Branding - Archief  

 

MOBILITEIT


Fietsen met obstakels (Branding nr. 18 januari-maart 2005) (Branding nr. 18 januari-maart 2005)...meer

Duurzaamheidswerkgroep wil gratis openbaar vervoer (Branding nr. 18 januari-maart 2005) ...meer

BOT - Altijd scherp (Branding nr. 18 januari-maart 2005) ...meer

Fietspad 10: The Making Of in drie bedrijven (Branding nr. 17 november/december 2004) ...meer

Fietspad 10 heeft nog een lange weg te gaan (Branding nr. 17 november/december 2004) ...meer

Den Haag staat op de fietskaart (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer

Een week lang vooruitgang (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer

Fietspad 10: ja, mits of nee, tenzij? (Branding nr. 14 april/mei 2004) ...meer

GROEN forum
Fietspad 10 gezien uit de hoek van Natuurbescherming (Branding nr. 13 februari/maart 2004) ...meer

Beter openbaar vervoer helpt tegen vervuilde lucht (Branding nr. 13 februari/maart 2004) ...meer

Carpoolen is uit, autodelen is in (Branding nr. 13 februari/maart 2004) ...meer

Bezuinigingen brengen Haags openbaar vervoer aan de rand van de gevarenzone (Branding nr.12 november/december 2003) ...meer

Keek op de Week van de Vooruitgang (Branding nr.12 november/december 2003) ...meer

GROEN forum
Fietspad 10 moet er nu komen +
'Slimme' cruise control is geen goed idee (Branding nr.12 november/december 2003) ...meer

 

KLIK HIER VOOR OUDERE ARTIKELEN OVER MOBILITEIT

 

 

 

 

 

 

 

Fietsen met obstakels

Barrières voor de fietser, ze zijn er in tal van soorten en maten. Of het nu waterwegen, spoorwegen, of autowegen zijn, het resultaat is altijd omwegen. Denk maar eens aan de sporen die van en naar Den Haag Centraal lopen, en waar een erkend griezelig tunneltje onderdoor gaat. Denk ook aan de Utrechtse Baan, de Vliet, de vrije trambanen… Vaak zijn de mogelijkheden om dergelijke verbindingen te kruisen beperkt, en moet de fietser zich er doorheen persen samen met al het overige verkeer. Dat kan anders.

De Fietsersbond Zuid-Holland heeft de knelpunten in haar werkgebied in kaart gebracht en er een fraaie, zestig pagina’s tellende brochure van gemaakt. ‘Fietsen met obstakels, barrières in Zuid-Holland’ bevat een beschouwend deel over het verschijnsel en zeven case-studies, alvorens met een aantal aanbevelingen te besluiten. Zo bepleit de Fietsersbond een fietseffectrapportage, oftewel het in de planvorming opnemen van een onderzoek naar de effecten van infrastructurele ingrepen op fietsers.
De brochure is gratis af te halen op het Haags Milieucentrum.

 

 

 

 

 

 

Duurzaamheidswerkgroep wil gratis openbaar vervoer


Het is een idee dat met enige regelmaat gelanceerd wordt: gratis openbaar vervoer. Onze zuiderburen hebben er goede ervaringen mee (met Hasselt als cause célèbre) en ook de gratis bussen tussen Leiden en Den Haag zaten het afgelopen jaar vaak bomvol. Voor Jeltje van Nieuwenhoven, nog maar net aangetreden als gedeputeerde voor verkeer en vervoer bij de Provincie Zuid-Holland, overigens geen reden om het experiment met gratis ov voort te zetten. De files zijn er immers niet aantoonbaar korter door geworden.


Gratis openbaar vervoer is nu ook binnen Den Haag een serieuze optie. Bij een bezoek aan het milieucafé De Derde Dinsdag in Dudok, in de lente van 2004, kwam een aantal mensen tot de conclusie dat het zo niet langer gaat. Ze besloten een werkgroep op te richten die er onder meer voor wil zorgen dat u over een tijdje gratis met bus, tram of lightrail kunt reizen.
De nood is hoog, vindt de Werkgroep Duurzame Stadsmobiliteit. In een stad die ooit ontworpen is voor voetgangers, koetsiers en schippers zijn nu veel van de grachten gedempt en staan de straten vol auto's: 150.000 alleen al voor privé-gebruik. Die nemen 37.500.000 vierkante meter in beslag. Ambulances kunnen er bijna niet door en vertegenwoordigers moeten de helft van hun afspraken schrappen. Laden en lossen in de binnenstad is een crime. En dan is er nog de luchtverontreiniging, die jaarlijks in Den Haag circa 150 slachtoffers eist.


De gemeente zoekt dan wel naar oplossingen, maar bewandelt daarbij steeds dezelfde wegen: rotondes, snelheidsverlagingen, omleidingen voor vrachtwagens en duurder parkeren. Voor de Werkgroep Duurzame Stadsmobiliteit is het de hoogste tijd voor nieuwe denkwegen in plaats van nieuwe wegen. Ze wil dan ook samen met de Haagse burgers de gemeenteraad en B&W ter verantwoording roepen en dwingen alternatieve, ingrijpende oplossingen te ontwikkelen. Daartoe grijpt de werkgroep naar een relatief nieuw middel, dat de kloof tussen de burgers en de politiek moet verkleinen: het burgerinitiatief. Frans de Leef, Ed Dusschoten en Beleke den Hartog zijn vast van plan om 2500 handtekeningen van Hagenaars te verzamelen om hun Burger Initiatief duurzamestads mobiliteit te realiseren. Als ze daarin slagen, wordt de gemeenteraad verplicht om ‘gratis openbaar vervoer’ op zijn agenda te plaatsen. Dat zou in mei 2005 moeten gebeuren.


Natuurlijk is ‘gratis’ openbaar vervoer maar een kreet. Iémand zal ervoor moeten betalen. Als dat niet de gebruiker is, is dat de belastingbetaler. De werkgroep schat de kosten op 100 miljoen euro per jaar, oftewel zestig eurocent per Haagse inwoner per dag.
Iemand die níet voor het burgerinitiatief zal tekenen is Jan van Male van ROVER, de belangenvereniging van ov-gebruikers. “Op deze manier haal je niet de automobilisten uit hun auto, maar wel de fietsers van hun fiets en je genereert een vervoersvraag waar geen nut tegenover staat. In Hasselt was het voorheen zo dat de bussen leeg waren, maar dat is bij ons niet het geval. Je moet dus méér voertuigen en mensen gaan inzetten. Dan gaan de exploitatiekosten nog verder omhoog. Momenteel betaalt de reiziger tussen de 30% en de 40% van de werkelijke exploitatiekosten voor zijn kaartje. Het restant wordt nu al met de grootste moeite door de overheid bijeengeschraapt. Waar zou je dan de rest vandaan moeten halen?
Als je de zwakkeren wilt helpen aan openbaar vervoer kun je dat beter op een andere manier doen.
Naar de mening van ROVER werpen de vele kaartsoorten en onduidelijkheid over het aantal af te stempelen strippen belemmeringen op voor ov-gebruik. “De chipcard gaat hierin ook tegemoetkomen”, aldus Van Male.

Ronald van Onselen, voorman van het Platform beter stedelijk en regionaal openbaar vervoer Haaglanden en omgeving (OVHA), is aanzienlijk positiever gestemd: “Wij voelen wel voor het Belgische succesvolle model, dat wil zeggen, ouderen en kinderen tot 12 jaar gratis buiten de spits en geleidelijk aan uitbreiden tot meer faciliteiten voor werkenden. Zo kun je stap voor stap bezien hoe het gaat en welke effecten het heeft.” Van Onselen weet te melden dat Belgische jongeren het dankzij een speciale kaart ‘cool’ vinden om het openbaar vervoer te gebruiken.

Daan Goedhart van de Fietsersbond afdeling Den Haag en omstreken zit meer op de lijn van Van Male. Ook hij vreest met grote vreze dat gratis openbaar vervoer fietsers de bus en tram in lokt, zonder dat het automobilisten verleidt hun voertuig te laten staan. Goedhart: “Dat heeft de praktijk toch wel bewezen. Veel mensen zijn nu eenmaal gemakzuchtig. Er wordt tegenwoordig veel minder gefietst dan vroeger, en uit gezondheidsoogpunt is het niet gunstig als mensen zo gemakkelijk de bus of de tram nemen. Voor beweging gaat er niets boven de fiets. Als je openbaar vervoer al gratis zou moeten maken, dan alleen voor bijvoorbeeld gehandicapten en ouderen. En misschien alleen buiten de spits.”

Compromissen zijn bij uitstek het domein van politici. Hoe denken raadsleden eigenlijk over dit initiatief? Als de werkgroep in zijn opzet slaagt, worden zij immers gedwongen om er in mei over te gaan discussiëren. Op de discussieavond die de werkgroep op 14 december jl. organiseerde, waren twee raadsleden aanwezig. Cees de Jager van de PPS merkt op dat de subsidiëring van het ov eigenlijk nog veel hoger is vaak gedacht wordt. De overheid draagt niet tweederde bij aan de prijs van een kaartje, maar naar zijn inschatting misschien wel negentig procent als je de kosten van aanleg en onderhoud van infrastructuur meeneemt. Gratis ov gaat De Jager te ver. Maar voor een prijs van één euro per rit, onafhankelijk van de afstand, wil hij wel in de tram stappen. En het zou een goede zaak zijn als benzinestations strippenkaarten zouden gaan verkopen.

Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij kiest voor een iets andere benadering. Waarom niet de hele stad één zone? Volgens Wijsmuller komt intensiever gebruik van het ov ook de fietser ten goede. Want als er minder auto’s op de weg zijn, heeft de fietser meer ruimte.

Al met al blijft er nog één belangrijke vraag onbeantwoord. Dezelfde vraag waarmee ook de Provincie worstelde toen ze moest beoordelen of de proef met gratis bussen tussen Leiden en Den Haag geslaagd was: laten automobilisten de auto staan als het ov gratis wordt?
Cees de Jager denkt er in elk geval het zijne van: “Als er ruimte ontstaat op de wegen duiken andere automobilisten daar onmiddellijk in.”

Bob Molenaar

De Werkgroep Duurzame Stadsmobiliteit is te bereiken via Postbus 61283, 2506 AG Den Haag.
Internet: http://home.planet.nl/~beleke/

 

 

 

 

 

BOT - Altijd scherp


15 september 2004: de Haagse wethouder Bruins en de Leidschendam-Voorburgse burgervader Van Haersma Buma houden een persconferentie. Hier kondigen zij aan dat het stadsgewest Haaglanden en de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Den Haag samen gaan bekijken hoe Den Haag via een nieuwe weg beter ontsloten kan worden: het Trekvliettracé.

De Haagse en Leidschendams-Voorburgse bestuurders hebben hierbij mede de bereikbaarheid en leefbaarheid van Rijswijk op het oog. Niettemin was deze buurgemeente er niet bij betrokken. Sterker nog: toen Branding in augustus bij de gemeente Rijswijk informeerde naar haar standpunt inzake het Trekvliettracé, was de reactie ronduit afhoudend. Die kwestie was immers helemaal niet actueel.

Sindsdien zijn in Rijswijk alle alarmbellen gaan rinkelen. Zo heeft de gemeenteraad zijn college van B&W opgedragen om in overleg met Den Haag en Leidschendam Voorburg op zoek te gaan naar alternatieven voor het Trekvliettracé. Raadslid Ricardo Reijem van Onafhankelijk Rijswijk: “Het is een debacle dat B&W zat te slapen. We hebben ze beterschap laten beloven.”
Ook de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg kwam in actie toen ze ná de persconferentie van de plannen in kennis was gesteld. VVD-raadslid Pieter Baeten: “We begrijpen dat Den Haag met een bereikbaarheidsprobleem kampt. Dat levert ook in onze gemeente problemen op, dus we zijn zeker bereid mee te denken over oplossingen. Maar wat ons betreft zijn nut en noodzaak van het Trekvliettracé allerminst aangetoond. Volgens ons moet je geen twee hoofdwegen laten samenkomen in een gebied van nog gen vierkante kilometer groot. Samen met de PvdA hebben we B&W dan ook per motie opgedragen alternatieven te gaan onderzoeken, bijvoorbeeld verbetering van het openbaar vervoer.”


