|
NATUUR ALGEMEEN
Waarom er geen Automobielmuseum in Reigersbergen
moet komen (Branding
nr. 18 januari-maart
2005) ...meer
Geen paniek! (Branding
nr. 17 november/december
2004) ...meer
Weidevogelbeheer heeft te weinig effect (Branding
nr. 16 september/oktober 2004) ...meer
Exoten zijn blijvertjes (Branding
nr. 16 september/oktober 2004) ...meer
Simon Doorenbos was al duurzaam voor het woord bestond
(Branding
nr. 11 september/oktober 2003)...meer
Koolmees zingt een toontje hoger (Branding
nr. 11 september/oktober 2003)
...meer
De pad: slachtoffer van het geslachtsverkeer (Branding
nr. 10 juni/juli 2003)...meer
Vlietland biedt dicht bij de stad
recreatie voor jong en oud (Branding
nr. 8 februari/maart 2003)
...meer
Leven op begraafplaats Oud Eik en Duinen (Branding
nr. 6 september/oktober
2002) ...meer
Vogelplas Starrevaart en Vlietland,
(Branding nr.
6 september/oktober 2002) ...meer
Haagse Beek Fietspostentocht op zondag 22 september
(Branding nr.
6 september/oktober 2002) ...meer
PADDENTREK IN DEN HAAG (Branding
nr. 5 mei/juni/juli
2002) ...meer
NATUURVRIENDELIJK TUINIEREN
(Branding nr.
5 mei/juni/juli 2002) ...meer
Kaalslag (Branding
nr. 3 november/december
2001) ...meer
Waarom er geen Automobielmuseum
in Reigersbergen moet komen
Het gemeentelijke plan voor de vestiging van een Automobielmuseum
op het Landgoed Reigersbergen stuit op steeds meer weerstand bij
omwonenden en belangengroeperingen. Zowel de Haagse groene verenigingen
als de bewonersorganisaties zijn unaniem tegen. Hun uitgangspunt
is het behoud van de natuurwaarde van de landgoederen Reigersbergen
en Marlot, waarbij ze uitdrukkelijk aangeven dat er ook over de
grenzen van het plangebied heen gekeken moet worden.
Ook het pre-advies aan de Provinciale Planologische Commissie (PPC)
liep niet over van enthousiasme voor de plannen voor een automobielmuseum.
Plannen van een dergelijke maatvoering passen op voorhand niet binnen
het bestemmingsplan. Toch bood de PPC tijdens haar zitting van jl.
november nog wel ruimte voor de ontwikkeling. Het ‘Op voorhand
NEE’ van het pre-advies werd tijdens de zitting met min of
meer bemoedigende woorden aangevuld door vijf van de zes commissieleden.
Slechts de vertegenwoordiger van Monumentenzorg bood geen opening
en bleef tegen.
De tegenstanders uit de hoek van natuur- en bewonersorganisaties
hebben zich verenigd in de Belangengroep Reigersbergen/Marlot. Zij
gaan nu met feiten en argumenten de provinciale en Haagse politiek
benaderen, want Provinciale Staten en de Haagse gemeenteraad beslissen
uiteindelijk of het plan doorgang kan vinden.
“We zijn bang dat de politici geen goed beeld hebben van de
werkelijke waarde van het gebied”, verwoordt Saskia Aalbers,
woordvoerdster van de groep, haar vrees. “In het plan wordt
slechts gesproken van een rommelige aanblik van het huidige kwekerijterrein.
Daarmee wordt het terrein tekort gedaan en worden politici en beleidsmakers
misleid. Als dit plan werkelijkheid wordt, betekent dat een enorme
bebouwing midden in het groen, juist op een belangrijke open zichtas
van de Landgoederen. Dat vormt een onaanvaardbare aantasting van
het grote groen- en bosgebied dat begint bij het Haagse Bos en doorloopt
in de Wassenaarse landgoederenroute. Een Nationaal Automobielmuseum
in Den Haag is mooi, maar niet op de voorgestelde locatie”.
De belangengroep heeft inmiddels een folder uitgebracht waarin alle
feiten en argumenten van de natuurwaarde van het gebied worden uitgelegd.
Hieronder een beknopte weergave van die argumenten.
Reigersbergen heeft Groene bestemming
De locatie behoort tot het Beschermd Stadsgezicht en heeft een hoge
cultuurhistorische waarde. Ze heeft nu de bestemming: ‘Park
en plantsoen’. In het Provinciale Streekplan van februari
2003 wordt ze aangeduid met ‘Openluchtrecreatie of stedelijk
groen’. De locatie ligt buiten de rode contour, wat betekent
dat er officieel geen verdere verstedelijking mag plaatsvinden.
Aantasting biodiversiteit
Het landgoed Reigersbergen vervult een belangrijke rol in de ecologische
verbindingszone tussen het duingebied van Waalsdorp en Meyendel
en het achterliggende veenweidegebied. De instandhouding van de
biodiversiteit vanuit het duinlandschap en het poldergebied vice
versa is daarvan afhankelijk.
Verrommeld gebied heeft wel degelijk hoge natuurwaarde
De huidige kwekerijlocatie ziet er nu erg rommelig uit. Voor initiatiefnemer
Louwman en de gemeente een reden om aan te nemen dat hier geen natuurwaarde
aanwezig is. Het tegendeel is waar. De rust van de kwekerijlocatie
en de rommeligheid van de verlaten opstallen bieden goede schuilmogelijkheden
voor vele inheemse diersoorten. Er zitten nu bijvoorbeeld heel veel
amfibieën en vogelsoorten op het rustige terrein.
De bomen die het museum in de toekomst zouden moeten omringen hebben
op dat vlak weinig te bieden, evenmin als het aangeharkte plantsoen
waarin ze komen te staan.
Verlies natuurwaarde niet te compenseren in de omgeving
Het plan van het automobielmuseum spreekt over compensatie van natuurwaarde
door het verrijken van natuur elders op het landgoed. Dat is een
utopie. Natuurwaarde wordt niet uitgedrukt in vierkante meters grondoppervlak.
Natuurwaarde is de som van alle factoren die voor de biodiversiteit
van belang zijn. Daarbij spelen rust, ruimte, licht en duisternis
ook een rol. Het verlies aan natuurwaarde is veel meer dan de 8.000
m2 grondoppervlak dat wordt volgebouwd. Het uitstralingseffect op
de directe omgeving is enorm.
Museum vele malen groter dan landhuis
Ruim de helft van het terrein-oppervlak is bestemd voor het gebouw.
Dat betekent dat het museum 10 maal groter wordt dan een gebruikelijk
landhuis. Ter vergelijking: het huis Clingendael beslaat een grondoppervlak
van 750 m2. Daarbij zal ook het voorterrein en de parkeerplaats
nog worden geplaveid met verharding.
Verlies aan historisch cultuurgoed
Door het optrekken van een reusachtig gebouw verliest het landgoed
ook in cultuurhistorisch opzicht veel aan waarde. De eeuwenlange
traditie van een erfgoed gaat daarmee verloren. De schaalvergroting
van het museum past niet in de 19e eeuwse Engelse landschapsstijl
van de oorspronkelijke landgoedtraditie, waartoe de warmoezerij
en de tuinmuur onverbrekelijk behoren.
Afspraken met burgers genegeerd
Omwonenden en groene verenigingen hebben met de gemeente samengewerkt
bij de voorbereiding van de Ontwikkelingsvisie Reigersbergen / Marlot.
Daarbij werd gestreefd naar verbetering van groene functies in het
gebied. Het opnieuw realiseren van een bescheiden landhuis werd
toen uitdrukkelijk afgewezen. Die afspraken met belanghebbenden
worden met dit nieuwe plan genegeerd. De plannen voor het automobielmuseum
zijn door de gemeente bovendien twee jaar lang in het geheim ontwikkeld.
Hiermee heeft de gemeente zich onbetrouwbaar opgesteld ten opzichte
van de deelnemende burgers aan het Open-Plan-Proces.
Verkeersoverlast en files op Rijksweg N44
Grote aantallen bezoekers geven een piekbelasting die niet kan worden
opgevangen op de 135 geplande parkeerplaatsen. Dat geeft kans op
filevorming op de Rijksstraatweg. Het mobiliteitsplan van en naar
het parkeerterrein van Duindigt is ontoereikend omdat de piekbelasting
in het weekend plaatsvindt. Dan worden er ook sportwedstrijden en
paardenrennen aan de Waalsdorperlaan gehouden, die bezoekers met
auto’s aantrekken. In een tegenexpertise, uitgevoerd door
het onafhankelijke bureau ANT, wordt een breder inzicht gegeven
van de te verwachten verkeersdruk.
In de Belangengroep Reigersbergen/Marlot zijn verenigd:
AVN, Haagse Vogelbescherming, KNNV, Ver. Vrienden van Den Haag,
Het Groen Platform(Mariahoeve), Stg. Bewonersbelangen Reigersbergen
en Marlot, Wijkvereniging Marlot, Wijkberaad Mariahoeve en het Haags
Milieucentrum.
De folder is gratis op te vragen bij het Haags Milieucentrum, tel:
070-305.02.86
Geen paniek!
