|
Branding nr. 16 september-oktober 2004
Antonya: de toekomstige Google voor natuur en milieu ...meer
Een week lang vooruitgang
...meer
Exoten zijn blijvertjes ...meer
Foutief maaibeheer kost veel jonge levens ...meer
Nogmaals de gedempte sloot ...meer
Gezond door de natuur? ...meer
Klimaatprojecten in Den Haag ...meer
MEP-Vergoeding dupeert windvogel ...meer
Den Haag staat op de fietskaart ...meer
Raaptroep zoekt vuile plekken ...meer
Temperatuurstijging ...meer
Van composthoop tot vlindertuin ...meer
Geslaagde fietstocht naar biologische boeren ...meer
De Vlietzone: wateropvang of verkeersriool? ...meer
Weidevogelbeheer heeft te weinig effect ...meer
BONTEBALPALEISTUIN ...meer
|
Antonya: de toekomstige Google voor natuur en milieu
Sinds kort is er een speciale zoekmachine voor natuur en milieu actief: www.antonya.net. Met Antonya kunt u exclusief zoeken in natuur- en milieusites. Op dit moment zijn dat 3042 Nederlandse en straks enkele tienduizenden Europese webadressen. Er kan door taalgrenzen heen worden gezocht, nu in zes en op termijn in meer dan 20 talen.
Antonya richt zich vooral op regio's die aan het begin staan van een industriële ontwikkeling naar westers model, zoals Derde Wereld landen, Oost-Europa en China. Willen deze regio's de ontwikkelfouten van het oude Westen vermijden, dan moeten ze van het begin af aan over de juiste informatie beschikken. Deze informatie is vaak bij natuur- en milieuorganisaties in het westen beschikbaar.
Antonya claimt op het gebied van natuur en milieu veel meer relevante informatie te vinden dan Google.
Een
week lang vooruitgang
Ook dit jaar vindt weer de Week van de Vooruitgang plaats, om precies te zijn van 16 tot en met 22 september. Naar verwachting zal die aan de meeste Hagenaars vrij geruisloos voorbijgaan. Hoewel de Week van de Vooruitgang een soort uitgebreide voortzetting van de Autovrije Dag is, maakt dit evenement de gemoederen niet erg los. De jaren dat er op de Autovrije Dag bruisende straatfeesten plaatsvonden, liggen inmiddels vrij ver achter ons. De afgelopen twee jaar diende de Haagse versie van de Europese Autovrije Dag meer de promotie van de binnenstad. En dit jaar vindt zelfs deze uitgeklede vorm van een autovrije dag niet plaats. Op 19 oktober wordt immers de langverwachte opening van de tramtunnel tegemoet gezien, en voor het gemeentebestuur is dát De Dag van de Vooruitgang.
Als het aan de bewoners van de Veerkades ligt, moet de Stille Veerkade zijn naam nu eens eer aandoen. En moet de Amsterdamse Veerkade niet ten onrechte verwijzen naar Amsterdam, dat op het gebied van autovrije dagen een naam heeft hoog te houden (maar het dit jaar lelijk laat afweten…). De Veerkade-bewoners hebben bij de gemeente vergunning aangevraagd om op 19 september deze wegen voor het verkeer af te sluiten.
Uit de metingen die het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit op de Veerkades verricht, blijkt dat de emissienormen daar veelvuldig en grootschalig overschreden worden. Dat geldt zowel voor stikstofdioxide als voor fijn stof. (zie: www.lml.rivm.nl/info/overschrijdingen2003.html) Op grond van Europese regelgeving is het Haagse gemeentebestuur verplicht ervoor te zorgen dat de normen voor NOx-uitstoot gerespecteerd worden (voor fijn stof ligt die verantwoordelijkheid bij de landelijke overheid). Het Plan van aanpak luchtkwaliteit dat wethouder Smits heeft opgesteld, vertoont echter niet al teveel ambitie in de strijd tegen de luchtvervuiling. Het zou een blijk van goede wil van de kant van de gemeente zijn als het verzoek van de Veerkade-bewoners gehonoreerd werd. Daarmee worden ze in elk geval voor één dag teruggeplaatst in de situatie zoals die heerste voor de wekelijkse koopzondag: een (relatief) rustige Dag des Heeren.
Eye-opener
Anders dan veel Nederlandse gemeenten wil Milieudefensie de Autovrije Dag niet ongemerkt voorbij laten gaan. Voor Milieudefensie is deze dag geen symboolpolitiek, maar een adequaat en noodzakelijk middel om mensen er weer eens op te wijzen dat je ook zonder motor en vier wielen onder je lijf van A naar B kunt komen. Iets dat vooral voor veel kinderen waarschijnlijk een eye-opener van jewelste is.
Milieudefensie zal dan ook op ludieke wijze parkeerplaatsen in bezit gaan nemen. Niet door daar auto’s te stallen, maar door er dingen te doen die óók een plek op de openbare weg kunnen vinden. Of ze in Den Haag in actie komt, hangt er vanaf of de Veerkades autovrij worden gemaakt.
Vereniging Milieudefensie heeft dit jaar de organisatie van de Autovrije Dag op zich genomen, vandaar dat de Fietsersbond afdeling Den Haag en omstreken even op haar lauweren kan rusten. Die heeft het al druk genoeg met andere dingen (zie www.fietsersbond.nl/denhaag voor een actueel overzicht).
Wel komt de onderafdeling Leidschendam-Voorburg in actie in de Week van de Vooruitgang. Die is op 18 september vertegenwoordigd op de manifestatie Leidschendam Leeft! en heeft Biesieklette zover weten te krijgen daar een gratis dagstalling in te richten. De onderafdeling hoopt dat het gratis stallen in navolging van het gratis parkeren voor auto’s een groot succes wordt, en dat de gemeente er een structureel vervolg aan wil geven.
Bob Molenaar
Up-to-date informatie over de Week van de Vooruitgang vindt u op www.weekvandevooruitgang.nl
meer artikelen over mobiliteit |
Exoten zijn blijvertjes
Het waterstruisgras. Het stijfijzerhard. Het sikkelgoudscherm. Namen die ons over pakweg twintig jaar misschien net zo gewoon in de oren klinken als madeliefje en paardebloem. Toch gaat het hier om planten die pas sinds vrij kort in Nederland te vinden zijn. Voor sommige soorten is nog maar net een Nederlandse naam bedacht. Een verzamelnaam hebben we er al wel voor: exoten.
Voor veel mensen is ‘exoten’ niet zozeer een aanduiding, maar meer een scheldwoord. Goed, die planten zijn veelal onschuldig (de Reuzenbereklauw is een belangrijke uitzondering) en zelfs bijzonder fraai, maar wat te denken van de Japanse oester, de Russische koningskrab en de Amerikaanse zwaardschede? Deze soorten weten in ons klimaat zo goed te gedijen dat hun inheemse tegenvoeters serieus bedreigd worden.
Welke omstandigheden gunstig zijn voor exoten om zich in een ander klimaatgebied te vestigen, is onlangs uitgezocht door Janet Lake en Michelle Leishman van de Australische Macquarie University. Uit onderzoek dat zij in Sydney deden bleek duidelijk dat uitheemse planten baat hebben bij verstoorde grond. Zonder verstoring geen indringers. Die verstoring kan uiteenlopende vormen aannemen: verontreiniging, een toevoer van nutriënten in een voorheen voedselarme habitat of inklinking van de bodem door de druk van autowielen.
Ze ontdekten verder dat de mate van penetratie van uitheemse planten het hoogst was in gebieden waar de meeste voedingsstoffen in de bodem zaten. Daar was tevens de minste variatie aan inheemse soorten te vinden. Kortom: hoe natuurlijker het milieu, des te minder kans maken de exoten.
Janet C. Lake and Michelle R. Leishman: Invasion success of exotic plants in natural ecosystems: the role of disturbance, plant attributes and freedom from herbivores
meer artikelen over natuur algemeen
|
Foutief maaibeheer kost veel jonge levens
Op veel plekken in Nederland worden fouten gemaakt bij ecologisch maaibeheer. Door te vroeg en onzorgvuldig maaien in de vroege zomer laten tal van jonge vogels het leven. Dit gebeurt vaker dan gedacht, bij zowel particulier als overheidsbeheer en soms ook nog met subsidie. Zorgvuldig uitgestippeld natuurbeleid wordt op die manier weer tenietgedaan. Een greep uit de vele dramatische missers die zich jaarlijks voordoen.
De dienst Stadsbeheer van de gemeente Den Haag kent voor het onderhoud van grasvelden en bermen twee verschillende maaimethodes. De meeste gazons vallen onder het zogenaamde traditionele maairegiem. In het groeiseizoen, globaal tussen april en oktober, komt het groenbedrijf hier circa twintig keer met de maaimachine langs om de grassprieten te kortwieken.
