|

|
Derde Dinsdag archief
|
|
 |
|
Verslag 15 februari 2005
klik hier
voor de column van Julius Pasgeld
Voorlopig geen rust aan de kust |
“We gaan naar Amersfoort, al aan de zee.
We nemen broodjes en koffie mee…”
Om te voorkomen dat dit hét kinderliedje van de 21ste
eeuw wordt, is het nodig dat Nederland beter waterproof wordt
gemaakt. De zeespiegel stijgt, het land klinkt in en daalt
daardoor, het peil in de grote rivieren neemt toe… Dat
er iets moet gebeuren is duidelijk, maar wat? En wie gaat
het betalen?
Tot op heden wordt aan de toenemende onveiligheid van de Zuid-Hollandse
kust vooral het hoofd geboden door zandsuppleties. Ver uit
de kust wordt zand uit zee gehaald en via lange leidingen
op het strand gepompt. Maar de kust kent enkele erkende zwakke
plekken, te weten bij Ter Heide en Scheveningen ter hoogte
van de Keizerstraat. Verder is het de vraag of zandsuppleties
op termijn voldoende zullen zijn. Het is dan ook niet zo gek
dat gezocht wordt naar alternatieven, zoals een zeewaartse
kustverdediging.
Uit onderzoek door Ecorys - naar aanleiding van een
motie van het Tweede-Kamerlid Geluk met betrekking tot de
Nota Ruimte - bleek dat dit onder voorwaarden haalbaar is.
In de motie werd gepleit voor een zeewaartse kustverbreding,
globaal tussen Hoek van Holland en Scheveningen, die de veiligheid
dient en tevens ruimte kan bieden aan natuur, recreatie en
wonen.
|
 |
Voor Betty Salverda,
woordvoerster van het Comité Deining aan Zee, reden om
de oude posters maar weer eens van stal te halen. ‘Laat
de kust met rust’, vermelden ze prominent. Dit verwoordt
perfect Salverda’s mening van tien jaar geleden en zo
denkt ze er nog steeds over. “Om de veiligheid te vergroten
is bebouwing helemaal niet nodig. Als er een kunstmatig eiland
met woningen wordt aangelegd moeten er wegen door de duinen
komen om die huizen bereikbaar te maken. Het is dan gedaan met
de rust. Het natuurgebied, de rust en de ruimte moeten gehandhaafd
blijven. Voor veel mensen is dat nu juist een belangrijke reden
om in Den Haag te willen wonen.” |
| Parlementariër Erik
van Lith (CDA) benadrukt dat er absoluut iets
aan de veiligheid moet gebeuren, maar dat hoeft niet per se
een kustuitbreiding te zijn. Ook een kering in zee, zoals in
Venetië, behoort tot de mogelijkheden, net zoals landinwaartse
maatregelen. De Kamer heeft door de motie-Geluk aan te nemen,
alleen maar aangeven geen enkele optie te willen uitsluiten.
Van Lith benadrukt dat het hier gaat om de periode na pakweg
2020, 2030. Tot die tijd wordt er gewerkt aan de veiligheid
zonder woningen in zee te bouwen. |
 |
 |
Marc Janssen
is directeur van de Stichting Duinbehoud. Hij merkt op dat een
projectgroep al jaren bezig is de mogelijkheden voor kustverdediging
te onderzoeken. Dat de Tweede Kamer daar nu de mogelijkheid
tot verstedelijking aan toevoegt, werkt alleen maar vertroebelend.
En nu al denken over verstedelijkingsmogelijkheden voor over
een kwart eeuw vindt hij wat voorbarig. De bevolkingssamenstelling
zal in die periode sterk veranderen. |
| Voor Cees de Jager
van de Politieke Partij Scheveningen (PPS) wordt de discussie
in de verkeerde volgorde gevoerd, met alleen maar onrust als
gevolg. Er moet eerst naar nut en noodzaak worden gekeken, voordat
er wordt ingegaan op techniek en financiering. |
 |
 |
Henk Kool,
PvdA-fractievoorzitter, snapt de redenering van de Kamer wel.
