Branding - Archief  

 

RUIMTELIJKE ORDENING, DUURZAAM BOUWEN EN WONEN

 

Marnix Norder: een innovatieve pragmaticus (Branding nr.18 januari-maart 2005) ...meer

Den Haag in 2020 (Branding nr.17 november/december 2004) ...meer

Ecotoon: een Mekka voor ecologische klussers (Branding nr.17 november/december 2004) ...meer

De Vlietzone: wateropvang of verkeersriool? (Branding nr.16 september/oktober 2004) ...meer

Ecologisch wonen aan de Centrumring (Branding nr 15 juni/juli 2004) ...meer

Een MER voor ADO, nu Den Haag-Zuidwest nog (Branding nr 15 juni/juli 2004) ...meer

Een marathonloper op ruiterpaden
Het groeiscenario van topambtenaar Henk Jagersma
(Branding nr 15 juni/juli 2004) ...meer

Het Carré: ecodorp in een Vinex-wijk (Branding nr 14 april/mei 2004) ...meer

Dat zeg ik: Bouwcarrousel! (Branding nr 13 februari/maart 2004) ...meer

Oldtimers in de eco-corridor? (Branding nr 13 februari/maart 2004) ...meer

Naar een duurzaam Den Haag Zuidwest (Branding nr 12 november/december 2003) ...meer

Concept-Woonvisie rampzalig voor milieu en lagere inkomens (Branding nr 12 november/december 2003) ...meer

Iedereen wil wonen aan het tuinpad van mijn vader (Branding nr.11 september/oktober 2003) ...meer

Het dorpsgezicht als major selling point (Branding nr.11 september/oktober 2003) ...meer

 

KLIK HIER VOOR OUDERE ARTIKELEN

 

 

 

 

 

 

 

Marnix Norder: een innovatieve pragmaticus


Ineens had Den Haag een nieuwe wethouder Ruimtelijke Ordening, Stedelijke Ontwikkeling en Wonen: Marnix Norder. De voormalige gedeputeerde bij de Provincie Zuid-Holland volgde de al even abrupt vertrokken Arend Hilhorst op. Wie is de man die door het Expertise bureau voor Innovatieve Beleidsvorming werd verkozen tot de meest innovatieve bestuurder van 2003? Tussen zijn drukke werkzaamheden door had Norder even een halfuurtje tijd voor een kennismakingsgesprek.


Als gedeputeerde met in zijn portefeuille Mobiliteit heeft Norder zijn groene sporen wel verdiend. Zo dwong hij een provinciaal fietsplan af door te weigeren zijn fiets van deugdelijke verlichting te voorzien totdat zo’n plan er was. Om automobilisten te verleiden de reis tussen Leiden en Den Haag per bus te maken, nam Norder het initiatief met een proef voor gratis openbaar vervoer op dit traject. Verder zal zijn naam altijd verbonden blijven aan het experiment met light-rail op de RijnGouwelijn en wist hij voor- en tegenstanders van de verlengde A4 door Midden-Delfland tot overeenstemming te brengen. Niettemin leggen wij hem de vraag voor: van welke natuur- en milieu-organisaties is Marnix Norder eigenlijk lid?


“Uit m’n hoofd: in ieder geval de Fietsersbond. En verder van organisaties als het Zuid-Hollands Landschap, Natuurmonumenten en dergelijke. Het zullen er vijf à acht zijn. Maar ik weet het niet precies. Als er blaadjes aan verbonden zijn heb ik die heel vaak afbesteld omdat ik toch geen tijd heb om ze te lezen.”


Welke ‘groene’ plek in Den Haag is je favoriet?
“Dat is het Haagse Bos: oud, statig en Hollands. Echt een oase midden in de stad.”

Rij je hier in Den Haag met licht op je fiets?

“Nadat Provinciale Staten vóór het Initiatiefvoorstel Fiets hadden gestemd, heb ik ervoor gezorgd dat mijn fiets op orde was. En dat is-ie jarenlang geweest, met verlichting en alles, maar die fiets is helaas gejat. Sinds een half jaar heb ik een nieuwe en die is gewoon op orde.”

Maar jeuken je vingers en je hersens niet om je in Den Haag met het verkeersbeleid te bemoeien?

“Nee, juist niet. Ik heb bij de Provincie vijf jaar de portefeuille Verkeer en Vervoer gehad – overigens zonder dat ik een verkeerskundige achtergrond heb of zo – maar ik heb een knop omgezet. Ik heb m’n handen vol aan m’n nieuwe portefeuille, die ontzettend veel tijd en energie vergt, en ik vind het juist ook wel lekker dat de files nu van Bruno zijn en niet meer van mij. Het Haagse vijfjarenplan Fiets is een goed plan. Je kunt duidelijk merken dat er hier in de fiets geïnvesteerd wordt.”

Een provincie kan gemeenten aanwijzingen geven, budgetten en plannen goedkeuren… waarom stapt iemand van een provincie over naar een gemeente?

“Dat is op zich een goede vraag, maar het antwoord is vrij simpel. De portefeuilles vertonen veel overeenkomsten: in beide gevallen gaat het om het maken van nieuwe dingen. In het ene geval zijn dat fietspaden, wegen en busbanen, in het andere geval woningen, kantoren, enzovoorts. Maar het aantrekkelijke van een wethouderschap is dat je dichter bij de mensen, tússen de mensen staat. Je hoort en ziet dingen en kunt direct iets doen. Dat is uiteindelijk voor mij de echte reden om als politicus bezig te zijn. Als gedeputeerde heb je voornamelijk te maken met collega-bestuurders, zoals wethouders, burgemeesters, besturen van instellingen. Een wethouder heeft veel meer contacten met burgers, maar er hoort ook bij dat je niet altijd met een goede boodschap komt.”

Je hebt op provinciaal niveau veel gedaan voor duurzame mobiliteit. Welke initiatieven op duurzaamheidsgebied kunnen we in Den Haag van je verwachten?
“Den Haag zal in de toekomst verder groeien, niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief. Dat laatste komt onder meer tot uiting in de hang naar meer openbare ruimte, meer pleinen. Dat moeten interessante ontmoetingsplekken worden. We willen een internationale stad zijn – een ‘wereldstad aan zee’, wordt het in de Structuurvisie genoemd. We willen vooral inzetten op een duurzame woon-, werk- en leefkwaliteit.
Ik denk dat Den Haag een heel interessante internationale stad is, maar dat betekent ook op een aantal plekken in die stad écht kiezen voor verdichten: dus meer volume bouwen per hectare en ook de hoogte in durven gaan.
De mogelijkheden om goed te wonen en goed te werken moeten dicht bij elkaar blijven, zodat je draagvlak krijgt voor openbaar vervoer. In die zin is het ook qua mobiliteit een investering in duurzaamheid.”

Op duurzaam bouwen is natuurlijk veel milieuwinst te boeken, maar in de praktijk wordt er lang niet zo duurzaam gebouwd als mogelijk is. Niet elk bouwproject wordt aan de Checklist Duurzaam Bouwen onderworpen. Moet er, na tien jaar, niet eens een nieuwe Nota Duurzaam Bouwen komen?

“De vlucht in het schrijven van nieuwe nota’s is heel eenvoudig. Er zijn hele bibliotheken gevuld met nota’s die niet uitgevoerd zijn. Als een nota voldoet, is het niet erg dat die oud is. Als er in de uitvoering dingen mis gaan, moet dat in de uitvoering worden opgelost. Ik ben een pragmaticus. Ik hou van dingen die echt werken in de stad en niet van mooie verhalen over hoe het zou moeten.
Zo’n aanpak als van het Haags Milieucentrum – een expert meeting voor ambtenaren die met elkaar gaan nadenken over wat duurzaamheid is - vind ik interessanter dan een nieuwe nota. De uitkomsten daarvan moeten dan worden vertaald in hoe ze met corporaties en dergelijke omgaan.”
“Maar goed, ik zit hier nu een maand. Ik heb geen afgerond beeld van wat duurzaamheid voor deze stad precies is. Misschien stel je me deze vraag te vroeg. Ik weet het gewoon nog niet.”

Bob Molenaar
Tom Pitstra

 

 

 

 

 

Den Haag in 2020


Hoe ziet Den Haag er in 2020 uit? Daarover denkt het gemeentebestuur samen met veel partijen na in het kader van de Structuurvisie 2020 - een visie op de mogelijke toekomstige ontwikkeling van de stad. Ook het Haags Milieucentrum (HMC) denkt hierover mee.


De Structuurvisie 2020 wordt heel nadrukkelijk geen ‘plan’. Niet alleen is Den Haag er nog nooit in geslaagd om een structuurplan op te stellen, maar ook is er nu bewust voor gekozen om niet met een blauwdruk voor de toekomst te komen. De term ‘plan’ is kennelijk wat uit de mode in planologenland…
In het wordingsproces speelt sterk mee dat de gemeente Den Haag zich door de landelijke politiek miskend voelt. In de nota Ruimte wordt Den Haag nauwelijks genoemd en bij de HSL is kennelijk een trauma opgelopen. Dit leidt tot doelen in de Structuurvisie als ‘de boot niet missen’ (welke boot, waarnaartoe, vragen wij ons af) en Den Haag ‘op de kaart zetten’ (welke kaart wordt niet duidelijk).
In het verlengde daarvan ligt de vraag naar het ambitieniveau van Den Haag: willen we een rustig, groot woondorp achter de duinen blijven of hebben we de ambitie om een dynamische grote stad te zijn?
Op zich kan het HMC een hoger ambitieniveau dan dat van een suffig ambtenarendorp gerust steunen. Maar de hamvraag is dan: welke ambities en welke dynamiek wil Den Haag?

In de teksten zoals die er nu liggen, staat als kwantitieve doelstelling geformuleerd dat Den Haag moet groeien naar 500.000 inwoners. Wij vragen ons af of dat wel realistisch is. Immers, alle steden willen groeien. Verder staat deze wens op gespannen voet met de regiogedachte en het concept van de Randstadmetropool. En last but not least: tegen welke prijs moet dit gerealiseerd worden?

Versnippering
Terwijl de kwantitieve doelstelling naar onze inschatting niet realistisch is, ontbreken doelstellingen op het gebied van kwaliteit ten enenmale. Zo getuigt de Structuurvisie tot op heden nauwelijks van een groene ambitie. Wij vinden dat Den Haag voluit moet kiezen voor het streefbeeld van gifvrije gemeente en CO2-neutrale stad. Grote windmolens op het Prins Clausplein zouden goed in dit beeld passen.
Den Haag heeft veel groen, maar het is meer versnipperd dan nodig is. De parken en groengebieden in het noorden van de stad kunnen volgens het concept van het CityDuinpark met elkaar verbonden worden. In het algemeen moet het groen in Den Haag gekoesterd en verbeterd worden. Rare discussies als die over een VN-universiteit waarvoor we groen moeten opofferen, kunnen we wel missen.

Een ‘wereldstad aan zee’ - de ondertitel van de Structuurvisie - lijkt ons voor Den Haag wat al te ambitieus. Maar ’internationale stad aan zee (inderdaad niet achter de duinen) is ook al heel mooi. De zee is misschien wel de grootste kwaliteit van Den Haag. Dus in de toekomst geen Norfolkline meer op deze hoogwaardige locatie, maar een cultuurtempel (vgl. Sydney), zodat het North Sea Jazz-festival weer een plek aan de Noordzee krijgt.
Verdichting op deze locaties met woningen en bedrijvigheid is een prachtige kans. Laat Randstadrail naar Scheveningen en een tram naar Kijkduin rijden. Probeer havengebonden activiteiten, zoals de visafslag, voor Den Haag te behouden. Combineer behoud van de kustlijn via zandsuppletie met een dusdanige aanpak, dat er hogere golven komen op het gebied waar gesurft wordt.

Trots
‘In de beperking toont zich de meester’, zei Goethe ooit. Juist doordat Den Haag ingeklemd zit tussen de zee, kassen, randgemeenten en veenweidegebieden heeft de gemeente interessante stedenbouwkundige concepten ontwikkeld. Zoals bebouwing over de Utrechtse Baan heen, iets waar de stad trots op mag zijn. Wij vinden dat er in de Structuurvisie meer gekozen moet worden voor verdichting: rondom knooppunten van openbaar vervoer, in bestaande buurten, wonen boven winkels en intensivering in Binckhorst en Laakhaven. Aanzetten hiertoe zijn al gegeven. Als hiervoor echt gekozen wordt, heeft Den Haag geen nieuwe uitleglocatie nodig en kan het spaarzame groen gespaard blijven.

