Branding - Archief  

 

Nummer 12 november/december 2003

 

De chemokar verdwijnt uit het Haagse straatbeeld ...meer

Lever lege batterijen in ...meer

Salon der initiatieven in Madurodam ...meer

Naar een duurzaam Den Haag Zuidwest ...meer

Concept-Woonvisie rampzalig voor milieu en lagere inkomens ...meer

Bezuinigingen brengen Haags openbaar vervoer aan de rand van de gevarenzone ...meer

Allochtonen betrekken bij natuur en milieu gaat niet vanzelf ...meer

Keek op de Week van de Vooruitgang ...meer

Energiebesparing thuis: een praktijkgeval ...meer

Energiek kabinet ...meer

Het is maar wat je normaal noemt ...meer

GROEN forum ...meer
-Fietspad 10 moet er nu komen
-'Slimme' cruise control is geen goed idee

Jumbo is behoorlijk bio ...meer

BONTEBAL RARE MAN ...meer

 

 

 

 

De chemokar in de grote steden

De chemokar verdwijnt uit het Haagse straatbeeld. Er wordt langs deze weg te weinig gevaarlijk afval ingezameld en er blijft te veel aan de straat staan. Maar denken de andere grote steden er ook zo over? Een Branding-benchmark.

Van boven tot onder versierd met bloemenslingers baant de chemokar zich een weg door de nauwe straat. Hij rijdt stapvoets om te voorkomen dat er iemand uit het massaal toegestroomde publiek onder de wielen komt. Uit de luidspreker, die in een grijs verleden zijn lang tegemoetgeziene komst aankondigde, galmt de kraker 'Huilen is voor jou te laat, ik kom niet meer'. Maar de berustende toonzetting van dit lied vindt geen navolging. De mensenmassa weent luid en smeekt de met kussen overdekte chemoman: "Ga niet weg, laat ons niet in de steek, we kunnen je niet missen."

Het roerende afscheid dat de Blauwe Tram in 1961 ten deel viel, zal eind november voor de chemokar waarschijnlijk niet zijn weggelegd. Zijn gebrek aan populariteit is nu juist de hoofdreden dat de wethouder van Leefbaarheid besloten heeft dit hoofdstuk van Haagse vuilophaalgeschiedenis af te sluiten. De chemokar was de laatste tijd slechts goed voor 8 procent van de totale hoeveelheid ingezameld klein chemisch afval (KCA), wat hem tot een erg onrendabele voorziening maakte. En omdat de chemokar zich haast nooit liet zien, werd er nogal eens chemisch afval onbeheerd bij de haltepalen achtergelaten.

Schrijnender dan het uit de roulatie halen van de chemokar is echter, dat er nauwelijks nog een alternatief gevonden is. Voor het kleine KCA zoals batterijen en medicijnen zijn de inlevermogelijkheden legio. Batterijen kan men bijvoorbeeld kwijt in tal van supermarkten en warenhuizen, zoals op www.stibat.nl goed te zien is. Voor overtollige medicijnen zijn apotheken het aangewezen adres, en die zijn evenmin dungezaaid. Maar waar laten we bijvoorbeeld verfresten? Het zou prettig zijn als we de die konden terugbrengen waar we ze vandaan hebben gehaald: de verfwinkel of de bouwmarkt.

Rotterdamse Retourshops
Dit is een van de mogelijkheden waar de gemeente Rotterdam momenteel op studeert. Ook Rotterdam stopt met de chemokar. En dat niet alleen, ook het voortbestaan van de twee Retourshops, ruimtes bij supermarkten waar het winkelend publiek tal van afvalcomponenten kwijt kan, staat ter discussie. Hans Krämer, clustercoördinator afval en hergebruik bij de Roteb, legt de beweegredenen uit: "Bij elk van die Retourshops werkt iemand die bevoegd is om met chemisch afval om te gaan. Die is duur. Daarnaast werkt er iemand op een gesubsidieerde baan die hem assisteert. Die subsidies verdwijnen. We bekijken nu of we scholen en supermarkten meer bij de inzameling kunnen betrekken." De bedoeling is dat er in Rotterdam 1000 à 1500 zogenoemde DIS-punten komen, waarbij 'DIS' staat voor detailhandel-inzamelingssysteem. Hieronder vallen ook bouwmarkten.

Of die bouwmarkten veel animo hebben, kan echter betwijfeld worden. In de eerste plaats moeten ze natuurlijk kostbare winkel- of magazijnruimte vrijmaken, die niet langer commercieel kan worden benut. De gederfde inkomsten zullen natuurlijk vergoed moeten worden. Dat hoeft niet zo'n probleem te zijn, maar vervelender is waarschijnlijk het volgende: volgens de Raad Nederlandse Detailhandel mogen zaken die verf verkopen maar een bepaalde hoeveelheid in voorraad hebben. Blikken met verfresten worden bij de handelshoeveelheid opgeteld, terwijl ze niets opleveren en alleen maar in de weg staan.

Als we onze aandacht richten op de andere kant van de Deltametropool, raken we in Amsterdam in de vijftien stadsdelen verzeild. Die stadsdelen mogen hun eigen beleid voeren wat betreft afvalinzameling. Maar er is er slechts één waar de chemokar niet meer rijdt: Amsterdam Zuid-oost (voorheen De Bijlmer). Judith Boerma van de Gemeentelijke Dienst Afvalverwerking heeft nog nooit gehoord dat er plannen zijn om ergens anders met de chemokar te stoppen.

Hernieuwd elan
De kleinste van de vier grote steden, Utrecht, is zelfs met hernieuwd elan met de chemokar van start gegaan. "In het verleden ging het niet goed met de afvalinzameling", aldus een woordvoerder van de Reinigings- en Havendienst RHD. "De medewerkers raceten door de wijk heen en haalden nauwelijks iets op. Nu doen ze er uren over en zamelen vele honderden kilo's per avond in."

Per avond, want Utrecht heeft er vorig jaar voor gekozen om de chemokar 's avonds op pad te sturen. Twee keer per jaar tussen 17.30 en 20.30 uur doe hij iedere straat aan, waarbij hij zijn aanwezigheid kenbaar maakt door middel van geluidssignalen en zwaailichten. De RHD beschikt nog niet over exacte cijfers, maar is enthousiast over het bereik. Per avond zijn er soms wel 90 aanbieders van KCA, variërend van batterijen tot groter spul. Artikelen die anders misschien in de vuilniszak terecht gekomen waren. Want, evenals in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam, liggen de milieu-inzamelstations in de Domstad erg decentraal. Hoeveel mensen zullen een tocht door de halve stad ondernemen om op een milieuvriendelijke wijze van hun verfresten, potten kwastreiniger, TL-buizen en accu's af te komen?

Bob Molenaar

In Den Haag zijn de milieudepots gevestigd aan de Plutostraat 1 (de Binckhorst), de Vissershavenstraat 2 (Scheveningen) en De Werf 36 (Den Haag Zuidwest).

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

Lever lege batterijen in

Volgens de Stichting Batterijen (de Stibat) in Zoetermeer beschikt een gemiddeld huishouden over 16 lege batterijen. Uitgaande van 6,5 miljoen huishoudens betekent dit dat er ruim 100 miljoen lege batterijen in huis rondzwerven. Waarvan een aanzienlijk deel uiteindelijk in de vuilniszak belandt, ook al zegt 91 procent van de Nederlanders lege batterijen te bewaren om ze later in te leveren. In de praktijk blijkt het ingezamelde percentage circa 71 procent te zijn. Jaarlijks worden er in totaal ruim 200 miljoen batterijen verkocht

Nadat Stibat vijf jaar geleden is begonnen om basisschoolleerlingen ertoe te brengen hun lege batterijen op school in te leveren, is onlangs een vergelijkbare proef gestart op 25 scholen voor vmbo en havo/vwo. Elke deelnemende school ontvangt gratis lesmateriaal, een batterijenton en de garantie dat de batterijen gratis worden opgehaald. Elke kilo ingezamelde batterijen levert één spaarpunt op. Die punten kunnen worden ingewisseld voor bijvoorbeeld spelmateriaal, apparatuur, een schoolfeest of een goed doel.

De proef wordt gehouden in Amsterdam omdat die gemeente het initiatief nam om op dit gebied met Stibat samen te werken. Als de scholen per juni volgend jaar gemiddeld minimaal 500 kilo lege batterijen hebben ingezameld, wordt de actie landelijk voortgezet. Stibat is zeer tevreden over de resultaten tot dusverre en verwacht het systeem volgend jaar inderdaad landelijk te gaan invoeren.

Meer informatie over de actie Lege batterijen? Lever ze op school in! en over batterijen in het algemeen vindt u op www.stibat.nl.

