|

|
Het
MilieuCafé van Den Haag |
|
 |
|

Naar
verslagen van eerdere milieucafé's
Milieucafé De Derde Dinsdag: 19 mei a.s. van 17.00-18.30 uur, voor café-restaurant De Ooievaer, Spui 70 (ingang stadhuis en dan direct rechtsaf).
|
|
Verslag van het milieucafé
van 21 april 2009
klik hier
voor de column van Julius Pasgeld
|
|
Compenseren en vergroenen
Volgens de meest recente gegevens op www.denhaag.nl telt de stad zo’n 476.000 inwoners. Dat betekent dat de gemeente € 0,63 per inwoner in het onlangs gelanceerde Klimaatfonds Den Haag heeft gestort. Geld dat bestemd is voor kleinschalige duurzame projecten die de uitstoot van CO2 terugdringen. Denk aan bijvoorbeeld initiatieven van sportclubs, buurthuizen, theaters of scholen die hun energieverbruik willen terugdringen of andere milieuvriendelijke maatregelen willen nemen.
|
|
|
Robert van Lente van de stichting Om Den Haag, die het fonds beheert, legt uit: “Den Haag doet al heel wat om CO2-uitstoot tegen te gaan, maar er blijft altijd wat over. Die uitstoot kan je compenseren. De gemeente Den Haag doet dat door geld in het fonds te storten. Ook een aantal bedrijven doet dat.”
“Het klimaatprobleem is natuurlijk een mondiaal probleem, maar daar moet je je niet achter verschuilen. Wij willen de maatregelen zichtbaar maken. Dus niet compenseren in de Derde Wereld, maar dichtbij huis. Bijvoorbeeld door scholen van dubbel glas te voorzien en culturele instellingen met de meest geavanceerde cv-ketels uit te rusten.”
|
Wethouder Peter Smit van milieu benadrukt dat het fonds niet in de plaats komt van maatregelen die de gemeente zelf neemt, maar een aanvulling betekent. “Het doel is CO2-neutraliteit. Hoe meer maatregelen we zelf nemen, hoe minder we in het fonds zullen storten.” Toch wordt het fonds op dit moment gematst door de gemeente. Het bedrag dat dit jaar in het fonds gestort is - € 300.000 - is gebaseerd op een prijs van 20 euro voor een ton CO2. “De huidige marktwaarde van een ton CO2 is een euro of dertien”, weet Smit. “Als neveneffect van de economische crisis zijn CO2-rechten momenteel goedkoop, wat helemaal niet de bedoeling is.”
|
 |
Iemand die bij uitstek deskundig is in de handel in emissierechten is Sigrid Bollwerk, lector Smart Energy aan de Hogeschool Rotterdam. Sinds 2005 werkt ze als verificateur in het kader van de emissiehandel. Bollwerk merkt op dat ze destijds voor Novem (nu SenterNovem) heeft uitgezocht wat de meest kosteneffectieve maatregelen zijn, wat Van Lente de reactie ontlokt dat hij dankbaar gebruik heeft gemaakt van haar cijfers. Bollwerk vindt het verstandig om nu fors te investeren in het opwekken van duurzame energie en het isoleren van woningen, al was het maar omdat de energieprijzen over een paar jaar flink hoger zullen liggen. En het zou heel goed zijn om een aantal projecten te hebben die het geldelijk gewin duidelijk aantonen.
|

|
Smit kan zich daar goed in vinden: “Als straks de energieprijzen weer omhoog gaan is het toch héérlijk als je geïnvesteerd hebt in duurzame brandstoffen.”
De wethouder wil met het fonds stimuleren dat bedrijven ook maatregelen gaan nemen, en hoopt van harte dat ze er niet alleen voor de vorm in gaan zitten. “Het mooiste zou zijn als ze hun eigen organisatie klimaatneutraal zouden maken”, vindt Van Lente.
Als ‘de grote klapper’ tot op heden noemt de OM Den Haag-directeur de HTM. De Randstadraillijnen rijden op groene stroom en er worden aardgasbussen aangeschaft. “Het zou prachtig zijn als het hele Haagse openbaarvervoersysteem op biogas zou overschakelen, maar dat kan helaas nog niet.”
Naast dit soort grootschalige en kapitaalsintensieve projecten vindt Van Lente projecten op scholen, die duurzaamheid voor leerlingen heel concreet maken, echter zeker zo belangrijk. Ook bewonersorganisaties of sportverenigingen die energiebesparingsprojecten op stapel hebben staan, kunnen bij hem aankloppen voor een uitkering uit het fonds. Daarom hierbij het webadres: www.klimaatfondsdenhaag.nl.
|

