Branding - Archief  

 

ALGEMEEN MILIEUBELEID

 

 

Duurzaam Groningen (Branding nr.11 september/oktober 2003) ...meer

Het kan nog veel beter
Haags duurzaamheidsbeleid onder externe loep (Branding nr.10 juni/juli 2003) ...meer

Milieuveiligheid vanuit Den Haag gemonitord
Het Institute for Environmental Security opent zijn deuren (Branding nr.10 juni/juli 2003) ...meer

Op de fiets en in de Groene Mal in Tilburg (Branding nr.10 juni/juli 2003) ...meer

Gemeente stelt Stuurgroep Duurzaamheid in (Branding nr. 9 april/mei 2003) ...meer

Duurzaamheid en het debat over waarden en normen (Branding nr. 7 oktober/november 2002) ...meer

Drie fractievoorzitters laten hun licht schijnen over de duurzaamheid van de ontwerpbegroting en de rol van particuliere organisaties op het gebied van duurzaamheid (Branding nr. 7 oktober/november 2002) ...meer

Ontwerpbegroting: vrijwel geen cent voor milieu (Branding nr. 7 oktober/november 2002) ...meer

Portret van twee organisaties (Branding nr. 7 oktober/november 2002) ...meer

De nieuwe wethouder Duurzaamheid en zijn ambities.
Ries Smits wilde per se de naam Duurzaamheid in zijn portefeuille (Branding nr. 6 september/oktober 2002) ...meer

Haags Horecavignet voor het laatst uitgereikt (Branding nr. 6 september/oktober 2002) ...meer

Dualisme of duellisme (Branding nr. 6 september/oktober 2002) ...meer

VERKIEZINGEN: HET GROENE DEBAT EN DE UITSLAG (Branding nr. 5 mei/juni/juli 2002) ...meer

VUILRAAP - INITIATIEF (Branding nr. 5 mei/juni/juli 2002) ...meer

DIGITAAL VERKIEZINGSDEBAT DE GROENE GRAADMETER (Branding nr. 4 februari/maart 2002) ...meer

Het concept-Milieubeleidsplan en de CO2-reductie (Branding nr. 3 november/december 2001) ...meer

 

 

TERUG NAAR RECENTERE ARTIKELEN

 

 

 

 

 

Duurzaam Groningen

In het kader van onze speurtocht naar duurzaamheid bij de buren vereren we deze keer de stad Groningen met een bezoek. Groningen timmert op het gebied van duurzaamheid en milieuvriendelijk vervoer stevig aan de weg met de eretitel Fietsstad 2002, het keurmerk duurzame distributie en een succesvolle energiecampagne. In deze Branding gaat er daarom niets boven Groningen.

In Groningen ben je een dief van je eigen portemonnee als je binnen de stad niet met de fiets gaat, aldus het juryrapport van de Fiet-sersbond, op basis waarvan Groningen de eretitel Fietsstad 2002 in de wacht sleepte. "De fiets is in Groningen 30% sneller dan de auto. Daarnaast heeft Groningen een uitgebreid net van geasfalteerde fietspaden en 24 bewaakte fietsenstallingen verspreid over de hele stad. Voor 15 euro per jaar kun je al in deze stallingen terecht."
Verkeerswethouder Koen Schuiling noemt de prijs een gevolg van 25 jaar consequent beleid om het fietsgebruik te bevorderen en autogebruik op de korte afstand te ontmoedigen. De gemeente Groningen investeert in de huidige collegeperiode zes miljoen voor fietsvoorzieningen. Maar voor Enne Feenstra van de plaatselijke afdeling van de Fietsersbond zegt de eretitel voor zijn stad meer over de situatie in de andere steden: "Het aantal stallingplaatsen bijvoorbeeld is volstrekt ontoereikend. Er zijn hier wel redelijk veel vrijliggende fietspaden, maar er is nog veel te verbeteren, vooral op het gebied van comfort. Je moet nog te vaak en te lang wachten voor stoplichten. Of je ondervindt hinder van geparkeerde auto's. In een fietsstad moet je vijf kilometer vlot, veilig en comfortabel kunnen overbruggen op de fiets."

Duurzame distributie
Als eerste Nederlandse stad werd Groningen vorig jaar onderscheiden met het keurmerk 'duurzame distributie' door het Platform Stedelijke Distributie. Want Groningen realiseert op een vernieuwende en praktische manier oplossingen voor duurzaam goederenvervoer in haar stad. Sinds 1996 voert de gemeente intensief overleg met alle betrokken partijen in de logistieke keten om de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de stad te verbeteren. Een van de maatregelen is het openstellen van de busbanen voor alle vrachtvervoer tijdens de venstertijden (de tijden dat de winkels bevoorraad mogen worden). De Groninger binnenstad is verdeeld in vier sectoren, die het doorgaande verkeer uit de binnenstad weren. Door busbanen tijdens de venstertijden voor vrachtverkeer open te stellen, kan het bevoorradingsverkeer sectorgrenzen overschrijden. Daarnaast is er de mogelijkheid voor vervoerders om erkend stadsdistributiecentrum te worden. Deze centra mogen ook buiten de venstertijden met vrachtauto's tot en met 7,5 ton de stad bevoorraden en van de busbanen gebruikmaken. Ook zijn er breng- en afhaaldepots voor binnenstadondernemers en hun klanten geïntroduceerd.
In het najaar van 2002 zijn de effecten van de maatregelen gemeten. Uit de meting blijkt onder andere dat de efficiency is toegenomen: het aantal voertuigkilometers en -ritten is gedaald, evenals de verblijftijd van de vrachtauto's in de stad. Wel ondervinden de bewoners nog evenveel geluidshinder en stankoverlast van rijdende vrachtauto's. Het Groningse Raadslid Harrie Miedema (GroenLinks): "De distributie kan nog beter. Er komen nog teveel grote vrachtauto's in de stad en de overslagcentra zijn er, maar er wordt nog te weinig gebruik van gemaakt."

Unplugged
Vorig jaar vond ook de energiecampagne 'Groningen Unplugged' plaats, die zich richtte op bedrijven, de gemeente zelf, consumenten en wonen. De campagne legde de basis voor een gemeentelijk energie- en klimaatbeleid. Daarnaast zijn er concrete projecten uitgevoerd zoals een symposium voor bedrijven, projecten rondom EPA's (Energie Prestatie Advies) voor woningen, de inkoop van (groene) stroom binnen de gemeente, een zonnepanelenactie en een energiebesparingswedstrijd. "De campagne heeft veel besparing opgeleverd en veel Groningers hebben met extra subsidie zonnepanelen aangeschaft", aldus Miedema. "Binnenkort komt de gemeente met een klimaatplan om aan de CO2-doelstellingen te voldoen, onder andere met grote windturbines. Groningen doet het redelijk goed op milieugebied", besluit hij. Of, zoals Groningers zeggen: het kon minder.

Lieneke Venhuis

 

 

 

 

Het kan nog veel beter
Haags duurzaamheidsbeleid onder externe loep

Vroeger was de maatschappij lekker simpel: het bestuur bestuurde, zonder al teveel externe inmenging, en bedrijven beconcurreerden elkaar op leven en dood - of deden tenminste alsof. Maar ook de publieke sector is steeds meer de tucht van de markt gaan voelen. Overheidstaken werden geprivatiseerd of de ambtelijke uitvoerders moesten ze veel efficiënter gaan verrichten. Om hun prestaties te meten raakten verschillende instrumenten in zwang, zoals benchmarking en peer reviews. Benchmarking wil ongeveer zeggen: Jantje doet het beter dan Pietje, dus als Pietje niet snel maatregelen neemt, dan heeft hij een probleem. Met een peer review wordt bedoeld dat collegabestuurders tips geven hoe je het beter kunt doen. In oktober vorig jaar werd Den Haag onderworpen aan zo'n peer review, waarvan op 20 mei jl. de resultaten werden bekendgemaakt.

Een gemêleerd gezelschap uit vijf van de negen Euro-pese steden (Wenen, Venetië, Birmingham, Leipzig, Nottingham, Den Haag, Newcastle, Malmö en Tampere) die zijn aangesloten bij de Peer Review for European Sustainable Urban Development, (PreSud), onderzocht collegiaal maar ook kritisch hoe Den Haag scoorde op dertien thema's. Deze varieerden van de democratische betrokkenheid van de samenleving via zaken als milieu- en economische integratie tot vraagstukken als luchtkwaliteit, water, afval, energie en regionale samenwerking. Het Haagse gemeentebestuur mocht zelf aangeven hoe het presteerde op deze gebieden, maar ook vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, van bewonersorganisaties en van de natuur- en milieubeweging werden uitgenodigd te zeggen wat ze ervan vonden.

Dit scala aan feiten en meningen werd door de reviewers verwerkt en als we hun conclusies met betrekking tot het Haagse duurzaamheidsbeleid heel kort samenvatten, dan moet dit als volgt luiden: het is allemaal best aardig, maar het kan nog véél beter.
Voorop staat dat de benoeming van een aparte wethouder Duurzaamheid (in de persoon van Ries Smits) door de geïnterviewden en de reviewers met instemming is begroet. Deze benoeming wijst erop dat de ge-meente duurzaamheid serieuzer neemt dan voorheen het geval was. En ook de instelling van een Stuurgroep Duurzaamheid (waarover wij in de vorige Branding berichtten) is, zo constateren de reviewers, een goede zaak. Dit kan er namelijk voor zorgen dat duurzaamheid breed gedragen gaat worden. Zoals het nu is lijken de verschillende gemeentelijke afdelingen weinig over duurzaamheid te communiceren. Dit wreekt zich vooral bij de planning van issues die van invloed zijn op de luchtkwaliteit en het geluid. Consultatie vindt nogal eens plaats nadat het punt waarop nog correcties mogelijk waren, al gepasseerd is.

De buitenlandse bezoekers hechten er ook bijzonder veel waarde aan dat het duurzaamheidsbeleid nauw wordt verweven met het sociaal-economische beleid. Het evenwicht tussen deze beleidsterreinen zou ook duidelijker moeten worden aangegeven, om beleidsontwikkeling van meet af aan een duurzamer karakter te geven. Een aar-dige suggestie is om beleidsambtenaren vaker 'de straat op' te sturen, zodat ze kunnen zien hoe hun beleid in de praktijk uitpakt. Dit bevordert de communicatie en het wederzijds begrip tussen beleidsambtenaren en burgers.

CO2-neutrale stad
Dat Den Haag het goed bedoelt, blijkt duidelijk uit plannen als het Milieubeleidsplan, het Waterplan, het Verkeersplan en het Beleidsplan Groene Ruimte. Maar als Den Haag werkelijk in 2006 een CO2-neutrale stad wil zijn en wil voldoen aan Europese richtlijnen is méér nodig. Dan zouden in het uitvoeringsplan van het Milieubeleidsplan duidelijke doelstellingen moeten worden opgenomen, evenals een ondubbelzinnige aanwijzing van verantwoordelijkheden voor het behalen daarvan. Zonodig zouden ambtenaren zelfs een 'duurzaamheidstraining' moeten kunnen krijgen.
De belangrijkste bron van luchtvervuiling en een belangrijke bron van geluidshinder in Den Haag is het verkeer. Op diverse plekken worden grenswaarden zelfs overschreden. De reviewers misten echter in het Verkeersplan doelstellingen voor het beïnvloeden van de modal split: het omslagpunt waar mensen uit de auto stappen en in het openbaar vervoer of op de fiets. Ook meetbare doelstellingen voor het ontmoedigen van het autogebruik in de stad worden node gemist. De gemeente lijkt niet goed te weten wat ze moet en kan doen om de luchtkwaliteit op korte termijn te verbeteren - iets dat Europese wetgeving haar wel opdraagt te doen. Ze zou hiervoor te rade moeten gaan bij wetenschappers en bij andere gemeenten.
Het Waterplan dwingt bij de onderzoekers bewondering af vanwege de integrale visie die eraan ten grondslag ligt, de actieve betrokkenheid van de burgerij en het ambitieniveau. Niettemin zou de gemeente in de volgende fase van het plan uitdagender doelstellingen kunnen opnemen, vooral waar het gaat om de zuurstofniveaus van het water. Die moeten meer in overeenstemming worden gebracht met de inhoud van Europese richtlijnen.
In het algemeen valt het de reviewers op dat alle beleidsplannen een systeem voor het evalueren van de gestelde doelen missen.

Hierboven noemden we al even de betrokkenheid van de burger. De reviewers prijzen de gemeentelijke inspanningen om de Hagenaar bij het planningsproces te betrekken. Zo worden er bijeenkomsten georganiseerd voor bewoners en gebruikers (van bijvoorbeeld parken) en maakt de gemeente intensief gebruik van internet om respons uit te lokken. Ook hier is echter weer sprake van een maar: nogal wat organisaties vinden dat ze pas in een te laat stadium bij de besluitvorming betrokken worden en dat het niet altijd duidelijk is wat er met hun inbreng gebeurt. De reviewers bepleiten dat de gemeente de lijn van het BORO-project - een voorbeeld van goede samenwerking tussen de gemeente en het wijkcomité in Rustenburg-Oostbroek - voortzet en breed toepast.

Concessies
Uiteraard zijn niet alleen de contacten met bewoners/gebruikers van belang. Ook ondernemers moeten betrokken worden bij het duurzaamheidsbeleid, en de gemeente doet dit dan ook voortvarend. Vooral de ontwikkelingsmaatschappij Om Den Haag vervult hierbij een belangrijke rol. Maar ook hier willen de reviewers net weer een tandje verder: waarom heeft Den Haag geen gecentraliseerd systeem waarin alle informatie ter ondersteuning van duurzaam ondernemerschap is samengevoegd? Waarom begint de stad geen bewustwordingscentrum voor duurzaam ondernemerschap?
Het rapport gaat ook in op de verschillende invloeden die uiteenlopende economische activiteiten op het milieu kunnen hebben. Dat Den Haag die verschillen in kaart brengt en er rekening mee wil houden, mag er echter niet toe leiden dat dit de sterke ambitie verzwakt om in de hele stad het milieu, de gezondheid en de veiligheid te verbeteren.

In een reactie gaf duurzaamheidswethouder Smits aan wat teleurgesteld te zijn. Hij had verwacht dat zijn stad beter uit de bus zou komen. Den Haag blijkt uitstekend te zijn in het maken van plannen, maar de uitvoering stagneert nogal eens. Smits gaf aan de uikomsten van het rapport zeer serieus te nemen en vertelde dat bijna de helft van de 52 aanbevelingen zal worden uitgevoerd. Een aantal was volgens de wethouder al achterhaald toen ze gedaan werden. Meer hierover kunt u lezen op onze website, www.haagsmilieucentrum.nl, onder Laatste nieuws.

Bob Molenaar

 

 

 

 

Milieuveiligheid vanuit Den Haag gemonitord
Het Institute for Environmental Security opent zijn deuren

Het Joegoslaviëtribunaal, het Internationaal Gerechtshof, het Permanente Hof van Arbitrage, Eurojust, de OPCW; binnen een paar jaar ook het Internationaal Strafhof…. Den Haag mag zich beroemen op de aanwezigheid van een fors aantal internationale juridische organisaties.
Binnenkort wordt het Institute for Environmental Security aan die palmares toegevoegd. Dat betekent dat voortaan ook de naleving van regels op het gebied van het internationale milieurecht vanuit de hofstad bewaakt kan gaan worden. En niet vanaf de minste locatie: de organisatie betrekt een fraai pand aan de Anna Paulownastraat, pal tegenover het Vredespaleis.