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

 

Salon der initiatieven in Madurodam

Op 10 oktober bood Madurodam onderdak aan de Salon der Initiatieven. Dit was het sluitstuk van een door de provincie Zuid-Holland ondersteunde campagne van het IVN en het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP) om burgers te stimuleren initiatieven te nemen op duurzaamheidsgebied. Dit vanuit de overtuiging dat een duurzame samenleving alleen gerealiseerd kan worden als burgers zelf met initiatieven komen, die vervolgens door de politiek worden gesteund.
Er werden vele leuke en nuttige initiatieven gepresenteerd, van natuurspeeltuinen tot zonne-energie voor huurwoningen, van vlindervriendelijk bermbeheer tot integratie via afvalprojecten. U kunt ze vinden op www.initiatievenvoorduurzaamheid.nl.
De deelnemers mochten zelf kiezen welk initiatief ze het leukste en/of het beste vonden. De burgemeester van Madurodam reikte de prijs uit aan het winnende idee: de sociale riksja uit Dordrecht. De initiatiefneemster was inmiddels nogal ontmoedigd geraakt, aangezien de lokale Kamer van Koophandel een politiek succesvolle lobby tegen een autoluwe binnenstad had opgezet. Dat ze nu in het zonnetje werd gezet, was voor haar een leuke stimulans om door te zetten. Bij de selectie van dit project heeft waarschijnlijk meegespeeld dat het milieuaspect was gecombineerd met het sociale aspect. Mensen van wie de gesubsidieerde baan wegbezuinigd wordt, krijgen zo een kans om een bijdrage te leveren aan een schone Dordtse binnenstad. In Nederland heeft eerder Amsterdam al met een vergelijkbare fietstaxi kennisgemaakt. Ook voor de gemeente Den Haag een goed idee, lijkt ons.

Lang niet alle initiatieven bleken succesvol te worden afgerond. Te vaak is er sprake van politieke of ambtelijke tegenwerking en geven mensen de moed op.
Interessant was de discussie over burgerinitiatieven. In Zoetermeer was de voltallige gemeenteraad enthousiast over een initiatief voor een natuurspeeltuin. Vervolgens brak er een hele bureaucratische discussie uit hoe het nu verder moest in het kader van de dualisering en het burgerinitiatief. Het was natuurlijk simpel op te lossen: het college of een wethouder neemt het initiatief over en geeft zijn ambtenaren opdracht om het uit te voeren. Maar zo niet in Zoetermeer, waar het project verzandde.
In Den Haag doen we dat heel anders, liet het aanwezige PvdA-raadslid Tineke van Nimwegen weten. Dat geeft goede moed en we zullen haar eraan houden als het zover is. Misschien dat we het winnende idee voor de Haagse milieuprijs ook in een burgerinitiatief kunnen opzetten.

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

 

Naar een duurzaam Den Haag Zuidwest

Den Haag Zuidwest gaat op de schop. In Bouwlust, Vrederust, Morgenstond en Moerwijk moeten vele duizenden woningen verdwijnen. Die herstructurering heeft zo z'n voordelen, maar ook z'n nadelen. In elk geval wil het Haags Milieucentrum proberen die herstructurering zo duurzaam mogelijk te laten gebeuren. We willen ervoor zorgen dat in het uiteindelijke plan alle aspecten van duurzaamheid aan bod komen: groen, water, energie en materiaalgebruik.
Op energiegebied streven we naar het stimuleren van duurzame energie en energiebesparing. Wat betreft water willen we, naast waterbesparende maatregelen (douchekop, zuinige kranen), ook afkoppeling van regenwater realiseren. Dit wordt dan niet langer op het riool geloosd. Op het gebied van groen willen we het Groene Assenkruis behouden en versterken. Hetzelfde geldt voor de ecologische verbindingen. Ook willen we ecologisch groenbeheer stimuleren, bijvoorbeeld door een gedeelte van de binnentuinen aan bewoners beschikbaar te stellen voor (moes)tuintjes. Op het gebied van materiaalgebruik willen we samen met de Technische Universiteit (TU) in Delft onderzoeken wat de milieugevolgen zijn van het slopen van woningen.

Een inspirerende dag
In het project Den Haag Zuidwest geeft het Haags Milieucentrum zijn mening over de Structuurvisie Zuidwest, spreken we in bij wijkplannen en organiseren we samen met de Stichting BOOG een inspirerende bijeenkomst op de TU Delft. Bewoners, bestuurders van woningcorporaties, ambtenaren, politici, natuur- en milieuorganisaties en technische deskundigen kunnen hier met elkaar discussiëren over duurzame herstructurering in Den Haag Zuidwest. De datum van de inspirerende dag staat nog niet vast, maar het zal half december worden. U kunt zich alvast hiervoor opgeven.

Groen platform
Ook willen we bewoners in Den Haag Zuidwest oproepen om samen een Groen Bewonersplatform op te richten. Er zijn heel veel kleinschalige maatregelen mogelijk om een duurzame samenleving dichterbij te brengen. Zoals het installeren van zonneboilers, het afkoppelen van regenwater, het aanleggen van vlindertuinen en het milieubewust omgaan met materialen. Overal in het land zijn wel leuke voorbeelden hoe het anders kan. Woont u in Zuidwest Den Haag en wilt u meehelpen met het maken van plannen om een duurzame samenleving te realiseren? Laat ons dat dan weten!

Tom Pitstra, HMC, tel. 3050286, email: tom.pitstra@haagsmilieucentrum.nl

meer artikelen over ruimtelijke ordening en duurzaam bouwen

 

 

Concept-Woonvisie rampzalig voor milieu en lagere inkomens

Bouwen en wonen hebben bijna per definitie grote gevolgen voor natuur en milieu. Hoe groot die gevolgen zijn, is sterk afhankelijk van hoe er gebouwd wordt. Het is van wezenlijk belang dat dit binnen ecologische randvoorwaarden gebeurt. Daarvoor is een integrale en duurzame benadering nodig. Volkshuisvestingsaspecten, sociale, economische en ecologische belangen moeten daarbij in hun onderlinge verwevenheid geanalyseerd en gewogen worden. Het Haags Milieucentrum heeft vanuit een dergelijke benadering gekeken naar de concept-Woonvisie 2020, die de gemeente Den Haag in september publiceerde.

De concept-Woonvisie draait om het idee van differentiatie van woonmilieus. Den Haag telt relatief veel goedkope huurwoningen en slechts weinig huizen voor mensen die wat meer te verwonen hebben. Veel van die mensen, die van groot belang zijn voor de (economische) vitaliteit van de stad, verlaten Den Haag dan ook als ze de kans krijgen. Behalve dure, homogeen samengestelde buurten als Duttendel en het Benoordenhout, ontstaan er concentraties van achterstandswijken. De middengroepen trekken hieruit weg en de lage-inkomensgroepen raken oververtegenwoordigd. Het is vooral in de laatste wijken dat een gedifferentieerder woonklimaat moet worden gerealiseerd. De gemeente wil dit bereiken door grootschalige sloop en nieuwbouw. Alleen al in Den Haag Zuidwest is ongeveer de helft van de 30.000 woningen gedoemd te vallen onder de slopershamer.

De gemeente Den Haag heeft berekend dat er op termijn een overschot van 15.000 goedkope woningen zal bestaan. Kort gezegd komt dit doordat mensen steeds welvarender worden. Maar daar valt wel het één en ander op af te dingen. Hoe de Nederlandse economie er in 2020 voorstaat is gissen, maar op dit moment floreert deze bepaald niet. De verwachting is dat de huidige recessie voorlopig zal aanhouden. Vanuit deze verwachtingen is het onbegrijpelijk dat in de voorliggende woonvisie geen rekening gehouden is met de economische ontwikkeling van de laatste vijf jaar. De nota is daardoor nogal gedateerd en gebaseerd op al te rooskleurige groeiscenario's. In plaats van een overschot aan goedkope huurwoningen, zou er wel eens een overschot aan dure huurwoningen en onverkoopbare koopwoningen kunnen ontstaan.

Een van de gevolgen van die recente economische ontwikkelingen is immers, dat mensen hun woonwensen aanpassen aan hun inkomstenverwachting voor de komende jaren. Er bestaat in Nederland niet zozeer een absolute woningnood, maar met name een kwalitatieve woningnood. Die is zeer conjunctuurgevoelig. De vraag naar goedkope huurwoningen trekt dan ook flink aan. Ook in Den Haag staan tientallen mensen in de rij voor iedere huurwoning en lopen de wachttijden enorm op. Maar ook al voordat de economie inzakte waren heel wat Hagenaars aangewezen op een goedkope huurwoning of een wat duurdere met huursubsidie. Domweg omdat ze anders niet genoeg geld overhouden om van te leven. Een huur tot 470 euro geldt momenteel als goedkoop. Wat is de Haagse definitie van betaalbaar wonen voor de groepen met de laagste inkomens? Een analyse van de woonlastenproblematiek wordt in de nota node gemist.

Indien de plannen die in de woonvisie worden ontvouwd allemaal worden gerealiseerd (er is al een begin mee gemaakt) blijft er van de voorraad betaalbare huurwoningen bitter weinig over. Een flink aantal wijken, vooral wijken als Moerwijk, Morgenstond en Bouwlust, moeten volgens de woonvisie op de schop genomen worden. Deze 'herstructurering' moet leiden tot menging van verschillende inkomensgroepen door het bouwen van verschillende prijsklassen koopwoningen en van verschillende prijsklassen huurwoningen in het bezit van woningcorporaties. Dit zal ongetwijfeld ten koste gaan van de laagste inkomensgroepen. Als er zoveel betaalbare huurwoningen gesloopt worden, waar moeten al die mensen met een lage beurs naartoe? Het overgrote deel van de woningen die na sloop teruggebouwd worden zal voor hen namelijk onbetaalbaar zijn. Overal ter wereld zijn het juist de grote steden die de meest (kans)arme mensen aantrekken. Den Haag is hierop heus geen uitzondering, zal dat niet worden en moet dat ook niet willen zijn.