Ecologisch maaien
Voor de ecologische verbindingszones van de stad hanteren de groenbeheerders van Stadsbeheer sinds de jaren negentig een natuurbeleid. Hierbij past een ander maairegiem, met een zeer lage frequentie. Er wordt slechts twee keer per jaar gemaaid, eind juni en september, dus gras krijgt de kans om door te groeien.
Vooral de bermen langs doorgaande wegen komen in aanmerking als verbindingszones. Ook de natuur is immers zeer gebaat bij doorgaande routes. Op deze trajecten is het oude grasmengsel dan ook vervangen door een veel rijker mengsel van bermflora, aansluitend op de natuurwaarde die de berm als verbindingszone moet bieden. Op zandgrond treffen we andere planten dan op veengrond.
De juni-maaibeurt is echter nogal omstreden. Omdat de vroegbloeiende plantensoorten zijn uitgebloeid en beginnen af te sterven, wil Stadsbeheer rond de langste dag een maaibeurt om de laatbloeiers meer licht en ruimte te geven. Hierbij spelen ook het aanzien van de berm en de maaibaarheid van het gewas een rol (omgevallen planten zijn moeilijk te hanteren).
Vergeten wordt dat het broedseizoen dan nog volop aan de gang is en dat juist deze natuurlijke bermen een zeer aantrekkelijke schuil- en voedselgelegenheid zijn voor heel veel grondbroeders. Echt problematisch wordt het als de aannemer zijn planning een paar weken opschuift en veel eerder maait dan de langste dag.
Begin juni trof bioloog Kees Koppers in Leidschenveen de nieuwe ecobermen platgewalst. De bermen stonden nog in volle bloei en alleen daarom al was het een verkwisting van de investering van het dure zaadmengsel. Nader onderzoek bracht echter veel meer leed aan het licht. Het nieuwe Haagse stadsdeel huisvest een veelsoortige vogelpopulatie. De ecobermen dienden als honing voor de bijen en als manna voor de vogels. Door de vroege maaibeurt werd hier een complete biotoop en vogelkraamkamer vernietigd. Een misdrijf dat de groenaannemer zich van tevoren waarschijnlijk niet gerealiseerd heeft, maar waarvoor hij achteraf, op grond van de Flora- en Faunawet, een proces-verbaal kan krijgen.
Vermalen grutto's
Het Nederlandse weidevogelbeheer wordt met een forse subsidie van de Europese gemeenschap ondersteund. Sinds een tiental jaren trekt de EU jaarlijks een kleine 200 miljoen euro uit voor de bescherming van onder andere de grutto in Nederland. Deze hoogpotige vogel voelt zich bij uitstek thuis in onze vochtige Hollandse weilanden. Grutto’s broeden er dan ook massaal. De Nederlandse veenweidegebieden hebben in voorjaar en vroege zomer driekwart van de Europese gruttopopulatie te gast. Een kraamkamer die om zorgvuldig gastheerschap vraagt. En daarmee blijkt nu juist flink de hand te worden gelicht.
Boeren die op hun weilanden broedende grutto's te gast hebben mogen niet maaien voordat de nesten zijn uitgekomen. Voor deze natuurbeheersmaatregel wordt compensatie verleend in de vorm van subsidie per nest. Die nesten worden dan ook zorgvuldig geteld en gemerkt en later nog eens gecontroleerd. Je zou denken dat iedereen die hierbij betrokken is, het beste met de grutto voorheeft. Zeker ook de boer.
De regelgeving blijkt vaak echter slechts een aantrekkelijke aanvulling op de jaarinkomsten. Van morele overtuiging is lang niet altijd sprake. Op 18 mei van dit jaar trof natuurfotograaf Danny Ellinger in een pas gemaaid weiland in de polder bij Zuiderwoude 600 omgekomen gruttojongen aan. De natuurbeherende agrariër had er niet bij stil gestaan dat jonge grutto's nog wekenlang zeer terreingebonden zijn en dat de kraamzorg langer duurt dan de broedtijd alleen. Zijn maaiactie elimineerde binnen een uur een groot deel van het toekomstige gruttobestand.
IJsberg
Ellingers verslaglegging geeft aan dat dit ongeluk niet het enige in zijn soort is. Veel meer agrariërs blijken het gastheerschap aan hun laars te lappen. Wegens gebrek aan controle is het vaststellen van de maaidatum een vertrouwenszaak tussen overheid en beheerder. Ellinger veronderstelt dat de aantrekkelijke subsidieregeling in dit geval zelfs malversatie in de hand werkt en dus een tegenovergesteld effect veroorzaakt. De betrokken agrariër heeft slechts een proces-verbaal gekregen. Een uitvoerig rapport is naar het ministerie van LNV gegaan.
Bovenstaande voorbeelden vormen uiteraard slechts het topje van de ijsberg van de jaarlijks voorkomende maaibeheer-ongelukken. Onwetendheid en onzorgvuldigheid zijn de twee belangrijkste oorzaken van de vele natuurdrama's die hieruit volgen. Veel kan voorkomen worden als er beter wordt gecommuniceerd. Niet alleen beleid maken, maar ook voorlichten, controleren en handhaven. Een cirkel van betrokkenheid, waarbij ambtenaren, uitvoerders en milieukenners elkaar goed kunnen aanvullen.
Aletta de Ruiter
meer artikelen over natuurontwikkeling en waterbeheer
|
|
Nogmaals de gedempte sloot
In de vorige Branding schreven we over een sloot in Reigersbergen die illegaal gedempt was. Met nadelige gevolgen voor de opvang van hemelwater, maar meer nog voor de biodiversiteit. De sloot was immers een ware kraamkamer voor amfibieën, waaronder het Groene-kikker-complex, de Bruine kikker, de Gewone pad en de Kleine watersalamander, en soms de Rugstreeppad. Ook
de Noordse woelmuis was er te vinden. Volgens bioloog Niek van de Worff van het Groene Platform heeft het dempen van deze sloot vèrgaande consequenties voor de soortendiversiteit en de populatieopbouw van de amfibieën in dit gebied gehad.
Inmiddels heeft de Dienst Stedelijke Ontwikkeling haar pachter per brief laten weten dat de demping illegaal was. Als de sloot niet weer wordt opengegraven, moet er in beginsel elders in hetzelfde peilgebied voor een vervangende waterloop worden gezorgd.
Het kan echter zijn dat het Hoogheemraadschap met terugwerkende kracht alsnog vergunning voor de demping verleent. Het zou niet de eerste keer zijn dat een illegale situatie naderhand gelegaliseerd wordt. Het bestuursrecht eist immers een zorgvuldige belangenafweging, en dat leidt er regelmatig toe dat het welbewust niet aanvragen van een vergunning wordt beloond.
Stadspartij
Niek van der Worff gaat zich inspannen om het niet zover te laten komen. Het Groene Platform zal het Hoogheemraadschap nog eens proberen te doordringen van de gevolgen van het dempen van de sloot op de biodiversiteit in het gebied. In zijn brief zal het platform speciale aandacht vragen voor zaken als soortendiversiteit, populatiedichtheid en de verplichtingen op grond van de Flora- en Faunawet. Van der Worff zal verder bekijken welke juridische mogelijkheden hem ten dienste staan.
En ook de politieke weg wordt behandeld: onlangs vond een gesprek plaats tussen het Groene Platform en Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij over onder andere het dempen van de sloot in Reigersbergen.
De Haagse Stadspartij had op 7 juli jl. naar aanleiding van het artikel in Branding een vraag aan het college van B&W gesteld. Na een uitvoerig citaat wilde Joris Wijsmuller van B&W weten: “Kan het college aangeven hoe dit heeft kunnen gebeuren en welke sancties zullen worden getroffen tegen deze overtreding van o.a. de Flora- en Faunawet?”
Door het reces is de vraag bij het ter perse gaan van dit nummer nog niet beantwoord, maar wij zullen u van de ontwikkelingen in deze kwestie op de hoogte houden.
Bob Molenaar
Meldpunt Toezicht Delfland
Delfland heeft als waterschap een aantal kerntaken. Zo zorgt Delfland voor de waterkwaliteit (schoon water), het waterpeil (de juiste stand van het water) en de waterkeringen (dijken en duinen die onze voeten droog houden) binnen het gebied van Delfland.
Zeker nu we regelmatig geconfronteerd worden met grote hoeveelheden regen- of rivierwater die afgevoerd moeten worden, is elke sloot er één. Het Hoogheemraadschap Delfland heeft tot taak het kwetsbare systeem in balans te houden door ervoor te zorgen dat het juiste waterpeil in de watergangen gewaarborgd blijft. Delfland beschikt over een meldpunt waar u activiteiten kunt melden die schade aan de waterkwaliteit of het watersysteem toebrengen.
