|
HAAGS MILIEUCENTRUM, AANGESLOTEN ORGANISATIES EN ANDERE
MILIEUORGANISATIES
Geslaagde fietstocht naar biologische boeren (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer
Raaptroep zoekt vuile plekken (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer
Rookgasafvoeren zijn vogelverstikkers (Branding
nr.15 juni/juli 2004) ...meer
Egelasiel in het nieuw (Branding
nr.15 juni/juli 2004) ...meer
Groendag in de Fultonstraat (Branding
nr.15 juni/juli 2004) ...meer
Haagse Vogelbescherming voor Golf op de Amonsvlakte
(Branding
nr.14 april/mei 2004)
...meer
Symposium Aardewerk over kansrijke alianties in duurzaamheid
(Branding
nr.14 april/mei 2004)
...meer
Haags Milieucentrum neemt afscheid van voorzitter
(Branding
nr.14 april/mei 2004)
...meer
Vuilrapers zoeken uitbreiding
(Branding
nr.13 februari/maart
2004) ...meer
Help de pad op weg (Branding
nr.13 februari/maart
2004) ...meer
Milieuprijs levert veel groene ideeën op (Branding
nr.13 februari/maart
2004) ...meer
CityDuinparkwandeling (Branding
nr.13 februari/maart
2004) ...meer
Het Milieucentrum Amsterdam:
een vijftienjarige luis in de pels (Branding
nr.10 juni/juli 2003)
...meer
Biesieklette waakt al twintig jaar over
uw eigendommen (Branding
nr.10 juni/juli 2003)
...meer
Van
de Redactie,
eerste nummer van 2003 (Branding
nr.8 februari/maart
2003) ...meer
Vijf
keer zoveel gemeentesubsidie voor Haags Milieucentrum (Branding
nr.8 februari/maart
2003) ...meer
Van de redactie, over de ontwerpbegroting
(Branding nr.
7 oktober/november 2002) ...meer
Brandbrief aan de gemeenteraad
(Branding nr.
7 oktober/november 2002) ...meer
Nationale milieu-estafette
2002 doet Den Haag aan (Branding
nr. 6 september/oktober
2002) ...meer
Haagse Beek Fietspostentocht op zondag
22 september (Branding
nr. 6 september/oktober
2002) ...meer
CITYDUINPARKLOOP EN -WANDELING VERTRAAGD
(Branding nr.
5 mei/juni/juli 2002) ...meer
BRANDENDE KWESTIE (Branding
nr. 5 mei/juni/juli
2002) ...meer
Enthousiaste vrijwilligers
gezocht (Branding nr.
3 november/december 2001) ...meer
Eindrapport Fietsbalans Den Haag (Branding
nr. 3 november/december
2001) ...meer
Meer subsidie voor het Haags Milieucentrum
in 2002 (Branding
nr. 3 november/december
2001) ...meer
INSPREEKTEKST SUBSIDIE 2002 (Branding
nr. 3 november/december
2001) ...meer
De Algemene Vereniging voor Natuurbescherming
bestaat 75 jaar ...meer
Fietspostentocht van de IVN (Branding
nr. 3 november/december
2001) ...meer
Geslaagde fietstocht naar biologische boeren
De afdeling Den Haag van Milieudefensie had op zaterdag 19 juni een fietstocht naar twee biologische boerderijen in Midden-Delfland georganiseerd. Deze dag was de eerste van de twee Open Dagen van Biologica, de belangenvereniging van de biologische winkels. Omdat 19 juni tevens de jaarlijkse Midden-Delflanddag was, werd een bezoekje aan dit fraaie gebied alleen nog maar aantrekkelijker. In de Natuurvoedingswinkel aan de Torenstraat legden we een routebeschrijving en een kaart neer voor de mensen die de fietstocht zelfstandig wilden maken. Het Haags Milieucentrum had een aantal kompasjes beschikbaar gesteld.
Alle Haagse Milieudefensieleden hadden een uitnodiging gehad, waarin stond dat er om half twaalf vertrokken werd bij de Natuurvoedingswinkel. Zo’n dertig mensen stonden om die tijd gereed voor vertrek. Een bonte verzameling, van studenten tot gepensioneerden, van Milieudefensieleden tot mensen die nog nooit van de vereniging gehoord hadden. Zij hadden op een andere manier van de fietstocht gehoord of erover gelezen, bijvoorbeeld via de advertentie die de natuurwinkel had geplaatst. Prominent aanwezig was een groep Chinezen die aan het Institute for Social Studies studeert. Diverse fietsers hadden kinderen bij zich, in kinderzitjes of in de fietsaanhanger.
Schoolplaten
Een plotselinge regenbui leidde tot uitstel van vertrek met een minuut of vijf, maar daarna klaarde het op en ging de stoet op weg. Om de stad door te moeten fietsen is nooit leuk, maar onze route leidde zoveel mogelijk langs verkeersluwe wegen en al snel verlieten we langs de Vliet de bebouwde kom. In Delft aangekomen, doken we direct onder de spoorbrug door en reden we via enkele rustige straten naar randgemeente Den Hoorn. Na een klimmetje over de snelweg kregen we al snel ’t Woudt in het vizier, waar de eerste boerderij, de Woudhoeve, vlakbij lag. Veel van de oudere deelnemers aan de tocht kregen meteen nostalgische gevoelens op deze boerderij zoals je ze vroeger op schoolplaten zag. Een hooistapel, een koeienstal waar de boerenzwaluwen vlak over je hoofd heenscheren, een wei met een paddenpoel en veel vogelnesten, schaduwgevende kastanjebomen van een halve eeuw oud, een moestuin en ga zo maar door. Eigenaar Nico van Paassen leidde onze groep met aanstekelijk enthousiasme rond.
Voor Van Paassen is het belangrijk om mensen bij zijn bedrijf te betrekken. Hij vindt het dan ook jammer dat op de pakken met melk van hem en andere biologische boeren de naam van de supermarkt komt te staan, en niet die van de melkfabriek. De relatie tussen producent en consument is daardoor volkomen onzichtbaar. Maar ja, een supermarkt is nu eenmaal in de positie om eisen te stellen.
Nieuwe natuur
De boerderij viel zo in de smaak dat een aantal fietsers hier bleef plakken (nee, niet hun banden). Mensen die het niet te laat wilden maken, konden via het prachtige dorpje ’t Woudt terug naar Den Haag, anderen besloten om wat in de omgeving rond te kijken. Met tien mensen gingen we verder naar de tweede boerderij, waarvoor we een route hadden uitgezet die via de dorpskern van Schipluiden dwars door Midden-Delfland ging. Voor diverse fietsers betekende deze tocht een eerste kennismaking met dit veenweidegebied, maar ook de anderen keken hun ogen uit. Veel van de weiden van weleer hebben de laatste jaren immers plaatsgemaakt voor Nieuwe Natuur, en dus fietsten we regelmatig langs plasdrasgebieden en werden we begeleid door weide- en watervogels.
Dit vlakke gebied kent één prominente bult in het landschap: het zandlichaam ten behoeve van de Verlengde A4, dat dwars door Midden-Delfland heenloopt. Na deze ‘barrière’ genomen te hebben kwamen we al snel bij de Vliet aan, en een comfortabele fietsbrug hielp ons naar de overkant. Hier bevindt zich Hoeve Ackerdijk, waar we de inwendige mens versterkten voordat eenieder terug naar Den Haag fietste. Met een fikse wind tegen, dat wel, maar het was toch maar mooi de hele middag droog gebleven!
Bob Molenaar,
Milieudefensie afdeling Den Haag
Raaptroep zoekt vuile plekken
De vuilraaptroep Licht op Groen en Geel gaat alweer haar vierde seizoen in. De vrijwillige vuilrapers laten zich niet ontmoedigen door de grote hoeveelheden troep die ze op hun tochten door het groen tegenkomen, integendeel zelfs. Na vooral het Haagse Bos regelmatig te hebben geschoond, is de onbezoldigde reinigingsbrigade op zoek naar uitbreiding van haar werkterrein. Ergert u zich al zo lang aan de blikjes, dozen en wat al niet meer in uw buurtpark? Stuit u bij uw wandelingen door een natuurgebied regelmatig op gedumpt afval? Meld het dan via een mailtje naar lichtopgroenengeel@hccnet.nl, of bel naar (070) 310 7883 (Jan Meijer) of (070) 364 9576 (Arno Bouts en Judith Broos),
In principe komt iedere vervuilde plek in een groengebied of op het strand binnen de regio Den Haag (Den Haag, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg) in aanmerking. Als de vuilrapers zo'n plek de moeite waard vinden organiseren ze daar een actie samen met vrijwilligers uit de buurt.
Kijk op http://vuilraaptroep.denhaag.org voor foto's, verslagen, en aankondigingen van komende acties.
Rookgasafvoeren
zijn vogelverstikkers
Heeft u een gesloten verwarmingstoestel met rookgasafvoer via de
gevel, bijvoorbeeld een combiketel? Dan is het niet denkbeeldig
dat vogels in die gevelopening een nest hebben gebouwd. De Haagse
Vogelbescherming werd onlangs benaderd door een verwarmingsmonteur
die in zulke openingen met grote regelmaat nestjes vol dode jonge
vogels aantreft. Het gaat vooral om mussen, spreeuwen, kool- en
pimpelmezen, die door de rookgassen akelig aan hun eind zijn gekomen.
De monteur pleit ervoor om vóór het broedseizoen deze
openingen af te dekken met gaas of een roostertje. Als de pijp uitsteekt
kan er gemakkelijk een oude panty omheen worden geknoopt. De rookgasafvoer
loopt zo geen enkel gevaar en u kunt vele vogellevens sparen.
Egelasiel in
het nieuw
"Hoe was het ook alweer. Hier stond eerst een diepe kast
en deze muur liep eerst tot hier. Of tot daar?" Ank Naeije,
voorzitster van de Stichting
Egelopvang Den Haag, is al helemaal vertrouwd met de nieuwe
indeling van 'haar' asiel.
Er moet dan nog wel het een en ander worden afgewerkt, maar het
is in één oogopslag duidelijk dat zowel de egels als
de vrijwilligers erop vooruitgegaan zijn. Dankzij Omnigroen, bevriend
architect Michiel Parqui en een gift van de Dierenbescherming groot
€ 6.322,15, heeft het interieur van de Egelopvang een complete
metamorfose ondergaan. Veel van het werk is via de Reclassering
gedaan door taakgestraften. Ank Naeije is vooral trots op de quarantaineruimte.
"We willen natuurlijk niet dat kwetsbare egels hier een bacterie
onder de leden krijgen waardoor ze er alleen nog maar op achteruitgaan.
Daarom hebben we nu een isoleerruimte, die er eerst nog niet was.
Daarachter ligt de ziekenboeg, met acht hokken. In noodgevallen
kunnen we wel méér egels kwijt - we hadden ooit dertig
zieke dieren - maar het aanbod is wat teruggelopen. In het verleden
kregen we egels vanuit de hele omgeving van Den Haag. Tegenwoordig
neemt het nieuwe asiel in Zoetermeer er ook een hoop voor z'n rekening."
Wonden door honden
De meeste egels worden binnengebracht door de twee in Den Haag actieve
dierenambulances, maar ook particulieren weten het asiel tegenwoordig
te vinden. Er zijn heel wat redenen te bedenken om een egel aan
de zorgen van de Stichting Egelopvang toe te vertrouwen. Het binnenkrijgen
van slakkengif is er één van. Of een egel is aangereden
door een auto, en dáár zijn z'n stekels niet op berekend.
Die zijn trouwens ook geen partij voor een grasmaaimachine. Of een
egel is door een hond gegrepen. "Dat zijn heel gemene wonden",
legt Ank Naeije uit. Egels hebben dan wel stekels, maar de huid
eronder is heel erg dun. Hondenbeten leiden vaak tot abcessen, die
je nauwelijks kunt zien. Zo kregen we hier in december een egel
binnen die door een hond was gebeten. Die egel krijgt nog steeds
opnieuw ontstekingen."
Aanzienlijk leuker om te zien zijn de baby-egels, die af en toe
in groten getale worden binnengebracht. Soms met hun moeder, soms
zijn ze aan het zwerven geslagen. De Egelopvang heeft trouwens ook
een inpandig geboortegolfje meegemaakt. Een gewonde egel die juist
twee jongen had gebaard toen ze werd gevonden, ging daar in het
asiel nog even mee door. Er kwamen er nog vijf bij.
Gezinnetjes die niet gewond zijn maar alleen ondervoed krijgen een
hok in het buitenverblijf toegewezen. Door het verwijderen van een
tussenschot kunnen hokken daar voor bewoning door grotere gezinnen
geschikt worden gemaakt. De diertjes krijgen kattenvoer totdat ze
voldoende aangesterkt zijn om zelf weer hun kostje bij elkaar te
scharrelen. De buitenhokken zijn ook bestemd voor egels die verstoord
zijn in hun winterslaap maar verder in goede conditie verkeren.
In het asiel kunnen ze ongestoord verder maffen.
Tweede nest
In 2003 had de egelopvang maar liefst 105 baby-egels te gast, net
niet de helft van het totale aantal asielzoekers (214). Vermoedelijk
heeft de warme zomer egels verleid tot een tweede nest, want de
toestroom van baby's in de herfst was uitzonderlijk hoog. Na zes
weken wordt het grut door hun moeder in de steek gelaten.
Van die 214 binnengebrachte egels hebben er 48 het asiel helaas
niet levend verlaten. In 14 gevallen mocht ook de inzet van een
dierenarts niet baten (drie à vier artsen laten zich belangeloos
door de stichting inschakelen) en is euthanasie toegepast.
Zieke of gewonde egels die dankzij de goede zorgen alweer flink
aangesterkt zijn, slijten de rest van hun logies in een van de veertien
hokken in de revalidatieruimte. Overal in het gebouw bevindt zich
nu een aparte luchtafzuiging, zodat schimmels en andere microben
niet gaan circuleren. En het zal de geur in het gebouw ook zeker
ten goede komen, want wie zich over egels ontfermt krijgt letterlijk
stank voor dank.
Schuursponsjes
"Het schoonmaken van de hokken is telkens weer een hele klus",
beaamt Ank Naeije. De bak met in stukken geknipte schuursponsjes
is wat dat betreft illustratief. "Daarom zijn we ook zo blij
met de nieuwe hokken, met de transparante kunststof deurtjes. De
oude hokken waren van gaas voorzien, dat in een frame was gevat.
Daar ging alles zo lekker tussen zitten. En deze hokken zijn ook
minder diep, zodat je overal veel beter bij kunt."
Tijdens het bezoek van Branding aan het egelasiel wordt juist een
nieuwe vrijwilliger ingewerkt. De in egelverzorging doorknede Doreen
brengt hem de kneepjes van het vak bij. Er zijn iedere dag tussen
tien en twaalf twee vrijwilligers aanwezig, maar als er veel egels
zitten is een vier man (m/v) sterke bezetting geen overbodige luxe.
Dus heeft u wat tijd over en iets met egels
Ook is Branding getuige van de genezenverklaring van een egel. Die
wordt uitgezet in de natuur en moet het voortaan weer op eigen kracht
zien te rooien.
Egels die het asiel in de herfst of de winter verlaten, worden
niet meteen weer in het diepe gegooid. Voordat ze worden uitgezet
mogen ze eerst een tijd logeren bij mensen die hun tuin daarvoor
beschikbaar stellen. Ank Naeije gaat eerst grondig onderzoeken of
de tuin wel goed afgesloten is voordat de egel wordt overgebracht.
Die krijgt trouwens een slaaphuis en een eethuis in bruikleen. "Maar
egels zoeken ook wel zelf een plek in de tuin. Af en toe word ik
door mensen helemaal in paniek gebeld omdat de egel zoek is. Ik
weet dat het niet zo kan zijn, maar vaak gaan we toch zoeken. Dat
heeft niet zo veel zin, want ze kunnen zich goed verstoppen zodat
je er vlak langs kunt lopen zonder ze te zien. In het slechtste
geval is hij overleden en al grotendeels verteerd, wat heel snel
gaat, maar meestal laat hij zich in het voorjaar vrolijk weer zien."
Bob Molenaar
Groendag in
de Fultonstraat
Op 8 mei jl. was het Groendag in de Fultonstraat. Bewoners Liane
Lankreijer en Bart Achterkamp hadden deze georganiseerd als een
eerste stap op weg naar een groenere Fultonstraat: het idee waarmee
ze vorig jaar de hoofdprijs van de milieuprijs 'Een groene straat,
een goeie daad' in de wacht sleepten.
Zo'n 35 mensen hadden aan hun oproep gehoor gegeven. Ook vooraf
hadden sommigen hun tuintje al opgeknapt. Verder kwamen diverse
mensen vertellen dat ze helaas geen tijd hadden om mee te doen,
maar de Groendag wel een heel leuk idee vonden.
Het eerste uur werd voornamelijk doorgebracht met het verwijderen
van zwerfvuil en hondenpoep. Dankzij de enthousiaste inzet van haar
straatgenoten ging dat sneller dan Liane verwacht had. Daarna was
het weer tijd voor koffie en daaraan gekoppeld wat noodzakelijke
teambuilding. Hierbij bleek dat niet iedereen er dezelfde esthetische
idealen op nahoudt. Terwijl de prijswinnaars vooral aanstoot nemen
aan de vele geparkeerde auto's, vertelde een straatgenote dat ze
onlangs door haar buurvrouw aangesproken werd. Ze had haar fiets
tegen de lantaarnpaal voor het buurpand gezet en dat vond de buurvrouw
'geen gezicht'. Tja, smaken verschillen, en wansmaken ook.
