|
NATUURONTWIKKELING & WATERBEHEER
Van de wal in de sloot: Reigersbergen revisited
(Branding nr.
18 januari-maart 2005) ...meer
Voorburg heeft oren naar tips over ecologisch groenbeheer (Branding
nr. 18 januari-maart
2005) ...meer
DANKZIJ DUINWATERBEDRIJF BLIJVEN DUINEN MOOI NATUURGEBIED
Een interview met DZH-directeur Piet Jonker (Branding
nr. 18 januari-maart
2005) ...meer
Voorburg tast natuurwaarde van grote parken aan (Branding
nr. 17 november/december
2004) ...meer
Natuur in de war…mensen in de war (Branding
nr. 17 november/december
2004) ...meer
Van composthoop tot vlindertuin (Branding
nr. 16 september/oktober
2004) ...meer
Nogmaals de gedempte sloot (Branding
nr. 16 september/oktober
2004) ...meer
Foutief maaibeheer kost veel jonge levens (Branding
nr. 16 september/oktober
2004) ...meer
Demping
sloot schaadt biodiversiteit (Branding
nr 15 juni/juli
2004) ...meer
Bewoners op de bres voor biodiversiteit
Portret van het Groen Platform Mariahoeve (Branding
nr. 13 februari/maart
2004) ...meer
Waar laten we het water? (Branding
nr. 11 september/oktober
2003) ...meer
Het Groenbeleidsplan
Van saai en goedkoop prikgroen
tot fruitfull city (Branding
nr. 11 september/oktober
2003) ...meer
Groene Speurgids en Speurkaart Haaglanden
Oude en nieuwe verbindingen voor landschap en natuur (Branding
nr. 10 juni/juli 2003)...meer
Reigersbergen in voorjaarsstemming
(Branding nr.
9 april/mei 2003) ...meer
Nationale milieu-estafette 2002
doet Den Haag aan (Branding
nr. 6 september/oktober
2002) ...meer
EVALUATIE GROENBELEIDSPLAN 1996 - 2000 (Branding
nr. 5 mei/juni/juli
2002) ...meer
Van de wal in de sloot: Reigersbergen
revisited
In de Branding van juni/juli 2004 schreven
we over de illegale demping van een sloot in Reigersbergen.
Deze sloot had een bijzonder rijke biodiversiteit ten opzichte van
andere sloten in deze wijk. Het was een ware kraamkamer van amfibieën,
zoals diverse soorten kikkers, de Gewone pad en soms de Rugstreeppad,
de Kleine watersalamander, en ook de Geelgerande Waterkever was
er te vinden. Het dempen van deze sloot heeft verregaande consequenties
gehad voor de soortendiversiteit en de populatieopbouw van de amfibieën
in stadsdeel Haagse Hout.
Joris Wijsmuller, raadslid voor de Haagse Stadspartij heeft over
deze kwestie vragen gesteld. Inmiddels heeft het College van B&W
daarop gereageerd. Het weet te melden dat de boer die het land van
de gemeente pacht, de sloot heeft gedempt zonder vergunning en zonder
de verpachter op de hoogte te stellen. Er zal nu een inspectie van
het weiland en de resterende sloot plaatsvinden door de pachter,
een medewerker van het Hoogheemraadschap Delfland en ‘iemand
van de gemeente’. Vervolgens zal alsnog een formele vergunning
voor het dempen en eventueel compenseren van de sloot worden aangevraagd.
De pachter zal onvoorwaardelijk zijn medewerking verlenen aan eventueel
noodzakelijke verdere compensatie.
Wijsmuller vindt de reactie verre van bevredigend: “Het college
heeft bijvoorbeeld niet geantwoord op mijn vraag welke sancties
zullen worden getroffen tegen deze overtreding van o.a. de Flora-
en faunawet. Ik ga deze kwestie dus wederom aan de orde stellen.
En ditmaal neem ik er geen genoegen mee als een antwoord maanden
op zich laat wachten.”
Ook Niek van der Worff, de bioloog van het Groen Platform (voorheen
Groen Platform Mariahoeve), laat het hier niet bij zitten. Hij heeft
de zaak inmiddels voor juridisch advies voorgelegd.
Van der Worff is een van de gasten op de talkshow ‘Groene
ramp aan zee’ die de Haagse Stadspartij op 25 januari organiseert
in restaurant De Hagedis, Waldeck Pyrmontkade 116 in Den Haag. HSP-beleidsmedewerker
Peter Bos presenteert de talkshow, waaraan verder wordt meegewerkt
door bioloog Lex Kreffer van de Rijksuniversiteit Leiden. De overige
gasten zijn nog niet bekend. Kijk voor het laatste nieuws op www.haagsestadspartij.nl.
Voorburg heeft oren
naar tips over ecologisch groenbeheer
In de vorige Branding schreven we over de
plannen van de gemeente Leidschendam-Voorburg om haar grote parken
terug te brengen in hun oorspronkelijke 19e-eeuwse landschapsstijl.
Dit zou tot gevolg hebben dat ruim tweehonderd bomen, waaronder
vitale en minder vitale exemplaren van respectabele leeftijden,
het veld moeten ruimen.
Ieder landschap krijgt in de loop der tijd een eigen ecologische
waarde. Voor de Voorburgse parken bleek het achterstallig onderhoud
aan het groen juist zeer veel natuurwaarde te hebben opgeleverd.
Frederik Hoogerhoud trok dan ook namens twee ‘groene’
verenigingen uit de Haagse regio - de Vogelbescherming en de KNNV
- bij de Voorburgse projectleider aan de bel om die natuurwaarde
te verdedigen.
Hoogerhoud: “Voorburg geeft in het plan een aantal redenen
om bomen te willen kappen. De kap varieert van het verwijderen van
spontaan gegroeide zaailingen, tot dunning om heesters en de kruidlaag
meer licht te gunnen. Maar als hoofdreden wordt de wens tot herstel
van de historische situatie aangevoerd. Hierbij staat de wens tot
het komen van een gezond bomenbestand in het park voorop. Bij de
totstandkoming van het plan is echter voorbijgegaan aan het feit
dat minder vitale bomen wel erg waardevol zijn voor het ecologische
milieu.”
Hoogerhoud heeft bij de groenbeheerder aangegeven
welke bomen in het belang van de vogelstand en voor behoud van de
ecologische kwaliteit waardevol zijn. Voorburg stelde zich bereidwillig
op om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken. Zoals voor enkele
oude eiken waarvan de zware bouwvallige kruinen niet meer stormvast
zijn. “Laten staan zolang het kan”, vindt Hoogerhoud.
“In een parkbos leveren ze bij storm geen direct gevaar op.
Bij zulk slecht weer lopen er toch geen mensen in het bos. Voor
een parksituatie is, anders dan bij straatbomen, dan ook geen juridische
verplichting om slechte bomen te kappen. Hier is juist artikel 21
van de Grondwet van kracht, waarbij de overheid tot taak heeft om
het natuurlijk leefmilieu zo veel mogelijk te beschermen en te verbeteren.”
Maar als het echt niet anders kan en de kruin er toch uit moet,
adviseert hij om de stam te laten staan. “In de stam van oude
ruwbastige bomen huist zoveel voedsel voor vogels, dat het alleen
daarom al de moeite waard is om ze te behouden”, legt hij
uit.
Artikel 21 beschermt in dit geval ook alle andere
bomen waarvan aangetoond kan worden dat ze de natuur verrijken.
Onnodige kap is niet toegestaan. Dat geldt dus ook voor het verwijderen
van zaailingen vanwege het feit dat ze daar oorspronkelijk niet
thuishoren. Alleen dunning ten gunste van het uitgroeien van de
kruidlaag is een plausibele reden om te kappen.
Projectleider Priem van de gemeente Leidschendam-Voorburg kon zich
wel verplaatsen in de genoemde punten. Daarom is hij samen met Hoogerhoud
gaan zoeken naar beheermaatregelen die binnen het landschapsplan
toch uitgevoerd kunnen worden. De zwarte elzen, die op de kaplijst
stonden omdat ze als zaailing niet bij de parkinventaris horen,
zullen nu gefaseerd worden gesnoeid. Daarna kunnen ze als grote
heesters uitgroeien. De volwassen exemplaren die goed geproportioneerd
zijn en niet misstaan in de kwaliteit van de bomenlaag, blijven
staan.
Per boom zal bekeken worden of de eiken op de lijst kunnen worden
ontdaan van hun kruin om ze als stam in de bomenlaag te laten staan.
De projectleider stelt verder voor om stammen zoveel mogelijk te
laten liggen en van het lichte hout achter de heesterfaçade
houtrillen aan te leggen. Hiermee wordt meer broed- en schuilgelegenheid
voor de aanwezige fauna gecreëerd.
Ook de wens om beeldbepalende eiken en beuken met een slechte conditie
toch zoveel mogelijk te laten staan vanwege hun natuurwaarde, wordt
gedeeltelijk gehonoreerd. Maar bomen die zo bouwvallig zijn dat
ze binnen enkele jaren zouden omvallen, worden alvast preventief
gekapt. Hiermee wordt voorkomen dat er binnen enkele jaren opnieuw
met zwaar materieel over de kwetsbare parkgrond moet worden gereden.
Dit zou verdichting en daardoor verslechtering van de bodemstructuur
tot gevolg hebben.
Verder stelt Priem voor om op de zwaar beschaduwde beuken/eiken/lindenweide
geen gras meer in te zaaien. Beter is het om hier het blad te laten
liggen, zoals dat ook tussen de heesterlagen gebeurt. De grond van
de dichtgeslagen speelweiden zal worden gelost en zal jaarlijks
worden gecultiveerd met prikrollen. Het gras rond de bomen wordt
niet meer gemaaid om beschadiging van de opgroeiende wortels te
voorkomen.
Over twee beeldbepalende wilgen langs de Vliet wordt nog discussie
gevoerd. Ze verdienen het om na de dunning te blijven staan en te
kunnen uitgroeien. Het herstellen van een historische zichtas is
geen reden om deze historische bomen te kappen, vindt Hoogerhoud.
Maar hier denkt de projectleider anders over. Hij vindt dat die
wilgen moeten wijken ten faveure van het 19e- eeuwse landschapsherstel.
Toch is Hoogerhoud is zeer tevreden met het resultaat
van zijn interventie. Door de bemiddeling van de Haagse Vogelbescherming
en de KNNV lijkt Voorburg een nieuwe koers in te zetten voor het
ecologisch beheren van haar parken.
Aletta de Ruiter,
Haags Milieucentrum
DANKZIJ DUINWATERBEDRIJF BLIJVEN
DUINEN MOOI NATUURGEBIED
Een interview met DZH-directeur Piet Jonker
Het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (DZH) behoort tot de grootste
natuurbeheerders van de provincie. In totaal beheert DZH 2600 hectare
duingebied langs de Zuid-Hollandse kust. Het waterbedrijf is in
gesprek met Staatsbosbeheer om ook het beheer van hún duingebied
(de westelijke kant van Berkheide, van Katwijk tot de Wassenaarse
Slag) van 400 hectare over te nemen.
Het grootste deel van het duingebied is eigendom van de gemeente
Den Haag of de Staat der Nederlanden en is in erfpacht uitgegeven
aan DZH. Het beheer gebeurt op basis van een beheersplan (2000–2010)
waarin DZH en Staatsbosbeheer samenwerken. Met DZH-directeur drs.
Piet Jonker spraken wij over de spanning tussen natuur en recreatie.
Over dezelfde thematiek houdt Jonker op 18 januari 2005 in de aula
van de Haagse Hogeschool de Simon Doorenboslezing.
Beheerders van natuurgebieden in Nederland hebben van doen met tal
van instanties en organisaties. Het beheersplan voor het Zuid-Hollands
duingebied is daarvan een goed voorbeeld. Volgens de provincie behoort
het duingebied tot de ecologische hoofdstructuur en is er sprake
van een natuurgebied van hoge waarde. Op basis van deze aanduiding
is besloten om in het duingebied de natuurwaarden zoveel mogelijk
verder tot ontwikkeling te brengen.
Jonker: “In het beheersplan kun je heel sterk de geest van
de jaren negentig van de vorige eeuw terug vinden. De ontwikkeling
van natuurwaarden ging boven alles. In ons geval was dat de ontwikkeling
van de zogenaamde vochtige duinvallei. In natuurbeschermingsland
heeft men de neiging om vanuit een ideaal model te werken op basis
van de vraag: ‘Wanneer was Nederland op z’n mooist?
Dat wordt dan zo rond 1850 gesitueerd. En dan komt de vraag: ‘Wat
is sindsdien verloren gegaan? Geconstateerd werd dat in het duingebied
veel vochtige duinvalleien zijn verdwenen. Om die terug te krijgen,
moest er een regeneratieproces op gang worden gebracht. DZH kwam
tot een overeenstemming met de provincie over deze regeneratie,
maar dat viel niet in goede aarde bij de bevolking. Die zag in Berkheide-Noord
bulldozers door het duingebied daveren die grote delen van de begroeiing
en de vegetatie wegsloopten om weer van die lekkere stuifduinen
te krijgen. De bevolking liep te hoop tegen deze gang van zaken.
Ze wilde het duin behouden zoals het was. In de Wassenaarse Courant
verscheen een artikel onder de kop: “Zo is het wel genoeg”.
Hierop ontstond een patstelling. De deskundigen en de bevolking
waren het volkomen oneens”.
