Branding - Archief  

 

Nummer 6 september/oktober 2002


De nieuwe wethouder Duurzaamheid en zijn ambities

Ries Smits wilde per se de naam duurzaamheid ...meer

Een beetje Autovrije dag
De auto is in en het milieu is uit, ...meer

Haags Horecavignet voor het laatst uitgereikt
Anderhalf jaar geleden heeft café-restaurant ...meer

Haagse Autovrije Dag
Zondag 22 september van 13.00 tot 17.00 uur ...meer

Leven op begraafplaats Oud Eik en Duinen
Dit is het eerste artikel van een serie over natuur op ...meer

GROEN forum
Glastuinbouw is keihard economisch gegeven +
Eneco wil meer samenwerken +
Dualisme of duellisme +
Norfolk en het schrikbeeld van Scheveningen als toeristenfabriek ...meer

Wel of geen Groene Stroom
Het kan niemand ontgaan zijn. Op alle ...meer

Vogelplas Starrevaart en Vlietland, een uniek natuur- en recreatiegebied naast de deur ...meer

Nationale milieu-estafette 2002 doet Den Haag aan
Op 21 en 22 september organiseert NIVON ...meer

Haagse Beek Fietspostentocht op zondag 22 september
September is ook dit jaar uitgeroepen tot ...meer

BONTEBAL GROEN
Grijs I, de eerste regering Balkellende ...meer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De nieuwe wethouder Duurzaamheid en zijn ambities.
Ries Smits wilde per se de naam Duurzaamheid in zijn portefeuille

Den Haag was de enige grote stad waar de gemeenteraadsverkiezingen geen grote verschuivingen te weeg brachten. Behalve het aantreden van Leefbaar Den Haag in de gemeenteraad was de enige verandering dat het CDA door haar zetelwinst met een wethouder meer in het college terugkwam. De nieuwe wethouder, Ries Smits, zat 12 jaar voor het CDA in de Tweede kamer. Als bedrjfseconoom was hij de financieel specialist binnen de fractie. Vier jaar geleden kwam hij als leider van de CDA-fractie in de gemeenteraad. Als CDA-campagneleider bij de laatste tweedekamerverkiezingen had hij een sleutelrol bij de totstandkoming van de voor velen verrassende verkiezingsoverwinning van de ploeg Balkenende. Branding ging bij hem op bezoek met in het achterhoofd de vraag: Wie is deze man en wat drijft hem?

Mijnheer Smits, als we uw staat van dienst langslopen dan lijkt uw overstap van de Tweede Kamer naar de Haagse gemeenteraad, zonder destijds het perspectief op een wethouderschap, niet echt voor de hand te liggen. Was dat wel uitdagend genoeg voor u?

Bij het CDA hebben wij een ijzeren regel, indertijd ingesteld door de commissie de Koning, dat het na drie volle periodes in de Kamer wel mooi is geweest. Dan is er weer nieuw bloed nodig in de fractie. Daar kon ik mij goed in vinden en ik ben in 1998 dan ook zonder morren akkoord gegaan dat ik niet opnieuw werd gekandideerd. Een jaar voor mijn vertrek uit de Kamer werd ik gepolst of ik lid van de gemeenteraadsfractie van het CDA wilde worden. Met plezier heb ik ja gezegd. De afgelopen vier jaar heb ik mijn werk in de gemeenteraad met veel plezier gedaan. Ik had toen en nu geen speciale ambities voor het wethouderschap. Door ons mooie verkiezingsresultaat is mij dat overkomen. Toen wij een tweede wethouder konden leveren, dacht ik ook niet in de eerste plaats aan mijzelf. Ik heb zelfs voorgesteld om voor deze nieuwe post iemand van buiten de fractie aan te trekken. Men heeft toen op mij ingepraat en gezegd. "Jij kan dat prima, jij moet het gaan doen Ries". Ik heb mij toen laten overtuigen. Dat klinkt misschien alsof ik het niet echt wilde, maar dat is absoluut niet het geval. Ik was al die tijd beschikbaar en ik vind het wethouderschap een uitdagende baan.

U zit hier nu op de elfde verdieping in de top, van het gebouw, maar is uw positie binnen het college ook zo hoog? De portefeuille Milieu is normaal gesproken de minst begeerde portefeuille. Begint u onderaan?

Eerlijk, ik heb in het college nooit gemerkt dat mijn portefeuille minder serieus wordt genomen. Iedereen praat mee en beslist mee op basis van gelijkwaardigheid. Bovendien ben ik geen wethouder Milieu. Dat begrip vind ik verouderd. Bij goed rentmeesterschap gaat het om een integrale benadering. Het beheer van het milieu is verweven met allerlei andere ontwikkelingen. Wil je daar goed voor zorgen dan moet je die in hun samenhang bekijken. Zelf heb ik dan ook voorgesteld om die naam te veranderen in Duurzaamheid. Dit begrip drukt die samenhang veel beter uit.

Die samenhang zit ook in nu gescheiden terreinen mobiliteit en ruimtelijke ordening. En zou het niet voor de hand liggen om de thema´s energie en duurzaam bouwen bij uw portefeuille onder te brengen. Als een wethouder wat wil bereiken dan moet deze toch over zulke zaken echt wat te vertellen hebben?

Binnen het college zijn we nog aan het bekijken hoe de verschillende taken verdeeld zullen worden. In ieder geval valt alles rond energiebesparing en duurzame energie nu onder mijn portefeuille. Op een interne conferentie zullen we duurzaamheid speciaal aandacht geven, want al het beleid moet natuurlijk aan op zijn duurzaamheid getoetst worden. Vanuit een coordinatiefunctie rond duurzaamheid kan ik zorgen dat beleidsterreinen die niet direct onder mijn verantwoordelijkheid vallen langs een duurzame meetlat worden gelegd. Vervolgens kunnen binnen het college met elkaar afspraken worden gemaakt over concrete resultaten op duurzaamheid. We zijn op dit moment onze aandacht veel meer op gebieden aan het richten waardoor per gebied een meer samenhangend beleid ontwikkeld kan worden. We zitten nu in een overgangsperiode, maar in 2004 is dit beleid volledig doorgevoerd. Dan zal ook het thema duurzaamheid per gebied beter met anders beleidsterreinen verweven kunnen worden. Dit biedt veel meer kansen. Bovendien heb ik ook de nieuwe gebieden in mijn portefeuille. Op het gebied van duurzaamheid kunnen daar ook veel zaken op de rails gezet worden zoals het duurzaam invullen van de ruimtelijke omgeving bijvoorbeeld door te zorgen voor goede voorzieningen in de buurt. Aandacht ook voor de sociale structuur zodat bewoners zich bij hun fysieke omgeving betrokken kunnen voelen.

Maar daar heb je toch een fors eigen budget voor nodig? Is dat er ook bijgeleverd?

Ook over dat budget moeten we ook nog afspraken met elkaar maken. Maar er zijn bijvoorbeeld allang afspraken over de aantallen en kwaliteit van de woningen in de nieuwe uitbreidingswijken. En we zullen wat duurzaamheid betreft inzetten op een zo hoog mogelijk voorzieningenniveau ter plekke.

Nu we het over duurzaamheid en bouwen hebben, het slopen van een jong en goed gebouw als de Zwarte Madonna en de ministeries en daarvoor nieuwe gebouwen terugzetten is toch niet echt duurzaam te noemen?

Wij moeten wat dit betreft niet aan symboolpolitiek doen. De nieuwe plannen voor het Wijnhavenkwartier zijn goed verdedigbaar. Het gebied heeft een kwaliteitsimpuls nodig. Het kan op enkele punten wel beter. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid gaat het bijvoorbeeld om het nu kunnen toevoegen van nieuwe functies. Daar moet dan natuurlijk wel vraag naar zijn. En de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken zijn verouderd en bepaald geen fraaie gebouwen.

Iets anders. Nu Den Haag Zuidwest volledig op de schop genomen wordt, is daar wel genoeg aandacht voor duurzaamheid en bijvoorbeeld aaneengesloten groen? Zou het groen niet veel gevarieerder moeten zijn dan nu het geval is?

De herstructurering van de na-oorlogese wijken bieden veel kansen om daar vanaf het begin duurzame maatregelen in te verweven. Die kansen moeten we ook benutten. Dat geldt zeker voor Den Haag Zuid-West. Ook daar gaan we bijvoorbeeld inzetten op het behoud van een hoog voorzieningenniveau. Ik ben een voorstander van dat er voldoende groen blijft in Zuid West en dat zit ook in de plannen. Een grotere variatie is heel belangrijk. Met het nieuwe waterplan wordt groen ook gecombineerd met water wat al veel meer variatie zal geven.

Wat gaat de gemeente, nu een energieneutrale stad tot speerpunt van het beleid is gekozen, doen aan bijvoorbeeld het stimuleren van de opwekking van duurzame energie?

Wij gaan bekijken welke lokaties op Haags grondgebied geschikt zijn voor de produktie van duurzame energie zoals de mogelijke plaatsing van windturbines. Op dit moment zijn we wat betreft zonne-energie in samenwerking met de stichting OM Den Haag bezig met het project Zonnekwadrant. Daarbij willen we zoveel mogelijk zonnestroom realiseren op kantoorgebouwen in het gebied van het Centraal Station en het stadhuis. Een ander initiatief is het onderzoeken van de mogelijke plaatsing van windmolens op het stadhuis zelf en de Haagse Hogeschool.

Hoe zit het eigenlijk met uw eigen duurzaamheid. Laat u bijvoorbeeld op de korte afstanden de auto regelmatig staan? En zou het bestuur dit laatste ook niet naar de Haagse bevolking uit moeten dragen.

Respect voor het leven is ons al als kind bijgebracht met name door mijn vader. Wij hebben de aarde in bruikleen, niet in ons bezit. En we hebben de verantwoordelijkheid deze voor toekomst ook weer goed achter te laten. Wij waren dan ook zuinig met van alles en met eten werd bijvoorbeeld zeer zorgvuldig omgegaan. Ik bezit een tien jaar oude auto die ik inderdaad regelmatig laat staan, Ik maak regelmatig gebruik van de fiets en het openbaar vervoer. Morgen bijvoorbeeld ga ik op bezoek bij Frysia waar lijn 17 een uitstekende verbinding mee heeft. Dan laat ik de dienstauto staan en neem ik de tram. Dezelfde tram neem ik vervolgens naar mijn volgende afspraak. Ja, ik ben van mening dat het goed is als het gemeentebestuur duurzaamheid uitdraagt naar haar inwoners en dat geldt ook voor het zuinig gebruik van de auto.

