Derde Dinsdag archief  

 

Verslag woensdag 15 september:
Duurzame economie of collectieve zelfdoding
klik hier voor de column van Julius Pasgeld

De september-editie van De Derde Dinsdag in Dudok vond voor de verandering niet in Café Brasserie Dudok plaats. Wethouder Ries Smits had de redactie gevraagd om het milieucafé ditmaal te organiseren als afsluiting van de Duurzaamheidsdag, waarop getoond werd wat er in Den Haag allemaal aan duurzaamheid gedaan wordt. Dus staan op deze woensdag 15 september de tafels, stoelen en geluidsapparatuur opgesteld in het Atrium van het Haagse stadhuis.
Gezien de locatie is het niet verwonderlijk dat het gesprek het grootste deel van de tijd over geld gaat. Op het gebied van duurzaamheid is veel mogelijk, zoals op Duurzaamheidsdag weer eens gebleken is, maar het kan lang duren voor innovaties rendabel worden.

 

 

 

Als burgers zelf voor duurzaamheidsmaatregelen moeten betalen, zou er dan wel draagvlak voor zijn?, wil presentator Hans Pars weten van Vestia-directeur Aalt Maaswinkel. Zijn corporatie werkt aan een geavanceerd systeem om warmte uit zeewater te gebruiken voor de verwarming van huizen.
Voor Maaswinkel lijdt het geen twijfel dat dat zo is. In Duindorp heeft er een grote discussie plaatsgehad over andere manieren om met energie om te gaan. Er bleek een breed draagvlak voor te bestaan. Maaswinkel vindt dat zo’n discussie veel breder moet worden gevoerd, analoog aan de debatten over hulp bij zelfdoding. Want als we op de huidige weg doorgaan, stevenen we af op collectieve zelfdoding, aldus een geëmotioneerde Vestia-directeur.
Subsidie blijft echter onontbeerlijk om dergelijke projecten kans van slagen te bieden, aldus ook Hans Kursten van Eneco. Het energiebedrijf draagt een half miljoen euro aan de zeewaterwarmtecentrale in Duindorp bij. Per project maakt Eneco een afweging of het bedrijf er geld in steekt.
En hoe zit het met die prachtige windmolen van Eneco in Scheveningen, wil Hans Pars weten. Wilt u die niet weghalen?
Wat ons betreft wordt die vervangen, aldus Kursten, met een blik op wethouder Smits. “Die molen is economisch op”, vult Smits aan. “Maar hij hoeft niet weg. Hij mag blijven of kan vervangen worden door een moderner type. Het college heeft echter grotere ambities. We hopen binnen een maand of vier met voorstellen te komen voor een rij windturbines langs de A4.”


Den Haag kan in zijn energievoorziening voorzien met een windmolenpark voor de kust, merkt Hans Pars op. Dat is gebleken uit een KEMA-rapport dat een voorganger van wethouder Smits heeft laten maken. Wordt het geen tijd om dat rapport eens uit de la te halen en af te stoffen?
“Jazeker”, aldus de wethouder, die toegeeft dat hij dat soort parken vroeger helemaal niet zag zitten maar zijn mening heeft bijgesteld. “Ik heb inmiddels een hoop windparken gezien en ze zijn landschappelijk goed in te passen. En in de stedelijke omgeving kunnen we gebruikmaken van Turby’s en Windwalls.”
De Windwall is een windturbine die eerder dit jaar op het dak van HTM Infra aan de Maanweg is opgesteld. Na wat aanloopproblemen draait hij nu als een tierelier. De ontstaansgeschiedenis van de Turby ging eveneens met veel problemen gepaard, maar iets eerder op Duurzaamheidsdag onthulde wethouder Smits trots het exemplaar dat op het dak van het stadhuis moet komen. De heer Sidler, geestelijk vader van het ‘turbientje’ - zoals hij het liefkozend noemt - is eveneens als gast in het milieucafé aanwezig.


De Turby die in het Atrium te bewonderen valt is het eerste exemplaar van het definitieve ontwerp, licht Sidler toe. Alleen de bladen zijn in de huidige vorm nog niet zoals ze worden moeten. Er komt een staaldraad van boven naar beneden te lopen die als veiligheidsvoorziening fungeert. Mocht er onverhoopt iets misgaan, dan stelt die draad de rem in werking zodat er geen eventuele brokstukken weggeslingerd kunnen worden.
Sidler is van plan om op korte termijn dertig Turby’s in Nederland af te zetten, op langere termijn ziet hij mogelijkheden voor nog eens twintig exemplaren. En dat allemaal zonder een cent subsidie, verkondigt hij trots.
De heer Knol van Siemens Nederland (links op de foto) ziet subsidie echter als een noodzakelijkheid om duurzame energie te laten doorbreken. Vooral de ontwikkelingen van technieken voor het opwekken van zonne-energie zijn nog te duur om aan de markt over te kunnen laten.


