|
Verslag van DerDe DinsDag op 21 oktober:
De moeilijke wijken en het milieu
(klik hier voor de column
van Julius Pasgeld)
Een
mooie reclamefolder voor een woningbouwvereniging of een projectontwikkelaar.
Zo typeerde PvdA-raadslid Marieke Bolle in De Derde Dinsdag in Dudok
van 21 oktober de concept-Woonvisie 2020 van de gemeente Den Haag.
Er wordt veel geschreven over stenen stapelen, maar de sociale infrastructuur
blijft onderbelicht, merkte ze op. Iets dat haar tafelgenoten Ingrid
Gyömörei (SP-raadslid) en Willem van der Heiden (manager
bij De Haagse Koepel van bewonersorganisaties, rechts op de foto)
van harte onderschreven. Maar méér nog misten zij
aandacht voor de herkenbare problemen van de stad: de grote vraag
naar betaalbare woonruimte. Vandaar dat wethouder Arend Hilhorst
van Volkshuisvesting de vraag voorgelegd kreeg: wát is nu
eigenlijk een betaalbare woning?
Op
basis van een landelijk vastgestelde norm is dat voor huurwoningen
een bovengrens van €585, wist Hilhorst. Bij koopwoningen zou
je aan een bedrag van €100.000 kunnen denken. Volgens Hilhorst
is zo'n driekwart van de woningen in Den Haag geschikt voor mensen
met een laag inkomen. Maar de gemeente wil graag wat meer aandacht
schenken aan de mensen met middeninkomens, die de afgelopen decennia
de stad zijn uitgetrokken omdat ze hier geen woonruimte konden vinden
die aan hun verlangens voldoet. Den Haag heeft veel van dezelfde
soorten woningen, terwijl de woonwensen steeds gedifferentieerder
worden. Haagse wijken moeten dan ook een meer heterogene structuur
krijgen.
Dat
zou dan ook moeten gelden voor de dure wijken, merkte Gyömörei
op. Die zijn ook homogeen samengesteld. Maar de pogingen die er
zijn gedaan om dáár meer gemêleerde woonmilieus
te creëren, worden nu juist gestaakt. En €585 is een beschamend
bedrag.
Het is heel veel geld, beaamde Bolle (foto hieronder). En de concept-Woonvisie
gaat ervan uit dat mensen steeds meer gaan verdienen, wat nog maar
helemaal de vraag is. Gyömörei wees erop dat de economische
ontwikkeling juist de andere kant uitgaat. Als er inderdaad zoveel
sociale-huurwoningen worden gesloopt als gepland en zo weinig betaalbare
huizen worden
teruggebouwd, dan zullen veel mensen met een laag inkomen de stad
worden uitgejaagd. Iets dat in de nota trouwens met zoveel woorden
vermeld staat.
Maar laten we vooral niet vergeten dat De Derde Dinsdag in Dudok
een milieucafé is. Waarom staat er geen woord over milieu
in de Woonvisie, wilde presentator Stef de Niet dan ook weten. Niets
over en duurzaam bouwen, niets over samenvoegen van bestaande woningen,
of wat dan ook.
De héle nota gaat over duurzaamheid, verklaarde Hilhorst
met grote stelligheid. De woningen die in Zuidwest worden gesloopt
dateren overwegend uit de jaren vijftig,
toen er snel moest worden voorzien in de naoorlogse grote vraag
naar woningen. Ze zijn heel slecht geïsoleerd. De woningen
die ervoor teruggebouwd worden zijn ontzettend veel energiezuiniger
en duurzamer. Bovendien moet 95% van de materialen na sloop worden
hergebruikt.
En wat samenvoegen betreft: dat is een moeizame zaak, en niet per
se milieuvriendelijker.
Of de gemeentelijke ambities op het gebied van duurzaamheid toch
niet wat hoger konden, wilde Frans van der Steen, directeur van
het Haags Milieucentrum aan het slot van de discussie nog weten.
Maar nee, die zijn volgens de wethouder zo hoog als redelijkerwijs
mogelijk.
De Gezondheidsnota
Ook
in een andere gemeentelijke nota blijft het milieu onderbelicht.