Ziet u iets dat naar uw inschatting de waterkering, de waterkwaliteit of het waterpeil in gevaar brengt? Of constateert u een illegale handeling of overtreding? Meld dit dan bij het Meldpunt Toezicht, tel. 015 270 18 88, e-mail meldpunt@hhdelfland.nl
Denk bijvoorbeeld aan:
een sloot waarin dode vissen liggen;
een dijk die verzakt is of waaruit water sijpelt;
een plezierboot die te hard vaart;
lozing van olie op het water of een afvoer van een wasmachine die rechtstreeks in het oppervlaktewater uitkomt;
een sloot die nagenoeg droog is komen te liggen of juist dreigt over te lopen;
een sloot die illegaal gedempt wordt.
meer artikelen over natuurontwikkeling en waterbeheer
|
Gezond door de natuur?
Helende tuinen schieten als paddestoelen uit de grond. Bij de bouw van nieuwe ziekenhuizen wordt steeds meer aandacht besteed aan ‘healing environments’. Psychiatrische instellingen liggen vaak midden in de prachtigste landgoederen (waarvan er gelukkig veel publiek toegankelijk zijn). Boeren halen in toenemende mate mensen met een mentale of fysieke handicap binnen om de dieren te verzorgen of het land te bewerken. Kortom: er bestaat een breed gedragen overtuiging dat een verblijf in de natuur heilzaam is voor de mens.
Er zijn ook wetenschappelijke onderzoeken verricht die wijzen op een gunstige invloed van natuur op de gezondheid. Maar wat zijn die onderzoeken eigenlijk waard? Dat is op grote schaal onderzocht door de Gezondheidsraad. Samen met de Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek heeft die de bestaande internationale literatuur doorgevlooid om een antwoord te vinden op de vraag: is wetenschappelijk aantoonbaar dat een natuurlijke omgeving positieve invloeden op de gezondheid kan hebben?
De Gezondheidsraad heeft op twee manieren geprobeerd een antwoord op deze vraag te vinden. In de eerste plaats door het bestuderen van onderzoeken die een rechtstreeks verband tussen natuur en gezondheid proberen te meten. In de tweede plaats door onderzoeken onder de loep te nemen die índirecte invloeden aannemelijk maken. Dat wil zeggen, het kan zijn dat de natuur bepaalde gedragingen of mechanismen stimuleert die op hun beurt weer de gezondheid beïnvloeden.
Grootschalige epidemiologische onderzoeken naar de relatie tussen natuur in de woonomgeving en algemene indicatoren voor gezondheid zijn schaars: één in Nederland en één in Japan. De Gezondheidsraad vindt dat deze onderzoeken met de nodige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd, maar ziet in de resultaten aanwijzingen voor een positief verband tussen natuur en gezondheid.
Indirecte effecten
Twee onderzoeken dus slechts, die zwakke aanwijzingen voor een positief verband geven. Bieden de onderzoeken naar de índirecte effecten meer houvast?
Dan moeten we eerst kijken om welke indirecte effecten dat kan gaan. Als eerste onderscheidt de Gezondheidsraad een verband tussen enerzijds de natuur, anderzijds het herstel van stress en vermoeidheid door langdurige concentratie. Chronische stress speelt een belangrijke rol in het ontstaan en beloop van ernstige gezondheidsklachten, zowel lichamelijke als geestelijke. Stressgerelateerde psychische aandoeningen zijn belangrijke oorzaken van ziekteverzuim en WAO-instroom.
Naar dit veronderstelde verband zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd, waar methodologisch weinig of niets op aan te merken is. Ze leveren sterke aanwijzingen op dat natuur inderdaad kan helpen bij herstel van stress en aandachtsmoeheid. Uitzicht op natuur, hoe kortstondig ook, en verblijf in de natuur blijken een positieve invloed te hebben op onder meer stemming, concentratie, zelfdiscipline en fysiologische stress.
Een tweede aspect dat is onderzocht, is in hoeverre de natuur mensen aanzet tot bewegen. Nog niet de helft van de Nederlandse bevolking voldoet aan de bewegingsnorm (minstens vijf dagen per week een halfuur matig intensief bewegen). ‘Bewegingsarmoede’ vormt een bedreiging voor de volksgezondheid. Vandaar de vraag: in hoeverre kan een ‘groene’ woon- en werkomgeving mensen stimuleren om dagelijks meer te bewegen?
Uit veel onderzoeken blijkt dat de omgeving inderdaad invloed heeft op duur en intensiteit van bewegen, maar of die omgeving daarvoor ook ‘groen’ moet zijn is iets anders. Wel blijken mensen het bewegen in een natuurlijke omgeving hoger te waarderen. Misschien houden ze het in een dergelijke omgeving langer vol.
Kan natuur ook helpen sociale contacten aan te gaan, vraagt de Gezondheidsraad zich vervolgens af. Dat is een relevante vraag, omdat mensen met veel sociale contacten zich gezonder voelen en langer leven. Drie onderzoeken, allemaal uitgevoerd in Chicago, leveren aanwijzingen voor een verband tussen groene openbare voorzieningen en sociale integratie. Maar die resultaten zijn niet zonder meer van toepassing op de situatie in Nederland.
Het kind in de mens
Boomhutten, schuilplaatsen in de bosjes, verkenningstochten door ‘het oerwoud om de hoek’: voor de Gezondheidsraad zijn zulke dingen van groot belang voor een gezonde ontwikkeling van kinderen. En die is van groot belang om ook als volwassene gezond door het leven te kunnen gaan. De mogelijkheden voor kinderen om contact met de natuur te hebben nemen echter af, nu de natuur steeds meer uit hun directe leefomgeving verdwijnt. De weinige verrichte onderzoeken lijken erop te wijzen dat de cognitieve, motorische en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen baat heeft bij gevarieerd, regelmatig en direct contact met natuur.
Tot slot kan een verblijf in de natuur - of dat nou een bos in de buurt is of een groots natuurgebied ver weg - mensen aanzetten tot reflectie, hun gevoel van autonomie versterken en hun het gevoel geven te passen in een groter geheel. Dat kan mensen weerbaarder in het leven doen staan, zo luidt de theorie. Onderzoeken naar vrijetijdsbesteding in natuurlijke omgevingen lijken uit te wijzen dat natuur inderdaad voorwaarden schept voor zingeving, maar methodologisch is er wel het nodige op aan te merken.
Geloofwaardig
Het zal de regelmatige lezer van wetenschappelijke onderzoeken niet verbazen: de voornaamste conclusie luidt dat er nog veel vervolgonderzoek nodig is om de verbanden tussen natuur en gezondheid vast te stellen.
Mevrouw Van den Berg van de Gezondheidsraad kan zich wel een beetje voorstellen dat mensen teleurgesteld zullen zijn over de resultaten van haar onderzoek. Er heerst immers vrij brede overeenstemming over de heilzame werking van ‘de natuur’, waarvoor naar nu blijkt weinig wetenschappelijke onderbouwing bestaat. “Zie ons onderzoek maar als een ondersteuning van die breed gedragen intuïties en noties. Het bestaan van een gunstige invloed van de natuur op de gezondheid is geloofwaardig. Ons onderzoek was het eerste deel van een tweeluik, de Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek (de RMNO) gaat er nu mee verder. Die gaat kijken wat voor gerichte onderzoeken er geprogrammeerd zouden kunnen worden en welke aanpassingen in de kennisinfrastructuur wenselijk zijn. Voordat de RMNO rapport uitbrengt wordt er een brede werkconferentie georganiseerd, waar ook mensen uit de praktijk (zoals medewerkers van zorgboerderijen) over hun ervaringen kunnen vertellen.
Wij hebben ons rapport aangeboden aan de bewindslieden van LNV, VROM en VWS, want het gaat hier om een departement-overstijgend onderwerp. Ik kan me zo voorstellen dat onze onderzoeksresultaten invloed gaan uitoefenen op bijvoorbeeld het ruimtelijke-ordenings- en het huisvestingsbeleid.”
Bob Molenaar
meer artikelen over gezondheid en milieu
|
Klimaatprojecten in Den Haag
De gemeente Den Haag heeft fors uitgepakt in het aanvragen van projecten bij VROM voor het klimaatbeleid. Ze heeft voor 2,5 miljoen euro aan projecten ingediend, met een looptijd van vier jaar.
