Branding - Archief  

Branding nr. 15 juni/juli 2004

 

Een marathonloper op ruiterpaden
Het groeiscenario van topambtenaar Henk Jagersma ...meer

Een MER voor ADO, nu Den Haag-Zuidwest nog ...meer

Demping sloot schaadt biodiversiteit ...meer

Ecologisch wonen aan de Centrumring ...meer

Den Haag: op weg naar CO2-neutraal?...meer

Groendag in de Fultonstraat ...meer

Therapeutisch tuinieren in De Nieuwe Loot ...meer

De peer review is misschien wel té collegiaal ...meer

Egelasiel in het nieuw ...meer

Rookgasafvoeren zijn vogelverstikkers ...meer

BONTEBAL SLOOP ...meer

 

 

Een marathonloper op ruiterpaden
Het groeiscenario van topambtenaar Henk Jagersma

Uit een recent onderzoek bleek dat het met de bekendheid van raadsleden en wethouders slecht gesteld is. Een raadslid dat een collega (al dan niet kameraadschappelijk) tegen de knieën schopt verwerft dan wel enige faam, maar verder is het anonimiteit troef. En voorzover het gaat om raadsleden hebben we het hier over mensen die hun positie danken aan algemene verkiezingen.
Verreweg de meeste ambtenaren die het beleid voorbereiden en vaak een sterk stempel drukken op de uitvoering opereren helemáál in de luwte. Branding wil hun de aandacht schenken die hun invloedrijke positie verdient. We concentreren ons daarbij op de ambtenaren die op de één of andere manier met duurzaamheid te maken hebben. En om erachter te komen hoe het met hun milieubewustzijn zijn gesteld is, vragen we ze om de PersoonlijkeMilieutest van www.milieucentraal.nl te doen en hun score aan ons op te sturen. In de eerste aflevering van deze serie: Henk Jagersma, directeur Stedelijke Ontwikkeling, lid van de Vereniging Natuurmonumenten en Het Zuid-Hollands Landschap, milieuscore 117.

Henk Jagersma, directeur van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO), is trots op de stad die hij als ambtenaar dient. Hij heeft nog steeds een zwak voor het vlakke Friese land waar zijn wortels liggen, en ook aan zijn oude woonplaats Den Bosch denkt hij met veel plezier terug, maar Den Haag is een verhaal apart. "Ik ben gek op de zee en de natuurgebieden rond de stad. Niet iedereen heeft in de gaten wat een onvoorstelbare variatie in groen en kwaliteit er in Den Haag te vinden is. Die is zeldzaam mooi."

Hardloper Jagersma (in deze context doelen we op zijn hobby) is regelmatig in de duinen en de Haagse groengebieden te vinden. "Het valt me op hoe je dwars Den Haag door kunt en om de stad heen en eigenlijk bijna consequent groen om je heen hebt. Ik kan via Ockenburg naar de Uithof en door naar 't Woudt. Andersom door de groengebieden bij het Haagse Bos, langs het Catshuis, de Scheveningse Bosjes." Daarbij schept Jagersma er vaak genoegen in om de ruiterpaden te nemen, want aan weerstand is hij wel gewend.

Als DSO-directeur heeft Henk Jagersma een dagtaak aan het afwegen van ruimtelijke claims. Waar kunnen woningen komen, waar bedrijfsruimte, waar kunnen we ons van het één naar het ander verplaatsen en waar kan het groen worden of blijven. Jagersma baarde enig opzien met zijn meest recente Nieuwjaarstoespraak, waar hij al uitzicht bood op Haagse woningbouwlocaties die vanaf 2010 in het buitengebied zouden moeten komen. Moeten we er niet juist naar streven om de woningvraag zoveel mogelijk binnenstedelijk op te lossen?

HJ: "We moeten beide doen. Het inwonertal van Den Haag is jarenlang gekrompen en de stad moet juist groeien om sterker te worden. Voor de kracht van de regio is het ook goed om meer inwoners aan deze stad te binden.
"Er is steeds minder geld om dingen in stand te houden. Door onderhoud uit te stellen, niet in voorzieningen te investeren, het openbaar vervoer af te slanken en dergelijke kwamen we financieel nog wel uit. Maar dat kan niet steeds zo doorgaan. Als je groeit en in je concurrentiekracht mee kunt doen, hou je je aansluiting op grote infrastructuren, behoud je je werkgelegenheid en je inkomsten. Dus ga ik liever voor een offensieve investeringslijn, zodat je geld hebt om goede dingen te realiseren. Zoals een sterk centrum en Randstadrail.
"De essentie is dat we mensen moeten terughalen naar de stad in plaats van het platteland vol te bouwen. Het Groene Hart loopt nu sluipenderwijs toch al vol, ondanks dat het beleid erop gericht is om het open te houden. Maar het gebeurt ongecontroleerd. Daarom ontkom je niet aan sturing. Je ziet dat als steden buiten de bebouwde kom bouwen, ze dat altijd doen in hoge dichtheden. Daarom is het van belang de regie aan de steden te laten. Als dorpen bouwen, leidt dat tot versnippering.
"Ik kies niet voor het Los Angeles model, ruime woningen met een grote tuin eromheen. En ook niet voor Alphen aan de Rijn, waar mensen allemaal met de auto naar hun werk gaan."

"De reden dat we toch weer naar een uitleglocatie op zoek moeten is dat we er in het huidige tempo niet in slagen de woningvraag binnenstedelijk op te lossen. Het gaat allemaal heel moeizaam. Ik heb moeite met de lange procedures die daarvoor doorlopen moeten worden. En ik zie nauwelijks bouwlocaties die op dit moment gereed zijn."

Branding: "Hoe kijkt u in dit verband tegen de Vlietzone aan? Wij, en met ons het stadsgewest Haaglanden, zien dit gebied vooral als een groene, recreatieve schakel tussen Vlietland en de Zwethzone."

HJ: Daar ben ik het echt mee oneens. Dit is bij uitstek een stedelijke locatie. Het is nu een rommeltje. Volgens mij kun je die zone gaan inrichten als een echte stedelijke toevoeging met een aantal stedelijke functies die midden in een centrumgebied liggen.
"De afweging wordt uiteindelijk: bouwen we daar of bouwen we in het Groene Hart."

Branding: "Binnenkort presenteert het Haags Milieucentrum de Groene Visie op de Vlietzone die het in samenspraak met betrokkenen gemaakt heeft aan wethouder Hilhorst. Dus hierover zijn we nog lang niet uitgesproken.
Om een ander project van het HMC te noemen: de herstructurering van Den Haag Zuidwest. De tendens daar is om veel te slopen en koopwoningen terug te bouwen. Er komen minder woningen terug dan er gesloopt worden. En daarbij komt dat in de praktijk blijkt dat huizenbezitters de tuin bij hun woning vaak binnen de kortste keren betegelen. Hoe kijkt u tegen die verstenen en versnippering van het groen aan?"

HJ: "Voorop staat dat Zuidwest om sociaal-economische en ook bouwfysische redenen moet worden aangepakt. Er wonen veel mensen met een laag inkomen, de woningbezetting loopt er terug en daardoor valt de basis onder allerlei voorzieningen weg. Zuidwest wordt het putje van de Haagse samenleving en dat kunnen we niet accepteren. Daarom gaan we er andere woningen, met andere leefstijlen toevoegen.
"Om toch 80 à 90 procent terug te kunnen bouwen, is er de laatste jaren een tendens om appartementen te creëren. Bedenk wel dat het hier gaat om woningen die tweemaal zoveel woonoppervlak hebben als de huidige. Daarom moeten we de hoogte in. We vinden het belangrijk om in de stad terug te bouwen, ook om de mobiliteit te beperken. Dat kan hier en daar in Zuidwest groen kosten, maar het gaat om de principiële keuze: kies je voor een stedelijker samenleving of bouw je het Groene Hart vol.

Branding: "Maar kunnen die binnenterreinen nou niet wat spannender worden ingericht? In plaats van alleen maar privétuintjes zou je toch ook kunnen denken aan een centrale, spannende groene ruimte met moestuintjes, boomhutten e.d.? En dan de privétuinen daaromheen."

HJ: "Er zijn pogingen in die richting geweest, maar dat loopt voor geen meter. Een voorbeeld is Complex 17 in Vrederust. Kopers van woningen accepteren gewoon geen gemeenschappelijke tuinen, en uiteindelijk is het toch de consument die bepaalt welke keuze er gemaakt wordt.
"Die binnenterreinen zijn anonieme terreinen en worden vaak binnen de kortste tijd de niet-beheersbare gebieden in een stad. Daarom moet je een heldere grens houden tussen privé en publiek. Ik zie meer in goede openbare ruimte, of die nou groen is of meer stenig. Daar is sociale controle van omwonenden."

