|
MOBILITEIT
De moderne, milieuvriendelijke boevenvanger (Branding
nr.11 september/oktober 2003) ...meer
Week van de Vooruitgang (Branding
nr.11 september/oktober 2003) ...meer
De beste stuurlui vervoeren over water (Branding
nr.11 september/oktober 2003) ...meer
Aandacht voor de fiets op diverse niveaus (Branding
nr.10 juni/juli 2003) ...meer
GROEN
forum
Wandelen of fietsen? (Branding
nr.10 juni/juli 2003) ...meer
Ook op Hollands Spoor OV-fietsen te huur (Branding
nr.10 juni/juli 2003) ...meer
Veilig naar school (Branding
nr.10 juni/juli 2003) ...meer
Fietspad 10 (Branding
nr.9 april/mei 2003)
...meer
RandstadRail, waarom?
(Branding nr.9 april/mei
2003) ...meer
Gratis openbaarvervoer-actie in Dordrecht
(Branding
nr.9 april/mei 2003)
...meer
Autovrij en evenementenvrij?
(Branding nr.
8 februari/maart 2003) ...meer
Voor
wie is Randstadrail? (Branding
nr. 8 februari/maart
2003) ...meer
Het verhaal achter een
fietsenstalling en speelplaats
(Branding
nr. 8 februari/maart
2003) ...meer
Een beetje Autovrije dag (Branding
nr. 6 september/oktober
2002) ...meer
Haagse Autovrije Dag Zondag 22 september (Branding
nr. 6 september/oktober
2002) ...meer
Verkeersplan gaat heldere keuze uit de weg
(Branding nr.
5 mei/juni/juli 2002) ...meer
NIEUW PARKEERBELEID: BETER VOOR DE ECONOMIE, BEREIKBAARHEID
EN DUURZAAMHEID (Branding
nr. 5 mei/juni/juli
2002) ...meer
PARKEERVERBOD OP HET VOORHOUT (Branding
nr. 5 mei/juni/juli
2002) ...meer
GEACHTE REDACTIE VAN BRANDING (Branding
nr. 5 mei/juni/juli
2002) ...meer
NIEUW CONCEPT VERKEERSPLAN (Branding
nr. 4 februari/maart
2002) ...meer
HAAGS VERKEERSBELEID:
te traag om op twee wielen door de bocht te gaan (Branding
nr. 4 februari/maart
2002) ...meer
Eindrapport Fietsbalans Den Haag (Branding
nr. 3 november/december
2001) ...meer
Een Autovrije dag in 2002? (Branding
nr. 3 november/december
2001) ...meer
TERUG NAAR
RECENTERE ARTIKELEN
De moderne, milieuvriendelijke
boevenvanger
De burger wil meer Blauw op straat. Het milieu is beter af met
minder blik op de weg en de politie wil zich in de verkeersdrukte
sneller kunnen bewegen. Boeven vangen op de mountainbike blijkt
daarvoor een ideale oplossing. Politie Haaglanden startte er in
2001 mee en is razend enthousiast over de mountainbikesurveillance.
Was vroeger de fietsende agent een heel gewone verschijning, de
laatste decennia zat de politie vooral achter het stuur en achter
het bureau. Maar net als heel veel andere Nederlanders, staan politieagenten
steeds vaker vast in de file, en worden ze in hun snelheid beperkt
door drempels en pollers in binnensteden en woonwijken. De fiets
biedt uitkomst voor de surveillerende politieagent in de steden:
snel, flexibel en efficiënt. Maar wel in een eigentijdse variant:
de sportieve mountainbike.
Tommy Hamelink, hoofdagent bij Bureau Jan Hendrikstraat in Den
Haag, is zo'n mountainbikeagent. Hij is de initiatiefnemer van de
mountainbikesurveillance bij Politie Haaglanden. Hamelink: "Ik
kwam op het idee nadat ik artikelen had gelezen over de politie
in Amerika. Daar werkten ze al jarenlang met mountainbikes in de
steden. In de politieregio's Gelderland en Holland Midden waren
ze er ook al mee begonnen. Op ons bureau aan de Jan Hendrikstraat
zijn we met twee fietsen gestart. Het is zo'n groot succes dat we
nu al 15 fietsen hebben, we gaan binnenkort uitbreiden naar 24 en
overwegen om een auto weg te doen. Hoe dat kan? Rij hier maar de
poort uit, dan sta je gelijk vast met de auto."
Verraste klanten
Hamelink vervolgt: "Ons werkgebied is het kleinste maar wel
een van de drukste wijken van het verzorgingsgebied van Politie
Haaglanden, met veel straatroof, geweld op straat en drugsgerelateerde
overlast. Er zijn hier heel veel voetgangersgebieden en dan ben
je op de mountainbike veel sneller en mobieler. Bij bijvoorbeeld
een melding in een winkel in de Spuistraat, stappen we pas in de
winkel af. De mensen zijn vaak verrast door onze snelheid. Onze
'klanten' ook, we betrappen heel veel dieven op heterdaad. Je bent
geruisloos en ziet, hoort en ruikt veel meer dan wanneer je in een
auto zit. Op de fiets zie je veel sneller als iemand zich verdacht
gedraagt, je hoort veel eerder geschreeuw en ruikt bijvoorbeeld
eerder hennep en brandlucht. En in vergelijking met lopen ben je
ruim drie keer zo snel en hou je het ook drie keer langer vol. We
werken veel samen met de agenten in de auto en op de motor en vullen
elkaar aan. Voor het publiek ben je veel zichtbaarder op straat
en makkelijker te bereiken. In de auto ben ik in mijn hele carrière
nog maar drie keer aangesproken op straat, nu word ik wel vier keer
per dag door iemand aangesproken. Mensen vertellen je bijvoorbeeld
dat ze iets verdachts zien. Het publiek reageert heel positief.
Jongeren, vooral skaters, vinden ons 'vet cool'."
Sportieve inslag gewenst
Het politiewerk op de mountainbike, ook wel de fietsbrigade genoemd,
rust op drie pijlers: een aangepaste politiemountainbike die weinig
onderhoud vraagt, aangepaste kleding en een aparte opleiding om
behendig te leren fietsen en zelfverdediging en surveillancetechnieken
op de fiets toe te passen. Het is voor agenten met een sportieve
inslag, want ze zitten wel zo'n 6 à 7 uur op de fiets, ook
's nachts en met slecht weer. In Den Haag rijden in steeds meer
wijken mountainbikeagenten rond. Ook landelijk groeit het enthousiasme
voor de fietsbrigades.
De milieuvoordelen en besparingen zijn overduidelijk. De Belgische
organisatie Provélo heeft voorgerekend dat een fiets jaarlijks
1.300 euro kost, tegen 13.000 euro voor een politieauto, die uiteraard
ook nog het hele jaar door kostbare energie opslurpt en luchtvervuiling
veroorzaakt. "Ik vind het surveilleren op de mountainbike een
prachtig vak, je bent de hele dag buiten, vangt veel boeven, en
het kost geen energie, behalve mijn eigen energie, maar daarvoor
krijg je een hele goede conditie terug, gratis en voor niets",
aldus een enthousiaste Hamelink.
Lieneke Venhuis
Week van de Vooruitgang
Europa staat in de week van 16 tot en met 22 september in het
teken van duurzame mobiliteit. De Europese Mobiliteitsweek maakt
deel uit van de Europese afspraken om de CO2-uitstoot te reduceren.
Draagt deze week in België de naam 'Week van de Vervoering',
in Nederland is voor 'Week van de Vooruitgang' gekozen. De invulling
die er in Den Haag aan gegeven wordt combineert Belgische en Nederlandse
kenmerken. Belgisch is de aandacht voor muzikale optredens tijdens
het evenement Buitengewoon Bereikbare Binnenstad. En Nederlands
is het thematisch uitwerken van de week in dagen met de focus op
een bepaalde vorm van duurzaam vervoer of duurzaam vervoersgedrag.
Doel van de Mobiliteitsweek is mensen bewuster te maken van de
nadelige gevolgen van (de groei van de) mobiliteit en ze tot een
ander gedrag aan te zetten.
De week dient als platform voor gemeentelijke diensten en maatschappelijke
organisaties. Gemeentes kunnen de week gebruiken om nieuwe plannen
te lanceren. De inzet van de gemeentelijke overheid is immers bepalend
bij de ontwikkeling van efficiënte en duurzame vormen van stedelijk
vervoer. Maatschappelijke organisaties kunnen met behulp van aansprekende
initiatieven en projecten hun maatschappelijke betrokkenheid tonen.
Op voeten en fietsen naar school
Sinds vier jaar kent Den Haag in september de Autoloze Schoolwegbrengdag.
Dit jaar pakt het stadsgewest Haaglanden groots uit door een Autoloze
Schoolbrengweek te organiseren. Door middel van folders en projecten
voor basisscholen wordt extra aandacht besteed aan de onveilige
situaties die vaak rondom scholen ontstaan.
Het Haags Milieucentrum haakt op al deze activiteiten in door de
eerste stappen van het KANS-project uit te voeren. De bedoeling
van KANS is om bezorgde ouders van basisschoolleerlingen te begeleiden
bij het verkeersveiliger maken van de schoolomgeving. Het streven
is om in Leidschenveen en Ypenburg een cordon rond enkele scholen
te leggen, waar een streng, maar vrijwillig verbod voor het gebruik
van auto's door ouders gaat gelden.
Dag van het openbaar vervoer
OV reizigers mogen af en toe best een beetje worden verwend, vindt
ROVER, en daarom krijgt iedereen die op 18 september in een Fair
Trade winkel een geldig kaartje laat zien een aardig presentje.
Onder het motto OV-feels good komt er een fotowedstrijd. Hoofdprijs
is een VIP arrangement voor 2 personen voor de ICE - de Duitse variant
van de Hogesnelheidstrein - naar Frankfurt, beschikbaar gesteld
door de NS. Meer info is binnenkort te lezen op de site www.weekvandevooruitgang.nl
Fiets naar je werk
De Fietsersbond laat op 19 september de burgemeesters van de vier
grote steden fietsend naar het werk gaan als promotie voor de campagne
Fiets naar je Werk. Ook Deetman heeft zijn medewerking toegezegd.
En dat terwijl in Haaglanden een andere, concurrerende campagne
wordt gevoerd: Op de Fiets naar het Werk.
Enkele Europarlementariërs gaven het goede voorbeeld: ze stapten
op 27 augustus op de fiets om op 1 september bij hun werk in Straatsburg
aan te komen. Dit wel met een beetje smokkelwerk: ze stapten pas
in Brussel op en volgden een zeer aangename toeristische route.
Buitengewoon bereikbare binnenstad
Met de organisatie van het evenement Binnenstad Buitengewoon Bereikbaar
sluit Den Haag op 21 september achter in de rij aan bij het thema
van de Autovrije Dag: promotie van toegankelijke en duurzame vormen
van vervoer. In een beperkt voor auto's afgezet gebied in de binnenstad
vinden allerlei activiteiten plaats: straattheater, muziekpodia
en rondleidingen door de tramtunnel in aanbouw. Op de Hofplaats
bij de Tweede Kamer staan activiteiten rond het thema Fiets en Wiel
gepland. Hier kan men een Royal Tour per fiets langs de koninklijke
paleizen boeken, iets waarvoor doordeweeks nog een walmende touringbus
zou worden gebruikt. City Cycle Events verzorgt de toer op fietsen
van Du Nord, met oranjebitter toe. Biesieklette houdt mogelijk een
puzzeltocht voor kinderen tot twaalf jaar en probeert haar fototentoonstelling
die eerder in het Atrium te zien was een reprise (of doorstart)
te laten maken. De Dienst Welzijn geeft samen met de Fietsersbond
en een fabrikant uitleg over aangepaste fietsen voor senioren en
minder-validen. En het publiek mag een auto in tweeën zagen,
dit ter promotie van het 'autodelen': een vorm van gedeeld autobezit,
waarbij men wel de lusten maar niet de lasten (de aanschaf-, afschrijvings-
en onderhoudskosten) van een auto heeft. Ook worden hier de voorrondes
gehouden voor de Nationale Autodelenkwis (zie hieronder).
Nationale Autodelenkwis
Op 22 september gaat de website www.deelautodenhaag.nl de lucht
in. Deze door het Haags Milieucentrum (HMC) beheerde site bevat
alle informatie over gedeeld autobezit en autodaten in en om Den
Haag, waaronder de tijd en plaats van de speciale informatiebijeenkomsten
die het HMC en de Stichting BOOG rond dit thema gaan opzetten.
22 September is ook de dag van de eerste Nationale Autodelenkwis.
Bekende en minder bekende Hagenaars en Hagenezen worden 'live' voor
radio en televisie getoetst in hun theoretische kennis over autodelen.
Degenen met de hoogste score krijgen ook een praktische vaardigheidstest
voorgeschoteld. De praktische test omvat het reserveren van een
deelauto op de website en het openen, starten en afsluiten van een
deelauto met behulp van een pasje en de boordcomputer. De winnaar
mag met de deelauto wegrijden.
De beste stuurlui vervoeren over
water
Den Haag heeft de Scheveningse haven, de Laakhaven en een passantenhaven
aan de Bierkade. Kunnen de Haagse havens bijdragen aan een betere
bereikbaarheid?
Alle grondstoffen die massaal over de weg of per spoor worden vervoerd,
kunnen net zo goed per binnenvaartschip vervoerd worden. Zelfs het
kleinste binnenvaartschip - de 38 meter lange Spits - heeft al het
laadvermogen van acht vrachtwagens met aanhanger of veertien aaneengeschakelde
treinwagons. Dankzij dit enorme laadvermogen worden er over water
evenveel goederen geëxporteerd als over de weg. En die gigantische
hoeveelheid vervoer over het water kan nog verder groeien.
CO2-reductie
Goederenvervoer over binnenwateren heeft grote milieuvoordelen:
per vervoerde kilo produceert een binnenschip slechts tweederde
van de hoeveelheid CO2 die een trein uitstoot, terwijl een trein
al tweederde minder CO2 uitstoot dan een vrachtwagen. De enige kanttekening
bij het succesverhaal van het binnenschip is de uitstoot van de
andere schadelijke uitlaatgassen. Motor en brandstof van een binnenschip
kennen niet dezelfde strenge milieunormen als de motor en de brandstof
van een vrachtwagen. Het Rotterdamse Bureau Voor-lichting Binnenvaart
ontwikkelt momenteel plannen voor de bouw van een emissieloos schip.
Mocht er dus na de bouw van de Betuwelijn nog wat geld in een potje
van het ministerie van Verkeer & Waterstaat overblijven, dan
lijkt ons realisatie van dit schip een uitstekende bestemming
Ooievaart
Sinds 1 mei van dit jaar vaart er weer regelmatig een platbodem
door de Haagse grachten: een rondvaartboot met de naam 'Ooievaart'.
De boot is een Kagenaar, een type dat in het verre verleden werd
gebruikt om goederen van en naar Den Haag te vervoeren. Juist dit
type boten was zeer geschikt om door de smalle grachten van Den
Haag, met de vele scherpe bochten en lage bruggen, te manoeuvreren.
Omdat het varen met en beladen van deze schepen op een gegeven moment
tijdrovender werd dan het rijden met en beladen van vrachtwagens,
raakte het vervoer over water in verval.
Drijvende boerenmarkt
De begin deze eeuw aangelegde passantenhaven aan de Bierkade in
Den Haag dreigt nu al in onbruik te raken. In de haven meren nauwelijks
boten aan: de kleine grachtjes en de lage bruggetjes van Den Haag
bemoeilijken de toegang. Een stuw bij de ingang van de haven maakt
het afmeren van pleziervaartuigen met een te grote diepgang zelfs
onmogelijk. De multiculturele stichting Tek probeert daarom op deze
plek een drijvende exotische markt van twintig boten op te zetten:
een drijvende markt naar 'Thais model'. Het moet een bruisende multiculturele
markt worden met bijzondere life-style producten uit de landen van
herkomst van de bewoners uit de Stationsbuurt.
Volgens het Haags Milieucentrum is ook een ecologische variant levensvatbaar.
In Groningen rijdt namelijk een boerderijbus rond: een winkel op
wielen die alleen natuurlijke producten uit de directe omgeving
verkoopt. Groente, bloemen, planten, honing, melk en kaas zouden
weer rechtstreeks per boot vanuit de boerderijen in Delfland en
het Westland naar Den Haag aangevoerd kunnen worden, zoals dat enige
eeuwen terug gebruikelijk was.
Marc Beek
Haags Milieucentrum
Aandacht voor de fiets op diverse
niveaus
Begin dit jaar werden er in diverse uitvoeringsprogramma's en
verkeersplannen weer vele mooie woorden gewijd aan het fietsen.
Maar hoe pakken die voornemens in de praktijk uit?
"De fiets is een schoon, gezond, ruimtebesparend en goedkoop
vervoermiddel en voor veel mensen een vorm van ontspanning en lichaamsbeweging."
Met deze mooie woorden opent het Haagse Meerjarenprogramma Fiets
2003 t/m 2006, waarmee de gemeente een wat andere weg inslaat. Eerdere
plannen concentreerden zich voornamelijk op de aanleg van directe
fietsroutes vanuit de woonwijken naar de belangrijke bestemmingen
in het centrum, die veelal parallel lopen aan de drukke hoofdroutes
van het autoverkeer. In het nieuwe meerjarenprogramma wordt aanvullend
gekeken naar minder directe maar leefbaardere routes. Bijvoorbeeld
fietsroutes die een aantrekkelijk parcours door het groen of langs
volkstuinen volgen. Of fietsroutes die wel iets worden omgeleid,
maar door een veel rustiger straat met veel fraaiere gevels lopen.
De minder gehaaste fietser krijgt in dit plan dus een prominente
rol toebedeeld. Dat is verstandig. Want de Haagse bevolking veroudert
en fietsen is als lichaamsbeweging voor de seniore burger een uitstekend
middel om de spieren soepel te houden.
'Kastraatwegen'
Wel zal dan eerst het fietscomfort verhoogd moeten worden door de
kwaliteit van het wegdek sterk te verbeteren. Raadslid Labuche,
die als Vlaming toch wel wat kasseien gewend is, spreekt over de
Haagse fietspaden consequent als 'kastraatwegen'. Dankzij zijn GroenLinks-collega
Niek Roozenburg hoeft dit over een tijdje niet meer nodig te zijn.
Door zijn toedoen neemt het meerjarenprogramma bij de aanleg van
nieuwe fietspaden namelijk asfalt als uitgangspunt.
Het is echter wel zaak dat fietsers slecht wegdek blijven aankaarten
bij de gemeente. Want wegbeheerders van de verschillende stadsdelen
kunnen dankzij dit meerjarenprogramma beschikken over een beperkt
budget voor het wegwerken van achterstallig onderhoud en om de laatste
kleine ergenissen te verhelpen.
Het nieuwe meerjarenprogramma Fiets trekt de lijn door die in 1997
is ingezet met het plan De Fiets Voorop!, dat heeft geleid tot een
groei van het fietsgebruik. Maar toch wordt er in Den Haag relatief
weinig gefietst. Hier wordt 26% van het aantal verplaatsingen tot
7,5 kilometer met de fiets afgelegd, tegen gemiddeld 33% in vergelijkbare
grote steden. De bedoeling is dat tussen nu en 2007 de kwaliteit
van de fietsroutes - en daarmee ook het aantal fietsers - zal toenemen.
