|
verslag van 18 november 2003
Scheveningen en Norfolkline tot elkaar veroordeeld
(klik hier
voor de column van Julius Pasgeld)
Den Haag, en dan vooral Scheveningen, heeft een haat/liefde-relatie
met de Norfolkline. Vrachtwagens denderen door de stad, roet en
fijn stof uitbrakend, en vermoeide Vogelwijkers worden in hun nachtrust
gestoord door generatorgezoem. Anderzijds is de aanwezigheid van
de Norfolkline goed voor de werkgelegenheid in het Haagse: enkele
honderden mensen, vooral laagopgeleiden, vinden er emplooi.
Vandaar
dat Norfolk-directeur Frans van Gelderen in De Derde Dinsdag in
Dudok aan de tand gevoeld werd over zijn bedrijf. Eerst maar eens
wat cijfers.
Van Gelderen vertelt dat de Norfolkline 4 vrachtferries per dag
telt, die per stuk gemiddeld zo'n honderd trailers overzetten. Dit
levert directe werkgelegenheid op voor 350 mensen - waarvan ruim
de helft Hagenaars - en indirect voor naar schatting 450.
Volgens
Lia Knoester van de Bewonersorganisatie Havenkwartier leidt al deze
activiteit ertoe dat er dagelijks honderden vrachtwagens door het
Havenkwartier en over de Houtrustweg rijden. Over de Duindorpbrug
passeren volgens haar berekening 950 wagens per etmaal. Dit betekent
dat er hard gewerkt moet worden aan de veiligheid van de bewoners.
Ook voor Marjolein de Jong van D66 (foto hieronder) is dat veiligheidsaspect
en zeker ook de milieubelasting van de Norfolk een zwaarwegende
reden om niet blij te zijn met de aanwezigheid van het bedrijf.
En trouwens: de Norfolk zit hier ook verre van optimaal. Ze zitten
helemaal weggedrukt met de hele stad achter zich, en daar moeten
ze doorheen om bij het water te kunnen komen. Ze kunnen in Den Haag
niet groeien, wat ieder bedrijf toch wil.
Dus
dan maar naar Vlissingen?, wil presentator Hans Pars weten. Volgens
Van Gelderen is dat geen optie. Het leeuwendeel van de lading die
Norfolk vervoert komt uit het Westland, en het is goed daar in de
buurt te blijven. Bovendien zijn de verbindingen vanuit Vlissingen
slecht. Het dilemma is dat er aan de Nederlandse kust weinig geschikte
plekken zijn. Maar verder groeien is in Scheveningen inderdaad uitgesloten.
Volgens De Jong is dat uitdrukkelijk overeengekomen toen in 1999
het contract met Norfolk met tien jaar verlengd werd. D66 is er
een groot voorstander van dat vóór 2009 gesproken
gaat worden over de toekomst van de Norfolk in het Haagse, dan weet
iedereen waar hij aan toe is. Alleen houdt wethouder Stolte het
schip af, want in 2006 zijn er verkiezingen.
Van Gelderen - "mag ik Marjolein zeggen?" - is het van
harte met de vorige spreekster eens. Hij zou het liefst volgend
jaar al weten waar hij aan toe is, zodat hij weet of verder investeren
wel rendabel is. Hij wil nog wel benadrukken dat de bijdrage van
zijn bedrijf aan de verkeersonveiligheid en de milieuverontreiniging
niet al te groot is. Het gaat weliswaar om heel veel vervoersbewegingen
(volgens Van Gelderen eerder 800 dan de 950 die Knoester noemde),
maar toch is dat niet meer dan tien procent van de verkeersbewegingen
over de Houtrustbrug. En per jaar ontvangt het bedrijf niet meer
dan zo'n 25 klachten. Die gaan vaak over incidenten, zoals chauffeurs
die van de vastgestelde route afwijken.
Van Gelderen is trots op het milieuprogramma in de contracten met
de vervoersbedrijven. De vrachtwagens zijn voorzien van roetfilters
en de schepen zijn niet ouder dan vier jaar, dus stoten weinig fijn
stof uit.
