Branding - Archief  

Nummer 11 september/oktober 2003

 

Waar laten we het water?
Water is in de Hofstad goed vertegenwoordigd en speelt een steeds voornamere rol ...meer

De moderne, milieuvriendelijke boevenvanger
Over de mountainbikesurveillance ...meer

Stadsgesprek over Schone Lucht en Verkeer
Oftewel: Groene Longen versus Zwarte Longen ...meer

Rioolwaterlozingen in zee
Rijkswaterstaat test het zeewater slechts één keer in de
veertien dagen
...meer

3=4
In september wordt De DerDe DinsDag ...meer

Week van de Vooruitgang
In het teken van duurzame mobiliteit ...meer

Het Groenbeleidsplan
Van saai en goedkoop prikgroen tot fruitfull city ...meer

Duurzaam Groningen
Onze speurtocht naar duurzaamheid bij de buren ...meer

Simon Doorenbos was al duurzaam voor het woord bestond
De Doorenbos-heuvel, het is precies 50 jaar geleden ...meer

De beste stuurlui vervoeren over water
Kunnen de Haagse havens bijdragen aan een betere
bereikbaarheid? ...meer

Iedereen wil wonen aan het tuinpad van mijn vader
Het is onontkoombaar dat de gemeente Den Haag woningen bouwt, maar hoeveel groen mag daarvoor opgeofferd worden ...meer

Het dorpsgezicht als major selling point
Zijn milieuorganisaties links of extreem-links? ...meer

Koolmees zingt een toontje hoger
Koolmezen die het nageslacht veilig willen stellen ...meer

GROEN forum
Het is niet alles groen wat er stroomt ...meer

Waterzijdig inregelen
Een methode om een cv-installatie zo in te stellen dat deze zo zuinig mogelijk werkt ...meer

BONTEBAL MINEUR
...meer

 

 

 

 

 

 

 

Waar laten we het water?

Den Haag staat bekend als groene stad, maar laten we ook het blauw niet vergeten. Water is in de Hofstad goed vertegenwoordigd en speelt een steeds voornamere rol. Zo kan water een belangrijk 'selling point' zijn als er dure woningen in de markt moeten worden gezet - het zogenoemde 'makelaarswater'. Maar water dringt zich ook gewoon aan ons op, zowel uit de bodem als uit de lucht. Dat moet ergens blijven. Bij voorkeur ergens waar kinderen er niet in vallen. Wonen aan water is rustgevend, maar de waterwolf slaapt nooit.

Bij de inrichting van waterpartijen in woonwijken is het zoeken naar een evenwicht tussen de wensen van de natuur en de behoeften van de stadsmens. Begin juli verdronk een driejarige peuter in een sloot aan de Sandersdijk in Ypenburg. Hij was in het water gevallen nadat hij met zijn fietsje van het pad afraakte. Het water in deze wijk is bewust aangelegd als waterberging en pas in de tweede plaats ter verfraaiing van de wijk. Er is gekozen voor zo natuurlijk mogelijke oevers, waarbij het veiligheidsaspect zeker niet veronachtzaamd is. Voorzover de wijk sloten met te steile oevers kende, stonden er aanpassingen op de agenda. De Sandersdijk komt op deze lijst echter niet voor: de glooiing van de oever is gering, bomen en struiken schermen de weg van het water af en het riet in de slootkant zorgt voor een laatste bescherming. Maar de bomen en struiken van de Sandersdijk waren nog niet allemaal aangeplant en het ingezaaide riet was nog niet uitgelopen.

Waterplan
In de maakbare samenleving waaraan wij gewend zijn, wordt het afspoelende regenwater van daken en wegdek doorgaans zo snel mogelijk via het riool afgevoerd. Bij hevige regenval stromen die riolen over in de sloot, met alle nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater van dien. Bovendien wordt water in perioden van extreme droogte niet in de laatste plaats door de bomen node gemist. In toenemende mate wordt dan ook gekozen voor wijkgebonden waterberging: het opslaan van water in waterpartijen in de wijk. Dit is een belangrijk uitgangspunt van het Waterplan, dat de gemeente Den Haag en het Hoogheemraadschap Delfland in 1999 samen hebben opgesteld.
In het Waterplan zijn ook de zwakke plekken in kaart gebracht: de Veenendaalkade, de Wijndaelerweg, het wijkpark Bokkefort in Houtwijk en heel Den Haag Zuidwest. Hier is het water sterk verontreinigd. Uit de praktijk blijkt dat aanpassing van bestaande voorzieningen een kostbare zaak is en zeer traag verloopt. De geplande nieuwbouwprojecten in Zuidwest bieden een kans om hier een betaalbaar gescheiden riolerings- en regenwatersysteem aan te leggen. Dit betekent wel dat er voor Zuidwest een Waterplan opgesteld moet worden. Daaraan zal vervolgens bij de uitvoering niet om louter financiële redenen getornd mogen worden. In Leidschenveen wordt het goede Waterplan momenteel ondergraven, omdat uit puur financiële overwegingen bouwwerken in de geplande wijkgebonden waterberging zullen worden toegestaan.

Geld als water
In de Haagse regio is behalve de wateropslag in woonwijken ook de opslag van water in de kassengebieden van groot belang. In de polder bij 't Woudt legt het Hoogheemraadschap van Delfland daarom een enorme waterberging aan. Rondom de weilanden komt een dijkring en de afwatering van die weilanden wordt verwijderd. Zo ontstaat er een natuurlijk 'dras en plas'-gebied waar in tijden van hoge nood 800.000 kuub regenwater kan worden gestald. Volgens de planning had deze grote natuurberging dit jaar al klaar moeten zijn, maar de voltooiing wordt niet eerder dan in 2005 verwacht. In de tussentijd wordt een beroep op de tuinders in de omgeving gedaan. Delfland zoekt zestig grote tuindersbedrijven met reservoirs van minimaal 800 kubieke meter. In de 'regentijd' (september-december) zouden ze daarvan elk 300 kuub moeten vrijhouden voor berging van regenwater. Delfland is in ruil hiervoor bereid de helft te bekostigen van de zuivering die tuinders nodig hebben voor reiniging van het water dat van de kassen het bassin instroomt. Het schap draagt tot 5.000 euro per tuinder bij. Daarnaast krijgen de bedrijven 1 euro per opgevangen kuub regenwater.

Als Delfland grootschalige waterberging door bedrijven beproeft, stelt het Haags Milieucentrum voor dit ook op kleinere schaal bij bewoners te proberen. Bijvoorbeeld in het stadsdeel Leidschenveen. Daar ligt
een wijkje per ongeluk zestig centimeter onder de aanbevolen bouwhoogte. Een wijkje dat bovendien bedoeld is als waterberging: bij extreme regen moet het een
belangrijk deel van al de in het stadsdeel gevallen regen opvangen.

Er is berekend dat er eens in de tien jaar zoveel water kan vallen, dat de huizen in de te laag gelegen wijk onderlopen. De bewoners pleiten daarom voor grootschalige maatregelen: het afsluiten van dompers en de aanleg van pompen. Maar als alle huishoudens in Leidschenveen een regenton zouden plaatsen, dan is het grootste gevaar de wereld al uit. Er zijn tegenwoordig regentonnen in de handel die zelf voor voldoende waterdruk zorgen. Met een tuinslang kan de tuin besproeid worden en wie wil kan met dit water de wc doorspoelen. De totale opslag van al die regentonnen bij elkaar gaat snel in de richting van de 600 kuub. Daar heeft Delfland dan vast wel 10.000 euro voor over. En mochten de huidige bestuurders van Delfland geen trek hebben in dit 'kleinschalige' project: volgend jaar zijn er waterschapsverkiezingen.

Marc Beek
Projectmedewerker HMC

meer artikelen over natuurontwikkeling & waterbeheer


 

 

 

De moderne, milieuvriendelijke boevenvanger

De burger wil meer Blauw op straat. Het milieu is beter af met minder blik op de weg en de politie wil zich in de verkeersdrukte sneller kunnen bewegen. Boeven vangen op de mountainbike blijkt daarvoor een ideale oplossing. Politie Haaglanden startte er in 2001 mee en is razend enthousiast over de mountainbikesurveillance.

Was vroeger de fietsende agent een heel gewone verschijning, de laatste decennia zat de politie vooral achter het stuur en achter het bureau. Maar net als heel veel andere Nederlanders, staan politieagenten steeds vaker vast in de file, en worden ze in hun snelheid beperkt door drempels en pollers in binnensteden en woonwijken. De fiets biedt uitkomst voor de surveillerende politieagent in de steden: snel, flexibel en efficiënt. Maar wel in een eigentijdse variant: de sportieve mountainbike.

Tommy Hamelink, hoofdagent bij Bureau Jan Hendrikstraat in Den Haag, is zo'n mountainbikeagent. Hij is de initiatiefnemer van de mountainbikesurveillance bij Politie Haaglanden. Hamelink: "Ik kwam op het idee nadat ik artikelen had gelezen over de politie in Amerika. Daar werkten ze al jarenlang met mountainbikes in de steden. In de politieregio's Gelderland en Holland Midden waren ze er ook al mee begonnen. Op ons bureau aan de Jan Hendrikstraat zijn we met twee fietsen gestart. Het is zo'n groot succes dat we nu al 15 fietsen hebben, we gaan binnenkort uitbreiden naar 24 en overwegen om een auto weg te doen. Hoe dat kan? Rij hier maar de poort uit, dan sta je gelijk vast met de auto."