Is de Haagse natuur in de war door klimaatverandering? Als
je de vraag zo stelt klinkt-ie heel eenvoudig, maar ze is op zich
heel gecompliceerd. Er zitten allerlei aspecten aan die je moet
bekijken om te zorgen dat er voldoende orde en rust is, en dat is
belangrijk om paniek tegen te gaan. Paniek is wat momenteel in de
pers erg benadrukt wordt: “Help, het klimaat gaat veranderen,
we lopen onder!” Hollywood heeft zich er ook op gestort. In
de film ‘The Day After Tomorrow, where will you be?’
wordt een erg panisch scenario weergegeven en tot mijn droefenis
moet ik constateren dat de journalistiek die paniek vaak moeiteloos
overneemt. Vaak worden alle nuances die in wetenschappelijke rapporten
staan gewoon genegeerd. Paniek verkoopt lekker.
Wat is er slecht aan paniek? Het zorgt dat je niet meer helder
denkt. En als mensen, na een aanvankelijke paniek, vinden dat het
toch allemaal niet helpt en constateren dat het tóch allemaal
uit de hand loopt, dan is de houding vaak ‘Het maakt toch
niet uit. Het klimaat wordt toch onbeheersbaar, waar maak ik me
nog druk om?” En vervolgens kopen ze weer een nieuwe terreinwagen…
Om orde te scheppen eerst maar wat definities. Natuur in de war,
wat is dat? De natuur is in de war als dieren en planten zich gaan
gedragen op een manier die je niet van ze verwacht. Als er in maart
vliegenzwammen boven de grond komen en in december gierzwaluwen
gaan broeden. Dan is de natuur echt in de war, maar dat is op dit
moment niet het geval.
‘Natuur in de war’ gaat er verder impliciet vanuit
dat de natuur in een zogenaamd natuurlijk evenwicht verkeert - een
populaire dwaling. Een natuurlijk evenwicht is een statisch iets
en de natuur is nóóit statisch.
Voorbeeld: vossen zijn Den Haag binnengekomen in een periode dat
het met muizen heel slecht ging. Muizen worden - evenals bijvoorbeeld
lemmingen - gekenmerkt door cycliciteit. Eens in de vier, vijf of
zelfs acht jaar groeien ze naar een maximum, dan is het eten op
en stort de hele muizenpopulatie in elkaar.
Doordat muizen voor heel veel roofdieren dagelijkse kost zijn, en
ander eten een stuk minder belangrijk is, volgt de roofdierenpopulatie
die muizenpopulatie in hun groei. Er worden meer kleine vosjes geboren
die ook meer te eten krijgen. Op een gegeven moment stort die muizenpopulatie
in elkaar en je krijgt dus eventjes een overschot aan vossen. Maar
alles wat op dat moment geboren wordt gaat waarschijnljk gewoon
van de honger dood. Moedervos kan òf niet genoeg melk produceren
òf vangt niet genoeg muizen. De populatie loopt terug. Je
ziet een golfbeweging, en dat is de normale, natuurlijke gang van
zaken.
Patatvos
De situatie in een stedelijke omgeving is dat daar altijd veel aanbod
van voedsel is. Er is heel veel zwerfvuil. Vossen zijn alleskunners,
generalisten pur sang. Zo zijn ze ook in Den Haag gekomen, het was
oorspronkelijk een duinpopulatie die het prima deed. Toen het met
de woelmuizen heel slecht ging, zijn ze Den Haag ingetrokken, waar
genoeg alternatief eten was. De eerste term voor de stadsvos was
veelzeggend genoeg ‘patatvos’.
Vossen die in het Westduinpark leven komen ’s nachts de stad
in. Ik kom ze regelmatig tegen, bijvoorbeeld op de Laan van Meerdervoort
en een paar maanden geleden zelfs ’s morgens heel vroeg op
het Spui.
Zo ontstaat hier een vossenpopulatie waarvan de draagkracht wordt
beperkt door de omgeving. De vossenpopulatie is nu stabiel. Er komt
net zo veel bij als dat er afgaat, meestal door sterfte in het verkeer.
Afschot van vossen heeft geen zin. Integendeel, ze gaan zich verspreiden.
Jagers beweren dat vossen gereguleerd moeten worden vanwege hondsdolheid,
maar dat komt in Nederland - afgezien van enkele uithoeken - helemaal
niet voor. Ga je schieten, dan krijg je onrust en worden de opengevallen
plaatsen opgevuld door vossen die van buitenaf komen. Die nieuwkomers
kunnen heel goed vossen zijn in het tweede en derde stadium van
hondsdolheid, want in hun gekte verlaten die hun territorium.
Pioniers en generalisten
Wat er wél aan de hand is, is dat dieren en planten reageren
op onverwacht weer. Omdat ik niet met zekerheid kan zeggen welke
kant het uitgaat - dat kan, denk ik, niemand - zal ik ingaan op
de uitgangssituatie van de natuur in de stad.
Wat je aan stadse flora en fauna mist, zijn echte specialisten.
Omdat het verschijnsel stad in het hele natuurgebeuren nog maar
heel jong is, zijn er geen beesten of planten die zich hebben aangepast
aan een écht stadsmilieu. Wat je krijgt, zijn generalisten
- soorten die eigenlijk een heel brede range hebben aan wat ze aankunnen
aan vochtigheid, temperatuur, wind - en pioniers. Die komen op een
bepaalde plek binnen en worden vervolgens links en rechts ingehaald
door soorten die wat minder pionier en wat meer generalist zijn.
De pioniervegetatie of -fauna verdwijnt dan weer. Typische generalisten
in de stad zijn de al genoemde vos, de spreeuw, de kauw, distels,
honingklaver. Die komt voor op allerlei plekken waar gebouwd wordt.
Zoals elke vlinderbloemige kan honingklaver m.b.v. de knolletjesbacterie
vrije stikstof uit de lucht omzetten in nitraat. Hij produceert
dus z’n eigen meststoffen op een plek die anders onleefbaar
zou zijn. Andere flora, zoals distels en brandnetels, profiteert
daar later weer van.
Een stad is een zeer instabiele omgeving, wat voor natuurbegrippen
eigenlijk een normale situatie is. Er worden wegen aangelegd, huizen
vervangen, tuintjes omgespit, er wordt gespoten…De gemeente
Den Haag verdient trouwens een klein pluimpje omdat onkruid hier
mechanisch verwijderd wordt.
Het stadsklimaat tusen de huizen is droog, warm (ook in de winter)
en heel winderig. Dat merk je aan bijvoorbeeld de gierzwaluw, oorspronkelijk
een woestijnvogel die in onze huizen een vervanging vindt voor de
hoge klippen die hij van vroeger kent. Als er te weinig aanbod van
insecten is gaat hij ze elders halen, tot in Noord-Frankrijk toe.
Die vermogens van woestijnbewoner hebben ze gewoon gehouden.
Stootbestendige soorten
Kern van het verhaal is dat de stad dus bewoond wordt door dieren
en planten die wel een stootje kunnen hebben. Die planten die hier
pionieren of die hier al zo’n honderd, honderdvijftig jaar
zijn, zijn op de plek waar ze oorspronkelijk vandaan komen ook pionier
geweest en waren daar in staat zich in een heel instabiel milieu
te handhaven.
Je krijgt wel te maken met concurrentie tussen de soorten. Neem
een nieuwe soort als de nijlgans, een soort die niet van buiten
naar Nederland is gekomen maar hier is ontsnapt uit watervogelcollecties.
De nijlgans is van oorsprong een steppenbewoner, een plaats waar
weinig water is. Dat heeft hij in z’n gedrag meegenomen. Hij
is agressief en houdt er een breed territorium op na. Er is heel
lang geroepen dat de nijlganzen alles wegdrukken, maar dat gebeurt
maar tot een bepaald punt. Daarna wordt de weerstand van de omgeving
zo groot dat het niet verder gaat. Halsbandparkieten is ongeveer
hetzelfde verhaal. Ze concurreren hier met spreeuwen om nestholtes
in parkbomen. Ik verwacht niet dat ze zich verder uitbreiden.
Ze zijn afhankelijk van boomholtes, en die vind je vrijwel alleen
in bomen in oude parken.
Het zijn dan wel vogels, maar dat wil nog niet zeggen dat ze ver
vliegen. Boomklevers, die voorkomen in parkbossen, hebben bijvoorbeeld
maar een territorium van één of zelfs maar een halve
hectare. Gebeurt er iets met dat parkje, dan is die boomkleverpopulatie
daar weg en die wordt niet meer aangevuld. Ze kunnen best over een
weg heen vliegen, maar dat doen ze niet. Halsbandparkieten zijn
niet heel veel anders dan dat.
Samenloop van factoren
Daarmee komen we op het volgende punt. Vaak is het uitsterven van
een soort of het verdwijnen ervan op een bepaalde plek een soort
samenloop van factoren: klimaatveranderingen, predatoren die zich
meer dan gemiddeld met die prooi bezighouden, ziektes. Als bij ons
het klimaat heel erg anders wordt, hoeft er nog eigenlijk niets
te gebeuren, maar soorten die het op zich al moeilijk hebben zullen
daarvan het meest te lijden hebben. En een nieuw klimaat, bijvoorbeeld
warmer en vochtiger, levert weer nieuwe soorten op. We zullen er
hoe dan ook in de stad als laatste iets van merken.
