|
MOBILITEIT
Fietsen met obstakels (Branding
nr. 18 januari-maart
2005) (Branding
nr. 18 januari-maart
2005)...meer
Duurzaamheidswerkgroep wil gratis openbaar
vervoer (Branding
nr. 18 januari-maart
2005) ...meer
BOT - Altijd scherp (Branding
nr. 18 januari-maart
2005) ...meer
Fietspad 10: The Making Of in drie bedrijven
(Branding
nr. 17 november/december
2004) ...meer
Fietspad 10 heeft nog een lange weg te gaan (Branding
nr. 17 november/december
2004) ...meer
Den Haag staat op de fietskaart (Branding
nr. 16 september/oktober
2004) ...meer
Een week lang vooruitgang
(Branding
nr. 16 september/oktober
2004) ...meer
Fietspad 10: ja, mits of nee, tenzij? (Branding
nr. 14 april/mei 2004)
...meer
GROEN
forum
Fietspad 10 gezien uit de hoek van Natuurbescherming (Branding
nr. 13 februari/maart
2004) ...meer
Beter openbaar vervoer helpt tegen vervuilde lucht
(Branding
nr. 13 februari/maart
2004) ...meer
Carpoolen is uit, autodelen is in (Branding
nr. 13 februari/maart
2004) ...meer
Bezuinigingen brengen Haags openbaar vervoer aan
de rand van de gevarenzone (Branding
nr.12 november/december 2003) ...meer
Keek op de Week van de Vooruitgang (Branding
nr.12 november/december 2003) ...meer
GROEN
forum
Fietspad 10 moet er nu komen +
'Slimme' cruise control is geen goed idee (Branding
nr.12 november/december 2003) ...meer
KLIK HIER VOOR OUDERE
ARTIKELEN OVER MOBILITEIT
Fietsen met obstakels
Barrières voor de fietser, ze zijn er in
tal van soorten en maten. Of het nu waterwegen, spoorwegen, of autowegen
zijn, het resultaat is altijd omwegen. Denk maar eens aan de sporen
die van en naar Den Haag Centraal lopen, en waar een erkend griezelig
tunneltje onderdoor gaat. Denk ook aan de Utrechtse Baan, de Vliet,
de vrije trambanen… Vaak zijn de mogelijkheden om dergelijke
verbindingen te kruisen beperkt, en moet de fietser zich er doorheen
persen samen met al het overige verkeer. Dat kan anders.
De Fietsersbond Zuid-Holland heeft de knelpunten in haar werkgebied
in kaart gebracht en er een fraaie, zestig pagina’s tellende
brochure van gemaakt. ‘Fietsen met obstakels, barrières
in Zuid-Holland’ bevat een beschouwend deel over het verschijnsel
en zeven case-studies, alvorens met een aantal aanbevelingen te
besluiten. Zo bepleit de Fietsersbond een fietseffectrapportage,
oftewel het in de planvorming opnemen van een onderzoek naar de
effecten van infrastructurele ingrepen op fietsers.
De brochure is gratis af te halen op het Haags Milieucentrum.
Duurzaamheidswerkgroep wil gratis
openbaar vervoer
Het is een idee dat met enige regelmaat gelanceerd wordt:
gratis openbaar vervoer. Onze zuiderburen hebben er goede ervaringen
mee (met Hasselt als cause célèbre) en ook de gratis
bussen tussen Leiden en Den Haag zaten het afgelopen jaar vaak bomvol.
Voor Jeltje van Nieuwenhoven, nog maar net aangetreden als gedeputeerde
voor verkeer en vervoer bij de Provincie Zuid-Holland, overigens
geen reden om het experiment met gratis ov voort te zetten. De files
zijn er immers niet aantoonbaar korter door geworden.
Gratis openbaar vervoer is nu ook binnen Den Haag een serieuze optie.
Bij een bezoek aan het milieucafé De Derde Dinsdag in Dudok,
in de lente van 2004, kwam een aantal mensen tot de conclusie dat
het zo niet langer gaat. Ze besloten een werkgroep op te richten
die er onder meer voor wil zorgen dat u over een tijdje gratis met
bus, tram of lightrail kunt reizen.
De nood is hoog, vindt de Werkgroep Duurzame Stadsmobiliteit. In
een stad die ooit ontworpen is voor voetgangers, koetsiers en schippers
zijn nu veel van de grachten gedempt en staan de straten vol auto's:
150.000 alleen al voor privé-gebruik. Die nemen 37.500.000
vierkante meter in beslag. Ambulances kunnen er bijna niet door
en vertegenwoordigers moeten de helft van hun afspraken schrappen.
Laden en lossen in de binnenstad is een crime. En dan is er nog
de luchtverontreiniging, die jaarlijks in Den Haag circa 150 slachtoffers
eist.
De gemeente zoekt dan wel naar oplossingen, maar bewandelt daarbij
steeds dezelfde wegen: rotondes, snelheidsverlagingen, omleidingen
voor vrachtwagens en duurder parkeren. Voor de Werkgroep Duurzame
Stadsmobiliteit is het de hoogste tijd voor nieuwe denkwegen in
plaats van nieuwe wegen. Ze wil dan ook samen met de Haagse burgers
de gemeenteraad en B&W ter verantwoording roepen en dwingen
alternatieve, ingrijpende oplossingen te ontwikkelen. Daartoe grijpt
de werkgroep naar een relatief nieuw middel, dat de kloof tussen
de burgers en de politiek moet verkleinen: het burgerinitiatief.
Frans de Leef, Ed Dusschoten en Beleke den Hartog zijn vast van
plan om 2500 handtekeningen van Hagenaars te verzamelen om hun Burger
Initiatief duurzamestads mobiliteit te realiseren. Als ze daarin
slagen, wordt de gemeenteraad verplicht om ‘gratis openbaar
vervoer’ op zijn agenda te plaatsen. Dat zou in mei 2005 moeten
gebeuren.
Natuurlijk is ‘gratis’ openbaar vervoer maar een kreet.
Iémand zal ervoor moeten betalen. Als dat niet de gebruiker
is, is dat de belastingbetaler. De werkgroep schat de kosten op
100 miljoen euro per jaar, oftewel zestig eurocent per Haagse inwoner
per dag.
Iemand die níet voor het burgerinitiatief zal tekenen is
Jan van Male van ROVER, de belangenvereniging van ov-gebruikers.
“Op deze manier haal je niet de automobilisten uit hun auto,
maar wel de fietsers van hun fiets en je genereert een vervoersvraag
waar geen nut tegenover staat. In Hasselt was het voorheen zo dat
de bussen leeg waren, maar dat is bij ons niet het geval. Je moet
dus méér voertuigen en mensen gaan inzetten. Dan gaan
de exploitatiekosten nog verder omhoog. Momenteel betaalt de reiziger
tussen de 30% en de 40% van de werkelijke exploitatiekosten voor
zijn kaartje. Het restant wordt nu al met de grootste moeite door
de overheid bijeengeschraapt. Waar zou je dan de rest vandaan moeten
halen?
Als je de zwakkeren wilt helpen aan openbaar vervoer kun je dat
beter op een andere manier doen.
Naar de mening van ROVER werpen de vele kaartsoorten en onduidelijkheid
over het aantal af te stempelen strippen belemmeringen op voor ov-gebruik.
“De chipcard gaat hierin ook tegemoetkomen”, aldus Van
Male.
Ronald van Onselen, voorman van het Platform beter
stedelijk en regionaal openbaar vervoer Haaglanden en omgeving (OVHA),
is aanzienlijk positiever gestemd: “Wij voelen wel voor het
Belgische succesvolle model, dat wil zeggen, ouderen en kinderen
tot 12 jaar gratis buiten de spits en geleidelijk aan uitbreiden
tot meer faciliteiten voor werkenden. Zo kun je stap voor stap bezien
hoe het gaat en welke effecten het heeft.” Van Onselen weet
te melden dat Belgische jongeren het dankzij een speciale kaart
‘cool’ vinden om het openbaar vervoer te gebruiken.
Daan Goedhart van de Fietsersbond afdeling Den Haag
en omstreken zit meer op de lijn van Van Male. Ook hij vreest met
grote vreze dat gratis openbaar vervoer fietsers de bus en tram
in lokt, zonder dat het automobilisten verleidt hun voertuig te
laten staan. Goedhart: “Dat heeft de praktijk toch wel bewezen.
Veel mensen zijn nu eenmaal gemakzuchtig. Er wordt tegenwoordig
veel minder gefietst dan vroeger, en uit gezondheidsoogpunt is het
niet gunstig als mensen zo gemakkelijk de bus of de tram nemen.
Voor beweging gaat er niets boven de fiets. Als je openbaar vervoer
al gratis zou moeten maken, dan alleen voor bijvoorbeeld gehandicapten
en ouderen. En misschien alleen buiten de spits.”
Compromissen zijn bij uitstek het domein van politici.
Hoe denken raadsleden eigenlijk over dit initiatief? Als de werkgroep
in zijn opzet slaagt, worden zij immers gedwongen om er in mei over
te gaan discussiëren. Op de discussieavond die de werkgroep
op 14 december jl. organiseerde, waren twee raadsleden aanwezig.
Cees de Jager van de PPS merkt op dat de subsidiëring van het
ov eigenlijk nog veel hoger is vaak gedacht wordt. De overheid draagt
niet tweederde bij aan de prijs van een kaartje, maar naar zijn
inschatting misschien wel negentig procent als je de kosten van
aanleg en onderhoud van infrastructuur meeneemt. Gratis ov gaat
De Jager te ver. Maar voor een prijs van één euro
per rit, onafhankelijk van de afstand, wil hij wel in de tram stappen.
En het zou een goede zaak zijn als benzinestations strippenkaarten
zouden gaan verkopen.
Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij kiest
voor een iets andere benadering. Waarom niet de hele stad één
zone? Volgens Wijsmuller komt intensiever gebruik van het ov ook
de fietser ten goede. Want als er minder auto’s op de weg
zijn, heeft de fietser meer ruimte.
Al met al blijft er nog één belangrijke
vraag onbeantwoord. Dezelfde vraag waarmee ook de Provincie worstelde
toen ze moest beoordelen of de proef met gratis bussen tussen Leiden
en Den Haag geslaagd was: laten automobilisten de auto staan als
het ov gratis wordt?
Cees de Jager denkt er in elk geval het zijne van: “Als er
ruimte ontstaat op de wegen duiken andere automobilisten daar onmiddellijk
in.”
Bob Molenaar
De Werkgroep Duurzame Stadsmobiliteit is te bereiken via Postbus
61283, 2506 AG Den Haag.
Internet: http://home.planet.nl/~beleke/
BOT - Altijd scherp
15 september 2004: de Haagse wethouder Bruins en de Leidschendam-Voorburgse
burgervader Van Haersma Buma houden een persconferentie. Hier kondigen
zij aan dat het stadsgewest Haaglanden en de gemeenten Leidschendam-Voorburg
en Den Haag samen gaan bekijken hoe Den Haag via een nieuwe weg
beter ontsloten kan worden: het Trekvliettracé.
De Haagse en Leidschendams-Voorburgse bestuurders
hebben hierbij mede de bereikbaarheid en leefbaarheid van Rijswijk
op het oog. Niettemin was deze buurgemeente er niet bij betrokken.
Sterker nog: toen Branding in augustus bij de gemeente Rijswijk
informeerde naar haar standpunt inzake het Trekvliettracé,
was de reactie ronduit afhoudend. Die kwestie was immers helemaal
niet actueel.
Sindsdien zijn in Rijswijk alle alarmbellen gaan
rinkelen. Zo heeft de gemeenteraad zijn college van B&W opgedragen
om in overleg met Den Haag en Leidschendam Voorburg op zoek te gaan
naar alternatieven voor het Trekvliettracé. Raadslid Ricardo
Reijem van Onafhankelijk Rijswijk: “Het is een debacle dat
B&W zat te slapen. We hebben ze beterschap laten beloven.”
Ook de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg kwam in actie toen
ze ná de persconferentie van de plannen in kennis was gesteld.
VVD-raadslid Pieter Baeten: “We begrijpen dat Den Haag met
een bereikbaarheidsprobleem kampt. Dat levert ook in onze gemeente
problemen op, dus we zijn zeker bereid mee te denken over oplossingen.