De reden voor oprichting van het instituut (met de website www.envirosecurity.org) is dat de voortgaande afbraak van het wereldwijde milieu door klimaatverstoring, waterschaarste, erosie van vruchtbare grond en verlies van voor de mens belangrijke planten- en diersoorten kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting en gewelddadige conflicten. Een notie die indertijd gedeeld werd door bijvoorbeeld de regering van president Clinton, die jaarlijks anderhalf procent van de defensiebegroting reserveerde voor programma's op het gebied van milieuveiligheid. De huidige regering van de VS heeft echter andere prioriteiten.…

Horizon 21
Het Institute for Environmental Security wil eraan bijdragen dergelijke conflicten te voorkomen. Dit gaat ze doen door beleidsmakers duidelijk te maken dat de functies van het milieu die van levensbelang zijn voor mens en natuur moeten worden behouden en, waar nodig en mogelijk, hersteld. Het werkprogramma van het instituut, genaamd Horizon 21, spitst zich toe op vier terreinen: diplomatiek, juridisch, financieel en educatief. Essentieel is dat situaties met ecologische veiligheidsrisico's in kaart worden gebracht en voor beleidsmakers toegankelijk worden gemaakt. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de techniek van remote sensing.
Secretaris/penningmeester Ron Kingham legt uit dat Nederlandse wetenschappers - met name aan de Universiteit van Wageningen - op dit gebied toonaangevend zijn. Ze hebben software ontwikkeld waarmee satellietbeelden en beelden van vliegtuigradars kunnen worden gebruikt om milieuproblemen in kaart te brengen (zoals momenteel gebeurt in Indonesië, in samenwerking met de Indonesische regering). Voor zover dergelijke informatie op dit moment al beschikbaar is, is dat meestal op een statische manier. Er kunnen geen veranderingen mee worden weergegeven. Het Institute for Environmental Security streeft er echter naar dat deze gegevens via een portalsite op internet zowel voor regeringen als voor wetenschappers 'near realtime' beschikbaar zijn. Vervolgens kan bekeken worden hoe deze milieuproblemen aangepakt kunnen worden, hetzij politiek, hetzij juridisch, hetzij langs sociaal-economische weg of, nog beter, op een wijze die deze benaderingen integreert.

Plannen
Het instituut heeft nog andere plannen: bijvoorbeeld om in Den Haag een internationaal programma op te zetten om de kennis van rechters op de terreinen van milieurecht en
-management te vergroten. Ook wil het starten met eco insurance: een financieel mechanisme om milieurisico's af te dekken.
Het plan is om al deze zaken aan de orde te stellen op een internationale conferentie in Den Haag - gedacht wordt aan begin 2004 - met de topmensen op deze gebieden en op interactieve wijze, d.w.z. in contact met vertegenwoordigers van ecologische veiligheids-situaties ter plekke.

Het Institute for Environmental Security wordt financieel gesteund door onder meer het ministerie van VROM. Buitenlandse Zaken heeft de Kamer al laten weten in principe bereid te zijn het instituut te ondersteunen en de Gemeente Den Haag, die het graag ziet komen, is op allerlei wijzen uitermate behulpzaam. Het Haags Milieucentrum voegt daaraan bij deze zijn morele steun toe.

Bob Molenaar

 

 

 

 

 

 

Op de fiets en in de Groene Mal in Tilburg

In het kader van onze speurtocht naar duurzaamheid bij de buren nemen we deze keer een kijkje in Tilburg: een van de eerste steden die voor fietsers een 'rode loper' uitrolden. Het is ook de stad van Johan Stekelenburg, van Ivo de Wijs, van de grootste kermis van Nederland, van een van de meest milieuvriendelijke publieksfestivals en van een heel succesvol milieucafé. Tilburg profileert zich graag als moderne industriestad en tegenwoordig ook als gemeente waarbij de natuur het sturend element is voor stedelijke ontwikkeling. Want Tilburg heeft een Groene Mal.

Tilburg gaf halverwege de jaren zeventig voorrang aan de fiets. Met veel bombarie werd er een vrijliggend fietspad dwars door de stad aangelegd. Tilburg was daarmee, evenals Den Haag, een trendsetter. "Het was een experiment en heel mooi voor die tijd, zonder obstakels als drempels en lastige kruisingen", aldus Theo Smeele van de Fietsersbond Midden-Brabant en zelf Tilburger. "Maar de laatste jaren is er weinig vernieuwing. Er is niet veel enthousiasme vanuit de gemeente voor het fietsbeleid. Het huidige fietsplan is van '90-'91 en zou in 2000 vervangen worden, maar dat is nog steeds niet gebeurd. Het onderhoud van de fietspaden in de binnenstad is ronduit slecht. De fiets heeft in deze tijd geen voorrang. Wij merken dat veel bewoners geen vrijliggend fietspad meer voor de deur willen hebben, ze vinden het gevaarlijk en ze hebben liever een parkeerplek direct voor hun huis. Een deel van het fietspad van het eerste uur ligt onder vuur. Het Pieter Vreedeplein, in het centrum, gaat op de schop. Er komen woningen en winkels, bomen verdwijnen en de fietsers moeten opschuiven. Het positieve van Tilburg is wel dat we een Fietsforum hebben, waarin verschillende partijen, ook wij, participeren. Daarmee proberen we een vuist te maken voor het fietsbeleid in de gemeente."

Tekortkomingen
Ook de fractie GroenLinks van de Til-burgse gemeenteraad is verre van tevreden over het fietsbeleid en het ontbreken van een actueel plan. Fractievoorzitter Anja van de Westelaken: "Wij zijn vorig jaar met een werkgroep door Tilburg gefietst en hebben alle tekortkomingen geïnventariseerd. Het onderhoud, de veiligheid en het comfort laat te wensen over. Wij willen dat er een substantieel deel van het budget naar het fietsbeleid gaat. Groen Links knokt voor goede fietsvoorzieningen. Helaas is het in de raad moeilijk om daar een meerderheid voor te krijgen. Maar dat is in andere steden hetzelfde."

"Op milieugebied scoort Tilburg niet beter of slechter dan vergelijkbare steden als je puur op de cijfers afgaat," aldus Michel Jehae, voorzitter van de Tilburgse Milieuwerkgroep WNM. "Tilburg heeft dezelfde problemen als andere steden met bijvoorbeeld verkeersopstopping, luchtverontreiniging en vervuiling. Het fietsgebruik is wel hoger. Ook in de planvorming scoort Tilburg heel goed, bijvoorbeeld met haar nieuwe Waterplan. Dat was genomineerd voor de prijs voor het beste gemeentelijke waterplan door de Stichting Natuur en Milieu. Maar het meest bijzondere natuur- en milieu-initiatief in Tilburg van de afgelopen jaren is de Groene Mal."

De Groene Mal
De Groene Mal is een ecologische zone rond Tilburg die vrijgehouden wordt voor de natuur en waar de natuur de ruimte krijgt. De Mal is een aanvulling op de ecologische hoofdstructuur. De stadsuitbreiding van Tilburg springt erover heen. Voor de Groene Mal is vorig jaar een intentieovereenkomst getekend door de provincie, de gemeente, het waterschap, de land- en tuinbouworganisatie ZLTO en natuur- en milieuorganisaties. Daarin is vastgelegd hoe het groene gebied rond Tilburg er in de toekomst, tot 2015, uit gaat zien, waar de waardevolle elementen zich bevinden en hoe de betrokken partijen de komende jaren omgaan met de verschillende bestemmingen en met elkaar. En daarmee is de natuur het sturend element voor de stedelijke ontwikkeling. "Het is heel belangrijk dat de Groene Mal en de intentieovereenkomst er gekomen zijn", zegt Jehae. "Het is zeker sturend voor de planvorming. En we hoeven nu niet meer voor elke uitbreiding een rechtszaak aan te spannen en oorlog te voeren. Dat scheelt heel veel energie. Zo is de rondweg rond Tilburg voor de Groene Mal verlegd en daar was geld voor. Door de Groene Mal is er anderhalf miljoen euro extra voor de natuur. Dat is hartstikke veel winst. In de praktijk proberen ze wèl regelmatig wat van de Groene Mal af te knabbelen voor andere bestemmingen…. Het positieve van de Groene Mal is dat het plan van onderop ontwikkeld is. Het laat zien dat je vanuit diverse organisaties op lokaal niveau wél invloed kunt uitoefenen. Voor andere gemeenten is het een inspirerend voorbeeld."

Korte lijnen
Inspirerend in Tilburg zijn ook het Festival Mundial en het Milieucafé. Tilburg is al 15 jaar de thuisbasis van het Festival Mundial, een groot publieksevenement met (wereld)muziek, mondiale informatie en cultuur, dat wederzijds begrip en waardering voor andere culturen wil bevorderen. Duurzame ontwikkeling is een van de onderwerpen die er aan bod komen. Festival Mundial hanteert de statiegeldbeker, waarmee de gebruikelijke afvalberg op festivals voorkomen wordt. Dit jaar is het festival van 31 mei t/m 15 juni.
Het Milieucafé in Tilburg van de Milieu-werkgroep WNM bestaat reeds 10 jaar en is een voorbeeld voor veel steden. "We hebben gemiddeld 150 bezoekers vanuit 23 gemeenten en dat in een tijd dat milieu niet zo hip is", vertelt Jehae. "In Tilburg zijn veel goede initiatieven, ook vanuit het bedrijfsleven. Een van de sponsors van het Milieucafé, een kleine ijzergieterij, heeft al vele milieuprijzen gewonnen. Ik denk dat het geheim van Tilburg het dorpse karakter is, er zijn hier korte lijnen, iedereen kent elkaar."

Ook het Haagse gemeentebestuur wil dit jaar een kijkje in Tilburg nemen. De datum is nog niet gepland, maar vaststaat dat het een tweedaags werkbezoek wordt van een vertegenwoordiging van het College en de Raad. Ze kunnen er vast wel inspiratie opdoen.

Lieneke Venhuis
Haags Milieucentrum

 

 

 

Gemeente stelt Stuurgroep Duurzaamheid in

Den Haag heeft dan wel een wethouder voor duurzaamheid, dat wil nog niet zeggen dat het hele gemeentelijke apparaat daarmee duurzaam is. Het College van Burgemeester en Wethouders heeft echter een belangrijke stap in die richting gezet met de instelling van de Stuurgroep Duurzaamheid. Daaraan is niet veel ruchtbaarheid gegeven, omdat het gaat om een organisatiestructuur en nog niet gaat om concrete resultaten. Die instelling van de Stuurgroep Duurzaamheid is echter een belangrijke en veelbelovende stap om duurzaamheid nog beter op de Haagse kaart te zetten. Dat doet de gemeente met name door de uitvoering van het Milieubeleidsplan 2002-2006 (MBP) als uitgangspunt te nemen. Daar is veel voor te zeggen want met uitvoering van de beleidsvoornemens daarin wil het nog niet erg vlotten.

De interne aftrap werd op 13 maart door wethouder Smits gegeven. Dat deed hij door aan de zes trekkers van de Speerpuntteams zes uitvoeringsprogramma's te overhandigen. Bij deze gelegenheid betoogde hij dat "we niet ongebreideld gebruik en misbruik kunnen maken van energie, grondstoffen en ruimte op deze aarde" en "alternatieve bronnen moeten worden gevonden om de kwaliteit van de leefomgeving niet verder aan te tasten". Het interne nieuwsblad voor het gemeentepersoneel schonk aandacht aan het van start gaan van de Speerpuntteams onder het kopje "Duurzaamheid weer hoog op de politieke agenda". De redactie van de Nieuwsbrief laat het personeel weten dat de bestuurlijk Stuurgroep Duurzaamheid: "samen met een eveneens geinstalleerde ambtelijke Projectgroep Duurzaamheid de komende jaren met voorstellen zal komen om duurzaamheid volop in de belangstelling te brengen". Wij hopen dat Duurzaamheid nooit meer van die hoge plek op de politieke agenda afkomt want dat is precies de plek die duurzaamheid verdient.

Veel zal af hangen van hoe de organisatie in elkaar zit, wie daarin vertegenwoordigt zijn en hoe serieus zij hun taak nemen. De Stuurgroep bestaat naast wethouder Smits die voorzitter is, uit de wethouders Hilhorst (ROSV), Bruins (VBM), Verkerk (EP)en Stolte (SISS) alsmede de algemeen directeuren van de Dienst Stedelijk Ontwikkeling (DSO) dhr. Jagersma en de Dienst Stadsbeheer (DSB) dhr. Wortel. De Stuurgroep is er vooral om gewicht aan duurzaamheid te geven zodat een integrale aanpak er ook komt. Zij zijn er ook om bij knelpunten knopen door te hakken. Een kanttekening die wij willen maken is dat, door het Milieubeleidsplan als uitgangspunt te nemen, er op concreet niveau relatief minder aandacht is voor de duurzame kansen die liggen op het terrein van de wethouders ROSV en Verkeer. Deze zitten wel in de Stuurgroep en dat biedt dus de nodige mogelijkheden om op hun terrein meer duurzaam beleid van de grond te tillen.

Direct onder de Stuurgroep valt een ambtelijke Projectgroep Duurzaamheid. Deze bestaat uit de voorzitter mw. Visser van de directie DSB en de secretaris dhr. Bunck, hoofd Milieu en vergunningen van DSB. Verder zitten er nog managers van DSB in, 2 directeuren van DSO, een van de directie FAD en een van de directie OCW. Opvallend is wel dat er weinig mensen van DSO vergeleken bij DSB, in de Projectgroep zitten en zowel het voorzitterschap als de secretaris door DSB geleverd worden. Dat is jammer, want als het om goed rentmeesterschap gaat is DSO minstens zo belangrijk.

Uit wel ingelichte bronnen hebben wij vernomen dat een aantal ambtenaren van DSO simpelweg geweigerd zou hebben om in de projectgroep zitting te nemen en daarmee ook zijn weggekomen. Dit zou geen gunstig voorteken zijn. Zo zit er bijvoorbeeld niemand van de directie van het Haags Ontwikkelingsbedrijf (HOB) in de Projectgroep. Dat is jammer want deze dienst is heel belangrijk als het in de uitvoering om de penningen gaat. Als het HOB niet bij het overleg betrokken is geweest en zich daardoor ook nog niet aan de plannen verbonden heeft, is de kans dat zij bij een aantal projecten de benodigde financiële middelen zullen leveren een stuk kleiner. Ook in Den Haag gaat alleen de zon nog steeds voor niets op. Gelukkig zijn de andere twee directies van DSO wel in de Projectgroep vertegenwoordigd. Het belangrijkste is dat de Projectgroep er nu is en van start is gegaan. Bovendien, wat niet is kan, zeker met wat stimulering vanuit de politiek, altijd nog komen.

De belangrijkste taak van die Projectgroep Duurzaamheid is het verkrijgen van draagvlak voor duurzaamheidbeleid bij het middenmanagement. Vaak is het gebrek aan juist die duurzame betrokkenheid bij juist deze belangrijke groep als het gaat om de vertaling van beleid in concrete daden, de belangrijkste hindernis op weg naar die zo begeerde Duurzame Stad aan Zee. Wij als Haags Milieucentrum zullen dan ook alles doen wat in ons vermogen ligt om de projectgroep daarin behulpzaam te zijn. Verder beoordelen de leden van de projectgroep natuurlijk allerlei plannen en beleidsstukken op eisen van duurzaamheid en de doelstellingen van het MBP, stellen zij randvoorwaarden op voor nieuwe plannen en projecten en houden ze in de gaten of doelstellingen van het MBP gehaald gaan worden.