Overigens speelden in Nederland al eerder onverwachte controverses
tussen ecologen en omwonenden en bezoekers van natuurgebieden. Met
de nota Natuur voor de mensen, mensen voor de natuur (2000) probeerde
de regering de verabsolutering van de natuur te relativeren. Het
natuurbeleid moest volgens toenmalig staatssecretaris Geke Faber
wel draagvlak hebben onder de bevolking en de natuurbeheersplannen
moesten ten minste op begrip kunnen rekenen.
Volgens Jonker doet deze situatie zich ook in zijn duingebied voor:
“Ik kan me best voorstellen dat ze bij de Stichting Duinbehoud
en bij sommige afdelingen van de provincie nog steeds achter het
beleid inzake de natte duinvalleien staan, maar zonder draagvlak
onder de bevolking gaat het echt niet. In Wassenaar wonen een hoop
mensen met geld en verstand van zaken en als die de kont tegen de
krib gooien, procederen ze al de beheersplannen aan barrels. Gedeputeerde
Staten hebben inmiddels geconcludeerd dat het anders moet en we
zijn nu in een open planproces bezig om te kijken hoe het beheersplan
kan worden bijgesteld. Het is nu al duidelijk dat hieruit voort
zal komen dat het huidige natuurbeeld van de duinen niet verder
mag worden aangetast. Vochtige duinvalleien zijn geen doel op zich
meer. Het hoofddoel van het beheersplan zal het verfraaien van de
natuur worden. Bovendien zullen de recreatieve voorzieningen worden
uitgebreid. Dat is volgens mij ook de toon voor de nabije toekomst.
Als je draagvlak wil houden voor natuurbeleid zul je de gebruikers
en bezoekers het gevoel moeten geven dat het beleid ook in hun belang
is. Ze moeten niet het gevoel krijgen dat ze natuur worden uitgewerkt”.
Meer recreatiemogelijkheden
Als grote natuurbeheerder heeft DZH van oudsher van doen met de
recreatiedruk op het duingebied. Het gebied rond de boerderij Meyendel
trekt per jaar meer bezoekers dan de Hoge Veluwe. Binnen DZH gaan
er steeds meer stemmen op van mensen die vinden dat het bedrijf
meer oog moeten hebben voor recreatie. Maar waar leg je dan de grens?
In de ogen van Piet Jonker gaat het te ver om de duinen om te bouwen
tot een groot park:
“De natuurwaarden van ons duingebied zijn op sommige punten
te waardevol om niet te beschermen. In een parkgebied heb je te
weinig beschermingsmogelijkheden. Maar in het huidige beheersplan
staan al tal van maatregelen aangekondigd om de recreatiemogelijkheden
te verruimen. Het voormalige bollenterrein van De Klip (ten noorden
van Duinrell) hebben we nog op de ouderwetse wijze aangepakt door
het terug te geven aan de natuur. De recreanten moeten het doen
met een uitwijkplek in dit gebied. Maar het daarop volgend gebied
dat wij onder handen hebben genomen, de Hertenkamp, langs de Jagerslaan
in Wassenaar, hebben we nu als wandelgebied uitgelegd. Daar is het
voor de recreanten goed toeven. In het Solleveld (aan de zuidkant
van Den Haag) hebben we een zeer succesvolle wandelroute aangelegd.
We hebben al heel veel hekken in het duingebied weggehaald. Nu lopen
er dus meer mensen door de duinen, soms ook op plekken waar dat
eigenlijk niet goed voor is. Maar door de bank genomen gaat dat
maar om zulke kleine aantallen dat het geen problemen veroorzaakt.
Er liggen voor de recreanten nog meer leuke zaken in ons gebied
in het verschiet”.
Op grond van langjarige ervaring is DZH niet bang voor de recreant.
Door slimme zonering weet men uiteenlopende gebieden te scheppen
waar de recreatie zich concentreert en zijn er gebieden geschapen
die spaarzaam bezocht worden.
Helikopterplatform in de natuur
Voor veel mensen is een waterbedrijf een vreemde eend in de bijt
van het natuurbeheer. Natuurbeheer is voor een waterbedrijf geen
primaire taak maar meer een afgeleide functie. En ook de omvang
van het beheersgebied speelt hierbij een rol. Waarom heb je zoveel
natuur nodig om aan waterwinning te doen? Of beter gezegd: om aan
waterzuivering te doen, want het water van DZH komt van de Afgedamde
Maas bij het Gelderse Brakel. De duinen dienen als bacteriologisch
filter om het al voorgezuiverde water van de Maas verder op te schonen.
Jonker is trots op de rol van de duinen bij de waterwinning: “Dankzij
de duinen hoeven wij als waterbedrijf niet allerlei chemische filters
toe te passen om het rivierwater te zuiveren. Die chemicaliën
veroorzaken trouwens in het drinkwater weer heel andere problemen.
Onze methode is dus pure milieuwinst. Wij gebruiken een heel goedkope
manier om het water in de duinen te zuiveren van de laatste bacteriën
en virussen. De duinen zorgen er ook voor dat ons drinkwater constant
van kwaliteit blijft. Het rivierwater dat we innemen heeft, afhankelijk
van het jaargetijde, een groot temperatuurverschil. De duininfiltratie
van het rivierwater zorgt voor een gelijkmatige temperatuur van
ons drinkwater.
Een niet minder belangrijk voordeel van de duinen is dat we onder
het duin een enorm spaarbekken aan drinkwater hebben liggen. Als
wij, om wat voor reden dan ook, geen rivierwater meer kunnen innemen,
kunnen we vanuit dit spaarbekken Den Haag en omgeving nog wel een
jaar voorzien van eerste klas drinkwater. Om zo’n zelfde spaarbekken
te bouwen heb je een terrein nodig ter grootte van een hele Vinex-locatie.
Dat kost een vermogen”.
Jonker is er heilig van overtuigd dat de Haagse
duinen zonder de aanwezigheid van de waterleiding al lang waren
volgebouwd met huizen, sportgebieden of militaire oefenterreinen:
“In de rest van Europa kun je goed zien wat er dan met de
duinen gebeurt: verstedelijking alom. Er zijn maar een paar uitzonderingen
op deze regel. Een stukje duinen op de grens van België en
Frankrijk en de duingebieden in Noord- en Zuid-Holland. En steeds
zijn dat gebieden die in beheer zijn bij waterleidingbedrijven.
Voor een gemeente als Den Haag met een zeer krap grondgebied, zijn
de duinen tot nu toe onaantastbaar. Men praat liever over een kapitale
investering van een nieuw wooneiland voor de kust dan over het bebouwen
van de Haagse duinen. Onze beheersgebieden lopen parallel met de
natuurgebieden. Maar steeds zie je dat me probeert te morrelen aan
deze grenzen. Als er een nieuwe helikopterlandingsplaats moet komen,
proberen ze maar weer eens om een stukje van onze duinen in te pikken.
Mooi niet dus. Zonder onze aanwezigheid was die landingsplaats midden
in de natuur terecht gekomen. Wij staan als drinkwatervoorziening
pal voor onze natuurgebieden en gaan ook niet akkoord met salamitactieken’.
Maar kunnen instanties als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer de
duinen niet even goed beheren? Volgens Jonker hebben de waterleidingbedrijven
een belangrijk pluspunt: “Je moet een groot inzicht in de
hydrologie van de duingebieden hebben om ze goed te kunnen beheren.
Die kennis is voor ons de gewoonste zaak van de wereld. Onze expertise
op dit gebied is veel groter dan die van andere natuurbeheerders.
Daar komt nog eens een praktisch punt bij. Wij moeten onze waterwinactiviteiten
beschermen met behulp van bewakers. Deze zelfde mensen kunnen tegelijkertijd
als boswachters optreden om de natuur te beschermen. Vroeger waren
er ook waterleidingbedrijven die vonden dat de overheid als beheerder
moest optreden in het waterwingebied. Leiden is daar een voorbeeld
van. Maar toen de DZH het waterleidingbedrijf van Leiden overnam,
heeft de provincie gezegd dat de waterleidingbedrijven in Zuid-Holland
tevens als natuurbeheerder moesten optreden. Ook in andere delen
van Nederland zie je dat de zogenaamde grondwaterbedrijven er steeds
meer natuurbeheerstaken bij gaan doen, en ook in het buitenland
gebeurt dat. Een mooi voorbeeld is Wenen. Die stad haalt uit een
hoog berggebied zijn drinkwater. Dat water is zo schoon dat het
linea recta naar de afnemers gaat. Maar om dat zo te houden moet
dat berggebied beschermd worden. Dus de Plantsoenendienst van Wenen
heeft op 150 kilometer van de stad in de bergen een afdeling die
daar het natuurbeheer voert”.
Uiteraard kosten deze natuurbeheerstaken van DZH,
waarmee veertig mensen zich bezighouden, een lieve duit. Zo’n
5% van de kosten van het waterbedrijf gaat hieraan op. Uit consumentenenquêtes
die DZH regelmatig houdt, blijkt dat meer dan 80% van de waterklanten
geen moeite heeft om mee te betalen aan het natuurbeheer. Overigens
zijn de kosten van het natuurbeheer door DZH maar een fractie van
de precariorechten die het bedrijf aan gemeenten moet betalen omdat
zijn waterleidingen in gemeentegrond zijn aangelegd.
Hans Pars
Voorburg tast natuurwaarde van
grote parken aan
De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft plannen om de parken
Vreugd en Rust en Arentsburgh/ Hoekenburg terug te brengen in hun
originele stijl uit de 19e eeuw. Met die ingreep wil de gemeente
meteen het achterstallig parkonderhoud van de afgelopen zestig jaar
wegwerken. Voor deze inhaalslag moeten echter honderden bomen het
veld ruimen. Dat heeft veel consequenties voor de natuurwaarde in
deze groengebieden.
Ondanks het tekort aan onderhoud ademen de parken langs de Vliet
een sfeer van grote natuurlijke rust. Achterstallig onderhoud heeft
geen negatief effect gehad, maar ervoor gezorgd dat de natuur de
afgelopen decennia zonder menselijk ingrijpen heeft kunnen doorgroeien.
En het resultaat mag dan misschien wat rommeliger ogen dan een aangeharkt
park, de diversiteit in natuurwaarde is er wel door toegenomen.
Het cultuurpark is tot parkbos geworden.
De natuurwaarde is echter niet het uitgangspunt van de sectie groenbeheer
van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Zij beziet de waarde van
de landgoederen meer vanuit het historisch perspectief. De Engelse
landschapsarchitectuur, gecombineerd met elementen van oud-Hollandse
tuinaanleg, is het uitgangspunt van de renovatie. Terug naar open
doorkijkjes, een rosarium, taxushagen en solitaire bomen. Kortom,
terug naar een cultuurtuin.
Oude bomen, veel leven
De consequentie van dat streven is direct zichtbaar als we een van
de parken bezoeken. Op heel veel plekken zijn bomen van alle soorten
en maten met een blauwe stip gemerkt. Alleen al in het park Vreugd
en Rust zijn op deze manier 206 bomen aangewezen om te verdwijnen.
Veel van deze gemerkte bomen hebben het predikaat ‘niet meer
vitaal’, waarmee duidelijk wordt dat ze bejaard en aan het
eind van hun boomleven zijn. ‘Niet meer vitaal’ betekent
echter niet dat er geen leven meer in de boom zit. Juist bomen met
een afnemende vitaliteit ontwikkelen allerlei mogelijkheden om ander
leven te herbergen en de natuurlijke diversiteit te vergroten. Zo
vallen er bij een oude boom op veel plaatsen gaten in de stam, waar
andere soorten uit het planten- en dierenrijk een onderkomen vinden.
Oude boomstammen zijn voor holenbroeders als spechten, kauwen, boomkruipers,
maar ook vleermuizen ideale nestplaatsen. Ook insecten, mossen,
epifyten, schimmels en paddestoelen krijgen hier een kans om zich
te huisvesten. De oude, niet meer zo vitale bomen leveren dankzij
hun ouderdom een belangrijke bijdrage aan het ecosysteem en de biodiversiteit
in de parken. En kunnen, zonder gevaar voor omvallen, nog vele jaren
hun nuttige bijdrage leveren. Het plan om al deze oude bomen in
één keer te kappen zal dan ook een ecologische ramp
betekenen.
Naast de ‘niet vitale’ bomen, staan ook veel gezonde
bomen op de kaplijst. Dat zijn soorten die zich in de loop der jaren
zelf in het park hebben gevestigd: de zogenaamde zaailingen, waaronder
elzen en esdoorns. Zij horen niet thuis op de oorspronkelijke beplantingslijst
en moeten dus het veld ruimen. Dat vooral de elzen in de winter
een belangrijke voedselfunctie hebben tijdens de wintertrek van
mezen en sijzen is bij de groenbeheerder niet bekend.
Park als cultuur
De manier waarop een landschapspark als Vreugd en Rust in de negentiende
eeuw werd aangelegd en onderhouden, was gebaseerd op de toenmalige
filosofie van ordening en beteugeling van de natuur. Die laatste
gedachte kwam voort uit de vrees voor de wilde natuur, die toen
nog volop in Nederland aanwezig was. Kennis van ecosystemen ontbrak
nog in die tijd. De aanleg van een park werd als cultuur gezien,
net als een schilderij, een beeld of architectuur.
