Branding - Archief  

 

DUURZAME ENERGIE & ENERGIEBESPARING

 

Temperatuurstijging (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer

MEP-Vergoeding dupeert windvogel (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer

Klimaatprojecten in Den Haag (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer

Den Haag: op weg naar CO2-neutraal? (Branding nr. 15 juni/juli 2004) ...meer

Energie uit zee: het blauwe goud? (Branding nr. 14 april/mei 2004) ...meer

Energie uit de muur (Branding nr. 13 februari/maart 2004) ...meer

Energiebesparing thuis: een praktijkgeval (Branding nr. 12 november/december 2003) ...meer

Energiek kabinet (Branding nr. 12 november/december 2003) ...meer

Het is maar wat je normaal noemt (Branding nr. 12 november/december 2003) ...meer

Het is niet alles groen wat er stroomt (Branding nr. 11 september/oktober 2003) ...meer

Waterzijdig inregelen (Branding nr. 11 september/oktober 2003) ...meer

Duurzaam en plezierig wonen in Leyenburg (Branding nr. 10 juni/juli 2003) ...meer

Nieuwe campagne over energiebesparing van start (Branding nr. 9 april/mei 2003) ...meer

Wedden dat… we CO2 kunnen besparen? (Branding nr. 9 april/mei 2003) ...meer

Eneco wil meer samenwerken (Branding nr. 6 september/oktober 2002) ...meer

Wel of geen Groene Stroom (Branding nr. 6 september/oktober 2002) ...meer

INTENTIEOVEREENKOMST (Branding nr. 5 mei/juni/juli 2002) ...meer

THE ANSWER IS BLOWIN' IN THE WIND... (Branding nr. 5 mei/juni/juli 2002) ...meer

HOE SCHEVENINGEN IN HET BEZIT KWAM - EN BLEEF - VAN EEN WINDMOLEN (Branding nr. 4 februari/maart 2002) ...meer

REACTIE VAN WETHOUDER VERKERK (Branding nr. 4 februari/maart 2002) ...meer

 

 

 

 

 

 

 

Temperatuurstijging

Is het nu high-tec of juist ontzettend low-tec? TNO, Eneco en het Hoogheemraadschap van Delfland hebben onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om warmte te winnen uit… het riool. In Zwitserland bestaat het al zo’n twintig jaar, maar als het in Nederland wordt gerealiseerd krijgt Den Haag de primeur van dit systeem.

Het klinkt allemaal wat viezer dan het is, want de warmte zal worden onttrokken aan de effluentleiding, dus de afvoer. Hierdoor wordt het reeds gezuiverde rioolwater van de zuiveringsinstallatie naar zee gepompt. De temperatuur ligt daar weliswaar zo’n twee graden lager dan in de influentleiding (de toevoer, dus), maar daar staat tegenover dat het er minder smerig aan toegaat. Bovendien kan het onttrekken van warmte aan de toevoerleiding het zuiveringsproces verstoren. En een ander voordeel van het gebruik van de effluentleiding is dat daar het aanbod geregeld worden. In Den Haag bedraagt dat tussen de 200.000 en 750.000 kubieke meter per dag, afhankelijk van de regenval. Voor een belangrijk deel is de warmte in het riool afkomstig van bad-, was- en proceswater.

Het systeem is gebaseerd op warmtepompen, die warmte op een lage temperatuur kunnen opnemen en via compressie op een hogere temperatuur weer kunnen afgeven. Die warmtepompen kunnen worden aangebracht in woningen of andere gebouwen. Er zijn verschillende mogelijkheden. De eerste is dat de rioolwarmte rechtstreeks naar de warmtepompen van de gebruikers gaat. Deze optie heeft echter enkele nadelen. Er is een grote warmtewisselaar nodig, omdat veel warmte moet worden overgedragen bij kleine temperatuurverschillen. En uiteraard is de warmtevraag het grootst in de winter, juist wanneer de rioolwatertemperatuur het laagst is.

Bodembron
De tweede mogelijkheid is om de rioolwarmte te gebruiken om een bodembron op temperatuur te houden. De warmtepompen zijn dan aangesloten op de bodembron die voor verwarming dient. Van dit systeem maakt bijvoorbeeld het Haagse stadhuis gebruik. De warmteoverdracht vindt dan in de zomer plaats, terwijl de warmteontrekking hoofdzakelijk in de winter geschiedt. Omdat de rioolwatertemperatuur in de zomer relatief hoog is, kan bij deze optie met een kleinere (en dus goedkopere) warmtewisselaar worden volstaan.
Een combinatie van de twee mogelijkheden lijkt het meest kansrijk. Dus een warmtepomp die in de winter warmte aan de bodembron onttrekt, terwijl de rioolwarmtewisselaar in de zomer het warmteverlies in de bodembron aanvult.

Het grote voordeel van rioolwaterwarmte is dat er geen hogere temperatuur in het milieu wordt geloosd dan eruit wordt gehaald: de kringloop van warmte is gesloten. Wel is het systeem in de gebouwde omgeving om economische redenen beperkt tot warmteafnemers die zich binnen een strook van 100 meter van de effluentleiding bevinden.
Volgens TNO is realisatie van een warmtewisselaar goed mogelijk in de effluentleiding die nu wordt aangelegd tussen de Harnaschpolder en Houtrust. Bij de herstructurering van Den Haag-Zuidwest zouden woningen op het systeem aangesloten kunnen worden. In theorie zou de rioolwarmte kunnen voorzien in 6,7 procent van de totale Haagse warmtevraag.

De nieuwe leiding zal eind 2005 of begin 2006 worden opgeleverd. Mogelijk kan in 2008 een demonstratieproject met rioolwaterwarmte van start gaan in 250 Haagse woningen. Het is de bedoeling dat de gemeente Den Haag, Eneco en het Hoogheemraadschap daarover dit najaar een overeenkomst sluiten.

Bob Molenaar,
Haags Milieucentrum

 

 

 

 

 

MEP-Vergoeding dupeert windvogel

Het vervangen van de Regulerende Energiebelasting door de Milieukwaliteit ElektriciteitsProductie-regeling heeft voor producenten van groene energie vervelende gevolgen gehad. Arie Groenveld van windmolenvereniging De Windvogel over het hoe en waarom.

Vanaf 1996 kende Nederland een energiebelasting op het verbruik van brandstoffen en elektriciteit (REB, ook wel ecotax genoemd), waarmee geld vrijgemaakt werd voor subsidies voor milieusparende maatregelen. Die subsidies gingen onder meer naar energiehandelsbedrijven, die hiermee in staat werden gesteld om (duurdere) groene energie in te kopen bij producenten. Een deel van die subsidie kwam dus terecht bij de groene-energieproducent, die hierdoor op de energiemarkt kon concurreren. Ook exploitanten van windturbines voeren hier wel bij.

De vraag naar groene energie nam een hoge vlucht, onder meer omdat voor deze categorie een vrijstelling van REB in het leven werd geroepen. Na de privatisering van de energiesector kwamen de energiehandelsbedrijven in beeld, die de in- en verkooprol van de GEB’s overnamen. Door reclame nam de vraag naar groene energie nog toe. Zelfs in die mate dat de binnenlandse productie niet meer in de vraag kon voorzien. Uitbreiding van de binnenlandse productiecapaciteit is nauwelijks aan de orde, mede door de decentralisering van het toekenningsbeleid van windmolenlocaties (lange procedures).

Hierdoor waren de energiehandelsbedrijven gedwongen om meer (goedkopere) biomassa-energie te verhandelen en groene stroom te importeren. Daar het handelsbedrijf ook REB-gelden opstreek bij inkoop van buitenlandse groene energie, vloeide een deel van de REB naar het buitenland. En dat terwijl groene energie daar door lokale subsidies ongeveer even duur was als grijze. Dat gold zowel voor buitenlandse windenergie als voor energie afkomstig van bestaande waterkrachtcentrales.

Halvering REB
Een Nederlandse belastingmaatregel leidde dus níet tot het bevorderen van extra duurzame binnenlandse productiemiddelen, maar spekte buitenlandse exploitanten van al bestaande productiefaciliteiten. De overheid besloot daarom tot stopzetting van de vergoedingen uit de REB- inkomsten voor producenten van duurzame elektriciteit en elektriciteit uit warmte-krachtkoppeling (WKK). Daarnaast werd de REB-vrijstelling op groene energie voor de consument vanaf 1 januari 2003 teruggebracht van 6 naar 2,9 eurocent per kWh (die ten goede komt aan de energieleverancier!!). Dit betekent dat de producent geen subsidie uit REB-inkomsten meer ontving en er in feite 3,1 eurocent per kWh op achteruit zou gaan. Om nu toch het investeren in productiecapaciteit van groene energie te stimuleren, werd de MEP (Milieukwaliteit ElektriciteitsProductie)-regeling bedacht. Producenten in Nederland van duurzame elektriciteitsproductie en elektriciteitsproductie met WKK krijgen nu een vergoeding per kWh, waarvan de hoogte wordt vastgesteld door de minister van Economische Zaken.

De MEP in de praktijk
De MEP houdt in dat men gedurende de eerste tien jaar na plaatsing van een windmolen 4,9 eurocent per kWh ontvangt - of over de eerste 18.000 vollast-uren, rekening houdend met het nominale vermogen van de turbine. De MEP is van toepassing op alle installaties die na 1 januari 1996 in gebruik zijn genomen.
Voor De Windvogel betekenen genoemde maatregelen dat zowel onze molen de Windvogel (in Bodegraven, bouwjaar 1994) als de Amstelmolen (in Ouderkerk a/d Amstel, bouwjaar 1992) sinds begin 2003 geen subsidie meer ontvangt. Wel krijgen we nog subsidie voor de opgewekte energie van de Haagse Ooievaar (start productie 6 december 1996) en de Gouwevogel (in Gouda, start productie 7 november 2000). Er is dan ook haast geboden bij het vervangen van zowel de Windvogel als de Amstelmolen. Hiervoor hebben we twee redenen:
- De milieuwinst van moderne grote molens is aanzienlijk groter;
- Het effectief rendement van nieuwe molens is mede door de MEP hoger; door de meeropbrengst kan er weer geld vrijgemaakt worden voor nieuwe projecten.

Nieuwe projecten
Maar de afschaffing van de REB-vergoeding heeft ook nadelige consequenties voor nieuwe projecten.
Als we de Gouwevogel met een nominaal vermogen van 600 kW als voorbeeld nemen, dan zouden 18.000 vollast-uren bereikt worden na een opbrengst van 600 x 18000 kWh = 10,8 MWh. Bij een gemiddelde jaaropbrengst van 861.000 kWh/jaar zou deze opbrengst na 12,5 jaar worden bereikt. Maar alleen de eerste tien jaar wordt MEP-subsidie verschaft. Dit betekent dat de maximaal verkrijgbare subsidie niet wordt gehaald en dat we een subsidiebedrag van 2,5 x 861000 x € 0,049 = 105472 euro mislopen.
Als een turbine (b.v. aan de kust) beter presteert, dan wordt de opbrengst van 18000 vollast-uren waarschijnlijk binnen tien jaar gehaald en neemt de rentabiliteit van de investering aanzienlijk af nog vóórdat de turbine is afgeschreven (in 15 jaar).
Dat zou een reden kunnen zijn om turbines nog voor de technische afschrijfperiode af te breken, wat betekent dat de MEP-vergoedingsregeling leidt tot kapitaalsvernietiging.

Bij andere windmolenverenigingen is inmiddels gebleken, dat banken vanwege de grotere risico's minder geneigd zijn om kredieten te verstrekken. Dit is natuurlijk een groot nadeel voor de kansen van nieuwe ‘groene-energieprojecten’.