Verraste klanten
Hamelink vervolgt: "Ons werkgebied is het kleinste maar wel een van de drukste wijken van het verzorgingsgebied van Politie Haaglanden, met veel straatroof, geweld op straat en drugsgerelateerde overlast. Er zijn hier heel veel voetgangersgebieden en dan ben je op de mountainbike veel sneller en mobieler. Bij bijvoorbeeld een melding in een winkel in de Spuistraat, stappen we pas in de winkel af. De mensen zijn vaak verrast door onze snelheid. Onze 'klanten' ook, we betrappen heel veel dieven op heterdaad. Je bent geruisloos en ziet, hoort en ruikt veel meer dan wanneer je in een auto zit. Op de fiets zie je veel sneller als iemand zich verdacht gedraagt, je hoort veel eerder geschreeuw en ruikt bijvoorbeeld eerder hennep en brandlucht. En in vergelijking met lopen ben je ruim drie keer zo snel en hou je het ook drie keer langer vol. We werken veel samen met de agenten in de auto en op de motor en vullen elkaar aan. Voor het publiek ben je veel zichtbaarder op straat en makkelijker te bereiken. In de auto ben ik in mijn hele carrière nog maar drie keer aangesproken op straat, nu word ik wel vier keer per dag door iemand aangesproken. Mensen vertellen je bijvoorbeeld dat ze iets verdachts zien. Het publiek reageert heel positief. Jongeren, vooral skaters, vinden ons 'vet cool'."

Sportieve inslag gewenst
Het politiewerk op de mountainbike, ook wel de fietsbrigade genoemd, rust op drie pijlers: een aangepaste politiemountainbike die weinig onderhoud vraagt, aangepaste kleding en een aparte opleiding om behendig te leren fietsen en zelfverdediging en surveillancetechnieken op de fiets toe te passen. Het is voor agenten met een sportieve inslag, want ze zitten wel zo'n 6 à 7 uur op de fiets, ook
's nachts en met slecht weer. In Den Haag rijden in steeds meer wijken mountainbikeagenten rond. Ook landelijk groeit het enthousiasme voor de fietsbrigades.

De milieuvoordelen en besparingen zijn overduidelijk. De Belgische organisatie Provélo heeft voorgerekend dat een fiets jaarlijks 1.300 euro kost, tegen 13.000 euro voor een politieauto, die uiteraard ook nog het hele jaar door kostbare energie opslurpt en luchtvervuiling veroorzaakt. "Ik vind het surveilleren op de mountainbike een prachtig vak, je bent de hele dag buiten, vangt veel boeven, en het kost geen energie, behalve mijn eigen energie, maar daarvoor krijg je een hele goede conditie terug, gratis en voor niets", aldus een enthousiaste Hamelink.

Lieneke Venhuis

meer artikelen over mobiliteit

 

 

 

 

Stadsgesprek over Schone Lucht en Verkeer
Oftewel: Groene Longen versus Zwarte Longen

Wanneer: Woensdag 5 november van 13.00 tot 17.00 uur
Waar: Zalencentrum Concordia, Hoge Zand 42
Aanmelden: Haags Milieucentrum, 070 30 50 286
Entree Gratis

Wat is er mis met de luchtkwaliteit in onze stad. Dat is de vraag die centraal staat op dit Stadsgesprek, waarbij iedereen welkom is: bestuurders, bedrijven en burgers. Deskundigen verzorgen presentaties over diverse onderwerpen, een medicus licht het verband tussen ongezonde lucht en gezondheid toe en de allerlaatste meetgegevens worden gepresenteerd. Vervolgens praten we over de kansen ter verbetering binnen het verkeers- en vervoersbeleid. Zijn er bijvoorbeeld schonere motoren of brandstof op de markt? Wanneer kan de eerste auto op koolzaadolie in Den Haag gaan rijden? Wat helpt het als de snelheid op de Utrechtsebaan omlaag gaat naar 80 kilometer per uur? Moet de Parkeerroute gewoon verbeterd worden? Of moeten de stadsbussen en de vrachtwagens van de vuilophaaldiensten simpelweg roetfilters krijgen?
En welke kansen biedt het groen- en milieubeleid van de stad Den Haag? Helpt het bijvoorbeeld als er langs de drukke wegen in de stad meer bomen worden geplant? Of moet de gemeente meer educatief communiceren zodat bedrijven en burgers de auto voor de fiets verwisselen?
Wethouder van Duurzaamheid Ries Smits zal de hele middag aanwezig zijn. Zijn taak zal zijn de ingebrachte ideeën met elkaar in overeenstemming te brengen zodat hij deze in werkzame vorm kan overdragen aan zijn collega-wethouders van Verkeer, Welzijn en Stads-beheer. Wethouder Smits heeft namelijk als het om Duurzaamheid gaat een coördinerende, integrerende taak in het college.

meer artikelen over gezondheid & milieu

 

 

 

Rioolwaterlozingen in zee

Rijkswaterstaat test het zeewater slechts één keer in de veertien dagen. Indien iets verdachts wordt gevonden, volgt een tweede steekproef. Valt ook die meting negatief uit, pas dan wordt het publiek ingelicht. De kans dat door deze werkwijze een piek in de vervuiling wordt gemeten is bijna nul. En deze pieken treden nog steeds op na elke hevige regenbui waarbij de rioolwaterzuiveringsinstallatie Houtrust overtollig rioolwater in zee moet lozen. De provincie Zuid-Holland wil daarom dat Rijkswaterstaat overstapt naar wekelijkse keuringen. De uitreiking van de Bruine Vlag aan gedeputeerde Van der Sar en wethouder Smits, in de Derde Dinsdag in Dudok van mei, heeft blijkbaar geholpen.
Ook staatssecretaris Van Geel (Milieu) vindt nu dat de zwemwaternorm strenger moet worden gehandhaafd. Al vindt hij de norm van de Blauwe Vlag, het kwaliteitskeurmerk van de ANWB, te streng. Op Europees niveau beschouwd is het zwemwater voor de Zuid-Hollandse kust volgens hem van goede kwaliteit. Struikelblok blijft de verdeling over verschillende overheden van het beheer over zee-, oppervlakte-, grond- en rioolwater. Bij een teveel aan bestuurlijke verantwoordelijkheden werkt het poldermodel blijkbaar niet meer: het probleem wordt over de dijk gegooid.

Die verantwoordelijkheden zijn als volgt verdeeld:
o De gemeente is verantwoordelijk voor de riolering, voor het ondiepe grondwater en voor een bepaald deel van het oppervlaktewater. De gemeente kan via de ruimtelijke ordening aan gebieden functies toekennen zoals wonen, werken, natuur en recreatie.
o Het stadsgewest Haaglanden coördineert het waterbeheer van al de gemeenten in haar gebied en toetst de ruimtelijke ordening van die gemeente aan de eigen regionale structuurvisie.
o Het Hoogheemraadschap Delfland is verantwoordelijk voor de waterkering, de zuivering van het afvalwater, de peilbesluiten en de waterkwaliteit en -kwantiteit.
o De provincie Zuid-Holland draagt verantwoordelijkheid voor het diepe grondwater, de vergunningverlening voor grondwateronttrekking en het zwemwater.
o Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de Scheveningse haven en de kustzone van de Noordzee.
Al met al een ingewikkelde taakverdeling. Het mag duidelijk zijn dat een goede samenwerking tussen de partijen een voorwaarde is voor adequaat waterbeheer.

meer artikelen over gezondheid & milieu

 

 

 

 

3=4

In september wordt De DerDe DinsDag in DuDok eenmalig op de vierde dinsdag gehouden, dit vanwege Prinsjesdag. De Haagse wethouders die met milieu van doen hebben, zullen worden gevraagd naar de consequenties die de bezuinigingen (kunnen) hebben voor het milieu en het groen. Komt allen!
Dus: 23 september in Grand Café Dudok in het zaaltje rechts achterin. Let op de gewijzigde aanvangstijd: 's avonds om half negen.


 

 

 

 

Week van de Vooruitgang

Europa staat in de week van 16 tot en met 22 september in het teken van duurzame mobiliteit. De Europese Mobiliteitsweek maakt deel uit van de Europese afspraken om de CO2-uitstoot te reduceren. Draagt deze week in België de naam 'Week van de Vervoering', in Nederland is voor 'Week van de Vooruitgang' gekozen. De invulling die er in Den Haag aan gegeven wordt combineert Belgische en Nederlandse kenmerken. Belgisch is de aandacht voor muzikale optredens tijdens het evenement Buitengewoon Bereikbare Binnenstad. En Nederlands is het thematisch uitwerken van de week in dagen met de focus op een bepaalde vorm van duurzaam vervoer of duurzaam vervoersgedrag.

