|
RUIMTELIJKE ORDENING, DUURZAAM BOUWEN EN WONEN
Marnix Norder: een innovatieve pragmaticus (Branding
nr.18 januari-maart 2005)
...meer
Den Haag in 2020 (Branding
nr.17 november/december 2004) ...meer
Ecotoon: een Mekka voor ecologische
klussers (Branding
nr.17 november/december 2004) ...meer
De Vlietzone: wateropvang of verkeersriool? (Branding
nr.16 september/oktober 2004) ...meer
Ecologisch wonen aan de Centrumring
(Branding
nr
15 juni/juli
2004) ...meer
Een MER voor ADO, nu Den Haag-Zuidwest nog (Branding
nr
15 juni/juli
2004) ...meer
Een marathonloper op ruiterpaden
Het groeiscenario van topambtenaar Henk Jagersma (Branding
nr 15 juni/juli 2004)
...meer
Het Carré: ecodorp in een Vinex-wijk (Branding
nr 14 april/mei 2004)
...meer
Dat zeg ik: Bouwcarrousel! (Branding
nr 13 februari/maart
2004) ...meer
Oldtimers in de eco-corridor?
(Branding
nr 13 februari/maart
2004) ...meer
Naar een duurzaam Den Haag Zuidwest (Branding
nr 12 november/december
2003) ...meer
Concept-Woonvisie rampzalig voor milieu en lagere
inkomens (Branding
nr 12 november/december
2003) ...meer
Iedereen wil wonen aan het tuinpad van mijn vader
(Branding
nr.11 september/oktober 2003) ...meer
Het dorpsgezicht als major selling point (Branding
nr.11 september/oktober 2003) ...meer
KLIK HIER VOOR
OUDERE ARTIKELEN
Marnix Norder: een innovatieve
pragmaticus
Ineens had Den Haag een nieuwe wethouder Ruimtelijke Ordening,
Stedelijke Ontwikkeling en Wonen: Marnix Norder. De voormalige gedeputeerde
bij de Provincie Zuid-Holland volgde de al even abrupt vertrokken
Arend Hilhorst op. Wie is de man die door het Expertise bureau voor
Innovatieve Beleidsvorming werd verkozen tot de meest innovatieve
bestuurder van 2003? Tussen zijn drukke werkzaamheden door had Norder
even een halfuurtje tijd voor een kennismakingsgesprek.
Als gedeputeerde met in zijn portefeuille Mobiliteit heeft Norder
zijn groene sporen wel verdiend. Zo dwong hij een provinciaal fietsplan
af door te weigeren zijn fiets van deugdelijke verlichting te voorzien
totdat zo’n plan er was. Om automobilisten te verleiden de
reis tussen Leiden en Den Haag per bus te maken, nam Norder het
initiatief met een proef voor gratis openbaar vervoer op dit traject.
Verder zal zijn naam altijd verbonden blijven aan het experiment
met light-rail op de RijnGouwelijn en wist hij voor- en tegenstanders
van de verlengde A4 door Midden-Delfland tot overeenstemming te
brengen. Niettemin leggen wij hem de vraag voor: van welke natuur-
en milieu-organisaties is Marnix Norder eigenlijk lid?
“Uit m’n hoofd: in ieder geval de Fietsersbond. En verder
van organisaties als het Zuid-Hollands Landschap, Natuurmonumenten
en dergelijke. Het zullen er vijf à acht zijn. Maar ik weet
het niet precies. Als er blaadjes aan verbonden zijn heb ik die
heel vaak afbesteld omdat ik toch geen tijd heb om ze te lezen.”
Welke ‘groene’ plek in Den Haag is je favoriet?
“Dat is het Haagse Bos: oud, statig en Hollands. Echt een
oase midden in de stad.”
Rij je hier in Den Haag met licht op je fiets?
“Nadat Provinciale Staten vóór het Initiatiefvoorstel
Fiets hadden gestemd, heb ik ervoor gezorgd dat mijn fiets op orde
was. En dat is-ie jarenlang geweest, met verlichting en alles, maar
die fiets is helaas gejat. Sinds een half jaar heb ik een nieuwe
en die is gewoon op orde.”
Maar jeuken je vingers en je hersens niet om je in Den Haag met
het verkeersbeleid te bemoeien?
“Nee, juist niet. Ik heb bij de Provincie vijf jaar de portefeuille
Verkeer en Vervoer gehad – overigens zonder dat ik een verkeerskundige
achtergrond heb of zo – maar ik heb een knop omgezet. Ik heb
m’n handen vol aan m’n nieuwe portefeuille, die ontzettend
veel tijd en energie vergt, en ik vind het juist ook wel lekker
dat de files nu van Bruno zijn en niet meer van mij. Het Haagse
vijfjarenplan Fiets is een goed plan. Je kunt duidelijk merken dat
er hier in de fiets geïnvesteerd wordt.”
Een provincie kan gemeenten aanwijzingen geven, budgetten en plannen
goedkeuren… waarom stapt iemand van een provincie over naar
een gemeente?
“Dat is op zich een goede vraag, maar het antwoord is vrij
simpel. De portefeuilles vertonen veel overeenkomsten: in beide
gevallen gaat het om het maken van nieuwe dingen. In het ene geval
zijn dat fietspaden, wegen en busbanen, in het andere geval woningen,
kantoren, enzovoorts. Maar het aantrekkelijke van een wethouderschap
is dat je dichter bij de mensen, tússen de mensen staat.
Je hoort en ziet dingen en kunt direct iets doen. Dat is uiteindelijk
voor mij de echte reden om als politicus bezig te zijn. Als gedeputeerde
heb je voornamelijk te maken met collega-bestuurders, zoals wethouders,
burgemeesters, besturen van instellingen. Een wethouder heeft veel
meer contacten met burgers, maar er hoort ook bij dat je niet altijd
met een goede boodschap komt.”
Je hebt op provinciaal niveau veel gedaan voor duurzame
mobiliteit. Welke initiatieven op duurzaamheidsgebied kunnen we
in Den Haag van je verwachten?
“Den Haag zal in de toekomst verder groeien, niet alleen kwantitatief
maar ook kwalitatief. Dat laatste komt onder meer tot uiting in
de hang naar meer openbare ruimte, meer pleinen. Dat moeten interessante
ontmoetingsplekken worden. We willen een internationale stad zijn
– een ‘wereldstad aan zee’, wordt het in de Structuurvisie
genoemd. We willen vooral inzetten op een duurzame woon-, werk-
en leefkwaliteit.
Ik denk dat Den Haag een heel interessante internationale stad is,
maar dat betekent ook op een aantal plekken in die stad écht
kiezen voor verdichten: dus meer volume bouwen per hectare en ook
de hoogte in durven gaan.
De mogelijkheden om goed te wonen en goed te werken moeten dicht
bij elkaar blijven, zodat je draagvlak krijgt voor openbaar vervoer.
In die zin is het ook qua mobiliteit een investering in duurzaamheid.”
Op duurzaam bouwen is natuurlijk veel milieuwinst te boeken, maar
in de praktijk wordt er lang niet zo duurzaam gebouwd als mogelijk
is. Niet elk bouwproject wordt aan de Checklist Duurzaam Bouwen
onderworpen. Moet er, na tien jaar, niet eens een nieuwe Nota Duurzaam
Bouwen komen?
“De vlucht in het schrijven van nieuwe nota’s is heel
eenvoudig. Er zijn hele bibliotheken gevuld met nota’s die
niet uitgevoerd zijn. Als een nota voldoet, is het niet erg dat
die oud is. Als er in de uitvoering dingen mis gaan, moet dat in
de uitvoering worden opgelost. Ik ben een pragmaticus. Ik hou van
dingen die echt werken in de stad en niet van mooie verhalen over
hoe het zou moeten.
Zo’n aanpak als van het Haags Milieucentrum – een expert
meeting voor ambtenaren die met elkaar gaan nadenken over wat duurzaamheid
is - vind ik interessanter dan een nieuwe nota. De uitkomsten daarvan
moeten dan worden vertaald in hoe ze met corporaties en dergelijke
omgaan.”
“Maar goed, ik zit hier nu een maand. Ik heb geen afgerond
beeld van wat duurzaamheid voor deze stad precies is. Misschien
stel je me deze vraag te vroeg. Ik weet het gewoon nog niet.”
Bob Molenaar
Tom Pitstra
Den Haag in 2020
Hoe ziet Den Haag er in 2020 uit? Daarover denkt het gemeentebestuur
samen met veel partijen na in het kader van de Structuurvisie 2020
- een visie op de mogelijke toekomstige ontwikkeling van de stad.
Ook het Haags Milieucentrum (HMC) denkt hierover mee.
De Structuurvisie 2020 wordt heel nadrukkelijk geen ‘plan’.
Niet alleen is Den Haag er nog nooit in geslaagd om een structuurplan
op te stellen, maar ook is er nu bewust voor gekozen om niet met
een blauwdruk voor de toekomst te komen. De term ‘plan’
is kennelijk wat uit de mode in planologenland…
In het wordingsproces speelt sterk mee dat de gemeente Den Haag
zich door de landelijke politiek miskend voelt. In de nota Ruimte
wordt Den Haag nauwelijks genoemd en bij de HSL is kennelijk een
trauma opgelopen. Dit leidt tot doelen in de Structuurvisie als
‘de boot niet missen’ (welke boot, waarnaartoe, vragen
wij ons af) en Den Haag ‘op de kaart zetten’ (welke
kaart wordt niet duidelijk).
In het verlengde daarvan ligt de vraag naar het ambitieniveau van
Den Haag: willen we een rustig, groot woondorp achter de duinen
blijven of hebben we de ambitie om een dynamische grote stad te
zijn?
Op zich kan het HMC een hoger ambitieniveau dan dat van een suffig
ambtenarendorp gerust steunen. Maar de hamvraag is dan: welke ambities
en welke dynamiek wil Den Haag?
In de teksten zoals die er nu liggen, staat als kwantitieve doelstelling
geformuleerd dat Den Haag moet groeien naar 500.000 inwoners. Wij
vragen ons af of dat wel realistisch is. Immers, alle steden willen
groeien. Verder staat deze wens op gespannen voet met de regiogedachte
en het concept van de Randstadmetropool. En last but not least:
tegen welke prijs moet dit gerealiseerd worden?
Versnippering
Terwijl de kwantitieve doelstelling naar onze inschatting niet realistisch
is, ontbreken doelstellingen op het gebied van kwaliteit ten enenmale.
Zo getuigt de Structuurvisie tot op heden nauwelijks van een groene
ambitie. Wij vinden dat Den Haag voluit moet kiezen voor het streefbeeld
van gifvrije gemeente en CO2-neutrale stad. Grote windmolens op
het Prins Clausplein zouden goed in dit beeld passen.
Den Haag heeft veel groen, maar het is meer versnipperd dan nodig
is. De parken en groengebieden in het noorden van de stad kunnen
volgens het concept van het CityDuinpark met elkaar verbonden worden.
In het algemeen moet het groen in Den Haag gekoesterd en verbeterd
worden. Rare discussies als die over een VN-universiteit waarvoor
we groen moeten opofferen, kunnen we wel missen.
Een ‘wereldstad aan zee’ - de ondertitel van de Structuurvisie
- lijkt ons voor Den Haag wat al te ambitieus. Maar ’internationale
stad aan zee (inderdaad niet achter de duinen) is ook al heel mooi.
De zee is misschien wel de grootste kwaliteit van Den Haag. Dus
in de toekomst geen Norfolkline meer op deze hoogwaardige locatie,
maar een cultuurtempel (vgl. Sydney), zodat het North Sea Jazz-festival
weer een plek aan de Noordzee krijgt.
Verdichting op deze locaties met woningen en bedrijvigheid is een
prachtige kans. Laat Randstadrail naar Scheveningen en een tram
naar Kijkduin rijden. Probeer havengebonden activiteiten, zoals
de visafslag, voor Den Haag te behouden. Combineer behoud van de
kustlijn via zandsuppletie met een dusdanige aanpak, dat er hogere
golven komen op het gebied waar gesurft wordt.
Trots
‘In de beperking toont zich de meester’, zei Goethe
ooit. Juist doordat Den Haag ingeklemd zit tussen de zee, kassen,
randgemeenten en veenweidegebieden heeft de gemeente interessante
stedenbouwkundige concepten ontwikkeld. Zoals bebouwing over de
Utrechtse Baan heen, iets waar de stad trots op mag zijn. Wij vinden
dat er in de Structuurvisie meer gekozen moet worden voor verdichting:
rondom knooppunten van openbaar vervoer, in bestaande buurten, wonen
boven winkels en intensivering in Binckhorst en Laakhaven. Aanzetten
hiertoe zijn al gegeven. Als hiervoor echt gekozen wordt, heeft
Den Haag geen nieuwe uitleglocatie nodig en kan het spaarzame groen
gespaard blijven.
