Branding - Archief  

 

HAAGS MILIEUCENTRUM, AANGESLOTEN ORGANISATIES EN ANDERE MILIEUORGANISATIES

 

Geslaagde fietstocht naar biologische boeren (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer

Raaptroep zoekt vuile plekken (Branding nr. 16 september/oktober 2004) ...meer

Rookgasafvoeren zijn vogelverstikkers (Branding nr.15 juni/juli 2004) ...meer

Egelasiel in het nieuw (Branding nr.15 juni/juli 2004) ...meer

Groendag in de Fultonstraat (Branding nr.15 juni/juli 2004) ...meer

Haagse Vogelbescherming voor Golf op de Amonsvlakte (Branding nr.14 april/mei 2004) ...meer

Symposium Aardewerk over kansrijke alianties in duurzaamheid (Branding nr.14 april/mei 2004) ...meer

Haags Milieucentrum neemt afscheid van voorzitter (Branding nr.14 april/mei 2004) ...meer

Vuilrapers zoeken uitbreiding (Branding nr.13 februari/maart 2004) ...meer

Help de pad op weg (Branding nr.13 februari/maart 2004) ...meer

Milieuprijs levert veel groene ideeën op (Branding nr.13 februari/maart 2004) ...meer

CityDuinparkwandeling (Branding nr.13 februari/maart 2004) ...meer

Het Milieucentrum Amsterdam:
een vijftienjarige luis in de pels (Branding nr.10 juni/juli 2003) ...meer

Biesieklette waakt al twintig jaar over uw eigendommen (Branding nr.10 juni/juli 2003) ...meer

Van de Redactie, eerste nummer van 2003 (Branding nr.8 februari/maart 2003) ...meer

Vijf keer zoveel gemeentesubsidie voor Haags Milieucentrum (Branding nr.8 februari/maart 2003) ...meer

Van de redactie, over de ontwerpbegroting (Branding nr. 7 oktober/november 2002) ...meer

Brandbrief aan de gemeenteraad (Branding nr. 7 oktober/november 2002) ...meer

Nationale milieu-estafette 2002 doet Den Haag aan (Branding nr. 6 september/oktober 2002) ...meer

Haagse Beek Fietspostentocht op zondag 22 september (Branding nr. 6 september/oktober 2002) ...meer

CITYDUINPARKLOOP EN -WANDELING VERTRAAGD (Branding nr. 5 mei/juni/juli 2002) ...meer

BRANDENDE KWESTIE (Branding nr. 5 mei/juni/juli 2002) ...meer

Enthousiaste vrijwilligers gezocht (Branding nr. 3 november/december 2001) ...meer

Eindrapport Fietsbalans Den Haag (Branding nr. 3 november/december 2001) ...meer

Meer subsidie voor het Haags Milieucentrum in 2002 (Branding nr. 3 november/december 2001) ...meer

INSPREEKTEKST SUBSIDIE 2002 (Branding nr. 3 november/december 2001) ...meer

De Algemene Vereniging voor Natuurbescherming bestaat 75 jaar ...meer

Fietspostentocht van de IVN (Branding nr. 3 november/december 2001) ...meer

 

 

 

 

 

 

Geslaagde fietstocht naar biologische boeren

De afdeling Den Haag van Milieudefensie had op zaterdag 19 juni een fietstocht naar twee biologische boerderijen in Midden-Delfland georganiseerd. Deze dag was de eerste van de twee Open Dagen van Biologica, de belangenvereniging van de biologische winkels. Omdat 19 juni tevens de jaarlijkse Midden-Delflanddag was, werd een bezoekje aan dit fraaie gebied alleen nog maar aantrekkelijker. In de Natuurvoedingswinkel aan de Torenstraat legden we een routebeschrijving en een kaart neer voor de mensen die de fietstocht zelfstandig wilden maken. Het Haags Milieucentrum had een aantal kompasjes beschikbaar gesteld.

Alle Haagse Milieudefensieleden hadden een uitnodiging gehad, waarin stond dat er om half twaalf vertrokken werd bij de Natuurvoedingswinkel. Zo’n dertig mensen stonden om die tijd gereed voor vertrek. Een bonte verzameling, van studenten tot gepensioneerden, van Milieudefensieleden tot mensen die nog nooit van de vereniging gehoord hadden. Zij hadden op een andere manier van de fietstocht gehoord of erover gelezen, bijvoorbeeld via de advertentie die de natuurwinkel had geplaatst. Prominent aanwezig was een groep Chinezen die aan het Institute for Social Studies studeert. Diverse fietsers hadden kinderen bij zich, in kinderzitjes of in de fietsaanhanger.

Schoolplaten
Een plotselinge regenbui leidde tot uitstel van vertrek met een minuut of vijf, maar daarna klaarde het op en ging de stoet op weg. Om de stad door te moeten fietsen is nooit leuk, maar onze route leidde zoveel mogelijk langs verkeersluwe wegen en al snel verlieten we langs de Vliet de bebouwde kom. In Delft aangekomen, doken we direct onder de spoorbrug door en reden we via enkele rustige straten naar randgemeente Den Hoorn. Na een klimmetje over de snelweg kregen we al snel ’t Woudt in het vizier, waar de eerste boerderij, de Woudhoeve, vlakbij lag. Veel van de oudere deelnemers aan de tocht kregen meteen nostalgische gevoelens op deze boerderij zoals je ze vroeger op schoolplaten zag. Een hooistapel, een koeienstal waar de boerenzwaluwen vlak over je hoofd heenscheren, een wei met een paddenpoel en veel vogelnesten, schaduwgevende kastanjebomen van een halve eeuw oud, een moestuin en ga zo maar door. Eigenaar Nico van Paassen leidde onze groep met aanstekelijk enthousiasme rond.

Voor Van Paassen is het belangrijk om mensen bij zijn bedrijf te betrekken. Hij vindt het dan ook jammer dat op de pakken met melk van hem en andere biologische boeren de naam van de supermarkt komt te staan, en niet die van de melkfabriek. De relatie tussen producent en consument is daardoor volkomen onzichtbaar. Maar ja, een supermarkt is nu eenmaal in de positie om eisen te stellen.

Nieuwe natuur
De boerderij viel zo in de smaak dat een aantal fietsers hier bleef plakken (nee, niet hun banden). Mensen die het niet te laat wilden maken, konden via het prachtige dorpje ’t Woudt terug naar Den Haag, anderen besloten om wat in de omgeving rond te kijken. Met tien mensen gingen we verder naar de tweede boerderij, waarvoor we een route hadden uitgezet die via de dorpskern van Schipluiden dwars door Midden-Delfland ging. Voor diverse fietsers betekende deze tocht een eerste kennismaking met dit veenweidegebied, maar ook de anderen keken hun ogen uit. Veel van de weiden van weleer hebben de laatste jaren immers plaatsgemaakt voor Nieuwe Natuur, en dus fietsten we regelmatig langs plasdrasgebieden en werden we begeleid door weide- en watervogels.

Dit vlakke gebied kent één prominente bult in het landschap: het zandlichaam ten behoeve van de Verlengde A4, dat dwars door Midden-Delfland heenloopt. Na deze ‘barrière’ genomen te hebben kwamen we al snel bij de Vliet aan, en een comfortabele fietsbrug hielp ons naar de overkant. Hier bevindt zich Hoeve Ackerdijk, waar we de inwendige mens versterkten voordat eenieder terug naar Den Haag fietste. Met een fikse wind tegen, dat wel, maar het was toch maar mooi de hele middag droog gebleven!

Bob Molenaar,
Milieudefensie afdeling Den Haag

 

 

 

 

 

Raaptroep zoekt vuile plekken

De vuilraaptroep Licht op Groen en Geel gaat alweer haar vierde seizoen in. De vrijwillige vuilrapers laten zich niet ontmoedigen door de grote hoeveelheden troep die ze op hun tochten door het groen tegenkomen, integendeel zelfs. Na vooral het Haagse Bos regelmatig te hebben geschoond, is de onbezoldigde reinigingsbrigade op zoek naar uitbreiding van haar werkterrein. Ergert u zich al zo lang aan de blikjes, dozen en wat al niet meer in uw buurtpark? Stuit u bij uw wandelingen door een natuurgebied regelmatig op gedumpt afval? Meld het dan via een mailtje naar lichtopgroenengeel@hccnet.nl, of bel naar (070) 310 7883 (Jan Meijer) of (070) 364 9576 (Arno Bouts en Judith Broos),
In principe komt iedere vervuilde plek in een groengebied of op het strand binnen de regio Den Haag (Den Haag, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg) in aanmerking. Als de vuilrapers zo'n plek de moeite waard vinden organiseren ze daar een actie samen met vrijwilligers uit de buurt.
Kijk op http://vuilraaptroep.denhaag.org voor foto's, verslagen, en aankondigingen van komende acties.

 

 

 

 

Rookgasafvoeren zijn vogelverstikkers

Heeft u een gesloten verwarmingstoestel met rookgasafvoer via de gevel, bijvoorbeeld een combiketel? Dan is het niet denkbeeldig dat vogels in die gevelopening een nest hebben gebouwd. De Haagse Vogelbescherming werd onlangs benaderd door een verwarmingsmonteur die in zulke openingen met grote regelmaat nestjes vol dode jonge vogels aantreft. Het gaat vooral om mussen, spreeuwen, kool- en pimpelmezen, die door de rookgassen akelig aan hun eind zijn gekomen. De monteur pleit ervoor om vóór het broedseizoen deze openingen af te dekken met gaas of een roostertje. Als de pijp uitsteekt kan er gemakkelijk een oude panty omheen worden geknoopt. De rookgasafvoer loopt zo geen enkel gevaar en u kunt vele vogellevens sparen.

 

 

 

Egelasiel in het nieuw

"Hoe was het ook alweer. Hier stond eerst een diepe kast en deze muur liep eerst tot hier. Of tot daar?" Ank Naeije, voorzitster van de Stichting Egelopvang Den Haag, is al helemaal vertrouwd met de nieuwe indeling van 'haar' asiel.

Er moet dan nog wel het een en ander worden afgewerkt, maar het is in één oogopslag duidelijk dat zowel de egels als de vrijwilligers erop vooruitgegaan zijn. Dankzij Omnigroen, bevriend architect Michiel Parqui en een gift van de Dierenbescherming groot € 6.322,15, heeft het interieur van de Egelopvang een complete metamorfose ondergaan. Veel van het werk is via de Reclassering gedaan door taakgestraften. Ank Naeije is vooral trots op de quarantaineruimte. "We willen natuurlijk niet dat kwetsbare egels hier een bacterie onder de leden krijgen waardoor ze er alleen nog maar op achteruitgaan. Daarom hebben we nu een isoleerruimte, die er eerst nog niet was. Daarachter ligt de ziekenboeg, met acht hokken. In noodgevallen kunnen we wel méér egels kwijt - we hadden ooit dertig zieke dieren - maar het aanbod is wat teruggelopen. In het verleden kregen we egels vanuit de hele omgeving van Den Haag. Tegenwoordig neemt het nieuwe asiel in Zoetermeer er ook een hoop voor z'n rekening."

Wonden door honden
De meeste egels worden binnengebracht door de twee in Den Haag actieve dierenambulances, maar ook particulieren weten het asiel tegenwoordig te vinden. Er zijn heel wat redenen te bedenken om een egel aan de zorgen van de Stichting Egelopvang toe te vertrouwen. Het binnenkrijgen van slakkengif is er één van. Of een egel is aangereden door een auto, en dáár zijn z'n stekels niet op berekend. Die zijn trouwens ook geen partij voor een grasmaaimachine. Of een egel is door een hond gegrepen. "Dat zijn heel gemene wonden", legt Ank Naeije uit. Egels hebben dan wel stekels, maar de huid eronder is heel erg dun. Hondenbeten leiden vaak tot abcessen, die je nauwelijks kunt zien. Zo kregen we hier in december een egel binnen die door een hond was gebeten. Die egel krijgt nog steeds opnieuw ontstekingen."

Aanzienlijk leuker om te zien zijn de baby-egels, die af en toe in groten getale worden binnengebracht. Soms met hun moeder, soms zijn ze aan het zwerven geslagen. De Egelopvang heeft trouwens ook een inpandig geboortegolfje meegemaakt. Een gewonde egel die juist twee jongen had gebaard toen ze werd gevonden, ging daar in het asiel nog even mee door. Er kwamen er nog vijf bij.
Gezinnetjes die niet gewond zijn maar alleen ondervoed krijgen een hok in het buitenverblijf toegewezen. Door het verwijderen van een tussenschot kunnen hokken daar voor bewoning door grotere gezinnen geschikt worden gemaakt. De diertjes krijgen kattenvoer totdat ze voldoende aangesterkt zijn om zelf weer hun kostje bij elkaar te scharrelen. De buitenhokken zijn ook bestemd voor egels die verstoord zijn in hun winterslaap maar verder in goede conditie verkeren. In het asiel kunnen ze ongestoord verder maffen.

Tweede nest
In 2003 had de egelopvang maar liefst 105 baby-egels te gast, net niet de helft van het totale aantal asielzoekers (214). Vermoedelijk heeft de warme zomer egels verleid tot een tweede nest, want de toestroom van baby's in de herfst was uitzonderlijk hoog. Na zes weken wordt het grut door hun moeder in de steek gelaten.
Van die 214 binnengebrachte egels hebben er 48 het asiel helaas niet levend verlaten. In 14 gevallen mocht ook de inzet van een dierenarts niet baten (drie à vier artsen laten zich belangeloos door de stichting inschakelen) en is euthanasie toegepast.

Zieke of gewonde egels die dankzij de goede zorgen alweer flink aangesterkt zijn, slijten de rest van hun logies in een van de veertien hokken in de revalidatieruimte. Overal in het gebouw bevindt zich nu een aparte luchtafzuiging, zodat schimmels en andere microben niet gaan circuleren. En het zal de geur in het gebouw ook zeker ten goede komen, want wie zich over egels ontfermt krijgt letterlijk stank voor dank.

Schuursponsjes
"Het schoonmaken van de hokken is telkens weer een hele klus", beaamt Ank Naeije. De bak met in stukken geknipte schuursponsjes is wat dat betreft illustratief. "Daarom zijn we ook zo blij met de nieuwe hokken, met de transparante kunststof deurtjes. De oude hokken waren van gaas voorzien, dat in een frame was gevat. Daar ging alles zo lekker tussen zitten. En deze hokken zijn ook minder diep, zodat je overal veel beter bij kunt."

Tijdens het bezoek van Branding aan het egelasiel wordt juist een nieuwe vrijwilliger ingewerkt. De in egelverzorging doorknede Doreen brengt hem de kneepjes van het vak bij. Er zijn iedere dag tussen tien en twaalf twee vrijwilligers aanwezig, maar als er veel egels zitten is een vier man (m/v) sterke bezetting geen overbodige luxe. Dus heeft u wat tijd over en iets met egels…
Ook is Branding getuige van de genezenverklaring van een egel. Die wordt uitgezet in de natuur en moet het voortaan weer op eigen kracht zien te rooien.

Egels die het asiel in de herfst of de winter verlaten, worden niet meteen weer in het diepe gegooid. Voordat ze worden uitgezet mogen ze eerst een tijd logeren bij mensen die hun tuin daarvoor beschikbaar stellen. Ank Naeije gaat eerst grondig onderzoeken of de tuin wel goed afgesloten is voordat de egel wordt overgebracht. Die krijgt trouwens een slaaphuis en een eethuis in bruikleen. "Maar egels zoeken ook wel zelf een plek in de tuin. Af en toe word ik door mensen helemaal in paniek gebeld omdat de egel zoek is. Ik weet dat het niet zo kan zijn, maar vaak gaan we toch zoeken. Dat heeft niet zo veel zin, want ze kunnen zich goed verstoppen zodat je er vlak langs kunt lopen zonder ze te zien. In het slechtste geval is hij overleden en al grotendeels verteerd, wat heel snel gaat, maar meestal laat hij zich in het voorjaar vrolijk weer zien."

Bob Molenaar

 

 

 

Groendag in de Fultonstraat

Op 8 mei jl. was het Groendag in de Fultonstraat. Bewoners Liane Lankreijer en Bart Achterkamp hadden deze georganiseerd als een eerste stap op weg naar een groenere Fultonstraat: het idee waarmee ze vorig jaar de hoofdprijs van de milieuprijs 'Een groene straat, een goeie daad' in de wacht sleepten.

Zo'n 35 mensen hadden aan hun oproep gehoor gegeven. Ook vooraf hadden sommigen hun tuintje al opgeknapt. Verder kwamen diverse mensen vertellen dat ze helaas geen tijd hadden om mee te doen, maar de Groendag wel een heel leuk idee vonden.

