|
ALGEMEEN MILIEUBELEID
Duurzaam Groningen (Branding
nr.11 september/oktober
2003) ...meer
Het kan nog veel beter
Haags duurzaamheidsbeleid onder externe loep (Branding
nr.10 juni/juli 2003)
...meer
Milieuveiligheid vanuit Den Haag gemonitord
Het Institute for Environmental Security opent zijn deuren (Branding
nr.10 juni/juli 2003)
...meer
Op de fiets en in de Groene Mal in Tilburg (Branding
nr.10 juni/juli 2003)
...meer
Gemeente
stelt Stuurgroep Duurzaamheid in
(Branding nr.
9 april/mei 2003) ...meer
Duurzaamheid en het debat over
waarden en normen (Branding
nr. 7 oktober/november
2002) ...meer
Drie fractievoorzitters laten hun licht schijnen
over de duurzaamheid van de ontwerpbegroting en de rol van particuliere
organisaties op het gebied van duurzaamheid (Branding
nr. 7 oktober/november
2002) ...meer
Ontwerpbegroting: vrijwel geen cent voor milieu (Branding
nr. 7 oktober/november
2002) ...meer
Portret van twee organisaties (Branding
nr. 7 oktober/november
2002) ...meer
De nieuwe wethouder Duurzaamheid en zijn ambities.
Ries Smits wilde per se de naam Duurzaamheid in zijn portefeuille
(Branding nr.
6 september/oktober 2002) ...meer
Haags Horecavignet voor het laatst uitgereikt (Branding
nr. 6 september/oktober
2002) ...meer
Dualisme of duellisme (Branding
nr. 6 september/oktober
2002) ...meer
VERKIEZINGEN: HET GROENE DEBAT EN DE UITSLAG (Branding
nr. 5 mei/juni/juli
2002) ...meer
VUILRAAP - INITIATIEF (Branding
nr. 5 mei/juni/juli
2002) ...meer
DIGITAAL VERKIEZINGSDEBAT DE
GROENE GRAADMETER (Branding nr.
4 februari/maart 2002) ...meer
Het concept-Milieubeleidsplan en de CO2-reductie
(Branding nr.
3 november/december 2001) ...meer
TERUG NAAR RECENTERE
ARTIKELEN
Duurzaam Groningen
In het kader van onze speurtocht naar duurzaamheid bij de buren
vereren we deze keer de stad Groningen met een bezoek. Groningen
timmert op het gebied van duurzaamheid en milieuvriendelijk vervoer
stevig aan de weg met de eretitel Fietsstad 2002, het keurmerk duurzame
distributie en een succesvolle energiecampagne. In deze Branding
gaat er daarom niets boven Groningen.
In Groningen ben je een dief van je eigen portemonnee als je binnen
de stad niet met de fiets gaat, aldus het juryrapport van de Fiet-sersbond,
op basis waarvan Groningen de eretitel Fietsstad 2002 in de wacht
sleepte. "De fiets is in Groningen 30% sneller dan de auto.
Daarnaast heeft Groningen een uitgebreid net van geasfalteerde fietspaden
en 24 bewaakte fietsenstallingen verspreid over de hele stad. Voor
15 euro per jaar kun je al in deze stallingen terecht."
Verkeerswethouder Koen Schuiling noemt de prijs een gevolg van 25
jaar consequent beleid om het fietsgebruik te bevorderen en autogebruik
op de korte afstand te ontmoedigen. De gemeente Groningen investeert
in de huidige collegeperiode zes miljoen voor fietsvoorzieningen.
Maar voor Enne Feenstra van de plaatselijke afdeling van de Fietsersbond
zegt de eretitel voor zijn stad meer over de situatie in de andere
steden: "Het aantal stallingplaatsen bijvoorbeeld is volstrekt
ontoereikend. Er zijn hier wel redelijk veel vrijliggende fietspaden,
maar er is nog veel te verbeteren, vooral op het gebied van comfort.
Je moet nog te vaak en te lang wachten voor stoplichten. Of je ondervindt
hinder van geparkeerde auto's. In een fietsstad moet je vijf kilometer
vlot, veilig en comfortabel kunnen overbruggen op de fiets."
Duurzame distributie
Als eerste Nederlandse stad werd Groningen vorig jaar onderscheiden
met het keurmerk 'duurzame distributie' door het Platform Stedelijke
Distributie. Want Groningen realiseert op een vernieuwende en praktische
manier oplossingen voor duurzaam goederenvervoer in haar stad. Sinds
1996 voert de gemeente intensief overleg met alle betrokken partijen
in de logistieke keten om de bereikbaarheid en de leefbaarheid van
de stad te verbeteren. Een van de maatregelen is het openstellen
van de busbanen voor alle vrachtvervoer tijdens de venstertijden
(de tijden dat de winkels bevoorraad mogen worden). De Groninger
binnenstad is verdeeld in vier sectoren, die het doorgaande verkeer
uit de binnenstad weren. Door busbanen tijdens de venstertijden
voor vrachtverkeer open te stellen, kan het bevoorradingsverkeer
sectorgrenzen overschrijden. Daarnaast is er de mogelijkheid voor
vervoerders om erkend stadsdistributiecentrum te worden. Deze centra
mogen ook buiten de venstertijden met vrachtauto's tot en met 7,5
ton de stad bevoorraden en van de busbanen gebruikmaken. Ook zijn
er breng- en afhaaldepots voor binnenstadondernemers en hun klanten
geïntroduceerd.
In het najaar van 2002 zijn de effecten van de maatregelen gemeten.
Uit de meting blijkt onder andere dat de efficiency is toegenomen:
het aantal voertuigkilometers en -ritten is gedaald, evenals de
verblijftijd van de vrachtauto's in de stad. Wel ondervinden de
bewoners nog evenveel geluidshinder en stankoverlast van rijdende
vrachtauto's. Het Groningse Raadslid Harrie Miedema (GroenLinks):
"De distributie kan nog beter. Er komen nog teveel grote vrachtauto's
in de stad en de overslagcentra zijn er, maar er wordt nog te weinig
gebruik van gemaakt."
Unplugged
Vorig jaar vond ook de energiecampagne 'Groningen Unplugged' plaats,
die zich richtte op bedrijven, de gemeente zelf, consumenten en
wonen. De campagne legde de basis voor een gemeentelijk energie-
en klimaatbeleid. Daarnaast zijn er concrete projecten uitgevoerd
zoals een symposium voor bedrijven, projecten rondom EPA's (Energie
Prestatie Advies) voor woningen, de inkoop van (groene) stroom binnen
de gemeente, een zonnepanelenactie en een energiebesparingswedstrijd.
"De campagne heeft veel besparing opgeleverd en veel Groningers
hebben met extra subsidie zonnepanelen aangeschaft", aldus
Miedema. "Binnenkort komt de gemeente met een klimaatplan om
aan de CO2-doelstellingen te voldoen, onder andere met grote windturbines.
Groningen doet het redelijk goed op milieugebied", besluit
hij. Of, zoals Groningers zeggen: het kon minder.
Lieneke Venhuis
Het kan nog veel
beter
Haags duurzaamheidsbeleid onder externe loep
Vroeger was de maatschappij lekker simpel: het bestuur bestuurde,
zonder al teveel externe inmenging, en bedrijven beconcurreerden
elkaar op leven en dood - of deden tenminste alsof. Maar ook de
publieke sector is steeds meer de tucht van de markt gaan voelen.
Overheidstaken werden geprivatiseerd of de ambtelijke uitvoerders
moesten ze veel efficiënter gaan verrichten. Om hun prestaties
te meten raakten verschillende instrumenten in zwang, zoals benchmarking
en peer reviews. Benchmarking wil ongeveer zeggen: Jantje doet het
beter dan Pietje, dus als Pietje niet snel maatregelen neemt, dan
heeft hij een probleem. Met een peer review wordt bedoeld dat collegabestuurders
tips geven hoe je het beter kunt doen. In oktober vorig jaar werd
Den Haag onderworpen aan zo'n peer review, waarvan op 20 mei jl.
de resultaten werden bekendgemaakt.
Een gemêleerd gezelschap uit vijf van de negen Euro-pese
steden (Wenen, Venetië, Birmingham, Leipzig, Nottingham, Den
Haag, Newcastle, Malmö en Tampere) die zijn aangesloten bij
de Peer Review for European Sustainable Urban Development, (PreSud),
onderzocht collegiaal maar ook kritisch hoe Den Haag scoorde op
dertien thema's. Deze varieerden van de democratische betrokkenheid
van de samenleving via zaken als milieu- en economische integratie
tot vraagstukken als luchtkwaliteit, water, afval, energie en regionale
samenwerking. Het Haagse gemeentebestuur mocht zelf aangeven hoe
het presteerde op deze gebieden, maar ook vertegenwoordigers van
het bedrijfsleven, van bewonersorganisaties en van de natuur- en
milieubeweging werden uitgenodigd te zeggen wat ze ervan vonden.
Dit scala aan feiten en meningen werd door de reviewers verwerkt
en als we hun conclusies met betrekking tot het Haagse duurzaamheidsbeleid
heel kort samenvatten, dan moet dit als volgt luiden: het is allemaal
best aardig, maar het kan nog véél beter.
Voorop staat dat de benoeming van een aparte wethouder Duurzaamheid
(in de persoon van Ries Smits) door de geïnterviewden en de
reviewers met instemming is begroet. Deze benoeming wijst erop dat
de ge-meente duurzaamheid serieuzer neemt dan voorheen het geval
was. En ook de instelling van een Stuurgroep Duurzaamheid (waarover
wij in de vorige Branding berichtten) is, zo constateren de reviewers,
een goede zaak. Dit kan er namelijk voor zorgen dat duurzaamheid
breed gedragen gaat worden. Zoals het nu is lijken de verschillende
gemeentelijke afdelingen weinig over duurzaamheid te communiceren.
Dit wreekt zich vooral bij de planning van issues die van invloed
zijn op de luchtkwaliteit en het geluid. Consultatie vindt nogal
eens plaats nadat het punt waarop nog correcties mogelijk waren,
al gepasseerd is.
De buitenlandse bezoekers hechten er ook bijzonder veel waarde
aan dat het duurzaamheidsbeleid nauw wordt verweven met het sociaal-economische
beleid. Het evenwicht tussen deze beleidsterreinen zou ook duidelijker
moeten worden aangegeven, om beleidsontwikkeling van meet af aan
een duurzamer karakter te geven. Een aar-dige suggestie is om beleidsambtenaren
vaker 'de straat op' te sturen, zodat ze kunnen zien hoe hun beleid
in de praktijk uitpakt. Dit bevordert de communicatie en het wederzijds
begrip tussen beleidsambtenaren en burgers.
CO2-neutrale stad
Dat Den Haag het goed bedoelt, blijkt duidelijk uit plannen als
het Milieubeleidsplan, het Waterplan, het Verkeersplan en het Beleidsplan
Groene Ruimte. Maar als Den Haag werkelijk in 2006 een CO2-neutrale
stad wil zijn en wil voldoen aan Europese richtlijnen is méér
nodig. Dan zouden in het uitvoeringsplan van het Milieubeleidsplan
duidelijke doelstellingen moeten worden opgenomen, evenals een ondubbelzinnige
aanwijzing van verantwoordelijkheden voor het behalen daarvan. Zonodig
zouden ambtenaren zelfs een 'duurzaamheidstraining' moeten kunnen
krijgen.
De belangrijkste bron van luchtvervuiling en een belangrijke bron
van geluidshinder in Den Haag is het verkeer. Op diverse plekken
worden grenswaarden zelfs overschreden. De reviewers misten echter
in het Verkeersplan doelstellingen voor het beïnvloeden van
de modal split: het omslagpunt waar mensen uit de auto stappen en
in het openbaar vervoer of op de fiets. Ook meetbare doelstellingen
voor het ontmoedigen van het autogebruik in de stad worden node
gemist. De gemeente lijkt niet goed te weten wat ze moet en kan
doen om de luchtkwaliteit op korte termijn te verbeteren - iets
dat Europese wetgeving haar wel opdraagt te doen. Ze zou hiervoor
te rade moeten gaan bij wetenschappers en bij andere gemeenten.
Het Waterplan dwingt bij de onderzoekers bewondering af vanwege
de integrale visie die eraan ten grondslag ligt, de actieve betrokkenheid
van de burgerij en het ambitieniveau. Niettemin zou de gemeente
in de volgende fase van het plan uitdagender doelstellingen kunnen
opnemen, vooral waar het gaat om de zuurstofniveaus van het water.
Die moeten meer in overeenstemming worden gebracht met de inhoud
van Europese richtlijnen.
In het algemeen valt het de reviewers op dat alle beleidsplannen
een systeem voor het evalueren van de gestelde doelen missen.
Hierboven noemden we al even de betrokkenheid van de burger. De
reviewers prijzen de gemeentelijke inspanningen om de Hagenaar bij
het planningsproces te betrekken. Zo worden er bijeenkomsten georganiseerd
voor bewoners en gebruikers (van bijvoorbeeld parken) en maakt de
gemeente intensief gebruik van internet om respons uit te lokken.
Ook hier is echter weer sprake van een maar: nogal wat organisaties
vinden dat ze pas in een te laat stadium bij de besluitvorming betrokken
worden en dat het niet altijd duidelijk is wat er met hun inbreng
gebeurt. De reviewers bepleiten dat de gemeente de lijn van het
BORO-project - een voorbeeld van goede samenwerking tussen de gemeente
en het wijkcomité in Rustenburg-Oostbroek - voortzet en breed
toepast.
Concessies
Uiteraard zijn niet alleen de contacten met bewoners/gebruikers
van belang. Ook ondernemers moeten betrokken worden bij het duurzaamheidsbeleid,
en de gemeente doet dit dan ook voortvarend. Vooral de ontwikkelingsmaatschappij
Om Den Haag vervult hierbij een belangrijke rol. Maar ook hier willen
de reviewers net weer een tandje verder: waarom heeft Den Haag geen
gecentraliseerd systeem waarin alle informatie ter ondersteuning
van duurzaam ondernemerschap is samengevoegd? Waarom begint de stad
geen bewustwordingscentrum voor duurzaam ondernemerschap?
Het rapport gaat ook in op de verschillende invloeden die uiteenlopende
economische activiteiten op het milieu kunnen hebben. Dat Den Haag
die verschillen in kaart brengt en er rekening mee wil houden, mag
er echter niet toe leiden dat dit de sterke ambitie verzwakt om
in de hele stad het milieu, de gezondheid en de veiligheid te verbeteren.
In een reactie gaf duurzaamheidswethouder Smits aan wat teleurgesteld
te zijn. Hij had verwacht dat zijn stad beter uit de bus zou komen.
Den Haag blijkt uitstekend te zijn in het maken van plannen, maar
de uitvoering stagneert nogal eens. Smits gaf aan de uikomsten van
het rapport zeer serieus te nemen en vertelde dat bijna de helft
van de 52 aanbevelingen zal worden uitgevoerd. Een aantal was volgens
de wethouder al achterhaald toen ze gedaan werden. Meer hierover
kunt u lezen op onze website, www.haagsmilieucentrum.nl,
onder Laatste nieuws.
Bob Molenaar
Milieuveiligheid vanuit Den Haag
gemonitord
Het Institute for Environmental Security opent zijn deuren
Het Joegoslaviëtribunaal, het Internationaal Gerechtshof,
het Permanente Hof van Arbitrage, Eurojust, de OPCW; binnen een
paar jaar ook het Internationaal Strafhof
. Den Haag mag zich
beroemen op de aanwezigheid van een fors aantal internationale juridische
organisaties.
Binnenkort wordt het Institute for Environmental Security aan die
palmares toegevoegd. Dat betekent dat voortaan ook de naleving van
regels op het gebied van het internationale milieurecht vanuit de
hofstad bewaakt kan gaan worden. En niet vanaf de minste locatie:
de organisatie betrekt een fraai pand aan de Anna Paulownastraat,
pal tegenover het Vredespaleis.