Maar
hoe zit het nu met die geluidsoverlast, waarover de PPS vragen heeft
gesteld? Van Gelderen is erg verbaasd over die klachten, want naar
zijn zeggen is er de afgelopen jaren niets veranderd. Daar wil Cees
de Jager van de PPS graag iets over zeggen. Want hebben die mensen
die over hem heen vallen zijn vragen eigenlijk wel gelezen? Hij
vroeg alleen maar of het College een onderzoek naar de gesignaleerde
geluidsoverlast wilde instellen, en contact wilde opnemen met Norfolk
als zou blijken dat die het geluid veroorzaakte. Maar de Norfolk
moet gewoon blijven. Punt uit.
Over
naar het tweede onderwerp: het idee van CDA-raadslid Titia Lont
om een bunkercomplex in het afgesloten gebied bij het Zwarte Pad
in te richten als Bezettingsmuseum. Lont vindt dat je iets met je
stadsgeschiedenis moet doen: ook jongeren moeten weten wat hier
in de oorlog heeft plaatsgevonden en tegelijkertijd is zo'n museum
een monument voor de vrede. Je zou er om het uur of om de twee uur
rondleidingen kunnen geven, en ook een combinatiekaartje met het
Schevenings Museum is denkbaar. Voorwaarde is dat er een goede club
mensen komt die de zaak runt.
Henk
Ambachtsheer, hoofd Monumenten bij de Gemeente Den Haag, steunt
Lont in haar streven. Er zijn weliswaar veel restanten uit WOII,
maar dit is een heel bijzonder complex. Dergelijke goed bewaarde,
zware bunkers zijn zeldzaam. In de jaren na de oorlog zijn er veel
bunkers gesloopt, totdat het geld hiervoor opraakte.
Over geld gesproken: wat gaat dit eigenlijk kosten? Lont schat
zo'n drie- à vierhonderdduizend euro. Eerst komt er een haalbaarheidsstudie.
Volgens Rob Kramer van het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (foto hieronder)
zal dat het einde van het verhaal zijn. Want hij herinnert eraan
dat er al eerder dergelijke initiatieven zijn genomen. Die liepen
spaak op de financiën. Het is voor het waterbedrijf uitgesloten
dat er meer geld in het beheer wordt gestoken dan nu het geval is.
En
dan hebben we het nog niet eens over de gevaarlijke zeereep ter
plaatse en over de Habitatrichtlijn. In de bunkers overwinteren
vleermuizen; het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij zal
moeten beoordelen of ontheffing van de Habitatrichtlijn, die vleermuizen
beschermt, moet worden aangevraagd. En ook de eigenaar van de grond,
Staatsbosbeheer, en het Hoogheemraadschap Delfland zullen erbij
betrokken moeten worden.
Toch ziet Ambachtsheer wel mogelijkheden om binnen enkele jaren
te kunnen starten. Vanuit Wassenaar zou je al bijna direct onder
de grond kunnen als daar een toegang tot het complex komt. Je hoeft
het verboden gebied dan helemaal niet in. En Lont geeft aan dat
het museum alleen 's zomers geopend is, zodat overwinterende vleermuizen
er helemaal geen last van hebben.
Maar wat voor karakter moet dit museum nu eigenlijk krijgen? Presentator
Pars herinnert er fijntjes aan dat oorlogsmusea doorgaans worden
opgericht door de winnende partij. Moeten de Duitsers niet zo'n
museum openen? Ambachtsheer - "ziet het maar als oorlogsbuit"
- wil er weinig aan doen. Mensen moeten de bunkers kunnen beleven
zoals ze zijn. Naargeestige betonnen gangenstelsels zonder franje.
Geen poppen in Duitse uniformen met machinegeweren of zo. Maar enkele
aanwezigen denken daar duidelijk anders over. Zo zou Julius Pasgeld
er juist graag veel Duitse poppen in vol ornaat en met volledige
wapenrusting en wat al niet willen zien. En vindt de heer Van Ginkel
het museum nu juist een aangewezen gelegenheid om de grote verminking
van Den Haag tijdens WOII onder de aandacht te brengen. De sloop
van buurten ten behoeve van de Atlantik Wall, de aanleg van de tankgracht
en ga zo maar door.
