branding  


Nummer 7 oktober/november 2002

VAN DE REDACTIE
Deze Branding gaat geheel over de ontwerpbegroting ...meer

DUURZAAMHEID EN HET DEBAT OVER WAARDEN EN NORMEN
Opeens is de discussie over waarden en normen losgebarsten. ...meer

DRIE FRACTIEVOORZITTERS LATEN HUN LICHT SCHIJNEN OVER DE DUURZAAMHEID
Het groene hart van Henk Kool. ...meer

BRANDBRIEF AAN DE GEMEENTERAAD
Het Haags Milieucentrum knokt voor haar voortbestaan. ...meer

ONTWERPBEGROTING: VRIJWEL GEEN CENT VOOR MILIEU
Wethouder Smits is voor het deel Duurzaamheid van ...meer

PORTRET VAN TWEE ORGANISATIES
In Den Haag zijn honderden particuliere instellingen actief; ...meer

BONTEBAL Normen en waarden ...meer

 

Van de redactie

Deze Branding gaat geheel over de ontwerpbegroting van het gemeentebestuur en over de subsidieperikelen van het Haags Milieucentrum. Daar valt veel over te zeggen. Branding kiest meestal voor een positieve benadering of geeft waar mogelijk extra aandacht aan de lichtpuntjes die in Den Haag overal te vinden zijn. Dit keer is dat niet gelukt.

De ontwerpbegroting laat via de cijfers en de spaarzame tekst over duurzaamheid eigenlijk zien dat duurzaamheid door dit stadsbestuur als een ondergeschikt belang wordt gezien. In het hoofdartikel over waarden en normen maken wij duidelijk dat dit getuigt van een bij uitstek onverantwoordelijke houding. Het belang dat aan duurzaamheid gegeven wordt valt natuurlijk niet alleen af te lezen uit het geld dat er voor wordt uitgetrokken, maar dit is in deze tijd wel de belangrijkste indicatie. Zo is er bij de gemeente bijvoorbeeld een enthousiaste afdeling die zich onder meer met duurzaam bouwen bezig houdt. Dit blijkt niet uit de begroting. Ook de gelden die uitgetrokken worden voor ons centrum en bijvoorbeeld de Stichting Boog zijn uit de ontwerpbegroting niet boven water te halen. Bovendien zegt het geld niets over de kwaliteit die geleverd wordt.

Uit ervaring weten wij dat bij andere afdelingen dan die van milieu er niet of nauwelijks aandacht is voor milieu. Daardoor worden heel veel kansen op duurzaamheid niet benut. Zo is het aantal bouwprojecten dat echt iets extra's heeft opgeleverd op het gebied van duurzaam bouwen op de vingers van één hand te tellen. In het hele verkeersplan dat de groei van het autoverkeer als uitgangspunt neemt, is vrijwel geen aandacht voor het milieu en bestaan er vele masterplannen met allen niet geringe gevolgen voor het milieu, maar niet zoiets als een masterplan met een duurzame visie op de stad als geheel. Het was de bedoeling dat in deze Branding ook een artikel zou komen met voorbeelden van gemiste kansen in Den Haag op het gebied van duurzaamheid. Wij hebben ook anderen gevraagd voorbeelden aan te leveren. Het aanbod was zo groot en onze tijd zo krap dat de redactie heeft besloten deze gemiste kansen in de volgende Branding aandacht te geven. Bovendien zou dan de lading van deze uitgave wel erg negatief worden.

Het verhaal over de aanvraag van het Milieucentrum voor extra subsidie is het verhaal van een bureaucratische lijdensweg. Daar kunt u maar de helft over lezen in het artikel op de twee middenpagina's. Indien wij het hele verhaal hadden opgeschreven was dat veel te lang geworden. Die hele procedure heeft het Centrum veel kostbare tijd gekost en alleen frustraties opgeleverd. Keer op keer hebben wij het gemeentebestuur laten weten dat zoals het er nu op het Centrum aan toe gaat, niet langer kan. Waardering krijgen we wel, maar geen centen. Wat is die waardering dan waard? Dit betekent vrijwel zeker het einde van ons Centrum tenzij een meerderheid in de gemeenteraad een eventuele waardering wel materialiseert. Wij hopen een ruime meerderheid in de gemeenteraad te kunnen overtuigen van de waarde voor de stad van een echt grootstedelijk Milieucentrum dat efficiënt omgaat met haar middelen.

Een aantal uitspraken van de voorzitter van de PvdA-fractie Henk Kool in het interview op bladzijde 5 geven hoop. De VVD fractievoorzitter, Peter Smits, is heel helder in zijn mening en helderheid is een groot goed. Misschien moet we aandelen Haags Milieucentrum onder de Haagse bevolking gaan verkopen, met daarbij wel de waarschuwing dat dit geen waardevaste belegging voor nu is, maar een investering in de toekomst waarvan wij nu nog niet weten wat die gaat opleveren. Wij hopen dat het belang van een duurzamere stad en de steun die wij geven aan hun eigen wethouder Duurzaamheid, de CDA-fractie over onze streep trekt. Ook voor andere fracties geldt natuurlijk dat wij hopen dat zij de activiteiten van ons Centrum zullen steunen en het zo overeind zullen houden. Wat natuurlijk nog belangrijker is dan een financiële basis voor ons centrum is dat de wethouder Duurzaamheid, met een deskundig en betrokken apparaat achter zich, de autoriteit en de middelen krijgt om een duurzame visie, een duurzaam beleid en duurzame maatregelen te integreren in het beleid van andere portefeuillehouders.

Wij gaan er voorlopig van uit dat het Milieucentrum via de gemeenteraad de financiële basis krijgt zonder welke het niet kan functioneren en dat dus onze bescheiden aanvraag op 7 november door de gemeenteraad gehonoreerd wordt.

meer artikelen over het Haagsmilieucentrum

 

Duurzaamheid en het debat over waarden en normen

Opeens is de discussie over waarden en normen dan losgebarsten. Veel te laat en veel te beperkt, gezien het belang van dit debat. Laten we goed beseffen dat het in stand houden van een aantal basiswaarden het cement vormt van een leefbare, stabiele en duurzame maatschappij; van een samenleving waar mensen met elkaar in welvaart en vrede kunnen leven en de toekomst met enig vertrouwen tegemoet kunnen zien.

Dan hebben we het bijvoorbeeld over het principe van de solidariteit, met in belastingwetgeving vastgelegde herverdeling, om de minder sterken ook een goed leven te kunnen laten leiden, de vrijheid van meningsuiting, het principe van gelijkheid en dus de invoering van het algemeen kiesrecht, over een onafhankelijke rechterlijke macht en de mogelijkheid van de overheid in te grijpen als de markteconomie leidt tot uitbuiting en uitsluiting. Ja, die basiswaarden vormen dus ook het fundament van een duurzame markteconomie die alleen kan floreren bij gratie van stabiliteit en koopkracht bij de totale bevolking. En als laatste, maar zeker niet als minste zijn een vitale natuur en een vitaal milieu een basisvoorwaarde voor dat vertrouwen en voor die stabiele samenleving. Het zorg dragen en verantwoordelijkheid nemen voor het behoud van de schepping, niet alleen voor de kwaliteit van het leven nu, maar ook dat van de kinderen van onze kinderen, is bij uitstek een morele kwestie. De roofbouw die nu op natuur en milieu gepleegd wordt legt niet alleen een zware hypotheek op de kwaliteit van het leven nu, maar zeker op dat van toekomstige generaties.

