Branding - Archief  


Nummer 10 juni/juli 2003

 

Het kan nog veel beter
Haags duurzaamheidsbeleid onder externe loep ...meer

Milieuveiligheid vanuit Den Haag gemonitord
Het Institute for Environmental Security opent zijn deuren ...meer

Het Milieucentrum Amsterdam:
een vijftienjarige luis in de pels ...meer

Met duurzaam scoort Den Haag zeker
Much ado about soccer ...meer

Op de fiets en in de Groene Mal in Tilburg
speurtocht naar duurzaamheid bij de buren ...meer

Ypenburgse cultuurhistorie in de verdrukking
Ypenburg verdient beter ...meer

Bruiner in zee dan op het strand?
Zwemmen in vervuild zeewater ...meer

Denk mee over de Vlietzone ...meer

Biesieklette waakt al twintig jaar over uw eigendommen ...meer

Aandacht voor de fiets op diverse niveaus
Plannen voor de fiets ...meer

GROEN forum Wandelen of fietsen?
Over fietspad 10 ...meer

Op weg naar een duurzaam stadsdeelkantoor
Den Haag wil in 2006 CO2-neutraal zijn ...meer

Groene Speurgids en Speurkaart Haaglanden
Oude en nieuwe verbindingen voor landschap en natuur ...meer

Ook op Hollands Spoor OV-fietsen te huur ...meer

Veilig naar school
Auto vs. fiets ...meer

Duurzaam en plezierig wonen in Leyenburg ...meer

De pad: slachtoffer van het geslachtsverkeer ...meer

BONTEBAL DRUK DRUK DRUK ...meer


 

 

 

 

Het kan nog veel beter
Haags duurzaamheidsbeleid onder externe loep

Vroeger was de maatschappij lekker simpel: het bestuur bestuurde, zonder al teveel externe inmenging, en bedrijven beconcurreerden elkaar op leven en dood - of deden tenminste alsof. Maar ook de publieke sector is steeds meer de tucht van de markt gaan voelen. Overheidstaken werden geprivatiseerd of de ambtelijke uitvoerders moesten ze veel efficiënter gaan verrichten. Om hun prestaties te meten raakten verschillende instrumenten in zwang, zoals benchmarking en peer reviews. Benchmarking wil ongeveer zeggen: Jantje doet het beter dan Pietje, dus als Pietje niet snel maatregelen neemt, dan heeft hij een probleem. Met een peer review wordt bedoeld dat collegabestuurders tips geven hoe je het beter kunt doen. In oktober vorig jaar werd Den Haag onderworpen aan zo'n peer review, waarvan op 20 mei jl. de resultaten werden bekendgemaakt.

Een gemêleerd gezelschap uit vijf van de negen Euro-pese steden (Wenen, Venetië, Birmingham, Leipzig, Nottingham, Den Haag, Newcastle, Malmö en Tampere) die zijn aangesloten bij de Peer Review for European Sustainable Urban Development, (PreSud), onderzocht collegiaal maar ook kritisch hoe Den Haag scoorde op dertien thema's. Deze varieerden van de democratische betrokkenheid van de samenleving via zaken als milieu- en economische integratie tot vraagstukken als luchtkwaliteit, water, afval, energie en regionale samenwerking. Het Haagse gemeentebestuur mocht zelf aangeven hoe het presteerde op deze gebieden, maar ook vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, van bewonersorganisaties en van de natuur- en milieubeweging werden uitgenodigd te zeggen wat ze ervan vonden.

Dit scala aan feiten en meningen werd door de reviewers verwerkt en als we hun conclusies met betrekking tot het Haagse duurzaamheidsbeleid heel kort samenvatten, dan moet dit als volgt luiden: het is allemaal best aardig, maar het kan nog véél beter.
Voorop staat dat de benoeming van een aparte wethouder Duurzaamheid (in de persoon van Ries Smits) door de geïnterviewden en de reviewers met instemming is begroet. Deze benoeming wijst erop dat de ge-meente duurzaamheid serieuzer neemt dan voorheen het geval was. En ook de instelling van een Stuurgroep Duurzaamheid (waarover wij in de vorige Branding berichtten) is, zo constateren de reviewers, een goede zaak. Dit kan er namelijk voor zorgen dat duurzaamheid breed gedragen gaat worden. Zoals het nu is lijken de verschillende gemeentelijke afdelingen weinig over duurzaamheid te communiceren. Dit wreekt zich vooral bij de planning van issues die van invloed zijn op de luchtkwaliteit en het geluid. Consultatie vindt nogal eens plaats nadat het punt waarop nog correcties mogelijk waren, al gepasseerd is.

De buitenlandse bezoekers hechten er ook bijzonder veel waarde aan dat het duurzaamheidsbeleid nauw wordt verweven met het sociaal-economische beleid. Het evenwicht tussen deze beleidsterreinen zou ook duidelijker moeten worden aangegeven, om beleidsontwikkeling van meet af aan een duurzamer karakter te geven. Een aar-dige suggestie is om beleidsambtenaren vaker 'de straat op' te sturen, zodat ze kunnen zien hoe hun beleid in de praktijk uitpakt. Dit bevordert de communicatie en het wederzijds begrip tussen beleidsambtenaren en burgers.

CO2-neutrale stad
Dat Den Haag het goed bedoelt, blijkt duidelijk uit plannen als het Milieubeleidsplan, het Waterplan, het Verkeersplan en het Beleidsplan Groene Ruimte. Maar als Den Haag werkelijk in 2006 een CO2-neutrale stad wil zijn en wil voldoen aan Europese richtlijnen is méér nodig. Dan zouden in het uitvoeringsplan van het Milieubeleidsplan duidelijke doelstellingen moeten worden opgenomen, evenals een ondubbelzinnige aanwijzing van verantwoordelijkheden voor het behalen daarvan. Zonodig zouden ambtenaren zelfs een 'duurzaamheidstraining' moeten kunnen krijgen.
De belangrijkste bron van luchtvervuiling en een belangrijke bron van geluidshinder in Den Haag is het verkeer. Op diverse plekken worden grenswaarden zelfs overschreden. De reviewers misten echter in het Verkeersplan doelstellingen voor het beïnvloeden van de modal split: het omslagpunt waar mensen uit de auto stappen en in het openbaar vervoer of op de fiets. Ook meetbare doelstellingen voor het ontmoedigen van het autogebruik in de stad worden node gemist. De gemeente lijkt niet goed te weten wat ze moet en kan doen om de luchtkwaliteit op korte termijn te verbeteren - iets dat Europese wetgeving haar wel opdraagt te doen. Ze zou hiervoor te rade moeten gaan bij wetenschappers en bij andere gemeenten.
Het Waterplan dwingt bij de onderzoekers bewondering af vanwege de integrale visie die eraan ten grondslag ligt, de actieve betrokkenheid van de burgerij en het ambitieniveau. Niettemin zou de gemeente in de volgende fase van het plan uitdagender doelstellingen kunnen opnemen, vooral waar het gaat om de zuurstofniveaus van het water. Die moeten meer in overeenstemming worden gebracht met de inhoud van Europese richtlijnen.
In het algemeen valt het de reviewers op dat alle beleidsplannen een systeem voor het evalueren van de gestelde doelen missen.

Hierboven noemden we al even de betrokkenheid van de burger. De reviewers prijzen de gemeentelijke inspanningen om de Hagenaar bij het planningsproces te betrekken. Zo worden er bijeenkomsten georganiseerd voor bewoners en gebruikers (van bijvoorbeeld parken) en maakt de gemeente intensief gebruik van internet om respons uit te lokken. Ook hier is echter weer sprake van een maar: nogal wat organisaties vinden dat ze pas in een te laat stadium bij de besluitvorming betrokken worden en dat het niet altijd duidelijk is wat er met hun inbreng gebeurt. De reviewers bepleiten dat de gemeente de lijn van het BORO-project - een voorbeeld van goede samenwerking tussen de gemeente en het wijkcomité in Rustenburg-Oostbroek - voortzet en breed toepast.

Concessies
Uiteraard zijn niet alleen de contacten met bewoners/gebruikers van belang. Ook ondernemers moeten betrokken worden bij het duurzaamheidsbeleid, en de gemeente doet dit dan ook voortvarend. Vooral de ontwikkelingsmaatschappij Om Den Haag vervult hierbij een belangrijke rol. Maar ook hier willen de reviewers net weer een tandje verder: waarom heeft Den Haag geen gecentraliseerd systeem waarin alle informatie ter ondersteuning van duurzaam ondernemerschap is samengevoegd? Waarom begint de stad geen bewustwordingscentrum voor duurzaam ondernemerschap?
Het rapport gaat ook in op de verschillende invloeden die uiteenlopende economische activiteiten op het milieu kunnen hebben. Dat Den Haag die verschillen in kaart brengt en er rekening mee wil houden, mag er echter niet toe leiden dat dit de sterke ambitie verzwakt om in de hele stad het milieu, de gezondheid en de veiligheid te verbeteren.

In een reactie gaf duurzaamheidswethouder Smits aan wat teleurgesteld te zijn. Hij had verwacht dat zijn stad beter uit de bus zou komen. Den Haag blijkt uitstekend te zijn in het maken van plannen, maar de uitvoering stagneert nogal eens. Smits gaf aan de uikomsten van het rapport zeer serieus te nemen en vertelde dat bijna de helft van de 52 aanbevelingen zal worden uitgevoerd. Een aantal was volgens de wethouder al achterhaald toen ze gedaan werden. Meer hierover kunt u lezen op onze website, www.haagsmilieucentrum.nl, onder Laatste nieuws.

Bob Molenaar

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

 

Milieuveiligheid vanuit Den Haag gemonitord
Het Institute for Environmental Security opent zijn deuren

Het Joegoslaviëtribunaal, het Internationaal Gerechtshof, het Permanente Hof van Arbitrage, Eurojust, de OPCW; binnen een paar jaar ook het Internationaal Strafhof…. Den Haag mag zich beroemen op de aanwezigheid van een fors aantal internationale juridische organisaties.
Binnenkort wordt het Institute for Environmental Security aan die palmares toegevoegd. Dat betekent dat voortaan ook de naleving van regels op het gebied van het internationale milieurecht vanuit de hofstad bewaakt kan gaan worden. En niet vanaf de minste locatie: de organisatie betrekt een fraai pand aan de Anna Paulownastraat, pal tegenover het Vredespaleis.

De reden voor oprichting van het instituut (met de website www.envirosecurity.org) is dat de voortgaande afbraak van het wereldwijde milieu door klimaatverstoring, waterschaarste, erosie van vruchtbare grond en verlies van voor de mens belangrijke planten- en diersoorten kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting en gewelddadige conflicten. Een notie die indertijd gedeeld werd door bijvoorbeeld de regering van president Clinton, die jaarlijks anderhalf procent van de defensiebegroting reserveerde voor programma's op het gebied van milieuveiligheid. De huidige regering van de VS heeft echter andere prioriteiten.…

Horizon 21
Het Institute for Environmental Security wil eraan bijdragen dergelijke conflicten te voorkomen. Dit gaat ze doen door beleidsmakers duidelijk te maken dat de functies van het milieu die van levensbelang zijn voor mens en natuur moeten worden behouden en, waar nodig en mogelijk, hersteld. Het werkprogramma van het instituut, genaamd Horizon 21, spitst zich toe op vier terreinen: diplomatiek, juridisch, financieel en educatief. Essentieel is dat situaties met ecologische veiligheidsrisico's in kaart worden gebracht en voor beleidsmakers toegankelijk worden gemaakt. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de techniek van remote sensing.
Secretaris/penningmeester Ron Kingham legt uit dat Nederlandse wetenschappers - met name aan de Universiteit van Wageningen - op dit gebied toonaangevend zijn. Ze hebben software ontwikkeld waarmee satellietbeelden en beelden van vliegtuigradars kunnen worden gebruikt om milieuproblemen in kaart te brengen (zoals momenteel gebeurt in Indonesië, in samenwerking met de Indonesische regering). Voor zover dergelijke informatie op dit moment al beschikbaar is, is dat meestal op een statische manier. Er kunnen geen veranderingen mee worden weergegeven. Het Institute for Environmental Security streeft er echter naar dat deze gegevens via een portalsite op internet zowel voor regeringen als voor wetenschappers 'near realtime' beschikbaar zijn. Vervolgens kan bekeken worden hoe deze milieuproblemen aangepakt kunnen worden, hetzij politiek, hetzij juridisch, hetzij langs sociaal-economische weg of, nog beter, op een wijze die deze benaderingen integreert.

