Nummer 3 november/december 2001
REGIONAAL STRUCTUURPLAN HAAGLANDEN
GROENE KOOL EN RODE GEIT SPAREN
Het plan dat het meest de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling
...meer
ENTHOUSIASTE VRIJWILLIGERS GEZOCHT
...meer
Eindrapport Fietsbalans Den Haag
Het was een mooi schouwspel vorig jaar
...meer
Een Autovrije dag in 2002?
Afgelopen 22 september, de dag van ...meer
Meer subsidie voor het Haags
Milieucentrum in 2002
Dit jaar bestaat het Milieucentrum 10 jaar en ...meer
INSPREEKTEKST SUBSIDIE 2002
Geachte raadsleden en andere aanwezigen
...meer
Het concept-Milieubeleidsplan
en de CO2-reductie
Den Haag moet volgens het splinternieuwe ...meer
Haagse Milieuprijsvraag Inzender
Bob de Kievit:
Hoe wordt de stad groen, groener, groenst
…meer
De Algemene Vereniging voor Natuurbescherming
bestaat 75 jaar
Het is niet niks als je als Algemene
Vereniging voor ...meer
GROEN
forum
Groen Forum is een nieuwe rubriek in Branding...
MADESTEIN +
Vernieuwing van het centrum +
Kaalslag +
JA/NEE sticker ...meer
Fietspostentocht van de IVN
Ook dit jaar was er weer de vertrouwde
...meer
BONTEBAL
HET HALVE WERK
...meer
REGIONAAL
STRUCTUURPLAN HAAGLANDEN
GROENE KOOL EN RODE GEIT SPAREN
Het plan dat het meest de toekomstige ruimtelijke
ontwikkeling - en dus ruimte voor groen, landschap, water, wonen
en bedrijvigheid - in de wijde omgeving van Den Haag bepaalt,
is het Regionaal Structuurplan Haaglanden. En wat wil het geval:
Stadsgewest Haaglanden heeft in mei van dit jaar een ontwerp Regionaal
Structuurplan het licht doen zien. In de nieuwste voorstellen
van het ministerie van VROM voor wijzigingen van de Wet op de
Ruimtelijke Ordening (WRO) wordt het Regionaal Structuurplan (RSP)
een toetsingskader voor het gemeentelijke bestemmingsplan. Nog
meer reden dus om hier aan het Haaglandse plan de nodige aandacht
te besteden.
Bemoedigend is op het eerste gezicht de teneur van het Structuurplan.
Het is 'groen' wat de klok slaat, inclusief uitspraken over een
'groen netwerk' dat voorrang krijgt boven verdere verstedelijking.
Bij nader onderzoek, en dan met name van de 'doorkijk 2010-2020',
komt echter een minder rooskleurig beeld naar voren, met name
op het gebied van woningbouw, glastuinbouw, water en vervoer.
Ons grote bezwaar tegen het Structuurplan is dat noodzakelijke
keuzes op al deze terreinen uitblijven: én meer woningbouw
én bedrijventerreinen, én vasthouden aan het
glastuinbouwcomplex in het Westland én meer waterberging
én het intact laten van de groene ruimte; dat is
echt teveel voor een regio waar de ruimtelijke claims nu al over
elkaar tuimelen. Tenzij. Tenzij er gezocht wordt naar interessante
functiecombinaties. Maar in dat opzicht, waar de opstellers toch
het nodige van af weten met de huidige hype aan peperdure en druk
bezochte congressen, stelt dit plan hevig teleur. Alleen in de
combinatie wonen en groen ziet men miraculeuze mogelijkheden,
maar hoe, dat blijft vooralsnog duister. Maar eerst willen we
nu het structuurplan op de bovengenoemde terreinen apart langs
onze groene meetlat leggen.
Woningbouw en glastuinbouw
In de periode vóór 2010 bedelt de regio als het
ware om extra woningen als extra opvang van de woningbehoefte
uit de Leidse regio en het Groene Hart; alsof we ruimte over hebben
in Haaglanden. Na 2010 wil men koste wat het kost de bevolkingsgroei
in Haaglanden vasthouden, mét de bijbehorende 24.000 tot
40.000 woningen (conform het ontwerp Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening)
en 250 hectare bedrijventerreinen. Daarvoor wordt allereerst een
oplossing gezocht in het intensiever gebruik van de ruimte in
de stedelijke centra en in de herstructurering van de vroegnaoorlogse
wijken. Maar als dat onvoldoende soelaas biedt, komt een derde
optie in beeld: nieuwe uitleg rond de kernen, dus boven op het
forse ruimtebeslag van de huidige Vinex-uitbreidingen.
De glastuinbouw wordt nog immer met omzichtigheid aangepakt. De
reductie van glas blijft beperkt en de uitplaatsingen moeten zo
dicht mogelijk bij Haaglanden plaatsvinden. Zuid-Holland wil in
ieder geval het zelfde areaal glastuinbouw binnen zijn grenzen
houden.
Water en vervoer
Water moet eerder sturend dan volgend zijn, zo luidt een belangrijk
uitgangspunt van de hedendaagse ruimtelijke ordening. In dit opzicht
schiet het Structuurplan tekort, en dat voor een gebied waar het
probleem van de wateroverlast door het extreem hoge percentage
verhard oppervlak zo groot is. De waterkansenkaarten van de hoogheemraadschappen
Delfland, Schieland en Rijnland zijn in dit verband onmisbare
achtergronddocumenten. Welke gebieden moeten voor waterberging
worden gereserveerd, waar kan nog conventioneel worden gebouwd,
ook als het om kassen gaat en waar verdient het de voorkeur dat
amfibische vormen van woningbouw en glastuinbouw ontwikkeld worden?
Een centrale stedenbouwkundige ontwerpopgave voor deze regio wordt
veel te summier, ja zelfs enigszins verholen geformuleerd in het
Regionaal Structuurplan, laat staan naar behoren uitgewerkt.
Wat het vervoer betreft stellen de railplannen teleur. In het
kader van de Randstadrail wordt per saldo weinig nieuwe rails
aangelegd, zeker niet op korte termijn. Den Haag Zuid en West
blijven in hun relatieve openbaarvervoerisolement steken. De Zuidtangent
(lijn 37: Kijkduin-Delft-Pijnacker-Zoetermeer) krijgt slechts
een plaatsje in het zogeheten Agglonet, een aanvullend net van
tram- en buslijnen. Als we niet uitkijken wordt die lijn 37 een
uit zijn krachten gegroeide HTM-buslijn 23. En hoe lang is het
nog wachten op de ZoRolijn (Zoetermeer-Rotterdam). Verbindingen
vanuit Kijkduin en Den Haag Zuidwest naar Hoek van Holland en
de noordoever van de Nieuwe Waterweg ontbreken geheel. Voor een
ecologisch verantwoorde ontwikkeling van landschap, toerisme en
recreatie in de kustzone tussen Kijkduin en Hoek van Holland vormt
een kusttramlijn een onontbeerlijk onderdeel. En wat betreft het
wegvervoer: een mogelijk onafwendbare aanleg van de A4 moet gepaard
gaan met een uitdunning en statusvermindering van parallelle wegen
(in dit geval van de A13), twee parallelle snelwegen zo vlak bij
elkaar is een nodeloze versnippering van het landschap.
Offensief en creatief
Haaglanden - groene schakel in de Randstad - dat is de centrale
leus van het Structuurplan. De kwaliteit van de regio is volgens
het plan gelegen in zijn groene karakter en zijn ligging aan zee.
Die kwaliteit is echter al danig aangetast. Wie zich de kaart
van Haaglanden voor de geest haalt, ziet enorme stukken die absoluut
geen 'groene' kwaliteit hebben, overigens vaak ook weinig stedelijke
of andere ruimtelijke kwaliteit. Het geschetste beeld van de huidige
situatie in het RSP is te positief, te zelfgenoegzaam. Een hoger
ambitieniveau is nodig, niet alleen in de 'groene' sector; aan
de orde is kwaliteitsimpuls over de hele bandbreedte. In dit verband
verdienen de volgende projecten een offensieve en creatieve strategie.
Midden-Delfland
De identiteit en ruimtelijke kwaliteit van deze 'groene buffer'
tussen de Haagse en Rotterdamse agglomeratie is na het binnen
afzienbare tijd aflopen van de speciale status die dit gebied
had in het geding. Weliswaar is Midden-Delfland inmiddels een
zogeheten Belvedèregebied (dat om cultuurhistorische redenen
volgens de zogeheten Belvedèrenota van staatssecretaris
Rick van der Ploeg aandacht en bescherming geniet), maar met het
louter in stand houden van een landschap komt men er niet. Wie
dit gebied niet wil degraderen tot de kinderboerderij van de zuidvleugel
van de Randstad, moet een innovatief agrarisch programma ontwikkelen
voor dit bij uitstek agrarische cultuurlandschap, bijvoorbeeld
als proeftuin op het gebied van de biologische veehouderij en
agrarisch natuurbeheer.
Westlandse zoom
Deze kustuitbreiding biedt ongekende kansen op ecologisch, landschappelijk,
recreatief en toeristisch terrein: haffen, lagunes, eilanden,
baaien, verschillende milieus van zoet naar zout, en wat dies
meer zij. Als men daarbij maar niet in de oude fout vervalt om
'het nieuwe land' puur als dumpplaats te zien van functies waarvoor
op het oude land geen plaats meer is. De in het Structuurplan
geplande landschappelijke ontwikkeling van de Westlandse kustzone
(d.m.v. van uitplaatsing van oude glastuinbedrijven vlak achter
de zeereep) blijft een doodgeboren kindje als een kustuitbreidingsplan
niet van de grond komt. Het blijft dan een geïsoleerde, tamelijk
smalle strook, ingeklemd tussen een kaarsrechte dunne duinenrij
aan de ene kant en een zee van kassen aan de andere kant. De bestuurders
die van de zogeheten Westlandse Zoom een hoogwaardige woonlocatie
willen maken, zullen hier ook iets moeten doen aan de belevingswaarde
van de kust en daar hoort ook een fikse ecologische investering
bij.
De Groenblauwe Slinger
Deze slinger is een (met name door de provincie genitieerde)
beoogde groene en blauwe verbinding tussen Groene hart en Oude
Rijn enerzijds en Midden-Delfland en Nieuwe Waterweg anderzijds.
Deze is in zijn huidige omvang en opzet niet levensvatbaar. Een
probleem van de slinger is de smalle corridor tussen Pijnacker
en Berkel-Rodenrijs. Deze flessenhals biedt in de nu voorgestelde
opzet te weinig ecologische mogelijkheden om als verbinding voor
plant en dier dienst te kunnen doen. Natuurmonumenten heeft om
die redenen er al voor bedankt dit gebied te beheren. Of er voor
de recreant genoeg te beleven valt, is twijfelachtig. Met al die
geplande Vinex-nieuwbouw eromheen gaat zoiets toch al snel op
de zoveelste suburbane groenzone lijken. Wie de Groenblauwe Slinger
wil redden moet inzetten op verbreding op het kritieke punt, dus
niet alleen ten oosten, maar ook ten westen van Pijnacker (daar
zouden wel flink wat hectaren glastuinbouw voor moeten verdwijnen),
zodat ook Delfste Hout/ Bieslandse Bos uit hun relatieve isolement
gehaald kunnen worden en er vanuit de Vinexwoningbouwlocatie Ypenburg
directe en aantrekkelijke verbindingen met Midden-Delfland ontstaan.
Kijk, dan krijg je iets waar de mensen zich wat bij kunnen voorstellen.
Nu is de Groenblauwe Slinger een begrip waar de gemiddelde Haaglander
zich weinig bij voor kan stellen. Blijft dit in aanzet belangrijke
project in het stadium van 'too late too little' steken, dan kan
het beter maar helemaal opgegeven worden, dan is het zonde van
alle geld en energie. Niemand zit te wachten op de groene kleren
van de gedeputeerde.
Steven van Schuppen en Dick Ooms, AVN
meer
artikelen over ruimtelijke ordening & duurzaam bouwen
Enthousiaste
vrijwilligers gezocht
Het Haags Milieucentrum is begonnen met de voorbereiding
van twee grote activiteiten die, als alles rond komt, in 2002 zullen
starten. Wij hebben daar hoge verwachtingen van en we denken dat
het ook leuk en inspirerend is om daar samen met anderen aan te
werken. Misschien wel met jou als je je bij ons aanmeldt om mee
te werken.