Ons afwentelingsgedrag zal in de toekomstige geschiedenisboekjes zonder twijfel als misdadig worden omschreven. In die boekjes zal de vraag gesteld worden: "Wat hebben onze grootouders en hun ouders gedaan om dit te voorkomen? Er was toch genoeg bekend over de gevolgen van hun leefstijl en productiewijze? Zij kunnen niet zeggen dat ze het niet geweten hebben, hooguit dat ze het niet wilden weten. Hoe is het toch mogelijk geweest dat velen dachten ongestraft aan de basisvoorwaarden van het leven te kunnen morrelen en dat de techniek het wel allemaal voor hen en voor ons op zou lossen? Waar bleef de maatschappelijke beweging? Was iedereen afgekocht met materie en gemak. Ja, nu in onze tijd zijn er mensen zat die in beweging zijn gekomen. Maar zij staan vaak met lege handen, omdat wat verdwenen is nooit meer terug zal komen en, om slechts een voorbeeld te noemen, ondanks ons sterk verminderde gebruik van energie die ook nog duurzaam is, het nog honderden jaren duurt voordat we erin zullen slagen het broeikaseffect terug te dringen"

Wat is daarop uw antwoord? Voelt u zich door deze hartenkreet uit de toekomst aangesproken op uw verantwoordelijkheid?

Laten we maar hopen dat het zover niet zal komen. Nee, laten we er samen aan werken want die hartenkreet van wat mogelijk het kind van uw kleinkind is, is niet gebaseerd op doemscenario's. En dit hoofdartikel van misschien wel de laatste Branding is ook niet bedoeld om u met een tranentrekkend beroep op uw gemoed tot een gift aan ons centrum te bewegen. Als ook de lokale bakens niet duurzaam verzet worden, zullen bijvoorbeeld grote droogte en overstromingen, een ernstig tekort een schoon drinkwater, het verdwijnen van vruchtbare grond, sterke verschraling van de biodiversiteit en oorlogen om schaarse grondstoffen een bittere realiteit worden. Het zijn de meest vooraanstaande wetenschappers die, bij ongewijzigd beleid, de voorspelling van deze harde werkelijkheid ondersteunen.

In landen van de derde wereld is dit al voor een deel de werkelijkheid. Grote stromen vluchtelingen zijn niet zelden het gevolg van de oorlogen die om schaarse hulpbronnen uitgevochten worden. Voor het grootste deel betalen wij niet nu de prijs voor wat wij mede aanrichten, maar onze kleinkinderen later en dan zijn oplossingen verder weg dan ooit en vele malen moeilijker. Grotendeels vertrouwen op ons technische kunnen wat betreft het in stand houden en revitaliseren van natuur en milieu, is onszelf voor de gek houden. Dat doen veel mensen maar al te graag om gewoon door te kunnen gaan met hun leefstijl en ondernemers geloven het om het plegen van roofbouw op onze bestaansgrond te kunnen recht-
vervolg op pagina 3
vervolg van pagina 1
vaardigen. Bestuurders en politici hangen dit vooruitgangsdenken vaak aan om de in hun ogen impopulaire boodschap, dat de bakens echt duurzaam verzet moeten worden, niet aan de burgers en kiezers te hoeven verkondigen.

Maar wil de Haagse burger dit nu echt niet horen? Is het niet mogelijk om hen te laten zien dat zij voor een ander, duurzamer beleid heel veel terugkrijgen? Wij zijn ervan overtuigd dat grote groepen Hagenaars wel degelijk aan te spreken zijn op hun verantwoordelijkheid voor een Duurzaam Den Haag; dat met een positieve insteek en het concreet laten zien wat zij erop vooruitgaan, een duurzaam beleid ook nog goed te verkopen is. Wij zullen niet beweren dat het samen werken aan een Duurzaam Den Haag een eenvoudige opgave is. Maar we moeten daar ook niet te moeilijk over doen. Veel inwoners van Den Haag maken zich terecht zorgen over het milieu, de kwaliteit van de lucht, de almaar toenemende automobiliteit en onveiligheid, het rijgedrag, over de mentaliteit van 'gooi maar gewoon op straat die troep' en de almaar oprukkende gebouwen en het asfalt en beton waardoor de leefruimte langzaam maar zeker dichtslibt. Draagvlak schep je ook door het mensen gewoon gemakkelijk te maken duurzamer te leven en bijvoorbeeld de auto vaak te laten staan, hun afval te scheiden of door ze te verleiden in een compacte stad te wonen met tal van voorzieningen dicht in de buurt en open groene ruimte in de nabijheid. Dit kan en moet je als bestuur ook uitdragen. Dit scheppen van draagvlak is weliswaar belangrijk, maar het is niet de kern waar het om gaat. Want stel dat de meeste mensen wel zeggen een vitale natuur en een vitaal milieu belangrijk te vinden, maar alleen de lusten en niet de lasten willen. Als ze vinden dat als het om "inleveren" gaat, altijd eerst een ander aan de beurt is.

Nu raken we aan de principes achter ons staatsbestel. Er was in Nederland ooit een tijd dat veehouders hun dieren op de gemeenschappelijke weide lieten grazen. Langzaam groeide de veestapel en het werd dringen. Door overbeweiding leverde de weidegrond steeds minder voedsel voor de dieren. Als dit zo door zou gaan, zouden op een gegeven moment alle veestapels uitsterven. Iedere individuele veehouder heeft er evenwel belang bij zijn dieren zo veel mogelijk te laten grazen. Je kan dan als veehouder of tegenwoordig als visser drie dingen proberen te doen. Gewoon de zaak op zijn beloop laten. Je kan het land of de zee proberen in privé-bezit te krijgen. Als dat niet lukt kan je in overleg met de andere veehouders of vissers een scheidsrechter aanstellen die boven de belangenpartijen staat, die zorgt dat de roofbouw uitgebannen wordt en iedereen zijn deel krijgt. In de veehouderij is de zaak via het privé-bezit aangepakt, bij de vissers was er al een Europese scheidsrechter. Dat kon dus niet of het moet nog zijn beslag krijgen. Maar dit kan zeker niet voor de gemeenschappelijke "weide" die bijvoorbeeld de lucht of het water is die wij met ons allen moeten gebruiken. Daar heeft de overheid dan ook de taak en de plicht om in het algemeen belang en uiteindelijk ook in het belang van de individuele burger in te grijpen, dus ook als veel burgers daar ieder voor zichzelf op tegen zijn.

Maar zo ver zal het meestal niet komen. Belangrijk is het besef dat het vanuit een duurzaam beleid heel goed mogelijk is om en een vitale lokale economie, en goede sociale regelingen en een vitaal milieu te verwezenlijken. Het gaat om respect voor het leven in combinatie met het welbegrepen eigenbelang. Er ligt bij iedereen, maar met name bij de politiek de morele plicht om de schepping, en dus ook de Haagse aarde, goed te beheren voor de huidige generatie en goed na te laten aan toekomstige generaties. Daarom is het verbazend dat juist dit aspect zo weinig in het debat over waarden en normen aan bod komt. Is het onbegrijpelijk dat in het collegeprogramma duurzaamheid vrijwel geen aandacht krijgt. Is het onbestaanbaar dat het Haagse gemeentebestuur van de extra investeringsimpuls nog geen tweeduizendste deel in duurzaamheid wil steken en in de ontwerpbegroting van 141 bladzijden maar twee alinea's over duurzaamheid gaan.
Natuurlijk doet het college wel wat aan duurzaamheid, en daar zal ze zich ook uitvoerig op beroepen. Maar wat er bijvoorbeeld aan duurzaam bouwen wordt gedaan, of aan de zaken die in het milieubeleidsplan staan, is veel en veel te weinig. Den Haag legt de lat wel superlaag en dan krijgt het Haags Milieucentrum te horen dat het de lat te hoog legt. Wie maakt zich over dit de kop in het zand steken van het college nu eens ouderwets kwaad, want het gaat hier niet om niks. Het gaat hier om een ernstig gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef en hoe de lezer dat vanuit een waarden- en normenbril wil betitelen laten wij graag aan de lezer over.

