Branding - Archief  

 

NATUUR ALGEMEEN

 

Waarom er geen Automobielmuseum in Reigersbergen moet komen (Branding nr. 18 januari-maart 2005) ...meer

Geen paniek! (Branding nr. 17 november/december 2004) ...meer

Weidevogelbeheer heeft te weinig effect (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer

Exoten zijn blijvertjes (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer

Simon Doorenbos was al duurzaam voor het woord bestond (Branding nr. 11 september/oktober 2003)...meer

Koolmees zingt een toontje hoger (Branding nr. 11 september/oktober 2003) ...meer

De pad: slachtoffer van het geslachtsverkeer (Branding nr. 10 juni/juli 2003)...meer

Vlietland biedt dicht bij de stad recreatie voor jong en oud (Branding nr. 8 februari/maart 2003) ...meer

Leven op begraafplaats Oud Eik en Duinen (Branding nr. 6 september/oktober 2002) ...meer

Vogelplas Starrevaart en Vlietland, (Branding nr. 6 september/oktober 2002) ...meer

Haagse Beek Fietspostentocht op zondag 22 september (Branding nr. 6 september/oktober 2002) ...meer

PADDENTREK IN DEN HAAG (Branding nr. 5 mei/juni/juli 2002) ...meer

NATUURVRIENDELIJK TUINIEREN (Branding nr. 5 mei/juni/juli 2002) ...meer

Kaalslag (Branding nr. 3 november/december 2001) ...meer

 

 

 

 

 

 

Waarom er geen Automobielmuseum in Reigersbergen moet komen


Het gemeentelijke plan voor de vestiging van een Automobielmuseum op het Landgoed Reigersbergen stuit op steeds meer weerstand bij omwonenden en belangengroeperingen. Zowel de Haagse groene verenigingen als de bewonersorganisaties zijn unaniem tegen. Hun uitgangspunt is het behoud van de natuurwaarde van de landgoederen Reigersbergen en Marlot, waarbij ze uitdrukkelijk aangeven dat er ook over de grenzen van het plangebied heen gekeken moet worden.


Ook het pre-advies aan de Provinciale Planologische Commissie (PPC) liep niet over van enthousiasme voor de plannen voor een automobielmuseum. Plannen van een dergelijke maatvoering passen op voorhand niet binnen het bestemmingsplan. Toch bood de PPC tijdens haar zitting van jl. november nog wel ruimte voor de ontwikkeling. Het ‘Op voorhand NEE’ van het pre-advies werd tijdens de zitting met min of meer bemoedigende woorden aangevuld door vijf van de zes commissieleden. Slechts de vertegenwoordiger van Monumentenzorg bood geen opening en bleef tegen.


De tegenstanders uit de hoek van natuur- en bewonersorganisaties hebben zich verenigd in de Belangengroep Reigersbergen/Marlot. Zij gaan nu met feiten en argumenten de provinciale en Haagse politiek benaderen, want Provinciale Staten en de Haagse gemeenteraad beslissen uiteindelijk of het plan doorgang kan vinden.
“We zijn bang dat de politici geen goed beeld hebben van de werkelijke waarde van het gebied”, verwoordt Saskia Aalbers, woordvoerdster van de groep, haar vrees. “In het plan wordt slechts gesproken van een rommelige aanblik van het huidige kwekerijterrein. Daarmee wordt het terrein tekort gedaan en worden politici en beleidsmakers misleid. Als dit plan werkelijkheid wordt, betekent dat een enorme bebouwing midden in het groen, juist op een belangrijke open zichtas van de Landgoederen. Dat vormt een onaanvaardbare aantasting van het grote groen- en bosgebied dat begint bij het Haagse Bos en doorloopt in de Wassenaarse landgoederenroute. Een Nationaal Automobielmuseum in Den Haag is mooi, maar niet op de voorgestelde locatie”.


De belangengroep heeft inmiddels een folder uitgebracht waarin alle feiten en argumenten van de natuurwaarde van het gebied worden uitgelegd. Hieronder een beknopte weergave van die argumenten.


Reigersbergen heeft Groene bestemming
De locatie behoort tot het Beschermd Stadsgezicht en heeft een hoge cultuurhistorische waarde. Ze heeft nu de bestemming: ‘Park en plantsoen’. In het Provinciale Streekplan van februari 2003 wordt ze aangeduid met ‘Openluchtrecreatie of stedelijk groen’. De locatie ligt buiten de rode contour, wat betekent dat er officieel geen verdere verstedelijking mag plaatsvinden.
Aantasting biodiversiteit
Het landgoed Reigersbergen vervult een belangrijke rol in de ecologische verbindingszone tussen het duingebied van Waalsdorp en Meyendel en het achterliggende veenweidegebied. De instandhouding van de biodiversiteit vanuit het duinlandschap en het poldergebied vice versa is daarvan afhankelijk.
Verrommeld gebied heeft wel degelijk hoge natuurwaarde
De huidige kwekerijlocatie ziet er nu erg rommelig uit. Voor initiatiefnemer Louwman en de gemeente een reden om aan te nemen dat hier geen natuurwaarde aanwezig is. Het tegendeel is waar. De rust van de kwekerijlocatie en de rommeligheid van de verlaten opstallen bieden goede schuilmogelijkheden voor vele inheemse diersoorten. Er zitten nu bijvoorbeeld heel veel amfibieën en vogelsoorten op het rustige terrein.
De bomen die het museum in de toekomst zouden moeten omringen hebben op dat vlak weinig te bieden, evenmin als het aangeharkte plantsoen waarin ze komen te staan.
Verlies natuurwaarde niet te compenseren in de omgeving
Het plan van het automobielmuseum spreekt over compensatie van natuurwaarde door het verrijken van natuur elders op het landgoed. Dat is een utopie. Natuurwaarde wordt niet uitgedrukt in vierkante meters grondoppervlak. Natuurwaarde is de som van alle factoren die voor de biodiversiteit van belang zijn. Daarbij spelen rust, ruimte, licht en duisternis ook een rol. Het verlies aan natuurwaarde is veel meer dan de 8.000 m2 grondoppervlak dat wordt volgebouwd. Het uitstralingseffect op de directe omgeving is enorm.
Museum vele malen groter dan landhuis
Ruim de helft van het terrein-oppervlak is bestemd voor het gebouw. Dat betekent dat het museum 10 maal groter wordt dan een gebruikelijk landhuis. Ter vergelijking: het huis Clingendael beslaat een grondoppervlak van 750 m2. Daarbij zal ook het voorterrein en de parkeerplaats nog worden geplaveid met verharding.
Verlies aan historisch cultuurgoed
Door het optrekken van een reusachtig gebouw verliest het landgoed ook in cultuurhistorisch opzicht veel aan waarde. De eeuwenlange traditie van een erfgoed gaat daarmee verloren. De schaalvergroting van het museum past niet in de 19e eeuwse Engelse landschapsstijl van de oorspronkelijke landgoedtraditie, waartoe de warmoezerij en de tuinmuur onverbrekelijk behoren.
Afspraken met burgers genegeerd
Omwonenden en groene verenigingen hebben met de gemeente samengewerkt bij de voorbereiding van de Ontwikkelingsvisie Reigersbergen / Marlot. Daarbij werd gestreefd naar verbetering van groene functies in het gebied. Het opnieuw realiseren van een bescheiden landhuis werd toen uitdrukkelijk afgewezen. Die afspraken met belanghebbenden worden met dit nieuwe plan genegeerd. De plannen voor het automobielmuseum zijn door de gemeente bovendien twee jaar lang in het geheim ontwikkeld. Hiermee heeft de gemeente zich onbetrouwbaar opgesteld ten opzichte van de deelnemende burgers aan het Open-Plan-Proces.
Verkeersoverlast en files op Rijksweg N44
Grote aantallen bezoekers geven een piekbelasting die niet kan worden opgevangen op de 135 geplande parkeerplaatsen. Dat geeft kans op filevorming op de Rijksstraatweg. Het mobiliteitsplan van en naar het parkeerterrein van Duindigt is ontoereikend omdat de piekbelasting in het weekend plaatsvindt. Dan worden er ook sportwedstrijden en paardenrennen aan de Waalsdorperlaan gehouden, die bezoekers met auto’s aantrekken. In een tegenexpertise, uitgevoerd door het onafhankelijke bureau ANT, wordt een breder inzicht gegeven van de te verwachten verkeersdruk.

In de Belangengroep Reigersbergen/Marlot zijn verenigd: AVN, Haagse Vogelbescherming, KNNV, Ver. Vrienden van Den Haag, Het Groen Platform(Mariahoeve), Stg. Bewonersbelangen Reigersbergen en Marlot, Wijkvereniging Marlot, Wijkberaad Mariahoeve en het Haags Milieucentrum.
De folder is gratis op te vragen bij het Haags Milieucentrum, tel: 070-305.02.86

 

 

 

 

 

 

Geen paniek!


