De Derde Dinsdag, het milieucafé van Den Haag  

Naar verslagen van eerdere milieucafé's

 

Het volgende milieucafé is op 15 april.

Verslag van het milieucafé op 18 maart 2008

klik hier voor de column van Julius Pasgeld

 


Duurzame vis heeft de toekomst

Zelden waren de gasten in milieucafé De Derde Dinsdag het zó met elkaar eens: de visserij moet veel duurzamer, want de grootschalige industriële visserij is een doodlopende weg. Zelfs columnist Julius Pasgeld kon er weinig tegen inbrengen, en gaf een verhelderende schets van de problemen en mogelijke oplossingen. Wij zouden willen zeggen: leest u eerst die even.

Ook de Haagse gemeenteraad is overtuigd van nut en noodzaak van duurzame visserij. Tom Pitstra van het Haags Milieucentrum brengt in herinnering dat het CDA en de ChristenUnie-SGP het idee Scheveningen Fish-Valley lanceerden. De raad benadrukte toen het duurzaamheidsaspect. "En nu de raad A gezegd heeft, laat ze dan ook B zeggen", vindt Pitstra. "De staandwantvissers willen graag naar het MSC-keurmerk, maar de kosten van het vooronderzoek vormen een drempel. Laat de gemeente die voor haar rekening nemen." Hierover meer in het tweede deel van dit milieucafé.


 

Maar hoe kan de consument nu weten welke vis duurzaam is en welke niet? Aan het beest valt dat niet af te zien. Daarom hebben Stichting De Noordzee (SN) en het Wereld Natuur Fonds samen de Viswijzer ontwikkeld. Met behulp van groene, oranje en rode aanduidingen wordt per vissoort aangegeven hoe verantwoord die gevangen en verwerkt is. De Viswijzer is zowel een handzaam boekje voor in de portemonnee als een website, waar veel gedetailleerdere informatie te vinden is. "De Viswijzer is géén keurmerk", benadrukt SN-directeur Alex Ouwehand. "Het enige duurzame keurmerk is het MSC-keur, en dat zien we dan ook als eindsituatie. Het is wetenschappelijk verantwoord en volkomen onafhankelijk. Wij helpen de vissector met het behalen van de MSC-certificering. Zélfs de boomkorvisserij. Een groep Urker boomkorvissers wil niet langer wachten."

Zolang er in de winkels echter nog zo weinig MSC-vis te vinden is, is de Viswijzer een goed hulpmiddel. In mei verschijnt er weer een geactualiseerde versie. De methodiek achter de wijzer wordt door steeds meer landen overgenomen. Het aantal soorten waarop de Viswijzer betrekking heeft zal dit jaar worden uitgebreid naar vierhonderd. Ook gaat de stichting proberen restaurants zover te krijgen dat ze op hun menukaarten aandacht besteden aan de duurzaamheidsaspecten van de geserveerde vis.

 

Kweekvis blijft in de Viswijzer helaas onderbelicht. "Dat is een verhaal apart", aldus Ouwehand. "Kweekvis is niet per se duurzamer. Viskwekerijen kunnen het milieu fors belasten. Het is heel moeilijk om die keten te controleren. Leveranciers zijn uit concurrentie-overwegingen vaak erg terughoudend met het verschaffen van informatie."
"Er is wel een keurmerk voor kweekvis", weet Maarten Mens van het Verbond van de Nederlandse Visdetailhandel (VNV). "Het valt onder GlobalGAP". De Global Good Agricultural Practice bevat de eisen die wereldwijd aan boeren en tuinders worden gesteld op het gebied van voedselveiligheid, duurzaamheid en kwaliteit. Mens heeft vertrouwen in het zelfregulerend vermogen van de sector. "Er is de afgelopen jaren enorm veel gedaan om niet de fouten van de bio-industrie te maken", vertelt hij. "Voor kweekvissen wordt steeds meer biologisch voer gebruikt; honderd procent is helaas niet mogelijk. Importeurs kijken ook met een kritisch oog naar hun buitenlandse leveranciers."

 

Van de kweekvis over naar de wilde vis. Presentator Stef de Niet is erg nieuwsgierig naar hoe die vangstquota nu eigenlijk bepaald worden. "Bestandbeheer is een vak apart", merkt Ouwehand op, na een korte uitleg van hoe visserijbiologen de visstanden bepalen. "Het is een koehandel", voegt Tom Pitstra eraan toe. "Uiteindelijk beslist de politiek, waarbij de adviezen van de wetenschappers niet doorslaggevend zijn."

