Branding - Archief  

 

NATUURONTWIKKELING & WATERBEHEER

Van de wal in de sloot: Reigersbergen revisited (Branding nr. 18 januari-maart 2005) ...meer

Voorburg heeft oren naar tips over ecologisch groenbeheer (Branding nr. 18 januari-maart 2005) ...meer

DANKZIJ DUINWATERBEDRIJF BLIJVEN DUINEN MOOI NATUURGEBIED
Een interview met DZH-directeur Piet Jonker
(Branding nr. 18 januari-maart 2005) ...meer

Voorburg tast natuurwaarde van grote parken aan (Branding nr. 17 november/december 2004) ...meer

Natuur in de war…mensen in de war (Branding nr. 17 november/december 2004) ...meer

Van composthoop tot vlindertuin (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer

Nogmaals de gedempte sloot (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer

Foutief maaibeheer kost veel jonge levens (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer

Demping sloot schaadt biodiversiteit (Branding nr 15 juni/juli 2004) ...meer

Bewoners op de bres voor biodiversiteit
Portret van het Groen Platform Mariahoeve (Branding nr. 13 februari/maart 2004) ...meer

Waar laten we het water? (Branding nr. 11 september/oktober 2003) ...meer

Het Groenbeleidsplan
Van saai en goedkoop prikgroen tot fruitfull city (Branding nr. 11 september/oktober 2003) ...meer

Groene Speurgids en Speurkaart Haaglanden
Oude en nieuwe verbindingen voor landschap en natuur (Branding nr. 10 juni/juli 2003)...meer

Reigersbergen in voorjaarsstemming (Branding nr. 9 april/mei 2003) ...meer

Nationale milieu-estafette 2002 doet Den Haag aan (Branding nr. 6 september/oktober 2002) ...meer

EVALUATIE GROENBELEIDSPLAN 1996 - 2000 (Branding nr. 5 mei/juni/juli 2002) ...meer

 

 

 

 

 

 

Van de wal in de sloot: Reigersbergen revisited

In de Branding van juni/juli 2004 schreven we over de illegale demping van een sloot in Reigersbergen.
Deze sloot had een bijzonder rijke biodiversiteit ten opzichte van andere sloten in deze wijk. Het was een ware kraamkamer van amfibieën, zoals diverse soorten kikkers, de Gewone pad en soms de Rugstreeppad, de Kleine watersalamander, en ook de Geelgerande Waterkever was er te vinden. Het dempen van deze sloot heeft verregaande consequenties gehad voor de soortendiversiteit en de populatieopbouw van de amfibieën in stadsdeel Haagse Hout.


Joris Wijsmuller, raadslid voor de Haagse Stadspartij heeft over deze kwestie vragen gesteld. Inmiddels heeft het College van B&W daarop gereageerd. Het weet te melden dat de boer die het land van de gemeente pacht, de sloot heeft gedempt zonder vergunning en zonder de verpachter op de hoogte te stellen. Er zal nu een inspectie van het weiland en de resterende sloot plaatsvinden door de pachter, een medewerker van het Hoogheemraadschap Delfland en ‘iemand van de gemeente’. Vervolgens zal alsnog een formele vergunning voor het dempen en eventueel compenseren van de sloot worden aangevraagd. De pachter zal onvoorwaardelijk zijn medewerking verlenen aan eventueel noodzakelijke verdere compensatie.
Wijsmuller vindt de reactie verre van bevredigend: “Het college heeft bijvoorbeeld niet geantwoord op mijn vraag welke sancties zullen worden getroffen tegen deze overtreding van o.a. de Flora- en faunawet. Ik ga deze kwestie dus wederom aan de orde stellen. En ditmaal neem ik er geen genoegen mee als een antwoord maanden op zich laat wachten.”
Ook Niek van der Worff, de bioloog van het Groen Platform (voorheen Groen Platform Mariahoeve), laat het hier niet bij zitten. Hij heeft de zaak inmiddels voor juridisch advies voorgelegd.

Van der Worff is een van de gasten op de talkshow ‘Groene ramp aan zee’ die de Haagse Stadspartij op 25 januari organiseert in restaurant De Hagedis, Waldeck Pyrmontkade 116 in Den Haag. HSP-beleidsmedewerker Peter Bos presenteert de talkshow, waaraan verder wordt meegewerkt door bioloog Lex Kreffer van de Rijksuniversiteit Leiden. De overige gasten zijn nog niet bekend. Kijk voor het laatste nieuws op www.haagsestadspartij.nl.

 

 

 

 

 

 

Voorburg heeft oren naar tips over ecologisch groenbeheer

In de vorige Branding schreven we over de plannen van de gemeente Leidschendam-Voorburg om haar grote parken terug te brengen in hun oorspronkelijke 19e-eeuwse landschapsstijl. Dit zou tot gevolg hebben dat ruim tweehonderd bomen, waaronder vitale en minder vitale exemplaren van respectabele leeftijden, het veld moeten ruimen.

Ieder landschap krijgt in de loop der tijd een eigen ecologische waarde. Voor de Voorburgse parken bleek het achterstallig onderhoud aan het groen juist zeer veel natuurwaarde te hebben opgeleverd. Frederik Hoogerhoud trok dan ook namens twee ‘groene’ verenigingen uit de Haagse regio - de Vogelbescherming en de KNNV - bij de Voorburgse projectleider aan de bel om die natuurwaarde te verdedigen.
Hoogerhoud: “Voorburg geeft in het plan een aantal redenen om bomen te willen kappen. De kap varieert van het verwijderen van spontaan gegroeide zaailingen, tot dunning om heesters en de kruidlaag meer licht te gunnen. Maar als hoofdreden wordt de wens tot herstel van de historische situatie aangevoerd. Hierbij staat de wens tot het komen van een gezond bomenbestand in het park voorop. Bij de totstandkoming van het plan is echter voorbijgegaan aan het feit dat minder vitale bomen wel erg waardevol zijn voor het ecologische milieu.”

Hoogerhoud heeft bij de groenbeheerder aangegeven welke bomen in het belang van de vogelstand en voor behoud van de ecologische kwaliteit waardevol zijn. Voorburg stelde zich bereidwillig op om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken. Zoals voor enkele oude eiken waarvan de zware bouwvallige kruinen niet meer stormvast zijn. “Laten staan zolang het kan”, vindt Hoogerhoud. “In een parkbos leveren ze bij storm geen direct gevaar op. Bij zulk slecht weer lopen er toch geen mensen in het bos. Voor een parksituatie is, anders dan bij straatbomen, dan ook geen juridische verplichting om slechte bomen te kappen. Hier is juist artikel 21 van de Grondwet van kracht, waarbij de overheid tot taak heeft om het natuurlijk leefmilieu zo veel mogelijk te beschermen en te verbeteren.” Maar als het echt niet anders kan en de kruin er toch uit moet, adviseert hij om de stam te laten staan. “In de stam van oude ruwbastige bomen huist zoveel voedsel voor vogels, dat het alleen daarom al de moeite waard is om ze te behouden”, legt hij uit.

Artikel 21 beschermt in dit geval ook alle andere bomen waarvan aangetoond kan worden dat ze de natuur verrijken. Onnodige kap is niet toegestaan. Dat geldt dus ook voor het verwijderen van zaailingen vanwege het feit dat ze daar oorspronkelijk niet thuishoren. Alleen dunning ten gunste van het uitgroeien van de kruidlaag is een plausibele reden om te kappen.
Projectleider Priem van de gemeente Leidschendam-Voorburg kon zich wel verplaatsen in de genoemde punten. Daarom is hij samen met Hoogerhoud gaan zoeken naar beheermaatregelen die binnen het landschapsplan toch uitgevoerd kunnen worden. De zwarte elzen, die op de kaplijst stonden omdat ze als zaailing niet bij de parkinventaris horen, zullen nu gefaseerd worden gesnoeid. Daarna kunnen ze als grote heesters uitgroeien. De volwassen exemplaren die goed geproportioneerd zijn en niet misstaan in de kwaliteit van de bomenlaag, blijven staan.
Per boom zal bekeken worden of de eiken op de lijst kunnen worden ontdaan van hun kruin om ze als stam in de bomenlaag te laten staan. De projectleider stelt verder voor om stammen zoveel mogelijk te laten liggen en van het lichte hout achter de heesterfaçade houtrillen aan te leggen. Hiermee wordt meer broed- en schuilgelegenheid voor de aanwezige fauna gecreëerd.
Ook de wens om beeldbepalende eiken en beuken met een slechte conditie toch zoveel mogelijk te laten staan vanwege hun natuurwaarde, wordt gedeeltelijk gehonoreerd. Maar bomen die zo bouwvallig zijn dat ze binnen enkele jaren zouden omvallen, worden alvast preventief gekapt. Hiermee wordt voorkomen dat er binnen enkele jaren opnieuw met zwaar materieel over de kwetsbare parkgrond moet worden gereden. Dit zou verdichting en daardoor verslechtering van de bodemstructuur tot gevolg hebben.

Verder stelt Priem voor om op de zwaar beschaduwde beuken/eiken/lindenweide geen gras meer in te zaaien. Beter is het om hier het blad te laten liggen, zoals dat ook tussen de heesterlagen gebeurt. De grond van de dichtgeslagen speelweiden zal worden gelost en zal jaarlijks worden gecultiveerd met prikrollen. Het gras rond de bomen wordt niet meer gemaaid om beschadiging van de opgroeiende wortels te voorkomen.
Over twee beeldbepalende wilgen langs de Vliet wordt nog discussie gevoerd. Ze verdienen het om na de dunning te blijven staan en te kunnen uitgroeien. Het herstellen van een historische zichtas is geen reden om deze historische bomen te kappen, vindt Hoogerhoud. Maar hier denkt de projectleider anders over. Hij vindt dat die wilgen moeten wijken ten faveure van het 19e- eeuwse landschapsherstel.

Toch is Hoogerhoud is zeer tevreden met het resultaat van zijn interventie. Door de bemiddeling van de Haagse Vogelbescherming en de KNNV lijkt Voorburg een nieuwe koers in te zetten voor het ecologisch beheren van haar parken.

Aletta de Ruiter,
Haags Milieucentrum

 

 

 

 

 

DANKZIJ DUINWATERBEDRIJF BLIJVEN DUINEN MOOI NATUURGEBIED
Een interview met DZH-directeur Piet Jonker


Het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (DZH) behoort tot de grootste natuurbeheerders van de provincie. In totaal beheert DZH 2600 hectare duingebied langs de Zuid-Hollandse kust. Het waterbedrijf is in gesprek met Staatsbosbeheer om ook het beheer van hún duingebied (de westelijke kant van Berkheide, van Katwijk tot de Wassenaarse Slag) van 400 hectare over te nemen.
Het grootste deel van het duingebied is eigendom van de gemeente Den Haag of de Staat der Nederlanden en is in erfpacht uitgegeven aan DZH. Het beheer gebeurt op basis van een beheersplan (2000–2010) waarin DZH en Staatsbosbeheer samenwerken. Met DZH-directeur drs. Piet Jonker spraken wij over de spanning tussen natuur en recreatie. Over dezelfde thematiek houdt Jonker op 18 januari 2005 in de aula van de Haagse Hogeschool de Simon Doorenboslezing.


Beheerders van natuurgebieden in Nederland hebben van doen met tal van instanties en organisaties. Het beheersplan voor het Zuid-Hollands duingebied is daarvan een goed voorbeeld. Volgens de provincie behoort het duingebied tot de ecologische hoofdstructuur en is er sprake van een natuurgebied van hoge waarde. Op basis van deze aanduiding is besloten om in het duingebied de natuurwaarden zoveel mogelijk verder tot ontwikkeling te brengen.


Jonker: “In het beheersplan kun je heel sterk de geest van de jaren negentig van de vorige eeuw terug vinden. De ontwikkeling van natuurwaarden ging boven alles. In ons geval was dat de ontwikkeling van de zogenaamde vochtige duinvallei. In natuurbeschermingsland heeft men de neiging om vanuit een ideaal model te werken op basis van de vraag: ‘Wanneer was Nederland op z’n mooist? Dat wordt dan zo rond 1850 gesitueerd. En dan komt de vraag: ‘Wat is sindsdien verloren gegaan? Geconstateerd werd dat in het duingebied veel vochtige duinvalleien zijn verdwenen. Om die terug te krijgen, moest er een regeneratieproces op gang worden gebracht. DZH kwam tot een overeenstemming met de provincie over deze regeneratie, maar dat viel niet in goede aarde bij de bevolking. Die zag in Berkheide-Noord bulldozers door het duingebied daveren die grote delen van de begroeiing en de vegetatie wegsloopten om weer van die lekkere stuifduinen te krijgen. De bevolking liep te hoop tegen deze gang van zaken. Ze wilde het duin behouden zoals het was. In de Wassenaarse Courant verscheen een artikel onder de kop: “Zo is het wel genoeg”. Hierop ontstond een patstelling. De deskundigen en de bevolking waren het volkomen oneens”.


