Derde Dinsdag archief  

 

Verslag 16 november 2004
klik hier voor de column van Julius Pasgeld

Vrachtwagens uít Scheveningen, fietsers erin

De Provincie Zuid-Holland verwerkt momenteel de reacties die ze heeft gekregen op het ontwerp-tracé voor Fietspad 10 – de omstreden verbinding tussen Scheveningen en Meijendel. Binnenkort zullen we weten of en hoe het voorstel wordt aangepast. Daarop vooruitlopend kwamen in het milieucafé De Derde Dinsdag voor- en tegenstanders bij elkaar om zich te buigen over mogelijke alternatieven en om aan te geven hoe ze met de provinciale beslissing zouden omgaan. Het milieucafé genoot deze keer gastvrijheid in de Bibliotheek Scheveningen en werd live uitgezonden dankzij Radio Mobiel, het station dat bij u aan de deur komt.
Voor Johan Prins kan het fietspad er niet snel genoeg komen. Als voormalig provinciaal ambtenaar kent hij de wordingsgeschiedenis op zijn duimpje, al dateren de eerste plannen voor de verbinding van vóór zijn tijd; namelijk van 1932. Prins vindt het wat merkwaardig dat de argumenten voor behoud van de natuur nu zo’n belangrijke rol spelen. Het gebied is altijd voor de burger afgesloten geweest omdat het waterwingebied was, maar militairen konden er naar hartelust oefenen.
Tom Pitstra heeft het er moeilijk mee. De projectleider bij het Haags Milieucentrum is aan tafel aangeschoven omdat een van de genodigden nog niet gearriveerd was. Pitstra is zowel overtuigd fietser als natuur- en dierenbeschermer, dus verenigt in zichzelf alle tegengestelde belangen die in de discussie een rol spelen.
Voor Pitstra voorziet Fietspad 10 voor een belangrijk deel in de recreatieve behoefte van de Hagenaars. De mogelijkheden om rond Den Haag een aantrekkelijke fietstocht te maken zijn zeer beperkt. Maar dan nog is de vraag of het uitgekozen tracé wel het optimale is. Op basis van de onderzoeken neigt Pitstra tot de conclusie dat de natuurschade dermate klein is dat Fietspad 10 er wel kan komen.

Frederik Hoogerhoud van de Haagse Vogelbescherming wil daar echter niets van weten. De natuurschade is niet gering. En laten we vooral de afbreuk aan de natuurbeleving niet vergeten. Hoogerhoud vertoeft al sinds zijn veertiende regelmatig in de duinen, als beheerder en onderzoeker van een meeuwenkolonie. Hij weet dan ook uit ervaring dat dit stuk duingebied een van de zeldzame gebieden in de Randstad is waar je nog één met de natuur kunt zijn. En fietsers leveren op zichzelf geen verstoring op, maar een fietspad wel. Dat doorsnijdt het gebied en vormt ’s nachts een warmtebron, omdat het de zonnewarmte vasthoudt. Verder hoeft er maar één mountainbiker van het pad af te crossen om grote schade aan te richten aan een gebied dat een wordingsgeschiedenis van honderden jaren achter de rug heeft. De plannen voorzien dan wel in compensatie voor natuurschade die door de aanleg ontstaat, maar die levert pas na zeer lange tijd resultaat op. En het huidige tracé langs de Buurtweg is maar veertien kilometer lang, dus heus niet te lang voor een recreatieve fietstocht.

Voor Prins staat toch het voorzien in de behoeften van de recreant voorop. De route langs de Buurtweg is lang en niet bijzonder aantrekkelijk. Hij vindt het zinloos om net te doen alsof de tijd stilstaat. En de ongereptheid van het gebied moet niet overdreven worden. Over het ecoduct, dat ook de toegangsweg voor fietsers vormt, lopen veel paarden en één paard staat gelijk aan 50.000 recreanten.

Julius Pasgeld, vandaag niet alleen columnist, maar bij afwezigheid van Stef de Niet presentator naast Hans Pars, fietst wel eens door de duinen. Op dat enige fietspad dat er nu loopt word je overhoop gereden door racefietsers. Hoe voorkom je dat dat op Fietspad 10 ook gaat gebeuren?

Pasgelds opmerking weet de gemoederen aardig te verhitten. De drempels op het fietspad door de duinen, bedoeld om de snelheid van racefietsers te temperen, zijn iedereen een doorn in het oog. Prins vindt het een godswonder dat er nog geen kinderen uit kinderzitjes zijn geklapt toen vader of moeder een drempel nam. Hoogerhoud ziet racefietsers er gewoon overheen schieten terwijl de recreatieve fietsers er veel last van hebben. Ook voor Pitstra zijn de racefietsers een bron van ergernis, waarvoor de drempels geen soelaas bieden. Dat Fietspad 10 ook een racebaan wordt, kan worden voorkomen door er niet een 2,25 brede klinkerweg, maar een schelpenpad van te maken. Prins beaamt dat racefietsers daar een bloedhekel aan hebben. Dat er nu een ontwerp voor een klinkerweg ligt, komt doordat het Duinwaterbedrijf strikt vasthoudt aan de RONA-normen, de Richtlijnen Ontwerp Niet-Autowegen. Op deze manier wordt het geen duinpad. Dat zou het voor Prins wel moeten worden, en liefst méér dan één. Want de duinen zijn groot genoeg om er meer fietspaden te kunnen aanleggen.