Het eerste uur werd voornamelijk doorgebracht met het verwijderen van zwerfvuil en hondenpoep. Dankzij de enthousiaste inzet van haar straatgenoten ging dat sneller dan Liane verwacht had. Daarna was het weer tijd voor koffie en daaraan gekoppeld wat noodzakelijke teambuilding. Hierbij bleek dat niet iedereen er dezelfde esthetische idealen op nahoudt. Terwijl de prijswinnaars vooral aanstoot nemen aan de vele geparkeerde auto's, vertelde een straatgenote dat ze onlangs door haar buurvrouw aangesproken werd. Ze had haar fiets tegen de lantaarnpaal voor het buurpand gezet en dat vond de buurvrouw 'geen gezicht'. Tja, smaken verschillen, en wansmaken ook.

In het besef dat het niet realistisch is om te denken dat de auto's zullen verdwijnen, zou Bart Achterkamp ze in elk geval graag willen camoufleren. Door op regelmatige afstanden grote struiken langs de stoeprand te plaatsen, worden ze wat aan het oog onttrokken. Het zal wethouder Stolte ongetwijfeld als muziek in de oren klinken dat er onder de bewoners van de Fultonstraat draagvlak bestaat om bomen te adopteren.

De Wijkwinkel had zich in elk geval van haar beste kant laten zien en een subsidie van tweehonderd euro beschikbaar gesteld om plantjes te kopen. Er waren er genoeg om ook rond de vijf bomen in de straat plantjes te kunnen poten. De poters zullen er samen op letten dat de nieuwe aanplant ook water krijgt.
Voor materialen hadden Lankreijer er Achterkamp zelf gezorgd, want wat hun betreft blijft het niet bij deze ene keer. Hoewel na deze dag van lichamelijke arbeid eerst maar eens goed gepraat moet gaan worden over wat de Fultoners met hun straat willen.

Tot vreugde van de organisatoren werden de mensen die meededen erg blij van het idee dat er meer mensen zijn die verder kijken dan hun voordeur. Er onstond echt een soort 'Fultonstraatgevoel'.
Bewoonster Nelleke Cornelissen was zo enthousiast geworden over de inzet van haar straatgenoten dat ze mogelijkheden ziet om de oude veegploeg in ere te herstellen. Deze was alweer jaren geleden ter ziele gegaan, maar wellicht ontstaat er nieuw elan. Aan haar zal het in elk geval niet liggen. Hoewel de ecoteams tot haar spijt niet meer bestaan, brengt ze wat ze daar geleerd heeft nog steeds in praktijk. Het fanatisme uit midden jaren '90 is weliswaar bekoeld, maar, verzekert ze, "er blijft toch altijd wat van hangen."

Bob Molenaar

Zie voor foto's: www.uitvinderswijk.nl

 

 

 

Haagse Vogelbescherming voor Golf op de Amonsvlakte

In hoeverre is sport te combineren met een landschap dat vijftig jaar lang een min of meer natuurlijke ontwikkeling heeft kunnen doormaken? De Haagse Vogelbescherming heeft gekozen voor een betere bescherming van de vogelstand op de Amonsvlakte. De aanleg van twee golfholes kan zorgen voor de nodige rust die nu in dit gebied ontbreekt.

De voormalige Amonshoogte, de oude met dennen begroeide duintjes tegenover Duindigt, zijn in opdracht van de Duitse bezetter afgegraven. Wat bleef was een troosteloze zandvlakte die na de oorlog in gebruik werd genomen als uitloopgebied (corrals) voor paarden. In deze periode ontstonden er op natuurlijke wijze brembosjes. Na het ruimen van de provisorische omheiningen raakte het gebied langzaam begroeid met twee typen duinvegetatie.
Het deponeren van stikstofrijk slib - in 1981- en het beplanten daarvan met niet tot de specifieke duinvegetatie behorende bomen zorgde voor de groei van een derde type, een mengvorm-vegetatie.
Dit derde, door cultuur beïnvloede vegetatietype is de ontwikkeling van de twee andere natuurlijke vegetaties gaan beperken. De Amonsvlakte heeft daardoor een allegaartje van duinvegetaties, waarbij het totaal oppervlak onvoldoende is om in aanmerking te komen voor bescherming onder de Europese Habitat-richtlijn.

Van tegen- naar voorstander
Plannen van Golf Duinzigt voor een uitbreiding met drie holes op de Amonsvlakte stuitten begin jaren negentig op grote weerstand bij de groene verenigingen. Het typische duinlandschap zou daardoor te veel worden aangetast. De toenmalige verantwoordelijke wethouder eiste bovendien een metershoog hekwerk langs het nog aan te leggen Fietspad 10 om passanten tegen rondvliegende golfballen te beschermen.
Deze situatie stond haaks op de visie van o.a. de Haagse Vogelbescherming. De rechter stelde de verenigingen in het gelijk tijdens de behandeling van de artikel 19-procedure. Het plan verdween in de koelkast.

Medio 2000 deponeerde Golf Duinzigt een nieuw plan bij de gemeente Wassenaar. In plaats van drie, ging het nu om twee holes met een extra groenuitbreiding ter grootte van twee parkeerstroken op het parkeerterrein van renbaan Duindigt. Daarnaast is er een optie voor expansie op langere termijn. Nog steeds echter konden de groene verenigingen zich niet vinden in de geplande situering van de golfgreens op de Amonsvlakte. In januari 2001 richtten ze een samenwerkingsverband op om hierover een gezamenlijk standpunt te bepalen. Besloten werd om door overleg met Golf Duinzigt mogelijkheden te onderzoeken voor natuurvriendelijke integratie van golf op deze plek.
Deze houding schepte verwachtingen bij Golf Duinzigt, die echter niet gehonoreerd werden omdat de meeste deelnemende groene verenigingen zich afwijzend bleven opstellen en koste wat kost de golfvereniging wilden weren.

De Haagse Vogelbescherming (HVB) was toen van mening dat de toekomst van de Amonsvlakte bij deze afwijzing toch steeds opnieuw gevaar zou lopen. Andere ontwikkelingsplannen voor dit gebied van de gemeente Wassenaar of een particulier zouden een minder natuurvriendelijk karakter kunnen hebben. Daaruit werd de conclusie getrokken dat gebruik van het landschap door golf kan voorkomen dat die minder gewenste ontwikkelingen plaatsvinden. De kwaliteit van de natuurlijke duinvegetatietypen moet dan wel versterkt worden. De Vogelbescherming stelde hiervoor een advies op.
De aangelegde houtopstanden van het derde vegetatietype hebben een minder specifieke duinvegetatiewaarde en kunnen deels verdwijnen. Op die plaatsen kunnen de holes worden aangelegd. Ook de landschappelijk ongewenste paardencirkels kunnen daarvoor worden ingeruild. Dit voorstel schept een meer open landschap dat de ontwikkeling van het specifieke duinweidegebied kan versterken. Het advies van de HVB wordt onderschreven door de visie van een extern deskundig bureau.

Reden voor de Vogelbescherming om uit het samenwerkingsverband met de groene verenigingen te stappen en samen met Golf Duinzigt te streven naar een win/win-situatie. Daarbij rekening houdend met de volgende eisen:

- De greens mogen uitslutiend worden aangelegd op plekken van   nietspecifieke duinvegetatie;
- Het terrein moet worden afgesloten met een transparante maar honddichte   afrastering met doorgangsmogelijkheid voor wilde zoogdieren,
- Het moet mogelijk zijn in het gebied excursies te houden en inventarisaties   te plegen;
- De duinflora moet in stand worden gehouden en beheerd ter versterking   hiervan;
- Tijdens het broedseizoen, tussen 1 maart en 15 augustus, mogen geen   golfballen tussen de begroeiing worden weggehaald;
- Er moet zoveel mogelijk natuurlijke afrastering komen door duindoorn, brem,   sleedoorn e.d,;
- Er mogen geen netten worden opgehangen, want die zijn levensgevaarlijk   voor vogels.

De golfvereniging staat zeer positief tegenover het plan en heeft de randvoorwaarden onderkend en toegezegd. Inmiddels zijn er nieuwe tekeningen die geheel aan het voorstel voldoen. De bestuurlijke en juridische procedure ter realisatie van het plan gaat nu van start en zal in de loop van 2004 zijn beslag krijgen.

Frederik Hoogerhoud
Haagse Vogelbescherming

 

 

 

 

Symposium Aardewerk over kansrijke alianties in duurzaamheid

Zoals in overgangszones in de natuur, de zogeheten gradiënten, de meeste biodiversiteit voorkomt, zo zijn ook in het milieubeleid de meeste resultaten te bereiken door samenwerking met allerlei partners - en niet per se de meest voor de hand liggende. Deze stelling verkondigde Gea Boessenkool, directeur van projectbureau en uitgeverij Aarde-werk, op het symposium Kansrijke Allianties in Duurzaamheid dat deze organisatie op 29 maart jl. hield.

Voor het Haags Milieucentrum geldt dit natuurlijk ook. We zijn een netwerk, een alliantie van aangesloten organisaties, die - ook formeel, via de Raad van Toezicht - gezamenlijk het beleid bepalen. Landelijk zitten we in een netwerk met de drie andere stedelijke milieuorganisaties en de dertien Milieufederaties, inhoudelijk ondersteund door de Stichting Natuur en Milieu. In onze projecten zoeken we steeds naar coalities, soms met bewonersorganisaties, andere natuur-en milieuorganisaties of maatschappelijke organisaties. We richten ons op het college van B&W en het ambtenarenapparaat maar ook vaak op de gemeenteraad, die wij alternatieven aanreiken. Los van de resultaten, kan dit de kwaliteit van de lokale democratie bevorderen.

Terug naar het symposium. Zo'n twintig mensen die actief zijn op het gebied van milieubeleid waren aanwezig om ervaringen uit te wisselen en het thema duurzame allianties te bespreken.

Een van die mensen was Rob van Eijkeren, directeur van Vestia Zuid-Oost, die zich steeds meer als de groene raaf binnen de wereld van de woningbouwcorporaties ontwikkelt. In zijn presentatie vertelde Van Eijkeren dat hij veel geleerd had van het project De Waterspin (in de Spijkermakerstraat). Daar gerealiseerde ideeën, bijvoorbeeld de warmtepomp, worden nu ook in Spoorwijk ingezet.
Een andere leerzame ervaring was een project in de Heiloostraat. Deskundigen hadden een mooi plan gemaakt voor de bewoners daar, inclusief flinke energiebesparing, maar wel met huurverhoging. Op grond van slechte contacten met Vestia in het verleden bestond er bij de bewoners een enorme weerstand. Ondanks een onafhankelijke voorzitter en een open discussie werden de plannen danig bijgesteld, wat de ambitieuze doelstellingen op het gebied van energiebesparing niet ten goede is gekomen. De les is dat autoritaire topdown-planning en regentesk besturen anno 2004 niet meer werkt. Een conclusie die het Haags Milieucentrum in zijn project Naar een Duurzaam Den Haag Zuidwest ook heeft getrokken - maar daar wordt de grootschalige sloop nog steeds opgelegd.

Energietreinen en ecoteams
In de Heiloostraat hadden bewoners wel belangstelling voor de Groene Energietrein, een project onder leiding van Aarde-werk. In dit project krijgen bewoners informatie over hun energie-en waterrekening, vooral hoe ze die kunnen beïnvloeden. Veel mensen leggen nu nauwelijks een relatie tussen hun eigen gedrag en de hoogte van de rekening, voorzover ze überhaupt weten hoeveel m--3 gas of KwH elektriciteit ze gebruiken. Als daaraan aandacht wordt besteed, blijkt dat er gemiddeld 5-15% bespaard kan worden. Hetzij door gedragsverandering (deur dicht, lamp uit als je er niet bent), hetzij door maatregelen (spaarlamp, leidingisolatie). In de programma's van het voormalige Global Action Plan en zijn ecoteams bleek de besparing soms nog wel hoger te kunnen zijn. Met name op afvalscheiding was soms 20-40% reductie te halen. Dat kan natuurlijk al simpel door alles in de glasbak te doen, geen papier in de grijze zak te stoppen of door zelf te gaan composteren. De programma's van GAP waren intensiever dan de Groene Energietrein, maar ook hier worden aardige resultaten geboekt, al is het maar in het bewustzijn van mensen.

Het Haags Milieucentrum wil in Zuidwest - als het gemeentebestuur in de Structuurvisie tenminste kiest voor een ambitieuze energiedoelstelling - de ervaring en kennis van Aarde-Werk en/of GAP inzetten in een project. Aarde-Werk heeft op dit moment al 18 coaches opgeleid die zó aan de slag kunnen.

Migranten en milieu
Een belangrijk accent in de bijeenkomst was de aandacht voor milieubeleid en migranten (het woord allochtonen mag in Den Haag niet meer gebruikt worden, vandaar deze aangepaste terminologie). Verspilling wordt in de islamitische cultuur niet geaccepteerd en dat vormt een goede insteek in de milieudiscussie. Dit kan ook een argument zijn tegen het overdadige gebruik van chloor in migrantenhuishoudens (gemiddeld 30 liter per jaar) Chloor is niet alleen schadelijk voor het milieu, maar ook nauwelijks effectief tegen bacteriën, omdat die na 12 uur toch weer aanwezig zijn. Bovendien leggen ook allerlei nuttige bacteriën het loodje, bijvoorbeeld bacteriën die actief zijn in de waterzuivering.
Een mysterie bleef het gegeven, dat in Turkije waar zonneboilers massaal zijn toegepast de prijs 220 euro (inclusief installatie) is en hier in Nederland zo'n 1500 euro moet worden betaald.

Al met al een geslaagde bijeenkomst en een zinnige investering in ons netwerk, dat met veel duwen en trekken werkt aan ambitieuze milieudoelstellingen in een tijd, dat andere problemen meer de aandacht trekken.

Tom Pitstra
Haags Milieucentrum

 

 

 

Haags Milieucentrum neemt afscheid van voorzitter

De voorzitter van het Haags Milieucentrum, Berber de Haan, gaat verhuizen naar Overijssel en heeft daarom haar functie beschikbaar gesteld. Berber heeft zes jaar in het bestuur van het centrum gezeten, waarvan vier jaar als voorzitter. Ze vervulde die functie met grote betrokkenheid en kennis van zaken, ook toen die de laatste jaren een behoorlijke tijdsinvestering vergde. Berber is voorstander van een bestuur op afstand, zoals ze het tijdens haar afscheid van 'haar Haagse periode' verwoordde. Dus een bestuur met de puur bestuurlijke taken van eindverantwoordelijkheid voor financiën, personeel en het beleid op hoofdlijnen. Een bestuur dat zich beperkt tot het faciliteren van directie en team, tot het op grote lijnen onderhouden van contacten met de bij het centrum aangesloten organisaties en het gemeentebestuur. Dat was echter niet de praktijk.

Onder haar voorzitterschap heeft het HMC de laatste drie jaar vier keer voor zijn bestaan en toekomst moeten knokken. Dat kost veel tijd de energie, ook van de voorzitter. Bij haar afscheid wenste ze het centrum dan ook toe een paar jaar met rust gelaten te worden, zeker in deze periode van opbouw. Natuurlijk niet om het rustiger aan te kunnen doen, maar om zich op de inhoud en de worteling binnen en ondersteuning van de bij het centrum aangesloten organisaties te kunnen concentreren. Ze wenste ons toe te kunnen oogsten, met als resultaat nieuwe energie en arbeidsvreugde.

Berber, nog heel erg bedankt voor je inzet en je vaak wijze adviezen.

Als opvolger van Berber draagt het bestuur Stef de Niet voor. Stef was bestuursadviseur onder wethouder Engering en voorzitter van de medezeggenschapscommissie van de gemeente. Hij is nu werkzaam als directeur van Centrum 16/22. De Raad van Toezicht van het Haags Milieucentrum zal zich in mei over zijn kandidatuur uitspreken.

 

 

 

Vuilrapers zoeken uitbreiding
Voor de vuilraaptroep Licht op Groen en Geel was 2003 een vruchtbaar jaar. De vrijwillige vuilrapers, die in aantal toenamen, zijn er twaalf maal op uit geweest. In november waren zelfs twaalf volwassen deelnemers en één kind praktisch in de weer voor een schoner Den Haag.
Eveneens in november kreeg Licht op Groen en Geel van vertegenwoordigers van Nederland Schoon en het ministerie van VROM een soort vuilcontainerfiets om zakken zwerfvuil te kunnen transporteren. De container was bovendien
gevuld met een hoop nuttige attributen zoals grijpers, zakken en hesjes. Dit als blijk van waardering voor de vuilraapactiviteiten van de laatste twee jaar. En ook de goede publiciteit die de vuilrapers dit jaar kregen, van onder meer het radioprogramma Vroege Vogels, was natuurlijk een opsteker.

Hierdoor aangemoedigd wil Licht op Groen en Geel haar werkterrein wat gaan uitbreiden. Weet u in uw buurt een groengebied dat nodig eens van vuil moet worden ontdaan? Of beginnen uw eigen handen te jeuken om dit in groepsverband te gaan doen? Meld dat dan aan Jan Meijer (tel. 310 7883) of aan Arno Bouts/Judith Broos (tel. 364 9576).

