|
2007
Raad van State: gemeente doet genoeg
aan luchtkwaliteit Veerkaden
De gemeente Den Haag hoeft niet
onmiddellijk extra maatregelen te nemen om de slechte luchtkwaliteit
op de Veerkaden te verbeteren. Dat heeft de Raad van State op 18
april 2007 bepaald in een rechtszaak die Milieudefensie en bewonerscomité
Verboden Doorgang twee jaar eerder tegen de gemeente aanspanden.
De hoogste bestuursrechter oordeelt dat de gemeente de problemen
voldoende onderkent en in haar eigen tempo maatregelen mag nemen.
Campagneleider Joris Wijnhoven van
Milieudefensie is teleurgesteld dat het recht op schone lucht niet
zonder meer met juridische middelen kan worden afgedwongen. Als
positief punt ziet hij dat overheden wel degelijk rekening moeten
houden met luchtkwaliteit als bewoners om een verkeersmaatregel
vragen.
De Europese norm voor fijnstof mag
jaarlijks maximaal 35 dagen overschreden worden. Op de Veerkades
bedraagt het aantal overschrijdingen in 2007 medio april al 25 dagen.
Meer informatie: www.milieudefensie.nl.
Website www.kroonplaats.nl is in de
lucht
Via de nieuwe website www.kroonplaats.nl
kan iedere Hagenaar meedenken over de invulling van zijn of
haar stad. Initiatiefnemer het Haags Milieucentrum (HMC) denkt
dat er binnen de bestaande stad vele tientallen 'kroonplaatsen'
te vinden zijn: plekken die zich goed lenen voor bebouwing.
Hiermee wordt het draagvlak voor voorzieningen (zoals winkels
en het openbaar vervoer) vergroot en hoeft niet wederom uitgeweken
te worden naar groene gebieden aan de rand van de stad.
|
 |
Tom Pitstra, projectmedewerker duurzaam bouwen bij het HMC, sprak
bij de lancering van de site over 'archipunctuur': kleinschalige invullingen
die wat hem betreft grootschalig zouden moeten worden aangepakt.
De lanceringshandeling vond op woensdagmiddag 31 januari plaats.
Deze werd verricht door Terry van der Heide, voorzitster van de
kring Haaglanden van 'architectenvakbond' BNA, en stadsstedenbouwer
Maarten Schmitt. Beiden waren enthousiast over het initiatief. "De
BNA streeft ernaar het debat tussen bewoners en architecten te stimuleren",
aldus Van der Heiden, "en dit initiatief sluit daar goed bij aan.
Wel moeten we zuinig zijn op het groen binnen de stad."
Stadsstedenbouwer Maarten Schmitt gaf aan dat een stad niet alleen
grote projecten hoort aan te pakken, en ziet dit initiatief als
een waardevolle aanvulling. Schmitt is ervan overtuigd dat het groen
binnen de stad bij het HMC in goede handen is, zodat er heus wel
voor gewaakt zal worden dat het niet volgebouwd wordt.

Bel de Afvallijn!
Heeft u problemen met het legen van uw groene bak? Weet u niet
waar uw met uw klein chemisch afval naartoe moet? Loopt u tegen
problemen op bij de gemeentewerf? Het Haags Milieucentrum is erg
benieuwd naar uw ervaringen met de Haagse Milieuservices. Bel 30
50 294 en vertel ons wat u op afvalgebied dwarszit!
Let wel: deze lijn is niet bedoeld om individuele klachten op te
lossen.
Ontdek de energie van Den Haag
Wat is een Turby? Hoe werken zonnepanelen precies?
Wat maakt het Haagse stadhuis tot zo'n energiezuinig gebouw? Hoe
kun je warmte halen uit zeewater? Hoe kan ik zelf energie besparen?
Zomaar wat vragen die op 7 oktober, de Haagse
Energiedag, beantwoord worden. Het Haags Milieucentrum organiseert
dan in samenwerking met de gemeente Den Haag een fietstocht langs
allerlei locaties die met energie te maken hebben. Deskundigen leggen
u uit wat die plek zo bijzonder maakt. Vertrekpunt is het stadhuis.
Eindpunt is de Stichting Aarde-Werk, waar u informatie over energiebesparing
krijgt.
Download hier de routebeschrijving in Word
of RTF.
Achtergrondinformatie over de energie van Den Haag
vindt u in het boekje Opwekkend Den Haag in kaart. Gratis
af te halen bij het Haags Milieucentrum tijdens kantooruren. U kunt
het ook hier downloaden.

2006:
Lees hier het verslag
van de conferentie De Binnenstad Buitengewoon Beleefbaar
Bezoek de Midden-Delfland dag op
zaterdag 17 juni...meer
Rechtbank:
Gemeente doet genoeg aan luchtproblematiek Veerkades...meer
2005:
Wethouder Bruins neemt winnende Milieuprijs-inzendingen
in ontvangst...meer
Inspreektekst HMC over Verkeerscirculatieplan...meer
Vrouwen-Fietsdagen en Gouden Fiets winnende ideeën
in Milieuprijs 2005...meer
Weer geen Autovrije Dag in Den Haag...meer
Fietsen naar twee biologische boerderijen...meer
Fotoverslag van geslaagde CityDuinwandeling...meer
2004:
Aanleg fietspad 10 stap dichterbij ...meer
Inspraakreactie Haags Milieucentrum op het
concept-Plan van Aanpak Luchtkwaliteit 2004 - 2010 van de gemeente
Den Haag ...meer
Haagse gemeenteraad verwerpt collegevoorstel
over Vlietzone ...meer
Vlietzone-visie overhandigd aan Haags gemeentebestuur
...meer
Haagse Dieren Tour 2004 ...meer
Zaterdag 11 juni is BOERENBURENDAG...meer
Het tunneldenken rond het Trekvliettracé...meer
Verslag van de eerste CityDuinwandeling ...meer
CityDuinwandeling door groen Den Haag
...meer
Reactie van het Haags Milieucentrum
op de Structuurvisie Den Haag Zuidwest...meer
Milieuprijs-inzendingen aangeboden aan wethouders
...meer
De paddentrek: een nachtelijk avontuur ...meer
Is de natuur van slag? Surf naar de
Natuurkalender ...meer
2003:
Bouwen tegen de buurt?
Verslag van een inspirerende dag...meer
Videoverslag voor verkeerswethouder...meer
Milieuprijs gaat naar Liane Lankreijer en Bart Achterkamp...meer
Waar willen we heen met de Vlietzone?...meer
Stadsgesprek over
Schone Lucht en Verkeer
...meer
Concept
Haagse Woonvisie 2020, Reactie van het Haags
Milieucentrum...meer
Veel belangstelling voor opening
nieuw onderkomen HMC ...meer
Autodate op Valentijnsdag ...meer
Zoekt
u ouder 'nieuws' klik hier
Bezoek de Midden-Delfland dag
op zaterdag 17 juni
Midden-Delfland is een prachtig groen gebied en
open landschap vlak bij Den Haag. Op de jaarlijkse Midden-Delflanddag
worden tal van activiteiten georganiseerd voor een natuurminnend
publiek. Deze dag valt dit jaar op zaterdag 17 juni.
NIVON Den Haag en het Haags Milieucentrum organiseren
in samenwerking met de Midden-Delfland Vereniging een wandeling
en een fietstocht vanuit Den Haag naar dit unieke gebied. Een bus
brengt de wandelaars naar Paviljoen De Zweth. Daar start de circa
7 kilometer lange wandeling. Zowel de wandeling als de fietstocht
eindigt bij natuurcamping De Grutto in Schipluiden. Daar kan iedereen
kiezen uit de vele activiteiten die in het uitgereikte programmaboekje
vermeld staan.
Het vertrekpunt van zowel de bus voor de wandelaars als de fietstocht
is achter station Hollands Spoor. De vertrektijd is 11.00 uur.
S.v.p. opgeven bij: Haags
Milieucentrum, Groot Hertoginnelaan 203, 2517 ES Den Haag, tel.
(070) 30 50 286, onder vermelding van 'bus-/wandeltocht' of 'fietstocht'
en uw naam. Deelname is gratis.
Zie ook: www.middendelflandvereniging.nl
Rechtbank: Gemeente
doet genoeg aan luchtproblematiek Veerkades
De rechtbank in Den Haag heeft op 2 mei 2006 twee eisen afgewezen
die Milieudefensie en Bewonerscomité Verboden Doorgang
stelden aan de gemeente Den Haag om de luchtkwaliteit op de
Amsterdamse en Stille Veerkade te verbeteren. De organisaties zijn
teleurgesteld over dit vonnis, maar zien wel aanknopingspunten om
in hoger beroep alsnog tot een succesvolle uitspraak te komen. Daartoe
zullen ze hun eisen binnenkort voorleggen aan de afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State.
De rechtbank is van oordeel dat de eis om het vrachtverkeer na
11.30 uur te weren te weinig positief effect heeft op de luchtkwaliteit.
Deze maatregel wordt daarom afgewezen.
Ook de eis tot afsluiting van de op- en afritten van het Prins Bernardviaduct
richting Veerkades wordt niet gehonoreerd. De rechtbank vindt die
te ingrijpend, vooral omdat de afsluiting negatieve gevolgen voor
de luchtkwaliteit elders in de stad kan hebben.
Pionieren
Campagneleider verkeer Joris Wijnhoven van Milieudefensie in
een reactie: 'We pionieren met deze rechtszaak. We proberen te ontdekken
wat de reikwijdte is van de regels voor luchtkwaliteit. De rechter
heeft niet gezegd dat het überhaupt niet mogelijk is om maatregelen
af te dwingen. Dus de deur is nog niet dichtgegooid. Bovendien zijn
we benieuwd of hoogste rechter, de Raad van State, onze eisen ook
onredelijk vindt.'
Milieudefensie ziet aanknopingspunten in het vonnis. De rechtbank
stelt dat de gemeente Den Haag wel degelijk alles moet doen om de
overschrijdingen te beëindigen. Wijnhoven: 'We hadden naast onze
eisen ook gevraagd alle maatregelen op te leggen die helpen om de
lucht op de Veerkade schoon te maken. De plannen van de gemeente
schieten daartoe tekort. Wellicht durft de Raad van State daar handen
en voeten aan te geven.'
Milieudefensie werd wel in het gelijk gesteld op het punt van de
ontvankelijkheid. De gemeente had die bestreden, onder meer met
als argument dat een organisatie als Milieudefensie niet kan opkomen
voor lokale milieubelangen. De rechter oordeelt dat Milieudefensie
wel degelijk belanghebbend is.
Wethouder Bruins neemt winnende Milieuprijs-inzendingen
in ontvangst
Verkeerswethouder
Bruno Bruins vond de winnende inzendingen voor de Haagse Milieuprijs
2005 waardevol genoeg om er iets mee te gaan doen. Dat bleek
tijdens de aanbieding door het Haags Milieucentrum van een selectie
van de inzendingen voor de prijsvraag Maak van Fietsen een feest!
| De winnende inzending,
van de Delikids, werd aan de wethouder toegelicht door
vier kinderen uit de Delistraat. Een van hun twee bekroonde
ideeën was om fietstochten te organiseren waaraan zowel allochtone
als autochtone vrouwen met hun kinderen deelnemen.
Het tweede idee, De Gouden Fiets,
betekent een beloning voor scholen die hun leerlingen het
meest weten te stimuleren om met de fiets naar school te komen.
Wethouder Bruins vond dit idee zo interessant dat hij het
in Haaglandenverband wil uitwerken.
Enthousiast reageerde hij op het idee dat Ben
de Nijs van de Fietsersbond had ingediend. Zijn voorstel
was simpel: De gemeente moet zodra er een plan is aangenomen
om een verbetering voor het fietsverkeer te bewerkstelligen
een groot bord neerzetten met daarop de tekst: "DIT FIETSPAD
(kruispunt, gevaarlijke situatie) WORDT PER (datum) AANGEPAKT
EN IS VOOR (datum) GEREED!" Dit levert de gemeente goodwill
op, leidt tot minder ergernis voor fietsers en stimuleert misschien
mensen die nu nog niet fietsen om dat wel te gaan doen. Het
is nu aan de Dienst Stadsbeheer om hiermee aan de slag te gaan.
Menno Swaak, de derde prijswinnaar,
had een 'verkorte cursus tot ervaringsdeskundige Fietser in
Den Haag' ontwikkeld. Hij vroeg zich af of verkeersambtenaren
ooit wel fietsen. Bruins kon hem verzekeren dat dit wel degelijk
gebeurt, maar stond open voor Swaaks kritiek en moedigde hem
aan om die te blijven spuien. Input vanuit de fietser is immers
belangrijk voor de afdeling Verkeer.
De overige inzendingen zijn samengevat en
gecategoriseerd aan de wethouder overhandigd. Een verslag
van de prijsuitreiking vindt u hier.
|
Terug naar boven
Inspreektekst HMC over Verkeerscirculatieplan,
2e termijn, d.d. 11 januari 2006
Geachte Commissieleden, Den Haag, daar kom je niet
omheen, zo lijkt het adagium in Den Haag te zijn. De gepresenteerde
voorkeursvariant van het VCP is ons inziens een stap in de goede
richting, maar het is nog niet de "giant leap for mankind' waar
het HMC op had gehoopt.
Het weghouden van het niet noodzakelijke autoverkeer
uit de Haagse binnenstad wordt met de voorgestelde variant Sectoren
nog steeds niet gerealiseeerd. Het vasthouden aan de bestaande collectie
parkeergarages in de binnenstad trekt onnodig veel autoverkeer aan.
Veel van deze autogebruikers kunnen met een goed OV-pakket - waar
Den Haag momenteel met Randstadrail een stevige kwaliteitsimpuls
aan geeft - of met de fiets heel goed hun bestemming bereiken, natuurlijk
mits het overbodige autoverkeer wordt geweerd. Het werkt daarom
niet bepaald stimulerend als het busvervoersnetwerk naar de binnenstad
op een te grote afstand wordt afgeknepen. Naast de tram zijn busverbindingen
naar het Centraal Station van essentieel belang voor het faciliteren
van voldoende keuzemogelijkheden voor de Haagse mobilist.
Ook het lussensysteem van de voorkeursvariant sectoren
lijkt nogal wat lekken te hebben die calculerende automobilisten
heus wel weten te vinden; het autoverkeer kruipt zelfs waar het
niet gaan kan. Om die reden is het HMC nog steeds voorstander van
de maximale variant.
Echter, uit het antwoord van de heer Golstein, in
eerste termijn, bleek dat dit tot gevolg zou hebben dat er dan 70%
meer autoverkeer van de Centrumring gebruik zou gaan maken. Nu is
het HMC erg benieuwd waar dit getal op gebaseerd is. Voor zover
ons bekend hanteerde de gemeente tot voor kort zelf steeds een percentage
van 25 voor doorgaand verkeer in de binnenstad. Graag vernemen wij
van de wethouder hoe de discrepantie tussen deze percentages met
elkaar valt te rijmen.
Mocht het inderdaad om een toename van 70% gaan,
dan geeft dit nog indringerder aan hoe belangrijk het is meer nadruk
te leggen op het doen verminderen van doorgaand autoverkeer in de
stad. Het extra omrijden van auto's met dito extra uitstoot, is
natuurlijk niet aanvaardbaar. Het HMC is daarom ook van mening dat
er, naast een VCP, ook een ingreep dient te worden gedaan in het
omliggende wegennet van Den Haag. Natuurlijk níet door een Trekvliettracé
aan te leggen, vrijwel parallel aan de Utrechtse Baan.
Ook de ontwerpers van het VCP concluderen terecht
dat Den Haag kampt met een te eenzijdige aansluiting van het rijkswegennet
op het Haagse stedelijke verkeersnet. Het VCP kan hiervan niet los
worden gezien en dient hiervoor een oplossing aan te reiken. Het
benutten en opschalen van de bestaande doorgaande routes aan de
Zuidkant van Den Haag, in combinatie met een hoogwaardige aansluiting
op de A4 - laten we het de Zuidelijke hoofdroute noemen - zou hier
wel soelaas bieden. Het HMC denkt dan aan een route die via de Prinses
Beatrixlaan, Middachtenweg, Erasmusweg, Fruitweg aan de Centrumring
kan worden geknoopt. Pas dan is het voor automobilisten mogelijk
om in een vroeg stadium vanaf de autosnelweg snel en efficiënt hun
doel te bereiken zonder daar onnodig de stad en haar inwoners mee
te belasten.
Het in- en uitkomend het verkeer verspreidt en verdunt
zich. Nogmaals, juist de maximale variant leent zich daarvoor als
beste optie. Natuurlijk moet een en ander verdiept of ondertunneld
worden. De fondsen die gereserveerd waren voor het Trekvliettracé
moeten daar ruimschoots voldoende voor zijn.
Gemeente, benut de uitgelezen kans die het VCP nu
biedt, om ook beleid te ontwikkelen om het regionale verkeer dat
een eindbestemming in de Haagse binnenstad heeft zodanig te faciliteren
dat het snel en efficiënt via de bestaande hoofdwegenstructuur naar
het beoogde stadsdeel wordt geleid. De sectorenvariant beschouwt
het HMC overigens naast de maximale variant als een potentieel goede
groeioptie.
Mogelijk is hiervoor het nieuwe concept Milieubeleidsplan
van Den Haag een goede inspiratiebron. Hierin wordt (op pag. 13)
het verdiept aanleggen van wegen, ondertunnelen en overkluizen van
wegen aangegeven als een optie voor het bestrijden van de geluidsoverlast
door het verkeer. Wat daarbij tevens vermeld kan worden is dat juist
deze aanpak vooral de vervoerswijzekeuze van burgers zal kunnen
beïnvloeden. Het MBP boort hiermee naar onze mening op het goede
moment de juiste oplossing voor het verkeersprobleem aan. Maak het
zoveel als kan mogelijk om korte ritten te maken, liefst per fiets,
en de mobiliteit zal drastisch afnemen.
Hartelijk dank.
Terug naar boven
Vrouwen-Fietsdagen
en Gouden Fiets winnende ideeën in Milieuprijs 2005
| Het idee Vrouwen-Fietsdagen
is erop gericht om autochtone én allochtone vrouwen, samen met
hun kinderen, een aantal maal per jaar op de fiets erop uit
te laten trekken. Zoals de inzenders het omschrijven: "met de
picknickmand en kleedjes mee de natuur in. Voor de dames die
niet zo handig zijn op de fiets, moeten er tandems ter beschikking
staan. De winst van deze fietsmiddagen of -ochtenden is groot:
vrouwen en kinderen van verschillende culturen maar met gemeenschappelijke
interessen (kinderen, natuur, Den Haag, fietsen, computerspelletjes,
e.a.) leren elkaar kennen. Hierbij vindt ongedwongen een uitwisseling
van cultuur plaats, wellicht ook uitwisseling van taal, inzichten,
maatschappelijke vraagstukken. Maar: de kennismaking staat centraal.
Moeilijke thema's zijn absoluut geen doel." |
 |
De Gouden Fiets wordt een goudkleurig beeldje
in de vorm van een fiets, jaarlijks uit te reiken aan de school
met het hoogste percentage fietsende kinderen. Als aanmoedigingsprijs
wordt er een Zilveren Fiets in het leven geroepen. Deze prijs
gaat naar de school die de meeste vooruitgang heeft geboekt ten
opzichte van het jaar daarvoor.
 |
Juryvoorzitter Adri Duijvestein
reikte een van de twee aanmoedigingsprijzen uit aan Menno
Swaak. Deze ontwikkelde een 'verkorte opleiding tot ervaringsdeskundige'
. Zijn idee kwam erop neer dat degenen die verantwoordelijk
zijn voor het (fiets)verkeersbeleid in Den Haag, verplicht moeten
worden Den Haag rond te fietsen. Dan kunnen ze zelf ervaren
wat ze aanrichten. |
De andere aanmoedigingsprijs
was voor Ben de Nijs, die zich eveneens bekommert om
het slechte wegdek van veel Haagse fietspaden en wegen.
Zijn idee: zet op dat soort plekken een 'bouwbord' neer, waarop
te lezen valt wanneer de situatie verholpen zal zijn. De regelmatige
gebruiker van dit weggedeelte krijgt dan weer moed, terwijl
de onregelmatige gebruiker hopelijk gestimuleerd wordt om na
gereedkoming van het project eens de fiets te nemen. |
 |
 |
En dan was er nog een speciale aanmoedigingsprijs - een heerlijke
taart - voor klas 1V3 van het Overbosch College. Zoals
hun mentor schreef: "Na het voorlezen van de folder Maak van
fietsen een feest! ontstak onze klas in groot enthousiasme.
De leerlingen wilden gelijk aan de slag om een goed fietsplan
te bedenken! Het leuke is dat onze klas voor 90% uit allochtonen
bestaat en wij in de veronderstelling waren dat ze helemaal
niet zo te porren waren voor fietsen, mis dus!"
Ze kwamen met ideeën als het uitdelen van keycords, polsbandjes
met de opdruk I love fietsen en speciale T-shirts.
Het was vooral hun brief die bij de jury vertedering wekte.
|
Natuurlijk waren er nog veel meer ideeën die de moeite waard zijn,
maar er moest nu eenmaal een keus gemaakt worden. Bepaalde soorten
ideeën sprongen er in kwantitatieve zin echt uit. Diverse inzenders
kwamen met suggesties voor het 'belonen van goed gedrag'. Twee inzenders
wilden mensen die hun fiets stallen, bonuspunten laten verdienen.
Bij winkeliers zouden deze ingeruild kunnen worden tegen producten.
Iemand anders wilde fietsers tegoedbonnen laten verdienen waarmee
ze biologische voeding kunnen krijgen. Diverse mensen droegen ideeën
voor systemen voor gedeeld fietsgebruik aan: hetzij via een geavanceerd
systeem met GSM/UMTS/GPS, hetzij via het ruilen van fietsen door
forensen, hetzij via SMS met een toegangscode voor een 'groengele
fietsenstalling', hetzij door middel van fietstaxi's die studenten
of werklozen kunnen huren.
Ook maakten verschillende deelnemers zich bezorgd
over het feit dat nieuwe Nederlanders zo weinig fietsen. Dit leverde
diverse ideeën op om dit te stimuleren, variërend van het koppelen
van fietslessen aan de inburgeringscursus via het geven van fietslessen
aan kinderen op schoolpleinen via het aanleggen van een verkeerspark
of -tuin (bijvoorbeeld in het Zuiderpark) tot het gratis beschikbaar
stellen van fietsen. Ook het organiseren van fietstochten scoorde
hoog. Vijf mensen leverden ideeën hiervoor aan, en in vier van de
vijf gevallen stond er de een of andere vorm van beloning voor de
deelnemers tegenover.
Opmerkelijk was dat de verwijzing naar het bierviltje
op de flyer bleek aan te slaan. Diverse mensen verwezen ernaar
en één inzending kwam daadwerkelijk op een bierviltje binnen - een
ander noemde zijn mailtje een 'digitaal bierviltje.' Er waren twee
mensen die slogans (al dan niet rijmend) voor op een bierviltje
aandroegen en één die een posterafbeelding op een bierviltje wil
laten afdrukken.
Erg leuk was dat de prijsvraag verschillende mensen
stimuleerde om de hoofden bij elkaar te steken. Zo kwam er een envelop
binnen van een scoutinggroep, één van een groep buurtbewoners en
één van een schoolklas; deze waren alle goed voor een handvol ideeën.
Ook verschillende andere mensen stuurden meer dan één idee tegelijk
op. Opvallend was echter dat nogal wat mensen de prijsvraag aangrepen
om tegelijk hun gal te spuwen over hoe slecht fietsers het in Den
Haag hebben. "Waarom groots denken als de basisvoorziening niet
eens op orde is? In plaats van tijd en geld te investeren in allerlei
innovaties, lijkt het mij een beter idee om eerst het onderhoud
en de bereikbaarheid van fietsvoorzieningen goed te regelen", schreef
iemand. "Ik vind dat in Den Haag de fietsers er in het algemeen
op een koopje vanaf komen. De hele openbare ruimte is vooral gericht
op auto's en op parkeren", schreef een ander. "Ik heb er bezwaar
tegen om te worden verplicht tot gebruikmaking van voorzieningen
die eigenlijk onbruikbaar zijn. Vaak: liever géén fietspad dan een
slecht fietspad", schreef een derde.
Het daaraan gekoppelde 'idee' bestond dan uit het
verhelpen van het knelpunt. Op zich nuttige informatie, die dan
ook doorgespeeld zal worden naar de Fietsersbond afd. Den Haag e.o.
Terug naar boven
|
Weer geen Autovrije
Dag in Den Haag
De Autovrije Dag: Europabreed één dag
per jaar waarop aandacht wordt gevraagd voor alle bedreigingen
die de alsmaar groeiende automobiliteit betekent voor het
milieu, de leefbaarheid, de gezondheid en de veiligheid. De
gemeente Den Haag is er nooit erg enthousiast over geweest
en zag de Autovrije dag toch vooral als "autootje pesten".
Maar onder druk van de immense problemen op het gebied van
de luchtkwaliteit zegde het college van B&W toe in dit jaar
de organisatie van de Autovrije Dag te willen ondersteunen.
Dit leek een doorbraak van jewelste, maar bleek niet meer
dan een dooie mus.
Door de overmatige uitstoot van fijn
stof op en om de Veerkades stelde het gemeentebestuur zèlf
voor om een externe organisatie te faciliteren als deze op
zondag 18 september a.s. de Paviljoensgracht, de Amsterdamse
en Stille Veerkade en de Lutherse Burgwal autovrij wil maken.
Dit als teken dat het ook de gemeente ernst is met het bestrijden
van de uiterst beroerde luchtkwaliteit. Maar wat blijkt? De
gemeente stelt de organisatie van een Autovrije Dag op één
lijn met festivals als de HaShiBa en de KoninginneNach.
Grootschalige festivals waar het om publieksvermaak gaat.
Het gevolg is dat ook de organisatoren
van de Autovrije Dag moeten zorgen voor (nauwkeurig omschreven)
afzettingen, die per afzetting moeten worden bemenst door
minimaal twee daartoe gecertificeerde personen. De politie
doet hier niets meer aan, omdat het niet tot haar kerntaken
behoort. Ook moet de organisatie zorgen voor een verkeersplan,
met daarin opgenomen alle omleidingen en overige verkeersmaatregelen.
Ze moet zorgen voor borden, die verkeersdeelnemers laten weten
dat ze omgeleid worden. Die borden moeten speciaal gemaakt
worden, en zelfs tot op de Utrechtse Baan komen te staan of
hangen.
Ook moet er worden overlegd met de ondernemers
in de binnenstad en met de exploitanten van de parkeergarages
in het gebied. De organisatie moet zorgen dat er EHBO aanwezig
is. En dan nog wat kleinigheden. Het enige dat de gemeente
nog wel zelf wil doen, is praten met de HTM en Connexxion.
Deze voorschriften betekenen al met
al dat het gemeentebestuur het in de praktijk onmogelijk maakt
om een Autovrije Dag te organiseren. En dat op een locatie
die het zelf aangedragen had. Het Haags Milieucentrum vindt
dat een dergelijke dag absoluut niet op één lijn gesteld kan
worden met grote publieksevenementen, omdat de luchtkwaliteit
en daarmee de gezondheid van de burger eerst en vooral een
gemeentelijke aangelegenheid is. Een gemiste kans om van deze
verantwoordelijkheid blijk te geven!
Terug
naar boven
|

