|

|
De Derde Dinsdag, het
milieucafé van Den Haag |
|
 |
|
|
De presentatie is zoals gebruikelijk
in handen van Aukje van Roessel en Stef de Niet. Julius
Pasgeld verricht weer de welgemikte aftrap met een gesproken
column.
Milieucafé De Derde Dinsdag: 17 april, van 17.00-18.30
uur in café De Ooievaer in het atrium van het stadhuis,
Spui 70, direct rechts van de ingang. Toegang gratis. |
|
Verslag van 20 maart
2007: |
|
Monopoly en Stratego tegelijk
klik hier voor de column van Julius Pasgeld
|
Morgen - donderdag 22 maart - wijdt de raadscommissie VBO een werkbespreking aan het boek 'What If?', een fraai vormgegeven 'ontwikkelingsgids voor de wijk het Oude Centrum gezien vanuit het voetgangersperspectief'. Van de samenstellers - bureau Beelding, Situ Architecten en Radiante - was architect en stedenbouwkundige Erik de Jong in het milieucafé aanwezig om een toelichting te geven.
"Wij missen een integrale, samenhangende visie op Het Oude Centrum. Op verzoek van de Haagse Stadspartij hebben we een visie puur vanuit de voetganger geschreven. Hiermee laten we zien wat voor mogelijkheden zouden ontstaan wanneer de voetganger ruim baan zou krijgen. De voetganger heeft decennialang veel terrein moeten prijsgeven, vooral aan de auto. Als je het stadhuis hier aan de voorkant verlaat, kom je nota bene in een expeditiestraat terecht! Wij suggereren om die om te vormen tot een wandelroute. Voor bevoorrading zouden dan venstertijden moeten worden ingesteld."
|
|
|
|
Bob Molenaar van de Fietsersbond vindt dat het boekje veel leuke, inspirerende ideeën bevat. Zoals speelzones langs grachten en 'publieke landschappen' op daken van gebouwen, waar mensen kunnen zonnen, kamperen en zelfs tennissen. Maar de fiets schittert door afwezigheid. Die bevoorradingsstraat - de Gedempte Gracht en de Gedempte Burgwal - is voor fietsers vanuit het westen nu juist de kortste route naar het stadhuis en het Centraal Station. Over de Veerkades kan je vanwege de luchtkwaliteit maar beter niet fietsen en de Grote Marktstraat is een voetgangersdomein geworden. Terwijl die nota bene deel uitmaakt van een hoofdfietsroute.
|
|
|
De Jong ervaart weinig problemen met het fietsen in de Grote Marktstraat. En ook Henk Heeger, oud-voorzitter van de Voetgangersvereniging afdeling Den Haag, heeft de indruk dat het wel losloopt. "Ik was tijdens de afgelopen sinterklaasperiode in de Grote Marktstraat. In de zee van winkelend publiek zie je dan wat fietsers die wanhopige pogingen doen erdoorheen te komen. Maar doorgaans gaat het geloof ik wel goed, ondanks dat scheldpartijen niet van de lucht zijn. Mensen moeten gewoon wat meer wederzijds begrip tonen."
|
Het gaat nu inderdaad wat beter met de Grote Marktstraat, meent Molenaar. Maar dat komt door de herinrichting, nadat de meeste klachten via Fiets in de knel juist deze (autovrije!) straat betroffen. Het blijft echter een feit dat menging van deze twee langzaamverkeersstromen problemen oplevert. Het Buitenhof heeft nu ook een uniform wegdek gekregen, zodat voetgangers daar nu ook midden op de weg lopen. En de meeste voetgangers lopen in de binnenstad met een recreatief doel, terwijl fietsers ergens naartoe onderweg zijn. Voor voetgangers valt inderdaad een hoop te verbeteren, maar fietsers hebben nog altijd meer reden tot klagen, vindt hij.
