Nummer 11 september/oktober 2003
Waar laten we het water?
Water is in de Hofstad goed vertegenwoordigd en speelt een steeds
voornamere rol ...meer
De moderne, milieuvriendelijke boevenvanger
Over de mountainbikesurveillance
...meer
Stadsgesprek over Schone Lucht en Verkeer
Oftewel: Groene Longen
versus Zwarte Longen ...meer
Rioolwaterlozingen in zee
Rijkswaterstaat test het zeewater slechts
één keer in de
veertien dagen ...meer
3=4
In september wordt De DerDe DinsDag ...meer
Week van de Vooruitgang
In het teken van duurzame mobiliteit ...meer
Het Groenbeleidsplan
Van saai en goedkoop prikgroen tot fruitfull
city ...meer
Duurzaam Groningen
Onze speurtocht naar duurzaamheid bij de
buren ...meer
Simon Doorenbos was al duurzaam voor het woord bestond
De Doorenbos-heuvel, het is precies 50
jaar geleden ...meer
De beste stuurlui vervoeren over water
Kunnen de Haagse havens bijdragen aan een
betere
bereikbaarheid? ...meer
Iedereen wil wonen aan het tuinpad van mijn vader
Het is onontkoombaar dat de gemeente Den
Haag woningen bouwt, maar hoeveel groen mag daarvoor opgeofferd
worden ...meer
Het dorpsgezicht als major selling point
Zijn milieuorganisaties links of extreem-links?
...meer
Koolmees zingt een toontje hoger
Koolmezen die het nageslacht veilig willen
stellen ...meer
GROEN
forum
Het is niet alles groen wat er stroomt ...meer
Waterzijdig inregelen
Een methode om een cv-installatie zo in te
stellen dat deze zo zuinig mogelijk werkt ...meer
BONTEBAL
MINEUR
...meer
Waar laten we het water?
Den Haag staat bekend als groene stad, maar laten we ook het
blauw niet vergeten. Water is in de Hofstad goed vertegenwoordigd
en speelt een steeds voornamere rol. Zo kan water een belangrijk
'selling point' zijn als er dure woningen in de markt moeten worden
gezet - het zogenoemde 'makelaarswater'. Maar water dringt zich
ook gewoon aan ons op, zowel uit de bodem als uit de lucht. Dat
moet ergens blijven. Bij voorkeur ergens waar kinderen er niet in
vallen. Wonen aan water is rustgevend, maar de waterwolf slaapt
nooit.
Bij de inrichting van waterpartijen in woonwijken is het zoeken
naar een evenwicht tussen de wensen van de natuur en de behoeften
van de stadsmens. Begin juli verdronk een driejarige peuter in een
sloot aan de Sandersdijk in Ypenburg. Hij was in het water gevallen
nadat hij met zijn fietsje van het pad afraakte. Het water in deze
wijk is bewust aangelegd als waterberging en pas in de tweede plaats
ter verfraaiing van de wijk. Er is gekozen voor zo natuurlijk mogelijke
oevers, waarbij het veiligheidsaspect zeker niet veronachtzaamd
is. Voorzover de wijk sloten met te steile oevers kende, stonden
er aanpassingen op de agenda. De Sandersdijk komt op deze lijst
echter niet voor: de glooiing van de oever is gering, bomen en struiken
schermen de weg van het water af en het riet in de slootkant zorgt
voor een laatste bescherming. Maar de bomen en struiken van de Sandersdijk
waren nog niet allemaal aangeplant en het ingezaaide riet was nog
niet uitgelopen.
Waterplan
In de maakbare samenleving waaraan wij gewend zijn, wordt het afspoelende
regenwater van daken en wegdek doorgaans zo snel mogelijk via het
riool afgevoerd. Bij hevige regenval stromen die riolen over in
de sloot, met alle nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater
van dien. Bovendien wordt water in perioden van extreme droogte
niet in de laatste plaats door de bomen node gemist. In toenemende
mate wordt dan ook gekozen voor wijkgebonden waterberging: het opslaan
van water in waterpartijen in de wijk. Dit is een belangrijk uitgangspunt
van het Waterplan, dat de gemeente Den Haag en het Hoogheemraadschap
Delfland in 1999 samen hebben opgesteld.
In het Waterplan zijn ook de zwakke plekken in kaart gebracht: de
Veenendaalkade, de Wijndaelerweg, het wijkpark Bokkefort in Houtwijk
en heel Den Haag Zuidwest. Hier is het water sterk verontreinigd.
Uit de praktijk blijkt dat aanpassing van bestaande voorzieningen
een kostbare zaak is en zeer traag verloopt. De geplande nieuwbouwprojecten
in Zuidwest bieden een kans om hier een betaalbaar gescheiden riolerings-
en regenwatersysteem aan te leggen. Dit betekent wel dat er voor
Zuidwest een Waterplan opgesteld moet worden. Daaraan zal vervolgens
bij de uitvoering niet om louter financiële redenen getornd
mogen worden. In Leidschenveen wordt het goede Waterplan momenteel
ondergraven, omdat uit puur financiële overwegingen bouwwerken
in de geplande wijkgebonden waterberging zullen worden toegestaan.
Geld als water
In de Haagse regio is behalve de wateropslag in woonwijken ook de
opslag van water in de kassengebieden van groot belang. In de polder
bij 't Woudt legt het Hoogheemraadschap van Delfland daarom een
enorme waterberging aan. Rondom de weilanden komt een dijkring en
de afwatering van die weilanden wordt verwijderd. Zo ontstaat er
een natuurlijk 'dras en plas'-gebied waar in tijden van hoge nood
800.000 kuub regenwater kan worden gestald. Volgens de planning
had deze grote natuurberging dit jaar al klaar moeten zijn, maar
de voltooiing wordt niet eerder dan in 2005 verwacht. In de tussentijd
wordt een beroep op de tuinders in de omgeving gedaan. Delfland
zoekt zestig grote tuindersbedrijven met reservoirs van minimaal
800 kubieke meter. In de 'regentijd' (september-december) zouden
ze daarvan elk 300 kuub moeten vrijhouden voor berging van regenwater.
Delfland is in ruil hiervoor bereid de helft te bekostigen van de
zuivering die tuinders nodig hebben voor reiniging van het water
dat van de kassen het bassin instroomt. Het schap draagt tot 5.000
euro per tuinder bij. Daarnaast krijgen de bedrijven 1 euro per
opgevangen kuub regenwater.
Als Delfland grootschalige waterberging door bedrijven beproeft,
stelt het Haags Milieucentrum voor dit ook op kleinere schaal bij
bewoners te proberen. Bijvoorbeeld in het stadsdeel Leidschenveen.
Daar ligt
een wijkje per ongeluk zestig centimeter onder de aanbevolen bouwhoogte.
Een wijkje dat bovendien bedoeld is als waterberging: bij extreme
regen moet het een
belangrijk deel van al de in het stadsdeel gevallen regen opvangen.
Er is berekend dat er eens in de tien jaar zoveel water kan vallen,
dat de huizen in de te laag gelegen wijk onderlopen. De bewoners
pleiten daarom voor grootschalige maatregelen: het afsluiten van
dompers en de aanleg van pompen. Maar als alle huishoudens in Leidschenveen
een regenton zouden plaatsen, dan is het grootste gevaar de wereld
al uit. Er zijn tegenwoordig regentonnen in de handel die zelf voor
voldoende waterdruk zorgen. Met een tuinslang kan de tuin besproeid
worden en wie wil kan met dit water de wc doorspoelen. De totale
opslag van al die regentonnen bij elkaar gaat snel in de richting
van de 600 kuub. Daar heeft Delfland dan vast wel 10.000 euro voor
over. En mochten de huidige bestuurders van Delfland geen trek hebben
in dit 'kleinschalige' project: volgend jaar zijn er waterschapsverkiezingen.
Marc Beek
Projectmedewerker HMC
meer
artikelen over natuurontwikkeling & waterbeheer
De moderne, milieuvriendelijke
boevenvanger
De burger wil meer Blauw op straat. Het milieu is beter af met
minder blik op de weg en de politie wil zich in de verkeersdrukte
sneller kunnen bewegen. Boeven vangen op de mountainbike blijkt
daarvoor een ideale oplossing. Politie Haaglanden startte er in
2001 mee en is razend enthousiast over de mountainbikesurveillance.
Was vroeger de fietsende agent een heel gewone verschijning, de
laatste decennia zat de politie vooral achter het stuur en achter
het bureau. Maar net als heel veel andere Nederlanders, staan politieagenten
steeds vaker vast in de file, en worden ze in hun snelheid beperkt
door drempels en pollers in binnensteden en woonwijken. De fiets
biedt uitkomst voor de surveillerende politieagent in de steden:
snel, flexibel en efficiënt. Maar wel in een eigentijdse variant:
de sportieve mountainbike.
Tommy Hamelink, hoofdagent bij Bureau Jan Hendrikstraat in Den
Haag, is zo'n mountainbikeagent. Hij is de initiatiefnemer van de
mountainbikesurveillance bij Politie Haaglanden. Hamelink: "Ik
kwam op het idee nadat ik artikelen had gelezen over de politie
in Amerika. Daar werkten ze al jarenlang met mountainbikes in de
steden. In de politieregio's Gelderland en Holland Midden waren
ze er ook al mee begonnen. Op ons bureau aan de Jan Hendrikstraat
zijn we met twee fietsen gestart. Het is zo'n groot succes dat we
nu al 15 fietsen hebben, we gaan binnenkort uitbreiden naar 24 en
overwegen om een auto weg te doen. Hoe dat kan? Rij hier maar de
poort uit, dan sta je gelijk vast met de auto."