Een foto-impressie van de actie van 18 januari vindt u op http://home.wanadoo.nl/marijke.de.jong/marijke.htm door te klikken op het visitekaartje van de raaptroep.

 

 

 

Help de pad op weg
Het is weer bijna paddenpaartijd. Duizenden padden trekken dan vanuit hun winterverblijf naar het water om het voortbestaan van de soort veilig te stellen. Dat is niet zonder risico, want ze moeten daarbij vaak drukke wegen oversteken. En ieder jaar worden er weer veel padden doodgereden. Dat het er niet méér zijn, is telkens weer te danken aan de inspanningen van vele vrijwillige paddenoverzetters. Zo kwamen vorig jaar tussen 1 maart en 20 april 13.834 padden veilig aan de overkant dankzij de hulp van circa 165 vrijwilligers. Die troffen in totaal 552 dode padden aan, dus slechts vier procent van het aantal overzettingen.

Ook dit jaar is de Haagse Dierenbescherming weer op zoek naar mensen die willen helpen om deze amfibieën veilig over te zetten. Ook zoekt ze naar coördinatoren voor de locaties Dotterbloemlaan en Kwekerijweg en naar vrijwilligers die bij zonsop- en ondergang de slagbomen bij de Duinweg willen openen respectievelijk sluiten. Els Jonkers van de Dierenbescherming wacht uw reactie via haar mailadres els@haagsedierenbescherming.nl (onder vermelding van 'paddentrek') of telefonisch via 392 4289 met spanning af. Vermeld in uw mailtje s.v.p. uw naam, adres en telefoonnummer, dan neemt ze contact met u op.

 

 

 

Milieuprijs levert veel groene ideeën op

De tweede Haagse Milieuprijs, 'Een Groene Straat, Een Goede Daad', heeft heel wat creativiteit losgemaakt. Het Haags Milieucentrum ontving 38 inzendingen, meer dan verwacht. En niet toevallig waren inzendingen uit het middendeel van de Obrechtstraat oververtegenwoordigd. Een foto van dit weggedeelte was immers voor de omslag van de folder gebruikt, en binnenin stond een plaatje van hoe mooi groen het daar zou kunnen worden. In de praktijk zal dat wat meer moeite kosten dan met Photoshop het geval is, maar verschillende bewoners staken de koppen bij elkaar en ontwikkelden ideeën. De hoofdprijs ging echter niet naar iemand uit de Obrechtstraat. Die was voor Liane Lankreijer en Bart Achterkamp uit de Fultonstraat.

Dat de jury hun ideeën als de meest vernieuwende beschouwde, terwijl ze ook nog eens goed uitvoerbaar zijn, is achteraf niet verwonderlijk. Bart werkt namelijk bij een ecologisch adviesbureau, waar hij onderzoek doet naar mogelijke bedreigingen van de leefgebieden van soorten in het kader van de Flora- en Faunawet.

Het sterke van hun plan vond de jury 'dat met een aantal relatief eenvoudige ingrepen niet alleen het groene aanzien van de straat sterk zal verbeteren, maar ook de algehele leefbaarheid. Bijvoorbeeld wat betreft het veilig kunnen spelen van kinderen. Een sterk punt van het plan is dat het veel aandacht besteedt aan de koppen van de straat. Die zijn immers beeldbepalend als je een straat inkijkt of inrijdt. Er zitten een aantal originele ideeën in het plan verwerkt, zoals het maken van een groen speeltuintje, het gebruik van lantarenpalen als pergola, de plaatsing van speciale pergolapalen en het benutten van de rand van bloembakken als bankje. Heel leuk is de aandacht voor de naamgever van de straat - Robert Fulton, de uitvinder van de raderboot - via een boot die als speelwerktuig wordt gebruikt.' Enkele illustraties uit de inzending van Bart en Liane vindt u op deze pagina's.

Inmiddels hebben ze over hun plannen een brief opgesteld die ze in hun straat willen gaan ronddelen. Ze hopen dat de buren er ook enthousiast over worden, en er een gezamenlijk plan kan ontstaan. Ook suggereren ze in hun brief om in de Fultonstraat bewonersparkeren te laten invoeren. In hun plan verdwijnen enkele parkeerplaatsen. Dat wordt acceptabeler als ervoor wordt gezorgd dat winkeliers en winkelend publiek uit de Weimarstraat hun auto's niet meer in de Fultonstraat parkeren.

Een tropische verrassing
Niet ver van de Fultonstraat ligt de Ampèrestraat, die volgens bewoner de heer Boon prachtig gerenoveerd is. Maar, zo suggereerde hij, waarom maken we deze straat niet groener en benadrukken we tegelijk haar multiculturele karakter door er 23 palmbomen met daartussen bamboestruiken te planten? Zelfs in ons koude kikkerlandje moet dat geen probleem zijn. En ook dit plan heeft aandacht voor leefbaarheid, door een combinatie met fietsenrekken en zitbanken.

Wel heel doortastend was het idee van Janny Brasker: een ecologische verbindingszone tussen het Scheveningse Bos en de Prinsessetuin via het Zeeheldenkwartier. Die ook nog naar het Haagse Bos uit te breiden is. De ecologische slinger gaat via de Jacob Catslaan, de Banstraat naar de 1e Sweelinckstraat, Van Diemenstraat, het Elandplein, de Da Costastraat en de Veenkade naar de Paleistuin. Over de drukke straten komen mens- en wildviaducten. En het plan voorziet in een parkeergarage op de plek van Metropole, zodat automobilisten hun weg per fiets of lopend kunnen vervolgen.

Van de maar liefst vier inzendingen uit de Obrechtstraat was er één net even creatiever en beter uitgewerkt dan de rest: die van Joke Junger en haar buren. Zij kwamen met het idee om bomen te planten, omringd door bankjes vanwege de sociale contacten in deze kinderrijke straat. Daartussenin situeren ze plantenbakken met Blauwe Regen. Op verschillende plaatsen moeten voorts fietsenrekken komen, waarvoor nauwelijks autoparkeerplaatsen opgeofferd hoeven te worden. Het Sunny Court zou door middel van een poort vanuit de Obrechtstraat toegankelijk kunnen worden gemaakt

Inzendingen kwamen niet alleen uit de oude wijken, maar ook uit de nieuwe. In vinexwijk Ypenburg kwamen André Woudenberg en Marcel Griffoen onafhankelijk van elkaar op hetzelfde idee: verander de in totaal 4 kilometer lange geluidswallen die Ypenburg scheiden van de A13, de A4 en de A12 in groene oases en spannende heuvelbossen. Als die uitgestrekte, saaie geluidswallen op deze manier omgetoverd worden tot recreatieve, rustgevende, beboste oases, leidt dat tot een fraaier uitzicht vanuit de wijk, ruimte voor vogels en natuur en minder wind en verkeerslawaai.

Binnenkort zal een selectie uit de inzendingen aan de verantwoordelijke wethouders worden aangeboden. Meer hierover leest u in de volgende Branding.

 

 

 

 

CityDuinparkwandeling

Op 25 april vindt de CityDuinparkwandeling plaats. Twaalf parken en groengebieden in het noordwesten van de stad worden dan voor één dag symbolisch met elkaar verbonden tot het grootste stadspark van Europa: het CityDuinpark. Door een wandelroute te volgen kunt u zelf zien hoe bijzonder die gebieden zijn - en hoe belangrijk het zou zijn ze met elkaar te verbinden. Zodat het mogelijk wordt om gedurende een hele dag of meer binnen de stadsgrenzen te genieten van groen, ruimte en rust. Dit was het winnende idee van de Milieuprijs die het Haags Milieucentrum in 2001 organiseerde.

Via een speciale CityDuinkrant worden scholieren geïnformeerd over de grote betekenis van deze groengebieden en wat ze daar zoal kunnen tegenkomen. Hiermee wil het Haags Milieucentrum ouders en hun kinderen enthousiast maken om nu al van hun CityDuinpark gebruik te maken, en de politiek stimuleren om die verbindingen tot stand te brengen.

Op dit moment is het Milieucentrum bezig de wandeling voor te bereiden. We zoeken nog vrijwilligers voor de dag zelf. Wilt u op 25 april mensen veilig helpen oversteken? Of de deelnemers informatie verschaffen over wat er in zoal te zien is, bijvoorbeeld aan flora en fauna? Dan bent u precies de persoon die we zoeken! Aarzel niet en bel, mail of schrijf het HMC!

Het gaat om de verbinding tussen de volgende parken en groengebieden: de Scheveningse Bosjes, Scheveningse Bosjes-Belvedère (plus groenstrook langs Madurodam), Westbroekpark, Nieuwe Scheveningse Bosjes, Klein Zwitserland, Hubertuspark, Oostduinen (Uilenbos), Waalsdorpervlakte, Meyendel, Clingendael, Oosterbeek, Haagse Bos en Malieveld/Koekamp.

 

 

 

Het Milieucentrum Amsterdam:
een vijftienjarige luis in de pels

"Je kunt beter één medewerker bij een milieuorganisatie financieren dan tien bij de overheid". Hans van der Vlist, Directeur-Generaal Milieu bij het ministerie van VROM, herhaalde deze ooit door hem geponeerde stelling op het drukbezochte symposium dat op 22 april plaatsvond ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van het Milieucentrum Amsterdam. Hoofdthema was de onafhankelijkheid van organisaties die de overheid kritisch volgen, maar tegelijk van diezelfde overheid (financieel) afhankelijk zijn. Van der Vlist beschouwt subsidiëring van dergelijke organisaties als een goede investering: "Democratische besluitvorming is in hoge mate gediend met goede kwaliteit van de informatie. Daarvoor heb je onafhankelijke, kritische organisaties nodig". En aangezien ze geen instrumenten van de overheid zijn "moet je niet klagen als deze organisaties zich inderdaad keren tegen een nieuw gemeenteplan en daar flink mee uitpakken."

Milieudefensiedirecteur (en Amsterdams gemeenteraadslid) Vera Dalm onderschreef dit standpunt volledig. De expertise op het Milieucentrum en de aangesloten groepen is van belang om de gemeenteraad op de juiste koers te houden, was haar ervaring. "Juist natuur en milieu verdienen onze zorg, want dat levert ons in de toekomst heel veel op. Als je naar de langetermijneffecten kijkt is het dus heel goedkoop om milieuclubs te subsidiëren."
Over het maatschappelijk draagvlak maakt oud-milieuwethouder Ruud Grondel (GroenLinks) zich weinig zorgen, getuige zijn kritiek op de stelling dat milieu 'uit' is. "Onzin. Het wóórd is uit. Maar heb je 't bijvoorbeeld over veiligheid en gezondheidsrisico's, dan is daarvoor juist heel veel aandacht. Die leefbaarheidsaspecten van milieu zijn ontzettend in!"

Het Milieucentrum Amsterdam is gevestigd aan de Plantage Middenlaan 2-G en heeft een fraaie website: www.milieucentrumamsterdam.nl

 

 

 

 

Biesieklette waakt al twintig jaar over uw eigendommen

Stiekem roken in de fietsenstalling is er op een hoop scholen niet meer bij, want daar waakt Biesieklette. Een gesprek met directeur Herman de Graaff over het twintigjarig bestaan van zijn organisatie.

In 1983 ging het slecht met de economie. Heel slecht. Het land verkeerde in een recessie, werklozen meldden zich met duizenden tegelijk bij het arbeidsbureau en het consumentenvertrouwen bereikte duizelingwekkend lage waarden. Afijn, iedereen die het nieuws bijhoudt kan zich er wel een voorstelling van maken. Het was in datzelfde jaar dat een aantal projecten van de grond kwam om werkzoekenden weer bij het arbeidsproces te betrekken. En één van die projecten, gestart onder de vleugels van De Nieuwe Aanpak, bestaat nog steeds:
fietsenstallingenexploitant Biesieklette.

Scholen en buurten
Kende het project een aarzelende start, toen Herman de Graaff precies tien jaar geleden aantrad als directeur had Biesieklet-te 35 medewerkers die verantwoordelijk waren voor twaalf stallingen. Inmiddels telt de organisatie ruim 150 medewerkers en is het aantal stallingen uitgegroeid tot 65, verspreid over tien gemeenten in Haaglanden en Rijnmond. Met name het aantal stallingen bij scholen zit flink in de lift. De Graaff ziet bij de middelbare scholen nog veel groeipotentie.
Herman de Graaff: "We houden niet alleen maar toezicht. We bieden ook een stukje extra dienstverlening. Zoals het plakken van banden, zodat de leerling niet naar huis hoeft te lopen. En de beheerders hebben ook een sociale functie. Leerlingen vertellen hun vaak van alles wat hun hoog zit."
Scholen moeten zelf opdraaien voor de kosten die de stalling met zich meebrengt, maar de gemeente Den Haag laat zich niet onbetuigd. De Graaff: "De gemeente is erg enthousiast. Ze hebben ervoor gezorgd dat fietsenstallingen gemoderniseerd werden en schoolpleinen werden opgeknapt, zodat we zó van start konden gaan."

Een andere recente activiteit is de exploitatie van buurtstallingen. In wijken waar bewoners hun fiets moeilijk kwijt kunnen - bijvoorbeeld omdat ze geen kelder hebben - kan Biesieklette op zoek gaan naar panden die als stalling kunnen worden ingericht. Momenteel zijn er twee van dergelijke stallingen in het Bezuidenhout en er komt er een in de Boks-doornstraat. Omdat ze onbemand zijn heeft Biesieklette er weinig werk aan, aldus De Graaff, maar het is wel een hele klus om betaalbare panden te vinden.

Gave huisjes
Maar meer dan van de school- en buurtstallingen zal het publiek Biesieklette kennen van de kunstzinnig vormgegeven beheerdershuisjes. De Graaff vertelt er met trots over: "De gemeente wil het fietsen stimuleren en moet dan ook accepteren dat die fietsen ergens neergezet worden. Om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren heeft ze besloten dat ook de hokjes van de beheerders een fraaiere aanblik moeten krijgen. Dit is het project Fiets en Stal geworden, waarin Stroom hcbk aan kunstenaars opdracht heeft gegeven om stallingen te ontwerpen. Daarvan worden er nu steeds meer opgeleverd. Aanvankelijk waren nogal wat beheerders verontwaardigd, maar nu vinden ze het 'toch wel gaaf'. De nieuwe behuizingen zijn ook veel comfortabeler."

Bijzonder trots is De Graaff op de stalling die vanaf juni wordt aangelegd op het plein voor het Centraal Station. De beheerder zetelt in een glazen hok dat 's nachts een groen schijnsel uitstraalt en dan tegen vandalen beschermd wordt door een kooiconstructie. Overdag wordt die kooi eenvoudigweg opgehesen en torent dan boven het huisje uit. En niet alleen aan de beheerder wordt gedacht, maar ook aan de gebruiker van de stalling. De 332 fietsbeugels zullen aanzienlijk beter van kwaliteit zijn dan wat er nu staat of ligt.
Overigens blijft het op het Koningin Julianaplein ook mogelijk om onbewaakt te stallen.

De toekomst
Zo enthousiast als De Graaff vertelt over deze en andere innovaties - zoals het exploiteren van openbare toiletten en de verhuur van buggies, rollators en (strand-)rolstoelen - zo somber wordt hij als de toekomst van de 'Melkertbanen' ter sprake wordt gebracht. Voor een organisatie als Biesieklette is gesubsidieerde arbeid immers onontbeerlijk. De Graaff: "Wij exploiteren geen stationsfietsenstallingen, zoals de franchisehouders van de NS. Die kunnen commercieel opereren omdat ze minstens duizend stallingsplaatsen hebben, veel betaalde diensten aanbieden en zitten op knooppunten van woon/werkverkeer. Ze vragen een euro, wij maar 45 eurocent, en dat bedrag willen we niet echt verhogen. Mensen met een smalle beurs moeten in onze stallingen terechtkunnen."

Het ergste vindt De Graaff de kabinetsplannen echter voor zijn medewerkers: "Mensen die hun sociale leven net weer op de rit hebben dreigen voor de tweede keer in de steek gelaten te worden."

Bob Molenaar

Het jubileum van Biesieklette wordt in augus-tus luister bijgezet met de verschijning van een boek. Hierover zult u te zijnertijd ongetwijfeld meer kunnen lezen op de website www.biesieklette.nl.

 

 

Van de Redactie

Het eerste nummer van de Branding in 2003 ligt weer voor u. Er zal door de toekenning van extra subsidie ook veel aan de Branding gaan veranderen. Ten eerste komt er een nieuwe hoofdredacteur die er ook voor moet zorgen dat via wervingsacties nog meer mensen de Branding gaan lezen. Heeft u goede ideeën, schroom niet en stuur ze in.

Ook zullen meer mensen in de Branding gaan schrijven wat de diversiteit en de pluriformiteit van Branding zeker ten goede zal komen. En het zal de discussie in Den Haag over duurzaamheid ten goede komen, juist door verschillen in accent en insteek en soms diametraal tegenover elkaar staande standpunten. Iedereen schrijft in Branding op persoonlijke titel, ook de medewerkers van het Haags Milieucentrum. Branding verkondigt ook niet de mening en visie van dé natuur- en milieuorganisaties in Den Haag. Iedere organisatie geeft de eigen visie en standpunten.