Is het erg dat een soort uitsterft? Ja. Hoe gecompliceerder een
systeem in elkaar zit, dus hoe meer factoren erin zitten, hoe stabieler
het is. Als soorten uit een systeem verdwijnen, wordt de onderlinge
afhankelijkheid van die bouwstenen aangetast. Het kan om een dragende
constructie gaan, zodat letterlijk het hele systeem in elkaar dondert
als die verdwijnt.
Terug naar de klimaatverandering: een aantal jaren geleden constateerden
mensen, waaronder ikzelf, dat aan de Noordzeekust bij Hoek van Holland
ineens een heel andere heremietkreeftensoort voorkwam. Massaal.
Wat hier normaal rondloopt is een rechtsarmige rode heremietkreeft.
Ineens was er een linksarmige, blauwwitte heremietkreeft bijgekomen.
Grappig! Van oorsprong is dit een soort die alleen maar ten zuiden
van het Kanaal voorkwam. Ineens was hij hier en hij blijft hier
ook. De twee soorten bestaan nu naast elkaar. De nieuweling zoekt
een andere niche op waar hij zich goed kan handhaven. Het hele systeem
heeft zoveel buffer dat de twee soorten naast elkaar kunnen bestaan.
Het zal in de meeste gevallen ook niet gebeuren dat één
soort een andere totaal wegdrukt. Zolang een systeem maar genoeg
ruimte heeft, dat is het belangrijkste.
Lex Kreffer
Weidevogelbeheer heeft te weinig
effect
Het gaat slecht met de vogels buiten de beschermde gebieden. Dit
meldt de Natuurbalans van het Milieu- en Natuurplanbureau die op
16 september verschijnt. Het gaat vooral slecht met vogelsoorten
die afhankelijk zijn van het agrarische cultuurlandschap. Boeren
kunnen dan wel subsidie krijgen om hun land vogelvriendelijk te
beheren, maar de regeling is gebaseerd op vrijwilligheid. De vogelvriendelijke
gebieden die zo ontstaan vormen een lappendeken, terwijl vogels
juist gebaat zijn bij grote aaneengesloten rust- en voedselgebieden.
Het zijn vooral grutto, watersnip, scholekster en veldleeuwerik
die het moeilijk hebben. De ortolaan is vrijwel verdwenen uit Nederland.
Volgens het Milieu- en Natuurplanbureau geldt de constatering niet
alleen voor Nederland, maar ook voor andere lidstaten van de EU.
Wel gaat het relatief goed met de vogelsoorten die afhankelijk
zijn van gebieden die in Nederland onder de Vogelrichtlijn zijn
aangewezen.
Exoten zijn blijvertjes
Het waterstruisgras. Het stijfijzerhard. Het sikkelgoudscherm.
Namen die ons over pakweg twintig jaar misschien net zo gewoon in
de oren klinken als madeliefje en paardebloem. Toch gaat het hier
om planten die pas sinds vrij kort in Nederland te vinden zijn.
Voor sommige soorten is nog maar net een Nederlandse naam bedacht.
Een verzamelnaam hebben we er al wel voor: exoten.
Voor veel mensen is ‘exoten’ niet zozeer een aanduiding,
maar meer een scheldwoord. Goed, die planten zijn veelal onschuldig
(de Reuzenbereklauw is een belangrijke uitzondering) en zelfs bijzonder
fraai, maar wat te denken van de Japanse oester, de Russische koningskrab
en de Amerikaanse zwaardschede? Deze soorten weten in ons klimaat
zo goed te gedijen dat hun inheemse tegenvoeters serieus bedreigd
worden.
Welke omstandigheden gunstig zijn voor exoten om zich in een ander
klimaatgebied te vestigen, is onlangs uitgezocht door Janet Lake
en Michelle Leishman van de Australische Macquarie University. Uit
onderzoek dat zij in Sydney deden bleek duidelijk dat uitheemse
planten baat hebben bij verstoorde grond. Zonder verstoring geen
indringers. Die verstoring kan uiteenlopende vormen aannemen: verontreiniging,
een toevoer van nutriënten in een voorheen voedselarme habitat
of inklinking van de bodem door de druk van autowielen.
Ze ontdekten verder dat de mate van penetratie van uitheemse planten
het hoogst was in gebieden waar de meeste voedingsstoffen in de
bodem zaten. Daar was tevens de minste variatie aan inheemse soorten
te vinden. Kortom: hoe natuurlijker het milieu, des te minder kans
maken de exoten.
Janet C. Lake and Michelle R. Leishman: Invasion success of exotic
plants in natural ecosystems: the role of disturbance, plant attributes
and freedom from herbivores
Simon Doorenbos was al duurzaam
voor het woord bestond
Zoals bekend is Den Haag gebouwd op een strook zandruggen en
strandvlakten die evenwijdig aan de kust lopen. Op een enkele plek
is er zelfs sprake van een behoorlijk hoogteverschil. Vanaf het
Bankaplein naar de Kerkhoflaan kun je op de fiets een beetje 'bergop-gevoel'
krijgen. Dat de stad een heuse heuvel heeft, weten maar weinigen.
Die heuvel ligt dan ook goed verborgen in het struweel van het Zuiderpark.
En een echte heuvel is het eigenlijk ook niet want hij is kunstmatig.
We hebben het over de Doorenbos-heuvel. Het is precies 50 jaar geleden
dat met de aanleg hiervan begonnen werd.
Hoewel het woord duurzaam in 1953 nog geen politieke connotatie
had, werd er wel degelijk duurzaam gehandeld. De eerste en enige
heuvel van Den Haag werd aangelegd met het puin van de gebombardeerde
huizen in het Bezuidenhout. Ditzelfde puin werd trouwens ook gebruikt
als betongranulaat voor de bouw van nieuwe huizen in Moerwijk en
Morgenstond. Dankzij dit hergebruik ontstond een heuvel die duurzaam
was avant la lettre en vernoemd werd naar een man uit één
stuk: Siemon Godfried Albert Doorenbos.
Zonder werklozen en huisvuil geen parken
In mei 1927 werd Simon Doorenbos benoemd tot directeur van de Dienst
der Gemeente Plantsoenen in Den Haag. De nieuwe baas van het Haagse
groen was in 1891 in Barneveld geboren als zoon van een dominee.
Hij zou niet in de voetsporen van zijn vader treden. Al op het gymnasium
bleek dat zijn liefde voor de natuur groter was dan voor Grieks
en Latijn. Hij stapte over naar de tuinbouwschool in Boskoop en
ging in 1909 aan de slag bij het hoveniersbedrijf Copijn in Groenekan.
Voor Copijn werkte hij in Groot-Brittannië en de Verenigde
Staten als vertegenwoordiger. In 1915 kwam hij terug uit de VS en
werd hij Chef de Cultures bij Copijn in Nederland. Zijn grote kennis
van bomen en planten maakte Doorenbos ook aantrekkelijk voor de
overheid en in 1922 werd hij benoemd tot Plantsoenmeester bij Gemeente-werken
in Utrecht. Al vrij snel daarna stapte hij over naar Rotterdam waar
hij in 1926 gemeentelijk tuinarchitect werd. Nog sneller daarna
vertrok hij naar Den Haag. Hij was gevraagd om hier directeur Gemeenteplantsoenen
te worden en dat was een carrièresprong waar hij geen nee
tegen kon zeggen. Maar niet zonder hierover in overleg te treden
met B&W van Rotterdam, want Doorenbos was rechtdoorzee.
In Den Haag kreeg hij de leiding over de afbouw van het Zuiderpark.
De voltooiing van het Zuiderpark zou niet gelukt zijn zonder de
inzet van tientallen werklozen en het Haags huisvuil. De zompige
poldergrond van het park werd opgehoogd met bergen huisvuil. Dat
was overigens voor de bewoners van het Veluwe-plein geen pretje,
want daar werd het huisvuil uit de vrachtauto's van de reinigingsdienst
overgeladen in de karretjes van het speciaal aangelegde smalspoor
in het Zuiderpark. Toen het Zuiderpark voltooid was paste Doorenbos
hetzelfde recept toe bij de aanleg van het Westduinpark in Scheveningen.
Over het gebruik van werklozen in het Haagse groen kreeg de gemeente
in 1933 een conflict met C.J.P. Zaalberg, een oud-directeur-generaal
van het ministerie van Arbeid. Volgens Zaalberg waren de Haagse
werkgelegenheidsprojecten 'een leerschool in luiheid'. Doorenbos
las de kritiek van Zaalberg in Het Vaderland en belde de man gelijk
op: 'Heeft u wel eens zo'n werkgelegenheidsproject met eigen ogen
aanschouwd? Nee, dat had Zaalberg niet. Hij had het van horen zeggen.