Er zitten verrassende voorstellen bij, zoals warmtewinning uit het riool en nuttig gebruik van de biomassa uit de Haagse plantsoenen. Ook heel brave, zoals om de aangescherpte energieprestatienorm (van 1.0 naar 0.8) die in 2006 verplicht wordt, al in 2005 te realiseren.
De voorstellen op verkeersgebied zijn nogal vaag. Het is wel heel goed, dat het beleid goed wordt gemonitord en dat er eindelijk een uitvoeringsplan komt voor de ambitieuze doelstelling van een CO2-neutrale stad.
Het hele plan staat of valt met draagvlak van het maatschappelijk middenveld en enthousiasme en deskundigheid binnen de gemeente zelf. De politieke en ambtelijke top moeten ervoor willen gaan en het niet als een hobby van de wethouder van duurzaamheid beschouwen.
meer artikelen over duurzame energie en energiebesparing
|
MEP-Vergoeding dupeert windvogel
Het vervangen van de Regulerende Energiebelasting door de Milieukwaliteit ElektriciteitsProductie-regeling heeft voor producenten van groene energie vervelende gevolgen gehad. Arie Groenveld van windmolenvereniging De Windvogel over het hoe en waarom.
Vanaf 1996 kende Nederland een energiebelasting op het verbruik van brandstoffen en elektriciteit (REB, ook wel ecotax genoemd), waarmee geld vrijgemaakt werd voor subsidies voor milieusparende maatregelen. Die subsidies gingen onder meer naar energiehandelsbedrijven, die hiermee in staat werden gesteld om (duurdere) groene energie in te kopen bij producenten. Een deel van die subsidie kwam dus terecht bij de groene-energieproducent, die hierdoor op de energiemarkt kon concurreren. Ook exploitanten van windturbines voeren hier wel bij.
De vraag naar groene energie nam een hoge vlucht, onder meer omdat voor deze categorie een vrijstelling van REB in het leven werd geroepen. Na de privatisering van de energiesector kwamen de energiehandelsbedrijven in beeld, die de in- en verkooprol van de GEB’s overnamen. Door reclame nam de vraag naar groene energie nog toe. Zelfs in die mate dat de binnenlandse productie niet meer in de vraag kon voorzien. Uitbreiding van de binnenlandse productiecapaciteit is nauwelijks aan de orde, mede door de decentralisering van het toekenningsbeleid van windmolenlocaties (lange procedures).
Hierdoor waren de energiehandelsbedrijven gedwongen om meer (goedkopere) biomassa-energie te verhandelen en groene stroom te importeren. Daar het handelsbedrijf ook REB-gelden opstreek bij inkoop van buitenlandse groene energie, vloeide een deel van de REB naar het buitenland. En dat terwijl groene energie daar door lokale subsidies ongeveer even duur was als grijze. Dat gold zowel voor buitenlandse windenergie als voor energie afkomstig van bestaande waterkrachtcentrales.
Halvering REB
Een Nederlandse belastingmaatregel leidde dus níet tot het bevorderen van extra duurzame binnenlandse productiemiddelen, maar spekte buitenlandse exploitanten van al bestaande productiefaciliteiten. De overheid besloot daarom tot stopzetting van de vergoedingen uit de REB- inkomsten voor producenten van duurzame elektriciteit en elektriciteit uit warmte-krachtkoppeling (WKK). Daarnaast werd de REB-vrijstelling op groene energie voor de consument vanaf 1 januari 2003 teruggebracht van 6 naar 2,9 eurocent per kWh (die ten goede komt aan de energieleverancier!!). Dit betekent dat de producent geen subsidie uit REB-inkomsten meer ontving en er in feite 3,1 eurocent per kWh op achteruit zou gaan. Om nu toch het investeren in productiecapaciteit van groene energie te stimuleren, werd de MEP (Milieukwaliteit ElektriciteitsProductie)-regeling bedacht. Producenten in Nederland van duurzame elektriciteitsproductie en elektriciteitsproductie met WKK krijgen nu een vergoeding per kWh, waarvan de hoogte wordt vastgesteld door de minister van Economische Zaken.
De MEP in de praktijk
De MEP houdt in dat men gedurende de eerste tien jaar na plaatsing van een windmolen 4,9 eurocent per kWh ontvangt - of over de eerste 18.000 vollast-uren, rekening houdend met het nominale vermogen van de turbine. De MEP is van toepassing op alle installaties die na 1 januari 1996 in gebruik zijn genomen.
Voor De Windvogel betekenen genoemde maatregelen dat zowel onze molen de Windvogel (in Bodegraven, bouwjaar 1994) als de Amstelmolen (in Ouderkerk a/d Amstel, bouwjaar 1992) sinds begin 2003 geen subsidie meer ontvangt. Wel krijgen we nog subsidie voor de opgewekte energie van de Haagse Ooievaar (start productie 6 december 1996) en de Gouwevogel (in Gouda, start productie 7 november 2000). Er is dan ook haast geboden bij het vervangen van zowel de Windvogel als de Amstelmolen. Hiervoor hebben we twee redenen:
- De milieuwinst van moderne grote molens is aanzienlijk groter;
- Het effectief rendement van nieuwe molens is mede door de MEP hoger; door de meeropbrengst kan er weer geld vrijgemaakt worden voor nieuwe projecten.
Nieuwe projecten
Maar de afschaffing van de REB-vergoeding heeft ook nadelige consequenties voor nieuwe projecten.
Als we de Gouwevogel met een nominaal vermogen van 600 kW als voorbeeld nemen, dan zouden 18.000 vollast-uren bereikt worden na een opbrengst van 600 x 18000 kWh = 10,8 MWh. Bij een gemiddelde jaaropbrengst van 861.000 kWh/jaar zou deze opbrengst na 12,5 jaar worden bereikt. Maar alleen de eerste tien jaar wordt MEP-subsidie verschaft. Dit betekent dat de maximaal verkrijgbare subsidie niet wordt gehaald en dat we een subsidiebedrag van 2,5 x 861000 x € 0,049 = 105472 euro mislopen.
Als een turbine (b.v. aan de kust) beter presteert, dan wordt de opbrengst van 18000 vollast-uren waarschijnlijk binnen tien jaar gehaald en neemt de rentabiliteit van de investering aanzienlijk af nog vóórdat de turbine is afgeschreven (in 15 jaar).
Dat zou een reden kunnen zijn om turbines nog voor de technische afschrijfperiode af te breken, wat betekent dat de MEP-vergoedingsregeling leidt tot kapitaalsvernietiging.
Bij andere windmolenverenigingen is inmiddels gebleken, dat banken vanwege de grotere risico's minder geneigd zijn om kredieten te verstrekken. Dit is natuurlijk een groot nadeel voor de kansen van nieuwe ‘groene-energieprojecten’.
Hoe moeten we hiermee nu omgaan als windmolenvereniging?
Ongeveer zes keer per jaar vergaderen we met andere windmolenverenigingen binnen ODE (Organisatie voor Duurzame Energie) over allerlei gemeenschappelijke problemen die we ondervinden - waaronder de tekortkomingen in de MEP-regeling. ODE werkt o.a. weer samen met de PAWEX (Particuliere Windturbine Exploitanten) en probeert op deze manier zijn invloed aan te wenden bij de diverse overheidsinstanties.
Zie ook www.duurzameenergie.org/index.html
Aanpassingen
Bij het plannen van nieuwe projecten kunnen we wellicht in beperkte mate rekening houden met de beperkingen die de MEP oplegt. Als met een bepaalde windturbine de energie van 18.000 vollasturen precies in tien jaar wordt bereikt, is wat betreft de subsidiereling het onderste uit de kan gehaald.
Presteert een turbine meer door plaatsing op een windrijke locatie (aan de kust), dan bereikt deze de 18000 vollasturen ruimschoots binnen tien jaar. Het is dan wenselijk om met medewerking van de fabrikant het vermogen van de turbine op te waarderen, zodat deze er langer over doet om de energieopbrengst van de 18000 vollasturen te realiseren.
Anderzijds zal op een locatie in het binnenland de energieopbrengst van deze 18000 vollasturen pas ná tien jaar worden bereikt, maar de MEP-vergoeding houdt na die tien jaar op. In dat geval zou een turbine van een bepaald vermogen wellicht met wat ‘zwaardere’ wieken kunnen worden uitgerust, zodat er wat meer energie uit wordt gehaald.
Het moge duidelijk zijn dat de regeling verre van optimaal is, aangezien de huidige turbines zeker meer dan tien jaar meekunnen. De MEP-regeling nodigt uit om de turbines na tien jaar te vervangen, terwijl ze dan technologisch nog niet zijn afgeschreven. Zonde van het geld.
