winden: het vergroten van het maatschappelijk draagvlak vergt heel veel inspanningen. Ook in de lokale politieke arena zal nog de nodige strijd gevoerd worden als het gaat om de politieke wil voor het nemen van noodzakelijke maatregelen.

5 Integraal?
In het plan wordt terecht gesteld (blz 6): “Luchtkwaliteit behoort een integraal onderdeel van gemeentelijk en regionaal beleid te zijn”. Maar in het belangrijkste verkeersplan van de gemeente, het Verkeersplan 2010, ontbreekt dit nagenoeg. Het is dan ook hard nodig dat er weer een Verkeersmilieukaart wordt uitgebracht op basis van recente gegevens en metingen. Volgens een citaat op blz 6 dient de Stuurgroep Duurzaamheid: “een strategische rol te vervullen bij het formuleren van beleid gericht op synergie tussen eerder genoemde aandachtsgebieden”. Die gebieden zijn het bestrijden van klimaatverandering en het oplossen van het vraagstuk luchtkwaliteit. Maar gaat die Stuurgroep dat ook doen? Er zijn de laatste twee jaar al een aantal beleidsonderwerpen het college gepasseerd, waarbij de Stuurgroep voor enige synergie had kunnen zorgen. Ons centrum heeft daarbij niet veel gemerkt van die strategische rol van de Stuurgroep. Ook wordt in het plan (blz 8) expliciet aanbevolen om op het schaalniveau van de Structuurvisie 2020 het beperken van de verplaatsingsbehoefte als één van de uitgangspunten te hanteren. Dit is echter niet gebeurd. Wat dit betreft kan de gemeente zelf beginnen het goede voorbeeld te geven. Heel wat ambtenaren op het stadhuis wonen buiten de stad. Als zij in de stad zouden wonen heeft dat als groot bijkomend voordeel dat zij de stad waarvoor zij beleid maken of werken dagelijks beleven en beter zien wat er terechtkomt van het beleid en de uitvoering daarvan.

6 Belang algemene maatregelen
Het plan stelt op blz 7 dat er een onderscheid gemaakt kan worden naar specifieke en algemene maatregelen. Het plan legt de nadruk op de specifieke maatregelen, maar zegt de waarde van algemene maatregelen niet te onderschatten omdat deze “alle bewoners van de stad ten goede komen en daardoor mede bijdragen aan het oplossen van de specifieke knelpunten”. Die nadruk dient in onze ogen echter andersom te liggen. Zonder sterk in te zetten op algemene maatregelen zal het beleid altijd achter zichzelf aanlopen, omdat specifieke maatregelen de dieperliggende oorzaken niet aanpakken. Dan zullen er steeds nieuwe knelpunten optreden die ook niet meer aan te pakken zullen zijn. Juist die noodzakelijke integraliteit van het beleid komt tot uitdrukking in die algemene maatregelen die overal in de stad bijdragen aan een betere kwaliteit van de lucht.

Dit wordt overigens wel onderkend in de notitie: Naar een meer structurele aanpak van luchtkwaliteitsknelpunten. Jammer dat die meer structurele aanpak louter wordt gezien als het inrichten van de CentrumRing, Buitenruit en het aanleggen van nieuwe wegen als het Trekvliettracé. Jammer is ook dat simpelweg wordt gesteld dat er een strijdigheid is tussen leefbaarheid en bereikbaarheid. Jammer is vooral dat dit vervolgens ook nog tot uitgangspunt van beleid wordt genomen. Uitgangspunt had volgens ons het verzoenen van leefbaarheid en bereikbaarheid moeten zijn. En ook in deze notitie met zijn “meer structurele aanpak” is helaas steeds sprake is van “verkenningen”, “mogelijke oplossingsrichtingen”, “mogelijke fasering” en “schetsmatige uitwerking van de meest haalbare varianten”. Wij kunnen daar best enig begrip voor opbrengen, maar laten we nu eindelijk eens tot besluiten komen.

Belangrijk is bovendien dat het zeker niet alleen gaat om de knelpunten. Alsof alleen daar waar plandrempels en wettelijke normen overschreden worden, schade aan de gezondheid optreedt. Ook hier ligt het precies andersom. Die schade treedt op door een accumulatie elke dag overal in de stad. En, zoals al eerder gesteld, zijn bijvoorbeeld voor Fijn Stof de wettelijke normen die in 2005 van kracht worden nu al achterhaald.

7 Aanvullend Plan van Aanpak in de toekomst?
In het plan wordt op blz 1 gesteld: “Een aanvullend plan van aanpak zal wellicht niet meer nodig zijn”. Het Haags Milieucentrum is, gezien het voorgaande, van mening dat het voor de hand ligt dat de komende jaren een of meer een aanvullende plannen van aanpak juist wel nodig zijn. Maar daarvoor zijn meer redenen. Op veel plaatsen zitten de plandrempels vlak tegen de grenswaarden aan, bijvoorbeeld op de plaatsen die recent als knelpunten door de gemeente zijn afgevoerd (22 naar 14, als wij tenminste goed tellen zie blz 15). Dat zal zeker op meer plaatsen in de stad het geval zijn. Het zou daarom goed zijn over een “net-niet-lijst” te kunnen beschikken. Ook hebben wij het vermoeden dat er zo hier en daar wat creatief gerekend wordt om net onder plandrempels uit te komen. Zo gaat men nu bij metingen opeens uit van gevelbelasting in plaats van stoeprandbelasting. Bij blootstelling aan schadelijke emissies gaat het evenwel niet alleen om de langdurige blootstelling van burgers die wonen aan een bepaalde weg. Het gaat ook om de verkeersdeelnemers en met name fietsers die juist op het as van de weg verblijven. Daar waar de emissies vele malen hoger zijn dan aan de gevel.

Tenslotte hebben we een paar vragen. Is het zo dat een deel van de gegevens die gebruikt worden, voortkomen uit rekenmodellen met berekende gegevens in plaats van daadwerkelijke metingen ter plaatse? En is het zo dat die rekenmodellen samengesteld zijn uit allerlei aannames, waarbij emissies van auto’s stelselmatig te laag ingeschat worden, bijvoorbeeld door uit te gaan van hoe hard auto’s mogen rijden in plaats van hoe hard ze in werkelijkheid rijden? Is het ook zo dat regelmatig fouten worden gemaakt bij de invoer van gegevens? Het Haags Milieucentrum pleit niet alleen daarom voor regelmatige daadwerkelijke metingen, overal in de stad, die voor iedereen direct zichtbaar gemaakt worden. Rekenmodellen hebben bijvoorbeeld bij Schiphol hun inaccuraatheid in voldoende mate bewezen. En nooit ten gunste van milieu en gezondheid. Als laatste zijn wij benieuwd naar de gegevens over 2003 en wanneer er gemeten is. In de zomer zijn concentraties van allerlei stoffen in de lucht namelijk meestal hoger. De verwachting voor 2003 is dat er, door de warme zomer, behoorlijk wat meer overschrijdingen van de normen waren.

Globale visie Haags Milieucentrum

De gezondheidsrisico’s als gevolg van emissies van onder meer Fijn Stof en NOx zijn zo ernstig dat ingrijpende maatregelen noodzakelijk zijn. Oplossingen kunnen alleen gevonden worden door het ontwikkelen van een duurzame en integrale visie en beleid; een visie waarbij een vitale lokale economie hand in hand gaat met een vitaal milieu met schone lucht.

Ons uitgangspunt daarbij is dat voor een goede luchtkwaliteit niet alleen de overheid, maar iedereen verantwoordelijk is. Burgers kunnen er van doordrongen worden dat zij hieraan middels een andere duurzamere leefstijl een bijdrage kunnen leveren, bijvoorbeeld via een andere, duurzame, invulling van (auto)mobiliteit, bedrijven door een duurzame manier van produceren, vermarkten en vervoeren van hun werknemers en de overheid op alle niveaus om de kaders te scheppen waarbinnen dat verantwoorde duurzame gedrag mogelijk is en gestimuleerd of ondersteund wordt. Bovendien kan de overheid binnen haar eigen bedrijfsvoering het goede voorbeeld geven. Omdat het hier om een gemeenschappelijk “bezit” gaat, heeft de overheid heeft bij het bewaken van de kwaliteit van ieders lucht wel een speciale verantwoordelijkheid. Speciaal de overheid heeft de taak om hier in het algemeen belang over te waken.

Er is ook nog een direct belang van de gemeente om een stevig beleid in gang te zetten. Zo kunnen in de toekomst dure saneringsmaatregelen voorkomen worden en kan bijvoorbeeld voorkomen worden dat nieuwbouw- en herstructureringsplannen bij de rechter worden afgewezen, als blijkt dat deze een overschrijding van gezondheidsnormen tot gevolg hebben. Onlangs nog werd door de rechter een bouwvergunning vernietigd door een overschrijding van de EU-normen voor Fijn Stof in 2005.

Hoeveel auto’s kan een stad hebben?
Heel concreet is de vraag: Hoeveel auto’s en vrachtauto’s kan een stad hebben? De ruimte voor bijvoorbeeld wegen is in een stad, ook door bestaande bebouwing, per definitie schaars. Wij begrijpen heel goed waarom de auto zo hoog op de verlanglijstjes van burgers staat. De auto wordt geassocieerd met vrijheid en blijheid, je kan er mee pronken en is bovendien vaak “een kamer voor jezelf” op wielen. En als het gaat om mobiliteit was de auto natuurlijk een zegen. Hij stond voor de deur en vervoerde iemand snel naar de plaats van bestemming. Door de veel te grote aantallen en het gebruik is de auto echter van een zegen tot een plaag verworden. Die plaag was de auto altijd al voor het milieu en de verkeersveiligheid, maar dat is hij nu ook geworden voor de gezondheid en, door opstoppingen en files, de bereikbaarheid zelf. Een aantal technische maatregelen en ingrepen in de infrastructuur kunnen zeker bijdragen aan oplossingen, maar dat zal zeker niet voldoende zijn. Om ervoor te zorgen dat Hagenaars weer opgelucht kunnen ademhalen, zullen er veel minder personen- en vrachtauto’s door onze stad kunnen rondrijden dan nu het geval is. Auto’s bovendien die vaak onnodig gebruikt worden.

Om het aantal autobewegingen en de gevolgen daarvan voor de gezondheid, de veiligheid, de economie en natuurlijk het milieu, te kunnen verminderen is het van groot belang een aantal beleidsterreinen in samenhang met elkaar duurzaam invulling te geven:

1) mensen bewust maken van de problemen, op hun verantwoordelijkheid aanspreken en hen het zo gemakkelijk mogelijk maken die te nemen
2) wonen, werken, winkelen, schoolgaan en recreëren zo dicht mogelijk bij elkaar brengen
3) op tal van manieren zorgen voor een overstap van vervoer per auto of vrachtauto naar in het bijzonder de fiets en het openbaar vervoer
4) auto- en vrachtverkeer waar mogelijk concentreren op een beperkt aantal wegen en daar fors investeren in maatregelen om hinder en emissies tegen te gaan
5) het nemen van technische maatregelen om schadelijke emissies en geluid tegen te gaan

Beleid en te nemen maatregelen in 10-puntenplan

Deze uitgangspunten van beleid leiden volgens het Haags Milieucentrum tot de hierna in 10 punten geschetste te nemen maatregelen, die vaak ook goed zijn voor de lokale economie.

1 Schep draagvlak onder de bevolking en het bedrijfsleven
Doe er als lokale overheid alles aan om de Haagse burgers en bedrijven bewust te maken van het probleem, hen op hun eigen verantwoordelijkheid te wijzen en het hen het zo gemakkelijk mogelijk te maken om die verantwoordelijkheid ook te nemen. Dat kan op tal van manieren. Het mag onder meer de komende jaren niet ontbreken aan bewustwordingscampagnes te vergelijken met de antirookcampagnes. Ook bij het roken werd de gezondheid van velen ernstig bedreigd door de leefstijl van velen. Door een niet aflatende inzet van met name maatschappelijke organisaties, medici en verontruste burgers, is er voldoende maatschappelijk en politiek draagvlak ontstaan om te komen tot maatregelen die tien jaar geleden nog ondenkbaar waren. Maar dat heeft lang geduurd. Het algemene bewustzijn van de ernstige gevolgen van stoffen die in te hoge concentratie in de lucht zitten, zal ook een kwestie van langere adem zijn. Er dient aan gewerkt te worden om die tijd zo kort mogelijk te houden.

2 Breng wonen, werken, winkelen, schoolgaan en recreëren dicht bij elkaar
Bij de ruimtelijke ordening dient veel meer rekening gehouden te worden met het mengen van werk en wonen en het scheppen van een hoog voorzieningenniveau als het gaat om zaken als schoolgaan, recreëren en winkelen. Belangrijk hierbij is een goed overleg op verschillende bestuursniveaus. Er moeten regelingen komen om te stimuleren dat werknemers dicht in de buurt van hun werk gaan wonen. Wonen en werken dienen in ieder geval niet dicht langs drukke wegen gepland te worden. Belangrijk is ook werknemers te stimuleren en te faciliteren om niet allemaal afzonderlijk met de auto naar het werk te komen. Dat kan onder meer door vervoersmanagement, verplichte bedrijfsvervoerplannen, openbaar vervoer dat goed op elkaar aansluit en een goed lokaal en regionaal fietspadennetwerk (zie ook 5). Nu zijn de schaarse initiatieven om bedrijven aan te zetten tot vervoersmanagement te vrijblijvend. Verplichte inspanningen voor vervoersmanagement bij bedrijven zou bijvoorbeeld gekoppeld kunnen worden aan de vergunningverlening aan bedrijven.

3 Naar een Autovrije/luwe binnenstad
Het autovrij/luw maken van de binnenstad. Dit zal meteen de leefbaarheid, de aantrekkelijkheid en een prettig winkelklimaat sterk bevorderen. Groningen is geen Den Haag, maar in deze stad is de autovrije binnenstad een doorslaand succes na aanvankelijke grote tegenstand van de winkeliers in de binnenstad die vreesden voor omzetverlies. Voor de meeste winkeliers verdubbelden de omzetten juist. Om die autovrije/luwe binnenstad te bewerkstelligen dient onder meer de Parkeerroute verlegd te worden langs het Hollands Spoor en over de Mauritskade, dus om het hart van het centrum. Verkeer dat op de CentrumRing thuishoort dient geweerd van de Parkeerroute. Wij vragen om een onafhankelijke studie voor hoe met deze gewijzigde parkeerroute optimaal gebruik gemaakt kan worden van bestaande parkeerfaciliteiten aan de randen van het centrum. De parkeertunnel onder de Grote Marktstraat is een realiteit. Deze dient dus toegankelijk gemaakt te worden vanaf die nieuwe parkeerroute. Probleem is wel het gratis parkeren bij goed bereikbare winkelcentra buiten de stad zoals bij Leidschenhage. Wanneer door onder meer een goede Parkeerroute de bereikbaarheid van en het winkelklimaat in die binnenstad ernstig verbeteren, zal dat gratis parkeren volgens ons niet een uittocht van klanten naar omringende winkelcentra tot gevolg hebben. Het leidt wel tot oneerlijke concurrentie. Dit punt dient op het niveau van het gewest Haaglanden opgelost te worden. Indien men er op dat niveau niet in slaagt dat het parkeren bij winkelcentra wordt belast, komt de vraag in beeld, of, buiten kantoortijden, de parkeertarieven aan de rand van de autovrije binnenstad niet verlaagd kunnen worden.

Het doorgaande verkeer dient uit de binnenstad geweerd te worden. Wij stellen voor om de verbinding met de A12 via het Prins Bernhardviaduct af te sluiten door het viaduct vanaf het Spui tot het busplatform af te breken plus een onderzoek hoe zonder het Prins Bernhardviaduct het centrum op andere manieren te verbinden met het Noorden van de stad. Dit schept ook ruimte voor bebouwing en verdichting op een gewilde lokatie. Verder stellen wij voor, zoals ook de bedoeling toen de plannen voor Het Souterrain werden goedgekeurd, de (lelijke) parkeergarage aan de Amsterdamse Veerkade af te breken. Deze trekt niet alleen veel verkeer aan, maar ontsiert in grote mate een deel van de binnenstad, dat juist aantrekkelijk dient te zijn. Zo komt ook dure grond vrij voor een compact nieuw gebouw, dat de aantrekkelijkheid van de binnenstad zal verhogen.

4 Concentreer waar mogelijk het verkeer
Wij ondersteunen van harte het beleid van de gemeente zoals neergelegd in het Verkeersplan 2010 om het verkeer waar mogelijk te concentreren op een aantal wegen zoals op de Centrumring en de buitenruit. Daarmee schep je in de stad verkeerluwe verblijfsgebieden (Stadsleefgebieden) die veel minder last hebben van doorgaand verkeer. Daarom dient er haast gemaakt te worden met de inrichting van de CentrumRing. Met name op de Noordwestelijke Hoofdroute tussen Kijkduin en het Hubertusviaduct zullen zeer ingrijpende maatregelen nodig zijn om - bij het voorspelde verkeersaanbod in 2010 - aan de Europese milieunormen te kunnen voldoen. Er dient bij de concentratie op die wegen dus flink geïnvesteerd te worden in maatregelen om emissies tegen te gaan en veiligheid en doorstroming te bevorderen. Dit kan onder meer via transferia voor een goede overstap van de auto op de fiets en in het openbaar vervoer met goede stallingen, reisinformatie en bewegwijzering, door ongelijkvloerse kruisingen, het toepassen van LARGAS (langzaam rijden gaat sneller) en door geluidschermen. Soms zal het nodig zijn om woningen/gebouwen daarvoor op te offeren. Het plan stelt ook voor om functies van gebouwen te wijzigen van wonen in werken. Daar hebben wij duidelijke twijfels over. Wettelijk mag het zo zijn geregeld dat werknemers aan hogere emissies blootgesteld mogen worden dan bewoners, ook bij werknemers gaat het vaak ook om langdurige blootstelling.