Op het gebied van mobiliteit vinden wij dat gekozen moet worden
voor een autoluwe of -vrije binnenstad. Is het niet merkwaardig
dat het Lange Voorhout, een van de mooiste pleinen van Nederland,
ontsierd wordt door blik, terwijl er op loopafstand (onder het Malieveld)
een parkeergarage ligt. Investeer grootscheeps in de fiets, zodat
ontbrekende verbindingen tot stand komen, goede parkeervoorzieningen
worden gerealiseerd en het comfort wordt verbeterd door de aanleg
van goed geasfalteerde fietspaden. Er komt heel wat geld beschikbaar
als besloten wordt het overbodige Trekvliettracé niet aan
te leggen…
Al met al gaat het hier om een heel belangrijke discussie. Belangrijk
voor heel Den Haag, en dus ook voor de natuur- en milieubeweging.
We zijn dan ook benieuwd naar uw reacties en commentaar, die we
in onze definitieve reactie aan college en gemeenteraad willen meenemen.
Naar verwachting zal begin 2005 de politieke discussie hierover
losbarsten. Via deze website houden we u op de hoogte.
Tom Pitstra
Haags Milieucentrum
Projectleider Ruimtelijke Ordening en Duurzaam Bouwen
Ecotoon: een Mekka voor
ecologische klussers
“Wat je bij VIBA kunt zien, moet je bij ons kunnen
kopen”. Dat is in een notendop de doelstelling van Ecotoon,
het bedrijf dat Gabriel Cirstea en Pieternel Peltenburg een kleine
twee jaar geleden oprichtten. Een forse ambitie, als je weet dat
de stichting VIBA EXPO ‘'s werelds grootste permanente expositie
voor duurzame en gezonde bouwmaterialen, installaties en diensten’
pretendeert te zijn.
Maar Ecotoon, gevestigd aan de Witte de Withstraat 43/45, is veel
meer dan alleen een verkooppunt van ecologische bouwmaterialen en
aanverwante artikelen. Gabriel Cirstea formuleert het aldus: “Je
kunt hier terecht voor alles tussen niks en een duurzaam concept.
We hebben alles van isolatie tot afwerking: warmtemuren, leem, tadelakt
en verven, en dat van verschillende leveranciers. Maar verder zijn
we ook een centrum voor informatie over en promotie van ecologische
materialen. We beschikken over een showroom van ruim 250 m2 waar
we producten van verschillende leveranciers willen tonen. Mensen
kunnen daar informatie krijgen en voorbeelden van toepassingen zien.”
Een van die voorbeelden is een kunstzinnig vormgegeven lemen muur,
die duidelijk illustreert wat er met dit natuurproduct mogelijk
is. Terwijl hij over een grote zak gebogen staat en de leem door
zijn vingers laat gaan, betoont Gabriel zich erg enthousiast over
het materiaal vanwege de regulerende eigenschappen. Leem neemt vocht
op en staat het weer af als de ruimte droger is. Leem blijft koel
in de zomer en warm in de winter. En anders dan de gebakken vorm
ervan - baksteen - kun je het materiaal steeds opnieuw hergebruiken.
Voor natte ruimtes is het echter niet geschikt. “Daarvoor
kun je tadelakt toepassen, een Marokkaanse kalk-pleistermortel.
In Marokko wordt het zelfs voor badhuizen gebruikt. Tadelakt kan
op allerlei verschillende ondergronden worden aangebracht. Door
pigmenten mee te mengen kun je allerlei kleuren maken.”
Ook leemstuc is bij Ecotoon is verschillende kleurstellingen verkrijgbaar.
Het merk Tierrafino levert zes standaardkleuren, die onderling gemengd
kunnen worden en dan een grote variëteit aan tinten opleveren.
Door er parelmoer aan toe te voegen krijgt de muur meer glans. Het
resultaat hiervan kan ook bij Ecotoon bewonderd worden.
Ecotoon voert zelf projecten uit en onderhoudt voor de uitvoering
van grote projecten contacten met aannemers en schilders. Gabriel
en Pieternel streven naar verdere uitbreiding van hun netwerk van
bedrijven die hun manier van werken onderschrijven. “Het gebeurt
ook wel dat klanten van ons een aannemer in de arm genomen hebben
die het niet ziet zitten om met dit soort materialen te werken”,
vertelt Gabriel. “Dan geven wij voorlichting en spelen we
een soort bemiddelende rol. En als mensen het te duur vinden om
ons in te schakelen, kunnen ze hier leren hoe ze het zelf kunnen
doen. Kom met vrienden naar een cursus leembewerking, dan ben je
goedkoper uit en het is nog gezellig ook.”
Die cursussen vinden plaats in de ruimte die door Ecotoon ‘Aarde’
is gedoopt. Dit is tevens de ruimte waar leveranciers van ecologische
materialen hun waren (gratis) kunnen presenteren. Geïnteresseerden
kunnen contact met Gabriel opnemen, want er is nog plaats.
Pieternel Peltenburg is van oorsprong kunstenares en die achtergrond
is goed te herkennen in de projecten die zij uitvoert - niet alleen
onder de vlag van Ecotoon maar ook onder de naam Peltenburg dECOrations.
Haar specialiteit is het glaceren van muren, die daardoor een fraai
kleurverloop krijgen. Bij glaceren worden transparante lagen kleur
(het bindmiddel bijenwas met pigment) door middel van spuittechniek
of met een (zachte) kwast aangebracht. De ontvangst- en kantoorruimte
van Ecotoon, ‘Lucht’ genaamd, fungeert als toonzaal.
En ook op Ecotoons website, www.ecotoon.net,
zijn enkele voorbeelden te zien.
Pieternel: “Na het doorlopen van de Academie ben ik, naast
mijn vrije werk, muren gaan verven om geld te verdienen. Daarbij
gebruikte ik graag Aglaia natuurverven. Die bestaan voor 100% uit
natuurlijke grondstoffen en ik vind ze de beste kwaliteit bieden.
Helaas hield de importeur van dit Duitse merk ermee op, en toen
besloot ik ze maar zelf te gaan importeren.”
“We zijn de enigen in Nederland die Aglaia-verven verkopen”,
vult Gabriel aan. “We verzenden ook door het hele land, zonder
daarvoor extra kosten in rekening te brengen. Ik vind dat natuurverf
de normaalste zaak van de wereld moet worden, dus ik wil volgend
jaar met kortingsacties komen.”
Omdat Pieternel zelf verf mengt, claimt Ecotoon over de meest uitgebreide
kleurenwaaier van alle leveranciers van natuurverven in Nederland
te beschikken.
Is Pieternel opgeleid tot kunstenares, Gabriels achtergrond is
aanzienlijk meer ‘down to earth’: voordat Ecotoon van
start ging was de geboren Roemeen informatiespecialist. Door zijn
ontmoeting met Pieternel raakte hij helemaal geïnspireerd door
de natuur en gingen ze samen cursussen op ecologisch gebied volgen,
onder meer bij Aarde-Werk. Hier ontstond hun warme belangstelling
voor bijvoorbeeld leem. Gabriel: “Toen besloot ik dat ik iets
moest gaan doen dat bijdraagt aan een beter milieu.”
Dat Gabriel zijn oude vak nog niet verleerd is bewijst de fraaie
website van Ecotoon. Ook de techniek achter de nieuwe website www.allesduurzaam.nl
(waarover elders in dit blad meer) is bij hem in goede handen. Via
deze site kunnen particulieren onder meer hun ervaringen met het
verwerken van natuurvriendelijke materialen uitwisselen. “En
als mensen met vragen zitten zal ik die zo snel mogelijk beantwoorden”,
belooft Gabriel.
Bob Molenaar
Tot eind van dit jaar verstrekt Ecotoon korting op alle Aglaia natuurverven
en alle projecten die het bedrijf uitvoert. Bij de eerste opdracht
of aanschaf wordt 10% korting verleend, bij de tweede 7% en bij
de derde 5%.
De Vlietzone: wateropvang of verkeersriool?
Er zullen maar weinig Hagenaars zijn die de Vlietzone wel eens
doorkruist hebben. De meesten kennen dit gebied tussen de Vliet
en de A4 waarschijnlijk alleen maar van langsrijden. Over de genoemde
A4 bijvoorbeeld, over de A12 of over de Westvlietweg. De Vlietzone
ligt daar als een soort enclave tussen. Maar dat duurt wellicht
niet lang meer. Den Haag gaat nu serieus werk maken van de aanleg
van het Trekvliettracé, een nieuwe weg die de binnenstad
en de Binckhorst beter moet ontsluiten. Er bestaat een plan om deze
weg vanaf de Binckhorstlaan onder de Trekvliet door te laten duiken,
vervolgens onder de Vliet door te leiden, en hem aan de overkant
weer boven te laten komen om dan aan te takken op het Prins Clausplein.
Hiervoor zou een tunnel van circa twee kilometer lengte nodig zijn.
De eerste plannen voor deze weg dateren al van eind jaren ’90
van de vorige eeuw. Geldgebrek is er de oorzaak van dat het nooit
van realisatie gekomen is. Maar dat kan binnenkort veranderen, want
dan worden de resultaten van een nieuwe studie naar aanlegvarianten
voor het Trekvliettracé bekend. Het is niet ondenkbaar dat
er dan ook voldoende geld beschikbaar is, als De Telegraaf tenminste
gelijk heeft met haar bericht dat het kabinet ‘ruim baan aan
asfalt’ wil geven. In de nog vertrouwelijke Nota Mobiliteit,
gepland voor oktober, staat voor 38 miljard aan plannen voor auto
en openbaar vervoer opgesomd.
Voor de Dienst Stedelijke Ontwikkeling is de weg van groot belang
voor de ontsluiting van Den Haag en ook voor de hele regio. DSO-directeur
Henk Jagersma deelde mee haast te hebben en laat ook goedkope aanlegvarianten
voor de weg onderzoeken.
Nu is zuinigheid weliswaar prijzenswaardig, maar het belooft weinig
goeds voor de Vlietzone. De Vliet zelf wordt weliswaar niet aangetast
als de weg daar onderdoor gaat, maar vervolgens doorsnijdt die het
gebied op maaiveld-niveau. En bij een dermate drukke weg is het
niet alleen de breedte van de weg die ruimte in beslag neemt. Snelwegen
veroorzaken zoveel lawaai dat een strook van circa honderd meter
vanwege de geluidsoverlast niet geschikt is om te bebouwen. Slecht
nieuws voor Vogelreservaat Vredenoord en voor de bewoners van de
Rijswijkse wijk Park Hoornwijk, dus.
Helaas was de gemeente Rijswijk niet in staat ons een actueel standpunt
over het Trekvliettracé te verschaffen. De gemeente Leidschendam-Voorburg
is voorstander van het Trekvliettracé, maar vindt dat het
(in elk geval ten westen van de Vliet) ondergronds moet worden aangelegd.
OMA wil bouwen
Met het Trekvliettracé zijn we er nog niet. Een ander plan
- ontwikkeld door bureau OMA van Rem Koolhaas - voorziet in een
weg parallel aan de A4 dwars door de Vlietzone heen. Deze moet dienen
om de A4 te ontlasten en om de daar geprojecteerde bebouwing te
ontsluiten. Als het verkeer met nabijgelegen bestemmingen via een
zogeheten onderliggende weg kan worden afgewikkeld, zou er op de
snelweg meer ruimte komen voor verkeer dat onderweg is naar verder
weg gelegen bestemmingen. De strijd tegen de files wordt aan het
A4-front dus op twee fronten gevoerd: in Midden-Delfland moet de
A4 worden doorgetrokken om de A13 te ontlasten, en iets verder naar
het noorden krijgt de A4 er een satellietweg bij.
Tom Pitstra van het Haags Milieucentrum is fel gekant tegen die
parallelweg. “De Vlietzone is een bijzonder gebied, juist
door de diepte die het nu heeft. De parallelweg is een opmaat tot
verstedelijking van het gebied, wat al genoeg reden is om hem af
te wijzen. En er blijkt steeds weer dat nieuwe wegen een verkeersaanzuigende
werking hebben, zodat je wel aan de gang kunt blijven. Ik zie meer
in betere benutting en beprijzing. Sinds bij Overschie een maximumsnelheid
van 80 km/u is ingesteld, stroomt het verkeer beter door en is er
ook minder geluidsoverlast en vervuiling. En wat betreft beprijzing
denk ik dat we een voorbeeld kunnen nemen aan de congestion charge
zoals die in Londen van kracht is en die goed werkt.”
