|

|
De Derde Dinsdag, het
milieucafé van Den Haag |
|
 |
|
 Naar
verslagen van eerdere milieucafé's
|
Verslag van het milieucafé
van januari 2009
klik hier
voor de column van Julius Pasgeld |
|
Hoogtevrees en tramangst
De ‘Haagse Hoogte’ bedraagt momenteel 50 à 70 meter. Dat zijn zo ongeveer de bebouwingshoogtes in
de huidige hoogbouwzones (Nieuw Centrum, Beatrixkwartier en Scheveningen-Bad). Die hoogte zou wel eens fors opgekrikt kunnen worden (zie www.denhaag.nl/smartsite.html?id=10425 en de column van Julius Pasgeld.
“Hoogbouw is door het efficiënte ruimtegebruik bij uitstek geschikt om de toenemende druk op de ruimte te verlichten”, aldus de gemeente (www.denhaag.nl/smartsite.html?id=10426).
Het Haags Milieucentrum is niet per se voor of tegen hoogbouw, aldus Tom Pitstra van het HMC in zijn inleiding tot de discussie. Maar áls je hoog bouwt, doe het dan in elk geval op een duurzame manier. En het moet wel leiden tot verdichting, want daarmee spaar je het groen rond de stad.
Een belangrijke vraag luidt dan ook: leidt hoogbouw inderdaad tot verdichting? Om nog maar te zwijgen van de onwenselijkheid van de aantasting van de historisch gegroeide Haagse skyline.
|
|
|
Architect Hans Kuiper van KOW X / International (www.kow.nl/kowx) vindt het “verschrikkelijk onverstandig” om hoogbouw en verdichting aan elkaar gelijk te stellen. Hij vindt in het algemeen dat stedelijke gebieden heel intensief bebouwd moeten worden, maar dat kan op verschillende manieren. Om hoger dan gemiddeld te bouwen moet een noodzaak aanwezig zijn. Maar, aldus Kuiper, “er is niets op tegen om hier en daar hoger te bouwen dan de omgeving.” |
Eveline Blitz van de vereniging Vrienden van Den Haag heeft niets tegen hoge kantoorgebouwen. Maar hoge woongebouwen in woonomgevingen, dat is een heel ander verhaal. “Gezinnen voelen zich daarin vervreemd, er is overlast van wind en tocht en buitenzonwering is niet mogelijk. Den Haag wordt gekenmerkt door vijf, zes woonlagen, met uitschieters naar acht”. Blitz wijst erop dat hoog bouwen niet per se efficiënter is, aangezien hoge bebouwen veel open ruimte nodig hebben. “Gestapelde bouw, zoals het Couperusduin, is het meest efficiënt.”
|
 |
|
|
Frank Poppe (PvdA-raadslid) benadrukt dat de ruimte in de stad zo efficiënt mogelijk benut moet worden. En als gezinnen niet in hoogbouw zouden willen wonen, zou de markt zulke woningen ook niet meer bouwen.
|
Voor Karsten Klein, voorzitter van de CDA-raadsfractie, is de grote vraag welke bevolkingssamenstelling je in de stad wilt hebben. “Er is en wordt in deze stad te weinig voor gezinnen gebouwd”, vindt hij. “Daarom zijn zo veel mensen naar de randgemeenten getrokken. Er is veel vraag naar grondgebonden woningen, maar die worden nauwelijks gebouwd. Het CDA is voor méér grondgebonden woningen.”
|

|
“Maar die nemen veel ruimte in”, repliceert Poppe. En het is nog maar de vraag of die vraag naar grondgebonden woningen blijft. We kunnen beter proberen een gezond evenwicht te vinden.”
Tom Pitstra is het daarmee eens. Hij wijst erop dat volgens demografische gegevens het aantal gezinnen zal teruglopen, dus daar hoeft niet voor gebouwd te worden. Het Haags Milieucentrum ziet het meest in gestapelde appartementen.
|

|
Een opmerking van Eveline Blitz van de Vrienden van Den Haag in dit verband willen we u niet onthouden. “Een specifiek Haags verschijnsel is dat 40 à 50 procent van de duurdere appartementen gebruikt wordt als pied-à-terre door mensen van buiten de stad.”
En Hans Kuiper kondigt de instorting van de koopmarkt in, zoals blijkt uit de razendsnelle switch in opdrachten die zijn bureau ontvangt: “We krijgen weer een huurmarkt, de hele koopmarkt valt weg.”
|

