|
Nummer 13 februari/maart 2004
Energie uit de muur ...meer
Vuilophalers maken potje van GFT-inzameling ...meer
CityDuinparkwandeling ...meer
Oldtimers in de eco-corridor?
...meer
Bewoners op de bres voor biodiversiteit
Portret van het Groen Platform Mariahoeve ...meer
Carpoolen is uit, autodelen is in ...meer
Milieuprijs levert veel groene ideeën op ...meer
Dat zeg ik: Bouwcarrousel! ...meer
Beter openbaar vervoer helpt tegen vervuilde lucht
...meer
GROEN
forum:
Fietspad 10 gezien uit de hoek van Natuurbescherming
...meer
Korte berichten ...meer
BONTEBAL
Het bloedend hart ...meer
Energie uit de muur
Het is níet de eerste windturbine op een Haags gebouw.
Nee, de eerste stond begin jaren tachtig op het toenmalige kraakpand
K81 aan de Prinsegracht. Maar al na zeer korte tijd was die uit
het straatbeeld verdwenen, dus laten we dit mislukte experiment
maar niet meetellen.
De HTM heeft daarom een primeur met de plaatsing van een Windwall
1200 op haar gebouw van HTM Infra aan de Maanweg. Op donderdag 15
januari werd het 8,5 meter brede gevaarte op het dak getakeld, nadat
wethouder Ries Smits het rotorblad symbolisch een zwieper had gegeven.
Dat rotorblad vertoont overigens geen enkele overeenkomst met de
wieken die kenmerkend zijn voor de conventionele windturbine (of
windmolen, in het spraakgebruik). De Windwall is een geheel nieuw
concept dat speciaal is ontwikkeld voor het opwekken van windenergie
in een stedelijke omgeving. Het systeem is bij uitstek geschikt
voor turbulente windcondities op en rond gebouwen. Het helixvormige
rotorblad vertoont daarom meer overeenkomst met een groot uitgevallen
grasmaaier, gemonteerd in een aantal visfuiken. Vanaf de grond is
hiervan weinig te zien: de Windwall steekt slechts drie meter boven
de dakrand uit. De kleurstelling in de huisstijl van de HTM is dan
ook vrijwel alleen besteed aan fijnproevers in de onmiddellijke
omgeving van HTM Infra of wonend/werkend in panden die hoger zijn.
In Nederland is dit het tweede exemplaar. Het eerste staat sinds
5 september 2003 op het dak van het Deltion College in Zwolle en
doet het keurig, in de woorden van de Windwall B.V.-directeur Rob
Roelofs.
De eerste Haagse gebouwgebonden turbine wordt op korte termijn opgevolgd
door een tweede, op het dak van het Siemensgebouw aan de Prinses
Beatrixlaan. Later dit jaar moet er dan ook nog een Windwall op
het Haagse stadhuis verrijzen. De plannen die er eerder leefden
om hier een Turby-windturbine
te plaatsen zijn herzien, omdat de Turby nog niet uitontwikkeld
is. Wethouder Smits verwacht van de kant van architect Richard Meier
geen problemen: "Meier heeft het ook goedgevonden dat de burgemeester
vitrage in z'n kamer kreeg. En voor het stadhuis bestellen we een
wìtte Windwall."
De opbrengst
Over de opbrengst durft Roelofs weinig voorspellingen te doen. "Het
is moeilijk in te schatten hoeveel kWh dit systeem gaat leveren,
omdat de omgeving zeer turbulente wind oplevert. We denken aan 1500
- 2000 kWh op basis van windberekeningen en inschattingen."
Die opbrengst is leuk meegenomen - HTM-directeur Kaper merkte schertsend
op dat hij verwachtte toch zeker een koffieapparaat op de windenergie
te kunnen laten werken - maar waar het eigenlijk om gaat is dat
de HTM-Windwall bruikbare meetresultaten zal opleveren. Aan de turbine
is meetapparatuur gekoppeld, die studenten van de Haagse Hogeschool
van waardevolle gegevens zal voorzien. Zij willen een model ontwikkelen
waarmee voorspellingen kunnen worden gedaan over de optimale plaatsing
van windturbines in stedelijke omgevingen. Zo'n model zou uniek
zijn in de wereld, aldus docent Schout.
Het leerproces is een tijdrovende en kostbare zaak. De eigenlijke
voorbereiding duurde een halfjaar, maar het rondkrijgen van de financiering
nam volgens Schout veel tijd in beslag. Windwall-bouwer Roelofs
begroot de kosten van het HTM-project op minstens 30.000 euro. Aangezien
het om een prototype gaat, heeft het bedrijf nog veel eenmalige
kosten. De helft van dat bedrag, 15.000 euro, is gefourneerd door
energiebedrijf Eneco met een bijdrage uit de MAP-gelden (gelden
uit het MilieuActiePlan voor milieumaatregelen op energiegebied).
Behalve Eneco en de reeds genoemde HTM en Haagse Hogeschool participeert
ook OM Den Haag in het project.
Technische Specificaties
De Windwall op het HTM-gebouw is opgebouwd uit drie modules met
een diameter van 1.20 m en een aërodynamische lengte van 2.8
m elk. Ze zijn in lijn opgesteld en drijven één generator
van 3 kW aan. Een kooi rond de modules dient als passieve beveiliging
voor als er onverhoopt een rotorblad stukgaat en biedt bescherming
voor vogels.
Rotor
De rotor heeft een diameter van 1,20 meter. Elke module bestaat
uit een stalen hoofdas waaraan de rotorbladen zijn bevestigd. De
zes bladen zijn gemaakt van composiet materiaal gevuld met schuim.
Het aërodynamisch oppervlak bedraagt ca. 3 m2 per module. Vanaf
ca. 3 m/s windsnelheid begint de rotor vermogen te leveren. Het
toerental neemt evenredig met de windsnelheid toe. Bij een windsnelheid
van ca. 12 m/s worden het maximale toerental en vermogen bereikt.
De WindWall is ontworpen voor een maximale bedrijfswindsnelheid
van 25 m/s en een overleefwindsnelheid van 60 m/s. De turbine beschikt
over twee remsystemen die onafhankelijk van elkaar functioneren.
Geluidsproductie
De Windwall wordt niet aan het dak gemonteerd maar staat er los
op, rustend op rubber blokken. Het gewicht bedraagt circa tweeduizend
kilo. De vorm van de rotorbladen en de rotor voorkomt dat het zgn.
'helikoptergeluid' ontstaat. Ook draaien de rotorbladen aanzienlijk
langzamer dan die van conventionele windturbines (65 tot 80 m/s),
waardoor ze stiller zijn. De geluidsproductie is nog niet gemeten
maar wordt geschat op 75 tot 78 dB(a).
Jaaropbrengst
De opbrengst kan het beste per m2 rotoroppervlak worden weergegeven.
Op grond van berekeningen aan de hand van KNMI gegevens berekeningen
kunnen gemiddelde opbrengsten van tussen 200 en 400 kWh per m2 rotoroppervlak
per jaar worden verwacht.
http://www.windwall.nl
meer
artikelen over duurzame energie en energiebesparing
Vuilophalers maken potje van GFT-inzameling
Niemand zamelt zijn groenafval gescheiden in omdat hij een GFT-emmer
zo lekker vindt ruiken. Wel omdat het niet verbranden van groente-
en tuinafval leidt tot efficiënter gebruik van de verbrandingsinstallatie.
En ook omdat deze component hergebruikt kan worden in de vorm van
compost. Het is dan ook frusterend als je ziet dat de vuilnisman
de zorgvuldig opgespaarde inhoud van je GFT-bak bij het restafval
kiepert. Wat nogal eens voorkomt, gelet op de hoeveelheid klachten
die het Haags Milieucentrum daarover ontvangt.
Het Haags Milieucentrum (HMC) wordt regelmatig gebeld of gemaild
door mensen die hebben geconstateerd dat hun GFT in dezelfde vuilophaalwagen
bij het gewone huisvuil wordt gekieperd. Velen van hen betwijfelen
bovendien of het gescheiden opgehaalde huisvuil ook naderhand wel
gescheiden wordt behandeld door de afvalverwerker - in het geval
van Den Haag de AVR. Als zij hun vuilnisophalers daarop aanspreken
krijgen zij vaak hetzelfde verhaal te horen: dat het achteraf toch
allemaal bij elkaar gegooid wordt. Klagen bij de gemeente leidt
doorgaans tot niets, is de ervaring. Mensen voelen zich afgescheept.
