Branding - Archief  

 

Nummer 3 november/december 2001

REGIONAAL STRUCTUURPLAN HAAGLANDEN
GROENE KOOL EN RODE GEIT SPAREN
Het plan dat het meest de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling ...meer

ENTHOUSIASTE VRIJWILLIGERS GEZOCHT ...meer

Eindrapport Fietsbalans Den Haag
Het was een mooi schouwspel vorig jaar ...meer

Een Autovrije dag in 2002?
Afgelopen 22 september, de dag van ...meer

Meer subsidie voor het Haags Milieucentrum in 2002
Dit jaar bestaat het Milieucentrum 10 jaar en ...meer

INSPREEKTEKST SUBSIDIE 2002
Geachte raadsleden en andere aanwezigen ...meer

Het concept-Milieubeleidsplan en de CO2-reductie
Den Haag moet volgens het splinternieuwe ...meer

Haagse Milieuprijsvraag Inzender Bob de Kievit:
Hoe wordt de stad groen, groener, groenstmeer

De Algemene Vereniging voor Natuurbescherming bestaat 75 jaar
Het is niet niks als je als Algemene Vereniging voor ...meer

GROEN forum
Groen Forum is een nieuwe rubriek in Branding...
MADESTEIN +
Vernieuwing van het centrum +
Kaalslag +
JA/NEE sticker ...meer

Fietspostentocht van de IVN
Ook dit jaar was er weer de vertrouwde ...meer

BONTEBAL HET HALVE WERK ...meer

 

 

 

REGIONAAL STRUCTUURPLAN HAAGLANDEN
GROENE KOOL EN RODE GEIT SPAREN

Het plan dat het meest de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling - en dus ruimte voor groen, landschap, water, wonen en bedrijvigheid - in de wijde omgeving van Den Haag bepaalt, is het Regionaal Structuurplan Haaglanden. En wat wil het geval: Stadsgewest Haaglanden heeft in mei van dit jaar een ontwerp Regionaal Structuurplan het licht doen zien. In de nieuwste voorstellen van het ministerie van VROM voor wijzigingen van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) wordt het Regionaal Structuurplan (RSP) een toetsingskader voor het gemeentelijke bestemmingsplan. Nog meer reden dus om hier aan het Haaglandse plan de nodige aandacht te besteden.
Bemoedigend is op het eerste gezicht de teneur van het Structuurplan. Het is 'groen' wat de klok slaat, inclusief uitspraken over een 'groen netwerk' dat voorrang krijgt boven verdere verstedelijking. Bij nader onderzoek, en dan met name van de 'doorkijk 2010-2020', komt echter een minder rooskleurig beeld naar voren, met name op het gebied van woningbouw, glastuinbouw, water en vervoer. Ons grote bezwaar tegen het Structuurplan is dat noodzakelijke keuzes op al deze terreinen uitblijven: ‚én meer woningbouw ‚én bedrijventerreinen, én vasthouden aan het glastuinbouwcomplex in het Westland ‚én meer waterberging ‚én het intact laten van de groene ruimte; dat is echt teveel voor een regio waar de ruimtelijke claims nu al over elkaar tuimelen. Tenzij. Tenzij er gezocht wordt naar interessante functiecombinaties. Maar in dat opzicht, waar de opstellers toch het nodige van af weten met de huidige hype aan peperdure en druk bezochte congressen, stelt dit plan hevig teleur. Alleen in de combinatie wonen en groen ziet men miraculeuze mogelijkheden, maar hoe, dat blijft vooralsnog duister. Maar eerst willen we nu het structuurplan op de bovengenoemde terreinen apart langs onze groene meetlat leggen.

Woningbouw en glastuinbouw
In de periode vóór 2010 bedelt de regio als het ware om extra woningen als extra opvang van de woningbehoefte uit de Leidse regio en het Groene Hart; alsof we ruimte over hebben in Haaglanden. Na 2010 wil men koste wat het kost de bevolkingsgroei in Haaglanden vasthouden, mét de bijbehorende 24.000 tot 40.000 woningen (conform het ontwerp Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening) en 250 hectare bedrijventerreinen. Daarvoor wordt allereerst een oplossing gezocht in het intensiever gebruik van de ruimte in de stedelijke centra en in de herstructurering van de vroegnaoorlogse wijken. Maar als dat onvoldoende soelaas biedt, komt een derde optie in beeld: nieuwe uitleg rond de kernen, dus boven op het forse ruimtebeslag van de huidige Vinex-uitbreidingen.
De glastuinbouw wordt nog immer met omzichtigheid aangepakt. De reductie van glas blijft beperkt en de uitplaatsingen moeten zo dicht mogelijk bij Haaglanden plaatsvinden. Zuid-Holland wil in ieder geval het zelfde areaal glastuinbouw binnen zijn grenzen houden.

Water en vervoer
Water moet eerder sturend dan volgend zijn, zo luidt een belangrijk uitgangspunt van de hedendaagse ruimtelijke ordening. In dit opzicht schiet het Structuurplan tekort, en dat voor een gebied waar het probleem van de wateroverlast door het extreem hoge percentage verhard oppervlak zo groot is. De waterkansenkaarten van de hoogheemraadschappen Delfland, Schieland en Rijnland zijn in dit verband onmisbare achtergronddocumenten. Welke gebieden moeten voor waterberging worden gereserveerd, waar kan nog conventioneel worden gebouwd, ook als het om kassen gaat en waar verdient het de voorkeur dat amfibische vormen van woningbouw en glastuinbouw ontwikkeld worden? Een centrale stedenbouwkundige ontwerpopgave voor deze regio wordt veel te summier, ja zelfs enigszins verholen geformuleerd in het Regionaal Structuurplan, laat staan naar behoren uitgewerkt.
Wat het vervoer betreft stellen de railplannen teleur. In het kader van de Randstadrail wordt per saldo weinig nieuwe rails aangelegd, zeker niet op korte termijn. Den Haag Zuid en West blijven in hun relatieve openbaarvervoerisolement steken. De Zuidtangent (lijn 37: Kijkduin-Delft-Pijnacker-Zoetermeer) krijgt slechts een plaatsje in het zogeheten Agglonet, een aanvullend net van tram- en buslijnen. Als we niet uitkijken wordt die lijn 37 een uit zijn krachten gegroeide HTM-buslijn 23. En hoe lang is het nog wachten op de ZoRolijn (Zoetermeer-Rotterdam). Verbindingen vanuit Kijkduin en Den Haag Zuidwest naar Hoek van Holland en de noordoever van de Nieuwe Waterweg ontbreken geheel. Voor een ecologisch verantwoorde ontwikkeling van landschap, toerisme en recreatie in de kustzone tussen Kijkduin en Hoek van Holland vormt een kusttramlijn een onontbeerlijk onderdeel. En wat betreft het wegvervoer: een mogelijk onafwendbare aanleg van de A4 moet gepaard gaan met een uitdunning en statusvermindering van parallelle wegen (in dit geval van de A13), twee parallelle snelwegen zo vlak bij elkaar is een nodeloze versnippering van het landschap.

Offensief en creatief
Haaglanden - groene schakel in de Randstad - dat is de centrale leus van het Structuurplan. De kwaliteit van de regio is volgens het plan gelegen in zijn groene karakter en zijn ligging aan zee. Die kwaliteit is echter al danig aangetast. Wie zich de kaart van Haaglanden voor de geest haalt, ziet enorme stukken die absoluut geen 'groene' kwaliteit hebben, overigens vaak ook weinig stedelijke of andere ruimtelijke kwaliteit. Het geschetste beeld van de huidige situatie in het RSP is te positief, te zelfgenoegzaam. Een hoger ambitieniveau is nodig, niet alleen in de 'groene' sector; aan de orde is kwaliteitsimpuls over de hele bandbreedte. In dit verband verdienen de volgende projecten een offensieve en creatieve strategie.

Midden-Delfland
De identiteit en ruimtelijke kwaliteit van deze 'groene buffer' tussen de Haagse en Rotterdamse agglomeratie is na het binnen afzienbare tijd aflopen van de speciale status die dit gebied had in het geding. Weliswaar is Midden-Delfland inmiddels een zogeheten Belvedèregebied (dat om cultuurhistorische redenen volgens de zogeheten Belvedèrenota van staatssecretaris Rick van der Ploeg aandacht en bescherming geniet), maar met het louter in stand houden van een landschap komt men er niet. Wie dit gebied niet wil degraderen tot de kinderboerderij van de zuidvleugel van de Randstad, moet een innovatief agrarisch programma ontwikkelen voor dit bij uitstek agrarische cultuurlandschap, bijvoorbeeld als proeftuin op het gebied van de biologische veehouderij en agrarisch natuurbeheer.

Westlandse zoom
Deze kustuitbreiding biedt ongekende kansen op ecologisch, landschappelijk, recreatief en toeristisch terrein: haffen, lagunes, eilanden, baaien, verschillende milieus van zoet naar zout, en wat dies meer zij. Als men daarbij maar niet in de oude fout vervalt om 'het nieuwe land' puur als dumpplaats te zien van functies waarvoor op het oude land geen plaats meer is. De in het Structuurplan geplande landschappelijke ontwikkeling van de Westlandse kustzone (d.m.v. van uitplaatsing van oude glastuinbedrijven vlak achter de zeereep) blijft een doodgeboren kindje als een kustuitbreidingsplan niet van de grond komt. Het blijft dan een geïsoleerde, tamelijk smalle strook, ingeklemd tussen een kaarsrechte dunne duinenrij aan de ene kant en een zee van kassen aan de andere kant. De bestuurders die van de zogeheten Westlandse Zoom een hoogwaardige woonlocatie willen maken, zullen hier ook iets moeten doen aan de belevingswaarde van de kust en daar hoort ook een fikse ecologische investering bij.

De Groenblauwe Slinger
Deze slinger is een (met name door de provincie ge‹nitieerde) beoogde groene en blauwe verbinding tussen Groene hart en Oude Rijn enerzijds en Midden-Delfland en Nieuwe Waterweg anderzijds. Deze is in zijn huidige omvang en opzet niet levensvatbaar. Een probleem van de slinger is de smalle corridor tussen Pijnacker en Berkel-Rodenrijs. Deze flessenhals biedt in de nu voorgestelde opzet te weinig ecologische mogelijkheden om als verbinding voor plant en dier dienst te kunnen doen. Natuurmonumenten heeft om die redenen er al voor bedankt dit gebied te beheren. Of er voor de recreant genoeg te beleven valt, is twijfelachtig. Met al die geplande Vinex-nieuwbouw eromheen gaat zoiets toch al snel op de zoveelste suburbane groenzone lijken. Wie de Groenblauwe Slinger wil redden moet inzetten op verbreding op het kritieke punt, dus niet alleen ten oosten, maar ook ten westen van Pijnacker (daar zouden wel flink wat hectaren glastuinbouw voor moeten verdwijnen), zodat ook Delfste Hout/ Bieslandse Bos uit hun relatieve isolement gehaald kunnen worden en er vanuit de Vinexwoningbouwlocatie Ypenburg directe en aantrekkelijke verbindingen met Midden-Delfland ontstaan. Kijk, dan krijg je iets waar de mensen zich wat bij kunnen voorstellen. Nu is de Groenblauwe Slinger een begrip waar de gemiddelde Haaglander zich weinig bij voor kan stellen. Blijft dit in aanzet belangrijke project in het stadium van 'too late too little' steken, dan kan het beter maar helemaal opgegeven worden, dan is het zonde van alle geld en energie. Niemand zit te wachten op de groene kleren van de gedeputeerde.

