|
Nummer 10 juni/juli 2003
Het kan nog veel beter
Haags duurzaamheidsbeleid onder externe loep
...meer
Milieuveiligheid vanuit Den Haag gemonitord
Het Institute for Environmental Security opent
zijn deuren ...meer
Het Milieucentrum Amsterdam:
een vijftienjarige luis in de pels ...meer
Met duurzaam scoort Den Haag zeker
Much ado about soccer ...meer
Op de fiets en in de Groene Mal in Tilburg
speurtocht naar duurzaamheid bij de buren
...meer
Ypenburgse cultuurhistorie in de verdrukking
Ypenburg verdient beter ...meer
Bruiner in zee dan op het strand?
Zwemmen in vervuild zeewater ...meer
Denk mee over de Vlietzone ...meer
Biesieklette waakt al twintig jaar over
uw eigendommen ...meer
Aandacht voor de fiets op diverse niveaus
Plannen voor de fiets ...meer
GROEN
forum
Wandelen of fietsen?
Over fietspad 10 ...meer
Op weg naar een duurzaam stadsdeelkantoor
Den Haag wil in 2006 CO2-neutraal
zijn ...meer
Groene Speurgids en Speurkaart Haaglanden
Oude en nieuwe verbindingen voor landschap
en natuur ...meer
Ook op Hollands Spoor OV-fietsen te huur ...meer
Veilig naar school
Auto vs. fiets ...meer
Duurzaam en plezierig wonen in Leyenburg ...meer
De pad: slachtoffer van het geslachtsverkeer ...meer
BONTEBAL
DRUK DRUK DRUK ...meer
Het kan nog veel
beter
Haags duurzaamheidsbeleid onder externe loep
Vroeger was de maatschappij lekker simpel: het bestuur bestuurde,
zonder al teveel externe inmenging, en bedrijven beconcurreerden
elkaar op leven en dood - of deden tenminste alsof. Maar ook de
publieke sector is steeds meer de tucht van de markt gaan voelen.
Overheidstaken werden geprivatiseerd of de ambtelijke uitvoerders
moesten ze veel efficiënter gaan verrichten. Om hun prestaties
te meten raakten verschillende instrumenten in zwang, zoals benchmarking
en peer reviews. Benchmarking wil ongeveer zeggen: Jantje doet het
beter dan Pietje, dus als Pietje niet snel maatregelen neemt, dan
heeft hij een probleem. Met een peer review wordt bedoeld dat collegabestuurders
tips geven hoe je het beter kunt doen. In oktober vorig jaar werd
Den Haag onderworpen aan zo'n peer review, waarvan op 20 mei jl.
de resultaten werden bekendgemaakt.
Een gemêleerd gezelschap uit vijf van de negen Euro-pese
steden (Wenen, Venetië, Birmingham, Leipzig, Nottingham, Den
Haag, Newcastle, Malmö en Tampere) die zijn aangesloten bij
de Peer Review for European Sustainable Urban Development, (PreSud),
onderzocht collegiaal maar ook kritisch hoe Den Haag scoorde op
dertien thema's. Deze varieerden van de democratische betrokkenheid
van de samenleving via zaken als milieu- en economische integratie
tot vraagstukken als luchtkwaliteit, water, afval, energie en regionale
samenwerking. Het Haagse gemeentebestuur mocht zelf aangeven hoe
het presteerde op deze gebieden, maar ook vertegenwoordigers van
het bedrijfsleven, van bewonersorganisaties en van de natuur- en
milieubeweging werden uitgenodigd te zeggen wat ze ervan vonden.
Dit scala aan feiten en meningen werd door de reviewers verwerkt
en als we hun conclusies met betrekking tot het Haagse duurzaamheidsbeleid
heel kort samenvatten, dan moet dit als volgt luiden: het is allemaal
best aardig, maar het kan nog véél beter.
Voorop staat dat de benoeming van een aparte wethouder Duurzaamheid
(in de persoon van Ries Smits) door de geïnterviewden en de
reviewers met instemming is begroet. Deze benoeming wijst erop dat
de ge-meente duurzaamheid serieuzer neemt dan voorheen het geval
was. En ook de instelling van een Stuurgroep Duurzaamheid (waarover
wij in de vorige Branding berichtten) is, zo constateren de reviewers,
een goede zaak. Dit kan er namelijk voor zorgen dat duurzaamheid
breed gedragen gaat worden. Zoals het nu is lijken de verschillende
gemeentelijke afdelingen weinig over duurzaamheid te communiceren.
Dit wreekt zich vooral bij de planning van issues die van invloed
zijn op de luchtkwaliteit en het geluid. Consultatie vindt nogal
eens plaats nadat het punt waarop nog correcties mogelijk waren,
al gepasseerd is.
De buitenlandse bezoekers hechten er ook bijzonder veel waarde
aan dat het duurzaamheidsbeleid nauw wordt verweven met het sociaal-economische
beleid. Het evenwicht tussen deze beleidsterreinen zou ook duidelijker
moeten worden aangegeven, om beleidsontwikkeling van meet af aan
een duurzamer karakter te geven. Een aar-dige suggestie is om beleidsambtenaren
vaker 'de straat op' te sturen, zodat ze kunnen zien hoe hun beleid
in de praktijk uitpakt. Dit bevordert de communicatie en het wederzijds
begrip tussen beleidsambtenaren en burgers.
CO2-neutrale stad
Dat Den Haag het goed bedoelt, blijkt duidelijk uit plannen als
het Milieubeleidsplan, het Waterplan, het Verkeersplan en het Beleidsplan
Groene Ruimte. Maar als Den Haag werkelijk in 2006 een CO2-neutrale
stad wil zijn en wil voldoen aan Europese richtlijnen is méér
nodig. Dan zouden in het uitvoeringsplan van het Milieubeleidsplan
duidelijke doelstellingen moeten worden opgenomen, evenals een ondubbelzinnige
aanwijzing van verantwoordelijkheden voor het behalen daarvan. Zonodig
zouden ambtenaren zelfs een 'duurzaamheidstraining' moeten kunnen
krijgen.
De belangrijkste bron van luchtvervuiling en een belangrijke bron
van geluidshinder in Den Haag is het verkeer. Op diverse plekken
worden grenswaarden zelfs overschreden. De reviewers misten echter
in het Verkeersplan doelstellingen voor het beïnvloeden van
de modal split: het omslagpunt waar mensen uit de auto stappen en
in het openbaar vervoer of op de fiets. Ook meetbare doelstellingen
voor het ontmoedigen van het autogebruik in de stad worden node
gemist. De gemeente lijkt niet goed te weten wat ze moet en kan
doen om de luchtkwaliteit op korte termijn te verbeteren - iets
dat Europese wetgeving haar wel opdraagt te doen. Ze zou hiervoor
te rade moeten gaan bij wetenschappers en bij andere gemeenten.
Het Waterplan dwingt bij de onderzoekers bewondering af vanwege
de integrale visie die eraan ten grondslag ligt, de actieve betrokkenheid
van de burgerij en het ambitieniveau. Niettemin zou de gemeente
in de volgende fase van het plan uitdagender doelstellingen kunnen
opnemen, vooral waar het gaat om de zuurstofniveaus van het water.
Die moeten meer in overeenstemming worden gebracht met de inhoud
van Europese richtlijnen.
In het algemeen valt het de reviewers op dat alle beleidsplannen
een systeem voor het evalueren van de gestelde doelen missen.
Hierboven noemden we al even de betrokkenheid van de burger. De
reviewers prijzen de gemeentelijke inspanningen om de Hagenaar bij
het planningsproces te betrekken. Zo worden er bijeenkomsten georganiseerd
voor bewoners en gebruikers (van bijvoorbeeld parken) en maakt de
gemeente intensief gebruik van internet om respons uit te lokken.
Ook hier is echter weer sprake van een maar: nogal wat organisaties
vinden dat ze pas in een te laat stadium bij de besluitvorming betrokken
worden en dat het niet altijd duidelijk is wat er met hun inbreng
gebeurt. De reviewers bepleiten dat de gemeente de lijn van het
BORO-project - een voorbeeld van goede samenwerking tussen de gemeente
en het wijkcomité in Rustenburg-Oostbroek - voortzet en breed
toepast.
Concessies
Uiteraard zijn niet alleen de contacten met bewoners/gebruikers
van belang. Ook ondernemers moeten betrokken worden bij het duurzaamheidsbeleid,
en de gemeente doet dit dan ook voortvarend. Vooral de ontwikkelingsmaatschappij
Om Den Haag vervult hierbij een belangrijke rol. Maar ook hier willen
de reviewers net weer een tandje verder: waarom heeft Den Haag geen
gecentraliseerd systeem waarin alle informatie ter ondersteuning
van duurzaam ondernemerschap is samengevoegd? Waarom begint de stad
geen bewustwordingscentrum voor duurzaam ondernemerschap?
Het rapport gaat ook in op de verschillende invloeden die uiteenlopende
economische activiteiten op het milieu kunnen hebben. Dat Den Haag
die verschillen in kaart brengt en er rekening mee wil houden, mag
er echter niet toe leiden dat dit de sterke ambitie verzwakt om
in de hele stad het milieu, de gezondheid en de veiligheid te verbeteren.
In een reactie gaf duurzaamheidswethouder Smits aan wat teleurgesteld
te zijn. Hij had verwacht dat zijn stad beter uit de bus zou komen.
Den Haag blijkt uitstekend te zijn in het maken van plannen, maar
de uitvoering stagneert nogal eens. Smits gaf aan de uikomsten van
het rapport zeer serieus te nemen en vertelde dat bijna de helft
van de 52 aanbevelingen zal worden uitgevoerd. Een aantal was volgens
de wethouder al achterhaald toen ze gedaan werden. Meer hierover
kunt u lezen op onze website, www.haagsmilieucentrum.nl,
onder Laatste nieuws.
Bob Molenaar
meer
artikelen over algemeen milieubeleid
Milieuveiligheid vanuit Den Haag
gemonitord
Het Institute for Environmental Security opent zijn deuren
Het Joegoslaviëtribunaal, het Internationaal Gerechtshof,
het Permanente Hof van Arbitrage, Eurojust, de OPCW; binnen een
paar jaar ook het Internationaal Strafhof
. Den Haag mag zich
beroemen op de aanwezigheid van een fors aantal internationale juridische
organisaties.
Binnenkort wordt het Institute for Environmental Security aan die
palmares toegevoegd. Dat betekent dat voortaan ook de naleving van
regels op het gebied van het internationale milieurecht vanuit de
hofstad bewaakt kan gaan worden. En niet vanaf de minste locatie:
de organisatie betrekt een fraai pand aan de Anna Paulownastraat,
pal tegenover het Vredespaleis.
De reden voor oprichting van het instituut (met de website www.envirosecurity.org)
is dat de voortgaande afbraak van het wereldwijde milieu door klimaatverstoring,
waterschaarste, erosie van vruchtbare grond en verlies van voor
de mens belangrijke planten- en diersoorten kan leiden tot maatschappelijke
ontwrichting en gewelddadige conflicten. Een notie die indertijd
gedeeld werd door bijvoorbeeld de regering van president Clinton,
die jaarlijks anderhalf procent van de defensiebegroting reserveerde
voor programma's op het gebied van milieuveiligheid. De huidige
regering van de VS heeft echter andere prioriteiten.
Horizon 21
Het Institute for Environmental Security wil eraan bijdragen dergelijke
conflicten te voorkomen. Dit gaat ze doen door beleidsmakers duidelijk
te maken dat de functies van het milieu die van levensbelang zijn
voor mens en natuur moeten worden behouden en, waar nodig en mogelijk,
hersteld. Het werkprogramma van het instituut, genaamd Horizon 21,
spitst zich toe op vier terreinen: diplomatiek, juridisch, financieel
en educatief. Essentieel is dat situaties met ecologische veiligheidsrisico's
in kaart worden gebracht en voor beleidsmakers toegankelijk worden
gemaakt. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de techniek van remote
sensing.
Secretaris/penningmeester Ron Kingham legt uit dat Nederlandse wetenschappers
- met name aan de Universiteit van Wageningen - op dit gebied toonaangevend
zijn. Ze hebben software ontwikkeld waarmee satellietbeelden en
beelden van vliegtuigradars kunnen worden gebruikt om milieuproblemen
in kaart te brengen (zoals momenteel gebeurt in Indonesië,
in samenwerking met de Indonesische regering). Voor zover dergelijke
informatie op dit moment al beschikbaar is, is dat meestal op een
statische manier. Er kunnen geen veranderingen mee worden weergegeven.
