De Derde Dinsdag, het milieucafé van Den Haag  

 


 

Verslag van het milieucafé op 16 oktober 2007

klik hier voor de column van Julius Pasgeld


Geen gif in Haagse grond!

 

 


Den Haag moet gifvrij worden. Bij de onkruidbestrijding moet niet langer gebruikgemaakt worden van chemische bestrijdingsmiddelen, vindt wethouder Rabin Baldewsingh: "Geen gif in onze Haagse grond! Daarbij wil ik uitdrukkelijk ook een beroep doen op de Haagse burgers. Ik kwam laatst bij een woning waar het onkruid tientallen centimeters hoog voor de deur groeide. Ongelooflijk. Laat iedereen een steentje bijdragen door de stoep voor zijn deur onkruidvrij te houden.” De wethouder zei dit in reactie op het rapport Gifvrije Gemeente (zie www.haagsmilieucentrum.nl onder Publicaties) van het Haags Milieucentrum (HMC) dat directeur Frans van der Steen hem in het milieucafé aanbood. Van der Steen zei daarbij te hopen dat de gemeente zelf gaat onderzoeken hoe het met de NS, HTM, de woningbouwverenigingen en dergelijke gesteld is. Voor particulieren is er de tuinwijzer Tuinieren zonder gif (zie www.haagsmilieucentrum.nl onder Publicaties) van het HMC. Van der Steen suggereert dat de gemeente die met een fraaie lay-out zou kunnen uitgeven en verspreiden.

Het blijkt heel goed mogelijk te zijn om zonder gifgebruik onkruid te verwijderen, vertelt Tom Pitstra, de opsteller van het rapport. In grote delen van de stad gaat het gewoon goed. Daarom is het des te opmerkelijker dat in twee stadsdelen wel de chemie te hulp geroepen wordt. In Loosduinen wordt zelfs gebruikgemaakt van Caseron, een middel dat echt heel schadelijk is voor het milieu. En op de meeste sportvelden worden ook kwistig chemische middelen ingezet, terwijl uit het voorbeeld van een gemeente als Vlaardingen blijkt dat ook dat niet nodig is.
Twaalf jaar geleden, onder wethouder Vlaanderen, is als beleid geformuleerd dat Den Haag geen gif meer gebruikt. Pitstra: "Maar dat beleid is nooit officieel ingevoerd. En een aantal groenbeheerders gaat z’n eigen gang. Zij zouden echt centraal aangestuurd moeten worden." Pitstra doet een oproep aan iedereen die ziet dat er op verhardingen gif wordt gespoten, om dat bij hem te melden.

 

Ook aan tafel zit Joop Spijker, gifdeskundige bij Alterra. Voor een gifvrije gemeente is een duidelijk, consistent beleid nodig, vindt hij. Dus een gemeente moet verder kijken dan vier jaar. Belangrijk is dat ze zelf het goede voorbeeld geeft. En behalve een andere aanleg, die bijdraagt aan gifvrij onderhoud, is ook communicatie heel belangrijk


Heleen Weening, raadslid voor GroenLinks, overweegt een verbod op chemische bestrijdingsmiddelen in Den Haag: "we houden dan wel niet van verboden, maar ik ben wel voor een gifverbod. Ook voor particulieren".
Haar collega Wim Pijl van de Christenunie/SGP onderschrijft dat. Het HMC-rapport vindt hij een eye-opener. Hij toont zich erg ontevreden over het schoonhouden van de trottoirs in zijn woonomgeving, maar de gifspuit is niet de oplossing. Ecologisch stadsbeheer moet eindelijk eens handen en voeten krijgen!

 


 

Gifdeskundige Spijker betwijfelt echter of een verbod wel te handhaven is. Er is weliswaar een Algemene Inspectie Dienst, maar die houdt zich voornamelijk bezig met de landbouwsector. Het bedrijf Monsanto wordt momenteel rijk van de verkoop van ready to use-chemische bestrijdingsmiddelen aan particulieren. Die middelen, klaar voor gebruik, staan in groene schappen in de tuincentra en pretenderen ecologisch verantwoord te zijn. Mensen die dat kopen beseffen echt niet dat ze de natuur beschadigen. Spijker ziet het meest in goede afspraken tussen alle groenbeheerders, dus gemeenten, Staatsbosbeheer, DZH en dergelijke.