De nieuwe medewerkers voor Ruimtelijke Ordening, Stedelijke Ontwikkeling en Duurzaam Bouwen en voor Mobiliteit zullen ook hun bijdragen gaan leveren. Bovendien gaat het Haags Milieucentrum samen met BOOG projecten rond Wijk en Milieu vorm geven. Voortaan zal in elke Branding een stuk komen over initiatieven in verschillende wijken van bewoners of andere belanghebbenden die vanuit duurzaamheid van belang zijn. Initiatieven waar ook anderen hun voordeel mee kunnen doen.

We zijn van plan voortaan in elke Branding een artikel te plaatsen over beleid, maatregelen en projecten in andere steden rond duurzaamheid, waar Den Haag wellicht zijn voordeel mee kan doen. Dit zal de positieve insteek van Branding verder versterken en wethouder Smits zal dat zeker waarderen gezien de inhoud van zijn ingezonden brief. Het mooiste zou natuurlijk zijn als wij de middelen en de menskracht hadden om maandelijks de Branding uit te brengen om zo directer te kunnen reageren op ontwikkelingen in onze stad.

 

 

Vijf keer zoveel gemeentesubsidie
voor Haags Milieucentrum

Vrijdagnacht 8 november 2002 om 01.15 uur, heeft de Haagse gemeenteraad besloten het Haags Milieucentrum in totaal 200.000 euro extra subsidie toe te kennen waarvan 50.000 euro basissubsidie. Dat deed de gemeenteraad met 23 stemmen voor en 21 stemmen tegen. Als die impuls er niet was gekomen had het Centrum haar activiteiten waarschijnlijk moeten staken. Zo ver heeft het gelukkig niet hoeven komen. Belangrijk is ook dat het meeste geld van andere portefeuilles is overgeheveld naar duurzaamheid. Daardoor kan de wethouder Duurzaamheid voortaan over 0,61% van het gemeentebudget beschikken in plaats van over het huidige percentage van 0,6%. Door deze toekenning wordt het huidige onderkomen te klein en moet het Centrum verhuizen naar een ruimer pand.

Het is jammer dat het CDA en de VVD nog niet overtuigd kunnen zijn van de noodzaak om juist nu, naast de extra impuls van 256 miljoen euro in de stad, een impuls aan de duurzaamheid te geven in de vorm van extra subsidie aan één van de twee particuliere organisaties die zich met de duurzaamheid van onze stad bezighouden. Maar wat niet is kan nog komen. Het Haags Milieucentrum zal er in ieder geval, door een onafhankelijke opstelling, door het werken aan een levendig duurzaamheiddebat in de stad en door concrete resultaten te boeken, alles aan doen om ook alle politieke partijen in de nabije toekomst te overtuigen van het belang van een goede financiële basis voor een goed functionerend stedelijk milieucentrum.

De extra incidentele subsidie van 150.000 euro is voor een belangrijk deel toegekend op het thema Wijk en Milieu en op Mobiliteit en Duurzaam Bouwen. Het Centrum heeft vrijwel direct na de toekenning werkgroepen geformeerd met leden uit aangesloten organisaties en andere bij duurzaamheid betrokken Hagenaars om goede en aansprekende projecten te formuleren en uit te werken op deze terreinen. Met die projecten kan natuurlijk pas begonnen worden als het Centrum goed met de aangesloten organisaties overlegd heeft, goede mensen heeft weten aan te trekken en goede afspraken heeft kunnen maken met de Stichting BOOG die dit jaar samen met het Centrum de wijk- en milieuprojecten vorm gaat geven. De voorbereidingen verlopen goed en dus zal het Centrum, met een strak tijdschema, de meeste projecten rond half maart bij de Gemeente kunnen indienen.

Een deel van de basissubsidie zal gebruikt worden voor de ondersteuning en versterking van de 18 natuur- en milieuorganisaties die met hun belangrijke vrijwilligerswerk bezig zijn het draagvlak voor een duurzame ontwikkeling van Den Haag te versterken en ook concrete resultaten te boeken. Deze organisaties ontvangen vrijwel geen financiële ondersteuning. Dit in tegenstelling tot tal van particuliere en vrijwilligersorganisaties op het gebied van bijvoorbeeld bewoners- en wijkbelangen, integratie en allochtonenbelangen en kunst en cultuur. Door de toekenning van wat extra subsidie aan het Haags Milieucentrum is deze wel erg scheve situatie een klein beetje rechtgetrokken. Het begin is er.

In de volgende Branding zullen de nieuwe medewerkers zich voorstellen en zal er een overzicht gegeven worden van de initiatieven en projecten die met de extra subsidie betaald zullen worden. Nu zijn we bezig met de voorbereidingen van de Groene Speurkaart, de Haagse Milieuprijs, de CityDuinparkloop en -wandeling, de Zonnedag, en het maandelijkse milieucafé De Derde Dinsdag in Dudok. Ook daaraan zal in het volgende nummer van Branding aandacht besteed worden.

De gemeenteraad wil direct na de zomervakantie evalueren wat het Haags Milieucentrum met de extra subsidie heeft gedaan. Dat is te begrijpen want het gaat natuurlijk om de vraag of het Centrum het verdient om ook in 2004 en volgende jaren voor projectsubsidies in aanmerking te komen. Maar het is wel erg snel. Juist als het om de meestal toch complexe milieuvraagstukken gaat is een integrale benadering nodig om resultaten daarop te bereiken. Dan is een goede en doordachte voorbereiding de sleutel tot welslagen. Het Centrum wil niets liever dan afgerekend te worden op resultaten op het moment dat die er kunnen zijn.

De subsidieverlening door de gemeente wordt door de aangesloten organisaties en anderen bij duurzaamheid betrokkenen ervaren als een uitdrukking van waardering voor hun werk en het heeft iedereen een impuls gegeven om in 2003 extra hard maar wel duurzaam aan de weg te timmeren.

 

Haags Milieucentrum
Groot Hertoginnelaan 203
2517 ES Den Haag

 

 

 

Van de redactie

Deze Branding gaat geheel over de ontwerpbegroting van het gemeentebestuur en over de subsidieperikelen van het Haags Milieucentrum. Daar valt veel over te zeggen. Branding kiest meestal voor een positieve benadering of geeft waar mogelijk extra aandacht aan de lichtpuntjes die in Den Haag overal te vinden zijn. Dit keer is dat niet gelukt.

De ontwerpbegroting laat via de cijfers en de spaarzame tekst over duurzaamheid eigenlijk zien dat duurzaamheid door dit stadsbestuur als een ondergeschikt belang wordt gezien. In het hoofdartikel over waarden en normen maken wij duidelijk dat dit getuigt van een bij uitstek onverantwoordelijke houding. Het belang dat aan duurzaamheid gegeven wordt valt natuurlijk niet alleen af te lezen uit het geld dat er voor wordt uitgetrokken, maar dit is in deze tijd wel de belangrijkste indicatie. Zo is er bij de gemeente bijvoorbeeld een enthousiaste afdeling die zich onder meer met duurzaam bouwen bezig houdt. Dit blijkt niet uit de begroting. Ook de gelden die uitgetrokken worden voor ons centrum en bijvoorbeeld de Stichting Boog zijn uit de ontwerpbegroting niet boven water te halen. Bovendien zegt het geld niets over de kwaliteit die geleverd wordt.

Uit ervaring weten wij dat bij andere afdelingen dan die van milieu er niet of nauwelijks aandacht is voor milieu. Daardoor worden heel veel kansen op duurzaamheid niet benut. Zo is het aantal bouwprojecten dat echt iets extra's heeft opgeleverd op het gebied van duurzaam bouwen op de vingers van één hand te tellen. In het hele verkeersplan dat de groei van het autoverkeer als uitgangspunt neemt, is vrijwel geen aandacht voor het milieu en bestaan er vele masterplannen met allen niet geringe gevolgen voor het milieu, maar niet zoiets als een masterplan met een duurzame visie op de stad als geheel. Het was de bedoeling dat in deze Branding ook een artikel zou komen met voorbeelden van gemiste kansen in Den Haag op het gebied van duurzaamheid. Wij hebben ook anderen gevraagd voorbeelden aan te leveren. Het aanbod was zo groot en onze tijd zo krap dat de redactie heeft besloten deze gemiste kansen in de volgende Branding aandacht te geven. Bovendien zou dan de lading van deze uitgave wel erg negatief worden.

Het verhaal over de aanvraag van het Milieucentrum voor extra subsidie is het verhaal van een bureaucratische lijdensweg. Daar kunt u maar de helft over lezen in het artikel op de twee middenpagina's. Indien wij het hele verhaal hadden opgeschreven was dat veel te lang geworden. Die hele procedure heeft het Centrum veel kostbare tijd gekost en alleen frustraties opgeleverd. Keer op keer hebben wij het gemeentebestuur laten weten dat zoals het er nu op het Centrum aan toe gaat, niet langer kan. Waardering krijgen we wel, maar geen centen. Wat is die waardering dan waard? Dit betekent vrijwel zeker het einde van ons Centrum tenzij een meerderheid in de gemeenteraad een eventuele waardering wel materialiseert. Wij hopen een ruime meerderheid in de gemeenteraad te kunnen overtuigen van de waarde voor de stad van een echt grootstedelijk Milieucentrum dat efficiënt omgaat met haar middelen.

Een aantal uitspraken van de voorzitter van de PvdA-fractie Henk Kool in het interview op bladzijde 5 geven hoop. De VVD fractievoorzitter, Peter Smits, is heel helder in zijn mening en helderheid is een groot goed. Misschien moet we aandelen Haags Milieucentrum onder de Haagse bevolking gaan verkopen, met daarbij wel de waarschuwing dat dit geen waardevaste belegging voor nu is, maar een investering in de toekomst waarvan wij nu nog niet weten wat die gaat opleveren. Wij hopen dat het belang van een duurzamere stad en de steun die wij geven aan hun eigen wethouder Duurzaamheid, de CDA-fractie over onze streep trekt. Ook voor andere fracties geldt natuurlijk dat wij hopen dat zij de activiteiten van ons Centrum zullen steunen en het zo overeind zullen houden. Wat natuurlijk nog belangrijker is dan een financiële basis voor ons centrum is dat de wethouder Duurzaamheid, met een deskundig en betrokken apparaat achter zich, de autoriteit en de middelen krijgt om een duurzame visie, een duurzaam beleid en duurzame maatregelen te integreren in het beleid van andere portefeuillehouders.

Wij gaan er voorlopig van uit dat het Milieucentrum via de gemeenteraad de financiële basis krijgt zonder welke het niet kan functioneren en dat dus onze bescheiden aanvraag op 7 november door de gemeenteraad gehonoreerd wordt.

 

Brandbrief aan de gemeenteraad

Het Haags Milieucentrum knokt voor haar voortbestaan. Het Centrum heeft vorig jaar al aan politiek en bestuur duidelijk gemaakt dat het "zo niet langer kan". Het Centrum heeft, om de financiële basis voor een echt grootstedelijk Milieucentrum te verkrijgen, een aansprekend, ambitieus, haalbaar en door aangesloten organisaties ondersteund meerjarenplan en werkplan 2003 ingediend. Het was dan ook uitermate teleurstellend en onbegrijpelijk dat onze zeer bescheiden aanvraag voor extra subsidie niet door het gemeentebestuur gehonoreerd is. Dit terwijl er volgend jaar in onze stad maar liefst 156 miljoen euro extra geïnvesteerd wordt die het bestuur in 2002 niet heeft uitgegeven. Gebrek aan geld kan het dus niet zijn. Wij vragen niet veel meer dan het duizendste deel van die investeringsimpuls. Om het hoofd boven water te kunnen houden heeft het Haags Milieucentrum onderstaande brandbrief aan alle fracties in de gemeenteraad gestuurd.

Het Haags Milieucentrum is opgericht als steunpunt voor de 17 aangesloten natuur- en milieuorganisaties. Drie jaar geleden is de vraag gesteld of het puur als steunpunt functioneren voldoende bestaansrecht was. Ook de gemeente vond dat het Milieucentrum te weinig zichtbaar was. In het kader van de door het centrum georganiseerde 'Toekomstverkenning' heeft de gemeente meegedacht en ingestemd met die ontwikkeling tot een volwaardig Milieucentrum. Een Centrum dat zich onder meer samen met de organisaties richt op het kritisch en constructief volgen van het gemeentebeleid op het gebied van Duurzaamheid en zich richt op zaken die anders blijven liggen.

Die overgang naar een professionele instelling is gedeeltelijk gelukt. Tal van projecten zijn voorbereid en/of uitgevoerd zoals de Haagse Milieuprijs, het Milieucafé De Derde Dinsdag in Dudok, de CityDuinParkloop en educatieve wandeling, de Groene Speurkaart en de Groene Graadmeter. Ook de Branding is naar een beduidend hoger niveau getild. Dit heeft echter ook geleid tot een hoog oplopende werkdruk. Zo is de directeur, als enig regulier betaald personeelslid, tevens hoofdredacteur, inhoudelijk medewerker mobiliteit, ruimtelijke ordening, duurzaam bouwen, duurzame energie en energiebesparing en natuurbeheer. Hij heeft tot taak met 17 aangesloten vrijwilligersorganisaties samen te werken en te zorgen voor een goede informatie-uitwisseling. Inspirerend, maar tijdrovend. Daarnaast is hij projectuitvoerder, personeelsmanager, lobbyist en communicatiemedewerker. Ieder weldenkend mens begrijpt dat dit niet kan. Om de financiële basis te verkrijgen die hoort bij haar nieuwe functie had het Centrum in juni 2001 voor 2002 een structurele subsidie aangevraagd. De aanvraag is ingediend bij de portefeuilles Milieu, Ruimtelijke Ordening en Verkeer & Vervoer omdat het Centrum op deze terreinen de meeste activiteiten wil ontplooien. De afhandeling werd aan de portefeuille Milieu gedelegeerd.

Het bleek echter dat de gemeente geen structurele subsidie wilde verstrekken. Ondanks voortdurend aandringen op helderheid liet het antwoord op onze aanvraag lang op zich wachten. Op de laatste dag voor het kerstreces heeft een gesprek plaatsgevonden met de toenmalige wethouder Milieu. Daar zijn twee dingen afgesproken. Het Haags Milieucentrum zou voor 2003 en volgende jaren een meerjarenprojectsubsidie-aanvraag indienen en een werkplan 2003. Verder zou het Centrum voor 2002 in februari 2002 twee projecten indienen. Eén op het gebied van Mobiliteit en één op het gebied van RO. Daarnaast was het Centrum kandidaat voor de externe begeleiding van de Milieu Advies Commissie.

Die projecten zijn in concept ingediend. Het Centrum kreeg eind mei te horen dat het project rond mobiliteit voor 2002 van de baan was. Ook werd duidelijk dat de MAC haar externe begeleiding anders geregeld wilde zien. Het project RO hangt voor 2002 nog steeds boven de markt. Onze subsidieaanvraag heeft ons, gezien deze gang van zaken, veel tijd en energie gekost en alleen frustraties opgeleverd. En tijd was precies datgene waar we het meest gebrek aan hadden en hebben.

Wat betreft het andere deel van de afspraak hebben wij op 1 juli een meerjarenplan 2003 - 2006, een werkplan 2003 en de daarbij behorende begroting ingediend. Daarover heeft op 2 september een gesprek met de wethouder plaatsgevonden. Ondanks uitgesproken waardering voor onze inzet en projecten had de wethouder ons voor 2003 niet meer te bieden dan verder nadenken over het RO-project 2002. Nog steeds is er geen officieel antwoord op onze subsidieaanvraag voor volgend jaar. Wel hebben wij uit de beantwoording van een raadsadres van de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming de volgende informatie gedestilleerd: "college van Burgemeester en Wethouders subsidie ter beschikking kan stellen op basis van concrete en goed onderbouwde projectplannen. De tot op heden door het Haags Milieucentrum ingediende projectplannen boden hiervoor onvoldoende houvast".

Dit moeten wij dus in oktober met deze omweg over onze subsidieaanvraag vernemen, die al vanaf 1 juli bij de gemeente ligt met onder meer de volgende passage in de aanbiedingsbrief bij de 24 projecten, die in ons werkplan 2003 omschreven zijn: "Voor de overzichtelijkheid en de lengte hebben wij de projectomschrijvingen zo bondig mogelijk gehouden. Wij zijn altijd bereid de projecten uitvoeriger toe te lichten." Wij hebben geen enkele vraag om toelichting gehad. Geen enkele handreiking om er samen uit te komen. Wel krijgen wij van anderen enthousiaste reacties op onze plannen. Het is gewoon nooit goed. Waar geen wil is, is geen weg.