Maar wat ons betreft zijn nut en noodzaak van het Trekvliettracé
allerminst aangetoond. Volgens ons moet je geen twee hoofdwegen
laten samenkomen in een gebied van nog gen vierkante kilometer groot.
Samen met de PvdA hebben we B&W dan ook per motie opgedragen
alternatieven te gaan onderzoeken, bijvoorbeeld verbetering van
het openbaar vervoer.”
Er was nog een derde partij die actie ondernam: BOT, de Belangenvereniging
Omwonenden Trekvliet. BOT was opgericht nadat er voor het eerst
plannen voor een tracé onder de Trekvliet door naar buiten
kwamen, zo’n vier jaar geleden. Nadat deze plannen als financieel
onhaalbaar waren afgevoerd, werd het aan alle fronten stil. Maar
na de roemruchte persconferentie van 15 september stond BOT - waarin
meer dan 250 Rijswijkse, Voorburgse en Haagse huishoudens vertegenwoordigd
zijn - onmiddellijk in de startblokken. De Belangenvereniging klom
in de pen om bij de betrokken overheden alle documenten op te vragen
die verband hielden met de voorbereiding van de aanleg van het Trekvliettracé.
Ze deed daarbij een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur. En
zo kwam het dat BOT al in november over stukken beschikte die de
Haagse gemeenteraad nog nooit onder ogen had gehad.
PvdA-raadslid Koen Baart, op een drukbezocht politiek café
dat BOT op 8 december organiseerde: “Het ambtelijke nut- en
noodzaakrapport is ons nooit toegezonden. Het Haagse gemeentebestuur
ís niet zo scheutig met informatie. En je kunt pas ergens
om vragen als je weet dat het er is. Ons is nu beloofd dat we vóór
het eind van het jaar de stukken krijgen. Ze worden waarschijnlijk
aanstaande maart in de commissie Verkeer, Economie en Monumenten
behandeld.”
De Binckhorst
Tom Pitstra van het Haags Milieucentrum, ook aanwezig bij het politiek
café, denkt wel te begrijpen waar de vertraging vandaan komt.
“Het nut- en noodzaakrapport is al drie jaar oud, en sindsdien
is er wel het één en ander veranderd. Zo is de ontwikkelingsvisie
op de Vlietzone door het Algemeen Bestuur van Haaglanden fors aangepast.
En het is frappant dat in het rapport van geen woord gerept wordt
over het belang van het Trekvliettracé voor de ontsluiting
van de Binckhorst. Dat aspect wordt nú juist erg benadrukt.”
De vraag dient zich aan voor welke probleem het
Trekvliettracé nu eigenlijk de veronderstelde oplossing biedt.
Ontsluiting van de Binckhorst? Files op de A4? Op de A12? Op de
Haagweg/Rijswijkseweg?
Er is een verkeerskundige nodig om wat licht in deze duisternis
te scheppen. En ook daartoe heeft BOT stappen ondernomen. Ze vroeg
een onafhankelijke vervoerskundige, Quik Advies, om het ambtelijke
rapport over nut en noodzaak van het Trekvliettracé te analyseren.
Quik heeft geen nieuw onderzoek gedaan, maar de veronderstellingen
die aan het rapport ten grondslag lagen, kritisch getoetst. Volgens
Quik wordt het bereikbaarheidsprobleem van de Haagse binnenstad
door aanleg van het Trekvliettracé niet opgelost. De Utrechtsebaan
is nu overbelast (835 auto’s meer dan de capaciteit van 8000
per uur) en zal dat na aanleg van het Trekvliettracé ook
zijn (798 auto’s meer dan de capaciteit, dus nog altijd tien
procent te veel). Wel neemt de verkeersdruk op de Haagweg/Rijswijkseweg
iets af, omdat een gering deel van de automobilisten een andere
route zal kiezen als het Trekvliettracé klaar is. Verder
zal de doorstroming op de A4 enigszins verbeteren, maar Quik ziet
eenvoudiger manieren om dat te realiseren dan door zo’n forse
ingreep als een Trekvliettracé.
Zoals gezegd stond de ontsluiting van de Binckhorst
nog niet in het rapport, dus daarover laat Quik zich niet uit. Maar
onder de bezoekers van het politiek café van 8 december 2004
heerst vrij algemene overeenstemming dat het Trekvliettracé
ook daarvoor geen oplossing vormt. Het is het verplaatsen van de
problemen, meer niet.
Het Rijswijkse raadslid Reijem is het er helemaal mee eens. “Kies
toch niet voor de moeilijkste oplossing. Je kunt bijvoorbeeld de
Prinses Beatrixlaan beter benutten en bij de Boogaard een prachtig
transferium aanleggen. En tegen mijn Haagse en Voorburgse collega
zou ik willen zeggen: “Laat je van je meest dualistische kant
zien!”
Bob Molenaar
Fietspad 10: The Making Of
in drie bedrijven
Voormalig Provincie-ambtenaar Johan Prins was nauw betrokken
bij de totstandkoming van Fietspad 10. Hieronder geeft hij een kijkje
in de keuken en wordt en passant uitgelegd hoe deze fietsvoorziening
aan zijn naam komt. Uit de memoires van een enfant terrible.
Het eerste bedrijf
Mijn geschiedenis met Fietspad 10 begint ergens vroeg in 1976. Mijn
onderafdelingschef zette mij in de ‘interdienstelijke werkgroep’
ter voorbereiding van het Provinciaal Fietspadenplan 1977. Ik zat
toen al in het uitvoeringsoverleg fietspaden van de provincie onder
de bezielende leiding van drs. J. (Joop) Borgman, zowel letterlijk
als figuurlijk een groot man. In zijn handen verdwenen volwassen
mannenhanden als kinderknuistjes.
Mogen meewerken aan de voorbereiding van een beleidsplan voor Borgmans
grote hobby, fietspaden, was een grote eer en zeker niet slecht
voor mijn uitbottende carrière. Om mezelf wat voor te bereiden
ging ik na welke eerdere initiatieven nog niet uitgevoerd waren.
Zo stuitte ik op een pad over de Waalsdorper Vlakte naar Meijendel,
dat genoemd werd in een nota uit 1954 over de vrijetijdsbesteding
rond Den Haag. In de nummeringssystematiek van de paden in 1977
werd dit pad bekend als Fietspad 10.
Borgman keek wel een beetje zorgelijk, maar ook hij zag niet in
hoe je op de vlakte van Waalsdorp wél militaire oefeningen
kon laten houden, maar níet zou mogen fietsen. Een alternatief
voor de Buurtweg die langs ‘De Kievit’ voert - waar
de oude heer Drees eens was geaffronteerd omdat hij het gewaagd
had op het terras een eenvoudige kop koffie te bestellen - maakte
hem zelfs enthousiast. Borgman had een hekel aan kouwe kak.
Najaar '77 werd het fietspadenplan door Provinciale Staten aangenomen
en moesten Gedeputeerde Staten het conform de statenopdracht tot
uitvoering zien te brengen; inclusief fietspad 10.
Ergens in '79 meldde Borgman in het POF (Periodiek Overleg Fietspaden)
dat de gemeente Den Haag 'dwarslag’ bij fietspad 10. Overleg
met B&W leverde een keihard ‘njet’ op (de Koude
Oorlog was volop aan de gang) zonder verdere uitleg. "Misschien
zitten er Russen", mopperde hij.
Intussen begon de provincie met de voorbereiding van een grootscheepse
reorganisatie van het ‘drinkwatergebeuren’. Dit moest
worden voorafgegaan door een onafhankelijk onderzoek dat zou aantonen
dat de boel beter moest worden gestroomlijnd en de efficiency verbeterd.
Het Koninkrijk van de 'waterboeren' in de duinen zou eveneens onder
vuur komen te liggen.
Daar moest ik bij zijn. Het werd nog mooier dan ik in mijn stoutste
dromen had durven bedenken. Er kwam een 'eigen' recreatieonderzoek,
maar - veel belangrijker - de mogelijkheden en beperkingen van menselijke
aanwezigheid in (de nabijheid van) waterwinmiddelen zouden gedegen
worden onderzocht. Omdat ik tevens, als ‘bewaker’ van
het algemeen maatschappelijk recreatiebelang, in de begeleidingscommissie
van het totale onderzoek werd neergezet, kon mij niets ontgaan (dacht
ik).
1980 en 1981 gingen grotendeels op aan allerlei (veld)onderzoek
en rapportages. Dat leverde niet echt veel nieuws op, wel onvermoede
nieuwe inzichten en perspectieven. Zo leken de meeste natuur- en
milieuonderzoekers weinig met hun medemensen op te hebben: "De
mens/samenleving is slecht, de natuur is goed!". Een in die
(en deze?) tijd vaker gehoorde opvatting. Het onderzoek vorderde
en ja hoor, het bleek een uitstekend idee om de drinkwaterwereld
te stroomlijnen en bij de waterwinning viel nog veel natuur- en
milieuwinst te behalen. Iedereen deed zeer gewichtig en blij verrast,
maar eigenlijk kreeg de provincie gewoon de uitkomst die zij besteld
had.
En toen kwam het ‘toetje’: Ir. Somers van TNO had de
relatie onderzocht tussen de aanwezigheid van mensen in of direct
nabij waterwinmiddelen en de veiligheid van het drinkwater voor
de volksgezondheid. Wat was zijn conclusie? ER IS HELEMAAL GEEN
RELATIE!! (En omdat er sindsdien geen enkel onderzoek is geweest
dat anders uitwijst: DIE IS ER NOG STEEDS NIET!) Zo en niet anders
zou aan opdrachtgever Gedeputeerde Staten worden gemeld.
Het pandemonium dat toen uitbrak was enorm. De waterwinners, gesteund
door hun lobbyclub VEWIN, riepen dat dit onderzoek geen zuivere
koffie kon zijn en dat ze desnoods het hele IODZH zouden opblazen
door eruit te stappen. Maar ook de natuurjongens waren niet blij.
Dat snapte ik toen niet, maar nu wel: zij hadden en hebben de waterwinners
nodig om het 'stadse crapuul' uit 'hun' schatkamers te houden.
En toen maakte ik de fout van mijn leven. Ik ging ervan uit met
achtenswaardige mensen te doen te hebben en begon te onderhandelen
(sukkel!). "Je kunt toch meer voor de recreatie gaan doen op
je ‘eigen’ terrein, dan kun je meteen het positieve
effect van de nieuwe wintechnieken, zoals diepinfiltratie, laten
zien", begon ik voorzichtig. Wat er verder allemaal gebeurde
is voor mij even verwarrend als traumatisch. Binnen de kortst mogelijke
keren was ik door de hoog- en zeergeleerden in hapklare brokjes
gefileerd en verdeeld. Ik had ermee ingestemd dat het onderzoeksresultaat
niet aan de opdrachtgever, GS, zou worden gemeld en als blijk van
'goede wil' zouden de waterwinners op afzienbare termijn Fietspad
10 realiseren door de Sprank A aan Joop Borgman 'cadeau' te doen.
Ergens voelde ik mij grotelijks belazerd, maar waar, wanneer en
door wie? Het zou lange tijd duren voor ik daar voor mezelf meer
helderheid in kreeg.
Het tweede bedrijf
1996…Als dit de midlife-crisis is, haal ik de honderd moeiteloos.
Voor ik het wist zat ik op de zorgvuldig ingezeepte glijbaan naar
het bubbelbad van de WAO. Hoe harder je tegenspartelt, hoe sneller
het gaat. Het is niet te geloven hoe snel een zorgvuldig opgebouwd
netwerk van kennissen en relaties verdampt in de zon. Voor je het
weet ben je van elke maatschappelijke meerwaarde ontdaan.
Om het eigen zelfrespect en het gevoel van eigenwaarde een beetje
inhoud te kunnen geven stort ik mij op het enige waar ik volgens
sommigen wat van kan: stukjes schrijven. Maandenlang worden kranten,
instellingen, bestuurders, volksvertegenwoordigers, partijen van
'all over the place' bestookt met brieven en briefjes, ondertekend:
J.P. Prins.
Fietspad 10 en daarmee de duinen met alles d'r op en d'r an komt
weer uit de kast - we schrijven inmiddels 2002 - na een telefoontje
uit het Provinciehuis: "Weet je dat Van der Sar Pad 10 uit
het fietspadenplan wil laten schrappen?"