Een bezoekster kaart een probleem aan dat in Den Haag altijd op tafel komt als het om leefbaarheid gaat. Moet hondenpoep als gif worden aangemerkt? Onderzoeker Spijker beaamt dit volmondig: “ik heb ooit berekend dat het totale hondenbezit in de vinexwijk Leidse Rijn even schadelijk voor het milieu is als twee varkensmesterijen in Brabant.”

 

Het andere onderwerp dat in dit milieucafé op tafel komt is het Doornduin, opgezet als wijkpark tussen de Scheveningse Weg en de Duinstraat. De meeste Hagenaars zullen het kennen van verpleeghuis Nebo dat daar staat. Het gebouw is erg vervallen en eigenaar Stichting Bronovo-Nebo wil er nieuwbouw plegen. Tot grote schrik van de omwonenden, onder wie Hans van Nes. Hij biedt wethouder Baldewsingh een rapport aan dat een onderzoeker van het Leidse Centrum voor Milieuwetenschappen heeft opgesteld.

Wie precies wil weten wat het probleem is kan hier terecht, maar kortweg komt het neer op het volgende: het verzorgingshuis Nebo is verlaten en hoognodig aan vervanging toe. De omwonenden zijn niet gekant tegen een nieuw zorgcomplex, maar zijn beducht voor de geplande overdracht van een deel van het terrein aan een projectontwikkelaar. Die zou daar 49 appartementen in een acht etages tellende woontoren willen bouwen. Met negatieve gevolgen voor het nabije Doornduin en de beleving van de omliggende groenvoorzieningen in het algemeen. Het is heel bijzonder dat het oorspronkelijke duingebied daar nog zichtbaar is.

Wil Tamis is de onderzoeker die op verzoek van de omwonenden onderzoek naar het gebied heeft gedaan. "Het is heel bijzonder dat particulieren zoiets vragen. Vanwege hun enthousiasme voor het gebied ben ik op hun verzoek ingegaan, en ook omdat natuur in de stad door de toenemende verstedelijking steeds belangrijker wordt. Het is echt een bijzonder gebied. Het is heuvelachtig en zou een mooi uitzicht bieden als er niet een flat in het blikveld stond. Er twee hectare zijn er 180 plantensoorten te vinden en bijzondere dieren: de Vroedmeesterpad, de Hazelworm, de Wijngaardslak." Wel vond Tamis er langs de randen vermesting door - daar is-ie weer - hondenpoep en tuinafval.
Tamis: "De herontwikkeling kan worden aangegrepen om de verbinding met de Scheveningse Bosjes en de duinen te versterken. Ik ben er voorstander van om sowieso iedere verandering in de stad aan te grijpen om de ecologie van terreinen te versterken."

Ook Susan Cohen Jehoram, raadslid voor de PvdA, vindt het een heel bijzonder duintje. Zij denkt dat het de opgave is om verbetering van het gebied met hoogwaardige nieuwbouw te combineren. En hoogbouw vindt ze niet per se lelijk. Wat is schadelijker: een slank, hoog gebouw, of laagbouw op een veel groter grondoppervlak? Haar voorkeur gaat uit naar een lijn langs de Scheveningse Weg. Cohen benadrukt echter dat het hier om particulier initiatief gaat en dat de bal bij de Stichting Bronovo-Nebo ligt. De gemeente kan en moet randvoorwaarden stellen.

Zowel Tamis als Joris Wijsmuller heeft sterke reserves bij hoogbouw op deze plek. Wijsmuller, die de zaak in de raad aanhangig heeft gemaakt: "De plannen zijn in strijd met het geldende bestemmingsplan. Ik kende het gebied niet, maar was diep onder de indruk toen ik er voor het eerst kwam. Het heeft een unieke natuurkwaliteit. Ik voel veel voor herstel van die verbinding met de Scheveningse Bosjes en het duingebied."

Terwijl Cohen en Wijsmuller het oneens zijn over de mate van invloed die de gemeente kan en zou moeten uitoefenen, zijn ze het over één ding wel eens: het is heel jammer dat niemand van de Stichting Bronovo-Nebo gehoor heeft gegeven aan de uitnodiging om in dit milieucafé aan tafel te komen.