Het gaat om de volgende projecten:
Een maandelijks Milieucafé.
Het doel is het debat over de duurzame ontwikkeling van Den Haag
te stimuleren.
De doelgroepen zijn onder meer leden van politieke partijen en de
gemeenteraad, beleidsambtenaren, leden van natuur- en milieuorganisaties
en mensen en organisaties die zich bezig houden met stadsontwikkeling,
ruimtelijke ordening, mobiliteit, gezondheid, energie en veiligheid.
We denken dat het debat rond belangrijke milieu/duurzaamheiditems
in Den Haag versterkt kan worden door dit in een ongedwongen, gezellige
sfeer te voeren. Dit bijvoorbeeld in tegenstelling tot wat DeBatterij
al doet. Daarom willen we dit het liefst op een centrale locatie
in een bestaand café doen plaatsvinden.
Elke keer wordt een onder de doelgroepen bekende Hagenaar of Nederlander
als debatleider uitgenodigd en wordt het programma opgesierd met
iets cultureels.
Een mogelijke naam is Milieucafé 'De Derde Dinsdag'
omdat het elke derde dinsdag plaats zou kunnen vinden. De discussie
zou niet langer dan anderhalf uur moeten duren, bijvoorbeeld van
21.00 tot 22.30 uur. Inloop vanaf 20.30 uur, zodat iedereen al een
drankje in de hand, geen stoelen dus, kan hebben. Dit bevordert
dat de discussie na afloop nog wordt voortgezet. Er wordt, ook na
afloop van de discussie, met een microfoon tussen het publiek doorgelopen
voor reacties.
De City Duinparkloop
De Haagse Milieuprijs is dit jaar gewonnen met het idee om maar
liefst 12 belangrijke groengebieden/parken in het noorden van Den
Haag goed met elkaar te verbinden d.m.v. tunnels, voetgangersbruggen,
afsluiten van straten, goede oversteekplaatsen en verbetering van
de bestaande paden. Aldus zou het grootste park ter wereld ontstaan.
De winnaar Erik Slagt heeft dit het CityDuinpark genoemd. Zo is
het mogelijk om in Den Haag uren te lopen, te wandelen of te fietsen
in het groen.
Onze slogan was; Uw Idee, wij doen er wat mee! In dit geval lijkt
het ons een uitstekend idee om jaarlijks de CityDuinparkloop en
wandeling te organiseren. Een nieuw groot evenement in Den Haag
waarbij mensen in hun eigen stad een loop en wandeling geheel door
bos, duin en park wordt aangeboden.
meer artikelen
over het Haags Milieucentrum
Eindrapport Fietsbalans Den Haag
Het was een mooi schouwspel vorig jaar. Een opvallende en bijzondere
fiets achtervolgd door een heel peloton dat zich volgens nauwgezet
plan een weg baande door Den Haag. De bijzondere fiets was de Fietsbalans-meetfiets
van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, en de groep fietsers
werd gevormd door leden van de Haagse afdeling van de Fietsersbond
en enkele ambtenaren van de gemeentelijke diensten DSO en DSB. De
Fietsersbond en de gemeente Den Haag testte hiermee gezamenlijk
het gemeentelijke fietsklimaat.
De meetfiets kan namelijk de belangrijkste aspecten voor fietsers
meten, zoals trillingshinder (van gaten en hobbels in het wegdek),
geluidhinder (van langsrazende brommers), stopfrequentie (door het
hoge aantal stoplichten in Den Haag) en gemiddelde reistijd. Wie
van de resultaten een goed overzicht wil krijgen kan het beste op
www.fietsersbond.nl gaan
kijken. Want de meetgegevens zijn door het landelijke bureau van
de Fietsersbond in Utrecht verwerkt tot een landelijke Fietsbalans.
Hierdoor zijn nu de scores van de meting in Den Haag eenvoudig te
vergelijken met de resultaten van soortgelijke metingen in andere
grote gemeenten, zoals Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Maastricht
of Apeldoorn. Maar vooral de vergelijking met de gemeenten uit de
eigen regio (Leiden en Voorburg) levert een herkenbaar beeld op:
de gemeente Den Haag scoort op bijna alle aspecten een onvoldoende.
Op bijna alle aspecten behalve, ook zo kenmerkend voor Den Haag,
het aspect beleid: op papier ziet het Haagse fietsbeleid er goed
uit.
Dit is vooral te danken aan de aandacht die de gemeente besteedt
aan het fietsparkeren en het eigen vervoersmanagement: de gemeente
zet de fiets zelf steeds vaker in als vervoersvorm bij het woon-werkverkeer
of als dienstfiets bij het zakelijk verkeer. Overigens is er op
het gebied van fietsparkeren de afgelopen jaren ook al veel van
het voorgenomen beleid daadwerkelijk uitgevoerd: er staan veel grijze
fietsbeugels in woonwijken en bij winkels, en ook de (kunstzinnige)
stallingen van Biesieklette vallen in het straatbeeld op.
Verkeersonveiligheid
De Fietsbalans geeft ook een analyse van het aantal verkeersslachtoffers
in Den Haag en de uitslag van een enquête over de tevredenheid
onder de Haagse fietsers. De verkeersveiligheid komt (in absolute
getallen) voor fietsers in Den Haag als goed naar voren. Het aantal
verkeersslachtoffers onder fietsers en bromfietsers is in Den Haag
tussen 1988 en 1998 echter hoog en niet gedaald. Dit in tegenstelling
tot het aantal verkeersslachtoffers onder automobilisten en voetgangers.
De inzet van de gemeente zal dus veel meer op de veiligheid van
fietsers gericht moeten worden. Wegenbouwers letten nog onvoldoende
op de veiligheid van fietsers. Terwijl bijvoorbeeld de invoering
van de maatregel Brommers op de Rijbaan laat zien dat specifieke
aandacht voor de belangen van fietsers juist tot hele goede resultaten
kan leiden: het aantal verkeersslachtoffers onder fietsers, maar
vooral onder bromfietsers, is eindelijk gedaald.
Uit de fietserstevredenheids-enquête blijkt ook dat de fietsende
Hagenaar zich relatief verkeersonveiliger voelt. Op basis van de
gegevens uit de Fietsbalans is hiervoor een eenvoudige verklaring
te geven: in Den Haag beschikt een fietser over minder vrijliggend
fietspad dan in welke andere, vergelijkbaar grote stad in Nederland
dan ook. Hierdoor moet een fietser in Den Haag relatief vaak de
weg delen met andere weggebruikers, zoals auto's, vrachtwagens én
de Haagse tram met zijn rails.
Wel heeft de fietser in Den Haag vaak de beschikking over een rode
fietsstrook, maar dit geeft blijkbaar geen veilig gevoel: een vrijliggend
fietspad is voor een fietser wat de beschermende carrosserie van
de auto is voor de automobilist. In Den Haag raakte in het afgelopen
half jaar drie fietsers ernstig gewond door openslaande portieren
van foutief geparkeerde auto's: de rode fietsstrook staat in Den
Haag immers beter bekend als dubbelparkeerstrook.
Fietsgebruik ruim onder landelijk gemiddelde
De gemeente kan als wegbeheerder nog veel doen om het fietsen in
de stad Den Haag veiliger en daarmee ook aantrekkelijker te maken.
Dit begint met een gebruikersonderzoek naar de behoefte aan logische
fietsverbindingen onder fietsers én potentiële fietsers.
Bij de bespreking van het nieuwe Verkeersplan heeft de gemeente
Den Haag toegezegd om komend jaar ook bruikbare tellingen voor het
fietsverkeer te gaan houden (tot nu toe waren de verzamelde gegevens
statistisch onbruikbaar, omdat toevallige weersinvloeden of schoolvakanties
niet in de uitslag werden verwerkt).
Een dergelijk onderzoek, zoals al door de Provincie Zuid-Holland
wordt uitgevoerd, zal aangeven welke routes voor fietsers in werkelijkheid
de meest gebruikte routes zijn, bijvoorbeeld routes naar scholen,
winkels of opstappunten van het openbaar vervoer. Het huidige hoofdfietsroute-netwerk
van de gemeente Den Haag gaat nu nog uit van de misvatting dat fietsers,
net als automobilisten, gebruik willen maken van de brede doorgaande
hoofdwegen. Maar fietsen vindt op een veel kleinere schaal plaats
en fietsers gaan liever rechtstreeks op hun bestemming af. In Den
Haag worden de fietsers nu langs de hoofdwegen geleid, om daar vervolgens
relatief lang voor stoplichten te moeten blijven staan. Op papier
zien deze Haagse hoofdfietsroutes er goed uit: een fijnmazig raster
van groene en rode lijnen.
Maar in de praktijk levert dit netwerk de fietsers relatief veel
omwegen en lang oponthoud op. De fiets is hierdoor in Den Haag geen
echte concurrent van de auto, zelfs niet bij een verplaatsing over
een voor fietsers aantrekkelijke korte afstand (onder de vijf kilometer)!
Het is dan ook geen verrassing dat het fietsgebruik in Den Haag
ruim onder het landelijke gemiddelde ligt. Want wie in Den Haag
vlot op zijn bestemming wil zijn kiest vaker voor de auto. Door
dit relatief hoge autogebruik voor de korte afstand slibt het gemeentelijke
wegennet van Den Haag eerder dicht, waardoor infrastructurele ingrepen
nodig zijn om de doorstroming van het 'nood-zakelijk' autoverkeer
te waarborgen. Maar elk groot infrastructureel bouwwerk zal, zonder
de nodige voorzieningen voor fietsers, een barrière gaan
vormen en het oponthoud voor fietsers alleen maar doen toenemen.
De concurrentiepositie van de fiets in de stad zal daarmee nog verder
verslechteren.
Het moet anders en het kan anders: de gemeente Houten laat dit zien.
In deze gemeente wordt niet alleen veel gefietst, vooral dankzij
goede voorzieningen voor fietsers, maar ook is het aantal verkeersslachtoffers
onder alle verkeersdeelnemers laag.
Veilig en Vlot
De gemeente Den Haag kan de verkeersonveiligheid onder fietsers
het beste aanpakken door vooral in en om de binnenstad meer vrijliggende
fietspaden met voldoende ongelijkvloerse kruisingen aan te leggen.
Alleen dit maakt het fietsen behalve veilig ook vlot. Dankzij bouwvlijt
en goed verkeersgedrag zal het fietsen in Den Haag dan uit kunnen
groeien tot een aantrekkelijke en concurrerende vervoersvorm. Hiervoor
is overigens nog wel een bijpassend volwassen gemeentelijk budget
nodig.
De benodigde brede politieke steun lijkt momenteel aanwezig: het
gemeentelijk 'auto-matisme' is met de invoering van een parkeerverbod
op het mooiste plein van Nederland (het Lange Voorhout) doorbroken.
Dankzij de aanleg van betere fietsvoorzieningen, met name in de
nabijheid van opstappunten van het openbaar vervoer, zal het fietsgebruik
in Den Haag toe kunnen nemen en wordt er een echte bijdrage geleverd
aan de oplossing van het bereikbaarheidsprobleem van de stad Den
Haag. En dat nog duurzaam, gezond en goed voor het leefmilieu ook!
Marc Beek
Voorzitter Fietsersbond,
afdeling Den Haag e.o.
meer
artikelen over mobiliteit
meer artikelen over aangesloten
organisaties
Een Autovrije dag in 2002?
Afgelopen 22 september, de dag van de Europese Autovrije dag,
was het dan zover. Op initiatief van de gemeente werd in een grote
witte tent op de Plaats het Stadsdebat over nut en noodzaak van
een Autovrije dag in Den Haag gehouden. De tent zat vol met allerlei
volk, zoals mensen uit de milieuclubs in Den Haag en bewonersorganisaties,
maar ook met voormannen en voorvrouwen uit de politiek. En er werd
goed geluisterd en levendig gediscussieerd, zoals uit de fotocollage
wel blijkt.
