Branding - Archief  


Nummer 14 april/mei 2004

 

Energie uit zee: het blauwe goud? ...meer

Haags Milieucentrum neemt afscheid van voorzitter ...meer

Kansrijke alianties in duurzaamheid ...meer

Exit stadsecoloog ...meer

GFT is óók Gordijnen, Fietsbroeken en T-shirts ...meer

Het Carré: ecodorp in een Vinex-wijk ...meer

Haagse Vogelbescherming voor Golf op de Amonsvlakte ...meer

Fietspad 10: ja, mits of nee, tenzij? ...meer

Stadsboerderijen: minder en beter ...meer

BONTEBAL BACKYARD ...meer

 

 

 

 

Energie uit zee: het blauwe goud?

Het heeft erom gehangen, maar de zeewaterwarmtecentrale in Duindorp komt er. Waarschijnlijk eind 2006, begin 2007 zal deze innovatieve warmtevoorziening in gebruik genomen zijn. Ondanks het afhaken van energiebedrijf Eneco, dat onder de tucht van de markt geen geld meer wil steken in innovatieve technologieën op duurzaamheidsgebied.

Projectleider Theo van den Bor van Ceres - de ontwikkelingstak van Vestia - legt uit: er is besloten om in Duindorp een groot aantal woningen te slopen omdat ze klein zijn en in slechte staat. Dat besluit leidde tot hoogoplopende emoties en hevige protesten. We hebben toen een workshop Duurzaamheid georganiseerd omdat we aan de nieuwe woonwijk, met tegen de 750 huizen, een meerwaarde wilden geven. Dit leidde tot de suggestie om gebruik te maken van de zeewarmte. De techniek om gebruik te maken van grondwarmte is al aardig ingeburgerd, maar zeewater biedt ook perspectieven."

"Het idee is om de warmte uit het water te halen door middel van een warmtewisselaar. Met behulp van een speciaal te ontwikkelen warmtepomp wordt de temperatuur dan op elf graden gebracht, als die dat niet al is. 's Zomers zal die temperatuur al snel gehaald worden, maar de grootste energievraag doet zich uiteraard in de winter voor. De afgelopen vijftig jaar is de zeewatertemperatuur nooit lager geweest dan 0,9 graad boven nul, maar zelfs dermate koud water kan op een rendabele manier op elf graden worden gebracht. Je hebt dan alleen méér water nodig dan bij hogere uitgangstemperaturen."

Zelfvoorzienend
"Dat opgewarmde water wordt door buizen verder geleid naar de woningen. Door individuele warmtepompen wordt het daar verder verwarmd tot 45 graden. De huizen worden optimaal geïsoleerd en voorzien van lagetemperatuur-vloerverwarming. Voor tapwater worden de huizen voorzien van een (elektrische) boiler, die het water verder verwarmt tot 65 graden.
De energie die in het hele proces nodig is hopen we op een duurzame manier op te wekken. Het liefst zouden we hiervoor een windmolen plaatsen. Dat hoeft natuurlijk niet per se in Duindorp, het zou zelfs in het buitenland kunnen, maar een turbine in de wijk zelf heeft wel een hoge symboolwaarde. Het toont aan dat deze wijk op energiegebied zelfvoorzienend is. En als ook de boilers gebruikmaken van groene stroom, zullen de bewoners totaal geen beroep meer hoeven doen op fossiele brandstoffen. De windmolen van Eneco die er nu staat is afgeschreven. Het zou een goeie plek zijn om een nieuwe, grotere neer te zetten, maar de gemeente Den Haag staat niet te trappelen als het op plaatsing van windmolens aankomt. We zoeken nu een partij die een molen wil bouwen en exploiteren, want we hebben geen zin om zelf voor energieproducent te gaan spelen. Er lopen al onderhandelingen, onder meer met Eneco."

"Voor de bewoners wordt het systeem niet duurder dan als ze hun woning conventioneel met gas zouden verwarmen. Dat is altijd een dilemma", aldus Van den Bor. "We isoleren de woningen grondig zodat mensen zo weinig mogelijk hoeven te stoken, en investeren in nieuwe technieken, maar kunnen die extra kosten niet verhalen. Gelukkig hebben we verschillende subsidiebronnen kunnen aanboren. Doordat het zo'n langdurig proces is geweest, zitten we nu wel in de situatie dat één subsidiënt eist dat we een concreet begin hebben gemaakt, terwijl een ander - de Europese Commissie - nog geen toezegging heeft gedaan. Die beslissing valt pas in december. Ondertussen staan de gemeente en Vestia garant voor dit bedrag."

Waar de centrale komt te staan is nog niet duidelijk. Het Hoogheemraadschap Delfland stelt strenge eisen aan het bouwen in de kustzone. Maar als het nieuwe systeem gebruik kan maken van de ongebruikte leidingen onder de Houtrustweg, ligt het voor de hand dat de centrale daar vlakbij komt te staan.

Van den Bor sluit niet uit dat het systeem ook in gerenoveerde woningen toegepast zal kunnen worden, zij het dat het alleen maar zin heeft in optimaal geïsoleerde woningen.

Tot op heden hebben we het alleen nog maar gehad over wijken in kustgebieden. En dat is niet zo vreemd, aangezien er veel warmte verloren dreigt te gaan als het zeewater over langere afstanden getransporteerd zou moeten worden. Maar Van den Bor voorziet voor de verre toekomst nog wel een rivier- of een meerwaterwarmtecentrale. De weersverwachtingen zijn in elk geval gunstig: meer water, en van een hogere temperatuur.

Bob Molenaar


De werking van een warmtepomp
Een warmtepomp is in wezen hetzelfde als een koelmachine. Beide onttrekken warmte op een lage temperatuur en geven die weer af op een hogere temperatuur. Het systeem bestaat uit een vloeistof en damp met een verdamper, een pomp (compressor), een warmtewisselaar (condenser) en een expansieventiel. De pomp zuigt de koude damp aan uit de verdamper en perst deze samen. Hierdoor wordt de damp warm. In de warmtewisselaar geeft de damp vervolgens zijn warmte af aan bijvoorbeeld water. De damp gaat dan over in vloeistof (condensatie). Via het expansieventiel komt de vloeistof weer in de verdamper, en de cyclus kan opnieuw beginnen. Op deze wijze wordt 'warmte' met een lage temperatuur 'opgepompt' naar warmte met een hoge temperatuur, vandaar de term warmtepomp. Om de compressor te laten werken is elektriciteit nodig.