Er was nog een derde partij die actie ondernam: BOT, de Belangenvereniging Omwonenden Trekvliet. BOT was opgericht nadat er voor het eerst plannen voor een tracé onder de Trekvliet door naar buiten kwamen, zo’n vier jaar geleden. Nadat deze plannen als financieel onhaalbaar waren afgevoerd, werd het aan alle fronten stil. Maar na de roemruchte persconferentie van 15 september stond BOT - waarin meer dan 250 Rijswijkse, Voorburgse en Haagse huishoudens vertegenwoordigd zijn - onmiddellijk in de startblokken. De Belangenvereniging klom in de pen om bij de betrokken overheden alle documenten op te vragen die verband hielden met de voorbereiding van de aanleg van het Trekvliettracé. Ze deed daarbij een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur. En zo kwam het dat BOT al in november over stukken beschikte die de Haagse gemeenteraad nog nooit onder ogen had gehad.
PvdA-raadslid Koen Baart, op een drukbezocht politiek café dat BOT op 8 december organiseerde: “Het ambtelijke nut- en noodzaakrapport is ons nooit toegezonden. Het Haagse gemeentebestuur ís niet zo scheutig met informatie. En je kunt pas ergens om vragen als je weet dat het er is. Ons is nu beloofd dat we vóór het eind van het jaar de stukken krijgen. Ze worden waarschijnlijk aanstaande maart in de commissie Verkeer, Economie en Monumenten behandeld.”
De Binckhorst


Tom Pitstra van het Haags Milieucentrum, ook aanwezig bij het politiek café, denkt wel te begrijpen waar de vertraging vandaan komt. “Het nut- en noodzaakrapport is al drie jaar oud, en sindsdien is er wel het één en ander veranderd. Zo is de ontwikkelingsvisie op de Vlietzone door het Algemeen Bestuur van Haaglanden fors aangepast. En het is frappant dat in het rapport van geen woord gerept wordt over het belang van het Trekvliettracé voor de ontsluiting van de Binckhorst. Dat aspect wordt nú juist erg benadrukt.”

De vraag dient zich aan voor welke probleem het Trekvliettracé nu eigenlijk de veronderstelde oplossing biedt. Ontsluiting van de Binckhorst? Files op de A4? Op de A12? Op de Haagweg/Rijswijkseweg?
Er is een verkeerskundige nodig om wat licht in deze duisternis te scheppen. En ook daartoe heeft BOT stappen ondernomen. Ze vroeg een onafhankelijke vervoerskundige, Quik Advies, om het ambtelijke rapport over nut en noodzaak van het Trekvliettracé te analyseren. Quik heeft geen nieuw onderzoek gedaan, maar de veronderstellingen die aan het rapport ten grondslag lagen, kritisch getoetst. Volgens Quik wordt het bereikbaarheidsprobleem van de Haagse binnenstad door aanleg van het Trekvliettracé niet opgelost. De Utrechtsebaan is nu overbelast (835 auto’s meer dan de capaciteit van 8000 per uur) en zal dat na aanleg van het Trekvliettracé ook zijn (798 auto’s meer dan de capaciteit, dus nog altijd tien procent te veel). Wel neemt de verkeersdruk op de Haagweg/Rijswijkseweg iets af, omdat een gering deel van de automobilisten een andere route zal kiezen als het Trekvliettracé klaar is. Verder zal de doorstroming op de A4 enigszins verbeteren, maar Quik ziet eenvoudiger manieren om dat te realiseren dan door zo’n forse ingreep als een Trekvliettracé.

Zoals gezegd stond de ontsluiting van de Binckhorst nog niet in het rapport, dus daarover laat Quik zich niet uit. Maar onder de bezoekers van het politiek café van 8 december 2004 heerst vrij algemene overeenstemming dat het Trekvliettracé ook daarvoor geen oplossing vormt. Het is het verplaatsen van de problemen, meer niet.
Het Rijswijkse raadslid Reijem is het er helemaal mee eens. “Kies toch niet voor de moeilijkste oplossing. Je kunt bijvoorbeeld de Prinses Beatrixlaan beter benutten en bij de Boogaard een prachtig transferium aanleggen. En tegen mijn Haagse en Voorburgse collega zou ik willen zeggen: “Laat je van je meest dualistische kant zien!”

Bob Molenaar

 

 

 

 

Fietspad 10: The Making Of in drie bedrijven


Voormalig Provincie-ambtenaar Johan Prins was nauw betrokken bij de totstandkoming van Fietspad 10. Hieronder geeft hij een kijkje in de keuken en wordt en passant uitgelegd hoe deze fietsvoorziening aan zijn naam komt. Uit de memoires van een enfant terrible.


Het eerste bedrijf
Mijn geschiedenis met Fietspad 10 begint ergens vroeg in 1976. Mijn onderafdelingschef zette mij in de ‘interdienstelijke werkgroep’ ter voorbereiding van het Provinciaal Fietspadenplan 1977. Ik zat toen al in het uitvoeringsoverleg fietspaden van de provincie onder de bezielende leiding van drs. J. (Joop) Borgman, zowel letterlijk als figuurlijk een groot man. In zijn handen verdwenen volwassen mannenhanden als kinderknuistjes.
Mogen meewerken aan de voorbereiding van een beleidsplan voor Borgmans grote hobby, fietspaden, was een grote eer en zeker niet slecht voor mijn uitbottende carrière. Om mezelf wat voor te bereiden ging ik na welke eerdere initiatieven nog niet uitgevoerd waren. Zo stuitte ik op een pad over de Waalsdorper Vlakte naar Meijendel, dat genoemd werd in een nota uit 1954 over de vrijetijdsbesteding rond Den Haag. In de nummeringssystematiek van de paden in 1977 werd dit pad bekend als Fietspad 10.
Borgman keek wel een beetje zorgelijk, maar ook hij zag niet in hoe je op de vlakte van Waalsdorp wél militaire oefeningen kon laten houden, maar níet zou mogen fietsen. Een alternatief voor de Buurtweg die langs ‘De Kievit’ voert - waar de oude heer Drees eens was geaffronteerd omdat hij het gewaagd had op het terras een eenvoudige kop koffie te bestellen - maakte hem zelfs enthousiast. Borgman had een hekel aan kouwe kak.
Najaar '77 werd het fietspadenplan door Provinciale Staten aangenomen en moesten Gedeputeerde Staten het conform de statenopdracht tot uitvoering zien te brengen; inclusief fietspad 10.

Ergens in '79 meldde Borgman in het POF (Periodiek Overleg Fietspaden) dat de gemeente Den Haag 'dwarslag’ bij fietspad 10. Overleg met B&W leverde een keihard ‘njet’ op (de Koude Oorlog was volop aan de gang) zonder verdere uitleg. "Misschien zitten er Russen", mopperde hij.
Intussen begon de provincie met de voorbereiding van een grootscheepse reorganisatie van het ‘drinkwatergebeuren’. Dit moest worden voorafgegaan door een onafhankelijk onderzoek dat zou aantonen dat de boel beter moest worden gestroomlijnd en de efficiency verbeterd. Het Koninkrijk van de 'waterboeren' in de duinen zou eveneens onder vuur komen te liggen.
Daar moest ik bij zijn. Het werd nog mooier dan ik in mijn stoutste dromen had durven bedenken. Er kwam een 'eigen' recreatieonderzoek, maar - veel belangrijker - de mogelijkheden en beperkingen van menselijke aanwezigheid in (de nabijheid van) waterwinmiddelen zouden gedegen worden onderzocht. Omdat ik tevens, als ‘bewaker’ van het algemeen maatschappelijk recreatiebelang, in de begeleidingscommissie van het totale onderzoek werd neergezet, kon mij niets ontgaan (dacht ik).

1980 en 1981 gingen grotendeels op aan allerlei (veld)onderzoek en rapportages. Dat leverde niet echt veel nieuws op, wel onvermoede nieuwe inzichten en perspectieven. Zo leken de meeste natuur- en milieuonderzoekers weinig met hun medemensen op te hebben: "De mens/samenleving is slecht, de natuur is goed!". Een in die (en deze?) tijd vaker gehoorde opvatting. Het onderzoek vorderde en ja hoor, het bleek een uitstekend idee om de drinkwaterwereld te stroomlijnen en bij de waterwinning viel nog veel natuur- en milieuwinst te behalen. Iedereen deed zeer gewichtig en blij verrast, maar eigenlijk kreeg de provincie gewoon de uitkomst die zij besteld had.

En toen kwam het ‘toetje’: Ir. Somers van TNO had de relatie onderzocht tussen de aanwezigheid van mensen in of direct nabij waterwinmiddelen en de veiligheid van het drinkwater voor de volksgezondheid. Wat was zijn conclusie? ER IS HELEMAAL GEEN RELATIE!! (En omdat er sindsdien geen enkel onderzoek is geweest dat anders uitwijst: DIE IS ER NOG STEEDS NIET!) Zo en niet anders zou aan opdrachtgever Gedeputeerde Staten worden gemeld.
Het pandemonium dat toen uitbrak was enorm. De waterwinners, gesteund door hun lobbyclub VEWIN, riepen dat dit onderzoek geen zuivere koffie kon zijn en dat ze desnoods het hele IODZH zouden opblazen door eruit te stappen. Maar ook de natuurjongens waren niet blij. Dat snapte ik toen niet, maar nu wel: zij hadden en hebben de waterwinners nodig om het 'stadse crapuul' uit 'hun' schatkamers te houden.

En toen maakte ik de fout van mijn leven. Ik ging ervan uit met achtenswaardige mensen te doen te hebben en begon te onderhandelen (sukkel!). "Je kunt toch meer voor de recreatie gaan doen op je ‘eigen’ terrein, dan kun je meteen het positieve effect van de nieuwe wintechnieken, zoals diepinfiltratie, laten zien", begon ik voorzichtig. Wat er verder allemaal gebeurde is voor mij even verwarrend als traumatisch. Binnen de kortst mogelijke keren was ik door de hoog- en zeergeleerden in hapklare brokjes gefileerd en verdeeld. Ik had ermee ingestemd dat het onderzoeksresultaat niet aan de opdrachtgever, GS, zou worden gemeld en als blijk van 'goede wil' zouden de waterwinners op afzienbare termijn Fietspad 10 realiseren door de Sprank A aan Joop Borgman 'cadeau' te doen.
Ergens voelde ik mij grotelijks belazerd, maar waar, wanneer en door wie? Het zou lange tijd duren voor ik daar voor mezelf meer helderheid in kreeg.

Het tweede bedrijf
1996…Als dit de midlife-crisis is, haal ik de honderd moeiteloos. Voor ik het wist zat ik op de zorgvuldig ingezeepte glijbaan naar het bubbelbad van de WAO. Hoe harder je tegenspartelt, hoe sneller het gaat. Het is niet te geloven hoe snel een zorgvuldig opgebouwd netwerk van kennissen en relaties verdampt in de zon. Voor je het weet ben je van elke maatschappelijke meerwaarde ontdaan.
Om het eigen zelfrespect en het gevoel van eigenwaarde een beetje inhoud te kunnen geven stort ik mij op het enige waar ik volgens sommigen wat van kan: stukjes schrijven. Maandenlang worden kranten, instellingen, bestuurders, volksvertegenwoordigers, partijen van 'all over the place' bestookt met brieven en briefjes, ondertekend: J.P. Prins.

