|
DDD van 20 januari: Minder
bouwen, meer wind
Klik hier
voor de column van Julius Pasgeld
Bouwen
in het Groene Hart is niet langer taboe, lijkt de strekking te zijn
van de Nota Ruimte die het ministerie van VROM in voorbereiding
heeft. Of de soep zo heet gegeten wordt zal nog moeten blijken,
maar in elk geval werd in De Derde Dinsdag in Dudok van januari
gefilosofeerd over dit onderwerp. De organisatoren hadden niemand
kunnen vinden die bouwen in het Groene Hart wilde verdedigen: misschien
een goed teken, maar misschien ook gewoon een kwestie van niet goed
genoeg zoeken.
Wie er wel was, was Steven van Schuppen van Bureau Lopende
Zaken, gespecialiseerd in culturele planologie. Ondanks pogingen
daartoe is het Van Schuppen niet gelukt de conceptnota te bemachtigen,
maar hij wijst erop dat al eerder is gepleit voor ontgroening van
het Groene Hart. De toenmalige voorstellen om het areaal kassen
en bloembollenvelden flink uit te breiden stuitten op grote weerstand
van stedelingen, en gingen van tafel. Dat zou volgens Van Schuppen
ook met de huidige voorstellen moeten gebeuren, want stedelingen
moeten ruimte om zich heen hebben. En de natuur op zich, inclusief
de weidevogels, is natuurlijk ook belangrijk. We zouden eerder moeten
denken aan ontstedelijken dan aan verder verstedelijken.
Dat geldt trouwens niet alleen voor de huidige inwoners. Door te
bouwen in het Groene Hart maak je de Randstad ook minder aantrekkelijk
voor buitenlanders die voor een kennisstad als Delft en een stad
van het recht als Den Haag van groot belang zijn. Die willen hier
ook van de ruimte kunnen genieten.
Alles
goed en wel, aldus Aad Bouwhuis van woningcorporatie Vestia,
maar als je accepteert dat de bevolkingsgroei moet worden opgevangen
moet je die mensen ook ergens een huis kunnen bieden. Bouwhuis is
een voorstander van voortzetting van het vinex-principe: bouwen
tegen de stad aan, dicht bij knooppunten van het openbaar vervoer.
Hier en daar ziet Bouwhuis nog wel een plekje in het Groene Hart
waar wat gebouwd zou kunnen worden. Zo zou Waddinxveen de eigen
bevolkingsaanwas onder dak kunnen brengen.
En dan hebben we het nog niet eens over de veranderende woonwensen.
De gemiddelde woning van Vestia is 60 vierkante meter groot - net
zo groot (of klein) als kort na de oorlog het geval was. Mensen
willen tegenwoordig toch al snel zo'n 80 à 90 vierkante meter
woonoppervlak tot hun beschikking hebben. Bouwhuis verwacht dat
dit niet verder zal toenemen, maar het betekent al een gigantische
uitbreiding. De corporaties hebben 85.000 woningen. Reken maar uit
wat het resultaat is als je die 30 procent groter maakt. En werknemers
van internationale organisaties stellen nog hogere eisen.
Die ruimte wordt gevonden door in bijvoorbeeld Spoorwijk minder
woningen terug te bouwen dan er gesloopt worden. Bevolkingspolitiek
gezien is daar misschien wel wat op af te dingen, maar het proces
verloopt vrij soepel doordat een wijk zichzelf iedere zeven jaar
ververst.
Van
Schuppen is bang dat er toch veel gebouwd wordt voor de leegstand.
Je moet je niet beperken tot de horizon van 2020. Het kan heel goed
zo zijn dat die nieuwe huizen over dertig of veertig jaar leeg staan.
De gemiddelde woningbezetting zal nauwelijks nog verder dalen en
de emigratie neemt een steeds hogere vlucht, terwijl de immigratie
afneemt.
Waarom zet de politiek alle kaarten op de Randstad? Er kunnen veel
functies naar elders worden overgebracht, zoals Breda/Tilburg en
het KAN-gebied (het Knooppunt Arnhem/Nijmegen). In Nederland wordt
er te weinig gedaan om mensen te stimuleren te verhuizen voor een
baan. En voor het milieu zou het verder een stuk beter zijn om sterk
vervuilende activiteiten zoals de bloembollenteelt en de glastuinbouw
te beëindigen. Dan ontstaat er ruimte voor noodzakelijke woningen,
waarbij het natuurlijk niet de bedoeling is dat dat open gebied
ook weer volgebouwd gaat worden.