|
Waarna presentator Stef de Niet de zaalmicrofoon ter hand neemt om het publiek aan het woord te laten. Daarin bevindt zich onder meer stedenbouwkundige Kreutzberger, die Blitz gelijk geeft in haar opmerking dat gestapelde bouw tot het meest efficiënte ruimtegebruik leidt. En daar komt voor hem nog iets bij. “Moet Den Haag allure nastreven door andere steden te kopiëren, of willen we het eigen profiel van de stad behouden?”
|
Over naar het tweede onderwerp: hoe (on)veilig zijn trams in Den Haag? De laatste tijd zijn we opgeschrikt door diverse ernstige ongevallen, soms met dodelijke afloop. Een trend of toeval? En wat te denken van het rapport dat de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid in 2003 het licht deed zien? De conclusie luidde dat de tram zeer veilig is voor inzittenden, maar ónveilig voor het overige verkeer.
|

|
Daan Goedhart van de Fietsersbond afdeling Haagse regio is altijd heel alert op trams. In zijn tijd als inwoner van Hilversum heeft hij de stoomtram ‘de Gooise Moordenaar’ nog meegemaakt, en respect voor de tram is hem altijd bijgebleven. Als fietser hoort hij de tram altijd wel aankomen, maar met tramrails blijft het altijd uitkijken. En trams mogen best wat langzamer rijden in gebieden met veel langzaam verkeer, zoals rond de Grote Kerk.
Frank Wetters van de HTM ziet het probleem niet zo: “Op ruim 9 miljoen tramkilometers per jaar vinden ongeveer zestig ongelukken plaats. Elk ongeluk is er één te veel, maar we zijn buitengewoon veilig.”
|

|
Jan van Male van ROVER, de vereniging van reizigers in het openbaar vervoer, beaamt dat: “Vergeet dat SWOV-rapport alsjeblieft, dat was heel onwetenschappelijk. Ongelukken worden vaak veroorzaakt door onoplettendheid van andere weggebruikers. Beíde partijen, zowel de trambestuurder als de andere weggebruiker, moet uitkijken. Neem van mij aan dat de HTM heel alert is op bestuurders die het niet zo nauw nemen met de veiligheid.”
Wetters vult aan dat de vervoersonderneming op afstand kan zien of een bestuurder bijvoorbeeld een stoplicht negeert. |
SP-raadslid Willemijne Moes denkt dat de complexiteit van veel verkeerssituaties in Den Haag een belangrijke rol speelt. En natuurlijk ook dat veel fietsers tegenwoordig dopjes van bijvoorbeeld een I-Pod in hun oren hebben.
|

|
“Precies”, beaamt Wetters. “Wij analyseren ieder ongeluk en de onachtzaamheid van overige verkeersdeelnemers, inclusief auto’s, lijkt toe te nemen. Bijvoorbeeld door mobiel bellen en het luisteren naar I-Pods. De snelheid van de trams is het probleem niet; die ligt gemiddeld rond twintig km/u.”
|