Doel van de Mobiliteitsweek is mensen bewuster te maken van de nadelige gevolgen van (de groei van de) mobiliteit en ze tot een ander gedrag aan te zetten.
De week dient als platform voor gemeentelijke diensten en maatschappelijke organisaties. Gemeentes kunnen de week gebruiken om nieuwe plannen te lanceren. De inzet van de gemeentelijke overheid is immers bepalend bij de ontwikkeling van efficiënte en duurzame vormen van stedelijk vervoer. Maatschappelijke organisaties kunnen met behulp van aansprekende initiatieven en projecten hun maatschappelijke betrokkenheid tonen.

Op voeten en fietsen naar school
Sinds vier jaar kent Den Haag in september de Autoloze Schoolwegbrengdag. Dit jaar pakt het stadsgewest Haaglanden groots uit door een Autoloze Schoolbrengweek te organiseren. Door middel van folders en projecten voor basisscholen wordt extra aandacht besteed aan de onveilige situaties die vaak rondom scholen ontstaan.

Het Haags Milieucentrum haakt op al deze activiteiten in door de eerste stappen van het KANS-project uit te voeren. De bedoeling van KANS is om bezorgde ouders van basisschoolleerlingen te begeleiden bij het verkeersveiliger maken van de schoolomgeving. Het streven is om in Leidschenveen en Ypenburg een cordon rond enkele scholen te leggen, waar een streng, maar vrijwillig verbod voor het gebruik van auto's door ouders gaat gelden.

Dag van het openbaar vervoer
OV reizigers mogen af en toe best een beetje worden verwend, vindt ROVER, en daarom krijgt iedereen die op 18 september in een Fair Trade winkel een geldig kaartje laat zien een aardig presentje.
Onder het motto OV-feels good komt er een fotowedstrijd. Hoofdprijs is een VIP arrangement voor 2 personen voor de ICE - de Duitse variant van de Hogesnelheidstrein - naar Frankfurt, beschikbaar gesteld door de NS. Meer info is binnenkort te lezen op de site www.weekvandevooruitgang.nl

Fiets naar je werk
De Fietsersbond laat op 19 september de burgemeesters van de vier grote steden fietsend naar het werk gaan als promotie voor de campagne Fiets naar je Werk. Ook Deetman heeft zijn medewerking toegezegd. En dat terwijl in Haaglanden een andere, concurrerende campagne wordt gevoerd: Op de Fiets naar het Werk.
Enkele Europarlementariërs gaven het goede voorbeeld: ze stapten op 27 augustus op de fiets om op 1 september bij hun werk in Straatsburg aan te komen. Dit wel met een beetje smokkelwerk: ze stapten pas in Brussel op en volgden een zeer aangename toeristische route.

Buitengewoon bereikbare binnenstad
Met de organisatie van het evenement Binnenstad Buitengewoon Bereikbaar sluit Den Haag op 21 september achter in de rij aan bij het thema van de Autovrije Dag: promotie van toegankelijke en duurzame vormen van vervoer. In een beperkt voor auto's afgezet gebied in de binnenstad vinden allerlei activiteiten plaats: straattheater, muziekpodia en rondleidingen door de tramtunnel in aanbouw. Op de Hofplaats bij de Tweede Kamer staan activiteiten rond het thema Fiets en Wiel gepland. Hier kan men een Royal Tour per fiets langs de koninklijke paleizen boeken, iets waarvoor doordeweeks nog een walmende touringbus zou worden gebruikt. City Cycle Events verzorgt de toer op fietsen van Du Nord, met oranjebitter toe. Biesieklette houdt mogelijk een puzzeltocht voor kinderen tot twaalf jaar en probeert haar fototentoonstelling die eerder in het Atrium te zien was een reprise (of doorstart) te laten maken. De Dienst Welzijn geeft samen met de Fietsersbond en een fabrikant uitleg over aangepaste fietsen voor senioren en minder-validen. En het publiek mag een auto in tweeën zagen, dit ter promotie van het 'autodelen': een vorm van gedeeld autobezit, waarbij men wel de lusten maar niet de lasten (de aanschaf-, afschrijvings- en onderhoudskosten) van een auto heeft. Ook worden hier de voorrondes gehouden voor de Nationale Autodelenkwis (zie hieronder).

Nationale Autodelenkwis
Op 22 september gaat de website www.deelautodenhaag.nl de lucht in. Deze door het Haags Milieucentrum (HMC) beheerde site bevat alle informatie over gedeeld autobezit en autodaten in en om Den Haag, waaronder de tijd en plaats van de speciale informatiebijeenkomsten die het HMC en de Stichting BOOG rond dit thema gaan opzetten.
22 September is ook de dag van de eerste Nationale Autodelenkwis. Bekende en minder bekende Hagenaars en Hagenezen worden 'live' voor radio en televisie getoetst in hun theoretische kennis over autodelen. Degenen met de hoogste score krijgen ook een praktische vaardigheidstest voorgeschoteld. De praktische test omvat het reserveren van een deelauto op de website en het openen, starten en afsluiten van een deelauto met behulp van een pasje en de boordcomputer. De winnaar mag met de deelauto wegrijden.

meer artikelen over mobiliteit

 

 

 

 

Het Groenbeleidsplan
Van saai en goedkoop prikgroen tot fruitfull city

De gemeente Den Haag ziet zichzelf graag als een groene stad achter de duinen. Ook de bewoners waarderen hun stad vanwege het vele groen. Wie kent niet de mooie parken zoals het Westbroekpark, Clingendael, het Zuiderpark en de Scheveningse Bosjes? Maar ook plantsoenen, pleinen en buurtgroen zijn van groot belang. Op het groen binnen de gemeente is het Groenbeleidsplan van toepassing. Dit plan wordt momenteel herzien, in een interactief proces waarin allerlei betrokken organisaties mogen meepraten. Ook het Haags Milieucentrum (HMC) is hierbij betrokken. In dit artikel een bespreking van enkele hoofdlijnen van het nieuwe plan: het budget, privatisering van groen, gifspuiten en de kloof tussen beleid en praktijk.

Meer poen voor groen
Uit de tot nu toe gepresenteerde stukken blijkt dat het niet zeker is, dat er extra geld wordt uitgetrokken om de groene ambities van de gemeente Den Haag te realiseren. Door deze politieke keuze wordt er zelfs gepraat over privatisering van het groen en het weer ter hand nemen van de gifspuit.
Het HMC kan dit totaal niet plaatsen. Als de lokale politiek en haar inwoners zo trots zijn op hun groene stad achter de duinen, dan moet dit toch ook tot uiting komen in de financiële prioriteiten? Hoe is het te verkopen dat er wel 30-40 miljoen euro voor een jongensdroom, een nieuw voetbalstadion voor ADO, wordt uitgetrokken, en dat er geen extra geld zou zijn om te investeren in het groene karakter van de stad? We zullen de lokale politiek aanspreken en zonodig kritiseren als ze echt deze keuze zou maken.

Nu hoeft een natuurlijker beheer van het groen niet altijd meer geld te kosten. Integendeel, het kan er zelfs behoorlijk goedkoper van worden. Bij het landelijk bosbeheer zagen we dat in het zogenoemde leunstoelbeheer: tijdelijk even ingrijpen en dan de natuur (grotendeels) haar gang laten gaan. Maar ook op lokaal niveau is ecologisch groenbeheer vaak goedkoper. Neem het ecologisch maaien van bermen. Eén of twee keer per jaar maaien, met afvoeren van het maaisel, is natuurlijk veel goedkoper dan iedere maand te maaien.
Zwolle is een goed voorbeeld van een gemeente die al lang geleden is overgegaan op ecologisch groenbeheer en het uitbannen van de gifspuit, tegen lagere kosten.

Cleanheidsbehoefte
Soms worden buurtparken zelfs gratis beheerd en gemaaid, bijvoorbeeld door een Schotse Hooglander. In andere gemeenten worden koeien ingezet om groene plantsoentjes of bermen kort te houden. Waarom zouden we daarmee in Den Haag niet eens experimenteren? Met bijvoorbeeld geiten, in samenwerking met de kinderboerderijen?
En is al dat snoeien nu wel nodig? Fietsend door de stad zie je dat min of meer spontane wildernisjes opeens zijn weggehakt. Misschien dat een enkele bewoner het niet netjes vond, maar zouden alle bewoners deze
cleanheidsbehoefte wel delen? Het zou standaardbeleid moeten worden om bij klachten te checken hoe dat in de hele wijk of straat ligt. Ik heb zelf een prachtige klimop, die met veel arbeid wordt beheerd. De meeste omwonenden vinden het prachtig. Veel vogels, mooi uitzicht. Maar een enkele verknipte ziel klaagt over de bladeren, het ongedierte (spinnen) en de geluidsoverlast (van de vogels...)
Een ander praktijkvoorbeeld van zinloze arbeid: in de straat waar ik woon staat een oude muur, die mooi begroeid is met varentjes en muurleeuwenbek. U raadt het al... komen ze van DSB de straat in met bosmaaiers. Ik heb nog net een deel van de muur kunnen redden. En dan in het Groenbeleidsplan mooie woorden spreken over behoud van muurvegetatie…
Het is natuurlijk onzin om te spreken over geldgebrek als er nog zoveel bespaard kan worden door overbodige activiteiten te staken.