De reden voor oprichting van het instituut (met de website www.envirosecurity.org)
is dat de voortgaande afbraak van het wereldwijde milieu door klimaatverstoring,
waterschaarste, erosie van vruchtbare grond en verlies van voor
de mens belangrijke planten- en diersoorten kan leiden tot maatschappelijke
ontwrichting en gewelddadige conflicten. Een notie die indertijd
gedeeld werd door bijvoorbeeld de regering van president Clinton,
die jaarlijks anderhalf procent van de defensiebegroting reserveerde
voor programma's op het gebied van milieuveiligheid. De huidige
regering van de VS heeft echter andere prioriteiten.
Horizon 21
Het Institute for Environmental Security wil eraan bijdragen dergelijke
conflicten te voorkomen. Dit gaat ze doen door beleidsmakers duidelijk
te maken dat de functies van het milieu die van levensbelang zijn
voor mens en natuur moeten worden behouden en, waar nodig en mogelijk,
hersteld. Het werkprogramma van het instituut, genaamd Horizon 21,
spitst zich toe op vier terreinen: diplomatiek, juridisch, financieel
en educatief. Essentieel is dat situaties met ecologische veiligheidsrisico's
in kaart worden gebracht en voor beleidsmakers toegankelijk worden
gemaakt. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de techniek van remote
sensing.
Secretaris/penningmeester Ron Kingham legt uit dat Nederlandse wetenschappers
- met name aan de Universiteit van Wageningen - op dit gebied toonaangevend
zijn. Ze hebben software ontwikkeld waarmee satellietbeelden en
beelden van vliegtuigradars kunnen worden gebruikt om milieuproblemen
in kaart te brengen (zoals momenteel gebeurt in Indonesië,
in samenwerking met de Indonesische regering). Voor zover dergelijke
informatie op dit moment al beschikbaar is, is dat meestal op een
statische manier. Er kunnen geen veranderingen mee worden weergegeven.
Het Institute for Environmental Security streeft er echter naar
dat deze gegevens via een portalsite op internet zowel voor regeringen
als voor wetenschappers 'near realtime' beschikbaar zijn. Vervolgens
kan bekeken worden hoe deze milieuproblemen aangepakt kunnen worden,
hetzij politiek, hetzij juridisch, hetzij langs sociaal-economische
weg of, nog beter, op een wijze die deze benaderingen integreert.
Plannen
Het instituut heeft nog andere plannen: bijvoorbeeld om in Den Haag
een internationaal programma op te zetten om de kennis van rechters
op de terreinen van milieurecht en
-management te vergroten. Ook wil het starten met eco insurance:
een financieel mechanisme om milieurisico's af te dekken.
Het plan is om al deze zaken aan de orde te stellen op een internationale
conferentie in Den Haag - gedacht wordt aan begin 2004 - met de
topmensen op deze gebieden en op interactieve wijze, d.w.z. in contact
met vertegenwoordigers van ecologische veiligheids-situaties ter
plekke.
Het Institute for Environmental Security wordt financieel gesteund
door onder meer het ministerie van VROM. Buitenlandse Zaken heeft
de Kamer al laten weten in principe bereid te zijn het instituut
te ondersteunen en de Gemeente Den Haag, die het graag ziet komen,
is op allerlei wijzen uitermate behulpzaam. Het Haags Milieucentrum
voegt daaraan bij deze zijn morele steun toe.
Bob Molenaar
Op de fiets en in de Groene Mal
in Tilburg
In het kader van onze speurtocht naar duurzaamheid bij de buren
nemen we deze keer een kijkje in Tilburg: een van de eerste steden
die voor fietsers een 'rode loper' uitrolden. Het is ook de stad
van Johan Stekelenburg, van Ivo de Wijs, van de grootste kermis
van Nederland, van een van de meest milieuvriendelijke publieksfestivals
en van een heel succesvol milieucafé. Tilburg profileert
zich graag als moderne industriestad en tegenwoordig ook als gemeente
waarbij de natuur het sturend element is voor stedelijke ontwikkeling.
Want Tilburg heeft een Groene Mal.
Tilburg gaf halverwege de jaren zeventig voorrang aan de fiets.
Met veel bombarie werd er een vrijliggend fietspad dwars door de
stad aangelegd. Tilburg was daarmee, evenals Den Haag, een trendsetter.
"Het was een experiment en heel mooi voor die tijd, zonder
obstakels als drempels en lastige kruisingen", aldus Theo Smeele
van de Fietsersbond Midden-Brabant en zelf Tilburger. "Maar
de laatste jaren is er weinig vernieuwing. Er is niet veel enthousiasme
vanuit de gemeente voor het fietsbeleid. Het huidige fietsplan is
van '90-'91 en zou in 2000 vervangen worden, maar dat is nog steeds
niet gebeurd. Het onderhoud van de fietspaden in de binnenstad is
ronduit slecht. De fiets heeft in deze tijd geen voorrang. Wij merken
dat veel bewoners geen vrijliggend fietspad meer voor de deur willen
hebben, ze vinden het gevaarlijk en ze hebben liever een parkeerplek
direct voor hun huis. Een deel van het fietspad van het eerste uur
ligt onder vuur. Het Pieter Vreedeplein, in het centrum, gaat op
de schop. Er komen woningen en winkels, bomen verdwijnen en de fietsers
moeten opschuiven. Het positieve van Tilburg is wel dat we een Fietsforum
hebben, waarin verschillende partijen, ook wij, participeren. Daarmee
proberen we een vuist te maken voor het fietsbeleid in de gemeente."
Tekortkomingen
Ook de fractie GroenLinks van de Til-burgse gemeenteraad is verre
van tevreden over het fietsbeleid en het ontbreken van een actueel
plan. Fractievoorzitter Anja van de Westelaken: "Wij zijn vorig
jaar met een werkgroep door Tilburg gefietst en hebben alle tekortkomingen
geïnventariseerd. Het onderhoud, de veiligheid en het comfort
laat te wensen over. Wij willen dat er een substantieel deel van
het budget naar het fietsbeleid gaat. Groen Links knokt voor goede
fietsvoorzieningen. Helaas is het in de raad moeilijk om daar een
meerderheid voor te krijgen. Maar dat is in andere steden hetzelfde."
"Op milieugebied scoort Tilburg niet beter of slechter dan
vergelijkbare steden als je puur op de cijfers afgaat," aldus
Michel Jehae, voorzitter van de Tilburgse Milieuwerkgroep WNM. "Tilburg
heeft dezelfde problemen als andere steden met bijvoorbeeld verkeersopstopping,
luchtverontreiniging en vervuiling. Het fietsgebruik is wel hoger.
Ook in de planvorming scoort Tilburg heel goed, bijvoorbeeld met
haar nieuwe Waterplan. Dat was genomineerd voor de prijs voor het
beste gemeentelijke waterplan door de Stichting Natuur en Milieu.
Maar het meest bijzondere natuur- en milieu-initiatief in Tilburg
van de afgelopen jaren is de Groene Mal."
De Groene Mal
De Groene Mal is een ecologische zone rond Tilburg die vrijgehouden
wordt voor de natuur en waar de natuur de ruimte krijgt. De Mal
is een aanvulling op de ecologische hoofdstructuur. De stadsuitbreiding
van Tilburg springt erover heen. Voor de Groene Mal is vorig jaar
een intentieovereenkomst getekend door de provincie, de gemeente,
het waterschap, de land- en tuinbouworganisatie ZLTO en natuur-
en milieuorganisaties. Daarin is vastgelegd hoe het groene gebied
rond Tilburg er in de toekomst, tot 2015, uit gaat zien, waar de
waardevolle elementen zich bevinden en hoe de betrokken partijen
de komende jaren omgaan met de verschillende bestemmingen en met
elkaar. En daarmee is de natuur het sturend element voor de stedelijke
ontwikkeling. "Het is heel belangrijk dat de Groene Mal en
de intentieovereenkomst er gekomen zijn", zegt Jehae. "Het
is zeker sturend voor de planvorming. En we hoeven nu niet meer
voor elke uitbreiding een rechtszaak aan te spannen en oorlog te
voeren. Dat scheelt heel veel energie. Zo is de rondweg rond Tilburg
voor de Groene Mal verlegd en daar was geld voor. Door de Groene
Mal is er anderhalf miljoen euro extra voor de natuur. Dat is hartstikke
veel winst. In de praktijk proberen ze wèl regelmatig wat
van de Groene Mal af te knabbelen voor andere bestemmingen
.
Het positieve van de Groene Mal is dat het plan van onderop ontwikkeld
is. Het laat zien dat je vanuit diverse organisaties op lokaal niveau
wél invloed kunt uitoefenen. Voor andere gemeenten is het
een inspirerend voorbeeld."
Korte lijnen
Inspirerend in Tilburg zijn ook het Festival Mundial en het Milieucafé.
Tilburg is al 15 jaar de thuisbasis van het Festival Mundial, een
groot publieksevenement met (wereld)muziek, mondiale informatie
en cultuur, dat wederzijds begrip en waardering voor andere culturen
wil bevorderen. Duurzame ontwikkeling is een van de onderwerpen
die er aan bod komen. Festival Mundial hanteert de statiegeldbeker,
waarmee de gebruikelijke afvalberg op festivals voorkomen wordt.
Dit jaar is het festival van 31 mei t/m 15 juni.
Het Milieucafé in Tilburg van de Milieu-werkgroep WNM bestaat
reeds 10 jaar en is een voorbeeld voor veel steden. "We hebben
gemiddeld 150 bezoekers vanuit 23 gemeenten en dat in een tijd dat
milieu niet zo hip is", vertelt Jehae. "In Tilburg zijn
veel goede initiatieven, ook vanuit het bedrijfsleven. Een van de
sponsors van het Milieucafé, een kleine ijzergieterij, heeft
al vele milieuprijzen gewonnen. Ik denk dat het geheim van Tilburg
het dorpse karakter is, er zijn hier korte lijnen, iedereen kent
elkaar."
Ook het Haagse gemeentebestuur wil dit jaar een kijkje in Tilburg
nemen. De datum is nog niet gepland, maar vaststaat dat het een
tweedaags werkbezoek wordt van een vertegenwoordiging van het College
en de Raad. Ze kunnen er vast wel inspiratie opdoen.
Lieneke Venhuis
Haags Milieucentrum
Gemeente
stelt Stuurgroep Duurzaamheid in
Den Haag heeft dan wel een wethouder voor
duurzaamheid, dat wil nog niet zeggen dat het hele gemeentelijke
apparaat daarmee duurzaam is. Het College van Burgemeester en Wethouders
heeft echter een belangrijke stap in die richting gezet met de instelling
van de Stuurgroep Duurzaamheid. Daaraan is niet veel ruchtbaarheid
gegeven, omdat het gaat om een organisatiestructuur en nog niet
gaat om concrete resultaten. Die instelling van de Stuurgroep Duurzaamheid
is echter een belangrijke en veelbelovende stap om duurzaamheid
nog beter op de Haagse kaart te zetten. Dat doet de gemeente met
name door de uitvoering van het Milieubeleidsplan 2002-2006 (MBP)
als uitgangspunt te nemen. Daar is veel voor te zeggen want met
uitvoering van de beleidsvoornemens daarin wil het nog niet erg
vlotten.
De interne aftrap werd op 13 maart door wethouder
Smits gegeven. Dat deed hij door aan de zes trekkers van de Speerpuntteams
zes uitvoeringsprogramma's te overhandigen. Bij deze gelegenheid
betoogde hij dat "we niet ongebreideld gebruik en misbruik
kunnen maken van energie, grondstoffen en ruimte op deze aarde"
en "alternatieve bronnen moeten worden gevonden om de kwaliteit
van de leefomgeving niet verder aan te tasten". Het interne
nieuwsblad voor het gemeentepersoneel schonk aandacht aan het van
start gaan van de Speerpuntteams onder het kopje "Duurzaamheid
weer hoog op de politieke agenda". De redactie van de Nieuwsbrief
laat het personeel weten dat de bestuurlijk Stuurgroep Duurzaamheid:
"samen met een eveneens geinstalleerde ambtelijke Projectgroep
Duurzaamheid de komende jaren met voorstellen zal komen om duurzaamheid
volop in de belangstelling te brengen". Wij hopen dat Duurzaamheid
nooit meer van die hoge plek op de politieke agenda afkomt want
dat is precies de plek die duurzaamheid verdient.
Veel zal af hangen van hoe de organisatie
in elkaar zit, wie daarin vertegenwoordigt zijn en hoe serieus zij
hun taak nemen. De Stuurgroep bestaat naast wethouder Smits die
voorzitter is, uit de wethouders Hilhorst (ROSV), Bruins (VBM),
Verkerk (EP)en Stolte (SISS) alsmede de algemeen directeuren van
de Dienst Stedelijk Ontwikkeling (DSO) dhr. Jagersma en de Dienst
Stadsbeheer (DSB) dhr. Wortel. De Stuurgroep is er vooral om gewicht
aan duurzaamheid te geven zodat een integrale aanpak er ook komt.
Zij zijn er ook om bij knelpunten knopen door te hakken. Een kanttekening
die wij willen maken is dat, door het Milieubeleidsplan als uitgangspunt
te nemen, er op concreet niveau relatief minder aandacht is voor
de duurzame kansen die liggen op het terrein van de wethouders ROSV
en Verkeer. Deze zitten wel in de Stuurgroep en dat biedt dus de
nodige mogelijkheden om op hun terrein meer duurzaam beleid van
de grond te tillen.
Direct onder de Stuurgroep valt een ambtelijke
Projectgroep Duurzaamheid. Deze bestaat uit de voorzitter mw. Visser
van de directie DSB en de secretaris dhr. Bunck, hoofd Milieu en
vergunningen van DSB. Verder zitten er nog managers van DSB in,
2 directeuren van DSO, een van de directie FAD en een van de directie
OCW. Opvallend is wel dat er weinig mensen van DSO vergeleken bij
DSB, in de Projectgroep zitten en zowel het voorzitterschap als
de secretaris door DSB geleverd worden. Dat is jammer, want als
het om goed rentmeesterschap gaat is DSO minstens zo belangrijk.
Uit wel ingelichte bronnen hebben wij vernomen
dat een aantal ambtenaren van DSO simpelweg geweigerd zou hebben
om in de projectgroep zitting te nemen en daarmee ook zijn weggekomen.
Dit zou geen gunstig voorteken zijn. Zo zit er bijvoorbeeld niemand
van de directie van het Haags Ontwikkelingsbedrijf (HOB) in de Projectgroep.
Dat is jammer want deze dienst is heel belangrijk als het in de
uitvoering om de penningen gaat. Als het HOB niet bij het overleg
betrokken is geweest en zich daardoor ook nog niet aan de plannen
verbonden heeft, is de kans dat zij bij een aantal projecten de
benodigde financiële middelen zullen leveren een stuk kleiner.
Ook in Den Haag gaat alleen de zon nog steeds voor niets op. Gelukkig
zijn de andere twee directies van DSO wel in de Projectgroep vertegenwoordigd.
Het belangrijkste is dat de Projectgroep er nu is en van start is
gegaan. Bovendien, wat niet is kan, zeker met wat stimulering vanuit
de politiek, altijd nog komen.
De belangrijkste taak van die Projectgroep
Duurzaamheid is het verkrijgen van draagvlak voor duurzaamheidbeleid
bij het middenmanagement. Vaak is het gebrek aan juist die duurzame
betrokkenheid bij juist deze belangrijke groep als het gaat om de
vertaling van beleid in concrete daden, de belangrijkste hindernis
op weg naar die zo begeerde Duurzame Stad aan Zee. Wij als Haags
Milieucentrum zullen dan ook alles doen wat in ons vermogen ligt
om de projectgroep daarin behulpzaam te zijn. Verder beoordelen
de leden van de projectgroep natuurlijk allerlei plannen en beleidsstukken
op eisen van duurzaamheid en de doelstellingen van het MBP, stellen
zij randvoorwaarden op voor nieuwe plannen en projecten en houden
ze in de gaten of doelstellingen van het MBP gehaald gaan worden.
