Branding - Archief  

 

GEZONDHEID & MILIEU + MILIEUVRIENDELIJKE BEDRIJVEN

 

Biologische bloemen aan de Brouwersgracht (Branding nr. 18 januari-maart 2005) ...meer

Gezond door de natuur? (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer

Therapeutisch tuinieren in De Nieuwe Loot (Branding nr. 15 juni/juli 2004) ...meer

Jumbo is behoorlijk bio (Branding nr. 12 november/december 2003) ...meer

Stadsgesprek over Schone Lucht en Verkeer
Oftewel: Groene Longen versus Zwarte Longen (Branding nr. 11 september/oktober 2003) ...meer

Rioolwaterlozingen in zee (Branding nr. 11 september/oktober 2003) ...meer

Bruiner in zee dan op het strand?
Zwemmen in vervuild zeewater (Branding nr. 10 juni/juli 2003)...meer

Veerkadebewoners zijn ziek van het verkeer (Branding nr. 8 februari/maart 2003) ...meer

Norfolk en het schrikbeeld van Scheveningen als toeristenfabriek (Branding nr. 6 september/oktober 2002) ...meer

DE NORFOLKLINE EN HET KLEIN DUIMPJESYNDROOM (Branding nr. 5 mei/juni/juli 2002) ...meer

Haagse Milieuprijsvraag Inzender Bob de Kievit:
Hoe wordt de stad groen, groener, groenst… (Branding nr. 3 november/december2001)
...meer

 

 

 

 

 

 

Biologische bloemen aan de Brouwersgracht

Als galeries al bloemen verkopen, zijn die bloemen geschilderd, gebeeldhouwd of anderszins gestileerd. Als bloemenwinkels al kunst verkopen, gaat het om kunstbloemen. Aggiez, aan de Brouwersgracht 10, combineert deze zaken: én bloemen, én kunst.

Nou is dat op zich geen reden om in een blad als Branding aandacht aan deze winkel te besteden. Maar eigenares Agnes Eising probeert zoveel mogelijk biologische bloemen in haar assortiment op te nemen. “De reguliere snijbloementeelt is heel vervuilend, er worden veel chemicaliën gebruikt. Ik wil mensen laten zien dat het ook anders kan”, aldus Eising. “Biologische bloemen staan in veel gevallen net zo lang als reguliere.”
Biologische bloementelers maken geen gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. De bloemen krijgen alleen plantaardige en dierlijke meststoffen, zoals klaver en koemest. Tegen eventuele gewasziekten of plagen worden natuurlijke bestrijders ingezet. In Nederland staat nu ongeveer dertig hectare biologische snijbloemen. Eising betrekt haar bloemen bij Utopia in Kwintsheul en gaat ze daar persoonlijk uitzoeken. “We lopen dan samen over het land en ook komt de tuinder in de winkel. Toen er op de Brouwersgracht een braderie was, was hij hier aanwezig om mensen voor te lichten over de biologische teelt. Zoiets zouden we wat mij betreft vaker kunnen doen.”

Helaas is het onmogelijk om de winkel alleen maar met biologische bloemen te vullen. “Het aanbod is erg afhankelijk van het seizoen”, aldus Eising, “en de weersomstandigheden maken ook een groot verschil. Op dit moment heb ik bijvoorbeeld geen biologische bloemen meer staan. Ik had biologische kerstbomen willen bestellen, maar daarmee was ik jammer genoeg te laat. Er is een bedrijf in België dat biologische kerstbomen levert, maar die had ik al een paar maanden geleden moeten bestellen.”

Biologisch bolwerk
Aggiez opende eind mei haar deuren aan de geheel heringerichte Brouwersgracht - naast een winkel die aan recycling van boeken doet en pal tegenover de biologische winkel De Goede Zaak. Hoewel de winkels organisatorisch niets met elkaar te maken hebben, besloot Eising haar winkel te openen op de dag dat De Goede Zaak haar zevenjarig bestaan vierde. “We hebben toen samen de mensen van De Theetuin ingeschakeld. Die kwamen langs met hun bakfiets en hebben een terras ingericht waar ze biologische dranken schonken en biologische hapjes serveerden.”
In een tijdsgewricht dat je voor biologische bloemen ook al bij Shell-stations terecht kunt – hoe zouden die ruiken, vraagt Branding zich af – is het verkwikkend te merken dat Agnes Eising uit overtuiging hierin handelt. Behalve biologische bloemen verkoopt ze ook ecobulbs (ecologische bloembollen) en biologische potgrond. Ook bij de inrichting van haar zaak is ze zo milieuvriendelijk mogelijk te werk gegaan. “Verschillende kastjes zijn gemaakt van gerecycled materiaal, zoals oude vloerdelen. Verder hebben we hout gebruikt van pallets waarmee de stenen voor de herbestrating van de Brouwersgracht aangevoerd werden. Daarmee hebben we bijvoorbeeld een bekisting gemaakt om de motor van de koelcel. Die koelcel is een erfenis van de vorige gebruiker van de ruimte. “Voor bloemen is een temperatuur van maximaal acht graden optimaal”, weet Eising, “dus ik ben wel blij met die koelcel. Maar als het niet nodig is, zoals met de huidige temperaturen, schakel ik hem uit.”

Accessoires en kunstvoorwerpen

Enthousiast wijst Eising op de accessoires van hergebruikt materiaal in haar collectie. Uit een kast haalt ze een lantaarn die in Marokko is vervaardigd uit oude blikken. Eronder staat een pot opgebouwd uit lagen van gevouwen, samengeperste tijdschriften. Knap gemaakt, maar meer vakmanschap dan kunst. ‘Echte’ kunst is er in de winkel echter ook volop te vinden: vazen in allerlei varianten, beschilderde tassen, foto’s en ga zo maar door. “De meeste voorwerpen worden gemaakt door mensen uit de buurt”, legt Eising uit. “Er wonen hier veel kunstenaars. Ik streef ernaar om ongeveer elke zes weken van collectie te wisselen.”
Kunst en bloemen: een praktische combinatie. Aggiez maakt het mogelijk om biologische bloemen in een unieke, artistiek vormgegeven vaas mee naar huis te nemen.

Bob Molenaar

 

 

 

 

 

Gezond door de natuur?

Helende tuinen schieten als paddestoelen uit de grond. Bij de bouw van nieuwe ziekenhuizen wordt steeds meer aandacht besteed aan ‘healing environments’. Psychiatrische instellingen liggen vaak midden in de prachtigste landgoederen (waarvan er gelukkig veel publiek toegankelijk zijn). Boeren halen in toenemende mate mensen met een mentale of fysieke handicap binnen om de dieren te verzorgen of het land te bewerken. Kortom: er bestaat een breed gedragen overtuiging dat een verblijf in de natuur heilzaam is voor de mens.

Er zijn ook wetenschappelijke onderzoeken verricht die wijzen op een gunstige invloed van natuur op de gezondheid. Maar wat zijn die onderzoeken eigenlijk waard? Dat is op grote schaal onderzocht door de Gezondheidsraad. Samen met de Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek heeft die de bestaande internationale literatuur doorgevlooid om een antwoord te vinden op de vraag: is wetenschappelijk aantoonbaar dat een natuurlijke omgeving positieve invloeden op de gezondheid kan hebben?

De Gezondheidsraad heeft op twee manieren geprobeerd een antwoord op deze vraag te vinden. In de eerste plaats door het bestuderen van onderzoeken die een rechtstreeks verband tussen natuur en gezondheid proberen te meten. In de tweede plaats door onderzoeken onder de loep te nemen die índirecte invloeden aannemelijk maken. Dat wil zeggen, het kan zijn dat de natuur bepaalde gedragingen of mechanismen stimuleert die op hun beurt weer de gezondheid beïnvloeden.

Grootschalige epidemiologische onderzoeken naar de relatie tussen natuur in de woonomgeving en algemene indicatoren voor gezondheid zijn schaars: één in Nederland en één in Japan. De Gezondheidsraad vindt dat deze onderzoeken met de nodige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd, maar ziet in de resultaten aanwijzingen voor een positief verband tussen natuur en gezondheid.