Hoe moeten we hiermee nu omgaan als windmolenvereniging?
Ongeveer zes keer per jaar vergaderen we met andere windmolenverenigingen binnen ODE (Organisatie voor Duurzame Energie) over allerlei gemeenschappelijke problemen die we ondervinden - waaronder de tekortkomingen in de MEP-regeling. ODE werkt o.a. weer samen met de PAWEX (Particuliere Windturbine Exploitanten) en probeert op deze manier zijn invloed aan te wenden bij de diverse overheidsinstanties.
Zie ook www.duurzameenergie.org/index.html

Aanpassingen
Bij het plannen van nieuwe projecten kunnen we wellicht in beperkte mate rekening houden met de beperkingen die de MEP oplegt. Als met een bepaalde windturbine de energie van 18.000 vollasturen precies in tien jaar wordt bereikt, is wat betreft de subsidiereling het onderste uit de kan gehaald.
Presteert een turbine meer door plaatsing op een windrijke locatie (aan de kust), dan bereikt deze de 18000 vollasturen ruimschoots binnen tien jaar. Het is dan wenselijk om met medewerking van de fabrikant het vermogen van de turbine op te waarderen, zodat deze er langer over doet om de energieopbrengst van de 18000 vollasturen te realiseren.
Anderzijds zal op een locatie in het binnenland de energieopbrengst van deze 18000 vollasturen pas ná tien jaar worden bereikt, maar de MEP-vergoeding houdt na die tien jaar op. In dat geval zou een turbine van een bepaald vermogen wellicht met wat ‘zwaardere’ wieken kunnen worden uitgerust, zodat er wat meer energie uit wordt gehaald.

Het moge duidelijk zijn dat de regeling verre van optimaal is, aangezien de huidige turbines zeker meer dan tien jaar meekunnen. De MEP-regeling nodigt uit om de turbines na tien jaar te vervangen, terwijl ze dan technologisch nog niet zijn afgeschreven. Zonde van het geld.

Arie Groenveld

Oudste Windvogel-molen wordt vervangen

De Windvogel wil haar 31 meter hoge Amstelmolen in Ouderkerk aan de Amstel in 2005 vervangen door een windmolen van 85 meter. De nieuwe turbine krijgt wieken van maar liefst 35 meter, een verdubbeling ten opzichte van de huidige. De capaciteit van de nieuwe windmolen is 25 maal groter dan het huidige exemplaar: twee megawatt (tweeduizend kilowatt) in plaats van maximaal tachtig kilowatt per uur kan opwekken. Dat is op jaarbasis vier miljoen kilowatturen, genoeg om per jaar 1300 huishoudens te voorzien van groene stroom.

Het college van B en W van Ouder-Amstel heeft geen bezwaar tegen het plan. De Vogelwerkgroep Ouderkerk is niet echt blij met de nieuwe molen, die vanwege de grotere omvang op een iets andere plek komt te staan. "Maar we zijn ook niet echt tegen”, vertelde een woordvoerder tegen het Amstelveens Weekblad. “Met de huidige molen hebben we geen slechte ervaring. Het aantal dode vogels is nihil, ze vliegen er netjes omheen." Een voordeel van het nieuwe type is dat het langzamer draait.

De nieuwe windmolen kost twee miljoen euro. Via de opbrengsten uit de MEP-regeling en de verkoop van groene stroom aan Nuon worden de kosten binnen tien jaar terugverdiend.
De Windvogel stelt zich voor

Zoals u in het artikel van Arie Groenveld kunt lezen, heeft De Windvogel met nogal wat tegenwind te kampen. Gelukkig kunt u daar iets aan doen. Door lid van deze coöperatieve vereniging te worden, bijvoorbeeld. Voor eenmalig 50 euro schaft u een aandeel in De Windvogel aan. Dit bedrag vormt het risicodragende kapitaal van de vereniging en kan dus niet altijd vanzelfsprekend worden teruggevorderd bij beëindiging van het lidmaatschap. De meeste leden verstrekken ook een lening aan de vereniging, waarmee daadwerkelijk wordt bijgedragen aan het financieren van projecten. De lening valt buiten het risicodragende vermogen. De jaarlijkse rentepercentages, die worden betaald over het leningbedrag, zijn afhankelijk van de winst en de elektriciteitsopbrengsten. De afgelopen jaren is de uitgekeerde rente 3 of 4 procent geweest over het geleende bedrag (zij het dat 2003 helaas een slecht windjaar was. Het windaanbod lag op ongeveer 60% van een ‘normaal’ windjaar).
Behalve een jaarlijkse rente-uitkering ontvangt u viermaal per jaar het ledenblad De Windvaan en 365 dagen per jaar het prettige gevoel dat u daadwerkelijk bijdraagt aan een beter milieu.

U kunt zich aanmelden via www.windvogel.nl/contact/wordlid.html of door contact op te nemen met De Windvogel, Fazantendreef 6, 2665 ET Bleiswijk, tel. 010 5215953 / 06 13 19 26 64, e-mail info@windvogel.nl.

Uw eigen stroom via Echte Energie
De Windvogel heeft een contract getekend met Echte Energie voor levering van de door haar molens opgewekte groene energie. Bij leden die kiezen voor deze energieleverancier komt dus voor een deel hun ‘eigen’ stroom uit het stopcontact vloeien.

 

 

 

 

Klimaatprojecten in Den Haag

De gemeente Den Haag heeft fors uitgepakt in het aanvragen van projecten bij VROM voor het klimaatbeleid. Ze heeft voor 2,5 miljoen euro aan projecten ingediend, met een looptijd van vier jaar.
Er zitten verrassende voorstellen bij, zoals warmtewinning uit het riool en nuttig gebruik van de biomassa uit de Haagse plantsoenen. Ook heel brave, zoals om de aangescherpte energieprestatienorm (van 1.0 naar 0.8) die in 2006 verplicht wordt, al in 2005 te realiseren.
De voorstellen op verkeersgebied zijn nogal vaag. Het is wel heel goed, dat het beleid goed wordt gemonitord en dat er eindelijk een uitvoeringsplan komt voor de ambitieuze doelstelling van een CO2-neutrale stad.
Het hele plan staat of valt met draagvlak van het maatschappelijk middenveld en enthousiasme en deskundigheid binnen de gemeente zelf. De politieke en ambtelijke top moeten ervoor willen gaan en het niet als een hobby van de wethouder van duurzaamheid beschouwen.

 

 

 

 

 

 

Den Haag: op weg naar CO2-neutraal?

De regering heeft besloten te stoppen met de Energie Prestatie Regeling, oftewel EPR. Dit betekent dat particulieren hun energiemaatregelen niet meer vergoed krijgen. Waarschijnlijk blijft een dergelijke subsidieregeling voor grotere opdrachtgevers bestaan, maar daar hebben u en ik niks aan. En zonder dergelijke subsidies zullen niet veel mensen tot aanschaf van een zonnepaneel overgaan.

Het Haags Milieucentrum wil daar iets aan doen. We hebben een projectvoorstel ingediend om het plaatsen van PV-panelen (ook wel 'zonnepanelen'genaamd) en energiebesparing te combineren. Het idee is om straat- en/of wijkgewijs Verenigingen van Eigenaren te benaderen om mee te doen, en zo onder de definitie van grote opdrachtgevers te vallen. Het laten plaatsen van zonnepanelen willen we combineren met het doen uitvoeren van energiebesparende maatregelen. De huidige EPA's (Energie Prestatie Adviezen) zijn veel te vrijblijvend en niet op uitvoering gericht.
Centraal in het project staat het streven om bewoners zoveel mogelijk bureaucratische rompslomp uit handen te nemen. Door deze collectieve aanpak kan wellicht de prijs van sommige maatregelen ook dalen.

We willen dit project gaan uitvoeren in wijken met particulier bezit. In het corporatieve bezit is Vestia al aardig aan de slag gegaan in het kader van het initiatief Meer Dak Onder de Zon. Vestia realiseerde in verschillende straten 400 kWp. Door het hanteren van een afschrijvingstermijn van twintig jaar (PV-panelen gaan gemakkelijk dertig jaar mee) is een voordeel voor zowel woningbouwcorporatie als bewoner te halen. Zie voor meer informatie www.meerdakonderdezon.org
Een prettige bijkomstigheid is dat in Den Haag, door de ligging aan zee, de zon vaker schijnt. Ook mijn eigen paneeltjes brengen meer op dan werd verwacht.

Goede voorbeelden…
Den Haag, dat in haar klimaatbeleid de ambitieuze doelstelling heeft om (op termijn) een CO2-neutrale stad te worden, zou eens bij Eindhoven te rade kunnen gaan. Deze gemeente heeft in het kader van haar klimaatbeleid een eigen subsidieregeling van 1 euro per wattpiek in het leven geroepen. Het lijkt ons zinvol om deze subsidie te koppelen aan een verplichte uitvoering van EPA-adviezen. Dan doe je niet alleen iets aan de aanbod-, maar ook aan de vraagzijde.
Dat is ook de benadering van het Groningse installatiebureautje van PV-panelen Boer. De eigenaar vond het wat dwaas om voor veel geld panelen met een opbrengst van 400 KWh op het dak van een bedrijf te zetten, als enkele gammele vrieskisten het elektriciteitsverbruik opjagen tot maar liefst 6000KwH. Het bureau wilde pas zonnepanelen plaatsen als de opdrachtgever daar wat aan deed! Ook is het dwaas om dure PV-panelen te plaatsen zonder dat zeer rendabele vloer- of dakisolatie wordt aangebracht. Dat moet dus anders.

In de kantorenbouw zijn eveneens interessante ontwikkelingen gaande. Het nieuwe stadsdeelkantoor Leidschenveen/Ypenburg wordt zeer energiezuinig. De ambitie - een CO2-neutraal gebouw - kan worden gerealiseerd door een combinatie van goede energiebesparing, warmte-koudeopslag en warmptepomp, en lage temperatuursverwarming. De elektriciteit ten behoeve van de wamtepomp kan groen ingekocht worden (niet echt vernieuwend) of via zonnepanelen en windenergie gehaald worden. Daarvoor bestaan verschillende mogelijkheden. De Windwall is nog experimenteel (er waren helaas forse problemen bij de Windwall op het HTM-gebouw) maar de Turby lijkt de fase van de kinderziekten voorbij. In Beilen heeft adviesbureau INVENT mede dankzij een Turby een uitermate energiezuinig kantoor gerealiseerd. Het was niet eens een harde doelstelling vooraf, maar bij narekenen bleek Invent op een Energie Prestatie Coëfficient (EPC) van 0.0 uit te komen. Behalve voor windturbines is er gekozen voor warmteterugwinning in de ventilatie, 66m2 zonnepanelen en daglichtkokers die overdag voor verlichting zorgen.

Uit succesvolle voorbeelden blijkt dat de radicale doelstelling van CO2-neutraliteit op projectniveau heel goed haalbaar is. Ook op wijkniveau (Duindorp) blijkt dat mogelijk te zijn, als de ambitie er maar is.

…doen goed volgen?
Den Haag is een van de gemeenten die in het kader van het zogenoemde BANS-project samen met de NOVEM voor een dikke miljoen euro aan projectvoorstellen ontwikkelen. Dat valt natuurlijk toe te juichen. Maar het wordt tijd dat de doelstelling van een CO2-neutrale stad handen en voeten krijgt en dat het hele ambtelijke apparaat, van hoog tot laag, zich inzet om dit bereiken.

Tom Pitstra
Haags Milieucentrum

 

 

 

 

Energie uit zee: het blauwe goud?

Het heeft erom gehangen, maar de zeewaterwarmtecentrale in Duindorp komt er. Waarschijnlijk eind 2006, begin 2007 zal deze innovatieve warmtevoorziening in gebruik genomen zijn. Ondanks het afhaken van energiebedrijf Eneco, dat onder de tucht van de markt geen geld meer wil steken in innovatieve technologieën op duurzaamheidsgebied.