Waar ging dat debat over? Eigenlijk niet zozeer over de noodzaak
van het terugdringen van de automobiliteit om de bekende redenen.
Niet dat iedereen het daar over eens is, maar het debat spitste
zich toe op de vraag of het bedrijfsleven het afsluiten van de binnenstad
een dag per jaar wel zou overleven. Je zou zeggen dat als men dat
niet kan hebben, zeker als je bedenkt dat wat je vandaag niet koopt
dat morgen wel zal doen, dat het bedrijfsleven in de binnenstad
welhaast zieltogend moet zijn. Voor het gevoel van de ondernemers
is dat blijkbaar ook zo. Volgens hen telt op dit moment elke gulden
en als de klanten niet per auto naar de binnenstad kunnen komen
verliest deze aan de concurrentie van Leidschenhage en In de Bogaard,
want deze winkelcentra hebben uitstekende parkeervoorzieningen.
De tendens van de verhalen was: je zal maar ondernemer zijn in de
Haagse binnenstad en met de moordende concurrentie in de nek je
hoofd boven water moeten houden in een omgeving die geplaagd wordt
door langdurige bouw- en tunnelwerkzaamheden, die het winkelklimaat
en de bereikbaarheid bepaald niet bevorderen. Dit laatste als understatement.
Eigenlijk is daar de discussie mee samengevat, al zagen de ondernemers
dat ook zij een verantwoordelijkheid hebben voor de leefbaarheid
en het milieu. Zij vonden dat zij meer na zouden kunnen denken over
hoe je het winkelen zonder auto voor een bepaalde groep klanten
aantrekkelijker kunt maken. Ook sloten zij niet uit dat het met
een goed meerjarenplan tot de mogelijkheden behoort dat er over
bijvoorbeeld 10 jaar wel een autovrije binnenstad is. Maar niet
nu en zeker niet met de huidige ellende waarbij alles al overhoop
ligt.
Dat is tenminste helder en het biedt ook de nodige openingen. Die
kwamen tijdens het openbare debat minder ter sprake, maar na afloop
des te meer. Zaken worden nu eenmaal gedaan als de sfeer wat meer
ontspannen wordt en men elkaar eerst wat beter heeft leren kennen.
In het openbare debat kwam naar aanleiding van de roep om gratis
of goedkoper openbaar vervoer ook wel naar voren dat er wellicht
mogelijkheden voor goedkoper openbaar vervoer zijn. Maar dat is
toch allemaal voor de langere termijn.
Wat na afloop in onderonsjes met wethouder Bruins, de filiaalhouder
van de Bijenkorf, de manager van het Casino en anderen bleek, is
dat men ook terugschrikt van de negatieve bijklank die het begrip
autovrije (zon)dag voor hen en een deel van de bevolking heeft.
Wij vragen ons dat af, maar het Haags Milieucentrum is natuurlijk
voor een positieve insteek. Bovendien is het voor ons niet zo dat
een autovrije dag staat of valt bij het afsluiten van dat deel van
de binnenstad waar de winkels of de parkeergarages zich bevinden.
Wij zouden voorlopig goed kunnen leven met het afsluiten van andere
delen van de stad, zoals bijvoorbeeld het Oude Centrum waarbij een
flink aantal straten autovrij zijn en daar genoten kan worden van
rust, ruimte, winkelen, sport en spel. Dat kan zo afgesloten worden
dat gezorgd wordt voor een goede doorstroming naar parkeergarages.
Waar het ons om gaat is dat 22 september aangegrepen wordt, ook
door de gemeente, om eens met elkaar stil te staan bij het probleem
van de sterk groeiende automobiliteit en de gevolgen daarvan voor
milieu, leefbaarheid, veiligheid en gezondheid en hoe dat probleem
te lijf te gaan.
Ook bleek in de nabesprekingen HTM-directeur Ton Kaper ten volle
bereid om van zo'n dag wat te maken door speciale aanbiedingen met
de tram en bus. Er blijken aan gratis openbaar vervoer de nodige
nadelen te kleven, maar een stuk goedkoper daar blijkt goed met
hem over te praten. En niet alleen op die ene dag, maar ook voor
langere experimentperiodes van bijvoorbeeld drie maanden, door het
promoten van goedkope driemaandelijkse of halfjaarlijkse stadsvervoerabonnementen.
Ter sprake kwam ondermeer het regelmatiger organiseren van winkeldagen
in de binnenstad met veel positieve aandacht voor het openbaar vervoer
en de fiets.
Als je dat zo allemaal bij elkaar neemt, dan moet daar toch iets
moois van te maken zijn op de volgende 22e september?
Maar laten we niet vergeten dat het hier gaat om een leuke en vrolijke
bezinningsdag en niet om een oplossing. Die oplossing moet natuurlijk
komen van een langetermijnbeleid. Laten we dus behalve over de organisatie
van de volgende 'autovrije-openbaar vervoer-fiets-voetgangersdag'
op 22 september als Haags Milieucentrum met de gemeente, bedrijven,
de HTM en Om Den Haag om de tafel gaan zitten om dat integrale beleid
in de steigers te zetten.
meer
artikelen over mobiliteit
Meer subsidie voor het Haags Milieucentrum
in 2002
Dit jaar bestaat het Milieucentrum 10 jaar en al 10 jaar moet
het centrum het doen met een basissubsidie van de gemeente van ongeveer
100.000 plus huisvestingskosten. Daarnaast beschikt het over
wat incidentele subsidies voor het uitvoeren van activiteiten en
een aantal medewerkers via de Melkertregeling. Dat is een uiterst
zwakke basis voor een centrum dat zich met recht een Milieucentrum
wil noemen. Een centrum ook dat duidelijk meer is dan een steunpunt
voor de natuur- en milieuorganisaties in Den Haag. Een Milieucentrum
dus dat te vergelijken valt met de milieucentra in andere grote
steden. Deze centra worden, weliswaar te mager, maar toch stukken
beter financieel ondersteund door hun respectievelijke gemeentebesturen.
Van de huidige basissubsidie van ons centrum kan net iets meer dan
het salaris van de directeur betaald worden.
Dat kan zo niet langer. Zeker niet na de 'Toekomstverkenning' samen
met de aangesloten organisaties, waarbij ook tal van andere organisaties
en de gemeente betrokken waren. Tijdens die toekomstverkenning is
die bredere taakopvatting ook vastgesteld en daarna vastgelegd.
Om ervoor te zorgen dat het Haags Milieucentrum de financiële
basis gaat krijgen die nodig is, is voor volgend jaar een extra
structurele subsidie van 150.000 bij de gemeente aangevraagd,
verdeeld over drie portefeuilles met daarin de beleidsvelden, ruimtelijke
ordening en stadsontwikkeling, mobiliteit en milieu. Dat betekent
dus 50.000 per wethouder. Bovendien wordt zo ook de verantwoordelijkheid
van andere portefeuillehouders dan die van Milieu financieel tot
uitdrukking gebracht.
Wij hadden gehoopt voor de begrotingsbehandeling in de gemeenteraad
duidelijkheid te krijgen via een voorstel waarin de gemeente en
het centrum zich zouden kunnen vinden. Dat is helaas niet gelukt.
Om op niet al te lange termijn duidelijkheid te krijgen over die
noodzakelijke extra subsidie voor volgend jaar, hebben wij voorafgaand
aan de begrotingsbehandeling in de gemeenteraad ingesproken. De
tekst daarvan drukken wij hierbij integraal af. Deze geeft namelijk
een goed inzicht in waar ons centrum en de aangesloten organisaties
staan en waaraan het Milieucentrum de komende jaren wil werken.
meer artikelen
over het haags milieucentrum
INSPREEKTEKST SUBSIDIE 2002
Geachte raadsleden en andere aanwezigen
Ik spreek hier namens het Haags Milieucentrum. En zoals iedere
inspreker heb ook ik maar vijf minuten om duidelijk te maken wat
wij van ons stadsbestuur willen en waarom wij dat willen. Waarom
voor de leefbaarheid en duurzaamheid van onze stad en haar inwoners
het een goede zaak zou zijn als het Haags Milieucentrum eindelijk
de financiële mogelijkheden krijgt om de functie die het heeft
ook uit te kunnen oefenen.
U heeft al tal van sprekers gehoord en als bestuurders heeft u
met vele wensen en belangen op zeer uiteenlopende terreinen rekening
te houden. Terecht houdt u zich bijna dagelijks bezig met zaken
als stoeptegels waar mensen over kunnen struikelen, met hondenpoep,
met uitkoopregelingen, bezwaren, onderhoud van gebouwen, herinrichtingen
enzovoorts. Ook loopt uw hoofd om van hoe dat allemaal gefinancierd
kan worden en de soms pijnlijke keuzes die gemaakt moeten worden
en zeker moesten worden toen wij artikel 12-gemeente waren. Gelukkig
ligt dat volgend jaar wat anders.
Om u te helpen die keuzes goed te kunnen maken wil ik u vragen
u even van de waan van de dag los te maken en zich met mij in vier
minuten te bezinnen op wat in onze stad werkelijk van waarde is
voor de kwaliteit van het leven van Hagenaars en Hagenezen. Om een
onderscheid te maken tussen die zaken die meer met luxe en gemak
te maken hebben, en ook nog wel even zouden kunnen wachten, en zaken
waar we eigenlijk al gisteren mee hadden moeten beginnen.
Wij denken dan aan het maken van een Integraal Masterplan Duurzaam
Den Haag waar alle afdelingen en diensten van de gemeente en natuurlijk
alle 7 portefeuillehouders en onze burgemeester enthousiast aan
meewerken. Een plan ook waar bij hun stad betrokken inwoners veel
invloed op uit kunnen oefenen. Dit plan gaat uit van een gebiedsgerichte
integrale benadering en het verweven van tal van functies. Het kiest
een aantal speerpunten per periode van vier jaar en is de leidraad
voor andere deelmasterplannen. Het zorgt voor de voorwaarden voor
samenwerking tussen diensten en afdelingen via zorgvuldige procedures
die slagvaardigheid niet belemmeren.
Welke speerpunten kunnen dan niet gemist worden? Een aantal willen
wij noemen.
# Een goede groenblauwe dooradering van de stad die zorgt voor lucht
en ruimte. Die aaneengesloten groengebieden en waterwegen binnen
de stad verbindt met een robuuste groene mal rond de stad die op
zijn beurt weer in verbinding staat met groenblauwe uitloopgebieden
en de ecologische hoofdstructuur.
# Een plan om de inwoners van onze stad te verleiden hun auto op
korte afstanden zo veel mogelijk te laten staan door de alternatieven,
met name de fiets, zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Denk ook
aan openbaar vervoer op maat, kleinere busjes over vaste routes
die je met de hand kunt stoppen. Denk aan openbaar vervoerdagen
waarop je de hele dag kunt reizen voor een piek of aan het stimuleren
van het gebruik van goedkopere tram- en busabonnementen want dan
heb je net als de auto er al voor betaald. Denk aan het ondersteunen
van vervoersmanagement voor bedrijven en het regelen van vervoer
in de ochtend- en avondspits naar bedrijventerreinen. Denk aan voorlichting
via scholen om ouders er van te overtuigen hun kinderen niet met
de auto te brengen, denk aan nog meer parkeerplaatsen en aantrekkelijke
introductieaanbiedingen voor GreenWheels. Ontmoedig de 'leasebakken'
die leiden tot ongebreideld autogebruik. En vergeet tenslotte de
voetgangers niet.
# Maak met omliggende gemeenten een plan voor omschakeling van het
Westland naar stadstuinbouw met biologische boeren en stadsboerderijen
die streekproducten aan de stad leveren. Bedrijven die Hagenaars
kunnen bezoeken, waarop ze kunnen meewerken en zich met hun kinderen
vermaken. Denk aan de zo noodzakelijke waterbergingsmogelijkheden
die dat zal bieden en de enorme kostenbesparing op langere termijn.
# Maak een deelmasterplan C02-reductie en luchtkwaliteit omdat onze
ligging aan zee, onze ambitie van Groene Stad aan die Zee, onze
uitstraling van internationale stad van recht en vrede en de zorgen
om de gezondheid van de Haagse burger dat gewoon vereisen.