Tenslotte, hoe bevalt het nieuwe dualisme in de verhouding tussen gemeenteraad en het college.

Het is natuurlijk goed te beseffen dat er gescheiden verantwoordelijkheden zijn en daar ook naar te handelen. Ik word nog wel eens bij de fractie van het CDA uitgenodigd, maar ik ben niet meer bij het overleg binnen de fractie betrokken. Dat is soms wel jammer want het uitwisselen van argumenten en ervaringen kan standpunten wel dichter bij elkaar brengen. We moeten uitkijken dat de afstand met de gemeenteraad niet te groot wordt. Dat gevaar zie ik wel.

Frans van der Steen

meer artikelen over algemeen milieubeleid


Een beetje Autovrije dag

De auto is in en het milieu is uit, zo lijkt het wel. In dat klimaat speelt zich in dit jaar in Nederland de Europese Autovrije dag af. Er zijn nog genoeg gemeenten die enthousiast meedoen, zoals Leeuwarden, Amsterdam en Goes, maar bij veel gemeenten staat milieu momenteel niet hoog op de agenda. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de grote veranderingen in de gemeentepolitiek en de koerswijziging in de landelijke politiek. De gemeente Den Haag doet wel mee, maar heeft er voor gekozen om op een andere manier invulling te geven aan de dag. De Autovrije dag op 22 september wordt niet aangegrepen om de gevolgen van de automobiliteit voor milieu en leefbaarheid voor het voetlicht te brengen.

Onder de noemer 'Binnenstad Buitengewoon Bereikbaar' wordt op 22 september een feestje gebouwd in de Haagse binnenstad. Vier extra straten worden voor autoverkeer afgesloten en er staan diverse evenementen op het programma die alternatieve vormen van vervoer promoten. De parkeergarages blijven gewoon bereikbaar. Mensen kunnen dus met de auto naar het aangekondigde feestje in de binnenstad komen omdat deze die dag zo buitengewoon bereikbaar is. Voor deze invulling is gekozen omdat dat de binnenstad op dit moment lastig bereikbaar is in verband met een groot aantal infrastructurele werken in de binnenstad.

Geen Autovrije dag
Het mag beslist geen Autovrije dag heten. Wethouder voor Verkeer, de heer B. Bruins is daar heel stellig in: "We willen de mensen enthousiasmeren om op een andere manier naar de binnenstad te gaan. Dat betekent dus niet dat we mensen gaan verbieden om met de auto naar de parkeergarages aan de rand van het centrum te gaan, maar dat we het voor die groep aantrekkelijk maken om een keer met het openbaar vervoer of op de fiets naar de binnenstad te komen. Het moet gezellig, aantrekkelijk en vrolijk worden. Het gaat niet om het afsluiten van straten voor autoverkeer, maar om het centraal stellen van andere vervoermiddelen. En als dat mensen aan het denken zet, is dat meegenomen. We organiseren dit evenement overigens in het kader van de 'Groene Week van de Europese commissie'. Op 22 september staat in die week 'binnenstedelijke bereikbaarheid' in de schijnwerpers."

Dit is het compromis dat wethouder Bruins met de ondernemers van de Haagse binnenstad en de gemeenteraad heeft gesloten. De gemeenteraad diende in juni een motie in om aan de Autovrije dag mee te doen. De ondernemers waren echter fel gekant tegen het afsluiten van de binnenstad voor autoverkeer uit vrees voor omzetverlies. "Het leuke is dat dit programma breed gedragen wordt: door de winkeliersvereniging, de vervoersbedrijven, de stichting Binnenstad en de Fietsersbond; iedereen is er enthousiast over," aldus de wethouder.

Ludieke vervoermiddelen
Het doel van de dag is het publiek te laten zien dat je op allerlei manieren de Haagse binnenstad uitstekend kunt bereiken, zoals met de tram of bus of op de fiets. Er zullen ludieke vervoermiddelen rondrijden zoals de fietsriksja en de paardentram en de binnenstadbezoeker wordt vermaakt met onder meer straattheater en een fietsbehendigheidsparcours. Daarnaast is er informatie beschikbaar over het openbaar vervoer en de plannen van de gemeente op vervoersgebied. Het publiek wordt gestimuleerd om per openbaar vervoer of op de fiets te komen. Met Connexxion en HTM is overleg over speciale kortingen die dag. Een discussie op gang brengen over automobiliteit is niet aan de orde. Bruins: "We willen er een feestelijke dag van maken en alternatief vervoer op een leuke manier onder de aandacht brengen. We gaan overigens evalueren of het programma aanslaat bij het publiek."

Het is echter de vraag of deze gang van zaken overeenkomt met de bedoeling van de motie die de gemeenteraad indiende. De meerderheid van gemeenteraadsleden die de motie steunden, wilde dat de gemeente zelf initiatieven zou nemen om de Autovrije dag onder de aandacht van de Hagenaars te brengen. Dat heeft zeker een feestelijke kant waarbij het publiek ook kan genieten van de rust die de afwezigheid van de auto met zich meebrengt. Maar daarnaast een meer serieuze kant met aandacht voor de niet geringe gevolgen van de alsmaar toenemende automobiliteit.

Samenwerking
De organisatie van de dag is in handen van Bureau Binnenstad. Bureau Binnenstad is een samenwerkingsverband tussen de gemeente, de binnenstadondernemers en de Kamer van Koophandel. Voor het theaterprogramma is een extern evenementenbureau ingeschakeld. Het geheel kost 92.000 Euro. De Haagse Fietsersbond doet ook mee. Deze organisatie heeft zich later op eigen initiatief gemeld bij de gemeente. Verder heeft de gemeente de vervoersbedrijven benaderd. Het Haags Milieucentrum dat de afgelopen jaren de trekkersrol had rond de Autovrije dag en particuliere organisaties die actief zijn op het gebied van natuur, milieu en bereikbaarheid zijn niet benaderd door de gemeente. "Natuurlijk zijn ze welkom om mee te denken", zegt wethouder Bruins, "maar we hebben daar niet in de eerste plaats aan gedacht. Als jullie nog leuke ideeën hebben, breng ze gerust nog in. Wij zijn aan de slag gegaan met degenen die zich aangemeld hebben."

Particulier initiatief
Een feestelijke dag in de Haagse binnenstad waarop alternatieve vervoermiddelen centraal staan is mooi. Het past in deze tijd. Wat ook in de huidige tijdgeest past, is eigen verantwoordelijkheid en particulier initiatief. Om dat te stimuleren zou de gemeente Den Haag nog meer kunnen doen. Want de huidige invulling van de Autovrije dag biedt daarvoor weinig mogelijkheden. Door actief een beroep te doen op burgers en particuliere organisaties en ze faciliteiten te bieden, kan de gemeente veel meer met de Autovrije dag bereiken. Met hetzelfde budget. En een echte discussie over de gevolgen van de automobiliteit op gang brengen. Of is dat uit?

Lieneke Venhuis

meer artikelen over mobiliteit

 

Haags Horecavignet voor het laatst uitgereikt

Anderhalf jaar geleden heeft café-restaurant Rootz aan de Grote Marktstraat een nieuwe keuken laten plaatsen met onder andere milieubewuste HR-apparatuur en verwarming op gas in plaats van elektra. Energiezuinig, aldus restauranteigenaar Roland Meerloo. 'Want de energiekosten van tegenwoordig zijn niet misselijk.' De aanpassingen van toen leveren Rootz het Haags Horecavignet 2002 op. Met maar liefst een gedeelde tweede plaats in de rangorde van restaurants met de meest duurzame bedrijfsvoering. Dit in de categorie van de restaurants die voor het eerst meedoen. Tot verbazing van Meerloo.

Het Haags Horecavignet is een initiatief van de gemeente Den Haag. Het is bedoeld om een duurzame bedrijfsvoering in restaurants te stimuleren. Restauranteigenaren die zich aanmelden en voldoen aan de gestelde eisen voor afvalpreventie, afvalscheiding, energie-, water- en grondstoffenbesparing, ontvangen het vignet. Op 5 juni reikte de gemeente het Haags Horecavignet voor de tweede keer uit. In de Commerciële Club werden de deelnemende horecaondernemers onthaald met een hapje, drankje, bandje en een alternatieve kookles. Wethouder Stolte stelde verheugd vast dat het aantal restauranthouders dat een vignet krijgt was verdubbeld naar 46. Ze namen onder luid applaus het vignet, een grote deurmat en ander promotiemateriaal in ontvangst.

Geen terugkoppeling
Den Haag telt als echte restaurantstad honderden restaurants. Hoe kan het dat er maar 46 meedoen aan het horecavignet? Is het gebrek aan tijd of aan interesse voor het milieu, of zien de restauranthouders de voordelen niet? De deelnemers zien het nut er in ieder geval wel van in. Bij Le Bateau in Kijkduin gaat het ze vooral om kwaliteit en positieve publiciteit. Eigenaar De Wildt van La Fourchette aan de Turfmarkt vindt het vignet een goed initiatief om de Haagse horeca op een hoger peil te brengen. 'Je laat zo bij je gasten een goede indruk achter.' Ook Roland Meerloo van Rootz vindt het een goed initiatief. 'Vooral dat je bedrijf door een externe partij wordt doorgelicht. Ik vind het belangrijk dat we milieubewuster werken. Maar ik denk niet dat je met het vignet meer klanten trekt.' Minder enthousiast is Meerloo over de terugkoppeling. 'Die krijg je niet en daarom weet je niet wat je beter of anders kan doen. Ik zou graag meer advies willen.'