Viavia kom ik in contact met Marc Beek van de Fietsersbond. Eindelijk
iemand die minstens zo eigenwijs is als ikzelf. Er komt ‘vuurwerk’,
bij de commissie en de plenaire behandeling. Op de een of andere
manier krijg ik het voor elkaar in beide gevallen te schitteren
door afwezigheid. Marc is mild, het zou hem ook kunnen overkomen.
Het resultaat is buiten alle verwachting: Van der Sar wordt tegen
heug en meug een lullig fietspaadje door de strot geduwd. Welke
krachten spelen hier op de achtergrond mee dat een provinciaal bestuurder
zich publiekelijk zo laat vernederen? "Aanleggen, en vlug een
beetje", wordt nog geroepen uit de banken van de Statenleden.
Met een voortvarendheid waar wij Nederlanders een Europees patent
op hebben (tussen haakjes, wist u dat het woord 'sabotage' komt
van 'sabot', onze bloedeigen Hollandse klomp?) worden de ambtelijke
en bestuurlijke rituelen afgewerkt om de eerste fase van de realisatie
van fietspad 10 gereed te maken; een onoverzienbare berg papier.
Het mooie van de kantoorautomatisering is dat je met een druk op
de knop de hoeveelheid papier tot in het oneindige kunt laten opzwellen.
Een geliefde strategie voor ambtenaren die zich ergens tegen willen
indekken.
Intussen bestook ik de politieke bazen en baasjes met allerhande
gerichte informatie, zonder enig resultaat. Niemand, maar dan ook
helemaal niemand, toont ook maar enige belangstelling. Een voordeel
heeft het wel gehad: Geen enkele lokale of regionale benoemde of
gekozen democratische besluitvormer kan straks in redelijkheid verklaren
dat hij/zij niet heeft kunnen weten hoe de koers was uitgezet. Ze
stonden erbij en wilden het niet zien.
Laatste bedrijf ?
De provinciale ambtenaren hebben hun werk gedaan. De tracénota
voor Fietspad 10 is klaar en ligt in de inspraak. Wat moet je daar
nu mee? Ik kan mij niet voorstellen dat er iemand zou kunnen zijn
met enig gevoel voor de menselijke leefomgeving (humane habitat)
in en om Den Haag, die oprecht van mening is dat het pad er niet
zou moeten komen. Het had er al minstens 25 jaar moeten zijn. Probeer
maar eens op een mooie zonnige dag wandelend of fietsend aan de
noordkant op een beetje leuke manier de stad uit te komen. Dat lukt
amper. Naar Oost, Zuid of West gaat het niet echt beter. De paar
mogelijkheden die er nog zijn, zijn vaak onderdeel (geweest) van
oude historische verbindingen, die door de autoriteiten zijn 'vergeten'
en er dus nog steeds zijn (zo is het fietspad Scheveningen - Katwijk
door de Duitsers aangelegd als verbindingsweg van de Atlantik Wall).
Onze relatie met onze 'natuurlijke omgeving' is kunstmatiger en
minder natuurlijk geworden. Ons gevoel (mede)verantwoordelijk te
zijn voor ‘al wat leeft en groeit en altijd weer boeit’
is zowel oppervlakkiger als sensitiever geworden, je zou bijna zeggen
‘sacraal’. We oordelen steeds meer op 'gevoel' en steeds
minder op verstand.
Moet het pad er dan echt komen? Jazeker, maar niet op de hypocriete
manier waarop het ons nu wordt voorgeschoteld. Dat er duinhagedissen
zitten is een afleidingsmanoeuvre, die zitten op de "Bobsleeheuvel"
op Duinrell ook, evenals in de bunkers van de Haagsche Golf&Country
Club. En nachtegalen, dat waren in mijn tijd indicatoren voor (heel
veel) brandnetels en bramen. Dus verwacht van mij niet te veel natuurgetreur.
Hoewel bramen.....
Maar eigenlijk hóeft het pad er niet meer te komen. Het
ligt er al! Door Sprank A. De reden om dit tracé niet te
benutten is niet valide en in strijd met de werkelijkheid. De enige
manier om de drinkwaterboeren gerechtigheid te doen is om ze als
een soort "bourgeois de Calais" in hun hemd de toegangssleutels
tot hun roofslot te laten overdragen aan de eerste burger van Den
Haag.
Johan Prins
Fietspad 10 heeft nog
een lange weg te gaan
U hebt grote behoefte aan een fietspad door de duinen naar
Meijendel. In uw behoefte aan mogelijkheden voor recreatief fietsen
wordt slechts voor 33 procent voorzien. De Haagse agglomeratie verschaft
u slechts 1,5 meter recreatieve fietsmogelijkheden, terwijl het
getal landelijk op 7,4 meter ligt. Het landelijk gebied rond Den
Haag waardeert u met het cijfer 4,8, het duingebied tussen Den Haag
en Katwijk evenwel met een ruime 8. Het duingebied van de Vlakte
van Waalsdorp waardeert u als fietser met een 7,6. Kortom, een fietsroute
zo aantrekkelijk als Fietspad 10 is in heel Haaglanden niet te vinden.
(kaartje van het gebied, zie http://www.pzh.nl/thema/verkeer/nieuwsberichten/fietspad10.jsp)
Tegenover deze cijfers, gebaseerd op gegevens van het CBS en het
zogeheten AVANAR-model (Afstemming Vraag en Aanbod Natuur als Recreatieruimte)
staan andere. Zo telt het gebied waar Fietspad 10 doorheen zou kunnen
gaan 2 à 3 soorten amfibieën en reptielen die onder
de Europese Habitatrichtlijn vallen, 4 tot 7 soorten die worden
beschermd krachtens de Flora- en Faunawet en 2 à 3 aandachtssoorten.
Er nestelen ca. 37 soorten broedvogels die onder de Flora- en Faunawet
vallen en tussen de 19 en 23 soorten zoogdieren. Ook lopen er 2
tot 6 soorten zoogdieren rond die worden beschermd krachtens de
Habitatrichtlijn. Er bevinden zich 59,1 hectare droog duingrasland
en 0,6 hectare duindoornstruweel. De eikenhakhoutbossen zijn vermoedelijk
zo’n 350 jaar oud en mogelijk nog ouder.
En zo zouden we nog wel even door kunnen gaan. Ecologisch adviesbureau
Vertegaal heeft het allemaal keurig geïnventariseerd en - samen
met NL Infra Consult - de gegevens opgenomen in de omvangrijke Tracénota
deel 2 voor Fietspad 10. Ook is tot op twee cijfers na de komma
uitgezocht in welke mate en voor welke soorten en natuurtypen het
fietspad een bedreiging vormt. Voorzover er schade dreigt, worden
compensatiemaatregelen in het gebied voorgesteld.
Voors en tegens
Maar cijfers zeggen lang niet alles. Minstens zo belangrijk is de
belevingswaarde, zoals weer eens bleek op de discussieavond in het
Wassenaarse raadhuis De Pauw op 12 oktober jl. Voor een selecte
groep belangstellenden sloegen voor- en tegenstanders van Fietspad
10 elkaar daar met argumenten om de oren.
Bijzonder uitgesproken was Kees Fokkens, die memoreerde dat zijn
organisatie de KNNV al in de jaren dertig tegen een fietspad door
de duinen was en er nu nog precies zo over denkt: “Fietspad
10 zal leiden tot verdere versnippering en tot verstoring. Er lopen
wandelpaden, ruiterpaden, onderhoudspaden van het Duinwaterbedrijf
en over een tijdje mogelijk een fietspad op korte afstand van elkaar.
De druk op de stadsrand wordt steeds groter. Denk maar aan het golfterrein
op de Amonsvlakte, het Automobielmuseum in Reigersbergen, en ga
zo maar door.”
John van Vliet van de Stichting Duinbehoud was het volledig met
Fokkens eens: “Dit soort discussies speelt overal langs de
kust. Overal wil men de duinen ontsluiten. Ook mountainbikers willen
er terecht kunnen. Zeker in het kwetsbare gebied waar we het nu
over hebben moet je heel voorzichtig zijn. Voorheen was er tenminste
nog sprake van opheffing van parkeerplaatsen bij Meijendel in ruil
voor aanleg van het fietspad. Maar nu wordt het geïsoleerd
beschouwd en is van een integrale kijk op het gebied geen sprake.”
Marc Beek was er als voorzitter van de Fietsersbond afd. Den Haag
e.o. medeverantwoordelijk voor dat de Provincie het plan niet definitief
afvoerde. “De Fietsersbond wil de recreatieve mogelijkheden
voor fietsers vergroten, maar niet tot elke prijs. Recreatieve rondjes
vinden we niet interessant. Hier gaat het echter om een verbinding
tussen twee punten. Daar zijn we vóór, mits er een
goede inpassing komt.””De druk op het gebied kan worden
verlicht door de bezoekers wat te spreiden. Laat automobilisten
naar de Pan van Persijn gaan en laat de NS-wandeling ergens anders
beginnen.”
Voor ecologisch onderzoeker Kees Vertegaal is juist het recreatieve
aspect reden om zich op persoonlijke titel tot voorzichtig voorstander
te verklaren. “Wil je dat mensen om de natuur geven en bereid
zijn die te beschermen, dan moet je ze de kans geven om van de natuur
te genieten. Schade is weliswaar niet volledig uit te sluiten, maar
op de langere termijn denk ik dat Fietspad 10 bijdraagt aan natuurbehoud.”
Een bezoeker tilde hier wat zwaarder aan. Hij merkte op dat de
dwingende redenen van groot openbaar belang - een toetssteen uit
de Habitatrichtlijn - onvoldoende hard zijn gemaakt. De rechter
kan het plan om die reden wel eens tegenhouden. maar voor Irene
van Kooten, lid van Provinciale Staten voor de PvdA, staat het grote
maatschappelijke belang van Fietspad 10 vast: “Wil je nú
naar Meijendel, dan moet je omfietsen. De route is een stuk minder
aantrekkelijk en vooral kinderen zullen het te ver vinden. Als dít
plan al niet kan, dan kan er helemaal niets!”
Scheuren en raggen
Het duurde nog geruime tijd voordat de eerste vraag over handhaving
gesteld werd, maar uiteraard kon die niet uitblijven: hoe wordt
ervoor gezorgd dat er geen mountainbikers door het duin gaan raggen
en er geen brommers over het fietspad scheuren? En, ook een punt
van zorg: hoe voorkomen we dat mensen die rustig een ommetje maken
van de weg gedrukt worden door racefietsers?
De heer Lucas van het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (DZH), in de
zaal aanwezig, merkte op dat er ook nu al mountainbikers door de
duinen rijden. “Die worden weggestuurd. We hebben veel toezichthouders
in de duinen rondlopen.” Lucas liet er geen twijfel over bestaan
dat zijn werkgever niet op fietsers zit te wachten: “Wandelaars
hebben een intensievere natuurbeleving dan fietsers, dus hechten
we daar meer waarde aan.”
Statenlid Van Kooten opperde dat in het ergste geval maar hekken
moeten worden geplaatst die ten minste brommers kunnen tegenhouden
of waarmee het hele gebied ’s nachts afgesloten kan worden.
Een Provincie-ambtenaar, als toehoorder in de zaal aanwezig, deelde
mee dat Alterra gaat onderzoeken of en in hoeverre Fietspad 10 aantrekkelijk
zal zijn voor bijvoorbeeld racefietsers. En ook wordt onderzocht
of het mensen kan verleiden om niet meer met de auto, maar met de
fiets naar Meijendel te gaan.
Naar verwachting wordt het definitieve tracé in december
a.s. vastgesteld. Het streven in Fietspad 10 in mei 2007 in gebruik
te nemen, maar voor het zover is moeten nog heel wat juridische
hobbels genomen worden.
Wordt vervolgd.
Met inachtneming van de natuurwaarden in het gebied en de
voor recreanten aantrekkelijke gedeelten heeft de Provincie Zuid-Holland
het volgende voorkeurstracé voor Fietspad 10 vastgesteld:
“Vanaf het fietsecoduct over de N440 linksaf in westelijke
richting parallel langs de Landscheidingsweg, via de Oude Waalsdorperweg
rondom het TNO-complex over de bestaande asfaltweg. Vanaf de bestaande
toegang aan de Oude Waalsdorperweg via het bestaande (half)verharde
wandelpad in het verlengde van de Oude Waalsdorperweg aan de westzijde
langs de Berkenvallei richting het verzetsmonument. Zuidelijk ruim
voorlangs het verzetsmonument, haaks door de noordpunt van de Berkenvallei,
waarbij gebruik wordt gemaakt van een bestaande ophoging in de Berkenvallei.