Branding: "Je zou je ook kunnen afvragen of het milieu wel gebaat is bij al dat slopen en bouwen. Wethouder Hilhorst heeft de raad een nieuwe nota over duurzaam bouwen toegezegd, met de duurzaamheidstoets als belangrijk onderdeel. Er komen een slooptool en een nieuwbouwtool. Dan is de hamvraag: blijkt dat je beter een flat kunt herontwikkelen dan slopen met vervangende nieuwbouw, hoe belangrijk wordt dan dat argument?"

HJ: "Dat blijft altijd een afweging. Volgens mij zijn er geen absolute argumenten in dit soort discussies. De prijsconsequenties blijven een belangrijke rol spelen. En sloop kan ook 'schoon' gebeuren, door voor te schrijven dat materialen optimaal moeten worden hergebruikt. Dat hebben we bijvoorbeeld bij de Spuimarkt gedaan.
"Vergeet niet dat nieuwe woningen qua energieverbruik zóveel voordeliger zijn dan oude dat de kosten als gevolg van sloop met vervangende nieuwbouw uiteindelijk niet per se hoger zijn dan van renovatie.
"Een flink deel van die milieudiscussie is al een geïntegreerd onderdeel van ons werk geworden. Ik denk dat in de raad iedereen het principe van duurzaam bouwen wel onderschrijft, maar er wordt wel gediscussieerd over de kosten. "

Branding: "Het samenvoegen van woningen neemt af, terwijl een project als de Kuinrestraat bewijst dat het tot goede resultaten kan leiden."

HJ: "Samenvoegen is voor een verhuurder zelden interessant. Zo vangt hij voor een samengevoegde woning minder dan voor de twee afzonderlijke. Het zou vooral interessant kunnen zijn voor mensen die ergens wonen en de woning naast of boven zich kunnen kopen. Maar om te kunnen samenvoegen moet je eerst splitsen. Om dat mogelijk te maken is aanzienlijk meer vrijheid op de woningmarkt nodig, en ik weet niet of dat wel een goede zaak is. De vastgoedhandel zou juichen als het restrictieve beleid wordt losgelaten
Maar we hebben het nu over iets heel gerings. Samenvoegen komt per jaar maar enkele tientallen keren voor. Bouwen in hogere dichtheden zet veel meer zoden aan de dijk. We zullen de komende jaren een slag moeten maken naar drieduizend woningen binnenstedelijk; dat betekent een verdubbeling of verdrievoudiging ten opzicht van de laatste jaren. Maar dat stuit op veel weerstanden. Mensen vinden een gebouw al snel te hoog, of ongewenst op die plek. Talloze malen eindigt een discussie met: doe hier dan maar een paar woningen minder. Dan schiet het natuurlijk niet op."

Branding: "In hoeverre biedt het wonen boven winkels en het optoppen van woningen, zoals in de Bloemenbuurt, soelaas?"

HJ: "Tot op zekere hoogte. Maar op grotere schaal kun je denken aan de VELOV-studie van Tangram architecten. Wij hebben hun gevraagd te onderzoeken in hoeverre langs het tracé van tram 6 meer woningen kunnen worden gebouwd. Dergelijke studies gaan we ook verrichten bij andere OV-lijnen, en ook langs het groen. De bedoeling is zowel om een groter deel van de bouwopgave binnenstedelijk te realiseren als het rendement van OV-lijnen te vergroten. In combinatie met RandstadRail moet dat ertoe leiden dat meer mensen de bus of de tram nemen. Maar je moet niet de illusie hebben dat je veel mensen uit de auto zult lokken."

Branding: "Krachtens het Milieubeleidsplan moet Den Haag in 2010 een CO2-neutrale stad zijn. Een zeer ambitieuze doelstelling die we zelf niet eens hadden durven verzinnen. Ligt u daar niet wakker van?"

HJ: "Ik heb de prettige eigenschap dat ik nooit ergens wakker van lig. Maar ik betwijfel wel of dit een verstandige doelstelling is. Bouwen in de bestaande stad leidt per definitie tot CO2-groei. Het strikt hanteren van die CO2-doelstelling komt neer op het tegenhouden van driekwart van de bouw in de stad. Als ik me er gemakkelijk vanaf zou willen maken zou ik zoveel mogelijk buiten de gemeentegrenzen moeten bouwen, dan heb ik alleen maar te maken met een stukje inkomend en uitgaand verkeer. Maar je exporteert dan de driedubbele CO2-last en denkt, ik heb het hier goed gedaan. Die CO2-oplossing zou op grotere schaal beoordeeld moeten worden. Misschien dat die conflicterende doelstellingen wel op langere termijn te verenigen zijn, maar nu in elk geval niet."

Branding: "Wordt hierover in de Stuurgroep Duurzaamheid nou zwaar gedebatteerd? Wij bespeuren niet veel ambitie. In de eerste versie van de Woonvisie kwam het woord duurzaamheid niet voor, evenmin als in de concept structuurvisie Den Haag-Zuidwest. Ook bij het nieuwe ADO-stadion zijn een hoop kansen gemist."

HJ: "We doen echt wel veel op duurzaamheidsgebied. Denk aan Spoorwijk en de zeewaterwarmtecentrale. Vooral in herstructurering zijn de kansen voor duurzaamheid optimaal. Door de woonlasten laag te houden voor de mensen die er komen creëer je draagvlak voor dergelijke projecten.
"Ik ben geen voorstander van een incidentenbenadering wat duurzaamheid betreft. Het gaat om het bevorderen van duurzaamheid in strategische zin. Bouwen langs lijnen van openbaar vervoer levert zóveel meer rendement op dan bijvoorbeeld een incidenteel project, hoe leuk een wat duurzamer ADO-stadion ook is."

Tom Pitstra
Bob Molenaar

De Nota Keurslijf
Dit interview werd afgenomen voordat de Nota Ruimte verscheen. De uitgangspunten daarvan verdragen zich slecht met de Haagse ambities. Eigenlijk wordt de stad in een keurslijf gedwongen en wordt binnenstedelijk bouwen bemoeilijkt. Wij vroegen Jagersma om een reactie.

HJ: "De nota kiest te weinig voor de stad. Den Haag wordt ten onrechte niet benoemd als internationale stad van recht en vrede; toch ook een soort mainport. Er wordt mijns inziens te veel bouw ver van de steden toegestaan. Dat leidt tot een enorme (auto)mobiliteit. Den Haag kan komen met een goede aanvulling/verbetering voor Zuid-Holland; een aanvulling die groen spaart - namelijk het Groene Hart - en bijdraagt aan verstedelijking."


Nummer 8 van de vierde macht
Het ambtelijk apparaat wordt vaak aangeduid als 'de vierde macht'. Kabinetten en andere colleges wisselen doorgaans na elke verkiezing, maar ambtenaren blijven zitten. Die zijn aldus in staat om een enorme expertise en uitgebreide netwerken op te bouwen. Dat geeft hun niet zelden een (kennis)voorsprong op hun politieke baas. Het blad Intermediair inventariseerde in december 2001 wie de machtigste en invloedrijkste ambtenaren van Nederland zijn. Op de eerste plaats eindigde Wim Kuijken, secretaris-generaal Algemene Zaken en voorheen gemeentesecretaris van Den Haag.
Vervolgens nog wat landelijke coryfeeën en dan op nummer 8: Henk Jagersma, toen nog slechts 44 jaar jong.