Fietspad 10 en daarmee de duinen met alles d'r op en d'r an komt weer uit de kast - we schrijven inmiddels 2002 - na een telefoontje uit het Provinciehuis: "Weet je dat Van der Sar Pad 10 uit het fietspadenplan wil laten schrappen?"
Viavia kom ik in contact met Marc Beek van de Fietsersbond. Eindelijk iemand die minstens zo eigenwijs is als ikzelf. Er komt ‘vuurwerk’, bij de commissie en de plenaire behandeling. Op de een of andere manier krijg ik het voor elkaar in beide gevallen te schitteren door afwezigheid. Marc is mild, het zou hem ook kunnen overkomen. Het resultaat is buiten alle verwachting: Van der Sar wordt tegen heug en meug een lullig fietspaadje door de strot geduwd. Welke krachten spelen hier op de achtergrond mee dat een provinciaal bestuurder zich publiekelijk zo laat vernederen? "Aanleggen, en vlug een beetje", wordt nog geroepen uit de banken van de Statenleden.

Met een voortvarendheid waar wij Nederlanders een Europees patent op hebben (tussen haakjes, wist u dat het woord 'sabotage' komt van 'sabot', onze bloedeigen Hollandse klomp?) worden de ambtelijke en bestuurlijke rituelen afgewerkt om de eerste fase van de realisatie van fietspad 10 gereed te maken; een onoverzienbare berg papier. Het mooie van de kantoorautomatisering is dat je met een druk op de knop de hoeveelheid papier tot in het oneindige kunt laten opzwellen. Een geliefde strategie voor ambtenaren die zich ergens tegen willen indekken.

Intussen bestook ik de politieke bazen en baasjes met allerhande gerichte informatie, zonder enig resultaat. Niemand, maar dan ook helemaal niemand, toont ook maar enige belangstelling. Een voordeel heeft het wel gehad: Geen enkele lokale of regionale benoemde of gekozen democratische besluitvormer kan straks in redelijkheid verklaren dat hij/zij niet heeft kunnen weten hoe de koers was uitgezet. Ze stonden erbij en wilden het niet zien.

Laatste bedrijf ?
De provinciale ambtenaren hebben hun werk gedaan. De tracénota voor Fietspad 10 is klaar en ligt in de inspraak. Wat moet je daar nu mee? Ik kan mij niet voorstellen dat er iemand zou kunnen zijn met enig gevoel voor de menselijke leefomgeving (humane habitat) in en om Den Haag, die oprecht van mening is dat het pad er niet zou moeten komen. Het had er al minstens 25 jaar moeten zijn. Probeer maar eens op een mooie zonnige dag wandelend of fietsend aan de noordkant op een beetje leuke manier de stad uit te komen. Dat lukt amper. Naar Oost, Zuid of West gaat het niet echt beter. De paar mogelijkheden die er nog zijn, zijn vaak onderdeel (geweest) van oude historische verbindingen, die door de autoriteiten zijn 'vergeten' en er dus nog steeds zijn (zo is het fietspad Scheveningen - Katwijk door de Duitsers aangelegd als verbindingsweg van de Atlantik Wall). Onze relatie met onze 'natuurlijke omgeving' is kunstmatiger en minder natuurlijk geworden. Ons gevoel (mede)verantwoordelijk te zijn voor ‘al wat leeft en groeit en altijd weer boeit’ is zowel oppervlakkiger als sensitiever geworden, je zou bijna zeggen ‘sacraal’. We oordelen steeds meer op 'gevoel' en steeds minder op verstand.

Moet het pad er dan echt komen? Jazeker, maar niet op de hypocriete manier waarop het ons nu wordt voorgeschoteld. Dat er duinhagedissen zitten is een afleidingsmanoeuvre, die zitten op de "Bobsleeheuvel" op Duinrell ook, evenals in de bunkers van de Haagsche Golf&Country Club. En nachtegalen, dat waren in mijn tijd indicatoren voor (heel veel) brandnetels en bramen. Dus verwacht van mij niet te veel natuurgetreur. Hoewel bramen.....

Maar eigenlijk hóeft het pad er niet meer te komen. Het ligt er al! Door Sprank A. De reden om dit tracé niet te benutten is niet valide en in strijd met de werkelijkheid. De enige manier om de drinkwaterboeren gerechtigheid te doen is om ze als een soort "bourgeois de Calais" in hun hemd de toegangssleutels tot hun roofslot te laten overdragen aan de eerste burger van Den Haag.


Johan Prins

 

 

 

 

 

 

Fietspad 10 heeft nog een lange weg te gaan


U hebt grote behoefte aan een fietspad door de duinen naar Meijendel. In uw behoefte aan mogelijkheden voor recreatief fietsen wordt slechts voor 33 procent voorzien. De Haagse agglomeratie verschaft u slechts 1,5 meter recreatieve fietsmogelijkheden, terwijl het getal landelijk op 7,4 meter ligt. Het landelijk gebied rond Den Haag waardeert u met het cijfer 4,8, het duingebied tussen Den Haag en Katwijk evenwel met een ruime 8. Het duingebied van de Vlakte van Waalsdorp waardeert u als fietser met een 7,6. Kortom, een fietsroute zo aantrekkelijk als Fietspad 10 is in heel Haaglanden niet te vinden.
(kaartje van het gebied, zie http://www.pzh.nl/thema/verkeer/nieuwsberichten/fietspad10.jsp)


Tegenover deze cijfers, gebaseerd op gegevens van het CBS en het zogeheten AVANAR-model (Afstemming Vraag en Aanbod Natuur als Recreatieruimte) staan andere. Zo telt het gebied waar Fietspad 10 doorheen zou kunnen gaan 2 à 3 soorten amfibieën en reptielen die onder de Europese Habitatrichtlijn vallen, 4 tot 7 soorten die worden beschermd krachtens de Flora- en Faunawet en 2 à 3 aandachtssoorten. Er nestelen ca. 37 soorten broedvogels die onder de Flora- en Faunawet vallen en tussen de 19 en 23 soorten zoogdieren. Ook lopen er 2 tot 6 soorten zoogdieren rond die worden beschermd krachtens de Habitatrichtlijn. Er bevinden zich 59,1 hectare droog duingrasland en 0,6 hectare duindoornstruweel. De eikenhakhoutbossen zijn vermoedelijk zo’n 350 jaar oud en mogelijk nog ouder.
En zo zouden we nog wel even door kunnen gaan. Ecologisch adviesbureau Vertegaal heeft het allemaal keurig geïnventariseerd en - samen met NL Infra Consult - de gegevens opgenomen in de omvangrijke Tracénota deel 2 voor Fietspad 10. Ook is tot op twee cijfers na de komma uitgezocht in welke mate en voor welke soorten en natuurtypen het fietspad een bedreiging vormt. Voorzover er schade dreigt, worden compensatiemaatregelen in het gebied voorgesteld.


Voors en tegens
Maar cijfers zeggen lang niet alles. Minstens zo belangrijk is de belevingswaarde, zoals weer eens bleek op de discussieavond in het Wassenaarse raadhuis De Pauw op 12 oktober jl. Voor een selecte groep belangstellenden sloegen voor- en tegenstanders van Fietspad 10 elkaar daar met argumenten om de oren.
Bijzonder uitgesproken was Kees Fokkens, die memoreerde dat zijn organisatie de KNNV al in de jaren dertig tegen een fietspad door de duinen was en er nu nog precies zo over denkt: “Fietspad 10 zal leiden tot verdere versnippering en tot verstoring. Er lopen wandelpaden, ruiterpaden, onderhoudspaden van het Duinwaterbedrijf en over een tijdje mogelijk een fietspad op korte afstand van elkaar. De druk op de stadsrand wordt steeds groter. Denk maar aan het golfterrein op de Amonsvlakte, het Automobielmuseum in Reigersbergen, en ga zo maar door.”
John van Vliet van de Stichting Duinbehoud was het volledig met Fokkens eens: “Dit soort discussies speelt overal langs de kust. Overal wil men de duinen ontsluiten. Ook mountainbikers willen er terecht kunnen. Zeker in het kwetsbare gebied waar we het nu over hebben moet je heel voorzichtig zijn. Voorheen was er tenminste nog sprake van opheffing van parkeerplaatsen bij Meijendel in ruil voor aanleg van het fietspad. Maar nu wordt het geïsoleerd beschouwd en is van een integrale kijk op het gebied geen sprake.”

Marc Beek was er als voorzitter van de Fietsersbond afd. Den Haag e.o. medeverantwoordelijk voor dat de Provincie het plan niet definitief afvoerde. “De Fietsersbond wil de recreatieve mogelijkheden voor fietsers vergroten, maar niet tot elke prijs. Recreatieve rondjes vinden we niet interessant. Hier gaat het echter om een verbinding tussen twee punten. Daar zijn we vóór, mits er een goede inpassing komt.””De druk op het gebied kan worden verlicht door de bezoekers wat te spreiden. Laat automobilisten naar de Pan van Persijn gaan en laat de NS-wandeling ergens anders beginnen.”

Voor ecologisch onderzoeker Kees Vertegaal is juist het recreatieve aspect reden om zich op persoonlijke titel tot voorzichtig voorstander te verklaren. “Wil je dat mensen om de natuur geven en bereid zijn die te beschermen, dan moet je ze de kans geven om van de natuur te genieten. Schade is weliswaar niet volledig uit te sluiten, maar op de langere termijn denk ik dat Fietspad 10 bijdraagt aan natuurbehoud.”

Een bezoeker tilde hier wat zwaarder aan. Hij merkte op dat de dwingende redenen van groot openbaar belang - een toetssteen uit de Habitatrichtlijn - onvoldoende hard zijn gemaakt. De rechter kan het plan om die reden wel eens tegenhouden. maar voor Irene van Kooten, lid van Provinciale Staten voor de PvdA, staat het grote maatschappelijke belang van Fietspad 10 vast: “Wil je nú naar Meijendel, dan moet je omfietsen. De route is een stuk minder aantrekkelijk en vooral kinderen zullen het te ver vinden. Als dít plan al niet kan, dan kan er helemaal niets!”

Scheuren en raggen
Het duurde nog geruime tijd voordat de eerste vraag over handhaving gesteld werd, maar uiteraard kon die niet uitblijven: hoe wordt ervoor gezorgd dat er geen mountainbikers door het duin gaan raggen en er geen brommers over het fietspad scheuren? En, ook een punt van zorg: hoe voorkomen we dat mensen die rustig een ommetje maken van de weg gedrukt worden door racefietsers?

De heer Lucas van het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (DZH), in de zaal aanwezig, merkte op dat er ook nu al mountainbikers door de duinen rijden. “Die worden weggestuurd. We hebben veel toezichthouders in de duinen rondlopen.” Lucas liet er geen twijfel over bestaan dat zijn werkgever niet op fietsers zit te wachten: “Wandelaars hebben een intensievere natuurbeleving dan fietsers, dus hechten we daar meer waarde aan.”

Statenlid Van Kooten opperde dat in het ergste geval maar hekken moeten worden geplaatst die ten minste brommers kunnen tegenhouden of waarmee het hele gebied ’s nachts afgesloten kan worden.

Een Provincie-ambtenaar, als toehoorder in de zaal aanwezig, deelde mee dat Alterra gaat onderzoeken of en in hoeverre Fietspad 10 aantrekkelijk zal zijn voor bijvoorbeeld racefietsers. En ook wordt onderzocht of het mensen kan verleiden om niet meer met de auto, maar met de fiets naar Meijendel te gaan.

Naar verwachting wordt het definitieve tracé in december a.s. vastgesteld. Het streven in Fietspad 10 in mei 2007 in gebruik te nemen, maar voor het zover is moeten nog heel wat juridische hobbels genomen worden.
Wordt vervolgd.