Javastraat, Volendamlaan, Harstenhoekweg en Leyweg krijgen vrijliggende
fietspaden.
Ketenmobiliteit
Een ander belangrijk speerpunt is het realiseren van stallingen
bij OV-haltes en het verbeteren van de bewaakte stallingen in de
binnenstad. Dit is een gevolg van de aandacht die alle plannen rond
fietsen en openbaar vervoer schenken aan ketenmobiliteit. Dit is
de combinatie van lopen, fietsen of het openbaar vervoer gedurende
een enkele reis, in elke willekeurige volgorde en desnoods gecombineerd
met autogebruik. De combinaties openbaar vervoer - lopen en fiets
- openbaar vervoer komen wel het meest voor. En anders dan de gereserveerde
ruimte voor Park-and-Ride voor de treinstations wil doen geloven,
valt deze vorm van ketenmobiliteit volkomen in het niet bij de twee
eerdergenoemde vormen. Daarom is de realisering van snelle, veilige
en comfortabele loop- en fietsroutes naar belangrijke opstappunten
(stadstransferpunten) van het openbaar vervoer van groot belang.
Evenals de aanleg van zowel kwantitatief als kwalitatief voldoende
fietsenstallingen bij de belangrijke Haagse treinstations.
Fiets in de Voorrang
Ook hogere overheden laten zich niet onbetuigd. Het stadsgewest
Haaglanden en de Provincie Zuid-Holland gaan de komende vijf jaar
in eendrachtige samenwerking de regionale fietsroutes flink verbeteren.
Binnen de looptijd van het vijfjarenprogramma regionale fietsroutes
Haaglanden - met de inspirerende titel Fiets in de Voorrang - zullen
zeventig projecten worden gerealiseerd. De daarvoor benodigde 75
miljoen euro is reeds beschikbaar gesteld. Het stadsgewest zorgt
onder meer voor de aanleg van twee grote fietsviaducten over de
rijksweg A4 en van fietspaden, waardoor de VINEX-wijken Leidschenveen,
Ypenburg en Wateringse Veld beter worden ontsloten.
Dat een vorm van regievoering noodzakelijk is mag blijken uit het
jarenlang ontbreken van een klein stukje verbindend fietspad op
de doorgaande fietsroute Rijswijk-Wateringse Veld ter hoogte van
de Eikelenburglaan. De situatie ter plekke was voor fietsers met
name pijnlijk omdat het probleem van de grensoverschrijding Rijswijk-Den
Haag blijkbaar niet gold voor het openbaar vervoer: de glimmende
spoorstaven voor tramlijn 17 waren al bijna aan vervanging toe voordat
de eerste fietser hier zonder af te stappen zijn weg kon vervolgen.
Fietssnelweg
De Fietsersbond herkent in al de gemeentelijke en regionale fietsplannen
het eigen streven om het fietsgebruik te bevorderen. En omdat mobiliteit
voor een belangrijk deel op lokaal en agglomeratief niveau plaatsvindt,
verdient de fiets als uitstekend vervoermiddel voor de korte afstand
een belangrijke plaats in alle verkeersplannen. Die belangrijke
plaats herkent de Fietsers-bond echter niet wanneer het om het toekennen
van het budget gaat. In het Provin-ciale Verkeer- en Vervoerplan
(PVVP) staat hierover zelfs te lezen dat 'alleen fietspaden met
prioriteit 1 realiseerbaar zijn tot 2010'. De fietssnelweg langs
de A12 van Gouda via Zoetermeer en door Leidschendam-Voor-burg naar
Den Haag hééft die prioriteit. Maar de uitvoering
van deze belangrijke fietsroute hangt af van het bedrag dat de gemeente
Leidschendam-Voorburg aan het geheel wil bijdragen. Daarnaast zou
het beter zijn als - ter vermijding van stank- en geluidsoverlast
- het fietspad op enkele stukken niet langs de autoweg zou komen.
In dit van oorsprong al door boeren benutte landschap zijn veel
'slimme doorsteekjes' aanwezig. Door aanleg van een kleine brug
of een verbindend stukje fietspad door een nieuwe woonwijk of een
gerevitaliseerd bedrijventerrein kunnen veel bestemmingen op gemakkelijke
en aantrekkelijke wijze voor het fietsverkeer worden ontsloten.
Wel zouden kruisingen met hoofdautowegen zoveel mogelijk ongelijkvloers
aangelegd moeten worden. Dit om de doorstroming van het fietsverkeer
niet te blokkeren en uit een oogpunt van verkeersveiligheid.
Angst voor diefstal
Fietsers hebben niet alleen behoefte aan goede fietsroutes maar
ook aan faciliteiten om hun fiets veilig te parkeren. Voor veel
potentiële fietsers is het risico van diefstal van de fiets
een reden om deze thuis te laten. In 1995 gaf dertig procent van
de bezoekers aan de binnenstad aan nooit per fiets te komen 'uit
angst voor diefstal'. Het wegnemen van gevoelens van onveiligheid
(het verbeteren van de zogenoemde subjectieve veiligheid) maakt
daarom deel uit van het gemeentelijke veiligheidsbeleid, vooral
in de vorm van vermindering van overlast en van het aantal diefstallen.
Ultimo 2006 moeten 25 procent minder gevallen van overlast en criminaliteit
in de openbare ruimte bij de politie worden gemeld en aangegeven.
Maar opvallend genoeg krijgt de aanpak van fietsendiefstal in het
gemeentelijke veiligheidsbeleid nu en in de toekomst geen enkele
prioriteit. Handhavingsteams zitten al aan de top van hun kunnen;
bovendien staat door de bezuinigingsmaatregelen van de rijksoverheid
zowel hun aantal als hun omvang onder zware druk.
De gemeente Den Haag mag dan (bewaakte) fietsenstallingen aanleggen,
een aantal daarvan voldoet niet aan het diefstalpreventie-keurmerk
FietsParkeur. Schrijnend is dat dit ook geldt voor de onbewaakte
fietsenstallingen voor het Centraal Station en Station Hollands
Spoor (HS). De PvdA heeft de stalling onder de overkapping bij HS
in een veiligheidsnotitie zelfs als onveilige hot-spot aangewezen.
Verder voert de gemeente gerichte publiekscampagnes om fietsendiefstal
tegen te gaan: burgers worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid
voor de bescherming van hun eigendommen. In het Centrum werden verkeerd
gestalde fietsen daartoe voorzien van gele kaartjes aan het stuur,
die lijken op de 'Buit Eruit'-kaartjes. Behalve dat met dit kaartje
gewezen werd op het gevaar van fietsendiefstal werd ook verwezen
naar de dichtstbijzijnde bewaakte stalling. Het was ook een gratis
aanbod om eens gebruik te maken van de diensten van Biesieklette.
Conclusie
Voor een duurzame, integrale benadering van de verkeersproblematiek
zijn planning en het opstellen van meerjarenprogramma's absoluut
noodzakelijk. Maar willen we dat de fiets niet alleen op papier
maar ook in werkelijkheid een belangrijker positie krijgt, dan zijn
handhaving en monitoring evenzeer belangrijk. Omdat uit alle plannen
blijkt dat de stedelijke en landschappelijke aantrekkelijkheid van
een route sterk wordt beïnvloed door de kwaliteit van het wegdek,
is het goed monitoren van die kwaliteit van groot belang. Nu verwacht
de gemeentelijke overheid van de fietsende burger dat deze onvolkomenheden
aan het wegdek meldt. Dat zou een overheidstaak moeten zijn.
Maar afijn: klachten zoals overhangende takken, losliggende tegels
en gaten in het wegdek kunt u melden bij de gemeentelijke klachtenlijn,
tel. 3533000, of per e-mail aan contactcentrum@dsb.denhaag.nl
Marc Beek
Haags Milieucentrum
GROEN
forum
Wandelen of fietsen?
Het provinciebestuur heeft besloten: er moet een nieuw fietspad
vanuit Den Haag door de duinen naar Meijendel komen. Hoewel het
tracé nog niet vastligt, lijkt de jarenlange discussie over
Fietspad 10 hiermee beslist. Maar de wandelaarsvereniging TeVoet
blijft zich verzetten. Regiocoördinator Jaap Mels legt uit
waarom.
Ook TeVoet is voorstander van ongemotoriseerd verkeer. Dat betekent
echter niet dat de aanleg van een fietspad altijd een verbetering
is. De toename van het aantal kilometers fietspad staat al jaren
in geen verhouding tot de toename van het fietsverkeer. Het is weliswaar
'politiek incorrect' om dat te zeggen, maar desalniettemin een feit.
Het woon-/werkverkeer op de fiets is al lange tijd stabiel en het
recreatief verkeer neemt minder toe dan gezien de uitbreiding van
het fietspadennet gehoopt mocht worden. Jammer, maar mensen maken
nu eenmaal hun eigen keuzes.
Daar staat tegenover dat het wandelen al jaren sterk toeneemt, terwijl
het aantal wandelpaden daarbij achterblijft en op veel plaatsen
juist afneemt. (Dat tal van organisaties steeds nieuwe routes publiceren
staat hier los van. Die maken veelal gebruik van dezelfde schaarse
mogelijkheden of lopen over verharde trajecten.)
Lycrabrigade
Een tweede reden is dat fietspaden het landschap maar al te vaak
evenzeer aantasten als autowegen. Dit hangt natuurlijk af van de
wijze van uitvoering, maar die is soms moeilijk te voorspellen.
Ons land ligt vol met brede, geasfalteerde, met palen en hekken
van de omgeving afgeschermde en van lichtmasten voorziene 'fietswegen'.
Leuk voor de lycrabrigade en nuttig voor anderen, maar mooi is anders.
Ook bestaat er een hardnekkig misverstand dat een fietspad geschikt
zou zijn om op te wandelen. Dit moet verzonnen zijn door een automobilist.
Fietsers ergeren zich dood aan over het hele pad uitzwermende wandelaars
(die ook graag naast elkaar gaan) en de wandelaar merkt dat hij
agressief wordt bejegend en voor rotte vis wordt uitgescholden.
Ook al stelhet Wegenverkeersreglement dat ergens gelo-pen mag worden,
dit inzicht schijnt bij de concurrerende verkeersdeelnemer niet
aanwezig.
Concluderend: bij de aanleg van een fietspad moet goed gekeken
worden naar nut en bezwaar en er moet worden vermeden dat van de
fiets een tweede 'heilige koe' wordt gemaakt.
Zeven plagen
Wat betekent dit voor fietspad 10? Op de kaart is te zien dat fietsers
vanuit Den Haag bij het pompstation en anders via Wassenaar, bij
de Kievit, het duin in kunnen. Een entree ter hoogte van de Waalsdorpervlakte
lijkt daarom niet onredelijk. Er zijn echter een paar grote bezwaren.
De recreatiedruk op de duinstrook is al zeer hoog en het is niet
wenselijk dat die verder stijgt. Elke nieuwe toegang verstoort de
rust meer en tast het landschap verder aan. Waar is het einde? Zo'n
verbinding tussen dichtbevolkt gebied en een recreatiegebied (Meijendel)
is vragen om problemen. Maak een geasfalteerd pad en de brommers
en racers staan gereed, maak een ruw pad en de zevende plaag der
mountainbikers daalt op ons neer. Goede voornemens om dit soort
bezoek te weren blijken vaak ineffectief. Het eind van het liedje
is dat men zich erbij neerlegt.
Een andere en voor ons belangrijke overweging is de bedreiging
van de voetpaden in dit gebied. Steeds weer blijkt dat de makkelijkste
manier om een fietspad aan te leggen bestaat uit het verharden van
bestaand onverhard traject. Er is geen traditie in bestuurlijk Nederland
om met dit soort dingen rekening te houden. In allerlei verkeers-
en vervoersplannen bestaat de wandelaar niet eens en wordt hij beschouwd
als een wezen dat onder de naam 'voetganger' uitsluitend in de bebouwde
kom zijn biotoop heeft.
Wij willen hier niet concluderen dat Fietspad 10 er niet moet komen.
Wèl dat eerst gezocht moet worden naar een alternatief dat
het duingebied niet aantast.
Overigens zijn er in de gehele kuststrook te weinig acceptabele
oost-westverbindingen, zowel voor fietsers als voor wandelaars.
Het is iets waaraan we gezamenlijk zouden moeten werken maar, nogmaals,
op voet van gelijkheid.
Jaap Mels,
regiocoördinator vereniging TeVoet
Ook op Hollands Spoor OV-fietsen
te huur
Niemand verklaart met zoveel kennelijk plezier vergaderingen voor
geopend als Tweede-Kamervoorzitter Frans Weisglas. Hij was niet
minder verheugd om op 16 april op Station Hollands Spoor de 20-ste
OV-fietsenstalling van Nederland te mogen openen. De OV-fiets is
speciaal bedoeld voor mensen die snel een fiets willen hebben voor
de laatste kilometers van het station naar hun uiteindelijke reisdoel.
Nu al fietst eenderde van de treinreizigers van huis naar het station.
Het zogeheten 'natransport' steekt hierbij met negen procent van
de treinreizigers maar schril af. Hiervoor moet je immers kunnen
beschikken over een vouwfiets of een tweede fiets bij het station
van aankomst. Een rijwiel huren kan natuurlijk ook, maar is duur
en tijdrovend. De traditionele fietsverhuur vormt daarom geen aantrekkelijk
alternatief voor de tram of de bus.
Het huren van een OV-fiets daarentegen is goedkoop en snel, zowel
bij het afhalen als bij het terugbrengen. Dit is te danken aan de
toepassing van een speciale OV-fietspas. De gelukkige bezitter hiervan
hoeft bij het huren van een fiets geen borg te betalen of zich te
legitimeren en is maar 2,50 euro per keer kwijt (voor een periode
van maximaal 20 uur). Betaling vindt achteraf plaats via automatische
incasso.
De sobere OV-fiets is minder geschikt voor het maken van langere,
toeristische fietstochten. Daarvoor blijft het huren van een comfortabele
fiets met versnellingen aanbevolen.
U kunt zich eenvoudig aanmelden via www.ov-fiets.nl.
Of haal de speciale folder bij de OV-fietsverhuurders in o.a. station
Den Haag CS, Den Haag HS, Delft CS, Rotterdam CS of Leiden CS.
Veilig naar school
Gemiddeld wordt een op de zeven basisschoolleerlingen met de auto
naar school gebracht. De kinderen afzetten op weg naar het werk
bespaart de ouders tijd en moeite. Ook vinden veel ouders de weg
naar school te gevaarlijk om hun kinderen zelfstandig langs te laten
lopen of fietsen.
Daar is iets voor te zeggen. Het aandeel vracht- en personenauto's
in het totale verkeersaanbod is de laatste jaren flink toegenomen.
Daarnaast is er een verruwing in het weggedrag waar te nemen. Mobiliteit
is fun, voor dat eigen plezier moet de ander wijken. Deze ontwikkeling
bedreigt het langzaam verkeer en vooral de jongere verkeersdeelnemers.
Lopende en fietsende kinderen zijn onberekenbaar en kwetsbaar. Wellicht
daarom laten ouders hun kinderen pas op steeds latere leeftijd zelfstandig
naar school gaan: nu als ze gemiddeld acht zijn. Van de tienjarigen
gaat maar de helft zelfstandig naar school. Terwijl ikzelf eind
jaren zestig als vierjarige al alleen naar de kleuterschool mocht
lopen...
Het Haags Milieucentrum (HMC) gaat na de zomervakanties ouders
van basisscholieren in groepsverband begeleiden bij het verkeersveiliger
maken van de eigen schoolomgeving. Hiervoor hebben 3VO, de Verenigde
Verkeers Veiligheids Organisaties, en Global Action Plan een coachingtraject
ontwikkeld: KANS, oftewel Kinderen Anders Naar School. Opzet hierbij
is om het aantal kinderen dat op de achterbank van de auto naar
school wordt gebracht te verkleinen. Gebruikmakend van de lokale
kennis en inzet van (verkeers)ouders wordt zowel aan de infrastructurele
als aan gedragskant van het verkeer gesleuteld. De meer fysieke
ingrepen kunnen bestaan uit de versnelde aanleg van vrijliggende
fietspaden, de inrichting van een veiliger oversteekplaats of het
instellen van eenrichtingsverkeer rond de school. Maar ook de inzet
van verkeersbrigadiers en het verbeteren van de fietsenstalling
op het schoolplein zijn mogelijke activiteiten, die vanuit de ouders
gestimuleerd en georganiseerd kunnen worden.
Het HMC gaat vooral twee dingen doen: ouders bijeenbrengen en hen
in contact brengen met de diverse instanties die de problemen kunnen
helpen oplossen. Hoewel het HMC de deskundigheid in huis heeft om
zelf oplossingen aan te dragen, heeft deze aanpak als groot voordeel
dat er dankzij de blijvende betrokkenheid van de ouders een langdurig
veilige situatie kan ontstaan.
Kent u in uw omgeving een typische 'auto'-school die u graag verandert
zag in een 'fiets'-school?
Neem dan contact op met Marc Beek van het Haags Milieucentrum, marc.beek@haagsmilieucentrum.nl
of 3050286. Ook wanneer u zelf als ouder of als wijkvrijwilliger
actief wilt meehelpen aan veiliger schoolroutes.
Fietspad 10
Er komt na jarenlange discussie toch een nieuw fietspad vanuit
Den Haag via het duingebied van de Waalsdorpervlakte naar Meijendel.
Dat besluit heeft Provinciale Staten op 29 januari jl. genomen.
Over de aanleg van een recreatief fietspad vanuit Benoordenhout
langs het TNO-gebouw over de Vlakte van Waalsdorp naar de Boerderij
van Meijendel praten belanghebbenden al vanaf 1954. Het Bestuurlijk
Duinenoverleg, waarin behalve de gemeente Den Haag ook Wassenaar,
Katwijk en de provincie Zuid-Holland zitting hebben, had genoeg
van al die eindeloze vergaderingen en creatieve voorstellen over
Fietspad 10. Door het fietspad uit het Fietspadenplan 2001 van de
provincie te schrappen zou aan al de discussie vakkundig een eind
gemaakt worden. Ware het niet dat behalve het fietspad naar dit
gebied, ook de aanleg van een parkeertrerrein in dit gebied ter
discussie stond. De auto wordt in Zuid-Holland steeds vaker gebruikt
voor een korte rit naar een natuurgebied. Maar ook 'recreatief'
autoverkeer veroorzaakt geluidshinder, verkeersonveiligheid en luchtverontreiniging.
Een zeer ongewenste situatie die zich op elke eerste zonnige lentedag
van het jaar voordoet in heel het kustgebied tussen Den Haag en
Leiden. Want voor de alternatieve vormen van vervoer is de bereikbaarheid
van de natuur- en recreatiegebieden ten noorden van Den Haag niet
optimaal. Fietsers - maar ook gebruikers van het openbaar vervoer
- kunnen in en om Meijendel onvoldoende beschikken over goede verbindingen.
