Nummer 6 september/oktober 2002
De nieuwe wethouder Duurzaamheid en zijn ambities
Ries Smits wilde per se de naam duurzaamheid ...meer
Een beetje Autovrije dag
De auto is in en het milieu
is uit, ...meer
Haags Horecavignet voor het laatst uitgereikt
Anderhalf jaar geleden heeft café-restaurant
...meer
Haagse Autovrije Dag
Zondag 22 september van 13.00 tot 17.00
uur ...meer
Leven op begraafplaats Oud Eik en
Duinen
Dit is het eerste artikel van een serie
over natuur op ...meer
GROEN
forum
Glastuinbouw is keihard economisch gegeven +
Eneco wil meer samenwerken +
Dualisme of duellisme +
Norfolk en het schrikbeeld van Scheveningen als toeristenfabriek
...meer
Wel of geen Groene Stroom
Het kan niemand ontgaan zijn. Op alle
...meer
Vogelplas Starrevaart
en Vlietland, een uniek natuur- en recreatiegebied naast de deur
...meer
Nationale milieu-estafette
2002 doet Den Haag aan
Op 21 en 22 september organiseert NIVON
...meer
Haagse Beek Fietspostentocht op zondag
22 september
September is ook dit jaar uitgeroepen tot
...meer
BONTEBAL
GROEN
Grijs I, de eerste regering Balkellende
...meer
De nieuwe wethouder
Duurzaamheid en zijn ambities.
Ries Smits wilde per se de naam Duurzaamheid in zijn portefeuille
Den Haag was de enige grote stad waar de gemeenteraadsverkiezingen
geen grote verschuivingen te weeg brachten. Behalve het aantreden
van Leefbaar Den Haag in de gemeenteraad was de enige verandering
dat het CDA door haar zetelwinst met een wethouder meer in het
college terugkwam. De nieuwe wethouder, Ries Smits, zat 12 jaar
voor het CDA in de Tweede kamer. Als bedrjfseconoom was hij de
financieel specialist binnen de fractie. Vier jaar geleden kwam
hij als leider van de CDA-fractie in de gemeenteraad. Als CDA-campagneleider
bij de laatste tweedekamerverkiezingen had hij een sleutelrol
bij de totstandkoming van de voor velen verrassende verkiezingsoverwinning
van de ploeg Balkenende. Branding ging bij hem op bezoek met in
het achterhoofd de vraag: Wie is deze man en wat drijft hem?
Mijnheer Smits, als we uw staat van dienst langslopen
dan lijkt uw overstap van de Tweede Kamer naar de Haagse gemeenteraad,
zonder destijds het perspectief op een wethouderschap, niet echt
voor de hand te liggen. Was dat wel uitdagend genoeg voor u?
Bij het CDA hebben wij een ijzeren regel, indertijd
ingesteld door de commissie de Koning, dat het na drie volle periodes
in de Kamer wel mooi is geweest. Dan is er weer nieuw bloed nodig
in de fractie. Daar kon ik mij goed in vinden en ik ben in 1998
dan ook zonder morren akkoord gegaan dat ik niet opnieuw werd
gekandideerd. Een jaar voor mijn vertrek uit de Kamer werd ik
gepolst of ik lid van de gemeenteraadsfractie van het CDA wilde
worden. Met plezier heb ik ja gezegd. De afgelopen vier jaar heb
ik mijn werk in de gemeenteraad met veel plezier gedaan. Ik had
toen en nu geen speciale ambities voor het wethouderschap. Door
ons mooie verkiezingsresultaat is mij dat overkomen. Toen wij
een tweede wethouder konden leveren, dacht ik ook niet in de eerste
plaats aan mijzelf. Ik heb zelfs voorgesteld om voor deze nieuwe
post iemand van buiten de fractie aan te trekken. Men heeft toen
op mij ingepraat en gezegd. "Jij kan dat prima, jij moet
het gaan doen Ries". Ik heb mij toen laten overtuigen. Dat
klinkt misschien alsof ik het niet echt wilde, maar dat is absoluut
niet het geval. Ik was al die tijd beschikbaar en ik vind het
wethouderschap een uitdagende baan.
U zit hier nu op de elfde verdieping in de top,
van het gebouw, maar is uw positie binnen het college ook zo hoog?
De portefeuille Milieu is normaal gesproken de minst begeerde
portefeuille. Begint u onderaan?
Eerlijk, ik heb in het college nooit gemerkt dat
mijn portefeuille minder serieus wordt genomen. Iedereen praat
mee en beslist mee op basis van gelijkwaardigheid. Bovendien ben
ik geen wethouder Milieu. Dat begrip vind ik verouderd. Bij goed
rentmeesterschap gaat het om een integrale benadering. Het beheer
van het milieu is verweven met allerlei andere ontwikkelingen.
Wil je daar goed voor zorgen dan moet je die in hun samenhang
bekijken. Zelf heb ik dan ook voorgesteld om die naam te veranderen
in Duurzaamheid. Dit begrip drukt die samenhang veel beter uit.
Die samenhang zit ook in nu gescheiden terreinen
mobiliteit en ruimtelijke ordening. En zou het niet voor de hand
liggen om de thema´s energie en duurzaam bouwen bij uw portefeuille
onder te brengen. Als een wethouder wat wil bereiken dan moet
deze toch over zulke zaken echt wat te vertellen hebben?
Binnen het college zijn we nog aan het bekijken
hoe de verschillende taken verdeeld zullen worden. In ieder geval
valt alles rond energiebesparing en duurzame energie nu onder
mijn portefeuille. Op een interne conferentie zullen we duurzaamheid
speciaal aandacht geven, want al het beleid moet natuurlijk aan
op zijn duurzaamheid getoetst worden. Vanuit een coordinatiefunctie
rond duurzaamheid kan ik zorgen dat beleidsterreinen die niet
direct onder mijn verantwoordelijkheid vallen langs een duurzame
meetlat worden gelegd. Vervolgens kunnen binnen het college met
elkaar afspraken worden gemaakt over concrete resultaten op duurzaamheid.
We zijn op dit moment onze aandacht veel meer op gebieden aan
het richten waardoor per gebied een meer samenhangend beleid ontwikkeld
kan worden. We zitten nu in een overgangsperiode, maar in 2004
is dit beleid volledig doorgevoerd. Dan zal ook het thema duurzaamheid
per gebied beter met anders beleidsterreinen verweven kunnen worden.
Dit biedt veel meer kansen. Bovendien heb ik ook de nieuwe gebieden
in mijn portefeuille. Op het gebied van duurzaamheid kunnen daar
ook veel zaken op de rails gezet worden zoals het duurzaam invullen
van de ruimtelijke omgeving bijvoorbeeld door te zorgen voor goede
voorzieningen in de buurt. Aandacht ook voor de sociale structuur
zodat bewoners zich bij hun fysieke omgeving betrokken kunnen
voelen.
Maar daar heb je toch een fors eigen budget voor
nodig? Is dat er ook bijgeleverd?
Ook over dat budget moeten we ook nog afspraken
met elkaar maken. Maar er zijn bijvoorbeeld allang afspraken over
de aantallen en kwaliteit van de woningen in de nieuwe uitbreidingswijken.
En we zullen wat duurzaamheid betreft inzetten op een zo hoog
mogelijk voorzieningenniveau ter plekke.
Nu we het over duurzaamheid en bouwen hebben, het
slopen van een jong en goed gebouw als de Zwarte Madonna en de
ministeries en daarvoor nieuwe gebouwen terugzetten is toch niet
echt duurzaam te noemen?
Wij moeten wat dit betreft niet aan symboolpolitiek
doen. De nieuwe plannen voor het Wijnhavenkwartier zijn goed verdedigbaar.
Het gebied heeft een kwaliteitsimpuls nodig. Het kan op enkele
punten wel beter. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid gaat het
bijvoorbeeld om het nu kunnen toevoegen van nieuwe functies. Daar
moet dan natuurlijk wel vraag naar zijn. En de ministeries van
Justitie en Binnenlandse Zaken zijn verouderd en bepaald geen
fraaie gebouwen.
Iets anders. Nu Den Haag Zuidwest volledig op de
schop genomen wordt, is daar wel genoeg aandacht voor duurzaamheid
en bijvoorbeeld aaneengesloten groen? Zou het groen niet veel
gevarieerder moeten zijn dan nu het geval is?
De herstructurering van de na-oorlogese wijken bieden
veel kansen om daar vanaf het begin duurzame maatregelen in te
verweven. Die kansen moeten we ook benutten. Dat geldt zeker voor
Den Haag Zuid-West. Ook daar gaan we bijvoorbeeld inzetten op
het behoud van een hoog voorzieningenniveau. Ik ben een voorstander
van dat er voldoende groen blijft in Zuid West en dat zit ook
in de plannen. Een grotere variatie is heel belangrijk. Met het
nieuwe waterplan wordt groen ook gecombineerd met water wat al
veel meer variatie zal geven.
Wat gaat de gemeente, nu een energieneutrale stad
tot speerpunt van het beleid is gekozen, doen aan bijvoorbeeld
het stimuleren van de opwekking van duurzame energie?
Wij gaan bekijken welke lokaties op Haags grondgebied
geschikt zijn voor de produktie van duurzame energie zoals de
mogelijke plaatsing van windturbines. Op dit moment zijn we wat
betreft zonne-energie in samenwerking met de stichting OM Den
Haag bezig met het project Zonnekwadrant. Daarbij willen we zoveel
mogelijk zonnestroom realiseren op kantoorgebouwen in het gebied
van het Centraal Station en het stadhuis. Een ander initiatief
is het onderzoeken van de mogelijke plaatsing van windmolens op
het stadhuis zelf en de Haagse Hogeschool.
Hoe zit het eigenlijk met uw eigen duurzaamheid.
Laat u bijvoorbeeld op de korte afstanden de auto regelmatig staan?
En zou het bestuur dit laatste ook niet naar de Haagse bevolking
uit moeten dragen.