Privatisering
Om geld te besparen en dat dan in te zetten voor extra buurtgroen, is voorgesteld om grote groengebieden te privatiseren. Het Aegon-plein wordt als lichtend voorbeeld gezien. Het HMC is sterk gekant tegen dit idee. Wij vinden dit alleen aanvaardbaar bij snippergroen. Door dat in beheer te geven aan bewonersinitiatieven worden die gestimuleerd om er wat leukers mee te doen dan het vage prikgroen dat er nu vaak staat. Van dat groen waar niemand de naam van kent, waar niemand van houdt en dat als belangrijkste eigenschap heeft dat het onderhoudsarm is. Om van te gruwen! Schakel de Vlinderstichting in om dit soort snippergroen ecologisch waardevol te maken. En laat de mooie (en goedkope!) inheemse vlier rijkelijk bloeien en groeien. Belangrijk voor vogels, leuk om naar te kijken en zelfs lekker om er jam van te maken.
Maar de grote gemeentelijke parken moeten natuurlijk niet verpatst worden. Theoretisch kun je gaan praten over voorwaarden, het opleggen van beheerseisen e.d. Maar praktisch raak je als gemeente op de lange duur je greep op het groen kwijt. Een heilloze weg. Tenzij het groen in beheer wordt gegeven aan natuur-organisaties zoals Staatsbosbeheer of Natuur-monumenten, maar waarom zouden die het goedkoper kunnen? Eigenlijk spreekt de gemeente Den Haag dan uit, dat ze haar eigen groen niet goed kan beheren…

De gifspuit er weer in
Het is nog geen concreet beleidsvoornemen, maar de gemeente heeft het wel voorgesteld: om geld uit te sparen moet de gifspuit weer vaker gehanteerd worden. Het geld dat dit zou opleveren zou extra in het groen kunnen worden geïnvesteerd. Het HMC vindt dit voorstel te gek voor woorden. Zo is het maar de vraag of ecologisch groenbeheer zonder gif wel duurder is. Zie het voorbeeld van Zwolle. Maar zelfs als alternatieven wat duurder zouden zijn, dan is dat natuurlijk wel de politieke keuze die Den Haag moet maken.
Tientallen gemeenten hebben blijvend besloten om te stoppen met de gifspuit en dat heeft zeker niet tot grote problemen geleid.

Hoewel het ons volstrekt overbodig lijkt, hierbij even wat argumenten tegen de gifspuit:

1. De gemeente geeft een totaal verkeerd voorbeeld op milieugebied. Als de gemeente dit mag, dan mogen de burgers toch zeker ook maar weer wat aan rotzooien.

2. Het gif komt uiteindelijk in het water terecht en zorgt daar voor diffuse verontreiniging. De waterschappen en de drinkwaterbedrijven zullen er niet blij mee zijn. De effecten voor het waterleven zijn negatief. Het zal de uitvoering van het Waterplan, water dat leeft, in bijv. de Haagse Beek, belemmeren.

3. Het heeft negatieve effecten op de fauna. We weten het van slakkengif, dat in de egels komt, van de mussen die mieren eten en dus ook het mierengif. In ons milieucafé sprak de Haagse Vogelbescherming over het feit, dat de zaden van onkruiden stamvoedsel voor de mussen zijn. Zou dat te maken hebben met de achteruitgang van de mus.

4. De acceptatie van groen op verhardingen moet groter en de al genoemde cleanheidsfilosofie moet ter discussie. Waarom accepteert men wel klaproosjes langs de gevel en geen andere kruiden. En als men het maar niks vindt, laat bewoners dan zelf met een krabbertje het ongewenste groen er tussenuit halen. Als een paadje helemaal groen wordt, haal dan de tegels eruit! Kennelijk is er dan weinig behoefte aan.

Het HMC zal op het vinkentouw zitten en zonodig hard aan de bel trekken om dit heilloze voornemen te blokkeren.

De kloof
De gemeente Den Haag beschikt in het algemeen over mooie nota's. De ene nota is nog niet af of er komt alweer een nieuwe. Beleidsdiarree wordt het al genoemd. Maar de harde praktijk is vaak anders. Neem het Waterplan. Zelfs de laagste ambitie, Water dat siert, wordt niet waargemaakt. Drijfvuil is vaak zichtbaarder dan de waterplanten. Ook het Groenbeleidsplan staat vol met mooie zinnen. Na de beschrijving van een gebied of park wordt vaak geschreven: "Waar mogelijk zal deze barrièrewerking worden verzacht of opgeheven", of woorden van een vergelijkbare strekking. Maar een concrete analyse van de knelpunten en een concrete aanpak van deze knelpunten ontbreken vaak. De uitwerkingsplannen voor de Laan van Nieuw Oost-Indië en het Haagse Bos zijn hierbij een positieve uitzondering. Ons voorstel zou zijn om per gebied, per park zo'n concrete analyse te maken en met voorstellen te komen. De ecologische verbindingen zijn hierbij cruciaal. Ook als dat veel geld kost. Dan kan de gemeenteraad tenminste kiezen.

Tot slot
In het Groenbeleidsplan worden mooie woorden gesproken over de waarde van straatbomen. Daar zijn er in Den Haag zo'n 76.000 van. Althans vóór de storm van vorig jaar. Ze zijn van betekenis voor bewoners omdat ze de seizoenen kunnen beleven, ze functioneren als stofzuigers en leveren zuurstof. De keuze van bomen wordt afhankelijk gesteld van het straatprofiel. Prima. Prachtig! Maar waarom zijn er dan nog steeds zoveel straten in Den Haag zonder bomen. Het HMC bepleit bomen voor elke straat. Met veel meer variatie. Niet alleen iepen, maar ook tamme kastanjes, meer acacia's, ginkgo bilobas etc. Wat ons betreft ook fruitbomen, die bewoners zelf mogen plukken. Andere gemeentes gingen ons al voor. Fruitfull city.

Tom Pitstra
Projectmedewerker RO

meer artikelen over natuurontwikkeling & waterbeheer

 

 

 

Duurzaam Groningen

In het kader van onze speurtocht naar duurzaamheid bij de buren vereren we deze keer de stad Groningen met een bezoek. Groningen timmert op het gebied van duurzaamheid en milieuvriendelijk vervoer stevig aan de weg met de eretitel Fietsstad 2002, het keurmerk duurzame distributie en een succesvolle energiecampagne. In deze Branding gaat er daarom niets boven Groningen.

In Groningen ben je een dief van je eigen portemonnee als je binnen de stad niet met de fiets gaat, aldus het juryrapport van de Fiet-sersbond, op basis waarvan Groningen de eretitel Fietsstad 2002 in de wacht sleepte. "De fiets is in Groningen 30% sneller dan de auto. Daarnaast heeft Groningen een uitgebreid net van geasfalteerde fietspaden en 24 bewaakte fietsenstallingen verspreid over de hele stad. Voor 15 euro per jaar kun je al in deze stallingen terecht."
Verkeerswethouder Koen Schuiling noemt de prijs een gevolg van 25 jaar consequent beleid om het fietsgebruik te bevorderen en autogebruik op de korte afstand te ontmoedigen. De gemeente Groningen investeert in de huidige collegeperiode zes miljoen voor fietsvoorzieningen. Maar voor Enne Feenstra van de plaatselijke afdeling van de Fietsersbond zegt de eretitel voor zijn stad meer over de situatie in de andere steden: "Het aantal stallingplaatsen bijvoorbeeld is volstrekt ontoereikend. Er zijn hier wel redelijk veel vrijliggende fietspaden, maar er is nog veel te verbeteren, vooral op het gebied van comfort. Je moet nog te vaak en te lang wachten voor stoplichten. Of je ondervindt hinder van geparkeerde auto's. In een fietsstad moet je vijf kilometer vlot, veilig en comfortabel kunnen overbruggen op de fiets."

Duurzame distributie
Als eerste Nederlandse stad werd Groningen vorig jaar onderscheiden met het keurmerk 'duurzame distributie' door het Platform Stedelijke Distributie. Want Groningen realiseert op een vernieuwende en praktische manier oplossingen voor duurzaam goederenvervoer in haar stad. Sinds 1996 voert de gemeente intensief overleg met alle betrokken partijen in de logistieke keten om de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de stad te verbeteren. Een van de maatregelen is het openstellen van de busbanen voor alle vrachtvervoer tijdens de venstertijden (de tijden dat de winkels bevoorraad mogen worden). De Groninger binnenstad is verdeeld in vier sectoren, die het doorgaande verkeer uit de binnenstad weren. Door busbanen tijdens de venstertijden voor vrachtverkeer open te stellen, kan het bevoorradingsverkeer sectorgrenzen overschrijden. Daarnaast is er de mogelijkheid voor vervoerders om erkend stadsdistributiecentrum te worden. Deze centra mogen ook buiten de venstertijden met vrachtauto's tot en met 7,5 ton de stad bevoorraden en van de busbanen gebruikmaken. Ook zijn er breng- en afhaaldepots voor binnenstadondernemers en hun klanten geïntroduceerd.
In het najaar van 2002 zijn de effecten van de maatregelen gemeten. Uit de meting blijkt onder andere dat de efficiency is toegenomen: het aantal voertuigkilometers en -ritten is gedaald, evenals de verblijftijd van de vrachtauto's in de stad. Wel ondervinden de bewoners nog evenveel geluidshinder en stankoverlast van rijdende vrachtauto's. Het Groningse Raadslid Harrie Miedema (GroenLinks): "De distributie kan nog beter. Er komen nog teveel grote vrachtauto's in de stad en de overslagcentra zijn er, maar er wordt nog te weinig gebruik van gemaakt."