Overigens speelden in Nederland al eerder onverwachte controverses tussen ecologen en omwonenden en bezoekers van natuurgebieden. Met de nota Natuur voor de mensen, mensen voor de natuur (2000) probeerde de regering de verabsolutering van de natuur te relativeren. Het natuurbeleid moest volgens toenmalig staatssecretaris Geke Faber wel draagvlak hebben onder de bevolking en de natuurbeheersplannen moesten ten minste op begrip kunnen rekenen.
Volgens Jonker doet deze situatie zich ook in zijn duingebied voor: “Ik kan me best voorstellen dat ze bij de Stichting Duinbehoud en bij sommige afdelingen van de provincie nog steeds achter het beleid inzake de natte duinvalleien staan, maar zonder draagvlak onder de bevolking gaat het echt niet. In Wassenaar wonen een hoop mensen met geld en verstand van zaken en als die de kont tegen de krib gooien, procederen ze al de beheersplannen aan barrels. Gedeputeerde Staten hebben inmiddels geconcludeerd dat het anders moet en we zijn nu in een open planproces bezig om te kijken hoe het beheersplan kan worden bijgesteld. Het is nu al duidelijk dat hieruit voort zal komen dat het huidige natuurbeeld van de duinen niet verder mag worden aangetast. Vochtige duinvalleien zijn geen doel op zich meer. Het hoofddoel van het beheersplan zal het verfraaien van de natuur worden. Bovendien zullen de recreatieve voorzieningen worden uitgebreid. Dat is volgens mij ook de toon voor de nabije toekomst. Als je draagvlak wil houden voor natuurbeleid zul je de gebruikers en bezoekers het gevoel moeten geven dat het beleid ook in hun belang is. Ze moeten niet het gevoel krijgen dat ze natuur worden uitgewerkt”.


Meer recreatiemogelijkheden
Als grote natuurbeheerder heeft DZH van oudsher van doen met de recreatiedruk op het duingebied. Het gebied rond de boerderij Meyendel trekt per jaar meer bezoekers dan de Hoge Veluwe. Binnen DZH gaan er steeds meer stemmen op van mensen die vinden dat het bedrijf meer oog moeten hebben voor recreatie. Maar waar leg je dan de grens? In de ogen van Piet Jonker gaat het te ver om de duinen om te bouwen tot een groot park:
“De natuurwaarden van ons duingebied zijn op sommige punten te waardevol om niet te beschermen. In een parkgebied heb je te weinig beschermingsmogelijkheden. Maar in het huidige beheersplan staan al tal van maatregelen aangekondigd om de recreatiemogelijkheden te verruimen. Het voormalige bollenterrein van De Klip (ten noorden van Duinrell) hebben we nog op de ouderwetse wijze aangepakt door het terug te geven aan de natuur. De recreanten moeten het doen met een uitwijkplek in dit gebied. Maar het daarop volgend gebied dat wij onder handen hebben genomen, de Hertenkamp, langs de Jagerslaan in Wassenaar, hebben we nu als wandelgebied uitgelegd. Daar is het voor de recreanten goed toeven. In het Solleveld (aan de zuidkant van Den Haag) hebben we een zeer succesvolle wandelroute aangelegd. We hebben al heel veel hekken in het duingebied weggehaald. Nu lopen er dus meer mensen door de duinen, soms ook op plekken waar dat eigenlijk niet goed voor is. Maar door de bank genomen gaat dat maar om zulke kleine aantallen dat het geen problemen veroorzaakt. Er liggen voor de recreanten nog meer leuke zaken in ons gebied in het verschiet”.


Op grond van langjarige ervaring is DZH niet bang voor de recreant. Door slimme zonering weet men uiteenlopende gebieden te scheppen waar de recreatie zich concentreert en zijn er gebieden geschapen die spaarzaam bezocht worden.

Helikopterplatform in de natuur
Voor veel mensen is een waterbedrijf een vreemde eend in de bijt van het natuurbeheer. Natuurbeheer is voor een waterbedrijf geen primaire taak maar meer een afgeleide functie. En ook de omvang van het beheersgebied speelt hierbij een rol. Waarom heb je zoveel natuur nodig om aan waterwinning te doen? Of beter gezegd: om aan waterzuivering te doen, want het water van DZH komt van de Afgedamde Maas bij het Gelderse Brakel. De duinen dienen als bacteriologisch filter om het al voorgezuiverde water van de Maas verder op te schonen.
Jonker is trots op de rol van de duinen bij de waterwinning: “Dankzij de duinen hoeven wij als waterbedrijf niet allerlei chemische filters toe te passen om het rivierwater te zuiveren. Die chemicaliën veroorzaken trouwens in het drinkwater weer heel andere problemen. Onze methode is dus pure milieuwinst. Wij gebruiken een heel goedkope manier om het water in de duinen te zuiveren van de laatste bacteriën en virussen. De duinen zorgen er ook voor dat ons drinkwater constant van kwaliteit blijft. Het rivierwater dat we innemen heeft, afhankelijk van het jaargetijde, een groot temperatuurverschil. De duininfiltratie van het rivierwater zorgt voor een gelijkmatige temperatuur van ons drinkwater.
Een niet minder belangrijk voordeel van de duinen is dat we onder het duin een enorm spaarbekken aan drinkwater hebben liggen. Als wij, om wat voor reden dan ook, geen rivierwater meer kunnen innemen, kunnen we vanuit dit spaarbekken Den Haag en omgeving nog wel een jaar voorzien van eerste klas drinkwater. Om zo’n zelfde spaarbekken te bouwen heb je een terrein nodig ter grootte van een hele Vinex-locatie. Dat kost een vermogen”.

Jonker is er heilig van overtuigd dat de Haagse duinen zonder de aanwezigheid van de waterleiding al lang waren volgebouwd met huizen, sportgebieden of militaire oefenterreinen: “In de rest van Europa kun je goed zien wat er dan met de duinen gebeurt: verstedelijking alom. Er zijn maar een paar uitzonderingen op deze regel. Een stukje duinen op de grens van België en Frankrijk en de duingebieden in Noord- en Zuid-Holland. En steeds zijn dat gebieden die in beheer zijn bij waterleidingbedrijven. Voor een gemeente als Den Haag met een zeer krap grondgebied, zijn de duinen tot nu toe onaantastbaar. Men praat liever over een kapitale investering van een nieuw wooneiland voor de kust dan over het bebouwen van de Haagse duinen. Onze beheersgebieden lopen parallel met de natuurgebieden. Maar steeds zie je dat me probeert te morrelen aan deze grenzen. Als er een nieuwe helikopterlandingsplaats moet komen, proberen ze maar weer eens om een stukje van onze duinen in te pikken. Mooi niet dus. Zonder onze aanwezigheid was die landingsplaats midden in de natuur terecht gekomen. Wij staan als drinkwatervoorziening pal voor onze natuurgebieden en gaan ook niet akkoord met salamitactieken’.


Maar kunnen instanties als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer de duinen niet even goed beheren? Volgens Jonker hebben de waterleidingbedrijven een belangrijk pluspunt: “Je moet een groot inzicht in de hydrologie van de duingebieden hebben om ze goed te kunnen beheren. Die kennis is voor ons de gewoonste zaak van de wereld. Onze expertise op dit gebied is veel groter dan die van andere natuurbeheerders. Daar komt nog eens een praktisch punt bij. Wij moeten onze waterwinactiviteiten beschermen met behulp van bewakers. Deze zelfde mensen kunnen tegelijkertijd als boswachters optreden om de natuur te beschermen. Vroeger waren er ook waterleidingbedrijven die vonden dat de overheid als beheerder moest optreden in het waterwingebied. Leiden is daar een voorbeeld van. Maar toen de DZH het waterleidingbedrijf van Leiden overnam, heeft de provincie gezegd dat de waterleidingbedrijven in Zuid-Holland tevens als natuurbeheerder moesten optreden. Ook in andere delen van Nederland zie je dat de zogenaamde grondwaterbedrijven er steeds meer natuurbeheerstaken bij gaan doen, en ook in het buitenland gebeurt dat. Een mooi voorbeeld is Wenen. Die stad haalt uit een hoog berggebied zijn drinkwater. Dat water is zo schoon dat het linea recta naar de afnemers gaat. Maar om dat zo te houden moet dat berggebied beschermd worden. Dus de Plantsoenendienst van Wenen heeft op 150 kilometer van de stad in de bergen een afdeling die daar het natuurbeheer voert”.

Uiteraard kosten deze natuurbeheerstaken van DZH, waarmee veertig mensen zich bezighouden, een lieve duit. Zo’n 5% van de kosten van het waterbedrijf gaat hieraan op. Uit consumentenenquêtes die DZH regelmatig houdt, blijkt dat meer dan 80% van de waterklanten geen moeite heeft om mee te betalen aan het natuurbeheer. Overigens zijn de kosten van het natuurbeheer door DZH maar een fractie van de precariorechten die het bedrijf aan gemeenten moet betalen omdat zijn waterleidingen in gemeentegrond zijn aangelegd.

Hans Pars

 

 

 

 

 

Voorburg tast natuurwaarde van grote parken aan


De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft plannen om de parken Vreugd en Rust en Arentsburgh/ Hoekenburg terug te brengen in hun originele stijl uit de 19e eeuw. Met die ingreep wil de gemeente meteen het achterstallig parkonderhoud van de afgelopen zestig jaar wegwerken. Voor deze inhaalslag moeten echter honderden bomen het veld ruimen. Dat heeft veel consequenties voor de natuurwaarde in deze groengebieden.


Ondanks het tekort aan onderhoud ademen de parken langs de Vliet een sfeer van grote natuurlijke rust. Achterstallig onderhoud heeft geen negatief effect gehad, maar ervoor gezorgd dat de natuur de afgelopen decennia zonder menselijk ingrijpen heeft kunnen doorgroeien. En het resultaat mag dan misschien wat rommeliger ogen dan een aangeharkt park, de diversiteit in natuurwaarde is er wel door toegenomen. Het cultuurpark is tot parkbos geworden.
De natuurwaarde is echter niet het uitgangspunt van de sectie groenbeheer van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Zij beziet de waarde van de landgoederen meer vanuit het historisch perspectief. De Engelse landschapsarchitectuur, gecombineerd met elementen van oud-Hollandse tuinaanleg, is het uitgangspunt van de renovatie. Terug naar open doorkijkjes, een rosarium, taxushagen en solitaire bomen. Kortom, terug naar een cultuurtuin.


Oude bomen, veel leven
De consequentie van dat streven is direct zichtbaar als we een van de parken bezoeken. Op heel veel plekken zijn bomen van alle soorten en maten met een blauwe stip gemerkt. Alleen al in het park Vreugd en Rust zijn op deze manier 206 bomen aangewezen om te verdwijnen.

Veel van deze gemerkte bomen hebben het predikaat ‘niet meer vitaal’, waarmee duidelijk wordt dat ze bejaard en aan het eind van hun boomleven zijn. ‘Niet meer vitaal’ betekent echter niet dat er geen leven meer in de boom zit. Juist bomen met een afnemende vitaliteit ontwikkelen allerlei mogelijkheden om ander leven te herbergen en de natuurlijke diversiteit te vergroten. Zo vallen er bij een oude boom op veel plaatsen gaten in de stam, waar andere soorten uit het planten- en dierenrijk een onderkomen vinden. Oude boomstammen zijn voor holenbroeders als spechten, kauwen, boomkruipers, maar ook vleermuizen ideale nestplaatsen. Ook insecten, mossen, epifyten, schimmels en paddestoelen krijgen hier een kans om zich te huisvesten. De oude, niet meer zo vitale bomen leveren dankzij hun ouderdom een belangrijke bijdrage aan het ecosysteem en de biodiversiteit in de parken. En kunnen, zonder gevaar voor omvallen, nog vele jaren hun nuttige bijdrage leveren. Het plan om al deze oude bomen in één keer te kappen zal dan ook een ecologische ramp betekenen.

Naast de ‘niet vitale’ bomen, staan ook veel gezonde bomen op de kaplijst. Dat zijn soorten die zich in de loop der jaren zelf in het park hebben gevestigd: de zogenaamde zaailingen, waaronder elzen en esdoorns. Zij horen niet thuis op de oorspronkelijke beplantingslijst en moeten dus het veld ruimen. Dat vooral de elzen in de winter een belangrijke voedselfunctie hebben tijdens de wintertrek van mezen en sijzen is bij de groenbeheerder niet bekend.

Park als cultuur
De manier waarop een landschapspark als Vreugd en Rust in de negentiende eeuw werd aangelegd en onderhouden, was gebaseerd op de toenmalige filosofie van ordening en beteugeling van de natuur. Die laatste gedachte kwam voort uit de vrees voor de wilde natuur, die toen nog volop in Nederland aanwezig was. Kennis van ecosystemen ontbrak nog in die tijd. De aanleg van een park werd als cultuur gezien, net als een schilderij, een beeld of architectuur.
We leven nu echter in een tijd dat wilde natuur nauwelijks meer voorkomt. De ecosystemen zijn afhankelijk van onze grote groengebieden binnen stedelijke structuren. Daar moet nu het natuurbeheer plaatsvinden. De inmiddels verworven kennis van ecosystemen is daarbij onmisbaar.