Dat advies lijkt er te gaan komen. Het Haags Horecavignet heeft in de huidige vorm zijn langste tijd gehad. Op de vignetuitreiking werd alvast een tipje van de sluier opgelicht. Het Horeca Vignet zal worden opgenomen in Triple S. Triple S (Safety, Security en Sustainability) wordt een nieuwe, brede standaard voor maatschappelijk ondernemen in de Haagse horeca. En wel de totale horeca met 1600 bedrijven van snackbar tot hotel. Koninklijke Horeca Nederland, de gemeente Den Haag, de Kamer van Koophandel en de Ontwikkelingsmaatschappij (OM) Den Haag gaan de nieuwe standaard ontwikkelen. Net als bij het horecavignet gaat het bij Triple S om zaken die de wettelijke eisen overstijgen.

Niet alleen duurzaamheid
Er zijn verschillende redenen om het vignet te vervangen, aldus Jan Kroon van de Kamer van Koophandel. Een eerste is dat Koninklijke Horeca Nederland en de Kamer van Koophandel als belangrijke partijen voor de horeca erbij betrokken willen zijn. 'Want wij hebben de kennis in huis' vult Mariëlle Heimel van Koninklijke Horeca Nederland Den Haag aan. Verder vinden deze organisaties dat het niet alleen om duurzaamheid moet gaan, maar ook om veiligheid en verantwoordelijkheid. 'En uiteindelijk is het doel niet het vignet, maar het proces van bewustwording wat daaraan ten grondslag ligt,' legt Jan Kroon uit. 'Het gaat erom dat deze drie thema's centraal staan in het hele doen en laten van je bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld hoe ga je om met je personeel, hoe is het met je brandveiligheid. Niet wachten op een ramp als in Volendam, maar deze zaken implementeren aan de basis.'
Het vignet is een mooi sluitstuk, maar het gaat in de eerste plaats om voorlichting, informatie en bewustwording. 'Het is niet de bedoeling om meer regeltjes op te leggen,' zegt Mariëlle Heimel. 'Triple S moet het de horecaondernemer gemakkelijker maken en juist voordelen opleveren. In geld of in tijdwinst. Waar mogelijk gaan we ook zakendoen met Eneco en Novem. En horecabedrijven kunnen voor elkaar als voorbeeld dienen.'

Hoe gaan ze ervoor zorgen dat de horecaondernemer met hart en ziel aan de drie thema's van Triple S meewerkt? Triple S moet kant en klare oplossingen bieden. Er moet een onafhankelijke organisatie komen die als kenniscentrum, klankbord en aanspreekpunt fungeert, voorlichting en advies geeft en meehelpt in de uitvoering. Op een gegeven moment kan Triple S ook tot zelfregulering leiden. Zover is het nog niet. De plannen moeten nog bij de branche 'in de week' worden gelegd. De partijen gaan eerst met de horecaondernemers in gesprek om te horen wat zij belangrijk vinden.
In de loop van volgend jaar hopen ze een onafhankelijke organisatie rond te hebben. Vervolgens worden de onderwerpen en prioriteiten vastgesteld. Roland Meerloo en zijn horecacollega's moeten voor advies over de drie 'S-en' nog even geduld hebben.

Lieneke Venhuis

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

Haagse Autovrije Dag
Zondag 22 september van 13.00 tot 17.00 uur, op en rond het Spuiplein

Dit jaar zal de Europese Autovrije Dag op 22 september niet ongemerkt aan de Residentie voorbijgaan. Een belangrijk deel van de binnenstad zal autovrij worden gemaakt! Dit is te danken aan een motie gesteund door alle politieke partijen in de Haagse gemeenteraad, behalve het CDA (met de wethouder Milieu) en de VVD (met de wethouder Verkeer). Op verzoek van de winkeliers zal de Binnenstad vooral per Openbaar Vervoer op Buitengewone wijze Bereikbaar worden gemaakt. De HTM en Connexxion komen goed in beeld: het Bureau Binnenstad is al vanaf 16 mei met het bedenken van allerlei attractieve activiteiten bezig. Pas in een laat stadium werd ook aan het organiseren van activiteiten ter promotie van het fietsgebruik gedacht. Op verzoek van de gemeente Den Haag heeft de Fietsersbond de volgende activiteiten bedacht:

Workshop Ligfietsen
Op het Spuiplein staan diverse soorten ligfietsen van de Haagse ligfietsenspecialist uit de Piet Heinstraat klaar voor een gratis proefrit. Ervaren leden van de Fietsersbond geven ligfietsinstructie. Na afloop ontvangt u namens de gemeente Den Haag een informatief boekje met tips en aanwijzingen voor een veilig gebruik van de ligfiets.

Workshop Fietsendiefstal
Ooit de behoefte gehad om ook eens een fiets te gaan stelen? Leer dit nu snel en vakkundig zelf te doen tijdens de workshop van de Fietsersbond op het Spuiplein: waar moet u vooral op letten wanneer u het stelen van een fiets gemakkelijk wilt maken en hoe wordt u meester in het behendig open krijgen van diverse soorten sloten. Het volgen van deze geheel gratis workshop is trouwens ook aan te raden wanneer u juist wilt voorkomen dat uw fiets weer eens gestolen wordt! Na afloop ontvangt u namens de gemeente Den Haag (Fiets Voorop!) en Biesieklette een informatief boekje met tips en aanwijzingen voor het veilig stallen van uw fiets.

Fiets-Wijzer
Vanuit een speciaal gebouwde promotiefietskar van de Fietsersbond wordt de Fiets-Wijzer van de provincie Zuid-Holland (Fietsplan 2001) uitgedeeld: een handzaam boekje met praktische kaarten dat vooral in de behoefte aan informatie van de beginnende woon-werkverkeer fietser of de hier onbekende recreatieve fietser voorziet.

Betjaks
De geoefende fietskoeriers van de Versnelling en de getrainde leden van de Residentie Triatlonclub rijden de gehele dag de bezoekers aan de binnenstad gratis naar hun bestemming in een betjak: een Indonesische fietstaxi.

Prijsuitreiking
Bij de promotiestand van de Fietserbond op het Spuiplein worden om 16.00 uur de winnaars bekend gemaakt van de Haags Milieucentrum prijsvraag Andâhs jatte ze me fiets!! De winnaars hebben de meest ludieke en tevens praktische wijze bedacht om een fiets in Den Haag te behoeden voor fietsendiefstal.

Marc Beek, Voorzitter Fietsersbond afdeling Den Haag

Prijsvraag: Andâhs jatte ze me fiets!!
Win één van de vijf onkraakbare fietssloten ter waarde van 25 euro

Geef met niet meer dan honderd woorden en/of een tekening op maximaal een A4-tje aan hoe in Den Haag op ludieke en tevens praktische wijze een fiets door de wettige eigenaar kan worden behoed voor fietsendiefstal.

Vermeld bij uw ludieke en tevens praktische idee uw naam, adres en woonplaats. Zend uw idee met uw persoonsgegevens uiterlijk op dinsdag 17 september per post of per e-mail naar het Haags Milieucentrum, Paviljoensgracht 1, 2512 BL Den Haag, info@haagsmilieucentrum.nl of lever deze in op 22 september tot 15.00 uur bij de promotiestand van de Fietsersbond op het Spuiplein.

Het dagelijks bestuur van de Fietsersbond afdeling Den Haag e.o. zal voor 17 september op zorgvuldige wijze een driehoofdige jury samenstellen bestaande uit diverse, om begrijpelijke redenen deels anoniem blijvende, deskundigen op het gebied van de fietsendiefstal in Den Haag. Inzendingen worden eigendom van het Haags Milieucentrum. Over inzending en uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Winnaars worden op 22 september om 16.00 uur bekend gemaakt bij de promotiestand van de Fietsersbond. Winnaars krijgen uiterlijk 1 oktober schriftelijk bericht op het op de inzending vermelde adres. Prijzen zijn tot 1 november op vertoning van een geldig legitimatiebewijs op te halen bij het Haags Milieucentrum, Paviljoensgracht 1, Den Haag. Nadien niet opgehaalde prijzen vervallen aan de Fietsersbond afdeling Den Haag e.o.

meer artikelen over mobiliteit



Leven op begraafplaats Oud Eik en Duinen

Dit is het eerste artikel van een serie over natuur op begraafplaatsen. Er heerst vaak een uniek leefklimaat op begraafplaatsen, omdat ze meestal honderden jaren met rust zijn gelaten. Een begraafplaats is immers heilig. Daardoor zijn het oases van rust en groene weelde geworden, midden in de drukte van onze grote stad.

Oud Eik en Duinen is daar geen uitzondering op. Het ligt ingesloten tussen de Oude Haagweg, Laan van Eik en Duinen en de Mient. Deze begraafplaats kent een rijke historie en een rijke natuur. Er liggen ook heel wat rijke geesten onder de groene zoden, waaronder Louis Couperus, Mesdag, Willem Drees, Ferdinant Bordewijk en Wagenaar. Maar laten we beginnen met een stukje over dat rijke verleden.

Eik en Duinen, ooit een gehucht halverwege Den Haag en Loosduinen. Hier liet Graaf Willem II van Holland tussen 1234 en 1256 een aan Maria gewijde kapel bouwen, ter nagedachtenis aan zijn vader. Deze kapel werd in 1331 een parochiekerk met begraafplaats. Eeuwenlang kwamen pelgrims naar dit drukbezochte bedevaartsoord, maar in de 16e eeuw kwam de klad daarin.

In 1581 werd - na de protestantse reformatie - de kapel afgebroken, alleen de toren lieten ze staan. Het kerkhof werd niet meer gebruikt. Pas in 1654, tijdens de pestepidemie, werd het kerkhof weer gebruikt, omdat er in de stad geen ruimte meer was. In 1891 werd Nieuw Eykenduynen ernaast aangelegd en zes jaar later werd Eik en Duinen omgedoopt in 'Oud Eik en Duinen'.
Toen in 1978 de begraafplaats werd gekocht door uitvaartonderneming 't Statenhuys werd er een nieuwe weg ingeslagen; de begraafplaats werd aangeprezen als wandelpark en kreeg ook een recreatieve functie. Schaalvergroting en het internationaal denken in het uitvaartwezen zorgden ervoor dat Oud Eik en Duinen in 1998 werd opgekocht door een Amerikaanse multinational, en werd vervolgens in augustus 2001 opgekocht door de Monuta-organisatie. Inmiddels is het een begraafplaats van deze tijd met allerlei soorten grafmonumenten, een gedeelte met kindergraven, een Islamitisch gedeelte, een verstrooiterrein en een gedenktuin.