Projectleider Theo van den Bor van Ceres - de ontwikkelingstak van Vestia - legt uit: er is besloten om in Duindorp een groot aantal woningen te slopen omdat ze klein zijn en in slechte staat. Dat besluit leidde tot hoogoplopende emoties en hevige protesten. We hebben toen een workshop Duurzaamheid georganiseerd omdat we aan de nieuwe woonwijk, met tegen de 750 huizen, een meerwaarde wilden geven. Dit leidde tot de suggestie om gebruik te maken van de zeewarmte. De techniek om gebruik te maken van grondwarmte is al aardig ingeburgerd, maar zeewater biedt ook perspectieven."

"Het idee is om de warmte uit het water te halen door middel van een warmtewisselaar. Met behulp van een speciaal te ontwikkelen warmtepomp wordt de temperatuur dan op elf graden gebracht, als die dat niet al is. 's Zomers zal die temperatuur al snel gehaald worden, maar de grootste energievraag doet zich uiteraard in de winter voor. De afgelopen vijftig jaar is de zeewatertemperatuur nooit lager geweest dan 0,9 graad boven nul, maar zelfs dermate koud water kan op een rendabele manier op elf graden worden gebracht. Je hebt dan alleen méér water nodig dan bij hogere uitgangstemperaturen."

Zelfvoorzienend
"Dat opgewarmde water wordt door buizen verder geleid naar de woningen. Door individuele warmtepompen wordt het daar verder verwarmd tot 45 graden. De huizen worden optimaal geïsoleerd en voorzien van lagetemperatuur-vloerverwarming. Voor tapwater worden de huizen voorzien van een (elektrische) boiler, die het water verder verwarmt tot 65 graden.
De energie die in het hele proces nodig is hopen we op een duurzame manier op te wekken. Het liefst zouden we hiervoor een windmolen plaatsen. Dat hoeft natuurlijk niet per se in Duindorp, het zou zelfs in het buitenland kunnen, maar een turbine in de wijk zelf heeft wel een hoge symboolwaarde. Het toont aan dat deze wijk op energiegebied zelfvoorzienend is. En als ook de boilers gebruikmaken van groene stroom, zullen de bewoners totaal geen beroep meer hoeven doen op fossiele brandstoffen. De windmolen van Eneco die er nu staat is afgeschreven. Het zou een goeie plek zijn om een nieuwe, grotere neer te zetten, maar de gemeente Den Haag staat niet te trappelen als het op plaatsing van windmolens aankomt. We zoeken nu een partij die een molen wil bouwen en exploiteren, want we hebben geen zin om zelf voor energieproducent te gaan spelen. Er lopen al onderhandelingen, onder meer met Eneco."

"Voor de bewoners wordt het systeem niet duurder dan als ze hun woning conventioneel met gas zouden verwarmen. Dat is altijd een dilemma", aldus Van den Bor. "We isoleren de woningen grondig zodat mensen zo weinig mogelijk hoeven te stoken, en investeren in nieuwe technieken, maar kunnen die extra kosten niet verhalen. Gelukkig hebben we verschillende subsidiebronnen kunnen aanboren. Doordat het zo'n langdurig proces is geweest, zitten we nu wel in de situatie dat één subsidiënt eist dat we een concreet begin hebben gemaakt, terwijl een ander - de Europese Commissie - nog geen toezegging heeft gedaan. Die beslissing valt pas in december. Ondertussen staan de gemeente en Vestia garant voor dit bedrag."

Waar de centrale komt te staan is nog niet duidelijk. Het Hoogheemraadschap Delfland stelt strenge eisen aan het bouwen in de kustzone. Maar als het nieuwe systeem gebruik kan maken van de ongebruikte leidingen onder de Houtrustweg, ligt het voor de hand dat de centrale daar vlakbij komt te staan.

Van den Bor sluit niet uit dat het systeem ook in gerenoveerde woningen toegepast zal kunnen worden, zij het dat het alleen maar zin heeft in optimaal geïsoleerde woningen.

Tot op heden hebben we het alleen nog maar gehad over wijken in kustgebieden. En dat is niet zo vreemd, aangezien er veel warmte verloren dreigt te gaan als het zeewater over langere afstanden getransporteerd zou moeten worden. Maar Van den Bor voorziet voor de verre toekomst nog wel een rivier- of een meerwaterwarmtecentrale. De weersverwachtingen zijn in elk geval gunstig: meer water, en van een hogere temperatuur.

Bob Molenaar


De werking van een warmtepomp
Een warmtepomp is in wezen hetzelfde als een koelmachine. Beide onttrekken warmte op een lage temperatuur en geven die weer af op een hogere temperatuur. Het systeem bestaat uit een vloeistof en damp met een verdamper, een pomp (compressor), een warmtewisselaar (condenser) en een expansieventiel. De pomp zuigt de koude damp aan uit de verdamper en perst deze samen. Hierdoor wordt de damp warm. In de warmtewisselaar geeft de damp vervolgens zijn warmte af aan bijvoorbeeld water. De damp gaat dan over in vloeistof (condensatie). Via het expansieventiel komt de vloeistof weer in de verdamper, en de cyclus kan opnieuw beginnen. Op deze wijze wordt 'warmte' met een lage temperatuur 'opgepompt' naar warmte met een hoge temperatuur, vandaar de term warmtepomp. Om de compressor te laten werken is elektriciteit nodig.

Zie voor een nadere uitleg bijvoorbeeld www.energietech.info/restwarmte/th_warmtepomp.html
of www.supersystems.be/Werking_wp.htm

 

 

 

 

 

Energie uit de muur

Het is níet de eerste windturbine op een Haags gebouw. Nee, de eerste stond begin jaren tachtig op het toenmalige kraakpand K81 aan de Prinsegracht. Maar al na zeer korte tijd was die uit het straatbeeld verdwenen, dus laten we dit mislukte experiment maar niet meetellen.

De HTM heeft daarom een primeur met de plaatsing van een Windwall 1200 op haar gebouw van HTM Infra aan de Maanweg. Op donderdag 15 januari werd het 8,5 meter brede gevaarte op het dak getakeld, nadat wethouder Ries Smits het rotorblad symbolisch een zwieper had gegeven. Dat rotorblad vertoont overigens geen enkele overeenkomst met de wieken die kenmerkend zijn voor de conventionele windturbine (of windmolen, in het spraakgebruik). De Windwall is een geheel nieuw concept dat speciaal is ontwikkeld voor het opwekken van windenergie in een stedelijke omgeving. Het systeem is bij uitstek geschikt voor turbulente windcondities op en rond gebouwen. Het helixvormige rotorblad vertoont daarom meer overeenkomst met een groot uitgevallen grasmaaier, gemonteerd in een aantal visfuiken. Vanaf de grond is hiervan weinig te zien: de Windwall steekt slechts drie meter boven de dakrand uit. De kleurstelling in de huisstijl van de HTM is dan ook vrijwel alleen besteed aan fijnproevers in de onmiddellijke omgeving van HTM Infra of wonend/werkend in panden die hoger zijn.

In Nederland is dit het tweede exemplaar. Het eerste staat sinds 5 september 2003 op het dak van het Deltion College in Zwolle en doet het keurig, in de woorden van de Windwall B.V.-directeur Rob Roelofs.
De eerste Haagse gebouwgebonden turbine wordt op korte termijn opgevolgd door een tweede, op het dak van het Siemensgebouw aan de Prinses Beatrixlaan. Later dit jaar moet er dan ook nog een Windwall op het Haagse stadhuis verrijzen. De plannen die er eerder leefden om hier een Turby-windturbine te plaatsen zijn herzien, omdat de Turby nog niet uitontwikkeld is. Wethouder Smits verwacht van de kant van architect Richard Meier geen problemen: "Meier heeft het ook goedgevonden dat de burgemeester vitrage in z'n kamer kreeg. En voor het stadhuis bestellen we een wìtte Windwall."

De opbrengst
Over de opbrengst durft Roelofs weinig voorspellingen te doen. "Het is moeilijk in te schatten hoeveel kWh dit systeem gaat leveren, omdat de omgeving zeer turbulente wind oplevert. We denken aan 1500 - 2000 kWh op basis van windberekeningen en inschattingen." Die opbrengst is leuk meegenomen - HTM-directeur Kaper merkte schertsend op dat hij verwachtte toch zeker een koffieapparaat op de windenergie te kunnen laten werken - maar waar het eigenlijk om gaat is dat de HTM-Windwall bruikbare meetresultaten zal opleveren. Aan de turbine is meetapparatuur gekoppeld, die studenten van de Haagse Hogeschool van waardevolle gegevens zal voorzien. Zij willen een model ontwikkelen waarmee voorspellingen kunnen worden gedaan over de optimale plaatsing van windturbines in stedelijke omgevingen. Zo'n model zou uniek zijn in de wereld, aldus docent Schout.

Het leerproces is een tijdrovende en kostbare zaak. De eigenlijke voorbereiding duurde een halfjaar, maar het rondkrijgen van de financiering nam volgens Schout veel tijd in beslag. Windwall-bouwer Roelofs begroot de kosten van het HTM-project op minstens 30.000 euro. Aangezien het om een prototype gaat, heeft het bedrijf nog veel eenmalige kosten. De helft van dat bedrag, 15.000 euro, is gefourneerd door energiebedrijf Eneco met een bijdrage uit de MAP-gelden (gelden uit het MilieuActiePlan voor milieumaatregelen op energiegebied). Behalve Eneco en de reeds genoemde HTM en Haagse Hogeschool participeert ook OM Den Haag in het project.


Technische Specificaties

De Windwall op het HTM-gebouw is opgebouwd uit drie modules met een diameter van 1.20 m en een aërodynamische lengte van 2.8 m elk. Ze zijn in lijn opgesteld en drijven één generator van 3 kW aan. Een kooi rond de modules dient als passieve beveiliging voor als er onverhoopt een rotorblad stukgaat en biedt bescherming voor vogels.

Rotor
De rotor heeft een diameter van 1,20 meter. Elke module bestaat uit een stalen hoofdas waaraan de rotorbladen zijn bevestigd. De zes bladen zijn gemaakt van composiet materiaal gevuld met schuim. Het aërodynamisch oppervlak bedraagt ca. 3 m2 per module. Vanaf ca. 3 m/s windsnelheid begint de rotor vermogen te leveren. Het toerental neemt evenredig met de windsnelheid toe. Bij een windsnelheid van ca. 12 m/s worden het maximale toerental en vermogen bereikt. De WindWall is ontworpen voor een maximale bedrijfswindsnelheid van 25 m/s en een overleefwindsnelheid van 60 m/s. De turbine beschikt over twee remsystemen die onafhankelijk van elkaar functioneren.

Geluidsproductie
De Windwall wordt niet aan het dak gemonteerd maar staat er los op, rustend op rubber blokken. Het gewicht bedraagt circa tweeduizend kilo. De vorm van de rotorbladen en de rotor voorkomt dat het zgn. 'helikoptergeluid' ontstaat. Ook draaien de rotorbladen aanzienlijk langzamer dan die van conventionele windturbines (65 tot 80 m/s), waardoor ze stiller zijn. De geluidsproductie is nog niet gemeten maar wordt geschat op 75 tot 78 dB(a).

Jaaropbrengst
De opbrengst kan het beste per m2 rotoroppervlak worden weergegeven. Op grond van berekeningen aan de hand van KNMI gegevens berekeningen kunnen gemiddelde opbrengsten van tussen 200 en 400 kWh per m2 rotoroppervlak per jaar worden verwacht.

http://www.windwall.nl

 

 

 

Energiebesparing thuis: een praktijkgeval

Door zijn woning grondig te isoleren wist Arie Groenveld het energieverbruik voor verwarming met circa een factor 3 terug te brengen. In de afgelopen 23 jaar bespaarde hij zo meer dan 50.000 m3 aardgas. Hieronder zet hij uiteen welke maatregelen hij zoal genomen heeft.