Duurzaamheid is niets anders dan het verweven van sociaal, economisch en ecologisch beleid vanuit een duurzame visie op de (lokale) samenleving als geheel. Dus een duurzame visie op de eigen stad en zijn omgeving. En dat niet alleen van de wethouder Duurzaamheid, Ries Smits, maar net zo goed van Bruno Bruins, Bas Verkerk, Louise Engering, Arend Hilhorst, Jetta Klijnsma, Pierre Heijnen en Wilbert Stolte plus de gehele gemeenteraad natuurlijk. Het doel is even duidelijk als nastrevenswaardig: maak Den Haag samen met betrokken burgers, met duurzaamheid als
toetssteen van al het beleid, weer of meer leefbaar, veilig, gezond en welvarend.

Frans van der Steen

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

Drie fractievoorzitters laten hun licht schijnen over de duurzaamheid van de ontwerpbegroting en de rol van particuliere organisaties op het gebied van duurzaamheid.

Het groene hart van Henk Kool

Henk Kool heeft nog niet zo heel lang geleden Tineke van Nimwegen opgevolgd als fractievoorzitter van de PvdA-fractie in de Haagse gemeenteraad. Van Tineke van Nimwegen is bekend dat zij een "groen" hart bezit. Maar hoe zit dat met deze nieuwe ster aan het PvdA-firmament? En wat vindt hij van de duurzaamheid van het huidige gemeentebeleid en de plannen voor 2003? Om daar opheldering over te krijgen bracht de redactie van Branding een bezoek aan Henk Kool en wel in zijn werkkamer bij het Nederlands Participatie Instituut, alwaar hij directeur is.

Hoe groen is Henk Kool eigenlijk in zijn privé-leven?
Tot voor kort kwam ik niet veel verder dan netjes mijn afval te scheiden en het fijn vinden om in de natuur te wandelen. Dat afval scheiden vond ik overigens moeilijk vol te houden, want een paar keer heb ik met eigen ogen gezien dat het GFT en de vuilniszakken gewoon bij elkaar de vuilniswagen in gekieperd werden. Daar heb ik ook melding van gemaakt bij de reinigingsdienst, maar het wordt domweg ontkend. Maar sinds kort rijd ik vrijwel geen auto meer binnen de stad. Ik ben een echte fietsadept geworden en niet alleen voor het milieu, maar ook omdat je overal snel ter plaatse kunt zijn.

In het collegeakkoord is over duurzaamheid en milieu vrijwel niets te vinden. Hoe belangrijk vindt de PvdA in Den Haag het samen werken aan een duurzame stad, wil zij zich op duurzaamheid echt profileren?
De PvdA, en ik persoonlijk ook, vindt het werken aan duurzaamheid belangrijk. Neem dat van mij aan. Wij willen ons daar zeker ook op profileren. Laten we niet vergeten dat duurzaamheid ook leefbaarheid, veiligheid en gezondheid is. Nu wint de economie te vaak. Eerlijk gezegd is dat gebrek aan duurzaamheid in het collegeprogramma mij niet zo opgevallen. Ik was niet bij de echte onderhandelingen. Die vonden plaats tussen Wilbert Stolte, Louise Engering en onze Pierre Heijnen. Natuurlijk werd Pierre Heijnen gevoed door een aantal werkgroepen. Bij de uiteindelijke afspraken is de duurzaamheid wellicht te veel uit het oog verloren. Maar daar wil ik het volgende nog over zeggen. Maatregelen op het terrein van milieu en duurzaamheid leveren vaak later pas wat op. Het gaat daarbij veelal om preventie. Dat is niet meetbaar, niet tastbaar en dat scoort niet hoog in de politiek. De politiek wil direct resultaat laten zien aan de burgers en kiezers. Daar lijdt het Haags Milieucentrum ook onder. Dat is niet goed, maar het werkt helaas wel zo.

Wat vind jij echte milieuproblemen?
Een groot probleem is natuurlijk het broeikaseffect en dus de uitstoot van CO2. De duurzame beschikbaarheid van energie is volgens mij geen probleem. Wat ik in de houding van Nederland wel wat hypocriet vind, is dat wij vinden dat vooral andere landen aan de CO2-reductie moeten werken en dat we dat zelf veel te weinig doen in het kader van het verdrag van Kyoto.

Den Haag lijkt daar ook niet veel aan te gaan doen. Er is 100.000 euro beschikbaar gesteld als investeringsimpuls om het nieuwe Milieubeleidsplan en dus ook het onderdeel "CO2-neutrale Stad", uit te voeren. Dat is minder dan 1 promille(!) van de gelden die volgend jaar extra in de stad geïnvesteerd worden?
Dat is inderdaad niet veel. Maar toch zegt mij dat weinig. Belangrijker is om ervoor te zorgen dat al die extra investeringen duurzaam uitgevoerd worden. Kom eens mee op het balkon. Hier op de Kneuterdijk zie je naast de trambaan de roosters van de Stadsverwarming die daar nu aangelegd worden. Dat zijn belangrijke en kostbare investeringen die Den Haag ook doet. Het gaat er bijvoorbeeld om geen bussen in te zetten waar ook trams kunnen rijden, park-and-ride aan de rand van de stad zodat de auto gemakkelijk verwisseld kan worden voor openbaar vervoer of de fiets, bij de inrichtingsstructuur meer vrijliggende fietspaden aanleggen, gebouwen duurzaam bouwen en duurzaam renoveren. Dat soort zaken.

Weet je dat de coördinerend wethouder Duurzaamheid, Ries Smits, voor het deel duurzaamheid in zijn portefeuille in 2003 0,5 procent van de begroting te verteren heeft?
Nee, dat had ik nog niet uitgerekend, maar ook dat zegt mij niet zo veel. Belangrijk blijft hoe duurzaamheid in het hele beleid doordringt. Ries Smits is een coördinerend wethouder en hij kan dus invloed uitoefenen op het beleid en de prioriteiten van zijn collega's in B&W. Hij moet dat gaan waarmaken. Met die coördinerende functies van wethouders hebben wij echter geen goede ervaringen. Het is een wassen neus als een coördinerend wethouder geen harde instrumenten heeft om, als dat nodig is, ook zaken af te kunnen dwingen. Als hij bij zijn collega's te biecht gaat en netjes vraagt of dit of dat niet duurzamer kan, dan zijn er natuurlijk altijd andere prioriteiten die voorrang krijgen.

Speciale budgettaire bevoegdheden en duurzame doelstellingen bij de verschillende portefeuillehouders zijn in de ontwerpbegroting voor volgend jaar niet opgenomen.
Nou, dan stelt het dus niet veel voor en zal daar iets aan moeten veranderen.