In het besef dat het niet realistisch is om te denken dat de auto's
zullen verdwijnen, zou Bart Achterkamp ze in elk geval graag willen
camoufleren. Door op regelmatige afstanden grote struiken langs
de stoeprand te plaatsen, worden ze wat aan het oog onttrokken.
Het zal wethouder Stolte ongetwijfeld als muziek in de oren klinken
dat er onder de bewoners van de Fultonstraat draagvlak bestaat om
bomen te adopteren.
De Wijkwinkel had zich in elk geval van haar beste kant laten zien
en een subsidie van tweehonderd euro beschikbaar gesteld om plantjes
te kopen. Er waren er genoeg om ook rond de vijf bomen in de straat
plantjes te kunnen poten. De poters zullen er samen op letten dat
de nieuwe aanplant ook water krijgt.
Voor materialen hadden Lankreijer er Achterkamp zelf gezorgd, want
wat hun betreft blijft het niet bij deze ene keer. Hoewel na deze
dag van lichamelijke arbeid eerst maar eens goed gepraat moet gaan
worden over wat de Fultoners met hun straat willen.
Tot vreugde van de organisatoren werden de mensen die meededen
erg blij van het idee dat er meer mensen zijn die verder kijken
dan hun voordeur. Er onstond echt een soort 'Fultonstraatgevoel'.
Bewoonster Nelleke Cornelissen was zo enthousiast geworden over
de inzet van haar straatgenoten dat ze mogelijkheden ziet om de
oude veegploeg in ere te herstellen. Deze was alweer jaren geleden
ter ziele gegaan, maar wellicht ontstaat er nieuw elan. Aan haar
zal het in elk geval niet liggen. Hoewel de ecoteams tot haar spijt
niet meer bestaan, brengt ze wat ze daar geleerd heeft nog steeds
in praktijk. Het fanatisme uit midden jaren '90 is weliswaar bekoeld,
maar, verzekert ze, "er blijft toch altijd wat van hangen."
Bob Molenaar
Zie voor foto's: www.uitvinderswijk.nl
Haagse Vogelbescherming voor Golf
op de Amonsvlakte
In hoeverre is sport te combineren met een landschap dat vijftig
jaar lang een min of meer natuurlijke ontwikkeling heeft kunnen
doormaken? De Haagse Vogelbescherming heeft gekozen voor een betere
bescherming van de vogelstand op de Amonsvlakte. De aanleg van twee
golfholes kan zorgen voor de nodige rust die nu in dit gebied ontbreekt.
De voormalige Amonshoogte, de oude met dennen begroeide duintjes
tegenover Duindigt, zijn in opdracht van de Duitse bezetter afgegraven.
Wat bleef was een troosteloze zandvlakte die na de oorlog in gebruik
werd genomen als uitloopgebied (corrals) voor paarden. In deze periode
ontstonden er op natuurlijke wijze brembosjes. Na het ruimen van
de provisorische omheiningen raakte het gebied langzaam begroeid
met twee typen duinvegetatie.
Het deponeren van stikstofrijk slib - in 1981- en het beplanten
daarvan met niet tot de specifieke duinvegetatie behorende bomen
zorgde voor de groei van een derde type, een mengvorm-vegetatie.
Dit derde, door cultuur beïnvloede vegetatietype is de ontwikkeling
van de twee andere natuurlijke vegetaties gaan beperken. De Amonsvlakte
heeft daardoor een allegaartje van duinvegetaties, waarbij het totaal
oppervlak onvoldoende is om in aanmerking te komen voor bescherming
onder de Europese Habitat-richtlijn.
Van tegen- naar voorstander
Plannen van Golf Duinzigt voor een uitbreiding met drie holes op
de Amonsvlakte stuitten begin jaren negentig op grote weerstand
bij de groene verenigingen. Het typische duinlandschap zou daardoor
te veel worden aangetast. De toenmalige verantwoordelijke wethouder
eiste bovendien een metershoog hekwerk langs het nog aan te leggen
Fietspad 10 om passanten tegen rondvliegende golfballen te beschermen.
Deze situatie stond haaks op de visie van o.a. de Haagse Vogelbescherming.
De rechter stelde de verenigingen in het gelijk tijdens de behandeling
van de artikel 19-procedure. Het plan verdween in de koelkast.
Medio 2000 deponeerde Golf Duinzigt een nieuw plan bij de gemeente
Wassenaar. In plaats van drie, ging het nu om twee holes met een
extra groenuitbreiding ter grootte van twee parkeerstroken op het
parkeerterrein van renbaan Duindigt. Daarnaast is er een optie voor
expansie op langere termijn. Nog steeds echter konden de groene
verenigingen zich niet vinden in de geplande situering van de golfgreens
op de Amonsvlakte. In januari 2001 richtten ze een samenwerkingsverband
op om hierover een gezamenlijk standpunt te bepalen. Besloten werd
om door overleg met Golf Duinzigt mogelijkheden te onderzoeken voor
natuurvriendelijke integratie van golf op deze plek.
Deze houding schepte verwachtingen bij Golf Duinzigt, die echter
niet gehonoreerd werden omdat de meeste deelnemende groene verenigingen
zich afwijzend bleven opstellen en koste wat kost de golfvereniging
wilden weren.
De Haagse Vogelbescherming (HVB) was toen van mening dat de toekomst
van de Amonsvlakte bij deze afwijzing toch steeds opnieuw gevaar
zou lopen. Andere ontwikkelingsplannen voor dit gebied van de gemeente
Wassenaar of een particulier zouden een minder natuurvriendelijk
karakter kunnen hebben. Daaruit werd de conclusie getrokken dat
gebruik van het landschap door golf kan voorkomen dat die minder
gewenste ontwikkelingen plaatsvinden. De kwaliteit van de natuurlijke
duinvegetatietypen moet dan wel versterkt worden. De Vogelbescherming
stelde hiervoor een advies op.
De aangelegde houtopstanden van het derde vegetatietype hebben een
minder specifieke duinvegetatiewaarde en kunnen deels verdwijnen.
Op die plaatsen kunnen de holes worden aangelegd. Ook de landschappelijk
ongewenste paardencirkels kunnen daarvoor worden ingeruild. Dit
voorstel schept een meer open landschap dat de ontwikkeling van
het specifieke duinweidegebied kan versterken. Het advies van de
HVB wordt onderschreven door de visie van een extern deskundig bureau.
Reden voor de Vogelbescherming om uit het samenwerkingsverband
met de groene verenigingen te stappen en samen met Golf Duinzigt
te streven naar een win/win-situatie. Daarbij rekening houdend met
de volgende eisen:
- De greens mogen uitslutiend worden aangelegd op plekken
van nietspecifieke duinvegetatie;
- Het terrein moet worden afgesloten met een transparante maar honddichte
afrastering met doorgangsmogelijkheid voor wilde zoogdieren,
- Het moet mogelijk zijn in het gebied excursies te houden en inventarisaties
te plegen;
- De duinflora moet in stand worden gehouden en beheerd ter versterking
hiervan;
- Tijdens het broedseizoen, tussen 1 maart en 15 augustus, mogen
geen golfballen tussen de begroeiing worden weggehaald;
- Er moet zoveel mogelijk natuurlijke afrastering komen door duindoorn,
brem, sleedoorn e.d,;
- Er mogen geen netten worden opgehangen, want die zijn levensgevaarlijk
voor vogels.
De golfvereniging staat zeer positief tegenover het plan en heeft
de randvoorwaarden onderkend en toegezegd. Inmiddels zijn er nieuwe
tekeningen die geheel aan het voorstel voldoen. De bestuurlijke
en juridische procedure ter realisatie van het plan gaat nu van
start en zal in de loop van 2004 zijn beslag krijgen.
Frederik Hoogerhoud
Haagse Vogelbescherming
Symposium Aardewerk over kansrijke
alianties in duurzaamheid
Zoals in overgangszones in de natuur, de zogeheten gradiënten,
de meeste biodiversiteit voorkomt, zo zijn ook in het milieubeleid
de meeste resultaten te bereiken door samenwerking met allerlei
partners - en niet per se de meest voor de hand liggende. Deze stelling
verkondigde Gea Boessenkool, directeur van projectbureau en uitgeverij
Aarde-werk, op het symposium Kansrijke Allianties in Duurzaamheid
dat deze organisatie op 29 maart jl. hield.
Voor het Haags Milieucentrum geldt dit natuurlijk ook. We zijn
een netwerk, een alliantie van aangesloten organisaties, die - ook
formeel, via de Raad van Toezicht - gezamenlijk het beleid bepalen.
Landelijk zitten we in een netwerk met de drie andere stedelijke
milieuorganisaties en de dertien Milieufederaties, inhoudelijk ondersteund
door de Stichting Natuur en Milieu. In onze projecten zoeken we
steeds naar coalities, soms met bewonersorganisaties, andere natuur-en
milieuorganisaties of maatschappelijke organisaties. We richten
ons op het college van B&W en het ambtenarenapparaat maar ook
vaak op de gemeenteraad, die wij alternatieven aanreiken. Los van
de resultaten, kan dit de kwaliteit van de lokale democratie bevorderen.
Terug naar het symposium. Zo'n twintig mensen die actief zijn op
het gebied van milieubeleid waren aanwezig om ervaringen uit te
wisselen en het thema duurzame allianties te bespreken.
Een van die mensen was Rob van Eijkeren, directeur van Vestia Zuid-Oost,
die zich steeds meer als de groene raaf binnen de wereld van de
woningbouwcorporaties ontwikkelt. In zijn presentatie vertelde Van
Eijkeren dat hij veel geleerd had van het project De Waterspin (in
de Spijkermakerstraat). Daar gerealiseerde ideeën, bijvoorbeeld
de warmtepomp, worden nu ook in Spoorwijk ingezet.
Een andere leerzame ervaring was een project in de Heiloostraat.
Deskundigen hadden een mooi plan gemaakt voor de bewoners daar,
inclusief flinke energiebesparing, maar wel met huurverhoging. Op
grond van slechte contacten met Vestia in het verleden bestond er
bij de bewoners een enorme weerstand. Ondanks een onafhankelijke
voorzitter en een open discussie werden de plannen danig bijgesteld,
wat de ambitieuze doelstellingen op het gebied van energiebesparing
niet ten goede is gekomen. De les is dat autoritaire topdown-planning
en regentesk besturen anno 2004 niet meer werkt. Een conclusie die
het Haags Milieucentrum in zijn project Naar een Duurzaam Den Haag
Zuidwest ook heeft getrokken - maar daar wordt de grootschalige
sloop nog steeds opgelegd.
Energietreinen en ecoteams
In de Heiloostraat hadden bewoners wel belangstelling voor de Groene
Energietrein, een project onder leiding van Aarde-werk. In dit project
krijgen bewoners informatie over hun energie-en waterrekening, vooral
hoe ze die kunnen beïnvloeden. Veel mensen leggen nu nauwelijks
een relatie tussen hun eigen gedrag en de hoogte van de rekening,
voorzover ze überhaupt weten hoeveel m--3 gas of KwH elektriciteit
ze gebruiken. Als daaraan aandacht wordt besteed, blijkt dat er
gemiddeld 5-15% bespaard kan worden. Hetzij door gedragsverandering
(deur dicht, lamp uit als je er niet bent), hetzij door maatregelen
(spaarlamp, leidingisolatie). In de programma's van het voormalige
Global Action Plan en zijn ecoteams bleek de besparing soms nog
wel hoger te kunnen zijn. Met name op afvalscheiding was soms 20-40%
reductie te halen. Dat kan natuurlijk al simpel door alles in de
glasbak te doen, geen papier in de grijze zak te stoppen of door
zelf te gaan composteren. De programma's van GAP waren intensiever
dan de Groene Energietrein, maar ook hier worden aardige resultaten
geboekt, al is het maar in het bewustzijn van mensen.
Het Haags Milieucentrum wil in Zuidwest - als het gemeentebestuur
in de Structuurvisie tenminste kiest voor een ambitieuze energiedoelstelling
- de ervaring en kennis van Aarde-Werk en/of GAP inzetten in een
project. Aarde-Werk heeft op dit moment al 18 coaches opgeleid die
zó aan de slag kunnen.
Migranten en milieu
Een belangrijk accent in de bijeenkomst was de aandacht voor milieubeleid
en migranten (het woord allochtonen mag in Den Haag niet meer gebruikt
worden, vandaar deze aangepaste terminologie). Verspilling wordt
in de islamitische cultuur niet geaccepteerd en dat vormt een goede
insteek in de milieudiscussie. Dit kan ook een argument zijn tegen
het overdadige gebruik van chloor in migrantenhuishoudens (gemiddeld
30 liter per jaar) Chloor is niet alleen schadelijk voor het milieu,
maar ook nauwelijks effectief tegen bacteriën, omdat die na
12 uur toch weer aanwezig zijn. Bovendien leggen ook allerlei nuttige
bacteriën het loodje, bijvoorbeeld bacteriën die actief
zijn in de waterzuivering.
Een mysterie bleef het gegeven, dat in Turkije waar zonneboilers
massaal zijn toegepast de prijs 220 euro (inclusief installatie)
is en hier in Nederland zo'n 1500 euro moet worden betaald.
Al met al een geslaagde bijeenkomst en een zinnige investering
in ons netwerk, dat met veel duwen en trekken werkt aan ambitieuze
milieudoelstellingen in een tijd, dat andere problemen meer de aandacht
trekken.
Tom Pitstra
Haags Milieucentrum
Haags Milieucentrum neemt afscheid
van voorzitter
De voorzitter van het Haags Milieucentrum, Berber de Haan, gaat
verhuizen naar Overijssel en heeft daarom haar functie beschikbaar
gesteld. Berber heeft zes jaar in het bestuur van het centrum gezeten,
waarvan vier jaar als voorzitter. Ze vervulde die functie met grote
betrokkenheid en kennis van zaken, ook toen die de laatste jaren
een behoorlijke tijdsinvestering vergde. Berber is voorstander van
een bestuur op afstand, zoals ze het tijdens haar afscheid van 'haar
Haagse periode' verwoordde. Dus een bestuur met de puur bestuurlijke
taken van eindverantwoordelijkheid voor financiën, personeel
en het beleid op hoofdlijnen. Een bestuur dat zich beperkt tot het
faciliteren van directie en team, tot het op grote lijnen onderhouden
van contacten met de bij het centrum aangesloten organisaties en
het gemeentebestuur. Dat was echter niet de praktijk.
Onder haar voorzitterschap heeft het HMC de laatste drie jaar vier
keer voor zijn bestaan en toekomst moeten knokken. Dat kost veel
tijd de energie, ook van de voorzitter. Bij haar afscheid wenste
ze het centrum dan ook toe een paar jaar met rust gelaten te worden,
zeker in deze periode van opbouw. Natuurlijk niet om het rustiger
aan te kunnen doen, maar om zich op de inhoud en de worteling binnen
en ondersteuning van de bij het centrum aangesloten organisaties
te kunnen concentreren. Ze wenste ons toe te kunnen oogsten, met
als resultaat nieuwe energie en arbeidsvreugde.
Berber, nog heel erg bedankt voor je inzet en je vaak wijze adviezen.
Als opvolger van Berber draagt het bestuur Stef de Niet voor. Stef
was bestuursadviseur onder wethouder Engering en voorzitter van
de medezeggenschapscommissie van de gemeente. Hij is nu werkzaam
als directeur van Centrum 16/22. De Raad van Toezicht van het Haags
Milieucentrum zal zich in mei over zijn kandidatuur uitspreken.
Vuilrapers zoeken uitbreiding
Voor de vuilraaptroep Licht op Groen en Geel was 2003 een vruchtbaar
jaar. De vrijwillige vuilrapers, die in aantal toenamen, zijn er
twaalf maal op uit geweest. In november waren zelfs twaalf volwassen
deelnemers en één kind praktisch in de weer voor een
schoner Den Haag.
Eveneens in november kreeg Licht op Groen en Geel van vertegenwoordigers
van Nederland Schoon en het ministerie van VROM een soort vuilcontainerfiets
om zakken zwerfvuil te kunnen transporteren. De container was bovendien
gevuld met een hoop nuttige attributen zoals grijpers, zakken en
hesjes. Dit als blijk van waardering voor de vuilraapactiviteiten
van de laatste twee jaar. En ook de goede publiciteit die de vuilrapers
dit jaar kregen, van onder meer het radioprogramma Vroege Vogels,
was natuurlijk een opsteker.
Hierdoor aangemoedigd wil Licht op Groen en Geel haar werkterrein
wat gaan uitbreiden. Weet u in uw buurt een groengebied dat nodig
eens van vuil moet worden ontdaan? Of beginnen uw eigen handen te
jeuken om dit in groepsverband te gaan doen? Meld dat dan aan Jan
Meijer (tel. 310 7883) of aan Arno Bouts/Judith Broos (tel. 364
9576).
Een foto-impressie van de actie van 18 januari vindt u op http://home.wanadoo.nl/marijke.de.jong/marijke.htm
door te klikken op het visitekaartje van de raaptroep.