Op het gebied van mobiliteit vinden wij dat gekozen moet worden voor een autoluwe of -vrije binnenstad. Is het niet merkwaardig dat het Lange Voorhout, een van de mooiste pleinen van Nederland, ontsierd wordt door blik, terwijl er op loopafstand (onder het Malieveld) een parkeergarage ligt. Investeer grootscheeps in de fiets, zodat ontbrekende verbindingen tot stand komen, goede parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en het comfort wordt verbeterd door de aanleg van goed geasfalteerde fietspaden. Er komt heel wat geld beschikbaar als besloten wordt het overbodige Trekvliettracé niet aan te leggen…

Al met al gaat het hier om een heel belangrijke discussie. Belangrijk voor heel Den Haag, en dus ook voor de natuur- en milieubeweging. We zijn dan ook benieuwd naar uw reacties en commentaar, die we in onze definitieve reactie aan college en gemeenteraad willen meenemen. Naar verwachting zal begin 2005 de politieke discussie hierover losbarsten. Via deze website houden we u op de hoogte.

Tom Pitstra
Haags Milieucentrum
Projectleider Ruimtelijke Ordening en Duurzaam Bouwen

 

 

 

 

Ecotoon: een Mekka voor ecologische klussers


“Wat je bij VIBA kunt zien, moet je bij ons kunnen kopen”. Dat is in een notendop de doelstelling van Ecotoon, het bedrijf dat Gabriel Cirstea en Pieternel Peltenburg een kleine twee jaar geleden oprichtten. Een forse ambitie, als je weet dat de stichting VIBA EXPO ‘'s werelds grootste permanente expositie voor duurzame en gezonde bouwmaterialen, installaties en diensten’ pretendeert te zijn.


Maar Ecotoon, gevestigd aan de Witte de Withstraat 43/45, is veel meer dan alleen een verkooppunt van ecologische bouwmaterialen en aanverwante artikelen. Gabriel Cirstea formuleert het aldus: “Je kunt hier terecht voor alles tussen niks en een duurzaam concept. We hebben alles van isolatie tot afwerking: warmtemuren, leem, tadelakt en verven, en dat van verschillende leveranciers. Maar verder zijn we ook een centrum voor informatie over en promotie van ecologische materialen. We beschikken over een showroom van ruim 250 m2 waar we producten van verschillende leveranciers willen tonen. Mensen kunnen daar informatie krijgen en voorbeelden van toepassingen zien.”


Een van die voorbeelden is een kunstzinnig vormgegeven lemen muur, die duidelijk illustreert wat er met dit natuurproduct mogelijk is. Terwijl hij over een grote zak gebogen staat en de leem door zijn vingers laat gaan, betoont Gabriel zich erg enthousiast over het materiaal vanwege de regulerende eigenschappen. Leem neemt vocht op en staat het weer af als de ruimte droger is. Leem blijft koel in de zomer en warm in de winter. En anders dan de gebakken vorm ervan - baksteen - kun je het materiaal steeds opnieuw hergebruiken. Voor natte ruimtes is het echter niet geschikt. “Daarvoor kun je tadelakt toepassen, een Marokkaanse kalk-pleistermortel. In Marokko wordt het zelfs voor badhuizen gebruikt. Tadelakt kan op allerlei verschillende ondergronden worden aangebracht. Door pigmenten mee te mengen kun je allerlei kleuren maken.”

Ook leemstuc is bij Ecotoon is verschillende kleurstellingen verkrijgbaar. Het merk Tierrafino levert zes standaardkleuren, die onderling gemengd kunnen worden en dan een grote variëteit aan tinten opleveren. Door er parelmoer aan toe te voegen krijgt de muur meer glans. Het resultaat hiervan kan ook bij Ecotoon bewonderd worden.


Ecotoon voert zelf projecten uit en onderhoudt voor de uitvoering van grote projecten contacten met aannemers en schilders. Gabriel en Pieternel streven naar verdere uitbreiding van hun netwerk van bedrijven die hun manier van werken onderschrijven. “Het gebeurt ook wel dat klanten van ons een aannemer in de arm genomen hebben die het niet ziet zitten om met dit soort materialen te werken”, vertelt Gabriel. “Dan geven wij voorlichting en spelen we een soort bemiddelende rol. En als mensen het te duur vinden om ons in te schakelen, kunnen ze hier leren hoe ze het zelf kunnen doen. Kom met vrienden naar een cursus leembewerking, dan ben je goedkoper uit en het is nog gezellig ook.”
Die cursussen vinden plaats in de ruimte die door Ecotoon ‘Aarde’ is gedoopt. Dit is tevens de ruimte waar leveranciers van ecologische materialen hun waren (gratis) kunnen presenteren. Geïnteresseerden kunnen contact met Gabriel opnemen, want er is nog plaats.

Pieternel Peltenburg is van oorsprong kunstenares en die achtergrond is goed te herkennen in de projecten die zij uitvoert - niet alleen onder de vlag van Ecotoon maar ook onder de naam Peltenburg dECOrations. Haar specialiteit is het glaceren van muren, die daardoor een fraai kleurverloop krijgen. Bij glaceren worden transparante lagen kleur (het bindmiddel bijenwas met pigment) door middel van spuittechniek of met een (zachte) kwast aangebracht. De ontvangst- en kantoorruimte van Ecotoon, ‘Lucht’ genaamd, fungeert als toonzaal. En ook op Ecotoons website, www.ecotoon.net, zijn enkele voorbeelden te zien.

Pieternel: “Na het doorlopen van de Academie ben ik, naast mijn vrije werk, muren gaan verven om geld te verdienen. Daarbij gebruikte ik graag Aglaia natuurverven. Die bestaan voor 100% uit natuurlijke grondstoffen en ik vind ze de beste kwaliteit bieden. Helaas hield de importeur van dit Duitse merk ermee op, en toen besloot ik ze maar zelf te gaan importeren.”
“We zijn de enigen in Nederland die Aglaia-verven verkopen”, vult Gabriel aan. “We verzenden ook door het hele land, zonder daarvoor extra kosten in rekening te brengen. Ik vind dat natuurverf de normaalste zaak van de wereld moet worden, dus ik wil volgend jaar met kortingsacties komen.”
Omdat Pieternel zelf verf mengt, claimt Ecotoon over de meest uitgebreide kleurenwaaier van alle leveranciers van natuurverven in Nederland te beschikken.

Is Pieternel opgeleid tot kunstenares, Gabriels achtergrond is aanzienlijk meer ‘down to earth’: voordat Ecotoon van start ging was de geboren Roemeen informatiespecialist. Door zijn ontmoeting met Pieternel raakte hij helemaal geïnspireerd door de natuur en gingen ze samen cursussen op ecologisch gebied volgen, onder meer bij Aarde-Werk. Hier ontstond hun warme belangstelling voor bijvoorbeeld leem. Gabriel: “Toen besloot ik dat ik iets moest gaan doen dat bijdraagt aan een beter milieu.”

Dat Gabriel zijn oude vak nog niet verleerd is bewijst de fraaie website van Ecotoon. Ook de techniek achter de nieuwe website www.allesduurzaam.nl (waarover elders in dit blad meer) is bij hem in goede handen. Via deze site kunnen particulieren onder meer hun ervaringen met het verwerken van natuurvriendelijke materialen uitwisselen. “En als mensen met vragen zitten zal ik die zo snel mogelijk beantwoorden”, belooft Gabriel.

Bob Molenaar


Tot eind van dit jaar verstrekt Ecotoon korting op alle Aglaia natuurverven en alle projecten die het bedrijf uitvoert. Bij de eerste opdracht of aanschaf wordt 10% korting verleend, bij de tweede 7% en bij de derde 5%.

 

 

 

 

 

 

De Vlietzone: wateropvang of verkeersriool?

Er zullen maar weinig Hagenaars zijn die de Vlietzone wel eens doorkruist hebben. De meesten kennen dit gebied tussen de Vliet en de A4 waarschijnlijk alleen maar van langsrijden. Over de genoemde A4 bijvoorbeeld, over de A12 of over de Westvlietweg. De Vlietzone ligt daar als een soort enclave tussen. Maar dat duurt wellicht niet lang meer. Den Haag gaat nu serieus werk maken van de aanleg van het Trekvliettracé, een nieuwe weg die de binnenstad en de Binckhorst beter moet ontsluiten. Er bestaat een plan om deze weg vanaf de Binckhorstlaan onder de Trekvliet door te laten duiken, vervolgens onder de Vliet door te leiden, en hem aan de overkant weer boven te laten komen om dan aan te takken op het Prins Clausplein. Hiervoor zou een tunnel van circa twee kilometer lengte nodig zijn.

De eerste plannen voor deze weg dateren al van eind jaren ’90 van de vorige eeuw. Geldgebrek is er de oorzaak van dat het nooit van realisatie gekomen is. Maar dat kan binnenkort veranderen, want dan worden de resultaten van een nieuwe studie naar aanlegvarianten voor het Trekvliettracé bekend. Het is niet ondenkbaar dat er dan ook voldoende geld beschikbaar is, als De Telegraaf tenminste gelijk heeft met haar bericht dat het kabinet ‘ruim baan aan asfalt’ wil geven. In de nog vertrouwelijke Nota Mobiliteit, gepland voor oktober, staat voor 38 miljard aan plannen voor auto en openbaar vervoer opgesomd.

Voor de Dienst Stedelijke Ontwikkeling is de weg van groot belang voor de ontsluiting van Den Haag en ook voor de hele regio. DSO-directeur Henk Jagersma deelde mee haast te hebben en laat ook goedkope aanlegvarianten voor de weg onderzoeken.
Nu is zuinigheid weliswaar prijzenswaardig, maar het belooft weinig goeds voor de Vlietzone. De Vliet zelf wordt weliswaar niet aangetast als de weg daar onderdoor gaat, maar vervolgens doorsnijdt die het gebied op maaiveld-niveau. En bij een dermate drukke weg is het niet alleen de breedte van de weg die ruimte in beslag neemt. Snelwegen veroorzaken zoveel lawaai dat een strook van circa honderd meter vanwege de geluidsoverlast niet geschikt is om te bebouwen. Slecht nieuws voor Vogelreservaat Vredenoord en voor de bewoners van de Rijswijkse wijk Park Hoornwijk, dus.
Helaas was de gemeente Rijswijk niet in staat ons een actueel standpunt over het Trekvliettracé te verschaffen. De gemeente Leidschendam-Voorburg is voorstander van het Trekvliettracé, maar vindt dat het (in elk geval ten westen van de Vliet) ondergronds moet worden aangelegd.

OMA wil bouwen
Met het Trekvliettracé zijn we er nog niet. Een ander plan - ontwikkeld door bureau OMA van Rem Koolhaas - voorziet in een weg parallel aan de A4 dwars door de Vlietzone heen. Deze moet dienen om de A4 te ontlasten en om de daar geprojecteerde bebouwing te ontsluiten. Als het verkeer met nabijgelegen bestemmingen via een zogeheten onderliggende weg kan worden afgewikkeld, zou er op de snelweg meer ruimte komen voor verkeer dat onderweg is naar verder weg gelegen bestemmingen. De strijd tegen de files wordt aan het A4-front dus op twee fronten gevoerd: in Midden-Delfland moet de A4 worden doorgetrokken om de A13 te ontlasten, en iets verder naar het noorden krijgt de A4 er een satellietweg bij.
Tom Pitstra van het Haags Milieucentrum is fel gekant tegen die parallelweg. “De Vlietzone is een bijzonder gebied, juist door de diepte die het nu heeft. De parallelweg is een opmaat tot verstedelijking van het gebied, wat al genoeg reden is om hem af te wijzen. En er blijkt steeds weer dat nieuwe wegen een verkeersaanzuigende werking hebben, zodat je wel aan de gang kunt blijven. Ik zie meer in betere benutting en beprijzing. Sinds bij Overschie een maximumsnelheid van 80 km/u is ingesteld, stroomt het verkeer beter door en is er ook minder geluidsoverlast en vervuiling. En wat betreft beprijzing denk ik dat we een voorbeeld kunnen nemen aan de congestion charge zoals die in Londen van kracht is en die goed werkt.”
Voor Pitstra staat ook nog lang niet vast dat dat Trekvliettracé er moet komen. “Maar als het dan per se moet, dan toch in elk geval ondergronds.”