Vind je dat het dualistisch stelsel positief werkt voor de stad?
De raad heeft sinds de nieuwe gemeentewet, waarin de nieuwe bevoegdheden zijn vastgelegd, een aantal besluiten genomen die anders zijn dan wat het college had voorgesteld, zoals over de Autovrije Dag en de vrijliggende fietspaden op de Thorbeckelaan. Daar heeft het Haags Milieucentrum en jullie blad Branding ook een rol bij gespeeld. Dat is goed en ook de bedoeling van het dualisme. Maar dat wordt zo nog niet gevoeld. Je krijgt binnen de coalitie dan de grootst mogelijke problemen. Men vindt toch dat een collegepartij niet met de oppositie mag meestemmen. Ook is mijn ervaring dat door de extra verantwoordelijkheden de raadsleden meer opgesloten raken in de eigen wereld van de gemeentepolitiek. Het leidt eerder tot meer bureaucratie in plaats van minder. Raadsleden moeten meer van buiten gevoed worden. Mensen en particuliere organisaties moeten meer bij de fracties aankloppen met hun ervaringen. Dat geldt ook voor jullie centrum.

Tot slot, wat vind je van de activiteiten van het Haags Milieucentrum en vind je dat ons centrum meer subsidie zou moeten krijgen?
Ik heb veel waardering voor de activiteiten van het Milieucentrum. Jullie timmeren goed aan de weg, maar dat geldt voor meer organisaties. Tientallen organisaties zouden wel meer subsidie willen. Er zijn echter weinig natuur- en milieuorganisaties die door de gemeente financieel ondersteund worden. Bij jullie centrum zijn bovendien 17 vrijwilligersorganisaties aangesloten die dan ook ondersteund worden. Ik vind dus dat het Milieucentrum meer subsidie verdient.

Frans van der Steen


Meedenken op eigen kracht

Duurzaamheid hangt mondiaal waarschijnlijk af van twee cruciale factoren: energie- en ruimtegebruik. Het draait om zuinigheid met energie en straks om de doorbraak naar een waterstofeconomie. Het draait om het bewaren en herstellen van ruimten, waar klimaatevenwichten worden onderhouden, ruimten voor natuur en menselijk gebruik.
De rol van de gemeente Den Haag in deze wereldomspannende vraagstukken is miniem.
De lokale bijdrage ligt vooral in het verkeersbeleid en de ruimtelijke ordening. De grote nadruk op openbaar vervoer en fietsen in het Haagse verkeersbeleid is duurzaamheidsbeleid: fietsvoorzieningen breiden overal uit, de tramlijnen 15 en 17 zijn de eerste tramlijnen naar VINEX-wijken in Nederland, Randstadrail wordt al jarenlang zwaar door Den Haag bevochten.
Ook de ontwikkeling van een compact stadscentrum rondom het Centraal Station noem ik langetermijn-duurzaamheidsbeleid. De optimale benutting van de ruimte daar middels de plannen voor het Wijnhavenkwartier en CS-kwadrant zorgen voor een beheersing van de verkeersbewegingen, vooral van auto's gedurende de hele levenscyclus van die nieuwe toevoegingen aan de stad.

Niet alles is duurzaamheid. In de stad zijn er vele zaken gerelateerd aan leefbaarheid, omgevingskwaliteit en schoonheid, kortom milieukwesties in het hier en nu. Talloze belangen moeten, soms letterlijk, een plaatsje krijgen of worden verzoend. Opereren binnen smalle marges is de kunst. De infrastructuur, ook voor de auto vergt nog ruimte, maar het Hubertusduin moet blijven!
Bij de begroting 2003 diende het Haags Milieucentrum een subsidieaanvraag in die aanzienlijk hoger was dan voorheen. De motivering lag erin dat het Haags Milieucentrum de werkzaamheden wil uitbreiden van individuele milieugerelateerde projecten naar een structurele bijdrage aan de duurzaamheidsdiscussie. De VVD-fractie in de Raad vindt dat prima, maar daaruit volgt o.i. niet noodzakelijkerwijs extra subsidie. Met name als het gaat om opinieleidende instanties, is het beter als zij niet afhankelijk zijn van de overheid. Als u meedenkt op eigen kracht, laat dan ook geen twijfel bestaan over de vraag wie of wat u in het duurzaamheidsdebat eigenlijk vertegenwoordigt.

In de stad zijn reeds vele gesprekspartners voor beleidsontwikkeling, bewonersorganisaties, organisaties voor natuur- en landschapsbehoud, behartigers van specifieke belangen als ROVER en de Fietsersbond. Er is een Milieuadviescommissie, het waterschap en Staatsbosbeheer roeren zich. Veel beleid gaat over leefomgeving en natuurbehoud, ik noem dat milieubeleid. In de ontwikkeling naar langetermijn-duurzaamheid, zo heb ik willen betogen, speelt de stad een bescheiden rol. Bijdragen zijn daar natuurlijk ook zeer welkom, maar het is beter als dat naar goed VVD-principe 'eigen bijdragen' zijn.

Peter Smit, fractievoorzitter VVD


Help de wethouder!

De nieuwe Haagse wethouder van milieu heeft een marginaal bestaan in het vooruitzicht. Politiek en maatschappelijk lijken de stemmen voor het milieu te verstommen. Toch zijn er veel meer mensen met het milieu begaan dan ogenschijnlijk aan de oppervlakte komt. Alleen wanneer die mensen zich nadrukkelijker gaan roeren is er meer hoop voor de toekomst.

De verkiezingswinst van het CDA werd beloond met een tweede wethouderspost: de nieuw geannexeerde woonwijken. Bestuurlijke vernieuwing en milieu zijn vervolgens als opvulmiddel aan de portefeuille toegevoegd. Van de nieuwe wethouder Ries Smits is bekend dat hij over een ruime bestuurlijke ervaring beschikt, met financiën en economie als specialisatie. Op milieugebied is hij echter nog een groentje. In de Haagse verkeerscommissie heeft hij als raadslid nooit enige urgentie gegeven aan een vooruitstrevend milieubeleid. Terecht wendt hij het CDA-motto van rentmeesterschap aan als invalshoek voor zijn beleid, maar met de sloop van twee ministeries en de Zwarte Madonna laat hij het, juist op dit punt, meteen al helemaal afweten. Hoewel hij natuurlijk een kans moet krijgen, is voorzichtig gesteld nu al duidelijk dat het allemaal niet vanzelf zal gaan.

Milieuwethouder anno 2002 is geen benijdenswaardige positie. De komende kabinetsperiode wordt bijvoorbeeld fors bezuinigd op de exploitatie van het streek- en stadsvervoer en de aanleg van nieuwe spoor- en lightrailverbindingen. Wel miljoenen extra voor meer asfalt en een soort noodwet voor wegverbredingen. Ook in de gemeente Den Haag zijn de vooruitzichten verre van florissant. Zo wordt er veel geïnvesteerd in extra auto-infrastructuur en met de kantoreneconomie en toeristenindustrie als speerpunten van het werkgelegenheidsbeleid, wordt de mobiliteit sterk bevorderd. Onder de noemer van 'herstructurering' vindt een ingrijpende sloop- en verdunningsoperatie van Haagse woonwijken plaats. De eerste begroting van het nieuwe college laat zien dat het milieu een marginale rol is toebedeeld. Probeer dan als kersverse wethouder maar eens iets voor elkaar te boksen. Dat lukt nooit, althans niet alleen. Politieke en maatschappelijke druk zijn daarom harder nodig dan ooit.