Hierop adviseerde Doorenbos de toenmalige wethouder van Sociale
Zaken van Den Haag, De Vries (de opvolger van Willem Drees), om
de pers uit te nodigen voor een tocht langs de Haagse groenprojecten
waar met werklozen werd gewerkt. Dat leverde een heel ander beeld
op dan de 'dure vacantiekampen in de duinen' van Zaalberg. Doorenbos
pakte de koe graag direct bij de horens. In latere interviews heeft
hij wel eens gezegd dat zonder de inzet van werklozen het Zuiderpark
en het Westduinpark er niet zouden zijn gekomen. En het Haagse huisvuil
kreeg nog een zinvolle bestemming ook.
Een principieel man
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de Haagse Plantsoenenbaas het
aan de stok met het NSB-stadsbestuur en de Duitse bezetters. Toen
in 1942 grote delen van Den Haag werden gesloopt voor de aanleg
van de Atlantik-wall kreeg Doorenbos de opdracht om alle bomen en
struiken in het gebied om te hakken en af te voeren. Dat weigerde
hij met de mededeling: "In mijn taakomschrijving staat dat
ik ben aangesteld om bomen te planten en te onderhouden. Over omhakken
wordt nergens gesproken. Dus hakt u ze zelf maar om". Deze
beginselvastheid kwam hem op een schorsing en begin 1943 op ontslag
te staan. Doorenbos stond op straat en zijn gezin moest stante pede
uit de dienstwoning. Hij ging aan de slag als zelfstandig tuinarchitect
en ontwierp onder meer het park Weizigt in Dordrecht. Vanaf 1944
maakte Doorenbos deel uit van de (illegale) commissie Verbeek die
plannen opstelde voor de naoorlogse wederopbouw van Den Haag. De
commissie adviseerde onder meer de door de Bezetter ontslagen burgemeester
De Monchy en enkele van diens eveneens ontslagen wethouders. In
de herfst van 1944 kocht Doorenbos her en der in het land en uit
eigen zak ruim 7000 jon-ge bomen voor heraanplant in Den Haag. Ook
liet hij door 'goede' medewerkers van de Plantsoenendienst 2000
kilo graszaad op een veilige plaats opbergen. Dit kon na de Bevrijding
direct worden gebruikt in de parken en plantsoenen. In mei 1945
werd Doorenbos in zijn oude functie in Den Haag hersteld en kon
hij gelijk beginnen aan het herstel van de gigantische oorlogsschade
aan het Haagse groen.
Doorenbos is de enige leidinggevende Haagse gemeenteambtenaar die
zich tijdens de oorlog zo principieel heeft opgesteld. Merkwaardigerwijze
kreeg hij hiervoor een Belgische en geen Nederlandse onderscheiding.
In 1946 ontving werd hij Officier in de Leopoldorde: 'voor zijn
fiere houding gedurende de bezettingstijd en voor hetgeen hij daarna
heeft gepresteerd voor de wederopbouw van de openbare beplantingen
in Den Haag'. De stelling dat een profeet in eigen land niet wordt
geëerd, gaat in het geval van Doorenbos echter niet helemaal
op. In mei 1952 werd hij bij zijn 25-jarig jubileum als directeur
Plantsoenen-dienst benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.
In 1957 ging hij na een dertigjarig dienstverband met pensioen.
Tegelijkertijd werd het 75-jarig jubileum van zijn Plantsoenendienst
gevierd. Doorenbos overleed op 15 september 1980 in zijn (achter)tuinwoning
aan de Laan van Poot.
In het vergeetboekje
Het aantal anekdotes over Doorenbos is zeer groot maar voor een
blad als Branding volstaan we met een toepasselijke. Begin jaren
vijftig van de vorige eeuw fietste Doorenbos langs het plantsoen
aan de Stadhouderslaan. Daar waren een paar medewerkers van zijn
dienst bezig met het poten van stekjes. Wat Doorenbos zag, beviel
hem echter niet. Hij sprong van zijn fiets en riep de mannen bij
zich. Volgens hem konden de bewuste stekjes door ze te scheuren
veel doeltreffender gebruikt worden. En hij deed voor hoe je van
één stekje er veel meer kon maken.
Op 11 september 1996 werd in Den Haag op initiatief van de toenmalige
wethouder Milieu de eerste Doorenbos-lezing gehouden door de Deense
tuinarchitect Sven-Ingvar Andersson. Nadien werd vrijwel niets meer
gehoord van deze lezing en ze schijnt inmiddels bijna een stille
dood te zijn gestorven. Dat is jammer, omdat een publieke lezing
over openbaar groen prima op zijn plaats is in Den Haag. Bovendien
is het jammer voor de naam van Simon Doorenbos. Hij heeft beter
verdiend. Hopelijk kan het Haags Milieucentrum de Doorenbos-lezing
een tweede leven bezorgen.
Hans Pars
Koolmees zingt een toontje hoger
Koolmezen die het nageslacht veilig willen stellen hebben het zwaar
in de binnenstad. Hun subtiele getjilp gaat verloren in geraas van
auto's, treinen en een toenemend aantal vliegtuigen. Een puistige
puber komt nog makkelijker aan een partner.
Het vogeltje heeft er wat op gevonden, zo hebben biologen van de
Universiteit Leiden onlangs ontdekt. Op drukke plekken in de Leidse
binnenstad blijken koolmeesjes namelijk gemiddeld hoger te zingen
dan hun soortgenoten in rustiger woonwijken. Uit hun standaardrepertoire
van drie tot negen liedjes kiezen ze op drukke plekken voor de deuntjes
met minder lage tonen, zodat ze niet worden overstemd door het lage
gegrom van het verkeer.
Vogelonderzoekers ontdekten eerder al dat leeuweriken harder tjilpen
als er verkeer in de buurt is. "Net zoals je op een feestje
harder gaat praten om je verstaanbaar te maken", aldus gedragsbioloog
Hans Slabbekoorn. Maar vogeltjes die hun repertoire bijstellen rond
verkeersaders is van een andere orde, en belangwekkend genoeg voor
vermelding in het prestigieuze natuurwetenschappelijke tijdschrift
Nature van 17 juli jl.. Nooit eerder was aangetoond dat het lawaai
van de mensenwereld de communicatie tussen vogeltjes fundamenteel
verandert.
Voor Slabbekoorn is het niet denkbeeldig dat er, in navolging van
stadsmensen, ooit speciale 'stadsdieren' ontstaan, evolutionair
aangepast om te overleven in de stad. Momenteel doet hij nader onderzoek
hiernaar. "Ik zeg niet dat we getuige zijn van de evolutie
van aparte stadssoorten en bossoorten. Daarvoor leven we niet lang
genoeg. Maar het lijkt er wel op dat op dit moment stappen worden
genomen die de eerste aanzet kunnen zijn tot het ontstaan van nieuwe
soorten. De door mensen gecreëerde leefomgeving lijkt daarbij
een opvallende rol te spelen."
Wellicht moeten onze kinderen of kindskinderen ver de stad uit
om nog oorstrelend vogelgezang te horen. Wel op de fiets natuurlijk!
De pad: slachtoffer van het geslachtsverkeer
Bij de jaarlijkse trek van padden vanuit het winterverblijf naar
de natuurlijke kweekvijver moeten ze wegen of fietspaden oversteken.
De relatief langzame dieren zijn dan bijzonder kwetsbaar. Het oversteken
van een straat kost ze al gauw een aantal minuten en even snel opzij
springen (zoals kikkers) of sprinten (zoals salamanders) is er voor
de pad niet bij.
Zonder hulp zouden veel padden dan ook aan het verkeer ten prooi
vallen. In Den Haag is de Laan van Poot in de tijd van de paddentrek
traditiegetrouw een laan des doods. Maar ook de veel minder druk
bereden Kwekerijweg eist veel slachtoffers doordat veel padden deze
weg proberen over te steken. Andere blackspots zijn de Duinweg,
de Dotterbloemlaan en de Machiel Vrijenhoek-laan. Overigens vormt
niet alleen het verkeer een bedreiging voor de pad: onafgeschermde
rioolputten kunnen een pad die langs de stoeprand schuifelt fataal
worden.
Sinds een aantal jaren bestaat binnen de Dierenbescherming afdeling
Den Haag een speciale paddenwerkgroep. In 2001 zetten vrijwilligers
op de Haagse locaties in totaal ruim 19.000 padden over. Hoewel
de paddentrek dit voorjaar laat en langzaam op gang kwam, geven
voorlopige tellingen aan dat dit aantal dit jaar waarschijnlijk
weer gehaald zal worden - opnieuw dankzij de inzet van 160 vrijwilligers.
Vooral de 'overzetters' op de Kwekerijweg hadden te maken met een
forse amfibische mobiliteitsvraag: één vrijwilliger
had na drie avonden 500 padden overgezet, terwijl een ander in één
avond de voortplanting van niet minder dan 800 padden veiligstelde.
Mocht u nu al interesse hebben om in het voorjaar van 2004 mee te
helpen, neemt u dan tijdens werkdagen contact op met de Dierenbescherming
afdeling Den Haag, telefoon 3924289. Uw naam wordt dan op een lijst
gezet en u wordt benaderd vóór de paddentrek van 2004
begint.