 


Met inachtneming van de natuurwaarden in het gebied en de voor recreanten aantrekkelijke gedeelten heeft de Provincie Zuid-Holland het volgende voorkeurstracé voor Fietspad 10 vastgesteld:
“Vanaf het fietsecoduct over de N440 linksaf in westelijke richting parallel langs de Landscheidingsweg, via de Oude Waalsdorperweg rondom het TNO-complex over de bestaande asfaltweg. Vanaf de bestaande toegang aan de Oude Waalsdorperweg via het bestaande (half)verharde wandelpad in het verlengde van de Oude Waalsdorperweg aan de westzijde langs de Berkenvallei richting het verzetsmonument. Zuidelijk ruim voorlangs het verzetsmonument, haaks door de noordpunt van de Berkenvallei, waarbij gebruik wordt gemaakt van een bestaande ophoging in de Berkenvallei. Langs de oostelijke rand van de Berkenvallei richting het bestaande halfverharde wandelpad. Nabij de klokkenstoel wordt aangesloten op het bestaande halfverharde wandelpad aan de entree van het duineikenbos. Via het bestaande onverharde wandelpad door het duineikenbos tot halverwege het duineikenbos. Vanaf hier in noordelijke richting via het bestaande ruiterpad langs de heuvel in Oude Rijs en via het bestaande ruiterpad aan het Achterom.”
Waar het fietspad in de plaats komt van een bestaand wandel- of ruiterpad wordt er elders een nieuw pad voor wandelaars of ruiters aangelegd. Het fietspad gaat bestaan uit klinkers en wordt 2,25 meter breed.

 

 

 

 

 

 

Den Haag staat op de fietskaart

Onlangs verscheen bij Cito-Plan een nieuwe, geheel herziene druk van Den Haag op de fiets. De stadsplattegrond voor fietsers in Den Haag, Rijswijk, Wassenaar, Wateringen en Leidschendam Voorburg kost 3,90 euro. De Fietsersbond, afdeling Den Haag en omstreken is bij de totstandkoming betrokken geweest.

Wat direct opvalt is de groene kleur van het hoofdfietsroutenet, dat als een soort raster over de kaart ligt. De meeste hoofdfietsroutes lopen parallel met de belangrijke doorgaande routes voor autoverkeer. De fietser kan hier gebruikmaken van vrijliggende fietspaden of van fietsstroken. Waar deze stroken langs geparkeerde auto’s lopen zijn ze helaas niet echt veilig.

Naast de groene hoofdfietsroutes staan ook secundaire fietsroutes op de kaart aangegeven, in de kleur geel. Het fietst daar rustiger, er is minder stankoverlast en je komt er minder fietsonvriendelijk afgestelde verkeerslichten tegen. Leden van de Fietsersbond hebben suggesties voor deze routes aangedragen naar aanleiding van een oproep in het ledenblad De Fietsbel.

Het maken van een plattegrond is en blijft mensenwerk. Er staan dan ook soms storende fouten in Den Haag op de fiets. Zo zijn de Venestraat en een deel van de Wagenstraat natuurlijk geen onderdeel van een secundaire fietsroute, want ze liggen in het voetgangersgebied in het centrum van Den Haag. Ook staan er wat fietspaden op de kaart aangegeven (met de kleur rood/roze) die dat in werkelijkheid niet zijn. En vaart u vooral niet blind op de vermelde adressen van fietsenreparateurs. U kunt beter even in het telefoonboek, de Gouden Gids o.i.d. kijken voordat u er met uw kapotte rijwiel heengaat.

Ondanks deze gebreken is de nieuwe fietskaart een bijzonder bruikbaar instrument om eens te gaan experimenteren met andere routes. De Fietsersbond, afdeling Den Haag e.o. is benieuwd om te horen hoe ze u bevalt. Heeft u kritiek, complimenten, ideeën voor alternatieve routes of handige doorsteekjes en dergelijke, meld dit dan aan:
Fietsersbond, afdeling Den Haag e.o.
Postbus 11638, 2502 AP Den Haag
E-mail: denhaag@fietsersbond.nl
Tel. 070 3975116 (Daan Goedhart)

 

 

 

 

 

Een week lang vooruitgang

Ook dit jaar vindt weer de Week van de Vooruitgang plaats, om precies te zijn van 16 tot en met 22 september. Naar verwachting zal die aan de meeste Hagenaars vrij geruisloos voorbijgaan. Hoewel de Week van de Vooruitgang een soort uitgebreide voortzetting van de Autovrije Dag is, maakt dit evenement de gemoederen niet erg los. De jaren dat er op de Autovrije Dag bruisende straatfeesten plaatsvonden, liggen inmiddels vrij ver achter ons. De afgelopen twee jaar diende de Haagse versie van de Europese Autovrije Dag meer de promotie van de binnenstad. En dit jaar vindt zelfs deze uitgeklede vorm van een autovrije dag niet plaats. Op 19 oktober wordt immers de langverwachte opening van de tramtunnel tegemoet gezien, en voor het gemeentebestuur is dát De Dag van de Vooruitgang.

Als het aan de bewoners van de Veerkades ligt, moet de Stille Veerkade zijn naam nu eens eer aandoen. En moet de Amsterdamse Veerkade niet ten onrechte verwijzen naar Amsterdam, dat op het gebied van autovrije dagen een naam heeft hoog te houden (maar het dit jaar lelijk laat afweten…). De Veerkade-bewoners hebben bij de gemeente vergunning aangevraagd om op 19 september deze wegen voor het verkeer af te sluiten.

Uit de metingen die het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit op de Veerkades verricht, blijkt dat de emissienormen daar veelvuldig en grootschalig overschreden worden. Dat geldt zowel voor stikstofdioxide als voor fijn stof. (zie: www.lml.rivm.nl/info/overschrijdingen2003.html) Op grond van Europese regelgeving is het Haagse gemeentebestuur verplicht ervoor te zorgen dat de normen voor NOx-uitstoot gerespecteerd worden (voor fijn stof ligt die verantwoordelijkheid bij de landelijke overheid). Het Plan van aanpak luchtkwaliteit dat wethouder Smits heeft opgesteld, vertoont echter niet al teveel ambitie in de strijd tegen de luchtvervuiling. Het zou een blijk van goede wil van de kant van de gemeente zijn als het verzoek van de Veerkade-bewoners gehonoreerd werd. Daarmee worden ze in elk geval voor één dag teruggeplaatst in de situatie zoals die heerste voor de wekelijkse koopzondag: een (relatief) rustige Dag des Heeren.

Eye-opener
Anders dan veel Nederlandse gemeenten wil Milieudefensie de Autovrije Dag niet ongemerkt voorbij laten gaan. Voor Milieudefensie is deze dag geen symboolpolitiek, maar een adequaat en noodzakelijk middel om mensen er weer eens op te wijzen dat je ook zonder motor en vier wielen onder je lijf van A naar B kunt komen. Iets dat vooral voor veel kinderen waarschijnlijk een eye-opener van jewelste is.
Milieudefensie zal dan ook op ludieke wijze parkeerplaatsen in bezit gaan nemen. Niet door daar auto’s te stallen, maar door er dingen te doen die óók een plek op de openbare weg kunnen vinden. Of ze in Den Haag in actie komt, hangt er vanaf of de Veerkades autovrij worden gemaakt.

Vereniging Milieudefensie heeft dit jaar de organisatie van de Autovrije Dag op zich genomen, vandaar dat de Fietsersbond afdeling Den Haag en omstreken even op haar lauweren kan rusten. Die heeft het al druk genoeg met andere dingen (zie www.fietsersbond.nl/denhaag voor een actueel overzicht).
Wel komt de onderafdeling Leidschendam-Voorburg in actie in de Week van de Vooruitgang. Die is op 18 september vertegenwoordigd op de manifestatie Leidschendam Leeft! en heeft Biesieklette zover weten te krijgen daar een gratis dagstalling in te richten. De onderafdeling hoopt dat het gratis stallen in navolging van het gratis parkeren voor auto’s een groot succes wordt, en dat de gemeente er een structureel vervolg aan wil geven.

Bob Molenaar

Up-to-date informatie over de Week van de Vooruitgang vindt u op www.weekvandevooruitgang.nl

 

 

 

 

Fietspad 10: ja, mits of nee, tenzij?

Het duingebied tussen Den Haag en Wassenaar is veel te waardevol en te kwetsbaar voor nog een druk fietspad. De Stichting Duinbehoud wil dan ook niet meedoen aan een klankbordgroep die de realisatie van Fietspad 10 moet gaan begeleiden. John van Vliet, medewerker beleid en ecologie bij de stichting, zet hieronder zijn bezwaren uiteen.

Zoals bekend is er al vele jaren sprake van de voorgenomen aanleg van dit fietspad door de duinen van Waalsdorp en Meijendel. Het pad zou nog onvergraven stukken duin gaan doorkruisen waar het nu nog rustig is en waar vele planten en dieren leven. Omdat de aanleg op bezwaren van Duinbehoud en andere natuurorganisaties stuitte, werd een compromis uitgewerkt. Aanleg van het fietspad zou onder meer samengaan met het saneren van parkeerplaatsen nabij Theehuis Meijendel. De extra drukte op en rond het pad zou dan wat teniet gedaan worden door meer rust bij het Theehuis. Helaas: weliswaar zijn daar parkeerplaatsen verwijderd, maar elders in het duingebied werd een bestaand parkeerterrein aanzienlijk uitgebreid. Omdat niet aan die afspraak is voldaan, zien wij dat als een eerste reden om niet deel te nemen aan een overleg dat zich uitsluitend richt op de zelfstandige aanleg van dit fietspad. Duinbehoud houdt dus vast aan het afgesproken 'nee, tenzij' principe van destijds.

Geen integrale afweging
Het duingebied tussen Den Haag, Wassenaar en Katwijk staat sterk onder druk. Tot voor kort was het vooral de waterwinning die de natuurwaarden negatief beïnvloedde. Inmiddels is het mogelijk gebleken efficiënter water te winnen en delen van Meijendel en Berkheide hun natuurlijke hydrologie terug te geven. Herstelprojecten geven de flora en fauna nieuwe kansen, maar die dreigen teniet te worden gedaan door het sterk toegenomen recreatieve gebruik van het gebied.
Uiteraard ziet ook Duinbehoud graag fietsers en wandelaars in het duin. Maar natuurlijk niet als recreatieve voorzieningen ten koste dreigen te gaan van unieke natuurwaarden. Duinbehoud vindt dat dat hier het geval is. De provincie heeft in principe ingestemd met realisatie van een doorgaand fietspad dat aanzienlijke bezoekersstromen kan genereren, dat leidt tot aanmerkelijke natuurschade tijdens de aanleg, dat een permanente bron van verstoring zal vormen in een nu nog rustig gebiedsdeel en dat, al met al, die uitzonderlijke natuurwaarden zal aantasten. Voor de Stichting Duinbehoud zou zo'n voorziening er alleen mogen komen als de natuurwaarden, bezoekerstromen en padenstructuren integraal worden bekeken. Tegenover een aantasting in het ene deelgebied moet bijvoorbeeld natuurherstel in een ander deel staan. Oftewel: aanleg van Fietspad 10 behoort wat Duinbehoud betreft alleen tot de mogelijkheden als sanering van het padenstelsel elders in Meijendel leidt tot compensatie van het verlies aan rust en stilte en de bijbehorende natuur- en landschapswaarden. Waarmee we in feite spreken over een 'ja, mits' benadering.

Verkeerde uitgangspunten
De startnotitie voor de aanleg van Fietspad 10 moet onderbouwen waarom alleen dit tracé haalbaar is. Het middel, een fietspad door de duinen, wordt tot doel verheven.
Maar niet het fietspad, maar de als gebrekkig veronderstelde ontsluiting van Meijendel voor fietsers behoort de aanleiding te zijn voor een volwaardige tracéstudie. Duinbehoud kan niet meewerken aan een afweging die uitsluitend tot doel heeft om de alternatieven af te strepen. De startnotitie is daarover volstrekt helder, evenals over het te hanteren 'zoekgebied': dat ligt volledig in de duinen.

Het afgelopen jaar zijn, nagenoeg onafhankelijk van elkaar, plannen gepresenteerd en besproken over een recreatieve herinrichting van de vallei Meijendel, over de verdere openstelling van noord en zuid Meijendel en over de bouw van een plein en kiosk langs de zuidelijke ingang bij de watertoren. Samen met de voorgenomen aanleg van Fietspad 10 lag er een unieke kans om een totaalvisie te ontwikkelen op het behoud van natuurwaarden, in samenhang met recreatief medegebruik voor geheel Meijendel. Dáár hadden wij wel graag onze medewerking aan verleend.