Met zo'n 600.000, voor een groot deel vaste, bezoekers per jaar,
voorziet de Vallei Meijendel regionaal in een grote recreatieve
behoefte. Gezien de natuur-, waterwin- en recreatiefunctie is het
gewenst dat de overlast van de vele auto's die in de vallei rondrijden
wordt verminderd. Hierbij kan de aanleg van Fietspad 10 een rol
gaan spelen.
Groen voor rood
'Meer gebruik van de fiets voor korte afstanden levert een bijdrage
aan het verminderen van het autoverkeer op het eigen wegennet',
zo stelt het Verkeersplan van Wassenaar. Deze gemeente legt daarom
binnenkort onder de Rijksstraatweg ter hoogte van de Rust en Vreugdlaan
een fietstunnel aan 'zodat er een recreatieve fietsverbinding vanaf
Zoetermeer via Voorschoten naar de kust ontstaat'. Maar diezelfde
gemeente Wassenaar heeft de aanleg van Fietspad 10 jarenlang tegengewerkt,
'zodat er geen directe recreatieve fietsverbinding vanaf Leidschendam-Voorburg
via Den Haag naar de kust kon komen'. Ook werkte Wassenaar niet
mee aan de uitvoering van een verkeerscirculatieplan in de Vallei
Meijendel, dat ook het aantal parkeerplaatsen in de vallei had moeten
verminderen. En dit was nu net de eis die het provinciebestuur voor
de aanleg van Fietspad 10 stelde: bij elke aanleg van infrastructuur
in een natuurgebied in de provincie Zuid-Holland moet groen voor
rood terugkomen.
Ondertussen zocht de beheerder van het gebied, het Duinwaterbedrijf
Zuid-Holland (DZH), naarstig naar een recreatievisie voor Meijendel.
Hiervoor werd een Klankbordgroep Herinrichting Vallei Meijendel
opgericht, waarin onder meer AVN, KNNV, de Vogelbescherming, IVN,
de Fietsersbond, het Wandelplatform Zuid-Holland en de Stichting
Duinbehoud zitting hebben. Van de oorspronkelijke vier denkmodellen
heeft er één de voorkeur gekregen: handhaven van de
horeca op de huidige locatie met daarbij twee nieuwe parkeerplaatsen
van elk honderd plaatsen, het laten vervallen van het rondrijden
rondom de boerderij en handhaven van de bestaande fietspaden. Niet
alleen vervalt hierdoor 200 meter autoweg rondom de boerderij (wat
de natuurcompensatie voor Fietspad 10 oplevert!), maar ontstaan
ook hoofdvoetpaden als rondjes met een straal van 500 meter rond
de boerderij. De lengte is hiermee aangepast aan de actieradius
van de gemidelde auto-recreant. Zo wordt de grootste drukte geconcentreerd
in het centrale gebied, dat dit qua natuurbeleving goed aankan.
Napoleon en zandhagedissen
De heer Ten Napel is beheerder op Meijendel voor het Duinwaterbedrijf
Zuid-Holland en beheert het toegankelijke en ontoegankelijke deel
van het natuurgebied. Hij ziet niet veel in de aanleg van Fietspad
10, omdat het dan te druk wordt. Hij is bang dat de natuur in het
kwetsbaarste gedeelte van het gebied verstoord wordt door de bouwmachines
die het fietspad gaan aanleggen. Bovendien verwacht hij dat het
fietspad minimaal zes meter breed wordt en als een soort fietssnelweg
het landschap in tweeën deelt. Het meest verontrust is hij
over het grote aantal mensen dat van het gebied gebruik zal gaan
maken wanneer het fietspad er eenmaal ligt. Daardoor komt mogelijk
het leefgebied van de zandhagedis in de verdrukking. De Europese
Habitatrichtlijn verbiedt dit en deze wetgeving is zeer streng.
Wanneer Fietspad 10 wordt aangelegd zal dit mogelijk het gebruik
van een eeuwenoude wandelroute gaan verstoren: het Napoleontische
douanepad. In de afgelopen 50 jaar zijn al duizenden kilometers
autoweg en fietspad aangelegd. Tot verdriet van de voetganger/wandelaar
ging dit in vrijwel alle gevallen ten koste van oude voetpaden en
onverharde wegen. Ook gingen hierdoor belangrijke cultuurhistorische
lijnen in het landschap verloren. Op het weinige dat nog over is,
moeten we dus heel zuinig zijn. Dit is een reden voor liefhebbers
van het Nederlandse landschap om in het algemeen tegen asfaltering
van paden en wegen te zijn. Wandelaars vinden fietsers meestal wel
sympathiek - want ook ongemotoriseerd verkeer - maar er zijn momenten
dat ze moeten zeggen: kap nâh. Laat ons die laatste kilometers
aan onverhard pad, om het wandelen in zijn natuurlijke vorm te beleven,
en plan niet daar óók nog weer een fietspad over.
Voor het Wandelplatform LAW is het plan voor Fietspad 10 zo'n moment.
De ANWB reageerde echter zeer teleurgesteld op het voornemen om
Fietspad 10 alsnog niet aan te leggen. De ANWB probeert namelijk
vanuit zijn doelstelling de mogelijkheden voor recreatie dicht bij
huis te bevorderen. Hierbij horen ook goede verbindingen voor het
langzaam verkeer tussen de stad en het buitengebied. Fietspad 10
is voor de ANWB van groot belang voor de recreatieve mogelijkheden
van de inwoners van Den Haag, ook omdat hierdoor een toeristisch
fietsrondje vanuit de stad via Fietspad 10 door het duinlandschap
ontstaat.
De rode loper uit
De Fietsersbond - van oudsher een sterk pleitbezorger voor aanleg
van Fietspad 10 - kon zich niet neerleggen bij het schrappen van
de aanleg van het fietspad naar Meijendel en het gelijktijdig wel
aanleggen van extra parkeerplaatsen in de vallei. De bond sprak
daarom officieel in tijdens de vergadering van de Provinciale Staten
en voerde vooraf samen met PvdA-statenlid Irene van Kooten, de indiener
van een amendement voor aanleg van Fietspad 10, een ludieke actie.
Nadat een rode fietsstrook voor de ingang van het Provinciehuis
als rode loper voor de leden van Provinciale Staten was uitgerold
reden het statenlid en de toenmalige voorzitter van de Haagse afdeling
van de Fietserbond, Marc Beek, op een 'Buddy-Bike' (een tandem waarbij
je niet achter, maar naast elkaar zit) hier overheen. De gezamelijke
actie had succes, want VVD en D66 steunden de visie van de PvdA.
Statenlid Dekkers van GroenLinks gaf ook zijn steun, maar stelde
wel als voorwaarde dat de wandelroute niet aangetast mocht worden.
Nu Provinciale Staten tot de aanleg van Fietspad 10 heeft besloten,
is het voor het Haags Milieucentrum van belang dat de aanleg en
inpassing op ecologische wijze geschiedt. Er kan nog gesproken worden
over de keuze van de verhardingssoort (asfalt of schelpenpad) en
de breedte (2, 4 of 6 meter) van het fietspad. Het argument dat
het fietspad zes meter breed moet worden om ook ambulance en brandweer
tot het natuurgebied te kunnen toelaten, vinden wij onzin. In Den
Haag rijdt een ambulance-motordienst rond, die het fietspad kan
gaan gebruiken. De brandweer kan gebruikmaken van de militaire zandwegen
die nu door dit gebied lopen. En wanneer ook het tracé van
het aan te leggen fietspad deze militaire zandwegen zou gaan volgen
(het militaire oefenterein op de Vlakte van Waalsdorp staat op de
nominatie om opgeheven te worden) dan hoeven er ook geen oude duinen
platgebuldozerd te worden.
Overigens schijnt buldozeren voor een duingebied niet eens zo slecht
te zijn: zowel bij de Wassenaarse Slag als bij de Hertenkamp in
Wassenaar is het Duinwaterbedrijf met behulp van buldozers bezig
de kwaliteit van het duinlandschap (afgraven van de voedselrijke
toplaag, creëren van stuifduinen) te verbeteren. Mocht de aanleg
van Fietspad 10 echter ecologisch niet ingepast kunnen worden (denk
hierbij vooral aan het leefgebied van de zandhagedis), dan moet
gedacht worden aan het voorstel dat Stichting Lopende Zaken vijf
jaar geleden voor het provinciebestuur heeft opgesteld: het Buurtwegtracé.
Fietsers zullen dan langer buiten de duinen blijven, maar door een
minstens even interessant natuurlandschap en alsnog via de Kieveitslaan
naar de boerderij van Meijendel kunnen fietsen. De provincie wil
daarvoor de bewegwijzering wel aanleggen.
Deze alternatieve route zal het Haags Milieucentrum echter pas
accepteren nadat het verkeerscirculatieplan in de Vallei van Meijendel
is ingevoerd. De aanzuigende werking op de auto-recreant, die dankzij
de aanleg van de NORAH binnenkort al wel vlotjes het natuurgebied
in zal kunnen rijden, zal toch tegengehouden moeten worden!
RandstadRail,
waarom?
In de vorige Branding stond een kritisch artikel
van Henk Ens over RandstadRail. Jan van Male van ROVER is het in
het geheel niet met hem eens en zet hieronder uit waarom.
Het Haagse openbaarvervoernet is van een uitstekende
kwaliteit. Ondanks dat het grootste deel van de bebouwing in het
Haagse niet echt de hoogte ingaat en daar tussen veel groen ligt,
lukt het toch om een behoorlijk fijnmazig net in stand te houden.
De frequenties zijn niet superhoog, maar toch zodanig dat de wachttijden
goed te doen zijn. De hoofddrager van het vervoer wordt gevormd
door de tramlijnen die vooral verbinding geven met het Centrum en
de treinstations, aangevuld met de buslijnen die buiten het centrum
om het vervoer tussen de wijken onderling verzorgen. Vooral voor
de tram zijn er relatief veel vrije banen die het reizen aantrekkelijk
houden omdat de trams vrijwel nooit vast komen te zitten tussen
het allesverstikkende autoverkeer.
Is het dan nog nodig om verbeteringen aan
te brengen? Natuurlijk, alles kan altijd beter. Op een paar uitzonderingen
na zit niemand voor zijn lol in de tram dus hoe korter het duurt
hoe beter. De snelheid verhogen door harder te gaan rijden is geen
optie. Maar je kunt wel veel bereiken door het oponthoud te beperken.
Zoals bij verkeerslichten. Of een betere dienstregeling. Of in het
aantal haltes. Goed openbaar vervoer wil niet zeggen hoe meer haltes
hoe beter. Maar wel dat er een goed evenwicht is. Maak je de halte-afstanden
te groot, dan moet je langer lopen dan dat je wint aan reistijd.
Zijn er te veel haltes, dan moet er te vaak worden gestopt en daar
hebben de mensen in de tram een broertje dood aan. Een groot knelpunt
in Den Haag is ook de breedte van veel haltes. Als die te smal zijn
gaat er veel tijd verloren omdat de mensen elkaar staan te verdringen.
Lage vloer
Hoewel het huidige trammaterieel technisch uitstekend is, zit er
één groot gebrek aan waardoor het eigenlijk niet meer
in de huidige tijd past. Dat is de hoge wagenvloer. Die kost niet
alleen veel tijd bij het instappen, maar is ook nog een moeizaam
verhaal voor allen die slecht ter been zijn of een kinderwagen of
een rollator bij zich hebben. Voor mensen in een rolstoel is reizen
met de tram al helemaal uitgesloten. Om die problemen op te lossen
is er tegenwoordig trammaterieel op de markt met een lage vloer.
Maar daarmee ben je er nog niet, want je moet er ook voor zorgen
dat de perrons goed op de tram aansluiten.
Nu zou het mogelijk zijn alle nodige verbeteringen
één voor één aan te brengen. Maar dat
werkt niet. Want degene die de verkeerslichten afstelt vraagt zich
af waarom hij zijn best voor de tram zal doen als het meeste oponthoud
toch nog op de haltes is. En waarom zou je een perron op de goede
hoogte brengen als je in de tram zelf nog twee stevige treden omhoog
moet. Daarom is het beter alle verbeteringen in samenhang met elkaar
door te voeren. Dat pakket verbeteringen bij elkaar heeft de merknaam
AggloNet meegekregen. Het is dus geen compleet nieuw tramnet; het
blijft het oude net, maar waar wel een groot aantal verbeteringen
gezamenlijk is doorgevoerd.
Nog voordat aan AggloNet werd gedacht, werd
gezocht naar mogelijkheden om de Zoetermeerlijn en de Hofpleinlijn
in de OV-netten van Den Haag en Rotterdam in te passen. Beide lijnen
hebben alleen een regionale functie en de spoorwegen willen dit
soort lijnen overdragen aan lokale vervoerders. Daarmee kunnen de
spoorwegen zich concentreren op het hoofdnet en krijgen de lokale
vervoerders de kans zo'n regionale lijn in hun net te integreren.
Dit concept staat in deze regio bekend als RandstadRail.
De tijd ging dringen, want beide lijnen moeten
ook een functie gaan vervullen in de ontsluiting van Vinex-wijken:
in Haaglanden zijn dat Leidschenveen, Oosterheem en Pijnacker-Zuid.
Rotterdam heeft zijn nieuwe wijken rond Berkel-Rodenrijs.
Integratie
De integratie was voor de Zoetermeer- en de Hofpleinlijn een moeizaam
proces. Zou het Haagse tram of Rotterdamse metro worden. In Den
Haag zou het rijden met metrotreinen op tramlijnen wel een heel
erg zware ingreep in de stad betekenen en in Rotterdam is het blikveld
enkel en alleen op de metro gericht. Daaruit kwam een taakverdeling
voort. De Haagse tram wordt gekoppeld aan de Zoetermeerlijn, waardoor
je daarmee verder Den Haag in komt. En Rotterdam wordt beter bediend
doordat de Hofpleinlijn een koppeling krijgt aan de Rotterdamse
metro. Thans eindigt deze lijn nog op het Hofplein, een plek aan
het randje van de binnenstad waar het 's-avonds zeker niet prettig
toeven is. Via de voor RandstadRail aan te leggen Statenwegtunnel
ben je straks midden in Rotterdam en ook nog op Rotterdam CS. Dat
komt bijvoorbeeld goed uit voor inwoners van Leidschendam-Voorburg,
want die zullen dan eerder via de Hofpleinlijn meer keus aan treinen
hebben op Rotterdam CS dan via één van de Haagse stations.
RandstadRail heeft dus voordelen voor de inwoners
van Zoetermeer - die een betere verbinding met de Haagse binnenstad
krijgen - en voor de mensen langs de Hofpleinlijn - waarvoor vooral
de verbinding met Rotterdam verbetert. En er zijn ook de inwoners
van Vinex-wijken, die voor hun openbaar vervoer op de nieuwe stations
langs deze lijnen zijn aangewezen.
Voordelen
Maar zijn er ook voordelen voor de inwoners van Den Haag? Zoals
gezegd wordt het Haagse tramnet via AggloNet verbeterd. Maar het
is niet zo dat RandstadRail en AggloNet elkaars tegenpolen zijn
die elkaar in de weg zitten. Integendeel, ze sluiten naadloos op
elkaar aan. Daar waar RandstadRail van het Haagse tramnet gebruikmaakt
zal de reiziger geen verschil zien met AggloNet. Hooguit dat de
kleur van het materieel anders is, meer niet.
In de Haagse agglomeratie zijn op de nieuwe
tramlijnen 15 en 17 al grotendeels de normen van AggloNet toegepast,
waardoor deze lijnen nu al worden gewaardeerd om hun kwaliteit.
Door de komst van RandstadRail zal dat ook zijn weggelegd voor de
reizigers van de lijnen 3 en 6. Lijn 3 is momenteel de drukste lijn
van het net, maar heeft een infrastructuur die zeker niet optimaal
is. Door RandstadRail wordt dit verbeterd. En waar lijn 3 door de
inkorting tot CS minder aantrekkelijk is geworden komt dat straks
terug door de verlenging naar Zoetermeer. Niet dat nu iedereen meteen
van Loosduinen tot in Zoetermeer zal reizen, maar wel naar het door
RandstadRail mogelijk geworden nieuwe Beatrixkwartier, station Laan
van Nieuw Oost-Indië en Leidschendam-Voorburg.
Het traject van lijn 6 langs de Meppelweg
scoort minder reizigers dan je zou mogen verwachten, omdat de verbinding
met centrum en CS door de omweg via de Hobbemastraat niet echt aantrekkelijk
is. Door RandstadRail krijgen ook Zichtenburg en De Uithof een snellere
verbinding via de Apeldoornselaan, terwijl de Hobbemastraat bediend
blijft door een andere lijn.
RandstadRail heeft de stoot gegeven tot een
grondige verbetering van het tramplatform op CS-hoog. Dit platform
is thans zo goed als onbereikbaar voor mensen die geen trappen kunnen
lopen, want er zijn geen liften en de roltrappen werken maar in
één richting. Volgend jaar wordt de ombouw ter hand
genomen, waarbij de vier zijperrons zullen worden omgevormd tot
twee middenperrons. Daarmee komen ook de liften en de roltrappen
in beide richtingen. Bovendien hoef je dan niet meer trap af en
weer trap op voor sommige overstappen, maar kan dat direct crossplatform.
En last but not least. Zonder RandstadRail
hadden we nog enige tijd moeten wachten op lagevloertrams. Merkwaardig
realiseert bijna niemand zich nog dat als straks ook de haltes goed
zijn aangepast de reizigers op de lijnen 3 en 6 zó de tram
inschuiven, dat mensen met een rollator of een buggy geen probleem
meer hebben en dat mensen in een rolstoel gewoon met de andere mensen
mee kunnen doen.
Het nieuwe trammaterieel voor RandstadRail
heeft nog iets anders dan het huidige materieel. Vroeger was het
gewoonte om zoveel mogelijk zitplaatsen in een tram te proppen.
Dat is echter hinderlijk voor de doorstroming in de tram zelf en
bovendien is er de laatste jaren steeds meer vraag gekomen naar
ruimte voor buggies, vouwfietsen, grote bagage, enzovoort. Daarvoor
plaatsmaken gaat ten koste van het aantal zitplaatsen. Om dat tegen
te gaan worden de trams breder, namelijk 2,65 in plaats van 2,35
meter, zodat het mogelijk is vier stoelen naast elkaar te plaatsen.
Deze maat is inmiddels een internationale standaard geworden voor
light rail. Het grootste deel van het Haagse tramnet is al geschikt
voor materieel van deze breedte, dus waarom zou je daar dan geen
gebruik van maken. Zij het dat er nog wel het nodige moet gebeuren
aan de plaats van masten en de vrije ruimte langs de perrons.
Nadelen
Maar zijn er dan geen nadelen verbonden aan de komst van RandstadRail?
Natuurlijk zijn die er wel. Maar òf ze vallen enorm mee,
òf het blijken als je wat beter kijkt toch voordelen te zijn.
Zo wordt wel genoemd dat de trams op de Zoetermeerlijn niet zo snel
rijden als de Sprinter. Dat klopt, de Sprinter haalt krap 120 km/uur,
maar dat is alleen op het stuk in de Driemanspolder. Voor de rest
is het binnen Zoetermeer maar 60 km/uur. De tram haalt op het lange
stuk 80 km/uur. Maar door de snellere instap van de reizigers wordt
de twee minuten langere reistijd door de lagere snelheid goed gecompenseerd.