Zie voor een nadere uitleg bijvoorbeeld www.energietech.info/restwarmte/th_warmtepomp.html
of www.supersystems.be/Werking_wp.htm

meer artikelen over duurzame energie

 

 

 

Haags Milieucentrum neemt afscheid van voorzitter

De voorzitter van het Haags Milieucentrum, Berber de Haan, gaat verhuizen naar Overijssel en heeft daarom haar functie beschikbaar gesteld. Berber heeft zes jaar in het bestuur van het centrum gezeten, waarvan vier jaar als voorzitter. Ze vervulde die functie met grote betrokkenheid en kennis van zaken, ook toen die de laatste jaren een behoorlijke tijdsinvestering vergde. Berber is voorstander van een bestuur op afstand, zoals ze het tijdens haar afscheid van 'haar Haagse periode' verwoordde. Dus een bestuur met de puur bestuurlijke taken van eindverantwoordelijkheid voor financiën, personeel en het beleid op hoofdlijnen. Een bestuur dat zich beperkt tot het faciliteren van directie en team, tot het op grote lijnen onderhouden van contacten met de bij het centrum aangesloten organisaties en het gemeentebestuur. Dat was echter niet de praktijk.

Onder haar voorzitterschap heeft het HMC de laatste drie jaar vier keer voor zijn bestaan en toekomst moeten knokken. Dat kost veel tijd de energie, ook van de voorzitter. Bij haar afscheid wenste ze het centrum dan ook toe een paar jaar met rust gelaten te worden, zeker in deze periode van opbouw. Natuurlijk niet om het rustiger aan te kunnen doen, maar om zich op de inhoud en de worteling binnen en ondersteuning van de bij het centrum aangesloten organisaties te kunnen concentreren. Ze wenste ons toe te kunnen oogsten, met als resultaat nieuwe energie en arbeidsvreugde.

Berber, nog heel erg bedankt voor je inzet en je vaak wijze adviezen.

Als opvolger van Berber draagt het bestuur Stef de Niet voor. Stef was bestuursadviseur onder wethouder Engering en voorzitter van de medezeggenschapscommissie van de gemeente. Hij is nu werkzaam als directeur van Centrum 16/22. De Raad van Toezicht van het Haags Milieucentrum zal zich in mei over zijn kandidatuur uitspreken.

meer artikelen over het haags milieucentrum

 

 

Symposium Aardewerk over kansrijke alianties in duurzaamheid

Zoals in overgangszones in de natuur, de zogeheten gradiënten, de meeste biodiversiteit voorkomt, zo zijn ook in het milieubeleid de meeste resultaten te bereiken door samenwerking met allerlei partners - en niet per se de meest voor de hand liggende. Deze stelling verkondigde Gea Boessenkool, directeur van projectbureau en uitgeverij Aarde-werk, op het symposium Kansrijke Allianties in Duurzaamheid dat deze organisatie op 29 maart jl. hield.

Voor het Haags Milieucentrum geldt dit natuurlijk ook. We zijn een netwerk, een alliantie van aangesloten organisaties, die - ook formeel, via de Raad van Toezicht - gezamenlijk het beleid bepalen. Landelijk zitten we in een netwerk met de drie andere stedelijke milieuorganisaties en de dertien Milieufederaties, inhoudelijk ondersteund door de Stichting Natuur en Milieu. In onze projecten zoeken we steeds naar coalities, soms met bewonersorganisaties, andere natuur-en milieuorganisaties of maatschappelijke organisaties. We richten ons op het college van B&W en het ambtenarenapparaat maar ook vaak op de gemeenteraad, die wij alternatieven aanreiken. Los van de resultaten, kan dit de kwaliteit van de lokale democratie bevorderen.

Terug naar het symposium. Zo'n twintig mensen die actief zijn op het gebied van milieubeleid waren aanwezig om ervaringen uit te wisselen en het thema duurzame allianties te bespreken.

Een van die mensen was Rob van Eijkeren, directeur van Vestia Zuid-Oost, die zich steeds meer als de groene raaf binnen de wereld van de woningbouwcorporaties ontwikkelt. In zijn presentatie vertelde Van Eijkeren dat hij veel geleerd had van het project De Waterspin (in de Spijkermakerstraat). Daar gerealiseerde ideeën, bijvoorbeeld de warmtepomp, worden nu ook in Spoorwijk ingezet.
Een andere leerzame ervaring was een project in de Heiloostraat. Deskundigen hadden een mooi plan gemaakt voor de bewoners daar, inclusief flinke energiebesparing, maar wel met huurverhoging. Op grond van slechte contacten met Vestia in het verleden bestond er bij de bewoners een enorme weerstand. Ondanks een onafhankelijke voorzitter en een open discussie werden de plannen danig bijgesteld, wat de ambitieuze doelstellingen op het gebied van energiebesparing niet ten goede is gekomen. De les is dat autoritaire topdown-planning en regentesk besturen anno 2004 niet meer werkt. Een conclusie die het Haags Milieucentrum in zijn project Naar een Duurzaam Den Haag Zuidwest ook heeft getrokken - maar daar wordt de grootschalige sloop nog steeds opgelegd.

Energietreinen en ecoteams
In de Heiloostraat hadden bewoners wel belangstelling voor de Groene Energietrein, een project onder leiding van Aarde-werk. In dit project krijgen bewoners informatie over hun energie-en waterrekening, vooral hoe ze die kunnen beïnvloeden. Veel mensen leggen nu nauwelijks een relatie tussen hun eigen gedrag en de hoogte van de rekening, voorzover ze überhaupt weten hoeveel m--3 gas of KwH elektriciteit ze gebruiken. Als daaraan aandacht wordt besteed, blijkt dat er gemiddeld 5-15% bespaard kan worden. Hetzij door gedragsverandering (deur dicht, lamp uit als je er niet bent), hetzij door maatregelen (spaarlamp, leidingisolatie). In de programma's van het voormalige Global Action Plan en zijn ecoteams bleek de besparing soms nog wel hoger te kunnen zijn. Met name op afvalscheiding was soms 20-40% reductie te halen. Dat kan natuurlijk al simpel door alles in de glasbak te doen, geen papier in de grijze zak te stoppen of door zelf te gaan composteren. De programma's van GAP waren intensiever dan de Groene Energietrein, maar ook hier worden aardige resultaten geboekt, al is het maar in het bewustzijn van mensen.