Wat betreft het Trekvliettracé zijn wij van mening dat dit dure project, dat ook het groen om onze stad flink zal aantasten, geen oplossing biedt wanneer het gaat om congestie en bereikbaarheid. Deze zal juist meer verkeer aantrekken dat vervolgens verderop in de stad weer zal vastlopen. Het daarvoor gereserveerde geld kan beter geïnvesteerd in het verbeteren van capaciteit en de doorstroming op de Buitenruit en de CentrumRing. En natuurlijk voor investeringen in een uitstekend fietsklimaat in de stad. Over de investeringen in en de voorzieningen op het gebied van het Openbaar Vervoer zijn wij over het algemeen niet ontevreden.

5 Maak van Den Haag een Fietsstad
Burgers die veel van de fiets gebruik maken, zijn namelijk een zegen voor de leefbaarheid, de gezondheid, de bereikbaarheid en natuurlijk de natuur en het milieu. De fiets neemt amper ruimte in op de wegen, stoot geen voor milieu en gezondheid schadelijke emissies uit, produceert geen geluidhinder en is zelden verantwoordelijk voor ernstige ongelukken. Dat dient beloond worden door boven alles de fiets te faciliteren. Er is wel enige kentering in het gemeentelijk beleid gaande, maar de gemeentelijke beleidsnota’s rond de fiets schieten wat dit betreft nog steeds tekort en niet alleen door het gebrekkig of niet uitvoeren van beleidsvoornemens. Er is namelijk ook een algehele inhaalslag nodig. Extra investeringen zijn nodig bijvoorbeeld in de bestaande wegen en fietspaden om het vervoer op de fiets aantrekkelijk te maken. Ook de miljoenen die nodig zijn om wijken als Ypenburg en Leidschenveen goed voor de fiets te ontsluiten, zouden extra investeringen moeten zijn. Dit omdat de investeringen voor die infrastructuur al bij het opzetten en bouwen van deze wijken gedaan hadden moeten worden. Daarnaast is het aanleggen van een netwerk van goede, comfortabele, vrije fietspaden van belang ook als dit ten koste zou gaan van ruimte voor de auto. In Den Haag komen fietsers regelmatig in de knel op wegen en tal van kruispunten. Waar dit gebeurt, zou de vuistregel moeten zijn daar voorrang aan de fiets te geven.

6 Overleg en werk samen op alle niveau’s
De stadsbesturen van de grote gemeenten in Nederland zouden op dit gebied veel meer kennis en ervaringen moeten uitwisselen en kunnen samenwerken. Daarbij hoort ook het leren van de ervaringen en de maatregelen om bijvoorbeeld de congestie te beteugelen in steden buiten ons land zoals Londen en Parijs. Zo is in Londen door de tolheffing het autoverkeer in de stad met 38% afgenomen. Naast onderlinge contacten en overleg is het belangrijk regelmatig gezamenlijk met het Rijk te overleggen en deze op zijn verantwoordelijkheid wijzen en druk uit te oefenen om te zorgen dat de landelijke overheid die ook neemt. Dan gaat het om zaken als regels op het gebied van ruimtelijke ordening, eisen aan verbrandingsmotoren (ook bij de scheepvaart), hoe het belastinginstrument in te zetten (bijvoorbeeld door korte afstand tussen wonen en werken fiscaal aantrekkelijk te maken), de “leasebakken” fiscaal te ontmoedigen en dieselvoertuigen en de diesel zelf fiscaal extra te belasten, het toepassen van schonere brandstoffen, het invoeren van de snelheidslimiet van 80 km op de rijkswegen in de buurt van stedelijke bebouwing en bij het decentraliseren van beleid naar gemeente daar ook de financiële middelen bij te bieden. De maatregelen die het Rijk de laatste jaren op het gebied van verkeer en vervoer genomen heeft, pakken voor de gezondheid en het milieu over het algemeen niet goed uit.

Er dient niet alleen onderling meer samengewerkt te worden, ook is samenwerking met het maatschappelijk veld belangrijk. Zo is er onder het motto “Milieu dat doe je samen” in Nijmegen een breed projectteam samengesteld met vertegenwoordigers van de gemeente, bedrijven, milieugroeperingen, provincie, bewoners en GGD om met elkaar knelpunten en oplossingsrichtingen te bespreken hoe de luchtkwaliteit te verbeteren.

7 Geef als gemeente zelf het goede voorbeeld
De gemeente kan zelf op tal van terreinen het goede voorbeeld geven, niet alleen door hun eigen werknemers te stimuleren in de stad te wonen, maar ook door het eigen wagenpark schoner te laten rijden, de fiets als vervoermiddel te stimuleren door middel van vervoersmanagement.

8 Stimuleer en neem maatregelen waardoor mensen de auto vaker laten staan
Er zou een duidelijk beleid moeten komen voor het ontmoedigen van de korte ritten. Als niemand de auto zou gebruiken voor onnodige korte ritten zou het probleem van congestie nagenoeg opgelost zijn en zou de luchtkwaliteit een stuk verbeteren. Een van de te nemen maatregelen is op een aantal plekken in de stad het parkeren te ontmoedigen of zelfs onmogelijk te maken, waarbij mensen gelijktijdig opgeroepen worden om zich wat dit betreft als verantwoordelijk burger te gedragen en bijvoorbeeld vaker de fiets of het openbaar vervoer nemen. Het bevorderen van het gebruik van bijvoorbeeld de overal in de stad aanwezige GreenWheels is daarbij van belang. Door onder meer het gebruiksgemak en de kostenbesparing van autodelen, zowel particulier als commercieel, is dit kansrijk als het gaat om het voorkomen van de aanschaf van een auto en met name van een tweede auto.

9 Bevorder schoon transport en vervoer
Wat het probleem van onder meer NOx en Fijn Stof extra zuur maakt, is dat het technisch grotendeels oplosbaar is. Moderne filters in auto’s bereiken bijna 0-emissies. Het is eigenlijk een schandaal dat die filters niet allang verplicht zijn. Dat vereist naast een rechte politieke rug, met name een harde opstelling richting de auto-industrie. Als het mogelijk is om auto’s veel goedkoper te produceren, en dat kan, is het zeker mogelijk alles wat technisch kan ook in te bouwen en de auto toch betaalbaar te houden. Weer met een lokale verordening dieselvrachtwagens uit de stad bijvoorbeeld afhankelijk zijn van eisen aan emissies en geluid. Stel bij de concessieverlening aan het openbaarvervoer milieueisen aan het materieel. Belangrijk is ook het laden en lossen tot bepaalde tijden buten de spits te beperken en het inrichten van distributiepunten. In Amsterdam is in goed overleg met de ondernemers op dit gebied al het nodige geregeld, helaas wel op basis van de nu al verouderde Euro-5 norm die in 2005 in gaat. Wij pleiten daarnaast voor meer bulktransport over water, wat in Den Haag zeer kansrijk is bijvoorbeeld in combinatie met het opnieuw aanleggen van grachten. Dit zal de aantrekkelijkheid van het centrum zeker te goede zal komen.

10 Handhaven, handhaven en nog eens handhaven
Tenslotte is handhaving van groot belang. Er rijden bijvoorbeeld veel oude auto’s rond met slecht afgestelde verbrandingsmotoren, die voor de nodige extra emissies zorgen. Ook komt het regelmatig voor dat automobilisten bij het laden of lossen, uit pure gemakzucht, midden op straat parkeren en zo het verkeer vastzetten. Het belangrijkste is echter dat er een goed fietsklimaat wordt geschapen in de stad, zodat het mensen ook aantrekkelijk gemaakt wordt de auto te laten staan. Dat goede en veilige klimaat heeft alles te maken met het rijgedrag van medeweggebruikers, met name van een deel van de automobilisten. Voor nogal wat Haagse automobilisten is een fietser niet anders dan een hindernis op zijn of haar weg, die je naar believen het leven onveilig en zuur mag maken. Tegen het onverantwoorde rijgedrag van dit deel van de weggebruikers dient stevig opgetreden te worden. Ook worden regelmatig snelheidslimieten overtreden. Wij zijn voor talrijke onverwachte controles op onverwachte tijden en plaatsen.

Niet onbelangrijk: de centen
We willen eindigen met de benodigde financiële middelen. Al deze voorstellen en maatregelen kosten geld. Dat betekent niet altijd extra geld. Het ook een kwestie van prioriteiten, alertheid en het effectief en efficiënt inzetten van bestaande middelen. Maar wat geld en extra geld kost, kan ook geld opleveren. Want het betekent ook minder kosten in verband met minder schade aan de gezondheid en bijvoorbeeld minder schade door verkeersongelukken, aan het milieu en als gevolg van files en vaststaand verkeer. De totale schade van alleen al ongezonde lucht voor de gezondheid, dus zonder verkeersslachtoffers, milieuschade en economische schade, is berekend op jaarlijks ruim 5 miljard euro. Dit enorme bedrag is ook nog exclusief de kosten voor de zorg en behandeling van mensen die niet sterven, maar wel ziek worden als gevolg van slechte lucht en verkeerslawaai. Vanuit een dergelijke visie en beleid zijn tal van kosteneffectieve maatregelen mogelijk. Maar doordat degene die de kosten maakt vaak niet profiteert van de (financiële) opbrengsten/besparingen, blijven veel noodzakelijke maatregelen vaak uit. Het is bepaald geen stimulans een maatregel die geld kost te nemen, als een lokale overheid daarvan niet financieel profiteert. Dit omdat de maatregel alleen een financieel voordeel voor de landelijke overheid oplevert. Vanuit een integrale benadering, onder meer door ook kosten aan de veroorzaker door te berekenen en door begrotingen en (subsidie)regelingen op elkaar af te stemmen, zijn veel maatregelen wel rendabel te maken.

Terug naar boven

Haagse gemeenteraad verwerpt collegevoorstel over Vlietzone

Op 1 september besprak de raadscommissie SWB de brief van het college van B&W over de Vlietzone. Dit omdat de Haagse raadsleden op 22 september in het AB van Haaglanden een besluit moeten nemen over het Uitwerkingsplan Vliet/A12-zone van Haaglanden. De visie van het college was sterk gericht op nieuwe infrastructuur en nieuwe kantoren.
De Golfvereniging Leeuwenbergh, de Bond Heemschut, vereniging Houdt de Vlietzone Groen en het Haags Milieucentrum (HMC) spraken in. De AVN was helaas verhinderd, maar stemt - met behoud van eigen accenten - volledig in met de visie die het HMC heeft geformuleerd, breed gedragen door het maatschappelijk middenveld.
De meerderheid van de raad waardeerde dit draagvlak en was net als het HMC verbaasd, dat de brief van wethouder Hilhorst hier niet eens over repte.

Bij monde van Tineke van Nimwegen nam de PvdA-fractie afstand van de brief. De fractie merkte het volgende op:
- over het Trekvliettracé moet een nut- en noodzaakdiscussie worden gevoerd, waarbij verschillende varianten de revue passeren;
- de bypasses - de in het Uitwerkingsplan gereserveerde parallelle wegen - moeten uit het Uitwerkingsplan worden geschrapt. De noodzaak ervan is nog lang niet aangetoond. Voor de Golfvereniging is dit natuurlijk een zeer belangrijk punt;
- het HMC moet duidelijk betrokken worden bij de verdere uitwerking van de plannen;
- nut en noodzaak van veel kantoren in de Vlietzone is niet aangetoond, en de passage over de Zuidas is prematuur. Er bestaat waarschijnlijk al een groot overschot aan kantorenlocaties in Haaglanden.

De PvdA-fractie kreeg bijval van de fracties van D66, CU/SGP, SP, HSP en Leefbaar Den Haag. De steun van de VVD en de CDA-fractie (en wellicht van de PPS) voor het collegestandpunt is onvoldoende voor een politieke meerderheid.

Het Hoogheemraadschap van Delfland is van oordeel dat de Vlietzone in aanmerking komt als potentiële waterberging. Het gebied leent zich dan ook niet voor verstedelijking. Ook dit standpunt werd in de commissie aan de orde gesteld en het college had er geen duidelijk antwoord op.
Het HMC benadrukte dat Den Haag trots kan zijn op de bouw van kantoren over de Utrechtse Baan heen. Dit uitstekende voorbeeld van dubbel, intensief ruimtegebruik is totstandgekomen omdat de stad (gelukkig) krap in haar jasje zat. Daarom moest creatief met de bestaande ruimte binnen de stad worden omgegaan.
Op die weg moet volgens het HMC in het kader van de Structuurvisie 2020 verder worden gegaan. Zo steunt het milieucentrum bijvoorbeeld de ontwikkelingen bij het nieuwe NS-station Leidschenveen/Ypenburg. De plannen hiervoor passen goed in de keuze van de landelijke milieubeweging voor verstedelijking rondom OV-assen. Het spaarzame groen aan de randen van de steden wordt zo ontzien en kan worden verbeterd.

Het HMC is buitengewoon tevreden over deze uitkomst van de commissievergadering. Nu de Haagse gemeenteraad de plannen niet blijkt te steunen, zal het ook gemakkelijker zijn ze binnen Haaglanden te wijzigen. De deelnemende gemeenten hebben veel punten als concessie aan Den Haag geaccepteerd, maar nu blijkt dat er behalve geen maatschappelijk ook geen politiek draagvlak voor de visie van het Haage college bestaat.

Ter voorbereiding van de AB-vergadering op 22 september houdt Haaglanden een commissievergadering waarin over de wijzigingsvoorstellen kan worden gesproken.
We houden u op de hoogte en roepen u op om naar de vergaderingen van Haaglanden te gaan.

Tom Pitstra

 

Vlietzone-visie overhandigd aan Haags gemeentebestuur

Op dinsdagmiddag 6 juli 2004 overhandigde Tom Pitstra van het Haags Milieucentrum de ‘groene visie’ op de Vlietzone aan Henk Jagersma, directeur van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling van de gemeente Den Haag. Jagersma nam waar voor wethouder Hilhorst, die verhinderd was.

Met deze groene visie biedt het Haags Milieucentrum een alternatief voor de toekomstplannen die er bij het Haagse gemeentebestuur leven tot verstedelijking van de Vlietzone - het gebied tussen het Rijn-Schiekanaal en de snelweg A4. De alternatieve visie is tot stand gekomen met medewerking van landschapsarchitecten, een cultureel-planoloog, natuur- en milieuorganisaties, bewoners en gebruikers van het gebied en betrokken omwonenden.

Samen hebben zij geïnventariseerd wat er in de Vlietzone vanuit een oogpunt van ecologie en groene recreatie de moeite waard is. Ondanks de ‘verrommeling’ blijkt dat meer te zijn dan vaak gedacht wordt. De Vlietzone zou een waardevolle groene verbindingsschakel kunnen worden tussen de Zwethzone (in zuidelijke richting) en Vlietlanden (in noordelijke richting) en daarmee een goede aanvulling zijn op de ecologische verbindingszone.

Jagersma complimenteerde in zijn reactie het Haags Milieucentrum met de timing van de publicatie: “De discussie over de Vlietzone woedt nu volop en het is goed dat de verschillende invalshoeken op tafel liggen.” Jagersma benadrukte dat het Haagse gemeentebestuur in eerste instantie streeft naar ‘inbreiding’, bouwen binnen de bestaande stad. Maar als dat niet mogelijk is, moet elders naar ruimte worden gezocht en dan komt een gebied als de Vlietzone zeer zeker voor verstedelijking in aanmerking. Ook kan de Vlietzone een rol gaan spelen in het voorkomen van het verwachte ‘verkeersinfarct’ op de A4, A12 en A13.

Pitstra besloot de korte discussie met te zeggen dat het woord nu aan het stadsgewest Haaglanden is. Ook de Provincie gaat nog een belangrijke rol spelen, omdat deze bestuurslaag de Haagse plannen ter goedkeuring voorgelegd krijgt. Pitstra verwacht dat de discussie over de Vlietzone over tien jaar nog volop in de belangstelling zal staan.

U kunt het boekje in PDF-versie hier vinden.

Terug naar boven

 

Haagse Dieren Tour 2004

De Haagse Dierenbescherming organiseert op 1 augustus aanstaande een Fietspuzzeltocht van ca. 25 km door de duinen, parken en rustige wijken van Den Haag.

Onderweg brengt men een bezoek aan drie opvangcentra voor dieren, de Egelopvang, het Haags Dierencentrum en het vogelasiel "De Wulp". Verder treft men informatiestands van de Knaagdierenopvang, de Dierenambulance en de Dierenbescherming.
Aan de hand van de routebeschrijving worden de deelnemers diverse vragen gesteld. De winnaars krijgen een prijs!

U kunt zich inschrijven per e-mail: dieren@haagsedierenbescherming.nl of per telefoon: 070-3924289 (ma t/m vr van 9.30-17.00 uur).
De eerste honderd inschrijvingen ontvangen een leuke attentie. Inschrijven bij de start tussen 10.00 en 11.00 uur op het kantoor van de Dierenbescherming aan de Valeriusstraat 29, Den Haag.
Het inschrijfgeld bedraagt € 2,00 voor volwassenen en € 1,00 voor kinderen t/m 12 jaar. Ooievaarspas: 50% korting.

Terug naar boven

Zaterdag 11 juni is BOERENBURENDAG

Maak het landleven van dichtbij mee: tomaten oogsten, distels trekken, onkruid wieden, stallen uitmesten en wat er verder bij komt kijken.

Onder een stralende zon, als 't meezit. Het is niet alleen werken geblazen, maar ook luisteren naar de verhalen van de bevlogen boeren en boerinnen: hoe telen zij de groenten die wij eten en wat is er nog over van de romantiek van het boerenbedrijf? Wat is het verschil tussen biologisch voedsel en de producten van de gangbare tuinbouw en melkveehouderij? Hoe overleeft een boer de vele crises in de veelteelt?

De werkers worden aan het eind van de dag voor hun inspanningen beloond met een gezamenlijke maaltijd die de kok van 's-Peer catering ter plekke bereidt, zoveel mogelijk met de producten van de boerderijen.
Live-muziek op de achtergrond en een drankje vormen een waardige afsluiting van de Boerenburendag.
U kunt nog meedoen! Deelname en diner zijn gratis (drankjes komen voor eigen rekening). We vragen u wel om u aan te melden bij 's-Peer catering,
tel. 070-3805916, e-mail: speercatering@milieu.net.

Terug naar boven

 
 

Het tunneldenken rond het Trekvliettracé
Een notitie van het Haags Milieucentrum (HMC)


Op 2 februari 2005 debatteert de gemeenteraad van Den Haag in de raadscommissie Verkeer (VEM) voor het eerst echt over het nut en de noodzaak van het Trekvliettrace (TT). Het HMC hoopt op een open, niet vooringenomen, diepgaand debat over dit kostbare en ingrijpende project. Hierbij onze visie.

