o
           

De Derde Dinsdag, het milieucafé van Den Haag  


De volgende Derde Dinsdag is 17 januari

Tijd en plaats: van 17.00 tot 18.30 uur in Het Atrium, Spui 70, direct rechts van de ingang. Entree gratis.

 

Verslag 20 december 2005

klik hier voor de column van Julius Pasgeld

 

Laat duizend biologische bloemen bloeien

 

Hoe ziet de toekomst van de biologische kruidenier eruit? Is dat een biologische buurtwinkel à la De Goede Zaak op de Brouwersgracht, waar de klant een halve eeuw terug in de tijd geworpen lijkt te worden? Of is het een winkel op een A-locatie met de oppervlakte van een Albert HeijnXL, waar de klant met de auto heenrijdt om zijn eventueel via internet bestelde waren drive-in af te halen? Dit is de formule van EkoPlaza, een biosuper naar Amerikaans model die, na de nodige aanloopproblemen, nu in Alkmaar draait. Het is de bedoeling dat er in 2007 een filiaal in het centrum van Den Haag gevestigd wordt, op de plaats waar tot voor kort C&A zat. “En dat betekent het einde van mijn winkel”, voorziet Kees Schrijver van De Goede Zaak.

Voor Jos Kamphuys van EkoPlaza is dat geen uitgemaakte zaak. Hij hoopt en verwacht juist het marktaandeel van het biologische product te vergroten, en dan kan de consument kiezen uit verschillende soorten winkels. Wel ziet Kamphuys ‘zijn’ systeem als de enige manier om de afzet van biologische producten de hoognodige oppepper te geven. Er is nu eenmaal volume nodig om de prijzen te kunnen laten dalen. En ja, als hij daarvoor de automobiele klant met wijdgeopende armen moet ontvangen moet dat maar, want mensen nemen nu eenmaal de auto om boodschappen te doen.

Paul Fischer van De Natuurwinkel in de Torenstraat zit een beetje tussen deze twee uitersten in. Hij was zelf biologische boer voor hij de winkel overnam, dus kent de valkuilen en hobbels. Voor De Natuurwinkel is communicatie met de klant heel belangrijk. Mensen uitleggen waarom biologisch beter is, waar ‘m de verschillen met de gangbare landbouw in zitten… Verschillen die ook gewoon te próeven zijn. Fischer heeft gelukkig nog de bevlogenheid die zijn voorganger helemaal kwijtgeraakt was, nadat de bank en de Natuurwinkelorganisatie hem dwongen ‘groter te groeien’ en vanuit het Zeeheldenkwartier naar de Torenstraat te verhuizen. Hij vindt het van groot belang dat biologische winkeliers de uitleg, het enthousiasme blijven opbrengen.

Presentator Stef de Niet, zelf zoon van een kleine zelfstandige, is somber gestemd. Kleinschaligheid is, zo vreest hij, iets van het verleden. “Ook reguliere supermarkten worden steeds groter.”
De hamvraag - of, in een vleesvervangende variant, de tofuvraag - lijkt te blijven of een drastische vergroting van het winkel- en parkeeroppervlak de consument nu eindelijk wél weet te verleiden om zijn dure euro’s biologisch te besteden. Van de overheid valt op dat vlak niet veel te verwachten. De subsidies voor biologische boeren zijn vrijwel helemaal afgeschaft, vanwege de overproductie. En dat, zo weet Frans van der Steen van het Haags Milieucentrum, terwijl eígenlijk producten uit de reguliere landbouw gesubsidieerd worden. “Uit onderzoek is gebleken dat het gangbare landbouwproduct duurder zou worden dan het biologische als alle kosten doorberekend zouden worden.”
“Mensen kiezen op prijs, dus laten biologische producten, die al snel tien à vijftien procent duurder zijn links liggen”, weet Guido Lampe, die over de restaurants van de gemeentelijke gebouwen gaat. “Wij proberen wel degelijk het biologische product te promoten, maar er is weinig belangstelling voor – niet meer dan een procent of vijf.”
Zijn buurvrouw aan tafel, Mineke de Lange, is graag bereid hem te tonen hoe haar ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit dat aanpakt. Daar gaat voor zestig procent aan biologische producten over de counter van de departementale kantine, en dat moet in 2007 honderd procent zijn. Biologische en reguliere producten hebben dezelfde prijs, omdat de prijzen gemiddeld worden. “In 2007, als we volledig zijn overgestapt op biologisch, zullen we wel iets duurder uitkomen, maar de grotere hoeveelheden drukken de prijzen weer. Ook andere ministeries hebben taakstellingen op het gebied van biologische producten, daarover zijn convenanten afgesloten.”

Reden genoeg om dit milieucafé niet in mineur te eindigen. De terreinwinst die de biologische sector heeft geboekt wordt het kernachtigst onder woorden gebracht door Pètrix van ’s-Peer catering, die de gasten in de pauze van heerlijke biologische hapjes heeft voorzien. “Toen ik begon met het bedrijf moest ik negen van de tien mensen nog uitleggen wat ‘biologisch’ was. Nu niemand meer.”

Hans Ruitenberg brengt in de pauze een uitgelezen verzameling standards ten gehore.

 

Julius Pasgeld: Bio-winkels

Het gaat vandaag over bio-winkels. En als ik aan bio-winkels denk komt me onvermijdelijk een van de allereerste bio-winkels in Den Haag voor de geest.