Voor onze aanvraag is dus geen geld gereserveerd in de ontwerpbegroting. Naar de diepere achtergronden van deze gang van zaken kunnen wij slechts gissen, maar volgens ons kan het niet aan de kwaliteit van de projecten van ons Centrum liggen. Daarom doen wij bij deze een beroep op uw fractie om ons de financiële basis te verschaffen die nodig is om ons Centrum overeind te houden.

Een forse verhoging van onze basissubsidie die nu 50.000 euro bedraagt is voor onze continuïteit van wezenlijk belang. Projectsubsidies als financiële basis trekken een zware wissel op de continuïteit van onze organisatie en van onze activiteiten. Zo kunnen wij ook geen enkele zekerheid bieden aan onze benodigde medewerkers. Maar met een ruimere basissubsidie is het zelfs mogelijk om meer projec-tengeld aan te trekken, ook van particuliere fondsen. Er zijn meer redenen waarom project- en productsubsidies minder goed passen op onze organisatie. Wij zijn met name bezig met het scheppen van draagvlak voor een uiterst belangrijke zaak: het behoud van ons leefmilieu, de basis van ons bestaan. Daar zitten aspecten aan die veel mensen willen, zoals schonere lucht en kunnen (blijven) genieten van de open groene ruimte. Het betekent echter ook dat leefstijl en gedrag van mensen gedeeltelijk ter discussie gesteld worden. Op die boodschap zitten mensen meestal niet te wachten, ook al komen we met alternatieven die het leven er zeker niet minder leuk opmaken.

Verder is het voor ons Centrum uitermate belangrijk flexibel te kunnen blijven. Wij zijn een bewegende organisatie. De samenleving verandert voortdurend met nieuwe problemen en even zovele nieuwe uitdagingen. Door voortschrijdend inzicht en nieuwe wetenschappelijke en technische ontwikkelingen verschuiven prioriteiten, wensen en voorkeuren. Wel kunnen wij elk jaar globaal bepalen op welke terreinen en met welke speerpunten wij aan de slag zullen gaan. Ook is het mogelijk van tevoren een aantal projecten te benoemen. Maar in veel gevallen zal het zo zijn dat het vaststellen en uitwerken van projecten gezien die dynamische werkelijkheid, werkende weg plaatsvindt. Ook zal een aantal van onze projecten niet sporen met het beleid van de gemeente. Natuurlijk zullen wij het gemeentebeleid waar mogelijk steunen. Wij zullen echter ook constructieve kritiek uiten en (beleids)alternatieven ontwikkelen als wij vinden dat dit nodig is. Dat is ook onze functie. Wij zijn uiteraard geen gemeentelijk projectbureau.
Om een oplossing voor ons continuïteitsprobleem te zoeken zijn wij nagegaan hoe zulks bij andere, enigszins vergelijkbare, organisaties geregeld is. Uit dat onderzoekje is gebleken dat:
- particuliere organisaties op het terrein van Natuur en Milieu en Duurzaamheid zwaar onderbedeeld zijn vergeleken bij organisaties op andere terreinen als kunst en cultuur, welzijn en bijvoorbeeld vrijwilligersorganisaties van bewoners en hun Haagse Koepel. Bovendien krijgen bewonersorganisaties subsidie, wat niet geldt voor de bij ons Centrum aangesloten 17 vrijwilligersorganisaties.
- de structurele basissubsidies van deze organisaties beduidend hoger zijn en maken soms vrijwel het hele budget uit. Deze organisaties kunnen bovendien putten uit speciale budgetten voor projecten; subsidiepotjes die niet bestaan voor particuliere organisaties die vanuit duurzaamheid actief zijn op tal van terreinen als RO en Stadsontwikkeling, Mobiliteit, Energie, Groen, Gezondheid enz. Ook het aantal particuliere fondsen rond duurzaamheid is beperkt.

Den Haag krijgt heel veel terug voor een ruimere basissubsidie van ons Centrum en de mogelijkheid om bij meer portefeuilles rechtstreeks een beroep te kunnen doen op incidentele subsidies. Ons Centrum ontsluit een reservoir van kennis en neemt tal van initiatieven. Dit niet alleen op het gebied van duurzaamheid, maar ook wat betreft kennis en initiatieven gericht op het vergroten van de betrokkenheid van Hagenaars, de leefbaarheid, de verkeersveiligheid, de bereikbaarheid, de gezondheid en op een goed vestigingsklimaat voor bedrijven in de stad en de omgeving.

Wij hopen dat u deze overwegingen zult meenemen bij de behandeling van de ontwerpbegroting. Wij vragen uw fractie initiatieven te nemen of te ondersteunen om ons Centrum in 2003 en volgende jaren de financiële basis en continuïteit te verschaffen die nodig is.

 

Nationale milieu-estafette 2002 doet Den Haag aan

Op 21 en 22 september organiseert NIVON Den Haag in het kader van de Nationale Milieu-estafette twee interessante wandeletappes door Haaglanden. Op zaterdag is het startpunt is Station Mariahoeve om 11 uur, aankomst op station Zoetermeer De Leyens in de namiddag.
Op zondag gaat de wandeling door Midden Delfland naar Maassluis. We vertrekken eveneens om 11.00 uur vanaf station Delft Zuid. Iedereen is welkom. Aanmelding vooraf is gewenst bij: Tirza de Fockert van het NIVON, tel. 020 4350713

Beide wandelingen door Haaglanden zijn in handen van NIVON Den Haag. Thema is: Groene aders door Haaglanden.

Nationale Milieu-estafette
Beide wandelingen maken deel uit van de Nationale Milieu-estafette, die het NIVON jaarlijks met anderen organiseert.
Deze wil een bijdrage leveren aan de discussie over actuele natuur en milieu thema's. Daartoe organiseert zij jaarlijks in de "groene maand" september ca. acht etappes, waarbij ze deelnemers meestal te voet laat kennis maken met natuurgebieden. Tijdens de etappes komen thema's aan bod, die raken aan recreatie en ruimtelijke ordening.
Onderwerp van 2002 is de toekomst van het Groene Hart. Wordt het een plek voor boeren en wegenbouwers? Of voor de stedeling om op adem te komen? Hoe groen is het Hart en wat zijn zijn potenties? Hierop proberen we al wandelend antwoord te krijgen.
NIVON Den Haag verzorgt in samenwerking met het Haags Milieucentrum twee etappes:
* Van de Veenzijdse en Duivenvoortse Polder het Groene Hart in.
We vertrekken op 21 september vanaf station Den Haag Mariahoeve en lopen langs de Polders naar Duivenvoorde. Via het kasteelterrein lopen we de open veengebieden van de Vlietlanden en het vogelbroedgebied de Starrevaart door naar de Grote en Zoetermeerse Meerpolder. In Zoetermeer stappen we op de trein.
* Een wandeling door Midden- Delfland. Vanaf Station Delft Zuid lopen we op 22 september via het stadspark Abtswoudepark naar het MIdeen Delfland. Vanaf Schipluiden volgen we de Vlaardingervaart en steken met een pontje over naar de Noordse vaart. Wij volgen die tot het landelijke dorp Maaslanden en stappen in station Maassluis weer op de trein.

Groene Hart
Het Groene Hart wordt in het Ontwikkelingsprogramma Nationaal Landschap Groene Hart aangemerkt als een samenhangend open gebied temidden van de steden op de Randstadring. Het wil het Hart open houden. In 2010 moeten landbouw, ecologie en recreatie de belangrijkste functies in de open gebieden zijn.
Het behoud van het Groene Hart van de Randstad staat zwaar onder druk. Waardevolle landschappen en landschapselementen dreigen het onderspit te delven bij stedelijke functies. Het NIVON maakt zich sterk voor de recreatieve functie van het groen rondom de stad. Je hier wandelend en fietsend te ontspannen vormt een onmisbaar tegenwicht tegen het gehaaste economische leven in de Randstad.
Gelukkig geniet het Groene Hart ook bescherming. Het Rijk wees bufferzones aan, waar recreatie en landbouw tegenwicht moeten bieden tegen de oprukkende verstedelijking vanuit de steden in de Randstad. De provincie Zuid-Holland ontwierp tussen Leiden, Zoetermeer, Rotterdam en het Westland de Groen-blauwe slinger. Deze ecologisch-recreatieve groenstructuur verbindt natuur- en recreatiegebieden in Zuid-Holland met elkaar. Hij moet weerstand bieden tegen de stedelijke druk vanuit de omringende steden. De slinger verbindt de omgeving van Zoeterwoude met de Balij, het Bieslandsche bos, wringt zich tussen Delft en Pijnacker door en verloopt via de Oude Leede naar Midden-Delfland. Omdat de provincie gemeentelijke bestemmingsplannen moet goedkeuren speelt zij in de ruimtelijke ordening een cruciale rol.
Cultuurhistorisch behoort dit gebied tot de veenweidegebieden, die in de middeleeuwen tot ontginning zijn gebracht. Het Rijk legt die vast in de nota Belvedere. Daartoe behoren de zone tussen Den Haag en Wassenaar, Zoeterwoude-Weipoort met het Land van Wijk en Wouden en het Midden-Delfland. Ook op gemeentelijk niveau bestaat er waardering voor het gebied. Zo bracht stadsgewest Haaglanden bracht Groene Schakels en Groengebieden in kaart. Het stadsgewest beschikt over grote, waardevolle groen- en natuurgebieden. Samen met een reeks binnenstedelijke parken moeten zij een integraal regionaal netwerk gaan vormen; een netwerk bestaande uit grote en kleine gebieden en robuuste verbindingen met het stedelijk gebied. Aan die belofte houden we het stadsgewest graag.
In het Land van Wijk en Wouden is een gebiedscommissie actief, waarin overheden, boeren en natuurbeschermers de landschappelijke kwaliteit bewaken.

21 en 22 september: Groene Aders door Haaglanden
De routes van zijn wat NIVON en HMC betreft twee voorbeelden van Groene Aders door Haaglanden: routes vanuit de stad het Groen in, die de moeite waard zijn behouden te worden, maar waarvan verscheidene op verschillende punten bedreigd worden. NIVON Den Haag werkt samen met het Haags Milieucentrum aan de Groene Speurkaart. een kaart van stad en ommeland, "waarmee je daadwerkelijk uit de voeten kunt en waarmee je de weg kunt vinden in het landschap van nu". Ook moet het een speurkaart worden voor toekomstperspectieven. Gedurende het afgelopen verenigingsjaar zijn NIVON Den Haag en het Haags Milieucentrum gezamenlijk bezig het fundament te leggen onder de Groene Speurkaart, Stadsgewest Haaglanden heeft inmiddels toegezegd middelen voor de Groene Speurkaart beschikbaar te stellen. Daarin nemen we met name routes op tussen stad en land die nu al aantrekkelijk en verkeersveilig genoeg zijn om te fietsen. Ook nieuwe routes kunnen daarin opgenomen waarop ingezet zou kunnen worden en verbeteringen van reeds bestaande routes. Dergelijke groenblauwe aders zijn een idee van het wandelplatform en opgenomen in de rijksnota Natuur voor mensen, mensen voor natuur (juli 2000). Ze wil het duurzaam gebruik van natuur en landschap behouden, herstellen en ontwikkelen als essentiele bijdrage aan een leefbare en en duurzame samenleving. Verbind ze met een vlechtwerk van landschapselementen als drager van natuur- en landschapswaarden in het landelijk gebied: groen-blauwe aders. Ze voeren door waardevolle landschappen, die het behouden waard zijn. In de volle Randstad, waar velen wonen, werken en recreeren, is dat een hele opgave. Maar tegenover de drukte staat de behoefte aan tot rust komen in recreatief aantrekkelijk landelijk gebied. Gedurende het afgelopen verenigingsjaar zijn NIVON Den Haag en het Haags Milieucentrum gezamenlijk bezig het fundament te leggen onder de Groene Speurkaart, die we in september willen uitbrengen. Om te beginnen werkten we met Uitgeverij Open Kaart (van Steven van Schuppen) aan en begroting en een subsidie-aanvraag. Stadsgewest Haaglanden heeft inmiddels toegezegd middelen voor de Groene Speurkaart beschikbaar te stellen.

Arnim van Oorschot, Sociaal Geograaf, Voorzitter NIVON Den Haag

NIVON
Het NIVON, ook wel Natuurvrienden Nederland, is een club, sterk in de actieve openluchtrecreatie. We zijn landelijk bekend om onze lange afstandspaden als het Pieterpad en de natuurvriendenhuizen en -campings, waar men op eenvoudige en aangename manier kan overnachten.: Ook plaatselijk leggen we ons toe op actieve openluchtrecreatie met een educatief aspect. Onze invalshoek is: "Groene Recratie- Maatschappelijke Betrokkenheid". NIVON Den Haag kent twee bloeiende wandel- en fietsclubs in Den Haag, een in het noorden, een in het zuiden van onze stad. Een "Estafettegroep" organiseert buitendien een- en meerdaagse excursies in het groen van regio Haaglanden en daarbuiten. Juist binnen deze groepen is de kennis van wandel- en fietsroutes in de regio, de mogelijkheden en de onmogelijkheden daarvan, groot.

Actieve recreatie in een natuurlijke omgeving, juist rondom de grote steden, is van het grootste belang, juist ook voor de mensen met een smalle beurs, stelt het NIVON. Voor iedereen geldt bovendien, dat je in een natuurlijke omgeving tot rust moet kunnen komen.




Haagse Beek Fietspostentocht op zondag 22 september

September is ook dit jaar uitgeroepen tot de Groene Maand van het jaar. En 22 september is de Europese Autovrije dag. IVN Den Haag en omstreken organiseert op deze dag een Fietspostentocht langs de Haagse Beek. Een ideale gelegenheid om de auto te laten staan, op de fiets te stappen en 'het groen' langs deze historische waterloop te verkennen. Interessant is onder andere hoe de natuurvriendelijke oevers zich ontwikkelen. En misschien ziet u de IJsvogel in een flits. De IVN postentocht langs de Haagse Beek is inmiddels een jaarlijkse traditie.

De Fietstochtenpost kunt u starten tussen 10.30 en 12 uur.
Het startpunt is aan de Machiel Vrijenhoeklaan bij Restaurant Westcoast (post 1).
Hier ontvangt u een routebeschrijving.
Met de routebeschrijving komt u langs de volgende posten:
2. Diertjes in het water
3. De Haagse Beek en haar vogels
4. Planten langs de Haagse Beek
5. Planten in het water
6. Sorghvliet

In park Sorghvliet vindt u de informatietafel van het IVN. Ook presenteert IVN hier een gevarieerd podiumprogramma dat geïnspireerd is op de natuur. Dit duurt ruim een uur.
Onderwerpen zijn onder meer: grassen, geneeskrachtige planten, natuurverhalen en bomen.
De onderwerpen worden met muziek verbonden. Voor kinderen is er een speciale activiteit. Het programma eindigt met een algemene excursie door park Sorghvliet.

De gehele groene dag wordt aangeboden door meer dan twintig gidsen van IVN Den Haag en omstreken. De IVN-gidsen zijn overigens in alle seizoenen actief en organiseren jaarlijks meer dan 150 buitenactiviteiten. Deelname aan de Fietspostentocht is geheel gratis.
Groener kan IVN september en deze speciale dag niet maken.

 

CITYDUINPARKLOOP EN -WANDELING VERTRAAGD

Het Haags Milieucentrum was druk bezig met het organiseren van een echt evenement. De CityDuinparkloop en -wandeling op 23 juni, waarbij vijf bekende Haagse parken voor één dag met elkaar verbonden worden. Iedereen is enthousiast over het idee. En dat spreekt ook voor zich, want het gaat om een unieke 10 km. hardloopwedstrijd en educatieve wandeling. Dat plan is zeker niet van de baan. Het stuit echter op grote bezwaren bij de vergunningverleners. Zij zouden negatief beschikken op het verzoek om de Nieuwe Parklaan op zondagmorgen voor ruim een uur voor het verkeer af te sluiten. Daarom heeft het Haags Milieucentrum besloten het evenement te verplaatsen naar de Europese Autovrije dag.

De Haagse Milieuprijs, georganiseerd door het Haags Milieucentrum heeft een plan opgeleverd om 12 parken en grote groengebieden in het noorden van Den Haag met elkaar te verbinden om zo het grootste stadspark ter wereld, het CityDuinpark, te creëren. De CityDuinparkloop is een begin om dat ook voor elkaar te krijgen. Een unieke en uitdagende loop geheel door het groen van vijf Haagse parken. Op 23 juni zouden deze, door dit jaarlijks terugkerende evenement, voor een dag aan elkaar verbonden worden. Dat levert een gevarieerde loop op van 10 km. met een aantal stevige klimmetjes, waaronder die over het hoogste duin van Den Haag: het bedreigde Hubertusduin. Het is een loop die je doet voor je plezier, omdat deze geheel door het Haagse groen klimt en slalomt.