Het woord natuurwaarde is in het hele renovatieplan niet te vinden. Daarmee wordt ook geen respect getoond voor de natuurlijke processen die in deze parkbossen hebben plaatsgevonden. De gemeente Leidschendam-Voorburg zou er goed aan doen om een deskundige op het gebied van ecosystemen te raadplegen en eerst een grondige inventarisatie in de parken te laten uitvoeren. Op grond van artikel 21 van de Grondwet zou de huidige natuurwaarde behouden moeten blijven. Bovendien is het zomaar weghalen van nesten door bomen met natuurlijke holtes te kappen strafbaar volgens de Flora- en faunawet. Indien kap noodzakelijk is, dient hiervoor eerst een vergunning bij het ministerie van LNV te worden aangevraagd.
De gemeente zou er beter aan doen om het niet wederom op een milieuschandaal aan te laten komen. Tien jaar geleden kwam het, bij een vergelijkbare renovatie van park Het Loo, tot een gerechtelijke uitspraak waarbij Voorburg op grond van art. 21 van de Grondwet volledig in het ongelijk werd gesteld.

De milieucommissie van de Haagse Vogelbescherming heeft inmiddels kritisch commentaar geleverd op de plannen.


Aletta de Ruiter

 

 

 

 

 

 

Natuur in de war…mensen in de war


Ik heb mijn lezing ‘Natuur in de war…mensen in de war’ genoemd. Dat mensen in de war raken als de natuur in de war is, bleek onlangs duidelijk in Maasdijk toen daar vier keer na elkaar hevige buien gevallen waren. Onze weerstand tegen de grillen van de natuur wordt steeds kleiner. En in plaats van zwarte pieten te gaan uitdelen, kunnen we beter kijken wat we ervan kunnen leren. Het gaat soms om dingen die vijftig jaar zijn kromgegroeid omdat ze al die tijd geen problemen hebben opgeleverd.
Dat er iets moet gebeuren, is duidelijk. Er komen diverse bedreigingen op ons af: de temperatuur gaat stijgen, de neerslaghoeveelheid gaat toenemen, de intensiteit gaat fors toenemen, evenals de verdamping. Je zal misschien zeggen, dat komt goed uit, meer neerslag, meer verdamping, maar het is waarschijnlijk in de tijd ontkoppeld. In de zomer verdampt het harder en in het najaar en de winter gaat het harder regenen. De zeespiegel stijgt en het maaiveld daalt. Als we nu niets doen, zullen delen van dit gebied in 2100 niet meer bewoonbaar zijn. Daarom is Delfland nu al bezig met vraagstukken die pas in 2100 problematisch zullen worden.


Ik wil twee dingen over wateroverlast gaan vertellen. Wat betekent het lokaal in ons gebied en welke oplossingen bedenken we.
Augustus 2004 gaf een absoluut neerslagrecord in Nederland te zien. Die neerslag was heel ongelijk verdeeld. In het Westland viel minstens 325 mm in één maand, de hoogste waarde die het KNMI ooit mat sinds het met metingen begon. En dan te bedenken dat er in de eerste weken van die maand bijna geen bui gevallen is. In de tweede helft van de maand waren er dagen bij dat er in enkele uren tijd vijftig tot zestig millimeter viel. Het was heel lokaal. Waarom is dit gebiedje wat vaker de pineut? Het zou te maken kunnen hebben met de Thames die op die hoogte de zee in stroomt en iets doet met de watertemperatuur.

Doordrenkte steenwol
We gaan naar de Oranjepolder, die ligt tussen Maassluis en Hoek van Holland, langs de Maasdijk. De Oranjepolder is een polder die boven het boezempeil ligt. Ze is ontstaan doordat zand vanuit de rivieren en de zee daar is neergelegd. In principe is het heel arme landbouwgrond. De dijk die er omheen liep was lager dan de Maasdijk, en dat moest ook want bij hoogwater fungeerde de Oranjepolder als overloopgebied. Nu is de verharding er enorm: het is één plat vlak met kassen. De hoeveelheid water is heel beperkt. Toen er onlangs een enorme bui viel, was de afvoer ontoereikend. Als het in Den Haag zo keihard had geregend, had zich hier hetzelfde probleem voorgedaan. Daar was de riolering ook niet op berekend geweest. Maar waar we in Den Haag nog het Afvoerkanaal hebben, moet Maasdijk het met De Barre doen, en dat is niets meer dan een niet al te brede sloot. De grootste problemen doen zich voor bij de duikers - buizen die onder een dam door lopen. Ze zijn veertig centimeter in doorsnede, en dat is onder normale omstandigheden genoeg. Maar niet als er vijftig, zestig millimeter valt, dan staat de boel onder water. Dat is vooral voor tuinders een probleem, want de tijd dat kassen op de koude grond stonden is voorbij. In al die kassen wordt op steenwol geteeld. Als er water inkomt zuigt die steenwol zich vol en gaan de planten dood. De schade is daarom nu veel groter dan een jaar of veertig geleden bij een vergelijkbare bui het geval zou zijn geweest. Het water kwam trouwens niet alleen uit de sloten, maar ook de glazen daken van de kassen waren niet overal tegen de regen bestand.

Hoe willen we het water na regenval beheersen? Daarvoor zijn eigenlijk drie regels. In de eerste plaats vasthouden van het water in het gebied. Vervolgens bergen in of nabij het gebied en in de derde plaats afvoeren van het water naar zee. Over het algemeen kunnen wij ons water heel goed kwijt, maar we moeten het natuurlijk wel bij zee kunnen krijgen. De mogelijkheden in de Oranjepolder schieten in alle opzichten tekort.
Als Hoogheemraadschap letten we natuurlijk goed op weersvoorspellingen, maar je weet het nooit. We hebben nachten gehad dat we met veertig mensen paraat stonden met pompen en dat er geen druppel viel.
De norm die wij voor onze maatregelen hanteren is 100 mm. in 48 uur, de zogeheten maatgevende bui. Die komt volgens het Waterloopkundig Laboratorium in principe eens in de 190 jaar voor, maar we hebben er al een paar van gehad.

Als we horen dat het gaat regenen gaan we voorpompen, we halen water weg naar het nulniveau. Maar de tijd die je hebt om voor te malen is soms beperkt. En bovendien: als we dat doen regent het klachten van tuinders die te weinig water hebben voor hun koelsystemen. En voor de natuur is het ook slecht.

De toekomst
Een blik op de toekomst: om de Oranjepolder aan te normen te laten voldoen, is een uitbreiding van de waterbergingscapaciteit met 101.500 m3 nodig. Dat staat gelijk aan circa 25 hectare, een gigantische opgave. Ga maar na, het is daar allemaal glas, en dat kun je niet kopen voor 5 euro de vierkante meter.
Ook op de zeewering moeten we blijven letten. Dat is ons ‘zwakke schakels’-project. Onze mensen die daaraan werken voorspellen dat er de komende tien jaar weer een klap komt en er een heleboel duin zal verdwijnen. Ik begrijp best dat mensen meer leuke dingen in de duinen willen doen, maar dat zou dezelfde historische fout zijn als het hele Westland volbouwen.

Verder komt er een veiligheidsklasse voor alle waterkeringen. We hebben honderden kilometers kades waaraan we iets moeten doen, en dan heb ik het nog niet eens over de problematiek van de veenkades.
In waterbeheersing zullen we heel veel moeten investeren en er zal nog veel discussie komen over de gebruiksfuncties. Moet het peil laag blijven vanwege de agrarische functies of mag het best wat hoger?

Op het gebied van de waterkwaliteit stelt Europa steeds hogere eisen. Volgens de strengste normen die nu in Brussel bedacht worden voldoet zes procent van het oppervlaktewater in het Delfland-gebied. Dus 94 procent nog niet.

Kortom: extreme regenval en extreme droogte vragen dat we het watersysteem en de ruimtelijke ordening aanpassen aan de klimaatveranderingen. Vandaar ons motto ‘meer ruimte voor water’. Aandacht voor water moet leidend zijn bij de inrichting van een gebied; níet de economie. Als we de ruimtelijke ordening níet aanpassen, komen de bruikbaarheid en de leefbaarheid van het westen van Nederland zeker in gevaar.

Govard Slooters,
Hoogheemraadschap Delfland

 

 

 

 

 

 

Van composthoop tot vlindertuin

Het is dan wel minder prestigieus dan een nationaal automobielmuseum, maar toch kan Reigersbergen trots zijn op haar nieuwe aanwinst: de vlindertuin.

‘Nieuw’ is eigenlijk niet het goede woord, want de oorsprong van de vlindertuin gaat terug tot 2000. Marian Looije, de initiatiefneemster tot de vlindertuin, vertelt: “Toen vond het open-planproces voor de ontwikkelingsvisie Marlot-Reigersbergen plaats. Daarmee wilde de gemeente in samenspraak met bewoners en organisaties het gebied verfraaien. Waar nu de vlindertuin is lag toen een grote composthoop, en die was veel mensen een doorn in het oog. Het was onduidelijk van wie die nu eigenlijk was, daarom heb ik dat door de gemeentelijke Ombudsman laten uitzoeken. Het resultaat is dat de composthoop werd afgegraven en dat ik in contact kwam met Hans Busker van het stadsdeelkantoor Haagse Hout. Ik heb een eigen tuin in Reigersbergen waar ik een vlindertuin van gemaakt had, en Hans Busker suggereerde dat ik samen met mijn tuin-buurman het vrijgekomen stuk grond zou kunnen gebruiken. Mijn buurman voelde daar echter niets voor, vandaar dat ik er toen met vrijwilligers een vlindertuin ben gaan aanleggen. Vooral Birgit Stade heeft heel veel werk verzet.”

De tuin werd op 13 augustus geopend door wethouder Smits (Duurzaamheid), die een groot bord met de aanduiding ‘Vlindertuin Reigersbergen’ onthulde. Dit bord vervangt de bordjes die Marjan Looije enkele malen opgehangen had en niet bestand bleken tegen de elementen. Looije daarover: “De gemeente heeft aangeboden een wat duurzamer bord te laten maken. En ze heeft ook het hek en het zaad betaald.”

Bio-indicatoren
Niet alleen de gemeente is blij met de vlindertuin, ook het Groen Platform. Evert Mutter van deze organisatie (voorheen het Groen Platform Mariahoeve genaamd) wees in zijn speech op de tedere en poëtische associaties die veel mensen bij vlinders hebben. “Sommige mensen vertonen zelfs aarzeling zich te realiseren dat vlinders tot de biologische categorie van de insecten horen. Bij insecten denkt men vaak aan enge, soms gevaarlijke diertjes en die associatie heeft men bij vlinders niet, waarschijnlijk door hun spectaculaire kleur en tekening en door hun gracieuze wijze van zich voortbewegen.”

Maar vlinders hebben ook een monitorfunctie, zij fungeren als bio-indicatoren voor de toestand van het milieu, benadrukte Mutter. En de kwaliteit van het milieu baart het Groene Platform de nodige zorgen. De biodiversiteit, een van de bepalende factoren voor de milieukwaliteit, wordt bedreigd door het type beheer van openbaar groen en natuurgebieden zoals dat in Den Haag plaatsvindt. Dat wil zeggen, groenbeheer in plaats van beheer van ecosystemen. En ook de plannen tot bebouwing van ecologisch kwetsbare gebieden - zoals het plan voor het Nationaal Automobielmuseum aan de Leidse Straatweg - en tot (her)inrichting van Mariahoeve vormen een bedreiging voor de diversiteit van soorten. Mutter benadrukt dat zijn organisatie alles in het werk zal stellen om met de overheden in gesprek te komen om deze bedreigingen het hoofd te bieden.

Verwaaide vlinders
De officiële opening van de tuin vond helaas plaats in een erg vlinderarme zomer. Wisten vorig jaar elf soorten de weg naar de Vlindertuin Reigersbergen te vinden, dit jaar signaleerde Looije er slechts zeven, allemaal erg algemene soorten als koolwitjes, distelvlinders, citroenvlinders en dagpauwogen. “En dan nog maar enkele exemplaren tegelijk, terwijl er vorig jaar soms zelfs zeventig vlinders van één soort rondvlogen. Ze vertonen ook opvallend vaak beschadigingen, door de wind denk ik. Deze zomer heeft het zelfs op zonnige dagen vaak hard gewaaid.”

Laten vlinders het nu dus helaas afweten, bezoekers van Reigersbergen weten de bloemenpracht te waarderen. Rondom de tuin staan dertig, 35 buddleja’s, planten waarvan de Nederlandse naam niet voor niets ‘vlinderstruik’ luidt. In de tuin zijn vakken ingezaaid met onder meer korenbloem, bolderik, wilde peen, distels, kaardebol, damastbloem, marjolein en pepermunt. “Voorbijgangers reageren vaak erg enthousiast”, aldus Looije, “ze gooien foto’s in de tuin of spreken je aan als ze zien dat je aan het wieden bent.”