Duurzaamheid de dupe
De economie mag er dan niet best voorstaan, het milieu staat er ronduit beroerd voor. De roofbouw die elke dag op het milieu gepleegd wordt is groot. Op wat langere termijn is dit waarschijnlijk de grootste bedreiging voor de kwaliteit van het bestaan van alle Hagenaars.
Uitgaande van de belangen van het milieu is het Haags Milieucentrum zeker niet tegen nieuwbouw als deze echt nodig is. Nieuwe woningen kunnen een stuk duurzamer, energiezuiniger gebouwd worden dan vroeger. Maar sloop en nieuwbouw betekenen een grote aanslag op het milieu, zowel wat betreft de productie van nieuwe grondstoffen als de verwerking daarvan tot hoogwaardige bouwmaterialen en gebouwen. Veel opdrachtgevers en bouwers hebben geen idee van bijvoorbeeld de enorme hoeveelheden energie en water die daarvoor vereist zijn.
Bestaande woningen kunnen gerenoveerd, samengevoegd of anderszins herontwikkeld worden, waarbij zeer grote milieuwinst valt te halen. Uit het project Duurzame herstructurering van Den Haag Zuidwest van het Haags Milieucentrum blijkt dat de milieuwinst van renovatie/samenvoegen/optoppen/opplussen/uitplinten van woningen nooit goed is onderzocht ten opzichte van sloop en vervangende nieuwbouw.
Op initiatief van het Haags Milieucentrum zal onderzoek worden gedaan naar welke optie het minst bezwaarlijk voor het milieu is. Er bestaan in Den Haag geslaagde voorbeelden van samenvoeging van woningen (Kuinrestraat, Hof Loevesteijn) waarover de corporatie en de bewoners tevreden zijn. Deze voorbeelden kunnen onderzocht worden op hun milieuvoordelen in de hele productieketen ten opzichte van sloop en vervangende nieuwbouw.
Het Haags Milieucentrum is er een groot voorstander van de afschrijftermijn op duurzaam gebouwde huizen en gebouwen te verlengen van de huidige vijftig jaar naar zeker honderd jaar. De relatief geringe meerkosten die duurzaam bouwen met zich meebrengt, kunnen daaruit gemakkelijk gefinancierd worden.

De concept-woonvisie legt dus een zeer zwaar accent op het slopen van bestaande woningen, of deze nu bouwtechnisch in orde zijn of niet. Vervolgens doet men er niets aan om die nieuwe woningen en inrichting van nieuwe wijken zo duurzaam mogelijk te realiseren. Hoewel het Haags Milieucentrum zich ervan bewust is dat je grote woorden niet te vaak moet gebruiken, is dit rampzalig voor het milieu. In de bijna 80 bladzijden tellende woonvisie staat letterlijk geen woord over het duurzaam renoveren of samenvoegen van woningen of het compact en duurzaam terugbouwen van woningen. Dat betekent dat de gemeente haar eigen doelstellingen en haar bijzondere verantwoordelijkheid wat dit betreft niet serieus neemt. Als er èrgens kansen liggen om duurzaamheid echt te bevorderen, en als er ergens kansen liggen om het eigen beleid van een CO2-neutrale stad inhoud te geven, dan is het hier.

Compact bouwen
De concept-Woonvisie besteedt de nodige aandacht aan compact bouwen, ervan uitgaande dat Den Haag zal groeien naar een half miljoen inwoners.
Door compact te bouwen kunnen meer mensen in de stad wonen en zijn allerlei voorzieningen (recreatief, medisch, logistiek) rendabeler te exploiteren.
Maar er is nog een andere belangrijke reden om compact te willen bouwen. Een kaderstellend gegeven in Nederland is de schaarste aan ruimte, waardoor er de afgelopen twintig jaar veel is gebouwd in de open groene ruimte. Mensen worden zich in toenemende mate bewust van het belang van het behoud daarvan, niet alleen voor hun eigen beleving van het landschap, maar ook vanuit hun behoefte aan recreatie en niet in de laatste plaats vanuit zorg om natuur en milieu. Dit betekent dat er een opgave ligt om zo compact mogelijk te bouwen in onze stad.
Bij de herstructurering in bijvoorbeeld Spoorwijk en in de plannen voor Zuidwest worden er echter flink wat minder woningen teruggebouwd dan er daarvoor waren. Toch is het wel degelijk mogelijk om op locaties die daarvoor geschikt zijn compacter terug te bouwen. Buiten Den Haag zijn tal van voorbeelden te vinden, maar ook Haagse wijken die voor de hogere inkomensgroepen zeer aantrekkelijk zijn - zoals het Statenkwartier, het Benoordenhout en delen van Bohemen - hebben een hogere woondichtheid (40 à 60 woningen per hectare) dan bij de herstructurering van Den Haag Zuidwest gerealiseerd zal worden.
Bovendien worden er bij het realiseren van nieuwe woningen grote kansen gemist om dit zo duurzaam mogelijk te doen. Dan hebben we het niet alleen over de duurzame bouw van de huizen zelf, maar ook over bijvoorbeeld binnenstedelijke waterberging en de productie van duurzame energie.

Wij delen volop de ambitie van de gemeente om binnen de stadsgrenzen meer woningen te bouwen die aan de wensen van mensen met een hoger inkomen voldoen. Ons advies om dat te realiseren is om met een stofkam door de hele stad te gaan op zoek naar daarvoor geschikte locaties. Met enige creativiteit zijn die volop te vinden. Denk bijvoorbeeld aan weinig compacte bedrijventerreinen zoals delen van de Binckhorst, de locatie van de Norfolkline, de omgeving van station Moerwijk, de zone langs tramlijn 11, het braakliggende bedrijventerrein bij De Verademing, etcetera. Denk ook aan optoppen van bestaande huizen op mooie locaties zoals rond Het Plein en op de platte huizen met aantrekkelijke woonomgeving in Benoordenhout en de Vruchtenbuurt.

De nota, eenmaal vastgesteld, vormt de basis voor het huisvestingsbeleid van de komende 17 jaar. We hopen dan ook van harte dat de gemeenteraad de kritiek ter harte neemt en zowel de belangen van het milieu als die van de lagere inkomensgroepen zwaar laat meewegen.

Tom Pitstra
Frans van der Steen


De volledige tekst van ons commentaar vindt u hier

Onverhuurbaar???
Woningcorporaties bezitten nogal wat woningen van rond de 50 - 60 m2. Deze zijn volgens hen in de toekomst onverhuurbaar. Natuurlijk heeft niemand baat bij een grote voorraad onverhuurbare woningen die kostbare grond in beslag nemen. Maar, nog los van de economische ontwikkeling, zijn er vier zaken die we daarbij dienen te bedenken. Ten eerste trekt de huurmarkt voor goedkope en dus kleinere woningen juist aan. Ten tweede zijn er ook heel wat starters en studenten voor wie een dergelijke woning prima voldoet. Ten derde is een goedkope huur ook een kwaliteit. En tenslotte kunnen dergelijke woningen worden samengevoegd zodat ze 100 à 120 m2 groot worden, of worden uitgebreid met een extra etage.

meer artikelen over ruimtelijke ordening en duurzaam bouwen

 

 

 

Bezuinigingen brengen Haags openbaar vervoer aan de rand van de gevarenzone

Voordat het kabinet met zijn huidige golf van bezuinigingen kwam, was er vorig jaar al sprake van dat het openbaar vervoer gekort zou worden in de rijksbijdrage. Voor de financiën van het openbaar vervoer is dat een stevige aderlating, want nog altijd worden de exploitatiekosten slechts voor 40% gedekt door de opbrengsten van de reizigers. De rest moet worden bijgelegd door subsidies van de overheid. Let wel, dit zijn alleen nog de exploitatiekosten. Zoals in een goed huishoudboekje betaamt zijn daar de investeringskosten nog buiten gehouden.

Als in zo'n belangrijke bron van inkomsten wordt gesneden is het duidelijk dat je met minder geld ook minder kunt doen. Een van de toverwoorden is efficiency-verbetering. Anders dan in Amsterdam en Rotterdam, waar de ambtelijke walm van gemeentebedrijf forse besparingen mogelijk maakt, is dat in Den Haag minder goed het geval. Sinds het begin van de jaren '90 is de HTM, die er een andere mentale instelling op na houdt, al druk bezig met bezuinigen. Dan moet juist gewaakt worden dat de bezuinigingen niet te ver gaan, wat op andere posten tot forse kostenverhogingen kan leiden.

Vaak worden suggesties gedaan voor maatregelen in de exploitatie. Zoals bijvoorbeeld het instellen van korttrajectdiensten. Dit lijkt aantrekkelijk maar is het niet. De valkuil is namelijk dat je dan eigenlijk twee lijnen op halve frequentie instelt. En die halve frequentie maakt dat het ongunstiger is om die twee lijnen op elkaar af te stemmen. Ergo, het scheelt niets in kosten, maar de reiziger is wel de dupe.