Is de Haagse natuur in de war door klimaatverandering? Als je de vraag zo stelt klinkt-ie heel eenvoudig, maar ze is op zich heel gecompliceerd. Er zitten allerlei aspecten aan die je moet bekijken om te zorgen dat er voldoende orde en rust is, en dat is belangrijk om paniek tegen te gaan. Paniek is wat momenteel in de pers erg benadrukt wordt: “Help, het klimaat gaat veranderen, we lopen onder!” Hollywood heeft zich er ook op gestort. In de film ‘The Day After Tomorrow, where will you be?’ wordt een erg panisch scenario weergegeven en tot mijn droefenis moet ik constateren dat de journalistiek die paniek vaak moeiteloos overneemt. Vaak worden alle nuances die in wetenschappelijke rapporten staan gewoon genegeerd. Paniek verkoopt lekker.

Wat is er slecht aan paniek? Het zorgt dat je niet meer helder denkt. En als mensen, na een aanvankelijke paniek, vinden dat het toch allemaal niet helpt en constateren dat het tóch allemaal uit de hand loopt, dan is de houding vaak ‘Het maakt toch niet uit. Het klimaat wordt toch onbeheersbaar, waar maak ik me nog druk om?” En vervolgens kopen ze weer een nieuwe terreinwagen…

Om orde te scheppen eerst maar wat definities. Natuur in de war, wat is dat? De natuur is in de war als dieren en planten zich gaan gedragen op een manier die je niet van ze verwacht. Als er in maart vliegenzwammen boven de grond komen en in december gierzwaluwen gaan broeden. Dan is de natuur echt in de war, maar dat is op dit moment niet het geval.

‘Natuur in de war’ gaat er verder impliciet vanuit dat de natuur in een zogenaamd natuurlijk evenwicht verkeert - een populaire dwaling. Een natuurlijk evenwicht is een statisch iets en de natuur is nóóit statisch.
Voorbeeld: vossen zijn Den Haag binnengekomen in een periode dat het met muizen heel slecht ging. Muizen worden - evenals bijvoorbeeld lemmingen - gekenmerkt door cycliciteit. Eens in de vier, vijf of zelfs acht jaar groeien ze naar een maximum, dan is het eten op en stort de hele muizenpopulatie in elkaar.
Doordat muizen voor heel veel roofdieren dagelijkse kost zijn, en ander eten een stuk minder belangrijk is, volgt de roofdierenpopulatie die muizenpopulatie in hun groei. Er worden meer kleine vosjes geboren die ook meer te eten krijgen. Op een gegeven moment stort die muizenpopulatie in elkaar en je krijgt dus eventjes een overschot aan vossen. Maar alles wat op dat moment geboren wordt gaat waarschijnljk gewoon van de honger dood. Moedervos kan òf niet genoeg melk produceren òf vangt niet genoeg muizen. De populatie loopt terug. Je ziet een golfbeweging, en dat is de normale, natuurlijke gang van zaken.

Patatvos
De situatie in een stedelijke omgeving is dat daar altijd veel aanbod van voedsel is. Er is heel veel zwerfvuil. Vossen zijn alleskunners, generalisten pur sang. Zo zijn ze ook in Den Haag gekomen, het was oorspronkelijk een duinpopulatie die het prima deed. Toen het met de woelmuizen heel slecht ging, zijn ze Den Haag ingetrokken, waar genoeg alternatief eten was. De eerste term voor de stadsvos was veelzeggend genoeg ‘patatvos’.
Vossen die in het Westduinpark leven komen ’s nachts de stad in. Ik kom ze regelmatig tegen, bijvoorbeeld op de Laan van Meerdervoort en een paar maanden geleden zelfs ’s morgens heel vroeg op het Spui.

Zo ontstaat hier een vossenpopulatie waarvan de draagkracht wordt beperkt door de omgeving. De vossenpopulatie is nu stabiel. Er komt net zo veel bij als dat er afgaat, meestal door sterfte in het verkeer. Afschot van vossen heeft geen zin. Integendeel, ze gaan zich verspreiden. Jagers beweren dat vossen gereguleerd moeten worden vanwege hondsdolheid, maar dat komt in Nederland - afgezien van enkele uithoeken - helemaal niet voor. Ga je schieten, dan krijg je onrust en worden de opengevallen plaatsen opgevuld door vossen die van buitenaf komen. Die nieuwkomers kunnen heel goed vossen zijn in het tweede en derde stadium van hondsdolheid, want in hun gekte verlaten die hun territorium.

Pioniers en generalisten
Wat er wél aan de hand is, is dat dieren en planten reageren op onverwacht weer. Omdat ik niet met zekerheid kan zeggen welke kant het uitgaat - dat kan, denk ik, niemand - zal ik ingaan op de uitgangssituatie van de natuur in de stad.
Wat je aan stadse flora en fauna mist, zijn echte specialisten. Omdat het verschijnsel stad in het hele natuurgebeuren nog maar heel jong is, zijn er geen beesten of planten die zich hebben aangepast aan een écht stadsmilieu. Wat je krijgt, zijn generalisten - soorten die eigenlijk een heel brede range hebben aan wat ze aankunnen aan vochtigheid, temperatuur, wind - en pioniers. Die komen op een bepaalde plek binnen en worden vervolgens links en rechts ingehaald door soorten die wat minder pionier en wat meer generalist zijn.
De pioniervegetatie of -fauna verdwijnt dan weer. Typische generalisten in de stad zijn de al genoemde vos, de spreeuw, de kauw, distels, honingklaver. Die komt voor op allerlei plekken waar gebouwd wordt. Zoals elke vlinderbloemige kan honingklaver m.b.v. de knolletjesbacterie vrije stikstof uit de lucht omzetten in nitraat. Hij produceert dus z’n eigen meststoffen op een plek die anders onleefbaar zou zijn. Andere flora, zoals distels en brandnetels, profiteert daar later weer van.

Een stad is een zeer instabiele omgeving, wat voor natuurbegrippen eigenlijk een normale situatie is. Er worden wegen aangelegd, huizen vervangen, tuintjes omgespit, er wordt gespoten…De gemeente Den Haag verdient trouwens een klein pluimpje omdat onkruid hier mechanisch verwijderd wordt.
Het stadsklimaat tusen de huizen is droog, warm (ook in de winter) en heel winderig. Dat merk je aan bijvoorbeeld de gierzwaluw, oorspronkelijk een woestijnvogel die in onze huizen een vervanging vindt voor de hoge klippen die hij van vroeger kent. Als er te weinig aanbod van insecten is gaat hij ze elders halen, tot in Noord-Frankrijk toe. Die vermogens van woestijnbewoner hebben ze gewoon gehouden.

Stootbestendige soorten
Kern van het verhaal is dat de stad dus bewoond wordt door dieren en planten die wel een stootje kunnen hebben. Die planten die hier pionieren of die hier al zo’n honderd, honderdvijftig jaar zijn, zijn op de plek waar ze oorspronkelijk vandaan komen ook pionier geweest en waren daar in staat zich in een heel instabiel milieu te handhaven.

Je krijgt wel te maken met concurrentie tussen de soorten. Neem een nieuwe soort als de nijlgans, een soort die niet van buiten naar Nederland is gekomen maar hier is ontsnapt uit watervogelcollecties. De nijlgans is van oorsprong een steppenbewoner, een plaats waar weinig water is. Dat heeft hij in z’n gedrag meegenomen. Hij is agressief en houdt er een breed territorium op na. Er is heel lang geroepen dat de nijlganzen alles wegdrukken, maar dat gebeurt maar tot een bepaald punt. Daarna wordt de weerstand van de omgeving zo groot dat het niet verder gaat. Halsbandparkieten is ongeveer hetzelfde verhaal. Ze concurreren hier met spreeuwen om nestholtes in parkbomen. Ik verwacht niet dat ze zich verder uitbreiden.
Ze zijn afhankelijk van boomholtes, en die vind je vrijwel alleen in bomen in oude parken.
Het zijn dan wel vogels, maar dat wil nog niet zeggen dat ze ver vliegen. Boomklevers, die voorkomen in parkbossen, hebben bijvoorbeeld maar een territorium van één of zelfs maar een halve hectare. Gebeurt er iets met dat parkje, dan is die boomkleverpopulatie daar weg en die wordt niet meer aangevuld. Ze kunnen best over een weg heen vliegen, maar dat doen ze niet. Halsbandparkieten zijn niet heel veel anders dan dat.

Samenloop van factoren
Daarmee komen we op het volgende punt. Vaak is het uitsterven van een soort of het verdwijnen ervan op een bepaalde plek een soort samenloop van factoren: klimaatveranderingen, predatoren die zich meer dan gemiddeld met die prooi bezighouden, ziektes. Als bij ons het klimaat heel erg anders wordt, hoeft er nog eigenlijk niets te gebeuren, maar soorten die het op zich al moeilijk hebben zullen daarvan het meest te lijden hebben. En een nieuw klimaat, bijvoorbeeld warmer en vochtiger, levert weer nieuwe soorten op. We zullen er hoe dan ook in de stad als laatste iets van merken.