Ook wordt wel genoemd dat er door RandstadRail
minder doorsteken in de trambanen komen. Dat klopt als je alleen
naar het autoverkeer kijkt. Uit de tekeningen blijkt duidelijk dat
er voor voetgangers en fietsers niet één doorsteek
minder zal zijn dan thans. Nog sterker: op veel kruisende wegen
wordt het aantal opstelvakken voor auto's verminderd, zodat het
oversteken voor voetgangers en fietsers gemakkelijker wordt.
Voor wat betreft het afsluiten van vrije trambanen
met hekken vindt er thans in Den Haag een herschikking plaats. Op
een enkele plaats zijn er hekken bijgekomen, zoals op de Koninginnegracht
waar de parkeerstrook net naast de trambaan ligt. Maar op meer plaatsen
waar wèl genoeg ruimte is zijn ze juist weggehaald, zoals
op de Laan van Meerdervoort, de Meppelweg en langs lijn 11.
Fijnmazig
En blijft het Haagse tramnet wel zo fijnmazig als dat het nu is?
De komst van RandstadRail zal zeker niet leiden tot het opheffen
van trajecten. Wel wordt er gekeken of sommige lijnen niet op een
andere manier aan elkaar geknoopt kunnen worden. Voor de reizigers
is het dan het meest gunstig als daar een zo groot mogelijke spreiding
in komt. Zo heb je nu vanuit Leidschemdam de lijnen 2 en 6, die
parallel lopen in de Grote Marktstraat. Is het dan niet beter de
ene te handhaven in de Grote Marktstraat en de andere een route
via Hollands Spoor te geven? Waarbij de binnenstad bediend blijft
via de Kalvermarkt.
Een teer punt is het opheffen van enkele haltes.
Zoals gezegd, er moet evenwicht zijn. Niet te weinig haltes maar
zeker ook niet te veel. Waar het bij de bepaling van de plaats van
de haltes vooral om gaat is dat ze gunstig liggen ten opzichte van
de bebouwing, dat de looproutes kort en veilig zijn en dat er een
goede samenhang is met haltes van andere lijnen. In het kader van
RandstadRail is naar alle haltes goed gekeken en het blijkt dat
er toch eerder te veel zijn dan te weinig. Zoals op de Waldeck Pyrmontkade,
waar er zoveel kort achter elkaar liggen dat dit traject door de
reizigers zo veel mogelijk wordt gemeden.
RandstadRail moet gaan rijden op 1 juli 2006.
We kunnen geen dag meer wachten.
Jan van Male, ROVER Den Haag
Gratis openbaarvervoer-actie
in Dordrecht
Hoe zit het met het groene gras bij de buren, ofwel de milieu-inspanningen
buiten de gemeentegrenzen van Den Haag? Branding neemt met ingang
van deze editie een milieuvriendelijke maatregel of actie van een
andere stad onder de loep. Deze keer is dat Dordrecht. Daar werd
eind vorig jaar op een aantal zaterdagen gratis openbaar vervoer
aangeboden. Met succes.
Gratis of zeer goedkoop openbaar vervoer is in het Belgische Hasselt
en in Apeldoorn inmiddels een feit. Elders, zoals in Gouda, Utrecht
en Eindhoven staat het onderwerp hoog op de politieke agenda. In
Dordrecht is in november en december vorig jaar een actie gehouden
met gratis openbaar vervoer op de zes drukste zaterdagen van het
jaar. Op deze zaterdagen kon men gratis gebruikmaken van de bussen
van Stadsvervoer Dordrecht (SVD) en Waterbus. Op de drukste zaterdag
was het aantal reizigers in de stadsbussen bijna drie keer zo hoog
als op een gemiddelde zaterdag (34.000 versus 12.000 passagiers).
Tegelijkertijd bleven de gebruikelijke files en lange wachtrijen
voor de parkeergarages in de Dordtse binnenstad uit. De binnenstad
was op deze dagen goed bereikbaar. Het doel van de actie - mensen
laten kennismaken met het openbaar vervoer - is ruimschoots bereikt.
Wachtrijen
Stadsvervoer Dordrecht, dat onderdeel is van HTM, heeft naast het
meten van het aantal reizigers ook een enquête gehouden onder
de reizigers. "Een kleine 10% van de respondenten gaf aan dat
ze anders met de auto gekomen waren", vertelt de heer Hendrik
Bouwknegt, Hoofd Afdeling Vervoersontwikkeling & Marketing.
"Maar ook 10% zei anders met de fiets gekomen te zijn. Niettemin
constateerden we dat er aanzienlijk meer gereisd werd met de bus,
twee tot drie keer zoveel. Mensen geven midden in het publiek vaak
een sociaal wenselijk antwoord, willen niet toegeven dat ze de bus
nemen omdat het gratis is. Het was bovendien slecht weer en sommigen
waren anders thuis gebleven. Redenen om de bus te nemen waren: de
files, de wachtrijen en hoge kosten van de parkeergarages en het
feit dat de bus gratis was. Een aantal mensen gaf aan dat ze voor
de eerste keer met het openbaar vervoer reisden. Zo'n 50% gaf aan
in de toekomst vaker met de bus te komen als het gratis zou zijn."
Gratis?
"Gratis bestaat natuurlijk niet" aldus Bouwknegt. "De
gemeente heeft 70.000 euro voor de actie uitgetrokken. SVD en de
Waterbus hebben geïnvesteerd in inzet van extra personeel en
materieel. De communicatiekosten van een dergelijke actie zijn overigens
wel heel laag. We hadden een heel simpele boodschap: gratis op de
zaterdagen van half november tot eind december. Zo'n persbericht
wordt overal geplaatst en begrijpt iedereen." SVD is overigens
geen voorstander van helemaal gratis openbaar vervoer. Bouwknegt:
"Dat geld kun je ergens anders niet aan uitgeven en het is
de vraag of het een effectieve besteding is. Los daarvan kleven
er nogal wat nadelen aan gratis openbaar vervoer. Jongelui gaan
met de bus klooien, vliegen in en uit alsof het een speelplaats
is. Dat effect is in grote steden niet te overzien. De chauffeur
heeft dan geen enkel middel om ze eruit te gooien. Als iedereen
zomaar de bus inloopt, voelt de buschauffeur zich gepasseerd, hij
kan niets doen. De sociale controle is in een bus is normaal gesproken
behoorlijk hoog. Agressie en zwartrijden komen bijvoorbeeld veel
minder voor dan in de tram. Gratis openbaar vervoer tast dus de
sociale veiligheid aan."
Of de actie een vervolg krijgt in Dordrecht, is nog niet bekend.
De gemeentepolitiek moet zich er nog op beraden. De heer Bouwknegt
vindt het in ieder geval een geslaagde poging om de 'verwende automobilist
een keer uit de auto en in de bus te krijgen.'
Fiets
Afgezien van veiligheidsaspecten is ook het effect van gratis openbaar
vervoer op een gezonde mobiliteit twijfelachtig. Uit diverse initiatieven
blijkt het lastig om de automobilist structureel meer in het openbaar
vervoer te krijgen. Daarentegen trekt het wel meer mensen van de
fiets. De Fietsersbond pleit er dan ook voor om meer te investeren
in fietsvoorzieningen, waaronder gratis bewaakte stallingen. ROVER,
de vereniging reizigers openbaar vervoer, heeft in diverse media
laten weten dat ze geen gratis openbaar vervoer wil, maar vooral
beter openbaar vervoer.
Lieneke Venhuis
Autovrij
en evenementenvrij?
Het kan raar lopen. De officiële Autovrije
Dag in Den Haag op 22 september j.l. werd een per auto bereikbaar
feestje in de binnenstad met attracties en evenementen. Drie weken
later op de dag van de bijzetting van Prins Claus konden Hagenaars
onverwacht de rust en ruimte ervaren van een echte autovrije dag.
"En daar gaat het om op de Europese autovrije dag", stelt
Marc Beek van de Fietsersbond, afdeling Den Haag. De Fietsersbond
ziet Wipneus en Pim dan ook liever niet deze dag opluisteren.
Het begin van een nieuw jaar is een mooie
gelegenheid om nog even achteruit en daarna vooruit te kijken op
de 'autovrije' inspanningen van de gemeente Den Haag. De Haagse
Autovrije Dag 2002 werd onder het motto 'Binnenstad Buitengewoon
Bereikbaar' gecoördineerd door Bureau Binnenstad, dat de bezoekers
een kijkje in de tramtunnel gunde en voor vermaak zorgde met theater
en muziek. De Haagse Fietsersbond was één van de deelnemende
partijen. Hun activiteiten trokken veel publiek, vooral het ligfietsenparcours
en de workshop fietsendiefstal. Ook werden de winnaars van hun prijsvraag
'Andâhs jatte ze me fiets!!' bekend gemaakt. Voorzitter Marc
Beek: "Daar hebben we vijf inzendingen voor gehad, allen hebben
een prijs gekregen. Erg leuk vond ik het idee om een geknoopte zakdoek
om het achterwiel te winden, onder het spatbord. Daardoor denkt
de dief dat de fiets kapot is en laat hem staan."
Meedenken
Dus een geslaagde Autovrije Dag voor de Fietsersbond?
Beek: "Nee. We zijn op het laatste moment ingeschakeld als
een soort evenementenbureau, wat wij natuurlijk niet zijn als belangenorganisatie.
Wij denken dat het beter is om vroegtijdig alle groeperingen die
met dit onderwerp te maken hebben, erbij te betrekken om mee te
denken. Ook het Haags Milieucentrum. Dan kom je op veel creatievere
ideeën en kost het lang niet zoveel geld als nu. Want als je
er vroeg mee komt, willen de meeste wel belangeloos meewerken. En
wat betreft de invulling: een dag als deze draagt niet bij aan het
ervaren van rust en ruimte, waarvoor de Europese Autovrije Dag bedoeld
is. Je kunt gewoon niet beide hebben: evenementen én rust
en ruimte. Wat ons betreft dus geen Wipneus en Pim op de Autovrije
Dag, hoe leuk die ook zijn. Op de dag van de uitvaart van Prins
Claus was er ineens wèl rust en ruimte. We hoorden van veel
mensen dat ze dat erg prettig vonden."
Winkeliers
Hoe ziet de Fietsersbond de Autovrije Dag 2003 het liefst?
Beek: "Meer autovrij en minder evenementen. En veel meer aanhaken
bij de Europese campagne. Dat scheelt bovendien in de kosten, want
je kunt gebruikmaken van dezelfde boodschap; dat er goede alternatieven
zijn voor de auto. En meer samenwerken. Ik ben er optimistisch over,
want de winkeliers in de binnenstad hebben nu ook ervaren dat een
autovrije zone voordelen heeft. Ik hoop dat ze dit jaar meewerken
aan een echte autovrije dag."
Structureler
Dat er op de Autovrije Dag iets georganiseerd werd in Den Haag,
kwam door een motie van een aantal partijen in de gemeenteraad,
waaronder GroenLinks. GroenLinks is ook niet tevreden over de Autovrije
Dag in 2002. "Nee, absoluut niet, wij wilden veel verder gaan",
aldus raadslid Niek Roozenburg. "Het was meer een inhaalcampagne
voor het openbaar vervoer. Naar onze mening zou deze campagne er
permanent moeten zijn. Wat betreft de Autovrije Dag voor dit jaar:
de hele stad op deze dag dichtgooien voor auto's is niet haalbaar
en daar bereik je je doel, bewustwording en gedragsverandering,
niet mee. Wat ons betreft moet het structureler. Bijvoorbeeld regelmatig
een autovrije dag in een bepaald gebied, dat kan ook voorafgaand
of volgend op de Autovrije Dag in 2003. Dan gaan mensen vanzelf
van alternatieven voor de auto gebruikmaken. Die gedragsaanpassingen
kun je meten. Op die manier maak je er een leerproces van. Daar
is nu nog geen meerderheid voor in de raad, maar we zijn hierover
in gesprek met een aantal andere partijen. Verder willen we absoluut
af van de evenementen op de Autovrije Dag. Het geeft geen natuurlijk
beeld, want iedereen komt erop af en je kunt niets meten. Autovrije
dagen zouden niet bijzonder moeten zijn; mensen moeten hun normale
gang gaan, maar dan zonder de auto.
Lieneke Venhuis
Voor
wie is Randstadrail?
Nu
de besluitvorming over Randstadrail steeds definitiever lijkt te
worden en ook in technisch opzicht de plannen steeds vastere vormen
krijgen, is het zinvol om dit mega-project nog eens goed te bekijken.
Tijdens en na de realisatie zal het namelijk diep in-grijpen in
het leven in de stad. De vraag is wie er voordeel hebben van de
honderden miljoenen die er aan uitgegeven worden.
Voor zover nog is na te gaan werd de eerste
aanzet tot dit project meer dan 15 jaar geleden gegeven. Toen was
de NS, die zich vooral richt op sneltreinen, intercity's en hoge
snelheidstreinen, ontevreden over de exploitatieresultaten van de
Hofpleinlijn en de Zoetermeerlijn. Om kosten te besparen werden
de frequenties verlaagd. Toen dat tot overbezetting van de treinen
leidde, werden uit sommige rijtuigen zitplaatsen uitge-broken zodat
meer passagiers staande vervoerd konden worden. Dat deze 'pakwagens'
niet echt vervoerswervend waren spreekt vanzelf. Er werd bezuinigd
op perso-neel, zowel in de treinen als op de stations. Conducteurs
en perronopzichters verdwe-nen, loketten werden gesloten en in veel
stations was gedurende het grootste deel van de dag - en vooral
de avond - helemaal geen personeel meer aanwezig. Van veel kanten
werd gewaarschuwd dat daardoor de veiligheid in stations en treinen
in ge-vaar zou komen, maar de geprivatiseerde NS wilde boven alles
de exploitatiekosten verlagen.
In dat stadium ontstond bij de Rijksoverheid
het besef dat het niet goed ging met het verkeer. NS verwaarloosde
het voorstadsverkeer en met het streekvervoer ging het ook niet
best. Het autoverkeer nam sterk toe en dat leidde tot files op de
snelwegen en verstopte binnensteden. Daarom stelde het Rijk geld
beschikbaar voor projecten ter verbetering van het openbare vervoer
in de agglomeratiegebieden van de Randstad.
De HTM had toen belangstelling voor het overnemen
van de Zoetermeerlijn en wilde die integreren in het HTM-net. De
gemeente Rotterdam wilde de Hofpleinlijn wel in haar metrosysteem
opnemen. Dit alles werd samengevoegd tot het Randstadrail-project:
de NS wilde de exploitatie van de onrendabele lijnen kwijt, HTM
en Metro Rot-terdam wilden die lijnen wel overnemen en het Rijk
was bereid de kosten op zich te nemen. Dat leverde een enorm, en
wat verdiensten betreft voor veel partijen zeer in-teressant, bouwproject
op. De betrokkenen waren allen in hun nopjes met deze oplossing.
Politici en bestuurders zagen bedrijvigheid en werkgelegenheid toenemen,
NS was van zijn verwaarloosde kind af, HTM en Metro kregen een grote
uitbreiding van hun lijnennet. Over de passagiers sprak niemand
en zo lang de plannen niet uitgewerkt waren, kwamen er weinig klachten
binnen van bewoners die te maken kregen met de gevolgen van het
plan.
Randstadrail wordt vaak gepresenteerd als
'light rail' zonder dat verklaard wordt wat daarmee bedoeld wordt.
Die term suggereert iets nieuws en moderns en wordt in het buitenland
wel gebruikt als moderne motorwagens ingezet worden op een voorname-lijk
voor goederenvervoer met stoomlocomotieven bedreven zijlijntje.
Hier gaat het evenwel om het tot tramlijnen ombouwen van hoofdspoorlijnen
waar kwalitatief goed materieel op rijdt. Dat is geen vernieuwing
en promotie maar degradatie.
Reistijd
Volgens de gemeente is Randstadrail sneller dan de Sprinter nu is,
maar de Sprinter haalt 135 km/uur en Randstadrail niet meer dan
70. Met hoge aanzetversnellingen is geen noemenswaardige verkorting
van de rijtijd te bereiken; die veroorzaken alleen maar ongemak
voor de passagiers. Over hoge remvertragingen zullen we het hele-maal
maar niet hebben. Het is dus niet in te zien dat Randstadrail kortere
rijtijden kan geven dan het huidige materieel.
Minder overstappen
Als voordeel van Randstadrail wordt verder vooral genoemd dat passagiers
zonder overstappen kunnen doorrijden naar het stadscentrum. Er is
echter nooit een studie gepubliceerd of zelfs een schatting gepresenteerd
waaruit blijkt dat een groot deel van de passagiers, die thans met
de Zoetermeerlijn in Den Haag CS aankomen, overstapt op trams naar
het stadscentrum. Het in dienst stellen van Randstadrail in 2006
zal echter wel alle passagiers die met lijn 6 (de drukste lijn van
HTM) uit de richting
Leidschendam komen en nu in CS kunnen blijven zitten, noodzaken
om over te stappen. Dat geldt ook voor degenen die met Randstadrail
uit het centrum van Den Haag aankomen in CS en verder willen in
de richting Bezuidenhout-Mariahoeve-Leidschendam. De invoering van
Randstadrail zal dus eerder tot meer dan tot minder overstappen
leiden. En juist aan dat overstappen blijken reizigers het meeste
een hekel te hebben.
Over het leggen van een directe verbinding
tussen station Rotterdam CS en Scheveningen hoeven we het eigenlijk
niet te hebben. Om Randstadrail naar een halte in de Rijnstraat
te brengen is het noodzakelijk een buitensporig dure fly-over over
alle sporen van Den Haag CS aan te leggen. Zoals het er nu uitziet
is hiervoor geen geld. Als dat toch gebeurt, zal Rotterdams metromaterieel
met hoge vloer dat op de Hofpleinlijn komt te rijden, moeten stoppen
aan een zeer lange halte in de Rijnstraat. Die halte ligt daar dan
knap in de weg, zoals alle andere haltes tot het eindpunt in Scheveningen.
Stuk voor stuk haltes met een deel hoog perron voor Randstadrail
en een deel laag perron voor de HTM trams.
Over het aantal reizigers dat thans vanuit
de Hofpleinlijn overstapt op een tram naar Scheveningen zijn geen
gegevens bekend gemaakt. De indruk is dat het er niet veel zijn,
behalve misschien in de paar zomerweekeinden met mooi strandweer.
Maar wie legt daarvoor een metrolijn aan? Trouwens, wie van Rotterdam
CS - het andere eind-punt van Randstadrail - naar Scheveningen wil,
neemt toch gewoon de non-stop intercity naar Den Haag HS met overstap
op lijn 1 of op lijn 11 voor de haven? Ook hier biedt Randstadrail
meer nadelen dan voordelen, want de nu van CS naar Schevenin-gen
rijdende trams zullen stellig verdwijnen, zodat de reizigers die
daar nu in zitten zullen moeten overstappen.