Totaal aantal overgezette padden: 12.434
waarvan op de Kwekerijweg: 6.377
Aantal uit rioolputten gered: 1.032
Aantal verongelukt en gevonden: 491
Aantal overgezette kikkers: 77
Aantal overgezette salamanders: 41
Vlietland
biedt dicht bij de stad recreatie
voor jong en oud
Activiteiten en ontspanning. Genieten van de
natuur, van rust en ruimte vlak bij de stad. Die mogelijkheden wil
Branding laten zien. Dit keer in Vlietlanden tussen Leidschendam
en Voorschoten. Goed te befietsen en vlak bij de A4.
De huidige eigenaren van Watersportcentrum
Vlietland, Gerhard te Loo en Astrid van der Kooy, namen in 1989
hun intrek in een romantisch aan het Vlietlandse water gelegen woonbarak,
een zogenaamde 'nissenhut'. Daar hebben zij in alle rust bijna zes
jaar gewoond. Voor de paar dagjesmensen die in de begintijd het
recreatiegebied bezochten, was er een bescheiden haventje en lagen
er voor de verhuur enkele kano's en roeibootjes klaar. Anno 2003
is er van alles en nog wat te beleven en kunnen dagrecreanten en
toeristen terecht bij een Watersportcentrum met allure, met ongekende
mogelijkheden op watersportgebied.
Jarenlang droomden Gerhard en echtgenote Astrid
van een eigen camping. Mogelijkheden voor het runnen van campings
waren er in het Oosten van het land volop, maar zij wilden in het
Westen blijven en hun kans afwachten. Die kans kwam uiteindelijk
in 1995. Het echtpaar kreeg de ruimte om een Watersportcentrum te
starten onder voorwaarde dat zij in het recreatiegebied een camping
zouden exploiteren. Daar heeft dit enthousiaste duo niet lang over
hoeven denken.
Camping en botenverhuur
Op de camping met plaats voor zestig kampeerders, is het heerlijk
toeven. Autoverkeer wordt er niet toegelaten. Er zijn genummerde
plaatsen, een familieveld en een veld speciaal ingericht voor de
doortrekkers. Astrid: "Direct naast het kampeerterrein zijn
volop parkeerplaatsen aanwezig, zodat men nooit ver hoeft te lopen.
Zodoende is de rust gewaarborgd en kunnen kinderen er veilig ravotten.
Er zijn spannende klimtorens en elders op het terrein ligt een zandbak,
een jeu de boulebaan en een volleybalveld. En natuurlijk grenst
aan het terrein een enorm zwemstrand, een peuterplas en in totaal
130 hectare schoon vaar- en zwemwater.
Bij Watersportcenrum Vlietland zijn er volop
recreatiemogelijkheden voor volwassenen, maar zeker ook voor de
jeugd. Gerhard: "Wij bezitten vaartuigen in alle soorten en
maten. Met één van de vele kano's, zeil- of roeibootjes
kan men een heerlijke dag doorbrengen op het water. Zo zijn er tochten
te maken over de plas, maar ook in de aangrenzende polders van Zoeterwoude
liggen veel aantrekkelijke slootjes met begroeide oevers."
En over de rust: "Op de recreatieplas wordt motorvaart getolereerd,
maar er mag beslist niet harder dan zes kilometer per uur worden
gevaren en de boot mag niet langer zijn dan zeven meter. Als iedereen
zich daaraan houdt, is er geen vuiltje aan de lucht. Een paar jaar
geleden moest de waterpolitie nog wel eens ingrijpen. Toen het bonnenboekje
er een aantal keren aan te pas kwam, kozen de snelheidsduivels eieren
voor hun geld en is de rust weergekeerd."
Cursussen op het water
Vanaf half mei beginnen de zeillessen voor de jeugd. Die duren tot
het einde van de zomervakantie. De allerkleinsten lessen in de 'Optimist',
onder de volwassenen wat onvriendelijk het 'badkuipje' genoemd.
In drie cursussen van een week leren de kinderen zeilen in het kleine
bootje op drie niveaus onder professionele begeleiding van een instructeur.
Voor de jeugd in de leeftijd van 12 tot 16 jaar wordt er gezeild
met de Pico. Dit is een gemakkelijk op te tuigen bootje, waarmee
ze zich alleen of met twee personen op het water kunnen vermaken.
Voor volwassenen zijn er boten van het type 'Schakel' en 'Zestien
kwadraat'. De Schakel is een soort racezeilbootje waarmee hoge snelheden
te behalen zijn en dat plaats biedt aan slechts één
persoon. De 'Zestien kwadraat'-zeilboot (zeiloppervlak 16 vierkante
meter) is een echte familieboot met een gaffeltuig. Bij slecht zeilweer
kan gebruik worden gemaakt van waterfietsen en kano's. Bij erg slechte
omstandigheden kunnen er in de speciale lesruimte van het Centrum,
'Het Vooronder', theorielessen worden gevolgd en leren kinderen
alles over scheepsmaterialen, knopen leggen en andere technieken.
Sloep met elektromotor
Astrid is trots op de nieuwste aanwinst van het Watersportcentrum:
de sloep. Deze Franse partyboot biedt ruimte aan 6 tot 8 personen.
Door de elektromotor kan men in alle rust een toer in de wijde omgeving
maken met het gehele gezin. Astrid: "De oude generatie electromotoren
had te weinig bereik. Maar met volledig opgeladen accu's kunnen
we nu in alle rust zonder problemen acht uur lang non-stop genieten."
Medewerker Roy nodigt mij uit voor een tochtje. Astrid heeft niets
teveel gezegd. Zelfs vanuit stilstand bouwt de glimmende polyester
sloep in luttele seconden de maximaal toegestane snelheid van 6
kilometer per uur op. Er zit beslist toekomst in deze milieuvriendelijke,
plezierige en rustgevende manier van toeren op het water.
Naast de genoemde Watersportmogelijkheden
biedt Watersportcentrum Vlietland een totaalprogramma voor scholen,
bedrijven en familiebijeenkomsten. In totaal kunnen er 250 personen
gelijktijdig deelnemen aan de vele activiteiten op en rond het water.
Zo is er de drakenkano, de watertrampoline, het aquawheel, the Cat-bike
en kan men waterfietsen en vlotvaren, al of niet in wedstrijdverband.
Rekening houdend met de samenstelling van de groep kan in overleg
een programma op maat verzorgd worden. Op het terrein van het centrum
ligt een restaurant alwaar men voor een snack, lunch, diner en natuurlijk
een drankje terecht kan. Voor nadere informatie kan u bellen met
Watersportcentrum Vlietland, telefoon 071-5612200 of een kijkje
nemen op www.wsc-vlietland.nl
Jos Orleans
Leven op begraafplaats
Oud Eik en Duinen
Dit is het eerste artikel van een serie over natuur
op begraafplaatsen. Er heerst vaak een uniek leefklimaat op begraafplaatsen,
omdat ze meestal honderden jaren met rust zijn gelaten. Een begraafplaats
is immers heilig. Daardoor zijn het oases van rust en groene weelde
geworden, midden in de drukte van onze grote stad.
Oud Eik en Duinen is daar geen uitzondering op.
Het ligt ingesloten tussen de Oude Haagweg, Laan van Eik en Duinen
en de Mient. Deze begraafplaats kent een rijke historie en een rijke
natuur. Er liggen ook heel wat rijke geesten onder de groene zoden,
waaronder Louis Couperus, Mesdag, Willem Drees, Ferdinant Bordewijk
en Wagenaar. Maar laten we beginnen met een stukje over dat rijke
verleden.
Eik en Duinen, ooit een gehucht halverwege Den Haag
en Loosduinen. Hier liet Graaf Willem II van Holland tussen 1234
en 1256 een aan Maria gewijde kapel bouwen, ter nagedachtenis aan
zijn vader. Deze kapel werd in 1331 een parochiekerk met begraafplaats.
Eeuwenlang kwamen pelgrims naar dit drukbezochte bedevaartsoord,
maar in de 16e eeuw kwam de klad daarin.
In 1581 werd - na de protestantse reformatie - de
kapel afgebroken, alleen de toren lieten ze staan. Het kerkhof werd
niet meer gebruikt. Pas in 1654, tijdens de pestepidemie, werd het
kerkhof weer gebruikt, omdat er in de stad geen ruimte meer was.
In 1891 werd Nieuw Eykenduynen ernaast aangelegd en zes jaar later
werd Eik en Duinen omgedoopt in 'Oud Eik en Duinen'.
Toen in 1978 de begraafplaats werd gekocht door uitvaartonderneming
't Statenhuys werd er een nieuwe weg ingeslagen; de begraafplaats
werd aangeprezen als wandelpark en kreeg ook een recreatieve functie.
Schaalvergroting en het internationaal denken in het uitvaartwezen
zorgden ervoor dat Oud Eik en Duinen in 1998 werd opgekocht door
een Amerikaanse multinational, en werd vervolgens in augustus 2001
opgekocht door de Monuta-organisatie. Inmiddels is het een begraafplaats
van deze tijd met allerlei soorten grafmonumenten, een gedeelte
met kindergraven, een Islamitisch gedeelte, een verstrooiterrein
en een gedenktuin.