Steven van Schuppen en Dick Ooms, AVN

meer artikelen over ruimtelijke ordening & duurzaam bouwen

 

Enthousiaste vrijwilligers gezocht

Het Haags Milieucentrum is begonnen met de voorbereiding van twee grote activiteiten die, als alles rond komt, in 2002 zullen starten. Wij hebben daar hoge verwachtingen van en we denken dat het ook leuk en inspirerend is om daar samen met anderen aan te werken. Misschien wel met jou als je je bij ons aanmeldt om mee te werken.

Het gaat om de volgende projecten:

Een maandelijks Milieucafé.
Het doel is het debat over de duurzame ontwikkeling van Den Haag te stimuleren.
De doelgroepen zijn onder meer leden van politieke partijen en de gemeenteraad, beleidsambtenaren, leden van natuur- en milieuorganisaties en mensen en organisaties die zich bezig houden met stadsontwikkeling, ruimtelijke ordening, mobiliteit, gezondheid, energie en veiligheid. We denken dat het debat rond belangrijke milieu/duurzaamheiditems in Den Haag versterkt kan worden door dit in een ongedwongen, gezellige sfeer te voeren. Dit bijvoorbeeld in tegenstelling tot wat DeBatterij al doet. Daarom willen we dit het liefst op een centrale locatie in een bestaand café‚ doen plaatsvinden.
Elke keer wordt een onder de doelgroepen bekende Hagenaar of Nederlander als debatleider uitgenodigd en wordt het programma opgesierd met iets cultureels.
Een mogelijke naam is Milieucafé‚ 'De Derde Dinsdag' omdat het elke derde dinsdag plaats zou kunnen vinden. De discussie zou niet langer dan anderhalf uur moeten duren, bijvoorbeeld van 21.00 tot 22.30 uur. Inloop vanaf 20.30 uur, zodat iedereen al een drankje in de hand, geen stoelen dus, kan hebben. Dit bevordert dat de discussie na afloop nog wordt voortgezet. Er wordt, ook na afloop van de discussie, met een microfoon tussen het publiek doorgelopen voor reacties.

De City Duinparkloop
De Haagse Milieuprijs is dit jaar gewonnen met het idee om maar liefst 12 belangrijke groengebieden/parken in het noorden van Den Haag goed met elkaar te verbinden d.m.v. tunnels, voetgangersbruggen, afsluiten van straten, goede oversteekplaatsen en verbetering van de bestaande paden. Aldus zou het grootste park ter wereld ontstaan. De winnaar Erik Slagt heeft dit het CityDuinpark genoemd. Zo is het mogelijk om in Den Haag uren te lopen, te wandelen of te fietsen in het groen.

Onze slogan was; Uw Idee, wij doen er wat mee! In dit geval lijkt het ons een uitstekend idee om jaarlijks de CityDuinparkloop en wandeling te organiseren. Een nieuw groot evenement in Den Haag waarbij mensen in hun eigen stad een loop en wandeling geheel door bos, duin en park wordt aangeboden.

meer artikelen over het Haags Milieucentrum

 

Eindrapport Fietsbalans Den Haag

Het was een mooi schouwspel vorig jaar. Een opvallende en bijzondere fiets achtervolgd door een heel peloton dat zich volgens nauwgezet plan een weg baande door Den Haag. De bijzondere fiets was de Fietsbalans-meetfiets van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, en de groep fietsers werd gevormd door leden van de Haagse afdeling van de Fietsersbond en enkele ambtenaren van de gemeentelijke diensten DSO en DSB. De Fietsersbond en de gemeente Den Haag testte hiermee gezamenlijk het gemeentelijke fietsklimaat.
De meetfiets kan namelijk de belangrijkste aspecten voor fietsers meten, zoals trillingshinder (van gaten en hobbels in het wegdek), geluidhinder (van langsrazende brommers), stopfrequentie (door het hoge aantal stoplichten in Den Haag) en gemiddelde reistijd. Wie van de resultaten een goed overzicht wil krijgen kan het beste op www.fietsersbond.nl gaan kijken. Want de meetgegevens zijn door het landelijke bureau van de Fietsersbond in Utrecht verwerkt tot een landelijke Fietsbalans. Hierdoor zijn nu de scores van de meting in Den Haag eenvoudig te vergelijken met de resultaten van soortgelijke metingen in andere grote gemeenten, zoals Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Maastricht of Apeldoorn. Maar vooral de vergelijking met de gemeenten uit de eigen regio (Leiden en Voorburg) levert een herkenbaar beeld op: de gemeente Den Haag scoort op bijna alle aspecten een onvoldoende. Op bijna alle aspecten behalve, ook zo kenmerkend voor Den Haag, het aspect beleid: op papier ziet het Haagse fietsbeleid er goed uit.
Dit is vooral te danken aan de aandacht die de gemeente besteedt aan het fietsparkeren en het eigen vervoersmanagement: de gemeente zet de fiets zelf steeds vaker in als vervoersvorm bij het woon-werkverkeer of als dienstfiets bij het zakelijk verkeer. Overigens is er op het gebied van fietsparkeren de afgelopen jaren ook al veel van het voorgenomen beleid daadwerkelijk uitgevoerd: er staan veel grijze fietsbeugels in woonwijken en bij winkels, en ook de (kunstzinnige) stallingen van Biesieklette vallen in het straatbeeld op.

Verkeersonveiligheid
De Fietsbalans geeft ook een analyse van het aantal verkeersslachtoffers in Den Haag en de uitslag van een enquête over de tevredenheid onder de Haagse fietsers. De verkeersveiligheid komt (in absolute getallen) voor fietsers in Den Haag als goed naar voren. Het aantal verkeersslachtoffers onder fietsers en bromfietsers is in Den Haag tussen 1988 en 1998 echter hoog en niet gedaald. Dit in tegenstelling tot het aantal verkeersslachtoffers onder automobilisten en voetgangers.
De inzet van de gemeente zal dus veel meer op de veiligheid van fietsers gericht moeten worden. Wegenbouwers letten nog onvoldoende op de veiligheid van fietsers. Terwijl bijvoorbeeld de invoering van de maatregel Brommers op de Rijbaan laat zien dat specifieke aandacht voor de belangen van fietsers juist tot hele goede resultaten kan leiden: het aantal verkeersslachtoffers onder fietsers, maar vooral onder bromfietsers, is eindelijk gedaald.
Uit de fietserstevredenheids-enquête blijkt ook dat de fietsende Hagenaar zich relatief verkeersonveiliger voelt. Op basis van de gegevens uit de Fietsbalans is hiervoor een eenvoudige verklaring te geven: in Den Haag beschikt een fietser over minder vrijliggend fietspad dan in welke andere, vergelijkbaar grote stad in Nederland dan ook. Hierdoor moet een fietser in Den Haag relatief vaak de weg delen met andere weggebruikers, zoals auto's, vrachtwagens én de Haagse tram met zijn rails.
Wel heeft de fietser in Den Haag vaak de beschikking over een rode fietsstrook, maar dit geeft blijkbaar geen veilig gevoel: een vrijliggend fietspad is voor een fietser wat de beschermende carrosserie van de auto is voor de automobilist. In Den Haag raakte in het afgelopen half jaar drie fietsers ernstig gewond door openslaande portieren van foutief geparkeerde auto's: de rode fietsstrook staat in Den Haag immers beter bekend als dubbelparkeerstrook.

Fietsgebruik ruim onder landelijk gemiddelde
De gemeente kan als wegbeheerder nog veel doen om het fietsen in de stad Den Haag veiliger en daarmee ook aantrekkelijker te maken. Dit begint met een gebruikersonderzoek naar de behoefte aan logische fietsverbindingen onder fietsers én potentiële fietsers. Bij de bespreking van het nieuwe Verkeersplan heeft de gemeente Den Haag toegezegd om komend jaar ook bruikbare tellingen voor het fietsverkeer te gaan houden (tot nu toe waren de verzamelde gegevens statistisch onbruikbaar, omdat toevallige weersinvloeden of schoolvakanties niet in de uitslag werden verwerkt).
Een dergelijk onderzoek, zoals al door de Provincie Zuid-Holland wordt uitgevoerd, zal aangeven welke routes voor fietsers in werkelijkheid de meest gebruikte routes zijn, bijvoorbeeld routes naar scholen, winkels of opstappunten van het openbaar vervoer. Het huidige hoofdfietsroute-netwerk van de gemeente Den Haag gaat nu nog uit van de misvatting dat fietsers, net als automobilisten, gebruik willen maken van de brede doorgaande hoofdwegen. Maar fietsen vindt op een veel kleinere schaal plaats en fietsers gaan liever rechtstreeks op hun bestemming af. In Den Haag worden de fietsers nu langs de hoofdwegen geleid, om daar vervolgens relatief lang voor stoplichten te moeten blijven staan. Op papier zien deze Haagse hoofdfietsroutes er goed uit: een fijnmazig raster van groene en rode lijnen.
Maar in de praktijk levert dit netwerk de fietsers relatief veel omwegen en lang oponthoud op. De fiets is hierdoor in Den Haag geen echte concurrent van de auto, zelfs niet bij een verplaatsing over een voor fietsers aantrekkelijke korte afstand (onder de vijf kilometer)! Het is dan ook geen verrassing dat het fietsgebruik in Den Haag ruim onder het landelijke gemiddelde ligt. Want wie in Den Haag vlot op zijn bestemming wil zijn kiest vaker voor de auto. Door dit relatief hoge autogebruik voor de korte afstand slibt het gemeentelijke wegennet van Den Haag eerder dicht, waardoor infrastructurele ingrepen nodig zijn om de doorstroming van het 'nood-zakelijk' autoverkeer te waarborgen. Maar elk groot infrastructureel bouwwerk zal, zonder de nodige voorzieningen voor fietsers, een barrière gaan vormen en het oponthoud voor fietsers alleen maar doen toenemen. De concurrentiepositie van de fiets in de stad zal daarmee nog verder verslechteren.
Het moet anders en het kan anders: de gemeente Houten laat dit zien. In deze gemeente wordt niet alleen veel gefietst, vooral dankzij goede voorzieningen voor fietsers, maar ook is het aantal verkeersslachtoffers onder alle verkeersdeelnemers laag.

Veilig en Vlot
De gemeente Den Haag kan de verkeersonveiligheid onder fietsers het beste aanpakken door vooral in en om de binnenstad meer vrijliggende fietspaden met voldoende ongelijkvloerse kruisingen aan te leggen. Alleen dit maakt het fietsen behalve veilig ook vlot. Dankzij bouwvlijt en goed verkeersgedrag zal het fietsen in Den Haag dan uit kunnen groeien tot een aantrekkelijke en concurrerende vervoersvorm. Hiervoor is overigens nog wel een bijpassend volwassen gemeentelijk budget nodig.
De benodigde brede politieke steun lijkt momenteel aanwezig: het gemeentelijk 'auto-matisme' is met de invoering van een parkeerverbod op het mooiste plein van Nederland (het Lange Voorhout) doorbroken. Dankzij de aanleg van betere fietsvoorzieningen, met name in de nabijheid van opstappunten van het openbaar vervoer, zal het fietsgebruik in Den Haag toe kunnen nemen en wordt er een echte bijdrage geleverd aan de oplossing van het bereikbaarheidsprobleem van de stad Den Haag. En dat nog duurzaam, gezond en goed voor het leefmilieu ook!

Marc Beek
Voorzitter Fietsersbond,
afdeling Den Haag e.o.

meer artikelen over mobiliteit
meer artikelen over aangesloten organisaties

 

Een Autovrije dag in 2002?

Afgelopen 22 september, de dag van de Europese Autovrije dag, was het dan zover. Op initiatief van de gemeente werd in een grote witte tent op de Plaats het Stadsdebat over nut en noodzaak van een Autovrije dag in Den Haag gehouden. De tent zat vol met allerlei volk, zoals mensen uit de milieuclubs in Den Haag en bewonersorganisaties, maar ook met voormannen en voorvrouwen uit de politiek. En er werd goed geluisterd en levendig gediscussieerd, zoals uit de fotocollage wel blijkt.