De educatieve wandeling volgt dezelfde route als de loop. Tijdens de educatieve wandeling is er veel aandacht voor wat er allemaal te zien is in bos en park. Natuurgidsen en borden zijn dan overal aanwezig. Wie meedoet levert ook nog een bijdrage aan het realiseren van het CityDuinpark. Als dat er eenmaal is, kan iedere Hagenaar dicht bij huis en goed bereikbaar met het openbaar vervoer een hele dag wandelen en genieten van groen, ruimte en ook rust. Dit betekent een echte verbetering van de al bestaande groenkwaliteit.

Veel was er al geregeld. De natuur- en milieuverenigingen waren akkoord met de plannen. De aanvraag voor de vergunning was ingediend. Er was een startsubsidie van Fonds 1818 en contact met de Algemene Spaarbank Nederland over een hoofdsponsorschap. We hadden ons licht opgestoken bij een aantal loopverenigingen, de Duinenmars en de Stichting Promotie Den Haag. Ook zij waren enthousiast en boden hun diensten aan. Er werd gewerkt aan een draaiboek en in overleg was een datum vastgesteld: zondag 23 juni. Contacten zijn gelegd met de HOF over het werven van vrijwilligers als pilot in het kader van een nieuw 'single event'- beleid. Ook de folder was in opzet klaar. Wat betreft de hoofdzaken moest alleen die vergunning er nog komen.

Dit valt gezien de route van de loop en wandeling onder het stadsdeel Scheveningen. Wij wisten dat er twee flinke knelpunten in de route zaten: de oversteek bij de Teldersweg en de oversteek bij de Nieuwe Parklaan. Twee belangrijke verkeersaders, die ook op zondagmorgen voor de aan- en afvoer zorgen van kust- en horecabezoekers. Na de eerste bespreking met het stadsdeel hadden wij met veel pijn de oversteek bij de Teldersweg laten vallen. Dit kon door gebruik te maken van het tunneltje bij Madurodam. Maar voor de Nieuwe Parklaan was geen alternatief te vinden. We hebben gedacht aan een loopbrug en wilden de loop eventueel een uur vervroegen. Daardoor zou de Nieuwe Parklaan in een rustigere tijd, van 10.00 tot ongeveer 11.15 uur, afgesloten kunnen worden voor het verkeer behalve voor de tram en de hulpdiensten. Het verkeer moet dan voor korte tijd omgeleid worden. Er werd door de Scheveningse politie overigens in goede onderlinge sfeer meegedacht.

Het moest toch mogelijk zijn om de Hagenaars een evenement met een geweldige uitstraling, ook voor het groen in Scheveningen, aan te kunnen bieden. En wij vroegen, na de nodige concessies, niet meer dan de Nieuwe Parklaan, waar het autoverkeer 8760 uur per jaar vrij baan heeft, voor ruim een uur af te sluiten. Daarbij kon bovendien de toestroom van toeristen gegarandeerd worden door een omleiding over de Scheveningse weg en de van Alkemadelaan. Dit bleek bij een tweede overleg met de gemeente echter onbespreekbaar. De sfeer was niet slecht, maar het meedenken zoals bij het eerste overleg was veel minder aanwezig. Er is opnieuw gesproken over een tijdelijke voetgangersbrug, maar dat is een hele investering voor zo'n uurtje. Bovendien hebben wij daar (nog) geen geld voor en kost dat heel wat extra organisatiekracht.

Om een negatief advies te voorkomen, moesten wij de aanvraag voor 23 juni intrekken.

Als organisator van een dergelijk evenement moet je ruim van te voren zekerheid hebben over de datum en is de medewerking van de politie erg belangrijk. Nu willen we de CityDuinParkloop op de Europese Autovrije dag op 22 september organiseren. Wellicht bestaat in Scheveningen, of anders bij de politiek, op een dergelijke dag in het naseizoen wel de bereidheid om de Nieuwe Parklaan voor iets meer dan een uur in het jaar voor het toeristisch verkeer af te sluiten.

Frans van der Steen

 

BRANDENDE KWESTIE

Voor u ligt het nieuwe nummer van Branding. Voor iedere betrokken Hagenaar is dit eigenlijk een onmisbaar blad. Voor zover bekend is Branding het enige onafhankelijke blad dat Hagenaars breed over ontwikkelingen op het gebied van natuur en milieu in de eigen stad informeert en daarover opinieert. Het blad zet aan tot uitwisseling van gedachten en ervaringen en biedt daar ook een forum voor. Door de kritisch-constructieve benadering en de diepgang, biedt het blad veel informatie die niet in bijvoorbeeld de Haagsche Courant te vinden is. Vanaf de voorpagina valt u midden in de achtergronden van ontwikkelingen in Den Haag rond belangrijke zaken als verkeer en vervoer, bouwen en wonen, ruimtelijke ordening en het behoud van de open groene ruimte, C02-reductie door energiebesparing en duurzame energie, natuur, natuurbehoud, natuurontwikkeling, afval, duurzaam bouwen, biologische landbouw, milieu en gezondheid, enz. Branding zoekt naar een juiste mix van verdieping, actuele korte berichtgeving en discussie.

Er wordt vanuit het Haags Milieucentrum enthousiast en hard gewerkt om een goed, leesbaar en aantrekkelijk blad te maken. Dat wordt wel steeds moeilijker. Dat komt door het aanleggen van een hoge standaard wat betreft de kwaliteit en toegankelijkheid van de artikelen en een chronisch gebrek aan tijd en goed gekwalificeerde menskracht. Dit is er bijvoorbeeld de reden van dat de uitgave van dit nummer van Branding een maand uitgesteld is. Tegelijkertijd is het aantal bladzijden van Branding met vier uitgebreid, juist omdat er zoveel boeiende ontwikkelingen in en om Den Haag aan de gang zijn.

Het Haags Milieucentrum kampt al tien jaar met een tekort aan professionele menskracht. Andere grootstedelijke milieucentra zoals in Amsterdam en Utrecht hebben het ook niet gemakkelijk, maar zij beschikken wel over diverse inhoudelijke en projectmedewerkers op het gebied van ruimtelijke ordening, natuur, mobiliteit, energie, duurzaam bouwen en ander milieubeleid.

Daarom heeft het bestuur van het Haags Milieucentrum in juni 2001 een aanvraag voor aanvullende structurele subsidie ingediend bij de wethouders van Milieu, Ruimtelijke Ordening en Verkeer en Vervoer en daarbij duidelijk gemaakt dat de situatie urgent is. Kort voor behandeling in oktober van de begroting 2002 in de gemeenteraad was er nog geen duidelijkheid vanuit het gemeentebestuur. Die duidelijkheid kwam er ook in november niet. Na aandringen van de commissie Milieu kwam er op de dag voor het Kerstreces een gesprek met de wethouder. Daarin werd afgesproken dat rond half februari het Haags Milieucentrum, nog voor uitvoering in 2002, bij Milieu twee projectsubsidieaanvragen zou indienen op het gebied van mobiliteit en ruimtelijke ordening, die daarna weer aan de portefeuillehouders op die terreinen voorgelegd zouden worden. Verder was het Haags Milieucentrum een belangrijke kandidaat voor de externe begeleiding van de Milieu Adviescommissie (MAC).

Nu ligt er een ambtelijk advies over de ingediende conceptprojecten, maar zit de collegevorming een spoedige afhandeling weer in de weg. Bij ons is het water ondertussen tot aan de lippen gestegen. Een aanvraag in juni 2001 voor 2002 en volgende jaren wordt pas een jaar later afgehandeld, ondanks het urgente karakter daarvan. Bovendien nog steeds zonder enige zekerheid over een positieve uitkomst. Alle energie die in het ambtelijk apparaat aan onze subsidieaanvraag is besteed, zou ondertussen omgerekend in geld, het bedrag van onze aanvrage wel eens kunnen overtreffen. De hele procedure kost ons veel tijd, en dat is nu juist waar wij gebrek aan hebben.

Het Haags Milieucentrum probeert vanuit een kritische benadering constructief te werken aan een leefbaar en duurzaam Den Haag. Die kritisch-constructieve aanpak is ook onze opdracht. Het werk dat wij doen is belangrijk. Het schept een breder draagvlak voor een duurzaam beleid en met onze inhoudelijke en andere inbreng kunnen bestuur en politiek bij belangrijke beslissingen op tal van terreinen hun voordeel doen.

Maar zoals het nu gaat, kan het niet langer. Met de huidige beperkte ondersteuning heeft Den Haag als Groene Stad aan Zee, eigenlijk geen recht op het kostbare bezit van een grootstedelijk Milieucentrum.

Frans van der Steen

HET HAAGS MILIEUCENTRUM ZOEKT VRIJWILLIGE MEDEWERKERS

Al heel lang zijn in Den Haag natuur- en milieuorganisaties actief. Op de meest zichtbare en voelbare problemen is het nodige bereikt, mede door inspanningen van de gemeente. Dat kon vaak met relatief eenvoudige regelgeving en maatregelen. Tegelijkertijd zijn een aantal natuur- en milieuproblemen duidelijk toegenomen. Hierbij gaat het meestal om complexe vraagstukken en processen waar vele belangen mee gemoeid zijn. Oplossingen zijn niet eenvoudig. Dat kan de gemeente alleen niet voor elkaar boksen. Dat hoeft ook niet. Den Haag kan namelijk gebruik maken van de opgebouwde kennis en ervaring bij natuur- en milieuorganisaties. Zij kunnen vanuit hun specifieke positie en met het draagvlak dat zij onder delen van de bevolking hebben een belangrijke bijdrage leveren aan de noodzakelijke oplossingen. Het Haags Milieucentrum vraagt voor vier dagen per week hoog gekwalificeerde vrijwilligers die vanuit een duurzame en integrale visie initiatieven en activiteiten ontplooien op de gebieden:

  • ruimtelijke ordening

  • mobiliteit

  • natuur in en om de stad

  • energie, duurzaam bouwen en overig milieubleid

  • communicatieve ondersteuning Verder wordt gevraagd dat zij:

  • complexe vraagstukken bondig en helder in het voetlicht brengen

  • projecten identificeren die de potentie hebben mensen bij duurzaamheid te betrekken en die, liefst meetbaar, zullen bijdragen aan een duurzamer Den Haag

  • beschikken over goede communicatieve vaardigheden in hun contacten met andere natuur- en milieuorganisaties, de gemeentepolitiek, het ambtelijk apparaat en anderen

  • ervaring hebben met projectfinanciering via fondsen

Tevens zijn wij op zoek naar een vrijwillige hoofdredacteur. Hij of zij:

  • is zowel inhoudelijk als wat betreft de vormgeving verantwoordelijk voor ons blad Branding: het Haagse natuur- en milieublad

  • dient een netwerk op te bouwen van mensen die bijdragen aan Branding kunnen leveren

  • zal samen met de vrijwillige medewerker communicatie het blad bij de potentiële lezers promoten Wij bieden een goede werksfeer en enthousiaste collega's.

Inlichtingen bij Frans van der Steen, tel: 3050286,

frans.vdsteen@haagsmilieucentrum.nl

 

 

Enthousiaste vrijwilligers gezocht

Het Haags Milieucentrum is begonnen met de voorbereiding van twee grote activiteiten die, als alles rond komt, in 2002 zullen starten. Wij hebben daar hoge verwachtingen van en we denken dat het ook leuk en inspirerend is om daar samen met anderen aan te werken. Misschien wel met jou als je je bij ons aanmeldt om mee te werken.

Het gaat om de volgende projecten:

Een maandelijks Milieucafé.
Het doel is het debat over de duurzame ontwikkeling van Den Haag te stimuleren.
De doelgroepen zijn onder meer leden van politieke partijen en de gemeenteraad, beleidsambtenaren, leden van natuur- en milieuorganisaties en mensen en organisaties die zich bezig houden met stadsontwikkeling, ruimtelijke ordening, mobiliteit, gezondheid, energie en veiligheid. We denken dat het debat rond belangrijke milieu/duurzaamheiditems in Den Haag versterkt kan worden door dit in een ongedwongen, gezellige sfeer te voeren. Dit bijvoorbeeld in tegenstelling tot wat DeBatterij al doet. Daarom willen we dit het liefst op een centrale locatie in een bestaand café‚ doen plaatsvinden.
Elke keer wordt een onder de doelgroepen bekende Hagenaar of Nederlander als debatleider uitgenodigd en wordt het programma opgesierd met iets cultureels.
Een mogelijke naam is Milieucafé‚ 'De Derde Dinsdag' omdat het elke derde dinsdag plaats zou kunnen vinden. De discussie zou niet langer dan anderhalf uur moeten duren, bijvoorbeeld van 21.00 tot 22.30 uur. Inloop vanaf 20.30 uur, zodat iedereen al een drankje in de hand, geen stoelen dus, kan hebben. Dit bevordert dat de discussie na afloop nog wordt voortgezet. Er wordt, ook na afloop van de discussie, met een microfoon tussen het publiek doorgelopen voor reacties.

De City Duinparkloop
De Haagse Milieuprijs is dit jaar gewonnen met het idee om maar liefst 12 belangrijke groengebieden/parken in het noorden van Den Haag goed met elkaar te verbinden d.m.v. tunnels, voetgangersbruggen, afsluiten van straten, goede oversteekplaatsen en verbetering van de bestaande paden. Aldus zou het grootste park ter wereld ontstaan. De winnaar Erik Slagt heeft dit het CityDuinpark genoemd. Zo is het mogelijk om in Den Haag uren te lopen, te wandelen of te fietsen in het groen.

Onze slogan was; Uw Idee, wij doen er wat mee! In dit geval lijkt het ons een uitstekend idee om jaarlijks de CityDuinparkloop en wandeling te organiseren. Een nieuw groot evenement in Den Haag waarbij mensen in hun eigen stad een loop en wandeling geheel door bos, duin en park wordt aangeboden.

 

 

Eindrapport Fietsbalans Den Haag

Het was een mooi schouwspel vorig jaar. Een opvallende en bijzondere fiets achtervolgd door een heel peloton dat zich volgens nauwgezet plan een weg baande door Den Haag. De bijzondere fiets was de Fietsbalans-meetfiets van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, en de groep fietsers werd gevormd door leden van de Haagse afdeling van de Fietsersbond en enkele ambtenaren van de gemeentelijke diensten DSO en DSB. De Fietsersbond en de gemeente Den Haag testte hiermee gezamenlijk het gemeentelijke fietsklimaat.
De meetfiets kan namelijk de belangrijkste aspecten voor fietsers meten, zoals trillingshinder (van gaten en hobbels in het wegdek), geluidhinder (van langsrazende brommers), stopfrequentie (door het hoge aantal stoplichten in Den Haag) en gemiddelde reistijd. Wie van de resultaten een goed overzicht wil krijgen kan het beste op www.fietsersbond.nl gaan kijken. Want de meetgegevens zijn door het landelijke bureau van de Fietsersbond in Utrecht verwerkt tot een landelijke Fietsbalans. Hierdoor zijn nu de scores van de meting in Den Haag eenvoudig te vergelijken met de resultaten van soortgelijke metingen in andere grote gemeenten, zoals Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Maastricht of Apeldoorn. Maar vooral de vergelijking met de gemeenten uit de eigen regio (Leiden en Voorburg) levert een herkenbaar beeld op: de gemeente Den Haag scoort op bijna alle aspecten een onvoldoende. Op bijna alle aspecten behalve, ook zo kenmerkend voor Den Haag, het aspect beleid: op papier ziet het Haagse fietsbeleid er goed uit.
Dit is vooral te danken aan de aandacht die de gemeente besteedt aan het fietsparkeren en het eigen vervoersmanagement: de gemeente zet de fiets zelf steeds vaker in als vervoersvorm bij het woon-werkverkeer of als dienstfiets bij het zakelijk verkeer. Overigens is er op het gebied van fietsparkeren de afgelopen jaren ook al veel van het voorgenomen beleid daadwerkelijk uitgevoerd: er staan veel grijze fietsbeugels in woonwijken en bij winkels, en ook de (kunstzinnige) stallingen van Biesieklette vallen in het straatbeeld op.

Verkeersonveiligheid
De Fietsbalans geeft ook een analyse van het aantal verkeersslachtoffers in Den Haag en de uitslag van een enquête over de tevredenheid onder de Haagse fietsers. De verkeersveiligheid komt (in absolute getallen) voor fietsers in Den Haag als goed naar voren. Het aantal verkeersslachtoffers onder fietsers en bromfietsers is in Den Haag tussen 1988 en 1998 echter hoog en niet gedaald. Dit in tegenstelling tot het aantal verkeersslachtoffers onder automobilisten en voetgangers.
De inzet van de gemeente zal dus veel meer op de veiligheid van fietsers gericht moeten worden. Wegenbouwers letten nog onvoldoende op de veiligheid van fietsers. Terwijl bijvoorbeeld de invoering van de maatregel Brommers op de Rijbaan laat zien dat specifieke aandacht voor de belangen van fietsers juist tot hele goede resultaten kan leiden: het aantal verkeersslachtoffers onder fietsers, maar vooral onder bromfietsers, is eindelijk gedaald.
Uit de fietserstevredenheids-enquête blijkt ook dat de fietsende Hagenaar zich relatief verkeersonveiliger voelt. Op basis van de gegevens uit de Fietsbalans is hiervoor een eenvoudige verklaring te geven: in Den Haag beschikt een fietser over minder vrijliggend fietspad dan in welke andere, vergelijkbaar grote stad in Nederland dan ook. Hierdoor moet een fietser in Den Haag relatief vaak de weg delen met andere weggebruikers, zoals auto's, vrachtwagens én de Haagse tram met zijn rails.
Wel heeft de fietser in Den Haag vaak de beschikking over een rode fietsstrook, maar dit geeft blijkbaar geen veilig gevoel: een vrijliggend fietspad is voor een fietser wat de beschermende carrosserie van de auto is voor de automobilist. In Den Haag raakte in het afgelopen half jaar drie fietsers ernstig gewond door openslaande portieren van foutief geparkeerde auto's: de rode fietsstrook staat in Den Haag immers beter bekend als dubbelparkeerstrook.