Voor Golfvereniging Leeuwenberg zou zo’n parallelweg funest zijn, aldus voorzitter Runderkamp in de Haagsche Courant van 22 juli jl. De weg zou tientallen meters op het terrein van de golfclub komen te liggen en minimaal vier of vijf van de achttien holes kosten. Runderkamp herinnert aan de dreiging, halverwege de jaren ’90, dat het spoor voor de Hoge SnelheidsLijn door de Vlietzone zou gaan lopen. “We verloren vrij snel 200 leden. Mensen namen het zekere voor het onzekere.”
Golflinks staan in kringen van natuurbeschermers doorgaans niet erg hoog aangeschreven. Er zou op ecologisch vlak niets te beleven zijn. Zeker voor dit terrein geldt dit echter niet. Golfer Jan van Brakel waant zich er vaak midden in de natuur. Er huizen veel vogels, maar ook vlinders, libellen, salamanders, hazen en de beschermde bruine kikker. De ecologisch verantwoorde aanleg en het zorgvuldige onderhoud werpen vruchten af. Van Brakel: “Een golfbaan is niet alleen een sportgelegenheid, maar ook een stuk natuur waarmee verantwoord dient te worden omgegaan en waar rekening gehouden moet worden met de medegebruikers: de planten en de dieren”.
Golfvereniging Leeuwenbergh heeft een jurist ingeschakeld om te zien wat er tegen het aantasten van ‘haar’ terrein te ondernemen valt.

Ruimte voor water
De auto heeft er de laatste tijd echter een concurrerende ruimtevreter bij gekregen. Meer en meer wordt duidelijk dat het aanleggen van kunstwerken op waterbouwkundig gebied (de technische term ‘kunstwerken’ bedoelt geen esthetisch oordeel uit te spreken) eigenlijk gelijkstaat aan dweilen met de kraan open. Het zo snel mogelijk naar zee afvoeren van regenwater biedt geen soelaas meer, nu de zeespiegel stijgt en de hoeveelheden neerslag toenemen. Het Hoogheemraadschap Delfland heeft daarom de ruimtelijke eisen, wensen en kansen die er vanuit het waterbeheer bestaan eens goed in kaart gebracht. Het resultaat is de begin augustus verschenen Waterkansenkaart. Hierop staat de Vlietzone aangegeven als potentiële piekberging. Dat wil zeggen dat het gebied planologisch gevrijwaard moet worden van ruimtelijke ontwikkelingen die met de waterwens kunnen botsen.

Wat betekent dit in de praktijk? Op grond van het Nationaal Bestuursakkoord Water zijn overheidsinstellingen die ruimtelijke plannen maken verplicht om aan ‘hun’ waterschap een wateradvies te vragen. Dit advies moet worden verwerkt tot een waterparagraaf in het bestemmingsplan, zij het dat van het advies mag worden afgeweken. Dat gaat echter niet zomaar. Het waterschap (bij ons dus Delfland) bestudeert of het met de waterparagraaf kan instemmen door middel van de watertoets, een soort checklist.
Ook de plannen voor wegen zullen door Delfland kritisch worden bekeken. Het gaat hier immers om verharding van het oppervlak, en waar asfalt ligt kan geen water worden opgevangen. Verder stroomt er van wegen veel vuil af, dat in waterwegen terechtkomt.

Het Haags Milieucentrum ziet de stedelijke ontwikkelingen met zorg tegemoet. Tom Pitstra: “Het college van B&W heeft de gemeenteraad om maximale politieke ruimte gevraagd om de economische potenties te kunnen ontwikkelen. Het groen komt er met een bijzin vanaf. Groen is wel leuk voor de recreatie en om het gebied aantrekkelijk te maken als vestigingsmilieu. Terwijl het om diverse redenen belangrijk is dat de Vlietzone groen blijft. Dat vinden niet alleen wij, maar heel veel organisaties met ons. Zij hebben met ons meegewerkt aan de Groene Visie op de Vlietzone, die gedownload kan worden van onze websitel.
Op 22 september neemt het stadsgewest Haaglanden een standpunt in en wij zullen uiteraard proberen dat in een zo ‘groen’ mogelijke richting te sturen.”

Bob Molenaar

 

 

 

 

 

Ecologisch wonen aan de Centrumring

Wie de Blauwe Aanslag gekend heeft zal zijn ogen nauwelijks kunnen geloven als hij haar opvolger De Grote Pyr binnenstapt. Hier geen kille Nieuwe Zakelijkheid maar warme Neorenaissance. Geen dunne stalen kozijnen maar robuust hout, geen strakke witte pilaren maar fraai gedecoreerde marmeren zuilen. Alle muren in de voormalige HBS aan de Waldeck Pyrmontkade (bouwjaar 1907) zijn bezet met kleurige tegeltjes met subtiele motiefjes. Ook de vloer in de vestibule, waar op korte termijn restaurant Hagedis gevestigd wordt, is geheel betegeld. De toekomstige eters die de blik enkele meters omhoog richten zullen daar een cassetteplafond in pasteltinten zien.

De vergelijking met De Blauwe Aanslag gaat dus op vele punten mank, maar er is een belangrijke overeenkomst: ook De Grote Pyr zal niet gemakkelijk te verwarmen zijn. En dat is vervelend voor de bewoners en gebruikers, die er immers naar streven een zo ecologisch mogelijk functionerend gebouw te realiseren.
Dat doen ze op verschillende manieren. Zo worden bij de verbouwing zoveel mogelijk bouwmaterialen hergebruikt. Vloerdelen zijn bijvoorbeeld afkomstig uit slooppanden. Ter minimalisering van het watergebruik worden een grijswatersysteem en composttoiletten toegepast.
Maar het meest spectaculair - in elk geval het meest in het oog springend - is het verwarmingssysteem. Tegelkachels nemen het leeuwendeel van de verwarming voor hun rekening. Er moeten er zo'n vijftig in het gebouw komen. De kachels zijn een kleine twee meter hoog en wegen zo'n duizend kilo. Bewoner Pim, zelf in het bezit van zo'n kachel, is er bijzonder positief over: "We stoken ze op gebruikte pallets. Die kosten ons niks, want ondernemers geven ze graag weg omdat het anders bedrijfsafval is en ze ervoor moeten betalen. Ik heb hier nu vier pallets liggen en daar red ik het wel een week mee. Het duurt wel even voordat een tegelkachel goed op temperatuur gekomen is maar daarna blijft-ie heel lang stralen. Die warmte is heel comfortabel. Omdat het vrij lang duurt voordat de kachel warmte gaat afgeven kun je het beste zorgen dat-ie in de maanden dat je hem nodig hebt niet uitgaat. Eventueel kun je de warmteafgifte beperken door middel van een aluminium deken."

Zelfbouw
De kachels die in De Grote Pyr worden toegepast zijn geproduceerd in een zelfgebouwde werkplaats op het binnenterrein. Dat die werkplaats geheel en al ecologisch verantwoord is, spreekt natuurlijk vanzelf. Strikt genomen zijn de Bergkachels (zoals ze genoemd zijn naar hun ontwerper Peter van den Berg) geen tegelkachels, want er komt geen tegel aan te pas. De objecten zijn opgebouwd uit vuurvast-betonnen elementen. Kachelbouwer Job Nieman legt uit: "De kachels zijn gebaseerd op het principe van een Finn-oven". "Ze bestaan uit een binnen- en een buitenmantel. Het slimme van dit ontwerp is dat de kachel is opgebouwd uit elementen die meer dan eens voorkomen. Daardoor kunnen we met een beperkt aantal mallen volstaan. Die mallen passen precies in houten bakken en zijn vervaardigd uit siliconen, waar het beton in gegoten wordt. Daarna worden ze op de triltafel gelegd, zodat de luchtbellen uit het beton verdwijnen. Het is de bedoeling dat mensen die bij ons een kachel kopen deze zelf maken. Architectuurwerkplaats De Ruimte heeft een goede handleiding geschreven en zorgt voor de begeleiding. Het beton storten kost met twee mensen verspreid over twee dagen zo'n twaalf à veertien uur. En de kachels zijn dankzij de vorm van de onderdelen gemakkelijk in elkaar te zetten, wat ongeveer een halve dag in beslag neemt. Er komt geen metselwerk aan te pas." (zie ook kader 'De Finn-oven').

Maar niet overal staan of komen tegelkachels. Het Van Kinderenmuseum - een grote werkplaats op de begane grond waar kinderen hun creativiteit op tal van manieren kunnen botvieren en de producten ervan kunnen tentoonstellen - wordt op aangename temperatuur gebracht door middel van plafondverwarming. En de van een prachtige houten kap voorziene voormalige gymzaal krijgt een warmtemuur. De leidingen worden verborgen achter een leemlaag die, zo legt Pim uit, warmte uitstraalt en weer ook absorbeert. Voor de daadwerkelijke verwarming van het museum en de gymzaal zorgt een houtgestookte cv-installatie. Overigens zal de gymzaal na voltooiing een buurtfunctie krijgen en kunnen bijvoorbeeld sporters en theatergroepen er dan gebruik van maken.

Handigheid en vlijt
De bewoners van de Grote Pyr wonen verspreid over zes woongroepen van verschillende grootte. Bewoners van een woongroep hebben ieder hun eigen kamer en delen keuken, badkamer en gas- en de elektrameter.
Behalve dat van bewoners/gebruikers een ecologisch gezinde instelling wordt verwacht, zijn handigheid en vlijt ook belangrijke vereisten. Gegadigden zijn verplicht minimaal acht uur per maand in het pand te steken, wat hard nodig is om het achterstallig onderhoud op te heffen en de voormalige school voor haar nieuwe doelen geschikt te maken. Diverse bedrijfjes functioneren al of gaan binnenkort van start, maar voordat alle woonruimtes zijn aangelegd is De Grote Pyr jaren verder. Vooral op de zolder is nog veel te doen. Deze is acht meter hoog, wat betekent dat er drie woonlagen van ruim 2½ meter elk kunnen komen. In de kap moeten op veel meer plaatsen ramen komen dan er nu zijn. Gelukkig wordt het principe van zelfwerkzaamheid niet tot in het absurde doorgevoerd. Voor gespecialiseerde klussen als het inbouwen van nieuwe dakramen, het uitvoeren van grote doorbraken en het storten van vloeren worden aannemers ingeschakeld. Om ervoor te zorgen dat ook de zelf uit te voeren bouwkundige werkzaamheden volgens de regelen der kunst verlopen, heeft De Grote Pyr een bouwhandboek met voorschriften opgesteld.

Bob Molenaar


Na de Aanslag
In 1995 besloot de Haagse gemeenteraad dat Nederlands grootste kraakpand De Blauwe Aanslag aan het Buitenom moest wijken voor verbreding van de Centrumring - een autoroute om het Centrum heen. Dit markeerde het begin van jarenlange procedures door Vereniging De Blauwe Aanslag en sympathisanten. Uiteindelijke bood toenmalig wethouder Peter Noordanus als vervangende woon- en werkruimte de leegstaande monumentale school aan de Waldeck Pyrmontkade aan - een eindje verder aan diezelfde Centrumring gelegen. Op 27 juni 2000 werd de overeenkomst gesloten. De gemeente zou het schoolgebouw voor 1 miljoen (gulden) verkopen, 3 miljoen beschikbaar stellen voor een onder regie van de Vereniging uit te voeren renovatie en verbouwing, en een verhuiskostenvergoeding toekennen van 250.000 gulden. Het was de bedoeling dat de overgang van het Buitenom naar de Waldeck Pyrmontkade op 5 februari 2002 voltooid zou zijn. Door onverwachte tegenvallers is veel vertraging ontstaan en heeft de financiële haalbaarheid van het plan enkele malen aan een zijden draad gehangen. Toekenning van een IPSV-subsidie (Innovatieve Projecten Stedelijke Vernieuwing) door het ministerie van VROM gaf de Stichting Wonen Werken Waldeck Pyrmontkade wat meer lucht.
Bewoners en gebruikers zijn mede-eigenaars van het pand en betalen een bijdrage aan de stichting. De onderhandelingen met de gemeente over de financiën zijn echter nog steeds niet afgerond.