Waar ging dat debat over? Eigenlijk niet zozeer over de noodzaak van het terugdringen van de automobiliteit om de bekende redenen. Niet dat iedereen het daar over eens is, maar het debat spitste zich toe op de vraag of het bedrijfsleven het afsluiten van de binnenstad een dag per jaar wel zou overleven. Je zou zeggen dat als men dat niet kan hebben, zeker als je bedenkt dat wat je vandaag niet koopt dat morgen wel zal doen, dat het bedrijfsleven in de binnenstad welhaast zieltogend moet zijn. Voor het gevoel van de ondernemers is dat blijkbaar ook zo. Volgens hen telt op dit moment elke gulden en als de klanten niet per auto naar de binnenstad kunnen komen verliest deze aan de concurrentie van Leidschenhage en In de Bogaard, want deze winkelcentra hebben uitstekende parkeervoorzieningen. De tendens van de verhalen was: je zal maar ondernemer zijn in de Haagse binnenstad en met de moordende concurrentie in de nek je hoofd boven water moeten houden in een omgeving die geplaagd wordt door langdurige bouw- en tunnelwerkzaamheden, die het winkelklimaat en de bereikbaarheid bepaald niet bevorderen. Dit laatste als understatement.

Eigenlijk is daar de discussie mee samengevat, al zagen de ondernemers dat ook zij een verantwoordelijkheid hebben voor de leefbaarheid en het milieu. Zij vonden dat zij meer na zouden kunnen denken over hoe je het winkelen zonder auto voor een bepaalde groep klanten aantrekkelijker kunt maken. Ook sloten zij niet uit dat het met een goed meerjarenplan tot de mogelijkheden behoort dat er over bijvoorbeeld 10 jaar wel een autovrije binnenstad is. Maar niet nu en zeker niet met de huidige ellende waarbij alles al overhoop ligt.

Dat is tenminste helder en het biedt ook de nodige openingen. Die kwamen tijdens het openbare debat minder ter sprake, maar na afloop des te meer. Zaken worden nu eenmaal gedaan als de sfeer wat meer ontspannen wordt en men elkaar eerst wat beter heeft leren kennen. In het openbare debat kwam naar aanleiding van de roep om gratis of goedkoper openbaar vervoer ook wel naar voren dat er wellicht mogelijkheden voor goedkoper openbaar vervoer zijn. Maar dat is toch allemaal voor de langere termijn.

Wat na afloop in onderonsjes met wethouder Bruins, de filiaalhouder van de Bijenkorf, de manager van het Casino en anderen bleek, is dat men ook terugschrikt van de negatieve bijklank die het begrip autovrije (zon)dag voor hen en een deel van de bevolking heeft. Wij vragen ons dat af, maar het Haags Milieucentrum is natuurlijk voor een positieve insteek. Bovendien is het voor ons niet zo dat een autovrije dag staat of valt bij het afsluiten van dat deel van de binnenstad waar de winkels of de parkeergarages zich bevinden. Wij zouden voorlopig goed kunnen leven met het afsluiten van andere delen van de stad, zoals bijvoorbeeld het Oude Centrum waarbij een flink aantal straten autovrij zijn en daar genoten kan worden van rust, ruimte, winkelen, sport en spel. Dat kan zo afgesloten worden dat gezorgd wordt voor een goede doorstroming naar parkeergarages. Waar het ons om gaat is dat 22 september aangegrepen wordt, ook door de gemeente, om eens met elkaar stil te staan bij het probleem van de sterk groeiende automobiliteit en de gevolgen daarvan voor milieu, leefbaarheid, veiligheid en gezondheid en hoe dat probleem te lijf te gaan.


Ook bleek in de nabesprekingen HTM-directeur Ton Kaper ten volle bereid om van zo'n dag wat te maken door speciale aanbiedingen met de tram en bus. Er blijken aan gratis openbaar vervoer de nodige nadelen te kleven, maar een stuk goedkoper daar blijkt goed met hem over te praten. En niet alleen op die ene dag, maar ook voor langere experimentperiodes van bijvoorbeeld drie maanden, door het promoten van goedkope driemaandelijkse of halfjaarlijkse stadsvervoerabonnementen. Ter sprake kwam ondermeer het regelmatiger organiseren van winkeldagen in de binnenstad met veel positieve aandacht voor het openbaar vervoer en de fiets.

Als je dat zo allemaal bij elkaar neemt, dan moet daar toch iets moois van te maken zijn op de volgende 22e september?

Maar laten we niet vergeten dat het hier gaat om een leuke en vrolijke bezinningsdag en niet om een oplossing. Die oplossing moet natuurlijk komen van een langetermijnbeleid. Laten we dus behalve over de organisatie van de volgende 'autovrije-openbaar vervoer-fiets-voetgangersdag' op 22 september als Haags Milieucentrum met de gemeente, bedrijven, de HTM en Om Den Haag om de tafel gaan zitten om dat integrale beleid in de steigers te zetten.

meer artikelen over mobiliteit


Meer subsidie voor het Haags Milieucentrum in 2002

Dit jaar bestaat het Milieucentrum 10 jaar en al 10 jaar moet het centrum het doen met een basissubsidie van de gemeente van ongeveer ƒ100.000 plus huisvestingskosten. Daarnaast beschikt het over wat incidentele subsidies voor het uitvoeren van activiteiten en een aantal medewerkers via de Melkertregeling. Dat is een uiterst zwakke basis voor een centrum dat zich met recht een Milieucentrum wil noemen. Een centrum ook dat duidelijk meer is dan een steunpunt voor de natuur- en milieuorganisaties in Den Haag. Een Milieucentrum dus dat te vergelijken valt met de milieucentra in andere grote steden. Deze centra worden, weliswaar te mager, maar toch stukken beter financieel ondersteund door hun respectievelijke gemeentebesturen. Van de huidige basissubsidie van ons centrum kan net iets meer dan het salaris van de directeur betaald worden.

Dat kan zo niet langer. Zeker niet na de 'Toekomstverkenning' samen met de aangesloten organisaties, waarbij ook tal van andere organisaties en de gemeente betrokken waren. Tijdens die toekomstverkenning is die bredere taakopvatting ook vastgesteld en daarna vastgelegd. Om ervoor te zorgen dat het Haags Milieucentrum de financiële basis gaat krijgen die nodig is, is voor volgend jaar een extra structurele subsidie van ƒ150.000 bij de gemeente aangevraagd, verdeeld over drie portefeuilles met daarin de beleidsvelden, ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling, mobiliteit en milieu. Dat betekent dus ƒ50.000 per wethouder. Bovendien wordt zo ook de verantwoordelijkheid van andere portefeuillehouders dan die van Milieu financieel tot uitdrukking gebracht.

Wij hadden gehoopt voor de begrotingsbehandeling in de gemeenteraad duidelijkheid te krijgen via een voorstel waarin de gemeente en het centrum zich zouden kunnen vinden. Dat is helaas niet gelukt. Om op niet al te lange termijn duidelijkheid te krijgen over die noodzakelijke extra subsidie voor volgend jaar, hebben wij voorafgaand aan de begrotingsbehandeling in de gemeenteraad ingesproken. De tekst daarvan drukken wij hierbij integraal af. Deze geeft namelijk een goed inzicht in waar ons centrum en de aangesloten organisaties staan en waaraan het Milieucentrum de komende jaren wil werken.

meer artikelen over het haags milieucentrum

 

INSPREEKTEKST SUBSIDIE 2002

Geachte raadsleden en andere aanwezigen

Ik spreek hier namens het Haags Milieucentrum. En zoals iedere inspreker heb ook ik maar vijf minuten om duidelijk te maken wat wij van ons stadsbestuur willen en waarom wij dat willen. Waarom voor de leefbaarheid en duurzaamheid van onze stad en haar inwoners het een goede zaak zou zijn als het Haags Milieucentrum eindelijk de financiële mogelijkheden krijgt om de functie die het heeft ook uit te kunnen oefenen.

U heeft al tal van sprekers gehoord en als bestuurders heeft u met vele wensen en belangen op zeer uiteenlopende terreinen rekening te houden. Terecht houdt u zich bijna dagelijks bezig met zaken als stoeptegels waar mensen over kunnen struikelen, met hondenpoep, met uitkoopregelingen, bezwaren, onderhoud van gebouwen, herinrichtingen enzovoorts. Ook loopt uw hoofd om van hoe dat allemaal gefinancierd kan worden en de soms pijnlijke keuzes die gemaakt moeten worden en zeker moesten worden toen wij artikel 12-gemeente waren. Gelukkig ligt dat volgend jaar wat anders.

Om u te helpen die keuzes goed te kunnen maken wil ik u vragen u even van de waan van de dag los te maken en zich met mij in vier minuten te bezinnen op wat in onze stad werkelijk van waarde is voor de kwaliteit van het leven van Hagenaars en Hagenezen. Om een onderscheid te maken tussen die zaken die meer met luxe en gemak te maken hebben, en ook nog wel even zouden kunnen wachten, en zaken waar we eigenlijk al gisteren mee hadden moeten beginnen.

Wij denken dan aan het maken van een Integraal Masterplan Duurzaam Den Haag waar alle afdelingen en diensten van de gemeente en natuurlijk alle 7 portefeuillehouders en onze burgemeester enthousiast aan meewerken. Een plan ook waar bij hun stad betrokken inwoners veel invloed op uit kunnen oefenen. Dit plan gaat uit van een gebiedsgerichte integrale benadering en het verweven van tal van functies. Het kiest een aantal speerpunten per periode van vier jaar en is de leidraad voor andere deelmasterplannen. Het zorgt voor de voorwaarden voor samenwerking tussen diensten en afdelingen via zorgvuldige procedures die slagvaardigheid niet belemmeren.

Welke speerpunten kunnen dan niet gemist worden? Een aantal willen wij noemen.
# Een goede groenblauwe dooradering van de stad die zorgt voor lucht en ruimte. Die aaneengesloten groengebieden en waterwegen binnen de stad verbindt met een robuuste groene mal rond de stad die op zijn beurt weer in verbinding staat met groenblauwe uitloopgebieden en de ecologische hoofdstructuur.
# Een plan om de inwoners van onze stad te verleiden hun auto op korte afstanden zo veel mogelijk te laten staan door de alternatieven, met name de fiets, zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Denk ook aan openbaar vervoer op maat, kleinere busjes over vaste routes die je met de hand kunt stoppen. Denk aan openbaar vervoerdagen waarop je de hele dag kunt reizen voor een piek of aan het stimuleren van het gebruik van goedkopere tram- en busabonnementen want dan heb je net als de auto er al voor betaald. Denk aan het ondersteunen van vervoersmanagement voor bedrijven en het regelen van vervoer in de ochtend- en avondspits naar bedrijventerreinen. Denk aan voorlichting via scholen om ouders er van te overtuigen hun kinderen niet met de auto te brengen, denk aan nog meer parkeerplaatsen en aantrekkelijke introductieaanbiedingen voor GreenWheels. Ontmoedig de 'leasebakken' die leiden tot ongebreideld autogebruik. En vergeet tenslotte de voetgangers niet.
# Maak met omliggende gemeenten een plan voor omschakeling van het Westland naar stadstuinbouw met biologische boeren en stadsboerderijen die streekproducten aan de stad leveren. Bedrijven die Hagenaars kunnen bezoeken, waarop ze kunnen meewerken en zich met hun kinderen vermaken. Denk aan de zo noodzakelijke waterbergingsmogelijkheden die dat zal bieden en de enorme kostenbesparing op langere termijn.
# Maak een deelmasterplan C02-reductie en luchtkwaliteit omdat onze ligging aan zee, onze ambitie van Groene Stad aan die Zee, onze uitstraling van internationale stad van recht en vrede en de zorgen om de gezondheid van de Haagse burger dat gewoon vereisen.
# Ga als stad voor geveltuinen en plantenbakken. Realiseer compacte flexibel in te delen huizen die je goed kunt stapelen, met grote groene balkons en met een goede lichtinval. Stop onder de grond wat onder de grond kan, zoals geparkeerde auto's en allerlei sterk geautomatiseerde productiebedrijven. Maak compacte bedrijventerreinen aangesloten op de stadsverwarming en met windmolens waar bedrijven zitten die elkaar kunnen versterken en maak die terreinen groen en blauw met groene daken, vijvers en sloten.
# Plaats de Norfolkline uit en realiseer daar een in het oogspringende combinatie van duurzaam gebouwde kantoren, woningen en recreatiemogelijkheden waar de haven als geheel, dus ook financieel, in geïntegreerd is.
# Denk vooral ook aan het organiseren van het debat met en tussen Hagenaars over al deze zaken en dat op een creatieve, ontspannen en gezellige manier.