Respect voor het leven is ons al als kind bijgebracht
met name door mijn vader. Wij hebben de aarde in bruikleen, niet
in ons bezit. En we hebben de verantwoordelijkheid deze voor toekomst
ook weer goed achter te laten. Wij waren dan ook zuinig met van
alles en met eten werd bijvoorbeeld zeer zorgvuldig omgegaan.
Ik bezit een tien jaar oude auto die ik inderdaad regelmatig laat
staan, Ik maak regelmatig gebruik van de fiets en het openbaar
vervoer. Morgen bijvoorbeeld ga ik op bezoek bij Frysia waar lijn
17 een uitstekende verbinding mee heeft. Dan laat ik de dienstauto
staan en neem ik de tram. Dezelfde tram neem ik vervolgens naar
mijn volgende afspraak. Ja, ik ben van mening dat het goed is
als het gemeentebestuur duurzaamheid uitdraagt naar haar inwoners
en dat geldt ook voor het zuinig gebruik van de auto.
Tenslotte, hoe bevalt het nieuwe dualisme in de
verhouding tussen gemeenteraad en het college.
Het is natuurlijk goed te beseffen dat er gescheiden
verantwoordelijkheden zijn en daar ook naar te handelen. Ik word
nog wel eens bij de fractie van het CDA uitgenodigd, maar ik ben
niet meer bij het overleg binnen de fractie betrokken. Dat is
soms wel jammer want het uitwisselen van argumenten en ervaringen
kan standpunten wel dichter bij elkaar brengen. We moeten uitkijken
dat de afstand met de gemeenteraad niet te groot wordt. Dat gevaar
zie ik wel.
Frans van der Steen
meer
artikelen over algemeen milieubeleid
Een beetje Autovrije
dag
De auto is in en het milieu is uit, zo lijkt
het wel. In dat klimaat speelt zich in dit jaar in Nederland de
Europese Autovrije dag af. Er zijn nog genoeg gemeenten die enthousiast
meedoen, zoals Leeuwarden, Amsterdam en Goes, maar bij veel gemeenten
staat milieu momenteel niet hoog op de agenda. Dat heeft ongetwijfeld
te maken met de grote veranderingen in de gemeentepolitiek en
de koerswijziging in de landelijke politiek. De gemeente Den Haag
doet wel mee, maar heeft er voor gekozen om op een andere manier
invulling te geven aan de dag. De Autovrije dag op 22 september
wordt niet aangegrepen om de gevolgen van de automobiliteit voor
milieu en leefbaarheid voor het voetlicht te brengen.
Onder de noemer 'Binnenstad Buitengewoon Bereikbaar'
wordt op 22 september een feestje gebouwd in de Haagse binnenstad.
Vier extra straten worden voor autoverkeer afgesloten en er staan
diverse evenementen op het programma die alternatieve vormen van
vervoer promoten. De parkeergarages blijven gewoon bereikbaar.
Mensen kunnen dus met de auto naar het aangekondigde feestje in
de binnenstad komen omdat deze die dag zo buitengewoon bereikbaar
is. Voor deze invulling is gekozen omdat dat de binnenstad op
dit moment lastig bereikbaar is in verband met een groot aantal
infrastructurele werken in de binnenstad.
Geen Autovrije dag
Het mag beslist geen Autovrije dag heten. Wethouder voor Verkeer,
de heer B. Bruins is daar heel stellig in: "We willen de
mensen enthousiasmeren om op een andere manier naar de binnenstad
te gaan. Dat betekent dus niet dat we mensen gaan verbieden om
met de auto naar de parkeergarages aan de rand van het centrum
te gaan, maar dat we het voor die groep aantrekkelijk maken om
een keer met het openbaar vervoer of op de fiets naar de binnenstad
te komen. Het moet gezellig, aantrekkelijk en vrolijk worden.
Het gaat niet om het afsluiten van straten voor autoverkeer, maar
om het centraal stellen van andere vervoermiddelen. En als dat
mensen aan het denken zet, is dat meegenomen. We organiseren dit
evenement overigens in het kader van de 'Groene Week van de Europese
commissie'. Op 22 september staat in die week 'binnenstedelijke
bereikbaarheid' in de schijnwerpers."
Dit is het compromis dat wethouder Bruins met de ondernemers van
de Haagse binnenstad en de gemeenteraad heeft gesloten. De gemeenteraad
diende in juni een motie in om aan de Autovrije dag mee te doen.
De ondernemers waren echter fel gekant tegen het afsluiten van
de binnenstad voor autoverkeer uit vrees voor omzetverlies. "Het
leuke is dat dit programma breed gedragen wordt: door de winkeliersvereniging,
de vervoersbedrijven, de stichting Binnenstad en de Fietsersbond;
iedereen is er enthousiast over," aldus de wethouder.
Ludieke vervoermiddelen
Het doel van de dag is het publiek te laten zien dat je op allerlei
manieren de Haagse binnenstad uitstekend kunt bereiken, zoals
met de tram of bus of op de fiets. Er zullen ludieke vervoermiddelen
rondrijden zoals de fietsriksja en de paardentram en de binnenstadbezoeker
wordt vermaakt met onder meer straattheater en een fietsbehendigheidsparcours.
Daarnaast is er informatie beschikbaar over het openbaar vervoer
en de plannen van de gemeente op vervoersgebied. Het publiek wordt
gestimuleerd om per openbaar vervoer of op de fiets te komen.
Met Connexxion en HTM is overleg over speciale kortingen die dag.
Een discussie op gang brengen over automobiliteit is niet aan
de orde. Bruins: "We willen er een feestelijke dag van maken
en alternatief vervoer op een leuke manier onder de aandacht brengen.
We gaan overigens evalueren of het programma aanslaat bij het
publiek."
Het is echter de vraag of deze gang van zaken overeenkomt
met de bedoeling van de motie die de gemeenteraad indiende. De
meerderheid van gemeenteraadsleden die de motie steunden, wilde
dat de gemeente zelf initiatieven zou nemen om de Autovrije dag
onder de aandacht van de Hagenaars te brengen. Dat heeft zeker
een feestelijke kant waarbij het publiek ook kan genieten van
de rust die de afwezigheid van de auto met zich meebrengt. Maar
daarnaast een meer serieuze kant met aandacht voor de niet geringe
gevolgen van de alsmaar toenemende automobiliteit.
Samenwerking
De organisatie van de dag is in handen van Bureau Binnenstad.
Bureau Binnenstad is een samenwerkingsverband tussen de gemeente,
de binnenstadondernemers en de Kamer van Koophandel. Voor het
theaterprogramma is een extern evenementenbureau ingeschakeld.
Het geheel kost 92.000 Euro. De Haagse Fietsersbond doet ook mee.
Deze organisatie heeft zich later op eigen initiatief gemeld bij
de gemeente. Verder heeft de gemeente de vervoersbedrijven benaderd.
Het Haags Milieucentrum dat de afgelopen jaren de trekkersrol
had rond de Autovrije dag en particuliere organisaties die actief
zijn op het gebied van natuur, milieu en bereikbaarheid zijn niet
benaderd door de gemeente. "Natuurlijk zijn ze welkom om
mee te denken", zegt wethouder Bruins, "maar we hebben
daar niet in de eerste plaats aan gedacht. Als jullie nog leuke
ideeën hebben, breng ze gerust nog in. Wij zijn aan de slag
gegaan met degenen die zich aangemeld hebben."
Particulier initiatief
Een feestelijke dag in de Haagse binnenstad waarop alternatieve
vervoermiddelen centraal staan is mooi. Het past in deze tijd.
Wat ook in de huidige tijdgeest past, is eigen verantwoordelijkheid
en particulier initiatief. Om dat te stimuleren zou de gemeente
Den Haag nog meer kunnen doen. Want de huidige invulling van de
Autovrije dag biedt daarvoor weinig mogelijkheden. Door actief
een beroep te doen op burgers en particuliere organisaties en
ze faciliteiten te bieden, kan de gemeente veel meer met de Autovrije
dag bereiken. Met hetzelfde budget. En een echte discussie over
de gevolgen van de automobiliteit op gang brengen. Of is dat uit?
Lieneke Venhuis
meer
artikelen over mobiliteit
Haags Horecavignet
voor het laatst uitgereikt
Anderhalf jaar geleden heeft café-restaurant
Rootz aan de Grote Marktstraat een nieuwe keuken laten plaatsen
met onder andere milieubewuste HR-apparatuur en verwarming op
gas in plaats van elektra. Energiezuinig, aldus restauranteigenaar
Roland Meerloo. 'Want de energiekosten van tegenwoordig zijn niet
misselijk.' De aanpassingen van toen leveren Rootz het Haags Horecavignet
2002 op. Met maar liefst een gedeelde tweede plaats in de rangorde
van restaurants met de meest duurzame bedrijfsvoering. Dit in
de categorie van de restaurants die voor het eerst meedoen. Tot
verbazing van Meerloo.
Het Haags Horecavignet is een initiatief van de
gemeente Den Haag. Het is bedoeld om een duurzame bedrijfsvoering
in restaurants te stimuleren. Restauranteigenaren die zich aanmelden
en voldoen aan de gestelde eisen voor afvalpreventie, afvalscheiding,
energie-, water- en grondstoffenbesparing, ontvangen het vignet.
Op 5 juni reikte de gemeente het Haags Horecavignet voor de tweede
keer uit. In de Commerciële Club werden de deelnemende horecaondernemers
onthaald met een hapje, drankje, bandje en een alternatieve kookles.
Wethouder Stolte stelde verheugd vast dat het aantal restauranthouders
dat een vignet krijgt was verdubbeld naar 46. Ze namen onder luid
applaus het vignet, een grote deurmat en ander promotiemateriaal
in ontvangst.
Geen terugkoppeling
Den Haag telt als echte restaurantstad honderden restaurants.