Slipbemanningen
Net zo min voordeel levert het idee op van slipbemanningen. Dat wil zeggen dat aan het eindpunt de bestuurder de tram verlaat, die dan wordt overgenomen door een collega die net zijn rustpauze heeft gehad. Optisch lijkt het alsof je een tram uitspaart. Maatgevend is echter de wageninzet in de spitsuren en dan zijn de pauzes kort gehouden. Het enige effect is dus dat tussen de spitsuren er een tram méér in de remise staat dan aan het eindpunt. Qua kostenbesparing levert het dus niets op. Maar je hebt wel een fors nadeel bij verstoringen. Als de bestuurder een vaste tram heeft zijn verstoringen binnen de kortste keren verholpen. Pas je slipbemanningen toe, dan staat de bestuurder aan de ene kant van de stad en zijn tram aan de andere kant. Zie dan maar dat je dat weer goed krijgt. Daar kan NS volop over meepraten; daar wordt met slipbemanningen gewerkt om het rondje om de kerk te voorkomen.

Het is dus zaak om niet te gauw te roepen dat het vervoersbedrijf eerst maar eens zelf moet bezuinigen. Als je niet alle factoren in je analyse meeneemt, leidt dat soort bezuinigingen eerder tot kostenverhogingen en zeker tot forse nadelen voor de reizigers.

Voordat er gesneden wordt in bepaalde frequenties of in bepaalde trajecten is in Haaglanden eerst gekeken of het lijnennet nog wel overeenkomt met de vervoersvraag. De stad verandert, dus waar de ene lijn met een stijging van de vervoersvraag te maken krijgt zal die bij een andere lijn juist dalen. Ook zijn er nogal wat lijnverlengingen geweest die ad-hoc aan een bepaalde lijn zijn geknoopt, maar waar dat in een totaal overzicht beter aan een andere lijn had kunnen gebeuren. Uit de jaren '70 stamt nog het twee-lijnen-per-tak-systeem. Aanvankelijk had men goede hoop de reiziger daarmee beter te bedienen. Maar het bleek een draak te zijn. Slechts 4% van de reizigers had er voordeel van, terwijl de andere 96% juist forse nadelen ondervonden. Tel daarbij op dat een dergelijke exploitatie 30% meer kost dan bij enkelvoudige lijnen, en je bent blij dat dit systeem op 15 december met de verschuivingen tussen de lijnen 1, 8 en 9 eindelijk ter ziele is.

Lijnwijzigingen
Het resultaat van deze beschouwingen is geweest dat er per 15 december een groot aantal lijnwijzigingen komt. Met niet alleen nadelen, maar ook voordelen. Inderdaad, er vervallen enkele verbindingen. Maar na aanpassing van de aanvankelijke plannen zijn de alternatieven nauwelijks minder of soms zelfs juist beter dan de oorspronkelijke lijnen. Tegenover de reizigers die nadeel ondervinden omdat ze een keer extra moeten overstappen staat een gelijk of zelfs groter aantal reizigers dat er juist op vooruit gaat. Overstappen is er voor hen niet meer bij of ze hoeven dat door een hogere frequentie minder lang te wachten.

De conclusie is dat het nu nog is gelukt om door verbeteringen in het lijnennet de nadelen van de bezuinigingen buiten de deur te houden. Gaan de bezuinigingen nog verder, dan zal dat niet meer lukken. Dan moeten er maatregelen worden genomen die echt tot minder reizigers zullen leiden. Om dat te voorkomen is het dus zaak om iedereen ervan te doordringen dat met het lijnennet per 15 december aanstaande, de ingebruikname van de tramtunnel per 19 oktober 2004, de komst van RandstadRail op 1 juli 2006 en daarmee ook nieuw trammaterieel het openbaar vervoer in Haaglanden nog beter en nog gemakkelijker zal worden. Alleen met zo'n instelling win je meer betalende reizigers, want alleen daardoor kun je het net overeind houden.

Vinex-wijken
Tot slot nog enkele opmerkingen over de ontsluiting van de Vinex-wijken. De grootste vervoersvraag is op de radiale lijnen naar het Haagse Centrum en Centraal Station, want op die verbindingen is het de moeite waard om je auto te laten staan. Voor Wateringse Veld is dat lijn 17 en voor Ypenburg lijn 15. Beide lijnen beginnen, na een aarzelende start, nu goed uit de verf te komen. Voor Leidschenveen en de Vinex-wijken in Zoetermeer en Pijnacker duurt het helaas nog even, want die zijn aangewezen op RandstadRail. Inmiddels nemen wel buslijnen de honneurs waar. Conclusies als zouden de Vinex-wijken van openbaar vervoer zijn verstoken berusten dus niet op waarheid. Enige ongerustheid is wel op zijn plaats of de verlenging van lijn 16 naar de westzijde van Wateringse Veld nog wel doorgaat.

Daarnaast zijn er voor de Vinex-wijken ook enkele tangentiële lijnen (dat zijn lijnen tussen buitenwijken onderling) voorzien voor de verbindingen met Delft, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg. Daar rijden er al enkele van, zoals lijn 33, maar die stellen zwaar teleur. Het wekt dus geen verbazing dat de geplande lijn 37 tussen Den Haag Zuidwest, Delft en Zoetermeer geen tramlijn wordt maar een buslijn. Lijn 19 zal eerst een buslijn zijn, maar die zal zeker zo'n goede kwaliteit bieden als een tramlijn. Je kunt het je niet permitteren om in deze lijn geld voor tramexploitatie weg te gooien als de positie van de rest van het net zo benard is. De les uit deze lijn is wel dat je eerst goed moet weten hoe je lijnennet eruit gaat zien voordat je infrastructuur gaat aanleggen.

Jan van Male,
ROVER Den Haag

meer artikelen over mobiliteit

Twee lijnen per tak
Een goed voorbeeld van het twee-lijnen-per-tak-systeem (TLPTS) is de verbinding tussen De Uithof en het Centrum via de Melis Stokelaan. Daar rijden tram 8 en 9 voor een zeer groot dezelfde route. Als voordeel van dit systeem wordt gepresenteerd dat passagiers minder hoeven over te stappen: ze kunnen kiezen uit twee eindbestemmingen.
Het TLPTS-systeem is echter heel star. Afstemming van lijnen werkt hooguit in één richting goed, maar niet in de andere. Daar ontstaat clustering, dus langere wachttijden en minder zitplaatskans. Daarbij is het voordeel voor de reizigers miniem: het percentage dat echt voordeel heeft van de bespaarde overstap is kleiner dan vier, want het overgrote deel van de bestemmingen ligt op de tak zelf of niet verder dan het Centrum. Bovendien willen de meeste reizigers niet wachten op de rechtstreekse verbinding, maar liever reistijd besparen door de eerstkomende tram te nemen en dan over te stappen. Op de Melis Stokelaan is er bijvoorbeeld niemand die een lijn 8 voorbij laat gaan omdat hij met lijn 9 naar CS wil. Daar ben je dan sneller met een overstap op Hollands Spoor, waar je uit vele lijnen kunt kiezen.

De komende opheffing van lijn 8 met vervanging door de lijnen 1 en 9 pakt goed uit. Scheveningen-Dorp gaat van een kwartier- naar een tienminutendienst. Op de Melis Stokelaan verbetert de regelmaat en op de Koninginnegracht zijn alleen bij extreem grote drukte naar Scheveningen korttrajectdiensten nodig.

 

 

 

 

Allochtonen betrekken bij natuur en milieu gaat niet vanzelf

De deelname van allochtonen aan natuur- en milieuactiviteiten is beperkt en de actieve leden in de natuur- en milieuorganisaties zijn bijna allemaal autochtone Nederlanders. De bereidheid om dit te veranderen is er. Maar hoe? IVN Consulentschap Zuid-Holland organiseerde op 17 september in Theater Concordia in Den Haag een werkconferentie rond dit thema met de titel 'Interculturalisatie natuur- en milieu in Zuid-Holland'.

Zo'n 40 vertegenwoordigers van allochtonenorganisaties, natuur- en milieuorganisaties, adviesbureaus en de gemeente waren aanwezig op de conferentie. IVN-directeur Jurr van Dalen gaf het begrip interculturalisatie handen en voeten. "Het is de wereld anders bezien", stelde hij. "Allochtonen hebben hun eigen opvatting over de natuur. Is bijvoorbeeld picknicken in het stadspark natuurbeleving? Jazeker! De betrokkenheid van allochtonen bij natuur en milieu is van groot belang voor een duurzame samenleving. Maar die bereik je niet vanuit eenzijdige zendingsdrang. Vraaggerichte werkmethodes zijn nodig. IVN gaat ermee aan de slag en heeft als doelstelling dat in 2010 minimaal 5% van alle activiteiten gericht is op allochtonen en het beleid intercultureel samengesteld is."

Houden allochtonen wel van de natuur en geven ze om het milieu? Ja, zeiden de allochtonenorganisaties die Marlon van der Waal, projectmedewerker van het IVN Consulentschap Zuid-Holland, interviewde voor een onderzoek naar interculturalisatie in natuur en milieu. Alleen is het geen vanzelfsprekend gespreksonderwerp. De natuur in eigen omgeving blijkt het meest geliefd. Ook zijn ze bereid om samen te werken. De geïnterviewde natuur- en milieuorganisaties stonden positief tegenover interculturalisatie. Binnen IVN zelf heeft al een aantal afdelingen positieve ervaringen opgedaan met interculturele projecten. Kansrijke acties die werden genoemd door de geïnterviewden waren het gebruik van vrijwilligerspools van allochtonen, allochtonenorganisaties als intermediair inschakelen en een regiegroep van allochtonen instellen.