Indirecte effecten
Twee onderzoeken dus slechts, die zwakke aanwijzingen voor een positief verband geven. Bieden de onderzoeken naar de índirecte effecten meer houvast?
Dan moeten we eerst kijken om welke indirecte effecten dat kan gaan. Als eerste onderscheidt de Gezondheidsraad een verband tussen enerzijds de natuur, anderzijds het herstel van stress en vermoeidheid door langdurige concentratie. Chronische stress speelt een belangrijke rol in het ontstaan en beloop van ernstige gezondheidsklachten, zowel lichamelijke als geestelijke. Stressgerelateerde psychische aandoeningen zijn belangrijke oorzaken van ziekteverzuim en WAO-instroom.
Naar dit veronderstelde verband zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd, waar methodologisch weinig of niets op aan te merken is. Ze leveren sterke aanwijzingen op dat natuur inderdaad kan helpen bij herstel van stress en aandachtsmoeheid. Uitzicht op natuur, hoe kortstondig ook, en verblijf in de natuur blijken een positieve invloed te hebben op onder meer stemming, concentratie, zelfdiscipline en fysiologische stress.

Een tweede aspect dat is onderzocht, is in hoeverre de natuur mensen aanzet tot bewegen. Nog niet de helft van de Nederlandse bevolking voldoet aan de bewegingsnorm (minstens vijf dagen per week een halfuur matig intensief bewegen). ‘Bewegingsarmoede’ vormt een bedreiging voor de volksgezondheid. Vandaar de vraag: in hoeverre kan een ‘groene’ woon- en werkomgeving mensen stimuleren om dagelijks meer te bewegen?
Uit veel onderzoeken blijkt dat de omgeving inderdaad invloed heeft op duur en intensiteit van bewegen, maar of die omgeving daarvoor ook ‘groen’ moet zijn is iets anders. Wel blijken mensen het bewegen in een natuurlijke omgeving hoger te waarderen. Misschien houden ze het in een dergelijke omgeving langer vol.

Kan natuur ook helpen sociale contacten aan te gaan, vraagt de Gezondheidsraad zich vervolgens af. Dat is een relevante vraag, omdat mensen met veel sociale contacten zich gezonder voelen en langer leven. Drie onderzoeken, allemaal uitgevoerd in Chicago, leveren aanwijzingen voor een verband tussen groene openbare voorzieningen en sociale integratie. Maar die resultaten zijn niet zonder meer van toepassing op de situatie in Nederland.

Het kind in de mens
Boomhutten, schuilplaatsen in de bosjes, verkenningstochten door ‘het oerwoud om de hoek’: voor de Gezondheidsraad zijn zulke dingen van groot belang voor een gezonde ontwikkeling van kinderen. En die is van groot belang om ook als volwassene gezond door het leven te kunnen gaan. De mogelijkheden voor kinderen om contact met de natuur te hebben nemen echter af, nu de natuur steeds meer uit hun directe leefomgeving verdwijnt. De weinige verrichte onderzoeken lijken erop te wijzen dat de cognitieve, motorische en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen baat heeft bij gevarieerd, regelmatig en direct contact met natuur.

Tot slot kan een verblijf in de natuur - of dat nou een bos in de buurt is of een groots natuurgebied ver weg - mensen aanzetten tot reflectie, hun gevoel van autonomie versterken en hun het gevoel geven te passen in een groter geheel. Dat kan mensen weerbaarder in het leven doen staan, zo luidt de theorie. Onderzoeken naar vrijetijdsbesteding in natuurlijke omgevingen lijken uit te wijzen dat natuur inderdaad voorwaarden schept voor zingeving, maar methodologisch is er wel het nodige op aan te merken.

Geloofwaardig
Het zal de regelmatige lezer van wetenschappelijke onderzoeken niet verbazen: de voornaamste conclusie luidt dat er nog veel vervolgonderzoek nodig is om de verbanden tussen natuur en gezondheid vast te stellen.
Mevrouw Van den Berg van de Gezondheidsraad kan zich wel een beetje voorstellen dat mensen teleurgesteld zullen zijn over de resultaten van haar onderzoek. Er heerst immers vrij brede overeenstemming over de heilzame werking van ‘de natuur’, waarvoor naar nu blijkt weinig wetenschappelijke onderbouwing bestaat. “Zie ons onderzoek maar als een ondersteuning van die breed gedragen intuïties en noties. Het bestaan van een gunstige invloed van de natuur op de gezondheid is geloofwaardig. Ons onderzoek was het eerste deel van een tweeluik, de Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek (de RMNO) gaat er nu mee verder. Die gaat kijken wat voor gerichte onderzoeken er geprogrammeerd zouden kunnen worden en welke aanpassingen in de kennisinfrastructuur wenselijk zijn. Voordat de RMNO rapport uitbrengt wordt er een brede werkconferentie georganiseerd, waar ook mensen uit de praktijk (zoals medewerkers van zorgboerderijen) over hun ervaringen kunnen vertellen.
Wij hebben ons rapport aangeboden aan de bewindslieden van LNV, VROM en VWS, want het gaat hier om een departement-overstijgend onderwerp. Ik kan me zo voorstellen dat onze onderzoeksresultaten invloed gaan uitoefenen op bijvoorbeeld het ruimtelijke-ordenings- en het huisvestingsbeleid.”


Bob Molenaar

 

 

 

 

 

 

 

 

Therapeutisch tuinieren in De Nieuwe Loot

Heeft u al een burn-out? Sinds 19 mei jl. kunt u bijtanken onder begeleiding van een tuintherapeut. In De Nieuwe Loot, een 'helende tuin' tussen de Guntersteinweg en landgoed Overvoorde kunnen werknemers met psychische klachten zich toeleggen op het biologisch tuinieren. Het is de bedoeling dat ze tot rust komen door activiteiten als zaaien, water geven, wieden en oogsten. Ook moet het werk in de tuin hun helpen weer in een bepaald ritme te komen en structuur in hun leven aan te brengen.

De Nieuwe Loot is een initiatief van Stek ('Voor Stad en Kerk') een dienstverlenende organisatie van en voor protestantse kerken in Den Haag. Anne van den Berg van Stek liep al een tijdje met het idee rond voordat het tot uitvoering kwam: "Er zijn onderzoeken gedaan waaruit blijkt dat het werken in de natuur rustgevend is. Keiharde bewijzen zijn er nog niet voor, maar in het Franciscaanse Milieuproject Stoutenburg heb ik gezien hoe goed het werkt. We zijn erin geslaagd om de RABO-bank Den Haag en Ockenburgh Prevent, centrum voor arbeid en psyche, voor dit project te interesseren. De gemeente Den Haag heeft de grond beschikbaar gesteld." Het is de bedoeling dat de kosten worden gedragen door werkgevers die arbeidsongeschikte werknemers in de tuin laten werken. Zij betalen €20,- per uur per medewerker. Van den Berg: "Ik schat dat er zo'n tien mensen tegelijk in de tuin aan het werk kunnen. Om aan deelnemers te komen hebben we goede contacten met het bedrijfsmaatschappelijk werk en ook Ockenburg Prevent kan mensen naar ons doorverwijzen."

Ecologische hovenier
Sinds november 2003 zijn vrijwilligers druk bezig geweest het terrein van een voormalige kinderboerderij geschikt te maken voor zijn nieuwe doel. Hovenier en tuintherapeut Peter Pontier heeft het plan voor de inrichting gemaakt en dit samen met de vrijwilligers verder uitgewerkt.
Ecologisch hovenier Hans Bootsma tekende samen met Pontier voor het beplantingsschema voor een vlinder- en vogelbos. Ze hebben hoofdzakelijk gekozen voor inheemse en inheems verwilderde plantensoorten. Die trekken veel insecten aan, waaronder vlindersoorten, hommels en bijen. Het is de bedoeling dat er op den duur een natuurlijk evenwicht ontstaat tussen flora en fauna, waarin insecten op een natuurlijke manier kunnen bijdragen aan het bestrijden van ziekten en plagen.

