Het volgende milieucafé is op 20 mei a.s.
van 17.00-18.30 uur, voor café-restaurant De Ooievaer, Spui
70 (ingang stadhuis en dan direct rechtsaf).
|
|
Verslag van het milieucafé
van 15
april 2008
klik hier voor
de column van Julius Pasgeld |
|
Creatief
met afval en biobrandstoffen
De gemeente Den Haag eindigt in lijstjes over afvalinzameling steevast ergens in de onderste regionen. Niet alleen als het om problematische afvalstromen als groente-, fruit en tuinafval (gft) gaat, maar zelfs bij papier en glas (zie het staatje hieronder). Is de Haagse burger nu echt zo lui of zit er iets anders achter? Hoe dan ook is hij een dief van z'n eigen portemonnee, want restafval moet verbrand worden en dat is duur.
|
| |
Het Haags Milieucentrum heeft in een onderzoek Den Haag vergeleken met een andere grote stad: Antwerpen. Een vergelijkbare bevolkingssamenstelling, vergelijkbare problemen. Maar de verschillen op afvalgebied zijn onthutsend. Waar een Antwerps huishouden per jaar gemiddeld €52,- euro kwijt is, betaalt de Hagenaar zeker vijfmaal zoveel: €260,- tot €350,-.
De crux is dat Antwerpenaren apart moeten betalen voor afvalzakken. Hoe meer afvalzakken iemand nodig heeft, hoe meer hij betaalt. Tariefdifferentiatie heet dat, ook wel diftar genoemd. Iets voor Den Haag?
powerpoint presentatie afval
|
|
Heleen Weening, raadslid voor GroenLinks, denkt van wel. "Ik vind dat we moeten uitgaan van het principe: de vervuiler betaalt." Sterker nog, haar partij heeft samen met D66 al eens een motie ingediend om onderzoek te doen naar de mogelijkheid van diftar in Den Haag. Die motie haalde het toen niet omdat onder meer de Partij van de Arbeid tegen was.
|
|
Gelukkig zit PvdA-raadslid Willem Minderhout naast Weening, dus hij kan meteen toelichten waarom hij toen tegenstemde. "Die motie kwam echt out of the blue. Diftar is knap ingewikkeld. In Zoetermeer is er zelfs een college over gevallen. Ik wil voorkomen dat mensen hun afval bij de buren gaan dumpen om dan niet te hoeven betalen."
|
Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij heeft de diftar-motie destijds wél gesteund en denkt dat het moment nu rijper is dan ooit. "Volgend jaar moet er een nieuw conctract voor de huisvuilinzameling worden getekend. Dit is hét moment om diftar in te voeren. Wethouder Baldewsingh voelt er niet voor, zo blijkt duidelijk uit de nota die hij onlangs geschreven heeft, maar we moeten de kans nu grijpen."
|
|
Presentator Stef de Niet kan niet verhelen dat hij het een beschamende vertoning vindt. "Niemand ontkent dat die cijfers van het Haags Milieucentrum kloppen. Het gaat zó slecht, hier moet toch echt iets gebeuren?!"
"Inderdaad, zoals het nu gaat werkt het niet", aldus Minderhout. "Dus laten we onderzoeken wat wél werkt. Als diftar werkt ben ik ervóór, maar ik wil geen zwerfvuil en ook geen extra restafval bij het gft. Trouwens: er wordt steeds meer gebruikgemaakt van afvalcontainers. Een dure afvalzak zoals in Antwerpen en containers sluiten elkaar uit."
|
|
Misschien dat de zaal een oplossing weet? Daar zit HMC-medewerkster Fatiha Mataiche, geboren en getogen in Leuven. Daar is tariefdifferentiatie gefaseerd ingevoerd en gaat het goed. Den Haag vertoont koudwatervrees, is haar mening.
Maar het kan ook doorslaan, vindt een andere bezoeker. "Ik heb een vriendin in Gent. Die moet zelfs onderscheid maken tussen toetjesverpakkingen met en zonder paraffine!"
|
|
Veel van het afval wordt verbrand en levert dan tenminste nog energie op. En energie, daar weten we wel raad mee. Over naar het andere onderwerp: biobrandstoffen. Er wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen biobrandstoffen van de eerste en van de tweede generatie. Scherp gesteld komt de keus hierop neer: eten of autorijden?
|
|
Tom Pitstra van het Haags Milieucentrum geeft de aftrap voor de discussie: de provinciale milieufederaties en de Stichting Natuur en Milieu hebben het bureau CE uit Delft onderzoek naar biobrandstoffen laten doen. De conclusie luidt grofweg 'nee, tenzij'. Moeten we echt wel zo negatief zijn over biobrandstoffen?