Verraste klanten
Hamelink vervolgt: "Ons werkgebied is het kleinste maar wel
een van de drukste wijken van het verzorgingsgebied van Politie
Haaglanden, met veel straatroof, geweld op straat en drugsgerelateerde
overlast. Er zijn hier heel veel voetgangersgebieden en dan ben
je op de mountainbike veel sneller en mobieler. Bij bijvoorbeeld
een melding in een winkel in de Spuistraat, stappen we pas in de
winkel af. De mensen zijn vaak verrast door onze snelheid. Onze
'klanten' ook, we betrappen heel veel dieven op heterdaad. Je bent
geruisloos en ziet, hoort en ruikt veel meer dan wanneer je in een
auto zit. Op de fiets zie je veel sneller als iemand zich verdacht
gedraagt, je hoort veel eerder geschreeuw en ruikt bijvoorbeeld
eerder hennep en brandlucht. En in vergelijking met lopen ben je
ruim drie keer zo snel en hou je het ook drie keer langer vol. We
werken veel samen met de agenten in de auto en op de motor en vullen
elkaar aan. Voor het publiek ben je veel zichtbaarder op straat
en makkelijker te bereiken. In de auto ben ik in mijn hele carrière
nog maar drie keer aangesproken op straat, nu word ik wel vier keer
per dag door iemand aangesproken. Mensen vertellen je bijvoorbeeld
dat ze iets verdachts zien. Het publiek reageert heel positief.
Jongeren, vooral skaters, vinden ons 'vet cool'."
Sportieve inslag gewenst
Het politiewerk op de mountainbike, ook wel de fietsbrigade genoemd,
rust op drie pijlers: een aangepaste politiemountainbike die weinig
onderhoud vraagt, aangepaste kleding en een aparte opleiding om
behendig te leren fietsen en zelfverdediging en surveillancetechnieken
op de fiets toe te passen. Het is voor agenten met een sportieve
inslag, want ze zitten wel zo'n 6 à 7 uur op de fiets, ook
's nachts en met slecht weer. In Den Haag rijden in steeds meer
wijken mountainbikeagenten rond. Ook landelijk groeit het enthousiasme
voor de fietsbrigades.
De milieuvoordelen en besparingen zijn overduidelijk. De Belgische
organisatie Provélo heeft voorgerekend dat een fiets jaarlijks
1.300 euro kost, tegen 13.000 euro voor een politieauto, die uiteraard
ook nog het hele jaar door kostbare energie opslurpt en luchtvervuiling
veroorzaakt. "Ik vind het surveilleren op de mountainbike een
prachtig vak, je bent de hele dag buiten, vangt veel boeven, en
het kost geen energie, behalve mijn eigen energie, maar daarvoor
krijg je een hele goede conditie terug, gratis en voor niets",
aldus een enthousiaste Hamelink.
Lieneke Venhuis
meer artikelen
over mobiliteit
Stadsgesprek over Schone Lucht
en Verkeer
Oftewel: Groene Longen versus Zwarte Longen
Wanneer: Woensdag 5 november van 13.00 tot 17.00
uur
Waar: Zalencentrum Concordia, Hoge Zand 42
Aanmelden: Haags Milieucentrum, 070 30 50 286
Entree Gratis
Wat is er mis met de luchtkwaliteit in onze stad. Dat is de vraag
die centraal staat op dit Stadsgesprek, waarbij iedereen welkom
is: bestuurders, bedrijven en burgers. Deskundigen verzorgen presentaties
over diverse onderwerpen, een medicus licht het verband tussen ongezonde
lucht en gezondheid toe en de allerlaatste meetgegevens worden gepresenteerd.
Vervolgens praten we over de kansen ter verbetering binnen het verkeers-
en vervoersbeleid. Zijn er bijvoorbeeld schonere motoren of brandstof
op de markt? Wanneer kan de eerste auto op koolzaadolie in Den Haag
gaan rijden? Wat helpt het als de snelheid op de Utrechtsebaan omlaag
gaat naar 80 kilometer per uur? Moet de Parkeerroute gewoon verbeterd
worden? Of moeten de stadsbussen en de vrachtwagens van de vuilophaaldiensten
simpelweg roetfilters krijgen?
En welke kansen biedt het groen- en milieubeleid van de stad Den
Haag? Helpt het bijvoorbeeld als er langs de drukke wegen in de
stad meer bomen worden geplant? Of moet de gemeente meer educatief
communiceren zodat bedrijven en burgers de auto voor de fiets verwisselen?
Wethouder van Duurzaamheid Ries Smits zal de hele middag aanwezig
zijn. Zijn taak zal zijn de ingebrachte ideeën met elkaar in
overeenstemming te brengen zodat hij deze in werkzame vorm kan overdragen
aan zijn collega-wethouders van Verkeer, Welzijn en Stads-beheer.
Wethouder Smits heeft namelijk als het om Duurzaamheid gaat een
coördinerende, integrerende taak in het college.
meer
artikelen over gezondheid & milieu
Rioolwaterlozingen in zee
Rijkswaterstaat test het zeewater slechts één keer
in de veertien dagen. Indien iets verdachts wordt gevonden, volgt
een tweede steekproef. Valt ook die meting negatief uit, pas dan
wordt het publiek ingelicht. De kans dat door deze werkwijze een
piek in de vervuiling wordt gemeten is bijna nul. En deze pieken
treden nog steeds op na elke hevige regenbui waarbij de rioolwaterzuiveringsinstallatie
Houtrust overtollig rioolwater in zee moet lozen. De provincie Zuid-Holland
wil daarom dat Rijkswaterstaat overstapt naar wekelijkse keuringen.
De uitreiking van de Bruine Vlag aan gedeputeerde Van der Sar en
wethouder Smits, in de Derde Dinsdag in Dudok van mei, heeft blijkbaar
geholpen.
Ook staatssecretaris Van Geel (Milieu) vindt nu dat de zwemwaternorm
strenger moet worden gehandhaafd. Al vindt hij de norm van de Blauwe
Vlag, het kwaliteitskeurmerk van de ANWB, te streng. Op Europees
niveau beschouwd is het zwemwater voor de Zuid-Hollandse kust volgens
hem van goede kwaliteit. Struikelblok blijft de verdeling over verschillende
overheden van het beheer over zee-, oppervlakte-, grond- en rioolwater.
Bij een teveel aan bestuurlijke verantwoordelijkheden werkt het
poldermodel blijkbaar niet meer: het probleem wordt over de dijk
gegooid.
Die verantwoordelijkheden zijn als volgt verdeeld:
o De gemeente is verantwoordelijk voor de riolering, voor het ondiepe
grondwater en voor een bepaald deel van het oppervlaktewater. De
gemeente kan via de ruimtelijke ordening aan gebieden functies toekennen
zoals wonen, werken, natuur en recreatie.
o Het stadsgewest Haaglanden coördineert het waterbeheer van
al de gemeenten in haar gebied en toetst de ruimtelijke ordening
van die gemeente aan de eigen regionale structuurvisie.
o Het Hoogheemraadschap Delfland is verantwoordelijk voor de waterkering,
de zuivering van het afvalwater, de peilbesluiten en de waterkwaliteit
en -kwantiteit.
o De provincie Zuid-Holland draagt verantwoordelijkheid voor het
diepe grondwater, de vergunningverlening voor grondwateronttrekking
en het zwemwater.
o Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de Scheveningse haven
en de kustzone van de Noordzee.
Al met al een ingewikkelde taakverdeling. Het mag duidelijk zijn
dat een goede samenwerking tussen de partijen een voorwaarde is
voor adequaat waterbeheer.
meer
artikelen over gezondheid & milieu
3=4
In september wordt De DerDe DinsDag in DuDok eenmalig op de
vierde dinsdag gehouden, dit vanwege Prinsjesdag. De Haagse wethouders
die met milieu van doen hebben, zullen worden gevraagd naar de consequenties
die de bezuinigingen (kunnen) hebben voor het milieu en het groen.
Komt allen!
Dus: 23 september in Grand Café Dudok in het zaaltje rechts
achterin. Let op de gewijzigde aanvangstijd: 's avonds om half negen.
Week van de Vooruitgang
Europa staat in de week van 16 tot en met 22 september in het
teken van duurzame mobiliteit. De Europese Mobiliteitsweek maakt
deel uit van de Europese afspraken om de CO2-uitstoot te reduceren.
Draagt deze week in België de naam 'Week van de Vervoering',
in Nederland is voor 'Week van de Vooruitgang' gekozen. De invulling
die er in Den Haag aan gegeven wordt combineert Belgische en Nederlandse
kenmerken. Belgisch is de aandacht voor muzikale optredens tijdens
het evenement Buitengewoon Bereikbare Binnenstad. En Nederlands
is het thematisch uitwerken van de week in dagen met de focus op
een bepaalde vorm van duurzaam vervoer of duurzaam vervoersgedrag.
Doel van de Mobiliteitsweek is mensen bewuster te maken van de
nadelige gevolgen van (de groei van de) mobiliteit en ze tot een
ander gedrag aan te zetten.