Ook vogels vinden in de tuin iets van hun gading. Langs het terras zijn besdragende struiken zoals rode bessen, zwarte bessen en kruisbessen geplant.
De vogels, de insecten en andere kleine dieren kunnen beschutting vinden in de vele struiken. Zo zijn achter in de tuin soorten aangeplant die vroeger als geriefhout werden toegepast, zoals sporkehout, wilgen, meidoorn en elzen. Deze struiken kunnen om de paar jaar helemaal teruggesnoeid worden. Het 'hakhout' kan bijvoorbeeld gebruikt worden om mee te vlechten, als stelen of palen, om hekjes van te maken of om op te stoken. Het wilgentenen scherm dat de tuin beschutting moet bieden is ook deels 'eigen kweek'. Voor het resterende deel werden wilgentakken geleverd door boeren uit de omgeving en volkstuinders.

Belevingstuin
Maar de tuin is natuurlijk niet alleen voor dieren. Er wordt veel aandacht besteed aan de beleving van het groen en de ruimte. Door de tuin loopt een pad in de vorm van een acht, met op de kruising hazelaars die over een aantal jaar voor beschutting zullen zorgen. Hoge beplanting langs delen van het pad deelt de tuin als het ware in tweeën.
Door de hoge begroeiing op verschillende plekken in de tuin ontstaan er ruimtes waarbinnen je helemaal omsloten wordt door de natuur. Zo zal ook het ontwerp van de tuin bijdragen aan het helingsproces van toekomstige cliënten.

Van de voormalige kinderboerderij is de schapenstal overgebleven. Deze is met gebruikmaking van zoveel mogelijk ecologische en natuurlijke materialen verbouwd tot werk- en rustruimte. Uitgangspunt hierbij is dat van een gezonde binnenruimte een helende werking uitgaat. Vandaar dat is gekozen voor muren met leemstuc, dat ervoor zorgt dat de ruimte ademt en een gelijkmatige temperatuur en luchtvochtigheid heeft. Enkele meters naast de stal is een composttoilet aangelegd. Dit werkt zonder water en is niet aangesloten op de riolering. Bacteriën doen het composterende werk, daarbij geholpen door een ventilator die er tevens voor zorgt dat er geen stank ontstaat.

Biologische groenten
De tuin kost natuurlijk niet alleen werk, maar levert ook wat op. Rechts van de ingang liggen veertien groentenbedden. Hier worden in een cyclus van zeven jaar verschillende gewassen gekweekt. Om beurten zullen de bedden een jaar braak liggen, zodat de voedingsstoffen in de grond optimaal benut worden. De grond raakt niet uitgeput en de kans op ziekten is kleiner. De bedden zijn behoorlijk opgehoogd, omdat de grond van De Nieuwe Loot erg nat is. Het water wordt afgevoerd naar de sloot door afvoergeulen tussen de bedden. Van den Berg: "Wat we met de opbrengst gaan doen is nog niet duidelijk. Misschien dat de mensen die het verbouwd hebben de groenten tegen kostprijs kunnen kopen. Of we stellen ze ter beschikking aan de Voedselbank, die in Den Haag voedselpakketten uitdeelt. We zouden ook kunnen besluiten om groenten en fruit te gaan inmaken. Dan levert het voor onze deelnemers weer een zinvolle activiteit op."

Bob Molenaar

 

 

 

Jumbo is behoorlijk bio

"Een Albert Heijn-assortiment tegen Aldi-prijzen", dat was het kenmerk waarmee supermarkt Jumbo haar eerste vestiging in Zuid-Holland, tevens de grootste van Nederland, in de markt wilde zetten. Het lijkt te mooi om waar te zijn, een sprookje dat door het dier waaraan de detaillist zijn naam ontleent wel eens wreed uitgeblazen zou kunnen worden.

Maar Branding is geen Consumentengids en houdt zich dus niet bezig met prijsvergelijkingen. Wel gingen we de nieuwe supermarkt aan de Leijweg aan de slagtand voelen met betrekking tot haar aanbod aan biologische producten. Want het assortiment van Albert Heijn is natuurlijk méér dan alleen maar 24 verschillende verpakkingen olijven, zeventig soorten soep en de laatste amuses uit Burkina Faso. Uit de jaarlijkse inventarisaties die Milieudefensie in supermarkten verricht naar het aanbod van biologische producten, komt de Zaandamse gigagrutter altijd heel goed naar voren. Supermarktdeskundige Gerard Rutte wijdt de problemen waamee het bedrijf kampt, zelfs voor een deel aan de aandacht die het aan deze niche schenkt. De gratis brochure Alledag (inmiddels vervangen door de Bonus) bevatte "hele stukken tekst over biologische producten en een rubriek over wat je kan doen met een plastic boodschappentas. Daarmee benadrukten ze alleen maar hoe duur ze zijn", tekende het Algemeen Dagblad uit zijn mond op.

Op naar de Jumbo dus, gewapend met een officiële Milieudefensie-tellijst. Die ook na twee bezoeken aan de uitgestrekte supermarkt nog aardig wat lege vakjes vertoonde, maar op twee plaatsen behoorlijk wat turfwerk vereiste: bij de groenten en bij de vleesvervangers. De Jumbo verraste ons met een behoorlijk assortiment groenten met het Eko-kenmerk. Op de schappen lagen ook verschillende groentepakketten die van dit kenmerk voorzien waren. En we waren ronduit verbijsterd door het aantal kant- en-klare vleesvervangers: maar liefst 49 stuks, van de merken Planet Green, Goodbite en Vivera. Het assortiment bevindt zich in een aparte vitrine aan de rand van de vleesafdeling, wat een minder duf imago geeft dan als de bakjes ergens tussen het vlees worden gedeponeerd. Overigens bevinden zich tussen de grote hoeveelheden regulier vlees ook nog drie EKO-vleessoorten.

Jumbo is zeer tevreden over de verkoop van biologische producten, liet assistent-filiaalmanager de heer Seffelaar ons weten. En als klanten te kennen geven dat het assortiment moet worden uitgebreid - bijvoorbeeld via de pagina klantenservice op de website www.jumbosupermarkt.nl - streeft Jumbo ernaar binnen twee weken aan dit verzoek gehoor te geven.

Zoals vermeld, houdt Branding zich niet bezig met prijzenonderzoek. Maar nu Jumbo zich zo nadrukkelijk op dit aspect wil onderscheiden, kunnen we er ook niet geheel en al aan voorbijgaan. Laten we er dit van zeggen: voor de prijsvechter Lidl, die zich volgens plan nabij de Jumbo, op het Almeloplein, zal vestigen, is zeer zeker nog plaats. Maar mensen die hechten aan biologische producten hebben dáár niets te zoeken.

Bob Molenaar

 

 

 

 

Stadsgesprek over Schone Lucht en Verkeer
Oftewel: Groene Longen versus Zwarte Longen

Wanneer: Woensdag 5 november van 13.00 tot 17.00 uur
Waar: Zalencentrum Concordia, Hoge Zand 42
Aanmelden: Haags Milieucentrum, 070 30 50 286
Entree Gratis

Wat is er mis met de luchtkwaliteit in onze stad. Dat is de vraag die centraal staat op dit Stadsgesprek, waarbij iedereen welkom is: bestuurders, bedrijven en burgers. Deskundigen verzorgen presentaties over diverse onderwerpen, een medicus licht het verband tussen ongezonde lucht en gezondheid toe en de allerlaatste meetgegevens worden gepresenteerd. Vervolgens praten we over de kansen ter verbetering binnen het verkeers- en vervoersbeleid. Zijn er bijvoorbeeld schonere motoren of brandstof op de markt? Wanneer kan de eerste auto op koolzaadolie in Den Haag gaan rijden? Wat helpt het als de snelheid op de Utrechtsebaan omlaag gaat naar 80 kilometer per uur? Moet de Parkeerroute gewoon verbeterd worden? Of moeten de stadsbussen en de vrachtwagens van de vuilophaaldiensten simpelweg roetfilters krijgen?
En welke kansen biedt het groen- en milieubeleid van de stad Den Haag? Helpt het bijvoorbeeld als er langs de drukke wegen in de stad meer bomen worden geplant? Of moet de gemeente meer educatief communiceren zodat bedrijven en burgers de auto voor de fiets verwisselen?
Wethouder van Duurzaamheid Ries Smits zal de hele middag aanwezig zijn. Zijn taak zal zijn de ingebrachte ideeën met elkaar in overeenstemming te brengen zodat hij deze in werkzame vorm kan overdragen aan zijn collega-wethouders van Verkeer, Welzijn en Stads-beheer. Wethouder Smits heeft namelijk als het om Duurzaamheid gaat een coördinerende, integrerende taak in het college.