We leven nu echter in een tijd dat wilde natuur nauwelijks meer
voorkomt. De ecosystemen zijn afhankelijk van onze grote groengebieden
binnen stedelijke structuren. Daar moet nu het natuurbeheer plaatsvinden.
De inmiddels verworven kennis van ecosystemen is daarbij onmisbaar.
Het woord natuurwaarde is in het hele renovatieplan niet
te vinden. Daarmee wordt ook geen respect getoond voor de natuurlijke
processen die in deze parkbossen hebben plaatsgevonden. De gemeente
Leidschendam-Voorburg zou er goed aan doen om een deskundige op
het gebied van ecosystemen te raadplegen en eerst een grondige inventarisatie
in de parken te laten uitvoeren. Op grond van artikel 21 van de
Grondwet zou de huidige natuurwaarde behouden moeten blijven. Bovendien
is het zomaar weghalen van nesten door bomen met natuurlijke holtes
te kappen strafbaar volgens de Flora- en faunawet. Indien kap noodzakelijk
is, dient hiervoor eerst een vergunning bij het ministerie van LNV
te worden aangevraagd.
De gemeente zou er beter aan doen om het niet wederom op een milieuschandaal
aan te laten komen. Tien jaar geleden kwam het, bij een vergelijkbare
renovatie van park Het Loo, tot een gerechtelijke uitspraak waarbij
Voorburg op grond van art. 21 van de Grondwet volledig in het ongelijk
werd gesteld.
De milieucommissie van de Haagse Vogelbescherming heeft inmiddels
kritisch commentaar geleverd op de plannen.
Aletta de Ruiter
Natuur in de war…mensen
in de war
Ik heb mijn lezing ‘Natuur in de war…mensen
in de war’ genoemd. Dat mensen in de war raken als de natuur
in de war is, bleek onlangs duidelijk in Maasdijk toen daar vier
keer na elkaar hevige buien gevallen waren. Onze weerstand tegen
de grillen van de natuur wordt steeds kleiner. En in plaats van
zwarte pieten te gaan uitdelen, kunnen we beter kijken wat we ervan
kunnen leren. Het gaat soms om dingen die vijftig jaar zijn kromgegroeid
omdat ze al die tijd geen problemen hebben opgeleverd.
Dat er iets moet gebeuren, is duidelijk. Er komen diverse bedreigingen
op ons af: de temperatuur gaat stijgen, de neerslaghoeveelheid gaat
toenemen, de intensiteit gaat fors toenemen, evenals de verdamping.
Je zal misschien zeggen, dat komt goed uit, meer neerslag, meer
verdamping, maar het is waarschijnlijk in de tijd ontkoppeld. In
de zomer verdampt het harder en in het najaar en de winter gaat
het harder regenen. De zeespiegel stijgt en het maaiveld daalt.
Als we nu niets doen, zullen delen van dit gebied in 2100 niet meer
bewoonbaar zijn. Daarom is Delfland nu al bezig met vraagstukken
die pas in 2100 problematisch zullen worden.
Ik wil twee dingen over wateroverlast gaan vertellen. Wat betekent
het lokaal in ons gebied en welke oplossingen bedenken we.
Augustus 2004 gaf een absoluut neerslagrecord in Nederland te zien.
Die neerslag was heel ongelijk verdeeld. In het Westland viel minstens
325 mm in één maand, de hoogste waarde die het KNMI
ooit mat sinds het met metingen begon. En dan te bedenken dat er
in de eerste weken van die maand bijna geen bui gevallen is. In
de tweede helft van de maand waren er dagen bij dat er in enkele
uren tijd vijftig tot zestig millimeter viel. Het was heel lokaal.
Waarom is dit gebiedje wat vaker de pineut? Het zou te maken kunnen
hebben met de Thames die op die hoogte de zee in stroomt en iets
doet met de watertemperatuur.
Doordrenkte steenwol
We gaan naar de Oranjepolder, die ligt tussen Maassluis en Hoek
van Holland, langs de Maasdijk. De Oranjepolder is een polder die
boven het boezempeil ligt. Ze is ontstaan doordat zand vanuit de
rivieren en de zee daar is neergelegd. In principe is het heel arme
landbouwgrond. De dijk die er omheen liep was lager dan de Maasdijk,
en dat moest ook want bij hoogwater fungeerde de Oranjepolder als
overloopgebied. Nu is de verharding er enorm: het is één
plat vlak met kassen. De hoeveelheid water is heel beperkt. Toen
er onlangs een enorme bui viel, was de afvoer ontoereikend. Als
het in Den Haag zo keihard had geregend, had zich hier hetzelfde
probleem voorgedaan. Daar was de riolering ook niet op berekend
geweest. Maar waar we in Den Haag nog het Afvoerkanaal hebben, moet
Maasdijk het met De Barre doen, en dat is niets meer dan een niet
al te brede sloot. De grootste problemen doen zich voor bij de duikers
- buizen die onder een dam door lopen. Ze zijn veertig centimeter
in doorsnede, en dat is onder normale omstandigheden genoeg. Maar
niet als er vijftig, zestig millimeter valt, dan staat de boel onder
water. Dat is vooral voor tuinders een probleem, want de tijd dat
kassen op de koude grond stonden is voorbij. In al die kassen wordt
op steenwol geteeld. Als er water inkomt zuigt die steenwol zich
vol en gaan de planten dood. De schade is daarom nu veel groter
dan een jaar of veertig geleden bij een vergelijkbare bui het geval
zou zijn geweest. Het water kwam trouwens niet alleen uit de sloten,
maar ook de glazen daken van de kassen waren niet overal tegen de
regen bestand.
Hoe willen we het water na regenval beheersen? Daarvoor zijn eigenlijk
drie regels. In de eerste plaats vasthouden van het water in het
gebied. Vervolgens bergen in of nabij het gebied en in de derde
plaats afvoeren van het water naar zee. Over het algemeen kunnen
wij ons water heel goed kwijt, maar we moeten het natuurlijk wel
bij zee kunnen krijgen. De mogelijkheden in de Oranjepolder schieten
in alle opzichten tekort.
Als Hoogheemraadschap letten we natuurlijk goed op weersvoorspellingen,
maar je weet het nooit. We hebben nachten gehad dat we met veertig
mensen paraat stonden met pompen en dat er geen druppel viel.
De norm die wij voor onze maatregelen hanteren is 100 mm. in 48
uur, de zogeheten maatgevende bui. Die komt volgens het Waterloopkundig
Laboratorium in principe eens in de 190 jaar voor, maar we hebben
er al een paar van gehad.
Als we horen dat het gaat regenen gaan we voorpompen, we halen
water weg naar het nulniveau. Maar de tijd die je hebt om voor te
malen is soms beperkt. En bovendien: als we dat doen regent het
klachten van tuinders die te weinig water hebben voor hun koelsystemen.
En voor de natuur is het ook slecht.
De toekomst
Een blik op de toekomst: om de Oranjepolder aan te normen te laten
voldoen, is een uitbreiding van de waterbergingscapaciteit met 101.500
m3 nodig. Dat staat gelijk aan circa 25 hectare, een gigantische
opgave. Ga maar na, het is daar allemaal glas, en dat kun je niet
kopen voor 5 euro de vierkante meter.
Ook op de zeewering moeten we blijven letten. Dat is ons ‘zwakke
schakels’-project. Onze mensen die daaraan werken voorspellen
dat er de komende tien jaar weer een klap komt en er een heleboel
duin zal verdwijnen. Ik begrijp best dat mensen meer leuke dingen
in de duinen willen doen, maar dat zou dezelfde historische fout
zijn als het hele Westland volbouwen.
Verder komt er een veiligheidsklasse voor alle waterkeringen. We
hebben honderden kilometers kades waaraan we iets moeten doen, en
dan heb ik het nog niet eens over de problematiek van de veenkades.
In waterbeheersing zullen we heel veel moeten investeren en er zal
nog veel discussie komen over de gebruiksfuncties. Moet het peil
laag blijven vanwege de agrarische functies of mag het best wat
hoger?
Op het gebied van de waterkwaliteit stelt Europa steeds hogere
eisen. Volgens de strengste normen die nu in Brussel bedacht worden
voldoet zes procent van het oppervlaktewater in het Delfland-gebied.
Dus 94 procent nog niet.
Kortom: extreme regenval en extreme droogte vragen dat we het watersysteem
en de ruimtelijke ordening aanpassen aan de klimaatveranderingen.
Vandaar ons motto ‘meer ruimte voor water’. Aandacht
voor water moet leidend zijn bij de inrichting van een gebied; níet
de economie. Als we de ruimtelijke ordening níet aanpassen,
komen de bruikbaarheid en de leefbaarheid van het westen van Nederland
zeker in gevaar.
Govard Slooters,
Hoogheemraadschap Delfland
Van composthoop tot vlindertuin
Het is dan wel minder prestigieus dan een nationaal automobielmuseum,
maar toch kan Reigersbergen trots zijn op haar nieuwe aanwinst:
de vlindertuin.
‘Nieuw’ is eigenlijk niet het goede woord, want de
oorsprong van de vlindertuin gaat terug tot 2000. Marian Looije,
de initiatiefneemster tot de vlindertuin, vertelt: “Toen vond
het open-planproces voor de ontwikkelingsvisie Marlot-Reigersbergen
plaats. Daarmee wilde de gemeente in samenspraak met bewoners en
organisaties het gebied verfraaien. Waar nu de vlindertuin is lag
toen een grote composthoop, en die was veel mensen een doorn in
het oog. Het was onduidelijk van wie die nu eigenlijk was, daarom
heb ik dat door de gemeentelijke Ombudsman laten uitzoeken. Het
resultaat is dat de composthoop werd afgegraven en dat ik in contact
kwam met Hans Busker van het stadsdeelkantoor Haagse Hout. Ik heb
een eigen tuin in Reigersbergen waar ik een vlindertuin van gemaakt
had, en Hans Busker suggereerde dat ik samen met mijn tuin-buurman
het vrijgekomen stuk grond zou kunnen gebruiken. Mijn buurman voelde
daar echter niets voor, vandaar dat ik er toen met vrijwilligers
een vlindertuin ben gaan aanleggen. Vooral Birgit Stade heeft heel
veel werk verzet.”
De tuin werd op 13 augustus geopend door wethouder Smits (Duurzaamheid),
die een groot bord met de aanduiding ‘Vlindertuin Reigersbergen’
onthulde. Dit bord vervangt de bordjes die Marjan Looije enkele
malen opgehangen had en niet bestand bleken tegen de elementen.
Looije daarover: “De gemeente heeft aangeboden een wat duurzamer
bord te laten maken. En ze heeft ook het hek en het zaad betaald.”
Bio-indicatoren
Niet alleen de gemeente is blij met de vlindertuin, ook het Groen
Platform. Evert Mutter van deze organisatie (voorheen het Groen
Platform Mariahoeve genaamd) wees in zijn speech op de tedere en
poëtische associaties die veel mensen bij vlinders hebben.
“Sommige mensen vertonen zelfs aarzeling zich te realiseren
dat vlinders tot de biologische categorie van de insecten horen.
Bij insecten denkt men vaak aan enge, soms gevaarlijke diertjes
en die associatie heeft men bij vlinders niet, waarschijnlijk door
hun spectaculaire kleur en tekening en door hun gracieuze wijze
van zich voortbewegen.”
Maar vlinders hebben ook een monitorfunctie, zij fungeren als bio-indicatoren
voor de toestand van het milieu, benadrukte Mutter. En de kwaliteit
van het milieu baart het Groene Platform de nodige zorgen. De biodiversiteit,
een van de bepalende factoren voor de milieukwaliteit, wordt bedreigd
door het type beheer van openbaar groen en natuurgebieden zoals
dat in Den Haag plaatsvindt. Dat wil zeggen, groenbeheer in plaats
van beheer van ecosystemen. En ook de plannen tot bebouwing van
ecologisch kwetsbare gebieden - zoals het plan voor het Nationaal
Automobielmuseum aan de Leidse Straatweg - en tot (her)inrichting
van Mariahoeve vormen een bedreiging voor de diversiteit van soorten.
Mutter benadrukt dat zijn organisatie alles in het werk zal stellen
om met de overheden in gesprek te komen om deze bedreigingen het
hoofd te bieden.
Verwaaide vlinders
De officiële opening van de tuin vond helaas plaats in een
erg vlinderarme zomer. Wisten vorig jaar elf soorten de weg naar
de Vlindertuin Reigersbergen te vinden, dit jaar signaleerde Looije
er slechts zeven, allemaal erg algemene soorten als koolwitjes,
distelvlinders, citroenvlinders en dagpauwogen. “En dan nog
maar enkele exemplaren tegelijk, terwijl er vorig jaar soms zelfs
zeventig vlinders van één soort rondvlogen. Ze vertonen
ook opvallend vaak beschadigingen, door de wind denk ik. Deze zomer
heeft het zelfs op zonnige dagen vaak hard gewaaid.”
Laten vlinders het nu dus helaas afweten, bezoekers van Reigersbergen
weten de bloemenpracht te waarderen. Rondom de tuin staan dertig,
35 buddleja’s, planten waarvan de Nederlandse naam niet voor
niets ‘vlinderstruik’ luidt. In de tuin zijn vakken
ingezaaid met onder meer korenbloem, bolderik, wilde peen, distels,
kaardebol, damastbloem, marjolein en pepermunt. “Voorbijgangers
reageren vaak erg enthousiast”, aldus Looije, “ze gooien
foto’s in de tuin of spreken je aan als ze zien dat je aan
het wieden bent.”