In een notendop is onze conclusie dat het TT nauwelijks een serieus verkeersprobleem oplost, maar wel veel geld kost dat veel beter besteed kan worden. Net als bij de besluitvorming rond de Betuwelijn is ook hier sprake van een tunnelvisie rond een onnodig en duur project.

Het is niet eenvoudig om de essentie uit het onderliggende rapport te halen. Daarvoor hebben wij de hulp nodig gehad van rapporten van Move Vision en Quik Advies (bij ons op te vragen). Op basis daarvan komen wij tot de volgende hamvraag: Willen de gemeenteraden van Den Haag, Rijswijk en Leidschendam/Voorburg en het gewest Haaglanden 140 miljoen euro uitgeven om alleen in de spits de autobereikbaarheid van de Haagse binnenstad te verbeteren en de bedroevende kwaliteit van de Haagse lucht nog verder te verslechteren, terwijl er veel betere alternatieven zijn? Bovendien ligt er nog een andere vraag: Indien de plannen voor aanleg van het TT door Raad van State of de rechter getoetst worden aan de nieuwe Europese normen voor luchtkwaliteit, komt er dan een vergunning? Dat lijkt niet erg waarschijnlijk gezien een aantal recente afwijzingen waaronder de plannen voor de bouw van het ADO-stadion.

Volgens het College van B&W (pg 1) zijn er met name drie problemen die de aanleg van het TT moet oplossen:

1 Verbetering van de bereikbaarheid van Den Haag
2 Verbetering van de doorstroming op de A4
3 Ontsluiting van de Vlietzone
Hoewel geen argument in de nut- en noodzaakstudie: 4 Ontsluiting van de Binckhorst

Kort analyseren wij deze vier punten.

1 Verbeteren van de bereikbaarheid van Den Haag

Alleen al vanaf de A-4 zijn er 6 aftakkingen richting Den Haag. Den Haag zit dus niet aan één touwtje vast. Over de Utrechtsebaan komen op dit moment weliswaar 48% van de automobilisten de stad binnen, maar ook via het TT zullen die op dezelfde flessenhals in het centrum binnenkomen als nu: het grote knelpunt tussen Malieveld en provinciehuis. Dit zal altijd een knelpunt van formaat blijven, omdat uiteindelijk hier belangrijke toevoerwegen samenkomen. Het TT zal de verkeersproblematiek verschuiven naar een nieuw knelpunt.

Het meest merkwaardige is dat de studie zelf aantoont dat het TT de files op de Utrechtsebaan helemaal niet oplost! Dat is ook logisch. Nieuwe wegcapaciteit wordt vrijwel onmiddellijk weer opgevuld. Bijvoorbeeld door mensen, die nu nog voor het OV kiezen en dan weer in hun auto stappen. De individuele automobilist zal weinig voordeel van het TT hebben, want de files blijven. Er komt alleen in de spits een grotere capaciteit om met de auto naar de binnenstad van Den Haag te rijden.

Bovendien heeft Den Haag op zich niet zo’n problematische verkeersstructuur. Omdat de stad aan zee ligt, mist Den Haag weliswaar een echte rondweg, maar die is ook minder nodig want er komt toch geen verkeer vanuit de zee? Er wordt gewerkt aan de tunnel onder het Hubertusduin voor een betere verkeersafwikkeling via de NORAH. Met verder de noordwestelijke verbinding (met een tunnel bij de Sportlaan), de Lozerlaan en de A4 heeft Den Haag een aardige buitenruit. Als de Centrumring is voltooid, is deze tweede ring in principe ook voldoende om het verkeer af te wikkelen. Het HMC zou de 17 miljoen euro die voor het TT is gereserveerd steken in het snel realiseren van deze twee ringen.

2 Verbetering van de doorstroming op de A4

De files op de A4 vormen een landelijk probleem. De A4 is immers onderdeel van het Hoofdwegennet (HWN). Dit vraagt vooral om een landelijke oplossing. Aan die oplossing wordt landelijk ook gewerkt. Het rapport van de commissie-Luteijn pleit voor een betere benutting van de rijkswegen en een krachtig vervoersmanagement. Dit laatste element wordt ook door de gemeenteraad gesteund en vervoersmanagement in het Beatrixkwartier laat aardige resultaten zien. Nu ontbreekt nog een krachtig beleid. Het is echter duidelijk, dat via deze weg nog veel winst valt te boeken. Denk daarnaast aan een slimme kilometerheffing, gecombineerd met een systeem van congestieheffing. In Londen blijkt het uitstekend te werken. Denk zeker ook aan rekeningrijden. Daaraan werkt een nieuwe commissie waarin onder meer de ANWB en wethouder Bruins participeren.

3 Ontsluiting van de Vlietzone
De gemeenteraad heeft het verstedelijkingsplan in de Vlietzone afgewezen. Daarom heeft het Trekvliettracé de functie die voor de Vlietzone was beoogd, verloren. In nota’s van het Hoogheemraadschap wordt de Vlietzone overigens als ongeschikt voor verstedelijking gezien.

4 Ontsluiting van de Binckhorst
In de studie wordt ontsluiting van de Binckhorst niet als pijler in de noodzaak genoemd. Toch duikt in andere stukken de bereikbaarheid van de Binckhorst steeds weer op. Wij steunen de verdichtingsvisie van de Binckhorst, maar die speelt zich op een termijn van 20-30 jaar af. De Binckhorst heeft nu een lang niet slechte ontsluiting op de Utrechtsebaan via de Maanweg. Er moet natuurlijk een tram door de Binckhorst. En voor verdere ontsluiting van de Binckhorst zijn heel goede alternatieven waarvoor het TT helemaal niet nodig is. Het is een aparte discussie om alle studies van de Binckhorst te beoordelen, maar duidelijk is dat er goede alternatieven zijn. De zgn. Schenkboog en aansluiting op de Centrumring zouden veel meer prioriteit verdienen.

Tunneldenken
Bij tunneldenken ontbreken altijd de alternatieven door fixatie op die ene oplossing. Daardoor ontbreken bijvoorbeeld de alternatieven die wij in deze notitie als oplossing aandragen. Een goed voorbeeld is het op blz. 40-41 simpeltjes wegschrijven van het belangrijke alternatief van Transferia/Park and Ride. In het Verkeersplan wordt dit nog wel als belangrijke optie aangedragen. Transferia zouden te ingrijpend zijn. Alsof het TT níet zeer ingrijpend is, zowel financieel als ruimtelijk. Het slordig wegschrijven van dit en andere alternatieven geeft aan dat de studie vooringenomen is.

Hoe dan wel?
• Het alternatief voor de Utrechtsebaan is de ondertunneling van de Prinses Beatrixlaan en het daarbovenop toevoegen van nieuwe functies. Het recept van de Sijtwendetunnel dus, dat ook in de landelijke vakbladen terecht wordt bejubeld als een mooi voorbeeld van dubbel, intensief ruimtegebruik. Door die ondertunneling wordt het verkeersysteem in Den Haag veel beter gedraineerd en beter verdeeld over de stad. Als de A4 door Midden-Delfland doorgaat, wordt de Prinses Beatrixlaan ook een logische voortzetting. De A13 wordt dan een soort provinciale weg. Samen met de NORAH en de Hubertustunnel kan zo het verkeer veel beter verspreid worden en kan het flessenhalsprobleem verminderd worden. Dit zal ook in Haaglanden een belangrijke discussie kunnen worden.

Transferia. Deze staan landelijk nu niet goed aangeschreven omdat ze vaak niet goed aangelegd zijn. Daardoor hebben ze te weinig uitstraling om echt tot de noodzakelijke trendbreuk te komen. Den Haag zou de ambitie moeten hebben om bij het Prins Clausplein en bij andere invalswegen aantrekkelijke transferia te realiseren, waar een snelle en betrouwbare OV-voorziening naar de binnenstad wordt gerealiseerd. Om de paar minuten kan men met OV (tram, bus en in de avonduren kleine busjes) frequent naar de Haagse binnenstad. De opbrengsten van het parkeren in de Haagse binnenstad kunnen gestoken worden in het exploiteren van de transferia. Het zou een aantrekkelijk idee zijn om bij transferia goedkoop te kunnen parkeren en op de OV-verbinding te experimenteren met gratis of goedkope kaartjes.

• Een sturend, actief parkeerbeleid gericht op tegengaan van auto’s richting de stad. De politieke keuze voor een autoluwe binnenstad is hierbij ook van groot belang. Nu kent het centrum van Den Haag bijvoorbeeld een overcapaciteit aan parkeerplaatsen, waardoor automobilisten het gevoel krijgen dat het bedoeling is om naar het centrum door te rijden. Denk aan sanering van bestaande parkeergarages, om te beginnen bij de Veerkades waar nu voor bewoners en gebruikers een zeer ongezonde, ondraaglijke situatie is ontstaan.

Verkeersgedrag kan veranderd worden. Een fraai voorbeeld daarvan uit de Haagse regio is het uitblijven van de voorspelde verkeerschaos bij de afsluiting van de wegen bij Ypenburg voor de ondertunneling van de A12. Er ontstond geen enkel probleem. Mensen hadden hun gedrag aangepast. Opeens zaten de trams voller, werd er meer gefietst, werd er minder auto gereden…… Dat is de crux van het verkeersbeleid.

• De fiets kan ook voor afstanden tussen de 5 en 10 kilometer van enorme betekenis zijn. Het meeste autoverkeer ontstaat omdat mensen in de regio wonen en met de auto naar Den Haag gaan. Als er goede, veilige, snelle en comfortabele fietspaden naar en in de stad komen, kan dat - ook vanuit de bewegingsarmoede en de gezondheidsdiscussies - van enorme betekenis zijn. Waar de stedelijke fietsroutes op de rijkswegen aantakken, kan gedacht worden aan ondertunneling zodat er doorgefietst kan worden, terwijl de auto’s lang voor stoplichten staan. Nu is het al zo, dat de fiets in de stad vaak sneller is dan de auto, maar dat kan nog stevig verbeterd worden.

• Een beter openbaar vervoer als alternatief voor de auto. Vooral op afstanden boven de 7,5 km, maar ook op kleinere afstanden, zullen we niet iedereen op de fiets krijgen. Den Haag zal zich landelijk op de kaart kunnen zetten als stad met een fantastisch OV-netwerk. Trek Randstadrail door naar Scheveningen en het Westland. Open nieuwe lijnen in de stad. Den Haag moet nieuwe investeringen in een beter tramnet hoog op haar lijstje zetten. Dat kost geld, maar al die autowegen zijn ook niet bepaald gratis. Het is een kwestie van kiezen. Belangrijk is ook de combinatie tram en fiets. Bij eindhaltes van tram zijn goede fietsparkeervoorzieningen belangrijk, zodat mensen een stukje kunnen fietsen en een stuk de snelle tram kunnen nemen.

Haaglanden-discussie

In Haaglanden wordt op dit moment druk gewerkt aan de nota Regionale mobiliteit. Allerlei knelpunten in de Haagse regio worden besproken en hier zullen scherpe keuzen moeten worden gemaakt met een altijd te gering budget. Het verbaast het HMC in hoge mate, dat het TT als slokop van het regionale budget door Haaglanden wordt geaccepteerd. Het forse budget voor het TT is tot nu toe niet afgewogen tegen andere noodzakelijke investeringen.

De gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg heeft die conclusie – unaniem - getrokken. In een persbericht schrijft de VVD-fractie: “Volgens de VVD toont de nota nut en noodzaak van het TT niet aan”. Alternatieve oplossingen voor de problemen van Den Haag worden voorgesteld, waaronder transferia. Ook In Rijswijk lijkt de meerderheid van de raad de lijn van het college niet te steunen.

Goedkopere maar inferieure oplossing
Binnen Haaglanden was vrij veel weerstand tegen de oude plannen van het TT, dat twee keer zo duur was. Dit werd vooral veroorzaakt door de technisch veel betere oplossingen om het TT om de A13 aan te takken bij de Laan van Hoornwijck. Zo wordt het inderdaad een Rotterdamse baan. Maar omdat deze oplossing te duur werd gevonden, omdat het Rijk volstrekt niet van de nut en noodzaak van het TT overtuigd is, is er een goedkopere oplossing verzonnen waarbij het TT - dwars door de Vlietzone - boven de grond komt en dan aantakt op de Laan van Hoornwijck. Men moet dan via stoplichten nog op de A13 komen. Het is duidelijk dat dit een volstrekt inferieure oplossing is. Het college hoopt later geld te krijgen om dit alsnog te verbeteren, maar dat vinden wij geldsmijterij.

MER-studie is overbodig
Citaten uit het onderzoek: “Met de toevoeging van het TT wordt een reëel evenwicht bereikt tussen de omvang van het binnenkomend/uitgaand verkeer en capaciteit van de invalsroute”. En “Het uitgevoerde onderzoek laat zien dat het TVT het wegennet rond Den Haag toekomstbestendig maakt” (pg. 50). Dit laat het onderzoek echter helemáál niet zien, zoals wij met deze notitie hopen aangetoond te hebben. Er zijn betere alternatieven en het geld kan zinniger besteed worden.

Als de gemeenteraad van Den Haag tot de conclusie komt, dat nut en noodzaak van het TT niet zijn aangetoond, dan is het logisch dat er geen MER-procedure wordt gestart waarin verschillende varianten worden vergeleken. Dat is de omgekeerde wereld. Je gaat toch geen varianten bekijken van een oplossing waarvan nut en noodzaak niet zijn aangetoond?

Terug naar boven

Verslag van de eerste CityDuinwandeling

De eerste CityDuinwandeling, die op zondag 25 april 2004 gehouden werd, was een groot succes. Naar schatting vijfhonderd mensen meldden zich bij Partycentrum De Bataaf, het startpunt van de route. Vandaar doorkruisten ze drie groengebieden: de Scheveningse Bosjes, het Westbroekpark en de Nieuwe Scheveningse Bosjes. Drie gebieden die, indien onderling verbonden, het begin van een prachtig CityDuinpark zouden vormen. De weergoden deden hun uiterste best om er een onvergetelijke dag van te maken.

 

 

 

Voor het Partycentrum was een informatiemarkt ingericht, waar Haagse natuur- en milieuorganisaties zich presenteerden.

 

 

 

 

 


 

Kinderen kregen een kompas en een wandelboekje met opdrachten erin. Ook wethouder Ries Smits van Duurzaamheid was zo gelukkig.

 

 

 

 

 



 

 

 

Wethouder Smits onthulde de banier van de CityDuinwandeling
als officiële openingshandeling.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 


 

 

Welgemoed ging men
op weg.

 

 

 

 

 



 

 

De meisjes van de inschrijfbalie hadden het maar wàt druk.

 

 

 

 

 

 

 

 

De laatste inspecties voor vertrek.

 

 

 

 

 


 

 

Groene weelde rond de Waterpartij.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat Frederik Hoogerhoud niet over vogels weet, is de moeite van het weten niet waard.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor de kleinste deelnemers was het kompaskoord wat aan de lange kant.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De CityDuinwandeling doet haar naam eer aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met ratelaars uitgeruste klaarovers zorgden voor een veilige oversteek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En dáár ligt dan die organisch gebouwde Rudolf Steinerkliniek uit het opdrachtenboekje.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het ontcijferen van de leeftijd die Pieter Jelles Troelstra heeft bereikt kostte heel wat hoofdbrekens. Die Romeinse cijfers ook!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vraag in het boekje of er een reiger te zien is, kon volmondig met 'ja' worden beantwoord.

 

 

 

 

 

 

 


 

 

Hoe warm het was en hoe ver (vrij naar Hildebrand).

 

 

 

 

 

Terug naar boven

 

CityDuinwandeling door groen Den Haag

Den Haag heeft veel mooie parken en groengebieden. De meeste liggen in het noordwesten van de stad, maar zijn van elkaar gescheiden door soms drukke wegen. Dat is vervelend voor dieren, die niet - of alleen met gevaar voor eigen leven - van het ene gebied naar het andere kunnen. En het is vervelend voor recreanten die ervan houden door het groen te dwalen. Zonder al die doorsnijdingen zou het hier om het grootste stadspark van Europa gaan!

Om aanschouwelijk te maken hoe dat park eruit zou kunnen zien, organiseert het Haags Milieucentrum op zondag 25 april 2004 de CityDuinwandeling. Er is een zes kilometer lange route uitgezet door de Scheveningse Bosjes, het Westbroekpark en de Nieuwe Scheveningse Bosjes. Tijdens de educatieve wandeling is er veel aandacht voor wat er allemaal te zien is in bos en park. Er zijn halteplaatsen waar natuurgidsen een korte uitleg geven.

Startpunt is Partycentrum De Bataaf aan de Ver-Huellweg, waar verschillende organisaties zich zullen presenteren. U kunt tussen 13.00 en 14.00 uur vertrekken.

Terug naar boven

Reactie van het Haags Milieucentrum op de Structuurvisie Den Haag Zuidwest

Aan: de raadscommissie SWB van donderdag 10 juni

Beste raadsleden,
Al eerder stuurden wij de raad onze reactie op de concept-Structuurvisie Zuidwest met een begeleidende brief waarin wij opmerkten, dat - in strijd met de afspraken - geen vooroverleg met het HMC is geweest over onze omvangrijke reactie op dit plan. Dit was een onderdeel van ons project Duurzame Herstructurering Zuidwest.

In het inspraakrapport wordt nu ten dele de procedure betreurd (pg.2, “het was waarschijnlijk beter geweest een of twee interactiemomenten in de periode van 2 jaar in te bouwen”). Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald zouden wij zeggen. Dus van nu af een goede procedure met voor iedereen voldoende tijd om zich een afgewogen oordeel te kunnen vormen over dit belangrijke ontwikkelingskader voor een deel van Den Haag zo groot als Gouda.

Dat is volgens ons niet mogelijk, nu de gemeenteraad na ontvangst van dit omvangrijke stuk een week later (!) een oordeel dient te vellen. Er is volgens ons ook meer tijd nodig om bewoners en andere belanghebbenden te betrekken die normaal gesproken in herstructurering een centrale co-productierol krijgen toegemeten, juist vanwege het draagvlak en de sociale structuur. Deze Structuurvisie is met name het product van bestuurders, ambtenaren en de corporaties.
In deze reactie willen we een aantal punten onder uw aandacht brengen. Onze uitgebreidere reactie op het eerdere concept sturen we voor de volledigheid als bijlage nog een keer mee.

