Derde Dinsdag archief  

 

 

Verslag 25 januari 2005
klik hier voor de column van Julius Pasgeld

Wachten op draagvlak of op de dood


Vandaag, 26 januari, praat de gemeentelijke commissie Duurzaamheid over het Plan van Aanpak Luchtkwaliteit. In Den Haag wordt op meer dan twintig wegvlakken de maximum toelaatbare concentratie stikstofdioxide (NO2) overschreden, evenals de concentratie Fijn stof (doorgaans aangeduid als PM10).
Een van de gebieden waar de overschrijdingen het ernstigst zijn, bestaat uit de Amsterdamse en Stille Veerkade. Twee woonstraten, waar ook de huisartsenpraktijk van Lies Knuttel gevestigd is.

Voor Dr. Knuttel is de afsluiting van de Grote Marktstraat en de omleiding van het autoverkeer over de Veerkades een farce: “Terwijl in de Grote Marktstraat vrijwel geen hond woont, ligt op de Veerkades de roet duimendik in de raamkozijnen. Gordijnen zijn in drie jaar volkomen zwart. Bewoners die zich geen dure luchtzuiveringsinstallatie aan de achterkant van hun woning kunnen veroorloven, plakken hun ventilatieroosters maar helemaal dicht.
Ikzelf houd, als ik op de Veerkades loop, al een doekje voor m’n neus. We gaan Bangkok of Hongkong achterna. Vijfduizend mensen sterven per jaar vroegtijdig door vervuiling als gevolg van het verkeer. In de grote steden worden 160.000 mensen blootgesteld aan normoverschrijdingen. En laat duidelijk zijn dat voor Fijn stof eigenlijk geen drempelwaarde bestaat. Medici spreken al over PM0,1, terwijl maatregelen zich beperken tot PM10.

Dat Plan van Aanpak Luchtkwaliteit schiet schromelijk tekort. De gemeente Den Haag pleegt passieve genocide als ze de gezondheidsklachten ten gevolge van het verkeer niet serieus neemt. De weegschaal slaat nog altijd door naar de economie. Wethouder Smits van duurzaamheid luistert alleen maar naar zijn grote broer Bruno Bruins van verkeer. Die man moet aftreden.”

Tineke van Nimwegen, voorzitster van de gemeentelijke Duurzaamheidscommissie, beaamt dat de maatregelen uit het Plan van Aanpak onvoldoende zijn. Zij pleit voor een gedegen onderzoek naar mogelijkheden om het autoverkeer van de Veerkades – en van enkele andere plekken – te weren.

 

Bent u bereid de binnenstad af te sluiten, wil presentator Stef de Niet van CDA-raadslid Birgit Homan weten.
“Dat lijkt me niet de oplossing”, aldus Homan, onder verwijzing naar het ‘waterbedeffect’. “Het autoverkeer zoekt dan andere wegen. Maar het is duidelijk dat er snel iets moet gebeuren. Ik heb de indruk dat het draagvlak toeneemt. Zonder draagvlak staat de overheid machteloos.”

Onder de vele aanwezigen in de zaal bevindt zich Jan van den Brink van de Werkgroep Verboden Doorgang. De werkgroep had op de Europese Autovrije Dag een ludieke actie op de Veerkades gevoerd, maar werd al na een kwartier door de politie weggejaagd. De gemeente zou haar eigen verkeersplan eens serieus moeten gaan nemen, aldus een boze Van den Brink. De Utrechtsebaan zou geen aansluitingen moeten hebben op de Centrumring. En dat de Grote Marktstraat al is afgesloten voor auto- en busverkeer terwijl de Centrumring nog niet voltooid is, is in strijd met de afspraken.

Van Nimwegen ziet afsluiting van de Veerkades vooralsnog niet als de juiste oplossing. “Dat leidt tot sluipverkeer, juist omdat die Centrumring en de Binnenruit nog niet op orde zijn.”

Knuttel constateert bitter dat het binnen de gemeente aan een visie op verkeer ontbreekt, maar gelukkig zit ook Hans Ouwejan aan tafel. Hij maakt deel uit de Duurzaam Mobiel en is lid van het Duurzaamheidsberaad van het landelijke CDA. Anders dan zijn christen-democratische college Homan vindt hij dat er ook zonder draagvlak best mogelijkheden zijn. Zo is hij bezig met een burgerinitiatief voor openbaar vervoer dat helemaal uit de openbare middelen betaald wordt. Ook het Atheense model – de ene dag mogen auto’s met oneven kentekennummers rijden, de andere dag met even nummers, zou overwogen kunnen worden. “In elk geval moet de gemeente volledig stoppen met het faciliteren van het autogebruik”, vindt Ouwejan. “Niets meer erbij voor auto’s!”
Daan Goedhart van de Fietsersbond merkt van achter de zaalmicrofoon op dat de grootwinkelbedrijven in het centrum zich helemaal op de automobilist richten. En dat terwijl uit een recent onderzoek weer eens is gebleken dat het vooral de hogere inkomensgroepen zijn die fietsen.
“Fietsers worden eigenlijk dubbel gestraft”, merkt Knuttel schamper op. “Want fietsers en sporters ademen dieper, zodat ze meer aan vervuiling worden blootgesteld.”

