De Derde Dinsdag, het milieucafé van Den Haag  


 

Verslag van 19 december 2006:

Stupide stoplichten en fascinerende films

klik hier voor de column van Julius Pasgeld

 

Verkeerslichten zijn te vaak irritante stoplichten, vinden veel Hagenaars. Weekblad De Posthoorn schreef onlangs een prijsvraag uit voor het meest Stupide Stoplicht van de stad. Daar kwamen welgeteld 21 Hagenaars op af die zich voornamelijk stoorden aan te vaak en te lang stilstaan voor rood licht. Columnist Julius Pasgeld had het allemaal tot op de seconde uitgerekend. Dagelijks worden er in Den Haag mensjaren besteed aan het wachten tot het licht op groen belieft te springen. “Ik wist niet dat er zoveel contemplatieve momenten in het verkeer zijn”, merkte vast panellid Stef de Niet fijnzinnig op. De discussie werd vervolgens gevoerd door de deskundigen: Daan Goedhart (Fietsersbond Haagse regio), Jan Brink (raadslid voor D66), Wout Sambler (Hoofd Verkeersbeleid gemeente Den Haag), voor het allerlaatst onder aanvoering van discussieleider Hans Pars.

Wie is er nou verantwoordelijk voor het afstellen van de verkeerslichten? vraagt Pars zich af: de HTM of de gemeente Den Haag? Het is wel erg opvallend dat die trams en bussen altijd voorrang krijgen.
Wout Sambler weet met zekerheid dat de HTM zich nooit met de verkeerslichten bemoeit. Daar gaat de gemeente Den Haag over, en in het bijzonder de afdeling Verkeersmanagement van Stadsbeheer. “Het afstellen van verkeerslichten is altijd een worsteling. We doen ons uiterste best om de verkeersstroom zo soepel mogelijk te laten verlopen maar de volksnaam stoplicht is terecht, het rode licht is dominant."

“Wat rechtvaardigt nou de aanwezigheid van een verkeerslicht”, wil Stef de Niet van Sambler weten. “Als de lichten niet werken stroomt het verkeer opeens veel makkelijker door”, is zijn ervaring. Sambler geeft toe dat dat in veel gevallen zo is. Verkeerslichten zijn er voor de drukke momenten, maar eigenlijk allereerst voor de zwakke verkeersdeelnemers. Voetgangers en fietsers zouden geen kans hebben om over te steken als die autostroom niet met regelmaat wordt gedwongen om te stoppen.

Jan Brink verbaast zich over verkeerslichten op plekken waar ze eigenlijk niet nodig zijn. Bij de recente herinrichting van de Scheveningseweg hoek Frankenslag droeg het tijdelijk verwijderen van de verkeerslichten bij aan een veel betere doorstroom van en naar Scheveningen. Ook voetgangers en fietsers hadden toen geen enkel probleem, volgens zijn waarneming. “Maar toen de nieuwe lichten er stonden was het meteen weer een wanorde”. Voor Brink reden om er in de gemeenteraad schriftelijke vragen over te stellen. Sambler, als hoofd van het verkeerslichtenbeleid ook verantwoordelijk voor de beantwoording van deze raadsvraag, herhaalt wat hij op papier heeft gezet. “De voetgangersoversteek is hier te onoverzichtelijk. Als voetganger moet je hier twee drukke verkeersstromen kruisen, zonder vluchtplaats in het midden van de weg. Zo’n situatie vraagt om een VRI, een verkeersregelinstallatie”.

Brink heeft echter meer afwegingen bij dit onderwerp. Wordt er binnen het gemeentebeleid ook rekening gehouden met de milieuafweging? Auto’s die onnodig door stoplichten worden tegengehouden produceren veel meer CO2 en fijnstof. Het valt hem op dat de stoplichten van de doorgaande wegen midden in de nacht gewoon blijven werken. Je staat dan ergerlijk lang stil voor niets, want er is vaak geen kruisend verkeer. Sambler beaamt dat beleid flexibel moet zijn. Technisch kunnen verkeerslichten op ieder moment van de dag uit worden gezet. De gebruikers bepalen het gebruik. Sommige VRI’s werken alleen tijdens de rijtijden van het openbaar vervoer. Gedurende de nacht zijn de meeste VRI’s uit, alleen die op drukke kruispunten werken dan nog. Verder wijst Sambler erop dat groene golven aantrekkelijker lijken voor het milieu dan ze in werkelijkheid zijn. Bij een groene golf staat het kruisend verkeer langer stil en produceert dan ook weer extra CO2. Brink vindt dit wat al te laconiek.