Ik betrok mijn huidige hoekwoning op 1 januari 1979. Door de heersende koude winter was die toen niet warm te krijgen, ondanks de ingestelde CV-watertemperatuur van meer dan 100°C. Toen ik na van de kou te zijn bekomen eind april de gasmeterstand opnam, bleek er in vier maanden tijd 3000 m3 aardgas te zijn verbruikt. Voor een normaal stookseizoen zou dit zeker op 4500 m3 aardgas uitkomen. Ik besloot om gerichte maatregelen te nemen, zowel voor het milieu als om de stookkosten te beperken. Na analyse van allerlei tips kwam ik tot de volgende tabel van maatregelen en mogelijke besparingen.

Nadat ik in de zomer van 1979 voor ca ƒ2000 (na aftrek van subsidie) had uitgegeven aan het vullen van de spouwmuur en het aanbrengen van dubbele beglazing in de kamer, bleek mijn gasverbruik in het seizoen '79/'80 tot 2800 m3 te zijn teruggelopen. Het aanbrengen van een schuifdeur bij de trap naar de 1e verdieping zal hieraan ook fors hebben bijgedragen. Het seizoen daarop ('80/'81) werd door het aanbrengen van CV-leidingisolatie en radiatorfolie het gasgebruik teruggebracht tot 2400 m3. Isolatie van dak en vloer leidde in het seizoen '81/'82 tot een verdere beperking van het gasgebruik, tot ca 1900 m3.
Om elektriciteit te besparen had ik in mijn - inmiddels vervangen - CV-ketel ook nog een pompschakelaar aangebracht, die de CV-pomp uitschakelde als de temperatuur van het rondgepompte water beneden 28°C kwam.

Gasverbruik
Door aan het eind van elke maand de gasmeterstand te noteren, kon ik het gemiddelde gasverbruik per dag bepalen. Bij het weerstation Rotterdam vroeg ik vervolgens de aantallen graaddagen op. Het aantal graaddagen is een waarde die de koudheid van de dag aangeeft t.o.v. 18°C. Bijvoorbeeld: bij een gemiddelde dagtemperatuur van 10° is het aantal graaddagen op die dag 8. Zo kon ik het gemiddelde aantal graaddagen per dag voor de desbetreffende maand vaststellen.

In de jaren na 1982, waarin mijn (drie) kinderen het huis verlieten en de winters nu eens strenger, dan weer minder streng waren, varieerde het gasverbruik tussen 1900 en 2500 m3. Het jaarlijks gasverbruik voor warm water en koken liep terug van ca. 400 naar ca 250 m3. Deze waarden konden worden afgeleid uit metingen van het gasverbruik in de zomermaanden.

In 1991 werd de CV-ketel vervangen door een nieuwe ketel. Vanwege de toenmalige kinderziektes van HR-ketels koos ik voor een verbeterd rendementsketel, hetgeen vermoedelijk tot een gemiddelde besparing van ca 150 m3 gas per jaar leidde.

Vloerverwarming
In 1996 is vervolgens vloerverwarming in de kamer aangebracht, met tussen de leidingen en de betonvloer een extra laag isolatie (1 cm aluminium noppenfolie). Deze maatregel heeft nauwelijks effect gehad op het energiegebruik, hoewel de helling van de grafiek van '96/'97 toch iets ongunstiger is geworden. Kennelijk lekt er bij lagere buitentemperaturen (en dus hogere vloertemperaturen) meer warmte weg door de vloer, maar wordt dit effect in de warmere wintermaanden meer dan gecompenseerd door verbetering van het comfort. Hierdoor kan worden volstaan met een iets lagere kamertemperatuur en snijdt de stooklijn '96/'97 de x-as op een gunstiger punt (2,5 graaddagen).
's Avonds om 21.00 uur gaat de ingestelde temperatuur van 20,0° C naar 18,0°C. Vanwege de warmte-inhoud van de vloer blijkt de temperatuur rond 24.00 uur meestal niet meer dan enkele tienden van een graad te zijn gedaald. Vanaf 's morgens 7.00 uur wordt de temperatuur in de loop van de dag geleidelijk weer op 20 graden gebracht.

Tot slot heb ik in 2001 bij een kozijnvervanging in het gehele huis alle ramen (ca 20 m2) laten vervangen door HR++ glas. In de zeer zachte winter van 2001/2002 heeft dit geleid tot een gasverbruik van 1380 m3. In het 'normalere' seizoen 2002/2003 verwacht ik uit te komen op 1500 kuub. De stooklijn ligt beduidend lager dan die van '96/'97. De helling is iets gunstiger.
Ook hier zien we een gunstig snijpunt met de x-as. Vermoedelijk omdat door het zonnige voorjaar extra stralingswarmte wordt ingevangen, die door de extra HR++ isolatie langer wordt vastgehouden. Dit is duidelijk merkbaar in de maanden maart en april, die toch relatief koud zijn t.o.v. oktober, maar waarin de invloed van de zon sterker is.

Conclusie: Door goede isolatie zijn forse energie- en kostenbesparingen mogelijk. Als lid van de coöperatieve vereniging De Windvogel ondersteun ik CO2-reductie door middel van opwekking van duurzame windenergie en ook zonne-energie natuurlijk van harte. Maar door de woning goed te isoleren kan een flinke stap in dezelfde richting worden gezet.

Arie Groenveld

Dit artikel verscheen eerder in gewijzigde vorm in De Windvaan, het orgaan van vereniging De Windvogel.

Graaddagen:
De warmtelek uit een gebouw is in feite een lineair proces, waarbij het energieverlies evenredig is met het verschil in temperatuur tussen binnen- en buitenkant van een vertrek. Om hiervoor te compenseren is het begrip graaddagen geïntroduceerd. Maar in de praktijk blijkt het energiegebruik volgens de graaddagenberekening niet helemaal te kloppen. Daarom werken energiebedrijven bij hun zuinigheidsacties met stooktabellen die gebaseerd zijn op gewogen graaddagen. Hierbij wordt het aantal 'normale' graaddagen in de maanden november t/m februari met een factor 1,1 vermenigvuldigd en in de maanden april t/m september met 0,8.

 

 

 

 

Energiek kabinet

Het kabinet wil dat stroomleveranciers de brandstofmix van de door hen geleverde stroom aan afnemers gaan melden. Dit staat in een wetsvoorstel dat als doel heeft de positie van de consument op de geliberaliseerde energiemarkt te versterken. Als die markt wordt vrijgegeven, kunnen consumenten zich bij de keus voor een stroomleverancier mede laten leiden door de samenstelling van diens stroom. Komt er windenergie uit het stopcontact of worden de turbines voortgedreven door verbrande kadavers? Draait onze vaatwasser op stroom uit waterkracht of loopt onze koelkast op verstookte kippenpoep? Is de elektriciteit afkomstig van die gigantische kernreactor waar de aarde omheen draait of zijn de kleinere aardse atoomstroomfabrieken ervoor verantwoordelijk? Als het parlement met het wetsvoorstel instemt, zal uw stroom bij de opening van de markt op 1 juli 2004 'gelabeld' zijn.

 

 

 

 

Het is maar wat je normaal noemt

Dubbeltariefmeters zijn dan ook in menig huishouden te vinden. Ook zonder liberalisering vormt dit systeem een treffende illustratie van de wet van vraag en aanbod: overdag, met name op werkdagen, is de vraag naar elektriciteit groot, dus dan is de prijs hoger. 's Nachts is de vraag klein, dus de prijs lager. Een dubbeltariefmeter stimuleert verbruikers om hun stroomvraag in de nachtelijke uren en de weekends te concentreren. De elektriciteitsmaatschappijen kunnen dan met minder reservecapaciteit toe en belonen de consument met een financieel voordeeltje.

Maar hoe hoog dat voordeel is, is nogal onduidelijk. Wie op de website van Eneco de tarievenpagina van Den Haag opslaat, krijgt daar de keus uit een enkel- en een dubbeltariefmeter. Bij een enkeltariefmeter betaal je 24 uur per dag een normaal tarief, bij een dubbeltariefmeter betaal je tussen 23.00 en 07.00 uur en in het weekend een laag tarief; de rest van de tijd betaal je een normaal tarief.

Is dat onduidelijk? Ja, dat is onduidelijk. Want het ene normale tarief is het andere niet. Wie doorklikt naar de volgende pagina, ziet dat bij een enkeltariefmeter het normale tarief voor een standaardverbruiker 4,83 eurocent (exclusief ecotax) per kilowattuur bedraagt, en bij een dubbeltariefmeter 5,83 eurocent per kilowattuur. Een dubbeltariefmeter betekent dus niet alleen dat het voordelig is om stroom te gebruiken in de daluren (zoals dat vroeger heette), maar ook dat het onvoordelig is om dat te doen in de 'dure' uren.

Volgens de heer De Ruiter van Eneco gebruiken consumenten met een dubbeltariefmeter zo'n veertig à vijftig procent van hun elektriciteitsvraag in de daluren. Een dubbeltariefmeter is dus al snel voordeliger. Dat mag zo zijn, maar het breakeven point - het omslagpunt waarna een dubbeltariefmeter voordeliger wordt dan een enkeltariefmeter - ligt hoger dan heel veel mensen denken.

 

 

 

Het is niet alles groen wat er stroomt

De CO2-uitstoot moet omlaag. Om mensen te bewegen over te gaan op groene stroom wordt uitgebreid campagne gevoerd. Daar is niets mis mee. Maar anders wordt het als de leveranciers van elektriciteit reclame maken om hun klanten over te halen groene stroom van hen te betrekken. Waarom doen ze dat? Volgens mij omdat ze daar flink aan kunnen verdienen. Als ze de overheid kunnen aantonen hoeveel klanten ze hebben die groene stroom gebruiken krijgen ze meer subsidie. Met dat geld doen ze onderzoek naar verbetering van windmolens en zonnecellen, maar naar simpele en nuttige manieren om energie te besparen wordt niet gekeken.

De behoefte aan elektriciteit is zo groot dat die nooit alleen door groene stroom gedekt kan worden. Daarom wordt gebruikgemaakt van elektriciteit die opgewekt is in centrales die minder milieuvriendelijk zijn. Deze stroom is veelal goedkoper dan de groene stroom, maar wordt aan de burger geleverd als groene stroom. Hoe meer mensen dus groene stroom willen hebben, hoe gunstiger het voor de leveranciers wordt. Vandaar die reclamecampagnes. Als straks de energiemarkt vrijgegeven wordt, hebben de stroomleveranciers via de groene stroom al veel klanten binnen.

Evenredig deel
Door de zaken anders te organiseren kan groene stroom een echte kans krijgen. Eerst zou moeten worden bekeken hoeveel elektrische energie er kan worden opgewekt door windmolens, zonnecollectoren, waterkrachtcentrales en andere milieuvriendelijke bronnen van energie. Vervolgens delen we deze hoeveelheid door het aantal inwoners van ons land. Iedereen krijgt bijvoorbeeld gratis of tegen een gering bedrag een evenredig deeltje van die milieuvriendelijk opgewekte elektrische energie. Dat zal hooguit voldoende zijn om een gloeilamp te laten branden, maar wie wil kan het daarmee doen.
Vervolgens moet alles betaald worden wat méér verbruikt wordt dan wat milieuvriendelijk is geleverd. Naarmate men meer gebruikt, moet men ook meer betalen. Dit staat in tegenstelling tot het huidige tariefsysteem, waarbij iemand die veel gebruikt in een lager tarief komt. Op die manier wordt men aangezet om minder energie te gaan gebruiken, waarbij het milieu het meest gebaat is. Bezuinigen op energie heeft veel meer resultaat dan alleen het gebruik van groene stroom. Gebruikers van groene stroom denken goed bezig te zijn, maar het effect is tegengesteld, namelijk meer verbruik van niet schone energie.
Een bezuiniging van tien procent is haalbaar. Kijk maar eens kritisch naar alle apparaten in huis. Hoeveel apparaten staan er de gehele dag op stand-by terwijl ze misschien maar een uur per dag werken (het zijn soms net automobielen...)? Hoeveel lampen branden er? Eén minder bespaart soms al twintig procent.