De tuin is dan wel niet toegankelijk, vanaf het pad dat vanaf de Bezuidenhoutseweg richting de Leidse Straatweg leidt heeft u er goed zicht op. De vlindertuin ligt ter hoogte van de weilanden die grenzen aan de tuin van Paleis Huis ten Bosch, achter het gebouwtje van de GKV-sportvelden.

Bob Molenaar

 

 

 

 

Nogmaals de gedempte sloot

In de vorige Branding schreven we over een sloot in Reigersbergen die illegaal gedempt was. Met nadelige gevolgen voor de opvang van hemelwater, maar meer nog voor de biodiversiteit. De sloot was immers een ware kraamkamer voor amfibieën, waaronder het Groene-kikker-complex, de Bruine kikker, de Gewone pad en de Kleine watersalamander, en soms de Rugstreeppad. Ook
de Noordse woelmuis was er te vinden. Volgens bioloog Niek van de Worff van het Groene Platform heeft het dempen van deze sloot vèrgaande consequenties voor de soortendiversiteit en de populatieopbouw van de amfibieën in dit gebied gehad.

Inmiddels heeft de Dienst Stedelijke Ontwikkeling haar pachter per brief laten weten dat de demping illegaal was. Als de sloot niet weer wordt opengegraven, moet er in beginsel elders in hetzelfde peilgebied voor een vervangende waterloop worden gezorgd.
Het kan echter zijn dat het Hoogheemraadschap met terugwerkende kracht alsnog vergunning voor de demping verleent. Het zou niet de eerste keer zijn dat een illegale situatie naderhand gelegaliseerd wordt. Het bestuursrecht eist immers een zorgvuldige belangenafweging, en dat leidt er regelmatig toe dat het welbewust niet aanvragen van een vergunning wordt beloond.

Stadspartij
Niek van der Worff gaat zich inspannen om het niet zover te laten komen. Het Groene Platform zal het Hoogheemraadschap nog eens proberen te doordringen van de gevolgen van het dempen van de sloot op de biodiversiteit in het gebied. In zijn brief zal het platform speciale aandacht vragen voor zaken als soortendiversiteit, populatiedichtheid en de verplichtingen op grond van de Flora- en Faunawet. Van der Worff zal verder bekijken welke juridische mogelijkheden hem ten dienste staan.
En ook de politieke weg wordt behandeld: onlangs vond een gesprek plaats tussen het Groene Platform en Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij over onder andere het dempen van de sloot in Reigersbergen.

De Haagse Stadspartij had op 7 juli jl. naar aanleiding van het artikel in Branding een vraag aan het college van B&W gesteld. Na een uitvoerig citaat wilde Joris Wijsmuller van B&W weten: “Kan het college aangeven hoe dit heeft kunnen gebeuren en welke sancties zullen worden getroffen tegen deze overtreding van o.a. de Flora- en Faunawet?”
Door het reces is de vraag bij het ter perse gaan van dit nummer nog niet beantwoord, maar wij zullen u van de ontwikkelingen in deze kwestie op de hoogte houden.

Bob Molenaar

Meldpunt Toezicht Delfland
Delfland heeft als waterschap een aantal kerntaken. Zo zorgt Delfland voor de waterkwaliteit (schoon water), het waterpeil (de juiste stand van het water) en de waterkeringen (dijken en duinen die onze voeten droog houden) binnen het gebied van Delfland.
Zeker nu we regelmatig geconfronteerd worden met grote hoeveelheden regen- of rivierwater die afgevoerd moeten worden, is elke sloot er één. Het Hoogheemraadschap Delfland heeft tot taak het kwetsbare systeem in balans te houden door ervoor te zorgen dat het juiste waterpeil in de watergangen gewaarborgd blijft. Delfland beschikt over een meldpunt waar u activiteiten kunt melden die schade aan de waterkwaliteit of het watersysteem toebrengen.

Ziet u iets dat naar uw inschatting de waterkering, de waterkwaliteit of het waterpeil in gevaar brengt? Of constateert u een illegale handeling of overtreding? Meld dit dan bij het Meldpunt Toezicht, tel. 015 270 18 88, e-mail meldpunt@hhdelfland.nl

Denk bijvoorbeeld aan:
een sloot waarin dode vissen liggen;
een dijk die verzakt is of waaruit water sijpelt;
een plezierboot die te hard vaart;
lozing van olie op het water of een afvoer van een wasmachine die rechtstreeks in het oppervlaktewater uitkomt;
een sloot die nagenoeg droog is komen te liggen of juist dreigt over te lopen;
een sloot die illegaal gedempt wordt.

 

 

 

 

Foutief maaibeheer kost veel jonge levens

Op veel plekken in Nederland worden fouten gemaakt bij ecologisch maaibeheer. Door te vroeg en onzorgvuldig maaien in de vroege zomer laten tal van jonge vogels het leven. Dit gebeurt vaker dan gedacht, bij zowel particulier als overheidsbeheer en soms ook nog met subsidie. Zorgvuldig uitgestippeld natuurbeleid wordt op die manier weer tenietgedaan. Een greep uit de vele dramatische missers die zich jaarlijks voordoen.

De dienst Stadsbeheer van de gemeente Den Haag kent voor het onderhoud van grasvelden en bermen twee verschillende maaimethodes. De meeste gazons vallen onder het zogenaamde traditionele maairegiem. In het groeiseizoen, globaal tussen april en oktober, komt het groenbedrijf hier circa twintig keer met de maaimachine langs om de grassprieten te kortwieken.

Ecologisch maaien
Voor de ecologische verbindingszones van de stad hanteren de groenbeheerders van Stadsbeheer sinds de jaren negentig een natuurbeleid. Hierbij past een ander maairegiem, met een zeer lage frequentie. Er wordt slechts twee keer per jaar gemaaid, eind juni en september, dus gras krijgt de kans om door te groeien.
Vooral de bermen langs doorgaande wegen komen in aanmerking als verbindingszones. Ook de natuur is immers zeer gebaat bij doorgaande routes. Op deze trajecten is het oude grasmengsel dan ook vervangen door een veel rijker mengsel van bermflora, aansluitend op de natuurwaarde die de berm als verbindingszone moet bieden. Op zandgrond treffen we andere planten dan op veengrond.

De juni-maaibeurt is echter nogal omstreden. Omdat de vroegbloeiende plantensoorten zijn uitgebloeid en beginnen af te sterven, wil Stadsbeheer rond de langste dag een maaibeurt om de laatbloeiers meer licht en ruimte te geven. Hierbij spelen ook het aanzien van de berm en de maaibaarheid van het gewas een rol (omgevallen planten zijn moeilijk te hanteren).
Vergeten wordt dat het broedseizoen dan nog volop aan de gang is en dat juist deze natuurlijke bermen een zeer aantrekkelijke schuil- en voedselgelegenheid zijn voor heel veel grondbroeders. Echt problematisch wordt het als de aannemer zijn planning een paar weken opschuift en veel eerder maait dan de langste dag.

Begin juni trof bioloog Kees Koppers in Leidschenveen de nieuwe ecobermen platgewalst. De bermen stonden nog in volle bloei en alleen daarom al was het een verkwisting van de investering van het dure zaadmengsel. Nader onderzoek bracht echter veel meer leed aan het licht. Het nieuwe Haagse stadsdeel huisvest een veelsoortige vogelpopulatie. De ecobermen dienden als honing voor de bijen en als manna voor de vogels. Door de vroege maaibeurt werd hier een complete biotoop en vogelkraamkamer vernietigd. Een misdrijf dat de groenaannemer zich van tevoren waarschijnlijk niet gerealiseerd heeft, maar waarvoor hij achteraf, op grond van de Flora- en Faunawet, een proces-verbaal kan krijgen.

Vermalen grutto's
Het Nederlandse weidevogelbeheer wordt met een forse subsidie van de Europese gemeenschap ondersteund. Sinds een tiental jaren trekt de EU jaarlijks een kleine 200 miljoen euro uit voor de bescherming van onder andere de grutto in Nederland. Deze hoogpotige vogel voelt zich bij uitstek thuis in onze vochtige Hollandse weilanden. Grutto’s broeden er dan ook massaal. De Nederlandse veenweidegebieden hebben in voorjaar en vroege zomer driekwart van de Europese gruttopopulatie te gast. Een kraamkamer die om zorgvuldig gastheerschap vraagt. En daarmee blijkt nu juist flink de hand te worden gelicht.
Boeren die op hun weilanden broedende grutto's te gast hebben mogen niet maaien voordat de nesten zijn uitgekomen. Voor deze natuurbeheersmaatregel wordt compensatie verleend in de vorm van subsidie per nest. Die nesten worden dan ook zorgvuldig geteld en gemerkt en later nog eens gecontroleerd. Je zou denken dat iedereen die hierbij betrokken is, het beste met de grutto voorheeft. Zeker ook de boer.

De regelgeving blijkt vaak echter slechts een aantrekkelijke aanvulling op de jaarinkomsten. Van morele overtuiging is lang niet altijd sprake. Op 18 mei van dit jaar trof natuurfotograaf Danny Ellinger in een pas gemaaid weiland in de polder bij Zuiderwoude 600 omgekomen gruttojongen aan. De natuurbeherende agrariër had er niet bij stil gestaan dat jonge grutto's nog wekenlang zeer terreingebonden zijn en dat de kraamzorg langer duurt dan de broedtijd alleen. Zijn maaiactie elimineerde binnen een uur een groot deel van het toekomstige gruttobestand.

IJsberg
Ellingers verslaglegging geeft aan dat dit ongeluk niet het enige in zijn soort is. Veel meer agrariërs blijken het gastheerschap aan hun laars te lappen. Wegens gebrek aan controle is het vaststellen van de maaidatum een vertrouwenszaak tussen overheid en beheerder. Ellinger veronderstelt dat de aantrekkelijke subsidieregeling in dit geval zelfs malversatie in de hand werkt en dus een tegenovergesteld effect veroorzaakt. De betrokken agrariër heeft slechts een proces-verbaal gekregen. Een uitvoerig rapport is naar het ministerie van LNV gegaan.

Bovenstaande voorbeelden vormen uiteraard slechts het topje van de ijsberg van de jaarlijks voorkomende maaibeheer-ongelukken. Onwetendheid en onzorgvuldigheid zijn de twee belangrijkste oorzaken van de vele natuurdrama's die hieruit volgen. Veel kan voorkomen worden als er beter wordt gecommuniceerd. Niet alleen beleid maken, maar ook voorlichten, controleren en handhaven. Een cirkel van betrokkenheid, waarbij ambtenaren, uitvoerders en milieukenners elkaar goed kunnen aanvullen.

Aletta de Ruiter

 

 

 

 

Demping sloot schaadt biodiversiteit

Het mag nu wel gezegd worden: bioloog Niek van der Worff uit Mariahoeve betrad regelmatig een afgesloten weideperceel in Reigersbergen om daar de macrofauna van een sloot te inventariseren. Het was dan ook niet zomaar een sloot. Het bijzondere karakter van deze waterloop rechtvaardigde Van der Worffs overtreding alleszins.

Dit verhaal is tot dusverre niet voor niets in de verleden tijd gesteld. Want toen Van der Worff zo'n anderhalf jaar geleden op een ochtend 'zijn' vertrouwde wei betrad, kon hij zijn ogen niet geloven: de sloot was gedempt. Voor Van der Worff strekte zich een wei uit die zonder onderbreking het pad waarop hij stond, met de bomenrij aan de overkant verbond.
Niek van der Worff: "Ik ben onmiddellijk navraag gaan doen en ontdekte dat Rijkswaterstaat en de Haagse Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) hiervoor verantwoordelijk waren. Rijkswaterstaat had grond over van de aanleg van de Noordelijke Randweg. De wei was plaatselijk verzakt en ze hebben die grond gebruikt om haar op te hogen. Tegelijk hebben ze de sloot gedempt, wat voor de boer natuurlijk wel zo gemakkelijk is. Twee stukken land die eerst door een sloot gescheiden waren, zijn nu met elkaar verbonden."

Goed, dus overtollige grond is gebruikt om een weiland te optimaliseren. Rijkswaterstaat blij, de DSO (de eigenaar van de grond) blij en pachter Kleiweg blij. Dus wat is er op tegen?

Van der Worff: "Laat ik vooropstellen dat dit illegaal gebeurd is. Voor het dempen van een sloot heb je een vergunning van het Hoogheemraadschap Delfland nodig, en die is niet afgegeven. Ik ben ervan overtuigd dat die ook nooit afgegeven had mogen worden. De sloot had een bijzonder rijke biodiversiteit ten opzichte van andere sloten in deze wijk. Dat kwam deels door de ligging, deels door de bijzondere vorm. Er had ooit een groot betonblok in gelegen dat er in de jaren '60 uitgetakeld is. Waar dat blok in de grond had gezeten was de sloot dus veel breder en dieper, wat tot heel specifieke omstandigheden leidde. De sloot was een ware kraamkamer van amfibieën. De Geelgerande Waterkever zat er, het Groene-kikker-complex, de Bruine kikker, de Gewone pad en de Kleine watersalamander, en fragmentarisch ook de Rugstreeppad. Werkelijk uniek was de aanwezigheid van trilveen, dat zie je hier in de wijde omgeving vrijwel nergens. En dankzij de goede waterkwaliteit van deze enorm heldere sloot, met een gemiddelde Ph-waarde van rond de 7, kwam hier ook de Noordse woelmuis voor. Het dempen van deze sloot heeft vèrgaande consequenties gehad voor de soortendiversiteit en de populatieopbouw van de amfibieën in dit gebied."