Het is geen geheim dat de vissector kritisch staat ten opzichte van de Viswijzer van Stichting de Noordzee en het WNF (zie hier) . "Het zijn meningen", merkt Mens op, waarop Ouwehand riposteert: "Onze beoordelingsmethode is wetenschappelijk verantwoord. We gaan trouwens een wetenschappelijke begeleidingscommissie in het leven roepen."
"Is een Viswijzer die ook gedragen wordt door de sector niet een waardevoller instrument?", vraagt presentatrice Aukje van Roessel. Mens beaamt dat grif, en ook wat Ouwehand betreft valt daarover te praten. "Maar we willen niet dat de Viswijzer onder invloed van commerciële belangen uitgekleed wordt."

 

In de inleiding van Tom Pitstra kwamen ze al even ter sprake: de staandwantvissers. Eén van hen is Rens Cramer, die aan de hand van een diapresentatie uitlegt wat hij precies doet. Op zijn reizen over de wereld kwam visserszoon Kramer tot de ontdekking dat duurzame visserij hoognodig is. In 2000 kocht hij dan ook een staandwantscheepje. Zo'n 'staand want' is een soort gordijn dat in het water hangt en dat mazen heeft van precies de grootte van de vissen die hij wil vangen. In de schemering wordt het net uitgezet, 's morgens vroeg wordt het opgehaald - bijvangsten zijn een hoge uitzondering. De meeste staandwantvissers vissen op tong. En daar zit hem nou net een probleem. Volgens de Viswijzer is tong een 'rode' vis, maar dat geldt volgens Cramer alleen voor tong die via de boomkormethode gevangen is. De staandwantvisserij is een ambachtelijke, arbeidsintensieve, duurzame manier van vissen. Dagelijks - althans, op de gemiddeld circa honderd dagen per jaar dat op deze manier gevist kan worden - wordt verse vis aan land gebracht, en het zou erg leuk zijn om die op de Scheveningse kades direct aan de consument te kunnen verkopen. Volgend jaar mei willen de Scheveningse vissers MSC-gecertificeerd zijn. Maar ja, de kosten...

"Die directe verkoop op de kades zou ook leuk zijn voor de toeristen", reageert PvdA-raadslid Susan Cohen Jehoram. "Alleen zie ik niet in waarom de gemeente de kosten van dat MSC-vooronderzoek zou moeten dragen. Wat moet ik straks zeggen als de boomkorvisserij om subsidie komt vragen? Ik vind dit meer iets voor het landelijke Innovatiefonds. De gemeente kan zich beter richten op de duurzame vermarkting van Scheveningen."

Hiek van Driel, raadslid voor de SP, is het niet met haar eens. De gemeente zou hiervoor de portemonnee moeten trekken. "We zullen dat in het kader van de Voorjaarsnota aankaarten. Maar ik vraag me wel af hoe het met het dierenwelzijn gesteld is. Als ik het goed begrijp spartelen die vissen een hele nacht in dat net rond?"

Dat kan Cramer niet ontkennen. Maar hij is ervan overtuigd dat de tong die hij vangt beter af is dan een kweekvis, of een tong die via de boomkormethode gevangen wordt.

Evert de Niet, voormalig raadslid voor de Politieke Partij Scheveningen en nu actief als fractie-adviseur, vindt ook dat er een rol voor de gemeente is weggelegd. "De staandwantvisserij breidt uit en moet flink gefaciliteerd worden." Overigens vindt hij de reactie van Van Driel typisch Haags. "Er was eens gebrek aan mankracht in de haven en toen hebben Hagenaars meegeholpen. Die hielden het na een dag al voor gezien, want, zo zeiden ze, 'die ogen kijken me de hele tijd aan'."

Vanuit de zaal wil de directeur van Stichting De Noordzee de gemeente wel een advies geven. "Als je zo bevoorrecht bent dat je koplopers in je haven hebt, ondersteun die dan ook."
Ondernemer Jos Hendriks, eveneens in de zaal, denkt er net zo over. "Den Haag profilieert zich als stad van recht en vrede. Duurzame visserij heeft alles te maken met zeerecht. Benader het dus als citymarketing."
Waarna tot slot een andere ondernemer, een Scheveningse vishandelaar, er fijntjes op wijst dat de huidige plannen voor Scheveningen een heel andere richting uitgaan dan kleinschaligheid. "Op een van de dia's van Kramer zagen we een haven vol van die leuke vispakhuisjes. Laten we ook in Scheveningen voor betaalbare pakhuizen zorgen."