Help de pad op weg
Het is weer bijna paddenpaartijd. Duizenden padden trekken dan vanuit
hun winterverblijf naar het water om het voortbestaan van de soort
veilig te stellen. Dat is niet zonder risico, want ze moeten daarbij
vaak drukke wegen oversteken. En ieder jaar worden er weer veel
padden doodgereden. Dat het er niet méér zijn, is
telkens weer te danken aan de inspanningen van vele vrijwillige
paddenoverzetters. Zo kwamen vorig jaar tussen 1 maart en 20 april
13.834 padden veilig aan de overkant dankzij de hulp van circa 165
vrijwilligers. Die troffen in totaal 552 dode padden aan, dus slechts
vier procent van het aantal overzettingen.
Ook dit jaar is de Haagse Dierenbescherming weer op zoek naar mensen
die willen helpen om deze amfibieën veilig over te zetten.
Ook zoekt ze naar coördinatoren voor de locaties Dotterbloemlaan
en Kwekerijweg en naar vrijwilligers die bij zonsop- en ondergang
de slagbomen bij de Duinweg willen openen respectievelijk sluiten.
Els Jonkers van de Dierenbescherming wacht uw reactie via haar mailadres
els@haagsedierenbescherming.nl
(onder vermelding van 'paddentrek') of telefonisch via 392 4289
met spanning af. Vermeld in uw mailtje s.v.p. uw naam, adres en
telefoonnummer, dan neemt ze contact met u op.
Milieuprijs levert
veel groene ideeën op
De tweede Haagse Milieuprijs, 'Een Groene Straat,
Een Goede Daad', heeft heel wat creativiteit losgemaakt. Het Haags
Milieucentrum ontving 38 inzendingen, meer dan verwacht. En niet
toevallig waren inzendingen uit het middendeel van de Obrechtstraat
oververtegenwoordigd. Een foto van dit weggedeelte was immers voor
de omslag van de folder gebruikt, en binnenin stond een plaatje
van hoe mooi groen het daar zou kunnen worden. In de praktijk zal
dat wat meer moeite kosten dan met Photoshop het geval is, maar
verschillende bewoners staken de koppen bij elkaar en ontwikkelden
ideeën. De hoofdprijs ging echter niet naar iemand uit de Obrechtstraat.
Die was voor Liane Lankreijer en Bart Achterkamp uit de Fultonstraat.
Dat de jury hun ideeën als de meest vernieuwende
beschouwde, terwijl ze ook nog eens goed uitvoerbaar zijn, is achteraf
niet verwonderlijk. Bart werkt namelijk bij een ecologisch adviesbureau,
waar hij onderzoek doet naar mogelijke bedreigingen van de leefgebieden
van soorten in het kader van de Flora- en Faunawet.
Het sterke van hun plan vond de jury 'dat met een
aantal relatief eenvoudige ingrepen niet alleen het groene aanzien
van de straat sterk zal verbeteren, maar ook de algehele leefbaarheid.
Bijvoorbeeld wat betreft het veilig kunnen spelen van kinderen.
Een sterk punt van het plan is dat het veel aandacht besteedt aan
de koppen van de straat. Die zijn immers beeldbepalend als je een
straat inkijkt of inrijdt. Er zitten een aantal originele ideeën
in het plan verwerkt, zoals het maken van een groen speeltuintje,
het gebruik van lantarenpalen als pergola, de plaatsing van speciale
pergolapalen en het benutten van de rand van bloembakken als bankje.
Heel leuk is de aandacht voor de naamgever van de straat - Robert
Fulton, de uitvinder van de raderboot - via een boot die als speelwerktuig
wordt gebruikt.' Enkele illustraties uit de inzending van Bart en
Liane vindt u op deze pagina's.
Inmiddels hebben ze over hun plannen een brief opgesteld
die ze in hun straat willen gaan ronddelen. Ze hopen dat de buren
er ook enthousiast over worden, en er een gezamenlijk plan kan ontstaan.
Ook suggereren ze in hun brief om in de Fultonstraat bewonersparkeren
te laten invoeren. In hun plan verdwijnen enkele parkeerplaatsen.
Dat wordt acceptabeler als ervoor wordt gezorgd dat winkeliers en
winkelend publiek uit de Weimarstraat hun auto's niet meer in de
Fultonstraat parkeren.
Een tropische verrassing
Niet ver van de Fultonstraat ligt de Ampèrestraat, die
volgens bewoner de heer Boon prachtig gerenoveerd is. Maar, zo suggereerde
hij, waarom maken we deze straat niet groener en benadrukken we
tegelijk haar multiculturele karakter door er 23 palmbomen met daartussen
bamboestruiken te planten? Zelfs in ons koude kikkerlandje moet
dat geen probleem zijn. En ook dit plan heeft aandacht voor leefbaarheid,
door een combinatie met fietsenrekken en zitbanken.
Wel heel doortastend was het idee van Janny Brasker:
een ecologische verbindingszone tussen het Scheveningse Bos en de
Prinsessetuin via het Zeeheldenkwartier. Die ook nog naar het Haagse
Bos uit te breiden is. De ecologische slinger gaat via de Jacob
Catslaan, de Banstraat naar de 1e Sweelinckstraat, Van Diemenstraat,
het Elandplein, de Da Costastraat en de Veenkade naar de Paleistuin.
Over de drukke straten komen mens- en wildviaducten. En het plan
voorziet in een parkeergarage op de plek van Metropole, zodat automobilisten
hun weg per fiets of lopend kunnen vervolgen.
Van de maar liefst vier inzendingen uit de Obrechtstraat
was er één net even creatiever en beter uitgewerkt
dan de rest: die van Joke Junger en haar buren. Zij kwamen met het
idee om bomen te planten, omringd door bankjes vanwege de sociale
contacten in deze kinderrijke straat. Daartussenin situeren ze plantenbakken
met Blauwe Regen. Op verschillende plaatsen moeten voorts fietsenrekken
komen, waarvoor nauwelijks autoparkeerplaatsen opgeofferd hoeven
te worden. Het Sunny Court zou door middel van een poort vanuit
de Obrechtstraat toegankelijk kunnen worden gemaakt
Inzendingen kwamen niet alleen uit de oude wijken,
maar ook uit de nieuwe. In vinexwijk Ypenburg kwamen André
Woudenberg en Marcel Griffoen onafhankelijk van elkaar op hetzelfde
idee: verander de in totaal 4 kilometer lange geluidswallen die
Ypenburg scheiden van de A13, de A4 en de A12 in groene oases en
spannende heuvelbossen. Als die uitgestrekte, saaie geluidswallen
op deze manier omgetoverd worden tot recreatieve, rustgevende, beboste
oases, leidt dat tot een fraaier uitzicht vanuit de wijk, ruimte
voor vogels en natuur en minder wind en verkeerslawaai.
Binnenkort zal een selectie uit de inzendingen aan
de verantwoordelijke wethouders worden aangeboden. Meer hierover
leest u in de volgende Branding.
CityDuinparkwandeling
Op 25 april vindt de CityDuinparkwandeling plaats.
Twaalf parken en groengebieden in het noordwesten van de stad worden
dan voor één dag symbolisch met elkaar verbonden tot
het grootste stadspark van Europa: het CityDuinpark. Door een wandelroute
te volgen kunt u zelf zien hoe bijzonder die gebieden zijn - en
hoe belangrijk het zou zijn ze met elkaar te verbinden. Zodat het
mogelijk wordt om gedurende een hele dag of meer binnen de stadsgrenzen
te genieten van groen, ruimte en rust. Dit was het winnende idee
van de Milieuprijs die het Haags Milieucentrum in 2001 organiseerde.
Via een speciale CityDuinkrant worden scholieren geïnformeerd
over de grote betekenis van deze groengebieden en wat ze daar zoal
kunnen tegenkomen. Hiermee wil het Haags Milieucentrum ouders en
hun kinderen enthousiast maken om nu al van hun CityDuinpark gebruik
te maken, en de politiek stimuleren om die verbindingen tot stand
te brengen.
Op dit moment is het Milieucentrum bezig de wandeling
voor te bereiden. We zoeken nog vrijwilligers voor de dag zelf.
Wilt u op 25 april mensen veilig helpen oversteken? Of de deelnemers
informatie verschaffen over wat er in zoal te zien is, bijvoorbeeld
aan flora en fauna? Dan bent u precies de persoon die we zoeken!
Aarzel niet en bel, mail of schrijf het HMC!
Het gaat om de verbinding tussen de volgende parken
en groengebieden: de Scheveningse Bosjes, Scheveningse Bosjes-Belvedère
(plus groenstrook langs Madurodam), Westbroekpark, Nieuwe Scheveningse
Bosjes, Klein Zwitserland, Hubertuspark, Oostduinen (Uilenbos),
Waalsdorpervlakte, Meyendel, Clingendael, Oosterbeek, Haagse Bos
en Malieveld/Koekamp.
Het Milieucentrum
Amsterdam:
een vijftienjarige luis in de pels
"Je kunt beter één medewerker bij
een milieuorganisatie financieren dan tien bij de overheid".
Hans van der Vlist, Directeur-Generaal Milieu bij het ministerie
van VROM, herhaalde deze ooit door hem geponeerde stelling op het
drukbezochte symposium dat op 22 april plaatsvond ter gelegenheid
van het 15-jarig bestaan van het Milieucentrum Amsterdam. Hoofdthema
was de onafhankelijkheid van organisaties die de overheid kritisch
volgen, maar tegelijk van diezelfde overheid (financieel) afhankelijk
zijn. Van der Vlist beschouwt subsidiëring van dergelijke organisaties
als een goede investering: "Democratische besluitvorming is
in hoge mate gediend met goede kwaliteit van de informatie. Daarvoor
heb je onafhankelijke, kritische organisaties nodig". En aangezien
ze geen instrumenten van de overheid zijn "moet je niet klagen
als deze organisaties zich inderdaad keren tegen een nieuw gemeenteplan
en daar flink mee uitpakken."
Milieudefensiedirecteur (en Amsterdams gemeenteraadslid)
Vera Dalm onderschreef dit standpunt volledig. De expertise op het
Milieucentrum en de aangesloten groepen is van belang om de gemeenteraad
op de juiste koers te houden, was haar ervaring. "Juist natuur
en milieu verdienen onze zorg, want dat levert ons in de toekomst
heel veel op. Als je naar de langetermijneffecten kijkt is het dus
heel goedkoop om milieuclubs te subsidiëren."
Over het maatschappelijk draagvlak maakt oud-milieuwethouder Ruud
Grondel (GroenLinks) zich weinig zorgen, getuige zijn kritiek op
de stelling dat milieu 'uit' is. "Onzin. Het wóórd
is uit. Maar heb je 't bijvoorbeeld over veiligheid en gezondheidsrisico's,
dan is daarvoor juist heel veel aandacht. Die leefbaarheidsaspecten
van milieu zijn ontzettend in!"
Het Milieucentrum Amsterdam is gevestigd aan de
Plantage Middenlaan 2-G en heeft een fraaie website: www.milieucentrumamsterdam.nl
Biesieklette waakt
al twintig jaar over uw eigendommen
Stiekem roken in de fietsenstalling is er op een
hoop scholen niet meer bij, want daar waakt Biesieklette. Een gesprek
met directeur Herman de Graaff over het twintigjarig bestaan van
zijn organisatie.
In 1983 ging het slecht met de economie. Heel slecht.
Het land verkeerde in een recessie, werklozen meldden zich met duizenden
tegelijk bij het arbeidsbureau en het consumentenvertrouwen bereikte
duizelingwekkend lage waarden. Afijn, iedereen die het nieuws bijhoudt
kan zich er wel een voorstelling van maken. Het was in datzelfde
jaar dat een aantal projecten van de grond kwam om werkzoekenden
weer bij het arbeidsproces te betrekken. En één van
die projecten, gestart onder de vleugels van De Nieuwe Aanpak, bestaat
nog steeds:
fietsenstallingenexploitant Biesieklette.
Scholen en buurten
Kende het project een aarzelende start, toen Herman de Graaff precies
tien jaar geleden aantrad als directeur had Biesieklet-te 35 medewerkers
die verantwoordelijk waren voor twaalf stallingen. Inmiddels telt
de organisatie ruim 150 medewerkers en is het aantal stallingen
uitgegroeid tot 65, verspreid over tien gemeenten in Haaglanden
en Rijnmond. Met name het aantal stallingen bij scholen zit flink
in de lift. De Graaff ziet bij de middelbare scholen nog veel groeipotentie.
Herman de Graaff: "We houden niet alleen maar toezicht. We
bieden ook een stukje extra dienstverlening. Zoals het plakken van
banden, zodat de leerling niet naar huis hoeft te lopen. En de beheerders
hebben ook een sociale functie. Leerlingen vertellen hun vaak van
alles wat hun hoog zit."
Scholen moeten zelf opdraaien voor de kosten die de stalling met
zich meebrengt, maar de gemeente Den Haag laat zich niet onbetuigd.
De Graaff: "De gemeente is erg enthousiast. Ze hebben ervoor
gezorgd dat fietsenstallingen gemoderniseerd werden en schoolpleinen
werden opgeknapt, zodat we zó van start konden gaan."
Een andere recente activiteit is de exploitatie van
buurtstallingen. In wijken waar bewoners hun fiets moeilijk kwijt
kunnen - bijvoorbeeld omdat ze geen kelder hebben - kan Biesieklette
op zoek gaan naar panden die als stalling kunnen worden ingericht.
Momenteel zijn er twee van dergelijke stallingen in het Bezuidenhout
en er komt er een in de Boks-doornstraat. Omdat ze onbemand zijn
heeft Biesieklette er weinig werk aan, aldus De Graaff, maar het
is wel een hele klus om betaalbare panden te vinden.
Gave huisjes
Maar meer dan van de school- en buurtstallingen zal het publiek
Biesieklette kennen van de kunstzinnig vormgegeven beheerdershuisjes.
De Graaff vertelt er met trots over: "De gemeente wil het fietsen
stimuleren en moet dan ook accepteren dat die fietsen ergens neergezet
worden. Om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren heeft
ze besloten dat ook de hokjes van de beheerders een fraaiere aanblik
moeten krijgen. Dit is het project Fiets en Stal geworden, waarin
Stroom hcbk aan kunstenaars opdracht heeft gegeven om stallingen
te ontwerpen. Daarvan worden er nu steeds meer opgeleverd. Aanvankelijk
waren nogal wat beheerders verontwaardigd, maar nu vinden ze het
'toch wel gaaf'. De nieuwe behuizingen zijn ook veel comfortabeler."
Bijzonder trots is De Graaff op de stalling die vanaf
juni wordt aangelegd op het plein voor het Centraal Station. De
beheerder zetelt in een glazen hok dat 's nachts een groen schijnsel
uitstraalt en dan tegen vandalen beschermd wordt door een kooiconstructie.
Overdag wordt die kooi eenvoudigweg opgehesen en torent dan boven
het huisje uit. En niet alleen aan de beheerder wordt gedacht, maar
ook aan de gebruiker van de stalling. De 332 fietsbeugels zullen
aanzienlijk beter van kwaliteit zijn dan wat er nu staat of ligt.
Overigens blijft het op het Koningin Julianaplein ook mogelijk om
onbewaakt te stallen.
De toekomst
Zo enthousiast als De Graaff vertelt over deze en andere innovaties
- zoals het exploiteren van openbare toiletten en de verhuur van
buggies, rollators en (strand-)rolstoelen - zo somber wordt hij
als de toekomst van de 'Melkertbanen' ter sprake wordt gebracht.
Voor een organisatie als Biesieklette is gesubsidieerde arbeid immers
onontbeerlijk. De Graaff: "Wij exploiteren geen stationsfietsenstallingen,
zoals de franchisehouders van de NS. Die kunnen commercieel opereren
omdat ze minstens duizend stallingsplaatsen hebben, veel betaalde
diensten aanbieden en zitten op knooppunten van woon/werkverkeer.
Ze vragen een euro, wij maar 45 eurocent, en dat bedrag willen we
niet echt verhogen. Mensen met een smalle beurs moeten in onze stallingen
terechtkunnen."
Het ergste vindt De Graaff de kabinetsplannen echter
voor zijn medewerkers: "Mensen die hun sociale leven net weer
op de rit hebben dreigen voor de tweede keer in de steek gelaten
te worden."
Bob Molenaar
Het jubileum van Biesieklette wordt in augus-tus
luister bijgezet met de verschijning van een boek. Hierover zult
u te zijnertijd ongetwijfeld meer kunnen lezen op de website www.biesieklette.nl.
Van
de Redactie
Het eerste nummer van de Branding
in 2003 ligt weer voor u. Er zal door de toekenning van extra subsidie
ook veel aan de Branding gaan veranderen. Ten eerste komt er een
nieuwe hoofdredacteur die er ook voor moet zorgen dat via wervingsacties
nog meer mensen de Branding gaan lezen. Heeft u goede ideeën,
schroom niet en stuur ze in.
Ook zullen meer mensen in de
Branding gaan schrijven wat de diversiteit en de pluriformiteit
van Branding zeker ten goede zal komen. En het zal de discussie
in Den Haag over duurzaamheid ten goede komen, juist door verschillen
in accent en insteek en soms diametraal tegenover elkaar staande
standpunten. Iedereen schrijft in Branding op persoonlijke titel,
ook de medewerkers van het Haags Milieucentrum. Branding verkondigt
ook niet de mening en visie van dé natuur- en milieuorganisaties
in Den Haag. Iedere organisatie geeft de eigen visie en standpunten.