Unplugged
Vorig jaar vond ook de energiecampagne 'Groningen Unplugged' plaats, die zich richtte op bedrijven, de gemeente zelf, consumenten en wonen. De campagne legde de basis voor een gemeentelijk energie- en klimaatbeleid. Daarnaast zijn er concrete projecten uitgevoerd zoals een symposium voor bedrijven, projecten rondom EPA's (Energie Prestatie Advies) voor woningen, de inkoop van (groene) stroom binnen de gemeente, een zonnepanelenactie en een energiebesparingswedstrijd. "De campagne heeft veel besparing opgeleverd en veel Groningers hebben met extra subsidie zonnepanelen aangeschaft", aldus Miedema. "Binnenkort komt de gemeente met een klimaatplan om aan de CO2-doelstellingen te voldoen, onder andere met grote windturbines. Groningen doet het redelijk goed op milieugebied", besluit hij. Of, zoals Groningers zeggen: het kon minder.

Lieneke Venhuis

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

 

 

Simon Doorenbos was al duurzaam voor het woord bestond

Zoals bekend is Den Haag gebouwd op een strook zandruggen en strandvlakten die evenwijdig aan de kust lopen. Op een enkele plek is er zelfs sprake van een behoorlijk hoogteverschil. Vanaf het Bankaplein naar de Kerkhoflaan kun je op de fiets een beetje 'bergop-gevoel' krijgen. Dat de stad een heuse heuvel heeft, weten maar weinigen. Die heuvel ligt dan ook goed verborgen in het struweel van het Zuiderpark. En een echte heuvel is het eigenlijk ook niet want hij is kunstmatig. We hebben het over de Doorenbos-heuvel. Het is precies 50 jaar geleden dat met de aanleg hiervan begonnen werd.

Hoewel het woord duurzaam in 1953 nog geen politieke connotatie had, werd er wel degelijk duurzaam gehandeld. De eerste en enige heuvel van Den Haag werd aangelegd met het puin van de gebombardeerde huizen in het Bezuidenhout. Ditzelfde puin werd trouwens ook gebruikt als betongranulaat voor de bouw van nieuwe huizen in Moerwijk en Morgenstond. Dankzij dit hergebruik ontstond een heuvel die duurzaam was avant la lettre en vernoemd werd naar een man uit één stuk: Siemon Godfried Albert Doorenbos.

Zonder werklozen en huisvuil geen parken
In mei 1927 werd Simon Doorenbos benoemd tot directeur van de Dienst der Gemeente Plantsoenen in Den Haag. De nieuwe baas van het Haagse groen was in 1891 in Barneveld geboren als zoon van een dominee. Hij zou niet in de voetsporen van zijn vader treden. Al op het gymnasium bleek dat zijn liefde voor de natuur groter was dan voor Grieks en Latijn. Hij stapte over naar de tuinbouwschool in Boskoop en ging in 1909 aan de slag bij het hoveniersbedrijf Copijn in Groenekan. Voor Copijn werkte hij in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten als vertegenwoordiger. In 1915 kwam hij terug uit de VS en werd hij Chef de Cultures bij Copijn in Nederland. Zijn grote kennis van bomen en planten maakte Doorenbos ook aantrekkelijk voor de overheid en in 1922 werd hij benoemd tot Plantsoenmeester bij Gemeente-werken in Utrecht. Al vrij snel daarna stapte hij over naar Rotterdam waar hij in 1926 gemeentelijk tuinarchitect werd. Nog sneller daarna vertrok hij naar Den Haag. Hij was gevraagd om hier directeur Gemeenteplantsoenen te worden en dat was een carrièresprong waar hij geen nee tegen kon zeggen. Maar niet zonder hierover in overleg te treden met B&W van Rotterdam, want Doorenbos was rechtdoorzee.

In Den Haag kreeg hij de leiding over de afbouw van het Zuiderpark. De voltooiing van het Zuiderpark zou niet gelukt zijn zonder de inzet van tientallen werklozen en het Haags huisvuil. De zompige poldergrond van het park werd opgehoogd met bergen huisvuil. Dat was overigens voor de bewoners van het Veluwe-plein geen pretje, want daar werd het huisvuil uit de vrachtauto's van de reinigingsdienst overgeladen in de karretjes van het speciaal aangelegde smalspoor in het Zuiderpark. Toen het Zuiderpark voltooid was paste Doorenbos hetzelfde recept toe bij de aanleg van het Westduinpark in Scheveningen. Over het gebruik van werklozen in het Haagse groen kreeg de gemeente in 1933 een conflict met C.J.P. Zaalberg, een oud-directeur-generaal van het ministerie van Arbeid. Volgens Zaalberg waren de Haagse werkgelegenheidsprojecten 'een leerschool in luiheid'. Doorenbos las de kritiek van Zaalberg in Het Vaderland en belde de man gelijk op: 'Heeft u wel eens zo'n werkgelegenheidsproject met eigen ogen aanschouwd? Nee, dat had Zaalberg niet. Hij had het van horen zeggen. Hierop adviseerde Doorenbos de toenmalige wethouder van Sociale Zaken van Den Haag, De Vries (de opvolger van Willem Drees), om de pers uit te nodigen voor een tocht langs de Haagse groenprojecten waar met werklozen werd gewerkt. Dat leverde een heel ander beeld op dan de 'dure vacantiekampen in de duinen' van Zaalberg. Doorenbos pakte de koe graag direct bij de horens. In latere interviews heeft hij wel eens gezegd dat zonder de inzet van werklozen het Zuiderpark en het Westduinpark er niet zouden zijn gekomen. En het Haagse huisvuil kreeg nog een zinvolle bestemming ook.

Een principieel man
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de Haagse Plantsoenenbaas het aan de stok met het NSB-stadsbestuur en de Duitse bezetters. Toen in 1942 grote delen van Den Haag werden gesloopt voor de aanleg van de Atlantik-wall kreeg Doorenbos de opdracht om alle bomen en struiken in het gebied om te hakken en af te voeren. Dat weigerde hij met de mededeling: "In mijn taakomschrijving staat dat ik ben aangesteld om bomen te planten en te onderhouden. Over omhakken wordt nergens gesproken. Dus hakt u ze zelf maar om". Deze beginselvastheid kwam hem op een schorsing en begin 1943 op ontslag te staan. Doorenbos stond op straat en zijn gezin moest stante pede uit de dienstwoning. Hij ging aan de slag als zelfstandig tuinarchitect en ontwierp onder meer het park Weizigt in Dordrecht. Vanaf 1944 maakte Doorenbos deel uit van de (illegale) commissie Verbeek die plannen opstelde voor de naoorlogse wederopbouw van Den Haag. De commissie adviseerde onder meer de door de Bezetter ontslagen burgemeester De Monchy en enkele van diens eveneens ontslagen wethouders. In de herfst van 1944 kocht Doorenbos her en der in het land en uit eigen zak ruim 7000 jon-ge bomen voor heraanplant in Den Haag. Ook liet hij door 'goede' medewerkers van de Plantsoenendienst 2000 kilo graszaad op een veilige plaats opbergen. Dit kon na de Bevrijding direct worden gebruikt in de parken en plantsoenen. In mei 1945 werd Doorenbos in zijn oude functie in Den Haag hersteld en kon hij gelijk beginnen aan het herstel van de gigantische oorlogsschade aan het Haagse groen.

Doorenbos is de enige leidinggevende Haagse gemeenteambtenaar die zich tijdens de oorlog zo principieel heeft opgesteld. Merkwaardigerwijze kreeg hij hiervoor een Belgische en geen Nederlandse onderscheiding. In 1946 ontving werd hij Officier in de Leopoldorde: 'voor zijn fiere houding gedurende de bezettingstijd en voor hetgeen hij daarna heeft gepresteerd voor de wederopbouw van de openbare beplantingen in Den Haag'. De stelling dat een profeet in eigen land niet wordt geëerd, gaat in het geval van Doorenbos echter niet helemaal op. In mei 1952 werd hij bij zijn 25-jarig jubileum als directeur Plantsoenen-dienst benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. In 1957 ging hij na een dertigjarig dienstverband met pensioen. Tegelijkertijd werd het 75-jarig jubileum van zijn Plantsoenendienst gevierd. Doorenbos overleed op 15 september 1980 in zijn (achter)tuinwoning aan de Laan van Poot.