Bouwhuis is ervan overtuigd dat er binnen de bebouwde kom nog aardig
wat verdicht kan worden. In Den Haag Zuidwest zijn de laatste tijd
zo'n 2500 woningen gesloopt terwijl er 3500 teruggebouwd zijn -
zonder aantasting van het groen. Waar dat kan, moeten we gewoon
de hoogte in. De flat met vierhonderd studentenwoningen die Vestia
gaat bouwen aan het Rijswijkseplein heeft een driehoekig grondvlak
van 30 x 30 x 30 meter. Eventueel kun je uitwijken naar OV-knooppunten
aan de buitenrand van de stad. Wat de minister volgens de berichten
wil, is gewoon onzin.
Tot slot breekt Van Schuppen een lans voor een creatievere manier
van kijken. De ruimtelijke-ordeningswetgeving heeft een werend karakter,
er zouden veel meer experimenten mogelijk moeten zijn. En het gaat
niet alleen over het bouwen van woningen, maar ook om bedrijventerreinen
en kantorenlocaties. Je zou moeten streven naar betere benutting,
naar mengvormen en wonen en werken.
Over
naar windenergie. Een kleine week voor deze inspirerende discussieavond
is in Den Haag de eerste stedelijke windturbine geplaatst, op een
dak van een HTM-gebouw. Er staan wel windturbines in de stad, maar
dat zijn molens die eigenlijk overal zouden kunnen staan. De Windwall,
waar het hier om gaat, is een gebouwgebonden windturbine, legt energieadviseur
Louis Cannenworff uit. De conventionele windturbines worden
steeds groter en zwaarder - de molens die het windpark op de Noordzee
gaan vormen hebben zelfs vermogens tot 5 Megawatt - maar de markt
vraagt ook kleinschalige molens voor op hoge gebouwen. De Windwall
kun je zo op een gebouw zetten, zonder hem eraan te bevestigen,
en heeft geen propellervorm maar lijkt meer op een grasmaaier. Studenten
van de Haagse Hogeschool hebben besloten dat een type als dit goed
in Den Haag zou passen, ook qua architectuur. Ze gaan nu onderzoeken
wat de opbrengst van de turbine is en welke plekken in de stad geschikt
zijn voor deze vorm van energieopwekking.
Er wordt ook onderzocht of zo'n soort turbine op het dak van het
stadhuis kan komen. Den Haag moet immers, zo wil het milieubeleidsplan,
op termijn een CO2-neutrale gemeente worden. Het gemeentelijke apparaat
moet in 2006 CO2-neutraal zijn. Windenergie is een goed middel om
dat doel te bereiken. Al is Cannenworff de laatste om overal maar
windturbines te willen plaatsen. In mooie open gebieden moet je
daar de horizon niet mee belasten. Omdat maatschappelijke acceptatie
van groot belang is, wordt er ook een belevingsonderzoek uitgevoerd.
Tot teleurstelling van presentator Stef de Niet mag hij geen Windwall
op z'n dak zetten, alleen al niet omdat z'n huis daarvoor niet hoog
genoeg is. Maar dit type is vooralsnog niet geschikt voor huishoudelijke
toepassing. Misschien over een paar jaar, als het uitgebreid getest
en gecertificeerd is. Op dit moment zijn zonnepanelen voor de consument
nog steeds de beste keus.
Aad
Bouwhuis beaamt dit. Die panelen zijn echter alleen maar rendabel
zolang de prijzen kunstmatig laag gehouden worden, en hij hoopt
dan ook vurig dat er vormen van subsidiëring mogelijk blijven.
Het is van belang om ervaring op te doen met de opwekking van alternatieve
energie, waarvoor Nederland klimatologisch heel goed geschikt is.
Vestia experimenteert met uiteenlopende toepassingen. Bewoners vinden
dat wel best zolang ze niet duurder uit zijn. Bouwhuis heeft de
ervaring dat bewoners er wel op vertrouwen dat de corporaties dit
soort zaken goed regelen, maar voor hen betekent 'duurzaamheid'
meer 'een leefbare woonomgeving'.
In wezen is alle stroom hetzelfde, vult Cannenworff aan, of die
nu is opgewekt door de wind, in kerncentrales, of door het verbranden
van kadavers. Mensen willen alleen maar dat het altijd beschikbaar
is en dat het betaalbaar is. Hoeveel procent van de energie zou
er op dit moment duurzaam geproduceerd zijn, legt Cannenworff de
zaal voor. Zelf is hij de enige met het juiste antwoord: zo'n drie
procent. Er is dus nog een lange weg te gaan voor de overheidsdoelstelling
van tien procent duurzaam gerealiseerd is. En zelfs dàn ben
je nog voor 90% afhankelijk van fossiele grondstoffen. Geen tijd
te verliezen, dus. Let the sun shine in!
Ook
dit keer putte Stef voor de pauzemuziek weer uit zijn immense repertoire.