De week dient als platform voor gemeentelijke diensten en maatschappelijke
organisaties. Gemeentes kunnen de week gebruiken om nieuwe plannen
te lanceren. De inzet van de gemeentelijke overheid is immers bepalend
bij de ontwikkeling van efficiënte en duurzame vormen van stedelijk
vervoer. Maatschappelijke organisaties kunnen met behulp van aansprekende
initiatieven en projecten hun maatschappelijke betrokkenheid tonen.
Op voeten en fietsen naar school
Sinds vier jaar kent Den Haag in september de Autoloze Schoolwegbrengdag.
Dit jaar pakt het stadsgewest Haaglanden groots uit door een Autoloze
Schoolbrengweek te organiseren. Door middel van folders en projecten
voor basisscholen wordt extra aandacht besteed aan de onveilige
situaties die vaak rondom scholen ontstaan.
Het Haags Milieucentrum haakt op al deze activiteiten in door de
eerste stappen van het KANS-project uit te voeren. De bedoeling
van KANS is om bezorgde ouders van basisschoolleerlingen te begeleiden
bij het verkeersveiliger maken van de schoolomgeving. Het streven
is om in Leidschenveen en Ypenburg een cordon rond enkele scholen
te leggen, waar een streng, maar vrijwillig verbod voor het gebruik
van auto's door ouders gaat gelden.
Dag van het openbaar vervoer
OV reizigers mogen af en toe best een beetje worden verwend, vindt
ROVER, en daarom krijgt iedereen die op 18 september in een Fair
Trade winkel een geldig kaartje laat zien een aardig presentje.
Onder het motto OV-feels good komt er een fotowedstrijd. Hoofdprijs
is een VIP arrangement voor 2 personen voor de ICE - de Duitse variant
van de Hogesnelheidstrein - naar Frankfurt, beschikbaar gesteld
door de NS. Meer info is binnenkort te lezen op de site www.weekvandevooruitgang.nl
Fiets naar je werk
De Fietsersbond laat op 19 september de burgemeesters van de vier
grote steden fietsend naar het werk gaan als promotie voor de campagne
Fiets naar je Werk. Ook Deetman heeft zijn medewerking toegezegd.
En dat terwijl in Haaglanden een andere, concurrerende campagne
wordt gevoerd: Op de Fiets naar het Werk.
Enkele Europarlementariërs gaven het goede voorbeeld: ze stapten
op 27 augustus op de fiets om op 1 september bij hun werk in Straatsburg
aan te komen. Dit wel met een beetje smokkelwerk: ze stapten pas
in Brussel op en volgden een zeer aangename toeristische route.
Buitengewoon bereikbare binnenstad
Met de organisatie van het evenement Binnenstad Buitengewoon Bereikbaar
sluit Den Haag op 21 september achter in de rij aan bij het thema
van de Autovrije Dag: promotie van toegankelijke en duurzame vormen
van vervoer. In een beperkt voor auto's afgezet gebied in de binnenstad
vinden allerlei activiteiten plaats: straattheater, muziekpodia
en rondleidingen door de tramtunnel in aanbouw. Op de Hofplaats
bij de Tweede Kamer staan activiteiten rond het thema Fiets en Wiel
gepland. Hier kan men een Royal Tour per fiets langs de koninklijke
paleizen boeken, iets waarvoor doordeweeks nog een walmende touringbus
zou worden gebruikt. City Cycle Events verzorgt de toer op fietsen
van Du Nord, met oranjebitter toe. Biesieklette houdt mogelijk een
puzzeltocht voor kinderen tot twaalf jaar en probeert haar fototentoonstelling
die eerder in het Atrium te zien was een reprise (of doorstart)
te laten maken. De Dienst Welzijn geeft samen met de Fietsersbond
en een fabrikant uitleg over aangepaste fietsen voor senioren en
minder-validen. En het publiek mag een auto in tweeën zagen,
dit ter promotie van het 'autodelen': een vorm van gedeeld autobezit,
waarbij men wel de lusten maar niet de lasten (de aanschaf-, afschrijvings-
en onderhoudskosten) van een auto heeft. Ook worden hier de voorrondes
gehouden voor de Nationale Autodelenkwis (zie hieronder).
Nationale Autodelenkwis
Op 22 september gaat de website www.deelautodenhaag.nl de lucht
in. Deze door het Haags Milieucentrum (HMC) beheerde site bevat
alle informatie over gedeeld autobezit en autodaten in en om Den
Haag, waaronder de tijd en plaats van de speciale informatiebijeenkomsten
die het HMC en de Stichting BOOG rond dit thema gaan opzetten.
22 September is ook de dag van de eerste Nationale Autodelenkwis.
Bekende en minder bekende Hagenaars en Hagenezen worden 'live' voor
radio en televisie getoetst in hun theoretische kennis over autodelen.
Degenen met de hoogste score krijgen ook een praktische vaardigheidstest
voorgeschoteld. De praktische test omvat het reserveren van een
deelauto op de website en het openen, starten en afsluiten van een
deelauto met behulp van een pasje en de boordcomputer. De winnaar
mag met de deelauto wegrijden.
meer artikelen
over mobiliteit
Het Groenbeleidsplan
Van saai en goedkoop prikgroen tot fruitfull
city
De gemeente Den Haag ziet zichzelf graag als een groene stad
achter de duinen. Ook de bewoners waarderen hun stad vanwege het
vele groen. Wie kent niet de mooie parken zoals het Westbroekpark,
Clingendael, het Zuiderpark en de Scheveningse Bosjes? Maar ook
plantsoenen, pleinen en buurtgroen zijn van groot belang. Op het
groen binnen de gemeente is het Groenbeleidsplan van toepassing.
Dit plan wordt momenteel herzien, in een interactief proces waarin
allerlei betrokken organisaties mogen meepraten. Ook het Haags Milieucentrum
(HMC) is hierbij betrokken. In dit artikel een bespreking van enkele
hoofdlijnen van het nieuwe plan: het budget, privatisering van groen,
gifspuiten en de kloof tussen beleid en praktijk.
Meer poen voor groen
Uit de tot nu toe gepresenteerde stukken blijkt dat het niet zeker
is, dat er extra geld wordt uitgetrokken om de groene ambities van
de gemeente Den Haag te realiseren. Door deze politieke keuze wordt
er zelfs gepraat over privatisering van het groen en het weer ter
hand nemen van de gifspuit.
Het HMC kan dit totaal niet plaatsen. Als de lokale politiek en
haar inwoners zo trots zijn op hun groene stad achter de duinen,
dan moet dit toch ook tot uiting komen in de financiële prioriteiten?
Hoe is het te verkopen dat er wel 30-40 miljoen euro voor een jongensdroom,
een nieuw voetbalstadion voor ADO, wordt uitgetrokken, en dat er
geen extra geld zou zijn om te investeren in het groene karakter
van de stad? We zullen de lokale politiek aanspreken en zonodig
kritiseren als ze echt deze keuze zou maken.
Nu hoeft een natuurlijker beheer van het groen niet altijd meer
geld te kosten. Integendeel, het kan er zelfs behoorlijk goedkoper
van worden. Bij het landelijk bosbeheer zagen we dat in het zogenoemde
leunstoelbeheer: tijdelijk even ingrijpen en dan de natuur (grotendeels)
haar gang laten gaan. Maar ook op lokaal niveau is ecologisch groenbeheer
vaak goedkoper. Neem het ecologisch maaien van bermen. Eén
of twee keer per jaar maaien, met afvoeren van het maaisel, is natuurlijk
veel goedkoper dan iedere maand te maaien.
Zwolle is een goed voorbeeld van een gemeente die al lang geleden
is overgegaan op ecologisch groenbeheer en het uitbannen van de
gifspuit, tegen lagere kosten.
Cleanheidsbehoefte
Soms worden buurtparken zelfs gratis beheerd en gemaaid, bijvoorbeeld
door een Schotse Hooglander. In andere gemeenten worden koeien ingezet
om groene plantsoentjes of bermen kort te houden. Waarom zouden
we daarmee in Den Haag niet eens experimenteren? Met bijvoorbeeld
geiten, in samenwerking met de kinderboerderijen?
En is al dat snoeien nu wel nodig? Fietsend door de stad zie je
dat min of meer spontane wildernisjes opeens zijn weggehakt. Misschien
dat een enkele bewoner het niet netjes vond, maar zouden alle bewoners
deze
cleanheidsbehoefte wel delen? Het zou standaardbeleid moeten worden
om bij klachten te checken hoe dat in de hele wijk of straat ligt.
Ik heb zelf een prachtige klimop, die met veel arbeid wordt beheerd.
De meeste omwonenden vinden het prachtig. Veel vogels, mooi uitzicht.
Maar een enkele verknipte ziel klaagt over de bladeren, het ongedierte
(spinnen) en de geluidsoverlast (van de vogels...)
Een ander praktijkvoorbeeld van zinloze arbeid: in de straat waar
ik woon staat een oude muur, die mooi begroeid is met varentjes
en muurleeuwenbek. U raadt het al... komen ze van DSB de straat
in met bosmaaiers. Ik heb nog net een deel van de muur kunnen redden.