Herstel
Van der Worff heeft niet de illusie dat die soortenrijkdom snel weer terug zal komen, ook al wordt de sloot weer uitgegraven. Maar toch is herstel van de oude situatie iets waar hij naar streeft: "Als er een sloot wordt gedempt stelt het Hoogheemraadschap Delfland normaliter als voorwaarde dat dit elders in hetzelfde peilgebied gecompenseerd wordt. Maar behalve dat hier geen vergunning is aangevraagd is compensatie in hetzelfde gebied zinloos. Juist de plek waar de sloot heeft gelegen is uniek vanwege de lichtdispersie en de ligging, haaks op de meestvoorkomende windrichting. Met mijn collega's van het Groene Platform (oorspronkelijk het Groene Platform Mariahoeve) ben ik dus gaan kijken of de sloot weer uitgegraven kon worden. Maar de boer die het land van DSO pacht, voelt daar helaas niks voor, want voor hem is het er een stuk gemakkelijker op geworden. Eerst werd zijn land door de sloot bijna in tweeën gedeeld, nu niet meer. Daarom hebben we contact opgenomen met het Hoogheemraadschap Delfland."

Het hoogheemraadschap beschikt niet over de bevoegdheid om af te dwingen dat de sloot weer op precies dezelfde plek wordt uitgegraven, laat de heer Ruinaard van de afdeling Vergunningen weten. "Het hoogheemraadschap heeft het dempen van oppervlaktewateren aan een vergunningenstelsel verbonden. Want we hebben oppervlaktewater nodig om water te 'parkeren' voordat het wordt afgevoerd. Door het dempen van deze sloot missen we oppervlaktewater, en dat moet terugkomen. Maar wáár dat gebeurt maakt ons niet uit, als het maar binnen hetzelfde peilgebied is. En dat peilgebied is veel groter dan alleen maar die wei. Dus als DSO een sloot elders in het peilgebied graaft voldoet ze aan haar herstelverplichting. En dat is ook het geval als een bestaande sloot zoveel wordt uitgebreid dat het aantal verloren gegane kubieke meters gecompenseerd wordt."

Deze overtreding van de regels van het hoogheemraadschap blijft dus zonder gevolgen. Maar er is ook nog zoiets als de Flora- en Faunawet, die aan iedereen een zorgplicht oplegt voor "de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving". Deze plicht houdt onder meer in dat iedereen die weet (of redelijkerwijs kan vermoeden) dat zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kan veroorzaken, dergelijke gevolgen zoveel mogelijk moet beperken of ongedaan maken. Het laatste woord is hierover dus nog niet gezegd. Wordt vervolgd.

Bob Molenaar
Haags Milieucentrum

 

 

 

 

Bewoners op de bres voor biodiversiteit
Portret van het Groen Platform Mariahoeve

Sinds een jaar beschikt Mariahoeve over een Groen Platform. Met dit initiatief wil een groep wijkbewoners in Mariahoeve en Marlot de biodiversiteit vergroten, maar ze beperken zich niet tot die wijken. Ecosystemen trekken zich immers niets van wijkgrenzen aan, en de systemen van aangrenzende gebieden zijn nauw met elkaar verweven. Vandaar dat het Platform ook de landgoederen Marlot en Reigersbergen en de Duivenvoordse en Veenzijdse Polder tot zijn werkterrein rekent.

Want het is hier met de biodiversiteit heel slecht gesteld, vertelt de bioloog van het platform, de heer Van der Worff. Voor een deel komt dat door het gangbare gemeentelijke beleid. Dat richt zich voornamelijk op groenbeheer, terwijl aan de onderliggende ecosystemen nauwelijks aandacht wordt besteed. Door de juiste ecologische voorwaarden te scheppen, ontstaat in de loop der tijd vanzelf een grote variatie in dieren en planten. Van der Worff c.s. zijn van plan een onderzoek te starten naar welke insecten aan welke bomen of clusters van bomen zijn gerelateerd. Dan zou je heel gericht bomen kunnen aanplanten om de biodiversiteit te sturen.

Die niet al te grote biodiversiteit wordt dan ook nog eens op tal van punten bedreigd. In een wijk als Mariahoeve, die een overgang vormt tussen de duinen en de polders, is dat goed te merken. De nieuwe Noordelijke Randweg betekent een forse barrière tussen de noordelijke stadsrand en de aangrenzende veenweidegebieden. De Rana lessonae (een lid van het groene-kikkercomplex) is al uit Mariahoeve verdwenen.
En desastreus voor de biodiversiteit zijn volgens Van der Worff de plannen van de gemeente om de vegetatie in Mariahoeve weer te gaan beheren op de manier die in de jaren zestig van de vorige eeuw gebruikelijk was. De Dienst Stadsontwikkeling (DSO) heeft het plan opgevat om de wijk tot beschermd stadsgezicht te laten verklaren omdat die zo representatief is voor de bouwstijl uit die tijd. Daarbij horen op 16 plekken strakke, rechte oevers met 1,10 meter hoge beschoeiingen.

Nu is Mariahoeve al niet rijk gezegend met natuurvriendelijke oevers, maar terugkeer naar de stijl van het oorspronkelijke ontwerp kan volgens berekeningen van Van der Worff leiden tot een afname in flora en fauna van zo'n 70%. Strakke oevers hebben geen waarde voor natuurontwikkeling. De ecologische zone die in theorie van het Haagse Bos tot aan het spoortalud loopt, word hiermee doorsneden. We schrijven in theorie, want in de praktijk betekent het speelweidegebied van de Vlaskamp eigenlijk al een doorbreking. Over deze plannen moeten volgens Van der Worff nog wat harde noten met de gemeente worden gekraakt.

Maar natuurlijk hoeft niet alles op de gemeente aan te komen. Ook wijkbewoners kunnen bijdragen aan het verbeteren van de ecologische leefomgeving. Het Groen Platform Mariahoeve is dan ook op zoek naar vrijwilligers die in bepaalde delen van de wijk bijvoorbeeld wilgen willen knotten, poelen of slootjes willen graven, of willen meedenken over hoe de wijk groener kan worden gemaakt.

Biodiversiteitsrapport
De activiteiten van Het Groene Platform moeten hun weerslag vinden in een rapport over de biodiversiteit in Mariahoeve/Marlot. De bedoeling was aanvankelijk om dit in de eerste helft van 2004 af te ronden, maar dit bleek niet haalbaar. Al snel concludeerde het Platform dat het aantal te behandelen onderwerpen moest worden uitgebreid, en het is allemaal vrijwilligerswerk.
Het rapport zal dan ook verschijnen in de vorm van (12 à 14) Nieuwsbrieven, die elk een afgerond onderwerp behandelen. Om de drie of vier maanden zal er één verschijnen. De eerste Nieuwsbrief, sober maar fraai vormgegeven en heel overzichtelijk, behandelt de amfibieën in Mariahoeve en Marlot. De algemene conclusie luidt dat de diversiteit gering is, maar dat soorten op sommige plaatsen een hoge populatiedichtheid kunnen bereiken. Het Groene Platform hoopt dat de gemeente Den Haag en het Hoogheemraadschap Delfland hun beleid hierop willen richten.
En wilt u een bijdrage leveren aan de populatiedichtheid van de pad: kijkt u dan vooral naar onze oproep op pagina ….

Meer informatie over het Groene Platform is te verkrijgen bij N. van der Worff, tel. 347 4619, E. Mutter, tel. 347 2949, J. Herrewijnen, tel. 385 3217, of bij het Wijkberaad Mariahoeve, tel. 383 8224.

Goed voorbeeld doet goed volgen
De oprichters van het Groen Platform Mariahoeve hopen dat hun voorbeeld in andere wijken en gemeenten navolging krijgt. Mariahoeve en Den Haag Zuidwest vertonen veel overeenkomsten. Beide dateren van na de oorlog, zijn aangelegd in de vorm van strokenbouw langs veelal rechte wegen en straten en zijn gezegend met vrij veel groen. Het Haags Milieucentrum hoopt in Zuidwest ook een Groen Bewonersplatform van de grond te tillen. Inmiddels hebben zich al enkele mensen hiervoor aangemeld, maar we kunnen nog altijd versterking gebruiken. Hebt u belangstelling? Neemt u dan contact op met Tom Pitstra of Bob Molenaar, bereikbaar via info@haagsmilieucentrum.nl of tel. 30 50 286.

 

 

 

 

Waar laten we het water?

Den Haag staat bekend als groene stad, maar laten we ook het blauw niet vergeten. Water is in de Hofstad goed vertegenwoordigd en speelt een steeds voornamere rol. Zo kan water een belangrijk 'selling point' zijn als er dure woningen in de markt moeten worden gezet - het zogenoemde 'makelaarswater'. Maar water dringt zich ook gewoon aan ons op, zowel uit de bodem als uit de lucht. Dat moet ergens blijven. Bij voorkeur ergens waar kinderen er niet in vallen. Wonen aan water is rustgevend, maar de waterwolf slaapt nooit.

Bij de inrichting van waterpartijen in woonwijken is het zoeken naar een evenwicht tussen de wensen van de natuur en de behoeften van de stadsmens. Begin juli verdronk een driejarige peuter in een sloot aan de Sandersdijk in Ypenburg. Hij was in het water gevallen nadat hij met zijn fietsje van het pad afraakte. Het water in deze wijk is bewust aangelegd als waterberging en pas in de tweede plaats ter verfraaiing van de wijk. Er is gekozen voor zo natuurlijk mogelijke oevers, waarbij het veiligheidsaspect zeker niet veronachtzaamd is. Voorzover de wijk sloten met te steile oevers kende, stonden er aanpassingen op de agenda. De Sandersdijk komt op deze lijst echter niet voor: de glooiing van de oever is gering, bomen en struiken schermen de weg van het water af en het riet in de slootkant zorgt voor een laatste bescherming. Maar de bomen en struiken van de Sandersdijk waren nog niet allemaal aangeplant en het ingezaaide riet was nog niet uitgelopen.

Waterplan
In de maakbare samenleving waaraan wij gewend zijn, wordt het afspoelende regenwater van daken en wegdek doorgaans zo snel mogelijk via het riool afgevoerd. Bij hevige regenval stromen die riolen over in de sloot, met alle nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater van dien. Bovendien wordt water in perioden van extreme droogte niet in de laatste plaats door de bomen node gemist. In toenemende mate wordt dan ook gekozen voor wijkgebonden waterberging: het opslaan van water in waterpartijen in de wijk. Dit is een belangrijk uitgangspunt van het Waterplan, dat de gemeente Den Haag en het Hoogheemraadschap Delfland in 1999 samen hebben opgesteld.
In het Waterplan zijn ook de zwakke plekken in kaart gebracht: de Veenendaalkade, de Wijndaelerweg, het wijkpark Bokkefort in Houtwijk en heel Den Haag Zuidwest. Hier is het water sterk verontreinigd. Uit de praktijk blijkt dat aanpassing van bestaande voorzieningen een kostbare zaak is en zeer traag verloopt. De geplande nieuwbouwprojecten in Zuidwest bieden een kans om hier een betaalbaar gescheiden riolerings- en regenwatersysteem aan te leggen. Dit betekent wel dat er voor Zuidwest een Waterplan opgesteld moet worden. Daaraan zal vervolgens bij de uitvoering niet om louter financiële redenen getornd mogen worden. In Leidschenveen wordt het goede Waterplan momenteel ondergraven, omdat uit puur financiële overwegingen bouwwerken in de geplande wijkgebonden waterberging zullen worden toegestaan.

Geld als water
In de Haagse regio is behalve de wateropslag in woonwijken ook de opslag van water in de kassengebieden van groot belang. In de polder bij 't Woudt legt het Hoogheemraadschap van Delfland daarom een enorme waterberging aan. Rondom de weilanden komt een dijkring en de afwatering van die weilanden wordt verwijderd. Zo ontstaat er een natuurlijk 'dras en plas'-gebied waar in tijden van hoge nood 800.000 kuub regenwater kan worden gestald. Volgens de planning had deze grote natuurberging dit jaar al klaar moeten zijn, maar de voltooiing wordt niet eerder dan in 2005 verwacht. In de tussentijd wordt een beroep op de tuinders in de omgeving gedaan. Delfland zoekt zestig grote tuindersbedrijven met reservoirs van minimaal 800 kubieke meter. In de 'regentijd' (september-december) zouden ze daarvan elk 300 kuub moeten vrijhouden voor berging van regenwater. Delfland is in ruil hiervoor bereid de helft te bekostigen van de zuivering die tuinders nodig hebben voor reiniging van het water dat van de kassen het bassin instroomt. Het schap draagt tot 5.000 euro per tuinder bij. Daarnaast krijgen de bedrijven 1 euro per opgevangen kuub regenwater.