Hoe kan het dat er maar 46 meedoen aan het horecavignet? Is het
gebrek aan tijd of aan interesse voor het milieu, of zien de restauranthouders
de voordelen niet? De deelnemers zien het nut er in ieder geval
wel van in. Bij Le Bateau in Kijkduin gaat het ze vooral om kwaliteit
en positieve publiciteit. Eigenaar De Wildt van La Fourchette
aan de Turfmarkt vindt het vignet een goed initiatief om de Haagse
horeca op een hoger peil te brengen. 'Je laat zo bij je gasten
een goede indruk achter.' Ook Roland Meerloo van Rootz vindt het
een goed initiatief. 'Vooral dat je bedrijf door een externe partij
wordt doorgelicht. Ik vind het belangrijk dat we milieubewuster
werken. Maar ik denk niet dat je met het vignet meer klanten trekt.'
Minder enthousiast is Meerloo over de terugkoppeling. 'Die krijg
je niet en daarom weet je niet wat je beter of anders kan doen.
Ik zou graag meer advies willen.'
Dat advies lijkt er te gaan komen. Het Haags Horecavignet
heeft in de huidige vorm zijn langste tijd gehad. Op de vignetuitreiking
werd alvast een tipje van de sluier opgelicht. Het Horeca Vignet
zal worden opgenomen in Triple S. Triple S (Safety, Security en
Sustainability) wordt een nieuwe, brede standaard voor maatschappelijk
ondernemen in de Haagse horeca. En wel de totale horeca met 1600
bedrijven van snackbar tot hotel. Koninklijke Horeca Nederland,
de gemeente Den Haag, de Kamer van Koophandel en de Ontwikkelingsmaatschappij
(OM) Den Haag gaan de nieuwe standaard ontwikkelen. Net als bij
het horecavignet gaat het bij Triple S om zaken die de wettelijke
eisen overstijgen.
Niet alleen duurzaamheid
Er zijn verschillende redenen om het vignet te vervangen, aldus
Jan Kroon van de Kamer van Koophandel. Een eerste is dat Koninklijke
Horeca Nederland en de Kamer van Koophandel als belangrijke partijen
voor de horeca erbij betrokken willen zijn. 'Want wij hebben de
kennis in huis' vult Mariëlle Heimel van Koninklijke Horeca
Nederland Den Haag aan. Verder vinden deze organisaties dat het
niet alleen om duurzaamheid moet gaan, maar ook om veiligheid
en verantwoordelijkheid. 'En uiteindelijk is het doel niet het
vignet, maar het proces van bewustwording wat daaraan ten grondslag
ligt,' legt Jan Kroon uit. 'Het gaat erom dat deze drie thema's
centraal staan in het hele doen en laten van je bedrijfsvoering.
Bijvoorbeeld hoe ga je om met je personeel, hoe is het met je
brandveiligheid. Niet wachten op een ramp als in Volendam, maar
deze zaken implementeren aan de basis.'
Het vignet is een mooi sluitstuk, maar het gaat in de eerste plaats
om voorlichting, informatie en bewustwording. 'Het is niet de
bedoeling om meer regeltjes op te leggen,' zegt Mariëlle
Heimel. 'Triple S moet het de horecaondernemer gemakkelijker maken
en juist voordelen opleveren. In geld of in tijdwinst. Waar mogelijk
gaan we ook zakendoen met Eneco en Novem. En horecabedrijven kunnen
voor elkaar als voorbeeld dienen.'
Hoe gaan ze ervoor zorgen dat de horecaondernemer
met hart en ziel aan de drie thema's van Triple S meewerkt? Triple
S moet kant en klare oplossingen bieden. Er moet een onafhankelijke
organisatie komen die als kenniscentrum, klankbord en aanspreekpunt
fungeert, voorlichting en advies geeft en meehelpt in de uitvoering.
Op een gegeven moment kan Triple S ook tot zelfregulering leiden.
Zover is het nog niet. De plannen moeten nog bij de branche 'in
de week' worden gelegd. De partijen gaan eerst met de horecaondernemers
in gesprek om te horen wat zij belangrijk vinden.
In de loop van volgend jaar hopen ze een onafhankelijke organisatie
rond te hebben. Vervolgens worden de onderwerpen en prioriteiten
vastgesteld. Roland Meerloo en zijn horecacollega's moeten voor
advies over de drie 'S-en' nog even geduld hebben.
Lieneke Venhuis
meer
artikelen over algemeen milieubeleid
Haagse Autovrije
Dag
Zondag 22 september van 13.00 tot 17.00 uur, op en rond het Spuiplein
Dit jaar zal de Europese Autovrije Dag op 22
september niet ongemerkt aan de Residentie voorbijgaan. Een belangrijk
deel van de binnenstad zal autovrij worden gemaakt! Dit is te
danken aan een motie gesteund door alle politieke partijen in
de Haagse gemeenteraad, behalve het CDA (met de wethouder Milieu)
en de VVD (met de wethouder Verkeer). Op verzoek van de winkeliers
zal de Binnenstad vooral per Openbaar Vervoer op Buitengewone
wijze Bereikbaar worden gemaakt. De HTM en Connexxion komen goed
in beeld: het Bureau Binnenstad is al vanaf 16 mei met het bedenken
van allerlei attractieve activiteiten bezig. Pas in een laat stadium
werd ook aan het organiseren van activiteiten ter promotie van
het fietsgebruik gedacht. Op verzoek van de gemeente Den Haag
heeft de Fietsersbond de volgende activiteiten bedacht:
Workshop Ligfietsen
Op het Spuiplein staan diverse soorten ligfietsen van de Haagse
ligfietsenspecialist uit de Piet Heinstraat klaar voor een gratis
proefrit. Ervaren leden van de Fietsersbond geven ligfietsinstructie.
Na afloop ontvangt u namens de gemeente Den Haag een informatief
boekje met tips en aanwijzingen voor een veilig gebruik van de
ligfiets.
Workshop Fietsendiefstal
Ooit de behoefte gehad om ook eens een fiets te gaan stelen? Leer
dit nu snel en vakkundig zelf te doen tijdens de workshop van
de Fietsersbond op het Spuiplein: waar moet u vooral op letten
wanneer u het stelen van een fiets gemakkelijk wilt maken en hoe
wordt u meester in het behendig open krijgen van diverse soorten
sloten. Het volgen van deze geheel gratis workshop is trouwens
ook aan te raden wanneer u juist wilt voorkomen dat uw fiets weer
eens gestolen wordt! Na afloop ontvangt u namens de gemeente Den
Haag (Fiets Voorop!) en Biesieklette een informatief boekje met
tips en aanwijzingen voor het veilig stallen van uw fiets.
Fiets-Wijzer
Vanuit een speciaal gebouwde promotiefietskar van de Fietsersbond
wordt de Fiets-Wijzer van de provincie Zuid-Holland (Fietsplan
2001) uitgedeeld: een handzaam boekje met praktische kaarten dat
vooral in de behoefte aan informatie van de beginnende woon-werkverkeer
fietser of de hier onbekende recreatieve fietser voorziet.
Betjaks
De geoefende fietskoeriers van de Versnelling en de getrainde
leden van de Residentie Triatlonclub rijden de gehele dag de bezoekers
aan de binnenstad gratis naar hun bestemming in een betjak: een
Indonesische fietstaxi.
Prijsuitreiking
Bij de promotiestand van de Fietserbond op het Spuiplein worden
om 16.00 uur de winnaars bekend gemaakt van de Haags Milieucentrum
prijsvraag Andâhs jatte ze me fiets!! De winnaars hebben
de meest ludieke en tevens praktische wijze bedacht om een fiets
in Den Haag te behoeden voor fietsendiefstal.
Marc Beek, Voorzitter Fietsersbond afdeling
Den Haag
Prijsvraag: Andâhs jatte ze
me fiets!!
Win één van de vijf onkraakbare fietssloten ter
waarde van 25 euro
Geef met niet meer dan honderd woorden en/of
een tekening op maximaal een A4-tje aan hoe in Den Haag op ludieke
en tevens praktische wijze een fiets door de wettige eigenaar
kan worden behoed voor fietsendiefstal.
Vermeld bij uw ludieke en tevens praktische idee
uw naam, adres en woonplaats. Zend uw idee met uw persoonsgegevens
uiterlijk op dinsdag 17 september per post of per e-mail naar
het Haags Milieucentrum, Paviljoensgracht 1, 2512 BL Den Haag,
info@haagsmilieucentrum.nl of lever deze in op 22 september tot
15.00 uur bij de promotiestand van de Fietsersbond op het Spuiplein.
Het dagelijks bestuur van de Fietsersbond afdeling
Den Haag e.o. zal voor 17 september op zorgvuldige wijze een driehoofdige
jury samenstellen bestaande uit diverse, om begrijpelijke redenen
deels anoniem blijvende, deskundigen op het gebied van de fietsendiefstal
in Den Haag. Inzendingen worden eigendom van het Haags Milieucentrum.
Over inzending en uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Winnaars
worden op 22 september om 16.00 uur bekend gemaakt bij de promotiestand
van de Fietsersbond. Winnaars krijgen uiterlijk 1 oktober schriftelijk
bericht op het op de inzending vermelde adres. Prijzen zijn tot
1 november op vertoning van een geldig legitimatiebewijs op te
halen bij het Haags Milieucentrum, Paviljoensgracht 1, Den Haag.
Nadien niet opgehaalde prijzen vervallen aan de Fietsersbond afdeling
Den Haag e.o.
meer
artikelen over mobiliteit
Leven op begraafplaats Oud Eik en Duinen
Dit is het eerste artikel van een serie over
natuur op begraafplaatsen. Er heerst vaak een uniek leefklimaat
op begraafplaatsen, omdat ze meestal honderden jaren met rust
zijn gelaten. Een begraafplaats is immers heilig. Daardoor zijn
het oases van rust en groene weelde geworden, midden in de drukte
van onze grote stad.
Oud Eik en Duinen is daar geen uitzondering op.