Het Haags Milieucentrum wil in Zuidwest - als het gemeentebestuur in de Structuurvisie tenminste kiest voor een ambitieuze energiedoelstelling - de ervaring en kennis van Aarde-Werk en/of GAP inzetten in een project. Aarde-Werk heeft op dit moment al 18 coaches opgeleid die zó aan de slag kunnen.

Migranten en milieu
Een belangrijk accent in de bijeenkomst was de aandacht voor milieubeleid en migranten (het woord allochtonen mag in Den Haag niet meer gebruikt worden, vandaar deze aangepaste terminologie). Verspilling wordt in de islamitische cultuur niet geaccepteerd en dat vormt een goede insteek in de milieudiscussie. Dit kan ook een argument zijn tegen het overdadige gebruik van chloor in migrantenhuishoudens (gemiddeld 30 liter per jaar) Chloor is niet alleen schadelijk voor het milieu, maar ook nauwelijks effectief tegen bacteriën, omdat die na 12 uur toch weer aanwezig zijn. Bovendien leggen ook allerlei nuttige bacteriën het loodje, bijvoorbeeld bacteriën die actief zijn in de waterzuivering.
Een mysterie bleef het gegeven, dat in Turkije waar zonneboilers massaal zijn toegepast de prijs 220 euro (inclusief installatie) is en hier in Nederland zo'n 1500 euro moet worden betaald.

Al met al een geslaagde bijeenkomst en een zinnige investering in ons netwerk, dat met veel duwen en trekken werkt aan ambitieuze milieudoelstellingen in een tijd, dat andere problemen meer de aandacht trekken.

Tom Pitstra
Haags Milieucentrum

meer artikelen over aangesloten organisaties

 

 

Exit stadsecoloog

Wat vindt de stadsecoloog eigenlijk van de plannen voor een automobielmuseum in Reigersbergen, wilde het Haags Milieucentrum op de inspraakavond weten. Daar kon de dienstdoende ambtenaar kort over zijn: die functie bestaat niet meer, dus van advisering kon geen sprake zijn. De aanwezigen in het wijkcentrum in Mariahoeve waren onaangenaam verrast.
Navraag leerde ons dat de functie twee jaar geleden al is gesneuveld bij een interne reorganisatie. Het Haags Milieucentrum vraagt zich af of de gemeenteraad wel op de hoogte is gesteld van dit besluit. De leden die wij hierover benaderden wisten in elk geval van niks. En dat terwijl de functie van stadsecoloog op verzoek van de gemeenteraad in het leven was geroepen om tot een meer natuur- en milieugerichte inrichting en beheer van de stad te komen.

Het HMC betreurt het opheffen van deze functie. Volgens ons is een stadsecoloog die het college en de raad zelfstandig kan adviseren over groen en ruimtelijke plannen belangrijk voor de besluitvorming, bijvoorbeeld over locatiealternatieven. Adviezen kunnen dan niet in de ambtelijk molen of hiërarchie verdwijnen en de gemeenteraad kan zelf beslissen wat hij met de informatie en adviezen doet. De functie van de stadsecoloog was vergelijkbaar met die van de nog bestaande stadsstedenbouwer, die buiten de hiërarchische lijnen om direct het college adviseert. In het belang van een ecologisch duurzame stad vinden wij een onafhankelijk deskundig persoon zoals de stadsecoloog was, van groot belang.

We horen graag van de leden van de Haagse gemeenteraad of zij er net zo over denken. En ook of ze ervan op de hoogte zijn dat de functie opgeheven is. De vraag of het college hun van dit feit op de hoogte had moeten stellen, vloeit hieruit logischerwijze voort. Wordt vervolgd.

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

 

GFT is óók Gordijnen, Fietsbroeken en T-shirts

Het Haags Milieucentrum heeft zich de laatste tijd nogal ingezet voor een beter inzamelbeleid van afval. Zeker voor GFT is daar alle reden toe, want van alle grote steden haalt Den Haag veruit het minste op. De raadscommissie duurzaamheid stelde dit onlangs aan de orde en was in haar geheel van mening dat dit beter moest. Wethouder Stolte werd zelfs bij de commissie ontboden om zijn beleid maar eens te bespreken.

Binnenkort zal dat ook wel gebeuren. De wethouder wil eerst het advies van het Afval Overleg Orgaan (AAO) afwachten. Dit komt pas op 9 september, aangezien een eerste bespreking van het voorstel tot uiteenlopende reacties leidde. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) consulteren nu hun achterbannen. De verwachting is dat het AAO de minister van VROM zal adviseren om GFT-inzameling niet meer landelijk verplicht te stellen.
Het HMC zal ervoor waken dat dit voor Den Haag niet betekent dat het hele GFT-beleid in 'de groene stinkbak' gekieperd wordt. De gemeente zou de voordelen van compost beter moeten belichten en een campagne ontwikkelen tegen het praatje (dat ook verspreid wordt door de medewerkers van de Haagse Milieu Services) dat bij de vuilverwerking op de Binckhorst alles toch weer bij elkaar gegooid wordt. Daarvan is totaal geen sprake, tenzij een lading GFT te veel vervuild is doordat de groene bak met van alles en nog wat is gevuld.