# Ga als stad voor geveltuinen en plantenbakken. Realiseer compacte
flexibel in te delen huizen die je goed kunt stapelen, met grote
groene balkons en met een goede lichtinval. Stop onder de grond
wat onder de grond kan, zoals geparkeerde auto's en allerlei sterk
geautomatiseerde productiebedrijven. Maak compacte bedrijventerreinen
aangesloten op de stadsverwarming en met windmolens waar bedrijven
zitten die elkaar kunnen versterken en maak die terreinen groen
en blauw met groene daken, vijvers en sloten.
# Plaats de Norfolkline uit en realiseer daar een in het oogspringende
combinatie van duurzaam gebouwde kantoren, woningen en recreatiemogelijkheden
waar de haven als geheel, dus ook financieel, in geïntegreerd
is.
# Denk vooral ook aan het organiseren van het debat met en tussen
Hagenaars over al deze zaken en dat op een creatieve, ontspannen
en gezellige manier.
Om dat alles dichterbij te brengen vergt het evenwel meer dan masterplannen
en intentieverklaringen. Het vergt met name zakelijke bevlogenheid,
realistische verbeeldingskracht, veel inzet en ook het nodige geld.
Maar het zal op langere termijn ook veel geld besparen.
U moet in het komende debat zelf maar bepalen of bij de extra investeringen
en de reeds bestaande investeringen van 4 miljard voor dit soort
zaken voldoende aandacht is. Wij vinden van niet. Vanzelfsprekend
zijn wij bereid constructief mee te denken hoe dat te verbeteren.
Het Haags Milieucentrum en alle aangesloten natuur- en milieuorganisaties
met vele duizenden leden en vrijwilligers staan in ieder geval voor
dat Masterplan Duurzaam Den Haag. Wij zouden zeggen: doe daar uw
voordeel mee! We hebben het dan ook over een financieel voordeel
bij de besteding van miljarden op het terrein van onder meer ruimtelijke
ordening en stadsontwikkeling, mobiliteit, energie, gezondheid,
welzijn, onderwijs, financiën, economie, werkgelegenheid en
milieu.
Om er voor te zorgen dat wij krachtig en met kennis van zaken aan
duurzaamheid, een vitaal milieu en een vitale natuur in Den Haag
kunnen werken en kunnen blijven werken vragen wij u om extra structurele
subsidie voor volgend jaar voor een bedrag van ongeveer 0,03 % van
de gelden die u extra in onze stad wilt gaan investeren.
meer artikelen
over het haags milieucentrum
Het concept-Milieubeleidsplan
en de CO2-reductie
Den Haag moet volgens het splinternieuwe (concept) Milieubeleidsplan
van onze gemeente op langere termijn een CO2-neutrale stad worden.
Wij denken dat het goed is dat begrip wat beter te definiëren, met
name de manier waarop in Den Haag zelf CO2 weer opgenomen wordt
en om welke hoeveelheden dit dan gaat. Het is een geweldig ambitieuze
doelstelling. Daar zijn wij niet tegen want flinke ambities zijn
nodig als het om de reductie van broeikasgassen gaat. Als het niet
lukt om de uitstoot daarvan wereldwijd fors terug te brengen, neemt
de 'wereld' en daarbinnen de Haagse bevolking als geheel een onaanvaardbaar
groot risico.
Het risico namelijk dat door wereldwijde klimaatveranderingen het
leven van miljarden mensen ontwricht wordt. Voor een dergelijke
ambitieuze doelstelling zijn navenant forse maatregelen nodig die
ook werken. Wij vinden dat de maatregelen die nu in het Milieubeleidsplan
voorgesteld worden bij lange na niet voldoende zijn om die doelstelling
van een CO2-neutrale stad de komende jaren dichterbij te brengen.
Wat nodig is voor succes is een gedegen Energiebeleidsplan dat maatregelen
voorstelt op basis van evaluatie van het beleid in het verleden
en de nieuwe kansen die op dit moment bestaan. Waar blijft dat nieuwe
Energiebeleidsplan of Masterplan CO2-reductie? Ondanks verschillende
toezeggingen van wethouder Verkerk, die over energie gaat, is dat
plan er nog steeds niet. Het oude plan liep vorig jaar af, gelijk
met het Milieu Actie Plan (MAP) van Eneco. Wij weten dus ook niet
wat van het beleid tot nu terechtgekomen is. Hoe staat het bijvoorbeeld
met de afspraak die de gemeente met de energiebedrijven EZH en Eneco
gemaakt heeft om de stadsverwarming in Den Haag te verdubbelen,
waarmee bijna de helft van de voorgenomen CO2-reductie gerealiseerd
kon worden? En wat gaat er gebeuren met de maar liefst 90 miljoen
gulden die aan het eind van het MAP bij Eneco nog over is en die
voor een belangrijk deel door Haagse burgers en bedrijven zijn opgebracht?
Dat energiebeleidsplan moet er dus eerst komen waarbij de besteding
van de Haagse MAPgelden, de samenwerking met Eneco en de eigen afdelingen
Economie en Milieu van de gemeente van groot belang zijn.
Bovendien ligt er al de nodige 'input' voor een nieuw plan. Bijvoorbeeld
het - op verzoek van wethouder Verkerk zelf - opgestelde Kema-rapport
'Energie Den Haag 2025 - 2010', dat uitgaande van een energievisie
voor Den Haag en omstreken voor 2025 aangeeft welke ontwikkelingen
en maatregelen voor de meer nabije toekomst, 2010 dus, nodig zijn.
En waar blijft het antwoord van Eneco en de gemeente op de uitkomsten
van de Haagse stadsenquête 2000 over energiebesparing waar het Energiebeleidsplan
mede op gebaseerd zou worden? Een belangrijk voorstel was de oprichting
van een onafhankelijk projectbureau mede gefinancierd door Eneco.
Dat onafhankelijke is belangrijk omdat energiebedrijven als Eneco,
zeker na de privatisering, alleen nog geïnteresseerd lijken in de
verkoop van meer energie of een beetje minder maar dan wel met een
grotere winstmarge. Het blijkt moeilijk, om een grote energieleverancier
zover te krijgen vrijwillig en zelfs gemotiveerd mee te werken aan
minder of schonere maar duurdere energieproductie. Het vraagt dus
nieuwe manieren van samenwerken om met de grote energieproducenten
te komen tot vermindering van energieconsumptie en tot productie
en afname van schone - maar duurdere - energie. Steun daarbij kan
zijn dat 'energiebesparing en verantwoord omgaan met energie' een
in de wet vastgelegde taak voor energiebedrijven is. Het lijkt een
kansrijke zaak om Eneco te binden aan een gedegen plan, omdat de
gemeente Den Haag samen met de gemeente Rotterdam de grootste aandeelhouders
zijn. Maar die positie lijkt niet goed uitgebuit te worden. Er worden
wel allerlei concessies gedaan, maar niets in ruil daarvoor teruggevraagd.
Bovendien verzwak je als gemeente nog verder je positie als je als
aandeelhouder en grootverbruiker vervolgens doodleuk je stroom afneemt
bij de concurrent Remu. Je kan als gemeente nog zo veel willen,
je zal, zeker zolang de Haagse burgers en het midden- en kleinbedrijf
nog verplicht klant van Eneco zijn, dat soms ook bij Eneco af moeten
dwingen.
Daarvoor zit je als gemeente, als grootaandeelhouder van Eneco,
in een goede positie. (Dus nooit je aandelen verkopen, maar juist
bijkopen!) Het is zeer verleidelijk om nu verder te gaan met het
schetsen van een soort raamwerk voor een energiebeleidsplan. Wij
beperken ons er toe kansrijke initiatieven te noemen om aan CO2
-reductie te werken. Dat kan onder meer door simpelweg minder energie
te gebruiken, denk aan de fiets en minder apparaten, via besparing
door energiezuinige apparatuur, via het gebruik van duurzame energiebronnen,
via betere techniek van afvangen, zoals de katalysator bij auto's
en het aftoppen van piekbelasting door buiten de piek stroom goedkoper
te leveren. Dan zijn talloze maatregelen denkbaar met E-teams en
Ecoteams, voorlichting, Groene Stroom voor uitkeringsgerechtigden
zonder meerkosten, bevorderen op tal van manieren van Fiets en Openbaar
Vervoer, maatregelen die automobiliteit ontmoedigen en gelijktijdig
goede alternatieven bieden, verbieden van dieselbussen, gratis of
goedkoop plaatsen van meters waardoor men in de avonduren minder
betaalt, bevorderen gebruik van zonneboilers, strenge normen voor
isolatie en andere maatregelen bij nieuwbouw, het doorlichten van
bestaande bedrijven en bedrijventerreinen en hogere energie-eisen
stellen bij vergunningen enzovoorts. Natuurlijk wordt daar door
de gemeente al het nodige aan gedaan, maar nog veel te beperkt en
plaatselijke energiebesparingscampagnes bijvoorbeeld zijn er al
een tijd niet meer geweest.
Maar uit al die mogelijkheden willen we er hier twee uitlichten
omdat zij volgens ons bijzonder kansrijk zijn en CO2-uitstoot flink
kunnen reduceren. Ten eerste is dat de reeds genoemde stadsverwarming.
De restwarmte van de elektriciteitscentrale aan het De Constant
Rebecqueplein verdwijnt niet in de lucht of in de Haagse grachten
zoals nu het geval is, maar wordt benut voor het verwarmen van kantoren,
ziekenhuizen en andere gebouwen. Daarmee wordt veel gas en uitstoot
van CO2 bespaard. Den Haag heeft al flink geïnvesteerd in een heel
net dat makkelijk verdicht en afgetakt kan worden.
Ook kunnen mogelijkheden voor het opslaan van energie via warmtebuffers
veel beter benut worden en kan de capaciteit van de energiecentrale
die in de stad zelf ligt nog opgevoerd worden. Stadsverwarming maakt
het voor belangrijke Haagse werklocaties zoals Nieuw Centrum en
Binckhorst mogelijk om te komen tot een verantwoorde en duurzame
economische ontwikkeling. Maar er zit ook een probleem aan de levering
van warmte via stadsverwarming. Iedereen heeft het met de huidige
liberaliseringsgolf over keuzevrijheid, maar wat heeft de warmteconsument
dan eigenlijk te kiezen. Voor elektriciteit en gas lijkt het op
papier geregeld en kan in 2004 gekozen worden bij welk bedrijf energie
gekocht gaat worden. Maar omdat warmte of stadsverwarming een lokaal
gebonden product is kan iemand niet zomaar op een andere leverancier
uit een ander gebied overstappen. Warmteklanten blijven voor de
levering van hun warmte gewoon gebonden aan die ene leverancier.
Keuzevrijheid is er niet. Hoe zit het met de positie van warmteklanten
als Eneco privatiseert en de gemeente Den Haag haar aandelen zou
verkopen? Hoe en door wie worden deze klanten dan beschermd? En
hoe wordt dat publieke belang van een milieuvriendelijke en duurzame
warmtelevering dan gewaarborgd? Het tweede kansrijke perspectief
is het uitbrengen van Energie Prestatie Adviezen (EPA's) per wijk.
Juist in wijken zijn vaak dezelfde typen woningen gebouwd en elk
type woning biedt zo zijn eigen kansen voor energiebesparing. Bovendien
biedt het de mogelijkheid om het mensen gemakkelijk te maken om
de energiebesparing echt ter hand te nemen door advies op maat te
leveren en hoe dit zo goedkoop mogelijk uitgevoerd kan worden. Onafhankelijke
deskundigen en installateurs staan daar garant voor. Het biedt ook
goede mogelijkheden tot samenwerking met woningcorporaties en woningbeheerinstellingen.
Ook valt nog veel winst te halen uit systemen waarbij de kosten
om besparing te bereiken geleidelijk uit de kostenbesparing kunnen
worden terugbetaald. Een heel ander maar zeker zo belangrijk punt
is de profilering van Den Haag op het gebied van CO2-reductie als
internationale stad, want je kan nog zoveel doen als lokale gemeenschap
- en dat moet - het probleem valt uiteindelijk alleen via internationale
samenwerking op te lossen.