Arie Groenveld
Oudste Windvogel-molen wordt vervangen
De Windvogel wil haar 31 meter hoge Amstelmolen in Ouderkerk aan de Amstel in 2005 vervangen door een windmolen van 85 meter. De nieuwe turbine krijgt wieken van maar liefst 35 meter, een verdubbeling ten opzichte van de huidige. De capaciteit van de nieuwe windmolen is 25 maal groter dan het huidige exemplaar: twee megawatt (tweeduizend kilowatt) in plaats van maximaal tachtig kilowatt per uur kan opwekken. Dat is op jaarbasis vier miljoen kilowatturen, genoeg om per jaar 1300 huishoudens te voorzien van groene stroom.
Het college van B en W van Ouder-Amstel heeft geen bezwaar tegen het plan. De Vogelwerkgroep Ouderkerk is niet echt blij met de nieuwe molen, die vanwege de grotere omvang op een iets andere plek komt te staan. "Maar we zijn ook niet echt tegen”, vertelde een woordvoerder tegen het Amstelveens Weekblad. “Met de huidige molen hebben we geen slechte ervaring. Het aantal dode vogels is nihil, ze vliegen er netjes omheen." Een voordeel van het nieuwe type is dat het langzamer draait.
De nieuwe windmolen kost twee miljoen euro. Via de opbrengsten uit de MEP-regeling en de verkoop van groene stroom aan Nuon worden de kosten binnen tien jaar terugverdiend.
De Windvogel stelt zich voor
Zoals u in het artikel van Arie Groenveld kunt lezen, heeft De Windvogel met nogal wat tegenwind te kampen. Gelukkig kunt u daar iets aan doen. Door lid van deze coöperatieve vereniging te worden, bijvoorbeeld. Voor eenmalig 50 euro schaft u een aandeel in De Windvogel aan. Dit bedrag vormt het risicodragende kapitaal van de vereniging en kan dus niet altijd vanzelfsprekend worden teruggevorderd bij beëindiging van het lidmaatschap. De meeste leden verstrekken ook een lening aan de vereniging, waarmee daadwerkelijk wordt bijgedragen aan het financieren van projecten. De lening valt buiten het risicodragende vermogen. De jaarlijkse rentepercentages, die worden betaald over het leningbedrag, zijn afhankelijk van de winst en de elektriciteitsopbrengsten. De afgelopen jaren is de uitgekeerde rente 3 of 4 procent geweest over het geleende bedrag (zij het dat 2003 helaas een slecht windjaar was. Het windaanbod lag op ongeveer 60% van een ‘normaal’ windjaar).
Behalve een jaarlijkse rente-uitkering ontvangt u viermaal per jaar het ledenblad De Windvaan en 365 dagen per jaar het prettige gevoel dat u daadwerkelijk bijdraagt aan een beter milieu.
U kunt zich aanmelden via www.windvogel.nl/contact/wordlid.html of door contact op te nemen met De Windvogel, Fazantendreef 6, 2665 ET Bleiswijk, tel. 010 5215953 / 06 13 19 26 64, e-mail info@windvogel.nl.
Uw eigen stroom via Echte Energie
De Windvogel heeft een contract getekend met Echte Energie voor levering van de door haar molens opgewekte groene energie. Bij leden die kiezen voor deze energieleverancier komt dus voor een deel hun ‘eigen’ stroom uit het stopcontact vloeien.
meer artikelen over duurzame energie en energiebesparing
|
Den Haag staat op de fietskaart
Onlangs verscheen bij Cito-Plan een nieuwe, geheel herziene druk van Den Haag op de fiets. De stadsplattegrond voor fietsers in Den Haag, Rijswijk, Wassenaar, Wateringen en Leidschendam Voorburg kost 3,90 euro. De Fietsersbond, afdeling Den Haag en omstreken is bij de totstandkoming betrokken geweest.
Wat direct opvalt is de groene kleur van het hoofdfietsroutenet, dat als een soort raster over de kaart ligt. De meeste hoofdfietsroutes lopen parallel met de belangrijke doorgaande routes voor autoverkeer. De fietser kan hier gebruikmaken van vrijliggende fietspaden of van fietsstroken. Waar deze stroken langs geparkeerde auto’s lopen zijn ze helaas niet echt veilig.
Naast de groene hoofdfietsroutes staan ook secundaire fietsroutes op de kaart aangegeven, in de kleur geel. Het fietst daar rustiger, er is minder stankoverlast en je komt er minder fietsonvriendelijk afgestelde verkeerslichten tegen. Leden van de Fietsersbond hebben suggesties voor deze routes aangedragen naar aanleiding van een oproep in het ledenblad De Fietsbel.
Het maken van een plattegrond is en blijft mensenwerk. Er staan dan ook soms storende fouten in Den Haag op de fiets. Zo zijn de Venestraat en een deel van de Wagenstraat natuurlijk geen onderdeel van een secundaire fietsroute, want ze liggen in het voetgangersgebied in het centrum van Den Haag. Ook staan er wat fietspaden op de kaart aangegeven (met de kleur rood/roze) die dat in werkelijkheid niet zijn. En vaart u vooral niet blind op de vermelde adressen van fietsenreparateurs. U kunt beter even in het telefoonboek, de Gouden Gids o.i.d. kijken voordat u er met uw kapotte rijwiel heengaat.
Ondanks deze gebreken is de nieuwe fietskaart een bijzonder bruikbaar instrument om eens te gaan experimenteren met andere routes. De Fietsersbond, afdeling Den Haag e.o. is benieuwd om te horen hoe ze u bevalt. Heeft u kritiek, complimenten, ideeën voor alternatieve routes of handige doorsteekjes en dergelijke, meld dit dan aan:
Fietsersbond, afdeling Den Haag e.o.
Postbus 11638, 2502 AP Den Haag
E-mail: denhaag@fietsersbond.nl
Tel. 070 3975116 (Daan Goedhart)
meer artikelen over mobiliteit
|
Raaptroep zoekt vuile plekken
De vuilraaptroep Licht op Groen en Geel gaat alweer haar vierde seizoen in. De vrijwillige vuilrapers laten zich niet ontmoedigen door de grote hoeveelheden troep die ze op hun tochten door het groen tegenkomen, integendeel zelfs. Na vooral het Haagse Bos regelmatig te hebben geschoond, is de onbezoldigde reinigingsbrigade op zoek naar uitbreiding van haar werkterrein. Ergert u zich al zo lang aan de blikjes, dozen en wat al niet meer in uw buurtpark? Stuit u bij uw wandelingen door een natuurgebied regelmatig op gedumpt afval? Meld het dan via een mailtje naar lichtopgroenengeel@hccnet.nl, of bel naar (070) 310 7883 (Jan Meijer) of (070) 364 9576 (Arno Bouts en Judith Broos),
In principe komt iedere vervuilde plek in een groengebied of op het strand binnen de regio Den Haag (Den Haag, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg) in aanmerking. Als de vuilrapers zo'n plek de moeite waard vinden organiseren ze daar een actie samen met vrijwilligers uit de buurt.
Kijk op http://vuilraaptroep.denhaag.org voor foto's, verslagen, en aankondigingen van komende acties.
meer artikelen over organisaties
|
Temperatuurstijging
Is het nu high-tec of juist ontzettend low-tec? TNO, Eneco en het Hoogheemraadschap van Delfland hebben onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om warmte te winnen uit… het riool. In Zwitserland bestaat het al zo’n twintig jaar, maar als het in Nederland wordt gerealiseerd krijgt Den Haag de primeur van dit systeem.
Het klinkt allemaal wat viezer dan het is, want de warmte zal worden onttrokken aan de effluentleiding, dus de afvoer. Hierdoor wordt het reeds gezuiverde rioolwater van de zuiveringsinstallatie naar zee gepompt. De temperatuur ligt daar weliswaar zo’n twee graden lager dan in de influentleiding (de toevoer, dus), maar daar staat tegenover dat het er minder smerig aan toegaat. Bovendien kan het onttrekken van warmte aan de toevoerleiding het zuiveringsproces verstoren. En een ander voordeel van het gebruik van de effluentleiding is dat daar het aanbod geregeld worden. In Den Haag bedraagt dat tussen de 200.000 en 750.000 kubieke meter per dag, afhankelijk van de regenval. Voor een belangrijk deel is de warmte in het riool afkomstig van bad-, was- en proceswater.
Het systeem is gebaseerd op warmtepompen, die warmte op een lage temperatuur kunnen opnemen en via compressie op een hogere temperatuur weer kunnen afgeven. Die warmtepompen kunnen worden aangebracht in woningen of andere gebouwen. Er zijn verschillende mogelijkheden. De eerste is dat de rioolwarmte rechtstreeks naar de warmtepompen van de gebruikers gaat. Deze optie heeft echter enkele nadelen. Er is een grote warmtewisselaar nodig, omdat veel warmte moet worden overgedragen bij kleine temperatuurverschillen. En uiteraard is de warmtevraag het grootst in de winter, juist wanneer de rioolwatertemperatuur het laagst is.