De Finn-oven
De Finn-oven is een hedendaagse versie van de aloude tegelkachel. Hij wordt gekenmerkt door een zeer hoog rendement (70 procent of meer), schone verbranding en aangename stralingswarmte. Dit rendement is mogelijk door de zeer hoge temperatuur in het vuur (tot 1200 graden Celsius) en door de grote warmte-opslag in de stenen. Bij deze temperatuur verbrandt droog en onbehandeld hout snel en goed. De rook is wit en reukloos en er komen vrijwel geen schadelijke stoffen vrij.
Het hoge rendement is in de tweede plaats het gevolg van de constructie. De rookgassen worden door de tegelkachel geleid in een lang stenen rookgaskanaal, waardoor de warmte in de massa opgenomen wordt. Bovenin zit een expansieruimte, daarna wordt de warmte weer omlaag geleid zodat de opname optimaal is.
Een tegelkachel in de traditionele bouwvorm, een zogeheten grond-oven, warmt slechts langzaam op maar blijft daarna nog urenlang warm (4 tot 24 uur). Het andere type, de zogeheten combi-oven, combineert stralingswarmte met convectiewarmte (warme lucht) en heeft daardoor een veel hogere reactiesnelheid.

Zie ook www.deruimte.org (nog in aanbouw) of mail (voor de kachels) naar werkplaats@deruimte.org.

 

 

 

 

Een MER voor ADO, nu Den Haag-Zuidwest nog

We hebben het allemaal op de voorpagina van de Haagse Courant kunnen lezen: de gemeente is er niet in geslaagd zich te onttrekken aan een milieueffectrapportage (MER) voor de nieuwbouw van het ADO-stadion. Dat heeft forse consequenties. De bouw wordt fors vertraagd en het kost extra geld omdat de club compensatie vraagt.
In de raadscommissie en de raad had het Haags Milieucentrum in zijn reactie al op dit gevaar gewezen. Het lijkt allemaal wel stoer en pseudo-krachtdadig bestuur om een MER te ontwijken, maar het blijkt nu dus vooral dom bestuur te zijn. Wij hebben naar voren gebracht dat we het niet eens waren met de analyse dat een MER wettelijk niet verplicht was. Maar nog meer hebben we naar voren gebracht, dat een verantwoordelijk gemeentebestuur dat zo'n grote investering doet (30 à 40 miljoen euro) dit gewoon zelf moet willen. Dan kan het in de inspraak ook beargumenteerd de feiten van een onafhankelijke instantie presenteren.
Later hoorden wij dat ook ambtelijk tot een MER was geadviseerd, maar wethouder Stolte wist het allemaal beter en de meerderheid in de raad volgde hem kritiekloos. De dure jongensdroom moest snel gerealiseerd worden en duurzaamheid was niet belangrijk. Zou het uitgebreid in de Stuurgroep Duurzaamheid besproken zijn, zo vragen wij ons af.

In ieder geval is er nu weer alle tijd om het dakontwerp aan te passen en nu te kiezen voor zonnepanelen. De Amsterdamse ARENA ging ons voor en wordt een tempel van zonne-energie. Waarom zou dat wel in Amsterdam kunnen en niet in Den Haag?
Het argument dat tegen PV-panelen werd aangevoerd - plaatsing zou niet mogelijk zijn omdat het stadion een piekbelasting heeft - is natuurlijk kolder. Zonnepanelen leveren opgewekte maar niet verbruikte energie aan het net, en dat kan 24 uur per dag. Er is gewoon nooit de politieke inzet geweest om dit paradepaardje duurzaam te optimaliseren. Mogelijke subsidies zijn niet verkend. De D66-fractie heeft via een initiatiefvoorstel één en ander gerepareerd, waarvoor hulde, maar dat levert slechts zonneboilers en parkeerautomaten op zonne-energie op.

Het Haags Milieucentrum heeft in zijn reactie op de Structuurvisie Zuidwest naar voren gebracht, dat voor de grootschalige sloop in Zuidwest ook een MER verplicht is. Er is sprake van het slopen van 16.000 van de 30.000 woningen, en een MER is nodig boven het aantal van 4000 woningen. De reactie tot nu toe is even ontwijkend en dommig als bij het ADO-stadion: de MER-rapportage kan worden ontweken door alles in deelplannen en tijdspaden op te knippen.
Zou het gemeentebestuur leren van haar fouten? Of is de struisvogel geschikter dan de ooievaar als logo van dit college?

Tom Pitstra
Haags Milieucentrum

 

 

 

Een marathonloper op ruiterpaden
Het groeiscenario van topambtenaar Henk Jagersma

Uit een recent onderzoek bleek dat het met de bekendheid van raadsleden en wethouders slecht gesteld is. Een raadslid dat een collega (al dan niet kameraadschappelijk) tegen de knieën schopt verwerft dan wel enige faam, maar verder is het anonimiteit troef. En voorzover het gaat om raadsleden hebben we het hier over mensen die hun positie danken aan algemene verkiezingen.
Verreweg de meeste ambtenaren die het beleid voorbereiden en vaak een sterk stempel drukken op de uitvoering opereren helemáál in de luwte. Branding wil hun de aandacht schenken die hun invloedrijke positie verdient. We concentreren ons daarbij op de ambtenaren die op de één of andere manier met duurzaamheid te maken hebben. En om erachter te komen hoe het met hun milieubewustzijn zijn gesteld is, vragen we ze om de PersoonlijkeMilieutest van www.milieucentraal.nl te doen en hun score aan ons op te sturen. In de eerste aflevering van deze serie: Henk Jagersma, directeur Stedelijke Ontwikkeling, lid van de Vereniging Natuurmonumenten en Het Zuid-Hollands Landschap, milieuscore 117.

Henk Jagersma, directeur van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO), is trots op de stad die hij als ambtenaar dient. Hij heeft nog steeds een zwak voor het vlakke Friese land waar zijn wortels liggen, en ook aan zijn oude woonplaats Den Bosch denkt hij met veel plezier terug, maar Den Haag is een verhaal apart. "Ik ben gek op de zee en de natuurgebieden rond de stad. Niet iedereen heeft in de gaten wat een onvoorstelbare variatie in groen en kwaliteit er in Den Haag te vinden is. Die is zeldzaam mooi."

Hardloper Jagersma (in deze context doelen we op zijn hobby) is regelmatig in de duinen en de Haagse groengebieden te vinden. "Het valt me op hoe je dwars Den Haag door kunt en om de stad heen en eigenlijk bijna consequent groen om je heen hebt. Ik kan via Ockenburg naar de Uithof en door naar 't Woudt. Andersom door de groengebieden bij het Haagse Bos, langs het Catshuis, de Scheveningse Bosjes." Daarbij schept Jagersma er vaak genoegen in om de ruiterpaden te nemen, want aan weerstand is hij wel gewend.

Als DSO-directeur heeft Henk Jagersma een dagtaak aan het afwegen van ruimtelijke claims. Waar kunnen woningen komen, waar bedrijfsruimte, waar kunnen we ons van het één naar het ander verplaatsen en waar kan het groen worden of blijven. Jagersma baarde enig opzien met zijn meest recente Nieuwjaarstoespraak, waar hij al uitzicht bood op Haagse woningbouwlocaties die vanaf 2010 in het buitengebied zouden moeten komen. Moeten we er niet juist naar streven om de woningvraag zoveel mogelijk binnenstedelijk op te lossen?

HJ: "We moeten beide doen. Het inwonertal van Den Haag is jarenlang gekrompen en de stad moet juist groeien om sterker te worden. Voor de kracht van de regio is het ook goed om meer inwoners aan deze stad te binden.
"Er is steeds minder geld om dingen in stand te houden. Door onderhoud uit te stellen, niet in voorzieningen te investeren, het openbaar vervoer af te slanken en dergelijke kwamen we financieel nog wel uit. Maar dat kan niet steeds zo doorgaan. Als je groeit en in je concurrentiekracht mee kunt doen, hou je je aansluiting op grote infrastructuren, behoud je je werkgelegenheid en je inkomsten. Dus ga ik liever voor een offensieve investeringslijn, zodat je geld hebt om goede dingen te realiseren. Zoals een sterk centrum en Randstadrail.
"De essentie is dat we mensen moeten terughalen naar de stad in plaats van het platteland vol te bouwen. Het Groene Hart loopt nu sluipenderwijs toch al vol, ondanks dat het beleid erop gericht is om het open te houden. Maar het gebeurt ongecontroleerd. Daarom ontkom je niet aan sturing. Je ziet dat als steden buiten de bebouwde kom bouwen, ze dat altijd doen in hoge dichtheden. Daarom is het van belang de regie aan de steden te laten. Als dorpen bouwen, leidt dat tot versnippering.
"Ik kies niet voor het Los Angeles model, ruime woningen met een grote tuin eromheen. En ook niet voor Alphen aan de Rijn, waar mensen allemaal met de auto naar hun werk gaan."

"De reden dat we toch weer naar een uitleglocatie op zoek moeten is dat we er in het huidige tempo niet in slagen de woningvraag binnenstedelijk op te lossen. Het gaat allemaal heel moeizaam. Ik heb moeite met de lange procedures die daarvoor doorlopen moeten worden. En ik zie nauwelijks bouwlocaties die op dit moment gereed zijn."

Branding: "Hoe kijkt u in dit verband tegen de Vlietzone aan? Wij, en met ons het stadsgewest Haaglanden, zien dit gebied vooral als een groene, recreatieve schakel tussen Vlietland en de Zwethzone."

HJ: Daar ben ik het echt mee oneens. Dit is bij uitstek een stedelijke locatie. Het is nu een rommeltje. Volgens mij kun je die zone gaan inrichten als een echte stedelijke toevoeging met een aantal stedelijke functies die midden in een centrumgebied liggen.
"De afweging wordt uiteindelijk: bouwen we daar of bouwen we in het Groene Hart."

Branding: "Binnenkort presenteert het Haags Milieucentrum de Groene Visie op de Vlietzone die het in samenspraak met betrokkenen gemaakt heeft aan wethouder Hilhorst. Dus hierover zijn we nog lang niet uitgesproken.
Om een ander project van het HMC te noemen: de herstructurering van Den Haag Zuidwest. De tendens daar is om veel te slopen en koopwoningen terug te bouwen. Er komen minder woningen terug dan er gesloopt worden. En daarbij komt dat in de praktijk blijkt dat huizenbezitters de tuin bij hun woning vaak binnen de kortste keren betegelen. Hoe kijkt u tegen die verstenen en versnippering van het groen aan?"

HJ: "Voorop staat dat Zuidwest om sociaal-economische en ook bouwfysische redenen moet worden aangepakt. Er wonen veel mensen met een laag inkomen, de woningbezetting loopt er terug en daardoor valt de basis onder allerlei voorzieningen weg. Zuidwest wordt het putje van de Haagse samenleving en dat kunnen we niet accepteren. Daarom gaan we er andere woningen, met andere leefstijlen toevoegen.
"Om toch 80 à 90 procent terug te kunnen bouwen, is er de laatste jaren een tendens om appartementen te creëren. Bedenk wel dat het hier gaat om woningen die tweemaal zoveel woonoppervlak hebben als de huidige. Daarom moeten we de hoogte in. We vinden het belangrijk om in de stad terug te bouwen, ook om de mobiliteit te beperken. Dat kan hier en daar in Zuidwest groen kosten, maar het gaat om de principiële keuze: kies je voor een stedelijker samenleving of bouw je het Groene Hart vol.

Branding: "Maar kunnen die binnenterreinen nou niet wat spannender worden ingericht? In plaats van alleen maar privétuintjes zou je toch ook kunnen denken aan een centrale, spannende groene ruimte met moestuintjes, boomhutten e.d.? En dan de privétuinen daaromheen."

HJ: "Er zijn pogingen in die richting geweest, maar dat loopt voor geen meter. Een voorbeeld is Complex 17 in Vrederust. Kopers van woningen accepteren gewoon geen gemeenschappelijke tuinen, en uiteindelijk is het toch de consument die bepaalt welke keuze er gemaakt wordt.
"Die binnenterreinen zijn anonieme terreinen en worden vaak binnen de kortste tijd de niet-beheersbare gebieden in een stad. Daarom moet je een heldere grens houden tussen privé en publiek. Ik zie meer in goede openbare ruimte, of die nou groen is of meer stenig. Daar is sociale controle van omwonenden."