Kustverdediging is een kostbare zaak. Als je het combineert
met verstedelijking kan het zelfs geld opleveren. Blijkbaar
zijn er zo’n 30.000 woningen nodig om uit de kosten te
komen. “Ik vraag me wel af hoe de Raad van State hierover
zal denken”, aldus Kool, onder verwijzing naar de recente
uitspraak over de Tweede Maasvlakte. Evenals Salverda ziet hij
grote problemen in de aansluiting van het eiland op de verkeersinfrastructuur.
“Ik zie het de komende zestig jaar nog niet gebeuren”,
besluit Kool, “maar het staat vast dat er op veiligheidsgebied
iets gedaan moet worden.” |
Voor de Stichting Duinbehoud
staat vast dat de oplossing niet gezocht moet worden in woningen
in zee. Je wilt immers juist de huidige woningen beschermen
tegen de zee. Vóór dat kunstmatige eiland zou
dan een zeewaterkering moeten komen, en de aanleg daarvan wordt
steeds kostbaarder naarmate dat verder uit de kust gebeurt.
Op grond van cijfers van het Rijksinstituut voor Kust en Zee
en het Waterloopkundig Laboratorium twijfelt Janssen sterk aan
de haalbaarheid hiervan. Hij ziet meer in het verbreden van
de kustwering met zo’n 300 meter. Er zou een nieuwe duinenrij
moeten komen, waarbij de natuur een groot deel van het werk
voor haar rekening kan nemen.
Het zal duidelijk zijn dat deskundigen nog heel wat noten moeten
kraken voordat de eerste funderingssteen in zee geworpen wordt.
Op dus naar het volgende onderwerp, dat zich eveneens in de
kuststreek afspeelt: wat te doen met de locatie waar nu nog
de Norfolkline gevestigd is, maar die over een tijdje vrijkomt? |
| PPS’er Cees de
Jager wil de zaak even duidelijk stellen. Het
gaat hier niet over zomaar een plek. Het is meer dan alleen
maar een terrein waar nu nog vrachtwagens opgesteld staan, nee,
het gaat hier over een diepzeehaven voor schepen met een diepgang
tot 7 meter. Een unieke locatie, die wat hem betreft haven moet
blijven. Een toeristenferry zou een goed alternatief kunnen
zijn voor de Norfolkline, die voor Den Haag verloren gaat. Er
zou een cruiseterminal kunnen komen, die de gemeente dan wel
zou moeten faciliteren. |
 |
 |
CDA-raadslid Wil Vonk,
in haar eigen woorden zelf ook een schollenkop, hoopt mèt
Cees de Jager dat er havengebonden activiteiten voor Norfolk
terug kunnen komen. Mensen willen graag het ‘havengevoel’
beleven, en dat maakt de Scheveningse haven ook toeristisch
interessant. Er is echter een commissie aan het werk onder leiding
van Arie van der Zwan met een brede onderzoeksopdracht, en het
CDA vertrouwt erop dat die commissie haar werk goed doet.
PvdA-voorman Henk Kool is het met dit laatste eens. ‘Als
de commissie concludeert dat een andere invulling beter is,
dan heeft dat mijn zegen.” |
| Journalist Han Mulder,
die in de Haagsche Courant van zijn betrokkenheid bij dit onderwerp
had getuigd, wil nog wel een stapje verder gaan. Hij vindt de
Scheveningse opstelling getuigen van een enorme benepenheid.
Hij woont zelf niet ver van de haven en hoopt van harte dat
die blijft, maar ook over honderd jaar moet hij wel levensvatbaar
kunnen zijn. Den Haag laat de ene kans na de andere schieten:
het North Sea Jazz-festival is ons ontglipt, we worden niet
aangesloten op de Hoge Snelheids Lijn… Amsterdam en Rotterdam
winnen ten koste van Den Haag steeds meer aan aantrekkelijkheid.