Een Forumpanel met vertegenwoordigers van Stimulans, Natuurmonumenten, Meander, COS Rijnmond & Midden-Holland en Bureau Aarde-Werk, besprak succesvolle projecten die een brug slaan tussen allochtonen en natuur- en milieuorganisaties en de rol van vrijwilligerswerk. Bijvoorbeeld een klankbordgroep en een onderzoek naar natuurbeelden van allochtonen van Natuurmonumenten, het werven van coaches uit de gelederen van allochtonenorganisaties van Bureau Aarde-Werk en het ontwikkelen van een tuin van de vier windstreken waarin verschillende culturen vertegenwoordigd zijn, van COS. "Iets aparts ontwikkelen voor allochtonen is niet nodig, je moet juist wat je nu doet, interessant maken voor meer mensen", vond de heer Pervin van Meander. "Zorg dat je allochtonen in je organisatie hebt, maak bijvoorbeeld gebruik van de bestaande vrijwilligerspools", voegde Abdelkader Salhi van de Stichting Stimulans aan de discussie toe.

Draagvlak
Vervolgens verplaatste het gesprek zich naar kleine groepen in de zaal. Daar kwam onder andere naar voren dat er eerst draagvlak in een organisatie moet zijn om te interculturaliseren, dat het belangrijk is om allochtone organisaties als volwaardige partners te zien en dat je vooral moet zoeken naar overeenkomsten. Madelon Awater van Milieucommunicatie van de Dienst Stadsbeheer: "Onze ervaring is dat vooral persoonlijk contact en kleinschalige projecten in de wijk succes hebben. Wij werken met partners als BOOG, wijkbeheer, en het Ontmoetingscentrum Buitenlandse Vrouwen. Folders voor deze doelgroep hebben weinig zin." Met de conclusie: "Interculturaliseren gaat niet vanzelf, maar de eerste stap is gezet. En wij gaan er mee verder" besloot Ella Bartowska, directeur IVN Consulentschap Zuid Holland. de werkconferentie.

Lieneke Venhuis

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

Keek op de Week van de Vooruitgang

De mensen die op zondag 21 september tegen het middaguur op de Hofplaats kramen aan het opbouwen waren, keken vreemd op. Het was toch Binnenstad Bereikbaar-dag, en dan was een deel van het Haagse Centrum toch afgesloten voor gemotoriseerd verkeer? Dus wat deden al die auto's daar dan?

Maar nee, de activiteiten in het kader van het evenement Binnenstad Buitengewoon Bereikbaar begonnen om 12.00 uur, en pas daarna werden er wat hekken dwars over de weg gezet. De nijvere standhouders keken elkaar maar eens berustend aan. Niet alleen liep de gemeente Den Haag uit de pas met de Europese Autovrije Dag - die zou de dag erna plaatsvinden, op een werkdag, wat volgens Den Haag te veel overlast met zich zou meebrengen - ook werd de afsluiting van slechts een paar straten beperkt tot een luttele vijf uurtjes. Het was wel duidelijk dat iets als een autovrije dag, welke naam hieraan dan ook gegeven wordt, voor het gemeentebestuur maar een hinderlijke onderbreking van de dagelijkse gang van zaken vormt.

Congestion charge
Na rijp beraad had het Haags Milieucentrum toch besloten om acte de présence te geven, ook al hadden wij dan grote bezwaren tegen de invulling van deze dag. Er is niets mis met het bevorderen van de vitaliteit van de binnenstad, maar is één dag per jaar ruimte voor de niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers nu echt te veel gevraagd?

Vandaar dat de argeloze binnenstadsbezoeker op deze zonnige zondag kon worden aangeklampt door twee verbluffend goed Nederlands sprekende Londeners, die hem een flyer in de handen drukten. Hierop werd het een en ander verteld over de manier waarop Londen de verkeersproblemen in de binnenstad te lijf is gegaan. De huidige burgemeester, Ken Livingstone, is gekozen (zo gaat dat immers in het land van de Magna Charta, een van de pijlers van de democratie in de moderne zin) op de belofte het fileprobleem aan te pakken en het busvervoer te verbeteren. Automobilisten in het centrum van Londen plachten immers ongeveer de helft van de tijd in de file te staan en bussen kwamen nauwelijks vooruit. Met deze taken is Livingstone voortvarend aan de slag gegaan. In twee jaar tijd was een systeem in werking dat draait om een zogenoemde fileheffing: de congestion charge. Automobilisten die op een werkdag tussen 07.00 en 18.30 uur het zakencentrum de City of London in willen, zijn daarvoor £5 kwijt, zo'n zeven euro.

Van elke automobilist die het acht vierkante kilometer grote tolgebied binnenrijdt, wordt het nummerbord gefotografeerd en tegelijkertijd een totaalbeeld van de auto genomen. Hiervoor zijn geen geavanceerde satelliettechnieken nodig maar eenvoudige digitale camera's die informatie naar centrale computers sturen. Die camera's staan bij elke invalsweg, hoe klein ook, en ook verder nog op verschillende strategische plekken.

De resultaten mogen er zijn. Het aantal verkeersopstoppingen daalde in ruim drie maanden tijd met bijna 40%. De gemiddelde snelheid van het verkeer nam toe van 14 naar 18 kilometer per uur. Enkele duizenden automobilisten zijn overgestapt op de bus, onder meer omdat er twaalf nieuwe routes zijn gekomen. Doordat er zoveel opstoppingen zijn verdwenen, volgen de bussen elkaar snel op en hoeft de gebruiker niet langer te wachten tot hij een ounce weegt. Die nieuwe lijnen zijn echter nog niet erg ingeburgerd. Veel automobilisten hebben gekozen voor de bekende weg: de metro, die daarmee alleen nog maar drukker is geworden.

Op de groep heffingsplichtigen bestaat overigens een aardige uitzondering: bestuurders van auto's die op alternatieve energie rijden mogen wèl gratis door de stad toeren. Ze hoeven zelfs geen parkeergeld te betalen.

De fiets
Gelukkig zijn er nog andere vervoermiddelen dan de auto en het openbaar vervoer: in ongeveer 28% van de Londense huishoudens is minstens één fiets te vinden, maar de situatie in hartje Londen nodigde nooit erg uit om die te gebruiken. Wie wil weten waarom niet, moet maar eens kijken op www.blagged.pwp.blueyonder.co.uk/citycyclists/hoshame.html.
Dat is aan het veranderen. Volgens de London Cycling Campaign is het aantal fietsers in de binnenstad sinds de invoering van de congestion charge met zo'n 25% gestegen. Fietsenstallingen op drukbezochte plaatsen noteerden een verdubbeling van het aantal gestalde fietsen sinds de fileheffing in februari van kracht werd. Forensen nemen hun rijwiel nu mee in de trein naar Londen en vervolgen hun reis door de binnenstad hierop. Volgens hen is het niet eerder zo leuk, mooi en veilig geweest om door de Britse hoofdstad te forenzen.

Uiteraard zijn de protesten tegen de congestion charge niet van de lucht. Vooral ondernemers in de City of London klagen over omzetverlies, tot wel 46%. Een Amerikaans rapport bestrijdt dit cijfer echter. Het zou niet hoger zijn dan 16%. Deze analyse is gemaakt in opdracht van de New Yorkse burgemeester Michael Bloomberg, die de wijken Brooklyn en Queens autovrij wil maken. Hij was gedwongen die plannen uit te stellen omdat het bedrijfsleven naar aanleiding van de Londense cijfers bezwaar maakte. Het Amerikaanse rapport vormt voor hem een steun in de rug.

Wat er ook op de concrete invulling van de heffing af te dingen is, niemand wil er meer vanaf. Zelfs de tegenkandidaat van burgemeester Livingstone, de Conservatief Steve Norris, is bereid de tol in aangepaste vorm te handhaven,.

De Haagse situatie
De Haagse wethouder Bruno Bruins, die ook de verkeersportefeuille in het Stadsgewest Haaglanden onder zijn hoede heeft, denkt dat er op termijn aan tofheffing niet te ontkomen is. Die mening is inmiddels ook zijn partijgenote Karla Peijs van Verkeer en Waterstaat toegedaan, zij het dat ze verwacht hiermee niet vòòr 2010 te kunnen beginnen. Wat Bruins betreft zou beprijzing niet in de binnenstad van Den Haag moeten gebeuren. Opstoppingen doen zich volgens hem niet zozeer voor in de binnenstad, maar meer op het hoofdwegennet. Dáár moet het probleem worden aangepakt. En ook verwacht Bruins veel van Randstadrail. In het milieucafé De Derde Dinsdag in Dudok van 23 september sprak de wethouder de hoop uit dat Randstadrail dezelfde uitstraling en vanzelfsprekendheid krijgt als de metro in Londen.

Het eveneens aanwezige D66-raadslid Robert van Lente merkte droog op dat de bewoners van de Amsterdamse en de Stille Veerkade waarschijnlijk anders over deze problematiek denken. Ook op de Veerkades, hartje centrum, is vaak sprake van een verkeersinfarct. Van Lente zei dat hij dan ook graag een onderzoek naar beprijzing van autoverkeer in de binnenstad zou willen zien. Maar inmiddels zijn ook de bewoners van de Veerkades zelf in actie gekomen. In een brief aan de gemeenteraad eisen ze dat ze niet langer worden blootgesteld aan het door verkeer veroorzaakte fijn stof, dat allerlei ziekten veroorzaakt. Dit naar aanleiding van de eerste resultaten van het meetpunt dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op de Veerkade heeft aangebracht. De maximale norm voor de uitstoot van fijn stof wordt ongeveer tien maal zo vaak overschreden als toegestaan: dagelijks in plaats van op z'n hoogst 35 dagen per jaar. Het RIVM is van mening dat het onderzoek nog niet lang genoeg loopt om er conclusies aan te kunnen verbinden, maar de trend is zorgelijk.