Prins weet zelf trouwens ook nog wel een alternatief: door de Sprang A ligt een klinkerweg die het Duinwaterbedrijf als onderhoudsweg gebruikt. Het gaat om een pad dat de Duitsers hebben aangelegd als onderdeel van hun kustverdediging. Als deze ‘kasseienroute’ voor openbaar gebruik wordt opengesteld, levert dat geen millimeter natuurschade op.

Zowel Pitstra als Hoogerhoud kan zich wel in dit alternatief vinden, hoewel de zaak daarmee nog niet beklonken is. In de eerste plaats is het Duinwaterbedrijf tegen, omdat er leidingen onder het pad liggen. En in de tweede plaats biedt het geen alternatief voor de route door de Oude Rijs, het laatste deel van het tracé aansluitend op Meijendel. Voor Hoogerhoud valt over het huidige ontwerp van Fietspad 10 voorzover dat de Oude Rijs doorsnijdt echt niet te praten. Wim Calame van de Vogelwerkgroep Meijendel, net gearriveerd na een vergadering van de Klankbordgroep Fietspad 10, denkt er net zo over. Hij vindt dat nut en noodzaak van Fietspad 10 nog onvoldoende onderzocht zijn en betwijfelt of de fietsverbinding er wel toe leidt dat mensen ervoor kiezen om met de fiets naar Meijendel te gaan in plaats van met de auto. Hij vreest dat de toch al hoge recreatiedruk – drie miljoen bezoekers per jaar – alleen nog maar verder toeneemt en dat fietsers zich door het gebied gaan verspreiden.

Op 14 december besluit Gedeputeerde Staten of, in welke vorm, Fietspad 10 aangelegd gaat worden. Wat de Haagse Vogelbescherming dan gaat doen, wil presentator Hans Pars weten. Hoogerhoud laat er geen onduidelijkheid over bestaan dat hij alle bezwaar- en beroepsmogelijkheden zal aangrijpen. “We zijn gewoon mordicus tegen, en dan vooral omdat niet voorkomen kan worden dat mensen van het pad af gaan.”
Na de pauze neemt Frans van der Steen plaats aan tafel. De directeur van het Haags Milieucentrum heeft ten behoeve van de prijsvraag Den Haag van Morgen een plan bedacht voor de toekomst van de Norfolk-locatie. Zoals het er nu naar uitziet, zal de Norfolkline uiterlijk in 2009 uit Scheveningen verdwijnen. Van der Steen situeert op die plek een gigantisch gebouw in de vorm van een cruise-schip, waar tal van internationale organisaties en culturele instellingen een plek kunnen krijgen. Het bouwwerk zou een staalkaart van duurzaam bouwen moeten worden en ’s nachts moeten baden in het licht door middel van duurzaam opgewekte energie. Het gebouw zou in de optiek van Van der Steen een uitstekende illustratie van het internationale karakter van Den Haag, groene stad aan zee, betekenen.
Bij Marjolein de Jong van D66 vermag het plan niet veel enthousiasme op te wekken. Zij zit niet te wachten op nog meer hoogbouw in of rond de haven. Wat D66 betreft moet er te zijner tijd iets kleinschaligs voor de Norfolkline in de plaats komen, geconcentreerd op havengerelateerde werkgelegenheid. Congrescentra en cultuurtempels horen in de binnenstad thuis, nabij knooppunten van openbaar vervoer. De bezwaren van D66 tegen de Norfolkline richten zich nu juist tegen de vrachtwagens die door de stad heen denderen. Vandaar dat haar partij erop heeft aangedrongen dat er snel duidelijkheid over de toekomst van het bedrijf geschapen wordt, in elk geval vóór het eerder afgesproken jaar 2007.
Haar GroenLinks-collega Niek Roozenburg denkt er net zo over. Als Norfolk verdwijnt, betekent dit dat er veel arbeidsplaatsen voor laaggeschoolden verloren gaan. GroenLinks ziet graag dat er op diezelfde locatie alternatieve werkgelegenheid terugkomt: opslag, overslag, ambachtelijke activiteiten. Het plan van Van der Steen draagt daar niet aan bij, nog los van de verkeersaanzuigende werking die ervan uitgaat. Roozenburg vindt dat de haven en de badplaats strikt gescheiden moeten blijven. De deur naar toeristische ontwikkelingen in het havengebied moet wat GroenLinks betreft gesloten blijven.

Van der Steen legt uit dat ook wat het Haags Milieucentrum betreft de vrachtwagens het grote probleem met de Norfolkline vormen. Het verdwijnen ervan biedt de stad juist kansen. De haven zou per openbaar vervoer veel beter ontsloten moeten worden, bijvoorbeeld via het doortrekken van RandstadRail.