De Haagse fracties hebben hun verantwoordelijkheid te nemen. Met een naar een duidelijker profiel zoekende PvdA zijn er in het dualisme zeker kansen aanwezig. Maar ook het Haags Milieucentrum heeft een belangrijke taak te vervullen. Met discussieplatforms als Branding en het maandelijkse café in Dudok is men goed op weg om het noodzakelijke debat over milieu- en duurzaamheidsbeleid te stimuleren. Een milieuorganisatie staat in een kapitalistische samenleving per definitie op de barricades.
Op milieugebied is de maatschappelijke druk helaas te verwaarlozen. De besluitvorming in de gemeenteraad lijkt als het ware in een cocon plaats te vinden. Niet dat discussies niet leven, maar óf ze zijn gekanaliseerd in stroperige bureaucratische overlegorganen óf mensen houden - gevoed door onverschilligheid of cynisme - de politiek voor gezien. Het ontbreekt vooral aan volhardende coalities en actievoerende belangenbehartigers die geen vrij spel geven aan het gemeentebestuur. Maatschappelijke organisaties verenigd in het Haags Milieucentrum hebben dus nog het nodige te doen. Zonder voorhoedestrijd en aanhoudende druk mag er van deze wethouder niets verwacht worden.

Joris Wijsmuller
fractievoorzitter Haagse Stadspartij

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

Brandbrief aan de gemeenteraad

Het Haags Milieucentrum knokt voor haar voortbestaan. Het Centrum heeft vorig jaar al aan politiek en bestuur duidelijk gemaakt dat het "zo niet langer kan". Het Centrum heeft, om de financiële basis voor een echt grootstedelijk Milieucentrum te verkrijgen, een aansprekend, ambitieus, haalbaar en door aangesloten organisaties ondersteund meerjarenplan en werkplan 2003 ingediend. Het was dan ook uitermate teleurstellend en onbegrijpelijk dat onze zeer bescheiden aanvraag voor extra subsidie niet door het gemeentebestuur gehonoreerd is. Dit terwijl er volgend jaar in onze stad maar liefst 156 miljoen euro extra geïnvesteerd wordt die het bestuur in 2002 niet heeft uitgegeven. Gebrek aan geld kan het dus niet zijn. Wij vragen niet veel meer dan het duizendste deel van die investeringsimpuls. Om het hoofd boven water te kunnen houden heeft het Haags Milieucentrum onderstaande brandbrief aan alle fracties in de gemeenteraad gestuurd.

Het Haags Milieucentrum is opgericht als steunpunt voor de 17 aangesloten natuur- en milieuorganisaties. Drie jaar geleden is de vraag gesteld of het puur als steunpunt functioneren voldoende bestaansrecht was. Ook de gemeente vond dat het Milieucentrum te weinig zichtbaar was. In het kader van de door het centrum georganiseerde 'Toekomstverkenning' heeft de gemeente meegedacht en ingestemd met die ontwikkeling tot een volwaardig Milieucentrum. Een Centrum dat zich onder meer samen met de organisaties richt op het kritisch en constructief volgen van het gemeentebeleid op het gebied van Duurzaamheid en zich richt op zaken die anders blijven liggen.

Die overgang naar een professionele instelling is gedeeltelijk gelukt. Tal van projecten zijn voorbereid en/of uitgevoerd zoals de Haagse Milieuprijs, het Milieucafé De Derde Dinsdag in Dudok, de CityDuinParkloop en educatieve wandeling, de Groene Speurkaart en de Groene Graadmeter. Ook de Branding is naar een beduidend hoger niveau getild. Dit heeft echter ook geleid tot een hoog oplopende werkdruk. Zo is de directeur, als enig regulier betaald personeelslid, tevens hoofdredacteur, inhoudelijk medewerker mobiliteit, ruimtelijke ordening, duurzaam bouwen, duurzame energie en energiebesparing en natuurbeheer. Hij heeft tot taak met 17 aangesloten vrijwilligersorganisaties samen te werken en te zorgen voor een goede informatie-uitwisseling. Inspirerend, maar tijdrovend. Daarnaast is hij projectuitvoerder, personeelsmanager, lobbyist en communicatiemedewerker. Ieder weldenkend mens begrijpt dat dit niet kan. Om de financiële basis te verkrijgen die hoort bij haar nieuwe functie had het Centrum in juni 2001 voor 2002 een structurele subsidie aangevraagd. De aanvraag is ingediend bij de portefeuilles Milieu, Ruimtelijke Ordening en Verkeer & Vervoer omdat het Centrum op deze terreinen de meeste activiteiten wil ontplooien. De afhandeling werd aan de portefeuille Milieu gedelegeerd.

Het bleek echter dat de gemeente geen structurele subsidie wilde verstrekken. Ondanks voortdurend aandringen op helderheid liet het antwoord op onze aanvraag lang op zich wachten. Op de laatste dag voor het kerstreces heeft een gesprek plaatsgevonden met de toenmalige wethouder Milieu. Daar zijn twee dingen afgesproken. Het Haags Milieucentrum zou voor 2003 en volgende jaren een meerjarenprojectsubsidie-aanvraag indienen en een werkplan 2003. Verder zou het Centrum voor 2002 in februari 2002 twee projecten indienen. Eén op het gebied van Mobiliteit en één op het gebied van RO. Daarnaast was het Centrum kandidaat voor de externe begeleiding van de Milieu Advies Commissie.

Die projecten zijn in concept ingediend. Het Centrum kreeg eind mei te horen dat het project rond mobiliteit voor 2002 van de baan was. Ook werd duidelijk dat de MAC haar externe begeleiding anders geregeld wilde zien. Het project RO hangt voor 2002 nog steeds boven de markt. Onze subsidieaanvraag heeft ons, gezien deze gang van zaken, veel tijd en energie gekost en alleen frustraties opgeleverd. En tijd was precies datgene waar we het meest gebrek aan hadden en hebben.

Wat betreft het andere deel van de afspraak hebben wij op 1 juli een meerjarenplan 2003 - 2006, een werkplan 2003 en de daarbij behorende begroting ingediend. Daarover heeft op 2 september een gesprek met de wethouder plaatsgevonden. Ondanks uitgesproken waardering voor onze inzet en projecten had de wethouder ons voor 2003 niet meer te bieden dan verder nadenken over het RO-project 2002. Nog steeds is er geen officieel antwoord op onze subsidieaanvraag voor volgend jaar. Wel hebben wij uit de beantwoording van een raadsadres van de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming de volgende informatie gedestilleerd: "college van Burgemeester en Wethouders subsidie ter beschikking kan stellen op basis van concrete en goed onderbouwde projectplannen. De tot op heden door het Haags Milieucentrum ingediende projectplannen boden hiervoor onvoldoende houvast".

Dit moeten wij dus in oktober met deze omweg over onze subsidieaanvraag vernemen, die al vanaf 1 juli bij de gemeente ligt met onder meer de volgende passage in de aanbiedingsbrief bij de 24 projecten, die in ons werkplan 2003 omschreven zijn: "Voor de overzichtelijkheid en de lengte hebben wij de projectomschrijvingen zo bondig mogelijk gehouden. Wij zijn altijd bereid de projecten uitvoeriger toe te lichten." Wij hebben geen enkele vraag om toelichting gehad. Geen enkele handreiking om er samen uit te komen. Wel krijgen wij van anderen enthousiaste reacties op onze plannen. Het is gewoon nooit goed. Waar geen wil is, is geen weg.

Voor onze aanvraag is dus geen geld gereserveerd in de ontwerpbegroting. Naar de diepere achtergronden van deze gang van zaken kunnen wij slechts gissen, maar volgens ons kan het niet aan de kwaliteit van de projecten van ons Centrum liggen. Daarom doen wij bij deze een beroep op uw fractie om ons de financiële basis te verschaffen die nodig is om ons Centrum overeind te houden.