In het vergeetboekje
Het aantal anekdotes over Doorenbos is zeer groot maar voor een blad als Branding volstaan we met een toepasselijke. Begin jaren vijftig van de vorige eeuw fietste Doorenbos langs het plantsoen aan de Stadhouderslaan. Daar waren een paar medewerkers van zijn dienst bezig met het poten van stekjes. Wat Doorenbos zag, beviel hem echter niet. Hij sprong van zijn fiets en riep de mannen bij zich. Volgens hem konden de bewuste stekjes door ze te scheuren veel doeltreffender gebruikt worden. En hij deed voor hoe je van één stekje er veel meer kon maken.

Op 11 september 1996 werd in Den Haag op initiatief van de toenmalige wethouder Milieu de eerste Doorenbos-lezing gehouden door de Deense tuinarchitect Sven-Ingvar Andersson. Nadien werd vrijwel niets meer gehoord van deze lezing en ze schijnt inmiddels bijna een stille dood te zijn gestorven. Dat is jammer, omdat een publieke lezing over openbaar groen prima op zijn plaats is in Den Haag. Bovendien is het jammer voor de naam van Simon Doorenbos. Hij heeft beter verdiend. Hopelijk kan het Haags Milieucentrum de Doorenbos-lezing een tweede leven bezorgen.

Hans Pars

meer artikelen over natuur algemeen

 

 

 

 

De beste stuurlui vervoeren over water

Den Haag heeft de Scheveningse haven, de Laakhaven en een passantenhaven aan de Bierkade. Kunnen de Haagse havens bijdragen aan een betere bereikbaarheid?

Alle grondstoffen die massaal over de weg of per spoor worden vervoerd, kunnen net zo goed per binnenvaartschip vervoerd worden. Zelfs het kleinste binnenvaartschip - de 38 meter lange Spits - heeft al het laadvermogen van acht vrachtwagens met aanhanger of veertien aaneengeschakelde treinwagons. Dankzij dit enorme laadvermogen worden er over water evenveel goederen geëxporteerd als over de weg. En die gigantische hoeveelheid vervoer over het water kan nog verder groeien.

CO2-reductie
Goederenvervoer over binnenwateren heeft grote milieuvoordelen: per vervoerde kilo produceert een binnenschip slechts tweederde van de hoeveelheid CO2 die een trein uitstoot, terwijl een trein al tweederde minder CO2 uitstoot dan een vrachtwagen. De enige kanttekening bij het succesverhaal van het binnenschip is de uitstoot van de andere schadelijke uitlaatgassen. Motor en brandstof van een binnenschip kennen niet dezelfde strenge milieunormen als de motor en de brandstof van een vrachtwagen. Het Rotterdamse Bureau Voor-lichting Binnenvaart ontwikkelt momenteel plannen voor de bouw van een emissieloos schip. Mocht er dus na de bouw van de Betuwelijn nog wat geld in een potje van het ministerie van Verkeer & Waterstaat overblijven, dan lijkt ons realisatie van dit schip een uitstekende bestemming

Ooievaart
Sinds 1 mei van dit jaar vaart er weer regelmatig een platbodem door de Haagse grachten: een rondvaartboot met de naam 'Ooievaart'. De boot is een Kagenaar, een type dat in het verre verleden werd gebruikt om goederen van en naar Den Haag te vervoeren. Juist dit type boten was zeer geschikt om door de smalle grachten van Den Haag, met de vele scherpe bochten en lage bruggen, te manoeuvreren. Omdat het varen met en beladen van deze schepen op een gegeven moment tijdrovender werd dan het rijden met en beladen van vrachtwagens, raakte het vervoer over water in verval.

Drijvende boerenmarkt
De begin deze eeuw aangelegde passantenhaven aan de Bierkade in Den Haag dreigt nu al in onbruik te raken. In de haven meren nauwelijks boten aan: de kleine grachtjes en de lage bruggetjes van Den Haag bemoeilijken de toegang. Een stuw bij de ingang van de haven maakt het afmeren van pleziervaartuigen met een te grote diepgang zelfs onmogelijk. De multiculturele stichting Tek probeert daarom op deze plek een drijvende exotische markt van twintig boten op te zetten: een drijvende markt naar 'Thais model'. Het moet een bruisende multiculturele markt worden met bijzondere life-style producten uit de landen van herkomst van de bewoners uit de Stationsbuurt.
Volgens het Haags Milieucentrum is ook een ecologische variant levensvatbaar. In Groningen rijdt namelijk een boerderijbus rond: een winkel op wielen die alleen natuurlijke producten uit de directe omgeving verkoopt. Groente, bloemen, planten, honing, melk en kaas zouden weer rechtstreeks per boot vanuit de boerderijen in Delfland en het Westland naar Den Haag aangevoerd kunnen worden, zoals dat enige eeuwen terug gebruikelijk was.

Marc Beek
Haags Milieucentrum

meer artikelen over mobiliteit

 

 

 

 

Iedereen wil wonen aan het tuinpad van mijn vader

De discussie wordt al zeker vijftien jaar gevoerd: het is onontkoombaar dat de gemeente Den Haag woningen bouwt, maar hoeveel groen mag daarvoor opgeofferd worden. Het vuur laaide weer even op toen omroepmedewerker Peter Tetteroo een item in Netwerk hieraan wijdde en de Haagsche Courant een reportage van zijn hand plaatste.

Zowel in Netwerk als in de Haagsche Courant gaf Tetteroo aan onder meer Frans van der Steen, directeur van het Haags Milieucentrum, gelegenheid om zijn hart te luchten. Kern van de kritiek van Van der Steen: terwijl groen en open ruimte zeker in de Randstad heel schaarse goederen zijn, wordt er iedere keer weer een weilandje volgebouwd. Ter compensatie wordt bestaand groen dan omgezet in zogenoemde 'nieuwe natuur'. Wat is er in hemelsnaam mis met oude natuur? We zouden eindelijk eens een grens moeten trekken en zeggen: tot hier en niet verder. Dan zouden gemeentebesturen gedwongen worden creatiever te zijn met het vinden van oplossingen binnen de stadsgrenzen. Want het kan heus wel anders, maar dan levert het minder op. Zowel voor de projectontwikkelaars, als (door bijvoorbeeld de verkoop van grond) voor de gemeentes.

Wim Sonneveld
Peter Noordanus, voormalig Haags wethouder en huidig directeur van de VROM-raad (het hoogste adviesorgaan van de regering inzake de ruimtelijke ordening) is lezer van de Haagsche Courant. Sterker nog, hij heeft er een vaste column in. Die gebruikte Noordanus om de critici van het VINEX-beleid, zoals Van der Steen en bestuurlijk juridisch planoloog Johan Gomes, over de hekel te halen. In de visie van de zelfverklaarde marktsocialist lijden zij aan de heimwee van Wim Sonneveld: het wordt in het dorp van vader nooit meer zoals het was. Overigens exact hetzelfde verwijt dat zijn partijgenoot Ad Melkert een jaar eerder Pim Fortuyn maakte, maar dat kan toeval zijn.

Het bij milieuorganisaties levende idee van de compacte stad getuigt volgens Noordanus al evenmin van realiteitsbesef. Dat concept is immers alweer een tijd geleden ingeruild voor dat van de complete stad, een term waarin het belang van stedelijk groen en voldoende recreatieve ruimte in de stad beter tot uitdrukking wordt gebracht. Voor wat in de stad zelf door gebrek aan ruimte niet gebouwd kan worden - met name huizen met een tuin, waarnaar enorm veel vraag is - daarvoor zal in de regio een plek moeten worden gevonden. "Met hun vrijblijvend gesnater over Ypenburg slaan Van der Steen en de zijnen de plank niet alleen mis, zij voeren ook een achterhoedegevecht in een situatie dat de echte vraag wordt hoe we ná de bouw van wijken als Ypenbrug met stedelijke groei en behoud van groene kwaliteit om moeten gaan. En dat wordt nog een lastige discussie ook in politiek opzicht.", concludeert Noordanus.

Van der Steen en Gomes gaan die discussie graag aan. Hierbij hun repliek op Noordanus, een verkorte weergave van hun artikel dat eerder in de Haagsche Courant verscheen.

Dikke winsten
Peter Noordanus heeft onze stellingname helaas niet helemaal begrepen. Wij beweren niet dat er niet meer woningen nodig zijn, en die mogen zonodig best aan de randen van de stad worden gebouwd. Het is bijvoorbeeld goed voor de stad om het koopkrachtige deel van de bevolking vast te houden door woningen te bouwen die aan hun wensen voldoen. Over de aantallen woningen (en kantoren) kan je echter twisten en dat doen wij ook. De projectontwikkelaars roepen mèt Noordanus dat 100.000 woningen per jaar echt nodig zijn. Deze aantallen zijn zwaar overdreven. Dit te roepen is demagogie, die inspeelt op het ongenoegen onder woningzoekenden en slechts bedoeld is om de politiek onder druk te zetten. Er vallen namelijk dikke snelle winsten te maken met al dat gebouw in de schaarse groene ruimte en ons waardevolle cultuurlandschap. En dat volbouwen is met wat meer visie en het nemen van politieke verantwoordelijkheid helemaal niet nodig.