Tenslotte zijn er op uitvoerend niveau zes Speerpuntteams waarvan vijf speerpunten overeenkomen met die van het MBP: klimaatbeleid, duurzaam waterbeheer, bestrijding vervuiling openbare ruimte, bestrijding geluidhinder en de kwaliteit van het binnenmilieu. Ook is er een Speerpuntteam
Milieukaartenboek. Dit boek geeft vanuit de gebiedsgerichte benadering per gebied die het Milieubeleidsplan hanteert, inzicht in de kansen en knelpunten voor milieu en duurzaamheid in de stad. Het is een soort programma van eisen per gebiedstype.

Elk Speerpuntteam heeft een trekker die als eerste verantwoordelijk is voor het behalen van de doelstellingen op het speerpunt en een rapporteur die een adviserende rol heeft, de voortgang bewaakt en verantwoordelijk is voor de terugkoppeling naar Projectgroep en Stuurgroep. Van de in totaal 12 trekkers en rapporteurs zijn er 11 van DSB en een, bij het binnenmilieu, van DSO. Van de in totaal 29 leden van de Speerpuntteams zijn er 19 van DSB en 7 van DSO waarvan iemand van de afdeling RO van DSO maar liefst in twee Speerpuntteams zit. Zou dit te maken hebben met een gebrek aan kandidaten? De Speerpuntteams zijn verantwoordelijk voor een samenhangend speerpuntprogramma, de uitvoering daarvan en de communicatie daarover onder andere in de vorm van een nieuwsbrief. Ook houden zij ontwikkelingen bij en wordt zo nodig onderzoek geinitieerd.

En last but not least is het Speerpuntteam verantwoordelijk voor de financiering van het speerpuntprogramma. Daarover een citaat:" In het Bestuursakkoord 2002-2006 is ingezet op een voortvarende uitvoering van het milieubeleidsplan. Hiervoor heeft B&W gedurende de planperiode jaarlijks een bedrag van 100.000 euro beschikbaar gesteld. Ook wordt een gedeelte van de reguliere middelen van Milieu en Vergunningen ingezet voor de uitvoering van het milieubeleidsplan. Daarnaast is financiering mogelijk door het aanwenden van reguliere middelen van de eventuele samenwerkings- c.q. projectpartners. In het kader van de externe integratie zal, in samenwerking met relevante projectpartners, daar waar nodig, aanvullende financiering voor de afzonderlijke projecten gezocht worden. Hierbij kan aansluiting gezocht worden bij het Grote Steden Beleid (het ISV-budget), de IPSV-programmering of andere ruimtelijke programma's, alsmede bij Europese, landelijke, regionale en lokale regelingen en subsidieprogramma's. Een dergelijke zoektocht naar financiën kan binnen speerpunten of projecten een plaats vinden in de startfase als onderdeel van een haalbaarheidsonderzoek. Het 'Expertisepunt Subsidies' kan hier bij van dienst zijn.

Verheugend is dat er al voor de interne start van de Projectgroep Duurzaamheid de nodige energie gestoken is in de formulering van die speerpuntprogramma's, want om de uitvoering daarvan gaat het natuurlijk allemaal. Om inzicht In bestaande activiteiten te krijgen en om nieuwe activiteiten en projecten te benoemen is per speerpunt een workshop georganiseerd. De resultaten hiervan zijn per speerpunt in een programma opgenomen. De programma's zijn ook niet statisch maar vormen het vertrekpunt voor de uitvoering van het milieubeleidsplan. Zij zullen regelmatig worden bijgesteld.

Het klinkt allemaal veelbelovend. Den Haag heeft echter een reputatie om wel zaken goed op papier goed te verwoorden, maar vervolgens aan de uitvoering minder aandacht te besteden. Gezien het gewicht van deze Stuurgroep Duurzaamheid, die zich juist tot taak stelt om gewicht te geven aan het geheel en draagvlak voor de uitvoering binnen het ambtelijk apparaat te scheppen, hebben wij er dit keer alle vertrouwen in dat de belangwekkende aan duurzaamheid gewijde woorden ook in duurzame daden zullen worden omgezet.

 

Duurzaamheid en het debat over waarden en normen

Opeens is de discussie over waarden en normen dan losgebarsten. Veel te laat en veel te beperkt, gezien het belang van dit debat. Laten we goed beseffen dat het in stand houden van een aantal basiswaarden het cement vormt van een leefbare, stabiele en duurzame maatschappij; van een samenleving waar mensen met elkaar in welvaart en vrede kunnen leven en de toekomst met enig vertrouwen tegemoet kunnen zien.

Dan hebben we het bijvoorbeeld over het principe van de solidariteit, met in belastingwetgeving vastgelegde herverdeling, om de minder sterken ook een goed leven te kunnen laten leiden, de vrijheid van meningsuiting, het principe van gelijkheid en dus de invoering van het algemeen kiesrecht, over een onafhankelijke rechterlijke macht en de mogelijkheid van de overheid in te grijpen als de markteconomie leidt tot uitbuiting en uitsluiting. Ja, die basiswaarden vormen dus ook het fundament van een duurzame markteconomie die alleen kan floreren bij gratie van stabiliteit en koopkracht bij de totale bevolking. En als laatste, maar zeker niet als minste zijn een vitale natuur en een vitaal milieu een basisvoorwaarde voor dat vertrouwen en voor die stabiele samenleving. Het zorg dragen en verantwoordelijkheid nemen voor het behoud van de schepping, niet alleen voor de kwaliteit van het leven nu, maar ook dat van de kinderen van onze kinderen, is bij uitstek een morele kwestie. De roofbouw die nu op natuur en milieu gepleegd wordt legt niet alleen een zware hypotheek op de kwaliteit van het leven nu, maar zeker op dat van toekomstige generaties.

Ons afwentelingsgedrag zal in de toekomstige geschiedenisboekjes zonder twijfel als misdadig worden omschreven. In die boekjes zal de vraag gesteld worden: "Wat hebben onze grootouders en hun ouders gedaan om dit te voorkomen? Er was toch genoeg bekend over de gevolgen van hun leefstijl en productiewijze? Zij kunnen niet zeggen dat ze het niet geweten hebben, hooguit dat ze het niet wilden weten. Hoe is het toch mogelijk geweest dat velen dachten ongestraft aan de basisvoorwaarden van het leven te kunnen morrelen en dat de techniek het wel allemaal voor hen en voor ons op zou lossen? Waar bleef de maatschappelijke beweging? Was iedereen afgekocht met materie en gemak. Ja, nu in onze tijd zijn er mensen zat die in beweging zijn gekomen. Maar zij staan vaak met lege handen, omdat wat verdwenen is nooit meer terug zal komen en, om slechts een voorbeeld te noemen, ondanks ons sterk verminderde gebruik van energie die ook nog duurzaam is, het nog honderden jaren duurt voordat we erin zullen slagen het broeikaseffect terug te dringen"

Wat is daarop uw antwoord? Voelt u zich door deze hartenkreet uit de toekomst aangesproken op uw verantwoordelijkheid?

Laten we maar hopen dat het zover niet zal komen. Nee, laten we er samen aan werken want die hartenkreet van wat mogelijk het kind van uw kleinkind is, is niet gebaseerd op doemscenario's. En dit hoofdartikel van misschien wel de laatste Branding is ook niet bedoeld om u met een tranentrekkend beroep op uw gemoed tot een gift aan ons centrum te bewegen. Als ook de lokale bakens niet duurzaam verzet worden, zullen bijvoorbeeld grote droogte en overstromingen, een ernstig tekort een schoon drinkwater, het verdwijnen van vruchtbare grond, sterke verschraling van de biodiversiteit en oorlogen om schaarse grondstoffen een bittere realiteit worden. Het zijn de meest vooraanstaande wetenschappers die, bij ongewijzigd beleid, de voorspelling van deze harde werkelijkheid ondersteunen.

In landen van de derde wereld is dit al voor een deel de werkelijkheid. Grote stromen vluchtelingen zijn niet zelden het gevolg van de oorlogen die om schaarse hulpbronnen uitgevochten worden. Voor het grootste deel betalen wij niet nu de prijs voor wat wij mede aanrichten, maar onze kleinkinderen later en dan zijn oplossingen verder weg dan ooit en vele malen moeilijker. Grotendeels vertrouwen op ons technische kunnen wat betreft het in stand houden en revitaliseren van natuur en milieu, is onszelf voor de gek houden. Dat doen veel mensen maar al te graag om gewoon door te kunnen gaan met hun leefstijl en ondernemers geloven het om het plegen van roofbouw op onze bestaansgrond te kunnen recht-
vervolg op pagina 3
vervolg van pagina 1
vaardigen. Bestuurders en politici hangen dit vooruitgangsdenken vaak aan om de in hun ogen impopulaire boodschap, dat de bakens echt duurzaam verzet moeten worden, niet aan de burgers en kiezers te hoeven verkondigen.

Maar wil de Haagse burger dit nu echt niet horen? Is het niet mogelijk om hen te laten zien dat zij voor een ander, duurzamer beleid heel veel terugkrijgen? Wij zijn ervan overtuigd dat grote groepen Hagenaars wel degelijk aan te spreken zijn op hun verantwoordelijkheid voor een Duurzaam Den Haag; dat met een positieve insteek en het concreet laten zien wat zij erop vooruitgaan, een duurzaam beleid ook nog goed te verkopen is. Wij zullen niet beweren dat het samen werken aan een Duurzaam Den Haag een eenvoudige opgave is. Maar we moeten daar ook niet te moeilijk over doen. Veel inwoners van Den Haag maken zich terecht zorgen over het milieu, de kwaliteit van de lucht, de almaar toenemende automobiliteit en onveiligheid, het rijgedrag, over de mentaliteit van 'gooi maar gewoon op straat die troep' en de almaar oprukkende gebouwen en het asfalt en beton waardoor de leefruimte langzaam maar zeker dichtslibt. Draagvlak schep je ook door het mensen gewoon gemakkelijk te maken duurzamer te leven en bijvoorbeeld de auto vaak te laten staan, hun afval te scheiden of door ze te verleiden in een compacte stad te wonen met tal van voorzieningen dicht in de buurt en open groene ruimte in de nabijheid. Dit kan en moet je als bestuur ook uitdragen. Dit scheppen van draagvlak is weliswaar belangrijk, maar het is niet de kern waar het om gaat. Want stel dat de meeste mensen wel zeggen een vitale natuur en een vitaal milieu belangrijk te vinden, maar alleen de lusten en niet de lasten willen. Als ze vinden dat als het om "inleveren" gaat, altijd eerst een ander aan de beurt is.

Nu raken we aan de principes achter ons staatsbestel. Er was in Nederland ooit een tijd dat veehouders hun dieren op de gemeenschappelijke weide lieten grazen. Langzaam groeide de veestapel en het werd dringen. Door overbeweiding leverde de weidegrond steeds minder voedsel voor de dieren. Als dit zo door zou gaan, zouden op een gegeven moment alle veestapels uitsterven. Iedere individuele veehouder heeft er evenwel belang bij zijn dieren zo veel mogelijk te laten grazen. Je kan dan als veehouder of tegenwoordig als visser drie dingen proberen te doen. Gewoon de zaak op zijn beloop laten. Je kan het land of de zee proberen in privé-bezit te krijgen. Als dat niet lukt kan je in overleg met de andere veehouders of vissers een scheidsrechter aanstellen die boven de belangenpartijen staat, die zorgt dat de roofbouw uitgebannen wordt en iedereen zijn deel krijgt. In de veehouderij is de zaak via het privé-bezit aangepakt, bij de vissers was er al een Europese scheidsrechter. Dat kon dus niet of het moet nog zijn beslag krijgen. Maar dit kan zeker niet voor de gemeenschappelijke "weide" die bijvoorbeeld de lucht of het water is die wij met ons allen moeten gebruiken. Daar heeft de overheid dan ook de taak en de plicht om in het algemeen belang en uiteindelijk ook in het belang van de individuele burger in te grijpen, dus ook als veel burgers daar ieder voor zichzelf op tegen zijn.

Maar zo ver zal het meestal niet komen. Belangrijk is het besef dat het vanuit een duurzaam beleid heel goed mogelijk is om en een vitale lokale economie, en goede sociale regelingen en een vitaal milieu te verwezenlijken. Het gaat om respect voor het leven in combinatie met het welbegrepen eigenbelang. Er ligt bij iedereen, maar met name bij de politiek de morele plicht om de schepping, en dus ook de Haagse aarde, goed te beheren voor de huidige generatie en goed na te laten aan toekomstige generaties. Daarom is het verbazend dat juist dit aspect zo weinig in het debat over waarden en normen aan bod komt. Is het onbegrijpelijk dat in het collegeprogramma duurzaamheid vrijwel geen aandacht krijgt. Is het onbestaanbaar dat het Haagse gemeentebestuur van de extra investeringsimpuls nog geen tweeduizendste deel in duurzaamheid wil steken en in de ontwerpbegroting van 141 bladzijden maar twee alinea's over duurzaamheid gaan.
Natuurlijk doet het college wel wat aan duurzaamheid, en daar zal ze zich ook uitvoerig op beroepen. Maar wat er bijvoorbeeld aan duurzaam bouwen wordt gedaan, of aan de zaken die in het milieubeleidsplan staan, is veel en veel te weinig. Den Haag legt de lat wel superlaag en dan krijgt het Haags Milieucentrum te horen dat het de lat te hoog legt. Wie maakt zich over dit de kop in het zand steken van het college nu eens ouderwets kwaad, want het gaat hier niet om niks. Het gaat hier om een ernstig gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef en hoe de lezer dat vanuit een waarden- en normenbril wil betitelen laten wij graag aan de lezer over.

Duurzaamheid is niets anders dan het verweven van sociaal, economisch en ecologisch beleid vanuit een duurzame visie op de (lokale) samenleving als geheel. Dus een duurzame visie op de eigen stad en zijn omgeving. En dat niet alleen van de wethouder Duurzaamheid, Ries Smits, maar net zo goed van Bruno Bruins, Bas Verkerk, Louise Engering, Arend Hilhorst, Jetta Klijnsma, Pierre Heijnen en Wilbert Stolte plus de gehele gemeenteraad natuurlijk. Het doel is even duidelijk als nastrevenswaardig: maak Den Haag samen met betrokken burgers, met duurzaamheid als
toetssteen van al het beleid, weer of meer leefbaar, veilig, gezond en welvarend.

Frans van der Steen

 

 

Drie fractievoorzitters laten hun licht schijnen over de duurzaamheid van de ontwerpbegroting en de rol van particuliere organisaties op het gebied van duurzaamheid.

Het groene hart van Henk Kool
Henk Kool heeft nog niet zo heel lang geleden Tineke van Nimwegen opgevolgd als fractievoorzitter van de PvdA-fractie in de Haagse gemeenteraad. Van Tineke van Nimwegen is bekend dat zij een "groen" hart bezit. Maar hoe zit dat met deze nieuwe ster aan het PvdA-firmament? En wat vindt hij van de duurzaamheid van het huidige gemeentebeleid en de plannen voor 2003? Om daar opheldering over te krijgen bracht de redactie van Branding een bezoek aan Henk Kool en wel in zijn werkkamer bij het Nederlands Participatie Instituut, alwaar hij directeur is.

Hoe groen is Henk Kool eigenlijk in zijn privé-leven?
Tot voor kort kwam ik niet veel verder dan netjes mijn afval te scheiden en het fijn vinden om in de natuur te wandelen. Dat afval scheiden vond ik overigens moeilijk vol te houden, want een paar keer heb ik met eigen ogen gezien dat het GFT en de vuilniszakken gewoon bij elkaar de vuilniswagen in gekieperd werden. Daar heb ik ook melding van gemaakt bij de reinigingsdienst, maar het wordt domweg ontkend. Maar sinds kort rijd ik vrijwel geen auto meer binnen de stad. Ik ben een echte fietsadept geworden en niet alleen voor het milieu, maar ook omdat je overal snel ter plaatse kunt zijn.