Plannen
Het instituut heeft nog andere plannen: bijvoorbeeld om in Den Haag een internationaal programma op te zetten om de kennis van rechters op de terreinen van milieurecht en
-management te vergroten. Ook wil het starten met eco insurance: een financieel mechanisme om milieurisico's af te dekken.
Het plan is om al deze zaken aan de orde te stellen op een internationale conferentie in Den Haag - gedacht wordt aan begin 2004 - met de topmensen op deze gebieden en op interactieve wijze, d.w.z. in contact met vertegenwoordigers van ecologische veiligheids-situaties ter plekke.

Het Institute for Environmental Security wordt financieel gesteund door onder meer het ministerie van VROM. Buitenlandse Zaken heeft de Kamer al laten weten in principe bereid te zijn het instituut te ondersteunen en de Gemeente Den Haag, die het graag ziet komen, is op allerlei wijzen uitermate behulpzaam. Het Haags Milieucentrum voegt daaraan bij deze zijn morele steun toe.

Bob Molenaar

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

 

 

Het Milieucentrum Amsterdam:
een vijftienjarige luis in de pels

"Je kunt beter één medewerker bij een milieuorganisatie financieren dan tien bij de overheid". Hans van der Vlist, Directeur-Generaal Milieu bij het ministerie van VROM, herhaalde deze ooit door hem geponeerde stelling op het drukbezochte symposium dat op 22 april plaatsvond ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van het Milieucentrum Amsterdam. Hoofdthema was de onafhankelijkheid van organisaties die de overheid kritisch volgen, maar tegelijk van diezelfde overheid (financieel) afhankelijk zijn. Van der Vlist beschouwt subsidiëring van dergelijke organisaties als een goede investering: "Democratische besluitvorming is in hoge mate gediend met goede kwaliteit van de informatie. Daarvoor heb je onafhankelijke, kritische organisaties nodig". En aangezien ze geen instrumenten van de overheid zijn "moet je niet klagen als deze organisaties zich inderdaad keren tegen een nieuw gemeenteplan en daar flink mee uitpakken."

Milieudefensiedirecteur (en Amsterdams gemeenteraadslid) Vera Dalm onderschreef dit standpunt volledig. De expertise op het Milieucentrum en de aangesloten groepen is van belang om de gemeenteraad op de juiste koers te houden, was haar ervaring. "Juist natuur en milieu verdienen onze zorg, want dat levert ons in de toekomst heel veel op. Als je naar de langetermijneffecten kijkt is het dus heel goedkoop om milieuclubs te subsidiëren."
Over het maatschappelijk draagvlak maakt oud-milieuwethouder Ruud Grondel (GroenLinks) zich weinig zorgen, getuige zijn kritiek op de stelling dat milieu 'uit' is. "Onzin. Het wóórd is uit. Maar heb je 't bijvoorbeeld over veiligheid en gezondheidsrisico's, dan is daarvoor juist heel veel aandacht. Die leefbaarheidsaspecten van milieu zijn ontzettend in!"

Het Milieucentrum Amsterdam is gevestigd aan de Plantage Middenlaan 2-G en heeft een fraaie website: www.milieucentrumamsterdam.nl

meer artikelen over milieuorganisaties

 

 

 

 

Met duurzaam scoort Den Haag zeker
Much ado about soccer

Profvoetballers bij ADO verdienen niet onaardig. Toch moet hun salaris misschien worden aangevuld met een post gevarengeld. Want als ze in het nieuwe stadion nabij het Prins Clausplein gaan spelen lopen ze aanzienlijke gezondheidsrisico's. De goede bereikbaarheid per auto zou het stadion wel eens fataal kunnen worden. En er kleven méér bezwaren aan.

De gemeenteraad heeft gesproken: er zal 33,5 miljoen euro van de Haagse begroting worden gespendeerd aan een nieuw stadion voor de lokale trots ADO. Het zal worden gebouwd in de oksel van het Prins Claus-plein, waar het verkeer op de snelwegen A4 en A12 zijn pirouettes draait.
Als de meerderheid van de raad ervoor kiest om zoveel geld in deze jongensdroom te steken, zorg er dan wel voor dat je op duurzaamheid scoort! Niet voor niets stelt het Haagse Milieubeleidsplan een CO2-neutrale stad in het vooruitzicht. En dat er tal van mogelijkheden zijn, is gebleken in Sydney. Voor de Olympische Spelen aldaar heeft Greenpeace een totaalpakket ontworpen, dat ook grotendeels is gerealiseerd.

Uit de woorden van wethouder Wilbert Stolte in de gecombineerde commissievergadering van eind april klonk niet al teveel ambitie door als het om duurzaamheid gaat. De wethouder sportzaken noemde de mogelijkheid van een EnergiePrestatieNorm en van gerecyclede stoeltjes. Eerder kwam al de mogelijkheid van grijswater ter sprake. Toch blijft het marginaal. Stolte gaf aan dat de gemeente zelf geen opdrachtgever voor de bouw van het stadion is, en dat zijn mogelijkheden dus beperkt zijn. Dat is formeel waar, maar materieel verstrekt de gemeente een hoop geld voor de bouw. En als ze dat wil kan ze daarmee natuurlijk haar duur-zaamheidsambities als randvoorwaarde in de uitwerking van het bouwplan stellen.

Eisenpakket
En die ambities zijn - of althans wáren - er wel degelijk. Vanuit de gemeente was er een heel pakket aan duurzaamheideisen gesteld, waarmee de architecten en bouwers nauwelijks wat gedaan hebben. Iets dat het college heeft geaccepteerd omdat het erg gecharmeerd was van het winnende ontwerp. De bijzaken (zo wordt het milieu kennelijk ervaren nu het puntje bij het paaltje komt) zijn daaraan ondergeschikt gemaakt. Het Haags Milieucentrum (HMC) vindt dat de gemeenteraad dit niet mag accepteren.

We noemden al even de gezondheidsrisi-co's voor de balartiesten die in het nieuwe stadion gaan optreden. Deze worden veroorzaakt door de slechte luchtkwaliteit als gevolg van de ligging vlakbij twee snelwegen. De Europese normen worden overschreden. Amateursporters kunnen vanwege die slechte luchtkwaliteit niet in het stadion terecht. Maar voor profvoetballers gelden andere regels, want zij zijn werknemers…

De bereikbaarheid van het stadion per openbaar vervoer en fiets is voor het HMC een centraal punt. Op zich zou deze locatie in de oksel van verkeersriolen acceptabel zijn als er een enorme sprong voorwaarts geboekt zou kunnen worden in de bereikbaar per openbaar vervoer. Maar de afstanden tot het nieuwe NS-station en de nieuwe tramhalte (als die tram er komt) zijn veel te groot: één kilometer, dat is 10 minuten stevig doorlopen. Los van het veiligheidsaspect - de politie zal dit ook wel als een recept voor ellende beschouwen - zijn deze afstanden onaanvaardbaar.
De openbaarvervoerhaltes en het stadion moeten dus op de een of andere manier dichter bij elkaar worden gesitueerd. Anders moet de conclusie luiden dat op dit centrale punt de locatie niet geschikt is en kan ADO beter blijven spelen waar ze nu doet - in een opgeknapt stadion.

De parkeermogelijkheden voor het privévervoer zijn prima geregeld. Voor auto's is er een ruime parkeerplaats. Maar waarom is deze gelijkvloers, wat een enorme ruimteverspilling met zich meebrengt? Voor de fiets wordt er een forse inpandige fietsenstalling gebouwd.

Fietsende supporters
Maar over hoe fietsers het stadion moeten bereiken, maken we ons zorgen. Zoals bekend heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg bezwaren tegen de fietsroute door de winkelstraat. Het normale fietsverkeer richting Oud-Voorburg op het huidige fietspad zal hinder ondervinden van de supportersbussen die over het verdiepte fietspad moeten. Zowel het gemeentelijke Meerjarenprogramma Fiets als het regionale fietspadenplan van Haaglanden voorziet in een nieuwe route onder het Prins Clausplein door en in een nieuwe fietsbrug over de Vliet bij Hofwijk. Gezien de voorgeschiedenis vrezen we echter dat met name die laatste er nog niet zal zijn tegen de tijd dat het stadion er ligt. Mede gezien de overlast die gemeente Leidschendam-Voorburg vreest zou een bijdrage van deze gemeente redelijk zijn.

Het is te hopen dat de KNVB of het bevoegd gezag nooit zullen besluiten om niet op zaterdag of zondag te spelen. Anders gaat het hele verhaal over de goede bereikbaarheid per auto niet meer op, en zou de bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets wel eens een reddingsplan kunnen zijn voor de verkeersellende die we dan kunnen verwachten.

Tom Pitstra,
Haags Milieucentrum

Het HMC heeft bij de gemeenteraad gelobbyd om het ADO-stadion duurzamer te laten maken. Op 15 mei debatteerde de raad over het nieuwe stadion. Van de tientallen moties over allerlei hoofd- en bijzaken ging er opvallend genoeg geen enkele over de duurzaamheid, terwijl uit het debat bleek dat een meerderheid er waarschijnlijk wel vóór zou stemmen. Wel stelden diverse fracties het thema aan de orde en op het laatste moment had wethouder Stolte in een brief aan de raad geschreven, dat er extra aandacht aan de duurzaamheid van het stadion zou worden besteed. Met deze kleine en wat vage stapjes vooruit nam de raad genoegen.

Merkwaardig was dat enkele partijen die principieel tegen de nieuwe locatie zijn, om die reden geen motie wilden indienen om de duurzaamheid te bevorderen. Alsof ze dan opeens vóór het voorstel moesten stemmen als de motie zou worden aangenomen. Zo zet je jezelf aardig buitenspel. Ook al ben je in hoofdlijnen tegen een voorstel, je kunt altijd proberen zo'n voorstel waar je tegen stemt te verbeteren.

Er is nu afgesproken dat de gemeente serieus bekijkt of gelden die de Haagse bevolking via de energierekening heeft opgebracht en die nog steeds in de portemonnee van ENECO zitten, voor een energiezuiniger stadion kunnen worden aangewend.
Door onze inzet zijn stapjes vooruit gezet en is de discussie over de luchtkwaliteit indringend gevoerd. Wij wachten nu even af wat dit oplevert, want er bestaan nog tal van kansen om duurzame maatregelen te nemen. Niettemin: dat duurzaamheideisen niet vanaf het begin een belangrijke rol hebben gespeeld is op zijn minst een gemiste kans.

meer artikelen over ruimtelijke ordening en duurzaam bouwen

 

 

 

Op de fiets en in de Groene Mal in Tilburg

In het kader van onze speurtocht naar duurzaamheid bij de buren nemen we deze keer een kijkje in Tilburg: een van de eerste steden die voor fietsers een 'rode loper' uitrolden. Het is ook de stad van Johan Stekelenburg, van Ivo de Wijs, van de grootste kermis van Nederland, van een van de meest milieuvriendelijke publieksfestivals en van een heel succesvol milieucafé. Tilburg profileert zich graag als moderne industriestad en tegenwoordig ook als gemeente waarbij de natuur het sturend element is voor stedelijke ontwikkeling. Want Tilburg heeft een Groene Mal.

Tilburg gaf halverwege de jaren zeventig voorrang aan de fiets. Met veel bombarie werd er een vrijliggend fietspad dwars door de stad aangelegd. Tilburg was daarmee, evenals Den Haag, een trendsetter. "Het was een experiment en heel mooi voor die tijd, zonder obstakels als drempels en lastige kruisingen", aldus Theo Smeele van de Fietsersbond Midden-Brabant en zelf Tilburger. "Maar de laatste jaren is er weinig vernieuwing. Er is niet veel enthousiasme vanuit de gemeente voor het fietsbeleid. Het huidige fietsplan is van '90-'91 en zou in 2000 vervangen worden, maar dat is nog steeds niet gebeurd. Het onderhoud van de fietspaden in de binnenstad is ronduit slecht. De fiets heeft in deze tijd geen voorrang. Wij merken dat veel bewoners geen vrijliggend fietspad meer voor de deur willen hebben, ze vinden het gevaarlijk en ze hebben liever een parkeerplek direct voor hun huis. Een deel van het fietspad van het eerste uur ligt onder vuur. Het Pieter Vreedeplein, in het centrum, gaat op de schop. Er komen woningen en winkels, bomen verdwijnen en de fietsers moeten opschuiven. Het positieve van Tilburg is wel dat we een Fietsforum hebben, waarin verschillende partijen, ook wij, participeren. Daarmee proberen we een vuist te maken voor het fietsbeleid in de gemeente."