Branding: "Je zou je ook kunnen afvragen of het milieu wel gebaat is bij al dat slopen en bouwen. Wethouder Hilhorst heeft de raad een nieuwe nota over duurzaam bouwen toegezegd, met de duurzaamheidstoets als belangrijk onderdeel. Er komen een slooptool en een nieuwbouwtool. Dan is de hamvraag: blijkt dat je beter een flat kunt herontwikkelen dan slopen met vervangende nieuwbouw, hoe belangrijk wordt dan dat argument?"

HJ: "Dat blijft altijd een afweging. Volgens mij zijn er geen absolute argumenten in dit soort discussies. De prijsconsequenties blijven een belangrijke rol spelen. En sloop kan ook 'schoon' gebeuren, door voor te schrijven dat materialen optimaal moeten worden hergebruikt. Dat hebben we bijvoorbeeld bij de Spuimarkt gedaan.
"Vergeet niet dat nieuwe woningen qua energieverbruik zóveel voordeliger zijn dan oude dat de kosten als gevolg van sloop met vervangende nieuwbouw uiteindelijk niet per se hoger zijn dan van renovatie.
"Een flink deel van die milieudiscussie is al een geïntegreerd onderdeel van ons werk geworden. Ik denk dat in de raad iedereen het principe van duurzaam bouwen wel onderschrijft, maar er wordt wel gediscussieerd over de kosten. "

Branding: "Het samenvoegen van woningen neemt af, terwijl een project als de Kuinrestraat bewijst dat het tot goede resultaten kan leiden."

HJ: "Samenvoegen is voor een verhuurder zelden interessant. Zo vangt hij voor een samengevoegde woning minder dan voor de twee afzonderlijke. Het zou vooral interessant kunnen zijn voor mensen die ergens wonen en de woning naast of boven zich kunnen kopen. Maar om te kunnen samenvoegen moet je eerst splitsen. Om dat mogelijk te maken is aanzienlijk meer vrijheid op de woningmarkt nodig, en ik weet niet of dat wel een goede zaak is. De vastgoedhandel zou juichen als het restrictieve beleid wordt losgelaten
Maar we hebben het nu over iets heel gerings. Samenvoegen komt per jaar maar enkele tientallen keren voor. Bouwen in hogere dichtheden zet veel meer zoden aan de dijk. We zullen de komende jaren een slag moeten maken naar drieduizend woningen binnenstedelijk; dat betekent een verdubbeling of verdrievoudiging ten opzicht van de laatste jaren. Maar dat stuit op veel weerstanden. Mensen vinden een gebouw al snel te hoog, of ongewenst op die plek. Talloze malen eindigt een discussie met: doe hier dan maar een paar woningen minder. Dan schiet het natuurlijk niet op."

Branding: "In hoeverre biedt het wonen boven winkels en het optoppen van woningen, zoals in de Bloemenbuurt, soelaas?"

HJ: "Tot op zekere hoogte. Maar op grotere schaal kun je denken aan de VELOV-studie van Tangram architecten. Wij hebben hun gevraagd te onderzoeken in hoeverre langs het tracé van tram 6 meer woningen kunnen worden gebouwd. Dergelijke studies gaan we ook verrichten bij andere OV-lijnen, en ook langs het groen. De bedoeling is zowel om een groter deel van de bouwopgave binnenstedelijk te realiseren als het rendement van OV-lijnen te vergroten. In combinatie met RandstadRail moet dat ertoe leiden dat meer mensen de bus of de tram nemen. Maar je moet niet de illusie hebben dat je veel mensen uit de auto zult lokken."

Branding: "Krachtens het Milieubeleidsplan moet Den Haag in 2010 een CO2-neutrale stad zijn. Een zeer ambitieuze doelstelling die we zelf niet eens hadden durven verzinnen. Ligt u daar niet wakker van?"

HJ: "Ik heb de prettige eigenschap dat ik nooit ergens wakker van lig. Maar ik betwijfel wel of dit een verstandige doelstelling is. Bouwen in de bestaande stad leidt per definitie tot CO2-groei. Het strikt hanteren van die CO2-doelstelling komt neer op het tegenhouden van driekwart van de bouw in de stad. Als ik me er gemakkelijk vanaf zou willen maken zou ik zoveel mogelijk buiten de gemeentegrenzen moeten bouwen, dan heb ik alleen maar te maken met een stukje inkomend en uitgaand verkeer. Maar je exporteert dan de driedubbele CO2-last en denkt, ik heb het hier goed gedaan. Die CO2-oplossing zou op grotere schaal beoordeeld moeten worden. Misschien dat die conflicterende doelstellingen wel op langere termijn te verenigen zijn, maar nu in elk geval niet."

Branding: "Wordt hierover in de Stuurgroep Duurzaamheid nou zwaar gedebatteerd? Wij bespeuren niet veel ambitie. In de eerste versie van de Woonvisie kwam het woord duurzaamheid niet voor, evenmin als in de concept structuurvisie Den Haag-Zuidwest. Ook bij het nieuwe ADO-stadion zijn een hoop kansen gemist."

HJ: "We doen echt wel veel op duurzaamheidsgebied. Denk aan Spoorwijk en de zeewaterwarmtecentrale. Vooral in herstructurering zijn de kansen voor duurzaamheid optimaal. Door de woonlasten laag te houden voor de mensen die er komen creëer je draagvlak voor dergelijke projecten.
"Ik ben geen voorstander van een incidentenbenadering wat duurzaamheid betreft. Het gaat om het bevorderen van duurzaamheid in strategische zin. Bouwen langs lijnen van openbaar vervoer levert zóveel meer rendement op dan bijvoorbeeld een incidenteel project, hoe leuk een wat duurzamer ADO-stadion ook is."

Tom Pitstra
Bob Molenaar

De Nota Keurslijf
Dit interview werd afgenomen voordat de Nota Ruimte verscheen. De uitgangspunten daarvan verdragen zich slecht met de Haagse ambities. Eigenlijk wordt de stad in een keurslijf gedwongen en wordt binnenstedelijk bouwen bemoeilijkt. Wij vroegen Jagersma om een reactie.

HJ: "De nota kiest te weinig voor de stad. Den Haag wordt ten onrechte niet benoemd als internationale stad van recht en vrede; toch ook een soort mainport. Er wordt mijns inziens te veel bouw ver van de steden toegestaan. Dat leidt tot een enorme (auto)mobiliteit. Den Haag kan komen met een goede aanvulling/verbetering voor Zuid-Holland; een aanvulling die groen spaart - namelijk het Groene Hart - en bijdraagt aan verstedelijking."


Nummer 8 van de vierde macht
Het ambtelijk apparaat wordt vaak aangeduid als 'de vierde macht'. Kabinetten en andere colleges wisselen doorgaans na elke verkiezing, maar ambtenaren blijven zitten. Die zijn aldus in staat om een enorme expertise en uitgebreide netwerken op te bouwen. Dat geeft hun niet zelden een (kennis)voorsprong op hun politieke baas. Het blad Intermediair inventariseerde in december 2001 wie de machtigste en invloedrijkste ambtenaren van Nederland zijn. Op de eerste plaats eindigde Wim Kuijken, secretaris-generaal Algemene Zaken en voorheen gemeentesecretaris van Den Haag.
Vervolgens nog wat landelijke coryfeeën en dan op nummer 8: Henk Jagersma, toen nog slechts 44 jaar jong.

Inmiddels is nummer 3 geen ambtenaar meer (Ben Bot is immers minister van Buitenlandse Zaken geworden) en is nummer 7 inmiddels met pensioen als directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst. Maar zelfs als we aan Eef Brouwers' opvolger Gerard van der Wulp evenveel invloed toeschrijven als aan zijn voorganger, dan is Jagersma toch een plaats gestegen doordat Bot tot het kabinet is toegetreden.

 

 

 

 

Het Carré: ecodorp in een Vinex-wijk

'Sociaal-ecologische woningbouw' zou een fraaie omschrijving zijn voor Het Carré, een woonblok in de Delfgauwse wijk Emerald. Het complex bestaat uit een hof waaraan 49 woningen met privétuin liggen, waarvan 37 vierkamer-, tien vijfkamer en twee zeskamerwoningen.

Wie nietsvermoedend komt aanrijden zal achter de standaard Vinex-gevel met daarvoor auto's keurig in het gelid geen ecologische woongemeenschap vermoeden. De ligging op enkele tientallen meters van de snelweg Den Haag-Rotterdam werkt ook al niet mee. Maar het geluidsscherm doet zijn werk gelukkig naar behoren. Al is Het Carré niet bepaald een schoolvoorbeeld van een ecodorp - alle bewoners zijn lid van de Vereniging Edodorp - toch blijken ecologisch voelende mensen uit het hele land geïnteresseerd te zijn om hier te wonen. Een van de bewoners is zelfs uit Fryslân afkomstig.

"Dat mensen die hier willen wonen lid zijn van de Vereniging Ecodorp is een harde voorwaarde", vertelt Anneke van Berlo, bestuurslid van Vereniging Het Carré. "Maar als Vereniging Het Carré, die de gezamenlijke belangen van het complex behartigt, gaan we ook na of mensen hier passen. Selectiecriteria zijn een ecologische levenshouding, gemeenschapszin en ontvankelijkheid voor spiritualiteit. Het is sociale woningbouw, de kale huur van de vierkamerwoningen bedraagt zo'n vierhonderd euro, dus de huizen zijn voor een hoop mensen aantrekkelijk. Maar we vinden het heel belangrijk dat gegadigden bewust voor deze woonvorm kiezen. De verhuurder, woningcorporatie Rondom Wonen uit Pijnacker-Nootdorp, gaat dan alleen nog maar na of ze aan de juridische eisen op huisvestingsgebied voldoen."

Het was Rondom Wonen die de Vereniging Ecodorp benaderde om mensen voor het toen nog in aanbouw zijnde complex te zoeken. Maar aanvankelijk was de grond van Vestia. "Er heeft een grondruil plaatsgevonden, omdat Vestia graag grond in Ypenburg wilde hebben die toen nog in bezit van Rondom Wonen was." Deze geschiedenis verklaart de grote inbreng van Ceres Projecten, de ontwikkelingspoot van Vestia.

Energiezuinig
Ceres heeft ernaar gestreefd om een hoog comfortniveau aan te bieden met lage bijkomende woonlasten. Energiezuinige woningen met veel aandacht voor een goed binnenmilieu. Behalve voor zonneboilers werd gekozen voor een geavanceerde warmtepomp voor zowel verwarming, ventilatie en koeling.

"Dat is heel comfortabel", vertelt Klaas-Willem Barten, eveneens bestuurslid van de Vereniging Het Carré. "Per woning lopen er drie leidingen veertig meter de grond in. In de zomer wordt zonnewarmte in de bodem opgeslagen en in de winter wordt die gebruikt voor verwarming. Dankzij de lagetemperatuurverwarming bedraagt de temperatuur 's winters een comfortabele 22 graden, maar ook 's zomers is het aangenaam. In de hete zomer van 2003 werd het nergens warmer dan 24,5 graden". Verkopers van ventilatoren hebben vorig jaar dan wel goede zaken gedaan, maar bewoners van Het Carré maakten geen deel uit van hun clientèle.
Hoewel Van Berlo benadrukt dat je het nooit koud hebt als je je bed uitkomt - tenzij je de verwarming van je slaapkamer hebt afgesloten - wordt een echte warmtebron door sommigen wel gemist. Als je op een koude dag thuiskomt kun je je niet snel even lekker opwarmen.

Het verwarmingssysteem heeft een zeer gunstige Energieprestatiecoëfficient (EPC) van 0,51 tot 0,55 (veel beter dan de huidige eis in het Bouwbesluit van een EPC van minder dan 1,0). De eerste jaarafrekening is nog niet binnen, zodat er nog geen duidelijk beeld bestaat over de energielasten. Maar Barten schat in dat hij, als bewoner van een vierkamerwoning, in een jaar 2400 kWh energie heeft gebruikt - alleen elektriciteit, want de woningen beschikken niet over gas. Dat is aanzienlijk lager dan het gemiddelde elektriciteitsverbruik in Nederlandse woningen, dat rond de 3000 kWh ligt.
Het had nog lager kunnen zijn als het complex was voorzien van zonnepanelen, maar daar heeft Ceres van afgezien. Niet dat er onder de bewoners geen belangstelling voor bestaat. Barten betwijfelt echter of zonnepanelen wel rendabel toegepast kunnen worden: "Een van de bewoners is energieadviseur, en die heeft er sterke twijfels over."