De nieuwe medewerkers voor Ruimtelijke
Ordening, Stedelijke Ontwikkeling en Duurzaam Bouwen en voor Mobiliteit
zullen ook hun bijdragen gaan leveren. Bovendien gaat het Haags
Milieucentrum samen met BOOG projecten rond Wijk en Milieu vorm
geven. Voortaan zal in elke Branding een stuk komen over initiatieven
in verschillende wijken van bewoners of andere belanghebbenden die
vanuit duurzaamheid van belang zijn. Initiatieven waar ook anderen
hun voordeel mee kunnen doen.
We zijn van plan voortaan in
elke Branding een artikel te plaatsen over beleid, maatregelen en
projecten in andere steden rond duurzaamheid, waar Den Haag wellicht
zijn voordeel mee kan doen. Dit zal de positieve insteek van Branding
verder versterken en wethouder Smits zal dat zeker waarderen gezien
de inhoud van zijn ingezonden brief. Het mooiste zou natuurlijk
zijn als wij de middelen en de menskracht hadden om maandelijks
de Branding uit te brengen om zo directer te kunnen reageren op
ontwikkelingen in onze stad.
Vijf
keer zoveel gemeentesubsidie
voor Haags Milieucentrum
Vrijdagnacht 8 november 2002
om 01.15 uur, heeft de Haagse gemeenteraad besloten het Haags Milieucentrum
in totaal 200.000 euro extra subsidie toe te kennen waarvan 50.000
euro basissubsidie. Dat deed de gemeenteraad met 23 stemmen voor
en 21 stemmen tegen. Als die impuls er niet was gekomen had het
Centrum haar activiteiten waarschijnlijk moeten staken. Zo ver heeft
het gelukkig niet hoeven komen. Belangrijk is ook dat het meeste
geld van andere portefeuilles is overgeheveld naar duurzaamheid.
Daardoor kan de wethouder Duurzaamheid voortaan over 0,61% van het
gemeentebudget beschikken in plaats van over het huidige percentage
van 0,6%. Door deze toekenning wordt het huidige onderkomen te klein
en moet het Centrum verhuizen naar een ruimer pand.
Het is jammer dat het CDA en
de VVD nog niet overtuigd kunnen zijn van de noodzaak om juist nu,
naast de extra impuls van 256 miljoen euro in de stad, een impuls
aan de duurzaamheid te geven in de vorm van extra subsidie aan één
van de twee particuliere organisaties die zich met de duurzaamheid
van onze stad bezighouden. Maar wat niet is kan nog komen. Het Haags
Milieucentrum zal er in ieder geval, door een onafhankelijke opstelling,
door het werken aan een levendig duurzaamheiddebat in de stad en
door concrete resultaten te boeken, alles aan doen om ook alle politieke
partijen in de nabije toekomst te overtuigen van het belang van
een goede financiële basis voor een goed functionerend stedelijk
milieucentrum.
De extra incidentele subsidie
van 150.000 euro is voor een belangrijk deel toegekend op het thema
Wijk en Milieu en op Mobiliteit en Duurzaam Bouwen. Het Centrum
heeft vrijwel direct na de toekenning werkgroepen geformeerd met
leden uit aangesloten organisaties en andere bij duurzaamheid betrokken
Hagenaars om goede en aansprekende projecten te formuleren en uit
te werken op deze terreinen. Met die projecten kan natuurlijk pas
begonnen worden als het Centrum goed met de aangesloten organisaties
overlegd heeft, goede mensen heeft weten aan te trekken en goede
afspraken heeft kunnen maken met de Stichting BOOG die dit jaar
samen met het Centrum de wijk- en milieuprojecten vorm gaat geven.
De voorbereidingen verlopen goed en dus zal het Centrum, met een
strak tijdschema, de meeste projecten rond half maart bij de Gemeente
kunnen indienen.
Een deel van de basissubsidie
zal gebruikt worden voor de ondersteuning en versterking van de
18 natuur- en milieuorganisaties die met hun belangrijke vrijwilligerswerk
bezig zijn het draagvlak voor een duurzame ontwikkeling van Den
Haag te versterken en ook concrete resultaten te boeken. Deze organisaties
ontvangen vrijwel geen financiële ondersteuning. Dit in tegenstelling
tot tal van particuliere en vrijwilligersorganisaties op het gebied
van bijvoorbeeld bewoners- en wijkbelangen, integratie en allochtonenbelangen
en kunst en cultuur. Door de toekenning van wat extra subsidie aan
het Haags Milieucentrum is deze wel erg scheve situatie een klein
beetje rechtgetrokken. Het begin is er.
In de volgende Branding zullen
de nieuwe medewerkers zich voorstellen en zal er een overzicht gegeven
worden van de initiatieven en projecten die met de extra subsidie
betaald zullen worden. Nu zijn we bezig met de voorbereidingen van
de Groene Speurkaart, de Haagse Milieuprijs, de CityDuinparkloop
en -wandeling, de Zonnedag, en het maandelijkse milieucafé
De Derde Dinsdag in Dudok. Ook daaraan zal in het volgende nummer
van Branding aandacht besteed worden.
De gemeenteraad wil direct na
de zomervakantie evalueren wat het Haags Milieucentrum met de extra
subsidie heeft gedaan. Dat is te begrijpen want het gaat natuurlijk
om de vraag of het Centrum het verdient om ook in 2004 en volgende
jaren voor projectsubsidies in aanmerking te komen. Maar het is
wel erg snel. Juist als het om de meestal toch complexe milieuvraagstukken
gaat is een integrale benadering nodig om resultaten daarop te bereiken.
Dan is een goede en doordachte voorbereiding de sleutel tot welslagen.
Het Centrum wil niets liever dan afgerekend te worden op resultaten
op het moment dat die er kunnen zijn.
De subsidieverlening door de
gemeente wordt door de aangesloten organisaties en anderen bij duurzaamheid
betrokkenen ervaren als een uitdrukking van waardering voor hun
werk en het heeft iedereen een impuls gegeven om in 2003 extra hard
maar wel duurzaam aan de weg te timmeren.
| |
Haags Milieucentrum
Groot Hertoginnelaan 203
2517 ES Den Haag
|
Van de redactie
Deze Branding gaat geheel over de ontwerpbegroting
van het gemeentebestuur en over de subsidieperikelen van het Haags
Milieucentrum. Daar valt veel over te zeggen. Branding kiest meestal
voor een positieve benadering of geeft waar mogelijk extra aandacht
aan de lichtpuntjes die in Den Haag overal te vinden zijn. Dit keer
is dat niet gelukt.
De ontwerpbegroting laat via de cijfers en de spaarzame
tekst over duurzaamheid eigenlijk zien dat duurzaamheid door dit
stadsbestuur als een ondergeschikt belang wordt gezien. In het hoofdartikel
over waarden en normen maken wij duidelijk dat dit getuigt van een
bij uitstek onverantwoordelijke houding. Het belang dat aan duurzaamheid
gegeven wordt valt natuurlijk niet alleen af te lezen uit het geld
dat er voor wordt uitgetrokken, maar dit is in deze tijd wel de
belangrijkste indicatie. Zo is er bij de gemeente bijvoorbeeld een
enthousiaste afdeling die zich onder meer met duurzaam bouwen bezig
houdt. Dit blijkt niet uit de begroting. Ook de gelden die uitgetrokken
worden voor ons centrum en bijvoorbeeld de Stichting Boog zijn uit
de ontwerpbegroting niet boven water te halen. Bovendien zegt het
geld niets over de kwaliteit die geleverd wordt.
Uit ervaring weten wij dat bij andere afdelingen dan
die van milieu er niet of nauwelijks aandacht is voor milieu. Daardoor
worden heel veel kansen op duurzaamheid niet benut. Zo is het aantal
bouwprojecten dat echt iets extra's heeft opgeleverd op het gebied
van duurzaam bouwen op de vingers van één hand te
tellen. In het hele verkeersplan dat de groei van het autoverkeer
als uitgangspunt neemt, is vrijwel geen aandacht voor het milieu
en bestaan er vele masterplannen met allen niet geringe gevolgen
voor het milieu, maar niet zoiets als een masterplan met een duurzame
visie op de stad als geheel. Het was de bedoeling dat in deze Branding
ook een artikel zou komen met voorbeelden van gemiste kansen in
Den Haag op het gebied van duurzaamheid. Wij hebben ook anderen
gevraagd voorbeelden aan te leveren. Het aanbod was zo groot en
onze tijd zo krap dat de redactie heeft besloten deze gemiste kansen
in de volgende Branding aandacht te geven. Bovendien zou dan de
lading van deze uitgave wel erg negatief worden.
Het verhaal over de aanvraag van het Milieucentrum
voor extra subsidie is het verhaal van een bureaucratische lijdensweg.
Daar kunt u maar de helft over lezen in het artikel op de twee middenpagina's.
Indien wij het hele verhaal hadden opgeschreven was dat veel te
lang geworden. Die hele procedure heeft het Centrum veel kostbare
tijd gekost en alleen frustraties opgeleverd. Keer op keer hebben
wij het gemeentebestuur laten weten dat zoals het er nu op het Centrum
aan toe gaat, niet langer kan. Waardering krijgen we wel, maar geen
centen. Wat is die waardering dan waard? Dit betekent vrijwel zeker
het einde van ons Centrum tenzij een meerderheid in de gemeenteraad
een eventuele waardering wel materialiseert. Wij hopen een ruime
meerderheid in de gemeenteraad te kunnen overtuigen van de waarde
voor de stad van een echt grootstedelijk Milieucentrum dat efficiënt
omgaat met haar middelen.
Een aantal uitspraken van de voorzitter van de PvdA-fractie
Henk Kool in het interview op bladzijde 5 geven hoop. De VVD fractievoorzitter,
Peter Smits, is heel helder in zijn mening en helderheid is een
groot goed. Misschien moet we aandelen Haags Milieucentrum onder
de Haagse bevolking gaan verkopen, met daarbij wel de waarschuwing
dat dit geen waardevaste belegging voor nu is, maar een investering
in de toekomst waarvan wij nu nog niet weten wat die gaat opleveren.
Wij hopen dat het belang van een duurzamere stad en de steun die
wij geven aan hun eigen wethouder Duurzaamheid, de CDA-fractie over
onze streep trekt. Ook voor andere fracties geldt natuurlijk dat
wij hopen dat zij de activiteiten van ons Centrum zullen steunen
en het zo overeind zullen houden. Wat natuurlijk nog belangrijker
is dan een financiële basis voor ons centrum is dat de wethouder
Duurzaamheid, met een deskundig en betrokken apparaat achter zich,
de autoriteit en de middelen krijgt om een duurzame visie, een duurzaam
beleid en duurzame maatregelen te integreren in het beleid van andere
portefeuillehouders.
Wij gaan er voorlopig van uit dat het Milieucentrum
via de gemeenteraad de financiële basis krijgt zonder welke
het niet kan functioneren en dat dus onze bescheiden aanvraag op
7 november door de gemeenteraad gehonoreerd wordt.
Brandbrief aan de gemeenteraad
Het Haags Milieucentrum knokt
voor haar voortbestaan. Het Centrum heeft vorig jaar al aan politiek
en bestuur duidelijk gemaakt dat het "zo niet langer kan".
Het Centrum heeft, om de financiële basis voor een echt grootstedelijk
Milieucentrum te verkrijgen, een aansprekend, ambitieus, haalbaar
en door aangesloten organisaties ondersteund meerjarenplan en werkplan
2003 ingediend. Het was dan ook uitermate teleurstellend en onbegrijpelijk
dat onze zeer bescheiden aanvraag voor extra subsidie niet door
het gemeentebestuur gehonoreerd is. Dit terwijl er volgend jaar
in onze stad maar liefst 156 miljoen euro extra geïnvesteerd
wordt die het bestuur in 2002 niet heeft uitgegeven. Gebrek aan
geld kan het dus niet zijn. Wij vragen niet veel meer dan het duizendste
deel van die investeringsimpuls. Om het hoofd boven water te kunnen
houden heeft het Haags Milieucentrum onderstaande brandbrief aan
alle fracties in de gemeenteraad gestuurd.
Het Haags Milieucentrum is opgericht
als steunpunt voor de 17 aangesloten natuur- en milieuorganisaties.
Drie jaar geleden is de vraag gesteld of het puur als steunpunt
functioneren voldoende bestaansrecht was. Ook de gemeente vond dat
het Milieucentrum te weinig zichtbaar was. In het kader van de door
het centrum georganiseerde 'Toekomstverkenning' heeft de gemeente
meegedacht en ingestemd met die ontwikkeling tot een volwaardig
Milieucentrum. Een Centrum dat zich onder meer samen met de organisaties
richt op het kritisch en constructief volgen van het gemeentebeleid
op het gebied van Duurzaamheid en zich richt op zaken die anders
blijven liggen.
Die overgang naar een professionele
instelling is gedeeltelijk gelukt. Tal van projecten zijn voorbereid
en/of uitgevoerd zoals de Haagse Milieuprijs, het Milieucafé
De Derde Dinsdag in Dudok, de CityDuinParkloop en educatieve wandeling,
de Groene Speurkaart en de Groene Graadmeter. Ook de Branding is
naar een beduidend hoger niveau getild. Dit heeft echter ook geleid
tot een hoog oplopende werkdruk. Zo is de directeur, als enig regulier
betaald personeelslid, tevens hoofdredacteur, inhoudelijk medewerker
mobiliteit, ruimtelijke ordening, duurzaam bouwen, duurzame energie
en energiebesparing en natuurbeheer. Hij heeft tot taak met 17 aangesloten
vrijwilligersorganisaties samen te werken en te zorgen voor een
goede informatie-uitwisseling. Inspirerend, maar tijdrovend. Daarnaast
is hij projectuitvoerder, personeelsmanager, lobbyist en communicatiemedewerker.
Ieder weldenkend mens begrijpt dat dit niet kan. Om de financiële
basis te verkrijgen die hoort bij haar nieuwe functie had het Centrum
in juni 2001 voor 2002 een structurele subsidie aangevraagd. De
aanvraag is ingediend bij de portefeuilles Milieu, Ruimtelijke Ordening
en Verkeer & Vervoer omdat het Centrum op deze terreinen de
meeste activiteiten wil ontplooien. De afhandeling werd aan de portefeuille
Milieu gedelegeerd.
Het bleek echter dat de gemeente
geen structurele subsidie wilde verstrekken. Ondanks voortdurend
aandringen op helderheid liet het antwoord op onze aanvraag lang
op zich wachten. Op de laatste dag voor het kerstreces heeft een
gesprek plaatsgevonden met de toenmalige wethouder Milieu. Daar
zijn twee dingen afgesproken. Het Haags Milieucentrum zou voor 2003
en volgende jaren een meerjarenprojectsubsidie-aanvraag indienen
en een werkplan 2003. Verder zou het Centrum voor 2002 in februari
2002 twee projecten indienen. Eén op het gebied van Mobiliteit
en één op het gebied van RO. Daarnaast was het Centrum
kandidaat voor de externe begeleiding van de Milieu Advies Commissie.
Die projecten zijn in concept
ingediend. Het Centrum kreeg eind mei te horen dat het project rond
mobiliteit voor 2002 van de baan was. Ook werd duidelijk dat de
MAC haar externe begeleiding anders geregeld wilde zien. Het project
RO hangt voor 2002 nog steeds boven de markt. Onze subsidieaanvraag
heeft ons, gezien deze gang van zaken, veel tijd en energie gekost
en alleen frustraties opgeleverd. En tijd was precies datgene waar
we het meest gebrek aan hadden en hebben.
Wat betreft het andere deel van
de afspraak hebben wij op 1 juli een meerjarenplan 2003 - 2006,
een werkplan 2003 en de daarbij behorende begroting ingediend. Daarover
heeft op 2 september een gesprek met de wethouder plaatsgevonden.
Ondanks uitgesproken waardering voor onze inzet en projecten had
de wethouder ons voor 2003 niet meer te bieden dan verder nadenken
over het RO-project 2002. Nog steeds is er geen officieel antwoord
op onze subsidieaanvraag voor volgend jaar. Wel hebben wij uit de
beantwoording van een raadsadres van de Algemene Vereniging voor
Natuurbescherming de volgende informatie gedestilleerd: "college
van Burgemeester en Wethouders subsidie ter beschikking kan stellen
op basis van concrete en goed onderbouwde projectplannen. De tot
op heden door het Haags Milieucentrum ingediende projectplannen
boden hiervoor onvoldoende houvast".
Dit moeten wij dus in oktober
met deze omweg over onze subsidieaanvraag vernemen, die al vanaf
1 juli bij de gemeente ligt met onder meer de volgende passage in
de aanbiedingsbrief bij de 24 projecten, die in ons werkplan 2003
omschreven zijn: "Voor de overzichtelijkheid en de lengte hebben
wij de projectomschrijvingen zo bondig mogelijk gehouden. Wij zijn
altijd bereid de projecten uitvoeriger toe te lichten." Wij
hebben geen enkele vraag om toelichting gehad. Geen enkele handreiking
om er samen uit te komen. Wel krijgen wij van anderen enthousiaste
reacties op onze plannen. Het is gewoon nooit goed. Waar geen wil
is, is geen weg.