1. De doelstellingen, het ambitieniveau

De herstructurering van Zuidwest biedt een uitgelezen kans om zowel de leefbaarheid als de duurzaamheid vanaf het begin bij de plannen te betrekken en gelijktijdig het woningaanbod te differentiëren en in delen van Zuidwest te vergroten. De inzet van het HMC is dan ook dat deze herstructurering een voorbeeld van topintegrale, duurzame herstructurering wordt. Met topintegraal bedoelen we dat niet slechts op een deelaspect van duurzaamheid wordt gescoord (bijvoorbeeld milieuvriendelijk slopen) maar dat op alle aspecten van duurzaamheid een hoog ambitieniveau wordt nagestreefd. Dit niet alleen om de natuur en het milieu een grote dienst te bewijzen, maar omdat de meeste duurzame maatregelen ook voor de leefbaarheid van belang zijn en op de wat langere termijn meestal financieel voordeel opleveren en dus kosteneffectief zijn. De lokale politiek zou voor deze ambitieuze doelstelling moeten kiezen. Deze politieke wil is van cruciaal belang.

Wat in de huidige Structuurvisie opvalt, is dat onderdelen van de duurzaamheid weer uit de nota zijn gehaald. Zo wordt bij ons pleidooi voor afkoppeling van hemelwater van het riool verwezen naar een aparte watervisie. Bij een Structuurvisie gaat het echter om een overkoepelende visie waarvan water een integraal deel uitmaakt. Wij adviseren dan ook de doelstelling rond water in de Structuurvisie zelf op te nemen.

2. Duurzame verbouw en duurzame sloop met duurzame nieuwbouw
In de visie wordt ingezet op sloop van 16.000 van de 30.000 (tot 2020) woningen in Zuidwest. Dit gebeurt niet omdat de woningen bouwtechnische problemen hebben, maar vooral om het eenzijdige aanbod van relatief kleine woningen (60m2) en de eenzijdige sociale structuur van deze wijk te doorbreken. Via fysieke ingrepen wil men kennelijk sociale problemen oplossen. Het meest opvallend hierbij is om een groot stuk van Moerwijk te slopen ten behoeve van een zgn. rustige woonenclave. In onze bezoeken aan dit stuk van de buurt hebben we uitstekende flats bezocht, met gezien de hoogte van de huren vaak tevreden bewoners. Sloop van deze woningen om ruimte te maken voor midden en hogere inkomens is een politieke keuze. Voor starters en studenten en zeker ook voor mensen met een laag inkomen is het van groot belang dat er een ruime voor hen betaalbare woningvoorraad blijft bestaan.

Ons hoofdpunt is eerst de mogelijkheden onderzoeken om zonder sloop huizen op een duurzame manier te verbeteren en/of te vergroten. Is dat “niet haalbaar” dan liefst grote kavels vrijmaken met duurzame sloop om via duurzaam bouwen grotere aantallen woningen te realiseren. Het is volgens ons heel goed mogelijk om via slim verdichten en uitgekiend stapelen, moderne comfortabele woningen te bouwen die aantrekkelijk zijn voor mensen met hogere inkomens.

Vanuit deze insteek vinden wij dat er te weinig naar alternatieven voor sloop wordt gekeken en dat waarschijnlijk uit de te ontwikkelen duurzaamheidstoets zal blijken, dat dit tot een slechte milieuprestatie leidt. Bij de behandeling van de Woonvisie is die duurzaamheidstoets door het college beloofd. We gaan ervan uit, dat er opdracht is gegeven om die toets te ontwikkelen. Wij hebben daarvoor ideeën aangedragen.

Ons voorgestelde alternatief van samenvoegen, opplussen en uitplinten wordt in het inspraakrapport in een zinnetje weggeschreven: ”het is slechts op relatief bescheiden schaal toepasbaar”. Terwijl het mooie project Hof Loevestein nota bene een provinciale prijs kreeg en het project in de Kuinrestraat een mooi resultaat gaf, wordt dit alternatief simpeltjes weggeschreven. Uit de cijfers die wij kennen, blijkt de Kuinrestraat - waar telkens twee kleine flatjes van 50m2 tot één grote zijn samengevoegd en de helft van de flats is verkocht om de onrendabele investering te financieren - een aardig resultaat te geven in een prijs-kwaliteitsverhouding. Ook bij Hof Loevestein was de onrendabele top niet hoger dan in een VINEX-locatie. We raden de gemeenteraad aan hier onafhankelijk onderzoek op te zetten. Op de TU Delft is hiervoor voldoende expertise, er wordt gepromoveerd op de casus van Morgenstond waar voor het eerst deze tendens naar grootschalige sloop ingezet.

Een ander argument dat tegen onze voorkeursoptie van samenvoegen wordt ingezet is, dat het leidt tot een vermindering van het woningaantal. Dat is wel een heel zwak argument als uit de hele nota blijkt, dat er in de huidige plannen geen herbouw van 100% plaatsvindt en dat zelfs een percentage van 85% - onder druk van de corporaties - niet zou kunnen worden gehaald. Ook logisch natuurlijk als bijvoorbeeld het zuidelijke stuk van Moerwijk vervangen wordt door duurdere woningen met een tuintje.

In het alternatief van het HMC moet natuurlijk verdisconteerd worden dat we naast samenvoegen (van 2 naar 1, of van 3 naar 2 of van 3 naar 1) ook willen opplussen. Dit betekent woonlagen er bovenop in lichte houtskeletbouwconstructies en woonlagen ervoor. Het is maar zeer de vraag in welke variant dan de hoogste dichtheden gerealiseerd kunnen worden. Die uitslag zou ook uit de duurzaamheidstoets kunnen komen.

Ook het HMC vindt het van belang dat bewoners van Zuidwest een wooncarrière in hun wijk kunnen maken en dan het liefst in een samengevoegde woning. Uit onze studiedag op de TU Delft bleek dat architecten en andere deskundigen van mening waren, dat er op dit tussengebied (tussen sloop en gangbare renovatie) veel meer mogelijk is en dat er ook door standaardisatie prijsdalingen mogelijk zijn.

Dit laat natuurlijk onverlet dat er ook de nodige nieuwbouw zal plaatsvinden in Zuidwest. Hier liggen echt enorme niet te missen kansen op het gebied van duurzaamheid. Daarom vinden wij het onbegrijpelijk dat daaraan in deze Structuurvisie amper aandacht besteed wordt. Dit is een hoofdpunt van kritiek. Wij adviseren dan ook om duurzaam bouwen bij nieuwbouw prominent in de visie in te brengen en om een DuBo-coördinator voor deze wijk aan te stellen.

Het HMC blijft van mening, dat er MER noodzakelijk is voor deze Structuurvisie. Het opknippen van de plannen in deelgebieden, zodat het getal van 4000 wordt ontweken, is volgens ons een manier om onder een MER uit te komen. Wij denken dat dit niet zal worden geaccepteerd, juist omdat het in een Structuurvisie om de samenhang gaat. Bij het ADO-stadion hebben we kunnen zien dat het ontwijken van een MER juist tot vertraging leidt. Bovendien kan een MER waardevolle aanvullende milieu-informatie opleveren waar een verantwoordelijk bestuur juist over wil beschikken. Ook bij de massale sloop in de Bijlmer is een MER toegepast. De ambities op het gebied van duurzaam slopen kunnen dan ook handen en voeten krijgen.

3. Energie
Volgens het HMC schiet de visie zwaar tekort als het gaat om de belangrijke opgave van forse CO2-reductie. Den Haag streeft er zelfs naar een CO2-neutrale stad te worden. De passage hierover (pg.54-55, hoofdstuk 6.5) vinden wij dan ook veel te mager. Slechts voor 30% een EPA en veel slagen om de arm om dit uit te voeren, betekent voor slechts de helft van de nieuwbouw een toepassing van duurzame energie. Alleen de aanwezigheid van HR-keteltjes leidt natuurlijk niet tot een krachtige bijdrage aan de gewenste CO2-neutrale stad. We verwijzen naar onze eerste reactie waarin we heel concreet aangeven wat er moet gebeuren en dat er een energievisie moet worden opgesteld met krachtige doelstellingen.

Dit blijkt trouwens helemaal niet zo utopisch te zijn. In de Haarlemse wijk Schalkwijk werd 70% energiebesparing gehaald door toepassing van warmtekoudeopslag in bestaande flats, gecombineerd met duurzame energie. En in Leidschendam werd via een goed isolatiepakket al vrij simpel 40% energiebesparing geboekt in een vergelijkbare wijk.
Maar je moet het wel willen! Pas bij heldere doelstellingen uit een energievisie worden bilaterale afspraken, waarin ‘getracht wordt tot nadere pakketten te komen’, zinvol van inhoud. Zo kan er een TURBY op elke hoge flat gezet worden.

We adviseren de raad om op het gebied van CO2-reductie beduidend meer effectieve maatregelen te verlangen

4. Water

De afkoppeling van regenwater van het riool wordt nader uitgewerkt in een watervisie voor Zuidwest. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, maar in de Structuurvisie moet juist wel de ambitie, de doelstelling geformuleerd worden. Bij DSB Zuidwest staat afkoppeling terecht hoog op de kansenkaart voor afkoppeling. Het is dan ook opvallend, dat wij in het kader van ons project rond ‘afkoppeling van regenwater van het riool’ merkten dat DSB niet betrokken is bij deze Structuurvisie.

Wij adviseren om de deskundigen die betrokken waren bij het Delfts Interfacultair Onderzoek Centrum (DIOC), dat voor de Poptahof in Delft een zeer inspirerende en participatieve visie voor afkoppeling van regenwater heeft gemaakt, bij dit proces te betrekken. We hoeven niet steeds het wiel opnieuw uit te vinden. Onnodig te zeggen dat het HMC zijn expertise graag ter beschikking stelt en betrokken wil worden bij de toekomstige integrale watervisie voor Zuidwest.

5. Het groen
We zullen bij onze deskundigen natrekken of vleermuizen inderdaad als (aansprekende) gidssoort voor de natuur in de wijk kunnen gelden. Dit lijkt wel te gelden voor de routes langs bomen, alhoewel dit niet geldt voor andere diersoorten. Reptielen en kikkers hebben meer aan een natuurvriendelijke oever dan aan een aaneengesloten bomenrij. Wij adviseren eerst een inventarisatie te maken van de huidige biodiversiteit en dan de ambities van de stedelijke ecologische hoofdstructuur in praktijk te brengen.

In ons project waarin we in Zuidwest en Mariahoeve de ecologische verbindingszones analyseren, zult u daar meer over horen. Wij adviseren in de Structuurvisie de ambitie van een optimale biodiversiteit in Zuidwest op te nemen, en het beleid van het groenbeheer daarop toe te snijden. Dat verhoudt zich bijvoorbeeld niet echt tot het huidige maairegiem van 20 keer per jaar. Ecologisch maaien en snoeien, natuurvriendelijke oevers en bermen, begrazing door dieren (meteen een oplossing voor een overschot van de stadsboerderijen?) dient uitgangspunt te zijn.

Het privatiseren van de openbare binnenterreinen wijst het HMC scherp van de hand. Verbinden in plaats van versnipperen dient wat ons betreft het uitgangspunt te zijn. Bij het ecologisch woonproject Carré bleek het ook heel goed mogelijk een particulier tuintje te combineren met collectief groen. Hierbinnen zijn wij voor het stimuleren van beheer door bewoners zelf door middel van moestuintjes, bloementuintjes, mogelijkheden tot composteren, houden van kleine dieren en speelvoorzieningen met boomhutten in plaats van wipkippen. Plekken waarbij de Vlinderstichting wordt betrokken om te zorgen dat dat vage snippergroen waar niemand van houdt en dat niemand kent, wordt vervangen door geurige en kleurige planten en struiken. Kortom, een omgeving waar de biodiversiteit goed kan gedijen.
Conclusie

Juist bij de voorbereiding van grootschalige herstructurering zoals in Den Haag Zuidwest liggen er enorme kansen om de combinatie van leefbaarheid en duurzaamheid integraal in te brengen. Die kansen worden in deze Structuurvisie nog volop gemist. Dat kan en moet anders.

 

Milieuprijs-inzendingen aangeboden aan wethouders

Op 19 februari kregen de wethouders Stolte (leefbaarheid en milieu) en Smits (nieuwe gebieden en duurzaamheid) een selectie van inzendingen voor de milieuprijsvraag Een groene straat, een goeie daad aangeboden. Wethouder Smits kreeg van ons de inzendingen die van een bredere ecologische visie getuigden, alsook de inzendingen uit de nieuwe wijken. Voor wethouder Stolte hadden we een selectie gemaakt van de meest innovatieve inzendingen op groengebied.

Voor de aanbieding hadden we een map gemaakt die eigenlijk een uitvergroting was van onze succesvolle folder. Op de voorkant stond een foto van het middendeel van de Obrechtstraat, waar geen boom en ook overigens nauwelijks groen te vinden is. Na het openklappen van de folder sprong dezelfde foto in het oog, die door middel van Photoshop van uitbundige plantengroei was voorzien.

Wethouder Smits liet ons weten, voordat hij zich weer naar een vergadering repte, dat hij vooral geïnteresseerd was in het idee om delen van de geluidswallen langs de A4, A12 en A13 in groene oases te veranderen.
Wethouder Stolte was verheugd dat zoveel burgers bereid waren om zelf initiatieven te nemen om groen aan te leggen en/of te beheren. We hebben erop aangedrongen dat de gemeente probeert om hun daarbij zoveel mogelijk te ondersteunen.
De wethouder zegde toe de inzendingen met belangstelling te zullen lezen en te bekijken welke ideeën eventueel gemeentebreed toepasbaar zijn. De ideeën die specifiek betrekking hebben op een bepaalde straat, buurt of wijk worden doorgestuurd naar de desbetreffende stadsdeelmanagers.

Het Haags Milieucentrum zal over niet al te lange tijd navragen tot welke concrete resultaten dit heeft geleid.

Terug naar boven

De paddentrek: een nachtelijk avontuur
Dialezing in bibliotheek Scheveningen

Door de relatief hoge temperaturen van de laatste tijd is ook de pad van slag. Onder andere in de buurt van Deventer zijn op 5 februari al massa's padden gesignaleerd, die op weg waren naar de wateren in de buurt. Doel van deze bestemming: de instandhouding van de soort. Een activiteit die elk jaar weer met veel slachtoffers gepaard gaat. Niet omdat onder padden enge geslachtsziekten voorkomen, maar omdat ze vaak drukke wegen moeten oversteken om bij hun paarplaats te komen.

Op maandag 8 maart geeft fotograaf en bioloog Lex Kreffer in bibliotheek Scheveningen, Scheveningseweg 333, een dialezing over dit jaarlijkse natuurverschijnsel: Rondom de paddentrek: een nachtelijk avontuur. Hij geeft een korte algemene inleiding over amfibieën: de ecologie en fysiologie van padden, kikkers en salamanders. Het diagedeelte daarna is een korte beeldreis langs Nederlandse padden en kikkers.
Aanvang 19.00 uur, toegang gratis. Reserveren: (070) 355 91 66.

Terug naar boven

Is de natuur van slag? Surf naar de Natuurkalender

2004 Begon winters, maar inmiddels staan er alweer heel wat knoppen op het punt van ontluiken. Plaatselijk ziet het wit van de sneeuwklokjes. 's Morgens zingen de lijsters dat het een aard heeft, de egels zijn al ontwaakt uit hun winterslaap en de wintervoedering van de Haagse Vogelbescherming hoeft waarschijnlijk ook dit jaar niet in actie te komen. De lente lijkt weer vroeg te zijn. Misschien wel weer vroeger dan de afgelopen jaren het geval was.

Hebt u oog voor dit soort verschijnselen? Valt het u op dat het lang voor Koninginnedag al zwàrt ziet van de gierzwaluwen? Valt uw oog op 29 februari al op het eerste kievitsei? Rechtvaardigt de vroege bloei van de voorjaarsazalea in uw buurtpark een naamsverandering? Geef dat dan door aan de Natuurkalender: hét fenologisch waarnemersnetwerk van Nederland (fenologie is de leer van verschijnselen in de natuur die op vaste tijdstippen plaatsvinden). De Natuurkalender is een nationaal educatief/wetenschappelijk waarnemingsprogramma dat de effecten van klimaatverandering op die jaarlijks terugkerende verschijnselen in kaart wil brengen. Het gaat daarbij niet alleen om het begin van de lente, maar bijvoorbeeld ook om de start van de vogeltrek en het verschijnen van vlinders en andere insecten. Kortom, allerlei gebeurtenissen die sterk van het weer afhankelijk zijn. Surf naar www.natuurkalender.nl, kies in het menu links voor 'meedoen' en meld u aan. De waarnemingen van u en de andere deelnemers worden vervolgens zowel in grafieken als in kaartjes inzichtelijk gemaakt, uitgesplitst naar de categorieën vogels, planten en vlinders. Van de verschillende soorten wordt gekeken wat het verband is tussen de fenologie en klimatologische omstandigheden. De site bevat uitvoerige analyses van de verschuivingen in data door de jaren heen. De Natuurkalender verzamelt data sinds 2001, maar waarnemingsreeksen die tientallen jaren terug in de tijd gaan vormen een zeer belangrijke aanvulling. Beschikt u nog over waarnemingen van jaren geleden? Stuur die dan (in een Excel-formulier) op per e-mail of stuur uw opschrijfboekje op, dat u na verwerking terugkrijgt als u dat wilt.

 

2003:

Bouwen tegen de buurt?
Verslag van een inspirerende dag

Den Haag Zuidwest zal over pakweg tien jaar onherkenbaar veranderd zijn. De lange rijen portiekflats zullen dan voor ongeveer de helft zijn verdwenen. Ze hebben overwegend plaatsgemaakt voor zogeheten grondgebonden woningen, afgewisseld door torenflats van hoge kwaliteit.