Tekortkomingen
Ook de fractie GroenLinks van de Til-burgse gemeenteraad is verre van tevreden over het fietsbeleid en het ontbreken van een actueel plan. Fractievoorzitter Anja van de Westelaken: "Wij zijn vorig jaar met een werkgroep door Tilburg gefietst en hebben alle tekortkomingen geïnventariseerd. Het onderhoud, de veiligheid en het comfort laat te wensen over. Wij willen dat er een substantieel deel van het budget naar het fietsbeleid gaat. Groen Links knokt voor goede fietsvoorzieningen. Helaas is het in de raad moeilijk om daar een meerderheid voor te krijgen. Maar dat is in andere steden hetzelfde."

"Op milieugebied scoort Tilburg niet beter of slechter dan vergelijkbare steden als je puur op de cijfers afgaat," aldus Michel Jehae, voorzitter van de Tilburgse Milieuwerkgroep WNM. "Tilburg heeft dezelfde problemen als andere steden met bijvoorbeeld verkeersopstopping, luchtverontreiniging en vervuiling. Het fietsgebruik is wel hoger. Ook in de planvorming scoort Tilburg heel goed, bijvoorbeeld met haar nieuwe Waterplan. Dat was genomineerd voor de prijs voor het beste gemeentelijke waterplan door de Stichting Natuur en Milieu. Maar het meest bijzondere natuur- en milieu-initiatief in Tilburg van de afgelopen jaren is de Groene Mal."

De Groene Mal
De Groene Mal is een ecologische zone rond Tilburg die vrijgehouden wordt voor de natuur en waar de natuur de ruimte krijgt. De Mal is een aanvulling op de ecologische hoofdstructuur. De stadsuitbreiding van Tilburg springt erover heen. Voor de Groene Mal is vorig jaar een intentieovereenkomst getekend door de provincie, de gemeente, het waterschap, de land- en tuinbouworganisatie ZLTO en natuur- en milieuorganisaties. Daarin is vastgelegd hoe het groene gebied rond Tilburg er in de toekomst, tot 2015, uit gaat zien, waar de waardevolle elementen zich bevinden en hoe de betrokken partijen de komende jaren omgaan met de verschillende bestemmingen en met elkaar. En daarmee is de natuur het sturend element voor de stedelijke ontwikkeling. "Het is heel belangrijk dat de Groene Mal en de intentieovereenkomst er gekomen zijn", zegt Jehae. "Het is zeker sturend voor de planvorming. En we hoeven nu niet meer voor elke uitbreiding een rechtszaak aan te spannen en oorlog te voeren. Dat scheelt heel veel energie. Zo is de rondweg rond Tilburg voor de Groene Mal verlegd en daar was geld voor. Door de Groene Mal is er anderhalf miljoen euro extra voor de natuur. Dat is hartstikke veel winst. In de praktijk proberen ze wèl regelmatig wat van de Groene Mal af te knabbelen voor andere bestemmingen…. Het positieve van de Groene Mal is dat het plan van onderop ontwikkeld is. Het laat zien dat je vanuit diverse organisaties op lokaal niveau wél invloed kunt uitoefenen. Voor andere gemeenten is het een inspirerend voorbeeld."

Korte lijnen
Inspirerend in Tilburg zijn ook het Festival Mundial en het Milieucafé. Tilburg is al 15 jaar de thuisbasis van het Festival Mundial, een groot publieksevenement met (wereld)muziek, mondiale informatie en cultuur, dat wederzijds begrip en waardering voor andere culturen wil bevorderen. Duurzame ontwikkeling is een van de onderwerpen die er aan bod komen. Festival Mundial hanteert de statiegeldbeker, waarmee de gebruikelijke afvalberg op festivals voorkomen wordt. Dit jaar is het festival van 31 mei t/m 15 juni.
Het Milieucafé in Tilburg van de Milieu-werkgroep WNM bestaat reeds 10 jaar en is een voorbeeld voor veel steden. "We hebben gemiddeld 150 bezoekers vanuit 23 gemeenten en dat in een tijd dat milieu niet zo hip is", vertelt Jehae. "In Tilburg zijn veel goede initiatieven, ook vanuit het bedrijfsleven. Een van de sponsors van het Milieucafé, een kleine ijzergieterij, heeft al vele milieuprijzen gewonnen. Ik denk dat het geheim van Tilburg het dorpse karakter is, er zijn hier korte lijnen, iedereen kent elkaar."

Ook het Haagse gemeentebestuur wil dit jaar een kijkje in Tilburg nemen. De datum is nog niet gepland, maar vaststaat dat het een tweedaags werkbezoek wordt van een vertegenwoordiging van het College en de Raad. Ze kunnen er vast wel inspiratie opdoen.

Lieneke Venhuis
Haags Milieucentrum

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

 

Ypenburgse cultuurhistorie in de verdrukking

Ypenburg, 10 mei, 13.00 uur. Een menigte van ruim 200 oud-strijders en andere belangstellenden verzamelt zich bij het herdenkingsmonument voor het voormalige stationsgebouw van Vliegveld Ypenburg. Ze herdenken een bijzonder stukje geschiedenis.

Op 10 mei 1940 vochten het Nederlandse en het Duitse leger hier namelijk de slag om Ypenburg uit. Met een snelle inname van Ypenburg wilden de Duitsers voorkomen dat Koningin Wilhelmina met haar familie via deze luchthaven het land zou verlaten. De slag bij Ypenburg is een historisch zeer belangrijke uitzondering op de reeks Nederlandse nederlagen in het eerste oorlogsjaar. Doordat de Duitsers daar verslagen werden en hun opmars werd opgehouden, kregen de Oranjes de gelegenheid om per boot naar Engeland te vluchten. Bij de slag sneuvelden 95 Nederlandse militairen.

Deze plek is ook nog doordrongen van een ander stukje geschiedenis, namelijk die van de Nederlandse luchtvaart. Het stationsgebouw met zijn prachtige verkeerstorentje is een kleinood van architectuur. Het gebouw, in 1936 in gebruik genomen, werd ontworpen door Brinkman en van der Vlugt, de architecten van de beroemde Van Nelle-fabriek en het Feyenoordstadion. Het was bedoeld voor de kleine sportluchtvaart en werd midden jaren vijftig overgenomen door de Koninklijke Luchtmacht. Voor en na de oorlog stroomden duizenden mensen naar het vliegveld om vanaf een tien meter brede dijk eromheen te genieten van vliegfeesten en te zwaaien naar de piloten. Of men toog naar het vliegveld voor een rondvlucht boven Den Haag en Scheveningen.

Tweehonderdduizend bezoekers bezochten in 1957 de Gouden Internationale Luchtvaart-show Ypenburg (ILSY). Dit vliegfeest werd bijgewoond door de voltallige Koninklijke familie en als nationaal gebeuren rechtstreeks op de televisie uitgezonden. Ook stonden er duizenden toeschouwers in de omliggende straten en weilanden en op de Hoornbrug van deze show te genieten.
Maar dit alles kon niet verhinderen dat vliegveld Ypenburg in 1991 gesloten werd.

Eigen karakter
De bijzondere combinatie van een monument met een historisch gebouw biedt natuurlijk een uitgelezen kans om een nieuwbouwwijk als Ypenburg een eigen karakter te geven. Zo'n eigen karakter is van groot belang voor de leefbaarheid van een nieuwe wijk. Dan gaat het om het uitbuiten van alles wat in het gebied al (van nature) aanwezig is. Beeldbepalende gebouwen, maar ook bijzonderheden van het landschap en de natuur, zoals meertjes, dijken, waterlopen enzovoort. Deze elementen geven speelsheid aan een wijk en doorbreken de eenvormigheid en massieve uitstraling van nieuwbouw. Zij bieden ook coördinatiepunten voor de bewoners en geven een wijk en zijn bewoners identiteit.
Deze manier van ontwerpen bevordert de hechting van bewoners aan hun wijk, en daarmee hun betrokkenheid bij hun directe omgeving. Het maakt een wijk leefbaarder en duurzamer en kan ervoor zorgen dat die voor de generaties die nog komen aantrekkelijk blijft.

Het oude stationsgebouw, laag en langgerekt, ligt aan de rand van Ypenburg. In de ontwerpopgave had het prachtige uitzicht op dit gebouw met goede zichtlijnen vanuit de woningen vrijgelaten moeten worden en de woningbouw had er direct op aan moeten sluiten. Dat kon bijvoorbeeld met een ruim grasveld voor het gebouw, waarop de bewoners ook hadden kunnen recreëren. Die kans is echter niet ge-grepen bij het ontwerp van deze Vinexlocatie en dat is een enorme misser.

Marginaal bestaan
Maar het kan nog erger. Sinds vorig jaar wordt het stationsgebouw grotendeels aan het zicht vanuit de wijk onttrokken door een bedrijfsgebouw dat er schuin voor staat. De bewoners werden (en worden) niet op de hoogte gehouden van de plannen op dit bedrijventerrein, en waren dus onaangenaam verrast toen de bouw begon. Nadat dit eerste bedrijfsgebouw oprees, is er contact opgenomen met de gemeente Den Haag over verdere bouwplannen, maar daar is nooit iets op teruggehoord. Een paar maanden geleden werd gestart met de voorbereidingen voor een nieuw bedrijfsgebouw, dat het zicht op historisch Ypenburg vrijwel geheel zal wegnemen. Hierdoor wordt het mooie historische gebouw veroordeeld tot de vergetelheid en een marginaal bestaan in een afgezonderd stukje van een groot bedrijventerrein.

De vraag is dus gerechtvaardigd waarom de gemeente Rijswijk en later Den Haag niet hebben ingegrepen toen het nog kon. We weten bovendien dat de kantorenmarkt al geruime tijd aan het instorten is. Overal in de buurt van Ypenburg staan duizenden vierkante meters bedrijfsgebouw al lange tijd te huur. Men kan ze aan de straatstenen niet kwijt. Ook het kantoor dat nu het zicht belemmert staat al meer dan een jaar grotendeels leeg en dat steekt des te meer.

Dat is niet het enige. Ongeveer het meest schaarse goed dat we in Nederland hebben is ruimte. De open, groene ruimte wordt in snel tempo aangetast. Daarmee verdwijnen het landschappelijke karakter van Nederland, de natuur en de soortenrijkdom, de mogelijkheden voor waterberging, voor recreatie, en voor het genieten van rust en ruimte. We zijn onszelf aan het inrijgen in een korset van asfalt en beton, onder meer door de bouwdwang van grote ondernemingen die alleen eurotekens in de ogen lijken te hebben.

Compacter bouwen
Ook op Ypenburg wordt dit schaarse goed op grove wijze verspild. De kantoren en bedrijfspanden, zoals die van Van Gend en Loos, zijn er bijzonder laag met veel ruimte eromheen. En dat in een tijd waarin tientallen nota's verschijnen en congressen worden gehouden over manieren om ruimte te sparen en open te laten. Van dubbel ruimtegebruik, het verweven van functies, compacter bouwen met verdichting in woongebieden en tegelijkertijd een kwaliteitsimpuls voor de stad lijken de bouwers op Ypenburg nog nooit gehoord te hebben.

Hetzelfde geldt voor de situering van het bedrijventerrein langs de A4. Inmiddels is het gemeengoed om direct langs een snelweg juist hoge bedrijfspanden op te trekken die tevens dienst doen als geluidsscherm voor de woningen. Zo niet op Ypenburg. Wordt het niet eens tijd voor een goed gesprek tussen de gemeente Den Haag en het industrieschap Plaspoelpolder (waar de gemeente Den Haag overigens zelf in zit), dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein? Dit om te voorkomen dat op de rest van het nu nog open terrein voor de leegstand gebouwd wordt en het zicht en de leefbaarheid van bewoond Ypenburg nog verder worden aangetast.