Het Institute for Environmental Security streeft er echter naar
dat deze gegevens via een portalsite op internet zowel voor regeringen
als voor wetenschappers 'near realtime' beschikbaar zijn. Vervolgens
kan bekeken worden hoe deze milieuproblemen aangepakt kunnen worden,
hetzij politiek, hetzij juridisch, hetzij langs sociaal-economische
weg of, nog beter, op een wijze die deze benaderingen integreert.
Plannen
Het instituut heeft nog andere plannen: bijvoorbeeld om in Den Haag
een internationaal programma op te zetten om de kennis van rechters
op de terreinen van milieurecht en
-management te vergroten. Ook wil het starten met eco insurance:
een financieel mechanisme om milieurisico's af te dekken.
Het plan is om al deze zaken aan de orde te stellen op een internationale
conferentie in Den Haag - gedacht wordt aan begin 2004 - met de
topmensen op deze gebieden en op interactieve wijze, d.w.z. in contact
met vertegenwoordigers van ecologische veiligheids-situaties ter
plekke.
Het Institute for Environmental Security wordt financieel gesteund
door onder meer het ministerie van VROM. Buitenlandse Zaken heeft
de Kamer al laten weten in principe bereid te zijn het instituut
te ondersteunen en de Gemeente Den Haag, die het graag ziet komen,
is op allerlei wijzen uitermate behulpzaam. Het Haags Milieucentrum
voegt daaraan bij deze zijn morele steun toe.
Bob Molenaar
meer
artikelen over algemeen milieubeleid
Het Milieucentrum Amsterdam:
een vijftienjarige luis in de pels
"Je kunt beter één medewerker bij een milieuorganisatie
financieren dan tien bij de overheid". Hans van der Vlist,
Directeur-Generaal Milieu bij het ministerie van VROM, herhaalde
deze ooit door hem geponeerde stelling op het drukbezochte symposium
dat op 22 april plaatsvond ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan
van het Milieucentrum Amsterdam. Hoofdthema was de onafhankelijkheid
van organisaties die de overheid kritisch volgen, maar tegelijk
van diezelfde overheid (financieel) afhankelijk zijn. Van der Vlist
beschouwt subsidiëring van dergelijke organisaties als een
goede investering: "Democratische besluitvorming is in hoge
mate gediend met goede kwaliteit van de informatie. Daarvoor heb
je onafhankelijke, kritische organisaties nodig". En aangezien
ze geen instrumenten van de overheid zijn "moet je niet klagen
als deze organisaties zich inderdaad keren tegen een nieuw gemeenteplan
en daar flink mee uitpakken."
Milieudefensiedirecteur (en Amsterdams gemeenteraadslid) Vera Dalm
onderschreef dit standpunt volledig. De expertise op het Milieucentrum
en de aangesloten groepen is van belang om de gemeenteraad op de
juiste koers te houden, was haar ervaring. "Juist natuur en
milieu verdienen onze zorg, want dat levert ons in de toekomst heel
veel op. Als je naar de langetermijneffecten kijkt is het dus heel
goedkoop om milieuclubs te subsidiëren."
Over het maatschappelijk draagvlak maakt oud-milieuwethouder Ruud
Grondel (GroenLinks) zich weinig zorgen, getuige zijn kritiek op
de stelling dat milieu 'uit' is. "Onzin. Het wóórd
is uit. Maar heb je 't bijvoorbeeld over veiligheid en gezondheidsrisico's,
dan is daarvoor juist heel veel aandacht. Die leefbaarheidsaspecten
van milieu zijn ontzettend in!"
Het Milieucentrum Amsterdam is gevestigd aan de Plantage Middenlaan
2-G en heeft een fraaie website: www.milieucentrumamsterdam.nl
meer artikelen
over milieuorganisaties
Met duurzaam scoort Den Haag zeker
Much ado about soccer
Profvoetballers bij ADO verdienen niet onaardig. Toch moet hun
salaris misschien worden aangevuld met een post gevarengeld. Want
als ze in het nieuwe stadion nabij het Prins Clausplein gaan spelen
lopen ze aanzienlijke gezondheidsrisico's. De goede bereikbaarheid
per auto zou het stadion wel eens fataal kunnen worden. En er kleven
méér bezwaren aan.
De gemeenteraad heeft gesproken: er zal 33,5 miljoen euro van de
Haagse begroting worden gespendeerd aan een nieuw stadion voor de
lokale trots ADO. Het zal worden gebouwd in de oksel van het Prins
Claus-plein, waar het verkeer op de snelwegen A4 en A12 zijn pirouettes
draait.
Als de meerderheid van de raad ervoor kiest om zoveel geld in deze
jongensdroom te steken, zorg er dan wel voor dat je op duurzaamheid
scoort! Niet voor niets stelt het Haagse Milieubeleidsplan een CO2-neutrale
stad in het vooruitzicht. En dat er tal van mogelijkheden zijn,
is gebleken in Sydney. Voor de Olympische Spelen aldaar heeft Greenpeace
een totaalpakket ontworpen, dat ook grotendeels is gerealiseerd.
Uit de woorden van wethouder Wilbert Stolte in de gecombineerde
commissievergadering van eind april klonk niet al teveel ambitie
door als het om duurzaamheid gaat. De wethouder sportzaken noemde
de mogelijkheid van een EnergiePrestatieNorm en van gerecyclede
stoeltjes. Eerder kwam al de mogelijkheid van grijswater ter sprake.
Toch blijft het marginaal. Stolte gaf aan dat de gemeente zelf geen
opdrachtgever voor de bouw van het stadion is, en dat zijn mogelijkheden
dus beperkt zijn. Dat is formeel waar, maar materieel verstrekt
de gemeente een hoop geld voor de bouw. En als ze dat wil kan ze
daarmee natuurlijk haar duur-zaamheidsambities als randvoorwaarde
in de uitwerking van het bouwplan stellen.
Eisenpakket
En die ambities zijn - of althans wáren - er wel degelijk.
Vanuit de gemeente was er een heel pakket aan duurzaamheideisen
gesteld, waarmee de architecten en bouwers nauwelijks wat gedaan
hebben. Iets dat het college heeft geaccepteerd omdat het erg gecharmeerd
was van het winnende ontwerp. De bijzaken (zo wordt het milieu kennelijk
ervaren nu het puntje bij het paaltje komt) zijn daaraan ondergeschikt
gemaakt. Het Haags Milieucentrum (HMC) vindt dat de gemeenteraad
dit niet mag accepteren.
We noemden al even de gezondheidsrisi-co's voor de balartiesten
die in het nieuwe stadion gaan optreden. Deze worden veroorzaakt
door de slechte luchtkwaliteit als gevolg van de ligging vlakbij
twee snelwegen. De Europese normen worden overschreden. Amateursporters
kunnen vanwege die slechte luchtkwaliteit niet in het stadion terecht.
Maar voor profvoetballers gelden andere regels, want zij zijn werknemers
De bereikbaarheid van het stadion per openbaar vervoer en fiets
is voor het HMC een centraal punt. Op zich zou deze locatie in de
oksel van verkeersriolen acceptabel zijn als er een enorme sprong
voorwaarts geboekt zou kunnen worden in de bereikbaar per openbaar
vervoer. Maar de afstanden tot het nieuwe NS-station en de nieuwe
tramhalte (als die tram er komt) zijn veel te groot: één
kilometer, dat is 10 minuten stevig doorlopen. Los van het veiligheidsaspect
- de politie zal dit ook wel als een recept voor ellende beschouwen
- zijn deze afstanden onaanvaardbaar.
De openbaarvervoerhaltes en het stadion moeten dus op de een of
andere manier dichter bij elkaar worden gesitueerd. Anders moet
de conclusie luiden dat op dit centrale punt de locatie niet geschikt
is en kan ADO beter blijven spelen waar ze nu doet - in een opgeknapt
stadion.
De parkeermogelijkheden voor het privévervoer zijn prima
geregeld. Voor auto's is er een ruime parkeerplaats. Maar waarom
is deze gelijkvloers, wat een enorme ruimteverspilling met zich
meebrengt? Voor de fiets wordt er een forse inpandige fietsenstalling
gebouwd.
Fietsende supporters
Maar over hoe fietsers het stadion moeten bereiken, maken we ons
zorgen. Zoals bekend heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg bezwaren
tegen de fietsroute door de winkelstraat. Het normale fietsverkeer
richting Oud-Voorburg op het huidige fietspad zal hinder ondervinden
van de supportersbussen die over het verdiepte fietspad moeten.
Zowel het gemeentelijke Meerjarenprogramma Fiets als het regionale
fietspadenplan van Haaglanden voorziet in een nieuwe route onder
het Prins Clausplein door en in een nieuwe fietsbrug over de Vliet
bij Hofwijk. Gezien de voorgeschiedenis vrezen we echter dat met
name die laatste er nog niet zal zijn tegen de tijd dat het stadion
er ligt. Mede gezien de overlast die gemeente Leidschendam-Voorburg
vreest zou een bijdrage van deze gemeente redelijk zijn.
Het is te hopen dat de KNVB of het bevoegd gezag nooit zullen besluiten
om niet op zaterdag of zondag te spelen. Anders gaat het hele verhaal
over de goede bereikbaarheid per auto niet meer op, en zou de bereikbaarheid
per openbaar vervoer en fiets wel eens een reddingsplan kunnen zijn
voor de verkeersellende die we dan kunnen verwachten.
Tom Pitstra,
Haags Milieucentrum
Het HMC heeft bij de gemeenteraad gelobbyd om het ADO-stadion
duurzamer te laten maken. Op 15 mei debatteerde de raad over het
nieuwe stadion. Van de tientallen moties over allerlei hoofd- en
bijzaken ging er opvallend genoeg geen enkele over de duurzaamheid,
terwijl uit het debat bleek dat een meerderheid er waarschijnlijk
wel vóór zou stemmen. Wel stelden diverse fracties
het thema aan de orde en op het laatste moment had wethouder Stolte
in een brief aan de raad geschreven, dat er extra aandacht aan de
duurzaamheid van het stadion zou worden besteed. Met deze kleine
en wat vage stapjes vooruit nam de raad genoegen.
Merkwaardig was dat enkele partijen die principieel tegen de
nieuwe locatie zijn, om die reden geen motie wilden indienen om
de duurzaamheid te bevorderen. Alsof ze dan opeens vóór
het voorstel moesten stemmen als de motie zou worden aangenomen.
Zo zet je jezelf aardig buitenspel. Ook al ben je in hoofdlijnen
tegen een voorstel, je kunt altijd proberen zo'n voorstel waar je
tegen stemt te verbeteren.
Er is nu afgesproken dat de gemeente serieus bekijkt of gelden
die de Haagse bevolking via de energierekening heeft opgebracht
en die nog steeds in de portemonnee van ENECO zitten, voor een energiezuiniger
stadion kunnen worden aangewend.
Door onze inzet zijn stapjes vooruit gezet en is de discussie over
de luchtkwaliteit indringend gevoerd. Wij wachten nu even af wat
dit oplevert, want er bestaan nog tal van kansen om duurzame maatregelen
te nemen. Niettemin: dat duurzaamheideisen niet vanaf het begin
een belangrijke rol hebben gespeeld is op zijn minst een gemiste
kans.
meer artikelen
over ruimtelijke ordening en duurzaam bouwen
Op de fiets en in de Groene Mal
in Tilburg
In het kader van onze speurtocht naar duurzaamheid bij de buren
nemen we deze keer een kijkje in Tilburg: een van de eerste steden
die voor fietsers een 'rode loper' uitrolden. Het is ook de stad
van Johan Stekelenburg, van Ivo de Wijs, van de grootste kermis
van Nederland, van een van de meest milieuvriendelijke publieksfestivals
en van een heel succesvol milieucafé. Tilburg profileert
zich graag als moderne industriestad en tegenwoordig ook als gemeente
waarbij de natuur het sturend element is voor stedelijke ontwikkeling.
Want Tilburg heeft een Groene Mal.
Tilburg gaf halverwege de jaren zeventig voorrang aan de fiets.
Met veel bombarie werd er een vrijliggend fietspad dwars door de
stad aangelegd. Tilburg was daarmee, evenals Den Haag, een trendsetter.
"Het was een experiment en heel mooi voor die tijd, zonder
obstakels als drempels en lastige kruisingen", aldus Theo Smeele
van de Fietsersbond Midden-Brabant en zelf Tilburger. "Maar
de laatste jaren is er weinig vernieuwing. Er is niet veel enthousiasme
vanuit de gemeente voor het fietsbeleid. Het huidige fietsplan is
van '90-'91 en zou in 2000 vervangen worden, maar dat is nog steeds
niet gebeurd. Het onderhoud van de fietspaden in de binnenstad is
ronduit slecht. De fiets heeft in deze tijd geen voorrang. Wij merken
dat veel bewoners geen vrijliggend fietspad meer voor de deur willen
hebben, ze vinden het gevaarlijk en ze hebben liever een parkeerplek
direct voor hun huis. Een deel van het fietspad van het eerste uur
ligt onder vuur. Het Pieter Vreedeplein, in het centrum, gaat op
de schop. Er komen woningen en winkels, bomen verdwijnen en de fietsers
moeten opschuiven. Het positieve van Tilburg is wel dat we een Fietsforum
hebben, waarin verschillende partijen, ook wij, participeren. Daarmee
proberen we een vuist te maken voor het fietsbeleid in de gemeente."