We hebben het over de Gezondheidsnota, waarover PvdA-wethouder Jetta
Klijnsma in Dudok aan de tand werd gevoeld. Klijnsma is van mening
dat mensen weliswaar baas over hun eigen lijf zijn, maar dat niet
iedereen zelf die verantwoordelijkheid kan dragen. Vooral mensen
in de sociaal-economisch zwakke wijken hebben daarbij hulp nodig.
Daar ligt een taak voor de overheid.
Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat mensen
in 'moeilijke' wijken gemiddeld korter leven en een slechtere kwaliteit
van leven hebben. Maar welke rol kan de gemeente daarin hebben,
wilde presentator Hans Pars weten. Dat zijn toch onderliggende sociaal-economische
factoren, die haast niet te beïnvloeden zijn?
Klijnsma moest beamen dat de rol van de gemeente beperkt is, maar
helemaal machteloos staat ze niet. In de Schilderswijk loopt nu
bijvoorbeeld het project Sport op Recept, bedoeld om mensen meer
te laten bewegen. Dat wordt deels betaald door de gemeente, deels
door zorgverzekeraars.
Den Haag luistert goed naar klankbordgroepen van artsen, maatschappelijk
werkers e.d. in de moeilijk wijken. Ook wordt hier naar tevredenheid
gewerkt met praktijkverpleegkundigen, een typisch Haags fenomeen.
Maar
hoe wordt omgegaan met milieufactoren, wilde Stef de Niet weten.
Hoe zou het komen dat vrouwen in het stedelijk gebied een 70% grotere
kans op longkanker hebben dan vrouwen in een landelijker omgeving?
Waarom ontbreekt een analyse hiervan in de nota?
Klijnsma gaf aan de toegenomen kans op longkanker voor een groot
deel te wijten aan het feit dat steeds meer jonge vrouwen gaan roken.
Maar ook het verkeer kan een rol spelen, en aan de
verkeersintensiteit in een gebied als de Veerkades zou zeker iets
gedaan moeten worden. Klijnsma's collega-wethouders, bijvoorbeeld
van duurzaamheid en van verkeer, laten gezondheidsaspecten sterk
meespelen in hun beleid.
Tot
slot ging de wethouder nog in op vragen vanuit de zaal over domotica
(woningen vol handige electronische en technische snufjes voor mensen
met een functiebeperking) en groepswonen voor ouderen. Twee voorzieningen
die volgens Klijnsma in een enorme behoefte voorzien en steeds belangrijker
zullen worden.
En die, tussen haakjes, in de Woonvisie, niet of nauwelijks aandacht
krijgen
..
Dankzij
Stef de Niet en Yung Lie waanden de bezoekers zich even in het New
Yorkse Five Spot Café anno 1958.
Uiteraard was ook
onze vaste columnist Julius Pasgeld weer van de partij.
Woonvisie
Het gaat hier in Dudok vanavond over de Gezondheidsmonitor van de
gemeente Den Haag en de Woonvisie van de gemeente Den Haag.
Alleen de woorden al.
Gezondheidsmonitor. Woonvisie. Als je het langzaam, zorgvuldig en
duidelijk gearticuleerd uitspreekt: ge-zond-heids-mo-ni-tor, woon-vi-sie,
wordt het je wel duidelijk waarom Den Haag van alle gemeenten in
Nederland op de eerste plaats staat waar het het maken van beleidsnota's
betreft. Als je het nog eens langzaam zegt: ge-zond-heids-mo-ni-tor,
woon-vi-sie, weet je ineens zeker dat het nooit meer goedkomt met
de gezondheid en het wonen in Den Haag. Maar gelukkig voor architecten
en politici neemt tegenwoordig niemand de tijd meer om de woorden
uit beleidsnota's twee keer langzaam en zorgvuldig uit te spreken.
Laat ik me in dit relaas beperken tot wonen.
Met mijn kleinzoon voorop fiets ik tegenwoordig heel wat af. Niet
zelden stuit ik dan op nieuwe woonwijken waar je, laten we eerlijk
zijn, moeilijk meer omheen kan. En als je er eenmaal inzit moeilijk
meer uitkan omdat je de uitgang in een nieuwe wijk alleen nog maar
kan vinden met een mobiele routeplanner op je fiets. Op deze barre
tochten door de nieuwbouw werd ik aldus gewaar, dat het tegenwoordig
blijkbaar het summum is om te wonen in een huis waarvan niet alleen
het dak doch ook alle muren volledig uit dakpannen bestaan. Ook
erg leuk zijn de huizen die geheel uit aluminium zijn opgetrokken.