Is het erg dat een soort uitsterft? Ja. Hoe gecompliceerder een systeem in elkaar zit, dus hoe meer factoren erin zitten, hoe stabieler het is. Als soorten uit een systeem verdwijnen, wordt de onderlinge afhankelijkheid van die bouwstenen aangetast. Het kan om een dragende constructie gaan, zodat letterlijk het hele systeem in elkaar dondert als die verdwijnt.

Terug naar de klimaatverandering: een aantal jaren geleden constateerden mensen, waaronder ikzelf, dat aan de Noordzeekust bij Hoek van Holland ineens een heel andere heremietkreeftensoort voorkwam. Massaal. Wat hier normaal rondloopt is een rechtsarmige rode heremietkreeft. Ineens was er een linksarmige, blauwwitte heremietkreeft bijgekomen. Grappig! Van oorsprong is dit een soort die alleen maar ten zuiden van het Kanaal voorkwam. Ineens was hij hier en hij blijft hier ook. De twee soorten bestaan nu naast elkaar. De nieuweling zoekt een andere niche op waar hij zich goed kan handhaven. Het hele systeem heeft zoveel buffer dat de twee soorten naast elkaar kunnen bestaan.

Het zal in de meeste gevallen ook niet gebeuren dat één soort een andere totaal wegdrukt. Zolang een systeem maar genoeg ruimte heeft, dat is het belangrijkste.

Lex Kreffer

 

 

 

 

 

 

Weidevogelbeheer heeft te weinig effect

Het gaat slecht met de vogels buiten de beschermde gebieden. Dit meldt de Natuurbalans van het Milieu- en Natuurplanbureau die op 16 september verschijnt. Het gaat vooral slecht met vogelsoorten die afhankelijk zijn van het agrarische cultuurlandschap. Boeren kunnen dan wel subsidie krijgen om hun land vogelvriendelijk te beheren, maar de regeling is gebaseerd op vrijwilligheid. De vogelvriendelijke gebieden die zo ontstaan vormen een lappendeken, terwijl vogels juist gebaat zijn bij grote aaneengesloten rust- en voedselgebieden. Het zijn vooral grutto, watersnip, scholekster en veldleeuwerik die het moeilijk hebben. De ortolaan is vrijwel verdwenen uit Nederland.

Volgens het Milieu- en Natuurplanbureau geldt de constatering niet alleen voor Nederland, maar ook voor andere lidstaten van de EU.

Wel gaat het relatief goed met de vogelsoorten die afhankelijk zijn van gebieden die in Nederland onder de Vogelrichtlijn zijn aangewezen.

 

 

 

 

 

Exoten zijn blijvertjes

Het waterstruisgras. Het stijfijzerhard. Het sikkelgoudscherm. Namen die ons over pakweg twintig jaar misschien net zo gewoon in de oren klinken als madeliefje en paardebloem. Toch gaat het hier om planten die pas sinds vrij kort in Nederland te vinden zijn. Voor sommige soorten is nog maar net een Nederlandse naam bedacht. Een verzamelnaam hebben we er al wel voor: exoten.
Voor veel mensen is ‘exoten’ niet zozeer een aanduiding, maar meer een scheldwoord. Goed, die planten zijn veelal onschuldig (de Reuzenbereklauw is een belangrijke uitzondering) en zelfs bijzonder fraai, maar wat te denken van de Japanse oester, de Russische koningskrab en de Amerikaanse zwaardschede? Deze soorten weten in ons klimaat zo goed te gedijen dat hun inheemse tegenvoeters serieus bedreigd worden.

Welke omstandigheden gunstig zijn voor exoten om zich in een ander klimaatgebied te vestigen, is onlangs uitgezocht door Janet Lake en Michelle Leishman van de Australische Macquarie University. Uit onderzoek dat zij in Sydney deden bleek duidelijk dat uitheemse planten baat hebben bij verstoorde grond. Zonder verstoring geen indringers. Die verstoring kan uiteenlopende vormen aannemen: verontreiniging, een toevoer van nutriënten in een voorheen voedselarme habitat of inklinking van de bodem door de druk van autowielen.
Ze ontdekten verder dat de mate van penetratie van uitheemse planten het hoogst was in gebieden waar de meeste voedingsstoffen in de bodem zaten. Daar was tevens de minste variatie aan inheemse soorten te vinden. Kortom: hoe natuurlijker het milieu, des te minder kans maken de exoten.

Janet C. Lake and Michelle R. Leishman: Invasion success of exotic plants in natural ecosystems: the role of disturbance, plant attributes and freedom from herbivores

 

 

 

 

 

Simon Doorenbos was al duurzaam voor het woord bestond

Zoals bekend is Den Haag gebouwd op een strook zandruggen en strandvlakten die evenwijdig aan de kust lopen. Op een enkele plek is er zelfs sprake van een behoorlijk hoogteverschil. Vanaf het Bankaplein naar de Kerkhoflaan kun je op de fiets een beetje 'bergop-gevoel' krijgen. Dat de stad een heuse heuvel heeft, weten maar weinigen. Die heuvel ligt dan ook goed verborgen in het struweel van het Zuiderpark. En een echte heuvel is het eigenlijk ook niet want hij is kunstmatig. We hebben het over de Doorenbos-heuvel. Het is precies 50 jaar geleden dat met de aanleg hiervan begonnen werd.

Hoewel het woord duurzaam in 1953 nog geen politieke connotatie had, werd er wel degelijk duurzaam gehandeld. De eerste en enige heuvel van Den Haag werd aangelegd met het puin van de gebombardeerde huizen in het Bezuidenhout. Ditzelfde puin werd trouwens ook gebruikt als betongranulaat voor de bouw van nieuwe huizen in Moerwijk en Morgenstond. Dankzij dit hergebruik ontstond een heuvel die duurzaam was avant la lettre en vernoemd werd naar een man uit één stuk: Siemon Godfried Albert Doorenbos.

Zonder werklozen en huisvuil geen parken
In mei 1927 werd Simon Doorenbos benoemd tot directeur van de Dienst der Gemeente Plantsoenen in Den Haag. De nieuwe baas van het Haagse groen was in 1891 in Barneveld geboren als zoon van een dominee. Hij zou niet in de voetsporen van zijn vader treden. Al op het gymnasium bleek dat zijn liefde voor de natuur groter was dan voor Grieks en Latijn. Hij stapte over naar de tuinbouwschool in Boskoop en ging in 1909 aan de slag bij het hoveniersbedrijf Copijn in Groenekan. Voor Copijn werkte hij in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten als vertegenwoordiger. In 1915 kwam hij terug uit de VS en werd hij Chef de Cultures bij Copijn in Nederland. Zijn grote kennis van bomen en planten maakte Doorenbos ook aantrekkelijk voor de overheid en in 1922 werd hij benoemd tot Plantsoenmeester bij Gemeente-werken in Utrecht. Al vrij snel daarna stapte hij over naar Rotterdam waar hij in 1926 gemeentelijk tuinarchitect werd. Nog sneller daarna vertrok hij naar Den Haag. Hij was gevraagd om hier directeur Gemeenteplantsoenen te worden en dat was een carrièresprong waar hij geen nee tegen kon zeggen. Maar niet zonder hierover in overleg te treden met B&W van Rotterdam, want Doorenbos was rechtdoorzee.

In Den Haag kreeg hij de leiding over de afbouw van het Zuiderpark. De voltooiing van het Zuiderpark zou niet gelukt zijn zonder de inzet van tientallen werklozen en het Haags huisvuil. De zompige poldergrond van het park werd opgehoogd met bergen huisvuil. Dat was overigens voor de bewoners van het Veluwe-plein geen pretje, want daar werd het huisvuil uit de vrachtauto's van de reinigingsdienst overgeladen in de karretjes van het speciaal aangelegde smalspoor in het Zuiderpark. Toen het Zuiderpark voltooid was paste Doorenbos hetzelfde recept toe bij de aanleg van het Westduinpark in Scheveningen. Over het gebruik van werklozen in het Haagse groen kreeg de gemeente in 1933 een conflict met C.J.P. Zaalberg, een oud-directeur-generaal van het ministerie van Arbeid. Volgens Zaalberg waren de Haagse werkgelegenheidsprojecten 'een leerschool in luiheid'. Doorenbos las de kritiek van Zaalberg in Het Vaderland en belde de man gelijk op: 'Heeft u wel eens zo'n werkgelegenheidsproject met eigen ogen aanschouwd? Nee, dat had Zaalberg niet. Hij had het van horen zeggen. Hierop adviseerde Doorenbos de toenmalige wethouder van Sociale Zaken van Den Haag, De Vries (de opvolger van Willem Drees), om de pers uit te nodigen voor een tocht langs de Haagse groenprojecten waar met werklozen werd gewerkt. Dat leverde een heel ander beeld op dan de 'dure vacantiekampen in de duinen' van Zaalberg. Doorenbos pakte de koe graag direct bij de horens. In latere interviews heeft hij wel eens gezegd dat zonder de inzet van werklozen het Zuiderpark en het Westduinpark er niet zouden zijn gekomen. En het Haagse huisvuil kreeg nog een zinvolle bestemming ook.

