Branding - Archief  

Nummer 9 april/mei 2003

 

Gemeente stelt Stuurgroep Duurzaamheid in
Den Haag heeft dan wel een wethouder voor duurzaamheid ...meer

Nieuwe campagne over energiebesparing van start ...meer

Wedden dat …. we CO2 kunnen besparen?
Jan Pronk heeft hem al eens verloren: de weddenschap ...meer

Over het Prins Clausplein en het voetbalstadion
Wat een ervaring als je voor de eerste keer over het Prins Clausplein rijdt! ...meer

Fietspad 10
Er komt na jarenlange discussie ...meer

RandstadRail, waarom ?
In de vorige Branding stond een kritisch artikel van Henk Ens over RandstadRail. Jan van Male van ROVER is het in het geheel niet met hem eens en zet hieronder uit waarom. ...meer

Reigersbergen in voorjaarsstemming
Er is een prachtige concept-Ontwikkelingsvisie 2002-2011 voor ontwikkeld....meer

Gratis openbaarvervoer-actie in Dordrecht
Hoe zit het met het groene gras bij de buren ....meer

 

Gemeente stelt Stuurgroep Duurzaamheid in

Den Haag heeft dan wel een wethouder voor duurzaamheid, dat wil nog niet zeggen dat het hele gemeentelijke apparaat daarmee duurzaam is. Het College van Burgemeester en Wethouders heeft echter een belangrijke stap in die richting gezet met de instelling van de Stuurgroep Duurzaamheid. Daaraan is niet veel ruchtbaarheid gegeven, omdat het gaat om een organisatiestructuur en nog niet gaat om concrete resultaten. Die instelling van de Stuurgroep Duurzaamheid is echter een belangrijke en veelbelovende stap om duurzaamheid nog beter op de Haagse kaart te zetten. Dat doet de gemeente met name door de uitvoering van het Milieubeleidsplan 2002-2006 (MBP) als uitgangspunt te nemen. Daar is veel voor te zeggen want met uitvoering van de beleidsvoornemens daarin wil het nog niet erg vlotten.

De interne aftrap werd op 13 maart door wethouder Smits gegeven. Dat deed hij door aan de zes trekkers van de Speerpuntteams zes uitvoeringsprogramma's te overhandigen. Bij deze gelegenheid betoogde hij dat "we niet ongebreideld gebruik en misbruik kunnen maken van energie, grondstoffen en ruimte op deze aarde" en "alternatieve bronnen moeten worden gevonden om de kwaliteit van de leefomgeving niet verder aan te tasten". Het interne nieuwsblad voor het gemeentepersoneel schonk aandacht aan het van start gaan van de Speerpuntteams onder het kopje "Duurzaamheid weer hoog op de politieke agenda". De redactie van de Nieuwsbrief laat het personeel weten dat de bestuurlijk Stuurgroep Duurzaamheid: "samen met een eveneens geinstalleerde ambtelijke Projectgroep Duurzaamheid de komende jaren met voorstellen zal komen om duurzaamheid volop in de belangstelling te brengen". Wij hopen dat Duurzaamheid nooit meer van die hoge plek op de politieke agenda afkomt want dat is precies de plek die duurzaamheid verdient.

Veel zal af hangen van hoe de organisatie in elkaar zit, wie daarin vertegenwoordigt zijn en hoe serieus zij hun taak nemen. De Stuurgroep bestaat naast wethouder Smits die voorzitter is, uit de wethouders Hilhorst (ROSV), Bruins (VBM), Verkerk (EP)en Stolte (SISS) alsmede de algemeen directeuren van de Dienst Stedelijk Ontwikkeling (DSO) dhr. Jagersma en de Dienst Stadsbeheer (DSB) dhr. Wortel. De Stuurgroep is er vooral om gewicht aan duurzaamheid te geven zodat een integrale aanpak er ook komt. Zij zijn er ook om bij knelpunten knopen door te hakken. Een kanttekening die wij willen maken is dat, door het Milieubeleidsplan als uitgangspunt te nemen, er op concreet niveau relatief minder aandacht is voor de duurzame kansen die liggen op het terrein van de wethouders ROSV en Verkeer. Deze zitten wel in de Stuurgroep en dat biedt dus de nodige mogelijkheden om op hun terrein meer duurzaam beleid van de grond te tillen.

Direct onder de Stuurgroep valt een ambtelijke Projectgroep Duurzaamheid. Deze bestaat uit de voorzitter mw. Visser van de directie DSB en de secretaris dhr. Bunck, hoofd Milieu en vergunningen van DSB. Verder zitten er nog managers van DSB in, 2 directeuren van DSO, een van de directie FAD en een van de directie OCW. Opvallend is wel dat er weinig mensen van DSO vergeleken bij DSB, in de Projectgroep zitten en zowel het voorzitterschap als de secretaris door DSB geleverd worden. Dat is jammer, want als het om goed rentmeesterschap gaat is DSO minstens zo belangrijk.

Uit wel ingelichte bronnen hebben wij vernomen dat een aantal ambtenaren van DSO simpelweg geweigerd zou hebben om in de projectgroep zitting te nemen en daarmee ook zijn weggekomen. Dit zou geen gunstig voorteken zijn. Zo zit er bijvoorbeeld niemand van de directie van het Haags Ontwikkelingsbedrijf (HOB) in de Projectgroep. Dat is jammer want deze dienst is heel belangrijk als het in de uitvoering om de penningen gaat. Als het HOB niet bij het overleg betrokken is geweest en zich daardoor ook nog niet aan de plannen verbonden heeft, is de kans dat zij bij een aantal projecten de benodigde financiële middelen zullen leveren een stuk kleiner. Ook in Den Haag gaat alleen de zon nog steeds voor niets op. Gelukkig zijn de andere twee directies van DSO wel in de Projectgroep vertegenwoordigd. Het belangrijkste is dat de Projectgroep er nu is en van start is gegaan. Bovendien, wat niet is kan, zeker met wat stimulering vanuit de politiek, altijd nog komen.

De belangrijkste taak van die Projectgroep Duurzaamheid is het verkrijgen van draagvlak voor duurzaamheidbeleid bij het middenmanagement. Vaak is het gebrek aan juist die duurzame betrokkenheid bij juist deze belangrijke groep als het gaat om de vertaling van beleid in concrete daden, de belangrijkste hindernis op weg naar die zo begeerde Duurzame Stad aan Zee. Wij als Haags Milieucentrum zullen dan ook alles doen wat in ons vermogen ligt om de projectgroep daarin behulpzaam te zijn. Verder beoordelen de leden van de projectgroep natuurlijk allerlei plannen en beleidsstukken op eisen van duurzaamheid en de doelstellingen van het MBP, stellen zij randvoorwaarden op voor nieuwe plannen en projecten en houden ze in de gaten of doelstellingen van het MBP gehaald gaan worden.