Fietsen naar
twee biologische boerderijen
Milieudefensie afdeling Den Haag
organiseert dit jaar een fietstocht naar twee geheel
verschillende boerderijen. Van Swieten in Stompwijk
is een vrij traditionele boerderij, zij het een biologische.
Er worden melkkoeien, kippen en schapen (voor de slacht)
gehouden. Het enige wat de boer ter plaatse verkoopt
is scharreleieren.
Boerderij ’t Geertje in Zoeterwoude is een zeer
populaire bestemming voor Zoetermeerse dagjesmensen.
Kinderen kunnen er van alles en nog wat doen, er zijn
fietsen en kano’s te huur en er wordt een breed
gesorteerde boerenlandwinkel gedreven. ’t Geertje
houdt koeien, melkgeiten, scharrelvarkens en kippen.
Van de geitenmelk wordt onder meer ijs gemaakt, dat
we warm (of eigenlijk koud) kunnen aanbevelen. Ligt
in deze formule de toekomst van de biologische landbouw?
Mensen die de route op zaterdag 25 juni individueel
fietsen kunnen alleen bij ’t Geertje terecht.
Van Swieten is op zaterdag niet geopend. Op zondag 26
juni kunnen beide boerderijen worden bezocht. Ze liggen
dicht bij elkaar.
Het startpunt van de fietstocht is de Natuurwinkel aan
de Theresiastraat 113.
Er worden twee routes beschreven: een langere ‘groene’
route, voor mensen met een goede fiets en dito conditie,
en een kortere route, voor de minder geoefende fietser.
Deze route volgt meer wegen die ook door auto’s
worden gebruikt.
Zondag
De Natuurwinkel is op zondag gesloten. U kunt daar dan
ook niet terecht om uw biologische lunchpakket af te
halen. Vandaar dat de route eerst langs het huis van
een vrijwilliger voert, die de pakketten zal uitdelen.
Zijn adres is Koningin Wilhelminalaan 491 in
Voorburg. Mensen die de route op zondag individueel
fietsen, kunnen zich direct bij hem melden. De uiterste
tijd om een lunchpakket op te halen is 10.30 uur.
Om vanaf de Natuurwinkel op de Koningin Wilhelminalaan
te komen, neemt u de Theresiastraat in de richting centrum.
De brede laan die u al snel kruist is de Laan
van Nieuw Oost-Indië. Hier gaat u linksaf.
U gaat onder het spoor door en slaat meteen rechtsaf,
de Van Alphenstraat in. De Koningin
Wilheminalaan is de tweede straat links. Mensen die
de lange route volgen, fietsen terug in de richting
van de Natuurwinkel. Volgt u de korte route, fiets dan
de Koningin Wilhelminalaan uit in oostelijke richting.
Via de Arembergelaan komt u uit op
een brede laan, de Laan van Nieuw Oosteinde.
Lees verder bij ~.
Het eerste deel van de route is gelijk voor beide boerderijen.
De splitsing bevindt zich in Stompwijk. De afstanden
zijn schattingen op basis van kaartgegevens.
@ De lange route (ca. 13,5 kilometer
tot aan de splitsing)
Volg vanuit de Natuurwinkel de Theresiastraat
in noordelijke richting (dat is als u de winkel verlaat
naar rechts). De Theresiastraat gaat voorbij de Carel
Reinierszkade over in de Vlaskamp, die verderop overgaat
in de Diamanthorst. Deze komt uit op de brede
Hofzichtlaan. Hier gaat u linksaf.
De vrij drukke weg waar u dan op uitkomt is de Bezuidenhoutseweg.
Hier slaat u rechtsaf.
De nog veel drukkere weg die dan voor u ligt is de Verlengde
Landscheidingsweg, oftwel de NORAH. Deze kruist u en
daarna gaat u meteen linksaf, de Zijdeweg
op. De bouwput aan uw rechterhand markeert de herbouw
van café De Landbouw, waar in het verleden
menige fietstocht van de Echte Nederlandse Fietsersbond
afdeling Den Haag e.o. van start ging. De Landbouw
moest wijken voor de aanleg van de NORAH. Rij rechtdoor.
U komt nu langs motel De Bijhorst.
Voorbij het gebouw slaat u rechtsaf,
en rijdt verder parallel aan de Rijksstraatweg
in noordelijke richting. De Rijksstraatweg (ook wel
de N44 genaamd) is een zeer drukke weg, maar gelukkig
hoeft u deze niet lang te volgen.
Na ca. 1,7 kilometer buigt de weg naar rechts
af. U vindt hier, naast fraai vormgegeven glas- en papierbakken,
een stadskaart en een ANWB-paal. Hierop staat aangegeven
Voorschoten 6, kasteel Duivenvoorde 5 en Leidschendam
8. U neemt de weg met het bord Verboden in te rijden,
met uitzondering van fietsers. Dit is de Raaphorstlaan,
waar u onder een fraai bladerdak van beuken en eiken
rijdt. Al snel ziet u aan uw rechterhand de weilanden
van de Duivenvoordse polder.
Kort nadat u een bloemkwekerij gepasseerd bent (aan
uw linkerhand) met daartegenover bankjes, staat u voor
de Eikenhorst, de residentie van Prins Willem-Alexander
en Prinses Maximá. Nee, de koffie staat níet
klaar. Althans, niet voor ons.
In plaats daarvan gaat u rechtsaf,
de lommerrijke Horst en Voordelaan
in. U bevindt zich hier op de Lange Afstandsfietsroute
LF4a, de Midden Nederland-route.
Ongeveer halverwege de Horst en Voordelaan moet u een
bruggetje over. Hier onderdoor stroomt de Veenwetering,
een oude afwatering, die zich van Den Haag helemaal
tot aan Leiden uitstrekt.
Aan het eind van de Horst en Voordelaan slaat u linksaf,
de fietstunnel in. Aan de overkant
gekomen, gaat u alsmaar rechtdoor.
Bij de kruising met de N447 gaat u even naar rechts,
om daarna meteen linksaf via de fietstunnel
aan de overkant uit te komen. Voor de tunnel ziet u
een bord met het opschrift Kasteel Duivenvoorde/Leidschendam
2, kort daarna een bord met het opschrift Stompwijk
4.
U gaat vervolgens weer rechtdoor, over
een weg met aan weerzijden kassen waarin bloemen worden
geteeld.
U wordt over de Vliet geholpen door de Overhaalbrug
(in de volksmond vaak de ‘Knipbrug’
genoemd) en passeert vervolgens aan uw rechterhand de
Starrevaartse Plas. In het geraas van de A4
broeden hier duizenden vogels.
Ook over de A4 gaat een brug. Vervolgens gaat u weer
gewoon rechtdoor. In de verte doemt
de skyline van Zoetermeer op.
Dan nog even een klein wit bruggetje over en meteen
linksaf. U bent nu in Stompwijk.#
ALTERNATIEVE ROUTE NAAR BOERDERIJ ’T GEERTJE
(ca. 5 km.)
Als u wat verder doorrijdt, stuit u ter hoogte van een
gemaal op een ANWB-fietspaal (nummer 61419), die een
‘groene route’ naar Zoeterwoude van 7 km.
aangeeft. U kunt deze gebruiken om bij ’t Geertje
te komen. Deze route is weliswaar iets langer dan als
u rechtdoor zou gaan, maar het wegdek is prettiger en
u ondervindt minder hinder van auto’s.
Sla rechtsaf dit pad in (u moet even
tussen twee hekken door manoevreren) en rij het uit
tot u niet verder kunt. U staat nu op een dijk. Voor
u strekt zich, vóór de skyline
van Zoetermeer, de 540 hectare grote Zoetermeerse
Meerpolder uit. Zoals de naam al aangeeft, lag
hier vroeger een meer. Begin zeventiende eeuw is het
drooggemalen. Aan de andere kant van de dijk ligt de
ringvaart, die gebruikt werd om het water af te voeren.
U slaat hier linksaf en gaat almaar
rechtdoor, waarbij u een vrij drukke autoweg kruist,
de N206. Na deze kruising komt u uit op de Ondermeerweg.
* Waar u de gemeentegrens Stompwijk/Zoeterwoude passeert
gaat deze over in de Geerweg, waaraan boerderij
’t Geertje gelegen is. Let u er wel op dat de
Geerweg een haakse bocht naar rechts maakt. ’t
Geertje ligt vrijwel aan het eind, op nummer 7. De ingang,
aan uw linkerhand, is absoluut niet te missen.
Wilt u naar boerderij Van Swieten (ca.
2,8 km) of via een andere route naar ’t
Geertje (ca. 4,2 km.), dan laat u de ANWB-paal
rechts liggen en rijdt u rechtdoor,
de lintbebouwing van Stompwijk in. Het wegdek van deze
Dr. Van Noortstraat is plaatselijk vrij hobbelig en
geparkeerde auto’s nemen hier en daar vrijwel
de hele rechter rijbaan in beslag. Het is niet een echt
drukke weg, maar kijkt u toch maar goed uit. De vele
borden in de tuinen voor de huizen kunt u eigenlijk
niet missen. Er wordt druk geprotesteerd tegen nieuwbouwplannen.
’t Geertje
- Wilt u naar boerderij ’t Geertje, dan kunt u
enkele honderden meters voorbij de kerk rechtsaf
slaan. Het ANWB-autobord met opschrift Zoetermeer
5 verwijst u naar de Meerlaan (op de hoek
ligt herberg Het Blesse Paard). Rij deze uit.
U gaat onder de Jan Koenenweg door, slaat linksaf
en bevindt u dan op de Ondermeerweg (zie verder
hierboven bij het sterretje).
Van Swieten
- Wilt u naar boerderij Van Swieten,
dan rijdt u de Dr. Van Noortstraat helemaal uit. Aan
het eind van het dorp buigt deze naar rechts.
De drukke weg waar u dan op stuit is het Oosteinde
(tevens de N206). U gaat hier linksaf
en vindt na enkele honderden meters aan de linkerkant,
op nummer 11, boerderij Van Swieten. De EKO-vlag wijst
u de weg. Gelukkig bevindt zich links van de drukke
autoweg een fietspad, maar het is helaas vrij smal.
Allebei
- Wilt u na uw bezoek aan boerderij Van Swieten naar
boerderij ’t Geertje? (ca. 4,5 km.)
Rij dan het Oosteinde uit en sla, voordat deze in de
Dr. Kortmannstraat overgaat, rechtsaf.
De weg waarop u zich nu bevindt, komt uit op de Zuidbuurtseweg.
U gaat hier scherp naar rechts en houdt
verder links aan (richting zuid-oost).
U bent nu op de Geerweg. ’t Geertje ligt
vrijwel aan het eind, op nummer 7. De ingang, aan uw
linkerhand, is absoluut niet te missen.
Andersom kan natuurlijk ook. Bij het verlaten van
’t Geertje slaat u rechtsaf.
De Geerweg maakt een haakse bocht naar links, maar u
houdt rechts aan en gaat de Zuidbuurtseweg
in. Vervolgens neemt u de eerste weg links
en dan weer links. Deze vrij drukke
weg is het Oosteinde. Boerderij Van Swieten vindt u
aan uw rechterhand op nummer 11.
@ De kortere route (ca. 10,5 km. tot
aan de splitsing)
Op zaterdag: Bij het verlaten van de
Natuurwinkel gaat u naar links, de
Theresiastraat in in de richting van
het Centraal Station. De brede weg die u al snel kruist
is de Laan van Nieuw Oost-Indië.
Hier slaat u linksaf en u volgt de
Laan in zuidoostelijke richting. Na een kleine kilometer
fietsen, net onder het spoor door, ziet u dat de Laan
van Nieuw Oost-Indië ietwat naar links afbuigt
en overgaat in de Koningin Julianalaan.
U slaat deze in maar slaat vervolgens rechtsaf
en meteen flauw naar links, zodat u
op de Laan van Nieuw Oosteinde uitkomt. Deze ligt in
een rechte lijn met de Laan van Nieuw Oost-Indië.
Lees verder onder ~.
Op zondag: Het vertrekpunt Koningin Wilhelminalaan
491 in Voorburg ligt in het verlengde van de
Prinses Beatrixlaan direct aan de ander kant van het
spoor. U fietst de Koningin Wilhelminalaan uit in oostelijke
richting. Via de Arembergelaan komt u uit op een brede
laan, de Laan van Nieuw Oosteinde.
~ U volgt de Laan van Nieuw Oosteinde helemaal in zuid-oostelijke
richting. Voorbij de drukke Prins Bernhardlaan maakt
de Laan een flauwe bocht naar links en gaat dan over
in de Parkweg. Deze volgt u, maar al
na circa 250 meter slaat u meteen na de kerk rechtsaf,
de Franse Kerkstraat in. Vervolgens
linksaf de Herenstraat
in en tegenover de andere kerk rechtsaf de
Kerkstraat in. Via de Kerkbrug
kunt u de Vliet over en slaat dan meteen
linksaf. U vervolgt uw weg over de
Westvlietweg. U passeert de Lijnwerkplaats
van de NS, gaat onder het spoor door, rijdt langs de
Zeeheldenwijk en passeert de Noordelijke Randweg.
Weer in de bebouwing aangekomen, ziet u schuin
rechts de Nieuwstraat. Deze
slaat u in. De Nieuwstraat gaat over in de Venestraat,
die u eveneens volgt. Aan het eind slaat u rechtsaf
om onder de snelweg A4 door te gaan, en meteen daarna
links. U bevindt zich nu op de Stompwijksweg.
Rij deze uit en lees verder bij het teken #.
De terugweg
U kunt natuurlijk terug zoals u gekomen bent, maar degenen
die de lange route hebben gevolgd willen misschien liever
via een kortere route terug. Daarvoor bestaan verschillende
mogelijkheden. In elk geval moet u terug naar het punt
waar u Stompwijk binnengekomen bent (zie boven bij #).
Wilt u via de lange route terug, dan moet u rechtsaf
het witte bruggetje over en de beschreven route in omgekeerde
volgorde afleggen.
Wilt u langs de Vliet terugfietsen, dan moet
u eveneens rechtsaf het witte bruggetje over. Vervolgens
fietst u rechtdoor, gaat weer de A4 over, langs de Starrevaartse
Plas en vervolgens linksaf. U fietst nu over de Oostvlietweg
via Leidschendam-Voorburg weer naar Den Haag. Het fietspad
ligt nu eens links, dan weer rechts van de weg.
U kunt ook rechtdoor rijden, de Stompwijkseweg
af. U slaat dan níet bij het witte bruggetje
rechtsaf. De Stompwijkseweg komt in het centrum van
Leidschendam via de Venestraat en de Nieuwstraat
eveneens bij de Vliet uit. Dit is een kortere route
dan de hierboven genoemde over de Oostvlietweg, maar
het wegdek van de Stompwijkseweg laat plaatselijk te
wensen over en het verkeer kan er druk zijn.
U kunt op verschillende plaatsen de Vliet over om (al
dan niet via Voorburg) weer in Den Haag uit te komen.
Volg de borden.
Milieudefensie afdeling Den Haag wenst u een prettige
fietstocht en hoopt dat de kennismaking met de biologische
landbouw u bevallen is!
Terug
naar boven
|
2004:
|
|
Aanleg
fietspad 10 stap dichterbij
Fietspad 10, van Clingendael via de Vlakte van Waalsdorp
naar het Achterom in Meijendel, gaat er dan misschien
toch komen. Na tientallen jaren van discussie heeft
de Provincie Zuid-Holland een tracéstudie afgerond.
U kunt nu op de tracénota inspreken.
De nota beschrijft de voorkeursroute voor het fietspad,
zoveel mogelijk rekening houdend met de belangen van
wandelaars, ruiters en natuurliefhebbers. Daarnaast
is het gebied in gebruik als waterwingebied en als militair
oefenterrein. Bovendien valt het gebied onder de Europese
Habitatrichtlijn. Ingrepen zoals dit fietspad moeten
hieraan worden getoetst..
De inspraakperiode loopt van 20 september tot 1 november.
In dit verband worden twee inloopavonden georganiseerd
voor belangstellenden: op donderdag 7 oktober van 19.30-21.30
uur in de Triomfatorkerk aan de Juliana van Stolberglaan
154 in Den Haag en op dinsdag 12 oktober van 19.00-20.30
uur in De Paauw, Raadhuislaan 22 in Wassenaar. Hier
vindt tussen 20.30 en 22.00 uur tevens een debat plaats
tussen voor- en tegenstanders van dit Fietspad 10.
Zie voor een toelichting, foto’s en een kaart:
www.zuid-holland.nl/thema/verkeer/nieuwsberichten/fietspad10.jsp
Terug naar boven
|
Inspraakreactie
Haags Milieucentrum op het concept-Plan van Aanpak Luchtkwaliteit
2004 - 2010 van de gemeente Den Haag
Inleiding
Schone lucht is van vitaal belang voor een goede kwaliteit
van het bestaan en de gezondheid van alle Hagenaars. Toch
is het op veel plaatsen ronduit slecht gesteld met de kwaliteit
van ieders lucht. In onze stad zijn de nodige knelpunten,
met name door de emissies van het vracht- en autoverkeer.
Het gaat daarbij om een zeer hardnekkig probleem. Maar wel
een probleem waarvoor, gezien de ernst daarvan, duurzame oplossingen
gevonden zullen moeten worden. Een beleid dat met name gericht
is op het oplossen van knelpunten, zal er niet in slagen de
kwaliteit van de Haagse lucht in 2010 weer op een aanvaardbaar
niveau te brengen. Dat kan alleen door middel van een samenhangend
beleid gebaseerd op een brede integrale visie op de ontwikkeling
van onze stad. Bij dat beleid gaat het om een pakket van samenhangende
maatregelen om te komen tot mobiliteit op maat, goede bereikbaarheid,
leefbaarheid en gezondheid, een vitale natuur en gezond milieu
en vanzelfsprekend een vitale lokale economie. Het gaat hierbij
om een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, burgers
en bedrijven met als uitgangspunt: Niemand heeft het recht
om de kwaliteit van de lucht en de gezondheid van een ander
ernstig te bedreigen.
Algemene analyse van het concept Plan
van Aanpak Luchtkwaliteit
1 Urgentie en Fijn Stof
Het Haags Milieucentrum is van mening dat in het concept Plan
van Aanpak Luchtkwaliteit te zeer het gevoel van urgentie
ontbreekt. Een van de oorzaken daarvan is dat men er voor
gekozen heeft het aanpakken van de ernstige gevolgen voor
de gezondheid van Fijn Stof niet in het plan te betrekken.
Luchtkwaliteit is een breed begrip (waaronder overigens ook
broeikasgassen vallen), maar in dit plan gaat het met name
over de schade voor de gezondheid van stikstofemissies en
de aanpak daarvan. De argumentatie om de aanpak van Fijn Stof
buiten beschouwing te laten, is dat dit de (wettelijke) verantwoordelijkheid
van de landelijke overheid is. Hier wordt te gemakkelijk die
verantwoordelijkheid bij de landelijke overheid gelegd, terwijl
het duidelijk om een gezamenlijke verantwoordelijkheid gaat.
Het gaat vooral om lokale bronnen en om lokale problemen en
de gemeente is nu eenmaal verantwoordelijk voor de gezondheid
van haar inwoners. De lokale overheid heeft vele mogelijkheden
om nu al die verantwoordelijkheid daarvoor te nemen en de
problematiek van het ultrafijne stof te lijf te gaan.
Natuurlijk is het zo dat maatregelen om NOx-emmissies
terug te dringen, meestal ook goed zijn om het Fijn Stof te
bestrijden, maar dit laatste vergt ook specifieke maatregelen.
Waarom zijn die hard nodig? De gevolgen voor de gezondheid
van ultrafijn stof in de lucht, dus met name deeltjes kleiner
dan 0,1 mu (eentiende deel van het miljoenste deel van een
meter oftewel 100 nanometer), blijken zeer ernstig. Veel ernstiger
dan men een aantal jaren geleden dacht. Toen sprak men nog
van gezondheidsschade veroorzaakt door deeltjes van 10 mu.
Deeltjes die 100 keer zo groot zijn. Hoogleraar luchtverontreiniging,
Sjaak Slanina, stelt dat iemand die naast een drukke snelweg
loopt, per adembeurt ongeveer veertienmiljoen kleine deeltjes
van vooral diesel inademt. Juist deze deeltjes dringen diep
in de longen door. Toch zijn het de grotere en minder schadelijke
deeltjes waarop de Europese normen die in 2005 van kracht
worden zijn gebaseerd. Deze normen lijken dus nu al achterhaald
door de werkelijkheid van het ultrafijne stof, waarbij het
niet gaat om het gewicht maar om de hoeveelheid van die deeltjes.
Dit betekent, dat al zou men in 2005 aan de normen voldoen
(die uitgaan van gewicht), het gevaar voor de volksgezondheid
nog steeds volop aanwezig is. Voor emissies van Fijn Stof
zijn overigens met name dieselmotoren verantwoordelijk en
een groeiend aantal voertuigen rijdt op diesel. Deze stoten
bovendien beduidend meer NOx uit.
De keuze voor enkel NOx verbaast ons te meer,
omdat het plan, als het om acute effecten door blootstelling
aan Fijn Stof gaat, het volgende stelt (blz 4): “Enkele
tienduizenden hebben in Nederland last van luchtwegen of verminderde
longfunctie, met name jonge astmatici. Het RIVM schat dat
als gevolg van langdurige blootstelling aan fijn stof jaarlijks
tussen de 10.000 en 15.000 mensen vroegtijdig overlijden”.
Alleen al voor Den Haag gaat het dus om jaarlijks ongeveer
tussen de 300 en 450 burgerslachtoffers! Andere onderzoeken
spreken overigens over honderdduizenden mensen die in Nederland
luchtwegklachten hebben. En over kortdurende blootstelling
stelt het plan (blz 4) dat “ongeveer 4000 mensen in
Nederland vroegtijdig overlijden”. Dus nog eens ruim
100 Haagse burgers. Niet voor niets nemen de aandoeningen
aan de luchtwegen, allergie en klachten van hart en bloedvaten
in stedelijke gebieden schrikbarend toe. Ook op blz 3: “Kinderen
met astma kunnen door blootstelling aan luchtverontreiniging
vaker een astma-aanval krijgen met een ernstiger karakter”.
En klachten worden niet alleen verergerd, bronchitis wordt
zeer waarschijnlijk door Fijn Stof ook veroorzaakt. Laten
we bovendien niet vergeten dat het niet alleen gaat om doden,
maar minstens zo belangrijk zijn de gevolgen voor de kwaliteit
van het bestaan van iemand die zijn of haar leven met ernstige
klachten moet leven, zelfs zonder daaraan vroegtijdig te overlijden.
2 Prognoses groei verkeer
Het gevoel van urgentie wordt ook gemist doordat in het plan
de prognoses ontbreken over de groei van het vracht- en autoverkeer
tot 2010 en de gevolgen daarvan voor de luchtkwaliteit van
onze stad. Er wordt slechts verwezen naar de effecten van
het Verkeersplan 2010,waarin wel rekening wordt gehouden met
die groei. In dit plan had het opnemen van die prognoses en
hun gevolgen echter niet mogen ontbreken. Wij hadden in dit
plan een gedegen analyse mogen verwachten van de oorzaken
van de alsmaar toenemende automobiliteit, die bovendien leidt
tot verstopping van de wegen met alle gevolgen voor ook de
lokale economie. Jarenlang heeft men de automobiliteit juist
gefaciliteerd en de gevolgen daarvan voor de gezondheid, de
leefbaarheid, de economie en het milieu min of meer voor lief
genomen. Daar plukken we nu de zure vruchten van.
Die groeiprognoses zijn landelijk niet mis.
Zo verwacht het ministerie van Verkeer en Waterstaat dat het
vrachtverkeer tot 2020 verdubbelt, terwijl juist de emissies
van het vrachtverkeer voor de meeste problemen zorgen. Een
andere nota spreekt van een toename tussen de 40% en 80%.
Het aantal personenautokilometers is van 1998-2002 met liefst
27% gestegen. Is de verwachting van een toename met niet meer
20% tot 2020 dan een reële verwachting? Wat betekent
dit voor de emissies?
Als men de verwachte sterke groei van het
autoverkeer en vooral het vrachtvervoer optelt bij de gevolgen
voor de gezondheid en het milieu, is er volgens ons geen andere
conclusie mogelijk dan dat ingrijpende maatregelen nodig zijn
om de kwaliteit van de Haagse lucht op een voor de gezondheid
van Hagenaars aanvaardbaar niveau te brengen. Bij die ingrijpende
maatregelen gaat het vanzelfsprekend om een integrale afweging
van het bevorderen van financiële haalbaarheid, een zo
groot mogelijk draagvlak onder de bevolking en een vitale
lokale economie, met onder meer een goede bereikbaarheid van
bedrijven en instellingen. Daarbij is het spanningsveld tussen
al deze belangen, gezien het huidige beleid, niet “denkbeeldig”
zoals op blz 3 wordt gesteld, maar evident. Voor die integrale
afweging is een duurzame visie nodig, waarbij economische
belangen en gezondheidsbelangen elkaar niet per definitie
in de weg zitten.
3 Ontbreken visie en vrijblijvendheid
Die visie ontbreekt. Het ontbreekt daardoor te zeer aan maatregelen
die de oorzaak van de problemen bij de bron aanpakken. Het
ontbreekt aan een visie hoe de automobiliteit weer in duurzame
banen te leiden, die zelfs gunstig kunnen of zullen zijn voor
de lokale economie of daaraan zo min mogelijk schade berokkenen.
Dit Plan van Aanpak is een optelsom en het breed uitmeten
van maatregelen die al uitgevoerd worden of die voorgenomen
zijn. Het is veelal plak- en knipwerk uit reeds bestaande
plannen en beleidstukken. Bovendien blinkt het plan uit in
vrijblijvendheid. Het wemelt bij het beschrijven van maatregelen
van uitdrukkingen als “initiatieven hiertoe genomen
moeten worden”, “verkennende gesprekken”,
“bezien zal worden”, “wordt aandacht geschonken
aan”, “wordt rekening gehouden met”. Veelvuldig
wordt het werkwoord “kunnen” gebruikt zoals “kunnen
worden uitgerust” en “kunnen worden opgeheven”.
Bijna nergens wordt beschreven waar men, meetbaar, wat wil
bereiken en met welk tijdpad. En daar gaat het toch om in
een Plan van Aanpak. Dit is meer een PIM, een Plan van Inventarisatie
en Mogelijkheden.
4 Hardnekkig
De ronduit slechte kwaliteit van de lucht in onze stad is
ook een hardnekkig probleem. Het gaat om een weerbarstige
problematiek. Maar waarom is dat zo? Waarom lukt het maar
niet om die lucht schoner te maken? De oorzaken van die hardnekkigheid
geven ook aan in welke richting oplossingen gezocht moeten
worden. Maar dit plan mist de analyse van die weerbarstigheid.
Voor die weerbarstigheid zijn een aantal oorzaken te noemen
zoals de vele (diffuse) bronnen en het grensoverschrijdende
karakter als het om (v)luchtige emissies gaat. Wat ook niet
meehelpt is dat het probleem in feite onzichtbaar is. Lucht
lijkt op het oog schoon terwijl dit in feite niet zo is. En
de autolobby is machtig en velen verdienen hun brood aan de
auto.
Wat betreft de Haagse lucht zijn er volgens
ons evenwel twee hoofdoorzaken. De eerste is een naar onze
mening te smalle opvatting binnen de Haagse beleidsmakers
over het type economie dat Den Haag nodig heeft; dus over
wat goed is voor een gezonde lokale economie. Het is een breed
levend idee dat het goed is voor de lokale economie als geheel
om grote projecten te realiseren. Dat is soms ook zo, maar
lang niet altijd. Ook bestaat het idee dat het goed is toe
te geven aan de wensen en verlangens van specifieke economische
belangen, ook als dit ten koste gaat van leefbaarheid en milieu.
Een belangrijk voorbeeld is de parkeertunnel onder de Grote
Marktstraat. Dit was een vurige wens van de grote winkelbedrijven
waar de tramtunnel aan vastgeplakt is onder meer om een en
ander financieel haalbaar te maken. Behalve het trekken van
auto’s naar de binnenstad was die parkeergarage ook
bedoeld voor de bevoorrading van de grote winkels in het centrum.
De parkeergarage aan de Amsterdamse Veerkade zou verdwijnen.
Wat is hiervan terechtgekomen? Wij vinden een parkeergarage
in het hartje van het centrum een planologische blunder en
bovendien niet bevorderlijk voor een prettig winkelklimaat.
Ook het Haags Milieucentrum is namelijk voor bloeiende (groot)winkelbedrijven,
maar er is niet slechts één weg naar dit hogere
doel. Het zou goed zijn over de mogelijke pijlers van een
duurzame en vitale Haagse economie eens een echt Stadsdebat
te organiseren.
De tweede hoofdoorzaak die het probleem zo
hardnekkig maakt, is dat bij het nemen van concrete en effectieve
maatregelen “vuile handen” gemaakt moeten worden.
De kwaliteit van de lucht, en daarmee de gezondheid van velen,
wordt namelijk bedreigd door de leefstijl van velen. Dan gaat
het vooral om het veelvuldig en onnodig gebruik van de auto.
Die auto staat hoog op het verlanglijstje van veel Haagse
burgers die ook kiezers zijn. Om de lucht weer voldoende schoon
te maken, zijn ingrijpende maatregelen nodig. En de boodschap
dat mensen op een aantal punten hun mobiliteitsgedrag zouden
moeten veranderen, is simpelweg geen populaire boodschap.
Laten we er geen doekjes om winden: het vergroten van het
maatschappelijk draagvlak vergt heel veel inspanningen. Ook
in de lokale politieke arena zal nog de nodige strijd gevoerd
worden als het gaat om de politieke wil voor het nemen van
noodzakelijke maatregelen.
5 Integraal?
In het plan wordt terecht gesteld (blz 6): “Luchtkwaliteit
behoort een integraal onderdeel van gemeentelijk en regionaal
beleid te zijn”. Maar in het belangrijkste verkeersplan
van de gemeente, het Verkeersplan 2010, ontbreekt dit nagenoeg.
Het is dan ook hard nodig dat er weer een Verkeersmilieukaart
wordt uitgebracht op basis van recente gegevens en metingen.
Volgens een citaat op blz 6 dient de Stuurgroep Duurzaamheid:
“een strategische rol te vervullen bij het formuleren
van beleid gericht op synergie tussen eerder genoemde aandachtsgebieden”.
Die gebieden zijn het bestrijden van klimaatverandering en
het oplossen van het vraagstuk luchtkwaliteit. Maar gaat die
Stuurgroep dat ook doen? Er zijn de laatste twee jaar al een
aantal beleidsonderwerpen het college gepasseerd, waarbij
de Stuurgroep voor enige synergie had kunnen zorgen. Ons centrum
heeft daarbij niet veel gemerkt van die strategische rol van
de Stuurgroep. Ook wordt in het plan (blz 8) expliciet aanbevolen
om op het schaalniveau van de Structuurvisie 2020 het beperken
van de verplaatsingsbehoefte als één van de
uitgangspunten te hanteren. Dit is echter niet gebeurd. Wat
dit betreft kan de gemeente zelf beginnen het goede voorbeeld
te geven. Heel wat ambtenaren op het stadhuis wonen buiten
de stad. Als zij in de stad zouden wonen heeft dat als groot
bijkomend voordeel dat zij de stad waarvoor zij beleid maken
of werken dagelijks beleven en beter zien wat er terechtkomt
van het beleid en de uitvoering daarvan.
6 Belang algemene maatregelen
Het plan stelt op blz 7 dat er een onderscheid gemaakt kan
worden naar specifieke en algemene maatregelen. Het plan legt
de nadruk op de specifieke maatregelen, maar zegt de waarde
van algemene maatregelen niet te onderschatten omdat deze
“alle bewoners van de stad ten goede komen en daardoor
mede bijdragen aan het oplossen van de specifieke knelpunten”.
Die nadruk dient in onze ogen echter andersom te liggen. Zonder
sterk in te zetten op algemene maatregelen zal het beleid
altijd achter zichzelf aanlopen, omdat specifieke maatregelen
de dieperliggende oorzaken niet aanpakken. Dan zullen er steeds
nieuwe knelpunten optreden die ook niet meer aan te pakken
zullen zijn. Juist die noodzakelijke integraliteit van het
beleid komt tot uitdrukking in die algemene maatregelen die
overal in de stad bijdragen aan een betere kwaliteit van de
lucht.
Dit wordt overigens wel onderkend in de notitie:
Naar een meer structurele aanpak van luchtkwaliteitsknelpunten.
Jammer dat die meer structurele aanpak louter wordt gezien
als het inrichten van de CentrumRing, Buitenruit en het aanleggen
van nieuwe wegen als het Trekvliettracé. Jammer is
ook dat simpelweg wordt gesteld dat er een strijdigheid is
tussen leefbaarheid en bereikbaarheid. Jammer is vooral dat
dit vervolgens ook nog tot uitgangspunt van beleid wordt genomen.
Uitgangspunt had volgens ons het verzoenen van leefbaarheid
en bereikbaarheid moeten zijn. En ook in deze notitie met
zijn “meer structurele aanpak” is helaas steeds
sprake is van “verkenningen”, “mogelijke
oplossingsrichtingen”, “mogelijke fasering”
en “schetsmatige uitwerking van de meest haalbare varianten”.
Wij kunnen daar best enig begrip voor opbrengen, maar laten
we nu eindelijk eens tot besluiten komen.
Belangrijk is bovendien dat het zeker niet
alleen gaat om de knelpunten. Alsof alleen daar waar plandrempels
en wettelijke normen overschreden worden, schade aan de gezondheid
optreedt. Ook hier ligt het precies andersom. Die schade treedt
op door een accumulatie elke dag overal in de stad. En, zoals
al eerder gesteld, zijn bijvoorbeeld voor Fijn Stof de wettelijke
normen die in 2005 van kracht worden nu al achterhaald.
7 Aanvullend Plan van Aanpak in
de toekomst?
In het plan wordt op blz 1 gesteld: “Een aanvullend