En dan in het Groenbeleidsplan mooie woorden spreken over behoud
van muurvegetatie
Het is natuurlijk onzin om te spreken over geldgebrek als er nog
zoveel bespaard kan worden door overbodige activiteiten te staken.
Privatisering
Om geld te besparen en dat dan in te zetten voor extra buurtgroen,
is voorgesteld om grote groengebieden te privatiseren. Het Aegon-plein
wordt als lichtend voorbeeld gezien. Het HMC is sterk gekant tegen
dit idee. Wij vinden dit alleen aanvaardbaar bij snippergroen. Door
dat in beheer te geven aan bewonersinitiatieven worden die gestimuleerd
om er wat leukers mee te doen dan het vage prikgroen dat er nu vaak
staat. Van dat groen waar niemand de naam van kent, waar niemand
van houdt en dat als belangrijkste eigenschap heeft dat het onderhoudsarm
is. Om van te gruwen! Schakel de Vlinderstichting in om dit soort
snippergroen ecologisch waardevol te maken. En laat de mooie (en
goedkope!) inheemse vlier rijkelijk bloeien en groeien. Belangrijk
voor vogels, leuk om naar te kijken en zelfs lekker om er jam van
te maken.
Maar de grote gemeentelijke parken moeten natuurlijk niet verpatst
worden. Theoretisch kun je gaan praten over voorwaarden, het opleggen
van beheerseisen e.d. Maar praktisch raak je als gemeente op de
lange duur je greep op het groen kwijt. Een heilloze weg. Tenzij
het groen in beheer wordt gegeven aan natuur-organisaties zoals
Staatsbosbeheer of Natuur-monumenten, maar waarom zouden die het
goedkoper kunnen? Eigenlijk spreekt de gemeente Den Haag dan uit,
dat ze haar eigen groen niet goed kan beheren
De gifspuit er weer in
Het is nog geen concreet beleidsvoornemen, maar de gemeente heeft
het wel voorgesteld: om geld uit te sparen moet de gifspuit weer
vaker gehanteerd worden. Het geld dat dit zou opleveren zou extra
in het groen kunnen worden geïnvesteerd. Het HMC vindt dit
voorstel te gek voor woorden. Zo is het maar de vraag of ecologisch
groenbeheer zonder gif wel duurder is. Zie het voorbeeld van Zwolle.
Maar zelfs als alternatieven wat duurder zouden zijn, dan is dat
natuurlijk wel de politieke keuze die Den Haag moet maken.
Tientallen gemeenten hebben blijvend besloten om te stoppen met
de gifspuit en dat heeft zeker niet tot grote problemen geleid.
Hoewel het ons volstrekt overbodig lijkt, hierbij even wat argumenten
tegen de gifspuit:
1. De gemeente geeft een totaal verkeerd voorbeeld op milieugebied.
Als de gemeente dit mag, dan mogen de burgers toch zeker ook maar
weer wat aan rotzooien.
2. Het gif komt uiteindelijk in het water terecht en zorgt daar
voor diffuse verontreiniging. De waterschappen en de drinkwaterbedrijven
zullen er niet blij mee zijn. De effecten voor het waterleven zijn
negatief. Het zal de uitvoering van het Waterplan, water dat leeft,
in bijv. de Haagse Beek, belemmeren.
3. Het heeft negatieve effecten op de fauna. We weten het van slakkengif,
dat in de egels komt, van de mussen die mieren eten en dus ook het
mierengif. In ons milieucafé sprak de Haagse Vogelbescherming
over het feit, dat de zaden van onkruiden stamvoedsel voor de mussen
zijn. Zou dat te maken hebben met de achteruitgang van de mus.
4. De acceptatie van groen op verhardingen moet groter en de al
genoemde cleanheidsfilosofie moet ter discussie. Waarom accepteert
men wel klaproosjes langs de gevel en geen andere kruiden. En als
men het maar niks vindt, laat bewoners dan zelf met een krabbertje
het ongewenste groen er tussenuit halen. Als een paadje helemaal
groen wordt, haal dan de tegels eruit! Kennelijk is er dan weinig
behoefte aan.
Het HMC zal op het vinkentouw zitten en zonodig hard aan de bel
trekken om dit heilloze voornemen te blokkeren.
De kloof
De gemeente Den Haag beschikt in het algemeen over mooie nota's.
De ene nota is nog niet af of er komt alweer een nieuwe. Beleidsdiarree
wordt het al genoemd. Maar de harde praktijk is vaak anders. Neem
het Waterplan. Zelfs de laagste ambitie, Water dat siert, wordt
niet waargemaakt. Drijfvuil is vaak zichtbaarder dan de waterplanten.
Ook het Groenbeleidsplan staat vol met mooie zinnen. Na de beschrijving
van een gebied of park wordt vaak geschreven: "Waar mogelijk
zal deze barrièrewerking worden verzacht of opgeheven",
of woorden van een vergelijkbare strekking. Maar een concrete analyse
van de knelpunten en een concrete aanpak van deze knelpunten ontbreken
vaak. De uitwerkingsplannen voor de Laan van Nieuw Oost-Indië
en het Haagse Bos zijn hierbij een positieve uitzondering. Ons voorstel
zou zijn om per gebied, per park zo'n concrete analyse te maken
en met voorstellen te komen. De ecologische verbindingen zijn hierbij
cruciaal. Ook als dat veel geld kost. Dan kan de gemeenteraad tenminste
kiezen.
Tot slot
In het Groenbeleidsplan worden mooie woorden gesproken over de waarde
van straatbomen. Daar zijn er in Den Haag zo'n 76.000 van. Althans
vóór de storm van vorig jaar. Ze zijn van betekenis
voor bewoners omdat ze de seizoenen kunnen beleven, ze functioneren
als stofzuigers en leveren zuurstof. De keuze van bomen wordt afhankelijk
gesteld van het straatprofiel. Prima. Prachtig! Maar waarom zijn
er dan nog steeds zoveel straten in Den Haag zonder bomen. Het HMC
bepleit bomen voor elke straat. Met veel meer variatie. Niet alleen
iepen, maar ook tamme kastanjes, meer acacia's, ginkgo bilobas etc.
Wat ons betreft ook fruitbomen, die bewoners zelf mogen plukken.
Andere gemeentes gingen ons al voor. Fruitfull city.
Tom Pitstra
Projectmedewerker RO
meer
artikelen over natuurontwikkeling & waterbeheer
Duurzaam Groningen
In het kader van onze speurtocht naar duurzaamheid bij de buren
vereren we deze keer de stad Groningen met een bezoek. Groningen
timmert op het gebied van duurzaamheid en milieuvriendelijk vervoer
stevig aan de weg met de eretitel Fietsstad 2002, het keurmerk duurzame
distributie en een succesvolle energiecampagne. In deze Branding
gaat er daarom niets boven Groningen.
In Groningen ben je een dief van je eigen portemonnee als je binnen
de stad niet met de fiets gaat, aldus het juryrapport van de Fiet-sersbond,
op basis waarvan Groningen de eretitel Fietsstad 2002 in de wacht
sleepte. "De fiets is in Groningen 30% sneller dan de auto.
Daarnaast heeft Groningen een uitgebreid net van geasfalteerde fietspaden
en 24 bewaakte fietsenstallingen verspreid over de hele stad. Voor
15 euro per jaar kun je al in deze stallingen terecht."
Verkeerswethouder Koen Schuiling noemt de prijs een gevolg van 25
jaar consequent beleid om het fietsgebruik te bevorderen en autogebruik
op de korte afstand te ontmoedigen. De gemeente Groningen investeert
in de huidige collegeperiode zes miljoen voor fietsvoorzieningen.
Maar voor Enne Feenstra van de plaatselijke afdeling van de Fietsersbond
zegt de eretitel voor zijn stad meer over de situatie in de andere
steden: "Het aantal stallingplaatsen bijvoorbeeld is volstrekt
ontoereikend. Er zijn hier wel redelijk veel vrijliggende fietspaden,
maar er is nog veel te verbeteren, vooral op het gebied van comfort.
Je moet nog te vaak en te lang wachten voor stoplichten. Of je ondervindt
hinder van geparkeerde auto's. In een fietsstad moet je vijf kilometer
vlot, veilig en comfortabel kunnen overbruggen op de fiets."
Duurzame distributie
Als eerste Nederlandse stad werd Groningen vorig jaar onderscheiden
met het keurmerk 'duurzame distributie' door het Platform Stedelijke
Distributie. Want Groningen realiseert op een vernieuwende en praktische
manier oplossingen voor duurzaam goederenvervoer in haar stad. Sinds
1996 voert de gemeente intensief overleg met alle betrokken partijen
in de logistieke keten om de bereikbaarheid en de leefbaarheid van
de stad te verbeteren. Een van de maatregelen is het openstellen
van de busbanen voor alle vrachtvervoer tijdens de venstertijden
(de tijden dat de winkels bevoorraad mogen worden). De Groninger
binnenstad is verdeeld in vier sectoren, die het doorgaande verkeer
uit de binnenstad weren. Door busbanen tijdens de venstertijden
voor vrachtverkeer open te stellen, kan het bevoorradingsverkeer
sectorgrenzen overschrijden. Daarnaast is er de mogelijkheid voor
vervoerders om erkend stadsdistributiecentrum te worden. Deze centra
mogen ook buiten de venstertijden met vrachtauto's tot en met 7,5
ton de stad bevoorraden en van de busbanen gebruikmaken. Ook zijn
er breng- en afhaaldepots voor binnenstadondernemers en hun klanten
geïntroduceerd.