|
| |
De Jong is van mening dat het ook fietsers ten goede komt als er meer ruimte geschapen wordt. Een herinrichting van de binnenstad conform de ideeën uit What If? biedt ontwikkelingskansen voor achterliggende straten. De Avenue Culinaire bijvoorbeeld - de Bierkades - zou veel meer aanloop kunnen hebben als de verbinding met de Grote Marktstraat beter was. De samenstellers van What If? hopen dat, als de voetganger meer ruimte beschikbaar krijgt, de afsluiting van veel binnenterreinen weer ongedaan kan worden gemaakt. "Inderdaad, overal die hekken, dat is toch erg?", verzucht presentator Stef de Niet.
In de zaal wordt verschillend gedacht over de noodzaak om fietsers en voetgangers fysiek te scheiden. Maar in ieder geval is huisarts Niek Heering er helemaal vóór: verkeersstromen die door elkaar krioelen zijn voor slechtzienden bijzonder gevaarlijk.
|
Over naar het tweede onderwerp: de verrommeling van bedrijventerreinen en wat daartegen te doen.
Afgaande op wat hij erover zegt, moet dit voor Henk Kool, de Haagse wethouder van werkgelegenheid en economie, wel een hoofdpijndossier zijn. Ook hij kent die terreinen die door Julius Pasgeld zo treffend geschetst zijn. "Maar in de stad bevinden zich nu eenmaal bedrijven die je daar niet kunt hebben. Milieu-eisen zijn daarbij het belangrijkste obstakel. Tot en met milieucategorie 3 kan het nog, maar daarboven wordt het onmogelijk. Denk aan de Pametex. Probleem is echter wel dat randgemeenten ook niet zitten te wachten om een autosloperij binnen hun grenzen te halen. Toch wil je dat die bedrijven in de buurt blijven vanwege de werkgelegenheid."
|

|

|
Pieter van Genugten, hoofd Economische Zaken van het Stadsgewest Haaglanden, plaatst een relativerende kanttekening: "Hoewel die overlast ook subjectief is. Inwoners van Delft zijn zo ongeveer gehécht aan de geur van DSM!" Van Genugten merkt op dat Haaglanden zeker niet ongelimiteerd ruimte op bedrijventerreinen uitgeeft. Maar daarmee ontstaat het risico dat bedrijven de regio vaarwel zeggen.
Tijs Breuer van de Milieufederatie Zuid-Holland wijst erop dat op bedrijventerrein Forepark bedrijven zitten die óók in de stad gevestigd hadden kunnen worden. En zo kent hij meer voorbeelden van ondernemingen die uit de stad verdwijnen terwijl dat eigenlijk niet nodig zou zijn.
|
"Helemaal waar", vindt Kool. "In de Schilderswijk zaten veel bedrijfjes. Bij de stadsvernieuwing in de jaren '80 moesten die weg en veel ervan zijn compleet opgedoekt. Daarbij is veel werkgelegenheid verloren gegaan. Dat was fout. Dat gaan we anders doen en ik wil proberen die fouten uit het verleden ongedaan te maken. Maar het is lastig."
"Dat er woningen worden teruggebouwd waar eerst een bedrijf stond is niet vreemd, want woningen leveren meer op. En die bedrijven verdwijnen naar een plek buiten de stad, waar ze ruimte hebben om uit te breiden, geen last bezorgen aan omwonenden en waar ze ook nog eens goedkoper kunnen bouwen."
|

|
Breuer vraagt zich af of er niet minder aan de markt moet worden overgelaten. Kunnen gemeenten niet zelf de terreinen ontwikkelen – op een hoogwaardige manier – en er gebouwen neerzetten?