Afijn, het is wel duidelijk dat het laatste woord over het meest
naargeestige museum van Nederland nog niet gesproken is.
Kees
Overmeer was al eerder te gast in Dudok. Als projectleider van De
Verademing kreeg hij toen de vraag voorgelegd wanneer dit project
- een wijkpark met huizen en voorzieningen ter plaatse van de vroegere
vuilverbranding - nu eens klaar zou zijn. Inmiddels zit er meer
schot in, weet Overmeer te melden. De bomenweide is klaar, alleen
is die nu even ontoegankelijk omdat de bouwinspectie vond dat er
een hek omheen moest komen. Dat zal in februari gereed zijn. Vervolgens
wordt begonnen met het sportveld. In 2006 moeten de twee scholen
met woningen erboven worden opgeleverd.
Het spreekwoord wil dat over smaak niet te twisten valt, maar de
praktijk leert anders. Want terwijl presentator Pars De Verademing
beschouwt als een middeleeuwse burcht met wat Italiaanse boompjes
erop, zijn de omwonenden er wel blij mee. Alleen valt er over het
beheer nog wel het een en ander te zeggen. Buurtbewoner Frans de
Leef herinnert eraan dat zeven jaar geleden werd gezegd dat het
park pas zou worden geopend als het beheer goed geregeld was. Maar
daar is geen sprake van. De Dienst Stedelijke Ontwikkeling en de
Dienst Stadsbeheer proberen dat op elkaar af te schuiven. (Overmeer:
het beheer is een verantwoordelijkheid van DSB).
Ed
Dusschoten van de Bewonersorganisatie ReVa heeft zijn hoop nu gevestigd
op een convenant. ReVa wil dat er een vaste beheerder komt, die
door de verantwoordelijke wethouder inmiddels zou zijn toegezegd.
En tevreden is hij pas als de gemeente geld reserveert om ook ná
de oplevering gebreken te verhelpen die ongetwijfeld aan het licht
zullen komen.
En die bomen
tja, het zijn Italiaanse bomen die in een soort
bak zitten omdat de onderlaag sterk vervuild is. Er is voor dit
type bomen gekozen omdat ze goed tegen droogte kunnen, legt Overmeer
uit. Het heeft weinig meer te maken met de oorspronkelijke opzet
voor De Verademing en dit type bomen komt in de hele wijk niet voor,
maar ze misstaan absoluut niet. Al met al stemt de voortgang van
zijn project hem nu tot volle tevredenheid.
 |
Waarna Stef zijn
saxofoon aan zijn mond zette en Henriette in haar contrabas
klom om deze geslaagde avond tot een welluidend slotakkoord
te brengen. |
| |
 |
Geschuif
met schepselen in Den Haag
Vijf
maanden voordat ik werd geboren vlogen de bommen en granaten rakelings
langs de ongeboren vrucht in de schoot van mijn moeder. Zelf had
ik daar geen noemenswaardige hinder van, maar de Scheveningse bevolking
des te meer. Want die werd op dat moment voor een groot deel geëvacueerd
naar Winterswijk en Aalten. Dat was, omdat de Duitsers bouwgrond
nodig hadden voor hun verdedigingswerken langs de Haagse kust. Waaronder
de 'Scheveningen Nordbunkers'.
Nu, zestig jaar later, is er opnieuw bouwgrond nodig. Deze keer
voor dure woningen in de Moerwijk, in Morgenstond en Bouwlust. Weer
moeten er duizenden huizen tegen de vlakte. Het is te hopen dat
ze in Winterswijk en Aalten nog steeds met open armen klaar staan
om de Hagenaars uit die slooppanden te ontvangen.
En dan zwijg ik nog maar over die vleermuizen. Want als de plannen
voor de restauratie van de 'Scheveningen Nordbunkers' doorgaan zal
ook voor deze onschuldige schepselen Gods naar vervangende woonruimte
elders moeten worden uitgekeken.
Wat een gemier toch steeds in Den Haag. Wat een geschuif met schepselen.
Hier wat arme mensen die plaats moeten maken voor rijke mensen.