Behalve dat het Haags Milieucentrum op de 'Autovrije Dag' aandacht vroeg voor het Londense model, maakte ze propaganda voor autodelen. Door samen met andere mensen één auto te gebruiken, kan het totale autobezit immers binnen de perken worden gehouden. Presentator Gerard van den IJssel - in een knalgeel kostuum gestoken - voelde geïnteresseerden aan de tand over hun kennis van autodelen. Ook werden ze gevraagd een speelgoedauto'tje in tweeën te zagen. De gelukkige winnaar mocht een dag later, de nationale Autodate Dag, in een Smart Sport Biturbo deelnemen aan de 24-uurs Deelautorally die door heel Nederland ging.

Bob Molenaar

meer artikelen over mobiliteit

 

 

 

Energiebesparing thuis: een praktijkgeval

Door zijn woning grondig te isoleren wist Arie Groenveld het energieverbruik voor verwarming met circa een factor 3 terug te brengen. In de afgelopen 23 jaar bespaarde hij zo meer dan 50.000 m3 aardgas. Hieronder zet hij uiteen welke maatregelen hij zoal genomen heeft.

Ik betrok mijn huidige hoekwoning op 1 januari 1979. Door de heersende koude winter was die toen niet warm te krijgen, ondanks de ingestelde CV-watertemperatuur van meer dan 100°C. Toen ik na van de kou te zijn bekomen eind april de gasmeterstand opnam, bleek er in vier maanden tijd 3000 m3 aardgas te zijn verbruikt. Voor een normaal stookseizoen zou dit zeker op 4500 m3 aardgas uitkomen. Ik besloot om gerichte maatregelen te nemen, zowel voor het milieu als om de stookkosten te beperken. Na analyse van allerlei tips kwam ik tot de volgende tabel van maatregelen en mogelijke besparingen.

Nadat ik in de zomer van 1979 voor ca ƒ2000 (na aftrek van subsidie) had uitgegeven aan het vullen van de spouwmuur en het aanbrengen van dubbele beglazing in de kamer, bleek mijn gasverbruik in het seizoen '79/'80 tot 2800 m3 te zijn teruggelopen. Het aanbrengen van een schuifdeur bij de trap naar de 1e verdieping zal hieraan ook fors hebben bijgedragen. Het seizoen daarop ('80/'81) werd door het aanbrengen van CV-leidingisolatie en radiatorfolie het gasgebruik teruggebracht tot 2400 m3. Isolatie van dak en vloer leidde in het seizoen '81/'82 tot een verdere beperking van het gasgebruik, tot ca 1900 m3.
Om elektriciteit te besparen had ik in mijn - inmiddels vervangen - CV-ketel ook nog een pompschakelaar aangebracht, die de CV-pomp uitschakelde als de temperatuur van het rondgepompte water beneden 28°C kwam.

Gasverbruik
Door aan het eind van elke maand de gasmeterstand te noteren, kon ik het gemiddelde gasverbruik per dag bepalen. Bij het weerstation Rotterdam vroeg ik vervolgens de aantallen graaddagen op. Het aantal graaddagen is een waarde die de koudheid van de dag aangeeft t.o.v. 18°C. Bijvoorbeeld: bij een gemiddelde dagtemperatuur van 10° is het aantal graaddagen op die dag 8. Zo kon ik het gemiddelde aantal graaddagen per dag voor de desbetreffende maand vaststellen.

In de jaren na 1982, waarin mijn (drie) kinderen het huis verlieten en de winters nu eens strenger, dan weer minder streng waren, varieerde het gasverbruik tussen 1900 en 2500 m3. Het jaarlijks gasverbruik voor warm water en koken liep terug van ca. 400 naar ca 250 m3. Deze waarden konden worden afgeleid uit metingen van het gasverbruik in de zomermaanden.

In 1991 werd de CV-ketel vervangen door een nieuwe ketel. Vanwege de toenmalige kinderziektes van HR-ketels koos ik voor een verbeterd rendementsketel, hetgeen vermoedelijk tot een gemiddelde besparing van ca 150 m3 gas per jaar leidde.

Vloerverwarming
In 1996 is vervolgens vloerverwarming in de kamer aangebracht, met tussen de leidingen en de betonvloer een extra laag isolatie (1 cm aluminium noppenfolie). Deze maatregel heeft nauwelijks effect gehad op het energiegebruik, hoewel de helling van de grafiek van '96/'97 toch iets ongunstiger is geworden. Kennelijk lekt er bij lagere buitentemperaturen (en dus hogere vloertemperaturen) meer warmte weg door de vloer, maar wordt dit effect in de warmere wintermaanden meer dan gecompenseerd door verbetering van het comfort. Hierdoor kan worden volstaan met een iets lagere kamertemperatuur en snijdt de stooklijn '96/'97 de x-as op een gunstiger punt (2,5 graaddagen).
's Avonds om 21.00 uur gaat de ingestelde temperatuur van 20,0° C naar 18,0°C. Vanwege de warmte-inhoud van de vloer blijkt de temperatuur rond 24.00 uur meestal niet meer dan enkele tienden van een graad te zijn gedaald. Vanaf 's morgens 7.00 uur wordt de temperatuur in de loop van de dag geleidelijk weer op 20 graden gebracht.

Tot slot heb ik in 2001 bij een kozijnvervanging in het gehele huis alle ramen (ca 20 m2) laten vervangen door HR++ glas. In de zeer zachte winter van 2001/2002 heeft dit geleid tot een gasverbruik van 1380 m3. In het 'normalere' seizoen 2002/2003 verwacht ik uit te komen op 1500 kuub. De stooklijn ligt beduidend lager dan die van '96/'97. De helling is iets gunstiger.
Ook hier zien we een gunstig snijpunt met de x-as. Vermoedelijk omdat door het zonnige voorjaar extra stralingswarmte wordt ingevangen, die door de extra HR++ isolatie langer wordt vastgehouden. Dit is duidelijk merkbaar in de maanden maart en april, die toch relatief koud zijn t.o.v. oktober, maar waarin de invloed van de zon sterker is.

Conclusie: Door goede isolatie zijn forse energie- en kostenbesparingen mogelijk. Als lid van de coöperatieve vereniging De Windvogel ondersteun ik CO2-reductie door middel van opwekking van duurzame windenergie en ook zonne-energie natuurlijk van harte. Maar door de woning goed te isoleren kan een flinke stap in dezelfde richting worden gezet.

Arie Groenveld

Dit artikel verscheen eerder in gewijzigde vorm in De Windvaan, het orgaan van vereniging De Windvogel.

Graaddagen:
De warmtelek uit een gebouw is in feite een lineair proces, waarbij het energieverlies evenredig is met het verschil in temperatuur tussen binnen- en buitenkant van een vertrek. Om hiervoor te compenseren is het begrip graaddagen geïntroduceerd. Maar in de praktijk blijkt het energiegebruik volgens de graaddagenberekening niet helemaal te kloppen. Daarom werken energiebedrijven bij hun zuinigheidsacties met stooktabellen die gebaseerd zijn op gewogen graaddagen. Hierbij wordt het aantal 'normale' graaddagen in de maanden november t/m februari met een factor 1,1 vermenigvuldigd en in de maanden april t/m september met 0,8.

meer artikelen over duurzame energie en energiebesparing

 

 

Energiek kabinet

Het kabinet wil dat stroomleveranciers de brandstofmix van de door hen geleverde stroom aan afnemers gaan melden. Dit staat in een wetsvoorstel dat als doel heeft de positie van de consument op de geliberaliseerde energiemarkt te versterken. Als die markt wordt vrijgegeven, kunnen consumenten zich bij de keus voor een stroomleverancier mede laten leiden door de samenstelling van diens stroom. Komt er windenergie uit het stopcontact of worden de turbines voortgedreven door verbrande kadavers? Draait onze vaatwasser op stroom uit waterkracht of loopt onze koelkast op verstookte kippenpoep? Is de elektriciteit afkomstig van die gigantische kernreactor waar de aarde omheen draait of zijn de kleinere aardse atoomstroomfabrieken ervoor verantwoordelijk? Als het parlement met het wetsvoorstel instemt, zal uw stroom bij de opening van de markt op 1 juli 2004 'gelabeld' zijn.

meer artikelen over duurzame energie en energiebesparing

 

 

 

Het is maar wat je normaal noemt

Dubbeltariefmeters zijn dan ook in menig huishouden te vinden. Ook zonder liberalisering vormt dit systeem een treffende illustratie van de wet van vraag en aanbod: overdag, met name op werkdagen, is de vraag naar elektriciteit groot, dus dan is de prijs hoger. 's Nachts is de vraag klein, dus de prijs lager. Een dubbeltariefmeter stimuleert verbruikers om hun stroomvraag in de nachtelijke uren en de weekends te concentreren. De elektriciteitsmaatschappijen kunnen dan met minder reservecapaciteit toe en belonen de consument met een financieel voordeeltje.