Inmiddels is nummer 3 geen ambtenaar meer (Ben Bot is immers minister van Buitenlandse Zaken geworden) en is nummer 7 inmiddels met pensioen als directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst. Maar zelfs als we aan Eef Brouwers' opvolger Gerard van der Wulp evenveel invloed toeschrijven als aan zijn voorganger, dan is Jagersma toch een plaats gestegen doordat Bot tot het kabinet is toegetreden.

meer artikelen over ruimtelijke ordening

 

 

 

Een MER voor ADO, nu Den Haag-Zuidwest nog

We hebben het allemaal op de voorpagina van de Haagse Courant kunnen lezen: de gemeente is er niet in geslaagd zich te onttrekken aan een milieueffectrapportage (MER) voor de nieuwbouw van het ADO-stadion. Dat heeft forse consequenties. De bouw wordt fors vertraagd en het kost extra geld omdat de club compensatie vraagt.
In de raadscommissie en de raad had het Haags Milieucentrum in zijn reactie al op dit gevaar gewezen. Het lijkt allemaal wel stoer en pseudo-krachtdadig bestuur om een MER te ontwijken, maar het blijkt nu dus vooral dom bestuur te zijn. Wij hebben naar voren gebracht dat we het niet eens waren met de analyse dat een MER wettelijk niet verplicht was. Maar nog meer hebben we naar voren gebracht, dat een verantwoordelijk gemeentebestuur dat zo'n grote investering doet (30 à 40 miljoen euro) dit gewoon zelf moet willen. Dan kan het in de inspraak ook beargumenteerd de feiten van een onafhankelijke instantie presenteren.
Later hoorden wij dat ook ambtelijk tot een MER was geadviseerd, maar wethouder Stolte wist het allemaal beter en de meerderheid in de raad volgde hem kritiekloos. De dure jongensdroom moest snel gerealiseerd worden en duurzaamheid was niet belangrijk. Zou het uitgebreid in de Stuurgroep Duurzaamheid besproken zijn, zo vragen wij ons af.

In ieder geval is er nu weer alle tijd om het dakontwerp aan te passen en nu te kiezen voor zonnepanelen. De Amsterdamse ARENA ging ons voor en wordt een tempel van zonne-energie. Waarom zou dat wel in Amsterdam kunnen en niet in Den Haag?
Het argument dat tegen PV-panelen werd aangevoerd - plaatsing zou niet mogelijk zijn omdat het stadion een piekbelasting heeft - is natuurlijk kolder. Zonnepanelen leveren opgewekte maar niet verbruikte energie aan het net, en dat kan 24 uur per dag. Er is gewoon nooit de politieke inzet geweest om dit paradepaardje duurzaam te optimaliseren. Mogelijke subsidies zijn niet verkend. De D66-fractie heeft via een initiatiefvoorstel één en ander gerepareerd, waarvoor hulde, maar dat levert slechts zonneboilers en parkeerautomaten op zonne-energie op.

Het Haags Milieucentrum heeft in zijn reactie op de Structuurvisie Zuidwest naar voren gebracht, dat voor de grootschalige sloop in Zuidwest ook een MER verplicht is. Er is sprake van het slopen van 16.000 van de 30.000 woningen, en een MER is nodig boven het aantal van 4000 woningen. De reactie tot nu toe is even ontwijkend en dommig als bij het ADO-stadion: de MER-rapportage kan worden ontweken door alles in deelplannen en tijdspaden op te knippen.
Zou het gemeentebestuur leren van haar fouten? Of is de struisvogel geschikter dan de ooievaar als logo van dit college?

Tom Pitstra
Haags Milieucentrum

meer artikelen over ruimtelijke ordening en duurzaam bouwen

 

 

 

 

 

Demping sloot schaadt biodiversiteit

Het mag nu wel gezegd worden: bioloog Niek van der Worff uit Mariahoeve betrad regelmatig een afgesloten weideperceel in Reigersbergen om daar de macrofauna van een sloot te inventariseren. Het was dan ook niet zomaar een sloot. Het bijzondere karakter van deze waterloop rechtvaardigde Van der Worffs overtreding alleszins.

Dit verhaal is tot dusverre niet voor niets in de verleden tijd gesteld. Want toen Van der Worff zo'n anderhalf jaar geleden op een ochtend 'zijn' vertrouwde wei betrad, kon hij zijn ogen niet geloven: de sloot was gedempt. Voor Van der Worff strekte zich een wei uit die zonder onderbreking het pad waarop hij stond, met de bomenrij aan de overkant verbond.
Niek van der Worff: "Ik ben onmiddellijk navraag gaan doen en ontdekte dat Rijkswaterstaat en de Haagse Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) hiervoor verantwoordelijk waren. Rijkswaterstaat had grond over van de aanleg van de Noordelijke Randweg. De wei was plaatselijk verzakt en ze hebben die grond gebruikt om haar op te hogen. Tegelijk hebben ze de sloot gedempt, wat voor de boer natuurlijk wel zo gemakkelijk is. Twee stukken land die eerst door een sloot gescheiden waren, zijn nu met elkaar verbonden."

Goed, dus overtollige grond is gebruikt om een weiland te optimaliseren. Rijkswaterstaat blij, de DSO (de eigenaar van de grond) blij en pachter Kleiweg blij. Dus wat is er op tegen?

Van der Worff: "Laat ik vooropstellen dat dit illegaal gebeurd is. Voor het dempen van een sloot heb je een vergunning van het Hoogheemraadschap Delfland nodig, en die is niet afgegeven. Ik ben ervan overtuigd dat die ook nooit afgegeven had mogen worden. De sloot had een bijzonder rijke biodiversiteit ten opzichte van andere sloten in deze wijk. Dat kwam deels door de ligging, deels door de bijzondere vorm. Er had ooit een groot betonblok in gelegen dat er in de jaren '60 uitgetakeld is. Waar dat blok in de grond had gezeten was de sloot dus veel breder en dieper, wat tot heel specifieke omstandigheden leidde. De sloot was een ware kraamkamer van amfibieën. De Geelgerande Waterkever zat er, het Groene-kikker-complex, de Bruine kikker, de Gewone pad en de Kleine watersalamander, en fragmentarisch ook de Rugstreeppad. Werkelijk uniek was de aanwezigheid van trilveen, dat zie je hier in de wijde omgeving vrijwel nergens. En dankzij de goede waterkwaliteit van deze enorm heldere sloot, met een gemiddelde Ph-waarde van rond de 7, kwam hier ook de Noordse woelmuis voor. Het dempen van deze sloot heeft vèrgaande consequenties gehad voor de soortendiversiteit en de populatieopbouw van de amfibieën in dit gebied."

Herstel
Van der Worff heeft niet de illusie dat die soortenrijkdom snel weer terug zal komen, ook al wordt de sloot weer uitgegraven. Maar toch is herstel van de oude situatie iets waar hij naar streeft: "Als er een sloot wordt gedempt stelt het Hoogheemraadschap Delfland normaliter als voorwaarde dat dit elders in hetzelfde peilgebied gecompenseerd wordt. Maar behalve dat hier geen vergunning is aangevraagd is compensatie in hetzelfde gebied zinloos. Juist de plek waar de sloot heeft gelegen is uniek vanwege de lichtdispersie en de ligging, haaks op de meestvoorkomende windrichting. Met mijn collega's van het Groene Platform (oorspronkelijk het Groene Platform Mariahoeve) ben ik dus gaan kijken of de sloot weer uitgegraven kon worden. Maar de boer die het land van DSO pacht, voelt daar helaas niks voor, want voor hem is het er een stuk gemakkelijker op geworden. Eerst werd zijn land door de sloot bijna in tweeën gedeeld, nu niet meer. Daarom hebben we contact opgenomen met het Hoogheemraadschap Delfland."

Het hoogheemraadschap beschikt niet over de bevoegdheid om af te dwingen dat de sloot weer op precies dezelfde plek wordt uitgegraven, laat de heer Ruinaard van de afdeling Vergunningen weten. "Het hoogheemraadschap heeft het dempen van oppervlaktewateren aan een vergunningenstelsel verbonden. Want we hebben oppervlaktewater nodig om water te 'parkeren' voordat het wordt afgevoerd. Door het dempen van deze sloot missen we oppervlaktewater, en dat moet terugkomen. Maar wáár dat gebeurt maakt ons niet uit, als het maar binnen hetzelfde peilgebied is. En dat peilgebied is veel groter dan alleen maar die wei. Dus als DSO een sloot elders in het peilgebied graaft voldoet ze aan haar herstelverplichting. En dat is ook het geval als een bestaande sloot zoveel wordt uitgebreid dat het aantal verloren gegane kubieke meters gecompenseerd wordt."

Deze overtreding van de regels van het hoogheemraadschap blijft dus zonder gevolgen. Maar er is ook nog zoiets als de Flora- en Faunawet, die aan iedereen een zorgplicht oplegt voor "de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving". Deze plicht houdt onder meer in dat iedereen die weet (of redelijkerwijs kan vermoeden) dat zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kan veroorzaken, dergelijke gevolgen zoveel mogelijk moet beperken of ongedaan maken. Het laatste woord is hierover dus nog niet gezegd. Wordt vervolgd.