Tekortkomingen
Ook de fractie GroenLinks van de Til-burgse gemeenteraad is verre
van tevreden over het fietsbeleid en het ontbreken van een actueel
plan. Fractievoorzitter Anja van de Westelaken: "Wij zijn vorig
jaar met een werkgroep door Tilburg gefietst en hebben alle tekortkomingen
geïnventariseerd. Het onderhoud, de veiligheid en het comfort
laat te wensen over. Wij willen dat er een substantieel deel van
het budget naar het fietsbeleid gaat. Groen Links knokt voor goede
fietsvoorzieningen. Helaas is het in de raad moeilijk om daar een
meerderheid voor te krijgen. Maar dat is in andere steden hetzelfde."
"Op milieugebied scoort Tilburg niet beter of slechter dan
vergelijkbare steden als je puur op de cijfers afgaat," aldus
Michel Jehae, voorzitter van de Tilburgse Milieuwerkgroep WNM. "Tilburg
heeft dezelfde problemen als andere steden met bijvoorbeeld verkeersopstopping,
luchtverontreiniging en vervuiling. Het fietsgebruik is wel hoger.
Ook in de planvorming scoort Tilburg heel goed, bijvoorbeeld met
haar nieuwe Waterplan. Dat was genomineerd voor de prijs voor het
beste gemeentelijke waterplan door de Stichting Natuur en Milieu.
Maar het meest bijzondere natuur- en milieu-initiatief in Tilburg
van de afgelopen jaren is de Groene Mal."
De Groene Mal
De Groene Mal is een ecologische zone rond Tilburg die vrijgehouden
wordt voor de natuur en waar de natuur de ruimte krijgt. De Mal
is een aanvulling op de ecologische hoofdstructuur. De stadsuitbreiding
van Tilburg springt erover heen. Voor de Groene Mal is vorig jaar
een intentieovereenkomst getekend door de provincie, de gemeente,
het waterschap, de land- en tuinbouworganisatie ZLTO en natuur-
en milieuorganisaties. Daarin is vastgelegd hoe het groene gebied
rond Tilburg er in de toekomst, tot 2015, uit gaat zien, waar de
waardevolle elementen zich bevinden en hoe de betrokken partijen
de komende jaren omgaan met de verschillende bestemmingen en met
elkaar. En daarmee is de natuur het sturend element voor de stedelijke
ontwikkeling. "Het is heel belangrijk dat de Groene Mal en
de intentieovereenkomst er gekomen zijn", zegt Jehae. "Het
is zeker sturend voor de planvorming. En we hoeven nu niet meer
voor elke uitbreiding een rechtszaak aan te spannen en oorlog te
voeren. Dat scheelt heel veel energie. Zo is de rondweg rond Tilburg
voor de Groene Mal verlegd en daar was geld voor. Door de Groene
Mal is er anderhalf miljoen euro extra voor de natuur. Dat is hartstikke
veel winst. In de praktijk proberen ze wèl regelmatig wat
van de Groene Mal af te knabbelen voor andere bestemmingen
.
Het positieve van de Groene Mal is dat het plan van onderop ontwikkeld
is. Het laat zien dat je vanuit diverse organisaties op lokaal niveau
wél invloed kunt uitoefenen. Voor andere gemeenten is het
een inspirerend voorbeeld."
Korte lijnen
Inspirerend in Tilburg zijn ook het Festival Mundial en het Milieucafé.
Tilburg is al 15 jaar de thuisbasis van het Festival Mundial, een
groot publieksevenement met (wereld)muziek, mondiale informatie
en cultuur, dat wederzijds begrip en waardering voor andere culturen
wil bevorderen. Duurzame ontwikkeling is een van de onderwerpen
die er aan bod komen. Festival Mundial hanteert de statiegeldbeker,
waarmee de gebruikelijke afvalberg op festivals voorkomen wordt.
Dit jaar is het festival van 31 mei t/m 15 juni.
Het Milieucafé in Tilburg van de Milieu-werkgroep WNM bestaat
reeds 10 jaar en is een voorbeeld voor veel steden. "We hebben
gemiddeld 150 bezoekers vanuit 23 gemeenten en dat in een tijd dat
milieu niet zo hip is", vertelt Jehae. "In Tilburg zijn
veel goede initiatieven, ook vanuit het bedrijfsleven. Een van de
sponsors van het Milieucafé, een kleine ijzergieterij, heeft
al vele milieuprijzen gewonnen. Ik denk dat het geheim van Tilburg
het dorpse karakter is, er zijn hier korte lijnen, iedereen kent
elkaar."
Ook het Haagse gemeentebestuur wil dit jaar een kijkje in Tilburg
nemen. De datum is nog niet gepland, maar vaststaat dat het een
tweedaags werkbezoek wordt van een vertegenwoordiging van het College
en de Raad. Ze kunnen er vast wel inspiratie opdoen.
Lieneke Venhuis
Haags Milieucentrum
meer
artikelen over algemeen milieubeleid
Ypenburgse cultuurhistorie in
de verdrukking
Ypenburg, 10 mei, 13.00 uur. Een menigte van ruim 200 oud-strijders
en andere belangstellenden verzamelt zich bij het herdenkingsmonument
voor het voormalige stationsgebouw van Vliegveld Ypenburg. Ze herdenken
een bijzonder stukje geschiedenis.
Op 10 mei 1940 vochten het Nederlandse en het Duitse leger hier
namelijk de slag om Ypenburg uit. Met een snelle inname van Ypenburg
wilden de Duitsers voorkomen dat Koningin Wilhelmina met haar familie
via deze luchthaven het land zou verlaten. De slag bij Ypenburg
is een historisch zeer belangrijke uitzondering op de reeks Nederlandse
nederlagen in het eerste oorlogsjaar. Doordat de Duitsers daar verslagen
werden en hun opmars werd opgehouden, kregen de Oranjes de gelegenheid
om per boot naar Engeland te vluchten. Bij de slag sneuvelden 95
Nederlandse militairen.
Deze plek is ook nog doordrongen van een ander stukje geschiedenis,
namelijk die van de Nederlandse luchtvaart. Het stationsgebouw met
zijn prachtige verkeerstorentje is een kleinood van architectuur.
Het gebouw, in 1936 in gebruik genomen, werd ontworpen door Brinkman
en van der Vlugt, de architecten van de beroemde Van Nelle-fabriek
en het Feyenoordstadion. Het was bedoeld voor de kleine sportluchtvaart
en werd midden jaren vijftig overgenomen door de Koninklijke Luchtmacht.
Voor en na de oorlog stroomden duizenden mensen naar het vliegveld
om vanaf een tien meter brede dijk eromheen te genieten van vliegfeesten
en te zwaaien naar de piloten. Of men toog naar het vliegveld voor
een rondvlucht boven Den Haag en Scheveningen.
Tweehonderdduizend bezoekers bezochten in 1957 de Gouden Internationale
Luchtvaart-show Ypenburg (ILSY). Dit vliegfeest werd bijgewoond
door de voltallige Koninklijke familie en als nationaal gebeuren
rechtstreeks op de televisie uitgezonden. Ook stonden er duizenden
toeschouwers in de omliggende straten en weilanden en op de Hoornbrug
van deze show te genieten.
Maar dit alles kon niet verhinderen dat vliegveld Ypenburg in 1991
gesloten werd.
Eigen karakter
De bijzondere combinatie van een monument met een historisch gebouw
biedt natuurlijk een uitgelezen kans om een nieuwbouwwijk als Ypenburg
een eigen karakter te geven. Zo'n eigen karakter is van groot belang
voor de leefbaarheid van een nieuwe wijk. Dan gaat het om het uitbuiten
van alles wat in het gebied al (van nature) aanwezig is. Beeldbepalende
gebouwen, maar ook bijzonderheden van het landschap en de natuur,
zoals meertjes, dijken, waterlopen enzovoort. Deze elementen geven
speelsheid aan een wijk en doorbreken de eenvormigheid en massieve
uitstraling van nieuwbouw. Zij bieden ook coördinatiepunten
voor de bewoners en geven een wijk en zijn bewoners identiteit.
Deze manier van ontwerpen bevordert de hechting van bewoners aan
hun wijk, en daarmee hun betrokkenheid bij hun directe omgeving.
Het maakt een wijk leefbaarder en duurzamer en kan ervoor zorgen
dat die voor de generaties die nog komen aantrekkelijk blijft.
Het oude stationsgebouw, laag en langgerekt, ligt aan de rand van
Ypenburg. In de ontwerpopgave had het prachtige uitzicht op dit
gebouw met goede zichtlijnen vanuit de woningen vrijgelaten moeten
worden en de woningbouw had er direct op aan moeten sluiten. Dat
kon bijvoorbeeld met een ruim grasveld voor het gebouw, waarop de
bewoners ook hadden kunnen recreëren. Die kans is echter niet
ge-grepen bij het ontwerp van deze Vinexlocatie en dat is een enorme
misser.
Marginaal bestaan
Maar het kan nog erger. Sinds vorig jaar wordt het stationsgebouw
grotendeels aan het zicht vanuit de wijk onttrokken door een bedrijfsgebouw
dat er schuin voor staat. De bewoners werden (en worden) niet op
de hoogte gehouden van de plannen op dit bedrijventerrein, en waren
dus onaangenaam verrast toen de bouw begon. Nadat dit eerste bedrijfsgebouw
oprees, is er contact opgenomen met de gemeente Den Haag over verdere
bouwplannen, maar daar is nooit iets op teruggehoord. Een paar maanden
geleden werd gestart met de voorbereidingen voor een nieuw bedrijfsgebouw,
dat het zicht op historisch Ypenburg vrijwel geheel zal wegnemen.
Hierdoor wordt het mooie historische gebouw veroordeeld tot de vergetelheid
en een marginaal bestaan in een afgezonderd stukje van een groot
bedrijventerrein.
De vraag is dus gerechtvaardigd waarom de gemeente Rijswijk en
later Den Haag niet hebben ingegrepen toen het nog kon. We weten
bovendien dat de kantorenmarkt al geruime tijd aan het instorten
is. Overal in de buurt van Ypenburg staan duizenden vierkante meters
bedrijfsgebouw al lange tijd te huur. Men kan ze aan de straatstenen
niet kwijt. Ook het kantoor dat nu het zicht belemmert staat al
meer dan een jaar grotendeels leeg en dat steekt des te meer.
Dat is niet het enige. Ongeveer het meest schaarse goed dat we
in Nederland hebben is ruimte. De open, groene ruimte wordt in snel
tempo aangetast. Daarmee verdwijnen het landschappelijke karakter
van Nederland, de natuur en de soortenrijkdom, de mogelijkheden
voor waterberging, voor recreatie, en voor het genieten van rust
en ruimte. We zijn onszelf aan het inrijgen in een korset van asfalt
en beton, onder meer door de bouwdwang van grote ondernemingen die
alleen eurotekens in de ogen lijken te hebben.
Compacter bouwen
Ook op Ypenburg wordt dit schaarse goed op grove wijze verspild.
De kantoren en bedrijfspanden, zoals die van Van Gend en Loos, zijn
er bijzonder laag met veel ruimte eromheen. En dat in een tijd waarin
tientallen nota's verschijnen en congressen worden gehouden over
manieren om ruimte te sparen en open te laten. Van dubbel ruimtegebruik,
het verweven van functies, compacter bouwen met verdichting in woongebieden
en tegelijkertijd een kwaliteitsimpuls voor de stad lijken de bouwers
op Ypenburg nog nooit gehoord te hebben.
Hetzelfde geldt voor de situering van het bedrijventerrein langs
de A4. Inmiddels is het gemeengoed om direct langs een snelweg juist
hoge bedrijfspanden op te trekken die tevens dienst doen als geluidsscherm
voor de woningen. Zo niet op Ypenburg. Wordt het niet eens tijd
voor een goed gesprek tussen de gemeente Den Haag en het industrieschap
Plaspoelpolder (waar de gemeente Den Haag overigens zelf in zit),
dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein?
Dit om te voorkomen dat op de rest van het nu nog open terrein voor
de leegstand gebouwd wordt en het zicht en de leefbaarheid van bewoond
Ypenburg nog verder worden aangetast.