Om dat alles dichterbij te brengen vergt het evenwel meer dan masterplannen en intentieverklaringen. Het vergt met name zakelijke bevlogenheid, realistische verbeeldingskracht, veel inzet en ook het nodige geld. Maar het zal op langere termijn ook veel geld besparen.

U moet in het komende debat zelf maar bepalen of bij de extra investeringen en de reeds bestaande investeringen van 4 miljard voor dit soort zaken voldoende aandacht is. Wij vinden van niet. Vanzelfsprekend zijn wij bereid constructief mee te denken hoe dat te verbeteren.

Het Haags Milieucentrum en alle aangesloten natuur- en milieuorganisaties met vele duizenden leden en vrijwilligers staan in ieder geval voor dat Masterplan Duurzaam Den Haag. Wij zouden zeggen: doe daar uw voordeel mee! We hebben het dan ook over een financieel voordeel bij de besteding van miljarden op het terrein van onder meer ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling, mobiliteit, energie, gezondheid, welzijn, onderwijs, financiën, economie, werkgelegenheid en milieu.

Om er voor te zorgen dat wij krachtig en met kennis van zaken aan duurzaamheid, een vitaal milieu en een vitale natuur in Den Haag kunnen werken en kunnen blijven werken vragen wij u om extra structurele subsidie voor volgend jaar voor een bedrag van ongeveer 0,03 % van de gelden die u extra in onze stad wilt gaan investeren.

meer artikelen over het haags milieucentrum

 

Het concept-Milieubeleidsplan en de CO2-reductie

Den Haag moet volgens het splinternieuwe (concept) Milieubeleidsplan van onze gemeente op langere termijn een CO2-neutrale stad worden. Wij denken dat het goed is dat begrip wat beter te definiëren, met name de manier waarop in Den Haag zelf CO2 weer opgenomen wordt en om welke hoeveelheden dit dan gaat. Het is een geweldig ambitieuze doelstelling. Daar zijn wij niet tegen want flinke ambities zijn nodig als het om de reductie van broeikasgassen gaat. Als het niet lukt om de uitstoot daarvan wereldwijd fors terug te brengen, neemt de 'wereld' en daarbinnen de Haagse bevolking als geheel een onaanvaardbaar groot risico.

Het risico namelijk dat door wereldwijde klimaatveranderingen het leven van miljarden mensen ontwricht wordt. Voor een dergelijke ambitieuze doelstelling zijn navenant forse maatregelen nodig die ook werken. Wij vinden dat de maatregelen die nu in het Milieubeleidsplan voorgesteld worden bij lange na niet voldoende zijn om die doelstelling van een CO2-neutrale stad de komende jaren dichterbij te brengen. Wat nodig is voor succes is een gedegen Energiebeleidsplan dat maatregelen voorstelt op basis van evaluatie van het beleid in het verleden en de nieuwe kansen die op dit moment bestaan. Waar blijft dat nieuwe Energiebeleidsplan of Masterplan CO2-reductie? Ondanks verschillende toezeggingen van wethouder Verkerk, die over energie gaat, is dat plan er nog steeds niet. Het oude plan liep vorig jaar af, gelijk met het Milieu Actie Plan (MAP) van Eneco. Wij weten dus ook niet wat van het beleid tot nu terechtgekomen is. Hoe staat het bijvoorbeeld met de afspraak die de gemeente met de energiebedrijven EZH en Eneco gemaakt heeft om de stadsverwarming in Den Haag te verdubbelen, waarmee bijna de helft van de voorgenomen CO2-reductie gerealiseerd kon worden? En wat gaat er gebeuren met de maar liefst 90 miljoen gulden die aan het eind van het MAP bij Eneco nog over is en die voor een belangrijk deel door Haagse burgers en bedrijven zijn opgebracht? Dat energiebeleidsplan moet er dus eerst komen waarbij de besteding van de Haagse MAPgelden, de samenwerking met Eneco en de eigen afdelingen Economie en Milieu van de gemeente van groot belang zijn.

Bovendien ligt er al de nodige 'input' voor een nieuw plan. Bijvoorbeeld het - op verzoek van wethouder Verkerk zelf - opgestelde Kema-rapport 'Energie Den Haag 2025 - 2010', dat uitgaande van een energievisie voor Den Haag en omstreken voor 2025 aangeeft welke ontwikkelingen en maatregelen voor de meer nabije toekomst, 2010 dus, nodig zijn. En waar blijft het antwoord van Eneco en de gemeente op de uitkomsten van de Haagse stadsenquête 2000 over energiebesparing waar het Energiebeleidsplan mede op gebaseerd zou worden? Een belangrijk voorstel was de oprichting van een onafhankelijk projectbureau mede gefinancierd door Eneco. Dat onafhankelijke is belangrijk omdat energiebedrijven als Eneco, zeker na de privatisering, alleen nog geïnteresseerd lijken in de verkoop van meer energie of een beetje minder maar dan wel met een grotere winstmarge. Het blijkt moeilijk, om een grote energieleverancier zover te krijgen vrijwillig en zelfs gemotiveerd mee te werken aan minder of schonere maar duurdere energieproductie. Het vraagt dus nieuwe manieren van samenwerken om met de grote energieproducenten te komen tot vermindering van energieconsumptie en tot productie en afname van schone - maar duurdere - energie. Steun daarbij kan zijn dat 'energiebesparing en verantwoord omgaan met energie' een in de wet vastgelegde taak voor energiebedrijven is. Het lijkt een kansrijke zaak om Eneco te binden aan een gedegen plan, omdat de gemeente Den Haag samen met de gemeente Rotterdam de grootste aandeelhouders zijn. Maar die positie lijkt niet goed uitgebuit te worden. Er worden wel allerlei concessies gedaan, maar niets in ruil daarvoor teruggevraagd. Bovendien verzwak je als gemeente nog verder je positie als je als aandeelhouder en grootverbruiker vervolgens doodleuk je stroom afneemt bij de concurrent Remu. Je kan als gemeente nog zo veel willen, je zal, zeker zolang de Haagse burgers en het midden- en kleinbedrijf nog verplicht klant van Eneco zijn, dat soms ook bij Eneco af moeten dwingen.

Daarvoor zit je als gemeente, als grootaandeelhouder van Eneco, in een goede positie. (Dus nooit je aandelen verkopen, maar juist bijkopen!) Het is zeer verleidelijk om nu verder te gaan met het schetsen van een soort raamwerk voor een energiebeleidsplan. Wij beperken ons er toe kansrijke initiatieven te noemen om aan CO2 -reductie te werken. Dat kan onder meer door simpelweg minder energie te gebruiken, denk aan de fiets en minder apparaten, via besparing door energiezuinige apparatuur, via het gebruik van duurzame energiebronnen, via betere techniek van afvangen, zoals de katalysator bij auto's en het aftoppen van piekbelasting door buiten de piek stroom goedkoper te leveren. Dan zijn talloze maatregelen denkbaar met E-teams en Ecoteams, voorlichting, Groene Stroom voor uitkeringsgerechtigden zonder meerkosten, bevorderen op tal van manieren van Fiets en Openbaar Vervoer, maatregelen die automobiliteit ontmoedigen en gelijktijdig goede alternatieven bieden, verbieden van dieselbussen, gratis of goedkoop plaatsen van meters waardoor men in de avonduren minder betaalt, bevorderen gebruik van zonneboilers, strenge normen voor isolatie en andere maatregelen bij nieuwbouw, het doorlichten van bestaande bedrijven en bedrijventerreinen en hogere energie-eisen stellen bij vergunningen enzovoorts. Natuurlijk wordt daar door de gemeente al het nodige aan gedaan, maar nog veel te beperkt en plaatselijke energiebesparingscampagnes bijvoorbeeld zijn er al een tijd niet meer geweest.

Maar uit al die mogelijkheden willen we er hier twee uitlichten omdat zij volgens ons bijzonder kansrijk zijn en CO2-uitstoot flink kunnen reduceren. Ten eerste is dat de reeds genoemde stadsverwarming. De restwarmte van de elektriciteitscentrale aan het De Constant Rebecqueplein verdwijnt niet in de lucht of in de Haagse grachten zoals nu het geval is, maar wordt benut voor het verwarmen van kantoren, ziekenhuizen en andere gebouwen. Daarmee wordt veel gas en uitstoot van CO2 bespaard. Den Haag heeft al flink geïnvesteerd in een heel net dat makkelijk verdicht en afgetakt kan worden.

Ook kunnen mogelijkheden voor het opslaan van energie via warmtebuffers veel beter benut worden en kan de capaciteit van de energiecentrale die in de stad zelf ligt nog opgevoerd worden. Stadsverwarming maakt het voor belangrijke Haagse werklocaties zoals Nieuw Centrum en Binckhorst mogelijk om te komen tot een verantwoorde en duurzame economische ontwikkeling. Maar er zit ook een probleem aan de levering van warmte via stadsverwarming. Iedereen heeft het met de huidige liberaliseringsgolf over keuzevrijheid, maar wat heeft de warmteconsument dan eigenlijk te kiezen. Voor elektriciteit en gas lijkt het op papier geregeld en kan in 2004 gekozen worden bij welk bedrijf energie gekocht gaat worden. Maar omdat warmte of stadsverwarming een lokaal gebonden product is kan iemand niet zomaar op een andere leverancier uit een ander gebied overstappen. Warmteklanten blijven voor de levering van hun warmte gewoon gebonden aan die ene leverancier. Keuzevrijheid is er niet. Hoe zit het met de positie van warmteklanten als Eneco privatiseert en de gemeente Den Haag haar aandelen zou verkopen? Hoe en door wie worden deze klanten dan beschermd? En hoe wordt dat publieke belang van een milieuvriendelijke en duurzame warmtelevering dan gewaarborgd? Het tweede kansrijke perspectief is het uitbrengen van Energie Prestatie Adviezen (EPA's) per wijk. Juist in wijken zijn vaak dezelfde typen woningen gebouwd en elk type woning biedt zo zijn eigen kansen voor energiebesparing. Bovendien biedt het de mogelijkheid om het mensen gemakkelijk te maken om de energiebesparing echt ter hand te nemen door advies op maat te leveren en hoe dit zo goedkoop mogelijk uitgevoerd kan worden. Onafhankelijke deskundigen en installateurs staan daar garant voor. Het biedt ook goede mogelijkheden tot samenwerking met woningcorporaties en woningbeheerinstellingen. Ook valt nog veel winst te halen uit systemen waarbij de kosten om besparing te bereiken geleidelijk uit de kostenbesparing kunnen worden terugbetaald. Een heel ander maar zeker zo belangrijk punt is de profilering van Den Haag op het gebied van CO2-reductie als internationale stad, want je kan nog zoveel doen als lokale gemeenschap - en dat moet - het probleem valt uiteindelijk alleen via internationale samenwerking op te lossen.