Frans van der Steen, directeur van het Haags Milieucentrum, vat de reden van de onwil onder politici in een notendop samen: politici worden gekozen door burgers, en de burger wil autorijden. “Dus dan toch maar een ketting over de Veerkades spannen?”, oppert presentator Hans Pars.

Hoog tijd voor een drankje om de keel te smeren, en op naar het volgende, evenmin erg vrolijke onderwerp: de zieke kastanjebomen in de Residentie.

39 Procent van de paardenkastanjes in Den Haag is aangetast door de mysterieuze ziekte, die leidt tot het losraken van de bast en daarmee tot de dood van de boom.
Hij wordt nu de ‘bloedingsziekte’ genoemd, vertelt Leendert Koudstaal, bomendeskundige bij de gemeentelijke dienst Stadsbeheer. De ziekte werd voor het eerst in Nederland gesignaleerd in 2002, maar onvoldoende als nieuwe kwaal onderkend. Eind september 2004 werd de ziekte in Den Haag ontdekt en hij verspreidt zich heel snel. Ook jonge bomen kunnen in twee, drie maanden sterven. De parels in de stad worden bedreigd. Den Haag heeft veel paardenkastanjes, omdat er in 1937, 1938 een iepziekte heerste. Toen zijn vele iepen juist door kastanjes vervangen.

Dick Polvliet van de Bomenstichting vindt die selectieve aantasting nu juist het meest mysterieuze van de ziekte. Sommige oude bomen blijven kerngezond, terwijl jonge het loodje leggen. Polvliet merkt op dat het sinds een jaar of tien mogelijk is om resistente iepen te kweken. Misschien zal dat met kastanjes ook ooit lukken. In elk geval moet de weerbaarheid van de in Den Haag aanwezige kastanjes worden versterkt. Den Haag zonder kastanjes is ondenkbaar, het zijn veelal monumentale bomen. Volgens Polvliet zou de ziekte een langetermijneffect van de zure regen kunnen zijn.

Koudstaal vertelt dat er op 10 december 2004 een bijeenkomst van internationale boomdeskundigen is geweest die een plan van aanpak hebben opgesteld.

Minister Veerman van Landbouw heeft zich bereid verklaard de kosten van een grootschalig onderzoek voor zijn rekening te nemen. Iets wat Joost Gieskes van de AVN als een positief signaal ziet na al die ellendige berichten over Den Haags markante bomen.
De maatregelen die de gemeente Den Haag nu gaat nemen zijn het wegsnijden van de aantastingen en het verbeteren van de bodem rond de bomen. Als uit DNA-onderzoek zou blijken dat er een verband bestaat met de iepenziekte, kan een vaccin snel ontwikkeld worden.
Evert de Niet van de Politieke Partij Scheveningen betreurt vooral de aantasting van de kastanjes op de Scheveningseweg. Aangezien de ziekte al voor het eerst in 2002 gesignaleerd is, vraagt hij zich af of men niet alerter had moeten zijn.

Belangrijker is echter de vraag hoe nu verder. Kunnen we in Den Haag nog wel kastanjes aanplanten totdat ze resistent tegen de mysterieuze bloedingsziekte zijn gemaakt? En is er een verband met de klimaatverandering, zoals Frans van der Steen van het Haags Milieucentrum veronderstelt? Door hogere temperaturen zou de schimmelgrens kunnen opschuiven, stelt Van der Steen, zodat schimmels niet meer doodvriezen en méér bomen hieraan ten prooi kunnen vallen.

Koudstaal beaamt dit, en noemt als aanvullend probleem dat schimmels steeds sneller muteren. Doordat er tegenwoordig zoveel internationale contacten zijn kunnen zich méér generaties schimmels ontwikkelen dan voorheen, met een navenant grotere kans op mutaties.

“Dan ligt de oplossing blijkbaar in het aanplanten van meer mediterrane, warmteminnende soorten”, vindt Dick Polvliet. “Zoals platanen, mimosa…”.
“Of in meer variatie binnen de aanplant in een en dezelfde straat”, oppert van achter de zaalmicrofoon ecoloog Henk Timmermans. “Daarmee spreid je het risico”.
Koudstaal kan dat niet ontkennen, maar wijst erop dat het niet leidt tot een mooi homogeen straatbeeld.
Unaniem hoopt men dat de geleerden de oorzaak van de ziekte snel weten te achterhalen en een remedie kunnen ontwikkelen. Tot die tijd rest alleen het zo goed mogelijk monitoren van de in Den Haag aanwezige kastanjes, waartoe presentator Hans Pars wijst op de website www.kastanjeziekte.wur.nl. Aan de hand van de foto’s op deze site kan iedereen gemakkelijk nagaan of een kastanje aan de gevreesde ziekte ten prooi is gevallen.