Het is de hoogste tijd dat het gemeentebestuur deze aanhoudende
reeks van klachten serieus gaat nemen. Klagers krijgen nu te horen
dat zij mogelijk niet in de gaten hebben dat in de ophaalwagens
twee compartimenten zitten. Of dat GFT-bakken soms zoveel ander
huisvuil bevatten dat de ophalers ze daarom bij het gewone huisvuil
leeggooien. Als al wordt toegegeven dat het wel eens fout gaat,
zou het om incidenten gaan.
Maar het gaat niet om incidenten. Mensen die zelf op een vuilnisophaalwagen
hebben gereden bevestigden tegenover ons dat veel vuilnisophalers
de hand lichten met de regels, als het gaat om één-compartimentwagens.
Van de 32 wagens die in Den Haag hun rondes doen zijn er twaalf
die geen gescheiden compartimenten hebben. Deze moeten hun route
twee keer afleggen. De eerste keer om de zakken op te halen, de
tweede keer om het GFT op te halen. Als alles in één
keer bij elkaar gekieperd wordt, scheelt dat een hele rit. Dan kunnen
de vuilnisophalers in de aldus gewonnen tijd bijvoorbeeld gaan klaverjassen.
Geen zoden
Klachten sijpelen wel degelijk door naar de werkvloer, maar zetten
structureel geen zoden aan de dijk. In wijken waar veel geklaagd
wordt doen de vuilnisophalers inderdaad een tijdje beter hun best,
of worden er tweecompartimentwagens ingezet. Een klager ondervond
recentelijk
dat zijn GFT-bak netjes apart werd opgehaald door dezelfde wagen
die een kwartier eerder de afvalzakken had ingeladen. De biobak
werd in het daartoe bestemde compartiment geleegd. Maar de klager
kwam er achter dat dit alleen gebeurde in het stukje straat waar
hij woonde; verderop werd alles weer gewoon bij elkaar gegooid.
Maar het komt ook voor dat zelfs de klager geen baat heeft bij
de moeite die hij doet. Zoals blijkt uit deze e-mail: "Het
komt met zeer grote regelmaat voor dat, gedurende een jaar of twee,
het GFT-afval bij het restafval wordt gegooid door de gemeentereiniging.
Wij (ikzelf, de buren) hebben hier regelmatig melding van gemaakt
bij de gemeentereiniging. Zij zeggen elke keer dat hiervan melding
zal worden gemaakt, maar er verandert niets. Ook hebben we het wel
tegen de vuilophalers zelf gezegd, en die vertellen een verhaal
dat het sowieso bij het restafval wordt gestort om de ovens te koelen.
Is dit probleem bij jullie bekend? Ikzelf heb geen zin meer om het
apart aan te bieden".
Het is dan ook niet verwonderlijk dat Den Haag steeds slechter scoort
wat betreft het aanbod van GFT, en ook landelijk achterblijft. De
hoeveelheid in Den Haag aangeboden GFT liep tussen 1998 en 2001
terug van 24 naar 13 kilo per inwoner. In een stad als Utrecht wordt
drie keer zo veel opgehaald, landelijk bijna zeven keer zo veel.
Leidse Jantje
Het Haags Milieucentrum is ervan overtuigd dat die verhalen over
het naderhand bij elkaar voegen en verbranden indianenverhalen zijn.
Wij hebben daarvoor in elk geval geen bewijs kunnen vinden. Het
probleem ligt bij de vuilophalers die dit soort verhalen aangrijpen
om zich er met een jantje van leiden vanaf te maken en die blijkbaar
door hun eigen bedrijf en door de opdrachtgever, de gemeente, niet
goed gecontroleerd worden. Men heeft het personeel wat dit betreft
gewoon niet in de hand.
Wat te doen. Het HMC stelt voor dat er zo snel mogelijk méér
tweecompartimentenwagens komen. De vuilnismannen en vuilnisvrouwen
moeten worden gemotiveerd hun werk accuraat te doen, door hun te
wijzen op het belang van gescheiden inzameling. Er moeten heldere
instructies zijn - zoals naleving van de regel dat de inhoud van
groenbakken altijd bij het GFT moet worden gevoegd, ook al is de
bak verontreinigd met gewoon huisvuil. Dat wordt in de vuiloverslag
van elkaar gescheiden. Er moet stevig gecontroleerd worden of de
vuilophalers de regels naleven, en als dit niet gebeurt moeten er
effectieve sancties worden opgelegd.
Als de ophaler constateert dat de groenbak als gewone afvalbak gebruikt
wordt, zou hij deze gewoon moeten laten staan. Er zouden stickers
moeten worden gemaakt die verklaren waarom een bepaalde bak niet
geleegd is. En mensen die hun GFT-bak bij herhaling onjuist gebruiken
zouden een boete moeten krijgen.
Maar van niet minder groot belang is de communicatie tussen de
gemeente en de burgers. De neerwaartse spiraal moet worden doorbroken
door een motivatiecampagne te starten. Burgers moeten worden gemotiveerd
om hun GFT (weer) te scheiden, onder meer door de verhalen als zou
het afval naderhand worden samengevoegd, te ontkrachten.
De gemeente zou de vuilophaalkalender bijvoorbeeld vergezeld kunnen
laten gaan van een aansprekende folder, met hieraan vastgeniet een
klein zakje compost. Mensen die hun GFT apart houden zouden dat
vervolgens kunnen inwisselen voor een grotere zak.
En last but not least: uiteraard moet er met vragen, verzoeken en
klachten van burgers serieus en alert worden omgegaan. Zodat burgers
die het goed met het milieu voorhebben, gestimuleerd worden om daaraan
hun steentje te blijven bijdragen.
Frans van der Steen
Haags Milieucentrum
I Y
compost
Compost staat over het algemeen in een kwade reuk. Mensen associëren
de substantie veelal met onwelriekende vloeistoffen, met vliegen,
pissebedden, regenwormen en ander ongedierte, en ga zo maar door.
Een slecht imago, dus.
En dat is jammer. Want uit onderzoek van de Katholieke Universiteit
Leuven is gebleken dat compost over ziektewerende eigenschappen
beschikt. De lucht/waterhuishouding van planten heeft baat bij een
bodem die met compost is verbeterd.
Zelfs de mens is gebaat bij compost. De bovenste bodemlaag speelt
een belangrijke rol in het vasthouden van CO2 - het gas dat zoveel
bijdraagt aan het broeikaseffect. Die toplaag slijt steeds verder
af, wat door het toevoegen van compost kan worden tegengegaan. In
Piemonte (Italië) bestaat hiervoor zelfs een subsidieregeling
(bron: de Volkskrant, 17 januari 2004).
Bye bye biobak?
Gescheiden inzameling is eigenlijk al vanaf de introductie (de wettelijke
verplichting voor gemeenten om gft apart in te zamelen dateert van
1994) controversieel. En sinds die tijd heeft de techniek niet stilgestaan:
de methoden om gft naderhand te scheiden uit het huishoudelijk afval
worden steeds geavanceerder, hoewel ze nog lang niet volmaakt zijn.
Volgens de Wageningse hoogleraar milieukunde Arthur Mol is dit echter
niet de juiste weg. In een interview met Intermediair zegt hij:
"Zelfs als de milieubalans tussen scheiden en niet-scheiden
gelijk is, zeg ik toch: doorgaan met gescheiden gft-inzameling.
Vanwege de betrokkenheid van mensen bij milieuvraagstukken."
En Bert Hamelers, gft-deskundige aan de Wageningen Universiteit,
drukt het zo uit: "Het houdt de burger milieubewust. Als groenafval
in de grijze bak mag, denken we: flikker die batterijen er nou ook
maar bij."
meer
artikelen over algemeen milieubeleid
CityDuinparkwandeling
Op 25 april vindt de CityDuinparkwandeling plaats. Twaalf parken
en groengebieden in het noordwesten van de stad worden dan voor
één dag symbolisch met elkaar verbonden tot het grootste
stadspark van Europa: het CityDuinpark. Door een wandelroute te
volgen kunt u zelf zien hoe bijzonder die gebieden zijn - en hoe
belangrijk het zou zijn ze met elkaar te verbinden. Zodat het mogelijk
wordt om gedurende een hele dag of meer binnen de stadsgrenzen te
genieten van groen, ruimte en rust. Dit was het winnende idee van
de Milieuprijs die het Haags Milieucentrum in 2001 organiseerde.
Via een speciale CityDuinkrant worden scholieren geïnformeerd
over de grote betekenis van deze groengebieden en wat ze daar zoal
kunnen tegenkomen. Hiermee wil het Haags Milieucentrum ouders en
hun kinderen enthousiast maken om nu al van hun CityDuinpark gebruik
te maken, en de politiek stimuleren om die verbindingen tot stand
te brengen.
Op dit moment is het Milieucentrum bezig de wandeling voor te bereiden.
