De Derde Dinsdag, het milieucafé van Den Haag  


 

Verslag van 20 februari 2007:

De wonderen zijn de Wéreldstad nog niet uit

Bezoekers van milieucafé De Derde Dinsdag konden op 20 februari getuigen zijn van twee wonderen. Maar eerst blikken we terug op de discussie over het Erasmusveld, het gebied tussen de Erasmusweg, de Noordweg, de Menno ter Braakstraat en de Leyweg. Op 9 januari jl. verscheen een nota van uitgangspunten voor dit gebied, waaruit bleek dat de gemeente er zo'n 1700 woningen gedacht heeft. Op kaarten zijn de woningtypen en waar die zouden moeten komen, al aangegeven. Een flink deel van die woningen is ingetekend op plekken waar nu volkstuinen zijn gevestigd.

klik hier voor de column van Julius Pasgeld

 

Chris van der Laan, de voorzitter van de Haagse Bond van Amateurtuindersverenigingen, is daar op z'n zachtst gezegd niet blij mee. "Anno 2007 is het toch te gek om los te lopen dat je zo met een plan overvallen wordt. Er zitten in dat gebied 1600 bij de Haagse Bond aangesloten tuinders, en nog zo'n driehonderd ongeorganiseerden. De gang van zaken is echt onfatsoenlijk."

PvdA-raadslid Gerard Verspuij breekt een lans voor zijn partijgenoot, wethouder Norder van ruimtelijke ordening. "Het is heel erg dat de tuinders kwaad zijn geworden; dat had beter gekund. Norder heeft weinig tijd gehad maar hij heeft toegezegd dit in het vervolg beter te zullen aanpakken. Er komt heel intensief overleg met alle betrokkenen. En laten we wel wezen: het zijn nog maar uitgangspunten."


"Norder is gezakt en moet zijn huiswerk overdoen", merkt D66-raadslid Marjolein de Jong op. "Dit is het eerste plan in het kader van de Structuurvisie. In de gemeenteraad is duidelijk afgesproken dat over alle plannen meteen overleg met betrokkenen zou worden gevoerd. Dat leidt tot betere afwegingen. Tuinders zijn natuurlijk óók betrokkenen. Het is dus meteen de eerste keer al fout gegaan."

CDA-raadslid Wil Vonk is het met haar D66-collega eens. "Er wordt nu gewerkt aan een plan voor Kijkduin. Dat wordt wél met iedereen goed doorgesproken. Maar merkwaardigerwijs gebeurt dat in het Erasmusveld niet. Norder neemt de volkstuinders, mensen die daar geworteld zijn, niet serieus en valt wat ons betreft door de mand. Hij moet dat plan terugnemen."

De Haagse Bond, de organisatie die Chris van der Laan vertegenwoordigt, is aangesloten bij het Haags Milieucentrum. Toen individuele tuinders en de Haagse Bond zich tot het HMC wendden omdat ze de bui zagen hangen, heeft HMC-medewerker Tom Pitstra zich in het dossier verdiept. Tot zijn verbazing zag hij dat niet alleen volkstuinen weggetekend waren, maar ook een voetbalveld en een enorme watertank van het Duinwaterbedrijf. "Voetbalvereniging Celeritas en DZH wisten van niks", aldus Pitstra.

"En in de nota staat dat omwonenden iets vinden terwijl die omwonenden niks gevraagd is. Wij weten in elk geval van de bewonerscommissies Wateringse Veld en Vrederust dat die de plannen niet zien zitten. En dan is er natuurlijk nog de ecologische zone langs de Erasmusweg die verstoord dreigt te raken. In het plan staat dat de ecologische zone 'transparanter' moet worden. In het Groen Beleidsplan staat geschreven dat een breedte van dertig meter nodig is om goed te kunnen functioneren. Die Erasmuszone langs de volkstuinen is eerder twintig meter breed. De volkstuinen geven er nog wat 'body' aan."

Wil Vonk vindt het maar raar dat de zone transparanter moet: "ik kén geen transparante ecologische zones. Die danken hun functie juist aan struweel, aan bosschages." Marjolein de Jong merkt op dat het plan niet goed onderbouwd is. Natuurlijk moeten er meer woningen in Den Haag komen, maar waarom zoveel in het Erasmusveld? Volkstuinen zijn belangrijk. Ze zijn openbaar toegankelijk, iets wat naar haar mening veel duidelijker aangegeven zou kunnen worden.