Tenslotte zijn er op uitvoerend niveau zes
Speerpuntteams waarvan vijf speerpunten overeenkomen met die van
het MBP: klimaatbeleid, duurzaam waterbeheer, bestrijding vervuiling
openbare ruimte, bestrijding geluidhinder en de kwaliteit van het
binnenmilieu. Ook is er een Speerpuntteam
Milieukaartenboek. Dit boek geeft vanuit de gebiedsgerichte benadering
per gebied die het Milieubeleidsplan hanteert, inzicht in de kansen
en knelpunten voor milieu en duurzaamheid in de stad. Het is een
soort programma van eisen per gebiedstype.
Elk Speerpuntteam heeft een trekker die als
eerste verantwoordelijk is voor het behalen van de doelstellingen
op het speerpunt en een rapporteur die een adviserende rol heeft,
de voortgang bewaakt en verantwoordelijk is voor de terugkoppeling
naar Projectgroep en Stuurgroep. Van de in totaal 12 trekkers en
rapporteurs zijn er 11 van DSB en een, bij het binnenmilieu, van
DSO. Van de in totaal 29 leden van de Speerpuntteams zijn er 19
van DSB en 7 van DSO waarvan iemand van de afdeling RO van DSO maar
liefst in twee Speerpuntteams zit. Zou dit te maken hebben met een
gebrek aan kandidaten? De Speerpuntteams zijn verantwoordelijk voor
een samenhangend speerpuntprogramma, de uitvoering daarvan en de
communicatie daarover onder andere in de vorm van een nieuwsbrief.
Ook houden zij ontwikkelingen bij en wordt zo nodig onderzoek geinitieerd.
En last but not least is het Speerpuntteam
verantwoordelijk voor de financiering van het speerpuntprogramma.
Daarover een citaat:" In het Bestuursakkoord 2002-2006 is ingezet
op een voortvarende uitvoering van het milieubeleidsplan. Hiervoor
heeft B&W gedurende de planperiode jaarlijks een bedrag van
100.000 euro beschikbaar gesteld. Ook wordt een gedeelte van de
reguliere middelen van Milieu en Vergunningen ingezet voor de uitvoering
van het milieubeleidsplan. Daarnaast is financiering mogelijk door
het aanwenden van reguliere middelen van de eventuele samenwerkings-
c.q. projectpartners. In het kader van de externe integratie zal,
in samenwerking met relevante projectpartners, daar waar nodig,
aanvullende financiering voor de afzonderlijke projecten gezocht
worden. Hierbij kan aansluiting gezocht worden bij het Grote Steden
Beleid (het ISV-budget), de IPSV-programmering of andere ruimtelijke
programma's, alsmede bij Europese, landelijke, regionale en lokale
regelingen en subsidieprogramma's. Een dergelijke zoektocht naar
financiën kan binnen speerpunten of projecten een plaats vinden
in de startfase als onderdeel van een haalbaarheidsonderzoek. Het
'Expertisepunt Subsidies' kan hier bij van dienst zijn.
Verheugend is dat er al voor de interne start
van de Projectgroep Duurzaamheid de nodige energie gestoken is in
de formulering van die speerpuntprogramma's, want om de uitvoering
daarvan gaat het natuurlijk allemaal. Om inzicht In bestaande activiteiten
te krijgen en om nieuwe activiteiten en projecten te benoemen is
per speerpunt een workshop georganiseerd. De resultaten hiervan
zijn per speerpunt in een programma opgenomen. De programma's zijn
ook niet statisch maar vormen het vertrekpunt voor de uitvoering
van het milieubeleidsplan. Zij zullen regelmatig worden bijgesteld.
Het klinkt allemaal veelbelovend. Den Haag heeft echter een reputatie
om wel zaken goed op papier goed te verwoorden, maar vervolgens
aan de uitvoering minder aandacht te besteden. Gezien het gewicht
van deze Stuurgroep Duurzaamheid, die zich juist tot taak stelt
om gewicht te geven aan het geheel en draagvlak voor de uitvoering
binnen het ambtelijk apparaat te scheppen, hebben wij er dit keer
alle vertrouwen in dat de belangwekkende aan duurzaamheid gewijde
woorden ook in duurzame daden zullen worden omgezet.
Duurzaamheid
en het debat over waarden en normen
Opeens is de discussie over
waarden en normen dan losgebarsten. Veel te laat en veel te beperkt,
gezien het belang van dit debat. Laten we goed beseffen dat het
in stand houden van een aantal basiswaarden het cement vormt van
een leefbare, stabiele en duurzame maatschappij; van een samenleving
waar mensen met elkaar in welvaart en vrede kunnen leven en de toekomst
met enig vertrouwen tegemoet kunnen zien.
Dan hebben we het bijvoorbeeld
over het principe van de solidariteit, met in belastingwetgeving
vastgelegde herverdeling, om de minder sterken ook een goed leven
te kunnen laten leiden, de vrijheid van meningsuiting, het principe
van gelijkheid en dus de invoering van het algemeen kiesrecht, over
een onafhankelijke rechterlijke macht en de mogelijkheid van de
overheid in te grijpen als de markteconomie leidt tot uitbuiting
en uitsluiting. Ja, die basiswaarden vormen dus ook het fundament
van een duurzame markteconomie die alleen kan floreren bij gratie
van stabiliteit en koopkracht bij de totale bevolking. En als laatste,
maar zeker niet als minste zijn een vitale natuur en een vitaal
milieu een basisvoorwaarde voor dat vertrouwen en voor die stabiele
samenleving. Het zorg dragen en verantwoordelijkheid nemen voor
het behoud van de schepping, niet alleen voor de kwaliteit van het
leven nu, maar ook dat van de kinderen van onze kinderen, is bij
uitstek een morele kwestie. De roofbouw die nu op natuur en milieu
gepleegd wordt legt niet alleen een zware hypotheek op de kwaliteit
van het leven nu, maar zeker op dat van toekomstige generaties.
Ons afwentelingsgedrag zal in
de toekomstige geschiedenisboekjes zonder twijfel als misdadig worden
omschreven. In die boekjes zal de vraag gesteld worden: "Wat
hebben onze grootouders en hun ouders gedaan om dit te voorkomen?
Er was toch genoeg bekend over de gevolgen van hun leefstijl en
productiewijze? Zij kunnen niet zeggen dat ze het niet geweten hebben,
hooguit dat ze het niet wilden weten. Hoe is het toch mogelijk geweest
dat velen dachten ongestraft aan de basisvoorwaarden van het leven
te kunnen morrelen en dat de techniek het wel allemaal voor hen
en voor ons op zou lossen? Waar bleef de maatschappelijke beweging?
Was iedereen afgekocht met materie en gemak. Ja, nu in onze tijd
zijn er mensen zat die in beweging zijn gekomen. Maar zij staan
vaak met lege handen, omdat wat verdwenen is nooit meer terug zal
komen en, om slechts een voorbeeld te noemen, ondanks ons sterk
verminderde gebruik van energie die ook nog duurzaam is, het nog
honderden jaren duurt voordat we erin zullen slagen het broeikaseffect
terug te dringen"
Wat is daarop uw antwoord? Voelt
u zich door deze hartenkreet uit de toekomst aangesproken op uw
verantwoordelijkheid?
Laten we maar hopen dat het zover
niet zal komen. Nee, laten we er samen aan werken want die hartenkreet
van wat mogelijk het kind van uw kleinkind is, is niet gebaseerd
op doemscenario's. En dit hoofdartikel van misschien wel de laatste
Branding is ook niet bedoeld om u met een tranentrekkend beroep
op uw gemoed tot een gift aan ons centrum te bewegen. Als ook de
lokale bakens niet duurzaam verzet worden, zullen bijvoorbeeld grote
droogte en overstromingen, een ernstig tekort een schoon drinkwater,
het verdwijnen van vruchtbare grond, sterke verschraling van de
biodiversiteit en oorlogen om schaarse grondstoffen een bittere
realiteit worden. Het zijn de meest vooraanstaande wetenschappers
die, bij ongewijzigd beleid, de voorspelling van deze harde werkelijkheid
ondersteunen.
In landen van de derde wereld
is dit al voor een deel de werkelijkheid. Grote stromen vluchtelingen
zijn niet zelden het gevolg van de oorlogen die om schaarse hulpbronnen
uitgevochten worden. Voor het grootste deel betalen wij niet nu
de prijs voor wat wij mede aanrichten, maar onze kleinkinderen later
en dan zijn oplossingen verder weg dan ooit en vele malen moeilijker.
Grotendeels vertrouwen op ons technische kunnen wat betreft het
in stand houden en revitaliseren van natuur en milieu, is onszelf
voor de gek houden. Dat doen veel mensen maar al te graag om gewoon
door te kunnen gaan met hun leefstijl en ondernemers geloven het
om het plegen van roofbouw op onze bestaansgrond te kunnen recht-
vervolg op pagina 3
vervolg van pagina 1
vaardigen. Bestuurders en politici hangen dit vooruitgangsdenken
vaak aan om de in hun ogen impopulaire boodschap, dat de bakens
echt duurzaam verzet moeten worden, niet aan de burgers en kiezers
te hoeven verkondigen.
Maar wil de Haagse burger dit
nu echt niet horen? Is het niet mogelijk om hen te laten zien dat
zij voor een ander, duurzamer beleid heel veel terugkrijgen? Wij
zijn ervan overtuigd dat grote groepen Hagenaars wel degelijk aan
te spreken zijn op hun verantwoordelijkheid voor een Duurzaam Den
Haag; dat met een positieve insteek en het concreet laten zien wat
zij erop vooruitgaan, een duurzaam beleid ook nog goed te verkopen
is. Wij zullen niet beweren dat het samen werken aan een Duurzaam
Den Haag een eenvoudige opgave is. Maar we moeten daar ook niet
te moeilijk over doen. Veel inwoners van Den Haag maken zich terecht
zorgen over het milieu, de kwaliteit van de lucht, de almaar toenemende
automobiliteit en onveiligheid, het rijgedrag, over de mentaliteit
van 'gooi maar gewoon op straat die troep' en de almaar oprukkende
gebouwen en het asfalt en beton waardoor de leefruimte langzaam
maar zeker dichtslibt. Draagvlak schep je ook door het mensen gewoon
gemakkelijk te maken duurzamer te leven en bijvoorbeeld de auto
vaak te laten staan, hun afval te scheiden of door ze te verleiden
in een compacte stad te wonen met tal van voorzieningen dicht in
de buurt en open groene ruimte in de nabijheid. Dit kan en moet
je als bestuur ook uitdragen. Dit scheppen van draagvlak is weliswaar
belangrijk, maar het is niet de kern waar het om gaat. Want stel
dat de meeste mensen wel zeggen een vitale natuur en een vitaal
milieu belangrijk te vinden, maar alleen de lusten en niet de lasten
willen. Als ze vinden dat als het om "inleveren" gaat,
altijd eerst een ander aan de beurt is.
Nu raken we aan de principes
achter ons staatsbestel. Er was in Nederland ooit een tijd dat veehouders
hun dieren op de gemeenschappelijke weide lieten grazen. Langzaam
groeide de veestapel en het werd dringen. Door overbeweiding leverde
de weidegrond steeds minder voedsel voor de dieren. Als dit zo door
zou gaan, zouden op een gegeven moment alle veestapels uitsterven.
Iedere individuele veehouder heeft er evenwel belang bij zijn dieren
zo veel mogelijk te laten grazen. Je kan dan als veehouder of tegenwoordig
als visser drie dingen proberen te doen. Gewoon de zaak op zijn
beloop laten. Je kan het land of de zee proberen in privé-bezit
te krijgen. Als dat niet lukt kan je in overleg met de andere veehouders
of vissers een scheidsrechter aanstellen die boven de belangenpartijen
staat, die zorgt dat de roofbouw uitgebannen wordt en iedereen zijn
deel krijgt. In de veehouderij is de zaak via het privé-bezit
aangepakt, bij de vissers was er al een Europese scheidsrechter.
Dat kon dus niet of het moet nog zijn beslag krijgen. Maar dit kan
zeker niet voor de gemeenschappelijke "weide" die bijvoorbeeld
de lucht of het water is die wij met ons allen moeten gebruiken.
Daar heeft de overheid dan ook de taak en de plicht om in het algemeen
belang en uiteindelijk ook in het belang van de individuele burger
in te grijpen, dus ook als veel burgers daar ieder voor zichzelf
op tegen zijn.
Maar zo ver zal het meestal niet
komen. Belangrijk is het besef dat het vanuit een duurzaam beleid
heel goed mogelijk is om en een vitale lokale economie, en goede
sociale regelingen en een vitaal milieu te verwezenlijken. Het gaat
om respect voor het leven in combinatie met het welbegrepen eigenbelang.
Er ligt bij iedereen, maar met name bij de politiek de morele plicht
om de schepping, en dus ook de Haagse aarde, goed te beheren voor
de huidige generatie en goed na te laten aan toekomstige generaties.
Daarom is het verbazend dat juist dit aspect zo weinig in het debat
over waarden en normen aan bod komt. Is het onbegrijpelijk dat in
het collegeprogramma duurzaamheid vrijwel geen aandacht krijgt.
Is het onbestaanbaar dat het Haagse gemeentebestuur van de extra
investeringsimpuls nog geen tweeduizendste deel in duurzaamheid
wil steken en in de ontwerpbegroting van 141 bladzijden maar twee
alinea's over duurzaamheid gaan.
Natuurlijk doet het college wel wat aan duurzaamheid, en daar zal
ze zich ook uitvoerig op beroepen. Maar wat er bijvoorbeeld aan
duurzaam bouwen wordt gedaan, of aan de zaken die in het milieubeleidsplan
staan, is veel en veel te weinig. Den Haag legt de lat wel superlaag
en dan krijgt het Haags Milieucentrum te horen dat het de lat te
hoog legt. Wie maakt zich over dit de kop in het zand steken van
het college nu eens ouderwets kwaad, want het gaat hier niet om
niks. Het gaat hier om een ernstig gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef
en hoe de lezer dat vanuit een waarden- en normenbril wil betitelen
laten wij graag aan de lezer over.
Duurzaamheid is niets anders
dan het verweven van sociaal, economisch en ecologisch beleid vanuit
een duurzame visie op de (lokale) samenleving als geheel. Dus een
duurzame visie op de eigen stad en zijn omgeving. En dat niet alleen
van de wethouder Duurzaamheid, Ries Smits, maar net zo goed van
Bruno Bruins, Bas Verkerk, Louise Engering, Arend Hilhorst, Jetta
Klijnsma, Pierre Heijnen en Wilbert Stolte plus de gehele gemeenteraad
natuurlijk. Het doel is even duidelijk als nastrevenswaardig: maak
Den Haag samen met betrokken burgers, met duurzaamheid als
toetssteen van al het beleid, weer of meer leefbaar, veilig, gezond
en welvarend.
Frans van der Steen
Drie fractievoorzitters
laten hun licht schijnen over de duurzaamheid van de ontwerpbegroting
en de rol van particuliere organisaties op het gebied van duurzaamheid.
Het groene hart van Henk Kool
Henk Kool heeft nog niet zo heel lang geleden
Tineke van Nimwegen opgevolgd als fractievoorzitter van de PvdA-fractie
in de Haagse gemeenteraad. Van Tineke van Nimwegen is bekend dat
zij een "groen" hart bezit. Maar hoe zit dat met deze
nieuwe ster aan het PvdA-firmament? En wat vindt hij van de duurzaamheid
van het huidige gemeentebeleid en de plannen voor 2003? Om daar
opheldering over te krijgen bracht de redactie van Branding een
bezoek aan Henk Kool en wel in zijn werkkamer bij het Nederlands
Participatie Instituut, alwaar hij directeur is.
Hoe groen is Henk Kool eigenlijk in zijn privé-leven?
Tot voor kort kwam ik niet veel verder dan netjes mijn afval te
scheiden en het fijn vinden om in de natuur te wandelen. Dat afval
scheiden vond ik overigens moeilijk vol te houden, want een paar
keer heb ik met eigen ogen gezien dat het GFT en de vuilniszakken
gewoon bij elkaar de vuilniswagen in gekieperd werden. Daar heb
ik ook melding van gemaakt bij de reinigingsdienst, maar het wordt
domweg ontkend. Maar sinds kort rijd ik vrijwel geen auto meer binnen
de stad. Ik ben een echte fietsadept geworden en niet alleen voor
het milieu, maar ook omdat je overal snel ter plaatse kunt zijn.