Vooral 's zomers. Dan blijk je daar aan koeling meer geld kwijt
te zijn dan 's winters aan verwarming. Want architecten zijn tegenwoordig
voor wat betreft de buitenkant de mening toegedaan dat het bijzondere
uitgaat boven het praktische. En aldus is het woord van de architect
als de vleesgeworden stenen tafelen van Mozes. Als ware terroristen
leggen zij de woonconsument op de foltertafel van de volkshuisvesting.
En om er maar vanaf te zijn geven de toekomstige bewoners dan steunend
en zuchtend toe toe dat het leuk is om te wonen in een huis dat
de vorm heeft van het casco van een schip. Of eruitziet als een
transformatorhuisje. Of als een dwangbuis aan een hijskraan. Of
als een kasteeltje voor kinderen. En aldus triomferend over de bewoners
ordenen de architecten hun wansmaak vervolgens het liefst in eindeloze
rijen van steeds hetzelfde. Bij voorkeur met hele lage plafonnetjes.
Zodat een kabouter op de bovenste woonlaag nog net een dutje kan
doen zonder zijn knarretje te stoten als hij wakker wordt in die
nachtmerrie.
En in die troosteloze huisjes
met hun troosteloze tuintjes
en hun troosteloze schuurtjes
wonen troosteloze mensjes
met hun troosteloze kindertjes
die consumeren troosteloze pap
met een troosteloze lepel
uit een troosteloze nap.
En zo, dames en heren belanden wij vervolgens bij de living dream
van mister Gamma, die met zijn geimpregneerde tuinhout, zijn voordelige
tuinkabouters met lichtgevende muts en zijn solide, gietijzeren
tuinparasolstandaards in jugendstilmotief de hele troosteloze rotzooi
weer een beetje komt opleuken met andere rotzooi. Ja. Ook troosteloos.
Dazeggik.
Wat een wonder, dat de Hagenaars bang zijn voor de huidige Woonvisie
van het gemeentebestuur. Slopen, ach, dat is nog niet zo erg. Daar
zien de meesten het nut nog wel van in. Zo mooi is de Moerwijk nou
ook weer niet. Maar het gaat erom wat ervoor in de plaats komt.
En met de huidige bouwmentaliteit weet je zeker dat dat nog troostelozer
zal zijn dan wat er nog stond.
En duurder.
En dat, dames en heren, is niet onbelangrijk in dit hele verhaal.
Want waar moeten de Hagenaars heen die straks de huur van hun nieuwe
Bibelebonse berg niet meer kunnen betalen? Naar interneringskampen
in Drente? Naar leegstaande asielzoekerscentra op Schiermonnikoog?
Naar de afgeschreven clubhuizen van de JOVD, de NIVON en de AJC
in Wilhelminaoord en Sintjohannesga? Of laten we de ex-Moerwijkers
straks een pilsje halen bij Dirk van de Broek zodat dat probleem
ook weer is opgelost?
Is er dan niks meer goed op het gebied van huisvesting?
Jawel. Laatst fietste ik wat rond met mijn kleinzoon op de grens
van Den Haag en Delft. Daar stuitte ik op een schitterend woonwijkje.
Rode dakpannen lagen daar, waar ze hoorden. Idyllische pleintjes
omsloten mooie vijvers. Een schitterend wijkgebouw in bijpassende
architectuur onthulde een gevoel voor de menselijke maat die je
eigenlijk nergens meer tegenkomt. Behalve dan misschien in de hofjes
van Duindorp maar ja, die kom je nu ook niet meer tegen. Een ouwerwets,
gezellig cafeetje met een paar tafeltjes en stoelstjes op de stoep
nodigde de inwoners uit om elkaar te ontmoeten. Dit wijkje werd
in de jaren dertig gemaakt voor de werknemers van Gist-Brocades.
Als je daar woont, en dames en heren, wat zou ik daar graag wonen,
merk je iedere dag weer, dat de architect die het wijkje ontwierp
erg veel van mensen moet hebben gehouden.
En dat is nog eens wat anders dan het maken van beleidsnota's met
een woonvisie.
|