In het collegeakkoord is over duurzaamheid en milieu vrijwel niets te vinden. Hoe belangrijk vindt de PvdA in Den Haag het samen werken aan een duurzame stad, wil zij zich op duurzaamheid echt profileren?
De PvdA, en ik persoonlijk ook, vindt het werken aan duurzaamheid belangrijk. Neem dat van mij aan. Wij willen ons daar zeker ook op profileren. Laten we niet vergeten dat duurzaamheid ook leefbaarheid, veiligheid en gezondheid is. Nu wint de economie te vaak. Eerlijk gezegd is dat gebrek aan duurzaamheid in het collegeprogramma mij niet zo opgevallen. Ik was niet bij de echte onderhandelingen. Die vonden plaats tussen Wilbert Stolte, Louise Engering en onze Pierre Heijnen. Natuurlijk werd Pierre Heijnen gevoed door een aantal werkgroepen. Bij de uiteindelijke afspraken is de duurzaamheid wellicht te veel uit het oog verloren. Maar daar wil ik het volgende nog over zeggen. Maatregelen op het terrein van milieu en duurzaamheid leveren vaak later pas wat op. Het gaat daarbij veelal om preventie. Dat is niet meetbaar, niet tastbaar en dat scoort niet hoog in de politiek. De politiek wil direct resultaat laten zien aan de burgers en kiezers. Daar lijdt het Haags Milieucentrum ook onder. Dat is niet goed, maar het werkt helaas wel zo.

Wat vind jij echte milieuproblemen?
Een groot probleem is natuurlijk het broeikaseffect en dus de uitstoot van CO2. De duurzame beschikbaarheid van energie is volgens mij geen probleem. Wat ik in de houding van Nederland wel wat hypocriet vind, is dat wij vinden dat vooral andere landen aan de CO2-reductie moeten werken en dat we dat zelf veel te weinig doen in het kader van het verdrag van Kyoto.

Den Haag lijkt daar ook niet veel aan te gaan doen. Er is 100.000 euro beschikbaar gesteld als investeringsimpuls om het nieuwe Milieubeleidsplan en dus ook het onderdeel "CO2-neutrale Stad", uit te voeren. Dat is minder dan 1 promille(!) van de gelden die volgend jaar extra in de stad geïnvesteerd worden?
Dat is inderdaad niet veel. Maar toch zegt mij dat weinig. Belangrijker is om ervoor te zorgen dat al die extra investeringen duurzaam uitgevoerd worden. Kom eens mee op het balkon. Hier op de Kneuterdijk zie je naast de trambaan de roosters van de Stadsverwarming die daar nu aangelegd worden. Dat zijn belangrijke en kostbare investeringen die Den Haag ook doet. Het gaat er bijvoorbeeld om geen bussen in te zetten waar ook trams kunnen rijden, park-and-ride aan de rand van de stad zodat de auto gemakkelijk verwisseld kan worden voor openbaar vervoer of de fiets, bij de inrichtingsstructuur meer vrijliggende fietspaden aanleggen, gebouwen duurzaam bouwen en duurzaam renoveren. Dat soort zaken.

Weet je dat de coördinerend wethouder Duurzaamheid, Ries Smits, voor het deel duurzaamheid in zijn portefeuille in 2003 0,5 procent van de begroting te verteren heeft?
Nee, dat had ik nog niet uitgerekend, maar ook dat zegt mij niet zo veel. Belangrijk blijft hoe duurzaamheid in het hele beleid doordringt. Ries Smits is een coördinerend wethouder en hij kan dus invloed uitoefenen op het beleid en de prioriteiten van zijn collega's in B&W. Hij moet dat gaan waarmaken. Met die coördinerende functies van wethouders hebben wij echter geen goede ervaringen. Het is een wassen neus als een coördinerend wethouder geen harde instrumenten heeft om, als dat nodig is, ook zaken af te kunnen dwingen. Als hij bij zijn collega's te biecht gaat en netjes vraagt of dit of dat niet duurzamer kan, dan zijn er natuurlijk altijd andere prioriteiten die voorrang krijgen.

Speciale budgettaire bevoegdheden en duurzame doelstellingen bij de verschillende portefeuillehouders zijn in de ontwerpbegroting voor volgend jaar niet opgenomen.
Nou, dan stelt het dus niet veel voor en zal daar iets aan moeten veranderen.

Vind je dat het dualistisch stelsel positief werkt voor de stad?
De raad heeft sinds de nieuwe gemeentewet, waarin de nieuwe bevoegdheden zijn vastgelegd, een aantal besluiten genomen die anders zijn dan wat het college had voorgesteld, zoals over de Autovrije Dag en de vrijliggende fietspaden op de Thorbeckelaan. Daar heeft het Haags Milieucentrum en jullie blad Branding ook een rol bij gespeeld. Dat is goed en ook de bedoeling van het dualisme. Maar dat wordt zo nog niet gevoeld. Je krijgt binnen de coalitie dan de grootst mogelijke problemen. Men vindt toch dat een collegepartij niet met de oppositie mag meestemmen. Ook is mijn ervaring dat door de extra verantwoordelijkheden de raadsleden meer opgesloten raken in de eigen wereld van de gemeentepolitiek. Het leidt eerder tot meer bureaucratie in plaats van minder. Raadsleden moeten meer van buiten gevoed worden. Mensen en particuliere organisaties moeten meer bij de fracties aankloppen met hun ervaringen. Dat geldt ook voor jullie centrum.

Tot slot, wat vind je van de activiteiten van het Haags Milieucentrum en vind je dat ons centrum meer subsidie zou moeten krijgen?
Ik heb veel waardering voor de activiteiten van het Milieucentrum. Jullie timmeren goed aan de weg, maar dat geldt voor meer organisaties. Tientallen organisaties zouden wel meer subsidie willen. Er zijn echter weinig natuur- en milieuorganisaties die door de gemeente financieel ondersteund worden. Bij jullie centrum zijn bovendien 17 vrijwilligersorganisaties aangesloten die dan ook ondersteund worden. Ik vind dus dat het Milieucentrum meer subsidie verdient.

Frans van der Steen

Meedenken op eigen kracht
Duurzaamheid hangt mondiaal waarschijnlijk af van twee cruciale factoren: energie- en ruimtegebruik. Het draait om zuinigheid met energie en straks om de doorbraak naar een waterstofeconomie. Het draait om het bewaren en herstellen van ruimten, waar klimaatevenwichten worden onderhouden, ruimten voor natuur en menselijk gebruik.
De rol van de gemeente Den Haag in deze wereldomspannende vraagstukken is miniem.
De lokale bijdrage ligt vooral in het verkeersbeleid en de ruimtelijke ordening. De grote nadruk op openbaar vervoer en fietsen in het Haagse verkeersbeleid is duurzaamheidsbeleid: fietsvoorzieningen breiden overal uit, de tramlijnen 15 en 17 zijn de eerste tramlijnen naar VINEX-wijken in Nederland, Randstadrail wordt al jarenlang zwaar door Den Haag bevochten.
Ook de ontwikkeling van een compact stadscentrum rondom het Centraal Station noem ik langetermijn-duurzaamheidsbeleid. De optimale benutting van de ruimte daar middels de plannen voor het Wijnhavenkwartier en CS-kwadrant zorgen voor een beheersing van de verkeersbewegingen, vooral van auto's gedurende de hele levenscyclus van die nieuwe toevoegingen aan de stad.

Niet alles is duurzaamheid. In de stad zijn er vele zaken gerelateerd aan leefbaarheid, omgevingskwaliteit en schoonheid, kortom milieukwesties in het hier en nu. Talloze belangen moeten, soms letterlijk, een plaatsje krijgen of worden verzoend. Opereren binnen smalle marges is de kunst. De infrastructuur, ook voor de auto vergt nog ruimte, maar het Hubertusduin moet blijven!
Bij de begroting 2003 diende het Haags Milieucentrum een subsidieaanvraag in die aanzienlijk hoger was dan voorheen. De motivering lag erin dat het Haags Milieucentrum de werkzaamheden wil uitbreiden van individuele milieugerelateerde projecten naar een structurele bijdrage aan de duurzaamheidsdiscussie. De VVD-fractie in de Raad vindt dat prima, maar daaruit volgt o.i. niet noodzakelijkerwijs extra subsidie. Met name als het gaat om opinieleidende instanties, is het beter als zij niet afhankelijk zijn van de overheid. Als u meedenkt op eigen kracht, laat dan ook geen twijfel bestaan over de vraag wie of wat u in het duurzaamheidsdebat eigenlijk vertegenwoordigt.

In de stad zijn reeds vele gesprekspartners voor beleidsontwikkeling, bewonersorganisaties, organisaties voor natuur- en landschapsbehoud, behartigers van specifieke belangen als ROVER en de Fietsersbond. Er is een Milieuadviescommissie, het waterschap en Staatsbosbeheer roeren zich. Veel beleid gaat over leefomgeving en natuurbehoud, ik noem dat milieubeleid. In de ontwikkeling naar langetermijn-duurzaamheid, zo heb ik willen betogen, speelt de stad een bescheiden rol. Bijdragen zijn daar natuurlijk ook zeer welkom, maar het is beter als dat naar goed VVD-principe 'eigen bijdragen' zijn.

Peter Smit, fractievoorzitter VVD

Help de wethouder!
De nieuwe Haagse wethouder van milieu heeft een marginaal bestaan in het vooruitzicht. Politiek en maatschappelijk lijken de stemmen voor het milieu te verstommen. Toch zijn er veel meer mensen met het milieu begaan dan ogenschijnlijk aan de oppervlakte komt. Alleen wanneer die mensen zich nadrukkelijker gaan roeren is er meer hoop voor de toekomst.

De verkiezingswinst van het CDA werd beloond met een tweede wethouderspost: de nieuw geannexeerde woonwijken. Bestuurlijke vernieuwing en milieu zijn vervolgens als opvulmiddel aan de portefeuille toegevoegd. Van de nieuwe wethouder Ries Smits is bekend dat hij over een ruime bestuurlijke ervaring beschikt, met financiën en economie als specialisatie. Op milieugebied is hij echter nog een groentje. In de Haagse verkeerscommissie heeft hij als raadslid nooit enige urgentie gegeven aan een vooruitstrevend milieubeleid. Terecht wendt hij het CDA-motto van rentmeesterschap aan als invalshoek voor zijn beleid, maar met de sloop van twee ministeries en de Zwarte Madonna laat hij het, juist op dit punt, meteen al helemaal afweten. Hoewel hij natuurlijk een kans moet krijgen, is voorzichtig gesteld nu al duidelijk dat het allemaal niet vanzelf zal gaan.

Milieuwethouder anno 2002 is geen benijdenswaardige positie. De komende kabinetsperiode wordt bijvoorbeeld fors bezuinigd op de exploitatie van het streek- en stadsvervoer en de aanleg van nieuwe spoor- en lightrailverbindingen. Wel miljoenen extra voor meer asfalt en een soort noodwet voor wegverbredingen. Ook in de gemeente Den Haag zijn de vooruitzichten verre van florissant. Zo wordt er veel geïnvesteerd in extra auto-infrastructuur en met de kantoreneconomie en toeristenindustrie als speerpunten van het werkgelegenheidsbeleid, wordt de mobiliteit sterk bevorderd. Onder de noemer van 'herstructurering' vindt een ingrijpende sloop- en verdunningsoperatie van Haagse woonwijken plaats. De eerste begroting van het nieuwe college laat zien dat het milieu een marginale rol is toebedeeld. Probeer dan als kersverse wethouder maar eens iets voor elkaar te boksen. Dat lukt nooit, althans niet alleen. Politieke en maatschappelijke druk zijn daarom harder nodig dan ooit.

De Haagse fracties hebben hun verantwoordelijkheid te nemen. Met een naar een duidelijker profiel zoekende PvdA zijn er in het dualisme zeker kansen aanwezig. Maar ook het Haags Milieucentrum heeft een belangrijke taak te vervullen. Met discussieplatforms als Branding en het maandelijkse café in Dudok is men goed op weg om het noodzakelijke debat over milieu- en duurzaamheidsbeleid te stimuleren. Een milieuorganisatie staat in een kapitalistische samenleving per definitie op de barricades.
Op milieugebied is de maatschappelijke druk helaas te verwaarlozen. De besluitvorming in de gemeenteraad lijkt als het ware in een cocon plaats te vinden. Niet dat discussies niet leven, maar óf ze zijn gekanaliseerd in stroperige bureaucratische overlegorganen óf mensen houden - gevoed door onverschilligheid of cynisme - de politiek voor gezien. Het ontbreekt vooral aan volhardende coalities en actievoerende belangenbehartigers die geen vrij spel geven aan het gemeentebestuur. Maatschappelijke organisaties verenigd in het Haags Milieucentrum hebben dus nog het nodige te doen. Zonder voorhoedestrijd en aanhoudende druk mag er van deze wethouder niets verwacht worden.

Joris Wijsmuller
fractievoorzitter Haagse Stadspartij

 

 

 

Ontwerpbegroting: vrijwel geen cent voor milieu

Wethouder Smits is voor het deel Duurzaamheid van zijn portefeuille er toe veroordeeld een marginale rol te spelen binnen het Haagse bestuur. Dit blijkt uit de ontwerpbegroting die door de gemeente Den Haag is gepresenteerd. In het budget voor duurzaamheid en milieu zijn ten onrechte posten als het onderhoud van viaducten, grachten, riolering en waterzuivering, begraafplaatsen en ongediertebestrijding geschoven. De hoge kosten van bijvoorbeeld de waterzuivering zijn voornamelijk het gevolg van ontoereikende maatregelen op het gebied van waterbeheer en eerder een "beloning" voor slecht gedrag. Ook worden zaken als speelvoorzieningen en het "oplossen van parkeerproblemen" uit het budget Duurzaamheid betaald. Hierdoor is het budget voor Duurzaamheid feitelijk niet groter dan 13,7 miljoen euro. Dit is op de totale begroting van 2.272 miljoen slechts 0,6%.

Vorig jaar werd met enige trots het nieuwe Milieubeleidsplan van de gemeente gepresenteerd met onder meer de forse ambities een CO2-neutrale stad te worden en het duurzame beheer van ons water stevig ter hand te nemen. Voor dit plan is 100.000 euro aan beleidsintensivering uitgetrokken. Een beledigend laag bedrag. Onze stad heeft juist een flinke impuls nodig op het gebied van duurzaamheid en dus van een vitale natuur, het open houden van de groene ruimte, schone lucht, schoon water, gezond voedsel enzovoort. Maar van de 156 miljoen euro die het college beschikbaar stelt aan extra investeringen in de stad gaat slechts € 280 duizend naar duurzaamheid.

Een wethouder Duurzaamheid zonder een begroting van enige omvang is vrij machteloos, tenzij hij binnen het college coördinerend wethouder is op het gebied van duurzaamheid. Dit betekent dat hij via speciale budgettaire bevoegdheden forse invloed kan uitoefenen op de beleidsterreinen die onder zijn collega's vallen. Maar bij geen van de andere beleidsterreinen is een paragraaf duurzaamheid opgenomen met bijbehorend budget.
Het lijkt er dus op dat de nieuwe wethouder deze belangrijke slag in het college verloren heeft. In de ontwerpbegroting die 141 bladzijden telt, is een enkele alinea gewijd aan duurzaamheid. Met schoner doelt men alleen op straatvuil en in de passages over de uitvoering van het grote stedenbeleid komt het woord duurzaamheid niet eens voor.