 

 

 

 

 

Rioolwaterlozingen in zee

Rijkswaterstaat test het zeewater slechts één keer in de veertien dagen. Indien iets verdachts wordt gevonden, volgt een tweede steekproef. Valt ook die meting negatief uit, pas dan wordt het publiek ingelicht. De kans dat door deze werkwijze een piek in de vervuiling wordt gemeten is bijna nul. En deze pieken treden nog steeds op na elke hevige regenbui waarbij de rioolwaterzuiveringsinstallatie Houtrust overtollig rioolwater in zee moet lozen. De provincie Zuid-Holland wil daarom dat Rijkswaterstaat overstapt naar wekelijkse keuringen. De uitreiking van de Bruine Vlag aan gedeputeerde Van der Sar en wethouder Smits, in de Derde Dinsdag in Dudok van mei, heeft blijkbaar geholpen.
Ook staatssecretaris Van Geel (Milieu) vindt nu dat de zwemwaternorm strenger moet worden gehandhaafd. Al vindt hij de norm van de Blauwe Vlag, het kwaliteitskeurmerk van de ANWB, te streng. Op Europees niveau beschouwd is het zwemwater voor de Zuid-Hollandse kust volgens hem van goede kwaliteit. Struikelblok blijft de verdeling over verschillende overheden van het beheer over zee-, oppervlakte-, grond- en rioolwater. Bij een teveel aan bestuurlijke verantwoordelijkheden werkt het poldermodel blijkbaar niet meer: het probleem wordt over de dijk gegooid.

Die verantwoordelijkheden zijn als volgt verdeeld:
o De gemeente is verantwoordelijk voor de riolering, voor het ondiepe grondwater en voor een bepaald deel van het oppervlaktewater. De gemeente kan via de ruimtelijke ordening aan gebieden functies toekennen zoals wonen, werken, natuur en recreatie.
o Het stadsgewest Haaglanden coördineert het waterbeheer van al de gemeenten in haar gebied en toetst de ruimtelijke ordening van die gemeente aan de eigen regionale structuurvisie.
o Het Hoogheemraadschap Delfland is verantwoordelijk voor de waterkering, de zuivering van het afvalwater, de peilbesluiten en de waterkwaliteit en -kwantiteit.
o De provincie Zuid-Holland draagt verantwoordelijkheid voor het diepe grondwater, de vergunningverlening voor grondwateronttrekking en het zwemwater.
o Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de Scheveningse haven en de kustzone van de Noordzee.
Al met al een ingewikkelde taakverdeling. Het mag duidelijk zijn dat een goede samenwerking tussen de partijen een voorwaarde is voor adequaat waterbeheer.

 

 

 

Bruiner in zee dan op het strand?
Zwemmen in vervuild zeewater

De ANWB, die zich niet alleen bekommert om het wel en wee van de automobilist maar ook om dat van de recreant, luidde in februari de noodklok over de kwaliteit van het zeewater. De Blauwe Vlag van de Foundation for Environmental Education mag dit jaar nergens langs de Hollandse kust wapperen, omdat het zwemwater teveel bacteriën van uitwerpselen bevat.

De ANWB wees de 150.000 Nederlandse riooloverstorten als boosdoener aan. Bij hevige regenval kan het rioolstelsel de waterafvoer niet aan. Riooloverstorten werken dan als noodventielen, waardoor de riolering overstroomt in het oppervlaktewater. Via sloten, kanalen en rivieren komt dit water vervolgens in zee terecht. Een verschijnsel dat zich, als maatregelen uitblijven, in de toekomst vaker zal voordoen. De klimaatverandering door de opwarming van de aarde leidt immers tot een toename van de hoeveelheid neerslag.

Zwemwaterrichtlijn
Over de vraag of de lozingen op het oppervlaktewater tot gezondheidsschade kunnen leiden, zijn de deskundigen het onderling oneens. Het ministerie van Ver-keer en Waterstaat wijst erop dat de absolute grenswaarden in de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater niet overschreden worden. Maar bij de toetsing aan die grenswaarden wordt gebruikgemaakt van een gemiddelde van elf metingen, terwijl voor de Europese Zwemwaterrichtlijn ook wordt gemeten tijdens extreem zware regenval.

Onderzoeker Ingeborg Weltevrede van de provincie Zuid-Holland heeft nog nooit gehoord dat mensen ziek zijn geworden van het zwemmen in zee. Ondanks dat met huisartsen goede afspraken zijn gemaakt om alle ziekteverschijnselen die hiermee te maken kunnen hebben, altijd te melden. Blijkbaar raken de verontreinigingen snel verdund of worden ze afgebroken.

De Stichting Noordzee en andere milieuorganisaties zien het als een probleem dat de huidige meetpunten te ver liggen van de plaats waar geloosd wordt. Ook is er nog onvoldoende informatie beschikbaar over de invloed van de overstorten op de (zwem-)waterkwaliteit. De Raad van State stelde de organisaties op 23 januari 2002 in het gelijk met deze opvatting. Als in de toekomst de meetverplichtingen beter worden uitgevoerd, kan op grond van de resultaten worden bezien of de overstorten een onaanvaardbaar effect hebben op de (zwem-)
waterkwaliteit. Als dat zo is kunnen aan de vergunningen voor de riooloverstort aanvullende voorschriften en beperkingen worden gesteld of kan de vergunning zelfs worden ingetrokken.

Bruine vlag
Voor Prof. François Clemens, hoogleraar Riolering aan de Technische Universiteit Delft, is de hele ophef rond de overstort van rioolwater in zee maar overdreven. In de Middellandse Zee, een populaire vakantiebestemming, wordt al eeuwenlang rioolwater ongezuiverd geloosd! Het gemengde stelsel in Nederland - dat huishoudelijk afvalwater en regenwater keurig gezamenlijk afvoert - functioneert prima. En gemeenten werken hard om het verder te verbeteren. Tussen 1995 en 2006 investeerden ze maar liefst 2,5 miljard euro in maatregelen om de vervuiling door riooloverstorten te halveren. Clemens suggereert om bij zware regenval, wanneer overstorten in werking komen, te waarschuwen voor zwemmen in zee: "Hijs bijvoorbeeld een bruine vlag."

Ook in Den Haag wordt gewerkt aan verbetering van de afvoer van afvalstoffen. Zo zijn dankzij leefbaarheidswethouder Stolte deze zomer voor het eerst de strandtenten op 'het stille strand' - achter de Vogelwijk - op het riool aangesloten. En ook wordt er hard gewerkt aan uitbreiding van de waterzuiveringscapaciteit. Want dit laatste is nu juist de grote bottleneck. Volgens de Stichting RIONED, kenniscentrum voor rioolzorg, is de invloed van de riooloverstorten op de kwaliteit van het zeewater geringer dan mest uit de landbouw, uitwerpselen van de badgasten zelf en de zuiveringsinstallatie in Den Haag. De rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Houtrust - die rechtstreeks in zee uitmondt - heeft nog steeds een te kleine verwerkingscapaciteit voor extreme gevallen en laat daardoor de vervuilingswaarden regelmatig pieken. Volgens het Hoogheemraadschap van Delfland is vorig jaar 375 miljoen liter half gereinigd rioolwater via de 2,5 kilometer lange pijp voor de kust van Scheveningen in de Noordzee geloosd. Pas in 2008 zal dit probleem zijn verholpen, onder meer door de aanleg van de nieuwe zuiveringsinstallatie in de Harnaschpolder.