In het collegeakkoord is over duurzaamheid en milieu
vrijwel niets te vinden. Hoe belangrijk vindt de PvdA in Den Haag
het samen werken aan een duurzame stad, wil zij zich op duurzaamheid
echt profileren?
De PvdA, en ik persoonlijk ook, vindt het werken aan duurzaamheid
belangrijk. Neem dat van mij aan. Wij willen ons daar zeker ook
op profileren. Laten we niet vergeten dat duurzaamheid ook leefbaarheid,
veiligheid en gezondheid is. Nu wint de economie te vaak. Eerlijk
gezegd is dat gebrek aan duurzaamheid in het collegeprogramma mij
niet zo opgevallen. Ik was niet bij de echte onderhandelingen. Die
vonden plaats tussen Wilbert Stolte, Louise Engering en onze Pierre
Heijnen. Natuurlijk werd Pierre Heijnen gevoed door een aantal werkgroepen.
Bij de uiteindelijke afspraken is de duurzaamheid wellicht te veel
uit het oog verloren. Maar daar wil ik het volgende nog over zeggen.
Maatregelen op het terrein van milieu en duurzaamheid leveren vaak
later pas wat op. Het gaat daarbij veelal om preventie. Dat is niet
meetbaar, niet tastbaar en dat scoort niet hoog in de politiek.
De politiek wil direct resultaat laten zien aan de burgers en kiezers.
Daar lijdt het Haags Milieucentrum ook onder. Dat is niet goed,
maar het werkt helaas wel zo.
Wat vind jij echte milieuproblemen?
Een groot probleem is natuurlijk het broeikaseffect en dus de uitstoot
van CO2. De duurzame beschikbaarheid van energie is volgens mij
geen probleem. Wat ik in de houding van Nederland wel wat hypocriet
vind, is dat wij vinden dat vooral andere landen aan de CO2-reductie
moeten werken en dat we dat zelf veel te weinig doen in het kader
van het verdrag van Kyoto.
Den Haag lijkt daar ook niet veel aan te gaan doen.
Er is 100.000 euro beschikbaar gesteld als investeringsimpuls om
het nieuwe Milieubeleidsplan en dus ook het onderdeel "CO2-neutrale
Stad", uit te voeren. Dat is minder dan 1 promille(!) van de
gelden die volgend jaar extra in de stad geïnvesteerd worden?
Dat is inderdaad niet veel. Maar toch zegt mij dat weinig. Belangrijker
is om ervoor te zorgen dat al die extra investeringen duurzaam uitgevoerd
worden. Kom eens mee op het balkon. Hier op de Kneuterdijk zie je
naast de trambaan de roosters van de Stadsverwarming die daar nu
aangelegd worden. Dat zijn belangrijke en kostbare investeringen
die Den Haag ook doet. Het gaat er bijvoorbeeld om geen bussen in
te zetten waar ook trams kunnen rijden, park-and-ride aan de rand
van de stad zodat de auto gemakkelijk verwisseld kan worden voor
openbaar vervoer of de fiets, bij de inrichtingsstructuur meer vrijliggende
fietspaden aanleggen, gebouwen duurzaam bouwen en duurzaam renoveren.
Dat soort zaken.
Weet je dat de coördinerend wethouder Duurzaamheid,
Ries Smits, voor het deel duurzaamheid in zijn portefeuille in 2003
0,5 procent van de begroting te verteren heeft?
Nee, dat had ik nog niet uitgerekend, maar ook dat zegt mij niet
zo veel. Belangrijk blijft hoe duurzaamheid in het hele beleid doordringt.
Ries Smits is een coördinerend wethouder en hij kan dus invloed
uitoefenen op het beleid en de prioriteiten van zijn collega's in
B&W. Hij moet dat gaan waarmaken. Met die coördinerende
functies van wethouders hebben wij echter geen goede ervaringen.
Het is een wassen neus als een coördinerend wethouder geen
harde instrumenten heeft om, als dat nodig is, ook zaken af te kunnen
dwingen. Als hij bij zijn collega's te biecht gaat en netjes vraagt
of dit of dat niet duurzamer kan, dan zijn er natuurlijk altijd
andere prioriteiten die voorrang krijgen.
Speciale budgettaire bevoegdheden en duurzame doelstellingen
bij de verschillende portefeuillehouders zijn in de ontwerpbegroting
voor volgend jaar niet opgenomen.
Nou, dan stelt het dus niet veel voor en zal daar iets aan moeten
veranderen.
Vind je dat het dualistisch stelsel positief werkt
voor de stad?
De raad heeft sinds de nieuwe gemeentewet, waarin de nieuwe bevoegdheden
zijn vastgelegd, een aantal besluiten genomen die anders zijn dan
wat het college had voorgesteld, zoals over de Autovrije Dag en
de vrijliggende fietspaden op de Thorbeckelaan. Daar heeft het Haags
Milieucentrum en jullie blad Branding ook een rol bij gespeeld.
Dat is goed en ook de bedoeling van het dualisme. Maar dat wordt
zo nog niet gevoeld. Je krijgt binnen de coalitie dan de grootst
mogelijke problemen. Men vindt toch dat een collegepartij niet met
de oppositie mag meestemmen. Ook is mijn ervaring dat door de extra
verantwoordelijkheden de raadsleden meer opgesloten raken in de
eigen wereld van de gemeentepolitiek. Het leidt eerder tot meer
bureaucratie in plaats van minder. Raadsleden moeten meer van buiten
gevoed worden. Mensen en particuliere organisaties moeten meer bij
de fracties aankloppen met hun ervaringen. Dat geldt ook voor jullie
centrum.
Tot slot, wat vind je van de activiteiten van het
Haags Milieucentrum en vind je dat ons centrum meer subsidie zou
moeten krijgen?
Ik heb veel waardering voor de activiteiten van het Milieucentrum.
Jullie timmeren goed aan de weg, maar dat geldt voor meer organisaties.
Tientallen organisaties zouden wel meer subsidie willen. Er zijn
echter weinig natuur- en milieuorganisaties die door de gemeente
financieel ondersteund worden. Bij jullie centrum zijn bovendien
17 vrijwilligersorganisaties aangesloten die dan ook ondersteund
worden. Ik vind dus dat het Milieucentrum meer subsidie verdient.
Frans van der Steen
Meedenken op eigen kracht
Duurzaamheid hangt mondiaal waarschijnlijk af van twee cruciale
factoren: energie- en ruimtegebruik. Het draait om zuinigheid met
energie en straks om de doorbraak naar een waterstofeconomie. Het
draait om het bewaren en herstellen van ruimten, waar klimaatevenwichten
worden onderhouden, ruimten voor natuur en menselijk gebruik.
De rol van de gemeente Den Haag in deze wereldomspannende vraagstukken
is miniem.
De lokale bijdrage ligt vooral in het verkeersbeleid en de ruimtelijke
ordening. De grote nadruk op openbaar vervoer en fietsen in het
Haagse verkeersbeleid is duurzaamheidsbeleid: fietsvoorzieningen
breiden overal uit, de tramlijnen 15 en 17 zijn de eerste tramlijnen
naar VINEX-wijken in Nederland, Randstadrail wordt al jarenlang
zwaar door Den Haag bevochten.
Ook de ontwikkeling van een compact stadscentrum rondom het Centraal
Station noem ik langetermijn-duurzaamheidsbeleid. De optimale benutting
van de ruimte daar middels de plannen voor het Wijnhavenkwartier
en CS-kwadrant zorgen voor een beheersing van de verkeersbewegingen,
vooral van auto's gedurende de hele levenscyclus van die nieuwe
toevoegingen aan de stad.
Niet alles is duurzaamheid. In de stad zijn er vele
zaken gerelateerd aan leefbaarheid, omgevingskwaliteit en schoonheid,
kortom milieukwesties in het hier en nu. Talloze belangen moeten,
soms letterlijk, een plaatsje krijgen of worden verzoend. Opereren
binnen smalle marges is de kunst. De infrastructuur, ook voor de
auto vergt nog ruimte, maar het Hubertusduin moet blijven!
Bij de begroting 2003 diende het Haags Milieucentrum een subsidieaanvraag
in die aanzienlijk hoger was dan voorheen. De motivering lag erin
dat het Haags Milieucentrum de werkzaamheden wil uitbreiden van
individuele milieugerelateerde projecten naar een structurele bijdrage
aan de duurzaamheidsdiscussie. De VVD-fractie in de Raad vindt dat
prima, maar daaruit volgt o.i. niet noodzakelijkerwijs extra subsidie.
Met name als het gaat om opinieleidende instanties, is het beter
als zij niet afhankelijk zijn van de overheid. Als u meedenkt op
eigen kracht, laat dan ook geen twijfel bestaan over de vraag wie
of wat u in het duurzaamheidsdebat eigenlijk vertegenwoordigt.
In de stad zijn reeds vele gesprekspartners voor beleidsontwikkeling,
bewonersorganisaties, organisaties voor natuur- en landschapsbehoud,
behartigers van specifieke belangen als ROVER en de Fietsersbond.
Er is een Milieuadviescommissie, het waterschap en Staatsbosbeheer
roeren zich. Veel beleid gaat over leefomgeving en natuurbehoud,
ik noem dat milieubeleid. In de ontwikkeling naar langetermijn-duurzaamheid,
zo heb ik willen betogen, speelt de stad een bescheiden rol. Bijdragen
zijn daar natuurlijk ook zeer welkom, maar het is beter als dat
naar goed VVD-principe 'eigen bijdragen' zijn.
Peter Smit, fractievoorzitter VVD
Help de wethouder!
De nieuwe Haagse wethouder van milieu heeft een marginaal
bestaan in het vooruitzicht. Politiek en maatschappelijk lijken
de stemmen voor het milieu te verstommen. Toch zijn er veel meer
mensen met het milieu begaan dan ogenschijnlijk aan de oppervlakte
komt. Alleen wanneer die mensen zich nadrukkelijker gaan roeren
is er meer hoop voor de toekomst.
De verkiezingswinst van het CDA werd beloond met een
tweede wethouderspost: de nieuw geannexeerde woonwijken. Bestuurlijke
vernieuwing en milieu zijn vervolgens als opvulmiddel aan de portefeuille
toegevoegd. Van de nieuwe wethouder Ries Smits is bekend dat hij
over een ruime bestuurlijke ervaring beschikt, met financiën
en economie als specialisatie. Op milieugebied is hij echter nog
een groentje. In de Haagse verkeerscommissie heeft hij als raadslid
nooit enige urgentie gegeven aan een vooruitstrevend milieubeleid.
Terecht wendt hij het CDA-motto van rentmeesterschap aan als invalshoek
voor zijn beleid, maar met de sloop van twee ministeries en de Zwarte
Madonna laat hij het, juist op dit punt, meteen al helemaal afweten.
Hoewel hij natuurlijk een kans moet krijgen, is voorzichtig gesteld
nu al duidelijk dat het allemaal niet vanzelf zal gaan.
Milieuwethouder anno 2002 is geen benijdenswaardige
positie. De komende kabinetsperiode wordt bijvoorbeeld fors bezuinigd
op de exploitatie van het streek- en stadsvervoer en de aanleg van
nieuwe spoor- en lightrailverbindingen. Wel miljoenen extra voor
meer asfalt en een soort noodwet voor wegverbredingen. Ook in de
gemeente Den Haag zijn de vooruitzichten verre van florissant. Zo
wordt er veel geïnvesteerd in extra auto-infrastructuur en
met de kantoreneconomie en toeristenindustrie als speerpunten van
het werkgelegenheidsbeleid, wordt de mobiliteit sterk bevorderd.
Onder de noemer van 'herstructurering' vindt een ingrijpende sloop-
en verdunningsoperatie van Haagse woonwijken plaats. De eerste begroting
van het nieuwe college laat zien dat het milieu een marginale rol
is toebedeeld. Probeer dan als kersverse wethouder maar eens iets
voor elkaar te boksen. Dat lukt nooit, althans niet alleen. Politieke
en maatschappelijke druk zijn daarom harder nodig dan ooit.
De Haagse fracties hebben hun verantwoordelijkheid
te nemen. Met een naar een duidelijker profiel zoekende PvdA zijn
er in het dualisme zeker kansen aanwezig. Maar ook het Haags Milieucentrum
heeft een belangrijke taak te vervullen. Met discussieplatforms
als Branding en het maandelijkse café in Dudok is men goed
op weg om het noodzakelijke debat over milieu- en duurzaamheidsbeleid
te stimuleren. Een milieuorganisatie staat in een kapitalistische
samenleving per definitie op de barricades.
Op milieugebied is de maatschappelijke druk helaas te verwaarlozen.
De besluitvorming in de gemeenteraad lijkt als het ware in een cocon
plaats te vinden. Niet dat discussies niet leven, maar óf
ze zijn gekanaliseerd in stroperige bureaucratische overlegorganen
óf mensen houden - gevoed door onverschilligheid of cynisme
- de politiek voor gezien. Het ontbreekt vooral aan volhardende
coalities en actievoerende belangenbehartigers die geen vrij spel
geven aan het gemeentebestuur. Maatschappelijke organisaties verenigd
in het Haags Milieucentrum hebben dus nog het nodige te doen. Zonder
voorhoedestrijd en aanhoudende druk mag er van deze wethouder niets
verwacht worden.
Joris Wijsmuller
fractievoorzitter Haagse Stadspartij
Ontwerpbegroting:
vrijwel geen cent voor milieu
Wethouder Smits is voor het deel Duurzaamheid van
zijn portefeuille er toe veroordeeld een marginale rol te spelen
binnen het Haagse bestuur. Dit blijkt uit de ontwerpbegroting die
door de gemeente Den Haag is gepresenteerd. In het budget voor duurzaamheid
en milieu zijn ten onrechte posten als het onderhoud van viaducten,
grachten, riolering en waterzuivering, begraafplaatsen en ongediertebestrijding
geschoven. De hoge kosten van bijvoorbeeld de waterzuivering zijn
voornamelijk het gevolg van ontoereikende maatregelen op het gebied
van waterbeheer en eerder een "beloning" voor slecht gedrag.
Ook worden zaken als speelvoorzieningen en het "oplossen van
parkeerproblemen" uit het budget Duurzaamheid betaald. Hierdoor
is het budget voor Duurzaamheid feitelijk niet groter dan 13,7 miljoen
euro. Dit is op de totale begroting van 2.272 miljoen slechts 0,6%.
Vorig jaar werd met enige trots het nieuwe Milieubeleidsplan
van de gemeente gepresenteerd met onder meer de forse ambities een
CO2-neutrale stad te worden en het duurzame beheer van ons water
stevig ter hand te nemen. Voor dit plan is 100.000 euro aan beleidsintensivering
uitgetrokken. Een beledigend laag bedrag. Onze stad heeft juist
een flinke impuls nodig op het gebied van duurzaamheid en dus van
een vitale natuur, het open houden van de groene ruimte, schone
lucht, schoon water, gezond voedsel enzovoort. Maar van de 156 miljoen
euro die het college beschikbaar stelt aan extra investeringen in
de stad gaat slechts € 280 duizend naar duurzaamheid.
Een wethouder Duurzaamheid zonder een begroting van
enige omvang is vrij machteloos, tenzij hij binnen het college coördinerend
wethouder is op het gebied van duurzaamheid. Dit betekent dat hij
via speciale budgettaire bevoegdheden forse invloed kan uitoefenen
op de beleidsterreinen die onder zijn collega's vallen. Maar bij
geen van de andere beleidsterreinen is een paragraaf duurzaamheid
opgenomen met bijbehorend budget.
Het lijkt er dus op dat de nieuwe wethouder deze belangrijke slag
in het college verloren heeft. In de ontwerpbegroting die 141 bladzijden
telt, is een enkele alinea gewijd aan duurzaamheid. Met schoner
doelt men alleen op straatvuil en in de passages over de uitvoering
van het grote stedenbeleid komt het woord duurzaamheid niet eens
voor.