plan van aanpak zal wellicht niet meer nodig zijn”.
Het Haags Milieucentrum is, gezien het voorgaande, van mening
dat het voor de hand ligt dat de komende jaren een of meer
een aanvullende plannen van aanpak juist wel nodig zijn. Maar
daarvoor zijn meer redenen. Op veel plaatsen zitten de plandrempels
vlak tegen de grenswaarden aan, bijvoorbeeld op de plaatsen
die recent als knelpunten door de gemeente zijn afgevoerd
(22 naar 14, als wij tenminste goed tellen zie blz 15). Dat
zal zeker op meer plaatsen in de stad het geval zijn. Het
zou daarom goed zijn over een “net-niet-lijst”
te kunnen beschikken. Ook hebben wij het vermoeden dat er
zo hier en daar wat creatief gerekend wordt om net onder plandrempels
uit te komen. Zo gaat men nu bij metingen opeens uit van gevelbelasting
in plaats van stoeprandbelasting. Bij blootstelling aan schadelijke
emissies gaat het evenwel niet alleen om de langdurige blootstelling
van burgers die wonen aan een bepaalde weg. Het gaat ook om
de verkeersdeelnemers en met name fietsers die juist op het
as van de weg verblijven. Daar waar de emissies vele malen
hoger zijn dan aan de gevel.
Tenslotte hebben we een paar vragen. Is het
zo dat een deel van de gegevens die gebruikt worden, voortkomen
uit rekenmodellen met berekende gegevens in plaats van daadwerkelijke
metingen ter plaatse? En is het zo dat die rekenmodellen samengesteld
zijn uit allerlei aannames, waarbij emissies van auto’s
stelselmatig te laag ingeschat worden, bijvoorbeeld door uit
te gaan van hoe hard auto’s mogen rijden in plaats van
hoe hard ze in werkelijkheid rijden? Is het ook zo dat regelmatig
fouten worden gemaakt bij de invoer van gegevens? Het Haags
Milieucentrum pleit niet alleen daarom voor regelmatige daadwerkelijke
metingen, overal in de stad, die voor iedereen direct zichtbaar
gemaakt worden. Rekenmodellen hebben bijvoorbeeld bij Schiphol
hun inaccuraatheid in voldoende mate bewezen. En nooit ten
gunste van milieu en gezondheid. Als laatste zijn wij benieuwd
naar de gegevens over 2003 en wanneer er gemeten is. In de
zomer zijn concentraties van allerlei stoffen in de lucht
namelijk meestal hoger. De verwachting voor 2003 is dat er,
door de warme zomer, behoorlijk wat meer overschrijdingen
van de normen waren.
Globale visie Haags Milieucentrum
De gezondheidsrisico’s als gevolg van
emissies van onder meer Fijn Stof en NOx zijn zo ernstig dat
ingrijpende maatregelen noodzakelijk zijn. Oplossingen kunnen
alleen gevonden worden door het ontwikkelen van een duurzame
en integrale visie en beleid; een visie waarbij een vitale
lokale economie hand in hand gaat met een vitaal milieu met
schone lucht.
Ons uitgangspunt daarbij is dat voor een goede
luchtkwaliteit niet alleen de overheid, maar iedereen verantwoordelijk
is. Burgers kunnen er van doordrongen worden dat zij hieraan
middels een andere duurzamere leefstijl een bijdrage kunnen
leveren, bijvoorbeeld via een andere, duurzame, invulling
van (auto)mobiliteit, bedrijven door een duurzame manier van
produceren, vermarkten en vervoeren van hun werknemers en
de overheid op alle niveaus om de kaders te scheppen waarbinnen
dat verantwoorde duurzame gedrag mogelijk is en gestimuleerd
of ondersteund wordt. Bovendien kan de overheid binnen haar
eigen bedrijfsvoering het goede voorbeeld geven. Omdat het
hier om een gemeenschappelijk “bezit” gaat, heeft
de overheid heeft bij het bewaken van de kwaliteit van ieders
lucht wel een speciale verantwoordelijkheid. Speciaal de overheid
heeft de taak om hier in het algemeen belang over te waken.
Er is ook nog een direct belang van de gemeente
om een stevig beleid in gang te zetten. Zo kunnen in de toekomst
dure saneringsmaatregelen voorkomen worden en kan bijvoorbeeld
voorkomen worden dat nieuwbouw- en herstructureringsplannen
bij de rechter worden afgewezen, als blijkt dat deze een overschrijding
van gezondheidsnormen tot gevolg hebben. Onlangs nog werd
door de rechter een bouwvergunning vernietigd door een overschrijding
van de EU-normen voor Fijn Stof in 2005.
Hoeveel auto’s kan een stad
hebben?
Heel concreet is de vraag: Hoeveel auto’s en vrachtauto’s
kan een stad hebben? De ruimte voor bijvoorbeeld wegen is
in een stad, ook door bestaande bebouwing, per definitie schaars.
Wij begrijpen heel goed waarom de auto zo hoog op de verlanglijstjes
van burgers staat. De auto wordt geassocieerd met vrijheid
en blijheid, je kan er mee pronken en is bovendien vaak “een
kamer voor jezelf” op wielen. En als het gaat om mobiliteit
was de auto natuurlijk een zegen. Hij stond voor de deur en
vervoerde iemand snel naar de plaats van bestemming. Door
de veel te grote aantallen en het gebruik is de auto echter
van een zegen tot een plaag verworden. Die plaag was de auto
altijd al voor het milieu en de verkeersveiligheid, maar dat
is hij nu ook geworden voor de gezondheid en, door opstoppingen
en files, de bereikbaarheid zelf. Een aantal technische maatregelen
en ingrepen in de infrastructuur kunnen zeker bijdragen aan
oplossingen, maar dat zal zeker niet voldoende zijn. Om ervoor
te zorgen dat Hagenaars weer opgelucht kunnen ademhalen, zullen
er veel minder personen- en vrachtauto’s door onze stad
kunnen rondrijden dan nu het geval is. Auto’s bovendien
die vaak onnodig gebruikt worden.
Om het aantal autobewegingen en de gevolgen
daarvan voor de gezondheid, de veiligheid, de economie en
natuurlijk het milieu, te kunnen verminderen is het van groot
belang een aantal beleidsterreinen in samenhang met elkaar
duurzaam invulling te geven:
1) mensen bewust maken van de problemen, op
hun verantwoordelijkheid aanspreken en hen het zo gemakkelijk
mogelijk maken die te nemen
2) wonen, werken, winkelen, schoolgaan en recreëren zo
dicht mogelijk bij elkaar brengen
3) op tal van manieren zorgen voor een overstap van vervoer
per auto of vrachtauto naar in het bijzonder de fiets en het
openbaar vervoer
4) auto- en vrachtverkeer waar mogelijk concentreren op een
beperkt aantal wegen en daar fors investeren in maatregelen
om hinder en emissies tegen te gaan
5) het nemen van technische maatregelen om schadelijke emissies
en geluid tegen te gaan
Beleid en te nemen maatregelen in
10-puntenplan
Deze uitgangspunten van beleid leiden volgens
het Haags Milieucentrum tot de hierna in 10 punten geschetste
te nemen maatregelen, die vaak ook goed zijn voor de lokale
economie.
1 Schep draagvlak onder de bevolking en
het bedrijfsleven
Doe er als lokale overheid alles aan om de Haagse burgers
en bedrijven bewust te maken van het probleem, hen op hun
eigen verantwoordelijkheid te wijzen en het hen het zo gemakkelijk
mogelijk te maken om die verantwoordelijkheid ook te nemen.
Dat kan op tal van manieren. Het mag onder meer de komende
jaren niet ontbreken aan bewustwordingscampagnes te vergelijken
met de antirookcampagnes. Ook bij het roken werd de gezondheid
van velen ernstig bedreigd door de leefstijl van velen. Door
een niet aflatende inzet van met name maatschappelijke organisaties,
medici en verontruste burgers, is er voldoende maatschappelijk
en politiek draagvlak ontstaan om te komen tot maatregelen
die tien jaar geleden nog ondenkbaar waren. Maar dat heeft
lang geduurd. Het algemene bewustzijn van de ernstige gevolgen
van stoffen die in te hoge concentratie in de lucht zitten,
zal ook een kwestie van langere adem zijn. Er dient aan gewerkt
te worden om die tijd zo kort mogelijk te houden.
2 Breng wonen, werken, winkelen, schoolgaan
en recreëren dicht bij elkaar
Bij de ruimtelijke ordening dient veel meer rekening gehouden
te worden met het mengen van werk en wonen en het scheppen
van een hoog voorzieningenniveau als het gaat om zaken als
schoolgaan, recreëren en winkelen. Belangrijk hierbij
is een goed overleg op verschillende bestuursniveaus. Er moeten
regelingen komen om te stimuleren dat werknemers dicht in
de buurt van hun werk gaan wonen. Wonen en werken dienen in
ieder geval niet dicht langs drukke wegen gepland te worden.
Belangrijk is ook werknemers te stimuleren en te faciliteren
om niet allemaal afzonderlijk met de auto naar het werk te
komen. Dat kan onder meer door vervoersmanagement, verplichte
bedrijfsvervoerplannen, openbaar vervoer dat goed op elkaar
aansluit en een goed lokaal en regionaal fietspadennetwerk
(zie ook 5). Nu zijn de schaarse initiatieven om bedrijven
aan te zetten tot vervoersmanagement te vrijblijvend. Verplichte
inspanningen voor vervoersmanagement bij bedrijven zou bijvoorbeeld
gekoppeld kunnen worden aan de vergunningverlening aan bedrijven.
3 Naar een Autovrije/luwe binnenstad
Het autovrij/luw maken van de binnenstad. Dit zal meteen de
leefbaarheid, de aantrekkelijkheid en een prettig winkelklimaat
sterk bevorderen. Groningen is geen Den Haag, maar in deze
stad is de autovrije binnenstad een doorslaand succes na aanvankelijke
grote tegenstand van de winkeliers in de binnenstad die vreesden
voor omzetverlies. Voor de meeste winkeliers verdubbelden
de omzetten juist. Om die autovrije/luwe binnenstad te bewerkstelligen
dient onder meer de Parkeerroute verlegd te worden langs het
Hollands Spoor en over de Mauritskade, dus om het hart van
het centrum. Verkeer dat op de CentrumRing thuishoort dient
geweerd van de Parkeerroute. Wij vragen om een onafhankelijke
studie voor hoe met deze gewijzigde parkeerroute optimaal
gebruik gemaakt kan worden van bestaande parkeerfaciliteiten
aan de randen van het centrum. De parkeertunnel onder de Grote
Marktstraat is een realiteit. Deze dient dus toegankelijk
gemaakt te worden vanaf die nieuwe parkeerroute. Probleem
is wel het gratis parkeren bij goed bereikbare winkelcentra
buiten de stad zoals bij Leidschenhage. Wanneer door onder
meer een goede Parkeerroute de bereikbaarheid van en het winkelklimaat
in die binnenstad ernstig verbeteren, zal dat gratis parkeren
volgens ons niet een uittocht van klanten naar omringende
winkelcentra tot gevolg hebben. Het leidt wel tot oneerlijke
concurrentie. Dit punt dient op het niveau van het gewest
Haaglanden opgelost te worden. Indien men er op dat niveau
niet in slaagt dat het parkeren bij winkelcentra wordt belast,
komt de vraag in beeld, of, buiten kantoortijden, de parkeertarieven
aan de rand van de autovrije binnenstad niet verlaagd kunnen
worden.
Het doorgaande verkeer dient uit de binnenstad
geweerd te worden. Wij stellen voor om de verbinding met de
A12 via het Prins Bernhardviaduct af te sluiten door het viaduct
vanaf het Spui tot het busplatform af te breken plus een onderzoek
hoe zonder het Prins Bernhardviaduct het centrum op andere
manieren te verbinden met het Noorden van de stad. Dit schept
ook ruimte voor bebouwing en verdichting op een gewilde lokatie.
Verder stellen wij voor, zoals ook de bedoeling toen de plannen
voor Het Souterrain werden goedgekeurd, de (lelijke) parkeergarage
aan de Amsterdamse Veerkade af te breken. Deze trekt niet
alleen veel verkeer aan, maar ontsiert in grote mate een deel
van de binnenstad, dat juist aantrekkelijk dient te zijn.
Zo komt ook dure grond vrij voor een compact nieuw gebouw,
dat de aantrekkelijkheid van de binnenstad zal verhogen.
4 Concentreer waar mogelijk het verkeer
Wij ondersteunen van harte het beleid van de gemeente zoals
neergelegd in het Verkeersplan 2010 om het verkeer waar mogelijk
te concentreren op een aantal wegen zoals op de Centrumring
en de buitenruit. Daarmee schep je in de stad verkeerluwe
verblijfsgebieden (Stadsleefgebieden) die veel minder last
hebben van doorgaand verkeer. Daarom dient er haast gemaakt
te worden met de inrichting van de CentrumRing. Met name op
de Noordwestelijke Hoofdroute tussen Kijkduin en het Hubertusviaduct
zullen zeer ingrijpende maatregelen nodig zijn om - bij het
voorspelde verkeersaanbod in 2010 - aan de Europese milieunormen
te kunnen voldoen. Er dient bij de concentratie op die wegen
dus flink geïnvesteerd te worden in maatregelen om emissies
tegen te gaan en veiligheid en doorstroming te bevorderen.
Dit kan onder meer via transferia voor een goede overstap
van de auto op de fiets en in het openbaar vervoer met goede
stallingen, reisinformatie en bewegwijzering, door ongelijkvloerse
kruisingen, het toepassen van LARGAS (langzaam rijden gaat
sneller) en door geluidschermen. Soms zal het nodig zijn om
woningen/gebouwen daarvoor op te offeren. Het plan stelt ook
voor om functies van gebouwen te wijzigen van wonen in werken.
Daar hebben wij duidelijke twijfels over. Wettelijk mag het
zo zijn geregeld dat werknemers aan hogere emissies blootgesteld
mogen worden dan bewoners, ook bij werknemers gaat het vaak
ook om langdurige blootstelling.
Wat betreft het Trekvliettracé zijn
wij van mening dat dit dure project, dat ook het groen om
onze stad flink zal aantasten, geen oplossing biedt wanneer
het gaat om congestie en bereikbaarheid. Deze zal juist meer
verkeer aantrekken dat vervolgens verderop in de stad weer
zal vastlopen. Het daarvoor gereserveerde geld kan beter geïnvesteerd
in het verbeteren van capaciteit en de doorstroming op de
Buitenruit en de CentrumRing. En natuurlijk voor investeringen
in een uitstekend fietsklimaat in de stad. Over de investeringen
in en de voorzieningen op het gebied van het Openbaar Vervoer
zijn wij over het algemeen niet ontevreden.
5 Maak van Den Haag een Fietsstad
Burgers die veel van de fiets gebruik maken, zijn namelijk
een zegen voor de leefbaarheid, de gezondheid, de bereikbaarheid
en natuurlijk de natuur en het milieu. De fiets neemt amper
ruimte in op de wegen, stoot geen voor milieu en gezondheid
schadelijke emissies uit, produceert geen geluidhinder en
is zelden verantwoordelijk voor ernstige ongelukken. Dat dient
beloond worden door boven alles de fiets te faciliteren. Er
is wel enige kentering in het gemeentelijk beleid gaande,
maar de gemeentelijke beleidsnota’s rond de fiets schieten
wat dit betreft nog steeds tekort en niet alleen door het
gebrekkig of niet uitvoeren van beleidsvoornemens. Er is namelijk
ook een algehele inhaalslag nodig. Extra investeringen zijn
nodig bijvoorbeeld in de bestaande wegen en fietspaden om
het vervoer op de fiets aantrekkelijk te maken. Ook de miljoenen
die nodig zijn om wijken als Ypenburg en Leidschenveen goed
voor de fiets te ontsluiten, zouden extra investeringen moeten
zijn. Dit omdat de investeringen voor die infrastructuur al
bij het opzetten en bouwen van deze wijken gedaan hadden moeten
worden. Daarnaast is het aanleggen van een netwerk van goede,
comfortabele, vrije fietspaden van belang ook als dit ten
koste zou gaan van ruimte voor de auto. In Den Haag komen
fietsers regelmatig in de knel op wegen en tal van kruispunten.
Waar dit gebeurt, zou de vuistregel moeten zijn daar voorrang
aan de fiets te geven.
6 Overleg en werk samen op alle niveau’s
De stadsbesturen van de grote gemeenten in Nederland zouden
op dit gebied veel meer kennis en ervaringen moeten uitwisselen
en kunnen samenwerken. Daarbij hoort ook het leren van de
ervaringen en de maatregelen om bijvoorbeeld de congestie
te beteugelen in steden buiten ons land zoals Londen en Parijs.
Zo is in Londen door de tolheffing het autoverkeer in de stad
met 38% afgenomen. Naast onderlinge contacten en overleg is
het belangrijk regelmatig gezamenlijk met het Rijk te overleggen
en deze op zijn verantwoordelijkheid wijzen en druk uit te
oefenen om te zorgen dat de landelijke overheid die ook neemt.
Dan gaat het om zaken als regels op het gebied van ruimtelijke
ordening, eisen aan verbrandingsmotoren (ook bij de scheepvaart),
hoe het belastinginstrument in te zetten (bijvoorbeeld door
korte afstand tussen wonen en werken fiscaal aantrekkelijk
te maken), de “leasebakken” fiscaal te ontmoedigen
en dieselvoertuigen en de diesel zelf fiscaal extra te belasten,
het toepassen van schonere brandstoffen, het invoeren van
de snelheidslimiet van 80 km op de rijkswegen in de buurt
van stedelijke bebouwing en bij het decentraliseren van beleid
naar gemeente daar ook de financiële middelen bij te
bieden. De maatregelen die het Rijk de laatste jaren op het
gebied van verkeer en vervoer genomen heeft, pakken voor de
gezondheid en het milieu over het algemeen niet goed uit.
Er dient niet alleen onderling meer samengewerkt
te worden, ook is samenwerking met het maatschappelijk veld
belangrijk. Zo is er onder het motto “Milieu dat doe
je samen” in Nijmegen een breed projectteam samengesteld
met vertegenwoordigers van de gemeente, bedrijven, milieugroeperingen,
provincie, bewoners en GGD om met elkaar knelpunten en oplossingsrichtingen
te bespreken hoe de luchtkwaliteit te verbeteren.
7 Geef als gemeente zelf het goede voorbeeld
De gemeente kan zelf op tal van terreinen het goede voorbeeld
geven, niet alleen door hun eigen werknemers te stimuleren
in de stad te wonen, maar ook door het eigen wagenpark schoner
te laten rijden, de fiets als vervoermiddel te stimuleren
door middel van vervoersmanagement.
8 Stimuleer en neem maatregelen waardoor
mensen de auto vaker laten staan
Er zou een duidelijk beleid moeten komen voor het ontmoedigen
van de korte ritten. Als niemand de auto zou gebruiken voor
onnodige korte ritten zou het probleem van congestie nagenoeg
opgelost zijn en zou de luchtkwaliteit een stuk verbeteren.
Een van de te nemen maatregelen is op een aantal plekken in
de stad het parkeren te ontmoedigen of zelfs onmogelijk te
maken, waarbij mensen gelijktijdig opgeroepen worden om zich
wat dit betreft als verantwoordelijk burger te gedragen en
bijvoorbeeld vaker de fiets of het openbaar vervoer nemen.
Het bevorderen van het gebruik van bijvoorbeeld de overal
in de stad aanwezige GreenWheels is daarbij van belang. Door
onder meer het gebruiksgemak en de kostenbesparing van autodelen,
zowel particulier als commercieel, is dit kansrijk als het
gaat om het voorkomen van de aanschaf van een auto en met
name van een tweede auto.
9 Bevorder schoon transport en vervoer
Wat het probleem van onder meer NOx en Fijn Stof extra zuur
maakt, is dat het technisch grotendeels oplosbaar is. Moderne
filters in auto’s bereiken bijna 0-emissies. Het is
eigenlijk een schandaal dat die filters niet allang verplicht
zijn. Dat vereist naast een rechte politieke rug, met name
een harde opstelling richting de auto-industrie. Als het mogelijk
is om auto’s veel goedkoper te produceren, en dat kan,
is het zeker mogelijk alles wat technisch kan ook in te bouwen
en de auto toch betaalbaar te houden. Weer met een lokale
verordening dieselvrachtwagens uit de stad bijvoorbeeld afhankelijk
zijn van eisen aan emissies en geluid. Stel bij de concessieverlening
aan het openbaarvervoer milieueisen aan het materieel. Belangrijk
is ook het laden en lossen tot bepaalde tijden buten de spits
te beperken en het inrichten van distributiepunten. In Amsterdam
is in goed overleg met de ondernemers op dit gebied al het
nodige geregeld, helaas wel op basis van de nu al verouderde
Euro-5 norm die in 2005 in gaat. Wij pleiten daarnaast voor
meer bulktransport over water, wat in Den Haag zeer kansrijk
is bijvoorbeeld in combinatie met het opnieuw aanleggen van
grachten. Dit zal de aantrekkelijkheid van het centrum zeker
te goede zal komen.
10 Handhaven, handhaven en nog eens handhaven
Tenslotte is handhaving van groot belang. Er rijden bijvoorbeeld
veel oude auto’s rond met slecht afgestelde verbrandingsmotoren,
die voor de nodige extra emissies zorgen. Ook komt het regelmatig
voor dat automobilisten bij het laden of lossen, uit pure
gemakzucht, midden op straat parkeren en zo het verkeer vastzetten.
Het belangrijkste is echter dat er een goed fietsklimaat wordt
geschapen in de stad, zodat het mensen ook aantrekkelijk gemaakt
wordt de auto te laten staan. Dat goede en veilige klimaat
heeft alles te maken met het rijgedrag van medeweggebruikers,
met name van een deel van de automobilisten. Voor nogal wat
Haagse automobilisten is een fietser niet anders dan een hindernis
op zijn of haar weg, die je naar believen het leven onveilig
en zuur mag maken. Tegen het onverantwoorde rijgedrag van
dit deel van de weggebruikers dient stevig opgetreden te worden.
Ook worden regelmatig snelheidslimieten overtreden. Wij zijn
voor talrijke onverwachte controles op onverwachte tijden
en plaatsen.
Niet onbelangrijk: de centen
We willen eindigen met de benodigde financiële middelen.
Al deze voorstellen en maatregelen kosten geld. Dat betekent
niet altijd extra geld. Het ook een kwestie van prioriteiten,
alertheid en het effectief en efficiënt inzetten van
bestaande middelen. Maar wat geld en extra geld kost, kan
ook geld opleveren. Want het betekent ook minder kosten in
verband met minder schade aan de gezondheid en bijvoorbeeld
minder schade door verkeersongelukken, aan het milieu en als
gevolg van files en vaststaand verkeer. De totale schade van
alleen al ongezonde lucht voor de gezondheid, dus zonder verkeersslachtoffers,
milieuschade en economische schade, is berekend op jaarlijks
ruim 5 miljard euro. Dit enorme bedrag is ook nog exclusief
de kosten voor de zorg en behandeling van mensen die niet
sterven, maar wel ziek worden als gevolg van slechte lucht
en verkeerslawaai. Vanuit een dergelijke visie en beleid zijn
tal van kosteneffectieve maatregelen mogelijk. Maar doordat
degene die de kosten maakt vaak niet profiteert van de (financiële)
opbrengsten/besparingen, blijven veel noodzakelijke maatregelen
vaak uit. Het is bepaald geen stimulans een maatregel die
geld kost te nemen, als een lokale overheid daarvan niet financieel
profiteert. Dit omdat de maatregel alleen een financieel voordeel
voor de landelijke overheid oplevert. Vanuit een integrale
benadering, onder meer door ook kosten aan de veroorzaker
door te berekenen en door begrotingen en (subsidie)regelingen
op elkaar af te stemmen, zijn veel maatregelen wel rendabel
te maken.
Terug
naar boven
|
| Haagse gemeenteraad
verwerpt collegevoorstel over Vlietzone
Op
1 september besprak de raadscommissie SWB de brief van het
college van B&W over de Vlietzone. Dit omdat de Haagse
raadsleden op 22 september in het AB van Haaglanden een besluit
moeten nemen over het Uitwerkingsplan Vliet/A12-zone van Haaglanden.
De visie van het college was sterk gericht op nieuwe infrastructuur
en nieuwe kantoren.
De Golfvereniging Leeuwenbergh, de Bond Heemschut, vereniging
Houdt de Vlietzone Groen en het Haags Milieucentrum (HMC)
spraken in. De AVN was helaas verhinderd, maar stemt - met
behoud van eigen accenten - volledig in met de visie die het
HMC heeft geformuleerd, breed gedragen door het maatschappelijk
middenveld.
De meerderheid van de raad waardeerde dit draagvlak en was
net als het HMC verbaasd, dat de brief van wethouder Hilhorst
hier niet eens over repte.
Bij monde van Tineke van Nimwegen nam de PvdA-fractie
afstand van de brief. De fractie merkte het volgende op:
- over het Trekvliettracé moet een nut- en noodzaakdiscussie
worden gevoerd, waarbij verschillende varianten de revue passeren;
- de bypasses - de in het Uitwerkingsplan gereserveerde parallelle
wegen - moeten uit het Uitwerkingsplan worden geschrapt. De
noodzaak ervan is nog lang niet aangetoond. Voor de Golfvereniging
is dit natuurlijk een zeer belangrijk punt;
- het HMC moet duidelijk betrokken worden bij de verdere uitwerking
van de plannen;
- nut en noodzaak van veel kantoren in de Vlietzone is niet
aangetoond, en de passage over de Zuidas is prematuur. Er
bestaat waarschijnlijk al een groot overschot aan kantorenlocaties
in Haaglanden.
De PvdA-fractie kreeg bijval van de fracties
van D66, CU/SGP, SP, HSP en Leefbaar Den Haag. De steun van
de VVD en de CDA-fractie (en wellicht van de PPS) voor het
collegestandpunt is onvoldoende voor een politieke meerderheid.
Het Hoogheemraadschap van Delfland is van
oordeel dat de Vlietzone in aanmerking komt als potentiële
waterberging. Het gebied leent zich dan ook niet voor verstedelijking.
Ook dit standpunt werd in de commissie aan de orde gesteld
en het college had er geen duidelijk antwoord op.
Het HMC benadrukte dat Den Haag trots kan zijn op de bouw
van kantoren over de Utrechtse Baan heen. Dit uitstekende
voorbeeld van dubbel, intensief ruimtegebruik is totstandgekomen
omdat de stad (gelukkig) krap in haar jasje zat. Daarom moest
creatief met de bestaande ruimte binnen de stad worden omgegaan.
Op die weg moet volgens het HMC in het kader van de Structuurvisie
2020 verder worden gegaan. Zo steunt het milieucentrum bijvoorbeeld
de ontwikkelingen bij het nieuwe NS-station Leidschenveen/Ypenburg.
De plannen hiervoor passen goed in de keuze van de landelijke
milieubeweging voor verstedelijking rondom OV-assen. Het spaarzame
groen aan de randen van de steden wordt zo ontzien en kan
worden verbeterd.
Het HMC is buitengewoon tevreden over deze
uitkomst van de commissievergadering. Nu de Haagse gemeenteraad
de plannen niet blijkt te steunen, zal het ook gemakkelijker
zijn ze binnen Haaglanden te wijzigen. De deelnemende gemeenten
hebben veel punten als concessie aan Den Haag geaccepteerd,
maar nu blijkt dat er behalve geen maatschappelijk ook geen
politiek draagvlak voor de visie van het Haage college bestaat.
Ter voorbereiding van de AB-vergadering op
22 september houdt Haaglanden een commissievergadering waarin
over de wijzigingsvoorstellen kan worden gesproken.
We houden u op de hoogte en roepen u op om naar de vergaderingen
van Haaglanden te gaan.
Tom Pitstra
|
|
|
| Vlietzone-visie
overhandigd aan Haags gemeentebestuur
Op dinsdagmiddag 6 juli 2004 overhandigde Tom Pitstra
van het Haags Milieucentrum de ‘groene visie’
op de Vlietzone aan Henk Jagersma, directeur van de Dienst
Stedelijke Ontwikkeling van de gemeente Den Haag. Jagersma
nam waar voor wethouder Hilhorst, die verhinderd was.
Met
deze groene visie biedt het Haags Milieucentrum een alternatief
voor de toekomstplannen die er bij het Haagse gemeentebestuur
leven tot verstedelijking van de Vlietzone - het gebied tussen
het Rijn-Schiekanaal en de snelweg A4. De alternatieve visie
is tot stand gekomen met medewerking van landschapsarchitecten,
een cultureel-planoloog, natuur- en milieuorganisaties, bewoners
en gebruikers van het gebied en betrokken omwonenden.
Samen hebben zij geïnventariseerd wat er in de Vlietzone
vanuit een oogpunt van ecologie en groene recreatie de moeite
waard is. Ondanks de ‘verrommeling’ blijkt dat
meer te zijn dan vaak gedacht wordt. De Vlietzone zou een
waardevolle groene verbindingsschakel kunnen worden tussen
de Zwethzone (in zuidelijke richting) en Vlietlanden (in noordelijke
richting) en daarmee een goede aanvulling zijn op de ecologische
verbindingszone.
Jagersma complimenteerde in zijn reactie het Haags Milieucentrum
met de timing van de publicatie: “De discussie over
de Vlietzone woedt nu volop en het is goed dat de verschillende
invalshoeken op tafel liggen.” Jagersma benadrukte dat
het Haagse gemeentebestuur in eerste instantie streeft naar
‘inbreiding’, bouwen binnen de bestaande stad.
Maar als dat niet mogelijk is, moet elders naar ruimte worden
gezocht en dan komt een gebied als de Vlietzone zeer zeker
voor verstedelijking in aanmerking. Ook kan de Vlietzone een
rol gaan spelen in het voorkomen van het verwachte ‘verkeersinfarct’
op de A4, A12 en A13.
Pitstra besloot de korte discussie met te zeggen dat het
woord nu aan het stadsgewest Haaglanden is. Ook de Provincie
gaat nog een belangrijke rol spelen, omdat deze bestuurslaag
de Haagse plannen ter goedkeuring voorgelegd krijgt. Pitstra
verwacht dat de discussie over de Vlietzone over tien jaar
nog volop in de belangstelling zal staan.
U kunt het boekje in PDF-versie hier
vinden.
Terug naar boven
|
Haagse
Dieren Tour 2004
De Haagse Dierenbescherming organiseert op 1
augustus aanstaande een Fietspuzzeltocht van ca. 25 km door
de duinen, parken en rustige wijken van Den Haag.
Onderweg brengt men een bezoek aan drie opvangcentra
voor dieren, de Egelopvang, het Haags Dierencentrum
en het vogelasiel "De Wulp". Verder treft men informatiestands
van de Knaagdierenopvang, de Dierenambulance en de Dierenbescherming.
Aan de hand van de routebeschrijving worden de deelnemers diverse
vragen gesteld. De winnaars krijgen een prijs!
U kunt zich inschrijven per e-mail: dieren@haagsedierenbescherming.nl
of per telefoon: 070-3924289 (ma t/m vr van 9.30-17.00 uur).
De eerste honderd inschrijvingen ontvangen een leuke attentie. Inschrijven
bij de start tussen 10.00 en 11.00 uur op het kantoor van de Dierenbescherming
aan de Valeriusstraat 29, Den Haag.
Het inschrijfgeld bedraagt € 2,00 voor volwassenen en €
1,00 voor kinderen t/m 12 jaar. Ooievaarspas: 50% korting.
Terug naar boven
|
Zaterdag 11 juni
is BOERENBURENDAG
Maak het landleven van dichtbij mee: tomaten oogsten, distels
trekken, onkruid wieden, stallen uitmesten en wat er verder
bij komt kijken.
Onder een stralende zon, als 't meezit. Het is niet alleen
werken geblazen, maar ook luisteren naar de verhalen van de
bevlogen boeren en boerinnen: hoe telen zij de groenten die
wij eten en wat is er nog over van de romantiek van het boerenbedrijf?
Wat is het verschil tussen biologisch voedsel en de producten
van de gangbare tuinbouw en melkveehouderij? Hoe overleeft
een boer de vele crises in de veelteelt?
De werkers worden aan het eind van de dag voor hun inspanningen
beloond met een gezamenlijke maaltijd die de kok van 's-Peer
catering ter plekke bereidt, zoveel mogelijk met de producten
van de boerderijen.
Live-muziek op de achtergrond en een drankje vormen een waardige
afsluiting van de Boerenburendag.
U kunt nog meedoen! Deelname en diner zijn gratis (drankjes
komen voor eigen rekening). We vragen u wel om u aan te melden
bij 's-Peer catering,
tel. 070-3805916, e-mail: speercatering@milieu.net.
|