Langs de oostelijke rand van de Berkenvallei richting het bestaande
halfverharde wandelpad. Nabij de klokkenstoel wordt aangesloten
op het bestaande halfverharde wandelpad aan de entree van het duineikenbos.
Via het bestaande onverharde wandelpad door het duineikenbos tot
halverwege het duineikenbos. Vanaf hier in noordelijke richting
via het bestaande ruiterpad langs de heuvel in Oude Rijs en via
het bestaande ruiterpad aan het Achterom.”
Waar het fietspad in de plaats komt van een bestaand wandel- of
ruiterpad wordt er elders een nieuw pad voor wandelaars of ruiters
aangelegd. Het fietspad gaat bestaan uit klinkers en wordt 2,25
meter breed.
Den Haag staat op de fietskaart
Onlangs verscheen bij Cito-Plan een nieuwe, geheel herziene druk
van Den Haag op de fiets. De stadsplattegrond voor fietsers in Den
Haag, Rijswijk, Wassenaar, Wateringen en Leidschendam Voorburg kost
3,90 euro. De Fietsersbond, afdeling Den Haag en omstreken is bij
de totstandkoming betrokken geweest.
Wat direct opvalt is de groene kleur van het hoofdfietsroutenet,
dat als een soort raster over de kaart ligt. De meeste hoofdfietsroutes
lopen parallel met de belangrijke doorgaande routes voor autoverkeer.
De fietser kan hier gebruikmaken van vrijliggende fietspaden of
van fietsstroken. Waar deze stroken langs geparkeerde auto’s
lopen zijn ze helaas niet echt veilig.
Naast de groene hoofdfietsroutes staan ook secundaire fietsroutes
op de kaart aangegeven, in de kleur geel. Het fietst daar rustiger,
er is minder stankoverlast en je komt er minder fietsonvriendelijk
afgestelde verkeerslichten tegen. Leden van de Fietsersbond hebben
suggesties voor deze routes aangedragen naar aanleiding van een
oproep in het ledenblad De Fietsbel.
Het maken van een plattegrond is en blijft mensenwerk. Er staan
dan ook soms storende fouten in Den Haag op de fiets. Zo zijn de
Venestraat en een deel van de Wagenstraat natuurlijk geen onderdeel
van een secundaire fietsroute, want ze liggen in het voetgangersgebied
in het centrum van Den Haag. Ook staan er wat fietspaden op de kaart
aangegeven (met de kleur rood/roze) die dat in werkelijkheid niet
zijn. En vaart u vooral niet blind op de vermelde adressen van fietsenreparateurs.
U kunt beter even in het telefoonboek, de Gouden Gids o.i.d. kijken
voordat u er met uw kapotte rijwiel heengaat.
Ondanks deze gebreken is de nieuwe fietskaart een bijzonder bruikbaar
instrument om eens te gaan experimenteren met andere routes. De
Fietsersbond, afdeling Den Haag e.o. is benieuwd om te horen hoe
ze u bevalt. Heeft u kritiek, complimenten, ideeën voor alternatieve
routes of handige doorsteekjes en dergelijke, meld dit dan aan:
Fietsersbond, afdeling Den Haag e.o.
Postbus 11638, 2502 AP Den Haag
E-mail: denhaag@fietsersbond.nl
Tel. 070 3975116 (Daan Goedhart)
Een
week lang vooruitgang
Ook dit jaar vindt weer de Week van de Vooruitgang plaats, om precies
te zijn van 16 tot en met 22 september. Naar verwachting zal die
aan de meeste Hagenaars vrij geruisloos voorbijgaan. Hoewel de Week
van de Vooruitgang een soort uitgebreide voortzetting van de Autovrije
Dag is, maakt dit evenement de gemoederen niet erg los. De jaren
dat er op de Autovrije Dag bruisende straatfeesten plaatsvonden,
liggen inmiddels vrij ver achter ons. De afgelopen twee jaar diende
de Haagse versie van de Europese Autovrije Dag meer de promotie
van de binnenstad. En dit jaar vindt zelfs deze uitgeklede vorm
van een autovrije dag niet plaats. Op 19 oktober wordt immers de
langverwachte opening van de tramtunnel tegemoet gezien, en voor
het gemeentebestuur is dát De Dag van de Vooruitgang.
Als het aan de bewoners van de Veerkades ligt, moet de Stille Veerkade
zijn naam nu eens eer aandoen. En moet de Amsterdamse Veerkade niet
ten onrechte verwijzen naar Amsterdam, dat op het gebied van autovrije
dagen een naam heeft hoog te houden (maar het dit jaar lelijk laat
afweten…). De Veerkade-bewoners hebben bij de gemeente vergunning
aangevraagd om op 19 september deze wegen voor het verkeer af te
sluiten.
Uit de metingen die het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit op de
Veerkades verricht, blijkt dat de emissienormen daar veelvuldig
en grootschalig overschreden worden. Dat geldt zowel voor stikstofdioxide
als voor fijn stof. (zie: www.lml.rivm.nl/info/overschrijdingen2003.html)
Op grond van Europese regelgeving is het Haagse gemeentebestuur
verplicht ervoor te zorgen dat de normen voor NOx-uitstoot gerespecteerd
worden (voor fijn stof ligt die verantwoordelijkheid bij de landelijke
overheid). Het Plan van aanpak luchtkwaliteit dat wethouder Smits
heeft opgesteld, vertoont echter niet al teveel ambitie in de strijd
tegen de luchtvervuiling. Het zou een blijk van goede wil van de
kant van de gemeente zijn als het verzoek van de Veerkade-bewoners
gehonoreerd werd. Daarmee worden ze in elk geval voor één
dag teruggeplaatst in de situatie zoals die heerste voor de wekelijkse
koopzondag: een (relatief) rustige Dag des Heeren.
Eye-opener
Anders dan veel Nederlandse gemeenten wil Milieudefensie de Autovrije
Dag niet ongemerkt voorbij laten gaan. Voor Milieudefensie is deze
dag geen symboolpolitiek, maar een adequaat en noodzakelijk middel
om mensen er weer eens op te wijzen dat je ook zonder motor en vier
wielen onder je lijf van A naar B kunt komen. Iets dat vooral voor
veel kinderen waarschijnlijk een eye-opener van jewelste is.
Milieudefensie zal dan ook op ludieke wijze parkeerplaatsen in bezit
gaan nemen. Niet door daar auto’s te stallen, maar door er
dingen te doen die óók een plek op de openbare weg
kunnen vinden. Of ze in Den Haag in actie komt, hangt er vanaf of
de Veerkades autovrij worden gemaakt.
Vereniging Milieudefensie heeft dit jaar de organisatie van de
Autovrije Dag op zich genomen, vandaar dat de Fietsersbond afdeling
Den Haag en omstreken even op haar lauweren kan rusten. Die heeft
het al druk genoeg met andere dingen (zie www.fietsersbond.nl/denhaag
voor een actueel overzicht).
Wel komt de onderafdeling Leidschendam-Voorburg in actie in de Week
van de Vooruitgang. Die is op 18 september vertegenwoordigd op de
manifestatie Leidschendam Leeft! en heeft Biesieklette zover weten
te krijgen daar een gratis dagstalling in te richten. De onderafdeling
hoopt dat het gratis stallen in navolging van het gratis parkeren
voor auto’s een groot succes wordt, en dat de gemeente er
een structureel vervolg aan wil geven.
Bob Molenaar
Up-to-date informatie over de Week van de Vooruitgang vindt u op
www.weekvandevooruitgang.nl
Fietspad 10: ja, mits of nee,
tenzij?
Het duingebied tussen Den Haag en Wassenaar is veel te waardevol
en te kwetsbaar voor nog een druk fietspad. De Stichting Duinbehoud
wil dan ook niet meedoen aan een klankbordgroep die de realisatie
van Fietspad 10 moet gaan begeleiden. John van Vliet, medewerker
beleid en ecologie bij de stichting, zet hieronder zijn bezwaren
uiteen.
Zoals bekend is er al vele jaren sprake van de voorgenomen aanleg
van dit fietspad door de duinen van Waalsdorp en Meijendel. Het
pad zou nog onvergraven stukken duin gaan doorkruisen waar het nu
nog rustig is en waar vele planten en dieren leven. Omdat de aanleg
op bezwaren van Duinbehoud en andere natuurorganisaties stuitte,
werd een compromis uitgewerkt. Aanleg van het fietspad zou onder
meer samengaan met het saneren van parkeerplaatsen nabij Theehuis
Meijendel. De extra drukte op en rond het pad zou dan wat teniet
gedaan worden door meer rust bij het Theehuis. Helaas: weliswaar
zijn daar parkeerplaatsen verwijderd, maar elders in het duingebied
werd een bestaand parkeerterrein aanzienlijk uitgebreid. Omdat niet
aan die afspraak is voldaan, zien wij dat als een eerste reden om
niet deel te nemen aan een overleg dat zich uitsluitend richt op
de zelfstandige aanleg van dit fietspad. Duinbehoud houdt dus vast
aan het afgesproken 'nee, tenzij' principe van destijds.
Geen integrale afweging
Het duingebied tussen Den Haag, Wassenaar en Katwijk staat sterk
onder druk. Tot voor kort was het vooral de waterwinning die de
natuurwaarden negatief beïnvloedde. Inmiddels is het mogelijk
gebleken efficiënter water te winnen en delen van Meijendel
en Berkheide hun natuurlijke hydrologie terug te geven. Herstelprojecten
geven de flora en fauna nieuwe kansen, maar die dreigen teniet te
worden gedaan door het sterk toegenomen recreatieve gebruik van
het gebied.
Uiteraard ziet ook Duinbehoud graag fietsers en wandelaars in het
duin. Maar natuurlijk niet als recreatieve voorzieningen ten koste
dreigen te gaan van unieke natuurwaarden. Duinbehoud vindt dat dat
hier het geval is. De provincie heeft in principe ingestemd met
realisatie van een doorgaand fietspad dat aanzienlijke bezoekersstromen
kan genereren, dat leidt tot aanmerkelijke natuurschade tijdens
de aanleg, dat een permanente bron van verstoring zal vormen in
een nu nog rustig gebiedsdeel en dat, al met al, die uitzonderlijke
natuurwaarden zal aantasten. Voor de Stichting Duinbehoud zou zo'n
voorziening er alleen mogen komen als de natuurwaarden, bezoekerstromen
en padenstructuren integraal worden bekeken. Tegenover een aantasting
in het ene deelgebied moet bijvoorbeeld natuurherstel in een ander
deel staan. Oftewel: aanleg van Fietspad 10 behoort wat Duinbehoud
betreft alleen tot de mogelijkheden als sanering van het padenstelsel
elders in Meijendel leidt tot compensatie van het verlies aan rust
en stilte en de bijbehorende natuur- en landschapswaarden. Waarmee
we in feite spreken over een 'ja, mits' benadering.
Verkeerde uitgangspunten
De startnotitie voor de aanleg van Fietspad 10 moet onderbouwen
waarom alleen dit tracé haalbaar is. Het middel, een fietspad
door de duinen, wordt tot doel verheven.
Maar niet het fietspad, maar de als gebrekkig veronderstelde ontsluiting
van Meijendel voor fietsers behoort de aanleiding te zijn voor een
volwaardige tracéstudie. Duinbehoud kan niet meewerken aan
een afweging die uitsluitend tot doel heeft om de alternatieven
af te strepen. De startnotitie is daarover volstrekt helder, evenals
over het te hanteren 'zoekgebied': dat ligt volledig in de duinen.
Het afgelopen jaar zijn, nagenoeg onafhankelijk van elkaar, plannen
gepresenteerd en besproken over een recreatieve herinrichting van
de vallei Meijendel, over de verdere openstelling van noord en zuid
Meijendel en over de bouw van een plein en kiosk langs de zuidelijke
ingang bij de watertoren. Samen met de voorgenomen aanleg van Fietspad
10 lag er een unieke kans om een totaalvisie te ontwikkelen op het
behoud van natuurwaarden, in samenhang met recreatief medegebruik
voor geheel Meijendel. Dáár hadden wij wel graag onze
medewerking aan verleend.