Particuliere organisaties die samen met anderen, waaronder
betrokken burgers, werken aan een Duurzame Stad aan Zee, komen er
in deze begroting slecht af. De subsidie aan OM Den Haag wordt afgebouwd.
In 2003 bedraagt deze 91.000 euro. Het Haags Milieucentrum, dat
duidelijk aangegeven heeft niet langer met een basissubsidie van
50.000 euro te kunnen draaien, krijgt er geen cent bij. Met deze
begroting geeft het bestuur van onze stad aan niet te willen investeren
in een duurzame stad en weinig waardering te hebben voor de inspanningen
van anderen om dat wel te doen.
Frans van der Steen
Portret van twee
organisaties
In Den Haag zijn honderden particuliere instellingen
actief; bijvoorbeeld instellingen op het gebied van kunst en cultuur,
bewonersorganisaties, welzijnsorganisaties en organisaties voor
allochtonen. Bij elkaar ontvangen zij honderden miljoenen euro's
aan subsidie. Dit is ze van harte gegund, want particuliere organisaties
slagen er over het algemeen goed in de Haagse burger te bereiken
en bij hun zaak te betrekken. Natuurlijk kun je erover twisten hoe
belangrijk de zaak van een aantal van die organisaties is, maar
daar gaat het hier niet om.
In Den Haag zijn naast het Haags Milieucentrum maar liefst nog twee
gesubsidieerde particuliere organisaties actief op het gebied van
duurzaamheid. Dat is de Stichting Om Den Haag, voortgekomen uit
de Lokale Agenda 21, die zich vooral richt op ondernemers, en de
Stichting Boog die zich bezighoudt met duurzame samenlevingsopbouw
in de Haagse wijken. Deze drie instellingen die samen op verschillende
terreinen actief zijn, zoals Ruimtelijke Ordening en Stadsontwikkeling,
Verkeer en Vervoer, Duurzaam Bouwen, Duurzame Bedrijfsvoering, Duurzame
Energie en Energiebesparing, ontvangen samen ongeveer 200.000 euro
aan subsidie.
Hierbij een korte impressie.
Is er straks nog voldoende geld voor
duurzaamheid?
De boodschap van Ontwikkelingsmaatschappij
(Om) Den Haag, verwoord door haar directeur Kitty van der Voorn,
is helder: duurzaam ondernemen levert geld op. In de anderhalf jaar
dat Om Den Haag aan de weg timmert, levert deze werkmaatschappij
inmiddels zelf ook aardig wat geld op, maar nog niet genoeg om alle
activiteiten te kunnen bekostigen. Het is de bedoeling dat Om Den
Haag financieel geheel op eigen benen komt te staan. De budgetten
van zowel het bedrijfsleven als de gemeente worden afgebouwd. De
vraag is wat dat gaat betekenen.
De gemeentelijke subsidie voor Om Den Haag wordt voor
2003 nog gehandhaafd en daarna afgebouwd. "We waren hartstikke
blij met het nieuwe budget, want we waren er vanuit gegaan dat de
externe bijdrage helemaal geschrapt zou worden", bekent Kitty
van der Voorn. "Dat is een interessante uitdaging, maar brengt
ook het risico met zich mee dat we te commercieel worden."
Om Den Haag is een ondernemende stichting die is opgericht door
onder andere Eneco, HTM, de gemeente Den Haag, Woningbeheer, Stedelijk
Belang en Rabobank Den Haag en biedt een platform om samen te werken
aan een vitale en duurzame stad. De stichting adviseert, brengt
partijen bij elkaar en zoekt naar duurzame oplossingen. Het geld
dat Om Den Haag met deze activiteiten verdient, investeert ze in
de meer ideële doelstellingen, zaken die de commerciële
bureaus laten liggen omdat ze te weinig geld opleveren.
Een voorbeeld van een project waar Om Den Haag veel
in geïnvesteerd heeft, is TripleS. Dat staat voor Safety, Security
en Sustainability en is een initiatief van Om Den Haag, Koninklijke
Horeca Nederland, de Kamer van Koophandel en de Gemeente Den Haag
voor een nieuwe, brede standaard voor maatschappelijk verantwoord
ondernemen in de Haagse horeca. Kitty van der Voorn: "Wij zijn
met de ondernemers in gesprek gegaan over hun beleving en bedrijfsvoering
en hebben een eindrapport geleverd. Dat gaat nu naar de bestuurlijke
niveaus. Het vergt heel wat voorwerk en kost veel tijd om tot een
voorstel te komen waar alle partijen zich in kunnen vinden. Commerciële
bureaus pakken zoiets natuurlijk niet op. Wat wij erin geïnvesteerd
hebben, hopen we er weer uit te halen door de instantie te worden
die TripleS daadwerkelijk ontwikkelt en aanstuurt."
Naast haar ideële doelstellingen hecht
Om Den Haag grote waarde aan haar commerciële doelstellingen.
Om Den Haag gaat ervan uit dat het geld oplevert als je goed bezig
bent als bedrijf en maatschappelijk verantwoorde keuzes op het juiste
moment maakt. En dat geldt ook voor Om Den Haag zelf. Kitty van
der Voorn is niet bang voor de concurrentie: "We hebben een
ontzettend goed netwerk en we hebben onze meerwaarde inmiddels bewezen.
Dat geeft ons een voorsprong op andere bureaus. Maar als we gaan
vissen in dezelfde vijver en opdrachten verwerven van bedrijven
die toch al verantwoord bezig zijn, doen we niet wat écht
nodig is in Den Haag. We willen juist daar zijn, waar duurzaamheid
nog niet in de bedrijfsvoering is verankerd."
De belangrijkste groep is - in de filosofie van Om
Den Haag - de kleine ondernemers. "Juist de winkeliers en de
horeca bepalen de duurzaamheid van Den Haag", aldus Van der
Voorn. "We werken samen met het MKB om hen te bereiken, maar
moeten daar nog heel veel tijd en energie in steken. Ook voor deze
ondernemers geldt: wat goed is voor het milieu, zoals energiebesparing
of bereikbaarheid, is goed voor de portemonnee. En dat spreekt ontzettend
aan."
Over het economische tij maakt Van der Voorn zich
geen grote zorgen: "Naarmate de tijden slechter worden, wordt
de noodzaak voor een duurzame bedrijfsvoering alleen maar groter.
We hebben een goed verhaal, we zullen er alleen nog
harder aan moeten trekken. Ik geloof er echt in, wat dat betreft
ben ik een idealist. Wat me meer bezighoudt is de huidige politieke
omgeving. Welk effect zal deze hebben op de budgetten in de maatschappij
voor duurzaamheid en hebben wij dan nog wel genoeg geld om onze
boodschap over te brengen?"
Lieneke Venhuis
BOOG: maak duurzaamheid toegankelijk
Zonneboilers, fietstrommels en eco-teams, het lijkt lang
geleden dat initiatieven op milieugebied als paddestoelen uit de
grond schoten. Den Haag is allang geen Ecostad meer en de financiële
ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven is beperkt. Is er nog wel
draagvlak? Stichting BOOG denkt van wel en is in de leemte gesprongen
die Den Haag Ecostad heeft nagelaten. BOOG wil duurzaamheid en milieu
in het kader van de samenlevingsopbouw inhoud geven in de wijken.
Het is daarmee één van de onafhankelijke organisaties
in Den Haag die zich sterk maakt voor initiatieven op dit gebied.
Hoe gaat BOOG om met de verminderde aandacht voor het milieu bij
de bevolking en de politiek?
Als onafhankelijke en professionele organisatie geeft BOOG advies
en ondersteuning aan organisaties en groepen van bewoners met betrekking
tot sociale participatie. Doel daarbij is de sociale samenhang in
de lokale samenleving te vergroten. Duurzaamheid en milieu zijn
belangrijke pijlers in het beleid. Huibert Boer, senior adviseur
bij BOOG, heeft duurzaamheid en milieu in relatie tot opbouwwerk
als specialisatie. Hij adviseert en ontwikkelt projecten op dit
terrein. Zo heeft hij in de wijk Mariahoeve enige jaren geleden,
op initiatief van de gemeente, samen met milieucommunicatie een
energiebesparingcampagne opgezet. De wijkbewoners voerden zelf campagne
met behulp van het E-team, een onderdeel van de Dienstenwinkel,
en Eneco. Dat leverde 140 wijkbewoners op die zich committeerden
aan de campagne. Een voorbeeld, volgens Huibert Boer, dat het succes
van lokale ambassadeurs aantoont.
Gratis energie-advies
Er is inmiddels een vervolgproject gestart in Rustenburg/Oostbroek
dat verbreed is van energiebesparing naar duurzaamheid. "Zaken
als groengebieden, voorzieningen in de wijk en het aantrekkelijk
houden van de wijk nemen we daar ook in mee", legt Boer uit.
"De wijkbewoners inventariseren zelf de knelpunten en wensen
en geven aan wat hun prioriteiten zijn." Daarnaast doet BOOG
in samenwerking met het E-team een energiebesparingproject bij de
minima. Het E-team geeft minima gratis energieadvies. En in een
nieuw project probeert BOOG huurders en verhuurders in de particuliere
sector te interesseren voor energiebesparing. Ook hier komt het
E-team langs met advies en comfortverhogende en geldbesparende maatregelen,
zoals tochtstrips en spaarlampen. Verder gaat BOOG debatten met
allochtonen over duurzaamheid organiseren. De bedoeling is daar
lering uit te trekken voor het milieubeleid. BOOG constateert dat
deze bevolkingsgroep nog weinig participeert op dit terrein.
Continuïteit
De activiteiten voor duurzaamheid en milieu bij BOOG worden projectmatig
ingevuld en gefinancierd. Opdrachtgevers zijn onder andere de gemeente,
de provincie, bewonersorganisaties of woningcorporaties. Met die
projectfinanciering heeft Huibert Boer geen moeite. "Bij activiteiten
in de stadsdelen kijken we ook naar de lange termijn en de projecten
moeten binnen de gestelde termijn op eigen benen staan. Verder zijn
we een organisatie met 60 adviseurs in de wijken die zien wat nodig
is voor nu en de toekomst. Dat geeft continuïteit."
Duurzaamheid bij
herstructurering
BOOG werkt in opdracht, maar neemt ook zelf initiatieven. Zo heeft
Huibert Boer het belang van duurzaamheid en de combinatie duurzaamheid
en bewonersparticipatie bij herstructurering onder de aandacht gebracht
van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling van de gemeente Den Haag:
"Een ondergeschoven kindje. Bij herstructurering is duurzame
aanpassing van belang. Bewoners hebben daar ook ideeën over,
bijvoorbeeld aangepaste woningen, een supermarkt of een park in
de buurt. Die moet je meenemen in de plannen." De dienst onderschreef
het belang ervan, maar legde de verantwoordelijkheid neer bij bouwfysica
en bouwecologie, een afdeling die geen zeggenschap heeft over de
wijkplanprocessen. "De gemeente heeft het dus nog onvoldoende
opgepakt", constateert Boer met spijt, waarbij hij opmerkt
dat ieder beleidsveld zijn eigen verantwoordelijkheid heeft op het
gebied van duurzaamheid.
Huibert Boer onderkent de afnemende aandacht voor
het milieu: "De politiek volgt datgene wat er leeft bij de
bevolking en het milieubewustzijn is aanzienlijk minder geworden,
dus is de beleidsaandacht ook minder. Onze uitdaging is binnen de
beperkte ruimte verandering te creëren en medestanders te vinden
door met bewonersorganisaties en bestaande netwerken duurzaamheidprojecten
op te pakken."
Wensen van bewoners
Wat er volgens Huibert Boer in Den Haag nodig is op het gebied van
duurzaamheid, is dat het begrip duurzaamheid toegankelijk wordt
en dat burgers er zelf een visie over ontwikkelen. "Maak eerst
concreet welke elementen daaronder vallen. Voor de één
is dat de aanpassing van zijn woning voor de toekomst, voor de ander
een wijkpark en voor de derde een postkantoor in de wijk. Alle elementen
maken gezamenlijk de duurzaamheid. Verder kun je als gemeente wel
technische criteria opstellen, maar ze moeten juist overeenkomen
met wat de bewoners zelf willen. Alleen dan is er draagvlak. De
norm van wat wel of niet mag, bijvoorbeeld auto's wassen in de straat,
moet van de mensen zelf komen."
Lieneke Venhuis
De nieuwe wethouder
Duurzaamheid en zijn ambities.
Ries Smits wilde per se de naam Duurzaamheid in zijn portefeuille
Den Haag was de enige grote stad waar de gemeenteraadsverkiezingen
geen grote verschuivingen te weeg brachten. Behalve het aantreden
van Leefbaar Den Haag in de gemeenteraad was de enige verandering
dat het CDA door haar zetelwinst met een wethouder meer in het college
terugkwam. De nieuwe wethouder, Ries Smits, zat 12 jaar voor het
CDA in de Tweede kamer. Als bedrijfseconoom was hij de financieel
specialist binnen de fractie. Vier jaar geleden kwam hij als leider
van de CDA-fractie in de gemeenteraad. Als CDA-campagneleider bij
de laatste tweedekamerverkiezingen had hij een sleutelrol bij de
totstandkoming van de voor velen verrassende verkiezingsoverwinning
van de ploeg Balkenende. Branding ging bij hem op bezoek met in
het achterhoofd de vraag: Wie is deze man en wat drijft hem?
Mijnheer Smits, als we uw staat van dienst langslopen
dan lijkt uw overstap van de Tweede Kamer naar de Haagse gemeenteraad,
zonder destijds het perspectief op een wethouderschap, niet echt
voor de hand te liggen. Was dat wel uitdagend genoeg voor u?
Bij het CDA hebben wij een ijzeren regel, indertijd
ingesteld door de commissie de Koning, dat het na drie volle periodes
in de Kamer wel mooi is geweest. Dan is er weer nieuw bloed nodig
in de fractie. Daar kon ik mij goed in vinden en ik ben in 1998
dan ook zonder morren akkoord gegaan dat ik niet opnieuw werd gekandideerd.
Een jaar voor mijn vertrek uit de Kamer werd ik gepolst of ik lid
van de gemeenteraadsfractie van het CDA wilde worden. Met plezier
heb ik ja gezegd. De afgelopen vier jaar heb ik mijn werk in de
gemeenteraad met veel plezier gedaan. Ik had toen en nu geen speciale
ambities voor het wethouderschap. Door ons mooie verkiezingsresultaat
is mij dat overkomen. Toen wij een tweede wethouder konden leveren,
dacht ik ook niet in de eerste plaats aan mijzelf. Ik heb zelfs
voorgesteld om voor deze nieuwe post iemand van buiten de fractie
aan te trekken. Men heeft toen op mij ingepraat en gezegd. "Jij
kan dat prima, jij moet het gaan doen Ries". Ik heb mij toen
laten overtuigen. Dat klinkt misschien alsof ik het niet echt wilde,
maar dat is absoluut niet het geval. Ik was al die tijd beschikbaar
en ik vind het wethouderschap een uitdagende baan.
U zit hier nu op de elfde verdieping in de top, van
het gebouw, maar is uw positie binnen het college ook zo hoog? De
portefeuille Milieu is normaal gesproken de minst begeerde portefeuille.
Begint u onderaan?
Eerlijk, ik heb in het college nooit gemerkt dat mijn
portefeuille minder serieus wordt genomen. Iedereen praat mee en
beslist mee op basis van gelijkwaardigheid. Bovendien ben ik geen
wethouder Milieu. Dat begrip vind ik verouderd. Bij goed rentmeesterschap
gaat het om een integrale benadering. Het beheer van het milieu
is verweven met allerlei andere ontwikkelingen. Wil je daar goed
voor zorgen dan moet je die in hun samenhang bekijken. Zelf heb
ik dan ook voorgesteld om die naam te veranderen in Duurzaamheid.
Dit begrip drukt die samenhang veel beter uit.
Die samenhang zit ook in nu gescheiden terreinen mobiliteit
en ruimtelijke ordening. En zou het niet voor de hand liggen om
de thema´s energie en duurzaam bouwen bij uw portefeuille
onder te brengen. Als een wethouder wat wil bereiken dan moet deze
toch over zulke zaken echt wat te vertellen hebben?