 

In de zaal zit natuurfilmer Jan van den Ende, die het gebied heel goed kent. “In 1990 heb ik er op verzoek van de Stichting Duinbehoud onderzoek gedaan. Iemand vertelde me dat de Vroedmeesterpad er voorkwam. Dat kon ik echt niet geloven, maar het bleek te kloppen. Ik vond er een hoop exemplaren van. Een heel bijzondere soort, die verder alleen in Limburg voorkomt en beschermd wordt. Ook de Hazelworm is er te vinden. Mijn ideaal zou zijn om de verbroken verbinding tussen de Oostduinen en de Westduinen te herstellen. Doornduin biedt daartoe een mogelijkheid. Dus we moeten niet bouwen, maar juist slopen!

Een bezoekster van het milieucafé wil graag van Wil Tamis weten of de geplande bouw van een parkeergarage zonder natuurschade kan gebeuren. Daar is de onderzoeker resoluut over: "De lage grondwaterstand is al een probleem in Den Haag. Als je in de diepte gaat bouwen moet je bronbemaling toepassen en dat heeft zeker negatieve invloed."

Tot slot omwonende de heer Petit vanuit de zaal: "Ik vind het van groot belang dat het patroon van het duin gevolgd wordt. Ik zou zeggen: begin laag te bouwen aan de voet van het duin en eindig hoger aan de Scheveningse Weg. Daar zou die parkeergarage dan ook kunnen komen."

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

 

 

 

Julius Pasgeld: Onkruid vergaat niet

Het is en blijft een eigenaardige gewoonte van de mensen om het pad waarop men gaat, te verharden.
Van autowegen kan men zich dat nog enigszins voorstellen omdat die worden ontworpen met het oog op een kwieke verplaatsing van A naar B. Maar ook waar men te voet gaat, en een kwieke verplaatsing dus niet strikt noodzakelijk is, sterker nog, waar dat uit oogpunt van lichamelijk welzijn zelfs valt af te raden, bespaart men zich kosten nog moeite het pad te verharden. Vaak met tegels. Dikwijls ook met grind of fijne keitjes. Soms zelfs met een dikke laag houtsnippers of vermalen schelpen.
Bij uitstek allemaal materialen waar grassen en ander jeugdig onkruid tijdens hun onstuimige ontwikkeling volgaarne tussendoor piepen. En geef ze eens ongelijk. Wie zou er níet smachten maar enige frisse lucht en een blauwe hemel met al die drukkende materialen zo vlak boven het hoofd.

Het is dan ook volstrekt zinloos om voetpaden, trottoirs en stoepen te voorzien van een verharde laag. Vechten tegen de bierkaai. Tènzij men overgaat tot asfaltering der voetpaden, hetgeen ik zeker in dit gezelschap niet zou willen propageren, is er niets, maar dan ook helemaal niets te doen tegen het onkruid tussen de stoeptegels. En of men nou met kwaadaardig gif spuit of met milieuvriendelijk gif: het is lood om oud ijzer.
Onkruid, dames en heren, vergaat niet.

De natuur is iedere keer sterker dan de leer terwijl de mens wat dat betreft in het verléden hardleers was, in het héden hardleers is en in de toekomst hardleers zal blijven. Met schoffels, borstels, gifspuiten en blowers blijft men ieder sprietje gras, en elk dood blad dat de euvele moed heeft ons pad te kruisen, hardhandig bestrijden, uitroeien, om zeep brengen, wegblazen, opvegen en vergiftigen. En is men er dan eindelijk, meestal pas half december, in geslaagd, de stoepen min of meer vrij van blad te maken dan begint men, alsof men helemaal niets van de loop der dingen heeft opgestoken, er in oktober weer geheel blij van zin opnieuw mee.
Eenzelfde rigide gang van zaken zien wij bij de bestrijding van het onkruid. Het moet weg. Helemaal weg. Zo rigoreus mogelijk. Het liefst voor zover het oog reikt. Zonder dat iemand zich ook maar één moment afvraagt waarom.