Dan ligt, juist voor Den Haag als internationale stad van recht
en vrede, ook op het terrein van wereldwijde afspraken over CO2-reductie,
een koplopersfunctie voor de hand. Tot slot is het goed nog even
stil te staan bij het belangrijkste obstakel om CO2-reductie echt
goed van de grond te krijgen. Dat is dat veel maatregelen erg duur
zijn. Daardoor ligt het niet voor de hand dat de markt daarin veel
investeert, behalve mondjesmaat in die zaken die vanuit een groen
imago goed in de markt liggen of waarvoor via fiscale maatregelen
financiële compensatie geboden wordt. Wat doe je als gemeente als
de markt niet voldoende investeert? Wellicht kunnen wethouder Verkerk
en wethouder Stolte ondermeer daar op ingaan in onze rubriek 'Groen
Forum'.
meer
artikelen over algemeen milieubeleid
Haagse Milieuprijsvraag
Inzender Bob de Kievit:
Hoe wordt de stad groen, groener, groenst…
Bob de Kievit is actief betrokken bij het wel en wee van zijn
stad Den Haag. Met name in Leyenburg is hij jaren actief geweest
in het wijkberaad. Je mag dan ook zeggen dat hij, door jarenlang
contact met bewoners en vrijwilligers, weet waar hij over spreekt.
Bob heeft op meerdere manieren geprobeerd om aandacht te krijgen
voor zijn plan om de leefbaarheid te verhogen door middel van veel
meer groen in de stad. Helaas is hij dikwijls tegen een bestuurlijke
muur aangelopen. Naar zijn eigen zeggen zendt hij als 'laatste poging'
z'n plan in voor de prijsvraag van het Haags Milieucentrum. Hij
ontvangt voor de inzending een van de vier aanmoedigingsprijzen
en dat geeft burger Bob weer moed.
Op de vraag hoe hij het leefmilieu van Den Haag veranderd zou willen
zien steekt hij enthousiast van wal: 'Een ieder weet het: hoe groener
de stad, des te beter de gezondheid van de inwoners van die stad.
Al jaren worden grote hoeveelheden geld gestoken in de verstening
van onze stad. Het groen komt er erg bekaaid vanaf en delft meestal
letterlijk het onderspit. Dat is heel ernstig, zeker als in ogenschouw
wordt genomen hoe belangrijk groen voor mens en dier is. De vogelstand
loopt in bebouwde gebieden terug en de straatjongens van de stad,
de huismussen, zie ik vrijwel niet meer. Tien jaar geleden liepen
er nog egels in onze tuin.' Hij houdt in z'n plan dan ook een pleidooi
voor een gemeentelijke verordening, die moet bepalen hoeveel procent
van en voor- en achtertuinen maximaal mag worden bestraat. Bob is
van mening dat een voortuin bijvoorbeeld voor minimaal 70% uit groen
zou moeten bestaan. 'En als ik zeg beplant, dan bedoel ik geen Afrikaantjes,
maar minimaal enig struikgewas!'
De hoofdmoot van het voorstel van Bob de Kievit behelst echter
het stimuleren en bevorderen van gevelbeplanting: 'Met het laten
begroeien van gevels levert men niet alleen een zeer forse bijdrage
aan het milieu, maar wordt ook een visueel en esthetisch aantrekkelijk
woonklimaat gecreëerd, dat een positievere uitwerking heeft op de
inwoners en bezoekers van onze stad. Stel je eens voor: niet alleen
begroeide woonhuizen, maar ook groene gevels van scholen en ziekenhuizen.
Bloeiend groen op lelijke muren van viaducten, tunnels en parkeergarages.'
Over de gevolgen van gevelbeplanting bestaan volgens Bob teveel
misverstanden en vooroordelen: 'Dat gevelbegroeiing tot gevolg zou
hebben dat de gevel beschadigt, is onzin; dit geldt alleen voor
de zelfhechtende planten. De niet zelfhechtende klimmers leveren
geen enkel probleem op voor kwaliteit van de gevel. Dat begroeide
gevels meer last hebben van vocht geldt alleen in situaties waar
voortdurend vochtige klimaatsomstandigheden heersen. In vrijwel
alle gevallen werkt de klimop juist als een regendek dat de gevel
tegen vocht beschermt. De anti-vocht eigenschap van klimop en andere
klimplanten met een dicht bladerdek heeft ook nog een positieve
uitwerking op de gevel en het pleisterwerk bij hitte en kou. Klimplanten
werken als een dek, verminderen temperatuurschommelingen en op den
duur werkt het door de langere levensduur van het pand zelfs kostenbesparend.
Bovendien is gevelbeplanting de ideale bedekking voor graffiti.'
Voor de schrijver van deze inzending is met name het verhoogde ecologische
vermogen van belang: 'Vooral de bloeiende klimmers kunnen voor de
bijen een rol spelen en de bladeren hebben een belangrijke betekenis
voor de voeding van insecten, bijvoorbeeld vlinders. Maar ook mieren,
spinnen en duizendpoten verrijken de levensgemeenschap tegen de
muur; dit aanbod aan voeding is weer de basis voor het overleven
van vogels. Het dichte bladerdek van klimplanten wordt bovendien
graag gebruikt als nestgelegenheid.' Bob de Kievit vindt dat de
gemeenteraad het voortouw moet nemen in het stimuleren van gevelbegroeiing:
'Er is met weinig middelen erg veel mogelijk en de mogelijke en
vermeende nadelen wegen niet op tegen voordelen. Een positieve actie
richting stad is dringend gewenst. Het moet toch mogelijk zijn dat
de politieke partijen in de gemeenteraad hier achter gaan staan
en gezamenlijk met alle groenverenigingen tot een initiatief komen.
Naast de gemeente kunnen ook woningbouwverenigingen en verenigingen
van eigenaren een goed voorbeeld stellen. Ik zou het wel weten,
een echt letterlijk groene stad is haalbaar als wij dat allen willen!
Oppakken en uitvoeren dus en ook opnemen in de verkiezingsprogramma's,
waar alle partijen momenteel zo hard mee bezig zijn. Gewoon DOEN!'
Monique Vermin, Haags Milieucentrum
meer
artikelen over gezondheid en milieu
De Algemene Vereniging voor Natuurbescherming
bestaat 75 jaar
Het is niet niks als je als Algemene Vereniging voor Natuurbescherming
voor Den Haag en omstreken (AVN) al 75 jaar bestaat. En dat is het
vieren zeker waard en niet alleen omdat de AVN met 10.000 leden
de grootste lokale natuurclub van Nederland is die volledig op vrijwilligers
draait. Ook omdat zij door goede organisatie en kennis van zaken,
soms in samenwerking met anderen, belangrijke successen heeft geboekt
bij met name de bescherming en verbetering van natuur, landschappen
en groen in en om Den Haag. Daarom besteden wij in deze Branding
uitgebreid aandacht aan dit jubileum.
De AVN heeft met een druk bezochte ledendag en een boeiend symposium
op passende wijze dat jubileum gevierd. Passend niet alleen door
de inhoud, maar ook doordat al tijdens het symposium zaken werden
gedaan met de gemeente en een afspraak werd gemaakt om binnen niet
al te lange termijn met drie wethouders tegelijk om de tafel te
gaan zitten. Voor hun grote verdienste voor de stad is de AVN door
de gemeente ook passend beloond. Tijdens de ledendag reikte wethouder
Stolte de felbegeerde stadspenning uit aan de voorzitter Rudolf
Patijn. Even later rolde deze gewijde penning uit zijn handen over
de klinkers van renbaan Duindigt zonder evenwel een blutsje of krasje
op te lopen. De gemeente geeft dus niet zomaar wat weg want de kwaliteit
van haar penningen valt zondermeer als uitstekend te kwalificeren.
Tijdens die ledendag met korte excursies naar bedreigde natuurgebieden
en tijdens het symposium zijn vele zaken aan de orde gekomen. Ook
de verloren slagen en de successen uit het verleden. Dat is te veel
om binnen het bestek van deze bijdrage de revue te laten passeren.
Wij selecteren uit dat geheel wat interessante uitspraken. En wellicht
nodigt dit u lezer er ook toe uit om te reageren in onze nieuwe
rubriek Groen Forum. We beginnen met een stukje geschiedenis en
de ledendag.
Geen kleine jongens
In de dagen van de oprichting van de AVN was Den Haag een wat groot
uitgevallen dorp en de natuur nog relatief onbedorven. Maar de steden
breidden zich in een moordend tempo uit ten koste van grote oppervlakten
woeste grond. Die woeste gronden kon Den Haag niet veel schelen,
maar de gemeente heeft in die tijd wel vele landgoederen aangekocht
zoals de Voorden, om deze te beschermen tegen die oprukkende stad.
De AVN maakte zich toen binnen de stad bijvoorbeeld sterk om in
Wapendal geen park aan te leggen, maar de duinen te behouden en
geen tennisbanen aan de Laan van Poot, maar een vogelpark. En dat
is ook gelukt.
De voorzitter van de AVN schetst in zijn inleiding tot de jubileumuitgave
treffend de sfeer en het krachtenveld in die tijd: "Den Haag
werd in die dagen nog echt 'regentesk' bestuurd. Maar omdat de oprichters
van de AVN ook geen kleine jongens waren, waren de lijnen naar het
bestuur kort. Je kon als het ware bij de burgemeester binnenlopen
met als kwade kans dat je een half uur moest wachten omdat deze
nog aan het dejeuneren was". Dat zomaar binnenvallen kan niet
meer, maar de lijnen zijn nog steeds kort en nog steeds geldt bij
de AVN dat de bestuurders niet zomaar de eerste de beste zijn.
Tip van Patijn
In diezelfde inleiding spreekt Patijn zijn zorgen uit over de vele
bouwplannen. En geeft aan het eind ook nog een boodschap mee die
wij onze lezers niet willen onthouden:
· "Zorg er voor dat natuur- en landschapsbehoud hoog
op de politieke- en beleidsagenda komt en daar blijft. Natuur telt
mee en niet zo'n beetje ook.
· Praat op alle niveaus met de gemeentebesturen van Den Haag
en omliggende gemeenten. Dat is een hele toer, want het bestuurlijk
apparaat is zeer uitgebreid.
· Denk mee met de plannenmakers en kom in een vroegtijdig
stadium met suggesties en alternatieven. Vermijd daardoor situaties
dat je alleen maar 'tegen' kunt zijn.
· Ben bereid om, als het echt niet anders kan, goed onderbouwd
'neen' te zeggen. Maar daarmee moet je wel zuinig zijn."
Wethouder Stolte noemde de AVN op de ledendag dan ook een trouwe,
kritische en een meer dan serieuze gesprekspartner. Hij roemde de
AVN omdat Den Haag haar reputatie als Groene Stad aan Zee mede te
danken heeft aan de inspanningen van de AVN. Volgens de wethouder
maakt de AVN geen onderscheid tussen grote lijnen en details en
hij deed een kleine greep uit hetgeen wat door de AVN bereikt is:
de iep bij het restaurant in het Westbroekpark die gespaard is gebleven,
veel minder bomen gekapt op het huidige "Aegonplein",
geen autoweg die van Den Haag naar Katwijk door de duinen is gekomen
en recentelijk de bijstelling van de beheersvisie Clingendael.
De wethouder verbaasde zich, na al deze lovende woorden, ondermeer
over de tegenstand van de AVN wat betreft een golfbaan in de Amonsvlakte,
een bij onze trouwe lezers bekend stukje waardevolle natuur. Wethouder
Stolte stelde dat een golfbaan dan wel geen natuur, maar wel groen
is. Wellicht wil iemand deze kwestie in Groen Forum nog eens kort
en duidelijk uit de doeken doen, want dat lijkt toch een zeer goed
onderbouwd standpunt van de AVN.
NORA
Tijdens die ledendag werd behalve aan de Amonsvlakte ook een bezoek
gebracht aan het ecoviaduct aldaar, aan de Veenzijdse polder met
ondermeer het een na grootste broekbos (bos dat in het water groeit)
van Nederland en aan boer van Amerongen die in de Veenzijdse polder
aan agrarisch natuurbeheer van met name weidevogels tracht te doen.