We zoeken nog vrijwilligers voor de dag zelf. Wilt u op 25 april
mensen veilig helpen oversteken? Of de deelnemers informatie verschaffen
over wat er in zoal te zien is, bijvoorbeeld aan flora en fauna?
Dan bent u precies de persoon die we zoeken! Aarzel niet en bel,
mail of schrijf het HMC!
Het gaat om de verbinding tussen de volgende parken en groengebieden:
de Scheveningse Bosjes, Scheveningse Bosjes-Belvedère (plus
groenstrook langs Madurodam), Westbroekpark, Nieuwe Scheveningse
Bosjes, Klein Zwitserland, Hubertuspark, Oostduinen (Uilenbos),
Waalsdorpervlakte, Meyendel, Clingendael, Oosterbeek, Haagse Bos
en Malieveld/Koekamp.
meer artikelen
over het haags milieucentrum en aangesloten organisaties
Oldtimers in de eco-corridor?
Den Haag, groene stad achter de duinen. Een stad waarin wonen
en werken een genoegen is. Parken, plantsoenen en bomenlanen rijgen
zich aaneen en maken dat het in het stedelijk leefklimaat prettig
toeven is. Deze allure van een verstedelijkt dorp met een rijke
geschiedenis op het gebied van architectuur, in combinatie met het
vele groen, maakt onze stad zelfs internationaal tot een aantrekkelijke
vestigingsplaats.
Zich bewust van deze rijke erfenis heeft de gemeente Den Haag een
goed doorwrocht beleidsplan opgesteld om deze natuurlijke rijkdom
voor de toekomst zeker te stellen. In dit belangrijke document is
rekening gehouden met de essentie van de - door Den Haag ondertekende
- verdragen van Johannesburg en Rio de Janeiro betreffende de zorg
voor de ecosystemen van onze aarde. Ook de Europese Habitat Richtlijn
is hieraan gerelateerd.
Voor de uitwerking van het groenbeleidsplan is het noodzakelijk
om de ecologische verbindingen tussen de verschillende groengebieden
aan te wijzen, te beschermen of dergelijke verbindingen tot stand
te brengen. Hierin blijft Den Haag tot op heden in gebreke, met
als gevolg dat bestaande ecozones officieel niet worden erkend.
Maar ze functioneren wel degelijk als zodanig en dat is belangrijk.
Met stijgende onrust, verbazing, en uiteindelijk diepe verontwaardiging
ziet groenminnend Den Haag het ene na het andere bouwproject opduiken.
Ter meerdere eer en glorie van 's-Gravenhages economie en grootstedelijke
uitstraling. Echter, vaak temidden van dat kapitale groen en dwars
door kwetsbare eco-corridors. Het gemeentebestuur doorkruist daarmee
de eigen opgestelde beleidsregels. Dit is een verwijtbare nalatigheid.
Museum in het groen
Na een jaar geheimzinnige stilte rond de visie Landgoederen Marlot
en Reigersbergen krijgt de gelijknamige klankbordgroep (groene verenigingen
en geïnteresseerde omwonenden) plotseling een uitnodiging voor
de presentatie van een Sweeping Plan. Een plan dat de hele zorgvuldige
voorgeschiedenis van de beleidsvisie van tafel veegt.
De bevlogen autoliefhebber Louwman doneert € 400.000,- om een
deel van de landgoederenvisie te realiseren. Daarmee vult hij het
budget aan dat op de gemeentebegroting ontbreekt. Er moet wel iets
tegenover staan. De initiatiefnemer wil op de plek van de huidige
kwekerij, tussen Marlot en Reigersbergen, een 15.000 m2 groot automobielmuseum
bouwen. Die plek ligt alleen midden in de eco-zone.
De verwachting is dat dit museum jaarlijks 50.000 bezoekers zal
trekken. In het plan is rekening gehouden met 135 parkeerplaatsen.
Op eigen terrein en in het groen, volgens Louwman. Het terrein heeft
echter geen capaciteit voor een overflow aan bezoekers en auto's
tijdens piekdagen, zoals de drukbezochte evenementen die zo'n 6
à 7 keer per jaar op de agenda staan. Die drukte en de visuele
aanwezigheid van het bouwvolume doet de landelijke uitstraling van
het landgoederengebied teniet.
De 'kleinschaligheid' van dit bouwproject maakt een Milieu Effect
Rapportage voor deze plek overbodig. De impact op het landschap
logenstraft dit echter. In de praktijk gaat dit blok beton en steen
meer dan 50% van de beschikbare ruimte in beslag nemen. In plaats
van de ecologische waarde van het landschap te verbeteren, zoals
het groenbeleidsplan aangeeft, wordt het eco-systeem hier definitief
lamgelegd.
Tijdens de presentatie worden de aanwezigen geconfronteerd met de
droom van de heer Louwman. Na de presentatie ontvangen zij een schrijven
van de gemeentelijke projectleider, waarin gesteld wordt dat het
automuseumplan binnen het kader van het interactieve planproces
tot stand is gekomen. De deelnemers aan het open planproces weten
echter nergens van. Het Louwman-plan is nooit eerder ter sprake
geweest en past absoluut niet in de landgoederenvisie.
De zekerheid waarmee de heer Louwman samen met de gemeente Den Haag
het plan presenteert, getuigt niet van respect voor het democratische
inspraakproces. De Open Plan Processen van enkele jaren geleden
waren immers de communicatieve hoogstandjes van de gemeente. De
geloofwaardigheid van de toenmalige beloftes is met de presentatie
van dit plan wel volledig onderuit gehaald.
Eens temeer blijkt dat het zwaaien met een bundel geld voldoende
is om groenbeleid en democratie in de wacht te zetten. Ik denk dat
het tijd wordt dat het gemeentebestuur eens in de wacht moet. Anders
wordt groen Den Haag binnen afzienbare tijd steenrijk, maar helaas
groenarm.
Frederik Hoogerhoud
Haagse Vogelbescherming
Meer informatie over het geplande automuseum, inclusief afbeeldingen,
vindt u op www.denhaag.nl/smartsite.html?id=31542
Een plankaart van het gebied is te vinden via pagina www.denhaag.nl/smartsite.html?id=22714
meer artikelen
over ruimtelijke ordening
Bewoners op de bres voor biodiversiteit
Portret van het Groen Platform Mariahoeve
Sinds een jaar beschikt Mariahoeve over een Groen Platform.
Met dit initiatief wil een groep wijkbewoners in Mariahoeve en Marlot
de biodiversiteit vergroten, maar ze beperken zich niet tot die
wijken. Ecosystemen trekken zich immers niets van wijkgrenzen aan,
en de systemen van aangrenzende gebieden zijn nauw met elkaar verweven.
Vandaar dat het Platform ook de landgoederen Marlot en Reigersbergen
en de Duivenvoordse en Veenzijdse Polder tot zijn werkterrein rekent.
Want het is hier met de biodiversiteit heel slecht gesteld, vertelt
de bioloog van het platform, de heer Van der Worff. Voor een deel
komt dat door het gangbare gemeentelijke beleid. Dat richt zich
voornamelijk op groenbeheer, terwijl aan de onderliggende ecosystemen
nauwelijks aandacht wordt besteed. Door de juiste ecologische voorwaarden
te scheppen, ontstaat in de loop der tijd vanzelf een grote variatie
in dieren en planten. Van der Worff c.s. zijn van plan een onderzoek
te starten naar welke insecten aan welke bomen of clusters van bomen
zijn gerelateerd. Dan zou je heel gericht bomen kunnen aanplanten
om de biodiversiteit te sturen.
Die niet al te grote biodiversiteit wordt dan ook nog eens op tal
van punten bedreigd. In een wijk als Mariahoeve, die een overgang
vormt tussen de duinen en de polders, is dat goed te merken. De
nieuwe Noordelijke Randweg betekent een forse barrière tussen
de noordelijke stadsrand en de aangrenzende veenweidegebieden. De
Rana lessonae (een lid van het groene-kikkercomplex) is al uit Mariahoeve
verdwenen.
En desastreus voor de biodiversiteit zijn volgens Van der Worff
de plannen van de gemeente om de vegetatie in Mariahoeve weer te
gaan beheren op de manier die in de jaren zestig van de vorige eeuw
gebruikelijk was. De Dienst Stadsontwikkeling (DSO) heeft het plan
opgevat om de wijk tot beschermd stadsgezicht te laten verklaren
omdat die zo representatief is voor de bouwstijl uit die tijd. Daarbij
horen op 16 plekken strakke, rechte oevers met 1,10 meter hoge beschoeiingen.