Laten we, omwille van de zuivere redenatie, de andere kant van de zaak eens in ogenschouw nemen. Ik ben er, en u zult mijn mening vast wel delen, zeker geen voorstander van dat men zich op Haagse trottoirs en wandelpaden met machetes een weg moet banen door de omhoog geschoten gewassen, doornstruiken en precies in het oog zwiepende takken. Nee. Bewandelbaar zullen de routes wel moeten blijven. Al was het alleen maar om onze kinderen naar de crèche te kunnen brengen en naar de boekwinkel te lopen om tijdschriften aan te schaffen waarin staat hoe mooi de natuur is.
Maar er moet toch een gulden middenweg te vinden zijn tussen een ondoordringbaar oerwoud en een stenen vlakte waar het struikelen over een tegel die een paar centimeter boven het trottoirdek uitsteekt al een reden is om de gemeente voor de rechter te slepen. Ik bedoel: dat we in een auto niet meer weten welke fly-over via wat voor in- en afritten waar naar toe leidt, is nog tot daaraantoe. Daar is enig overheidsingrijpen in de vorm van richtingborden nog wel begrijpelijk. Maar als we gewoon lopen in onze eigen buurt kunnen we zelf toch nog wel zien waar we onze voeten neerzetten? Daar is toch geen gemeente voor nodig?

Ik stel daarom het volgende voor:
Iedere Hagenaar krijgt een fikse korting op de reinigingsrechten. In ruil daarvoor krijgt men de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van het kleine stukje stoep voor het eigen huis. Flatbewoners en appartementseigenaren zijn collectief verantwoordelijk voor de voetpaden rondom hun gebouw. Zij zullen in bewonersvergaderingen hun gezamenlijk beleid ter zake dienen uit te stippelen. De enige spelregel zal zijn: passanten zullen zich op een normale wijze moeten kunnen verplaatsen over het terrein zonder zijsprongen, gymnastische toeren, takken in de ogen en wat dies meer zij. En zo zal er, gaandeweg, om het zo maar eens even uit te drukken, in Den Haag een fantastisch netwerk aan voetpaden ontstaan. Een diversiteit aan wandelaarstracé’s. Zó loopt men op een slingerend, klein zandpaadje temidden van bamboe en waringins, dàn weer even op gewone stoeptegels, om vervolgens de weg te vervolgen op een loopbruggetje over een klein bloembollenveld van een paar vierkante meter. Een geplet grasspoor tussen een mini-boomgaardje wordt aldra afgewisseld door een paar prachtige stepping-stones tussen de heidestruiken en, kijk toch eens wat leuk, even verderop heeft men ons pad voorzien van een soort railinkje om te voorkomen dat we in het prachtige vijvertje ernaast vallen. 
Tegemoetkomend aan de diversiteit van het individu, met waardering voor het eigene zonder het collectieve belang te verwaarlozen, zal men in Den Haag kunnen wandelen als in geen andere stad. Eindelijk zal Den Haag dan toch nog op de internationale kaart komen. Níet dankzij de inspanningen van de daarvoor betaalde wethouder Huffnagels. Maar door de onbezoldigde betrokkenheid van alle inwoners zelf.

Oké. Goed. Nog een regeltje dan. Bij iedereen, die zich níet aan de afspraak houdt dat voorbijgangers op een normale manier over het stoepje voor het huis  kunnen lopen, zal datzelfde stukje stoep op kosten van de bewoner zonder enige discussie of respijt geheel geasfalteerd worden. Vanaf de trottoirband tot het hekje van de voortuin. Datzelfde geldt bij flat- en appartementencollectieven die niet tot een gezamenlijke aanpak kunnen komen waar het de inrichting van het wandelgebiedje rond hun gezamenlijke gebouw betreft.
Als we het zo nou eens zouden aanpakken, dames en heren. De uitdrukking: Je eigen straatje schoonhouden krijgt op deze manier weer een geheel eigen, nieuwe betekenis.

En verder kan ik u verzekeren, dat als we het inderdaad zo gaan doen, dat dan vrijwel alle stoepen, trottoirs en wandelpaden in Den Haag binnen de kortste keren geheel geasfalteerd zijn.
En dan zijn we tenminste ook af van de vraag of, en zo ja met welk gif, we onze trottoirs dienen te behandelen.

 


Het volgende milieucafé wordt gehouden op dinsdag 20 november.

 

Bel voor informatie over de volgende Derde Dinsdag:
(070) 30 50 286

 


 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.