Een manier om elektriciteit op te wekken is met aardgas gestookte centrales. Aardgas is duur en schaars, maar relatief schoon. Ook op aardgas kan bespaard worden. Heel veel verwarmingsketels in woonhuizen hebben nog een primitieve waakvlam, die noodgedwongen dag en nacht moet blijven branden omdat je anders niet direct warm water kan krijgen. Omschakeling naar een modern ontstekingssysteem zal leiden tot vele procenten aardgasbesparing.
Deskundig afstellen van verwarmingsketels in (grote) gebouwen zoals scholen en ziekenhuizen, maar ook in gewone woonhuizen, kan vele procenten besparing opleveren. Ik denk hierbij aan het waterzijdig inregelen van de verwarmingsinstallatie (zie hieronder 'waterzijdig inregelen'). In gebouwen zoals die waar nu het Haags Milieucentrum is gevestigd zou er wel eens een grote besparing op aardgas verwezenlijkt kunnen worden als daar een en ander goed is ingeregeld.

Sportieve energie
En heeft u wel eens rondgekeken in een fitnesscentrum? De bezoekers raken dankzij de apparaten die daar staan heel wat pondjes kwijt. De Telegraaf wist onlangs te melden dat een Heerlense sportschoolhouder subsidie krijgt om de energie die zijn cliënten opwekken, als proef voor zijn eigen bedrijf te gebruiken. Het eventuele meerdere levert hij aan het net. Heeft hij weinig of geen klanten, dan betrekt hij stroom van het net, heeft hij op zaterdag veel conditioneel sterke klanten dan levert hij aan het net. De landbouwers met een windmolen doen het op precies dezelfde manier.

Kortom, ik denk dat er op een veel betere manier met energie kan worden omgegaan. Waar ik bang voor ben is dat de reclame die mensen ertoe aanzet groene stroom te gebruiken, ze laat denken dat ze iets voor het milieu doen. Dit is maar zeer ten dele waar.
Waarom het hoge fruit van de bomen plukken en het laaghangende laten hangen?

Ben de Nijs
(met mate gebruiker van gewone stroom en schaamt zich daar niet voor).

Met dank aan Henk Deinum, voorheen scheepswerktuigkundige GHV, technisch inspecteur bij AKZO-NOBEL, tijdelijk energie coördinator centrale en gebouwen. In 2000 winnaar Nationale Toekomstprijs.

Waterzijdig inregelen

'Waterzijdig inregelen' is een methode om een cv-installatie zo in te stellen dat deze zo zuinig mogelijk werkt, terwijl het comfort toeneemt.
Als de radiatoren die ver van de ketel staan niet echt warm worden, is men geneigd de thermostaat een graadje hoger te zetten. Maar dan wordt het in ruimten dicht bij de ketel weer veel te warm. De oplossing van dit probleem is waterzijdig inregelen. Dat gebeurt niet met de knop waarmee de radiator open- en dichtgedraaid kan worden, maar met de instelschroef ònder deze knop of een apart ventiel. Die opening wordt zodanig vergroot of verkleind dat de radiator de optimale hoeveelheid warmte afgeeft. Zo kan een gelijkmatige verwarming van de verschillende vertrekken worden bereikt. Het moet gedaan worden door een installateur die hiervoor een speciale cursus heeft gevolgd.
Specialistenwerk dus. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de kosten, afhankelijk van de omvang van het gebouw, kunnen oplopen tot ver boven de tweeduizend euro. De praktijk leert dat een terugverdientijd van één tot anderhalf jaar op dit moment realistisch is.

De Milieufederatie Groningen heeft over dit onderwerp een brochure uitgebracht met de titel 'Waterzijdig inregelen; Tel uit je winst'. Deze is te vinden op het webadres www.mfgroningen.nl/waterz.htm

 

 

 

Duurzaam en plezierig wonen in Leyenburg

Van september 2001 tot en met 1 mei dit jaar reed de Groene Energietrein door de Haagse wijk Leyenburg. Geen trein van de NS, maar van Projectbureau Aarde-Werk, die handvatten voor duurzaam en plezierig wonen meevoerde. De trein volgde twee sporen om energie te besparen: technische aanpassingen door de woningcorporatie en gedragsverandering van de bewoners.

Woningbouwcorporatie Vestia Den Haag Zuid-Oost startte in 2001 met woningverbetering in haar woningen in de wijk Leyen-burg, waaronder energiebesparende aanpassingen als gevelisolatie. "Bij zo'n verandering staan bewoners meer open om zelf ook dingen te veranderen", aldus Gea Boessenkool van Projectbureau Aarde-Werk. "Wij hebben Vestia daarom destijds ons nieuwe project De Groene Energietrein aangeboden. Een project dat energiebesparing door gedragsverandering wil bereiken en gebaseerd is op een nieuwe methodiek. Vestia vond het een goed plan. Wij hebben toen met de gemeente een subsidieaanvraag bij Novem ingediend in het kader van Enter, een energieprogramma voor huishoudens. Novem ging akkoord, omdat ze het project op grotere schaal willen inzetten in de toekomst."

Anders dan bij bijvoorbeeld het energieadvies van het E-team, waar de adviseur langskomt en vooral technische adviezen en hulpmiddelen verstrekt, gaat het bij de Groene Energietrein om een intensief veranderingsproces bij de bewoners. De bewoners, hun drijfveren en verbondenheid met de wereld staan centraal in het project. "In de eerste fase van het project hebben we de bewoners gevraagd welke drijfveren ze hebben om duurzaam en plezierig te wonen", legt Gea Boessenkool uit. "Bijvoorbeeld betaalbaar wonen of contact met de buren. Op basis daarvan hebben wij voorlichtingsmateriaal ontwikkeld om in het project in te zetten. Het thema van het project was 'Leve Energie!'. Bewoners konden kiezen waaraan ze wilden meedoen. We hebben open informatiebijeenkomsten georganiseerd, werkgroepen opgezet en een cursus aangeboden."

In de cursus werd het verband gelegd tussen vier niveaus: de mens, zijn huis, zijn woonomgeving en de aarde. Met de cursisten gingen de trainers in gesprek over de vijf elementen aarde, water, vuur, lucht en ether (onzichtbare zaken als communicatie en sfeer) en wat die voor je betekenen als je prettig en duurzaam wilt wonen. Gea Boessenkool: "Het komt erop neer dat alles energie is en de ene vorm van energie steeds transformeert naar een andere vorm. En alles wat je doet, heeft dus consequenties. Bijvoorbeeld: als je rommel door de gootsteen spoelt, verstoor je de waterkringloop. De cursisten hebben hun eigen doelen geformuleerd voor energiebesparing. Concreet en meetbaar, bijvoorbeeld sluipgebruik van stroom terugdringen door de kruimeldief uit het stopcontact te halen. In veel gevallen bedachten ze zelf oplossingen en anders gaven wij ze aanvullende informatie over energiebesparing. Ook op open informatieavonden, in de nieuwsbrief en in een excursie hebben we duurzaam en prettig wonen onder de aandacht gebracht. Het uiteindelijke doel van het project is 10% energiebesparing te realiseren."

Het project zal worden geëvalueerd door zowel Novem als de Universiteit van Leiden. Boessenkool ziet inmiddels een aantal belangrijke resultaten: "Het intensieve contact met bewoners in zo'n traject was voor Vestia uniek en gaf veel inzicht in het communicatieproces met bewoners. Door het intensieve proces dat we met hen zijn aangegaan, zijn duurzame contacten in de woonomgeving ontstaan, onder andere in de werkgroepen. Verbonden zijn met je omgeving en aarde is een belangrijke voorwaarde voor een duurzame leefstijl."

Lieneke Venhuis

 

 

 

Nieuwe campagne over energiebesparing van start

Was energiebesparing de afgelopen jaren met toenemende welvaart een beetje in de vergetelheid geraakt, nu mag het weer. En voor een groeiende groep mensen móet het zelfs, om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Voor het milieu en de energievoorraad voor ons nageslacht is de noodzaak ervan natuurlijk nooit weggeweest. Het E-team van de Dienstenwinkel en de stichting BOOG appelleren aan de weergekeerde aandacht voor besparen met hun nieuwe energiebesparingscampagne 'Spaar Man'. Op 13 februari werd hiervoor de aftrap gegeven met een Spaarmarkt in het Volksbuurtmuseum.

Het doel van de campagne 'Spaar Man' is de wijk in te gaan en tweeduizend energie-adviezen te verstrekken aan particuliere huishoudens. Want met simpele maatregelen, zoals tochtstrips, de lichten uitdoen in vertrekken waar niemand is en de gordijnen 's avonds dichtdoen, kunnen huishoudens zeker 50 euro per jaar besparen. "15% van je energieverbruik kun je besparen zonder daar kosten voor hoeven te maken," aldus energieadviseur van het E-team Ruud van Alphen, die op de Spaarmarkt aanwezig was. "Dat geldt voor zowel bedrijven als particulieren." Hij is al jaren energieadviseur en heeft in het verleden bedrijven doorgelicht op energieverbruik. Tegenwoordig verstrekt hij advies aan particulieren. "De aandacht voor energiebesparing verloopt in golfbewegingen", stelt hij. "Bij particulieren hadden we de afgelopen jaren minder vraag dan in de hoogtijdagen, maar nog altijd wel een behoorlijk aantal opdrachten per maand. Nu begint het weer toe te nemen. De bezoekers hier kunnen zich opgeven voor een gratis energieadvies en bijna iedereen heeft een kaart daarvoor ingevuld."

Wat is sluipstroom en hoeveel procent bedraagt deze van je energieverbruik? Wat verwarm je makkelijker, vochtige of warme lucht? Deze en andere vragen kregen wethouder Pierre Heijnen en fractievoorzitter van Leefbaar Den Haag Paul van der Geest op de spaarmarkt voor hun kiezen in een energiequiz. Beiden deden het niet slecht, maar Van der Geest won en ging met een energiebesparende knijpkat naar huis. Heijnen benadrukte in zijn toespraak voor het uit allerlei culturen bestaande publiek nog eens het belang van energiebesparing: "Ooit is het op", en de voordelen ervan. "Tientallen euro's besparen is toch mooi meegenomen!"
Den Haag gaat er werk van maken, te beginnen in Schilderswijk, Transvaal, Duindorp, Morgenstond en Rustenburg-Oostbroek. Iedereen die zich aanmeldt krijgt bezoek van een energieadviseur met gratis advies, waarna men een gratis spaarlamp en een aantal energiebesparende hulpmiddelen op maat ontvangt. De campagne loopt tot mei volgend jaar.

 

Wedden dat… we CO2 kunnen besparen?