Nu is Mariahoeve al niet rijk gezegend met natuurvriendelijke oevers,
maar terugkeer naar de stijl van het oorspronkelijke ontwerp kan
volgens berekeningen van Van der Worff leiden tot een afname in
flora en fauna van zo'n 70%. Strakke oevers hebben geen waarde voor
natuurontwikkeling. De ecologische zone die in theorie van het Haagse
Bos tot aan het spoortalud loopt, word hiermee doorsneden. We schrijven
in theorie, want in de praktijk betekent het speelweidegebied van
de Vlaskamp eigenlijk al een doorbreking. Over deze plannen moeten
volgens Van der Worff nog wat harde noten met de gemeente worden
gekraakt.
Maar natuurlijk hoeft niet alles op de gemeente aan te komen. Ook
wijkbewoners kunnen bijdragen aan het verbeteren van de ecologische
leefomgeving. Het Groen Platform Mariahoeve is dan ook op zoek naar
vrijwilligers die in bepaalde delen van de wijk bijvoorbeeld wilgen
willen knotten, poelen of slootjes willen graven, of willen meedenken
over hoe de wijk groener kan worden gemaakt.
Biodiversiteitsrapport
De activiteiten van Het Groene Platform moeten hun weerslag vinden
in een rapport over de biodiversiteit in Mariahoeve/Marlot. De bedoeling
was aanvankelijk om dit in de eerste helft van 2004 af te ronden,
maar dit bleek niet haalbaar. Al snel concludeerde het Platform
dat het aantal te behandelen onderwerpen moest worden uitgebreid,
en het is allemaal vrijwilligerswerk.
Het rapport zal dan ook verschijnen in de vorm van (12 à
14) Nieuwsbrieven, die elk een afgerond onderwerp behandelen. Om
de drie of vier maanden zal er één verschijnen. De
eerste Nieuwsbrief, sober maar fraai vormgegeven en heel overzichtelijk,
behandelt de amfibieën in Mariahoeve en Marlot. De algemene
conclusie luidt dat de diversiteit gering is, maar dat soorten op
sommige plaatsen een hoge populatiedichtheid kunnen bereiken. Het
Groene Platform hoopt dat de gemeente Den Haag en het Hoogheemraadschap
Delfland hun beleid hierop willen richten.
En wilt u een bijdrage leveren aan de populatiedichtheid van de
pad: kijkt u dan vooral naar onze oproep op pagina
.
Meer informatie over het Groene Platform is te verkrijgen bij
N. van der Worff, tel. 347 4619, E. Mutter, tel. 347 2949, J. Herrewijnen,
tel. 385 3217, of bij het Wijkberaad Mariahoeve, tel. 383 8224.
Goed voorbeeld doet goed volgen
De oprichters van het Groen Platform Mariahoeve hopen dat hun voorbeeld
in andere wijken en gemeenten navolging krijgt. Mariahoeve en Den
Haag Zuidwest vertonen veel overeenkomsten. Beide dateren van na
de oorlog, zijn aangelegd in de vorm van strokenbouw langs veelal
rechte wegen en straten en zijn gezegend met vrij veel groen. Het
Haags Milieucentrum hoopt in Zuidwest ook een Groen Bewonersplatform
van de grond te tillen. Inmiddels hebben zich al enkele mensen hiervoor
aangemeld, maar we kunnen nog altijd versterking gebruiken. Hebt
u belangstelling? Neemt u dan contact op met Tom Pitstra of Bob
Molenaar, bereikbaar via info@haagsmilieucentrum.nl
of tel. 30 50 286.
meer
artikelen over natuurontwikkeling en waterbeheer
Carpoolen is uit, autodelen is
in
Wie in de stad woont, heeft geen eigen auto nodig. Aldus in
november 2000 Bill Ford, bestuursvoorzitter van de autofabriek waarvoor
zijn overgrootvader Henry de kiem legde. Waarom zou je een eigen
auto moeten hebben als je over een auto kunt beschikken op momenten
dat je er een nodig hebt?
In het interview
waarin Ford deze opzienbarende uitspraak deed, voorzag hij een toekomst
waarin Ford als een soort autobeheerder zou optreden. Mensen die
geen eigen auto willen kopen, zouden deze bij Ford kunnen huren
voor de tijd dat ze er een nodig hadden.
Gelukkig is deze utopische situatie al werkelijkheid geworden, zelfs
zonder dat je iedere auto kunt huren als het maar een Ford is. Natuurlijk
is Nederland een land waar je prima kunt fietsen en is ook het openbaar
vervoer goed geregeld, maar er bestaan talloze mogelijkheden om
op ieder moment dat dat nodig is over een auto te kunnen beschikken.
Eén van die mogelijkheden - Greenwheels - is al een begripje
geworden.
Auto's van Greenwheels staan op vaste, gereserveerde parkeerplaatsen
in de stad. Op dit moment beschikt het bedrijf over 17 uitgiftepunten
in Den Haag en Voorburg, waarvan een overzicht te vinden is op http://www.greenwheels.com/_asp/lokatie_stad_groot.asp?stad_id=4.
Er bestaan plannen om vier nieuwe uitgiftepunten aan de lijst toe
te voegen.
Abonnees kunnen op ieder moment van de dag via internet of per
telefoon een auto reserveren. De abonnementen variëren in prijs
van € 5 tot € 50. Per keer dat een abonnee een auto neemt
betaalt hij dan nog € 0,10 per gereden kilometer, een bedrag
per uur (de hoogte hangt af van de vraag of het om een piek- of
een daluur gaat) en de brandstofkosten. Dankzij een boordcomputer
en een speciale chipcard is Greenwheels gemakkelijk in het gebruik.
Particulier autodelen
Maar het kan ook anders. In plaats van u tot een bedrijf te wenden,
kunt u ook een auto delen met vrienden, bekenden, collega's of familieleden.
Dat wordt interessant als u niet minder dan circa 5000 en niet meer
dan zo'n 12.000 kilometer per jaar rijdt. Rijdt u meer dan 12.000
kilometer per jaar, dan is autodelen ook nog wel een optie, maar
zal het al snel handiger zijn om een eigen auto voor de deur te
hebben staan.
Hoe verleidelijk het bezit van een eigen auto ook kan zijn
..
autodelen heeft veel voordelen. Zo is het om te beginnen al veel
goedkoper. Alles bij elkaar kost zelfs de goedkoopste auto - de
Suzuki Alto - nog zo'n 300 euro per maand. Een gemiddeld Nederlands
gezin, dat zo'n 9.000 kilometer per jaar rijdt in een bescheiden
Opel Corsa, kan door te autodelen 145 euro per maand besparen. De
ritkosten zijn bij autodelen dan wel hoger, maar de vaste kosten
zijn erg laag. Want de kosten van aanschaf, onderhoud en verzekering
worden over meer mensen omgeslagen. En ook de brandstofkosten zullen
dalen, want autodelers maken gemiddeld genomen minder kilometers
dan eigen-autobezitters.
Mensen met een eigen huis kunnen soms een eigen parkeerplaats kopen.
Afgaande op de prijzen die daarvoor gevraagd worden, zijn de stenen
waaruit die parkeerplaatsen bestaan zo'n beetje de duurste van Nederland.
Nog net geen gulden klinkers. De arme sloebers die niet over een
eigen parkeerplaats beschikken, moeten elke keer maar weer zien
waar ze hun auto op een redelijke loopafstand van hun huis kwijtraken.
Liefst op een vandaalbestendige plek.
Met een deelauto behoren ook die zorgen tot het verleden. Deelauto's
worden door gemiddeld twaalf mensen gebruikt. Dat levert in de wijk
dus gemiddeld elf extra parkeerplaatsen op. Daar kunnen natuurlijk
auto's worden geparkeerd, maar je zou er ook een fietsenstalling
kunnen neerzetten. Voor mensen die hun fiets in huis onmogelijk
kwijt kunnen. Of voor de autodeler, die zijn fiets dan veilig kan
parkeren voordat hij in zijn deelauto stapt.
De gemeente Den Haag beloont autodelers voor hun sociale gedrag
door gereserveerde parkeerplekken beschikbaar te stellen. Wel moet
u daarvoor officieel als autodeler geregistreerd staan bij de Stichting
voor Gedeeld Autobezit. (www.autodate.nl)
It's party time!
Hoe gaat dat delen van een auto met de diverse soorten bekenden,
familieleden of buurtbewoners nu in z'n werk? U zou bijvoorbeeld
eens een Deelauto Party kunnen organiseren om in kaart te brengen
hoeveel buren en vrienden dat autodelen ook wel zien zitten. Iedereen
kent de formule van de Tupperware Party: een gezellig avondje met
bekenden gecombineerd met een demonstratie van huishoudelijke artikelen.
Bij een Deelauto Party gaat het niet om het verkopen van zoveel
mogelijk plastic bakjes, maar om erachter te komen wie een auto
zouden willen delen. Een draaiboek waarin wordt uitgelegd hoe u
een Deelauto Party kunt organiseren is verkrijgbaar bij het Haags
Milieucentrum.