Tenslotte zijn er op uitvoerend niveau zes Speerpuntteams waarvan vijf speerpunten overeenkomen met die van het MBP: klimaatbeleid, duurzaam waterbeheer, bestrijding vervuiling openbare ruimte, bestrijding geluidhinder en de kwaliteit van het binnenmilieu. Ook is er een Speerpuntteam
Milieukaartenboek. Dit boek geeft vanuit de gebiedsgerichte benadering per gebied die het Milieubeleidsplan hanteert, inzicht in de kansen en knelpunten voor milieu en duurzaamheid in de stad. Het is een soort programma van eisen per gebiedstype.

Elk Speerpuntteam heeft een trekker die als eerste verantwoordelijk is voor het behalen van de doelstellingen op het speerpunt en een rapporteur die een adviserende rol heeft, de voortgang bewaakt en verantwoordelijk is voor de terugkoppeling naar Projectgroep en Stuurgroep. Van de in totaal 12 trekkers en rapporteurs zijn er 11 van DSB en een, bij het binnenmilieu, van DSO. Van de in totaal 29 leden van de Speerpuntteams zijn er 19 van DSB en 7 van DSO waarvan iemand van de afdeling RO van DSO maar liefst in twee Speerpuntteams zit. Zou dit te maken hebben met een gebrek aan kandidaten? De Speerpuntteams zijn verantwoordelijk voor een samenhangend speerpuntprogramma, de uitvoering daarvan en de communicatie daarover onder andere in de vorm van een nieuwsbrief. Ook houden zij ontwikkelingen bij en wordt zo nodig onderzoek geinitieerd.

En last but not least is het Speerpuntteam verantwoordelijk voor de financiering van het speerpuntprogramma. Daarover een citaat:" In het Bestuursakkoord 2002-2006 is ingezet op een voortvarende uitvoering van het milieubeleidsplan. Hiervoor heeft B&W gedurende de planperiode jaarlijks een bedrag van 100.000 euro beschikbaar gesteld. Ook wordt een gedeelte van de reguliere middelen van Milieu en Vergunningen ingezet voor de uitvoering van het milieubeleidsplan. Daarnaast is financiering mogelijk door het aanwenden van reguliere middelen van de eventuele samenwerkings- c.q. projectpartners. In het kader van de externe integratie zal, in samenwerking met relevante projectpartners, daar waar nodig, aanvullende financiering voor de afzonderlijke projecten gezocht worden. Hierbij kan aansluiting gezocht worden bij het Grote Steden Beleid (het ISV-budget), de IPSV-programmering of andere ruimtelijke programma's, alsmede bij Europese, landelijke, regionale en lokale regelingen en subsidieprogramma's. Een dergelijke zoektocht naar financiën kan binnen speerpunten of projecten een plaats vinden in de startfase als onderdeel van een haalbaarheidsonderzoek. Het 'Expertisepunt Subsidies' kan hier bij van dienst zijn.

Verheugend is dat er al voor de interne start van de Projectgroep Duurzaamheid de nodige energie gestoken is in de formulering van die speerpuntprogramma's, want om de uitvoering daarvan gaat het natuurlijk allemaal. Om inzicht In bestaande activiteiten te krijgen en om nieuwe activiteiten en projecten te benoemen is per speerpunt een workshop georganiseerd. De resultaten hiervan zijn per speerpunt in een programma opgenomen. De programma's zijn ook niet statisch maar vormen het vertrekpunt voor de uitvoering van het milieubeleidsplan. Zij zullen regelmatig worden bijgesteld.

Het klinkt allemaal veelbelovend. Den Haag heeft echter een reputatie om wel zaken goed op papier goed te verwoorden, maar vervolgens aan de uitvoering minder aandacht te besteden. Gezien het gewicht van deze Stuurgroep Duurzaamheid, die zich juist tot taak stelt om gewicht te geven aan het geheel en draagvlak voor de uitvoering binnen het ambtelijk apparaat te scheppen, hebben wij er dit keer alle vertrouwen in dat de belangwekkende aan duurzaamheid gewijde woorden ook in duurzame daden zullen worden omgezet.

meer artikelen over algemeen milieubeleid

 

Nieuwe campagne over energiebesparing van start

Was energiebesparing de afgelopen jaren met toenemende welvaart een beetje in de vergetelheid geraakt, nu mag het weer. En voor een groeiende groep mensen móet het zelfs, om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Voor het milieu en de energievoorraad voor ons nageslacht is de noodzaak ervan natuurlijk nooit weggeweest. Het E-team van de Dienstenwinkel en de stichting BOOG appelleren aan de weergekeerde aandacht voor besparen met hun nieuwe energiebesparingscampagne 'Spaar Man'. Op 13 februari werd hiervoor de aftrap gegeven met een Spaarmarkt in het Volksbuurtmuseum.

Het doel van de campagne 'Spaar Man' is de wijk in te gaan en tweeduizend energie-adviezen te verstrekken aan particuliere huishoudens. Want met simpele maatregelen, zoals tochtstrips, de lichten uitdoen in vertrekken waar niemand is en de gordijnen 's avonds dichtdoen, kunnen huishoudens zeker 50 euro per jaar besparen. "15% van je energieverbruik kun je besparen zonder daar kosten voor hoeven te maken," aldus energieadviseur van het E-team Ruud van Alphen, die op de Spaarmarkt aanwezig was. "Dat geldt voor zowel bedrijven als particulieren." Hij is al jaren energieadviseur en heeft in het verleden bedrijven doorgelicht op energieverbruik. Tegenwoordig verstrekt hij advies aan particulieren. "De aandacht voor energiebesparing verloopt in golfbewegingen", stelt hij. "Bij particulieren hadden we de afgelopen jaren minder vraag dan in de hoogtijdagen, maar nog altijd wel een behoorlijk aantal opdrachten per maand. Nu begint het weer toe te nemen. De bezoekers hier kunnen zich opgeven voor een gratis energieadvies en bijna iedereen heeft een kaart daarvoor ingevuld."

Wat is sluipstroom en hoeveel procent bedraagt deze van je energieverbruik? Wat verwarm je makkelijker, vochtige of warme lucht? Deze en andere vragen kregen wethouder Pierre Heijnen en fractievoorzitter van Leefbaar Den Haag Paul van der Geest op de spaarmarkt voor hun kiezen in een energiequiz. Beiden deden het niet slecht, maar Van der Geest won en ging met een energiebesparende knijpkat naar huis. Heijnen benadrukte in zijn toespraak voor het uit allerlei culturen bestaande publiek nog eens het belang van energiebesparing: "Ooit is het op", en de voordelen ervan. "Tientallen euro's besparen is toch mooi meegenomen!"
Den Haag gaat er werk van maken, te beginnen in Schilderswijk, Transvaal, Duindorp, Morgenstond en Rustenburg-Oostbroek. Iedereen die zich aanmeldt krijgt bezoek van een energieadviseur met gratis advies, waarna men een gratis spaarlamp en een aantal energiebesparende hulpmiddelen op maat ontvangt. De campagne loopt tot mei volgend jaar.

meer artikelen over duurzame energie en energiebesparing

 

Wedden dat …. we CO2 kunnen besparen?