Dat is een forse ambitie van het Haagse gemeentebestuur. Zowel vanuit een oogpunt van volkshuisvesting als vanuit milieuoverwegingen vallen daarbij wel wat kanttekeningen te maken. En dat gebeurde dan ook op de Studiedag Duurzame Herstructurering in Den Haag Zuidwest, die het Haags Milieucentrum, de Stichting BOOG en de TU Delft op 11 december georganiseerd hadden. De folder beloofde een inspirerende dag, en dat werd het ook. De woningcorporaties en gemeenteambtenaren, die het vrijwel voltallig lieten afweten, hebben iets gemist. Toch was de zaal van de Faculteit Bouwkunde van de TU goed gevuld: bewoners van Zuidwest hadden in groten getale aan de uitnodiging gehoor gegeven.

Dagvoorzitter professor André Thomsen schetste kernachtig het probleem: er wordt op zeer grote schaal gesloopt, en dat niet omdat de woningen slecht zouden zijn, maar omdat gemeenten en corporaties willen dat er andere bewoners komen. Je kunt je afvragen of sloop op zo'n grote schaal wel duurzaam is.

De eerste inleider, Hoofddocent Ruimtelijke Planning Edward Hulsbergen, constateert dat er veel gesimplificeerd wordt: de problemen worden aangedikt en de oplossingen worden overdreven fraai voorgesteld. Daarbij wordt gemakshalve uitgegaan van een kapitaalkrachtige vraag. Volgens Hulsbergen, gepromoveerd op het vraagstuk van denkbeelden en feiten van kwetsbare groepen in de stad, bestaan die problemen vaak meer in de hoofden van de bestuurders dan bij bewoners. Die negatieve kanten moeten absoluut niet overbelicht worden, en de bestuurders moeten de wijken meer zien in het kader van de hele stad, met hun unieke kenmerken.

Verder moeten ze hun ogen niet sluiten voor de gevolgen die de ingrepen voor de huidige bewoners hebben. Bewoners komen in grote onzekerheid te verkeren, met onrust als gevolg. Het beleid op volkshuisvestingsgebied is meer een kwestie van ontbinden dan van binden: de problemen worden bij specifieke groepen neergelegd, zoals 'de lagere-inkomensgroepen' of 'de buitenlanders'. Hulsbergen pleit voor een goed gefaseerd en zeer zorgvuldig proces, waarbij de inbreng van bewoners serieus genomen wordt. Veel mensen steken er veel tijd en energie in. Veelal noodgedwongen, want voor beleidsbeïnvloeding is vaak een lange adem nodig. Er moet ruimte worden gelaten voor initiatieven van onderop. En, ook heel belangrijk: zorg voor nieuwbouw vóórdat je gaat slopen.

Hulsbergen heeft dit niet van achter zijn bureau op de TU verzonnen. Hij brengt zijn opvattingen in zijn eigen Goudse woonwijk in de praktijk en is zeer tevreden over de resultaten. Zo heeft het ontwerpatelier dat hij voor mede-wijkbewoners heeft opgezet geleid tot een fraai wijkboek.

Over naar de duurzaamheid, want het is natuurlijk interessant te weten of nieuwbouw nu echt wel beter is voor het milieu dan ingrepen in de bestaande woningvoorraad. Bestuurders gaan daar doorgaans wel van uit, omdat in nieuwbouw onmiskenbaar veel minder energie gebruikt wordt dan in naoorlogse woningen.

Dit is de vraag waarmee Gerda Klunder zich dagelijks bezighoudt. Zij is verbonden aan het onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft, waar ze promoveert met onderzoek naar het optimaliseren van de milieukwaliteit van woningen. Nieuwe woningen kunnen energiezuiniger zijn, maar het hangt erg van de levensduur af hoe de balans uitpakt. Want niet alleen het gebruik van de woning is belastend voor het milieu, maar ook bouw en sloop.
Er bestaat overigens een model - het zogenoemde ecokwantummodel - om te kunnen berekenen wat beter is voor het milieu: grootschalige renovatie of sloop met vervangende nieuwbouw.

De balans kan uitpakken in het voordeel van nieuw gebouwde woningen als die lang genoeg blijven staan; bij de bestaande woningen, die op energiegebied vaak slecht presteren, is vrij gemakkelijk milieuwinst te behalen door bijvoorbeeld isolatie: zelfs met een laag ambitieniveau al 5 tot 10%.

Van Schagen architecten sluit zich aan bij haar opvatting dat renovatie vanzelfsprekender zou moeten zijn dan sloop en dan het nu is. Aldus Gert Jan ter Velde van dit bureau, dat al driemaal de Nationale Renovatieprijs heeft gewonnen. Voor Van Schagen Architecten heeft het bestaande een meerwaarde. Zo haal je niet de hele bestaande sociale structuur overhoop als je de huidige gebruikers als vertrekpunt neemt en besluit om niet te slopen met vervangende nieuwbouw. Respect voor het bestaande stimuleert innovatie en leidt ertoe dat de historisch gegroeide identiteit van een wijk zichtbaar blijft. De naoorlogse architectuurgeschiedenis van Den Haag Zuidwest hoeft niet te worden weggemoffeld, want er zitten wel degelijk kwaliteiten in. En daarnaast is hergebruik beter voor het milieu.

Ter Velde constateert dat tussen sloop met vervangende nieuwbouw en klein onderhoud een groot onontgonnen terrein bestaat. Zijn bureau is erg actief met het verkennen hiervan. Wat in Den Haag Zuidwest heeft geleid tot het complex Hof Loevesteijn, waar een anonieme galerijflat is getransformeerd tot een aantrekkelijk gebouw met veel variatie in woningen. Zowel horizontaal als vertikaal zijn woningen samengevoegd en de trucs op het gebied van duurzaam bouwen zijn zoveel mogelijk toegepast. Op de begane grond zijn woningen met een oppervlakte van 120 m2 gerealiseerd met een eigen entree vanaf de straat. De bovenwoningen, centraal ontsloten en per lift bereikbaar, zijn 90 m2. En omdat de zittende huurders dat graag wilden, zijn er tweekamerwoningen van 60m2 in het complex overgebleven. De balkons zijn overal vergroot en beglaasd. De geluids- en warmte-isolatie zit op het nieuwbouwniveau. En toch bevat Hof Loevesteijn woningen die ouderen en grotere huishoudens met een kleine beurs kunnen betalen.

Ook in Amsterdam heeft Van Schagen Architecten ervoor gezorgd dat een gebouw een complete gedaanteverwisseling laten ondergaan: complex 50 in Osdorp. (Zie: www.vanschagenarchitekten.com/index2.html). Willem van der Steen van woningbouwvereniging Patrimonium Amsterdam en Klaas Waarheid van Van Schagen vertellen hoe dit is in vruchtbaar overleg met de bewoners totstandgekomen is. Van der Steen vindt dat goede communicatie voor het welslagen van een project ontzettend belangrijk is. Bewoners, die daarin veel tijd steken, zouden zelfs financiële vergoeding van de corporatie moeten kunnen krijgen.
Aanvankelijk stonden de bewoners van de topetage (de vijfde) van Complex 50 huiverig tegenover de uitbreiding met maar liefst twee etages, maar dit leidde ertoe dat er een lift gerealiseerd kon worden. De vroeger zeer monotone, langgerekte woonblokken zijn onder meer veel aantrekkelijker geworden doordat er grote poorten zijn aangebracht. Tegen de slechte bestaande gevels is een compleet nieuw grid aangebracht, waarin de kozijnen zijn gezet. Er zijn koopwoningen bijgekomen om de huren betaalbaar te kunnen houden.

Volgens Waarheid kan duurzame transformatie leiden dit tot woningen die je in de nieuwbouw nooit zou kunnen realiseren, en dat ook nog betaalbaar. Hij constateert dat corporaties graag gebouwen hebben die anders zijn dan wat je elders tegenkomt, dus is bijzondere renovatie kansrijk tegenover anonieme nieuwbouw.

Dagvoorzitter Thomsen vult aan dat bestuurders en corporaties het zo vaak hebben over de hoge kosten van transformatie, maar je hoort ze zelden over de hoge kosten van vinex-locaties. Het gaat erom een zeer gedifferentieerde hoeveelheid ingrepen te plegen, en te bezien wat de totale kosten zijn.

Tussen de presentaties door werden de aanwezigen opgesplitst in workshops die zich bogen over de volgende vragen: wat verwacht men van een herstructurering; welke woonwensen leven er; welke oplossingen zijn er op de gebieden water, groen, energie en materiaal; welke mogelijkheden zijn toepasbaar op Den Haag Zuidwest; en welke effecten zullen deze hebben, hetzij positief, hetzij negatief.

De resultaten van de workshops zullen door bouwkundestudenten worden uitgewerkt tot een wetenschappelijk verantwoord verslag.
Wat de bewoners betreft staat in elk geval duidelijk voorop dat ze als een serieuze gesprekspartner beschouwd willen worden. Als er al gesloopt moet worden, zorg dan voor wisselwoningen binnen de buurt. Bouw eerst, en ga dan pas slopen.

Ook de nieuwbouw moet betaalbaar zijn. Het behoud van de groenstructuur is van groot belang.
Den Haag Zuidwest heeft behoefte aan voorzieningen zoals een medisch centrum en op cultureel gebied.

Op woningniveau bestaat er behoefte aan betere geluidsisolatie, liften (in combinatie met optoppen van woningen), energiebesparing, centrale satellietschotels, mogelijkheden tot zelfbeheer en zelf ingrijpender verbouwen, en individuele bemetering waar die nog niet bestaat.

Professor Thomsen concludeert dat we een heel stuk opgeschoven zijn van het niveau van de spaarkoppen en de baksteen in de stortbak. Maar hoe sociaal duurzaam is Den Haag, als het zo met wijken omgaat?

 

Videoverslag voor verkeerswethouder

Op 24 november jl. werd aan verkeerswethouder Bruno Bruins een videoverslag overhandigd van het Stadsgesprek over Schone Lucht en Verkeer, dat een paar weken eerder had plaatsgevonden. Bruins noemde het een originele manier om een projectverslag te presenteren. In zijn dankwoord zei hij dat gemeente en bewoners over deze problematiek in gesprek moeten blijven. Natuurlijk, beste wethouder, zolang het maar niet bij praten alleen blijft….

De uitreiking van het videoverslag vond plaats in het pand van kunstenaarsgroep <tag> aan de Stille Veerkade 19. De locatie was om twee redenen passend. In de eerste plaats speelt de luchtvervuilingsproblematiek juist op de drukke Veerkades een belangrijke rol. In de tweede plaats wist <tag> een vorm te vinden om dit akelige onderwerp toch op een fraaie manier te presenteren. Bij binnenkomst troffen de bezoekers een diapresentatie aan waarin een beeld werd geschetst van de problematiek. Na het passeren van deze zaal kwamen ze in een ruimte waar het videoverslag van het stadsgesprek te zien was. Dit verslag is een vijftien minuten durende samenvatting van het Stadsgesprek 'Groene Longen versus Zwarte Longen' van 5 november jl. Na terugkeer in de diaruimte konden de bezoekers projecties van mogelijke oplossingen bekijken

De ruimte was verder opgesierd met kleurplaten van peuters van kinderspeelzaal De Blauwe Wasbeer, tegenover het <tag>pand. Kunstenaar Koos Leeuwenburgh was verantwoordelijk voor de veelneuzige snuffelpaal in de videoruimte.

De kleurplaten van de peuters uit De Blauwe Wasbeer. Ook Sinterklaas heeft hevig te lijden van luchtvervuiling terwijl hij over de Veerkadedaken rijdt.
 
Projectleider Marc Beek samen met Adri Pouw, onvermoeibaar strijdster voor schone Veerkades.
Wethouder Bruno Bruins heeft zojuist de videoband gestart.

 

Milieuprijs gaat naar Liane Lankreijer en Bart Achterkamp

De tweede Haagse Milieuprijs, 'Een Groene Straat, Een Goede Daad', heeft heel wat creativiteit losgemaakt. Deze uitdaging aan de Haagse bevolking heeft 38 serieuze inzendingen opgeleverd, waarvan sommige afkomstig van groepen bewoners die de koppen bij elkaar hadden gestoken.

Jurylid Titia Lont maakt de prijswinnaars bekend

Het is een gemeenplaats, maar de jury had een zware taak om een keuze te maken. Er zaten veel leuke ideeën bij, sommige meer voor de hand liggend, andere zeer origineel. Maar er kan er maar één winnen, en dat is geworden 'De Fultonstraat op groene stroom' van Bart Achterkamp en Liane Lankreijer. Het juryrapport vermeldt hierover: "Het sterke van het plan is dat met een aantal relatief eenvoudige ingrepen niet alleen het groene aanzien van de straat sterk zal verbeteren, maar ook de algehele leefbaarheid. Bijvoorbeeld wat betreft het veilig kunnen spelen van kinderen. Een sterk punt van het plan is dat het veel aandacht besteedt aan de koppen van de straat. Die zijn immers beeldbepalend als je een straat inkijkt of inrijdt. Er zitten een aantal originele ideeën in het plan verwerkt, zoals het maken van een groen speeltuintje, het gebruik van lantarenpalen als pergola, de plaatsing van speciale pergolapalen en het benutten van de rand van bloembakken als bankje. Heel leuk is de aandacht voor de naamgever van de straat - Robert Fulton, de uitvinder van de raderboot - via een boot die als speelwerktuig wordt gebruikt.

Een ander sterk punt is dat de plannenmakers het hebben aangedurfd om het aantal parkeerplaatsen iets terug te brengen. Dat is namelijk een heel gevoelig punt, zowel bij de autobezitters als bij de gemeente. Echter, de groene kwaliteit en de leefomgevingkwaliteit die dit oplevert is zo groot dat dit in de ogen van de jury het gemis van een paar parkeerplaatsen ruimschoots compenseert. Wij vragen ons wel af of het niet als overvragen zal worden opgevat vier keer per jaar een autovrije Fultonstraat te willen. Maar, wie weet, zijn de autobezitters in jullie straat wel van een bijzonder sociale soort."

Omdat er zoveel inspirerende inzendingen tussen zaten, heeft het Haags Milieucentrum besloten het aantal aanmoedigingsprijzen uit te breiden van drie naar vier.
Deze prijzen - het boekje 'Stadse Natuurverhalen: Verwacht geen Nachtegalen' en de 'Groene Speurgids en Speurkaart Haaglanden' gingen naar de volgende inzenders:

Joke Junger (links op de foto), Terry van der Heide en André Engelbertink met hun idee voor 'Een leefbaar stukje Obrechtstraat'. Het sterke van dit plan vindt de jury de uitstekende realiseerbaarheid, de combinatie met de leefbaarheid en het bij de straat betrekken van het reeds bestaande buurtparkje Sunny Court. In het plan wordt dit via de straat ontsloten, wat de gebruikswaarde van het Sunny Court zal optimaliseren. Er hoeven vrijwel geen parkeerplaatsen aan de groene inrichting opgeofferd te worden, behalve dan voor hier en daar wat fietsenrekken. De straat wordt met de voorgestelde ingrepen rijkelijk voorzien van ijle bomen, met praat- en zitbankjes eromheen, afgewisseld met plantenbakken aan de gevels zodat het groen mooi verdeeld wordt.

In Ypenburg kwamen André Woudenberg (rechts op de foto) en Marcel Griffoen onafhankelijk van elkaar op hetzelfde idee: verander de in totaal 4 kilometer lange geluidswallen die Ypenburg scheiden van de A13, de A4 en de A12 in groene oases en spannende heuvelbossen. Als die uitgestrekte, saaie geluidswallen op deze manier omgetoverd worden tot recreatieve, rustgevende, beboste oases, dan leidt dat tot een fraaier uitzicht vanuit de wijk, reductie van het geluid, ruimte voor vogels en natuur en minder wind.

De Ampèrestraat is prachtig gerenoveerd, aldus bewoner de heer Boon. Maar waarom maken we deze straat niet groener en benadrukken we tegelijk haar multiculturele karakter door er 23 palmbomen met daartussen bamboestruiken te planten. Volgens de inzender is dat zelfs in ons koude kikkerlandje geen probleem. Ook dit plan heeft aandacht voor leefbaarheid, door een combinatie met fietsenrekken en zitbanken.

Zeehelden is een gewilde wijk, maar bezit bijzonder weinig groen. Dat kan en moet beter, dacht Janny Brasker, en kwam met een groots en gewaagd, maar zeker niet onuitvoerbaar idee: een ecologische verbindingszone tussen het Scheveningse Bos en de Prinsessetuin via het Zeeheldenkwartier. Die ook nog naar het Haagse Bos uit te breiden is. De ecologische slinger gaat via de Jacob Catslaan, de Banstraat naar de 1e Sweelinckstraat, Van Diemenstraat, Elandplein, Da Costastraat, Veenkade naar de Paleistuin met mens- en wildviaducten over de drukke straten. Met een parkeergarage op de plek van Metropole, zodat automobilisten de fiets kunnen nemen om ter bestemder plaatse te komen. Zij kunnen dan ook de benenwagen nemen - over de ecologische route natuurlijk.

Het Haagse Milieucentrum gaat de inzendingen aanbieden aan de wethouders Ries Smits en Wilbert Stolte. We zijn ervan overtuigd dat de gemeente daaruit inspiratie en concrete ideeën kan putten om Den Haag groener te maken en groen te houden. En, zoals beloofd, gaat het HMC doen wat in zijn vermogen ligt om te zorgen dat een aantal ideeën of delen daarvan uitgevoerd worden.

De gezamenlijke prijswinnaars

 

 

 

 

 

 

Waar willen we heen met de Vlietzone?

De Vlietzone: een gebied aan de rand van de stad dat veel mensen alleen maar vanaf de A4 of A12 zullen kennen, of wellicht vanuit het reuzenrad op pretpark Drievliet. Een gebied waar groen, bebouwing en (spoor-)wegen elkaar afwisselen. Een gebied waar drie gemeenten stellingen innamen in de annexatiestrijd die in het voordeel van Den Haag werd beslecht.

De Vlietzone - de strook tussen het Rijn-Schiekanaal (oftewel de Vliet) en de A4 - is nu grotendeels Haags grondgebied, maar bij de meeste Hagenaars is het gebied onbekend. En dat is jammer, want onbekend maakt onbemind en het gebied heeft in potentie veel te bieden. Zo is er ondanks allerlei ingrepen nog behoorlijk wat groen te vinden, waarvan enkele waardevolle oude landgoederen.