Ziek vee
Vragen vanuit de gemeenteraad op 11 maart jl. werden door het college van B&W beantwoord met een verwijzing naar de standpunten van Rijkswaterstaat en de Provincie. De kwaliteit van het zeewater voldoet aan de wettelijke normen, er is verder niets aantoonbaar bekend over de vervuilingsbijdrage van de riooloverstorten, en de werking van de overstorten voldoet aan de vergunningsvoorwaarden.
Maar die geruststellende woorden zijn niet per se gerechtvaardigd. Daarover kunnen diverse veehouders meepraten. Zij zagen hun vee ziek worden nadat het had gedronken uit sloten die na overstorten vervuild waren en stapten naar de rechter nadat waterbeheerders ieder verband ontkenden. En hoewel de procedures nooit iets opgeleverd hebben, is het verband voor Cees Wensing, ex-directeur van het Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid, zeer aannemelijk. In de Volkskrant van 12 april jl. legt hij uit dat koeien op bedrijven met een riooloverstort aantoonbaar slechter presteerden dan koeien op bedrijven zonder een dergelijke overstort. Als koeien in plaats van slootwater drinkwater kregen, hielden de problemen snel op. Wensing stond er versteld van hoe laks overheden reageerden op klachten van boeren.

Blauwe Vlag
Het Haags Milieucentrum (HMC) zou graag zien dat het Hoogheemraadschap van Delfland elke lozing van rioolwater onmiddellijk doorgeeft aan de provincie. Die kan dit dan direct op haar website vermelden (zie onder: zwemwater-kwaliteit in Zuid-Holland) en bij de strandopgangen een Bruine Vlag laten wapperen als teken van vervuiling. Niemand hoeft die dag dan zonder dit te weten in vervuild zeewater te zwemmen.
Verder vraagt het HMC zich af of het uitblijven van meldingen van ziekteverschijnselen een passieve houding van de overheid kan rechtvaardigen. Ook lijkt ons het hanteren van al te geruststellende normen voor de vervuiling van het oppervlaktewater in plaats van de verstandige Europese streefwaarden voor de kwaliteit van het zwemwater geen voorbeeld van vooruitstrevend duurzaam beleid. Het HMC pleit voor een aantal kleinere maatregelen (zoals de aanschaf van regentonnen, die tegenwoordig in high-tec uitvoeringen verkrijgbaar zijn), die door hun grote aantal aanvullend werken op de geplande verbetering van de riooloverstorten en de bouw van de nieuwe rioolwaterzuiveringsinstallatie in de Harnaschpolder. Ook zou het waterplan van het Wateringse Veld (zie onder) als leidraad voor alle nieuwbouw in de gemeente Den Haag moeten gelden. Alleen zo wordt de kans dat de Blauwe Vlag binnen drie jaar weer op onze stranden wappert, meer dan verdubbeld!

Marc Beek,
Haags Milieucentrum

Zwemwaterkwaliteit in Zuid-Holland
Ieder jaar geeft de provincie Zuid-Hol-land aan het begin van het zwemseizoen een folder uit over zwemmen in oppervlaktewater. Hierin staan 110 zwemlocaties aangegeven die om de twee weken gecontroleerd worden. Ook bevat de folder algemene informatie over mogelijke risico's van zwemmen in oppervlaktewater. Wanneer de provincie een negatief zwemadvies of een zwemverbod instelt, dan staat dat op een speciaal bord bij de zwemlocatie vermeld. Actuele informatie over de Zuid-Hollandse zwemlocaties is te verkrijgen via internet (
www.zuid-holland.nl/zwemwater) of via de zwemwatertelefoon (441 75 50) van de provincie.

 

 

 

Veerkadebewoners zijn ziek van het verkeer

Personenauto's, bussen en vrachtauto's wurmen zich door de Haagse binnenstad, waarbij het verkeer voortdurend vast staat. Lange files dus, op de Veerkades, de Paviljoensgracht, tot voorbij de Grote Kerk en ver op de Prinsegracht. Langzaam rijdend, wachtend en optrekkend verkeer is met name op de Veerkades het dagelijkse beeld. Deze woon- en winkelstraat die eens redelijk leefbaar was, werd gepromoveerd tot verstopte verkeersader. Roetaanslag op en in de huizen zijn de zichtbare gevolgen. Maar wat zijn de niet direct zichtbare gevolgen van de uitstoot van al dit verkeer voor de gezondheid van de buurtbewoners en de mensen die daar werken?

 

Dan hebben we het bijvoorbeeld over NOx, koolmonoxide, benzeen en ozon. Van deze gassen is bekend dat ze schadelijk zijn voor de gezondheid. Onderzoeken hebben echter uitgewezen, dat ook de uitstoot van fijn stof ernstige schade aan de gezondheid toebrengt. Fijn stof is een verzamelnaam van zulke diverse stoffen als roetdeeltjes, aerosolen, rubber van afgesleten autobanden, zeezout, bodemstof stikstofverbindingen en sulfaat. Kolengestookte centrales zorgen voor veel uitstoot en dieselmotoren zijn de grootste boosdoeners. Die uitstoot van die motoren neemt flink toe bij remmen en optrekken en natuurlijk bij stilstand zoals op de Veerkades. Het, in dit geval gedwongen, rijgedrag heeft zelfs een grotere invloed op schadelijkheid van de uitstoot dan de snelheid. Pas de laatste jaren wordt men zich bewust van de ernst van deze fijn stof-problematiek. Het is een van de meest onderschatte problemen omdat het zo klein is dat het bij inademing diep doordringt in de luchtwegen. Het kan verhoogde bloedklontering tot gevolg hebben.

De nieuwste wetenschappelijke inzichten geven aan dat de veel lichtere en talrijkere deeltjes die uitgestoten worden veel meer schade aan de gezondheid toebrengen dan de grovere en zwaardere deeltjes, die grotendeels afgevangen kunnen worden met de huidige roetfilters. Deze ultrakleine deeltjes, de PM2,5, of nog kleiner met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer (= duizendste millimeter), blijken de grote boosdoener te zijn. Ze richten dicht bij de bron veel schade aan. Wat verder van de bron minder, omdat die ultrafijne deeltjes dan samenklonteren. Ze zijn zo klein, kleiner dan de golflengte van het licht, dat ze absoluut onzichtbaar zijn.

Voertuigen zijn als gevolg van regelgeving en technologische ontwikkelingen weliswaar steeds schoner geworden, maar dieselmotoren scoren relatief nog steeds hoog als het gaat om de uitstoot van NOx en minuscule (roet)deeltjes. De wetgeving wordt de komende jaren aangescherpt. Vanaf 2005 moeten binnen de Europese Unie (E.U.) nieuwe diesels deeltjesfilters bevatten. Ook zijn er zijn in de E.U. nieuwe grenswaarden vastgesteld voor NO2 en fijn stof. Het probleem nu is dat die grenswaarden zijn vastgesteld op basis van gewicht. In 2005 mag een kubieke meter lucht niet meer dan 40 microgram fijn stof bevatten. Het voldoen aan deze norm betekent dat juist de zware grovere deeltjes tussen 10 en 2,5 micrometer afgevangen worden. Dit, terwijl dit grovere stof, dat niet het diepst in de longen doordringt, weinig met gezondheidseffecten in verband is gebracht. Nieuwe normen zouden dus afgestemd moeten worden op het aantal deeltje van 2,5 micrometer of kleiner dat een kubieke meter lucht zou mogen bevatten. De roetfilters op de HTM-bussen, zorgen ervoor dat de uitstoot van roet, koolmonoxide en koolwaterstoffen met circa 95% in gewicht wordt gereduceerd. Zij vangen dus niet de veel schadelijkere en talrijkere nog lichtere deeltjes af. Het zal niet eenvoudig zijn om langs snelwegen en in binnensteden aan normen te voldoen, gericht op stofdeeltjes van 2,5 micrometer en kleiner. En toch is dat hard nodig.