Wat er, om maar iets te noemen, nog mogelijk is, is een mooie route vanuit het woongedeelte naar het oude stationsgebouw, uitmondend in een parkje met groot grasveld rond het gebouw. Met bijvoorbeeld van die prachtige snelgroeiende Italiaanse populieren langs de weg. Breng er ook wat water in, een plek om te skeeleren en wat speelwerktuigen. Zo kan er recreatief leven vanuit de wijk naar deze plek getrokken worden. Een plek die dit meer dan verdient. Een gemiste kans zal het echter altijd blijven, want terugdraaien en opnieuw beginnen kan niet meer.

Frans van der Steen
Met dank aan de heren Van Mil en Doorduin van de Stichting Historisch Ypenburg en de bewonersorganisatie voor hun informatie.

meer artikelen over ruimtelijke ordening

 

 

 

 

 

Bruiner in zee dan op het strand?
Zwemmen in vervuild zeewater

De ANWB, die zich niet alleen bekommert om het wel en wee van de automobilist maar ook om dat van de recreant, luidde in februari de noodklok over de kwaliteit van het zeewater. De Blauwe Vlag van de Foundation for Environmental Education mag dit jaar nergens langs de Hollandse kust wapperen, omdat het zwemwater teveel bacteriën van uitwerpselen bevat.

De ANWB wees de 150.000 Nederlandse riooloverstorten als boosdoener aan. Bij hevige regenval kan het rioolstelsel de waterafvoer niet aan. Riooloverstorten werken dan als noodventielen, waardoor de riolering overstroomt in het oppervlaktewater. Via sloten, kanalen en rivieren komt dit water vervolgens in zee terecht. Een verschijnsel dat zich, als maatregelen uitblijven, in de toekomst vaker zal voordoen. De klimaatverandering door de opwarming van de aarde leidt immers tot een toename van de hoeveelheid neerslag.

Zwemwaterrichtlijn
Over de vraag of de lozingen op het oppervlaktewater tot gezondheidsschade kunnen leiden, zijn de deskundigen het onderling oneens. Het ministerie van Ver-keer en Waterstaat wijst erop dat de absolute grenswaarden in de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater niet overschreden worden. Maar bij de toetsing aan die grenswaarden wordt gebruikgemaakt van een gemiddelde van elf metingen, terwijl voor de Europese Zwemwaterrichtlijn ook wordt gemeten tijdens extreem zware regenval.

Onderzoeker Ingeborg Weltevrede van de provincie Zuid-Holland heeft nog nooit gehoord dat mensen ziek zijn geworden van het zwemmen in zee. Ondanks dat met huisartsen goede afspraken zijn gemaakt om alle ziekteverschijnselen die hiermee te maken kunnen hebben, altijd te melden. Blijkbaar raken de verontreinigingen snel verdund of worden ze afgebroken.

De Stichting Noordzee en andere milieuorganisaties zien het als een probleem dat de huidige meetpunten te ver liggen van de plaats waar geloosd wordt. Ook is er nog onvoldoende informatie beschikbaar over de invloed van de overstorten op de (zwem-)waterkwaliteit. De Raad van State stelde de organisaties op 23 januari 2002 in het gelijk met deze opvatting. Als in de toekomst de meetverplichtingen beter worden uitgevoerd, kan op grond van de resultaten worden bezien of de overstorten een onaanvaardbaar effect hebben op de (zwem-)
waterkwaliteit. Als dat zo is kunnen aan de vergunningen voor de riooloverstort aanvullende voorschriften en beperkingen worden gesteld of kan de vergunning zelfs worden ingetrokken.

Bruine vlag
Voor Prof. François Clemens, hoogleraar Riolering aan de Technische Universiteit Delft, is de hele ophef rond de overstort van rioolwater in zee maar overdreven. In de Middellandse Zee, een populaire vakantiebestemming, wordt al eeuwenlang rioolwater ongezuiverd geloosd! Het gemengde stelsel in Nederland - dat huishoudelijk afvalwater en regenwater keurig gezamenlijk afvoert - functioneert prima. En gemeenten werken hard om het verder te verbeteren. Tussen 1995 en 2006 investeerden ze maar liefst 2,5 miljard euro in maatregelen om de vervuiling door riooloverstorten te halveren. Clemens suggereert om bij zware regenval, wanneer overstorten in werking komen, te waarschuwen voor zwemmen in zee: "Hijs bijvoorbeeld een bruine vlag."

Ook in Den Haag wordt gewerkt aan verbetering van de afvoer van afvalstoffen. Zo zijn dankzij leefbaarheidswethouder Stolte deze zomer voor het eerst de strandtenten op 'het stille strand' - achter de Vogelwijk - op het riool aangesloten. En ook wordt er hard gewerkt aan uitbreiding van de waterzuiveringscapaciteit. Want dit laatste is nu juist de grote bottleneck. Volgens de Stichting RIONED, kenniscentrum voor rioolzorg, is de invloed van de riooloverstorten op de kwaliteit van het zeewater geringer dan mest uit de landbouw, uitwerpselen van de badgasten zelf en de zuiveringsinstallatie in Den Haag. De rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Houtrust - die rechtstreeks in zee uitmondt - heeft nog steeds een te kleine verwerkingscapaciteit voor extreme gevallen en laat daardoor de vervuilingswaarden regelmatig pieken. Volgens het Hoogheemraadschap van Delfland is vorig jaar 375 miljoen liter half gereinigd rioolwater via de 2,5 kilometer lange pijp voor de kust van Scheveningen in de Noordzee geloosd. Pas in 2008 zal dit probleem zijn verholpen, onder meer door de aanleg van de nieuwe zuiveringsinstallatie in de Harnaschpolder.

Ziek vee
Vragen vanuit de gemeenteraad op 11 maart jl. werden door het college van B&W beantwoord met een verwijzing naar de standpunten van Rijkswaterstaat en de Provincie. De kwaliteit van het zeewater voldoet aan de wettelijke normen, er is verder niets aantoonbaar bekend over de vervuilingsbijdrage van de riooloverstorten, en de werking van de overstorten voldoet aan de vergunningsvoorwaarden.
Maar die geruststellende woorden zijn niet per se gerechtvaardigd. Daarover kunnen diverse veehouders meepraten. Zij zagen hun vee ziek worden nadat het had gedronken uit sloten die na overstorten vervuild waren en stapten naar de rechter nadat waterbeheerders ieder verband ontkenden. En hoewel de procedures nooit iets opgeleverd hebben, is het verband voor Cees Wensing, ex-directeur van het Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid, zeer aannemelijk. In de Volkskrant van 12 april jl. legt hij uit dat koeien op bedrijven met een riooloverstort aantoonbaar slechter presteerden dan koeien op bedrijven zonder een dergelijke overstort. Als koeien in plaats van slootwater drinkwater kregen, hielden de problemen snel op. Wensing stond er versteld van hoe laks overheden reageerden op klachten van boeren.

Blauwe Vlag
Het Haags Milieucentrum (HMC) zou graag zien dat het Hoogheemraadschap van Delfland elke lozing van rioolwater onmiddellijk doorgeeft aan de provincie. Die kan dit dan direct op haar website vermelden (zie onder: zwemwater-kwaliteit in Zuid-Holland) en bij de strandopgangen een Bruine Vlag laten wapperen als teken van vervuiling. Niemand hoeft die dag dan zonder dit te weten in vervuild zeewater te zwemmen.
Verder vraagt het HMC zich af of het uitblijven van meldingen van ziekteverschijnselen een passieve houding van de overheid kan rechtvaardigen. Ook lijkt ons het hanteren van al te geruststellende normen voor de vervuiling van het oppervlaktewater in plaats van de verstandige Europese streefwaarden voor de kwaliteit van het zwemwater geen voorbeeld van vooruitstrevend duurzaam beleid. Het HMC pleit voor een aantal kleinere maatregelen (zoals de aanschaf van regentonnen, die tegenwoordig in high-tec uitvoeringen verkrijgbaar zijn), die door hun grote aantal aanvullend werken op de geplande verbetering van de riooloverstorten en de bouw van de nieuwe rioolwaterzuiveringsinstallatie in de Harnaschpolder. Ook zou het waterplan van het Wateringse Veld (zie onder) als leidraad voor alle nieuwbouw in de gemeente Den Haag moeten gelden. Alleen zo wordt de kans dat de Blauwe Vlag binnen drie jaar weer op onze stranden wappert, meer dan verdubbeld!

Marc Beek,
Haags Milieucentrum

Zwemwaterkwaliteit in Zuid-Holland
Ieder jaar geeft de provincie Zuid-Hol-land aan het begin van het zwemseizoen een folder uit over zwemmen in oppervlaktewater. Hierin staan 110 zwemlocaties aangegeven die om de twee weken gecontroleerd worden. Ook bevat de folder algemene informatie over mogelijke risico's van zwemmen in oppervlaktewater. Wanneer de provincie een negatief zwemadvies of een zwemverbod instelt, dan staat dat op een speciaal bord bij de zwemlocatie vermeld. Actuele informatie over de Zuid-Hollandse zwemlocaties is te verkrijgen via internet (
www.zuid-holland.nl/zwemwater) of via de zwemwatertelefoon (441 75 50) van de provincie.

meer artikelen over gezondheid en milieu

 

 

 

 

Denk mee over de Vlietzone

Tussen de Vliet en de snelweg A4 en tussen Rijswijk en Leidschendam ligt een ietwat diffuus gebied. Zoals verreweg de meeste stadsranden combineert het een groot aantal functies. Er liggen volkstuinen, graslanden, sportvelden, golfterreinen, bedrijvencomplexen en zelfs een vogelreservaat. Als we u vertellen dat pretpark Drie-vliet in dit gebied ligt, zult u onmiddellijk weten waar we het over hebben. Gemaks-halve zullen we het gebied aanduiden als de Vlietzone.

De overwegende indruk die het gebied maakt is een groene, maar de vraag is of dat zo blijft. Het Haagse gemeentebestuur ontwikkelt plannen om er een soort nieuwe, grootschalige stadspoort van te maken, in een brede kring rond het Prins Clausplein.

Daar is niet iedereen het mee eens. Zoals het Stadsgewest Haaglanden, dat van mening is dat het gebied zich zou moeten ontwikkelen tot een groene stepping stone halverwege Vlietlanden en de Zwethzone. Ook kritische omwonenden roeren zich inmiddels. De gemeente Den Haag heeft het Haags Milieucentrum subsidie verstrekt om voor dit gebied een alternatieve, groene visie te ontwikkelen.

Uiteraard vinden wij het van groot belang dat de organisaties die bij ons aangesloten zijn, daarover meepraten. En dat geldt niet alleen voor hen: wij roepen iedereen die dit gebied een warm en groen hart toedraagt op om contact op te nemen met Bob Molenaar (ma. t/m do.) bob.molenaar@haagsmilieucentrum.nl of projectmedewerker Tom Pitstra tom.pitstra@haagsmilieucentrum.nl, zodat we samen kunnen werken aan deze groene visie. Tom Pitstra is maandag de hele dag en donderdag 's middags bereikbaar.

meer artikelen over ruimtelijke ordening

 

 

 

Biesieklette waakt al twintig jaar over uw eigendommen

Stiekem roken in de fietsenstalling is er op een hoop scholen niet meer bij, want daar waakt Biesieklette. Een gesprek met directeur Herman de Graaff over het twintigjarig bestaan van zijn organisatie.

In 1983 ging het slecht met de economie. Heel slecht. Het land verkeerde in een recessie, werklozen meldden zich met duizenden tegelijk bij het arbeidsbureau en het consumentenvertrouwen bereikte duizelingwekkend lage waarden. Afijn, iedereen die het nieuws bijhoudt kan zich er wel een voorstelling van maken. Het was in datzelfde jaar dat een aantal projecten van de grond kwam om werkzoekenden weer bij het arbeidsproces te betrekken. En één van die projecten, gestart onder de vleugels van De Nieuwe Aanpak, bestaat nog steeds:
fietsenstallingenexploitant Biesieklette.