Jan Pronk heeft hem al eens verloren: de weddenschap die hij met jongeren afsloot in het kader van The Bet, een activiteit van Jongeren Milieu Aktief. Misschien brengt wethouder Ries Smits het er beter vanaf. Maar dat wil hij waarschijnlijk zelf ook niet, omdat dat zou betekenen dat de missie van de scholieren die met hem een weddenschap zijn aangegaan, mislukt is.
Guusta van den Hout, leerlinge van het Christelijk College De Populier, vertelt wat haar klas met Smits overeenkomt.
"Op 27 maart gaan we naar het Sorghvliet College, dat ook meedoet met de weddenschap, en spreken dan met de wethouder af dat we op school 5% CO2-uitstoot kunnen besparen. We hebben alle leraren een brief geschreven. Daarin vragen we hun om ramen en deuren goed dicht te doen, zodat de warmte niet ontsnapt. Op ons initiatief gaat de school drangers op de deuren aanbrengen. Aan de oostkant, waar 's morgens de zon staat, kan de thermostaat wel een graadje lager. Ook hebben we de leraren erop gewezen dat ze de tv en de computers niet op de standby moeten laten staan, maar die moeten uitzetten. We hebben posters gemaakt om ook de andere leerlingen op onze actie te wijzen."
"Als we winnen krijgen we door de gemeente een Waddenwandeling aangeboden. Als we verliezen? Tja, dat weten we nog niet zo goed. Misschien het stadhuis schoonmaken…."

Op 26 april zal bekend worden of het stadhuis zal gaan blinken zoals het nog nooit geblonken heeft of dat 31 middelbare scholieren een prachtige wandeling in de vrije natuur mogen gaan maken. Rijdt u voor die tijd toevallig door de Populierstraat en u ziet een raam van de school openstaan: ach, doe dat even dicht….

meer artikelen over duurzame energie en energiebesparing

 

Over het Prins Clausplein en het voetbalstadion

Wat een ervaring als je voor de eerste keer over het Prins Clausplein rijdt! Het lijkt wel Los Angeles; een stukje Amerika in Nederland. Het is mooi en lelijk tegelijk. Amerika is echter wel een land waar de steden zijn verwoest door uitdijende verkeersriolen. Op het Prins Clausplein - eigenlijk geen eer voor onze progressieve en non-conformistische prins, dat dit verkeersknooppunt waar de auto heer en meester naar hem is vernoemd - komt het verkeer uit Amsterdam via de A4 en uit Utrecht via de A12 samen en stormt het op de Residentie af. Wat is de visie van het Haags Milieu Centrum HMC op dit knooppunt? Moet hier een voetbalstadion komen?

Het regionale Structuurplan
In het regionale structuurplan (RSP) van het stadsgewest Haaglanden wordt het Prins Clausplein (PCP) aangemerkt als een plek met grote ontwikkelingsmogelijkheden die ook benut zouden moeten worden. Het wordt gezien als een randstedelijk knooppunt, dat zelfs internationale betekenis kan krijgen als de verbindingen beter worden. In de oksels van de snelwegen is plaats voor internationaal georiënteerde instituten. Zou burgemeester Deetman het al aan de Amerikanen hebben aangeboden voor de te verplaatsen ambassade?

Het idee is, om dit viaduct te transformeren tot een nieuwe stadspoort voor de regio Den Haag. Omdat het Clausplein ook een onderdeel is van de zgn. Trekvlietzone, dat in hetzelfde RSP als een groene schakel wordt gezien, zit in dit gebied een behoorlijke spanning ingebakken. Het is dan ook geen toeval, dat het Haags Milieu Centrum deze Vlietzone als project heeft gekozen. Het is goed dat deze nu onherbergzame plek in de oksels van de snelwegen nuttig wordt gebruikt. Zo is deze locatie in het RSP ook een mogelijke plek voor windmolens en dat kan het HMC natuurlijk slechts toejuichen. En ook zijn er tegen een nieuw ADO-stadion op deze plek - waarover zo meteen meer - niet bij voorbaat bezwaren. Maar de vraag is of de vlucht naar voren van de stad Den Haag, buiten de huidige begrenzing, planologisch wel zo'n winst oplevert.

Het Haags Milieucentrum zet in op de compacte stad en het trekken van grenzen. Steden moeten niet te gemakkelijk uitdijen. Als er meer gebouwd moet worden, moet in de eerste plaats binnenstedelijk worden gezocht. Iets dat Den Haag ook doet met de keuze voor het CS-kwadrant en Hoog Hage. Met de keuze om de Binckhorst te herstructureren, en naar we hopen te intensiveren. Ook de plannen voor Laakhaven en De Resident passen in de compacte-stad-gedachte. Spectaculairder nog is het dubbele ruimtegebruik waar kantoren boven de Utrechtse baan zijn gebouwd. En de vakpers is lyrisch over de plannen in Voorburg voor Sijtwende, waar woningen en kantoren worden gerealiseerd boven op de Noordelijke Randweg. Ruimte die anders maar verspild wordt, kan zo efficiënt worden gebruikt.

Er is veel geschreven over Den Haag als meest beknelde stad. De verkeersafwikkeling is inderdaad een probleem, omdat een rondweg door de zee niet tot de mogelijkheden behoort. Maar voor het compacter bouwen in Den Haag was deze beknelling eigenlijk een zegen. Het leverde de prikkel op om niet te gemakkelijk uit de stad te vluchten, maar de bouw van kantoren binnenstedelijk te realiseren. Wij zijn er voorstander van deze prikkel tot creativiteit te behouden en niet te gemakkelijk de grenzen van de stad te verruimen? Voor het draagvlak van allerlei voorzieningen in de stad, van tram tot winkels, is het beter om functies zoveel mogelijk in de stad te houden. Dat vraagt natuurlijk wel om soms ingewikkelde inpassingen en om creativiteit. Bij De Resident heeft Den Haag laten zien over deze capaciteit te beschikken! En hoe staat het eigenlijk met de kantorenmarkt in Den Haag? Zou het niet beter zijn om - zeker gezien de economische neergang - eerst alle bestaande kantorenlocaties te herverkavelen, te intensiveren en zo leegstand te voorkomen?

Het voetbalstadion
Het is natuurlijk een politieke keuze van de gemeenteraad of je zoveel miljoenen gemeentelijk geld moet investeren in een voetbalstadion. 80% van de exploitatiegelden van voetbalclubs gaat naar de (hoge) salarissen van de voetballers gaat. Tevens is het vraag of een meer regionale oriëntatie van ADO Den Haag tot stand komt door een andere locatie te kiezen. Zouden er echt veel meer supporters komen op de nieuwe plek dan de huidige vier- à vijfduizend? Maar goed, die keuze lijkt een gepaseerd station, dat nieuwe ADO-stadion komt er wel ondanks de bezwaren van de ondernemers uit het Forepark.