Vervroegde sterfte
Uit een onderzoek van de Universiteit van Wageningen bleek dat kinderen die in de buurt van snelwegen wonen of op school zitten, twee keer zo vaak last hebben van aandoeningen aan de luchtwegen. Onderzoeks- en Adviesbureau CE heeft in 2002 in opdracht van de Stichting Natuur en Milieu een rapport uitgebracht over de schadelijke effecten van onder andere verkeersuitstoot op de volksgezondheid. En in het internationale medisch onderzoeksblad The Lancet is in oktober een Nederlands onderzoek beschreven dat voor het eerst onomstotelijk bewijst dat luchtverontreiniging door wegverkeer samengaat met gezondheidsrisico's en verhoogde sterfte aan aandoeningen van het hart en de luchtwegen. Het gaat dan bijvoorbeeld om astma, bronchitis en aantasting van het centraal zenuwstelsel met hartritmestoornissen als gevolg. Het bleek dat bij mensen die langs een drukke weg woonden het risico van vervroegde sterfte door vaatvernauwing, hart- en longaandoeningen en herseninfarcten met factor twee verhoogd was. Naar de totale bevolking doorberekend betekent dat, dat jaarlijks maar liefst 1.700 tot 3.000 Nederlanders vroegtijdig overlijden als gevolg van het inademen van verkeersemissies. Dit zijn uitermate zorgelijke cijfers en dan gaat het alleen nog maar over de acute gevolgen. De lange termijn-effecten van chronische blootstelling aan uitlaatgassen zouden wel eens het vroegtijdig overlijden van zo'n 10.000 tot 15.000 mensen tot gevolg kunnen hebben. Veel meer dan het aantal verkeersdoden waar, terecht, wel veel aandacht voor is.

Mensen kunnen hun gezondheid bevorderen door bijvoorbeeld niet te roken en gebruik te maken van rookvrije ruimtes. Als het om fijn stof gaat hebben ze geen keus. Mensen worden simpelweg blootgesteld aan de uitlaatgassen, of ze dat nu willen of niet. Daar ligt dus een belangrijke verantwoordelijkheid van de overheid, nationaal en lokaal. Daar komt nog bij, dat wettelijk vastgestelde grenswaarden wat betreft de concentratie in de lucht van fijn stof en schadelijke gassen in Den Haag op een aantal plaatsen fors overschreden wordt.

Economie
Terug naar de Haagse binnenstad. De bewoners van de Veerkades, met een huisarts voorop, hebben tot dusver vergeefs aan de bel getrokken bij de gemeentepolitiek. Zij vinden dat zij niet de dupe mogen worden van de economische groei van de binnenstad en willen maatregelen tegen de luchtvervuiling. Er is al acht jaar sprake van een ringweg die er moet komen, maar daar zit nog steeds geen schot in. Ze zijn het zat. Dat is begrijpelijk, want toekomstige ringwegen en RandstadRail bieden nu geen soelaas. En wat betreft de E.U.-maatregelen voor het afvangen van het grove fijn stof, die zijn er pas in 2005. De huidige roetfilters zijn weinig effectief als het om de gezondheid gaat, wel als het gaat om de roetaanslag. Bovendien zijn HTM-bussen maar een deel van de talloze zware voertuigen, vaak zonder roetfilters, die de Veerkades dagelijks te verwerken krijgt.

Het CE-rapport geeft meer mogelijke maatregelen aan, waaronder toegang tot binnensteden alleen voor voertuigen die aan bepaalde milieueisen voldoen, het weghouden van auto's uit de stad met gericht parkeerbeleid, het stimuleren van fietsgebruik en een goede, gelijkmatige doorstroming van verkeer. Juist dit laatste is op de Veerkades van groot belang. De kruising van de Amsterdamse Veerkade met het Spui is de bottleneck. Het verkeer zet zichzelf daar vast. Op een gegeven moment kan niemand er meer door, ook al staat het stoplicht op groen.

Een autotunnel onder het Spui is hier geen goede oplossing. Autotunnels hebben grote nadelen wat betreft kosten, capaciteit, ruimtegebruik, afslagmogelijkheden, veiligheid en ventilatie. Daar moeten we niet aan willen beginnen. Het volume van het verkeer dat in de binnenstad moet zijn is al behoorlijk groot, maar al het doorgaande verkeer dat momenteel van de binnenstad gebruik maakt, is vragen om moeilijkheden. De enige oplossing is het doorgaande verkeer uit de binnenstad te weren door het te dwingen van de wegen om het centrum heen gebruik te maken. Groningen is hier een lichtend voorbeeld. Een tramtunnel onder het Spui een enorme verbetering betekenen. Het mooiste zou zijn die al bij Hollandse Spoor te laten beginnen en deze pas bij het Vredespaleis boven de grond te laten komen. Er is namelijk helemaal niets tegen tramtunnels om de verkeersdruk te verminderen en het openbaar vervoer te verbeteren, als ze maar goed aangelegd worden. Waar wel wat op tegen is, is die parkeergarage midden in ons centrum. Elke maatregel die het autoverkeer in het centrum bevordert, is slecht voor de leefbaarheid en de gezondheid, het prettig kunnen winkelen en slecht voor het milieu.

Auto als melkkoe?
En dan hebben we het nog niet gehad over de kosten van de schade aan de gezondheid. Volgens berekeningen zouden die kosten maar liefst 1,7% van het Bruto Nationaal Product bedragen. De economische schade is dus aanzienlijk. Tel daarbij op de schade ten gevolge van zaken als, klimaatveranderingen, geluidhinder, stank, vermesting, verzuring, vervuiling bodem en grondwater, verkeersongevallen, kosten van politie en handhaving, tijdsverlies, infrastructuur enz.. Dan blijken verhalen over 'de auto als melkkoe' fabeltjes, inclusief het kwartje van Lubbers en Kok. In de komende Branding zal op de werkelijke kosten van de automobiliteit uitgebreid worden ingegaan.

Duidelijk is in ieder geval dat op veel plaatsen in de stad mensen forse gezondheidsrisico's lopen ten gevolge van uitlaatgassen en de uitstoot van fijn stof. Met name op de Veerkades zijn de problemen wat dit betreft ernstig. Duidelijk is ook dat er maatregelen genomen kunnen worden. Daar dringen de bewoners en bedrijven aan de Veerkades dan ook terecht op aan. Hun toenemende ongeduld en frustraties zijn heel goed te begrijpen.

Lieneke Venhuis
Frans van der Steen

 

 

 

Norfolk en het schrikbeeld van Scheveningen als toeristenfabriek

Artikelen als "Norfolkline en het kleinduimpjessyndroom" vertolken helaas doorgaans ongenuanceerde en niet op de werkelijke feiten berustende standpunten. Dit riekt dan al snel naar stemmingmakerij en plaatst bedrijven, in dit geval Norfolkline, ons inziens in een verkeerd daglicht.

Het behoeft geen nader betoog dat ook wij vinden dat ieder ongeval er een te veel is. Echter het is apert onjuist te beweren dat Norfolkline in haar 40-jarig bestaan betrokken zou zijn geweest bij tal van ongelukken en niet zelden met dodelijke afloop. In een enkel geval is dit helaas gebeurd en wij betreuren dit zeer doch was niet het gevolg van roekeloos of te hard rijden.

Wij denderen niet met onze wagens dwars door Den Haag maar wij maken gebruik van aangewezen routes die voor het merendeel niet door woonwijken gaan. Norfolkline is in Scheveningen verantwoordelijk voor een directe en indirecte werkgelegenheid van ca. 500 arbeidsplaatsen en het is nog maar zeer de vraag of Scheveningen en de Scheveningse bevolking uitkijkt naar een toplocatie met dure woningen en nog meer bedrijven gericht op toerisme. Een beeld van Scheveningen als één grote toeristenfabriek zoals we die aan de Spaanse kusten kennen doemt hierbij als een schrikbeeld op.