Bob Molenaar
Haags Milieucentrum

meer artikelen over natuurontwikkeling en waterbeheer

 

 

 

Ecologisch wonen aan de Centrumring

Wie de Blauwe Aanslag gekend heeft zal zijn ogen nauwelijks kunnen geloven als hij haar opvolger De Grote Pyr binnenstapt. Hier geen kille Nieuwe Zakelijkheid maar warme Neorenaissance. Geen dunne stalen kozijnen maar robuust hout, geen strakke witte pilaren maar fraai gedecoreerde marmeren zuilen. Alle muren in de voormalige HBS aan de Waldeck Pyrmontkade (bouwjaar 1907) zijn bezet met kleurige tegeltjes met subtiele motiefjes. Ook de vloer in de vestibule, waar op korte termijn restaurant Hagedis gevestigd wordt, is geheel betegeld. De toekomstige eters die de blik enkele meters omhoog richten zullen daar een cassetteplafond in pasteltinten zien.

De vergelijking met De Blauwe Aanslag gaat dus op vele punten mank, maar er is een belangrijke overeenkomst: ook De Grote Pyr zal niet gemakkelijk te verwarmen zijn. En dat is vervelend voor de bewoners en gebruikers, die er immers naar streven een zo ecologisch mogelijk functionerend gebouw te realiseren.
Dat doen ze op verschillende manieren. Zo worden bij de verbouwing zoveel mogelijk bouwmaterialen hergebruikt. Vloerdelen zijn bijvoorbeeld afkomstig uit slooppanden. Ter minimalisering van het watergebruik worden een grijswatersysteem en composttoiletten toegepast.
Maar het meest spectaculair - in elk geval het meest in het oog springend - is het verwarmingssysteem. Tegelkachels nemen het leeuwendeel van de verwarming voor hun rekening. Er moeten er zo'n vijftig in het gebouw komen. De kachels zijn een kleine twee meter hoog en wegen zo'n duizend kilo. Bewoner Pim, zelf in het bezit van zo'n kachel, is er bijzonder positief over: "We stoken ze op gebruikte pallets. Die kosten ons niks, want ondernemers geven ze graag weg omdat het anders bedrijfsafval is en ze ervoor moeten betalen. Ik heb hier nu vier pallets liggen en daar red ik het wel een week mee. Het duurt wel even voordat een tegelkachel goed op temperatuur gekomen is maar daarna blijft-ie heel lang stralen. Die warmte is heel comfortabel. Omdat het vrij lang duurt voordat de kachel warmte gaat afgeven kun je het beste zorgen dat-ie in de maanden dat je hem nodig hebt niet uitgaat. Eventueel kun je de warmteafgifte beperken door middel van een aluminium deken."

Zelfbouw
De kachels die in De Grote Pyr worden toegepast zijn geproduceerd in een zelfgebouwde werkplaats op het binnenterrein. Dat die werkplaats geheel en al ecologisch verantwoord is, spreekt natuurlijk vanzelf. Strikt genomen zijn de Bergkachels (zoals ze genoemd zijn naar hun ontwerper Peter van den Berg) geen tegelkachels, want er komt geen tegel aan te pas. De objecten zijn opgebouwd uit vuurvast-betonnen elementen. Kachelbouwer Job Nieman legt uit: "De kachels zijn gebaseerd op het principe van een Finn-oven". "Ze bestaan uit een binnen- en een buitenmantel. Het slimme van dit ontwerp is dat de kachel is opgebouwd uit elementen die meer dan eens voorkomen. Daardoor kunnen we met een beperkt aantal mallen volstaan. Die mallen passen precies in houten bakken en zijn vervaardigd uit siliconen, waar het beton in gegoten wordt. Daarna worden ze op de triltafel gelegd, zodat de luchtbellen uit het beton verdwijnen. Het is de bedoeling dat mensen die bij ons een kachel kopen deze zelf maken. Architectuurwerkplaats De Ruimte heeft een goede handleiding geschreven en zorgt voor de begeleiding. Het beton storten kost met twee mensen verspreid over twee dagen zo'n twaalf à veertien uur. En de kachels zijn dankzij de vorm van de onderdelen gemakkelijk in elkaar te zetten, wat ongeveer een halve dag in beslag neemt. Er komt geen metselwerk aan te pas." (zie ook kader 'De Finn-oven').

Maar niet overal staan of komen tegelkachels. Het Van Kinderenmuseum - een grote werkplaats op de begane grond waar kinderen hun creativiteit op tal van manieren kunnen botvieren en de producten ervan kunnen tentoonstellen - wordt op aangename temperatuur gebracht door middel van plafondverwarming. En de van een prachtige houten kap voorziene voormalige gymzaal krijgt een warmtemuur. De leidingen worden verborgen achter een leemlaag die, zo legt Pim uit, warmte uitstraalt en weer ook absorbeert. Voor de daadwerkelijke verwarming van het museum en de gymzaal zorgt een houtgestookte cv-installatie. Overigens zal de gymzaal na voltooiing een buurtfunctie krijgen en kunnen bijvoorbeeld sporters en theatergroepen er dan gebruik van maken.

Handigheid en vlijt
De bewoners van de Grote Pyr wonen verspreid over zes woongroepen van verschillende grootte. Bewoners van een woongroep hebben ieder hun eigen kamer en delen keuken, badkamer en gas- en de elektrameter.
Behalve dat van bewoners/gebruikers een ecologisch gezinde instelling wordt verwacht, zijn handigheid en vlijt ook belangrijke vereisten. Gegadigden zijn verplicht minimaal acht uur per maand in het pand te steken, wat hard nodig is om het achterstallig onderhoud op te heffen en de voormalige school voor haar nieuwe doelen geschikt te maken. Diverse bedrijfjes functioneren al of gaan binnenkort van start, maar voordat alle woonruimtes zijn aangelegd is De Grote Pyr jaren verder. Vooral op de zolder is nog veel te doen. Deze is acht meter hoog, wat betekent dat er drie woonlagen van ruim 2½ meter elk kunnen komen. In de kap moeten op veel meer plaatsen ramen komen dan er nu zijn. Gelukkig wordt het principe van zelfwerkzaamheid niet tot in het absurde doorgevoerd. Voor gespecialiseerde klussen als het inbouwen van nieuwe dakramen, het uitvoeren van grote doorbraken en het storten van vloeren worden aannemers ingeschakeld. Om ervoor te zorgen dat ook de zelf uit te voeren bouwkundige werkzaamheden volgens de regelen der kunst verlopen, heeft De Grote Pyr een bouwhandboek met voorschriften opgesteld.

Bob Molenaar


Na de Aanslag
In 1995 besloot de Haagse gemeenteraad dat Nederlands grootste kraakpand De Blauwe Aanslag aan het Buitenom moest wijken voor verbreding van de Centrumring - een autoroute om het Centrum heen. Dit markeerde het begin van jarenlange procedures door Vereniging De Blauwe Aanslag en sympathisanten. Uiteindelijke bood toenmalig wethouder Peter Noordanus als vervangende woon- en werkruimte de leegstaande monumentale school aan de Waldeck Pyrmontkade aan - een eindje verder aan diezelfde Centrumring gelegen. Op 27 juni 2000 werd de overeenkomst gesloten. De gemeente zou het schoolgebouw voor 1 miljoen (gulden) verkopen, 3 miljoen beschikbaar stellen voor een onder regie van de Vereniging uit te voeren renovatie en verbouwing, en een verhuiskostenvergoeding toekennen van 250.000 gulden. Het was de bedoeling dat de overgang van het Buitenom naar de Waldeck Pyrmontkade op 5 februari 2002 voltooid zou zijn. Door onverwachte tegenvallers is veel vertraging ontstaan en heeft de financiële haalbaarheid van het plan enkele malen aan een zijden draad gehangen. Toekenning van een IPSV-subsidie (Innovatieve Projecten Stedelijke Vernieuwing) door het ministerie van VROM gaf de Stichting Wonen Werken Waldeck Pyrmontkade wat meer lucht.
Bewoners en gebruikers zijn mede-eigenaars van het pand en betalen een bijdrage aan de stichting. De onderhandelingen met de gemeente over de financiën zijn echter nog steeds niet afgerond.


De Finn-oven
De Finn-oven is een hedendaagse versie van de aloude tegelkachel. Hij wordt gekenmerkt door een zeer hoog rendement (70 procent of meer), schone verbranding en aangename stralingswarmte. Dit rendement is mogelijk door de zeer hoge temperatuur in het vuur (tot 1200 graden Celsius) en door de grote warmte-opslag in de stenen. Bij deze temperatuur verbrandt droog en onbehandeld hout snel en goed. De rook is wit en reukloos en er komen vrijwel geen schadelijke stoffen vrij.
Het hoge rendement is in de tweede plaats het gevolg van de constructie. De rookgassen worden door de tegelkachel geleid in een lang stenen rookgaskanaal, waardoor de warmte in de massa opgenomen wordt. Bovenin zit een expansieruimte, daarna wordt de warmte weer omlaag geleid zodat de opname optimaal is.
Een tegelkachel in de traditionele bouwvorm, een zogeheten grond-oven, warmt slechts langzaam op maar blijft daarna nog urenlang warm (4 tot 24 uur). Het andere type, de zogeheten combi-oven, combineert stralingswarmte met convectiewarmte (warme lucht) en heeft daardoor een veel hogere reactiesnelheid.