Voor onze aanvraag is dus geen
geld gereserveerd in de ontwerpbegroting. Naar de diepere achtergronden
van deze gang van zaken kunnen wij slechts gissen, maar volgens
ons kan het niet aan de kwaliteit van de projecten van ons Centrum
liggen. Daarom doen wij bij deze een beroep op uw fractie om ons
de financiële basis te verschaffen die nodig is om ons Centrum
overeind te houden.
Een forse verhoging van onze
basissubsidie die nu 50.000 euro bedraagt is voor onze continuïteit
van wezenlijk belang. Projectsubsidies als financiële basis
trekken een zware wissel op de continuïteit van onze organisatie
en van onze activiteiten. Zo kunnen wij ook geen enkele zekerheid
bieden aan onze benodigde medewerkers. Maar met een ruimere basissubsidie
is het zelfs mogelijk om meer projec-tengeld aan te trekken, ook
van particuliere fondsen. Er zijn meer redenen waarom project- en
productsubsidies minder goed passen op onze organisatie. Wij zijn
met name bezig met het scheppen van draagvlak voor een uiterst belangrijke
zaak: het behoud van ons leefmilieu, de basis van ons bestaan. Daar
zitten aspecten aan die veel mensen willen, zoals schonere lucht
en kunnen (blijven) genieten van de open groene ruimte. Het betekent
echter ook dat leefstijl en gedrag van mensen gedeeltelijk ter discussie
gesteld worden. Op die boodschap zitten mensen meestal niet te wachten,
ook al komen we met alternatieven die het leven er zeker niet minder
leuk opmaken.
Verder is het voor ons Centrum
uitermate belangrijk flexibel te kunnen blijven. Wij zijn een bewegende
organisatie. De samenleving verandert voortdurend met nieuwe problemen
en even zovele nieuwe uitdagingen. Door voortschrijdend inzicht
en nieuwe wetenschappelijke en technische ontwikkelingen verschuiven
prioriteiten, wensen en voorkeuren. Wel kunnen wij elk jaar globaal
bepalen op welke terreinen en met welke speerpunten wij aan de slag
zullen gaan. Ook is het mogelijk van tevoren een aantal projecten
te benoemen. Maar in veel gevallen zal het zo zijn dat het vaststellen
en uitwerken van projecten gezien die dynamische werkelijkheid,
werkende weg plaatsvindt. Ook zal een aantal van onze projecten
niet sporen met het beleid van de gemeente. Natuurlijk zullen wij
het gemeentebeleid waar mogelijk steunen. Wij zullen echter ook
constructieve kritiek uiten en (beleids)alternatieven ontwikkelen
als wij vinden dat dit nodig is. Dat is ook onze functie. Wij zijn
uiteraard geen gemeentelijk projectbureau.
Om een oplossing voor ons continuïteitsprobleem te zoeken zijn
wij nagegaan hoe zulks bij andere, enigszins vergelijkbare, organisaties
geregeld is. Uit dat onderzoekje is gebleken dat:
- particuliere organisaties op het terrein van Natuur en Milieu
en Duurzaamheid zwaar onderbedeeld zijn vergeleken bij organisaties
op andere terreinen als kunst en cultuur, welzijn en bijvoorbeeld
vrijwilligersorganisaties van bewoners en hun Haagse Koepel. Bovendien
krijgen bewonersorganisaties subsidie, wat niet geldt voor de bij
ons Centrum aangesloten 17 vrijwilligersorganisaties.
- de structurele basissubsidies van deze organisaties beduidend
hoger zijn en maken soms vrijwel het hele budget uit. Deze organisaties
kunnen bovendien putten uit speciale budgetten voor projecten; subsidiepotjes
die niet bestaan voor particuliere organisaties die vanuit duurzaamheid
actief zijn op tal van terreinen als RO en Stadsontwikkeling, Mobiliteit,
Energie, Groen, Gezondheid enz. Ook het aantal particuliere fondsen
rond duurzaamheid is beperkt.
Den Haag krijgt heel veel terug
voor een ruimere basissubsidie van ons Centrum en de mogelijkheid
om bij meer portefeuilles rechtstreeks een beroep te kunnen doen
op incidentele subsidies. Ons Centrum ontsluit een reservoir van
kennis en neemt tal van initiatieven. Dit niet alleen op het gebied
van duurzaamheid, maar ook wat betreft kennis en initiatieven gericht
op het vergroten van de betrokkenheid van Hagenaars, de leefbaarheid,
de verkeersveiligheid, de bereikbaarheid, de gezondheid en op een
goed vestigingsklimaat voor bedrijven in de stad en de omgeving.
Wij hopen dat u deze overwegingen
zult meenemen bij de behandeling van de ontwerpbegroting. Wij vragen
uw fractie initiatieven te nemen of te ondersteunen om ons Centrum
in 2003 en volgende jaren de financiële basis en continuïteit
te verschaffen die nodig is.
Nationale
milieu-estafette 2002 doet Den Haag aan
Op 21 en 22 september organiseert
NIVON Den Haag in het kader van de Nationale Milieu-estafette twee
interessante wandeletappes door Haaglanden. Op zaterdag is het startpunt
is Station Mariahoeve om 11 uur, aankomst op station Zoetermeer
De Leyens in de namiddag.
Op zondag gaat de wandeling door Midden Delfland naar Maassluis.
We vertrekken eveneens om 11.00 uur vanaf station Delft Zuid. Iedereen
is welkom. Aanmelding vooraf is gewenst bij: Tirza de Fockert van
het NIVON, tel. 020 4350713
Beide wandelingen door Haaglanden
zijn in handen van NIVON Den Haag. Thema is: Groene aders door Haaglanden.
Nationale Milieu-estafette
Beide wandelingen maken deel uit van de Nationale Milieu-estafette,
die het NIVON jaarlijks met anderen organiseert.
Deze wil een bijdrage leveren aan de discussie over actuele natuur
en milieu thema's. Daartoe organiseert zij jaarlijks in de "groene
maand" september ca. acht etappes, waarbij ze deelnemers meestal
te voet laat kennis maken met natuurgebieden. Tijdens de etappes
komen thema's aan bod, die raken aan recreatie en ruimtelijke ordening.
Onderwerp van 2002 is de toekomst van het Groene Hart. Wordt het
een plek voor boeren en wegenbouwers? Of voor de stedeling om op
adem te komen? Hoe groen is het Hart en wat zijn zijn potenties?
Hierop proberen we al wandelend antwoord te krijgen.
NIVON Den Haag verzorgt in samenwerking met het Haags Milieucentrum
twee etappes:
* Van de Veenzijdse en Duivenvoortse Polder het Groene Hart in.
We vertrekken op 21 september vanaf station Den Haag Mariahoeve
en lopen langs de Polders naar Duivenvoorde. Via het kasteelterrein
lopen we de open veengebieden van de Vlietlanden en het vogelbroedgebied
de Starrevaart door naar de Grote en Zoetermeerse Meerpolder. In
Zoetermeer stappen we op de trein.
* Een wandeling door Midden- Delfland. Vanaf Station Delft Zuid
lopen we op 22 september via het stadspark Abtswoudepark naar het
MIdeen Delfland. Vanaf Schipluiden volgen we de Vlaardingervaart
en steken met een pontje over naar de Noordse vaart. Wij volgen
die tot het landelijke dorp Maaslanden en stappen in station Maassluis
weer op de trein.
Groene Hart
Het Groene Hart wordt in het Ontwikkelingsprogramma Nationaal Landschap
Groene Hart aangemerkt als een samenhangend open gebied temidden
van de steden op de Randstadring. Het wil het Hart open houden.
In 2010 moeten landbouw, ecologie en recreatie de belangrijkste
functies in de open gebieden zijn.
Het behoud van het Groene Hart van de Randstad staat zwaar onder
druk. Waardevolle landschappen en landschapselementen dreigen het
onderspit te delven bij stedelijke functies. Het NIVON maakt zich
sterk voor de recreatieve functie van het groen rondom de stad.
Je hier wandelend en fietsend te ontspannen vormt een onmisbaar
tegenwicht tegen het gehaaste economische leven in de Randstad.
Gelukkig geniet het Groene Hart ook bescherming. Het Rijk wees bufferzones
aan, waar recreatie en landbouw tegenwicht moeten bieden tegen de
oprukkende verstedelijking vanuit de steden in de Randstad. De provincie
Zuid-Holland ontwierp tussen Leiden, Zoetermeer, Rotterdam en het
Westland de Groen-blauwe slinger. Deze ecologisch-recreatieve groenstructuur
verbindt natuur- en recreatiegebieden in Zuid-Holland met elkaar.
Hij moet weerstand bieden tegen de stedelijke druk vanuit de omringende
steden. De slinger verbindt de omgeving van Zoeterwoude met de Balij,
het Bieslandsche bos, wringt zich tussen Delft en Pijnacker door
en verloopt via de Oude Leede naar Midden-Delfland. Omdat de provincie
gemeentelijke bestemmingsplannen moet goedkeuren speelt zij in de
ruimtelijke ordening een cruciale rol.
Cultuurhistorisch behoort dit gebied tot de veenweidegebieden, die
in de middeleeuwen tot ontginning zijn gebracht. Het Rijk legt die
vast in de nota Belvedere. Daartoe behoren de zone tussen Den Haag
en Wassenaar, Zoeterwoude-Weipoort met het Land van Wijk en Wouden
en het Midden-Delfland. Ook op gemeentelijk niveau bestaat er waardering
voor het gebied. Zo bracht stadsgewest Haaglanden bracht Groene
Schakels en Groengebieden in kaart. Het stadsgewest beschikt over
grote, waardevolle groen- en natuurgebieden. Samen met een reeks
binnenstedelijke parken moeten zij een integraal regionaal netwerk
gaan vormen; een netwerk bestaande uit grote en kleine gebieden
en robuuste verbindingen met het stedelijk gebied. Aan die belofte
houden we het stadsgewest graag.
In het Land van Wijk en Wouden is een gebiedscommissie actief, waarin
overheden, boeren en natuurbeschermers de landschappelijke kwaliteit
bewaken.
21 en 22 september: Groene
Aders door Haaglanden
De routes van zijn wat NIVON en HMC betreft twee voorbeelden van
Groene Aders door Haaglanden: routes vanuit de stad het Groen in,
die de moeite waard zijn behouden te worden, maar waarvan verscheidene
op verschillende punten bedreigd worden. NIVON Den Haag werkt samen
met het Haags Milieucentrum aan de Groene Speurkaart. een kaart
van stad en ommeland, "waarmee je daadwerkelijk uit de voeten
kunt en waarmee je de weg kunt vinden in het landschap van nu".
Ook moet het een speurkaart worden voor toekomstperspectieven. Gedurende
het afgelopen verenigingsjaar zijn NIVON Den Haag en het Haags Milieucentrum
gezamenlijk bezig het fundament te leggen onder de Groene Speurkaart,
Stadsgewest Haaglanden heeft inmiddels toegezegd middelen voor de
Groene Speurkaart beschikbaar te stellen. Daarin nemen we met name
routes op tussen stad en land die nu al aantrekkelijk en verkeersveilig
genoeg zijn om te fietsen. Ook nieuwe routes kunnen daarin opgenomen
waarop ingezet zou kunnen worden en verbeteringen van reeds bestaande
routes. Dergelijke groenblauwe aders zijn een idee van het wandelplatform
en opgenomen in de rijksnota Natuur voor mensen, mensen voor natuur
(juli 2000). Ze wil het duurzaam gebruik van natuur en landschap
behouden, herstellen en ontwikkelen als essentiele bijdrage aan
een leefbare en en duurzame samenleving. Verbind ze met een vlechtwerk
van landschapselementen als drager van natuur- en landschapswaarden
in het landelijk gebied: groen-blauwe aders. Ze voeren door waardevolle
landschappen, die het behouden waard zijn. In de volle Randstad,
waar velen wonen, werken en recreeren, is dat een hele opgave. Maar
tegenover de drukte staat de behoefte aan tot rust komen in recreatief
aantrekkelijk landelijk gebied. Gedurende het afgelopen verenigingsjaar
zijn NIVON Den Haag en het Haags Milieucentrum gezamenlijk bezig
het fundament te leggen onder de Groene Speurkaart, die we in september
willen uitbrengen. Om te beginnen werkten we met Uitgeverij Open
Kaart (van Steven van Schuppen) aan en begroting en een subsidie-aanvraag.
Stadsgewest Haaglanden heeft inmiddels toegezegd middelen voor de
Groene Speurkaart beschikbaar te stellen.
Arnim van Oorschot, Sociaal
Geograaf, Voorzitter NIVON Den Haag
NIVON
Het NIVON, ook wel Natuurvrienden Nederland, is een club, sterk
in de actieve openluchtrecreatie. We zijn landelijk bekend om onze
lange afstandspaden als het Pieterpad en de natuurvriendenhuizen
en -campings, waar men op eenvoudige en aangename manier kan overnachten.:
Ook plaatselijk leggen we ons toe op actieve openluchtrecreatie
met een educatief aspect. Onze invalshoek is: "Groene Recratie-
Maatschappelijke Betrokkenheid". NIVON Den Haag kent twee bloeiende
wandel- en fietsclubs in Den Haag, een in het noorden, een in het
zuiden van onze stad. Een "Estafettegroep" organiseert
buitendien een- en meerdaagse excursies in het groen van regio Haaglanden
en daarbuiten. Juist binnen deze groepen is de kennis van wandel-
en fietsroutes in de regio, de mogelijkheden en de onmogelijkheden
daarvan, groot.
Actieve recreatie in een
natuurlijke omgeving, juist rondom de grote steden, is van het grootste
belang, juist ook voor de mensen met een smalle beurs, stelt het
NIVON. Voor iedereen geldt bovendien, dat je in een natuurlijke
omgeving tot rust moet kunnen komen.
Haagse Beek Fietspostentocht
op zondag 22 september
September is ook dit jaar uitgeroepen tot de Groene
Maand van het jaar. En 22 september is de Europese Autovrije dag.
IVN Den Haag en omstreken organiseert op deze dag een Fietspostentocht
langs de Haagse Beek. Een ideale gelegenheid om de auto te laten
staan, op de fiets te stappen en 'het groen' langs deze historische
waterloop te verkennen. Interessant is onder andere hoe de natuurvriendelijke
oevers zich ontwikkelen. En misschien ziet u de IJsvogel in een
flits. De IVN postentocht langs de Haagse Beek is inmiddels een
jaarlijkse traditie.
De Fietstochtenpost kunt u starten tussen 10.30 en
12 uur.
Het startpunt is aan de Machiel Vrijenhoeklaan bij Restaurant Westcoast
(post 1).
Hier ontvangt u een routebeschrijving.
Met de routebeschrijving komt u langs de volgende posten:
2. Diertjes in het water
3. De Haagse Beek en haar vogels
4. Planten langs de Haagse Beek
5. Planten in het water
6. Sorghvliet
In park Sorghvliet vindt u de informatietafel van
het IVN. Ook presenteert IVN hier een gevarieerd podiumprogramma
dat geïnspireerd is op de natuur. Dit duurt ruim een uur.
Onderwerpen zijn onder meer: grassen, geneeskrachtige planten, natuurverhalen
en bomen.
De onderwerpen worden met muziek verbonden. Voor kinderen is er
een speciale activiteit. Het programma eindigt met een algemene
excursie door park Sorghvliet.
De gehele groene dag wordt aangeboden door meer dan
twintig gidsen van IVN Den Haag en omstreken. De IVN-gidsen zijn
overigens in alle seizoenen actief en organiseren jaarlijks meer
dan 150 buitenactiviteiten. Deelname aan de Fietspostentocht is
geheel gratis.
Groener kan IVN september en deze speciale dag niet maken.
CITYDUINPARKLOOP
EN -WANDELING VERTRAAGD
Het Haags Milieucentrum was druk bezig met het
organiseren van een echt evenement. De CityDuinparkloop en -wandeling
op 23 juni, waarbij vijf bekende Haagse parken voor één dag met
elkaar verbonden worden. Iedereen is enthousiast over het idee.
En dat spreekt ook voor zich, want het gaat om een unieke 10 km.
hardloopwedstrijd en educatieve wandeling. Dat plan is zeker niet
van de baan. Het stuit echter op grote bezwaren bij de vergunningverleners.
Zij zouden negatief beschikken op het verzoek om de Nieuwe Parklaan
op zondagmorgen voor ruim een uur voor het verkeer af te sluiten.
Daarom heeft het Haags Milieucentrum besloten het evenement te verplaatsen
naar de Europese Autovrije dag.
De Haagse Milieuprijs, georganiseerd door het Haags
Milieucentrum heeft een plan opgeleverd om 12 parken en grote groengebieden
in het noorden van Den Haag met elkaar te verbinden om zo het grootste
stadspark ter wereld, het CityDuinpark, te creëren. De CityDuinparkloop
is een begin om dat ook voor elkaar te krijgen. Een unieke en uitdagende
loop geheel door het groen van vijf Haagse parken. Op 23 juni zouden
deze, door dit jaarlijks terugkerende evenement, voor een dag aan
elkaar verbonden worden. Dat levert een gevarieerde loop op van
10 km. met een aantal stevige klimmetjes, waaronder die over het
hoogste duin van Den Haag: het bedreigde Hubertusduin. Het is een
loop die je doet voor je plezier, omdat deze geheel door het Haagse
groen klimt en slalomt.