Voor Pitstra staat ook nog lang niet vast dat dat Trekvliettracé
er moet komen. “Maar als het dan per se moet, dan toch in
elk geval ondergronds.”
Voor Golfvereniging Leeuwenberg zou zo’n parallelweg funest
zijn, aldus voorzitter Runderkamp in de Haagsche Courant van 22
juli jl. De weg zou tientallen meters op het terrein van de golfclub
komen te liggen en minimaal vier of vijf van de achttien holes kosten.
Runderkamp herinnert aan de dreiging, halverwege de jaren ’90,
dat het spoor voor de Hoge SnelheidsLijn door de Vlietzone zou gaan
lopen. “We verloren vrij snel 200 leden. Mensen namen het
zekere voor het onzekere.”
Golflinks staan in kringen van natuurbeschermers doorgaans niet
erg hoog aangeschreven. Er zou op ecologisch vlak niets te beleven
zijn. Zeker voor dit terrein geldt dit echter niet. Golfer Jan van
Brakel waant zich er vaak midden in de natuur. Er huizen veel vogels,
maar ook vlinders, libellen, salamanders, hazen en de beschermde
bruine kikker. De ecologisch verantwoorde aanleg en het zorgvuldige
onderhoud werpen vruchten af. Van Brakel: “Een golfbaan is
niet alleen een sportgelegenheid, maar ook een stuk natuur waarmee
verantwoord dient te worden omgegaan en waar rekening gehouden moet
worden met de medegebruikers: de planten en de dieren”.
Golfvereniging Leeuwenbergh heeft een jurist ingeschakeld om te
zien wat er tegen het aantasten van ‘haar’ terrein te
ondernemen valt.
Ruimte voor water
De auto heeft er de laatste tijd echter een concurrerende ruimtevreter
bij gekregen. Meer en meer wordt duidelijk dat het aanleggen van
kunstwerken op waterbouwkundig gebied (de technische term ‘kunstwerken’
bedoelt geen esthetisch oordeel uit te spreken) eigenlijk gelijkstaat
aan dweilen met de kraan open. Het zo snel mogelijk naar zee afvoeren
van regenwater biedt geen soelaas meer, nu de zeespiegel stijgt
en de hoeveelheden neerslag toenemen. Het Hoogheemraadschap Delfland
heeft daarom de ruimtelijke eisen, wensen en kansen die er vanuit
het waterbeheer bestaan eens goed in kaart gebracht. Het resultaat
is de begin augustus verschenen Waterkansenkaart. Hierop staat de
Vlietzone aangegeven als potentiële piekberging. Dat wil zeggen
dat het gebied planologisch gevrijwaard moet worden van ruimtelijke
ontwikkelingen die met de waterwens kunnen botsen.
Wat betekent dit in de praktijk? Op grond van het Nationaal Bestuursakkoord
Water zijn overheidsinstellingen die ruimtelijke plannen maken verplicht
om aan ‘hun’ waterschap een wateradvies te vragen. Dit
advies moet worden verwerkt tot een waterparagraaf in het bestemmingsplan,
zij het dat van het advies mag worden afgeweken. Dat gaat echter
niet zomaar. Het waterschap (bij ons dus Delfland) bestudeert of
het met de waterparagraaf kan instemmen door middel van de watertoets,
een soort checklist.
Ook de plannen voor wegen zullen door Delfland kritisch worden bekeken.
Het gaat hier immers om verharding van het oppervlak, en waar asfalt
ligt kan geen water worden opgevangen. Verder stroomt er van wegen
veel vuil af, dat in waterwegen terechtkomt.
Het Haags Milieucentrum ziet de stedelijke ontwikkelingen met zorg
tegemoet. Tom Pitstra: “Het college van B&W heeft de gemeenteraad
om maximale politieke ruimte gevraagd om de economische potenties
te kunnen ontwikkelen. Het groen komt er met een bijzin vanaf. Groen
is wel leuk voor de recreatie en om het gebied aantrekkelijk te
maken als vestigingsmilieu. Terwijl het om diverse redenen belangrijk
is dat de Vlietzone groen blijft. Dat vinden niet alleen wij, maar
heel veel organisaties met ons. Zij hebben met ons meegewerkt aan
de Groene Visie op de Vlietzone, die gedownload
kan worden van onze websitel.
Op 22 september neemt het stadsgewest Haaglanden een standpunt in
en wij zullen uiteraard proberen dat in een zo ‘groen’
mogelijke richting te sturen.”
Bob Molenaar
Ecologisch
wonen aan de Centrumring
Wie de Blauwe Aanslag gekend heeft zal zijn
ogen nauwelijks kunnen geloven als hij haar opvolger De
Grote Pyr binnenstapt. Hier geen kille Nieuwe Zakelijkheid maar
warme Neorenaissance. Geen dunne stalen kozijnen maar robuust hout,
geen strakke witte pilaren maar fraai gedecoreerde marmeren zuilen.
Alle muren in de voormalige HBS aan de Waldeck Pyrmontkade (bouwjaar
1907) zijn bezet met kleurige tegeltjes met subtiele motiefjes.
Ook de vloer in de vestibule, waar op korte termijn restaurant Hagedis
gevestigd wordt, is geheel betegeld. De toekomstige eters die de
blik enkele meters omhoog richten zullen daar een cassetteplafond
in pasteltinten zien.
De vergelijking met De Blauwe Aanslag gaat dus op vele punten mank,
maar er is een belangrijke overeenkomst: ook De Grote Pyr zal niet
gemakkelijk te verwarmen zijn. En dat is vervelend voor de bewoners
en gebruikers, die er immers naar streven een zo ecologisch mogelijk
functionerend gebouw te realiseren.
Dat doen ze op verschillende manieren. Zo worden bij de verbouwing
zoveel mogelijk bouwmaterialen hergebruikt. Vloerdelen zijn bijvoorbeeld
afkomstig uit slooppanden. Ter minimalisering van het watergebruik
worden een grijswatersysteem en composttoiletten toegepast.
Maar het meest spectaculair - in elk geval het meest in het oog
springend - is het verwarmingssysteem. Tegelkachels nemen het leeuwendeel
van de verwarming voor hun rekening. Er moeten er zo'n vijftig in
het gebouw komen. De kachels zijn een kleine twee meter hoog en
wegen zo'n duizend kilo. Bewoner Pim, zelf in het bezit van zo'n
kachel, is er bijzonder positief over: "We stoken ze op gebruikte
pallets. Die kosten ons niks, want ondernemers geven ze graag weg
omdat het anders bedrijfsafval is en ze ervoor moeten betalen. Ik
heb hier nu vier pallets liggen en daar red ik het wel een week
mee. Het duurt wel even voordat een tegelkachel goed op temperatuur
gekomen is maar daarna blijft-ie heel lang stralen. Die warmte is
heel comfortabel. Omdat het vrij lang duurt voordat de kachel warmte
gaat afgeven kun je het beste zorgen dat-ie in de maanden dat je
hem nodig hebt niet uitgaat. Eventueel kun je de warmteafgifte beperken
door middel van een aluminium deken."
Zelfbouw
De kachels die in De Grote Pyr worden toegepast zijn geproduceerd
in een zelfgebouwde werkplaats op het binnenterrein. Dat die werkplaats
geheel en al ecologisch verantwoord is, spreekt natuurlijk vanzelf.
Strikt genomen zijn de Bergkachels (zoals ze genoemd zijn naar hun
ontwerper Peter van den Berg) geen tegelkachels, want er komt geen
tegel aan te pas. De objecten zijn opgebouwd uit vuurvast-betonnen
elementen. Kachelbouwer Job Nieman legt uit: "De kachels zijn
gebaseerd op het principe van een Finn-oven".
"Ze bestaan uit een binnen- en een buitenmantel. Het slimme
van dit ontwerp is dat de kachel is opgebouwd uit elementen die
meer dan eens voorkomen. Daardoor kunnen we met een beperkt aantal
mallen volstaan. Die mallen passen precies in houten bakken en zijn
vervaardigd uit siliconen, waar het beton in gegoten wordt. Daarna
worden ze op de triltafel gelegd, zodat de luchtbellen uit het beton
verdwijnen. Het is de bedoeling dat mensen die bij ons een kachel
kopen deze zelf maken. Architectuurwerkplaats De Ruimte heeft een
goede handleiding geschreven en zorgt voor de begeleiding. Het beton
storten kost met twee mensen verspreid over twee dagen zo'n twaalf
à veertien uur. En de kachels zijn dankzij de vorm van de
onderdelen gemakkelijk in elkaar te zetten, wat ongeveer een halve
dag in beslag neemt. Er komt geen metselwerk aan te pas." (zie
ook kader 'De Finn-oven').
Maar niet overal staan of komen tegelkachels. Het Van Kinderenmuseum
- een grote werkplaats op de begane grond waar kinderen hun creativiteit
op tal van manieren kunnen botvieren en de producten ervan kunnen
tentoonstellen - wordt op aangename temperatuur gebracht door middel
van plafondverwarming. En de van een prachtige houten kap voorziene
voormalige gymzaal krijgt een warmtemuur. De leidingen worden verborgen
achter een leemlaag die, zo legt Pim uit, warmte uitstraalt en weer
ook absorbeert. Voor de daadwerkelijke verwarming van het museum
en de gymzaal zorgt een houtgestookte cv-installatie. Overigens
zal de gymzaal na voltooiing een buurtfunctie krijgen en kunnen
bijvoorbeeld sporters en theatergroepen er dan gebruik van maken.
Handigheid en vlijt
De bewoners van de Grote Pyr wonen verspreid over zes woongroepen
van verschillende grootte. Bewoners van een woongroep hebben ieder
hun eigen kamer en delen keuken, badkamer en gas- en de elektrameter.
Behalve dat van bewoners/gebruikers een ecologisch gezinde instelling
wordt verwacht, zijn handigheid en vlijt ook belangrijke vereisten.
Gegadigden zijn verplicht minimaal acht uur per maand in het pand
te steken, wat hard nodig is om het achterstallig onderhoud op te
heffen en de voormalige school voor haar nieuwe doelen geschikt
te maken. Diverse bedrijfjes functioneren al of gaan binnenkort
van start, maar voordat alle woonruimtes zijn aangelegd is De Grote
Pyr jaren verder. Vooral op de zolder is nog veel te doen. Deze
is acht meter hoog, wat betekent dat er drie woonlagen van ruim
2½ meter elk kunnen komen. In de kap moeten op veel meer
plaatsen ramen komen dan er nu zijn. Gelukkig wordt het principe
van zelfwerkzaamheid niet tot in het absurde doorgevoerd. Voor gespecialiseerde
klussen als het inbouwen van nieuwe dakramen, het uitvoeren van
grote doorbraken en het storten van vloeren worden aannemers ingeschakeld.
Om ervoor te zorgen dat ook de zelf uit te voeren bouwkundige werkzaamheden
volgens de regelen der kunst verlopen, heeft De Grote Pyr een bouwhandboek
met voorschriften opgesteld.
Bob Molenaar
Na de Aanslag
In 1995 besloot de Haagse gemeenteraad dat Nederlands grootste kraakpand
De Blauwe Aanslag aan het Buitenom moest wijken voor verbreding
van de Centrumring - een autoroute om het Centrum heen. Dit markeerde
het begin van jarenlange procedures door Vereniging De Blauwe Aanslag
en sympathisanten. Uiteindelijke bood toenmalig wethouder Peter
Noordanus als vervangende woon- en werkruimte de leegstaande monumentale
school aan de Waldeck Pyrmontkade aan - een eindje verder aan diezelfde
Centrumring gelegen. Op 27 juni 2000 werd de overeenkomst gesloten.
De gemeente zou het schoolgebouw voor 1 miljoen (gulden) verkopen,
3 miljoen beschikbaar stellen voor een onder regie van de Vereniging
uit te voeren renovatie en verbouwing, en een verhuiskostenvergoeding
toekennen van 250.000 gulden. Het was de bedoeling dat de overgang
van het Buitenom naar de Waldeck Pyrmontkade op 5 februari 2002
voltooid zou zijn. Door onverwachte tegenvallers is veel vertraging
ontstaan en heeft de financiële haalbaarheid van het plan enkele
malen aan een zijden draad gehangen. Toekenning van een IPSV-subsidie
(Innovatieve Projecten Stedelijke Vernieuwing) door het ministerie
van VROM gaf de Stichting Wonen Werken Waldeck Pyrmontkade wat meer
lucht.
Bewoners en gebruikers zijn mede-eigenaars van het pand en betalen
een bijdrage aan de stichting. De onderhandelingen met de gemeente
over de financiën zijn echter nog steeds niet afgerond.