Voor het Haags Milieucentrum is een belangrijke voorwaarde natuurlijk de ontsluiting via het openbaar vervoer en de fiets. Wij zijn hier niet gerust op. Weliswaar komt er een nieuw NS-station (is dat een waterdichte garantie?) en zal er een tramhalte in de buurt komen. Maar de afstanden tot de NS-halte en de tramhalte van maar liefst 800 meter zijn veel te groot. Veel mensen zullen daardoor kiezen om met de auto te komen want de parkeerterreinen liggen aanmerkelijk dichter bij de ingang van het stadion. Eigenlijk zou er, zoals bij het Feijenoordstadion een directe verbinding moeten komen tussen het NS-station en de ingang van het stadion. Op dit punt zouden de plannen nog eens serieus tegen het licht gehouden moeten worden. Een goede aansluiting op het openbaar vervoer mag geen restvraag zijn, maar moet een keiharde randvoorwaarde zijn voor de plannen. Natuurlijk kan er nog wat gedaan om een aantrekkelijke looproute naar de ingang van het stadion te maken, maar dit is in wezen nog het beste maken van een principieel verkeerde oplossing.

Ook de fietsverbinding moet picobello worden. Op de fiets naar het stadion kan zo ook nog wat actieve recreatie worden! Het ADO-stadion kan een breekijzer wordenom eindelijkde plannen die er op fietsgebied al zijn snal te realiseren De huidige route dwars door het centrum van Voorburg lijkt geen goed alternatief. Er kan worden gekozen voor een niet te ruime parkeernorm als de alternatieven optimaal zijn. In de plaatjes van de presentatie wordt er kwistig met parkeerplaatsen gestrooid, die niet gestapeld uitgestrooid worden. Dat kan toch echt anders!

En natuurlijk: als er toch een stadion komt met allerlei voorzieningen erbij, dan kan ervoor gekozen worden om dit optimaal duurzaam te realiseren! Greenpeace heeft voor de Olympische Spelen in Australië een volledig eisenpakket ontwikkeld voor deze accommodaties. Dat is in hoge mate ook uitgevoerd. Dit eisenpakket zou opgevraagd en in het bestek opgenomen kunnen worden, zodat de stad Den Haag en ADO Den Haag zich als groene investeerders kunnen profileren!

We kunnen het niet vaak genoeg herhalen: als Den Haag haar ambitieuze doelstelling in het Milieubeleidsplan om op termijn een CO2-vrije stad te worden echt wil realiseren, dan zal ze op elke concrete locatie haar stinkende best moeten doen om hieraan een bijdrage te leveren.

Tom Pitstra,
Projectmedewerker RO HMC

meer artikelen over ruimtelijke ordening

 

Fietspad 10

Er komt na jarenlange discussie toch een nieuw fietspad vanuit Den Haag via het duingebied van de Waalsdorpervlakte naar Meijendel. Dat besluit heeft Provinciale Staten op 29 januari jl. genomen.

Over de aanleg van een recreatief fietspad vanuit Benoordenhout langs het TNO-gebouw over de Vlakte van Waalsdorp naar de Boerderij van Meijendel praten belanghebbenden al vanaf 1954. Het Bestuurlijk Duinenoverleg, waarin behalve de gemeente Den Haag ook Wassenaar, Katwijk en de provincie Zuid-Holland zitting hebben, had genoeg van al die eindeloze vergaderingen en creatieve voorstellen over Fietspad 10. Door het fietspad uit het Fietspadenplan 2001 van de provincie te schrappen zou aan al de discussie vakkundig een eind gemaakt worden. Ware het niet dat behalve het fietspad naar dit gebied, ook de aanleg van een parkeertrerrein in dit gebied ter discussie stond. De auto wordt in Zuid-Holland steeds vaker gebruikt voor een korte rit naar een natuurgebied. Maar ook 'recreatief' autoverkeer veroorzaakt geluidshinder, verkeersonveiligheid en luchtverontreiniging. Een zeer ongewenste situatie die zich op elke eerste zonnige lentedag van het jaar voordoet in heel het kustgebied tussen Den Haag en Leiden. Want voor de alternatieve vormen van vervoer is de bereikbaarheid van de natuur- en recreatiegebieden ten noorden van Den Haag niet optimaal. Fietsers - maar ook gebruikers van het openbaar vervoer - kunnen in en om Meijendel onvoldoende beschikken over goede verbindingen. Met zo'n 600.000, voor een groot deel vaste, bezoekers per jaar, voorziet de Vallei Meijendel regionaal in een grote recreatieve behoefte. Gezien de natuur-, waterwin- en recreatiefunctie is het gewenst dat de overlast van de vele auto's die in de vallei rondrijden wordt verminderd. Hierbij kan de aanleg van Fietspad 10 een rol gaan spelen.

Groen voor rood
'Meer gebruik van de fiets voor korte afstanden levert een bijdrage aan het verminderen van het autoverkeer op het eigen wegennet', zo stelt het Verkeersplan van Wassenaar. Deze gemeente legt daarom binnenkort onder de Rijksstraatweg ter hoogte van de Rust en Vreugdlaan een fietstunnel aan 'zodat er een recreatieve fietsverbinding vanaf Zoetermeer via Voorschoten naar de kust ontstaat'. Maar diezelfde gemeente Wassenaar heeft de aanleg van Fietspad 10 jarenlang tegengewerkt, 'zodat er geen directe recreatieve fietsverbinding vanaf Leidschendam-Voorburg via Den Haag naar de kust kon komen'. Ook werkte Wassenaar niet mee aan de uitvoering van een verkeerscirculatieplan in de Vallei Meijendel, dat ook het aantal parkeerplaatsen in de vallei had moeten verminderen. En dit was nu net de eis die het provinciebestuur voor de aanleg van Fietspad 10 stelde: bij elke aanleg van infrastructuur in een natuurgebied in de provincie Zuid-Holland moet groen voor rood terugkomen.

Ondertussen zocht de beheerder van het gebied, het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (DZH), naarstig naar een recreatievisie voor Meijendel. Hiervoor werd een Klankbordgroep Herinrichting Vallei Meijendel opgericht, waarin onder meer AVN, KNNV, de Vogelbescherming, IVN, de Fietsersbond, het Wandelplatform Zuid-Holland en de Stichting Duinbehoud zitting hebben. Van de oorspronkelijke vier denkmodellen heeft er één de voorkeur gekregen: handhaven van de horeca op de huidige locatie met daarbij twee nieuwe parkeerplaatsen van elk honderd plaatsen, het laten vervallen van het rondrijden rondom de boerderij en handhaven van de bestaande fietspaden. Niet alleen vervalt hierdoor 200 meter autoweg rondom de boerderij (wat de natuurcompensatie voor Fietspad 10 oplevert!), maar ontstaan ook hoofdvoetpaden als rondjes met een straal van 500 meter rond de boerderij. De lengte is hiermee aangepast aan de actieradius van de gemidelde auto-recreant. Zo wordt de grootste drukte geconcentreerd in het centrale gebied, dat dit qua natuurbeleving goed aankan.