Bodembron
De tweede mogelijkheid is om de rioolwarmte te gebruiken om een bodembron op temperatuur te houden. De warmtepompen zijn dan aangesloten op de bodembron die voor verwarming dient. Van dit systeem maakt bijvoorbeeld het Haagse stadhuis gebruik. De warmteoverdracht vindt dan in de zomer plaats, terwijl de warmteontrekking hoofdzakelijk in de winter geschiedt. Omdat de rioolwatertemperatuur in de zomer relatief hoog is, kan bij deze optie met een kleinere (en dus goedkopere) warmtewisselaar worden volstaan.
Een combinatie van de twee mogelijkheden lijkt het meest kansrijk. Dus een warmtepomp die in de winter warmte aan de bodembron onttrekt, terwijl de rioolwarmtewisselaar in de zomer het warmteverlies in de bodembron aanvult.
Het grote voordeel van rioolwaterwarmte is dat er geen hogere temperatuur in het milieu wordt geloosd dan eruit wordt gehaald: de kringloop van warmte is gesloten. Wel is het systeem in de gebouwde omgeving om economische redenen beperkt tot warmteafnemers die zich binnen een strook van 100 meter van de effluentleiding bevinden.
Volgens TNO is realisatie van een warmtewisselaar goed mogelijk in de effluentleiding die nu wordt aangelegd tussen de Harnaschpolder en Houtrust. Bij de herstructurering van Den Haag-Zuidwest zouden woningen op het systeem aangesloten kunnen worden. In theorie zou de rioolwarmte kunnen voorzien in 6,7 procent van de totale Haagse warmtevraag.
De nieuwe leiding zal eind 2005 of begin 2006 worden opgeleverd. Mogelijk kan in 2008 een demonstratieproject met rioolwaterwarmte van start gaan in 250 Haagse woningen. Het is de bedoeling dat de gemeente Den Haag, Eneco en het Hoogheemraadschap daarover dit najaar een overeenkomst sluiten.
Bob Molenaar,
Haags Milieucentrum
meer artikelen over duurzame energie en energiebesparing
|
Van composthoop tot vlindertuin
Het is dan wel minder prestigieus dan een nationaal automobielmuseum, maar toch kan Reigersbergen trots zijn op haar nieuwe aanwinst: de vlindertuin.
‘Nieuw’ is eigenlijk niet het goede woord, want de oorsprong van de vlindertuin gaat terug tot 2000. Marian Looije, de initiatiefneemster tot de vlindertuin, vertelt: “Toen vond het open-planproces voor de ontwikkelingsvisie Marlot-Reigersbergen plaats. Daarmee wilde de gemeente in samenspraak met bewoners en organisaties het gebied verfraaien. Waar nu de vlindertuin is lag toen een grote composthoop, en die was veel mensen een doorn in het oog. Het was onduidelijk van wie die nu eigenlijk was, daarom heb ik dat door de gemeentelijke Ombudsman laten uitzoeken. Het resultaat is dat de composthoop werd afgegraven en dat ik in contact kwam met Hans Busker van het stadsdeelkantoor Haagse Hout. Ik heb een eigen tuin in Reigersbergen waar ik een vlindertuin van gemaakt had, en Hans Busker suggereerde dat ik samen met mijn tuin-buurman het vrijgekomen stuk grond zou kunnen gebruiken. Mijn buurman voelde daar echter niets voor, vandaar dat ik er toen met vrijwilligers een vlindertuin ben gaan aanleggen. Vooral Birgit Stade heeft heel veel werk verzet.”
De tuin werd op 13 augustus geopend door wethouder Smits (Duurzaamheid), die een groot bord met de aanduiding ‘Vlindertuin Reigersbergen’ onthulde. Dit bord vervangt de bordjes die Marjan Looije enkele malen opgehangen had en niet bestand bleken tegen de elementen. Looije daarover: “De gemeente heeft aangeboden een wat duurzamer bord te laten maken. En ze heeft ook het hek en het zaad betaald.”
Bio-indicatoren
Niet alleen de gemeente is blij met de vlindertuin, ook het Groen Platform. Evert Mutter van deze organisatie (voorheen het Groen Platform Mariahoeve genaamd) wees in zijn speech op de tedere en poëtische associaties die veel mensen bij vlinders hebben. “Sommige mensen vertonen zelfs aarzeling zich te realiseren dat vlinders tot de biologische categorie van de insecten horen. Bij insecten denkt men vaak aan enge, soms gevaarlijke diertjes en die associatie heeft men bij vlinders niet, waarschijnlijk door hun spectaculaire kleur en tekening en door hun gracieuze wijze van zich voortbewegen.”
Maar vlinders hebben ook een monitorfunctie, zij fungeren als bio-indicatoren voor de toestand van het milieu, benadrukte Mutter. En de kwaliteit van het milieu baart het Groene Platform de nodige zorgen. De biodiversiteit, een van de bepalende factoren voor de milieukwaliteit, wordt bedreigd door het type beheer van openbaar groen en natuurgebieden zoals dat in Den Haag plaatsvindt. Dat wil zeggen, groenbeheer in plaats van beheer van ecosystemen. En ook de plannen tot bebouwing van ecologisch kwetsbare gebieden - zoals het plan voor het Nationaal Automobielmuseum aan de Leidse Straatweg - en tot (her)inrichting van Mariahoeve vormen een bedreiging voor de diversiteit van soorten. Mutter benadrukt dat zijn organisatie alles in het werk zal stellen om met de overheden in gesprek te komen om deze bedreigingen het hoofd te bieden.
Verwaaide vlinders
De officiële opening van de tuin vond helaas plaats in een erg vlinderarme zomer. Wisten vorig jaar elf soorten de weg naar de Vlindertuin Reigersbergen te vinden, dit jaar signaleerde Looije er slechts zeven, allemaal erg algemene soorten als koolwitjes, distelvlinders, citroenvlinders en dagpauwogen. “En dan nog maar enkele exemplaren tegelijk, terwijl er vorig jaar soms zelfs zeventig vlinders van één soort rondvlogen. Ze vertonen ook opvallend vaak beschadigingen, door de wind denk ik. Deze zomer heeft het zelfs op zonnige dagen vaak hard gewaaid.”
Laten vlinders het nu dus helaas afweten, bezoekers van Reigersbergen weten de bloemenpracht te waarderen. Rondom de tuin staan dertig, 35 buddleja’s, planten waarvan de Nederlandse naam niet voor niets ‘vlinderstruik’ luidt. In de tuin zijn vakken ingezaaid met onder meer korenbloem, bolderik, wilde peen, distels, kaardebol, damastbloem, marjolein en pepermunt. “Voorbijgangers reageren vaak erg enthousiast”, aldus Looije, “ze gooien foto’s in de tuin of spreken je aan als ze zien dat je aan het wieden bent.”
De tuin is dan wel niet toegankelijk, vanaf het pad dat vanaf de Bezuidenhoutseweg richting de Leidse Straatweg leidt heeft u er goed zicht op. De vlindertuin ligt ter hoogte van de weilanden die grenzen aan de tuin van Paleis Huis ten Bosch, achter het gebouwtje van de GKV-sportvelden.
Bob Molenaar
meer artikelen over natuurontwikkeling en waterbeheer
|
Geslaagde fietstocht naar biologische boeren
De afdeling Den Haag van Milieudefensie had op zaterdag 19 juni een fietstocht naar twee biologische boerderijen in Midden-Delfland georganiseerd. Deze dag was de eerste van de twee Open Dagen van Biologica, de belangenvereniging van de biologische winkels. Omdat 19 juni tevens de jaarlijkse Midden-Delflanddag was, werd een bezoekje aan dit fraaie gebied alleen nog maar aantrekkelijker. In de Natuurvoedingswinkel aan de Torenstraat legden we een routebeschrijving en een kaart neer voor de mensen die de fietstocht zelfstandig wilden maken. Het Haags Milieucentrum had een aantal kompasjes beschikbaar gesteld.
Alle Haagse Milieudefensieleden hadden een uitnodiging gehad, waarin stond dat er om half twaalf vertrokken werd bij de Natuurvoedingswinkel. Zo’n dertig mensen stonden om die tijd gereed voor vertrek. Een bonte verzameling, van studenten tot gepensioneerden, van Milieudefensieleden tot mensen die nog nooit van de vereniging gehoord hadden. Zij hadden op een andere manier van de fietstocht gehoord of erover gelezen, bijvoorbeeld via de advertentie die de natuurwinkel had geplaatst. Prominent aanwezig was een groep Chinezen die aan het Institute for Social Studies studeert. Diverse fietsers hadden kinderen bij zich, in kinderzitjes of in de fietsaanhanger.