Een principieel man
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de Haagse Plantsoenenbaas het aan de stok met het NSB-stadsbestuur en de Duitse bezetters. Toen in 1942 grote delen van Den Haag werden gesloopt voor de aanleg van de Atlantik-wall kreeg Doorenbos de opdracht om alle bomen en struiken in het gebied om te hakken en af te voeren. Dat weigerde hij met de mededeling: "In mijn taakomschrijving staat dat ik ben aangesteld om bomen te planten en te onderhouden. Over omhakken wordt nergens gesproken. Dus hakt u ze zelf maar om". Deze beginselvastheid kwam hem op een schorsing en begin 1943 op ontslag te staan. Doorenbos stond op straat en zijn gezin moest stante pede uit de dienstwoning. Hij ging aan de slag als zelfstandig tuinarchitect en ontwierp onder meer het park Weizigt in Dordrecht. Vanaf 1944 maakte Doorenbos deel uit van de (illegale) commissie Verbeek die plannen opstelde voor de naoorlogse wederopbouw van Den Haag. De commissie adviseerde onder meer de door de Bezetter ontslagen burgemeester De Monchy en enkele van diens eveneens ontslagen wethouders. In de herfst van 1944 kocht Doorenbos her en der in het land en uit eigen zak ruim 7000 jon-ge bomen voor heraanplant in Den Haag. Ook liet hij door 'goede' medewerkers van de Plantsoenendienst 2000 kilo graszaad op een veilige plaats opbergen. Dit kon na de Bevrijding direct worden gebruikt in de parken en plantsoenen. In mei 1945 werd Doorenbos in zijn oude functie in Den Haag hersteld en kon hij gelijk beginnen aan het herstel van de gigantische oorlogsschade aan het Haagse groen.

Doorenbos is de enige leidinggevende Haagse gemeenteambtenaar die zich tijdens de oorlog zo principieel heeft opgesteld. Merkwaardigerwijze kreeg hij hiervoor een Belgische en geen Nederlandse onderscheiding. In 1946 ontving werd hij Officier in de Leopoldorde: 'voor zijn fiere houding gedurende de bezettingstijd en voor hetgeen hij daarna heeft gepresteerd voor de wederopbouw van de openbare beplantingen in Den Haag'. De stelling dat een profeet in eigen land niet wordt geëerd, gaat in het geval van Doorenbos echter niet helemaal op. In mei 1952 werd hij bij zijn 25-jarig jubileum als directeur Plantsoenen-dienst benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. In 1957 ging hij na een dertigjarig dienstverband met pensioen. Tegelijkertijd werd het 75-jarig jubileum van zijn Plantsoenendienst gevierd. Doorenbos overleed op 15 september 1980 in zijn (achter)tuinwoning aan de Laan van Poot.

In het vergeetboekje
Het aantal anekdotes over Doorenbos is zeer groot maar voor een blad als Branding volstaan we met een toepasselijke. Begin jaren vijftig van de vorige eeuw fietste Doorenbos langs het plantsoen aan de Stadhouderslaan. Daar waren een paar medewerkers van zijn dienst bezig met het poten van stekjes. Wat Doorenbos zag, beviel hem echter niet. Hij sprong van zijn fiets en riep de mannen bij zich. Volgens hem konden de bewuste stekjes door ze te scheuren veel doeltreffender gebruikt worden. En hij deed voor hoe je van één stekje er veel meer kon maken.

Op 11 september 1996 werd in Den Haag op initiatief van de toenmalige wethouder Milieu de eerste Doorenbos-lezing gehouden door de Deense tuinarchitect Sven-Ingvar Andersson. Nadien werd vrijwel niets meer gehoord van deze lezing en ze schijnt inmiddels bijna een stille dood te zijn gestorven. Dat is jammer, omdat een publieke lezing over openbaar groen prima op zijn plaats is in Den Haag. Bovendien is het jammer voor de naam van Simon Doorenbos. Hij heeft beter verdiend. Hopelijk kan het Haags Milieucentrum de Doorenbos-lezing een tweede leven bezorgen.

Hans Pars

 

 

 

 

 

Koolmees zingt een toontje hoger

Koolmezen die het nageslacht veilig willen stellen hebben het zwaar in de binnenstad. Hun subtiele getjilp gaat verloren in geraas van auto's, treinen en een toenemend aantal vliegtuigen. Een puistige puber komt nog makkelijker aan een partner.
Het vogeltje heeft er wat op gevonden, zo hebben biologen van de Universiteit Leiden onlangs ontdekt. Op drukke plekken in de Leidse binnenstad blijken koolmeesjes namelijk gemiddeld hoger te zingen dan hun soortgenoten in rustiger woonwijken. Uit hun standaardrepertoire van drie tot negen liedjes kiezen ze op drukke plekken voor de deuntjes met minder lage tonen, zodat ze niet worden overstemd door het lage gegrom van het verkeer.
Vogelonderzoekers ontdekten eerder al dat leeuweriken harder tjilpen als er verkeer in de buurt is. "Net zoals je op een feestje harder gaat praten om je verstaanbaar te maken", aldus gedragsbioloog Hans Slabbekoorn. Maar vogeltjes die hun repertoire bijstellen rond verkeersaders is van een andere orde, en belangwekkend genoeg voor vermelding in het prestigieuze natuurwetenschappelijke tijdschrift Nature van 17 juli jl.. Nooit eerder was aangetoond dat het lawaai van de mensenwereld de communicatie tussen vogeltjes fundamenteel verandert.
Voor Slabbekoorn is het niet denkbeeldig dat er, in navolging van stadsmensen, ooit speciale 'stadsdieren' ontstaan, evolutionair aangepast om te overleven in de stad. Momenteel doet hij nader onderzoek hiernaar. "Ik zeg niet dat we getuige zijn van de evolutie van aparte stadssoorten en bossoorten. Daarvoor leven we niet lang genoeg. Maar het lijkt er wel op dat op dit moment stappen worden genomen die de eerste aanzet kunnen zijn tot het ontstaan van nieuwe soorten. De door mensen gecreëerde leefomgeving lijkt daarbij een opvallende rol te spelen."

Wellicht moeten onze kinderen of kindskinderen ver de stad uit om nog oorstrelend vogelgezang te horen. Wel op de fiets natuurlijk!

 

 

 

De pad: slachtoffer van het geslachtsverkeer

Bij de jaarlijkse trek van padden vanuit het winterverblijf naar de natuurlijke kweekvijver moeten ze wegen of fietspaden oversteken. De relatief langzame dieren zijn dan bijzonder kwetsbaar. Het oversteken van een straat kost ze al gauw een aantal minuten en even snel opzij springen (zoals kikkers) of sprinten (zoals salamanders) is er voor de pad niet bij.
Zonder hulp zouden veel padden dan ook aan het verkeer ten prooi vallen. In Den Haag is de Laan van Poot in de tijd van de paddentrek traditiegetrouw een laan des doods. Maar ook de veel minder druk bereden Kwekerijweg eist veel slachtoffers doordat veel padden deze weg proberen over te steken. Andere blackspots zijn de Duinweg, de Dotterbloemlaan en de Machiel Vrijenhoek-laan. Overigens vormt niet alleen het verkeer een bedreiging voor de pad: onafgeschermde rioolputten kunnen een pad die langs de stoeprand schuifelt fataal worden.
Sinds een aantal jaren bestaat binnen de Dierenbescherming afdeling Den Haag een speciale paddenwerkgroep. In 2001 zetten vrijwilligers op de Haagse locaties in totaal ruim 19.000 padden over. Hoewel de paddentrek dit voorjaar laat en langzaam op gang kwam, geven voorlopige tellingen aan dat dit aantal dit jaar waarschijnlijk weer gehaald zal worden - opnieuw dankzij de inzet van 160 vrijwilligers.
Vooral de 'overzetters' op de Kwekerijweg hadden te maken met een forse amfibische mobiliteitsvraag: één vrijwilliger had na drie avonden 500 padden overgezet, terwijl een ander in één avond de voortplanting van niet minder dan 800 padden veiligstelde.