Als Delfland grootschalige waterberging door bedrijven beproeft, stelt het Haags Milieucentrum voor dit ook op kleinere schaal bij bewoners te proberen. Bijvoorbeeld in het stadsdeel Leidschenveen. Daar ligt
een wijkje per ongeluk zestig centimeter onder de aanbevolen bouwhoogte. Een wijkje dat bovendien bedoeld is als waterberging: bij extreme regen moet het een
belangrijk deel van al de in het stadsdeel gevallen regen opvangen.

Er is berekend dat er eens in de tien jaar zoveel water kan vallen, dat de huizen in de te laag gelegen wijk onderlopen. De bewoners pleiten daarom voor grootschalige maatregelen: het afsluiten van dompers en de aanleg van pompen. Maar als alle huishoudens in Leidschenveen een regenton zouden plaatsen, dan is het grootste gevaar de wereld al uit. Er zijn tegenwoordig regentonnen in de handel die zelf voor voldoende waterdruk zorgen. Met een tuinslang kan de tuin besproeid worden en wie wil kan met dit water de wc doorspoelen. De totale opslag van al die regentonnen bij elkaar gaat snel in de richting van de 600 kuub. Daar heeft Delfland dan vast wel 10.000 euro voor over. En mochten de huidige bestuurders van Delfland geen trek hebben in dit 'kleinschalige' project: volgend jaar zijn er waterschapsverkiezingen.

Marc Beek
Projectmedewerker HMC

 

 

 

 

Het Groenbeleidsplan
Van saai en goedkoop prikgroen tot fruitfull city

De gemeente Den Haag ziet zichzelf graag als een groene stad achter de duinen. Ook de bewoners waarderen hun stad vanwege het vele groen. Wie kent niet de mooie parken zoals het Westbroekpark, Clingendael, het Zuiderpark en de Scheveningse Bosjes? Maar ook plantsoenen, pleinen en buurtgroen zijn van groot belang. Op het groen binnen de gemeente is het Groenbeleidsplan van toepassing. Dit plan wordt momenteel herzien, in een interactief proces waarin allerlei betrokken organisaties mogen meepraten. Ook het Haags Milieucentrum (HMC) is hierbij betrokken. In dit artikel een bespreking van enkele hoofdlijnen van het nieuwe plan: het budget, privatisering van groen, gifspuiten en de kloof tussen beleid en praktijk.

Meer poen voor groen
Uit de tot nu toe gepresenteerde stukken blijkt dat het niet zeker is, dat er extra geld wordt uitgetrokken om de groene ambities van de gemeente Den Haag te realiseren. Door deze politieke keuze wordt er zelfs gepraat over privatisering van het groen en het weer ter hand nemen van de gifspuit.
Het HMC kan dit totaal niet plaatsen. Als de lokale politiek en haar inwoners zo trots zijn op hun groene stad achter de duinen, dan moet dit toch ook tot uiting komen in de financiële prioriteiten? Hoe is het te verkopen dat er wel 30-40 miljoen euro voor een jongensdroom, een nieuw voetbalstadion voor ADO, wordt uitgetrokken, en dat er geen extra geld zou zijn om te investeren in het groene karakter van de stad? We zullen de lokale politiek aanspreken en zonodig kritiseren als ze echt deze keuze zou maken.

Nu hoeft een natuurlijker beheer van het groen niet altijd meer geld te kosten. Integendeel, het kan er zelfs behoorlijk goedkoper van worden. Bij het landelijk bosbeheer zagen we dat in het zogenoemde leunstoelbeheer: tijdelijk even ingrijpen en dan de natuur (grotendeels) haar gang laten gaan. Maar ook op lokaal niveau is ecologisch groenbeheer vaak goedkoper. Neem het ecologisch maaien van bermen. Eén of twee keer per jaar maaien, met afvoeren van het maaisel, is natuurlijk veel goedkoper dan iedere maand te maaien.
Zwolle is een goed voorbeeld van een gemeente die al lang geleden is overgegaan op ecologisch groenbeheer en het uitbannen van de gifspuit, tegen lagere kosten.

Cleanheidsbehoefte
Soms worden buurtparken zelfs gratis beheerd en gemaaid, bijvoorbeeld door een Schotse Hooglander. In andere gemeenten worden koeien ingezet om groene plantsoentjes of bermen kort te houden. Waarom zouden we daarmee in Den Haag niet eens experimenteren? Met bijvoorbeeld geiten, in samenwerking met de kinderboerderijen?
En is al dat snoeien nu wel nodig? Fietsend door de stad zie je dat min of meer spontane wildernisjes opeens zijn weggehakt. Misschien dat een enkele bewoner het niet netjes vond, maar zouden alle bewoners deze
cleanheidsbehoefte wel delen? Het zou standaardbeleid moeten worden om bij klachten te checken hoe dat in de hele wijk of straat ligt. Ik heb zelf een prachtige klimop, die met veel arbeid wordt beheerd. De meeste omwonenden vinden het prachtig. Veel vogels, mooi uitzicht. Maar een enkele verknipte ziel klaagt over de bladeren, het ongedierte (spinnen) en de geluidsoverlast (van de vogels...)
Een ander praktijkvoorbeeld van zinloze arbeid: in de straat waar ik woon staat een oude muur, die mooi begroeid is met varentjes en muurleeuwenbek. U raadt het al... komen ze van DSB de straat in met bosmaaiers. Ik heb nog net een deel van de muur kunnen redden. En dan in het Groenbeleidsplan mooie woorden spreken over behoud van muurvegetatie…
Het is natuurlijk onzin om te spreken over geldgebrek als er nog zoveel bespaard kan worden door overbodige activiteiten te staken.

Privatisering
Om geld te besparen en dat dan in te zetten voor extra buurtgroen, is voorgesteld om grote groengebieden te privatiseren. Het Aegon-plein wordt als lichtend voorbeeld gezien. Het HMC is sterk gekant tegen dit idee. Wij vinden dit alleen aanvaardbaar bij snippergroen. Door dat in beheer te geven aan bewonersinitiatieven worden die gestimuleerd om er wat leukers mee te doen dan het vage prikgroen dat er nu vaak staat. Van dat groen waar niemand de naam van kent, waar niemand van houdt en dat als belangrijkste eigenschap heeft dat het onderhoudsarm is. Om van te gruwen! Schakel de Vlinderstichting in om dit soort snippergroen ecologisch waardevol te maken. En laat de mooie (en goedkope!) inheemse vlier rijkelijk bloeien en groeien. Belangrijk voor vogels, leuk om naar te kijken en zelfs lekker om er jam van te maken.
Maar de grote gemeentelijke parken moeten natuurlijk niet verpatst worden. Theoretisch kun je gaan praten over voorwaarden, het opleggen van beheerseisen e.d. Maar praktisch raak je als gemeente op de lange duur je greep op het groen kwijt. Een heilloze weg. Tenzij het groen in beheer wordt gegeven aan natuur-organisaties zoals Staatsbosbeheer of Natuur-monumenten, maar waarom zouden die het goedkoper kunnen? Eigenlijk spreekt de gemeente Den Haag dan uit, dat ze haar eigen groen niet goed kan beheren…

De gifspuit er weer in
Het is nog geen concreet beleidsvoornemen, maar de gemeente heeft het wel voorgesteld: om geld uit te sparen moet de gifspuit weer vaker gehanteerd worden. Het geld dat dit zou opleveren zou extra in het groen kunnen worden geïnvesteerd. Het HMC vindt dit voorstel te gek voor woorden. Zo is het maar de vraag of ecologisch groenbeheer zonder gif wel duurder is. Zie het voorbeeld van Zwolle. Maar zelfs als alternatieven wat duurder zouden zijn, dan is dat natuurlijk wel de politieke keuze die Den Haag moet maken.
Tientallen gemeenten hebben blijvend besloten om te stoppen met de gifspuit en dat heeft zeker niet tot grote problemen geleid.

Hoewel het ons volstrekt overbodig lijkt, hierbij even wat argumenten tegen de gifspuit:

1. De gemeente geeft een totaal verkeerd voorbeeld op milieugebied. Als de gemeente dit mag, dan mogen de burgers toch zeker ook maar weer wat aan rotzooien.

2. Het gif komt uiteindelijk in het water terecht en zorgt daar voor diffuse verontreiniging. De waterschappen en de drinkwaterbedrijven zullen er niet blij mee zijn. De effecten voor het waterleven zijn negatief. Het zal de uitvoering van het Waterplan, water dat leeft, in bijv. de Haagse Beek, belemmeren.

3. Het heeft negatieve effecten op de fauna. We weten het van slakkengif, dat in de egels komt, van de mussen die mieren eten en dus ook het mierengif. In ons milieucafé sprak de Haagse Vogelbescherming over het feit, dat de zaden van onkruiden stamvoedsel voor de mussen zijn. Zou dat te maken hebben met de achteruitgang van de mus.

4. De acceptatie van groen op verhardingen moet groter en de al genoemde cleanheidsfilosofie moet ter discussie. Waarom accepteert men wel klaproosjes langs de gevel en geen andere kruiden. En als men het maar niks vindt, laat bewoners dan zelf met een krabbertje het ongewenste groen er tussenuit halen. Als een paadje helemaal groen wordt, haal dan de tegels eruit! Kennelijk is er dan weinig behoefte aan.

Het HMC zal op het vinkentouw zitten en zonodig hard aan de bel trekken om dit heilloze voornemen te blokkeren.

De kloof
De gemeente Den Haag beschikt in het algemeen over mooie nota's. De ene nota is nog niet af of er komt alweer een nieuwe. Beleidsdiarree wordt het al genoemd. Maar de harde praktijk is vaak anders. Neem het Waterplan. Zelfs de laagste ambitie, Water dat siert, wordt niet waargemaakt. Drijfvuil is vaak zichtbaarder dan de waterplanten. Ook het Groenbeleidsplan staat vol met mooie zinnen. Na de beschrijving van een gebied of park wordt vaak geschreven: "Waar mogelijk zal deze barrièrewerking worden verzacht of opgeheven", of woorden van een vergelijkbare strekking. Maar een concrete analyse van de knelpunten en een concrete aanpak van deze knelpunten ontbreken vaak. De uitwerkingsplannen voor de Laan van Nieuw Oost-Indië en het Haagse Bos zijn hierbij een positieve uitzondering. Ons voorstel zou zijn om per gebied, per park zo'n concrete analyse te maken en met voorstellen te komen. De ecologische verbindingen zijn hierbij cruciaal. Ook als dat veel geld kost. Dan kan de gemeenteraad tenminste kiezen.

Tot slot
In het Groenbeleidsplan worden mooie woorden gesproken over de waarde van straatbomen. Daar zijn er in Den Haag zo'n 76.000 van. Althans vóór de storm van vorig jaar. Ze zijn van betekenis voor bewoners omdat ze de seizoenen kunnen beleven, ze functioneren als stofzuigers en leveren zuurstof. De keuze van bomen wordt afhankelijk gesteld van het straatprofiel. Prima. Prachtig! Maar waarom zijn er dan nog steeds zoveel straten in Den Haag zonder bomen. Het HMC bepleit bomen voor elke straat. Met veel meer variatie. Niet alleen iepen, maar ook tamme kastanjes, meer acacia's, ginkgo bilobas etc. Wat ons betreft ook fruitbomen, die bewoners zelf mogen plukken. Andere gemeentes gingen ons al voor. Fruitfull city.

Tom Pitstra
Projectmedewerker RO

 

 

 

 

Groene Speurgids en Speurkaart Haaglanden
Oude en nieuwe verbindingen voor landschap en natuur

Den Haag: parkstad, mooie stad achter de duinen. Haaglanden: groene schakel in de Randstad. De statements en goede bedoelingen zijn er, maar dat wil niet zeggen dat het snor zit met natuur en landschap in onze zeer dichtbevolkte regio.

Natuurlijk, Den Haag heeft meer groen dan welke grote stad ook en ligt aan het grootste aaneengesloten natuurgebied van ons land: de Noordzee. Maar er zijn ook duidelijke minpunten. Vooral binnen Den Haag is het groen ongelijk verdeeld. Het rijke 'zand' is goed groen dooraderd, terwijl het arme 'veen' er karig van af komt. En de groene verbindingen tussen stad en ommeland slibben steeds verder dicht, de samenhang tussen landschappen gaat verloren. Vooral in het zuiden en het oosten komt de open ruimte steeds verder van Den Haag af te liggen. Het wordt steeds moeilijker aantrekkelijke routes voor wandelaar en fietser te vinden.