Een forse verhoging van onze basissubsidie die nu 50.000 euro bedraagt is voor onze continuïteit van wezenlijk belang. Projectsubsidies als financiële basis trekken een zware wissel op de continuïteit van onze organisatie en van onze activiteiten. Zo kunnen wij ook geen enkele zekerheid bieden aan onze benodigde medewerkers. Maar met een ruimere basissubsidie is het zelfs mogelijk om meer projec-tengeld aan te trekken, ook van particuliere fondsen. Er zijn meer redenen waarom project- en productsubsidies minder goed passen op onze organisatie. Wij zijn met name bezig met het scheppen van draagvlak voor een uiterst belangrijke zaak: het behoud van ons leefmilieu, de basis van ons bestaan. Daar zitten aspecten aan die veel mensen willen, zoals schonere lucht en kunnen (blijven) genieten van de open groene ruimte. Het betekent echter ook dat leefstijl en gedrag van mensen gedeeltelijk ter discussie gesteld worden. Op die boodschap zitten mensen meestal niet te wachten, ook al komen we met alternatieven die het leven er zeker niet minder leuk opmaken.

Verder is het voor ons Centrum uitermate belangrijk flexibel te kunnen blijven. Wij zijn een bewegende organisatie. De samenleving verandert voortdurend met nieuwe problemen en even zovele nieuwe uitdagingen. Door voortschrijdend inzicht en nieuwe wetenschappelijke en technische ontwikkelingen verschuiven prioriteiten, wensen en voorkeuren. Wel kunnen wij elk jaar globaal bepalen op welke terreinen en met welke speerpunten wij aan de slag zullen gaan. Ook is het mogelijk van tevoren een aantal projecten te benoemen. Maar in veel gevallen zal het zo zijn dat het vaststellen en uitwerken van projecten gezien die dynamische werkelijkheid, werkende weg plaatsvindt. Ook zal een aantal van onze projecten niet sporen met het beleid van de gemeente. Natuurlijk zullen wij het gemeentebeleid waar mogelijk steunen. Wij zullen echter ook constructieve kritiek uiten en (beleids)alternatieven ontwikkelen als wij vinden dat dit nodig is. Dat is ook onze functie. Wij zijn uiteraard geen gemeentelijk projectbureau.
Om een oplossing voor ons continuïteitsprobleem te zoeken zijn wij nagegaan hoe zulks bij andere, enigszins vergelijkbare, organisaties geregeld is. Uit dat onderzoekje is gebleken dat:
- particuliere organisaties op het terrein van Natuur en Milieu en Duurzaamheid zwaar onderbedeeld zijn vergeleken bij organisaties op andere terreinen als kunst en cultuur, welzijn en bijvoorbeeld vrijwilligersorganisaties van bewoners en hun Haagse Koepel. Bovendien krijgen bewonersorganisaties subsidie, wat niet geldt voor de bij ons Centrum aangesloten 17 vrijwilligersorganisaties.
- de structurele basissubsidies van deze organisaties beduidend hoger zijn en maken soms vrijwel het hele budget uit. Deze organisaties kunnen bovendien putten uit speciale budgetten voor projecten; subsidiepotjes die niet bestaan voor particuliere organisaties die vanuit duurzaamheid actief zijn op tal van terreinen als RO en Stadsontwikkeling, Mobiliteit, Energie, Groen, Gezondheid enz. Ook het aantal particuliere fondsen rond duurzaamheid is beperkt.

Den Haag krijgt heel veel terug voor een ruimere basissubsidie van ons Centrum en de mogelijkheid om bij meer portefeuilles rechtstreeks een beroep te kunnen doen op incidentele subsidies. Ons Centrum ontsluit een reservoir van kennis en neemt tal van initiatieven. Dit niet alleen op het gebied van duurzaamheid, maar ook wat betreft kennis en initiatieven gericht op het vergroten van de betrokkenheid van Hagenaars, de leefbaarheid, de verkeersveiligheid, de bereikbaarheid, de gezondheid en op een goed vestigingsklimaat voor bedrijven in de stad en de omgeving.

Wij hopen dat u deze overwegingen zult meenemen bij de behandeling van de ontwerpbegroting. Wij vragen uw fractie initiatieven te nemen of te ondersteunen om ons Centrum in 2003 en volgende jaren de financiële basis en continuïteit te verschaffen die nodig is.

meer artikelen over het Haagsmilieucentrum

 

 

Ontwerpbegroting: vrijwel geen cent voor milieu

Wethouder Smits is voor het deel Duurzaamheid van zijn portefeuille er toe veroordeeld een marginale rol te spelen binnen het Haagse bestuur. Dit blijkt uit de ontwerpbegroting die door de gemeente Den Haag is gepresenteerd. In het budget voor duurzaamheid en milieu zijn ten onrechte posten als het onderhoud van viaducten, grachten, riolering en waterzuivering, begraafplaatsen en ongediertebestrijding geschoven. De hoge kosten van bijvoorbeeld de waterzuivering zijn voornamelijk het gevolg van ontoereikende maatregelen op het gebied van waterbeheer en eerder een "beloning" voor slecht gedrag. Ook worden zaken als speelvoorzieningen en het "oplossen van parkeerproblemen" uit het budget Duurzaamheid betaald. Hierdoor is het budget voor Duurzaamheid feitelijk niet groter dan 13,7 miljoen euro. Dit is op de totale begroting van 2.272 miljoen slechts 0,6%.

Vorig jaar werd met enige trots het nieuwe Milieubeleidsplan van de gemeente gepresenteerd met onder meer de forse ambities een CO2-neutrale stad te worden en het duurzame beheer van ons water stevig ter hand te nemen. Voor dit plan is 100.000 euro aan beleidsintensivering uitgetrokken. Een beledigend laag bedrag. Onze stad heeft juist een flinke impuls nodig op het gebied van duurzaamheid en dus van een vitale natuur, het open houden van de groene ruimte, schone lucht, schoon water, gezond voedsel enzovoort. Maar van de 156 miljoen euro die het college beschikbaar stelt aan extra investeringen in de stad gaat slechts € 280 duizend naar duurzaamheid.

Een wethouder Duurzaamheid zonder een begroting van enige omvang is vrij machteloos, tenzij hij binnen het college coördinerend wethouder is op het gebied van duurzaamheid. Dit betekent dat hij via speciale budgettaire bevoegdheden forse invloed kan uitoefenen op de beleidsterreinen die onder zijn collega's vallen. Maar bij geen van de andere beleidsterreinen is een paragraaf duurzaamheid opgenomen met bijbehorend budget.
Het lijkt er dus op dat de nieuwe wethouder deze belangrijke slag in het college verloren heeft. In de ontwerpbegroting die 141 bladzijden telt, is een enkele alinea gewijd aan duurzaamheid. Met schoner doelt men alleen op straatvuil en in de passages over de uitvoering van het grote stedenbeleid komt het woord duurzaamheid niet eens voor.

Particuliere organisaties die samen met anderen, waaronder betrokken burgers, werken aan een Duurzame Stad aan Zee, komen er in deze begroting slecht af. De subsidie aan OM Den Haag wordt afgebouwd. In 2003 bedraagt deze 91.000 euro. Het Haags Milieucentrum, dat duidelijk aangegeven heeft niet langer met een basissubsidie van 50.000 euro te kunnen draaien, krijgt er geen cent bij. Met deze begroting geeft het bestuur van onze stad aan niet te willen investeren in een duurzame stad en weinig waardering te hebben voor de inspanningen van anderen om dat wel te doen.