|
Het eerste exemplaar van het rapport Vergroening en verdichting van bedrijventerreinen werd overhandigd aan wethouder Smit.
|

|
Over naar het tweede onderwerp: verduurzaming van bedrijventerreinen. Steden steken veel geld in bedrijventerreinen om werkgelegenheid naar de gemeente toe te halen, maar dat leidt eigenlijk nergens tot aantrekkelijke omgevingen. Het Haags Milieucentrum heeft, met als voorbeeld het bedrijventerrein Zichtenburg-Kerketuinen-Dekkershoek (ZKD) in Den Haag Zuidwest, onderzocht hoe dat anders zou kunnen. “Het is globaal mogelijk om op hetzelfde grondoppervlak het dubbele aantal vierkante meters te realiseren”, aldus projectleider Tom Pitstra.
|
Die lelijkheid wordt zeker niet bewust nagestreefd. “Als er een bedrijventerrein wordt aangelegd is er altijd een beeldkwaliteitsplan”, weet Astrid Homan van Om Den Haag. Deze stichting vertaalt het (lokale) overheidsbeleid voor duurzaamheid in concrete projecten die aansluiten bij de praktijk en belevingswereld van ondernemers. “We zijn nu bezig op bedrijventerrein Forepark om te kijken hoe de gemeente en het bedrijfsleven kunnen samenwerken op groenbeheer.”
|

|
Met het ZKD-terrein houdt de gemeente Den Haag zich wel degelijk bezig. Ambtenaar Irma de Roos: “De bedrijven daar zijn goed georganiseerd. Met het bestuur van hun vereniging hebben we een business case om het terrein te verduurzamen, waaronder vergroenen. We hebben geld om zo’n drie straten aan te pakken. Helaas niet alle twaalf.”
|

|
Het bedrijventerrein in het Zweedse Augustenborg, waar het Haags Milieucentrum erg enthousiast over is, heeft De Roos onlangs met eigen ogen gezien. “We zijn daar rondgeleid over de groene daken. En dan heb ik het niet alleen over sedumdaken, met van die vetplantjes, nee, hele rietkragen waren er te zien. Het is daar zelfs mogelijk om het groen vrijwel vertikaal aan te brengen. Prachtig, maar dat dat daar allemaal kan komt omdat het een gemeentelijk terrein is. Als een terrein geen gemeentelijk eigendom is heb je niet zoveel instrumenten om duurzaamheid af te dwingen. We proberen in het algemeen ondernemers te verleiden zo duurzaam mogelijk te werk te gaan, en ze te wijzen op subsidiemogelijkheden. Dat soort dingen moet je insteken op ‘natuurlijke’ momenten dat er investeringsbeslissingen genomen worden.”
|

|
Toch vertegenwoordigt groen vaak een grotere waarde dan bedrijven denken, is de ervaring van Muriël Pels van Landschapsbeheer Nederland. Dat bleek haar onlangs weer bij een project in Friesland. En de kosten vallen vaak mee. Landschapsbeheerders en bedrijven weten vaak niets van elkaar, en als ze met elkaar om de tafel gaan zitten kan dat leiden tot verrassende inzichten.
Pels wijst erop dat een ‘vergroend’ bedrijventerrein niet alleen prettig is voor de mensen die er werken, maar ook recreatiemogelijkheden biedt aan omwonenden. Tot slot een advies: gebruik vooral streekeigen plantmateriaal, dat zich kan aanpassen aan zich wijzigende klimatologische omstandigheden.
|
|
| Julius Pasgeld: De schoonheid van de ontbijttafel |