Intranet
Behalve de kale huur en de energielasten betalen de bewoners €40 per maand aan de vereniging. Hiervoor worden zaken gekocht die voor iedereen van belang zijn. Van Berlo: "Een groep bewoners heeft al snel na het betrekken van het complex, nu een jaar geleden, een compleet intranet aangelegd. Onder de tuin zijn leidingen getrokken, die via de kruipruimtes alle woningen binnengaan. Nee, daarin was niet bij de bouw voorzien."
Een andere besteding van het gespaarde geld staat prominent in de tuin: een grote nomadentent. Deze moet wellicht te zijner tijd plaatsmaken voor een gemeenschappelijk ruimte, maar over de invulling daarvan wordt verschillend gedacht. Van Berlo: "Dat varieert van een geheel bovengronds tot een geheel ondergronds gebouw. En wat betreft de inrichting lopen de ideeën uiteen van een ruimte waar kan worden gebiljart en getafeltennist tot een spiritueel centrum. Het gebouw zou ook een meer naar buiten gerichte functie kunnen krijgen."

Vertegenwoordigers van die buitenwereld - bewoners van de Vinex-wijk Emerald - komen regelmatig aanwippen. Sommigen zijn gecharmeerd van de ongedwongenheid van Het Carré, anderen vinden het een zooitje. Woningbouwvereniging Rondom Wonen vindt het wel belangrijk dat Het Carré representatief blijft, dus er komt regelmatig iemand kijken. Het voordeel van deze controle is dat de lijnen kort zijn, en als er iets niet goed functioneert wordt dat snel verholpen.

"Het is hier een soort van proeftuin", aldus Barten. Alleen jammer dat het gras in de proeftuin nog niet erg aanslaat.

Bob Molenaar

Het Carré is gebouwd door Splinter Architecten BV, Den Haag (www.splinterarchitecten.nl)
Adviseur duurzaam bouwen is W/E adviseurs duurzaam bouwen, Gouda (www.w-e.nl)
De aanneemsom per woning bedroeg 79.300 euro exclusief BTW. De milieumaatregelen kostten ca. 1500 per woning excl. BTW.

 

 

 

 

Dat zeg ik: Bouwcarrousel!

Op het Vroege Vogels Festival van jl. september was het een van de meest spraakmakende onderwerpen: de wc-pottentest. Op uitnodiging van Midas Dekkers konden bezoekers plaatsnemen op een rijtje wc-potten om te beoordelen of het om een nieuwe pot ging of een gebruikte. De ranzigheid zat hem meer in de persoon van de presentator dan in de keramieken zetels. Want laten we wel wezen: iedereen die een gebruikte woning betrekt bezit dagelijks een tweedehands pot.

De potten waren afkomstig uit de overvloedige voorraad van Bouwcarrousel BV, een bedrijf dat herbruikbare materialen uit sloopwoningen haalt, deze opknapt en een goede bestemming geeft. Oprichter en directeur Rob Gort wil met zijn bedrijf bouwmaterialen met een goede en gestandaardiseerde kwaliteit voor een redelijke prijs beschikbaar stellen. Hierbij snijdt het mes aan twee kanten: het milieu wordt ontzien doordat er grondstoffen worden bespaard en minder afval wordt geproduceerd, en het is goed voor de werkgelegenheid. Bouw- en sloopafval vormen in Nederland de grootste afvalstroom. En de bouw, inclusief de productie van bouwmaterialen, is volgens Gort verantwoordelijk voor dertig procent van de CO2-uitstoot. Door omvangrijke componenten als kunststof kozijnen, deuren, keukenblokken, radiatoren, dakpannen, vloerdelen en sanitair te recyclen valt dus aardig wat te besparen. Ook financieel, want Bouwcarrousel levert haar producten voor een verkoopprijs van 20 tot 50% van de vergelijkbare nieuwprijs.

Met deze voorsloop, zoals Gort dat noemt, heeft de Bouwcarrousel inmiddels flink wat ervaring opgedaan. Zo werden honderden Haagse flat- en duplexwoningen, aanleunflats, boerderijen, stallen, loodsen, kassen, een school en het Rotterdamse Groothandelsgebouw van bruikbare materialen ontdaan. Normaliter verdwijnen deze, al dan niet met veel genoegen kapotgeslagen, in de container.

Het betere breekwerk
In Spoorwijk is Branding er getuige van hoe de mannen van de Bouwcarrousel een woning voorslopen. Ze zijn juist bezig een kunststof kozijn te verwijderden. Omdat het van binnenuit gebeurt hebben ze geen steigers nodig en kunnen ze volstaan met vrij lichte gereedschappen. Met een breekijzer wordt het kozijn uit de gevel gelicht, waarna het met behulp van zuignappen in veiligheid wordt gebracht. Rob Gort weet te vertellen dat dit soort kozijnen zo'n 25 jaar meegaat. Deze huizen zijn vijftien jaar geleden gerenoveerd, zodat het kozijn nog een decennium dienst kan doen. Maar waar? Wie zet er voor tien jaar een kozijn in z'n huis? Met daarbij nog een zeer geringe kans dat het precies past.

Hier komt de stichting Breath in het vizier. Deze stichting wil aan de kust van Roemenië een vakantiedorp voor kinderen bouwen. Hiermee kunnen de Roemenen inkomsten verwerven en daarmee financieel minder afhankelijk worden. De kozijnen en mogelijk ook andere herbruikbare bouwmaterialen zouden hier goed van pas komen. Al in de ontwerpfase zou rekening moeten worden gehouden met de maatvoering van de materialen.

En ook de Burundese jongerenorganisatie Jeunesse en Reconstruction du Monde en Destruction (JRMD, jongeren herbouwen een verwoeste wereld) kan ze goed gebruiken. Deze organisatie bouwt al negen jaar met inzet van vrijwilligers woningen voor oorlogsslachtoffers, ouderen en AIDS-patiënten. De Bouwcarrousel en JRMD willen samen een werkplaats gaat opzetten waar jongeren worden opgeleid voor het reviseren en schoonmaken van bouwmaterialen en het bouwen van woningen hiermee. Gort benadrukt dat dit niet moet worden gezien als het dumpen van afvalproducten in ontwikkelingslanden: "In een land met een stagnerende economie en een overvloed aan arbeid kan een extra toevoer van goedkope materialen eigenlijk nooit slecht zijn voor de economie. Ik heb het niet over een land als Zuid-Afrika, maar voor landen die hun bouwmaterialen moeten importeren is hergebruik een goedkoop alternatief. En dit kan als neveneffect hebben dat de ontwikkeling van een lokale economie gestimuleerd wordt." Hij voegt hieraan toe: "We stellen niet alleen materialen beschikbaar. We vinden het juist van groot belang dat er ook kennis wordt overgedragen door het opleiden van lokale arbeidskrachten."

Vooruitstrevend Vestia
Maar de export maakt vooralsnog slechts zo'n vijftien procent van de activiteiten van de Bouwcarrousel uit. De grootste afnemers zijn te vinden onder grote zakelijke partners, waarbij Vestia onder de woningcorporaties een voortrekkersrol speelt. Vestia Den Haag Zuid-Oost en Vestia Den Haag Zuid-West zullen gebruikte bouwmaterialen van Bouwcarrousel gaan toepassen voor het onderhoud aan toekomstige sloopwoningen, dat zijn alle woningen die minder dan zeven jaar blijven staan. Helaas heeft het goede voorbeeld van Vestia tot op heden geen navolging gevonden.

Niet alleen grote bedrijven kunnen bij Bouwcarrousel terecht; kleine aannemers en particulieren zijn elk goed voor twintig procent van de omzet. Wie op zoek is naar een of meer artikelen om zijn huis op een ecologisch verantwoorde wijze te verbouwen, vindt op www.bouwcarrousel.nl onder 'verkoopfolder' waarschijnlijk wel iets van zijn gading. En zelfs als u van plan bent om zelf een woning te bouwen, klopt u bij Rob Gort niet vergeefs aan.

Bob Molenaar

 

 

 

 

Oldtimers in de eco-corridor?

Den Haag, groene stad achter de duinen. Een stad waarin wonen en werken een genoegen is. Parken, plantsoenen en bomenlanen rijgen zich aaneen en maken dat het in het stedelijk leefklimaat prettig toeven is. Deze allure van een verstedelijkt dorp met een rijke geschiedenis op het gebied van architectuur, in combinatie met het vele groen, maakt onze stad zelfs internationaal tot een aantrekkelijke vestigingsplaats.

Zich bewust van deze rijke erfenis heeft de gemeente Den Haag een goed doorwrocht beleidsplan opgesteld om deze natuurlijke rijkdom voor de toekomst zeker te stellen. In dit belangrijke document is rekening gehouden met de essentie van de - door Den Haag ondertekende - verdragen van Johannesburg en Rio de Janeiro betreffende de zorg voor de ecosystemen van onze aarde. Ook de Europese Habitat Richtlijn is hieraan gerelateerd.

Voor de uitwerking van het groenbeleidsplan is het noodzakelijk om de ecologische verbindingen tussen de verschillende groengebieden aan te wijzen, te beschermen of dergelijke verbindingen tot stand te brengen. Hierin blijft Den Haag tot op heden in gebreke, met als gevolg dat bestaande ecozones officieel niet worden erkend. Maar ze functioneren wel degelijk als zodanig en dat is belangrijk.
Met stijgende onrust, verbazing, en uiteindelijk diepe verontwaardiging ziet groenminnend Den Haag het ene na het andere bouwproject opduiken. Ter meerdere eer en glorie van 's-Gravenhages economie en grootstedelijke uitstraling. Echter, vaak temidden van dat kapitale groen en dwars door kwetsbare eco-corridors. Het gemeentebestuur doorkruist daarmee de eigen opgestelde beleidsregels. Dit is een verwijtbare nalatigheid.

Museum in het groen
Na een jaar geheimzinnige stilte rond de visie Landgoederen Marlot en Reigersbergen krijgt de gelijknamige klankbordgroep (groene verenigingen en geïnteresseerde omwonenden) plotseling een uitnodiging voor de presentatie van een Sweeping Plan. Een plan dat de hele zorgvuldige voorgeschiedenis van de beleidsvisie van tafel veegt.
De bevlogen autoliefhebber Louwman doneert € 400.000,- om een deel van de landgoederenvisie te realiseren. Daarmee vult hij het budget aan dat op de gemeentebegroting ontbreekt. Er moet wel iets tegenover staan. De initiatiefnemer wil op de plek van de huidige kwekerij, tussen Marlot en Reigersbergen, een 15.000 m2 groot automobielmuseum bouwen. Die plek ligt alleen midden in de eco-zone.
De verwachting is dat dit museum jaarlijks 50.000 bezoekers zal trekken. In het plan is rekening gehouden met 135 parkeerplaatsen. Op eigen terrein en in het groen, volgens Louwman. Het terrein heeft echter geen capaciteit voor een overflow aan bezoekers en auto's tijdens piekdagen, zoals de drukbezochte evenementen die zo'n 6 à 7 keer per jaar op de agenda staan. Die drukte en de visuele aanwezigheid van het bouwvolume doet de landelijke uitstraling van het landgoederengebied teniet.
De 'kleinschaligheid' van dit bouwproject maakt een Milieu Effect Rapportage voor deze plek overbodig. De impact op het landschap logenstraft dit echter. In de praktijk gaat dit blok beton en steen meer dan 50% van de beschikbare ruimte in beslag nemen. In plaats van de ecologische waarde van het landschap te verbeteren, zoals het groenbeleidsplan aangeeft, wordt het eco-systeem hier definitief lamgelegd.
Tijdens de presentatie worden de aanwezigen geconfronteerd met de droom van de heer Louwman. Na de presentatie ontvangen zij een schrijven van de gemeentelijke projectleider, waarin gesteld wordt dat het automuseumplan binnen het kader van het interactieve planproces tot stand is gekomen. De deelnemers aan het open planproces weten echter nergens van. Het Louwman-plan is nooit eerder ter sprake geweest en past absoluut niet in de landgoederenvisie.
De zekerheid waarmee de heer Louwman samen met de gemeente Den Haag het plan presenteert, getuigt niet van respect voor het democratische inspraakproces. De Open Plan Processen van enkele jaren geleden waren immers de communicatieve hoogstandjes van de gemeente. De geloofwaardigheid van de toenmalige beloftes is met de presentatie van dit plan wel volledig onderuit gehaald.