Particuliere organisaties die samen met anderen, waaronder betrokken burgers, werken aan een Duurzame Stad aan Zee, komen er in deze begroting slecht af. De subsidie aan OM Den Haag wordt afgebouwd. In 2003 bedraagt deze 91.000 euro. Het Haags Milieucentrum, dat duidelijk aangegeven heeft niet langer met een basissubsidie van 50.000 euro te kunnen draaien, krijgt er geen cent bij. Met deze begroting geeft het bestuur van onze stad aan niet te willen investeren in een duurzame stad en weinig waardering te hebben voor de inspanningen van anderen om dat wel te doen.

Frans van der Steen

 

 

Portret van twee organisaties

In Den Haag zijn honderden particuliere instellingen actief; bijvoorbeeld instellingen op het gebied van kunst en cultuur, bewonersorganisaties, welzijnsorganisaties en organisaties voor allochtonen. Bij elkaar ontvangen zij honderden miljoenen euro's aan subsidie. Dit is ze van harte gegund, want particuliere organisaties slagen er over het algemeen goed in de Haagse burger te bereiken en bij hun zaak te betrekken. Natuurlijk kun je erover twisten hoe belangrijk de zaak van een aantal van die organisaties is, maar daar gaat het hier niet om.
In Den Haag zijn naast het Haags Milieucentrum maar liefst nog twee gesubsidieerde particuliere organisaties actief op het gebied van duurzaamheid. Dat is de Stichting Om Den Haag, voortgekomen uit de Lokale Agenda 21, die zich vooral richt op ondernemers, en de Stichting Boog die zich bezighoudt met duurzame samenlevingsopbouw in de Haagse wijken. Deze drie instellingen die samen op verschillende terreinen actief zijn, zoals Ruimtelijke Ordening en Stadsontwikkeling, Verkeer en Vervoer, Duurzaam Bouwen, Duurzame Bedrijfsvoering, Duurzame Energie en Energiebesparing, ontvangen samen ongeveer 200.000 euro aan subsidie.
Hierbij een korte impressie.

Is er straks nog voldoende geld voor duurzaamheid?
De boodschap van Ontwikkelingsmaatschappij (Om) Den Haag, verwoord door haar directeur Kitty van der Voorn, is helder: duurzaam ondernemen levert geld op. In de anderhalf jaar dat Om Den Haag aan de weg timmert, levert deze werkmaatschappij inmiddels zelf ook aardig wat geld op, maar nog niet genoeg om alle activiteiten te kunnen bekostigen. Het is de bedoeling dat Om Den Haag financieel geheel op eigen benen komt te staan. De budgetten van zowel het bedrijfsleven als de gemeente worden afgebouwd. De vraag is wat dat gaat betekenen.

De gemeentelijke subsidie voor Om Den Haag wordt voor 2003 nog gehandhaafd en daarna afgebouwd. "We waren hartstikke blij met het nieuwe budget, want we waren er vanuit gegaan dat de externe bijdrage helemaal geschrapt zou worden", bekent Kitty van der Voorn. "Dat is een interessante uitdaging, maar brengt ook het risico met zich mee dat we te commercieel worden." Om Den Haag is een ondernemende stichting die is opgericht door onder andere Eneco, HTM, de gemeente Den Haag, Woningbeheer, Stedelijk Belang en Rabobank Den Haag en biedt een platform om samen te werken aan een vitale en duurzame stad. De stichting adviseert, brengt partijen bij elkaar en zoekt naar duurzame oplossingen. Het geld dat Om Den Haag met deze activiteiten verdient, investeert ze in de meer ideële doelstellingen, zaken die de commerciële bureaus laten liggen omdat ze te weinig geld opleveren.

Een voorbeeld van een project waar Om Den Haag veel in geïnvesteerd heeft, is TripleS. Dat staat voor Safety, Security en Sustainability en is een initiatief van Om Den Haag, Koninklijke Horeca Nederland, de Kamer van Koophandel en de Gemeente Den Haag voor een nieuwe, brede standaard voor maatschappelijk verantwoord ondernemen in de Haagse horeca. Kitty van der Voorn: "Wij zijn met de ondernemers in gesprek gegaan over hun beleving en bedrijfsvoering en hebben een eindrapport geleverd. Dat gaat nu naar de bestuurlijke niveaus. Het vergt heel wat voorwerk en kost veel tijd om tot een voorstel te komen waar alle partijen zich in kunnen vinden. Commerciële bureaus pakken zoiets natuurlijk niet op. Wat wij erin geïnvesteerd hebben, hopen we er weer uit te halen door de instantie te worden die TripleS daadwerkelijk ontwikkelt en aanstuurt."

Naast haar ideële doelstellingen hecht
Om Den Haag grote waarde aan haar commerciële doelstellingen. Om Den Haag gaat ervan uit dat het geld oplevert als je goed bezig bent als bedrijf en maatschappelijk verantwoorde keuzes op het juiste moment maakt. En dat geldt ook voor Om Den Haag zelf. Kitty van der Voorn is niet bang voor de concurrentie: "We hebben een ontzettend goed netwerk en we hebben onze meerwaarde inmiddels bewezen. Dat geeft ons een voorsprong op andere bureaus. Maar als we gaan vissen in dezelfde vijver en opdrachten verwerven van bedrijven die toch al verantwoord bezig zijn, doen we niet wat écht nodig is in Den Haag. We willen juist daar zijn, waar duurzaamheid nog niet in de bedrijfsvoering is verankerd."

De belangrijkste groep is - in de filosofie van Om Den Haag - de kleine ondernemers. "Juist de winkeliers en de horeca bepalen de duurzaamheid van Den Haag", aldus Van der Voorn. "We werken samen met het MKB om hen te bereiken, maar moeten daar nog heel veel tijd en energie in steken. Ook voor deze ondernemers geldt: wat goed is voor het milieu, zoals energiebesparing of bereikbaarheid, is goed voor de portemonnee. En dat spreekt ontzettend aan."

Over het economische tij maakt Van der Voorn zich geen grote zorgen: "Naarmate de tijden slechter worden, wordt de noodzaak voor een duurzame bedrijfsvoering alleen maar groter.

We hebben een goed verhaal, we zullen er alleen nog harder aan moeten trekken. Ik geloof er echt in, wat dat betreft ben ik een idealist. Wat me meer bezighoudt is de huidige politieke omgeving. Welk effect zal deze hebben op de budgetten in de maatschappij voor duurzaamheid en hebben wij dan nog wel genoeg geld om onze boodschap over te brengen?"

Lieneke Venhuis

BOOG: maak duurzaamheid toegankelijk
Zonneboilers, fietstrommels en eco-teams, het lijkt lang geleden dat initiatieven op milieugebied als paddestoelen uit de grond schoten. Den Haag is allang geen Ecostad meer en de financiële ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven is beperkt. Is er nog wel draagvlak? Stichting BOOG denkt van wel en is in de leemte gesprongen die Den Haag Ecostad heeft nagelaten. BOOG wil duurzaamheid en milieu in het kader van de samenlevingsopbouw inhoud geven in de wijken. Het is daarmee één van de onafhankelijke organisaties in Den Haag die zich sterk maakt voor initiatieven op dit gebied. Hoe gaat BOOG om met de verminderde aandacht voor het milieu bij de bevolking en de politiek?


Als onafhankelijke en professionele organisatie geeft BOOG advies en ondersteuning aan organisaties en groepen van bewoners met betrekking tot sociale participatie. Doel daarbij is de sociale samenhang in de lokale samenleving te vergroten. Duurzaamheid en milieu zijn belangrijke pijlers in het beleid. Huibert Boer, senior adviseur bij BOOG, heeft duurzaamheid en milieu in relatie tot opbouwwerk als specialisatie. Hij adviseert en ontwikkelt projecten op dit terrein. Zo heeft hij in de wijk Mariahoeve enige jaren geleden, op initiatief van de gemeente, samen met milieucommunicatie een energiebesparingcampagne opgezet. De wijkbewoners voerden zelf campagne met behulp van het E-team, een onderdeel van de Dienstenwinkel, en Eneco. Dat leverde 140 wijkbewoners op die zich committeerden aan de campagne. Een voorbeeld, volgens Huibert Boer, dat het succes van lokale ambassadeurs aantoont.

Gratis energie-advies
Er is inmiddels een vervolgproject gestart in Rustenburg/Oostbroek dat verbreed is van energiebesparing naar duurzaamheid. "Zaken als groengebieden, voorzieningen in de wijk en het aantrekkelijk houden van de wijk nemen we daar ook in mee", legt Boer uit. "De wijkbewoners inventariseren zelf de knelpunten en wensen en geven aan wat hun prioriteiten zijn." Daarnaast doet BOOG in samenwerking met het E-team een energiebesparingproject bij de minima. Het E-team geeft minima gratis energieadvies. En in een nieuw project probeert BOOG huurders en verhuurders in de particuliere sector te interesseren voor energiebesparing. Ook hier komt het E-team langs met advies en comfortverhogende en geldbesparende maatregelen, zoals tochtstrips en spaarlampen. Verder gaat BOOG debatten met allochtonen over duurzaamheid organiseren. De bedoeling is daar lering uit te trekken voor het milieubeleid. BOOG constateert dat deze bevolkingsgroep nog weinig participeert op dit terrein.

Continuïteit
De activiteiten voor duurzaamheid en milieu bij BOOG worden projectmatig ingevuld en gefinancierd. Opdrachtgevers zijn onder andere de gemeente, de provincie, bewonersorganisaties of woningcorporaties. Met die projectfinanciering heeft Huibert Boer geen moeite. "Bij activiteiten in de stadsdelen kijken we ook naar de lange termijn en de projecten moeten binnen de gestelde termijn op eigen benen staan. Verder zijn we een organisatie met 60 adviseurs in de wijken die zien wat nodig is voor nu en de toekomst. Dat geeft continuïteit."

Duurzaamheid bij
herstructurering

BOOG werkt in opdracht, maar neemt ook zelf initiatieven. Zo heeft Huibert Boer het belang van duurzaamheid en de combinatie duurzaamheid en bewonersparticipatie bij herstructurering onder de aandacht gebracht van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling van de gemeente Den Haag: "Een ondergeschoven kindje. Bij herstructurering is duurzame aanpassing van belang. Bewoners hebben daar ook ideeën over, bijvoorbeeld aangepaste woningen, een supermarkt of een park in de buurt. Die moet je meenemen in de plannen." De dienst onderschreef het belang ervan, maar legde de verantwoordelijkheid neer bij bouwfysica en bouwecologie, een afdeling die geen zeggenschap heeft over de wijkplanprocessen. "De gemeente heeft het dus nog onvoldoende opgepakt", constateert Boer met spijt, waarbij hij opmerkt dat ieder beleidsveld zijn eigen verantwoordelijkheid heeft op het gebied van duurzaamheid.

Huibert Boer onderkent de afnemende aandacht voor het milieu: "De politiek volgt datgene wat er leeft bij de bevolking en het milieubewustzijn is aanzienlijk minder geworden, dus is de beleidsaandacht ook minder. Onze uitdaging is binnen de beperkte ruimte verandering te creëren en medestanders te vinden door met bewonersorganisaties en bestaande netwerken duurzaamheidprojecten op te pakken."

Wensen van bewoners
Wat er volgens Huibert Boer in Den Haag nodig is op het gebied van duurzaamheid, is dat het begrip duurzaamheid toegankelijk wordt en dat burgers er zelf een visie over ontwikkelen. "Maak eerst concreet welke elementen daaronder vallen. Voor de één is dat de aanpassing van zijn woning voor de toekomst, voor de ander een wijkpark en voor de derde een postkantoor in de wijk. Alle elementen maken gezamenlijk de duurzaamheid. Verder kun je als gemeente wel technische criteria opstellen, maar ze moeten juist overeenkomen met wat de bewoners zelf willen. Alleen dan is er draagvlak. De norm van wat wel of niet mag, bijvoorbeeld auto's wassen in de straat, moet van de mensen zelf komen."

Lieneke Venhuis

 

 

De nieuwe wethouder Duurzaamheid en zijn ambities.
Ries Smits wilde per se de naam Duurzaamheid in zijn portefeuille

Den Haag was de enige grote stad waar de gemeenteraadsverkiezingen geen grote verschuivingen te weeg brachten. Behalve het aantreden van Leefbaar Den Haag in de gemeenteraad was de enige verandering dat het CDA door haar zetelwinst met een wethouder meer in het college terugkwam. De nieuwe wethouder, Ries Smits, zat 12 jaar voor het CDA in de Tweede kamer. Als bedrijfseconoom was hij de financieel specialist binnen de fractie. Vier jaar geleden kwam hij als leider van de CDA-fractie in de gemeenteraad. Als CDA-campagneleider bij de laatste tweedekamerverkiezingen had hij een sleutelrol bij de totstandkoming van de voor velen verrassende verkiezingsoverwinning van de ploeg Balkenende. Branding ging bij hem op bezoek met in het achterhoofd de vraag: Wie is deze man en wat drijft hem?

Mijnheer Smits, als we uw staat van dienst langslopen dan lijkt uw overstap van de Tweede Kamer naar de Haagse gemeenteraad, zonder destijds het perspectief op een wethouderschap, niet echt voor de hand te liggen. Was dat wel uitdagend genoeg voor u?

Bij het CDA hebben wij een ijzeren regel, indertijd ingesteld door de commissie de Koning, dat het na drie volle periodes in de Kamer wel mooi is geweest. Dan is er weer nieuw bloed nodig in de fractie. Daar kon ik mij goed in vinden en ik ben in 1998 dan ook zonder morren akkoord gegaan dat ik niet opnieuw werd gekandideerd. Een jaar voor mijn vertrek uit de Kamer werd ik gepolst of ik lid van de gemeenteraadsfractie van het CDA wilde worden. Met plezier heb ik ja gezegd. De afgelopen vier jaar heb ik mijn werk in de gemeenteraad met veel plezier gedaan. Ik had toen en nu geen speciale ambities voor het wethouderschap. Door ons mooie verkiezingsresultaat is mij dat overkomen. Toen wij een tweede wethouder konden leveren, dacht ik ook niet in de eerste plaats aan mijzelf. Ik heb zelfs voorgesteld om voor deze nieuwe post iemand van buiten de fractie aan te trekken. Men heeft toen op mij ingepraat en gezegd. "Jij kan dat prima, jij moet het gaan doen Ries". Ik heb mij toen laten overtuigen. Dat klinkt misschien alsof ik het niet echt wilde, maar dat is absoluut niet het geval. Ik was al die tijd beschikbaar en ik vind het wethouderschap een uitdagende baan.

U zit hier nu op de elfde verdieping in de top, van het gebouw, maar is uw positie binnen het college ook zo hoog? De portefeuille Milieu is normaal gesproken de minst begeerde portefeuille. Begint u onderaan?

Eerlijk, ik heb in het college nooit gemerkt dat mijn portefeuille minder serieus wordt genomen. Iedereen praat mee en beslist mee op basis van gelijkwaardigheid. Bovendien ben ik geen wethouder Milieu. Dat begrip vind ik verouderd. Bij goed rentmeesterschap gaat het om een integrale benadering. Het beheer van het milieu is verweven met allerlei andere ontwikkelingen. Wil je daar goed voor zorgen dan moet je die in hun samenhang bekijken. Zelf heb ik dan ook voorgesteld om die naam te veranderen in Duurzaamheid. Dit begrip drukt die samenhang veel beter uit.

Die samenhang zit ook in nu gescheiden terreinen mobiliteit en ruimtelijke ordening. En zou het niet voor de hand liggen om de thema´s energie en duurzaam bouwen bij uw portefeuille onder te brengen. Als een wethouder wat wil bereiken dan moet deze toch over zulke zaken echt wat te vertellen hebben?