Fietsgebruik ruim onder landelijk gemiddelde
De gemeente kan als wegbeheerder nog veel doen om het fietsen in de stad Den Haag veiliger en daarmee ook aantrekkelijker te maken. Dit begint met een gebruikersonderzoek naar de behoefte aan logische fietsverbindingen onder fietsers én potentiële fietsers. Bij de bespreking van het nieuwe Verkeersplan heeft de gemeente Den Haag toegezegd om komend jaar ook bruikbare tellingen voor het fietsverkeer te gaan houden (tot nu toe waren de verzamelde gegevens statistisch onbruikbaar, omdat toevallige weersinvloeden of schoolvakanties niet in de uitslag werden verwerkt).
Een dergelijk onderzoek, zoals al door de Provincie Zuid-Holland wordt uitgevoerd, zal aangeven welke routes voor fietsers in werkelijkheid de meest gebruikte routes zijn, bijvoorbeeld routes naar scholen, winkels of opstappunten van het openbaar vervoer. Het huidige hoofdfietsroute-netwerk van de gemeente Den Haag gaat nu nog uit van de misvatting dat fietsers, net als automobilisten, gebruik willen maken van de brede doorgaande hoofdwegen. Maar fietsen vindt op een veel kleinere schaal plaats en fietsers gaan liever rechtstreeks op hun bestemming af. In Den Haag worden de fietsers nu langs de hoofdwegen geleid, om daar vervolgens relatief lang voor stoplichten te moeten blijven staan. Op papier zien deze Haagse hoofdfietsroutes er goed uit: een fijnmazig raster van groene en rode lijnen.
Maar in de praktijk levert dit netwerk de fietsers relatief veel omwegen en lang oponthoud op. De fiets is hierdoor in Den Haag geen echte concurrent van de auto, zelfs niet bij een verplaatsing over een voor fietsers aantrekkelijke korte afstand (onder de vijf kilometer)! Het is dan ook geen verrassing dat het fietsgebruik in Den Haag ruim onder het landelijke gemiddelde ligt. Want wie in Den Haag vlot op zijn bestemming wil zijn kiest vaker voor de auto. Door dit relatief hoge autogebruik voor de korte afstand slibt het gemeentelijke wegennet van Den Haag eerder dicht, waardoor infrastructurele ingrepen nodig zijn om de doorstroming van het 'nood-zakelijk' autoverkeer te waarborgen. Maar elk groot infrastructureel bouwwerk zal, zonder de nodige voorzieningen voor fietsers, een barrière gaan vormen en het oponthoud voor fietsers alleen maar doen toenemen. De concurrentiepositie van de fiets in de stad zal daarmee nog verder verslechteren.
Het moet anders en het kan anders: de gemeente Houten laat dit zien. In deze gemeente wordt niet alleen veel gefietst, vooral dankzij goede voorzieningen voor fietsers, maar ook is het aantal verkeersslachtoffers onder alle verkeersdeelnemers laag.

Veilig en Vlot
De gemeente Den Haag kan de verkeersonveiligheid onder fietsers het beste aanpakken door vooral in en om de binnenstad meer vrijliggende fietspaden met voldoende ongelijkvloerse kruisingen aan te leggen. Alleen dit maakt het fietsen behalve veilig ook vlot. Dankzij bouwvlijt en goed verkeersgedrag zal het fietsen in Den Haag dan uit kunnen groeien tot een aantrekkelijke en concurrerende vervoersvorm. Hiervoor is overigens nog wel een bijpassend volwassen gemeentelijk budget nodig.
De benodigde brede politieke steun lijkt momenteel aanwezig: het gemeentelijk 'auto-matisme' is met de invoering van een parkeerverbod op het mooiste plein van Nederland (het Lange Voorhout) doorbroken. Dankzij de aanleg van betere fietsvoorzieningen, met name in de nabijheid van opstappunten van het openbaar vervoer, zal het fietsgebruik in Den Haag toe kunnen nemen en wordt er een echte bijdrage geleverd aan de oplossing van het bereikbaarheidsprobleem van de stad Den Haag. En dat nog duurzaam, gezond en goed voor het leefmilieu ook!

Marc Beek
Voorzitter Fietsersbond,
afdeling Den Haag e.o.

 

Meer subsidie voor het Haags Milieucentrum in 2002

Dit jaar bestaat het Milieucentrum 10 jaar en al 10 jaar moet het centrum het doen met een basissubsidie van de gemeente van ongeveer ƒ100.000 plus huisvestingskosten. Daarnaast beschikt het over wat incidentele subsidies voor het uitvoeren van activiteiten en een aantal medewerkers via de Melkertregeling. Dat is een uiterst zwakke basis voor een centrum dat zich met recht een Milieucentrum wil noemen. Een centrum ook dat duidelijk meer is dan een steunpunt voor de natuur- en milieuorganisaties in Den Haag. Een Milieucentrum dus dat te vergelijken valt met de milieucentra in andere grote steden. Deze centra worden, weliswaar te mager, maar toch stukken beter financieel ondersteund door hun respectievelijke gemeentebesturen. Van de huidige basissubsidie van ons centrum kan net iets meer dan het salaris van de directeur betaald worden.

Dat kan zo niet langer. Zeker niet na de 'Toekomstverkenning' samen met de aangesloten organisaties, waarbij ook tal van andere organisaties en de gemeente betrokken waren. Tijdens die toekomstverkenning is die bredere taakopvatting ook vastgesteld en daarna vastgelegd. Om ervoor te zorgen dat het Haags Milieucentrum de financiële basis gaat krijgen die nodig is, is voor volgend jaar een extra structurele subsidie van ƒ150.000 bij de gemeente aangevraagd, verdeeld over drie portefeuilles met daarin de beleidsvelden, ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling, mobiliteit en milieu. Dat betekent dus ƒ50.000 per wethouder. Bovendien wordt zo ook de verantwoordelijkheid van andere portefeuillehouders dan die van Milieu financieel tot uitdrukking gebracht.

Wij hadden gehoopt voor de begrotingsbehandeling in de gemeenteraad duidelijkheid te krijgen via een voorstel waarin de gemeente en het centrum zich zouden kunnen vinden. Dat is helaas niet gelukt. Om op niet al te lange termijn duidelijkheid te krijgen over die noodzakelijke extra subsidie voor volgend jaar, hebben wij voorafgaand aan de begrotingsbehandeling in de gemeenteraad ingesproken. De tekst daarvan drukken wij hierbij integraal af. Deze geeft namelijk een goed inzicht in waar ons centrum en de aangesloten organisaties staan en waaraan het Milieucentrum de komende jaren wil werken.

 

INSPREEKTEKST SUBSIDIE 2002

Geachte raadsleden en andere aanwezigen

Ik spreek hier namens het Haags Milieucentrum. En zoals iedere inspreker heb ook ik maar vijf minuten om duidelijk te maken wat wij van ons stadsbestuur willen en waarom wij dat willen. Waarom voor de leefbaarheid en duurzaamheid van onze stad en haar inwoners het een goede zaak zou zijn als het Haags Milieucentrum eindelijk de financiële mogelijkheden krijgt om de functie die het heeft ook uit te kunnen oefenen.

U heeft al tal van sprekers gehoord en als bestuurders heeft u met vele wensen en belangen op zeer uiteenlopende terreinen rekening te houden. Terecht houdt u zich bijna dagelijks bezig met zaken als stoeptegels waar mensen over kunnen struikelen, met hondenpoep, met uitkoopregelingen, bezwaren, onderhoud van gebouwen, herinrichtingen enzovoorts. Ook loopt uw hoofd om van hoe dat allemaal gefinancierd kan worden en de soms pijnlijke keuzes die gemaakt moeten worden en zeker moesten worden toen wij artikel 12-gemeente waren. Gelukkig ligt dat volgend jaar wat anders.

Om u te helpen die keuzes goed te kunnen maken wil ik u vragen u even van de waan van de dag los te maken en zich met mij in vier minuten te bezinnen op wat in onze stad werkelijk van waarde is voor de kwaliteit van het leven van Hagenaars en Hagenezen. Om een onderscheid te maken tussen die zaken die meer met luxe en gemak te maken hebben, en ook nog wel even zouden kunnen wachten, en zaken waar we eigenlijk al gisteren mee hadden moeten beginnen.

Wij denken dan aan het maken van een Integraal Masterplan Duurzaam Den Haag waar alle afdelingen en diensten van de gemeente en natuurlijk alle 7 portefeuillehouders en onze burgemeester enthousiast aan meewerken. Een plan ook waar bij hun stad betrokken inwoners veel invloed op uit kunnen oefenen. Dit plan gaat uit van een gebiedsgerichte integrale benadering en het verweven van tal van functies. Het kiest een aantal speerpunten per periode van vier jaar en is de leidraad voor andere deelmasterplannen. Het zorgt voor de voorwaarden voor samenwerking tussen diensten en afdelingen via zorgvuldige procedures die slagvaardigheid niet belemmeren.

Welke speerpunten kunnen dan niet gemist worden? Een aantal willen wij noemen.
# Een goede groenblauwe dooradering van de stad die zorgt voor lucht en ruimte. Die aaneengesloten groengebieden en waterwegen binnen de stad verbindt met een robuuste groene mal rond de stad die op zijn beurt weer in verbinding staat met groenblauwe uitloopgebieden en de ecologische hoofdstructuur.
# Een plan om de inwoners van onze stad te verleiden hun auto op korte afstanden zo veel mogelijk te laten staan door de alternatieven, met name de fiets, zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Denk ook aan openbaar vervoer op maat, kleinere busjes over vaste routes die je met de hand kunt stoppen. Denk aan openbaar vervoerdagen waarop je de hele dag kunt reizen voor een piek of aan het stimuleren van het gebruik van goedkopere tram- en busabonnementen want dan heb je net als de auto er al voor betaald. Denk aan het ondersteunen van vervoersmanagement voor bedrijven en het regelen van vervoer in de ochtend- en avondspits naar bedrijventerreinen. Denk aan voorlichting via scholen om ouders er van te overtuigen hun kinderen niet met de auto te brengen, denk aan nog meer parkeerplaatsen en aantrekkelijke introductieaanbiedingen voor GreenWheels. Ontmoedig de 'leasebakken' die leiden tot ongebreideld autogebruik. En vergeet tenslotte de voetgangers niet.
# Maak met omliggende gemeenten een plan voor omschakeling van het Westland naar stadstuinbouw met biologische boeren en stadsboerderijen die streekproducten aan de stad leveren. Bedrijven die Hagenaars kunnen bezoeken, waarop ze kunnen meewerken en zich met hun kinderen vermaken. Denk aan de zo noodzakelijke waterbergingsmogelijkheden die dat zal bieden en de enorme kostenbesparing op langere termijn.
# Maak een deelmasterplan C02-reductie en luchtkwaliteit omdat onze ligging aan zee, onze ambitie van Groene Stad aan die Zee, onze uitstraling van internationale stad van recht en vrede en de zorgen om de gezondheid van de Haagse burger dat gewoon vereisen.
# Ga als stad voor geveltuinen en plantenbakken. Realiseer compacte flexibel in te delen huizen die je goed kunt stapelen, met grote groene balkons en met een goede lichtinval. Stop onder de grond wat onder de grond kan, zoals geparkeerde auto's en allerlei sterk geautomatiseerde productiebedrijven. Maak compacte bedrijventerreinen aangesloten op de stadsverwarming en met windmolens waar bedrijven zitten die elkaar kunnen versterken en maak die terreinen groen en blauw met groene daken, vijvers en sloten.
# Plaats de Norfolkline uit en realiseer daar een in het oogspringende combinatie van duurzaam gebouwde kantoren, woningen en recreatiemogelijkheden waar de haven als geheel, dus ook financieel, in geïntegreerd is.
# Denk vooral ook aan het organiseren van het debat met en tussen Hagenaars over al deze zaken en dat op een creatieve, ontspannen en gezellige manier.

Om dat alles dichterbij te brengen vergt het evenwel meer dan masterplannen en intentieverklaringen. Het vergt met name zakelijke bevlogenheid, realistische verbeeldingskracht, veel inzet en ook het nodige geld. Maar het zal op langere termijn ook veel geld besparen.

U moet in het komende debat zelf maar bepalen of bij de extra investeringen en de reeds bestaande investeringen van 4 miljard voor dit soort zaken voldoende aandacht is. Wij vinden van niet. Vanzelfsprekend zijn wij bereid constructief mee te denken hoe dat te verbeteren.

Het Haags Milieucentrum en alle aangesloten natuur- en milieuorganisaties met vele duizenden leden en vrijwilligers staan in ieder geval voor dat Masterplan Duurzaam Den Haag. Wij zouden zeggen: doe daar uw voordeel mee! We hebben het dan ook over een financieel voordeel bij de besteding van miljarden op het terrein van onder meer ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling, mobiliteit, energie, gezondheid, welzijn, onderwijs, financiën, economie, werkgelegenheid en milieu.

Om er voor te zorgen dat wij krachtig en met kennis van zaken aan duurzaamheid, een vitaal milieu en een vitale natuur in Den Haag kunnen werken en kunnen blijven werken vragen wij u om extra structurele subsidie voor volgend jaar voor een bedrag van ongeveer 0,03 % van de gelden die u extra in onze stad wilt gaan investeren.

 

 

De Algemene Vereniging voor Natuurbescherming bestaat 75 jaar

Het is niet niks als je als Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor Den Haag en omstreken (AVN) al 75 jaar bestaat. En dat is het vieren zeker waard en niet alleen omdat de AVN met 10.000 leden de grootste lokale natuurclub van Nederland is die volledig op vrijwilligers draait. Ook omdat zij door goede organisatie en kennis van zaken, soms in samenwerking met anderen, belangrijke successen heeft geboekt bij met name de bescherming en verbetering van natuur, landschappen en groen in en om Den Haag. Daarom besteden wij in deze Branding uitgebreid aandacht aan dit jubileum.

De AVN heeft met een druk bezochte ledendag en een boeiend symposium op passende wijze dat jubileum gevierd. Passend niet alleen door de inhoud, maar ook doordat al tijdens het symposium zaken werden gedaan met de gemeente en een afspraak werd gemaakt om binnen niet al te lange termijn met drie wethouders tegelijk om de tafel te gaan zitten. Voor hun grote verdienste voor de stad is de AVN door de gemeente ook passend beloond. Tijdens de ledendag reikte wethouder Stolte de felbegeerde stadspenning uit aan de voorzitter Rudolf Patijn. Even later rolde deze gewijde penning uit zijn handen over de klinkers van renbaan Duindigt zonder evenwel een blutsje of krasje op te lopen. De gemeente geeft dus niet zomaar wat weg want de kwaliteit van haar penningen valt zondermeer als uitstekend te kwalificeren.

Tijdens die ledendag met korte excursies naar bedreigde natuurgebieden en tijdens het symposium zijn vele zaken aan de orde gekomen. Ook de verloren slagen en de successen uit het verleden. Dat is te veel om binnen het bestek van deze bijdrage de revue te laten passeren. Wij selecteren uit dat geheel wat interessante uitspraken. En wellicht nodigt dit u lezer er ook toe uit om te reageren in onze nieuwe rubriek Groen Forum. We beginnen met een stukje geschiedenis en de ledendag.

Geen kleine jongens
In de dagen van de oprichting van de AVN was Den Haag een wat groot uitgevallen dorp en de natuur nog relatief onbedorven. Maar de steden breidden zich in een moordend tempo uit ten koste van grote oppervlakten woeste grond. Die woeste gronden kon Den Haag niet veel schelen, maar de gemeente heeft in die tijd wel vele landgoederen aangekocht zoals de Voorden, om deze te beschermen tegen die oprukkende stad. De AVN maakte zich toen binnen de stad bijvoorbeeld sterk om in Wapendal geen park aan te leggen, maar de duinen te behouden en geen tennisbanen aan de Laan van Poot, maar een vogelpark. En dat is ook gelukt.