De Finn-oven
De Finn-oven is een hedendaagse versie van de aloude tegelkachel.
Hij wordt gekenmerkt door een zeer hoog rendement (70 procent of
meer), schone verbranding en aangename stralingswarmte. Dit rendement
is mogelijk door de zeer hoge temperatuur in het vuur (tot 1200
graden Celsius) en door de grote warmte-opslag in de stenen. Bij
deze temperatuur verbrandt droog en onbehandeld hout snel en goed.
De rook is wit en reukloos en er komen vrijwel geen schadelijke
stoffen vrij.
Het hoge rendement is in de tweede plaats het gevolg van de constructie.
De rookgassen worden door de tegelkachel geleid in een lang stenen
rookgaskanaal, waardoor de warmte in de massa opgenomen wordt. Bovenin
zit een expansieruimte, daarna wordt de warmte weer omlaag geleid
zodat de opname optimaal is.
Een tegelkachel in de traditionele bouwvorm, een zogeheten grond-oven,
warmt slechts langzaam op maar blijft daarna nog urenlang warm (4
tot 24 uur). Het andere type, de zogeheten combi-oven, combineert
stralingswarmte met convectiewarmte (warme lucht) en heeft daardoor
een veel hogere reactiesnelheid.
Zie ook www.deruimte.org
(nog in aanbouw) of mail (voor de kachels) naar werkplaats@deruimte.org.
Een MER voor ADO, nu Den Haag-Zuidwest
nog
We hebben het allemaal op de voorpagina van de Haagse Courant
kunnen lezen: de gemeente is er niet in geslaagd zich te onttrekken
aan een milieueffectrapportage (MER) voor de nieuwbouw van het ADO-stadion.
Dat heeft forse consequenties. De bouw wordt fors vertraagd en het
kost extra geld omdat de club compensatie vraagt.
In de raadscommissie en de raad had het Haags Milieucentrum in zijn
reactie al op dit gevaar gewezen. Het lijkt allemaal wel stoer en
pseudo-krachtdadig bestuur om een MER te ontwijken, maar het blijkt
nu dus vooral dom bestuur te zijn. Wij hebben naar voren gebracht
dat we het niet eens waren met de analyse dat een MER wettelijk
niet verplicht was. Maar nog meer hebben we naar voren gebracht,
dat een verantwoordelijk gemeentebestuur dat zo'n grote investering
doet (30 à 40 miljoen euro) dit gewoon zelf moet willen.
Dan kan het in de inspraak ook beargumenteerd de feiten van een
onafhankelijke instantie presenteren.
Later hoorden wij dat ook ambtelijk tot een MER was geadviseerd,
maar wethouder Stolte wist het allemaal beter en de meerderheid
in de raad volgde hem kritiekloos. De dure jongensdroom moest snel
gerealiseerd worden en duurzaamheid was niet belangrijk. Zou het
uitgebreid in de Stuurgroep Duurzaamheid besproken zijn, zo vragen
wij ons af.
In ieder geval is er nu weer alle tijd om het dakontwerp aan te
passen en nu te kiezen voor zonnepanelen. De Amsterdamse ARENA ging
ons voor en wordt een tempel van zonne-energie. Waarom zou dat wel
in Amsterdam kunnen en niet in Den Haag?
Het argument dat tegen PV-panelen werd aangevoerd - plaatsing zou
niet mogelijk zijn omdat het stadion een piekbelasting heeft - is
natuurlijk kolder. Zonnepanelen leveren opgewekte maar niet verbruikte
energie aan het net, en dat kan 24 uur per dag. Er is gewoon nooit
de politieke inzet geweest om dit paradepaardje duurzaam te optimaliseren.
Mogelijke subsidies zijn niet verkend. De D66-fractie heeft via
een initiatiefvoorstel één en ander gerepareerd, waarvoor
hulde, maar dat levert slechts zonneboilers en parkeerautomaten
op zonne-energie op.
Het Haags Milieucentrum heeft in zijn reactie op de Structuurvisie
Zuidwest naar voren gebracht, dat voor de grootschalige sloop in
Zuidwest ook een MER verplicht is. Er is sprake van het slopen van
16.000 van de 30.000 woningen, en een MER is nodig boven het aantal
van 4000 woningen. De reactie tot nu toe is even ontwijkend en dommig
als bij het ADO-stadion: de MER-rapportage kan worden ontweken door
alles in deelplannen en tijdspaden op te knippen.
Zou het gemeentebestuur leren van haar fouten? Of is de struisvogel
geschikter dan de ooievaar als logo van dit college?
Tom Pitstra
Haags Milieucentrum
Een
marathonloper op ruiterpaden
Het groeiscenario van topambtenaar Henk Jagersma
Uit een recent onderzoek bleek dat het met de bekendheid van
raadsleden en wethouders slecht gesteld is. Een raadslid dat een
collega (al dan niet kameraadschappelijk) tegen de knieën schopt
verwerft dan wel enige faam, maar verder is het anonimiteit troef.
En voorzover het gaat om raadsleden hebben we het hier over mensen
die hun positie danken aan algemene verkiezingen.
Verreweg de meeste ambtenaren die het beleid voorbereiden en vaak
een sterk stempel drukken op de uitvoering opereren helemáál
in de luwte. Branding wil hun de aandacht schenken die hun invloedrijke
positie verdient. We concentreren ons daarbij op de ambtenaren die
op de één of andere manier met duurzaamheid te maken
hebben. En om erachter te komen hoe het met hun milieubewustzijn
zijn gesteld is, vragen we ze om de PersoonlijkeMilieutest van www.milieucentraal.nl
te doen en hun score aan ons op te sturen. In de eerste aflevering
van deze serie: Henk Jagersma, directeur Stedelijke Ontwikkeling,
lid van de Vereniging Natuurmonumenten en Het Zuid-Hollands Landschap,
milieuscore 117.
Henk Jagersma, directeur van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling
(DSO), is trots op de stad die hij als ambtenaar dient. Hij heeft
nog steeds een zwak voor het vlakke Friese land waar zijn wortels
liggen, en ook aan zijn oude woonplaats Den Bosch denkt hij met
veel plezier terug, maar Den Haag is een verhaal apart. "Ik
ben gek op de zee en de natuurgebieden rond de stad. Niet iedereen
heeft in de gaten wat een onvoorstelbare variatie in groen en kwaliteit
er in Den Haag te vinden is. Die is zeldzaam mooi."
Hardloper Jagersma (in deze context doelen we op zijn hobby) is
regelmatig in de duinen en de Haagse groengebieden te vinden. "Het
valt me op hoe je dwars Den Haag door kunt en om de stad heen en
eigenlijk bijna consequent groen om je heen hebt. Ik kan via Ockenburg
naar de Uithof en door naar 't Woudt. Andersom door de groengebieden
bij het Haagse Bos, langs het Catshuis, de Scheveningse Bosjes."
Daarbij schept Jagersma er vaak genoegen in om de ruiterpaden te
nemen, want aan weerstand is hij wel gewend.
Als DSO-directeur heeft Henk Jagersma een dagtaak aan het afwegen
van ruimtelijke claims. Waar kunnen woningen komen, waar bedrijfsruimte,
waar kunnen we ons van het één naar het ander verplaatsen
en waar kan het groen worden of blijven. Jagersma baarde enig opzien
met zijn meest recente Nieuwjaarstoespraak, waar hij al uitzicht
bood op Haagse woningbouwlocaties die vanaf 2010 in het buitengebied
zouden moeten komen. Moeten we er niet juist naar streven om de
woningvraag zoveel mogelijk binnenstedelijk op te lossen?
HJ: "We moeten beide doen. Het inwonertal van Den Haag is
jarenlang gekrompen en de stad moet juist groeien om sterker te
worden. Voor de kracht van de regio is het ook goed om meer inwoners
aan deze stad te binden.
"Er is steeds minder geld om dingen in stand te houden. Door
onderhoud uit te stellen, niet in voorzieningen te investeren, het
openbaar vervoer af te slanken en dergelijke kwamen we financieel
nog wel uit. Maar dat kan niet steeds zo doorgaan. Als je groeit
en in je concurrentiekracht mee kunt doen, hou je je aansluiting
op grote infrastructuren, behoud je je werkgelegenheid en je inkomsten.
Dus ga ik liever voor een offensieve investeringslijn, zodat je
geld hebt om goede dingen te realiseren. Zoals een sterk centrum
en Randstadrail.
"De essentie is dat we mensen moeten terughalen naar de stad
in plaats van het platteland vol te bouwen. Het Groene Hart loopt
nu sluipenderwijs toch al vol, ondanks dat het beleid erop gericht
is om het open te houden. Maar het gebeurt ongecontroleerd. Daarom
ontkom je niet aan sturing. Je ziet dat als steden buiten de bebouwde
kom bouwen, ze dat altijd doen in hoge dichtheden. Daarom is het
van belang de regie aan de steden te laten. Als dorpen bouwen, leidt
dat tot versnippering.
"Ik kies niet voor het Los Angeles model, ruime woningen met
een grote tuin eromheen. En ook niet voor Alphen aan de Rijn, waar
mensen allemaal met de auto naar hun werk gaan."
"De reden dat we toch weer naar een uitleglocatie op zoek
moeten is dat we er in het huidige tempo niet in slagen de woningvraag
binnenstedelijk op te lossen. Het gaat allemaal heel moeizaam. Ik
heb moeite met de lange procedures die daarvoor doorlopen moeten
worden. En ik zie nauwelijks bouwlocaties die op dit moment gereed
zijn."
Branding: "Hoe kijkt u in dit verband tegen de Vlietzone aan?
Wij, en met ons het stadsgewest Haaglanden, zien dit gebied vooral
als een groene, recreatieve schakel tussen Vlietland en de Zwethzone."
HJ: Daar ben ik het echt mee oneens. Dit is bij uitstek een stedelijke
locatie. Het is nu een rommeltje. Volgens mij kun je die zone gaan
inrichten als een echte stedelijke toevoeging met een aantal stedelijke
functies die midden in een centrumgebied liggen.
"De afweging wordt uiteindelijk: bouwen we daar of bouwen we
in het Groene Hart."
Branding: "Binnenkort presenteert het Haags Milieucentrum
de Groene Visie op de Vlietzone die het in samenspraak met betrokkenen
gemaakt heeft aan wethouder Hilhorst. Dus hierover zijn we nog lang
niet uitgesproken.
Om een ander project van het HMC te noemen: de herstructurering
van Den Haag Zuidwest. De tendens daar is om veel te slopen en koopwoningen
terug te bouwen. Er komen minder woningen terug dan er gesloopt
worden. En daarbij komt dat in de praktijk blijkt dat huizenbezitters
de tuin bij hun woning vaak binnen de kortste keren betegelen. Hoe
kijkt u tegen die verstenen en versnippering van het groen aan?"
HJ: "Voorop staat dat Zuidwest om sociaal-economische en ook
bouwfysische redenen moet worden aangepakt. Er wonen veel mensen
met een laag inkomen, de woningbezetting loopt er terug en daardoor
valt de basis onder allerlei voorzieningen weg. Zuidwest wordt het
putje van de Haagse samenleving en dat kunnen we niet accepteren.
Daarom gaan we er andere woningen, met andere leefstijlen toevoegen.
"Om toch 80 à 90 procent terug te kunnen bouwen, is
er de laatste jaren een tendens om appartementen te creëren.
Bedenk wel dat het hier gaat om woningen die tweemaal zoveel woonoppervlak
hebben als de huidige. Daarom moeten we de hoogte in. We vinden
het belangrijk om in de stad terug te bouwen, ook om de mobiliteit
te beperken. Dat kan hier en daar in Zuidwest groen kosten, maar
het gaat om de principiële keuze: kies je voor een stedelijker
samenleving of bouw je het Groene Hart vol.
Branding: "Maar kunnen die binnenterreinen nou niet wat spannender
worden ingericht? In plaats van alleen maar privétuintjes
zou je toch ook kunnen denken aan een centrale, spannende groene
ruimte met moestuintjes, boomhutten e.d.? En dan de privétuinen
daaromheen."
HJ: "Er zijn pogingen in die richting geweest, maar dat loopt
voor geen meter. Een voorbeeld is Complex
17 in Vrederust. Kopers van woningen accepteren gewoon geen
gemeenschappelijke tuinen, en uiteindelijk is het toch de consument
die bepaalt welke keuze er gemaakt wordt.
"Die binnenterreinen zijn anonieme terreinen en worden vaak
binnen de kortste tijd de niet-beheersbare gebieden in een stad.
Daarom moet je een heldere grens houden tussen privé en publiek.