Napoleon en zandhagedissen
De heer Ten Napel is beheerder op Meijendel voor het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland en beheert het toegankelijke en ontoegankelijke deel van het natuurgebied. Hij ziet niet veel in de aanleg van Fietspad 10, omdat het dan te druk wordt. Hij is bang dat de natuur in het kwetsbaarste gedeelte van het gebied verstoord wordt door de bouwmachines die het fietspad gaan aanleggen. Bovendien verwacht hij dat het fietspad minimaal zes meter breed wordt en als een soort fietssnelweg het landschap in tweeën deelt. Het meest verontrust is hij over het grote aantal mensen dat van het gebied gebruik zal gaan maken wanneer het fietspad er eenmaal ligt. Daardoor komt mogelijk het leefgebied van de zandhagedis in de verdrukking. De Europese Habitatrichtlijn verbiedt dit en deze wetgeving is zeer streng.

Wanneer Fietspad 10 wordt aangelegd zal dit mogelijk het gebruik van een eeuwenoude wandelroute gaan verstoren: het Napoleontische douanepad. In de afgelopen 50 jaar zijn al duizenden kilometers autoweg en fietspad aangelegd. Tot verdriet van de voetganger/wandelaar ging dit in vrijwel alle gevallen ten koste van oude voetpaden en onverharde wegen. Ook gingen hierdoor belangrijke cultuurhistorische lijnen in het landschap verloren. Op het weinige dat nog over is, moeten we dus heel zuinig zijn. Dit is een reden voor liefhebbers van het Nederlandse landschap om in het algemeen tegen asfaltering van paden en wegen te zijn. Wandelaars vinden fietsers meestal wel sympathiek - want ook ongemotoriseerd verkeer - maar er zijn momenten dat ze moeten zeggen: kap nâh. Laat ons die laatste kilometers aan onverhard pad, om het wandelen in zijn natuurlijke vorm te beleven, en plan niet daar óók nog weer een fietspad over. Voor het Wandelplatform LAW is het plan voor Fietspad 10 zo'n moment.

De ANWB reageerde echter zeer teleurgesteld op het voornemen om Fietspad 10 alsnog niet aan te leggen. De ANWB probeert namelijk vanuit zijn doelstelling de mogelijkheden voor recreatie dicht bij huis te bevorderen. Hierbij horen ook goede verbindingen voor het langzaam verkeer tussen de stad en het buitengebied. Fietspad 10 is voor de ANWB van groot belang voor de recreatieve mogelijkheden van de inwoners van Den Haag, ook omdat hierdoor een toeristisch fietsrondje vanuit de stad via Fietspad 10 door het duinlandschap ontstaat.

De rode loper uit
De Fietsersbond - van oudsher een sterk pleitbezorger voor aanleg van Fietspad 10 - kon zich niet neerleggen bij het schrappen van de aanleg van het fietspad naar Meijendel en het gelijktijdig wel aanleggen van extra parkeerplaatsen in de vallei. De bond sprak daarom officieel in tijdens de vergadering van de Provinciale Staten en voerde vooraf samen met PvdA-statenlid Irene van Kooten, de indiener van een amendement voor aanleg van Fietspad 10, een ludieke actie. Nadat een rode fietsstrook voor de ingang van het Provinciehuis als rode loper voor de leden van Provinciale Staten was uitgerold reden het statenlid en de toenmalige voorzitter van de Haagse afdeling van de Fietserbond, Marc Beek, op een 'Buddy-Bike' (een tandem waarbij je niet achter, maar naast elkaar zit) hier overheen. De gezamelijke actie had succes, want VVD en D66 steunden de visie van de PvdA. Statenlid Dekkers van GroenLinks gaf ook zijn steun, maar stelde wel als voorwaarde dat de wandelroute niet aangetast mocht worden.

Nu Provinciale Staten tot de aanleg van Fietspad 10 heeft besloten, is het voor het Haags Milieucentrum van belang dat de aanleg en inpassing op ecologische wijze geschiedt. Er kan nog gesproken worden over de keuze van de verhardingssoort (asfalt of schelpenpad) en de breedte (2, 4 of 6 meter) van het fietspad. Het argument dat het fietspad zes meter breed moet worden om ook ambulance en brandweer tot het natuurgebied te kunnen toelaten, vinden wij onzin. In Den Haag rijdt een ambulance-motordienst rond, die het fietspad kan gaan gebruiken. De brandweer kan gebruikmaken van de militaire zandwegen die nu door dit gebied lopen. En wanneer ook het tracé van het aan te leggen fietspad deze militaire zandwegen zou gaan volgen (het militaire oefenterein op de Vlakte van Waalsdorp staat op de nominatie om opgeheven te worden) dan hoeven er ook geen oude duinen platgebuldozerd te worden.

Overigens schijnt buldozeren voor een duingebied niet eens zo slecht te zijn: zowel bij de Wassenaarse Slag als bij de Hertenkamp in Wassenaar is het Duinwaterbedrijf met behulp van buldozers bezig de kwaliteit van het duinlandschap (afgraven van de voedselrijke toplaag, creëren van stuifduinen) te verbeteren. Mocht de aanleg van Fietspad 10 echter ecologisch niet ingepast kunnen worden (denk hierbij vooral aan het leefgebied van de zandhagedis), dan moet gedacht worden aan het voorstel dat Stichting Lopende Zaken vijf jaar geleden voor het provinciebestuur heeft opgesteld: het Buurtwegtracé. Fietsers zullen dan langer buiten de duinen blijven, maar door een minstens even interessant natuurlandschap en alsnog via de Kieveitslaan naar de boerderij van Meijendel kunnen fietsen. De provincie wil daarvoor de bewegwijzering wel aanleggen.

Deze alternatieve route zal het Haags Milieucentrum echter pas accepteren nadat het verkeerscirculatieplan in de Vallei van Meijendel is ingevoerd. De aanzuigende werking op de auto-recreant, die dankzij de aanleg van de NORAH binnenkort al wel vlotjes het natuurgebied in zal kunnen rijden, zal toch tegengehouden moeten worden!

meer artikelen over mobiliteit

 

RandstadRail, waarom?

In de vorige Branding stond een kritisch artikel van Henk Ens over RandstadRail. Jan van Male van ROVER is het in het geheel niet met hem eens en zet hieronder uit waarom.

Het Haagse openbaarvervoernet is van een uitstekende kwaliteit. Ondanks dat het grootste deel van de bebouwing in het Haagse niet echt de hoogte ingaat en daar tussen veel groen ligt, lukt het toch om een behoorlijk fijnmazig net in stand te houden. De frequenties zijn niet superhoog, maar toch zodanig dat de wachttijden goed te doen zijn. De hoofddrager van het vervoer wordt gevormd door de tramlijnen die vooral verbinding geven met het Centrum en de treinstations, aangevuld met de buslijnen die buiten het centrum om het vervoer tussen de wijken onderling verzorgen. Vooral voor de tram zijn er relatief veel vrije banen die het reizen aantrekkelijk houden omdat de trams vrijwel nooit vast komen te zitten tussen het allesverstikkende autoverkeer.