De tuin is dan wel niet toegankelijk, vanaf het pad dat vanaf de
Bezuidenhoutseweg richting de Leidse Straatweg leidt heeft u er
goed zicht op. De vlindertuin ligt ter hoogte van de weilanden die
grenzen aan de tuin van Paleis Huis ten Bosch, achter het gebouwtje
van de GKV-sportvelden.
Bob Molenaar
Nogmaals de gedempte sloot
In de vorige Branding schreven we over een sloot in Reigersbergen
die illegaal gedempt was. Met nadelige gevolgen voor de opvang van
hemelwater, maar meer nog voor de biodiversiteit. De sloot was immers
een ware kraamkamer voor amfibieën, waaronder het Groene-kikker-complex,
de Bruine kikker, de Gewone pad en de Kleine watersalamander, en
soms de Rugstreeppad. Ook
de Noordse woelmuis was er te vinden. Volgens bioloog Niek van de
Worff van het Groene Platform heeft het dempen van deze sloot vèrgaande
consequenties voor de soortendiversiteit en de populatieopbouw van
de amfibieën in dit gebied gehad.
Inmiddels heeft de Dienst Stedelijke Ontwikkeling haar pachter
per brief laten weten dat de demping illegaal was. Als de sloot
niet weer wordt opengegraven, moet er in beginsel elders in hetzelfde
peilgebied voor een vervangende waterloop worden gezorgd.
Het kan echter zijn dat het Hoogheemraadschap met terugwerkende
kracht alsnog vergunning voor de demping verleent. Het zou niet
de eerste keer zijn dat een illegale situatie naderhand gelegaliseerd
wordt. Het bestuursrecht eist immers een zorgvuldige belangenafweging,
en dat leidt er regelmatig toe dat het welbewust niet aanvragen
van een vergunning wordt beloond.
Stadspartij
Niek van der Worff gaat zich inspannen om het niet zover te laten
komen. Het Groene Platform zal het Hoogheemraadschap nog eens proberen
te doordringen van de gevolgen van het dempen van de sloot op de
biodiversiteit in het gebied. In zijn brief zal het platform speciale
aandacht vragen voor zaken als soortendiversiteit, populatiedichtheid
en de verplichtingen op grond van de Flora- en Faunawet. Van der
Worff zal verder bekijken welke juridische mogelijkheden hem ten
dienste staan.
En ook de politieke weg wordt behandeld: onlangs vond een gesprek
plaats tussen het Groene Platform en Joris Wijsmuller van de Haagse
Stadspartij over onder andere het dempen van de sloot in Reigersbergen.
De Haagse Stadspartij had op 7 juli jl. naar aanleiding van het
artikel in Branding een vraag aan het college van B&W gesteld.
Na een uitvoerig citaat wilde Joris Wijsmuller van B&W weten:
“Kan het college aangeven hoe dit heeft kunnen gebeuren en
welke sancties zullen worden getroffen tegen deze overtreding van
o.a. de Flora- en Faunawet?”
Door het reces is de vraag bij het ter perse gaan van dit nummer
nog niet beantwoord, maar wij zullen u van de ontwikkelingen in
deze kwestie op de hoogte houden.
Bob Molenaar
Meldpunt Toezicht Delfland
Delfland heeft als waterschap een aantal kerntaken. Zo zorgt Delfland
voor de waterkwaliteit (schoon water), het waterpeil (de juiste
stand van het water) en de waterkeringen (dijken en duinen die onze
voeten droog houden) binnen het gebied van Delfland.
Zeker nu we regelmatig geconfronteerd worden met grote hoeveelheden
regen- of rivierwater die afgevoerd moeten worden, is elke sloot
er één. Het Hoogheemraadschap Delfland heeft tot taak
het kwetsbare systeem in balans te houden door ervoor te zorgen
dat het juiste waterpeil in de watergangen gewaarborgd blijft. Delfland
beschikt over een meldpunt waar u activiteiten kunt melden die schade
aan de waterkwaliteit of het watersysteem toebrengen.
Ziet u iets dat naar uw inschatting de waterkering, de waterkwaliteit
of het waterpeil in gevaar brengt? Of constateert u een illegale
handeling of overtreding? Meld dit dan bij het Meldpunt Toezicht,
tel. 015 270 18 88, e-mail meldpunt@hhdelfland.nl
Denk bijvoorbeeld aan:
een sloot waarin dode vissen liggen;
een dijk die verzakt is of waaruit water sijpelt;
een plezierboot die te hard vaart;
lozing van olie op het water of een afvoer van een wasmachine die
rechtstreeks in het oppervlaktewater uitkomt;
een sloot die nagenoeg droog is komen te liggen of juist dreigt
over te lopen;
een sloot die illegaal gedempt wordt.
Foutief maaibeheer kost veel jonge
levens
Op veel plekken in Nederland worden fouten gemaakt bij ecologisch
maaibeheer. Door te vroeg en onzorgvuldig maaien in de vroege zomer
laten tal van jonge vogels het leven. Dit gebeurt vaker dan gedacht,
bij zowel particulier als overheidsbeheer en soms ook nog met subsidie.
Zorgvuldig uitgestippeld natuurbeleid wordt op die manier weer tenietgedaan.
Een greep uit de vele dramatische missers die zich jaarlijks voordoen.
De dienst Stadsbeheer van de gemeente Den Haag kent voor het onderhoud
van grasvelden en bermen twee verschillende maaimethodes. De meeste
gazons vallen onder het zogenaamde traditionele maairegiem. In het
groeiseizoen, globaal tussen april en oktober, komt het groenbedrijf
hier circa twintig keer met de maaimachine langs om de grassprieten
te kortwieken.
Ecologisch maaien
Voor de ecologische verbindingszones van de stad hanteren de groenbeheerders
van Stadsbeheer sinds de jaren negentig een natuurbeleid. Hierbij
past een ander maairegiem, met een zeer lage frequentie. Er wordt
slechts twee keer per jaar gemaaid, eind juni en september, dus
gras krijgt de kans om door te groeien.
Vooral de bermen langs doorgaande wegen komen in aanmerking als
verbindingszones. Ook de natuur is immers zeer gebaat bij doorgaande
routes. Op deze trajecten is het oude grasmengsel dan ook vervangen
door een veel rijker mengsel van bermflora, aansluitend op de natuurwaarde
die de berm als verbindingszone moet bieden. Op zandgrond treffen
we andere planten dan op veengrond.
De juni-maaibeurt is echter nogal omstreden. Omdat de vroegbloeiende
plantensoorten zijn uitgebloeid en beginnen af te sterven, wil Stadsbeheer
rond de langste dag een maaibeurt om de laatbloeiers meer licht
en ruimte te geven. Hierbij spelen ook het aanzien van de berm en
de maaibaarheid van het gewas een rol (omgevallen planten zijn moeilijk
te hanteren).
Vergeten wordt dat het broedseizoen dan nog volop aan de gang is
en dat juist deze natuurlijke bermen een zeer aantrekkelijke schuil-
en voedselgelegenheid zijn voor heel veel grondbroeders. Echt problematisch
wordt het als de aannemer zijn planning een paar weken opschuift
en veel eerder maait dan de langste dag.
Begin juni trof bioloog Kees Koppers in Leidschenveen de nieuwe
ecobermen platgewalst. De bermen stonden nog in volle bloei en alleen
daarom al was het een verkwisting van de investering van het dure
zaadmengsel. Nader onderzoek bracht echter veel meer leed aan het
licht. Het nieuwe Haagse stadsdeel huisvest een veelsoortige vogelpopulatie.
De ecobermen dienden als honing voor de bijen en als manna voor
de vogels. Door de vroege maaibeurt werd hier een complete biotoop
en vogelkraamkamer vernietigd. Een misdrijf dat de groenaannemer
zich van tevoren waarschijnlijk niet gerealiseerd heeft, maar waarvoor
hij achteraf, op grond van de Flora- en Faunawet, een proces-verbaal
kan krijgen.
Vermalen grutto's
Het Nederlandse weidevogelbeheer wordt met een forse subsidie van
de Europese gemeenschap ondersteund. Sinds een tiental jaren trekt
de EU jaarlijks een kleine 200 miljoen euro uit voor de bescherming
van onder andere de grutto in Nederland. Deze hoogpotige vogel voelt
zich bij uitstek thuis in onze vochtige Hollandse weilanden. Grutto’s
broeden er dan ook massaal. De Nederlandse veenweidegebieden hebben
in voorjaar en vroege zomer driekwart van de Europese gruttopopulatie
te gast. Een kraamkamer die om zorgvuldig gastheerschap vraagt.
En daarmee blijkt nu juist flink de hand te worden gelicht.
Boeren die op hun weilanden broedende grutto's te gast hebben mogen
niet maaien voordat de nesten zijn uitgekomen. Voor deze natuurbeheersmaatregel
wordt compensatie verleend in de vorm van subsidie per nest. Die
nesten worden dan ook zorgvuldig geteld en gemerkt en later nog
eens gecontroleerd. Je zou denken dat iedereen die hierbij betrokken
is, het beste met de grutto voorheeft. Zeker ook de boer.
De regelgeving blijkt vaak echter slechts een aantrekkelijke aanvulling
op de jaarinkomsten. Van morele overtuiging is lang niet altijd
sprake. Op 18 mei van dit jaar trof natuurfotograaf Danny Ellinger
in een pas gemaaid weiland in de polder bij Zuiderwoude 600 omgekomen
gruttojongen aan. De natuurbeherende agrariër had er niet bij
stil gestaan dat jonge grutto's nog wekenlang zeer terreingebonden
zijn en dat de kraamzorg langer duurt dan de broedtijd alleen. Zijn
maaiactie elimineerde binnen een uur een groot deel van het toekomstige
gruttobestand.
IJsberg
Ellingers verslaglegging geeft aan dat dit ongeluk niet het enige
in zijn soort is. Veel meer agrariërs blijken het gastheerschap
aan hun laars te lappen. Wegens gebrek aan controle is het vaststellen
van de maaidatum een vertrouwenszaak tussen overheid en beheerder.
Ellinger veronderstelt dat de aantrekkelijke subsidieregeling in
dit geval zelfs malversatie in de hand werkt en dus een tegenovergesteld
effect veroorzaakt. De betrokken agrariër heeft slechts een
proces-verbaal gekregen. Een uitvoerig rapport is naar het ministerie
van LNV gegaan.
Bovenstaande voorbeelden vormen uiteraard slechts het topje van
de ijsberg van de jaarlijks voorkomende maaibeheer-ongelukken. Onwetendheid
en onzorgvuldigheid zijn de twee belangrijkste oorzaken van de vele
natuurdrama's die hieruit volgen. Veel kan voorkomen worden als
er beter wordt gecommuniceerd. Niet alleen beleid maken, maar ook
voorlichten, controleren en handhaven. Een cirkel van betrokkenheid,
waarbij ambtenaren, uitvoerders en milieukenners elkaar goed kunnen
aanvullen.
Aletta de Ruiter
Demping sloot schaadt biodiversiteit
Het mag nu wel gezegd worden: bioloog Niek van der Worff uit
Mariahoeve betrad regelmatig een afgesloten weideperceel in Reigersbergen
om daar de macrofauna van een sloot te inventariseren. Het was dan
ook niet zomaar een sloot. Het bijzondere karakter van deze waterloop
rechtvaardigde Van der Worffs overtreding alleszins.
Dit verhaal is tot dusverre niet voor niets in de verleden tijd
gesteld. Want toen Van der Worff zo'n anderhalf jaar geleden op
een ochtend 'zijn' vertrouwde wei betrad, kon hij zijn ogen niet
geloven: de sloot was gedempt. Voor Van der Worff strekte zich een
wei uit die zonder onderbreking het pad waarop hij stond, met de
bomenrij aan de overkant verbond.
Niek van der Worff: "Ik ben onmiddellijk navraag gaan doen
en ontdekte dat Rijkswaterstaat en de Haagse Dienst Stedelijke Ontwikkeling
(DSO) hiervoor verantwoordelijk waren. Rijkswaterstaat had grond
over van de aanleg van de Noordelijke Randweg. De wei was plaatselijk
verzakt en ze hebben die grond gebruikt om haar op te hogen. Tegelijk
hebben ze de sloot gedempt, wat voor de boer natuurlijk wel zo gemakkelijk
is. Twee stukken land die eerst door een sloot gescheiden waren,
zijn nu met elkaar verbonden."
Goed, dus overtollige grond is gebruikt om een weiland te optimaliseren.
Rijkswaterstaat blij, de DSO (de eigenaar van de grond) blij en
pachter Kleiweg blij. Dus wat is er op tegen?
Van der Worff: "Laat ik vooropstellen dat dit illegaal gebeurd
is. Voor het dempen van een sloot heb je een vergunning van het
Hoogheemraadschap Delfland nodig, en die is niet afgegeven. Ik ben
ervan overtuigd dat die ook nooit afgegeven had mogen worden. De
sloot had een bijzonder rijke biodiversiteit ten opzichte van andere
sloten in deze wijk. Dat kwam deels door de ligging, deels door
de bijzondere vorm. Er had ooit een groot betonblok in gelegen dat
er in de jaren '60 uitgetakeld is. Waar dat blok in de grond had
gezeten was de sloot dus veel breder en dieper, wat tot heel specifieke
omstandigheden leidde. De sloot was een ware kraamkamer van amfibieën.