Opmerkelijk genoeg stelt de gemeente zich wel heel actief op als burgers hun afval te vroeg aan de straat zetten. Het leidde zelfs tot een conflict met de gemeentelijke ombudsvrouw, die vond dat de gemeente in deze situatie heel onzorgvuldig optrad. Maar haar kritiek stuitte op een muur van onbegrip. De gemeente zal sterk blijven controleren of afval niet te vroeg wordt aangeboden.
Het HMC vraagt zich af of dit wel een goede prioriteitstelling is. Naar onze mening zou er juist meer gecontroleerd moeten worden of mensen hun afval wel scheiden. Als het organisch afval netjes in de groene bak verdwijnt is er geen enkel probleem met zwerfvuil, want katten en vogels kunnen de groene bak niet openkrijgen. Als het goed is, zit er in de grijze zak dan helemaal geen organisch afval, maar voor het merendeel plastic waarin geen dier geïnteresseerd is! Dan maakt het toch niet zoveel uit of een zak of biobak een uurtje te vroeg aan de stoeprand staat? Je kunt het geen prettig beeld vinden, maar een milieuprobleem is het niet.

Textiel
Een geheel anderssoortige afvalcomponent is textiel. Deze wordt ingezameld door diverse organisaties, zowel ideële als commerciële. De in Den Haag actieve ideële organisaties - het Leger des Heils, HUMANA en KICI - halen gedrieën zo'n 60 miljoen kilo per jaar op. KICI, dat ook zijn hoofdkantoor in Den Haag heeft, laat het merendeel van zijn opbrengsten structureel ten goede komen aan Amnesty International, HIVOS en Gered Gereedschap. Ook andere goede doelen kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage uit de kledingopbrengsten, bijvoorbeeld als noodhulp moet worden geboden aan slachtoffers in rampgebieden.
In tegenstelling tot een aantal andere organisaties stelt KICI de ingezamelde kleding niet direct ter beschikking aan kansarmen in binnen- of buitenland. De kleding wordt in Nederland verkocht.

Anders dan vaak gedacht wordt, wordt niet alle ingezamelde kleding hergebruikt. Er worden ook andere producten van gemaakt, variërend van poetslappen tot isolatiemateriaal. Sorteerbedrijven verwerken de ingezamelde textiel in tientallen deelstromen. KICI accepteert dus ook kleding die niet mooi genoeg meer is om gedragen te worden. Gooi zulke kleding dus in de container en niet in de grijze zak, want anders wordt het slechts verbrand en dat is wel een heel laagwaardige vorm van hergebruik.

Gezien de begunstigden van KICI, die vooral in de hoek van milieu, mensenrechten en ontwikkelingshulp te vinden zijn, gaat onze sympathie vooral naar deze inzamelaar uit. De KICI-containers zijn echter niet makkelijk te vinden. Die staan uitsluitend op privéterrein, niet op de openbare weg (een overzicht van plekken is te vinden via de homepage van www.kici.nl).

Vergunning
Om inzamelcontainers op de openbare weg te mogen zetten, is een vergunning nodig. En daar zit hem nu net het probleem. Want de afvalinzameling in Den Haag is geprivatiseerd. De gemeente heeft een contract met de AVR, die de inzameling heeft uitbesteed aan de Haagse Milieu Services (HMS).
De AVR wil de drie organisaties niet zomaar toestemming geven om in Den Haag tot een sluitend systeem van kledinginzameling te komen. Ze wil daar geld voor hebben. Niet dat de AVR er op dit moment zelf aan verdient, maar misschien later nog wel een keertje. De inzamelorganisaties hebben dat geld niet. Vooral vanwege de lage dollar en en de dalende afzetprijzen is kledinginzameling op dit moment geen vetpot. Maar principieel hebben ze het bezwaar dat ze de opbrengsten aan goede doelen willen besteden. Na aftrek van de kosten ging het in het verleden om vele miljoenen per jaar.

De gemeente Den Haag zou zich niet langer moeten verschuilen achter het contract met de AVR. Wij staan zelfs op het standpunt dat de AVR op dit moment contractbreuk pleegt, omdat er is afgesproken dat alle afval - natuurlijk op een goede wijze, met zoveel mogelijk hergebruik - moet worden ingezameld.
Ook het landelijk beleid van VROM gaat uit van maximaal hergebruik. Weliswaar zijn gemeenten op dit gebied autonoom, maar het ministerie heeft zich ten doel gesteld dat een fors gedeelte van het oude textiel wordt hergebruikt (al dan niet verwerkt tot een ander product).

We roepen het college en de gemeenteraad op om, net als in Rotterdam, met de AVR tot afspraken te komen, zodat ook dit deel van de afvalstroom in Den Haag maximaal wordt ingezameld. Wat ons betreft met voorrang voor mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking!
De Haagse raad heeft onlangs besloten dat de opbrengst van ingezamelde printercartridges ten goede moet komen aan zinvolle maatschappelijke projecten (AAP of zeehondenopvang), dus we zijn positief gestemd. Het geeft toch ook een lekker gevoel als met je oude kleren mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking worden betaald?

Tom Pitstra
Haags Milieucentrum

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

 

Het Carré: ecodorp in een Vinex-wijk

'Sociaal-ecologische woningbouw' zou een fraaie omschrijving zijn voor Het Carré, een woonblok in de Delfgauwse wijk Emerald. Het complex bestaat uit een hof waaraan 49 woningen met privétuin liggen, waarvan 37 vierkamer-, tien vijfkamer en twee zeskamerwoningen.

Wie nietsvermoedend komt aanrijden zal achter de standaard Vinex-gevel met daarvoor auto's keurig in het gelid geen ecologische woongemeenschap vermoeden. De ligging op enkele tientallen meters van de snelweg Den Haag-Rotterdam werkt ook al niet mee. Maar het geluidsscherm doet zijn werk gelukkig naar behoren. Al is Het Carré niet bepaald een schoolvoorbeeld van een ecodorp - alle bewoners zijn lid van de Vereniging Edodorp - toch blijken ecologisch voelende mensen uit het hele land geïnteresseerd te zijn om hier te wonen. Een van de bewoners is zelfs uit Fryslân afkomstig.