De Stichting Duinbehoud zal de tracékeuze laten toetsen
aan alle relevante wetgeving: van Habitatrichtlijn tot bestemmingsplan.
Zoeken naar een route vlak langs de duinen lijkt Duinbehoud zonder
meer verstandiger. Dat spaart niet alleen de natuur, maar ook veel
tijd en geld. De fietser krijgt een leuk ommetje door de landgoederen
en de nachtegaal en de wandelaar behouden hun rust.
John van Vliet
Medewerker beleid en ecologie
GROEN
forum
Fietspad 10 gezien uit de hoek van Natuurbescherming
Wie fietst, staat in nauwer contact met de natuur dan wie autorijdt.
Bovendien richt een gemiddelde fietser in de natuur minder schade
aan dan de doorsnee-automobilist. Maar moeten we daarom de aanleg
van ieder fietspad maar toejuichen? De groene verenigingen die zitting
hebben in het Groen Platform Den Haag staan sceptisch tegenover
Fietspad 10 - het sinds lang geplande fietspad vanaf Waalsdorp naar
Meijendel.
De deelnemers aan het Groen Platform Den Haag zijn er in principe
vóór dat natuurgebieden zoveel mogelijk per fiets
of openbaar vervoer bezocht worden, en zo weinig mogelijk per auto.
Maar net als autowegen leiden toeristische fietspaden door natuurgebieden
tot verstoring - doordat er meer verkeer aangetrokken wordt - en
tot versnippering, met als mogelijk gevolg platgereden hagedissen.
Daarom vinden wij dat, als het gaat om de aanleg van fietspad 10,
enkele zaken goed overwogen moeten worden.
Zo is het bijvoorbeeld de vraag hoeveel fietsers van de nieuwe verbinding
gebruik zullen maken en waar zullen ze vandaan komen. Is het verkeer
uit Den Haag of uit de randgemeenten afkomstig? En langs welke routes
fietsen ze erheen?
Trouwens: wat is eigenlijk de meerwaarde van Fietspad 10 ten opzichte
van de twee reeds aanwezige fietsverbindingen? In Meyendel kan men
per fiets midden in de vallei komen. Vergelijk deze situatie eens
met bijvoorbeeld de Amsterdamse waterleidingduinen!
Er moet goed worden bestudeerd waar het tracé zou kunnen
komen zodat het zo min mogelijk schade aanricht. Als aan enige vorm
van schade niet te ontkomen valt, zal daarvoor gecompenseerd moeten
worden. Sowieso zal eerst de natuurwaarde van het gebied in kwestie
goed geïnventariseerd moeten worden.
Ik zie meer in een betere bereikbaarheid van het gebied per openbaar
vervoer. In gesprekken met het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland over
de herinrichting van de parkeerplaatsen in Meyendel pleit ik er
voortdurend voor een bus van De Kievit naar de boerderij te laten
rijden. Mensen kunnen met bus 45 van Den Haag bij de Kievit komen
en daar dan overstappen op een pendelbus. Op deze manier zouden
ook ouderen gemakkelijk bij de boerderij kunnen komen, zonder dat
ze daarvoor de auto hoeven te nemen. Tot nu toe heb ik helaas nog
maar weinig resultaat.
In de vorige Branding pleitte Henk Ens voor een spoedige aanleg
van Fietspad 10. Hij is kennelijk voorstander van een gecombineerd
wandel -en fietspad. Zoiets is voor wandelaars echter alleen acceptabel
als er niet te veel fietsers rijden. Maar als er maar weinig fietsers
langskomen, hoef je helemaal geen fietspad aan te leggen. Voor ons
is een gecombineerd pad dus geen optie.
De Provincie heeft zich in beginsel uitgesproken vóór
aanleg van Fietspad 10. Over een verantwoorde ecologische inpassing
zal ongetwijfeld nog lang gepraat worden. De Groene Verenigingen
hebben hun bedenkingen aan de Provincie voorgelegd, in de hoop dat
ze bij de plannen betrokken zullen worden. Door middel van een openplan-proces
misschien?
Kees Fokkens, KNNV
Beter openbaar vervoer helpt tegen
vervuilde lucht
De luchtkwaliteit in Den Haag is niet goed. Dit bleek op het
stadsgesprek 'Groene Longen versus Zwarte Longen' van het Haags
Milieucentrum en blijkt ook uit een onlangs uitgebrachte studie.
Voor een deel wordt deze slechte luchtkwaliteit veroorzaakt door
een algemeen hoog achtergrondniveau in Nederland, maar ongeveer
eenderde deel is te wijten aan het Haags/agglomeratieve autoverkeer.
Juist dat verkeer zorgt ervoor dat de (toekomstige) wettelijke normen
nogal eens aanzienlijk worden overschreden. Zowel de gemeente als
het Rijk heeft tot taak deze luchtvervuiling - met name de stofdeeltjes
PM10, stikstofdioxide (NO2) en koolmonoxide (CO) - te bestrijden.
Uit de gemeentelijke 'Rapportage luchtkwaliteit over 2002', opgesteld
in opdracht van het Rijk, blijken diverse verontrustende gegevens.
Op elk van de 121 onderzochte locaties in de stad wordt de per 1
januari 2005 geldende grenswaarde van 50 microgram per m3 fijn stof
vaker overschreden dan de wettelijk toegestane 35 keer. De toekomstige
NO2-norm wordt op 114 van de 121 locaties overschreden. Een van
die plekken is de Stille Veerkade, waaraan in de publiciteit terecht
veel aandacht is gegeven. Voor PM10 en NO2 gelden overigens nog
andere verontrustende overschrijdingen, maar het voert in dit kader
te ver om daar nader op in te gaan.
Hoe ernstig dat is weten we inmiddels. Fijn stof bevat carcinogene
stoffen en tast de luchtwegen aan. Grote groepen mensen langs de
wegen waar overschrijdingen plaatsvinden, zullen op den duur steeds
meer gezondheidsproblemen krijgen. Radicale maatregelen zijn niet
alleen noodzakelijk maar ook mogelijk, omdat 70% van alle autobewegingen
plaatselijk verkeer betreft. De rest is regionaal en landelijk.
Het voert te ver hierop en detail in te gaan, maar afzonderlijke
metingen langs de rijkswegen waar een aantal VINEX-wijken zijn gelegen
tonen aan dat een deel van die wijken te hoge concentraties fijn
stof en NO2 heeft. Uit onderzoek van de milieudienst Rijnmond is
overigens gebleken dat dit met 5 tot 10% verminderd kan worden door
de maximumsnelheid te beperken tot 70 km per uur. Maar genoeg is
dat niet.
Als meetpunt voor verbetering wordt vaak het jaar 2010 genoemd.
De reden is dat als gevolg van stringent Europees bronbeleid - met
name schonere verbrandingsmotoren - de luchtkwaliteit in een aantal
gevallen zal verbeteren. Helaas is dat niet de oplossing voor alle
problemen. Zo blijft het verkeer toenemen, met name over de A4 langs
Ypenburg en Leidschenveen. Ook de (stilstaande)files in de stad
zullen naast verbetering ook verslechteringen brengen. Het is gewoon
overal te druk met auto's.
Het bedreigde zand
Van de 121 locaties in Den Haag waar problemen te verwachten zijn
blijken er meer dan 65 op 'het zand' te liggen - het grofweg een
vijfde deel van het Haags grondgebied ten noorden/noordoosten en
rondom de Laan van Meerdervoort. De overige overschrijdingen vinden
elders in de stad plaats.
Vanwaar die nadruk op 'het zand'? Enerzijds omdat daar dicht langs
de wegen is gebouwd. Denk maar eens aan de Mauritskade, Hogewal,
het smalle deel van de Laan van Meerdervoort, Javastraat, Groot
Hertoginnelaan, Valkenboslaan, Wassenaarseweg enz. Anderzijds omdat
het openbaar vervoer op het zand, vooral het railverkeer, in de
afgelopen ruim veertig jaar sterk is teruggebracht. Met name in
de woon-werkrelaties tussen globaal gezegd het zuidwesten en het
noordoosten van de stad zijn bijna alle directe tramverbindingen
opgeheven en kan men slechts door overstappen de bestemming bereiken.
Dat begon al met de drukke tramlijn 7, die in de zestiger jaren
meer dan vijf miljoen reizigers per jaar vervoerde. Deze lijn, die
Bohemen en Station Laan van Nieuw Oost-Indië via de Javastraat
met elkaar verbond, sneuvelde door de toenemende druk van het autoverkeer.
Ook de ongezonde plekken rond de Mauritskade/Hogewal kenden vroeger
een tramlijn, die een behoorlijk spitsvervoer verwerkte. En onlangs
zijn verdere verslechteringen doorgevoerd, zoals het opheffen van
lijn 8 vanuit Vrederust en het schrappen van lijn 10 overdag. Ook
rijdt tram 3 niet meer door het Zeeheldenkwartier en doet ze de
Groenmarkt niet meer aan - sinds ruim 120 jaar! Uit onderzoek is
gebleken dat 10% van de reizigers gedupeerd is en door de onaantrekkelijk
overstap de tram vaarwel zal zeggen.
Verbeteringen zoals de tram naar het Benoordenhout haalden het politiek
niet. Men bleef liever in de stank zitten. Daardoor hebben veel
(potentiële) tramreizigers vaak noodgedwongen voor de auto
gekozen. En nu zit alles vast op onder andere de genoemde wegen.
In het zuidwesten van de stad, waar het vervoer richting centrum
en stations beter is geregeld, zijn minder problemen. Maar toch
moeten die van de Neherkade, de Veerkaden enzovoort uiteraard niet
onderschat worden.
Oplossingen
Doordat het Haagse beleid traditioneel sterk op de auto gericht
is zitten we nu in een niet aanvaardbare situatie. Behalve Europese
en rijksmaatregelen zullen ook plaatselijke maatregelen noodzakelijk
zijn. Zo zullen autoprojecten veel meer onderworpen moeten worden
aan een duurzaamheidsanalyse met betrekking tot hun gevolgen voor
de luchtkwaliteit. Bussen zullen nog schonere motoren en brandstof
moeten krijgen en in incidentele gevallen zal de route bij geconcentreerde
woonbebouwing verlegd moeten worden.
In Den Haag zullen meer directe tramverbindingen aangelegd moeten
worden, ook via het smalle deel van de Laan van Meerdervoort en
de Javastraat/Wassenaarseweg.
Sowieso zal de railcapaciteit van het Centraal Station/splitsing
Zoetermeerrail bij Ternoot moeten worden uitgebreid, zodat meer
lokale tramlijnen verbindingen tussen het ene en het andere deel
van de stad kunnen onderhouden. In de voorliggende plannen voor
Randstadrail is dat onvoldoende het geval.
In dat kader zal ook de Grote Marktstraat intact moeten blijven
voor minimaal één tramlijn voor lokaal verkeer vanuit
de Schilderswijk/Transvaal/Rustenburg-Oostbroek richting Bezuidenhout/Leidschendam.
Deze tramrelaties zijn nu zeer druk bezet. Een alternatief railtracé
via het Prins Bernardviaduct en/of de Bezuidenhoutseweg moet opengehouden
worden.
Een andere maatregel betreft de snelle aanleg van tram 19 in de
Vinex-wijken. Aan deze dringend noodzakelijke verbinding met Delft
en Leidschendam zijn overheden contractueel gebonden. Zeker nu aannemers
vechten om werk en het prijsniveau 20 a 30% is gezakt, is de aanleg
van railverbindingen een stuk goedkoper geworden.
Deze maatregelen bieden alternatieven aan automobilisten, die dan
zeker veel vaker voor het openbaar vervoer zullen kiezen. Kwaliteit
prijst zichzelf en de mensen ontdekken dat heus wel. In dit kader
moet dan ook geen beleid van autootje pesten gevoerd worden. Wel
zal elke wijk een duurzaamheidsparagraaf aan de gemeente mogen vragen.
Waar worden de normen nu, in 2005 en 2010 overschreden en hoe pakken
we dat aan.
Ook zal de raad zich moeten afvragen of, in het geval de Norfolkline
uit Scheveningen verdwijnt, de Hubertustunnel wel nodig is. Immers
dit project is vooral vanuit de milieuoverlast voor het Benoordenhout
opgezet. Kan dat geld niet beter in tramlijnen gestoken worden?