De Stichting Duinbehoud zal de tracékeuze laten toetsen aan alle relevante wetgeving: van Habitatrichtlijn tot bestemmingsplan. Zoeken naar een route vlak langs de duinen lijkt Duinbehoud zonder meer verstandiger. Dat spaart niet alleen de natuur, maar ook veel tijd en geld. De fietser krijgt een leuk ommetje door de landgoederen en de nachtegaal en de wandelaar behouden hun rust.

John van Vliet
Medewerker beleid en ecologie

 

 

 

GROEN forum
Fietspad 10 gezien uit de hoek van Natuurbescherming

Wie fietst, staat in nauwer contact met de natuur dan wie autorijdt. Bovendien richt een gemiddelde fietser in de natuur minder schade aan dan de doorsnee-automobilist. Maar moeten we daarom de aanleg van ieder fietspad maar toejuichen? De groene verenigingen die zitting hebben in het Groen Platform Den Haag staan sceptisch tegenover Fietspad 10 - het sinds lang geplande fietspad vanaf Waalsdorp naar Meijendel.

De deelnemers aan het Groen Platform Den Haag zijn er in principe vóór dat natuurgebieden zoveel mogelijk per fiets of openbaar vervoer bezocht worden, en zo weinig mogelijk per auto. Maar net als autowegen leiden toeristische fietspaden door natuurgebieden tot verstoring - doordat er meer verkeer aangetrokken wordt - en tot versnippering, met als mogelijk gevolg platgereden hagedissen. Daarom vinden wij dat, als het gaat om de aanleg van fietspad 10, enkele zaken goed overwogen moeten worden.
Zo is het bijvoorbeeld de vraag hoeveel fietsers van de nieuwe verbinding gebruik zullen maken en waar zullen ze vandaan komen. Is het verkeer uit Den Haag of uit de randgemeenten afkomstig? En langs welke routes fietsen ze erheen?

Trouwens: wat is eigenlijk de meerwaarde van Fietspad 10 ten opzichte van de twee reeds aanwezige fietsverbindingen? In Meyendel kan men per fiets midden in de vallei komen. Vergelijk deze situatie eens met bijvoorbeeld de Amsterdamse waterleidingduinen!
Er moet goed worden bestudeerd waar het tracé zou kunnen komen zodat het zo min mogelijk schade aanricht. Als aan enige vorm van schade niet te ontkomen valt, zal daarvoor gecompenseerd moeten worden. Sowieso zal eerst de natuurwaarde van het gebied in kwestie goed geïnventariseerd moeten worden.

Ik zie meer in een betere bereikbaarheid van het gebied per openbaar vervoer. In gesprekken met het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland over de herinrichting van de parkeerplaatsen in Meyendel pleit ik er voortdurend voor een bus van De Kievit naar de boerderij te laten rijden. Mensen kunnen met bus 45 van Den Haag bij de Kievit komen en daar dan overstappen op een pendelbus. Op deze manier zouden ook ouderen gemakkelijk bij de boerderij kunnen komen, zonder dat ze daarvoor de auto hoeven te nemen. Tot nu toe heb ik helaas nog maar weinig resultaat.

In de vorige Branding pleitte Henk Ens voor een spoedige aanleg van Fietspad 10. Hij is kennelijk voorstander van een gecombineerd wandel -en fietspad. Zoiets is voor wandelaars echter alleen acceptabel als er niet te veel fietsers rijden. Maar als er maar weinig fietsers langskomen, hoef je helemaal geen fietspad aan te leggen. Voor ons is een gecombineerd pad dus geen optie.

De Provincie heeft zich in beginsel uitgesproken vóór aanleg van Fietspad 10. Over een verantwoorde ecologische inpassing zal ongetwijfeld nog lang gepraat worden. De Groene Verenigingen hebben hun bedenkingen aan de Provincie voorgelegd, in de hoop dat ze bij de plannen betrokken zullen worden. Door middel van een openplan-proces misschien?

Kees Fokkens, KNNV

 

 

 

Beter openbaar vervoer helpt tegen vervuilde lucht

De luchtkwaliteit in Den Haag is niet goed. Dit bleek op het stadsgesprek 'Groene Longen versus Zwarte Longen' van het Haags Milieucentrum en blijkt ook uit een onlangs uitgebrachte studie. Voor een deel wordt deze slechte luchtkwaliteit veroorzaakt door een algemeen hoog achtergrondniveau in Nederland, maar ongeveer eenderde deel is te wijten aan het Haags/agglomeratieve autoverkeer. Juist dat verkeer zorgt ervoor dat de (toekomstige) wettelijke normen nogal eens aanzienlijk worden overschreden. Zowel de gemeente als het Rijk heeft tot taak deze luchtvervuiling - met name de stofdeeltjes PM10, stikstofdioxide (NO2) en koolmonoxide (CO) - te bestrijden.

Uit de gemeentelijke 'Rapportage luchtkwaliteit over 2002', opgesteld in opdracht van het Rijk, blijken diverse verontrustende gegevens. Op elk van de 121 onderzochte locaties in de stad wordt de per 1 januari 2005 geldende grenswaarde van 50 microgram per m3 fijn stof vaker overschreden dan de wettelijk toegestane 35 keer. De toekomstige NO2-norm wordt op 114 van de 121 locaties overschreden. Een van die plekken is de Stille Veerkade, waaraan in de publiciteit terecht veel aandacht is gegeven. Voor PM10 en NO2 gelden overigens nog andere verontrustende overschrijdingen, maar het voert in dit kader te ver om daar nader op in te gaan.

Hoe ernstig dat is weten we inmiddels. Fijn stof bevat carcinogene stoffen en tast de luchtwegen aan. Grote groepen mensen langs de wegen waar overschrijdingen plaatsvinden, zullen op den duur steeds meer gezondheidsproblemen krijgen. Radicale maatregelen zijn niet alleen noodzakelijk maar ook mogelijk, omdat 70% van alle autobewegingen plaatselijk verkeer betreft. De rest is regionaal en landelijk. Het voert te ver hierop en detail in te gaan, maar afzonderlijke metingen langs de rijkswegen waar een aantal VINEX-wijken zijn gelegen tonen aan dat een deel van die wijken te hoge concentraties fijn stof en NO2 heeft. Uit onderzoek van de milieudienst Rijnmond is overigens gebleken dat dit met 5 tot 10% verminderd kan worden door de maximumsnelheid te beperken tot 70 km per uur. Maar genoeg is dat niet.

Als meetpunt voor verbetering wordt vaak het jaar 2010 genoemd. De reden is dat als gevolg van stringent Europees bronbeleid - met name schonere verbrandingsmotoren - de luchtkwaliteit in een aantal gevallen zal verbeteren. Helaas is dat niet de oplossing voor alle problemen. Zo blijft het verkeer toenemen, met name over de A4 langs Ypenburg en Leidschenveen. Ook de (stilstaande)files in de stad zullen naast verbetering ook verslechteringen brengen. Het is gewoon overal te druk met auto's.

Het bedreigde zand
Van de 121 locaties in Den Haag waar problemen te verwachten zijn blijken er meer dan 65 op 'het zand' te liggen - het grofweg een vijfde deel van het Haags grondgebied ten noorden/noordoosten en rondom de Laan van Meerdervoort. De overige overschrijdingen vinden elders in de stad plaats.
Vanwaar die nadruk op 'het zand'? Enerzijds omdat daar dicht langs de wegen is gebouwd. Denk maar eens aan de Mauritskade, Hogewal, het smalle deel van de Laan van Meerdervoort, Javastraat, Groot Hertoginnelaan, Valkenboslaan, Wassenaarseweg enz. Anderzijds omdat het openbaar vervoer op het zand, vooral het railverkeer, in de afgelopen ruim veertig jaar sterk is teruggebracht. Met name in de woon-werkrelaties tussen globaal gezegd het zuidwesten en het noordoosten van de stad zijn bijna alle directe tramverbindingen opgeheven en kan men slechts door overstappen de bestemming bereiken.

Dat begon al met de drukke tramlijn 7, die in de zestiger jaren meer dan vijf miljoen reizigers per jaar vervoerde. Deze lijn, die Bohemen en Station Laan van Nieuw Oost-Indië via de Javastraat met elkaar verbond, sneuvelde door de toenemende druk van het autoverkeer. Ook de ongezonde plekken rond de Mauritskade/Hogewal kenden vroeger een tramlijn, die een behoorlijk spitsvervoer verwerkte. En onlangs zijn verdere verslechteringen doorgevoerd, zoals het opheffen van lijn 8 vanuit Vrederust en het schrappen van lijn 10 overdag. Ook rijdt tram 3 niet meer door het Zeeheldenkwartier en doet ze de Groenmarkt niet meer aan - sinds ruim 120 jaar! Uit onderzoek is gebleken dat 10% van de reizigers gedupeerd is en door de onaantrekkelijk overstap de tram vaarwel zal zeggen.
Verbeteringen zoals de tram naar het Benoordenhout haalden het politiek niet. Men bleef liever in de stank zitten. Daardoor hebben veel (potentiële) tramreizigers vaak noodgedwongen voor de auto gekozen. En nu zit alles vast op onder andere de genoemde wegen.
In het zuidwesten van de stad, waar het vervoer richting centrum en stations beter is geregeld, zijn minder problemen. Maar toch moeten die van de Neherkade, de Veerkaden enzovoort uiteraard niet onderschat worden.

Oplossingen
Doordat het Haagse beleid traditioneel sterk op de auto gericht is zitten we nu in een niet aanvaardbare situatie. Behalve Europese en rijksmaatregelen zullen ook plaatselijke maatregelen noodzakelijk zijn. Zo zullen autoprojecten veel meer onderworpen moeten worden aan een duurzaamheidsanalyse met betrekking tot hun gevolgen voor de luchtkwaliteit. Bussen zullen nog schonere motoren en brandstof moeten krijgen en in incidentele gevallen zal de route bij geconcentreerde woonbebouwing verlegd moeten worden.
In Den Haag zullen meer directe tramverbindingen aangelegd moeten worden, ook via het smalle deel van de Laan van Meerdervoort en de Javastraat/Wassenaarseweg.
Sowieso zal de railcapaciteit van het Centraal Station/splitsing Zoetermeerrail bij Ternoot moeten worden uitgebreid, zodat meer lokale tramlijnen verbindingen tussen het ene en het andere deel van de stad kunnen onderhouden. In de voorliggende plannen voor Randstadrail is dat onvoldoende het geval.

In dat kader zal ook de Grote Marktstraat intact moeten blijven voor minimaal één tramlijn voor lokaal verkeer vanuit de Schilderswijk/Transvaal/Rustenburg-Oostbroek richting Bezuidenhout/Leidschendam. Deze tramrelaties zijn nu zeer druk bezet. Een alternatief railtracé via het Prins Bernardviaduct en/of de Bezuidenhoutseweg moet opengehouden worden.
Een andere maatregel betreft de snelle aanleg van tram 19 in de Vinex-wijken. Aan deze dringend noodzakelijke verbinding met Delft en Leidschendam zijn overheden contractueel gebonden. Zeker nu aannemers vechten om werk en het prijsniveau 20 a 30% is gezakt, is de aanleg van railverbindingen een stuk goedkoper geworden.

Deze maatregelen bieden alternatieven aan automobilisten, die dan zeker veel vaker voor het openbaar vervoer zullen kiezen. Kwaliteit prijst zichzelf en de mensen ontdekken dat heus wel. In dit kader moet dan ook geen beleid van autootje pesten gevoerd worden. Wel zal elke wijk een duurzaamheidsparagraaf aan de gemeente mogen vragen. Waar worden de normen nu, in 2005 en 2010 overschreden en hoe pakken we dat aan.