Eens temeer blijkt dat het zwaaien met een bundel geld voldoende is om groenbeleid en democratie in de wacht te zetten. Ik denk dat het tijd wordt dat het gemeentebestuur eens in de wacht moet. Anders wordt groen Den Haag binnen afzienbare tijd steenrijk, maar helaas groenarm.

Frederik Hoogerhoud
Haagse Vogelbescherming

Meer informatie over het geplande automuseum, inclusief afbeeldingen, vindt u op www.denhaag.nl/smartsite.html?id=31542
Een plankaart van het gebied is te vinden via pagina www.denhaag.nl/smartsite.html?id=22714

 

 

 

 

Naar een duurzaam Den Haag Zuidwest

Den Haag Zuidwest gaat op de schop. In Bouwlust, Vrederust, Morgenstond en Moerwijk moeten vele duizenden woningen verdwijnen. Die herstructurering heeft zo z'n voordelen, maar ook z'n nadelen. In elk geval wil het Haags Milieucentrum proberen die herstructurering zo duurzaam mogelijk te laten gebeuren. We willen ervoor zorgen dat in het uiteindelijke plan alle aspecten van duurzaamheid aan bod komen: groen, water, energie en materiaalgebruik.
Op energiegebied streven we naar het stimuleren van duurzame energie en energiebesparing. Wat betreft water willen we, naast waterbesparende maatregelen (douchekop, zuinige kranen), ook afkoppeling van regenwater realiseren. Dit wordt dan niet langer op het riool geloosd. Op het gebied van groen willen we het Groene Assenkruis behouden en versterken. Hetzelfde geldt voor de ecologische verbindingen. Ook willen we ecologisch groenbeheer stimuleren, bijvoorbeeld door een gedeelte van de binnentuinen aan bewoners beschikbaar te stellen voor (moes)tuintjes. Op het gebied van materiaalgebruik willen we samen met de Technische Universiteit (TU) in Delft onderzoeken wat de milieugevolgen zijn van het slopen van woningen.

Een inspirerende dag
In het project Den Haag Zuidwest geeft het Haags Milieucentrum zijn mening over de Structuurvisie Zuidwest, spreken we in bij wijkplannen en organiseren we samen met de Stichting BOOG een inspirerende bijeenkomst op de TU Delft. Bewoners, bestuurders van woningcorporaties, ambtenaren, politici, natuur- en milieuorganisaties en technische deskundigen kunnen hier met elkaar discussiëren over duurzame herstructurering in Den Haag Zuidwest. De datum van de inspirerende dag staat nog niet vast, maar het zal half december worden. U kunt zich alvast hiervoor opgeven.

Groen platform
Ook willen we bewoners in Den Haag Zuidwest oproepen om samen een Groen Bewonersplatform op te richten. Er zijn heel veel kleinschalige maatregelen mogelijk om een duurzame samenleving dichterbij te brengen. Zoals het installeren van zonneboilers, het afkoppelen van regenwater, het aanleggen van vlindertuinen en het milieubewust omgaan met materialen. Overal in het land zijn wel leuke voorbeelden hoe het anders kan. Woont u in Zuidwest Den Haag en wilt u meehelpen met het maken van plannen om een duurzame samenleving te realiseren? Laat ons dat dan weten!

Tom Pitstra, HMC, tel. 3050286, email: tom.pitstra@haagsmilieucentrum.nl

 

 

 

 

Concept-Woonvisie rampzalig voor milieu en lagere inkomens

Bouwen en wonen hebben bijna per definitie grote gevolgen voor natuur en milieu. Hoe groot die gevolgen zijn, is sterk afhankelijk van hoe er gebouwd wordt. Het is van wezenlijk belang dat dit binnen ecologische randvoorwaarden gebeurt. Daarvoor is een integrale en duurzame benadering nodig. Volkshuisvestingsaspecten, sociale, economische en ecologische belangen moeten daarbij in hun onderlinge verwevenheid geanalyseerd en gewogen worden. Het Haags Milieucentrum heeft vanuit een dergelijke benadering gekeken naar de concept-Woonvisie 2020, die de gemeente Den Haag in september publiceerde.

De concept-Woonvisie draait om het idee van differentiatie van woonmilieus. Den Haag telt relatief veel goedkope huurwoningen en slechts weinig huizen voor mensen die wat meer te verwonen hebben. Veel van die mensen, die van groot belang zijn voor de (economische) vitaliteit van de stad, verlaten Den Haag dan ook als ze de kans krijgen. Behalve dure, homogeen samengestelde buurten als Duttendel en het Benoordenhout, ontstaan er concentraties van achterstandswijken. De middengroepen trekken hieruit weg en de lage-inkomensgroepen raken oververtegenwoordigd. Het is vooral in de laatste wijken dat een gedifferentieerder woonklimaat moet worden gerealiseerd. De gemeente wil dit bereiken door grootschalige sloop en nieuwbouw. Alleen al in Den Haag Zuidwest is ongeveer de helft van de 30.000 woningen gedoemd te vallen onder de slopershamer.

De gemeente Den Haag heeft berekend dat er op termijn een overschot van 15.000 goedkope woningen zal bestaan. Kort gezegd komt dit doordat mensen steeds welvarender worden. Maar daar valt wel het één en ander op af te dingen. Hoe de Nederlandse economie er in 2020 voorstaat is gissen, maar op dit moment floreert deze bepaald niet. De verwachting is dat de huidige recessie voorlopig zal aanhouden. Vanuit deze verwachtingen is het onbegrijpelijk dat in de voorliggende woonvisie geen rekening gehouden is met de economische ontwikkeling van de laatste vijf jaar. De nota is daardoor nogal gedateerd en gebaseerd op al te rooskleurige groeiscenario's. In plaats van een overschot aan goedkope huurwoningen, zou er wel eens een overschot aan dure huurwoningen en onverkoopbare koopwoningen kunnen ontstaan.

Een van de gevolgen van die recente economische ontwikkelingen is immers, dat mensen hun woonwensen aanpassen aan hun inkomstenverwachting voor de komende jaren. Er bestaat in Nederland niet zozeer een absolute woningnood, maar met name een kwalitatieve woningnood. Die is zeer conjunctuurgevoelig. De vraag naar goedkope huurwoningen trekt dan ook flink aan. Ook in Den Haag staan tientallen mensen in de rij voor iedere huurwoning en lopen de wachttijden enorm op. Maar ook al voordat de economie inzakte waren heel wat Hagenaars aangewezen op een goedkope huurwoning of een wat duurdere met huursubsidie. Domweg omdat ze anders niet genoeg geld overhouden om van te leven. Een huur tot 470 euro geldt momenteel als goedkoop. Wat is de Haagse definitie van betaalbaar wonen voor de groepen met de laagste inkomens? Een analyse van de woonlastenproblematiek wordt in de nota node gemist.

Indien de plannen die in de woonvisie worden ontvouwd allemaal worden gerealiseerd (er is al een begin mee gemaakt) blijft er van de voorraad betaalbare huurwoningen bitter weinig over. Een flink aantal wijken, vooral wijken als Moerwijk, Morgenstond en Bouwlust, moeten volgens de woonvisie op de schop genomen worden. Deze 'herstructurering' moet leiden tot menging van verschillende inkomensgroepen door het bouwen van verschillende prijsklassen koopwoningen en van verschillende prijsklassen huurwoningen in het bezit van woningcorporaties. Dit zal ongetwijfeld ten koste gaan van de laagste inkomensgroepen. Als er zoveel betaalbare huurwoningen gesloopt worden, waar moeten al die mensen met een lage beurs naartoe? Het overgrote deel van de woningen die na sloop teruggebouwd worden zal voor hen namelijk onbetaalbaar zijn. Overal ter wereld zijn het juist de grote steden die de meest (kans)arme mensen aantrekken. Den Haag is hierop heus geen uitzondering, zal dat niet worden en moet dat ook niet willen zijn.

Duurzaamheid de dupe
De economie mag er dan niet best voorstaan, het milieu staat er ronduit beroerd voor. De roofbouw die elke dag op het milieu gepleegd wordt is groot. Op wat langere termijn is dit waarschijnlijk de grootste bedreiging voor de kwaliteit van het bestaan van alle Hagenaars.
Uitgaande van de belangen van het milieu is het Haags Milieucentrum zeker niet tegen nieuwbouw als deze echt nodig is. Nieuwe woningen kunnen een stuk duurzamer, energiezuiniger gebouwd worden dan vroeger. Maar sloop en nieuwbouw betekenen een grote aanslag op het milieu, zowel wat betreft de productie van nieuwe grondstoffen als de verwerking daarvan tot hoogwaardige bouwmaterialen en gebouwen. Veel opdrachtgevers en bouwers hebben geen idee van bijvoorbeeld de enorme hoeveelheden energie en water die daarvoor vereist zijn.
Bestaande woningen kunnen gerenoveerd, samengevoegd of anderszins herontwikkeld worden, waarbij zeer grote milieuwinst valt te halen. Uit het project Duurzame herstructurering van Den Haag Zuidwest van het Haags Milieucentrum blijkt dat de milieuwinst van renovatie/samenvoegen/optoppen/opplussen/uitplinten van woningen nooit goed is onderzocht ten opzichte van sloop en vervangende nieuwbouw.
Op initiatief van het Haags Milieucentrum zal onderzoek worden gedaan naar welke optie het minst bezwaarlijk voor het milieu is. Er bestaan in Den Haag geslaagde voorbeelden van samenvoeging van woningen (Kuinrestraat, Hof Loevesteijn) waarover de corporatie en de bewoners tevreden zijn. Deze voorbeelden kunnen onderzocht worden op hun milieuvoordelen in de hele productieketen ten opzichte van sloop en vervangende nieuwbouw.
Het Haags Milieucentrum is er een groot voorstander van de afschrijftermijn op duurzaam gebouwde huizen en gebouwen te verlengen van de huidige vijftig jaar naar zeker honderd jaar. De relatief geringe meerkosten die duurzaam bouwen met zich meebrengt, kunnen daaruit gemakkelijk gefinancierd worden.

De concept-woonvisie legt dus een zeer zwaar accent op het slopen van bestaande woningen, of deze nu bouwtechnisch in orde zijn of niet. Vervolgens doet men er niets aan om die nieuwe woningen en inrichting van nieuwe wijken zo duurzaam mogelijk te realiseren. Hoewel het Haags Milieucentrum zich ervan bewust is dat je grote woorden niet te vaak moet gebruiken, is dit rampzalig voor het milieu. In de bijna 80 bladzijden tellende woonvisie staat letterlijk geen woord over het duurzaam renoveren of samenvoegen van woningen of het compact en duurzaam terugbouwen van woningen. Dat betekent dat de gemeente haar eigen doelstellingen en haar bijzondere verantwoordelijkheid wat dit betreft niet serieus neemt. Als er èrgens kansen liggen om duurzaamheid echt te bevorderen, en als er ergens kansen liggen om het eigen beleid van een CO2-neutrale stad inhoud te geven, dan is het hier.