Ik zie meer in goede openbare ruimte, of die nou groen is of meer
stenig. Daar is sociale controle van omwonenden."
Branding: "Je zou je ook kunnen afvragen of het milieu wel
gebaat is bij al dat slopen en bouwen. Wethouder Hilhorst heeft
de raad een nieuwe nota over duurzaam bouwen toegezegd, met de duurzaamheidstoets
als belangrijk onderdeel. Er komen een slooptool en een nieuwbouwtool.
Dan is de hamvraag: blijkt dat je beter een flat kunt herontwikkelen
dan slopen met vervangende nieuwbouw, hoe belangrijk wordt dan dat
argument?"
HJ: "Dat blijft altijd een afweging. Volgens mij zijn er geen
absolute argumenten in dit soort discussies. De prijsconsequenties
blijven een belangrijke rol spelen. En sloop kan ook 'schoon' gebeuren,
door voor te schrijven dat materialen optimaal moeten worden hergebruikt.
Dat hebben we bijvoorbeeld bij de Spuimarkt gedaan.
"Vergeet niet dat nieuwe woningen qua energieverbruik zóveel
voordeliger zijn dan oude dat de kosten als gevolg van sloop met
vervangende nieuwbouw uiteindelijk niet per se hoger zijn dan van
renovatie.
"Een flink deel van die milieudiscussie is al een geïntegreerd
onderdeel van ons werk geworden. Ik denk dat in de raad iedereen
het principe van duurzaam bouwen wel onderschrijft, maar er wordt
wel gediscussieerd over de kosten. "
Branding: "Het samenvoegen van woningen neemt af, terwijl
een project als de Kuinrestraat bewijst dat het tot goede resultaten
kan leiden."
HJ: "Samenvoegen is voor een verhuurder zelden interessant.
Zo vangt hij voor een samengevoegde woning minder dan voor de twee
afzonderlijke. Het zou vooral interessant kunnen zijn voor mensen
die ergens wonen en de woning naast of boven zich kunnen kopen.
Maar om te kunnen samenvoegen moet je eerst splitsen. Om dat mogelijk
te maken is aanzienlijk meer vrijheid op de woningmarkt nodig, en
ik weet niet of dat wel een goede zaak is. De vastgoedhandel zou
juichen als het restrictieve beleid wordt losgelaten
Maar we hebben het nu over iets heel gerings. Samenvoegen komt per
jaar maar enkele tientallen keren voor. Bouwen in hogere dichtheden
zet veel meer zoden aan de dijk. We zullen de komende jaren een
slag moeten maken naar drieduizend woningen binnenstedelijk; dat
betekent een verdubbeling of verdrievoudiging ten opzicht van de
laatste jaren. Maar dat stuit op veel weerstanden. Mensen vinden
een gebouw al snel te hoog, of ongewenst op die plek. Talloze malen
eindigt een discussie met: doe hier dan maar een paar woningen minder.
Dan schiet het natuurlijk niet op."
Branding: "In hoeverre biedt het wonen boven winkels en het
optoppen van woningen, zoals in de Bloemenbuurt, soelaas?"
HJ: "Tot op zekere hoogte. Maar op grotere schaal kun je denken
aan de VELOV-studie
van Tangram architecten. Wij hebben hun gevraagd te onderzoeken
in hoeverre langs het tracé van tram 6 meer woningen kunnen
worden gebouwd. Dergelijke studies gaan we ook verrichten bij andere
OV-lijnen, en ook langs het groen. De bedoeling is zowel om een
groter deel van de bouwopgave binnenstedelijk te realiseren als
het rendement van OV-lijnen te vergroten. In combinatie met RandstadRail
moet dat ertoe leiden dat meer mensen de bus of de tram nemen. Maar
je moet niet de illusie hebben dat je veel mensen uit de auto zult
lokken."
Branding: "Krachtens het Milieubeleidsplan moet Den Haag in
2010 een CO2-neutrale stad zijn. Een zeer ambitieuze doelstelling
die we zelf niet eens hadden durven verzinnen. Ligt u daar niet
wakker van?"
HJ: "Ik heb de prettige eigenschap dat ik nooit ergens wakker
van lig. Maar ik betwijfel wel of dit een verstandige doelstelling
is. Bouwen in de bestaande stad leidt per definitie tot CO2-groei.
Het strikt hanteren van die CO2-doelstelling komt neer op het tegenhouden
van driekwart van de bouw in de stad. Als ik me er gemakkelijk vanaf
zou willen maken zou ik zoveel mogelijk buiten de gemeentegrenzen
moeten bouwen, dan heb ik alleen maar te maken met een stukje inkomend
en uitgaand verkeer. Maar je exporteert dan de driedubbele CO2-last
en denkt, ik heb het hier goed gedaan. Die CO2-oplossing zou op
grotere schaal beoordeeld moeten worden. Misschien dat die conflicterende
doelstellingen wel op langere termijn te verenigen zijn, maar nu
in elk geval niet."
Branding: "Wordt hierover in de Stuurgroep Duurzaamheid nou
zwaar gedebatteerd? Wij bespeuren niet veel ambitie. In de eerste
versie van de Woonvisie kwam het woord duurzaamheid niet voor, evenmin
als in de concept structuurvisie Den Haag-Zuidwest. Ook bij het
nieuwe ADO-stadion zijn een hoop kansen gemist."
HJ: "We doen echt wel veel op duurzaamheidsgebied. Denk aan
Spoorwijk en de zeewaterwarmtecentrale. Vooral in herstructurering
zijn de kansen voor duurzaamheid optimaal. Door de woonlasten laag
te houden voor de mensen die er komen creëer je draagvlak voor
dergelijke projecten.
"Ik ben geen voorstander van een incidentenbenadering wat duurzaamheid
betreft. Het gaat om het bevorderen van duurzaamheid in strategische
zin. Bouwen langs lijnen van openbaar vervoer levert zóveel
meer rendement op dan bijvoorbeeld een incidenteel project, hoe
leuk een wat duurzamer ADO-stadion ook is."
Tom Pitstra
Bob Molenaar
De Nota Keurslijf
Dit interview werd afgenomen voordat de Nota
Ruimte verscheen. De uitgangspunten daarvan verdragen zich slecht
met de Haagse ambities. Eigenlijk wordt de stad in een keurslijf
gedwongen en wordt binnenstedelijk bouwen bemoeilijkt. Wij vroegen
Jagersma om een reactie.
HJ: "De nota kiest te weinig voor de stad. Den Haag wordt
ten onrechte niet benoemd als internationale stad van recht en vrede;
toch ook een soort mainport. Er wordt mijns inziens te veel bouw
ver van de steden toegestaan. Dat leidt tot een enorme (auto)mobiliteit.
Den Haag kan komen met een goede aanvulling/verbetering voor Zuid-Holland;
een aanvulling die groen spaart - namelijk het Groene Hart - en
bijdraagt aan verstedelijking."
Nummer 8 van de vierde macht
Het ambtelijk apparaat wordt vaak aangeduid als 'de vierde macht'.
Kabinetten en andere colleges wisselen doorgaans na elke verkiezing,
maar ambtenaren blijven zitten. Die zijn aldus in staat om een enorme
expertise en uitgebreide netwerken op te bouwen. Dat geeft hun niet
zelden een (kennis)voorsprong op hun politieke baas. Het blad Intermediair
inventariseerde in december 2001 wie de machtigste en invloedrijkste
ambtenaren van Nederland zijn. Op de eerste plaats eindigde Wim
Kuijken, secretaris-generaal Algemene Zaken en voorheen gemeentesecretaris
van Den Haag.
Vervolgens nog wat landelijke coryfeeën en dan op nummer 8:
Henk Jagersma, toen nog slechts 44 jaar jong.
Inmiddels is nummer 3 geen ambtenaar meer (Ben Bot is immers
minister van Buitenlandse Zaken geworden) en is nummer 7 inmiddels
met pensioen als directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst.
Maar zelfs als we aan Eef Brouwers' opvolger Gerard van der Wulp
evenveel invloed toeschrijven als aan zijn voorganger, dan is Jagersma
toch een plaats gestegen doordat Bot tot het kabinet is toegetreden.
Het Carré: ecodorp in een
Vinex-wijk
'Sociaal-ecologische woningbouw' zou een fraaie omschrijving
zijn voor Het Carré,
een woonblok in de Delfgauwse wijk Emerald. Het complex bestaat
uit een hof waaraan 49 woningen met privétuin liggen, waarvan
37 vierkamer-, tien vijfkamer en twee zeskamerwoningen.
Wie nietsvermoedend komt aanrijden zal achter de standaard Vinex-gevel
met daarvoor auto's keurig in het gelid geen ecologische woongemeenschap
vermoeden. De ligging op enkele tientallen meters van de snelweg
Den Haag-Rotterdam werkt ook al niet mee. Maar het geluidsscherm
doet zijn werk gelukkig naar behoren. Al is Het Carré niet
bepaald een schoolvoorbeeld van een ecodorp - alle bewoners zijn
lid van de Vereniging Edodorp - toch blijken ecologisch voelende
mensen uit het hele land geïnteresseerd te zijn om hier te
wonen. Een van de bewoners is zelfs uit Fryslân afkomstig.
"Dat mensen die hier willen wonen lid zijn van de Vereniging
Ecodorp is een harde voorwaarde", vertelt Anneke van Berlo,
bestuurslid van Vereniging Het Carré.
"Maar als Vereniging Het Carré, die de gezamenlijke
belangen van het complex behartigt, gaan we ook na of mensen hier
passen. Selectiecriteria zijn een ecologische levenshouding, gemeenschapszin
en ontvankelijkheid voor spiritualiteit. Het is sociale woningbouw,
de kale huur van de vierkamerwoningen bedraagt zo'n vierhonderd
euro, dus de huizen zijn voor een hoop mensen aantrekkelijk. Maar
we vinden het heel belangrijk dat gegadigden bewust voor deze woonvorm
kiezen. De verhuurder, woningcorporatie Rondom Wonen uit Pijnacker-Nootdorp,
gaat dan alleen nog maar na of ze aan de juridische eisen op huisvestingsgebied
voldoen."
Het was Rondom Wonen die de Vereniging Ecodorp benaderde om mensen
voor het toen nog in aanbouw zijnde complex te zoeken. Maar aanvankelijk
was de grond van Vestia. "Er heeft een grondruil plaatsgevonden,
omdat Vestia graag grond in Ypenburg wilde hebben die toen nog in
bezit van Rondom Wonen was." Deze geschiedenis verklaart de
grote inbreng van Ceres Projecten, de ontwikkelingspoot van Vestia.
Energiezuinig
Ceres heeft ernaar gestreefd om een hoog comfortniveau aan te bieden
met lage bijkomende woonlasten. Energiezuinige woningen met veel
aandacht voor een goed binnenmilieu. Behalve voor zonneboilers werd
gekozen voor een geavanceerde warmtepomp voor zowel verwarming,
ventilatie en koeling.
"Dat is heel comfortabel", vertelt Klaas-Willem Barten,
eveneens bestuurslid van de Vereniging Het Carré. "Per
woning lopen er drie leidingen veertig meter de grond in. In de
zomer wordt zonnewarmte in de bodem opgeslagen en in de winter wordt
die gebruikt voor verwarming. Dankzij de lagetemperatuurverwarming
bedraagt de temperatuur 's winters een comfortabele 22 graden, maar
ook 's zomers is het aangenaam. In de hete zomer van 2003 werd het
nergens warmer dan 24,5 graden". Verkopers van ventilatoren
hebben vorig jaar dan wel goede zaken gedaan, maar bewoners van
Het Carré maakten geen deel uit van hun clientèle.
Hoewel Van Berlo benadrukt dat je het nooit koud hebt als je je
bed uitkomt - tenzij je de verwarming van je slaapkamer hebt afgesloten
- wordt een echte warmtebron door sommigen wel gemist. Als je op
een koude dag thuiskomt kun je je niet snel even lekker opwarmen.
Het verwarmingssysteem heeft een zeer gunstige Energieprestatiecoëfficient
(EPC) van 0,51 tot 0,55 (veel beter dan de huidige eis in het Bouwbesluit
van een EPC van minder dan 1,0). De eerste jaarafrekening is nog
niet binnen, zodat er nog geen duidelijk beeld bestaat over de energielasten.
Maar Barten schat in dat hij, als bewoner van een vierkamerwoning,
in een jaar 2400 kWh energie heeft gebruikt - alleen elektriciteit,
want de woningen beschikken niet over gas. Dat is aanzienlijk lager
dan het gemiddelde elektriciteitsverbruik in Nederlandse woningen,
dat rond de 3000 kWh ligt.