Het ligt ingesloten tussen de Oude Haagweg, Laan van Eik en Duinen
en de Mient. Deze begraafplaats kent een rijke historie en een
rijke natuur. Er liggen ook heel wat rijke geesten onder de groene
zoden, waaronder Louis Couperus, Mesdag, Willem Drees, Ferdinant
Bordewijk en Wagenaar. Maar laten we beginnen met een stukje over
dat rijke verleden.
Eik en Duinen, ooit een gehucht halverwege Den Haag
en Loosduinen. Hier liet Graaf Willem II van Holland tussen 1234
en 1256 een aan Maria gewijde kapel bouwen, ter nagedachtenis
aan zijn vader. Deze kapel werd in 1331 een parochiekerk met begraafplaats.
Eeuwenlang kwamen pelgrims naar dit drukbezochte bedevaartsoord,
maar in de 16e eeuw kwam de klad daarin.
In 1581 werd - na de protestantse reformatie - de
kapel afgebroken, alleen de toren lieten ze staan. Het kerkhof
werd niet meer gebruikt. Pas in 1654, tijdens de pestepidemie,
werd het kerkhof weer gebruikt, omdat er in de stad geen ruimte
meer was. In 1891 werd Nieuw Eykenduynen ernaast aangelegd en
zes jaar later werd Eik en Duinen omgedoopt in 'Oud Eik en Duinen'.
Toen in 1978 de begraafplaats werd gekocht door uitvaartonderneming
't Statenhuys werd er een nieuwe weg ingeslagen; de begraafplaats
werd aangeprezen als wandelpark en kreeg ook een recreatieve functie.
Schaalvergroting en het internationaal denken in het uitvaartwezen
zorgden ervoor dat Oud Eik en Duinen in 1998 werd opgekocht door
een Amerikaanse multinational, en werd vervolgens in augustus
2001 opgekocht door de Monuta-organisatie. Inmiddels is het een
begraafplaats van deze tijd met allerlei soorten grafmonumenten,
een gedeelte met kindergraven, een Islamitisch gedeelte, een verstrooiterrein
en een gedenktuin.
De ruïne van de kapeltoren is altijd blijven
staan en werd vanaf eind jaren '80 van de vorige eeuw weer af
en toe gebruikt als bedevaartsplek. Nu nog komen er ieder jaar
met Hemelvaart zo'n 80 mensen op bedevaart. Vandaar dat er nog
steeds relikwieën in de holtes van de muur te vinden zijn.
De begraafplaats blijft bij vele Hagenaars in trek, vanwege de
rust en het romantische karakter met het vele groen. Bijzonder
groen, dat een sfeer van vervlogen tijden ademt.
Oud Eik en Duinen wordt overheerst door een prachtige
verscheidenheid aan boomsoorten. Vele bomen hebben hier een monumentale
status bereikt. Dat komt doordat de leefomstandigheden voor bomen
hier beter zijn dan in de stad. Zo is er hier geen verkeer met
giftige uitlaatgassen, er is geen asfalt, waardoor de wortels
lucht krijgen en er zijn geen bewoners die klagen dat de bomen
teveel licht wegnemen en eisen dat ze danwel gekapt of drastisch
gesnoeid worden. Zelfs de lichamen in de grond (en waarschijnlijk
ook het graven in de grond) schijnen een positieve invloed te
hebben op de bomen. Ondanks de droge (voormalige) duingrond is
er genoeg voeding; de bomen herstellen hier beter, zelfs na een
drastische wortelkap. Bij de dood begint nieuw leven, heel symbolisch
allemaal.
Al bij binnenkomst word je geconfronteerd met de
monumentale rij 60-jarige vleugelnoten met hun diepgekerfde stampatroon.
Enorme rode beuken spreken geschiedenis en zorgen voor een vreemde,
vrij duistere lichtinval. Eén van deze monumenten overgroeit
met zijn wortelgestel een pad, van zerk tot zerk.
Ook de mooie oude kastanjelanen hebben een monumentale status.
De platanenlaan is een jaar of vier terug volledig gekort, omdat
er erg veel dood hout in zat. Nu hebben ze zich weer goed hersteld
en krijgen hun oude glorie terug. Goed is te zien dat het dit
jaar (in heel Nederland trouwens) een slecht platanenjaar is.
Ze staan slecht in het blad, waarschijnlijk veroorzaakt door flinke
nachtvorst vlak na het uitlopen en storm. Gelukkig is dat nu al
aan het bijtrekken, er komt weer meer nieuw blad.
Voor vogels zijn de rust en al die oude bomen ideaal. In de holtes
van de stammen broeden kauwen en spreeuwen. Je ziet hier veel
Vlaamse gaaien, die de grafmonumenten gebruiken als hamerplaats
voor het openen van eikels en dergelijke. Roodborstjes vechten
om het mooiste stukje territorium. Kraaien verhogen de sfeer die
bij een begraafplaats hoort
De vossen houden hier de duivenpopulatie in toom, wel moet er
regelmatig gecheckt worden of ze geen al te diepe gaten graven,
met alle gevolgen van dien.
De treuriepen zijn bijzonder en staan zeer vol in blad. De monumentale
hemelboom in het gedeelte achter de Aulalaan rechts, is een zeldzaamheid.
In dit gedeelte staat ook een flinke groep jeneverbessen, In heel
Nederland zijn er nog maar weinig plaatsen waar deze struik goed
gedijt. Hier groeit hij in zijn volle glorie.
Toch leveren bomen op een begraafplaats ook wat
kleine problemen op.
De rode besjes van de taxus zijn zeer in trek bij vogels en in
de uitgepoepte vorm zijn ze schadelijk voor het marmer.
De kastanjes van de paardekastanje geven een flink schrikeffect
als ze bijvoorbeeld op de volgauto's terechtkomen. Dat wordt meestal
niet erg op prijs gesteld.
Lindes en esdoorns worden bewust niet meer te dicht op de graven
geplant, omdat de kleverige afscheiding wel erg veel schrobwerk
oplevert.
Soms leveren boomwortels een probleem op, vooral de beuken zijn
hier goed in. Een graf kan echt verdrongen worden door de wortels.
Soms kan een al lang geleden besteld graf daardoor niet meer gebruikt
worden en om te voorkomen dat de boom zou moeten wijken, wordt
dan met de familie een alternatief gezocht; eventueel wordt dan
een beter graf aangeboden. Alles om het aanzien van de begraafplaats
te behouden en de kapvergunningprocedure te voorkomen. Nu wordt
er preventief gewerkt, staat er een boom, dan wordt er daar geen
grafplaats gereserveerd. Prioriteit is groen.
Mensen worden wel gewaarschuwd: een graf onder een boom is mooi,
maar je moet je wel bedenken dat in de herfst de bladeren op het
graf vallen en dat de vele vogels in de bomen de boel flink kunnen
bevuilen.
De beheerder van de begraafplaats, dhr. Hollestelle,
spreekt met liefde over de bomen. Hij kent ze allemaal en houdt
ze goed in de gaten. Er staan hier dan ook bijna 100 bomen met
een monumentale status. Dat betekent wel dat de gemeente bepaalt
wat er aan onderhoud moet worden gedaan. Bij monumentale panden
bestaan er subsidies, maar het onderhoud van een monumentale boom
moet geheel uit eigen zak worden betaald. Bij een boomchirurgische
ingreep lopen de kosten al snel flink uit de klauwen. Dit is nog
steeds een discussiepunt met de gemeente.
De achterstand in het bomenonderhoud is inmiddels bijgewerkt.
Takken die bij storm dreigen af te breken zijn gesnoeid, zieke
bomen zijn gekapt.
Ook hier heeft de iepziekte veel slachtoffers gemaakt; bijna alle
iepen zijn hierdoor gesneuveld. Gelukkig zijn de bijzondere en
monumentale treuriepen veel minder bevattelijk voor de gevreesde
iepziekte, dat komt waarschijnlijk doordat het hier om geënte
soorten gaat; die zijn sterker. De enorme monumentale iep in de
buurt van de kruising Bronovolaan-Berkenlaan staat er in volle
glorie en is gelukkig niet aangetast. Wel moet deze binnenkort
behandeld worden aan zijn stam, er groeien (waarschijnlijk tonder-)
zwammen op, als die gevaarlijk blijken, dan worden ze met omliggend
hout verwijderd en wordt het gat gevuld.
Een heel oude monumentale rode beuk wordt gekoesterd; ieder gaatje
en iedere barst wordt meteen grondig geïnspecteerd. Een landschapsarchitect
adviseerde de beuken rond de ruïne te kappen, zodat de ruïne
weer beter zichtbaar is. De beheerder heeft dit advies maar in
de wind geslagen. De winter is de beste tijd om de ruïne
op de foto te krijgen.
Alleen de onderbegroeiing moet nog in evenwicht met de rest worden
gebracht. Het is daar nu nog wat karig mee gesteld. Er zijn voornamelijk
wat heggetjes, meestal van spirea of taxus. De komende jaren wordt
daar iets aan gedaan; er wordt geëxperimenteerd met onderbegroeiing
van rododendron, skimmia, mahonia en Oostenrijkse den. Dit zal
de romantische landschapssfeer nog meer benadrukken.
Dan hebben we het nog niet eens gehad over de vele
esdoornsoorten, cedersoorten, tulpenbomen, treurberken, levensboom
en kersenbomen. Het is dus zeer zeker de moeite waard om deze
bomenverzameling eens te gaan bekijken. Er worden jaarlijks diverse
rondleidingen georganiseerd, binnenkort met de landelijke Monumentendag
op 14 september om 14.00 uur. Verder zijn er rondleidingen op
aanvraag, hiervoor belt u mevrouw Langehenkel, telefoon: 4470000.
Maar u kunt natuurlijk ook op eigen gelegenheid een wandeling
maken door dit sfeervolle bomenparadijs.
En tijdens een wandeling hier kom je altijd een
hoop bekenden tegen. Vooral die van de straatnamen.