|
“Veel ongelukken gebeuren juist bij lage snelheden”, weet Van Male, die een krantenartikel memoreert dat hij onlangs las. Hulpverleners beklaagden zich erover dat automobilisten hun radio vaak zo hard hebben staan dat ze de sirenes niet kunnen horen. Van Male ziet onverwacht gedrag als een rode draad in de ongelukken waarbij trams betrokken zijn.
Wetters vertelt dat de HTM werkt aan een voorlichtingscampagne, primair voor scholen, om bewustwording te creëren. Dus wijzen op de lange remweg van trams, zorgen dat je kan horen wat er om je heen gebeurt en dergelijke. Moes ziet ook een mogelijkheid om leerlingen te trainen in het verkeersexamen en Van Male benadrukt: “Zeg nóoit tegen een kind ‘het is groen, dús het is veilig. Je moet áltijd uitkijken!”
Presentator Stef de Niet oppert een idee: laat de HTM ervoor zorgen dat kinderen kunnen fietsen, want steeds meer kinderen kunnen dat niet. Inderdaad, beaamt Wetters, goed idee.
Nog wat losse punten naar aanleiding van vragen uit de zaal: Randstadrail is veiliger dan trams, onder meer omdat de voertuigen zijn uitgerust met een ‘bots-proof’ neus; over een jaar of vier zal de complete tram’vloot’ zijn vernieuwd en ook met dergelijke neuzen rondrijden; het onder de grond brengen van tramlijnen is onbetaalbaar en (aldus van Male) ook onwenselijk omdat dat leidt tot veel minder op- en uitstapplaatsen, dus veel langer lopen.
Het volgende milieucafé is op 17 februari
|
|
Julius Pasgeld: Hoogbouw
Den Haag staat aan de vooravond van een ingrijpende koerswending. De komende paar jaren zullen gaan uitwijzen wat het wordt:
Òf een beschaafde, vooruitstrevende, groene stad met voornamelijk laagbouw, gelegen achter een prachtig duingebied. Een moderne stad dus, waar de belangen van de bewoners voorrang krijgen boven die van het eigenbelang van projectontwikkelaars en andere geldjagers.
Òf een megalomane, schreeuwerige stad waarvan je de hoogbouw vanaf Amersfoort en Harwich al op je af ziet komen. Waar de leefbaarheidspartijen de komende decennia in tal en last zullen groeien. En waar de centen in de gemeenteraad al verdeeld zijn, lang voordat de inwoners daar ook maar iets over te zeggen krijgen.
|
|
Een maand geleden heeft onze Lieve Heer zelve, drie plekken in Den Haag aangewezen waar projectontwikkelaars ongebreideld hun gang mogen gaan. Ze mogen daar zo hoog bouwen als ze willen. Namens wie zijn die drie plekken aangewezen? En waarom juist drie? En geen vijftien? Of zeven? Of nog mooier: waarom geen nul?
Afgezien van die drie plekken heeft de Almachtige Schepper de rest van Den Haag onderverdeeld in delen waar de nieuwbouw ook omhoog kan. Maar niet onbeperkt. Er mag daar tot vijftig meter hoog worden gebouwd. Met uitschieters. Die niet nader worden benoemd. En tenslotte wordt gedecreteerd dat op weer andere plekken mag worden gebouwd tot vijftig meter zonder uitschieters.
Natuurlijk heeft onze Lieve Heer dat allemaal niet gedaan. Dat heeft het college gedaan. Maar omdat Onze Lieve Heer ook nooit van te voren wat aan zijn nietige schepsels heeft gevraagd moest ik aan Onze Lieve Heer denken. Begrijpt u wel? Drie plekken waar ze zo hoog mogen bouwen als ze maar willen. Hebben ze u, in deze aller- allerbelangrijkste stedelijke kwestie van de afgelopen en de komende twintig jaar eigenlijk al gevraagd wat u ervan vond?
Maar er is troost. Pasgeld biedt u de volgende oplossing:
Ruim voordat het college een bouwplan, hoger dan 10 meter, laat realiseren, dienen de volgende cijfers en indexen te worden overlegd aan de omwonenden in een straal van 800 meter.
- Het schaduwpercentage. Dat is het percentage schaduw, dat er over het gehele jaar genomen, gemiddeld per etmaal meer zal zijn, dan dat er voor de realisatie van het bouwplan was.
- De tocht-coëfficent. Dat is het cijfer, dat de toename van de tocht aangeeft na de realisatie van het bouwplan.
- Een vallende-voorwerpenclausule. Dat is een garantie van de gemeente, dat alle schade door vallende voorwerpen uit de te realiseren bouw, materieel zowel als immaterieel, voor honderd procent door de gemeente zal worden vergoed uit de post Onvoorzien.
- Een geluiden-index. Dat is een inventarisatie van alle geluiden, zoals daar zijn: gefluit, gezoem, gekraak, geschreeuw zowel als muziek van boven- beneden- en naaste buren, gebonk, gehijg en al het andere geluid, dat er nog niet was vóór de realisatie van het bouwplan maar er mogelijk daarna wél is.
- De depri-factor. Bij ieder bouwproject, hoger dan 40 meter, zal met behulp van het EPD, het Electronisch Patientendossier, de toename van depressieve klachten van omwonenden binnen een straal van 2,5 kilometer worden gemeten. Deze depri-factor, uitgedrukt in het aantal gevallen per hectare, binnen een straal van 2,5 kilometer van het bouwproject, zal iedere keer aan alle omwonenden van een nieuw bouwproject, hoger dan 40 meter moeten worden voorgelegd.
Na zorgvuldige en eerlijke consultatie van de cijfers en indexen zoals zojuist genoemd onder a tot en met e, zullen de omwonenden, zijnde de uiteindelijke echte belanghebbenden, dan tenslotte een doorslaggevende stem hebben in de goedkeuring van de bouwplannen.
Zó zou het moeten gaan in een stad die z’n inwoners respecteert Zó zou het moeten gaan in een stad die dolgraag het Huis van de Democratie binnen z’n gemeentegrenzen wil halen.
Maar nee. In het Den Haag van vandaag gaat het net andersom. Eérst bepaalt het college zelf de de plekken, de hoogte en het aantal. En als de hoogbouw er dan eenmaal staat mogen de bewoners de schaduw, de herrie, de tocht en de depressiviteit zelf vaststellen.
Dank u wel heer Norder, voor de bijzondere wijze waarop u uw taak opvat. Ik geloof niet in God. Maar als God onverhoopt toch blijkt te bestaan, moet u dat wel zijn.
|
|
Bel voor informatie over
de volgende Derde Dinsdag:
(070) 30 50 286 |
|
|
|
 |
 |
 |
| Neem een gratis
abonnement
op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu,
of klik hier voor de elektronische
versie.
|

|
 |