Want laten we wel wezen: er zijn eigenlijk veel te veel arme mensen
in Den Haag. En veel te weinig rijke mensen. Daar wat bunkers opgeblazen
wegens gevaar voor verzakkingen langs de vloedlijn. Hier wat bunkers
heringericht als musea waar de oorlog met al zijn verschrikkingen
kan herleven. Daar wat vleermuizen die moeten inschikken voor museumbezoekers.
Want, laten we wel wezen: er zijn eigenlijk veel te veel vleermuizen
in Den Haag. En veel te weinig museumbezoekers die gesticht zouden
willen worden door verhalen over Scheveningers die zestig jaar geleden
naar Winterswijk en Aalten moesten.
En zo
blijven we in Den Haag schuiven met schepselen.
Tot we een ons wegen.
Het mag trouwens een wonder heten, dat die vleermuizen het tot nog
toe hebben uitgehouden in die bunkers van Scheveningen Nord. Want
het moet gezegd dat er rond die bunkers bij zuidwestenwind vaak
een eigenaardig, laag geluid te horen was. Een soort gebrom. Dat
dan weer onder de gehoorgrens lag en dan weer vlak er boven. Alsof
het Haagse gemeentebestuur had besloten dat er te weinig lawaai
in Den Haag was. En dat ze bij wijze van proef alvast wat met lawaai
aan het schuiven waren vanuit Amsterdam en Rotterdam naar Den Haag.
Want laten we wel wezen: Er is natuurlijk veel te veel lawaai in
Amsterdam en Rotterdam. En veel te weinig lawaai in Den Haag.
Maar gelukkig waren er nog een paar Scheveningers die niet naar
Winterswijk en Aalten waren afgereisd. En díe wisten dat
dat lawaai afkomstig was van hele grote boten die in de Scheveningse
haven wat lagen te snurken in hun slaap. Schande! riepen die Scheveningers
Dat moet afgelopen zijn! Maar dat riepen ze, zo bleek een paar dagen
later, uit naam van de Vogelwijkers wier stemmen ze ook graag zouden
willen hebben. En toen ze in de gaten kregen dat ze die stemmen
toch niet kregen riepen ze er ineens geen schande meer van.
De Vogelwijkers moesten vijf maanden voordat ik werd geboren ook
evacueren. Maar niet naar Winterswijk of Aalten. Mijn moeder woonde
toen met die ongeboren vrucht die later Julius Pasgeld zou gaan
heten aan het Sprietplein in de Vogelwijk. Maar wij
hoefden
helemaal niet naar Winterswijk. Wij mochten naar de Vlierboomstraat
in Den Haag.
Die Vlierboomstraat hoeft na zestig jaar nog steeds niet gesloopt
te worden. Want daar wonen nu nog steeds niet voldoende arme mensen.
Dus alsjeblieft geen gedoe over de Vlierboomstraat. In de Vlierboomstraat
heb je trouwens geen enkele hinder van het lage gebrom van die boten
uit de Scheveningse haven. En in de Moerwijk, in Morgenstond en
Bouwlust trouwens ook niet dus wat zeuren die mensen nou.
Ik heb een voorstel:
Als we nou eens een Vleermuizengrot onder de middenberm van de Vlierboomstraat
maken. En als we de bewoners uit de Vogelwijk nou eens allemaal
evacueren naar Winterswijk en Aalten. Dan kunnen de Scheveningers
een museum exploiteren aan het Sprietplein. En dan kan de Vogelwijk
vanaf de Savornin Lohmanlaan tot de Nieboerweg worden gesloopt ten
behoeve van de aanleg van een nieuwe haven voor milieuvriendelijke
veerdiensten zonder noemenswaardige geluidshinder.
En dan kunnen we misschien, héél misschien, ik weet
niet of het haalbaar is hoor, ik durf het hier ook bijna niet te
opperen, maar dan kunnen we héél misschien al die
kazematten, vuurleidingsposten, gangenstelsels, manschappenverblijven
en munitiebunkers uit de Scheveningse Nordbunker naar het stadhuis
aan het Spui verplaatsen.
Het zou een gedegen voorbereiding kunnen zijn op de evacuatie van
de bewoners van Moerwijk, van Bouwlust en van Morgenstond.
|