Mocht u nu al interesse hebben om in het voorjaar van 2004 mee te helpen, neemt u dan tijdens werkdagen contact op met de Dierenbescherming afdeling Den Haag, telefoon 3924289. Uw naam wordt dan op een lijst gezet en u wordt benaderd vóór de paddentrek van 2004 begint.
Totaal aantal overgezette padden: 12.434
waarvan op de Kwekerijweg: 6.377
Aantal uit rioolputten gered: 1.032
Aantal verongelukt en gevonden: 491
Aantal overgezette kikkers: 77
Aantal overgezette salamanders: 41

 

 

 

Vlietland biedt dicht bij de stad recreatie
voor jong en oud

Activiteiten en ontspanning. Genieten van de natuur, van rust en ruimte vlak bij de stad. Die mogelijkheden wil Branding laten zien. Dit keer in Vlietlanden tussen Leidschendam en Voorschoten. Goed te befietsen en vlak bij de A4.

De huidige eigenaren van Watersportcentrum Vlietland, Gerhard te Loo en Astrid van der Kooy, namen in 1989 hun intrek in een romantisch aan het Vlietlandse water gelegen woonbarak, een zogenaamde 'nissenhut'. Daar hebben zij in alle rust bijna zes jaar gewoond. Voor de paar dagjesmensen die in de begintijd het recreatiegebied bezochten, was er een bescheiden haventje en lagen er voor de verhuur enkele kano's en roeibootjes klaar. Anno 2003 is er van alles en nog wat te beleven en kunnen dagrecreanten en toeristen terecht bij een Watersportcentrum met allure, met ongekende mogelijkheden op watersportgebied.

Jarenlang droomden Gerhard en echtgenote Astrid van een eigen camping. Mogelijkheden voor het runnen van campings waren er in het Oosten van het land volop, maar zij wilden in het Westen blijven en hun kans afwachten. Die kans kwam uiteindelijk in 1995. Het echtpaar kreeg de ruimte om een Watersportcentrum te starten onder voorwaarde dat zij in het recreatiegebied een camping zouden exploiteren. Daar heeft dit enthousiaste duo niet lang over hoeven denken.

Camping en botenverhuur
Op de camping met plaats voor zestig kampeerders, is het heerlijk toeven. Autoverkeer wordt er niet toegelaten. Er zijn genummerde plaatsen, een familieveld en een veld speciaal ingericht voor de doortrekkers. Astrid: "Direct naast het kampeerterrein zijn volop parkeerplaatsen aanwezig, zodat men nooit ver hoeft te lopen. Zodoende is de rust gewaarborgd en kunnen kinderen er veilig ravotten. Er zijn spannende klimtorens en elders op het terrein ligt een zandbak, een jeu de boulebaan en een volleybalveld. En natuurlijk grenst aan het terrein een enorm zwemstrand, een peuterplas en in totaal 130 hectare schoon vaar- en zwemwater.

Bij Watersportcenrum Vlietland zijn er volop recreatiemogelijkheden voor volwassenen, maar zeker ook voor de jeugd. Gerhard: "Wij bezitten vaartuigen in alle soorten en maten. Met één van de vele kano's, zeil- of roeibootjes kan men een heerlijke dag doorbrengen op het water. Zo zijn er tochten te maken over de plas, maar ook in de aangrenzende polders van Zoeterwoude liggen veel aantrekkelijke slootjes met begroeide oevers." En over de rust: "Op de recreatieplas wordt motorvaart getolereerd, maar er mag beslist niet harder dan zes kilometer per uur worden gevaren en de boot mag niet langer zijn dan zeven meter. Als iedereen zich daaraan houdt, is er geen vuiltje aan de lucht. Een paar jaar geleden moest de waterpolitie nog wel eens ingrijpen. Toen het bonnenboekje er een aantal keren aan te pas kwam, kozen de snelheidsduivels eieren voor hun geld en is de rust weergekeerd."

Cursussen op het water
Vanaf half mei beginnen de zeillessen voor de jeugd. Die duren tot het einde van de zomervakantie. De allerkleinsten lessen in de 'Optimist', onder de volwassenen wat onvriendelijk het 'badkuipje' genoemd. In drie cursussen van een week leren de kinderen zeilen in het kleine bootje op drie niveaus onder professionele begeleiding van een instructeur. Voor de jeugd in de leeftijd van 12 tot 16 jaar wordt er gezeild met de Pico. Dit is een gemakkelijk op te tuigen bootje, waarmee ze zich alleen of met twee personen op het water kunnen vermaken. Voor volwassenen zijn er boten van het type 'Schakel' en 'Zestien kwadraat'. De Schakel is een soort racezeilbootje waarmee hoge snelheden te behalen zijn en dat plaats biedt aan slechts één persoon. De 'Zestien kwadraat'-zeilboot (zeiloppervlak 16 vierkante meter) is een echte familieboot met een gaffeltuig. Bij slecht zeilweer kan gebruik worden gemaakt van waterfietsen en kano's. Bij erg slechte omstandigheden kunnen er in de speciale lesruimte van het Centrum, 'Het Vooronder', theorielessen worden gevolgd en leren kinderen alles over scheepsmaterialen, knopen leggen en andere technieken.

Sloep met elektromotor
Astrid is trots op de nieuwste aanwinst van het Watersportcentrum: de sloep. Deze Franse partyboot biedt ruimte aan 6 tot 8 personen. Door de elektromotor kan men in alle rust een toer in de wijde omgeving maken met het gehele gezin. Astrid: "De oude generatie electromotoren had te weinig bereik. Maar met volledig opgeladen accu's kunnen we nu in alle rust zonder problemen acht uur lang non-stop genieten."
Medewerker Roy nodigt mij uit voor een tochtje. Astrid heeft niets teveel gezegd. Zelfs vanuit stilstand bouwt de glimmende polyester sloep in luttele seconden de maximaal toegestane snelheid van 6 kilometer per uur op. Er zit beslist toekomst in deze milieuvriendelijke, plezierige en rustgevende manier van toeren op het water.

Naast de genoemde Watersportmogelijkheden biedt Watersportcentrum Vlietland een totaalprogramma voor scholen, bedrijven en familiebijeenkomsten. In totaal kunnen er 250 personen gelijktijdig deelnemen aan de vele activiteiten op en rond het water. Zo is er de drakenkano, de watertrampoline, het aquawheel, the Cat-bike en kan men waterfietsen en vlotvaren, al of niet in wedstrijdverband. Rekening houdend met de samenstelling van de groep kan in overleg een programma op maat verzorgd worden. Op het terrein van het centrum ligt een restaurant alwaar men voor een snack, lunch, diner en natuurlijk een drankje terecht kan. Voor nadere informatie kan u bellen met Watersportcentrum Vlietland, telefoon 071-5612200 of een kijkje nemen op www.wsc-vlietland.nl

Jos Orleans

 

 

 

Leven op begraafplaats Oud Eik en Duinen

Dit is het eerste artikel van een serie over natuur op begraafplaatsen. Er heerst vaak een uniek leefklimaat op begraafplaatsen, omdat ze meestal honderden jaren met rust zijn gelaten. Een begraafplaats is immers heilig. Daardoor zijn het oases van rust en groene weelde geworden, midden in de drukte van onze grote stad.

Oud Eik en Duinen is daar geen uitzondering op. Het ligt ingesloten tussen de Oude Haagweg, Laan van Eik en Duinen en de Mient. Deze begraafplaats kent een rijke historie en een rijke natuur. Er liggen ook heel wat rijke geesten onder de groene zoden, waaronder Louis Couperus, Mesdag, Willem Drees, Ferdinant Bordewijk en Wagenaar. Maar laten we beginnen met een stukje over dat rijke verleden.

Eik en Duinen, ooit een gehucht halverwege Den Haag en Loosduinen. Hier liet Graaf Willem II van Holland tussen 1234 en 1256 een aan Maria gewijde kapel bouwen, ter nagedachtenis aan zijn vader. Deze kapel werd in 1331 een parochiekerk met begraafplaats. Eeuwenlang kwamen pelgrims naar dit drukbezochte bedevaartsoord, maar in de 16e eeuw kwam de klad daarin.

In 1581 werd - na de protestantse reformatie - de kapel afgebroken, alleen de toren lieten ze staan. Het kerkhof werd niet meer gebruikt. Pas in 1654, tijdens de pestepidemie, werd het kerkhof weer gebruikt, omdat er in de stad geen ruimte meer was. In 1891 werd Nieuw Eykenduynen ernaast aangelegd en zes jaar later werd Eik en Duinen omgedoopt in 'Oud Eik en Duinen'.
Toen in 1978 de begraafplaats werd gekocht door uitvaartonderneming 't Statenhuys werd er een nieuwe weg ingeslagen; de begraafplaats werd aangeprezen als wandelpark en kreeg ook een recreatieve functie. Schaalvergroting en het internationaal denken in het uitvaartwezen zorgden ervoor dat Oud Eik en Duinen in 1998 werd opgekocht door een Amerikaanse multinational, en werd vervolgens in augustus 2001 opgekocht door de Monuta-organisatie. Inmiddels is het een begraafplaats van deze tijd met allerlei soorten grafmonumenten, een gedeelte met kindergraven, een Islamitisch gedeelte, een verstrooiterrein en een gedenktuin.