Maar hoe hoog dat voordeel is, is nogal onduidelijk. Wie op de website van Eneco de tarievenpagina van Den Haag opslaat, krijgt daar de keus uit een enkel- en een dubbeltariefmeter. Bij een enkeltariefmeter betaal je 24 uur per dag een normaal tarief, bij een dubbeltariefmeter betaal je tussen 23.00 en 07.00 uur en in het weekend een laag tarief; de rest van de tijd betaal je een normaal tarief.

Is dat onduidelijk? Ja, dat is onduidelijk. Want het ene normale tarief is het andere niet. Wie doorklikt naar de volgende pagina, ziet dat bij een enkeltariefmeter het normale tarief voor een standaardverbruiker 4,83 eurocent (exclusief ecotax) per kilowattuur bedraagt, en bij een dubbeltariefmeter 5,83 eurocent per kilowattuur. Een dubbeltariefmeter betekent dus niet alleen dat het voordelig is om stroom te gebruiken in de daluren (zoals dat vroeger heette), maar ook dat het onvoordelig is om dat te doen in de 'dure' uren.

Volgens de heer De Ruiter van Eneco gebruiken consumenten met een dubbeltariefmeter zo'n veertig à vijftig procent van hun elektriciteitsvraag in de daluren. Een dubbeltariefmeter is dus al snel voordeliger. Dat mag zo zijn, maar het breakeven point - het omslagpunt waarna een dubbeltariefmeter voordeliger wordt dan een enkeltariefmeter - ligt hoger dan heel veel mensen denken.

meer artikelen over duurzame energie en energiebesparing

 

 

GROEN forum

Fietspad 10 moet er nu komen

In de Branding van juni/juli vertelt Jaap Mels dat ons land vol ligt met brede, geasfalteerde, met palen en hekken van de omgeving afgeschermde en van lichtmasten voorziene "fietswegen". Kan hij hier in de buurt een paar van die wegen noemen? Dan ga ik er eens kijken, want blijkbaar heb ik een belangrijk aspect van ons landschap altijd over het hoofd gezien. Dan kan ik misschien ook een glimp opvangen van de "lycrabrigade". Ik heb geen idee wat ik me daarbij moet voorstellen, wat ook al een ernstig gebrek aan mijn ontwikkeling is.

Waarom zouden fietspaden niet geschikt zijn om op te wandelen? Ik fiets bijna dagelijks op fietspaden waar regelmatig wandelaars lopen; bij voorbeeld in het Haagse Bos, door landgoed Reigersbergen en het enige jaren geleden aangelegde stuk van fietspad 10. Natuurlijk vraagt dat van beide partijen een beetje begrip voor elkaar, maar dat is toch overal in de maatschappij nodig? De meeste wandelaars begrijpen dat ze op een fietspad niet over het hele pad moeten uitzwermen en geen honden los moeten laten lopen die ze niet onder appèl hebben. Evenzo begrijpen fietsers dat ze op dergelijke paden niet met zijn twintigen om het hardst moeten rijden. Ik maakte nog nooit agressie of scheldpartijen mee.

Nederland is vol, maar niet met mensen maar met auto's. Die hebben bovendien de vervelende eigenschap dat de voor hen gereserveerde ruimte nergens anders voor gebruikt kan worden als ze er niet zijn. Als alle auto's in woonstraten en parkeergarages staan zijn de vele kilometers autosnelweg wel leeg, maar mens noch dier kan er gebruik van maken. Dat is wellicht ook het geval met de "fietswegen" van Jaap Mels, maar normale fiets- en wandelpaden kunnen door veel diersoorten gemakkelijk overgestoken worden en sluiten naadloos aan op de begroeiing. We hoeven Nederland toch niet nog voller te maken dan het al is door voor iedereen zijn eigen weg te reserveren - ook als hij er helemaal niet is?

Eens ben ik het met Jaap Mels dat een toegang tot het duingebied voor fietsers bij de Waalsdorpervlakte voor de hand ligt, en dat dus fietspad 10 eigenlijk een vanzelfsprekende zaak is. Misschien is de "recreatiedruk" op het natuurgebied inderdaad al hoog en zou hij door de nieuwe verbinding nog hoger kunnen worden, maar dat is wel een erg abstract en slecht kwantificeerbaar feit: wat is recreatiedruk eigenlijk en hoe meet je die? Ik denk trouwens dat om die recreatiedruk te beperken niet in de eerste plaats het fietsverkeer beperkt moet worden, maar de voetgangers, want die verstoren de natuur veel meer dan fietsers. Ze hebben honden bij zich die achter de konijnen aan zitten, en kinderen die spelletjes spelen in de bosjes, takken afbreken en in bomen klimmen - om over het achterlaten van rommel maar niet te spreken.

Bovendien zijn wandelaars vaak uitgestapte autobestuurders. Als fietspad 10 ertoe zou leiden dat die wandelaars hun auto niet meer bij de Boerderij van Meijendel zouden parkeren, maar daar via fietspad 10 heen zouden gaan, zou dat wel eens een vermìndering van de "recreatiedruk" kunnen betekenen.

Het lijkt inderdaad voor de hand te liggen om een van de voetpaden over de Vlakte van Waalsdorp voor fietsers geschikt te maken vanaf het ecoduct over de Noordelijke Randweg tot het fietspad dat langs Meijendel naar de strandopgang loopt. Daar liggen nu een aantal wandelpaden heel dicht bij elkaar en ze zijn zeker niet zo druk dat dat voor de wandelaars moeilijkheden zou kunnen geven. En ja, dan zal er wel eens iets gebeuren wat anderen niet leuk vinden, maar dat gebeurt nu ook, en dat mag toch nooit een reden zijn om een nuttige en nodige voorziening niet te maken? Het is aan ons allen om te zorgen dat die voorziening er na al het gekissebis en dwarsliggen eindelijk zo snel mogelijk komt en vervolgens goed gebruikt wordt zodat we er allemaal plezier van hebben.

Henk Ens

meer artikelen over mobiliteit

'Slimme' cruise control is geen goed idee

Staatssecretaris van Milieu Pieter van Geel wil dat alle nieuwe auto's in Europa worden uitgerust met een cruise control en een boordcomputer. Dit zou het brandstofverbruik en de CO2 uitstoot met zo'n tien procent kunnen verminderen. Henk Ens verwacht er weinig heil van. Integendeel.

Een traditionele cruise control doet weinig meer dan je snelheid constant houden. Daar heb je in Nederland weinig aan, maar hij kan geen kwaad. Zijn 'slimmere' opvolger, de Adaptive Cruise Control of ACC, is in het Nederlandse verkeer niet zozeer nutteloos als wel gevaarlijk. Het is immers niet meer een hulpmiddel voor de bestuurder maar een automatisch systeem dat de besturing van hem overneemt, en hem als het ware buiten spel zet.
Daarmee neemt die ACC ook een deel van de verantwoordelijkheid voor die besturing over. Dat heeft behalve technische ook juridische en psychologische consequenties. Juridische, omdat de bestuurder zich bij een ongeluk kan beroepen op fouten van de ACC. De fabrikant of de inbouwer van die ACC kan dan schuldig bevonden worden aan en aansprakelijk gesteld voor het ongeluk. Daarom alleen al lijkt het erg onverstandig om zulke apparatuur te gaan inbouwen in voertuigen die op de openbare weg verkeren, anders dan voor zorgvuldig gecontroleerde en bewaakte proeven - laat staan om die apparatuur verplicht te gaan inbouwen in alle auto's.

Psychologisch heeft het door apparatuur laten overnemen van een essentieel deel van zijn taak onherroepelijk als gevolg dat de aandacht van de bestuurder verslapt. Hij hoeft de beslissingen niet meer te nemen, dus hij gaat zijn aandacht op andere dingen richten. Een storing in de apparatuur zal hij niet direct opmerken, zodat hij meestal niet meer in staat zal zijn om nog tijdig in te grijpen. Alleen als de apparatuur zo eenvoudig, robuust en bedrijfszeker is dat de kans op storingen verwaarloosbaar klein is in vergelijking tot het aantal fouten dat de bestuurder zelf maakt, is de automatisering een verbetering. De ACC is echter een buitengewoon gecompliceerd apparaat met een bijna oneindig aantal mogelijkheden tot fouten en storingen, Er zijn oneindig veel verschillende verkeerssituaties denkbaar bij allerlei weersomstandigheden, met alle soorten andere weggebruikers. Er kunnen allerlei signalen doelbewust of bij toeval invloed uitoefenen op het systeem. Het lijkt daarom ondenkbaar om de feilloze werking van een dergelijk systeem onder alle omstandigheden te garanderen - ook al zijn er uitgebreide proeven mee genomen.

Verslapte aandacht
Dat het aanbrengen van automatische apparatuur die de taak van een bestuurder ten dele overneemt leidt tot het verslappen van de aandacht van die bestuurder, is reeds lang bekend. Om verliezen door overlopen van tanks bij het vullen te verminderen werd kort na de oorlog het vullen van opslagtanks in de chemische industrie geautomatiseerd. Als de tank vol was stopte automatisch de vulpomp en sloten de kleppen. Dat leidde inderdaad tot een sterke vermindering van het aantal keren dat tanks overliepen, maar de daarbij verloren hoeveelheden product stegen enorm. De operator lette namelijk niet meer op en ging ondertussen wat anders doen. De pomp stopte tòch vanzelf. Dat ging bijna altijd goed, maar als bij een storing de pomp niet stopte merkte de operator dat pas veel later. Tegenwoordig werken de meeste installaties helemaal automatisch. Een voorwaarde daarvoor is echter dat de installatie geheel afgesloten van de openbare weg is en alleen toegankelijk voor deskundig personeel. Voor auto's op een snelweg is dat natuurlijk niet te verwezenlijken. Bovendien zijn daar talloze invloeden denkbaar die het geautomatiseerde besturingssysteem kunnen storen - om van kwaadwilligheid nog maar niet te spreken.