Den Haag is geen mooie stad achter de duinen (zoals Harry Klorkestein
beweert in het officieuze Haagse volkslied), maar een mooie
stad aan zee. Scheveningen hoort erbij. Mulder pleit dan ook
voor een indrukwekkende invulling van de Norfolklocatie, een
echt landmark. Bijvoorbeeld met een culturele bestemming
(vergelijk de opera in Sydney) of iets op het gebied van science.
Dat levert ook veel meer werkgelegenheid op dan havengebonden
activiteiten. |
 |
Een ‘nachtmerrie-scenario’,
vindt Wil Vonk. Zo wordt de haven steeds meer een voortzetting
van Scheveningen-Bad, vindt Cees de Jager. De delicate balans
tussen haven, stad en dorp wordt zo verstoord. Terwijl die elkaar
wederzijds aanvullen.
Henk Kool begrijpt de emoties van zijn tafelgenoten, maar benadrukt
dat de jaren-vijftig voorbij zijn en niet terugkeren. “Het
is een moeilijk gebied. In Scheveningen komen ontwikkelingen
moeilijk van de grond, niet in de laatste plaats door de permanente
strijd tussen de vissers en degenen die toerisme voorstaan.
Ik hoop dat de Norfolk-locatie kan fungeren als aanjager van
die stagnerende ontwikkelingen. Ik wil er wel voor strijden
dat de visindustrie in de Scheveningse haven blijft.” |
Traditiegetrouw in milieucafé De Derde Dinsdag is de
laatste ronde voor de zaal. Daar bevindt zich onder veel meer
de heer Klein, die aan de haven woont
en het vertrek van Norfolk als een zegen voor Scheveningen beschouwt.
Voor een cruisehaven ziet hij in Scheveningen geen toekomst,
voor een jachthaven eventueel wel. Maar voor de Norfolklocatie
bepleit hij een stedelijke invulling. |
 |
Ook in de zaal bevindt zich de heer Van der Toorn,
die zich verbaast over de opstelling van Cees de Jager bij dit
onderwerp. Voor de pauze vond deze dat er eerst een nut- en
noodzaakdiscussie moest plaatsvinden, nu staat voor hem als
uitkomst al vast dat aan de functie van diepzeehaven niet te
tornen valt.
Tot zover deze discussie, die na het verschijnen van het rapport
van de commissie-Van der Zwan ongetwijfeld in verhevigde vorm
zal worden voortgezet. In de tussentijd organiseert de PPS zelf
ook een discussie over deze locatie, en wel op donderdag 24
februari vanaf 20.00 uur in ‘het Europa Hotel op Scheveningen’.
Zie voor meer informatie: www.fractiepps.nl. |
 |
| |
|
 |
Julius
Pasgeld: Bouwen in zee
Ik ga het met u hebben over bouwen in zee. Dat is,
omdat ik mij daar nogal over opwind maar vooral omdat de organisatoren
van vanavond me hebben gevraagd.
Om me daarover op te winden. Er is weinig voorstellingsvermogen
voor nodig om te bedenken hoe dat bouwen in zee zijn beslag
zal nemen....
Allereerst zal er werk worden aanbesteed. Dat zal gaan volgens
oud-Hollandse traditie. En of dat werk nou wordt gegund aan
firma’s van naam, of aan andere oplichters, vast staat
nu al dat een klokkenluider na anderhalf jaar bouwen zal melden
dat de gemeeschap 11 miljard euro teveel heeft neergelegd
voor de klus. En dat na zeven jaar bouwen een overschrijding
van 30 miljard euro zal blijken.
Maar... wie in dit land A zegt moet Zee zeggen en bovendien
is ook de internationale faam van Nederland als heer en meester
over de wateren in het geding. |
Deze tekst, dames
en heren, sprak ik letterlijk uit op een bijeenkomst van de
Haagsche milieucentrale in Dudok op 17 september 2002. Dat
is bijna tweeeneenhalf jaar geleden. De bouwfraude-enquetes
waren toen in volle gang. Maar van de HSL- en Betuwelijn-enquetes
had nog niemand gehoord. Ik zou die tekst nu weer opnieuw
in zijn geheel zo kunnen uitspreken want hij blijft actueel.