De voorzitter van de AVN schetst in zijn inleiding tot de jubileumuitgave treffend de sfeer en het krachtenveld in die tijd: "Den Haag werd in die dagen nog echt 'regentesk' bestuurd. Maar omdat de oprichters van de AVN ook geen kleine jongens waren, waren de lijnen naar het bestuur kort. Je kon als het ware bij de burgemeester binnenlopen met als kwade kans dat je een half uur moest wachten omdat deze nog aan het dejeuneren was". Dat zomaar binnenvallen kan niet meer, maar de lijnen zijn nog steeds kort en nog steeds geldt bij de AVN dat de bestuurders niet zomaar de eerste de beste zijn.

Tip van Patijn
In diezelfde inleiding spreekt Patijn zijn zorgen uit over de vele bouwplannen. En geeft aan het eind ook nog een boodschap mee die wij onze lezers niet willen onthouden:

· "Zorg er voor dat natuur- en landschapsbehoud hoog op de politieke- en beleidsagenda komt en daar blijft. Natuur telt mee en niet zo'n beetje ook.
· Praat op alle niveaus met de gemeentebesturen van Den Haag en omliggende gemeenten. Dat is een hele toer, want het bestuurlijk apparaat is zeer uitgebreid.
· Denk mee met de plannenmakers en kom in een vroegtijdig stadium met suggesties en alternatieven. Vermijd daardoor situaties dat je alleen maar 'tegen' kunt zijn.
· Ben bereid om, als het echt niet anders kan, goed onderbouwd 'neen' te zeggen. Maar daarmee moet je wel zuinig zijn."

Wethouder Stolte noemde de AVN op de ledendag dan ook een trouwe, kritische en een meer dan serieuze gesprekspartner. Hij roemde de AVN omdat Den Haag haar reputatie als Groene Stad aan Zee mede te danken heeft aan de inspanningen van de AVN. Volgens de wethouder maakt de AVN geen onderscheid tussen grote lijnen en details en hij deed een kleine greep uit hetgeen wat door de AVN bereikt is: de iep bij het restaurant in het Westbroekpark die gespaard is gebleven, veel minder bomen gekapt op het huidige "Aegonplein", geen autoweg die van Den Haag naar Katwijk door de duinen is gekomen en recentelijk de bijstelling van de beheersvisie Clingendael.

De wethouder verbaasde zich, na al deze lovende woorden, ondermeer over de tegenstand van de AVN wat betreft een golfbaan in de Amonsvlakte, een bij onze trouwe lezers bekend stukje waardevolle natuur. Wethouder Stolte stelde dat een golfbaan dan wel geen natuur, maar wel groen is. Wellicht wil iemand deze kwestie in Groen Forum nog eens kort en duidelijk uit de doeken doen, want dat lijkt toch een zeer goed onderbouwd standpunt van de AVN.

NORA
Tijdens die ledendag werd behalve aan de Amonsvlakte ook een bezoek gebracht aan het ecoviaduct aldaar, aan de Veenzijdse polder met ondermeer het een na grootste broekbos (bos dat in het water groeit) van Nederland en aan boer van Amerongen die in de Veenzijdse polder aan agrarisch natuurbeheer van met name weidevogels tracht te doen. Zijn land ligt ingeklemd tussen de toekomstige geluidswal van de Noordelijke Randweg (NORA), de spoorlijn naar Leiden en het nachtelijke licht van een of ander bedrijf. Tenslotte nog een bezoek aan het Hubertusduin. Deze enig overgebleven hoge strandwal wordt met een uiterst kostbare boortechniek voorzien van een autotunnel. Deze autotunnel die aansluit op de NORA wordt geboord om dit unieke natuurgebiedje zoveel mogelijk te sparen, maar zal niettemin een groot deel van het duin verwoesten. Alleen de ingang al zal veel oppervlakte in beslag nemen en het constante geluid zal de rust grondig verstoren.

De NORA is die dag dus veelvuldig ter sprake gekomen. Deze vierbaans-geluidsbundel zal tot in zijn verre omtrek de natuur en de rust verstoren en bovendien doorbreekt deze snelweg, die een van de peilers van het bereikbaarheidsoffensief van Den Haag is, maar liefst drie ecologische verbindingszones en bij het kruispunt met de Benoordenhoutseweg zelfs de Ecologische Hoofdstructuur. Nadat de slag rond de aanleg verloren is, is ook de slag om de weg nog zo goed mogelijk in te passen verloren. Te duur vond May-Weggen dat en ook de gemeente heeft zich niet hard gemaakt voor een goede inpassing. De besluitvorming rond deze weg verdient zeker meer aandacht. Zo mag het nooit meer gaan en wellicht zijn er nog maatregelen te nemen die voor de mens en de natuur in de omgeving van de weg nog enig soelaas bieden. Tot zover dan de ledendag.


DEN HAAG 2026, een groen stad aan zee?

Het symposium had bovenstaande vraag als uitgangspunt zeker als de bevolkinggroei de komende 25 jaar blijft toenemen en de stad zich blijft uitbreiden. Het werd geleid door de bekende ANWB-voorman de heer Nouwen. Met in de ochtend een uitdagend betoog van prof. dr. R. van Engelsdorp Gastelaars van de VROM Raad over de 5de Nota Ruimtelijk Ordening. Ook onze staatssecretaris mevrouw Faber kwam met een helder verhaal over haar eigen nota 'Natuur voor mensen - mensen voor natuur'. Zij bleek opmerkelijk goed ingevoerd over de situatie rond Den Haag. Haar inleiding was naast het aanhalen van de band tussen mens en natuur via milieueducatie met name een pleidooi om natuurontwikkeling en belangen van mensen, zoals recreatie dicht bij huis, hand in hand te laten gaan. Zij vindt bovendien dat ons landschap verrommelt en vervlakt. Met een impuls van twee miljard, de helft van wat zij nodig dacht te hebben, worden een aantal doelstellingen van haar nota uitgevoerd. Zij stelt zich ondermeer achter de doelstelling in de 5de Nota dat de kwaliteit en de omvang van de natuur in bestaand stedelijk gebied minimaal gehandhaafd moeten worden.

Ook omarmt zij het Rood voor Groen principe waarbij uit de opbrengsten van huizenbouw groene investeringen gedaan moeten worden. Het probleem van die groene investeringen is dat zij in tegenstelling tot de bouwactiviteiten niets opleveren in geld en daarom vaak sluitpost zijn. Maar groen in de omgeving maakt mensen gezonder, is goed voor het vestigingsklimaat van bedrijven en maakt het onroerend goed 10 tot 20 % meer waard. Er moeten dus hardere voorwaarden komen om 'rood' mee te laten betalen aan 'groen' bijvoorbeeld ƒ 20.000 per woning. Zij hield ook een pleidooi voor meer wijkgroen dat aansluit op parken in de stad om deze weer te laten aansluiten op de grotere groengebieden. Het gaat er om dat je via de groene haarvaten van de stad van je voordeur tot buiten de stad door het groen kunt lopen en fietsen. Er komt een fonds voor dit groen in en om de stad, maar belangrijker nog dan geld is dat gemeenten snel groen in de bestemmingsplannen op moeten nemen. Tenslotte sprak zij over de 'ontwikkelingsgerichte landschapsstrategie'. Daarbij gaat het er om dat iedere ingreep zodanig dient te zijn dat landschap er mooier van wordt. De gemeenten moeten daarbij ondersteund worden.

Er volgde een geanimeerde discussie over de behoefte aan groen rond de stad, de NORA, het belang van toezicht op gebruiksnatuur, de Skidôme en de kosten en baten van ecoducten. Een belangrijk onderwerp willen wij nog uit de discussie lichten en dat is het belang van 'planologische duidelijkheid'. Dit was een oproep van de staatssecretaris aan het adres van provinciale en lokale bestuurders. Het probleem bij het maken van plannen voor groene herstructurering is de noodzakelijke verwerving van gronden daarvoor. In de praktijk blijkt het heel lastig om die gronden tegen een redelijke prijs aan te kunnen kopen of te onteigenen door een combinatie van speculatie en als boer je grond vasthouden, omdat je wacht op de grote zak met geld van mogelijke bouwers. Zowel tegen die speculatie en om te kunnen onteigenen is het nodig dat er planologische duidelijkheid is over welke gronden voor groen en welke voor andere functies zoals wegen, wonen of bedrijven bestemd worden. Omdat in bestemmingsplannen wegen en bouwen vaak wel bestemd zijn en groen niet is het mogelijk wel procedures in te zetten voor de verwerving van grond voor asfalt en beton en niet voor groen. Provincies en gemeenten blijven hier in gebreke volgens de staatssecretaris.

Vloeken in de kerk
En toen nam de heer Gastelaars plaats achter het katheder en hij begon niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk te vloeken in de Nieuwe Kerk. Om dat in een paar woorden samen te vatten is niet eenvoudig. Toch een poging: "De 5de Nota is in feite een enorme versimpeling omdat het geen integrale benadering van de problematiek is. De nota is niet coördinerend naar andere ministeries. Het gaat vooral over wat allemaal niet mag en niet over het ontwerpen van integrale projecten. De rode contouren zijn geen resultaat van gedachtevorming gepaard aan andere strategieën vanuit het bestuurlijk veld, maar worden van bovenaf opgelegd. Hoe kan een nota wat betekenen en richtlijnen geven voor de praktijk als deze voorbij gaat aan de werkelijkheid door aan allerlei dominante ontwikkelingen rond economie en werkgelegenheid en sociale problematiek voorbij te gaan? Bovendien is de 5de Nota te abstract en te globaal. De verschillende maatschappelijke krachten zijn per regio te verschillend zoals veel minder economische groei in Den Haag en Rotterdam, de veel jongere samenstelling van de bevolking in die steden en compactheid die in Den Haag minder mogelijk is."

Voor vrijwel de gehele Randstad geldt volgens Gastelaars dat van natuur vrijwel geen sprake meer is. "Eigenlijk is er geen sprake van een bijzonder veenweidegebied om maar iets te noemen. In de praktijk is eerder sprake van een parklandschap en daar is voor een belangrijke en dominante stedelijke agglomeratie in de Deltametropool ook niets mis mee. Je moet behouden wat het behouden waard is en wat dat betreft moet je met een meer Europese blik naar het karakter van gebieden durven te kijken. Dan blijkt dat de Randstad als stedelijk kerngebied eerder te vergelijken is met bijvoorbeeld het Roergebied. Dan kan er nog heel wat bebouwing bij. Bovendien zit Den Haag al aan zijn grenzen en zal het dus wel over moeten lopen wat betreft bouwen en wonen buiten zijn grenzen. Er zijn grote stukken kwetsbaar en niet echt interessant groengebied in de omgeving van Den Haag waar wat mee moet gebeuren. Dit te ontwikkelen tot parken en woongroen ligt het meest voor de hand. Ook omdat er de nodige ingrepen en actie nodig zijn om het economisch draagvlak voor de regio te behouden". Hij praat niet eens over versterken, want behouden zou volgens hem al heel wat zijn. Dus ook investeren in nieuwe suburbane woon-werkgebieden. Rood moet in groen via een soort ijle verstedelijking. En uitdagend;" Prima hoor, die ecoducten en het behoud van de grutto op sommige plaatsen, maar dat is wel erg luxe en dat kan alleen door de welvaart."

Bitterballenrecreatie
Nog enige uitsmijters van professor Gastelaars wanneer het gaat over wensen van mensen op basis van gedegen wetenschappelijk onderzoek. "Mensen houden van groen, maar toch het meest van een eigen stukje privégroen, ook houden zij van pretparkgroen met een totaalpakket aan weekendrecreatie inclusief een ruim aanbod van bitterballen en dergelijke, sociale suburbanisatie in de ommelanden van Den Haag is nodig, mensen willen of echt stedelijk wonen of dorps wonen, maar niets (Vinex) ertussenin en tenslotte zou Den Haag met zijn imago van culturele parkstad eerder aan verdunning dan verdichting via hoogbouw moeten doen." Ook nog enige tips als dessert: "Laat de stad overlopen, doe de glastuinbouw weg, realiseer een groene aanpak met het nodige privé groen en parken, wen er aan dat Den Haag onderdeel is van de Deltametropool".

Natuurlijk ontstond er wat onrust in de zaal en de discussie met de zaal was levendig te noemen. Ondanks de sloop van wat heilige huisjes werd het betoog, ook door de humor, waarmee het gebracht werd, terecht uiterst serieus genomen. Uit de antwoorden van Gastelaars bleek dat hij geen voorstander is van het volbouwen van de Randstad. Groen en zeker aaneengesloten groen is heel belangrijk in zijn visie. "Als je in groen investeert doe het dan ook goed en met kwaliteit, maar denk niet dat je in de randstad het open landschap echt kunt behouden. Wees niet bang om in te leveren, maar vraag kwaliteit terug."

Provincie bewaakt integrale visie bij bestemmingsplannen
Na de pauze kwam onze gedeputeerde J.M. Norder aan het woord. Zijn verhaal ging met name over de Westlandse zoom en de groenblauwe slinger.. Hij wil dat daar ook flink in het groen wordt geïnvesteerd. Hij gaf volmondig toe dat de ontwikkeling van het groen in deze gebieden behoorlijk achterbleef bij de ontwikkeling en uitvoering van allerlei bouwplannen. Wat betreft de financiering daarvan is het probleem dat groen geen geld oplevert en dus is ook hij aanhanger van het Rood voor Groenprincipe. En dan gaat het in zijn ogen om veel meer dan randjes schaamgroen. Want dan is het twee keer huilen. Eerst bij de presentatie van de plannen van vreugde omdat het er op papier allemaal prachtig uitziet en vervolgens van verdriet als je later ziet wat er van terecht is gekomen. Het gaat dus om een visie, ook bij projectontwikkelaars, op gedifferentieerde toegankelijke groenontwikkeling met een maatschappelijke functie. Burgers hebben recht op kwalitatief goed groen in hun omgeving. Niet alleen losse villaatjes bouwen, maar ook appartementengebouwen in het groen zodat er meer ruimte voor openbaar groen overblijft.

Daarnaast gaat het natuurlijk ook om investeringen van het Rijk bij grotere aaneengesloten groengebieden zoals de groenblauwe slinger. Via intensieve samenspraak met het Rijk, ook over de normering die gesteld wordt, wil de Provincie dat het Rijk daar meer in gaat investeren. Wat betreft Den Haag specifiek wil hij de Groene Gordel om Den Haag compleet maken, maar dat vergt uiteraard een goede samenwerking met de randgemeenten. Het is de taak van de provincie om bij de afzonderlijke bestemmingsplannen goed in de gaten te houden of deze passen binnen een integrale visie op het grotere gebied waar deze plannen deel van uitmaken en dat geldt ook voor Nieuw Madestein zo bleek uit de discussie. Wij zijn benieuwd!

We gaan van groot naar klein, dus na nationale en provinciale ontwikkelingen kwamen de lokale ontwikkelingen aan bod. Daarvoor was wethouder Hilhorst uitgenodigd. Zijn insteek is dat het beter benutten van de bestaande stad en daar waar mogelijk verdichting en kwaliteit toevoegen, de druk op het buitengebied en de natuur ontlast. Hij ziet juist een uitdaging in de compacte stad, niet alleen om zo het voorzieningenniveau te verbeteren en de mobiliteit door de kortere afstanden te beperken, maar ook om de beschikbare ruimte optimaal te benutten.

Tot slot het panel met naast Hilhorst ook nog de wethouders Stolte en Vermeer uit Rijswijk. Er werd wat getwist wie nu het groenst was en hoeveel Rijswijk nu voor de Voordes had betaald. Iedereen was het er natuurlijk over eens hoe belangrijk onderlinge samenwerking met buurgemeenten is. Maar het was helemaal aan het eind van een intensieve dag vooral gezellig zoals u aan de foto wel kunt zien.

Frans van der Steen

 

 

Fietspostentocht van de IVN

Ook dit jaar was er weer de vertrouwde fietspostentocht die de IVN elk jaar organiseert. Dit jaar op de nationale fietsdag van 22 september, dit was ook de Europese Autovrije dag waar dit jaar in Den Haag weinig van te merken was, behalve het debat. Daarvan elders verslag.

De fietspostentocht was weer druk bezocht en gezellig. De tocht ging van Clingendael naar Meijendel. Er waren vijf posten waar gidsen van de IVN de deelnemers informeerden over de duinlandschappen waar de tocht doorheen ging. De onderwerpen waren 'mossen', 'water', 'grassen', 'duinflora' en 'het verhaal van het duinlandschap'. Op het einde van de tocht konden de deelnemers nog kiezen of zij langs het bezoekerscentrum wilden, een uitleg wilden over geneeskrachtige en eetbare planten in de 'Tuin der Wijsheden' of nog op een korte excursie wilden.

Agenda

Zin in een dagje uit?

Hier ziet u wat er de komende weken in Den Haag en omstreken op natuur- en milieugebied te doen is

 
  Branding

 

Neem een gratis abonnement op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu, of klik hier voor de elektronische versie.