"Volkstuinen en sportvelden zorgen voor leefbaarheid", vult Gerard Verspuij aan, en voegt eraan toe dat zijn partijgenoot wethouder Norder daar ook zo over denkt. "Maar de Leyweg en haar omgeving moeten omhooggetrokken worden. Daarom is dit plan op hoofdlijnen uitstekend."
"Is het Erasmusveld dan een barrière tussen het sjiekere Wateringse Veld en Den Haag Zuidwest?", vraag presentatrice Aukje van Roessel. "Welnee", vindt Wil Vonk, "we kunnen daar met veel minder woningen toe." En ook Pitstra is die mening toegedaan. "Het Haags Milieucentrum vindt ook dat er in het gebied gebouwd kan worden, maar niet ten koste van andere belangrijke functies. En we zien niet in waarom je een verbinding tussen twee wijken zou moeten maken door het gebied ertussen vol te bouwen. Overigens was het beleid er tot op heden juist op gericht het Erasmusveld groen te houden."
Van der Laan: "Het beleid is er óók op gericht om mensen dichtbij huis recreatiemogelijkheden te bieden. Als je hun tuinen afpakt, jaag je ze juist de stad uit. Naar campings aan de kust en op de Veluwe en zo."

Tot slot is het woord aan de zaal. Daar zit onder meer Loes van Zee van de AVN, die opmerkt dat de uitgangspunten van het Beleidsplan voor het Haagse Groen steeds meer worden uitgehold. Het groen wordt beschermd, maar aan organisaties van nationaal en internationaal niveau kan gelegenheid worden gegeven zich in een groengebied te vestigen. Die uitzonderingsbepaling wordt steeds gemakkelijker toegepast, en dat vindt zij 'haast schandalig'.

Ook in de zaal zit Jan van Male, voorzitter van ROVER Den Haag. Van Male snapt niet dat het zwaartepunt van de bebouwing aan de Erasmusweg komt te liggen. Zijn suggestie: leg die aan de Noordweg. Die is veel beter met het openbaar vervoer te ontsluiten.
Tot slot Aletta de Ruiter, beleidsmedewerkster groen bij het HMC: "In de loop van dertig jaar is op de volkstuinen een grote biodiversiteit ontstaan. Je zou die tuinen eventueel wel kunnen uitplaatsen, maar die biodiversiteit gaat niet mee. Die ben je dan gewoon kwijt."

 

Over naar het tweede onderwerp: afvalscheiding. Voor 1 april van dit jaar evalueert de gemeenteraad het abonnementensysteem dat tegenwoordig in deze gemeente van kracht is. Bewoners van 'het veen' die hun groenafval apart willen laten ophalen, moeten daarvoor een (gratis) abonnement afsluiten. Ze krijgen dan een sticker die ze op hun groenemmer kunnen plakken. De gemeenteraad heeft destijds een motie aangenomen, dat dit er niet toe mag leiden dat er mínder gft wordt ingezameld dan in 2004.

Frans van der Steen van het Haags Milieucentrum: "Wij krijgen regelmatig klachten van mensen die zien dat hun groenafval uit hun gestickerde emmer bij het restafval wordt gekieperd. Naar aanleiding daarvan hebben we de Afvallijn in het leven geroepen. Het aantal reacties is niet heel groot, maar wel verspreid over de stad. Daaruit komt duidelijk één en hetzelfde beeld naar voren: van vuilophalers die het gft bij het restafval gooien. Niet zelden kiepen ze de groene emmers leeg in een verzamelcontainer en gooien die dan om de hoek van de straat, waar ze denken dat het niet gezien wordt, leeg in het compartiment voor het restafval. En nog een gemeenschappelijk kenmerk: nogal wat mensen melden dat klagen bij de gemeente geen enkele zin heeft."

Wethouder Baldewsingh is niet onder de indruk. "De Haagse Milieu Services verricht ongeveer 5 miljoen handelingen per jaar. Het aantal klachten is minimaal. Natuurlijk worden er fouten gemaakt, maar daar spreek ik de HMS dan ook op aan. Ik heb de indruk dat het nu beter gaat. En binnen de Dienst Stadsbeheer hebben we goede protocollen voor klachtafhandeling. DSB treedt dan kordaat op."

Ondanks dat er op veel minder adressen gft wordt opgehaald dan voorheen – nu 94.000 – is de wethouder een tevreden man. "Ik voldoe aan de motie. In 2004 werd er 4317 ton gft opgehaald, in 2005 4126 ton, en in 2006, onder het abonnementensysteem, 4701 ton. En de kwaliteit van het aangeboden gft is aanmerkelijk verbeterd. Waarmee ik natuurlijk niet wil zeggen dat het niet nog beter kan."