Antwoord op de vraag hoe het delen van een auto met bekenden het
beste kan worden geregeld, is te vinden in het Doe-het-zelf-pakket
van de Stichting voor Gedeeld Autobezit (verkrijgbaar voor €
3.50 exclusief verzendkosten). Er zijn verschillende organisatievormen
denkbaar. Hierin wordt ook uitgelegd hoe de kosten redelijk verdeeld
kunnen worden en hoe het zit het met de verzekering. Het pakket
bevat tevens voorbeeldcontracten en handige tips bij onder andere
het aanvragen van een extra parkeervergunning.
Voor mensen die wel zouden willen autodelen, maar de stap nog niet
gezet hebben, organiseren we een speciale bijeenkomst. Hier kunt
u mensen ontmoeten die misschien wel met u in zee willen gaan. Er
worden tips gegeven hoe u één en ander kunt organiseren.
De datum en plaats van de bijeenkomst wordt vastgesteld zodra zich
daarvoor twintig belangstellenden hebben aangemeld.
En als u de stap naar gezamenlijk autobezit toch niet aandurft,
kunt u altijd nog de koppen bij elkaar steken om bij GreenWheels
een uitgiftepunt van een deelauto aan te vragen. Dit moet gebeuren
door minimaal vijftien rijbewijsbezitters uit dezelfde buurt. Zo'n
deelauto is duurder dan een auto in eigen beheer, maar u heeft er
dan ook geen omkijken meer naar.
Uitgebreide informatie over allerlei vormen van autodelen vindt
u op de website www.deelautodenhaag.nl
meer artikelen
over mobiliteit
Milieuprijs levert veel groene
ideeën op
De tweede Haagse Milieuprijs, 'Een Groene Straat, Een Goede
Daad', heeft heel wat creativiteit losgemaakt. Het Haags Milieucentrum
ontving 38 inzendingen, meer dan verwacht. En niet toevallig waren
inzendingen uit het middendeel van de Obrechtstraat oververtegenwoordigd.
Een foto van dit weggedeelte was immers voor de omslag van de folder
gebruikt, en binnenin stond een plaatje van hoe mooi groen het daar
zou kunnen worden. In de praktijk zal dat wat meer moeite kosten
dan met Photoshop het geval is, maar verschillende bewoners staken
de koppen bij elkaar en ontwikkelden ideeën. De hoofdprijs
ging echter niet naar iemand uit de Obrechtstraat. Die was voor
Liane Lankreijer en Bart Achterkamp uit de Fultonstraat.
Dat de jury hun ideeën als de meest vernieuwende beschouwde,
terwijl ze ook nog eens goed uitvoerbaar zijn, is achteraf niet
verwonderlijk. Bart werkt namelijk bij een ecologisch adviesbureau,
waar hij onderzoek doet naar mogelijke bedreigingen van de leefgebieden
van soorten in het kader van de Flora- en Faunawet.
Het sterke van hun plan vond de jury 'dat met een aantal relatief
eenvoudige ingrepen niet alleen het groene aanzien van de straat
sterk zal verbeteren, maar ook de algehele leefbaarheid. Bijvoorbeeld
wat betreft het veilig kunnen spelen van kinderen. Een sterk punt
van het plan is dat het veel aandacht besteedt aan de koppen van
de straat. Die zijn immers beeldbepalend als je een straat inkijkt
of inrijdt. Er zitten een aantal originele ideeën in het plan
verwerkt, zoals het maken van een groen speeltuintje, het gebruik
van lantarenpalen als pergola, de plaatsing van speciale pergolapalen
en het benutten van de rand van bloembakken als bankje. Heel leuk
is de aandacht voor de naamgever van de straat - Robert Fulton,
de uitvinder van de raderboot - via een boot die als speelwerktuig
wordt gebruikt.' Enkele illustraties uit de inzending van Bart en
Liane vindt u op deze pagina's.
Inmiddels hebben ze over hun plannen een brief opgesteld die ze
in hun straat willen gaan ronddelen. Ze hopen dat de buren er ook
enthousiast over worden, en er een gezamenlijk plan kan ontstaan.
Ook suggereren ze in hun brief om in de Fultonstraat bewonersparkeren
te laten invoeren. In hun plan verdwijnen enkele parkeerplaatsen.
Dat wordt acceptabeler als ervoor wordt gezorgd dat winkeliers en
winkelend publiek uit de Weimarstraat hun auto's niet meer in de
Fultonstraat parkeren.
Een tropische verrassing
Niet ver van de Fultonstraat ligt de Ampèrestraat, die
volgens bewoner de heer Boon prachtig gerenoveerd is. Maar, zo suggereerde
hij, waarom maken we deze straat niet groener en benadrukken we
tegelijk haar multiculturele karakter door er 23 palmbomen met daartussen
bamboestruiken te planten? Zelfs in ons koude kikkerlandje moet
dat geen probleem zijn. En ook dit plan heeft aandacht voor leefbaarheid,
door een combinatie met fietsenrekken en zitbanken.
Wel heel doortastend was het idee van Janny Brasker: een ecologische
verbindingszone tussen het Scheveningse Bos en de Prinsessetuin
via het Zeeheldenkwartier. Die ook nog naar het Haagse Bos uit te
breiden is. De ecologische slinger gaat via de Jacob Catslaan, de
Banstraat naar de 1e Sweelinckstraat, Van Diemenstraat, het Elandplein,
de Da Costastraat en de Veenkade naar de Paleistuin. Over de drukke
straten komen mens- en wildviaducten. En het plan voorziet in een
parkeergarage op de plek van Metropole, zodat automobilisten hun
weg per fiets of lopend kunnen vervolgen.
Van de maar liefst vier inzendingen uit de Obrechtstraat was er
één net even creatiever en beter uitgewerkt dan de
rest: die van Joke Junger en haar buren. Zij kwamen met het idee
om bomen te planten, omringd door bankjes vanwege de sociale contacten
in deze kinderrijke straat. Daartussenin situeren ze plantenbakken
met Blauwe Regen. Op verschillende plaatsen moeten voorts fietsenrekken
komen, waarvoor nauwelijks autoparkeerplaatsen opgeofferd hoeven
te worden. Het Sunny Court zou door middel van een poort vanuit
de Obrechtstraat toegankelijk kunnen worden gemaakt
Inzendingen kwamen niet alleen uit de oude wijken, maar ook uit
de nieuwe. In vinexwijk Ypenburg kwamen André Woudenberg
en Marcel Griffoen onafhankelijk van elkaar op hetzelfde idee: verander
de in totaal 4 kilometer lange geluidswallen die Ypenburg scheiden
van de A13, de A4 en de A12 in groene oases en spannende heuvelbossen.
Als die uitgestrekte, saaie geluidswallen op deze manier omgetoverd
worden tot recreatieve, rustgevende, beboste oases, leidt dat tot
een fraaier uitzicht vanuit de wijk, ruimte voor vogels en natuur
en minder wind en verkeerslawaai.
Binnenkort zal een selectie uit de inzendingen aan de verantwoordelijke
wethouders worden aangeboden. Meer hierover leest u in de volgende
Branding.
meer artikelen
over het haags milieucentrum en aangesloten organisaties
Dat zeg ik: Bouwcarrousel!
Op het Vroege Vogels Festival van jl. september was het een
van de meest spraakmakende onderwerpen: de wc-pottentest. Op uitnodiging
van Midas Dekkers konden bezoekers plaatsnemen op een rijtje wc-potten
om te beoordelen of het om een nieuwe pot ging of een gebruikte.
De ranzigheid zat hem meer in de persoon van de presentator dan
in de keramieken zetels. Want laten we wel wezen: iedereen die een
gebruikte woning betrekt bezit dagelijks een tweedehands pot.
De potten waren afkomstig uit de overvloedige voorraad van Bouwcarrousel
BV, een bedrijf dat herbruikbare materialen uit sloopwoningen
haalt, deze opknapt en een goede bestemming geeft. Oprichter en
directeur Rob Gort wil met zijn bedrijf bouwmaterialen met een goede
en gestandaardiseerde kwaliteit voor een redelijke prijs beschikbaar
stellen. Hierbij snijdt het mes aan twee kanten: het milieu wordt
ontzien doordat er grondstoffen worden bespaard en minder afval
wordt geproduceerd, en het is goed voor de werkgelegenheid. Bouw-
en sloopafval vormen in Nederland de grootste afvalstroom. En de
bouw, inclusief de productie van bouwmaterialen, is volgens Gort
verantwoordelijk voor dertig procent van de CO2-uitstoot. Door omvangrijke
componenten als kunststof kozijnen, deuren, keukenblokken, radiatoren,
dakpannen, vloerdelen en sanitair te recyclen valt dus aardig wat
te besparen. Ook financieel, want Bouwcarrousel levert haar producten
voor een verkoopprijs van 20 tot 50% van de vergelijkbare nieuwprijs.
