De Derde Dinsdag, het milieucafé van Den Haag  


 

Verslag 17 oktober 2006:
Windturbines als icoon: toekomstmuziek of nachtmerrie?

klik hier voor de column van Julius Pasgeld

Worden schepen die de Scheveningse haven uitvaren voortaan uitgezwaaid door de propellors van twee reusachtige windturbines? Het Haags Milieucentrum (HMC) wil laten onderzoeken of op beide havenhoofden een windmolen van 6 megawatt geplaatst kan worden. Daarmee zouden 16.000 huishoudens van groene stroom kunnen worden voorzien.

Er bestaan al lang plannen om de bestaande Eneco-turbine bij Cantina weg te halen, aldus Tom Pitstra, projectleider Energie bij het HMC. Dat is een verouderd type. En hij staat wat het HMC betreft te dicht op de duinen. Een nieuwe molen op het vrijkomende Norfolk-terrein lijkt geen optie te zijn, dus waarom niet twee turbines op de havenhoofden? Die worden dan een soort iconen waarmee voor iedereen duidelijk wordt dat Den Haag duurzame energie serieus neemt.

“Een molen als icoon in een badplaats is niet mijn smaak”, merkt Cees de Jager van de Politieke Partij Scheveningen op. “Waarom moet-ie op zo’n markante plek komen? “ De Jager benadrukt herhaaldelijk dat hij niet tegen windenergie is, maar dan liever in de vorm van windparken, en dan bij voorkeur op zee.

Robert van Lente is directeur van de Ontwikkelingsmaatschappij Den Haag (Om Den Haag) en is als zodanig betrokken bij het stimuleren van windenergie. De keuze voor een molen vlakbij Duindorp kan hij goed begrijpen. Duindorp moet een energieneutrale wijk worden, wat betekent dat er evenveel energie wordt opgewekt als verbruikt. Er wordt een centrale gebouwd die warmte uit zeewater haalt, en die centrale moet gaan draaien op ter plaatse opgewekte windenergie. “Daar is die molen voor nodig. Maar ik vraag me af of die wel op het havenhoofd kan, gezien aspecten als de onderlinge afstand, veiligheid, lawaai…” Van Lente signaleert een paradoxaal feit: door ons gebruik van fossiele brandstoffen stijgt de zeespiegel, wat opwekking van windenergie op die plek wel eens onmogelijk zou kunnen maken.

Marc van der Pluijm, ontwikkelaar windenergieprojecten bij Eneco, onderschrijft de hoge symboolwaarde van ‘zijn’ Duindorpse molen. Hij vindt het een goede plek, ook al is het beleid tegenwoordig om molens te clusteren en ze te plaatsen langs landschappelijke structuren als wegen en vaarten. Bij plaatsing van molens op het havenhoofd zet hij vraagtekens. “Windturbines moeten minimaal viermaal de rotordiameter uit elkaar staan, en die afstand wordt daar waarschijnlijk niet gehaald. Dus zou je moeten kijken naar kleinere turbines dan de voorgestelde 6-megawatters. Daarmee kun je nog altijd duizenden huishoudens van stroom voorzien.”

Aspecten als slagschaduw en geluid zijn volgens Van der Pluijm prima te beheersen. “Molens mogen niet meer dan 5 à 6 uur per jaar slagschaduw geven. Detectoren in de molen signaleren wanneer dit dreigt te gebeuren en dan wordt de molen tijdelijk stilgezet. En geluid is nauwelijks een probleem. Boven een windkracht van 5 meter per seconde valt het geluid van de molen helemaal weg tegen dat van de wind. En eventueel kunnen we de molen tijdelijk wat terugregelen.”

Van der Pluijm verwacht dat windenergie over een jaar over 4, 5 zal kunnen concurreren met fossiele brandstoffen. “In Ierland, waar het meer waait dan hier, zijn de subsidies al afgeschaft.”

Cees de Jager zei het al: over de vraag of zo’n molen mooi of niet mooi is, kun je van mening verschillen. Een dame in de zaal voegt daar nog iets aan toe: “ik vind zo’n ding echt lelijk, maar over twintig jaar is hij weer weg. In de tussentijd werken we aan nieuwe technieken en hebben we toch maar mooi een heleboel gas uitgespaard.”

Van het eeuwenoude Scheveningen naar het splinternieuwe Ypenburg. Een wijk die in de brochures wordt aangeduid als een soort van groene oase, als ‘buitenplaats’. Maar hoe waardevol is dat groen daar eigenlijk? De gemeente Den Haag heeft het Haags Milieucentrum gevraagd dat te onderzoeken, wat leidde tot het rapport Ypenburg, Een wijk vol groene kansen. Wethouder Rabin Baldewsingh neemt het eerste exemplaar glunderend in ontvangst en roemt de goede samenwerking tussen gemeente en HMC. Hij moet weliswaar onderzoeken hoe dit past in zijn prioriteiten, maar hij is zeker van plan de aanbevelingen uit het rapport over te nemen.