Sandra Kamphuis
meer
artikelen over natuur algemeen
GROEN
forum
Glastuinbouw is keihard economisch
gegeven
In de vorige editie van Branding toont Frans
van der Steen zich, gezien zijn stevige uithaal naar de glastuinbouw,
bepaald geen supporter van de sector. Zijn goed recht uiteraard
Maar het gaat mij te ver dat Van der Steen in het artikel dat
gaat over het Convenant Westlandse Zoom onomwonden vaststelt dat
de Provincie Zuid-Holland zich heeft "vastgeklonken aan de
glasbelangen". Dat "de Provincie een uitgesproken tegenstander
(is) van een echte sanering van de sector en zich heeft ingegraven
op het standpunt dat de glastuinbouw alleen toekomst heeft als
er niet op het bestaande areaal binnen de provinciegrenzen beknibbeld
wordt". Hoezo?
Het convenant over de Westlandse Zoom is wat mij
betreft een succes ondanks de bezwaren en bedenkingen van Van
der Steen tegen de glastuinbouw. Niet alleen als resultaat van
ingewikkelde bestuurlijke onderhandelingen, maar ook omdat alle
betrokken partijen profiteren. Er is een balans is gevonden tussen
groen, recreatie en woningen, en ook met de belangen van de glastuinbouw
rekening is gehouden. Dat is iets anders dan dat de glastuinbouwbelangen
doorslaggevend zijn geweest, zoals Van der Steen op veel plaatsen
in zijn artikel suggereert. Een convenant met meerdere partijen
sluiten kan alleen in een onderhandelingsproces waarin ieders
belang zo goed mogelijk wordt geoptimaliseerd. Doe je dat niet
dan krijg je niks voor elkaar.
Er komen in de Westlandse Zoom groene recreatiemogelijkheden
en 4000 luxe woningen, waar nu nog glas staat. Dat glas is een
keihard economisch gegeven, of Van der Steen dat nou leuk vindt
of niet. De zogeheten glas-as van Zuid-Holland heeft met de kassen
én de bedrijvigheid in de keten een omvang die de naam
Greenport rechtvaardigt. Waar meer dan 11.000 mensen hun brood
verdienen waar iedere arbeidsplaats goed is voor ongeveer twee
arbeidsplaatsen in de aan de glastuinbouw gebonden bedrijven.
Ik vind het aspect van werkgelegenheid dan ook te belangrijk om
al te gemakkelijk over heen te stappen. Het is voor Gedeputeerde
Staten de reden om behoedzaam met het glas over de kaart te schuiven
in plaats van een cold turkey sanering waar Van der Steen kennelijk
voorstander van is.
Ik ben blij met de steun van de regionale natuur-
en milieuorganisaties aan de beoogde economische ontwikkeling
van Den Haag en daarmee van de hele regio.
Den Haag is de juridische hoofdstad van de wereld en is terecht
trots op dat imago. De druk op de Haagse woningmarkt in de dure
sector is enorm, dat is precies het soort woningen waar bij de
internationale instellingen grote behoefte aan is. In die behoefte
wordt met het convenant Westlandse Zoom voorzien. Dat is winst
voor Den Haag.
De winst voor het algemeen belang is echter nog groter. De woningen
dragen ook de kosten van de landschappelijke transformatie in
de Westlandse Zoom. Sloop van de kassen, eventuele sanering van
grond, herinrichting van het gebied, het vergraven van water,
aanleg van recreatieve paden en de aanplant van bomen worden bekostigd
uit de opbrengst van de woningen. In de onderhandelingen zijn
we bij het convenant tot het uiterste gegaan.
De redenering dat er veel meer glastuinbouw had
moeten verdwijnen is een andere discussie. Een discussie die ik
overigens best wil voeren.
Binnen het kader van het convenant Westlandse Zoom was nog meer
sanering van glas volstrekt uitgesloten. Dan zou er geen convenant
zijn gekomen. Ik verzet mij dan ook tegen de suggestie dat iedereen,
de provincie Zuid-Holland voorop, aan de leiband van de glastuinbouw
loopt.
Terecht schrijft Van der Steen dat de waterberging
in het convenant ontbreekt. Dit klopt, omdat voor het gebied zelf
voldoende waterberging aanwezig is. De waterberging voor het hele
Westland is een investering die verder reikt dan de Zoom zelf.
Deze berging wordt daarom in het Regionaal Structuurplan van het
stadsgewest Haaglanden en in het nieuwe streekplan Zuid-Holland-West
gerealiseerd. En last but not least: het Hoogheemraadschap Delfland
heeft alle middelen in handen om het initiatief te nemen dat leidt
tot een oplossing voor specifiek deze waterberging. Dat is tenslotte
de verantwoordelijkheid van de functionele (water-) overheid.
Inderdaad kun je je afvragen of het groen niet een
onsje meer kan. Redenerend vanuit de gewenste ruimtelijke kwaliteit
en vanuit de recreatiebehoefte van de omringende woongebieden
is daar best iets voor te zeggen. Maar wat voor het glas geldt
gaat ook op voor het groen. In het convenant zijn alleen zaken
opgenomen die ook realiseerbaar zijn binnen de huidige bouwplannen.
Als we het aantal woningen nog meer afgeroomd hadden voor meer
groen, dan was het plan gesneuveld en dan hadden we in het geheel
geen groene verbinding tussen de kust en Midden Delfland gehad.
Als we nu toch meer groen willen, dan hoort daar ook een idee
bij over de manier waarop je dat wilt betalen. Goede ideeën
en suggesties zijn altijd welkom.
Marnix Norder
Lid van Gedeputeerde Staten (PvdA)
Naschrift Frans van der Steen
Natuurlijk heeft gedeputeerde Norder gelijk als
hij stelt dat het eens worden over een convenant met verschillende
gemeenten waarvan de belangen lang niet altijd sporen geen gemakkelijk
proces is. Daar dient met alle belangen rekening moet worden gehouden,
dus ook met dat van de glastuinbouw. Waar het echter om gaat is
dat in dat onderhandelingsproces het economisch belang van deze
sector zwaar overtrokken wordt en dat van natuur en milieu te
weinig aan bod komt. Bovendien maakt het verdwijnen van glas niet
alleen ruimte voor natuur en recreatie, maar ook voor andere minder
kwetsbare vormen van bedrijvigheid die de belastingbetaler geld
zouden kunnen opleveren in plaats van kosten. Wij zijn voor een
gezond milieu en een gezonde economie en die kunnen heel goed
samengaan.
En wat betreft het geld. Als de veiligheid rond
en in huis en het aantal handen aan het bed in gevaar komen, wordt
daar simpelweg meer geld voor "vrijgemaakt". Waarom
zou dat voor natuur en milieu anders zijn. Het gaat, met name
in de politiek, om keuzes maken. Gedeputeerde Norder heeft een
andere gemaakt. Dat is zijn goed recht, maar wij vinden het meer
dan jammer dat de belangen van natuur en milieu niet zwaarder
hebben gewogen. Waarom? Laten wij ons eens aan een voorspelling
wagen. In de geschiedenisboeken van 2052 zal over de glastuinbouw
geschreven worden zoals nu over de textielindustrie en de scheepsbouw
vijftig jaar geleden. Wel zal in die boekjes een zwaar oordeel
geveld worden over hoe onze generatie met haar eigen bestaansgrond
is omgesprongen. Dat vraagstuk zal dan nog urgenter zijn dan het
nu al is.
meer
artikelen over ruimtelijke ordening & duurzaam bouwen
Eneco wil meer
samenwerken
Met interesse heb ik kennis
genomen van het artikel in "Branding" nr. 5 over de
intentieovereenkomst over duurzame energie en energiebesparing
van Eneco met de gemeente Den Haag en OM Den Haag. Inderdaad ben
ik van mening dat groene energie geen zaak voor "geiten wollen
sokken types" is. Deze opmerking is bedoeld om duidelijk
te maken dat deze vorm van energievoorziening nu begint te groeien
vanuit de pioniersfase.
Deze vorm van energie-opwekking staat echter in de kinderschoenen
omdat de omvang van groene energie nog relatief klein is ten opzichte
van grijze energie, en in de kinderschoenen, omdat deze vorm van
energie-opwekking nog forse steun van de overheid nodig heeft.
De vraag: hoe de gezamenlijke verantwoording van overheid, burgers
en bedrijfsleven waar gemaakt kan worden om te komen tot uitbreiding
van de nu beperkte hoeveelheid groene duurzaam opgewekte energie,
is nu van groot belang.
De reden dat ENECO Energie deelneemt in de Stichting OM tezamen
met de gemeente
Den Haag is een onderkenning van het belang dat deze partners
achten aan duurzame en groene energie opwekking.
Mogelijk is het nuttig om de
activiteiten en de mogelijkheden van deze Stichting te volgen
en wie weet kunnen het Haags Milieucentrum, de gemeente Den Haag
en ENECO Energie tezamen op deze wijze een kleine bijdrage leveren
aan een meer duurzame en groene energie-opwekking.
Met vriendelijke groet,
J.B.M. ten Berge,
Lid raad van bestuur ENECO Energie.
meer
artikelen over duurzame energie en energiebesparing
Dualisme of duellisme
Elk voorstel van het college van burgemeester
en wethouders kon vroeger steevast rekenen op een goedkeurende
meerderheid vanuit de gemeenteraad. Die tijd is nu echt voorbij
door de invoering van het dualisme: een actieve collegepartij
kan in de raad een geheel eigen koers blijven varen. Sinds de
gemeenteraadsverkiezingen zorgt dit dualisme voor meer afstand
tussen gemeentelijke bestuurders en hun partijgenoten in de gemeenteraad.
De raad heeft hierdoor behalve een serieuze controlerende taak
ook meer speelruimte voor het vervullen van een eigen rol gekregen.
Niet langer kunnen de losjes gedane verkiezingsbeloftes simpel
opzij geschoven worden 'omdat het collegeprogramma vol compromissen
dit nu eenmaal van de raadsleden van de collegepartijen verlangt'.
Dualisme kan echter gemakkelijk uitmonden in duelisme.