Norfolkline is voor een relatief klein deel verantwoordelijk voor het totaal aantal vervoers-bewegingen dat zich dagelijks in het Scheveningse havengebied voordoet. Wij zijn dus niet de grootvervuiler van dit gebied of daarbuiten.

Desalniettemin zijn wij ons bewust van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid doch het is onvermijdelijk dat wij als transportonderneming overlast veroorzaken in onze omgeving. Een verantwoordelijkheid die we serieus nemen en waarop we mogen worden aangesproken.

In de afgelopen jaren zijn de contractbesprekingen met de Gemeente Den haag op een zakelijke en respectvolle wijze gevoerd en wij verwachten dat dit ook bij de nieuwe contract-besprekingen in 2007 voor een contract na 2009 het geval zal zijn.

F.P. van Gelderen, directeur Norfolkline

 

DE NORFOLKLINE EN HET KLEIN DUIMPJESYNDROOM

Zolang de Norfolkline bestaat, is deze onderneming verantwoordelijk voor tal van ongelukken, niet zelden en nog onlangs met dodelijke afloop. En daar blijft het niet bij. De geluidsoverlast en luchtverontreiniging van de zware vrachtwagens zorgen voor aanzienlijke gezondheidsrisico's en milieuschade. Dat komt met name door de locatie. De Scheveningse haven ligt ingesloten tussen woonwijken en de zee. Doordat een goede ontsluiting onmogelijk is, dendert het zware vrachtverkeer elke dag dwars door onze stad. Daarbij is het een open vraag of de niet geringe snelheid waarmee dit vaak gebeurt door tijdsdruk komt of gebakken zit in de chauffeursgenen.

De oplossing lijkt zo simpel: verplaats deze grote transporteur naar Vlissingen. Een havenstad die in deze bedrijfstak gespecialiseerd is en waarbij woonwijken en bedrijventerreinen elkaar niet in de weg zitten. Bijna iedereen blij. Die vreugde geldt in ieder geval voor het overgrote deel van de Haagse bevolking, door de forse bijdrage die het vertrek van deze grote transporteur levert aan de leefbaarheid. We kunnen ons ook verheugen in het vrijkomen van financiële middelen, doordat forse investeringen in de infrastructuur niet meer nodig zijn. De bevolking van Vlissingen blij door de, weliswaar bescheiden, bijdrage aan de werkgelegenheid die de komst van de Norfolkline met zich meebrengt. Maar simpele en duurzamere oplossingen mogen blijkbaar niet. Want nog in 1999 is het contract met de Norfolkline, onder bepaalde voorwaarden, door de Haagse politiek tot maar liefst 2010 verlengd. Wat heeft de Haagse politiek in hemelsnaam bewogen om de kans, geschapen door het aflopen van het contract, om zonder al te hoge kosten van dit nijpende probleem af te komen, niet met beide handen aan te grijpen?

Daarvoor zijn drie oorzaken te noemen. De belangrijkste is het Haagse kleinduimpjesyndroom. Bestuurlijk Den Haag heeft ten opzichte van andere grote steden een minderwaardigheidsgevoel als het gaat om het kunnen pronken met echte industrie binnen de gemeentegrenzen. Werkgelegenheid dus waar het BNP met noeste arbeid, waar je echt vies van wordt, daadwerkelijk wordt verdiend. Om de helden van het eerlijke werken met grove sterke handen te kunnen eren met een groot standbeeld zoals de Dokwerker, zit er voor Den Haag niet in. Wij moeten het doen met een iel mannetje gebukt onder een paar planken bij de Houtzagerssingel of ons gegoede Jantje dat deftig zwaait met zijn zo fijnbesneden handje. Daar zal ook nooit eelt op komen. Wij, zo is het gevoel, zijn een stad van witte boorden en kantoren, van papierwerk en bureaus, met te lege terrassen en zonder het volle kroegleven zoals in havensteden als Amsterdam en Rotterdam. En dat wringt. Daarom doet het gemeentebestuur er veel aan om nog een beetje echte industrie en de uitstraling van een echte haven vast te houden. En zo kan het gebeuren dat met zo´n Norfolkline voor een appel en een ei een huurcontract voor een toplocatie wordt gesloten. Als tegenprestatie wil de top van dit bedrijf de collegeleden wel eens inviteren en bij gelegenheid op de schouders slaan. Goed voor het zelfvertrouwen van onze bestuurders, dat wel.

Wat in 1999 ook meespeelde was de begrijpelijke ongerustheid over het gebrek aan werk in de Haagse regio. De slogan was: werk, werk en nog eens werk! Elke lokale arbeidsplaats telt en dus ook het relatief kleine aantal van 250 bij de Norfolkline. Maar een andere invulling van deze toplocatie met bijvoorbeeld dure woningen en bedrijven die zich richten op het toerisme zou veel meer geld en veel meer werkgelegenheid opleveren. Op die plek zou je een in het oog springend project met hightech nieuwigheden van duurzaam bouwen kunnen realiseren, dat midden in de (toeristische) belangstelling geplaatst kan worden. Is daar ooit een goede studie naar gedaan, zodat er wat te kiezen viel? Het antwoord daarop is ontkennend. En dat brengt ons vanzelf bij het derde punt waarom niet voor een voor de hand liggende en duurzamere oplossing gekozen is.

OPENHEID GEVRAAGD
Dat is de ritsel- en regelcultuur tussen de mannen met geld en macht. Voormalig wethouder Noordanus beheerste deze 'sport' als geen ander. Hij zorgde er net als bij de Zwarte Madonna voor dat alles wel in orde kwam. Dan worden in achterkamertjes, restaurants of chique kantoren de afspraken gemaakt die eigenlijk in de gemeenteraad en met inspraakmogelijkheid van de bevolking gemaakt moeten worden. Eén en ander werd gelegitimeerd door de (publicitaire) druk vanuit Scheveninger belangengroepen. Dat een flink aantal Scheveningers voor het behoud van de Norfolkline zal zijn, is overigens best te begrijpen, maar het gaat hier om veel meer dan een Schevenings deelbelang.

De aanpassing van de brug en de aanleg van het geluidsscherm langs de weg kost de hele Haagse bevolking veel geld. Duidelijk is dat deze kostbare en ingrijpende maatregelen een relatief kleine verbetering zijn van een per definitie onveilige situatie als gevolg van het constante zware vrachtwagenverkeer door een aantal woonwijken. De enige oplossing is uitplaatsing van dit voor Scheveningen ooit karakteristieke bedrijf. Zo gaat dat nu eenmaal en zo ging het ook met onze scheepsbouw, met de textielindustrie en in de toekomst wellicht met de suikerfabrieken. Soms is concentratie van een bedrijfstak in een bepaald gebied de beste oplossing, zowel voor de omgeving als de rentabiliteit van de bedrijven zelf. Zo zou het normaal gesproken ook gaan met de Norfolkline, die door ons gemeentebestuur kunstmatig in de Scheveningse haven wordt gehouden. Dat zou nog enigszins te billijken zijn als die subsidiëring niet gepaard zou gaan met zulke grote overlast en onveiligheid.

Bovendien zou een andere invulling van deze toplocatie zeer veel geld opleveren indien de grond bijvoorbeeld wordt uitgegeven voor woningen en bedrijven. Dat betekent ook nog jaarlijkse inkomsten uit forse onroerendzaakbelasting van de dure woningen. Ook is het mogelijk om van de gebouwen, door een opvallende vormgeving, een toeristische trekpleister te maken en tal van bedrijven daarin te vestigen die de nodige toeristen zullen trekken. Ook dit zal de nodige werkgelegenheid in Scheveningen scheppen en weer andere inkomsten genereren. Nu zit Norfolk die ontwikkeling dubbel in de weg, want zij keren zich ook tegen de komst van een nautisch centrum en groot appartementenhotel. Zij zijn bang voor klagende zeilers en hotelgasten wat betreft de overlast door hun schepen. Met een actie probeert men dan ook de verdere grootschalige ontwikkeling van de toeristische industrie tegen te houden. Wie zit wie nu in de weg? Wat hier aan de hand is, is dat een gesubsidieerd bedrijf, doordat het een schijntje betaalt voor de huur van de dure grond van het bedrijventerrein, probeert een gezonde en duurzamere economische ontwikkeling te blokkeren.