Met deze voorsloop, zoals Gort dat noemt, heeft de Bouwcarrousel
inmiddels flink wat ervaring opgedaan. Zo werden honderden Haagse
flat- en duplexwoningen, aanleunflats, boerderijen, stallen, loodsen,
kassen, een school en het Rotterdamse Groothandelsgebouw van bruikbare
materialen ontdaan. Normaliter verdwijnen deze, al dan niet met
veel genoegen kapotgeslagen, in de container.
Het betere breekwerk
In Spoorwijk is Branding er getuige van hoe de mannen van de Bouwcarrousel
een woning voorslopen. Ze zijn juist bezig een kunststof kozijn
te verwijderden. Omdat het van binnenuit gebeurt hebben ze geen
steigers nodig en kunnen ze volstaan met vrij lichte gereedschappen.
Met een breekijzer wordt het kozijn uit de gevel gelicht, waarna
het met behulp van zuignappen in veiligheid wordt gebracht. Rob
Gort weet te vertellen dat dit soort kozijnen zo'n 25 jaar meegaat.
Deze huizen zijn vijftien jaar geleden gerenoveerd, zodat het kozijn
nog een decennium dienst kan doen. Maar waar? Wie zet er voor tien
jaar een kozijn in z'n huis? Met daarbij nog een zeer geringe kans
dat het precies past.
Hier komt de stichting Breath in het vizier. Deze stichting wil
aan de kust van Roemenië een vakantiedorp voor kinderen bouwen.
Hiermee kunnen de Roemenen inkomsten verwerven en daarmee financieel
minder afhankelijk worden. De kozijnen en mogelijk ook andere herbruikbare
bouwmaterialen zouden hier goed van pas komen. Al in de ontwerpfase
zou rekening moeten worden gehouden met de maatvoering van de materialen.
En ook de Burundese jongerenorganisatie Jeunesse en Reconstruction
du Monde en Destruction (JRMD, jongeren herbouwen een verwoeste
wereld) kan ze goed gebruiken. Deze organisatie bouwt al negen jaar
met inzet van vrijwilligers woningen voor oorlogsslachtoffers, ouderen
en AIDS-patiënten. De Bouwcarrousel en JRMD willen samen een
werkplaats gaat opzetten waar jongeren worden opgeleid voor het
reviseren en schoonmaken van bouwmaterialen en het bouwen van woningen
hiermee. Gort benadrukt dat dit niet moet worden gezien als het
dumpen van afvalproducten in ontwikkelingslanden: "In een land
met een stagnerende economie en een overvloed aan arbeid kan een
extra toevoer van goedkope materialen eigenlijk nooit slecht zijn
voor de economie. Ik heb het niet over een land als Zuid-Afrika,
maar voor landen die hun bouwmaterialen moeten importeren is hergebruik
een goedkoop alternatief. En dit kan als neveneffect hebben dat
de ontwikkeling van een lokale economie gestimuleerd wordt."
Hij voegt hieraan toe: "We stellen niet alleen materialen beschikbaar.
We vinden het juist van groot belang dat er ook kennis wordt overgedragen
door het opleiden van lokale arbeidskrachten."
Vooruitstrevend Vestia
Maar de export maakt vooralsnog slechts zo'n vijftien procent van
de activiteiten van de Bouwcarrousel uit. De grootste afnemers zijn
te vinden onder grote zakelijke partners, waarbij Vestia
onder de woningcorporaties een voortrekkersrol speelt. Vestia Den
Haag Zuid-Oost en Vestia Den Haag Zuid-West zullen gebruikte bouwmaterialen
van Bouwcarrousel gaan toepassen voor het onderhoud aan toekomstige
sloopwoningen, dat zijn alle woningen die minder dan zeven jaar
blijven staan. Helaas heeft het goede voorbeeld van Vestia tot op
heden geen navolging gevonden.
Niet alleen grote bedrijven kunnen bij Bouwcarrousel terecht; kleine
aannemers en particulieren zijn elk goed voor twintig procent van
de omzet. Wie op zoek is naar een of meer artikelen om zijn huis
op een ecologisch verantwoorde wijze te verbouwen, vindt op www.bouwcarrousel.nl
onder 'verkoopfolder' waarschijnlijk wel iets van zijn gading. En
zelfs als u van plan bent om zelf een woning te bouwen, klopt u
bij Rob Gort niet vergeefs aan.
Bob Molenaar
meer artikelen
over ruimtelijke ordening, duurzaam bouwen en wonen
Beter openbaar vervoer helpt tegen
vervuilde lucht
De luchtkwaliteit in Den Haag is niet goed. Dit bleek op het
stadsgesprek 'Groene Longen versus Zwarte Longen' van het Haags
Milieucentrum en blijkt ook uit een onlangs uitgebrachte studie.
Voor een deel wordt deze slechte luchtkwaliteit veroorzaakt door
een algemeen hoog achtergrondniveau in Nederland, maar ongeveer
eenderde deel is te wijten aan het Haags/agglomeratieve autoverkeer.
Juist dat verkeer zorgt ervoor dat de (toekomstige) wettelijke normen
nogal eens aanzienlijk worden overschreden. Zowel de gemeente als
het Rijk heeft tot taak deze luchtvervuiling - met name de stofdeeltjes
PM10, stikstofdioxide (NO2) en koolmonoxide (CO) - te bestrijden.
Uit de gemeentelijke 'Rapportage luchtkwaliteit over 2002', opgesteld
in opdracht van het Rijk, blijken diverse verontrustende gegevens.
Op elk van de 121 onderzochte locaties in de stad wordt de per 1
januari 2005 geldende grenswaarde van 50 microgram per m3 fijn stof
vaker overschreden dan de wettelijk toegestane 35 keer. De toekomstige
NO2-norm wordt op 114 van de 121 locaties overschreden. Een van
die plekken is de Stille Veerkade, waaraan in de publiciteit terecht
veel aandacht is gegeven. Voor PM10 en NO2 gelden overigens nog
andere verontrustende overschrijdingen, maar het voert in dit kader
te ver om daar nader op in te gaan.
Hoe ernstig dat is weten we inmiddels. Fijn stof bevat carcinogene
stoffen en tast de luchtwegen aan. Grote groepen mensen langs de
wegen waar overschrijdingen plaatsvinden, zullen op den duur steeds
meer gezondheidsproblemen krijgen. Radicale maatregelen zijn niet
alleen noodzakelijk maar ook mogelijk, omdat 70% van alle autobewegingen
plaatselijk verkeer betreft. De rest is regionaal en landelijk.
Het voert te ver hierop en detail in te gaan, maar afzonderlijke
metingen langs de rijkswegen waar een aantal VINEX-wijken zijn gelegen
tonen aan dat een deel van die wijken te hoge concentraties fijn
stof en NO2 heeft. Uit onderzoek van de milieudienst Rijnmond is
overigens gebleken dat dit met 5 tot 10% verminderd kan worden door
de maximumsnelheid te beperken tot 70 km per uur. Maar genoeg is
dat niet.
Als meetpunt voor verbetering wordt vaak het jaar 2010 genoemd.
De reden is dat als gevolg van stringent Europees bronbeleid - met
name schonere verbrandingsmotoren - de luchtkwaliteit in een aantal
gevallen zal verbeteren. Helaas is dat niet de oplossing voor alle
problemen. Zo blijft het verkeer toenemen, met name over de A4 langs
Ypenburg en Leidschenveen. Ook de (stilstaande)files in de stad
zullen naast verbetering ook verslechteringen brengen. Het is gewoon
overal te druk met auto's.
Het bedreigde zand
Van de 121 locaties in Den Haag waar problemen te verwachten zijn
blijken er meer dan 65 op 'het zand' te liggen - het grofweg een
vijfde deel van het Haags grondgebied ten noorden/noordoosten en
rondom de Laan van Meerdervoort. De overige overschrijdingen vinden
elders in de stad plaats.
Vanwaar die nadruk op 'het zand'? Enerzijds omdat daar dicht langs
de wegen is gebouwd. Denk maar eens aan de Mauritskade, Hogewal,
het smalle deel van de Laan van Meerdervoort, Javastraat, Groot
Hertoginnelaan, Valkenboslaan, Wassenaarseweg enz. Anderzijds omdat
het openbaar vervoer op het zand, vooral het railverkeer, in de
afgelopen ruim veertig jaar sterk is teruggebracht. Met name in
de woon-werkrelaties tussen globaal gezegd het zuidwesten en het
noordoosten van de stad zijn bijna alle directe tramverbindingen
opgeheven en kan men slechts door overstappen de bestemming bereiken.