|
|
Johan Wempe, voorzitter van de werkgroep Groen Gas van het Energietransitieplatform, vindt van niet. De milieubeweging heeft de neiging alle biobrandstoffen over één kam te scheren. Groen gas wordt gemaakt door vergisting van natte biomassa (waaronder gft). Hij ziet veel in Synthetic Natural Gas (SNG), dat gemaakt kan worden uit vergisting bij hoge temperatuur van droge biomassa, zoals bomen. Dat zou aardgas voor maar liefst vijftig procent kunnen vervangen. Van een boom is ongeveer de helft bruikbaar voor de houtindustrie. Dan hou je vijftig procent over voor energieopwekking. Wempe is er een voorstander van dat het hout daar waar het gewonnen wordt (veel hout komt uit Polen en de Oekraïne) tot gas wordt verwerkt waarna dat in leidingen wordt geperst. De resterende mineralen kunnen ter plaatse als meststof worden gebruikt.
|
Concurrentie met voeding hoeft zich niet voor te doen, vindt Wempe. Gebruik grondstoffen eerst voor voeding en gebruik het restmateriaal voor energieopwekking. Oftewel: eet de maïskolf, haal energie uit de rest van de plant.
|
Voor Jim Klingers (die bij Milieudefensie werkt maar op persoonlijke titel aan tafel zit) hoeft zelfs die zogenaamde eerste generatie biobrandstoffen niet met voedsel te concurreren. Hij breekt een lans voor koolzaad. Naar zijn mening kloppen de cijfers van de Stichting Natuur en Milieu over koolzaad niet. Nu wordt in Nederland veel maïs verbouwd als veevoer. Daarnaast wordt er voor dat doel veel soja geïmporteerd. Maar koolzaad is een beter gewas voor veevoer, en ook nog eens gemakkelijk biologisch te telen. Koolzaad is ook een prima grondstof voor biobrandstof. Maar laten we niet de illusie hebben dat alle Nederlandse auto's op biobrandstof van vaderlandse bodem kunnen rijden.
|
|

|
Ook Tom Pitstra denkt genuanceerd over biobrandstoffen. Concurrentie met voedsel wijst hij krachtig van de hand, maar tegen bioethanol uit suikerriet valt niets in te brengen, vindt hij.
Uit de zaal klinkt echter een principieel bezwaar. Bezoeker Rik Zakee wijst erop dat in de natuur alles een functie heeft. Als wij van alles en nog wat in brandstof gaan omzetten, gaan de nutriënten verloren voor allerlei organismen die er nu gebruik van maken en die een rol spelen in de voedselketen en het biologisch evenwicht.
|
Weerwoord komt van Jim Klingers, hoewel hij het in grote lijnen met Zakee eens is. "Niets verdwijnt permanent. Er zijn gewassen die stikstof uit de lucht binden. Koolstof is een gewas dat veel aan de bodem teruggeeft. Dus het is niet zo zwartwit."
Eén ding is wel duidelijk: de mogelijkheden om van alles en nog wat om brandstof om te zetten zijn in principe onbegrensd, maar het dilemma 'autorijden of eten' blijft een prangende kwestie.
|
|
|
|
Het volgende milieucafé is op 20 mei.
|
|
Julius Pasgeld: Stop een opa in je tank
‘Niet met je eten spelen’, zei mijn moeder vroeger als ik probeerde hoe ver een spercieboon in mijn neus ging. En ze was de enige moeder niet die ooit probeerde om kinderen respect voor het dagelijkse voedsel bij te brengen. Maar ja. Dat was nog in een tijd, dat de eerste boterham die je at, zonder beleg moest. Een boterham met tevredenheid heette dat. Pas als je die op had, mocht je je volgende boterhammen naar believen met een dun laagje jam besmeren of met een plakje kaas, dat zo dun was dat het van je boterham wegvloog als je de ramen tegen elkaar openzette.
|
|
Respect voor het gewone eten. Al was het maar voor die drie bintjes en die bal gehakt op je bordje. Respect voor voedsel in het algemeen. Al was het maar voor het wuivende graan op het land of de bieten in de klei. Maar als het tegenwoordig geen choc chip coockie dough heet, of super fudge chunk of caramel chew chew is het smerig of niet te vreten.