KRACHT DEN HAAG VERSTERKEN
Het wordt dus tijd om af te rekenen met het kleinduimjesyndroom. Laten we er juist trots op zijn dat onze residentie het kloppende bestuurlijke hart van ons land is en ervoor zorgen dat dit zo blijft. Laat Den Haag zijn kracht zoeken waar die in potentie ligt en niet krampachtig vasthouden aan glorie die vergaan is. Het wordt ook tijd de regel- en ritselcultuur uit te bannen en dergelijke belangrijke
beslissingen in volle openheid te nemen en de
Haagse burgers en hun inbreng weer geheel serieus te nemen.

Het zou dan ook getuigen van bestuurlijke moed en zelfvertrouwen als besloten zou worden om opnieuw met de bedrijfsleiding van de Norfolkline in gesprek te gaan, maar dit keer over uitplaatsing. Met name D'66 heeft laten weten voor het spoedige vertrek van Norfolk te zijn en GroenLinks sluit zich daarbij aan. De PvdA heeft bij monde van haar voormalig fractievoorzitter gezegd zeer waarschijnlijk het contract na 2010 niet te zullen verlengen. Die mogelijke uitplaatsing moet nu natuurlijk wel op basis van vrijwilligheid. Het gaat ook om een betrouwbare overheid. Er zijn toezeggingen gedaan en daar heeft Norfolk zijn bedrijfsvoering en investeringen in materieel op afgestemd. Bij het nieuwe huurcontract is echter bedongen dat het bedrijf niet meer mag groeien. In Vlissingen zou dat wel mogelijk zijn. Bovendien kan de directie van Norfolk nu al duidelijk gemaakt worden dat een verlenging van het huurcontract na 2010 er niet in zit. Elk bedrijf dat zijn voortbestaan verzekerd wil zien, zou dan eieren voor zijn geld kiezen. Het is dus verstandig nu niet te kiezen voor de uiterst kostbare sloop en opnieuw bouwen van de brug. Die investering leverde al een te laag rendement op, maar als dat slechts voor zeven jaar is, als het huurcontact opnieuw afloopt en zeer waarschijnlijk dan niet verlengd wordt, is het helemaal weggegooid geld.

De politieke wil en inzet om er samen uit te komen zou dus een zegen zijn voor de leefbaarheid en veiligheid van Den Haag. Dat de oplossing door de huurverlenging in 1999 nu niet meer simpel en goedkoop is, heeft het bestuur aan zichzelf te wijten. Desondanks is en blijft uitplaatsing van deze vreemde en gevaarlijke eend in de Haagse bijt, de enige oplossing.

Frans van der Steen

 

Haagse Milieuprijsvraag Inzender Bob de Kievit:
Hoe wordt de stad groen, groener, groenst…

Bob de Kievit is actief betrokken bij het wel en wee van zijn stad Den Haag. Met name in Leyenburg is hij jaren actief geweest in het wijkberaad. Je mag dan ook zeggen dat hij, door jarenlang contact met bewoners en vrijwilligers, weet waar hij over spreekt. Bob heeft op meerdere manieren geprobeerd om aandacht te krijgen voor zijn plan om de leefbaarheid te verhogen door middel van veel meer groen in de stad. Helaas is hij dikwijls tegen een bestuurlijke muur aangelopen. Naar zijn eigen zeggen zendt hij als 'laatste poging' z'n plan in voor de prijsvraag van het Haags Milieucentrum. Hij ontvangt voor de inzending een van de vier aanmoedigingsprijzen en dat geeft burger Bob weer moed.

Op de vraag hoe hij het leefmilieu van Den Haag veranderd zou willen zien steekt hij enthousiast van wal: 'Een ieder weet het: hoe groener de stad, des te beter de gezondheid van de inwoners van die stad. Al jaren worden grote hoeveelheden geld gestoken in de verstening van onze stad. Het groen komt er erg bekaaid vanaf en delft meestal letterlijk het onderspit. Dat is heel ernstig, zeker als in ogenschouw wordt genomen hoe belangrijk groen voor mens en dier is. De vogelstand loopt in bebouwde gebieden terug en de straatjongens van de stad, de huismussen, zie ik vrijwel niet meer. Tien jaar geleden liepen er nog egels in onze tuin.' Hij houdt in z'n plan dan ook een pleidooi voor een gemeentelijke verordening, die moet bepalen hoeveel procent van en voor- en achtertuinen maximaal mag worden bestraat. Bob is van mening dat een voortuin bijvoorbeeld voor minimaal 70% uit groen zou moeten bestaan. 'En als ik zeg beplant, dan bedoel ik geen Afrikaantjes, maar minimaal enig struikgewas!'

De hoofdmoot van het voorstel van Bob de Kievit behelst echter het stimuleren en bevorderen van gevelbeplanting: 'Met het laten begroeien van gevels levert men niet alleen een zeer forse bijdrage aan het milieu, maar wordt ook een visueel en esthetisch aantrekkelijk woonklimaat gecreëerd, dat een positievere uitwerking heeft op de inwoners en bezoekers van onze stad. Stel je eens voor: niet alleen begroeide woonhuizen, maar ook groene gevels van scholen en ziekenhuizen. Bloeiend groen op lelijke muren van viaducten, tunnels en parkeergarages.' Over de gevolgen van gevelbeplanting bestaan volgens Bob teveel misverstanden en vooroordelen: 'Dat gevelbegroeiing tot gevolg zou hebben dat de gevel beschadigt, is onzin; dit geldt alleen voor de zelfhechtende planten. De niet zelfhechtende klimmers leveren geen enkel probleem op voor kwaliteit van de gevel. Dat begroeide gevels meer last hebben van vocht geldt alleen in situaties waar voortdurend vochtige klimaatsomstandigheden heersen. In vrijwel alle gevallen werkt de klimop juist als een regendek dat de gevel tegen vocht beschermt. De anti-vocht eigenschap van klimop en andere klimplanten met een dicht bladerdek heeft ook nog een positieve uitwerking op de gevel en het pleisterwerk bij hitte en kou. Klimplanten werken als een dek, verminderen temperatuurschommelingen en op den duur werkt het door de langere levensduur van het pand zelfs kostenbesparend.

Bovendien is gevelbeplanting de ideale bedekking voor graffiti.' Voor de schrijver van deze inzending is met name het verhoogde ecologische vermogen van belang: 'Vooral de bloeiende klimmers kunnen voor de bijen een rol spelen en de bladeren hebben een belangrijke betekenis voor de voeding van insecten, bijvoorbeeld vlinders. Maar ook mieren, spinnen en duizendpoten verrijken de levensgemeenschap tegen de muur; dit aanbod aan voeding is weer de basis voor het overleven van vogels. Het dichte bladerdek van klimplanten wordt bovendien graag gebruikt als nestgelegenheid.' Bob de Kievit vindt dat de gemeenteraad het voortouw moet nemen in het stimuleren van gevelbegroeiing: 'Er is met weinig middelen erg veel mogelijk en de mogelijke en vermeende nadelen wegen niet op tegen voordelen. Een positieve actie richting stad is dringend gewenst. Het moet toch mogelijk zijn dat de politieke partijen in de gemeenteraad hier achter gaan staan en gezamenlijk met alle groenverenigingen tot een initiatief komen. Naast de gemeente kunnen ook woningbouwverenigingen en verenigingen van eigenaren een goed voorbeeld stellen. Ik zou het wel weten, een echt letterlijk groene stad is haalbaar als wij dat allen willen! Oppakken en uitvoeren dus en ook opnemen in de verkiezingsprogramma's, waar alle partijen momenteel zo hard mee bezig zijn. Gewoon DOEN!'

Monique Vermin, Haags Milieucentrum

 

 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.