"Dat mensen die hier willen wonen lid zijn van de Vereniging Ecodorp is een harde voorwaarde", vertelt Anneke van Berlo, bestuurslid van Vereniging Het Carré. "Maar als Vereniging Het Carré, die de gezamenlijke belangen van het complex behartigt, gaan we ook na of mensen hier passen. Selectiecriteria zijn een ecologische levenshouding, gemeenschapszin en ontvankelijkheid voor spiritualiteit. Het is sociale woningbouw, de kale huur van de vierkamerwoningen bedraagt zo'n vierhonderd euro, dus de huizen zijn voor een hoop mensen aantrekkelijk. Maar we vinden het heel belangrijk dat gegadigden bewust voor deze woonvorm kiezen. De verhuurder, woningcorporatie Rondom Wonen uit Pijnacker-Nootdorp, gaat dan alleen nog maar na of ze aan de juridische eisen op huisvestingsgebied voldoen."

Het was Rondom Wonen die de Vereniging Ecodorp benaderde om mensen voor het toen nog in aanbouw zijnde complex te zoeken. Maar aanvankelijk was de grond van Vestia. "Er heeft een grondruil plaatsgevonden, omdat Vestia graag grond in Ypenburg wilde hebben die toen nog in bezit van Rondom Wonen was." Deze geschiedenis verklaart de grote inbreng van Ceres Projecten, de ontwikkelingspoot van Vestia.

Energiezuinig
Ceres heeft ernaar gestreefd om een hoog comfortniveau aan te bieden met lage bijkomende woonlasten. Energiezuinige woningen met veel aandacht voor een goed binnenmilieu. Behalve voor zonneboilers werd gekozen voor een geavanceerde warmtepomp voor zowel verwarming, ventilatie en koeling.

"Dat is heel comfortabel", vertelt Klaas-Willem Barten, eveneens bestuurslid van de Vereniging Het Carré. "Per woning lopen er drie leidingen veertig meter de grond in. In de zomer wordt zonnewarmte in de bodem opgeslagen en in de winter wordt die gebruikt voor verwarming. Dankzij de lagetemperatuurverwarming bedraagt de temperatuur 's winters een comfortabele 22 graden, maar ook 's zomers is het aangenaam. In de hete zomer van 2003 werd het nergens warmer dan 24,5 graden". Verkopers van ventilatoren hebben vorig jaar dan wel goede zaken gedaan, maar bewoners van Het Carré maakten geen deel uit van hun clientèle.
Hoewel Van Berlo benadrukt dat je het nooit koud hebt als je je bed uitkomt - tenzij je de verwarming van je slaapkamer hebt afgesloten - wordt een echte warmtebron door sommigen wel gemist. Als je op een koude dag thuiskomt kun je je niet snel even lekker opwarmen.

Het verwarmingssysteem heeft een zeer gunstige Energieprestatiecoëfficient (EPC) van 0,51 tot 0,55 (veel beter dan de huidige eis in het Bouwbesluit van een EPC van minder dan 1,0). De eerste jaarafrekening is nog niet binnen, zodat er nog geen duidelijk beeld bestaat over de energielasten. Maar Barten schat in dat hij, als bewoner van een vierkamerwoning, in een jaar 2400 kWh energie heeft gebruikt - alleen elektriciteit, want de woningen beschikken niet over gas. Dat is aanzienlijk lager dan het gemiddelde elektriciteitsverbruik in Nederlandse woningen, dat rond de 3000 kWh ligt.
Het had nog lager kunnen zijn als het complex was voorzien van zonnepanelen, maar daar heeft Ceres van afgezien. Niet dat er onder de bewoners geen belangstelling voor bestaat. Barten betwijfelt echter of zonnepanelen wel rendabel toegepast kunnen worden: "Een van de bewoners is energieadviseur, en die heeft er sterke twijfels over."

Intranet
Behalve de kale huur en de energielasten betalen de bewoners €40 per maand aan de vereniging. Hiervoor worden zaken gekocht die voor iedereen van belang zijn. Van Berlo: "Een groep bewoners heeft al snel na het betrekken van het complex, nu een jaar geleden, een compleet intranet aangelegd. Onder de tuin zijn leidingen getrokken, die via de kruipruimtes alle woningen binnengaan. Nee, daarin was niet bij de bouw voorzien."
Een andere besteding van het gespaarde geld staat prominent in de tuin: een grote nomadentent. Deze moet wellicht te zijner tijd plaatsmaken voor een gemeenschappelijk ruimte, maar over de invulling daarvan wordt verschillend gedacht. Van Berlo: "Dat varieert van een geheel bovengronds tot een geheel ondergronds gebouw. En wat betreft de inrichting lopen de ideeën uiteen van een ruimte waar kan worden gebiljart en getafeltennist tot een spiritueel centrum. Het gebouw zou ook een meer naar buiten gerichte functie kunnen krijgen."

Vertegenwoordigers van die buitenwereld - bewoners van de Vinex-wijk Emerald - komen regelmatig aanwippen. Sommigen zijn gecharmeerd van de ongedwongenheid van Het Carré, anderen vinden het een zooitje. Woningbouwvereniging Rondom Wonen vindt het wel belangrijk dat Het Carré representatief blijft, dus er komt regelmatig iemand kijken. Het voordeel van deze controle is dat de lijnen kort zijn, en als er iets niet goed functioneert wordt dat snel verholpen.

"Het is hier een soort van proeftuin", aldus Barten. Alleen jammer dat het gras in de proeftuin nog niet erg aanslaat.

Bob Molenaar

Het Carré is gebouwd door Splinter Architecten BV, Den Haag (www.splinterarchitecten.nl)
Adviseur duurzaam bouwen is W/E adviseurs duurzaam bouwen, Gouda (www.w-e.nl)
De aanneemsom per woning bedroeg 79.300 euro exclusief BTW. De milieumaatregelen kostten ca. 1500 per woning excl. BTW.

meer artikelen over ruimtelijke ordening, duurzaam bouwen en wonen

 

 

 

Haagse Vogelbescherming voor Golf op de Amonsvlakte

In hoeverre is sport te combineren met een landschap dat vijftig jaar lang een min of meer natuurlijke ontwikkeling heeft kunnen doormaken? De Haagse Vogelbescherming heeft gekozen voor een betere bescherming van de vogelstand op de Amonsvlakte. De aanleg van twee golfholes kan zorgen voor de nodige rust die nu in dit gebied ontbreekt.