Binnen het college zijn we nog aan het bekijken hoe de verschillende taken verdeeld zullen worden. In ieder geval valt alles rond energiebesparing en duurzame energie nu onder mijn portefeuille. Op een interne conferentie zullen we duurzaamheid speciaal aandacht geven, want al het beleid moet natuurlijk aan op zijn duurzaamheid getoetst worden. Vanuit een coordinatiefunctie rond duurzaamheid kan ik zorgen dat beleidsterreinen die niet direct onder mijn verantwoordelijkheid vallen langs een duurzame meetlat worden gelegd. Vervolgens kunnen binnen het college met elkaar afspraken worden gemaakt over concrete resultaten op duurzaamheid. We zijn op dit moment onze aandacht veel meer op gebieden aan het richten waardoor per gebied een meer samenhangend beleid ontwikkeld kan worden. We zitten nu in een overgangsperiode, maar in 2004 is dit beleid volledig doorgevoerd. Dan zal ook het thema duurzaamheid per gebied beter met anders beleidsterreinen verweven kunnen worden. Dit biedt veel meer kansen. Bovendien heb ik ook de nieuwe gebieden in mijn portefeuille. Op het gebied van duurzaamheid kunnen daar ook veel zaken op de rails gezet worden zoals het duurzaam invullen van de ruimtelijke omgeving bijvoorbeeld door te zorgen voor goede voorzieningen in de buurt. Aandacht ook voor de sociale structuur zodat bewoners zich bij hun fysieke omgeving betrokken kunnen voelen.

Maar daar heb je toch een fors eigen budget voor nodig? Is dat er ook bijgeleverd?

Ook over dat budget moeten we ook nog afspraken met elkaar maken. Maar er zijn bijvoorbeeld allang afspraken over de aantallen en kwaliteit van de woningen in de nieuwe uitbreidingswijken. En we zullen wat duurzaamheid betreft inzetten op een zo hoog mogelijk voorzieningenniveau ter plekke.

Nu we het over duurzaamheid en bouwen hebben, het slopen van een jong en goed gebouw als de Zwarte Madonna en de ministeries en daarvoor nieuwe gebouwen terugzetten is toch niet echt duurzaam te noemen?

Wij moeten wat dit betreft niet aan symboolpolitiek doen. De nieuwe plannen voor het Wijnhavenkwartier zijn goed verdedigbaar. Het gebied heeft een kwaliteitsimpuls nodig. Het kan op enkele punten wel beter. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid gaat het bijvoorbeeld om het nu kunnen toevoegen van nieuwe functies. Daar moet dan natuurlijk wel vraag naar zijn. En de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken zijn verouderd en bepaald geen fraaie gebouwen.

Iets anders. Nu Den Haag Zuidwest volledig op de schop genomen wordt, is daar wel genoeg aandacht voor duurzaamheid en bijvoorbeeld aaneengesloten groen? Zou het groen niet veel gevarieerder moeten zijn dan nu het geval is?

De herstructurering van de na-oorlogese wijken bieden veel kansen om daar vanaf het begin duurzame maatregelen in te verweven. Die kansen moeten we ook benutten. Dat geldt zeker voor Den Haag Zuid-West. Ook daar gaan we bijvoorbeeld inzetten op het behoud van een hoog voorzieningenniveau. Ik ben een voorstander van dat er voldoende groen blijft in Zuid West en dat zit ook in de plannen. Een grotere variatie is heel belangrijk. Met het nieuwe waterplan wordt groen ook gecombineerd met water wat al veel meer variatie zal geven.

Wat gaat de gemeente, nu een energieneutrale stad tot speerpunt van het beleid is gekozen, doen aan bijvoorbeeld het stimuleren van de opwekking van duurzame energie?

Wij gaan bekijken welke lokaties op Haags grondgebied geschikt zijn voor de produktie van duurzame energie zoals de mogelijke plaatsing van windturbines. Op dit moment zijn we wat betreft zonne-energie in samenwerking met de stichting OM Den Haag bezig met het project Zonnekwadrant. Daarbij willen we zoveel mogelijk zonnestroom realiseren op kantoorgebouwen in het gebied van het Centraal Station en het stadhuis. Een ander initiatief is het onderzoeken van de mogelijke plaatsing van windmolens op het stadhuis zelf en de Haagse Hogeschool.

Hoe zit het eigenlijk met uw eigen duurzaamheid. Laat u bijvoorbeeld op de korte afstanden de auto regelmatig staan? En zou het bestuur dit laatste ook niet naar de Haagse bevolking uit moeten dragen.

Respect voor het leven is ons al als kind bijgebracht met name door mijn vader. Wij hebben de aarde in bruikleen, niet in ons bezit. En we hebben de verantwoordelijkheid deze voor toekomst ook weer goed achter te laten. Wij waren dan ook zuinig met van alles en met eten werd bijvoorbeeld zeer zorgvuldig omgegaan. Ik bezit een tien jaar oude auto die ik inderdaad regelmatig laat staan, Ik maak regelmatig gebruik van de fiets en het openbaar vervoer. Morgen bijvoorbeeld ga ik op bezoek bij Frysia waar lijn 17 een uitstekende verbinding mee heeft. Dan laat ik de dienstauto staan en neem ik de tram. Dezelfde tram neem ik vervolgens naar mijn volgende afspraak. Ja, ik ben van mening dat het goed is als het gemeentebestuur duurzaamheid uitdraagt naar haar inwoners en dat geldt ook voor het zuinig gebruik van de auto.

Tenslotte, hoe bevalt het nieuwe dualisme in de verhouding tussen gemeenteraad en het college.

Het is natuurlijk goed te beseffen dat er gescheiden verantwoordelijkheden zijn en daar ook naar te handelen. Ik word nog wel eens bij de fractie van het CDA uitgenodigd, maar ik ben niet meer bij het overleg binnen de fractie betrokken. Dat is soms wel jammer want het uitwisselen van argumenten en ervaringen kan standpunten wel dichter bij elkaar brengen. We moeten uitkijken dat de afstand met de gemeenteraad niet te groot wordt. Dat gevaar zie ik wel.

Frans van der Steen

 

Haags Horecavignet voor het laatst uitgereikt

Anderhalf jaar geleden heeft café-restaurant Rootz aan de Grote Marktstraat een nieuwe keuken laten plaatsen met onder andere milieubewuste HR-apparatuur en verwarming op gas in plaats van elektra. Energiezuinig, aldus restauranteigenaar Roland Meerloo. 'Want de energiekosten van tegenwoordig zijn niet misselijk.' De aanpassingen van toen leveren Rootz het Haags Horecavignet 2002 op. Met maar liefst een gedeelde tweede plaats in de rangorde van restaurants met de meest duurzame bedrijfsvoering. Dit in de categorie van de restaurants die voor het eerst meedoen. Tot verbazing van Meerloo.

Het Haags Horecavignet is een initiatief van de gemeente Den Haag. Het is bedoeld om een duurzame bedrijfsvoering in restaurants te stimuleren. Restauranteigenaren die zich aanmelden en voldoen aan de gestelde eisen voor afvalpreventie, afvalscheiding, energie-, water- en grondstoffenbesparing, ontvangen het vignet. Op 5 juni reikte de gemeente het Haags Horecavignet voor de tweede keer uit. In de Commerciële Club werden de deelnemende horecaondernemers onthaald met een hapje, drankje, bandje en een alternatieve kookles. Wethouder Stolte stelde verheugd vast dat het aantal restauranthouders dat een vignet krijgt was verdubbeld naar 46. Ze namen onder luid applaus het vignet, een grote deurmat en ander promotiemateriaal in ontvangst.

Geen terugkoppeling
Den Haag telt als echte restaurantstad honderden restaurants. Hoe kan het dat er maar 46 meedoen aan het horecavignet? Is het gebrek aan tijd of aan interesse voor het milieu, of zien de restauranthouders de voordelen niet? De deelnemers zien het nut er in ieder geval wel van in. Bij Le Bateau in Kijkduin gaat het ze vooral om kwaliteit en positieve publiciteit. Eigenaar De Wildt van La Fourchette aan de Turfmarkt vindt het vignet een goed initiatief om de Haagse horeca op een hoger peil te brengen. 'Je laat zo bij je gasten een goede indruk achter.' Ook Roland Meerloo van Rootz vindt het een goed initiatief. 'Vooral dat je bedrijf door een externe partij wordt doorgelicht. Ik vind het belangrijk dat we milieubewuster werken. Maar ik denk niet dat je met het vignet meer klanten trekt.' Minder enthousiast is Meerloo over de terugkoppeling. 'Die krijg je niet en daarom weet je niet wat je beter of anders kan doen. Ik zou graag meer advies willen.'

Dat advies lijkt er te gaan komen. Het Haags Horecavignet heeft in de huidige vorm zijn langste tijd gehad. Op de vignetuitreiking werd alvast een tipje van de sluier opgelicht. Het Horeca Vignet zal worden opgenomen in Triple S. Triple S (Safety, Security en Sustainability) wordt een nieuwe, brede standaard voor maatschappelijk ondernemen in de Haagse horeca. En wel de totale horeca met 1600 bedrijven van snackbar tot hotel. Koninklijke Horeca Nederland, de gemeente Den Haag, de Kamer van Koophandel en de Ontwikkelingsmaatschappij (OM) Den Haag gaan de nieuwe standaard ontwikkelen. Net als bij het horecavignet gaat het bij Triple S om zaken die de wettelijke eisen overstijgen.

Niet alleen duurzaamheid
Er zijn verschillende redenen om het vignet te vervangen, aldus Jan Kroon van de Kamer van Koophandel. Een eerste is dat Koninklijke Horeca Nederland en de Kamer van Koophandel als belangrijke partijen voor de horeca erbij betrokken willen zijn. 'Want wij hebben de kennis in huis' vult Mariëlle Heimel van Koninklijke Horeca Nederland Den Haag aan. Verder vinden deze organisaties dat het niet alleen om duurzaamheid moet gaan, maar ook om veiligheid en verantwoordelijkheid. 'En uiteindelijk is het doel niet het vignet, maar het proces van bewustwording wat daaraan ten grondslag ligt,' legt Jan Kroon uit. 'Het gaat erom dat deze drie thema's centraal staan in het hele doen en laten van je bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld hoe ga je om met je personeel, hoe is het met je brandveiligheid. Niet wachten op een ramp als in Volendam, maar deze zaken implementeren aan de basis.'
Het vignet is een mooi sluitstuk, maar het gaat in de eerste plaats om voorlichting, informatie en bewustwording. 'Het is niet de bedoeling om meer regeltjes op te leggen,' zegt Mariëlle Heimel. 'Triple S moet het de horecaondernemer gemakkelijker maken en juist voordelen opleveren. In geld of in tijdwinst. Waar mogelijk gaan we ook zakendoen met Eneco en Novem. En horecabedrijven kunnen voor elkaar als voorbeeld dienen.'

Hoe gaan ze ervoor zorgen dat de horecaondernemer met hart en ziel aan de drie thema's van Triple S meewerkt? Triple S moet kant en klare oplossingen bieden. Er moet een onafhankelijke organisatie komen die als kenniscentrum, klankbord en aanspreekpunt fungeert, voorlichting en advies geeft en meehelpt in de uitvoering. Op een gegeven moment kan Triple S ook tot zelfregulering leiden. Zover is het nog niet. De plannen moeten nog bij de branche 'in de week' worden gelegd. De partijen gaan eerst met de horecaondernemers in gesprek om te horen wat zij belangrijk vinden.
In de loop van volgend jaar hopen ze een onafhankelijke organisatie rond te hebben. Vervolgens worden de onderwerpen en prioriteiten vastgesteld. Roland Meerloo en zijn horecacollega's moeten voor advies over de drie 'S-en' nog even geduld hebben.

Lieneke Venhuis

 

Dualisme of duellisme

Elk voorstel van het college van burgemeester en wethouders kon vroeger steevast rekenen op een goedkeurende meerderheid vanuit de gemeenteraad. Die tijd is nu echt voorbij door de invoering van het dualisme: een actieve collegepartij kan in de raad een geheel eigen koers blijven varen. Sinds de gemeenteraadsverkiezingen zorgt dit dualisme voor meer afstand tussen gemeentelijke bestuurders en hun partijgenoten in de gemeenteraad. De raad heeft hierdoor behalve een serieuze controlerende taak ook meer speelruimte voor het vervullen van een eigen rol gekregen. Niet langer kunnen de losjes gedane verkiezingsbeloftes simpel opzij geschoven worden 'omdat het collegeprogramma vol compromissen dit nu eenmaal van de raadsleden van de collegepartijen verlangt'.

Dualisme kan echter gemakkelijk uitmonden in duelisme. Een voorbeeld hiervan is de discussie in Den Haag over maatregelen die de verkeerssituatie op de Thorbeckelaan voor fietsers veiliger moeten maken. Herkozen wethouder van Verkeer, de heer Bruins (VVD) stelde een plan voor dat vooral de parkeerplekken in de wijk veilig moest stellen. In dit plan was voor fietsers op de drukke verkeersweg slechts ruimte gereserveerd in de marge: op de roodgeverfde fietsstroken. Collegepartner PvdA haalde het plan van de wethouder onderuit door met succes een motie in te dienen. Zo bleef de PvdA van Den Haag trouw aan de eigen tekst in haar gemeentelijke verkiezingsprogramma, waarin een flink hoofdstuk opgenomen is over de verkeersveiligheid voor lopers, gebruikers van openbaar vervoer en fietsers (L.O.F.). De wethouder wordt nu door de raad verplicht om veilige vrijliggende fietspaden aan te leggen. De VVD-fractie reageerde geschokt op deze 'broedermoord' van de collegepartner. Op haar beurt probeert de VVD een voornemen van de PvdA van tafel te vegen om met gemeenschapsgeld het woonhuis van Willem Drees aan te kopen. Wat is begonnen met de aanleg van vrijliggende fietspaden op de laan van de liberaal Thorbecke maakt nu het woonhuis van de socialist Drees tot inzet van een politiek steekspel. Of de vechthouding van de twee coalitiepartners op den duur bestuurlijk productief zal zijn, dat vraag ik me sterk af, maar het levert in ieder geval wekelijks een vermakelijk politiek schouwspel op!

Marc Beek, Fietsersbond Den Haag


VERKIEZINGEN: HET GROENE DEBAT EN DE UITSLAG

Op 19 februari vond op het Haags Milieucentrum het groene verkiezingsdebat plaats. Hieronder kunt u in het kort lezen welke onderwerpen aan de orde kwamen en welke toezeggingen, gerelateerd aan de verkiezingsuitslag werkelijkheid kunnen worden.

DEBAT
Alle op dat moment zittende gemeenteraadsfracties waren vertegenwoordigd bij het groene debat in het Haags Milieucentrum, inclusief de wethouder van Milieu, Wilbert Stolte en de wethouder van Verkeer, Bruno Bruins. Wat jammer is en tegenvalt, is het aantal aanwezige zwevende kiezers. De zaal zit goed vol, maar met name met partijgenoten, die 'meelopen' in campagnetijd en ambtenaren van de wethouders. Wellicht zijn er niet zoveel zwevende kiezers als het om natuur- en milieubeleid gaat ...