De ruïne van de kapeltoren is altijd blijven staan en werd vanaf eind jaren '80 van de vorige eeuw weer af en toe gebruikt als bedevaartsplek. Nu nog komen er ieder jaar met Hemelvaart zo'n 80 mensen op bedevaart. Vandaar dat er nog steeds relikwieën in de holtes van de muur te vinden zijn. De begraafplaats blijft bij vele Hagenaars in trek, vanwege de rust en het romantische karakter met het vele groen. Bijzonder groen, dat een sfeer van vervlogen tijden ademt.

Oud Eik en Duinen wordt overheerst door een prachtige verscheidenheid aan boomsoorten. Vele bomen hebben hier een monumentale status bereikt. Dat komt doordat de leefomstandigheden voor bomen hier beter zijn dan in de stad. Zo is er hier geen verkeer met giftige uitlaatgassen, er is geen asfalt, waardoor de wortels lucht krijgen en er zijn geen bewoners die klagen dat de bomen teveel licht wegnemen en eisen dat ze danwel gekapt of drastisch gesnoeid worden. Zelfs de lichamen in de grond (en waarschijnlijk ook het graven in de grond) schijnen een positieve invloed te hebben op de bomen. Ondanks de droge (voormalige) duingrond is er genoeg voeding; de bomen herstellen hier beter, zelfs na een drastische wortelkap. Bij de dood begint nieuw leven, heel symbolisch allemaal.

Al bij binnenkomst word je geconfronteerd met de monumentale rij 60-jarige vleugelnoten met hun diepgekerfde stampatroon. Enorme rode beuken spreken geschiedenis en zorgen voor een vreemde, vrij duistere lichtinval. Eén van deze monumenten overgroeit met zijn wortelgestel een pad, van zerk tot zerk.
Ook de mooie oude kastanjelanen hebben een monumentale status. De platanenlaan is een jaar of vier terug volledig gekort, omdat er erg veel dood hout in zat. Nu hebben ze zich weer goed hersteld en krijgen hun oude glorie terug. Goed is te zien dat het dit jaar (in heel Nederland trouwens) een slecht platanenjaar is. Ze staan slecht in het blad, waarschijnlijk veroorzaakt door flinke nachtvorst vlak na het uitlopen en storm. Gelukkig is dat nu al aan het bijtrekken, er komt weer meer nieuw blad.
Voor vogels zijn de rust en al die oude bomen ideaal. In de holtes van de stammen broeden kauwen en spreeuwen. Je ziet hier veel Vlaamse gaaien, die de grafmonumenten gebruiken als hamerplaats voor het openen van eikels en dergelijke. Roodborstjes vechten om het mooiste stukje territorium. Kraaien verhogen de sfeer die bij een begraafplaats hoort…
De vossen houden hier de duivenpopulatie in toom, wel moet er regelmatig gecheckt worden of ze geen al te diepe gaten graven, met alle gevolgen van dien.
De treuriepen zijn bijzonder en staan zeer vol in blad. De monumentale hemelboom in het gedeelte achter de Aulalaan rechts, is een zeldzaamheid. In dit gedeelte staat ook een flinke groep jeneverbessen, In heel Nederland zijn er nog maar weinig plaatsen waar deze struik goed gedijt. Hier groeit hij in zijn volle glorie.

Toch leveren bomen op een begraafplaats ook wat kleine problemen op.
De rode besjes van de taxus zijn zeer in trek bij vogels en in de uitgepoepte vorm zijn ze schadelijk voor het marmer.
De kastanjes van de paardekastanje geven een flink schrikeffect als ze bijvoorbeeld op de volgauto's terechtkomen. Dat wordt meestal niet erg op prijs gesteld.
Lindes en esdoorns worden bewust niet meer te dicht op de graven geplant, omdat de kleverige afscheiding wel erg veel schrobwerk oplevert.
Soms leveren boomwortels een probleem op, vooral de beuken zijn hier goed in. Een graf kan echt verdrongen worden door de wortels. Soms kan een al lang geleden besteld graf daardoor niet meer gebruikt worden en om te voorkomen dat de boom zou moeten wijken, wordt dan met de familie een alternatief gezocht; eventueel wordt dan een beter graf aangeboden. Alles om het aanzien van de begraafplaats te behouden en de kapvergunningprocedure te voorkomen. Nu wordt er preventief gewerkt, staat er een boom, dan wordt er daar geen grafplaats gereserveerd. Prioriteit is groen.
Mensen worden wel gewaarschuwd: een graf onder een boom is mooi, maar je moet je wel bedenken dat in de herfst de bladeren op het graf vallen en dat de vele vogels in de bomen de boel flink kunnen bevuilen.

De beheerder van de begraafplaats, dhr. Hollestelle, spreekt met liefde over de bomen. Hij kent ze allemaal en houdt ze goed in de gaten. Er staan hier dan ook bijna 100 bomen met een monumentale status. Dat betekent wel dat de gemeente bepaalt wat er aan onderhoud moet worden gedaan. Bij monumentale panden bestaan er subsidies, maar het onderhoud van een monumentale boom moet geheel uit eigen zak worden betaald. Bij een boomchirurgische ingreep lopen de kosten al snel flink uit de klauwen. Dit is nog steeds een discussiepunt met de gemeente.
De achterstand in het bomenonderhoud is inmiddels bijgewerkt. Takken die bij storm dreigen af te breken zijn gesnoeid, zieke bomen zijn gekapt.
Ook hier heeft de iepziekte veel slachtoffers gemaakt; bijna alle iepen zijn hierdoor gesneuveld. Gelukkig zijn de bijzondere en monumentale treuriepen veel minder bevattelijk voor de gevreesde iepziekte, dat komt waarschijnlijk doordat het hier om geënte soorten gaat; die zijn sterker. De enorme monumentale iep in de buurt van de kruising Bronovolaan-Berkenlaan staat er in volle glorie en is gelukkig niet aangetast. Wel moet deze binnenkort behandeld worden aan zijn stam, er groeien (waarschijnlijk tonder-) zwammen op, als die gevaarlijk blijken, dan worden ze met omliggend hout verwijderd en wordt het gat gevuld.
Een heel oude monumentale rode beuk wordt gekoesterd; ieder gaatje en iedere barst wordt meteen grondig geïnspecteerd. Een landschapsarchitect adviseerde de beuken rond de ruïne te kappen, zodat de ruïne weer beter zichtbaar is. De beheerder heeft dit advies maar in de wind geslagen. De winter is de beste tijd om de ruïne op de foto te krijgen.
Alleen de onderbegroeiing moet nog in evenwicht met de rest worden gebracht. Het is daar nu nog wat karig mee gesteld. Er zijn voornamelijk wat heggetjes, meestal van spirea of taxus. De komende jaren wordt daar iets aan gedaan; er wordt geëxperimenteerd met onderbegroeiing van rododendron, skimmia, mahonia en Oostenrijkse den. Dit zal de romantische landschapssfeer nog meer benadrukken.

Dan hebben we het nog niet eens gehad over de vele esdoornsoorten, cedersoorten, tulpenbomen, treurberken, levensboom en kersenbomen. Het is dus zeer zeker de moeite waard om deze bomenverzameling eens te gaan bekijken. Er worden jaarlijks diverse rondleidingen georganiseerd, binnenkort met de landelijke Monumentendag op 14 september om 14.00 uur. Verder zijn er rondleidingen op aanvraag, hiervoor belt u mevrouw Langehenkel, telefoon: 4470000. Maar u kunt natuurlijk ook op eigen gelegenheid een wandeling maken door dit sfeervolle bomenparadijs.

En tijdens een wandeling hier kom je altijd een hoop bekenden tegen. Vooral die van de straatnamen.

Sandra Kamphuis

meer artikelen over natuur algemeen

 

GROEN forum

Glastuinbouw is keihard economisch gegeven

In de vorige editie van Branding toont Frans van der Steen zich, gezien zijn stevige uithaal naar de glastuinbouw, bepaald geen supporter van de sector. Zijn goed recht uiteraard
Maar het gaat mij te ver dat Van der Steen in het artikel dat gaat over het Convenant Westlandse Zoom onomwonden vaststelt dat de Provincie Zuid-Holland zich heeft "vastgeklonken aan de glasbelangen". Dat "de Provincie een uitgesproken tegenstander (is) van een echte sanering van de sector en zich heeft ingegraven op het standpunt dat de glastuinbouw alleen toekomst heeft als er niet op het bestaande areaal binnen de provinciegrenzen beknibbeld wordt". Hoezo?

Het convenant over de Westlandse Zoom is wat mij betreft een succes ondanks de bezwaren en bedenkingen van Van der Steen tegen de glastuinbouw. Niet alleen als resultaat van ingewikkelde bestuurlijke onderhandelingen, maar ook omdat alle betrokken partijen profiteren. Er is een balans is gevonden tussen groen, recreatie en woningen, en ook met de belangen van de glastuinbouw rekening is gehouden. Dat is iets anders dan dat de glastuinbouwbelangen doorslaggevend zijn geweest, zoals Van der Steen op veel plaatsen in zijn artikel suggereert. Een convenant met meerdere partijen sluiten kan alleen in een onderhandelingsproces waarin ieders belang zo goed mogelijk wordt geoptimaliseerd. Doe je dat niet dan krijg je niks voor elkaar.

Er komen in de Westlandse Zoom groene recreatiemogelijkheden en 4000 luxe woningen, waar nu nog glas staat. Dat glas is een keihard economisch gegeven, of Van der Steen dat nou leuk vindt of niet. De zogeheten glas-as van Zuid-Holland heeft met de kassen én de bedrijvigheid in de keten een omvang die de naam Greenport rechtvaardigt. Waar meer dan 11.000 mensen hun brood verdienen waar iedere arbeidsplaats goed is voor ongeveer twee arbeidsplaatsen in de aan de glastuinbouw gebonden bedrijven.
Ik vind het aspect van werkgelegenheid dan ook te belangrijk om al te gemakkelijk over heen te stappen. Het is voor Gedeputeerde Staten de reden om behoedzaam met het glas over de kaart te schuiven in plaats van een cold turkey sanering waar Van der Steen kennelijk voorstander van is.