Zijn land ligt ingeklemd tussen de toekomstige geluidswal van de
Noordelijke Randweg (NORA), de spoorlijn naar Leiden en het nachtelijke
licht van een of ander bedrijf. Tenslotte nog een bezoek aan het
Hubertusduin. Deze enig overgebleven hoge strandwal wordt met een
uiterst kostbare boortechniek voorzien van een autotunnel. Deze
autotunnel die aansluit op de NORA wordt geboord om dit unieke natuurgebiedje
zoveel mogelijk te sparen, maar zal niettemin een groot deel van
het duin verwoesten. Alleen de ingang al zal veel oppervlakte in
beslag nemen en het constante geluid zal de rust grondig verstoren.
De NORA is die dag dus veelvuldig ter sprake gekomen. Deze vierbaans-geluidsbundel
zal tot in zijn verre omtrek de natuur en de rust verstoren en bovendien
doorbreekt deze snelweg, die een van de peilers van het bereikbaarheidsoffensief
van Den Haag is, maar liefst drie ecologische verbindingszones en
bij het kruispunt met de Benoordenhoutseweg zelfs de Ecologische
Hoofdstructuur. Nadat de slag rond de aanleg verloren is, is ook
de slag om de weg nog zo goed mogelijk in te passen verloren. Te
duur vond May-Weggen dat en ook de gemeente heeft zich niet hard
gemaakt voor een goede inpassing. De besluitvorming rond deze weg
verdient zeker meer aandacht. Zo mag het nooit meer gaan en wellicht
zijn er nog maatregelen te nemen die voor de mens en de natuur in
de omgeving van de weg nog enig soelaas bieden. Tot zover dan de
ledendag.
DEN HAAG 2026, een groen stad aan zee?
Het symposium had bovenstaande vraag als uitgangspunt zeker als
de bevolkinggroei de komende 25 jaar blijft toenemen en de stad
zich blijft uitbreiden. Het werd geleid door de bekende ANWB-voorman
de heer Nouwen. Met in de ochtend een uitdagend betoog van prof.
dr. R. van Engelsdorp Gastelaars van de VROM Raad over de 5de Nota
Ruimtelijk Ordening. Ook onze staatssecretaris mevrouw Faber kwam
met een helder verhaal over haar eigen nota 'Natuur voor mensen
- mensen voor natuur'. Zij bleek opmerkelijk goed ingevoerd over
de situatie rond Den Haag. Haar inleiding was naast het aanhalen
van de band tussen mens en natuur via milieueducatie met name een
pleidooi om natuurontwikkeling en belangen van mensen, zoals recreatie
dicht bij huis, hand in hand te laten gaan. Zij vindt bovendien
dat ons landschap verrommelt en vervlakt. Met een impuls van twee
miljard, de helft van wat zij nodig dacht te hebben, worden een
aantal doelstellingen van haar nota uitgevoerd. Zij stelt zich ondermeer
achter de doelstelling in de 5de Nota dat de kwaliteit en de omvang
van de natuur in bestaand stedelijk gebied minimaal gehandhaafd
moeten worden.
Ook omarmt zij het Rood voor Groen principe waarbij uit de opbrengsten
van huizenbouw groene investeringen gedaan moeten worden. Het probleem
van die groene investeringen is dat zij in tegenstelling tot de
bouwactiviteiten niets opleveren in geld en daarom vaak sluitpost
zijn. Maar groen in de omgeving maakt mensen gezonder, is goed voor
het vestigingsklimaat van bedrijven en maakt het onroerend goed
10 tot 20 % meer waard. Er moeten dus hardere voorwaarden komen
om 'rood' mee te laten betalen aan 'groen' bijvoorbeeld 20.000
per woning. Zij hield ook een pleidooi voor meer wijkgroen dat aansluit
op parken in de stad om deze weer te laten aansluiten op de grotere
groengebieden. Het gaat er om dat je via de groene haarvaten van
de stad van je voordeur tot buiten de stad door het groen kunt lopen
en fietsen. Er komt een fonds voor dit groen in en om de stad, maar
belangrijker nog dan geld is dat gemeenten snel groen in de bestemmingsplannen
op moeten nemen. Tenslotte sprak zij over de 'ontwikkelingsgerichte
landschapsstrategie'. Daarbij gaat het er om dat iedere ingreep
zodanig dient te zijn dat landschap er mooier van wordt. De gemeenten
moeten daarbij ondersteund worden.
Er volgde een geanimeerde discussie over de behoefte aan groen
rond de stad, de NORA, het belang van toezicht op gebruiksnatuur,
de Skidôme en de kosten en baten van ecoducten. Een belangrijk
onderwerp willen wij nog uit de discussie lichten en dat is het
belang van 'planologische duidelijkheid'. Dit was een oproep van
de staatssecretaris aan het adres van provinciale en lokale bestuurders.
Het probleem bij het maken van plannen voor groene herstructurering
is de noodzakelijke verwerving van gronden daarvoor. In de praktijk
blijkt het heel lastig om die gronden tegen een redelijke prijs
aan te kunnen kopen of te onteigenen door een combinatie van speculatie
en als boer je grond vasthouden, omdat je wacht op de grote zak
met geld van mogelijke bouwers. Zowel tegen die speculatie en om
te kunnen onteigenen is het nodig dat er planologische duidelijkheid
is over welke gronden voor groen en welke voor andere functies zoals
wegen, wonen of bedrijven bestemd worden. Omdat in bestemmingsplannen
wegen en bouwen vaak wel bestemd zijn en groen niet is het mogelijk
wel procedures in te zetten voor de verwerving van grond voor asfalt
en beton en niet voor groen. Provincies en gemeenten blijven hier
in gebreke volgens de staatssecretaris.
Vloeken in de kerk
En toen nam de heer Gastelaars plaats achter het katheder en hij
begon niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk te vloeken in de
Nieuwe Kerk. Om dat in een paar woorden samen te vatten is niet
eenvoudig. Toch een poging: "De 5de Nota is in feite een enorme
versimpeling omdat het geen integrale benadering van de problematiek
is. De nota is niet coördinerend naar andere ministeries. Het
gaat vooral over wat allemaal niet mag en niet over het ontwerpen
van integrale projecten. De rode contouren zijn geen resultaat van
gedachtevorming gepaard aan andere strategieën vanuit het bestuurlijk
veld, maar worden van bovenaf opgelegd. Hoe kan een nota wat betekenen
en richtlijnen geven voor de praktijk als deze voorbij gaat aan
de werkelijkheid door aan allerlei dominante ontwikkelingen rond
economie en werkgelegenheid en sociale problematiek voorbij te gaan?
Bovendien is de 5de Nota te abstract en te globaal. De verschillende
maatschappelijke krachten zijn per regio te verschillend zoals veel
minder economische groei in Den Haag en Rotterdam, de veel jongere
samenstelling van de bevolking in die steden en compactheid die
in Den Haag minder mogelijk is."
Voor vrijwel de gehele Randstad geldt volgens Gastelaars dat van
natuur vrijwel geen sprake meer is. "Eigenlijk is er geen sprake
van een bijzonder veenweidegebied om maar iets te noemen. In de
praktijk is eerder sprake van een parklandschap en daar is voor
een belangrijke en dominante stedelijke agglomeratie in de Deltametropool
ook niets mis mee. Je moet behouden wat het behouden waard is en
wat dat betreft moet je met een meer Europese blik naar het karakter
van gebieden durven te kijken. Dan blijkt dat de Randstad als stedelijk
kerngebied eerder te vergelijken is met bijvoorbeeld het Roergebied.
Dan kan er nog heel wat bebouwing bij. Bovendien zit Den Haag al
aan zijn grenzen en zal het dus wel over moeten lopen wat betreft
bouwen en wonen buiten zijn grenzen. Er zijn grote stukken kwetsbaar
en niet echt interessant groengebied in de omgeving van Den Haag
waar wat mee moet gebeuren. Dit te ontwikkelen tot parken en woongroen
ligt het meest voor de hand. Ook omdat er de nodige ingrepen en
actie nodig zijn om het economisch draagvlak voor de regio te behouden".
Hij praat niet eens over versterken, want behouden zou volgens hem
al heel wat zijn. Dus ook investeren in nieuwe suburbane woon-werkgebieden.
Rood moet in groen via een soort ijle verstedelijking. En uitdagend;"
Prima hoor, die ecoducten en het behoud van de grutto op sommige
plaatsen, maar dat is wel erg luxe en dat kan alleen door de welvaart."
Bitterballenrecreatie
Nog enige uitsmijters van professor Gastelaars wanneer het gaat
over wensen van mensen op basis van gedegen wetenschappelijk onderzoek.
"Mensen houden van groen, maar toch het meest van een eigen
stukje privégroen, ook houden zij van pretparkgroen met een
totaalpakket aan weekendrecreatie inclusief een ruim aanbod van
bitterballen en dergelijke, sociale suburbanisatie in de ommelanden
van Den Haag is nodig, mensen willen of echt stedelijk wonen of
dorps wonen, maar niets (Vinex) ertussenin en tenslotte zou Den
Haag met zijn imago van culturele parkstad eerder aan verdunning
dan verdichting via hoogbouw moeten doen." Ook nog enige tips
als dessert: "Laat de stad overlopen, doe de glastuinbouw weg,
realiseer een groene aanpak met het nodige privé groen en
parken, wen er aan dat Den Haag onderdeel is van de Deltametropool".
Natuurlijk ontstond er wat onrust in de zaal en de discussie met
de zaal was levendig te noemen. Ondanks de sloop van wat heilige
huisjes werd het betoog, ook door de humor, waarmee het gebracht
werd, terecht uiterst serieus genomen. Uit de antwoorden van Gastelaars
bleek dat hij geen voorstander is van het volbouwen van de Randstad.
Groen en zeker aaneengesloten groen is heel belangrijk in zijn visie.
"Als je in groen investeert doe het dan ook goed en met kwaliteit,
maar denk niet dat je in de randstad het open landschap echt kunt
behouden. Wees niet bang om in te leveren, maar vraag kwaliteit
terug."
Provincie bewaakt integrale visie bij bestemmingsplannen
Na de pauze kwam onze gedeputeerde J.M. Norder aan het woord. Zijn
verhaal ging met name over de Westlandse zoom en de groenblauwe
slinger.. Hij wil dat daar ook flink in het groen wordt geïnvesteerd.
Hij gaf volmondig toe dat de ontwikkeling van het groen in deze
gebieden behoorlijk achterbleef bij de ontwikkeling en uitvoering
van allerlei bouwplannen. Wat betreft de financiering daarvan is
het probleem dat groen geen geld oplevert en dus is ook hij aanhanger
van het Rood voor Groenprincipe. En dan gaat het in zijn ogen om
veel meer dan randjes schaamgroen. Want dan is het twee keer huilen.
Eerst bij de presentatie van de plannen van vreugde omdat het er
op papier allemaal prachtig uitziet en vervolgens van verdriet als
je later ziet wat er van terecht is gekomen. Het gaat dus om een
visie, ook bij projectontwikkelaars, op gedifferentieerde toegankelijke
groenontwikkeling met een maatschappelijke functie. Burgers hebben
recht op kwalitatief goed groen in hun omgeving. Niet alleen losse
villaatjes bouwen, maar ook appartementengebouwen in het groen zodat
er meer ruimte voor openbaar groen overblijft.
Daarnaast gaat het natuurlijk ook om investeringen van het Rijk
bij grotere aaneengesloten groengebieden zoals de groenblauwe slinger.
Via intensieve samenspraak met het Rijk, ook over de normering die
gesteld wordt, wil de Provincie dat het Rijk daar meer in gaat investeren.
Wat betreft Den Haag specifiek wil hij de Groene Gordel om Den Haag
compleet maken, maar dat vergt uiteraard een goede samenwerking
met de randgemeenten. Het is de taak van de provincie om bij de
afzonderlijke bestemmingsplannen goed in de gaten te houden of deze
passen binnen een integrale visie op het grotere gebied waar deze
plannen deel van uitmaken en dat geldt ook voor Nieuw Madestein
zo bleek uit de discussie. Wij zijn benieuwd!