De ruïne van de kapeltoren is altijd blijven staan en werd vanaf eind jaren '80 van de vorige eeuw weer af en toe gebruikt als bedevaartsplek. Nu nog komen er ieder jaar met Hemelvaart zo'n 80 mensen op bedevaart. Vandaar dat er nog steeds relikwieën in de holtes van de muur te vinden zijn. De begraafplaats blijft bij vele Hagenaars in trek, vanwege de rust en het romantische karakter met het vele groen. Bijzonder groen, dat een sfeer van vervlogen tijden ademt.

Oud Eik en Duinen wordt overheerst door een prachtige verscheidenheid aan boomsoorten. Vele bomen hebben hier een monumentale status bereikt. Dat komt doordat de leefomstandigheden voor bomen hier beter zijn dan in de stad. Zo is er hier geen verkeer met giftige uitlaatgassen, er is geen asfalt, waardoor de wortels lucht krijgen en er zijn geen bewoners die klagen dat de bomen teveel licht wegnemen en eisen dat ze danwel gekapt of drastisch gesnoeid worden. Zelfs de lichamen in de grond (en waarschijnlijk ook het graven in de grond) schijnen een positieve invloed te hebben op de bomen. Ondanks de droge (voormalige) duingrond is er genoeg voeding; de bomen herstellen hier beter, zelfs na een drastische wortelkap. Bij de dood begint nieuw leven, heel symbolisch allemaal.

Al bij binnenkomst word je geconfronteerd met de monumentale rij 60-jarige vleugelnoten met hun diepgekerfde stampatroon. Enorme rode beuken spreken geschiedenis en zorgen voor een vreemde, vrij duistere lichtinval. Eén van deze monumenten overgroeit met zijn wortelgestel een pad, van zerk tot zerk.
Ook de mooie oude kastanjelanen hebben een monumentale status. De platanenlaan is een jaar of vier terug volledig gekort, omdat er erg veel dood hout in zat. Nu hebben ze zich weer goed hersteld en krijgen hun oude glorie terug. Goed is te zien dat het dit jaar (in heel Nederland trouwens) een slecht platanenjaar is. Ze staan slecht in het blad, waarschijnlijk veroorzaakt door flinke nachtvorst vlak na het uitlopen en storm. Gelukkig is dat nu al aan het bijtrekken, er komt weer meer nieuw blad.
Voor vogels zijn de rust en al die oude bomen ideaal. In de holtes van de stammen broeden kauwen en spreeuwen. Je ziet hier veel Vlaamse gaaien, die de grafmonumenten gebruiken als hamerplaats voor het openen van eikels en dergelijke. Roodborstjes vechten om het mooiste stukje territorium. Kraaien verhogen de sfeer die bij een begraafplaats hoort…
De vossen houden hier de duivenpopulatie in toom, wel moet er regelmatig gecheckt worden of ze geen al te diepe gaten graven, met alle gevolgen van dien.
De treuriepen zijn bijzonder en staan zeer vol in blad. De monumentale hemelboom in het gedeelte achter de Aulalaan rechts, is een zeldzaamheid. In dit gedeelte staat ook een flinke groep jeneverbessen, In heel Nederland zijn er nog maar weinig plaatsen waar deze struik goed gedijt. Hier groeit hij in zijn volle glorie.

Toch leveren bomen op een begraafplaats ook wat kleine problemen op.
De rode besjes van de taxus zijn zeer in trek bij vogels en in de uitgepoepte vorm zijn ze schadelijk voor het marmer.
De kastanjes van de paardekastanje geven een flink schrikeffect als ze bijvoorbeeld op de volgauto's terechtkomen. Dat wordt meestal niet erg op prijs gesteld.
Lindes en esdoorns worden bewust niet meer te dicht op de graven geplant, omdat de kleverige afscheiding wel erg veel schrobwerk oplevert.
Soms leveren boomwortels een probleem op, vooral de beuken zijn hier goed in. Een graf kan echt verdrongen worden door de wortels. Soms kan een al lang geleden besteld graf daardoor niet meer gebruikt worden en om te voorkomen dat de boom zou moeten wijken, wordt dan met de familie een alternatief gezocht; eventueel wordt dan een beter graf aangeboden. Alles om het aanzien van de begraafplaats te behouden en de kapvergunningprocedure te voorkomen. Nu wordt er preventief gewerkt, staat er een boom, dan wordt er daar geen grafplaats gereserveerd. Prioriteit is groen.
Mensen worden wel gewaarschuwd: een graf onder een boom is mooi, maar je moet je wel bedenken dat in de herfst de bladeren op het graf vallen en dat de vele vogels in de bomen de boel flink kunnen bevuilen.

De beheerder van de begraafplaats, dhr. Hollestelle, spreekt met liefde over de bomen. Hij kent ze allemaal en houdt ze goed in de gaten. Er staan hier dan ook bijna 100 bomen met een monumentale status. Dat betekent wel dat de gemeente bepaalt wat er aan onderhoud moet worden gedaan. Bij monumentale panden bestaan er subsidies, maar het onderhoud van een monumentale boom moet geheel uit eigen zak worden betaald. Bij een boomchirurgische ingreep lopen de kosten al snel flink uit de klauwen. Dit is nog steeds een discussiepunt met de gemeente.
De achterstand in het bomenonderhoud is inmiddels bijgewerkt. Takken die bij storm dreigen af te breken zijn gesnoeid, zieke bomen zijn gekapt.
Ook hier heeft de iepziekte veel slachtoffers gemaakt; bijna alle iepen zijn hierdoor gesneuveld. Gelukkig zijn de bijzondere en monumentale treuriepen veel minder bevattelijk voor de gevreesde iepziekte, dat komt waarschijnlijk doordat het hier om geënte soorten gaat; die zijn sterker. De enorme monumentale iep in de buurt van de kruising Bronovolaan-Berkenlaan staat er in volle glorie en is gelukkig niet aangetast. Wel moet deze binnenkort behandeld worden aan zijn stam, er groeien (waarschijnlijk tonder-) zwammen op, als die gevaarlijk blijken, dan worden ze met omliggend hout verwijderd en wordt het gat gevuld.
Een heel oude monumentale rode beuk wordt gekoesterd; ieder gaatje en iedere barst wordt meteen grondig geïnspecteerd. Een landschapsarchitect adviseerde de beuken rond de ruïne te kappen, zodat de ruïne weer beter zichtbaar is. De beheerder heeft dit advies maar in de wind geslagen. De winter is de beste tijd om de ruïne op de foto te krijgen.
Alleen de onderbegroeiing moet nog in evenwicht met de rest worden gebracht. Het is daar nu nog wat karig mee gesteld. Er zijn voornamelijk wat heggetjes, meestal van spirea of taxus. De komende jaren wordt daar iets aan gedaan; er wordt geëxperimenteerd met onderbegroeiing van rododendron, skimmia, mahonia en Oostenrijkse den. Dit zal de romantische landschapssfeer nog meer benadrukken.

Dan hebben we het nog niet eens gehad over de vele esdoornsoorten, cedersoorten, tulpenbomen, treurberken, levensboom en kersenbomen. Het is dus zeer zeker de moeite waard om deze bomenverzameling eens te gaan bekijken. Er worden jaarlijks diverse rondleidingen georganiseerd, binnenkort met de landelijke Monumentendag op 14 september om 14.00 uur. Verder zijn er rondleidingen op aanvraag, hiervoor belt u mevrouw Langehenkel, telefoon: 4470000. Maar u kunt natuurlijk ook op eigen gelegenheid een wandeling maken door dit sfeervolle bomenparadijs.

En tijdens een wandeling hier kom je altijd een hoop bekenden tegen. Vooral die van de straatnamen.

Sandra Kamphuis

 

 

Vogelplas Starrevaart en Vlietland, een uniek natuur- en recreatiegebied naast de deur

De vogelplas Starrevaart gelegen in de Leidschendamse Starrevaart/Damhouderpolder tussen de Vliet en Rijksweg A4 is wel een heel aantrekkelijk natuurgebied in onze regio. Door de ontzanding van de Meeslouwerpolder is een rijk en uniek vogelgebied ontstaan in het drukke westen van ons land. Door de vele vogelsoorten die er sinds 1996 naar toe trekken, voedsel zoeken, broeden en rusten heeft het waterrijke gebied grote internationale betekenis. Steeds meer dagjesmensen maar ook toeristen van elders uit het land brengen er een bezoek. En dat is niet zo verwonderlijk. Rondom de plas zijn diverse vormen van passieve en actieve recreatie mogelijk. Zo is er een prachtige fietsroute, kan men een natuurroute met wetenswaardigheden over vogels volgen, komen ruiters aan hun trekken en kan men eindeloos wandelen, joggen en skeeleren. En voor hen die zich na de eindexamentijd of een week van hard werken willen ontspannen met het hele gezin, zijn er in het even verderop gelegen recreatiegebied Vlietland volop watersportmogelijkheden en is er natuurlijk het gezellige, maar druk bezochte strand.