Er valt binnen steden heus nog een groot aantal woningen te realiseren, terwijl het groen door een goede stedenbouwkundige opzet juist een impuls kan krijgen. Bovendien, als je een weiland gaat bebouwen, bouw er dan ook echt. Op een hectare van een zeer gewilde woonwijk als het Statenkwartier, waar onze burgemeester Deetman tot zijn volle genoegen resideert, wonen bijna twee keer zo veel mensen als in de 'Buitenplaats' Ypenburg. Het kan dus wel.

Noordanus stelt dat er veel vraag naar bijvoorbeeld huizen met tuinen is, waarvoor binnen de stad geen ruimte bestaat. Het is, alweer, precies wat projectontwikkelaars ook roepen omdat aan dit soort huizen veel geld te verdienen valt. Eerst worden die huizen neergezet en daarna met prachtige, maar leugenachtige, folders aan de mens gebracht. Natuurlijk, er zijn met name gezinnen met kinderen die zo'n huis willen, maar die willen vaak ook een behoorlijk voorzieningenniveau dat op Ypenburg bijvoorbeeld ontbreekt. Bij de aantallen die nu gebouwd worden gaat het dus niet om een vraag die er is, maar om het stimuleren van een vraag op maat van de bouwers.

Diversiteit
Want woningzoekenden uit diverse economische en culturele milieus hebben een diversiteit aan woonwensen, waaraan voldaan kan worden door met creativiteit en op maat diverse woningtypen te bouwen. Velen willen best in de stad blijven wonen, dicht bij hun werk en voorzieningen als winkels, openbaar vervoer, cultuur, en ziekenhuizen. Maar er zijn in de stad te weinig huizen naar hun wensen beschikbaar en bovendien willen zij de toenemende onveiligheid en verloedering van de stad ontvluchten. Velen van hen willen met hun volle agenda's geen tuin hoeven onderhouden. Ze willen een ruim, makkelijk te onderhouden terras in een luxe woning die dankzij het gebruik van een lift uitstekend compact te bouwen valt. Zij willen niet per se een grote woning, maar een bereikbare en flexibele woning met een goede lichtinval. De ruimtebeleving hangt namelijk meer af van het licht dan van de grootte van een kamer.
Die woningen kunnen goedkoper zijn omdat ze minder grond vergen, maar ze worden amper gebouwd. Deze op een goede manier inbreien in de stad kost namelijk veel meer creativiteit, tijd en overleg en daaraan hebben de snelle bouwjongens en veel gemeentebesturen een broertje dood. Tijd is geld en de combinaties van banken en bouwers kunnen met hun geld gemakkelijk grond opkopen bij de boeren, die hen graag zien komen. Vervolgens krijgen ze met hun netwerken alles voor elkaar.
Het is de hoogste tijd dat die privaat/publieke netwerken ontvlochten worden. De commissie Bouwfraude heeft aangetoond waartoe die nauwe betrekkingen kunnen leiden. Het is jammer dat ze haar onderzoek niet heeft doorgezet. Met Den Haag boven aan de lijst, en met de vraag hoe dit netwerk ook verweven is met de grote jongens onder de winkelketens en kantoorbouwers.
Gemeentebesturen zijn nu vaak belanghebbende in het ondoorzichtige spel van grond op- en doorverkopen en het verlenen van concessies, aanbestedingen en bouwvergunningen. Het wordt tijd dat de lokale politiek de belangen van de burgers, huurders en kopers weer centraal stelt en met de tot fraude geneigde bouwwereld harde en controleerbare afspraken maakt. Afspraken dus binnen de grenzen die de politiek in het belang van de woningzoekenden en de open groene ruimte stelt.

meer artikelen over ruimtelijke ordening & duurzaam bouwen

 

 

 

 

Het dorpsgezicht als major selling point

Zijn milieuorganisaties links of extreem-links? Een interessante discussie, die sinds de brute daad van Volkert van der Graaf aanzienlijk aan vrijblijvendheid heeft ingeboet. Het antwoord is echter simpel: ze zijn rechts. Ze strijden immers voor het behoud van waardevolle dorpsgezichten, voor slecht renderende activiteiten als (ecologisch verantwoorde) landbouw en veeteelt en voor niet-kwantificeerbare waarden als natuurbeleving, rust en respect voor al wat leeft.
Wereldvreemdheid? Romantische Sehnsucht? Misschien. Maar niet irritanter dan de exploitatie van het dorpsleven door de projectontwikkelaars. Zo worden mensen verleid zich in de wijk Les Bastides te vestigen door bewoordingen als "Waar het openbare leven zich - als in andere tijden en zuidelijker streken - afspeelt rondom het dorpsplein. Wonen in Nootdorp. Als God in Frankrijk." (uit een brochure van Rabo Vastgoed, met foto's van glooiende lavendelvelden). Gelooft u het maar niet. De lokale hooligans verstoren de Pétanque-competitie en laten hun pitbulls in de platanen hangen. Het plein waar de dorpsjeugd bij elkaar klit is bezaaid met scherven van Pastis-flessen en de Panhards en Peugeots rijden je uit je tricot.

meer artikelen over ruimtelijke ordening

 

 

 

 

Koolmees zingt een toontje hoger

Koolmezen die het nageslacht veilig willen stellen hebben het zwaar in de binnenstad. Hun subtiele getjilp gaat verloren in geraas van auto's, treinen en een toenemend aantal vliegtuigen. Een puistige puber komt nog makkelijker aan een partner.
Het vogeltje heeft er wat op gevonden, zo hebben biologen van de Universiteit Leiden onlangs ontdekt. Op drukke plekken in de Leidse binnenstad blijken koolmeesjes namelijk gemiddeld hoger te zingen dan hun soortgenoten in rustiger woonwijken. Uit hun standaardrepertoire van drie tot negen liedjes kiezen ze op drukke plekken voor de deuntjes met minder lage tonen, zodat ze niet worden overstemd door het lage gegrom van het verkeer.
Vogelonderzoekers ontdekten eerder al dat leeuweriken harder tjilpen als er verkeer in de buurt is. "Net zoals je op een feestje harder gaat praten om je verstaanbaar te maken", aldus gedragsbioloog Hans Slabbekoorn. Maar vogeltjes die hun repertoire bijstellen rond verkeersaders is van een andere orde, en belangwekkend genoeg voor vermelding in het prestigieuze natuurwetenschappelijke tijdschrift Nature van 17 juli jl.. Nooit eerder was aangetoond dat het lawaai van de mensenwereld de communicatie tussen vogeltjes fundamenteel verandert.
Voor Slabbekoorn is het niet denkbeeldig dat er, in navolging van stadsmensen, ooit speciale 'stadsdieren' ontstaan, evolutionair aangepast om te overleven in de stad. Momenteel doet hij nader onderzoek hiernaar. "Ik zeg niet dat we getuige zijn van de evolutie van aparte stadssoorten en bossoorten. Daarvoor leven we niet lang genoeg. Maar het lijkt er wel op dat op dit moment stappen worden genomen die de eerste aanzet kunnen zijn tot het ontstaan van nieuwe soorten. De door mensen gecreëerde leefomgeving lijkt daarbij een opvallende rol te spelen."

Wellicht moeten onze kinderen of kindskinderen ver de stad uit om nog oorstrelend vogelgezang te horen. Wel op de fiets natuurlijk!

meer artikelen over natuur algemeen

 

 

 

 

GROEN forum

Het is niet alles groen wat er stroomt

De CO2-uitstoot moet omlaag. Om mensen te bewegen over te gaan op groene stroom wordt uitgebreid campagne gevoerd. Daar is niets mis mee. Maar anders wordt het als de leveranciers van elektriciteit reclame maken om hun klanten over te halen groene stroom van hen te betrekken. Waarom doen ze dat? Volgens mij omdat ze daar flink aan kunnen verdienen. Als ze de overheid kunnen aantonen hoeveel klanten ze hebben die groene stroom gebruiken krijgen ze meer subsidie. Met dat geld doen ze onderzoek naar verbetering van windmolens en zonnecellen, maar naar simpele en nuttige manieren om energie te besparen wordt niet gekeken.

De behoefte aan elektriciteit is zo groot dat die nooit alleen door groene stroom gedekt kan worden. Daarom wordt gebruikgemaakt van elektriciteit die opgewekt is in centrales die minder milieuvriendelijk zijn. Deze stroom is veelal goedkoper dan de groene stroom, maar wordt aan de burger geleverd als groene stroom. Hoe meer mensen dus groene stroom willen hebben, hoe gunstiger het voor de leveranciers wordt. Vandaar die reclamecampagnes. Als straks de energiemarkt vrijgegeven wordt, hebben de stroomleveranciers via de groene stroom al veel klanten binnen.