Is het dan nog nodig om verbeteringen aan te brengen? Natuurlijk, alles kan altijd beter. Op een paar uitzonderingen na zit niemand voor zijn lol in de tram dus hoe korter het duurt hoe beter. De snelheid verhogen door harder te gaan rijden is geen optie. Maar je kunt wel veel bereiken door het oponthoud te beperken. Zoals bij verkeerslichten. Of een betere dienstregeling. Of in het aantal haltes. Goed openbaar vervoer wil niet zeggen hoe meer haltes hoe beter. Maar wel dat er een goed evenwicht is. Maak je de halte-afstanden te groot, dan moet je langer lopen dan dat je wint aan reistijd. Zijn er te veel haltes, dan moet er te vaak worden gestopt en daar hebben de mensen in de tram een broertje dood aan. Een groot knelpunt in Den Haag is ook de breedte van veel haltes. Als die te smal zijn gaat er veel tijd verloren omdat de mensen elkaar staan te verdringen.

Lage vloer
Hoewel het huidige trammaterieel technisch uitstekend is, zit er één groot gebrek aan waardoor het eigenlijk niet meer in de huidige tijd past. Dat is de hoge wagenvloer. Die kost niet alleen veel tijd bij het instappen, maar is ook nog een moeizaam verhaal voor allen die slecht ter been zijn of een kinderwagen of een rollator bij zich hebben. Voor mensen in een rolstoel is reizen met de tram al helemaal uitgesloten. Om die problemen op te lossen is er tegenwoordig trammaterieel op de markt met een lage vloer. Maar daarmee ben je er nog niet, want je moet er ook voor zorgen dat de perrons goed op de tram aansluiten.

Nu zou het mogelijk zijn alle nodige verbeteringen één voor één aan te brengen. Maar dat werkt niet. Want degene die de verkeerslichten afstelt vraagt zich af waarom hij zijn best voor de tram zal doen als het meeste oponthoud toch nog op de haltes is. En waarom zou je een perron op de goede hoogte brengen als je in de tram zelf nog twee stevige treden omhoog moet. Daarom is het beter alle verbeteringen in samenhang met elkaar door te voeren. Dat pakket verbeteringen bij elkaar heeft de merknaam AggloNet meegekregen. Het is dus geen compleet nieuw tramnet; het blijft het oude net, maar waar wel een groot aantal verbeteringen gezamenlijk is doorgevoerd.

Nog voordat aan AggloNet werd gedacht, werd gezocht naar mogelijkheden om de Zoetermeerlijn en de Hofpleinlijn in de OV-netten van Den Haag en Rotterdam in te passen. Beide lijnen hebben alleen een regionale functie en de spoorwegen willen dit soort lijnen overdragen aan lokale vervoerders. Daarmee kunnen de spoorwegen zich concentreren op het hoofdnet en krijgen de lokale vervoerders de kans zo'n regionale lijn in hun net te integreren. Dit concept staat in deze regio bekend als RandstadRail.

De tijd ging dringen, want beide lijnen moeten ook een functie gaan vervullen in de ontsluiting van Vinex-wijken: in Haaglanden zijn dat Leidschenveen, Oosterheem en Pijnacker-Zuid. Rotterdam heeft zijn nieuwe wijken rond Berkel-Rodenrijs.

Integratie
De integratie was voor de Zoetermeer- en de Hofpleinlijn een moeizaam proces. Zou het Haagse tram of Rotterdamse metro worden. In Den Haag zou het rijden met metrotreinen op tramlijnen wel een heel erg zware ingreep in de stad betekenen en in Rotterdam is het blikveld enkel en alleen op de metro gericht. Daaruit kwam een taakverdeling voort. De Haagse tram wordt gekoppeld aan de Zoetermeerlijn, waardoor je daarmee verder Den Haag in komt. En Rotterdam wordt beter bediend doordat de Hofpleinlijn een koppeling krijgt aan de Rotterdamse metro. Thans eindigt deze lijn nog op het Hofplein, een plek aan het randje van de binnenstad waar het 's-avonds zeker niet prettig toeven is. Via de voor RandstadRail aan te leggen Statenwegtunnel ben je straks midden in Rotterdam en ook nog op Rotterdam CS. Dat komt bijvoorbeeld goed uit voor inwoners van Leidschendam-Voorburg, want die zullen dan eerder via de Hofpleinlijn meer keus aan treinen hebben op Rotterdam CS dan via één van de Haagse stations.

RandstadRail heeft dus voordelen voor de inwoners van Zoetermeer - die een betere verbinding met de Haagse binnenstad krijgen - en voor de mensen langs de Hofpleinlijn - waarvoor vooral de verbinding met Rotterdam verbetert. En er zijn ook de inwoners van Vinex-wijken, die voor hun openbaar vervoer op de nieuwe stations langs deze lijnen zijn aangewezen.

Voordelen
Maar zijn er ook voordelen voor de inwoners van Den Haag? Zoals gezegd wordt het Haagse tramnet via AggloNet verbeterd. Maar het is niet zo dat RandstadRail en AggloNet elkaars tegenpolen zijn die elkaar in de weg zitten. Integendeel, ze sluiten naadloos op elkaar aan. Daar waar RandstadRail van het Haagse tramnet gebruikmaakt zal de reiziger geen verschil zien met AggloNet. Hooguit dat de kleur van het materieel anders is, meer niet.

In de Haagse agglomeratie zijn op de nieuwe tramlijnen 15 en 17 al grotendeels de normen van AggloNet toegepast, waardoor deze lijnen nu al worden gewaardeerd om hun kwaliteit. Door de komst van RandstadRail zal dat ook zijn weggelegd voor de reizigers van de lijnen 3 en 6. Lijn 3 is momenteel de drukste lijn van het net, maar heeft een infrastructuur die zeker niet optimaal is. Door RandstadRail wordt dit verbeterd. En waar lijn 3 door de inkorting tot CS minder aantrekkelijk is geworden komt dat straks terug door de verlenging naar Zoetermeer. Niet dat nu iedereen meteen van Loosduinen tot in Zoetermeer zal reizen, maar wel naar het door RandstadRail mogelijk geworden nieuwe Beatrixkwartier, station Laan van Nieuw Oost-Indië en Leidschendam-Voorburg.

Het traject van lijn 6 langs de Meppelweg scoort minder reizigers dan je zou mogen verwachten, omdat de verbinding met centrum en CS door de omweg via de Hobbemastraat niet echt aantrekkelijk is. Door RandstadRail krijgen ook Zichtenburg en De Uithof een snellere verbinding via de Apeldoornselaan, terwijl de Hobbemastraat bediend blijft door een andere lijn.

RandstadRail heeft de stoot gegeven tot een grondige verbetering van het tramplatform op CS-hoog. Dit platform is thans zo goed als onbereikbaar voor mensen die geen trappen kunnen lopen, want er zijn geen liften en de roltrappen werken maar in één richting. Volgend jaar wordt de ombouw ter hand genomen, waarbij de vier zijperrons zullen worden omgevormd tot twee middenperrons. Daarmee komen ook de liften en de roltrappen in beide richtingen. Bovendien hoef je dan niet meer trap af en weer trap op voor sommige overstappen, maar kan dat direct crossplatform.