De voormalige Amonshoogte, de oude met dennen begroeide duintjes tegenover Duindigt, zijn in opdracht van de Duitse bezetter afgegraven. Wat bleef was een troosteloze zandvlakte die na de oorlog in gebruik werd genomen als uitloopgebied (corrals) voor paarden. In deze periode ontstonden er op natuurlijke wijze brembosjes. Na het ruimen van de provisorische omheiningen raakte het gebied langzaam begroeid met twee typen duinvegetatie.
Het deponeren van stikstofrijk slib - in 1981- en het beplanten daarvan met niet tot de specifieke duinvegetatie behorende bomen zorgde voor de groei van een derde type, een mengvorm-vegetatie.
Dit derde, door cultuur beïnvloede vegetatietype is de ontwikkeling van de twee andere natuurlijke vegetaties gaan beperken. De Amonsvlakte heeft daardoor een allegaartje van duinvegetaties, waarbij het totaal oppervlak onvoldoende is om in aanmerking te komen voor bescherming onder de Europese Habitat-richtlijn.

Van tegen- naar voorstander
Plannen van Golf Duinzigt voor een uitbreiding met drie holes op de Amonsvlakte stuitten begin jaren negentig op grote weerstand bij de groene verenigingen. Het typische duinlandschap zou daardoor te veel worden aangetast. De toenmalige verantwoordelijke wethouder eiste bovendien een metershoog hekwerk langs het nog aan te leggen Fietspad 10 om passanten tegen rondvliegende golfballen te beschermen.
Deze situatie stond haaks op de visie van o.a. de Haagse Vogelbescherming. De rechter stelde de verenigingen in het gelijk tijdens de behandeling van de artikel 19-procedure. Het plan verdween in de koelkast.

Medio 2000 deponeerde Golf Duinzigt een nieuw plan bij de gemeente Wassenaar. In plaats van drie, ging het nu om twee holes met een extra groenuitbreiding ter grootte van twee parkeerstroken op het parkeerterrein van renbaan Duindigt. Daarnaast is er een optie voor expansie op langere termijn. Nog steeds echter konden de groene verenigingen zich niet vinden in de geplande situering van de golfgreens op de Amonsvlakte. In januari 2001 richtten ze een samenwerkingsverband op om hierover een gezamenlijk standpunt te bepalen. Besloten werd om door overleg met Golf Duinzigt mogelijkheden te onderzoeken voor natuurvriendelijke integratie van golf op deze plek.
Deze houding schepte verwachtingen bij Golf Duinzigt, die echter niet gehonoreerd werden omdat de meeste deelnemende groene verenigingen zich afwijzend bleven opstellen en koste wat kost de golfvereniging wilden weren.

De Haagse Vogelbescherming (HVB) was toen van mening dat de toekomst van de Amonsvlakte bij deze afwijzing toch steeds opnieuw gevaar zou lopen. Andere ontwikkelingsplannen voor dit gebied van de gemeente Wassenaar of een particulier zouden een minder natuurvriendelijk karakter kunnen hebben. Daaruit werd de conclusie getrokken dat gebruik van het landschap door golf kan voorkomen dat die minder gewenste ontwikkelingen plaatsvinden. De kwaliteit van de natuurlijke duinvegetatietypen moet dan wel versterkt worden. De Vogelbescherming stelde hiervoor een advies op.
De aangelegde houtopstanden van het derde vegetatietype hebben een minder specifieke duinvegetatiewaarde en kunnen deels verdwijnen. Op die plaatsen kunnen de holes worden aangelegd. Ook de landschappelijk ongewenste paardencirkels kunnen daarvoor worden ingeruild. Dit voorstel schept een meer open landschap dat de ontwikkeling van het specifieke duinweidegebied kan versterken. Het advies van de HVB wordt onderschreven door de visie van een extern deskundig bureau.

Reden voor de Vogelbescherming om uit het samenwerkingsverband met de groene verenigingen te stappen en samen met Golf Duinzigt te streven naar een win/win-situatie. Daarbij rekening houdend met de volgende eisen:

- De greens mogen uitslutiend worden aangelegd op plekken van   nietspecifieke duinvegetatie;
- Het terrein moet worden afgesloten met een transparante maar honddichte   afrastering met doorgangsmogelijkheid voor wilde zoogdieren,
- Het moet mogelijk zijn in het gebied excursies te houden en inventarisaties   te plegen;
- De duinflora moet in stand worden gehouden en beheerd ter versterking   hiervan;
- Tijdens het broedseizoen, tussen 1 maart en 15 augustus, mogen geen   golfballen tussen de begroeiing worden weggehaald;
- Er moet zoveel mogelijk natuurlijke afrastering komen door duindoorn, brem,   sleedoorn e.d,;
- Er mogen geen netten worden opgehangen, want die zijn levensgevaarlijk   voor vogels.

De golfvereniging staat zeer positief tegenover het plan en heeft de randvoorwaarden onderkend en toegezegd. Inmiddels zijn er nieuwe tekeningen die geheel aan het voorstel voldoen. De bestuurlijke en juridische procedure ter realisatie van het plan gaat nu van start en zal in de loop van 2004 zijn beslag krijgen.

Frederik Hoogerhoud
Haagse Vogelbescherming

meer artikelen over aangesloten organisaties

 

 

 

Fietspad 10: ja, mits of nee, tenzij?

Het duingebied tussen Den Haag en Wassenaar is veel te waardevol en te kwetsbaar voor nog een druk fietspad. De Stichting Duinbehoud wil dan ook niet meedoen aan een klankbordgroep die de realisatie van Fietspad 10 moet gaan begeleiden. John van Vliet, medewerker beleid en ecologie bij de stichting, zet hieronder zijn bezwaren uiteen.