Comfort
Er wordt gesproken over meer zitplaatsen en ruimere opzet van de
Randstadrailvoer-tuigen. Dat kan alleen met grotere voertuigen met
meer staanplaatsen. Hetzelfde kan ook bereikt worden door het koppelen
van bestaande voertuigen. Behalve over haltes in de nieuwe wijken,
die er voorlopig niet komen, wordt verder gesproken over "optimalisatie
van de ligging" van bestaande haltes. Het is duidelijk dat
daarmee niet ver-betering voor de reizigers maar voor het vervoerbedrijf
wordt bedoeld. Het betekent met name opheffing van haltes die te
dicht bij elkaar liggen, dus mensen moeten dan verder lopen en langer
wachten. Randstadrail kan voor die reizigers alleen maar een achteruitgang
betekenen. Waarom zou iemand die nu per auto naar zijn werk gaat
in 2006 op Randstadrail overstappen? Eerder het omgekeerde. Kortom:
voor de passagiers wordt Randstadrail niet aangelegd.
Ook de bewoners van de binnenstad hebben geen
reden om blij te zijn met
Randstadrail. De vrijliggende banen van Randstadrail onttrekken
onevenredig veel ruimte aan het overige verkeer en maken drukke
winkelstraten slecht oversteekbaar. De veel langere en bredere trams
en de hogere, langere en bredere haltes vermin-deren de ruimte in
de toch al drukke straten van Den Haag nog verder. Ze leiden tot
gevaar, hinder, tijdverlies en extra verkeersopstoppingen. Verder
streeft de HTM naar het afsluiten van kruisende straten, wat leidt
tot tegen de rijrichting in fietsen en gevaarlijke U-bochten op
de overblijvende kruisingen. De absolute voorrang op kruispun-ten
die de HTM opeist voor de monsterlijk lange trams (meer dan twee
maal zo lang als de huidige) betekent voor het overige verkeer langere
wachttijden en nog meer opstoppingen.
Vooruitzichten voor het verkeer
Bij de naoorlogse opbouw van het stadscentrum heeft Den Haag welbewust
en wel-overwogen gekozen voor de 'compacte stad' als stedenbouwkundig
concept. Daarin liggen alle bestemmingen dicht bij elkaar, zodat
de afstanden en de verkeersruimte minimaal zijn. Een prima beleidskeuze,
maar dit heeft wel tot gevolg dat de verkeersdichtheid maximaal
wordt. Daardoor is in het stadscentrum de ruimte op de begane grond
te klein geworden om plaats te bieden aan voetgangers, fietsers,
bestemmings-verkeer van personenauto's, goederenvervoer, hulpdiensten
en openbaar vervoer.
De steeds grotere gebouwen in het centrum
maken de verkeersproblemen steeds nijpender. Er woedt een permanente
oorlog tussen auto´s, openbaar vervoer, fietsers en voetgangers
om een zo groot mogelijk deel van de schaarse ruimte. Bijna altijd
wint de economisch sterkste: de auto, die juist het meest verkwistend
met de ruimte omgaat. Dit leidt tot schade van de leefbaarheid,
het milieu en ook van de lokale ec-nomie. Een auto, waar in de spits
meestal maar één persoon in zit, vraagt meer ruimte
dan tien fietsers. Weinigen zullen ontkennen dat de auto verreweg
het meest univer-seel bruikbare, het meest comfortabele en bovenal
het meest geliefde vervoermiddel is, waar de bezitters zich bovendien
emotioneel vaak stevig mee verbonden voelen. Dit mag echter geen
reden zijn om het gebruik daarvan niet in te dammen, gezien de niet
geringe problemen als gevolg van de toenemende automobiliteit.
Wurgende ontwikkeling
Zolang de groei van het autoverkeer door politieke partijen als
dogma wordt aanvaard, is er geen oplossing voor de verstopte ziekmakende
(binnen)steden. Als ontwik-kelingen alleen aan het krachtenspel
van de vrije markt en de economie worden overgelaten, zal het autoverkeer
iedere stad wurgen. Over de hele wereld ziet men dat ook gebeuren.
Het huidige verkeersplan van Den Haag staat vol met autobevorderende
projecten en zal, als het tij niet gekeerd wordt, onherroepelijk
leiden tot een totaal verstopte stad. Dat kan alleen voorkomen worden
door een drastische beleidswijziging waarbij de verkeersruimte tussen
de verkeerssoorten verdeeld wordt op basis van het ruimtegebruik
per persoon.
De basis daarvoor moet een systematisch en diepgaand onderzoek naar
problemen en mogelijke oplossingen zijn. Een paar grote lijnen van
wat daar vrijwel onontkoombaar uit zal komen, kunnen nu al aangegeven
worden. Een deel van de oplossing zal het scheppen van nieuwe verkeersruimte
in het stadscentrum moeten zijn. Op begane grondniveau zou die ruimte
alleen te maken zijn door grootschalige afbraak en dat kan in Den
Haag nauwelijks overwogen worden. Blijft over het maken van een
tweede verkeersniveau in het centrum en dat ofwel te gebruiken voor
het autoverkeer, ofwel voor het openbaar vervoer.
De meest logische manier om dat tweede niveau
te realiseren, is de manier waarop dat al sinds meer dan een eeuw
in grote steden over de hele wereld gebeurt: door openbaar railvervoer,
ondergronds in het centrum, op viaducten in de buitenwijken en buiten
de bebouwing terugkomend op de begane grond. Het openbare railvervoer
heeft meer recht op het voorrecht van de kruisingsvrije baan dan
het particuliere verkeer omdat het er veel meer personen per uur
over kan vervoeren. Bovendien is een railtunnel veel goedkoper en
veiliger dan een wegverkeerstunnel omdat geen giftige uitlaatgassen
verwijderd behoeven te worden en omdat er geen grote hoeveelheden
brandstoffen door gaan. Ook vraagt dit minder ruimte voor in- en
uitritten.
Dit leidt tot een samenhangend, op het stadscentrum
gericht net van railverbindingen. In bijna elke stad wordt het hart
van een dergelijk net gevormd door twee elkaar in het centrum kruisende
ondergrondse lijnen. De aanzet tot de eerste daarvan zou in Den
Haag de tramtunnel onder de Grote Marktstraat kunnen zijn die binnenkort
in gebruik wordt genomen.
Ir. Henk Ens
Het verhaal achter
een fietsenstalling en speelplaats
In de Acaciastraat hebben de bewoners
grote behoefte aan een veilige en fijne speelplek voor hun kroost
niet al te ver van de voordeur. Maar dat niet alleen. Er is ook
behoefte aan een veilige overdekte fietsenstalling. De huizen zijn
niet geschikt om de fietsen te herbergen. De stalen ros staat dus
noodgedwongen buiten bloot aan de gesel van storm en regen en aan
de grijpgrage of vernielende handen van mensen met weinig respect
voor het bezit van een ander. Er zijn weinig zaken die als erger
ervaren worden dan s'ochtends naar je werk te moeten of je kinderen
naar school te willen brengen en je fiets is weg of onklaar gemaakt.
Als hier geen oplossing voor komt is voor veel mensen het alternatief
voortaan maar in de auto te stappen en zo ook hun bijdrage te leveren
aan verkeersopstoppingen en het verder verzieken van onze lucht.
Ergens begin 1996 slaat een aantal bewoners de handen ineen. Ze
hebben een terreintje ontdekt bij de buurtbibliotheek aan de Acaciastraat
dat niet gebruikt wordt en dat uitstekend zou kunnen dienen als
speelplaatsje voor hun kinderen en als een eenvoudige fietsenstalling.
Eerst moest natuurlijk de bibliotheek bereid gevonden worden hun
terreintje daarvoor beschikbaar te stellen. Vervolgens de procedure
om onder de vleugels van de Bewonersorganisatie Bomenbuurt rechtspersoon
te worden om eventuele vergunningen en geld aan te kunnen vragen
bij de gemeente en allerlei fondsen. Toen dat voor elkaar was, werd
onder de bezielende leiding van Hans Verboom het buurtcomité
Acaciastraat opgericht. Na zich verdiept te hebben in het speelterreinenbeleid
van de gemeente, verliep de toekenning van de middelen voor het
speeltuintje vlot. In die tijd was de gemeente namelijk net bezig
met haar nota Speelbeleid en was voor de uitvoering daarvan vanuit
het Grotestedenbeleid geld beschikbaar. In juni 1997 werd fl 27.000
toegekend. Bovendien bleek de gemeente zo soepel om het geld, gereserveerd
voor het speeltuintje, te lenen voor het plaatsen van de fietsenstalling
die berekend was op nog geen fl 15.000.
Het buurtcomité wilde eerst de fietsenstalling, omdat met
de inkomsten daaruit het onderhoud van het speelplaatsje bekostigd
kon worden en de fietsenstalnood hoog was. Dat blijkt bijvoorbeeld
uit de wachtlijst die al snel ontstond, want er waren meer belangstellenden
dan stallingsplaatsen. Onder het initiatiefgroepje bevond zich gelukkig
een aannemer in ruste die wel voor heter vuren had gestaan dan het
ontwerpen en inpassen van vier hekken met een dak erover en dit
te laten plaatsen door in dit geval de firma Respo. Een tegenvaller
was dat, ondanks eerdere mededelingen van de gemeente en die firma,
er toch een bouwvergunning vereist was. In mei 1997, na het uitreiken
van een gouden klinker, werd deze dus aangevraagd en de 'bouwtekening'
ingediend. Een eenvoudig en functioneel ontwerp met twee rijen fietsen
dat voortbouwde op het bestaande hek als toegang voor de fietsenstalling.
Van bouwtekening naar bouwtekening
De Welstandscommissie diende een oordeel te vellen. Daarmee begon,
na een aanvankelijk voorspoedige start, een periode van frustraties,
onzekerheid, oponthoud en stilstand. De betrokkenheid en motivatie
van de bewoners werd ernstig op de proef gesteld en wel zodanig
dat onder meer de aannemer, aangetast in zijn beroepseer, er de
brui aangaf. Omdat het ontwerp niet goed ingepast zou zijn, wees
de Welstandscommissie het over een periode van enkele maanden meerdere
keren af. Dit zonder aan te geven hoe de commissie wel te behagen
zou zijn en ondanks het vroegtijdige verzoek van het bewonerscomité
hiertoe. Uiteindelijk werd in oktober 1997 het smallere en hogere
ontwerp goedgekeurd. Door de aanpassingen in het ontwerp waren de
kosten gestegen van fl 10.000 naar maar liefst fl 35.000; een bedrag
dat de gemaakte reservering ver te boven ging. Alles kwam dus weer
tot stilstand en de leden van het comité moesten noodgedwongen
hun schaarse tijd steken in getrek om geld en het aanschrijven van
fondsen. Niet bepaald de manier om bewoners, die zich voor de goede
zaak inzetten, bij hun straat en stad betrokken te houden.
Uiteindelijk kwam er in juni 1998 extra geld van de Dienst Stedelijke
Ontwikkeling en vond op 4 november van datzelfde jaar de feestelijke
opening van de fietsenstalling plaats. Inmiddels zijn bijna drie
jaar verstreken sinds de eerste activiteiten van de bewoners. Iedereen
natuurlijk toch vreselijk blij met het uiteindelijke resultaat.
De wachtlijst was in die tijd fors gegroeid, met smeekbrieven van
bewoners om een plaatsje in de fietsenstalling te veroveren. En
van de kinderspeelplaats, waar het initiatief mee begon, was nog
niets gerealiseerd.
Groeiende vraag
Omdat de wachtlijst voor een stallingsplaats bleef groeien en groeien,
werd er nageacht over manieren om de bergingscapaciteit te vergroten.
Er was maar één mogelijkheid: het benutten van de
verplicht gestelde hoogte van de fietsenstalling, door het installeren
van een bovenlader. Na bestudering van verschillende systemen werd
gekozen voor een gasgeveerde fietsenlift. Dit bleek het enige systeem
dat ook voor oudere bewoners en kinderen makkelijk te bedienen is.
Aan dit stukje vernuft hing echter een fors prijskaartje! Wederom
kwam DSO over de brug, ditmaal met een subsidie van fl 25.000. In
september 2002 kon de herbouwde stalling, met 25 extra plaatsen
worden geopend. Een aanvraag werd ook ingediend bij Innovatie Programma
Stedelijke Vernieuwing (IPSV). Deze aanvraag werd genomineerd als
een van de vijf Haagse projecten. Daar stond het, met 2600 (!) euro,
tussen gemeentelijke miljoenenprojecten. Het project kreeg dan ook
de schattigheidsprijs. Dit was een terechte blijk van waardering
van de gemeente en de bewoners waren dan ook terecht vereerd en
trots. Met dit geld kan de stalling weer een stukje worden uitgebreid.
Nu terug naar de kinderspeelplaats bij de
fietsenstalling. Met behulp van gelden uit verschillende gemeentelijke
en particuliere fondsen (en giften van buurtbewoners), tja het is
geld bij elkaar schrapen, kon in 1999 de speeltuin op de dag voor
Sinterklaas worden geopend en daarna verder uitgebreid met meer
speeltoestellen. Natuurlijk iedereen weer hartstikke blij en zeker
degenen die uiteindelijk beloond werden voor hun uithoudingsvermogen.
We schrijven dan wel bijna vier jaar later. Voor de bewoners die
al in 1996 het initiatief ondersteund hadden, mede vanuit een persoonlijk
belang, dat van het veilig kunnen spelen van hun kleuters, was dit
te laat. Hun kinderen waren het speeltuintje ondertussen ontgroeid.
Een volgende verwikkeling dient zich al weer
aan: in 2004 wordt de buurtbibliotheek opgeheven. Het contract voor
het gebruik van het terreintje zal daarmee worden beëindigd.
Het is op dit moment nog niet zeker welke bestemming het pand na
het vertrek van de bibliotheek zal krijgen en hoe het gebruik van
fietsenstalling en speelterrein hierin ingepast kan worden.
Conclusie
Het gaat hier niet om het uitdelen van rapportcijfers en de leden
van het comité benadrukken dat ze blij zijn met het resultaat.
De goede relatie met de gemeente wordt gekoesterd. De vraag die
soms opdoemt is: wie is er nu voor wie en wie dient nu het meest
gekoesterd te worden? Het gaat er echter om van deze ervaring te
leren. Want hoe je het ook went of keert, vier jaren van onzekerheid
en 'strijd' houden weinig buurtbewoners vol; in deze tijd nog minder
dan pakweg 20 jaar geleden. Dat moet en kan anders. Als dat niet
lukt en initiatieven van buurtbewoners niet met voorrang behandeld
worden, kunnen we het wel vergeten met die zo gewenste echte betrokkenheid
van burgers bij hun leefomgeving.
Aanvankelijk ging alles best voorspoedig.
Er moeten nu eenmaal zaken goed en zorgvuldig geregeld worden met
andere bewoners, met de bieb, met de bewonersorganisatie en met
de gemeente die ook weer afhankelijk is van procedures en regelingen.
Als bewoner zie je de mogelijkheden en de noden en wil je snel resultaat.
Het gaat tenslotte om een dermate klein project dat enkele maanden
meer dan voldoende zouden moeten zijn om alles af te handelen. Hier
botst, per definitie bijna, een klein initiatief op een groot systeem.
Vaak krijgen projecten pas aandacht als het om honderdduizenden
of miljoenen gaat. Toen de kosten van de fietsenstalling een stuk
hoger werden werd het project al interessanter en de gasdrukgeveerde
fietsenlift genereerde belangstelling en gaf direct meer status
aan het geheel.
Die toestand met de Welstandscommissie was
zeker te voorkomen geweest. Dat had een stuk gescheeld. Er zou ook
meer ondersteuning op maat moeten komen als het daarvoor noodzakelijke
overleg niet teveel kostbare tijd kost. De contacten met HOF via
'Mooi Zo, Goed Zo' hebben wel subsidie van het Juliana WelzijnsFonds
opgeleverd, maar niet de ondersteuning op maat die in het vooruitzicht
was gesteld. In het verkorten van het hele traject van initiatieven
en wensen naar uiteindelijke realisatie zouden bijvoorbeeld Buurtontwikkelingsbedrijven
per stadsdeel met een ruim bemeten budget, met als doel het bevorderen
van leefbaarheid en duurzaamheid, een belangrijke rol kunnen spelen.
Zo blijft het voor de bewoners ook leuk en in tijd te doen om zich
voor hun leefomgeving in te zetten.
Frans van der Steen
Een beetje Autovrije
dag
De auto is in en het milieu is uit, zo lijkt het
wel. In dat klimaat speelt zich in dit jaar in Nederland de Europese
Autovrije dag af. Er zijn nog genoeg gemeenten die enthousiast meedoen,
zoals Leeuwarden, Amsterdam en Goes, maar bij veel gemeenten staat
milieu momenteel niet hoog op de agenda. Dat heeft ongetwijfeld
te maken met de grote veranderingen in de gemeentepolitiek en de
koerswijziging in de landelijke politiek. De gemeente Den Haag doet
wel mee, maar heeft er voor gekozen om op een andere manier invulling
te geven aan de dag. De Autovrije dag op 22 september wordt niet
aangegrepen om de gevolgen van de automobiliteit voor milieu en
leefbaarheid voor het voetlicht te brengen.
Onder de noemer 'Binnenstad Buitengewoon Bereikbaar'
wordt op 22 september een feestje gebouwd in de Haagse binnenstad.
Vier extra straten worden voor autoverkeer afgesloten en er staan
diverse evenementen op het programma die alternatieve vormen van
vervoer promoten. De parkeergarages blijven gewoon bereikbaar. Mensen
kunnen dus met de auto naar het aangekondigde feestje in de binnenstad
komen omdat deze die dag zo buitengewoon bereikbaar is. Voor deze
invulling is gekozen omdat dat de binnenstad op dit moment lastig
bereikbaar is in verband met een groot aantal infrastructurele werken
in de binnenstad.
Geen Autovrije dag
Het mag beslist geen Autovrije dag heten. Wethouder voor Verkeer,
de heer B. Bruins is daar heel stellig in: "We willen de mensen
enthousiasmeren om op een andere manier naar de binnenstad te gaan.
Dat betekent dus niet dat we mensen gaan verbieden om met de auto
naar de parkeergarages aan de rand van het centrum te gaan, maar
dat we het voor die groep aantrekkelijk maken om een keer met het
openbaar vervoer of op de fiets naar de binnenstad te komen. Het
moet gezellig, aantrekkelijk en vrolijk worden. Het gaat niet om
het afsluiten van straten voor autoverkeer, maar om het centraal
stellen van andere vervoermiddelen. En als dat mensen aan het denken
zet, is dat meegenomen. We organiseren dit evenement overigens in
het kader van de 'Groene Week van de Europese commissie'. Op 22
september staat in die week 'binnenstedelijke bereikbaarheid' in
de schijnwerpers."
Dit is het compromis dat wethouder Bruins met de ondernemers van
de Haagse binnenstad en de gemeenteraad heeft gesloten. De gemeenteraad
diende in juni een motie in om aan de Autovrije dag mee te doen.
De ondernemers waren echter fel gekant tegen het afsluiten van de
binnenstad voor autoverkeer uit vrees voor omzetverlies. "Het
leuke is dat dit programma breed gedragen wordt: door de winkeliersvereniging,
de vervoersbedrijven, de stichting Binnenstad en de Fietsersbond;
iedereen is er enthousiast over," aldus de wethouder.