Zie ook www.insituarchitecten.nl of www.qenep.nl. Mail (voor de kachels) naar s.veldhuisen@qenep.nl

meer artikelen over duurzaam bouwen en wonen

 

 

 

Den Haag: op weg naar CO2-neutraal?

De regering heeft besloten te stoppen met de Energie Prestatie Regeling, oftewel EPR. Dit betekent dat particulieren hun energiemaatregelen niet meer vergoed krijgen. Waarschijnlijk blijft een dergelijke subsidieregeling voor grotere opdrachtgevers bestaan, maar daar hebben u en ik niks aan. En zonder dergelijke subsidies zullen niet veel mensen tot aanschaf van een zonnepaneel overgaan.

Het Haags Milieucentrum wil daar iets aan doen. We hebben een projectvoorstel ingediend om het plaatsen van PV-panelen (ook wel 'zonnepanelen'genaamd) en energiebesparing te combineren. Het idee is om straat- en/of wijkgewijs Verenigingen van Eigenaren te benaderen om mee te doen, en zo onder de definitie van grote opdrachtgevers te vallen. Het laten plaatsen van zonnepanelen willen we combineren met het doen uitvoeren van energiebesparende maatregelen. De huidige EPA's (Energie Prestatie Adviezen) zijn veel te vrijblijvend en niet op uitvoering gericht.
Centraal in het project staat het streven om bewoners zoveel mogelijk bureaucratische rompslomp uit handen te nemen. Door deze collectieve aanpak kan wellicht de prijs van sommige maatregelen ook dalen.

We willen dit project gaan uitvoeren in wijken met particulier bezit. In het corporatieve bezit is Vestia al aardig aan de slag gegaan in het kader van het initiatief Meer Dak Onder de Zon. Vestia realiseerde in verschillende straten 400 kWp. Door het hanteren van een afschrijvingstermijn van twintig jaar (PV-panelen gaan gemakkelijk dertig jaar mee) is een voordeel voor zowel woningbouwcorporatie als bewoner te halen. Zie voor meer informatie www.meerdakonderdezon.org
Een prettige bijkomstigheid is dat in Den Haag, door de ligging aan zee, de zon vaker schijnt. Ook mijn eigen paneeltjes brengen meer op dan werd verwacht.

Goede voorbeelden…
Den Haag, dat in haar klimaatbeleid de ambitieuze doelstelling heeft om (op termijn) een CO2-neutrale stad te worden, zou eens bij Eindhoven te rade kunnen gaan. Deze gemeente heeft in het kader van haar klimaatbeleid een eigen subsidieregeling van 1 euro per wattpiek in het leven geroepen. Het lijkt ons zinvol om deze subsidie te koppelen aan een verplichte uitvoering van EPA-adviezen. Dan doe je niet alleen iets aan de aanbod-, maar ook aan de vraagzijde.
Dat is ook de benadering van het Groningse installatiebureautje van PV-panelen Boer. De eigenaar vond het wat dwaas om voor veel geld panelen met een opbrengst van 400 KWh op het dak van een bedrijf te zetten, als enkele gammele vrieskisten het elektriciteitsverbruik opjagen tot maar liefst 6000KwH. Het bureau wilde pas zonnepanelen plaatsen als de opdrachtgever daar wat aan deed! Ook is het dwaas om dure PV-panelen te plaatsen zonder dat zeer rendabele vloer- of dakisolatie wordt aangebracht. Dat moet dus anders.

In de kantorenbouw zijn eveneens interessante ontwikkelingen gaande. Het nieuwe stadsdeelkantoor Leidschenveen/Ypenburg wordt zeer energiezuinig. De ambitie - een CO2-neutraal gebouw - kan worden gerealiseerd door een combinatie van goede energiebesparing, warmte-koudeopslag en warmptepomp, en lage temperatuursverwarming. De elektriciteit ten behoeve van de wamtepomp kan groen ingekocht worden (niet echt vernieuwend) of via zonnepanelen en windenergie gehaald worden. Daarvoor bestaan verschillende mogelijkheden. De Windwall is nog experimenteel (er waren helaas forse problemen bij de Windwall op het HTM-gebouw) maar de Turby lijkt de fase van de kinderziekten voorbij. In Beilen heeft adviesbureau INVENT mede dankzij een Turby een uitermate energiezuinig kantoor gerealiseerd. Het was niet eens een harde doelstelling vooraf, maar bij narekenen bleek Invent op een Energie Prestatie Coëfficient (EPC) van 0.0 uit te komen. Behalve voor windturbines is er gekozen voor warmteterugwinning in de ventilatie, 66m2 zonnepanelen en daglichtkokers die overdag voor verlichting zorgen.

Uit succesvolle voorbeelden blijkt dat de radicale doelstelling van CO2-neutraliteit op projectniveau heel goed haalbaar is. Ook op wijkniveau (Duindorp) blijkt dat mogelijk te zijn, als de ambitie er maar is.

…doen goed volgen?
Den Haag is een van de gemeenten die in het kader van het zogenoemde BANS-project samen met de NOVEM voor een dikke miljoen euro aan projectvoorstellen ontwikkelen. Dat valt natuurlijk toe te juichen. Maar het wordt tijd dat de doelstelling van een CO2-neutrale stad handen en voeten krijgt en dat het hele ambtelijke apparaat, van hoog tot laag, zich inzet om dit bereiken.

Tom Pitstra
Haags Milieucentrum

meer artikelen over duurzame energie en energiebesparing

 

 

 

Groendag in de Fultonstraat

Op 8 mei jl. was het Groendag in de Fultonstraat. Bewoners Liane Lankreijer en Bart Achterkamp hadden deze georganiseerd als een eerste stap op weg naar een groenere Fultonstraat: het idee waarmee ze vorig jaar de hoofdprijs van de milieuprijs 'Een groene straat, een goeie daad' in de wacht sleepten.

Zo'n 35 mensen hadden aan hun oproep gehoor gegeven. Ook vooraf hadden sommigen hun tuintje al opgeknapt. Verder kwamen diverse mensen vertellen dat ze helaas geen tijd hadden om mee te doen, maar de Groendag wel een heel leuk idee vonden.

Het eerste uur werd voornamelijk doorgebracht met het verwijderen van zwerfvuil en hondenpoep. Dankzij de enthousiaste inzet van haar straatgenoten ging dat sneller dan Liane verwacht had. Daarna was het weer tijd voor koffie en daaraan gekoppeld wat noodzakelijke teambuilding. Hierbij bleek dat niet iedereen er dezelfde esthetische idealen op nahoudt. Terwijl de prijswinnaars vooral aanstoot nemen aan de vele geparkeerde auto's, vertelde een straatgenote dat ze onlangs door haar buurvrouw aangesproken werd. Ze had haar fiets tegen de lantaarnpaal voor het buurpand gezet en dat vond de buurvrouw 'geen gezicht'. Tja, smaken verschillen, en wansmaken ook.

In het besef dat het niet realistisch is om te denken dat de auto's zullen verdwijnen, zou Bart Achterkamp ze in elk geval graag willen camoufleren. Door op regelmatige afstanden grote struiken langs de stoeprand te plaatsen, worden ze wat aan het oog onttrokken. Het zal wethouder Stolte ongetwijfeld als muziek in de oren klinken dat er onder de bewoners van de Fultonstraat draagvlak bestaat om bomen te adopteren.

De Wijkwinkel had zich in elk geval van haar beste kant laten zien en een subsidie van tweehonderd euro beschikbaar gesteld om plantjes te kopen. Er waren er genoeg om ook rond de vijf bomen in de straat plantjes te kunnen poten. De poters zullen er samen op letten dat de nieuwe aanplant ook water krijgt.
Voor materialen hadden Lankreijer er Achterkamp zelf gezorgd, want wat hun betreft blijft het niet bij deze ene keer. Hoewel na deze dag van lichamelijke arbeid eerst maar eens goed gepraat moet gaan worden over wat de Fultoners met hun straat willen.