Een voorbeeld hiervan is de discussie in Den Haag over maatregelen
die de verkeerssituatie op de Thorbeckelaan voor fietsers veiliger
moeten maken. Herkozen wethouder van Verkeer, de heer Bruins (VVD)
stelde een plan voor dat vooral de parkeerplekken in de wijk veilig
moest stellen. In dit plan was voor fietsers op de drukke verkeersweg
slechts ruimte gereserveerd in de marge: op de roodgeverfde fietsstroken.
Collegepartner PvdA haalde het plan van de wethouder onderuit
door met succes een motie in te dienen. Zo bleef de PvdA van Den
Haag trouw aan de eigen tekst in haar gemeentelijke verkiezingsprogramma,
waarin een flink hoofdstuk opgenomen is over de verkeersveiligheid
voor lopers, gebruikers van openbaar vervoer en fietsers (L.O.F.).
De wethouder wordt nu door de raad verplicht om veilige vrijliggende
fietspaden aan te leggen. De VVD-fractie reageerde geschokt op
deze 'broedermoord' van de collegepartner. Op haar beurt probeert
de VVD een voornemen van de PvdA van tafel te vegen om met gemeenschapsgeld
het woonhuis van Willem Drees aan te kopen. Wat is begonnen met
de aanleg van vrijliggende fietspaden op de laan van de liberaal
Thorbecke maakt nu het woonhuis van de socialist Drees tot inzet
van een politiek steekspel. Of de vechthouding van de twee coalitiepartners
op den duur bestuurlijk productief zal zijn, dat vraag ik me sterk
af, maar het levert in ieder geval wekelijks een vermakelijk politiek
schouwspel op!
Marc Beek, Fietsersbond Den Haag
meer
artikelen over algemeen milieubeleid
Norfolk en het schrikbeeld van Scheveningen als toeristenfabriek
Artikelen als "Norfolkline en het kleinduimpjessyndroom"
vertolken helaas doorgaans ongenuanceerde en niet op de werkelijke
feiten berustende standpunten. Dit riekt dan al snel naar stemmingmakerij
en plaatst bedrijven, in dit geval Norfolkline, ons inziens in
een verkeerd daglicht.
Het behoeft geen nader betoog dat ook wij vinden
dat ieder ongeval er een te veel is. Echter het is apert onjuist
te beweren dat Norfolkline in haar 40-jarig bestaan betrokken
zou zijn geweest bij tal van ongelukken en niet zelden met dodelijke
afloop. In een enkel geval is dit helaas gebeurd en wij betreuren
dit zeer doch was niet het gevolg van roekeloos of te hard rijden.
Wij denderen niet met onze wagens dwars door Den
Haag maar wij maken gebruik van aangewezen routes die voor het
merendeel niet door woonwijken gaan. Norfolkline is in Scheveningen
verantwoordelijk voor een directe en indirecte werkgelegenheid
van ca. 500 arbeidsplaatsen en het is nog maar zeer de vraag of
Scheveningen en de Scheveningse bevolking uitkijkt naar een toplocatie
met dure woningen en nog meer bedrijven gericht op toerisme. Een
beeld van Scheveningen als één grote toeristenfabriek
zoals we die aan de Spaanse kusten kennen doemt hierbij als een
schrikbeeld op.
Norfolkline is voor een relatief klein deel verantwoordelijk
voor het totaal aantal vervoers-bewegingen dat zich dagelijks
in het Scheveningse havengebied voordoet. Wij zijn dus niet de
grootvervuiler van dit gebied of daarbuiten.
Desalniettemin zijn wij ons bewust van onze maatschappelijke
verantwoordelijkheid doch het is onvermijdelijk dat wij als transportonderneming
overlast veroorzaken in onze omgeving. Een verantwoordelijkheid
die we serieus nemen en waarop we mogen worden aangesproken.
In de afgelopen jaren zijn de contractbesprekingen
met de Gemeente Den haag op een zakelijke en respectvolle wijze
gevoerd en wij verwachten dat dit ook bij de nieuwe contract-besprekingen
in 2007 voor een contract na 2009 het geval zal zijn.
F.P. van Gelderen, directeur Norfolkline
meer
artikelen over gezondheid en milieu
Wel of geen Groene
Stroom
Het kan niemand ontgaan zijn. Op alle belangrijke
zenders op de televisie, door de brievenbus, verkopers die je
op straat aanklampen, woedt er een miljoenen-verslindende reclamecampagne
van alle energieleveranciers. Zij proberen de energieconsument
te verleiden over te schakelen op Groene Stroom. Soms zelfs door
deze goedkoper aan te bieden dan gewone 'grijze' stroom. Zo biedt
Evolta Energie via internet 3500 KWH (waarvan 1750 nacht/weekendstroom)
groene stroom uit biomassa aan voor Euro 523,17. Bij Eneco kost
dit Euro 568.07, bij Nuon Euro 593.32, bij Essent Euro 576. 66
en bij Remu Euro 630.77. Zo bestaat er een collectief aanbod van
groene stroom aan 400.000 leerkrachten van PMA energie. Deze energieleverancier
gegarandeert dat groene stroom voor hen 1,5 eurocent per kWh goedkoper
is dan grijze stroom wat een jaarlijks voordeel van euro45 tot
euro 190 per huishouden oplevert.
Door over te gaan op Groene Stroom zoude particuliere
energieconsumenten daarmee de eigen portemonnee, de eigen gemoedsrust
en het milieu een geweldige dienst te bewijzen en wel in die volgorde.
De gangbare methode is door eenvoudig een antwoordkaartje in te
sturen. Voor het luttele bedrag van gemiddeld 70 eurocenten schakelt
men over op ecostroom en liefst in een moeite door op een andere
energieleverancier. Nu de energiemarkt voor de afname van duurzame
energie voor kleinverbruikers vrijgegeven is, worden de honderden
miljoenen, die bedoeld zijn om het milieu en de opwekking van
duurzame energie te promoten, via deze uiterst kostbare campagne
door de energieleveranciers met name gebruikt om zichzelf te promoten.
Er is overigens ook niets op tegen om de consument via een lagere
prijs mee te laten profiteren van de giga-subsidies.
Dat is allemaal mogelijk door een forse ingreep
op die "energiemarkt" door de overheid (minister Jorritsma,
VVD). Dit door het gebruik van Groene Stroom vrij te stellen van
de REB-belasting. De overheid legt zelf het verschil bij. Deze
ingreep blinkt uit door eenvoud, lijkt bijzonder sympathiek en
het succes is enorm. De afgelopen maanden stapten een miljoen
huishoudens over op groene stroom. Dat is belangrijk, want de
opwekking van duurzame energie is namelijk van groot belang voor
het milieu, maar er hangt wel een behoorlijk prijskaartje aan.
Als je de verdere ontwikkeling van Eko-stroom laat afhangen van
de verantwoordelijkheid en dus van de vraag van de individuele
consument, dan zal slechts een kleine voorhoede van bewuste consumenten
die meerprijs er voor over hebben. Dat schiet niet op, zoals je
bijvoorbeeld ziet bij de productie van Eko-voedsel. Je moet, nu
deze mogelijkheid geboden wordt, dus wel een bijzonder onverantwoordelijk
individu zijn en vaak ook slecht met de eigen portemonnee voorhebben
als je niet overschakelt op Groene Stroom.
Nu kan de productie van duurzame energie inderdaad
wel een flinke steun in de rug gebruiken. Zoals lezers van Branding
weten, werd eind 2000 slechts 1,4% van alle in Nederland geproduceerde
energie duurzaam opgewekt. En zelfs in dit kleine percentage wordt
bijvoorbeeld het benutten van verbranden van afval en biomassa
tot duurzame energie gerekend. Als de vraag binnen korte tijd
enorm stijgt, zoals nu, betekent het ook dat met de productie
in eigen land bij lange na niet aan die vraag kan worden voldaan.
Op dit moment komt duurzame energie dan ook massaal uit het buitenland,
met name Scandinavië en Duitsland, waar de opwekking financieel
wordt ondersteund. Doordat het daar wordt ingekocht verdwijnen
de honderden miljoenen voornamelijk naar het buitenland. De Groene
Stroom die daar nu door Nederland wordt weggetrokken zou anders
in eigen land gebruikt worden Deze gang van zaken levert het milieu
dus niets op en kost handenvol met geld. Bovendien lekt een deel
van de miljoenen weg doordat reeds bestaande productie van duurzame
energie ermee gefinancierd wordt.
Natuurlijk gaat van deze maatregel ook een flinke
stimulans uit naar projecten om in ons eigen land te starten met
opwekken van meer duurzame energie. Dit gaat echter wel ten koste
van heel veel geld. Misschien nog belangrijker is, dat de maatregel
gepaard gaat met veel onzekerheid. Om in duurzame energie te investeren
moet je zeker zijn van de afname daarvan. Het is heel goed mogelijk
dat bijvoorbeeld de nieuwe regering de subsidieregeling weer afschaft.
En het is onwaarschijnlijk dat daarvoor een andere, beter werkende
stimuleringsregeling voor in de plaats komt. In dit voortdurend
onzekere klimaat zullen energiebedrijven juist huiverig zijn om
in opwekking te investeren. De uiterst lucratieve handel in duurzame
energie wordt er echter juist door gestimuleerd. Zo worden energiebedrijven
van broodnodige verantwoordelijke ecostroomproducenten die risico
durven nemen, gevormd tot luie ecostroomhandelaren. Men laat het
initiatief voor risicovolle investeringen in groene stroom in
Nederland graag aan anderen over, zoals aan Energy-Connection
die denkt zonder subsidie een windmolenpark in zee te kunnen exploiteren,
waarvan de stroom de concurrentie met conventionele stroom aankan.
Als we daarbij optellen dat groene stroom gekocht wordt, die anders
elders binnenslands gebruikt zou worden is er geen andere conclusie
mogelijk dan dat de maatregel wel eens contraproductief zou kunnen
werken. Dat we per saldo dus, ondanks de miljardeninvesteringen,
slecht af zijn. Bovendien, en dit is echt een schandaal, krijgt
de groene energieconsument wel atoomstroom in zijn apparaten.