Terug naar boven
|
|
| |
Het
tunneldenken rond het Trekvliettracé
Een notitie van het Haags Milieucentrum (HMC)
Op 2 februari 2005 debatteert de gemeenteraad van Den
Haag in de raadscommissie Verkeer (VEM) voor het eerst
echt over het nut en de noodzaak van het Trekvliettrace
(TT). Het HMC hoopt op een open, niet vooringenomen,
diepgaand debat over dit kostbare en ingrijpende project.
Hierbij onze visie.
In een notendop is onze conclusie dat het TT nauwelijks
een serieus verkeersprobleem oplost, maar wel veel geld
kost dat veel beter besteed kan worden. Net als bij
de besluitvorming rond de Betuwelijn is ook hier sprake
van een tunnelvisie rond een onnodig en duur project.
Het is niet eenvoudig om de essentie uit het onderliggende
rapport te halen. Daarvoor hebben wij de hulp nodig
gehad van rapporten van Move Vision en Quik Advies (bij
ons op te vragen). Op basis daarvan komen wij tot de
volgende hamvraag: Willen de gemeenteraden van Den Haag,
Rijswijk en Leidschendam/Voorburg en het gewest Haaglanden
140 miljoen euro uitgeven om alleen in de spits de autobereikbaarheid
van de Haagse binnenstad te verbeteren en de bedroevende
kwaliteit van de Haagse lucht nog verder te verslechteren,
terwijl er veel betere alternatieven zijn? Bovendien
ligt er nog een andere vraag: Indien de plannen voor
aanleg van het TT door Raad van State of de rechter
getoetst worden aan de nieuwe Europese normen voor luchtkwaliteit,
komt er dan een vergunning? Dat lijkt niet erg waarschijnlijk
gezien een aantal recente afwijzingen waaronder de plannen
voor de bouw van het ADO-stadion.
Volgens het College van B&W (pg 1) zijn er met name
drie problemen die de aanleg van het TT moet oplossen:
1 Verbetering van de bereikbaarheid van Den Haag
2 Verbetering van de doorstroming op de A4
3 Ontsluiting van de Vlietzone
Hoewel geen argument in de nut- en noodzaakstudie: 4
Ontsluiting van de Binckhorst
Kort analyseren wij deze vier punten.
1 Verbeteren van de bereikbaarheid van Den Haag
Alleen al vanaf de A-4 zijn er 6 aftakkingen richting
Den Haag. Den Haag zit dus niet aan één
touwtje vast. Over de Utrechtsebaan komen op dit moment
weliswaar 48% van de automobilisten de stad binnen,
maar ook via het TT zullen die op dezelfde flessenhals
in het centrum binnenkomen als nu: het grote knelpunt
tussen Malieveld en provinciehuis. Dit zal altijd een
knelpunt van formaat blijven, omdat uiteindelijk hier
belangrijke toevoerwegen samenkomen. Het TT zal de verkeersproblematiek
verschuiven naar een nieuw knelpunt.
Het meest merkwaardige is dat de studie zelf aantoont
dat het TT de files op de Utrechtsebaan helemaal niet
oplost! Dat is ook logisch. Nieuwe wegcapaciteit wordt
vrijwel onmiddellijk weer opgevuld. Bijvoorbeeld door
mensen, die nu nog voor het OV kiezen en dan weer in
hun auto stappen. De individuele automobilist zal weinig
voordeel van het TT hebben, want de files blijven. Er
komt alleen in de spits een grotere capaciteit om met
de auto naar de binnenstad van Den Haag te rijden.
Bovendien heeft Den Haag op zich niet zo’n problematische
verkeersstructuur. Omdat de stad aan zee ligt, mist
Den Haag weliswaar een echte rondweg, maar die is ook
minder nodig want er komt toch geen verkeer vanuit de
zee? Er wordt gewerkt aan de tunnel onder het Hubertusduin
voor een betere verkeersafwikkeling via de NORAH. Met
verder de noordwestelijke verbinding (met een tunnel
bij de Sportlaan), de Lozerlaan en de A4 heeft Den Haag
een aardige buitenruit. Als de Centrumring is voltooid,
is deze tweede ring in principe ook voldoende om het
verkeer af te wikkelen. Het HMC zou de 17 miljoen euro
die voor het TT is gereserveerd steken in het snel realiseren
van deze twee ringen.
2 Verbetering van de doorstroming op de A4
De files op de A4 vormen een landelijk probleem. De
A4 is immers onderdeel van het Hoofdwegennet (HWN).
Dit vraagt vooral om een landelijke oplossing. Aan die
oplossing wordt landelijk ook gewerkt. Het rapport van
de commissie-Luteijn pleit voor een betere benutting
van de rijkswegen en een krachtig vervoersmanagement.
Dit laatste element wordt ook door de gemeenteraad gesteund
en vervoersmanagement in het Beatrixkwartier laat aardige
resultaten zien. Nu ontbreekt nog een krachtig beleid.
Het is echter duidelijk, dat via deze weg nog veel winst
valt te boeken. Denk daarnaast aan een slimme kilometerheffing,
gecombineerd met een systeem van congestieheffing. In
Londen blijkt het uitstekend te werken. Denk zeker ook
aan rekeningrijden. Daaraan werkt een nieuwe commissie
waarin onder meer de ANWB en wethouder Bruins participeren.
3 Ontsluiting van de Vlietzone
De gemeenteraad heeft het verstedelijkingsplan in de
Vlietzone afgewezen. Daarom heeft het Trekvliettracé
de functie die voor de Vlietzone was beoogd, verloren.
In nota’s van het Hoogheemraadschap wordt de Vlietzone
overigens als ongeschikt voor verstedelijking gezien.
4 Ontsluiting van de Binckhorst
In de studie wordt ontsluiting van de Binckhorst niet
als pijler in de noodzaak genoemd. Toch duikt in andere
stukken de bereikbaarheid van de Binckhorst steeds weer
op. Wij steunen de verdichtingsvisie van de Binckhorst,
maar die speelt zich op een termijn van 20-30 jaar af.
De Binckhorst heeft nu een lang niet slechte ontsluiting
op de Utrechtsebaan via de Maanweg. Er moet natuurlijk
een tram door de Binckhorst. En voor verdere ontsluiting
van de Binckhorst zijn heel goede alternatieven waarvoor
het TT helemaal niet nodig is. Het is een aparte discussie
om alle studies van de Binckhorst te beoordelen, maar
duidelijk is dat er goede alternatieven zijn. De zgn.
Schenkboog en aansluiting op de Centrumring zouden veel
meer prioriteit verdienen.
Tunneldenken
Bij tunneldenken ontbreken altijd de alternatieven door
fixatie op die ene oplossing. Daardoor ontbreken bijvoorbeeld
de alternatieven die wij in deze notitie als oplossing
aandragen. Een goed voorbeeld is het op blz. 40-41 simpeltjes
wegschrijven van het belangrijke alternatief van Transferia/Park
and Ride. In het Verkeersplan wordt dit nog wel als
belangrijke optie aangedragen. Transferia zouden te
ingrijpend zijn. Alsof het TT níet zeer ingrijpend
is, zowel financieel als ruimtelijk. Het slordig wegschrijven
van dit en andere alternatieven geeft aan dat de studie
vooringenomen is.
Hoe dan wel?
• Het alternatief voor de Utrechtsebaan is de
ondertunneling van de Prinses Beatrixlaan
en het daarbovenop toevoegen van nieuwe functies. Het
recept van de Sijtwendetunnel dus, dat ook in de landelijke
vakbladen terecht wordt bejubeld als een mooi voorbeeld
van dubbel, intensief ruimtegebruik. Door die ondertunneling
wordt het verkeersysteem in Den Haag veel beter gedraineerd
en beter verdeeld over de stad. Als de A4 door Midden-Delfland
doorgaat, wordt de Prinses Beatrixlaan ook een logische
voortzetting. De A13 wordt dan een soort provinciale
weg. Samen met de NORAH en de Hubertustunnel kan zo
het verkeer veel beter verspreid worden en kan het flessenhalsprobleem
verminderd worden. Dit zal ook in Haaglanden een belangrijke
discussie kunnen worden.
• Transferia. Deze staan
landelijk nu niet goed aangeschreven omdat ze vaak niet
goed aangelegd zijn. Daardoor hebben ze te weinig uitstraling
om echt tot de noodzakelijke trendbreuk te komen. Den
Haag zou de ambitie moeten hebben om bij het Prins Clausplein
en bij andere invalswegen aantrekkelijke transferia
te realiseren, waar een snelle en betrouwbare OV-voorziening
naar de binnenstad wordt gerealiseerd. Om de paar minuten
kan men met OV (tram, bus en in de avonduren kleine
busjes) frequent naar de Haagse binnenstad. De opbrengsten
van het parkeren in de Haagse binnenstad kunnen gestoken
worden in het exploiteren van de transferia. Het zou
een aantrekkelijk idee zijn om bij transferia goedkoop
te kunnen parkeren en op de OV-verbinding te experimenteren
met gratis of goedkope kaartjes.
• Een sturend, actief parkeerbeleid
gericht op tegengaan van auto’s richting de stad.
De politieke keuze voor een autoluwe binnenstad is hierbij
ook van groot belang. Nu kent het centrum van Den Haag
bijvoorbeeld een overcapaciteit aan parkeerplaatsen,
waardoor automobilisten het gevoel krijgen dat het bedoeling
is om naar het centrum door te rijden. Denk aan sanering
van bestaande parkeergarages, om te beginnen bij de
Veerkades waar nu voor bewoners en gebruikers een zeer
ongezonde, ondraaglijke situatie is ontstaan.
• Verkeersgedrag kan veranderd worden.
Een fraai voorbeeld daarvan uit de Haagse regio is het
uitblijven van de voorspelde verkeerschaos bij de afsluiting
van de wegen bij Ypenburg voor de ondertunneling van
de A12. Er ontstond geen enkel probleem. Mensen hadden
hun gedrag aangepast. Opeens zaten de trams voller,
werd er meer gefietst, werd er minder auto gereden……
Dat is de crux van het verkeersbeleid.
• De fiets kan ook voor
afstanden tussen de 5 en 10 kilometer van enorme betekenis
zijn. Het meeste autoverkeer ontstaat omdat mensen in
de regio wonen en met de auto naar Den Haag gaan. Als
er goede, veilige, snelle en comfortabele fietspaden
naar en in de stad komen, kan dat - ook vanuit de bewegingsarmoede
en de gezondheidsdiscussies - van enorme betekenis zijn.
Waar de stedelijke fietsroutes op de rijkswegen aantakken,
kan gedacht worden aan ondertunneling zodat er doorgefietst
kan worden, terwijl de auto’s lang voor stoplichten
staan. Nu is het al zo, dat de fiets in de stad vaak
sneller is dan de auto, maar dat kan nog stevig verbeterd
worden.
• Een beter openbaar vervoer
als alternatief voor de auto. Vooral op afstanden boven
de 7,5 km, maar ook op kleinere afstanden, zullen we
niet iedereen op de fiets krijgen. Den Haag zal zich
landelijk op de kaart kunnen zetten als stad met een
fantastisch OV-netwerk. Trek Randstadrail door naar
Scheveningen en het Westland. Open nieuwe lijnen in
de stad. Den Haag moet nieuwe investeringen in een beter
tramnet hoog op haar lijstje zetten. Dat kost geld,
maar al die autowegen zijn ook niet bepaald gratis.
Het is een kwestie van kiezen. Belangrijk is ook de
combinatie tram en fiets. Bij eindhaltes van tram zijn
goede fietsparkeervoorzieningen belangrijk, zodat mensen
een stukje kunnen fietsen en een stuk de snelle tram
kunnen nemen.
Haaglanden-discussie
In Haaglanden wordt op dit moment druk gewerkt aan de
nota Regionale mobiliteit. Allerlei knelpunten in de
Haagse regio worden besproken en hier zullen scherpe
keuzen moeten worden gemaakt met een altijd te gering
budget. Het verbaast het HMC in hoge mate, dat het TT
als slokop van het regionale budget door Haaglanden
wordt geaccepteerd. Het forse budget voor het TT is
tot nu toe niet afgewogen tegen andere noodzakelijke
investeringen.
De gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg heeft die
conclusie – unaniem - getrokken. In een persbericht
schrijft de VVD-fractie: “Volgens de VVD toont
de nota nut en noodzaak van het TT niet aan”.
Alternatieve oplossingen voor de problemen van Den Haag
worden voorgesteld, waaronder transferia. Ook In Rijswijk
lijkt de meerderheid van de raad de lijn van het college
niet te steunen.
Goedkopere maar inferieure oplossing
Binnen Haaglanden was vrij veel weerstand tegen de oude
plannen van het TT, dat twee keer zo duur was. Dit werd
vooral veroorzaakt door de technisch veel betere oplossingen
om het TT om de A13 aan te takken bij de Laan van Hoornwijck.
Zo wordt het inderdaad een Rotterdamse baan. Maar omdat
deze oplossing te duur werd gevonden, omdat het Rijk
volstrekt niet van de nut en noodzaak van het TT overtuigd
is, is er een goedkopere oplossing verzonnen waarbij
het TT - dwars door de Vlietzone - boven de grond komt
en dan aantakt op de Laan van Hoornwijck. Men moet dan
via stoplichten nog op de A13 komen. Het is duidelijk
dat dit een volstrekt inferieure oplossing is. Het college
hoopt later geld te krijgen om dit alsnog te verbeteren,
maar dat vinden wij geldsmijterij.
MER-studie is overbodig
Citaten uit het onderzoek: “Met de toevoeging
van het TT wordt een reëel evenwicht bereikt tussen
de omvang van het binnenkomend/uitgaand verkeer en capaciteit
van de invalsroute”. En “Het uitgevoerde
onderzoek laat zien dat het TVT het wegennet rond Den
Haag toekomstbestendig maakt” (pg. 50). Dit laat
het onderzoek echter helemáál niet zien,
zoals wij met deze notitie hopen aangetoond te hebben.
Er zijn betere alternatieven en het geld kan zinniger
besteed worden.
Als de gemeenteraad van Den Haag tot de conclusie komt,
dat nut en noodzaak van het TT niet zijn aangetoond,
dan is het logisch dat er geen MER-procedure wordt gestart
waarin verschillende varianten worden vergeleken. Dat
is de omgekeerde wereld. Je gaat toch geen varianten
bekijken van een oplossing waarvan nut en noodzaak niet
zijn aangetoond?
Terug
naar boven
|
|
Verslag van de eerste
CityDuinwandeling
De eerste CityDuinwandeling, die op zondag 25 april 2004
gehouden werd, was een groot succes. Naar schatting vijfhonderd
mensen meldden zich bij Partycentrum De Bataaf, het startpunt
van de route. Vandaar doorkruisten ze drie groengebieden: de Scheveningse
Bosjes, het Westbroekpark en de Nieuwe Scheveningse Bosjes. Drie
gebieden die, indien onderling verbonden, het begin van een prachtig
CityDuinpark zouden vormen. De weergoden deden hun uiterste best
om er een onvergetelijke dag van te maken.