De heer Buitenhuis van ingenieursbureau DWA wijst erop dat de ontwikkeling van methoden van duurzame-energieproductie een zaak van lange adem is. Er zijn nu technieken al aardig ingeburgerd die met vallen en opstaan tot stand zijn gekomen, zoals warmte-koudeopslag. Voor die techniek is geen cent subsidie meer nodig. Voor Buitenhuis staat één ding vast: hoe vroeger je duurzaamheidsmaatregelen in een project integreert, hoe rendabeler ze uitpakken.

 

Hoe men ook over (het nut van) subsidies denkt, voor Tom Pitstra van het Haags Milieucentrum - als gast in de zaal aanwezig - is één ding duidelijk: de afschaffing van de subsidie op zonnecollectoren heeft de hele sector de nek omgedraaid.

 

 

 

 

 

 


En toen was het pauze, tijd voor een welluidend optreden van de groep Samdae. Waarna twee parlementariërs naast Ries Smits aan tafel plaatsnamen, te weten Liesbeth Spies van het CDA en Co Verdaas van de PvdA. Zij bogen zich over de consequenties die het landelijke duurzaamheidsbeleid heeft voor het lokale beleid. En uiteraard ging de discussie vooral over…geld.


Op grond van het Kyoto-verdrag is Nederland verplicht de jaarlijkse CO2-uitstoot terug te dringen. Voor een deel moet dat gebeuren door middel van binnenlandse maatregelen, maar een ander deel van de CO2-reductie mag in het buitenland worden gerealiseerd. In het kader van dit ‘Clean Development Mechanism’ voert Nederland projecten uit in onder meer Roemenië. Een goede zaak?
Liesbeth Spies vindt van wel. Ze ziet het niet als ‘afkopen’, maar is ervan overtuigd dat behalve Nederland ook Roemenië er baat bij heeft. Het is een én-én-verhaal, het biedt de landen ontwikkelingsmogelijkheden. Maar natuurlijk is het belangrijk dat er binnen Nederland zelf ook maatregelen genomen worden. Spies vindt het belangrijk dat er draagvlak verworven wordt voor wat mensen zelf thuis kunnen doen. Ze moeten zich bewust zijn van de relatie tussen hun dagelijks handelen en de mondiale milieuproblemen.
Spies beschouwt het gedeeltelijk afschaffen van de energiesubsidies als een terechte keuze. Er werd nogal wat onjuist gebruik van gemaakt. Zo legden mensen zonnepanelen op daken waar nooit zon kwam. En werden er activiteiten ondersteund die ook zónder subsidie wel ontplooid zouden zijn. Spies ziet meer in subsidiëring van het gebruik van alternatieve energiebronnen dan in subsidiëring van de aanschaf. Subsidiëring van het gebruik kan plaatsvinden in de vorm van een terugleververgoeding, dus het verkopen van niet gebruikte duurzame energie aan het energiebedrijf.
Voor PvdA’er Verdaas is subsidiëring niet uit den boze. “Het marktmechanisme wordt vaak als een objectief gegeven gepresenteerd, maar het bestaat helemaal niet. Subsidiëring is wat mij betreft een goede zaak voorzover het ertoe leidt dat nieuwe technologieën ingang vinden.”


De heer Sidler van Turby Nederland schuift aan en vertelt van zijn ervaringen met het aanvragen van subsidies. “Zo’n regeling wordt halverwege het jaar opengesteld en er onstaat dan een enorme run op.” Daarna is de pot leeg en moet je als ondernemer maar weer zien hoe je verder komt. Vandaar dat ik ervoor gekozen heb om het zonder subsidie te doen. Dat gaat natuurlijk wel een stuk moeizamer, anders had ik al op de Bahama’s gezeten.”
Oké, aldus Verdaas, maar dat heeft met de uitvoering van de subsidieregeling te maken, niet met het principe. Daarom hoef je nog niet tegen subsidiëring als zodanig te zijn.
Sidler wijst op het principe zoals dat in de Verenigde Staten wordt toegepast. Daar worden gewoon bepaalde eisen gesteld aan fabrikanten. Zoals dat de uitstoot van auto’s vanaf een bepaald moment beneden een bepaalde norm moet zitten, en als je daaraan niet voldoet kun je je fabriek wel sluiten. Dát stimuleert pas innovaties! Wat mevrouw Spies doet opmerken dat binnen de EU óók eisen aan vrachtwagens worden gesteld. Maar waarom worden die normen pas in 2010 van kracht?, wil presentator Stef de Niet weten.


Wethouder Smits denkt het antwoord te weten en verwijst naar zijn Plan van Aanpak Luchtkwaliteit. Om verkeer uit dat daar niet hoeft te zijn uit de binnenstad te weren zijn infrastructurele maatregelen zoals tunnels en viaducten nodig, en met de bouw daarvan zijn jaren gemoeid.
Maar er zijn natuurlijk meer voorbeelden te bedenken van zaken die onnodig lang blijven liggen, en die vliegen dan ook over tafel. Genoeg stof voor nog een heleboel afleveringen van De Derde Dinsdag in Dudok!