Dan ligt, juist voor Den Haag als internationale stad van recht en vrede, ook op het terrein van wereldwijde afspraken over CO2-reductie, een koplopersfunctie voor de hand. Tot slot is het goed nog even stil te staan bij het belangrijkste obstakel om CO2-reductie echt goed van de grond te krijgen. Dat is dat veel maatregelen erg duur zijn. Daardoor ligt het niet voor de hand dat de markt daarin veel investeert, behalve mondjesmaat in die zaken die vanuit een groen imago goed in de markt liggen of waarvoor via fiscale maatregelen financiële compensatie geboden wordt. Wat doe je als gemeente als de markt niet voldoende investeert? Wellicht kunnen wethouder Verkerk en wethouder Stolte ondermeer daar op ingaan in onze rubriek 'Groen Forum'.

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

Haagse Milieuprijsvraag Inzender Bob de Kievit:
Hoe wordt de stad groen, groener, groenst…

Bob de Kievit is actief betrokken bij het wel en wee van zijn stad Den Haag. Met name in Leyenburg is hij jaren actief geweest in het wijkberaad. Je mag dan ook zeggen dat hij, door jarenlang contact met bewoners en vrijwilligers, weet waar hij over spreekt. Bob heeft op meerdere manieren geprobeerd om aandacht te krijgen voor zijn plan om de leefbaarheid te verhogen door middel van veel meer groen in de stad. Helaas is hij dikwijls tegen een bestuurlijke muur aangelopen. Naar zijn eigen zeggen zendt hij als 'laatste poging' z'n plan in voor de prijsvraag van het Haags Milieucentrum. Hij ontvangt voor de inzending een van de vier aanmoedigingsprijzen en dat geeft burger Bob weer moed.

Op de vraag hoe hij het leefmilieu van Den Haag veranderd zou willen zien steekt hij enthousiast van wal: 'Een ieder weet het: hoe groener de stad, des te beter de gezondheid van de inwoners van die stad. Al jaren worden grote hoeveelheden geld gestoken in de verstening van onze stad. Het groen komt er erg bekaaid vanaf en delft meestal letterlijk het onderspit. Dat is heel ernstig, zeker als in ogenschouw wordt genomen hoe belangrijk groen voor mens en dier is. De vogelstand loopt in bebouwde gebieden terug en de straatjongens van de stad, de huismussen, zie ik vrijwel niet meer. Tien jaar geleden liepen er nog egels in onze tuin.' Hij houdt in z'n plan dan ook een pleidooi voor een gemeentelijke verordening, die moet bepalen hoeveel procent van en voor- en achtertuinen maximaal mag worden bestraat. Bob is van mening dat een voortuin bijvoorbeeld voor minimaal 70% uit groen zou moeten bestaan. 'En als ik zeg beplant, dan bedoel ik geen Afrikaantjes, maar minimaal enig struikgewas!'

De hoofdmoot van het voorstel van Bob de Kievit behelst echter het stimuleren en bevorderen van gevelbeplanting: 'Met het laten begroeien van gevels levert men niet alleen een zeer forse bijdrage aan het milieu, maar wordt ook een visueel en esthetisch aantrekkelijk woonklimaat gecreëerd, dat een positievere uitwerking heeft op de inwoners en bezoekers van onze stad. Stel je eens voor: niet alleen begroeide woonhuizen, maar ook groene gevels van scholen en ziekenhuizen. Bloeiend groen op lelijke muren van viaducten, tunnels en parkeergarages.' Over de gevolgen van gevelbeplanting bestaan volgens Bob teveel misverstanden en vooroordelen: 'Dat gevelbegroeiing tot gevolg zou hebben dat de gevel beschadigt, is onzin; dit geldt alleen voor de zelfhechtende planten. De niet zelfhechtende klimmers leveren geen enkel probleem op voor kwaliteit van de gevel. Dat begroeide gevels meer last hebben van vocht geldt alleen in situaties waar voortdurend vochtige klimaatsomstandigheden heersen. In vrijwel alle gevallen werkt de klimop juist als een regendek dat de gevel tegen vocht beschermt. De anti-vocht eigenschap van klimop en andere klimplanten met een dicht bladerdek heeft ook nog een positieve uitwerking op de gevel en het pleisterwerk bij hitte en kou. Klimplanten werken als een dek, verminderen temperatuurschommelingen en op den duur werkt het door de langere levensduur van het pand zelfs kostenbesparend.

Bovendien is gevelbeplanting de ideale bedekking voor graffiti.' Voor de schrijver van deze inzending is met name het verhoogde ecologische vermogen van belang: 'Vooral de bloeiende klimmers kunnen voor de bijen een rol spelen en de bladeren hebben een belangrijke betekenis voor de voeding van insecten, bijvoorbeeld vlinders. Maar ook mieren, spinnen en duizendpoten verrijken de levensgemeenschap tegen de muur; dit aanbod aan voeding is weer de basis voor het overleven van vogels. Het dichte bladerdek van klimplanten wordt bovendien graag gebruikt als nestgelegenheid.' Bob de Kievit vindt dat de gemeenteraad het voortouw moet nemen in het stimuleren van gevelbegroeiing: 'Er is met weinig middelen erg veel mogelijk en de mogelijke en vermeende nadelen wegen niet op tegen voordelen. Een positieve actie richting stad is dringend gewenst. Het moet toch mogelijk zijn dat de politieke partijen in de gemeenteraad hier achter gaan staan en gezamenlijk met alle groenverenigingen tot een initiatief komen. Naast de gemeente kunnen ook woningbouwverenigingen en verenigingen van eigenaren een goed voorbeeld stellen. Ik zou het wel weten, een echt letterlijk groene stad is haalbaar als wij dat allen willen! Oppakken en uitvoeren dus en ook opnemen in de verkiezingsprogramma's, waar alle partijen momenteel zo hard mee bezig zijn. Gewoon DOEN!'

Monique Vermin, Haags Milieucentrum

meer artikelen over gezondheid en milieu

 

De Algemene Vereniging voor Natuurbescherming bestaat 75 jaar

Het is niet niks als je als Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor Den Haag en omstreken (AVN) al 75 jaar bestaat. En dat is het vieren zeker waard en niet alleen omdat de AVN met 10.000 leden de grootste lokale natuurclub van Nederland is die volledig op vrijwilligers draait. Ook omdat zij door goede organisatie en kennis van zaken, soms in samenwerking met anderen, belangrijke successen heeft geboekt bij met name de bescherming en verbetering van natuur, landschappen en groen in en om Den Haag. Daarom besteden wij in deze Branding uitgebreid aandacht aan dit jubileum.

De AVN heeft met een druk bezochte ledendag en een boeiend symposium op passende wijze dat jubileum gevierd. Passend niet alleen door de inhoud, maar ook doordat al tijdens het symposium zaken werden gedaan met de gemeente en een afspraak werd gemaakt om binnen niet al te lange termijn met drie wethouders tegelijk om de tafel te gaan zitten. Voor hun grote verdienste voor de stad is de AVN door de gemeente ook passend beloond. Tijdens de ledendag reikte wethouder Stolte de felbegeerde stadspenning uit aan de voorzitter Rudolf Patijn. Even later rolde deze gewijde penning uit zijn handen over de klinkers van renbaan Duindigt zonder evenwel een blutsje of krasje op te lopen. De gemeente geeft dus niet zomaar wat weg want de kwaliteit van haar penningen valt zondermeer als uitstekend te kwalificeren.

Tijdens die ledendag met korte excursies naar bedreigde natuurgebieden en tijdens het symposium zijn vele zaken aan de orde gekomen. Ook de verloren slagen en de successen uit het verleden. Dat is te veel om binnen het bestek van deze bijdrage de revue te laten passeren. Wij selecteren uit dat geheel wat interessante uitspraken. En wellicht nodigt dit u lezer er ook toe uit om te reageren in onze nieuwe rubriek Groen Forum. We beginnen met een stukje geschiedenis en de ledendag.

Geen kleine jongens
In de dagen van de oprichting van de AVN was Den Haag een wat groot uitgevallen dorp en de natuur nog relatief onbedorven. Maar de steden breidden zich in een moordend tempo uit ten koste van grote oppervlakten woeste grond. Die woeste gronden kon Den Haag niet veel schelen, maar de gemeente heeft in die tijd wel vele landgoederen aangekocht zoals de Voorden, om deze te beschermen tegen die oprukkende stad. De AVN maakte zich toen binnen de stad bijvoorbeeld sterk om in Wapendal geen park aan te leggen, maar de duinen te behouden en geen tennisbanen aan de Laan van Poot, maar een vogelpark. En dat is ook gelukt.

De voorzitter van de AVN schetst in zijn inleiding tot de jubileumuitgave treffend de sfeer en het krachtenveld in die tijd: "Den Haag werd in die dagen nog echt 'regentesk' bestuurd. Maar omdat de oprichters van de AVN ook geen kleine jongens waren, waren de lijnen naar het bestuur kort. Je kon als het ware bij de burgemeester binnenlopen met als kwade kans dat je een half uur moest wachten omdat deze nog aan het dejeuneren was". Dat zomaar binnenvallen kan niet meer, maar de lijnen zijn nog steeds kort en nog steeds geldt bij de AVN dat de bestuurders niet zomaar de eerste de beste zijn.

Tip van Patijn
In diezelfde inleiding spreekt Patijn zijn zorgen uit over de vele bouwplannen. En geeft aan het eind ook nog een boodschap mee die wij onze lezers niet willen onthouden:

· "Zorg er voor dat natuur- en landschapsbehoud hoog op de politieke- en beleidsagenda komt en daar blijft. Natuur telt mee en niet zo'n beetje ook.
· Praat op alle niveaus met de gemeentebesturen van Den Haag en omliggende gemeenten. Dat is een hele toer, want het bestuurlijk apparaat is zeer uitgebreid.
· Denk mee met de plannenmakers en kom in een vroegtijdig stadium met suggesties en alternatieven. Vermijd daardoor situaties dat je alleen maar 'tegen' kunt zijn.
· Ben bereid om, als het echt niet anders kan, goed onderbouwd 'neen' te zeggen. Maar daarmee moet je wel zuinig zijn."

Wethouder Stolte noemde de AVN op de ledendag dan ook een trouwe, kritische en een meer dan serieuze gesprekspartner. Hij roemde de AVN omdat Den Haag haar reputatie als Groene Stad aan Zee mede te danken heeft aan de inspanningen van de AVN. Volgens de wethouder maakt de AVN geen onderscheid tussen grote lijnen en details en hij deed een kleine greep uit hetgeen wat door de AVN bereikt is: de iep bij het restaurant in het Westbroekpark die gespaard is gebleven, veel minder bomen gekapt op het huidige "Aegonplein", geen autoweg die van Den Haag naar Katwijk door de duinen is gekomen en recentelijk de bijstelling van de beheersvisie Clingendael.

De wethouder verbaasde zich, na al deze lovende woorden, ondermeer over de tegenstand van de AVN wat betreft een golfbaan in de Amonsvlakte, een bij onze trouwe lezers bekend stukje waardevolle natuur. Wethouder Stolte stelde dat een golfbaan dan wel geen natuur, maar wel groen is. Wellicht wil iemand deze kwestie in Groen Forum nog eens kort en duidelijk uit de doeken doen, want dat lijkt toch een zeer goed onderbouwd standpunt van de AVN.

NORA
Tijdens die ledendag werd behalve aan de Amonsvlakte ook een bezoek gebracht aan het ecoviaduct aldaar, aan de Veenzijdse polder met ondermeer het een na grootste broekbos (bos dat in het water groeit) van Nederland en aan boer van Amerongen die in de Veenzijdse polder aan agrarisch natuurbeheer van met name weidevogels tracht te doen. Zijn land ligt ingeklemd tussen de toekomstige geluidswal van de Noordelijke Randweg (NORA), de spoorlijn naar Leiden en het nachtelijke licht van een of ander bedrijf. Tenslotte nog een bezoek aan het Hubertusduin. Deze enig overgebleven hoge strandwal wordt met een uiterst kostbare boortechniek voorzien van een autotunnel. Deze autotunnel die aansluit op de NORA wordt geboord om dit unieke natuurgebiedje zoveel mogelijk te sparen, maar zal niettemin een groot deel van het duin verwoesten. Alleen de ingang al zal veel oppervlakte in beslag nemen en het constante geluid zal de rust grondig verstoren.