Voor het Partycentrum was een informatiemarkt ingericht, waar Haagse
natuur- en milieuorganisaties zich presenteerden.

Kinderen kregen een kompas en een wandelboekje met opdrachten erin.
Ook wethouder Ries Smits van Duurzaamheid was zo gelukkig.
Wethouder Smits onthulde de banier van de CityDuinwandeling
als officiële openingshandeling.

Welgemoed ging men
op weg.

De meisjes van de inschrijfbalie hadden het maar wàt druk.

De laatste inspecties voor vertrek.

Groene weelde rond de Waterpartij.

Wat Frederik Hoogerhoud niet over vogels weet, is de moeite van
het weten niet waard.

Voor de kleinste deelnemers was het kompaskoord wat aan de lange
kant.

De CityDuinwandeling doet haar naam eer aan.

Met ratelaars uitgeruste klaarovers zorgden voor een veilige oversteek.

En dáár ligt dan die organisch gebouwde Rudolf Steinerkliniek
uit het opdrachtenboekje.

Het ontcijferen van de leeftijd die Pieter Jelles Troelstra heeft
bereikt kostte heel wat hoofdbrekens. Die Romeinse cijfers ook!

De vraag in het boekje of er een reiger te zien is, kon volmondig
met 'ja' worden beantwoord.