Allereerst geeft gespreksleider Frans van der Steen de raadsleden de mogelijkheid in het kort aan te geven waar hun partij voor staat als het gaat om milieu. Wat wij in het vorige nummer van Branding al schreven komt weer naar boven: voor het CDA ligt milieu dicht bij huis en wel in de betekenis van leefbaarheid. D66 is praktisch en kiest onder andere voor het weren van vrachtauto's in de stad; in 2009 is er wat hen betreft geen plek meer voor Norfolkline in Den Haag. GroenLinks ziet milieubeleid en duurzaamheid de portefeuilles economie, verkeer en ruimtelijke ordening doorkruisen. De PvdA kiest nadrukkelijk voor een investering in het openbaar vervoer en de ChristenUnie/SGP ziet voor een beter milieu een taak voor de inwoners van onze stad weggelegd. De VVD pronkt met de roetfilters op 150 HTM-bussen en de PPS ziet de wethouders liever fietsen dan in de auto. Moet gezegd worden: de PPS is de enige partij die pleit voor gemeentelijke financiële steun van het Haags Milieucentrum.

Vervolgens vindt er een discussie plaats over de kwaliteit van het openbaar vervoer. Wethouder Bruins kijkt tevreden terug op de ontwikkeling in het openbaar vervoer. Aanwezigen vinden dat het veel beter kan en moet. Zo duiken er praktische problemen op voor de VINEX-locaties; ze betalen een extra zone omdat ze bijvoorbeeld door Rijswijk rijden. De wethouder geeft aan dat zone-indeling een taak van de overheid is, maar zegt wel toe er naar te willen kijken. Natuurlijk komt ook de te late aanleg van tramlijn 15 naar Ypenburg ter sprake. Ondanks kritiek blijft Bruins trots op hetgeen gerealiseerd is.

Loes Jalink (Haagse Vogelbescherming) maakt zich zorgen over het behoud van groen; bij alle nieuwbouw- en herstructureringsplannen lijkt het groen ondergeschikt te worden aan wonen. Wethouder Stolte zegt toe de groenomvang, nu na de herindeling het Haagse grondgebied is vergroot, opnieuw te willen bekijken.

UITSLAG
Het nieuwe krachtenveld van de Haagse politieke arena geeft ons een klein beetje hoop, mede gelet op de inhoud van de verkiezingsprogramma's. Zo moet een autovrij Lange Voorhout nu tot de mogelijkheden behoren, de aanleg van meer vrijliggende fietspaden bijna een feit zijn en investeringen voor een beter openbaar vervoer gewaarborgd.

Voor een werkelijk duurzaamheidsbeleid is echter meer nodig: op het moment van schrijven van dit artikel zijn de Collegeonderhandelingen nog in volle gang. Vrijwel zeker is dat de samenstelling ongewijzigd zal blijven, ondanks de zetel verlies van zowel de VVD als de PvdA. De extra zetel winst van het CDA levert hen waarschijnlijk een tweede (en dus achtste) wethouder op. Naar de verdeling van portefeuilles over de acht wethouders kunnen we alleen nog maar gissen. We hebben echter vanuit het informele circuit gehoord dat de huidige fractievoorzitter van het CDA, Ries Smits, de nieuwe wethouder van Milieu wordt, met in zijn portefeuille ook energiebeleid en duurzaam bouwen. Die onderwerpen passen goed bij elkaar onder Milieu. Dat zou in onze ogen een duidelijke verbetering zijn. Maar hoe zorg je er als gemeente voor dat de belangrijkste natuur - en milieuonderwerpen van deze tijd, ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer, in het College voortdurend langs de Groene Graadmeter gelegd worden, waardoor wordt voorkomen dat milieubeleid uitsluitend geïnterpreteerd wordt als een leefbaarheidkwestie?

Monique Vermin

 

VUILRAAP - INITIATIEF

Zag u ze al eens? Op een zondagochtend? In een van de Haagse parken en bossen? De enthousiaste mensen van de vuilraap-ploeg. Een groep van vijf mensen vormt de harde kern, waaromheen een stuk of tien anderen actief meedoen. Wij hadden er geen zin meer in altijd tussen het vuil te wandelen en besloten zelf de handen uit de mouwen te steken. Om zo ook de gemeente de helpende hand te bieden. Een keer per maand op zondag - tussen 10 en 14 uur - gaan wij gewapend met sterke vuilzakken en een grijpertje het bos of park in. Wij verzamelen daar al het zwerfvuil en dat is heel wat! Van verroeste bromfietskarkassen tot bijvoorbeeld 35 aanstekers op een plek waar vaak hengelaars zitten. De blikjes, flessen en ander verpakkingsmateriaal verraden wie de uiteindelijke afzenders zijn: de fabrikanten van deze versnaperingen. Ook zij zijn verantwoordelijk voor de vervuiling die hun verpakking veroorzaakt. Natuurlijk, via de hand van degene die ze achteloos weggooide, maar toch.

Als leden van de vuilraap-ploeg geven wij als burgers het voorbeeld, en vinden het ook nog erg leuk en gezellig. En de boel knapt er enorm van op, zoals bijvoorbeeld de Waterpartij, die na de zondag van februari twee maanden gewoon schoon is gebleven. Want waar geen vuil ligt wordt minder snel vuil achtergelaten.

De gemeente en staatsbosbeheer (Haagse Bos) voorzien hen van materialen en halen de vele volle zakken op om ze af te voeren.

Wij vinden dit leuk om te doen, we krijgen veel bijval van wandelaars die ons aanspreken en we nodigen iedereen uit om mee te doen of eigen groepjes op te richten.

Berber de Haan
Tel: 3541917 e-mail: wildehaan@planet.nl

 

DIGITAAL VERKIEZINGSDEBAT
DE GROENE GRAADMETER

Op 6 maart vinden de gemeenteraads-verkiezingen plaats. De verkiezingskoorts is weer uitgebroken. Overal in de stad wordt gedebatteerd; op straat, in het Stadhuis en ook op Internet. Op de website van het Haags Milieucentrum kunt u vanuit de eigen bureaustoel de discussie aangaan met de wethouder van Milieu, de wethouder van Verkeer en de milieuwoordvoerders van alle fracties. Surf dus naar www.haagsmilieucentrum.nl, klik op De Groene Graadmeter en doe mee aan het debat. Natuurlijk kunt u ook alleen meelezen en op die manier bewust een groene stem uitbrengen op woensdag 6 maart. Maar dat niet alleen. Door mee te doen aan dit groene digibat kunt u invloed uitoefenen op de visievorming binnen de verschillende politieke partijen en zo uiteindelijk ook op de besluiten die zij nemen. Zo helpt u uw eigen stad stap voor stap op weg naar een duurzamere stad.

Bij deze nodigen wij u ook van harte uit om deel te nemen aan het afsluitende live-debat van de Groene Graadmeter waarvoor alle lijsttrekkers zijn uitgenodigd. Dit vindt plaats op 19 februari, 20.00 uur op het Haags Milieucentrum, Paviljoensgracht 1.

Voor het debat is het nodig om de beschikbare verkiezingsprogramma's met elkaar te vergelijken. Wij hebben er begrip voor dat niet iedereen tijd en zin heeft om alle programma's op te vragen en uit te pluizen. Daarom heeft het Haags Milieucentrum deze voor u langs haar Groene Graadmeter gelegd. Dat kan natuurlijk niet heel uitgebreid, maar wel voldoende om een globale indruk te krijgen en brandstof voor uw vragen te leveren. (Helaas waren nog niet alle programma's beschikbaar bij het ter perse gaan van deze editie.)

Alvorens de verkiezingsprogramma's per partij te bekijken, valt in het algemeen de zeer geringe aandacht in alle verkiezingsprogramma's op voor de ruimtelijke ordening in en om onze stad. Dit terwijl ontwikkelingen op dit gebied van groot belang zijn voor een duurzamere ontwikkeling. Wat zijn de kansen en bedreigingen van de grove lijnen zoals uitgezet in de 5e Nota Ruimtelijke Ordening? Hoe wordt gedacht over de gewenste ontwikkeling in bijvoorbeeld de Westlandse Zoom en de Zuidrand (zie eerdere artikelen in Branding)? Hoe wil men de waterberging gaan regelen nu de boel bij flinke stortbuien letterlijk overloopt? Hoe wil men de noodzakelijke groene corridors en verbindingszones tot stand brengen vanuit de stad richting Hoek van Holland, Delft, Zoetermeer en Leiden? Hoe wil men een evenwichtige integrale ontwikkeling van werken, bouwen, natuur, waterbeheer en recreatie tot stand brengen? Hoe wil men ervoor zorgen dat individuele belangen, met de daarmee gepaard gaande particuliere geldstromen, niet per definitie voorrang krijgen op algemene belangen van leefbaarheid, het behoud van de open groene ruimte en van een vitaal milieu? Hoe wil men het overleg over dit soort aangelegenheden met de buurgemeenten vormgeven? Op dit gebied moet dus nog een visieontwikkeling plaatsvinden bij alle partijen. Datzelfde geldt voor de ontwikkeling, en het behoeden voor aantasting, van de grote groengebieden en parken in onze Groene Stad aan Zee. Is het nu wel genoeg geweest met de aanleg van bijvoorbeeld de Skidôme? Naar uitspraken over dergelijke zaken moet men met een lampje zoeken. D66 komt wat dit betreft nog het beste uit de bus.

VVD
Het nieuwe verkiezingsprogramma is 'groener' dan voorheen en dat is wat ons betreft winst. Zo kiest de VVD voor het parkeren van auto's onder de grond of inpandig. Op deze manier wil men aan de ene kant het moeten zoeken naar een parkeerplek verminderen en aan de andere kant meer ruimte op straat creëren. Ook wil de VVD de mogelijkheid onderzoeken om particulieren parkeerplekken te laten kopen in publieke parkeergarages in hun woonwijk. Minder geparkeerde auto's op straat is natuurlijk mooi, maar dergelijke voorstellen leiden niet tot een vermindering van het autogebruik. Toch ziet de VVD in dat het verlagen van de CO2-uitstoot alleen mogelijk is door een positieve impuls voor het openbaar- en fietsvervoer. Ze kiest nadrukkelijk voor meer fietspaden en rode fietsstroken. De VVD is voorstander van wijkmobiliteitscentra; dit zijn parkeergarages en fietsenstallingen in woonwijken nabij aansluitingen op openbaar vervoer (bus, tram en taxi).
Voor 'autootje pesten' is er letterlijk geen plaats binnen de VVD. Zij zien de ontwikkeling van de Noordwestelijke Hoofdroute en het Trekvliettracé als onontkoombaar. Milieubeleid betekent voor de VVD vooral praktische verbetering van de leefomgeving. Voorwaarden op het vlak van groen- en bomenvoorziening moeten integraal onderdeel uitmaken van de vergunningverlening aan nieuwbouwplannen. Het behoud, en waar mogelijk de versterking, van de grote groengebieden moeten worden gewaarborgd in een nieuw Groenbeleidsplan. Daarnaast acht de VVD de kwaliteit van het water, alsmede de aanleg van natuurvriendelijke oevers van groot belang. De VVD is op zichzelf voorstander van het nastreven van ecologische doelen, op voorwaarde dat niet de indruk wordt gewekt dat het groen verslonst.

PVDA
De PvdA legt in haar programma qua mobiliteit de bestuurlijke en financiële nadruk op de realisatie van een hoogwaardiger openbaar vervoernet. Verbetering van de infrastructuur voor het autoverkeer binnen de stad wordt alleen overwogen als deze een hoog en meervoudig rendement heeft: autoluw maken van woonwijken, verbetering van doorstroming van openbaar vervoer en fiets, versterking van ecologische structuur, beter bereikbaarheid en toegankelijkheid van Den Haag, ook voor de voetganger. Openbaar vervoer moet volgens de PvdA een vervoerssoort blijven c.q. worden waar iedereen gebruik van maakt en niet alleen personen die zich (nog) geen auto kunnen permitteren.
Ook de PvdA pleit voor een fijnmazig fietsroutenetwerk en voor investeringen in fietsstallingsplaatsen en bewonersstallingen. Voor wat betreft het Trekvliettracé ziet de PvdA graag eerst een onderzoek naar de wenselijkheid en effectiviteit in samenhang met de realisatie van Hoog Hage.
In het ruimtelijk beleid van PvdA staat compactheid voorop. Verder zien ze de milieueisen die gesteld worden aan bouwprocessen en de milieuprestaties van nieuwbouw graag stapsgewijs verder opgevoerd worden. De PvdA spreekt de wens uit voor een gemeentelijk CO2-reductieplan (zonder overigens een reductiepercentage te noemen), waaraan gemeente, energiebedrijven en bedrijfsleven een bijdrage leveren.
De PvdA spreekt in haar programma de wens uit voor het instellen van een of meer autovrije dagen in combinatie met een 'Binnenstadsfestival'.

CDA
Het CDA kiest, naar haar eigen zeggen, voor een duurzaam en eerlijk vervoersbeleid gecombineerd met een goede ontsluiting. Een fijnmazig openbaar vervoersnetwerk, waarbij het motto 'meer vervoer op maat' centraal staat is volgens het CDA van groot belang. Het belang van de automobilist mag echter niet uit het oog worden verloren. Het CDA staat voor een consistent verkeers- en vervoersbeleid, waarbij naast een beleid dat gericht is op een autoluwe binnenstad, alternatieven voor autoverkeer worden aangedragen zoals de aanleg van grote parkeervoorzieningen aan de rand van de stad, gekoppeld aan shuttle-systemen.
Het CDA is van mening dat de fiets moet worden gestimuleerd en gepromoot als goed, veilig, schoon en snel vervoersmiddel in de stad. Ze willen dan ook uitbreiding van het aantal duidelijk onderscheiden fietsroutes en adequate parkeer- en stallingsvoorzieningen in binnenstad, Scheveningen en Kijkduin.
Het CDA houdt een pleidooi voor investering in meer groen, juist ook in de achterstands- en probleemwijken en wil Den Haag graag als Groene Stad aan Zee behouden.
Zij geven dan als voorbeeld dat er moet worden gestreefd naar het in ere herstellen van de oude grachten in Den Haag.

GROENLINKS
In het nieuwe verkiezingsprogramma heeft GroenLinks de nodige aandacht voor betere voorzieningen voor de fietser; GroenLinks houdt een pleidooi voor vrijliggende fietspaden, een veilige fietsroute van en naar het centrum en de verbetering van stallingsmogelijkheden. GroenLinks is geen tegenstander van auto-gebruik, maar wel voor doelmatig gebruik. Autoverkeerprojecten als het Trekvliettracé en de Noordwestelijke hoofdroute dienen beperkt te worden tot maatregelen die wel de verkeersafwikkeling bevorderen, maar niet de groei van het autoverkeer stimuleren.
Het autogebruik moet worden tegengegaan vanwege de gevolgen voor het milieu. Inwoners van de stad moeten weer meer ruimte krijgen om in de stad te lopen, spelen en recreëren. Dat kan alleen door het forse ruimtebeslag van de auto in de openbare ruimte tegen te gaan.
GroenLinks kiest voor het instellen van een duurzaamheidcommissie, die nieuwbouw en renovatie toetst op een aantal duurzaamheidscriteria. Ook ziet ze graag een toename van gevelbegroeiing, vegetatiedaken en daktuinen.
GroenLinks is van mening dat de overheid voorop dient te lopen in milieubewust energiegedrag. Dit kan door een intensiever eigen beleid rond energiebesparing. De gemeente moet daarboven actief naar de bevolking uitdragen welke bijdragen particulieren zelf kunnen leveren. Dat geldt ook voor waterbeheer. Zo kan volgens GroenLinks veel van het regenwater, dat nu nog via riolen wegvloeit, opgevangen worden voor de besproeiing van tuinen, plantsoenen of voor het doorspoelen van toiletten. De gemeente zal zulke systemen moeten stimuleren.