Ik ben blij met de steun van de regionale natuur- en milieuorganisaties aan de beoogde economische ontwikkeling van Den Haag en daarmee van de hele regio.
Den Haag is de juridische hoofdstad van de wereld en is terecht trots op dat imago. De druk op de Haagse woningmarkt in de dure sector is enorm, dat is precies het soort woningen waar bij de internationale instellingen grote behoefte aan is. In die behoefte wordt met het convenant Westlandse Zoom voorzien. Dat is winst voor Den Haag.
De winst voor het algemeen belang is echter nog groter. De woningen dragen ook de kosten van de landschappelijke transformatie in de Westlandse Zoom. Sloop van de kassen, eventuele sanering van grond, herinrichting van het gebied, het vergraven van water, aanleg van recreatieve paden en de aanplant van bomen worden bekostigd uit de opbrengst van de woningen. In de onderhandelingen zijn we bij het convenant tot het uiterste gegaan.

De redenering dat er veel meer glastuinbouw had moeten verdwijnen is een andere discussie. Een discussie die ik overigens best wil voeren.
Binnen het kader van het convenant Westlandse Zoom was nog meer sanering van glas volstrekt uitgesloten. Dan zou er geen convenant zijn gekomen. Ik verzet mij dan ook tegen de suggestie dat iedereen, de provincie Zuid-Holland voorop, aan de leiband van de glastuinbouw loopt.

Terecht schrijft Van der Steen dat de waterberging in het convenant ontbreekt. Dit klopt, omdat voor het gebied zelf voldoende waterberging aanwezig is. De waterberging voor het hele Westland is een investering die verder reikt dan de Zoom zelf. Deze berging wordt daarom in het Regionaal Structuurplan van het stadsgewest Haaglanden en in het nieuwe streekplan Zuid-Holland-West gerealiseerd. En last but not least: het Hoogheemraadschap Delfland heeft alle middelen in handen om het initiatief te nemen dat leidt tot een oplossing voor specifiek deze waterberging. Dat is tenslotte de verantwoordelijkheid van de functionele (water-) overheid.

Inderdaad kun je je afvragen of het groen niet een onsje meer kan. Redenerend vanuit de gewenste ruimtelijke kwaliteit en vanuit de recreatiebehoefte van de omringende woongebieden is daar best iets voor te zeggen. Maar wat voor het glas geldt gaat ook op voor het groen. In het convenant zijn alleen zaken opgenomen die ook realiseerbaar zijn binnen de huidige bouwplannen. Als we het aantal woningen nog meer afgeroomd hadden voor meer groen, dan was het plan gesneuveld en dan hadden we in het geheel geen groene verbinding tussen de kust en Midden Delfland gehad.
Als we nu toch meer groen willen, dan hoort daar ook een idee bij over de manier waarop je dat wilt betalen. Goede ideeën en suggesties zijn altijd welkom.


Marnix Norder
Lid van Gedeputeerde Staten (PvdA)


Naschrift Frans van der Steen

Natuurlijk heeft gedeputeerde Norder gelijk als hij stelt dat het eens worden over een convenant met verschillende gemeenten waarvan de belangen lang niet altijd sporen geen gemakkelijk proces is. Daar dient met alle belangen rekening moet worden gehouden, dus ook met dat van de glastuinbouw. Waar het echter om gaat is dat in dat onderhandelingsproces het economisch belang van deze sector zwaar overtrokken wordt en dat van natuur en milieu te weinig aan bod komt. Bovendien maakt het verdwijnen van glas niet alleen ruimte voor natuur en recreatie, maar ook voor andere minder kwetsbare vormen van bedrijvigheid die de belastingbetaler geld zouden kunnen opleveren in plaats van kosten. Wij zijn voor een gezond milieu en een gezonde economie en die kunnen heel goed samengaan.

En wat betreft het geld. Als de veiligheid rond en in huis en het aantal handen aan het bed in gevaar komen, wordt daar simpelweg meer geld voor "vrijgemaakt". Waarom zou dat voor natuur en milieu anders zijn. Het gaat, met name in de politiek, om keuzes maken. Gedeputeerde Norder heeft een andere gemaakt. Dat is zijn goed recht, maar wij vinden het meer dan jammer dat de belangen van natuur en milieu niet zwaarder hebben gewogen. Waarom? Laten wij ons eens aan een voorspelling wagen. In de geschiedenisboeken van 2052 zal over de glastuinbouw geschreven worden zoals nu over de textielindustrie en de scheepsbouw vijftig jaar geleden. Wel zal in die boekjes een zwaar oordeel geveld worden over hoe onze generatie met haar eigen bestaansgrond is omgesprongen. Dat vraagstuk zal dan nog urgenter zijn dan het nu al is.

meer artikelen over ruimtelijke ordening & duurzaam bouwen


Eneco wil meer samenwerken

Met interesse heb ik kennis genomen van het artikel in "Branding" nr. 5 over de intentieovereenkomst over duurzame energie en energiebesparing van Eneco met de gemeente Den Haag en OM Den Haag. Inderdaad ben ik van mening dat groene energie geen zaak voor "geiten wollen sokken types" is. Deze opmerking is bedoeld om duidelijk te maken dat deze vorm van energievoorziening nu begint te groeien vanuit de pioniersfase.
Deze vorm van energie-opwekking staat echter in de kinderschoenen omdat de omvang van groene energie nog relatief klein is ten opzichte van grijze energie, en in de kinderschoenen, omdat deze vorm van energie-opwekking nog forse steun van de overheid nodig heeft.
De vraag: hoe de gezamenlijke verantwoording van overheid, burgers en bedrijfsleven waar gemaakt kan worden om te komen tot uitbreiding van de nu beperkte hoeveelheid groene duurzaam opgewekte energie, is nu van groot belang.
De reden dat ENECO Energie deelneemt in de Stichting OM tezamen met de gemeente
Den Haag is een onderkenning van het belang dat deze partners achten aan duurzame en groene energie opwekking.

Mogelijk is het nuttig om de activiteiten en de mogelijkheden van deze Stichting te volgen en wie weet kunnen het Haags Milieucentrum, de gemeente Den Haag en ENECO Energie tezamen op deze wijze een kleine bijdrage leveren aan een meer duurzame en groene energie-opwekking.


Met vriendelijke groet,

J.B.M. ten Berge,
Lid raad van bestuur ENECO Energie.

meer artikelen over duurzame energie en energiebesparing


Dualisme of duellisme

Elk voorstel van het college van burgemeester en wethouders kon vroeger steevast rekenen op een goedkeurende meerderheid vanuit de gemeenteraad. Die tijd is nu echt voorbij door de invoering van het dualisme: een actieve collegepartij kan in de raad een geheel eigen koers blijven varen. Sinds de gemeenteraadsverkiezingen zorgt dit dualisme voor meer afstand tussen gemeentelijke bestuurders en hun partijgenoten in de gemeenteraad. De raad heeft hierdoor behalve een serieuze controlerende taak ook meer speelruimte voor het vervullen van een eigen rol gekregen. Niet langer kunnen de losjes gedane verkiezingsbeloftes simpel opzij geschoven worden 'omdat het collegeprogramma vol compromissen dit nu eenmaal van de raadsleden van de collegepartijen verlangt'.

Dualisme kan echter gemakkelijk uitmonden in duelisme. Een voorbeeld hiervan is de discussie in Den Haag over maatregelen die de verkeerssituatie op de Thorbeckelaan voor fietsers veiliger moeten maken. Herkozen wethouder van Verkeer, de heer Bruins (VVD) stelde een plan voor dat vooral de parkeerplekken in de wijk veilig moest stellen. In dit plan was voor fietsers op de drukke verkeersweg slechts ruimte gereserveerd in de marge: op de roodgeverfde fietsstroken. Collegepartner PvdA haalde het plan van de wethouder onderuit door met succes een motie in te dienen. Zo bleef de PvdA van Den Haag trouw aan de eigen tekst in haar gemeentelijke verkiezingsprogramma, waarin een flink hoofdstuk opgenomen is over de verkeersveiligheid voor lopers, gebruikers van openbaar vervoer en fietsers (L.O.F.). De wethouder wordt nu door de raad verplicht om veilige vrijliggende fietspaden aan te leggen. De VVD-fractie reageerde geschokt op deze 'broedermoord' van de collegepartner. Op haar beurt probeert de VVD een voornemen van de PvdA van tafel te vegen om met gemeenschapsgeld het woonhuis van Willem Drees aan te kopen. Wat is begonnen met de aanleg van vrijliggende fietspaden op de laan van de liberaal Thorbecke maakt nu het woonhuis van de socialist Drees tot inzet van een politiek steekspel. Of de vechthouding van de twee coalitiepartners op den duur bestuurlijk productief zal zijn, dat vraag ik me sterk af, maar het levert in ieder geval wekelijks een vermakelijk politiek schouwspel op!

Marc Beek, Fietsersbond Den Haag

meer artikelen over algemeen milieubeleid


Norfolk en het schrikbeeld van Scheveningen als toeristenfabriek

Artikelen als "Norfolkline en het kleinduimpjessyndroom" vertolken helaas doorgaans ongenuanceerde en niet op de werkelijke feiten berustende standpunten. Dit riekt dan al snel naar stemmingmakerij en plaatst bedrijven, in dit geval Norfolkline, ons inziens in een verkeerd daglicht.

Het behoeft geen nader betoog dat ook wij vinden dat ieder ongeval er een te veel is. Echter het is apert onjuist te beweren dat Norfolkline in haar 40-jarig bestaan betrokken zou zijn geweest bij tal van ongelukken en niet zelden met dodelijke afloop. In een enkel geval is dit helaas gebeurd en wij betreuren dit zeer doch was niet het gevolg van roekeloos of te hard rijden.