De vraag mag toch zeker gesteld worden, dunkt me. Willen we ervoor
zorgen dat onze kinderen nog enigszins gezond in de stad kunnen
blijven leven, dan zal het probleem nu aangepakt moeten worden.
Daar ligt een grote taak voor de gemeenteraad van Den Haag.
Daarbij moet het gemeentebestuur zich niet beperken tot de gemeentelijke
verantwoordelijkheid voor stikstofdioxide, maar ook het fijn-stofprobleem
aanpakken. In het rapport Luchtkwaliteit legt de gemeente het initiatief
hiervoor teveel bij het Rijk. Juist wat betreft fijn stof zou de
gemeente het initiatief moeten nemen, omdat zij een eigen trambedrijf
heeft waarmee maatregelen kunnen worden genomen. Laten de wethouders
Smits en Bruins maar eens lang met elkaar in conclaaf gaan. Zij
vormen de spil waar het om draait.
Als de politiek het wil kunnen komende generaties in een schoner
Den Haag leven. En dat dat hard nodig is moge onderwijl toch wel
duidelijk zijn.
Ronald van Onselen
Platform beter stedelijk en regionaal openbaar vervoer Haaglanden
en omgeving
Bent u al gewend aan de nieuwe lijnvoering van de HTM? Of misschien
dènkt u alleen maar te weten hoe het in elkaar zit. Test
uzelf dan met de lijnquiz op www.haagsetrams.com/aktueel/aktueel.htm.
De website www.haagsetrams.com
biedt trouwens ook een schat aan informatie over Haagse trams
vroeger en nu.
Carpoolen is uit, autodelen is
in
Wie in de stad woont, heeft geen eigen auto nodig. Aldus in
november 2000 Bill Ford, bestuursvoorzitter van de autofabriek waarvoor
zijn overgrootvader Henry de kiem legde. Waarom zou je een eigen
auto moeten hebben als je over een auto kunt beschikken op momenten
dat je er een nodig hebt?
In het interview
waarin Ford deze opzienbarende uitspraak deed, voorzag hij een toekomst
waarin Ford als een soort autobeheerder zou optreden. Mensen die
geen eigen auto willen kopen, zouden deze bij Ford kunnen huren
voor de tijd dat ze er een nodig hadden.
Gelukkig is deze utopische situatie al werkelijkheid geworden, zelfs
zonder dat je iedere auto kunt huren als het maar een Ford is. Natuurlijk
is Nederland een land waar je prima kunt fietsen en is ook het openbaar
vervoer goed geregeld, maar er bestaan talloze mogelijkheden om
op ieder moment dat dat nodig is over een auto te kunnen beschikken.
Eén van die mogelijkheden - Greenwheels - is al een begripje
geworden.
Auto's van Greenwheels staan op vaste, gereserveerde parkeerplaatsen
in de stad. Op dit moment beschikt het bedrijf over 17 uitgiftepunten
in Den Haag en Voorburg, waarvan een overzicht te vinden is op http://www.greenwheels.com/_asp/lokatie_stad_groot.asp?stad_id=4.
Er bestaan plannen om vier nieuwe uitgiftepunten aan de lijst toe
te voegen.
Abonnees kunnen op ieder moment van de dag via internet of per
telefoon een auto reserveren. De abonnementen variëren in prijs
van € 5 tot € 50. Per keer dat een abonnee een auto neemt
betaalt hij dan nog € 0,10 per gereden kilometer, een bedrag
per uur (de hoogte hangt af van de vraag of het om een piek- of
een daluur gaat) en de brandstofkosten. Dankzij een boordcomputer
en een speciale chipcard is Greenwheels gemakkelijk in het gebruik.
Particulier autodelen
Maar het kan ook anders. In plaats van u tot een bedrijf te wenden,
kunt u ook een auto delen met vrienden, bekenden, collega's of familieleden.
Dat wordt interessant als u niet minder dan circa 5000 en niet meer
dan zo'n 12.000 kilometer per jaar rijdt. Rijdt u meer dan 12.000
kilometer per jaar, dan is autodelen ook nog wel een optie, maar
zal het al snel handiger zijn om een eigen auto voor de deur te
hebben staan.
Hoe verleidelijk het bezit van een eigen auto ook kan zijn
..
autodelen heeft veel voordelen. Zo is het om te beginnen al veel
goedkoper. Alles bij elkaar kost zelfs de goedkoopste auto - de
Suzuki Alto - nog zo'n 300 euro per maand. Een gemiddeld Nederlands
gezin, dat zo'n 9.000 kilometer per jaar rijdt in een bescheiden
Opel Corsa, kan door te autodelen 145 euro per maand besparen. De
ritkosten zijn bij autodelen dan wel hoger, maar de vaste kosten
zijn erg laag. Want de kosten van aanschaf, onderhoud en verzekering
worden over meer mensen omgeslagen. En ook de brandstofkosten zullen
dalen, want autodelers maken gemiddeld genomen minder kilometers
dan eigen-autobezitters.
Mensen met een eigen huis kunnen soms een eigen parkeerplaats kopen.
Afgaande op de prijzen die daarvoor gevraagd worden, zijn de stenen
waaruit die parkeerplaatsen bestaan zo'n beetje de duurste van Nederland.
Nog net geen gulden klinkers. De arme sloebers die niet over een
eigen parkeerplaats beschikken, moeten elke keer maar weer zien
waar ze hun auto op een redelijke loopafstand van hun huis kwijtraken.
Liefst op een vandaalbestendige plek.
Met een deelauto behoren ook die zorgen tot het verleden. Deelauto's
worden door gemiddeld twaalf mensen gebruikt. Dat levert in de wijk
dus gemiddeld elf extra parkeerplaatsen op. Daar kunnen natuurlijk
auto's worden geparkeerd, maar je zou er ook een fietsenstalling
kunnen neerzetten. Voor mensen die hun fiets in huis onmogelijk
kwijt kunnen. Of voor de autodeler, die zijn fiets dan veilig kan
parkeren voordat hij in zijn deelauto stapt.
De gemeente Den Haag beloont autodelers voor hun sociale gedrag
door gereserveerde parkeerplekken beschikbaar te stellen. Wel moet
u daarvoor officieel als autodeler geregistreerd staan bij de Stichting
voor Gedeeld Autobezit. (www.autodate.nl)
It's party time!
Hoe gaat dat delen van een auto met de diverse soorten bekenden,
familieleden of buurtbewoners nu in z'n werk? U zou bijvoorbeeld
eens een Deelauto Party kunnen organiseren om in kaart te brengen
hoeveel buren en vrienden dat autodelen ook wel zien zitten. Iedereen
kent de formule van de Tupperware Party: een gezellig avondje met
bekenden gecombineerd met een demonstratie van huishoudelijke artikelen.
Bij een Deelauto Party gaat het niet om het verkopen van zoveel
mogelijk plastic bakjes, maar om erachter te komen wie een auto
zouden willen delen. Een draaiboek waarin wordt uitgelegd hoe u
een Deelauto Party kunt organiseren is verkrijgbaar bij het Haags
Milieucentrum.
Antwoord op de vraag hoe het delen van een auto met bekenden het
beste kan worden geregeld, is te vinden in het Doe-het-zelf-pakket
van de Stichting voor Gedeeld Autobezit (verkrijgbaar voor €
3.50 exclusief verzendkosten). Er zijn verschillende organisatievormen
denkbaar. Hierin wordt ook uitgelegd hoe de kosten redelijk verdeeld
kunnen worden en hoe het zit het met de verzekering. Het pakket
bevat tevens voorbeeldcontracten en handige tips bij onder andere
het aanvragen van een extra parkeervergunning.
Voor mensen die wel zouden willen autodelen, maar de stap nog niet
gezet hebben, organiseren we een speciale bijeenkomst. Hier kunt
u mensen ontmoeten die misschien wel met u in zee willen gaan. Er
worden tips gegeven hoe u één en ander kunt organiseren.
De datum en plaats van de bijeenkomst wordt vastgesteld zodra zich
daarvoor twintig belangstellenden hebben aangemeld.
En als u de stap naar gezamenlijk autobezit toch niet aandurft,
kunt u altijd nog de koppen bij elkaar steken om bij GreenWheels
een uitgiftepunt van een deelauto aan te vragen. Dit moet gebeuren
door minimaal vijftien rijbewijsbezitters uit dezelfde buurt. Zo'n
deelauto is duurder dan een auto in eigen beheer, maar u heeft er
dan ook geen omkijken meer naar.
Uitgebreide informatie over allerlei vormen van autodelen vindt
u op de website www.deelautodenhaag.nl
Bezuinigingen brengen Haags openbaar
vervoer aan de rand van de gevarenzone
Voordat het kabinet met zijn huidige golf van bezuinigingen
kwam, was er vorig jaar al sprake van dat het openbaar vervoer gekort
zou worden in de rijksbijdrage. Voor de financiën van het openbaar
vervoer is dat een stevige aderlating, want nog altijd worden de
exploitatiekosten slechts voor 40% gedekt door de opbrengsten van
de reizigers. De rest moet worden bijgelegd door subsidies van de
overheid. Let wel, dit zijn alleen nog de exploitatiekosten. Zoals
in een goed huishoudboekje betaamt zijn daar de investeringskosten
nog buiten gehouden.
Als in zo'n belangrijke bron van inkomsten wordt gesneden is het
duidelijk dat je met minder geld ook minder kunt doen. Een van de
toverwoorden is efficiency-verbetering. Anders dan in Amsterdam
en Rotterdam, waar de ambtelijke walm van gemeentebedrijf forse
besparingen mogelijk maakt, is dat in Den Haag minder goed het geval.
Sinds het begin van de jaren '90 is de HTM,
die er een andere mentale instelling op na houdt, al druk bezig
met bezuinigen. Dan moet juist gewaakt worden dat de bezuinigingen
niet te ver gaan, wat op andere posten tot forse kostenverhogingen
kan leiden.
Vaak worden suggesties gedaan voor maatregelen in de exploitatie.
Zoals bijvoorbeeld het instellen van korttrajectdiensten. Dit lijkt
aantrekkelijk maar is het niet. De valkuil is namelijk dat je dan
eigenlijk twee lijnen op halve frequentie instelt. En die halve
frequentie maakt dat het ongunstiger is om die twee lijnen op elkaar
af te stemmen. Ergo, het scheelt niets in kosten, maar de reiziger
is wel de dupe.
Slipbemanningen
Net zo min voordeel levert het idee op van slipbemanningen. Dat
wil zeggen dat aan het eindpunt de bestuurder de tram verlaat, die
dan wordt overgenomen door een collega die net zijn rustpauze heeft
gehad. Optisch lijkt het alsof je een tram uitspaart. Maatgevend
is echter de wageninzet in de spitsuren en dan zijn de pauzes kort
gehouden. Het enige effect is dus dat tussen de spitsuren er een
tram méér in de remise staat dan aan het eindpunt.
Qua kostenbesparing levert het dus niets op. Maar je hebt wel een
fors nadeel bij verstoringen. Als de bestuurder een vaste tram heeft
zijn verstoringen binnen de kortste keren verholpen. Pas je slipbemanningen
toe, dan staat de bestuurder aan de ene kant van de stad en zijn
tram aan de andere kant. Zie dan maar dat je dat weer goed krijgt.
Daar kan NS volop over meepraten; daar wordt met slipbemanningen
gewerkt om het rondje om de kerk te voorkomen.
Het is dus zaak om niet te gauw te roepen dat het vervoersbedrijf
eerst maar eens zelf moet bezuinigen. Als je niet alle factoren
in je analyse meeneemt, leidt dat soort bezuinigingen eerder tot
kostenverhogingen en zeker tot forse nadelen voor de reizigers.
Voordat er gesneden wordt in bepaalde frequenties of in bepaalde
trajecten is in Haaglanden eerst gekeken of het lijnennet nog wel
overeenkomt met de vervoersvraag. De stad verandert, dus waar de
ene lijn met een stijging van de vervoersvraag te maken krijgt zal
die bij een andere lijn juist dalen. Ook zijn er nogal wat lijnverlengingen
geweest die ad-hoc aan een bepaalde lijn zijn geknoopt, maar waar
dat in een totaal overzicht beter aan een andere lijn had kunnen
gebeuren. Uit de jaren '70 stamt nog het twee-lijnen-per-tak-systeem.
Aanvankelijk had men goede hoop de reiziger daarmee beter te bedienen.