De NORA is die dag dus veelvuldig ter sprake gekomen. Deze vierbaans-geluidsbundel zal tot in zijn verre omtrek de natuur en de rust verstoren en bovendien doorbreekt deze snelweg, die een van de peilers van het bereikbaarheidsoffensief van Den Haag is, maar liefst drie ecologische verbindingszones en bij het kruispunt met de Benoordenhoutseweg zelfs de Ecologische Hoofdstructuur. Nadat de slag rond de aanleg verloren is, is ook de slag om de weg nog zo goed mogelijk in te passen verloren. Te duur vond May-Weggen dat en ook de gemeente heeft zich niet hard gemaakt voor een goede inpassing. De besluitvorming rond deze weg verdient zeker meer aandacht. Zo mag het nooit meer gaan en wellicht zijn er nog maatregelen te nemen die voor de mens en de natuur in de omgeving van de weg nog enig soelaas bieden. Tot zover dan de ledendag.


DEN HAAG 2026, een groen stad aan zee?

Het symposium had bovenstaande vraag als uitgangspunt zeker als de bevolkinggroei de komende 25 jaar blijft toenemen en de stad zich blijft uitbreiden. Het werd geleid door de bekende ANWB-voorman de heer Nouwen. Met in de ochtend een uitdagend betoog van prof. dr. R. van Engelsdorp Gastelaars van de VROM Raad over de 5de Nota Ruimtelijk Ordening. Ook onze staatssecretaris mevrouw Faber kwam met een helder verhaal over haar eigen nota 'Natuur voor mensen - mensen voor natuur'. Zij bleek opmerkelijk goed ingevoerd over de situatie rond Den Haag. Haar inleiding was naast het aanhalen van de band tussen mens en natuur via milieueducatie met name een pleidooi om natuurontwikkeling en belangen van mensen, zoals recreatie dicht bij huis, hand in hand te laten gaan. Zij vindt bovendien dat ons landschap verrommelt en vervlakt. Met een impuls van twee miljard, de helft van wat zij nodig dacht te hebben, worden een aantal doelstellingen van haar nota uitgevoerd. Zij stelt zich ondermeer achter de doelstelling in de 5de Nota dat de kwaliteit en de omvang van de natuur in bestaand stedelijk gebied minimaal gehandhaafd moeten worden.

Ook omarmt zij het Rood voor Groen principe waarbij uit de opbrengsten van huizenbouw groene investeringen gedaan moeten worden. Het probleem van die groene investeringen is dat zij in tegenstelling tot de bouwactiviteiten niets opleveren in geld en daarom vaak sluitpost zijn. Maar groen in de omgeving maakt mensen gezonder, is goed voor het vestigingsklimaat van bedrijven en maakt het onroerend goed 10 tot 20 % meer waard. Er moeten dus hardere voorwaarden komen om 'rood' mee te laten betalen aan 'groen' bijvoorbeeld ƒ 20.000 per woning. Zij hield ook een pleidooi voor meer wijkgroen dat aansluit op parken in de stad om deze weer te laten aansluiten op de grotere groengebieden. Het gaat er om dat je via de groene haarvaten van de stad van je voordeur tot buiten de stad door het groen kunt lopen en fietsen. Er komt een fonds voor dit groen in en om de stad, maar belangrijker nog dan geld is dat gemeenten snel groen in de bestemmingsplannen op moeten nemen. Tenslotte sprak zij over de 'ontwikkelingsgerichte landschapsstrategie'. Daarbij gaat het er om dat iedere ingreep zodanig dient te zijn dat landschap er mooier van wordt. De gemeenten moeten daarbij ondersteund worden.

Er volgde een geanimeerde discussie over de behoefte aan groen rond de stad, de NORA, het belang van toezicht op gebruiksnatuur, de Skidôme en de kosten en baten van ecoducten. Een belangrijk onderwerp willen wij nog uit de discussie lichten en dat is het belang van 'planologische duidelijkheid'. Dit was een oproep van de staatssecretaris aan het adres van provinciale en lokale bestuurders. Het probleem bij het maken van plannen voor groene herstructurering is de noodzakelijke verwerving van gronden daarvoor. In de praktijk blijkt het heel lastig om die gronden tegen een redelijke prijs aan te kunnen kopen of te onteigenen door een combinatie van speculatie en als boer je grond vasthouden, omdat je wacht op de grote zak met geld van mogelijke bouwers. Zowel tegen die speculatie en om te kunnen onteigenen is het nodig dat er planologische duidelijkheid is over welke gronden voor groen en welke voor andere functies zoals wegen, wonen of bedrijven bestemd worden. Omdat in bestemmingsplannen wegen en bouwen vaak wel bestemd zijn en groen niet is het mogelijk wel procedures in te zetten voor de verwerving van grond voor asfalt en beton en niet voor groen. Provincies en gemeenten blijven hier in gebreke volgens de staatssecretaris.

Vloeken in de kerk
En toen nam de heer Gastelaars plaats achter het katheder en hij begon niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk te vloeken in de Nieuwe Kerk. Om dat in een paar woorden samen te vatten is niet eenvoudig. Toch een poging: "De 5de Nota is in feite een enorme versimpeling omdat het geen integrale benadering van de problematiek is. De nota is niet coördinerend naar andere ministeries. Het gaat vooral over wat allemaal niet mag en niet over het ontwerpen van integrale projecten. De rode contouren zijn geen resultaat van gedachtevorming gepaard aan andere strategieën vanuit het bestuurlijk veld, maar worden van bovenaf opgelegd. Hoe kan een nota wat betekenen en richtlijnen geven voor de praktijk als deze voorbij gaat aan de werkelijkheid door aan allerlei dominante ontwikkelingen rond economie en werkgelegenheid en sociale problematiek voorbij te gaan? Bovendien is de 5de Nota te abstract en te globaal. De verschillende maatschappelijke krachten zijn per regio te verschillend zoals veel minder economische groei in Den Haag en Rotterdam, de veel jongere samenstelling van de bevolking in die steden en compactheid die in Den Haag minder mogelijk is."

Voor vrijwel de gehele Randstad geldt volgens Gastelaars dat van natuur vrijwel geen sprake meer is. "Eigenlijk is er geen sprake van een bijzonder veenweidegebied om maar iets te noemen. In de praktijk is eerder sprake van een parklandschap en daar is voor een belangrijke en dominante stedelijke agglomeratie in de Deltametropool ook niets mis mee. Je moet behouden wat het behouden waard is en wat dat betreft moet je met een meer Europese blik naar het karakter van gebieden durven te kijken. Dan blijkt dat de Randstad als stedelijk kerngebied eerder te vergelijken is met bijvoorbeeld het Roergebied. Dan kan er nog heel wat bebouwing bij. Bovendien zit Den Haag al aan zijn grenzen en zal het dus wel over moeten lopen wat betreft bouwen en wonen buiten zijn grenzen. Er zijn grote stukken kwetsbaar en niet echt interessant groengebied in de omgeving van Den Haag waar wat mee moet gebeuren. Dit te ontwikkelen tot parken en woongroen ligt het meest voor de hand. Ook omdat er de nodige ingrepen en actie nodig zijn om het economisch draagvlak voor de regio te behouden". Hij praat niet eens over versterken, want behouden zou volgens hem al heel wat zijn. Dus ook investeren in nieuwe suburbane woon-werkgebieden. Rood moet in groen via een soort ijle verstedelijking. En uitdagend;" Prima hoor, die ecoducten en het behoud van de grutto op sommige plaatsen, maar dat is wel erg luxe en dat kan alleen door de welvaart."

Bitterballenrecreatie
Nog enige uitsmijters van professor Gastelaars wanneer het gaat over wensen van mensen op basis van gedegen wetenschappelijk onderzoek. "Mensen houden van groen, maar toch het meest van een eigen stukje privégroen, ook houden zij van pretparkgroen met een totaalpakket aan weekendrecreatie inclusief een ruim aanbod van bitterballen en dergelijke, sociale suburbanisatie in de ommelanden van Den Haag is nodig, mensen willen of echt stedelijk wonen of dorps wonen, maar niets (Vinex) ertussenin en tenslotte zou Den Haag met zijn imago van culturele parkstad eerder aan verdunning dan verdichting via hoogbouw moeten doen." Ook nog enige tips als dessert: "Laat de stad overlopen, doe de glastuinbouw weg, realiseer een groene aanpak met het nodige privé groen en parken, wen er aan dat Den Haag onderdeel is van de Deltametropool".

Natuurlijk ontstond er wat onrust in de zaal en de discussie met de zaal was levendig te noemen. Ondanks de sloop van wat heilige huisjes werd het betoog, ook door de humor, waarmee het gebracht werd, terecht uiterst serieus genomen. Uit de antwoorden van Gastelaars bleek dat hij geen voorstander is van het volbouwen van de Randstad. Groen en zeker aaneengesloten groen is heel belangrijk in zijn visie. "Als je in groen investeert doe het dan ook goed en met kwaliteit, maar denk niet dat je in de randstad het open landschap echt kunt behouden. Wees niet bang om in te leveren, maar vraag kwaliteit terug."

Provincie bewaakt integrale visie bij bestemmingsplannen
Na de pauze kwam onze gedeputeerde J.M. Norder aan het woord. Zijn verhaal ging met name over de Westlandse zoom en de groenblauwe slinger.. Hij wil dat daar ook flink in het groen wordt geïnvesteerd. Hij gaf volmondig toe dat de ontwikkeling van het groen in deze gebieden behoorlijk achterbleef bij de ontwikkeling en uitvoering van allerlei bouwplannen. Wat betreft de financiering daarvan is het probleem dat groen geen geld oplevert en dus is ook hij aanhanger van het Rood voor Groenprincipe. En dan gaat het in zijn ogen om veel meer dan randjes schaamgroen. Want dan is het twee keer huilen. Eerst bij de presentatie van de plannen van vreugde omdat het er op papier allemaal prachtig uitziet en vervolgens van verdriet als je later ziet wat er van terecht is gekomen. Het gaat dus om een visie, ook bij projectontwikkelaars, op gedifferentieerde toegankelijke groenontwikkeling met een maatschappelijke functie. Burgers hebben recht op kwalitatief goed groen in hun omgeving. Niet alleen losse villaatjes bouwen, maar ook appartementengebouwen in het groen zodat er meer ruimte voor openbaar groen overblijft.

Daarnaast gaat het natuurlijk ook om investeringen van het Rijk bij grotere aaneengesloten groengebieden zoals de groenblauwe slinger. Via intensieve samenspraak met het Rijk, ook over de normering die gesteld wordt, wil de Provincie dat het Rijk daar meer in gaat investeren. Wat betreft Den Haag specifiek wil hij de Groene Gordel om Den Haag compleet maken, maar dat vergt uiteraard een goede samenwerking met de randgemeenten. Het is de taak van de provincie om bij de afzonderlijke bestemmingsplannen goed in de gaten te houden of deze passen binnen een integrale visie op het grotere gebied waar deze plannen deel van uitmaken en dat geldt ook voor Nieuw Madestein zo bleek uit de discussie. Wij zijn benieuwd!