De Geelgerande Waterkever zat er, het Groene-kikker-complex, de
Bruine kikker, de Gewone pad en de Kleine watersalamander, en fragmentarisch
ook de Rugstreeppad. Werkelijk uniek was de aanwezigheid van trilveen,
dat zie je hier in de wijde omgeving vrijwel nergens. En dankzij
de goede waterkwaliteit van deze enorm heldere sloot, met een gemiddelde
Ph-waarde van rond de 7, kwam hier ook de Noordse woelmuis voor.
Het dempen van deze sloot heeft vèrgaande consequenties gehad
voor de soortendiversiteit en de populatieopbouw van de amfibieën
in dit gebied."
Herstel
Van der Worff heeft niet de illusie dat die soortenrijkdom snel
weer terug zal komen, ook al wordt de sloot weer uitgegraven. Maar
toch is herstel van de oude situatie iets waar hij naar streeft:
"Als er een sloot wordt gedempt stelt het Hoogheemraadschap
Delfland normaliter als voorwaarde dat dit elders in hetzelfde peilgebied
gecompenseerd wordt. Maar behalve dat hier geen vergunning is aangevraagd
is compensatie in hetzelfde gebied zinloos. Juist de plek waar de
sloot heeft gelegen is uniek vanwege de lichtdispersie en de ligging,
haaks op de meestvoorkomende windrichting. Met mijn collega's van
het Groene Platform (oorspronkelijk het Groene Platform Mariahoeve)
ben ik dus gaan kijken of de sloot weer uitgegraven kon worden.
Maar de boer die het land van DSO pacht, voelt daar helaas niks
voor, want voor hem is het er een stuk gemakkelijker op geworden.
Eerst werd zijn land door de sloot bijna in tweeën gedeeld,
nu niet meer. Daarom hebben we contact opgenomen met het Hoogheemraadschap
Delfland."
Het hoogheemraadschap beschikt niet over de bevoegdheid om af te
dwingen dat de sloot weer op precies dezelfde plek wordt uitgegraven,
laat de heer Ruinaard van de afdeling Vergunningen weten. "Het
hoogheemraadschap heeft het dempen van oppervlaktewateren aan een
vergunningenstelsel verbonden. Want we hebben oppervlaktewater nodig
om water te 'parkeren' voordat het wordt afgevoerd. Door het dempen
van deze sloot missen we oppervlaktewater, en dat moet terugkomen.
Maar wáár dat gebeurt maakt ons niet uit, als het
maar binnen hetzelfde peilgebied is. En dat peilgebied is veel groter
dan alleen maar die wei. Dus als DSO een sloot elders in het peilgebied
graaft voldoet ze aan haar herstelverplichting. En dat is ook het
geval als een bestaande sloot zoveel wordt uitgebreid dat het aantal
verloren gegane kubieke meters gecompenseerd wordt."
Deze overtreding van de regels van het hoogheemraadschap blijft
dus zonder gevolgen. Maar er is ook nog zoiets als de Flora- en
Faunawet, die aan iedereen een zorgplicht oplegt voor "de in
het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving".
Deze plicht houdt onder meer in dat iedereen die weet (of redelijkerwijs
kan vermoeden) dat zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor
flora of fauna kan veroorzaken, dergelijke gevolgen zoveel mogelijk
moet beperken of ongedaan maken. Het laatste woord is hierover dus
nog niet gezegd. Wordt vervolgd.
Bob Molenaar
Haags Milieucentrum
Bewoners op de bres voor biodiversiteit
Portret van het Groen Platform Mariahoeve
Sinds een jaar beschikt Mariahoeve over een Groen Platform.
Met dit initiatief wil een groep wijkbewoners in Mariahoeve en Marlot
de biodiversiteit vergroten, maar ze beperken zich niet tot die
wijken. Ecosystemen trekken zich immers niets van wijkgrenzen aan,
en de systemen van aangrenzende gebieden zijn nauw met elkaar verweven.
Vandaar dat het Platform ook de landgoederen Marlot en Reigersbergen
en de Duivenvoordse en Veenzijdse Polder tot zijn werkterrein rekent.
Want het is hier met de biodiversiteit heel slecht gesteld, vertelt
de bioloog van het platform, de heer Van der Worff. Voor een deel
komt dat door het gangbare gemeentelijke beleid. Dat richt zich
voornamelijk op groenbeheer, terwijl aan de onderliggende ecosystemen
nauwelijks aandacht wordt besteed. Door de juiste ecologische voorwaarden
te scheppen, ontstaat in de loop der tijd vanzelf een grote variatie
in dieren en planten. Van der Worff c.s. zijn van plan een onderzoek
te starten naar welke insecten aan welke bomen of clusters van bomen
zijn gerelateerd. Dan zou je heel gericht bomen kunnen aanplanten
om de biodiversiteit te sturen.
Die niet al te grote biodiversiteit wordt dan ook nog eens op tal
van punten bedreigd. In een wijk als Mariahoeve, die een overgang
vormt tussen de duinen en de polders, is dat goed te merken. De
nieuwe Noordelijke Randweg betekent een forse barrière tussen
de noordelijke stadsrand en de aangrenzende veenweidegebieden. De
Rana lessonae (een lid van het groene-kikkercomplex) is al uit Mariahoeve
verdwenen.
En desastreus voor de biodiversiteit zijn volgens Van der Worff
de plannen van de gemeente om de vegetatie in Mariahoeve weer te
gaan beheren op de manier die in de jaren zestig van de vorige eeuw
gebruikelijk was. De Dienst Stadsontwikkeling (DSO) heeft het plan
opgevat om de wijk tot beschermd stadsgezicht te laten verklaren
omdat die zo representatief is voor de bouwstijl uit die tijd. Daarbij
horen op 16 plekken strakke, rechte oevers met 1,10 meter hoge beschoeiingen.
Nu is Mariahoeve al niet rijk gezegend met natuurvriendelijke oevers,
maar terugkeer naar de stijl van het oorspronkelijke ontwerp kan
volgens berekeningen van Van der Worff leiden tot een afname in
flora en fauna van zo'n 70%. Strakke oevers hebben geen waarde voor
natuurontwikkeling. De ecologische zone die in theorie van het Haagse
Bos tot aan het spoortalud loopt, word hiermee doorsneden. We schrijven
in theorie, want in de praktijk betekent het speelweidegebied van
de Vlaskamp eigenlijk al een doorbreking. Over deze plannen moeten
volgens Van der Worff nog wat harde noten met de gemeente worden
gekraakt.
Maar natuurlijk hoeft niet alles op de gemeente aan te komen. Ook
wijkbewoners kunnen bijdragen aan het verbeteren van de ecologische
leefomgeving. Het Groen Platform Mariahoeve is dan ook op zoek naar
vrijwilligers die in bepaalde delen van de wijk bijvoorbeeld wilgen
willen knotten, poelen of slootjes willen graven, of willen meedenken
over hoe de wijk groener kan worden gemaakt.
Biodiversiteitsrapport
De activiteiten van Het Groene Platform moeten hun weerslag vinden
in een rapport over de biodiversiteit in Mariahoeve/Marlot. De bedoeling
was aanvankelijk om dit in de eerste helft van 2004 af te ronden,
maar dit bleek niet haalbaar. Al snel concludeerde het Platform
dat het aantal te behandelen onderwerpen moest worden uitgebreid,
en het is allemaal vrijwilligerswerk.
Het rapport zal dan ook verschijnen in de vorm van (12 à
14) Nieuwsbrieven, die elk een afgerond onderwerp behandelen. Om
de drie of vier maanden zal er één verschijnen. De
eerste Nieuwsbrief, sober maar fraai vormgegeven en heel overzichtelijk,
behandelt de amfibieën in Mariahoeve en Marlot. De algemene
conclusie luidt dat de diversiteit gering is, maar dat soorten op
sommige plaatsen een hoge populatiedichtheid kunnen bereiken. Het
Groene Platform hoopt dat de gemeente Den Haag en het Hoogheemraadschap
Delfland hun beleid hierop willen richten.
En wilt u een bijdrage leveren aan de populatiedichtheid van de
pad: kijkt u dan vooral naar onze oproep op pagina
.
Meer informatie over het Groene Platform is te verkrijgen bij
N. van der Worff, tel. 347 4619, E. Mutter, tel. 347 2949, J. Herrewijnen,
tel. 385 3217, of bij het Wijkberaad Mariahoeve, tel. 383 8224.
Goed voorbeeld doet goed volgen
De oprichters van het Groen Platform Mariahoeve hopen dat hun voorbeeld
in andere wijken en gemeenten navolging krijgt. Mariahoeve en Den
Haag Zuidwest vertonen veel overeenkomsten. Beide dateren van na
de oorlog, zijn aangelegd in de vorm van strokenbouw langs veelal
rechte wegen en straten en zijn gezegend met vrij veel groen. Het
Haags Milieucentrum hoopt in Zuidwest ook een Groen Bewonersplatform
van de grond te tillen. Inmiddels hebben zich al enkele mensen hiervoor
aangemeld, maar we kunnen nog altijd versterking gebruiken. Hebt
u belangstelling? Neemt u dan contact op met Tom Pitstra of Bob
Molenaar, bereikbaar via info@haagsmilieucentrum.nl
of tel. 30 50 286.
Waar laten we het water?
Den Haag staat bekend als groene stad, maar laten we ook het
blauw niet vergeten. Water is in de Hofstad goed vertegenwoordigd
en speelt een steeds voornamere rol. Zo kan water een belangrijk
'selling point' zijn als er dure woningen in de markt moeten worden
gezet - het zogenoemde 'makelaarswater'. Maar water dringt zich
ook gewoon aan ons op, zowel uit de bodem als uit de lucht. Dat
moet ergens blijven. Bij voorkeur ergens waar kinderen er niet in
vallen. Wonen aan water is rustgevend, maar de waterwolf slaapt
nooit.
Bij de inrichting van waterpartijen in woonwijken is het zoeken
naar een evenwicht tussen de wensen van de natuur en de behoeften
van de stadsmens. Begin juli verdronk een driejarige peuter in een
sloot aan de Sandersdijk in Ypenburg. Hij was in het water gevallen
nadat hij met zijn fietsje van het pad afraakte. Het water in deze
wijk is bewust aangelegd als waterberging en pas in de tweede plaats
ter verfraaiing van de wijk. Er is gekozen voor zo natuurlijk mogelijke
oevers, waarbij het veiligheidsaspect zeker niet veronachtzaamd
is. Voorzover de wijk sloten met te steile oevers kende, stonden
er aanpassingen op de agenda. De Sandersdijk komt op deze lijst
echter niet voor: de glooiing van de oever is gering, bomen en struiken
schermen de weg van het water af en het riet in de slootkant zorgt
voor een laatste bescherming. Maar de bomen en struiken van de Sandersdijk
waren nog niet allemaal aangeplant en het ingezaaide riet was nog
niet uitgelopen.
Waterplan
In de maakbare samenleving waaraan wij gewend zijn, wordt het afspoelende
regenwater van daken en wegdek doorgaans zo snel mogelijk via het
riool afgevoerd. Bij hevige regenval stromen die riolen over in
de sloot, met alle nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater
van dien. Bovendien wordt water in perioden van extreme droogte
niet in de laatste plaats door de bomen node gemist. In toenemende
mate wordt dan ook gekozen voor wijkgebonden waterberging: het opslaan
van water in waterpartijen in de wijk. Dit is een belangrijk uitgangspunt
van het Waterplan, dat de gemeente Den Haag en het Hoogheemraadschap
Delfland in 1999 samen hebben opgesteld.
In het Waterplan zijn ook de zwakke plekken in kaart gebracht: de
Veenendaalkade, de Wijndaelerweg, het wijkpark Bokkefort in Houtwijk
en heel Den Haag Zuidwest. Hier is het water sterk verontreinigd.
Uit de praktijk blijkt dat aanpassing van bestaande voorzieningen
een kostbare zaak is en zeer traag verloopt. De geplande nieuwbouwprojecten
in Zuidwest bieden een kans om hier een betaalbaar gescheiden riolerings-
en regenwatersysteem aan te leggen. Dit betekent wel dat er voor
Zuidwest een Waterplan opgesteld moet worden. Daaraan zal vervolgens
bij de uitvoering niet om louter financiële redenen getornd
mogen worden. In Leidschenveen wordt het goede Waterplan momenteel
ondergraven, omdat uit puur financiële overwegingen bouwwerken
in de geplande wijkgebonden waterberging zullen worden toegestaan.
Geld als water
In de Haagse regio is behalve de wateropslag in woonwijken ook de
opslag van water in de kassengebieden van groot belang. In de polder
bij 't Woudt legt het Hoogheemraadschap van Delfland daarom een
enorme waterberging aan. Rondom de weilanden komt een dijkring en
de afwatering van die weilanden wordt verwijderd. Zo ontstaat er
een natuurlijk 'dras en plas'-gebied waar in tijden van hoge nood
800.000 kuub regenwater kan worden gestald. Volgens de planning
had deze grote natuurberging dit jaar al klaar moeten zijn, maar
de voltooiing wordt niet eerder dan in 2005 verwacht. In de tussentijd
wordt een beroep op de tuinders in de omgeving gedaan. Delfland
zoekt zestig grote tuindersbedrijven met reservoirs van minimaal
800 kubieke meter. In de 'regentijd' (september-december) zouden
ze daarvan elk 300 kuub moeten vrijhouden voor berging van regenwater.