Het had nog lager kunnen zijn als het complex was voorzien van zonnepanelen,
maar daar heeft Ceres van afgezien. Niet dat er onder de bewoners
geen belangstelling voor bestaat. Barten betwijfelt echter of zonnepanelen
wel rendabel toegepast kunnen worden: "Een van de bewoners
is energieadviseur, en die heeft er sterke twijfels over."
Intranet
Behalve de kale huur en de energielasten betalen de bewoners €40
per maand aan de vereniging. Hiervoor worden zaken gekocht die voor
iedereen van belang zijn. Van Berlo: "Een groep bewoners heeft
al snel na het betrekken van het complex, nu een jaar geleden, een
compleet intranet aangelegd. Onder de tuin zijn leidingen getrokken,
die via de kruipruimtes alle woningen binnengaan. Nee, daarin was
niet bij de bouw voorzien."
Een andere besteding van het gespaarde geld staat prominent in de
tuin: een grote nomadentent. Deze moet wellicht te zijner tijd plaatsmaken
voor een gemeenschappelijk ruimte, maar over de invulling daarvan
wordt verschillend gedacht. Van Berlo: "Dat varieert van een
geheel bovengronds tot een geheel ondergronds gebouw. En wat betreft
de inrichting lopen de ideeën uiteen van een ruimte waar kan
worden gebiljart en getafeltennist tot een spiritueel centrum. Het
gebouw zou ook een meer naar buiten gerichte functie kunnen krijgen."
Vertegenwoordigers van die buitenwereld - bewoners van de Vinex-wijk
Emerald - komen regelmatig aanwippen. Sommigen zijn gecharmeerd
van de ongedwongenheid van Het Carré, anderen vinden het
een zooitje. Woningbouwvereniging Rondom Wonen vindt het wel belangrijk
dat Het Carré representatief blijft, dus er komt regelmatig
iemand kijken. Het voordeel van deze controle is dat de lijnen kort
zijn, en als er iets niet goed functioneert wordt dat snel verholpen.
"Het is hier een soort van proeftuin", aldus Barten.
Alleen jammer dat het gras in de proeftuin nog niet erg aanslaat.
Bob Molenaar
Het Carré is gebouwd door Splinter Architecten BV, Den
Haag (www.splinterarchitecten.nl)
Adviseur duurzaam bouwen is W/E adviseurs duurzaam bouwen, Gouda
(www.w-e.nl)
De aanneemsom per woning bedroeg 79.300 euro exclusief BTW. De milieumaatregelen
kostten ca. 1500 per woning excl. BTW.
Dat zeg ik: Bouwcarrousel!
Op het Vroege Vogels Festival van jl. september was het een
van de meest spraakmakende onderwerpen: de wc-pottentest. Op uitnodiging
van Midas Dekkers konden bezoekers plaatsnemen op een rijtje wc-potten
om te beoordelen of het om een nieuwe pot ging of een gebruikte.
De ranzigheid zat hem meer in de persoon van de presentator dan
in de keramieken zetels. Want laten we wel wezen: iedereen die een
gebruikte woning betrekt bezit dagelijks een tweedehands pot.
De potten waren afkomstig uit de overvloedige voorraad van Bouwcarrousel
BV, een bedrijf dat herbruikbare materialen uit sloopwoningen
haalt, deze opknapt en een goede bestemming geeft. Oprichter en
directeur Rob Gort wil met zijn bedrijf bouwmaterialen met een goede
en gestandaardiseerde kwaliteit voor een redelijke prijs beschikbaar
stellen. Hierbij snijdt het mes aan twee kanten: het milieu wordt
ontzien doordat er grondstoffen worden bespaard en minder afval
wordt geproduceerd, en het is goed voor de werkgelegenheid. Bouw-
en sloopafval vormen in Nederland de grootste afvalstroom. En de
bouw, inclusief de productie van bouwmaterialen, is volgens Gort
verantwoordelijk voor dertig procent van de CO2-uitstoot. Door omvangrijke
componenten als kunststof kozijnen, deuren, keukenblokken, radiatoren,
dakpannen, vloerdelen en sanitair te recyclen valt dus aardig wat
te besparen. Ook financieel, want Bouwcarrousel levert haar producten
voor een verkoopprijs van 20 tot 50% van de vergelijkbare nieuwprijs.
Met deze voorsloop, zoals Gort dat noemt, heeft de Bouwcarrousel
inmiddels flink wat ervaring opgedaan. Zo werden honderden Haagse
flat- en duplexwoningen, aanleunflats, boerderijen, stallen, loodsen,
kassen, een school en het Rotterdamse Groothandelsgebouw van bruikbare
materialen ontdaan. Normaliter verdwijnen deze, al dan niet met
veel genoegen kapotgeslagen, in de container.
Het betere breekwerk
In Spoorwijk is Branding er getuige van hoe de mannen van de Bouwcarrousel
een woning voorslopen. Ze zijn juist bezig een kunststof kozijn
te verwijderden. Omdat het van binnenuit gebeurt hebben ze geen
steigers nodig en kunnen ze volstaan met vrij lichte gereedschappen.
Met een breekijzer wordt het kozijn uit de gevel gelicht, waarna
het met behulp van zuignappen in veiligheid wordt gebracht. Rob
Gort weet te vertellen dat dit soort kozijnen zo'n 25 jaar meegaat.
Deze huizen zijn vijftien jaar geleden gerenoveerd, zodat het kozijn
nog een decennium dienst kan doen. Maar waar? Wie zet er voor tien
jaar een kozijn in z'n huis? Met daarbij nog een zeer geringe kans
dat het precies past.
Hier komt de stichting Breath in het vizier. Deze stichting wil
aan de kust van Roemenië een vakantiedorp voor kinderen bouwen.
Hiermee kunnen de Roemenen inkomsten verwerven en daarmee financieel
minder afhankelijk worden. De kozijnen en mogelijk ook andere herbruikbare
bouwmaterialen zouden hier goed van pas komen. Al in de ontwerpfase
zou rekening moeten worden gehouden met de maatvoering van de materialen.
En ook de Burundese jongerenorganisatie Jeunesse en Reconstruction
du Monde en Destruction (JRMD, jongeren herbouwen een verwoeste
wereld) kan ze goed gebruiken. Deze organisatie bouwt al negen jaar
met inzet van vrijwilligers woningen voor oorlogsslachtoffers, ouderen
en AIDS-patiënten. De Bouwcarrousel en JRMD willen samen een
werkplaats gaat opzetten waar jongeren worden opgeleid voor het
reviseren en schoonmaken van bouwmaterialen en het bouwen van woningen
hiermee. Gort benadrukt dat dit niet moet worden gezien als het
dumpen van afvalproducten in ontwikkelingslanden: "In een land
met een stagnerende economie en een overvloed aan arbeid kan een
extra toevoer van goedkope materialen eigenlijk nooit slecht zijn
voor de economie. Ik heb het niet over een land als Zuid-Afrika,
maar voor landen die hun bouwmaterialen moeten importeren is hergebruik
een goedkoop alternatief. En dit kan als neveneffect hebben dat
de ontwikkeling van een lokale economie gestimuleerd wordt."
Hij voegt hieraan toe: "We stellen niet alleen materialen beschikbaar.
We vinden het juist van groot belang dat er ook kennis wordt overgedragen
door het opleiden van lokale arbeidskrachten."
Vooruitstrevend Vestia
Maar de export maakt vooralsnog slechts zo'n vijftien procent van
de activiteiten van de Bouwcarrousel uit. De grootste afnemers zijn
te vinden onder grote zakelijke partners, waarbij Vestia
onder de woningcorporaties een voortrekkersrol speelt. Vestia Den
Haag Zuid-Oost en Vestia Den Haag Zuid-West zullen gebruikte bouwmaterialen
van Bouwcarrousel gaan toepassen voor het onderhoud aan toekomstige
sloopwoningen, dat zijn alle woningen die minder dan zeven jaar
blijven staan. Helaas heeft het goede voorbeeld van Vestia tot op
heden geen navolging gevonden.
Niet alleen grote bedrijven kunnen bij Bouwcarrousel terecht; kleine
aannemers en particulieren zijn elk goed voor twintig procent van
de omzet. Wie op zoek is naar een of meer artikelen om zijn huis
op een ecologisch verantwoorde wijze te verbouwen, vindt op www.bouwcarrousel.nl
onder 'verkoopfolder' waarschijnlijk wel iets van zijn gading. En
zelfs als u van plan bent om zelf een woning te bouwen, klopt u
bij Rob Gort niet vergeefs aan.
Bob Molenaar
Oldtimers in de eco-corridor?
Den Haag, groene stad achter de duinen. Een stad waarin wonen
en werken een genoegen is. Parken, plantsoenen en bomenlanen rijgen
zich aaneen en maken dat het in het stedelijk leefklimaat prettig
toeven is. Deze allure van een verstedelijkt dorp met een rijke
geschiedenis op het gebied van architectuur, in combinatie met het
vele groen, maakt onze stad zelfs internationaal tot een aantrekkelijke
vestigingsplaats.
Zich bewust van deze rijke erfenis heeft de gemeente Den Haag een
goed doorwrocht beleidsplan opgesteld om deze natuurlijke rijkdom
voor de toekomst zeker te stellen. In dit belangrijke document is
rekening gehouden met de essentie van de - door Den Haag ondertekende
- verdragen van Johannesburg en Rio de Janeiro betreffende de zorg
voor de ecosystemen van onze aarde. Ook de Europese Habitat Richtlijn
is hieraan gerelateerd.
Voor de uitwerking van het groenbeleidsplan is het noodzakelijk
om de ecologische verbindingen tussen de verschillende groengebieden
aan te wijzen, te beschermen of dergelijke verbindingen tot stand
te brengen. Hierin blijft Den Haag tot op heden in gebreke, met
als gevolg dat bestaande ecozones officieel niet worden erkend.
Maar ze functioneren wel degelijk als zodanig en dat is belangrijk.
Met stijgende onrust, verbazing, en uiteindelijk diepe verontwaardiging
ziet groenminnend Den Haag het ene na het andere bouwproject opduiken.
Ter meerdere eer en glorie van 's-Gravenhages economie en grootstedelijke
uitstraling. Echter, vaak temidden van dat kapitale groen en dwars
door kwetsbare eco-corridors. Het gemeentebestuur doorkruist daarmee
de eigen opgestelde beleidsregels. Dit is een verwijtbare nalatigheid.
Museum in het groen
Na een jaar geheimzinnige stilte rond de visie Landgoederen Marlot
en Reigersbergen krijgt de gelijknamige klankbordgroep (groene verenigingen
en geïnteresseerde omwonenden) plotseling een uitnodiging voor
de presentatie van een Sweeping Plan. Een plan dat de hele zorgvuldige
voorgeschiedenis van de beleidsvisie van tafel veegt.
De bevlogen autoliefhebber Louwman doneert € 400.000,- om een
deel van de landgoederenvisie te realiseren. Daarmee vult hij het
budget aan dat op de gemeentebegroting ontbreekt. Er moet wel iets
tegenover staan. De initiatiefnemer wil op de plek van de huidige
kwekerij, tussen Marlot en Reigersbergen, een 15.000 m2 groot automobielmuseum
bouwen. Die plek ligt alleen midden in de eco-zone.
De verwachting is dat dit museum jaarlijks 50.000 bezoekers zal
trekken. In het plan is rekening gehouden met 135 parkeerplaatsen.
Op eigen terrein en in het groen, volgens Louwman. Het terrein heeft
echter geen capaciteit voor een overflow aan bezoekers en auto's
tijdens piekdagen, zoals de drukbezochte evenementen die zo'n 6
à 7 keer per jaar op de agenda staan. Die drukte en de visuele
aanwezigheid van het bouwvolume doet de landelijke uitstraling van
het landgoederengebied teniet.
De 'kleinschaligheid' van dit bouwproject maakt een Milieu Effect
Rapportage voor deze plek overbodig. De impact op het landschap
logenstraft dit echter. In de praktijk gaat dit blok beton en steen
meer dan 50% van de beschikbare ruimte in beslag nemen. In plaats
van de ecologische waarde van het landschap te verbeteren, zoals
het groenbeleidsplan aangeeft, wordt het eco-systeem hier definitief
lamgelegd.
Tijdens de presentatie worden de aanwezigen geconfronteerd met de
droom van de heer Louwman. Na de presentatie ontvangen zij een schrijven
van de gemeentelijke projectleider, waarin gesteld wordt dat het
automuseumplan binnen het kader van het interactieve planproces
tot stand is gekomen. De deelnemers aan het open planproces weten
echter nergens van. Het Louwman-plan is nooit eerder ter sprake
geweest en past absoluut niet in de landgoederenvisie.