Scholen en buurten
Kende het project een aarzelende start, toen Herman de Graaff precies tien jaar geleden aantrad als directeur had Biesieklet-te 35 medewerkers die verantwoordelijk waren voor twaalf stallingen. Inmiddels telt de organisatie ruim 150 medewerkers en is het aantal stallingen uitgegroeid tot 65, verspreid over tien gemeenten in Haaglanden en Rijnmond. Met name het aantal stallingen bij scholen zit flink in de lift. De Graaff ziet bij de middelbare scholen nog veel groeipotentie.
Herman de Graaff: "We houden niet alleen maar toezicht. We bieden ook een stukje extra dienstverlening. Zoals het plakken van banden, zodat de leerling niet naar huis hoeft te lopen. En de beheerders hebben ook een sociale functie. Leerlingen vertellen hun vaak van alles wat hun hoog zit."
Scholen moeten zelf opdraaien voor de kosten die de stalling met zich meebrengt, maar de gemeente Den Haag laat zich niet onbetuigd. De Graaff: "De gemeente is erg enthousiast. Ze hebben ervoor gezorgd dat fietsenstallingen gemoderniseerd werden en schoolpleinen werden opgeknapt, zodat we zó van start konden gaan."

Een andere recente activiteit is de exploitatie van buurtstallingen. In wijken waar bewoners hun fiets moeilijk kwijt kunnen - bijvoorbeeld omdat ze geen kelder hebben - kan Biesieklette op zoek gaan naar panden die als stalling kunnen worden ingericht. Momenteel zijn er twee van dergelijke stallingen in het Bezuidenhout en er komt er een in de Boks-doornstraat. Omdat ze onbemand zijn heeft Biesieklette er weinig werk aan, aldus De Graaff, maar het is wel een hele klus om betaalbare panden te vinden.

Gave huisjes
Maar meer dan van de school- en buurtstallingen zal het publiek Biesieklette kennen van de kunstzinnig vormgegeven beheerdershuisjes. De Graaff vertelt er met trots over: "De gemeente wil het fietsen stimuleren en moet dan ook accepteren dat die fietsen ergens neergezet worden. Om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren heeft ze besloten dat ook de hokjes van de beheerders een fraaiere aanblik moeten krijgen. Dit is het project Fiets en Stal geworden, waarin Stroom hcbk aan kunstenaars opdracht heeft gegeven om stallingen te ontwerpen. Daarvan worden er nu steeds meer opgeleverd. Aanvankelijk waren nogal wat beheerders verontwaardigd, maar nu vinden ze het 'toch wel gaaf'. De nieuwe behuizingen zijn ook veel comfortabeler."

Bijzonder trots is De Graaff op de stalling die vanaf juni wordt aangelegd op het plein voor het Centraal Station. De beheerder zetelt in een glazen hok dat 's nachts een groen schijnsel uitstraalt en dan tegen vandalen beschermd wordt door een kooiconstructie. Overdag wordt die kooi eenvoudigweg opgehesen en torent dan boven het huisje uit. En niet alleen aan de beheerder wordt gedacht, maar ook aan de gebruiker van de stalling. De 332 fietsbeugels zullen aanzienlijk beter van kwaliteit zijn dan wat er nu staat of ligt.
Overigens blijft het op het Koningin Julianaplein ook mogelijk om onbewaakt te stallen.

De toekomst
Zo enthousiast als De Graaff vertelt over deze en andere innovaties - zoals het exploiteren van openbare toiletten en de verhuur van buggies, rollators en (strand-)rolstoelen - zo somber wordt hij als de toekomst van de 'Melkertbanen' ter sprake wordt gebracht. Voor een organisatie als Biesieklette is gesubsidieerde arbeid immers onontbeerlijk. De Graaff: "Wij exploiteren geen stationsfietsenstallingen, zoals de franchisehouders van de NS. Die kunnen commercieel opereren omdat ze minstens duizend stallingsplaatsen hebben, veel betaalde diensten aanbieden en zitten op knooppunten van woon/werkverkeer. Ze vragen een euro, wij maar 45 eurocent, en dat bedrag willen we niet echt verhogen. Mensen met een smalle beurs moeten in onze stallingen terechtkunnen."

Het ergste vindt De Graaff de kabinetsplannen echter voor zijn medewerkers: "Mensen die hun sociale leven net weer op de rit hebben dreigen voor de tweede keer in de steek gelaten te worden."

Bob Molenaar

Het jubileum van Biesieklette wordt in augus-tus luister bijgezet met de verschijning van een boek. Hierover zult u te zijnertijd ongetwijfeld meer kunnen lezen op de website www.biesieklette.nl.

meer artikelen over Haags Milieucentrum en aangesloten organisaties

 

 

 

 

Aandacht voor de fiets op diverse niveaus

Begin dit jaar werden er in diverse uitvoeringsprogramma's en verkeersplannen weer vele mooie woorden gewijd aan het fietsen. Maar hoe pakken die voornemens in de praktijk uit?

"De fiets is een schoon, gezond, ruimtebesparend en goedkoop vervoermiddel en voor veel mensen een vorm van ontspanning en lichaamsbeweging." Met deze mooie woorden opent het Haagse Meerjarenprogramma Fiets 2003 t/m 2006, waarmee de gemeente een wat andere weg inslaat. Eerdere plannen concentreerden zich voornamelijk op de aanleg van directe fietsroutes vanuit de woonwijken naar de belangrijke bestemmingen in het centrum, die veelal parallel lopen aan de drukke hoofdroutes van het autoverkeer. In het nieuwe meerjarenprogramma wordt aanvullend gekeken naar minder directe maar leefbaardere routes. Bijvoorbeeld fietsroutes die een aantrekkelijk parcours door het groen of langs volkstuinen volgen. Of fietsroutes die wel iets worden omgeleid, maar door een veel rustiger straat met veel fraaiere gevels lopen. De minder gehaaste fietser krijgt in dit plan dus een prominente rol toebedeeld. Dat is verstandig. Want de Haagse bevolking veroudert en fietsen is als lichaamsbeweging voor de seniore burger een uitstekend middel om de spieren soepel te houden.

'Kastraatwegen'
Wel zal dan eerst het fietscomfort verhoogd moeten worden door de kwaliteit van het wegdek sterk te verbeteren. Raadslid Labuche, die als Vlaming toch wel wat kasseien gewend is, spreekt over de Haagse fietspaden consequent als 'kastraatwegen'. Dankzij zijn GroenLinks-collega Niek Roozenburg hoeft dit over een tijdje niet meer nodig te zijn. Door zijn toedoen neemt het meerjarenprogramma bij de aanleg van nieuwe fietspaden namelijk asfalt als uitgangspunt.
Het is echter wel zaak dat fietsers slecht wegdek blijven aankaarten bij de gemeente. Want wegbeheerders van de verschillende stadsdelen kunnen dankzij dit meerjarenprogramma beschikken over een beperkt budget voor het wegwerken van achterstallig onderhoud en om de laatste kleine ergenissen te verhelpen.

Het nieuwe meerjarenprogramma Fiets trekt de lijn door die in 1997 is ingezet met het plan De Fiets Voorop!, dat heeft geleid tot een groei van het fietsgebruik. Maar toch wordt er in Den Haag relatief weinig gefietst. Hier wordt 26% van het aantal verplaatsingen tot 7,5 kilometer met de fiets afgelegd, tegen gemiddeld 33% in vergelijkbare grote steden. De bedoeling is dat tussen nu en 2007 de kwaliteit van de fietsroutes - en daarmee ook het aantal fietsers - zal toenemen. Javastraat, Volendamlaan, Harstenhoekweg en Leyweg krijgen vrijliggende fietspaden.

Ketenmobiliteit
Een ander belangrijk speerpunt is het realiseren van stallingen bij OV-haltes en het verbeteren van de bewaakte stallingen in de binnenstad. Dit is een gevolg van de aandacht die alle plannen rond fietsen en openbaar vervoer schenken aan ketenmobiliteit. Dit is de combinatie van lopen, fietsen of het openbaar vervoer gedurende een enkele reis, in elke willekeurige volgorde en desnoods gecombineerd met autogebruik. De combinaties openbaar vervoer - lopen en fiets - openbaar vervoer komen wel het meest voor. En anders dan de gereserveerde ruimte voor Park-and-Ride voor de treinstations wil doen geloven, valt deze vorm van ketenmobiliteit volkomen in het niet bij de twee eerdergenoemde vormen. Daarom is de realisering van snelle, veilige en comfortabele loop- en fietsroutes naar belangrijke opstappunten (stadstransferpunten) van het openbaar vervoer van groot belang. Evenals de aanleg van zowel kwantitatief als kwalitatief voldoende fietsenstallingen bij de belangrijke Haagse treinstations.

Fiets in de Voorrang
Ook hogere overheden laten zich niet onbetuigd. Het stadsgewest Haaglanden en de Provincie Zuid-Holland gaan de komende vijf jaar in eendrachtige samenwerking de regionale fietsroutes flink verbeteren. Binnen de looptijd van het vijfjarenprogramma regionale fietsroutes Haaglanden - met de inspirerende titel Fiets in de Voorrang - zullen zeventig projecten worden gerealiseerd. De daarvoor benodigde 75 miljoen euro is reeds beschikbaar gesteld. Het stadsgewest zorgt onder meer voor de aanleg van twee grote fietsviaducten over de rijksweg A4 en van fietspaden, waardoor de VINEX-wijken Leidschenveen, Ypenburg en Wateringse Veld beter worden ontsloten.

Dat een vorm van regievoering noodzakelijk is mag blijken uit het jarenlang ontbreken van een klein stukje verbindend fietspad op de doorgaande fietsroute Rijswijk-Wateringse Veld ter hoogte van de Eikelenburglaan. De situatie ter plekke was voor fietsers met name pijnlijk omdat het probleem van de grensoverschrijding Rijswijk-Den Haag blijkbaar niet gold voor het openbaar vervoer: de glimmende spoorstaven voor tramlijn 17 waren al bijna aan vervanging toe voordat de eerste fietser hier zonder af te stappen zijn weg kon vervolgen.

Fietssnelweg
De Fietsersbond herkent in al de gemeentelijke en regionale fietsplannen het eigen streven om het fietsgebruik te bevorderen. En omdat mobiliteit voor een belangrijk deel op lokaal en agglomeratief niveau plaatsvindt, verdient de fiets als uitstekend vervoermiddel voor de korte afstand een belangrijke plaats in alle verkeersplannen. Die belangrijke plaats herkent de Fietsers-bond echter niet wanneer het om het toekennen van het budget gaat. In het Provin-ciale Verkeer- en Vervoerplan (PVVP) staat hierover zelfs te lezen dat 'alleen fietspaden met prioriteit 1 realiseerbaar zijn tot 2010'. De fietssnelweg langs de A12 van Gouda via Zoetermeer en door Leidschendam-Voor-burg naar Den Haag hééft die prioriteit. Maar de uitvoering van deze belangrijke fietsroute hangt af van het bedrag dat de gemeente Leidschendam-Voorburg aan het geheel wil bijdragen. Daarnaast zou het beter zijn als - ter vermijding van stank- en geluidsoverlast - het fietspad op enkele stukken niet langs de autoweg zou komen. In dit van oorsprong al door boeren benutte landschap zijn veel 'slimme doorsteekjes' aanwezig. Door aanleg van een kleine brug of een verbindend stukje fietspad door een nieuwe woonwijk of een gerevitaliseerd bedrijventerrein kunnen veel bestemmingen op gemakkelijke en aantrekkelijke wijze voor het fietsverkeer worden ontsloten. Wel zouden kruisingen met hoofdautowegen zoveel mogelijk ongelijkvloers aangelegd moeten worden. Dit om de doorstroming van het fietsverkeer niet te blokkeren en uit een oogpunt van verkeersveiligheid.

Angst voor diefstal
Fietsers hebben niet alleen behoefte aan goede fietsroutes maar ook aan faciliteiten om hun fiets veilig te parkeren. Voor veel potentiële fietsers is het risico van diefstal van de fiets een reden om deze thuis te laten. In 1995 gaf dertig procent van de bezoekers aan de binnenstad aan nooit per fiets te komen 'uit angst voor diefstal'. Het wegnemen van gevoelens van onveiligheid (het verbeteren van de zogenoemde subjectieve veiligheid) maakt daarom deel uit van het gemeentelijke veiligheidsbeleid, vooral in de vorm van vermindering van overlast en van het aantal diefstallen. Ultimo 2006 moeten 25 procent minder gevallen van overlast en criminaliteit in de openbare ruimte bij de politie worden gemeld en aangegeven. Maar opvallend genoeg krijgt de aanpak van fietsendiefstal in het gemeentelijke veiligheidsbeleid nu en in de toekomst geen enkele prioriteit. Handhavingsteams zitten al aan de top van hun kunnen; bovendien staat door de bezuinigingsmaatregelen van de rijksoverheid zowel hun aantal als hun omvang onder zware druk.