Wij denderen niet met onze wagens dwars door Den Haag maar wij maken gebruik van aangewezen routes die voor het merendeel niet door woonwijken gaan. Norfolkline is in Scheveningen verantwoordelijk voor een directe en indirecte werkgelegenheid van ca. 500 arbeidsplaatsen en het is nog maar zeer de vraag of Scheveningen en de Scheveningse bevolking uitkijkt naar een toplocatie met dure woningen en nog meer bedrijven gericht op toerisme. Een beeld van Scheveningen als één grote toeristenfabriek zoals we die aan de Spaanse kusten kennen doemt hierbij als een schrikbeeld op.

Norfolkline is voor een relatief klein deel verantwoordelijk voor het totaal aantal vervoers-bewegingen dat zich dagelijks in het Scheveningse havengebied voordoet. Wij zijn dus niet de grootvervuiler van dit gebied of daarbuiten.

Desalniettemin zijn wij ons bewust van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid doch het is onvermijdelijk dat wij als transportonderneming overlast veroorzaken in onze omgeving. Een verantwoordelijkheid die we serieus nemen en waarop we mogen worden aangesproken.

In de afgelopen jaren zijn de contractbesprekingen met de Gemeente Den haag op een zakelijke en respectvolle wijze gevoerd en wij verwachten dat dit ook bij de nieuwe contract-besprekingen in 2007 voor een contract na 2009 het geval zal zijn.

F.P. van Gelderen, directeur Norfolkline

meer artikelen over gezondheid en milieu

 

Wel of geen Groene Stroom

Het kan niemand ontgaan zijn. Op alle belangrijke zenders op de televisie, door de brievenbus, verkopers die je op straat aanklampen, woedt er een miljoenen-verslindende reclamecampagne van alle energieleveranciers. Zij proberen de energieconsument te verleiden over te schakelen op Groene Stroom. Soms zelfs door deze goedkoper aan te bieden dan gewone 'grijze' stroom. Zo biedt Evolta Energie via internet 3500 KWH (waarvan 1750 nacht/weekendstroom) groene stroom uit biomassa aan voor Euro 523,17. Bij Eneco kost dit Euro 568.07, bij Nuon Euro 593.32, bij Essent Euro 576. 66 en bij Remu Euro 630.77. Zo bestaat er een collectief aanbod van groene stroom aan 400.000 leerkrachten van PMA energie. Deze energieleverancier gegarandeert dat groene stroom voor hen 1,5 eurocent per kWh goedkoper is dan grijze stroom wat een jaarlijks voordeel van euro45 tot euro 190 per huishouden oplevert.

Door over te gaan op Groene Stroom zoude particuliere energieconsumenten daarmee de eigen portemonnee, de eigen gemoedsrust en het milieu een geweldige dienst te bewijzen en wel in die volgorde. De gangbare methode is door eenvoudig een antwoordkaartje in te sturen. Voor het luttele bedrag van gemiddeld 70 eurocenten schakelt men over op ecostroom en liefst in een moeite door op een andere energieleverancier. Nu de energiemarkt voor de afname van duurzame energie voor kleinverbruikers vrijgegeven is, worden de honderden miljoenen, die bedoeld zijn om het milieu en de opwekking van duurzame energie te promoten, via deze uiterst kostbare campagne door de energieleveranciers met name gebruikt om zichzelf te promoten. Er is overigens ook niets op tegen om de consument via een lagere prijs mee te laten profiteren van de giga-subsidies.

Dat is allemaal mogelijk door een forse ingreep op die "energiemarkt" door de overheid (minister Jorritsma, VVD). Dit door het gebruik van Groene Stroom vrij te stellen van de REB-belasting. De overheid legt zelf het verschil bij. Deze ingreep blinkt uit door eenvoud, lijkt bijzonder sympathiek en het succes is enorm. De afgelopen maanden stapten een miljoen huishoudens over op groene stroom. Dat is belangrijk, want de opwekking van duurzame energie is namelijk van groot belang voor het milieu, maar er hangt wel een behoorlijk prijskaartje aan. Als je de verdere ontwikkeling van Eko-stroom laat afhangen van de verantwoordelijkheid en dus van de vraag van de individuele consument, dan zal slechts een kleine voorhoede van bewuste consumenten die meerprijs er voor over hebben. Dat schiet niet op, zoals je bijvoorbeeld ziet bij de productie van Eko-voedsel. Je moet, nu deze mogelijkheid geboden wordt, dus wel een bijzonder onverantwoordelijk individu zijn en vaak ook slecht met de eigen portemonnee voorhebben als je niet overschakelt op Groene Stroom.

Nu kan de productie van duurzame energie inderdaad wel een flinke steun in de rug gebruiken. Zoals lezers van Branding weten, werd eind 2000 slechts 1,4% van alle in Nederland geproduceerde energie duurzaam opgewekt. En zelfs in dit kleine percentage wordt bijvoorbeeld het benutten van verbranden van afval en biomassa tot duurzame energie gerekend. Als de vraag binnen korte tijd enorm stijgt, zoals nu, betekent het ook dat met de productie in eigen land bij lange na niet aan die vraag kan worden voldaan. Op dit moment komt duurzame energie dan ook massaal uit het buitenland, met name Scandinavië en Duitsland, waar de opwekking financieel wordt ondersteund. Doordat het daar wordt ingekocht verdwijnen de honderden miljoenen voornamelijk naar het buitenland. De Groene Stroom die daar nu door Nederland wordt weggetrokken zou anders in eigen land gebruikt worden Deze gang van zaken levert het milieu dus niets op en kost handenvol met geld. Bovendien lekt een deel van de miljoenen weg doordat reeds bestaande productie van duurzame energie ermee gefinancierd wordt.

Natuurlijk gaat van deze maatregel ook een flinke stimulans uit naar projecten om in ons eigen land te starten met opwekken van meer duurzame energie. Dit gaat echter wel ten koste van heel veel geld. Misschien nog belangrijker is, dat de maatregel gepaard gaat met veel onzekerheid. Om in duurzame energie te investeren moet je zeker zijn van de afname daarvan. Het is heel goed mogelijk dat bijvoorbeeld de nieuwe regering de subsidieregeling weer afschaft. En het is onwaarschijnlijk dat daarvoor een andere, beter werkende stimuleringsregeling voor in de plaats komt. In dit voortdurend onzekere klimaat zullen energiebedrijven juist huiverig zijn om in opwekking te investeren. De uiterst lucratieve handel in duurzame energie wordt er echter juist door gestimuleerd. Zo worden energiebedrijven van broodnodige verantwoordelijke ecostroomproducenten die risico durven nemen, gevormd tot luie ecostroomhandelaren. Men laat het initiatief voor risicovolle investeringen in groene stroom in Nederland graag aan anderen over, zoals aan Energy-Connection die denkt zonder subsidie een windmolenpark in zee te kunnen exploiteren, waarvan de stroom de concurrentie met conventionele stroom aankan. Als we daarbij optellen dat groene stroom gekocht wordt, die anders elders binnenslands gebruikt zou worden is er geen andere conclusie mogelijk dan dat de maatregel wel eens contraproductief zou kunnen werken. Dat we per saldo dus, ondanks de miljardeninvesteringen, slecht af zijn. Bovendien, en dit is echt een schandaal, krijgt de groene energieconsument wel atoomstroom in zijn apparaten.

Dat doet de vraag reizen of het niet mogelijk is om op een andere, veel minder kostbare manier veel meer te bereiken dan via vrijstelling van die REB-belasting. Het antwoord is dat dit heel goed mogelijk is. Wat daarvoor nodig is, is laten van wat ideologische veren wat betreft het stellen van een al te groot vertrouwen in de ´vrije´ markt. Dat moet kunnen want met haar forse subsidie-ingreep op de energiemarkt was Jorritsma die ideologie toch al niet zo trouw.

De oplossing om met veel meer zekerheid en veel goedkoper te bewerkstelligen dat de productie van duurzame energie in Nederland fors gaat toenemen, is aan de vergunningverlening aan energieproducenten in Nederland de voorwaarde stellen dat zij elke vier jaar een extra percentage duurzame energie opwekken en afzetten. Bijvoorbeeld in 2006 3% meer, in 2010 weer 3% meer, in 2014 2% enzovoort totdat zeg 80 of zelfs 100% van alle energie in Nederland duurzaam wordt opgewekt en in Nederland wordt afgezet . Een nieuw kabinet kan zich zo toch groen profileren, zonder dat het hen veel geld kost. Er worden bijvoorbeeld ook allerlei eisen aan producenten gesteld wat betreft veiligheid zonder dat daar een buidel met geld bij wordt geleverd.

Er speelt nog iets anders. Gemeenten en provincies zijn via het klimaatconvenant de verplichting aangegaan om de CO2-uitstoot te beperken. Dit bewerkstelligen is uiterst lastig. Belangrijk is dan onderlinge samenwerking zodat inhoudelijke kennis, kennis over financieringsmogelijkheden en tijd daarvoor gebundeld en vrijgemaakt kan worden. Maar de beperking van de kosten zou pas echt bewerkstelligd worden als er op producenten een verplichting rust om meer groene capaciteit te realiseren. Het wordt anders wel een erg kostbare zaak voor deze overheden.

Tot slot rest nog de vraag of mensen nu wel of geen groene stroom moeten nemen. Wij zouden zeggen: het maakt niet veel uit. Als u het als consument om het milieu te doen is, dan kunt u beter dit artikel aan premier Balkenende opsturen en hem vragen of hij het advies om de energiebedrijven een kleine verplichting op te leggen niet wil overnemen.

Frans van der Steen

meer artikelen over duurzame energie en energiebesparing

 

Vogelplas Starrevaart en Vlietland, een uniek natuur- en recreatiegebied naast de deur

De vogelplas Starrevaart gelegen in de Leidschendamse Starrevaart/Damhouderpolder tussen de Vliet en Rijksweg A4 is wel een heel aantrekkelijk natuurgebied in onze regio. Door de ontzanding van de Meeslouwerpolder is een rijk en uniek vogelgebied ontstaan in het drukke westen van ons land. Door de vele vogelsoorten die er sinds 1996 naar toe trekken, voedsel zoeken, broeden en rusten heeft het waterrijke gebied grote internationale betekenis. Steeds meer dagjesmensen maar ook toeristen van elders uit het land brengen er een bezoek. En dat is niet zo verwonderlijk. Rondom de plas zijn diverse vormen van passieve en actieve recreatie mogelijk. Zo is er een prachtige fietsroute, kan men een natuurroute met wetenswaardigheden over vogels volgen, komen ruiters aan hun trekken en kan men eindeloos wandelen, joggen en skeeleren. En voor hen die zich na de eindexamentijd of een week van hard werken willen ontspannen met het hele gezin, zijn er in het even verderop gelegen recreatiegebied Vlietland volop watersportmogelijkheden en is er natuurlijk het gezellige, maar druk bezochte strand.