Wat er, om maar iets te noemen, nog mogelijk is, is een mooie route
vanuit het woongedeelte naar het oude stationsgebouw, uitmondend
in een parkje met groot grasveld rond het gebouw. Met bijvoorbeeld
van die prachtige snelgroeiende Italiaanse populieren langs de weg.
Breng er ook wat water in, een plek om te skeeleren en wat speelwerktuigen.
Zo kan er recreatief leven vanuit de wijk naar deze plek getrokken
worden. Een plek die dit meer dan verdient. Een gemiste kans zal
het echter altijd blijven, want terugdraaien en opnieuw beginnen
kan niet meer.
Frans van der Steen
Met dank aan de heren Van Mil en Doorduin van de Stichting Historisch
Ypenburg en de bewonersorganisatie voor hun informatie.
meer artikelen
over ruimtelijke ordening
Bruiner in zee dan op het strand?
Zwemmen in vervuild zeewater
De ANWB, die zich niet alleen bekommert om het wel en wee van
de automobilist maar ook om dat van de recreant, luidde in februari
de noodklok over de kwaliteit van het zeewater. De Blauwe Vlag van
de Foundation for Environmental Education mag dit jaar nergens langs
de Hollandse kust wapperen, omdat het zwemwater teveel bacteriën
van uitwerpselen bevat.
De ANWB wees de 150.000 Nederlandse riooloverstorten als boosdoener
aan. Bij hevige regenval kan het rioolstelsel de waterafvoer niet
aan. Riooloverstorten werken dan als noodventielen, waardoor de
riolering overstroomt in het oppervlaktewater. Via sloten, kanalen
en rivieren komt dit water vervolgens in zee terecht. Een verschijnsel
dat zich, als maatregelen uitblijven, in de toekomst vaker zal voordoen.
De klimaatverandering door de opwarming van de aarde leidt immers
tot een toename van de hoeveelheid neerslag.
Zwemwaterrichtlijn
Over de vraag of de lozingen op het oppervlaktewater tot gezondheidsschade
kunnen leiden, zijn de deskundigen het onderling oneens. Het ministerie
van Ver-keer en Waterstaat wijst erop dat de absolute grenswaarden
in de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater niet overschreden worden.
Maar bij de toetsing aan die grenswaarden wordt gebruikgemaakt van
een gemiddelde van elf metingen, terwijl voor de Europese Zwemwaterrichtlijn
ook wordt gemeten tijdens extreem zware regenval.
Onderzoeker Ingeborg Weltevrede van de provincie Zuid-Holland heeft
nog nooit gehoord dat mensen ziek zijn geworden van het zwemmen
in zee. Ondanks dat met huisartsen goede afspraken zijn gemaakt
om alle ziekteverschijnselen die hiermee te maken kunnen hebben,
altijd te melden. Blijkbaar raken de verontreinigingen snel verdund
of worden ze afgebroken.
De Stichting Noordzee en andere milieuorganisaties zien het als
een probleem dat de huidige meetpunten te ver liggen van de plaats
waar geloosd wordt. Ook is er nog onvoldoende informatie beschikbaar
over de invloed van de overstorten op de (zwem-)waterkwaliteit.
De Raad van State stelde de organisaties op 23 januari 2002 in het
gelijk met deze opvatting. Als in de toekomst de meetverplichtingen
beter worden uitgevoerd, kan op grond van de resultaten worden bezien
of de overstorten een onaanvaardbaar effect hebben op de (zwem-)
waterkwaliteit. Als dat zo is kunnen aan de vergunningen voor de
riooloverstort aanvullende voorschriften en beperkingen worden gesteld
of kan de vergunning zelfs worden ingetrokken.
Bruine vlag
Voor Prof. François Clemens, hoogleraar Riolering aan de
Technische Universiteit Delft, is de hele ophef rond de overstort
van rioolwater in zee maar overdreven. In de Middellandse Zee, een
populaire vakantiebestemming, wordt al eeuwenlang rioolwater ongezuiverd
geloosd! Het gemengde stelsel in Nederland - dat huishoudelijk afvalwater
en regenwater keurig gezamenlijk afvoert - functioneert prima. En
gemeenten werken hard om het verder te verbeteren. Tussen 1995 en
2006 investeerden ze maar liefst 2,5 miljard euro in maatregelen
om de vervuiling door riooloverstorten te halveren. Clemens suggereert
om bij zware regenval, wanneer overstorten in werking komen, te
waarschuwen voor zwemmen in zee: "Hijs bijvoorbeeld een bruine
vlag."
Ook in Den Haag wordt gewerkt aan verbetering van de afvoer van
afvalstoffen. Zo zijn dankzij leefbaarheidswethouder Stolte deze
zomer voor het eerst de strandtenten op 'het stille strand' - achter
de Vogelwijk - op het riool aangesloten. En ook wordt er hard gewerkt
aan uitbreiding van de waterzuiveringscapaciteit. Want dit laatste
is nu juist de grote bottleneck. Volgens de Stichting RIONED, kenniscentrum
voor rioolzorg, is de invloed van de riooloverstorten op de kwaliteit
van het zeewater geringer dan mest uit de landbouw, uitwerpselen
van de badgasten zelf en de zuiveringsinstallatie in Den Haag. De
rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Houtrust - die rechtstreeks
in zee uitmondt - heeft nog steeds een te kleine verwerkingscapaciteit
voor extreme gevallen en laat daardoor de vervuilingswaarden regelmatig
pieken. Volgens het Hoogheemraadschap van Delfland is vorig jaar
375 miljoen liter half gereinigd rioolwater via de 2,5 kilometer
lange pijp voor de kust van Scheveningen in de Noordzee geloosd.
Pas in 2008 zal dit probleem zijn verholpen, onder meer door de
aanleg van de nieuwe zuiveringsinstallatie in de Harnaschpolder.
Ziek vee
Vragen vanuit de gemeenteraad op 11 maart jl. werden door het college
van B&W beantwoord met een verwijzing naar de standpunten van
Rijkswaterstaat en de Provincie. De kwaliteit van het zeewater voldoet
aan de wettelijke normen, er is verder niets aantoonbaar bekend
over de vervuilingsbijdrage van de riooloverstorten, en de werking
van de overstorten voldoet aan de vergunningsvoorwaarden.
Maar die geruststellende woorden zijn niet per se gerechtvaardigd.
Daarover kunnen diverse veehouders meepraten. Zij zagen hun vee
ziek worden nadat het had gedronken uit sloten die na overstorten
vervuild waren en stapten naar de rechter nadat waterbeheerders
ieder verband ontkenden. En hoewel de procedures nooit iets opgeleverd
hebben, is het verband voor Cees Wensing, ex-directeur van het Instituut
voor Dierhouderij en Diergezondheid, zeer aannemelijk. In de Volkskrant
van 12 april jl. legt hij uit dat koeien op bedrijven met een riooloverstort
aantoonbaar slechter presteerden dan koeien op bedrijven zonder
een dergelijke overstort. Als koeien in plaats van slootwater drinkwater
kregen, hielden de problemen snel op. Wensing stond er versteld
van hoe laks overheden reageerden op klachten van boeren.
Blauwe Vlag
Het Haags Milieucentrum (HMC) zou graag zien dat het Hoogheemraadschap
van Delfland elke lozing van rioolwater onmiddellijk doorgeeft aan
de provincie. Die kan dit dan direct op haar website vermelden (zie
onder: zwemwater-kwaliteit in Zuid-Holland) en bij de strandopgangen
een Bruine Vlag laten wapperen als teken van vervuiling. Niemand
hoeft die dag dan zonder dit te weten in vervuild zeewater te zwemmen.
Verder vraagt het HMC zich af of het uitblijven van meldingen van
ziekteverschijnselen een passieve houding van de overheid kan rechtvaardigen.
Ook lijkt ons het hanteren van al te geruststellende normen voor
de vervuiling van het oppervlaktewater in plaats van de verstandige
Europese streefwaarden voor de kwaliteit van het zwemwater geen
voorbeeld van vooruitstrevend duurzaam beleid. Het HMC pleit voor
een aantal kleinere maatregelen (zoals de aanschaf van regentonnen,
die tegenwoordig in high-tec
uitvoeringen verkrijgbaar zijn), die door hun grote aantal aanvullend
werken op de geplande verbetering van de riooloverstorten en de
bouw van de nieuwe rioolwaterzuiveringsinstallatie in de Harnaschpolder.
Ook zou het waterplan van het Wateringse Veld (zie onder) als leidraad
voor alle nieuwbouw in de gemeente Den Haag moeten gelden. Alleen
zo wordt de kans dat de Blauwe Vlag binnen drie jaar weer op onze
stranden wappert, meer dan verdubbeld!
Marc Beek,
Haags Milieucentrum
Zwemwaterkwaliteit in Zuid-Holland
Ieder jaar geeft de provincie Zuid-Hol-land aan het begin van het
zwemseizoen een folder uit over zwemmen in oppervlaktewater. Hierin
staan 110 zwemlocaties aangegeven die om de twee weken gecontroleerd
worden. Ook bevat de folder algemene informatie over mogelijke risico's
van zwemmen in oppervlaktewater. Wanneer de provincie een negatief
zwemadvies of een zwemverbod instelt, dan staat dat op een speciaal
bord bij de zwemlocatie vermeld. Actuele informatie over de Zuid-Hollandse
zwemlocaties is te verkrijgen via internet (www.zuid-holland.nl/zwemwater)
of via de zwemwatertelefoon (441 75 50) van de provincie.
meer
artikelen over gezondheid en milieu
Denk mee over de Vlietzone
Tussen de Vliet en de snelweg A4 en tussen Rijswijk en Leidschendam
ligt een ietwat diffuus gebied. Zoals verreweg de meeste stadsranden
combineert het een groot aantal functies. Er liggen volkstuinen,
graslanden, sportvelden, golfterreinen, bedrijvencomplexen en zelfs
een vogelreservaat. Als we u vertellen dat pretpark Drie-vliet in
dit gebied ligt, zult u onmiddellijk weten waar we het over hebben.
Gemaks-halve zullen we het gebied aanduiden als de Vlietzone.
De overwegende indruk die het gebied maakt is een groene, maar
de vraag is of dat zo blijft. Het Haagse gemeentebestuur ontwikkelt
plannen om er een soort nieuwe, grootschalige stadspoort van te
maken, in een brede kring rond het Prins Clausplein.
Daar is niet iedereen het mee eens. Zoals het Stadsgewest Haaglanden,
dat van mening is dat het gebied zich zou moeten ontwikkelen tot
een groene stepping stone halverwege Vlietlanden en de Zwethzone.
Ook kritische omwonenden roeren zich inmiddels. De gemeente Den
Haag heeft het Haags Milieucentrum subsidie verstrekt om voor dit
gebied een alternatieve, groene visie te ontwikkelen.
Uiteraard vinden wij het van groot belang dat de organisaties die
bij ons aangesloten zijn, daarover meepraten. En dat geldt niet
alleen voor hen: wij roepen iedereen die dit gebied een warm en
groen hart toedraagt op om contact op te nemen met Bob Molenaar
(ma. t/m do.) bob.molenaar@haagsmilieucentrum.nl
of projectmedewerker Tom Pitstra tom.pitstra@haagsmilieucentrum.nl,
zodat we samen kunnen werken aan deze groene visie. Tom Pitstra
is maandag de hele dag en donderdag 's middags bereikbaar.
meer artikelen
over ruimtelijke ordening
Biesieklette waakt al twintig
jaar over uw eigendommen
Stiekem roken in de fietsenstalling is er op een hoop scholen
niet meer bij, want daar waakt Biesieklette. Een gesprek met directeur
Herman de Graaff over het twintigjarig bestaan van zijn organisatie.
In 1983 ging het slecht met de economie. Heel slecht. Het land
verkeerde in een recessie, werklozen meldden zich met duizenden
tegelijk bij het arbeidsbureau en het consumentenvertrouwen bereikte
duizelingwekkend lage waarden. Afijn, iedereen die het nieuws bijhoudt
kan zich er wel een voorstelling van maken. Het was in datzelfde
jaar dat een aantal projecten van de grond kwam om werkzoekenden
weer bij het arbeidsproces te betrekken. En één van
die projecten, gestart onder de vleugels van De Nieuwe Aanpak, bestaat
nog steeds:
fietsenstallingenexploitant Biesieklette.