In België botste een vrachtwagen met de traditionele vorm van cruise control aan achter op een stilstaande personenauto. Dit zware ongeval hing waarschijnlijk samen met een ander welbekend probleem: oververmoeide vrachtautochauffeurs die te lang achter het stuur zitten en zich op de lege nachtelijke wegen stierlijk vervelen. In de Europese Unie wordt daartegen opgetreden door hun rij- en rusttijden te controleren via de verplichte tachometer, maar het is bekend dat met dit apparaat nogal wat gesjoemeld wordt. Als hij niet buiten bedrijf gesteld was, zou de tachometer de oorzaak van dit ongeluk kunnen aantonen. Het kan niet veroorzaakt zijn door de cruise control, omdat die niet meer deed dan de snelheid constant houden. Een 'slimmere' cruise control zou de wagen wellicht tijdig tot stilstand gebracht hebben, maar dat zou de veiligheid niet gewaarborgd hebben, want ook met een ACC blijft een slaperige vrachtwagenchauffeur een gevaar op de weg.

Veel beter dan de 'slimmere cruise control' is daarom het aanbrengen van een simpele registrerende snelheidsmeter in alle auto's. Daarmee kunnen bestuurders van auto's die bij een ongeluk betrokken raken hun rijgedrag aantonen. Zij weten dat dat ook tegen hen gebruikt kan worden en gedragen zich daarnaar.
Lagere snelheden - en vooral regelmatiger rijden - leiden tot lager brandstofverbruik. Voor een besparing op het energieverbruik van 10% is een ingreep met onoverzienbare gevolgen als het standaard aanbrengen van die 'slimmere' cruise control niet nodig. Immers, als de wil daartoe aanwezig was zou dat met veel eenvoudiger middelen te bereiken zijn.

Ir. Henk Ens

meer artikelen over mobiliteit

 

 

Jumbo is behoorlijk bio

"Een Albert Heijn-assortiment tegen Aldi-prijzen", dat was het kenmerk waarmee supermarkt Jumbo haar eerste vestiging in Zuid-Holland, tevens de grootste van Nederland, in de markt wilde zetten. Het lijkt te mooi om waar te zijn, een sprookje dat door het dier waaraan de detaillist zijn naam ontleent wel eens wreed uitgeblazen zou kunnen worden.

Maar Branding is geen Consumentengids en houdt zich dus niet bezig met prijsvergelijkingen. Wel gingen we de nieuwe supermarkt aan de Leijweg aan de slagtand voelen met betrekking tot haar aanbod aan biologische producten. Want het assortiment van Albert Heijn is natuurlijk méér dan alleen maar 24 verschillende verpakkingen olijven, zeventig soorten soep en de laatste amuses uit Burkina Faso. Uit de jaarlijkse inventarisaties die Milieudefensie in supermarkten verricht naar het aanbod van biologische producten, komt de Zaandamse gigagrutter altijd heel goed naar voren. Supermarktdeskundige Gerard Rutte wijdt de problemen waamee het bedrijf kampt, zelfs voor een deel aan de aandacht die het aan deze niche schenkt. De gratis brochure Alledag (inmiddels vervangen door de Bonus) bevatte "hele stukken tekst over biologische producten en een rubriek over wat je kan doen met een plastic boodschappentas. Daarmee benadrukten ze alleen maar hoe duur ze zijn", tekende het Algemeen Dagblad uit zijn mond op.

Op naar de Jumbo dus, gewapend met een officiële Milieudefensie-tellijst. Die ook na twee bezoeken aan de uitgestrekte supermarkt nog aardig wat lege vakjes vertoonde, maar op twee plaatsen behoorlijk wat turfwerk vereiste: bij de groenten en bij de vleesvervangers. De Jumbo verraste ons met een behoorlijk assortiment groenten met het Eko-kenmerk. Op de schappen lagen ook verschillende groentepakketten die van dit kenmerk voorzien waren. En we waren ronduit verbijsterd door het aantal kant- en-klare vleesvervangers: maar liefst 49 stuks, van de merken Planet Green, Goodbite en Vivera. Het assortiment bevindt zich in een aparte vitrine aan de rand van de vleesafdeling, wat een minder duf imago geeft dan als de bakjes ergens tussen het vlees worden gedeponeerd. Overigens bevinden zich tussen de grote hoeveelheden regulier vlees ook nog drie EKO-vleessoorten.

Jumbo is zeer tevreden over de verkoop van biologische producten, liet assistent-filiaalmanager de heer Seffelaar ons weten. En als klanten te kennen geven dat het assortiment moet worden uitgebreid - bijvoorbeeld via de pagina klantenservice op de website www.jumbosupermarkt.nl - streeft Jumbo ernaar binnen twee weken aan dit verzoek gehoor te geven.

Zoals vermeld, houdt Branding zich niet bezig met prijzenonderzoek. Maar nu Jumbo zich zo nadrukkelijk op dit aspect wil onderscheiden, kunnen we er ook niet geheel en al aan voorbijgaan. Laten we er dit van zeggen: voor de prijsvechter Lidl, die zich volgens plan nabij de Jumbo, op het Almeloplein, zal vestigen, is zeer zeker nog plaats. Maar mensen die hechten aan biologische producten hebben dáár niets te zoeken.

Bob Molenaar

meer artikelen over gezondheid en milieu

 

 

BONTEBAL RARE MAN

Ben ik nou zo'n rare man? De vraag is retorisch, natuurlijk ben ik een rare man, ik weet het. Dus ga niet massaal bevestigende ingezonden brieven sturen aan de Branding, het feit is bekend. Toch kom ik niet zomaar met die vraag. Ik ben goed op de hoogte van mijn rariteit, maar soms loop ik toch tegen dingen aan waarvan ik denk: hé, wat raar. Voorbeeld.

Zo ik iets ben, ben ik fietser. Geen loper; ik ben gehandicapt en lopen vereist oefening en ik heb wel iets beters te doen. Ik ijsbeer soms wat in mijn huiskamer, maar het maximale, rechte parcours dat ik kan afleggen is nog geen vier meter, dus het mag eigenlijk geen naam hebben. Van voetgangers heb ik als fietser over het algemeen weinig last, en zij niet van mij. Ik weet dat doorgaand verkeer voorrang heeft op afslaand verkeer, iets dat de meeste automobilisten niet schijnen te weten, dus als ik een hoek wil omgaan en een voetganger steekt recht over, dan wacht ik even.

Maar toch kunnen die wandelaars me af en toe mateloos irriteren. Bijvoorbeeld op het heel brede pad dat van het Spuiplein naar het centraal station loopt. Het is een van de weinige paden in Den Haag waarvan zowel voetgangers als fietsers gebruik mogen maken. Groepen van drie, vier, vijf lopende mensen presteren het wel om het hele pad te blokkeren. In een rij naast elkaar, zodat je er met geen mogelijkheid langs kan. Als ik dan tweemaal met mijn fietsbel bel, zijn de reacties over het algemeen zeer verontwaardigd. 'Joh, ga toch fietsen', zeg ik dan.

Je moet weten dat ik wel licht op mijn fiets heb, maar in de stad gebruik ik dat nooit: ik heb het idee dat ik dan veel te hard moet trappen. Bovendien staan er door de hele stad lantaarns, dus je moet als automobilist wel erg blind zijn wil je me niet zien rijden. En bij mijn weten mogen blinden geen auto rijden. Blinden kunnen ook mijn licht niet zien als ik de dynamo wel tegen mijn wiel zou zetten, dus... Ik begin een beetje af te dwalen geloof ik. Nu komt het:

Het gebeurt wel, als het echt niet anders kan, dat ik met iemand meerijd in een auto. Wat er dan met me gebeurt vind ik heel raar; hier ben ik eindelijk waar ik wezen wil. Als ik in een auto zit heb ik de neiging op fietsers te schelden. Kan je dat licht niet aandoen? Kan je je klauw niet uitsteken? (Nee, ik hou, als ik een bocht moet nemen voor de veiligheid altijd twee handen aan het stuur.) Waarom nou met zijn tweeën naast elkaar? Kan je niet wat dichter bij de stoeprand fietsen?
Het brengt mij tot de conclusie dat ik nog raarder ben dan ik al dacht.

Toen ik laatst weer eens een fietstochtje door de Vlietlanden maakte, ontdekte ik mijn grootste ergernis: skeelers, rolschaatsers of hoe dat volk tegenwoordig ook mag heten. Het schaatst wel lekker op geasfalteerde fietspaden en met mooi weer gebeurt dat ook massaal. Zie met tegenliggers maar eens langs zo'n schaatser te komen, die zijn/haar benen telkens een meter naar links en vervolgens een meter naar rechts uitstrekt.

Het verkeer is een jungle, ik ben een rare man en alle brommers moeten in de metaalpers.

ADRIAAN BONTEBAL
www.bart.nl/~bontebal

meer brandingcolumns van bontebal

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.