Daan Goedhart breekt een lans voor de ongeduldige fietser: “Fietsers begrijpen niet waarop ze staan te wachten als er niets gebeurt. Ze overzien de verkeerssituatie, trekken hun eigen plan en rijden door rood.” Hij vindt het jammer dat de Haagse fietspaden vrijwel allemaal parallel aan de autoroute liggen. Fietsers staan dan noodgedwongen stil voor het autostoplicht met alle last van stank, herrie en hinder. “Ik pleit voor fietsroutes die dwars door autoluwe gebieden lopen. Dan wordt het fietsen veel aantrekkelijker en stimuleer je het fietsgebruik in de stad.”

Stef de Niet vindt de Nederlander wel wat erg eigengereid. “In Duitsland is de burgerlijke gehoorzaamheid veel groter en wacht men voor het licht ook als er niets aankomt”. Hij illustreert zijn uitspraak met een anekdote van Armando over de ziel van de Duitser. “In Duitsland is er wel meer anders geregeld in het verkeer”, vult Sambler aan. “Daar kennen ze geen detectielussen. De VRI’s zijn standaard afgeregeld en je wacht gewoon tot het je beurt is”. Hij vindt wel dat Nederland is doorgeschoten in het zelf bepalen wat goed voor je is.

Tot slot maakt Sambler bekend naar wie de prijs voor het meest stupide stoplicht gaat. Omdat geen enkele locatie er echt uitsprong wordt er een boek verloot onder de inzenders. De gelukkige wordt Nicole Mathôt, die in haar inzending geen goed woord overheeft voor de verkeerslichten op het Valkenbosplein.

Het onderwerp veiligheid en verkeersslachtoffers is nog niet ter sprake geweest. Hoe zit dat met de aantallen? wil Stef weten. Daar is ter plekke geen zicht op. We maken altijd een zo goed mogelijke afweging voor iedere verkeerssituatie apart, zegt Sambler. Veiligheid kun je met verkeerslichten niet altijd afdwingen. Op sommige plekken halen we ze zelfs weg omdat het dan overzichtelijker wordt. Hij noemt de kruising Spui/Lange Poten als voorbeeld. De verkeersstroom regelt zichzelf. De ervaring leert dat als verkeersdeelnemers niet meer onnodig hoeven te wachten, er ook geen irritatie en foute oversteken meer zijn. Het autoverkeer rijdt uit zichzelf erg rustig. Datzelfde geldt voor Lange Vijverberg / Hofweg.

Dat inspraak van burgers niet altijd leidt tot tevredenstellende situaties werd duidelijk na aanleg van een voetgangerslicht bij het De Savorin Lohmanplein. Naar aanleiding van de aanleg van Randstadrail heeft de bewonersorganisatie deze installatie afgedwongen. Voor Sambler had het niet gehoeven. "De eerste afstelling gaf enorme files en derhalve klachtenstroom. Nu gaat het er veel beter. Je moet ze altijd proefondervindelijk afstellen."

Tweede onderwerp is een discussie over de vraag welke impact de klimaatfilm van Al Gore op ons heeft. Het discussiepanel bestaat uit Erik Kooyman, documentairemaker van TV West, Erik Daams van het Haags Filmhuis en Frans van der Steen van het Haags Milieucentrum.

Daams opent de discussie met een korte beschouwing over An Inconvenient Truth. “De vorm van de film is natuurlijk erg Amerikaans van opzet, maar het is ook een meeslepende, snelle film die ontwikkelingen laat zien die parallel aan elkaar lopen. De boodschap wordt daardoor erg realistisch. Verder is de film niets anders dan een lezing die Al Gore al wel duizend keer in heel de wereld gehouden heeft.”
Frans van der Steen beklemtoont zijn waardering voor de pedagogiek van de film. “Op een simpele manier goed uitgelegd met sterke beelden die geen verkeerde interpretatie mogelijk maken. We moeten niet vergeten dat deze boodschap niet nieuw is. Al Gore is al 30 jaar in touw om de achteruitgang van het milieu onder de aandacht van de wereld te brengen”.

Erik Kooyman ziet de film als een schrikbeeld. Hij zou de boodschap liever anders brengen. “In mijn documentaires laat ik zien hoeveel mooie natuurplekjes we nog in onze omgeving hebben. Daar vraag ik aandacht en respect voor. Ik breng de boodschap dat je er zuinig op moet zijn."