Natuur is in
Het luisteren naar en bespieden van vogels is voor velen een uit de hand gelopen hobby. Vogelwerkgroepen verrijzen als paddestoelen uit de grond. De Nederlandse omroeporganisaties, maar ook de BBC en de BRT maken jaarlijks meer zendtijd vrij voor documentaires met als onderwerpen natuur, natuurbeheer en natuurbeleving. Veel Nederlanders stemmen iedere zondagochtend af op het immer populaire programma VARA's 'Vroege Vogels' en leveren daar graag hun nachtrust voor in. Het ledenaantal van particuliere groenorganisaties als Natuurmonumenten stijgt gestaag. Er gaat geen weekeinde voorbij of men kan zich aansluiten bij een natuurgids voor een boswandeling, een strandontdektocht of een vogelexcursie. Zo organiseert de Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie (IVN) regelmatig excursies in onze regio. En voor een rondwandeling onder deskundige leiding rondom Vogelplas Starrevaart kan men zich aanmelden bij Groenservice Zuid-Holland, de beherende instantie van het natuurrijke gebied.

Vogelspotters van het eerste uur
De heren M. Souverijn uit Leiden en I. Voogt uit Zoetermeer strijken regelmatig neer bij de hoek van de Kniplaan en het Duinwaterpad. Vanaf dit punt turen zij uren door de meegebrachte telescoop over de plas. Souverijn: "De slikplaat in de verte is dit jaar vroeg drooggevallen. Met een vergroting 40 of 60 maal, kun je de broedende visdiefjes met gemak naar je toe halen. Het zijn echte kolonievogels. En in deze tijd van het jaar zijn er wederom veel lepelaars en kluten te bewonderen." Op de natte plaat scharrelen volwassen vogels en hun jongen een kostje bij elkaar dat bestaat uit insecten, larven en weekdiertjes. Goed is te zien hoe kluten de sterk naar boven gekromde zwarte snavel door het water heen en weer bewegen. Wanneer een koppeltje mantelmeeuwen te dicht nadert klinkt massaal een melodieus 'kluut'-'kluut'-'kluut' Ook een groepje visdiefjes schrikt pardoes op en tracht met de o zo bekende buitelingen de twee indringers te verjagen. En niet zonder succes.
Een onoplettend meerkoetwijfje moet helaas één van haar 4 kuikens afstaan aan een hongerige blauwe reiger. Het hoort er allemaal bij. Normaliter is het waterpeil in de Vogelplas in de nazomer op z'n laagst. Het is nu begin juni en grote delen van de slikplaat liggen droog. Souverijn: "Voor de echte 'vogelaar' is er weer een boeiende tijd aangebroken maar als de temperatuur blijft stijgen tot zomerse waarden neemt de kans op het ontstaan van botulisme wel toe. Dat is de fatale vergiftiging, die veroorzaakt wordt door afscheiding van bepaalde bacteriën in door zon verwarmd, voedselrijk oppervlaktewater. Omdat te voorkomen wordt er regelmatig vers water ingelaten vanuit de Meeslouwerpolder waardoor voldoende circulatie optreedt en de gevreesde ziekte onder watervogels hopelijk uitblijft".

Actieve recreatie
Maar niet alleen voor de vogelaars biedt dit gebied volop mogelijkheden. Ook de recreant komt aan zijn trekken. Veel skeelers zoeken hier hun heil. En voor allen die de skate- en skeelersport niet machtig zijn en de sport van het wandelen prefereren is het uiteraard ook goed toeven in het Leidschendamse natuurschoon. Zo kan men via het Duinwaterpad parallel aan de A4 naar vogelkijkhut de 'Knip' lopen. Na een bezoekje aan de hut (verrekijker en vogelgids mee) volgt men het pad richting Kniplaan. Daar kan men vanaf de vogelboulevard de broedende en wadende vogels bekijken of de uitkijktoren beklimmen die ruim zicht biedt over de Starrevaart- en Meeslouwerpolder. Op zondagmiddagen kan men aan diezelfde Kniplaan weer terecht voor een 'fanieljeijs'. Via het Duinwaterpad met aan de rechterhand de manege wandelt men langs enkele bosjes en loopt men aan de linkerzijde van het pad door een houten klaphekje. Middels bebording wijst de beheerder erop voldoende afstand te houden tot de Schotse Hooglandrunderen, die er grazen, omdat zij kalveren hebben. Al wandelend komt men dan vanzelf in recreatiegebied Vlietland terecht. Daar kan een hapje of drankje genuttigd worden aan het strand of op het terras van het watersportcentrum.

Jos Orleans

Voor excursiemogelijkheden kunt u terecht bij Groenservice Zuid-Holland telefoon 010-2981010
Voor uitgebreide informatie over de Vogelplas, surf naar: http://www.xs4all.nl/~sjaak/vwgvl

meer artikelen over natuur algemeen

 

Nationale milieu-estafette 2002 doet Den Haag aan

Op 21 en 22 september organiseert NIVON Den Haag in het kader van de Nationale Milieu-estafette twee interessante wandeletappes door Haaglanden. Op zaterdag is het startpunt is Station Mariahoeve om 11 uur, aankomst op station Zoetermeer De Leyens in de namiddag.
Op zondag gaat de wandeling door Midden Delfland naar Maassluis. We vertrekken eveneens om 11.00 uur vanaf station Delft Zuid. Iedereen is welkom. Aanmelding vooraf is gewenst bij: Tirza de Fockert van het NIVON, tel. 020 4350713

Beide wandelingen door Haaglanden zijn in handen van NIVON Den Haag. Thema is: Groene aders door Haaglanden.

Nationale Milieu-estafette
Beide wandelingen maken deel uit van de Nationale Milieu-estafette, die het NIVON jaarlijks met anderen organiseert.
Deze wil een bijdrage leveren aan de discussie over actuele natuur en milieu thema's. Daartoe organiseert zij jaarlijks in de "groene maand" september ca. acht etappes, waarbij ze deelnemers meestal te voet laat kennis maken met natuurgebieden. Tijdens de etappes komen thema's aan bod, die raken aan recreatie en ruimtelijke ordening.
Onderwerp van 2002 is de toekomst van het Groene Hart. Wordt het een plek voor boeren en wegenbouwers? Of voor de stedeling om op adem te komen? Hoe groen is het Hart en wat zijn zijn potenties? Hierop proberen we al wandelend antwoord te krijgen.
NIVON Den Haag verzorgt in samenwerking met het Haags Milieucentrum twee etappes:
* Van de Veenzijdse en Duivenvoortse Polder het Groene Hart in.
We vertrekken op 21 september vanaf station Den Haag Mariahoeve en lopen langs de Polders naar Duivenvoorde. Via het kasteelterrein lopen we de open veengebieden van de Vlietlanden en het vogelbroedgebied de Starrevaart door naar de Grote en Zoetermeerse Meerpolder. In Zoetermeer stappen we op de trein.
* Een wandeling door Midden- Delfland. Vanaf Station Delft Zuid lopen we op 22 september via het stadspark Abtswoudepark naar het MIdeen Delfland. Vanaf Schipluiden volgen we de Vlaardingervaart en steken met een pontje over naar de Noordse vaart. Wij volgen die tot het landelijke dorp Maaslanden en stappen in station Maassluis weer op de trein.

Groene Hart
Het Groene Hart wordt in het Ontwikkelingsprogramma Nationaal Landschap Groene Hart aangemerkt als een samenhangend open gebied temidden van de steden op de Randstadring. Het wil het Hart open houden. In 2010 moeten landbouw, ecologie en recreatie de belangrijkste functies in de open gebieden zijn.
Het behoud van het Groene Hart van de Randstad staat zwaar onder druk. Waardevolle landschappen en landschapselementen dreigen het onderspit te delven bij stedelijke functies. Het NIVON maakt zich sterk voor de recreatieve functie van het groen rondom de stad. Je hier wandelend en fietsend te ontspannen vormt een onmisbaar tegenwicht tegen het gehaaste economische leven in de Randstad.
Gelukkig geniet het Groene Hart ook bescherming. Het Rijk wees bufferzones aan, waar recreatie en landbouw tegenwicht moeten bieden tegen de oprukkende verstedelijking vanuit de steden in de Randstad. De provincie Zuid-Holland ontwierp tussen Leiden, Zoetermeer, Rotterdam en het Westland de Groen-blauwe slinger. Deze ecologisch-recreatieve groenstructuur verbindt natuur- en recreatiegebieden in Zuid-Holland met elkaar. Hij moet weerstand bieden tegen de stedelijke druk vanuit de omringende steden. De slinger verbindt de omgeving van Zoeterwoude met de Balij, het Bieslandsche bos, wringt zich tussen Delft en Pijnacker door en verloopt via de Oude Leede naar Midden-Delfland. Omdat de provincie gemeentelijke bestemmingsplannen moet goedkeuren speelt zij in de ruimtelijke ordening een cruciale rol.
Cultuurhistorisch behoort dit gebied tot de veenweidegebieden, die in de middeleeuwen tot ontginning zijn gebracht. Het Rijk legt die vast in de nota Belvedere. Daartoe behoren de zone tussen Den Haag en Wassenaar, Zoeterwoude-Weipoort met het Land van Wijk en Wouden en het Midden-Delfland. Ook op gemeentelijk niveau bestaat er waardering voor het gebied. Zo bracht stadsgewest Haaglanden bracht Groene Schakels en Groengebieden in kaart. Het stadsgewest beschikt over grote, waardevolle groen- en natuurgebieden. Samen met een reeks binnenstedelijke parken moeten zij een integraal regionaal netwerk gaan vormen; een netwerk bestaande uit grote en kleine gebieden en robuuste verbindingen met het stedelijk gebied. Aan die belofte houden we het stadsgewest graag.
In het Land van Wijk en Wouden is een gebiedscommissie actief, waarin overheden, boeren en natuurbeschermers de landschappelijke kwaliteit bewaken.