We gaan van groot naar klein, dus na nationale en provinciale ontwikkelingen
kwamen de lokale ontwikkelingen aan bod. Daarvoor was wethouder
Hilhorst uitgenodigd. Zijn insteek is dat het beter benutten van
de bestaande stad en daar waar mogelijk verdichting en kwaliteit
toevoegen, de druk op het buitengebied en de natuur ontlast. Hij
ziet juist een uitdaging in de compacte stad, niet alleen om zo
het voorzieningenniveau te verbeteren en de mobiliteit door de kortere
afstanden te beperken, maar ook om de beschikbare ruimte optimaal
te benutten.
Tot slot het panel met naast Hilhorst ook nog de wethouders Stolte
en Vermeer uit Rijswijk. Er werd wat getwist wie nu het groenst
was en hoeveel Rijswijk nu voor de Voordes had betaald. Iedereen
was het er natuurlijk over eens hoe belangrijk onderlinge samenwerking
met buurgemeenten is. Maar het was helemaal aan het eind van een
intensieve dag vooral gezellig zoals u aan de foto wel kunt zien.
Frans van der Steen
meer artikelen
over aangesloten organisaties
GROEN
forum
Groen Forum is een nieuwe rubriek in Branding. Hier krijgt iedereen
de ruimte om te reageren op artikelen of inzendingen in de vorige
Branding. Ook is het mogelijk zelf een discussie te openen. Of inzendingen
worden geplaatst hangt met name van de kwaliteit af. Bijdragen mogen
maximaal 800 woorden beslaan. Of de redactie inzendingen inkort
hangt af van beschikbare ruimte en kwaliteit. Inzenders krijgen
altijd bericht wat de redactie van plan is met hun bijdrage aan
de discussie. Hoe korter en bondiger, hoe meer kans op volledige
plaatsing.
Dit eerste Groen Forum bestaat uit twee lange bijdragen van wethouder
Hilhorst als reactie op de vorige Branding. Wij verwachten dat het
de eerste en de laatste keer zal zijn dat Groen Forum geheel door
één persoon gevuld wordt, maar dat hangt van de lezers
van Branding af.
MADESTEIN
Geachte redactie,
In tegenstelling tot wat u suggereert in het artikel over Madestein
in het september/oktober nummer van Branding, wordt de planontwikkeling
rond het gebied Madestein wel degelijk bekeken in een groter geheel.
Ik wil dit graag in deze reactie toelichten.
Westlandse Zoom
Midden oktober is een concept-structuurvisie gereed voor de Westlandse
Zoom.
De structuurvisie dient vorm te geven aan een integrale kwaliteitsverbetering
van de Westlandse Zoom, waarbij de te ontwikkelen dan wel te verbeteren
groenblauwe inrichting en het infrastructurele netwerk het kader
bieden voor in het gebied te realiseren (luxe) woningbouw. Onder
andere worden in de concept structuurvisie ecologische verbindingszones
aangegeven. De structuurvisie bestrijkt een periode tot 2020, daarom
is gekozen voor een kader waarbinnen nog verschillende ontwikkelingen
mogelijk zijn. Uitgangspunt is echter wel dat de woonzones zodanig
worden ontwikkeld dat zij voldoen aan een algemene verbetering van
de ruimtelijke kwaliteit en het recreatieve netwerk in de Zoom.
De ontwikkelingen in het gebied Madestein passen binnen deze concept
structuurvisie.
Financiën
In de intentieovereenkomst met de betrokken partijen is bepaald
dat zo nodig uit de groenfondsen van de deelnemende partijen zal
worden bijgedragen aan financieel zwakke functies. Voor zover water-
en groenvoorzieningen in het plangebied Madestein worden gerealiseerd,
zijn de hiermee gemoeide kosten opgenomen in de grondexploitatie
en is dus geen bijdrage nodig uit de groenfondsen van de deelnemende
partijen.
In de structuurvisie Westlandse Zoom zal een overzicht worden opgenomen
van geraamde kosten voor water- en groenvoorzieningen in het totale
gebied van de Westlandse Zoom. Duidelijk is dat hiervoor een collectieve
financiering zal komen. Deze ramingen zijn mede kostendrager van
de ontwikkelingen en daarmee essentieel voor het behalen van het
beoogde kwaliteitsniveau. Op welke wijze deze pot gevuld gaat worden
(opbrengsten van de woningbouwontwikkeling, vaste bijdragen of specifieke
fondsen) is nu nog niet duidelijk, maar de collectiviteit bij de
overeengekomen intenties vergt een financiële inspanning van
alle daarbij betrokken partijen.
Het plan Madestein heeft in een voorcalculatie een positief saldo
dat circa 10% bedraagt van de geraamde investeringskosten. Vooralsnog
is dat een bescheiden marge ter dekking van de mogelijke risico's,
welke zich bij de planontwikkeling kunnen voordoen. Onvoorziene
procedurele vertraging is trouwens één van die moeilijk
beheersbare risico's.
Waterplan
De locaties aan de Monsterseweg en de Nieuwe Weg liggen buiten het
plangebied van villawijk Madestein.
De locaties zijn opgenomen in het Waterplan Den Haag 1998, dat bestaat
uit een beleidsdeel en een operationeel deel. In het Waterplan is
aangegeven, dat uitvoering is gepland na 2002.
Vijfde Nota, groter verband
Van de 5e nota is alleen deel I verschenen waarin voornemens van
het Rijk zijn vastgelegd, maar nog geen beleid. Momenteel loopt
de inspraakronde. De partijen die betrokken zijn bij de opstelling
van de structuurvisie zijn van mening dat de Nota onvoldoende ruimte
biedt voor de beoogde ontwikkelingen in de Zoom, waarbij de structuurvisie
Westlandse Zoom een poging is om ingang te krijgen op rijksniveau.
Het uiteindelijke ruimtelijke beleid vindt zijn neerslag in deel
III - de planologische kernbeslissingen.
Overigens heeft de gemeente haar bezwaren tegen dit onderdeel van
de 5e nota meteen kenbaar gemaakt en ook gewezen op discrepanties
met andere doelstellingen van rijksbeleid, met name vervat in het
Grote Steden Beleid.
De herziening van Streekplan ZHW uit 1995 is in gang gezet. De
Structuurvisie Westlandse Zoom is hiervoor een opmaat. De structuurvisie
Westlandse Zoom wordt in samenwerking met de provincie opgesteld.
De provincie is tevens deelnemer in de intentieovereenkomst en ondertekenaar
van het convenant, met een inspanningsverplichting ten aanzien van
een voortvarende procedurele behandeling van o.a. het plan Madestein.
Midden oktober is de concept structuurvisie Westlandse Zoom gereed.
Op basis hiervan zal het voorontwerp bestemmingsplan Madestein door
de Provinciaal Planologische Commissie worden beoordeeld. Aldus
wordt de planontwikkeling Madestein ingepast in een groter, regionaal
kader.
Beeldkwaliteitplan
Ter bewaking van o.a. de ecologische kwaliteiten zullen bij de uitgifte
van de grond voorwaarden worden gesteld inzake de inrichting van
het gebied en de kavels, het realiseren van erfafscheidingen, de
gewenste bebouwingsvorm etc.
Hoogbouw
Naar aanleiding van de inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan
is aan de ontwerpers van het stedenbouwkundig plan (Karelse van
der Meer/Bosch en Slabbers) aanvullend opdracht gegeven om nader
onderzoek te doen naar de bebouwingsvorm en de situering van de
geprojecteerde hoogbouw, dan wel naar consequenties voor ruimtebeslag
en stedenbouwkundige kwaliteit bij een vergelijkbaar woningaantal
in een lagere bebouwingsvorm.
Uitgifte van openbaar gebied aan eigenaren
Uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van het openbaar groen
zijn vastgelegd in het Groenbeleidsplan en opgenomen in het Programma
van eisen voor de inrichting openbare ruimte en in het gemeentelijk
Groenbeheersysteem. Met de particuliere eigenaren zal te zijner
tijd een beheerconvenant worden gesloten, waarin zal worden vastgelegd
welke partij verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud en
aan welke eisen moet worden voldaan. Gezien het ambitieniveau van
het plan is te verwachten dat deze eisen het standaardprogramma
voor de inrichting van openbare ruimte eerder zullen overschrijden.
Functie Recreatiegebied / Buurtpark
Voor de toekomstige bewoners zal het recreatiegebied plaatselijk
functioneren als 'buurtpark'. Recreatiegebied Madestein blijft verder
uiteraard behouden als publieke voorziening op stedelijk en regionaal
niveau. Voor het recreatiegebied wordt een ontwikkelingsvisie opgesteld
in een open planproces met belanghebbenden. Eén van de uitgangspunten
daarvoor is de ecologische functie van het recreatiegebied.
In de nieuwe planopzet ontstaan door concentratie van openbare ruimte
(o.a. de Brink in het deelplan Bomen) juist nieuwe interessante
en toegankelijke verblijfsgebieden. Verder krijgt Madestein straks
door een beter netwerk van doorgaande langzaam verkeersroutes betere
aansluiting met de omgeving.
Ten aanzien van de conclusie
Een in volgorde geschakelde en zonder anticipaties volledig te doorlopen
procedure lijkt wel heel correct en zorgvuldig, maar zal de facto
juist tot een niet te beheersen, voor alle betrokkenen slechtere
uitkomst leiden.
Het momentum van de ontwikkelingen in de glastuinbouw enerzijds
en in de woningmarkt anderzijds gebiedt nú principieel te
kiezen voor ofwel handhaving met reconstructie van het tuinbouwareaal
ofwel herbestemming tot een hoogwaardig woon- en recreatiemilieu
waar per saldo de functies rood én groen versterkt worden.
De Haagse gemeenteraad heeft voor de laatste optie gekozen, overigens
na goed overleg met de belanghebbenden in de lokale tuinbouw. Ook
uit de intentieovereenkomst Westlandse Zoom blijkt de voorkeur voor
deze optie bij de andere partijen.
Teveel tijdverlies en onzekerheid met betrekking tot de uitkomst
van te doorlopen procedures zal in de praktijk leiden tot het onduidelijk
continueren van een verpauperend tuinbouwareaal, verlies van gemeentelijke
regie op grond- en ontwikkelingsposities, sterk afnemende mogelijkheden
tot het nemen van risico's nodig voor herbestemming tot hoogwaardige
woon- en recreatiefuncties en uiteindelijk ook tot het wegvallen
van de basis voor financiering van bijvoorbeeld ecologisch gewenste
maatregelen elders.
A.J Hilhorst, wethouder ROSV Den Haag
meer artikelen
over ruimtelijke ordening en duurzaam bouwen
In Branding nr. 2 september/oktober wordt onder de kop: 'De kwestie
Zwarte Madonna: een zwarte bladzijde?', de plannen van de gemeente
Den Haag in het Wijnhavenkwartier besproken. Bij deze wil ik enkele
kanttekeningen plaatsen bij de inhoud van dit artikel.
Vernieuwing van het centrum
Vijftien tot twintig jaar geleden had het centrum van Den Haag
een ander gezicht en een andere uitstraling. De vernieuwing die
de afgelopen jaren heeft plaats gevonden, de ontwikkeling van het
nieuwe stadhuis en de Resident geven Den Haag als stad een meerwaarde.
Het Wijnhavenkwartier ligt naast het Centraal station en is de verbinding
tussen station en centrum. Verbetering van dit gebied past in de
integrale aanpak van de binnenstad. Het gebied heeft een belangrijke
functie als toegangspoort en centraal gebied in het centrum van
de stad Den Haag. Voor de invulling daarvan is de studie van Richard
Meier het uitgangspunt, maar de definitieve architectonische uitwerking
is nog niet gekozen en vastgesteld en daarbinnen bestaat ruimte
voor overleg en betrokkenheid.
Om meer achtergrondinformatie te krijgen over de ideeën die
leven rondom de studie van het Wijnhavenkwartier werden in de maand
oktober van dit jaar consultatierondes georganiseerd waarbij opinieleiders,
bewonersorganisaties, ondernemers, architecten en historici gevraagd
werdt hun ideeën, wensen en opmerkingen te formuleren met betrekking
tot de invulling en vormgeving van het gebied.
Hergebruik
Bij een eerdere studie naar renovatie van de ministeries bleek
dat indien men gebruik maakt van het bestaande skelet, er meer vierkante
meters per werkplek ontstaan dan strikt noodzakelijk. Een totaal
nieuw stedenbouwkundig concept maakt meer kwaliteit en een hogere
dichtheid mogelijk.