Scholen en buurten
Kende het project een aarzelende start, toen Herman de Graaff precies
tien jaar geleden aantrad als directeur had Biesieklet-te 35 medewerkers
die verantwoordelijk waren voor twaalf stallingen. Inmiddels telt
de organisatie ruim 150 medewerkers en is het aantal stallingen
uitgegroeid tot 65, verspreid over tien gemeenten in Haaglanden
en Rijnmond. Met name het aantal stallingen bij scholen zit flink
in de lift. De Graaff ziet bij de middelbare scholen nog veel groeipotentie.
Herman de Graaff: "We houden niet alleen maar toezicht. We
bieden ook een stukje extra dienstverlening. Zoals het plakken van
banden, zodat de leerling niet naar huis hoeft te lopen. En de beheerders
hebben ook een sociale functie. Leerlingen vertellen hun vaak van
alles wat hun hoog zit."
Scholen moeten zelf opdraaien voor de kosten die de stalling met
zich meebrengt, maar de gemeente Den Haag laat zich niet onbetuigd.
De Graaff: "De gemeente is erg enthousiast. Ze hebben ervoor
gezorgd dat fietsenstallingen gemoderniseerd werden en schoolpleinen
werden opgeknapt, zodat we zó van start konden gaan."
Een andere recente activiteit is de exploitatie van buurtstallingen.
In wijken waar bewoners hun fiets moeilijk kwijt kunnen - bijvoorbeeld
omdat ze geen kelder hebben - kan Biesieklette op zoek gaan naar
panden die als stalling kunnen worden ingericht. Momenteel zijn
er twee van dergelijke stallingen in het Bezuidenhout en er komt
er een in de Boks-doornstraat. Omdat ze onbemand zijn heeft Biesieklette
er weinig werk aan, aldus De Graaff, maar het is wel een hele klus
om betaalbare panden te vinden.
Gave huisjes
Maar meer dan van de school- en buurtstallingen zal het publiek
Biesieklette kennen van de kunstzinnig vormgegeven beheerdershuisjes.
De Graaff vertelt er met trots over: "De gemeente wil het fietsen
stimuleren en moet dan ook accepteren dat die fietsen ergens neergezet
worden. Om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren heeft
ze besloten dat ook de hokjes van de beheerders een fraaiere aanblik
moeten krijgen. Dit is het project Fiets en Stal geworden, waarin
Stroom hcbk aan kunstenaars opdracht heeft gegeven om stallingen
te ontwerpen. Daarvan worden er nu steeds meer opgeleverd. Aanvankelijk
waren nogal wat beheerders verontwaardigd, maar nu vinden ze het
'toch wel gaaf'. De nieuwe behuizingen zijn ook veel comfortabeler."
Bijzonder trots is De Graaff op de stalling die vanaf juni wordt
aangelegd op het plein voor het Centraal Station. De beheerder zetelt
in een glazen hok dat 's nachts een groen schijnsel uitstraalt en
dan tegen vandalen beschermd wordt door een kooiconstructie. Overdag
wordt die kooi eenvoudigweg opgehesen en torent dan boven het huisje
uit. En niet alleen aan de beheerder wordt gedacht, maar ook aan
de gebruiker van de stalling. De 332 fietsbeugels zullen aanzienlijk
beter van kwaliteit zijn dan wat er nu staat of ligt.
Overigens blijft het op het Koningin Julianaplein ook mogelijk om
onbewaakt te stallen.
De toekomst
Zo enthousiast als De Graaff vertelt over deze en andere innovaties
- zoals het exploiteren van openbare toiletten en de verhuur van
buggies, rollators en (strand-)rolstoelen - zo somber wordt hij
als de toekomst van de 'Melkertbanen' ter sprake wordt gebracht.
Voor een organisatie als Biesieklette is gesubsidieerde arbeid immers
onontbeerlijk. De Graaff: "Wij exploiteren geen stationsfietsenstallingen,
zoals de franchisehouders van de NS. Die kunnen commercieel opereren
omdat ze minstens duizend stallingsplaatsen hebben, veel betaalde
diensten aanbieden en zitten op knooppunten van woon/werkverkeer.
Ze vragen een euro, wij maar 45 eurocent, en dat bedrag willen we
niet echt verhogen. Mensen met een smalle beurs moeten in onze stallingen
terechtkunnen."
Het ergste vindt De Graaff de kabinetsplannen echter voor zijn
medewerkers: "Mensen die hun sociale leven net weer op de rit
hebben dreigen voor de tweede keer in de steek gelaten te worden."
Bob Molenaar
Het jubileum van Biesieklette wordt in augus-tus luister bijgezet
met de verschijning van een boek. Hierover zult u te zijnertijd
ongetwijfeld meer kunnen lezen op de website www.biesieklette.nl.
meer artikelen
over Haags Milieucentrum en aangesloten organisaties
Aandacht voor de fiets op diverse
niveaus
Begin dit jaar werden er in diverse uitvoeringsprogramma's en
verkeersplannen weer vele mooie woorden gewijd aan het fietsen.
Maar hoe pakken die voornemens in de praktijk uit?
"De fiets is een schoon, gezond, ruimtebesparend en goedkoop
vervoermiddel en voor veel mensen een vorm van ontspanning en lichaamsbeweging."
Met deze mooie woorden opent het Haagse Meerjarenprogramma Fiets
2003 t/m 2006, waarmee de gemeente een wat andere weg inslaat. Eerdere
plannen concentreerden zich voornamelijk op de aanleg van directe
fietsroutes vanuit de woonwijken naar de belangrijke bestemmingen
in het centrum, die veelal parallel lopen aan de drukke hoofdroutes
van het autoverkeer. In het nieuwe meerjarenprogramma wordt aanvullend
gekeken naar minder directe maar leefbaardere routes. Bijvoorbeeld
fietsroutes die een aantrekkelijk parcours door het groen of langs
volkstuinen volgen. Of fietsroutes die wel iets worden omgeleid,
maar door een veel rustiger straat met veel fraaiere gevels lopen.
De minder gehaaste fietser krijgt in dit plan dus een prominente
rol toebedeeld. Dat is verstandig. Want de Haagse bevolking veroudert
en fietsen is als lichaamsbeweging voor de seniore burger een uitstekend
middel om de spieren soepel te houden.
'Kastraatwegen'
Wel zal dan eerst het fietscomfort verhoogd moeten worden door de
kwaliteit van het wegdek sterk te verbeteren. Raadslid Labuche,
die als Vlaming toch wel wat kasseien gewend is, spreekt over de
Haagse fietspaden consequent als 'kastraatwegen'. Dankzij zijn GroenLinks-collega
Niek Roozenburg hoeft dit over een tijdje niet meer nodig te zijn.
Door zijn toedoen neemt het meerjarenprogramma bij de aanleg van
nieuwe fietspaden namelijk asfalt als uitgangspunt.
Het is echter wel zaak dat fietsers slecht wegdek blijven aankaarten
bij de gemeente. Want wegbeheerders van de verschillende stadsdelen
kunnen dankzij dit meerjarenprogramma beschikken over een beperkt
budget voor het wegwerken van achterstallig onderhoud en om de laatste
kleine ergenissen te verhelpen.
Het nieuwe meerjarenprogramma Fiets trekt de lijn door die in 1997
is ingezet met het plan De Fiets Voorop!, dat heeft geleid tot een
groei van het fietsgebruik. Maar toch wordt er in Den Haag relatief
weinig gefietst. Hier wordt 26% van het aantal verplaatsingen tot
7,5 kilometer met de fiets afgelegd, tegen gemiddeld 33% in vergelijkbare
grote steden. De bedoeling is dat tussen nu en 2007 de kwaliteit
van de fietsroutes - en daarmee ook het aantal fietsers - zal toenemen.
Javastraat, Volendamlaan, Harstenhoekweg en Leyweg krijgen vrijliggende
fietspaden.
Ketenmobiliteit
Een ander belangrijk speerpunt is het realiseren van stallingen
bij OV-haltes en het verbeteren van de bewaakte stallingen in de
binnenstad. Dit is een gevolg van de aandacht die alle plannen rond
fietsen en openbaar vervoer schenken aan ketenmobiliteit. Dit is
de combinatie van lopen, fietsen of het openbaar vervoer gedurende
een enkele reis, in elke willekeurige volgorde en desnoods gecombineerd
met autogebruik. De combinaties openbaar vervoer - lopen en fiets
- openbaar vervoer komen wel het meest voor. En anders dan de gereserveerde
ruimte voor Park-and-Ride voor de treinstations wil doen geloven,
valt deze vorm van ketenmobiliteit volkomen in het niet bij de twee
eerdergenoemde vormen. Daarom is de realisering van snelle, veilige
en comfortabele loop- en fietsroutes naar belangrijke opstappunten
(stadstransferpunten) van het openbaar vervoer van groot belang.
Evenals de aanleg van zowel kwantitatief als kwalitatief voldoende
fietsenstallingen bij de belangrijke Haagse treinstations.
Fiets in de Voorrang
Ook hogere overheden laten zich niet onbetuigd. Het stadsgewest
Haaglanden en de Provincie Zuid-Holland gaan de komende vijf jaar
in eendrachtige samenwerking de regionale fietsroutes flink verbeteren.
Binnen de looptijd van het vijfjarenprogramma regionale fietsroutes
Haaglanden - met de inspirerende titel Fiets in de Voorrang - zullen
zeventig projecten worden gerealiseerd. De daarvoor benodigde 75
miljoen euro is reeds beschikbaar gesteld. Het stadsgewest zorgt
onder meer voor de aanleg van twee grote fietsviaducten over de
rijksweg A4 en van fietspaden, waardoor de VINEX-wijken Leidschenveen,
Ypenburg en Wateringse Veld beter worden ontsloten.
Dat een vorm van regievoering noodzakelijk is mag blijken uit het
jarenlang ontbreken van een klein stukje verbindend fietspad op
de doorgaande fietsroute Rijswijk-Wateringse Veld ter hoogte van
de Eikelenburglaan. De situatie ter plekke was voor fietsers met
name pijnlijk omdat het probleem van de grensoverschrijding Rijswijk-Den
Haag blijkbaar niet gold voor het openbaar vervoer: de glimmende
spoorstaven voor tramlijn 17 waren al bijna aan vervanging toe voordat
de eerste fietser hier zonder af te stappen zijn weg kon vervolgen.
Fietssnelweg
De Fietsersbond herkent in al de gemeentelijke en regionale fietsplannen
het eigen streven om het fietsgebruik te bevorderen. En omdat mobiliteit
voor een belangrijk deel op lokaal en agglomeratief niveau plaatsvindt,
verdient de fiets als uitstekend vervoermiddel voor de korte afstand
een belangrijke plaats in alle verkeersplannen. Die belangrijke
plaats herkent de Fietsers-bond echter niet wanneer het om het toekennen
van het budget gaat. In het Provin-ciale Verkeer- en Vervoerplan
(PVVP) staat hierover zelfs te lezen dat 'alleen fietspaden met
prioriteit 1 realiseerbaar zijn tot 2010'. De fietssnelweg langs
de A12 van Gouda via Zoetermeer en door Leidschendam-Voor-burg naar
Den Haag hééft die prioriteit. Maar de uitvoering
van deze belangrijke fietsroute hangt af van het bedrag dat de gemeente
Leidschendam-Voorburg aan het geheel wil bijdragen. Daarnaast zou
het beter zijn als - ter vermijding van stank- en geluidsoverlast
- het fietspad op enkele stukken niet langs de autoweg zou komen.
In dit van oorsprong al door boeren benutte landschap zijn veel
'slimme doorsteekjes' aanwezig. Door aanleg van een kleine brug
of een verbindend stukje fietspad door een nieuwe woonwijk of een
gerevitaliseerd bedrijventerrein kunnen veel bestemmingen op gemakkelijke
en aantrekkelijke wijze voor het fietsverkeer worden ontsloten.
Wel zouden kruisingen met hoofdautowegen zoveel mogelijk ongelijkvloers
aangelegd moeten worden. Dit om de doorstroming van het fietsverkeer
niet te blokkeren en uit een oogpunt van verkeersveiligheid.
Angst voor diefstal
Fietsers hebben niet alleen behoefte aan goede fietsroutes maar
ook aan faciliteiten om hun fiets veilig te parkeren. Voor veel
potentiële fietsers is het risico van diefstal van de fiets
een reden om deze thuis te laten. In 1995 gaf dertig procent van
de bezoekers aan de binnenstad aan nooit per fiets te komen 'uit
angst voor diefstal'. Het wegnemen van gevoelens van onveiligheid
(het verbeteren van de zogenoemde subjectieve veiligheid) maakt
daarom deel uit van het gemeentelijke veiligheidsbeleid, vooral
in de vorm van vermindering van overlast en van het aantal diefstallen.
Ultimo 2006 moeten 25 procent minder gevallen van overlast en criminaliteit
in de openbare ruimte bij de politie worden gemeld en aangegeven.