We gaan van groot naar klein, dus na nationale en provinciale ontwikkelingen kwamen de lokale ontwikkelingen aan bod. Daarvoor was wethouder Hilhorst uitgenodigd. Zijn insteek is dat het beter benutten van de bestaande stad en daar waar mogelijk verdichting en kwaliteit toevoegen, de druk op het buitengebied en de natuur ontlast. Hij ziet juist een uitdaging in de compacte stad, niet alleen om zo het voorzieningenniveau te verbeteren en de mobiliteit door de kortere afstanden te beperken, maar ook om de beschikbare ruimte optimaal te benutten.

Tot slot het panel met naast Hilhorst ook nog de wethouders Stolte en Vermeer uit Rijswijk. Er werd wat getwist wie nu het groenst was en hoeveel Rijswijk nu voor de Voordes had betaald. Iedereen was het er natuurlijk over eens hoe belangrijk onderlinge samenwerking met buurgemeenten is. Maar het was helemaal aan het eind van een intensieve dag vooral gezellig zoals u aan de foto wel kunt zien.

Frans van der Steen

meer artikelen over aangesloten organisaties

 

GROEN forum

Groen Forum is een nieuwe rubriek in Branding. Hier krijgt iedereen de ruimte om te reageren op artikelen of inzendingen in de vorige Branding. Ook is het mogelijk zelf een discussie te openen. Of inzendingen worden geplaatst hangt met name van de kwaliteit af. Bijdragen mogen maximaal 800 woorden beslaan. Of de redactie inzendingen inkort hangt af van beschikbare ruimte en kwaliteit. Inzenders krijgen altijd bericht wat de redactie van plan is met hun bijdrage aan de discussie. Hoe korter en bondiger, hoe meer kans op volledige plaatsing.
Dit eerste Groen Forum bestaat uit twee lange bijdragen van wethouder Hilhorst als reactie op de vorige Branding. Wij verwachten dat het de eerste en de laatste keer zal zijn dat Groen Forum geheel door één persoon gevuld wordt, maar dat hangt van de lezers van Branding af.

 

MADESTEIN

Geachte redactie,
In tegenstelling tot wat u suggereert in het artikel over Madestein in het september/oktober nummer van Branding, wordt de planontwikkeling rond het gebied Madestein wel degelijk bekeken in een groter geheel. Ik wil dit graag in deze reactie toelichten.

Westlandse Zoom
Midden oktober is een concept-structuurvisie gereed voor de Westlandse Zoom.
De structuurvisie dient vorm te geven aan een integrale kwaliteitsverbetering van de Westlandse Zoom, waarbij de te ontwikkelen dan wel te verbeteren groenblauwe inrichting en het infrastructurele netwerk het kader bieden voor in het gebied te realiseren (luxe) woningbouw. Onder andere worden in de concept structuurvisie ecologische verbindingszones aangegeven. De structuurvisie bestrijkt een periode tot 2020, daarom is gekozen voor een kader waarbinnen nog verschillende ontwikkelingen mogelijk zijn. Uitgangspunt is echter wel dat de woonzones zodanig worden ontwikkeld dat zij voldoen aan een algemene verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en het recreatieve netwerk in de Zoom. De ontwikkelingen in het gebied Madestein passen binnen deze concept structuurvisie.

Financiën
In de intentieovereenkomst met de betrokken partijen is bepaald dat zo nodig uit de groenfondsen van de deelnemende partijen zal worden bijgedragen aan financieel zwakke functies. Voor zover water- en groenvoorzieningen in het plangebied Madestein worden gerealiseerd, zijn de hiermee gemoeide kosten opgenomen in de grondexploitatie en is dus geen bijdrage nodig uit de groenfondsen van de deelnemende partijen.
In de structuurvisie Westlandse Zoom zal een overzicht worden opgenomen van geraamde kosten voor water- en groenvoorzieningen in het totale gebied van de Westlandse Zoom. Duidelijk is dat hiervoor een collectieve financiering zal komen. Deze ramingen zijn mede kostendrager van de ontwikkelingen en daarmee essentieel voor het behalen van het beoogde kwaliteitsniveau. Op welke wijze deze pot gevuld gaat worden (opbrengsten van de woningbouwontwikkeling, vaste bijdragen of specifieke fondsen) is nu nog niet duidelijk, maar de collectiviteit bij de overeengekomen intenties vergt een financiële inspanning van alle daarbij betrokken partijen.
Het plan Madestein heeft in een voorcalculatie een positief saldo dat circa 10% bedraagt van de geraamde investeringskosten. Vooralsnog is dat een bescheiden marge ter dekking van de mogelijke risico's, welke zich bij de planontwikkeling kunnen voordoen. Onvoorziene procedurele vertraging is trouwens één van die moeilijk beheersbare risico's.

Waterplan
De locaties aan de Monsterseweg en de Nieuwe Weg liggen buiten het plangebied van villawijk Madestein.
De locaties zijn opgenomen in het Waterplan Den Haag 1998, dat bestaat uit een beleidsdeel en een operationeel deel. In het Waterplan is aangegeven, dat uitvoering is gepland na 2002.

Vijfde Nota, groter verband
Van de 5e nota is alleen deel I verschenen waarin voornemens van het Rijk zijn vastgelegd, maar nog geen beleid. Momenteel loopt de inspraakronde. De partijen die betrokken zijn bij de opstelling van de structuurvisie zijn van mening dat de Nota onvoldoende ruimte biedt voor de beoogde ontwikkelingen in de Zoom, waarbij de structuurvisie Westlandse Zoom een poging is om ingang te krijgen op rijksniveau. Het uiteindelijke ruimtelijke beleid vindt zijn neerslag in deel III - de planologische kernbeslissingen.
Overigens heeft de gemeente haar bezwaren tegen dit onderdeel van de 5e nota meteen kenbaar gemaakt en ook gewezen op discrepanties met andere doelstellingen van rijksbeleid, met name vervat in het Grote Steden Beleid.

De herziening van Streekplan ZHW uit 1995 is in gang gezet. De Structuurvisie Westlandse Zoom is hiervoor een opmaat. De structuurvisie Westlandse Zoom wordt in samenwerking met de provincie opgesteld. De provincie is tevens deelnemer in de intentieovereenkomst en ondertekenaar van het convenant, met een inspanningsverplichting ten aanzien van een voortvarende procedurele behandeling van o.a. het plan Madestein.

Midden oktober is de concept structuurvisie Westlandse Zoom gereed. Op basis hiervan zal het voorontwerp bestemmingsplan Madestein door de Provinciaal Planologische Commissie worden beoordeeld. Aldus wordt de planontwikkeling Madestein ingepast in een groter, regionaal kader.

Beeldkwaliteitplan
Ter bewaking van o.a. de ecologische kwaliteiten zullen bij de uitgifte van de grond voorwaarden worden gesteld inzake de inrichting van het gebied en de kavels, het realiseren van erfafscheidingen, de gewenste bebouwingsvorm etc.

Hoogbouw
Naar aanleiding van de inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan is aan de ontwerpers van het stedenbouwkundig plan (Karelse van der Meer/Bosch en Slabbers) aanvullend opdracht gegeven om nader onderzoek te doen naar de bebouwingsvorm en de situering van de geprojecteerde hoogbouw, dan wel naar consequenties voor ruimtebeslag en stedenbouwkundige kwaliteit bij een vergelijkbaar woningaantal in een lagere bebouwingsvorm.

Uitgifte van openbaar gebied aan eigenaren
Uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van het openbaar groen zijn vastgelegd in het Groenbeleidsplan en opgenomen in het Programma van eisen voor de inrichting openbare ruimte en in het gemeentelijk Groenbeheersysteem. Met de particuliere eigenaren zal te zijner tijd een beheerconvenant worden gesloten, waarin zal worden vastgelegd welke partij verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud en aan welke eisen moet worden voldaan. Gezien het ambitieniveau van het plan is te verwachten dat deze eisen het standaardprogramma voor de inrichting van openbare ruimte eerder zullen overschrijden.

Functie Recreatiegebied / Buurtpark
Voor de toekomstige bewoners zal het recreatiegebied plaatselijk functioneren als 'buurtpark'. Recreatiegebied Madestein blijft verder uiteraard behouden als publieke voorziening op stedelijk en regionaal niveau. Voor het recreatiegebied wordt een ontwikkelingsvisie opgesteld in een open planproces met belanghebbenden. Eén van de uitgangspunten daarvoor is de ecologische functie van het recreatiegebied.
In de nieuwe planopzet ontstaan door concentratie van openbare ruimte (o.a. de Brink in het deelplan Bomen) juist nieuwe interessante en toegankelijke verblijfsgebieden. Verder krijgt Madestein straks door een beter netwerk van doorgaande langzaam verkeersroutes betere aansluiting met de omgeving.

Ten aanzien van de conclusie
Een in volgorde geschakelde en zonder anticipaties volledig te doorlopen procedure lijkt wel heel correct en zorgvuldig, maar zal de facto juist tot een niet te beheersen, voor alle betrokkenen slechtere uitkomst leiden.
Het momentum van de ontwikkelingen in de glastuinbouw enerzijds en in de woningmarkt anderzijds gebiedt nú principieel te kiezen voor ofwel handhaving met reconstructie van het tuinbouwareaal ofwel herbestemming tot een hoogwaardig woon- en recreatiemilieu waar per saldo de functies rood én groen versterkt worden. De Haagse gemeenteraad heeft voor de laatste optie gekozen, overigens na goed overleg met de belanghebbenden in de lokale tuinbouw. Ook uit de intentieovereenkomst Westlandse Zoom blijkt de voorkeur voor deze optie bij de andere partijen.
Teveel tijdverlies en onzekerheid met betrekking tot de uitkomst van te doorlopen procedures zal in de praktijk leiden tot het onduidelijk continueren van een verpauperend tuinbouwareaal, verlies van gemeentelijke regie op grond- en ontwikkelingsposities, sterk afnemende mogelijkheden tot het nemen van risico's nodig voor herbestemming tot hoogwaardige woon- en recreatiefuncties en uiteindelijk ook tot het wegvallen van de basis voor financiering van bijvoorbeeld ecologisch gewenste maatregelen elders.

A.J Hilhorst, wethouder ROSV Den Haag

meer artikelen over ruimtelijke ordening en duurzaam bouwen

 


In Branding nr. 2 september/oktober wordt onder de kop: 'De kwestie Zwarte Madonna: een zwarte bladzijde?', de plannen van de gemeente Den Haag in het Wijnhavenkwartier besproken. Bij deze wil ik enkele kanttekeningen plaatsen bij de inhoud van dit artikel.

Vernieuwing van het centrum

Vijftien tot twintig jaar geleden had het centrum van Den Haag een ander gezicht en een andere uitstraling. De vernieuwing die de afgelopen jaren heeft plaats gevonden, de ontwikkeling van het nieuwe stadhuis en de Resident geven Den Haag als stad een meerwaarde.
Het Wijnhavenkwartier ligt naast het Centraal station en is de verbinding tussen station en centrum. Verbetering van dit gebied past in de integrale aanpak van de binnenstad. Het gebied heeft een belangrijke functie als toegangspoort en centraal gebied in het centrum van de stad Den Haag. Voor de invulling daarvan is de studie van Richard Meier het uitgangspunt, maar de definitieve architectonische uitwerking is nog niet gekozen en vastgesteld en daarbinnen bestaat ruimte voor overleg en betrokkenheid.
Om meer achtergrondinformatie te krijgen over de ideeën die leven rondom de studie van het Wijnhavenkwartier werden in de maand oktober van dit jaar consultatierondes georganiseerd waarbij opinieleiders, bewonersorganisaties, ondernemers, architecten en historici gevraagd werdt hun ideeën, wensen en opmerkingen te formuleren met betrekking tot de invulling en vormgeving van het gebied.