21 en 22 september: Groene Aders door Haaglanden
De routes van zijn wat NIVON en HMC betreft twee voorbeelden van Groene Aders door Haaglanden: routes vanuit de stad het Groen in, die de moeite waard zijn behouden te worden, maar waarvan verscheidene op verschillende punten bedreigd worden. NIVON Den Haag werkt samen met het Haags Milieucentrum aan de Groene Speurkaart. een kaart van stad en ommeland, "waarmee je daadwerkelijk uit de voeten kunt en waarmee je de weg kunt vinden in het landschap van nu". Ook moet het een speurkaart worden voor toekomstperspectieven. Gedurende het afgelopen verenigingsjaar zijn NIVON Den Haag en het Haags Milieucentrum gezamenlijk bezig het fundament te leggen onder de Groene Speurkaart, Stadsgewest Haaglanden heeft inmiddels toegezegd middelen voor de Groene Speurkaart beschikbaar te stellen. Daarin nemen we met name routes op tussen stad en land die nu al aantrekkelijk en verkeersveilig genoeg zijn om te fietsen. Ook nieuwe routes kunnen daarin opgenomen waarop ingezet zou kunnen worden en verbeteringen van reeds bestaande routes. Dergelijke groenblauwe aders zijn een idee van het wandelplatform en opgenomen in de rijksnota Natuur voor mensen, mensen voor natuur (juli 2000). Ze wil het duurzaam gebruik van natuur en landschap behouden, herstellen en ontwikkelen als essentiele bijdrage aan een leefbare en en duurzame samenleving. Verbind ze met een vlechtwerk van landschapselementen als drager van natuur- en landschapswaarden in het landelijk gebied: groen-blauwe aders. Ze voeren door waardevolle landschappen, die het behouden waard zijn. In de volle Randstad, waar velen wonen, werken en recreeren, is dat een hele opgave. Maar tegenover de drukte staat de behoefte aan tot rust komen in recreatief aantrekkelijk landelijk gebied. Gedurende het afgelopen verenigingsjaar zijn NIVON Den Haag en het Haags Milieucentrum gezamenlijk bezig het fundament te leggen onder de Groene Speurkaart, die we in september willen uitbrengen. Om te beginnen werkten we met Uitgeverij Open Kaart (van Steven van Schuppen) aan en begroting en een subsidie-aanvraag. Stadsgewest Haaglanden heeft inmiddels toegezegd middelen voor de Groene Speurkaart beschikbaar te stellen.

Arnim van Oorschot, Sociaal Geograaf, Voorzitter NIVON Den Haag

NIVON
Het NIVON, ook wel Natuurvrienden Nederland, is een club, sterk in de actieve openluchtrecreatie. We zijn landelijk bekend om onze lange afstandspaden als het Pieterpad en de natuurvriendenhuizen en -campings, waar men op eenvoudige en aangename manier kan overnachten.: Ook plaatselijk leggen we ons toe op actieve openluchtrecreatie met een educatief aspect. Onze invalshoek is: "Groene Recratie- Maatschappelijke Betrokkenheid". NIVON Den Haag kent twee bloeiende wandel- en fietsclubs in Den Haag, een in het noorden, een in het zuiden van onze stad. Een "Estafettegroep" organiseert buitendien een- en meerdaagse excursies in het groen van regio Haaglanden en daarbuiten. Juist binnen deze groepen is de kennis van wandel- en fietsroutes in de regio, de mogelijkheden en de onmogelijkheden daarvan, groot.

Actieve recreatie in een natuurlijke omgeving, juist rondom de grote steden, is van het grootste belang, juist ook voor de mensen met een smalle beurs, stelt het NIVON. Voor iedereen geldt bovendien, dat je in een natuurlijke omgeving tot rust moet kunnen komen.

meer artikelen over natuurontwikkeling en waterbeheer
meer artikelen over haags milieucentrum en aangesloten organisaties

 

Haagse Beek Fietspostentocht op zondag 22 september

September is ook dit jaar uitgeroepen tot de Groene Maand van het jaar. En 22 september is de Europese Autovrije dag. IVN Den Haag en omstreken organiseert op deze dag een Fietspostentocht langs de Haagse Beek. Een ideale gelegenheid om de auto te laten staan, op de fiets te stappen en 'het groen' langs deze historische waterloop te verkennen. Interessant is onder andere hoe de natuurvriendelijke oevers zich ontwikkelen. En misschien ziet u de IJsvogel in een flits. De IVN postentocht langs de Haagse Beek is inmiddels een jaarlijkse traditie.

De Fietstochtenpost kunt u starten tussen 10.30 en 12 uur.
Het startpunt is aan de Machiel Vrijenhoeklaan bij Restaurant Westcoast (post 1).
Hier ontvangt u een routebeschrijving.
Met de routebeschrijving komt u langs de volgende posten:
2. Diertjes in het water
3. De Haagse Beek en haar vogels
4. Planten langs de Haagse Beek
5. Planten in het water
6. Sorghvliet

In park Sorghvliet vindt u de informatietafel van het IVN. Ook presenteert IVN hier een gevarieerd podiumprogramma dat geïnspireerd is op de natuur. Dit duurt ruim een uur.
Onderwerpen zijn onder meer: grassen, geneeskrachtige planten, natuurverhalen en bomen.
De onderwerpen worden met muziek verbonden. Voor kinderen is er een speciale activiteit. Het programma eindigt met een algemene excursie door park Sorghvliet.

De gehele groene dag wordt aangeboden door meer dan twintig gidsen van IVN Den Haag en omstreken. De IVN-gidsen zijn overigens in alle seizoenen actief en organiseren jaarlijks meer dan 150 buitenactiviteiten. Deelname aan de Fietspostentocht is geheel gratis.
Groener kan IVN september en deze speciale dag niet maken.

meer artikelen over natuur algemeen
meer artikelen over haags milieucentrum en aangesloten organisaties

 

BONTEBAL GROEN

Grijs I, de eerste regering Balkellende, is aangetreden en daar wordt een mens niet vrolijk van. Het is, vooral aan LPF-zijde, een bijeengeraapt zootje, dat meer verstand heeft van geld verdienen, dan van iets anders. De rijken zullen weer rijker worden, de grote groep armen zal nog groter worden. Grote woorden vooraf over veiligheid, zorg en onderwijs, maar nu het puntje bij paaltje komt, blijkt er toch niet echt extra geld te worden uitgetrokken.

Eén van de speerpunten van het nieuwe kabinet is te komen tot in drastische inkrimping van het aantal gesubsidieerde banen. Melkerts en WIW-ers. Dat is, zacht gezegd, niet bijster slim. Een aantal sectoren van de maatschappij draait op deze krachten, en zij doen zeer nuttig werk.

Neem mij, bijvoorbeeld. Ik ben WIW-er (vroeger heette dat: banenpooler) bij een stichting die zich inzet voor de cultuur, met name de literatuur, in de marge. We organiseren workshops, literaire avonden waarop beginnende en gevestigde schrijvers uit eigen werk kunnen voordragen, we onderhouden een website waarop verschillende mensen publiceren, we geven een blad uit enz. enz. Ook deze column wordt mede mogelijk gemaakt door mijn werkgever.

Als het aan Grijs I ligt beland ik straks weer in de Bijstand. Of er dan nog een column van mijn hand in dit onvolprezen blad zal verschijnen is nog maar de vraag: de regels voor vrijwilligerswerk zijn er ook niet soepeler op geworden. Na jaren van grote inzet zal ik weer terugvallen op de positie van steuntrekker.

Maar ach, dit zijn kleine, persoonlijke problemen. Erger is dat na jaren van strijd, bijvoorbeeld voor het behoud van het Groene Hart, de knuppels zichzelf in het hoenderhok gooien. Gemeentes zullen in de toekomst meer vrijheid hebben om de buitengebieden vol te plempen met huizen en bedrijfsterreinen. Huizen moeten er komen, natuurlijk, maar mensen moeten ook kunnen recreëren, adem kunnen halen.

Eén van de ergste plannen van dit nieuwe kabinet is het afschaffen van de voordelen bij het groen investeren. Het financiële rendement zal in de toekomst nog miniem zijn, zodat investeren in het milieu voor de gemiddelde geldschieter niet meer interessant zal zijn. Alleen de diehards, de idealisten zullen over blijven.

Investeringen blijven nodig in de groene hoek, vooral waar het gaat om energie. Zonne-energie, waterkracht, windenergie, het zijn allemaal schone manieren om elektriciteit op te wekken. (Oké, zo'n rijtje windturbines aan de horizon is niet bepaald een esthetisch beeld, het is regelrechte horizonvervuiling. Maar we zijn ooit ook gaan wennen aan onze gewone windmolens, men komt met busladingen uit het buitenland om die wonderen te aanschouwen. Misschien kunnen die windturbines een wat vrolijker uiterlijk krijgen.)

Maar Grijs I ziet dat anders. Uiteraard zitten er in LPF- en VVD-hoek veel lieden die meer zien in kernenergie. De kerncentrale van Borssele zal dan ook langer openblijven dan was afgesproken. En men zal het oude materialistische stokpaardje berijden: boren in de Waddenzee.

Je kan bij je energiebedrijf aangeven dat je prijs stelt op de levering van groene energie. Natuurlijk is het dan niet zo dat bij jou groene elektriciteit uit het stopcontact komt en bij je buurman, ik noem maar wat, energie uit Borssele. Nee, hoe meer mensen aangeven dat zij groene energie willen, hoe meer groene energie het energiebedrijf zal inslaan.

Eens te meer moeten we het zelf doen. Van Grijs I is weinig goeds te verwachten. Ik wens jullie en mij veel sterkte de komende tijd.

Adriaan Bontebal
www.bart.nl/~bontebal

meer Brandingcolumns van Bontebal

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.