Maar opvallend genoeg krijgt de aanpak van fietsendiefstal in het
gemeentelijke veiligheidsbeleid nu en in de toekomst geen enkele
prioriteit. Handhavingsteams zitten al aan de top van hun kunnen;
bovendien staat door de bezuinigingsmaatregelen van de rijksoverheid
zowel hun aantal als hun omvang onder zware druk.
De gemeente Den Haag mag dan (bewaakte) fietsenstallingen aanleggen,
een aantal daarvan voldoet niet aan het diefstalpreventie-keurmerk
FietsParkeur. Schrijnend is dat dit ook geldt voor de onbewaakte
fietsenstallingen voor het Centraal Station en Station Hollands
Spoor (HS). De PvdA heeft de stalling onder de overkapping bij HS
in een veiligheidsnotitie zelfs als onveilige hot-spot aangewezen.
Verder voert de gemeente gerichte publiekscampagnes om fietsendiefstal
tegen te gaan: burgers worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid
voor de bescherming van hun eigendommen. In het Centrum werden verkeerd
gestalde fietsen daartoe voorzien van gele kaartjes aan het stuur,
die lijken op de 'Buit Eruit'-kaartjes. Behalve dat met dit kaartje
gewezen werd op het gevaar van fietsendiefstal werd ook verwezen
naar de dichtstbijzijnde bewaakte stalling. Het was ook een gratis
aanbod om eens gebruik te maken van de diensten van Biesieklette.
Conclusie
Voor een duurzame, integrale benadering van de verkeersproblematiek
zijn planning en het opstellen van meerjarenprogramma's absoluut
noodzakelijk. Maar willen we dat de fiets niet alleen op papier
maar ook in werkelijkheid een belangrijker positie krijgt, dan zijn
handhaving en monitoring evenzeer belangrijk. Omdat uit alle plannen
blijkt dat de stedelijke en landschappelijke aantrekkelijkheid van
een route sterk wordt beïnvloed door de kwaliteit van het wegdek,
is het goed monitoren van die kwaliteit van groot belang. Nu verwacht
de gemeentelijke overheid van de fietsende burger dat deze onvolkomenheden
aan het wegdek meldt. Dat zou een overheidstaak moeten zijn.
Maar afijn: klachten zoals overhangende takken, losliggende tegels
en gaten in het wegdek kunt u melden bij de gemeentelijke klachtenlijn,
tel. 3533000, of per e-mail aan contactcentrum@dsb.denhaag.nl
Marc Beek
Haags Milieucentrum
Meer artikelen
over mobiliteit
GROEN forum
Wandelen of fietsen?
Het provinciebestuur heeft besloten: er moet een nieuw fietspad
vanuit Den Haag door de duinen naar Meijendel komen. Hoewel het
tracé nog niet vastligt, lijkt de jarenlange discussie over
Fietspad 10 hiermee beslist. Maar de wandelaarsvereniging TeVoet
blijft zich verzetten. Regiocoördinator Jaap Mels legt uit
waarom.
Ook TeVoet is voorstander van ongemotoriseerd verkeer. Dat betekent
echter niet dat de aanleg van een fietspad altijd een verbetering
is. De toename van het aantal kilometers fietspad staat al jaren
in geen verhouding tot de toename van het fietsverkeer. Het is weliswaar
'politiek incorrect' om dat te zeggen, maar desalniettemin een feit.
Het woon-/werkverkeer op de fiets is al lange tijd stabiel en het
recreatief verkeer neemt minder toe dan gezien de uitbreiding van
het fietspadennet gehoopt mocht worden. Jammer, maar mensen maken
nu eenmaal hun eigen keuzes.
Daar staat tegenover dat het wandelen al jaren sterk toeneemt, terwijl
het aantal wandelpaden daarbij achterblijft en op veel plaatsen
juist afneemt. (Dat tal van organisaties steeds nieuwe routes publiceren
staat hier los van. Die maken veelal gebruik van dezelfde schaarse
mogelijkheden of lopen over verharde trajecten.)
Lycrabrigade
Een tweede reden is dat fietspaden het landschap maar al te vaak
evenzeer aantasten als autowegen. Dit hangt natuurlijk af van de
wijze van uitvoering, maar die is soms moeilijk te voorspellen.
Ons land ligt vol met brede, geasfalteerde, met palen en hekken
van de omgeving afgeschermde en van lichtmasten voorziene 'fietswegen'.
Leuk voor de lycrabrigade en nuttig voor anderen, maar mooi is anders.
Ook bestaat er een hardnekkig misverstand dat een fietspad geschikt
zou zijn om op te wandelen. Dit moet verzonnen zijn door een automobilist.
Fietsers ergeren zich dood aan over het hele pad uitzwermende wandelaars
(die ook graag naast elkaar gaan) en de wandelaar merkt dat hij
agressief wordt bejegend en voor rotte vis wordt uitgescholden.
Ook al stelhet Wegenverkeersreglement dat ergens gelo-pen mag worden,
dit inzicht schijnt bij de concurrerende verkeersdeelnemer niet
aanwezig.
Concluderend: bij de aanleg van een fietspad moet goed gekeken
worden naar nut en bezwaar en er moet worden vermeden dat van de
fiets een tweede 'heilige koe' wordt gemaakt.
Zeven plagen
Wat betekent dit voor fietspad 10? Op de kaart is te zien dat fietsers
vanuit Den Haag bij het pompstation en anders via Wassenaar, bij
de Kievit, het duin in kunnen. Een entree ter hoogte van de Waalsdorpervlakte
lijkt daarom niet onredelijk. Er zijn echter een paar grote bezwaren.
De recreatiedruk op de duinstrook is al zeer hoog en het is niet
wenselijk dat die verder stijgt. Elke nieuwe toegang verstoort de
rust meer en tast het landschap verder aan. Waar is het einde? Zo'n
verbinding tussen dichtbevolkt gebied en een recreatiegebied (Meijendel)
is vragen om problemen. Maak een geasfalteerd pad en de brommers
en racers staan gereed, maak een ruw pad en de zevende plaag der
mountainbikers daalt op ons neer. Goede voornemens om dit soort
bezoek te weren blijken vaak ineffectief. Het eind van het liedje
is dat men zich erbij neerlegt.
Een andere en voor ons belangrijke overweging is de bedreiging
van de voetpaden in dit gebied. Steeds weer blijkt dat de makkelijkste
manier om een fietspad aan te leggen bestaat uit het verharden van
bestaand onverhard traject. Er is geen traditie in bestuurlijk Nederland
om met dit soort dingen rekening te houden. In allerlei verkeers-
en vervoersplannen bestaat de wandelaar niet eens en wordt hij beschouwd
als een wezen dat onder de naam 'voetganger' uitsluitend in de bebouwde
kom zijn biotoop heeft.
Wij willen hier niet concluderen dat Fietspad 10 er niet moet komen.
Wèl dat eerst gezocht moet worden naar een alternatief dat
het duingebied niet aantast.
Overigens zijn er in de gehele kuststrook te weinig acceptabele
oost-westverbindingen, zowel voor fietsers als voor wandelaars.
Het is iets waaraan we gezamenlijk zouden moeten werken maar, nogmaals,
op voet van gelijkheid.
Jaap Mels,
regiocoördinator vereniging TeVoet
meer artikelen
over mobiliteit
Op weg naar een duurzaam stadsdeelkantoor
Den Haag wil in 2006 CO2-neutraal zijn. Het op duurzame wijze
bouwen van gemeentelijke kantoren is een belangrijke stap bij het
realiseren van deze ambitie. Maar ligt de FSC-gekeurde lat voor
het nieuwe stadsdeelkantoor-annex-hulpdienstenpost in Leidschenveen/Ypenburg
wel hoog genoeg?
Het combigebouw voor Den Haags nieuwe woonwijk moet verrijzen ter
hoogte van het Forepark, aan de andere (de westelijke) kant van
de A12 en de spoorlijn naar Utrecht. Het komt als 'kop' van een
heel nieuw gebouwencomplex in de bocht van de noordelijke kruising.
In ieder geval worden het stadsdeelkantoor en een politiepost voor
de nieuwe wijk erin gevestigd, evenals de jeugdhulpverlening.
Deze prominente locatie vraagt om een opvallend gebouw. De gemeente
Den Haag kan scoren als hier het duurzaamste gemeentelijke kantoor
van Nederland wordt gerealiseerd dat ook uiterlijk tot de verbeelding
spreekt. Een gebouw dat visueel de aandacht trekt, waarvan de voorbijganger
verbaasd zal denken: hé, dat is leuk, dat is andere koek
dan die dertien-in-een-dozijn kantoorgebouwen langs de snelweg.
Een gebouw dat zich kan meten met dat van de Gasunie in Groningen
en van ING in Amsterdam - beide voorbeelden van organische architectuur.
Maar uit de stukken tot nu toe komt een 'normaal' gebouw naar voren,
dat zich alleen onderscheidt door een keuze voor duurzaam gekweekt
hardhout en 20% lagere energiedoelstellingen. De relatie tot de
macro-doelstelling van de gemeente om op de langere termijn een
CO2-neutrale stad na te streven zal dan zwak zijn. Vandaar dat wij
ons afvragen: vinden alle betrokkenen het leuk om een zoektocht
naar optimale duurzaamheid te beginnen of wordt duurzaamheid als
een last of als een routinehandeling ervaren? Het Haags Milieucentrum
vindt dit zo belangrijk dat het er een project van heeft gemaakt.
Onze ideeën mochten wij tijdens een ROMBO-sessie (wat
is ROMBO?) presenteren. Ook gaan we een excursie naar CO2- neutrale
kantorengebouwen organiseren.
Openbaar vervoer
Op zich lijkt de locatie vanuit openbaar vervoer (OV) en fiets prima
ontsloten. Ze ligt vlakbij het nieuwe NS-station, er zijn goede
fietspaden en er komt een tramhalte in de buurt. Voor het Haags
Milieucentrum is het van groot belang dat de loopafstanden van en
naar de tramhaltes, bussen en NS-station nauwkeurig bepaald worden
en zo kort mogelijk zijn.
De plannenmakers gaan ervan uit dat veel gebruikers van het gebouw
niet met het openbaar vervoer zullen reizen omdat de kantoren 24-uursdiensten
draaien. Maar dit uitgangspunt draagt het gevaar in zich dat het
een alibi gaat worden om bij gewone diensten ook met het particuliere
gaspedaal te komen.
Dankzij die goede ontsluiting voor het OV zou de parkeernorm juist
verlaagd kunnen worden, zeker als er gekozen wordt voor het stimuleren
van autodelen en voor dienstauto's - en niet te vergeten dienstfietsen,
bijvoorbeeld voor de politie. Het stellen van kwantitatieve doelstellingen
beschouwen wij hierbij als cruciaal. De doelstelling van de gemeente
Den Haag om het fietsverkeer de komende jaren met 10% te laten toenemen
kan prima op dit gebouw worden toegepast.
Wij vinden voor zo'n verzamelgebouw een vervoersmanager noodzakelijk.
Hierdoor kan een synergie-effect optreden. Die manager zou met meetbare
doelstellingen moeten gaan werken en kan een voorbeeldfunctie vervullen
voor de hele stad. Natuurlijk kan niet elke jeugdhulpverlener met
een politieauto door de stad rijden, maar enig gezamenlijk gebruik
van een wagenpark moet toch mogelijk zijn.
De Plas van Reef
Het meest opvallende aspect van de locatie is de ligging nabij de
Plas van Reef, ontstaan door afgraving van zand voor de bouw van
het Prins Clausplein. Duurzame (steden)bouw is gebaseerd op locatiespecifieke
eigenschappen. De Plas van Reef en de watergang langs de autoweg
zouden dan ook een rol kunnen spelen in de waterhuishouding van
het nieuwe gebouw en andere, toekomstige gebouwen. Er zou een gesloten
watersysteem kunnen worden geïnstalleerd, zonodig met een helofytenfilter.
Ook kan er een leuke wandelroute naar de plas ontwikkeld worden,
zodat de boterham niet alleen in de kantine maar bij de waterkant
genuttigd kan worden.
Het energieconcept
De ambitie om het combigebouw 20% energiezuiniger te bouwen dan
wat gangbaar is, vinden wij een vrij pover energieconcept in het
licht van de CO2-neutrale stad. We hebben daarom voorgesteld om
een CO2-neutraal gebouw te realiseren en dat uitgangspunt heeft
de gemeente nu in de eerste fase overgenomen. Hopelijk blijft het
overeind als puntje bij paaltje komt.
Willen we van het nieuwe stadsdeelkantoor annex hulpdienstenpost
een hoogtepunt van duurzaam bouwen maken, dan zijn grasdaken en
een groene inrichting rondom het gebouw een aardige eye-opener.