Maar het bleek een draak te zijn. Slechts 4% van de reizigers had
er voordeel van, terwijl de andere 96% juist forse nadelen ondervonden.
Tel daarbij op dat een dergelijke exploitatie 30% meer kost dan
bij enkelvoudige lijnen, en je bent blij dat dit systeem op 15 december
met de verschuivingen tussen de lijnen 1, 8 en 9 eindelijk ter ziele
is.
Lijnwijzigingen
Het resultaat van deze beschouwingen is geweest dat er per 15 december
een groot aantal lijnwijzigingen komt. Met niet alleen nadelen,
maar ook voordelen. Inderdaad, er vervallen enkele verbindingen.
Maar na aanpassing van de aanvankelijke plannen zijn de alternatieven
nauwelijks minder of soms zelfs juist beter dan de oorspronkelijke
lijnen. Tegenover de reizigers die nadeel ondervinden omdat ze een
keer extra moeten overstappen staat een gelijk of zelfs groter aantal
reizigers dat er juist op vooruit gaat. Overstappen is er voor hen
niet meer bij of ze hoeven dat door een hogere frequentie minder
lang te wachten.
De conclusie is dat het nu nog is gelukt om door verbeteringen
in het lijnennet de nadelen van de bezuinigingen buiten de deur
te houden. Gaan de bezuinigingen nog verder, dan zal dat niet meer
lukken. Dan moeten er maatregelen worden genomen die echt tot minder
reizigers zullen leiden. Om dat te voorkomen is het dus zaak om
iedereen ervan te doordringen dat met het lijnennet per 15 december
aanstaande, de ingebruikname van de tramtunnel per 19 oktober 2004,
de komst van RandstadRail
op 1 juli 2006 en daarmee ook nieuw trammaterieel het openbaar vervoer
in Haaglanden nog beter en nog gemakkelijker zal worden. Alleen
met zo'n instelling win je meer betalende reizigers, want alleen
daardoor kun je het net overeind houden.
Vinex-wijken
Tot slot nog enkele opmerkingen over de ontsluiting van de Vinex-wijken.
De grootste vervoersvraag is op de radiale lijnen naar het Haagse
Centrum en Centraal Station, want op die verbindingen is het de
moeite waard om je auto te laten staan. Voor Wateringse Veld is
dat lijn 17 en voor Ypenburg lijn 15. Beide lijnen beginnen, na
een aarzelende start, nu goed uit de verf te komen. Voor Leidschenveen
en de Vinex-wijken in Zoetermeer en Pijnacker duurt het helaas nog
even, want die zijn aangewezen op RandstadRail. Inmiddels nemen
wel buslijnen de honneurs waar. Conclusies als zouden de Vinex-wijken
van openbaar vervoer zijn verstoken berusten dus niet op waarheid.
Enige ongerustheid is wel op zijn plaats of de verlenging van lijn
16 naar de westzijde van Wateringse Veld nog wel doorgaat.
Daarnaast zijn er voor de Vinex-wijken ook enkele tangentiële
lijnen (dat zijn lijnen tussen buitenwijken onderling) voorzien
voor de verbindingen met Delft, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg.
Daar rijden er al enkele van, zoals lijn 33, maar die stellen zwaar
teleur. Het wekt dus geen verbazing dat de geplande lijn 37 tussen
Den Haag Zuidwest, Delft en Zoetermeer geen tramlijn wordt maar
een buslijn. Lijn 19 zal eerst een buslijn zijn, maar die zal zeker
zo'n goede kwaliteit bieden als een tramlijn. Je kunt het je niet
permitteren om in deze lijn geld voor tramexploitatie weg te gooien
als de positie van de rest van het net zo benard is. De les uit
deze lijn is wel dat je eerst goed moet weten hoe je lijnennet eruit
gaat zien voordat je infrastructuur gaat aanleggen.
Jan van Male,
ROVER Den Haag
Twee lijnen per tak
Een goed voorbeeld van het twee-lijnen-per-tak-systeem (TLPTS) is
de verbinding tussen De Uithof en het Centrum via de Melis Stokelaan.
Daar rijden tram 8 en 9 voor een zeer groot dezelfde route. Als
voordeel van dit systeem wordt gepresenteerd dat passagiers minder
hoeven over te stappen: ze kunnen kiezen uit twee eindbestemmingen.
Het TLPTS-systeem is echter heel star. Afstemming van lijnen werkt
hooguit in één richting goed, maar niet in de andere.
Daar ontstaat clustering, dus langere wachttijden en minder zitplaatskans.
Daarbij is het voordeel voor de reizigers miniem: het percentage
dat echt voordeel heeft van de bespaarde overstap is kleiner dan
vier, want het overgrote deel van de bestemmingen ligt op de tak
zelf of niet verder dan het Centrum. Bovendien willen de meeste
reizigers niet wachten op de rechtstreekse verbinding, maar liever
reistijd besparen door de eerstkomende tram te nemen en dan over
te stappen. Op de Melis Stokelaan is er bijvoorbeeld niemand die
een lijn 8 voorbij laat gaan omdat hij met lijn 9 naar CS wil. Daar
ben je dan sneller met een overstap op Hollands Spoor, waar je uit
vele lijnen kunt kiezen.
De komende opheffing van lijn 8 met vervanging door de lijnen 1
en 9 pakt goed uit. Scheveningen-Dorp gaat van een kwartier- naar
een tienminutendienst. Op de Melis Stokelaan verbetert de regelmaat
en op de Koninginnegracht zijn alleen bij extreem grote drukte naar
Scheveningen korttrajectdiensten nodig.
Keek op de Week van de Vooruitgang
De mensen die op zondag 21 september tegen het middaguur op
de Hofplaats kramen aan het opbouwen waren, keken vreemd op. Het
was toch Binnenstad Bereikbaar-dag, en dan was een deel van
het Haagse Centrum toch afgesloten voor gemotoriseerd verkeer? Dus
wat deden al die auto's daar dan?
Maar nee, de activiteiten in het kader van het evenement Binnenstad
Buitengewoon Bereikbaar begonnen om 12.00 uur, en pas daarna
werden er wat hekken dwars over de weg gezet. De nijvere standhouders
keken elkaar maar eens berustend aan. Niet alleen liep de gemeente
Den Haag uit de pas met de Europese Autovrije Dag - die zou de dag
erna plaatsvinden, op een werkdag, wat volgens Den Haag te veel
overlast met zich zou meebrengen - ook werd de afsluiting van slechts
een paar straten beperkt tot een luttele vijf uurtjes. Het was wel
duidelijk dat iets als een autovrije dag, welke naam hieraan dan
ook gegeven wordt, voor het gemeentebestuur maar een hinderlijke
onderbreking van de dagelijkse gang van zaken vormt.
Congestion charge
Na rijp beraad had het Haags Milieucentrum toch besloten om acte
de présence te geven, ook al hadden wij dan grote bezwaren
tegen de invulling van deze dag. Er is niets mis met het bevorderen
van de vitaliteit van de binnenstad, maar is één dag
per jaar ruimte voor de niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers nu
echt te veel gevraagd?
Vandaar dat de argeloze binnenstadsbezoeker op deze zonnige zondag
kon worden aangeklampt door twee verbluffend goed Nederlands sprekende
Londeners, die hem een flyer in de handen drukten. Hierop werd het
een en ander verteld over de manier waarop Londen de verkeersproblemen
in de binnenstad te lijf is gegaan. De huidige burgemeester, Ken
Livingstone, is gekozen (zo gaat dat immers in het land van
de Magna Charta, een van de pijlers van de democratie in de moderne
zin) op de belofte het fileprobleem aan te pakken en het busvervoer
te verbeteren. Automobilisten in het centrum van Londen plachten
immers ongeveer de helft van de tijd in de file te staan en bussen
kwamen nauwelijks vooruit. Met deze taken is Livingstone voortvarend
aan de slag gegaan. In twee jaar tijd was een systeem in werking
dat draait om een zogenoemde fileheffing: de congestion
charge. Automobilisten die op een werkdag tussen 07.00 en 18.30
uur het zakencentrum de City of London in willen, zijn daarvoor
£5 kwijt, zo'n zeven euro.
Van elke automobilist die het acht vierkante kilometer grote tolgebied
binnenrijdt, wordt het nummerbord gefotografeerd en tegelijkertijd
een totaalbeeld van de auto genomen. Hiervoor zijn geen geavanceerde
satelliettechnieken nodig maar eenvoudige digitale camera's die
informatie naar centrale computers sturen. Die camera's staan bij
elke invalsweg, hoe klein ook, en ook verder nog op verschillende
strategische plekken.
De resultaten mogen er zijn. Het aantal verkeersopstoppingen daalde
in ruim drie maanden tijd met bijna 40%. De gemiddelde snelheid
van het verkeer nam toe van 14 naar 18 kilometer per uur. Enkele
duizenden automobilisten zijn overgestapt op de bus, onder meer
omdat er twaalf nieuwe routes zijn gekomen. Doordat er zoveel opstoppingen
zijn verdwenen, volgen de bussen elkaar snel op en hoeft de gebruiker
niet langer te wachten tot hij een ounce weegt. Die nieuwe lijnen
zijn echter nog niet erg ingeburgerd. Veel automobilisten hebben
gekozen voor de bekende weg: de metro, die daarmee alleen nog maar
drukker is geworden.
Op de groep heffingsplichtigen bestaat overigens een aardige uitzondering:
bestuurders van auto's die op alternatieve energie rijden mogen
wèl gratis door de stad toeren. Ze hoeven zelfs geen parkeergeld
te betalen.
De fiets
Gelukkig zijn er nog andere vervoermiddelen dan de auto en het openbaar
vervoer: in ongeveer 28% van de Londense huishoudens is minstens
één fiets te vinden, maar de situatie in hartje Londen
nodigde nooit erg uit om die te gebruiken. Wie wil weten waarom
niet, moet maar eens kijken op www.blagged.pwp.blueyonder.co.uk/citycyclists/hoshame.html.
Dat is aan het veranderen. Volgens de London Cycling Campaign is
het aantal fietsers in de binnenstad sinds de invoering van de congestion
charge met zo'n 25% gestegen. Fietsenstallingen op drukbezochte
plaatsen noteerden een verdubbeling van het aantal gestalde fietsen
sinds de fileheffing in februari van kracht werd. Forensen nemen
hun rijwiel nu mee in de trein naar Londen en vervolgen hun reis
door de binnenstad hierop. Volgens hen is het niet eerder zo leuk,
mooi en veilig geweest om door de Britse hoofdstad te forenzen.
Uiteraard zijn de protesten tegen de congestion charge niet van
de lucht. Vooral ondernemers in de City of London klagen over omzetverlies,
tot wel 46%. Een Amerikaans rapport bestrijdt dit cijfer echter.
Het zou niet hoger zijn dan 16%. Deze analyse is gemaakt in opdracht
van de New Yorkse burgemeester Michael Bloomberg, die de wijken
Brooklyn en Queens autovrij wil maken. Hij was gedwongen die plannen
uit te stellen omdat het bedrijfsleven naar aanleiding van de Londense
cijfers bezwaar maakte. Het Amerikaanse rapport vormt voor hem een
steun in de rug.
Wat er ook op de concrete invulling van de heffing af te dingen
is, niemand wil er meer vanaf. Zelfs de tegenkandidaat van burgemeester
Livingstone, de Conservatief Steve Norris, is bereid de tol in aangepaste
vorm te handhaven,.
De Haagse situatie
De Haagse wethouder Bruno Bruins, die ook de verkeersportefeuille
in het Stadsgewest Haaglanden onder zijn hoede heeft, denkt dat
er op termijn aan tofheffing niet te ontkomen is. Die mening is
inmiddels ook zijn partijgenote Karla Peijs van Verkeer en Waterstaat
toegedaan, zij het dat ze verwacht hiermee niet vòòr
2010 te kunnen beginnen. Wat Bruins betreft zou beprijzing niet
in de binnenstad van Den Haag moeten gebeuren. Opstoppingen doen
zich volgens hem niet zozeer voor in de binnenstad, maar meer op
het hoofdwegennet. Dáár moet het probleem worden aangepakt.
En ook verwacht Bruins veel van Randstadrail. In het milieucafé
De Derde Dinsdag
in Dudok van 23 september sprak de wethouder de hoop uit dat
Randstadrail dezelfde uitstraling en vanzelfsprekendheid krijgt
als de metro in Londen.