Delfland is in ruil hiervoor bereid de helft te bekostigen van de
zuivering die tuinders nodig hebben voor reiniging van het water
dat van de kassen het bassin instroomt. Het schap draagt tot 5.000
euro per tuinder bij. Daarnaast krijgen de bedrijven 1 euro per
opgevangen kuub regenwater.
Als Delfland grootschalige waterberging door bedrijven beproeft,
stelt het Haags Milieucentrum voor dit ook op kleinere schaal bij
bewoners te proberen. Bijvoorbeeld in het stadsdeel Leidschenveen.
Daar ligt
een wijkje per ongeluk zestig centimeter onder de aanbevolen bouwhoogte.
Een wijkje dat bovendien bedoeld is als waterberging: bij extreme
regen moet het een
belangrijk deel van al de in het stadsdeel gevallen regen opvangen.
Er is berekend dat er eens in de tien jaar zoveel water kan vallen,
dat de huizen in de te laag gelegen wijk onderlopen. De bewoners
pleiten daarom voor grootschalige maatregelen: het afsluiten van
dompers en de aanleg van pompen. Maar als alle huishoudens in Leidschenveen
een regenton zouden plaatsen, dan is het grootste gevaar de wereld
al uit. Er zijn tegenwoordig regentonnen in de handel die zelf voor
voldoende waterdruk zorgen. Met een tuinslang kan de tuin besproeid
worden en wie wil kan met dit water de wc doorspoelen. De totale
opslag van al die regentonnen bij elkaar gaat snel in de richting
van de 600 kuub. Daar heeft Delfland dan vast wel 10.000 euro voor
over. En mochten de huidige bestuurders van Delfland geen trek hebben
in dit 'kleinschalige' project: volgend jaar zijn er waterschapsverkiezingen.
Marc Beek
Projectmedewerker HMC
Het Groenbeleidsplan
Van saai en goedkoop prikgroen tot fruitfull
city
De gemeente Den Haag ziet zichzelf graag als een groene stad
achter de duinen. Ook de bewoners waarderen hun stad vanwege het
vele groen. Wie kent niet de mooie parken zoals het Westbroekpark,
Clingendael, het Zuiderpark en de Scheveningse Bosjes? Maar ook
plantsoenen, pleinen en buurtgroen zijn van groot belang. Op het
groen binnen de gemeente is het Groenbeleidsplan van toepassing.
Dit plan wordt momenteel herzien, in een interactief proces waarin
allerlei betrokken organisaties mogen meepraten. Ook het Haags Milieucentrum
(HMC) is hierbij betrokken. In dit artikel een bespreking van enkele
hoofdlijnen van het nieuwe plan: het budget, privatisering van groen,
gifspuiten en de kloof tussen beleid en praktijk.
Meer poen voor groen
Uit de tot nu toe gepresenteerde stukken blijkt dat het niet zeker
is, dat er extra geld wordt uitgetrokken om de groene ambities van
de gemeente Den Haag te realiseren. Door deze politieke keuze wordt
er zelfs gepraat over privatisering van het groen en het weer ter
hand nemen van de gifspuit.
Het HMC kan dit totaal niet plaatsen. Als de lokale politiek en
haar inwoners zo trots zijn op hun groene stad achter de duinen,
dan moet dit toch ook tot uiting komen in de financiële prioriteiten?
Hoe is het te verkopen dat er wel 30-40 miljoen euro voor een jongensdroom,
een nieuw voetbalstadion voor ADO, wordt uitgetrokken, en dat er
geen extra geld zou zijn om te investeren in het groene karakter
van de stad? We zullen de lokale politiek aanspreken en zonodig
kritiseren als ze echt deze keuze zou maken.
Nu hoeft een natuurlijker beheer van het groen niet altijd meer
geld te kosten. Integendeel, het kan er zelfs behoorlijk goedkoper
van worden. Bij het landelijk bosbeheer zagen we dat in het zogenoemde
leunstoelbeheer: tijdelijk even ingrijpen en dan de natuur (grotendeels)
haar gang laten gaan. Maar ook op lokaal niveau is ecologisch groenbeheer
vaak goedkoper. Neem het ecologisch maaien van bermen. Eén
of twee keer per jaar maaien, met afvoeren van het maaisel, is natuurlijk
veel goedkoper dan iedere maand te maaien.
Zwolle is een goed voorbeeld van een gemeente die al lang geleden
is overgegaan op ecologisch groenbeheer en het uitbannen van de
gifspuit, tegen lagere kosten.
Cleanheidsbehoefte
Soms worden buurtparken zelfs gratis beheerd en gemaaid, bijvoorbeeld
door een Schotse Hooglander. In andere gemeenten worden koeien ingezet
om groene plantsoentjes of bermen kort te houden. Waarom zouden
we daarmee in Den Haag niet eens experimenteren? Met bijvoorbeeld
geiten, in samenwerking met de kinderboerderijen?
En is al dat snoeien nu wel nodig? Fietsend door de stad zie je
dat min of meer spontane wildernisjes opeens zijn weggehakt. Misschien
dat een enkele bewoner het niet netjes vond, maar zouden alle bewoners
deze
cleanheidsbehoefte wel delen? Het zou standaardbeleid moeten worden
om bij klachten te checken hoe dat in de hele wijk of straat ligt.
Ik heb zelf een prachtige klimop, die met veel arbeid wordt beheerd.
De meeste omwonenden vinden het prachtig. Veel vogels, mooi uitzicht.
Maar een enkele verknipte ziel klaagt over de bladeren, het ongedierte
(spinnen) en de geluidsoverlast (van de vogels...)
Een ander praktijkvoorbeeld van zinloze arbeid: in de straat waar
ik woon staat een oude muur, die mooi begroeid is met varentjes
en muurleeuwenbek. U raadt het al... komen ze van DSB de straat
in met bosmaaiers. Ik heb nog net een deel van de muur kunnen redden.
En dan in het Groenbeleidsplan mooie woorden spreken over behoud
van muurvegetatie
Het is natuurlijk onzin om te spreken over geldgebrek als er nog
zoveel bespaard kan worden door overbodige activiteiten te staken.
Privatisering
Om geld te besparen en dat dan in te zetten voor extra buurtgroen,
is voorgesteld om grote groengebieden te privatiseren. Het Aegon-plein
wordt als lichtend voorbeeld gezien. Het HMC is sterk gekant tegen
dit idee. Wij vinden dit alleen aanvaardbaar bij snippergroen. Door
dat in beheer te geven aan bewonersinitiatieven worden die gestimuleerd
om er wat leukers mee te doen dan het vage prikgroen dat er nu vaak
staat. Van dat groen waar niemand de naam van kent, waar niemand
van houdt en dat als belangrijkste eigenschap heeft dat het onderhoudsarm
is. Om van te gruwen! Schakel de Vlinderstichting in om dit soort
snippergroen ecologisch waardevol te maken. En laat de mooie (en
goedkope!) inheemse vlier rijkelijk bloeien en groeien. Belangrijk
voor vogels, leuk om naar te kijken en zelfs lekker om er jam van
te maken.
Maar de grote gemeentelijke parken moeten natuurlijk niet verpatst
worden. Theoretisch kun je gaan praten over voorwaarden, het opleggen
van beheerseisen e.d. Maar praktisch raak je als gemeente op de
lange duur je greep op het groen kwijt. Een heilloze weg. Tenzij
het groen in beheer wordt gegeven aan natuur-organisaties zoals
Staatsbosbeheer of Natuur-monumenten, maar waarom zouden die het
goedkoper kunnen? Eigenlijk spreekt de gemeente Den Haag dan uit,
dat ze haar eigen groen niet goed kan beheren
De gifspuit er weer in
Het is nog geen concreet beleidsvoornemen, maar de gemeente heeft
het wel voorgesteld: om geld uit te sparen moet de gifspuit weer
vaker gehanteerd worden. Het geld dat dit zou opleveren zou extra
in het groen kunnen worden geïnvesteerd. Het HMC vindt dit
voorstel te gek voor woorden. Zo is het maar de vraag of ecologisch
groenbeheer zonder gif wel duurder is. Zie het voorbeeld van Zwolle.
Maar zelfs als alternatieven wat duurder zouden zijn, dan is dat
natuurlijk wel de politieke keuze die Den Haag moet maken.
Tientallen gemeenten hebben blijvend besloten om te stoppen met
de gifspuit en dat heeft zeker niet tot grote problemen geleid.
Hoewel het ons volstrekt overbodig lijkt, hierbij even wat argumenten
tegen de gifspuit:
1. De gemeente geeft een totaal verkeerd voorbeeld op milieugebied.
Als de gemeente dit mag, dan mogen de burgers toch zeker ook maar
weer wat aan rotzooien.
2. Het gif komt uiteindelijk in het water terecht en zorgt daar
voor diffuse verontreiniging. De waterschappen en de drinkwaterbedrijven
zullen er niet blij mee zijn. De effecten voor het waterleven zijn
negatief. Het zal de uitvoering van het Waterplan, water dat leeft,
in bijv. de Haagse Beek, belemmeren.
3. Het heeft negatieve effecten op de fauna. We weten het van slakkengif,
dat in de egels komt, van de mussen die mieren eten en dus ook het
mierengif. In ons milieucafé sprak de Haagse Vogelbescherming
over het feit, dat de zaden van onkruiden stamvoedsel voor de mussen
zijn. Zou dat te maken hebben met de achteruitgang van de mus.
4. De acceptatie van groen op verhardingen moet groter en de al
genoemde cleanheidsfilosofie moet ter discussie. Waarom accepteert
men wel klaproosjes langs de gevel en geen andere kruiden. En als
men het maar niks vindt, laat bewoners dan zelf met een krabbertje
het ongewenste groen er tussenuit halen. Als een paadje helemaal
groen wordt, haal dan de tegels eruit! Kennelijk is er dan weinig
behoefte aan.
Het HMC zal op het vinkentouw zitten en zonodig hard aan de bel
trekken om dit heilloze voornemen te blokkeren.
De kloof
De gemeente Den Haag beschikt in het algemeen over mooie nota's.
De ene nota is nog niet af of er komt alweer een nieuwe. Beleidsdiarree
wordt het al genoemd. Maar de harde praktijk is vaak anders. Neem
het Waterplan. Zelfs de laagste ambitie, Water dat siert, wordt
niet waargemaakt. Drijfvuil is vaak zichtbaarder dan de waterplanten.
Ook het Groenbeleidsplan staat vol met mooie zinnen. Na de beschrijving
van een gebied of park wordt vaak geschreven: "Waar mogelijk
zal deze barrièrewerking worden verzacht of opgeheven",
of woorden van een vergelijkbare strekking. Maar een concrete analyse
van de knelpunten en een concrete aanpak van deze knelpunten ontbreken
vaak. De uitwerkingsplannen voor de Laan van Nieuw Oost-Indië
en het Haagse Bos zijn hierbij een positieve uitzondering. Ons voorstel
zou zijn om per gebied, per park zo'n concrete analyse te maken
en met voorstellen te komen. De ecologische verbindingen zijn hierbij
cruciaal. Ook als dat veel geld kost. Dan kan de gemeenteraad tenminste
kiezen.
Tot slot
In het Groenbeleidsplan worden mooie woorden gesproken over de waarde
van straatbomen. Daar zijn er in Den Haag zo'n 76.000 van. Althans
vóór de storm van vorig jaar. Ze zijn van betekenis
voor bewoners omdat ze de seizoenen kunnen beleven, ze functioneren
als stofzuigers en leveren zuurstof. De keuze van bomen wordt afhankelijk
gesteld van het straatprofiel. Prima. Prachtig! Maar waarom zijn
er dan nog steeds zoveel straten in Den Haag zonder bomen. Het HMC
bepleit bomen voor elke straat. Met veel meer variatie. Niet alleen
iepen, maar ook tamme kastanjes, meer acacia's, ginkgo bilobas etc.
Wat ons betreft ook fruitbomen, die bewoners zelf mogen plukken.
Andere gemeentes gingen ons al voor. Fruitfull city.
Tom Pitstra
Projectmedewerker RO
Groene Speurgids en Speurkaart
Haaglanden
Oude en nieuwe verbindingen voor landschap en natuur
Den Haag: parkstad, mooie stad achter de duinen. Haaglanden:
groene schakel in de Randstad. De statements en goede bedoelingen
zijn er, maar dat wil niet zeggen dat het snor zit met natuur en
landschap in onze zeer dichtbevolkte regio.
Natuurlijk, Den Haag heeft meer groen dan welke grote stad ook
en ligt aan het grootste aaneengesloten natuurgebied van ons land:
de Noordzee. Maar er zijn ook duidelijke minpunten. Vooral binnen
Den Haag is het groen ongelijk verdeeld. Het rijke 'zand' is goed
groen dooraderd, terwijl het arme 'veen' er karig van af komt. En
de groene verbindingen tussen stad en ommeland slibben steeds verder
dicht, de samenhang tussen landschappen gaat verloren. Vooral in
het zuiden en het oosten komt de open ruimte steeds verder van Den
Haag af te liggen. Het wordt steeds moeilijker aantrekkelijke routes
voor wandelaar en fietser te vinden.