De ruïne van de kapeltoren is altijd blijven
staan en werd vanaf eind jaren '80 van de vorige eeuw weer af en
toe gebruikt als bedevaartsplek. Nu nog komen er ieder jaar met
Hemelvaart zo'n 80 mensen op bedevaart. Vandaar dat er nog steeds
relikwieën in de holtes van de muur te vinden zijn. De begraafplaats
blijft bij vele Hagenaars in trek, vanwege de rust en het romantische
karakter met het vele groen. Bijzonder groen, dat een sfeer van
vervlogen tijden ademt.
Oud Eik en Duinen wordt overheerst door een prachtige
verscheidenheid aan boomsoorten. Vele bomen hebben hier een monumentale
status bereikt. Dat komt doordat de leefomstandigheden voor bomen
hier beter zijn dan in de stad. Zo is er hier geen verkeer met giftige
uitlaatgassen, er is geen asfalt, waardoor de wortels lucht krijgen
en er zijn geen bewoners die klagen dat de bomen teveel licht wegnemen
en eisen dat ze danwel gekapt of drastisch gesnoeid worden. Zelfs
de lichamen in de grond (en waarschijnlijk ook het graven in de
grond) schijnen een positieve invloed te hebben op de bomen. Ondanks
de droge (voormalige) duingrond is er genoeg voeding; de bomen herstellen
hier beter, zelfs na een drastische wortelkap. Bij de dood begint
nieuw leven, heel symbolisch allemaal.
Al bij binnenkomst word je geconfronteerd met de monumentale
rij 60-jarige vleugelnoten met hun diepgekerfde stampatroon. Enorme
rode beuken spreken geschiedenis en zorgen voor een vreemde, vrij
duistere lichtinval. Eén van deze monumenten overgroeit met
zijn wortelgestel een pad, van zerk tot zerk.
Ook de mooie oude kastanjelanen hebben een monumentale status. De
platanenlaan is een jaar of vier terug volledig gekort, omdat er
erg veel dood hout in zat. Nu hebben ze zich weer goed hersteld
en krijgen hun oude glorie terug. Goed is te zien dat het dit jaar
(in heel Nederland trouwens) een slecht platanenjaar is. Ze staan
slecht in het blad, waarschijnlijk veroorzaakt door flinke nachtvorst
vlak na het uitlopen en storm. Gelukkig is dat nu al aan het bijtrekken,
er komt weer meer nieuw blad.
Voor vogels zijn de rust en al die oude bomen ideaal. In de holtes
van de stammen broeden kauwen en spreeuwen. Je ziet hier veel Vlaamse
gaaien, die de grafmonumenten gebruiken als hamerplaats voor het
openen van eikels en dergelijke. Roodborstjes vechten om het mooiste
stukje territorium. Kraaien verhogen de sfeer die bij een begraafplaats
hoort
De vossen houden hier de duivenpopulatie in toom, wel moet er regelmatig
gecheckt worden of ze geen al te diepe gaten graven, met alle gevolgen
van dien.
De treuriepen zijn bijzonder en staan zeer vol in blad. De monumentale
hemelboom in het gedeelte achter de Aulalaan rechts, is een zeldzaamheid.
In dit gedeelte staat ook een flinke groep jeneverbessen, In heel
Nederland zijn er nog maar weinig plaatsen waar deze struik goed
gedijt. Hier groeit hij in zijn volle glorie.
Toch leveren bomen op een begraafplaats ook wat kleine
problemen op.
De rode besjes van de taxus zijn zeer in trek bij vogels en in de
uitgepoepte vorm zijn ze schadelijk voor het marmer.
De kastanjes van de paardekastanje geven een flink schrikeffect
als ze bijvoorbeeld op de volgauto's terechtkomen. Dat wordt meestal
niet erg op prijs gesteld.
Lindes en esdoorns worden bewust niet meer te dicht op de graven
geplant, omdat de kleverige afscheiding wel erg veel schrobwerk
oplevert.
Soms leveren boomwortels een probleem op, vooral de beuken zijn
hier goed in. Een graf kan echt verdrongen worden door de wortels.
Soms kan een al lang geleden besteld graf daardoor niet meer gebruikt
worden en om te voorkomen dat de boom zou moeten wijken, wordt dan
met de familie een alternatief gezocht; eventueel wordt dan een
beter graf aangeboden. Alles om het aanzien van de begraafplaats
te behouden en de kapvergunningprocedure te voorkomen. Nu wordt
er preventief gewerkt, staat er een boom, dan wordt er daar geen
grafplaats gereserveerd. Prioriteit is groen.
Mensen worden wel gewaarschuwd: een graf onder een boom is mooi,
maar je moet je wel bedenken dat in de herfst de bladeren op het
graf vallen en dat de vele vogels in de bomen de boel flink kunnen
bevuilen.
De beheerder van de begraafplaats, dhr. Hollestelle,
spreekt met liefde over de bomen. Hij kent ze allemaal en houdt
ze goed in de gaten. Er staan hier dan ook bijna 100 bomen met een
monumentale status. Dat betekent wel dat de gemeente bepaalt wat
er aan onderhoud moet worden gedaan. Bij monumentale panden bestaan
er subsidies, maar het onderhoud van een monumentale boom moet geheel
uit eigen zak worden betaald. Bij een boomchirurgische ingreep lopen
de kosten al snel flink uit de klauwen. Dit is nog steeds een discussiepunt
met de gemeente.
De achterstand in het bomenonderhoud is inmiddels bijgewerkt. Takken
die bij storm dreigen af te breken zijn gesnoeid, zieke bomen zijn
gekapt.
Ook hier heeft de iepziekte veel slachtoffers gemaakt; bijna alle
iepen zijn hierdoor gesneuveld. Gelukkig zijn de bijzondere en monumentale
treuriepen veel minder bevattelijk voor de gevreesde iepziekte,
dat komt waarschijnlijk doordat het hier om geënte soorten
gaat; die zijn sterker. De enorme monumentale iep in de buurt van
de kruising Bronovolaan-Berkenlaan staat er in volle glorie en is
gelukkig niet aangetast. Wel moet deze binnenkort behandeld worden
aan zijn stam, er groeien (waarschijnlijk tonder-) zwammen op, als
die gevaarlijk blijken, dan worden ze met omliggend hout verwijderd
en wordt het gat gevuld.
Een heel oude monumentale rode beuk wordt gekoesterd; ieder gaatje
en iedere barst wordt meteen grondig geïnspecteerd. Een landschapsarchitect
adviseerde de beuken rond de ruïne te kappen, zodat de ruïne
weer beter zichtbaar is. De beheerder heeft dit advies maar in de
wind geslagen. De winter is de beste tijd om de ruïne op de
foto te krijgen.
Alleen de onderbegroeiing moet nog in evenwicht met de rest worden
gebracht. Het is daar nu nog wat karig mee gesteld. Er zijn voornamelijk
wat heggetjes, meestal van spirea of taxus. De komende jaren wordt
daar iets aan gedaan; er wordt geëxperimenteerd met onderbegroeiing
van rododendron, skimmia, mahonia en Oostenrijkse den. Dit zal de
romantische landschapssfeer nog meer benadrukken.
Dan hebben we het nog niet eens gehad over de vele
esdoornsoorten, cedersoorten, tulpenbomen, treurberken, levensboom
en kersenbomen. Het is dus zeer zeker de moeite waard om deze bomenverzameling
eens te gaan bekijken. Er worden jaarlijks diverse rondleidingen
georganiseerd, binnenkort met de landelijke Monumentendag op 14
september om 14.00 uur. Verder zijn er rondleidingen op aanvraag,
hiervoor belt u mevrouw Langehenkel, telefoon: 4470000. Maar u kunt
natuurlijk ook op eigen gelegenheid een wandeling maken door dit
sfeervolle bomenparadijs.
En tijdens een wandeling hier kom je altijd een hoop
bekenden tegen. Vooral die van de straatnamen.
Sandra Kamphuis
Vogelplas Starrevaart
en Vlietland, een uniek natuur- en recreatiegebied naast de deur
De vogelplas Starrevaart gelegen in de Leidschendamse
Starrevaart/Damhouderpolder tussen de Vliet en Rijksweg A4 is wel
een heel aantrekkelijk natuurgebied in onze regio. Door de ontzanding
van de Meeslouwerpolder is een rijk en uniek vogelgebied ontstaan
in het drukke westen van ons land. Door de vele vogelsoorten die
er sinds 1996 naar toe trekken, voedsel zoeken, broeden en rusten
heeft het waterrijke gebied grote internationale betekenis. Steeds
meer dagjesmensen maar ook toeristen van elders uit het land brengen
er een bezoek. En dat is niet zo verwonderlijk. Rondom de plas zijn
diverse vormen van passieve en actieve recreatie mogelijk. Zo is
er een prachtige fietsroute, kan men een natuurroute met wetenswaardigheden
over vogels volgen, komen ruiters aan hun trekken en kan men eindeloos
wandelen, joggen en skeeleren. En voor hen die zich na de eindexamentijd
of een week van hard werken willen ontspannen met het hele gezin,
zijn er in het even verderop gelegen recreatiegebied Vlietland volop
watersportmogelijkheden en is er natuurlijk het gezellige, maar
druk bezochte strand.