Tot vreugde van de organisatoren werden de mensen die meededen erg blij van het idee dat er meer mensen zijn die verder kijken dan hun voordeur. Er onstond echt een soort 'Fultonstraatgevoel'.
Bewoonster Nelleke Cornelissen was zo enthousiast geworden over de inzet van haar straatgenoten dat ze mogelijkheden ziet om de oude veegploeg in ere te herstellen. Deze was alweer jaren geleden ter ziele gegaan, maar wellicht ontstaat er nieuw elan. Aan haar zal het in elk geval niet liggen. Hoewel de ecoteams tot haar spijt niet meer bestaan, brengt ze wat ze daar geleerd heeft nog steeds in praktijk. Het fanatisme uit midden jaren '90 is weliswaar bekoeld, maar, verzekert ze, "er blijft toch altijd wat van hangen."

Bob Molenaar

Zie voor foto's: www.uitvinderswijk.nl

meer artikelen over het haags milieucentrum en andere milieuorganisaties

 

 

 

Therapeutisch tuinieren in De Nieuwe Loot

Heeft u al een burn-out? Sinds 19 mei jl. kunt u bijtanken onder begeleiding van een tuintherapeut. In De Nieuwe Loot, een 'helende tuin' tussen de Guntersteinweg en landgoed Overvoorde kunnen werknemers met psychische klachten zich toeleggen op het biologisch tuinieren. Het is de bedoeling dat ze tot rust komen door activiteiten als zaaien, water geven, wieden en oogsten. Ook moet het werk in de tuin hun helpen weer in een bepaald ritme te komen en structuur in hun leven aan te brengen.

De Nieuwe Loot is een initiatief van Stek ('Voor Stad en Kerk') een dienstverlenende organisatie van en voor protestantse kerken in Den Haag. Anne van den Berg van Stek liep al een tijdje met het idee rond voordat het tot uitvoering kwam: "Er zijn onderzoeken gedaan waaruit blijkt dat het werken in de natuur rustgevend is. Keiharde bewijzen zijn er nog niet voor, maar in het Franciscaanse Milieuproject Stoutenburg heb ik gezien hoe goed het werkt. We zijn erin geslaagd om de RABO-bank Den Haag en Ockenburgh Prevent, centrum voor arbeid en psyche, voor dit project te interesseren. De gemeente Den Haag heeft de grond beschikbaar gesteld." Het is de bedoeling dat de kosten worden gedragen door werkgevers die arbeidsongeschikte werknemers in de tuin laten werken. Zij betalen €20,- per uur per medewerker. Van den Berg: "Ik schat dat er zo'n tien mensen tegelijk in de tuin aan het werk kunnen. Om aan deelnemers te komen hebben we goede contacten met het bedrijfsmaatschappelijk werk en ook Ockenburg Prevent kan mensen naar ons doorverwijzen."

Ecologische hovenier
Sinds november 2003 zijn vrijwilligers druk bezig geweest het terrein van een voormalige kinderboerderij geschikt te maken voor zijn nieuwe doel. Hovenier en tuintherapeut Peter Pontier heeft het plan voor de inrichting gemaakt en dit samen met de vrijwilligers verder uitgewerkt.
Ecologisch hovenier Hans Bootsma tekende samen met Pontier voor het beplantingsschema voor een vlinder- en vogelbos. Ze hebben hoofdzakelijk gekozen voor inheemse en inheems verwilderde plantensoorten. Die trekken veel insecten aan, waaronder vlindersoorten, hommels en bijen. Het is de bedoeling dat er op den duur een natuurlijk evenwicht ontstaat tussen flora en fauna, waarin insecten op een natuurlijke manier kunnen bijdragen aan het bestrijden van ziekten en plagen.

Ook vogels vinden in de tuin iets van hun gading. Langs het terras zijn besdragende struiken zoals rode bessen, zwarte bessen en kruisbessen geplant.
De vogels, de insecten en andere kleine dieren kunnen beschutting vinden in de vele struiken. Zo zijn achter in de tuin soorten aangeplant die vroeger als geriefhout werden toegepast, zoals sporkehout, wilgen, meidoorn en elzen. Deze struiken kunnen om de paar jaar helemaal teruggesnoeid worden. Het 'hakhout' kan bijvoorbeeld gebruikt worden om mee te vlechten, als stelen of palen, om hekjes van te maken of om op te stoken. Het wilgentenen scherm dat de tuin beschutting moet bieden is ook deels 'eigen kweek'. Voor het resterende deel werden wilgentakken geleverd door boeren uit de omgeving en volkstuinders.

Belevingstuin
Maar de tuin is natuurlijk niet alleen voor dieren. Er wordt veel aandacht besteed aan de beleving van het groen en de ruimte. Door de tuin loopt een pad in de vorm van een acht, met op de kruising hazelaars die over een aantal jaar voor beschutting zullen zorgen. Hoge beplanting langs delen van het pad deelt de tuin als het ware in tweeën.
Door de hoge begroeiing op verschillende plekken in de tuin ontstaan er ruimtes waarbinnen je helemaal omsloten wordt door de natuur. Zo zal ook het ontwerp van de tuin bijdragen aan het helingsproces van toekomstige cliënten.

Van de voormalige kinderboerderij is de schapenstal overgebleven. Deze is met gebruikmaking van zoveel mogelijk ecologische en natuurlijke materialen verbouwd tot werk- en rustruimte. Uitgangspunt hierbij is dat van een gezonde binnenruimte een helende werking uitgaat. Vandaar dat is gekozen voor muren met leemstuc, dat ervoor zorgt dat de ruimte ademt en een gelijkmatige temperatuur en luchtvochtigheid heeft. Enkele meters naast de stal is een composttoilet aangelegd. Dit werkt zonder water en is niet aangesloten op de riolering. Bacteriën doen het composterende werk, daarbij geholpen door een ventilator die er tevens voor zorgt dat er geen stank ontstaat.

Biologische groenten
De tuin kost natuurlijk niet alleen werk, maar levert ook wat op. Rechts van de ingang liggen veertien groentenbedden. Hier worden in een cyclus van zeven jaar verschillende gewassen gekweekt. Om beurten zullen de bedden een jaar braak liggen, zodat de voedingsstoffen in de grond optimaal benut worden. De grond raakt niet uitgeput en de kans op ziekten is kleiner. De bedden zijn behoorlijk opgehoogd, omdat de grond van De Nieuwe Loot erg nat is. Het water wordt afgevoerd naar de sloot door afvoergeulen tussen de bedden. Van den Berg: "Wat we met de opbrengst gaan doen is nog niet duidelijk. Misschien dat de mensen die het verbouwd hebben de groenten tegen kostprijs kunnen kopen. Of we stellen ze ter beschikking aan de Voedselbank, die in Den Haag voedselpakketten uitdeelt. We zouden ook kunnen besluiten om groenten en fruit te gaan inmaken. Dan levert het voor onze deelnemers weer een zinvolle activiteit op."

Bob Molenaar

meer artikelen over gezondheid en milieu

 

 

 

De peer review is misschien wel té collegiaal

Den Haag doet mee aan een EU-programma waarin negen Europese gemeenten hun milieubeleid onderling vergelijken. De andere deelnemers zijn Nottingham, Birmingham, Newcastle, Wenen, Tampere, Malmö, Venetië en Leipzig. Vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten bezoeken elkaar op gezette tijden om het milieubeleid van de ander door te lichten: de peer review. Ze vragen onder andere plaatselijke organisaties naar hun mening over het beleid en de uitvoering. Onlangs werd Den Haag aangedaan, om te checken wat deze gemeente met de vorig jaar gedane aanbevelingen gedaan heeft. Ook het Haags Milieucentrum heeft zijn mening hierover gegeven.

Op zich zou zo'n collegiale toets van grote betekenis en waarde kunnen zijn. Want het kan heel inspirerend zijn om milieuprestaties van gemeenten, zowel nationaal als internationaal, te vergelijken en te leren van elkaars beste praktijken. Maar de peer review waar we het hier over hebben, is daarvoor naar onze mening te beperkt van opzet. Er worden bijvoorbeeld geen staatjes geproduceerd waarin de deelnemers op hun milieuprestaties worden vergeleken. Dat wilden de meesten niet. Dat zou wel eens pijnlijke informatie kunnen opleveren, terwijl het nu juist leerzaam zou kunnen zijn. Gewoon in staatjes weergeven hoeveel kilo GFT wordt opgehaald, hoeveel zonneboilers of -panelen zijn geplaatst, hoeveel kilometer geasfalteerde fietspaden zijn aangelegd of hoeveel kilo gif voor onkruidbestrijding wordt aangewend (àls daarvoor al gif wordt gebruikt). Misschien zit er wel een interessante gifvrije gemeente bij. Van de best presterende gemeenten zou dan per milieu-item nagegaan kunnen worden hoe ze dat bereiken, wat andere dan weer kan inspireren.