En last but not least. Zonder RandstadRail hadden we nog enige tijd moeten wachten op lagevloertrams. Merkwaardig realiseert bijna niemand zich nog dat als straks ook de haltes goed zijn aangepast de reizigers op de lijnen 3 en 6 zó de tram inschuiven, dat mensen met een rollator of een buggy geen probleem meer hebben en dat mensen in een rolstoel gewoon met de andere mensen mee kunnen doen.

Het nieuwe trammaterieel voor RandstadRail heeft nog iets anders dan het huidige materieel. Vroeger was het gewoonte om zoveel mogelijk zitplaatsen in een tram te proppen. Dat is echter hinderlijk voor de doorstroming in de tram zelf en bovendien is er de laatste jaren steeds meer vraag gekomen naar ruimte voor buggies, vouwfietsen, grote bagage, enzovoort. Daarvoor plaatsmaken gaat ten koste van het aantal zitplaatsen. Om dat tegen te gaan worden de trams breder, namelijk 2,65 in plaats van 2,35 meter, zodat het mogelijk is vier stoelen naast elkaar te plaatsen. Deze maat is inmiddels een internationale standaard geworden voor light rail. Het grootste deel van het Haagse tramnet is al geschikt voor materieel van deze breedte, dus waarom zou je daar dan geen gebruik van maken. Zij het dat er nog wel het nodige moet gebeuren aan de plaats van masten en de vrije ruimte langs de perrons.

Nadelen
Maar zijn er dan geen nadelen verbonden aan de komst van RandstadRail? Natuurlijk zijn die er wel. Maar òf ze vallen enorm mee, òf het blijken als je wat beter kijkt toch voordelen te zijn. Zo wordt wel genoemd dat de trams op de Zoetermeerlijn niet zo snel rijden als de Sprinter. Dat klopt, de Sprinter haalt krap 120 km/uur, maar dat is alleen op het stuk in de Driemanspolder. Voor de rest is het binnen Zoetermeer maar 60 km/uur. De tram haalt op het lange stuk 80 km/uur. Maar door de snellere instap van de reizigers wordt de twee minuten langere reistijd door de lagere snelheid goed gecompenseerd.

Ook wordt wel genoemd dat er door RandstadRail minder doorsteken in de trambanen komen. Dat klopt als je alleen naar het autoverkeer kijkt. Uit de tekeningen blijkt duidelijk dat er voor voetgangers en fietsers niet één doorsteek minder zal zijn dan thans. Nog sterker: op veel kruisende wegen wordt het aantal opstelvakken voor auto's verminderd, zodat het oversteken voor voetgangers en fietsers gemakkelijker wordt.

Voor wat betreft het afsluiten van vrije trambanen met hekken vindt er thans in Den Haag een herschikking plaats. Op een enkele plaats zijn er hekken bijgekomen, zoals op de Koninginnegracht waar de parkeerstrook net naast de trambaan ligt. Maar op meer plaatsen waar wèl genoeg ruimte is zijn ze juist weggehaald, zoals op de Laan van Meerdervoort, de Meppelweg en langs lijn 11.

Fijnmazig
En blijft het Haagse tramnet wel zo fijnmazig als dat het nu is? De komst van RandstadRail zal zeker niet leiden tot het opheffen van trajecten. Wel wordt er gekeken of sommige lijnen niet op een andere manier aan elkaar geknoopt kunnen worden. Voor de reizigers is het dan het meest gunstig als daar een zo groot mogelijke spreiding in komt. Zo heb je nu vanuit Leidschemdam de lijnen 2 en 6, die parallel lopen in de Grote Marktstraat. Is het dan niet beter de ene te handhaven in de Grote Marktstraat en de andere een route via Hollands Spoor te geven? Waarbij de binnenstad bediend blijft via de Kalvermarkt.

Een teer punt is het opheffen van enkele haltes. Zoals gezegd, er moet evenwicht zijn. Niet te weinig haltes maar zeker ook niet te veel. Waar het bij de bepaling van de plaats van de haltes vooral om gaat is dat ze gunstig liggen ten opzichte van de bebouwing, dat de looproutes kort en veilig zijn en dat er een goede samenhang is met haltes van andere lijnen. In het kader van RandstadRail is naar alle haltes goed gekeken en het blijkt dat er toch eerder te veel zijn dan te weinig. Zoals op de Waldeck Pyrmontkade, waar er zoveel kort achter elkaar liggen dat dit traject door de reizigers zo veel mogelijk wordt gemeden.

RandstadRail moet gaan rijden op 1 juli 2006. We kunnen geen dag meer wachten.

Jan van Male, ROVER Den Haag

meer artikelen over mobiliteit

Reigersbergen in voorjaarsstemming

Marlot en Reigersbergen. Er is een prachtige concept-Ontwikkelingsvisie 2002-2011 voor ontwikkeld. Interactief totstandgekomen in samenspraak met burgers en belanghebbenden. Verbeteren van de gebruiksmogelijkheden, versterken van het landgoedkarakter en het verhogen van de natuurwaarde, luidt de visie in het vorig jaar uitgekomen rapport van de gemeente. En toen werd het stil. Tijd om eens polshoogte te gaan nemen in Reigersbergen, vond de redactie van Branding. Kees Fokkens, voorzitter van de KNNV Den Haag, ging met haar mee.

Kees kent Reigersbergen op zijn duimpje en was vanuit de natuurhistorische vereniging betrokken bij de inspraak op de Ontwikkelingsvisie voor deze landgoederen. Vooral om de natuurwaarde. We gaan bij de Leidse Straatweg Reigersbergen binnen. In dit deel van het bos is weinig meer van het landgoed uit de 18e eeuw terug te vinden. "Dit gedeelte ligt op een strandwal, verderop is de bodem van veen", vertelt Kees.

We lopen langs een oude, aangeplante Bonte Esdoorn, op een plaats waar vroeger gazon was. Dan treffen we op een open plek een uniek stukje landgoederenflora. Een plantje met een opvallend lichtgroene kleur. "Japans Hoefblad", stelt Kees vast. "Dat is een stinzeplant, die op heel weinig plaatsen voorkomt in Nederland." Verderop ligt de sprookjesboom indrukwekkend te wezen. Anderhalf jaar geleden legde deze reusachtige monumentale beuk met kabouterspelonken en zitbankjes het loodje in een storm. Hij had enorme platte tondelzwammen, aldus paddestoelenspecialist Kees.

De paden hier zijn slecht onderhouden. De Ontwikkelingsvisie bevat de aanbeveling om deze te verbeteren. Vervolgens komen we aan bij de meest in het oog springende overblijfselen van het oude landgoed: een aantal ommuringen. "Dit zijn de muren van de oude moestuin" legt Kees uit en wijst op een muurvaren, een plantje dat zich graag in oude muren nestelt. "Hier komt een pluktuin in."

Dan gaan we naar het vochtige gedeelte, waar het bos flink uitgedund is en afgelopen november de storm heeft huisgehouden. De Prachtframboos staat al in bloei. Ook bloeiende Winteraconietjes, Anemoontjes, Gewone sneeuwklokjes en Dubbele sneeuwklokjes sieren de bodem. De Wilde Hyacint staat net in blad. Het zijn allemaal stinzeplanten, vroeger van heinde en verre gehaald om de landgoederen te verfraaien. Langs de sloot wijst Kees op het bloeiende Speenkruid. Roodborstjes, koolmeesjes en winterkoninkjes kwinkeleren dat het een lieve lust is.

