|

|
De Derde Dinsdag, het
milieucafé van Den Haag |
|
 |
|
Milieucafé De Derde Dinsdag: 19 februari van 17.00-18.30 uur, in
café-restaurant De Ooievaer, Spui 70 (ingang stadhuis en dan direct
rechtsaf).
|
|
Verslag van het milieucafé
op 15 januari 2008
klik hier
voor de column van Julius Pasgeld |
Naar eerdere milieucafé's
|
Hoe fietsvriendelijk is Den Haag?
Hoe fietsvriendelijk is Den Haag? Over die vraag bogen zich in het milieucafé van 15 januari 2008 1 raadslid, 1 ambtenaar, 1 belangenbehartiger van de fietsers en 1 medewerker van het Haags Milieucentrum (HMC). Gevraagd naar rapportcijfers vond het raadslid de fietsvriendelijkheid van Den Haag een 7,5 waard, de ambtenaar een 8, de fietser een 6 en de HMC-medewerker een 6½. Maar niet dan nadat Daan Goedhart van de Fietsersbond afdeling Haagse regio een Powerpointpresentatie had gegeven met daarin onder meer voorstellen voor alternatieve fietsroutes
|
|
|
De ambtenaar is Tristan Martin, gemeentelijk fietscoördinator. "Den Haag krijgt van mij een acht, want de stad beschikt over een goede fietsinfrastructuur en, mede dankzij Biesieklette, een prima stallingsbeleid. Zeker als je ons vergelijkt met de drie andere grote steden." Waarbij Martin niet duidt op de steden die in de Fietsbalans van de Fietsersbond met elkaar vergeleken zijn, maar uitdrukkelijk op de 'Grote Vier'.
CDA-raadslid Karsten Klein gaat een heel eind met hem mee. Ook hij roemt de stallingsvoorzieningen en de vrijliggende fietspaden. Maar voor fietsvriendelijkheid is natuurlijk nog wel iets meer nodig, vindt hij.
|
|
|
Dat lijkt Lennart van der Linde, projectmedewerker Mobiliteit van het Haags Milieucentrum, ook. Want hoe valt anders te verklaren dat er in Den Haag zo weinig gefietst wordt? Inderdaad, slechts zeven procent van de verplaatsingen gebeurt in Den Haag op de fiets, vult presentatrice Aukje van Roessel aan.
|
Volgens Martin is het heel moeilijk om de effecten van fietsbeleid te meten. Hoe krijg je meer mensen op de fiets? Leiden die alternatieve fietsroutes van de Fietsersbond tot meer fietsgebruik? Het verhogen van de parkeertarieven is effectiever dan fietspaden aanleggen. In hoeverre leidt een maatregel die het fietscomfort verhoogt ook tot meer fietsbewegingen? We doen in Den Haag van alles, juist omdat we niet goed weten waarop we moeten focussen, legt hij uit.
Dat zou echt eens goed uitgezocht moeten worden, vindt Klein. Maar Goedhart van de Fietsersbond heeft naar eigen zeggen wel een goed beeld van wat wel en niet werkt. "De demonstratieve fietsroute door de Weimarstraat uit de jaren '70 was heel succesvol. Maar die is afgebroken."
|
 |

|
Voor Klein staat in elk geval wel vast dat er méér moet gebeuren. "Het Meerjarenprogramma Fiets valt echt niet ambitieus te noemen. Die tien procent groei in het fietsverkeer in de afgelopen vier jaar is volgens ons autonome groei, en niet aan de inspanningen van de gemeente te wijten."
Van der Linde vindt dat de gemeente keuzes moet durven maken. Ze wil het fietsgebruik stimuleren, maar faciliteert tegelijk ook auto's. Dat kan niet. Waar wil de gemeente nu eigenlijk heen?
"Als je milieudoelen wilt bereiken met verkeersmaatregelen, moet je er inderdaad naar streven de verhouding in het gebruik van de verschillende soorten vervoersmiddelen te beïnvloeden", reageert Martin. "Maar we hebben er bewust voor gekozen om dat in het Meerjarenprogramma Fiets niet te doen, omdat daar de Nota Mobiliteit voor is die we nu voorbereiden."
|
Van der Linde ziet die nota met spanning tegemoet, en is heel benieuwd welke reductie in CO2-uitstoot ermee nagestreefd wordt. "Volgens het gemeentelijk milieubeleidsplan wordt 17 procent van de CO2-uitstoot veroorzaakt door het verkeer. Er ligt een afspraak tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Rijk dat die uitstoot wordt teruggebracht. Door terugdringing van het autoverkeer valt veel winst te behalen."