Kool: "De leegstand is groter dan de vraag. Toch wordt er nog steeds gebouwd. Ik heb die bedrijven niet aan een lijntje, en van de provincie valt ook niet veel te verwachten. Wat ik doe is Monopoliën en Stratego tegelijk." Kool wijst erop dat de gemeente de onrendabele top in bedrijventerrein Harnaschpolder voor haar rekening neemt om elders bedrijven te kunnen uitplaatsen. "We willen juist concentreren."
|
Breuer ziet in Wateringse Veld nog wel ruimte voor bedrijven. Kool beaamt dat. "In Den Haag Zuidwest wil ik ook meer milieuvriendelijke werkgelegenheid terugbrengen. In een gedeelte van het voormalige Stevin Lyceum neemt een dépendance van Het Koorenhuis z'n intrek. In de rest van het gebouw kunnen bedrijfjes een plek vinden." Of er meer detailhandel in Zuidwest moet komen, zoals Breuer suggereert, betwijfelt de wethouder: "Het is een veeg teken dat de Albert Heijn van de Leyweg verdwenen is."
Kool antwoordt op een vraag vanuit de zaal dat het bedrijventerrein Kerketuinen/Zichtenburg geüpgraded wordt, met zo efficiënt mogelijk ruimtegebruik. Maar, tekent hij daarbij aan, ongestructureerdheid heeft ook z'n charmes. "Daar kunnen juist initiatieven ontstaan."
|
Kool staat een duidelijk beleid voor ogen: het faciliteren van bedrijven die daadwerkelijk bijdragen aan de werkgelegenheid en de mobiliteitsbehoefte niet vergroten. Opslag biedt geen meerwaarde. "Naarmate mensen minder opgeleid zijn, zijn ze minder mobiel", weet Kool. "En Den Haag heeft veel laaggeschoolde werkzoekenden. Ik probeer dus laagwaardige arbeid zo dicht mogelijk bij de stad te houden."
Tom Pitstra van het Haags Milieucentrum benadrukt tot slot het belang van dubbel ruimtegebruik en vraagt zich af of de gemeente daarnaar niet eens een studie moet laten doen. Hij wordt op zijn wenken bediend. "Met die studie zijn we nu bezig", meldt Henk Kool.
Tot zover deze discussie tussen mensen die het eigenlijk volkomen eens zijn: aan de aanwas van lelijke, rommelige bedrijventerreinen moet liever vandaag dan morgen een einde komen. En tegelijk weet iedereen dat dit bij gebrek aan regie wel een droombeeld zal blijven…
|
|
|
|
Het volgende milieucafé wordt gehouden op dinsdag 17 april. Zelfde tijd, zelfde plaats.
|
| |
Julius
Pasgeld: Enkelbanden en verwijderingsbijdragen
Ik zal u vanmiddag nu eens haarfijn, eerlijk en onverbloemd zeggen wat ik van de huidige bedrijventerreinen vind. Iedere keer denk ik dat we het lelijkste op dat gebied nu wel hebben gehad. Maar steeds als ik per ongeluk langs een nieuw bedrijventerrein kom, of, erger nog, erin verdwaal, laat ik mij opnieuw verrassen door een troosteloosheid, die mij nog droever stemt dan de vorige troosteloosheid. Iedere keer als ik per ongeluk langs een nieuw bedrijventerrein kom, of erger nog, erin verdwaal, laat ik mij opnieuw verrassen door een uitzichtloosheid die mij nog meer verstikt dan de vorige uitzichtloosheid. Iedere keer als ik per ongeluk langs een nieuw bedrijventerrein kom, of, erger nog, erin verdwaal, laat ik mij opnieuw verrassen door een geestelijke en culturele armoede, waarvan ik de aanwezigheid wellicht vermoedde in de hoofden van de wat minder ontwikkelde medemens, maar niet in die van architecten, opdrachtgevers en captains of industry.
Toch moeten er een opmerkelijke reeks onwaarschijnlijkheden vooraf zijn gegaan aan de oprichting van bedrijventerreinen.
|

|
Ten eerste: de bedrijventerreinen moeten zijn ontworpen zijn door architecten die helemaal wég waren van de mogelijkheden van beton, beton en alleen maar beton en zich iedere keer weer met de allergrootste inzet hebben laten inspireren door verpakkingen in de supermarkt, verpakkingen in de supermarkt en alleen maar verpakkingen in de supermarkt.