De educatieve wandeling volgt dezelfde route als de
loop. Tijdens de educatieve wandeling is er veel aandacht voor wat
er allemaal te zien is in bos en park. Natuurgidsen en borden zijn
dan overal aanwezig. Wie meedoet levert ook nog een bijdrage aan
het realiseren van het CityDuinpark. Als dat er eenmaal is, kan
iedere Hagenaar dicht bij huis en goed bereikbaar met het openbaar
vervoer een hele dag wandelen en genieten van groen, ruimte en ook
rust. Dit betekent een echte verbetering van de al bestaande groenkwaliteit.
Veel was er al geregeld. De natuur- en milieuverenigingen
waren akkoord met de plannen. De aanvraag voor de vergunning was
ingediend. Er was een startsubsidie van Fonds 1818 en contact met
de Algemene Spaarbank Nederland over een hoofdsponsorschap. We hadden
ons licht opgestoken bij een aantal loopverenigingen, de Duinenmars
en de Stichting Promotie Den Haag. Ook zij waren enthousiast en
boden hun diensten aan. Er werd gewerkt aan een draaiboek en in
overleg was een datum vastgesteld: zondag 23 juni. Contacten zijn
gelegd met de HOF over het werven van vrijwilligers als pilot in
het kader van een nieuw 'single event'- beleid. Ook de folder was
in opzet klaar. Wat betreft de hoofdzaken moest alleen die vergunning
er nog komen.
Dit valt gezien de route van de loop en wandeling
onder het stadsdeel Scheveningen. Wij wisten dat er twee flinke
knelpunten in de route zaten: de oversteek bij de Teldersweg en
de oversteek bij de Nieuwe Parklaan. Twee belangrijke verkeersaders,
die ook op zondagmorgen voor de aan- en afvoer zorgen van kust-
en horecabezoekers. Na de eerste bespreking met het stadsdeel hadden
wij met veel pijn de oversteek bij de Teldersweg laten vallen. Dit
kon door gebruik te maken van het tunneltje bij Madurodam. Maar
voor de Nieuwe Parklaan was geen alternatief te vinden. We hebben
gedacht aan een loopbrug en wilden de loop eventueel een uur vervroegen.
Daardoor zou de Nieuwe Parklaan in een rustigere tijd, van 10.00
tot ongeveer 11.15 uur, afgesloten kunnen worden voor het verkeer
behalve voor de tram en de hulpdiensten. Het verkeer moet dan voor
korte tijd omgeleid worden. Er werd door de Scheveningse politie
overigens in goede onderlinge sfeer meegedacht.
Het moest toch mogelijk zijn om de Hagenaars een
evenement met een geweldige uitstraling, ook voor het groen in Scheveningen,
aan te kunnen bieden. En wij vroegen, na de nodige concessies, niet
meer dan de Nieuwe Parklaan, waar het autoverkeer 8760 uur per jaar
vrij baan heeft, voor ruim een uur af te sluiten. Daarbij kon bovendien
de toestroom van toeristen gegarandeerd worden door een omleiding
over de Scheveningse weg en de van Alkemadelaan. Dit bleek bij een
tweede overleg met de gemeente echter onbespreekbaar. De sfeer was
niet slecht, maar het meedenken zoals bij het eerste overleg was
veel minder aanwezig. Er is opnieuw gesproken over een tijdelijke
voetgangersbrug, maar dat is een hele investering voor zo'n uurtje.
Bovendien hebben wij daar (nog) geen geld voor en kost dat heel
wat extra organisatiekracht.
Om een negatief advies te voorkomen, moesten wij de
aanvraag voor 23 juni intrekken.
Als organisator van een dergelijk evenement moet je
ruim van te voren zekerheid hebben over de datum en is de medewerking
van de politie erg belangrijk. Nu willen we de CityDuinParkloop
op de Europese Autovrije dag op 22 september organiseren. Wellicht
bestaat in Scheveningen, of anders bij de politiek, op een dergelijke
dag in het naseizoen wel de bereidheid om de Nieuwe Parklaan voor
iets meer dan een uur in het jaar voor het toeristisch verkeer af
te sluiten.
Frans van der Steen
BRANDENDE KWESTIE
Voor u ligt het nieuwe nummer van Branding. Voor
iedere betrokken Hagenaar is dit eigenlijk een onmisbaar blad. Voor
zover bekend is Branding het enige onafhankelijke blad dat Hagenaars
breed over ontwikkelingen op het gebied van natuur en milieu in
de eigen stad informeert en daarover opinieert. Het blad zet aan
tot uitwisseling van gedachten en ervaringen en biedt daar ook een
forum voor. Door de kritisch-constructieve benadering en de diepgang,
biedt het blad veel informatie die niet in bijvoorbeeld de Haagsche
Courant te vinden is. Vanaf de voorpagina valt u midden in de achtergronden
van ontwikkelingen in Den Haag rond belangrijke zaken als verkeer
en vervoer, bouwen en wonen, ruimtelijke ordening en het behoud
van de open groene ruimte, C02-reductie door energiebesparing en
duurzame energie, natuur, natuurbehoud, natuurontwikkeling, afval,
duurzaam bouwen, biologische landbouw, milieu en gezondheid, enz.
Branding zoekt naar een juiste mix van verdieping, actuele korte
berichtgeving en discussie.
Er wordt vanuit het Haags Milieucentrum enthousiast
en hard gewerkt om een goed, leesbaar en aantrekkelijk blad te maken.
Dat wordt wel steeds moeilijker. Dat komt door het aanleggen van
een hoge standaard wat betreft de kwaliteit en toegankelijkheid
van de artikelen en een chronisch gebrek aan tijd en goed gekwalificeerde
menskracht. Dit is er bijvoorbeeld de reden van dat de uitgave van
dit nummer van Branding een maand uitgesteld is. Tegelijkertijd
is het aantal bladzijden van Branding met vier uitgebreid, juist
omdat er zoveel boeiende ontwikkelingen in en om Den Haag aan de
gang zijn.
Het Haags Milieucentrum kampt al tien jaar met een
tekort aan professionele menskracht. Andere grootstedelijke milieucentra
zoals in Amsterdam en Utrecht hebben het ook niet gemakkelijk, maar
zij beschikken wel over diverse inhoudelijke en projectmedewerkers
op het gebied van ruimtelijke ordening, natuur, mobiliteit, energie,
duurzaam bouwen en ander milieubeleid.
Daarom heeft het bestuur van het Haags Milieucentrum
in juni 2001 een aanvraag voor aanvullende structurele subsidie
ingediend bij de wethouders van Milieu, Ruimtelijke Ordening en
Verkeer en Vervoer en daarbij duidelijk gemaakt dat de situatie
urgent is. Kort voor behandeling in oktober van de begroting 2002
in de gemeenteraad was er nog geen duidelijkheid vanuit het gemeentebestuur.
Die duidelijkheid kwam er ook in november niet. Na aandringen van
de commissie Milieu kwam er op de dag voor het Kerstreces een gesprek
met de wethouder. Daarin werd afgesproken dat rond half februari
het Haags Milieucentrum, nog voor uitvoering in 2002, bij Milieu
twee projectsubsidieaanvragen zou indienen op het gebied van mobiliteit
en ruimtelijke ordening, die daarna weer aan de portefeuillehouders
op die terreinen voorgelegd zouden worden. Verder was het Haags
Milieucentrum een belangrijke kandidaat voor de externe begeleiding
van de Milieu Adviescommissie (MAC).
Nu ligt er een ambtelijk advies over de ingediende
conceptprojecten, maar zit de collegevorming een spoedige afhandeling
weer in de weg. Bij ons is het water ondertussen tot aan de lippen
gestegen. Een aanvraag in juni 2001 voor 2002 en volgende jaren
wordt pas een jaar later afgehandeld, ondanks het urgente karakter
daarvan. Bovendien nog steeds zonder enige zekerheid over een positieve
uitkomst. Alle energie die in het ambtelijk apparaat aan onze subsidieaanvraag
is besteed, zou ondertussen omgerekend in geld, het bedrag van onze
aanvrage wel eens kunnen overtreffen. De hele procedure kost ons
veel tijd, en dat is nu juist waar wij gebrek aan hebben.
Het Haags Milieucentrum probeert vanuit een kritische
benadering constructief te werken aan een leefbaar en duurzaam Den
Haag. Die kritisch-constructieve aanpak is ook onze opdracht. Het
werk dat wij doen is belangrijk. Het schept een breder draagvlak
voor een duurzaam beleid en met onze inhoudelijke en andere inbreng
kunnen bestuur en politiek bij belangrijke beslissingen op tal van
terreinen hun voordeel doen.
Maar zoals het nu gaat, kan het niet langer. Met de
huidige beperkte ondersteuning heeft Den Haag als Groene Stad aan
Zee, eigenlijk geen recht op het kostbare bezit van een grootstedelijk
Milieucentrum.
Frans van der Steen
HET HAAGS MILIEUCENTRUM ZOEKT VRIJWILLIGE
MEDEWERKERS
Al heel lang zijn in Den Haag natuur- en milieuorganisaties
actief. Op de meest zichtbare en voelbare problemen is het nodige
bereikt, mede door inspanningen van de gemeente. Dat kon vaak met
relatief eenvoudige regelgeving en maatregelen. Tegelijkertijd zijn
een aantal natuur- en milieuproblemen duidelijk toegenomen. Hierbij
gaat het meestal om complexe vraagstukken en processen waar vele
belangen mee gemoeid zijn. Oplossingen zijn niet eenvoudig. Dat
kan de gemeente alleen niet voor elkaar boksen. Dat hoeft ook niet.
Den Haag kan namelijk gebruik maken van de opgebouwde kennis en
ervaring bij natuur- en milieuorganisaties. Zij kunnen vanuit hun
specifieke positie en met het draagvlak dat zij onder delen van
de bevolking hebben een belangrijke bijdrage leveren aan de noodzakelijke
oplossingen. Het Haags Milieucentrum vraagt voor vier dagen per
week hoog gekwalificeerde vrijwilligers die vanuit een duurzame
en integrale visie initiatieven en activiteiten ontplooien op de
gebieden:
- energie, duurzaam bouwen en overig milieubleid
- communicatieve ondersteuning Verder wordt gevraagd dat zij:
- complexe vraagstukken bondig en helder in het voetlicht brengen
- projecten identificeren die de potentie hebben mensen bij
duurzaamheid te betrekken en die, liefst meetbaar, zullen bijdragen
aan een duurzamer Den Haag
- beschikken over goede communicatieve vaardigheden in hun
contacten met andere natuur- en milieuorganisaties, de gemeentepolitiek,
het ambtelijk apparaat en anderen
- ervaring hebben met projectfinanciering via fondsen
Tevens zijn wij op zoek naar een vrijwillige hoofdredacteur.
Hij of zij:
- is zowel inhoudelijk als wat betreft de vormgeving verantwoordelijk
voor ons blad Branding: het Haagse natuur- en milieublad
- dient een netwerk op te bouwen van mensen die bijdragen aan
Branding kunnen leveren
- zal samen met de vrijwillige medewerker communicatie het
blad bij de potentiële lezers promoten Wij bieden een goede
werksfeer en enthousiaste collega's.
Inlichtingen bij Frans van der Steen, tel: 3050286,
frans.vdsteen@haagsmilieucentrum.nl
Enthousiaste
vrijwilligers gezocht
Het Haags Milieucentrum is begonnen met de voorbereiding
van twee grote activiteiten die, als alles rond komt, in 2002 zullen
starten. Wij hebben daar hoge verwachtingen van en we denken dat
het ook leuk en inspirerend is om daar samen met anderen aan te
werken. Misschien wel met jou als je je bij ons aanmeldt om mee
te werken.
Het gaat om de volgende projecten:
Een maandelijks Milieucafé.
Het doel is het debat over de duurzame ontwikkeling van Den Haag
te stimuleren.
De doelgroepen zijn onder meer leden van politieke partijen en de
gemeenteraad, beleidsambtenaren, leden van natuur- en milieuorganisaties
en mensen en organisaties die zich bezig houden met stadsontwikkeling,
ruimtelijke ordening, mobiliteit, gezondheid, energie en veiligheid.
We denken dat het debat rond belangrijke milieu/duurzaamheiditems
in Den Haag versterkt kan worden door dit in een ongedwongen, gezellige
sfeer te voeren. Dit bijvoorbeeld in tegenstelling tot wat DeBatterij
al doet. Daarom willen we dit het liefst op een centrale locatie
in een bestaand café doen plaatsvinden.
Elke keer wordt een onder de doelgroepen bekende Hagenaar of Nederlander
als debatleider uitgenodigd en wordt het programma opgesierd met
iets cultureels.
Een mogelijke naam is Milieucafé 'De Derde Dinsdag'
omdat het elke derde dinsdag plaats zou kunnen vinden. De discussie
zou niet langer dan anderhalf uur moeten duren, bijvoorbeeld van
21.00 tot 22.30 uur. Inloop vanaf 20.30 uur, zodat iedereen al een
drankje in de hand, geen stoelen dus, kan hebben. Dit bevordert
dat de discussie na afloop nog wordt voortgezet. Er wordt, ook na
afloop van de discussie, met een microfoon tussen het publiek doorgelopen
voor reacties.
De City Duinparkloop
De Haagse Milieuprijs is dit jaar gewonnen met het idee om maar
liefst 12 belangrijke groengebieden/parken in het noorden van Den
Haag goed met elkaar te verbinden d.m.v. tunnels, voetgangersbruggen,
afsluiten van straten, goede oversteekplaatsen en verbetering van
de bestaande paden. Aldus zou het grootste park ter wereld ontstaan.
De winnaar Erik Slagt heeft dit het CityDuinpark genoemd. Zo is
het mogelijk om in Den Haag uren te lopen, te wandelen of te fietsen
in het groen.
Onze slogan was; Uw Idee, wij doen er wat mee! In dit geval lijkt
het ons een uitstekend idee om jaarlijks de CityDuinparkloop en
wandeling te organiseren. Een nieuw groot evenement in Den Haag
waarbij mensen in hun eigen stad een loop en wandeling geheel door
bos, duin en park wordt aangeboden.
Eindrapport Fietsbalans Den Haag
Het was een mooi schouwspel vorig jaar. Een opvallende en bijzondere
fiets achtervolgd door een heel peloton dat zich volgens nauwgezet
plan een weg baande door Den Haag. De bijzondere fiets was de Fietsbalans-meetfiets
van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, en de groep fietsers
werd gevormd door leden van de Haagse afdeling van de Fietsersbond
en enkele ambtenaren van de gemeentelijke diensten DSO en DSB. De
Fietsersbond en de gemeente Den Haag testte hiermee gezamenlijk
het gemeentelijke fietsklimaat.
De meetfiets kan namelijk de belangrijkste aspecten voor fietsers
meten, zoals trillingshinder (van gaten en hobbels in het wegdek),
geluidhinder (van langsrazende brommers), stopfrequentie (door het
hoge aantal stoplichten in Den Haag) en gemiddelde reistijd. Wie
van de resultaten een goed overzicht wil krijgen kan het beste op
www.fietsersbond.nl gaan
kijken. Want de meetgegevens zijn door het landelijke bureau van
de Fietsersbond in Utrecht verwerkt tot een landelijke Fietsbalans.
Hierdoor zijn nu de scores van de meting in Den Haag eenvoudig te
vergelijken met de resultaten van soortgelijke metingen in andere
grote gemeenten, zoals Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Maastricht
of Apeldoorn. Maar vooral de vergelijking met de gemeenten uit de
eigen regio (Leiden en Voorburg) levert een herkenbaar beeld op:
de gemeente Den Haag scoort op bijna alle aspecten een onvoldoende.
Op bijna alle aspecten behalve, ook zo kenmerkend voor Den Haag,
het aspect beleid: op papier ziet het Haagse fietsbeleid er goed
uit.
Dit is vooral te danken aan de aandacht die de gemeente besteedt
aan het fietsparkeren en het eigen vervoersmanagement: de gemeente
zet de fiets zelf steeds vaker in als vervoersvorm bij het woon-werkverkeer
of als dienstfiets bij het zakelijk verkeer. Overigens is er op
het gebied van fietsparkeren de afgelopen jaren ook al veel van
het voorgenomen beleid daadwerkelijk uitgevoerd: er staan veel grijze
fietsbeugels in woonwijken en bij winkels, en ook de (kunstzinnige)
stallingen van Biesieklette vallen in het straatbeeld op.
Verkeersonveiligheid
De Fietsbalans geeft ook een analyse van het aantal verkeersslachtoffers
in Den Haag en de uitslag van een enquête over de tevredenheid
onder de Haagse fietsers. De verkeersveiligheid komt (in absolute
getallen) voor fietsers in Den Haag als goed naar voren. Het aantal
verkeersslachtoffers onder fietsers en bromfietsers is in Den Haag
tussen 1988 en 1998 echter hoog en niet gedaald. Dit in tegenstelling
tot het aantal verkeersslachtoffers onder automobilisten en voetgangers.
De inzet van de gemeente zal dus veel meer op de veiligheid van
fietsers gericht moeten worden. Wegenbouwers letten nog onvoldoende
op de veiligheid van fietsers. Terwijl bijvoorbeeld de invoering
van de maatregel Brommers op de Rijbaan laat zien dat specifieke
aandacht voor de belangen van fietsers juist tot hele goede resultaten
kan leiden: het aantal verkeersslachtoffers onder fietsers, maar
vooral onder bromfietsers, is eindelijk gedaald.