Het volgende milieucafé is op 15 april.

Julius Pasgeld: Ik hou van vis

Tot voor kort at ik iedere week met mijn goede vriend Paul Waayers een haring in het stalletje op het Buitenhof. Zonder uitjes. Heerlijk. Geen enkel probleem. Vis aan de staart. Hoofd achterover. En dan zachtjes bijten om het romige spierweefsel in hapklare partjes door de slokdarm te laten glijden. Welk een extatisch genot. 'Zullen we er nog een nemen, Julius', zei Paul dan. En dat deden we. Wat een simpel genoegen.

Maar dat is nu wel anders geworden. Ik heb me namelijk eens grondig verdiept in de duurzame visserij.
En nu wil ik van Martin Buutveld, de haringboer op het Buitenhof, eerst van alles weten over onze harinkjes.
'Deze pelagische vissoort is toch wel gevangen volgens de span-zegenmethode?', vraag ik hem en blik hem dwingend in de ogen. 'Je weet toch wel, Martin. Volgens de staandewantmethodiek. Waarbij de zegen als een gordijn in het water hangt met gewichten aan de onderste kant en praalwagens aan de bovenste. Nou? Nou?'

 


'Dat weet ik niet hoor', zegt Martin dan. 'Mijn haringen zijn, dacht ik, voorzien van het Marine Stewardship Councilkeurmerk. En voor de rest zal het me worst wezen.'
Dat is een wat merkwaardige uitspraak voor een haringboer. Maar Brabantse varkensfokkers kweken tegenwoordig in plaats van varkens herbivore meervallen. Dus enige branchevervaging mag Martin niet kwalijk worden genomen.
'Aha', roep ik opgelucht. 'Een MSCkeurmerk'. 'Prachtig. Maar welke garantie heb ik, dat deze parel van de Atlantische Oceaan geen verholen pacifische sprot is? Of een asielzoekende rolmops? Of een Chinese bokkes? Nou? Nou?.
En wie garandeert me dat mijn zilveren knuffel-schubje niet via de snurrevaad methodiek met het ankerzegen meedogenloos en nietsontziend door lijnen en touwen is opgejaagd? Of als bijvangst per abuis in de verkeerde visafslag terecht is gekomen?'
'Ik zou het niet weten', zegt Martin. 'En eet je haring nou op want anders bederft-ie nog na al die duurzame oplossingen voor overbevissing.'

Maar eenmaal bezig met het instandhouden van de natuurlijke hulpbronnen weet ik van geen ophouden.
'Ik zie, dat je ook koolvis in je kraam hebt. Komt die wel uit Alaska? En die forel daar? Weet jij wel dat vissen die gekweekt zijn in intensieve recirculatiesystemen per kilo zeven kilo wild gevangen vis opeten? Nou? Nou? Dat wist jij niet hè? En daar? Wat zie ik daar naast die forel liggen? Is dat geen tong? Wist jij, dat per kilo gevangen tong acht kilo andere dode vis gewoon weer overboord wordt gekieperd? Nee hè. Dat wist jij ook niet hè?

Nou. Ik weet het wel. Sinds kort. En ik kan je zeggen: ik hield van vis. Ik hield ongelooflijk veel van vis. Laatst heb ik nog een kleine mossel geadopteerd die geen ouders meer had. En heb ik nog een Schotse Sint Jacobsschelp gered vlak voordat iemand op het punt stond zijn witte, rolronde sluitspiermassa met een mes los te maken door hem onder in de buitenste rand te snijden alvorens hem levend te stomen. Gisteren nog heb ik mijn goudvis een kom met 250 liter water gegeven. Jawel. Want goudvissen kunnen wel 30 tot 40 jaar oud worden. Maar in een te kleine kom nokken ze al na een paar weken af. Nee. Ik ben de laatste van wie je kon zeggen dat-ie niet van vis hield.
Maar nu. Met al die viswijzers, die continueerbare exploitatie van onze natuurlijke hulpbronnen en al dat respect voor het leefmilieu… ik krijg er geen hap meer van door mijn keel.

 

Bel voor informatie over de volgende Derde Dinsdag:
(070) 30 50 286

 


 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.