De zekerheid waarmee de heer Louwman samen met de gemeente Den Haag
het plan presenteert, getuigt niet van respect voor het democratische
inspraakproces. De Open Plan Processen van enkele jaren geleden
waren immers de communicatieve hoogstandjes van de gemeente. De
geloofwaardigheid van de toenmalige beloftes is met de presentatie
van dit plan wel volledig onderuit gehaald.
Eens temeer blijkt dat het zwaaien met een bundel geld voldoende
is om groenbeleid en democratie in de wacht te zetten. Ik denk dat
het tijd wordt dat het gemeentebestuur eens in de wacht moet. Anders
wordt groen Den Haag binnen afzienbare tijd steenrijk, maar helaas
groenarm.
Frederik Hoogerhoud
Haagse Vogelbescherming
Meer informatie over het geplande automuseum, inclusief afbeeldingen,
vindt u op www.denhaag.nl/smartsite.html?id=31542
Een plankaart van het gebied is te vinden via pagina www.denhaag.nl/smartsite.html?id=22714
Naar een duurzaam Den Haag Zuidwest
Den Haag Zuidwest gaat op de schop. In Bouwlust, Vrederust, Morgenstond
en Moerwijk moeten vele duizenden woningen verdwijnen. Die herstructurering
heeft zo z'n voordelen, maar ook z'n nadelen. In elk geval wil het
Haags Milieucentrum proberen die herstructurering zo duurzaam mogelijk
te laten gebeuren. We willen ervoor zorgen dat in het uiteindelijke
plan alle aspecten van duurzaamheid aan bod komen: groen, water,
energie en materiaalgebruik.
Op energiegebied streven we naar het stimuleren van duurzame energie
en energiebesparing. Wat betreft water willen we, naast waterbesparende
maatregelen (douchekop, zuinige kranen), ook afkoppeling van regenwater
realiseren. Dit wordt dan niet langer op het riool geloosd. Op het
gebied van groen willen we het Groene Assenkruis behouden en versterken.
Hetzelfde geldt voor de ecologische verbindingen. Ook willen we
ecologisch groenbeheer stimuleren, bijvoorbeeld door een gedeelte
van de binnentuinen aan bewoners beschikbaar te stellen voor (moes)tuintjes.
Op het gebied van materiaalgebruik willen we samen met de Technische
Universiteit (TU) in Delft onderzoeken wat de milieugevolgen zijn
van het slopen van woningen.
Een inspirerende dag
In het project Den Haag Zuidwest geeft het Haags Milieucentrum zijn
mening over de Structuurvisie Zuidwest, spreken we in bij wijkplannen
en organiseren we samen met de Stichting
BOOG een inspirerende bijeenkomst op de TU Delft. Bewoners,
bestuurders van woningcorporaties, ambtenaren, politici, natuur-
en milieuorganisaties en technische deskundigen kunnen hier met
elkaar discussiëren over duurzame herstructurering in Den Haag
Zuidwest. De datum van de inspirerende dag staat nog niet vast,
maar het zal half december worden. U kunt zich alvast hiervoor opgeven.
Groen platform
Ook willen we bewoners in Den Haag Zuidwest oproepen om samen een
Groen Bewonersplatform op te richten. Er zijn heel veel kleinschalige
maatregelen mogelijk om een duurzame samenleving dichterbij te brengen.
Zoals het installeren van zonneboilers, het afkoppelen van regenwater,
het aanleggen van vlindertuinen en het milieubewust omgaan met materialen.
Overal in het land zijn wel leuke voorbeelden hoe het anders kan.
Woont u in Zuidwest Den Haag en wilt u meehelpen met het maken van
plannen om een duurzame samenleving te realiseren? Laat ons dat
dan weten!
Tom Pitstra, HMC, tel. 3050286, email: tom.pitstra@haagsmilieucentrum.nl
Concept-Woonvisie rampzalig voor
milieu en lagere inkomens
Bouwen en wonen hebben bijna per definitie grote gevolgen voor
natuur en milieu. Hoe groot die gevolgen zijn, is sterk afhankelijk
van hoe er gebouwd wordt. Het is van wezenlijk belang dat dit binnen
ecologische randvoorwaarden gebeurt. Daarvoor is een integrale en
duurzame benadering nodig. Volkshuisvestingsaspecten, sociale, economische
en ecologische belangen moeten daarbij in hun onderlinge verwevenheid
geanalyseerd en gewogen worden. Het Haags Milieucentrum heeft vanuit
een dergelijke benadering gekeken naar de concept-Woonvisie
2020, die de gemeente Den Haag in september publiceerde.
De concept-Woonvisie draait om het idee van differentiatie van
woonmilieus. Den Haag telt relatief veel goedkope huurwoningen en
slechts weinig huizen voor mensen die wat meer te verwonen hebben.
Veel van die mensen, die van groot belang zijn voor de (economische)
vitaliteit van de stad, verlaten Den Haag dan ook als ze de kans
krijgen. Behalve dure, homogeen samengestelde buurten als Duttendel
en het Benoordenhout, ontstaan er concentraties van achterstandswijken.
De middengroepen trekken hieruit weg en de lage-inkomensgroepen
raken oververtegenwoordigd. Het is vooral in de laatste wijken dat
een gedifferentieerder woonklimaat moet worden gerealiseerd. De
gemeente wil dit bereiken door grootschalige sloop en nieuwbouw.
Alleen al in Den Haag Zuidwest is ongeveer de helft van de 30.000
woningen gedoemd te vallen onder de slopershamer.
De gemeente Den Haag heeft berekend dat er op termijn een overschot
van 15.000 goedkope woningen zal bestaan. Kort gezegd komt dit doordat
mensen steeds welvarender worden. Maar daar valt wel het één
en ander op af te dingen. Hoe de Nederlandse economie er in 2020
voorstaat is gissen, maar op dit moment floreert deze bepaald niet.
De verwachting is dat de huidige recessie voorlopig zal aanhouden.
Vanuit deze verwachtingen is het onbegrijpelijk dat in de voorliggende
woonvisie geen rekening gehouden is met de economische ontwikkeling
van de laatste vijf jaar. De nota is daardoor nogal gedateerd en
gebaseerd op al te rooskleurige groeiscenario's. In plaats van een
overschot aan goedkope huurwoningen, zou er wel eens een overschot
aan dure huurwoningen en onverkoopbare koopwoningen kunnen ontstaan.
Een van de gevolgen van die recente economische ontwikkelingen
is immers, dat mensen hun woonwensen aanpassen aan hun inkomstenverwachting
voor de komende jaren. Er bestaat in Nederland niet zozeer een absolute
woningnood, maar met name een kwalitatieve woningnood. Die is zeer
conjunctuurgevoelig. De vraag naar goedkope huurwoningen trekt dan
ook flink aan. Ook in Den Haag staan tientallen mensen in de rij
voor iedere huurwoning en lopen de wachttijden enorm op. Maar ook
al voordat de economie inzakte waren heel wat Hagenaars aangewezen
op een goedkope huurwoning of een wat duurdere met huursubsidie.
Domweg omdat ze anders niet genoeg geld overhouden om van te leven.
Een huur tot 470 euro geldt momenteel als goedkoop. Wat is de Haagse
definitie van betaalbaar wonen voor de groepen met de laagste inkomens?
Een analyse van de woonlastenproblematiek wordt in de nota node
gemist.
Indien de plannen die in de woonvisie worden ontvouwd allemaal
worden gerealiseerd (er is al een begin mee gemaakt) blijft er van
de voorraad betaalbare huurwoningen bitter weinig over. Een flink
aantal wijken, vooral wijken als Moerwijk, Morgenstond en Bouwlust,
moeten volgens de woonvisie op de schop genomen worden. Deze 'herstructurering'
moet leiden tot menging van verschillende inkomensgroepen door het
bouwen van verschillende prijsklassen koopwoningen en van verschillende
prijsklassen huurwoningen in het bezit van woningcorporaties. Dit
zal ongetwijfeld ten koste gaan van de laagste inkomensgroepen.
Als er zoveel betaalbare huurwoningen gesloopt worden, waar moeten
al die mensen met een lage beurs naartoe? Het overgrote deel van
de woningen die na sloop teruggebouwd worden zal voor hen namelijk
onbetaalbaar zijn. Overal ter wereld zijn het juist de grote steden
die de meest (kans)arme mensen aantrekken. Den Haag is hierop heus
geen uitzondering, zal dat niet worden en moet dat ook niet willen
zijn.
Duurzaamheid de dupe
De economie mag er dan niet best voorstaan, het milieu staat er
ronduit beroerd voor. De roofbouw die elke dag op het milieu gepleegd
wordt is groot. Op wat langere termijn is dit waarschijnlijk de
grootste bedreiging voor de kwaliteit van het bestaan van alle Hagenaars.
Uitgaande van de belangen van het milieu is het Haags Milieucentrum
zeker niet tegen nieuwbouw als deze echt nodig is. Nieuwe woningen
kunnen een stuk duurzamer, energiezuiniger gebouwd worden dan vroeger.
Maar sloop en nieuwbouw betekenen een grote aanslag op het milieu,
zowel wat betreft de productie van nieuwe grondstoffen als de verwerking
daarvan tot hoogwaardige bouwmaterialen en gebouwen. Veel opdrachtgevers
en bouwers hebben geen idee van bijvoorbeeld de enorme hoeveelheden
energie en water die daarvoor vereist zijn.
Bestaande woningen kunnen gerenoveerd, samengevoegd of anderszins
herontwikkeld worden, waarbij zeer grote milieuwinst valt te halen.
Uit het project Duurzame herstructurering van Den Haag Zuidwest
van het Haags Milieucentrum blijkt dat de milieuwinst van renovatie/samenvoegen/optoppen/opplussen/uitplinten
van woningen nooit goed is onderzocht ten opzichte van sloop en
vervangende nieuwbouw.
Op initiatief van het Haags Milieucentrum zal onderzoek worden gedaan
naar welke optie het minst bezwaarlijk voor het milieu is. Er bestaan
in Den Haag geslaagde voorbeelden van samenvoeging van woningen
(Kuinrestraat, Hof
Loevesteijn) waarover de corporatie en de bewoners tevreden
zijn. Deze voorbeelden kunnen onderzocht worden op hun milieuvoordelen
in de hele productieketen ten opzichte van sloop en vervangende
nieuwbouw.
Het Haags Milieucentrum is er een groot voorstander van de afschrijftermijn
op duurzaam gebouwde huizen en gebouwen te verlengen van de huidige
vijftig jaar naar zeker honderd jaar. De relatief geringe meerkosten
die duurzaam bouwen met zich meebrengt, kunnen daaruit gemakkelijk
gefinancierd worden.
De concept-woonvisie legt dus een zeer zwaar accent op het slopen
van bestaande woningen, of deze nu bouwtechnisch in orde zijn of
niet. Vervolgens doet men er niets aan om die nieuwe woningen en
inrichting van nieuwe wijken zo duurzaam mogelijk te realiseren.
Hoewel het Haags Milieucentrum zich ervan bewust is dat je grote
woorden niet te vaak moet gebruiken, is dit rampzalig voor het milieu.
In de bijna 80 bladzijden tellende woonvisie staat letterlijk geen
woord over het duurzaam renoveren of samenvoegen van woningen of
het compact en duurzaam terugbouwen van woningen. Dat betekent dat
de gemeente haar eigen doelstellingen en haar bijzondere verantwoordelijkheid
wat dit betreft niet serieus neemt. Als er èrgens kansen
liggen om duurzaamheid echt te bevorderen, en als er ergens kansen
liggen om het eigen beleid van een CO2-neutrale stad inhoud te geven,
dan is het hier.
Compact bouwen
De concept-Woonvisie besteedt de nodige aandacht aan compact bouwen,
ervan uitgaande dat Den Haag zal groeien naar een half miljoen inwoners.
Door compact te bouwen kunnen meer mensen in de stad wonen en zijn
allerlei voorzieningen (recreatief, medisch, logistiek) rendabeler
te exploiteren.
Maar er is nog een andere belangrijke reden om compact te willen
bouwen. Een kaderstellend gegeven in Nederland is de schaarste aan
ruimte, waardoor er de afgelopen twintig jaar veel is gebouwd in
de open groene ruimte. Mensen worden zich in toenemende mate bewust
van het belang van het behoud daarvan, niet alleen voor hun eigen
beleving van het landschap, maar ook vanuit hun behoefte aan recreatie
en niet in de laatste plaats vanuit zorg om natuur en milieu. Dit
betekent dat er een opgave ligt om zo compact mogelijk te bouwen
in onze stad.