Hoe warm het was en hoe ver (vrij naar Hildebrand).
Terug naar boven
CityDuinwandeling door groen
Den Haag
Den Haag heeft veel mooie parken en groengebieden.
De meeste liggen in het noordwesten van de stad, maar zijn van elkaar
gescheiden door soms drukke wegen. Dat is vervelend voor dieren,
die niet - of alleen met gevaar voor eigen leven - van het ene gebied
naar het andere kunnen. En het is vervelend voor recreanten die
ervan houden door het groen te dwalen. Zonder al die doorsnijdingen
zou het hier om het grootste stadspark van Europa gaan!
Om aanschouwelijk te maken hoe dat park eruit zou
kunnen zien, organiseert het Haags Milieucentrum op zondag 25 april
2004 de CityDuinwandeling. Er is een zes kilometer lange
route uitgezet door de Scheveningse Bosjes, het Westbroekpark en
de Nieuwe Scheveningse Bosjes. Tijdens de educatieve wandeling is
er veel aandacht voor wat er allemaal te zien is in bos en park.
Er zijn halteplaatsen waar natuurgidsen een korte uitleg geven.
Startpunt is Partycentrum De Bataaf aan de
Ver-Huellweg, waar verschillende organisaties zich zullen presenteren.
U kunt tussen 13.00 en 14.00 uur vertrekken.
Terug naar boven
|
Reactie
van het Haags Milieucentrum op de Structuurvisie Den Haag
Zuidwest
Aan: de raadscommissie SWB van
donderdag 10 juni
Beste raadsleden,
Al eerder stuurden wij de raad onze reactie op de concept-Structuurvisie
Zuidwest met een begeleidende brief waarin wij opmerkten,
dat - in strijd met de afspraken - geen vooroverleg met het
HMC is geweest over onze omvangrijke reactie op dit plan.
Dit was een onderdeel van ons project Duurzame Herstructurering
Zuidwest.
In het inspraakrapport wordt nu ten dele de procedure betreurd
(pg.2, “het was waarschijnlijk beter geweest een of
twee interactiemomenten in de periode van 2 jaar in te bouwen”).
Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald zouden wij zeggen.
Dus van nu af een goede procedure met voor iedereen voldoende
tijd om zich een afgewogen oordeel te kunnen vormen over dit
belangrijke ontwikkelingskader voor een deel van Den Haag
zo groot als Gouda.
Dat is volgens ons niet mogelijk, nu de gemeenteraad na ontvangst
van dit omvangrijke stuk een week later (!) een oordeel dient
te vellen. Er is volgens ons ook meer tijd nodig om bewoners
en andere belanghebbenden te betrekken die normaal gesproken
in herstructurering een centrale co-productierol krijgen toegemeten,
juist vanwege het draagvlak en de sociale structuur. Deze
Structuurvisie is met name het product van bestuurders, ambtenaren
en de corporaties.
In deze reactie willen we een aantal punten onder uw aandacht
brengen. Onze uitgebreidere reactie op het eerdere concept
sturen we voor de volledigheid als bijlage nog een keer mee.
1. De doelstellingen, het ambitieniveau
De herstructurering van Zuidwest biedt een uitgelezen kans
om zowel de leefbaarheid als de duurzaamheid vanaf het begin
bij de plannen te betrekken en gelijktijdig het woningaanbod
te differentiëren en in delen van Zuidwest te vergroten.
De inzet van het HMC is dan ook dat deze herstructurering
een voorbeeld van topintegrale, duurzame herstructurering
wordt. Met topintegraal bedoelen we dat niet slechts op een
deelaspect van duurzaamheid wordt gescoord (bijvoorbeeld milieuvriendelijk
slopen) maar dat op alle aspecten van duurzaamheid een hoog
ambitieniveau wordt nagestreefd. Dit niet alleen om de natuur
en het milieu een grote dienst te bewijzen, maar omdat de
meeste duurzame maatregelen ook voor de leefbaarheid van belang
zijn en op de wat langere termijn meestal financieel voordeel
opleveren en dus kosteneffectief zijn. De lokale politiek
zou voor deze ambitieuze doelstelling moeten kiezen. Deze
politieke wil is van cruciaal belang.
Wat in de huidige Structuurvisie opvalt, is dat onderdelen
van de duurzaamheid weer uit de nota zijn gehaald. Zo wordt
bij ons pleidooi voor afkoppeling van hemelwater van het riool
verwezen naar een aparte watervisie. Bij een Structuurvisie
gaat het echter om een overkoepelende visie waarvan water
een integraal deel uitmaakt. Wij adviseren dan ook de doelstelling
rond water in de Structuurvisie zelf op te nemen.
2. Duurzame verbouw en duurzame sloop met duurzame
nieuwbouw
In de visie wordt ingezet op sloop van 16.000 van de 30.000
(tot 2020) woningen in Zuidwest. Dit gebeurt niet omdat de
woningen bouwtechnische problemen hebben, maar vooral om het
eenzijdige aanbod van relatief kleine woningen (60m2) en de
eenzijdige sociale structuur van deze wijk te doorbreken.
Via fysieke ingrepen wil men kennelijk sociale problemen oplossen.
Het meest opvallend hierbij is om een groot stuk van Moerwijk
te slopen ten behoeve van een zgn. rustige woonenclave. In
onze bezoeken aan dit stuk van de buurt hebben we uitstekende
flats bezocht, met gezien de hoogte van de huren vaak tevreden
bewoners. Sloop van deze woningen om ruimte te maken voor
midden en hogere inkomens is een politieke keuze. Voor starters
en studenten en zeker ook voor mensen met een laag inkomen
is het van groot belang dat er een ruime voor hen betaalbare
woningvoorraad blijft bestaan.
Ons hoofdpunt is eerst de mogelijkheden onderzoeken om zonder
sloop huizen op een duurzame manier te verbeteren en/of te
vergroten. Is dat “niet haalbaar” dan liefst grote
kavels vrijmaken met duurzame sloop om via duurzaam bouwen
grotere aantallen woningen te realiseren. Het is volgens ons
heel goed mogelijk om via slim verdichten en uitgekiend stapelen,
moderne comfortabele woningen te bouwen die aantrekkelijk
zijn voor mensen met hogere inkomens.
Vanuit deze insteek vinden wij dat er te weinig naar alternatieven
voor sloop wordt gekeken en dat waarschijnlijk uit de te ontwikkelen
duurzaamheidstoets zal blijken, dat dit tot een slechte milieuprestatie
leidt. Bij de behandeling van de Woonvisie is die duurzaamheidstoets
door het college beloofd. We gaan ervan uit, dat er opdracht
is gegeven om die toets te ontwikkelen. Wij hebben daarvoor
ideeën aangedragen.
Ons voorgestelde alternatief van samenvoegen, opplussen en
uitplinten wordt in het inspraakrapport in een zinnetje weggeschreven:
”het is slechts op relatief bescheiden schaal toepasbaar”.
Terwijl het mooie project Hof Loevestein nota bene een provinciale
prijs kreeg en het project in de Kuinrestraat een mooi resultaat
gaf, wordt dit alternatief simpeltjes weggeschreven. Uit de
cijfers die wij kennen, blijkt de Kuinrestraat - waar telkens
twee kleine flatjes van 50m2 tot één grote zijn
samengevoegd en de helft van de flats is verkocht om de onrendabele
investering te financieren - een aardig resultaat te geven
in een prijs-kwaliteitsverhouding. Ook bij Hof Loevestein
was de onrendabele top niet hoger dan in een VINEX-locatie.
We raden de gemeenteraad aan hier onafhankelijk onderzoek
op te zetten. Op de TU Delft is hiervoor voldoende expertise,
er wordt gepromoveerd op de casus van Morgenstond waar voor
het eerst deze tendens naar grootschalige sloop ingezet.
Een ander argument dat tegen onze voorkeursoptie van samenvoegen
wordt ingezet is, dat het leidt tot een vermindering van het
woningaantal. Dat is wel een heel zwak argument als uit de
hele nota blijkt, dat er in de huidige plannen geen herbouw
van 100% plaatsvindt en dat zelfs een percentage van 85% -
onder druk van de corporaties - niet zou kunnen worden gehaald.
Ook logisch natuurlijk als bijvoorbeeld het zuidelijke stuk
van Moerwijk vervangen wordt door duurdere woningen met een
tuintje.
In het alternatief van het HMC moet natuurlijk verdisconteerd
worden dat we naast samenvoegen (van 2 naar 1, of van 3 naar
2 of van 3 naar 1) ook willen opplussen. Dit betekent woonlagen
er bovenop in lichte houtskeletbouwconstructies en woonlagen
ervoor. Het is maar zeer de vraag in welke variant dan de
hoogste dichtheden gerealiseerd kunnen worden. Die uitslag
zou ook uit de duurzaamheidstoets kunnen komen.
Ook het HMC vindt het van belang dat bewoners van Zuidwest
een wooncarrière in hun wijk kunnen maken en dan het
liefst in een samengevoegde woning. Uit onze studiedag op
de TU Delft bleek dat architecten en andere deskundigen van
mening waren, dat er op dit tussengebied (tussen sloop en
gangbare renovatie) veel meer mogelijk is en dat er ook door
standaardisatie prijsdalingen mogelijk zijn.
Dit laat natuurlijk onverlet dat er ook de nodige nieuwbouw
zal plaatsvinden in Zuidwest. Hier liggen echt enorme niet
te missen kansen op het gebied van duurzaamheid. Daarom vinden
wij het onbegrijpelijk dat daaraan in deze Structuurvisie
amper aandacht besteed wordt. Dit is een hoofdpunt van kritiek.
Wij adviseren dan ook om duurzaam bouwen bij nieuwbouw prominent
in de visie in te brengen en om een DuBo-coördinator
voor deze wijk aan te stellen.
Het HMC blijft van mening, dat er MER noodzakelijk is voor
deze Structuurvisie. Het opknippen van de plannen in deelgebieden,
zodat het getal van 4000 wordt ontweken, is volgens ons een
manier om onder een MER uit te komen. Wij denken dat dit niet
zal worden geaccepteerd, juist omdat het in een Structuurvisie
om de samenhang gaat. Bij het ADO-stadion hebben we kunnen
zien dat het ontwijken van een MER juist tot vertraging leidt.
Bovendien kan een MER waardevolle aanvullende milieu-informatie
opleveren waar een verantwoordelijk bestuur juist over wil
beschikken. Ook bij de massale sloop in de Bijlmer is een
MER toegepast. De ambities op het gebied van duurzaam slopen
kunnen dan ook handen en voeten krijgen.
3. Energie
Volgens het HMC schiet de visie zwaar tekort als het gaat
om de belangrijke opgave van forse CO2-reductie. Den Haag
streeft er zelfs naar een CO2-neutrale stad te worden. De
passage hierover (pg.54-55, hoofdstuk 6.5) vinden wij dan
ook veel te mager. Slechts voor 30% een EPA en veel slagen
om de arm om dit uit te voeren, betekent voor slechts de helft
van de nieuwbouw een toepassing van duurzame energie. Alleen
de aanwezigheid van HR-keteltjes leidt natuurlijk niet tot
een krachtige bijdrage aan de gewenste CO2-neutrale stad.
We verwijzen naar onze eerste reactie waarin we heel concreet
aangeven wat er moet gebeuren en dat er een energievisie moet
worden opgesteld met krachtige doelstellingen.
Dit blijkt trouwens helemaal niet zo utopisch te zijn. In
de Haarlemse wijk Schalkwijk werd 70% energiebesparing gehaald
door toepassing van warmtekoudeopslag in bestaande flats,
gecombineerd met duurzame energie. En in Leidschendam werd
via een goed isolatiepakket al vrij simpel 40% energiebesparing
geboekt in een vergelijkbare wijk.
Maar je moet het wel willen! Pas bij heldere doelstellingen
uit een energievisie worden bilaterale afspraken, waarin ‘getracht
wordt tot nadere pakketten te komen’, zinvol van inhoud.
Zo kan er een TURBY op elke hoge flat gezet worden.
We adviseren de raad om op het gebied van CO2-reductie beduidend
meer effectieve maatregelen te verlangen
4. Water
De afkoppeling van regenwater van het riool wordt nader uitgewerkt
in een watervisie voor Zuidwest. Dat hoeft op zich geen probleem
te zijn, maar in de Structuurvisie moet juist wel de ambitie,
de doelstelling geformuleerd worden. Bij DSB Zuidwest staat
afkoppeling terecht hoog op de kansenkaart voor afkoppeling.
Het is dan ook opvallend, dat wij in het kader van ons project
rond ‘afkoppeling van regenwater van het riool’
merkten dat DSB niet betrokken is bij deze Structuurvisie.
Wij adviseren om de deskundigen die betrokken waren bij het
Delfts Interfacultair Onderzoek Centrum (DIOC), dat voor de
Poptahof in Delft een zeer inspirerende en participatieve
visie voor afkoppeling van regenwater heeft gemaakt, bij dit
proces te betrekken. We hoeven niet steeds het wiel opnieuw
uit te vinden. Onnodig te zeggen dat het HMC zijn expertise
graag ter beschikking stelt en betrokken wil worden bij de
toekomstige integrale watervisie voor Zuidwest.
5. Het groen
We zullen bij onze deskundigen natrekken of vleermuizen inderdaad
als (aansprekende) gidssoort voor de natuur in de wijk kunnen
gelden. Dit lijkt wel te gelden voor de routes langs bomen,
alhoewel dit niet geldt voor andere diersoorten. Reptielen
en kikkers hebben meer aan een natuurvriendelijke oever dan
aan een aaneengesloten bomenrij. Wij adviseren eerst een inventarisatie
te maken van de huidige biodiversiteit en dan de ambities
van de stedelijke ecologische hoofdstructuur in praktijk te
brengen.
In ons project waarin we in Zuidwest en Mariahoeve de ecologische
verbindingszones analyseren, zult u daar meer over horen.
Wij adviseren in de Structuurvisie de ambitie van een optimale
biodiversiteit in Zuidwest op te nemen, en het beleid van
het groenbeheer daarop toe te snijden. Dat verhoudt zich bijvoorbeeld
niet echt tot het huidige maairegiem van 20 keer per jaar.
Ecologisch maaien en snoeien, natuurvriendelijke oevers en
bermen, begrazing door dieren (meteen een oplossing voor een
overschot van de stadsboerderijen?) dient uitgangspunt te
zijn.
Het privatiseren van de openbare binnenterreinen wijst het
HMC scherp van de hand. Verbinden in plaats van versnipperen
dient wat ons betreft het uitgangspunt te zijn. Bij het ecologisch
woonproject Carré bleek het ook heel goed mogelijk
een particulier tuintje te combineren met collectief groen.
Hierbinnen zijn wij voor het stimuleren van beheer door bewoners
zelf door middel van moestuintjes, bloementuintjes, mogelijkheden
tot composteren, houden van kleine dieren en speelvoorzieningen
met boomhutten in plaats van wipkippen. Plekken waarbij de
Vlinderstichting wordt betrokken om te zorgen dat dat vage
snippergroen waar niemand van houdt en dat niemand kent, wordt
vervangen door geurige en kleurige planten en struiken. Kortom,
een omgeving waar de biodiversiteit goed kan gedijen.
Conclusie
Juist bij de voorbereiding van grootschalige herstructurering
zoals in Den Haag Zuidwest liggen er enorme kansen om de combinatie
van leefbaarheid en duurzaamheid integraal in te brengen.
Die kansen worden in deze Structuurvisie nog volop gemist.
Dat kan en moet anders.
|
Milieuprijs-inzendingen aangeboden
aan wethouders
Op
19 februari kregen de wethouders Stolte (leefbaarheid en
milieu) en Smits (nieuwe gebieden en duurzaamheid) een selectie
van inzendingen voor de milieuprijsvraag Een groene straat, een
goeie daad aangeboden. Wethouder Smits kreeg van ons de inzendingen
die van een bredere ecologische visie getuigden, alsook de inzendingen
uit de nieuwe wijken. Voor wethouder Stolte hadden we een selectie
gemaakt van de meest innovatieve inzendingen op groengebied.
Voor de aanbieding hadden we een map gemaakt die eigenlijk een
uitvergroting was van onze succesvolle folder. Op de voorkant stond
een foto van het middendeel van de Obrechtstraat, waar geen boom
en ook overigens nauwelijks groen te vinden is. Na het openklappen
van de folder sprong dezelfde foto in het oog, die door middel van
Photoshop van uitbundige plantengroei was voorzien.
Wethouder
Smits liet ons weten, voordat hij zich weer naar een vergadering
repte, dat hij vooral geïnteresseerd was in het idee om delen
van de geluidswallen langs de A4, A12 en A13 in groene oases te
veranderen.
Wethouder Stolte was verheugd dat zoveel burgers bereid waren om
zelf initiatieven te nemen om groen aan te leggen en/of te beheren.
We hebben erop aangedrongen dat de gemeente probeert om hun daarbij
zoveel mogelijk te ondersteunen.
De wethouder zegde toe de inzendingen met belangstelling te zullen
lezen en te bekijken welke ideeën eventueel gemeentebreed toepasbaar
zijn. De ideeën die specifiek betrekking hebben op een bepaalde
straat, buurt of wijk worden doorgestuurd naar de desbetreffende
stadsdeelmanagers.
Het Haags Milieucentrum zal over niet al te lange tijd navragen
tot welke concrete resultaten dit heeft geleid.
Terug naar boven
De paddentrek: een nachtelijk avontuur
Dialezing in bibliotheek Scheveningen
Door de relatief hoge temperaturen van de laatste tijd is ook de
pad van slag. Onder andere in de buurt van Deventer zijn op 5 februari
al massa's padden gesignaleerd, die op weg waren naar de wateren
in de buurt. Doel van deze bestemming: de instandhouding van de
soort. Een activiteit die elk jaar weer met veel slachtoffers gepaard
gaat. Niet omdat onder padden enge geslachtsziekten voorkomen, maar
omdat ze vaak drukke wegen moeten oversteken om bij hun paarplaats
te komen.
Op maandag 8 maart geeft fotograaf en bioloog Lex Kreffer in bibliotheek
Scheveningen, Scheveningseweg 333, een dialezing over dit jaarlijkse
natuurverschijnsel: Rondom de paddentrek: een nachtelijk avontuur.
Hij geeft een korte algemene inleiding over amfibieën: de ecologie
en fysiologie van padden, kikkers en salamanders. Het diagedeelte
daarna is een korte beeldreis langs Nederlandse padden en kikkers.
Aanvang 19.00 uur, toegang gratis. Reserveren: (070) 355 91 66.
Terug naar boven
Is de natuur van slag?
Surf naar de Natuurkalender
2004 Begon winters, maar inmiddels staan er alweer
heel wat knoppen op het punt van ontluiken. Plaatselijk ziet het
wit van de sneeuwklokjes. 's Morgens zingen de lijsters dat het
een aard heeft, de egels zijn al ontwaakt uit hun winterslaap en
de wintervoedering van de Haagse Vogelbescherming hoeft waarschijnlijk
ook dit jaar niet in actie te komen. De lente lijkt weer vroeg te
zijn. Misschien wel weer vroeger dan de afgelopen jaren het geval
was.
Hebt u oog voor dit soort verschijnselen? Valt het u op dat het
lang voor Koninginnedag al zwàrt ziet van de gierzwaluwen? Valt
uw oog op 29 februari al op het eerste kievitsei? Rechtvaardigt
de vroege bloei van de voorjaarsazalea in uw buurtpark een naamsverandering?
Geef dat dan door aan de Natuurkalender: hét fenologisch waarnemersnetwerk
van Nederland (fenologie is de leer van verschijnselen in de natuur
die op vaste tijdstippen plaatsvinden). De Natuurkalender is een
nationaal educatief/wetenschappelijk waarnemingsprogramma dat de
effecten van klimaatverandering op die jaarlijks terugkerende verschijnselen
in kaart wil brengen. Het gaat daarbij niet alleen om het begin
van de lente, maar bijvoorbeeld ook om de start van de vogeltrek
en het verschijnen van vlinders en andere insecten. Kortom, allerlei
gebeurtenissen die sterk van het weer afhankelijk zijn. Surf naar
www.natuurkalender.nl,
kies in het menu links voor 'meedoen' en meld u aan. De waarnemingen
van u en de andere deelnemers worden vervolgens zowel in grafieken
als in kaartjes inzichtelijk gemaakt, uitgesplitst naar de categorieën
vogels, planten en vlinders. Van de verschillende soorten wordt
gekeken wat het verband is tussen de fenologie en klimatologische
omstandigheden. De site bevat uitvoerige analyses van de verschuivingen
in data door de jaren heen. De Natuurkalender verzamelt data sinds
2001, maar waarnemingsreeksen die tientallen jaren terug in de tijd
gaan vormen een zeer belangrijke aanvulling. Beschikt u nog over
waarnemingen van jaren geleden? Stuur die dan (in een Excel-formulier)
op per e-mail of stuur uw opschrijfboekje op, dat u na verwerking
terugkrijgt als u dat wilt.
2003:
Bouwen tegen de buurt?
Verslag van een inspirerende dag
Den Haag Zuidwest zal over pakweg tien jaar onherkenbaar veranderd
zijn. De lange rijen portiekflats zullen dan voor ongeveer de helft
zijn verdwenen. Ze hebben overwegend plaatsgemaakt voor zogeheten
grondgebonden woningen, afgewisseld door torenflats van hoge kwaliteit.
Dat is een forse ambitie van het Haagse gemeentebestuur. Zowel
vanuit een oogpunt van volkshuisvesting als vanuit milieuoverwegingen
vallen daarbij wel wat kanttekeningen te maken. En dat gebeurde
dan ook op de Studiedag Duurzame Herstructurering in Den Haag Zuidwest,
die het Haags Milieucentrum, de Stichting BOOG en de TU Delft op
11 december georganiseerd hadden. De folder beloofde een inspirerende
dag, en dat werd het ook. De woningcorporaties en gemeenteambtenaren,
die het vrijwel voltallig lieten afweten, hebben iets gemist. Toch
was de zaal van de Faculteit Bouwkunde van de TU goed gevuld: bewoners
van Zuidwest hadden in groten getale aan de uitnodiging gehoor gegeven.
Dagvoorzitter professor André Thomsen schetste kernachtig
het probleem: er wordt op zeer grote schaal gesloopt, en dat niet
omdat de woningen slecht zouden zijn, maar omdat gemeenten en corporaties
willen dat er andere bewoners komen. Je kunt je afvragen of sloop
op zo'n grote schaal wel duurzaam is.
De
eerste inleider, Hoofddocent Ruimtelijke Planning Edward Hulsbergen,
constateert dat er veel gesimplificeerd wordt: de problemen worden
aangedikt en de oplossingen worden overdreven fraai voorgesteld.
Daarbij wordt gemakshalve uitgegaan van een kapitaalkrachtige vraag.
Volgens Hulsbergen, gepromoveerd op het vraagstuk van denkbeelden
en feiten van kwetsbare groepen in de stad, bestaan die problemen
vaak meer in de hoofden van de bestuurders dan bij bewoners. Die
negatieve kanten moeten absoluut niet overbelicht worden, en de
bestuurders moeten de wijken meer zien in het kader van de hele
stad, met hun unieke kenmerken.
Verder
moeten ze hun ogen niet sluiten voor de gevolgen die de ingrepen
voor de huidige bewoners hebben. Bewoners komen in grote onzekerheid
te verkeren, met onrust als gevolg. Het beleid op volkshuisvestingsgebied
is meer een kwestie van ontbinden dan van binden: de problemen worden
bij specifieke groepen neergelegd, zoals 'de lagere-inkomensgroepen'
of 'de buitenlanders'. Hulsbergen pleit voor een goed gefaseerd
en zeer zorgvuldig proces, waarbij de inbreng van bewoners serieus
genomen wordt. Veel mensen steken er veel tijd en energie in. Veelal
noodgedwongen, want voor beleidsbeïnvloeding is vaak een lange
adem nodig. Er moet ruimte worden gelaten voor initiatieven van
onderop. En, ook heel belangrijk: zorg voor nieuwbouw vóórdat
je gaat slopen.
Hulsbergen heeft dit niet van achter zijn bureau op de TU verzonnen.
Hij brengt zijn opvattingen in zijn eigen Goudse woonwijk in de
praktijk en is zeer tevreden over de resultaten. Zo heeft het ontwerpatelier
dat hij voor mede-wijkbewoners heeft opgezet geleid tot een fraai
wijkboek.
Over naar de duurzaamheid, want het is natuurlijk interessant te
weten of nieuwbouw nu echt wel beter is voor het milieu dan ingrepen
in de bestaande woningvoorraad. Bestuurders gaan daar doorgaans
wel van uit, omdat in nieuwbouw onmiskenbaar veel minder energie
gebruikt wordt dan in naoorlogse woningen.
Dit
is de vraag waarmee Gerda Klunder zich dagelijks bezighoudt.
Zij is verbonden aan het onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft,
waar ze promoveert met onderzoek naar het optimaliseren van de milieukwaliteit
van woningen. Nieuwe woningen kunnen energiezuiniger zijn, maar
het hangt erg van de levensduur af hoe de balans uitpakt. Want niet
alleen het gebruik van de woning is belastend voor het milieu, maar
ook bouw en sloop.
Er bestaat overigens een model - het zogenoemde ecokwantummodel
- om te kunnen berekenen wat beter is voor het milieu: grootschalige
renovatie of sloop met vervangende nieuwbouw.
De balans kan uitpakken in het voordeel van nieuw gebouwde woningen
als die lang genoeg blijven staan; bij de bestaande woningen, die
op energiegebied vaak slecht presteren, is vrij gemakkelijk milieuwinst
te behalen door bijvoorbeeld isolatie: zelfs met een laag ambitieniveau
al 5 tot 10%.
Van Schagen architecten sluit zich aan bij haar opvatting dat renovatie
vanzelfsprekender zou moeten zijn dan sloop en dan het nu is. Aldus
Gert Jan ter Velde van dit bureau, dat al driemaal de Nationale
Renovatieprijs heeft gewonnen. Voor Van Schagen Architecten heeft
het bestaande een meerwaarde. Zo haal je niet de hele bestaande
sociale structuur overhoop als
je de huidige gebruikers als vertrekpunt neemt en besluit om niet
te slopen met vervangende nieuwbouw. Respect voor het bestaande
stimuleert innovatie en leidt ertoe dat de historisch gegroeide
identiteit van een wijk zichtbaar blijft. De naoorlogse architectuurgeschiedenis
van Den Haag Zuidwest hoeft niet te worden weggemoffeld, want er
zitten wel degelijk kwaliteiten in. En daarnaast is hergebruik beter
voor het milieu.
Ter Velde constateert dat tussen sloop met vervangende nieuwbouw
en klein onderhoud een groot onontgonnen terrein bestaat. Zijn bureau
is erg actief met het verkennen hiervan. Wat in Den Haag Zuidwest
heeft geleid tot het complex Hof Loevesteijn, waar een anonieme
galerijflat is getransformeerd tot een aantrekkelijk gebouw met
veel variatie in woningen. Zowel horizontaal als vertikaal
zijn woningen samengevoegd en de trucs op het gebied van duurzaam
bouwen zijn zoveel mogelijk toegepast. Op de begane grond zijn woningen
met een oppervlakte van 120 m2 gerealiseerd met een eigen entree
vanaf de straat. De bovenwoningen, centraal ontsloten en per lift
bereikbaar, zijn 90 m2. En omdat de zittende huurders dat graag
wilden, zijn er tweekamerwoningen van 60m2 in het complex overgebleven.
De balkons zijn overal vergroot en beglaasd. De geluids- en warmte-isolatie
zit op het nieuwbouwniveau. En toch bevat Hof Loevesteijn woningen
die ouderen en grotere huishoudens met een kleine beurs kunnen betalen.
Ook in Amsterdam heeft Van Schagen Architecten ervoor gezorgd dat
een gebouw een complete gedaanteverwisseling laten ondergaan: complex
50 in Osdorp. (Zie: www.vanschagenarchitekten.com/index2.html).
Willem van der Steen van woningbouwvereniging Patrimonium Amsterdam
en Klaas Waarheid van Van Schagen vertellen hoe dit is in vruchtbaar
overleg met de bewoners totstandgekomen is. Van der Steen vindt
dat goede communicatie voor het welslagen van een project ontzettend
belangrijk is. Bewoners, die daarin veel tijd steken, zouden zelfs
financiële vergoeding van de corporatie moeten kunnen krijgen.
Aanvankelijk stonden de bewoners van de topetage (de vijfde) van
Complex 50 huiverig tegenover de uitbreiding met maar liefst twee
etages, maar dit leidde ertoe dat er een lift gerealiseerd kon worden.
De vroeger zeer monotone, langgerekte woonblokken zijn onder meer
veel aantrekkelijker geworden doordat er grote poorten zijn aangebracht.
Tegen de slechte bestaande gevels is een compleet nieuw grid aangebracht,
waarin de kozijnen zijn gezet. Er zijn koopwoningen bijgekomen om
de huren betaalbaar te kunnen houden.
Volgens Waarheid kan duurzame transformatie leiden dit tot woningen
die je in de nieuwbouw nooit zou kunnen realiseren, en dat ook nog
betaalbaar. Hij constateert dat corporaties graag gebouwen hebben
die anders zijn dan wat je elders tegenkomt, dus is bijzondere renovatie
kansrijk tegenover anonieme nieuwbouw.
Dagvoorzitter
Thomsen vult aan dat bestuurders en corporaties het zo vaak
hebben over de hoge kosten van transformatie, maar je hoort ze zelden
over de hoge kosten van vinex-locaties. Het gaat erom een zeer gedifferentieerde
hoeveelheid ingrepen te plegen, en te bezien wat de totale kosten
zijn.
Tussen de presentaties door werden de aanwezigen opgesplitst in
workshops die zich bogen over de volgende vragen: wat verwacht men
van een herstructurering; welke woonwensen leven er; welke oplossingen
zijn er op de gebieden water, groen, energie en materiaal; welke
mogelijkheden zijn toepasbaar op Den Haag Zuidwest; en welke effecten
zullen deze hebben, hetzij positief, hetzij negatief.
De
resultaten van de workshops zullen door bouwkundestudenten worden
uitgewerkt tot een wetenschappelijk verantwoord verslag.
Wat de bewoners betreft staat in elk geval duidelijk voorop dat
ze als een serieuze gesprekspartner beschouwd willen worden. Als
er al gesloopt moet worden, zorg dan voor wisselwoningen binnen
de buurt. Bouw eerst, en ga dan pas slopen.
Ook
de nieuwbouw moet betaalbaar zijn. Het behoud van de groenstructuur
is van groot belang.
Den Haag Zuidwest heeft behoefte aan voorzieningen zoals een medisch
centrum en op cultureel gebied.
Op
woningniveau bestaat er behoefte aan betere geluidsisolatie, liften
(in combinatie met optoppen van woningen), energiebesparing, centrale
satellietschotels, mogelijkheden tot zelfbeheer en zelf ingrijpender
verbouwen, en individuele bemetering waar die nog niet bestaat.
Professor Thomsen concludeert dat we een heel stuk opgeschoven
zijn van het niveau van de spaarkoppen en de baksteen in de stortbak.
Maar hoe sociaal duurzaam is Den Haag, als het zo met wijken omgaat?
Videoverslag voor verkeerswethouder
Op 24 november jl. werd aan verkeerswethouder
Bruno Bruins een videoverslag overhandigd van het Stadsgesprek over
Schone Lucht en Verkeer, dat een paar weken eerder had plaatsgevonden.
Bruins noemde het een originele manier om een projectverslag te
presenteren. In zijn dankwoord zei hij dat gemeente en bewoners
over deze problematiek in gesprek moeten blijven. Natuurlijk, beste
wethouder, zolang het maar niet bij praten alleen blijft
.
De uitreiking van het videoverslag vond plaats
in het pand van kunstenaarsgroep <tag> aan de Stille Veerkade
19. De locatie was om twee redenen passend. In de eerste plaats
speelt de luchtvervuilingsproblematiek juist op de drukke Veerkades
een belangrijke rol. In de tweede plaats wist <tag> een vorm
te vinden om dit akelige onderwerp toch op een fraaie manier te
presenteren. Bij binnenkomst troffen de bezoekers een diapresentatie
aan waarin een beeld werd geschetst van de problematiek. Na het
passeren van deze zaal kwamen ze in een ruimte waar het videoverslag
van het stadsgesprek te zien was. Dit verslag is een vijftien minuten
durende samenvatting van het Stadsgesprek 'Groene Longen versus
Zwarte Longen' van 5 november jl. Na terugkeer in de diaruimte konden
de bezoekers projecties van mogelijke oplossingen bekijken
De ruimte was verder opgesierd met kleurplaten
van peuters van kinderspeelzaal De Blauwe Wasbeer, tegenover het
<tag>pand. Kunstenaar Koos Leeuwenburgh was verantwoordelijk
voor de veelneuzige snuffelpaal in de videoruimte.
 |
De kleurplaten van
de peuters uit De Blauwe Wasbeer. Ook Sinterklaas heeft
hevig te lijden van luchtvervuiling terwijl hij over de Veerkadedaken
rijdt. |
| |
| Projectleider Marc Beek samen met
Adri Pouw, onvermoeibaar strijdster voor schone Veerkades. |
 |
 |
Wethouder
Bruno Bruins heeft zojuist de videoband gestart. |
Milieuprijs gaat naar
Liane Lankreijer en Bart Achterkamp
De tweede Haagse Milieuprijs,
'Een Groene Straat, Een Goede Daad', heeft heel wat creativiteit
losgemaakt. Deze uitdaging aan de Haagse bevolking heeft 38 serieuze
inzendingen opgeleverd, waarvan sommige afkomstig van groepen bewoners
die de koppen bij elkaar hadden gestoken.
 |
| Jurylid Titia Lont maakt de prijswinnaars
bekend |
Het is een gemeenplaats,
maar de jury
had
een zware taak om een keuze te
maken. Er zaten veel leuke ideeën bij, sommige meer voor de
hand liggend, andere zeer origineel. Maar er kan er maar één
winnen, en dat is geworden 'De Fultonstraat op groene stroom' van
Bart Achterkamp en Liane Lankreijer. Het juryrapport vermeldt hierover:
"Het
sterke van het plan is dat met een aantal relatief eenvoudige ingrepen
niet alleen het groene aanzien van de straat sterk zal verbeteren,
maar ook de algehele leefbaarheid. Bijvoorbeeld wat betreft het
veilig kunnen spelen van kinderen. Een
sterk punt van het plan is dat het veel aandacht besteedt aan de
koppen van
de straat. Die zijn immers beeldbepalend als je een straat inkijkt
of inrijdt. Er zitten een aantal originele ideeën in het plan
verwerkt, zoals het maken van een groen speeltuintje, het gebruik
van lantarenpalen als pergola, de plaatsing van speciale pergolapalen
en het benutten van de rand van bloembakken als bankje. Heel leuk
is de aandacht voor de naamgever van de straat - Robert Fulton,
de uitvinder van de raderboot - via een boot die als speelwerktuig
wordt gebruikt.
Een ander sterk punt
is dat de plannenmakers het hebben aangedurfd om het aantal parkeerplaatsen
iets terug te brengen. Dat is namelijk een heel gevoelig punt, zowel
bij de autobezitters als bij de gemeente. Echter, de groene kwaliteit
en de leefomgevingkwaliteit die dit oplevert is zo groot dat dit
in de ogen van de jury het gemis van een paar parkeerplaatsen ruimschoots
compenseert. Wij vragen ons wel af of het niet als overvragen zal
worden opgevat vier keer per jaar een autovrije Fultonstraat te
willen. Maar, wie weet, zijn de autobezitters in jullie straat wel
van een bijzonder sociale soort."
Omdat er zoveel inspirerende
inzendingen tussen zaten, heeft het Haags Milieucentrum besloten
het aantal aanmoedigingsprijzen uit te breiden van drie naar vier.
Deze prijzen - het boekje 'Stadse Natuurverhalen: Verwacht geen
Nachtegalen' en de 'Groene Speurgids en Speurkaart Haaglanden' gingen
naar de volgende inzenders:
Joke
Junger (links op de foto), Terry van der Heide en André Engelbertink
met hun idee voor 'Een leefbaar stukje Obrechtstraat'. Het sterke
van dit plan vindt de jury de uitstekende realiseerbaarheid, de
combinatie met de leefbaarheid en het bij de straat betrekken van
het reeds bestaande buurtparkje Sunny Court. In het plan wordt dit
via de straat ontsloten, wat de gebruikswaarde van het Sunny Court
zal optimaliseren. Er hoeven vrijwel geen parkeerplaatsen aan de
groene inrichting opgeofferd te worden, behalve dan voor hier en
daar wat fietsenrekken. De straat wordt met de voorgestelde ingrepen
rijkelijk voorzien van ijle bomen, met praat- en zitbankjes eromheen,
afgewisseld met plantenbakken aan de gevels zodat het groen mooi
verdeeld wordt.
In
Ypenburg kwamen André Woudenberg (rechts op de foto) en Marcel
Griffoen onafhankelijk van elkaar op hetzelfde idee: verander de
in totaal 4 kilometer lange geluidswallen die Ypenburg scheiden
van de A13, de A4 en de A12 in groene oases en spannende heuvelbossen.
Als die uitgestrekte, saaie geluidswallen op deze manier omgetoverd
worden tot recreatieve, rustgevende, beboste oases, dan leidt dat
tot een fraaier uitzicht vanuit de wijk, reductie van het geluid,
ruimte voor vogels en natuur en minder wind.
De
Ampèrestraat is prachtig gerenoveerd, aldus bewoner de heer
Boon. Maar waarom maken we deze straat niet groener en benadrukken
we tegelijk haar multiculturele karakter door er 23 palmbomen met
daartussen bamboestruiken te planten. Volgens de inzender is dat
zelfs in ons koude kikkerlandje geen probleem. Ook dit plan heeft
aandacht voor leefbaarheid, door een combinatie met fietsenrekken
en zitbanken.
Zeehelden
is een gewilde wijk, maar bezit bijzonder weinig groen. Dat kan
en moet beter, dacht Janny Brasker, en kwam met een groots en gewaagd,
maar zeker niet onuitvoerbaar idee: een ecologische verbindingszone
tussen het Scheveningse Bos en de Prinsessetuin via het Zeeheldenkwartier.
Die ook nog naar het Haagse Bos uit te breiden is. De ecologische
slinger gaat via de Jacob Catslaan, de Banstraat naar de 1e Sweelinckstraat,
Van Diemenstraat, Elandplein, Da Costastraat, Veenkade naar de Paleistuin
met mens- en wildviaducten over de drukke straten. Met een parkeergarage
op de plek van Metropole, zodat automobilisten de fiets kunnen nemen
om ter bestemder plaatse te komen. Zij kunnen dan ook de benenwagen
nemen - over de ecologische route natuurlijk.
Het Haagse Milieucentrum
gaat de inzendingen aanbieden aan de wethouders Ries Smits en Wilbert
Stolte. We zijn ervan overtuigd dat de gemeente daaruit inspiratie
en concrete ideeën kan putten om Den Haag groener te maken
en groen te houden. En, zoals beloofd, gaat het HMC doen wat in
zijn vermogen ligt om te zorgen dat een aantal ideeën of delen
daarvan uitgevoerd worden.
 |
|
De gezamenlijke prijswinnaars
|
Waar willen we heen met de
Vlietzone?
De Vlietzone: een gebied aan de rand van de stad dat veel mensen
alleen maar vanaf de A4 of A12 zullen kennen, of wellicht vanuit
het reuzenrad op pretpark Drievliet. Een gebied waar groen, bebouwing
en (spoor-)wegen elkaar afwisselen. Een gebied waar drie gemeenten
stellingen innamen in de annexatiestrijd die in het voordeel van
Den Haag werd beslecht.
De Vlietzone - de strook tussen het Rijn-Schiekanaal (oftewel de
Vliet) en de A4 - is nu grotendeels Haags grondgebied, maar bij
de meeste Hagenaars is het gebied onbekend. En dat is jammer, want
onbekend maakt onbemind en het gebied heeft in potentie veel te
bieden. Zo is er ondanks allerlei ingrepen nog behoorlijk wat groen
te vinden, waarvan enkele waardevolle oude landgoederen.
Het Haags Milieucentrum (HMC) is bezig om een groene visie op de
Vlietzone te ontwikkelen. Deze wordt begin volgend jaar aan het
Haagse gemeentebestuur aangeboden. Het wordt een visie die uitgaat
van behoud en versterking van het waardevolle groen dat er aanwezig
is. Een visie die ruimte biedt aan planten en dieren en aan waterberging.
Maar ook aan mensen die op zoek zijn naar mogelijkheden voor groene
recreatie in hun directe omgeving - zoals bewoners van de nieuwe
wijken Ypenburg en Leidschenveen.
De gemeente en het HMC vinden het belangrijk dat die visie breed
gedragen wordt. Daarom organiseerden het HMC en de stichting BOOG
op 20 november een avond in het Wellantcollege in de Vlietzone om
met geïnteresseerden van gedachten te wisselen. En die geïnteresseerden
kwamen in groten getale. Circa zestig mensen wisten de weg naar
de school te vinden en vertelden ons wat ze van de Vlietzone vonden.
Welke plekken zij als waardevol beschouwen. Welke problemen zij
er zien. Welke kansen er liggen.
Het zou te ver voeren om hier uitgebreid verslag te doen van wat
er allemaal werd ingebracht. Maar een paar punten sprongen er duidelijk
uit. Het groene karakter van de Vlietzone vindt men over het algemeen
waardevol. Dit mag absoluut niet verder worden aangetast. Dat geldt
zeker voor het landgoed Vredenoord, dat zijn karakter het best behouden
heeft. In de Vlietzone zou absoluut niet meer gebouwd mogen worden.
Ook geen voetbalstadion.
Opmerkelijk was het vrij grote aantal suggesties om als lelijk ervaring
bebouwing te camoufleren met klimop of weg te stoppen achter bomen.
De Westvlietweg wordt door een aanzienlijk deel van de aanwezigen
als onveilig ervaren, vooral omdat hier te hard gereden wordt. Hiervoor
zijn verschillende oplossingen denkbaar. Een parallelweg dwars door
het gebied - een optie waar planologen aan denken - ziet echter
zo goed als niemand zitten. En ook het Trekvliettracé - een
mogelijke verbinding tussen de Binckhorst en het Prins Clausplein
- kan niet op instemming rekenen. Wel zouden er meer fiets- en wandelpaden
moeten komen.
Op windmolens in de Vlietzone zit niemand te wachten. Het stadsgewest
heeft een aantal gebieden ingetekend als zoeklocatie, maar windmolens
verhouden zich slecht tot het karakter van groene verbindingszone.
Die zou nu juist het domein van vogels en andere dieren moeten zijn.
Het Haags Milieucentrum zal de gedane opmerkingen, wensen en suggesties
meenemen bij de ontwikkeling van zijn groene visie. Deze wordt eind
januari aangeboden aan het gemeentebestuur van Den Haag en vervolgens
aan de andere betrokken gemeenten.
Fotoreportage Vlietzone-avond, 20 november


De wanden van de aula van het Wellantcollege zijn volgehangen met
flappen, onderverdeeld in verschillende categorieën. De aanwezigen
kunnen hierop aangeven welke problemen ze signaleerden, wat mogelijke
oplossingen zijn en welke wensen ze hebben.

Mensen verdringen zich voor de flappen om daarop rode of groene
stickers te plakken. Daarmee geven ze aan of ze een bepaalde suggestie
toejuichen of juist afkeuren.

Het plan van de werkgroep Haaglanden wordt met veel belangstelling
bestudeerd. Hierdoor kunnen mensen op de inspraakavond van 24 november
beter beslagen ten ijs komen.

Projectleider Tom Pitstra van het Haags Milieucentrum geeft een
toelichting bij de plannen van het Stadsgewest Haaglanden.

Steven van Schuppen geeft een eerste samenvatting van de gedane
suggesties en vertelt waarnaar de gedachten van het HMC uitgaan.

Op 5 november werd in zalencentrum Concordia een Stadsgesprek
over Schone Lucht en Verkeer gehouden. Ten overstaan van enkele
tientallen geïnteresseerden schetsten deskundigen het probleem
en mogelijke oplossingen. Wethouder Smits van Duurzaamheid was als
toehoorder aanwezig. Aan hem nu de schone taak om zijn collega's
van Verkeer, Ruimtelijke Ordening, Stedelijke Ontwikkeling en Wonen,
Welzijn en Volksgezondheid, Economie, Leefbaarheid en Financiën
te overtuigen van de noodzaak om snel de nodige maatregelen te nemen.
Hierbij een eerste impressie van deze inspirerende bijeenkomst.