Schoolplaten
Een plotselinge regenbui leidde tot uitstel van vertrek met een minuut of vijf, maar daarna klaarde het op en ging de stoet op weg. Om de stad door te moeten fietsen is nooit leuk, maar onze route leidde zoveel mogelijk langs verkeersluwe wegen en al snel verlieten we langs de Vliet de bebouwde kom. In Delft aangekomen, doken we direct onder de spoorbrug door en reden we via enkele rustige straten naar randgemeente Den Hoorn. Na een klimmetje over de snelweg kregen we al snel ’t Woudt in het vizier, waar de eerste boerderij, de Woudhoeve, vlakbij lag. Veel van de oudere deelnemers aan de tocht kregen meteen nostalgische gevoelens op deze boerderij zoals je ze vroeger op schoolplaten zag. Een hooistapel, een koeienstal waar de boerenzwaluwen vlak over je hoofd heenscheren, een wei met een paddenpoel en veel vogelnesten, schaduwgevende kastanjebomen van een halve eeuw oud, een moestuin en ga zo maar door. Eigenaar Nico van Paassen leidde onze groep met aanstekelijk enthousiasme rond.
Voor Van Paassen is het belangrijk om mensen bij zijn bedrijf te betrekken. Hij vindt het dan ook jammer dat op de pakken met melk van hem en andere biologische boeren de naam van de supermarkt komt te staan, en niet die van de melkfabriek. De relatie tussen producent en consument is daardoor volkomen onzichtbaar. Maar ja, een supermarkt is nu eenmaal in de positie om eisen te stellen.
Nieuwe natuur
De boerderij viel zo in de smaak dat een aantal fietsers hier bleef plakken (nee, niet hun banden). Mensen die het niet te laat wilden maken, konden via het prachtige dorpje ’t Woudt terug naar Den Haag, anderen besloten om wat in de omgeving rond te kijken. Met tien mensen gingen we verder naar de tweede boerderij, waarvoor we een route hadden uitgezet die via de dorpskern van Schipluiden dwars door Midden-Delfland ging. Voor diverse fietsers betekende deze tocht een eerste kennismaking met dit veenweidegebied, maar ook de anderen keken hun ogen uit. Veel van de weiden van weleer hebben de laatste jaren immers plaatsgemaakt voor Nieuwe Natuur, en dus fietsten we regelmatig langs plasdrasgebieden en werden we begeleid door weide- en watervogels.
Dit vlakke gebied kent één prominente bult in het landschap: het zandlichaam ten behoeve van de Verlengde A4, dat dwars door Midden-Delfland heenloopt. Na deze ‘barrière’ genomen te hebben kwamen we al snel bij de Vliet aan, en een comfortabele fietsbrug hielp ons naar de overkant. Hier bevindt zich Hoeve Ackerdijk, waar we de inwendige mens versterkten voordat eenieder terug naar Den Haag fietste. Met een fikse wind tegen, dat wel, maar het was toch maar mooi de hele middag droog gebleven!
Bob Molenaar,
Milieudefensie afdeling Den Haag
meer artikelen over het haags milieucentrum en aangesloten organisaties
|
De Vlietzone: wateropvang of verkeersriool?
Er zullen maar weinig Hagenaars zijn die de Vlietzone wel eens doorkruist hebben. De meesten kennen dit gebied tussen de Vliet en de A4 waarschijnlijk alleen maar van langsrijden. Over de genoemde A4 bijvoorbeeld, over de A12 of over de Westvlietweg. De Vlietzone ligt daar als een soort enclave tussen. Maar dat duurt wellicht niet lang meer. Den Haag gaat nu serieus werk maken van de aanleg van het Trekvliettracé, een nieuwe weg die de binnenstad en de Binckhorst beter moet ontsluiten. Er bestaat een plan om deze weg vanaf de Binckhorstlaan onder de Trekvliet door te laten duiken, vervolgens onder de Vliet door te leiden, en hem aan de overkant weer boven te laten komen om dan aan te takken op het Prins Clausplein. Hiervoor zou een tunnel van circa twee kilometer lengte nodig zijn.
De eerste plannen voor deze weg dateren al van eind jaren ’90 van de vorige eeuw. Geldgebrek is er de oorzaak van dat het nooit van realisatie gekomen is. Maar dat kan binnenkort veranderen, want dan worden de resultaten van een nieuwe studie naar aanlegvarianten voor het Trekvliettracé bekend. Het is niet ondenkbaar dat er dan ook voldoende geld beschikbaar is, als De Telegraaf tenminste gelijk heeft met haar bericht dat het kabinet ‘ruim baan aan asfalt’ wil geven. In de nog vertrouwelijke Nota Mobiliteit, gepland voor oktober, staat voor 38 miljard aan plannen voor auto en openbaar vervoer opgesomd.
Voor de Dienst Stedelijke Ontwikkeling is de weg van groot belang voor de ontsluiting van Den Haag en ook voor de hele regio. DSO-directeur Henk Jagersma deelde mee haast te hebben en laat ook goedkope aanlegvarianten voor de weg onderzoeken.
Nu is zuinigheid weliswaar prijzenswaardig, maar het belooft weinig goeds voor de Vlietzone. De Vliet zelf wordt weliswaar niet aangetast als de weg daar onderdoor gaat, maar vervolgens doorsnijdt die het gebied op maaiveld-niveau. En bij een dermate drukke weg is het niet alleen de breedte van de weg die ruimte in beslag neemt. Snelwegen veroorzaken zoveel lawaai dat een strook van circa honderd meter vanwege de geluidsoverlast niet geschikt is om te bebouwen. Slecht nieuws voor Vogelreservaat Vredenoord en voor de bewoners van de Rijswijkse wijk Park Hoornwijk, dus.
Helaas was de gemeente Rijswijk niet in staat ons een actueel standpunt over het Trekvliettracé te verschaffen. De gemeente Leidschendam-Voorburg is voorstander van het Trekvliettracé, maar vindt dat het (in elk geval ten westen van de Vliet) ondergronds moet worden aangelegd.
OMA wil bouwen
Met het Trekvliettracé zijn we er nog niet. Een ander plan - ontwikkeld door bureau OMA van Rem Koolhaas - voorziet in een weg parallel aan de A4 dwars door de Vlietzone heen. Deze moet dienen om de A4 te ontlasten en om de daar geprojecteerde bebouwing te ontsluiten. Als het verkeer met nabijgelegen bestemmingen via een zogeheten onderliggende weg kan worden afgewikkeld, zou er op de snelweg meer ruimte komen voor verkeer dat onderweg is naar verder weg gelegen bestemmingen. De strijd tegen de files wordt aan het A4-front dus op twee fronten gevoerd: in Midden-Delfland moet de A4 worden doorgetrokken om de A13 te ontlasten, en iets verder naar het noorden krijgt de A4 er een satellietweg bij.
Tom Pitstra van het Haags Milieucentrum is fel gekant tegen die parallelweg. “De Vlietzone is een bijzonder gebied, juist door de diepte die het nu heeft. De parallelweg is een opmaat tot verstedelijking van het gebied, wat al genoeg reden is om hem af te wijzen. En er blijkt steeds weer dat nieuwe wegen een verkeersaanzuigende werking hebben, zodat je wel aan de gang kunt blijven. Ik zie meer in betere benutting en beprijzing. Sinds bij Overschie een maximumsnelheid van 80 km/u is ingesteld, stroomt het verkeer beter door en is er ook minder geluidsoverlast en vervuiling. En wat betreft beprijzing denk ik dat we een voorbeeld kunnen nemen aan de congestion charge zoals die in Londen van kracht is en die goed werkt.”
Voor Pitstra staat ook nog lang niet vast dat dat Trekvliettracé er moet komen. “Maar als het dan per se moet, dan toch in elk geval ondergronds.”
Voor Golfvereniging Leeuwenberg zou zo’n parallelweg funest zijn, aldus voorzitter Runderkamp in de Haagsche Courant van 22 juli jl. De weg zou tientallen meters op het terrein van de golfclub komen te liggen en minimaal vier of vijf van de achttien holes kosten. Runderkamp herinnert aan de dreiging, halverwege de jaren ’90, dat het spoor voor de Hoge SnelheidsLijn door de Vlietzone zou gaan lopen. “We verloren vrij snel 200 leden. Mensen namen het zekere voor het onzekere.”