Dat doet de vraag reizen of het niet mogelijk is
om op een andere, veel minder kostbare manier veel meer te bereiken
dan via vrijstelling van die REB-belasting. Het antwoord is dat
dit heel goed mogelijk is. Wat daarvoor nodig is, is laten van
wat ideologische veren wat betreft het stellen van een al te groot
vertrouwen in de ´vrije´ markt. Dat moet kunnen want
met haar forse subsidie-ingreep op de energiemarkt was Jorritsma
die ideologie toch al niet zo trouw.
De oplossing om met veel meer zekerheid en veel
goedkoper te bewerkstelligen dat de productie van duurzame energie
in Nederland fors gaat toenemen, is aan de vergunningverlening
aan energieproducenten in Nederland de voorwaarde stellen dat
zij elke vier jaar een extra percentage duurzame energie opwekken
en afzetten. Bijvoorbeeld in 2006 3% meer, in 2010 weer 3% meer,
in 2014 2% enzovoort totdat zeg 80 of zelfs 100% van alle energie
in Nederland duurzaam wordt opgewekt en in Nederland wordt afgezet
. Een nieuw kabinet kan zich zo toch groen profileren, zonder
dat het hen veel geld kost. Er worden bijvoorbeeld ook allerlei
eisen aan producenten gesteld wat betreft veiligheid zonder dat
daar een buidel met geld bij wordt geleverd.
Er speelt nog iets anders. Gemeenten en provincies
zijn via het klimaatconvenant de verplichting aangegaan om de
CO2-uitstoot te beperken. Dit bewerkstelligen is uiterst lastig.
Belangrijk is dan onderlinge samenwerking zodat inhoudelijke kennis,
kennis over financieringsmogelijkheden en tijd daarvoor gebundeld
en vrijgemaakt kan worden. Maar de beperking van de kosten zou
pas echt bewerkstelligd worden als er op producenten een verplichting
rust om meer groene capaciteit te realiseren. Het wordt anders
wel een erg kostbare zaak voor deze overheden.
Tot slot rest nog de vraag of mensen nu wel of geen
groene stroom moeten nemen. Wij zouden zeggen: het maakt niet
veel uit. Als u het als consument om het milieu te doen is, dan
kunt u beter dit artikel aan premier Balkenende opsturen en hem
vragen of hij het advies om de energiebedrijven een kleine verplichting
op te leggen niet wil overnemen.
Frans van der Steen
meer
artikelen over duurzame energie en energiebesparing
Vogelplas
Starrevaart en Vlietland, een uniek natuur- en recreatiegebied
naast de deur
De vogelplas Starrevaart gelegen in de Leidschendamse
Starrevaart/Damhouderpolder tussen de Vliet en Rijksweg A4 is
wel een heel aantrekkelijk natuurgebied in onze regio. Door de
ontzanding van de Meeslouwerpolder is een rijk en uniek vogelgebied
ontstaan in het drukke westen van ons land. Door de vele vogelsoorten
die er sinds 1996 naar toe trekken, voedsel zoeken, broeden en
rusten heeft het waterrijke gebied grote internationale betekenis.
Steeds meer dagjesmensen maar ook toeristen van elders uit het
land brengen er een bezoek. En dat is niet zo verwonderlijk. Rondom
de plas zijn diverse vormen van passieve en actieve recreatie
mogelijk. Zo is er een prachtige fietsroute, kan men een natuurroute
met wetenswaardigheden over vogels volgen, komen ruiters aan hun
trekken en kan men eindeloos wandelen, joggen en skeeleren. En
voor hen die zich na de eindexamentijd of een week van hard werken
willen ontspannen met het hele gezin, zijn er in het even verderop
gelegen recreatiegebied Vlietland volop watersportmogelijkheden
en is er natuurlijk het gezellige, maar druk bezochte strand.
Natuur is in
Het luisteren naar en bespieden van vogels is voor velen een uit
de hand gelopen hobby. Vogelwerkgroepen verrijzen als paddestoelen
uit de grond. De Nederlandse omroeporganisaties, maar ook de BBC
en de BRT maken jaarlijks meer zendtijd vrij voor documentaires
met als onderwerpen natuur, natuurbeheer en natuurbeleving. Veel
Nederlanders stemmen iedere zondagochtend af op het immer populaire
programma VARA's 'Vroege Vogels' en leveren daar graag hun nachtrust
voor in. Het ledenaantal van particuliere groenorganisaties als
Natuurmonumenten stijgt gestaag. Er gaat geen weekeinde voorbij
of men kan zich aansluiten bij een natuurgids voor een boswandeling,
een strandontdektocht of een vogelexcursie. Zo organiseert de
Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie (IVN) regelmatig excursies
in onze regio. En voor een rondwandeling onder deskundige leiding
rondom Vogelplas Starrevaart kan men zich aanmelden bij Groenservice
Zuid-Holland, de beherende instantie van het natuurrijke gebied.
Vogelspotters van het eerste uur
De heren M. Souverijn uit Leiden en I. Voogt uit Zoetermeer strijken
regelmatig neer bij de hoek van de Kniplaan en het Duinwaterpad.
Vanaf dit punt turen zij uren door de meegebrachte telescoop over
de plas. Souverijn: "De slikplaat in de verte is dit jaar
vroeg drooggevallen. Met een vergroting 40 of 60 maal, kun je
de broedende visdiefjes met gemak naar je toe halen. Het zijn
echte kolonievogels. En in deze tijd van het jaar zijn er wederom
veel lepelaars en kluten te bewonderen." Op de natte plaat
scharrelen volwassen vogels en hun jongen een kostje bij elkaar
dat bestaat uit insecten, larven en weekdiertjes. Goed is te zien
hoe kluten de sterk naar boven gekromde zwarte snavel door het
water heen en weer bewegen. Wanneer een koppeltje mantelmeeuwen
te dicht nadert klinkt massaal een melodieus 'kluut'-'kluut'-'kluut'
Ook een groepje visdiefjes schrikt pardoes op en tracht met de
o zo bekende buitelingen de twee indringers te verjagen. En niet
zonder succes.
Een onoplettend meerkoetwijfje moet helaas één van
haar 4 kuikens afstaan aan een hongerige blauwe reiger. Het hoort
er allemaal bij. Normaliter is het waterpeil in de Vogelplas in
de nazomer op z'n laagst. Het is nu begin juni en grote delen
van de slikplaat liggen droog. Souverijn: "Voor de echte
'vogelaar' is er weer een boeiende tijd aangebroken maar als de
temperatuur blijft stijgen tot zomerse waarden neemt de kans op
het ontstaan van botulisme wel toe. Dat is de fatale vergiftiging,
die veroorzaakt wordt door afscheiding van bepaalde bacteriën
in door zon verwarmd, voedselrijk oppervlaktewater. Omdat te voorkomen
wordt er regelmatig vers water ingelaten vanuit de Meeslouwerpolder
waardoor voldoende circulatie optreedt en de gevreesde ziekte
onder watervogels hopelijk uitblijft".
Actieve recreatie
Maar niet alleen voor de vogelaars biedt dit gebied volop mogelijkheden.
Ook de recreant komt aan zijn trekken. Veel skeelers zoeken hier
hun heil. En voor allen die de skate- en skeelersport niet machtig
zijn en de sport van het wandelen prefereren is het uiteraard
ook goed toeven in het Leidschendamse natuurschoon. Zo kan men
via het Duinwaterpad parallel aan de A4 naar vogelkijkhut de 'Knip'
lopen. Na een bezoekje aan de hut (verrekijker en vogelgids mee)
volgt men het pad richting Kniplaan. Daar kan men vanaf de vogelboulevard
de broedende en wadende vogels bekijken of de uitkijktoren beklimmen
die ruim zicht biedt over de Starrevaart- en Meeslouwerpolder.
Op zondagmiddagen kan men aan diezelfde Kniplaan weer terecht
voor een 'fanieljeijs'. Via het Duinwaterpad met aan de rechterhand
de manege wandelt men langs enkele bosjes en loopt men aan de
linkerzijde van het pad door een houten klaphekje. Middels bebording
wijst de beheerder erop voldoende afstand te houden tot de Schotse
Hooglandrunderen, die er grazen, omdat zij kalveren hebben. Al
wandelend komt men dan vanzelf in recreatiegebied Vlietland terecht.
Daar kan een hapje of drankje genuttigd worden aan het strand
of op het terras van het watersportcentrum.
Jos Orleans
Voor excursiemogelijkheden kunt u terecht bij Groenservice
Zuid-Holland telefoon 010-2981010
Voor uitgebreide informatie over de Vogelplas, surf naar: http://www.xs4all.nl/~sjaak/vwgvl
meer
artikelen over natuur algemeen
Nationale
milieu-estafette 2002 doet Den Haag aan
Op 21 en 22 september organiseert
NIVON Den Haag in het kader van de Nationale Milieu-estafette
twee interessante wandeletappes door Haaglanden. Op zaterdag is
het startpunt is Station Mariahoeve om 11 uur, aankomst op station
Zoetermeer De Leyens in de namiddag.
Op zondag gaat de wandeling door Midden Delfland naar Maassluis.
We vertrekken eveneens om 11.00 uur vanaf station Delft Zuid.
Iedereen is welkom. Aanmelding vooraf is gewenst bij: Tirza de
Fockert van het NIVON, tel. 020 4350713
Beide wandelingen door Haaglanden
zijn in handen van NIVON Den Haag. Thema is: Groene aders door
Haaglanden.
Nationale Milieu-estafette
Beide wandelingen maken deel uit van de Nationale Milieu-estafette,
die het NIVON jaarlijks met anderen organiseert.
Deze wil een bijdrage leveren aan de discussie over actuele natuur
en milieu thema's. Daartoe organiseert zij jaarlijks in de "groene
maand" september ca. acht etappes, waarbij ze deelnemers
meestal te voet laat kennis maken met natuurgebieden. Tijdens
de etappes komen thema's aan bod, die raken aan recreatie en ruimtelijke
ordening.