Ludieke vervoermiddelen
Het doel van de dag is het publiek te laten zien dat je op allerlei
manieren de Haagse binnenstad uitstekend kunt bereiken, zoals met
de tram of bus of op de fiets. Er zullen ludieke vervoermiddelen
rondrijden zoals de fietsriksja en de paardentram en de binnenstadbezoeker
wordt vermaakt met onder meer straattheater en een fietsbehendigheidsparcours.
Daarnaast is er informatie beschikbaar over het openbaar vervoer
en de plannen van de gemeente op vervoersgebied. Het publiek wordt
gestimuleerd om per openbaar vervoer of op de fiets te komen. Met
Connexxion en HTM is overleg over speciale kortingen die dag. Een
discussie op gang brengen over automobiliteit is niet aan de orde.
Bruins: "We willen er een feestelijke dag van maken en alternatief
vervoer op een leuke manier onder de aandacht brengen. We gaan overigens
evalueren of het programma aanslaat bij het publiek."
Het is echter de vraag of deze gang van zaken overeenkomt
met de bedoeling van de motie die de gemeenteraad indiende. De meerderheid
van gemeenteraadsleden die de motie steunden, wilde dat de gemeente
zelf initiatieven zou nemen om de Autovrije dag onder de aandacht
van de Hagenaars te brengen. Dat heeft zeker een feestelijke kant
waarbij het publiek ook kan genieten van de rust die de afwezigheid
van de auto met zich meebrengt. Maar daarnaast een meer serieuze
kant met aandacht voor de niet geringe gevolgen van de alsmaar toenemende
automobiliteit.
Samenwerking
De organisatie van de dag is in handen van Bureau Binnenstad. Bureau
Binnenstad is een samenwerkingsverband tussen de gemeente, de binnenstadondernemers
en de Kamer van Koophandel. Voor het theaterprogramma is een extern
evenementenbureau ingeschakeld. Het geheel kost 92.000 Euro. De
Haagse Fietsersbond doet ook mee. Deze organisatie heeft zich later
op eigen initiatief gemeld bij de gemeente. Verder heeft de gemeente
de vervoersbedrijven benaderd. Het Haags Milieucentrum dat de afgelopen
jaren de trekkersrol had rond de Autovrije dag en particuliere organisaties
die actief zijn op het gebied van natuur, milieu en bereikbaarheid
zijn niet benaderd door de gemeente. "Natuurlijk zijn ze welkom
om mee te denken", zegt wethouder Bruins, "maar we hebben
daar niet in de eerste plaats aan gedacht. Als jullie nog leuke
ideeën hebben, breng ze gerust nog in. Wij zijn aan de slag
gegaan met degenen die zich aangemeld hebben."
Particulier initiatief
Een feestelijke dag in de Haagse binnenstad waarop alternatieve
vervoermiddelen centraal staan is mooi. Het past in deze tijd. Wat
ook in de huidige tijdgeest past, is eigen verantwoordelijkheid
en particulier initiatief. Om dat te stimuleren zou de gemeente
Den Haag nog meer kunnen doen. Want de huidige invulling van de
Autovrije dag biedt daarvoor weinig mogelijkheden. Door actief een
beroep te doen op burgers en particuliere organisaties en ze faciliteiten
te bieden, kan de gemeente veel meer met de Autovrije dag bereiken.
Met hetzelfde budget. En een echte discussie over de gevolgen van
de automobiliteit op gang brengen. Of is dat uit?
Lieneke Venhuis
Haagse Autovrije
Dag
Zondag 22 september van 13.00 tot 17.00 uur, op en rond het Spuiplein
Dit jaar zal de Europese Autovrije Dag op 22 september
niet ongemerkt aan de Residentie voorbijgaan. Een belangrijk deel
van de binnenstad zal autovrij worden gemaakt! Dit is te danken
aan een motie gesteund door alle politieke partijen in de Haagse
gemeenteraad, behalve het CDA (met de wethouder Milieu) en de VVD
(met de wethouder Verkeer). Op verzoek van de winkeliers zal de
Binnenstad vooral per Openbaar Vervoer op Buitengewone wijze Bereikbaar
worden gemaakt. De HTM en Connexxion komen goed in beeld: het Bureau
Binnenstad is al vanaf 16 mei met het bedenken van allerlei attractieve
activiteiten bezig. Pas in een laat stadium werd ook aan het organiseren
van activiteiten ter promotie van het fietsgebruik gedacht. Op verzoek
van de gemeente Den Haag heeft de Fietsersbond de volgende activiteiten
bedacht:
Workshop Ligfietsen
Op het Spuiplein staan diverse soorten ligfietsen van de Haagse
ligfietsenspecialist uit de Piet Heinstraat klaar voor een gratis
proefrit. Ervaren leden van de Fietsersbond geven ligfietsinstructie.
Na afloop ontvangt u namens de gemeente Den Haag een informatief
boekje met tips en aanwijzingen voor een veilig gebruik van de ligfiets.
Workshop Fietsendiefstal
Ooit de behoefte gehad om ook eens een fiets te gaan stelen? Leer
dit nu snel en vakkundig zelf te doen tijdens de workshop van de
Fietsersbond op het Spuiplein: waar moet u vooral op letten wanneer
u het stelen van een fiets gemakkelijk wilt maken en hoe wordt u
meester in het behendig open krijgen van diverse soorten sloten.
Het volgen van deze geheel gratis workshop is trouwens ook aan te
raden wanneer u juist wilt voorkomen dat uw fiets weer eens gestolen
wordt! Na afloop ontvangt u namens de gemeente Den Haag (Fiets Voorop!)
en Biesieklette een informatief boekje met tips en aanwijzingen
voor het veilig stallen van uw fiets.
Fiets-Wijzer
Vanuit een speciaal gebouwde promotiefietskar van de Fietsersbond
wordt de Fiets-Wijzer van de provincie Zuid-Holland (Fietsplan 2001)
uitgedeeld: een handzaam boekje met praktische kaarten dat vooral
in de behoefte aan informatie van de beginnende woon-werkverkeer
fietser of de hier onbekende recreatieve fietser voorziet.
Betjaks
De geoefende fietskoeriers van de Versnelling en de getrainde leden
van de Residentie Triatlonclub rijden de gehele dag de bezoekers
aan de binnenstad gratis naar hun bestemming in een betjak: een
Indonesische fietstaxi.
Prijsuitreiking
Bij de promotiestand van de Fietserbond op het Spuiplein worden
om 16.00 uur de winnaars bekend gemaakt van de Haags Milieucentrum
prijsvraag Andâhs jatte ze me fiets!! De winnaars hebben de
meest ludieke en tevens praktische wijze bedacht om een fiets in
Den Haag te behoeden voor fietsendiefstal.
Marc Beek, Voorzitter Fietsersbond afdeling
Den Haag
Prijsvraag: Andâhs jatte ze me fiets!!
Win één van de vijf onkraakbare fietssloten ter waarde
van 25 euro
Geef met niet meer dan honderd woorden en/of een
tekening op maximaal een A4-tje aan hoe in Den Haag op ludieke en
tevens praktische wijze een fiets door de wettige eigenaar kan worden
behoed voor fietsendiefstal.
Vermeld bij uw ludieke en tevens praktische idee uw
naam, adres en woonplaats. Zend uw idee met uw persoonsgegevens
uiterlijk op dinsdag 17 september per post of per e-mail naar het
Haags Milieucentrum, Paviljoensgracht 1, 2512 BL Den Haag, info@haagsmilieucentrum.nl
of lever deze in op 22 september tot 15.00 uur bij de promotiestand
van de Fietsersbond op het Spuiplein.
Het dagelijks bestuur van de Fietsersbond afdeling
Den Haag e.o. zal voor 17 september op zorgvuldige wijze een driehoofdige
jury samenstellen bestaande uit diverse, om begrijpelijke redenen
deels anoniem blijvende, deskundigen op het gebied van de fietsendiefstal
in Den Haag. Inzendingen worden eigendom van het Haags Milieucentrum.
Over inzending en uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Winnaars
worden op 22 september om 16.00 uur bekend gemaakt bij de promotiestand
van de Fietsersbond. Winnaars krijgen uiterlijk 1 oktober schriftelijk
bericht op het op de inzending vermelde adres. Prijzen zijn tot
1 november op vertoning van een geldig legitimatiebewijs op te halen
bij het Haags Milieucentrum, Paviljoensgracht 1, Den Haag. Nadien
niet opgehaalde prijzen vervallen aan de Fietsersbond afdeling Den
Haag e.o.
Verkeersplan
gaat heldere keuze uit de weg
De voorzitter van de Fietsersbond leverde in de
vorige Branding een bijdrage over de fiets en het verkeersplan.
Wij beloofden, als vervolg, artikelen over het openbaar vervoer
en de auto in het kader van het verkeersplan. Daarover valt het
nodige te zeggen. Maar juist bij deze twee vervoersmiddelen hangen
oplossingen en te nemen maatregelen nauw met elkaar samen. Daarom
eerst globaal onze visie op een duurzaam verkeersbeleid en de belangrijkste
uitgangspunten hoe dit te realiseren. Vervolgens wordt deze vergeleken
met de visie en de uitgangspunten van het concept Verkeersplan tot
2010.
Een duurzaam verkeersbeleid houdt rekening met de economie en dus
met een goede bereikbaarheid van bedrijven, met de belangen van
natuur en milieu en met de belangen van de verschillende soorten
reizigers. Daarnaast is een hoge mobiliteit ook een verworvenheid
en het kunnen beschikken over een auto scoort terecht hoog. Daar
willen wij niet aankomen. Al zijn milieutechnische verbeteringen
slechts in beperkte mate mogelijk, voor een aantal doeleinden is
de auto een fantastisch vervoersmiddel. Echter, een gegarandeerd
hoog mobiliteitsniveau is niet hetzelfde als tegemoet komen aan
de vele wensen wat betreft automobiliteit, want die zijn in principe
onbegrensd. Dit terwijl ruimte, geld en milieu wel begrensd zijn.
Bovendien houdt de keuzevrijheid van de ene individuele burger op
waar de leefbaarheid van de andere burger en het milieu begint.
We betalen nu al een veel te hoge prijs voor de fors uit de hand
gelopen automobiliteit. Er is niets tegen het hebben van fun, integendeel.
Maar het plezier van de autorijder houdt wel op waar de misère
van anderen begint.
Dan hebben we het over verstopping van wegen, asociaal
gedrag van een harde kern automobilisten, onveiligheid, geluidshinder,
het grote ruimtebeslag, stank, het vele blik dat het aangezicht
van de stad domineert en tenslotte de aanslag op onze gezondheid
en het milieu door fijn stof, roetdeeltjes, CO2 en andere giftige
en klimaatverstorende emissies. Dat kan niet langer zo doorgaan.
De auto is, zoals wij al eerder betoogd hebben, van een zegen voor
de mens verworden tot misschien wel de grootste plaag van onze stad.
Zelfs de Kamers van Koophandel vinden dat er stevige maatregelen
moeten komen, omdat het voortdurend vastzittende verkeer bepaald
niet goed is voor de bereikbaarheid van bedrijven. Deze exponenten
van de vrije markt denken zelfs aan het opleggen van beperkende
maatregelen voor niet-zakelijke automobiliteit.
De vraag die centraal staat, is welk vervoer we letterlijk
de ruimte willen geven. Die ruimte is namelijk per definitie schaars.
Iedere vierkante meter die aan de één gegeven wordt,
moet in principe worden weggehaald bij de ander. Meer ruimte scheppen
in de binnenstad betekent vaak sloop. Vrije trambanen gaan ten koste
van parkeerruimte, fietspaden, oversteekbaarheid en leefbaarheid
van straten. Dit geldt zeker voor een bestaande grote stad met weinig
uitbreidingsmogelijkheden als Den Haag. Maar niet alleen ruimte
is een beperkende factor. Het gaat ook om geld. Ook dat is per definitie
schaars. Met geld is het namelijk, hoewel in beperkte mate, mogelijk
om extra ruimte te scheppen. Naast ruimte en geld zijn er natuurlijk
meer zaken van belang zoals betere handhaving van verkeersregels
en het letterlijk geven van voorrang. Geef je de fiets, het openbaar
vervoer of de auto meer voorrang op kruisingen door directe verbindingen
en door het scheiden van de verschillende verkeersstromen. Dat laatste
vraagt overigens ook weer ruimte. Wij beperken ons in dit artikel
echter tot ruimte en geld.
Van alle vervoersmiddelen neemt de auto per persoon
verreweg de meeste ruimte in. Geef je de auto in de stad de ruimte,
dan drukt deze de fietser en het openbaar vervoer van de weg. Tenzij
er met miljardeninvesteringen wat meer ruimte gecreëerd wordt.
Daar moeten we echter niet teveel van verwachten, want die extra
ruimte helpt vaak niet, omdat die nieuwe wegen toch weer ergens
samen moeten komen en op die plekken, bijvoorbeeld aan het eind
van tunnels, nieuwe verkeersophopingen ontstaan. Bovendien, en belangrijker,
wordt de ruimte die geschapen wordt als vanzelf opgevuld door nog
meer auto's. Bij veel mensen staat de auto hoog op het lijstje van
verlangens en in onze welvaartsmaatschappij is voldoende koopkracht.
Als er weer meer ruimte op de weg komt, grijpt men zijn kans. Bovendien
trekken meer auto's een nog zwaardere wissel op de leefbaarheid
in de stad en op de natuur en het milieu. Wel is het mogelijk om
met het investeren in infrastructuur autostromen te bundelen en
gerichter naar de plaats van bestemming te voeren, wat de woonwijken
gedeeltelijk ontlast. Maar de toename van het aantal auto's zal
dit voordeel meer dan teniet doen en de overlast en milieubelasting
zal, daar waar die bundeling plaatsvindt, fors toenemen.
GIGA-INVESTERINGEN
De andere keuze is het openbaar vervoer, de fiets en niet te vergeten
de deelauto de ruimte te geven. Deze keuze zal de leefbaarheid zeker
ten goede komen en spaart natuur en milieu. Uitgaande van het behoud
van een kwalitatief hoge mobiliteit biedt dit het noodzakelijk alternatief
voor het onnodige gebruik van de privé-auto. Je mag tenslotte
van mensen niet verwachten dat zij geregeld voor uitstapjes, boodschappen,
kinderen halen en brengen en de gang naar het werk de auto laten
staan, als er geen aantrekkelijk alternatief is. Deze keuze ligt
ook zo voor de hand, omdat het openbaar vervoer, de deelauto en
zeker de fiets veel minder ruimte innemen en investeringen daarin
dus aanmerkelijk minder gemeenschapsgeld kosten. Om een hoge kwaliteit
van het openbaar vervoer te bewerkstelligen hebben we het overigens
nog steeds over grote bedragen, zeker als we er bijvoorbeeld voor
zouden kiezen een metro aan te leggen.
Nu zou je kunnen denken, we doen het gewoon allebei.
En meer ruimte voor de auto en meer ruimte voor de fiets en het
openbaar vervoer. Win-win dus en keuzevrijheid-blijheid. Maar dat
kan dan alleen met dubbel grote dus giga-investeringen. Dit is eigenlijk
waar het conceptverkeersplan, op papier dus, voor kiest. Maar deze
vlieger gaat niet op. Men zou dan eerst heel goed aan moeten geven
waar men al dat geld vandaan wil halen, want geld is een sterk beperkende
factor. Dat wordt in het conceptverkeersplan niet duidelijk. Wat
vanuit tientallen jaren ervaring wel duidelijk is, is dat de beloofde
miljarden voor openbaar vervoer meestal uitblijven en uitvoeringstrajecten
op dat terrein lang duren. Dit meestal in tegenstelling tot toegezegde
miljarden voor auto-infrastructuur die relatief snel gerealiseerd
wordt.
Minstens zo belangrijk is dat de vlieger ook niet
opgaat vanuit de eigen doelstellingen van de gemeente, namelijk
die zoals vastgelegd in het milieubeleidsplan. Uitvoering van het
verkeersplan betekent dat de zogeheten 'modal shift' nooit bereikt
zal worden. Modal shift wil zeggen dat, uitgaande van hetzelfde
aantal kilometers, er een grootschalige overstap plaatsvindt van
de auto naar het openbaar vervoer en de fiets. Het milieubeleidsplan
kiest overduidelijk, terecht en ambitieus voor forse reductie van
CO2 binnen onze stadsgrenzen. Het nemen van een aantal technische
maatregelen is lang niet voldoende. Dat kan alleen bereikt worden
door waar mogelijk het autoverkeer te beperken. Het kan toch niet
zo zijn, dat noodzakelijke maatregelen die de ene milieuwethouder
voor moet stellen om het collegebeleid te verwezenlijken, haaks
staan op maatregelen die de andere mobiliteitswethouder voorstelt,
terwijl deze ook meent het collegebeleid uit te voeren.
Dit zijn geen makkelijke vraagstukken, maar wel heldere
dilemma's. Het geld is er gewoonweg niet voor en-en. De ruimte geven
aan alle vervoersvormen staat haaks op het eigen (noodzakelijke)
milieubeleid en aldus zullen veiligheids- en gezondheidsproblemen
van de Haagse burgers ook niet opgelost worden. Precies voor dit
soort moeilijke dilemma's hebben wij burgers de politiek aangesteld.
Om soms tegen het directe korte termijn privé-belang in,
niet gemakkelijke, maar wel heldere keuzes te maken. Soms dus de
individuele wensen van groepen kiezers weerstaan, ook al behoren
die kiezers tot je eigen achterban. Dit om vanuit weging van verschillende
belangen, het algemene en overkoepelende belang te dienen waar een
politicus en bestuurder met name voor aangesteld is.
GELDSTROMEN OP MAAT
Als je vanuit zorg voor duurzaamheid, gezondheid, veiligheid en
andere leefbaarheid als overheid een hoge mobiliteit en een hoge
kwaliteit daarvan wilt garanderen, dan is er dus maar één
keuze mogelijk. Dat is het toebedelen van voldoende ruimte en middelen
aan met name het openbaar vervoer en zeker ook de fiets en de deelauto,
ten koste van de automobiliteit. Daar moeten juist, ondermeer door
een duurzaam parkeerbeleid, beperkende maatregelen genomen worden.
Alleen zo en met een fijnmazig, frequent, veilig en comfortabel
openbaar vervoer, kunnen mensen verleid worden bij veel van hun
uitstapjes of zakelijk vervoer over te stappen op de trein, tram
en bus. Of natuurlijk op de fiets en in de deelauto, maar dat kost
niet zoveel geld. Deze heldere keuze wordt in het concept verkeersplan
niet gemaakt. Hij wordt zelfs krampachtig ontweken. Als grote investeringen
in het openbaar vervoer en in mindere mate (want relatief goedkoop)
in de fiets niet gegarandeerd worden, en daar geen tijdpad voor
wordt gesteld dat is verbonden met het tijdpad voor de investering
in een minder aantal wegen, dan is het de automobilist die zoals
tot dusverre altijd het geval is, aan het langste eind trekt ten
koste van het milieu en de andere weggebruikers.