In het najaar van 2002 zijn de effecten van de maatregelen gemeten.
Uit de meting blijkt onder andere dat de efficiency is toegenomen:
het aantal voertuigkilometers en -ritten is gedaald, evenals de
verblijftijd van de vrachtauto's in de stad. Wel ondervinden de
bewoners nog evenveel geluidshinder en stankoverlast van rijdende
vrachtauto's. Het Groningse Raadslid Harrie Miedema (GroenLinks):
"De distributie kan nog beter. Er komen nog teveel grote vrachtauto's
in de stad en de overslagcentra zijn er, maar er wordt nog te weinig
gebruik van gemaakt."
Unplugged
Vorig jaar vond ook de energiecampagne 'Groningen Unplugged' plaats,
die zich richtte op bedrijven, de gemeente zelf, consumenten en
wonen. De campagne legde de basis voor een gemeentelijk energie-
en klimaatbeleid. Daarnaast zijn er concrete projecten uitgevoerd
zoals een symposium voor bedrijven, projecten rondom EPA's (Energie
Prestatie Advies) voor woningen, de inkoop van (groene) stroom binnen
de gemeente, een zonnepanelenactie en een energiebesparingswedstrijd.
"De campagne heeft veel besparing opgeleverd en veel Groningers
hebben met extra subsidie zonnepanelen aangeschaft", aldus
Miedema. "Binnenkort komt de gemeente met een klimaatplan om
aan de CO2-doelstellingen te voldoen, onder andere met grote windturbines.
Groningen doet het redelijk goed op milieugebied", besluit
hij. Of, zoals Groningers zeggen: het kon minder.
Lieneke Venhuis
meer
artikelen over algemeen milieubeleid
Simon Doorenbos was al duurzaam
voor het woord bestond
Zoals bekend is Den Haag gebouwd op een strook zandruggen en
strandvlakten die evenwijdig aan de kust lopen. Op een enkele plek
is er zelfs sprake van een behoorlijk hoogteverschil. Vanaf het
Bankaplein naar de Kerkhoflaan kun je op de fiets een beetje 'bergop-gevoel'
krijgen. Dat de stad een heuse heuvel heeft, weten maar weinigen.
Die heuvel ligt dan ook goed verborgen in het struweel van het Zuiderpark.
En een echte heuvel is het eigenlijk ook niet want hij is kunstmatig.
We hebben het over de Doorenbos-heuvel. Het is precies 50 jaar geleden
dat met de aanleg hiervan begonnen werd.
Hoewel het woord duurzaam in 1953 nog geen politieke connotatie
had, werd er wel degelijk duurzaam gehandeld. De eerste en enige
heuvel van Den Haag werd aangelegd met het puin van de gebombardeerde
huizen in het Bezuidenhout. Ditzelfde puin werd trouwens ook gebruikt
als betongranulaat voor de bouw van nieuwe huizen in Moerwijk en
Morgenstond. Dankzij dit hergebruik ontstond een heuvel die duurzaam
was avant la lettre en vernoemd werd naar een man uit één
stuk: Siemon Godfried Albert Doorenbos.
Zonder werklozen en huisvuil geen parken
In mei 1927 werd Simon Doorenbos benoemd tot directeur van de Dienst
der Gemeente Plantsoenen in Den Haag. De nieuwe baas van het Haagse
groen was in 1891 in Barneveld geboren als zoon van een dominee.
Hij zou niet in de voetsporen van zijn vader treden. Al op het gymnasium
bleek dat zijn liefde voor de natuur groter was dan voor Grieks
en Latijn. Hij stapte over naar de tuinbouwschool in Boskoop en
ging in 1909 aan de slag bij het hoveniersbedrijf Copijn in Groenekan.
Voor Copijn werkte hij in Groot-Brittannië en de Verenigde
Staten als vertegenwoordiger. In 1915 kwam hij terug uit de VS en
werd hij Chef de Cultures bij Copijn in Nederland. Zijn grote kennis
van bomen en planten maakte Doorenbos ook aantrekkelijk voor de
overheid en in 1922 werd hij benoemd tot Plantsoenmeester bij Gemeente-werken
in Utrecht. Al vrij snel daarna stapte hij over naar Rotterdam waar
hij in 1926 gemeentelijk tuinarchitect werd. Nog sneller daarna
vertrok hij naar Den Haag. Hij was gevraagd om hier directeur Gemeenteplantsoenen
te worden en dat was een carrièresprong waar hij geen nee
tegen kon zeggen. Maar niet zonder hierover in overleg te treden
met B&W van Rotterdam, want Doorenbos was rechtdoorzee.
In Den Haag kreeg hij de leiding over de afbouw van het Zuiderpark.
De voltooiing van het Zuiderpark zou niet gelukt zijn zonder de
inzet van tientallen werklozen en het Haags huisvuil. De zompige
poldergrond van het park werd opgehoogd met bergen huisvuil. Dat
was overigens voor de bewoners van het Veluwe-plein geen pretje,
want daar werd het huisvuil uit de vrachtauto's van de reinigingsdienst
overgeladen in de karretjes van het speciaal aangelegde smalspoor
in het Zuiderpark. Toen het Zuiderpark voltooid was paste Doorenbos
hetzelfde recept toe bij de aanleg van het Westduinpark in Scheveningen.
Over het gebruik van werklozen in het Haagse groen kreeg de gemeente
in 1933 een conflict met C.J.P. Zaalberg, een oud-directeur-generaal
van het ministerie van Arbeid. Volgens Zaalberg waren de Haagse
werkgelegenheidsprojecten 'een leerschool in luiheid'. Doorenbos
las de kritiek van Zaalberg in Het Vaderland en belde de man gelijk
op: 'Heeft u wel eens zo'n werkgelegenheidsproject met eigen ogen
aanschouwd? Nee, dat had Zaalberg niet. Hij had het van horen zeggen.
Hierop adviseerde Doorenbos de toenmalige wethouder van Sociale
Zaken van Den Haag, De Vries (de opvolger van Willem Drees), om
de pers uit te nodigen voor een tocht langs de Haagse groenprojecten
waar met werklozen werd gewerkt. Dat leverde een heel ander beeld
op dan de 'dure vacantiekampen in de duinen' van Zaalberg. Doorenbos
pakte de koe graag direct bij de horens. In latere interviews heeft
hij wel eens gezegd dat zonder de inzet van werklozen het Zuiderpark
en het Westduinpark er niet zouden zijn gekomen. En het Haagse huisvuil
kreeg nog een zinvolle bestemming ook.
Een principieel man
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de Haagse Plantsoenenbaas het
aan de stok met het NSB-stadsbestuur en de Duitse bezetters. Toen
in 1942 grote delen van Den Haag werden gesloopt voor de aanleg
van de Atlantik-wall kreeg Doorenbos de opdracht om alle bomen en
struiken in het gebied om te hakken en af te voeren. Dat weigerde
hij met de mededeling: "In mijn taakomschrijving staat dat
ik ben aangesteld om bomen te planten en te onderhouden. Over omhakken
wordt nergens gesproken. Dus hakt u ze zelf maar om". Deze
beginselvastheid kwam hem op een schorsing en begin 1943 op ontslag
te staan. Doorenbos stond op straat en zijn gezin moest stante pede
uit de dienstwoning. Hij ging aan de slag als zelfstandig tuinarchitect
en ontwierp onder meer het park Weizigt in Dordrecht. Vanaf 1944
maakte Doorenbos deel uit van de (illegale) commissie Verbeek die
plannen opstelde voor de naoorlogse wederopbouw van Den Haag. De
commissie adviseerde onder meer de door de Bezetter ontslagen burgemeester
De Monchy en enkele van diens eveneens ontslagen wethouders. In
de herfst van 1944 kocht Doorenbos her en der in het land en uit
eigen zak ruim 7000 jon-ge bomen voor heraanplant in Den Haag. Ook
liet hij door 'goede' medewerkers van de Plantsoenendienst 2000
kilo graszaad op een veilige plaats opbergen. Dit kon na de Bevrijding
direct worden gebruikt in de parken en plantsoenen. In mei 1945
werd Doorenbos in zijn oude functie in Den Haag hersteld en kon
hij gelijk beginnen aan het herstel van de gigantische oorlogsschade
aan het Haagse groen.
Doorenbos is de enige leidinggevende Haagse gemeenteambtenaar die
zich tijdens de oorlog zo principieel heeft opgesteld. Merkwaardigerwijze
kreeg hij hiervoor een Belgische en geen Nederlandse onderscheiding.
In 1946 ontving werd hij Officier in de Leopoldorde: 'voor zijn
fiere houding gedurende de bezettingstijd en voor hetgeen hij daarna
heeft gepresteerd voor de wederopbouw van de openbare beplantingen
in Den Haag'. De stelling dat een profeet in eigen land niet wordt
geëerd, gaat in het geval van Doorenbos echter niet helemaal
op. In mei 1952 werd hij bij zijn 25-jarig jubileum als directeur
Plantsoenen-dienst benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.
In 1957 ging hij na een dertigjarig dienstverband met pensioen.
Tegelijkertijd werd het 75-jarig jubileum van zijn Plantsoenendienst
gevierd. Doorenbos overleed op 15 september 1980 in zijn (achter)tuinwoning
aan de Laan van Poot.