Evenredig deel
Door de zaken anders te organiseren kan groene stroom een echte kans krijgen. Eerst zou moeten worden bekeken hoeveel elektrische energie er kan worden opgewekt door windmolens, zonnecollectoren, waterkrachtcentrales en andere milieuvriendelijke bronnen van energie. Vervolgens delen we deze hoeveelheid door het aantal inwoners van ons land. Iedereen krijgt bijvoorbeeld gratis of tegen een gering bedrag een evenredig deeltje van die milieuvriendelijk opgewekte elektrische energie. Dat zal hooguit voldoende zijn om een gloeilamp te laten branden, maar wie wil kan het daarmee doen.
Vervolgens moet alles betaald worden wat méér verbruikt wordt dan wat milieuvriendelijk is geleverd. Naarmate men meer gebruikt, moet men ook meer betalen. Dit staat in tegenstelling tot het huidige tariefsysteem, waarbij iemand die veel gebruikt in een lager tarief komt. Op die manier wordt men aangezet om minder energie te gaan gebruiken, waarbij het milieu het meest gebaat is. Bezuinigen op energie heeft veel meer resultaat dan alleen het gebruik van groene stroom. Gebruikers van groene stroom denken goed bezig te zijn, maar het effect is tegengesteld, namelijk meer verbruik van niet schone energie.
Een bezuiniging van tien procent is haalbaar. Kijk maar eens kritisch naar alle apparaten in huis. Hoeveel apparaten staan er de gehele dag op stand-by terwijl ze misschien maar een uur per dag werken (het zijn soms net automobielen...)? Hoeveel lampen branden er? Eén minder bespaart soms al twintig procent.

Een manier om elektriciteit op te wekken is met aardgas gestookte centrales. Aardgas is duur en schaars, maar relatief schoon. Ook op aardgas kan bespaard worden. Heel veel verwarmingsketels in woonhuizen hebben nog een primitieve waakvlam, die noodgedwongen dag en nacht moet blijven branden omdat je anders niet direct warm water kan krijgen. Omschakeling naar een modern ontstekingssysteem zal leiden tot vele procenten aardgasbesparing.
Deskundig afstellen van verwarmingsketels in (grote) gebouwen zoals scholen en ziekenhuizen, maar ook in gewone woonhuizen, kan vele procenten besparing opleveren. Ik denk hierbij aan het waterzijdig inregelen van de verwarmingsinstallatie (zie hieronder 'waterzijdig inregelen'). In gebouwen zoals die waar nu het Haags Milieucentrum is gevestigd zou er wel eens een grote besparing op aardgas verwezenlijkt kunnen worden als daar een en ander goed is ingeregeld.

Sportieve energie
En heeft u wel eens rondgekeken in een fitnesscentrum? De bezoekers raken dankzij de apparaten die daar staan heel wat pondjes kwijt. De Telegraaf wist onlangs te melden dat een Heerlense sportschoolhouder subsidie krijgt om de energie die zijn cliënten opwekken, als proef voor zijn eigen bedrijf te gebruiken. Het eventuele meerdere levert hij aan het net. Heeft hij weinig of geen klanten, dan betrekt hij stroom van het net, heeft hij op zaterdag veel conditioneel sterke klanten dan levert hij aan het net. De landbouwers met een windmolen doen het op precies dezelfde manier.

Kortom, ik denk dat er op een veel betere manier met energie kan worden omgegaan. Waar ik bang voor ben is dat de reclame die mensen ertoe aanzet groene stroom te gebruiken, ze laat denken dat ze iets voor het milieu doen. Dit is maar zeer ten dele waar.
Waarom het hoge fruit van de bomen plukken en het laaghangende laten hangen?

Ben de Nijs
(met mate gebruiker van gewone stroom en schaamt zich daar niet voor).

Met dank aan Henk Deinum, voorheen scheepswerktuigkundige GHV, technisch inspecteur bij AKZO-NOBEL, tijdelijk energie coördinator centrale en gebouwen. In 2000 winnaar Nationale Toekomstprijs.

meer artikelen over duurzame energie & energiebesparing

Waterzijdig inregelen

'Waterzijdig inregelen' is een methode om een cv-installatie zo in te stellen dat deze zo zuinig mogelijk werkt, terwijl het comfort toeneemt.
Als de radiatoren die ver van de ketel staan niet echt warm worden, is men geneigd de thermostaat een graadje hoger te zetten. Maar dan wordt het in ruimten dicht bij de ketel weer veel te warm. De oplossing van dit probleem is waterzijdig inregelen. Dat gebeurt niet met de knop waarmee de radiator open- en dichtgedraaid kan worden, maar met de instelschroef ònder deze knop of een apart ventiel. Die opening wordt zodanig vergroot of verkleind dat de radiator de optimale hoeveelheid warmte afgeeft. Zo kan een gelijkmatige verwarming van de verschillende vertrekken worden bereikt. Het moet gedaan worden door een installateur die hiervoor een speciale cursus heeft gevolgd.
Specialistenwerk dus. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de kosten, afhankelijk van de omvang van het gebouw, kunnen oplopen tot ver boven de tweeduizend euro. De praktijk leert dat een terugverdientijd van één tot anderhalf jaar op dit moment realistisch is.

De Milieufederatie Groningen heeft over dit onderwerp een brochure uitgebracht met de titel 'Waterzijdig inregelen; Tel uit je winst'. Deze is te vinden op het webadres www.mfgroningen.nl/waterz.htm

meer artikelen over duurzame energie & energiebesparing

 

 

BONTEBAL MINEUR

De berichten in de krant waren verontrustend. Eerst zo'n kleine van vier bij vier centimeter, een fait divers, waar je meestal overheen leest. Later dan toch een wat groter stuk in de zaterdagkrant: de mot zit in de kastanje. Ik heb de fiets gepakt en ben naar de Sophialaan ge-reden, één van onze prachtigste lanen, aan weerszijden van Plein 1813. Er staan zo'n 30 paardekastanjes, die allen rond 1900 zijn geboren.
En ja hoor: alle bomen zijn aangetast, evenals de bomen om de hoek, op de Nassaulaan. Heb jij daar verstand van, Bontebal? Heb jij daarvoor gestudeerd? Nee, maar bij het artikel stond een foto van een aangetast blad en hetzelfde zag ik hier. Snel ben ik doorgefietst: ik heb een houten been en je weet niet of het besmettelijk is.
Met angst en beven begaf ik me naar onze beroemdste kastanje, die op de Koekamp, bij de poffertjeskraam. Deze boom uit 1870 had moeten wijken voor de bouw van de Koningstunnel, maar daar is een stokje voor gestoken. In 1997 is hij met behulp van een gigantische lier 80 meter verschoven. Met succes; er gebeuren ook wel goede dingen in de stad. Op de Koekamp aangekomen haalde ik opgelucht adem: hij stond er gezond bij (eind juli).
De mot heet officieel Paardekastanjemineermot en is afkomstig van de Balkan. Het is niet zeker dat hij daar zijn oorsprong vindt. Inmiddels heeft hij de boot van de Hoek naar Harwich genomen: ook in Londen heeft men last. Een deskundige: 'Ik heb nog nooit eerder gezien dat een soort zich zo snel uitbreidt over Europa.' Men studeert op het probleem, er is vooralsnog weinig aan te doen.
Al die ziektes de laatste jaren. Zijn het er meer of vallen ze me meer op? Vooral in de bio-industrie is het raak: gekke koeien, varkenspest, pluimvee met pest. Ze slaan dus ook in de gewone natuur toe, als je bomen langs een laan gewone natuur kan noemen.
Zeer onlangs las ik een kop in de krant over 'Amerikaans vuilbroed'. Spannend, waar zou dat over gaan? Spionnen, undercover agenten van de drugsopsporing, vestigingen van McDonalds? Maar nee: vuilbroed is een ziekte die bijenlarven treft. Het werd ontdekt bij vier van de elf bijenvolken van een Brabantse imker. Meteen zijn de bekende maatregelen getroffen: vervoersverbod (straal van drie kilometer), besmette volken vergast. De honing vernietigd.
Is er dan geen medicijn tegen de bacterie, vroeg ik me af. Maar al snel begreep ik dat àls er al een remedie bestaat, het ondoenlijk is om al je bijen stuk voor stuk een injectie te geven. Of een pilletje te voeren.
Al die ziektes verontrusten me, misschien is er een deskundige die me gerust kan stellen: ach nee joh, gekkie, de ziektes zijn van alle tijden.
Ik begin zelf te klinken als een mineurmot. Laat ik mijn stukje eindigen met iets vrolijks. Ik heb hier al eerder geschreven over de Ginkgo biloba, de Japanse notenboom. Er staan verspreid over Den Haag enkele prachtige oude exemplaren, maar hij wordt steeds meer als straatboom gebruikt: Piet Heinstraat, Helenastraat, Vaillantplein enz. En over enige tijd in de Paulus Potterstraat: ik heb van een goede vriendin een zaailing van 20 centimeter hoog gekregen. Lief hè?

PS Bron: onder andere Als de bomen van Den Haag konden spreken. Verkrijgbaar aan de informatiebalie in het IJspaleis.

Adriaan Bontebal
http://www.bart.nl/~bontebal

meer brandingcolumns van bontebal

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.