Frans van der Steen

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

Portret van twee organisaties

In Den Haag zijn honderden particuliere instellingen actief; bijvoorbeeld instellingen op het gebied van kunst en cultuur, bewonersorganisaties, welzijnsorganisaties en organisaties voor allochtonen. Bij elkaar ontvangen zij honderden miljoenen euro's aan subsidie. Dit is ze van harte gegund, want particuliere organisaties slagen er over het algemeen goed in de Haagse burger te bereiken en bij hun zaak te betrekken. Natuurlijk kun je erover twisten hoe belangrijk de zaak van een aantal van die organisaties is, maar daar gaat het hier niet om.
In Den Haag zijn naast het Haags Milieucentrum maar liefst nog twee gesubsidieerde particuliere organisaties actief op het gebied van duurzaamheid. Dat is de Stichting Om Den Haag, voortgekomen uit de Lokale Agenda 21, die zich vooral richt op ondernemers, en de Stichting Boog die zich bezighoudt met duurzame samenlevingsopbouw in de Haagse wijken. Deze drie instellingen die samen op verschillende terreinen actief zijn, zoals Ruimtelijke Ordening en Stadsontwikkeling, Verkeer en Vervoer, Duurzaam Bouwen, Duurzame Bedrijfsvoering, Duurzame Energie en Energiebesparing, ontvangen samen ongeveer 200.000 euro aan subsidie.
Hierbij een korte impressie.

Is er straks nog voldoende geld voor duurzaamheid?

De boodschap van Ontwikkelingsmaatschappij (Om) Den Haag, verwoord door haar directeur Kitty van der Voorn, is helder: duurzaam ondernemen levert geld op. In de anderhalf jaar dat Om Den Haag aan de weg timmert, levert deze werkmaatschappij inmiddels zelf ook aardig wat geld op, maar nog niet genoeg om alle activiteiten te kunnen bekostigen. Het is de bedoeling dat Om Den Haag financieel geheel op eigen benen komt te staan. De budgetten van zowel het bedrijfsleven als de gemeente worden afgebouwd. De vraag is wat dat gaat betekenen.

De gemeentelijke subsidie voor Om Den Haag wordt voor 2003 nog gehandhaafd en daarna afgebouwd. "We waren hartstikke blij met het nieuwe budget, want we waren er vanuit gegaan dat de externe bijdrage helemaal geschrapt zou worden", bekent Kitty van der Voorn. "Dat is een interessante uitdaging, maar brengt ook het risico met zich mee dat we te commercieel worden." Om Den Haag is een ondernemende stichting die is opgericht door onder andere Eneco, HTM, de gemeente Den Haag, Woningbeheer, Stedelijk Belang en Rabobank Den Haag en biedt een platform om samen te werken aan een vitale en duurzame stad. De stichting adviseert, brengt partijen bij elkaar en zoekt naar duurzame oplossingen. Het geld dat Om Den Haag met deze activiteiten verdient, investeert ze in de meer ideële doelstellingen, zaken die de commerciële bureaus laten liggen omdat ze te weinig geld opleveren.

Een voorbeeld van een project waar Om Den Haag veel in geïnvesteerd heeft, is TripleS. Dat staat voor Safety, Security en Sustainability en is een initiatief van Om Den Haag, Koninklijke Horeca Nederland, de Kamer van Koophandel en de Gemeente Den Haag voor een nieuwe, brede standaard voor maatschappelijk verantwoord ondernemen in de Haagse horeca. Kitty van der Voorn: "Wij zijn met de ondernemers in gesprek gegaan over hun beleving en bedrijfsvoering en hebben een eindrapport geleverd. Dat gaat nu naar de bestuurlijke niveaus. Het vergt heel wat voorwerk en kost veel tijd om tot een voorstel te komen waar alle partijen zich in kunnen vinden. Commerciële bureaus pakken zoiets natuurlijk niet op. Wat wij erin geïnvesteerd hebben, hopen we er weer uit te halen door de instantie te worden die TripleS daadwerkelijk ontwikkelt en aanstuurt."

Naast haar ideële doelstellingen hecht
Om Den Haag grote waarde aan haar commerciële doelstellingen. Om Den Haag gaat ervan uit dat het geld oplevert als je goed bezig bent als bedrijf en maatschappelijk verantwoorde keuzes op het juiste moment maakt. En dat geldt ook voor Om Den Haag zelf. Kitty van der Voorn is niet bang voor de concurrentie: "We hebben een ontzettend goed netwerk en we hebben onze meerwaarde inmiddels bewezen. Dat geeft ons een voorsprong op andere bureaus. Maar als we gaan vissen in dezelfde vijver en opdrachten verwerven van bedrijven die toch al verantwoord bezig zijn, doen we niet wat écht nodig is in Den Haag. We willen juist daar zijn, waar duurzaamheid nog niet in de bedrijfsvoering is verankerd."

De belangrijkste groep is - in de filosofie van Om Den Haag - de kleine ondernemers. "Juist de winkeliers en de horeca bepalen de duurzaamheid van Den Haag", aldus Van der Voorn. "We werken samen met het MKB om hen te bereiken, maar moeten daar nog heel veel tijd en energie in steken. Ook voor deze ondernemers geldt: wat goed is voor het milieu, zoals energiebesparing of bereikbaarheid, is goed voor de portemonnee. En dat spreekt ontzettend aan."

Over het economische tij maakt Van der Voorn zich geen grote zorgen: "Naarmate de tijden slechter worden, wordt de noodzaak voor een duurzame bedrijfsvoering alleen maar groter.

We hebben een goed verhaal, we zullen er alleen nog harder aan moeten trekken. Ik geloof er echt in, wat dat betreft ben ik een idealist. Wat me meer bezighoudt is de huidige politieke omgeving. Welk effect zal deze hebben op de budgetten in de maatschappij voor duurzaamheid en hebben wij dan nog wel genoeg geld om onze boodschap over te brengen?"

Lieneke Venhuis


BOOG: maak duurzaamheid toegankelijk

Zonneboilers, fietstrommels en eco-teams, het lijkt lang geleden dat initiatieven op milieugebied als paddestoelen uit de grond schoten. Den Haag is allang geen Ecostad meer en de financiële ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven is beperkt. Is er nog wel draagvlak? Stichting BOOG denkt van wel en is in de leemte gesprongen die Den Haag Ecostad heeft nagelaten. BOOG wil duurzaamheid en milieu in het kader van de samenlevingsopbouw inhoud geven in de wijken. Het is daarmee één van de onafhankelijke organisaties in Den Haag die zich sterk maakt voor initiatieven op dit gebied. Hoe gaat BOOG om met de verminderde aandacht voor het milieu bij de bevolking en de politiek?


Als onafhankelijke en professionele organisatie geeft BOOG advies en ondersteuning aan organisaties en groepen van bewoners met betrekking tot sociale participatie. Doel daarbij is de sociale samenhang in de lokale samenleving te vergroten. Duurzaamheid en milieu zijn belangrijke pijlers in het beleid. Huibert Boer, senior adviseur bij BOOG, heeft duurzaamheid en milieu in relatie tot opbouwwerk als specialisatie. Hij adviseert en ontwikkelt projecten op dit terrein. Zo heeft hij in de wijk Mariahoeve enige jaren geleden, op initiatief van de gemeente, samen met milieucommunicatie een energiebesparingcampagne opgezet. De wijkbewoners voerden zelf campagne met behulp van het E-team, een onderdeel van de Dienstenwinkel, en Eneco. Dat leverde 140 wijkbewoners op die zich committeerden aan de campagne. Een voorbeeld, volgens Huibert Boer, dat het succes van lokale ambassadeurs aantoont.