De gemeente Den Haag mag dan (bewaakte) fietsenstallingen aanleggen, een aantal daarvan voldoet niet aan het diefstalpreventie-keurmerk FietsParkeur. Schrijnend is dat dit ook geldt voor de onbewaakte fietsenstallingen voor het Centraal Station en Station Hollands Spoor (HS). De PvdA heeft de stalling onder de overkapping bij HS in een veiligheidsnotitie zelfs als onveilige hot-spot aangewezen.
Verder voert de gemeente gerichte publiekscampagnes om fietsendiefstal tegen te gaan: burgers worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid voor de bescherming van hun eigendommen. In het Centrum werden verkeerd gestalde fietsen daartoe voorzien van gele kaartjes aan het stuur, die lijken op de 'Buit Eruit'-kaartjes. Behalve dat met dit kaartje gewezen werd op het gevaar van fietsendiefstal werd ook verwezen naar de dichtstbijzijnde bewaakte stalling. Het was ook een gratis aanbod om eens gebruik te maken van de diensten van Biesieklette.

Conclusie
Voor een duurzame, integrale benadering van de verkeersproblematiek zijn planning en het opstellen van meerjarenprogramma's absoluut noodzakelijk. Maar willen we dat de fiets niet alleen op papier maar ook in werkelijkheid een belangrijker positie krijgt, dan zijn handhaving en monitoring evenzeer belangrijk. Omdat uit alle plannen blijkt dat de stedelijke en landschappelijke aantrekkelijkheid van een route sterk wordt beïnvloed door de kwaliteit van het wegdek, is het goed monitoren van die kwaliteit van groot belang. Nu verwacht de gemeentelijke overheid van de fietsende burger dat deze onvolkomenheden aan het wegdek meldt. Dat zou een overheidstaak moeten zijn.
Maar afijn: klachten zoals overhangende takken, losliggende tegels en gaten in het wegdek kunt u melden bij de gemeentelijke klachtenlijn, tel. 3533000, of per e-mail aan contactcentrum@dsb.denhaag.nl

Marc Beek
Haags Milieucentrum

Meer artikelen over mobiliteit

 

 

 

GROEN forum

Wandelen of fietsen?

Het provinciebestuur heeft besloten: er moet een nieuw fietspad vanuit Den Haag door de duinen naar Meijendel komen. Hoewel het tracé nog niet vastligt, lijkt de jarenlange discussie over Fietspad 10 hiermee beslist. Maar de wandelaarsvereniging TeVoet blijft zich verzetten. Regiocoördinator Jaap Mels legt uit waarom.

Ook TeVoet is voorstander van ongemotoriseerd verkeer. Dat betekent echter niet dat de aanleg van een fietspad altijd een verbetering is. De toename van het aantal kilometers fietspad staat al jaren in geen verhouding tot de toename van het fietsverkeer. Het is weliswaar 'politiek incorrect' om dat te zeggen, maar desalniettemin een feit. Het woon-/werkverkeer op de fiets is al lange tijd stabiel en het recreatief verkeer neemt minder toe dan gezien de uitbreiding van het fietspadennet gehoopt mocht worden. Jammer, maar mensen maken nu eenmaal hun eigen keuzes.
Daar staat tegenover dat het wandelen al jaren sterk toeneemt, terwijl het aantal wandelpaden daarbij achterblijft en op veel plaatsen juist afneemt. (Dat tal van organisaties steeds nieuwe routes publiceren staat hier los van. Die maken veelal gebruik van dezelfde schaarse mogelijkheden of lopen over verharde trajecten.)

Lycrabrigade
Een tweede reden is dat fietspaden het landschap maar al te vaak evenzeer aantasten als autowegen. Dit hangt natuurlijk af van de wijze van uitvoering, maar die is soms moeilijk te voorspellen. Ons land ligt vol met brede, geasfalteerde, met palen en hekken van de omgeving afgeschermde en van lichtmasten voorziene 'fietswegen'. Leuk voor de lycrabrigade en nuttig voor anderen, maar mooi is anders.

Ook bestaat er een hardnekkig misverstand dat een fietspad geschikt zou zijn om op te wandelen. Dit moet verzonnen zijn door een automobilist. Fietsers ergeren zich dood aan over het hele pad uitzwermende wandelaars (die ook graag naast elkaar gaan) en de wandelaar merkt dat hij agressief wordt bejegend en voor rotte vis wordt uitgescholden. Ook al stelhet Wegenverkeersreglement dat ergens gelo-pen mag worden, dit inzicht schijnt bij de concurrerende verkeersdeelnemer niet aanwezig.

Concluderend: bij de aanleg van een fietspad moet goed gekeken worden naar nut en bezwaar en er moet worden vermeden dat van de fiets een tweede 'heilige koe' wordt gemaakt.

Zeven plagen
Wat betekent dit voor fietspad 10? Op de kaart is te zien dat fietsers vanuit Den Haag bij het pompstation en anders via Wassenaar, bij de Kievit, het duin in kunnen. Een entree ter hoogte van de Waalsdorpervlakte lijkt daarom niet onredelijk. Er zijn echter een paar grote bezwaren.
De recreatiedruk op de duinstrook is al zeer hoog en het is niet wenselijk dat die verder stijgt. Elke nieuwe toegang verstoort de rust meer en tast het landschap verder aan. Waar is het einde? Zo'n verbinding tussen dichtbevolkt gebied en een recreatiegebied (Meijendel) is vragen om problemen. Maak een geasfalteerd pad en de brommers en racers staan gereed, maak een ruw pad en de zevende plaag der mountainbikers daalt op ons neer. Goede voornemens om dit soort bezoek te weren blijken vaak ineffectief. Het eind van het liedje is dat men zich erbij neerlegt.

Een andere en voor ons belangrijke overweging is de bedreiging van de voetpaden in dit gebied. Steeds weer blijkt dat de makkelijkste manier om een fietspad aan te leggen bestaat uit het verharden van bestaand onverhard traject. Er is geen traditie in bestuurlijk Nederland om met dit soort dingen rekening te houden. In allerlei verkeers- en vervoersplannen bestaat de wandelaar niet eens en wordt hij beschouwd als een wezen dat onder de naam 'voetganger' uitsluitend in de bebouwde kom zijn biotoop heeft.
Wij willen hier niet concluderen dat Fietspad 10 er niet moet komen. Wèl dat eerst gezocht moet worden naar een alternatief dat het duingebied niet aantast.
Overigens zijn er in de gehele kuststrook te weinig acceptabele oost-westverbindingen, zowel voor fietsers als voor wandelaars. Het is iets waaraan we gezamenlijk zouden moeten werken maar, nogmaals, op voet van gelijkheid.

Jaap Mels,
regiocoördinator vereniging TeVoet

meer artikelen over mobiliteit

 

 

Op weg naar een duurzaam stadsdeelkantoor

Den Haag wil in 2006 CO2-neutraal zijn. Het op duurzame wijze bouwen van gemeentelijke kantoren is een belangrijke stap bij het realiseren van deze ambitie. Maar ligt de FSC-gekeurde lat voor het nieuwe stadsdeelkantoor-annex-hulpdienstenpost in Leidschenveen/Ypenburg wel hoog genoeg?

Het combigebouw voor Den Haags nieuwe woonwijk moet verrijzen ter hoogte van het Forepark, aan de andere (de westelijke) kant van de A12 en de spoorlijn naar Utrecht. Het komt als 'kop' van een heel nieuw gebouwencomplex in de bocht van de noordelijke kruising. In ieder geval worden het stadsdeelkantoor en een politiepost voor de nieuwe wijk erin gevestigd, evenals de jeugdhulpverlening.

Deze prominente locatie vraagt om een opvallend gebouw. De gemeente Den Haag kan scoren als hier het duurzaamste gemeentelijke kantoor van Nederland wordt gerealiseerd dat ook uiterlijk tot de verbeelding spreekt. Een gebouw dat visueel de aandacht trekt, waarvan de voorbijganger verbaasd zal denken: hé, dat is leuk, dat is andere koek dan die dertien-in-een-dozijn kantoorgebouwen langs de snelweg. Een gebouw dat zich kan meten met dat van de Gasunie in Groningen en van ING in Amsterdam - beide voorbeelden van organische architectuur.

Maar uit de stukken tot nu toe komt een 'normaal' gebouw naar voren, dat zich alleen onderscheidt door een keuze voor duurzaam gekweekt hardhout en 20% lagere energiedoelstellingen. De relatie tot de macro-doelstelling van de gemeente om op de langere termijn een CO2-neutrale stad na te streven zal dan zwak zijn. Vandaar dat wij ons afvragen: vinden alle betrokkenen het leuk om een zoektocht naar optimale duurzaamheid te beginnen of wordt duurzaamheid als een last of als een routinehandeling ervaren? Het Haags Milieucentrum vindt dit zo belangrijk dat het er een project van heeft gemaakt. Onze ideeën mochten wij tijdens een ROMBO-sessie (wat is ROMBO?) presenteren. Ook gaan we een excursie naar CO2- neutrale kantorengebouwen organiseren.

Openbaar vervoer
Op zich lijkt de locatie vanuit openbaar vervoer (OV) en fiets prima ontsloten. Ze ligt vlakbij het nieuwe NS-station, er zijn goede fietspaden en er komt een tramhalte in de buurt. Voor het Haags Milieucentrum is het van groot belang dat de loopafstanden van en naar de tramhaltes, bussen en NS-station nauwkeurig bepaald worden en zo kort mogelijk zijn.
De plannenmakers gaan ervan uit dat veel gebruikers van het gebouw niet met het openbaar vervoer zullen reizen omdat de kantoren 24-uursdiensten draaien. Maar dit uitgangspunt draagt het gevaar in zich dat het een alibi gaat worden om bij gewone diensten ook met het particuliere gaspedaal te komen.
Dankzij die goede ontsluiting voor het OV zou de parkeernorm juist verlaagd kunnen worden, zeker als er gekozen wordt voor het stimuleren van autodelen en voor dienstauto's - en niet te vergeten dienstfietsen, bijvoorbeeld voor de politie. Het stellen van kwantitatieve doelstellingen beschouwen wij hierbij als cruciaal. De doelstelling van de gemeente Den Haag om het fietsverkeer de komende jaren met 10% te laten toenemen kan prima op dit gebouw worden toegepast.

Wij vinden voor zo'n verzamelgebouw een vervoersmanager noodzakelijk. Hierdoor kan een synergie-effect optreden. Die manager zou met meetbare doelstellingen moeten gaan werken en kan een voorbeeldfunctie vervullen voor de hele stad. Natuurlijk kan niet elke jeugdhulpverlener met een politieauto door de stad rijden, maar enig gezamenlijk gebruik van een wagenpark moet toch mogelijk zijn.

De Plas van Reef
Het meest opvallende aspect van de locatie is de ligging nabij de Plas van Reef, ontstaan door afgraving van zand voor de bouw van het Prins Clausplein. Duurzame (steden)bouw is gebaseerd op locatiespecifieke eigenschappen. De Plas van Reef en de watergang langs de autoweg zouden dan ook een rol kunnen spelen in de waterhuishouding van het nieuwe gebouw en andere, toekomstige gebouwen. Er zou een gesloten watersysteem kunnen worden geïnstalleerd, zonodig met een helofytenfilter. Ook kan er een leuke wandelroute naar de plas ontwikkeld worden, zodat de boterham niet alleen in de kantine maar bij de waterkant genuttigd kan worden.

Het energieconcept
De ambitie om het combigebouw 20% energiezuiniger te bouwen dan wat gangbaar is, vinden wij een vrij pover energieconcept in het licht van de CO2-neutrale stad. We hebben daarom voorgesteld om een CO2-neutraal gebouw te realiseren en dat uitgangspunt heeft de gemeente nu in de eerste fase overgenomen. Hopelijk blijft het overeind als puntje bij paaltje komt.

Willen we van het nieuwe stadsdeelkantoor annex hulpdienstenpost een hoogtepunt van duurzaam bouwen maken, dan zijn grasdaken en een groene inrichting rondom het gebouw een aardige eye-opener. Maar nogmaals: de vraag is of de gemeente dit echt wil.