Uitgeverij Open Kaart en het Haags Milieucentrum willen de groene recreant helpen zijn weg te vinden tussen woonwijken, industrieterreinen en kassengebieden. Ze hebben daarom het initiatief genomen tot de Groene Speurgids/-kaart Haaglanden. Het stadsgewest Haaglanden biedt financiële en inhoudelijke steun, omdat voor het stadsgewest het groen en de groene verbindingen een belangrijk thema zijn. Zijn Regionaal Structuurplan, het raamwerk voor de ruimtelijke ordening in het komende decennium, vertoont imposante ecologische lijnen en pijlen.

Op de Groene Speurkaart gaat het vooral om de lijnen in het landschap. Groene verbindingszones die nu al het bewandelen, befietsen of bevaren waard zijn. Waar hier en daar echter essentiële schakels ontbreken. Speurkaart en
-gids willen suggesties geven voor pragmatische oplossingen, waarbij vooruitlopend op 'definitieve' inrichtingen de groene recreant alvast uit de voeten kan. Waarbij tegelijk rekening gehouden wordt met de ecologische potenties van de verbinding - niet overal en altijd verdragen groene recreatie en natuur zich even goed.

Groene gangen
Wat voor verbindingen zijn belangrijk voor natuur en recreant in onze regio? De Speurkaart kent vijf hoofdcategorieën:

Groene schakels binnen de stad. Binnen Den Haag zoomen we met name in op het City-Duinpark: een hoefijzervormige keten van parken, landgoederen en duingebieden in het noordwesten die, als ze met elkaar verbonden waren, samen zo ongeveer het grootste stadspark van Europa zouden vormen.


Groen aan de stadsrand. Naar analogie van de hoefijzervormige randweg rond de stad is er ook een ecologische route in een iets wijdere boog om Den Haag en zijn randgemeenten te trekken. Potentieel een zeer interessante route voor wandelaar en fietser, dier en plant, maar er ontbreken nog de nodige schakels. Vanaf Kijkduin door Ockenburg, de Uithof en Madestein is nu al goed mogelijk. Een groenzone langs het boezemwater van de Zweth is in ontwikkeling. Groot vraagteken en waarschijnlijk strijdpunt tussen diverse partijen in de regio wordt de zone parallel aan de Vliet vanaf Rijswijk tot en met Leidschendam. Op het IJspaleis droomt men van een nieuwe grootschalige stadspoort in een brede kring rond het Prins Clausplein. Het Stadsgewest lijkt andere opties te hebben, terwijl ook kritische burgers inmiddels hun mondje beginnen te roeren. Ten noorden van Leidschendam sluit de Leidschendammer-hout aan op de Dui-venvoordse corridor, een groene buffer tussen de Haagse en Leidse agglomeratie en verbinding met de Wassenaar-se landgoederen. Bieden 'nieuwe landgoederen' ter vervanging van kassen hier nieuwe mo-gelijkheden voor natuur en groene recreatie?

Verbindingen tussen de open groene ruimtes. Behalve de Duivenvoordse corridor speelt hier vooral de worsteling rond de realisatie van de Groenblauwe Slinger, de gedroomde blauwe en groene verbinding tussen Midden-Delfland en het Groene Hart. Flessenhals in de slinger is het smalle restgebied groen tussen Pijnac-ker, Berkel en Rodenrijs en Zoetermeer. Niet alleen de stenen stad maar ook de uitdijende glazen stad zit hier in de weg. Een tweede, westelijker corridor tussen Delft en Pijnacker zou hier soelaas kunnen bieden, maar ook daarvoor moet glas geruimd worden. Verder zuidwestelijk, tussen Delft en Schiedam/Overschie, wordt het kernprobleem gevormd door de keiharde verkeersaders de A13, de te verbreden spoorbaan en de toekomstige A4.

Verbindingen tussen stad en land. Midden-Delfland is vanuit Den Haag, zelfs vanuit de zuidelijk gelegen Vinex-wijk Wateringse Veld, slecht bereikbaar. De herinrichting van de Zwethzone kan hier nieuwe wegen en paden openen, die echter in Midden-Delfland zelf dreigen dood te lopen door de trage landinrichting.
De slakkengang in de ruilverkaveling-herinrichting Leidschendam is er debet aan dat voor wandel- en fietsminnend Leid-schenveen en Leidschendam het aanpalende polderland tegen alle vrome beleidsvoornemens in voorlopig nog op slot blijft.
Tot slot zijn er de Poolse landdagen rondom de landinrichting Oude Leede - u raadt het al: precies in en om de flessenhals van de Groenblauwe Slinger.

Verbindingen tussen stad en zee. Veel bewoners in de landinwaarts gelegen Vinex-wijken zijn ongetwijfeld verder van duinen en strand af komen te wonen dan ze diep in hun hart lief is. Goede (groene, verkeersveilige) verbindingen voor met name fietsers tussen deze nieuwe wijken en het lokkende ruime sop zijn in potentie wel aanwezig, maar verdienen de nodige extra aandacht en voorzieningen. Op de kaart een drietal kustontsluitingen, de 21e-eeuwse fietsvarianten op de 17e-eeuwse Scheveningse Weg van Constantijn Huygens.

Vijf thema's
De Speurgids geeft achtergronden, geillustreerd aan de hand van concrete voorbeelden, locaties en routes. Vijf thema's staan centraal:

- De kust. Over noodgedwongen kustterugtrekking in het verleden, mogelijke kustuitbreiding in de toekomst en de daaraan verbonden landschappelijke en ecologische kansen en bedreigingen.

- Het water. Over water als transportmiddel voor mens en dier. Over het periodiek terugkerend overtollig nat door veel teveel verhard oppervlak (wegen, huizen, bedrijven en niet te vergeten kassen) in de regio. Over watervervuiling en -zuivering.

- Groen in de stad. Over groene binnenterreinen in de vooroorlogse stad als stepping stones voor plant, dier en rustzoekende stedeling, met inspirerende voorbeelden. Over de groene corridors en 'assenkruizen' in de Wederopbouw, hun dichtslibben en hun mogelijk tweede - groenere - leven.

- De polder. Over de grote schoonheid van onze weidelandschappen en de even grote bedreigingen waaraan zij blootstaan, ook van binnenuit doordat de agrarische sector steeds meer moeite heeft het hoofd boven water te houden. Welke nieuwe programma's ter versterking van natuur en landschappelijke identiteit zijn hier te ontwikkelen, naast en in combinatie met oude vormen, gedachten en activiteiten?

- Het openbaar vervoer. Over oude en nieuwe lightrailverbindingen in de regio als uitgangspunt en leidraad voor wandel- en fietsroutes. Over verdergaande tram-, bus- en waterbusdromen.

Borreltafel
De Groene Speurkaart: praktisch en kritisch, bij tijd en wijle ook visionair. De uitgevers willen hiermee teweegbrengen dat de discussie over de groene ruimte in Haaglanden niet langer achter het bureau of aan de borreltafel gevoerd wordt, maar op de enige plek waar het echte goede gesprek thuishoort: in het veld. Op de blanke top der duinen en op het landgoed van Cats, in de polder van Potter en Poot en in het verscholen groen van oude en nieuwe hofjes achter de gevels van de stad.

Steven van Schuppen


Gids: 56 blz. fullcolour

Kaarten: twee kaartbladen, dubbelzijdig full colour: één overzichtskaart en drie detailkaarten met routes

Winkelprijs: Euro 11,50

Verkrijgbaar bij Haags Milieucentrum, AVN en boekhandel

 

 

Reigersbergen in voorjaarsstemming

Marlot en Reigersbergen. Er is een prachtige concept-Ontwikkelingsvisie 2002-2011 voor ontwikkeld. Interactief totstandgekomen in samenspraak met burgers en belanghebbenden. Verbeteren van de gebruiksmogelijkheden, versterken van het landgoedkarakter en het verhogen van de natuurwaarde, luidt de visie in het vorig jaar uitgekomen rapport van de gemeente. En toen werd het stil. Tijd om eens polshoogte te gaan nemen in Reigersbergen, vond de redactie van Branding. Kees Fokkens, voorzitter van de KNNV Den Haag, ging met haar mee.

Kees kent Reigersbergen op zijn duimpje en was vanuit de natuurhistorische vereniging betrokken bij de inspraak op de Ontwikkelingsvisie voor deze landgoederen. Vooral om de natuurwaarde. We gaan bij de Leidse Straatweg Reigersbergen binnen. In dit deel van het bos is weinig meer van het landgoed uit de 18e eeuw terug te vinden. "Dit gedeelte ligt op een strandwal, verderop is de bodem van veen", vertelt Kees.

We lopen langs een oude, aangeplante Bonte Esdoorn, op een plaats waar vroeger gazon was. Dan treffen we op een open plek een uniek stukje landgoederenflora. Een plantje met een opvallend lichtgroene kleur. "Japans Hoefblad", stelt Kees vast. "Dat is een stinzeplant, die op heel weinig plaatsen voorkomt in Nederland." Verderop ligt de sprookjesboom indrukwekkend te wezen. Anderhalf jaar geleden legde deze reusachtige monumentale beuk met kabouterspelonken en zitbankjes het loodje in een storm. Hij had enorme platte tondelzwammen, aldus paddestoelenspecialist Kees.

De paden hier zijn slecht onderhouden. De Ontwikkelingsvisie bevat de aanbeveling om deze te verbeteren. Vervolgens komen we aan bij de meest in het oog springende overblijfselen van het oude landgoed: een aantal ommuringen. "Dit zijn de muren van de oude moestuin" legt Kees uit en wijst op een muurvaren, een plantje dat zich graag in oude muren nestelt. "Hier komt een pluktuin in."

Dan gaan we naar het vochtige gedeelte, waar het bos flink uitgedund is en afgelopen november de storm heeft huisgehouden. De Prachtframboos staat al in bloei. Ook bloeiende Winteraconietjes, Anemoontjes, Gewone sneeuwklokjes en Dubbele sneeuwklokjes sieren de bodem. De Wilde Hyacint staat net in blad. Het zijn allemaal stinzeplanten, vroeger van heinde en verre gehaald om de landgoederen te verfraaien. Langs de sloot wijst Kees op het bloeiende Speenkruid. Roodborstjes, koolmeesjes en winterkoninkjes kwinkeleren dat het een lieve lust is.

Op de hoek van het landgoed aangekomen, kijkt onze gids met fronsende wenkbrauwen naar een omgeploegd perceel links van een weiland met sloot. "Dat was een weiland", zegt hij verbaasd. "In de Ontwikkelingsvisie stond juist dat de weilanden zouden blijven, als belangrijk monument van het landgoed." Om de natuurwaarde te verhogen heeft KNNV hier glooiende oevers en een meer natuurlijk waterbeheer aanbevolen, vertelt Kees. "Dan krijgen planten als de Lisdodde en Dotterbloem een kans. Dat is opgenomen in het plan."

Links van een fraaie elzenlaan vertoeven Canadese ganzen en drie Ooievaars op het weiland, dat voorzien is van een broedpaal. "Ooievaars hebben hier een vaste stek, maar broeden er niet", zegt Kees. "Ik kan me nog herinneren dat burgemeester Havermans de palen midden in de blubber onthulde." Reigers zitten er ook veel, zoals de naam van het landgoed al doet vermoeden, maar broeden er evenmin. Om de hoek lopen we via het wilgenbos, waar heel veel omgevallen is, terug naar de ingang. "Ook in dit gedeelte moet echt onderhoud gepleegd worden" vindt Fokkens. "Het leuke van Reigersbergen is", besluit hij, "dat het een heel eigen karakter heeft en verwilderd is. In de Ontwikkelingsvisie is het de bedoeling dat dat zo blijft. Maar hoever het ermee staat, weet ik niet. Er moet nog een beheerplan worden gemaakt." In stijl sluiten we de wandeling af met een drankje in de gelegenheid die in het rapport zo mooi de 'consumentenkiosk' heet, op de hoek van de straat. Oftewel koffietent, in gewoon Haags. Navraag bij de gemeente over de ontwikkelingsvisie leert dat deze op dit moment stilstaat in afwachting van een aantal ontwikkelingen. In juni wordt daarover meer bekendgemaakt.

Lieneke Venhuis

 

 

Nationale milieu-estafette 2002 doet Den Haag aan

Op 21 en 22 september organiseert NIVON Den Haag in het kader van de Nationale Milieu-estafette twee interessante wandeletappes door Haaglanden. Op zaterdag is het startpunt is Station Mariahoeve om 11 uur, aankomst op station Zoetermeer De Leyens in de namiddag.
Op zondag gaat de wandeling door Midden Delfland naar Maassluis. We vertrekken eveneens om 11.00 uur vanaf station Delft Zuid. Iedereen is welkom. Aanmelding vooraf is gewenst bij: Tirza de Fockert van het NIVON, tel. 020 4350713

Beide wandelingen door Haaglanden zijn in handen van NIVON Den Haag. Thema is: Groene aders door Haaglanden.