Zoals bekend is er al vele jaren sprake van de voorgenomen aanleg van dit fietspad door de duinen van Waalsdorp en Meijendel. Het pad zou nog onvergraven stukken duin gaan doorkruisen waar het nu nog rustig is en waar vele planten en dieren leven. Omdat de aanleg op bezwaren van Duinbehoud en andere natuurorganisaties stuitte, werd een compromis uitgewerkt. Aanleg van het fietspad zou onder meer samengaan met het saneren van parkeerplaatsen nabij Theehuis Meijendel. De extra drukte op en rond het pad zou dan wat teniet gedaan worden door meer rust bij het Theehuis. Helaas: weliswaar zijn daar parkeerplaatsen verwijderd, maar elders in het duingebied werd een bestaand parkeerterrein aanzienlijk uitgebreid. Omdat niet aan die afspraak is voldaan, zien wij dat als een eerste reden om niet deel te nemen aan een overleg dat zich uitsluitend richt op de zelfstandige aanleg van dit fietspad. Duinbehoud houdt dus vast aan het afgesproken 'nee, tenzij' principe van destijds.

Geen integrale afweging
Het duingebied tussen Den Haag, Wassenaar en Katwijk staat sterk onder druk. Tot voor kort was het vooral de waterwinning die de natuurwaarden negatief beïnvloedde. Inmiddels is het mogelijk gebleken efficiënter water te winnen en delen van Meijendel en Berkheide hun natuurlijke hydrologie terug te geven. Herstelprojecten geven de flora en fauna nieuwe kansen, maar die dreigen teniet te worden gedaan door het sterk toegenomen recreatieve gebruik van het gebied.
Uiteraard ziet ook Duinbehoud graag fietsers en wandelaars in het duin. Maar natuurlijk niet als recreatieve voorzieningen ten koste dreigen te gaan van unieke natuurwaarden. Duinbehoud vindt dat dat hier het geval is. De provincie heeft in principe ingestemd met realisatie van een doorgaand fietspad dat aanzienlijke bezoekersstromen kan genereren, dat leidt tot aanmerkelijke natuurschade tijdens de aanleg, dat een permanente bron van verstoring zal vormen in een nu nog rustig gebiedsdeel en dat, al met al, die uitzonderlijke natuurwaarden zal aantasten. Voor de Stichting Duinbehoud zou zo'n voorziening er alleen mogen komen als de natuurwaarden, bezoekerstromen en padenstructuren integraal worden bekeken. Tegenover een aantasting in het ene deelgebied moet bijvoorbeeld natuurherstel in een ander deel staan. Oftewel: aanleg van Fietspad 10 behoort wat Duinbehoud betreft alleen tot de mogelijkheden als sanering van het padenstelsel elders in Meijendel leidt tot compensatie van het verlies aan rust en stilte en de bijbehorende natuur- en landschapswaarden. Waarmee we in feite spreken over een 'ja, mits' benadering.

Verkeerde uitgangspunten
De startnotitie voor de aanleg van Fietspad 10 moet onderbouwen waarom alleen dit tracé haalbaar is. Het middel, een fietspad door de duinen, wordt tot doel verheven.
Maar niet het fietspad, maar de als gebrekkig veronderstelde ontsluiting van Meijendel voor fietsers behoort de aanleiding te zijn voor een volwaardige tracéstudie. Duinbehoud kan niet meewerken aan een afweging die uitsluitend tot doel heeft om de alternatieven af te strepen. De startnotitie is daarover volstrekt helder, evenals over het te hanteren 'zoekgebied': dat ligt volledig in de duinen.

Het afgelopen jaar zijn, nagenoeg onafhankelijk van elkaar, plannen gepresenteerd en besproken over een recreatieve herinrichting van de vallei Meijendel, over de verdere openstelling van noord en zuid Meijendel en over de bouw van een plein en kiosk langs de zuidelijke ingang bij de watertoren. Samen met de voorgenomen aanleg van Fietspad 10 lag er een unieke kans om een totaalvisie te ontwikkelen op het behoud van natuurwaarden, in samenhang met recreatief medegebruik voor geheel Meijendel. Dáár hadden wij wel graag onze medewerking aan verleend.

De Stichting Duinbehoud zal de tracékeuze laten toetsen aan alle relevante wetgeving: van Habitatrichtlijn tot bestemmingsplan. Zoeken naar een route vlak langs de duinen lijkt Duinbehoud zonder meer verstandiger. Dat spaart niet alleen de natuur, maar ook veel tijd en geld. De fietser krijgt een leuk ommetje door de landgoederen en de nachtegaal en de wandelaar behouden hun rust.

John van Vliet
Medewerker beleid en ecologie

meer artikelen over mobiliteit

 

 

 

Stadsboerderijen: minder en beter

Vooral dankzij de actiegroep Zorg voor Dieren staat het fokbeleid van de Haagse stadsboerderijen nadrukkelijk op de agenda. 'Overtollige' dieren worden naar de slachtbank geleid.

In een vergadering met de raadscommissie Welzijn, Duurzaamheid en Leidschenveen-Ypenburg (WDLY), op 10 maart, probeerde verantwoordelijk wethouder Smits zich op een makkelijke manier van dit 'vuiltje' te ontdoen: hij liet een extern bureau een rapport schrijven met een zeer beperkte opdracht (zonder aandacht voor het dierenwelzijn), dierenorganisaties kregen zogenaamd inspraak (maar wel achteraf) en met veel omhaal van woorden werd de gemeenteraadsleden uitgelegd dat er niets wezenlijks verandert. Het beleid wordt een beetje bijgestuurd en er worden twee stadsboerderijen met hetzelfde dieronvriendelijke beleid bijgebouwd.

Gelukkig konden de leden van de gemeenteraad zich ook niet vinden in het beleid van wethouder Smits. Ook zij vinden dat dierenwelzijn een prominente rol moet krijgen in het gemeentebeleid betreffende de stadsboerderijen.

Maar als een stadsboerderij echt een functie wil vervullen in de relatie tussen mens en dier, moet er veel meer gebeuren. De Haagse Dierenbescherming bepleit een fundamentele koerswijziging, waarbij de stadsboerderijen worden vervangen door minder, maar veel ruimer opgezette diervriendelijke educatieve stadsboerderijen. De dieren worden daar gehuisvest conform hun natuurlijke behoeftes en leefomgeving. Bijvoorbeeld konijnen: dit zijn sociale dieren en dus worden deze in groepsverband gehuisvest in een nabootsing van een konijnenheuvel. Overigens wel met de nodige maatregelen qua geboortebeperking. Dan hoeft er ook niet gefokt te worden. Aanvoer van dieren zou kunnen plaatsvinden door middel van dieren uit bijvoorbeeld 'Het Knagertje', dierenambulances of andere dierenwelzijnsorganisaties die gevonden/afgestane dieren willen plaatsen. Men kan zelfs denken aan afdankertjes uit de bio-industrie. Bijvoorbeeld: stadsboerderij redt 'uitgelegde' legbatterijkippen, of zeugen die niet meer werpen kunnen, van de slacht.