In het vergeetboekje
Het aantal anekdotes over Doorenbos is zeer groot maar voor een
blad als Branding volstaan we met een toepasselijke. Begin jaren
vijftig van de vorige eeuw fietste Doorenbos langs het plantsoen
aan de Stadhouderslaan. Daar waren een paar medewerkers van zijn
dienst bezig met het poten van stekjes. Wat Doorenbos zag, beviel
hem echter niet. Hij sprong van zijn fiets en riep de mannen bij
zich. Volgens hem konden de bewuste stekjes door ze te scheuren
veel doeltreffender gebruikt worden. En hij deed voor hoe je van
één stekje er veel meer kon maken.
Op 11 september 1996 werd in Den Haag op initiatief van de toenmalige
wethouder Milieu de eerste Doorenbos-lezing gehouden door de Deense
tuinarchitect Sven-Ingvar Andersson. Nadien werd vrijwel niets meer
gehoord van deze lezing en ze schijnt inmiddels bijna een stille
dood te zijn gestorven. Dat is jammer, omdat een publieke lezing
over openbaar groen prima op zijn plaats is in Den Haag. Bovendien
is het jammer voor de naam van Simon Doorenbos. Hij heeft beter
verdiend. Hopelijk kan het Haags Milieucentrum de Doorenbos-lezing
een tweede leven bezorgen.
Hans Pars
meer artikelen
over natuur algemeen
De beste stuurlui vervoeren over
water
Den Haag heeft de Scheveningse haven, de Laakhaven en een passantenhaven
aan de Bierkade. Kunnen de Haagse havens bijdragen aan een betere
bereikbaarheid?
Alle grondstoffen die massaal over de weg of per spoor worden vervoerd,
kunnen net zo goed per binnenvaartschip vervoerd worden. Zelfs het
kleinste binnenvaartschip - de 38 meter lange Spits - heeft al het
laadvermogen van acht vrachtwagens met aanhanger of veertien aaneengeschakelde
treinwagons. Dankzij dit enorme laadvermogen worden er over water
evenveel goederen geëxporteerd als over de weg. En die gigantische
hoeveelheid vervoer over het water kan nog verder groeien.
CO2-reductie
Goederenvervoer over binnenwateren heeft grote milieuvoordelen:
per vervoerde kilo produceert een binnenschip slechts tweederde
van de hoeveelheid CO2 die een trein uitstoot, terwijl een trein
al tweederde minder CO2 uitstoot dan een vrachtwagen. De enige kanttekening
bij het succesverhaal van het binnenschip is de uitstoot van de
andere schadelijke uitlaatgassen. Motor en brandstof van een binnenschip
kennen niet dezelfde strenge milieunormen als de motor en de brandstof
van een vrachtwagen. Het Rotterdamse Bureau Voor-lichting Binnenvaart
ontwikkelt momenteel plannen voor de bouw van een emissieloos schip.
Mocht er dus na de bouw van de Betuwelijn nog wat geld in een potje
van het ministerie van Verkeer & Waterstaat overblijven, dan
lijkt ons realisatie van dit schip een uitstekende bestemming
Ooievaart
Sinds 1 mei van dit jaar vaart er weer regelmatig een platbodem
door de Haagse grachten: een rondvaartboot met de naam 'Ooievaart'.
De boot is een Kagenaar, een type dat in het verre verleden werd
gebruikt om goederen van en naar Den Haag te vervoeren. Juist dit
type boten was zeer geschikt om door de smalle grachten van Den
Haag, met de vele scherpe bochten en lage bruggen, te manoeuvreren.
Omdat het varen met en beladen van deze schepen op een gegeven moment
tijdrovender werd dan het rijden met en beladen van vrachtwagens,
raakte het vervoer over water in verval.
Drijvende boerenmarkt
De begin deze eeuw aangelegde passantenhaven aan de Bierkade in
Den Haag dreigt nu al in onbruik te raken. In de haven meren nauwelijks
boten aan: de kleine grachtjes en de lage bruggetjes van Den Haag
bemoeilijken de toegang. Een stuw bij de ingang van de haven maakt
het afmeren van pleziervaartuigen met een te grote diepgang zelfs
onmogelijk. De multiculturele stichting Tek probeert daarom op deze
plek een drijvende exotische markt van twintig boten op te zetten:
een drijvende markt naar 'Thais model'. Het moet een bruisende multiculturele
markt worden met bijzondere life-style producten uit de landen van
herkomst van de bewoners uit de Stationsbuurt.
Volgens het Haags Milieucentrum is ook een ecologische variant levensvatbaar.
In Groningen rijdt namelijk een boerderijbus rond: een winkel op
wielen die alleen natuurlijke producten uit de directe omgeving
verkoopt. Groente, bloemen, planten, honing, melk en kaas zouden
weer rechtstreeks per boot vanuit de boerderijen in Delfland en
het Westland naar Den Haag aangevoerd kunnen worden, zoals dat enige
eeuwen terug gebruikelijk was.
Marc Beek
Haags Milieucentrum
meer artikelen
over mobiliteit
Iedereen wil wonen aan het tuinpad
van mijn vader
De discussie wordt al zeker vijftien jaar gevoerd: het is onontkoombaar
dat de gemeente Den Haag woningen bouwt, maar hoeveel groen mag
daarvoor opgeofferd worden. Het vuur laaide weer even op toen omroepmedewerker
Peter Tetteroo een item in Netwerk hieraan wijdde en de Haagsche
Courant een reportage van zijn hand plaatste.
Zowel in Netwerk als in de Haagsche Courant gaf Tetteroo aan onder
meer Frans van der Steen, directeur van het Haags Milieucentrum,
gelegenheid om zijn hart te luchten. Kern van de kritiek van Van
der Steen: terwijl groen en open ruimte zeker in de Randstad heel
schaarse goederen zijn, wordt er iedere keer weer een weilandje
volgebouwd. Ter compensatie wordt bestaand groen dan omgezet in
zogenoemde 'nieuwe natuur'. Wat is er in hemelsnaam mis met oude
natuur? We zouden eindelijk eens een grens moeten trekken en zeggen:
tot hier en niet verder. Dan zouden gemeentebesturen gedwongen worden
creatiever te zijn met het vinden van oplossingen binnen de stadsgrenzen.
Want het kan heus wel anders, maar dan levert het minder op. Zowel
voor de projectontwikkelaars, als (door bijvoorbeeld de verkoop
van grond) voor de gemeentes.
Wim Sonneveld
Peter Noordanus, voormalig Haags wethouder en huidig directeur van
de VROM-raad (het hoogste adviesorgaan van de regering inzake de
ruimtelijke ordening) is lezer van de Haagsche Courant. Sterker
nog, hij heeft er een vaste column in. Die gebruikte Noordanus om
de critici van het VINEX-beleid, zoals Van der Steen en bestuurlijk
juridisch planoloog Johan Gomes, over de hekel te halen. In de visie
van de zelfverklaarde marktsocialist lijden zij aan de heimwee van
Wim Sonneveld: het wordt in het dorp van vader nooit meer zoals
het was. Overigens exact hetzelfde verwijt dat zijn partijgenoot
Ad Melkert een jaar eerder Pim Fortuyn maakte, maar dat kan toeval
zijn.
Het bij milieuorganisaties levende idee van de compacte stad getuigt
volgens Noordanus al evenmin van realiteitsbesef. Dat concept is
immers alweer een tijd geleden ingeruild voor dat van de complete
stad, een term waarin het belang van stedelijk groen en voldoende
recreatieve ruimte in de stad beter tot uitdrukking wordt gebracht.
Voor wat in de stad zelf door gebrek aan ruimte niet gebouwd kan
worden - met name huizen met een tuin, waarnaar enorm veel vraag
is - daarvoor zal in de regio een plek moeten worden gevonden. "Met
hun vrijblijvend gesnater over Ypenburg slaan Van der Steen en de
zijnen de plank niet alleen mis, zij voeren ook een achterhoedegevecht
in een situatie dat de echte vraag wordt hoe we ná de bouw
van wijken als Ypenbrug met stedelijke groei en behoud van groene
kwaliteit om moeten gaan. En dat wordt nog een lastige discussie
ook in politiek opzicht.", concludeert Noordanus.
Van der Steen en Gomes gaan die discussie graag aan. Hierbij hun
repliek op Noordanus, een verkorte weergave van hun artikel dat
eerder in de Haagsche Courant verscheen.
Dikke winsten
Peter Noordanus heeft onze stellingname helaas niet helemaal begrepen.
Wij beweren niet dat er niet meer woningen nodig zijn, en die mogen
zonodig best aan de randen van de stad worden gebouwd. Het is bijvoorbeeld
goed voor de stad om het koopkrachtige deel van de bevolking vast
te houden door woningen te bouwen die aan hun wensen voldoen. Over
de aantallen woningen (en kantoren) kan je echter twisten en dat
doen wij ook. De projectontwikkelaars roepen mèt Noordanus
dat 100.000 woningen per jaar echt nodig zijn. Deze aantallen zijn
zwaar overdreven. Dit te roepen is demagogie, die inspeelt op het
ongenoegen onder woningzoekenden en slechts bedoeld is om de politiek
onder druk te zetten. Er vallen namelijk dikke snelle winsten te
maken met al dat gebouw in de schaarse groene ruimte en ons waardevolle
cultuurlandschap. En dat volbouwen is met wat meer visie en het
nemen van politieke verantwoordelijkheid helemaal niet nodig.