Julius Pasgeld: Het
Groene Hart
In
1963 kwam ik in Rijswijk te wonen. De toenmalige politici beloofden
destijds met de hand op het hart dat het groen tussen Delft en Rijswijk
nooit bebouwd zou worden.
Nee. Echt. Nooit. Zo verzekerden ze in koor.
En wat doe je dan? Je geeft je stem aan die politici. In de verwachting
dat het groen tussen Delft en Rijswijk nooit, nee echt nooit, bebouwd
zal worden.
En kijk nu eens.
Twintigduizend woningen op Ypenburg. Een OV-knooppunt met tientallen
kantoren van 10 tot 15 verdiepingen hoog op de A-lokatie Hardenburg.
Gigantische nieuwe, maar reeds jarenlang leegstaande kantoorkolossen
op Hoornwijck. En de plannen voor herenhuizen op Sion liggen al
weer een paar jaar klaar.
Ergens daartussenin staan wat grassprietjes rond een vijvertje en
een enkele boom. Die plekjes worden met weidse benamingen betiteld
als Elsenburgerbos en Wilhelminapark. Als een reliek uit het verleden.
Tot het groen dat vandaag de dag door politici in het vooruitzicht
wordt gesteld behoort het Groene Hart van Zuid-Holland. Deze longen
van de randstad, zo beloofden de politici jarenlang zouden nooit,
nee echt nooit, aangetast mogen worden door andere bebouwing dan
welke er al stond.
Nee. Echt. Nooit. Verzekerden ze in koor. Op het gevaar af dat het
vervelend gaat worden herhaal ik dat maar even. Nee. Echt. Nooit.
Waarbij u dient te bedenken, dat niet ik het ben, maar dat de politici
het waren, die het zo vaak herhaalden.
En wat doe je dan? Je geeft je stem aan die politici in de verwachting,
dat het Groene Hart van Zuid Holland nooit bebouwd zal gaan worden.
Maar door de ervaring verstandig geworden ga je letten op de eerste
tekenen van hoogverraad.
En ja hoor.
Vorige week was de HSL-tunnel tussen Hoogmade en Hazerswoude klaar.
Onder de grond om het groene hart te sparen. 450 miljoen euro gekost.
De minister die de tunnel opende liet zich achteloos ontvallen:
'In deze tijd had ik zo'n tunnel nooit gebouwd. En het kan best
zijn dat die tunnel eigenlijk helemaal voor niks is gebouwd.'
En dan weet ik het ineens zeker. Over twintig jaar staat het Groene
Hart óók vol leegstaande kantoorkolossen, dan staat
het Groene Hart óók vol A-lokaties voor bedrijven,
óók vol infrastrukturele hatseflats en Vijfnex-broedplaatsen.
En tussen al die bedrijvigheid leggen ze dan hier en daar een fietspad
aan van een grassprietje naar een boom. En de ANWB komt met een
bewegwijzerde toeristische route van een koe in een kinderboerderij
naar een bezoekerscentrum waar je krijgt uitgelegd hoe prachtig
en noodzakelijk de natuur is.
Nu weet ik het voor eens en voor altijd. Politici liegen waar je
bijstaat. Normen en waarden lappen ze aan hun laars. Het gezegde:
'belofte maakt schuld' hebben ze waarschijnlijk voor het laatst
door hun opa zien toepassen. Nee. Het is een heel ander gezegde
waar de politici in de waan van de dag mee groot worden: 'Veel beloven
en weinig geven doet een gek in vreugde leven'.
Steeds echoot het in mijn hoofd:
'Het kan best zijn dat die tunnel voor niks is gebouwd'!!!
En dat, terwijl men nog geen twee jaar geleden vanuit een zeker
idealisme aan die tunnel begon om de zaak een beetje leefbaar te
houden. In de oorspronkelijke zin van het woord dan. Leefbaar. Wat
een beleid. Wat een visie. En dan vinden ze het nóg gek,
dat ik mijn stem niet meer uitbreng. En dan staan ze nóg
verbaast te kijken dat de milieubeweging steeds agressiever wordt.
Maar van mij mogen ze. Ik ben het stadium van de dialoog voorbij
en zit alleen nog een beetje aan te hikken tegen de fase van de
bommen en de granaten.
Want straks is de Waddenzee een grote olieput. De Veluwe een enorm
bezoekerscentrum met de provincie Utrecht als parkeerplaats. Straks
zijn de Ackerdijkse plassen verworden tot A4-asfalt. Nog even en
dan krioelt het tussen de autosnelwegen van de toeristische routes.
Men ziet daar horden fietsers. Wanhopig op zoek naar de drie laatste
wilde everzwijnen. Met een beetje geluk treffen ze wat mieren in
het wild.
Nee. Bij nader inzien liever geen bommen en granaten. Maar wat zouden
we anders nog moeten inzetten tegen leugenaars en volksverlakkers?
|