Aldus geschiedde het eerste Haagse wonder. SP-raadslid Hiek van Driel deelt echter niet in de tevredenheid van de wethouder. "Ik vind het jammer dat we zoveel mensen hebben opgegeven. En als ik hoor wat de klagers zeggen, blijkt het bij elkaar gooien van gft en restafval een structureel probleem te zijn. Die klachten horen we trouwens al járen. Burgers raken gedemotiveerd."

Van der Steen beaamt dit: "Er wordt in Den Haag nog altijd heel weinig gft opgehaald. Als mensen van vuilophalers te horen krijgen dat scheiden geen zin heeft, en als ze zien dat alles bij elkaar gegooid wordt, stoppen ze met scheiden. Ik zie veel minder groene bakken dan vroeger, dus ik kan me nauwelijks voorstellen dat er nu méér wordt opgehaald. De controle op de HMS moet omhoog."

"Tel je zegeningen", roept Rabin Baldewsingh emotioneel uit. "Ik wil zorgen dat het beter wordt en hoop dat jullie me daarin willen steunen. Onze permanente HANS-campagne werkt blijkbaar. Die zetten we door. Frappez toujours, is mijn motto. Ik denk dat ik dit jaar ook weer een persoonlijke brief naar alle Haagse huishoudens ga sturen."

Van der Steen zegt blij te zijn dat de gemeente tegenwoordig zoveel aandacht aan bewustwording schenkt, maar wil toch wijzen op andere systemen van afvalinzameling. Bijvoorbeeld mensen naar hoeveelheid aangeboden afval te laten betalen. In Antwerpen werkt dit prima, en tegen lagere kosten.

"Burgers moeten gewoon hun verantwoordelijkheid nemen. Goed gedrag belonen is de omgekeerde wereld", vindt Baldewsingh, die aankondigt dit jaar een groot offensief tegen zwerfvuil te starten en daar in een volgend milieucafé graag meer over te willen vertellen. "Bestook mij met ideeën!", roept hij op.

Een bezoekster met ideeën is Janneke van Beuzekom. Zij suggereert meer gebruik te maken van verzamelcontainers. En ook raadslid Joris Wijsmuller heeft een idee. Vorig jaar reed hij met zijn collega's Jan Brink (D66) en Herman Wilmer (VVD) een dag mee op de vuilniswagen. Dat zou hij dit jaar wel eens met Rabin Baldewsingh willen herhalen. "We hebben een date!", roept de wethouder enthousiast.

Het tweede Haagse wonder komt voor rekening van onze altijd kritische columnist Julius Pasgeld. Ter afsluiting spreekt hij in de zaalmicrofoon de nu al historische woorden: "Als ik de wethouder zo beluister, kan ik alleen maar overtuigd raken van zijn goede wil."

 

Het volgende milieucafé wordt gehouden op dinsdag 20 maart. Zelfde tijd, zelfde plaats.

Julius Pasgeld: Onderhoud

Een paar maanden geleden werd mijn zoon zestien. Aangevuld met een bijdrage van mevrouw Pasgeld en mij schafte hij zich van zijn gespaarde centen een nieuwe brommer aan. Een Tomos. In mijn tijd zou je nog niet dood gevonden willen worden op een Tomos. Toen was alles Puch wat de klok sloeg. Tegenwoordig is het precies andersom. Stakkerdjes rijden op een Puch terwijl de bloem der natie zich thans per Tomos verplaatst. Het kan verkeren. Maar daar gaat het nou niet om.

Waar het wel om gaat is het volgende:

Op zeker moment stond die spiksplinternieuwe brommer voor de deur. Junior en ik waren er stil van. Strijdend om voorrang glommen status en techniek ons tegemoet. En nu komt het. Ik zei:
‘En nou maar goed onderhouden, dan doe je er lekker lang mee’.
Junior keek me een tijdje onderzoekend aan. U weet wel, zoals je kijkt naar iemand waarvan je niet zeker weet of hij wel goed bij zijn hoofd is, en hij zei tenslotte:
‘Onderhouden?’
‘Ja’, zei ik. ‘Onderhouden. Je weet wel. Af en toe eens met een doek over het frame, de velgen, de tank en de uitlaat. Een druppeltje olie op de bewegende delen en in de kabeltjes. Misschien de bandenspanning eens controleren?’
Weer keek hij me aan. Maar nu met een blik van iemand die zeker weet dat de ander volslagen getikt is.