Gratis energie-advies
Er is inmiddels een vervolgproject gestart in Rustenburg/Oostbroek dat verbreed is van energiebesparing naar duurzaamheid. "Zaken als groengebieden, voorzieningen in de wijk en het aantrekkelijk houden van de wijk nemen we daar ook in mee", legt Boer uit. "De wijkbewoners inventariseren zelf de knelpunten en wensen en geven aan wat hun prioriteiten zijn." Daarnaast doet BOOG in samenwerking met het E-team een energiebesparingproject bij de minima. Het E-team geeft minima gratis energieadvies. En in een nieuw project probeert BOOG huurders en verhuurders in de particuliere sector te interesseren voor energiebesparing. Ook hier komt het E-team langs met advies en comfortverhogende en geldbesparende maatregelen, zoals tochtstrips en spaarlampen. Verder gaat BOOG debatten met allochtonen over duurzaamheid organiseren. De bedoeling is daar lering uit te trekken voor het milieubeleid. BOOG constateert dat deze bevolkingsgroep nog weinig participeert op dit terrein.

Continuïteit
De activiteiten voor duurzaamheid en milieu bij BOOG worden projectmatig ingevuld en gefinancierd. Opdrachtgevers zijn onder andere de gemeente, de provincie, bewonersorganisaties of woningcorporaties. Met die projectfinanciering heeft Huibert Boer geen moeite. "Bij activiteiten in de stadsdelen kijken we ook naar de lange termijn en de projecten moeten binnen de gestelde termijn op eigen benen staan. Verder zijn we een organisatie met 60 adviseurs in de wijken die zien wat nodig is voor nu en de toekomst. Dat geeft continuïteit."

Duurzaamheid bij
herstructurering

BOOG werkt in opdracht, maar neemt ook zelf initiatieven. Zo heeft Huibert Boer het belang van duurzaamheid en de combinatie duurzaamheid en bewonersparticipatie bij herstructurering onder de aandacht gebracht van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling van de gemeente Den Haag: "Een ondergeschoven kindje. Bij herstructurering is duurzame aanpassing van belang. Bewoners hebben daar ook ideeën over, bijvoorbeeld aangepaste woningen, een supermarkt of een park in de buurt. Die moet je meenemen in de plannen." De dienst onderschreef het belang ervan, maar legde de verantwoordelijkheid neer bij bouwfysica en bouwecologie, een afdeling die geen zeggenschap heeft over de wijkplanprocessen. "De gemeente heeft het dus nog onvoldoende opgepakt", constateert Boer met spijt, waarbij hij opmerkt dat ieder beleidsveld zijn eigen verantwoordelijkheid heeft op het gebied van duurzaamheid.

Huibert Boer onderkent de afnemende aandacht voor het milieu: "De politiek volgt datgene wat er leeft bij de bevolking en het milieubewustzijn is aanzienlijk minder geworden, dus is de beleidsaandacht ook minder. Onze uitdaging is binnen de beperkte ruimte verandering te creëren en medestanders te vinden door met bewonersorganisaties en bestaande netwerken duurzaamheidprojecten op te pakken."

Wensen van bewoners
Wat er volgens Huibert Boer in Den Haag nodig is op het gebied van duurzaamheid, is dat het begrip duurzaamheid toegankelijk wordt en dat burgers er zelf een visie over ontwikkelen. "Maak eerst concreet welke elementen daaronder vallen. Voor de één is dat de aanpassing van zijn woning voor de toekomst, voor de ander een wijkpark en voor de derde een postkantoor in de wijk. Alle elementen maken gezamenlijk de duurzaamheid. Verder kun je als gemeente wel technische criteria opstellen, maar ze moeten juist overeenkomen met wat de bewoners zelf willen. Alleen dan is er draagvlak. De norm van wat wel of niet mag, bijvoorbeeld auto's wassen in de straat, moet van de mensen zelf komen."

Lieneke Venhuis

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

BONTEBAL

Normen en waarden

Het heeft de nieuwe leiders van ons land niet behaagd een minister voor milieuzaken aan te stellen. Sterker nog: ik vermoed dat zij natuur (dat slechts een onderdeel van het milieu is) beschouwen als iets hinderlijks. Al dat groen neemt maar onnodig ruimte in, ruimte waarop je villa's kan bouwen, ruimte waarop je asfalt kan leggen. Het meest duidelijk komt dat tot uiting in het beleid en de plannen van de minister van verkeer en waterstaat. De strippenkaarten worden duurder, het asfalt wordt op veel plekken in Nederland verbreed. We mogen hem, zo heeft hij gezegd, over vier jaar erop afrekenen als auto's nog steeds stilstaan op de snelwegen. Over vier jaar?!? Beste Roelf: je bent toch niet echt van plan zo lang te blijven zitten? (De deadline voor de Branding ligt ruim vóór de verschijningsdatum; misschien zijn er, als je dit leest, al nieuwe verkiezingen uitgeschreven. Laten we het hopen.)
Ik hou het voorlopig maar op louter rancune. Volkert van der G. was immers milieu-activist én Melkertier. Bezuinigingen op het groen, de afbraak van het groen en het inkrimpen van het aantal Melkertbanen kan ik niet anders verklaren dan: we zullen die groene eikels eens een lesje leren. De wraak zal zoet zijn. Het wachten is op wegenbelasting voor fietsers. Of reed Volkert toevallig auto?
Politieke moorden horen niet tot onze cultuur en ik ben dan ook een felle tegenstander. Ik ben meer te porren voor het ludieke. Zoals de actie van die jongen van Greenpeace, die zich bij de presentatie van Grijs I aan de poort van Huis ten Bosch meldde met de mededeling: ik ben de nieuwe minister van milieuzaken. En hij mocht naar binnen! Later, tijdens de algemene beschouwingen in de tweede kamer, verscheen hij weer ten tonele. Net als de vorige keer keurig in het pak. Op het moment dat Gerrit Zalm met zijn betoog wilde beginnen, liep de greenpeacer naar het spreekgestoelte: laat mij dat maar even doen, ik heb verstandiger zaken te melden. Helaas werd hij voortijdig afgevoerd. (Verwacht dat soort acties niet van mij: ik heb geen pak.)
Verkrachting van de democratie? Ach kom. De echte geweldplegers, met het milieu als slachtoffer, zitten op het pluche. Voor hen is milieu iets waar je vandaan komt. 'Ons soort mensen', het volk dat je iedere zaterdagmiddag tegenkomt bij de delicatessenboer op het dorpsplein van Laren. Het beeld dat dit soort lieden op het groen heeft is ernstig vertekend: groen is dat wat zich tussen de villa en het tuinhek bevindt en dat zo aardig wordt bijgehouden door 'mijn mannetje' van twee dorpen verderop. En die tuin ligt er prachtig bij, er is dus niets mis met het groen in Nederland.
Het zijn trieste tijden voor water, lucht en bodem. De minister die het hardst roept om het herstel van normen en waarden, ziet er zelf geen been in om te snel over Neerlands wegen te zoeven in zijn Bentley. Ook de minister van verkeer en waterstaat ziet geen bezwaar (De Boer; nomen is ditmaal geen omen) als mensen de maximum snelheid met 10% overschrijden. Want er is 's nachts op grote delen van het snelwegennet nauwelijks verkeer. Ik dacht dat die maximum snelheid ook was ingevoerd om de uitstoot van uitlaatgassen terug te dringen.
De normen en waarden worden langzaam duidelijk en ik zal mijn voordeel ermee doen. Als ik bood ga schappen zal ik maximaal 10% meer aan artikelen meenemen dan ik afreken. En aan het eind van het jaar sjoemel ik 10% met mijn inkomsten (hetgeen helaas peanuts is).

Adriaan Bontebal
www.bart.nl/~bontebal

meer Brandingcolumns van Bontebal


  abonneren op branding?
Voor een proefexemplaar .....klik hier
{txt2}

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.