Natuur is in
Het luisteren naar en bespieden van vogels is voor velen een uit
de hand gelopen hobby. Vogelwerkgroepen verrijzen als paddestoelen
uit de grond. De Nederlandse omroeporganisaties, maar ook de BBC
en de BRT maken jaarlijks meer zendtijd vrij voor documentaires
met als onderwerpen natuur, natuurbeheer en natuurbeleving. Veel
Nederlanders stemmen iedere zondagochtend af op het immer populaire
programma VARA's 'Vroege Vogels' en leveren daar graag hun nachtrust
voor in. Het ledenaantal van particuliere groenorganisaties als
Natuurmonumenten stijgt gestaag. Er gaat geen weekeinde voorbij
of men kan zich aansluiten bij een natuurgids voor een boswandeling,
een strandontdektocht of een vogelexcursie. Zo organiseert de Vereniging
voor Natuur- en Milieueducatie (IVN) regelmatig excursies in onze
regio. En voor een rondwandeling onder deskundige leiding rondom
Vogelplas Starrevaart kan men zich aanmelden bij Groenservice Zuid-Holland,
de beherende instantie van het natuurrijke gebied.
Vogelspotters van het eerste uur
De heren M. Souverijn uit Leiden en I. Voogt uit Zoetermeer strijken
regelmatig neer bij de hoek van de Kniplaan en het Duinwaterpad.
Vanaf dit punt turen zij uren door de meegebrachte telescoop over
de plas. Souverijn: "De slikplaat in de verte is dit jaar vroeg
drooggevallen. Met een vergroting 40 of 60 maal, kun je de broedende
visdiefjes met gemak naar je toe halen. Het zijn echte kolonievogels.
En in deze tijd van het jaar zijn er wederom veel lepelaars en kluten
te bewonderen." Op de natte plaat scharrelen volwassen vogels
en hun jongen een kostje bij elkaar dat bestaat uit insecten, larven
en weekdiertjes. Goed is te zien hoe kluten de sterk naar boven
gekromde zwarte snavel door het water heen en weer bewegen. Wanneer
een koppeltje mantelmeeuwen te dicht nadert klinkt massaal een melodieus
'kluut'-'kluut'-'kluut' Ook een groepje visdiefjes schrikt pardoes
op en tracht met de o zo bekende buitelingen de twee indringers
te verjagen. En niet zonder succes.
Een onoplettend meerkoetwijfje moet helaas één van
haar 4 kuikens afstaan aan een hongerige blauwe reiger. Het hoort
er allemaal bij. Normaliter is het waterpeil in de Vogelplas in
de nazomer op z'n laagst. Het is nu begin juni en grote delen van
de slikplaat liggen droog. Souverijn: "Voor de echte 'vogelaar'
is er weer een boeiende tijd aangebroken maar als de temperatuur
blijft stijgen tot zomerse waarden neemt de kans op het ontstaan
van botulisme wel toe. Dat is de fatale vergiftiging, die veroorzaakt
wordt door afscheiding van bepaalde bacteriën in door zon verwarmd,
voedselrijk oppervlaktewater. Omdat te voorkomen wordt er regelmatig
vers water ingelaten vanuit de Meeslouwerpolder waardoor voldoende
circulatie optreedt en de gevreesde ziekte onder watervogels hopelijk
uitblijft".
Actieve recreatie
Maar niet alleen voor de vogelaars biedt dit gebied volop mogelijkheden.
Ook de recreant komt aan zijn trekken. Veel skeelers zoeken hier
hun heil. En voor allen die de skate- en skeelersport niet machtig
zijn en de sport van het wandelen prefereren is het uiteraard ook
goed toeven in het Leidschendamse natuurschoon. Zo kan men via het
Duinwaterpad parallel aan de A4 naar vogelkijkhut de 'Knip' lopen.
Na een bezoekje aan de hut (verrekijker en vogelgids mee) volgt
men het pad richting Kniplaan. Daar kan men vanaf de vogelboulevard
de broedende en wadende vogels bekijken of de uitkijktoren beklimmen
die ruim zicht biedt over de Starrevaart- en Meeslouwerpolder. Op
zondagmiddagen kan men aan diezelfde Kniplaan weer terecht voor
een 'fanieljeijs'. Via het Duinwaterpad met aan de rechterhand de
manege wandelt men langs enkele bosjes en loopt men aan de linkerzijde
van het pad door een houten klaphekje. Middels bebording wijst de
beheerder erop voldoende afstand te houden tot de Schotse Hooglandrunderen,
die er grazen, omdat zij kalveren hebben. Al wandelend komt men
dan vanzelf in recreatiegebied Vlietland terecht. Daar kan een hapje
of drankje genuttigd worden aan het strand of op het terras van
het watersportcentrum.
Jos Orleans
Voor excursiemogelijkheden kunt u terecht bij Groenservice
Zuid-Holland telefoon 010-2981010
Voor uitgebreide informatie over de Vogelplas, surf naar: http://www.xs4all.nl/~sjaak/vwgvl
Haagse Beek Fietspostentocht
op zondag 22 september
September is ook dit jaar uitgeroepen tot de
Groene Maand van het jaar. En 22 september is de Europese Autovrije
dag. IVN Den Haag en omstreken organiseert op deze dag een Fietspostentocht
langs de Haagse Beek. Een ideale gelegenheid om de auto te laten
staan, op de fiets te stappen en 'het groen' langs deze historische
waterloop te verkennen. Interessant is onder andere hoe de natuurvriendelijke
oevers zich ontwikkelen. En misschien ziet u de IJsvogel in een
flits. De IVN postentocht langs de Haagse Beek is inmiddels een
jaarlijkse traditie.
De Fietstochtenpost kunt u starten tussen 10.30
en 12 uur.
Het startpunt is aan de Machiel Vrijenhoeklaan bij Restaurant
Westcoast (post 1).
Hier ontvangt u een routebeschrijving.
Met de routebeschrijving komt u langs de volgende posten:
2. Diertjes in het water
3. De Haagse Beek en haar vogels
4. Planten langs de Haagse Beek
5. Planten in het water
6. Sorghvliet
In park Sorghvliet vindt u de informatietafel van
het IVN. Ook presenteert IVN hier een gevarieerd podiumprogramma
dat geïnspireerd is op de natuur. Dit duurt ruim een uur.
Onderwerpen zijn onder meer: grassen, geneeskrachtige planten,
natuurverhalen en bomen.
De onderwerpen worden met muziek verbonden. Voor kinderen is er
een speciale activiteit. Het programma eindigt met een algemene
excursie door park Sorghvliet.
De gehele groene dag wordt aangeboden door meer
dan twintig gidsen van IVN Den Haag en omstreken. De IVN-gidsen
zijn overigens in alle seizoenen actief en organiseren jaarlijks
meer dan 150 buitenactiviteiten. Deelname aan de Fietspostentocht
is geheel gratis.
Groener kan IVN september en deze speciale dag niet maken.
PADDENTREK IN DEN
HAAG
Jaarlijks vindt van eind februari tot eind april
in heel Nederland de paddentrek plaats. Gedurende deze periode
trekken de padden massaal van hun winterverblijf naar poelen en
sloten waar ze zich voortplanten. Hiervoor kiezen ze steevast
het water waar ze zelf ter wereld gekomen zijn.
Wanneer de trek precies start, hangt sterk samen
met de weersomstandigheden. De padden ontwaken namelijk uit hun
winterslaap wanneer de gemiddelde temperatuur tijdens een etmaal
rond de 7o C komt en de luchtvochtigheid hoog is. De mannetjes
ontwaken als eerste, de grotere vrouwtjes hebben meer tijd nodig
om op te warmen. Vervolgens gaan de dieren op pad, waarbij de
mannetjes in de startblokken staan om op zoek te gaan naar een
vrouwtje. Zodra een mannetje en een vrouwtje elkaar gevonden hebben
en elkaar bevallen (wat zeker niet altijd het geval is) kruipt
het mannetje op de rug van het vrouwtje waarna beiden samen de
weg vervolgen.
De trek vindt plaats van zonsondergang tot in de
vroege ochtenduren. Onvermijdelijk worden dan wegen of fietspaden
overgestoken. Op deze momenten zijn de langzame dieren bijzonder
kwetsbaar. Padden lopen namelijk, ze springen (vrijwel) niet.
Het oversteken van een straat kost hierdoor al gauw een aantal
minuten. Zonder hulp worden veel padden dan slachtoffer van het
verkeer.
Met name op drukke Haagse locaties als de Laan van
Poot vallen nogal wat slachtoffers. Maar ook op de veel minder
druk bereden Kwekerijweg, waar grote aantallen padden de oversteek
wagen, halen velen de overkant niet. Andere locaties in Den Haag
zijn de Duinweg, Dotterbloemlaan en Machiel Vrijenhoeklaan, in
Leidschendam de Appelgaarde en in Wassenaar de Buurtweg, kasteel
Oud Wassenaar en de Van Ommerenlaan. Sinds een aantal jaren bestaat
binnen de Dierenbescherming afdeling Den Haag een paddenwerkgroep.
Deze werkgroep bestaat uit een aantal coördinatoren en een grote
groep enthousiaste vrijwilligers, die in het paddenseizoen één
of meerdere avonden per week de padden helpen met het veilig oversteken.