Natuur is in
Het luisteren naar en bespieden van vogels is voor velen een uit de hand gelopen hobby. Vogelwerkgroepen verrijzen als paddestoelen uit de grond. De Nederlandse omroeporganisaties, maar ook de BBC en de BRT maken jaarlijks meer zendtijd vrij voor documentaires met als onderwerpen natuur, natuurbeheer en natuurbeleving. Veel Nederlanders stemmen iedere zondagochtend af op het immer populaire programma VARA's 'Vroege Vogels' en leveren daar graag hun nachtrust voor in. Het ledenaantal van particuliere groenorganisaties als Natuurmonumenten stijgt gestaag. Er gaat geen weekeinde voorbij of men kan zich aansluiten bij een natuurgids voor een boswandeling, een strandontdektocht of een vogelexcursie. Zo organiseert de Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie (IVN) regelmatig excursies in onze regio. En voor een rondwandeling onder deskundige leiding rondom Vogelplas Starrevaart kan men zich aanmelden bij Groenservice Zuid-Holland, de beherende instantie van het natuurrijke gebied.

Vogelspotters van het eerste uur
De heren M. Souverijn uit Leiden en I. Voogt uit Zoetermeer strijken regelmatig neer bij de hoek van de Kniplaan en het Duinwaterpad. Vanaf dit punt turen zij uren door de meegebrachte telescoop over de plas. Souverijn: "De slikplaat in de verte is dit jaar vroeg drooggevallen. Met een vergroting 40 of 60 maal, kun je de broedende visdiefjes met gemak naar je toe halen. Het zijn echte kolonievogels. En in deze tijd van het jaar zijn er wederom veel lepelaars en kluten te bewonderen." Op de natte plaat scharrelen volwassen vogels en hun jongen een kostje bij elkaar dat bestaat uit insecten, larven en weekdiertjes. Goed is te zien hoe kluten de sterk naar boven gekromde zwarte snavel door het water heen en weer bewegen. Wanneer een koppeltje mantelmeeuwen te dicht nadert klinkt massaal een melodieus 'kluut'-'kluut'-'kluut' Ook een groepje visdiefjes schrikt pardoes op en tracht met de o zo bekende buitelingen de twee indringers te verjagen. En niet zonder succes.
Een onoplettend meerkoetwijfje moet helaas één van haar 4 kuikens afstaan aan een hongerige blauwe reiger. Het hoort er allemaal bij. Normaliter is het waterpeil in de Vogelplas in de nazomer op z'n laagst. Het is nu begin juni en grote delen van de slikplaat liggen droog. Souverijn: "Voor de echte 'vogelaar' is er weer een boeiende tijd aangebroken maar als de temperatuur blijft stijgen tot zomerse waarden neemt de kans op het ontstaan van botulisme wel toe. Dat is de fatale vergiftiging, die veroorzaakt wordt door afscheiding van bepaalde bacteriën in door zon verwarmd, voedselrijk oppervlaktewater. Omdat te voorkomen wordt er regelmatig vers water ingelaten vanuit de Meeslouwerpolder waardoor voldoende circulatie optreedt en de gevreesde ziekte onder watervogels hopelijk uitblijft".

Actieve recreatie
Maar niet alleen voor de vogelaars biedt dit gebied volop mogelijkheden. Ook de recreant komt aan zijn trekken. Veel skeelers zoeken hier hun heil. En voor allen die de skate- en skeelersport niet machtig zijn en de sport van het wandelen prefereren is het uiteraard ook goed toeven in het Leidschendamse natuurschoon. Zo kan men via het Duinwaterpad parallel aan de A4 naar vogelkijkhut de 'Knip' lopen. Na een bezoekje aan de hut (verrekijker en vogelgids mee) volgt men het pad richting Kniplaan. Daar kan men vanaf de vogelboulevard de broedende en wadende vogels bekijken of de uitkijktoren beklimmen die ruim zicht biedt over de Starrevaart- en Meeslouwerpolder. Op zondagmiddagen kan men aan diezelfde Kniplaan weer terecht voor een 'fanieljeijs'. Via het Duinwaterpad met aan de rechterhand de manege wandelt men langs enkele bosjes en loopt men aan de linkerzijde van het pad door een houten klaphekje. Middels bebording wijst de beheerder erop voldoende afstand te houden tot de Schotse Hooglandrunderen, die er grazen, omdat zij kalveren hebben. Al wandelend komt men dan vanzelf in recreatiegebied Vlietland terecht. Daar kan een hapje of drankje genuttigd worden aan het strand of op het terras van het watersportcentrum.

Jos Orleans

Voor excursiemogelijkheden kunt u terecht bij Groenservice Zuid-Holland telefoon 010-2981010
Voor uitgebreide informatie over de Vogelplas, surf naar: http://www.xs4all.nl/~sjaak/vwgvl

 

 

Haagse Beek Fietspostentocht op zondag 22 september

September is ook dit jaar uitgeroepen tot de Groene Maand van het jaar. En 22 september is de Europese Autovrije dag. IVN Den Haag en omstreken organiseert op deze dag een Fietspostentocht langs de Haagse Beek. Een ideale gelegenheid om de auto te laten staan, op de fiets te stappen en 'het groen' langs deze historische waterloop te verkennen. Interessant is onder andere hoe de natuurvriendelijke oevers zich ontwikkelen. En misschien ziet u de IJsvogel in een flits. De IVN postentocht langs de Haagse Beek is inmiddels een jaarlijkse traditie.

De Fietstochtenpost kunt u starten tussen 10.30 en 12 uur.
Het startpunt is aan de Machiel Vrijenhoeklaan bij Restaurant Westcoast (post 1).
Hier ontvangt u een routebeschrijving.
Met de routebeschrijving komt u langs de volgende posten:
2. Diertjes in het water
3. De Haagse Beek en haar vogels
4. Planten langs de Haagse Beek
5. Planten in het water
6. Sorghvliet

In park Sorghvliet vindt u de informatietafel van het IVN. Ook presenteert IVN hier een gevarieerd podiumprogramma dat geïnspireerd is op de natuur. Dit duurt ruim een uur.
Onderwerpen zijn onder meer: grassen, geneeskrachtige planten, natuurverhalen en bomen.
De onderwerpen worden met muziek verbonden. Voor kinderen is er een speciale activiteit. Het programma eindigt met een algemene excursie door park Sorghvliet.

De gehele groene dag wordt aangeboden door meer dan twintig gidsen van IVN Den Haag en omstreken. De IVN-gidsen zijn overigens in alle seizoenen actief en organiseren jaarlijks meer dan 150 buitenactiviteiten. Deelname aan de Fietspostentocht is geheel gratis.
Groener kan IVN september en deze speciale dag niet maken.

 

PADDENTREK IN DEN HAAG

Jaarlijks vindt van eind februari tot eind april in heel Nederland de paddentrek plaats. Gedurende deze periode trekken de padden massaal van hun winterverblijf naar poelen en sloten waar ze zich voortplanten. Hiervoor kiezen ze steevast het water waar ze zelf ter wereld gekomen zijn.

Wanneer de trek precies start, hangt sterk samen met de weersomstandigheden. De padden ontwaken namelijk uit hun winterslaap wanneer de gemiddelde temperatuur tijdens een etmaal rond de 7o C komt en de luchtvochtigheid hoog is. De mannetjes ontwaken als eerste, de grotere vrouwtjes hebben meer tijd nodig om op te warmen. Vervolgens gaan de dieren op pad, waarbij de mannetjes in de startblokken staan om op zoek te gaan naar een vrouwtje. Zodra een mannetje en een vrouwtje elkaar gevonden hebben en elkaar bevallen (wat zeker niet altijd het geval is) kruipt het mannetje op de rug van het vrouwtje waarna beiden samen de weg vervolgen.

De trek vindt plaats van zonsondergang tot in de vroege ochtenduren. Onvermijdelijk worden dan wegen of fietspaden overgestoken. Op deze momenten zijn de langzame dieren bijzonder kwetsbaar. Padden lopen namelijk, ze springen (vrijwel) niet. Het oversteken van een straat kost hierdoor al gauw een aantal minuten. Zonder hulp worden veel padden dan slachtoffer van het verkeer.

Met name op drukke Haagse locaties als de Laan van Poot vallen nogal wat slachtoffers. Maar ook op de veel minder druk bereden Kwekerijweg, waar grote aantallen padden de oversteek wagen, halen velen de overkant niet. Andere locaties in Den Haag zijn de Duinweg, Dotterbloemlaan en Machiel Vrijenhoeklaan, in Leidschendam de Appelgaarde en in Wassenaar de Buurtweg, kasteel Oud Wassenaar en de Van Ommerenlaan. Sinds een aantal jaren bestaat binnen de Dierenbescherming afdeling Den Haag een paddenwerkgroep. Deze werkgroep bestaat uit een aantal coördinatoren en een grote groep enthousiaste vrijwilligers, die in het paddenseizoen één of meerdere avonden per week de padden helpen met het veilig oversteken. In 2001 zijn op al deze locaties meer dan 19.000 padden overgezet!