Ook zal de raad zich moeten afvragen of, in het geval de Norfolkline uit Scheveningen verdwijnt, de Hubertustunnel wel nodig is. Immers dit project is vooral vanuit de milieuoverlast voor het Benoordenhout opgezet. Kan dat geld niet beter in tramlijnen gestoken worden? De vraag mag toch zeker gesteld worden, dunkt me. Willen we ervoor zorgen dat onze kinderen nog enigszins gezond in de stad kunnen blijven leven, dan zal het probleem nu aangepakt moeten worden. Daar ligt een grote taak voor de gemeenteraad van Den Haag.
Daarbij moet het gemeentebestuur zich niet beperken tot de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor stikstofdioxide, maar ook het fijn-stofprobleem aanpakken. In het rapport Luchtkwaliteit legt de gemeente het initiatief hiervoor teveel bij het Rijk. Juist wat betreft fijn stof zou de gemeente het initiatief moeten nemen, omdat zij een eigen trambedrijf heeft waarmee maatregelen kunnen worden genomen. Laten de wethouders Smits en Bruins maar eens lang met elkaar in conclaaf gaan. Zij vormen de spil waar het om draait.
Als de politiek het wil kunnen komende generaties in een schoner Den Haag leven. En dat dat hard nodig is moge onderwijl toch wel duidelijk zijn.

Ronald van Onselen
Platform beter stedelijk en regionaal openbaar vervoer Haaglanden en omgeving

Bent u al gewend aan de nieuwe lijnvoering van de HTM? Of misschien dènkt u alleen maar te weten hoe het in elkaar zit. Test uzelf dan met de lijnquiz op www.haagsetrams.com/aktueel/aktueel.htm. De website www.haagsetrams.com biedt trouwens ook een schat aan informatie over Haagse trams vroeger en nu.

 

 

 

 

Carpoolen is uit, autodelen is in

Wie in de stad woont, heeft geen eigen auto nodig. Aldus in november 2000 Bill Ford, bestuursvoorzitter van de autofabriek waarvoor zijn overgrootvader Henry de kiem legde. Waarom zou je een eigen auto moeten hebben als je over een auto kunt beschikken op momenten dat je er een nodig hebt?

In het interview waarin Ford deze opzienbarende uitspraak deed, voorzag hij een toekomst waarin Ford als een soort autobeheerder zou optreden. Mensen die geen eigen auto willen kopen, zouden deze bij Ford kunnen huren voor de tijd dat ze er een nodig hadden.
Gelukkig is deze utopische situatie al werkelijkheid geworden, zelfs zonder dat je iedere auto kunt huren als het maar een Ford is. Natuurlijk is Nederland een land waar je prima kunt fietsen en is ook het openbaar vervoer goed geregeld, maar er bestaan talloze mogelijkheden om op ieder moment dat dat nodig is over een auto te kunnen beschikken. Eén van die mogelijkheden - Greenwheels - is al een begripje geworden.

Auto's van Greenwheels staan op vaste, gereserveerde parkeerplaatsen in de stad. Op dit moment beschikt het bedrijf over 17 uitgiftepunten in Den Haag en Voorburg, waarvan een overzicht te vinden is op http://www.greenwheels.com/_asp/lokatie_stad_groot.asp?stad_id=4. Er bestaan plannen om vier nieuwe uitgiftepunten aan de lijst toe te voegen.

Abonnees kunnen op ieder moment van de dag via internet of per telefoon een auto reserveren. De abonnementen variëren in prijs van € 5 tot € 50. Per keer dat een abonnee een auto neemt betaalt hij dan nog € 0,10 per gereden kilometer, een bedrag per uur (de hoogte hangt af van de vraag of het om een piek- of een daluur gaat) en de brandstofkosten. Dankzij een boordcomputer en een speciale chipcard is Greenwheels gemakkelijk in het gebruik.

Particulier autodelen
Maar het kan ook anders. In plaats van u tot een bedrijf te wenden, kunt u ook een auto delen met vrienden, bekenden, collega's of familieleden. Dat wordt interessant als u niet minder dan circa 5000 en niet meer dan zo'n 12.000 kilometer per jaar rijdt. Rijdt u meer dan 12.000 kilometer per jaar, dan is autodelen ook nog wel een optie, maar zal het al snel handiger zijn om een eigen auto voor de deur te hebben staan.

Hoe verleidelijk het bezit van een eigen auto ook kan zijn….. autodelen heeft veel voordelen. Zo is het om te beginnen al veel goedkoper. Alles bij elkaar kost zelfs de goedkoopste auto - de Suzuki Alto - nog zo'n 300 euro per maand. Een gemiddeld Nederlands gezin, dat zo'n 9.000 kilometer per jaar rijdt in een bescheiden Opel Corsa, kan door te autodelen 145 euro per maand besparen. De ritkosten zijn bij autodelen dan wel hoger, maar de vaste kosten zijn erg laag. Want de kosten van aanschaf, onderhoud en verzekering worden over meer mensen omgeslagen. En ook de brandstofkosten zullen dalen, want autodelers maken gemiddeld genomen minder kilometers dan eigen-autobezitters.

Mensen met een eigen huis kunnen soms een eigen parkeerplaats kopen. Afgaande op de prijzen die daarvoor gevraagd worden, zijn de stenen waaruit die parkeerplaatsen bestaan zo'n beetje de duurste van Nederland. Nog net geen gulden klinkers. De arme sloebers die niet over een eigen parkeerplaats beschikken, moeten elke keer maar weer zien waar ze hun auto op een redelijke loopafstand van hun huis kwijtraken. Liefst op een vandaalbestendige plek.
Met een deelauto behoren ook die zorgen tot het verleden. Deelauto's worden door gemiddeld twaalf mensen gebruikt. Dat levert in de wijk dus gemiddeld elf extra parkeerplaatsen op. Daar kunnen natuurlijk auto's worden geparkeerd, maar je zou er ook een fietsenstalling kunnen neerzetten. Voor mensen die hun fiets in huis onmogelijk kwijt kunnen. Of voor de autodeler, die zijn fiets dan veilig kan parkeren voordat hij in zijn deelauto stapt.
De gemeente Den Haag beloont autodelers voor hun sociale gedrag door gereserveerde parkeerplekken beschikbaar te stellen. Wel moet u daarvoor officieel als autodeler geregistreerd staan bij de Stichting voor Gedeeld Autobezit. (www.autodate.nl)

It's party time!
Hoe gaat dat delen van een auto met de diverse soorten bekenden, familieleden of buurtbewoners nu in z'n werk? U zou bijvoorbeeld eens een Deelauto Party kunnen organiseren om in kaart te brengen hoeveel buren en vrienden dat autodelen ook wel zien zitten. Iedereen kent de formule van de Tupperware Party: een gezellig avondje met bekenden gecombineerd met een demonstratie van huishoudelijke artikelen. Bij een Deelauto Party gaat het niet om het verkopen van zoveel mogelijk plastic bakjes, maar om erachter te komen wie een auto zouden willen delen. Een draaiboek waarin wordt uitgelegd hoe u een Deelauto Party kunt organiseren is verkrijgbaar bij het Haags Milieucentrum.
Antwoord op de vraag hoe het delen van een auto met bekenden het beste kan worden geregeld, is te vinden in het Doe-het-zelf-pakket van de Stichting voor Gedeeld Autobezit (verkrijgbaar voor € 3.50 exclusief verzendkosten). Er zijn verschillende organisatievormen denkbaar. Hierin wordt ook uitgelegd hoe de kosten redelijk verdeeld kunnen worden en hoe het zit het met de verzekering. Het pakket bevat tevens voorbeeldcontracten en handige tips bij onder andere het aanvragen van een extra parkeervergunning.

Voor mensen die wel zouden willen autodelen, maar de stap nog niet gezet hebben, organiseren we een speciale bijeenkomst. Hier kunt u mensen ontmoeten die misschien wel met u in zee willen gaan. Er worden tips gegeven hoe u één en ander kunt organiseren. De datum en plaats van de bijeenkomst wordt vastgesteld zodra zich daarvoor twintig belangstellenden hebben aangemeld.

En als u de stap naar gezamenlijk autobezit toch niet aandurft, kunt u altijd nog de koppen bij elkaar steken om bij GreenWheels een uitgiftepunt van een deelauto aan te vragen. Dit moet gebeuren door minimaal vijftien rijbewijsbezitters uit dezelfde buurt. Zo'n deelauto is duurder dan een auto in eigen beheer, maar u heeft er dan ook geen omkijken meer naar.

Uitgebreide informatie over allerlei vormen van autodelen vindt u op de website www.deelautodenhaag.nl

 

 

 

 

Bezuinigingen brengen Haags openbaar vervoer aan de rand van de gevarenzone

Voordat het kabinet met zijn huidige golf van bezuinigingen kwam, was er vorig jaar al sprake van dat het openbaar vervoer gekort zou worden in de rijksbijdrage. Voor de financiën van het openbaar vervoer is dat een stevige aderlating, want nog altijd worden de exploitatiekosten slechts voor 40% gedekt door de opbrengsten van de reizigers. De rest moet worden bijgelegd door subsidies van de overheid. Let wel, dit zijn alleen nog de exploitatiekosten. Zoals in een goed huishoudboekje betaamt zijn daar de investeringskosten nog buiten gehouden.

Als in zo'n belangrijke bron van inkomsten wordt gesneden is het duidelijk dat je met minder geld ook minder kunt doen. Een van de toverwoorden is efficiency-verbetering. Anders dan in Amsterdam en Rotterdam, waar de ambtelijke walm van gemeentebedrijf forse besparingen mogelijk maakt, is dat in Den Haag minder goed het geval. Sinds het begin van de jaren '90 is de HTM, die er een andere mentale instelling op na houdt, al druk bezig met bezuinigen. Dan moet juist gewaakt worden dat de bezuinigingen niet te ver gaan, wat op andere posten tot forse kostenverhogingen kan leiden.

Vaak worden suggesties gedaan voor maatregelen in de exploitatie. Zoals bijvoorbeeld het instellen van korttrajectdiensten. Dit lijkt aantrekkelijk maar is het niet. De valkuil is namelijk dat je dan eigenlijk twee lijnen op halve frequentie instelt. En die halve frequentie maakt dat het ongunstiger is om die twee lijnen op elkaar af te stemmen. Ergo, het scheelt niets in kosten, maar de reiziger is wel de dupe.

Slipbemanningen
Net zo min voordeel levert het idee op van slipbemanningen. Dat wil zeggen dat aan het eindpunt de bestuurder de tram verlaat, die dan wordt overgenomen door een collega die net zijn rustpauze heeft gehad. Optisch lijkt het alsof je een tram uitspaart. Maatgevend is echter de wageninzet in de spitsuren en dan zijn de pauzes kort gehouden. Het enige effect is dus dat tussen de spitsuren er een tram méér in de remise staat dan aan het eindpunt. Qua kostenbesparing levert het dus niets op. Maar je hebt wel een fors nadeel bij verstoringen. Als de bestuurder een vaste tram heeft zijn verstoringen binnen de kortste keren verholpen. Pas je slipbemanningen toe, dan staat de bestuurder aan de ene kant van de stad en zijn tram aan de andere kant. Zie dan maar dat je dat weer goed krijgt. Daar kan NS volop over meepraten; daar wordt met slipbemanningen gewerkt om het rondje om de kerk te voorkomen.

Het is dus zaak om niet te gauw te roepen dat het vervoersbedrijf eerst maar eens zelf moet bezuinigen. Als je niet alle factoren in je analyse meeneemt, leidt dat soort bezuinigingen eerder tot kostenverhogingen en zeker tot forse nadelen voor de reizigers.

Voordat er gesneden wordt in bepaalde frequenties of in bepaalde trajecten is in Haaglanden eerst gekeken of het lijnennet nog wel overeenkomt met de vervoersvraag. De stad verandert, dus waar de ene lijn met een stijging van de vervoersvraag te maken krijgt zal die bij een andere lijn juist dalen. Ook zijn er nogal wat lijnverlengingen geweest die ad-hoc aan een bepaalde lijn zijn geknoopt, maar waar dat in een totaal overzicht beter aan een andere lijn had kunnen gebeuren. Uit de jaren '70 stamt nog het twee-lijnen-per-tak-systeem. Aanvankelijk had men goede hoop de reiziger daarmee beter te bedienen. Maar het bleek een draak te zijn. Slechts 4% van de reizigers had er voordeel van, terwijl de andere 96% juist forse nadelen ondervonden. Tel daarbij op dat een dergelijke exploitatie 30% meer kost dan bij enkelvoudige lijnen, en je bent blij dat dit systeem op 15 december met de verschuivingen tussen de lijnen 1, 8 en 9 eindelijk ter ziele is.