Op de hoek van het landgoed aangekomen, kijkt onze gids met fronsende wenkbrauwen naar een omgeploegd perceel links van een weiland met sloot. "Dat was een weiland", zegt hij verbaasd. "In de Ontwikkelingsvisie stond juist dat de weilanden zouden blijven, als belangrijk monument van het landgoed." Om de natuurwaarde te verhogen heeft KNNV hier glooiende oevers en een meer natuurlijk waterbeheer aanbevolen, vertelt Kees. "Dan krijgen planten als de Lisdodde en Dotterbloem een kans. Dat is opgenomen in het plan."

Links van een fraaie elzenlaan vertoeven Canadese ganzen en drie Ooievaars op het weiland, dat voorzien is van een broedpaal. "Ooievaars hebben hier een vaste stek, maar broeden er niet", zegt Kees. "Ik kan me nog herinneren dat burgemeester Havermans de palen midden in de blubber onthulde." Reigers zitten er ook veel, zoals de naam van het landgoed al doet vermoeden, maar broeden er evenmin. Om de hoek lopen we via het wilgenbos, waar heel veel omgevallen is, terug naar de ingang. "Ook in dit gedeelte moet echt onderhoud gepleegd worden" vindt Fokkens. "Het leuke van Reigersbergen is", besluit hij, "dat het een heel eigen karakter heeft en verwilderd is. In de Ontwikkelingsvisie is het de bedoeling dat dat zo blijft. Maar hoever het ermee staat, weet ik niet. Er moet nog een beheerplan worden gemaakt." In stijl sluiten we de wandeling af met een drankje in de gelegenheid die in het rapport zo mooi de 'consumentenkiosk' heet, op de hoek van de straat. Oftewel koffietent, in gewoon Haags. Navraag bij de gemeente over de ontwikkelingsvisie leert dat deze op dit moment stilstaat in afwachting van een aantal ontwikkelingen. In juni wordt daarover meer bekendgemaakt.

Lieneke Venhuis

meer artikelen over natuurontwikkeling en waterbeheer

 

 

 

 

Gratis openbaarvervoer-actie in Dordrecht

Hoe zit het met het groene gras bij de buren, ofwel de milieu-inspanningen buiten de gemeentegrenzen van Den Haag? Branding neemt met ingang van deze editie een milieuvriendelijke maatregel of actie van een andere stad onder de loep. Deze keer is dat Dordrecht. Daar werd eind vorig jaar op een aantal zaterdagen gratis openbaar vervoer aangeboden. Met succes.

Gratis of zeer goedkoop openbaar vervoer is in het Belgische Hasselt en in Apeldoorn inmiddels een feit. Elders, zoals in Gouda, Utrecht en Eindhoven staat het onderwerp hoog op de politieke agenda. In Dordrecht is in november en december vorig jaar een actie gehouden met gratis openbaar vervoer op de zes drukste zaterdagen van het jaar. Op deze zaterdagen kon men gratis gebruikmaken van de bussen van Stadsvervoer Dordrecht (SVD) en Waterbus. Op de drukste zaterdag was het aantal reizigers in de stadsbussen bijna drie keer zo hoog als op een gemiddelde zaterdag (34.000 versus 12.000 passagiers). Tegelijkertijd bleven de gebruikelijke files en lange wachtrijen voor de parkeergarages in de Dordtse binnenstad uit. De binnenstad was op deze dagen goed bereikbaar. Het doel van de actie - mensen laten kennismaken met het openbaar vervoer - is ruimschoots bereikt.

Wachtrijen
Stadsvervoer Dordrecht, dat onderdeel is van HTM, heeft naast het meten van het aantal reizigers ook een enquête gehouden onder de reizigers. "Een kleine 10% van de respondenten gaf aan dat ze anders met de auto gekomen waren", vertelt de heer Hendrik Bouwknegt, Hoofd Afdeling Vervoersontwikkeling & Marketing. "Maar ook 10% zei anders met de fiets gekomen te zijn. Niettemin constateerden we dat er aanzienlijk meer gereisd werd met de bus, twee tot drie keer zoveel. Mensen geven midden in het publiek vaak een sociaal wenselijk antwoord, willen niet toegeven dat ze de bus nemen omdat het gratis is. Het was bovendien slecht weer en sommigen waren anders thuis gebleven. Redenen om de bus te nemen waren: de files, de wachtrijen en hoge kosten van de parkeergarages en het feit dat de bus gratis was. Een aantal mensen gaf aan dat ze voor de eerste keer met het openbaar vervoer reisden. Zo'n 50% gaf aan in de toekomst vaker met de bus te komen als het gratis zou zijn."

Gratis?
"Gratis bestaat natuurlijk niet" aldus Bouwknegt. "De gemeente heeft 70.000 euro voor de actie uitgetrokken. SVD en de Waterbus hebben geïnvesteerd in inzet van extra personeel en materieel. De communicatiekosten van een dergelijke actie zijn overigens wel heel laag. We hadden een heel simpele boodschap: gratis op de zaterdagen van half november tot eind december. Zo'n persbericht wordt overal geplaatst en begrijpt iedereen." SVD is overigens geen voorstander van helemaal gratis openbaar vervoer. Bouwknegt: "Dat geld kun je ergens anders niet aan uitgeven en het is de vraag of het een effectieve besteding is. Los daarvan kleven er nogal wat nadelen aan gratis openbaar vervoer. Jongelui gaan met de bus klooien, vliegen in en uit alsof het een speelplaats is. Dat effect is in grote steden niet te overzien. De chauffeur heeft dan geen enkel middel om ze eruit te gooien. Als iedereen zomaar de bus inloopt, voelt de buschauffeur zich gepasseerd, hij kan niets doen. De sociale controle is in een bus is normaal gesproken behoorlijk hoog. Agressie en zwartrijden komen bijvoorbeeld veel minder voor dan in de tram. Gratis openbaar vervoer tast dus de sociale veiligheid aan."
Of de actie een vervolg krijgt in Dordrecht, is nog niet bekend. De gemeentepolitiek moet zich er nog op beraden. De heer Bouwknegt vindt het in ieder geval een geslaagde poging om de 'verwende automobilist een keer uit de auto en in de bus te krijgen.'

Fiets
Afgezien van veiligheidsaspecten is ook het effect van gratis openbaar vervoer op een gezonde mobiliteit twijfelachtig. Uit diverse initiatieven blijkt het lastig om de automobilist structureel meer in het openbaar vervoer te krijgen. Daarentegen trekt het wel meer mensen van de fiets. De Fietsersbond pleit er dan ook voor om meer te investeren in fietsvoorzieningen, waaronder gratis bewaakte stallingen. ROVER, de vereniging reizigers openbaar vervoer, heeft in diverse media laten weten dat ze geen gratis openbaar vervoer wil, maar vooral beter openbaar vervoer.

Lieneke Venhuis

meer artikelen over mobiliteit

 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.