Golflinks staan in kringen van natuurbeschermers doorgaans niet erg hoog aangeschreven. Er zou op ecologisch vlak niets te beleven zijn. Zeker voor dit terrein geldt dit echter niet. Golfer Jan van Brakel waant zich er vaak midden in de natuur. Er huizen veel vogels, maar ook vlinders, libellen, salamanders, hazen en de beschermde bruine kikker. De ecologisch verantwoorde aanleg en het zorgvuldige onderhoud werpen vruchten af. Van Brakel: “Een golfbaan is niet alleen een sportgelegenheid, maar ook een stuk natuur waarmee verantwoord dient te worden omgegaan en waar rekening gehouden moet worden met de medegebruikers: de planten en de dieren”.
Golfvereniging Leeuwenbergh heeft een jurist ingeschakeld om te zien wat er tegen het aantasten van ‘haar’ terrein te ondernemen valt.
Ruimte voor water
De auto heeft er de laatste tijd echter een concurrerende ruimtevreter bij gekregen. Meer en meer wordt duidelijk dat het aanleggen van kunstwerken op waterbouwkundig gebied (de technische term ‘kunstwerken’ bedoelt geen esthetisch oordeel uit te spreken) eigenlijk gelijkstaat aan dweilen met de kraan open. Het zo snel mogelijk naar zee afvoeren van regenwater biedt geen soelaas meer, nu de zeespiegel stijgt en de hoeveelheden neerslag toenemen. Het Hoogheemraadschap Delfland heeft daarom de ruimtelijke eisen, wensen en kansen die er vanuit het waterbeheer bestaan eens goed in kaart gebracht. Het resultaat is de begin augustus verschenen Waterkansenkaart. Hierop staat de Vlietzone aangegeven als potentiële piekberging. Dat wil zeggen dat het gebied planologisch gevrijwaard moet worden van ruimtelijke ontwikkelingen die met de waterwens kunnen botsen.
Wat betekent dit in de praktijk? Op grond van het Nationaal Bestuursakkoord Water zijn overheidsinstellingen die ruimtelijke plannen maken verplicht om aan ‘hun’ waterschap een wateradvies te vragen. Dit advies moet worden verwerkt tot een waterparagraaf in het bestemmingsplan, zij het dat van het advies mag worden afgeweken. Dat gaat echter niet zomaar. Het waterschap (bij ons dus Delfland) bestudeert of het met de waterparagraaf kan instemmen door middel van de watertoets, een soort checklist.
Ook de plannen voor wegen zullen door Delfland kritisch worden bekeken. Het gaat hier immers om verharding van het oppervlak, en waar asfalt ligt kan geen water worden opgevangen. Verder stroomt er van wegen veel vuil af, dat in waterwegen terechtkomt.
Het Haags Milieucentrum ziet de stedelijke ontwikkelingen met zorg tegemoet. Tom Pitstra: “Het college van B&W heeft de gemeenteraad om maximale politieke ruimte gevraagd om de economische potenties te kunnen ontwikkelen. Het groen komt er met een bijzin vanaf. Groen is wel leuk voor de recreatie en om het gebied aantrekkelijk te maken als vestigingsmilieu. Terwijl het om diverse redenen belangrijk is dat de Vlietzone groen blijft. Dat vinden niet alleen wij, maar heel veel organisaties met ons. Zij hebben met ons meegewerkt aan de Groene Visie op de Vlietzone, die gedownload kan worden van onze websitel.
Op 22 september neemt het stadsgewest Haaglanden een standpunt in en wij zullen uiteraard proberen dat in een zo ‘groen’ mogelijke richting te sturen.”
Bob Molenaar
meer artikelen over ruimtelijke ordening
|
Weidevogelbeheer heeft te weinig effect
Het gaat slecht met de vogels buiten de beschermde gebieden. Dit meldt de Natuurbalans van het Milieu- en Natuurplanbureau die op 16 september verschijnt. Het gaat vooral slecht met vogelsoorten die afhankelijk zijn van het agrarische cultuurlandschap. Boeren kunnen dan wel subsidie krijgen om hun land vogelvriendelijk te beheren, maar de regeling is gebaseerd op vrijwilligheid. De vogelvriendelijke gebieden die zo ontstaan vormen een lappendeken, terwijl vogels juist gebaat zijn bij grote aaneengesloten rust- en voedselgebieden. Het zijn vooral grutto, watersnip, scholekster en veldleeuwerik die het moeilijk hebben. De ortolaan is vrijwel verdwenen uit Nederland.
Volgens het Milieu- en Natuurplanbureau geldt de constatering niet alleen voor Nederland, maar ook voor andere lidstaten van de EU.
Wel gaat het relatief goed met de vogelsoorten die afhankelijk zijn van gebieden die in Nederland onder de Vogelrichtlijn zijn aangewezen.
meer artikelen over natuur algemeen
|
BONTEBALPALEISTUIN
Dit speelt een week voordat de Olympische Spelen begonnen.
Een van mijn favoriete Haagse parken is de Paleistuin, ik heb het eerder verteld, vooral ook omdat die voor mij het dichtst bij is. De Paleistuin is openbaar groen, hij dankt zijn naam aan het feit dat hij grenst aan de achterkant van paleis Noordeinde, het paleis waarin Beatrix bij tijd en wijle wat vage werkzaamheden uitvoert. Ik zit er vaak te lezen, te mijmeren of te genieten van het aangeplant c.q. langslopend schoon.
We zouden hem ook de Leeuwentuin kunnen noemen, of Laura’s hof, want hij grenst ook aan de achterkant van het huis van de familie Van Leeuwen. Je weet wel: van Laura, onze Haagse olympische turnster. Het leek mij gisteren een aardig idee in de tuin te gaan zitten, ter hoogte van huize Van Leeuwen, om een sfeerimpressie te schrijven voor het olympisch dagboek dat ik samen met collega Harry Zevenbergen ga bijhouden. Bovendien was het bloed verziekend heet, boven de dertig graden. In de schaduw van de bomen hoopte ik verfrissing vinden.
Ik zou schrijven over de rode beuk (Fagus sylvatica ‘Atropurpurea’) die in de achtertuin van de familie Van Leeuwen staat. Het is de dikste boom van Den Haag. Diktes worden op 1.30 meter hoogte gemeten en die reus meet daar 568 cm. Als je de beuk kan omarmen, heb je een probleem. Vader van Leeuwen is antiquair. Couperus was bevriend met de antiquair Van Leeuwen, gevestigd op hetzelfde adres. Laura’s overgrootvader? Er bestaat een foto, uit 1928, waarop je Couperus op een bank naast de beuk ziet zitten. Hij heeft een hond half op schoot. Groot, formaatje Deense dog, maar dat is het niet. Geen idee welk merk het wel is.
Maar goed, ik naar die Paleistuin. Kom ik ter plekke, zijn de hekken dicht! Wat krijgen we nou? Achter de hekken staan drie politiemannetjes, in uniform, pet op, dertig graden. Niet meteen vragen, eerst kijken. Zou er iets koninklijks plaatsvinden waarbij het publiek op afstand dient te blijven? Ik tuur tussen de bomen door en zie Trix’ banier niet wapperen: zé is er niet, dus dát is het niet. Dit was ooit ook de achteringang naar het huis van Willem de Waterdrager, maar die woont sinds zijn huwelijk in Wassenaar. En tenslotte: Bernhard leeft nog; tijdens een opbaring mag je ook de tuin niet in, tenzij je afscheid komt nemen. Wat was er dan aan de hand?
Toch maar gevraagd aan zo’n pet achter het hek. Korte zinnen, duidelijke dictie, want ik weet: ik sta tegenover iemand wiens enige verdienste het is dat hij een dicht hek dicht kan houden. Dan is eenvoud het motto. Dus: ‘Waarom mogen we de tuin niet in?’ ‘Verhoogde terroristische dreiging.’ Mijn bek viel open, enkele functies vielen uit. ‘In de tuin?!?’
Ik bèn thuisgekomen, maar vraag me niet hoe. Ik heb afwezig de katten en de planten begroet: ‘Laat me maar even, ik vertel het straks wel.’ Na een nachtje slapen, een douche en een licht ontbijt, zag ik de dingen weer helder. Wat heet helder: ik schreef dit stukje. Ik heb het de katten laten lezen, ze begrepen mijn verwarring.
De vraag blijft: zo er al een dreiging is, kan dat paleis dan niet dicht? Trix heeft op Huis ten Bosch toch nog wel een kamertje vrij om haar ‘werk’ te doen? (O god, ik krijg ineens bange vermoedens. Huis ten Bosch staat in het Haagse Bos. Straks toch even kijken of het bos nog vrij toegankelijk is.)
meer brandingcolumns van Bontebal |
| |
KLIK HIER voor het Brandingarchief
|