Gecontroleerd
Ook is het de vraag hoe de informatie die gemeenten verstrekken gecontroleerd wordt. In de review van de gemeente Den Haag staan bijvoorbeeld beweringen die pertinent onjuist zijn. De luchtkwaliteit in Den Haag zou goed zijn, terwijl de normen op 22 plaatsen overschreden worden. Ander voorbeeld: de aparte wethouder voor duurzaamheid zou door de bevolking positief ontvangen zijn. Ries Smits rolde bij een onderzoek dat de gemeente vorig jaar november onder ruim tweeduizend Hagenaars liet uitvoeren, nu juist als minst bekende wethouder uit de bus. "He has to fight", luidde dan ook onze aanbeveling aan de reviewers.
Opvallend is verder dat de gemeente Den Haag 26 van de 52 aanbevelingen niet heeft overgenomen. Is het ons ontgaan dat hier een fel raadsdebat over is geweest?

Hoewel het peer review-project vooral tot stand is gekomen omdat de EU het subsidieerde, heeft het toch wel enige betekenis. Zo bleken uitspraken in de peer review ambtenaren een handvat te bieden om wethouders aan te spreken op beleidsvoornemens.
Maar dat de betekenis van zo'n rapport beperkt is, leert het voorbeeld van het afvalbeleid in deze gemeente. Den Haag zamelde in 2002 slechts 16 kilo GFT per huishouden in. Met de verschillende voorstellen voor verbetering in het review-rapport is totaal niets gebeurd en inmiddels is de opbrengst gedaald tot 14 kilo. Wij hebben de indruk dat de verantwoordelijke wethouder - Wilbert Stolte - wacht op afschaffing van de landelijke verplichting en er dan mee wil kappen.

Leiderschap gewenst
In onze gesprekken met de reviewers en de wetenschapper die voor de EU een rapport hierover opstelt, hebben we een hoop aan de orde kunnen stellen. Bijvoorbeeld het gebrek aan leiderschap vanuit de politieke top om ambitieuze doelstellingen te realiseren. De wethouder van duurzaamheid heeft onvoldoende positie in het college verworven om een krachtig coördinerend beleid door te zetten. Hij zou door de burgemeester steviger gesteund moeten worden; de voormalige milieuministers Ed Nijpels en Pieter Winsemius waren nu juist zo succesvol omdat de premier hen steunde. En de Stuurgroep en Projectgroep Duurzaamheid, bij uitstek coördinerende instrumenten, lijken weinig resultaten af te werpen.

In het duurzaamheidsbeleid is in het algemeen onvoldoende sprake van controleerbare kengetallen en kwantificeerbare doelstellingen. En waar zo'n kwantificeerbare doelstelling bestaat - het inspirerende eindbeeld in het Milieubeleidsplan van Den Haag als CO2-neutrale stad - hebben we niet te indruk dat er hard gewerkt wordt om deze in praktijk te brengen.
Een belangrijk deel van de noodzakelijke CO2-reductie valt te halen in het verkeersbeleid. Het Plan van Aanpak luchtkwaliteit zou hierin een belangrijke rol moeten spelen. Hoe het eruit gaat zien is helaas nog niet bekend, want staatssecretaris Van Geel heeft uitstel verleend tot 1 juni. In elk geval wil het gemeentebestuur dit plan zonder al te veel inspraak in de raad behandelen, waartegen bewoners van de Veerkades niet zonder reden te hoop gelopen zijn.
Meer in het algemeen slaagt de gemeente er niet om een sturend verkeersbeleid te maken waarin echt voorrang (ook financieel) wordt gegeven aan de fiets, de wandelaar en het OV. Voor een krachtig fietspadenplan is onvoldoende geld. Het opheffen van parkeerplaatsen ten behoeve van goede fietspaden lijkt hier onmogelijk, zodat levensgevaarlijke situaties (bijvoorbeeld de Elandstraat) jarenlang blijven voortbestaan. Er is nog steeds geen goede fietsroute naar de stalling bij het Centraal Station - zoals bepleit door raadslid Titia Lont (CDA) - en op het prachtige Voorhout mag nog steeds geparkeerd worden, terwijl er een uitstekende parkeergarage onder het Malieveld ligt (die om 22.00 uur dichtgaat…).

Kloof
Valt er op het beleid al het een en ander aan te merken, het moet ook nog eens uitgevoerd worden. Er bestaat in Den Haag een enorme kloof tussen het beleid en de praktijk, zoals het Waterplan aantoont. Zelfs de meest bescheiden ambitie, Water dat siert, wordt niet gehaald (je ziet nog overal drijfvuil), laat staan de meest ambitieuze van Water dat leeft. In de Haagse Beek is het doorzicht van het water onvoldoende.

Het is de vraag wat de peer review dit jaar voor Den Haag oplevert. Laten we hopen dat we de positieve beleidsdaden niet alleen maar kunnen lezen in jubelende persberichten, maar dat we de gevolgen om ons heen kunnen zien: bijvoorbeeld goede fietspaden en ruimte trottoirs, een autoluwe binnenstad en de durf om te kiezen voor een congestieheffing. Het college hoeft niet eens naar Londen om een aansprekend voorbeeld te zien: het succes van de autoluwe binnenstad in Groningen en trouwens ook de toenemende omzet bij winkels is dermate groot, dat sommigen het nu te druk vinden in die leuke binnenstad….

Tom Pitstra
Haags Milieucentrum

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

 

Egelasiel in het nieuw

"Hoe was het ook alweer. Hier stond eerst een diepe kast en deze muur liep eerst tot hier. Of tot daar?" Ank Naeije, voorzitster van de Stichting Egelopvang Den Haag, is al helemaal vertrouwd met de nieuwe indeling van 'haar' asiel.

Er moet dan nog wel het een en ander worden afgewerkt, maar het is in één oogopslag duidelijk dat zowel de egels als de vrijwilligers erop vooruitgegaan zijn. Dankzij Omnigroen, bevriend architect Michiel Parqui en een gift van de Dierenbescherming groot € 6.322,15, heeft het interieur van de Egelopvang een complete metamorfose ondergaan. Veel van het werk is via de Reclassering gedaan door taakgestraften. Ank Naeije is vooral trots op de quarantaineruimte. "We willen natuurlijk niet dat kwetsbare egels hier een bacterie onder de leden krijgen waardoor ze er alleen nog maar op achteruitgaan. Daarom hebben we nu een isoleerruimte, die er eerst nog niet was. Daarachter ligt de ziekenboeg, met acht hokken. In noodgevallen kunnen we wel méér egels kwijt - we hadden ooit dertig zieke dieren - maar het aanbod is wat teruggelopen. In het verleden kregen we egels vanuit de hele omgeving van Den Haag. Tegenwoordig neemt het nieuwe asiel in Zoetermeer er ook een hoop voor z'n rekening."

Wonden door honden
De meeste egels worden binnengebracht door de twee in Den Haag actieve dierenambulances, maar ook particulieren weten het asiel tegenwoordig te vinden. Er zijn heel wat redenen te bedenken om een egel aan de zorgen van de Stichting Egelopvang toe te vertrouwen. Het binnenkrijgen van slakkengif is er één van. Of een egel is aangereden door een auto, en dáár zijn z'n stekels niet op berekend. Die zijn trouwens ook geen partij voor een grasmaaimachine. Of een egel is door een hond gegrepen. "Dat zijn heel gemene wonden", legt Ank Naeije uit. Egels hebben dan wel stekels, maar de huid eronder is heel erg dun. Hondenbeten leiden vaak tot abcessen, die je nauwelijks kunt zien. Zo kregen we hier in december een egel binnen die door een hond was gebeten. Die egel krijgt nog steeds opnieuw ontstekingen."

Aanzienlijk leuker om te zien zijn de baby-egels, die af en toe in groten getale worden binnengebracht. Soms met hun moeder, soms zijn ze aan het zwerven geslagen. De Egelopvang heeft trouwens ook een inpandig geboortegolfje meegemaakt. Een gewonde egel die juist twee jongen had gebaard toen ze werd gevonden, ging daar in het asiel nog even mee door. Er kwamen er nog vijf bij.
Gezinnetjes die niet gewond zijn maar alleen ondervoed krijgen een hok in het buitenverblijf toegewezen. Door het verwijderen van een tussenschot kunnen hokken daar voor bewoning door grotere gezinnen geschikt worden gemaakt. De diertjes krijgen kattenvoer totdat ze voldoende aangesterkt zijn om zelf weer hun kostje bij elkaar te scharrelen. De buitenhokken zijn ook bestemd voor egels die verstoord zijn in hun winterslaap maar verder in goede conditie verkeren. In het asiel kunnen ze ongestoord verder maffen.