 

 

 

Julius Pasgeld: Duurzaamheid

Toen ik nog een klein jongetje was, het zal eind jaren vijftig zijn geweest, deed een merkwaardig gerucht de ronde: Philips zou een gloeilamp hebben ontwikkeld die onverslijtbaar was. Wij, jongens uit de jaren vijftig, vonden het een prachtige uitvinding. Dat was nog eens een voorbeeld van vooruitgang in de technologie. Geen gesodemieter meer met peertjes, geen voortijdig geknapte of gesmolten gloeidraden, geen dozen met reservelampen in het aanrechtkastje en ander ongerief.


Maar waarom, vroegen wij, was die lamp dan nog niet in de handel?
Die lamp, zo ging het gerucht verder, kwam niet in de handel omdat Philips dan failliet zou gaan. Immers: als iedereen zich een aantal van die onverslijtbare lampen had aangeschaft zou op termijn niemand meer lampen nodig hebben en dat is voor een gloeilampenfabriek natuurlijk niet leuk.
Maar, zo eindigde het gerucht, Philips had toch wat van die onverslijtbare lampen gemaakt in een geringe oplage.Die waren uitsluitend voor kloosters, scholen en ziekenhuizen bestemd. De rest van de wereld moest het dus blijven doen met gloeilampen die steeds expres kapot gingen.


Ik herinner me nog mijn stomme verbazing toen ik het gerucht vernam. Het was mijn eerste confrontatie met verspilling van materiaal omwille van het draaiend houden van de economie. Ik kon het niet bevatten. Nog steeds niet trouwens. Ik denk eerlijk gezegd, dat het hele idee, materiaal te verspillen omwille van het draaiend houden van economie alleen te bevatten is door degenen die denken dat ze er zelf beter van worden. En ach. Wat zeur ik nou. Dat denk ik toch zelf ook.
Maar toen ik nog klein, nog onbedorven en onschuldig was dacht ik dat niet. Pas na het afschaffen van het statiegeld, het apart verpakken van ieder likje jam en ieder plakje kaas, het aanschaffen en weer afschaffen van het GFT-afval, de uitvinding van de cassettes waarbij je meer weggooit dan verbruikt en pas na de teloorgang van de Zwarte Madonna begon ik een beetje gewend te raken aan het grote smijten met geld, aan het grote verspillen.
Dames en heren, ik woon in een huis, dat is gebouwd in 1910. En als er al iets zeker is in deze, aan verrassingen toch niet zo arme wereld, dan is het wel dat mijn huis uit 1910 nog goed bewoonbaar zal zijn dan nieuwe huizen, die over tien jaar worden gebouwd en dan weer afgebroken zullen moeten worden omdat ze te krikkemikkig zijn om nog in te kunnen wonen. Of omdat ze plaats moeten maken voor weer nieuwe ministeries.
Duurzaamheid. Laat me niet lachen. We geven de voorkeur aan geld boven een degelijk huis. We vullen liever onze zakken dan dat we onze spullen onderhouden. Vorige week kocht ik een prachtige stofzuiger. Die is nog steeds prachtig. Alleen heeft de fabrikant gisteren de productie van de stofzuigerzakken die erin moeten, stopgezet. En ach. Wat kan mij het schelen. Ik koop wel weer een nieuwe stofzuiger. Niet dat ik mijn huis ermee ga stofzuigen. Ben je gek. Als mijn huis vies is, koop ik wel weer een nieuw.


Eenzelfde gemakzucht treffen we aan in de politiek.
Politieke inspiratie van drie jaar terug, en nou noem ik bijvoorbeeld alleen nog maar het Groene Hart en de Thuiszorg, staat thans alweer bij het groot vuil om straks weer plaats te maken voor de normen- en waardenshow van Balkenende.
De geloofwaardigheid van onze politici is onderhevig aan een houdbaarheidsdatum. Als we de volgende dag de slaap waarin we werden gesust, uit onze ogen wrijven, beseffen we ineens hun gebrek aan duurzaamheid en als ze we dat onder de neus willen wrijven blijken ze ineens uit de partij te zijn gestapt, of ze reisden ze hun man achterna na Zuid Afrika of ze moesten opstappen vanwege knullige belangenverstrengeling bij het beheer van woningen.
Nee dames en heren. Discussieren over duurzaamheid is best leuk. Maar volstrekt zinloos zolang er geen duurzame politici met duurzame karakters opstaan om het schitterende idee van duurzaamheid met raad maar vooral met daad uit te voeren.


Het was zo’n gek idee nog niet: onverslijtbare gloeilampen voor kloosters, scholen en ziekenhuizen. Als we daar nou eens mee begonnen.
Duurzaamheid in de zorg.
Duurzaamheid in het onderwijs.
Duurzaamheid in het welzijn.
Dan mogen ze wat mij betreft de hele Noordzee volplempen met windmolens, en alle daken volstouwen met turbines en waterstoftanks.
Want er zal waarachtig nog veel energie nodig te zijn om door te gaan met het maken van rotzooi, om de economie te redden.

Dank u wel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.