Het gaat er dus ook om hoe je geldstromen richt. Als
de gemeente een effectief en duurzaam verkeersbeleid wil voeren,
dan moet zij haar energie en invloed inzetten om van het rijk de
benodigde middelen daarvoor te krijgen. Als subsidieregelingen vanuit
het rijk het gewenste gemeentebeleid niet mogelijk maken, dan moet
dat door onze wethouders op dat niveau aan de orde gesteld worden,
meestal bij eigen minister-partijgenoten. Er moet gewoon meer geld
vanuit het rijk naar met name openbaar vervoer, maar ook naar de
fiets en de deelauto. Maar ook binnen de geldstroom die er voor
een beter openbaar vervoer beschikbaar zou komen, kunnen beter andere
keuzes gemaakt worden. Een concreet voorbeeld is de financiële
beloftes in verband met Randstadrail. Die lopen al vanaf 1987, zo'n
15 (!) jaar dus. Maar er is niet in de eerste plaats behoefte aan
nieuwe infrastructuur. Van het al die tijd gereserveerde geld had
zonder probleem een betere dienstverlening (frequentie, aansluiting,
loop-afstand) op het bestaande net verwezenlijkt kunnen worden en
dit had fijnmaziger gemaakt kunnen worden. Dat alles kan relatief
snel gerealiseerd worden als je ziet hoe snel de tramlijnen 15 en
17 aangelegd zijn voor elk niet meer dan 35 à 80 miljoen
euro. Wat kun je dan niet doen met de 500 miljoen euro die Randstadrail
zou kosten? Wat financieel echter goed is voor vervoerders die dergelijke
grote projecten exploiteren, loopt lang niet altijd parallel met
wat goed is voor de reizigers. Wat zij samen voor hun kaartjes betalen
is namelijk maar een deel van de geldstromen waarmee vervoerders
worden gevoed.
Het kan allemaal heel anders. Nergens heeft men nog
de moed gehad om openbaar vervoer en de fiets echt voorrang te geven
boven de auto. Toch zijn er tal van voorbeelden in andere steden
die aantonen dat het stukken beter kan dan de maatregelen zoals
voorgesteld in het plan dat er nu ligt. Dit verkeersplan is echter
nog maar een onderlegger. Over meer uitgewerkte plannen en de budgetten
daarvoor wordt nog apart beslist in onze nu duale gemeenteraad.
Wij zullen dat op de voet volgen, mogelijk met alternatieve voorstellen
komen en we zullen u op de hoogte houden.
Frans van der Steen
NIEUW PARKEERBELEID:
BETER VOOR DE ECONOMIE, BEREIKBAARHEID EN DUURZAAMHEID
Het parkeerbeleid is misschien wel het belangrijkste
instrument om de almaar groeiende automobiliteit in duurzamere banen
te leiden. En dat is nodig. Op tal van terreinen wordt namelijk
wat betreft duurzaamheid enige vooruitgang geboekt, maar dit gebeurt
niet of nauwelijks bij het verkeersbeleid. We kennen de verhalen
van files, geen goed (aansluitend) openbaar vervoer en een palet
van verschillende opvattingen en verbrokkelde verantwoordelijkheden
over tal van beleidsmakers en beslissers.
Het werd dus tijd om een duurzame samenhangende visie
op het parkeerbeleid te ontwikkelen. En we worden op onze wenken
bediend, want onlangs bracht de gemeente de discussienota 'Parkeren
en werken' uit. Duurzaamheid is daarin helaas geen uitgangspunt.
Dat zijn stimulering van de stedelijke economie, ruimtelijke effectiviteit
en goede bereikbaarheid. Dit neemt niet weg dat als de aanbevelingen
van de nota gevolgd zouden worden, de duurzaamheid zeker zal verbeteren.
In de nota wordt bereikbaarheid met de auto en OV
gezien als de belangrijkste vestigingsfactor. Het (toekomstig) tekort
aan parkeergelegenheid, met name wat betreft de zakelijke dienstverlener,
wordt gezien als een van de grootste knelpunten. Door de parkeernormen
is de parkeerruimte gefixeerd, terwijl het aantal vierkante meters
kantoorruimte per werknemer fluctueert. Ook hebben nogal wat bedrijven
eigen specifieke mobiliteits- en parkeerbehoeften. Voor de dienstensector
geldt dat die zowel behoefte heeft aan een goede bereikbaarheid
per auto als per openbaar vervoer. Deze instellingen zitten vaak
in het centrum en bij stations waar de autobereikbaarheid dus minder
is. Geconcludeerd wordt dat het huidige parkeernormenbeleid eigenlijk
een te grof instrument is gebleken om een effectief economisch en
ruimtelijk beleid te voeren. In ieder geval kunnen we op de huidige
voet niet doorgaan, omdat onder ongewijzigd beleid in de komende
10 jaar 20.000 parkeerplaatsen extra nodig zijn. Denk aan de grote
projecten. De groei zal dus door middel van beleid fors gereduceerd
moeten worden.
Op basis van deze analyse en uitgangspunten wordt
in de nota, afhankelijk van het woon-werkprofiel en de ruimtelijke
(on)mogelijkheden, voor een groot aantal gebieden gekozen voor goede
ontsluiting met het openbaar vervoer. In die situaties kan en moet
de auto een stapje terug doen. In andere gevallen heeft de auto
beredeneerd een streepje voor. Het is een keuze voor afname van
autogebruik door optimale afstemming van vervoersvraag en aanbod.
Het gaat er om de reismogelijkheden optimaal af te stemmen op de
wensen van de werknemers. Werknemers die nu nog voor het woon-werkverkeer
de auto pakken en deze overdag nauwelijks gebruiken zullen dan voor
het openbaar vervoer kiezen. Dit betekent minder (extra) parkeerplaatsen
en toch een betere bereikbaarheid.
Deze keuze voor maatwerk is echt een omslag in het
denken. Tot nu toe was de keuze vanzelfsprekend om meer parkeergelegenheid
te scheppen en daar moesten veel andere gebruiksfuncties en (vervoers-,
leefbaarheids-, en milieu-) belangen voor wijken. Nu wordt in de
discussienota gekozen voor het faciliteren van de vraag door ruim
te investeren in OV en zo nodig in auto-infrastructuur en parkeren.
Ook wil men de bestaande parkeercapaciteit beter benutten. Een voorwaarde
bij dit alles is te kiezen voor een gebiedsgewijze aanpak.
Het globale parkeernormenbeleid wordt dus ingeruild
voor maatwerk. Maatwerk betekent een attente klantgerichte houding
naar instellingen en gebruikers toe, maar houdt ook in dat grenzen
worden gesteld aan de beschikbare ruimte. Dus geen grote verkeersaantrekkende
kantoren vestigen in een stedenbouwkundig kwetsbare omgeving. Naar
mate de parkeersituatie klemmender is zal de kwaliteit van het openbaar
vervoer sterk verbeterd moeten worden. Dat dit nodig is blijkt wel
uit het rapport waar gesteld wordt dat de aantrekkelijkheid van
het openbaar vervoer van 13% in 1992 naar 8% in 1999 is teruggevallen.
Vooral in de agglomeratie en vanuit het Westland zullen niet alleen
via het centrum, maar ook met de grote werk/woongebieden directe
railverbindingen aangelegd moeten worden. Uit het rapport blijkt
dat de reiziger bereid is over te stappen van de auto naar het openbaar
vervoer indien dit vervoer er minder dan 1,5 keer zo lang over doet
dan de auto.
Het zwaartepunt van de nota ligt bij het woon-werkverkeer
in en naar de agglomeratie dat 69% vormt van alle verkeersbewegingen.
Op grond daarvan wordt ervoor gepleit in 10 werkgebieden, goed voor
53% van de werkgelegenheid, de toekomstige parkeerbehoefte (2010)
in beeld te brengen. De gebieden zijn: Archipel/Willemspark, Benoordenhout,
Bezuidenhout, Centrum, Congrescentrum, Kerketuinen/Zichtenburg,
Nieuwe Laakhaven, Scheveningen-Haven en omgeving CS. Deze gebieden
hebben als gemeenschappelijk kenmerk de grote aantallen werknemers.
Verschillen zijn er ook. Zo wordt in verschillende gebieden druk
gewoond, zodat de parkeerdruk extra hard aankomt bijvoorbeeld in
Archipel/Willemspark. In 2010 verovert dit gebied de derde plaats
wat betreft parkeerbehoefte na het centrum en Bezuidenhout. In deze
gebieden zal geďnvesteerd moeten worden in openbaar vervoer en betere
benutting van parkeerplaatsen. Verder verschillen de gebieden in
die zin, dat de parkeerdruk soms gelijk is, overdag soms de ochtenden
bepalend zijn en soms de middagen. In bepaalde wijken zoals Binckhorst,
Kerketuinen en Benoordenhout vindt buiten de kantooruren onderbezetting
plaats. Slechts 30.000 van 60.000 parkeerplaatsen zijn dan bezet.
Van belang is te weten in welke wijken werknemers behoefte hebben
aan een langdurige parkeerplaats of waar er korter kan worden geparkeerd,
denk aan de bedrijven in de dienstensector.
TE VERWACHTEN RESULTATEN
De effecten van het nieuwe parkeerbeleid - dat is het verschil
tussen voortzetting bestaand beleid tot 2010 en het nieuwe beleid
in dat jaar - formuleert de nota als volgt:
* openbaar vervoer wordt een alternatief bij verminderde
reistijd
* in de werkgebieden zullen 20% minder auto's aanwezig
zijn. Concreet: in 2010 rijden 45.223 minder auto's de stad in naar
de 10 genoemde werkgebieden. In absolute zin minder parkeerplaatsen
in Willemspark/Archipel, Bezuidenhout, Binckhorst en omgeving CS.
In de overige gebieden relatief minder parkeerplaatsen
- door slimmere benutting is 10% minder van de bestaande parkeerplaatsen
nodig. 50% van alle parkeerplaatsen in een werkgebied kan voor
meerdere functies worden benut
- OV-verbetering heeft een gering effect op de zakelijke gebruiker,
wel een groot effect op het woon-werkverkeer en dat betreft
het overgrote deel
- de benutting van de parkeerplaatsen (dubbelgebruik) heeft
grote effecten, bijvoorbeeld 24%, oftewel 6.341 van de parkeerplaatsen
in het centrum, wordt dubbel gebruikt.
Voor Bezuidenhout, Nieuwe Laakhaven en omgeving CS
bedragen de percentages 12,19 en 17%. Voor de Binckhorst noemt de
nota 'zeer goed openbaar vervoer'. Dit betekent 50% afname van het
autoverkeer.
Alhoewel de nota dit niet zegt, betekent het voorgestelde
beleid een omslag in het denken. De verkeerssituatie kan minder
ongebreideld en meer gedoseerd over de werkgebieden worden toegelaten.
Het gevolg zal ongetwijfeld zijn dat het milieu en dus de leefbaarheid
wordt verbeterd. En daarmee komt met dit parkeerbeleid het perspectief
van een wat duurzamer verkeersbeleid in zicht. De kanttekening is
dat de plannen ook wat OV betreft uitgevoerd moeten worden, anders
zitten we met een groot probleem.
Het is van belang om alle genoemde werkgebieden tegelijk
op de besproken uitgangspunten te toetsen. Dat is nodig omdat de
stedenbouwkundige samenhang tussen de gebieden en de raillijnen
groot is en men zo het maximale effect het snelst bereikt. De raadscommissie
Verkeer en Vervoer heeft er bij wijze van proef de voorkeur aan
gegeven de Binckhorst als proeftuin te gebruiken. Beter is het om
de koe bij de horens te vatten en alle 10 gebieden onder de loep
te nemen. Veel van de verkeers- en vervoersgegevens in die gebieden
zijn beschikbaar. Doet men dat niet, dan zullen in 2010 de doelstellingen
waarschijnlijk niet gehaald zijn. Dit rapport kan het begin zijn
van een vernieuwend en duurzamer verkeersbeleid. Zodoende wordt
een effectvolle bijdrage geleverd aan de uitdaging die gesteld is
in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Voor dergelijk innoverend
beleid zou een extra (Europese ) subsidie niet misplaatst zijn.
Ronald van Onselen Lid Milieu Advies Commissie
PARKEERVERBOD OP
HET VOORHOUT
Zou het niet prachtig zijn, geen geparkeerde auto's
meer op het Voorhout? Koen Baart, gemeenteraadslid van de PvdA in
Den Haag, denkt er net zo over. Hieronder het relaas van zijn poging
dit te bewerkstelligen, nog uit de vorige raadsperiode. Het wachten
is nu op toestemming van de nieuwe Raad.
Om het Voorhout te laten zijn zoals hierboven is beschreven,
is het noodzakelijk dat het geparkeerde blik zoveel mogelijk verdwijnt.
Daarom heeft de fractie van de Partij van de Arbeid aangedrongen
op een parkeerverbod voor het gehele middengedeelte van het Voorhout.
Iedereen die je erover spreekt deelt die mening. Dus ik dacht: een
motie indienen bij de begrotingsbehandeling, een meerderheid vinden,
een datum vaststellen waarop het parkeerverbod ingaat en het is
geregeld. Nee dus. Hoe gaat zoiets dan wel? Je begint in de fractie
mee te delen wat je wilt. De fractie gaat unaniem akkoord, hoe kan
je het zo treffen. Je belt met wat woordvoerders Verkeer en Vervoer
van andere fracties en voor je het weet heb je een meerderheid die
een eventuele motie wil steunen. Trots meld je dat in de fractie
en krijg je te horen de motie maar in te dienen. Zo gezegd zo gedaan.
Coalitiepartners, VVD en CDA, zijn niet echt gecharmeerd van het
idee. De VVD heeft in oktober al een motie van gelijke strekking
ingediend, echter voorzien van veel onderzoek, daar is de gemeente
goed in. Er is dus nog niets gebeurd. Het College van B & W doet
een toezegging, alle voors en tegens worden in kaart gebracht en
als het 'voorstel' wordt aanvaard, een parkeerverbod met ingang
van 1 januari 2003. Het College, dus ook onze eigen wethouders!
Hoezo een unanieme fractie voor een motie om gewoon een parkeerverbod
in te stellen? Voordat ik het wist, en voor de lezers van dit stukje
geldt dat waarschijnlijk ook, zijn we in de hogere gemeentepolitiek
beland. Het kan niet zo zijn dat er zomaar een besluit genomen wordt.
Voors en tegens in kaart gebracht, wat betekent dat enz. Als ik
het allemaal goed begrepen heb; wat kost het, wie heeft er last
van, wie gemak, waar blijven de nu geparkeerde auto's et cetera,
et cetera? Worden er misschien moties en amendementen tegen elkaar
ingeruild? Wie het echt weet mag het zeggen. Volgende fractievergadering.
De toezegging wordt mij gepresenteerd als een geweldige overwinning.
Eindelijk is er een datum genoemd waarop het parkeerverbod ingaat,
als de nieuwe Raad het goed vindt. Hoe kan ik het zo treffen. Mijn
verweer, dat er al een meerderheid is als we de oorspronkelijke
motie handhaven en de fractie unaniem voorstemt, vindt geen gehoor.
Je moet je zegeningen tellen. Dat heb ik dan maar gedaan, beter
een kwart ei dan een lege dop.
De wethouder Verkeer en Vervoer heeft toegezegd met
een voorstel te komen waarin staat hoe dit gerealiseerd wordt. Als
alles volgens plan verloopt, zal met ingang van 1 januari 2003 een
parkeerverbod gelden voor het middengedeelte van het Voorhout. Dan
wordt de mooiste laan van Nederland nog mooier dan nu het geval
is.
Koen Baart
GEACHTE REDACTIE
VAN BRANDING
In uw stukje met betrekking tot 'Rode stroken op de
Thorbeckelaan' in Branding van februari/maart 2002 geeft u wel een
zeer tendentieuze weergave van de werkelijkheid. Uw strekking komt
er op neer dat er voldoende ruimte is voor de fietsers op de 'zeer
ruim bemeten trottoirs' en dat het met name de VVD-stemmers zijn
die dit plan van de agenda geveegd hebben. Dit komt niet overeen
met mijn beleving van het geheel.
Mijn werkelijkheid is dat ik doorgaans links stem,
ik lid ben van de Fietsersbond, ik geen auto bezit en al mijn (stedelijke)
verplaatsingen met de fiets doe. En toch ben en blijf ik, en gelukkig
veel van mijn Laangenoten ook, een tegenstander van het gewraakte
plan.
Ik kan er een lang verhaal van maken; over schijnveiligheid,
leefbaarheid en automobiliteit, maar ik beperk me tot het uiteindelijke
resultaat van het plan om het fietspad op het trottoir te plaatsen.
Het uiteindelijke resultaat is namelijk dat de fietsers en voetgangers
op een breedte van 4 meter tot elkaar gedwongen worden ten gunste
van de automobilisten, die er ruim een meter bij krijgen, om nog
harder - er zijn immers geen vervelende fietsers meer - over de
Thorbeckelaan te racen.
Ik ben dan ook hoopvol (wellicht tegen beter weten
in), dat er een plan komt om een gescheiden, vrij fietspad te creëren
ten koste van een rijstrook op de Thorbeckelaan. Want dan pas toon
je echt aan dat je voorrang geeft aan de leefbaarheid en de fietsers
en niet aan de automobilist.
Alex Koppert
NIEUW CONCEPT VERKEERSPLAN
Er is weer een nieuw concept verkeersplan.
En het moet gezegd, het ziet er weer schitterend uit en deze keer
leest het nog prettig ook. We hebben niet eens durven vragen wat
de drukkosten waren van de twee concepten samen. We wilden het niet
weten. Gelukkig dragen eindredactie, vormgeving, fotografie en drukwerk
bij aan de economie van respectievelijk Haarlem, Eindhoven, Leiderdorp
en Leiden. Belangrijker is natuurlijk de inhoud. Het gaat tenslotte
om het meest ingrijpende plan dat Den Haag kent. Het zal een grote
wissel trekken op de gemeentebegroting de komende 10 jaar, want
het gaat om miljardeninvesteringen. Bovendien zal de uitvoering
diep ingrijpen op het leven in de stad, zowel als gevolg van de
bouwwerkzaamheden als het verleggen en concentreren van verkeersstromen.
En die inhoud is er zeker op vooruit gegaan
sinds het vorige concept. Met name de fiets komt er, in ieder geval
op papier, nu beter van af. Dat zou ondermeer het gevolg kunnen
zijn van de inspanningen van de Fietsersbond, van ons centrum en
van voortschrijdend inzicht bij politiek en bestuur. Maar misschien
is de belangrijkste geestelijke vader van het Verkeersplan bij de
gemeente, Louis Eggen, dat nu aan zijn nieuwe stand verplicht. Hij
is prominent Haags lid van het onlangs door minister Netelenbos
ingestelde 'Fietsberaad'. Dit beraad van verkeerskundigen op persoonlijke
titel is een kritisch en onafhankelijk adviesorgaan voor lokale
en regionale overheden. Het brengt kansen en bedreigingen voor het
fietsgebruik in beeld en verzamelt en verspreidt kennis, ervaringen
en statistische gegevens. Het Fietsberaad helpt ondermeer de bij
de verkeersveiligheid betrokkenen, waaronder gemeenteambtenaren,
om goede voorzieningen voor fietsverkeer te realiseren en te onderhouden.