Maar nogmaals: de vraag is of de gemeente dit echt wil.
Ries Smits, wethouder van zowel nieuwe wijken als van duurzaamheid,
is met beide petten op bij het nieuwe stadsdeelkantoor betrokken.
Toch is het zelfs dan niet vanzelfsprekend dat een wethouder zich
op een ROMBO-bijeenkomst vertoont. Dat Smits hier wel aanwezig was,
en deze naderhand als inspirerend betitelde, geeft ons goede hoop
dat het college van B&W zich er hard voor maakt dat dit idee
in de vervolgfases van ROMBO overeind blijft.
Tom Pitstra,
Haags Milieucentrum
ROMBO
ROMBO betekent Ruimtelijke Ordening en Milieu Beleids Ontwerpstrategie.
Dit is het hulpmiddel dat de gemeente Den Haag gebruikt om duurzaam
te ontwerpen. Het proces bestaat uit drie verschillende fasen: een
onderzoek naar de technische haalbaarheid, naar de economische haalbaarheid
en naar de maatschappelijke haalbaarheid.
meer artikelen
over ruimtelijke ordening en duurzaam bouwen
Groene Speurgids en Speurkaart
Haaglanden
Oude en nieuwe verbindingen voor landschap en natuur
Den Haag: parkstad, mooie stad achter de duinen. Haaglanden:
groene schakel in de Randstad. De statements en goede bedoelingen
zijn er, maar dat wil niet zeggen dat het snor zit met natuur en
landschap in onze zeer dichtbevolkte regio.
Natuurlijk, Den Haag heeft meer groen dan welke grote stad ook
en ligt aan het grootste aaneengesloten natuurgebied van ons land:
de Noordzee. Maar er zijn ook duidelijke minpunten. Vooral binnen
Den Haag is het groen ongelijk verdeeld. Het rijke 'zand' is goed
groen dooraderd, terwijl het arme 'veen' er karig van af komt. En
de groene verbindingen tussen stad en ommeland slibben steeds verder
dicht, de samenhang tussen landschappen gaat verloren. Vooral in
het zuiden en het oosten komt de open ruimte steeds verder van Den
Haag af te liggen. Het wordt steeds moeilijker aantrekkelijke routes
voor wandelaar en fietser te vinden.
Uitgeverij Open Kaart en het Haags Milieucentrum willen de groene
recreant helpen zijn weg te vinden tussen woonwijken, industrieterreinen
en kassengebieden. Ze hebben daarom het initiatief genomen tot de
Groene Speurgids/-kaart Haaglanden. Het stadsgewest Haaglanden biedt
financiële en inhoudelijke steun, omdat voor het stadsgewest
het groen en de groene verbindingen een belangrijk thema zijn. Zijn
Regionaal Structuurplan, het raamwerk voor de ruimtelijke ordening
in het komende decennium, vertoont imposante ecologische lijnen
en pijlen.
Op de Groene Speurkaart gaat het vooral om de lijnen in het landschap.
Groene verbindingszones die nu al het bewandelen, befietsen of bevaren
waard zijn. Waar hier en daar echter essentiële schakels ontbreken.
Speurkaart en
-gids willen suggesties geven voor pragmatische oplossingen, waarbij
vooruitlopend op 'definitieve' inrichtingen de groene recreant alvast
uit de voeten kan. Waarbij tegelijk rekening gehouden wordt met
de ecologische potenties van de verbinding - niet overal en altijd
verdragen groene recreatie en natuur zich even goed.
Groene gangen
Wat voor verbindingen zijn belangrijk voor natuur en recreant in
onze regio? De Speurkaart kent vijf hoofdcategorieën:
Groene schakels binnen de stad. Binnen Den Haag zoomen we
met name in op het City-Duinpark: een hoefijzervormige keten van
parken, landgoederen en duingebieden in het noordwesten die, als
ze met elkaar verbonden waren, samen zo ongeveer het grootste stadspark
van Europa zouden vormen.
Groen aan de stadsrand. Naar analogie van de hoefijzervormige
randweg rond de stad is er ook een ecologische route in een iets
wijdere boog om Den Haag en zijn randgemeenten te trekken. Potentieel
een zeer interessante route voor wandelaar en fietser, dier en plant,
maar er ontbreken nog de nodige schakels. Vanaf Kijkduin door Ockenburg,
de Uithof en Madestein is nu al goed mogelijk. Een groenzone langs
het boezemwater van de Zweth is in ontwikkeling. Groot vraagteken
en waarschijnlijk strijdpunt tussen diverse partijen in de regio
wordt de zone parallel aan de Vliet vanaf Rijswijk tot en met Leidschendam.
Op het IJspaleis droomt men van een nieuwe grootschalige stadspoort
in een brede kring rond het Prins Clausplein. Het Stadsgewest lijkt
andere opties te hebben, terwijl ook kritische burgers inmiddels
hun mondje beginnen te roeren. Ten noorden van Leidschendam sluit
de Leidschendammer-hout aan op de Dui-venvoordse corridor, een groene
buffer tussen de Haagse en Leidse agglomeratie en verbinding met
de Wassenaar-se landgoederen. Bieden 'nieuwe landgoederen' ter vervanging
van kassen hier nieuwe mo-gelijkheden voor natuur en groene recreatie?
Verbindingen tussen de open groene ruimtes. Behalve de Duivenvoordse
corridor speelt hier vooral de worsteling rond de realisatie van
de Groenblauwe Slinger, de gedroomde blauwe en groene verbinding
tussen Midden-Delfland en het Groene Hart. Flessenhals in de slinger
is het smalle restgebied groen tussen Pijnac-ker, Berkel en Rodenrijs
en Zoetermeer. Niet alleen de stenen stad maar ook de uitdijende
glazen stad zit hier in de weg. Een tweede, westelijker corridor
tussen Delft en Pijnacker zou hier soelaas kunnen bieden, maar ook
daarvoor moet glas geruimd worden. Verder zuidwestelijk, tussen
Delft en Schiedam/Overschie, wordt het kernprobleem gevormd door
de keiharde verkeersaders de A13, de te verbreden spoorbaan en de
toekomstige A4.
Verbindingen tussen stad en land. Midden-Delfland is vanuit
Den Haag, zelfs vanuit de zuidelijk gelegen Vinex-wijk Wateringse
Veld, slecht bereikbaar. De herinrichting van de Zwethzone kan hier
nieuwe wegen en paden openen, die echter in Midden-Delfland zelf
dreigen dood te lopen door de trage landinrichting.
De slakkengang in de ruilverkaveling-herinrichting Leidschendam
is er debet aan dat voor wandel- en fietsminnend Leid-schenveen
en Leidschendam het aanpalende polderland tegen alle vrome beleidsvoornemens
in voorlopig nog op slot blijft.
Tot slot zijn er de Poolse landdagen rondom de landinrichting Oude
Leede - u raadt het al: precies in en om de flessenhals van de Groenblauwe
Slinger.
Verbindingen tussen stad en zee. Veel bewoners in de landinwaarts
gelegen Vinex-wijken zijn ongetwijfeld verder van duinen en strand
af komen te wonen dan ze diep in hun hart lief is. Goede (groene,
verkeersveilige) verbindingen voor met name fietsers tussen deze
nieuwe wijken en het lokkende ruime sop zijn in potentie wel aanwezig,
maar verdienen de nodige extra aandacht en voorzieningen. Op de
kaart een drietal kustontsluitingen, de 21e-eeuwse fietsvarianten
op de 17e-eeuwse Scheveningse Weg van Constantijn Huygens.
Vijf thema's
De Speurgids geeft achtergronden, geillustreerd aan de hand van
concrete voorbeelden, locaties en routes. Vijf thema's staan centraal:
- De kust. Over noodgedwongen kustterugtrekking in het verleden,
mogelijke kustuitbreiding in de toekomst en de daaraan verbonden
landschappelijke en ecologische kansen en bedreigingen.
- Het water. Over water als transportmiddel voor mens en dier.
Over het periodiek terugkerend overtollig nat door veel teveel verhard
oppervlak (wegen, huizen, bedrijven en niet te vergeten kassen)
in de regio. Over watervervuiling en -zuivering.
- Groen in de stad. Over groene binnenterreinen in de vooroorlogse
stad als stepping stones voor plant, dier en rustzoekende stedeling,
met inspirerende voorbeelden. Over de groene corridors en 'assenkruizen'
in de Wederopbouw, hun dichtslibben en hun mogelijk tweede - groenere
- leven.
- De polder. Over de grote schoonheid van onze weidelandschappen
en de even grote bedreigingen waaraan zij blootstaan, ook van binnenuit
doordat de agrarische sector steeds meer moeite heeft het hoofd
boven water te houden. Welke nieuwe programma's ter versterking
van natuur en landschappelijke identiteit zijn hier te ontwikkelen,
naast en in combinatie met oude vormen, gedachten en activiteiten?
- Het openbaar vervoer. Over oude en nieuwe lightrailverbindingen
in de regio als uitgangspunt en leidraad voor wandel- en fietsroutes.
Over verdergaande tram-, bus- en waterbusdromen.
Borreltafel
De Groene Speurkaart: praktisch en kritisch, bij tijd en wijle ook
visionair. De uitgevers willen hiermee teweegbrengen dat de discussie
over de groene ruimte in Haaglanden niet langer achter het bureau
of aan de borreltafel gevoerd wordt, maar op de enige plek waar
het echte goede gesprek thuishoort: in het veld. Op de blanke top
der duinen en op het landgoed van Cats, in de polder van Potter
en Poot en in het verscholen groen van oude en nieuwe hofjes achter
de gevels van de stad.
Steven van Schuppen
Gids: 56 blz. fullcolour
Kaarten: twee kaartbladen, dubbelzijdig full colour: één
overzichtskaart en drie detailkaarten met routes
Winkelprijs: Euro 11,50
Verkrijgbaar bij Haags Milieucentrum, AVN en boekhandel
meer
artikelen over natuurontwikkeling & waterbeheer
Ook op Hollands Spoor OV-fietsen
te huur
Niemand verklaart met zoveel kennelijk plezier vergaderingen voor
geopend als Tweede-Kamervoorzitter Frans Weisglas. Hij was niet
minder verheugd om op 16 april op Station Hollands Spoor de 20-ste
OV-fietsenstalling van Nederland te mogen openen. De OV-fiets is
speciaal bedoeld voor mensen die snel een fiets willen hebben voor
de laatste kilometers van het station naar hun uiteindelijke reisdoel.
Nu al fietst eenderde van de treinreizigers van huis naar het station.
Het zogeheten 'natransport' steekt hierbij met negen procent van
de treinreizigers maar schril af. Hiervoor moet je immers kunnen
beschikken over een vouwfiets of een tweede fiets bij het station
van aankomst. Een rijwiel huren kan natuurlijk ook, maar is duur
en tijdrovend. De traditionele fietsverhuur vormt daarom geen aantrekkelijk
alternatief voor de tram of de bus.
Het huren van een OV-fiets daarentegen is goedkoop en snel, zowel
bij het afhalen als bij het terugbrengen. Dit is te danken aan de
toepassing van een speciale OV-fietspas. De gelukkige bezitter hiervan
hoeft bij het huren van een fiets geen borg te betalen of zich te
legitimeren en is maar 2,50 euro per keer kwijt (voor een periode
van maximaal 20 uur). Betaling vindt achteraf plaats via automatische
incasso.
De sobere OV-fiets is minder geschikt voor het maken van langere,
toeristische fietstochten. Daarvoor blijft het huren van een comfortabele
fiets met versnellingen aanbevolen.
U kunt zich eenvoudig aanmelden via www.ov-fiets.nl.
Of haal de speciale folder bij de OV-fietsverhuurders in o.a. station
Den Haag CS, Den Haag HS, Delft CS, Rotterdam CS of Leiden CS.
meer artikelen
over mobiliteit
Veilig naar school
Gemiddeld wordt een op de zeven basisschoolleerlingen met de auto
naar school gebracht. De kinderen afzetten op weg naar het werk
bespaart de ouders tijd en moeite. Ook vinden veel ouders de weg
naar school te gevaarlijk om hun kinderen zelfstandig langs te laten
lopen of fietsen.
Daar is iets voor te zeggen. Het aandeel vracht- en personenauto's
in het totale verkeersaanbod is de laatste jaren flink toegenomen.
Daarnaast is er een verruwing in het weggedrag waar te nemen. Mobiliteit
is fun, voor dat eigen plezier moet de ander wijken. Deze ontwikkeling
bedreigt het langzaam verkeer en vooral de jongere verkeersdeelnemers.