Maar wat mankeert er nu eigenlijk aan dat groen in Ypenburg, wil inval-presentatrice Sanne Vermaas weten. Dat ziet er toch helemaal niet slecht uit?

“Maar het is vooral gebruiksgroen”, werpt Aletta de Ruiter, projectleider groen bij het HMC, tegen. “Het is ‘groen behang’. Kortgeschoren gazons, weinig planten, weinig variatie in boomhoogten en boomsoorten. Er zijn ook weinig verbindingen tussen het groen. Dat alles is slecht voor de biodiversiteit. De ‘kriebelbeestjes’ horen er gewoon bij.”

Henk Timmermans, de opsteller van het rapport, vult aan: “De verkoopbrochures wekken de indruk dat je in een soort Drenthe terechtkomt. In Ypenburg staat nergens een struik! Waar moeten vogels dan nestelen en voedsel vinden?” Timmermans licht toe dat de gemeente het HMC vroeg onderzoek te doen naar knelpunten in de groene verbindingen in Den Haag en omgeving. En dan kom je vanzelf in Ypenburg terecht. Overigens een wijk die niet van begin af aan door Den Haag ontwikkeld is. “Het centrum is een steenwoestijn midden in een groenstructuur. Wij hebben gekeken hoe je daaromheen groene verbindingen kunt realiseren.”

Timmermans kreeg daarbij hulp uit onverwachte hoek. Léon Tromp is zowel bioloog als inwoner van Ypenburg en leverde deskundig commentaar op een conceptversie van het rapport. Dat realiseren van groene verbindingen is zeker geen hobbyisme, verzekert Tromp. “Het behouden en verbeteren van de biodiversiteit is landelijk vastgesteld beleid.” Daarnaast denkt Tromp dat wat ‘spannender’ groen ook voor kinderen veel leuker kan zijn. “Er is nu voor kinderen niets te beleven op natuurgebied.”

Dat geldt trouwens ook voor de tuinen van hun ouders, stelt presentator Hans Pars vast. Die zijn vrijwel allemaal betegeld. Zou je in de vinexwijken niet beter huizen zónder tuinen kunnen ontwerpen?

Tuinen kunnen een belangrijke ecologische functie hebben, reageert Tromp. Maar niet zoals ze in Ypenburg worden gebruikt. De Ypenburgse bioloog breekt dan ook een lans voor educatie. Niet alleen in de schoolbanken naar plaatjes van plantjes en beestjes kijken, maar de natuur in.

 

“Een mooi effect van het rapport zou zijn als mensen op een andere manier naar het groen zouden gaan kijken”, vindt De Ruiter. En er voor de toekomst de les uit trekken dat je van begin af aan rekening houdt met ecologische verbindingen als je een nieuwe woonwijk ontwikkelt.”

Het laatste woord is, zoals gebruikelijk, aan de zaal. Met daarin prominent Ypenburger Herman van der Helm, die opmerkt dat Den Haag wel degelijk van meet af aan bij de ontwikkeling van Ypenburg betrokken is geweest. De milieu-ambities waren hoog, maar er is weinig van terechtgekomen. En tot slot merkt Van der Helm op dat hij het vreemd vindt dat Den Haag niet meebetaalt aan het beheer van de Delftse Hout, waar de helft van de gebruikers Haags is.

Het rapport Ypenburg, Een wijk vol groene kansen kunt u hier downloaden.

Het volgende milieucafé wordt gehouden op dinsdag 21 november. Zelfde tijd, zelfde plaats.

Julius Pasgeld: Luchtmobiele dieren en plas-draszones

Ik heb nog maar eens nagezocht wat er vóór de Vinex-plannen zoal was geschreven over de ecologie van Ypenburg. En natuurlijk kan ik met mijn neus hebben lopen zoeken maar het resultaat was tamelijk verrassend: niets. Er is vóór de giga-bouw van woningen op Ypenburg in woord of geschrift nooit iets verschenen over plant of dier aldaar, anders dan dat het er miechelde van de konijnen, dat er soms zelfs vossen waren waargenomen, dat het er erg drassig was en dat er een keur aan flora voorhanden was.


Maar nu, nu Ypenburg tot in alle hoeken en gaten volkomen volgeplempt is met steen in tal en last, gaat men zich ineens zorgen maken om de ecologie op Ypenburg.

 

Dat is wonderlijk dames en heren. Zeker als we Ypenburg via Google-earth eens nader beschouwen. Want zoals u weet kunnen wij via Google-earth niet alleen onze blote buurvrouwen op hun balkonnetjes zien zonnen, maar worden wij tevens gewaar, dat de bevolking van Ypenburg alles wat heel in de verte nog deed denken aan groen bedekt heeft met tegels. Jazeker. Ik verwijs u daarvoor graag naar het laatste nummer van Branding waarin iemand via Google heeft ontdekt dat alle voor- en achtertuintjes in Ypenburg voor meer dan zestig procent zijn betegeld.