Als tegenhanger voor de trailer van Al Gore wordt een stukje uit de documentaire 'Het water komt' van de cineast Frans Bromet vertoond. Een film die de dreiging van het veranderende klimaat vanuit een Hollands perspectief benadert. Het wassende water doet de inwoners van het Noord-Hollandse dorp Ilpendam beseffen dat leven en werken in hun dorp binnenkort wel eens erg riskant kan zijn. Wat nu nog een idyllische plek is, kan morgen overstroomd zijn. Wat te doen?

Zaal en panel zijn het er over eens dat je geen middel onbenut moet laten om de boodschap over de klimaatsverandering over te brengen. Gore brengt de boodschap als een Amerikaanse dominee, maar wat is daar mis mee? Het is de kracht van de boodschap die mensen moet overtuigen. Duidelijk is dat er wat moet gebeuren. Daams benadrukt dat films een prima middel zijn om misstanden van welke aard ook onder de aandacht te brengen. “Dat zien we heel vaak bij oorlogen die al lang duren. Zodra een spraakmakende film over die oorlogssituatie uitkomt, wijzigt de opinie”.

Van der Steen vindt die vergelijking niet treffend genoeg. Hij vindt de huidige wereldmilieuproblematiek van een andere orde dan die van een plaatselijke oorlog. “Dit is niet vrijblijvend. We moeten er nu iets aan doen, voordat de schade onherstelbaar wordt. Ik vind het evangelie van Al Gore het middel om ons doel te bereiken”. Vanuit de zaal klinkt het commentaar dat het één het ander niet hoeft uit te sluiten.

In de zaal aanwezig is Mark de Waart van de Rabobank Den Haag. “Ik vind deze discussie te slap", merkt hij op. "Het wordt tijd voor iets tastbaars”. De Rabobank heeft de film gepresenteerd aan zijn klanten. De reacties na afloop waren enthousiast. “Het zet de mensen direct aan tot het maken van andere keuzes. De aanschaf van een zuiniger auto of spaarlampen bijvoorbeeld. Ook scholen hebben op die manier gereageerd. Men wil zich nu inzetten voor iets tastbaars. Daar moeten we op inspelen. Wat kan er in de praktijk in concreto gedaan worden? Wat ik mis in deze discussie is de gemeentelijke sturing daarbij.”
Frans van der Steen haakt daarbij aan: “Er staan allerlei initiatieven op stapel, daar gaan we zo snel mogelijk mee aan de slag”.

 

Ter afsluiting speelde Stef de Niet geheel niet onverdienstelijk wat nummers op zijn sax, waaronder - speciaal voor het afscheid van Hans Pars - de Farewell Blues.

Het volgende milieucafé wordt gehouden op dinsdag 16 januari. Zelfde tijd, zelfde plaats.

Julius Pasgeld: Stoplichten

Dames en heren, staat u in gedachten even met mij stil op zomaar een Haags kruispunt. Of nee. Eerst stormen we zo’n kruispunt tegemoet. Daarbij duwen we met z’n allen een leegte voor ons uit. Dat is omdat we bij het vorige kruispunt op rood hebben staan te wachten. De detectielussen van het vólgende kruispunt denken bij zo’n kunstmatige leegte: o, kijk eens, een leegte. Een mooie gelegenheid om het licht voor het kruisende verkeer op groen te zetten.
Waardoor òns verkeerslicht, als we met z’n allen aan komen stormen juist op dat moment op rood springt. En zo komt het dat in vrijwel heel Den Haag overal en altijd het licht net op rood springt, precies op het moment dat we aankomen.

 

Maar goed. We staan dus nu in gedachten te wachten voor het zojuist op rood gesprongen licht.
Wat gebeurt er?
Gedurende acht seconden wordt het kruisingsvlak ontruimd. Er gebeurt dan niets. He-le-maal niets.
Dan begint er ergens ineens niet-conflicterend verkeer te rijden. Laten we dat voor het gemak even verkeer van de categorie A noemen. Dat zijn bijvoorbeeld de rechtsaffers en de rechtdoorders van het kruisend verkeer.
Dat duurt, als het meezit, vijfentwintig seconden
Daarna wordt gedurende acht seconden het kruisingsvlak ontruimd. Er gebeurt dan niets. He-le-maal niets.
 