Uit de fietserstevredenheids-enquête blijkt ook dat de fietsende
Hagenaar zich relatief verkeersonveiliger voelt. Op basis van de
gegevens uit de Fietsbalans is hiervoor een eenvoudige verklaring
te geven: in Den Haag beschikt een fietser over minder vrijliggend
fietspad dan in welke andere, vergelijkbaar grote stad in Nederland
dan ook. Hierdoor moet een fietser in Den Haag relatief vaak de
weg delen met andere weggebruikers, zoals auto's, vrachtwagens én
de Haagse tram met zijn rails.
Wel heeft de fietser in Den Haag vaak de beschikking over een rode
fietsstrook, maar dit geeft blijkbaar geen veilig gevoel: een vrijliggend
fietspad is voor een fietser wat de beschermende carrosserie van
de auto is voor de automobilist. In Den Haag raakte in het afgelopen
half jaar drie fietsers ernstig gewond door openslaande portieren
van foutief geparkeerde auto's: de rode fietsstrook staat in Den
Haag immers beter bekend als dubbelparkeerstrook.
Fietsgebruik ruim onder landelijk gemiddelde
De gemeente kan als wegbeheerder nog veel doen om het fietsen in
de stad Den Haag veiliger en daarmee ook aantrekkelijker te maken.
Dit begint met een gebruikersonderzoek naar de behoefte aan logische
fietsverbindingen onder fietsers én potentiële fietsers.
Bij de bespreking van het nieuwe Verkeersplan heeft de gemeente
Den Haag toegezegd om komend jaar ook bruikbare tellingen voor het
fietsverkeer te gaan houden (tot nu toe waren de verzamelde gegevens
statistisch onbruikbaar, omdat toevallige weersinvloeden of schoolvakanties
niet in de uitslag werden verwerkt).
Een dergelijk onderzoek, zoals al door de Provincie Zuid-Holland
wordt uitgevoerd, zal aangeven welke routes voor fietsers in werkelijkheid
de meest gebruikte routes zijn, bijvoorbeeld routes naar scholen,
winkels of opstappunten van het openbaar vervoer. Het huidige hoofdfietsroute-netwerk
van de gemeente Den Haag gaat nu nog uit van de misvatting dat fietsers,
net als automobilisten, gebruik willen maken van de brede doorgaande
hoofdwegen. Maar fietsen vindt op een veel kleinere schaal plaats
en fietsers gaan liever rechtstreeks op hun bestemming af. In Den
Haag worden de fietsers nu langs de hoofdwegen geleid, om daar vervolgens
relatief lang voor stoplichten te moeten blijven staan. Op papier
zien deze Haagse hoofdfietsroutes er goed uit: een fijnmazig raster
van groene en rode lijnen.
Maar in de praktijk levert dit netwerk de fietsers relatief veel
omwegen en lang oponthoud op. De fiets is hierdoor in Den Haag geen
echte concurrent van de auto, zelfs niet bij een verplaatsing over
een voor fietsers aantrekkelijke korte afstand (onder de vijf kilometer)!
Het is dan ook geen verrassing dat het fietsgebruik in Den Haag
ruim onder het landelijke gemiddelde ligt. Want wie in Den Haag
vlot op zijn bestemming wil zijn kiest vaker voor de auto. Door
dit relatief hoge autogebruik voor de korte afstand slibt het gemeentelijke
wegennet van Den Haag eerder dicht, waardoor infrastructurele ingrepen
nodig zijn om de doorstroming van het 'nood-zakelijk' autoverkeer
te waarborgen. Maar elk groot infrastructureel bouwwerk zal, zonder
de nodige voorzieningen voor fietsers, een barrière gaan
vormen en het oponthoud voor fietsers alleen maar doen toenemen.
De concurrentiepositie van de fiets in de stad zal daarmee nog verder
verslechteren.
Het moet anders en het kan anders: de gemeente Houten laat dit zien.
In deze gemeente wordt niet alleen veel gefietst, vooral dankzij
goede voorzieningen voor fietsers, maar ook is het aantal verkeersslachtoffers
onder alle verkeersdeelnemers laag.
Veilig en Vlot
De gemeente Den Haag kan de verkeersonveiligheid onder fietsers
het beste aanpakken door vooral in en om de binnenstad meer vrijliggende
fietspaden met voldoende ongelijkvloerse kruisingen aan te leggen.
Alleen dit maakt het fietsen behalve veilig ook vlot. Dankzij bouwvlijt
en goed verkeersgedrag zal het fietsen in Den Haag dan uit kunnen
groeien tot een aantrekkelijke en concurrerende vervoersvorm. Hiervoor
is overigens nog wel een bijpassend volwassen gemeentelijk budget
nodig.
De benodigde brede politieke steun lijkt momenteel aanwezig: het
gemeentelijk 'auto-matisme' is met de invoering van een parkeerverbod
op het mooiste plein van Nederland (het Lange Voorhout) doorbroken.
Dankzij de aanleg van betere fietsvoorzieningen, met name in de
nabijheid van opstappunten van het openbaar vervoer, zal het fietsgebruik
in Den Haag toe kunnen nemen en wordt er een echte bijdrage geleverd
aan de oplossing van het bereikbaarheidsprobleem van de stad Den
Haag. En dat nog duurzaam, gezond en goed voor het leefmilieu ook!
Marc Beek
Voorzitter Fietsersbond,
afdeling Den Haag e.o.
Meer subsidie voor het Haags Milieucentrum
in 2002
Dit jaar bestaat het Milieucentrum 10 jaar en al 10 jaar moet
het centrum het doen met een basissubsidie van de gemeente van ongeveer
100.000 plus huisvestingskosten. Daarnaast beschikt het over
wat incidentele subsidies voor het uitvoeren van activiteiten en
een aantal medewerkers via de Melkertregeling. Dat is een uiterst
zwakke basis voor een centrum dat zich met recht een Milieucentrum
wil noemen. Een centrum ook dat duidelijk meer is dan een steunpunt
voor de natuur- en milieuorganisaties in Den Haag. Een Milieucentrum
dus dat te vergelijken valt met de milieucentra in andere grote
steden. Deze centra worden, weliswaar te mager, maar toch stukken
beter financieel ondersteund door hun respectievelijke gemeentebesturen.
Van de huidige basissubsidie van ons centrum kan net iets meer dan
het salaris van de directeur betaald worden.
Dat kan zo niet langer. Zeker niet na de 'Toekomstverkenning' samen
met de aangesloten organisaties, waarbij ook tal van andere organisaties
en de gemeente betrokken waren. Tijdens die toekomstverkenning is
die bredere taakopvatting ook vastgesteld en daarna vastgelegd.
Om ervoor te zorgen dat het Haags Milieucentrum de financiële
basis gaat krijgen die nodig is, is voor volgend jaar een extra
structurele subsidie van 150.000 bij de gemeente aangevraagd,
verdeeld over drie portefeuilles met daarin de beleidsvelden, ruimtelijke
ordening en stadsontwikkeling, mobiliteit en milieu. Dat betekent
dus 50.000 per wethouder. Bovendien wordt zo ook de verantwoordelijkheid
van andere portefeuillehouders dan die van Milieu financieel tot
uitdrukking gebracht.
Wij hadden gehoopt voor de begrotingsbehandeling in de gemeenteraad
duidelijkheid te krijgen via een voorstel waarin de gemeente en
het centrum zich zouden kunnen vinden. Dat is helaas niet gelukt.
Om op niet al te lange termijn duidelijkheid te krijgen over die
noodzakelijke extra subsidie voor volgend jaar, hebben wij voorafgaand
aan de begrotingsbehandeling in de gemeenteraad ingesproken. De
tekst daarvan drukken wij hierbij integraal af. Deze geeft namelijk
een goed inzicht in waar ons centrum en de aangesloten organisaties
staan en waaraan het Milieucentrum de komende jaren wil werken.
INSPREEKTEKST SUBSIDIE 2002
Geachte raadsleden en andere aanwezigen
Ik spreek hier namens het Haags Milieucentrum. En zoals iedere
inspreker heb ook ik maar vijf minuten om duidelijk te maken wat
wij van ons stadsbestuur willen en waarom wij dat willen. Waarom
voor de leefbaarheid en duurzaamheid van onze stad en haar inwoners
het een goede zaak zou zijn als het Haags Milieucentrum eindelijk
de financiële mogelijkheden krijgt om de functie die het heeft
ook uit te kunnen oefenen.
U heeft al tal van sprekers gehoord en als bestuurders heeft u
met vele wensen en belangen op zeer uiteenlopende terreinen rekening
te houden. Terecht houdt u zich bijna dagelijks bezig met zaken
als stoeptegels waar mensen over kunnen struikelen, met hondenpoep,
met uitkoopregelingen, bezwaren, onderhoud van gebouwen, herinrichtingen
enzovoorts. Ook loopt uw hoofd om van hoe dat allemaal gefinancierd
kan worden en de soms pijnlijke keuzes die gemaakt moeten worden
en zeker moesten worden toen wij artikel 12-gemeente waren. Gelukkig
ligt dat volgend jaar wat anders.
Om u te helpen die keuzes goed te kunnen maken wil ik u vragen
u even van de waan van de dag los te maken en zich met mij in vier
minuten te bezinnen op wat in onze stad werkelijk van waarde is
voor de kwaliteit van het leven van Hagenaars en Hagenezen. Om een
onderscheid te maken tussen die zaken die meer met luxe en gemak
te maken hebben, en ook nog wel even zouden kunnen wachten, en zaken
waar we eigenlijk al gisteren mee hadden moeten beginnen.
Wij denken dan aan het maken van een Integraal Masterplan Duurzaam
Den Haag waar alle afdelingen en diensten van de gemeente en natuurlijk
alle 7 portefeuillehouders en onze burgemeester enthousiast aan
meewerken. Een plan ook waar bij hun stad betrokken inwoners veel
invloed op uit kunnen oefenen. Dit plan gaat uit van een gebiedsgerichte
integrale benadering en het verweven van tal van functies. Het kiest
een aantal speerpunten per periode van vier jaar en is de leidraad
voor andere deelmasterplannen. Het zorgt voor de voorwaarden voor
samenwerking tussen diensten en afdelingen via zorgvuldige procedures
die slagvaardigheid niet belemmeren.
Welke speerpunten kunnen dan niet gemist worden? Een aantal willen
wij noemen.
# Een goede groenblauwe dooradering van de stad die zorgt voor lucht
en ruimte. Die aaneengesloten groengebieden en waterwegen binnen
de stad verbindt met een robuuste groene mal rond de stad die op
zijn beurt weer in verbinding staat met groenblauwe uitloopgebieden
en de ecologische hoofdstructuur.
# Een plan om de inwoners van onze stad te verleiden hun auto op
korte afstanden zo veel mogelijk te laten staan door de alternatieven,
met name de fiets, zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Denk ook
aan openbaar vervoer op maat, kleinere busjes over vaste routes
die je met de hand kunt stoppen. Denk aan openbaar vervoerdagen
waarop je de hele dag kunt reizen voor een piek of aan het stimuleren
van het gebruik van goedkopere tram- en busabonnementen want dan
heb je net als de auto er al voor betaald. Denk aan het ondersteunen
van vervoersmanagement voor bedrijven en het regelen van vervoer
in de ochtend- en avondspits naar bedrijventerreinen. Denk aan voorlichting
via scholen om ouders er van te overtuigen hun kinderen niet met
de auto te brengen, denk aan nog meer parkeerplaatsen en aantrekkelijke
introductieaanbiedingen voor GreenWheels. Ontmoedig de 'leasebakken'
die leiden tot ongebreideld autogebruik. En vergeet tenslotte de
voetgangers niet.
# Maak met omliggende gemeenten een plan voor omschakeling van het
Westland naar stadstuinbouw met biologische boeren en stadsboerderijen
die streekproducten aan de stad leveren. Bedrijven die Hagenaars
kunnen bezoeken, waarop ze kunnen meewerken en zich met hun kinderen
vermaken. Denk aan de zo noodzakelijke waterbergingsmogelijkheden
die dat zal bieden en de enorme kostenbesparing op langere termijn.
# Maak een deelmasterplan C02-reductie en luchtkwaliteit omdat onze
ligging aan zee, onze ambitie van Groene Stad aan die Zee, onze
uitstraling van internationale stad van recht en vrede en de zorgen
om de gezondheid van de Haagse burger dat gewoon vereisen.
# Ga als stad voor geveltuinen en plantenbakken. Realiseer compacte
flexibel in te delen huizen die je goed kunt stapelen, met grote
groene balkons en met een goede lichtinval. Stop onder de grond
wat onder de grond kan, zoals geparkeerde auto's en allerlei sterk
geautomatiseerde productiebedrijven. Maak compacte bedrijventerreinen
aangesloten op de stadsverwarming en met windmolens waar bedrijven
zitten die elkaar kunnen versterken en maak die terreinen groen
en blauw met groene daken, vijvers en sloten.
# Plaats de Norfolkline uit en realiseer daar een in het oogspringende
combinatie van duurzaam gebouwde kantoren, woningen en recreatiemogelijkheden
waar de haven als geheel, dus ook financieel, in geïntegreerd
is.
# Denk vooral ook aan het organiseren van het debat met en tussen
Hagenaars over al deze zaken en dat op een creatieve, ontspannen
en gezellige manier.
Om dat alles dichterbij te brengen vergt het evenwel meer dan masterplannen
en intentieverklaringen. Het vergt met name zakelijke bevlogenheid,
realistische verbeeldingskracht, veel inzet en ook het nodige geld.
Maar het zal op langere termijn ook veel geld besparen.
U moet in het komende debat zelf maar bepalen of bij de extra investeringen
en de reeds bestaande investeringen van 4 miljard voor dit soort
zaken voldoende aandacht is. Wij vinden van niet. Vanzelfsprekend
zijn wij bereid constructief mee te denken hoe dat te verbeteren.
Het Haags Milieucentrum en alle aangesloten natuur- en milieuorganisaties
met vele duizenden leden en vrijwilligers staan in ieder geval voor
dat Masterplan Duurzaam Den Haag. Wij zouden zeggen: doe daar uw
voordeel mee! We hebben het dan ook over een financieel voordeel
bij de besteding van miljarden op het terrein van onder meer ruimtelijke
ordening en stadsontwikkeling, mobiliteit, energie, gezondheid,
welzijn, onderwijs, financiën, economie, werkgelegenheid en
milieu.
Om er voor te zorgen dat wij krachtig en met kennis van zaken aan
duurzaamheid, een vitaal milieu en een vitale natuur in Den Haag
kunnen werken en kunnen blijven werken vragen wij u om extra structurele
subsidie voor volgend jaar voor een bedrag van ongeveer 0,03 % van
de gelden die u extra in onze stad wilt gaan investeren.
De Algemene Vereniging voor Natuurbescherming
bestaat 75 jaar
Het is niet niks als je als Algemene Vereniging voor Natuurbescherming
voor Den Haag en omstreken (AVN) al 75 jaar bestaat. En dat is het
vieren zeker waard en niet alleen omdat de AVN met 10.000 leden
de grootste lokale natuurclub van Nederland is die volledig op vrijwilligers
draait. Ook omdat zij door goede organisatie en kennis van zaken,
soms in samenwerking met anderen, belangrijke successen heeft geboekt
bij met name de bescherming en verbetering van natuur, landschappen
en groen in en om Den Haag. Daarom besteden wij in deze Branding
uitgebreid aandacht aan dit jubileum.
De AVN heeft met een druk bezochte ledendag en een boeiend symposium
op passende wijze dat jubileum gevierd. Passend niet alleen door
de inhoud, maar ook doordat al tijdens het symposium zaken werden
gedaan met de gemeente en een afspraak werd gemaakt om binnen niet
al te lange termijn met drie wethouders tegelijk om de tafel te
gaan zitten. Voor hun grote verdienste voor de stad is de AVN door
de gemeente ook passend beloond. Tijdens de ledendag reikte wethouder
Stolte de felbegeerde stadspenning uit aan de voorzitter Rudolf
Patijn. Even later rolde deze gewijde penning uit zijn handen over
de klinkers van renbaan Duindigt zonder evenwel een blutsje of krasje
op te lopen. De gemeente geeft dus niet zomaar wat weg want de kwaliteit
van haar penningen valt zondermeer als uitstekend te kwalificeren.
Tijdens die ledendag met korte excursies naar bedreigde natuurgebieden
en tijdens het symposium zijn vele zaken aan de orde gekomen. Ook
de verloren slagen en de successen uit het verleden. Dat is te veel
om binnen het bestek van deze bijdrage de revue te laten passeren.
Wij selecteren uit dat geheel wat interessante uitspraken. En wellicht
nodigt dit u lezer er ook toe uit om te reageren in onze nieuwe
rubriek Groen Forum. We beginnen met een stukje geschiedenis en
de ledendag.
Geen kleine jongens
In de dagen van de oprichting van de AVN was Den Haag een wat groot
uitgevallen dorp en de natuur nog relatief onbedorven. Maar de steden
breidden zich in een moordend tempo uit ten koste van grote oppervlakten
woeste grond. Die woeste gronden kon Den Haag niet veel schelen,
maar de gemeente heeft in die tijd wel vele landgoederen aangekocht
zoals de Voorden, om deze te beschermen tegen die oprukkende stad.
De AVN maakte zich toen binnen de stad bijvoorbeeld sterk om in
Wapendal geen park aan te leggen, maar de duinen te behouden en
geen tennisbanen aan de Laan van Poot, maar een vogelpark. En dat
is ook gelukt.