De heer Keuken, Hoofd van de afdeling Milieukwaliteit (maar
dan in het Engels) bij TNO, geeft een toelichting bij de resultaten
van de luchtkwaliteitsmetingen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid
en Milieu (RIVM). Het meetpunt op de Veerkades bevestigt wat veel
bewoners al dachten: de luchtkwaliteit overschrijdt de normen bij
diverse vervuilingscomponenten. Zowel de hoeveelheden fijn stof
als de koolstofdioxide-concentraties zijn problematisch.

Een keihard bewijs voor de relatie tussen slechte luchtkwaliteit
en gezondheidsklachten is niet nodig, vindt de heer Zwart Voorspuij,
medisch milieukundige bij de GGD. Op grond van het voorzorgprincipe
zou de gemeente nu in actie moeten komen om gezondheidsschade voor
te zijn.

De Wethouder van Milieu van Leidschendam-Voorburg, mevrouw Jelsma,
is een vurig pleitbezorgster van een 80 kilometerlimiet op de A12,
die door haar gemeente loopt en in Den Haag doodloopt. Per dag passeren
er via deze weg circa 140.000 auto's. Jelsma heeft nu enige hoop
gevestigd op het ministerie van Verkeer en Waterstaat, dat werkt
aan een baanverandering Den Haag in. Een baan wordt versmald, met
als mogelijk gevolg dat hier een maximumsnelheid van 70 km/uur gaat
gelden. Jelsma roept de verschillende overheden op tot innovatief
denken om de auto-overlast tegen te gaan.

De HTM heeft maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in haar
vaandel staan, betoogt de heer Wanders namens dit bedrijf.
En dat betekent natuurlijk ook dat het milieu zoveel mogelijk ontzien
wordt. Bijvoorbeeld door bussen uit te rusten met zeer kostbare
roetfilters. En door ervoor te zorgen dat nieuw aan te schaffen
bussen zoveel mogelijk aan de hoge milieu-eisen van de HTM voldoen.
Maar echt schoon zullen bussen met dieselmotoren nooit worden. Daarom
komt er waarschijnlijk ooit een moment dat reizigers van buiten(wijken)
op stadstransferpunten zullen overstappen op de tram die hen verder
de binnenstad in vervoert.

Ook de vrachtwagens die ons voorzien van de producten die wij nodig
(denken te) hebben belasten de luchtkwaliteit in de binnensteden.
Vandaar dat het Hoofdbedrijfschap Detailhandel werkt aan systemen
voor stadsdistributie. De heer Weiss schetst de mogelijkheden
en de knelpunten. Sommige oplossingen zijn simpel. Tot voor kort
reden leveranciers en vuilnisophalers elkaar flink in de wielen.
Nu wordt dat veel beter op elkaar afgestemd. Het huisvuil wordt
zoveel mogelijk opgehaald voordat de leveranciers gaan bezorgen.
En de wagens parkeren alleen nog maar aan de rand van de weg, zodat
er genoeg ruimte overblijft om te kunnen passeren. Er zijn verschillende
mogelijkheden, maar de bottomline is dat het allemaal wèl betaalbaar
moet blijven.

De Rijksoverheid vervoert natuurlijk minder dan de gezamenlijke
detailhandel, maar toch gaan er op jaarbasis vele tonnen post om.
Het postverkeer tussen al de ministeries wordt sinds kort verzorgd
door drie elektrische bestelwagens, vertelt een trotse Directeur
van de Centrale Facilitaire Dienst, de heer Staallekker.
De wagens hebben slechts één nadeel: ze zijn zo heerlijk
stil, en daardoor horen andere weggebruikers ze niet aankomen.

Peoplemovers: wat zijn dàt nou weer? Engelse Schlagerzangers?
Verplegers die met ouderen lopen te sjouwen? Nee, zo leert ons de
heer Van den Berg van de Stichting Om Den Haag, het zijn
onbemande voertuigjes die mensen over een beperkte afstand kunnen
vervoeren. Bijvoorbeeld van een OV-knooppunt naar een bedrijventerrein.
Er draaien momenteel twee proefprojecten, maar het zal nog wel even
duren voordat de peoplemovers in een aanzienlijk deel van
de mobiliteitsvraag kunnen voorzien.

Geef de stad terug aan de bewoner/gebruiker: dat is in het kort
de boodschap van mevrouw De Jong van verkeersadviesbureau
Diepens en Okkema. Er wordt veel te veel aandacht besteed aan het
de automobilist naar de zin maken. De gemeente legt met zeer veel
inspanning en tegen hoge kosten een ringweg aan, maar veel verkeer
in Den Haag is intern. Daartegen helpen geen ringwegen. Waarom doet
de gemeente niet veel meer om de fiets te promoten?

In het kader van het programma Duurzaam Veilig zijn er veel
30-kilometergebieden aangelegd. Die werken naar tevredenheid, maar
zijn gering van omvang. De heer Govers van Bureau Goudappel
Coffeng bekijkt kwesties van verkeersafwikkeling en leefbaarheid
liever op een wat groter schaalniveau: dat van stadsleefgebieden.
Gebieden die een duidelijke ruimtelijke eenheid vormen, bedoeld
zijn voor de bewoners, voorzien van assen van openbaar vervoer en
voorzieningen op fietsafstand. De wegen worden gekenmerkt door smalle
rijstroken en een brede middenberm. Daardoor kunnen mensen die vinden
dat ze met de auto moeten minder snel rijden, wat beter is voor
het milieu. Goudappel Coffeng werkt dit principe momenteel uit voor
een proefproject in Den Haag Zuidwest.

Straatbomen zijn niet de super-luchtverfrissers waarvoor ze wel
eens worden aangezien, betoogt de heer Van Hove van onderzoeksbureau
Alterra. Dat valt tenminste af te leiden uit de beperkte hoeveelheid
bestaande onderzoeksgegevens. Het is vooral in perioden van smog
dat bomen een rol van enige betekenis kunnen spelen in het reduceren
van de hoeveelheid deeltjes en gassen. Maar dit soort effecten van
bomen is vooral op grote schaalniveaus onderzocht, niet op straatniveau.
Naar het zich laat aanzien dragen bomen in parken veel meer bij
aan schone lucht dan straatbomen. Maar natuurlijk is het wel zo
dat bomen veel méér doen dan alleen CO2 omzetten in zuurstof en
met hun bladeren deeltjes vasthouden. Ze verbeteren het stadsklimaat,
dempen geluid en zorgen voor welbevinden.

Geen betere uitsmijter dan een Amsterdammer. In dit geval de heer
Kaljee, boomconsulent bij de gemeente Amsterdam. Het is de
bedoeling dat hij wordt ingeschakeld als er infrastructurele ingrepen
gepland staan die gevolgen voor Amsterdamse bomen kunnen hebben.
Om, zoals hij het zelf noemt, te proberen te redden wat er nog te
redden valt. Kaljee laat door middel van een serie dia's sprekende
voorbeelden daarvan zien. Een groot probleem is dat een onderdeel
van vitaal belang voor bomen onder de grond zit, en daarmee onzichtbaar
is (zoals de befaamde kastanje op de Koekamp, die ondergronds een
omvang van 100 kubieke meter vertegenwoordigt). Het kan dan ook
lang duren voordat duidelijk wordt dat een boom er slecht aan toe
is. Kaljee verwacht dat er de komende tijd heel wat bomen zullen
omvallen als gevolg van werkzaamheden die al lang geleden zijn verricht.
Er bestaan diverse technieken om bomen in stedelijk gebied voldoende
mogelijkheden voor groei te bieden, en Den Haag is daar heel ver
mee. Een compliment dat wethouder Smits en zijn bestuursadviseur
Mellema respectievelijk links en rechts op de foto hieronder)
in hun zak kunnen steken.

Bomen zijn geen wondermiddel voor het zuiveren van de lucht, en
moeten dan ook een handje worden geholpen. Bijvoorbeeld door ze
vol te hangen met luchtverfrissers. Wethouder Smits en Marc
Beek stellen ze hier in werking, nadat Beek de zaal eerder getracteerd
had op een speciaal gebrouwen parfum getiteld Marseille à
18.00 heures.