Julius Pasgeld: straatbomen

Het zal straks gaan over bomen. De meneer die mij altijd netjes van te voren informeert waar ik het over moet hebben sprak van ‘straatbomen’.
Je hebt straatkinderen, straathonden en straatmadelieven.
Alles met ‘straat’ ervoor is niet best. Straatkinderen zijn niet goed opgevoed. Straatmadelieven, dat is een ondersoort dat het zonder peeskamertje toch voor geld doet. En een straathond is het eindproduct van een inferieure kruising.
Alles met ‘straat’ ervoor staat in een kwade geur.

Zo spreekt men tegenwoordig kennelijk ook van straatbomen. Alsof het een inferieure, zich prostituerende, niet goed opgevoede boom betreft.
Ik maak daar ernstig bezwaar tegen.
Kunnen die bomen er wat aan doen dat het vruchtbeginsel hunner voorvaderen ooit toevallig in urbane grond tussen de Haagse straatstenen is gewaaid.
Ach nee. Zo gaat dat natuurlijk allang niet meer.

Straatbomen worden geplant. Straatbomen worden geplant door de jongens van de plantsoenendienst. En die jongens van de plantsoenendienst houden die bomen jarenlang goed in de gaten, alsof het hun eigen kinderen zijn.
Ach nee. Zo gaat het natuurlijk ook allang niet meer. Die goeie, ouwe plantsoenendienst bestáát helemaal niet meer. Nee, het planten van straatbomen wordt uitbesteed aan firma’s die snel even wat stekjes kopen, die in de grond pleuren, er een paal tegenaan zetten en er verder niet meer naar omkijken. Zo’n beetje zoals je tegenwoordig kinderen opvoedt, dus.
Maar evengoed kunnen die bomen er niks aan doen. Je zal daar in Boskoop maar allemaal netjes op een rijtje in een landelijke omgeving rustig staan te wachten tot je gekocht wordt en dat je dan de godsgloeiende pech hebt dat er zo’n patserige Haagse groenaannemer langs komt die het oog op je laat vallen. Je moet er toch niet aan denken? Niet ergens leuk in een achtertuintje opgroeien en je lommer tijdens hete dagen dankbaar beschikbaar stellen aan spelende kinderen of, nog liever, blote, zonnende dames met prangende borsten. Ook niet ergens leuk aan de bosrand met soortgenoten elkaar de loef afsteken wie het grootste wordt. En tijdens een storm de kruin eens flink heen en weer schudden van plezier.

Nee.
Je komt, of all places, op de Haagse Hofweg terecht. In een speciaal zuurstofrijk grondmengsel met apart ontworpen beluchtingsroosters. Dat is omdat ze eigenlijk van te voren al weten dat je het niet of nauwelijks zal redden tussen al dat ronkende verkeer en die pissende lanterfanters. Op de Hofweg ben je nog niet eens behoorlijk geplant of je moet al aan het infuus.
En dan mag je nog blij zijn dat je niet met zo’n paaltje aan je zij bent geplant in Ypenburg of op het Wateringse Veld. Daar kunnen de bewoners niet eens op een regenbuitje wachten als hun auto een beetje onder de luizenpies uit je bladerkroon komt te zitten. Want dan schrijven ze direct naar de gemeente en die zorgt er dan meteen voor dat je, net op het moment dat je groot bent geworden, deerniswekkend wordt gerooid.
Voortijdig gerooid, vervangen of aan het infuus. Dat lot staat je als straatboom in Den Haag te wachten.
Of je wordt als overbodig straatmeubilair van her naar der gedeporteerd. Verplanten kan je dat heen-en-weer gesjouw immers niet meer noemen.

Nee. Groen is tegenwoordig buitengewoon verplaatsbaar. Staat het hier in de weg? Even de kettingzaag erop en we compenseren het wel op een plek die vijftien kilometer verder ligt en waar de grond nog niet zo duur is.
En zo, dames en heren, ben je als boom tegenwoordig je leven niet zeker. Je moet wel van verdomd goeie huize komen willen ze je in Den Haag je hele leven met rust laten. Rust. En tijd. Om eens ergens goed over te kunnen nadenken. Bomen behoren immers op hun gemak te kunnen peinzen. Zodat ze tot een behoorlijke slotsom kunnen komen.
Op je gemak kunnen peinzen. Behoorlijke conclusies. Het is inmiddels duidelijk, dat dat voor de stadsbestuurders in Den Haag al een tijdje niet meer is weggelegd.
Maar dus nu voor de bomen ook niet meer.
Sodeju.

 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.