1951: Het reformhuis Natura is gelegen aan de Laan van Meerdervoort bij de Goudenregenstraat. Deze voorloper van de huidige bio-winkels wordt gedreven door een progressief Duits echtpaar, de heer en mevrouw Dissen. De denigrerende uitdrukking ‘geitenwollen sokkenbreiers’ is net uitgevonden en wordt door buurtgenoten wel eens smalend op hen toegepast. Ook gaat het gerucht dat de familie Dissen dikwijls naakt loopt. Ergens bij Nieuwkoop ofzo.

Nu, ruim een halve eeuw later, ligt, dankzij de dappere pioniersgeest van de familie Dissen, vrijwel iedereen in z’n nakie op het strand. Maar toen was zoiets echt ongehoord en het deed een flink appel op het voorstellingsvermogen van jongetjes van acht. Wat ze toen allemaal in hun winkel verkochten ging boven mijn pet. Het had de naam gezond te zijn. Maar in mijn ogen was alles gezond in Nederland. Wat wil je. De macaroni was er nog niet eens uitgevonden. Laat staan het papatje oorlog. Ik was acht. En bezocht de Montessorischool in de Abeelstraat, een zijstraat van de Fahrenheitstraat even verderop. In mijn klas zaten ook Eckhart en Inge, de tweeling van het echtpaar Dissen. Inge had lang, blond haar, dat ze dikwijls in vlechten droeg met witte strikken aan het uiteinde. Ze was het prototype van Heidi uit de film Heidi und Peter. Jarenlang ben ik vreselijk verliefd geweest op Inge. Maar heb dat nooit durven zeggen. Het gerucht dat het gezin dikwijls naakt liep, bij Nieuwkoop ofzo, voedde weliswaar mijn verbeeldingskracht maar stond tegelijk de toenadering in de weg. Dat kwam zo: ik wist niks van sex. Mijn ouders waren beste mensen. Maar op het gebied van voorlichting waren ze nogal terughoudend. Ik wist dus echt nergens van. En dat leek me op mijn achtste toch wel een beetje een belemmering als je omgang zocht met iemand die regelmatig naakt liep ergens in de omgeving van Nieuwkoop. Eckhart, de broer van Inge, wist er wèl alles van. Die had van zijn progressieve ouders natuurlijk wel behoorlijk voorlichting gehad. Eckhart vertelde ook altijd vieze moppen waar ik dan stukje bij beetje een fragmentarisch beeld uit opbouwde van een mogelijk, maar vaker nog onmogelijk, geslachtelijk verkeer.

Ik zat er wel mee. En zo kon het gebeuren dat Eckhart en ik eens samen na schooltijd om half vier naar huis liepen. Over de Valkenboskade. En ineens hoorde ik mezelf aan Eckhart vragen: ‘Hoe gaat dat nou eigelijk? Neuken?’ Nou, dat was niet aan dovemansoren gevraagd. Met een gretigheid die te denken gaf begon hij me uit te leggen dat mannen een piemel hadden (het woord plasser bestond toen nog niet. Pik en lul wel, maar alleen in moppen) een piemel dus, die vanuit een soort bovennatuurlijke ingeving regelmatig uit zichzelf hard en groot werd. Nu was het zo, dat ik dat bij mezelf ook al eens met grote verbijstering had waargenomen, maar dat ik dat eigenlijk nog nooit in verband had gebracht met al die geheimzinnigheid, die je met naakte meisjes in de omgeving van Nieuwkoop zou kunnen doen. Dus ik was na deze informatie al wel op de goede weg, zou je kunnen zeggen maar wist nog niet precies waar de klepel hing.

‘En dan?’, vroeg ik Eckhart zo achteloos mogelijk terwijl ik wel door de grond kon gaan vanwege mijn domheid dat ik dat allemaal zelf niet eens wist.

‘Wat gebeurt er dan?”

‘Nou’, zei Eckhart terwijl hij aanstalten maakte om ter hoogte van de Cederstraat de Valkenboslaan over te steken, ‘...dan steekt de man zijn harde piemel dus in....’

En precies op dat moment werd Eckhart aangereden door een fietser. Tamelijk ernstig. Met een gebroken been moest hij naar het ziekenhuis.

En u kan het geloven of niet maar het heeft nog ruim anderhalf jaar geduurd voordat ik wist waar ik hem, als het eenmaal zover was, nou precies in moest steken.

Uiteindelijk ben ik er, na veel lezen en ander speurwerk, op mijn tiende zèlf in geslaagd erachter gekomen hoe de menselijke voortplanting een praktische aanvang neemt. Ik heb er in ieder geval nooit meer iemand naar gevraagd.

Bang als ik was, dat ook de ondervraagde door rampspoed zou worden geteisterd voordat ik een bevredigend antwoord zou krijgen.

En nu zult u wel zeggen, wat heeft dat verhaal in godsnaam met biologische winkels te maken? En tja... daar zit ik zelf ook wel een beetje mee. Maar misschien is het wel zo dat die mensen van die biologische winkels altijd al een beetje vooruitlopen. Niet alleen op sexgebied, bedoel ik. En dat ze door de tijd heen altijd al iets meer van de hoed en de rand wisten dan het gemiddelde klootjesvolk. Geitenwollensokkenbreiers worden ze niet meer genoemd. Maar nog vaak wel wereldverbeteraar. En dat wordt dan zo mogelijk nog laatdunkender bedoeld dan geitenwollensokkenbreier. Maar wat is er eigenlijk tegen het verbeteren van de wereld? Wil iemand me dat misschien ook eens uitleggen voordat de rampspoed over ons komt?

Julius Pasgeld

 

 

 

 

 

 

 




 

Bel voor informatie over de volgende Derde Dinsdag:
(070) 30 50 286

 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.