Binnen het college zijn we nog aan het bekijken hoe
de verschillende taken verdeeld zullen worden. In ieder geval valt
alles rond energiebesparing en duurzame energie nu onder mijn portefeuille.
Op een interne conferentie zullen we duurzaamheid speciaal aandacht
geven, want al het beleid moet natuurlijk aan op zijn duurzaamheid
getoetst worden. Vanuit een coordinatiefunctie rond duurzaamheid
kan ik zorgen dat beleidsterreinen die niet direct onder mijn verantwoordelijkheid
vallen langs een duurzame meetlat worden gelegd. Vervolgens kunnen
binnen het college met elkaar afspraken worden gemaakt over concrete
resultaten op duurzaamheid. We zijn op dit moment onze aandacht
veel meer op gebieden aan het richten waardoor per gebied een meer
samenhangend beleid ontwikkeld kan worden. We zitten nu in een overgangsperiode,
maar in 2004 is dit beleid volledig doorgevoerd. Dan zal ook het
thema duurzaamheid per gebied beter met anders beleidsterreinen
verweven kunnen worden. Dit biedt veel meer kansen. Bovendien heb
ik ook de nieuwe gebieden in mijn portefeuille. Op het gebied van
duurzaamheid kunnen daar ook veel zaken op de rails gezet worden
zoals het duurzaam invullen van de ruimtelijke omgeving bijvoorbeeld
door te zorgen voor goede voorzieningen in de buurt. Aandacht ook
voor de sociale structuur zodat bewoners zich bij hun fysieke omgeving
betrokken kunnen voelen.
Maar daar heb je toch een fors eigen budget voor nodig?
Is dat er ook bijgeleverd?
Ook over dat budget moeten we ook nog afspraken met
elkaar maken. Maar er zijn bijvoorbeeld allang afspraken over de
aantallen en kwaliteit van de woningen in de nieuwe uitbreidingswijken.
En we zullen wat duurzaamheid betreft inzetten op een zo hoog mogelijk
voorzieningenniveau ter plekke.
Nu we het over duurzaamheid en bouwen hebben, het
slopen van een jong en goed gebouw als de Zwarte Madonna en de ministeries
en daarvoor nieuwe gebouwen terugzetten is toch niet echt duurzaam
te noemen?
Wij moeten wat dit betreft niet aan symboolpolitiek
doen. De nieuwe plannen voor het Wijnhavenkwartier zijn goed verdedigbaar.
Het gebied heeft een kwaliteitsimpuls nodig. Het kan op enkele punten
wel beter. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid gaat het bijvoorbeeld
om het nu kunnen toevoegen van nieuwe functies. Daar moet dan natuurlijk
wel vraag naar zijn. En de ministeries van Justitie en Binnenlandse
Zaken zijn verouderd en bepaald geen fraaie gebouwen.
Iets anders. Nu Den Haag Zuidwest volledig op de schop
genomen wordt, is daar wel genoeg aandacht voor duurzaamheid en
bijvoorbeeld aaneengesloten groen? Zou het groen niet veel gevarieerder
moeten zijn dan nu het geval is?
De herstructurering van de na-oorlogese wijken bieden
veel kansen om daar vanaf het begin duurzame maatregelen in te verweven.
Die kansen moeten we ook benutten. Dat geldt zeker voor Den Haag
Zuid-West. Ook daar gaan we bijvoorbeeld inzetten op het behoud
van een hoog voorzieningenniveau. Ik ben een voorstander van dat
er voldoende groen blijft in Zuid West en dat zit ook in de plannen.
Een grotere variatie is heel belangrijk. Met het nieuwe waterplan
wordt groen ook gecombineerd met water wat al veel meer variatie
zal geven.
Wat gaat de gemeente, nu een energieneutrale stad
tot speerpunt van het beleid is gekozen, doen aan bijvoorbeeld het
stimuleren van de opwekking van duurzame energie?
Wij gaan bekijken welke lokaties op Haags grondgebied
geschikt zijn voor de produktie van duurzame energie zoals de mogelijke
plaatsing van windturbines. Op dit moment zijn we wat betreft zonne-energie
in samenwerking met de stichting OM Den Haag bezig met het project
Zonnekwadrant. Daarbij willen we zoveel mogelijk zonnestroom realiseren
op kantoorgebouwen in het gebied van het Centraal Station en het
stadhuis. Een ander initiatief is het onderzoeken van de mogelijke
plaatsing van windmolens op het stadhuis zelf en de Haagse Hogeschool.
Hoe zit het eigenlijk met uw eigen duurzaamheid. Laat
u bijvoorbeeld op de korte afstanden de auto regelmatig staan? En
zou het bestuur dit laatste ook niet naar de Haagse bevolking uit
moeten dragen.
Respect voor het leven is ons al als kind bijgebracht
met name door mijn vader. Wij hebben de aarde in bruikleen, niet
in ons bezit. En we hebben de verantwoordelijkheid deze voor toekomst
ook weer goed achter te laten. Wij waren dan ook zuinig met van
alles en met eten werd bijvoorbeeld zeer zorgvuldig omgegaan. Ik
bezit een tien jaar oude auto die ik inderdaad regelmatig laat staan,
Ik maak regelmatig gebruik van de fiets en het openbaar vervoer.
Morgen bijvoorbeeld ga ik op bezoek bij Frysia waar lijn 17 een
uitstekende verbinding mee heeft. Dan laat ik de dienstauto staan
en neem ik de tram. Dezelfde tram neem ik vervolgens naar mijn volgende
afspraak. Ja, ik ben van mening dat het goed is als het gemeentebestuur
duurzaamheid uitdraagt naar haar inwoners en dat geldt ook voor
het zuinig gebruik van de auto.
Tenslotte, hoe bevalt het nieuwe dualisme in de verhouding
tussen gemeenteraad en het college.
Het is natuurlijk goed te beseffen dat er gescheiden
verantwoordelijkheden zijn en daar ook naar te handelen. Ik word
nog wel eens bij de fractie van het CDA uitgenodigd, maar ik ben
niet meer bij het overleg binnen de fractie betrokken. Dat is soms
wel jammer want het uitwisselen van argumenten en ervaringen kan
standpunten wel dichter bij elkaar brengen. We moeten uitkijken
dat de afstand met de gemeenteraad niet te groot wordt. Dat gevaar
zie ik wel.
Frans van der Steen
Haags Horecavignet
voor het laatst uitgereikt
Anderhalf jaar geleden heeft café-restaurant
Rootz aan de Grote Marktstraat een nieuwe keuken laten plaatsen
met onder andere milieubewuste HR-apparatuur en verwarming op gas
in plaats van elektra. Energiezuinig, aldus restauranteigenaar Roland
Meerloo. 'Want de energiekosten van tegenwoordig zijn niet misselijk.'
De aanpassingen van toen leveren Rootz het Haags Horecavignet 2002
op. Met maar liefst een gedeelde tweede plaats in de rangorde van
restaurants met de meest duurzame bedrijfsvoering. Dit in de categorie
van de restaurants die voor het eerst meedoen. Tot verbazing van
Meerloo.
Het Haags Horecavignet is een initiatief van de gemeente
Den Haag. Het is bedoeld om een duurzame bedrijfsvoering in restaurants
te stimuleren. Restauranteigenaren die zich aanmelden en voldoen
aan de gestelde eisen voor afvalpreventie, afvalscheiding, energie-,
water- en grondstoffenbesparing, ontvangen het vignet. Op 5 juni
reikte de gemeente het Haags Horecavignet voor de tweede keer uit.
In de Commerciële Club werden de deelnemende horecaondernemers
onthaald met een hapje, drankje, bandje en een alternatieve kookles.
Wethouder Stolte stelde verheugd vast dat het aantal restauranthouders
dat een vignet krijgt was verdubbeld naar 46. Ze namen onder luid
applaus het vignet, een grote deurmat en ander promotiemateriaal
in ontvangst.
Geen terugkoppeling
Den Haag telt als echte restaurantstad honderden restaurants. Hoe
kan het dat er maar 46 meedoen aan het horecavignet? Is het gebrek
aan tijd of aan interesse voor het milieu, of zien de restauranthouders
de voordelen niet? De deelnemers zien het nut er in ieder geval
wel van in. Bij Le Bateau in Kijkduin gaat het ze vooral om kwaliteit
en positieve publiciteit. Eigenaar De Wildt van La Fourchette aan
de Turfmarkt vindt het vignet een goed initiatief om de Haagse horeca
op een hoger peil te brengen. 'Je laat zo bij je gasten een goede
indruk achter.' Ook Roland Meerloo van Rootz vindt het een goed
initiatief. 'Vooral dat je bedrijf door een externe partij wordt
doorgelicht. Ik vind het belangrijk dat we milieubewuster werken.
Maar ik denk niet dat je met het vignet meer klanten trekt.' Minder
enthousiast is Meerloo over de terugkoppeling. 'Die krijg je niet
en daarom weet je niet wat je beter of anders kan doen. Ik zou graag
meer advies willen.'
Dat advies lijkt er te gaan komen. Het Haags Horecavignet
heeft in de huidige vorm zijn langste tijd gehad. Op de vignetuitreiking
werd alvast een tipje van de sluier opgelicht. Het Horeca Vignet
zal worden opgenomen in Triple S. Triple S (Safety, Security en
Sustainability) wordt een nieuwe, brede standaard voor maatschappelijk
ondernemen in de Haagse horeca. En wel de totale horeca met 1600
bedrijven van snackbar tot hotel. Koninklijke Horeca Nederland,
de gemeente Den Haag, de Kamer van Koophandel en de Ontwikkelingsmaatschappij
(OM) Den Haag gaan de nieuwe standaard ontwikkelen. Net als bij
het horecavignet gaat het bij Triple S om zaken die de wettelijke
eisen overstijgen.
Niet alleen duurzaamheid
Er zijn verschillende redenen om het vignet te vervangen, aldus
Jan Kroon van de Kamer van Koophandel. Een eerste is dat Koninklijke
Horeca Nederland en de Kamer van Koophandel als belangrijke partijen
voor de horeca erbij betrokken willen zijn. 'Want wij hebben de
kennis in huis' vult Mariëlle Heimel van Koninklijke Horeca
Nederland Den Haag aan. Verder vinden deze organisaties dat het
niet alleen om duurzaamheid moet gaan, maar ook om veiligheid en
verantwoordelijkheid. 'En uiteindelijk is het doel niet het vignet,
maar het proces van bewustwording wat daaraan ten grondslag ligt,'
legt Jan Kroon uit. 'Het gaat erom dat deze drie thema's centraal
staan in het hele doen en laten van je bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld
hoe ga je om met je personeel, hoe is het met je brandveiligheid.
Niet wachten op een ramp als in Volendam, maar deze zaken implementeren
aan de basis.'
Het vignet is een mooi sluitstuk, maar het gaat in de eerste plaats
om voorlichting, informatie en bewustwording. 'Het is niet de bedoeling
om meer regeltjes op te leggen,' zegt Mariëlle Heimel. 'Triple
S moet het de horecaondernemer gemakkelijker maken en juist voordelen
opleveren. In geld of in tijdwinst. Waar mogelijk gaan we ook zakendoen
met Eneco en Novem. En horecabedrijven kunnen voor elkaar als voorbeeld
dienen.'
Hoe gaan ze ervoor zorgen dat de horecaondernemer
met hart en ziel aan de drie thema's van Triple S meewerkt? Triple
S moet kant en klare oplossingen bieden. Er moet een onafhankelijke
organisatie komen die als kenniscentrum, klankbord en aanspreekpunt
fungeert, voorlichting en advies geeft en meehelpt in de uitvoering.
Op een gegeven moment kan Triple S ook tot zelfregulering leiden.
Zover is het nog niet. De plannen moeten nog bij de branche 'in
de week' worden gelegd. De partijen gaan eerst met de horecaondernemers
in gesprek om te horen wat zij belangrijk vinden.
In de loop van volgend jaar hopen ze een onafhankelijke organisatie
rond te hebben. Vervolgens worden de onderwerpen en prioriteiten
vastgesteld. Roland Meerloo en zijn horecacollega's moeten voor
advies over de drie 'S-en' nog even geduld hebben.
Lieneke Venhuis
Dualisme of duellisme
Elk voorstel van het college van burgemeester en
wethouders kon vroeger steevast rekenen op een goedkeurende meerderheid
vanuit de gemeenteraad. Die tijd is nu echt voorbij door de invoering
van het dualisme: een actieve collegepartij kan in de raad een geheel
eigen koers blijven varen. Sinds de gemeenteraadsverkiezingen zorgt
dit dualisme voor meer afstand tussen gemeentelijke bestuurders
en hun partijgenoten in de gemeenteraad. De raad heeft hierdoor
behalve een serieuze controlerende taak ook meer speelruimte voor
het vervullen van een eigen rol gekregen. Niet langer kunnen de
losjes gedane verkiezingsbeloftes simpel opzij geschoven worden
'omdat het collegeprogramma vol compromissen dit nu eenmaal van
de raadsleden van de collegepartijen verlangt'.
Dualisme kan echter gemakkelijk uitmonden in duelisme.
Een voorbeeld hiervan is de discussie in Den Haag over maatregelen
die de verkeerssituatie op de Thorbeckelaan voor fietsers veiliger
moeten maken. Herkozen wethouder van Verkeer, de heer Bruins (VVD)
stelde een plan voor dat vooral de parkeerplekken in de wijk veilig
moest stellen. In dit plan was voor fietsers op de drukke verkeersweg
slechts ruimte gereserveerd in de marge: op de roodgeverfde fietsstroken.
Collegepartner PvdA haalde het plan van de wethouder onderuit door
met succes een motie in te dienen. Zo bleef de PvdA van Den Haag
trouw aan de eigen tekst in haar gemeentelijke verkiezingsprogramma,
waarin een flink hoofdstuk opgenomen is over de verkeersveiligheid
voor lopers, gebruikers van openbaar vervoer en fietsers (L.O.F.).
De wethouder wordt nu door de raad verplicht om veilige vrijliggende
fietspaden aan te leggen. De VVD-fractie reageerde geschokt op deze
'broedermoord' van de collegepartner. Op haar beurt probeert de
VVD een voornemen van de PvdA van tafel te vegen om met gemeenschapsgeld
het woonhuis van Willem Drees aan te kopen. Wat is begonnen met
de aanleg van vrijliggende fietspaden op de laan van de liberaal
Thorbecke maakt nu het woonhuis van de socialist Drees tot inzet
van een politiek steekspel. Of de vechthouding van de twee coalitiepartners
op den duur bestuurlijk productief zal zijn, dat vraag ik me sterk
af, maar het levert in ieder geval wekelijks een vermakelijk politiek
schouwspel op!
Marc Beek, Fietsersbond Den Haag
VERKIEZINGEN: HET
GROENE DEBAT EN DE UITSLAG
Op 19 februari vond op het Haags Milieucentrum
het groene verkiezingsdebat plaats. Hieronder kunt u in het kort
lezen welke onderwerpen aan de orde kwamen en welke toezeggingen,
gerelateerd aan de verkiezingsuitslag werkelijkheid kunnen worden.
DEBAT
Alle op dat moment zittende gemeenteraadsfracties waren vertegenwoordigd
bij het groene debat in het Haags Milieucentrum, inclusief de wethouder
van Milieu, Wilbert Stolte en de wethouder van Verkeer, Bruno Bruins.
Wat jammer is en tegenvalt, is het aantal aanwezige zwevende kiezers.
De zaal zit goed vol, maar met name met partijgenoten, die 'meelopen'
in campagnetijd en ambtenaren van de wethouders. Wellicht zijn er
niet zoveel zwevende kiezers als het om natuur- en milieubeleid
gaat ...
Allereerst geeft gespreksleider Frans van der Steen
de raadsleden de mogelijkheid in het kort aan te geven waar hun
partij voor staat als het gaat om milieu. Wat wij in het vorige
nummer van Branding al schreven komt weer naar boven: voor het CDA
ligt milieu dicht bij huis en wel in de betekenis van leefbaarheid.