Nationale Milieu-estafette
Beide wandelingen maken deel uit van de Nationale Milieu-estafette, die het NIVON jaarlijks met anderen organiseert.
Deze wil een bijdrage leveren aan de discussie over actuele natuur en milieu thema's. Daartoe organiseert zij jaarlijks in de "groene maand" september ca. acht etappes, waarbij ze deelnemers meestal te voet laat kennis maken met natuurgebieden. Tijdens de etappes komen thema's aan bod, die raken aan recreatie en ruimtelijke ordening.
Onderwerp van 2002 is de toekomst van het Groene Hart. Wordt het een plek voor boeren en wegenbouwers? Of voor de stedeling om op adem te komen? Hoe groen is het Hart en wat zijn zijn potenties? Hierop proberen we al wandelend antwoord te krijgen.
NIVON Den Haag verzorgt in samenwerking met het Haags Milieucentrum twee etappes:
* Van de Veenzijdse en Duivenvoortse Polder het Groene Hart in.
We vertrekken op 21 september vanaf station Den Haag Mariahoeve en lopen langs de Polders naar Duivenvoorde. Via het kasteelterrein lopen we de open veengebieden van de Vlietlanden en het vogelbroedgebied de Starrevaart door naar de Grote en Zoetermeerse Meerpolder. In Zoetermeer stappen we op de trein.
* Een wandeling door Midden- Delfland. Vanaf Station Delft Zuid lopen we op 22 september via het stadspark Abtswoudepark naar het MIdeen Delfland. Vanaf Schipluiden volgen we de Vlaardingervaart en steken met een pontje over naar de Noordse vaart. Wij volgen die tot het landelijke dorp Maaslanden en stappen in station Maassluis weer op de trein.

Groene Hart
Het Groene Hart wordt in het Ontwikkelingsprogramma Nationaal Landschap Groene Hart aangemerkt als een samenhangend open gebied temidden van de steden op de Randstadring. Het wil het Hart open houden. In 2010 moeten landbouw, ecologie en recreatie de belangrijkste functies in de open gebieden zijn.
Het behoud van het Groene Hart van de Randstad staat zwaar onder druk. Waardevolle landschappen en landschapselementen dreigen het onderspit te delven bij stedelijke functies. Het NIVON maakt zich sterk voor de recreatieve functie van het groen rondom de stad. Je hier wandelend en fietsend te ontspannen vormt een onmisbaar tegenwicht tegen het gehaaste economische leven in de Randstad.
Gelukkig geniet het Groene Hart ook bescherming. Het Rijk wees bufferzones aan, waar recreatie en landbouw tegenwicht moeten bieden tegen de oprukkende verstedelijking vanuit de steden in de Randstad. De provincie Zuid-Holland ontwierp tussen Leiden, Zoetermeer, Rotterdam en het Westland de Groen-blauwe slinger. Deze ecologisch-recreatieve groenstructuur verbindt natuur- en recreatiegebieden in Zuid-Holland met elkaar. Hij moet weerstand bieden tegen de stedelijke druk vanuit de omringende steden. De slinger verbindt de omgeving van Zoeterwoude met de Balij, het Bieslandsche bos, wringt zich tussen Delft en Pijnacker door en verloopt via de Oude Leede naar Midden-Delfland. Omdat de provincie gemeentelijke bestemmingsplannen moet goedkeuren speelt zij in de ruimtelijke ordening een cruciale rol.
Cultuurhistorisch behoort dit gebied tot de veenweidegebieden, die in de middeleeuwen tot ontginning zijn gebracht. Het Rijk legt die vast in de nota Belvedere. Daartoe behoren de zone tussen Den Haag en Wassenaar, Zoeterwoude-Weipoort met het Land van Wijk en Wouden en het Midden-Delfland. Ook op gemeentelijk niveau bestaat er waardering voor het gebied. Zo bracht stadsgewest Haaglanden bracht Groene Schakels en Groengebieden in kaart. Het stadsgewest beschikt over grote, waardevolle groen- en natuurgebieden. Samen met een reeks binnenstedelijke parken moeten zij een integraal regionaal netwerk gaan vormen; een netwerk bestaande uit grote en kleine gebieden en robuuste verbindingen met het stedelijk gebied. Aan die belofte houden we het stadsgewest graag.
In het Land van Wijk en Wouden is een gebiedscommissie actief, waarin overheden, boeren en natuurbeschermers de landschappelijke kwaliteit bewaken.

21 en 22 september: Groene Aders door Haaglanden
De routes van zijn wat NIVON en HMC betreft twee voorbeelden van Groene Aders door Haaglanden: routes vanuit de stad het Groen in, die de moeite waard zijn behouden te worden, maar waarvan verscheidene op verschillende punten bedreigd worden. NIVON Den Haag werkt samen met het Haags Milieucentrum aan de Groene Speurkaart. een kaart van stad en ommeland, "waarmee je daadwerkelijk uit de voeten kunt en waarmee je de weg kunt vinden in het landschap van nu". Ook moet het een speurkaart worden voor toekomstperspectieven. Gedurende het afgelopen verenigingsjaar zijn NIVON Den Haag en het Haags Milieucentrum gezamenlijk bezig het fundament te leggen onder de Groene Speurkaart, Stadsgewest Haaglanden heeft inmiddels toegezegd middelen voor de Groene Speurkaart beschikbaar te stellen. Daarin nemen we met name routes op tussen stad en land die nu al aantrekkelijk en verkeersveilig genoeg zijn om te fietsen. Ook nieuwe routes kunnen daarin opgenomen waarop ingezet zou kunnen worden en verbeteringen van reeds bestaande routes. Dergelijke groenblauwe aders zijn een idee van het wandelplatform en opgenomen in de rijksnota Natuur voor mensen, mensen voor natuur (juli 2000). Ze wil het duurzaam gebruik van natuur en landschap behouden, herstellen en ontwikkelen als essentiele bijdrage aan een leefbare en en duurzame samenleving. Verbind ze met een vlechtwerk van landschapselementen als drager van natuur- en landschapswaarden in het landelijk gebied: groen-blauwe aders. Ze voeren door waardevolle landschappen, die het behouden waard zijn. In de volle Randstad, waar velen wonen, werken en recreeren, is dat een hele opgave. Maar tegenover de drukte staat de behoefte aan tot rust komen in recreatief aantrekkelijk landelijk gebied. Gedurende het afgelopen verenigingsjaar zijn NIVON Den Haag en het Haags Milieucentrum gezamenlijk bezig het fundament te leggen onder de Groene Speurkaart, die we in september willen uitbrengen. Om te beginnen werkten we met Uitgeverij Open Kaart (van Steven van Schuppen) aan en begroting en een subsidie-aanvraag. Stadsgewest Haaglanden heeft inmiddels toegezegd middelen voor de Groene Speurkaart beschikbaar te stellen.

Arnim van Oorschot, Sociaal Geograaf, Voorzitter NIVON Den Haag

NIVON
Het NIVON, ook wel Natuurvrienden Nederland, is een club, sterk in de actieve openluchtrecreatie. We zijn landelijk bekend om onze lange afstandspaden als het Pieterpad en de natuurvriendenhuizen en -campings, waar men op eenvoudige en aangename manier kan overnachten.: Ook plaatselijk leggen we ons toe op actieve openluchtrecreatie met een educatief aspect. Onze invalshoek is: "Groene Recratie- Maatschappelijke Betrokkenheid". NIVON Den Haag kent twee bloeiende wandel- en fietsclubs in Den Haag, een in het noorden, een in het zuiden van onze stad. Een "Estafettegroep" organiseert buitendien een- en meerdaagse excursies in het groen van regio Haaglanden en daarbuiten. Juist binnen deze groepen is de kennis van wandel- en fietsroutes in de regio, de mogelijkheden en de onmogelijkheden daarvan, groot.

Actieve recreatie in een natuurlijke omgeving, juist rondom de grote steden, is van het grootste belang, juist ook voor de mensen met een smalle beurs, stelt het NIVON. Voor iedereen geldt bovendien, dat je in een natuurlijke omgeving tot rust moet kunnen komen .

 

EVALUATIE GROENBELEIDSPLAN 1996 - 2000

Het Groenbeleidsplan is destijds geschreven door de afdeling Grote Groengebieden. Het brengt het Haagse groen in beeld en geeft aan wie verantwoordelijk is voor het groen (provincie, gemeente, stadsdeel). Daarnaast beschrijft het de ambities en de prioriteiten van het Haagse groen.

En dat is veel en gevarieerd. Denkt u maar aan de stadsparken, landgoederen, duinen en recreatiegebieden om een paar grote groengebieden te noemen. Maar het beschrijft ook buurt-wijkparken, historische groene pleinen, plantsoenen, groene trambanen en begraafplaatsen. Kortom het biedt een uitstekend overzicht van het Haagse groen.

De ambities en prioriteiten worden aangegeven door globale waarden te benoemen zoals recreatieve waarde, natuurwaarde, ruimtelijke betekenis, cultuurhistorische waarde, betekenis voor de ecologische structuur en de educatieve waarden.

Het bosgebied Sint Hubertuspark is een restant van het vroegere duinlandschap tussen Scheveningen en Den Haag; een jong duinlandschap gekenmerkt door veel reliëf en een matig kalkrijke bodem. Het bos wordt afgewisseld met open zandvlakten als restanten van vroegere duinzandverstuivingen. Ter verhoging van de belevingswaarde werd rond 1930 door de inzet van vele werklozen een kunstmatige duintop aangelegd met uitzicht naar zee en naar de stad. In 1968 is een deel verloren gegaan door de aanleg van het Hubertusviaduct.

Belangrijke waarden zijn de natuurwaarde, recreatieve waarde, betekenis voor de ecologische structuur en de ruimtelijke betekenis. Zo maakt het park deel uit van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur doordat het de Oostduinen en het Westbroekpark verbindt. Enkele beleidsuitgangspunten: landschappelijke elementen handhaven, uitbreiding van het padenstelsel is uit oogpunt van natuurwaarde en landschapswaarde niet gewenst en bij realisering van de Noordelijke Randweg verdient de boorvariant de voorkeur.

Dergelijke beschrijvingen vind je over alle grote groengebieden. Voor een geïnteresseerde groenliefhebber is het zelfs een leuk plan om te lezen.

STATUS VAN HET GROENBELEIDSPLAN
Het Groenbeleidsplan is destijds goedgekeurd in de Raadscommissie. Het heeft echter niet de status van een soort gemeentelijke verordening in de zin van 'van dit groengebied blijf je af' of 'deze plaats is ecologisch van belang en er mag dus geen benzinestation gebouwd worden'. Het biedt geen planologische bescherming.

Sterker nog, sommige afdelingen van de Dienst Stedelijke Ontwikkelingen kennen het plan niet. Zo bleek uit de eerste versie van het Verkeersplan dat er geen rekening was gehouden met het aanwezige groen.

Het plan is een goed naslagwerk vanwege het uitstekende overzicht van het groen in Den Haag. De AVN gebruikt het vaak als uitgangspunt voor een discussie over het groen. Het Groenbeleidsplan heeft vooral gediend als kapstok voor de uitwerking van visie en beheerplan van een gebied. U herinnert zich misschien de visie de Uithof, Landgoed Meer en Bos of Stedelijke Ecologische Verbindingszones. In afgelopen jaren is met name het natuurvriendelijk beheer goed op de kaart gezet, doordat dit in het Groenbeleidsplan beschreven is en als uitgangspunt gebruikt wordt in de beheerplannen.

EVALUATIE VAN HET GROENBELEIDSPLAN
Voor de evaluatie heeft de projectleider intern en extern een aantal personen geïnterviewd, waaronder iemand van de AVN. Al snel werd duidelijk, dat er eerder sprake is van het Groenbeleidsplan vernieuwen, dan een totaal nieuw plan schrijven. Verbeteringen moeten gezocht worden in:

l Het abstractieniveau: In samenhang met de Vijfde Nota RO en Groen In en Om de Stad een uitwerking voor hoogwaardige groene en blauwe structuren realiseren en naar andere gemeentediensten toe beter meetbare randvoorwaarden aanbieden die in de beheersvisies beschreven worden.

  • Monitoring: Door een beschrijving van meetbare doelen, kun je achteraf constateren of het ingezette beleid effect heeft gehad.

  • Meer aandacht voor wijk- en buurtgroen, waarbij meer aandacht gegeven wordt aan het centraal stellen van het gebruik van het groen. Heldere keuzen maken: waar is de hondenuitlaatplek in de wijk, waar is het trapveldje en waar de ecologische zone.

  • Samenspraak bij het maken van de beheersvisies; het interactieve proces.

  • Instrumentarium: Het creëren van financiële middelen voor beheer, handhaving en toezicht. Het Groenbeleidsplan moet duidelijk maken aan de gemeenteraad hoeveel geld er voor groen nodig is

De heer B. Swart, beleidsmedewerker van Stedelijke Structuren, heeft inmiddels toestemming gekregen van de Raad om een vernieuwd Groenbeleidsplan te schrijven.

De AVN hoopt constructief bij te dragen aan het plan, in ieder geval kritisch te volgen hoe het vernieuwde plan tot stand komt en welke status het krijgt in het gemeentebeleid.

Thérèse van Gijn - Bruggink, Bestuurslid AVN

 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.