Lijnwijzigingen
Het resultaat van deze beschouwingen is geweest dat er per 15 december een groot aantal lijnwijzigingen komt. Met niet alleen nadelen, maar ook voordelen. Inderdaad, er vervallen enkele verbindingen. Maar na aanpassing van de aanvankelijke plannen zijn de alternatieven nauwelijks minder of soms zelfs juist beter dan de oorspronkelijke lijnen. Tegenover de reizigers die nadeel ondervinden omdat ze een keer extra moeten overstappen staat een gelijk of zelfs groter aantal reizigers dat er juist op vooruit gaat. Overstappen is er voor hen niet meer bij of ze hoeven dat door een hogere frequentie minder lang te wachten.

De conclusie is dat het nu nog is gelukt om door verbeteringen in het lijnennet de nadelen van de bezuinigingen buiten de deur te houden. Gaan de bezuinigingen nog verder, dan zal dat niet meer lukken. Dan moeten er maatregelen worden genomen die echt tot minder reizigers zullen leiden. Om dat te voorkomen is het dus zaak om iedereen ervan te doordringen dat met het lijnennet per 15 december aanstaande, de ingebruikname van de tramtunnel per 19 oktober 2004, de komst van RandstadRail op 1 juli 2006 en daarmee ook nieuw trammaterieel het openbaar vervoer in Haaglanden nog beter en nog gemakkelijker zal worden. Alleen met zo'n instelling win je meer betalende reizigers, want alleen daardoor kun je het net overeind houden.

Vinex-wijken
Tot slot nog enkele opmerkingen over de ontsluiting van de Vinex-wijken. De grootste vervoersvraag is op de radiale lijnen naar het Haagse Centrum en Centraal Station, want op die verbindingen is het de moeite waard om je auto te laten staan. Voor Wateringse Veld is dat lijn 17 en voor Ypenburg lijn 15. Beide lijnen beginnen, na een aarzelende start, nu goed uit de verf te komen. Voor Leidschenveen en de Vinex-wijken in Zoetermeer en Pijnacker duurt het helaas nog even, want die zijn aangewezen op RandstadRail. Inmiddels nemen wel buslijnen de honneurs waar. Conclusies als zouden de Vinex-wijken van openbaar vervoer zijn verstoken berusten dus niet op waarheid. Enige ongerustheid is wel op zijn plaats of de verlenging van lijn 16 naar de westzijde van Wateringse Veld nog wel doorgaat.

Daarnaast zijn er voor de Vinex-wijken ook enkele tangentiële lijnen (dat zijn lijnen tussen buitenwijken onderling) voorzien voor de verbindingen met Delft, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg. Daar rijden er al enkele van, zoals lijn 33, maar die stellen zwaar teleur. Het wekt dus geen verbazing dat de geplande lijn 37 tussen Den Haag Zuidwest, Delft en Zoetermeer geen tramlijn wordt maar een buslijn. Lijn 19 zal eerst een buslijn zijn, maar die zal zeker zo'n goede kwaliteit bieden als een tramlijn. Je kunt het je niet permitteren om in deze lijn geld voor tramexploitatie weg te gooien als de positie van de rest van het net zo benard is. De les uit deze lijn is wel dat je eerst goed moet weten hoe je lijnennet eruit gaat zien voordat je infrastructuur gaat aanleggen.

Jan van Male,
ROVER Den Haag


Twee lijnen per tak
Een goed voorbeeld van het twee-lijnen-per-tak-systeem (TLPTS) is de verbinding tussen De Uithof en het Centrum via de Melis Stokelaan. Daar rijden tram 8 en 9 voor een zeer groot dezelfde route. Als voordeel van dit systeem wordt gepresenteerd dat passagiers minder hoeven over te stappen: ze kunnen kiezen uit twee eindbestemmingen.
Het TLPTS-systeem is echter heel star. Afstemming van lijnen werkt hooguit in één richting goed, maar niet in de andere. Daar ontstaat clustering, dus langere wachttijden en minder zitplaatskans. Daarbij is het voordeel voor de reizigers miniem: het percentage dat echt voordeel heeft van de bespaarde overstap is kleiner dan vier, want het overgrote deel van de bestemmingen ligt op de tak zelf of niet verder dan het Centrum. Bovendien willen de meeste reizigers niet wachten op de rechtstreekse verbinding, maar liever reistijd besparen door de eerstkomende tram te nemen en dan over te stappen. Op de Melis Stokelaan is er bijvoorbeeld niemand die een lijn 8 voorbij laat gaan omdat hij met lijn 9 naar CS wil. Daar ben je dan sneller met een overstap op Hollands Spoor, waar je uit vele lijnen kunt kiezen.

De komende opheffing van lijn 8 met vervanging door de lijnen 1 en 9 pakt goed uit. Scheveningen-Dorp gaat van een kwartier- naar een tienminutendienst. Op de Melis Stokelaan verbetert de regelmaat en op de Koninginnegracht zijn alleen bij extreem grote drukte naar Scheveningen korttrajectdiensten nodig.

 

 

 

 

Keek op de Week van de Vooruitgang

De mensen die op zondag 21 september tegen het middaguur op de Hofplaats kramen aan het opbouwen waren, keken vreemd op. Het was toch Binnenstad Bereikbaar-dag, en dan was een deel van het Haagse Centrum toch afgesloten voor gemotoriseerd verkeer? Dus wat deden al die auto's daar dan?

Maar nee, de activiteiten in het kader van het evenement Binnenstad Buitengewoon Bereikbaar begonnen om 12.00 uur, en pas daarna werden er wat hekken dwars over de weg gezet. De nijvere standhouders keken elkaar maar eens berustend aan. Niet alleen liep de gemeente Den Haag uit de pas met de Europese Autovrije Dag - die zou de dag erna plaatsvinden, op een werkdag, wat volgens Den Haag te veel overlast met zich zou meebrengen - ook werd de afsluiting van slechts een paar straten beperkt tot een luttele vijf uurtjes. Het was wel duidelijk dat iets als een autovrije dag, welke naam hieraan dan ook gegeven wordt, voor het gemeentebestuur maar een hinderlijke onderbreking van de dagelijkse gang van zaken vormt.

Congestion charge
Na rijp beraad had het Haags Milieucentrum toch besloten om acte de présence te geven, ook al hadden wij dan grote bezwaren tegen de invulling van deze dag. Er is niets mis met het bevorderen van de vitaliteit van de binnenstad, maar is één dag per jaar ruimte voor de niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers nu echt te veel gevraagd?

Vandaar dat de argeloze binnenstadsbezoeker op deze zonnige zondag kon worden aangeklampt door twee verbluffend goed Nederlands sprekende Londeners, die hem een flyer in de handen drukten. Hierop werd het een en ander verteld over de manier waarop Londen de verkeersproblemen in de binnenstad te lijf is gegaan. De huidige burgemeester, Ken Livingstone, is gekozen (zo gaat dat immers in het land van de Magna Charta, een van de pijlers van de democratie in de moderne zin) op de belofte het fileprobleem aan te pakken en het busvervoer te verbeteren. Automobilisten in het centrum van Londen plachten immers ongeveer de helft van de tijd in de file te staan en bussen kwamen nauwelijks vooruit. Met deze taken is Livingstone voortvarend aan de slag gegaan. In twee jaar tijd was een systeem in werking dat draait om een zogenoemde fileheffing: de congestion charge. Automobilisten die op een werkdag tussen 07.00 en 18.30 uur het zakencentrum de City of London in willen, zijn daarvoor £5 kwijt, zo'n zeven euro.

Van elke automobilist die het acht vierkante kilometer grote tolgebied binnenrijdt, wordt het nummerbord gefotografeerd en tegelijkertijd een totaalbeeld van de auto genomen. Hiervoor zijn geen geavanceerde satelliettechnieken nodig maar eenvoudige digitale camera's die informatie naar centrale computers sturen. Die camera's staan bij elke invalsweg, hoe klein ook, en ook verder nog op verschillende strategische plekken.

De resultaten mogen er zijn. Het aantal verkeersopstoppingen daalde in ruim drie maanden tijd met bijna 40%. De gemiddelde snelheid van het verkeer nam toe van 14 naar 18 kilometer per uur. Enkele duizenden automobilisten zijn overgestapt op de bus, onder meer omdat er twaalf nieuwe routes zijn gekomen. Doordat er zoveel opstoppingen zijn verdwenen, volgen de bussen elkaar snel op en hoeft de gebruiker niet langer te wachten tot hij een ounce weegt. Die nieuwe lijnen zijn echter nog niet erg ingeburgerd. Veel automobilisten hebben gekozen voor de bekende weg: de metro, die daarmee alleen nog maar drukker is geworden.

Op de groep heffingsplichtigen bestaat overigens een aardige uitzondering: bestuurders van auto's die op alternatieve energie rijden mogen wèl gratis door de stad toeren. Ze hoeven zelfs geen parkeergeld te betalen.

De fiets
Gelukkig zijn er nog andere vervoermiddelen dan de auto en het openbaar vervoer: in ongeveer 28% van de Londense huishoudens is minstens één fiets te vinden, maar de situatie in hartje Londen nodigde nooit erg uit om die te gebruiken. Wie wil weten waarom niet, moet maar eens kijken op www.blagged.pwp.blueyonder.co.uk/citycyclists/hoshame.html.
Dat is aan het veranderen. Volgens de London Cycling Campaign is het aantal fietsers in de binnenstad sinds de invoering van de congestion charge met zo'n 25% gestegen. Fietsenstallingen op drukbezochte plaatsen noteerden een verdubbeling van het aantal gestalde fietsen sinds de fileheffing in februari van kracht werd. Forensen nemen hun rijwiel nu mee in de trein naar Londen en vervolgen hun reis door de binnenstad hierop. Volgens hen is het niet eerder zo leuk, mooi en veilig geweest om door de Britse hoofdstad te forenzen.

Uiteraard zijn de protesten tegen de congestion charge niet van de lucht. Vooral ondernemers in de City of London klagen over omzetverlies, tot wel 46%. Een Amerikaans rapport bestrijdt dit cijfer echter. Het zou niet hoger zijn dan 16%. Deze analyse is gemaakt in opdracht van de New Yorkse burgemeester Michael Bloomberg, die de wijken Brooklyn en Queens autovrij wil maken. Hij was gedwongen die plannen uit te stellen omdat het bedrijfsleven naar aanleiding van de Londense cijfers bezwaar maakte. Het Amerikaanse rapport vormt voor hem een steun in de rug.

Wat er ook op de concrete invulling van de heffing af te dingen is, niemand wil er meer vanaf. Zelfs de tegenkandidaat van burgemeester Livingstone, de Conservatief Steve Norris, is bereid de tol in aangepaste vorm te handhaven,.

De Haagse situatie
De Haagse wethouder Bruno Bruins, die ook de verkeersportefeuille in het Stadsgewest Haaglanden onder zijn hoede heeft, denkt dat er op termijn aan tofheffing niet te ontkomen is. Die mening is inmiddels ook zijn partijgenote Karla Peijs van Verkeer en Waterstaat toegedaan, zij het dat ze verwacht hiermee niet vòòr 2010 te kunnen beginnen. Wat Bruins betreft zou beprijzing niet in de binnenstad van Den Haag moeten gebeuren. Opstoppingen doen zich volgens hem niet zozeer voor in de binnenstad, maar meer op het hoofdwegennet. Dáár moet het probleem worden aangepakt. En ook verwacht Bruins veel van Randstadrail. In het milieucafé De Derde Dinsdag in Dudok van 23 september sprak de wethouder de hoop uit dat Randstadrail dezelfde uitstraling en vanzelfsprekendheid krijgt als de metro in Londen.