Hergebruik

Bij een eerdere studie naar renovatie van de ministeries bleek dat indien men gebruik maakt van het bestaande skelet, er meer vierkante meters per werkplek ontstaan dan strikt noodzakelijk. Een totaal nieuw stedenbouwkundig concept maakt meer kwaliteit en een hogere dichtheid mogelijk.
Bij sloop van de Zwarte Madonna en de twee ministeries wordt materiaal hergebruikt, zij het op een andere manier. In overeenstemming met de eisen voor een sloopvergunning, moet namelijk circa 95 procent van de afvalstoffen geschikt zijn om afgevoerd te worden naar verwerkingsinrichtingen. Daar wordt bijvoorbeeld beton verwerkt tot secundaire grondstof voor de fundering van rijkswegen.
Daarnaast vindt er momenteel onderzoek plaats naar gebruik van betongranulaat als vervanging van grind. Dat heeft als milieueffect dat er minder grind afgegraven hoeft te worden langs rivieren als de Maas.

Verscheidenheid in woningbouw

Ook mensen met een kleinere beurs moeten in het centrum kunnen blijven wonen. Er is geen sprake van dat woningen worden opgeofferd aan kantoren. Er komen 500 woningen waar nu 336 staan. De sociale huurwoningen die in het nieuwe plan komen (tenminste 100) zijn net zo betaalbaar als andere nieuwe sociale huurwoningen. Daarnaast worden in de binnenstad rond de 200 woningen extra gebouwd in de prijsklasse van de Zwarte Madonna, waarbij rekening wordt gehouden met de marktontwikkelingen.
Met de woningbouwcorporatie Haag Wonen wordt zorgvuldig overleg gepleegd over de herhuisvesting van de bewoners van de Zwarte Madonna en momenteel worden de woonwensen van de bewoners geïnventariseerd. Het is zeker niet zo dat alle bewoners tegen sloop van het gebouw zijn of niet bereid zijn te verhuizen. Dat neemt niet weg dat een verhuizing een ingrijpende verandering is in iemands leven, maar dit kan ook een verbetering van de woonsituatie betekenen.
Daarnaast heeft onderzoek uitgewezen dat de binnenstad in hoofdzaak over goedkope woningen beschikt en we willen de binnenstad nu juist ook voor andere (doel)groepen toegankelijk te maken. Er zullen koopwoningen worden gebouwd met een grote differentiatie in prijsklassen. Een gedifferentieerd woonmilieu heeft in het algemeen een gunstig effect op het woon-, leef- en vestigingsklimaat.
Verder wordt ruimte gecreëerd voor diverse én stedelijke én dienstverlenende functies - zoals kinderdagopvang, sportvoorzieningen, winkels, restaurants en een hotel - die het werken en wonen in het Wijnhavenkwartier meerwaarde geven.

Kansen en mogelijkheden

Ik wil de ontwikkelingen in het Wijnhavenkwartier graag benoemen in termen van kansen en mogelijkheden. Het is voor de stad Den Haag niet moeilijk gebleken om investeerders te vinden.
Van de ruim vijf miljard die in Den Haag Nieuw Centrum is geïnvesteerd is vier miljard afkomstig van marktpartijen. De Resident is - afgezien van de openbare ruimte - door private financiers betaald. Dit soort ontwikkelingen kunnen op gang worden gebracht door de overheid. Dat is in het verleden effectief en succesvol gebleken (stadhuis - centrum, Hogeschool - Laakhaven). Het CS-kwadrant is absoluut kansrijk. De markt staat daar klaar om te investeren.
Daarnaast is de overheid in Den Haag de grootste en één van de meest waardevolle werkgevers. We kunnen niet zomaar voorbijgaan aan de wensen die deze werkgever heeft ten aanzien van de huisvesting en de urgentie van de vernieuwing.
De ontwikkeling van het Wijnhavenkwartier biedt kansen en mogelijkheden. In sociaal-cultureel, (sociaal) economisch en stedenbouwkundig opzicht. Het moet en kan er op die plek leefbaarder en aantrekkelijk uit gaan zien. Over de uiteindelijke invulling kun je van opvatting verschillen, maar de intentie is het gebied te verbeteren. Dat lijkt me een positieve inzet.

A.J. Hilhorst, wethouder ROSV Den Haag

meer artikelen over ruimtelijke ordening en duurzaam bouwen

 

Kaalslag

Ik las o.a. over het maaien van de natuurvriendelijke oevers. Daarop, plus nog een aantal andere zaken, wil ik graag reageren.
Niet alleen de oevers, maar ook tal van bermen in o.a. de wijken Escamp en Houtwijk zijn tijdens de volle natuurlijke bloei gemaaid. Soms zelfs een aantal keren. Ik heb daarover in een brief aan de wethouder, de heer Stolte, geklaagd.
Sinds kort ik woon aan de Q.A. Nederpelstraat en de plantsoenendienst heeft daar een plantsoen tot twee keer toe tot de grond kaal gemaaid. Een ramp gezien de verfraaiende functie van dit plantsoen (er achter staan de lelijke schuttingen van een bedrijventerrein). Tot drie keer toe heb ik schriftelijk hierover geklaagd. De derde keer dus bij de Wethouder. Als reactie kreeg ik te horen dat de tweede keer niet had mogen gebeuren. Een bedrijf heeft dat zonder toestemming van de verantwoordelijke persoon van Dienst Stadsbeheer gedaan. Men weet niet wie het gedaan heeft...
Deze verantwoordelijke persoon is ook verantwoordelijk voor de kaalslag (inclusief de bomen!!!) van diverse andere plantsoenen in Houtwijk. Hierover heeft een artikel in de Haagsche Courant gestaan. Dat heeft echter niet veel geholpen, want de kaalslag gaat gewoon door.
Een derde kwestie is dat het milieudepot aan de Werf sinds een paar maanden is gesloten. Helaas, want we konden er afval gescheiden inleveren. Nu kwamen we laatst bij één van de twee overgebleven depots, die aan de Asmansweg, en daar werd ons gezegd dat we papier en karton bij het restafval moesten gooien, want het was niet de moeite om het te scheiden…!!!
Ik hoop dat jullie deze informatie kunnen gebruiken in jullie strijd tegen milieu/natuur wantoestanden.
Ik wens jullie ontzettend veel succes met jullie werk.

Lonneke Nijeboer

meer artikelen over natuur algemeen

 

JA/NEE sticker
Ondanks een JA/NEE sticker op mijn brievenbus, stopt de postbode vaak
ongeadresseerd reclamedrukwerk in de bus. Een klacht bij PTT Post
(registratienummer bij de redactie bekend) hielp slechts voor de korte termijn.

Hebben jullie een suggestie? Ik geef alle door PTT Post geleverd
ongeadresseerd reclamedrukwerk via de rode PTT brievenbus terug.
Misschien moeten mensen dit op grote schaal doen om PTT Post wakker te
schudden??

Chris Heryet

 

Fietspostentocht van de IVN

Ook dit jaar was er weer de vertrouwde fietspostentocht die de IVN elk jaar organiseert. Dit jaar op de nationale fietsdag van 22 september, dit was ook de Europese Autovrije dag waar dit jaar in Den Haag weinig van te merken was, behalve het debat. Daarvan elders verslag.

De fietspostentocht was weer druk bezocht en gezellig. De tocht ging van Clingendael naar Meijendel. Er waren vijf posten waar gidsen van de IVN de deelnemers informeerden over de duinlandschappen waar de tocht doorheen ging. De onderwerpen waren 'mossen', 'water', 'grassen', 'duinflora' en 'het verhaal van het duinlandschap'. Op het einde van de tocht konden de deelnemers nog kiezen of zij langs het bezoekerscentrum wilden, een uitleg wilden over geneeskrachtige en eetbare planten in de 'Tuin der Wijsheden' of nog op een korte excursie wilden.

meer artikelen over aangesloten organisaties

 

BONTEBAL HET HALVE WERK

Ooit schreef ik: ik gleed op mijn reet over een kleed van dode bladeren die zich depressief naar beneden hadden gestort: men zou ze aan de hoogste boom moeten hangen.

Het is herfst, de natuur trekt zich terug. Even houdt zij een winterstop, zodat zij er volgend voorjaar weer hard tegenaan kan gaan. Heb je je weleens afgevraagd hoe het komt dat de blaadjes loslaten? De reden is even simpel als geniaal: daar waar het steeltje van het blad aan de boom vast zit, vormt zich in de herfst een heel dun kurklaagje. Daardoor verliest het blad zijn grip en dwarrelt naar beneden. Slim hè, je moet er maar opkomen.

Een van de weinige planten in mijn tuin die zich niet terugtrekt maar nu juist begint uit te lopen is de jasmijn, de Jasminum nudiflorum. Dit is een winterbloeiende plant. In december, uiterlijk januari, verschijnen haar gele bloemetjes, dus nog voor de Hamamelis (de toverhazelaar) en de Forsythia. Ik kan eigenlijk niet wachten, wat niet wil zeggen dat ik momenteel niet geniet. In het Haagse Bos schitteren de herfstkleuren en je breekt je nek over de paddestoelen.

Zo kom ik aan mijn zeer. Waarom heb ik in Den Haag toch altijd het idee dat de dingen maar half worden gedaan? Steeds lijken er mooie dingen te gaan gebeuren en steeds blijkt de finishing touch buiten het budget te vallen. Zo is, om de automobilist te plezieren en de bereikbaarheid te vergroten, naast het centraal station de Koningstunnel aangelegd. Weet je nog: met veel tamtam is tegenover het poffertjeshuis een oude kastanje verplaatst.

Er kwam een park dat zich uitstrekte van de Prinsessegracht tot de Koekamp. Dat is maar deels uitgekomen. Halverwege de Bezuidenhoutseweg en het Korte Voorhout ziet de automobilist alweer daglicht. Het park wordt dus voor de helft doorsneden door een open tunnelbak. Waarom de tunnel niet doorgetrokken tot het Malieveld, met een ondergrondse afslag naar het Korte Voorhout en naar de parkeergarage onder het veld?

Rond die open tunnelbak ziet het er momenteel prachtig uit, eerlijk is eerlijk. Er is een wild bloemenmengsel gestrooid. Ga eens kijken, met een flora in de aanslag, je vindt er de prachtigste bloemen. En dan begin ik weer te zeiken: deze bloemenpracht is slechts tijdelijk. Straks wordt er een geciviliseerd plantsoen aangelegd, met ongetwijfeld aan de randen een brede Berberishaag (je kent hem wel: met van die rottige stekels) om het publiek op de paden te houden. Den Haag: zelfs gewoon is vaak al veel te gek.

Aan de andere kant van Malieveld en Koekamp begint het Haagse Bos, met weer, voor fietsers en wandelaars, een onoverkomelijke hindernis: de uitloop van de Utrechtse Baan. Er is een smalle doorsteek aan de achterkant van de VNO-toren. Doorsteken is niet van gevaar gespeend: de toren staat al vanaf de oplevering in de renovatiesteigers, waardoor je het uitzicht wordt benomen. Als fietser moet je helemaal stil gaan staan en je over het stuur buigen om te zien of er wellicht een auto aankomt. Verkeerstechnisch klopt er dus geen hout van, je vraagt je af hoe het is gelukt een bouwvergunning te krijgen.

En weer dezelfde vraag: waarom die open Utrechtse tunnelbak? Waarom geen ondergrondse afslagen bij de Zuid-Hollandlaan? Zoals ik zei: alles in Den Haag wordt maar half gedaan.
Tot slot. Dichters, niet ik, spreken over het Voorhout als het mooiste plein van Europa. Er gaan steeds meer stemmen op, ook binnen de gemeenteraad, om het eindelijk eens autovrij te maken. Zou het dan echt zo ver komen? Ik moet het nog zien, maar als het werkelijk gebeurt, zal ik de eerste zijn die er poëtisch de loftrompet over steekt. Dat is bij deze beloofd: hou me eraan!

ADRIAAN BONTEBAL
zie ook: www.bart.nl/~bontebal

meer brandingcolumns van bontebal

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.