D66 is praktisch en kiest onder andere voor het weren van vrachtauto's
in de stad; in 2009 is er wat hen betreft geen plek meer voor Norfolkline
in Den Haag. GroenLinks ziet milieubeleid en duurzaamheid de portefeuilles
economie, verkeer en ruimtelijke ordening doorkruisen. De PvdA kiest
nadrukkelijk voor een investering in het openbaar vervoer en de
ChristenUnie/SGP ziet voor een beter milieu een taak voor de inwoners
van onze stad weggelegd. De VVD pronkt met de roetfilters op 150
HTM-bussen en de PPS ziet de wethouders liever fietsen dan in de
auto. Moet gezegd worden: de PPS is de enige partij die pleit voor
gemeentelijke financiële steun van het Haags Milieucentrum.
Vervolgens vindt er een discussie plaats over de kwaliteit
van het openbaar vervoer. Wethouder Bruins kijkt tevreden terug
op de ontwikkeling in het openbaar vervoer. Aanwezigen vinden dat
het veel beter kan en moet. Zo duiken er praktische problemen op
voor de VINEX-locaties; ze betalen een extra zone omdat ze bijvoorbeeld
door Rijswijk rijden. De wethouder geeft aan dat zone-indeling een
taak van de overheid is, maar zegt wel toe er naar te willen kijken.
Natuurlijk komt ook de te late aanleg van tramlijn 15 naar Ypenburg
ter sprake. Ondanks kritiek blijft Bruins trots op hetgeen gerealiseerd
is.
Loes Jalink (Haagse Vogelbescherming) maakt zich zorgen
over het behoud van groen; bij alle nieuwbouw- en herstructureringsplannen
lijkt het groen ondergeschikt te worden aan wonen. Wethouder Stolte
zegt toe de groenomvang, nu na de herindeling het Haagse grondgebied
is vergroot, opnieuw te willen bekijken.
UITSLAG
Het nieuwe krachtenveld van de Haagse politieke arena geeft ons
een klein beetje hoop, mede gelet op de inhoud van de verkiezingsprogramma's.
Zo moet een autovrij Lange Voorhout nu tot de mogelijkheden behoren,
de aanleg van meer vrijliggende fietspaden bijna een feit zijn en
investeringen voor een beter openbaar vervoer gewaarborgd.
Voor een werkelijk duurzaamheidsbeleid is echter meer
nodig: op het moment van schrijven van dit artikel zijn de Collegeonderhandelingen
nog in volle gang. Vrijwel zeker is dat de samenstelling ongewijzigd
zal blijven, ondanks de zetel verlies van zowel de VVD als de PvdA.
De extra zetel winst van het CDA levert hen waarschijnlijk een tweede
(en dus achtste) wethouder op. Naar de verdeling van portefeuilles
over de acht wethouders kunnen we alleen nog maar gissen. We hebben
echter vanuit het informele circuit gehoord dat de huidige fractievoorzitter
van het CDA, Ries Smits, de nieuwe wethouder van Milieu wordt, met
in zijn portefeuille ook energiebeleid en duurzaam bouwen. Die onderwerpen
passen goed bij elkaar onder Milieu. Dat zou in onze ogen een duidelijke
verbetering zijn. Maar hoe zorg je er als gemeente voor dat de belangrijkste
natuur - en milieuonderwerpen van deze tijd, ruimtelijke ordening
en verkeer en vervoer, in het College voortdurend langs de Groene
Graadmeter gelegd worden, waardoor wordt voorkomen dat milieubeleid
uitsluitend geïnterpreteerd wordt als een leefbaarheidkwestie?
Monique Vermin
VUILRAAP - INITIATIEF
Zag u ze al eens? Op een zondagochtend? In een
van de Haagse parken en bossen? De enthousiaste mensen van de vuilraap-ploeg.
Een groep van vijf mensen vormt de harde kern, waaromheen een stuk
of tien anderen actief meedoen. Wij hadden er geen zin meer in altijd
tussen het vuil te wandelen en besloten zelf de handen uit de mouwen
te steken. Om zo ook de gemeente de helpende hand te bieden. Een
keer per maand op zondag - tussen 10 en 14 uur - gaan wij gewapend
met sterke vuilzakken en een grijpertje het bos of park in. Wij
verzamelen daar al het zwerfvuil en dat is heel wat! Van verroeste
bromfietskarkassen tot bijvoorbeeld 35 aanstekers op een plek waar
vaak hengelaars zitten. De blikjes, flessen en ander verpakkingsmateriaal
verraden wie de uiteindelijke afzenders zijn: de fabrikanten van
deze versnaperingen. Ook zij zijn verantwoordelijk voor de vervuiling
die hun verpakking veroorzaakt. Natuurlijk, via de hand van degene
die ze achteloos weggooide, maar toch.
Als leden van de vuilraap-ploeg geven wij als burgers
het voorbeeld, en vinden het ook nog erg leuk en gezellig. En de
boel knapt er enorm van op, zoals bijvoorbeeld de Waterpartij, die
na de zondag van februari twee maanden gewoon schoon is gebleven.
Want waar geen vuil ligt wordt minder snel vuil achtergelaten.
De gemeente en staatsbosbeheer (Haagse Bos) voorzien
hen van materialen en halen de vele volle zakken op om ze af te
voeren.
Wij vinden dit leuk om te doen, we krijgen veel bijval
van wandelaars die ons aanspreken en we nodigen iedereen uit om
mee te doen of eigen groepjes op te richten.
Berber de Haan
Tel: 3541917 e-mail: wildehaan@planet.nl
DIGITAAL VERKIEZINGSDEBAT
DE GROENE GRAADMETER
Op 6 maart vinden de gemeenteraads-verkiezingen
plaats. De verkiezingskoorts is weer uitgebroken. Overal in de stad
wordt gedebatteerd; op straat, in het Stadhuis en ook op Internet.
Op de website van het Haags Milieucentrum kunt u vanuit de eigen
bureaustoel de discussie aangaan met de wethouder van Milieu, de
wethouder van Verkeer en de milieuwoordvoerders van alle fracties.
Surf dus naar www.haagsmilieucentrum.nl, klik op De Groene Graadmeter
en doe mee aan het debat. Natuurlijk kunt u ook alleen meelezen
en op die manier bewust een groene stem uitbrengen op woensdag 6
maart. Maar dat niet alleen. Door mee te doen aan dit groene digibat
kunt u invloed uitoefenen op de visievorming binnen de verschillende
politieke partijen en zo uiteindelijk ook op de besluiten die zij
nemen. Zo helpt u uw eigen stad stap voor stap op weg naar een duurzamere
stad.
Bij deze nodigen wij u ook van harte uit om
deel te nemen aan het afsluitende live-debat van de Groene Graadmeter
waarvoor alle lijsttrekkers zijn uitgenodigd. Dit vindt plaats op
19 februari, 20.00 uur op het Haags Milieucentrum, Paviljoensgracht
1.
Voor het debat is het nodig om de beschikbare
verkiezingsprogramma's met elkaar te vergelijken. Wij hebben er
begrip voor dat niet iedereen tijd en zin heeft om alle programma's
op te vragen en uit te pluizen. Daarom heeft het Haags Milieucentrum
deze voor u langs haar Groene Graadmeter gelegd. Dat kan natuurlijk
niet heel uitgebreid, maar wel voldoende om een globale indruk te
krijgen en brandstof voor uw vragen te leveren. (Helaas waren nog
niet alle programma's beschikbaar bij het ter perse gaan van deze
editie.)
Alvorens de verkiezingsprogramma's per partij
te bekijken, valt in het algemeen de zeer geringe aandacht in alle
verkiezingsprogramma's op voor de ruimtelijke ordening in en om
onze stad. Dit terwijl ontwikkelingen op dit gebied van groot belang
zijn voor een duurzamere ontwikkeling. Wat zijn de kansen en bedreigingen
van de grove lijnen zoals uitgezet in de 5e Nota Ruimtelijke Ordening?
Hoe wordt gedacht over de gewenste ontwikkeling in bijvoorbeeld
de Westlandse Zoom en de Zuidrand (zie eerdere artikelen in Branding)?
Hoe wil men de waterberging gaan regelen nu de boel bij flinke stortbuien
letterlijk overloopt? Hoe wil men de noodzakelijke groene corridors
en verbindingszones tot stand brengen vanuit de stad richting Hoek
van Holland, Delft, Zoetermeer en Leiden? Hoe wil men een evenwichtige
integrale ontwikkeling van werken, bouwen, natuur, waterbeheer en
recreatie tot stand brengen? Hoe wil men ervoor zorgen dat individuele
belangen, met de daarmee gepaard gaande particuliere geldstromen,
niet per definitie voorrang krijgen op algemene belangen van leefbaarheid,
het behoud van de open groene ruimte en van een vitaal milieu? Hoe
wil men het overleg over dit soort aangelegenheden met de buurgemeenten
vormgeven? Op dit gebied moet dus nog een visieontwikkeling plaatsvinden
bij alle partijen. Datzelfde geldt voor de ontwikkeling, en het
behoeden voor aantasting, van de grote groengebieden en parken in
onze Groene Stad aan Zee. Is het nu wel genoeg geweest met de aanleg
van bijvoorbeeld de Skidôme? Naar uitspraken over dergelijke
zaken moet men met een lampje zoeken. D66 komt wat dit betreft nog
het beste uit de bus.
VVD
Het nieuwe verkiezingsprogramma is 'groener' dan voorheen en dat
is wat ons betreft winst. Zo kiest de VVD voor het parkeren van
auto's onder de grond of inpandig. Op deze manier wil men aan de
ene kant het moeten zoeken naar een parkeerplek verminderen en aan
de andere kant meer ruimte op straat creëren. Ook wil de VVD
de mogelijkheid onderzoeken om particulieren parkeerplekken te laten
kopen in publieke parkeergarages in hun woonwijk. Minder geparkeerde
auto's op straat is natuurlijk mooi, maar dergelijke voorstellen
leiden niet tot een vermindering van het autogebruik. Toch ziet
de VVD in dat het verlagen van de CO2-uitstoot alleen mogelijk is
door een positieve impuls voor het openbaar- en fietsvervoer. Ze
kiest nadrukkelijk voor meer fietspaden en rode fietsstroken. De
VVD is voorstander van wijkmobiliteitscentra; dit zijn parkeergarages
en fietsenstallingen in woonwijken nabij aansluitingen op openbaar
vervoer (bus, tram en taxi).
Voor 'autootje pesten' is er letterlijk geen plaats binnen de VVD.
Zij zien de ontwikkeling van de Noordwestelijke Hoofdroute en het
Trekvliettracé als onontkoombaar. Milieubeleid betekent voor
de VVD vooral praktische verbetering van de leefomgeving. Voorwaarden
op het vlak van groen- en bomenvoorziening moeten integraal onderdeel
uitmaken van de vergunningverlening aan nieuwbouwplannen. Het behoud,
en waar mogelijk de versterking, van de grote groengebieden moeten
worden gewaarborgd in een nieuw Groenbeleidsplan. Daarnaast acht
de VVD de kwaliteit van het water, alsmede de aanleg van natuurvriendelijke
oevers van groot belang. De VVD is op zichzelf voorstander van het
nastreven van ecologische doelen, op voorwaarde dat niet de indruk
wordt gewekt dat het groen verslonst.
PVDA
De PvdA legt in haar programma qua mobiliteit de bestuurlijke en
financiële nadruk op de realisatie van een hoogwaardiger openbaar
vervoernet. Verbetering van de infrastructuur voor het autoverkeer
binnen de stad wordt alleen overwogen als deze een hoog en meervoudig
rendement heeft: autoluw maken van woonwijken, verbetering van doorstroming
van openbaar vervoer en fiets, versterking van ecologische structuur,
beter bereikbaarheid en toegankelijkheid van Den Haag, ook voor
de voetganger. Openbaar vervoer moet volgens de PvdA een vervoerssoort
blijven c.q. worden waar iedereen gebruik van maakt en niet alleen
personen die zich (nog) geen auto kunnen permitteren.
Ook de PvdA pleit voor een fijnmazig fietsroutenetwerk en voor investeringen
in fietsstallingsplaatsen en bewonersstallingen. Voor wat betreft
het Trekvliettracé ziet de PvdA graag eerst een onderzoek
naar de wenselijkheid en effectiviteit in samenhang met de realisatie
van Hoog Hage.
In het ruimtelijk beleid van PvdA staat compactheid voorop. Verder
zien ze de milieueisen die gesteld worden aan bouwprocessen en de
milieuprestaties van nieuwbouw graag stapsgewijs verder opgevoerd
worden. De PvdA spreekt de wens uit voor een gemeentelijk CO2-reductieplan
(zonder overigens een reductiepercentage te noemen), waaraan gemeente,
energiebedrijven en bedrijfsleven een bijdrage leveren.
De PvdA spreekt in haar programma de wens uit voor het instellen
van een of meer autovrije dagen in combinatie met een 'Binnenstadsfestival'.
CDA
Het CDA kiest, naar haar eigen zeggen, voor een duurzaam en eerlijk
vervoersbeleid gecombineerd met een goede ontsluiting. Een fijnmazig
openbaar vervoersnetwerk, waarbij het motto 'meer vervoer op maat'
centraal staat is volgens het CDA van groot belang. Het belang van
de automobilist mag echter niet uit het oog worden verloren. Het
CDA staat voor een consistent verkeers- en vervoersbeleid, waarbij
naast een beleid dat gericht is op een autoluwe binnenstad, alternatieven
voor autoverkeer worden aangedragen zoals de aanleg van grote parkeervoorzieningen
aan de rand van de stad, gekoppeld aan shuttle-systemen.
Het CDA is van mening dat de fiets moet worden gestimuleerd en gepromoot
als goed, veilig, schoon en snel vervoersmiddel in de stad. Ze willen
dan ook uitbreiding van het aantal duidelijk onderscheiden fietsroutes
en adequate parkeer- en stallingsvoorzieningen in binnenstad, Scheveningen
en Kijkduin.
Het CDA houdt een pleidooi voor investering in meer groen, juist
ook in de achterstands- en probleemwijken en wil Den Haag graag
als Groene Stad aan Zee behouden.
Zij geven dan als voorbeeld dat er moet worden gestreefd naar het
in ere herstellen van de oude grachten in Den Haag.
GROENLINKS
In het nieuwe verkiezingsprogramma heeft GroenLinks de nodige aandacht
voor betere voorzieningen voor de fietser; GroenLinks houdt een
pleidooi voor vrijliggende fietspaden, een veilige fietsroute van
en naar het centrum en de verbetering van stallingsmogelijkheden.
GroenLinks is geen tegenstander van auto-gebruik, maar wel voor
doelmatig gebruik. Autoverkeerprojecten als het Trekvliettracé
en de Noordwestelijke hoofdroute dienen beperkt te worden tot maatregelen
die wel de verkeersafwikkeling bevorderen, maar niet de groei van
het autoverkeer stimuleren.
Het autogebruik moet worden tegengegaan vanwege de gevolgen voor
het milieu. Inwoners van de stad moeten weer meer ruimte krijgen
om in de stad te lopen, spelen en recreëren. Dat kan alleen
door het forse ruimtebeslag van de auto in de openbare ruimte tegen
te gaan.
GroenLinks kiest voor het instellen van een duurzaamheidcommissie,
die nieuwbouw en renovatie toetst op een aantal duurzaamheidscriteria.
Ook ziet ze graag een toename van gevelbegroeiing, vegetatiedaken
en daktuinen.
GroenLinks is van mening dat de overheid voorop dient te lopen in
milieubewust energiegedrag. Dit kan door een intensiever eigen beleid
rond energiebesparing. De gemeente moet daarboven actief naar de
bevolking uitdragen welke bijdragen particulieren zelf kunnen leveren.
Dat geldt ook voor waterbeheer. Zo kan volgens GroenLinks veel van
het regenwater, dat nu nog via riolen wegvloeit, opgevangen worden
voor de besproeiing van tuinen, plantsoenen of voor het doorspoelen
van toiletten. De gemeente zal zulke systemen moeten stimuleren.