|
"Het Verkeers Circulatie Plan kan positieve effecten voor de fiets hebben", antwoordt Martin op de vraag hoe de gemeente mensen uit de auto en op de fiets zou kunnen krijgen. "En het openbaar vervoer níet gratis maken is ook beter voor de fiets." Waarna zich een korte discussie ontspint over de vraag in hoeverre de fiets en het openbaar vervoer elkaar beconcurreren. Klein vindt het moeilijk om tussen die twee vervoersstromen te kiezen. Voor Goedhart en Van der Linde staat vast dat gratis openbaar vervoer een deel van de fietsers verleidt om voortaan de bus of tram te nemen. Van Roessel verwijst naar Tilburg: de wethouder verkeer van die gemeente sprak zich uit tégen gratis openbaar vervoer omdat hij het voor jongeren beter vindt dat ze fietsen.
|
|
 |
Voor Goedhart is de kern van het probleem dat de fiets geen status heeft. Veel winkeliers denken dat fietsers armoedzaaiers zijn en zien veel liever automobilisten komen. Ten onrechte, want de koopkracht van fietsers is zeker niet minder.
Vervolgens is het woord aan de zaal. Die onder meer schande spreekt van de voor fietsers levensgevaarlijke inrichting van de Valkenboslaan en de Zuiderparklaan, van de te smalle fietsstroken waarop ouders niet naast hun kinderen kunnen fietsen, van de belabberde situatie op het Rijswijkseplein en het plein voor station Hollands Spoor, en voor het gebrek aan mogelijkheden om als fietser de A4 te kruisen.
|
 |
Langer wordt gepraat over de herinrichting van de Frederik Hendriklaan (waar geen fietsstroken zijn gekomen, omdat die op deze plek volgens de Fietsersbond alleen maar schijnveiligheid zouden brengen - wel is de parkeerruimte verbreed omdat auto's nou eenmaal steeds breder worden) en het gebrek aan opstelruimte bij veel kruisingen. Wie verzínt zoiets?, vraagt bezoeker Wil Bianchi zich af.
|
Fietscoördinator Tristan Martin is niet te beroerd om het boetekleed althans voor een deel aan te trekken. "Het is een ruimteprobleem. 2,5 Meter opstelruimte is er vaak gewoon niet. We gaan ervan uit dat kruisende fietsers rekening met elkaar houden. Bij wijze van experiment hebben we op verschillende kruisingen een kruis op het fietspad geschilderd, waar het vrijgelaten moet worden." Daan Goedhart voegt toe dat dankzij deze indeling fietsers vaker groen krijgen dan vroeger, maar heel erg gelukkig is hij er niet mee. Er zou ruimte gewonnen kunnen worden door iets aan de vele geparkeerde auto's te doen.
Tot slot de vraag van presentatrice Van Roessel hoe de fiets ook in Den Haag 'hip' gemaakt zou kunnen worden. Wat haar medepresentator Stef de Niet de reactie ontlokt: "Jammer genoeg hebben we in Den Haag geen hippe voorbeeldfiguren."
|
 |
|
|
|
|
|
|
Het volgende milieucafé is op dinsdag
19 februari.
|
| |
|
|
|
|
Julius Pasgeld: Fietsen in Den Haag
Soms zie je hem wel eens. Die man in Den Haag op de fiets. Die principieel iedere keer trouw stopt voor elk rood licht dat hij tegenkomt. Als het licht weer op groen springt begint hij zijn trappers weer moeizaam in de rondte te bewegen. De rug daarbij iets gekromd. En dan steeds sneller tot het volgende rode licht.
Nee. Die man ben ik niet. Ik ben zijn tegendeel zou ik zeggen.
Als bedaagde anarchist bezie ik het Haagse verkeer op de fiets als een vrijplaats voor protest tegen de overheid met z’n krankzinnige bemoeizucht. Op de fiets kruipt bij mij het bloed waar het de afgelopen duizend jaar niet gaan kon. Fietsen in Den Haag beschouw ik als een oefening. Om de zintuigen weer eens te leren waar ze ooit voor bedoeld waren. Mij te waarschuwen voor aanstormend geweld, dat ineens, zomaar vanuit het niets van alle kanten kan opduiken. Met de frisse wind door de haren denk ik dan: Ja. Zo moet de mens zich vroeger hebben gevoeld toen hij zich van alle kanten bedreigd voelde door de moordzucht van de wilde dieren rondom.
|
|
Mijn zintuigen op die manier scherpend stort ik me dan met veel plezier per fiets in het Haagse verkeer.
Oefenen doe ik vooral op het Rijswijkseplein. Jarenlange ervaring heeft me geleerd dat je per fiets dat plein gewoon het beste kaarsrecht kan oversteken. Ten eerste is dat de kortste weg met dus de minste kans op ongelukken. Ten tweede staat de helft van de tijd alle verkeer op dat plein toch stil om te wachten totdat er ergens eens een keertje een verkeerslicht op groen springt. In negen van de tien keer kan je het Rijswijkseplein per fiets dus gewoon diagonaal oversteken. In het tiende geval zie je het blikken onheil gelukkig al van verre aankomen zodat je tijdig maatregelen kan nemen zonder de bestuurders van de vehikelen te ontstemmen en zo raak je steeds verder gevorderd in je eigen cursus overleving. Wat een fantastische ontwikkeling voor lichaam en geest!