Jan Pronk heeft hem al eens verloren: de weddenschap die hij met jongeren afsloot in het kader van The Bet, een activiteit van Jongeren Milieu Aktief. Misschien brengt wethouder Ries Smits het er beter vanaf. Maar dat wil hij waarschijnlijk zelf ook niet, omdat dat zou betekenen dat de missie van de scholieren die met hem een weddenschap zijn aangegaan, mislukt is.
Guusta van den Hout, leerlinge van het Christelijk College De Populier, vertelt wat haar klas met Smits overeenkomt.
"Op 27 maart gaan we naar het Sorghvliet College, dat ook meedoet met de weddenschap, en spreken dan met de wethouder af dat we op school 5% CO2-uitstoot kunnen besparen. We hebben alle leraren een brief geschreven. Daarin vragen we hun om ramen en deuren goed dicht te doen, zodat de warmte niet ontsnapt. Op ons initiatief gaat de school drangers op de deuren aanbrengen. Aan de oostkant, waar 's morgens de zon staat, kan de thermostaat wel een graadje lager. Ook hebben we de leraren erop gewezen dat ze de tv en de computers niet op de standby moeten laten staan, maar die moeten uitzetten. We hebben posters gemaakt om ook de andere leerlingen op onze actie te wijzen."
"Als we winnen krijgen we door de gemeente een Waddenwandeling aangeboden. Als we verliezen? Tja, dat weten we nog niet zo goed. Misschien het stadhuis schoonmaken…."

Op 26 april zal bekend worden of het stadhuis zal gaan blinken zoals het nog nooit geblonken heeft of dat 31 middelbare scholieren een prachtige wandeling in de vrije natuur mogen gaan maken. Rijdt u voor die tijd toevallig door de Populierstraat en u ziet een raam van de school openstaan: ach, doe dat even dicht….

 

Eneco wil meer samenwerken

Met interesse heb ik kennis genomen van het artikel in "Branding" nr. 5 over de intentieovereenkomst over duurzame energie en energiebesparing van Eneco met de gemeente Den Haag en OM Den Haag. Inderdaad ben ik van mening dat groene energie geen zaak voor "geiten wollen sokken types" is. Deze opmerking is bedoeld om duidelijk te maken dat deze vorm van energievoorziening nu begint te groeien vanuit de pioniersfase.
Deze vorm van energie-opwekking staat echter in de kinderschoenen omdat de omvang van groene energie nog relatief klein is ten opzichte van grijze energie, en in de kinderschoenen, omdat deze vorm van energie-opwekking nog forse steun van de overheid nodig heeft.
De vraag: hoe de gezamenlijke verantwoording van overheid, burgers en bedrijfsleven waar gemaakt kan worden om te komen tot uitbreiding van de nu beperkte hoeveelheid groene duurzaam opgewekte energie, is nu van groot belang.
De reden dat ENECO Energie deelneemt in de Stichting OM tezamen met de gemeente
Den Haag is een onderkenning van het belang dat deze partners achten aan duurzame en groene energie opwekking.

Mogelijk is het nuttig om de activiteiten en de mogelijkheden van deze Stichting te volgen en wie weet kunnen het Haags Milieucentrum, de gemeente Den Haag en ENECO Energie tezamen op deze wijze een kleine bijdrage leveren aan een meer duurzame en groene energie-opwekking.


Met vriendelijke groet,

J.B.M. ten Berge,
Lid raad van bestuur ENECO Energie

 

Wel of geen Groene Stroom

Het kan niemand ontgaan zijn. Op alle belangrijke zenders op de televisie, door de brievenbus, verkopers die je op straat aanklampen, woedt er een miljoenen-verslindende reclamecampagne van alle energieleveranciers. Zij proberen de energieconsument te verleiden over te schakelen op Groene Stroom. Soms zelfs door deze goedkoper aan te bieden dan gewone 'grijze' stroom. Zo biedt Evolta Energie via internet 3500 KWH (waarvan 1750 nacht/weekendstroom) groene stroom uit biomassa aan voor Euro 523,17. Bij Eneco kost dit Euro 568.07, bij Nuon Euro 593.32, bij Essent Euro 576. 66 en bij Remu Euro 630.77. Zo bestaat er een collectief aanbod van groene stroom aan 400.000 leerkrachten van PMA energie. Deze energieleverancier gegarandeert dat groene stroom voor hen 1,5 eurocent per kWh goedkoper is dan grijze stroom wat een jaarlijks voordeel van euro45 tot euro 190 per huishouden oplevert.

Door over te gaan op Groene Stroom zoude particuliere energieconsumenten daarmee de eigen portemonnee, de eigen gemoedsrust en het milieu een geweldige dienst te bewijzen en wel in die volgorde. De gangbare methode is door eenvoudig een antwoordkaartje in te sturen. Voor het luttele bedrag van gemiddeld 70 eurocenten schakelt men over op ecostroom en liefst in een moeite door op een andere energieleverancier. Nu de energiemarkt voor de afname van duurzame energie voor kleinverbruikers vrijgegeven is, worden de honderden miljoenen, die bedoeld zijn om het milieu en de opwekking van duurzame energie te promoten, via deze uiterst kostbare campagne door de energieleveranciers met name gebruikt om zichzelf te promoten. Er is overigens ook niets op tegen om de consument via een lagere prijs mee te laten profiteren van de giga-subsidies.

Dat is allemaal mogelijk door een forse ingreep op die "energiemarkt" door de overheid (minister Jorritsma, VVD). Dit door het gebruik van Groene Stroom vrij te stellen van de REB-belasting. De overheid legt zelf het verschil bij. Deze ingreep blinkt uit door eenvoud, lijkt bijzonder sympathiek en het succes is enorm. De afgelopen maanden stapten een miljoen huishoudens over op groene stroom. Dat is belangrijk, want de opwekking van duurzame energie is namelijk van groot belang voor het milieu, maar er hangt wel een behoorlijk prijskaartje aan. Als je de verdere ontwikkeling van Eko-stroom laat afhangen van de verantwoordelijkheid en dus van de vraag van de individuele consument, dan zal slechts een kleine voorhoede van bewuste consumenten die meerprijs er voor over hebben. Dat schiet niet op, zoals je bijvoorbeeld ziet bij de productie van Eko-voedsel. Je moet, nu deze mogelijkheid geboden wordt, dus wel een bijzonder onverantwoordelijk individu zijn en vaak ook slecht met de eigen portemonnee voorhebben als je niet overschakelt op Groene Stroom.

Nu kan de productie van duurzame energie inderdaad wel een flinke steun in de rug gebruiken. Zoals lezers van Branding weten, werd eind 2000 slechts 1,4% van alle in Nederland geproduceerde energie duurzaam opgewekt. En zelfs in dit kleine percentage wordt bijvoorbeeld het benutten van verbranden van afval en biomassa tot duurzame energie gerekend. Als de vraag binnen korte tijd enorm stijgt, zoals nu, betekent het ook dat met de productie in eigen land bij lange na niet aan die vraag kan worden voldaan. Op dit moment komt duurzame energie dan ook massaal uit het buitenland, met name Scandinavië en Duitsland, waar de opwekking financieel wordt ondersteund. Doordat het daar wordt ingekocht verdwijnen de honderden miljoenen voornamelijk naar het buitenland. De Groene Stroom die daar nu door Nederland wordt weggetrokken zou anders in eigen land gebruikt worden Deze gang van zaken levert het milieu dus niets op en kost handenvol met geld. Bovendien lekt een deel van de miljoenen weg doordat reeds bestaande productie van duurzame energie ermee gefinancierd wordt.

Natuurlijk gaat van deze maatregel ook een flinke stimulans uit naar projecten om in ons eigen land te starten met opwekken van meer duurzame energie. Dit gaat echter wel ten koste van heel veel geld. Misschien nog belangrijker is, dat de maatregel gepaard gaat met veel onzekerheid. Om in duurzame energie te investeren moet je zeker zijn van de afname daarvan. Het is heel goed mogelijk dat bijvoorbeeld de nieuwe regering de subsidieregeling weer afschaft. En het is onwaarschijnlijk dat daarvoor een andere, beter werkende stimuleringsregeling voor in de plaats komt. In dit voortdurend onzekere klimaat zullen energiebedrijven juist huiverig zijn om in opwekking te investeren. De uiterst lucratieve handel in duurzame energie wordt er echter juist door gestimuleerd. Zo worden energiebedrijven van broodnodige verantwoordelijke ecostroomproducenten die risico durven nemen, gevormd tot luie ecostroomhandelaren. Men laat het initiatief voor risicovolle investeringen in groene stroom in Nederland graag aan anderen over, zoals aan Energy-Connection die denkt zonder subsidie een windmolenpark in zee te kunnen exploiteren, waarvan de stroom de concurrentie met conventionele stroom aankan. Als we daarbij optellen dat groene stroom gekocht wordt, die anders elders binnenslands gebruikt zou worden is er geen andere conclusie mogelijk dan dat de maatregel wel eens contraproductief zou kunnen werken. Dat we per saldo dus, ondanks de miljardeninvesteringen, slecht af zijn. Bovendien, en dit is echt een schandaal, krijgt de groene energieconsument wel atoomstroom in zijn apparaten.

Dat doet de vraag reizen of het niet mogelijk is om op een andere, veel minder kostbare manier veel meer te bereiken dan via vrijstelling van die REB-belasting. Het antwoord is dat dit heel goed mogelijk is. Wat daarvoor nodig is, is laten van wat ideologische veren wat betreft het stellen van een al te groot vertrouwen in de ´vrije´ markt. Dat moet kunnen want met haar forse subsidie-ingreep op de energiemarkt was Jorritsma die ideologie toch al niet zo trouw.

De oplossing om met veel meer zekerheid en veel goedkoper te bewerkstelligen dat de productie van duurzame energie in Nederland fors gaat toenemen, is aan de vergunningverlening aan energieproducenten in Nederland de voorwaarde stellen dat zij elke vier jaar een extra percentage duurzame energie opwekken en afzetten. Bijvoorbeeld in 2006 3% meer, in 2010 weer 3% meer, in 2014 2% enzovoort totdat zeg 80 of zelfs 100% van alle energie in Nederland duurzaam wordt opgewekt en in Nederland wordt afgezet . Een nieuw kabinet kan zich zo toch groen profileren, zonder dat het hen veel geld kost. Er worden bijvoorbeeld ook allerlei eisen aan producenten gesteld wat betreft veiligheid zonder dat daar een buidel met geld bij wordt geleverd.

Er speelt nog iets anders. Gemeenten en provincies zijn via het klimaatconvenant de verplichting aangegaan om de CO2-uitstoot te beperken. Dit bewerkstelligen is uiterst lastig. Belangrijk is dan onderlinge samenwerking zodat inhoudelijke kennis, kennis over financieringsmogelijkheden en tijd daarvoor gebundeld en vrijgemaakt kan worden. Maar de beperking van de kosten zou pas echt bewerkstelligd worden als er op producenten een verplichting rust om meer groene capaciteit te realiseren. Het wordt anders wel een erg kostbare zaak voor deze overheden.

Tot slot rest nog de vraag of mensen nu wel of geen groene stroom moeten nemen. Wij zouden zeggen: het maakt niet veel uit. Als u het als consument om het milieu te doen is, dan kunt u beter dit artikel aan premier Balkenende opsturen en hem vragen of hij het advies om de energiebedrijven een kleine verplichting op te leggen niet wil overnemen.

Frans van der Steen

 


INTENTIEOVEREENKOMST
duurzame energie en energiebesparing

Op 19 februari was het dan zover. Op het Politiek Terras in het Atrium van het stadhuis werd de intentieovereenkomst duurzame energie en energiebesparing officieel bekrachtigd. De gemeente Den Haag, de NV Eneco Energie en de Stichting Om Den Haag komen met elkaar overeen om samen te werken aan het bevorderen van Duurzame Energie en energiebesparing. Dat doen zij op tal van manieren en hebben daarbij de beschikking over een speciaal fonds.