Uitgeverij Open Kaart en het Haags Milieucentrum willen de groene
recreant helpen zijn weg te vinden tussen woonwijken, industrieterreinen
en kassengebieden. Ze hebben daarom het initiatief genomen tot de
Groene Speurgids/-kaart Haaglanden. Het stadsgewest Haaglanden biedt
financiële en inhoudelijke steun, omdat voor het stadsgewest
het groen en de groene verbindingen een belangrijk thema zijn. Zijn
Regionaal Structuurplan, het raamwerk voor de ruimtelijke ordening
in het komende decennium, vertoont imposante ecologische lijnen
en pijlen.
Op de Groene Speurkaart gaat het vooral om de lijnen in het landschap.
Groene verbindingszones die nu al het bewandelen, befietsen of bevaren
waard zijn. Waar hier en daar echter essentiële schakels ontbreken.
Speurkaart en
-gids willen suggesties geven voor pragmatische oplossingen, waarbij
vooruitlopend op 'definitieve' inrichtingen de groene recreant alvast
uit de voeten kan. Waarbij tegelijk rekening gehouden wordt met
de ecologische potenties van de verbinding - niet overal en altijd
verdragen groene recreatie en natuur zich even goed.
Groene gangen
Wat voor verbindingen zijn belangrijk voor natuur en recreant in
onze regio? De Speurkaart kent vijf hoofdcategorieën:
Groene schakels binnen de stad. Binnen Den Haag zoomen we
met name in op het City-Duinpark: een hoefijzervormige keten van
parken, landgoederen en duingebieden in het noordwesten die, als
ze met elkaar verbonden waren, samen zo ongeveer het grootste stadspark
van Europa zouden vormen.
Groen aan de stadsrand. Naar analogie van de hoefijzervormige
randweg rond de stad is er ook een ecologische route in een iets
wijdere boog om Den Haag en zijn randgemeenten te trekken. Potentieel
een zeer interessante route voor wandelaar en fietser, dier en plant,
maar er ontbreken nog de nodige schakels. Vanaf Kijkduin door Ockenburg,
de Uithof en Madestein is nu al goed mogelijk. Een groenzone langs
het boezemwater van de Zweth is in ontwikkeling. Groot vraagteken
en waarschijnlijk strijdpunt tussen diverse partijen in de regio
wordt de zone parallel aan de Vliet vanaf Rijswijk tot en met Leidschendam.
Op het IJspaleis droomt men van een nieuwe grootschalige stadspoort
in een brede kring rond het Prins Clausplein. Het Stadsgewest lijkt
andere opties te hebben, terwijl ook kritische burgers inmiddels
hun mondje beginnen te roeren. Ten noorden van Leidschendam sluit
de Leidschendammer-hout aan op de Dui-venvoordse corridor, een groene
buffer tussen de Haagse en Leidse agglomeratie en verbinding met
de Wassenaar-se landgoederen. Bieden 'nieuwe landgoederen' ter vervanging
van kassen hier nieuwe mo-gelijkheden voor natuur en groene recreatie?
Verbindingen tussen de open groene ruimtes. Behalve de Duivenvoordse
corridor speelt hier vooral de worsteling rond de realisatie van
de Groenblauwe Slinger, de gedroomde blauwe en groene verbinding
tussen Midden-Delfland en het Groene Hart. Flessenhals in de slinger
is het smalle restgebied groen tussen Pijnac-ker, Berkel en Rodenrijs
en Zoetermeer. Niet alleen de stenen stad maar ook de uitdijende
glazen stad zit hier in de weg. Een tweede, westelijker corridor
tussen Delft en Pijnacker zou hier soelaas kunnen bieden, maar ook
daarvoor moet glas geruimd worden. Verder zuidwestelijk, tussen
Delft en Schiedam/Overschie, wordt het kernprobleem gevormd door
de keiharde verkeersaders de A13, de te verbreden spoorbaan en de
toekomstige A4.
Verbindingen tussen stad en land. Midden-Delfland is vanuit
Den Haag, zelfs vanuit de zuidelijk gelegen Vinex-wijk Wateringse
Veld, slecht bereikbaar. De herinrichting van de Zwethzone kan hier
nieuwe wegen en paden openen, die echter in Midden-Delfland zelf
dreigen dood te lopen door de trage landinrichting.
De slakkengang in de ruilverkaveling-herinrichting Leidschendam
is er debet aan dat voor wandel- en fietsminnend Leid-schenveen
en Leidschendam het aanpalende polderland tegen alle vrome beleidsvoornemens
in voorlopig nog op slot blijft.
Tot slot zijn er de Poolse landdagen rondom de landinrichting Oude
Leede - u raadt het al: precies in en om de flessenhals van de Groenblauwe
Slinger.
Verbindingen tussen stad en zee. Veel bewoners in de landinwaarts
gelegen Vinex-wijken zijn ongetwijfeld verder van duinen en strand
af komen te wonen dan ze diep in hun hart lief is. Goede (groene,
verkeersveilige) verbindingen voor met name fietsers tussen deze
nieuwe wijken en het lokkende ruime sop zijn in potentie wel aanwezig,
maar verdienen de nodige extra aandacht en voorzieningen. Op de
kaart een drietal kustontsluitingen, de 21e-eeuwse fietsvarianten
op de 17e-eeuwse Scheveningse Weg van Constantijn Huygens.
Vijf thema's
De Speurgids geeft achtergronden, geillustreerd aan de hand van
concrete voorbeelden, locaties en routes. Vijf thema's staan centraal:
- De kust. Over noodgedwongen kustterugtrekking in het verleden,
mogelijke kustuitbreiding in de toekomst en de daaraan verbonden
landschappelijke en ecologische kansen en bedreigingen.
- Het water. Over water als transportmiddel voor mens en dier.
Over het periodiek terugkerend overtollig nat door veel teveel verhard
oppervlak (wegen, huizen, bedrijven en niet te vergeten kassen)
in de regio. Over watervervuiling en -zuivering.
- Groen in de stad. Over groene binnenterreinen in de vooroorlogse
stad als stepping stones voor plant, dier en rustzoekende stedeling,
met inspirerende voorbeelden. Over de groene corridors en 'assenkruizen'
in de Wederopbouw, hun dichtslibben en hun mogelijk tweede - groenere
- leven.
- De polder. Over de grote schoonheid van onze weidelandschappen
en de even grote bedreigingen waaraan zij blootstaan, ook van binnenuit
doordat de agrarische sector steeds meer moeite heeft het hoofd
boven water te houden. Welke nieuwe programma's ter versterking
van natuur en landschappelijke identiteit zijn hier te ontwikkelen,
naast en in combinatie met oude vormen, gedachten en activiteiten?
- Het openbaar vervoer. Over oude en nieuwe lightrailverbindingen
in de regio als uitgangspunt en leidraad voor wandel- en fietsroutes.
Over verdergaande tram-, bus- en waterbusdromen.
Borreltafel
De Groene Speurkaart: praktisch en kritisch, bij tijd en wijle ook
visionair. De uitgevers willen hiermee teweegbrengen dat de discussie
over de groene ruimte in Haaglanden niet langer achter het bureau
of aan de borreltafel gevoerd wordt, maar op de enige plek waar
het echte goede gesprek thuishoort: in het veld. Op de blanke top
der duinen en op het landgoed van Cats, in de polder van Potter
en Poot en in het verscholen groen van oude en nieuwe hofjes achter
de gevels van de stad.
Steven van Schuppen
Gids: 56 blz. fullcolour
Kaarten: twee kaartbladen, dubbelzijdig full colour: één
overzichtskaart en drie detailkaarten met routes
Winkelprijs: Euro 11,50
Verkrijgbaar bij Haags Milieucentrum, AVN en boekhandel
Reigersbergen in voorjaarsstemming
Marlot en Reigersbergen. Er is een prachtige
concept-Ontwikkelingsvisie 2002-2011 voor ontwikkeld. Interactief
totstandgekomen in samenspraak met burgers en belanghebbenden. Verbeteren
van de gebruiksmogelijkheden, versterken van het landgoedkarakter
en het verhogen van de natuurwaarde, luidt de visie in het vorig
jaar uitgekomen rapport van de gemeente. En toen werd het stil.
Tijd om eens polshoogte te gaan nemen in Reigersbergen, vond de
redactie van Branding. Kees Fokkens, voorzitter van de KNNV Den
Haag, ging met haar mee.
Kees
kent Reigersbergen op zijn duimpje en was vanuit de natuurhistorische
vereniging betrokken bij de inspraak op de Ontwikkelingsvisie voor
deze landgoederen. Vooral om de natuurwaarde. We gaan bij de Leidse
Straatweg Reigersbergen binnen. In dit deel van het bos is weinig
meer van het landgoed uit de 18e eeuw terug te vinden. "Dit
gedeelte ligt op een strandwal, verderop is de bodem van veen",
vertelt Kees.
We
lopen langs een oude, aangeplante Bonte Esdoorn, op een plaats waar
vroeger gazon was. Dan treffen we op een open plek een uniek stukje
landgoederenflora. Een plantje met een opvallend lichtgroene kleur.
"Japans Hoefblad", stelt Kees vast. "Dat is een stinzeplant,
die op heel weinig plaatsen voorkomt in Nederland." Verderop
ligt de sprookjesboom indrukwekkend te wezen. Anderhalf jaar geleden
legde deze reusachtige monumentale beuk met kabouterspelonken en
zitbankjes het loodje in een storm. Hij had enorme platte tondelzwammen,
aldus paddestoelenspecialist Kees.
De
paden hier zijn slecht onderhouden. De Ontwikkelingsvisie bevat
de aanbeveling om deze te verbeteren. Vervolgens komen we aan bij
de meest in het oog springende overblijfselen van het oude landgoed:
een aantal ommuringen. "Dit zijn de muren van de oude moestuin"
legt Kees uit en wijst op een muurvaren, een plantje dat zich graag
in oude muren nestelt. "Hier komt een pluktuin in."
Dan
gaan we naar het vochtige gedeelte, waar het bos flink uitgedund
is en afgelopen november de storm heeft huisgehouden. De Prachtframboos
staat al in bloei. Ook bloeiende Winteraconietjes, Anemoontjes,
Gewone sneeuwklokjes en Dubbele sneeuwklokjes sieren de bodem. De
Wilde Hyacint staat net in blad. Het zijn allemaal stinzeplanten,
vroeger van heinde en verre gehaald om de landgoederen te verfraaien.
Langs de sloot wijst Kees op het bloeiende Speenkruid. Roodborstjes,
koolmeesjes en winterkoninkjes kwinkeleren dat het een lieve lust
is.
Op
de hoek van het landgoed aangekomen, kijkt onze gids met fronsende
wenkbrauwen naar een omgeploegd perceel links van een weiland met
sloot. "Dat was een weiland", zegt hij verbaasd. "In
de Ontwikkelingsvisie stond juist dat de weilanden zouden blijven,
als belangrijk monument van het landgoed." Om de natuurwaarde
te verhogen heeft KNNV hier glooiende oevers en een meer natuurlijk
waterbeheer aanbevolen, vertelt Kees. "Dan krijgen planten
als de Lisdodde en Dotterbloem een kans. Dat is opgenomen in het
plan."
Links van een fraaie elzenlaan vertoeven Canadese ganzen en drie
Ooievaars op het weiland, dat voorzien is van een broedpaal. "Ooievaars
hebben hier een vaste stek, maar broeden er niet", zegt Kees.
"Ik kan me nog herinneren dat burgemeester Havermans de palen
midden in de blubber onthulde." Reigers zitten er ook veel,
zoals de naam van het landgoed al doet vermoeden, maar broeden er
evenmin. Om de hoek lopen we via het wilgenbos, waar heel veel omgevallen
is, terug naar de ingang. "Ook in dit gedeelte moet echt onderhoud
gepleegd worden" vindt Fokkens. "Het leuke van Reigersbergen
is", besluit hij, "dat het een heel eigen karakter heeft
en verwilderd is. In de Ontwikkelingsvisie is het de bedoeling dat
dat zo blijft. Maar hoever het ermee staat, weet ik niet. Er moet
nog een beheerplan worden gemaakt." In stijl sluiten we de
wandeling af met een drankje in de gelegenheid die in het rapport
zo mooi de 'consumentenkiosk' heet, op de hoek van de straat. Oftewel
koffietent, in gewoon Haags. Navraag bij de gemeente over de ontwikkelingsvisie
leert dat deze op dit moment stilstaat in afwachting van een aantal
ontwikkelingen. In juni wordt daarover meer bekendgemaakt.
Lieneke Venhuis
Nationale
milieu-estafette 2002 doet Den Haag aan
Op 21 en 22 september organiseert
NIVON Den Haag in het kader van de Nationale Milieu-estafette twee
interessante wandeletappes door Haaglanden. Op zaterdag is het startpunt
is Station Mariahoeve om 11 uur, aankomst op station Zoetermeer
De Leyens in de namiddag.
Op zondag gaat de wandeling door Midden Delfland naar Maassluis.
We vertrekken eveneens om 11.00 uur vanaf station Delft Zuid. Iedereen
is welkom. Aanmelding vooraf is gewenst bij: Tirza de Fockert van
het NIVON, tel. 020 4350713
Beide wandelingen door Haaglanden
zijn in handen van NIVON Den Haag. Thema is: Groene aders door Haaglanden.
Nationale Milieu-estafette
Beide wandelingen maken deel uit van de Nationale Milieu-estafette,
die het NIVON jaarlijks met anderen organiseert.