Het leuke van Den Haag is trouwens, dat het voor elke fietser wat wils heeft. Ben je geen anarchist maar juist een trouw aanhanger van de maatregelen die de lokale overheid voor fietsers heeft bedacht dan kom je in de drukke Grote Marktstraat ruimschoots aan je trekken. Hier heeft men namelijk op het wegdek een soort spoor gemaakt waarop het fietsers is toegestaan te fietsen. Maar zelfs helderzienden en paragnosten kunnen met geen mogelijk zien waar de grens is tussen het lopende, winkelende publiek, meestal beladen met karrevrachten consumptiegoederen enerzijds, en de vrolijk fluitende fietser die hier het recht aan zijn zijde weet anderzijds. Kon de anarchist op het Rijswijkseplein zijn oerinstincten kwijt, u begrijpt: in de Grote Marktstraat kan de gezagsgetrouwe fietser op ferme wijze zijn gelijk halen.
Hoe prachtig het fietsen in Den Haag voldoet aan de norm voor spanning en avontuur wil ik met een laatste voorbeeld illustreren:
Stelt u zich voor:
Ergens op het trottoir van de Haagweg in Rijswijk wil een voetganger in de kracht van zijn leven en de beschikking hebbend over het volle vermogen van zijn zintuigen, oversteken. Als slachtoffer van de elektronische-signalencultuur drukt hij daartoe op het knopje van het voetgangerslicht behorende bij de voetgangersoversteekzebra ter plaatse. Het is elf uur ’s avonds. In geen velden of wegen, niet in de lucht noch vanuit ondergrondse doorgangen is enig verkeer van welke aard dan ook te bespeuren. Dat staat allemaal vijfhonderd meter terug te wachten voor rood op de kruising met de Geestbrugweg. De voetganger denkt: steekt alvast over.
Als de voetganger in de kracht van zijn leven al lang en breed thuis thee aan het drinken is kom ik aangefietst op de ventweg van de Haagweg. En ja hoor. Dat kan mij weer gebeuren. (Maar u ook trouwens!) Juist op dat moment springt het verkeerslicht voor doorgaand verkeer op rood en dat van de voetganger die inmiddels thuis zijn tanden heeft gepoetst en in bed wat aan het lezen is, op groen. Daar sta je dan. Die ene fietser uit het begin van mijn verhaal zal wel stoppen. Want dat doet-ie altijd. De anarchist uit mijn verhaal rijdt natuurlijk door. Want dat doet-ie ook altijd. Maar u? Wat doet u, als ik vragen mag?
Nou. Ik weet het wel. Ik kijk nog eens overal goed of er echt niemand toch misschien nog komt aanrennen om op het laatste moment over te steken en rij door rood. Ik rij dan gewoon door rood. En beveel ieder gezond en weldenkend mens boven de twaalf jaar, dat ook te doen. Maar dan ineens, kan mij weer gebeuren (maar u ook!), springt daar een agent uit de struiken.
“Halt. In naam der wet”, roept hij of iets van gelijke strekking. "U bent om 23 uur op de Haagweg te Rijswijk op heterdaad betrapt bij het rijden door een verkeerslicht dat op rood stond. U krijgt hiervoor een bon."
“Zo, mooie hulpverlener", zeg je dan, want dat mag vast nog wel. Homo mag niet meer. Nee. Je mag geen homo meer tegen een agent zeggen. Ook al is hij het wel. Mooie hulpverlener mag nog net. Maar over een paar maanden ook niet meer. Over twee jaar mag je helemaal niets meer zeggen tegen agenten. Het is maar dat u het weet.
“Zo, mooie hulpverlener", zeg je dus nu het nog kan. “Wat een prachtig werk doet u. Het wordt hoog tijd, dat u daar eens wat meer voor betaald krijgt."
Ja. Ik bedoel maar. Terwijl de wereld om je heen aan het instorten is. De ijskappen smelten. Half Afrika uitgemoord wordt. Er per minuut 18 hectare bos aan het verdwijnen is. Terwijl de mensen door de wonderen van de techniek zo verwaand zijn geworden dat ze iedere zin voor realiteit hebben verloren, staat de overheid je te bekeuren terwijl je alleen maar aan het doorfietsen was toen er niemand aankwam.
En dan te bedenken, dat je in Den Haag voor dergelijke spanning en sensatie alleen met de fiets de deur maar even uithoeft.
|
|
|
|
|
|
Bel voor informatie over
de volgende Derde Dinsdag:
(070) 30 50 286 |
|
|
|
 |
 |
 |
| Neem een gratis
abonnement
op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu,
of klik hier voor de elektronische
versie.
|

|
 |