Alleen het het bedrag van de fraude en van de overschrijding
zou ik wat naar boven moeten bijstellen. Laten we zeggen dat
ik dat thans vaststel op 15 miljard en 40 miljard. Dan zien
we over een jaar of drie wel weer hoe de vlag er dan bij hangt.
Maar dan nu dus bouwen in zee anno 2005. Dat is nodig, zo
verkondigt men alom, omdat Den Haag uit z’n jasje groeit.
Den Haag kan, omsloten door de randgemeenten en het Westland
geen kant meer op. De zee lijkt dus de enige mogelijkheid
om de toekomst enthousiast en vol nieuw elan tegemoet te treden.
Tot dusver is dat nog steeds de enige argumentatie die ik
heb gehoord om in zee te bouwen.
Leugens, dames en heren. En als het al geen leugens zijn in
ieder geval klinkklare onzin. Den Haag hoeft helemaal geen
kant op. Want ruim een halve eeuw geleden woonden er veel
meer mensen in Den Haag dan thans. Toen telde Den Haag maar
liefst 600.000 inwoners. Dat is 130.000 meer dan thans. En
wat deden we een halve eeuw geleden toen het zo druk was?
We mopperden niet en als het ons al even teveel was, wandelden
we heerlijk langs het strand en lieten de zorgen uit onze
hoofden waaien.
En wat doen we nu? Nu we met 130.000 inwoners minder zijn?
We kankeren dag in dag uit dat er geen ruimte genoeg is. Dat
we te klein behuisd zijn. Dat er nog meer kantoren moeten
komen. En als iedereen tenslotte denkt dat dat echt zo is,
is de tijd rijp om met plannen te komen om de hele kust voor
Den Haag vol te pleuren met triefelzooi.
En waarom?
Omdat de HSL-bijna klaar is. Omdat de tramtunnel helemaal
klaar is. En we verlegen zitten om een nieuw prestigeproject.
De betonmolens moeten immers draaien. Er moet worden verdiend!
Zodat we in nog grotere huizen kunnen wonen. Zodat er nog
meer kantoren leegstaan. Zodat er nog meer ruimte nodig is.
Zodat we nog meer land uit zee moeten opspuiten, zodat we
in nog grotere huizen kunnen wonen en er nog meer kantoren
leegstaan. En de bouwmafia maar verdienen.
De idioten. Ze zouden eens een keer over het strand langs
de zee moeten lopen. Dan waaien die maffe ideeen vanzelf wel
uit hun koppen.
En weet u wat bij mij nou de doorslag geeft, als ik over dat
bouwen in zee denk? Dat is, dat ik er heilig van overtuigd
ben, dat het allemaal ook nog eens heel, erg, verschrikkelijk
lelijk gaat worden. Om de doodeenvoudige reden, dat er tegenwoordig
vrijwel uitsluitend heel. erg, verschrikkelijk lelijke dingen
worden gebouwd. Maar vooral ook, omdat mega-plannen en prestige-objecten
het in welk opzicht dan ook nooit zullen kunnen winnen van
de zee, van het strand en van de duinen. Ik ben bang dat de
mensen zich over een paar honderd jaar de ogen uit de kop
schamen dat er ooit een generatie is geweest die al dat afschuwelijks
voor de kust heeft bedacht en neergezet.
En dat wij dan, dames en heren, tot die generatie hebben behoord
die dat alles heeft toegestaan.
Ik dank u voor uw aandacht. Maar ergens heb ik het vermoeden,
dat ik over drie jaar wéér een column voor moet
lezen over bouwen in zee. En dat ik dan begin met de tekst
van die column uit 2002, dan een stukje uit de tekst die u
zojuist hebt gehoord, gevolgd door een nog weer een hardere,
bitterder en cynischer tekst.
Want bij wie niet wil zien hoe mooi onze kust is, zal de wil
tot zelfverrijking er wel voor altijd ingebakken blijven zitten. |
|
|
 |
 |
 |
| Neem een gratis
abonnement
op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu,
of klik hier voor de elektronische
versie.
|

|
 |