Wat zitten we dan nog te zaniken over de ecologie op Ypenburg? Laten we nou toch verstandig zijn en al die mensen bij de eerste de beste regenbui op Ypenburg laten verzuipen in hun tegeltuintjes, tussen hun klinkermuurtjes, op hun betonprieeltjes, tussen hun rotsplateautjes, naast hun kiezelpaadjes en onder hun sierplaveisels.
Waar zitten we ons nou toch eigenlijk zorgen om te maken?
Ypenburg is voorgoed verloren. Punt uit.


Het begon al toen de architecten met hun wartaal de banvloek uitspraken over het terrein. Zij namen woorden in de mond als: ‘...aan de Landingslaan wordt een wiekslag ontvouwen van weefsels met licht wijkende verkavelingsrichtingen’. Of: ‘... beloftes van aradisch geluk doen de vluchtlijnen samenspannen met de breuklijnen om de negatieve bijbetekenis van de enclave op te heffen’. Ook een mooie is.... ‘De moderne nomade kiest in Ypenburg domicilie in de ondubbelzinnige bevestiging van de complexe relatie tussen de stad als fenomeen van deterritorialisering, het landschap als fenomeen van reterritorialisering  en het huis als territorium’.  Ik kan er maar niet genoeg van krijgen. In de plannen van de architecten is er zelfs sprake van ‘de gedeelde vreugde van de vruchten van een eigen boomgaard’, ‘gemeenschapszin, aangemoedigd door een eiland met een publieke oever’, en het beheer van al dit moois ‘zou meer iets moeten zijn voor rentmeesters en hoveniers dan voor de gemeentelijke plantsoenendienst’.  Die architecten van vijftien jaar geleden, die graag repten van ‘het lome en het lommerrijke van de woonvelden’ hebben kennelijk niet voorzien, dat het beheer van het groen op Ypenburg thans geheel overgelaten kan worden aan stratenmakers.
Jargon, dames en heren. Architectenjargon. Het jargon van de Ypenburg-architecten is niet alleen afschuwelijk maar ook nog eensbuitengewoon misleidend.


En daarom heb ik die nieuwe brochure van het HMC over Ypenburg er maar eens bijgehaald. Een schitterend werkstuk moet ik zeggen. Wat een werk is dat geweest. Als het allemaal lukt wat er in die brochure staat wordt het in Ypenburg bijna net zo mooi als het daar ooit geweest is. Maar ik zou Pasgeld niet zijn als ik mijn twijfels niet had. En een gezonde allergie voor jargon. Want hoe mooi ook, in de brochure wisselen plas-dras zones elkaar in snel tempo af met struweelzones. Riet- en kruidenzones volgen op ontdek-, speel-, beleef- en eco-zones. En dan de dieren in al die zones! Je hebt droge-voeten-dieren. Er zijn vliegende en lopende waterkantgebonden dieren. En wat te denken van luchtmobiele dieren. Wat een dieren! En dat terwijl de herkomst van de meststoffen op Ypenburg voor 99 procent is te herleiden is tot honden!


Groen is er uiteraard in de brochure te vinden in soorten en maten. Er is decor-, speel- en ontdekgroen. En verder blijkt de gebruikswaarde van solitaire bomen afhankelijk van de vochtsituatie aan de voet van de boom. Ik vertaal dat even voor u: als de grond rondom een boom nat is is het niet handig om in de schaduw van die boom te gaan zitten. Verder is het in de brochure al ecologie wat de klok slaat. Je hebt ecologische overkluizingen, ecologische ruggegraten, ecologische stapstenen, ecologische grasstroken, ecologische blokkades en ecologische wegdijken. Als je de brochure leest vraag je je handenwringend af of er nog wel iets in Ypenburg is dat niet ecologisch is. Misschien de handgemaakte nestvlotjes en eendentrapjes. Of anders wellicht de handvaardig uitgestoken kikkeruitstapplaatsen en -opstappunten en de huisgevlochten drijftillen en eendenkorven.
Ja. Ik heb weer veel geleerd uit de brochure. In het vervolg kijk ik wel uit voordat ik op de ecologische gradient van de verlandende vooroevers van de Landingslaan ga staan. Stel je voor! Ik zou de contactlijn met het buitenstedelijke groengebied wel eens kunnen beperken. Daar moet je toch niet aan denken?


Ik bedoel maar: milieufanaten kunnen soms net ambtenaren zijn.

 

 

Bel voor informatie over de volgende Derde Dinsdag:
(070) 30 50 286

 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.