Het eveneens aanwezige D66-raadslid Robert van Lente merkte droog
op dat de bewoners van de Amsterdamse en de Stille Veerkade waarschijnlijk
anders over deze problematiek denken. Ook op de Veerkades, hartje
centrum, is vaak sprake van een verkeersinfarct. Van Lente zei dat
hij dan ook graag een onderzoek naar beprijzing van autoverkeer
in de binnenstad zou willen zien. Maar inmiddels zijn ook de bewoners
van de Veerkades zelf in actie gekomen. In een brief aan de gemeenteraad
eisen ze dat ze niet langer worden blootgesteld aan het door verkeer
veroorzaakte fijn stof, dat allerlei ziekten veroorzaakt. Dit naar
aanleiding van de eerste resultaten van het meetpunt
dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op
de Veerkade heeft aangebracht. De maximale norm voor de uitstoot
van fijn stof wordt ongeveer tien maal zo vaak overschreden als
toegestaan: dagelijks in plaats van op z'n hoogst 35 dagen per jaar.
Het RIVM is van mening dat het onderzoek nog niet lang genoeg loopt
om er conclusies aan te kunnen verbinden, maar de trend is zorgelijk.
Behalve dat het Haags Milieucentrum op de 'Autovrije Dag' aandacht
vroeg voor het Londense model, maakte ze propaganda voor autodelen.
Door samen met andere mensen één auto te gebruiken,
kan het totale autobezit immers binnen de perken worden gehouden.
Presentator Gerard
van den IJssel - in een knalgeel kostuum gestoken - voelde geïnteresseerden
aan de tand over hun kennis van autodelen. Ook werden ze gevraagd
een speelgoedauto'tje in tweeën te zagen. De gelukkige winnaar
mocht een dag later, de nationale Autodate Dag, in een Smart Sport
Biturbo deelnemen aan de 24-uurs Deelautorally die door heel Nederland
ging.
Bob Molenaar
GROEN
forum
Fietspad 10 moet er nu komen
In de Branding van juni/juli vertelt Jaap Mels dat ons land vol
ligt met brede, geasfalteerde, met palen en hekken van de omgeving
afgeschermde en van lichtmasten voorziene "fietswegen".
Kan hij hier in de buurt een paar van die wegen noemen? Dan ga ik
er eens kijken, want blijkbaar heb ik een belangrijk aspect van
ons landschap altijd over het hoofd gezien. Dan kan ik misschien
ook een glimp opvangen van de "lycrabrigade". Ik heb geen
idee wat ik me daarbij moet voorstellen, wat ook al een ernstig
gebrek aan mijn ontwikkeling is.
Waarom zouden fietspaden niet geschikt zijn om op te wandelen?
Ik fiets bijna dagelijks op fietspaden waar regelmatig wandelaars
lopen; bij voorbeeld in het Haagse Bos, door landgoed Reigersbergen
en het enige jaren geleden aangelegde stuk van fietspad 10. Natuurlijk
vraagt dat van beide partijen een beetje begrip voor elkaar, maar
dat is toch overal in de maatschappij nodig? De meeste wandelaars
begrijpen dat ze op een fietspad niet over het hele pad moeten uitzwermen
en geen honden los moeten laten lopen die ze niet onder appèl
hebben. Evenzo begrijpen fietsers dat ze op dergelijke paden niet
met zijn twintigen om het hardst moeten rijden. Ik maakte nog nooit
agressie of scheldpartijen mee.
Nederland is vol, maar niet met mensen maar met auto's. Die hebben
bovendien de vervelende eigenschap dat de voor hen gereserveerde
ruimte nergens anders voor gebruikt kan worden als ze er niet zijn.
Als alle auto's in woonstraten en parkeergarages staan zijn de vele
kilometers autosnelweg wel leeg, maar mens noch dier kan er gebruik
van maken. Dat is wellicht ook het geval met de "fietswegen"
van Jaap Mels, maar normale fiets- en wandelpaden kunnen door veel
diersoorten gemakkelijk overgestoken worden en sluiten naadloos
aan op de begroeiing. We hoeven Nederland toch niet nog voller te
maken dan het al is door voor iedereen zijn eigen weg te reserveren
- ook als hij er helemaal niet is?
Eens ben ik het met Jaap Mels dat een toegang tot het duingebied
voor fietsers bij de Waalsdorpervlakte voor de hand ligt, en dat
dus fietspad 10 eigenlijk een vanzelfsprekende zaak is. Misschien
is de "recreatiedruk" op het natuurgebied inderdaad al
hoog en zou hij door de nieuwe verbinding nog hoger kunnen worden,
maar dat is wel een erg abstract en slecht kwantificeerbaar feit:
wat is recreatiedruk eigenlijk en hoe meet je die? Ik denk trouwens
dat om die recreatiedruk te beperken niet in de eerste plaats het
fietsverkeer beperkt moet worden, maar de voetgangers, want die
verstoren de natuur veel meer dan fietsers. Ze hebben honden bij
zich die achter de konijnen aan zitten, en kinderen die spelletjes
spelen in de bosjes, takken afbreken en in bomen klimmen - om over
het achterlaten van rommel maar niet te spreken.
Bovendien zijn wandelaars vaak uitgestapte autobestuurders. Als
fietspad 10 ertoe zou leiden dat die wandelaars hun auto niet meer
bij de Boerderij van Meijendel zouden parkeren, maar daar via fietspad
10 heen zouden gaan, zou dat wel eens een vermìndering van
de "recreatiedruk" kunnen betekenen.
Het lijkt inderdaad voor de hand te liggen om een van de voetpaden
over de Vlakte van Waalsdorp voor fietsers geschikt te maken vanaf
het ecoduct over de Noordelijke Randweg tot het fietspad dat langs
Meijendel naar de strandopgang loopt. Daar liggen nu een aantal
wandelpaden heel dicht bij elkaar en ze zijn zeker niet zo druk
dat dat voor de wandelaars moeilijkheden zou kunnen geven. En ja,
dan zal er wel eens iets gebeuren wat anderen niet leuk vinden,
maar dat gebeurt nu ook, en dat mag toch nooit een reden zijn om
een nuttige en nodige voorziening niet te maken? Het is aan ons
allen om te zorgen dat die voorziening er na al het gekissebis en
dwarsliggen eindelijk zo snel mogelijk komt en vervolgens goed gebruikt
wordt zodat we er allemaal plezier van hebben.
Henk Ens
'Slimme' cruise control is geen goed idee
Staatssecretaris van Milieu Pieter van Geel wil dat alle nieuwe
auto's in Europa worden uitgerust met een cruise control en een
boordcomputer. Dit zou het brandstofverbruik en de CO2 uitstoot
met zo'n tien procent kunnen verminderen. Henk Ens verwacht er weinig
heil van. Integendeel.
Een traditionele cruise control doet weinig meer dan je snelheid
constant houden. Daar heb je in Nederland weinig aan, maar hij kan
geen kwaad. Zijn 'slimmere' opvolger, de Adaptive Cruise Control
of ACC, is in het Nederlandse verkeer niet zozeer nutteloos als
wel gevaarlijk. Het is immers niet meer een hulpmiddel voor de bestuurder
maar een automatisch systeem dat de besturing van hem overneemt,
en hem als het ware buiten spel zet.
Daarmee neemt die ACC ook een deel van de verantwoordelijkheid voor
die besturing over. Dat heeft behalve technische ook juridische
en psychologische consequenties. Juridische, omdat de bestuurder
zich bij een ongeluk kan beroepen op fouten van de ACC. De fabrikant
of de inbouwer van die ACC kan dan schuldig bevonden worden aan
en aansprakelijk gesteld voor het ongeluk. Daarom alleen al lijkt
het erg onverstandig om zulke apparatuur te gaan inbouwen in voertuigen
die op de openbare weg verkeren, anders dan voor zorgvuldig gecontroleerde
en bewaakte proeven - laat staan om die apparatuur verplicht te
gaan inbouwen in alle auto's.
Psychologisch heeft het door apparatuur laten overnemen van een
essentieel deel van zijn taak onherroepelijk als gevolg dat de aandacht
van de bestuurder verslapt. Hij hoeft de beslissingen niet meer
te nemen, dus hij gaat zijn aandacht op andere dingen richten. Een
storing in de apparatuur zal hij niet direct opmerken, zodat hij
meestal niet meer in staat zal zijn om nog tijdig in te grijpen.
Alleen als de apparatuur zo eenvoudig, robuust en bedrijfszeker
is dat de kans op storingen verwaarloosbaar klein is in vergelijking
tot het aantal fouten dat de bestuurder zelf maakt, is de automatisering
een verbetering. De ACC is echter een buitengewoon gecompliceerd
apparaat met een bijna oneindig aantal mogelijkheden tot fouten
en storingen, Er zijn oneindig veel verschillende verkeerssituaties
denkbaar bij allerlei weersomstandigheden, met alle soorten andere
weggebruikers. Er kunnen allerlei signalen doelbewust of bij toeval
invloed uitoefenen op het systeem. Het lijkt daarom ondenkbaar om
de feilloze werking van een dergelijk systeem onder alle omstandigheden
te garanderen - ook al zijn er uitgebreide proeven mee genomen.
Verslapte aandacht
Dat het aanbrengen van automatische apparatuur die de taak van een
bestuurder ten dele overneemt leidt tot het verslappen van de aandacht
van die bestuurder, is reeds lang bekend. Om verliezen door overlopen
van tanks bij het vullen te verminderen werd kort na de oorlog het
vullen van opslagtanks in de chemische industrie geautomatiseerd.
Als de tank vol was stopte automatisch de vulpomp en sloten de kleppen.
Dat leidde inderdaad tot een sterke vermindering van het aantal
keren dat tanks overliepen, maar de daarbij verloren hoeveelheden
product stegen enorm. De operator lette namelijk niet meer op en
ging ondertussen wat anders doen. De pomp stopte tòch vanzelf.
Dat ging bijna altijd goed, maar als bij een storing de pomp niet
stopte merkte de operator dat pas veel later. Tegenwoordig werken
de meeste installaties helemaal automatisch. Een voorwaarde daarvoor
is echter dat de installatie geheel afgesloten van de openbare weg
is en alleen toegankelijk voor deskundig personeel. Voor auto's
op een snelweg is dat natuurlijk niet te verwezenlijken. Bovendien
zijn daar talloze invloeden denkbaar die het geautomatiseerde besturingssysteem
kunnen storen - om van kwaadwilligheid nog maar niet te spreken.
In België botste een vrachtwagen met de traditionele vorm
van cruise control aan achter op een stilstaande personenauto. Dit
zware ongeval hing waarschijnlijk samen met een ander welbekend
probleem: oververmoeide vrachtautochauffeurs die te lang achter
het stuur zitten en zich op de lege nachtelijke wegen stierlijk
vervelen. In de Europese Unie wordt daartegen opgetreden door hun
rij- en rusttijden te controleren via de verplichte tachometer,
maar het is bekend dat met dit apparaat nogal wat gesjoemeld wordt.
Als hij niet buiten bedrijf gesteld was, zou de tachometer de oorzaak
van dit ongeluk kunnen aantonen. Het kan niet veroorzaakt zijn door
de cruise control, omdat die niet meer deed dan de snelheid constant
houden. Een 'slimmere' cruise control zou de wagen wellicht tijdig
tot stilstand gebracht hebben, maar dat zou de veiligheid niet gewaarborgd
hebben, want ook met een ACC blijft een slaperige vrachtwagenchauffeur
een gevaar op de weg.
Veel beter dan de 'slimmere cruise control' is daarom het aanbrengen
van een simpele registrerende snelheidsmeter in alle auto's. Daarmee
kunnen bestuurders van auto's die bij een ongeluk betrokken raken
hun rijgedrag aantonen. Zij weten dat dat ook tegen hen gebruikt
kan worden en gedragen zich daarnaar.
Lagere snelheden - en vooral regelmatiger rijden - leiden tot lager
brandstofverbruik. Voor een besparing op het energieverbruik van
10% is een ingreep met onoverzienbare gevolgen als het standaard
aanbrengen van die 'slimmere' cruise control niet nodig. Immers,
als de wil daartoe aanwezig was zou dat met veel eenvoudiger middelen
te bereiken zijn.
Ir. Henk Ens
KLIK HIER VOOR OUDERE
ARTIKELEN OVER MOBILITEIT
|