D66
D66 heeft geen uitgebreide mobiliteits-paragraaf opgenomen in hun verkiezingsprogramma. Wel geeft ze de prioriteit aan de Noordwestelijke Hoofdroute boven het Trekvliettracé en pleit ze voor een OV-transferium bij het Leyenburgziekenhuis. De mogelijkheden voor transferia op ander punten in de stad moeten worden onderzocht. Ook D66 ziet graag meer auto's onder de grond geparkeerd in woonwijken en wenst ze een Lange Voorhout zonder geparkeerde auto's. Een parkeergarage onder de Hofvijver is echter ongewenst.
D66 ziet graag een uitbreiding van het geslaagde experiment van de fietstrommels in Laak, pleit voor uitbreiding van het aantal bewaakte fietsenstallingen en wil de openingstijden van fietsenstallingen verlengen tot 24 uur op werkdagen en tot 2 uur in het weekend. Tevens wil D66 investeren in doorgaande fietsroutes, door deze met behulp van korte doorsteken met elkaar te verbinden.
D66 wil in de komende raadsperiode een ecoduct over de Utrechtse Baan gerealiseerd zien. Zodoende worden het Haagse Bos en het Malieveld weer met elkaar verenigd. Ook in het Scheveningse groen wordt, als het aan D66 ligt, naar mogelijkheden gezocht om duin en bossen met elkaar te verbinden. Bij wegreconstructies en stedelijke vernieuwingsplannen moet aan dit aspect prioriteit worden gegeven.
Een initiatief valt te verwachten voor de Binckhorst; D66 vindt dit gebied heel geschikt voor vestiging van bedrijven die zich toeleggen op het ontwikkelen en toepassen van nieuwe milieutechnologie. D66 wil deze vorm van bedrijvigheid stimuleren door bruikbare nieuwe technologie binnen de gemeente toe te passen.


HAAGSE STADSPARTIJ
De Haagse Stadspartij pleit allereerst voor een beheerste economische ontwikkeling, waarin grote zorgvuldigheid ten aanzien van het milieu voorop staat. Daarnaast zien zij het terugdringen van het autoverkeer graag met kracht worden aangepakt.
De Haagse Stadspartij wil de politie dwingen haar sociale functie te versterken door veel selectiever met haar wagenpark om te gaan en meer gebruik te maken van de fiets of rollerskates; dit Stadspartij-mes snijdt prettig aan twee kanten.
De fietser moet in het Haagse verkeer vaak op z'n hoede zijn. Met name in het centrum ontbreken goede fietsverbindingen. De Haagse Stadspartij kiest voor meer investeringen voor de fietser en de skater (vrijliggende en comfortabele fietspaden). Ook moeten er meer gratis stallingsmogelijkheden voor de fiets komen in zowel het centrum, bij de stations, als in woonwijken. Vooral in en rond het centrum moet voor het autoverkeer eenrichtingsverkeer worden ingesteld en parkeerruimte worden ingeleverd om de fietser de noodzakelijke ruimte te geven. Behalve de fiets moet ook collectief vervoer meer worden gestimuleerd.
Bijzonder, en wellicht technisch wat achterhaald, is dat de Haagse Stadspartij een onderzoek wil naar de invoering van trolleybussen op enkele tramtrajecten.
Naast het reguliere verkeersveiligheidsbeleid moet wat de Haagse Stadspartij betreft extra aandacht besteed worden aan de verkeersveiligheid rondom scholen, de stroom vrachtwagens van en naar de Norfolkline en de (brand)veiligheid in de tramtunnel.

POLITIEK VUURWERK
Welke discussies kunnen we op basis van de programma's verwachten in de komende collegeperiode? Wij denken dat met name de uitvoering van het verkeersplan de nodige discussie zal oproepen omdat de daarin aangekondigde maatregelen zeer ingrijpend zijn voor de stad. Ook zal de politieke agenda voor een deel bepaald worden door de verdere uitwerking van het regionaal structuurplan Haaglanden dat de grote lijnen schetst van de ruimtelijke ontwikkeling rond de stad en de toebedeling van de schaarse ruimte aan de verschillende functies.
Politiek vuurwerk kunnen we wellicht gaan zien omtrent het handhaven van Norfolkline in Scheveningen; de Haagse gemeenteraad is verdeeld op dit punt. Zo was en is D66 bijvoorbeeld pertinent tegenstander van het verlengen van hun contract, de Norfolkline veroorzaakt immers een levensgevaarlijke verkeerssituatie voor met name de fietser en de voetganger. De Politieke Partij Scheveningen is nog voorstander voor behoud van Norfolkline.

De reductie van CO2-uitstoot ziet de VVD met name gebeuren door het stimuleren van het fiets- en openbaarvervoergebruik; dit is een trendbreuk in het VVD-denken. Het CDA concentreert zich juist meer op de huishoudens en hun afval om een CO2-reductie te bereiken. Dat kan een interessant debat gaan opleveren.

Ook het parkeerbeleid van zowel de fiets als de auto is punt van discussie. Gaat de VVD zich werkelijk hard maken voor minder geparkeerde auto's op straat? Wordt het Lange Voorhout dadelijk mooier zonder geparkeerde auto's? Komen er artistiek vormgegeven fietsenstallingen, zoals de VVD dit onder andere graag zou zien of gaat de SP deze discussie winnen en krijgen we een soort fietsbunkers in de stad?

Wij kijken uit naar een nieuw college, met hopelijk een uitgesproken milieu-beleid. Uiteraard speelt uw stem daar een grote rol in. Een beter milieu begint bij een zorgzame en solidaire overheid en ook de burger zelf kan het nodige doen, zeker als deze het daarbij wat gemakkelijker gemaakt wordt. Kies daarom bewust, kies groen!

 

Het concept-Milieubeleidsplan en de CO2-reductie

Den Haag moet volgens het splinternieuwe (concept) Milieubeleidsplan van onze gemeente op langere termijn een CO2-neutrale stad worden. Wij denken dat het goed is dat begrip wat beter te definiëren, met name de manier waarop in Den Haag zelf CO2 weer opgenomen wordt en om welke hoeveelheden dit dan gaat. Het is een geweldig ambitieuze doelstelling. Daar zijn wij niet tegen want flinke ambities zijn nodig als het om de reductie van broeikasgassen gaat. Als het niet lukt om de uitstoot daarvan wereldwijd fors terug te brengen, neemt de 'wereld' en daarbinnen de Haagse bevolking als geheel een onaanvaardbaar groot risico.

Het risico namelijk dat door wereldwijde klimaatveranderingen het leven van miljarden mensen ontwricht wordt. Voor een dergelijke ambitieuze doelstelling zijn navenant forse maatregelen nodig die ook werken. Wij vinden dat de maatregelen die nu in het Milieubeleidsplan voorgesteld worden bij lange na niet voldoende zijn om die doelstelling van een CO2-neutrale stad de komende jaren dichterbij te brengen. Wat nodig is voor succes is een gedegen Energiebeleidsplan dat maatregelen voorstelt op basis van evaluatie van het beleid in het verleden en de nieuwe kansen die op dit moment bestaan. Waar blijft dat nieuwe Energiebeleidsplan of Masterplan CO2-reductie? Ondanks verschillende toezeggingen van wethouder Verkerk, die over energie gaat, is dat plan er nog steeds niet. Het oude plan liep vorig jaar af, gelijk met het Milieu Actie Plan (MAP) van Eneco. Wij weten dus ook niet wat van het beleid tot nu terechtgekomen is. Hoe staat het bijvoorbeeld met de afspraak die de gemeente met de energiebedrijven EZH en Eneco gemaakt heeft om de stadsverwarming in Den Haag te verdubbelen, waarmee bijna de helft van de voorgenomen CO2-reductie gerealiseerd kon worden? En wat gaat er gebeuren met de maar liefst 90 miljoen gulden die aan het eind van het MAP bij Eneco nog over is en die voor een belangrijk deel door Haagse burgers en bedrijven zijn opgebracht? Dat energiebeleidsplan moet er dus eerst komen waarbij de besteding van de Haagse MAPgelden, de samenwerking met Eneco en de eigen afdelingen Economie en Milieu van de gemeente van groot belang zijn.

Bovendien ligt er al de nodige 'input' voor een nieuw plan. Bijvoorbeeld het - op verzoek van wethouder Verkerk zelf - opgestelde Kema-rapport 'Energie Den Haag 2025 - 2010', dat uitgaande van een energievisie voor Den Haag en omstreken voor 2025 aangeeft welke ontwikkelingen en maatregelen voor de meer nabije toekomst, 2010 dus, nodig zijn. En waar blijft het antwoord van Eneco en de gemeente op de uitkomsten van de Haagse stadsenquête 2000 over energiebesparing waar het Energiebeleidsplan mede op gebaseerd zou worden? Een belangrijk voorstel was de oprichting van een onafhankelijk projectbureau mede gefinancierd door Eneco. Dat onafhankelijke is belangrijk omdat energiebedrijven als Eneco, zeker na de privatisering, alleen nog geïnteresseerd lijken in de verkoop van meer energie of een beetje minder maar dan wel met een grotere winstmarge. Het blijkt moeilijk, om een grote energieleverancier zover te krijgen vrijwillig en zelfs gemotiveerd mee te werken aan minder of schonere maar duurdere energieproductie. Het vraagt dus nieuwe manieren van samenwerken om met de grote energieproducenten te komen tot vermindering van energieconsumptie en tot productie en afname van schone - maar duurdere - energie. Steun daarbij kan zijn dat 'energiebesparing en verantwoord omgaan met energie' een in de wet vastgelegde taak voor energiebedrijven is. Het lijkt een kansrijke zaak om Eneco te binden aan een gedegen plan, omdat de gemeente Den Haag samen met de gemeente Rotterdam de grootste aandeelhouders zijn. Maar die positie lijkt niet goed uitgebuit te worden. Er worden wel allerlei concessies gedaan, maar niets in ruil daarvoor teruggevraagd. Bovendien verzwak je als gemeente nog verder je positie als je als aandeelhouder en grootverbruiker vervolgens doodleuk je stroom afneemt bij de concurrent Remu. Je kan als gemeente nog zo veel willen, je zal, zeker zolang de Haagse burgers en het midden- en kleinbedrijf nog verplicht klant van Eneco zijn, dat soms ook bij Eneco af moeten dwingen.

Daarvoor zit je als gemeente, als grootaandeelhouder van Eneco, in een goede positie. (Dus nooit je aandelen verkopen, maar juist bijkopen!) Het is zeer verleidelijk om nu verder te gaan met het schetsen van een soort raamwerk voor een energiebeleidsplan. Wij beperken ons er toe kansrijke initiatieven te noemen om aan CO2 -reductie te werken. Dat kan onder meer door simpelweg minder energie te gebruiken, denk aan de fiets en minder apparaten, via besparing door energiezuinige apparatuur, via het gebruik van duurzame energiebronnen, via betere techniek van afvangen, zoals de katalysator bij auto's en het aftoppen van piekbelasting door buiten de piek stroom goedkoper te leveren. Dan zijn talloze maatregelen denkbaar met E-teams en Ecoteams, voorlichting, Groene Stroom voor uitkeringsgerechtigden zonder meerkosten, bevorderen op tal van manieren van Fiets en Openbaar Vervoer, maatregelen die automobiliteit ontmoedigen en gelijktijdig goede alternatieven bieden, verbieden van dieselbussen, gratis of goedkoop plaatsen van meters waardoor men in de avonduren minder betaalt, bevorderen gebruik van zonneboilers, strenge normen voor isolatie en andere maatregelen bij nieuwbouw, het doorlichten van bestaande bedrijven en bedrijventerreinen en hogere energie-eisen stellen bij vergunningen enzovoorts. Natuurlijk wordt daar door de gemeente al het nodige aan gedaan, maar nog veel te beperkt en plaatselijke energiebesparingscampagnes bijvoorbeeld zijn er al een tijd niet meer geweest.

Maar uit al die mogelijkheden willen we er hier twee uitlichten omdat zij volgens ons bijzonder kansrijk zijn en CO2-uitstoot flink kunnen reduceren. Ten eerste is dat de reeds genoemde stadsverwarming. De restwarmte van de elektriciteitscentrale aan het De Constant Rebecqueplein verdwijnt niet in de lucht of in de Haagse grachten zoals nu het geval is, maar wordt benut voor het verwarmen van kantoren, ziekenhuizen en andere gebouwen. Daarmee wordt veel gas en uitstoot van CO2 bespaard. Den Haag heeft al flink geïnvesteerd in een heel net dat makkelijk verdicht en afgetakt kan worden.

Ook kunnen mogelijkheden voor het opslaan van energie via warmtebuffers veel beter benut worden en kan de capaciteit van de energiecentrale die in de stad zelf ligt nog opgevoerd worden. Stadsverwarming maakt het voor belangrijke Haagse werklocaties zoals Nieuw Centrum en Binckhorst mogelijk om te komen tot een verantwoorde en duurzame economische ontwikkeling. Maar er zit ook een probleem aan de levering van warmte via stadsverwarming. Iedereen heeft het met de huidige liberaliseringsgolf over keuzevrijheid, maar wat heeft de warmteconsument dan eigenlijk te kiezen. Voor elektriciteit en gas lijkt het op papier geregeld en kan in 2004 gekozen worden bij welk bedrijf energie gekocht gaat worden. Maar omdat warmte of stadsverwarming een lokaal gebonden product is kan iemand niet zomaar op een andere leverancier uit een ander gebied overstappen. Warmteklanten blijven voor de levering van hun warmte gewoon gebonden aan die ene leverancier. Keuzevrijheid is er niet. Hoe zit het met de positie van warmteklanten als Eneco privatiseert en de gemeente Den Haag haar aandelen zou verkopen? Hoe en door wie worden deze klanten dan beschermd? En hoe wordt dat publieke belang van een milieuvriendelijke en duurzame warmtelevering dan gewaarborgd? Het tweede kansrijke perspectief is het uitbrengen van Energie Prestatie Adviezen (EPA's) per wijk. Juist in wijken zijn vaak dezelfde typen woningen gebouwd en elk type woning biedt zo zijn eigen kansen voor energiebesparing. Bovendien biedt het de mogelijkheid om het mensen gemakkelijk te maken om de energiebesparing echt ter hand te nemen door advies op maat te leveren en hoe dit zo goedkoop mogelijk uitgevoerd kan worden. Onafhankelijke deskundigen en installateurs staan daar garant voor. Het biedt ook goede mogelijkheden tot samenwerking met woningcorporaties en woningbeheerinstellingen. Ook valt nog veel winst te halen uit systemen waarbij de kosten om besparing te bereiken geleidelijk uit de kostenbesparing kunnen worden terugbetaald. Een heel ander maar zeker zo belangrijk punt is de profilering van Den Haag op het gebied van CO2-reductie als internationale stad, want je kan nog zoveel doen als lokale gemeenschap - en dat moet - het probleem valt uiteindelijk alleen via internationale samenwerking op te lossen.

Dan ligt, juist voor Den Haag als internationale stad van recht en vrede, ook op het terrein van wereldwijde afspraken over CO2-reductie, een koplopersfunctie voor de hand. Tot slot is het goed nog even stil te staan bij het belangrijkste obstakel om CO2-reductie echt goed van de grond te krijgen. Dat is dat veel maatregelen erg duur zijn. Daardoor ligt het niet voor de hand dat de markt daarin veel investeert, behalve mondjesmaat in die zaken die vanuit een groen imago goed in de markt liggen of waarvoor via fiscale maatregelen financiële compensatie geboden wordt. Wat doe je als gemeente als de markt niet voldoende investeert? Wellicht kunnen wethouder Verkerk en wethouder Stolte ondermeer daar op ingaan in onze rubriek 'Groen Forum'.

 

 

TERUG NAAR RECENTERE ARTIKELEN

 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.