De vrijwilligers geven zich voor de periode februari-april op voor één of meer avonden per week. Tijdens deze avonden lopen ze van zonsondergang tot een uur of tien, elf (afhankelijk van het weer) en zetten dan padden over de weg. Het padden 'rapen' is een behoorlijk verslavende bezigheid, veel vrijwilligers doen dit werk jaren achter elkaar. En nieuwe vrijwilligers zijn al snel fanatiek en enthousiast aan het rapen. Mensen omschrijven het werk als gezellig, belangrijk en heel zinvol, lekker een avond buiten zijn, de beginnende lente over je heen laten komen en gewoon fijn om iets voor die dieren te kunnen doen.

Gezien de hoeveelheid locaties, de grote aantallen padden en het feit dat er uiteraard wel doorstroming van vrijwilligers plaatsvindt, is er altijd behoefte aan nieuwe vrijwilligers. Bij deze wil ik iedereen aanmoedigen die er over denkt zelf een jaar mee te helpen met de trek! Mocht u interesse hebben om volgend jaar mee te helpen, neemt u dan tijdens werkdagen contact op met de Dierenbescherming afdeling Den Haag, telefoon 070-3924289. We zetten uw naam dan op een lijst en benaderen u vervolgens vóór de trek van 2003 begint.

Bram Heijkers Hoofd werkgroep Padden

 

NATUURVRIENDELIJK TUINIEREN

Bij veel mensen roept natuurvriendelijk tuinieren nog de associatie op van een rommelige, slecht onderhouden tuin, goed voorzien van brandnetels en andere (on)kruiden. Maar dit vooroordeel is snel aan het verdwijnen nu de belangstelling voor natuurvriendelijk tuinieren gelukkig steeds groter wordt. De Haagse Natuurverenigingen hebben in het najaar 2001 dan ook ruim aandacht besteed aan 'natuurvriendelijk tuinieren'.

Er gaat steeds meer groen in de steden verloren door allerlei bouwplannen. Daarom is het des te belangrijker om bewust om te gaan met de tuin. Al die relatief kleine stukjes tuin in een stad vertegenwoordigen gezamenlijk een aanzienlijke oppervlakte. Ruimte die planten en dieren nodig hebben om zich te kunnen handhaven in de stad, maar ook om zich te kunnen verplaatsen, bijvoorbeeld vanuit een buitengebied de stad in. Bezitters van een balkon kunnen ook bijdragen aan een groenere stad. Op ieder balkon past wel een plantenbak of waterschaal.

Bij natuurvriendelijk tuinieren wordt geprobeerd door onder andere de plantenkeuze de tuin zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor allerlei diersoorten, van insecten tot egels en vogels. In een tuin waar geen insecten voorkomen, zie je ook weinig andere dieren. Kies voor planten die van nature in de omgeving thuishoren. Dit komt ook de gezondheid van de planten ten goede.

Door bij de keuze van de beplanting te letten op hun waarde voor bijvoorbeeld vogels, is het mogelijk meer vogels naar de tuin te lokken.

Een aantal struiken, zoals struikklimop en vuurdoorn bieden vogels niet alleen voedsel in de vorm van bessen, maar ook schuil- en nestgelegenheid. Bovendien lokken deze struiken met hun bloemen veel insecten naar de tuin. Ook het plaatsen van een waterschaal en nestkastjes trekt vogels aan. Een aantal vogelsoorten voedt zichzelf en zijn jongen met insecten. Dit betreft onvoorstelbare hoeveelheden muggen, vliegen, mieren en luizen. Ook lieveheersbeestjes zijn grote liefhebbers van luizen. Dit zijn dus natuurlijke verdelgers van schadelijke insecten. Daar komt geen gif aan te pas. Als een egel eenmaal de tuin heeft ontdekt, zal hij zich te goed doen aan de slakken. Ook padden en kikkers en natuurlijk de lijster eten graag slakken. Natuurlijke vijanden te over. Maar ook de natuurvriendelijke tuinier heeft wel eens last van slakken. 's Avonds of na een regenbui kun je ze met de hand wegvangen en elders uitzetten. Of je maakt een zogenaamde bierval. Een schaaltje bier ingraven, zodat 's morgens alle dorstige slakken zijn verdronken. Ik vraag me wel af of je hiermee ook niet alle slakken van de buren op een idee brengt. Slakken zijn namelijk dol op bier!

Wil je graag veel vlinders naar de tuin lokken, dan kun je bijvoorbeeld kiezen voor planten als herfstaster, prikneus, kogeldistel, kranssalie, koninginnekruid en vlinderstruik. Vlinders gebruiken vaak brandnetels voor hun eitjes. Een enkele brandnetel in een verloren hoekje is hier zeer geschikt voor. Als ergens veel vlinders voorkomen, dan is dit een goede graadmeter voor de kwaliteit van de natuur.

Ook planten als kamperfoelie, vingerhoedskruid, ooievaarsbek, zonnebloem, reuzenbalsemien en dovenetel zijn aantrekkelijk voor niet schadelijke insecten.

Als daarnaast de tuin 's winters niet al te rigoureus 'winterklaar' wordt gemaakt, biedt dit zowel de planten als de overwinterende insecten bescherming. Insecten kunnen overwinteren in holle plantenstengels of onder afgevallen bladeren. Als de afgestorven stengels 's winters aan de plant blijven zitten, geeft dit ook bescherming tegen de vorst.

Bij natuurvriendelijk tuinieren wordt dus geen gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen. Dit om de voedselkringloop niet te verstoren.

Als het echt niet anders kan, kan er ook nog gebruik gemaakt worden van een milieuvriendelijk product . Deze producten worden verkocht onder de merknaam Ecostyle en bestrijden alleen het probleem waarvoor het verkocht wordt, bijvoorbeeld slakken. Door de samenstelling van het product is het niet schadelijk voor de voedselkringloop.

Voor wie niet alleen wil lezen over natuurvriendelijk tuinieren, maar dat ook wil beleven, is er de jaarlijkse Geraniummarkt op 4 mei a.s. op het binnenplein van Leidschenhage, van 10.00 tot 16.00 uur. Daar treft u, op uitnodiging van de Leidschendamse afdeling van de KMTP/Groei & Bloei, de Haagse natuurverenigingen aan, die van alles laten zien en daar boeiend en bloeiend over kunnen vertellen.

Met Haagse Natuurverenigingen wordt hier bedoeld:
Haagse Vogelbescherming
Stichting Egelopvang Den Haag
Vereniging voor Veldbiologie (KNNV)
Vereniging voor Natuur-en Milieueducatie (IVN)
Algemene Vereniging voor Natuur-bescherming voor 's-Gravenhage e.o. (AVN)

Ingrid Piek, Portefeuillehouder AVN

 

 

Kaalslag

Ik las o.a. over het maaien van de natuurvriendelijke oevers. Daarop, plus nog een aantal andere zaken, wil ik graag reageren.
Niet alleen de oevers, maar ook tal van bermen in o.a. de wijken Escamp en Houtwijk zijn tijdens de volle natuurlijke bloei gemaaid. Soms zelfs een aantal keren. Ik heb daarover in een brief aan de wethouder, de heer Stolte, geklaagd.
Sinds kort ik woon aan de Q.A. Nederpelstraat en de plantsoenendienst heeft daar een plantsoen tot twee keer toe tot de grond kaal gemaaid. Een ramp gezien de verfraaiende functie van dit plantsoen (er achter staan de lelijke schuttingen van een bedrijventerrein). Tot drie keer toe heb ik schriftelijk hierover geklaagd. De derde keer dus bij de Wethouder. Als reactie kreeg ik te horen dat de tweede keer niet had mogen gebeuren. Een bedrijf heeft dat zonder toestemming van de verantwoordelijke persoon van Dienst Stadsbeheer gedaan. Men weet niet wie het gedaan heeft...
Deze verantwoordelijke persoon is ook verantwoordelijk voor de kaalslag (inclusief de bomen!!!) van diverse andere plantsoenen in Houtwijk. Hierover heeft een artikel in de Haagsche Courant gestaan. Dat heeft echter niet veel geholpen, want de kaalslag gaat gewoon door.
Een derde kwestie is dat het milieudepot aan de Werf sinds een paar maanden is gesloten. Helaas, want we konden er afval gescheiden inleveren. Nu kwamen we laatst bij één van de twee overgebleven depots, die aan de Asmansweg, en daar werd ons gezegd dat we papier en karton bij het restafval moesten gooien, want het was niet de moeite om het te scheiden…!!!
Ik hoop dat jullie deze informatie kunnen gebruiken in jullie strijd tegen milieu/natuur wantoestanden.
Ik wens jullie ontzettend veel succes met jullie werk.

Lonneke Nijeboer

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.