Tweede nest
In 2003 had de egelopvang maar liefst 105 baby-egels te gast, net niet de helft van het totale aantal asielzoekers (214). Vermoedelijk heeft de warme zomer egels verleid tot een tweede nest, want de toestroom van baby's in de herfst was uitzonderlijk hoog. Na zes weken wordt het grut door hun moeder in de steek gelaten.
Van die 214 binnengebrachte egels hebben er 48 het asiel helaas niet levend verlaten. In 14 gevallen mocht ook de inzet van een dierenarts niet baten (drie à vier artsen laten zich belangeloos door de stichting inschakelen) en is euthanasie toegepast.

Zieke of gewonde egels die dankzij de goede zorgen alweer flink aangesterkt zijn, slijten de rest van hun logies in een van de veertien hokken in de revalidatieruimte. Overal in het gebouw bevindt zich nu een aparte luchtafzuiging, zodat schimmels en andere microben niet gaan circuleren. En het zal de geur in het gebouw ook zeker ten goede komen, want wie zich over egels ontfermt krijgt letterlijk stank voor dank.

Schuursponsjes
"Het schoonmaken van de hokken is telkens weer een hele klus", beaamt Ank Naeije. De bak met in stukken geknipte schuursponsjes is wat dat betreft illustratief. "Daarom zijn we ook zo blij met de nieuwe hokken, met de transparante kunststof deurtjes. De oude hokken waren van gaas voorzien, dat in een frame was gevat. Daar ging alles zo lekker tussen zitten. En deze hokken zijn ook minder diep, zodat je overal veel beter bij kunt."

Tijdens het bezoek van Branding aan het egelasiel wordt juist een nieuwe vrijwilliger ingewerkt. De in egelverzorging doorknede Doreen brengt hem de kneepjes van het vak bij. Er zijn iedere dag tussen tien en twaalf twee vrijwilligers aanwezig, maar als er veel egels zitten is een vier man (m/v) sterke bezetting geen overbodige luxe. Dus heeft u wat tijd over en iets met egels…
Ook is Branding getuige van de genezenverklaring van een egel. Die wordt uitgezet in de natuur en moet het voortaan weer op eigen kracht zien te rooien.

Egels die het asiel in de herfst of de winter verlaten, worden niet meteen weer in het diepe gegooid. Voordat ze worden uitgezet mogen ze eerst een tijd logeren bij mensen die hun tuin daarvoor beschikbaar stellen. Ank Naeije gaat eerst grondig onderzoeken of de tuin wel goed afgesloten is voordat de egel wordt overgebracht. Die krijgt trouwens een slaaphuis en een eethuis in bruikleen. "Maar egels zoeken ook wel zelf een plek in de tuin. Af en toe word ik door mensen helemaal in paniek gebeld omdat de egel zoek is. Ik weet dat het niet zo kan zijn, maar vaak gaan we toch zoeken. Dat heeft niet zo veel zin, want ze kunnen zich goed verstoppen zodat je er vlak langs kunt lopen zonder ze te zien. In het slechtste geval is hij overleden en al grotendeels verteerd, wat heel snel gaat, maar meestal laat hij zich in het voorjaar vrolijk weer zien."

Bob Molenaar

meer artikelen over het haags milieucentrum en aangesloten organisaties

 

 

 

Rookgasafvoeren zijn vogelverstikkers

Heeft u een gesloten verwarmingstoestel met rookgasafvoer via de gevel, bijvoorbeeld een combiketel? Dan is het niet denkbeeldig dat vogels in die gevelopening een nest hebben gebouwd. De Haagse Vogelbescherming werd onlangs benaderd door een verwarmingsmonteur die in zulke openingen met grote regelmaat nestjes vol dode jonge vogels aantreft. Het gaat vooral om mussen, spreeuwen, kool- en pimpelmezen, die door de rookgassen akelig aan hun eind zijn gekomen. De monteur pleit ervoor om vóór het broedseizoen deze openingen af te dekken met gaas of een roostertje. Als de pijp uitsteekt kan er gemakkelijk een oude panty omheen worden geknoopt. De rookgasafvoer loopt zo geen enkel gevaar en u kunt vele vogellevens sparen.

meer artikelen over het haags milieucentrum en aangesloten organisaties

 

 

 

BONTEBAL SLOOP

'Each man kills the thing he loves' schreef Oscar Wilde in zijn Ballad of Reading Gaol. De Duitsers zeggen: 'Was sich liebt, das neckt sich.' Dat klinkt meteen al een stuk grimmiger. De Fransen zullen een soortgelijke uitdrukking hebben, maar die ken ik niet en bovendien is dit geen taalcursus.

Dat de mens om zeep helpt waar hij van houdt is bekend. Lopen zo niet veel liefdesrelaties op de klippen? Het is allemaal erg genoeg, de mens is soms een macaber wezen, maar hoe gaat hij om met de dingen waarvan hij niet houdt?
Op dinsdag 4 mei was het dodenherdenking. We herdachten de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, zij die vielen in het westen en in het oosten. In de nacht van 4 op 5 mei is een onverlaat met een zaag de Japanse Tuin binnengedrongen. Er zal geen lezer van dit blad zijn die de Tuin niet kent, maar ten overvloede vermeld ik nog maar even dat hij ligt in een hoekje van Clingendael. Dus het is een onderdeel van het groengebied dat ik vorig maal in mijn column aanhaalde.

Van alle parken in Den Haag is de Japanse Tuin wel de allermooiste. Hij stamt uit 1900. Zes weken per jaar is hij geopend, van eind april tot half juni. Je geduld wordt dan ook wel beloond: tegen de vijftig soorten bladmossen, een Chinese jeneverbes, Japanse esdoorns en vooral veel bloeiende azalea's. Wat een kleuren, buurvrouw, wat een pracht.
De tuin is gebaseerd op de Japanse theetuin. Een bruggetje is versierd met heilige lotusbloemen, het water symboliseert het leven en de stenen erin de hindernissen in het leven. Een eilandje verbeeldt de schildpad, symbool van de onsterfelijkheid. Het zijn weetjes die ik ooit in een folder heb gelezen, ik ben te weinig zweverig om er zelf op te komen.

De sloper heeft aardig huisgehouden in de Tuin. Onder andere de jeneverbes die over het water hing is omgezaagd. De vraag rijst dan bij mij: heeft het een met het ander te maken. Is de Japanse Tuin onder handen genomen, omdat de Japanners de zeer foute partij waren tijdens de oorlog in het oosten? Het zou niet ondenkbaar zijn, hoewel ik niemand die zelf in het Jappenkamp heeft gezeten nog in staat acht het vonnis te voltrekken. Die mensen zijn inmiddels te oud of dood.
Misschien is de dader inmiddels gepakt op het moment dat deze Branding uitkomt. Ik geloof er niet echt in. De hooligan die enkele jaren geleden nogal wat bomen in de Scheveningse Bosjes heeft verrinneweerd is immers ook nooit gepakt?

Mensen gaan slordig met elkaar en met de natuur om. Wat ze elkaar onderling aandoen is mijn zaak niet, maar de natuur gaat me aan het hart. Incidenten bij mij in de buurt de laatste tijd? De bomen in de tuin van de Blauwe Aanslag, prachtige robinia's die ik zelf nog had gekocht, zijn meteen bij de ontruiming tegen de vlakte gegaan. Zonder vergunning, maar die werd enkele dagen later alsnog verleend. Bij mij in de straat wordt gebouwd. Bij de aanvoer van bouwketen, porto-cabins, zijn de bomen in de straat ernstig beschadigd: ook weer robinia's.

En dan nog de kleine en grotere kinderen in de buurt. Ik zie ze, zonder dat ze erbij lijken na te denken, in het voorbijgaan hele plukken uit mijn sneeuwbes en mijn kornoelje rukken. Geen moedwillige vernieling, maar een gedachteloos gebaar. Ik heb me aangeleerd me daar maar niet druk meer om te maken.

Adriaan Bontebal
http://users.bart.nl/~bontebal

meer brandingcolumns van Bontebal

 

 

KLIK HIER voor het Brandingarchief

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.