Het Haags Milieucentrum (HMC) is bezig om een groene visie op de Vlietzone te ontwikkelen. Deze wordt begin volgend jaar aan het Haagse gemeentebestuur aangeboden. Het wordt een visie die uitgaat van behoud en versterking van het waardevolle groen dat er aanwezig is. Een visie die ruimte biedt aan planten en dieren en aan waterberging. Maar ook aan mensen die op zoek zijn naar mogelijkheden voor groene recreatie in hun directe omgeving - zoals bewoners van de nieuwe wijken Ypenburg en Leidschenveen.

De gemeente en het HMC vinden het belangrijk dat die visie breed gedragen wordt. Daarom organiseerden het HMC en de stichting BOOG op 20 november een avond in het Wellantcollege in de Vlietzone om met geïnteresseerden van gedachten te wisselen. En die geïnteresseerden kwamen in groten getale. Circa zestig mensen wisten de weg naar de school te vinden en vertelden ons wat ze van de Vlietzone vonden. Welke plekken zij als waardevol beschouwen. Welke problemen zij er zien. Welke kansen er liggen.

Het zou te ver voeren om hier uitgebreid verslag te doen van wat er allemaal werd ingebracht. Maar een paar punten sprongen er duidelijk uit. Het groene karakter van de Vlietzone vindt men over het algemeen waardevol. Dit mag absoluut niet verder worden aangetast. Dat geldt zeker voor het landgoed Vredenoord, dat zijn karakter het best behouden heeft. In de Vlietzone zou absoluut niet meer gebouwd mogen worden. Ook geen voetbalstadion.
Opmerkelijk was het vrij grote aantal suggesties om als lelijk ervaring bebouwing te camoufleren met klimop of weg te stoppen achter bomen.
De Westvlietweg wordt door een aanzienlijk deel van de aanwezigen als onveilig ervaren, vooral omdat hier te hard gereden wordt. Hiervoor zijn verschillende oplossingen denkbaar. Een parallelweg dwars door het gebied - een optie waar planologen aan denken - ziet echter zo goed als niemand zitten. En ook het Trekvliettracé - een mogelijke verbinding tussen de Binckhorst en het Prins Clausplein - kan niet op instemming rekenen. Wel zouden er meer fiets- en wandelpaden moeten komen.
Op windmolens in de Vlietzone zit niemand te wachten. Het stadsgewest heeft een aantal gebieden ingetekend als zoeklocatie, maar windmolens verhouden zich slecht tot het karakter van groene verbindingszone. Die zou nu juist het domein van vogels en andere dieren moeten zijn.

Het Haags Milieucentrum zal de gedane opmerkingen, wensen en suggesties meenemen bij de ontwikkeling van zijn groene visie. Deze wordt eind januari aangeboden aan het gemeentebestuur van Den Haag en vervolgens aan de andere betrokken gemeenten.

Fotoreportage Vlietzone-avond, 20 november



De wanden van de aula van het Wellantcollege zijn volgehangen met flappen, onderverdeeld in verschillende categorieën. De aanwezigen kunnen hierop aangeven welke problemen ze signaleerden, wat mogelijke oplossingen zijn en welke wensen ze hebben.


Mensen verdringen zich voor de flappen om daarop rode of groene stickers te plakken. Daarmee geven ze aan of ze een bepaalde suggestie toejuichen of juist afkeuren.


Het plan van de werkgroep Haaglanden wordt met veel belangstelling bestudeerd. Hierdoor kunnen mensen op de inspraakavond van 24 november beter beslagen ten ijs komen.


Projectleider Tom Pitstra van het Haags Milieucentrum geeft een toelichting bij de plannen van het Stadsgewest Haaglanden.


Steven van Schuppen geeft een eerste samenvatting van de gedane suggesties en vertelt waarnaar de gedachten van het HMC uitgaan.

 

Op 5 november werd in zalencentrum Concordia een Stadsgesprek over Schone Lucht en Verkeer gehouden. Ten overstaan van enkele tientallen geïnteresseerden schetsten deskundigen het probleem en mogelijke oplossingen. Wethouder Smits van Duurzaamheid was als toehoorder aanwezig. Aan hem nu de schone taak om zijn collega's van Verkeer, Ruimtelijke Ordening, Stedelijke Ontwikkeling en Wonen, Welzijn en Volksgezondheid, Economie, Leefbaarheid en Financiën te overtuigen van de noodzaak om snel de nodige maatregelen te nemen. Hierbij een eerste impressie van deze inspirerende bijeenkomst.



De heer Keuken, Hoofd van de afdeling Milieukwaliteit (maar dan in het Engels) bij TNO, geeft een toelichting bij de resultaten van de luchtkwaliteitsmetingen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het meetpunt op de Veerkades bevestigt wat veel bewoners al dachten: de luchtkwaliteit overschrijdt de normen bij diverse vervuilingscomponenten. Zowel de hoeveelheden fijn stof als de koolstofdioxide-concentraties zijn problematisch.



Een keihard bewijs voor de relatie tussen slechte luchtkwaliteit en gezondheidsklachten is niet nodig, vindt de heer Zwart Voorspuij, medisch milieukundige bij de GGD. Op grond van het voorzorgprincipe zou de gemeente nu in actie moeten komen om gezondheidsschade voor te zijn.



De Wethouder van Milieu van Leidschendam-Voorburg, mevrouw Jelsma, is een vurig pleitbezorgster van een 80 kilometerlimiet op de A12, die door haar gemeente loopt en in Den Haag doodloopt. Per dag passeren er via deze weg circa 140.000 auto's. Jelsma heeft nu enige hoop gevestigd op het ministerie van Verkeer en Waterstaat, dat werkt aan een baanverandering Den Haag in. Een baan wordt versmald, met als mogelijk gevolg dat hier een maximumsnelheid van 70 km/uur gaat gelden. Jelsma roept de verschillende overheden op tot innovatief denken om de auto-overlast tegen te gaan.



De HTM heeft maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in haar vaandel staan, betoogt de heer Wanders namens dit bedrijf. En dat betekent natuurlijk ook dat het milieu zoveel mogelijk ontzien wordt. Bijvoorbeeld door bussen uit te rusten met zeer kostbare roetfilters. En door ervoor te zorgen dat nieuw aan te schaffen bussen zoveel mogelijk aan de hoge milieu-eisen van de HTM voldoen. Maar echt schoon zullen bussen met dieselmotoren nooit worden. Daarom komt er waarschijnlijk ooit een moment dat reizigers van buiten(wijken) op stadstransferpunten zullen overstappen op de tram die hen verder de binnenstad in vervoert.



Ook de vrachtwagens die ons voorzien van de producten die wij nodig (denken te) hebben belasten de luchtkwaliteit in de binnensteden. Vandaar dat het Hoofdbedrijfschap Detailhandel werkt aan systemen voor stadsdistributie. De heer Weiss schetst de mogelijkheden en de knelpunten. Sommige oplossingen zijn simpel. Tot voor kort reden leveranciers en vuilnisophalers elkaar flink in de wielen. Nu wordt dat veel beter op elkaar afgestemd. Het huisvuil wordt zoveel mogelijk opgehaald voordat de leveranciers gaan bezorgen. En de wagens parkeren alleen nog maar aan de rand van de weg, zodat er genoeg ruimte overblijft om te kunnen passeren. Er zijn verschillende mogelijkheden, maar de bottomline is dat het allemaal wèl betaalbaar moet blijven.



De Rijksoverheid vervoert natuurlijk minder dan de gezamenlijke detailhandel, maar toch gaan er op jaarbasis vele tonnen post om. Het postverkeer tussen al de ministeries wordt sinds kort verzorgd door drie elektrische bestelwagens, vertelt een trotse Directeur van de Centrale Facilitaire Dienst, de heer Staallekker. De wagens hebben slechts één nadeel: ze zijn zo heerlijk stil, en daardoor horen andere weggebruikers ze niet aankomen.



Peoplemovers
: wat zijn dàt nou weer? Engelse Schlagerzangers? Verplegers die met ouderen lopen te sjouwen? Nee, zo leert ons de heer Van den Berg van de Stichting Om Den Haag, het zijn onbemande voertuigjes die mensen over een beperkte afstand kunnen vervoeren. Bijvoorbeeld van een OV-knooppunt naar een bedrijventerrein. Er draaien momenteel twee proefprojecten, maar het zal nog wel even duren voordat de peoplemovers in een aanzienlijk deel van de mobiliteitsvraag kunnen voorzien.



Geef de stad terug aan de bewoner/gebruiker: dat is in het kort de boodschap van mevrouw De Jong van verkeersadviesbureau Diepens en Okkema. Er wordt veel te veel aandacht besteed aan het de automobilist naar de zin maken. De gemeente legt met zeer veel inspanning en tegen hoge kosten een ringweg aan, maar veel verkeer in Den Haag is intern. Daartegen helpen geen ringwegen. Waarom doet de gemeente niet veel meer om de fiets te promoten?



In het kader van het programma Duurzaam Veilig zijn er veel 30-kilometergebieden aangelegd. Die werken naar tevredenheid, maar zijn gering van omvang. De heer Govers van Bureau Goudappel Coffeng bekijkt kwesties van verkeersafwikkeling en leefbaarheid liever op een wat groter schaalniveau: dat van stadsleefgebieden. Gebieden die een duidelijke ruimtelijke eenheid vormen, bedoeld zijn voor de bewoners, voorzien van assen van openbaar vervoer en voorzieningen op fietsafstand. De wegen worden gekenmerkt door smalle rijstroken en een brede middenberm. Daardoor kunnen mensen die vinden dat ze met de auto moeten minder snel rijden, wat beter is voor het milieu. Goudappel Coffeng werkt dit principe momenteel uit voor een proefproject in Den Haag Zuidwest.



Straatbomen zijn niet de super-luchtverfrissers waarvoor ze wel eens worden aangezien, betoogt de heer Van Hove van onderzoeksbureau Alterra. Dat valt tenminste af te leiden uit de beperkte hoeveelheid bestaande onderzoeksgegevens. Het is vooral in perioden van smog dat bomen een rol van enige betekenis kunnen spelen in het reduceren van de hoeveelheid deeltjes en gassen. Maar dit soort effecten van bomen is vooral op grote schaalniveaus onderzocht, niet op straatniveau. Naar het zich laat aanzien dragen bomen in parken veel meer bij aan schone lucht dan straatbomen. Maar natuurlijk is het wel zo dat bomen veel méér doen dan alleen CO2 omzetten in zuurstof en met hun bladeren deeltjes vasthouden. Ze verbeteren het stadsklimaat, dempen geluid en zorgen voor welbevinden.



Geen betere uitsmijter dan een Amsterdammer. In dit geval de heer Kaljee, boomconsulent bij de gemeente Amsterdam. Het is de bedoeling dat hij wordt ingeschakeld als er infrastructurele ingrepen gepland staan die gevolgen voor Amsterdamse bomen kunnen hebben. Om, zoals hij het zelf noemt, te proberen te redden wat er nog te redden valt. Kaljee laat door middel van een serie dia's sprekende voorbeelden daarvan zien. Een groot probleem is dat een onderdeel van vitaal belang voor bomen onder de grond zit, en daarmee onzichtbaar is (zoals de befaamde kastanje op de Koekamp, die ondergronds een omvang van 100 kubieke meter vertegenwoordigt). Het kan dan ook lang duren voordat duidelijk wordt dat een boom er slecht aan toe is. Kaljee verwacht dat er de komende tijd heel wat bomen zullen omvallen als gevolg van werkzaamheden die al lang geleden zijn verricht.
Er bestaan diverse technieken om bomen in stedelijk gebied voldoende mogelijkheden voor groei te bieden, en Den Haag is daar heel ver mee. Een compliment dat wethouder Smits en zijn bestuursadviseur Mellema respectievelijk links en rechts op de foto hieronder) in hun zak kunnen steken.




Bomen zijn geen wondermiddel voor het zuiveren van de lucht, en moeten dan ook een handje worden geholpen. Bijvoorbeeld door ze vol te hangen met luchtverfrissers. Wethouder Smits en Marc Beek stellen ze hier in werking, nadat Beek de zaal eerder getracteerd had op een speciaal gebrouwen parfum getiteld Marseille à 18.00 heures.

 

CONCEPT HAAGSE WOONVISIE 2020
Rampzalig voor milieu en lagere inkomens


Reactie van het Haags Milieucentrum

Samenvatting

Het Haags Milieucentrum is zeer teleurgesteld in deze concept Woonvisie 2020. Het lijvige stuk getuigt van weinig visie op de toekomst. Het is dan ook niet zozeer een visie maar eerder een tot in detail uitgewerkte woningmarktnota, die achteraf bestaande bouwprogramma's legitimeert. De economische ontwikkelingen van de laatste vijf jaar, die een belangrijke invloed hebben op tal van ruimtelijke en sociale ontwikkelingen, zijn niet meegenomen en duurzaam bouwen/renoveren en milieudoelstellingen zijn totaal afwezig. De nota behelst geen evaluatie van de eigen doelstellingen en instrumenten van de gemeente wat betreft duurzaam bouwen. Hierdoor lijkt de gemeente haar eigen beleid op dit terrein niet serieus te nemen. Weliswaar valt het woord duurzaam in de algemene doelstelling van een vitale, duurzame en gevarieerde stad, maar doordat dit verder geen inhoud krijgt, blijft het een nietszeggend containerbegrip. Dat lot is de term duurzaamheid vaak beschoren. Het woord milieu komt helemaal niet voor. Dit getuigt in onze ogen niet van de belangrijke verantwoordelijkheid van het Haags gemeentebestuur inzake duurzaamheid. De aantasting van natuur en milieu heeft een grote negatieve invloed op de kwaliteit van het bestaan van de Haagse bevolking. Er lijkt nog een lange weg te gaan voordat duurzaamheid integraal in ontwikkelings- en bouwplannen zal zijn opgenomen. Dit ondanks de oprichting van de interne Stuurgroep Duurzaamheid van de gemeente waarin vijf wethouders, waaronder de wethouder van ROSV, het op zich genomen hebben hun beleid en de uitvoering daarvan te verduurzamen. Deze nota is deze Stuurgroep blijkbaar niet gepasseerd.

De plannen in de woonvisie zijn niet alleen schadelijk voor het milieu, maar ook voor de positie van de lagere inkomensgroepen. De concept Woonvisie 2020 is geschreven vanuit de in Den Haag heersende cultuur van sloop en nieuwbouw, waarbij men denkt de complexe sociaal-culturele problematiek in bepaalde buurten met fysieke ingrepen grotendeels te kunnen oplossen. Dit idee berust op een ernstige misvatting. Als de plannen in de woonvisie worden uitgevoerd, worden tienduizenden goedkope en bouwtechnisch goede of zeker niet slechte huurwoningen gesloopt. Dit zal binnen een aantal wijken in Den Haag, met name in Zuidwest, leiden tot verdringing door hogere inkomensgroepen van lagere inkomensgroepen die nu daar nog betaalbaar kunnen wonen. Het is volkomen onduidelijk waar die lagere inkomensgroepen vervolgens moeten gaan wonen. De aanname waarvan deze woonvisie uitgaat, dat in 2020 behoorlijk wat meer Hagenaars dan nu tot de hogere inkomensgroepen zullen behoren, getuigt namelijk van een ongerechtvaardigd economisch optimisme.

Het is hard nodig dat er vanaf nu een integrale visie op de Haagse volkshuisvesting ontwikkeld wordt en dat niet alleen vanuit de bestuurlijke torens aan het Spui, maar samen met onder meer betrokken bewoners en milieuorganisaties. Woningbouwcorporaties en de Kamer van Koophandel zijn meestal wel in een eerder stadium betrokken. De huidige bouw- en sloopplannen zouden grotendeels opgeschort moeten worden, niet alleen om de plannen aan te passen aan de gewijzigde economische realiteit, maar ook om ruimte te maken voor de gezamenlijke ontwikkeling van die visie. Als deze plannen wel ten uitvoer worden gebracht dan vormt dit een bedreiging van de inkomenspositie van een grote groep Hagenaars en is de kans groot dat Den Haag met een behoorlijke voorraad onverkoopbare woningen in het duurdere segment komt te zitten. Het te bouwen volume kantoren bijvoorbeeld is onder meer op basis van de huidige economische ontwikkelingen wel sterk naar beneden bijgesteld.

Het is vanzelfsprekend een goede zaak dat Den Haag economisch hoogwaardige (internationale) werkgelegenheid wil aantrekken en voor toekomstige en huidige koopkrachtige werknemers een aantrekkelijke woonklimaat wil scheppen. Dat is goed voor de lokale economie. Maar het is per definitie ook zo dat een grote stad als Den Haag aantrekkelijk is voor de lagere inkomensgroepen. Dat brengt nu eenmaal een soms forse sociaal-culturele problematiek met zich mee. Laten we er daarom voor zorgen, bij goed of minder economisch tij, dat deze relatief grote groep Hagenaars die het een stuk minder heeft, in de eigen stad betaalbaar kan blijven wonen. Dat kan daarnaast door voor hen echt investeren in leefbare en duurzame wijken. De dynamiek van een grote stad is onlosmakelijk verbonden met de positie en cultuur en de uitingen daarvan van groepen die nu nog onder aan de maatschappelijke ladder staan. Zij zijn van die stad een onmisbaar onderdeel.

Inleiding

Bouwen en wonen hebben grote gevolgen voor natuur en milieu. Dat is bijna per definitie zo. Hoe groot die gevolgen zijn, is sterk afhankelijk van hoe er gebouwd wordt. Dat dit binnen ecologische randvoorwaarden gebeurt, is van wezenlijk belang. Het gaat immers om zulke basale zaken als een stabiel klimaat, een beschermende ozonlaag, voldoende en schoon drinkwater, gezonde lucht en niet vergiftigde landbouwgrond voor voldoende en gezond voedsel. Zaken die elke Hagenaar, nu en meer nog in de toekomst, raken in de kern van zijn bestaan. Om ervoor te zorgen dat voldoende rekening wordt gehouden met die belangen, is een integrale en duurzame benadering nodig waarbij volkshuisvestingsaspecten, sociale belangen, economische belangen en ecologische belangen in hun onderlinge verwevenheid geanalyseerd en gewogen worden. Het Haags Milieucentrum heeft vanuit een dergelijke benadering de concept Woonvisie 2020 van de gemeente Den Haag tegen het licht gehouden.