In 2001 zijn op al deze locaties meer dan 19.000 padden overgezet!
De vrijwilligers geven zich voor de periode februari-april
op voor één of meer avonden per week. Tijdens deze avonden lopen
ze van zonsondergang tot een uur of tien, elf (afhankelijk van
het weer) en zetten dan padden over de weg. Het padden 'rapen'
is een behoorlijk verslavende bezigheid, veel vrijwilligers doen
dit werk jaren achter elkaar. En nieuwe vrijwilligers zijn al
snel fanatiek en enthousiast aan het rapen. Mensen omschrijven
het werk als gezellig, belangrijk en heel zinvol, lekker een avond
buiten zijn, de beginnende lente over je heen laten komen en gewoon
fijn om iets voor die dieren te kunnen doen.
Gezien de hoeveelheid locaties, de grote aantallen
padden en het feit dat er uiteraard wel doorstroming van vrijwilligers
plaatsvindt, is er altijd behoefte aan nieuwe vrijwilligers. Bij
deze wil ik iedereen aanmoedigen die er over denkt zelf een jaar
mee te helpen met de trek! Mocht u interesse hebben om volgend
jaar mee te helpen, neemt u dan tijdens werkdagen contact op met
de Dierenbescherming afdeling Den Haag, telefoon 070-3924289.
We zetten uw naam dan op een lijst en benaderen u vervolgens vóór
de trek van 2003 begint.
Bram Heijkers Hoofd werkgroep Padden
NATUURVRIENDELIJK
TUINIEREN
Bij veel mensen roept natuurvriendelijk tuinieren
nog de associatie op van een rommelige, slecht onderhouden tuin,
goed voorzien van brandnetels en andere (on)kruiden. Maar dit
vooroordeel is snel aan het verdwijnen nu de belangstelling voor
natuurvriendelijk tuinieren gelukkig steeds groter wordt. De Haagse
Natuurverenigingen hebben in het najaar 2001 dan ook ruim aandacht
besteed aan 'natuurvriendelijk tuinieren'.
Er gaat steeds meer groen in de steden verloren
door allerlei bouwplannen. Daarom is het des te belangrijker om
bewust om te gaan met de tuin. Al die relatief kleine stukjes
tuin in een stad vertegenwoordigen gezamenlijk een aanzienlijke
oppervlakte. Ruimte die planten en dieren nodig hebben om zich
te kunnen handhaven in de stad, maar ook om zich te kunnen verplaatsen,
bijvoorbeeld vanuit een buitengebied de stad in. Bezitters van
een balkon kunnen ook bijdragen aan een groenere stad. Op ieder
balkon past wel een plantenbak of waterschaal.
Bij natuurvriendelijk tuinieren wordt geprobeerd
door onder andere de plantenkeuze de tuin zo aantrekkelijk mogelijk
te maken voor allerlei diersoorten, van insecten tot egels en
vogels. In een tuin waar geen insecten voorkomen, zie je ook weinig
andere dieren. Kies voor planten die van nature in de omgeving
thuishoren. Dit komt ook de gezondheid van de planten ten goede.
Door bij de keuze van de beplanting te letten op
hun waarde voor bijvoorbeeld vogels, is het mogelijk meer vogels
naar de tuin te lokken.
Een aantal struiken, zoals struikklimop en vuurdoorn
bieden vogels niet alleen voedsel in de vorm van bessen, maar
ook schuil- en nestgelegenheid. Bovendien lokken deze struiken
met hun bloemen veel insecten naar de tuin. Ook het plaatsen van
een waterschaal en nestkastjes trekt vogels aan. Een aantal vogelsoorten
voedt zichzelf en zijn jongen met insecten. Dit betreft onvoorstelbare
hoeveelheden muggen, vliegen, mieren en luizen. Ook lieveheersbeestjes
zijn grote liefhebbers van luizen. Dit zijn dus natuurlijke verdelgers
van schadelijke insecten. Daar komt geen gif aan te pas. Als een
egel eenmaal de tuin heeft ontdekt, zal hij zich te goed doen
aan de slakken. Ook padden en kikkers en natuurlijk de lijster
eten graag slakken. Natuurlijke vijanden te over. Maar ook de
natuurvriendelijke tuinier heeft wel eens last van slakken. 's
Avonds of na een regenbui kun je ze met de hand wegvangen en elders
uitzetten. Of je maakt een zogenaamde bierval. Een schaaltje bier
ingraven, zodat 's morgens alle dorstige slakken zijn verdronken.
Ik vraag me wel af of je hiermee ook niet alle slakken van de
buren op een idee brengt. Slakken zijn namelijk dol op bier!
Wil je graag veel vlinders naar de tuin lokken,
dan kun je bijvoorbeeld kiezen voor planten als herfstaster, prikneus,
kogeldistel, kranssalie, koninginnekruid en vlinderstruik. Vlinders
gebruiken vaak brandnetels voor hun eitjes. Een enkele brandnetel
in een verloren hoekje is hier zeer geschikt voor. Als ergens
veel vlinders voorkomen, dan is dit een goede graadmeter voor
de kwaliteit van de natuur.
Ook planten als kamperfoelie, vingerhoedskruid,
ooievaarsbek, zonnebloem, reuzenbalsemien en dovenetel zijn aantrekkelijk
voor niet schadelijke insecten.
Als daarnaast de tuin 's winters niet al te rigoureus
'winterklaar' wordt gemaakt, biedt dit zowel de planten als de
overwinterende insecten bescherming. Insecten kunnen overwinteren
in holle plantenstengels of onder afgevallen bladeren. Als de
afgestorven stengels 's winters aan de plant blijven zitten, geeft
dit ook bescherming tegen de vorst.
Bij natuurvriendelijk tuinieren wordt dus geen gebruik
gemaakt van bestrijdingsmiddelen. Dit om de voedselkringloop niet
te verstoren.
Als het echt niet anders kan, kan er ook nog gebruik
gemaakt worden van een milieuvriendelijk product . Deze producten
worden verkocht onder de merknaam Ecostyle en bestrijden alleen
het probleem waarvoor het verkocht wordt, bijvoorbeeld slakken.
Door de samenstelling van het product is het niet schadelijk voor
de voedselkringloop.
Voor wie niet alleen wil lezen over natuurvriendelijk
tuinieren, maar dat ook wil beleven, is er de jaarlijkse Geraniummarkt
op 4 mei a.s. op het binnenplein van Leidschenhage, van 10.00
tot 16.00 uur. Daar treft u, op uitnodiging van de Leidschendamse
afdeling van de KMTP/Groei & Bloei, de Haagse natuurverenigingen
aan, die van alles laten zien en daar boeiend en bloeiend over
kunnen vertellen.
Met Haagse Natuurverenigingen wordt hier bedoeld:
Haagse Vogelbescherming
Stichting Egelopvang Den Haag
Vereniging voor Veldbiologie (KNNV)
Vereniging voor Natuur-en Milieueducatie (IVN)
Algemene Vereniging voor Natuur-bescherming voor 's-Gravenhage
e.o. (AVN)
Ingrid Piek, Portefeuillehouder
AVN
Kaalslag
Ik las o.a. over het maaien van de natuurvriendelijke oevers.
Daarop, plus nog een aantal andere zaken, wil ik graag reageren.
Niet alleen de oevers, maar ook tal van bermen in o.a. de wijken
Escamp en Houtwijk zijn tijdens de volle natuurlijke bloei gemaaid.
Soms zelfs een aantal keren. Ik heb daarover in een brief aan
de wethouder, de heer Stolte, geklaagd.
Sinds kort ik woon aan de Q.A. Nederpelstraat en de plantsoenendienst
heeft daar een plantsoen tot twee keer toe tot de grond kaal gemaaid.
Een ramp gezien de verfraaiende functie van dit plantsoen (er
achter staan de lelijke schuttingen van een bedrijventerrein).
Tot drie keer toe heb ik schriftelijk hierover geklaagd. De derde
keer dus bij de Wethouder. Als reactie kreeg ik te horen dat de
tweede keer niet had mogen gebeuren. Een bedrijf heeft dat zonder
toestemming van de verantwoordelijke persoon van Dienst Stadsbeheer
gedaan. Men weet niet wie het gedaan heeft...
Deze verantwoordelijke persoon is ook verantwoordelijk voor de
kaalslag (inclusief de bomen!!!) van diverse andere plantsoenen
in Houtwijk. Hierover heeft een artikel in de Haagsche Courant
gestaan. Dat heeft echter niet veel geholpen, want de kaalslag
gaat gewoon door.
Een derde kwestie is dat het milieudepot aan de Werf sinds een
paar maanden is gesloten. Helaas, want we konden er afval gescheiden
inleveren. Nu kwamen we laatst bij één van de twee
overgebleven depots, die aan de Asmansweg, en daar werd ons gezegd
dat we papier en karton bij het restafval moesten gooien, want
het was niet de moeite om het te scheiden
!!!
Ik hoop dat jullie deze informatie kunnen gebruiken in jullie
strijd tegen milieu/natuur wantoestanden.
Ik wens jullie ontzettend veel succes met jullie werk.
Lonneke Nijeboer
|