Oude of wrakke dieren worden op een aparte bejaardenwei geplaatst waar ze, gescheiden van het publiek maar wel zichtbaar, rustig hun oude dag kunnen doorbrengen. Ongeneeslijk zieke dieren worden door een dierenarts geëuthanaseerd. Er worden geen dieren meer afgevoerd naar de veiling of met de handelaar meegegeven.

Zo'n boerderij brengt mensen echt respect bij voor dieren. Aan kinderen kan men dan een realistisch beeld geven van de verschillen tussen de intensieve, de scharrel- en de biologische veehouderij door middel van foto's en videobeelden. Door de ruime opzet en bezetting kan deze stadsboerderij meerdere schoolklassen tegelijk ontvangen. Het publiek heeft alleen direct toegang tot de dieren binnen de openingstijden en onder toezicht van het personeel. Ook kan kinderen worden geleerd hoe ze met huisdieren moeten omgaan. Onder begeleiding mag een beperkt aantal kinderen dan bij de dieren en het personeel leert de kinderen hoe ze de dieren op een diervriendelijke manier kunnen benaderen. Dit heeft als dubbele functie dat ze thuis ook weten hoe om te gaan met hun konijn of cavia.

Dit is onze visie voor een ideale stadsboerderij. Vanuit deze ideaalschets zal de Haagse Dierenbescherming het beleid van de wethouder beoordelen en voorstellen doen voor verbeteringen. Want dat het anders moet, dat staat buiten kijf.

Diana van der Lely,
Dierenbescherming

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

 

 

BONTEBAL BACKYARD

Het Engels kent veel acroniemen, letterwoorden. Denk aan Nato, Yup (young urban professional) en Wasp (white Anglo-Saxon protestant). Een andere veel gebruikte is Nimby: not in my backyard. Een Nimby zegt: een gebruikersruimte voor verslaafden (een kerncentrale, een asielzoekerscentrum) is oké, maar niet bij mij in de buurt - de backyard moet je ruim zien.

Yup of Wasp ben ik niet, maar ik ben er achter gekomen dat ik soms wel een Nimby ben. Zeker momenteel. De betreffende achtertuin heet Reigersbergen en men wil er het Nationaal Automobielmuseum neerpoten.

Ik heb op deze plek al vaker geklaagd over het schenden van afspraken over het behoud van groen. Laatst nog, over de betonrot in het Groene Hart. Ook plaatselijk, hier in Den Haag, worden die afspraken geschonden. Clingendael, Oosterbeek, het Haagse Bos, Reigersbergen en Marlot vormen een aaneengesloten groengebied (dat helaas wordt doorsneden door een rijksweg.) Ooit is afgesproken dat dit groen groen zou blijven, maar al snel werd een hele hap uit Clingendael gehaald; daar staat nu het hoofdkantoor van de ANWB. Laatst is er weer een stuk bijgebouwd. Ook het veldje dat grenst aan Oosterbeek is verkwanseld, om er kapitale huizen neer te zetten. En nu is Reigersbergen aan de beurt, samen met de ernaast gelegen kwekerij, Black Acres - je kent het wel: met die olifanten op het zwarte plastic.
Het eerste stukje dat ik ooit voor het Haags Straatnieuws heb geschreven ging over Reigersbergen. Ik was geïntrigeerd door de beeldengroep, gedomineerd door vrouw Justitia, die bij de ingang ligt te verweren. Na onderzoek bleek het een kopie van de groep die het oude stadhuis siert, aan de kant van de Grote Kerk. Ooit stond ook deze wegrottende groep op het stadhuis, aan de kant van de huidige Snoepdoos. Maar wat mij het meest intrigeerde was de oude rode beuk in het parkje. Was, want hij is enkele jaren terug in een storm ten onder gegaan.

Op Reigersbergen heeft ooit een grote villa gestaan, in de oorlog logeerden er Duitsers. De villa is verdwenen, maar resten zijn nog te vinden. Bijvoorbeeld een allerliefst betonnen vijvertje, maar ook muren van de warmoezerij, een groentetuin waarin gewassen werden gekweekt die niet tegen de kou bestand zijn. De muren beschermden ze tegen de kille westenwind. Je vindt er nog enkele olijfbomen en aan een slootkant steunt een moerbei op een stok.
De beuk zat vol knoesten, gaten en zwammen. 'Als er kabouters bestaan,' schreef ik in het Straatnieuws stukje, 'dan wonen ze in deze boom.' De beuk is wijlen, maar nog steeds is Reigersbergen mijn favoriete parkje. Ik zit er vaak, als het weer het toelaat, op een bankje te mijmeren. Of ik maak aantekeningen voor een stukje. Of ik lees. Of ik geniet van de ooievaars die in het aangrenzende weiland foerageren. Dan kom ik tot rust.

Het autokerkhof is eigendom van de familie Louwman. De familie bezit enkele kilometers verderop, aan de rijksweg, zelf een behoorlijke lap grond. Daarop stond ooit Dierenpark Wassenaar. Er lopen, geloof ik, nog wat fokprogramma's met dieren, maar voor de rest ligt het terrein braak. Kan dat museum niet daar worden neergezet? Nee, zegt de familie, want dan moet een aantal mooie bomen worden gekapt. Wat krijgen we nou? Toch eerbied voor alles dat groeit en bloeit? Welnee, ze willen die zooi gewoon niet op eigen grond.
Met de familie Louwman zeg ik: Automobielmuseum: not in my backyard!

Adriaan Bontebal
http://users.bart.nl/~bontebal

meer brandingcolumns van Bontebal

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.