Er valt binnen steden heus nog een groot aantal woningen te realiseren,
terwijl het groen door een goede stedenbouwkundige opzet juist een
impuls kan krijgen. Bovendien, als je een weiland gaat bebouwen,
bouw er dan ook echt. Op een hectare van een zeer gewilde woonwijk
als het Statenkwartier, waar onze burgemeester Deetman tot zijn
volle genoegen resideert, wonen bijna twee keer zo veel mensen als
in de 'Buitenplaats' Ypenburg. Het kan dus wel.
Noordanus stelt dat er veel vraag naar bijvoorbeeld huizen met
tuinen is, waarvoor binnen de stad geen ruimte bestaat. Het is,
alweer, precies wat projectontwikkelaars ook roepen omdat aan dit
soort huizen veel geld te verdienen valt. Eerst worden die huizen
neergezet en daarna met prachtige, maar leugenachtige, folders aan
de mens gebracht. Natuurlijk, er zijn met name gezinnen met kinderen
die zo'n huis willen, maar die willen vaak ook een behoorlijk voorzieningenniveau
dat op Ypenburg bijvoorbeeld ontbreekt. Bij de aantallen die nu
gebouwd worden gaat het dus niet om een vraag die er is, maar om
het stimuleren van een vraag op maat van de bouwers.
Diversiteit
Want woningzoekenden uit diverse economische en culturele milieus
hebben een diversiteit aan woonwensen, waaraan voldaan kan worden
door met creativiteit en op maat diverse woningtypen te bouwen.
Velen willen best in de stad blijven wonen, dicht bij hun werk en
voorzieningen als winkels, openbaar vervoer, cultuur, en ziekenhuizen.
Maar er zijn in de stad te weinig huizen naar hun wensen beschikbaar
en bovendien willen zij de toenemende onveiligheid en verloedering
van de stad ontvluchten. Velen van hen willen met hun volle agenda's
geen tuin hoeven onderhouden. Ze willen een ruim, makkelijk te onderhouden
terras in een luxe woning die dankzij het gebruik van een lift uitstekend
compact te bouwen valt. Zij willen niet per se een grote woning,
maar een bereikbare en flexibele woning met een goede lichtinval.
De ruimtebeleving hangt namelijk meer af van het licht dan van de
grootte van een kamer.
Die woningen kunnen goedkoper zijn omdat ze minder grond vergen,
maar ze worden amper gebouwd. Deze op een goede manier inbreien
in de stad kost namelijk veel meer creativiteit, tijd en overleg
en daaraan hebben de snelle bouwjongens en veel gemeentebesturen
een broertje dood. Tijd is geld en de combinaties van banken en
bouwers kunnen met hun geld gemakkelijk grond opkopen bij de boeren,
die hen graag zien komen. Vervolgens krijgen ze met hun netwerken
alles voor elkaar.
Het is de hoogste tijd dat die privaat/publieke netwerken ontvlochten
worden. De commissie Bouwfraude heeft aangetoond waartoe die nauwe
betrekkingen kunnen leiden. Het is jammer dat ze haar onderzoek
niet heeft doorgezet. Met Den Haag boven aan de lijst, en met de
vraag hoe dit netwerk ook verweven is met de grote jongens onder
de winkelketens en kantoorbouwers.
Gemeentebesturen zijn nu vaak belanghebbende in het ondoorzichtige
spel van grond op- en doorverkopen en het verlenen van concessies,
aanbestedingen en bouwvergunningen. Het wordt tijd dat de lokale
politiek de belangen van de burgers, huurders en kopers weer centraal
stelt en met de tot fraude geneigde bouwwereld harde en controleerbare
afspraken maakt. Afspraken dus binnen de grenzen die de politiek
in het belang van de woningzoekenden en de open groene ruimte stelt.
meer artikelen
over ruimtelijke ordening & duurzaam bouwen
Het dorpsgezicht als major selling
point
Zijn milieuorganisaties links of extreem-links? Een interessante
discussie, die sinds de brute daad van Volkert van der Graaf aanzienlijk
aan vrijblijvendheid heeft ingeboet. Het antwoord is echter simpel:
ze zijn rechts. Ze strijden immers voor het behoud van waardevolle
dorpsgezichten, voor slecht renderende activiteiten als (ecologisch
verantwoorde) landbouw en veeteelt en voor niet-kwantificeerbare
waarden als natuurbeleving, rust en respect voor al wat leeft.
Wereldvreemdheid? Romantische Sehnsucht? Misschien. Maar niet irritanter
dan de exploitatie van het dorpsleven door de projectontwikkelaars.
Zo worden mensen verleid zich in de wijk Les Bastides te vestigen
door bewoordingen als "Waar het openbare leven zich - als in
andere tijden en zuidelijker streken - afspeelt rondom het dorpsplein.
Wonen in Nootdorp. Als God in Frankrijk." (uit een brochure
van Rabo Vastgoed, met foto's van glooiende lavendelvelden). Gelooft
u het maar niet. De lokale hooligans verstoren de Pétanque-competitie
en laten hun pitbulls in de platanen hangen. Het plein waar de dorpsjeugd
bij elkaar klit is bezaaid met scherven van Pastis-flessen en de
Panhards en Peugeots rijden je uit je tricot.
meer artikelen
over ruimtelijke ordening
Koolmees zingt een toontje hoger
Koolmezen die het nageslacht veilig willen stellen hebben het zwaar
in de binnenstad. Hun subtiele getjilp gaat verloren in geraas van
auto's, treinen en een toenemend aantal vliegtuigen. Een puistige
puber komt nog makkelijker aan een partner.
Het vogeltje heeft er wat op gevonden, zo hebben biologen van de
Universiteit Leiden onlangs ontdekt. Op drukke plekken in de Leidse
binnenstad blijken koolmeesjes namelijk gemiddeld hoger te zingen
dan hun soortgenoten in rustiger woonwijken. Uit hun standaardrepertoire
van drie tot negen liedjes kiezen ze op drukke plekken voor de deuntjes
met minder lage tonen, zodat ze niet worden overstemd door het lage
gegrom van het verkeer.
Vogelonderzoekers ontdekten eerder al dat leeuweriken harder tjilpen
als er verkeer in de buurt is. "Net zoals je op een feestje
harder gaat praten om je verstaanbaar te maken", aldus gedragsbioloog
Hans Slabbekoorn. Maar vogeltjes die hun repertoire bijstellen rond
verkeersaders is van een andere orde, en belangwekkend genoeg voor
vermelding in het prestigieuze natuurwetenschappelijke tijdschrift
Nature van 17 juli jl.. Nooit eerder was aangetoond dat het lawaai
van de mensenwereld de communicatie tussen vogeltjes fundamenteel
verandert.
Voor Slabbekoorn is het niet denkbeeldig dat er, in navolging van
stadsmensen, ooit speciale 'stadsdieren' ontstaan, evolutionair
aangepast om te overleven in de stad. Momenteel doet hij nader onderzoek
hiernaar. "Ik zeg niet dat we getuige zijn van de evolutie
van aparte stadssoorten en bossoorten. Daarvoor leven we niet lang
genoeg. Maar het lijkt er wel op dat op dit moment stappen worden
genomen die de eerste aanzet kunnen zijn tot het ontstaan van nieuwe
soorten. De door mensen gecreëerde leefomgeving lijkt daarbij
een opvallende rol te spelen."
Wellicht moeten onze kinderen of kindskinderen ver de stad uit
om nog oorstrelend vogelgezang te horen. Wel op de fiets natuurlijk!
meer artikelen
over natuur algemeen
GROEN
forum
Het is niet alles groen wat er stroomt
De CO2-uitstoot moet omlaag. Om mensen te bewegen over te gaan
op groene stroom wordt uitgebreid campagne gevoerd. Daar is niets
mis mee. Maar anders wordt het als de leveranciers van elektriciteit
reclame maken om hun klanten over te halen groene stroom van hen
te betrekken. Waarom doen ze dat? Volgens mij omdat ze daar flink
aan kunnen verdienen. Als ze de overheid kunnen aantonen hoeveel
klanten ze hebben die groene stroom gebruiken krijgen ze meer subsidie.
Met dat geld doen ze onderzoek naar verbetering van windmolens en
zonnecellen, maar naar simpele en nuttige manieren om energie te
besparen wordt niet gekeken.
De behoefte aan elektriciteit is zo groot dat die nooit alleen
door groene stroom gedekt kan worden. Daarom wordt gebruikgemaakt
van elektriciteit die opgewekt is in centrales die minder milieuvriendelijk
zijn. Deze stroom is veelal goedkoper dan de groene stroom, maar
wordt aan de burger geleverd als groene stroom. Hoe meer mensen
dus groene stroom willen hebben, hoe gunstiger het voor de leveranciers
wordt. Vandaar die reclamecampagnes. Als straks de energiemarkt
vrijgegeven wordt, hebben de stroomleveranciers via de groene stroom
al veel klanten binnen.
Evenredig deel
Door de zaken anders te organiseren kan groene stroom een echte
kans krijgen. Eerst zou moeten worden bekeken hoeveel elektrische
energie er kan worden opgewekt door windmolens, zonnecollectoren,
waterkrachtcentrales en andere milieuvriendelijke bronnen van energie.