 

Evert de Niet van de Politieke Partij Scheveningen (PPS) durft wel te voorspellen dat Van der Steen bij Scheveningers de handen niet op elkaar zal krijgen. Nog los van het feit dat zo’n felverlicht gebouw uit nautisch oogpunt niet mogelijk is, volgens De Niet.
Zijn partij zou het vertrek van de Norfolkline bijzonder betreuren, hoewel hij het kan begrijpen. Het bedrijf kan in Scheveningen immers niet uitbreiden. “Maar als er grootschalig in de haven gebouwd gaat worden”, voorspelt De Niet, “worden de huidige bedrijven eveneens in hun uitbreidingsmogelijkheden belemmerd. Die raken we dan misschien ook kwijt.”

Julius Pasgeld denkt wel te begrijpen waarom het plan is ingediend. Als doorgewinterd columnist is hij er immers aan gewend de maatschappelijke realiteit met een ietwat ‘gekantelde’ blik te bekijken. “Het Haags Milieucentrum dient vaak prima plannen in die niet worden uitgevoerd”, aldus Pasgeld. “Dat het nu met dit plan komt, is dan ook bedoeld om te voorkomen dat er ooit een conferentiecentrum in Scheveningen komt!”

 

 

Julius Pasgeld:
De Scheveningse haven

Eigenlijk was het wel goed wat er was: een overslagbedrijf met schepen. Grote schepen die regelmatig het ruime sop kozen of er achter de havenhoofden een veilig toevluchtsoord vonden. De Norfolkline had in ieder geval alles met de haven te maken. En dat kan je tegenwoordig van veel dingen rond deze toeristische trekpleister niet meer zeggen.

Straks stomen de schepen van de Norfolkline voorgoed de beschutting van het Scheveningse zeegat uit om een eindje verder op in Maassluis een behouden onderkomen te vinden. En wat dan?
Wat moeten we aan met die plek waar al die honderden enorme opleggers van Tip, Laro, Visbeen en Frans Maas geduldig op hun lading stonden te wachten?
Wat moeten we aan met de kades waar de vrachtferries na hun gestage dienstverlening aanlegden om hun lading te lossen of te worden voorzien van nieuwe vracht?

Ja. Natuurlijk. Voor de hand ligt dat er weer iets moet komen dat met de haven te maken heeft. Een veem. Nog meer aanlegsteigers voor de pleziervaart. Een tehuis voor vermoeide coasters. Een zeemanspension. Een bouwvallig maar pittoresq hotel waar bronstige zeelieden hun opgespaarde driften kunnen temperen. Silo’s. Een zeevaartschool. Een prachtig nieuw Duindorp voor ras-Scheveningers met betaalbare huizen en wonderschone, hedendaagse hofjes. Ik noem maar wat. Als het maar iets te maken heeft met het zilte nat, dat juist in Scheveningen zo kordaat en typerend doordringt in de urbane stedelijkheid.

Maar nee. Wij kennen het Haagse stadsbestuur zo langzamerhand een beetje. En het zal daarom geen verbazing wekken als de derde haven straks gedomineerd wordt door de minaretten van een nieuwe moskee. Of als de kade van de voorhaven straks geheel wordt ingenomen door een gigantische torenflat van waaruit de happy few met een beetje goed weer en een goeie verrekijker ’s nachts de lichtjes van het tegenoverliggende Claxton-on-Sea in Engeland kan waarnemen.
En dan mogen we nog blij zijn. Want in ons hart weten we eigenlijk allang wat het gaat worden.
- Horeca aan de Hellingweg met over de kade hangende hotels en restaurants die namen dragen als: Marine hotel, Il Pescatore, Mediterraneo, Il Gabbiano en Mondial. Alsof we ergens zijn waar het leuk is.
- Watervilla’s aan de Kranenburgweg in de prijsklasse tussen 8 euroton en de 1,4 miljoen euro inclusief aanlegplaats voor motorjachten tot 26 meter.
- Een vakantieresort ten noordoosten van de Houtrustweg met recreatievilla’s, omgeven door een muur van 3 meter hoog met op iedere hoek een bemande uitkijktoren.
- En verder: een casino op de plaats van het gesloopte Pluvierhof, een helikopterplatform op het Meeuwenhof en een red-light district op de plek waar ooit het Zeezwaluwhof lag. Het geheel gelardeerd met een, door de wijk lopende assemblage van enorme, knipperende neonpin-ups en muzikaal opgeleukt met eeuwigdurende dance-interpretaties van Tiësto.

Tja. De tijd dat je als jongetje mijmerend op de kademuren zat te dromen over de bestemming van de loggers die het Scheveningse zeegat uitvoeren terwijl de frisse zeewind de zorgen uit je hoofd waaiden en de zeemeeuwen boven je hoofd roepend getuigden van een weldadige rust aan de kust, lijkt voorgoed voorbij.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.