Dat klinkt veelbelovend. Bij deze dan ook een welgemeende felicitatie.
Maar de fundamentele vraag blijft natuurlijk
de bijdrage van dit plan aan de noodzakelijk beperking van het autoverkeer.
Voor alle zekerheid zeggen we daar steeds bij dat wij niet tegen
de auto zijn, maar tegen de gevolgen van het ongebreidelde, onnuttige
en onnodige gebruik daarvan. Dit plan gaat er van uit dat er steeds
meer auto's bijkomen, maar of dat gebeurt hangt op de eerste plaats
van het beleid af en minder van de automarkt. Om die niet geringe
gevolgen van de toenemende automobiliteit in te dammen en onze mobiliteit
toch op een hoog peil te houden, zijn goede alternatieven en beperkende
maatregelen nodig. Daarom zal Branding in een serie van drie artikelen
dieper ingaan op dit nieuwe concept Verkeersplan. We starten met
een bijdrage van de Fietsersbond, vervolgens komt het Openbaar Vervoer
aan bod en we besluiten met de auto en de voetganger.
HAAGS VERKEERSBELEID:
te traag om op twee wielen door de bocht te gaan
Bezuinigingen in het verleden zijn de voornaamste
oorzaak van de lage kwaliteit van de huidige Haagse fietsvoorzieningen.
In 2001 toonde de Fietsersbond dit met de Fietsbalans op wetenschappelijke
wijze aan, maar elke geoefende fietser herkent dit beeld onmiddellijk:
het Haagse fietsroutenetwerk bestaat uit onregelmatig knip- en plakwerk.
Honderd meter fietsen in Den Haag gaat over vrijliggende tegelfietspaden,
een kerngezonde klinkerfietsstrook en eindigt tussen het overige
verkeer op een asfaltweg. Ook de Haagse fietsenstalling wisselt
sterk in kwaliteit. Overal waar je kijkt staan grijze fietsbeugels
en de Biesieklette-stallingen worden zelfs in kostbare, kunstzinnige
jasjes gestoken. Maar wie de fiets simpel onbewaakt bij CS of HS
wil stallen, moet daarvoor vroeg opstaan: de vrije stallingplaatsen
zijn beperkt in aantal en nog beperkter in kwaliteit. Deze onbetrouwbare
afwisseling in de kwaliteit van de Haagse fietsvoorzieningen is
de voornaamste oorzaak van het huidige, relatief lage Haagse fietsgebruik.
Maar er is troost: het Verkeersplan 2010 is de Haagse fietsers zeer
goed gezind! Het Verkeersplan 2010 pleit voor een inhaalslag in
de uitvoering van fietsvoorzieningen, wil barričres voor fietsers
doorbreken door tunnels of bruggen aan te leggen over snel- en waterwegen
en tram- en spoorbanen, besteedt aandacht aan de veilige oversteekbaarheid
voor fietsers en voetgangers van gelijkvloerse kruisingen en zal
meer buurtstallingen in woonwijken laten bouwen. Ook worden de plannen
voor fietsroutes en fietsenstallingen gekoppeld aan de nog te bouwen
Stadstransferpunten: opstappunten van het regionale openbaar vervoer.
Hierbij zal de gemeente rekening houden met de statistische gegevens
die worden verzameld over de rijdende en gestalde fietsen. Terwijl
de informatie over de wensen en behoeften van fietsers geleverd
wordt door intensief contact te houden met de Fietsersbond. Dat
zal dus wel goed komen, vooral omdat gelijktijdig het budget voor
fietsvoorzieningen (met enige steun van het kaderwetgebied Haaglanden)
aanmerkelijk is verhoogd! Toch levert al dat mooie beleid van het
Verkeersplan de fietsers voorlopig nog niets concreets op: er wordt
alleen een studie naar de betere ontsluiting van de nieuwe Haagse
Vinex-wijken gemaakt. Ook wordt er geen korte-rittenbeleid ontwikkeld,
waarmee een bijdrage kan worden geleverd aan het terugdringen van
de CO2-productie door het verkeer in Den Haag. Eveneens mist de
Fietsersbond een koppeling met de gemeentelijke nota over verkeersveiligheid:
aandacht voor de verkeersveilige inrichting van vlotte fiets- en
looproutes naar de scholen ontbreekt geheel. Zo blijft er tussen
de rijdende en geparkeerde auto's in de openbare ruimte te weinig
speelruimte voor kinderen over. Kortom: het Verkeersplan 2010 kiest
in woord al wel voor de fiets als meest geschikte vervoerswijze,
maar doet dat nog niet in daad. De vertaling van beleid naar uitvoering
kan blijkbaar alleen in een laag tempo. Zo zal het nog wel tien
jaar duren voordat het Haagse verkeer echt op twee wielen door de
bocht gaat!
Marc Beek, Voorzitter Fietsersbond, afdeling Den Haag e.o.
Eindrapport Fietsbalans Den Haag
Het was een mooi schouwspel vorig jaar. Een opvallende en bijzondere
fiets achtervolgd door een heel peloton dat zich volgens nauwgezet
plan een weg baande door Den Haag. De bijzondere fiets was de Fietsbalans-meetfiets
van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, en de groep fietsers
werd gevormd door leden van de Haagse afdeling van de Fietsersbond
en enkele ambtenaren van de gemeentelijke diensten DSO en DSB. De
Fietsersbond en de gemeente Den Haag testte hiermee gezamenlijk
het gemeentelijke fietsklimaat.
De meetfiets kan namelijk de belangrijkste aspecten voor fietsers
meten, zoals trillingshinder (van gaten en hobbels in het wegdek),
geluidhinder (van langsrazende brommers), stopfrequentie (door het
hoge aantal stoplichten in Den Haag) en gemiddelde reistijd. Wie
van de resultaten een goed overzicht wil krijgen kan het beste op
www.fietsersbond.nl gaan kijken. Want de meetgegevens zijn door
het landelijke bureau van de Fietsersbond in Utrecht verwerkt tot
een landelijke Fietsbalans. Hierdoor zijn nu de scores van de meting
in Den Haag eenvoudig te vergelijken met de resultaten van soortgelijke
metingen in andere grote gemeenten, zoals Amsterdam, Rotterdam,
Utrecht, Maastricht of Apeldoorn. Maar vooral de vergelijking met
de gemeenten uit de eigen regio (Leiden en Voorburg) levert een
herkenbaar beeld op: de gemeente Den Haag scoort op bijna alle aspecten
een onvoldoende. Op bijna alle aspecten behalve, ook zo kenmerkend
voor Den Haag, het aspect beleid: op papier ziet het Haagse fietsbeleid
er goed uit.
Dit is vooral te danken aan de aandacht die de gemeente besteedt
aan het fietsparkeren en het eigen vervoersmanagement: de gemeente
zet de fiets zelf steeds vaker in als vervoersvorm bij het woon-werkverkeer
of als dienstfiets bij het zakelijk verkeer. Overigens is er op
het gebied van fietsparkeren de afgelopen jaren ook al veel van
het voorgenomen beleid daadwerkelijk uitgevoerd: er staan veel grijze
fietsbeugels in woonwijken en bij winkels, en ook de (kunstzinnige)
stallingen van Biesieklette vallen in het straatbeeld op.
Verkeersonveiligheid
De Fietsbalans geeft ook een analyse van het aantal verkeersslachtoffers
in Den Haag en de uitslag van een enquête over de tevredenheid
onder de Haagse fietsers. De verkeersveiligheid komt (in absolute
getallen) voor fietsers in Den Haag als goed naar voren. Het aantal
verkeersslachtoffers onder fietsers en bromfietsers is in Den Haag
tussen 1988 en 1998 echter hoog en niet gedaald. Dit in tegenstelling
tot het aantal verkeersslachtoffers onder automobilisten en voetgangers.
De inzet van de gemeente zal dus veel meer op de veiligheid van
fietsers gericht moeten worden. Wegenbouwers letten nog onvoldoende
op de veiligheid van fietsers. Terwijl bijvoorbeeld de invoering
van de maatregel Brommers op de Rijbaan laat zien dat specifieke
aandacht voor de belangen van fietsers juist tot hele goede resultaten
kan leiden: het aantal verkeersslachtoffers onder fietsers, maar
vooral onder bromfietsers, is eindelijk gedaald.
Uit de fietserstevredenheids-enquête blijkt ook dat de fietsende
Hagenaar zich relatief verkeersonveiliger voelt. Op basis van de
gegevens uit de Fietsbalans is hiervoor een eenvoudige verklaring
te geven: in Den Haag beschikt een fietser over minder vrijliggend
fietspad dan in welke andere, vergelijkbaar grote stad in Nederland
dan ook. Hierdoor moet een fietser in Den Haag relatief vaak de
weg delen met andere weggebruikers, zoals auto's, vrachtwagens én
de Haagse tram met zijn rails.
Wel heeft de fietser in Den Haag vaak de beschikking over een rode
fietsstrook, maar dit geeft blijkbaar geen veilig gevoel: een vrijliggend
fietspad is voor een fietser wat de beschermende carrosserie van
de auto is voor de automobilist. In Den Haag raakte in het afgelopen
half jaar drie fietsers ernstig gewond door openslaande portieren
van foutief geparkeerde auto's: de rode fietsstrook staat in Den
Haag immers beter bekend als dubbelparkeerstrook.
Fietsgebruik ruim onder landelijk gemiddelde
De gemeente kan als wegbeheerder nog veel doen om het fietsen in
de stad Den Haag veiliger en daarmee ook aantrekkelijker te maken.
Dit begint met een gebruikersonderzoek naar de behoefte aan logische
fietsverbindingen onder fietsers én potentiële fietsers.
Bij de bespreking van het nieuwe Verkeersplan heeft de gemeente
Den Haag toegezegd om komend jaar ook bruikbare tellingen voor het
fietsverkeer te gaan houden (tot nu toe waren de verzamelde gegevens
statistisch onbruikbaar, omdat toevallige weersinvloeden of schoolvakanties
niet in de uitslag werden verwerkt).
Een dergelijk onderzoek, zoals al door de Provincie Zuid-Holland
wordt uitgevoerd, zal aangeven welke routes voor fietsers in werkelijkheid
de meest gebruikte routes zijn, bijvoorbeeld routes naar scholen,
winkels of opstappunten van het openbaar vervoer. Het huidige hoofdfietsroute-netwerk
van de gemeente Den Haag gaat nu nog uit van de misvatting dat fietsers,
net als automobilisten, gebruik willen maken van de brede doorgaande
hoofdwegen. Maar fietsen vindt op een veel kleinere schaal plaats
en fietsers gaan liever rechtstreeks op hun bestemming af. In Den
Haag worden de fietsers nu langs de hoofdwegen geleid, om daar vervolgens
relatief lang voor stoplichten te moeten blijven staan. Op papier
zien deze Haagse hoofdfietsroutes er goed uit: een fijnmazig raster
van groene en rode lijnen.
Maar in de praktijk levert dit netwerk de fietsers relatief veel
omwegen en lang oponthoud op. De fiets is hierdoor in Den Haag geen
echte concurrent van de auto, zelfs niet bij een verplaatsing over
een voor fietsers aantrekkelijke korte afstand (onder de vijf kilometer)!
Het is dan ook geen verrassing dat het fietsgebruik in Den Haag
ruim onder het landelijke gemiddelde ligt. Want wie in Den Haag
vlot op zijn bestemming wil zijn kiest vaker voor de auto. Door
dit relatief hoge autogebruik voor de korte afstand slibt het gemeentelijke
wegennet van Den Haag eerder dicht, waardoor infrastructurele ingrepen
nodig zijn om de doorstroming van het 'nood-zakelijk' autoverkeer
te waarborgen. Maar elk groot infrastructureel bouwwerk zal, zonder
de nodige voorzieningen voor fietsers, een barrière gaan
vormen en het oponthoud voor fietsers alleen maar doen toenemen.
De concurrentiepositie van de fiets in de stad zal daarmee nog verder
verslechteren.
Het moet anders en het kan anders: de gemeente Houten laat dit zien.
In deze gemeente wordt niet alleen veel gefietst, vooral dankzij
goede voorzieningen voor fietsers, maar ook is het aantal verkeersslachtoffers
onder alle verkeersdeelnemers laag.
Veilig en Vlot
De gemeente Den Haag kan de verkeersonveiligheid onder fietsers
het beste aanpakken door vooral in en om de binnenstad meer vrijliggende
fietspaden met voldoende ongelijkvloerse kruisingen aan te leggen.
Alleen dit maakt het fietsen behalve veilig ook vlot. Dankzij bouwvlijt
en goed verkeersgedrag zal het fietsen in Den Haag dan uit kunnen
groeien tot een aantrekkelijke en concurrerende vervoersvorm. Hiervoor
is overigens nog wel een bijpassend volwassen gemeentelijk budget
nodig.
De benodigde brede politieke steun lijkt momenteel aanwezig: het
gemeentelijk 'auto-matisme' is met de invoering van een parkeerverbod
op het mooiste plein van Nederland (het Lange Voorhout) doorbroken.
Dankzij de aanleg van betere fietsvoorzieningen, met name in de
nabijheid van opstappunten van het openbaar vervoer, zal het fietsgebruik
in Den Haag toe kunnen nemen en wordt er een echte bijdrage geleverd
aan de oplossing van het bereikbaarheidsprobleem van de stad Den
Haag. En dat nog duurzaam, gezond en goed voor het leefmilieu ook!
Marc Beek
Voorzitter Fietsersbond,
afdeling Den Haag e.o.
Een Autovrije dag in 2002?
Afgelopen 22 september, de dag van de Europese Autovrije dag,
was het dan zover. Op initiatief van de gemeente werd in een grote
witte tent op de Plaats het Stadsdebat over nut en noodzaak van
een Autovrije dag in Den Haag gehouden. De tent zat vol met allerlei
volk, zoals mensen uit de milieuclubs in Den Haag en bewonersorganisaties,
maar ook met voormannen en voorvrouwen uit de politiek. En er werd
goed geluisterd en levendig gediscussieerd, zoals uit de fotocollage
wel blijkt.
Waar ging dat debat over? Eigenlijk niet zozeer over de noodzaak
van het terugdringen van de automobiliteit om de bekende redenen.
Niet dat iedereen het daar over eens is, maar het debat spitste
zich toe op de vraag of het bedrijfsleven het afsluiten van de binnenstad
een dag per jaar wel zou overleven. Je zou zeggen dat als men dat
niet kan hebben, zeker als je bedenkt dat wat je vandaag niet koopt
dat morgen wel zal doen, dat het bedrijfsleven in de binnenstad
welhaast zieltogend moet zijn. Voor het gevoel van de ondernemers
is dat blijkbaar ook zo. Volgens hen telt op dit moment elke gulden
en als de klanten niet per auto naar de binnenstad kunnen komen
verliest deze aan de concurrentie van Leidschenhage en In de Bogaard,
want deze winkelcentra hebben uitstekende parkeervoorzieningen.
De tendens van de verhalen was: je zal maar ondernemer zijn in de
Haagse binnenstad en met de moordende concurrentie in de nek je
hoofd boven water moeten houden in een omgeving die geplaagd wordt
door langdurige bouw- en tunnelwerkzaamheden, die het winkelklimaat
en de bereikbaarheid bepaald niet bevorderen. Dit laatste als understatement.
Eigenlijk is daar de discussie mee samengevat, al zagen de ondernemers
dat ook zij een verantwoordelijkheid hebben voor de leefbaarheid
en het milieu. Zij vonden dat zij meer na zouden kunnen denken over
hoe je het winkelen zonder auto voor een bepaalde groep klanten
aantrekkelijker kunt maken. Ook sloten zij niet uit dat het met
een goed meerjarenplan tot de mogelijkheden behoort dat er over
bijvoorbeeld 10 jaar wel een autovrije binnenstad is. Maar niet
nu en zeker niet met de huidige ellende waarbij alles al overhoop
ligt.
Dat is tenminste helder en het biedt ook de nodige openingen. Die
kwamen tijdens het openbare debat minder ter sprake, maar na afloop
des te meer. Zaken worden nu eenmaal gedaan als de sfeer wat meer
ontspannen wordt en men elkaar eerst wat beter heeft leren kennen.
In het openbare debat kwam naar aanleiding van de roep om gratis
of goedkoper openbaar vervoer ook wel naar voren dat er wellicht
mogelijkheden voor goedkoper openbaar vervoer zijn. Maar dat is
toch allemaal voor de langere termijn.
Wat na afloop in onderonsjes met wethouder Bruins, de filiaalhouder
van de Bijenkorf, de manager van het Casino en anderen bleek, is
dat men ook terugschrikt van de negatieve bijklank die het begrip
autovrije (zon)dag voor hen en een deel van de bevolking heeft.
Wij vragen ons dat af, maar het Haags Milieucentrum is natuurlijk
voor een positieve insteek. Bovendien is het voor ons niet zo dat
een autovrije dag staat of valt bij het afsluiten van dat deel van
de binnenstad waar de winkels of de parkeergarages zich bevinden.
Wij zouden voorlopig goed kunnen leven met het afsluiten van andere
delen van de stad, zoals bijvoorbeeld het Oude Centrum waarbij een
flink aantal straten autovrij zijn en daar genoten kan worden van
rust, ruimte, winkelen, sport en spel. Dat kan zo afgesloten worden
dat gezorgd wordt voor een goede doorstroming naar parkeergarages.
Waar het ons om gaat is dat 22 september aangegrepen wordt, ook
door de gemeente, om eens met elkaar stil te staan bij het probleem
van de sterk groeiende automobiliteit en de gevolgen daarvan voor
milieu, leefbaarheid, veiligheid en gezondheid en hoe dat probleem
te lijf te gaan.
Ook bleek in de nabesprekingen HTM-directeur Ton Kaper ten volle
bereid om van zo'n dag wat te maken door speciale aanbiedingen met
de tram en bus. Er blijken aan gratis openbaar vervoer de nodige
nadelen te kleven, maar een stuk goedkoper daar blijkt goed met
hem over te praten. En niet alleen op die ene dag, maar ook voor
langere experimentperiodes van bijvoorbeeld drie maanden, door het
promoten van goedkope driemaandelijkse of halfjaarlijkse stadsvervoerabonnementen.
Ter sprake kwam ondermeer het regelmatiger organiseren van winkeldagen
in de binnenstad met veel positieve aandacht voor het openbaar vervoer
en de fiets.
Als je dat zo allemaal bij elkaar neemt, dan moet daar toch iets
moois van te maken zijn op de volgende 22e september?
Maar laten we niet vergeten dat het hier gaat om een leuke en vrolijke
bezinningsdag en niet om een oplossing. Die oplossing moet natuurlijk
komen van een langetermijnbeleid. Laten we dus behalve over de organisatie
van de volgende 'autovrije-openbaar vervoer-fiets-voetgangersdag'
op 22 september als Haags Milieucentrum met de gemeente, bedrijven,
de HTM en Om Den Haag om de tafel gaan zitten om dat integrale beleid
in de steigers te zetten.
TERUG NAAR RECENTERE ARTIKELEN
|