Ten tweede: er moeten steeds commissies voor ruimtelijke ordening zijn geweest die een buitengewone onverschilligheid aan de dag hebben gelegd voor hun verantwoordelijkheden jegens het nageslacht. De leden van dergelijke commissies moeten hebben gedacht: weet je wat? We hebben vanaf het jaar 1200 al eeuwenlang zoveel mooie gebouwen neergezet. Laten we nu, vanaf 1970, maar eens een paar eeuwen wat lelijks nemen.
Ten derde: er moeten toch wel een heleboel ambtenaren en gemeenteraadsleden zijn geweest die hebben gezegd: zo’n bedrijventerrein is goed voor de economie van morgen tot overmorgen. En daarna ben ik toch met pensioen. Dus: waarom niet?
Dames en heren. Het moge duidelijk zijn. De huidige bedrijventerreinen in het groen zijn als de remsporen in het zijden slipje van moeder aarde.
Het is dus de hoogste tijd voor aktie.
Ik stel u daarom het volgende pakket maatregelen voor:
- Op alle bedrijfsgebouwen, kantoren en torenflats wordt, voordat ze worden gebouwd, een verwijderingsbijdrage geheven. Te betalen door de projectontwikkelingsmaatschappijen zelf. In de bijdrage zitten de totale kosten voor de sloop van het betreffende gebouw benevens de uitkoopsommen van eventuele bewoners. Ik stel voor deze laatste post een bedrag voor van, pak hem beet en toch niet helemaal toevallig, 40.000 euro per persoon. Het heffen van een verwijderingsbijdrage op gebouwen heeft tot voordeel dat een gebouw reeds een maand, misschien wel een week en zelfs een dag nadat het klaar is, weer kan worden gesloopt zonder kosten voor de samenleving.
Waarom zou de eerste de beste boerenlul een verwijderingsbijdrage voor
zijn wasmachine betalen en een projectontwikkelaar voor zijn
bedrijfsgebouw niet?
- Er dienen in Nederland een 15-tal uitdrukkelijk omschreven gedoogzones te komen. Dit zijn enclaves waar bepaalde wethouders en projectontwikkelaars hun gang kunnen gaan zonder lastige inspraak van bewoners of adviezen van welstandcommissies. In de gedoogzones zal het krankzinnigste nog niet krankzinnig genoeg zijn. Alles mag. Alles kan. Inwoners die, net zoals die wethouders en projectontwikkelaars, liever autistisch zijn dan normaal, kunnen er, met een speciale vergunning, wonen en werken.
Uitdrukkelijk zal in de wetgeving worden vastgelegd, dat buiten de gedoogzones alle gebouwen normale, mensvriendelijke, cultureel doordachte proporties zullen hebben. Zodat een menswaardige ontwikkeling een normale zaak blijft.
- Projectontwikkelaars, wethouders, gemeenteraadsleden en ambtenaren die
te maken hebben met projecten in de gedoogzones zullen de toegang
worden ontzegd tot gebieden waar het nog enigszins groen en aangenaam
toeven is.
Zij zullen worden uitgerust met elektronische enkelbanden. Deze
enkelbanden geven een signaal af, als zij toegeven aan de verleiding zich
te bevinden in gebieden waar het nog mooi is. Onverwijld zullen zij dan
worden opgepakt en in hechtenis genomen.
Verwijderingsbijdragen, gedoogzones en elektronische enkelbanden.
Ik geef toe, het zijn onsympathieke maatregelen.
Maar hoe komen we anders van die rotzooi af?
|
|
| Bel voor informatie
over de volgende Derde Dinsdag:
(070) 30 50 286 |
|
|
 |
 |
 |
| Neem een gratis
abonnement
op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu,
of klik hier voor de elektronische
versie.
|

|
 |