CONCEPT HAAGSE WOONVISIE
2020
Rampzalig voor milieu en lagere inkomens
Reactie van het Haags Milieucentrum
Samenvatting
Het Haags Milieucentrum is zeer teleurgesteld in deze concept Woonvisie
2020. Het lijvige stuk getuigt van weinig visie op de toekomst.
Het is dan ook niet zozeer een visie maar eerder een tot in detail
uitgewerkte woningmarktnota, die achteraf bestaande bouwprogramma's
legitimeert. De economische ontwikkelingen van de laatste vijf jaar,
die een belangrijke invloed hebben op tal van ruimtelijke en sociale
ontwikkelingen, zijn niet meegenomen en duurzaam bouwen/renoveren
en milieudoelstellingen zijn totaal afwezig. De nota behelst geen
evaluatie van de eigen doelstellingen en instrumenten van de gemeente
wat betreft duurzaam bouwen. Hierdoor lijkt de gemeente haar eigen
beleid op dit terrein niet serieus te nemen. Weliswaar valt het
woord duurzaam in de algemene doelstelling van een vitale, duurzame
en gevarieerde stad, maar doordat dit verder geen inhoud krijgt,
blijft het een nietszeggend containerbegrip. Dat lot is de term
duurzaamheid vaak beschoren. Het woord milieu komt helemaal niet
voor. Dit getuigt in onze ogen niet van de belangrijke verantwoordelijkheid
van het Haags gemeentebestuur inzake duurzaamheid. De aantasting
van natuur en milieu heeft een grote negatieve invloed op de kwaliteit
van het bestaan van de Haagse bevolking. Er lijkt nog een lange
weg te gaan voordat duurzaamheid integraal in ontwikkelings- en
bouwplannen zal zijn opgenomen. Dit ondanks de oprichting van de
interne Stuurgroep Duurzaamheid van de gemeente waarin vijf wethouders,
waaronder de wethouder van ROSV, het op zich genomen hebben hun
beleid en de uitvoering daarvan te verduurzamen. Deze nota is deze
Stuurgroep blijkbaar niet gepasseerd.
De plannen in de woonvisie zijn niet alleen schadelijk voor het
milieu, maar ook voor de positie van de lagere inkomensgroepen.
De concept Woonvisie 2020 is geschreven vanuit de in Den Haag heersende
cultuur van sloop en nieuwbouw, waarbij men denkt de complexe sociaal-culturele
problematiek in bepaalde buurten met fysieke ingrepen grotendeels
te kunnen oplossen. Dit idee berust op een ernstige misvatting.
Als de plannen in de woonvisie worden uitgevoerd, worden tienduizenden
goedkope en bouwtechnisch goede of zeker niet slechte huurwoningen
gesloopt. Dit zal binnen een aantal wijken in Den Haag, met name
in Zuidwest, leiden tot verdringing door hogere inkomensgroepen
van lagere inkomensgroepen die nu daar nog betaalbaar kunnen wonen.
Het is volkomen onduidelijk waar die lagere inkomensgroepen vervolgens
moeten gaan wonen. De aanname waarvan deze woonvisie uitgaat, dat
in 2020 behoorlijk wat meer Hagenaars dan nu tot de hogere inkomensgroepen
zullen behoren, getuigt namelijk van een ongerechtvaardigd economisch
optimisme.
Het is hard nodig dat er vanaf nu een integrale visie op de Haagse
volkshuisvesting ontwikkeld wordt en dat niet alleen vanuit de bestuurlijke
torens aan het Spui, maar samen met onder meer betrokken bewoners
en milieuorganisaties. Woningbouwcorporaties en de Kamer van Koophandel
zijn meestal wel in een eerder stadium betrokken. De huidige bouw-
en sloopplannen zouden grotendeels opgeschort moeten worden, niet
alleen om de plannen aan te passen aan de gewijzigde economische
realiteit, maar ook om ruimte te maken voor de gezamenlijke ontwikkeling
van die visie. Als deze plannen wel ten uitvoer worden gebracht
dan vormt dit een bedreiging van de inkomenspositie van een grote
groep Hagenaars en is de kans groot dat Den Haag met een behoorlijke
voorraad onverkoopbare woningen in het duurdere segment komt te
zitten. Het te bouwen volume kantoren bijvoorbeeld is onder meer
op basis van de huidige economische ontwikkelingen wel sterk naar
beneden bijgesteld.
Het is vanzelfsprekend een goede zaak dat Den Haag economisch hoogwaardige
(internationale) werkgelegenheid wil aantrekken en voor toekomstige
en huidige koopkrachtige werknemers een aantrekkelijke woonklimaat
wil scheppen. Dat is goed voor de lokale economie. Maar het is per
definitie ook zo dat een grote stad als Den Haag aantrekkelijk is
voor de lagere inkomensgroepen. Dat brengt nu eenmaal een soms forse
sociaal-culturele problematiek met zich mee. Laten we er daarom
voor zorgen, bij goed of minder economisch tij, dat deze relatief
grote groep Hagenaars die het een stuk minder heeft, in de eigen
stad betaalbaar kan blijven wonen. Dat kan daarnaast door voor hen
echt investeren in leefbare en duurzame wijken. De dynamiek van
een grote stad is onlosmakelijk verbonden met de positie en cultuur
en de uitingen daarvan van groepen die nu nog onder aan de maatschappelijke
ladder staan. Zij zijn van die stad een onmisbaar onderdeel.
Inleiding
Bouwen en wonen hebben grote gevolgen voor natuur en milieu. Dat
is bijna per definitie zo. Hoe groot die gevolgen zijn, is sterk
afhankelijk van hoe er gebouwd wordt. Dat dit binnen ecologische
randvoorwaarden gebeurt, is van wezenlijk belang. Het gaat immers
om zulke basale zaken als een stabiel klimaat, een beschermende
ozonlaag, voldoende en schoon drinkwater, gezonde lucht en niet
vergiftigde landbouwgrond voor voldoende en gezond voedsel. Zaken
die elke Hagenaar, nu en meer nog in de toekomst, raken in de kern
van zijn bestaan. Om ervoor te zorgen dat voldoende rekening wordt
gehouden met die belangen, is een integrale en duurzame benadering
nodig waarbij volkshuisvestingsaspecten, sociale belangen, economische
belangen en ecologische belangen in hun onderlinge verwevenheid
geanalyseerd en gewogen worden. Het Haags Milieucentrum heeft vanuit
een dergelijke benadering de concept Woonvisie 2020 van de gemeente
Den Haag tegen het licht gehouden.
Economie en (on)betaalbaar wonen
Hoe de Nederlandse economie er in 2020 voorstaat is gissen, maar
op dit moment floreert deze bepaald niet. De verwachting is dat
de huidige recessie voorlopig zal aanhouden. Alleen al in Den Haag
dreigen 17.000 ambtenaren hun baan te verliezen en zullen er vanuit
het Rijk veel minder opdrachten aan Haagse particuliere bureautjes
verstrekt worden. Vanuit deze verwachtingen is het onbegrijpelijk
dat in de voorliggende woonvisie geen rekening gehouden is met de
economische ontwikkeling van de laatste vijf jaar. De nota is daardoor
nogal gedateerd en gebaseerd op al te rooskleurige groeiscenario's.
Nu die rooskleurige scenario's ter discussie staan, werpt dit een
heel ander licht op beweringen in de nota, dat er "een grote
groep incourante woningen bestaat", dat "er een afname
van 15% van de lage inkomensgroepen zal plaatsvinden', dat er "voldoende
woningen voor de doelgroep zijn", dat er "een (theoretisch)
overschot van 15.000 goedkope woningen anno 2000 bestaat" en
dat "op termijn het aanbod de vraag aan goedkope woningen zal
overschrijden"'. Het zijn beweringen op basis van schijnzekerheden.
Een van de gevolgen van die recente economische ontwikkelingen
is dat mensen hun woonwensen aanpassen aan hun inkomstenverwachting
voor de komende jaren. Er bestaat in Nederland niet zozeer een absolute
woningnood, maar met name een kwalitatieve woningnood. Die is zeer
conjunctuurgevoelig. We zien dan ook dat op dit moment de vraag
naar goedkope huurwoningen flink aantrekt. Ook in Den Haag staan
tientallen mensen in de rij voor een huurwoning en lopen de wachttijden
enorm op. Waarom worden deze cijfers in deze nota niet genoemd?
Maar ook al voordat de economie inzakte waren heel wat Hagenaars
aangewezen op een goedkope huurwoning of een wat duurdere met huursubsidie.
Domweg omdat er voor hen anders niet voldoende geld overblijft om
van te leven. Een huur tot 470 euro staat momenteel als goedkoop
te boek. Wat is de Haagse definitie van betaalbaar wonen voor de
laagste inkomensgroepen? Waarom staat er in de woonvisie geen analyse
van de woonlastenproblematiek waarin mensen steeds meer moeten betalen
voor het wonen en dus moeten bezuinigen op andere primaire levensbehoeften?
De ontwikkelingen op het gebied van de huursubsidie dienen daarbij
meegewogen te worden. Een woonvisie tot 2020 dient, bij goed en
slecht economisch tij, uit te gaan van het op peil houden van een
behoorlijke voorraad betaalbare huurwoningen voor een groter wordende
groep Hagenaars.
Indien de plannen die in de woonvisie worden ontvouwd en waarvan
de realisatie voor een deel al volop bezig is, allemaal worden gerealiseerd,
dan blijft er van de voorraad betaalbare huurwoningen bitter weinig
over. Een flink aantal wijken, met name die wijken die een dergelijke
voorraad woningen bergen zoals Moerwijk, Morgenstond en Bouwlust,
dienen volgens de woonvisie op de schop genomen te worden in het
kader van de zogeheten "herstructurering" met het doel
menging van verschillende inkomensgroepen door het bouwen van verschillende
prijsklassen koopwoningen en van verschillende prijsklassen huurwoningen
in het bezit van woningcorporaties. De woonvisie behelst vervolgens
plannen voor grootschalige sloop van vele tienduizenden betaalbare
huurwoningen. Alleen al in Den Haag Zuidwest staan er van de 30.000
woningen 16.000 op de slooplijst. Daarvan zullen ongetwijfeld de
laagste inkomensgroepen de dupe worden.
Ook gokt de nota heel sterk op doorstroming van de zogeheten scheefwoner
(iemand die een te klein deel van hun inkomen verwoont), zonder
dat daarvoor effectieve instrumenten bestaan. Bovendien dragen scheefwoners
wel bij aan de beleden doelstelling van naar inkomen gemengde wijken.
Duurzaamheid de dupe
De economie mag er dan niet best voorstaan, het milieu staat er
ronduit beroerd voor. De roofbouw die elke dag op het milieu gepleegd
wordt is groot. Op wat langere termijn is dit waarschijnlijk de
grootste bedreiging voor de kwaliteit van het bestaan van alle Hagenaars.
Dit kan niet vaak genoeg gezegd worden. Hier doen wij dat maar één
keer.
Uitgaande van de belangen van het milieu is het Haags Milieucentrum
zeker niet tegen nieuwbouw als deze echt nodig is. Nieuwe woningen
kunnen een stuk duurzamer gebouwd worden dan vroeger. Zo worden
er nu bijvoorbeeld zeer energiezuinige woningen gebouwd onder meer
door gebruik te maken van lage temperatuursverwarming, warmtepompen
en warmtekoude-opslag. De bewoners zijn meestal zeer tevreden. Als
de nota zo sterk woonconsumentenvoorkeuren centraal stelt, dan is
dit een goed voorbeeld van een een win-win situatie. Maar ook bestaande
woningen kunnen gerenoveerd, samengevoegd of anderszins herontwikkeld
worden, waarbij zeer grote milieuwinst valt te halen (zie voetnoot).
Sloop en nieuwbouw betekenen echter een grote aanslag op het milieu
zowel wat betreft de productie van nieuwe grondstoffen als de verwerking
daarvan tot hoogwaardige bouwmaterialen en gebouwen. Veel opdrachtgevers
en bouwers hebben geen idee van bijvoorbeeld de enorme hoeveelheden
energie en water die daarvoor vereist zijn. Dit geldt overigens
ook voor het recyclen van gebruikte materialen. Altijd nog beter
dan het gebruik van nieuwe materialen, maar recycling is alles behalve
milieuvriendelijk te noemen. Anders ligt dat met hergebruik van
materialen, wat mogelijk is door verantwoord te slopen.
Daarom is het kwalitatief goed op peil houden en verbeteren van
de bestaande woningvoorraad in de visie van het Haags Milieucentrum
niet alleen een zegen voor de lagere inkomens onder de Haagse burgers,
maar tevens een zegen voor het milieu. In de woonvisie lijkt men
alles te doen om de bestaande woningvoorraad, of deze bouwtechnisch
nu in orde is of niet, te kunnen slopen voor nieuwbouw. En vervolgens
doet men er niets aan om die nieuwe woningen en inrichting van nieuwe
wijken zo duurzaam mogelijk te realiseren. Hoewel het Haags Milieucentrum
zich ervan bewust is dat je grote woorden niet te vaak moet gebruiken,
is dit rampzalig voor het milieu. In de bijna 80 bladzijden tellende
woonvisie staat letterlijk geen woord over het duurzaam renoveren
of samenvoegen van woningen of het compact en duurzaam terugbouwen
van woningen. Dat betekent dat de gemeente haar eigen doelstellingen
en haar bijzondere verantwoordelijkheid wat dit betreft niet serieus
neemt. Als er ergens kansen liggen om duurzaamheid echt te bevorderen,
en als er ergens kansen liggen om het eigen beleid van een CO2-neutrale
stad inhoud te geven, dan is het hier.
Voetnoot:
Uit het project " Duurzame herstructurering van Zuidwest"
van het Haags Milieucentrum blijkt dat de milieuwinst van renovatie/samenvoegen/optoppen/opplussen/uitplinten
van woningen nooit goed is onderzocht ten opzichte van sloop en
vervangende nieuwbouw. Er zijn slechts speculatieve aannames gedaan
en het beleid is grotendeels gebaseerd op simpele kosten/baten sommetjes,
waarin bijvoorbeeld de externe milieukosten van sloop niet zijn
berekend. Bij een aantal betrokkenen, waaronder een woningcorporatie,
bleek de bereidheid te bestaan dit gedegen te onderzoeken. Het onderzoek
van het Haags Milieucentrum via prof. A.Thomsen met studenten van
de TU Delft kan hierin een start zijn. De gemeente Den Haag zou
samen met andere steden dit onderzoek kunnen entameren. Het is tenslotte
een landelijke problematiek, waarbij opvalt dat veel steden hun
sloopambities drastisch hebben bijgesteld, terwijl in Den Haag het
sloopvolume juist toeneemt. Er bestaan in Den Haag geslaagde voorbeelden
van samenvoeging van woningen (Kuinrestraat, Hof Loevestijn) waarover
de corporatie en de bewoners tevreden zijn. Deze geslaagde voorbeelden
kunnen onderzocht worden op hun milieuvoordelen in de hele productieketen
ten opzichte van sloop en vervangende nieuwbouw.
Vitale lokale economie
Nu hebben we twee belangen, milieubelangen en sociale belangen,
kort de revue laten passeren. Hoe zit het nu met de lokale economische
belangen, want die mogen voor die zo gewenste vitale en duurzame
stad zeker niet verwaarloosd worden. Wat de economie betreft doet
de woonvisie het beter doordat de opstellers koopkrachtige mensen
die vaak wel werken in de stad ook aan de stad wil binden door te
bouwen naar hun woonwensen. Het is voor de lokale economie natuurlijk
een zegen als mensen daar niet alleen hun geld verdienen, maar ook
besteden. Bovendien krijgt de gemeente via een aantal belastingen
op deze manier ook het nodige financiële middelen binnen.
Of dat lukt door verspreiding in de stad door herstructurering
van het woningcorporatiebezit, is echter zeer de vraag. De omliggende
gemeenten zitten ondertussen ook niet stil en zetten hun poorten
wagenwijd open voor deze interessante groep door ook voor hen te
bouwen. Hier is sprake van een flinke concurrentieslag. Heeft Den
Haag hier de beste kaarten? Indien alle of een groot deel van de
verschillende bouwplannen worden gerealiseerd, zal de gemeente die
het niet lukt om de hogere inkomens aan te trekken met dure onverkoopbare
of onverhuurbare huizen blijven zitten. En dit is juist weer slecht
voor de lokale economie. Bij de kantorenmarkt heeft de economische
recessie wel onmiddellijk geleid tot een bijstelling van het te
realiseren volume aan kantoren. Het is niet meer dan logisch dat
ook de plannen voor het realiseren van duurdere woningen bijgesteld
zullen moeten worden. Buiten Den Haag gebeurt dat ook al.
Grootschalige sloop versus kwaliteitsverbetering
De belangrijkste vraag is natuurlijk of die volgens de woonvisie
noodzakelijke grootschalige sloop van vele tienduizenden woningen
wel noodzakelijk of gewenst is. Laten we voor de beantwoording van
deze vraag eens terugkijken naar de herstructurering van de Schilderswijk.
De slechte fundering besliste daar alle discussies over renovatie
versus sloop. Bovendien was de bouwtechnische staat van vele woningen
slecht, onder meer door speculatie in combinatie met het verwaarlozen
van onderhoud. Wie kent nog de op muren gekalkte leuze: (Sc)Hilderswijk
vanwege de grote huizenspeculant Hilders? Deze leek meer invloed
te hebben op de ontwikkelingen in de Schilderswijk dan het gemeentebestuur.
Er werd toen weinig ondernomen tegen zijn speculatiepraktijken die
tot verkrotting leidden. Daarom: Renovatie, geen Speculatie! Het
tij was echter niet te keren en funderingshersteltechnieken waren
nog weinig ontwikkeld. Grootschalige sloop en renovatie was hier
dus een goede zaak en dat bood tevens kansen om een forse kwaliteitsslag
te maken. Over de uitvoering daarvan valt te twisten, maar voor
dit soort wijken is herstructurering bedoeld.
Dit kan moeilijk gezegd worden van wijken die de woningen herbergen
die nu op de rol staan om gesloopt te gaan worden. De situatie is
daar totaal anders dan die in de Schilderswijk van 20 tot 30 jaar
geleden. Eenieder die zelf poolshoogte gaat nemen in die wijken
ziet een totaal ander beeld. Hier gaat het meestal om goede en goed
onderhouden woningen in keurige straten. Daarnaast ziet men minder
fraaie straten met op zich nog goede of te verbeteren woningen.
Delegaties uit het buitenland die op bezoek komen en deze wijken
zien, begrijpen absoluut niet waarom deze op de schop moeten. Wat
wel duidelijk te zien is, is dat in een aantal wijken en straten
betrokkenheid van de bewoners bij hun woonomgeving node wordt gemist.
Zij laten hun woonomgeving verloederen. Maar hier wordt niet alleen
betrokkenheid van bewoners gemist. Ook de betrokkenheid van de gemeente
wordt node gemist. Er is geen sprake van een actief ingrijpende
overheid die heldere kaders en regels stelt en deze vervolgens ook
handhaaft.
Naast de bewoners zelf heeft niet alleen de gemeente hier een duidelijke
verantwoordelijkheid. De woningcorporaties hebben die verantwoordelijkheid
net zo goed. Zij moesten weliswaar op eigen benen gaan staan, wat
andere bedrijfseconomische eisen aan hen stelde. Er moet nu eenmaal
genoeg geld binnenkomen om het bezit te kunnen onderhouden. Dit
betekent echter niet dat zij net als projectontwikkelaars louter
naar winst zouden moeten streven. Van oudsher hadden en hebben zij
ook een sociale verantwoordelijkheid. Zij zouden dan ook intensiever
kunnen investeren in sociaal beheer. En op langere termijn blijkt
dat meestal ook economisch rendabel te zijn. Daarnaast zijn er wellicht
mogelijkheden voor zorgvuldige inplaatsing wanneer het gaat om probleemgezinnen.
Dit is terecht een gevoelige discussie want het is en groot goed
dat er geen discriminatie plaatsvindt bij woningtoewijzing. Maar
in een aantal gevallen kan men haast van tevoren weten dat de inplaatsing
van bepaalde gezinnen in bepaalde buurten tot grote problemen zal
leiden.
Hoe dan ook, doordat er niet voldoende geïnvesteerd is in
sociaal beheer en sociale veiligheid, werd het van kwaad tot erger.
Bewoners die ooit betrokken waren haakten af, want zonder regels
en dwang, zonder steun in de rug van een alerte overheid, is tegen
een bepaalde mentaliteit van andere bewoners geen kruid gewassen.
Het effect bijvoorbeeld van campagnes die oproepen tot gedragsverandering
is hier verwaarloosbaar. Dat verander je ook niet met fysieke ingrepen
zoals het bouwen van wijken voor de rijkeren ten koste van wijken
voor de armeren, die dus vervolgens moeten wijken voor de rijken.
De belangrijkste vraag is dat als er zoveel betaalbare huurwoningen
gesloopt gaan worden, waar moeten vervolgens al die mensen met een
lage beurs naar toe? Het overgrote deel van de woningen die na sloop
teruggebouwd worden zal voor hen namelijk onbetaalbaar zijn. Overal
ter wereld zijn het juist de grote steden die de meest (kans)arme
mensen aantrekken, Den Haag is hierop heus geen uitzondering, zal
dat niet worden en moet dat ook niet willen zijn. Omdat Den Haag
als enige grote stad geen universiteitsstad is, mist het ook nog
de studenten die normaal de economische en culturele verbinding
tussen rijk en arm bevorderen. Ook zijn de meeste bewoners in bijvoorbeeld
Den Haag Zuidwest niet ontevreden over hun woning en woonomgeving.
Ongetwijfeld willen de huidige bewoners, net als de meeste Nederlanders,
beter wonen dan hun portemonnee toelaat, maar in de praktijk verhuizen
zij net zo vaak als mensen in het Statenkwartier of de Vruchtenbuurt.
Redenen om te willen slopen
Waarom dan toch die grootschalige sloopplannen? Er zijn drie dominante
redenen die de nota zelf noemt waarom daarvoor gekozen wordt. Bij
alle drie vallen grote vraagtekens te zetten. Wij voegen daar nog
een vierde aan toe.
1 Gewenste menging van verschillende inkomenscategorieën
in de wijken en mogelijkheden voor doorstroming van scheefwoners
De woonvisie spreekt bij voortduring over de te eenzijdige samenstelling
van een aantal wijken. Dit wordt gezien als de belangrijkste oorzaak
van de sociale problematiek in die wijken. Menging door meer woningen
te bouwen voor de categorie midden en hogere inkomens ziet men vervolgens
als een belangrijke oplossing om deze wijken te revitaliseren en
de sociaal-culturele problematiek te bestrijden. Dit is zoals hiervoor
reeds betoogd een grove, maar helaas hardnekkige, misvatting. Mensen
met dezelfde maatschappelijke status wonen namelijk meestal graag
gezellig en vreedzaam bij elkaar. Dat geldt zowel voor de Vogelwijker
als voor de Schilderswijker. Menging zal in de praktijk uitdraaien
op het opdelen van een grote wijk in verschillende kleine buurtjes,
buurten voor de rijken, buurten voor de middengroepen en buurten
voor de arme(re)n. Wel zijn wij het er mee eens dat er binnen wijken
een behoorlijk potentieel bestaat aan mensen die op de economische
ladder gestegen zijn en die in hun wijk een betere en dus duurdere
woning willen. Het is natuurlijk goed dat deze mensen daarvoor in
hun wijk de mogelijkheid geboden krijgen.
Maar zonder daadwerkelijke investeringen in sociaal beheer en veiligheid
zal het niet lang duren voordat die nieuwe buurten met sociale woningbouw,
waar mensen komen te wonen die eerder hun omgeving lieten verloederen
of daaraan actief meewerkten, er weer net zo verloederd uitzien.
Er zijn grote sociale problemen, er is sprake van overlast, kleine
criminaliteit en overlast veroorzakende huurders. De sociaal-culturele
problematiek is complex. Oplossingen zijn niet zo maar even te geven.
Belangrijk is, zoals eerder betoogd, goed toezicht. Daarop wordt
door betrokken bewoners dan ook keer op keer bij de gemeente gehamerd.
Zij vragen niet om de sloophamer, maar het serieus nemen van hun
klachten en de oplossingen die zij vaak zelf aandragen. Als er geen
oplossingen komen zullen vervolgens dure huizen in de buurt van
deze delen van de wijk minder gewild en minder waard worden. En
waarom heeft men het nooit over de te eenzijdige samenstelling van
de Vogelwijk of Benoordenhout?
Een andere belangrijke kanttekening is namelijk dat het in de huidige
praktijk wel meevalt met die eenzijdige samenstelling. Bezien vanuit
verschillende culturen is er eerder juist sprake van een grote diversiteit,
maar ook bezien vanuit inkomensklasse valt het wel mee. Van de huurders
bij woningcorporaties bestaat maar liefst een derde deel uit scheefwoners.
Indien deze zouden doorstromen naar duurdere huurwoningen, zoals
de concept Woonvisie 2020 beoogt, dan doet dit eerder afbreuk aan
dat zo gewenste gemengde wonen. Bovendien zijn er geen instrumenten
om die doorstroming te realiseren.
2 Aanname dat in 2020 een woning van 50 m2 tot 60 m2 voor bijna
niemand interessant is
Woningcorporaties bezitten nogal wat woningen van rond de 50 -
60 m2 Deze zijn volgens hen in de toekomst onverhuurbaar. Als dat
zo is moeten er natuurlijk maatregelen genomen worden, want niemand
heeft baat bij een grote voorraad onverhuurbare woningen die kostbare
grond in beslag nemen. Maar behalve dat niemand weet hoe de economie
er in 2020 voorstaat, zijn er vier zaken die we daarbij dienen te
bedenken. Ten eerste trekt de huurmarkt voor goedkope en dus kleinere
woningen juist aan. Ten tweede zijn er ook heel wat starters en
studenten voor wie een dergelijke woning prima voldoet. Ten derde
is een goedkope huur ook een kwaliteit. En tenslotte en het belangrijkste,
woningen van nu nog 50 m2 kunnen samengevoegd worden met een andere
woning van 50 m2 of zij kunnen groter gemaakt worden door er een
etage op te bouwen. De technieken daarvoor worden steeds beter en
goedkoper. Bovendien wordt het nog goedkoper als er meer ervaring
komt met samenvoegen en opplussen door het gewoon meer te doen.
Zo kunnen nu betaalbare woningen behouden en betaalbaar blijven.
3 Wens tot compacter bouwen in combinatie met groei naar een
half miljoen inwoners en het op peil houden van voorzieningen
Door compact te bouwen meer mensen in de stad wonen -waaronder
een flink aantal die wat te besteden hebben- allerlei voorzieningen
van openbaar vervoer tot de bioscoop en van medische centra tot
supermarkten intensiever gebruikt zullen worden. Deze worden zo
rendabeler en kunnen dus in stand gehouden worden. Dat is een zegen
voor de lokale economie en brengt ook de gemeente flink wat geld
in het laatje.
Er is echter nog een andere belangrijke reden om compact te willen
bouwen. Een kaderstellend gegeven in Nederland is de schaarste aan
ruimte. Er liggen vanuit verschillende belangen tal van claims op
hetzelfde gebied. Er is de afgelopen 20 jaar veel gebouwd in de
open groene ruimte. Mensen worden zich in toenemende mate bewust
van het belang van het behoud daarvan, niet alleen voor hun eigen
beleving van het landschap, maar ook vanuit hun behoefte aan recreatie
en niet in de laatste plaats vanuit zorg om natuur en milieu. Dit
betekent dat er een opgave ligt om zo compact mogelijk te bouwen
in onze stad, zodat er niet steeds weer zogeheten nieuwe uitleglocaties
in de open groene ruimte nodig zijn, zoals de Vinexwijken, om te
voldoen aan bijvoorbeeld de behoefte aan meer en ruimere woningen.
Het Haags Milieucentrum is dus een groot voorstander van compacter
bouwen op een manier die de stad leefbaarder en duurzamer maakt.
Maar bij de herstructurering in bijvoorbeeld Spoorwijk en in de
plannen voor Zuidwest worden flink wat minder woningen teruggebouwd
dan er daarvoor waren. De reden daarvoor is simpel. De teruggebouwde
woningen zijn groter, en dat is ook logisch gezien de wens van mensen
groter te wonen. Toch is het wel degelijk mogelijk om op locaties
die daarvoor geschikt zijn compacter terug te bouwen. Buiten Den
Haag zijn tal van voorbeelden van nieuwbouwprojecten van gestapelde
bouw van vier of vijf woonlagen met lift die 120 wooneenheden per
hectare (!) herbergen: het driedubbele (!) van de meeste Vinexlocaties.
Maar ook in Den Haag heeft woonwijken die juist aantrekkelijk zijn
voor de hogere inkomensgroepen zoals het Statenkwartier, Benoordenhout
en delen van Bohemen met een hogere woondichtheid (n 40 - 60 woningen
per hectare) dan die gerealiseerd wordt bij de herstructurering
van Den Haag Zuidwest.
De ambities van Den Haag om te willen groeien naar 500.000 inwoners
komt in de Woonvisie 2020 zomaar uit de lucht vallen. Nergens wordt
onderbouwd waarom. Bovendien staat dit streven haaks op het afscheid
dat de gemeente zelf neemt van de maakbare samenleving. Het staat
ook haaks op de ongekende bezuinigen vanuit het landelijk bestuur
en het dreigende ontslag van 17000 (!) in Den Haag woonachtige ambtenaren
en kortingen op in Den Haag werkzame bureaus, met bijbehorende werkgelegenheid.
Indien deze extra groeiambitie gerealiseerd zou kunnen worden zonder
een nieuwe uitleglocatie aan te boren, dan heeft het Haags Milieucentrum
daar geen bezwaar tegen. Dit betekent namelijk dat de groei in dat
geval bereikt wordt via verdichting van de bestaande stad. In de
nota wordt dan ook terecht gesteld, dat Den Haag moet kiezen voor
stedelijk wonen met stedelijke voorzieningen.
De ontwikkeling bijvoorbeeld van Madestein met extreem lage dichtheden
is hiermee niet in overeenstemming. Terecht schrijft de nota dat
het een misverstand is, dat verdichting leidt tot lage kwaliteit.
Een wijk die of pand dat met de nodige ingrepen en aanpassingen
3-4 eeuwen meegaat, is vanzelfsprekend het meest duurzaam. Echt
duurzaam gebouwd huizen die veel langer meegaan leveren een groot
economisch voordeel op. Daarom is het Haags Milieucentrum er een
groot voorstander van de afschrijftermijn op duurzaam gebouwde huizen
en gebouwen te verlengen van de huidige vijftig jaar naar zeker
honderd jaar. De relatief geringe meerkosten die duurzaam bouwen
met zich meebrengt kunnen daar gemakkelijk uit gefinancierd kunnen
worden en er blijft dan zelfs geld over voor andere leuke dingen.
4 Bouwen en slopen is makkelijker, levert woningcorporaties
meer op en nieuwe projecten ontwikkelen is leuker dan gewoon goed
beheren
Het kwalitatief op peil houden van de bestaande woningvoorraad
en deze waar mogelijk aanpassen aan nieuwe eisen en wensen is een
proces dat veel overleg vergt met verschillende partijen, waaronder
de bewoners. Dat wordt door veel beleidsmakers vaak als lastig ervaren.
Dat kan dat inderdaad zijn, maar het is ook inspirerend en een uitdaging
om samen met de bewoners, bedrijven, milieuorganisaties, corporaties
en de gemeente na te denken over het bevorderen van een leefbare
wijk met betaalbare woningen. Het is in ieder geval gemakkelijker
om van achter het bureau en de tekentafel hele blokken huizen weg
te retoucheren en daar nieuwe voor in te plannen.
Vanzelfsprekend is het voor woningcorporaties nodig inkomsten te
genereren om hun onrendabele investeringen mee af te kunnen dekken.
Bij de herstructurering van Den Haag Zuidwest worden bijvoorbeeld
in tegenstelling tot Transvaal door de gemeente geen middelen ingezet
uit het Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing en het geld moet
toch ergens vandaan komen. Als dan bovendien allerlei projectontwikkelaars
en bouwers staan te trappelen om te bouwen en nieuwe duurdere huizen
ook meer geld opleveren voor zowel de woningcorporaties als de gemeente,
dan is de verleiding groot het zo maar gewoon te doen.
Conclusie
Op basis van al deze argumenten is het Haags Milieucentrum van
mening dat in de woonvisie veel te zwaar wordt ingezet op grootschalige
sloop ten gunste van nieuwbouw. Dit ten koste van de lagere inkomensgroepen
en natuur en milieu. Bovendien worden er bij het realiseren van
nieuwe woningen grote kansen gemist om dit zo milieuvriendelijk
mogelijk te doen. Dan hebben we het niet alleen over de duurzame
bouw van de huizen zelf, maar ook over bijvoorbeeld binnenstedelijke
waterberging en de productie van duurzame energie. Het werkelijk
kunnen aanpakken van een complexe sociaal-culturele problematiek
door fysieke ingrepen is een illusie.
Wij delen volop de ambitie van gemeente van de gemeente om binnen
de stadsgrenzen meer woningen te bouwen die aan de wensen van mensen
met een hoger inkomen voldoen. Ons advies om dat te realiseren is
om met een stofkam door de hele stad te gaan op zoek naar locaties
die daarvoor geschikt zijn. Met enige creativiteit zijn die volop
te vinden zijn. Denk bijvoorbeeld aan weinig compacte bedrijventerreinen
zoals delen van de Binckhorst, de locatie van de Norfolkline, de
omgeving van station Moerwijk, de zone langs tramlijn 11, het braakliggende
bedrijventerrein bij De Verademing, etcetera. Denk ook aan optoppen
van bestaande huizen op mooie locaties zoals rond het Plein en op
de platte huizen met aantrekkelijke woonomgeving in Benoordenhout
en de Vruchtenbuurt.
Ook is het belangrijk om te komen tot vormen van solidariteit tussen
de randgemeenten en Den Haag. In de randgemeenten wonen veel mensen
uit de hogere inkomensgroepen die wel gebruik maken van de voorzieningen
die Den Haag biedt bijvoorbeeld op het gebied van werk en scholing,
op cultureel gebied en wat betreft de horeca. De grote gemeenten
zouden daarnaast gezamenlijk het rijk zwaar aan moeten spreken op
noodzakelijk extra investeringen in de grote steden omdat deze nu
eenmaal per definitie meer (kans)armen herbergen en geconfronteerd
worden met een zwaardere sociaal-culturele problematiek.
In deze woonvisie horen toetsbare milieudoelstellingen te staan
met een analyse van de huidige praktijk van het duurzaam-bouwen-beleid
inclusief knelpunten en oplossingen. Onze analyse is dat er weliswaar
veel fraaie beleidsnota's zijn gemaakt, zelfs een checklist duurzaam
bouwen is opgesteld, maar dat dit geen lijst is waarmee de mainstream
in de bouw wordt gecheckt. De gemeente kan als opdrachtgever veel
meer dan nu haar positie aanwenden om duurzaam bouwen te eisen en
daarnaast zelf waar mogelijk het goede voorbeeld te geven zoals
in het verleden bij Wateringse Veld en nu waarschijnlijk bij het
stadsdeelkantoor Leidschenveen/Ypenburg. De lessen van fraaie voorbeeldprojecten
op het gebied van duurzaamheid, die ook in Den Haag en in de regio
zijn gerealiseerd, worden niet doorgetrokken tot de mainstream van
de bouwactiviteiten. Dit terwijl uit de geslaagde projecten blijkt
dat er veel milieuwinst valt te boeken.
Wij kunnen tot geen andere dan de harde conclusie komen dat het
binnen de gemeente nog te zeer ontbreekt aan visie. Ook dat een
van de nieuwe instrumenten om duurzaamheid in het beleid te bevorderen
-de Stuurgroep en projectgroep Duurzaamheid- kennelijk gepasseerd
is. Bij die ontwikkeling van een visie op de Haagse volkshuisvesting
zou de gemeente, naast de expertise bij woningbouwcorporaties en
het bedrijfsleven, meer en beter gebruik kunnen en moeten maken
van de (ervarings)kennis bij bewoners en bij natuur- en milieuorganisaties.
Het Haags Milieucentrum wil daaraan een bijdrage leveren. Dit doen
wij al in onze projecten rond de duurzame herstructurering van Den
Haag Zuidwest en duurzaam bouwen van het stadsdeelkantoor Leidschenveen/Ypenburg.
Ook zijn wij bezig een gedragen groene visie op de inrichting van
de Vlietzone te ontwikkelen (terzijde: in de nota wordt de Vlietzone
twee keer genoemd als vestigingslocatie voor kantoren en bedrijven.
In de bijgestelde kantorennota en de nieuwe visie van Haaglanden
bleek dit echter niet realistisch te zijn. Op dit punt is de nota
dus niet up to date).
Ten slotte; het is vanzelfsprekend een goede zaak dat Den Haag
druk doende is economisch hoogwaardige werkgelegenheid aan te trekken
en voor toekomstige en huidige koopkrachtige werknemers een aantrekkelijke
woonklimaat te scheppen. Dat is goed voor de lokale economie. Maar
het is per definitie ook zo dat een grote stad als Den Haag aantrekkelijk
is voor de lagere inkomensgroepen. Dat brengt nu eenmaal een soms
forse sociaal-culturele problematiek met zich mee. Laten we er ook
voor zorgen dat deze relatief grote groep Hagenaars, die het een
stuk minder heeft, in de eigen stad betaalbaar kan blijven wonen.
Dit kan door ook voor hen echt te investeren in een leefbare en
duurzame wijk. De dynamiek van een grote stad is onlosmakelijk verbonden
met de positie, cultuur en de uitingen daarvan van groepen die nu
nog onder aan de maatschappelijke ladder staan. Zij zijn van die
stad een onmisbaar en te koesteren onderdeel.
Frans van der Steen
Link naar gemeentelijke nota:
http://www.denhaag.nl/Docs/dso/Woonvisie/woonvisie.pdf
of anders via: http://www.denhaag.nl/smartsite.html?id=18450
Veel belangstelling voor
opening nieuw onderkomen HMC
Hoe groot de nieuwe huisvesting van het Haags
Milieucentrum (HMC) aan de Groot Hertoginnelaan 203 ook is, ze bleek
nauwelijks toereikend om de toeloop op 1 april 2003 te kunnen bergen.
Wethouder Ries Smits verrichte toen de openingshandeling door enkele
ballonnen door te prikken.
Uiteraard ging het om gele en roze ballonnen,
in overeenstemming met de kleuren die het nieuwe pand op deze regenachtige
doch feestelijke dag domineerden. Niet toevallig ook de kleuren
waarin de april-editie van Branding was opgemaakt, in het kader
van de 'Riestyling' van ons magazine. De lezers die dat geel en
roze wat teveel van het zoete vinden, kunnen zich troosten met de
gedachte dat het hier een 1 april-grap betrof. Volgende keer wordt
het blad weer in zijn vertrouwde groene en blauwe jasje gestoken.
En de zoetgevooisde tonen van het redactionele commentaar betekenen
absoluut niet dat er nooit meer hartige woorden gesproken zullen
worden.
Nadat een levensgroot spekkie een exemplaar
van de geRIEStylede Branding aan de wethouder aangeboden had, feliciteerde
deze het HMC met de nieuwe behuizing. Smits zei te hopen dat de
verhuizing van de Paviljoensgracht - waar het milieucentrum de begane
grond deelde met de gemeentelijke dienst milieu-educatie - niet
duidt op een verwijdering tussen het HMC en de gemeente. Van zijn
kant is de bereidheid tot samenwerking zeker aanwezig, zo zei hij,
en hij twijfelde er niet aan dat dit bij het Haags Milieucentrum
ook zo is. Het HMC mag zijn rol als luis in de pels soms dan wat
al te letterlijk opvatten, zo'n rol is wel nodig om het gemeentebestuur
scherp te houden.
Opdat het HMC de gemeente niet uit het oog
zou verliezen, bood de wethouder directeur Frans van der Steen een
fraaie prent van het Spui aan, met daarop het stadhuis en de Nieuwe
Kerk.
In zijn dankwoord gaf ook Van der Steen aan
dat op veel terreinen samenwerking goed mogelijk is. De gemeente
ontplooit een hoop goede initiatieven, maar er is in onze stad nog
veel te doen op het gebied van duurzaamheid. Het Milieucentrum ziet
de instelling van de gemeentelijke Stuurgroep Duurzaamheid met zijn
onderdelen als een belangrijk initiatief op weg naar de zo gewenste
Duurzame stad aan Zee. Het Centrum biedt zijn diensten van harte
aan om alles tot een succes te maken.
Het Haags Milieucentrum dankt alle belangstellenden
van harte voor hun komst en voor de mooie geschenken die het mocht
ontvangen. Het hoopt in het goede milieu van de Groot Hertoginnelaan
zijn goede werk voor het milieu nog lang te mogen verrichten.

Gelukkig beschouwde een groot aantal mensen de aankondiging van
de opening niet als een 1-aprilgrap.

Prinsessen praten met bomen; wethouders met spekkies.
Het enige groen werd op deze eerste april gevormd door de plantaardige
geschenken.

Wethouder Smits is óók trots op zijn werkplek.

Directeur Frans van der Steen: verantwoordelijk voor de eerste
succesvolle lobby sinds de dualisering van het gemeentebestuur.
| Autodate op Valentijnsdag
Valentijnsdag was voor het Haags Milieucentrum
het moment om Autodate (het met anderen delen van een auto)
weer eens in de publieke belangstelling te zetten. Op vrijdag
14 februari boden wij wethouder Smits een Autodate met Eko-etentje
voor twee bij Chez-Val aan. Ries Smits is behalve wethouder
van Duurzaamheid ook wethouder van Nieuwe Gebieden. De problemen
met het autoverkeer zijn groot in deze gebieden (Wateringse
Veld, Ypenburg en Leidschenveen). Autodate biedt hiervoor
een duurzame oplossing.
Een eigen auto kost veel geld. Of je
er in rijdt of niet, de vaste kosten gaan gewoon door. Gemiddeld
staat een auto 23 uur per dag stil. Alleen betalen voor de
tijd dat je de auto ook daadwerkelijk gebruikt is mogelijk
als je de auto met anderen deelt. In veel gevallen ben je
dan goedkoper uit, en je hoeft je niet te bekommeren over
onderhoudt, verzekering, parkeerkosten en dergelijke. Een
auto delen betekent ook minder auto's op de weg. En de praktijk
leert dat met gedeeld autogebruik er ook minder autokilometers
gemaakt worden. En dat is weer goed voor het milieu.
Voor de consument die snel en gemakkelijk
wil kunnen beschikken over een auto,
zonder er zelf een te bezitten, zijn de laatste jaren interessante
mogelijkheden voor gedeeld autogebruik ontwikkeld. Hiervoor
wordt de naam 'Autodate' gebruikt. In Den Haag is GreenWheels
de belangrijkste aanbieder met een groot gebruiksgemak. Er
staat een auto in de buurt, je pleegt een telefoontje, je
zwaait met je pasje langs de voorruit en daar ga je. En de
boordcomputer houdt alles voor je bij. Je kan zelfs per kwartier
huren.
Links over Autodate:
http://www.milieucentraal.nl/data/vervoer/domein_vervoer_set.html
http://www.greenwheels.nl/
|
|
|
Autodate op Spuiplein
|
 |
Wethouder Ries Smits ontvangt Autodatesleutels
en
bon voor eko-etentje van HMC (Marc Beek) en GreenWheels
(Jan Borghuis) |
 |
| Wethouder Ries Smits en Frans van der
Steen kijken naar de toekomst |
|
|