Compact bouwen
De concept-Woonvisie besteedt de nodige aandacht aan compact bouwen, ervan uitgaande dat Den Haag zal groeien naar een half miljoen inwoners.
Door compact te bouwen kunnen meer mensen in de stad wonen en zijn allerlei voorzieningen (recreatief, medisch, logistiek) rendabeler te exploiteren.
Maar er is nog een andere belangrijke reden om compact te willen bouwen. Een kaderstellend gegeven in Nederland is de schaarste aan ruimte, waardoor er de afgelopen twintig jaar veel is gebouwd in de open groene ruimte. Mensen worden zich in toenemende mate bewust van het belang van het behoud daarvan, niet alleen voor hun eigen beleving van het landschap, maar ook vanuit hun behoefte aan recreatie en niet in de laatste plaats vanuit zorg om natuur en milieu. Dit betekent dat er een opgave ligt om zo compact mogelijk te bouwen in onze stad.
Bij de herstructurering in bijvoorbeeld Spoorwijk en in de plannen voor Zuidwest worden er echter flink wat minder woningen teruggebouwd dan er daarvoor waren. Toch is het wel degelijk mogelijk om op locaties die daarvoor geschikt zijn compacter terug te bouwen. Buiten Den Haag zijn tal van voorbeelden te vinden, maar ook Haagse wijken die voor de hogere inkomensgroepen zeer aantrekkelijk zijn - zoals het Statenkwartier, het Benoordenhout en delen van Bohemen - hebben een hogere woondichtheid (40 à 60 woningen per hectare) dan bij de herstructurering van Den Haag Zuidwest gerealiseerd zal worden.
Bovendien worden er bij het realiseren van nieuwe woningen grote kansen gemist om dit zo duurzaam mogelijk te doen. Dan hebben we het niet alleen over de duurzame bouw van de huizen zelf, maar ook over bijvoorbeeld binnenstedelijke waterberging en de productie van duurzame energie.

Wij delen volop de ambitie van de gemeente om binnen de stadsgrenzen meer woningen te bouwen die aan de wensen van mensen met een hoger inkomen voldoen. Ons advies om dat te realiseren is om met een stofkam door de hele stad te gaan op zoek naar daarvoor geschikte locaties. Met enige creativiteit zijn die volop te vinden. Denk bijvoorbeeld aan weinig compacte bedrijventerreinen zoals delen van de Binckhorst, de locatie van de Norfolkline, de omgeving van station Moerwijk, de zone langs tramlijn 11, het braakliggende bedrijventerrein bij De Verademing, etcetera. Denk ook aan optoppen van bestaande huizen op mooie locaties zoals rond Het Plein en op de platte huizen met aantrekkelijke woonomgeving in Benoordenhout en de Vruchtenbuurt.

De nota, eenmaal vastgesteld, vormt de basis voor het huisvestingsbeleid van de komende 17 jaar. We hopen dan ook van harte dat de gemeenteraad de kritiek ter harte neemt en zowel de belangen van het milieu als die van de lagere inkomensgroepen zwaar laat meewegen.

Tom Pitstra
Frans van der Steen


De volledige tekst van ons commentaar vindt u hier

Onverhuurbaar???
Woningcorporaties bezitten nogal wat woningen van rond de 50 - 60 m2. Deze zijn volgens hen in de toekomst onverhuurbaar. Natuurlijk heeft niemand baat bij een grote voorraad onverhuurbare woningen die kostbare grond in beslag nemen. Maar, nog los van de economische ontwikkeling, zijn er vier zaken die we daarbij dienen te bedenken. Ten eerste trekt de huurmarkt voor goedkope en dus kleinere woningen juist aan. Ten tweede zijn er ook heel wat starters en studenten voor wie een dergelijke woning prima voldoet. Ten derde is een goedkope huur ook een kwaliteit. En tenslotte kunnen dergelijke woningen worden samengevoegd zodat ze 100 à 120 m2 groot worden, of worden uitgebreid met een extra etage.

 

 

 

Iedereen wil wonen aan het tuinpad van mijn vader

De discussie wordt al zeker vijftien jaar gevoerd: het is onontkoombaar dat de gemeente Den Haag woningen bouwt, maar hoeveel groen mag daarvoor opgeofferd worden. Het vuur laaide weer even op toen omroepmedewerker Peter Tetteroo een item in Netwerk hieraan wijdde en de Haagsche Courant een reportage van zijn hand plaatste.

Zowel in Netwerk als in de Haagsche Courant gaf Tetteroo aan onder meer Frans van der Steen, directeur van het Haags Milieucentrum, gelegenheid om zijn hart te luchten. Kern van de kritiek van Van der Steen: terwijl groen en open ruimte zeker in de Randstad heel schaarse goederen zijn, wordt er iedere keer weer een weilandje volgebouwd. Ter compensatie wordt bestaand groen dan omgezet in zogenoemde 'nieuwe natuur'. Wat is er in hemelsnaam mis met oude natuur? We zouden eindelijk eens een grens moeten trekken en zeggen: tot hier en niet verder. Dan zouden gemeentebesturen gedwongen worden creatiever te zijn met het vinden van oplossingen binnen de stadsgrenzen. Want het kan heus wel anders, maar dan levert het minder op. Zowel voor de projectontwikkelaars, als (door bijvoorbeeld de verkoop van grond) voor de gemeentes.

Wim Sonneveld
Peter Noordanus, voormalig Haags wethouder en huidig directeur van de VROM-raad (het hoogste adviesorgaan van de regering inzake de ruimtelijke ordening) is lezer van de Haagsche Courant. Sterker nog, hij heeft er een vaste column in. Die gebruikte Noordanus om de critici van het VINEX-beleid, zoals Van der Steen en bestuurlijk juridisch planoloog Johan Gomes, over de hekel te halen. In de visie van de zelfverklaarde marktsocialist lijden zij aan de heimwee van Wim Sonneveld: het wordt in het dorp van vader nooit meer zoals het was. Overigens exact hetzelfde verwijt dat zijn partijgenoot Ad Melkert een jaar eerder Pim Fortuyn maakte, maar dat kan toeval zijn.

Het bij milieuorganisaties levende idee van de compacte stad getuigt volgens Noordanus al evenmin van realiteitsbesef. Dat concept is immers alweer een tijd geleden ingeruild voor dat van de complete stad, een term waarin het belang van stedelijk groen en voldoende recreatieve ruimte in de stad beter tot uitdrukking wordt gebracht. Voor wat in de stad zelf door gebrek aan ruimte niet gebouwd kan worden - met name huizen met een tuin, waarnaar enorm veel vraag is - daarvoor zal in de regio een plek moeten worden gevonden. "Met hun vrijblijvend gesnater over Ypenburg slaan Van der Steen en de zijnen de plank niet alleen mis, zij voeren ook een achterhoedegevecht in een situatie dat de echte vraag wordt hoe we ná de bouw van wijken als Ypenbrug met stedelijke groei en behoud van groene kwaliteit om moeten gaan. En dat wordt nog een lastige discussie ook in politiek opzicht.", concludeert Noordanus.

Van der Steen en Gomes gaan die discussie graag aan. Hierbij hun repliek op Noordanus, een verkorte weergave van hun artikel dat eerder in de Haagsche Courant verscheen.

Dikke winsten
Peter Noordanus heeft onze stellingname helaas niet helemaal begrepen. Wij beweren niet dat er niet meer woningen nodig zijn, en die mogen zonodig best aan de randen van de stad worden gebouwd. Het is bijvoorbeeld goed voor de stad om het koopkrachtige deel van de bevolking vast te houden door woningen te bouwen die aan hun wensen voldoen. Over de aantallen woningen (en kantoren) kan je echter twisten en dat doen wij ook. De projectontwikkelaars roepen mèt Noordanus dat 100.000 woningen per jaar echt nodig zijn. Deze aantallen zijn zwaar overdreven. Dit te roepen is demagogie, die inspeelt op het ongenoegen onder woningzoekenden en slechts bedoeld is om de politiek onder druk te zetten. Er vallen namelijk dikke snelle winsten te maken met al dat gebouw in de schaarse groene ruimte en ons waardevolle cultuurlandschap. En dat volbouwen is met wat meer visie en het nemen van politieke verantwoordelijkheid helemaal niet nodig.

Er valt binnen steden heus nog een groot aantal woningen te realiseren, terwijl het groen door een goede stedenbouwkundige opzet juist een impuls kan krijgen. Bovendien, als je een weiland gaat bebouwen, bouw er dan ook echt. Op een hectare van een zeer gewilde woonwijk als het Statenkwartier, waar onze burgemeester Deetman tot zijn volle genoegen resideert, wonen bijna twee keer zo veel mensen als in de 'Buitenplaats' Ypenburg. Het kan dus wel.

Noordanus stelt dat er veel vraag naar bijvoorbeeld huizen met tuinen is, waarvoor binnen de stad geen ruimte bestaat. Het is, alweer, precies wat projectontwikkelaars ook roepen omdat aan dit soort huizen veel geld te verdienen valt. Eerst worden die huizen neergezet en daarna met prachtige, maar leugenachtige, folders aan de mens gebracht. Natuurlijk, er zijn met name gezinnen met kinderen die zo'n huis willen, maar die willen vaak ook een behoorlijk voorzieningenniveau dat op Ypenburg bijvoorbeeld ontbreekt. Bij de aantallen die nu gebouwd worden gaat het dus niet om een vraag die er is, maar om het stimuleren van een vraag op maat van de bouwers.

Diversiteit
Want woningzoekenden uit diverse economische en culturele milieus hebben een diversiteit aan woonwensen, waaraan voldaan kan worden door met creativiteit en op maat diverse woningtypen te bouwen. Velen willen best in de stad blijven wonen, dicht bij hun werk en voorzieningen als winkels, openbaar vervoer, cultuur, en ziekenhuizen. Maar er zijn in de stad te weinig huizen naar hun wensen beschikbaar en bovendien willen zij de toenemende onveiligheid en verloedering van de stad ontvluchten. Velen van hen willen met hun volle agenda's geen tuin hoeven onderhouden. Ze willen een ruim, makkelijk te onderhouden terras in een luxe woning die dankzij het gebruik van een lift uitstekend compact te bouwen valt. Zij willen niet per se een grote woning, maar een bereikbare en flexibele woning met een goede lichtinval. De ruimtebeleving hangt namelijk meer af van het licht dan van de grootte van een kamer.
Die woningen kunnen goedkoper zijn omdat ze minder grond vergen, maar ze worden amper gebouwd. Deze op een goede manier inbreien in de stad kost namelijk veel meer creativiteit, tijd en overleg en daaraan hebben de snelle bouwjongens en veel gemeentebesturen een broertje dood. Tijd is geld en de combinaties van banken en bouwers kunnen met hun geld gemakkelijk grond opkopen bij de boeren, die hen graag zien komen. Vervolgens krijgen ze met hun netwerken alles voor elkaar.
Het is de hoogste tijd dat die privaat/publieke netwerken ontvlochten worden. De commissie Bouwfraude heeft aangetoond waartoe die nauwe betrekkingen kunnen leiden. Het is jammer dat ze haar onderzoek niet heeft doorgezet. Met Den Haag boven aan de lijst, en met de vraag hoe dit netwerk ook verweven is met de grote jongens onder de winkelketens en kantoorbouwers.
Gemeentebesturen zijn nu vaak belanghebbende in het ondoorzichtige spel van grond op- en doorverkopen en het verlenen van concessies, aanbestedingen en bouwvergunningen. Het wordt tijd dat de lokale politiek de belangen van de burgers, huurders en kopers weer centraal stelt en met de tot fraude geneigde bouwwereld harde en controleerbare afspraken maakt. Afspraken dus binnen de grenzen die de politiek in het belang van de woningzoekenden en de open groene ruimte stelt.

 

 

 

Het dorpsgezicht als major selling point

Zijn milieuorganisaties links of extreem-links? Een interessante discussie, die sinds de brute daad van Volkert van der Graaf aanzienlijk aan vrijblijvendheid heeft ingeboet. Het antwoord is echter simpel: ze zijn rechts. Ze strijden immers voor het behoud van waardevolle dorpsgezichten, voor slecht renderende activiteiten als (ecologisch verantwoorde) landbouw en veeteelt en voor niet-kwantificeerbare waarden als natuurbeleving, rust en respect voor al wat leeft.
Wereldvreemdheid? Romantische Sehnsucht? Misschien. Maar niet irritanter dan de exploitatie van het dorpsleven door de projectontwikkelaars. Zo worden mensen verleid zich in de wijk Les Bastides te vestigen door bewoordingen als "Waar het openbare leven zich - als in andere tijden en zuidelijker streken - afspeelt rondom het dorpsplein. Wonen in Nootdorp. Als God in Frankrijk." (uit een brochure van Rabo Vastgoed, met foto's van glooiende lavendelvelden). Gelooft u het maar niet. De lokale hooligans verstoren de Pétanque-competitie en laten hun pitbulls in de platanen hangen. Het plein waar de dorpsjeugd bij elkaar klit is bezaaid met scherven van Pastis-flessen en de Panhards en Peugeots rijden je uit je tricot.

 

 

KLIK HIER VOOR OUDERE ARTIKELEN

 

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.