Eten? Dat stoppen we tegenwoordig in de tank van onze auto. Want wat er ook gebeurt in de wereld, we zùllen in onze auto’s blijven rijden. Straks is het voedsel op. Of zo duur geworden, dat we iedere keer als we een hap willen nemen voor de keuze komen te staan: in de mond of in de tank. Reken maar, dat we het in de tank stouwen. Zo mager als een lat en met buikjes gezwollen van het honger-oudeem zitten we dan toch maar mooi achter het stuur in de file. Of we vinden er weer wat anders op. Misschien kunnen we een speciaal type dieren fokken die we tot ethanolmoes vermalen. Olie-poezen. Kerosine-ijsberen. Diesel-tijgers. Zo stoppen we tenminste letterlijk een tijger in onze tank. En in geval van nood, het klinkt een beetje cru, dat geef ik toe maar in geval van nood kunnen we altijd nog stoffelijke overschotten van mensen gebruiken. Daar doen we nou toch niks mee. Die worden toch maar verbrand en als ze niet verbrand worden liggen ze jarenlang nutteloos in de grond. Zonde toch? Want als je ze flink uitperst komen er vast nog wel een paar druppeltjes brandstof uit. De ene dooie leent zich daar natuurlijk wat meer voor dan de andere. En dan krijg je natuurlijk een nieuw Olympisch onderdeel: Wie komt het verste met z’n eigen opa in de tank.
Ik bedoel maar: na de teloorgang van het respect voor het eten volgt het gebrek aan eerbied voor de menselijkheid.
Maar rijen zullen we!
En als we het op deze macabere wijze dan toch over hergebruik hebben wil ik daar ook nog wel even wat over kwijt.
In 1950 hadden we een verzinkte vuilnisbak. Die was niet veel groter dan een flinke emmer. In ons gezin, bestaande uit vier personen, raakte die emmer in een week half vol met afval. Soms driekwart. En een heel enkele keer helemaal vol. En dan werd het opgehaald. Zo simpel was dat.
Toen kwam in 1979 de ladder van Lansink. Genoemd naar een kamerlid die die ladder had uitgevonden. Bovenaan die ladder stond preventie. Afval voorkomen dus. Daaronder kwam: product-hergebruik. Daaronder: materiaal hergebruik. Dan: verbranden met energieterugwinning. Dan: verbranden zonder energieterugwinning.
Nu is het 2008. Mijn gezinnetje van drie personen levert nu twee keer per week tenminste vijf keer zoveel restafval als indertijd dat gezinnetje van vier personen een maal per week deed deed in 1950. Daarnaast storten wij wekelijks 22 flessen, netjes gesorteerd naar de kleuren bruin, groen en wit in de glascontainer. Oke. Ik geef toe. Ook een paar lege flessen waar verrukkelijke genever in zat. Ons groente-fruit- en tuinafval is wat moeilijker te achterhalen. Temeer daar mevrouw Pasgeld de aardappelschillen altijd bij het restafval doet. Maar per maand vullen wij toch een flinke GFT-container tot het randje. En tenslotte wordt er bij ons eens per veertien dagen 25 kilo oud papier aan de stoeprand gezet. En geef nou maar toe: als je die cijfers vergelijkt met die van een halve eeuw geleden dan raak je toch vanzelf aan de drank?
Vanmiddag hebben wij het behalve over bio-energie ook over het nog verder scheiden van ons afval. Nou. Als het allemaal zo doorgaat doe ik u graag nóg een voorspelling.
U herinnert zich allemaal uit uw schooltijd nog wel het periodiek systeem der elementen. Welnu. Stelt u zich eens een straat voor met allemaal containers op de stoeprand zover het oog reikt. Iedere container is voorzien van een groot embleem met een afkorting uit het periodiek systeem der elementen. Fe voor ijzer. K voor kalium. S voor zwavel. Cu voor koper. U weet wel. Nou. Op een van die containers staat een C. Aha. Koolstof, denkt u. Daar kan ik mooi mijn kapotte Nordic Walkingstokken kwijt. Op een andere container staat Ni. Nikkel, weet u meteen. Daar gooi ik mijn kapotte heupprothese in. Het zand wat onder je schoenen zit na een strandwandeling moet in de container met Si erop. Silicium. Dat is nu misschien nog een beetje moeilijk.
Maar met de folders die de gemeente tegen die tijd bij u in de bus doet komt u een heel eind. Waar moet het met die folders naar toe, als u die uit u hoofd kent? Tja. Dat is een beetje lastig. De inkt moet in de container waar Fe, S of Na op staat. Afhankelijk van de samenstelling. Maar de folder productinformatie, die de gemeente tegen die tijd huis aan huis zal verspreiden zal hier ongetwijfeld uitsluitsel over geven. En het papier van die folders? Dat kan zonder bezwaar in de container met de C van Koolstof.
Tenzij het houtvrij papier is.
In dat geval zal u het zelf moeten opeten. Want uw voedsel heeft u zojuist in uw tank gestopt.
|
|
Bel voor informatie over
de volgende Derde Dinsdag:
(070) 30 50 286 |
|