De vorige samenwerkingsovereenkomst tussen Eneco en de gemeente liep in 2000 af. Het heeft dus nog even geduurd voordat de partijen zo ver waren om een nieuw samenwerkingsverband aan te gaan. Geld speelt daarbij natuurlijk een belangrijke rol. Er lag trouwens nog een flinke zak met geld uit de tijd van het Milieuactieplan om de uitstoot van CO2 te verminderen. Deze MAP-gelden zijn, via een toeslag op de energietarieven, opgebracht door de Haagse burgers. Het had dus al veel eerder geïnvesteerd kunnen en moeten worden. De feestelijke aankondiging van het fonds was eigenlijk een sigaar uit eigen doos. Bovendien is het niet duidelijk of al het opgebrachte Haagse geld in dit fonds is gestort.

Maar goed, het ligt er nu en daar dient goed gebruik van gemaakt te worden. Eenieder met bruikbare ideeën: dien deze in bij Om Den Haag (info@omdenhaag.nl, tel: 070-3629857)! Ook nog niet uitgewerkte ideeën maken een kans. Bij de uitwerking kan ondersteuning geboden worden. Schroom dus niet. Er liggen al projecten, waaronder acties die gericht zijn op gedragsverandering en heel specifiek energiebesparing bij Haagse sportverenigingen, voortzetting van de zonneboileracties en de actie Zonnestroom, het streven naar de realisatie van windmolens op het grondgebied van Den Haag zoals langs de A4, A12 en A13, de plaatsing van gebouwgebonden windturbines, bevordering van gebiedsgerichte energieprojecten, zoals het zoveel mogelijk realiseren van zonnestroom op kantoorgebouwen en het promoten van het gebruik van duurzame energie, onder meer via toepassing van de Regeling Energiepremie en het Energie Prestatie Advies.

Na afloop van de ondertekening werd er behalve door wethouder Bas Verkerk en Doeke Eisma, de voorzitter van de Raad van Toezicht van Om Den Haag, ook een toespraakje gehouden door Hans ten Berge, lid van de Raad van Bestuur van Eneco. Hij vertelde dat sinds de markt voor duurzame energie op 1 juli werd vrijgegeven, het aantal klanten van Ecostroom van Eneco is gegroeid van 15.000 naar 160.000. Dat komt natuurlijk doordat Groene stroom door overheidsingrijpen nu net zo duur is als gewone stroom. Hij wees erop dat de productie in Nederland bij lange na niet genoeg is om aan de massale vraag naar ecostroom te voldoen. Volgens Ten Berge bestaat er dan ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheid, het bedrijfsleven en de burgers om initiatieven te nemen om, naast het bevorderen van energiebesparing, ook de productie van Groene Energie in ons land en in de eigen regio te bevorderen. Daar is ook in de Haagse regio ruimte voor. Tot slot zei hij dat Eneco zich blijvend zou inzetten voor het bevorderen van duurzame energie en energiebesparing. Tot zo ver akkoord en daar zullen wij Eneco ook aan houden.

Maar in zijn toespraak kon Hans ten Berge het niet laten de milieubeweging een flinke veeg uit de pan te geven. Eerst betoogde hij dat Groene Energie "geen zaak meer is voor geitenwollensokkentypes". Het zou kunnen dat hij deze betiteling van de voorvechters uit het verleden niet denigrerend bedoelde. Maar het is ook feitelijk onjuist. Al tientallen jaren zijn er binnen de milieubeweging goed opgeleide mensen actief die, goed verzorgd en goed gekleed, met goede initiatieven het broeikaseffect willen bestrijden. Maar ten Berge gaat verder door te zeggen dat hij het betreurt dat er in Nederland soms weerstand is tegen projecten voor duurzame energie: "merkwaardig genoeg vaak juist van de milieubeweging". Hij doelt daarbij onder meer op weerstand tegen de enorme windmolen van Siemens langs de snelweg bij Zoetermeer.

Beste Hans, wij voelen ons als Milieucentrum door je opmerkingen aangesproken. Wij zijn voorstanders van verdere ontwikkeling en productie van duurzame energie, maar tegelijkertijd tegen de visuele vervuiling van ons landschap en voor behoud van de vogelstand. Het zijn verschillende zaken die in een soms moeilijk afwegingsproces om de voorrang strijden. Vele duizenden vogels vinden jaarlijks de dood door de wieken van windturbines, onder meer omdat bij de keuze van de locatie geen rekening is gehouden met de routes van de vogeltrek. Juist vanuit de milieubeweging komen tal van voorstellen waar windturbines wel en waar zeker niet geplaatst kunnen worden. Als je wilt zullen wij je die informatie graag toesturen. En, zoals je zelf al zei, is het bevorderen van duurzame energie en dus van de keuze van locaties, een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, bedrijfsleven en burgers. En zonder rancune, neem als Eneco samen met de overheid eerst maar eens de verantwoordelijkheid om ook jullie klanten die zich tot de Groene Stroom bekeerd hebben, niet langer kernenergie te leveren via hun stopcontacten. In de volgende Branding zullen wij onze verantwoordelijkheid nemen door aandacht te besteden aan de manier waarop Groene Stroom aan de mens gebracht wordt. De keuze daarvoor is namelijk minder simpel dan het lijkt.

Frans van der Steen

 

THE ANSWER IS BLOWIN' IN THE WIND...

Nu Den Haag eindelijk bestuurlijk verantwoordelijk is geworden voor een lang stuk A4, is dit dé gelegenheid om haar ambities op het gebied van duurzame energie waar te gaan maken. Het hoofdwegennetwerk is niet alleen zeer geschikt om files op te laten ontstaan, je kunt het ook benutten voor het opwekken van duurzame energie. Het benutten van de warmteopslagcapaciteit van asfalt is een bewezen techniek; het hoeft alleen nog maar aangelegd te worden. Natuurlijk duurt dat eventjes, maar met de ambitie van Den Haag om een CO2-neutrale stad te willen zijn, zal deze kans niet lang onbenut mogen blijven. Een andere optie is om kilometerslange geluidswallen, die nodig zijn om het omringende gebied nog enigszins leefbaar te houden, te voorzien van fotovoltaïsche of zonnecellen. Heel nuttig, want dan wordt die oppervlakte tenminste voor opwekking van duurzame energie gebruikt. Een dure optie echter en het levert nog steeds relatief weinig energie op per vierkante meter. Maar niet getreurd, er is nog een betere oplossing. Nederland is er wereldberoemd om, de kennis is al eeuwenlang in huis. Windenergie. Eureka. In tegenstelling tot de genoemde opties hoeft het ook helemaal niet zo lang te duren. De moderne turbines zijn met een beetje goede wil zo te plaatsen, ze zijn helemaal niet duur en nemen weinig ruimte in beslag. Een betere optie is er niet; het geeft tenslotte het hoogste rendement van alle duurzame energietechnieken. De projectontwikkelaars verdringen zich om de turbines te mogen plaatsen. Er valt van de wind goed te leven. En de gemeente Den Haag heeft het tij mee. Minister Pronk dringt in zijn 5e nota Ruimtelijke Ordening aan op het gebruiken van hoofdwegen als infrastructurele basis voor windturbineparken in lijnopstelling. Langs de A4 was al eerder een aantal locaties onderzocht op bruikbaarheid voor windenergieproductie, maar de gemeenten Leidschendam en Rijswijk lieten de zoeklocaties voor wat ze waren; winderige tochtgaten in een dichtslibbende stedelijke omgeving. Dit gaat nu veranderen.

De Haagse gemeenteraad heeft nog niet zo lang geleden een motie aangenomen, waarin werd aangedrongen op het nader onderzoeken van de 'nieuwe gebieden' op kansen voor windenergie. Eerder zou een dergelijk voorstel met afgrijzen zijn weggehoond. Windmolens in die mooie stad achter de duinen, daar komt niets van in. Not in my backyard. Zeker als het gaat om die grote masten van 85 meter hoog. Maar nu er één staat bij Zoetermeer, langs de A12, is men toch wel een beetje jaloers. Siemens heeft mooi wel de grootste blikvanger in de regio op z'n terrein staan. Dat is een hightech uitstraling ten top. En dat realiseert men zich terdege in het Haagse gemeentehuis. En wil je CO2-neutraal zijn, dan moet de duurzaamheid wel ergens vandaan komen. Den Haag heeft een team van ambtenaren de opdracht gegeven hier een dijk van een plan voor op tafel te leggen. Eneco is als energiebedrijf op het juiste moment aangeschoven, door samen met Den Haag en OM-Den Haag een convenant af te sluiten, waarin het ontwikkelen van duurzame energie het doel is. Het voorwerk is al voor een groot deel gedaan door de 'oude' gemeenten, al dan niet in samenwerking met een van de windmolenverenigingen in de regio. Of die nu hun pionierswerk nog kunnen verzilveren, nu er opeens nieuwe partijen mooi weer spelen met de locaties, is nog niet duidelijk. Maar hoe het ook zij, het zal niet lang meer duren dat de wind ongehinderd het Haaglandse landschap kan teisteren. De A4-zone leent zich in ieder geval uitstekend voor de opstelling van een aantal grote turbines. Oudere studies wezen uit dat in dit gebied zeker 20 MW kan worden gemaakt. Gewoon uit wind. Fantastisch toch? En hoewel de turbines van een ranke schoonheid zijn, er zijn altijd wel mensen die ze niet mooi vinden. Maar dat ze de natuurhistorische waarden van de A4-zone zouden aantasten, daar zal toch echt niet iemand mee aan durven komen.

Het stadsgewest Haaglanden en de provincie Zuid-Holland hebben, door ervaring wijs geworden, het zekere voor het onzekere genomen en besloten alle potentiële windenergielocaties aan een vogelhinderonderzoek te onderwerpen. Want vogels mogen niet het kind van de rekening worden van een ondoordacht plaatsingsbeleid. Het is echter een hardnekkig misverstand, maar het is bekend dat het wegverkeer voor het overgrote deel de onnatuurlijke dood van vogels veroorzaakt in Nederland. Niet de windturbines. Als je ze tenminste niet op de verkeerde plaatsen neerzet. Want Den Haag heeft nog een weeffoutje weg te poetsen. De windturbine aan het Scheveningse Zuiderstrand, eigendom van het energiebedrijf Eneco, heeft zijn werk voor Den Haag nu wel gedaan. Het wordt nu tijd voor het serieuze werk. Nog even en Den Haag blaast zijn partijtje duurzaam mee. The answer is blowin' in the wind.

Frits Raaphorst, Projectleider windenergie Haaglanden

 

HOE SCHEVENINGEN IN HET BEZIT KWAM - EN BLEEF - VAN EEN WINDMOLEN

Een verhaal over duurzame energie in Den Haag was het verzoek van de redactie van Branding. Dit artikel is dat nog niet. Waarom niet?

In hoofdzaak omdat duurzame energie in Den Haag, maar ook in Nederland nog weinig voorstelt. Eind 2000 kwam niet meer dan 1,4% van het totale energiegebruik in Nederland uit duurzame bronnen en daarvan komt nog het overgrote deel uit afval en biomassa. Alle windturbines in Nederland dragen daar nog niet meer dan circa 0,4 % aan bij. En toch is duurzame energie van groot belang en zal het aandeel duurzaam fors moeten groeien. Het Nederlandse energiebeleid richt zich nu op 10 % in 2020, met een tussenstap van 5% in 2010.

Het belang van duurzame energie ligt dus in de toekomst. Om beter zicht op die toekomst te krijgen, is het verleden een bron om van te leren. Eind vorig jaar verscheen het boek "Een kwestie van lange adem, de geschiedenis van de duurzame energie in Nederland" (uitgeverij Aeneas). Den Haag speelt in dat boek geen rol. Toch kent Den Haag ook zijn eigen leerzame geschiedenis, met name het verhaal van de windmolen in Scheveningen. Dit verhaal gaat over politiek en de veranderingen bij het energiebedrijf. Dat is van belang om te begrijpen in wat voor context duurzame energie zich verder moet ontwikkelen.