Ries Smits, wethouder van zowel nieuwe wijken als van duurzaamheid, is met beide petten op bij het nieuwe stadsdeelkantoor betrokken. Toch is het zelfs dan niet vanzelfsprekend dat een wethouder zich op een ROMBO-bijeenkomst vertoont. Dat Smits hier wel aanwezig was, en deze naderhand als inspirerend betitelde, geeft ons goede hoop dat het college van B&W zich er hard voor maakt dat dit idee in de vervolgfases van ROMBO overeind blijft.

Tom Pitstra,
Haags Milieucentrum

ROMBO
ROMBO betekent Ruimtelijke Ordening en Milieu Beleids Ontwerpstrategie. Dit is het hulpmiddel dat de gemeente Den Haag gebruikt om duurzaam te ontwerpen. Het proces bestaat uit drie verschillende fasen: een onderzoek naar de technische haalbaarheid, naar de economische haalbaarheid en naar de maatschappelijke haalbaarheid.

meer artikelen over ruimtelijke ordening en duurzaam bouwen

 

 

Groene Speurgids en Speurkaart Haaglanden
Oude en nieuwe verbindingen voor landschap en natuur

Den Haag: parkstad, mooie stad achter de duinen. Haaglanden: groene schakel in de Randstad. De statements en goede bedoelingen zijn er, maar dat wil niet zeggen dat het snor zit met natuur en landschap in onze zeer dichtbevolkte regio.

Natuurlijk, Den Haag heeft meer groen dan welke grote stad ook en ligt aan het grootste aaneengesloten natuurgebied van ons land: de Noordzee. Maar er zijn ook duidelijke minpunten. Vooral binnen Den Haag is het groen ongelijk verdeeld. Het rijke 'zand' is goed groen dooraderd, terwijl het arme 'veen' er karig van af komt. En de groene verbindingen tussen stad en ommeland slibben steeds verder dicht, de samenhang tussen landschappen gaat verloren. Vooral in het zuiden en het oosten komt de open ruimte steeds verder van Den Haag af te liggen. Het wordt steeds moeilijker aantrekkelijke routes voor wandelaar en fietser te vinden.

Uitgeverij Open Kaart en het Haags Milieucentrum willen de groene recreant helpen zijn weg te vinden tussen woonwijken, industrieterreinen en kassengebieden. Ze hebben daarom het initiatief genomen tot de Groene Speurgids/-kaart Haaglanden. Het stadsgewest Haaglanden biedt financiële en inhoudelijke steun, omdat voor het stadsgewest het groen en de groene verbindingen een belangrijk thema zijn. Zijn Regionaal Structuurplan, het raamwerk voor de ruimtelijke ordening in het komende decennium, vertoont imposante ecologische lijnen en pijlen.

Op de Groene Speurkaart gaat het vooral om de lijnen in het landschap. Groene verbindingszones die nu al het bewandelen, befietsen of bevaren waard zijn. Waar hier en daar echter essentiële schakels ontbreken. Speurkaart en
-gids willen suggesties geven voor pragmatische oplossingen, waarbij vooruitlopend op 'definitieve' inrichtingen de groene recreant alvast uit de voeten kan. Waarbij tegelijk rekening gehouden wordt met de ecologische potenties van de verbinding - niet overal en altijd verdragen groene recreatie en natuur zich even goed.

Groene gangen
Wat voor verbindingen zijn belangrijk voor natuur en recreant in onze regio? De Speurkaart kent vijf hoofdcategorieën:

Groene schakels binnen de stad. Binnen Den Haag zoomen we met name in op het City-Duinpark: een hoefijzervormige keten van parken, landgoederen en duingebieden in het noordwesten die, als ze met elkaar verbonden waren, samen zo ongeveer het grootste stadspark van Europa zouden vormen.


Groen aan de stadsrand. Naar analogie van de hoefijzervormige randweg rond de stad is er ook een ecologische route in een iets wijdere boog om Den Haag en zijn randgemeenten te trekken. Potentieel een zeer interessante route voor wandelaar en fietser, dier en plant, maar er ontbreken nog de nodige schakels. Vanaf Kijkduin door Ockenburg, de Uithof en Madestein is nu al goed mogelijk. Een groenzone langs het boezemwater van de Zweth is in ontwikkeling. Groot vraagteken en waarschijnlijk strijdpunt tussen diverse partijen in de regio wordt de zone parallel aan de Vliet vanaf Rijswijk tot en met Leidschendam. Op het IJspaleis droomt men van een nieuwe grootschalige stadspoort in een brede kring rond het Prins Clausplein. Het Stadsgewest lijkt andere opties te hebben, terwijl ook kritische burgers inmiddels hun mondje beginnen te roeren. Ten noorden van Leidschendam sluit de Leidschendammer-hout aan op de Dui-venvoordse corridor, een groene buffer tussen de Haagse en Leidse agglomeratie en verbinding met de Wassenaar-se landgoederen. Bieden 'nieuwe landgoederen' ter vervanging van kassen hier nieuwe mo-gelijkheden voor natuur en groene recreatie?

Verbindingen tussen de open groene ruimtes. Behalve de Duivenvoordse corridor speelt hier vooral de worsteling rond de realisatie van de Groenblauwe Slinger, de gedroomde blauwe en groene verbinding tussen Midden-Delfland en het Groene Hart. Flessenhals in de slinger is het smalle restgebied groen tussen Pijnac-ker, Berkel en Rodenrijs en Zoetermeer. Niet alleen de stenen stad maar ook de uitdijende glazen stad zit hier in de weg. Een tweede, westelijker corridor tussen Delft en Pijnacker zou hier soelaas kunnen bieden, maar ook daarvoor moet glas geruimd worden. Verder zuidwestelijk, tussen Delft en Schiedam/Overschie, wordt het kernprobleem gevormd door de keiharde verkeersaders de A13, de te verbreden spoorbaan en de toekomstige A4.

Verbindingen tussen stad en land. Midden-Delfland is vanuit Den Haag, zelfs vanuit de zuidelijk gelegen Vinex-wijk Wateringse Veld, slecht bereikbaar. De herinrichting van de Zwethzone kan hier nieuwe wegen en paden openen, die echter in Midden-Delfland zelf dreigen dood te lopen door de trage landinrichting.
De slakkengang in de ruilverkaveling-herinrichting Leidschendam is er debet aan dat voor wandel- en fietsminnend Leid-schenveen en Leidschendam het aanpalende polderland tegen alle vrome beleidsvoornemens in voorlopig nog op slot blijft.
Tot slot zijn er de Poolse landdagen rondom de landinrichting Oude Leede - u raadt het al: precies in en om de flessenhals van de Groenblauwe Slinger.

Verbindingen tussen stad en zee. Veel bewoners in de landinwaarts gelegen Vinex-wijken zijn ongetwijfeld verder van duinen en strand af komen te wonen dan ze diep in hun hart lief is. Goede (groene, verkeersveilige) verbindingen voor met name fietsers tussen deze nieuwe wijken en het lokkende ruime sop zijn in potentie wel aanwezig, maar verdienen de nodige extra aandacht en voorzieningen. Op de kaart een drietal kustontsluitingen, de 21e-eeuwse fietsvarianten op de 17e-eeuwse Scheveningse Weg van Constantijn Huygens.

Vijf thema's
De Speurgids geeft achtergronden, geillustreerd aan de hand van concrete voorbeelden, locaties en routes. Vijf thema's staan centraal:

- De kust. Over noodgedwongen kustterugtrekking in het verleden, mogelijke kustuitbreiding in de toekomst en de daaraan verbonden landschappelijke en ecologische kansen en bedreigingen.

- Het water. Over water als transportmiddel voor mens en dier. Over het periodiek terugkerend overtollig nat door veel teveel verhard oppervlak (wegen, huizen, bedrijven en niet te vergeten kassen) in de regio. Over watervervuiling en -zuivering.

- Groen in de stad. Over groene binnenterreinen in de vooroorlogse stad als stepping stones voor plant, dier en rustzoekende stedeling, met inspirerende voorbeelden. Over de groene corridors en 'assenkruizen' in de Wederopbouw, hun dichtslibben en hun mogelijk tweede - groenere - leven.

- De polder. Over de grote schoonheid van onze weidelandschappen en de even grote bedreigingen waaraan zij blootstaan, ook van binnenuit doordat de agrarische sector steeds meer moeite heeft het hoofd boven water te houden. Welke nieuwe programma's ter versterking van natuur en landschappelijke identiteit zijn hier te ontwikkelen, naast en in combinatie met oude vormen, gedachten en activiteiten?

- Het openbaar vervoer. Over oude en nieuwe lightrailverbindingen in de regio als uitgangspunt en leidraad voor wandel- en fietsroutes. Over verdergaande tram-, bus- en waterbusdromen.

Borreltafel
De Groene Speurkaart: praktisch en kritisch, bij tijd en wijle ook visionair. De uitgevers willen hiermee teweegbrengen dat de discussie over de groene ruimte in Haaglanden niet langer achter het bureau of aan de borreltafel gevoerd wordt, maar op de enige plek waar het echte goede gesprek thuishoort: in het veld. Op de blanke top der duinen en op het landgoed van Cats, in de polder van Potter en Poot en in het verscholen groen van oude en nieuwe hofjes achter de gevels van de stad.

Steven van Schuppen


Gids: 56 blz. fullcolour

Kaarten: twee kaartbladen, dubbelzijdig full colour: één overzichtskaart en drie detailkaarten met routes

Winkelprijs: Euro 11,50

Verkrijgbaar bij Haags Milieucentrum, AVN en boekhandel

meer artikelen over natuurontwikkeling & waterbeheer

 

 

 

Ook op Hollands Spoor OV-fietsen te huur

Niemand verklaart met zoveel kennelijk plezier vergaderingen voor geopend als Tweede-Kamervoorzitter Frans Weisglas. Hij was niet minder verheugd om op 16 april op Station Hollands Spoor de 20-ste OV-fietsenstalling van Nederland te mogen openen. De OV-fiets is speciaal bedoeld voor mensen die snel een fiets willen hebben voor de laatste kilometers van het station naar hun uiteindelijke reisdoel.
Nu al fietst eenderde van de treinreizigers van huis naar het station. Het zogeheten 'natransport' steekt hierbij met negen procent van de treinreizigers maar schril af. Hiervoor moet je immers kunnen beschikken over een vouwfiets of een tweede fiets bij het station van aankomst. Een rijwiel huren kan natuurlijk ook, maar is duur en tijdrovend. De traditionele fietsverhuur vormt daarom geen aantrekkelijk alternatief voor de tram of de bus.
Het huren van een OV-fiets daarentegen is goedkoop en snel, zowel bij het afhalen als bij het terugbrengen. Dit is te danken aan de toepassing van een speciale OV-fietspas. De gelukkige bezitter hiervan hoeft bij het huren van een fiets geen borg te betalen of zich te legitimeren en is maar 2,50 euro per keer kwijt (voor een periode van maximaal 20 uur). Betaling vindt achteraf plaats via automatische incasso.
De sobere OV-fiets is minder geschikt voor het maken van langere, toeristische fietstochten. Daarvoor blijft het huren van een comfortabele fiets met versnellingen aanbevolen.

U kunt zich eenvoudig aanmelden via www.ov-fiets.nl. Of haal de speciale folder bij de OV-fietsverhuurders in o.a. station Den Haag CS, Den Haag HS, Delft CS, Rotterdam CS of Leiden CS.

meer artikelen over mobiliteit

 

 

Veilig naar school

Gemiddeld wordt een op de zeven basisschoolleerlingen met de auto naar school gebracht. De kinderen afzetten op weg naar het werk bespaart de ouders tijd en moeite. Ook vinden veel ouders de weg naar school te gevaarlijk om hun kinderen zelfstandig langs te laten lopen of fietsen.

Daar is iets voor te zeggen. Het aandeel vracht- en personenauto's in het totale verkeersaanbod is de laatste jaren flink toegenomen. Daarnaast is er een verruwing in het weggedrag waar te nemen. Mobiliteit is fun, voor dat eigen plezier moet de ander wijken. Deze ontwikkeling bedreigt het langzaam verkeer en vooral de jongere verkeersdeelnemers. Lopende en fietsende kinderen zijn onberekenbaar en kwetsbaar. Wellicht daarom laten ouders hun kinderen pas op steeds latere leeftijd zelfstandig naar school gaan: nu als ze gemiddeld acht zijn. Van de tienjarigen gaat maar de helft zelfstandig naar school. Terwijl ikzelf eind jaren zestig als vierjarige al alleen naar de kleuterschool mocht lopen...