Plots schrikken we op van het niet-conflicterend verkeer dat zich in de categorie B bevindt: de linksaffers van het kruisend verkeer en de rechtsaffers van zowel het tegemoetkomend als het meerijdend verkeer. Dat duurt, als het mee zit twintig seconden.
Daarna wordt gedurende acht seconden het kruisingsvlak ontruimd. Er gebeurt dan niets. He-le-maal niets.

En dan ineens zien we twee voetgangers de weg oversteken in de richting die we zelf ook wel zouden willen, en, kijk, een voetganger in tegengestelde richting. Zeventien niet-conflicterende fietsers maken van de gelegenheid gebruik om door rood te rijden. Eén en ander neemt 15 seconden in beslag.
Daarna wordt gedurende acht seconden het kruisingsvlak ontruimd. Er gebeurt dan niets. He-le-maal niets.

Aaneensluitend gebeurt er de volgende negen seconden ook helemaal niets. ‘Waarom?’, vragen alle verkeersdeelnemers op dat kruispunt die nog niet in slaap zijn gesukkeld zich ongeduldig, handenwringend af.
Omdat, dames en heren, er ergens in het verschiet een tram met drie passagiers in aantocht is die het hele systeem met alles erop en eraan op rood heeft gezet. De oversteek van de tram, waarbij niet conflicterend verkeer dat gemakkelijk mee had kunnen rijden toch voor rood moet blijven staan duurt 12 seconden.
Na het passeren van de tram, wordt gedurende acht seconden het kruisingsvlak ontruimd. Er gebeurt dan niets. He-le-maal niets.

Het blijkt dat we toevallig, dat kan ons natuurlijk weer gebeuren, op zo’n kruising staan waarop, na het passeren van de tram, de verkeerslichtencyclus, in weerwil van de voorlichting daaromtrent, weer helemaal opnieuw begint. Dat is dus opnieuw 121 seconden. Voor de eindberekening zal ik deze laatste 121 seconden niet mee berekenen opdat dit niet zo vaak voorkomt.

Inmiddels zien een paar gezagsgetrouwe tegenliggende linksaffe fietsers en meeliggende linksaffe fietsers, die nu al ruim vier minuten op rood staan te wachten, hun kans schoon en rijden door hun eigen groen, waarbij een of twee niet conflicterende automobilisten ergens vaag in onze ooghoek ook afslaande bewegingen maken. Dat neemt totaal 15 seconden in beslag.
Daarna wordt gedurende acht seconden het kruisingsvlak ontruimd. Er gebeurt dan niets. He-le-maal niets.

En zie! Ineens worden wij getroffen door de pijlen van Gods genade! Wij zien het licht! Het groene dan wel te verstaan. Na drie minuten wachten. Waarvan ongeveer één minuut op niets. Helemaal niets.

En dan nu:
Pakt allen uw pen! Sla uw rekenschrift open!
Eén stoplichtencyclus duurt gemiddeld 2,4 minuut. De stoplichten staan gemiddeld twaalf uur per dag aan. Dat zijn dus 300 stoplichtencycli per kruispunt per dag.
Er zijn in Den Haag 250 kruispunten die zijn voorzien van verkeerlichtinstallaties. Dat is dus 250 maal 300 is 75.000 cycli per dag.
Gemiddeld staan er 35 verkeersdeelnemers per cyclus 1 minuut te wachten op niets. Op he-le-maal niets.
Dat is 2,6 miljoen minuten. Oftewel 40.000 uur. Dan wel 1800 dagen. En dat is precies 5 jaar.
Met z’n allen staan we dus in Den Haag iedere dag 5 mensjaren te wachten op niets. Op he-le-maal niets.

En dan vraag ik me af: zouden we die tijd niet beter kunnen gebruiken om gewoon onze eigen hersens aan het werk te zetten. In een voorzichtige poging onszelf en elkaar te beschaven. En heel voorzichtig, maar vooral heel vriendelijk, elkáár voor te laten gaan, samen beleefdheid te oefenen en zélf over te steken wanneer het in de praktijk kan?
In plaats van alleen maar te reageren op die stomme, hersenloze elektronica die ingenieurs vanaf de tekentafel hebben bedacht?
Het zou ècht een heleboel tijd schelen. Om over het milieu nog maar te zwijgen.

 

 

 

Bel voor informatie over de volgende Derde Dinsdag:
(070) 30 50 286

 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.