Bij sloop van de Zwarte Madonna en de twee ministeries wordt materiaal
hergebruikt, zij het op een andere manier. In overeenstemming met
de eisen voor een sloopvergunning, moet namelijk circa 95 procent
van de afvalstoffen geschikt zijn om afgevoerd te worden naar verwerkingsinrichtingen.
Daar wordt bijvoorbeeld beton verwerkt tot secundaire grondstof
voor de fundering van rijkswegen.
Daarnaast vindt er momenteel onderzoek plaats naar gebruik van betongranulaat
als vervanging van grind. Dat heeft als milieueffect dat er minder
grind afgegraven hoeft te worden langs rivieren als de Maas.
Verscheidenheid in woningbouw
Ook mensen met een kleinere beurs moeten in het centrum kunnen
blijven wonen. Er is geen sprake van dat woningen worden opgeofferd
aan kantoren. Er komen 500 woningen waar nu 336 staan. De sociale
huurwoningen die in het nieuwe plan komen (tenminste 100) zijn net
zo betaalbaar als andere nieuwe sociale huurwoningen. Daarnaast
worden in de binnenstad rond de 200 woningen extra gebouwd in de
prijsklasse van de Zwarte Madonna, waarbij rekening wordt gehouden
met de marktontwikkelingen.
Met de woningbouwcorporatie Haag Wonen wordt zorgvuldig overleg
gepleegd over de herhuisvesting van de bewoners van de Zwarte Madonna
en momenteel worden de woonwensen van de bewoners geïnventariseerd.
Het is zeker niet zo dat alle bewoners tegen sloop van het gebouw
zijn of niet bereid zijn te verhuizen. Dat neemt niet weg dat een
verhuizing een ingrijpende verandering is in iemands leven, maar
dit kan ook een verbetering van de woonsituatie betekenen.
Daarnaast heeft onderzoek uitgewezen dat de binnenstad in hoofdzaak
over goedkope woningen beschikt en we willen de binnenstad nu juist
ook voor andere (doel)groepen toegankelijk te maken. Er zullen koopwoningen
worden gebouwd met een grote differentiatie in prijsklassen. Een
gedifferentieerd woonmilieu heeft in het algemeen een gunstig effect
op het woon-, leef- en vestigingsklimaat.
Verder wordt ruimte gecreëerd voor diverse én stedelijke
én dienstverlenende functies - zoals kinderdagopvang, sportvoorzieningen,
winkels, restaurants en een hotel - die het werken en wonen in het
Wijnhavenkwartier meerwaarde geven.
Kansen en mogelijkheden
Ik wil de ontwikkelingen in het Wijnhavenkwartier graag benoemen
in termen van kansen en mogelijkheden. Het is voor de stad Den Haag
niet moeilijk gebleken om investeerders te vinden.
Van de ruim vijf miljard die in Den Haag Nieuw Centrum is geïnvesteerd
is vier miljard afkomstig van marktpartijen. De Resident is - afgezien
van de openbare ruimte - door private financiers betaald. Dit soort
ontwikkelingen kunnen op gang worden gebracht door de overheid.
Dat is in het verleden effectief en succesvol gebleken (stadhuis
- centrum, Hogeschool - Laakhaven). Het CS-kwadrant is absoluut
kansrijk. De markt staat daar klaar om te investeren.
Daarnaast is de overheid in Den Haag de grootste en één
van de meest waardevolle werkgevers. We kunnen niet zomaar voorbijgaan
aan de wensen die deze werkgever heeft ten aanzien van de huisvesting
en de urgentie van de vernieuwing.
De ontwikkeling van het Wijnhavenkwartier biedt kansen en mogelijkheden.
In sociaal-cultureel, (sociaal) economisch en stedenbouwkundig opzicht.
Het moet en kan er op die plek leefbaarder en aantrekkelijk uit
gaan zien. Over de uiteindelijke invulling kun je van opvatting
verschillen, maar de intentie is het gebied te verbeteren. Dat lijkt
me een positieve inzet.
A.J. Hilhorst, wethouder ROSV Den Haag
meer artikelen
over ruimtelijke ordening en duurzaam bouwen
Kaalslag
Ik las o.a. over het maaien van de natuurvriendelijke oevers. Daarop,
plus nog een aantal andere zaken, wil ik graag reageren.
Niet alleen de oevers, maar ook tal van bermen in o.a. de wijken
Escamp en Houtwijk zijn tijdens de volle natuurlijke bloei gemaaid.
Soms zelfs een aantal keren. Ik heb daarover in een brief aan de
wethouder, de heer Stolte, geklaagd.
Sinds kort ik woon aan de Q.A. Nederpelstraat en de plantsoenendienst
heeft daar een plantsoen tot twee keer toe tot de grond kaal gemaaid.
Een ramp gezien de verfraaiende functie van dit plantsoen (er achter
staan de lelijke schuttingen van een bedrijventerrein). Tot drie
keer toe heb ik schriftelijk hierover geklaagd. De derde keer dus
bij de Wethouder. Als reactie kreeg ik te horen dat de tweede keer
niet had mogen gebeuren. Een bedrijf heeft dat zonder toestemming
van de verantwoordelijke persoon van Dienst Stadsbeheer gedaan.
Men weet niet wie het gedaan heeft...
Deze verantwoordelijke persoon is ook verantwoordelijk voor de kaalslag
(inclusief de bomen!!!) van diverse andere plantsoenen in Houtwijk.
Hierover heeft een artikel in de Haagsche Courant gestaan. Dat heeft
echter niet veel geholpen, want de kaalslag gaat gewoon door.
Een derde kwestie is dat het milieudepot aan de Werf sinds een paar
maanden is gesloten. Helaas, want we konden er afval gescheiden
inleveren. Nu kwamen we laatst bij één van de twee
overgebleven depots, die aan de Asmansweg, en daar werd ons gezegd
dat we papier en karton bij het restafval moesten gooien, want het
was niet de moeite om het te scheiden
!!!
Ik hoop dat jullie deze informatie kunnen gebruiken in jullie strijd
tegen milieu/natuur wantoestanden.
Ik wens jullie ontzettend veel succes met jullie werk.
Lonneke Nijeboer
meer artikelen
over natuur algemeen
JA/NEE sticker
Ondanks een JA/NEE sticker op mijn brievenbus, stopt de postbode
vaak
ongeadresseerd reclamedrukwerk in de bus. Een klacht bij PTT Post
(registratienummer bij de redactie bekend) hielp slechts voor de
korte termijn.
Hebben jullie een suggestie? Ik geef alle door PTT Post geleverd
ongeadresseerd reclamedrukwerk via de rode PTT brievenbus terug.
Misschien moeten mensen dit op grote schaal doen om PTT Post wakker
te
schudden??
Chris Heryet
Fietspostentocht van de IVN
Ook dit jaar was er weer de vertrouwde fietspostentocht die
de IVN elk jaar organiseert. Dit jaar op de nationale fietsdag van
22 september, dit was ook de Europese Autovrije dag waar dit jaar
in Den Haag weinig van te merken was, behalve het debat. Daarvan
elders verslag.
De fietspostentocht was weer druk bezocht en gezellig. De tocht
ging van Clingendael naar Meijendel. Er waren vijf posten waar gidsen
van de IVN de deelnemers informeerden over de duinlandschappen waar
de tocht doorheen ging. De onderwerpen waren 'mossen', 'water',
'grassen', 'duinflora' en 'het verhaal van het duinlandschap'. Op
het einde van de tocht konden de deelnemers nog kiezen of zij langs
het bezoekerscentrum wilden, een uitleg wilden over geneeskrachtige
en eetbare planten in de 'Tuin der Wijsheden' of nog op een korte
excursie wilden.
meer artikelen
over aangesloten organisaties
BONTEBAL
HET HALVE WERK
Ooit schreef ik: ik gleed op mijn reet over een kleed van dode
bladeren die zich depressief naar beneden hadden gestort: men zou
ze aan de hoogste boom moeten hangen.
Het is herfst, de natuur trekt zich terug. Even houdt zij een winterstop,
zodat zij er volgend voorjaar weer hard tegenaan kan gaan. Heb je
je weleens afgevraagd hoe het komt dat de blaadjes loslaten? De
reden is even simpel als geniaal: daar waar het steeltje van het
blad aan de boom vast zit, vormt zich in de herfst een heel dun
kurklaagje. Daardoor verliest het blad zijn grip en dwarrelt naar
beneden. Slim hè, je moet er maar opkomen.
Een van de weinige planten in mijn tuin die zich niet terugtrekt
maar nu juist begint uit te lopen is de jasmijn, de Jasminum nudiflorum.
Dit is een winterbloeiende plant. In december, uiterlijk januari,
verschijnen haar gele bloemetjes, dus nog voor de Hamamelis (de
toverhazelaar) en de Forsythia. Ik kan eigenlijk niet wachten, wat
niet wil zeggen dat ik momenteel niet geniet. In het Haagse Bos
schitteren de herfstkleuren en je breekt je nek over de paddestoelen.
Zo kom ik aan mijn zeer. Waarom heb ik in Den Haag toch altijd het
idee dat de dingen maar half worden gedaan? Steeds lijken er mooie
dingen te gaan gebeuren en steeds blijkt de finishing touch buiten
het budget te vallen. Zo is, om de automobilist te plezieren en
de bereikbaarheid te vergroten, naast het centraal station de Koningstunnel
aangelegd. Weet je nog: met veel tamtam is tegenover het poffertjeshuis
een oude kastanje verplaatst.
Er kwam een park dat zich uitstrekte van de Prinsessegracht tot
de Koekamp. Dat is maar deels uitgekomen. Halverwege de Bezuidenhoutseweg
en het Korte Voorhout ziet de automobilist alweer daglicht. Het
park wordt dus voor de helft doorsneden door een open tunnelbak.
Waarom de tunnel niet doorgetrokken tot het Malieveld, met een ondergrondse
afslag naar het Korte Voorhout en naar de parkeergarage onder het
veld?
Rond die open tunnelbak ziet het er momenteel prachtig uit, eerlijk
is eerlijk. Er is een wild bloemenmengsel gestrooid. Ga eens kijken,
met een flora in de aanslag, je vindt er de prachtigste bloemen.
En dan begin ik weer te zeiken: deze bloemenpracht is slechts tijdelijk.
Straks wordt er een geciviliseerd plantsoen aangelegd, met ongetwijfeld
aan de randen een brede Berberishaag (je kent hem wel: met van die
rottige stekels) om het publiek op de paden te houden. Den Haag:
zelfs gewoon is vaak al veel te gek.
Aan de andere kant van Malieveld en Koekamp begint het Haagse Bos,
met weer, voor fietsers en wandelaars, een onoverkomelijke hindernis:
de uitloop van de Utrechtse Baan. Er is een smalle doorsteek aan
de achterkant van de VNO-toren. Doorsteken is niet van gevaar gespeend:
de toren staat al vanaf de oplevering in de renovatiesteigers, waardoor
je het uitzicht wordt benomen. Als fietser moet je helemaal stil
gaan staan en je over het stuur buigen om te zien of er wellicht
een auto aankomt. Verkeerstechnisch klopt er dus geen hout van,
je vraagt je af hoe het is gelukt een bouwvergunning te krijgen.
En weer dezelfde vraag: waarom die open Utrechtse tunnelbak? Waarom
geen ondergrondse afslagen bij de Zuid-Hollandlaan? Zoals ik zei:
alles in Den Haag wordt maar half gedaan.
Tot slot. Dichters, niet ik, spreken over het Voorhout als het mooiste
plein van Europa. Er gaan steeds meer stemmen op, ook binnen de
gemeenteraad, om het eindelijk eens autovrij te maken. Zou het dan
echt zo ver komen? Ik moet het nog zien, maar als het werkelijk
gebeurt, zal ik de eerste zijn die er poëtisch de loftrompet
over steekt. Dat is bij deze beloofd: hou me eraan!
ADRIAAN BONTEBAL
zie ook: www.bart.nl/~bontebal
meer brandingcolumns
van bontebal
|