Lopende en fietsende kinderen zijn onberekenbaar en kwetsbaar. Wellicht
daarom laten ouders hun kinderen pas op steeds latere leeftijd zelfstandig
naar school gaan: nu als ze gemiddeld acht zijn. Van de tienjarigen
gaat maar de helft zelfstandig naar school. Terwijl ikzelf eind
jaren zestig als vierjarige al alleen naar de kleuterschool mocht
lopen...
Het Haags Milieucentrum (HMC) gaat na de zomervakanties ouders
van basisscholieren in groepsverband begeleiden bij het verkeersveiliger
maken van de eigen schoolomgeving. Hiervoor hebben 3VO, de Verenigde
Verkeers Veiligheids Organisaties, en Global Action Plan een coachingtraject
ontwikkeld: KANS, oftewel Kinderen Anders Naar School. Opzet hierbij
is om het aantal kinderen dat op de achterbank van de auto naar
school wordt gebracht te verkleinen. Gebruikmakend van de lokale
kennis en inzet van (verkeers)ouders wordt zowel aan de infrastructurele
als aan gedragskant van het verkeer gesleuteld. De meer fysieke
ingrepen kunnen bestaan uit de versnelde aanleg van vrijliggende
fietspaden, de inrichting van een veiliger oversteekplaats of het
instellen van eenrichtingsverkeer rond de school. Maar ook de inzet
van verkeersbrigadiers en het verbeteren van de fietsenstalling
op het schoolplein zijn mogelijke activiteiten, die vanuit de ouders
gestimuleerd en georganiseerd kunnen worden.
Het HMC gaat vooral twee dingen doen: ouders bijeenbrengen en hen
in contact brengen met de diverse instanties die de problemen kunnen
helpen oplossen. Hoewel het HMC de deskundigheid in huis heeft om
zelf oplossingen aan te dragen, heeft deze aanpak als groot voordeel
dat er dankzij de blijvende betrokkenheid van de ouders een langdurig
veilige situatie kan ontstaan.
Kent u in uw omgeving een typische 'auto'-school die u graag verandert
zag in een 'fiets'-school?
Neem dan contact op met Marc Beek van het Haags Milieucentrum, marc.beek@haagsmilieucentrum.nl
of 3050286. Ook wanneer u zelf als ouder of als wijkvrijwilliger
actief wilt meehelpen aan veiliger schoolroutes.
meer artikelen
over mobiliteit
Duurzaam en plezierig wonen in
Leyenburg
Van september 2001 tot en met 1 mei dit jaar reed de Groene
Energietrein door de Haagse wijk Leyenburg. Geen trein van de NS,
maar van Projectbureau Aarde-Werk, die handvatten voor duurzaam
en plezierig wonen meevoerde. De trein volgde twee sporen om energie
te besparen: technische aanpassingen door de woningcorporatie en
gedragsverandering van de bewoners.
Woningbouwcorporatie Vestia Den Haag Zuid-Oost startte in 2001
met woningverbetering in haar woningen in de wijk Leyen-burg, waaronder
energiebesparende aanpassingen als gevelisolatie. "Bij zo'n
verandering staan bewoners meer open om zelf ook dingen te veranderen",
aldus Gea Boessenkool van Projectbureau Aarde-Werk. "Wij hebben
Vestia daarom destijds ons nieuwe project De Groene Energietrein
aangeboden. Een project dat energiebesparing door gedragsverandering
wil bereiken en gebaseerd is op een nieuwe methodiek. Vestia vond
het een goed plan. Wij hebben toen met de gemeente een subsidieaanvraag
bij Novem ingediend in het kader van Enter, een energieprogramma
voor huishoudens. Novem ging akkoord, omdat ze het project op grotere
schaal willen inzetten in de toekomst."
Anders dan bij bijvoorbeeld het energieadvies van het E-team, waar
de adviseur langskomt en vooral technische adviezen en hulpmiddelen
verstrekt, gaat het bij de Groene Energietrein om een intensief
veranderingsproces bij de bewoners. De bewoners, hun drijfveren
en verbondenheid met de wereld staan centraal in het project. "In
de eerste fase van het project hebben we de bewoners gevraagd welke
drijfveren ze hebben om duurzaam en plezierig te wonen", legt
Gea Boessenkool uit. "Bijvoorbeeld betaalbaar wonen of contact
met de buren. Op basis daarvan hebben wij voorlichtingsmateriaal
ontwikkeld om in het project in te zetten. Het thema van het project
was 'Leve Energie!'. Bewoners konden kiezen waaraan ze wilden meedoen.
We hebben open informatiebijeenkomsten georganiseerd, werkgroepen
opgezet en een cursus aangeboden."
In de cursus werd het verband gelegd tussen vier niveaus: de mens,
zijn huis, zijn woonomgeving en de aarde. Met de cursisten gingen
de trainers in gesprek over de vijf elementen aarde, water, vuur,
lucht en ether (onzichtbare zaken als communicatie en sfeer) en
wat die voor je betekenen als je prettig en duurzaam wilt wonen.
Gea Boessenkool: "Het komt erop neer dat alles energie is en
de ene vorm van energie steeds transformeert naar een andere vorm.
En alles wat je doet, heeft dus consequenties. Bijvoorbeeld: als
je rommel door de gootsteen spoelt, verstoor je de waterkringloop.
De cursisten hebben hun eigen doelen geformuleerd voor energiebesparing.
Concreet en meetbaar, bijvoorbeeld sluipgebruik van stroom terugdringen
door de kruimeldief uit het stopcontact te halen. In veel gevallen
bedachten ze zelf oplossingen en anders gaven wij ze aanvullende
informatie over energiebesparing. Ook op open informatieavonden,
in de nieuwsbrief en in een excursie hebben we duurzaam en prettig
wonen onder de aandacht gebracht. Het uiteindelijke doel van het
project is 10% energiebesparing te realiseren."
Het project zal worden geëvalueerd door zowel Novem als de
Universiteit van Leiden. Boessenkool ziet inmiddels een aantal belangrijke
resultaten: "Het intensieve contact met bewoners in zo'n traject
was voor Vestia uniek en gaf veel inzicht in het communicatieproces
met bewoners. Door het intensieve proces dat we met hen zijn aangegaan,
zijn duurzame contacten in de woonomgeving ontstaan, onder andere
in de werkgroepen. Verbonden zijn met je omgeving en aarde is een
belangrijke voorwaarde voor een duurzame leefstijl."
Lieneke Venhuis
meer
artikelen over duurzame energie en energiebesparing
De pad: slachtoffer van het geslachtsverkeer
Bij de jaarlijkse trek van padden vanuit het winterverblijf naar
de natuurlijke kweekvijver moeten ze wegen of fietspaden oversteken.
De relatief langzame dieren zijn dan bijzonder kwetsbaar. Het oversteken
van een straat kost ze al gauw een aantal minuten en even snel opzij
springen (zoals kikkers) of sprinten (zoals salamanders) is er voor
de pad niet bij.
Zonder hulp zouden veel padden dan ook aan het verkeer ten prooi
vallen. In Den Haag is de Laan van Poot in de tijd van de paddentrek
traditiegetrouw een laan des doods. Maar ook de veel minder druk
bereden Kwekerijweg eist veel slachtoffers doordat veel padden deze
weg proberen over te steken. Andere blackspots zijn de Duinweg,
de Dotterbloemlaan en de Machiel Vrijenhoek-laan. Overigens vormt
niet alleen het verkeer een bedreiging voor de pad: onafgeschermde
rioolputten kunnen een pad die langs de stoeprand schuifelt fataal
worden.
Sinds een aantal jaren bestaat binnen de Dierenbescherming afdeling
Den Haag een speciale paddenwerkgroep. In 2001 zetten vrijwilligers
op de Haagse locaties in totaal ruim 19.000 padden over. Hoewel
de paddentrek dit voorjaar laat en langzaam op gang kwam, geven
voorlopige tellingen aan dat dit aantal dit jaar waarschijnlijk
weer gehaald zal worden - opnieuw dankzij de inzet van 160 vrijwilligers.
Vooral de 'overzetters' op de Kwekerijweg hadden te maken met een
forse amfibische mobiliteitsvraag: één vrijwilliger
had na drie avonden 500 padden overgezet, terwijl een ander in één
avond de voortplanting van niet minder dan 800 padden veiligstelde.
Mocht u nu al interesse hebben om in het voorjaar van 2004 mee te
helpen, neemt u dan tijdens werkdagen contact op met de Dierenbescherming
afdeling Den Haag, telefoon 3924289. Uw naam wordt dan op een lijst
gezet en u wordt benaderd vóór de paddentrek van 2004
begint.
Totaal aantal overgezette padden: 12.434
waarvan op de Kwekerijweg: 6.377
Aantal uit rioolputten gered: 1.032
Aantal verongelukt en gevonden: 491
Aantal overgezette kikkers: 77
Aantal overgezette salamanders: 41
meer artikelen
over natuur algemeen
BONTEBAL
DRUK DRUK DRUK
Van 30 april tot 9 juni is ieder jaar de Japanse Tuin in Clingendael
geopend, een van de mooiste stukjes Den Haag. Onder de rook van
Instituut Clingendael, waar men zich het hoofd breekt over oorlog
en vrede. De vele ganzen die er rond lopen trekken zich niets van
het vraagstuk aan en ruziën er steeds flink op los.
Op een, niet eens zo mooie vooravond begin mei heb ik mijn eerste
bezoekje van dit jaar aan de tuin gebracht, ik ga ieder jaar vele
malen. Het viel tegen. Niet de tuin op zich, die was prachtig als
vanouds, maar mijn medebezoekers vielen niet in goede aarde: een
groep van zo'n twintig bezwete mannen en vrouwen in korte broeken.
Een stel joggers (of trimmers, of hoe heet dat volk tegenwoordig?)
die tamelijk luidruchtig even in de tuin kwamen uitblazen. Ik heb
een half rondje gemaakt en ben, met pijn in het hart, maar weer
op de fiets gestapt.
'Je mag in Clingendael helemaal niet fietsen, er zijn alleen voet-
en ruiterpaden, maar ik ben slecht ter been en voor mij maak ik
een uitzondering.' Ik citeer uit een van mijn verhaaltjes. Verderdoor,
op een grasveld, liep een groep van zeker vijftig mensen onnutte
dingen met ballen te doen. Ze trainden voor het een of ander, want
verspreid tussen de meute liepen enkele lieden op- en aanmerkingen
te schreeuwen. Mijn rust vond ik uiteindelijk tegenover Clingendael,
op het landgoed Oosterbeek. De enige andere bezoekers daar was een
stelletje verliefden, een stel zeer verliefden, dus ik heb discreet
de andere kant op gekeken. Daar zag ik toevallig een bonte specht,
ook mooi.
Je zult mij niet horen zeggen (zien schrijven) dat Nederland vol
is, maar het is wel heel erg druk. Een treffend voorbeeld stond
begin mei in de zaterdagkrant, een foto-reportage met de titel:
Natuurspits. 'De zon hoeft maar even te schijnen en half Nederland
trekt naar bos, strand en water. Fijn: rust zoeken. Hoewel, rust?'
Er volgden allemaal foto's van overbevolkte stukjes natuur: het
Twiske, Kraantje Lek, de Loosdrechtse Plassen, De Biesbosch, de
Ooijpolder en de Duivelsberg.
De zon hoeft maar even te schijnen en de halve Randstad trekt
naar de kust. Ik heb er niet zo'n behoefte aan naar het strand te
gaan. Het is niet de aanblik van het schaars geklede en slecht onderhouden
vlees dat er ligt, maar het is vooral de grote hoeveelheid. Een
groot deel van dat volk komt met de auto. Files op de Utrechtsebaan,
Maanweg en Van Alkemadelaan, als ik langsfiets zie ik ze staan.
Je kan er over de autodaken lopen, dat zou ik ook het liefst doen
(ik heb ijzer onder mijn schoenen), maar het enige dat ik doe is
een meewarige blik werpen op elke chauffeur die me aankijkt en grinniken
als ik op een achterbank een roedel kinderen zie klieren.
In Meijendel is het op een zonnige dag ook koopavond, tot mijn
schrik zag ik laatst dat er zelfs een nieuwe parkeerplaats is bijgekomen
aan het eind van de Meijendelseweg. Ach, ik ken de rustige plekjes
wel, zoals het landgoed Oosterbeek uit het begin van deze column.
Maar ik doe het niet meer, ik ga op zonnige dagen geen fietstochtjes
meer maken. Op dat soort dagen sleep ik mijn tuinstoel uit de meterkast
en ga voor de deur zitten, tussen stokroos en hibiscus, met een
boek op schoot. Heerlijk rustig.
Adriaan Bontebal
www.bart.nl/~bontebal
meer brandingcolumns
van bontebal
|