|
Wij zijn vóór het klimaat
Ik sta hier nu al voor de 57ste keer te vertellen hoe het allemaal moet. Maar ik heb niet de indruk dat het helpt. Integendeel. In de loop der jaren lijken de problemen die het milieucafé passeren er alleen maar erger op te worden. Erger en onbegrijpelijker.
Ging het in 2003 nog gewoon om praktische zaken zoals roetfilters op autobussen en douchebegrenzers, die overigens ook al niet bleken te helpen, vandaag de dag hebben we de mond vol van klimaatambities, klimaatfondsen, klimaatneutraliteit en klimaatadaptiestrategieën. En de vraag is, of over zes jaar zal blijken of de aanpak van mooie woorden en mooie interessante structuren dan wel zal helpen.
Begrijp me goed. Ik zelf ben vóór het klimaat. Is er hier iemand tegen het klimaat? Mag ik vingers zien? Niemand? Goed. Dan besluiten we hier met z’n allen dat we het klimaat, voor zover het Den Haag althans betreft, voorlopig nog maar even handhaven. Koud, warm, nat, droog, kan niet schelen hoe. Als er maar klimaat is in Den Haag.
En dan gaat het hier straks ook over bedrijventerreinen. Die zijn inderdaad afschuwelijk. Onze ontbijttafel is ’s ochtends met het pak hagelslag, het pak Brinta, de kaasdoos, de pot appelstroop en het pak halfvolle melk van een weldadige, architectonische schoonheid vergeleken bij de huidige bedrijventerreinen. Wat een bagger staat daar. De meeste dingen in onze samenleving zijn tegenwoordig verboden. Maar een zooitje blokkendozen per ongeluk in onze schaarse natuur laten openvallen mag nog steeds.
En eerlijk gezegd begrijp ik dat ook wel een beetje. Je moet er toch niet aan denken, dat al fabrieken, die hoogovens, die voedseloverslagen en die meubelpleinen ook nog eens een keer architectonisch opgeleukt worden. Dat slaan ze natuurlijk om in de prijzen en dan betalen wij als consument ook nog een keertje mee aan het standbeeld van meneer Albert Heijn op de daken van de distributiecentra en het frivole logo van het Hoogheemraadschap Delfland op het gemaal nabij Akersloot.
En wat zouden we ons eigenlijk nog druk maken? Met de opwarming van de aarde naakt het einde der tijden. En voor de korte periode die ons nog rest is de verfraaiing van onze bedrijventerreinen toch wel het allerlaatste waar we aan moeten denken. Nee. Dan hebben we wel wat leukers te doen.
In dit verband moet ik u bekennen, dat ik zelf een huisje in Zeeland heb. Aan een snoezig pleintje in een klein dorpje, dat in z’n geheel onder beschermd dorpsgezicht valt. Uiteraard staat het dak van mijn huisje vol zonnepanelen en windmolens. We hebben drie grijs-watercircuits. Een lichtgrijs, een gewoon grijs en een donkergrijs circuit. We spinnen zelf de wol voor onze truien voor de komende warme-truiendag. En we hebben een verticale tuin tegen de zijmuur van het huisje gemaakt en een grasveld op de andere zijmuur waar we koeien op leren grazen. En het hoeft natuurlijk geen betoog, dat ons huisje stampvol driedubbel glas zit, dat er zeventien keurmerken op mijn cv-ketel zitten en dat het qua duurzaamheid de strengste milieu-eisen van de wereld kan doorstaan. Ja. Als fervent inleider in dit Milieucafé van het Haags Milieucentrum zou ik me hier niet durven vertonen als het anders was.
Een enkele keer doen we in dat huisje hout in de open haard en dan steken we dat aan en dan zeggen de mensen wel eens: ‘Goh. Uitgerekend in Zeeland. Ben je dan niet bang dat vandaag of morgen de zeespiegel stijgt als gevolg van de opwarming van de aarde? En dat dan de grasmus 400 kilometer verder moet vliegen om in de lente in Europa te kunnen broeden? En dat dan het jachtseizoen van de ijsbeer steeds korter wordt? En dat dan het koraal verbleekt en afsterft? En dat ze dan in Bangladesh met z’n tienmiljoenen moeten verhuizen naar hoger gelegen land? En dat je eigen huisje vol water stroomt als het zover is?’ ‘Ja’, zeg ik dan. ‘Het is goed dat jullie dat zeggen. Hartstikke bedankt’. En dan maak ik de open haard weer uit.
Toch, dames en heren, is er troost. Ook hier in Den Haag. Door extrapolatie van de Milankovitch-cyclus eindigt het huidige interglaciaal over pakweg 15.000 jaar. Dan zal de zeespiegel weer tientallen meters dalen, de poolkappen zullen weer sterk aangroeien en de Noordzee voor Den Haag zal geheel droogvallen en grotendeels bedekt worden met ijs en sneeuw.
En dan kan ik in Zeeland mijn open haard ook weer gebruiken.
Want heus, geloof me.
Als je vóór het klimaat stemt, komt alles vanzelf weer goed.
|
|
Bel voor informatie over
de volgende Derde Dinsdag:
(070) 30 50 286 |
|
|
|
 |
 |
 |
| Neem een gratis
abonnement
op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu,
of klik hier voor de elektronische
versie.
|

|
 |