De voorzitter van de AVN schetst in zijn inleiding tot de jubileumuitgave
treffend de sfeer en het krachtenveld in die tijd: "Den Haag
werd in die dagen nog echt 'regentesk' bestuurd. Maar omdat de oprichters
van de AVN ook geen kleine jongens waren, waren de lijnen naar het
bestuur kort. Je kon als het ware bij de burgemeester binnenlopen
met als kwade kans dat je een half uur moest wachten omdat deze
nog aan het dejeuneren was". Dat zomaar binnenvallen kan niet
meer, maar de lijnen zijn nog steeds kort en nog steeds geldt bij
de AVN dat de bestuurders niet zomaar de eerste de beste zijn.
Tip van Patijn
In diezelfde inleiding spreekt Patijn zijn zorgen uit over de vele
bouwplannen. En geeft aan het eind ook nog een boodschap mee die
wij onze lezers niet willen onthouden:
· "Zorg er voor dat natuur- en landschapsbehoud hoog
op de politieke- en beleidsagenda komt en daar blijft. Natuur telt
mee en niet zo'n beetje ook.
· Praat op alle niveaus met de gemeentebesturen van Den Haag
en omliggende gemeenten. Dat is een hele toer, want het bestuurlijk
apparaat is zeer uitgebreid.
· Denk mee met de plannenmakers en kom in een vroegtijdig
stadium met suggesties en alternatieven. Vermijd daardoor situaties
dat je alleen maar 'tegen' kunt zijn.
· Ben bereid om, als het echt niet anders kan, goed onderbouwd
'neen' te zeggen. Maar daarmee moet je wel zuinig zijn."
Wethouder Stolte noemde de AVN op de ledendag dan ook een trouwe,
kritische en een meer dan serieuze gesprekspartner. Hij roemde de
AVN omdat Den Haag haar reputatie als Groene Stad aan Zee mede te
danken heeft aan de inspanningen van de AVN. Volgens de wethouder
maakt de AVN geen onderscheid tussen grote lijnen en details en
hij deed een kleine greep uit hetgeen wat door de AVN bereikt is:
de iep bij het restaurant in het Westbroekpark die gespaard is gebleven,
veel minder bomen gekapt op het huidige "Aegonplein",
geen autoweg die van Den Haag naar Katwijk door de duinen is gekomen
en recentelijk de bijstelling van de beheersvisie Clingendael.
De wethouder verbaasde zich, na al deze lovende woorden, ondermeer
over de tegenstand van de AVN wat betreft een golfbaan in de Amonsvlakte,
een bij onze trouwe lezers bekend stukje waardevolle natuur. Wethouder
Stolte stelde dat een golfbaan dan wel geen natuur, maar wel groen
is. Wellicht wil iemand deze kwestie in Groen Forum nog eens kort
en duidelijk uit de doeken doen, want dat lijkt toch een zeer goed
onderbouwd standpunt van de AVN.
NORA
Tijdens die ledendag werd behalve aan de Amonsvlakte ook een bezoek
gebracht aan het ecoviaduct aldaar, aan de Veenzijdse polder met
ondermeer het een na grootste broekbos (bos dat in het water groeit)
van Nederland en aan boer van Amerongen die in de Veenzijdse polder
aan agrarisch natuurbeheer van met name weidevogels tracht te doen.
Zijn land ligt ingeklemd tussen de toekomstige geluidswal van de
Noordelijke Randweg (NORA), de spoorlijn naar Leiden en het nachtelijke
licht van een of ander bedrijf. Tenslotte nog een bezoek aan het
Hubertusduin. Deze enig overgebleven hoge strandwal wordt met een
uiterst kostbare boortechniek voorzien van een autotunnel. Deze
autotunnel die aansluit op de NORA wordt geboord om dit unieke natuurgebiedje
zoveel mogelijk te sparen, maar zal niettemin een groot deel van
het duin verwoesten. Alleen de ingang al zal veel oppervlakte in
beslag nemen en het constante geluid zal de rust grondig verstoren.
De NORA is die dag dus veelvuldig ter sprake gekomen. Deze vierbaans-geluidsbundel
zal tot in zijn verre omtrek de natuur en de rust verstoren en bovendien
doorbreekt deze snelweg, die een van de peilers van het bereikbaarheidsoffensief
van Den Haag is, maar liefst drie ecologische verbindingszones en
bij het kruispunt met de Benoordenhoutseweg zelfs de Ecologische
Hoofdstructuur. Nadat de slag rond de aanleg verloren is, is ook
de slag om de weg nog zo goed mogelijk in te passen verloren. Te
duur vond May-Weggen dat en ook de gemeente heeft zich niet hard
gemaakt voor een goede inpassing. De besluitvorming rond deze weg
verdient zeker meer aandacht. Zo mag het nooit meer gaan en wellicht
zijn er nog maatregelen te nemen die voor de mens en de natuur in
de omgeving van de weg nog enig soelaas bieden. Tot zover dan de
ledendag.
DEN HAAG 2026, een groen stad aan zee?
Het symposium had bovenstaande vraag als uitgangspunt zeker als
de bevolkinggroei de komende 25 jaar blijft toenemen en de stad
zich blijft uitbreiden. Het werd geleid door de bekende ANWB-voorman
de heer Nouwen. Met in de ochtend een uitdagend betoog van prof.
dr. R. van Engelsdorp Gastelaars van de VROM Raad over de 5de Nota
Ruimtelijk Ordening. Ook onze staatssecretaris mevrouw Faber kwam
met een helder verhaal over haar eigen nota 'Natuur voor mensen
- mensen voor natuur'. Zij bleek opmerkelijk goed ingevoerd over
de situatie rond Den Haag. Haar inleiding was naast het aanhalen
van de band tussen mens en natuur via milieueducatie met name een
pleidooi om natuurontwikkeling en belangen van mensen, zoals recreatie
dicht bij huis, hand in hand te laten gaan. Zij vindt bovendien
dat ons landschap verrommelt en vervlakt. Met een impuls van twee
miljard, de helft van wat zij nodig dacht te hebben, worden een
aantal doelstellingen van haar nota uitgevoerd. Zij stelt zich ondermeer
achter de doelstelling in de 5de Nota dat de kwaliteit en de omvang
van de natuur in bestaand stedelijk gebied minimaal gehandhaafd
moeten worden.
Ook omarmt zij het Rood voor Groen principe waarbij uit de opbrengsten
van huizenbouw groene investeringen gedaan moeten worden. Het probleem
van die groene investeringen is dat zij in tegenstelling tot de
bouwactiviteiten niets opleveren in geld en daarom vaak sluitpost
zijn. Maar groen in de omgeving maakt mensen gezonder, is goed voor
het vestigingsklimaat van bedrijven en maakt het onroerend goed
10 tot 20 % meer waard. Er moeten dus hardere voorwaarden komen
om 'rood' mee te laten betalen aan 'groen' bijvoorbeeld 20.000
per woning. Zij hield ook een pleidooi voor meer wijkgroen dat aansluit
op parken in de stad om deze weer te laten aansluiten op de grotere
groengebieden. Het gaat er om dat je via de groene haarvaten van
de stad van je voordeur tot buiten de stad door het groen kunt lopen
en fietsen. Er komt een fonds voor dit groen in en om de stad, maar
belangrijker nog dan geld is dat gemeenten snel groen in de bestemmingsplannen
op moeten nemen. Tenslotte sprak zij over de 'ontwikkelingsgerichte
landschapsstrategie'. Daarbij gaat het er om dat iedere ingreep
zodanig dient te zijn dat landschap er mooier van wordt. De gemeenten
moeten daarbij ondersteund worden.
Er volgde een geanimeerde discussie over de behoefte aan groen
rond de stad, de NORA, het belang van toezicht op gebruiksnatuur,
de Skidôme en de kosten en baten van ecoducten. Een belangrijk
onderwerp willen wij nog uit de discussie lichten en dat is het
belang van 'planologische duidelijkheid'. Dit was een oproep van
de staatssecretaris aan het adres van provinciale en lokale bestuurders.
Het probleem bij het maken van plannen voor groene herstructurering
is de noodzakelijke verwerving van gronden daarvoor. In de praktijk
blijkt het heel lastig om die gronden tegen een redelijke prijs
aan te kunnen kopen of te onteigenen door een combinatie van speculatie
en als boer je grond vasthouden, omdat je wacht op de grote zak
met geld van mogelijke bouwers. Zowel tegen die speculatie en om
te kunnen onteigenen is het nodig dat er planologische duidelijkheid
is over welke gronden voor groen en welke voor andere functies zoals
wegen, wonen of bedrijven bestemd worden. Omdat in bestemmingsplannen
wegen en bouwen vaak wel bestemd zijn en groen niet is het mogelijk
wel procedures in te zetten voor de verwerving van grond voor asfalt
en beton en niet voor groen. Provincies en gemeenten blijven hier
in gebreke volgens de staatssecretaris.
Vloeken in de kerk
En toen nam de heer Gastelaars plaats achter het katheder en hij
begon niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk te vloeken in de
Nieuwe Kerk. Om dat in een paar woorden samen te vatten is niet
eenvoudig. Toch een poging: "De 5de Nota is in feite een enorme
versimpeling omdat het geen integrale benadering van de problematiek
is. De nota is niet coördinerend naar andere ministeries. Het
gaat vooral over wat allemaal niet mag en niet over het ontwerpen
van integrale projecten. De rode contouren zijn geen resultaat van
gedachtevorming gepaard aan andere strategieën vanuit het bestuurlijk
veld, maar worden van bovenaf opgelegd. Hoe kan een nota wat betekenen
en richtlijnen geven voor de praktijk als deze voorbij gaat aan
de werkelijkheid door aan allerlei dominante ontwikkelingen rond
economie en werkgelegenheid en sociale problematiek voorbij te gaan?
Bovendien is de 5de Nota te abstract en te globaal. De verschillende
maatschappelijke krachten zijn per regio te verschillend zoals veel
minder economische groei in Den Haag en Rotterdam, de veel jongere
samenstelling van de bevolking in die steden en compactheid die
in Den Haag minder mogelijk is."
Voor vrijwel de gehele Randstad geldt volgens Gastelaars dat van
natuur vrijwel geen sprake meer is. "Eigenlijk is er geen sprake
van een bijzonder veenweidegebied om maar iets te noemen. In de
praktijk is eerder sprake van een parklandschap en daar is voor
een belangrijke en dominante stedelijke agglomeratie in de Deltametropool
ook niets mis mee. Je moet behouden wat het behouden waard is en
wat dat betreft moet je met een meer Europese blik naar het karakter
van gebieden durven te kijken. Dan blijkt dat de Randstad als stedelijk
kerngebied eerder te vergelijken is met bijvoorbeeld het Roergebied.
Dan kan er nog heel wat bebouwing bij. Bovendien zit Den Haag al
aan zijn grenzen en zal het dus wel over moeten lopen wat betreft
bouwen en wonen buiten zijn grenzen. Er zijn grote stukken kwetsbaar
en niet echt interessant groengebied in de omgeving van Den Haag
waar wat mee moet gebeuren. Dit te ontwikkelen tot parken en woongroen
ligt het meest voor de hand. Ook omdat er de nodige ingrepen en
actie nodig zijn om het economisch draagvlak voor de regio te behouden".
Hij praat niet eens over versterken, want behouden zou volgens hem
al heel wat zijn. Dus ook investeren in nieuwe suburbane woon-werkgebieden.
Rood moet in groen via een soort ijle verstedelijking. En uitdagend;"
Prima hoor, die ecoducten en het behoud van de grutto op sommige
plaatsen, maar dat is wel erg luxe en dat kan alleen door de welvaart."
Bitterballenrecreatie
Nog enige uitsmijters van professor Gastelaars wanneer het gaat
over wensen van mensen op basis van gedegen wetenschappelijk onderzoek.
"Mensen houden van groen, maar toch het meest van een eigen
stukje privégroen, ook houden zij van pretparkgroen met een
totaalpakket aan weekendrecreatie inclusief een ruim aanbod van
bitterballen en dergelijke, sociale suburbanisatie in de ommelanden
van Den Haag is nodig, mensen willen of echt stedelijk wonen of
dorps wonen, maar niets (Vinex) ertussenin en tenslotte zou Den
Haag met zijn imago van culturele parkstad eerder aan verdunning
dan verdichting via hoogbouw moeten doen." Ook nog enige tips
als dessert: "Laat de stad overlopen, doe de glastuinbouw weg,
realiseer een groene aanpak met het nodige privé groen en
parken, wen er aan dat Den Haag onderdeel is van de Deltametropool".
Natuurlijk ontstond er wat onrust in de zaal en de discussie met
de zaal was levendig te noemen. Ondanks de sloop van wat heilige
huisjes werd het betoog, ook door de humor, waarmee het gebracht
werd, terecht uiterst serieus genomen. Uit de antwoorden van Gastelaars
bleek dat hij geen voorstander is van het volbouwen van de Randstad.
Groen en zeker aaneengesloten groen is heel belangrijk in zijn visie.
"Als je in groen investeert doe het dan ook goed en met kwaliteit,
maar denk niet dat je in de randstad het open landschap echt kunt
behouden. Wees niet bang om in te leveren, maar vraag kwaliteit
terug."
Provincie bewaakt integrale visie bij bestemmingsplannen
Na de pauze kwam onze gedeputeerde J.M. Norder aan het woord. Zijn
verhaal ging met name over de Westlandse zoom en de groenblauwe
slinger.. Hij wil dat daar ook flink in het groen wordt geïnvesteerd.
Hij gaf volmondig toe dat de ontwikkeling van het groen in deze
gebieden behoorlijk achterbleef bij de ontwikkeling en uitvoering
van allerlei bouwplannen. Wat betreft de financiering daarvan is
het probleem dat groen geen geld oplevert en dus is ook hij aanhanger
van het Rood voor Groenprincipe. En dan gaat het in zijn ogen om
veel meer dan randjes schaamgroen. Want dan is het twee keer huilen.
Eerst bij de presentatie van de plannen van vreugde omdat het er
op papier allemaal prachtig uitziet en vervolgens van verdriet als
je later ziet wat er van terecht is gekomen. Het gaat dus om een
visie, ook bij projectontwikkelaars, op gedifferentieerde toegankelijke
groenontwikkeling met een maatschappelijke functie. Burgers hebben
recht op kwalitatief goed groen in hun omgeving. Niet alleen losse
villaatjes bouwen, maar ook appartementengebouwen in het groen zodat
er meer ruimte voor openbaar groen overblijft.
Daarnaast gaat het natuurlijk ook om investeringen van het Rijk
bij grotere aaneengesloten groengebieden zoals de groenblauwe slinger.
Via intensieve samenspraak met het Rijk, ook over de normering die
gesteld wordt, wil de Provincie dat het Rijk daar meer in gaat investeren.
Wat betreft Den Haag specifiek wil hij de Groene Gordel om Den Haag
compleet maken, maar dat vergt uiteraard een goede samenwerking
met de randgemeenten. Het is de taak van de provincie om bij de
afzonderlijke bestemmingsplannen goed in de gaten te houden of deze
passen binnen een integrale visie op het grotere gebied waar deze
plannen deel van uitmaken en dat geldt ook voor Nieuw Madestein
zo bleek uit de discussie. Wij zijn benieuwd!
We gaan van groot naar klein, dus na nationale en provinciale ontwikkelingen
kwamen de lokale ontwikkelingen aan bod. Daarvoor was wethouder
Hilhorst uitgenodigd. Zijn insteek is dat het beter benutten van
de bestaande stad en daar waar mogelijk verdichting en kwaliteit
toevoegen, de druk op het buitengebied en de natuur ontlast. Hij
ziet juist een uitdaging in de compacte stad, niet alleen om zo
het voorzieningenniveau te verbeteren en de mobiliteit door de kortere
afstanden te beperken, maar ook om de beschikbare ruimte optimaal
te benutten.
Tot slot het panel met naast Hilhorst ook nog de wethouders Stolte
en Vermeer uit Rijswijk. Er werd wat getwist wie nu het groenst
was en hoeveel Rijswijk nu voor de Voordes had betaald. Iedereen
was het er natuurlijk over eens hoe belangrijk onderlinge samenwerking
met buurgemeenten is. Maar het was helemaal aan het eind van een
intensieve dag vooral gezellig zoals u aan de foto wel kunt zien.
Frans van der Steen
Fietspostentocht van de IVN
Ook dit jaar was er weer de vertrouwde fietspostentocht die
de IVN elk jaar organiseert. Dit jaar op de nationale fietsdag van
22 september, dit was ook de Europese Autovrije dag waar dit jaar
in Den Haag weinig van te merken was, behalve het debat. Daarvan
elders verslag.
De fietspostentocht was weer druk bezocht en gezellig. De tocht
ging van Clingendael naar Meijendel. Er waren vijf posten waar gidsen
van de IVN de deelnemers informeerden over de duinlandschappen waar
de tocht doorheen ging. De onderwerpen waren 'mossen', 'water',
'grassen', 'duinflora' en 'het verhaal van het duinlandschap'. Op
het einde van de tocht konden de deelnemers nog kiezen of zij langs
het bezoekerscentrum wilden, een uitleg wilden over geneeskrachtige
en eetbare planten in de 'Tuin der Wijsheden' of nog op een korte
excursie wilden.
|