‘Onderhouden?’, zei hij nogmaals en proefde het woord langzaam in zijn mond zoals je doet met moeilijke woorden die je voor het eerst hoort en waarvan je denkt dat je ermee bij de neus wordt genomen.
Onderhouden? Nee. Hij schudde zijn hoofd. Wat het ook inhield, het leek iets ouderwets. Iets uit langvervlogen dagen. Iets dat te maken had met boterhammen met tevredenheid en maar één keer per jaar op vakantie in eigen land en met al die andere wonderbaarlijke zaken uit vroeger tijden waar vader wel eens van kon vertellen als hij op zijn praatstoel zat.
‘Nee’, zei hij. ‘Onderhouden, dat hoeft niet. Over twee jaar koop ik toch een auto. En wie zou er dan nog een ouwe, afgereden Tomos van twee jaar oud willen hebben.’

Ik wilde daar met barse stem van alles tegenin brengen. Maar getroffen door de pijlen van gods genade zag ik bijtijds in dat het daarvoor nu te laat was. Dat mijn opvoeding de afgelopen zestien jaar op een aantal belangrijke punten ernstig tekort was geschoten. Schrale troost was misschien, dat als mijn opvoeding wél geslaagd was geweest, Junior nu in het leven had gestaan als een volslagen wereldvreemde. Als de dorpsidioot die zijn vader nu al is.

En als het dan gaat om die volkstuintjes aan de Erasmusweg die plaats moeten maken voor torenflats voel ik me eerlijk gezegd eens te meer de dorpsidioot. De halve gare die zich als enige nog vaag kan herinneren waar het in het leven nou eigenlijk om draait, maar door iedereen wordt uitgelachen als-ie daar iets over zegt.
Want als ik iets leuks over volkstuintjes zeg zal men mij in mijn gezicht uitlachen. Ja. Hier misschien niet. Hier zitten ook allemaal dorpsgekken. Maar als ik elders het belang van volkstuintjes te berde breng? Ha, ha. Volkstuintjes is  iets voor gebrekkigen van geest. Dingen de grond in stoppen en dan een beetje stom gaan zitten kijken hoe het er vanzelf weer uit komt. En er dan stokjes omheen zetten zodat het niet omvalt. En er dan tenslotte allerlei zaken vanaf plukken die je gewoon in de supermarkt kan kopen!
Nee. Volkstuintjes. Dat is op z’n hoogst een buitengewoon inefficiente therapie voor zonderlingen. Laat die mensen toch gewoon naar de psychiater gaan!

Ik heb een wethouder wel eens gewezen op de schitterende staat van onderhoud van al die volstuintjes en al die kleine huisjes op die volkstuintjes.
Die wethouder keek me een tijdje onderzoekend aan. U weet wel, zoals je kijkt naar iemand waarvan je niet zeker weet of hij wel goed bij zijn hoofd is, en hij zei tenslotte:
‘Onderhoud?’.
‘Ja’, zei ik. ‘Onderhoud. U weet wel. Af en toe eens met een kwast beits over de wanden van zo’n huisje. Nieuw asfaltpapier op het dak. Eens wat mest met een riek door de grond woelen. De tuinstoelen binnenhalen als het regent.
‘Onderhoud?’, zei de wethouder nogmaals en hij dacht echt, dat hij bij de neus werd genomen. Langzaam schudde hij zijn hoofd. Nee. Onderhoud, dat leek iets ouderwets. Iets uit langvervlogen dagen. En in zijn ogen zag ik, dat platwalsen en opnieuw uit de grond stampen, maar dan groter, véél groter, hem wat meer op het lijf geschreven was.

En in plaats van volkstuintjes met kleine huisjes die namen droegen als ‘Bloemenzee’, ‘Boschwijck’,  ‘Waterland’, en ‘Lommerrijk’ zag ik in de ogen van de wethouder hele wijken. En iedere wijk had een naam. De ene wijk heette ‘Bloemenzee’. Een andere ‘Waterland’. Even verderop lag ‘Boschwijk’ voor de wat beter gesitueerden. En in Lommerrijk had sociale woningbouw in de vorm van torenflats de overhand. U begrijpt, in al die wijken was er helemaal niets meer over van de echte bloemen, het echte bos, de echte slootjes en het echte lommer dat daar ooit was geweest.

En weer keek de wethouder me onderzoekend aan. En toen hij goed keek, zag hij tranen opwellen in mijn ogen. Tranen van pure machteloosheid. Want ja. Het was nou eenmaal zo, dat ik de wereldvreemde dorpsidioot was. En hij de jonge, ambitieuze wethouder. Die het allemaal wel eens even zou fiksen.

 

 

 

Bel voor informatie over de volgende Derde Dinsdag:
(070) 30 50 286

 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.