Het eveneens aanwezige D66-raadslid Robert van Lente merkte droog op dat de bewoners van de Amsterdamse en de Stille Veerkade waarschijnlijk anders over deze problematiek denken. Ook op de Veerkades, hartje centrum, is vaak sprake van een verkeersinfarct. Van Lente zei dat hij dan ook graag een onderzoek naar beprijzing van autoverkeer in de binnenstad zou willen zien. Maar inmiddels zijn ook de bewoners van de Veerkades zelf in actie gekomen. In een brief aan de gemeenteraad eisen ze dat ze niet langer worden blootgesteld aan het door verkeer veroorzaakte fijn stof, dat allerlei ziekten veroorzaakt. Dit naar aanleiding van de eerste resultaten van het meetpunt dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op de Veerkade heeft aangebracht. De maximale norm voor de uitstoot van fijn stof wordt ongeveer tien maal zo vaak overschreden als toegestaan: dagelijks in plaats van op z'n hoogst 35 dagen per jaar. Het RIVM is van mening dat het onderzoek nog niet lang genoeg loopt om er conclusies aan te kunnen verbinden, maar de trend is zorgelijk.

Behalve dat het Haags Milieucentrum op de 'Autovrije Dag' aandacht vroeg voor het Londense model, maakte ze propaganda voor autodelen. Door samen met andere mensen één auto te gebruiken, kan het totale autobezit immers binnen de perken worden gehouden. Presentator Gerard van den IJssel - in een knalgeel kostuum gestoken - voelde geïnteresseerden aan de tand over hun kennis van autodelen. Ook werden ze gevraagd een speelgoedauto'tje in tweeën te zagen. De gelukkige winnaar mocht een dag later, de nationale Autodate Dag, in een Smart Sport Biturbo deelnemen aan de 24-uurs Deelautorally die door heel Nederland ging.

Bob Molenaar

 

 

 

GROEN forum

Fietspad 10 moet er nu komen

In de Branding van juni/juli vertelt Jaap Mels dat ons land vol ligt met brede, geasfalteerde, met palen en hekken van de omgeving afgeschermde en van lichtmasten voorziene "fietswegen". Kan hij hier in de buurt een paar van die wegen noemen? Dan ga ik er eens kijken, want blijkbaar heb ik een belangrijk aspect van ons landschap altijd over het hoofd gezien. Dan kan ik misschien ook een glimp opvangen van de "lycrabrigade". Ik heb geen idee wat ik me daarbij moet voorstellen, wat ook al een ernstig gebrek aan mijn ontwikkeling is.

Waarom zouden fietspaden niet geschikt zijn om op te wandelen? Ik fiets bijna dagelijks op fietspaden waar regelmatig wandelaars lopen; bij voorbeeld in het Haagse Bos, door landgoed Reigersbergen en het enige jaren geleden aangelegde stuk van fietspad 10. Natuurlijk vraagt dat van beide partijen een beetje begrip voor elkaar, maar dat is toch overal in de maatschappij nodig? De meeste wandelaars begrijpen dat ze op een fietspad niet over het hele pad moeten uitzwermen en geen honden los moeten laten lopen die ze niet onder appèl hebben. Evenzo begrijpen fietsers dat ze op dergelijke paden niet met zijn twintigen om het hardst moeten rijden. Ik maakte nog nooit agressie of scheldpartijen mee.

Nederland is vol, maar niet met mensen maar met auto's. Die hebben bovendien de vervelende eigenschap dat de voor hen gereserveerde ruimte nergens anders voor gebruikt kan worden als ze er niet zijn. Als alle auto's in woonstraten en parkeergarages staan zijn de vele kilometers autosnelweg wel leeg, maar mens noch dier kan er gebruik van maken. Dat is wellicht ook het geval met de "fietswegen" van Jaap Mels, maar normale fiets- en wandelpaden kunnen door veel diersoorten gemakkelijk overgestoken worden en sluiten naadloos aan op de begroeiing. We hoeven Nederland toch niet nog voller te maken dan het al is door voor iedereen zijn eigen weg te reserveren - ook als hij er helemaal niet is?

Eens ben ik het met Jaap Mels dat een toegang tot het duingebied voor fietsers bij de Waalsdorpervlakte voor de hand ligt, en dat dus fietspad 10 eigenlijk een vanzelfsprekende zaak is. Misschien is de "recreatiedruk" op het natuurgebied inderdaad al hoog en zou hij door de nieuwe verbinding nog hoger kunnen worden, maar dat is wel een erg abstract en slecht kwantificeerbaar feit: wat is recreatiedruk eigenlijk en hoe meet je die? Ik denk trouwens dat om die recreatiedruk te beperken niet in de eerste plaats het fietsverkeer beperkt moet worden, maar de voetgangers, want die verstoren de natuur veel meer dan fietsers. Ze hebben honden bij zich die achter de konijnen aan zitten, en kinderen die spelletjes spelen in de bosjes, takken afbreken en in bomen klimmen - om over het achterlaten van rommel maar niet te spreken.

Bovendien zijn wandelaars vaak uitgestapte autobestuurders. Als fietspad 10 ertoe zou leiden dat die wandelaars hun auto niet meer bij de Boerderij van Meijendel zouden parkeren, maar daar via fietspad 10 heen zouden gaan, zou dat wel eens een vermìndering van de "recreatiedruk" kunnen betekenen.

Het lijkt inderdaad voor de hand te liggen om een van de voetpaden over de Vlakte van Waalsdorp voor fietsers geschikt te maken vanaf het ecoduct over de Noordelijke Randweg tot het fietspad dat langs Meijendel naar de strandopgang loopt. Daar liggen nu een aantal wandelpaden heel dicht bij elkaar en ze zijn zeker niet zo druk dat dat voor de wandelaars moeilijkheden zou kunnen geven. En ja, dan zal er wel eens iets gebeuren wat anderen niet leuk vinden, maar dat gebeurt nu ook, en dat mag toch nooit een reden zijn om een nuttige en nodige voorziening niet te maken? Het is aan ons allen om te zorgen dat die voorziening er na al het gekissebis en dwarsliggen eindelijk zo snel mogelijk komt en vervolgens goed gebruikt wordt zodat we er allemaal plezier van hebben.

Henk Ens

 

 

 

 

 

'Slimme' cruise control is geen goed idee

Staatssecretaris van Milieu Pieter van Geel wil dat alle nieuwe auto's in Europa worden uitgerust met een cruise control en een boordcomputer. Dit zou het brandstofverbruik en de CO2 uitstoot met zo'n tien procent kunnen verminderen. Henk Ens verwacht er weinig heil van. Integendeel.

Een traditionele cruise control doet weinig meer dan je snelheid constant houden. Daar heb je in Nederland weinig aan, maar hij kan geen kwaad. Zijn 'slimmere' opvolger, de Adaptive Cruise Control of ACC, is in het Nederlandse verkeer niet zozeer nutteloos als wel gevaarlijk. Het is immers niet meer een hulpmiddel voor de bestuurder maar een automatisch systeem dat de besturing van hem overneemt, en hem als het ware buiten spel zet.
Daarmee neemt die ACC ook een deel van de verantwoordelijkheid voor die besturing over. Dat heeft behalve technische ook juridische en psychologische consequenties. Juridische, omdat de bestuurder zich bij een ongeluk kan beroepen op fouten van de ACC. De fabrikant of de inbouwer van die ACC kan dan schuldig bevonden worden aan en aansprakelijk gesteld voor het ongeluk. Daarom alleen al lijkt het erg onverstandig om zulke apparatuur te gaan inbouwen in voertuigen die op de openbare weg verkeren, anders dan voor zorgvuldig gecontroleerde en bewaakte proeven - laat staan om die apparatuur verplicht te gaan inbouwen in alle auto's.

Psychologisch heeft het door apparatuur laten overnemen van een essentieel deel van zijn taak onherroepelijk als gevolg dat de aandacht van de bestuurder verslapt. Hij hoeft de beslissingen niet meer te nemen, dus hij gaat zijn aandacht op andere dingen richten. Een storing in de apparatuur zal hij niet direct opmerken, zodat hij meestal niet meer in staat zal zijn om nog tijdig in te grijpen. Alleen als de apparatuur zo eenvoudig, robuust en bedrijfszeker is dat de kans op storingen verwaarloosbaar klein is in vergelijking tot het aantal fouten dat de bestuurder zelf maakt, is de automatisering een verbetering. De ACC is echter een buitengewoon gecompliceerd apparaat met een bijna oneindig aantal mogelijkheden tot fouten en storingen, Er zijn oneindig veel verschillende verkeerssituaties denkbaar bij allerlei weersomstandigheden, met alle soorten andere weggebruikers. Er kunnen allerlei signalen doelbewust of bij toeval invloed uitoefenen op het systeem. Het lijkt daarom ondenkbaar om de feilloze werking van een dergelijk systeem onder alle omstandigheden te garanderen - ook al zijn er uitgebreide proeven mee genomen.

Verslapte aandacht
Dat het aanbrengen van automatische apparatuur die de taak van een bestuurder ten dele overneemt leidt tot het verslappen van de aandacht van die bestuurder, is reeds lang bekend. Om verliezen door overlopen van tanks bij het vullen te verminderen werd kort na de oorlog het vullen van opslagtanks in de chemische industrie geautomatiseerd. Als de tank vol was stopte automatisch de vulpomp en sloten de kleppen. Dat leidde inderdaad tot een sterke vermindering van het aantal keren dat tanks overliepen, maar de daarbij verloren hoeveelheden product stegen enorm. De operator lette namelijk niet meer op en ging ondertussen wat anders doen. De pomp stopte tòch vanzelf. Dat ging bijna altijd goed, maar als bij een storing de pomp niet stopte merkte de operator dat pas veel later. Tegenwoordig werken de meeste installaties helemaal automatisch. Een voorwaarde daarvoor is echter dat de installatie geheel afgesloten van de openbare weg is en alleen toegankelijk voor deskundig personeel. Voor auto's op een snelweg is dat natuurlijk niet te verwezenlijken. Bovendien zijn daar talloze invloeden denkbaar die het geautomatiseerde besturingssysteem kunnen storen - om van kwaadwilligheid nog maar niet te spreken.

In België botste een vrachtwagen met de traditionele vorm van cruise control aan achter op een stilstaande personenauto. Dit zware ongeval hing waarschijnlijk samen met een ander welbekend probleem: oververmoeide vrachtautochauffeurs die te lang achter het stuur zitten en zich op de lege nachtelijke wegen stierlijk vervelen. In de Europese Unie wordt daartegen opgetreden door hun rij- en rusttijden te controleren via de verplichte tachometer, maar het is bekend dat met dit apparaat nogal wat gesjoemeld wordt. Als hij niet buiten bedrijf gesteld was, zou de tachometer de oorzaak van dit ongeluk kunnen aantonen. Het kan niet veroorzaakt zijn door de cruise control, omdat die niet meer deed dan de snelheid constant houden. Een 'slimmere' cruise control zou de wagen wellicht tijdig tot stilstand gebracht hebben, maar dat zou de veiligheid niet gewaarborgd hebben, want ook met een ACC blijft een slaperige vrachtwagenchauffeur een gevaar op de weg.

Veel beter dan de 'slimmere cruise control' is daarom het aanbrengen van een simpele registrerende snelheidsmeter in alle auto's. Daarmee kunnen bestuurders van auto's die bij een ongeluk betrokken raken hun rijgedrag aantonen. Zij weten dat dat ook tegen hen gebruikt kan worden en gedragen zich daarnaar.
Lagere snelheden - en vooral regelmatiger rijden - leiden tot lager brandstofverbruik. Voor een besparing op het energieverbruik van 10% is een ingreep met onoverzienbare gevolgen als het standaard aanbrengen van die 'slimmere' cruise control niet nodig. Immers, als de wil daartoe aanwezig was zou dat met veel eenvoudiger middelen te bereiken zijn.

Ir. Henk Ens

 

 

 

 

KLIK HIER VOOR OUDERE ARTIKELEN OVER MOBILITEIT

 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.