Vervolgens delen we deze hoeveelheid door het aantal inwoners van
ons land. Iedereen krijgt bijvoorbeeld gratis of tegen een gering
bedrag een evenredig deeltje van die milieuvriendelijk opgewekte
elektrische energie. Dat zal hooguit voldoende zijn om een gloeilamp
te laten branden, maar wie wil kan het daarmee doen.
Vervolgens moet alles betaald worden wat méér verbruikt
wordt dan wat milieuvriendelijk is geleverd. Naarmate men meer gebruikt,
moet men ook meer betalen. Dit staat in tegenstelling tot het huidige
tariefsysteem, waarbij iemand die veel gebruikt in een lager tarief
komt. Op die manier wordt men aangezet om minder energie te gaan
gebruiken, waarbij het milieu het meest gebaat is. Bezuinigen op
energie heeft veel meer resultaat dan alleen het gebruik van groene
stroom. Gebruikers van groene stroom denken goed bezig te zijn,
maar het effect is tegengesteld, namelijk meer verbruik van niet
schone energie.
Een bezuiniging van tien procent is haalbaar. Kijk maar eens kritisch
naar alle apparaten in huis. Hoeveel apparaten staan er de gehele
dag op stand-by terwijl ze misschien maar een uur per dag werken
(het zijn soms net automobielen...)? Hoeveel lampen branden er?
Eén minder bespaart soms al twintig procent.
Een manier om elektriciteit op te wekken is met aardgas gestookte
centrales. Aardgas is duur en schaars, maar relatief schoon. Ook
op aardgas kan bespaard worden. Heel veel verwarmingsketels in woonhuizen
hebben nog een primitieve waakvlam, die noodgedwongen dag en nacht
moet blijven branden omdat je anders niet direct warm water kan
krijgen. Omschakeling naar een modern ontstekingssysteem zal leiden
tot vele procenten aardgasbesparing.
Deskundig afstellen van verwarmingsketels in (grote) gebouwen zoals
scholen en ziekenhuizen, maar ook in gewone woonhuizen, kan vele
procenten besparing opleveren. Ik denk hierbij aan het waterzijdig
inregelen van de verwarmingsinstallatie (zie hieronder 'waterzijdig
inregelen'). In gebouwen zoals die waar nu het Haags Milieucentrum
is gevestigd zou er wel eens een grote besparing op aardgas verwezenlijkt
kunnen worden als daar een en ander goed is ingeregeld.
Sportieve energie
En heeft u wel eens rondgekeken in een fitnesscentrum? De bezoekers
raken dankzij de apparaten die daar staan heel wat pondjes kwijt.
De Telegraaf wist onlangs te melden dat een Heerlense sportschoolhouder
subsidie krijgt om de energie die zijn cliënten opwekken, als
proef voor zijn eigen bedrijf te gebruiken. Het eventuele meerdere
levert hij aan het net. Heeft hij weinig of geen klanten, dan betrekt
hij stroom van het net, heeft hij op zaterdag veel conditioneel
sterke klanten dan levert hij aan het net. De landbouwers met een
windmolen doen het op precies dezelfde manier.
Kortom, ik denk dat er op een veel betere manier met energie kan
worden omgegaan. Waar ik bang voor ben is dat de reclame die mensen
ertoe aanzet groene stroom te gebruiken, ze laat denken dat ze iets
voor het milieu doen. Dit is maar zeer ten dele waar.
Waarom het hoge fruit van de bomen plukken en het laaghangende laten
hangen?
Ben de Nijs
(met mate gebruiker van gewone stroom en schaamt zich daar niet
voor).
Met dank aan Henk Deinum, voorheen scheepswerktuigkundige
GHV, technisch inspecteur bij AKZO-NOBEL, tijdelijk energie coördinator
centrale en gebouwen. In 2000 winnaar Nationale Toekomstprijs.
meer
artikelen over duurzame energie & energiebesparing
Waterzijdig inregelen
'Waterzijdig inregelen' is een methode om een cv-installatie zo
in te stellen dat deze zo zuinig mogelijk werkt, terwijl het comfort
toeneemt.
Als de radiatoren die ver van de ketel staan niet echt warm worden,
is men geneigd de thermostaat een graadje hoger te zetten. Maar
dan wordt het in ruimten dicht bij de ketel weer veel te warm. De
oplossing van dit probleem is waterzijdig inregelen. Dat gebeurt
niet met de knop waarmee de radiator open- en dichtgedraaid kan
worden, maar met de instelschroef ònder deze knop of een
apart ventiel. Die opening wordt zodanig vergroot of verkleind dat
de radiator de optimale hoeveelheid warmte afgeeft. Zo kan een gelijkmatige
verwarming van de verschillende vertrekken worden bereikt. Het moet
gedaan worden door een installateur die hiervoor een speciale cursus
heeft gevolgd.
Specialistenwerk dus. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de kosten,
afhankelijk van de omvang van het gebouw, kunnen oplopen tot ver
boven de tweeduizend euro. De praktijk leert dat een terugverdientijd
van één tot anderhalf jaar op dit moment realistisch
is.
De Milieufederatie Groningen heeft over dit onderwerp een brochure
uitgebracht met de titel 'Waterzijdig inregelen; Tel uit je winst'.
Deze is te vinden op het webadres www.mfgroningen.nl/waterz.htm
meer
artikelen over duurzame energie & energiebesparing
BONTEBAL
MINEUR
De berichten in de krant waren verontrustend. Eerst zo'n kleine
van vier bij vier centimeter, een fait divers, waar je meestal overheen
leest. Later dan toch een wat groter stuk in de zaterdagkrant: de
mot zit in de kastanje. Ik heb de fiets gepakt en ben naar de Sophialaan
ge-reden, één van onze prachtigste lanen, aan weerszijden
van Plein 1813. Er staan zo'n 30 paardekastanjes, die allen rond
1900 zijn geboren.
En ja hoor: alle bomen zijn aangetast, evenals de bomen om de hoek,
op de Nassaulaan. Heb jij daar verstand van, Bontebal? Heb jij daarvoor
gestudeerd? Nee, maar bij het artikel stond een foto van een aangetast
blad en hetzelfde zag ik hier. Snel ben ik doorgefietst: ik heb
een houten been en je weet niet of het besmettelijk is.
Met angst en beven begaf ik me naar onze beroemdste kastanje, die
op de Koekamp, bij de poffertjeskraam. Deze boom uit 1870 had moeten
wijken voor de bouw van de Koningstunnel, maar daar is een stokje
voor gestoken. In 1997 is hij met behulp van een gigantische lier
80 meter verschoven. Met succes; er gebeuren ook wel goede dingen
in de stad. Op de Koekamp aangekomen haalde ik opgelucht adem: hij
stond er gezond bij (eind juli).
De mot heet officieel Paardekastanjemineermot en is afkomstig van
de Balkan. Het is niet zeker dat hij daar zijn oorsprong vindt.
Inmiddels heeft hij de boot van de Hoek naar Harwich genomen: ook
in Londen heeft men last. Een deskundige: 'Ik heb nog nooit eerder
gezien dat een soort zich zo snel uitbreidt over Europa.' Men studeert
op het probleem, er is vooralsnog weinig aan te doen.
Al die ziektes de laatste jaren. Zijn het er meer of vallen ze me
meer op? Vooral in de bio-industrie is het raak: gekke koeien, varkenspest,
pluimvee met pest. Ze slaan dus ook in de gewone natuur toe, als
je bomen langs een laan gewone natuur kan noemen.
Zeer onlangs las ik een kop in de krant over 'Amerikaans vuilbroed'.
Spannend, waar zou dat over gaan? Spionnen, undercover agenten van
de drugsopsporing, vestigingen van McDonalds? Maar nee: vuilbroed
is een ziekte die bijenlarven treft. Het werd ontdekt bij vier van
de elf bijenvolken van een Brabantse imker. Meteen zijn de bekende
maatregelen getroffen: vervoersverbod (straal van drie kilometer),
besmette volken vergast. De honing vernietigd.
Is er dan geen medicijn tegen de bacterie, vroeg ik me af. Maar
al snel begreep ik dat àls er al een remedie bestaat, het
ondoenlijk is om al je bijen stuk voor stuk een injectie te geven.
Of een pilletje te voeren.
Al die ziektes verontrusten me, misschien is er een deskundige die
me gerust kan stellen: ach nee joh, gekkie, de ziektes zijn van
alle tijden.
Ik begin zelf te klinken als een mineurmot. Laat ik mijn stukje
eindigen met iets vrolijks. Ik heb hier al eerder geschreven over
de Ginkgo biloba, de Japanse notenboom. Er staan verspreid over
Den Haag enkele prachtige oude exemplaren, maar hij wordt steeds
meer als straatboom gebruikt: Piet Heinstraat, Helenastraat, Vaillantplein
enz. En over enige tijd in de Paulus Potterstraat: ik heb van een
goede vriendin een zaailing van 20 centimeter hoog gekregen. Lief
hè?
PS Bron: onder andere Als de bomen van Den Haag konden spreken.
Verkrijgbaar aan de informatiebalie in het IJspaleis.
Adriaan Bontebal
http://www.bart.nl/~bontebal
meer brandingcolumns
van bontebal
|