Bij de herstructurering in bijvoorbeeld Spoorwijk en in de plannen
voor Zuidwest worden er echter flink wat minder woningen teruggebouwd
dan er daarvoor waren. Toch is het wel degelijk mogelijk om op locaties
die daarvoor geschikt zijn compacter terug te bouwen. Buiten Den
Haag zijn tal van voorbeelden te vinden, maar ook Haagse wijken
die voor de hogere inkomensgroepen zeer aantrekkelijk zijn - zoals
het Statenkwartier, het Benoordenhout en delen van Bohemen - hebben
een hogere woondichtheid (40 à 60 woningen per hectare) dan
bij de herstructurering van Den Haag Zuidwest gerealiseerd zal worden.
Bovendien worden er bij het realiseren van nieuwe woningen grote
kansen gemist om dit zo duurzaam mogelijk te doen. Dan hebben we
het niet alleen over de duurzame bouw van de huizen zelf, maar ook
over bijvoorbeeld binnenstedelijke waterberging en de productie
van duurzame energie.
Wij delen volop de ambitie van de gemeente om binnen de stadsgrenzen
meer woningen te bouwen die aan de wensen van mensen met een hoger
inkomen voldoen. Ons advies om dat te realiseren is om met een stofkam
door de hele stad te gaan op zoek naar daarvoor geschikte locaties.
Met enige creativiteit zijn die volop te vinden. Denk bijvoorbeeld
aan weinig compacte bedrijventerreinen zoals delen van de Binckhorst,
de locatie van de Norfolkline, de omgeving van station Moerwijk,
de zone langs tramlijn 11, het braakliggende bedrijventerrein bij
De Verademing, etcetera. Denk ook aan optoppen van bestaande huizen
op mooie locaties zoals rond Het Plein en op de platte huizen met
aantrekkelijke woonomgeving in Benoordenhout en de Vruchtenbuurt.
De nota, eenmaal vastgesteld, vormt de basis voor het huisvestingsbeleid
van de komende 17 jaar. We hopen dan ook van harte dat de gemeenteraad
de kritiek ter harte neemt en zowel de belangen van het milieu als
die van de lagere inkomensgroepen zwaar laat meewegen.
Tom Pitstra
Frans van der Steen
De volledige tekst van ons commentaar vindt u hier
Onverhuurbaar???
Woningcorporaties bezitten nogal wat woningen van rond de 50
- 60 m2. Deze zijn volgens hen in de toekomst onverhuurbaar. Natuurlijk
heeft niemand baat bij een grote voorraad onverhuurbare woningen
die kostbare grond in beslag nemen. Maar, nog los van de economische
ontwikkeling, zijn er vier zaken die we daarbij dienen te bedenken.
Ten eerste trekt de huurmarkt voor goedkope en dus kleinere woningen
juist aan. Ten tweede zijn er ook heel wat starters en studenten
voor wie een dergelijke woning prima voldoet. Ten derde is een goedkope
huur ook een kwaliteit. En tenslotte kunnen dergelijke woningen
worden samengevoegd zodat ze 100 à 120 m2 groot worden, of
worden uitgebreid met een extra etage.
Iedereen wil wonen aan het tuinpad
van mijn vader
De discussie wordt al zeker vijftien jaar gevoerd: het is onontkoombaar
dat de gemeente Den Haag woningen bouwt, maar hoeveel groen mag
daarvoor opgeofferd worden. Het vuur laaide weer even op toen omroepmedewerker
Peter Tetteroo een item in Netwerk hieraan wijdde en de Haagsche
Courant een reportage van zijn hand plaatste.
Zowel in Netwerk als in de Haagsche Courant gaf Tetteroo aan onder
meer Frans van der Steen, directeur van het Haags Milieucentrum,
gelegenheid om zijn hart te luchten. Kern van de kritiek van Van
der Steen: terwijl groen en open ruimte zeker in de Randstad heel
schaarse goederen zijn, wordt er iedere keer weer een weilandje
volgebouwd. Ter compensatie wordt bestaand groen dan omgezet in
zogenoemde 'nieuwe natuur'. Wat is er in hemelsnaam mis met oude
natuur? We zouden eindelijk eens een grens moeten trekken en zeggen:
tot hier en niet verder. Dan zouden gemeentebesturen gedwongen worden
creatiever te zijn met het vinden van oplossingen binnen de stadsgrenzen.
Want het kan heus wel anders, maar dan levert het minder op. Zowel
voor de projectontwikkelaars, als (door bijvoorbeeld de verkoop
van grond) voor de gemeentes.
Wim Sonneveld
Peter Noordanus, voormalig Haags wethouder en huidig directeur van
de VROM-raad (het hoogste adviesorgaan van de regering inzake de
ruimtelijke ordening) is lezer van de Haagsche Courant. Sterker
nog, hij heeft er een vaste column in. Die gebruikte Noordanus om
de critici van het VINEX-beleid, zoals Van der Steen en bestuurlijk
juridisch planoloog Johan Gomes, over de hekel te halen. In de visie
van de zelfverklaarde marktsocialist lijden zij aan de heimwee van
Wim Sonneveld: het wordt in het dorp van vader nooit meer zoals
het was. Overigens exact hetzelfde verwijt dat zijn partijgenoot
Ad Melkert een jaar eerder Pim Fortuyn maakte, maar dat kan toeval
zijn.
Het bij milieuorganisaties levende idee van de compacte stad getuigt
volgens Noordanus al evenmin van realiteitsbesef. Dat concept is
immers alweer een tijd geleden ingeruild voor dat van de complete
stad, een term waarin het belang van stedelijk groen en voldoende
recreatieve ruimte in de stad beter tot uitdrukking wordt gebracht.
Voor wat in de stad zelf door gebrek aan ruimte niet gebouwd kan
worden - met name huizen met een tuin, waarnaar enorm veel vraag
is - daarvoor zal in de regio een plek moeten worden gevonden. "Met
hun vrijblijvend gesnater over Ypenburg slaan Van der Steen en de
zijnen de plank niet alleen mis, zij voeren ook een achterhoedegevecht
in een situatie dat de echte vraag wordt hoe we ná de bouw
van wijken als Ypenbrug met stedelijke groei en behoud van groene
kwaliteit om moeten gaan. En dat wordt nog een lastige discussie
ook in politiek opzicht.", concludeert Noordanus.
Van der Steen en Gomes gaan die discussie graag aan. Hierbij hun
repliek op Noordanus, een verkorte weergave van hun artikel dat
eerder in de Haagsche Courant verscheen.
Dikke winsten
Peter Noordanus heeft onze stellingname helaas niet helemaal begrepen.
Wij beweren niet dat er niet meer woningen nodig zijn, en die mogen
zonodig best aan de randen van de stad worden gebouwd. Het is bijvoorbeeld
goed voor de stad om het koopkrachtige deel van de bevolking vast
te houden door woningen te bouwen die aan hun wensen voldoen. Over
de aantallen woningen (en kantoren) kan je echter twisten en dat
doen wij ook. De projectontwikkelaars roepen mèt Noordanus
dat 100.000 woningen per jaar echt nodig zijn. Deze aantallen zijn
zwaar overdreven. Dit te roepen is demagogie, die inspeelt op het
ongenoegen onder woningzoekenden en slechts bedoeld is om de politiek
onder druk te zetten. Er vallen namelijk dikke snelle winsten te
maken met al dat gebouw in de schaarse groene ruimte en ons waardevolle
cultuurlandschap. En dat volbouwen is met wat meer visie en het
nemen van politieke verantwoordelijkheid helemaal niet nodig.
Er valt binnen steden heus nog een groot aantal woningen te realiseren,
terwijl het groen door een goede stedenbouwkundige opzet juist een
impuls kan krijgen. Bovendien, als je een weiland gaat bebouwen,
bouw er dan ook echt. Op een hectare van een zeer gewilde woonwijk
als het Statenkwartier, waar onze burgemeester Deetman tot zijn
volle genoegen resideert, wonen bijna twee keer zo veel mensen als
in de 'Buitenplaats' Ypenburg. Het kan dus wel.
Noordanus stelt dat er veel vraag naar bijvoorbeeld huizen met
tuinen is, waarvoor binnen de stad geen ruimte bestaat. Het is,
alweer, precies wat projectontwikkelaars ook roepen omdat aan dit
soort huizen veel geld te verdienen valt. Eerst worden die huizen
neergezet en daarna met prachtige, maar leugenachtige, folders aan
de mens gebracht. Natuurlijk, er zijn met name gezinnen met kinderen
die zo'n huis willen, maar die willen vaak ook een behoorlijk voorzieningenniveau
dat op Ypenburg bijvoorbeeld ontbreekt. Bij de aantallen die nu
gebouwd worden gaat het dus niet om een vraag die er is, maar om
het stimuleren van een vraag op maat van de bouwers.
Diversiteit
Want woningzoekenden uit diverse economische en culturele milieus
hebben een diversiteit aan woonwensen, waaraan voldaan kan worden
door met creativiteit en op maat diverse woningtypen te bouwen.
Velen willen best in de stad blijven wonen, dicht bij hun werk en
voorzieningen als winkels, openbaar vervoer, cultuur, en ziekenhuizen.
Maar er zijn in de stad te weinig huizen naar hun wensen beschikbaar
en bovendien willen zij de toenemende onveiligheid en verloedering
van de stad ontvluchten. Velen van hen willen met hun volle agenda's
geen tuin hoeven onderhouden. Ze willen een ruim, makkelijk te onderhouden
terras in een luxe woning die dankzij het gebruik van een lift uitstekend
compact te bouwen valt. Zij willen niet per se een grote woning,
maar een bereikbare en flexibele woning met een goede lichtinval.
De ruimtebeleving hangt namelijk meer af van het licht dan van de
grootte van een kamer.
Die woningen kunnen goedkoper zijn omdat ze minder grond vergen,
maar ze worden amper gebouwd. Deze op een goede manier inbreien
in de stad kost namelijk veel meer creativiteit, tijd en overleg
en daaraan hebben de snelle bouwjongens en veel gemeentebesturen
een broertje dood. Tijd is geld en de combinaties van banken en
bouwers kunnen met hun geld gemakkelijk grond opkopen bij de boeren,
die hen graag zien komen. Vervolgens krijgen ze met hun netwerken
alles voor elkaar.
Het is de hoogste tijd dat die privaat/publieke netwerken ontvlochten
worden. De commissie Bouwfraude heeft aangetoond waartoe die nauwe
betrekkingen kunnen leiden. Het is jammer dat ze haar onderzoek
niet heeft doorgezet. Met Den Haag boven aan de lijst, en met de
vraag hoe dit netwerk ook verweven is met de grote jongens onder
de winkelketens en kantoorbouwers.
Gemeentebesturen zijn nu vaak belanghebbende in het ondoorzichtige
spel van grond op- en doorverkopen en het verlenen van concessies,
aanbestedingen en bouwvergunningen. Het wordt tijd dat de lokale
politiek de belangen van de burgers, huurders en kopers weer centraal
stelt en met de tot fraude geneigde bouwwereld harde en controleerbare
afspraken maakt. Afspraken dus binnen de grenzen die de politiek
in het belang van de woningzoekenden en de open groene ruimte stelt.
Het dorpsgezicht als major selling
point
Zijn milieuorganisaties links of extreem-links? Een interessante
discussie, die sinds de brute daad van Volkert van der Graaf aanzienlijk
aan vrijblijvendheid heeft ingeboet. Het antwoord is echter simpel:
ze zijn rechts. Ze strijden immers voor het behoud van waardevolle
dorpsgezichten, voor slecht renderende activiteiten als (ecologisch
verantwoorde) landbouw en veeteelt en voor niet-kwantificeerbare
waarden als natuurbeleving, rust en respect voor al wat leeft.
Wereldvreemdheid? Romantische Sehnsucht? Misschien. Maar niet irritanter
dan de exploitatie van het dorpsleven door de projectontwikkelaars.
Zo worden mensen verleid zich in de wijk Les Bastides te vestigen
door bewoordingen als "Waar het openbare leven zich - als in
andere tijden en zuidelijker streken - afspeelt rondom het dorpsplein.
Wonen in Nootdorp. Als God in Frankrijk." (uit een brochure
van Rabo Vastgoed, met foto's van glooiende lavendelvelden). Gelooft
u het maar niet. De lokale hooligans verstoren de Pétanque-competitie
en laten hun pitbulls in de platanen hangen. Het plein waar de dorpsjeugd
bij elkaar klit is bezaaid met scherven van Pastis-flessen en de
Panhards en Peugeots rijden je uit je tricot.
KLIK HIER
VOOR OUDERE ARTIKELEN
|