Economie en (on)betaalbaar wonen

Hoe de Nederlandse economie er in 2020 voorstaat is gissen, maar op dit moment floreert deze bepaald niet. De verwachting is dat de huidige recessie voorlopig zal aanhouden. Alleen al in Den Haag dreigen 17.000 ambtenaren hun baan te verliezen en zullen er vanuit het Rijk veel minder opdrachten aan Haagse particuliere bureautjes verstrekt worden. Vanuit deze verwachtingen is het onbegrijpelijk dat in de voorliggende woonvisie geen rekening gehouden is met de economische ontwikkeling van de laatste vijf jaar. De nota is daardoor nogal gedateerd en gebaseerd op al te rooskleurige groeiscenario's. Nu die rooskleurige scenario's ter discussie staan, werpt dit een heel ander licht op beweringen in de nota, dat er "een grote groep incourante woningen bestaat", dat "er een afname van 15% van de lage inkomensgroepen zal plaatsvinden', dat er "voldoende woningen voor de doelgroep zijn", dat er "een (theoretisch) overschot van 15.000 goedkope woningen anno 2000 bestaat" en dat "op termijn het aanbod de vraag aan goedkope woningen zal overschrijden"'. Het zijn beweringen op basis van schijnzekerheden.

Een van de gevolgen van die recente economische ontwikkelingen is dat mensen hun woonwensen aanpassen aan hun inkomstenverwachting voor de komende jaren. Er bestaat in Nederland niet zozeer een absolute woningnood, maar met name een kwalitatieve woningnood. Die is zeer conjunctuurgevoelig. We zien dan ook dat op dit moment de vraag naar goedkope huurwoningen flink aantrekt. Ook in Den Haag staan tientallen mensen in de rij voor een huurwoning en lopen de wachttijden enorm op. Waarom worden deze cijfers in deze nota niet genoemd? Maar ook al voordat de economie inzakte waren heel wat Hagenaars aangewezen op een goedkope huurwoning of een wat duurdere met huursubsidie. Domweg omdat er voor hen anders niet voldoende geld overblijft om van te leven. Een huur tot 470 euro staat momenteel als goedkoop te boek. Wat is de Haagse definitie van betaalbaar wonen voor de laagste inkomensgroepen? Waarom staat er in de woonvisie geen analyse van de woonlastenproblematiek waarin mensen steeds meer moeten betalen voor het wonen en dus moeten bezuinigen op andere primaire levensbehoeften? De ontwikkelingen op het gebied van de huursubsidie dienen daarbij meegewogen te worden. Een woonvisie tot 2020 dient, bij goed en slecht economisch tij, uit te gaan van het op peil houden van een behoorlijke voorraad betaalbare huurwoningen voor een groter wordende groep Hagenaars.

Indien de plannen die in de woonvisie worden ontvouwd en waarvan de realisatie voor een deel al volop bezig is, allemaal worden gerealiseerd, dan blijft er van de voorraad betaalbare huurwoningen bitter weinig over. Een flink aantal wijken, met name die wijken die een dergelijke voorraad woningen bergen zoals Moerwijk, Morgenstond en Bouwlust, dienen volgens de woonvisie op de schop genomen te worden in het kader van de zogeheten "herstructurering" met het doel menging van verschillende inkomensgroepen door het bouwen van verschillende prijsklassen koopwoningen en van verschillende prijsklassen huurwoningen in het bezit van woningcorporaties. De woonvisie behelst vervolgens plannen voor grootschalige sloop van vele tienduizenden betaalbare huurwoningen. Alleen al in Den Haag Zuidwest staan er van de 30.000 woningen 16.000 op de slooplijst. Daarvan zullen ongetwijfeld de laagste inkomensgroepen de dupe worden.

Ook gokt de nota heel sterk op doorstroming van de zogeheten scheefwoner (iemand die een te klein deel van hun inkomen verwoont), zonder dat daarvoor effectieve instrumenten bestaan. Bovendien dragen scheefwoners wel bij aan de beleden doelstelling van naar inkomen gemengde wijken.

Duurzaamheid de dupe

De economie mag er dan niet best voorstaan, het milieu staat er ronduit beroerd voor. De roofbouw die elke dag op het milieu gepleegd wordt is groot. Op wat langere termijn is dit waarschijnlijk de grootste bedreiging voor de kwaliteit van het bestaan van alle Hagenaars. Dit kan niet vaak genoeg gezegd worden. Hier doen wij dat maar één keer.

Uitgaande van de belangen van het milieu is het Haags Milieucentrum zeker niet tegen nieuwbouw als deze echt nodig is. Nieuwe woningen kunnen een stuk duurzamer gebouwd worden dan vroeger. Zo worden er nu bijvoorbeeld zeer energiezuinige woningen gebouwd onder meer door gebruik te maken van lage temperatuursverwarming, warmtepompen en warmtekoude-opslag. De bewoners zijn meestal zeer tevreden. Als de nota zo sterk woonconsumentenvoorkeuren centraal stelt, dan is dit een goed voorbeeld van een een win-win situatie. Maar ook bestaande woningen kunnen gerenoveerd, samengevoegd of anderszins herontwikkeld worden, waarbij zeer grote milieuwinst valt te halen (zie voetnoot).

Sloop en nieuwbouw betekenen echter een grote aanslag op het milieu zowel wat betreft de productie van nieuwe grondstoffen als de verwerking daarvan tot hoogwaardige bouwmaterialen en gebouwen. Veel opdrachtgevers en bouwers hebben geen idee van bijvoorbeeld de enorme hoeveelheden energie en water die daarvoor vereist zijn. Dit geldt overigens ook voor het recyclen van gebruikte materialen. Altijd nog beter dan het gebruik van nieuwe materialen, maar recycling is alles behalve milieuvriendelijk te noemen. Anders ligt dat met hergebruik van materialen, wat mogelijk is door verantwoord te slopen.

Daarom is het kwalitatief goed op peil houden en verbeteren van de bestaande woningvoorraad in de visie van het Haags Milieucentrum niet alleen een zegen voor de lagere inkomens onder de Haagse burgers, maar tevens een zegen voor het milieu. In de woonvisie lijkt men alles te doen om de bestaande woningvoorraad, of deze bouwtechnisch nu in orde is of niet, te kunnen slopen voor nieuwbouw. En vervolgens doet men er niets aan om die nieuwe woningen en inrichting van nieuwe wijken zo duurzaam mogelijk te realiseren. Hoewel het Haags Milieucentrum zich ervan bewust is dat je grote woorden niet te vaak moet gebruiken, is dit rampzalig voor het milieu. In de bijna 80 bladzijden tellende woonvisie staat letterlijk geen woord over het duurzaam renoveren of samenvoegen van woningen of het compact en duurzaam terugbouwen van woningen. Dat betekent dat de gemeente haar eigen doelstellingen en haar bijzondere verantwoordelijkheid wat dit betreft niet serieus neemt. Als er ergens kansen liggen om duurzaamheid echt te bevorderen, en als er ergens kansen liggen om het eigen beleid van een CO2-neutrale stad inhoud te geven, dan is het hier.

Voetnoot:
Uit het project " Duurzame herstructurering van Zuidwest" van het Haags Milieucentrum blijkt dat de milieuwinst van renovatie/samenvoegen/optoppen/opplussen/uitplinten van woningen nooit goed is onderzocht ten opzichte van sloop en vervangende nieuwbouw. Er zijn slechts speculatieve aannames gedaan en het beleid is grotendeels gebaseerd op simpele kosten/baten sommetjes, waarin bijvoorbeeld de externe milieukosten van sloop niet zijn berekend. Bij een aantal betrokkenen, waaronder een woningcorporatie, bleek de bereidheid te bestaan dit gedegen te onderzoeken. Het onderzoek van het Haags Milieucentrum via prof. A.Thomsen met studenten van de TU Delft kan hierin een start zijn. De gemeente Den Haag zou samen met andere steden dit onderzoek kunnen entameren. Het is tenslotte een landelijke problematiek, waarbij opvalt dat veel steden hun sloopambities drastisch hebben bijgesteld, terwijl in Den Haag het sloopvolume juist toeneemt. Er bestaan in Den Haag geslaagde voorbeelden van samenvoeging van woningen (Kuinrestraat, Hof Loevestijn) waarover de corporatie en de bewoners tevreden zijn. Deze geslaagde voorbeelden kunnen onderzocht worden op hun milieuvoordelen in de hele productieketen ten opzichte van sloop en vervangende nieuwbouw.

Vitale lokale economie

Nu hebben we twee belangen, milieubelangen en sociale belangen, kort de revue laten passeren. Hoe zit het nu met de lokale economische belangen, want die mogen voor die zo gewenste vitale en duurzame stad zeker niet verwaarloosd worden. Wat de economie betreft doet de woonvisie het beter doordat de opstellers koopkrachtige mensen die vaak wel werken in de stad ook aan de stad wil binden door te bouwen naar hun woonwensen. Het is voor de lokale economie natuurlijk een zegen als mensen daar niet alleen hun geld verdienen, maar ook besteden. Bovendien krijgt de gemeente via een aantal belastingen op deze manier ook het nodige financiële middelen binnen.

Of dat lukt door verspreiding in de stad door herstructurering van het woningcorporatiebezit, is echter zeer de vraag. De omliggende gemeenten zitten ondertussen ook niet stil en zetten hun poorten wagenwijd open voor deze interessante groep door ook voor hen te bouwen. Hier is sprake van een flinke concurrentieslag. Heeft Den Haag hier de beste kaarten? Indien alle of een groot deel van de verschillende bouwplannen worden gerealiseerd, zal de gemeente die het niet lukt om de hogere inkomens aan te trekken met dure onverkoopbare of onverhuurbare huizen blijven zitten. En dit is juist weer slecht voor de lokale economie. Bij de kantorenmarkt heeft de economische recessie wel onmiddellijk geleid tot een bijstelling van het te realiseren volume aan kantoren. Het is niet meer dan logisch dat ook de plannen voor het realiseren van duurdere woningen bijgesteld zullen moeten worden. Buiten Den Haag gebeurt dat ook al.

Grootschalige sloop versus kwaliteitsverbetering

De belangrijkste vraag is natuurlijk of die volgens de woonvisie noodzakelijke grootschalige sloop van vele tienduizenden woningen wel noodzakelijk of gewenst is. Laten we voor de beantwoording van deze vraag eens terugkijken naar de herstructurering van de Schilderswijk. De slechte fundering besliste daar alle discussies over renovatie versus sloop. Bovendien was de bouwtechnische staat van vele woningen slecht, onder meer door speculatie in combinatie met het verwaarlozen van onderhoud. Wie kent nog de op muren gekalkte leuze: (Sc)Hilderswijk vanwege de grote huizenspeculant Hilders? Deze leek meer invloed te hebben op de ontwikkelingen in de Schilderswijk dan het gemeentebestuur. Er werd toen weinig ondernomen tegen zijn speculatiepraktijken die tot verkrotting leidden. Daarom: Renovatie, geen Speculatie! Het tij was echter niet te keren en funderingshersteltechnieken waren nog weinig ontwikkeld. Grootschalige sloop en renovatie was hier dus een goede zaak en dat bood tevens kansen om een forse kwaliteitsslag te maken. Over de uitvoering daarvan valt te twisten, maar voor dit soort wijken is herstructurering bedoeld.

Dit kan moeilijk gezegd worden van wijken die de woningen herbergen die nu op de rol staan om gesloopt te gaan worden. De situatie is daar totaal anders dan die in de Schilderswijk van 20 tot 30 jaar geleden. Eenieder die zelf poolshoogte gaat nemen in die wijken ziet een totaal ander beeld. Hier gaat het meestal om goede en goed onderhouden woningen in keurige straten. Daarnaast ziet men minder fraaie straten met op zich nog goede of te verbeteren woningen. Delegaties uit het buitenland die op bezoek komen en deze wijken zien, begrijpen absoluut niet waarom deze op de schop moeten. Wat wel duidelijk te zien is, is dat in een aantal wijken en straten betrokkenheid van de bewoners bij hun woonomgeving node wordt gemist. Zij laten hun woonomgeving verloederen. Maar hier wordt niet alleen betrokkenheid van bewoners gemist. Ook de betrokkenheid van de gemeente wordt node gemist. Er is geen sprake van een actief ingrijpende overheid die heldere kaders en regels stelt en deze vervolgens ook handhaaft.

Naast de bewoners zelf heeft niet alleen de gemeente hier een duidelijke verantwoordelijkheid. De woningcorporaties hebben die verantwoordelijkheid net zo goed. Zij moesten weliswaar op eigen benen gaan staan, wat andere bedrijfseconomische eisen aan hen stelde. Er moet nu eenmaal genoeg geld binnenkomen om het bezit te kunnen onderhouden. Dit betekent echter niet dat zij net als projectontwikkelaars louter naar winst zouden moeten streven. Van oudsher hadden en hebben zij ook een sociale verantwoordelijkheid. Zij zouden dan ook intensiever kunnen investeren in sociaal beheer. En op langere termijn blijkt dat meestal ook economisch rendabel te zijn. Daarnaast zijn er wellicht mogelijkheden voor zorgvuldige inplaatsing wanneer het gaat om probleemgezinnen. Dit is terecht een gevoelige discussie want het is en groot goed dat er geen discriminatie plaatsvindt bij woningtoewijzing. Maar in een aantal gevallen kan men haast van tevoren weten dat de inplaatsing van bepaalde gezinnen in bepaalde buurten tot grote problemen zal leiden.

Hoe dan ook, doordat er niet voldoende geïnvesteerd is in sociaal beheer en sociale veiligheid, werd het van kwaad tot erger. Bewoners die ooit betrokken waren haakten af, want zonder regels en dwang, zonder steun in de rug van een alerte overheid, is tegen een bepaalde mentaliteit van andere bewoners geen kruid gewassen. Het effect bijvoorbeeld van campagnes die oproepen tot gedragsverandering is hier verwaarloosbaar. Dat verander je ook niet met fysieke ingrepen zoals het bouwen van wijken voor de rijkeren ten koste van wijken voor de armeren, die dus vervolgens moeten wijken voor de rijken.

De belangrijkste vraag is dat als er zoveel betaalbare huurwoningen gesloopt gaan worden, waar moeten vervolgens al die mensen met een lage beurs naar toe? Het overgrote deel van de woningen die na sloop teruggebouwd worden zal voor hen namelijk onbetaalbaar zijn. Overal ter wereld zijn het juist de grote steden die de meest (kans)arme mensen aantrekken, Den Haag is hierop heus geen uitzondering, zal dat niet worden en moet dat ook niet willen zijn. Omdat Den Haag als enige grote stad geen universiteitsstad is, mist het ook nog de studenten die normaal de economische en culturele verbinding tussen rijk en arm bevorderen. Ook zijn de meeste bewoners in bijvoorbeeld Den Haag Zuidwest niet ontevreden over hun woning en woonomgeving. Ongetwijfeld willen de huidige bewoners, net als de meeste Nederlanders, beter wonen dan hun portemonnee toelaat, maar in de praktijk verhuizen zij net zo vaak als mensen in het Statenkwartier of de Vruchtenbuurt.

Redenen om te willen slopen

Waarom dan toch die grootschalige sloopplannen? Er zijn drie dominante redenen die de nota zelf noemt waarom daarvoor gekozen wordt. Bij alle drie vallen grote vraagtekens te zetten. Wij voegen daar nog een vierde aan toe.

1 Gewenste menging van verschillende inkomenscategorieën in de wijken en mogelijkheden voor doorstroming van scheefwoners

De woonvisie spreekt bij voortduring over de te eenzijdige samenstelling van een aantal wijken. Dit wordt gezien als de belangrijkste oorzaak van de sociale problematiek in die wijken. Menging door meer woningen te bouwen voor de categorie midden en hogere inkomens ziet men vervolgens als een belangrijke oplossing om deze wijken te revitaliseren en de sociaal-culturele problematiek te bestrijden. Dit is zoals hiervoor reeds betoogd een grove, maar helaas hardnekkige, misvatting. Mensen met dezelfde maatschappelijke status wonen namelijk meestal graag gezellig en vreedzaam bij elkaar. Dat geldt zowel voor de Vogelwijker als voor de Schilderswijker. Menging zal in de praktijk uitdraaien op het opdelen van een grote wijk in verschillende kleine buurtjes, buurten voor de rijken, buurten voor de middengroepen en buurten voor de arme(re)n. Wel zijn wij het er mee eens dat er binnen wijken een behoorlijk potentieel bestaat aan mensen die op de economische ladder gestegen zijn en die in hun wijk een betere en dus duurdere woning willen. Het is natuurlijk goed dat deze mensen daarvoor in hun wijk de mogelijkheid geboden krijgen.

Maar zonder daadwerkelijke investeringen in sociaal beheer en veiligheid zal het niet lang duren voordat die nieuwe buurten met sociale woningbouw, waar mensen komen te wonen die eerder hun omgeving lieten verloederen of daaraan actief meewerkten, er weer net zo verloederd uitzien. Er zijn grote sociale problemen, er is sprake van overlast, kleine criminaliteit en overlast veroorzakende huurders. De sociaal-culturele problematiek is complex. Oplossingen zijn niet zo maar even te geven. Belangrijk is, zoals eerder betoogd, goed toezicht. Daarop wordt door betrokken bewoners dan ook keer op keer bij de gemeente gehamerd. Zij vragen niet om de sloophamer, maar het serieus nemen van hun klachten en de oplossingen die zij vaak zelf aandragen. Als er geen oplossingen komen zullen vervolgens dure huizen in de buurt van deze delen van de wijk minder gewild en minder waard worden. En waarom heeft men het nooit over de te eenzijdige samenstelling van de Vogelwijk of Benoordenhout?

Een andere belangrijke kanttekening is namelijk dat het in de huidige praktijk wel meevalt met die eenzijdige samenstelling. Bezien vanuit verschillende culturen is er eerder juist sprake van een grote diversiteit, maar ook bezien vanuit inkomensklasse valt het wel mee. Van de huurders bij woningcorporaties bestaat maar liefst een derde deel uit scheefwoners. Indien deze zouden doorstromen naar duurdere huurwoningen, zoals de concept Woonvisie 2020 beoogt, dan doet dit eerder afbreuk aan dat zo gewenste gemengde wonen. Bovendien zijn er geen instrumenten om die doorstroming te realiseren.