Begin jaren negentig liep de zoveelste poging van de Haagse Windmolenvereniging en anderen om in Den Haag een windmolen van de grond te krijgen op niets uit. Toch had windenergie in Den Haag, op papier, over steun niet te klagen. De gemeenteraad had vanaf begin jaren tachtig al verschillende moties aangenomen waarin steun en een hogere terugleververgoeding was vastgelegd. De lokale PvdA had de vereniging zelfs de Jan Tomey milieuprijs toegekend. Desondanks ging het in 1992, door problemen rond de Blansjaar-locatie in het havengebied, toch weer mis.

En van de voorvechters voor windmolens in Den Haag stapte toen naar de Haagse wethouder van energie met de boodschap dat als de gemeente niet zelf actie onderneemt, het nooit wat wordt met windenergie. De wethouder ging vervolgens praten met de directeur van het verzelfstandigde Haagse GEB en zij maakten een afspraak. De gemeente zou voor een geschikte locatie zorgen, het GEB zou gaan investeren en het onrendabele deel van de investeringen kon uit het MAP gedekt worden.

De gemeente vond een geschikte locatie bij het zuidelijk havenhoofd van de Scheveningse Haven. Het GEB werd enthousiast en er kwam een investeringsvoorstel dat door de Raad van Commissarissen, met de wethouder energie als voorzitter, werd aangenomen. De procedure met zijn vele hobbels kon beginnen. De vragen van het wijkcomit‚, Duindorp en de omliggende bedrijven, de vrees van de dienst Haven- en Marktwezen voor storing op de radar, en bezwaren van Scheveningen Radio vanwege de vermeende storing van de turbine op het berichtenverkeer. Deze werden allemaal beantwoord en weerlegd. Vervolgens kon het voorstel, een grote molen van 60 meter met twee wieken, naar de Welstandscommissie.
Tot verrassing van het GEB kwam die alleen met de dankbaar overgenomen suggestie om de paal van de turbine niet in wit maar in grijs uit te voeren.

Toen werd het 1994, en trad er een nieuwe wethouder energie aan met wie de directeur van het GEB kwam kennismaken. Aan het eind van het gesprek, bij de deur, zei de wethouder: "Oh ja, nog ,,n ding, die lelijke windmolen bij Scheveningen, is daar nog wat aan te doen?"
"Ach," zei de directeur, "het is en blijft een politieke molen, ik zal eens kijken".
Het antwoord kwam per omgaande. Annuleren van de bestelling, een Windmaster van 750 kW, kon nog wel, maar dat zou de gemeente een fors bedrag gaan kosten.

En zo geschiedde het dat op een mooie zonnige dag in 1995, de wethouder van milieu de windturbine van inmiddels Eneco (het nieuwe fusiebedrijf van GEB Den Haag, Rotterdam en Dordrecht) feestelijk in bedrijf stelde. Volgens de voorzitter van de Haagse windmolenvereniging was dit het begin van een glorieuze windtoekomst. Een tweede molen, een kleine Lagerweij, aan de Oorberlaan kwam nu ook in zicht en is er later ook gekomen.

Bijna iedereen toch nog blij?
Nou niet helemaal. Op de receptie na afloop deelde een Eneco directeur (voorheen GEB Rotterdam) mij mee: "Die molen had er nooit moeten komen."
Wat kregen we nou? Rotterdam met zijn enorme havengebied waar al veel Eneco-molens draaiden en waar ruimte genoeg was voor nog veel meer turbines zag blijkbaar niets meer in windenergie. En volgens de Haagse gemeenteraad was schaalvergroting ‚‚n van de voordelen van de fusie. Die maakte het immers mogelijk om de plaatsing van windmolens in een veel ruimer gebied te beoordelen. En was dan het Rotterdamse havengebied niet veel geschikter voor de plaatsing van windmolens en het halen van de duurzame MAP-doelstellingen dan het dichtbebouwde Den Haag?

Terug naar de molen in Scheveningen.
Een mooie molen vonden velen, en een symbool voor een duurzame toekomst.
Helaas. In februari 1999 sloeg de bliksem in en enige weken later, na het verlies van een rotorblad, hield de molen op met draaien. Voor het leven van de molen moest gevreesd worden. De fabrikant was inmiddels failliet en tweewiekers werden nauwelijks meer gemaakt.
Ook de stemming bij het buurtcomit‚, was inmiddels omgeslagen en de raadscommissie toonde zich bezorgd over de veiligheid. Een onafhankelijk onderzoek bevestigde echter dat op deze locatie een turbine geen enkel risico voor de omwonenden oplevert.

Voor de Haagse wethouder van energie en tevens commissaris bij Eneco was er nog een andere reden om de windmolen bij Eneco aan te kaarten: "Die molen is een onsierlijk element dat soms ook badgasten afschrikt."

Eneco moest ook nog nadenken over een andere brief van de wethouder over verdere samenwerking tussen Eneco en grootaandeelhouder Den Haag.
KEMA had daarvoor een mooi rapport geschreven, met als meest aansprekende suggestie om ver voor de kust van Den Haag een groot windpark op zee te bouwen. De Scheveningse molen kon dan een toeristische attractie worden met klimmuur en uitkijkplatform en vanuit de haven konden de toeristen een boottochtje naar het windpark op zee maken. Wat vond Eneco daarvan?

Het antwoord liet, door een nieuwe fusie van het energiebedrijf, even op zich wachten.
Eneco meldde de gemeente dat de Scheveningse molen weer zo snel mogelijk moest gaan draaien, stilstand kostte het bedrijf geld en had een negatieve uitstraling. Wel toonde Eneco zich bereid 'omstreeks 2004' de locatie op te geven, als de gemeente een alternatieve locatie beschikbaar kon stellen. En zo ging vlak voor de grote Klimaatconferentie in Den Haag, de windmolen toch weer draaien.

Want de windmolen is geen politieke molen meer. Windenergie is in ons land, dankzij een royale vrijstelling van de energiebelasting, een rendabel product geworden. En de molen in Scheveningen is nodig om de waarde van Eneco in de vrije markt voor groene stroom overeind te houden. Dat is in het belang van de onderneming en haar aandeelhouders en daar dient een commissaris naar te handelen, of windmolens nu badgasten afschrikken of niet.

Louis Kanneworff
Lid van de Denktank Duurzaam Den Haag, zelfstandig energieadviseur en verbonden aan de Haagse Hogeschool.

 

REACTIE VAN WETHOUDER VERKERK

In Branding nr. 3 van november/december 2001 (artikel helaas niet beschikbaar, red.) staat de redactie uitvoerig stil bij het gemeentelijke concept-milieubeleidsplan en de CO2-reductie.
Als wethouder van de gemeente Den Haag ben ik ondermeer verantwoordelijk voor de portefeuille Economie en ook voor het gemeentelijk energiebeleid. Vanuit dit laatste beleidsterrein ben ik nauw betrokken bij het energiebesparingsbeleid en zeer geïnteresseerd in de opvattingen over dit beleid. Ik maak dan ook graag gebruik van de geboden gelegenheid te reageren op Branding.

In het artikel bepleit de redactie voor de opstelling van een gemeentelijk energiebeleidsplan. Ik ben het geheel en al eens met dit voorstel.
Het college van Burgemeester en Wethouders heeft daartoe ook al besloten.
Dat plan is dan ook in de maak en komt dit jaar in bestuurlijke behandeling. Dit plan volgt op het milieubeleidsplan dat het college in november 2001 heeft vastgesteld. Het is dus niet zo, dat de gemeente zou hebben gedacht dat een milieubeleidsplan voldoende soelaas zou geven voor energiebesparing. Het milieubeleidsplan bevat al wel een hoofdstuk over het te voeren gemeentelijk klimaatbeleid.
Het te ontwerpen nieuwe energiebeleidsplan zal hier verder op ingaan en zal mede worden gebaseerd op de (klimaat)overeenkomst die de ministeries van VROM en EZ omstreeks maart gaan sluiten met VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) en provincies. Die overeenkomst omvat ook geldelijke steunmogelijkheden voor onze gemeente. De gemeente zal daar uiteraard op inhaken..

Naast dit energiebeleidsplan gaat de gemeente over enkele weken met Eneco een samenwerkingsovereenkomst aan voor meerdere jaren. Het doel van die overeenkomst is om samen projecten op te zetten die gericht zijn op het verder doorvoeren van duurzame energie en reguliere energiebesparing. Die aanpak zal leiden tot een substantiële CO2-reductie.
De Ontwikkelingsmaatschappij Den Haag, kortweg de 'Om Den Haag', zal daarbij een belangrijke rol gaan vervullen. Huishoudens en overheidsinstellingen zullen opnieuw merken dat het de gemeente op dit gebied ernst is. Eneco wendt daarbij middelen aan die nog uit de MAP-periode (MilieuActiePlan) stammen. Inmiddels is op werkniveau de samenwerking al aan de gang.
Naast deze binnenkort af te sluiten overeenkomst met Eneco heeft de gemeente nu al concrete afspraken lopen over de afzet van zonneboilers en zonnestroom met Eneco en de gemeente Rotterdam. In internationaal verband (The Hague Solar City) toetst de gemeente haar 'zon-beleid' aan de nieuwste inzichten die bij andere steden, wereldwijd, rijpen.

Tegen deze achtergrond moet echter beseft worden, dat duurzaamheid een kwestie van lange adem is. De gemeente kan niet direct met een druk op de knop het (energie)gedrag van onze 460.000 inwoners wijzigen. Daarvoor moet gedragsverandering worden gestimuleerd.
De gemeente is bijvoorbeeld ook niet bij machte om markt/prijsontwikkelingen op de energiemarkt te forceren. Dat zien we bijvoorbeeld bij het idee om het stadsverwarmingsnet uit te breiden. Uitbreiding van dit net is een zaak van NV E-ON en van NV ENECO Energie. De beperkte rentabiliteitsmogelijkheden van dit net gevoegd bij het gegeven dat de marktomstandigheden voor deze bedrijven - zij opereren in een vrije energiemarkt - nu anders zijn dan voorheen, impliceren dat deze bedrijven meer dan ooit ook op hun winstpositie moeten letten.


De gemeente zit - zie ook boven - echter niet stil.
Vele punten die genoemde redactie aanstipt worden nu al aangepakt. Ik noem als enkel voorbeeld de Haagse Groene Energietrein waarbij in samenwerking met onder meer woningcorporaties, het E-team en de Universiteit van Leiden gewerkt wordt aan gedragsverandering. Bedoelde verandering behoeft niet ten koste te gaan van het comfort en kan daarbij ook de portemonnaie ten goede komen.
Ook stimuleert de gemeente samen met de NV Woningbeheer per wijk de zogenaamde EPA's (energieprestatieadviezen) in de huishoudens. Daarmede is al vooruitgelopen op de publiciteitscampagne die VROM en EZ op dit moment voeren.
De gemeente blijft daarbij nauwlettend oog houden op collectieve mogelijkheden van levering van warmte voor ruimteverwarming alsmede voor warmwatervoorziening. Gaslevering blijft dan achterwege. Bedoelde systemen geven een aanzienlijke energiebesparing en beperking van CO2-emissies, zelfs in orde van enkele tientallen procenten, vergeleken met het traditionele gas.
Deze ambitieuze aanpak wordt nu gerealiseerd in de nieuwe Spoorwijk (samen met REMU) en in delen van het Wateringse Veld (samen met Eneco).

Ik meen, gezien het bovenstaande, dat de gemeente nu al veel doet en voor de nabije toekomst een aantal veelbelovende initiatieven op de rol heeft staan.

Bas Verkerk
Wethouder Economie en Personeel van de gemeente Den Haag


 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.