Het Haags Milieucentrum (HMC) gaat na de zomervakanties ouders van basisscholieren in groepsverband begeleiden bij het verkeersveiliger maken van de eigen schoolomgeving. Hiervoor hebben 3VO, de Verenigde Verkeers Veiligheids Organisaties, en Global Action Plan een coachingtraject ontwikkeld: KANS, oftewel Kinderen Anders Naar School. Opzet hierbij is om het aantal kinderen dat op de achterbank van de auto naar school wordt gebracht te verkleinen. Gebruikmakend van de lokale kennis en inzet van (verkeers)ouders wordt zowel aan de infrastructurele als aan gedragskant van het verkeer gesleuteld. De meer fysieke ingrepen kunnen bestaan uit de versnelde aanleg van vrijliggende fietspaden, de inrichting van een veiliger oversteekplaats of het instellen van eenrichtingsverkeer rond de school. Maar ook de inzet van verkeersbrigadiers en het verbeteren van de fietsenstalling op het schoolplein zijn mogelijke activiteiten, die vanuit de ouders gestimuleerd en georganiseerd kunnen worden.

Het HMC gaat vooral twee dingen doen: ouders bijeenbrengen en hen in contact brengen met de diverse instanties die de problemen kunnen helpen oplossen. Hoewel het HMC de deskundigheid in huis heeft om zelf oplossingen aan te dragen, heeft deze aanpak als groot voordeel dat er dankzij de blijvende betrokkenheid van de ouders een langdurig veilige situatie kan ontstaan.

Kent u in uw omgeving een typische 'auto'-school die u graag verandert zag in een 'fiets'-school?
Neem dan contact op met Marc Beek van het Haags Milieucentrum, marc.beek@haagsmilieucentrum.nl of 3050286. Ook wanneer u zelf als ouder of als wijkvrijwilliger actief wilt meehelpen aan veiliger schoolroutes.

meer artikelen over mobiliteit

 

 

Duurzaam en plezierig wonen in Leyenburg

Van september 2001 tot en met 1 mei dit jaar reed de Groene Energietrein door de Haagse wijk Leyenburg. Geen trein van de NS, maar van Projectbureau Aarde-Werk, die handvatten voor duurzaam en plezierig wonen meevoerde. De trein volgde twee sporen om energie te besparen: technische aanpassingen door de woningcorporatie en gedragsverandering van de bewoners.

Woningbouwcorporatie Vestia Den Haag Zuid-Oost startte in 2001 met woningverbetering in haar woningen in de wijk Leyen-burg, waaronder energiebesparende aanpassingen als gevelisolatie. "Bij zo'n verandering staan bewoners meer open om zelf ook dingen te veranderen", aldus Gea Boessenkool van Projectbureau Aarde-Werk. "Wij hebben Vestia daarom destijds ons nieuwe project De Groene Energietrein aangeboden. Een project dat energiebesparing door gedragsverandering wil bereiken en gebaseerd is op een nieuwe methodiek. Vestia vond het een goed plan. Wij hebben toen met de gemeente een subsidieaanvraag bij Novem ingediend in het kader van Enter, een energieprogramma voor huishoudens. Novem ging akkoord, omdat ze het project op grotere schaal willen inzetten in de toekomst."

Anders dan bij bijvoorbeeld het energieadvies van het E-team, waar de adviseur langskomt en vooral technische adviezen en hulpmiddelen verstrekt, gaat het bij de Groene Energietrein om een intensief veranderingsproces bij de bewoners. De bewoners, hun drijfveren en verbondenheid met de wereld staan centraal in het project. "In de eerste fase van het project hebben we de bewoners gevraagd welke drijfveren ze hebben om duurzaam en plezierig te wonen", legt Gea Boessenkool uit. "Bijvoorbeeld betaalbaar wonen of contact met de buren. Op basis daarvan hebben wij voorlichtingsmateriaal ontwikkeld om in het project in te zetten. Het thema van het project was 'Leve Energie!'. Bewoners konden kiezen waaraan ze wilden meedoen. We hebben open informatiebijeenkomsten georganiseerd, werkgroepen opgezet en een cursus aangeboden."

In de cursus werd het verband gelegd tussen vier niveaus: de mens, zijn huis, zijn woonomgeving en de aarde. Met de cursisten gingen de trainers in gesprek over de vijf elementen aarde, water, vuur, lucht en ether (onzichtbare zaken als communicatie en sfeer) en wat die voor je betekenen als je prettig en duurzaam wilt wonen. Gea Boessenkool: "Het komt erop neer dat alles energie is en de ene vorm van energie steeds transformeert naar een andere vorm. En alles wat je doet, heeft dus consequenties. Bijvoorbeeld: als je rommel door de gootsteen spoelt, verstoor je de waterkringloop. De cursisten hebben hun eigen doelen geformuleerd voor energiebesparing. Concreet en meetbaar, bijvoorbeeld sluipgebruik van stroom terugdringen door de kruimeldief uit het stopcontact te halen. In veel gevallen bedachten ze zelf oplossingen en anders gaven wij ze aanvullende informatie over energiebesparing. Ook op open informatieavonden, in de nieuwsbrief en in een excursie hebben we duurzaam en prettig wonen onder de aandacht gebracht. Het uiteindelijke doel van het project is 10% energiebesparing te realiseren."

Het project zal worden geëvalueerd door zowel Novem als de Universiteit van Leiden. Boessenkool ziet inmiddels een aantal belangrijke resultaten: "Het intensieve contact met bewoners in zo'n traject was voor Vestia uniek en gaf veel inzicht in het communicatieproces met bewoners. Door het intensieve proces dat we met hen zijn aangegaan, zijn duurzame contacten in de woonomgeving ontstaan, onder andere in de werkgroepen. Verbonden zijn met je omgeving en aarde is een belangrijke voorwaarde voor een duurzame leefstijl."

Lieneke Venhuis

meer artikelen over duurzame energie en energiebesparing

 

 

 

De pad: slachtoffer van het geslachtsverkeer

Bij de jaarlijkse trek van padden vanuit het winterverblijf naar de natuurlijke kweekvijver moeten ze wegen of fietspaden oversteken. De relatief langzame dieren zijn dan bijzonder kwetsbaar. Het oversteken van een straat kost ze al gauw een aantal minuten en even snel opzij springen (zoals kikkers) of sprinten (zoals salamanders) is er voor de pad niet bij.
Zonder hulp zouden veel padden dan ook aan het verkeer ten prooi vallen. In Den Haag is de Laan van Poot in de tijd van de paddentrek traditiegetrouw een laan des doods. Maar ook de veel minder druk bereden Kwekerijweg eist veel slachtoffers doordat veel padden deze weg proberen over te steken. Andere blackspots zijn de Duinweg, de Dotterbloemlaan en de Machiel Vrijenhoek-laan. Overigens vormt niet alleen het verkeer een bedreiging voor de pad: onafgeschermde rioolputten kunnen een pad die langs de stoeprand schuifelt fataal worden.
Sinds een aantal jaren bestaat binnen de Dierenbescherming afdeling Den Haag een speciale paddenwerkgroep. In 2001 zetten vrijwilligers op de Haagse locaties in totaal ruim 19.000 padden over. Hoewel de paddentrek dit voorjaar laat en langzaam op gang kwam, geven voorlopige tellingen aan dat dit aantal dit jaar waarschijnlijk weer gehaald zal worden - opnieuw dankzij de inzet van 160 vrijwilligers.
Vooral de 'overzetters' op de Kwekerijweg hadden te maken met een forse amfibische mobiliteitsvraag: één vrijwilliger had na drie avonden 500 padden overgezet, terwijl een ander in één avond de voortplanting van niet minder dan 800 padden veiligstelde.

Mocht u nu al interesse hebben om in het voorjaar van 2004 mee te helpen, neemt u dan tijdens werkdagen contact op met de Dierenbescherming afdeling Den Haag, telefoon 3924289. Uw naam wordt dan op een lijst gezet en u wordt benaderd vóór de paddentrek van 2004 begint.
Totaal aantal overgezette padden: 12.434
waarvan op de Kwekerijweg: 6.377
Aantal uit rioolputten gered: 1.032
Aantal verongelukt en gevonden: 491
Aantal overgezette kikkers: 77
Aantal overgezette salamanders: 41

meer artikelen over natuur algemeen

 

 

 

BONTEBAL DRUK DRUK DRUK

Van 30 april tot 9 juni is ieder jaar de Japanse Tuin in Clingendael geopend, een van de mooiste stukjes Den Haag. Onder de rook van Instituut Clingendael, waar men zich het hoofd breekt over oorlog en vrede. De vele ganzen die er rond lopen trekken zich niets van het vraagstuk aan en ruziën er steeds flink op los.

Op een, niet eens zo mooie vooravond begin mei heb ik mijn eerste bezoekje van dit jaar aan de tuin gebracht, ik ga ieder jaar vele malen. Het viel tegen. Niet de tuin op zich, die was prachtig als vanouds, maar mijn medebezoekers vielen niet in goede aarde: een groep van zo'n twintig bezwete mannen en vrouwen in korte broeken. Een stel joggers (of trimmers, of hoe heet dat volk tegenwoordig?) die tamelijk luidruchtig even in de tuin kwamen uitblazen. Ik heb een half rondje gemaakt en ben, met pijn in het hart, maar weer op de fiets gestapt.

'Je mag in Clingendael helemaal niet fietsen, er zijn alleen voet- en ruiterpaden, maar ik ben slecht ter been en voor mij maak ik een uitzondering.' Ik citeer uit een van mijn verhaaltjes. Verderdoor, op een grasveld, liep een groep van zeker vijftig mensen onnutte dingen met ballen te doen. Ze trainden voor het een of ander, want verspreid tussen de meute liepen enkele lieden op- en aanmerkingen te schreeuwen. Mijn rust vond ik uiteindelijk tegenover Clingendael, op het landgoed Oosterbeek. De enige andere bezoekers daar was een stelletje verliefden, een stel zeer verliefden, dus ik heb discreet de andere kant op gekeken. Daar zag ik toevallig een bonte specht, ook mooi.

Je zult mij niet horen zeggen (zien schrijven) dat Nederland vol is, maar het is wel heel erg druk. Een treffend voorbeeld stond begin mei in de zaterdagkrant, een foto-reportage met de titel: Natuurspits. 'De zon hoeft maar even te schijnen en half Nederland trekt naar bos, strand en water. Fijn: rust zoeken. Hoewel, rust?' Er volgden allemaal foto's van overbevolkte stukjes natuur: het Twiske, Kraantje Lek, de Loosdrechtse Plassen, De Biesbosch, de Ooijpolder en de Duivelsberg.

De zon hoeft maar even te schijnen en de halve Randstad trekt naar de kust. Ik heb er niet zo'n behoefte aan naar het strand te gaan. Het is niet de aanblik van het schaars geklede en slecht onderhouden vlees dat er ligt, maar het is vooral de grote hoeveelheid. Een groot deel van dat volk komt met de auto. Files op de Utrechtsebaan, Maanweg en Van Alkemadelaan, als ik langsfiets zie ik ze staan. Je kan er over de autodaken lopen, dat zou ik ook het liefst doen (ik heb ijzer onder mijn schoenen), maar het enige dat ik doe is een meewarige blik werpen op elke chauffeur die me aankijkt en grinniken als ik op een achterbank een roedel kinderen zie klieren.

In Meijendel is het op een zonnige dag ook koopavond, tot mijn schrik zag ik laatst dat er zelfs een nieuwe parkeerplaats is bijgekomen aan het eind van de Meijendelseweg. Ach, ik ken de rustige plekjes wel, zoals het landgoed Oosterbeek uit het begin van deze column. Maar ik doe het niet meer, ik ga op zonnige dagen geen fietstochtjes meer maken. Op dat soort dagen sleep ik mijn tuinstoel uit de meterkast en ga voor de deur zitten, tussen stokroos en hibiscus, met een boek op schoot. Heerlijk rustig.

Adriaan Bontebal
www.bart.nl/~bontebal

meer brandingcolumns van bontebal

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.