2 Aanname dat in 2020 een woning van 50 m2 tot 60 m2 voor bijna niemand interessant is

Woningcorporaties bezitten nogal wat woningen van rond de 50 - 60 m2 Deze zijn volgens hen in de toekomst onverhuurbaar. Als dat zo is moeten er natuurlijk maatregelen genomen worden, want niemand heeft baat bij een grote voorraad onverhuurbare woningen die kostbare grond in beslag nemen. Maar behalve dat niemand weet hoe de economie er in 2020 voorstaat, zijn er vier zaken die we daarbij dienen te bedenken. Ten eerste trekt de huurmarkt voor goedkope en dus kleinere woningen juist aan. Ten tweede zijn er ook heel wat starters en studenten voor wie een dergelijke woning prima voldoet. Ten derde is een goedkope huur ook een kwaliteit. En tenslotte en het belangrijkste, woningen van nu nog 50 m2 kunnen samengevoegd worden met een andere woning van 50 m2 of zij kunnen groter gemaakt worden door er een etage op te bouwen. De technieken daarvoor worden steeds beter en goedkoper. Bovendien wordt het nog goedkoper als er meer ervaring komt met samenvoegen en opplussen door het gewoon meer te doen. Zo kunnen nu betaalbare woningen behouden en betaalbaar blijven.

3 Wens tot compacter bouwen in combinatie met groei naar een half miljoen inwoners en het op peil houden van voorzieningen

Door compact te bouwen meer mensen in de stad wonen -waaronder een flink aantal die wat te besteden hebben- allerlei voorzieningen van openbaar vervoer tot de bioscoop en van medische centra tot supermarkten intensiever gebruikt zullen worden. Deze worden zo rendabeler en kunnen dus in stand gehouden worden. Dat is een zegen voor de lokale economie en brengt ook de gemeente flink wat geld in het laatje.

Er is echter nog een andere belangrijke reden om compact te willen bouwen. Een kaderstellend gegeven in Nederland is de schaarste aan ruimte. Er liggen vanuit verschillende belangen tal van claims op hetzelfde gebied. Er is de afgelopen 20 jaar veel gebouwd in de open groene ruimte. Mensen worden zich in toenemende mate bewust van het belang van het behoud daarvan, niet alleen voor hun eigen beleving van het landschap, maar ook vanuit hun behoefte aan recreatie en niet in de laatste plaats vanuit zorg om natuur en milieu. Dit betekent dat er een opgave ligt om zo compact mogelijk te bouwen in onze stad, zodat er niet steeds weer zogeheten nieuwe uitleglocaties in de open groene ruimte nodig zijn, zoals de Vinexwijken, om te voldoen aan bijvoorbeeld de behoefte aan meer en ruimere woningen.

Het Haags Milieucentrum is dus een groot voorstander van compacter bouwen op een manier die de stad leefbaarder en duurzamer maakt. Maar bij de herstructurering in bijvoorbeeld Spoorwijk en in de plannen voor Zuidwest worden flink wat minder woningen teruggebouwd dan er daarvoor waren. De reden daarvoor is simpel. De teruggebouwde woningen zijn groter, en dat is ook logisch gezien de wens van mensen groter te wonen. Toch is het wel degelijk mogelijk om op locaties die daarvoor geschikt zijn compacter terug te bouwen. Buiten Den Haag zijn tal van voorbeelden van nieuwbouwprojecten van gestapelde bouw van vier of vijf woonlagen met lift die 120 wooneenheden per hectare (!) herbergen: het driedubbele (!) van de meeste Vinexlocaties. Maar ook in Den Haag heeft woonwijken die juist aantrekkelijk zijn voor de hogere inkomensgroepen zoals het Statenkwartier, Benoordenhout en delen van Bohemen met een hogere woondichtheid (n 40 - 60 woningen per hectare) dan die gerealiseerd wordt bij de herstructurering van Den Haag Zuidwest.
De ambities van Den Haag om te willen groeien naar 500.000 inwoners komt in de Woonvisie 2020 zomaar uit de lucht vallen. Nergens wordt onderbouwd waarom. Bovendien staat dit streven haaks op het afscheid dat de gemeente zelf neemt van de maakbare samenleving. Het staat ook haaks op de ongekende bezuinigen vanuit het landelijk bestuur en het dreigende ontslag van 17000 (!) in Den Haag woonachtige ambtenaren en kortingen op in Den Haag werkzame bureaus, met bijbehorende werkgelegenheid. Indien deze extra groeiambitie gerealiseerd zou kunnen worden zonder een nieuwe uitleglocatie aan te boren, dan heeft het Haags Milieucentrum daar geen bezwaar tegen. Dit betekent namelijk dat de groei in dat geval bereikt wordt via verdichting van de bestaande stad. In de nota wordt dan ook terecht gesteld, dat Den Haag moet kiezen voor stedelijk wonen met stedelijke voorzieningen.

De ontwikkeling bijvoorbeeld van Madestein met extreem lage dichtheden is hiermee niet in overeenstemming. Terecht schrijft de nota dat het een misverstand is, dat verdichting leidt tot lage kwaliteit. Een wijk die of pand dat met de nodige ingrepen en aanpassingen 3-4 eeuwen meegaat, is vanzelfsprekend het meest duurzaam. Echt duurzaam gebouwd huizen die veel langer meegaan leveren een groot economisch voordeel op. Daarom is het Haags Milieucentrum er een groot voorstander van de afschrijftermijn op duurzaam gebouwde huizen en gebouwen te verlengen van de huidige vijftig jaar naar zeker honderd jaar. De relatief geringe meerkosten die duurzaam bouwen met zich meebrengt kunnen daar gemakkelijk uit gefinancierd kunnen worden en er blijft dan zelfs geld over voor andere leuke dingen.

4 Bouwen en slopen is makkelijker, levert woningcorporaties meer op en nieuwe projecten ontwikkelen is leuker dan gewoon goed beheren

Het kwalitatief op peil houden van de bestaande woningvoorraad en deze waar mogelijk aanpassen aan nieuwe eisen en wensen is een proces dat veel overleg vergt met verschillende partijen, waaronder de bewoners. Dat wordt door veel beleidsmakers vaak als lastig ervaren. Dat kan dat inderdaad zijn, maar het is ook inspirerend en een uitdaging om samen met de bewoners, bedrijven, milieuorganisaties, corporaties en de gemeente na te denken over het bevorderen van een leefbare wijk met betaalbare woningen. Het is in ieder geval gemakkelijker om van achter het bureau en de tekentafel hele blokken huizen weg te retoucheren en daar nieuwe voor in te plannen.

Vanzelfsprekend is het voor woningcorporaties nodig inkomsten te genereren om hun onrendabele investeringen mee af te kunnen dekken. Bij de herstructurering van Den Haag Zuidwest worden bijvoorbeeld in tegenstelling tot Transvaal door de gemeente geen middelen ingezet uit het Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing en het geld moet toch ergens vandaan komen. Als dan bovendien allerlei projectontwikkelaars en bouwers staan te trappelen om te bouwen en nieuwe duurdere huizen ook meer geld opleveren voor zowel de woningcorporaties als de gemeente, dan is de verleiding groot het zo maar gewoon te doen.

Conclusie

Op basis van al deze argumenten is het Haags Milieucentrum van mening dat in de woonvisie veel te zwaar wordt ingezet op grootschalige sloop ten gunste van nieuwbouw. Dit ten koste van de lagere inkomensgroepen en natuur en milieu. Bovendien worden er bij het realiseren van nieuwe woningen grote kansen gemist om dit zo milieuvriendelijk mogelijk te doen. Dan hebben we het niet alleen over de duurzame bouw van de huizen zelf, maar ook over bijvoorbeeld binnenstedelijke waterberging en de productie van duurzame energie. Het werkelijk kunnen aanpakken van een complexe sociaal-culturele problematiek door fysieke ingrepen is een illusie.

Wij delen volop de ambitie van gemeente van de gemeente om binnen de stadsgrenzen meer woningen te bouwen die aan de wensen van mensen met een hoger inkomen voldoen. Ons advies om dat te realiseren is om met een stofkam door de hele stad te gaan op zoek naar locaties die daarvoor geschikt zijn. Met enige creativiteit zijn die volop te vinden zijn. Denk bijvoorbeeld aan weinig compacte bedrijventerreinen zoals delen van de Binckhorst, de locatie van de Norfolkline, de omgeving van station Moerwijk, de zone langs tramlijn 11, het braakliggende bedrijventerrein bij De Verademing, etcetera. Denk ook aan optoppen van bestaande huizen op mooie locaties zoals rond het Plein en op de platte huizen met aantrekkelijke woonomgeving in Benoordenhout en de Vruchtenbuurt.

Ook is het belangrijk om te komen tot vormen van solidariteit tussen de randgemeenten en Den Haag. In de randgemeenten wonen veel mensen uit de hogere inkomensgroepen die wel gebruik maken van de voorzieningen die Den Haag biedt bijvoorbeeld op het gebied van werk en scholing, op cultureel gebied en wat betreft de horeca. De grote gemeenten zouden daarnaast gezamenlijk het rijk zwaar aan moeten spreken op noodzakelijk extra investeringen in de grote steden omdat deze nu eenmaal per definitie meer (kans)armen herbergen en geconfronteerd worden met een zwaardere sociaal-culturele problematiek.

In deze woonvisie horen toetsbare milieudoelstellingen te staan met een analyse van de huidige praktijk van het duurzaam-bouwen-beleid inclusief knelpunten en oplossingen. Onze analyse is dat er weliswaar veel fraaie beleidsnota's zijn gemaakt, zelfs een checklist duurzaam bouwen is opgesteld, maar dat dit geen lijst is waarmee de mainstream in de bouw wordt gecheckt. De gemeente kan als opdrachtgever veel meer dan nu haar positie aanwenden om duurzaam bouwen te eisen en daarnaast zelf waar mogelijk het goede voorbeeld te geven zoals in het verleden bij Wateringse Veld en nu waarschijnlijk bij het stadsdeelkantoor Leidschenveen/Ypenburg. De lessen van fraaie voorbeeldprojecten op het gebied van duurzaamheid, die ook in Den Haag en in de regio zijn gerealiseerd, worden niet doorgetrokken tot de mainstream van de bouwactiviteiten. Dit terwijl uit de geslaagde projecten blijkt dat er veel milieuwinst valt te boeken.

Wij kunnen tot geen andere dan de harde conclusie komen dat het binnen de gemeente nog te zeer ontbreekt aan visie. Ook dat een van de nieuwe instrumenten om duurzaamheid in het beleid te bevorderen -de Stuurgroep en projectgroep Duurzaamheid- kennelijk gepasseerd is. Bij die ontwikkeling van een visie op de Haagse volkshuisvesting zou de gemeente, naast de expertise bij woningbouwcorporaties en het bedrijfsleven, meer en beter gebruik kunnen en moeten maken van de (ervarings)kennis bij bewoners en bij natuur- en milieuorganisaties. Het Haags Milieucentrum wil daaraan een bijdrage leveren. Dit doen wij al in onze projecten rond de duurzame herstructurering van Den Haag Zuidwest en duurzaam bouwen van het stadsdeelkantoor Leidschenveen/Ypenburg. Ook zijn wij bezig een gedragen groene visie op de inrichting van de Vlietzone te ontwikkelen (terzijde: in de nota wordt de Vlietzone twee keer genoemd als vestigingslocatie voor kantoren en bedrijven. In de bijgestelde kantorennota en de nieuwe visie van Haaglanden bleek dit echter niet realistisch te zijn. Op dit punt is de nota dus niet up to date).

Ten slotte; het is vanzelfsprekend een goede zaak dat Den Haag druk doende is economisch hoogwaardige werkgelegenheid aan te trekken en voor toekomstige en huidige koopkrachtige werknemers een aantrekkelijke woonklimaat te scheppen. Dat is goed voor de lokale economie. Maar het is per definitie ook zo dat een grote stad als Den Haag aantrekkelijk is voor de lagere inkomensgroepen. Dat brengt nu eenmaal een soms forse sociaal-culturele problematiek met zich mee. Laten we er ook voor zorgen dat deze relatief grote groep Hagenaars, die het een stuk minder heeft, in de eigen stad betaalbaar kan blijven wonen. Dit kan door ook voor hen echt te investeren in een leefbare en duurzame wijk. De dynamiek van een grote stad is onlosmakelijk verbonden met de positie, cultuur en de uitingen daarvan van groepen die nu nog onder aan de maatschappelijke ladder staan. Zij zijn van die stad een onmisbaar en te koesteren onderdeel.

Frans van der Steen

Link naar gemeentelijke nota:

http://www.denhaag.nl/Docs/dso/Woonvisie/woonvisie.pdf of anders via: http://www.denhaag.nl/smartsite.html?id=18450

 

Veel belangstelling voor opening nieuw onderkomen HMC

Hoe groot de nieuwe huisvesting van het Haags Milieucentrum (HMC) aan de Groot Hertoginnelaan 203 ook is, ze bleek nauwelijks toereikend om de toeloop op 1 april 2003 te kunnen bergen. Wethouder Ries Smits verrichte toen de openingshandeling door enkele ballonnen door te prikken.

Uiteraard ging het om gele en roze ballonnen, in overeenstemming met de kleuren die het nieuwe pand op deze regenachtige doch feestelijke dag domineerden. Niet toevallig ook de kleuren waarin de april-editie van Branding was opgemaakt, in het kader van de 'Riestyling' van ons magazine. De lezers die dat geel en roze wat teveel van het zoete vinden, kunnen zich troosten met de gedachte dat het hier een 1 april-grap betrof. Volgende keer wordt het blad weer in zijn vertrouwde groene en blauwe jasje gestoken. En de zoetgevooisde tonen van het redactionele commentaar betekenen absoluut niet dat er nooit meer hartige woorden gesproken zullen worden.

Nadat een levensgroot spekkie een exemplaar van de geRIEStylede Branding aan de wethouder aangeboden had, feliciteerde deze het HMC met de nieuwe behuizing. Smits zei te hopen dat de verhuizing van de Paviljoensgracht - waar het milieucentrum de begane grond deelde met de gemeentelijke dienst milieu-educatie - niet duidt op een verwijdering tussen het HMC en de gemeente. Van zijn kant is de bereidheid tot samenwerking zeker aanwezig, zo zei hij, en hij twijfelde er niet aan dat dit bij het Haags Milieucentrum ook zo is. Het HMC mag zijn rol als luis in de pels soms dan wat al te letterlijk opvatten, zo'n rol is wel nodig om het gemeentebestuur scherp te houden.

Opdat het HMC de gemeente niet uit het oog zou verliezen, bood de wethouder directeur Frans van der Steen een fraaie prent van het Spui aan, met daarop het stadhuis en de Nieuwe Kerk.

In zijn dankwoord gaf ook Van der Steen aan dat op veel terreinen samenwerking goed mogelijk is. De gemeente ontplooit een hoop goede initiatieven, maar er is in onze stad nog veel te doen op het gebied van duurzaamheid. Het Milieucentrum ziet de instelling van de gemeentelijke Stuurgroep Duurzaamheid met zijn onderdelen als een belangrijk initiatief op weg naar de zo gewenste Duurzame stad aan Zee. Het Centrum biedt zijn diensten van harte aan om alles tot een succes te maken.

Het Haags Milieucentrum dankt alle belangstellenden van harte voor hun komst en voor de mooie geschenken die het mocht ontvangen. Het hoopt in het goede milieu van de Groot Hertoginnelaan zijn goede werk voor het milieu nog lang te mogen verrichten.

Gelukkig beschouwde een groot aantal mensen de aankondiging van de opening niet als een 1-aprilgrap.

Prinsessen praten met bomen; wethouders met spekkies.

Het enige groen werd op deze eerste april gevormd door de plantaardige geschenken.

Wethouder Smits is óók trots op zijn werkplek.

Directeur Frans van der Steen: verantwoordelijk voor de eerste succesvolle lobby sinds de dualisering van het gemeentebestuur.

 

Autodate op Valentijnsdag

Valentijnsdag was voor het Haags Milieucentrum het moment om Autodate (het met anderen delen van een auto) weer eens in de publieke belangstelling te zetten. Op vrijdag 14 februari boden wij wethouder Smits een Autodate met Eko-etentje voor twee bij Chez-Val aan. Ries Smits is behalve wethouder van Duurzaamheid ook wethouder van Nieuwe Gebieden. De problemen met het autoverkeer zijn groot in deze gebieden (Wateringse Veld, Ypenburg en Leidschenveen). Autodate biedt hiervoor een duurzame oplossing.

Een eigen auto kost veel geld. Of je er in rijdt of niet, de vaste kosten gaan gewoon door. Gemiddeld staat een auto 23 uur per dag stil. Alleen betalen voor de tijd dat je de auto ook daadwerkelijk gebruikt is mogelijk als je de auto met anderen deelt. In veel gevallen ben je dan goedkoper uit, en je hoeft je niet te bekommeren over onderhoudt, verzekering, parkeerkosten en dergelijke. Een auto delen betekent ook minder auto's op de weg. En de praktijk leert dat met gedeeld autogebruik er ook minder autokilometers gemaakt worden. En dat is weer goed voor het milieu.

Voor de consument die snel en gemakkelijk wil kunnen beschikken over een auto,
zonder er zelf een te bezitten, zijn de laatste jaren interessante mogelijkheden voor gedeeld autogebruik ontwikkeld. Hiervoor wordt de naam 'Autodate' gebruikt. In Den Haag is GreenWheels de belangrijkste aanbieder met een groot gebruiksgemak. Er staat een auto in de buurt, je pleegt een telefoontje, je zwaait met je pasje langs de voorruit en daar ga je. En de boordcomputer houdt alles voor je bij. Je kan zelfs per kwartier huren.

Links over Autodate:

http://www.milieucentraal.nl/data/vervoer/domein_vervoer_set.html

http://www.greenwheels.nl/

Autodate op Spuiplein
Wethouder Ries Smits ontvangt Autodatesleutels en
bon voor eko-etentje van HMC (Marc Beek) en GreenWheels (Jan Borghuis)
Wethouder Ries Smits en Frans van der Steen kijken naar de toekomst

 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.