Dat begon al met de drukke tramlijn 7, die in de zestiger jaren
meer dan vijf miljoen reizigers per jaar vervoerde. Deze lijn, die
Bohemen en Station Laan van Nieuw Oost-Indië via de Javastraat
met elkaar verbond, sneuvelde door de toenemende druk van het autoverkeer.
Ook de ongezonde plekken rond de Mauritskade/Hogewal kenden vroeger
een tramlijn, die een behoorlijk spitsvervoer verwerkte. En onlangs
zijn verdere verslechteringen doorgevoerd, zoals het opheffen van
lijn 8 vanuit Vrederust en het schrappen van lijn 10 overdag. Ook
rijdt tram 3 niet meer door het Zeeheldenkwartier en doet ze de
Groenmarkt niet meer aan - sinds ruim 120 jaar! Uit onderzoek is
gebleken dat 10% van de reizigers gedupeerd is en door de onaantrekkelijk
overstap de tram vaarwel zal zeggen.
Verbeteringen zoals de tram naar het Benoordenhout haalden het politiek
niet. Men bleef liever in de stank zitten. Daardoor hebben veel
(potentiële) tramreizigers vaak noodgedwongen voor de auto
gekozen. En nu zit alles vast op onder andere de genoemde wegen.
In het zuidwesten van de stad, waar het vervoer richting centrum
en stations beter is geregeld, zijn minder problemen. Maar toch
moeten die van de Neherkade, de Veerkaden enzovoort uiteraard niet
onderschat worden.
Oplossingen
Doordat het Haagse beleid traditioneel sterk op de auto gericht
is zitten we nu in een niet aanvaardbare situatie. Behalve Europese
en rijksmaatregelen zullen ook plaatselijke maatregelen noodzakelijk
zijn. Zo zullen autoprojecten veel meer onderworpen moeten worden
aan een duurzaamheidsanalyse met betrekking tot hun gevolgen voor
de luchtkwaliteit. Bussen zullen nog schonere motoren en brandstof
moeten krijgen en in incidentele gevallen zal de route bij geconcentreerde
woonbebouwing verlegd moeten worden.
In Den Haag zullen meer directe tramverbindingen aangelegd moeten
worden, ook via het smalle deel van de Laan van Meerdervoort en
de Javastraat/Wassenaarseweg.
Sowieso zal de railcapaciteit van het Centraal Station/splitsing
Zoetermeerrail bij Ternoot moeten worden uitgebreid, zodat meer
lokale tramlijnen verbindingen tussen het ene en het andere deel
van de stad kunnen onderhouden. In de voorliggende plannen voor
Randstadrail is dat onvoldoende het geval.
In dat kader zal ook de Grote Marktstraat intact moeten blijven
voor minimaal één tramlijn voor lokaal verkeer vanuit
de Schilderswijk/Transvaal/Rustenburg-Oostbroek richting Bezuidenhout/Leidschendam.
Deze tramrelaties zijn nu zeer druk bezet. Een alternatief railtracé
via het Prins Bernardviaduct en/of de Bezuidenhoutseweg moet opengehouden
worden.
Een andere maatregel betreft de snelle aanleg van tram 19 in de
Vinex-wijken. Aan deze dringend noodzakelijke verbinding met Delft
en Leidschendam zijn overheden contractueel gebonden. Zeker nu aannemers
vechten om werk en het prijsniveau 20 a 30% is gezakt, is de aanleg
van railverbindingen een stuk goedkoper geworden.
Deze maatregelen bieden alternatieven aan automobilisten, die dan
zeker veel vaker voor het openbaar vervoer zullen kiezen. Kwaliteit
prijst zichzelf en de mensen ontdekken dat heus wel. In dit kader
moet dan ook geen beleid van autootje pesten gevoerd worden. Wel
zal elke wijk een duurzaamheidsparagraaf aan de gemeente mogen vragen.
Waar worden de normen nu, in 2005 en 2010 overschreden en hoe pakken
we dat aan.
Ook zal de raad zich moeten afvragen of, in het geval de Norfolkline
uit Scheveningen verdwijnt, de Hubertustunnel wel nodig is. Immers
dit project is vooral vanuit de milieuoverlast voor het Benoordenhout
opgezet. Kan dat geld niet beter in tramlijnen gestoken worden?
De vraag mag toch zeker gesteld worden, dunkt me. Willen we ervoor
zorgen dat onze kinderen nog enigszins gezond in de stad kunnen
blijven leven, dan zal het probleem nu aangepakt moeten worden.
Daar ligt een grote taak voor de gemeenteraad van Den Haag.
Daarbij moet het gemeentebestuur zich niet beperken tot de gemeentelijke
verantwoordelijkheid voor stikstofdioxide, maar ook het fijn-stofprobleem
aanpakken. In het rapport Luchtkwaliteit legt de gemeente het initiatief
hiervoor teveel bij het Rijk. Juist wat betreft fijn stof zou de
gemeente het initiatief moeten nemen, omdat zij een eigen trambedrijf
heeft waarmee maatregelen kunnen worden genomen. Laten de wethouders
Smits en Bruins maar eens lang met elkaar in conclaaf gaan. Zij
vormen de spil waar het om draait.
Als de politiek het wil kunnen komende generaties in een schoner
Den Haag leven. En dat dat hard nodig is moge onderwijl toch wel
duidelijk zijn.
Ronald van Onselen
Platform beter stedelijk en regionaal openbaar vervoer Haaglanden
en omgeving
Bent u al gewend aan de nieuwe lijnvoering van de HTM? Of misschien
dènkt u alleen maar te weten hoe het in elkaar zit. Test
uzelf dan met de lijnquiz op www.haagsetrams.com/aktueel/aktueel.htm.
De website www.haagsetrams.com
biedt trouwens ook een schat aan informatie over Haagse trams
vroeger en nu.
meer artikelen
over mobiliteit
GROEN
forum
Fietspad 10 gezien uit de hoek van Natuurbescherming
Wie fietst, staat in nauwer contact met de natuur dan wie autorijdt.
Bovendien richt een gemiddelde fietser in de natuur minder schade
aan dan de doorsnee-automobilist. Maar moeten we daarom de aanleg
van ieder fietspad maar toejuichen? De groene verenigingen die zitting
hebben in het Groen Platform Den Haag staan sceptisch tegenover
Fietspad 10 - het sinds lang geplande fietspad vanaf Waalsdorp naar
Meijendel.
De deelnemers aan het Groen Platform Den Haag zijn er in principe
vóór dat natuurgebieden zoveel mogelijk per fiets
of openbaar vervoer bezocht worden, en zo weinig mogelijk per auto.
Maar net als autowegen leiden toeristische fietspaden door natuurgebieden
tot verstoring - doordat er meer verkeer aangetrokken wordt - en
tot versnippering, met als mogelijk gevolg platgereden hagedissen.
Daarom vinden wij dat, als het gaat om de aanleg van fietspad 10,
enkele zaken goed overwogen moeten worden.
Zo is het bijvoorbeeld de vraag hoeveel fietsers van de nieuwe verbinding
gebruik zullen maken en waar zullen ze vandaan komen. Is het verkeer
uit Den Haag of uit de randgemeenten afkomstig? En langs welke routes
fietsen ze erheen?
Trouwens: wat is eigenlijk de meerwaarde van Fietspad 10 ten opzichte
van de twee reeds aanwezige fietsverbindingen? In Meyendel kan men
per fiets midden in de vallei komen. Vergelijk deze situatie eens
met bijvoorbeeld de Amsterdamse waterleidingduinen!
Er moet goed worden bestudeerd waar het tracé zou kunnen
komen zodat het zo min mogelijk schade aanricht. Als aan enige vorm
van schade niet te ontkomen valt, zal daarvoor gecompenseerd moeten
worden. Sowieso zal eerst de natuurwaarde van het gebied in kwestie
goed geïnventariseerd moeten worden.
Ik zie meer in een betere bereikbaarheid van het gebied per openbaar
vervoer. In gesprekken met het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland over
de herinrichting van de parkeerplaatsen in Meyendel pleit ik er
voortdurend voor een bus van De Kievit naar de boerderij te laten
rijden. Mensen kunnen met bus 45 van Den Haag bij de Kievit komen
en daar dan overstappen op een pendelbus. Op deze manier zouden
ook ouderen gemakkelijk bij de boerderij kunnen komen, zonder dat
ze daarvoor de auto hoeven te nemen. Tot nu toe heb ik helaas nog
maar weinig resultaat.