Onderwerp van 2002 is de toekomst van het Groene Hart. Wordt het
een plek voor boeren en wegenbouwers? Of voor de stedeling om
op adem te komen? Hoe groen is het Hart en wat zijn zijn potenties?
Hierop proberen we al wandelend antwoord te krijgen.
NIVON Den Haag verzorgt in samenwerking met het Haags Milieucentrum
twee etappes:
* Van de Veenzijdse en Duivenvoortse Polder het Groene Hart in.
We vertrekken op 21 september vanaf station Den Haag Mariahoeve
en lopen langs de Polders naar Duivenvoorde. Via het kasteelterrein
lopen we de open veengebieden van de Vlietlanden en het vogelbroedgebied
de Starrevaart door naar de Grote en Zoetermeerse Meerpolder.
In Zoetermeer stappen we op de trein.
* Een wandeling door Midden- Delfland. Vanaf Station Delft Zuid
lopen we op 22 september via het stadspark Abtswoudepark naar
het MIdeen Delfland. Vanaf Schipluiden volgen we de Vlaardingervaart
en steken met een pontje over naar de Noordse vaart. Wij volgen
die tot het landelijke dorp Maaslanden en stappen in station Maassluis
weer op de trein.
Groene Hart
Het Groene Hart wordt in het Ontwikkelingsprogramma Nationaal
Landschap Groene Hart aangemerkt als een samenhangend open gebied
temidden van de steden op de Randstadring. Het wil het Hart open
houden. In 2010 moeten landbouw, ecologie en recreatie de belangrijkste
functies in de open gebieden zijn.
Het behoud van het Groene Hart van de Randstad staat zwaar onder
druk. Waardevolle landschappen en landschapselementen dreigen
het onderspit te delven bij stedelijke functies. Het NIVON maakt
zich sterk voor de recreatieve functie van het groen rondom de
stad. Je hier wandelend en fietsend te ontspannen vormt een onmisbaar
tegenwicht tegen het gehaaste economische leven in de Randstad.
Gelukkig geniet het Groene Hart ook bescherming. Het Rijk wees
bufferzones aan, waar recreatie en landbouw tegenwicht moeten
bieden tegen de oprukkende verstedelijking vanuit de steden in
de Randstad. De provincie Zuid-Holland ontwierp tussen Leiden,
Zoetermeer, Rotterdam en het Westland de Groen-blauwe slinger.
Deze ecologisch-recreatieve groenstructuur verbindt natuur- en
recreatiegebieden in Zuid-Holland met elkaar. Hij moet weerstand
bieden tegen de stedelijke druk vanuit de omringende steden. De
slinger verbindt de omgeving van Zoeterwoude met de Balij, het
Bieslandsche bos, wringt zich tussen Delft en Pijnacker door en
verloopt via de Oude Leede naar Midden-Delfland. Omdat de provincie
gemeentelijke bestemmingsplannen moet goedkeuren speelt zij in
de ruimtelijke ordening een cruciale rol.
Cultuurhistorisch behoort dit gebied tot de veenweidegebieden,
die in de middeleeuwen tot ontginning zijn gebracht. Het Rijk
legt die vast in de nota Belvedere. Daartoe behoren de zone tussen
Den Haag en Wassenaar, Zoeterwoude-Weipoort met het Land van Wijk
en Wouden en het Midden-Delfland. Ook op gemeentelijk niveau bestaat
er waardering voor het gebied. Zo bracht stadsgewest Haaglanden
bracht Groene Schakels en Groengebieden in kaart. Het stadsgewest
beschikt over grote, waardevolle groen- en natuurgebieden. Samen
met een reeks binnenstedelijke parken moeten zij een integraal
regionaal netwerk gaan vormen; een netwerk bestaande uit grote
en kleine gebieden en robuuste verbindingen met het stedelijk
gebied. Aan die belofte houden we het stadsgewest graag.
In het Land van Wijk en Wouden is een gebiedscommissie actief,
waarin overheden, boeren en natuurbeschermers de landschappelijke
kwaliteit bewaken.
21 en 22 september: Groene
Aders door Haaglanden
De routes van zijn wat NIVON en HMC betreft twee voorbeelden van
Groene Aders door Haaglanden: routes vanuit de stad het Groen
in, die de moeite waard zijn behouden te worden, maar waarvan
verscheidene op verschillende punten bedreigd worden. NIVON Den
Haag werkt samen met het Haags Milieucentrum aan de Groene Speurkaart.
een kaart van stad en ommeland, "waarmee je daadwerkelijk
uit de voeten kunt en waarmee je de weg kunt vinden in het landschap
van nu". Ook moet het een speurkaart worden voor toekomstperspectieven.
Gedurende het afgelopen verenigingsjaar zijn NIVON Den Haag en
het Haags Milieucentrum gezamenlijk bezig het fundament te leggen
onder de Groene Speurkaart, Stadsgewest Haaglanden heeft inmiddels
toegezegd middelen voor de Groene Speurkaart beschikbaar te stellen.
Daarin nemen we met name routes op tussen stad en land die nu
al aantrekkelijk en verkeersveilig genoeg zijn om te fietsen.
Ook nieuwe routes kunnen daarin opgenomen waarop ingezet zou kunnen
worden en verbeteringen van reeds bestaande routes. Dergelijke
groenblauwe aders zijn een idee van het wandelplatform en opgenomen
in de rijksnota Natuur voor mensen, mensen voor natuur (juli 2000).
Ze wil het duurzaam gebruik van natuur en landschap behouden,
herstellen en ontwikkelen als essentiele bijdrage aan een leefbare
en en duurzame samenleving. Verbind ze met een vlechtwerk van
landschapselementen als drager van natuur- en landschapswaarden
in het landelijk gebied: groen-blauwe aders. Ze voeren door waardevolle
landschappen, die het behouden waard zijn. In de volle Randstad,
waar velen wonen, werken en recreeren, is dat een hele opgave.
Maar tegenover de drukte staat de behoefte aan tot rust komen
in recreatief aantrekkelijk landelijk gebied. Gedurende het afgelopen
verenigingsjaar zijn NIVON Den Haag en het Haags Milieucentrum
gezamenlijk bezig het fundament te leggen onder de Groene Speurkaart,
die we in september willen uitbrengen. Om te beginnen werkten
we met Uitgeverij Open Kaart (van Steven van Schuppen) aan en
begroting en een subsidie-aanvraag. Stadsgewest Haaglanden heeft
inmiddels toegezegd middelen voor de Groene Speurkaart beschikbaar
te stellen.
Arnim van Oorschot, Sociaal
Geograaf, Voorzitter NIVON Den Haag
NIVON
Het NIVON, ook wel Natuurvrienden Nederland, is een club, sterk
in de actieve openluchtrecreatie. We zijn landelijk bekend om
onze lange afstandspaden als het Pieterpad en de natuurvriendenhuizen
en -campings, waar men op eenvoudige en aangename manier kan overnachten.:
Ook plaatselijk leggen we ons toe op actieve openluchtrecreatie
met een educatief aspect. Onze invalshoek is: "Groene Recratie-
Maatschappelijke Betrokkenheid". NIVON Den Haag kent twee
bloeiende wandel- en fietsclubs in Den Haag, een in het noorden,
een in het zuiden van onze stad. Een "Estafettegroep"
organiseert buitendien een- en meerdaagse excursies in het groen
van regio Haaglanden en daarbuiten. Juist binnen deze groepen
is de kennis van wandel- en fietsroutes in de regio, de mogelijkheden
en de onmogelijkheden daarvan, groot.
Actieve recreatie in een
natuurlijke omgeving, juist rondom de grote steden, is van het
grootste belang, juist ook voor de mensen met een smalle beurs,
stelt het NIVON. Voor iedereen geldt bovendien, dat je in een
natuurlijke omgeving tot rust moet kunnen komen.
meer
artikelen over natuurontwikkeling en waterbeheer
meer artikelen over haags milieucentrum
en aangesloten organisaties
Haagse Beek Fietspostentocht
op zondag 22 september
September is ook dit jaar uitgeroepen tot de
Groene Maand van het jaar. En 22 september is de Europese Autovrije
dag. IVN Den Haag en omstreken organiseert op deze dag een Fietspostentocht
langs de Haagse Beek. Een ideale gelegenheid om de auto te laten
staan, op de fiets te stappen en 'het groen' langs deze historische
waterloop te verkennen. Interessant is onder andere hoe de natuurvriendelijke
oevers zich ontwikkelen. En misschien ziet u de IJsvogel in een
flits. De IVN postentocht langs de Haagse Beek is inmiddels een
jaarlijkse traditie.
De Fietstochtenpost kunt u starten tussen 10.30
en 12 uur.
Het startpunt is aan de Machiel Vrijenhoeklaan bij Restaurant
Westcoast (post 1).
Hier ontvangt u een routebeschrijving.
Met de routebeschrijving komt u langs de volgende posten:
2. Diertjes in het water
3. De Haagse Beek en haar vogels
4. Planten langs de Haagse Beek
5. Planten in het water
6. Sorghvliet
In park Sorghvliet vindt u de informatietafel van
het IVN. Ook presenteert IVN hier een gevarieerd podiumprogramma
dat geïnspireerd is op de natuur. Dit duurt ruim een uur.
Onderwerpen zijn onder meer: grassen, geneeskrachtige planten,
natuurverhalen en bomen.
De onderwerpen worden met muziek verbonden. Voor kinderen is er
een speciale activiteit. Het programma eindigt met een algemene
excursie door park Sorghvliet.
De gehele groene dag wordt aangeboden door meer
dan twintig gidsen van IVN Den Haag en omstreken. De IVN-gidsen
zijn overigens in alle seizoenen actief en organiseren jaarlijks
meer dan 150 buitenactiviteiten. Deelname aan de Fietspostentocht
is geheel gratis.
Groener kan IVN september en deze speciale dag niet maken.
meer
artikelen over natuur algemeen
meer artikelen
over haags milieucentrum en aangesloten organisaties