D66
D66 heeft geen uitgebreide mobiliteits-paragraaf opgenomen in hun
verkiezingsprogramma. Wel geeft ze de prioriteit aan de Noordwestelijke
Hoofdroute boven het Trekvliettracé en pleit ze voor een
OV-transferium bij het Leyenburgziekenhuis. De mogelijkheden voor
transferia op ander punten in de stad moeten worden onderzocht.
Ook D66 ziet graag meer auto's onder de grond geparkeerd in woonwijken
en wenst ze een Lange Voorhout zonder geparkeerde auto's. Een parkeergarage
onder de Hofvijver is echter ongewenst.
D66 ziet graag een uitbreiding van het geslaagde experiment van
de fietstrommels in Laak, pleit voor uitbreiding van het aantal
bewaakte fietsenstallingen en wil de openingstijden van fietsenstallingen
verlengen tot 24 uur op werkdagen en tot 2 uur in het weekend. Tevens
wil D66 investeren in doorgaande fietsroutes, door deze met behulp
van korte doorsteken met elkaar te verbinden.
D66 wil in de komende raadsperiode een ecoduct over de Utrechtse
Baan gerealiseerd zien. Zodoende worden het Haagse Bos en het Malieveld
weer met elkaar verenigd. Ook in het Scheveningse groen wordt, als
het aan D66 ligt, naar mogelijkheden gezocht om duin en bossen met
elkaar te verbinden. Bij wegreconstructies en stedelijke vernieuwingsplannen
moet aan dit aspect prioriteit worden gegeven.
Een initiatief valt te verwachten voor de Binckhorst; D66 vindt
dit gebied heel geschikt voor vestiging van bedrijven die zich toeleggen
op het ontwikkelen en toepassen van nieuwe milieutechnologie. D66
wil deze vorm van bedrijvigheid stimuleren door bruikbare nieuwe
technologie binnen de gemeente toe te passen.
HAAGSE STADSPARTIJ
De Haagse Stadspartij pleit allereerst voor een beheerste economische
ontwikkeling, waarin grote zorgvuldigheid ten aanzien van het milieu
voorop staat. Daarnaast zien zij het terugdringen van het autoverkeer
graag met kracht worden aangepakt.
De Haagse Stadspartij wil de politie dwingen haar sociale functie
te versterken door veel selectiever met haar wagenpark om te gaan
en meer gebruik te maken van de fiets of rollerskates; dit Stadspartij-mes
snijdt prettig aan twee kanten.
De fietser moet in het Haagse verkeer vaak op z'n hoede zijn. Met
name in het centrum ontbreken goede fietsverbindingen. De Haagse
Stadspartij kiest voor meer investeringen voor de fietser en de
skater (vrijliggende en comfortabele fietspaden). Ook moeten er
meer gratis stallingsmogelijkheden voor de fiets komen in zowel
het centrum, bij de stations, als in woonwijken. Vooral in en rond
het centrum moet voor het autoverkeer eenrichtingsverkeer worden
ingesteld en parkeerruimte worden ingeleverd om de fietser de noodzakelijke
ruimte te geven. Behalve de fiets moet ook collectief vervoer meer
worden gestimuleerd.
Bijzonder, en wellicht technisch wat achterhaald, is dat de Haagse
Stadspartij een onderzoek wil naar de invoering van trolleybussen
op enkele tramtrajecten.
Naast het reguliere verkeersveiligheidsbeleid moet wat de Haagse
Stadspartij betreft extra aandacht besteed worden aan de verkeersveiligheid
rondom scholen, de stroom vrachtwagens van en naar de Norfolkline
en de (brand)veiligheid in de tramtunnel.
POLITIEK VUURWERK
Welke discussies kunnen we op basis van de programma's verwachten
in de komende collegeperiode? Wij denken dat met name de uitvoering
van het verkeersplan de nodige discussie zal oproepen omdat de daarin
aangekondigde maatregelen zeer ingrijpend zijn voor de stad. Ook
zal de politieke agenda voor een deel bepaald worden door de verdere
uitwerking van het regionaal structuurplan Haaglanden dat de grote
lijnen schetst van de ruimtelijke ontwikkeling rond de stad en de
toebedeling van de schaarse ruimte aan de verschillende functies.
Politiek vuurwerk kunnen we wellicht gaan zien omtrent het handhaven
van Norfolkline in Scheveningen; de Haagse gemeenteraad is verdeeld
op dit punt. Zo was en is D66 bijvoorbeeld pertinent tegenstander
van het verlengen van hun contract, de Norfolkline veroorzaakt immers
een levensgevaarlijke verkeerssituatie voor met name de fietser
en de voetganger. De Politieke Partij Scheveningen is nog voorstander
voor behoud van Norfolkline.
De reductie van CO2-uitstoot ziet de VVD met
name gebeuren door het stimuleren van het fiets- en openbaarvervoergebruik;
dit is een trendbreuk in het VVD-denken. Het CDA concentreert zich
juist meer op de huishoudens en hun afval om een CO2-reductie te
bereiken. Dat kan een interessant debat gaan opleveren.
Ook het parkeerbeleid van zowel de fiets als
de auto is punt van discussie. Gaat de VVD zich werkelijk hard maken
voor minder geparkeerde auto's op straat? Wordt het Lange Voorhout
dadelijk mooier zonder geparkeerde auto's? Komen er artistiek vormgegeven
fietsenstallingen, zoals de VVD dit onder andere graag zou zien
of gaat de SP deze discussie winnen en krijgen we een soort fietsbunkers
in de stad?
Wij kijken uit naar een nieuw college, met
hopelijk een uitgesproken milieu-beleid. Uiteraard speelt uw stem
daar een grote rol in. Een beter milieu begint bij een zorgzame
en solidaire overheid en ook de burger zelf kan het nodige doen,
zeker als deze het daarbij wat gemakkelijker gemaakt wordt. Kies
daarom bewust, kies groen!
Het concept-Milieubeleidsplan
en de CO2-reductie
Den Haag moet volgens het splinternieuwe (concept) Milieubeleidsplan
van onze gemeente op langere termijn een CO2-neutrale stad worden.
Wij denken dat het goed is dat begrip wat beter te definiëren, met
name de manier waarop in Den Haag zelf CO2 weer opgenomen wordt
en om welke hoeveelheden dit dan gaat. Het is een geweldig ambitieuze
doelstelling. Daar zijn wij niet tegen want flinke ambities zijn
nodig als het om de reductie van broeikasgassen gaat. Als het niet
lukt om de uitstoot daarvan wereldwijd fors terug te brengen, neemt
de 'wereld' en daarbinnen de Haagse bevolking als geheel een onaanvaardbaar
groot risico.
Het risico namelijk dat door wereldwijde klimaatveranderingen het
leven van miljarden mensen ontwricht wordt. Voor een dergelijke
ambitieuze doelstelling zijn navenant forse maatregelen nodig die
ook werken. Wij vinden dat de maatregelen die nu in het Milieubeleidsplan
voorgesteld worden bij lange na niet voldoende zijn om die doelstelling
van een CO2-neutrale stad de komende jaren dichterbij te brengen.
Wat nodig is voor succes is een gedegen Energiebeleidsplan dat maatregelen
voorstelt op basis van evaluatie van het beleid in het verleden
en de nieuwe kansen die op dit moment bestaan. Waar blijft dat nieuwe
Energiebeleidsplan of Masterplan CO2-reductie? Ondanks verschillende
toezeggingen van wethouder Verkerk, die over energie gaat, is dat
plan er nog steeds niet. Het oude plan liep vorig jaar af, gelijk
met het Milieu Actie Plan (MAP) van Eneco. Wij weten dus ook niet
wat van het beleid tot nu terechtgekomen is. Hoe staat het bijvoorbeeld
met de afspraak die de gemeente met de energiebedrijven EZH en Eneco
gemaakt heeft om de stadsverwarming in Den Haag te verdubbelen,
waarmee bijna de helft van de voorgenomen CO2-reductie gerealiseerd
kon worden? En wat gaat er gebeuren met de maar liefst 90 miljoen
gulden die aan het eind van het MAP bij Eneco nog over is en die
voor een belangrijk deel door Haagse burgers en bedrijven zijn opgebracht?
Dat energiebeleidsplan moet er dus eerst komen waarbij de besteding
van de Haagse MAPgelden, de samenwerking met Eneco en de eigen afdelingen
Economie en Milieu van de gemeente van groot belang zijn.
Bovendien ligt er al de nodige 'input' voor een nieuw plan. Bijvoorbeeld
het - op verzoek van wethouder Verkerk zelf - opgestelde Kema-rapport
'Energie Den Haag 2025 - 2010', dat uitgaande van een energievisie
voor Den Haag en omstreken voor 2025 aangeeft welke ontwikkelingen
en maatregelen voor de meer nabije toekomst, 2010 dus, nodig zijn.
En waar blijft het antwoord van Eneco en de gemeente op de uitkomsten
van de Haagse stadsenquête 2000 over energiebesparing waar het Energiebeleidsplan
mede op gebaseerd zou worden? Een belangrijk voorstel was de oprichting
van een onafhankelijk projectbureau mede gefinancierd door Eneco.
Dat onafhankelijke is belangrijk omdat energiebedrijven als Eneco,
zeker na de privatisering, alleen nog geïnteresseerd lijken in de
verkoop van meer energie of een beetje minder maar dan wel met een
grotere winstmarge. Het blijkt moeilijk, om een grote energieleverancier
zover te krijgen vrijwillig en zelfs gemotiveerd mee te werken aan
minder of schonere maar duurdere energieproductie. Het vraagt dus
nieuwe manieren van samenwerken om met de grote energieproducenten
te komen tot vermindering van energieconsumptie en tot productie
en afname van schone - maar duurdere - energie. Steun daarbij kan
zijn dat 'energiebesparing en verantwoord omgaan met energie' een
in de wet vastgelegde taak voor energiebedrijven is. Het lijkt een
kansrijke zaak om Eneco te binden aan een gedegen plan, omdat de
gemeente Den Haag samen met de gemeente Rotterdam de grootste aandeelhouders
zijn. Maar die positie lijkt niet goed uitgebuit te worden. Er worden
wel allerlei concessies gedaan, maar niets in ruil daarvoor teruggevraagd.
Bovendien verzwak je als gemeente nog verder je positie als je als
aandeelhouder en grootverbruiker vervolgens doodleuk je stroom afneemt
bij de concurrent Remu. Je kan als gemeente nog zo veel willen,
je zal, zeker zolang de Haagse burgers en het midden- en kleinbedrijf
nog verplicht klant van Eneco zijn, dat soms ook bij Eneco af moeten
dwingen.
Daarvoor zit je als gemeente, als grootaandeelhouder van Eneco,
in een goede positie. (Dus nooit je aandelen verkopen, maar juist
bijkopen!) Het is zeer verleidelijk om nu verder te gaan met het
schetsen van een soort raamwerk voor een energiebeleidsplan. Wij
beperken ons er toe kansrijke initiatieven te noemen om aan CO2
-reductie te werken. Dat kan onder meer door simpelweg minder energie
te gebruiken, denk aan de fiets en minder apparaten, via besparing
door energiezuinige apparatuur, via het gebruik van duurzame energiebronnen,
via betere techniek van afvangen, zoals de katalysator bij auto's
en het aftoppen van piekbelasting door buiten de piek stroom goedkoper
te leveren. Dan zijn talloze maatregelen denkbaar met E-teams en
Ecoteams, voorlichting, Groene Stroom voor uitkeringsgerechtigden
zonder meerkosten, bevorderen op tal van manieren van Fiets en Openbaar
Vervoer, maatregelen die automobiliteit ontmoedigen en gelijktijdig
goede alternatieven bieden, verbieden van dieselbussen, gratis of
goedkoop plaatsen van meters waardoor men in de avonduren minder
betaalt, bevorderen gebruik van zonneboilers, strenge normen voor
isolatie en andere maatregelen bij nieuwbouw, het doorlichten van
bestaande bedrijven en bedrijventerreinen en hogere energie-eisen
stellen bij vergunningen enzovoorts. Natuurlijk wordt daar door
de gemeente al het nodige aan gedaan, maar nog veel te beperkt en
plaatselijke energiebesparingscampagnes bijvoorbeeld zijn er al
een tijd niet meer geweest.
Maar uit al die mogelijkheden willen we er hier twee uitlichten
omdat zij volgens ons bijzonder kansrijk zijn en CO2-uitstoot flink
kunnen reduceren. Ten eerste is dat de reeds genoemde stadsverwarming.
De restwarmte van de elektriciteitscentrale aan het De Constant
Rebecqueplein verdwijnt niet in de lucht of in de Haagse grachten
zoals nu het geval is, maar wordt benut voor het verwarmen van kantoren,
ziekenhuizen en andere gebouwen. Daarmee wordt veel gas en uitstoot
van CO2 bespaard. Den Haag heeft al flink geïnvesteerd in een heel
net dat makkelijk verdicht en afgetakt kan worden.
Ook kunnen mogelijkheden voor het opslaan van energie via warmtebuffers
veel beter benut worden en kan de capaciteit van de energiecentrale
die in de stad zelf ligt nog opgevoerd worden. Stadsverwarming maakt
het voor belangrijke Haagse werklocaties zoals Nieuw Centrum en
Binckhorst mogelijk om te komen tot een verantwoorde en duurzame
economische ontwikkeling. Maar er zit ook een probleem aan de levering
van warmte via stadsverwarming. Iedereen heeft het met de huidige
liberaliseringsgolf over keuzevrijheid, maar wat heeft de warmteconsument
dan eigenlijk te kiezen. Voor elektriciteit en gas lijkt het op
papier geregeld en kan in 2004 gekozen worden bij welk bedrijf energie
gekocht gaat worden. Maar omdat warmte of stadsverwarming een lokaal
gebonden product is kan iemand niet zomaar op een andere leverancier
uit een ander gebied overstappen. Warmteklanten blijven voor de
levering van hun warmte gewoon gebonden aan die ene leverancier.
Keuzevrijheid is er niet. Hoe zit het met de positie van warmteklanten
als Eneco privatiseert en de gemeente Den Haag haar aandelen zou
verkopen? Hoe en door wie worden deze klanten dan beschermd? En
hoe wordt dat publieke belang van een milieuvriendelijke en duurzame
warmtelevering dan gewaarborgd? Het tweede kansrijke perspectief
is het uitbrengen van Energie Prestatie Adviezen (EPA's) per wijk.
Juist in wijken zijn vaak dezelfde typen woningen gebouwd en elk
type woning biedt zo zijn eigen kansen voor energiebesparing. Bovendien
biedt het de mogelijkheid om het mensen gemakkelijk te maken om
de energiebesparing echt ter hand te nemen door advies op maat te
leveren en hoe dit zo goedkoop mogelijk uitgevoerd kan worden. Onafhankelijke
deskundigen en installateurs staan daar garant voor. Het biedt ook
goede mogelijkheden tot samenwerking met woningcorporaties en woningbeheerinstellingen.
Ook valt nog veel winst te halen uit systemen waarbij de kosten
om besparing te bereiken geleidelijk uit de kostenbesparing kunnen
worden terugbetaald. Een heel ander maar zeker zo belangrijk punt
is de profilering van Den Haag op het gebied van CO2-reductie als
internationale stad, want je kan nog zoveel doen als lokale gemeenschap
- en dat moet - het probleem valt uiteindelijk alleen via internationale
samenwerking op te lossen.
Dan ligt, juist voor Den Haag als internationale stad van recht
en vrede, ook op het terrein van wereldwijde afspraken over CO2-reductie,
een koplopersfunctie voor de hand. Tot slot is het goed nog even
stil te staan bij het belangrijkste obstakel om CO2-reductie echt
goed van de grond te krijgen. Dat is dat veel maatregelen erg duur
zijn. Daardoor ligt het niet voor de hand dat de markt daarin veel
investeert, behalve mondjesmaat in die zaken die vanuit een groen
imago goed in de markt liggen of waarvoor via fiscale maatregelen
financiële compensatie geboden wordt. Wat doe je als gemeente als
de markt niet voldoende investeert? Wellicht kunnen wethouder Verkerk
en wethouder Stolte ondermeer daar op ingaan in onze rubriek 'Groen
Forum'.
TERUG NAAR RECENTERE
ARTIKELEN
|