In de vorige Branding pleitte Henk Ens voor een spoedige aanleg
van Fietspad 10. Hij is kennelijk voorstander van een gecombineerd
wandel -en fietspad. Zoiets is voor wandelaars echter alleen acceptabel
als er niet te veel fietsers rijden. Maar als er maar weinig fietsers
langskomen, hoef je helemaal geen fietspad aan te leggen. Voor ons
is een gecombineerd pad dus geen optie.
De Provincie heeft zich in beginsel uitgesproken vóór
aanleg van Fietspad 10. Over een verantwoorde ecologische inpassing
zal ongetwijfeld nog lang gepraat worden. De Groene Verenigingen
hebben hun bedenkingen aan de Provincie voorgelegd, in de hoop dat
ze bij de plannen betrokken zullen worden. Door middel van een openplan-proces
misschien?
Kees Fokkens, KNNV
meer artikelen
over mobiliteit
Korte berichten
Van milieu- naar duurzaamheidsadviezen
De naam van de Milieu-adviescommissie is gewijzigd in Adviescommissie
Duurzaamheid en Milieu (ADM). Hierin zitten bewoners, mensen uit
het bedrijfsleven en vertegenwoordigers van natuur- en milieuorganisaties.
Van de laatste categorie maken deel uit mevrouw T. van Gijn-Bruggink
(AVN), mevrouw C. Vinkesteijn (KMTP), de heer R. Bijl Reijsmeijer
(Kerk en Milieu Den Haag) en de heer J. van Male (ROVER afdeling
Den Haag). Er zijn momenteel twee vacatures in de categorie natuur-
en milieuorganisaties.
Zoals de naam al aangeeft, adviseert de commissie het Haagse College
van B&W over het duurzaamheidsbeleid. Ze vergadert maandelijks
en richt zich dit jaar primair op integraal waterbeheer, stedelijke
vernieuwing, energie, economische ontwikkeling, mobiliteit, ecologie
en groen, duurzaamheid in de eigen omgeving en educatie op duurzaamheids-
en milieugebied. De Milieu-adviescommissie werd opgericht in 1991.
meer
artikelen over algemeen milieubeleid
Help de pad op weg
Het is weer bijna paddenpaartijd. Duizenden padden trekken dan vanuit
hun winterverblijf naar het water om het voortbestaan van de soort
veilig te stellen. Dat is niet zonder risico, want ze moeten daarbij
vaak drukke wegen oversteken. En ieder jaar worden er weer veel
padden doodgereden. Dat het er niet méér zijn, is
telkens weer te danken aan de inspanningen van vele vrijwillige
paddenoverzetters. Zo kwamen vorig jaar tussen 1 maart en 20 april
13.834 padden veilig aan de overkant dankzij de hulp van circa 165
vrijwilligers. Die troffen in totaal 552 dode padden aan, dus slechts
vier procent van het aantal overzettingen.
Ook dit jaar is de Haagse Dierenbescherming weer op zoek naar mensen
die willen helpen om deze amfibieën veilig over te zetten.
Ook zoekt ze naar coördinatoren voor de locaties Dotterbloemlaan
en Kwekerijweg en naar vrijwilligers die bij zonsop- en ondergang
de slagbomen bij de Duinweg willen openen respectievelijk sluiten.
Els Jonkers van de Dierenbescherming wacht uw reactie via haar mailadres
els@haagsedierenbescherming.nl
(onder vermelding van 'paddentrek') of telefonisch via 392 4289
met spanning af. Vermeld in uw mailtje s.v.p. uw naam, adres en
telefoonnummer, dan neemt ze contact met u op.
meer artikelen
over aangesloten organisaties
Vuilrapers zoeken uitbreiding
Voor de vuilraaptroep Licht op Groen en Geel was 2003 een vruchtbaar
jaar. De vrijwillige vuilrapers, die in aantal toenamen, zijn er
twaalf maal op uit geweest. In november waren zelfs twaalf volwassen
deelnemers en één kind praktisch in de weer voor een
schoner Den Haag.
Eveneens in november kreeg Licht op Groen en Geel van vertegenwoordigers
van Nederland Schoon en het ministerie van VROM een soort vuilcontainerfiets
om zakken zwerfvuil te kunnen transporteren. De container was bovendien
gevuld met een hoop nuttige attributen zoals grijpers, zakken en
hesjes. Dit als blijk van waardering voor de vuilraapactiviteiten
van de laatste twee jaar. En ook de goede publiciteit die de vuilrapers
dit jaar kregen, van onder meer het radioprogramma Vroege Vogels,
was natuurlijk een opsteker.
Hierdoor aangemoedigd wil Licht op Groen en Geel haar werkterrein
wat gaan uitbreiden. Weet u in uw buurt een groengebied dat nodig
eens van vuil moet worden ontdaan? Of beginnen uw eigen handen te
jeuken om dit in groepsverband te gaan doen? Meld dat dan aan Jan
Meijer (tel. 310 7883) of aan Arno Bouts/Judith Broos (tel. 364
9576).
Een foto-impressie van de actie van 18 januari vindt u op http://home.wanadoo.nl/marijke.de.jong/marijke.htm
door te klikken op het visitekaartje van de raaptroep.
meer artikelen
over milieuorganisaties
BONTEBAL
Het bloedend hart
Ze maken het ons wel moeilijk. Met 'ze' bedoel ik overheden en
bedrijfsleven, waarbij de eersten weinig vat lijken te hebben op
de tweeden. En ons? Dat zijn wij, de milieubewuste reizigers. Het
is nu al veel eenvoudiger een vliegticket voor een bestemming binnen
Europa aan te schaffen dan een treinkaartje. Vliegen is ook veel
goedkoper; voor milieu en schatkist wordt het onderhand tijd dat
er een fikse accijns op kerosine komt. Stel dat maar eens voor als
politicus. Meteen valt alles en iedereen (=weer dat bedrijfsleven)
over je heen en voor je het weet heb je weer liters water bij de
wijn gedaan.
De Nederlandse Spoorwegen willen alle internationale loketten gaan
sluiten. Straks is het alleen nog mogelijk via internet een kaartje
naar, pak hem beet, Madrid te kopen. Ik weet niet of je dat weleens
hebt gedaan, maar dan is het handig dat je rechtstreeks met een
mens praat. Iemand waar tegen je bijvoorbeeld kan zeggen: die overstap,
gaat er niet een trein een uurtje later, zodat ik nog even de stad
in kan? Gewoon de gebruikelijke dingen: een treintje eerder hier,
een treintje later daar. Maar nee, het wordt te duur, de NS kan
de concurrentie met vliegmaatschappijen niet meer aan, wat ons terug
brengt naar de eerste alinea.
Spreek ik over de trein, kom ik automatisch op het Groene Hart.
Wanneer je van Den Haag naar Utrecht rijdt, kruis je op een gegeven
moment de HSL in aanbouw. Wat een vreselijk gezicht. Dwars door
weilanden en akkers wordt een betonnen spoor getrokken op vier,
vijf meter boven het maaiveld. Het geeft je te denken. De eis, of
laat ik zeggen: het verzoek was toentertijd het spoor van die flitstrein
door een tunnel onder het Groene Hart te leiden. Dat bleek, zo vertelden
overheden ons, een onhaalbare kaart, het zou allemaal te duur worden.
Maar speelde het aanbesteden van een eventuele tunnel niet in de
tijd dat bouwbedrijven nog dachten boven de wet te staan? Toen het
nog gebruikelijk was met prijsafspraken de prijzen op te drijven?
(Zou er intussen erg veel veranderd zijn?)
Er rijdt tegenwoordig een gratis bus tussen de Bollenstreek en
Den Haag Centraal. Dat is een goede zaak, er wordt ook flink gebruik
van gemaakt. Maar dit is ook het enige compliment dat ik onze provinciale
bestuurders kan geven. Want aan de andere kant wordt het Groene
Hart steeds verder verkwanseld. Die walgelijke betonconstructie
voor de HSL is één ding, het bouwen van woonwijken
is een ander. Knibbel knabbel knartje, wie knabbelt daar aan mijn
Hartje? Steeds meer land, waarvan ooit plechtig is beloofd dat het
groen zou blijven, wordt volgebouwd. De laatste stunt is het bebouwen
van een grote driehoek tussen Leiden en Alphen. Zo krijgen alle
beloften achteraf het predikaat 'loos'.
Terwijl ik dit zit te schrijven, merk ik dat ik, uit een gevoel
van onmacht, vreselijk agressief begin te worden. Ik denk dat ik
mijn katten maar eens ga slaan, want het is niet goed je agressie
op te kroppen.
Adriaan Bontebal
http://users.bart.nl/~bontebal
meer brandingcolumns
van Bontebal
|