Deze wil een bijdrage leveren aan de discussie over actuele natuur
en milieu thema's. Daartoe organiseert zij jaarlijks in de "groene
maand" september ca. acht etappes, waarbij ze deelnemers meestal
te voet laat kennis maken met natuurgebieden. Tijdens de etappes
komen thema's aan bod, die raken aan recreatie en ruimtelijke ordening.
Onderwerp van 2002 is de toekomst van het Groene Hart. Wordt het
een plek voor boeren en wegenbouwers? Of voor de stedeling om op
adem te komen? Hoe groen is het Hart en wat zijn zijn potenties?
Hierop proberen we al wandelend antwoord te krijgen.
NIVON Den Haag verzorgt in samenwerking met het Haags Milieucentrum
twee etappes:
* Van de Veenzijdse en Duivenvoortse Polder het Groene Hart in.
We vertrekken op 21 september vanaf station Den Haag Mariahoeve
en lopen langs de Polders naar Duivenvoorde. Via het kasteelterrein
lopen we de open veengebieden van de Vlietlanden en het vogelbroedgebied
de Starrevaart door naar de Grote en Zoetermeerse Meerpolder. In
Zoetermeer stappen we op de trein.
* Een wandeling door Midden- Delfland. Vanaf Station Delft Zuid
lopen we op 22 september via het stadspark Abtswoudepark naar het
MIdeen Delfland. Vanaf Schipluiden volgen we de Vlaardingervaart
en steken met een pontje over naar de Noordse vaart. Wij volgen
die tot het landelijke dorp Maaslanden en stappen in station Maassluis
weer op de trein.
Groene Hart
Het Groene Hart wordt in het Ontwikkelingsprogramma Nationaal Landschap
Groene Hart aangemerkt als een samenhangend open gebied temidden
van de steden op de Randstadring. Het wil het Hart open houden.
In 2010 moeten landbouw, ecologie en recreatie de belangrijkste
functies in de open gebieden zijn.
Het behoud van het Groene Hart van de Randstad staat zwaar onder
druk. Waardevolle landschappen en landschapselementen dreigen het
onderspit te delven bij stedelijke functies. Het NIVON maakt zich
sterk voor de recreatieve functie van het groen rondom de stad.
Je hier wandelend en fietsend te ontspannen vormt een onmisbaar
tegenwicht tegen het gehaaste economische leven in de Randstad.
Gelukkig geniet het Groene Hart ook bescherming. Het Rijk wees bufferzones
aan, waar recreatie en landbouw tegenwicht moeten bieden tegen de
oprukkende verstedelijking vanuit de steden in de Randstad. De provincie
Zuid-Holland ontwierp tussen Leiden, Zoetermeer, Rotterdam en het
Westland de Groen-blauwe slinger. Deze ecologisch-recreatieve groenstructuur
verbindt natuur- en recreatiegebieden in Zuid-Holland met elkaar.
Hij moet weerstand bieden tegen de stedelijke druk vanuit de omringende
steden. De slinger verbindt de omgeving van Zoeterwoude met de Balij,
het Bieslandsche bos, wringt zich tussen Delft en Pijnacker door
en verloopt via de Oude Leede naar Midden-Delfland. Omdat de provincie
gemeentelijke bestemmingsplannen moet goedkeuren speelt zij in de
ruimtelijke ordening een cruciale rol.
Cultuurhistorisch behoort dit gebied tot de veenweidegebieden, die
in de middeleeuwen tot ontginning zijn gebracht. Het Rijk legt die
vast in de nota Belvedere. Daartoe behoren de zone tussen Den Haag
en Wassenaar, Zoeterwoude-Weipoort met het Land van Wijk en Wouden
en het Midden-Delfland. Ook op gemeentelijk niveau bestaat er waardering
voor het gebied. Zo bracht stadsgewest Haaglanden bracht Groene
Schakels en Groengebieden in kaart. Het stadsgewest beschikt over
grote, waardevolle groen- en natuurgebieden. Samen met een reeks
binnenstedelijke parken moeten zij een integraal regionaal netwerk
gaan vormen; een netwerk bestaande uit grote en kleine gebieden
en robuuste verbindingen met het stedelijk gebied. Aan die belofte
houden we het stadsgewest graag.
In het Land van Wijk en Wouden is een gebiedscommissie actief, waarin
overheden, boeren en natuurbeschermers de landschappelijke kwaliteit
bewaken.
21 en 22 september: Groene
Aders door Haaglanden
De routes van zijn wat NIVON en HMC betreft twee voorbeelden van
Groene Aders door Haaglanden: routes vanuit de stad het Groen in,
die de moeite waard zijn behouden te worden, maar waarvan verscheidene
op verschillende punten bedreigd worden. NIVON Den Haag werkt samen
met het Haags Milieucentrum aan de Groene Speurkaart. een kaart
van stad en ommeland, "waarmee je daadwerkelijk uit de voeten
kunt en waarmee je de weg kunt vinden in het landschap van nu".
Ook moet het een speurkaart worden voor toekomstperspectieven. Gedurende
het afgelopen verenigingsjaar zijn NIVON Den Haag en het Haags Milieucentrum
gezamenlijk bezig het fundament te leggen onder de Groene Speurkaart,
Stadsgewest Haaglanden heeft inmiddels toegezegd middelen voor de
Groene Speurkaart beschikbaar te stellen. Daarin nemen we met name
routes op tussen stad en land die nu al aantrekkelijk en verkeersveilig
genoeg zijn om te fietsen. Ook nieuwe routes kunnen daarin opgenomen
waarop ingezet zou kunnen worden en verbeteringen van reeds bestaande
routes. Dergelijke groenblauwe aders zijn een idee van het wandelplatform
en opgenomen in de rijksnota Natuur voor mensen, mensen voor natuur
(juli 2000). Ze wil het duurzaam gebruik van natuur en landschap
behouden, herstellen en ontwikkelen als essentiele bijdrage aan
een leefbare en en duurzame samenleving. Verbind ze met een vlechtwerk
van landschapselementen als drager van natuur- en landschapswaarden
in het landelijk gebied: groen-blauwe aders. Ze voeren door waardevolle
landschappen, die het behouden waard zijn. In de volle Randstad,
waar velen wonen, werken en recreeren, is dat een hele opgave. Maar
tegenover de drukte staat de behoefte aan tot rust komen in recreatief
aantrekkelijk landelijk gebied. Gedurende het afgelopen verenigingsjaar
zijn NIVON Den Haag en het Haags Milieucentrum gezamenlijk bezig
het fundament te leggen onder de Groene Speurkaart, die we in september
willen uitbrengen. Om te beginnen werkten we met Uitgeverij Open
Kaart (van Steven van Schuppen) aan en begroting en een subsidie-aanvraag.
Stadsgewest Haaglanden heeft inmiddels toegezegd middelen voor de
Groene Speurkaart beschikbaar te stellen.
Arnim van Oorschot, Sociaal
Geograaf, Voorzitter NIVON Den Haag
NIVON
Het NIVON, ook wel Natuurvrienden Nederland, is een club, sterk
in de actieve openluchtrecreatie. We zijn landelijk bekend om onze
lange afstandspaden als het Pieterpad en de natuurvriendenhuizen
en -campings, waar men op eenvoudige en aangename manier kan overnachten.:
Ook plaatselijk leggen we ons toe op actieve openluchtrecreatie
met een educatief aspect. Onze invalshoek is: "Groene Recratie-
Maatschappelijke Betrokkenheid". NIVON Den Haag kent twee bloeiende
wandel- en fietsclubs in Den Haag, een in het noorden, een in het
zuiden van onze stad. Een "Estafettegroep" organiseert
buitendien een- en meerdaagse excursies in het groen van regio Haaglanden
en daarbuiten. Juist binnen deze groepen is de kennis van wandel-
en fietsroutes in de regio, de mogelijkheden en de onmogelijkheden
daarvan, groot.
Actieve recreatie in een
natuurlijke omgeving, juist rondom de grote steden, is van het grootste
belang, juist ook voor de mensen met een smalle beurs, stelt het
NIVON. Voor iedereen geldt bovendien, dat je in een natuurlijke
omgeving tot rust moet kunnen komen .
EVALUATIE GROENBELEIDSPLAN
1996 - 2000
Het Groenbeleidsplan is destijds geschreven door
de afdeling Grote Groengebieden. Het brengt het Haagse groen in
beeld en geeft aan wie verantwoordelijk is voor het groen (provincie,
gemeente, stadsdeel). Daarnaast beschrijft het de ambities en de
prioriteiten van het Haagse groen.
En dat is veel en gevarieerd. Denkt u maar aan de
stadsparken, landgoederen, duinen en recreatiegebieden om een paar
grote groengebieden te noemen. Maar het beschrijft ook buurt-wijkparken,
historische groene pleinen, plantsoenen, groene trambanen en begraafplaatsen.
Kortom het biedt een uitstekend overzicht van het Haagse groen.
De ambities en prioriteiten worden aangegeven door
globale waarden te benoemen zoals recreatieve waarde, natuurwaarde,
ruimtelijke betekenis, cultuurhistorische waarde, betekenis voor
de ecologische structuur en de educatieve waarden.
Het bosgebied Sint Hubertuspark is een restant van
het vroegere duinlandschap tussen Scheveningen en Den Haag; een
jong duinlandschap gekenmerkt door veel reliëf en een matig kalkrijke
bodem. Het bos wordt afgewisseld met open zandvlakten als restanten
van vroegere duinzandverstuivingen. Ter verhoging van de belevingswaarde
werd rond 1930 door de inzet van vele werklozen een kunstmatige
duintop aangelegd met uitzicht naar zee en naar de stad. In 1968
is een deel verloren gegaan door de aanleg van het Hubertusviaduct.
Belangrijke waarden zijn de natuurwaarde, recreatieve
waarde, betekenis voor de ecologische structuur en de ruimtelijke
betekenis. Zo maakt het park deel uit van de Provinciale Ecologische
Hoofdstructuur doordat het de Oostduinen en het Westbroekpark verbindt.
Enkele beleidsuitgangspunten: landschappelijke elementen handhaven,
uitbreiding van het padenstelsel is uit oogpunt van natuurwaarde
en landschapswaarde niet gewenst en bij realisering van de Noordelijke
Randweg verdient de boorvariant de voorkeur.
Dergelijke beschrijvingen vind je over alle grote
groengebieden. Voor een geïnteresseerde groenliefhebber is het zelfs
een leuk plan om te lezen.
STATUS VAN HET GROENBELEIDSPLAN
Het Groenbeleidsplan is destijds goedgekeurd in de Raadscommissie.
Het heeft echter niet de status van een soort gemeentelijke verordening
in de zin van 'van dit groengebied blijf je af' of 'deze plaats
is ecologisch van belang en er mag dus geen benzinestation gebouwd
worden'. Het biedt geen planologische bescherming.
Sterker nog, sommige afdelingen van de Dienst Stedelijke
Ontwikkelingen kennen het plan niet. Zo bleek uit de eerste versie
van het Verkeersplan dat er geen rekening was gehouden met het aanwezige
groen.
Het plan is een goed naslagwerk vanwege het uitstekende
overzicht van het groen in Den Haag. De AVN gebruikt het vaak als
uitgangspunt voor een discussie over het groen. Het Groenbeleidsplan
heeft vooral gediend als kapstok voor de uitwerking van visie en
beheerplan van een gebied. U herinnert zich misschien de visie de
Uithof, Landgoed Meer en Bos of Stedelijke Ecologische Verbindingszones.
In afgelopen jaren is met name het natuurvriendelijk beheer goed
op de kaart gezet, doordat dit in het Groenbeleidsplan beschreven
is en als uitgangspunt gebruikt wordt in de beheerplannen.
EVALUATIE VAN HET GROENBELEIDSPLAN
Voor de evaluatie heeft de projectleider intern en extern een aantal
personen geïnterviewd, waaronder iemand van de AVN. Al snel werd
duidelijk, dat er eerder sprake is van het Groenbeleidsplan vernieuwen,
dan een totaal nieuw plan schrijven. Verbeteringen moeten gezocht
worden in:
l Het abstractieniveau: In samenhang met de Vijfde
Nota RO en Groen In en Om de Stad een uitwerking voor hoogwaardige
groene en blauwe structuren realiseren en naar andere gemeentediensten
toe beter meetbare randvoorwaarden aanbieden die in de beheersvisies
beschreven worden.
- Monitoring: Door een beschrijving van meetbare doelen, kun
je achteraf constateren of het ingezette beleid effect heeft
gehad.
- Meer aandacht voor wijk- en buurtgroen, waarbij meer aandacht
gegeven wordt aan het centraal stellen van het gebruik van het
groen. Heldere keuzen maken: waar is de hondenuitlaatplek in
de wijk, waar is het trapveldje en waar de ecologische zone.
- Samenspraak bij het maken van de beheersvisies; het interactieve
proces.
- Instrumentarium: Het creëren van financiële middelen voor
beheer, handhaving en toezicht. Het Groenbeleidsplan moet duidelijk
maken aan de gemeenteraad hoeveel geld er voor groen nodig is
De heer B. Swart, beleidsmedewerker van Stedelijke
Structuren, heeft inmiddels toestemming gekregen van de Raad om
een vernieuwd Groenbeleidsplan te schrijven.
De AVN hoopt constructief bij te dragen aan het plan,
in ieder geval kritisch te volgen hoe het vernieuwde plan tot stand
komt en welke status het krijgt in het gemeentebeleid.
Thérèse van Gijn - Bruggink, Bestuurslid AVN
|